Uncategorized

Alweer een nieuw begin

Als het nieuws slechts met flarden binnen komt waaien, omdat ik niet iedere dag meer met de auto op een vast tijdstip weg moet en dan ook de lokale radio niet meer hoor, mis je ongemerkt veel van dat alledaagse bestaan. Zo kwam ik vanmiddag om een uur of drie buiten en kwam tot de ontdekking dat ze een van de drie imposante bomen hierachter hadden omgezaagd, Twee kastanjes stonden er nog, maar ik vrees ook voor een van hen. De omgehakte boom was een lievelingsboom, omdat haar verschijning, buiten haar rode herfstpracht en de vlinderlichte zomerbladeren,  herinneringen omlijsten, die zonder moeite in het voorbij gaan, aan kwamen waaien. Minimaal twee keer per dag fluisterde ik een diepe gedachte terug.

De schrik was dan ook groot. Op de plek waar ooit de Acer in haar volle glorie stond, wortelde slechts een, tot een paar centimeter boven de grond afgezaagde stomp. Te laag om er een alternatieve denkplek van te maken, te kort afgezaagd om het om te vormen tot een overpeinzingsmonument. De kandelabbers er naast ritselden wat bedeesd met hun kale takken toen ik, zichtbaar aangeslagen, het kille scherp gesneden vlak aanschouwde. Net nog het symbool van vriendin lief, dat betekenis aan deze schoonheid had gegeven en nu niet anders dan een abrupte koude plek, Vasalis noemde het al ‘En niet het snijden doet zo’n pijn, maar het afgesneden zijn’.

In huis staat geen altaartje voor mijn dolende zielen, maar in de boekenkast op de slaapkamer, ‘alleen tussen mijn boeken wil ik wonen’, als variatie op een thema, staat ze glimlachend het wat chaotische leven gade te slaan. Ik hoef maar peinzend naar haar afbeelding te staren en de ingevingen komen zich ruimschoots aandienen. Het kleine witte vredesduifje met een stokje door zijn borst, poetst haar zachte, wijze blik extra op, zoals Acer dat deed in de herfst, als zij met haar uitbundige rode gloeien een ode bracht aan de goedheid en wijze kracht. Een gelijkgestemde ziel, die ware vriendschap duidde.

Het was een bijzondere en wonderlijk beleving in dat laatste jaar voor haar dood, als ik het statige oude herenhuis in ging en ze me ontving in de mooie herkenbare keuken. Daar had de tijd stil gestaan met de granieten aanrecht en de art deco tegels, de houten kastjes en de blik, ooghoogte, op de benen van argeloze voorbijgangers. Een huis met een souterrain en de warme gezelligheid van pruttelende koffie. In vele andere toonaarden verstilde daar het leven. De hoge ramen, de krakende vloer, de prachtige stenen objecten van een bevriende beeldhouwer, volmaakt in hun vorm.

1218

Eerst kropen we dicht bij elkaar op de bank, angsten delen. Loslaten op hoog niveau, want hoe nu verder met zoon en man in de leegte, die ze achterliet. Komt tijd, komt raad. Een zucht en stil verdriet om wat er nog te missen viel.  De thee was troost en warm, daarna de wandeling, het kuieren, ja toen ook, ze kon geen stap meer harder met het uitgeteerde lijf. Een zonnestraal, een maagdelijke zwaan, de roodborst boven de koude grond in het struweel. Het waren haar juwelen naar de oneindigheid, die straks te wachten stond. Eerst sneerde de tumor met een sluipend bijten en trekken, dan met een laffe valse overrompelende triomf. Toen ik haar vaarwel wenste, stond die grauwe zeismaaier al aan haar voeteneind en wachtte met het geduld der eeuwigheid. Hij had de tijd.

Ik ben voorgoed mijn Acer kwijt, verdoofd en wat ontheemd, teer ik op en in. Alweer een nieuw begin.

 

One thought on “Alweer een nieuw begin

Comments are closed.