Uncategorized

Kunst (ont)moet

Het was weer een dag met glans, een zonnegloed, een gouden rand om de gebeurtenissen.

Te vroeg wakker geworden naar het begrip slaap. Dat was vervat in te weinig uren  en toch was ik meer wakker dan ooit. Zin in maar een ding. De belofte waarmaken. Voorlinden moest vandaag bezocht. De warmste dag van de week, zonnig, strakblauwe lucht, al het onderwijspersoneel dat eventueel vrij was niet in de musea maar in Amsterdam. Dit was een buitenkans dat benut kon worden. Zuslief geappt en het licht sprong op groen. Heenrijden, de auto dicht bij zetten, museum doorwandelen en weer terug. Goed voor de dagelijkse beweging en meer dan voldoende voor de voeding van de geest.

De tentoonstellingen, drie in totaal, allen nieuw, stelden niet teleur. Zoals tot nu toe nooit. We ontdekten al weer een voordeel ten aanzien van het bewonderen. Ga onder het lunchuur. De stroom bezoekers trok pas weer aan na twee uur aan en toen hadden we ons bezoek er grotendeels op zitten.

Bij het hyperrealistische beeld van Dawn van John DeAndrea ontspon zich spontaan een gesprek tussen een moeder en een dochter en mij. De dochter vond de vrouw, die daar in haar volle naaktheid levensecht zat te zijn heel erg eng. De griebels sidderden lijfelijk door haar heen. Nieuwsgierig keek ik naar haar lichaamstaal. Het gaf de verstilde vrouw die daar roerloos zat een mooie extra dimensie. De tegenstelling tussen echt en niet echt, leven en levenloos, realiteit en onwerkelijkheid vloeide er als een fluïdum om heen. De moeder, een broze vrouw met prachtig wit haar, een zachte craquelé huid en lichte ogen keek haar verbaasd aan. Ik was geamuseerd door de aanblik. De wat theatrale uitlating van de dochter, iet of wat aangedikt door de aanwezigheid van de moeder en haar verwonderde blik. Ik vertelde haar, dat ik het niet eng vond, maar fascinerend. De moeder viel me naarstig bij en onderstreepte met een voldaan knikje mijn mening. Het feit dat we daar met z’n drieën over aan het praten waren, de dochter de emotie kon tonen, het contact onderling, blikken die elkaar kruisten, overduidelijke taal van het lichaam en de roerloze vrouw, was precies waar de essentie van de kunst in tot uiting kwam. Het roert en maakt los in welk opzicht dan ook. Dat constateerden we tevreden en daarna gingen we onze eigen wegen weer.

De imperfectie van de handen en de voeten tegen de volmaaktheid van het gezicht en het figuur raakte me het meest. Het kunstwerk van Jeppe Hein erachter met zijn neonletters, die verkondigden wat we allemaal zouden moeten doen, afgezet tegen een aantal dingen die we moesten laten, was daardoor in een perfecte balans met deze roerloze tegenstrijdigheid. Het grote ‘Om niet’ zoals de regels van het gezonde leven zo krachtig verkondigen in het bestaan van alle dag in mijn positie, was de indringende factor. Duidelijk lichtte in het krachtige neon op wat het leven nog allemaal wél vermag. Troostrijk, een glas bijna vol…met een klein beetje ‘Niet’ eruit. Alles is betrekkelijk.

204

Er was te veel moois om op te noemen. Bovendien moet je er zijn, het voelen, de betekenis indrinken, het je eigen maken, verweven raken en dromen. Ten einde in de serene stilte van de installaties van Shilpa Gupta getroffen te worden door de diepgravende vragen, die ze stelt en onderstreept met een performance, die de ziel intens raakt. Door de eenvoud, door geluid, door de stilte, door de veelheid, door de perfecte imperfectie, door de titels, door het leven heen en hun verborgen identiteit. Haar ‘wheredoiendandyoubegin’ is een mooie zoektocht door het bewustzijn. Haar werk vergt tijd en bezinning. Elk onderdeel fascineert op eigen grond. De vragen, die gesteld worden, zijn oneindig en eindig tegelijk. Als ik de loop van de verdwijnende tekst onder het indringende ratelen te kort waarneem, weet ik dat ik hier te weinig tijd voor heb genomen. Genieten is tijdloos en zolang het duurt. Met een zucht laat ik die constatering weer gaan in de wetenschap dat ik er over twee weken weer zal zijn en dan elke gemiste kans kan uitvergroten tot in lengte der intentie van de makers.

Dat maakt kunst boeiend, de herhaling, het opnieuw beleven, de diepere laag aan mogen raken in een tweede zoektocht, zoals het lezen van een boek voor de tweede keer een andere lading aansnijdt. Het bewust zijn van wat het met jou doet. Het knopen van de losse eindjes. Mijn einde, jouw begin. Kunst (ont)moet.

Uncategorized

Tot in lengte der dagen

Vriendin  en ik hebben een nieuw werkwoord uitgevonden. Het heet wadenoijen. Als ik haar app vraag ik of ze aan het wadenoijen is. Ze antwoordt doorgaans met ja, want in haar nieuw verworven woning met atelier moet nog een hoop gebeuren. Het is een fantastisch huis op een prachtige plek. Er is ruimte en er zijn mogelijkheden te over, om bij weg te dromen. Heerlijk om op een nieuwe plek weer opnieuw te mogen starten met nieuwe dromen bovenop het bereikte leven Het kon alleen maar vreugde aanboren, ondanks wat tegenvallende perikelen.

IMG_2628.jpg

Op het moment dat ik dit schrijf is er op televisie een programma van de VPRO over Hiroshima in 1945 en het moment dat de atoombom valt. 80.000 mensen in een klap weggevaagd en een aantal overlevenden aan het woord. Hun verhalen branden in mijn ziel. Een dokter die op het punt staat een kind een injectie te geven in een dorpje vlak bij en daar de enorme flits, klap en paddestoel vol gif en vuil waarnam . Vrouwen die naar boven komen uit hun schuilplaatsen en alles wat was letterlijk in as verandert te zien. Heel Hiroshima en haar bewoners vergaan en in puin. Er viel radioactieve zwarte regen uit de lucht en er liepen verdwaasde, verbrande mensen in het rond. Hoe bouw je je leven weer op na zo’n desastreuze aanraking van het lot. In de rivieren dreven mensen als afval op de stroom. ‘Oerkracht van het universum’, vertelde Truman de mensheid. ‘De Hel van Hiroshima’ wist de dokter, die in allerijl een veldhospitaal oprichtte met een verpleegkundige. Het begin van het atoomtijdperk. De teloorgang van de mensenrechten. De hemel kleurde vuurrood en niet van liefde. De wanhoop schreeuwde, terwijl men de naasten en geliefden begroef in de vergiftigde aarde.

Atoombom op Hiroshima

Het is een indrukwekkend document wat men daar in sobere bewoordingen vertelt. Het verdriet en de ontzetting stond hen nog steeds in de ogen geschreven en klonk door in hun verhalen, de aanblik was te erg om, nog na al die jaren, in woorden te vangen. Dat was niet het leger, niet de vijand, niet de belagers van de Chinezen, de Indonesiërs, de Amerikanen, dit waren onschuldige burgers, de mensheid, jij en ik. Na al die ellende is er de herhaling op Nagasaki . Bij de capitulatie zei de keizer het volk het onverdraagbare te dragen, het onduldbare te dulden in naam van de vrede.

Als het verhaal daarna doorgaat en vertelt over de wetteloosheid van de stad bloedt de beschaving. Het naoorlogse leven start met de weeskinderen van de verwoeste steden in de handen van de bendeleden van de Yakuza. Dan ontstaat er een, zo mogelijk, nog veel schrijnender beeld. Kinderen die de grens van het toelaatbare niet meer kenden, die vooral geleefd werden door hun angst. De angst der onzekerheid in de handen van de bandeloosheid. Het contrast is schrijnend met het verloop van mijn eigen dag. Hoe begin je opnieuw als alles wat leven was, zo dood is verklaard door een dergelijke verwoesting met weken, maanden, jaren van naweeën in deze atoomstad. Als John Hersey niet had geschreven over Hiroshima, had men er tot de dag van vandaag niet geweten wat er was aangericht.

IMG_2629.jpg

Wadenoijen is een heerlijk werkwoord. Ik wadenooij, hij wadenooijt, wadenooij jij? Het nieuwe leven heeft al een voorsprong genomen in de bolletjes die boven de grond piepen, de dikke knoppen aan de planten, de voorzichtige spruiten aan de wilde rozen. Het nieuwe werkwoord staat als een huis, door deze wonderlijke speling van het contrast met die grote tegenstelling van leed en totale vernietiging. Ze staat vooral voor het nieuwe, de groei, het leven. Laten we nooit vergeten wat er in naam van de mensheid is aangericht, toen, later en nog steeds. Laten we toch vooral met z’n allen gaan wadenoijen. Tot in lengte der dagen.

 

 

Uncategorized

Bezint en gij vindt

Het is zo’n dag dat je voelt dat er een einde van een periode is aangebroken. Ik ben er aan toe, klaar voor, ondanks de nog immer tanende energie en de bovenmatige vermoeidheid zoekt de geest een nieuwe weg. Dat klinkt hoogdravend. Het is wel zo. Er moet voeding in. Vooralsnog staan er twee prioriteiten op mijn verlanglijst met stip aan top. Dat is Voorlinden op de eerste plaats, dat is nog een brug te ver, en Neo Rauch. Al het andere eromheen, dat voldoening zou kunnen schenken is niet meer dan het gebruikelijke doekje voor het bloeden.

Bij het ontwaken wist ik al dat ik zou gaan. Gekkenwerk, want het is een heel uur rijden voor een anderhalf uur lafenis en niets anders. Bovendien is het nog zondag ook. Dat is vragen om moeilijkheden, horden weekendgangers die een culturele tussenstop zoeken of schoonheidzoekers net als ik. In ieder geval is het gehalte aan leeftijdgenoten opmerkelijk hoog of hoger. Even spiegel ik me kwiek en jong tussen de verdorde handen die de catalogi omklemmen, tot ik me realiseer, dat ik met mijn magische kleine Ixus het zelfde beeld zal geven. Nieuwsgierigheid in gerimpelde huid gevangen. Het raam huilt nu ik, in bed, het beeld probeer te vangen van die speciale zondagmiddag in Zwolle, maar neemt de glans niet weg. Neo Rauch bolt op in de Fundatie.

img_2558.jpg

Gaandeweg mijn alleen zijn dringt het grote voordeel daarvan op. Kunst kan bijna niet met tweeën bekeken worden, tenzij je er een discussie of een hoorlezing aan vast wil knopen. Ik zegen de indeling met de vele banken voor de immens grote doeken. Daar trekken de ‘films’ aan mij voorbij, het kleine opschrijfboekje in de aanslag, om details, die zich scherper opdringen in dat vacuum tussen de mensenmassa om je heen. De blik geconcentreerd op de verbeelding, de aandacht gestold . Een nieuwe tactiek leer ik kennen. Je ziet een lege plek op een bankje, die je verovert. Letterlijk dien je je tussen de massa te wurmen. Ze zijn het niet gewend en schikken in, schuiven op. Je zit daar en begint te schrijven. De anderen lopen door, trekken verder en jij zit daar maar. Ineens is daar het gouden moment. Geen observant meer in de buurt, het doek stil en betekenisvol voor je, in volle glorie. Dat moment komt steeds weer opnieuw leert mijn nieuwe techniek. Als je maar geduld hebt. Kunst kijken is geduld oefenen. In die verscheidene zalen en in luttele uren word ik er een grootmeester in.

IMG_2584.jpgOok een klein juweel

Nog een ander fenomeen van het bezoeken van de tentoonstelling, doorspit de grote zalen met een redelijke snelheid en blijf hangen in de kleintjes. Daar hangen juweeltjes, waar nauwelijks iemand oog voor heeft. De Vinder van Neo Rauch is zo’n parel, daar, tussen het andere overweldigende aanbod van een explosie aan kleur, surrealisme en vervreemding, van verbeelding. Ieder doek is die film op zich en de verhalen eromheen zijn talrijk. Dan is daar ineens die subtiele vinder. Klein, snelle toets, maar niet minder indringend. Als aan de grond genageld blijf ik staan om vervolgens luttele seconden later in het doek te verdwijnen. Meegevoerd en verdwenen. Wie mij zoekt zal mij vinden, want net als de man, verlies ik kleine stukken van me zelf. Beetje bij beetje. Wie van sprokkelen houdt, zal de heelheid vinden. Ook dat ben ik.

IMG_2590.jpg

Als ik de drukte ontwijk, de lockers vind, de jas, de tas, daarna de deur uitsteven, zoals assepoes na een bal, weet ik dat ik gevonden heb, waarvan ik die ochtend zo zeker van was. De schoonheid als voeding voor de ziel, helend en heilzaam. Bezint en gij vindt, in variatie op een thema.

 

Uncategorized

De sjeu van het leven

‘Tja, nu moet je het bezuren.’ Mijn vader kijkt me aan met een blik van ‘eigen schuld, dikke bult.’ Het ligt op mijn tong om in de verdediging te schieten. Ik weet dat hij gelijk heeft. Het is half een. Ik lig in bed en zijn woorden rollen over mijn peinzend hoofd. Daarna vink ik af. Lekker glaasje wijn…Kras, kras, kras, kras. Lekker bakkie oploscappuccino in mijn geval…Kras, kras, kras, kras. De buit van deze week. Weer twee genotmiddelen van het lijstje af. Als je het alcohol en koffie noemt, voelt het als minder erg.

White Wine Glas.jpg

Dat mijn vader om de hoek komt kijken, heeft te maken met het verbod. Interessant detail. Mijn vader was politieagent en had de neiging om zijn wil als een olievlek over het gezin te laten vloeien. Daar was veelvuldig ‘om niet’ bij. Een verklaring kwam er niet. Het was niet en zonder gemaar. Soms ook, bij het betere dramwerk: ‘Hou je mond of je krijgt hem er vlak voor’. Wonderlijke dreiging, want het gebeurde bijna nooit. Het was het teken dat de maat vol was en we ons maar beter konden bezinnen, de reden van mijn uitvoerige gesprekken met mijn eigen opgroeiende kinderen. Eindeloze preken om wit te wassen, waarom sommige dingen niet mochten. Dat was als compensatie voor de eigen opgelopen deuken. Om ze tot in het oneindige te herstellen, tot vervelens toe, zodat het weer een item in de volgende opvoeding zou kunnen worden. Hoeveel golfbewegingen  herhalen zich op deze wijze.

Wat was de reden vroeger, dat ik me altijd wilde verdedigen, terwijl je op voorhand wist dat je het onderspit moest delven. Ik werd er een beetje stiekem van. Juist daardoor versterkte zijn afwijzing.  Net zoals het letten op mijn uiterlijk er voor gezorgd heeft, dat niemand het in zijn hoofd moest halen om ooit iets neerbuigends over het uiterlijk van een ander te zeggen. Daarvoor had ik wel een weg te gaan. Als puber zocht ik juist een ander die dikker was dan ik, om luidkeels te becommentariëren. Het was het koekje van eigen deeg, dat zoeter smaakte bij leedvermaak. Toen ik leerde reflecteren op eigen handelen, was dat voorbij.

Niemand besliste de laatste jaren, wat ik moest doen of laten. Nu zijn de zaken radicaal omgeslagen. Er is een macht die hoger is en meer grip heeft op mijn leven. Het lijf. De longaandoening sprak klare taal. Niet roken is duidelijk. Hart spreekt in vaderlijke nieten. Oneindig véél nieten. Niet te zout, niet te vet, niet te cholesterolrijk, niet de alcohol, niet de suiker, niet… Whaaaa, het gebod regeert en daarmee de saaiheid der dingen. Koffie nemen en het moeten bezuren, wijntje nemen en met de gebakken peren zitten, dropje eten en weer een bloeddrukpil erbij. Lever is zo langzamerhand een chemische fabriek geworden. Ik ontbijt met pillen in een kwarkdressing en het grote genieten is er niet meer bij. Van genotmiddelen worden het verbodsmiddelen. Het scheelt drie letters, maar het is een wereld van verschil. Het piekeren over al die zaken veroorzaakt stress. Stress en hart gaan niet goed samen, dat verhoogt de bloeddruk maar. Wat is wijsheid.

IMG_8086.jpg

Ik haal Zen als compensatie. In de natuur, in de kunst en in het van me afschrijven. Dus krijgen jullie het op je bord. Driewerf Mea Culpa. Ergens moet dat ei gelegd. Wat zeg ik? Ei? Dat was ook ‘Niet’ toch of wel. Daar komt mijn vader al aan gesneld. ‘Oké, oké, ik ga al slapen.’ Rusten moet, al zou dat veel beter gaan zonder al die Nieten. Mijn slaapmutsen zijn me ontfutseld, maar weer een pil is mijn eer te na. De knop moet om, maar tjonge, wat is dat lastig zeg. Ze braaien de boter eruit, de sjeu van het leven.

Uncategorized

De sjeu van het leven

‘Tja, nu moet je het bezuren.’ Mijn vader kijkt me over zijn leesbril aan met een blik van ‘eigen schuld, dikke bult.’ Het ligt op mijn tong om in de verdediging te schieten. Ik weet dat hij gelijk heeft. Het is half een. Ik lig in bed en zijn woorden rollen over mijn peinzend hoofd. Daarna vink ik af. Lekker glaasje wijn…Kras, kras, kras, kras. Lekker bakkie oploscappuccino in mijn geval…Kras, kras, kras, kras. De buit van deze week. Weer twee genotmiddelen van het lijstje af. Als je het alcohol en koffie noemt, voelt het als minder erg.

White Wine Glas.jpg

Dat mijn vader om de hoek komt kijken, heeft te maken met het verbod. Interessant detail. Mijn vader was politieagent en had de neiging om zijn wil als een olievlek over het gezin te laten vloeien. Daar was veelvuldig ‘om niet’ bij. Een verklaring kwam er niet. Het was niet en zonder gemaar. Soms ook, bij het betere dramwerk: ‘Hou je mond of je krijgt hem er vlak voor’. Wonderlijke dreiging, want het gebeurde bijna nooit. Het was het teken dat de maat vol was en we ons maar beter konden bezinnen, de reden van mijn uitvoerige gesprekken met mijn eigen opgroeiende kinderen. Eindeloze preken om wit te wassen, waarom sommige dingen niet mochten. Dat was als compensatie voor de eigen opgelopen deuken. Om ze tot in het oneindige herstellen, tot vervelens toe, zodat het weer een item in de volgende opvoeding zou kunnen worden. Hoeveel golfbewegingen  herhalen zich op deze wijze.

Wat was de reden vroeger, dat ik me altijd wilde verdedigen, terwijl je op voorhand wist dat je het onderspit moest delven. Ik werd er een beetje stiekem van. Juist daardoor versterkte zijn afwijzing.  Net zoals het letten op mijn uiterlijk er voor gezorgd heeft, dat niemand het in zijn hoofd moest halen om ooit iets neerbuigends over het uiterlijk van een ander te zeggen. Daarvoor had ik wel een weg te gaan. Als puber zocht ik juist een ander die dikker was dan ik, om luidkeels te becommentariëren. Het was het koekje van eigen deeg, dat zoeter smaakte bij leedvermaak. Toen ik leerde reflecteren op eigen handelen, was dat voorbij.

Niemand besliste de laatste jaren, wat ik moest doen of laten. Nu zijn de zaken radicaal omgeslagen. Er is een macht die hoger is en meer grip heeft op mijn leven. De longaandoening sprak klare taal. Niet roken is duidelijk. Hart spreekt in vaderlijke nieten. Oneindig véél nieten. Niet te zout, niet te vet, niet te cholesterolrijk, niet met alcohol, niet met te veel aan suiker, niet… Whaaaa, het gebod regeert en daarmee de saaiheid der dingen. Koffie nemen en het moeten bezuren, wijntje nemen en met de gebakken peren zitten, dropje eten en weer een bloeddrukpil erbij. Lever is zo langzamerhand een chemische fabriek geworden. Ik ontbijt met pillen in een kwarkdressing en het grote genieten is er niet meer bij. Van genotmiddelen worden het verbodsmiddelen. Het scheelt maar drie letters, maar het is een wereld van verschil. Het piekeren over al die zaken veroorzaakt stress. Stress en hart gaan niet goed samen, dat verhoogt de bloeddruk maar. Wat is wijsheid.

IMG_8086.jpg

Ik haal Zen als compensatie. In de natuur, in de kunst en in het van me afschrijven. Dus krijgen jullie het op je bord. Driewerf Mea Culpa. Ergens moet dat ei gelegd. Wat zeg ik? Ei? Dat was ook ‘Niet’ toch of wel. Daar komt mijn vader al aan gesneld. ‘Oké, oké, ik ga al slapen.’ Rusten moet, al zou dat veel beter gaan zonder al die Nieten. Mijn slaapmutsen zijn me ontfutseld, maar weer een pil is mijn eer te na. De knop moet om, maar tjonge, wat is dat lastig zeg Ze braaien de boter eruit, maar dat is nou juist de Sjeu van het leven.

 

 

Uncategorized

De keuze is aan ons

Poes Pluis wilde naar buiten vanmorgen. Dat was op zich verwonderlijk, want het regende. Als tante Pluis ergens een hekel aan heeft dan zijn het natte pootjes. Maar er is op het balkon iets dat aanlokkelijker is dan de ergernis. Gisteren kocht ik in de supermarkt een zak met pinda’s. Pelpinda’s zegt de zak. Ik kocht ze in een opwelling.

Eigenlijk weet ik dat, met tijger Pluis regelmatig op balkon, het geen sinecure is voor onze lieve gevederde vrienden om ook maar een pinda uit de dop te pellen.Ik was gisteren naar de Botanische tuinen gegaan ter afleiding. Er was te veel hartzeer over mijn afzegging voor de benefiet avond van verschillende bands voor vriend en zanger Hans, die nu van bovenaf moest toezien of de kabels goed gelust zouden worden en voor Matchis, het Nederlandse centrum voor stamceldonoren. Lijden? What’s in a name? Het had hem te veel strijd gekost en er mocht een goed gevulde avond met alle betrokkenen tegen over staan. Maar ik redde het niet. Dat voelde vreemd, buitengaats, bezijden, buiten spel zelfs.

stenen

Er moest wat bezinning in. Waar kan je dat beter halen dan tussen het groen. Naar de eigen tuin durfde ik niet. De laatste storm had flink huis gehouden en nogal wat schade aangericht. Ik wilde niet de confrontatie aan met de erbarmelijke omstandigheden. Het komt, dat voel ik, maar later. Zoals alles komt. Later en soms te laat, net als dat grote feest van verbondenheid gisteravond. Gelukkig hadden we onze herinnering al samen laten stromen in een mooi gedenkteken van stenen in een schaal. Mijn steen, dat kon bijna niet anders, was in de vorm van een hart.  Het werd vergezeld door gemeende mooie woorden, een dichtregel, een wens ook. Dat laatste geeft een stuk van jezelf weg en een stuk voor hem, de herinnering, maar ook een fractie van voortgang voor zijn vrouw, die er samen met de kinderen alleen voor staat en eindelijk zorg en verdriet letterlijk een plek zal weten te geven. Een weg te gaan.

IMG_8077.jpg

In de Botanische tuinen zocht ik de rust in de hoge bamboestammen, die kaarsrecht de serene rust uit straalden. Strelende schilderpracht kwam langs in het beeld van de hoge grassen met hun roodgemutst gemoed en het oog ving het klaterende water van de fontein in een schoonheid, die later de beleving zou aanscherpen. Daarna vond ik de enige stilteplek in het hele oord. De vogelhut.

IMG_8162.jpg

Ik stond alleen in de kale houten ruimte met ramen rondom, zoals ik mijn eigen hut op de tuin zou wensen. Een atelier waardig. Voor de getinte ramen hingen de vele voederplaatsen. Ze werden druk bezocht, door roodborst, vinken, mezen en zelfs de bonte specht. Door het struweel ving ik een glimp op van een veldmuis, klein bolletje, dat ontroerend tussen de bruine bladeren scharrelde. De specht hield vooral mijn aandacht gevangen. Daar, in die blokhut, met de ogen op het leven gericht, vielen in een petit moment alle gedachten samen en vloeiden in een nieuwe energie.

IMG_8134.jpg

Ze ontlaadde zich in de onmogelijkheid van de pelpinda’s op de weg terug in de supermarkt. Geen vogel koos het balkon zolang Pluis daar huis hield. De realiteit onder ogen zien, de waarheid kennen, het leven nemen zoals het zich aandient, maar dan…de energie in het nieuwe innerlijke hart, de poëzie in de kleine stenen.

Het is in eigen hand. De stilteplekken en het leven. De keuze is aan ons.

Uncategorized

Handen en voeten

Hij wandelt mijn leven weer binnen, zoals hij ooit, eens, op het allerjuiste moment zijn relativerende levenskunst voor me open spreidde in kleurrijke voorstellingen. Kleurschakeringen, die het oog streelden, de eenvoud van de maker als verlengde van de eenvoud van de grote visionair, klein van lijf, maar groot in denken. Een muis, die afwijkt van de norm. Die ingaat op zijn gevoel en daar antwoorden voor heeft gevonden. Die de kunst van het leven beheerst. Wat heeft een mens nodig, als aanscherpende blikverruimer? Een warme zonnestraal, kleur en woorden om er betekenis aan te geven. Meer is het niet en het juiste moment om ze te lanceren, bijvoorbeeld op een koude winterdag als de harten doortrokken zijn van koude, de magen troosteloos en leeg, de wereld een diep tranendal, dan is daar Frederique muis, met zijn heilzame werkende verzameling levenskunst.

Frederick

Wat een prachtige filosofie in een notendop, wat zeg ik, in een kleine muis samengebald, omdat groots en meeslepend niet perse brengt, waar deze muis mee weet weg te trippelen. Hij roert en raakt de kunst van het leven en voedt daar de omgeving, zijn wereld, dé wereld mee.

Even later lees ik op de FB-pagina van het literatuurmuseum een memento over Nescio’s natuurdagboek, geschreven door Roman Helinski. Nescio is in mijn ogen binnen de literatuur ook de kleine grote man. Eerst Nescio lezen en dan sterven was het credo dat we mee kregen in die zestiger en zeventiger jaren. Het werd cult. Later, toen daar de scherpe hoeken van waren af gesleten en de dunne deeltjes hun geheimen pas echt openbaarden,drong het tot in elke vezel door, want vooral het ongeschrevene was de verdieping in zijn verhalen, zoals zo vaak. Het omver kegelen van de heilige huizen bleek in de roerige hippie-jaren koren op de molen, maar het was met name zijn blik waarmee hij de natuur bezag, die mij ontroerde. Dát is de blik van de waarachtige kunstenaar, die kleurschakeringen ontdekt in een blad van een struik en die weet dat de lucht oneindig veel blauwtinten met zich mee voert. Die zich groot voelt in zijn eigen klein zijn en klein in het oneindige grootse.

Tekst van Nescio op de spoorbrug in Nijmegen

Het moest zo zijn, dat in beide grootheden op één dag tegelijk, nieuw leven werd geblazen en betekenisvol mijn gedachten meevoerden naar deze overpeinzingen. In literatuurland is Nescio de Frederique. Zonder ophef stijlt hij zijn drie novellen, zonder zich wat aan te trekken van de regerende normen en waarden, maar vanuit zijn eigen scherpzinnige geest, zoals de kleine muis regeert en vooruitziet, omdat geest zonder voeding de dood in optima forma zal zijn, een lethargisch vacuüm, meer nog dan koude en honger brengen.

023

De kleine Frederique wordt me gezonden door een van mijn lieve vriendinnen, die weten dat het woord te allen tijde heelt. Deze winter was een hele koude met de kwetsbaarheid van het leven languit gestrekt voor de deur, als blikvanger. Als wijze raad misschien, maar dan moet ik er langer over na mogen denken. Niet alles wat op je pad komt is per definitie om te zetten in een betekenisvolle gebeurtenis. Lijden en leven zijn begrippen die met elkaar een moeizame vereniging aangaan. Het verhaal van Frederique is in deze koude winter hard nodig. Wat een zegening dat een vriendin daar oog voor heeft en Lioni er handen en voeten aan wist te geven.

Uncategorized

Eens zal het eigen zijn.

Gisteren nog een keer de afleiding gezocht in een film. Three Billboards outside Ebbing, Missouri van Martin Mcdonagh. Door de benauwdheid is er niet veel anders mogelijk. Thuis blijven kan, maar het wandelingetjes is een voorwaarde. Bewegen is immers beter. Dan maar naar een doel waarbij ik weer kan zitten en uitrusten. Twee uur lang genieten van een prachtige film en dan weer teruglopen valt onder het kaliber verantwoord revalideren.

Nooit heb ik een trailer zo tegengesteld aan het verhaal van de film gezien. Door de beelden wordt je totaal op het verkeerde been gezet. Ze zijn er allemaal in verwerkt, maar door de context wordt de beleving anders. De hoofdpersoon van Three Billboards is Frances McDormand. Wat een briljante vertolking van haar rol geeft ze ten beste. Ze zuigt me op, neemt me mee en er is geen ontsnappen meer mogelijk. Haar verontwaardiging is de mijne, haar woede ook. Haar verdriet, zorgvuldig achter een verbeten trek rond haar mond verstopt, de vochtige oogopslag wordt verwoed weg gewreven, de haat omgezet in een standvastigheid, een beradenheid waar niets ter wereld haar van af kan brengen en dat voel je. Het maakt de beleving intens en indringend, ze zit onder mijn huid.

humor hartslag

Tijdens de film doet zich nog een wonderbaarlijk fenomeen voor. Ik krijg last van hartkloppingen, een band om de borst, zware armen. Een nachtmerrie in de film.  Ademhaling reguleren, marcheert het in mijn hoofd door de filmbeelden heen. Het is niet fijn. Ik duw het gevoel weg door op het verhaal te focussen. Hart blijft de terugweg opspelen en ik rij langs de dokter. Feiten spreken beter. Ineens ben je een Spoedje. Mensen in de wachtkamer zuchten hoorbaar. Ik mag voor. Dokter luistert en onderzoekt, vangt nog onregelmatigheid en een stressend hoge bloeddruk, daarna ebt het weg en wordt weer normaal. De Bètablokker wordt verhoogd na samenspraak met de cardioloog. Een film in een film. Ik mag weer naar huis.

Op televisie zie ik de relativerende beelden van Filemon en zijn wandelgang langs het autistisch spectrum. Ik zie wat de ouders investeren in hun liefde voor het kind. Waar heb ik het nu helemaal over. Zo wordt de gang van zaken weer in balans getrokken. Alles kan altijd nog vele malen erger. Terwijl ik luister naar hun uiteenzetting breien mijn handen voort aan de winterdas. Winter is bijna lente, ik heb de eerst merel al horen zingen, maar met die domme ritmestoornissen slaat de kou om het hart en zorgt voor ijs aan de binnenkant van de vaten. Das zal goed van pas komen. ‘Elk nadeel hep se voordeel’ snijdt hout. Een houten hart en dan ben ik weer bij Blof waar de avond mee begon. ‘Hier is mijn hart, mijn houten hart’.

213

Hersenkronkels zijn fijn, maar soms moeilijk te volgen. Als dat voor mij al zo is, wat moet een ander er dan mee. Toch schrijf ik ze op, al was het maar voor de eigen gemoedsrust. Als je ze uitschrijft, dan stroomlijnen ze beter en ben je de helft van de onrust al weer kwijt. Het is lastig in dit hele proces om de juiste wegen te bewandelen, als je gewoon van vlees en bloed bent en nog steeds zeven zeeën denkt te kunnen varen. Ik  zoek naar het juiste tempo. Het ligt lager dan ik doe. Ik moet de wil eens even gaan stallen en dan luisteren naar wat lijf te vertellen heeft, want ze heeft zwabberende praatjes voor tien. Hoe was het ook al weer. Kan niet ligt op het kerkhof, maar wil niet ligt er naast en dan in tegenovergestelde context dan bedoeld. Verwarrend dus, net als de trailer van de film.

De zon schijnt weer, zoals elke ochtend deze week, het wordt een goede dag. Ik krijg dochterlief op bezoek. Ik blijf, op de therapie na, braaf thuis. Aanpassen aan de mogelijkheden. Ik ga het nog weleens leren. Eens zal het eigen zijn.

Uncategorized

Bezint eer gij klaagt

Een appje uit het niets zijn vaak de besten. Ik stond op het punt om er een bioscoopdag van te maken. De wandeling was de dag er voor niet te vermoeiend geweest en toch had ik bij thuiskomst het rillerige gevoel nooit meer warm te worden. Hoesten en intens vermoeid. Wat een mens toch allemaal niet meemaakt . Het besluit om een dag pas op de plaats te doen, maar wel afleiding te zoeken, kwam daar vandaan. Afreizen in je hoofd met beelden op het netvlies werkt doorgaans heilzaam. Mijn vriendin had The Three Billboards aangeraden. De strijd en verbetenheid van een moeder trok. Het geweld wat langszij kwam in de trailer iets minder, maar toch won het moederhart en bepaalde de keuze. Daar wilde ik mijn eigen oordeel over vellen en dat kan alleen als je het ondergaat.

Ik stond op het punt om te reserveren toen het appje kwam. Of ik mee wilde naar de Wilde stad. Vriendin en ik hadden al eerder besloten te gaan en nu deed de gelegenheid zich voor. Ze was vrij en ik had alle tijd aan mezelf. Het moest zo zijn. Kinepolis was een ander verhaal. Ik kende het dure parkeerhaventje ervoor en wist dat ik een hele film armer zou zijn als ik de Kleine Blauwe Prins daar zou stallen. Ik koos voor Kanaleneiland.  Het was dichtbij, goed voor de gebruikelijke dagelijkse revalidatiewandeling. Daarbij kon ik ook nog een mooi stukje nieuw ingeblazen leven van de plaatselijke grootstedelijk industrie meepikken. Ik was dichter bij de film dan ik me realiseerde. Later schoven de plaatjes ineen.

IMG_2508.jpg

Er lag op het grote braakliggende bouwterrein een schoen in het zand. Stapjes er naar toe en stapjes er van af. Hinkstapsprongstappen, te klein voor een voetafdruk. Ter plekke wist ik dat dit de oprichting van de galerij der vergeten schoenen zou worden in navolging van het Kabinet der verloren Handschoenen. Door het gaas heen nam ik de desolate foto. Even verderop liep ik als Liesje in Luilekkerland onder de grote U-Trechters door. Prachtige woordspeling en handige formule voor het omtoveren van industrie tot lering ende vermaak. Ze waren getransformeerd in af te huren vergaderruimten en mijmerend wierp zich een atelier op, hoog boven de stad met uitzicht op het haventje. Onbereikbare Utopie.

Het land van Schrans en malende kaken

De wandeling naar de film was derhalve een belevenis op zich, evenals de ontmoeting met de gigantische Kinepolis. Mijn lieve kleine Louis Hartlooper kan er tien keer in, maar wint het op alle fronten aan sfeer en intensiteit. Roltrappen voor een revaliderend lijf bleken het doekje voor het bloeden. De kiosk boven stelde uitnodigend haar geëtaleerde artikelen ten toon. ‘Treedt binnen in het land van Schrans en malende kaken’. De popcornbak was half het kind. We spiegelden de verbazing en ontzetting in elkaars ogen. Hoe kon je het verhaal intens in je opnemen bij de opbollende wangen, die onophoudelijk voor je blikveld zouden schuiven.

De film zelf opende de ogen voor het innerlijk van de stad. Leven en laten leven. Sommige shots zijn welhaast surrealistisch en bedroevend, omdat ze zo heel erg niet op hun plek zijn. Er zijn dieren bij die mottig en scharminkelig hun hongerogen spiegelen aan een voortdurend verlangen naar beter. Ik ga het niet verklappen. Ik miste een paar van mijn eigen blikvangers, als ik door de stad heen struin met de brede blik. De kauwtjes onder andere, die net zo talrijk zijn geworden als de Halsbandparkieten en de veelheid aan kleine insecten. Van Abatutu ga je houden.

De stad is verworden tot een groot walhalla van eten en ook tot de hel van gegeten worden. Daarnaast heeft ze alles van een spektakelstuk. Ze is kleurrijk, intens en boeiend, meeslepend en dramatisch, theatraal en komisch. Zo tikt deze wilde stad de mensheid op haar vingers. Stichter van het heil en het onheil. Bezint eer gij klaagt.

 

 

Uncategorized

Laat je gaan

Er is een leuk dispuut gaande op FB. Het betreft de flow. ‘Go with the Flow’ riepen we te pas en te onpas aan het begin van dit millennium. Nog steeds heeft het niet aan wijsheid ingeboet. Laat je leiden door wat er op je pad komt en wat je voortstuwt in de vaart der volkeren, als het op inspiratie aankomt. Dat is wat mijn visie erop is. Laat je meedrijven op de golven en ontdek nieuwe horizonnen, reis op toppen van je creativiteit en laat je niet weerhouden door wat niet mag of kan. Ontstijg je eigen kunnen.

Vandaag stelde mijn begeleider van de Stichting mij de vraag of ik nog wil werken. Werken is in mijn opinie vooral dat grote avontuur. Je begint aan de dag en weet nooit waar het eindigt. Natuurlijk stel je doelen, maar die zitten in mijn hoofd en er zijn honderd wegen om ze te bewandelen. Dat is de reden dat ik het bijna een must vind, om zonder methode te werken, op z’n minst in ieder geval in de onderbouw. Dan kweek je vleugels, vlinderlicht of loop je regelrecht de verwondering in. Ontdek met elkaar en leer van elkaar, groot en klein. Ik mag het zeggen, want het grootste deel van mijn arbeidzame leven zit erop. Het geeft me het recht om de passie te preken en dan niet als de spreekwoordelijke vos, maar met bevlogenheid. Ik ken het geheim van de smid en weet hoe het werkt.

veertjetheater

Werken dat zou ik willen, als ik uit de voeten kon, want al sparrend, al ontdekkend, al verwonderend geef je elkaar handvaten aan, grijpt het een in het ander, springen er deuren open in je hoofd, maar zaligmakend is het niet. Het is niet het levenselixer bij uitstek. Die Flow, de uitdaging, de verleiding kan ook makkelijk ontstaan tijdens het pierewaaien in je eentje. Er zweeft een lied van lang geleden mijn hoofd binnen. ‘Pierewaaien, het is een kunstje van niks voor iedereen, die ergens dol op is’. Zo is dat. Als je in kronkels kan denken, letterlijk met alle winden op je pad mee kan waaien en klakkeloos de ingevingen in je hoofd durft te volgen, is pierewaaien de bron voor al het creatieve leven.

Ik liep door het atelier van een goede vriendin. ‘Verandering van spijs doet eten’, dat wist men vroeger al, en gleed met mijn blikken langs de vele vindsels en vondsten. Tegelijkertijd knoopten zich aan sommige nieuwe verhalen vast en spontane ingevingen kwamen omhoog. Zo werkt inventiviteit, die open blik voor mogelijkheden. Je ziet andere buiten op straat of in de winkel een handeling verrichten, een programma op televisie, een stelling op social media of je krijgt een telefoontje, een app, hoort een woord en zonder dat je er mee bezig bent, maakt het een volgende associatie los.

Kunstfanaatjes noemde de jaszakschatten. Direct gingen er bij mij en een vriendin poorten open naar lang geleden, vorige week, eergisteren. Gisteren liep ik, in mijn eentje, op het klompenpad en het leverde een hoofd vol beelden en verwondering op, om over na te denken en er woorden aan te geven. De bijbehorende foto’s waren goed voor de tekeningen in het tekendagboek van vandaag. Iedere dag, het kan zo klein niet zijn, gebeurt er iets, wat er bovenuit springt. Dat is de overgave aan de loop van de rivier, zwemmen met de stroom mee, alle weerbarstige beddingen trotseren, ruwe keien, obstakels overwinnen door ze om te buigen en naar je eigen creatieve geest om te zetten en vooral niet te vergeten er ook tegen in te durven.

Go with the flow lukt altijd, als je  maar vleugels weet te geven aan gedachten en vinnen aan je vindingrijkheid om in beweging te blijven, te wervelen en te gaan. Op je werk of in je eentje, met de toegevoegde prikkel aan muziek, schoonheid der kunst. Zolang de flow gevoed wordt, waar dan ook, met de onbevangenheid van de open geest en de bereidheid tot een sprong in het ongewisse, krijgt het ‘glow’. Laat je gaan, de vrije loop en vindt de glans van het bestaan.

Uncategorized

Daar draaien we op

De Cardio-revalidatie wordt gegeven in een klein zaaltje praktisch achterin het gebouw van het Antoniusziekenhuis in de rode vleugel. Er staan 8 fietsen en een loopband. Het munt niet uit in ultramoderne apparatuur. De hulpverleners hebben ieder hun eigen dagen en je leert ze kennen als je braaf twee dagen per week de oefeningen komt doen. Op de maandag en de vrijdag ben ik ingedeeld. Vooraf wordt óf je bloeddruk gemeten óf je polsslag en dat wordt halverwege de oefeningen herhaald. In rust en na inspanning is het credo. Gevoelsmatig valt daar niet alles onder. Fietsen is voor mij een bijna rustgevende oefening, misschien wel door het mantra van de bewegende trapper. Met regelmaat laat ik er een gedachte op los, die zich dan herhalend vastzet in mijn hoofd. Tersluiks ontsnap ik aan de motoriek.

rechterkant Cardio Fit E35 Ergometer

Het voelt ook alsof ik weer in de klas ben. Jaren geleden in mijn schooltijd. Klas had gym. We moesten voort. Ik was er niet goed in. Dat kwam met name door de onzekerheid en het idee, dat ik het bij voorbaat niet zou leren beheersen. Met hardlopen werd mijn hoofd een pioen en ik legde hijgend het parcours af tot ik als laatste over de eindstreep strompelde. Het vederlichte, waardoor elke bok of ieder paard een bron van vreugde werd en een genot om naar te kijken, heb ik nooit kunnen doorgronden. Ik bleef aards en aan de grond genageld. Niet ik ging om, maar bok, met dreunende onderlijning van het onvermogen.

Waar de gymleerkracht doorgaans slechts een aaiend handje nodig had om de vaart erin te houden, moest er bij mij een schouderpartij of een takel aan te pas komen.De ringen waren een onbegrijpelijke manier om omhoog te komen. Hoe dan, als de rode handpalmen striemend naar beneden gleden bij elke verwoede poging. Ik was het kind dat bij trefbal niet alleen lichamelijk het mikpunt werd. Sport en spel was aan mij niet besteed. Ze kerfden littekens in mijn ziel. De ontsnapping waren de verhalen die het opriep van een wonderkind, dat verdacht veel op mezelf leek, die flierefluitend de eindstreep haalde.

Opmerkelijk gegeven was dat er bij de kabouters en de gidsen geen berg te hoog was. Daar kreeg ik, door mijn natuurlijke rust en de serieuze ondertoon, zelfs de leiding toebedeeld van een groepje. De uitdaging was vermomd in een hartelijke en ontspannen sfeer, waar de nadruk lag op ieders kwaliteit. Niet op het onvermogen, zoals de barse, snijdende stemmen van de gymleerkrachten door de zaal repeteerden, zodat ieder wist, wat je allemaal niet beheerste.

117

In dit kleine achterafzaaltje mocht alles en hoefde niets. Er was een circuit uitgezet met gewichten, vermeende boodschappenkratjes, evenwichtsoefeningen op de bal, stuiterende kleine aanloop voor een worp in de korf, enkele diepe kniebuigingen, een verleidelijke stoel, waar je net niet op mocht gaan zitten. Op de achtergrond de realiteit in muzikale omlijsting en mijn puffende en kreunende lotgenoten. Ik was op het grensgebied van vroeger en nu, de geur van de vloer haalde de gymzaal dichterbij, het ontspannen karakter maakte de kleine kabouter in mij los. Het hart bewoog mee met al die andere aangedane harten, hijgend, puffend en met de insteek om alles te geven voor volk en vaderland, maar met name voor de twee enthousiaste begeleiders.

Dat ik ooit spierpijn zou kunnen krijgen van zegge en schrijve een tiental kniebuigingen had ik maanden geleden niet geloofd. Met goodwill worden ongekende mogelijkheden geopend en de wetenschap dat het er toe doet. Een mens van hart en ziel en voeding voor beiden. Daar draaien we op.

Uncategorized

Gedeelde smart is halve smart

Er zijn dus talloze nachten geweest, dat mijn moeder zo heeft liggen draaien en woelen als ik nu. Ze heeft ze meerdere keren in haar dagboeken beschreven. Het luisteren naar de ademhaling van mijn vader, een ronkend geluid, dat dwars door de dunne boardwanden van de slaapkamers heen,  in het ouderlijk huis ook door ons te beluisteren viel. Het grensde aan snurken maar was meer sonoor, diepere keelklanken   Ze hoorde, net als ik hier, de pendule van de buurvrouw slaan. Schapen tellen was wat nog restte. Het licht moest uit blijven. Net als ik liet ze de duisternis schaduwen trekken op de muren en golvend over het bed en de kaptafel dankzij de opengeschoven gordijnen. De wereld van Kantjil, grillige wajang goleks, ragfijne filigrain elfen, heksen en feeën en enorme boomreuzen.

DSC07490.JPG

De verzuchtingen, aan het witte papier van de kantooragenda toevertrouwd, waren diep. Waarom kon ze nou nooit eens lekker in een diepe zorgeloze slaap vallen. Ik herken het maar al te goed. ’s Nachts nemen de verhalen de overhand, maar ook alles wat maar autonoom kan gaan. De ademhaling, de hartslag, het bloed dat door je aderen stroomt. Overal is wel een angsthaas aan verbonden, die al pochend zichzelf opblaast en ten slotte alle ruimte in je hoofd inneemt.

Ik ben ze liever kwijt dan rijk. Helaas heb ik een aardje naar mijn moertje en deel ik haar slapeloze nachten. Bladeren in tijdschriften helpt, soms een boek lezen als de concentratie het toe laat en de beelden wijken, vaker nog een stukje schrijven. De druk moet van de ketel af. Als je gedachten laat ontsnappen is er luwte in het hoofd. Vaak werkt het zo.

Stiekem geniet ik ook. Van de stilte. Van de lamgelegde weg. Een snoer van licht schijnt over het glimmende asfalt. Zelfs de vleermuizen houden hun winterslaap. Pluis ligt opgerold tegen me aan geschoven. Ik moet denken aan de kleine dappere Louise in haar winterse nadagen uit de animatiefilm Louise en Hiver, die overvallen door de stilte de meest creatieve oplossingen vindt om het grote zwijgende tij te keren. Ze sprak erover met de maan en de sterren en een verdwaalde hond op een monotone bedaarde toon, geruststellend, concluderend, berustend.

Mijn moeder was de dag erna vaak brak. Ik las tussen de regels door hoe ze zich door de dag heen sleepte en worstelde met de traagheid der dingen, die veroorzaakt werd door haar eigen vermoeide tred. Dat heb ik dan weer niet. Jaren van weinig slaap hebben een ritme opgebouwd, die ooit is ingezet met de vaste nachtdiensten die ik draaide in de verpleging en wat er voor gezorgd heeft, dat ik de stilte en niet de duisternis koester, Integendeel. De vroege ochtenduren, het prille witte licht is mijn tijd. ’s Nachts niet. Dan komen de verhalen los uit het donker, zoals in mijn jeugd en heb ik een lamp nodig om ze in te tomen. Tegelijkertijd prikkelen ze de fantasie voor nieuwe verbeelding en vragen om woorden of surrealistische dromen.

De pendule bij de buren slaat drie. Het is welletjes en mooi geweest. Morgen ga ik eens een kamille proberen of een andere nachtrustgevende thee, nu elke willekeurige ontspanningsoefening te kort en de ademhaling alle kanten op schiet. Ik rust in de wetenschap dat ik niet alleen ben, maar met mij nog een heel leger aan slapelozen. Dat schenkt de burger moed, want samen is niet alleen en gedeelde smart is halve smart..

 

 

Uncategorized

Een loffelijk streven

Gek genoeg heb ik vakantie gevierd, deze week. De dagen van ledigheid trekken voorbij en toch is er ineens een vakantieweek. Dat voelt nog steeds zo. Op de eerste plaats valt het gekwetter om kwart over acht stil op straat. Geen schreeuwende, lachende, roepende kinderstemmen op weg naar school. Geen vermanende overstekende ouders, die ze tot de orde moeten roepen. Het gepiep van oude knarsende wagenwielen ontbreekt of gehuil van kouwelijke babybroers en zussen in hun buggy’s, te vroeg uit bed geplukt en met de slaap nog in de ogen om grote broer of zus op de plaats van bestemming te brengen.

010

Zelfs het verkeer heeft afstand genomen van de normale werkweek. Er vallen hiaten in het zoevende langsrijden. Alleen de Jumbo-vrachtwagen dendert zoals elke morgen vaste prik langs. Het is vakantie en kennelijk treedt er dan een automatisme op. ’s Morgens begint mijn ontbijt van drie eetlepels kwark en een batterij aan witte, gele en roze pilletjes steeds later. Normaliter half vijf en vanmorgen was het ineens kwart voor tien.

Wel sluipt de hoeft-niets modus er ’s avonds ook in. Het tijdstip van slapen wordt tot steeds later uitgesteld in deze verwarrende wirwar, in plaats van de gebruikelijker wijs. Het voelt alsof er uren worden afgenomen, happen gegeten uit de kostbare dag, mijn serene rust in de ochtend wreed naar een lager plan wordt geschoven, de ledigheid omhoog getild. Daar zijn we bij de kern van het betoog. Het voelt niet goed, een onbevredigd begin aan een nieuwe dag. Bovendien doet al die rust iets wonderlijks met de huid. Ze gaat eronder zitten en trekt diepe plooien, ongekende rimpels, wangetjes van het goede leven, haren die naar de verkeerde richting gaan staan door het lange liggen op een oor. Zelfs Pluis is van slag.

006.JPG

Samen slapen we een gat in de dag. Dit is de laatste dag van de vakantie. De das is bijna af, het is de oorzaak van het niet naar bed kunnen. Breien werkt namelijk verslavend en zeker als je in bollen gaat denken, deze-bol-nog-even-afbreien brengt je zo weer drie uur verder . De vingers verkrampt, de pennen wat stroef, de wol wat moeizamer glijdend, maar stug doorgaan met insteken, doorhalen en af laten glijden. Ik ben bij de derde bol. Het moet nog een klein stukje langer, ik kan hem al om de hals leggen, maar het moet aan een robuuste uitstraling beantwoorden dus ruim vallen. Heerlijk slobberend ruim en dat betekent dat er bijna nog een vakantie aan vast moet worden geplakt.

F4E29A55-703E-4958-A5EA-3B624476DB68.jpg

‘Van der Linden, je hoeft praktisch niets, alleen maar pendelen tussen ziekenhuis, mentor, apotheek, huisarts, bedrijfsarts en longarts. Het mag wat kosten. daar tussenin heb je vrije uren te over liggen.’ Ik weet het, maar ook ‘Het grote niets’. Dat gat in de dag, dat uren opslokt, wat zeg ik, dat zwelgt. Het is het zwarte gat van Anish Kapoor, een Bermuda driehoek waar alle creativiteit in verdwijnt. Ik moet eerlijk zijn. Het is ook heerlijk om helemaal niets te hoeven en aan de andere kant stellen we maar wat graag doelen. Kleine, zoals twee tot vier kilometer wandelen op een dag, vangvolleyballen met de fysiotherapie, boomklevers spotten in de grote iep. Het wordt weer tijd voor het grovere werk. Schilderen en tekenen, tuinen en veel meer schrijven. Morgen, ja morgen…Als de vakantie voorbij is.  Dat lijkt me een loffelijk streven.

Uncategorized

Basis voor een leven lang genieten

Na een week van hoogstandjes in het leven, naast de diepe donkerte van de vorige weken, kwam het woord als vanzelf boven zweven in een prachtig zwartgerande wolk, waardoor het des te indringender werd. ‘Genieten’. Door mij onmiddellijk aangevuld met ‘de kunst van’. Nou is het geen opgave om te genieten van iets wat in het straatje past. Dan is het al gauw feest. Het grote goed, waar het om draait, is om de teleurstelling te kunnen ombuigen naar een ander level. Zet het in een ander perspectief en ik durf te wedden dat we er van kunnen genieten. Sterker nog…Dat er altijd wel te genieten valt.

IMG_7033.jpg

Als het denken blijft ronddraaien in diepe droefheden wordt alles grauw en somber, juist daar fluistert mijn  moeder geregeld: ‘Er is licht aan de horizon’. De weg er naar toe leidt over de kunst van het minieme intense beleven en het is een kwestie van zien.

Met dat ik dit schrijf, kijk ik uit het raam op de tweede verdieping. Het ochtendverkeer lengt aan in de zucht van de zaterdagboodschappen en het is druk op de weg. Voor mijn raam staan drie mooie oude Iepen. Poes zit likkebaardend en rillend van genot voor het raam. Haar snorharen bewegen naarstig op en neer. Ze volgt kennelijk nauwgezet de gang van een vogeltje. Ik kijk langs haar koppie met haar mee. Ze ziet een koolmees. Bij het naarstig speuren ontdek ik ineens dat de vermeende koolmees een boomklevertje is, die samen met een kompaan voedsel zoekt in de schors en de verdorde vrucht. Dat dus, dat moment, waarbij het hart een sprongetje maakt, omdat de ontdekking zo bijzonder is.  Boomklevers heb ik nog nooit hier in de buurt gezien, laat staan aan die drukke Batau. Nooit goed gekeken, of geen oog voor gehad. Beide is mogelijk.

Sitta europaea Luc Viatour.jpgDe boomklever

Met het ontdekken start het genieten, leesbril af, varifocus op, verrekijkertje erbij, fototoestel…ahhh niet onderhand bereik. Dan maar zo dit fantastische minuscule vogeltje spotten en die mazzel koesteren en opslaan achter een van de deuren in het hoofd. De kans is groot dat ik met mijn ‘kippig op afstand’ bril altijd de boomklever de naam koolmees heb toegedicht. Vanaf nu ga ik er op letten. Tel uw zegeningen.

IMG_2439.jpgLis en Imke: Thuis best

Een mooier voorbeeld van hoe te genieten is er niet. Misschien is dat wel de enige juiste definitie. ‘Als het hart een sprongetje maakt’, de Aha-erlebnis bij uitstek, het pure ontdekken, de verwondering ten top. Deze hele week stond er in het teken van. Eerst zee zien met de zussen, dan vriendin omarmen, dansant theater met de ene dochterlief en haar zonen. ’s Avonds nog even oude banden uit het verleden aanhalen en drie nummers ingezongen, de dag daarna met de andere kleinzoon en dochter naar twee mollen, die van het huis van de een er een ‘thuis van samen’ van wisten te maken. En vandaag de boomklever en de wetenschap van het zalige niets. Tussendoor compleet gevloerd en bijkomen. Het was broodnodig om het verdriet van de afgelopen tijd in de juiste balans te kunnen plaatsen.

IMG_2392.jpgDe dansers en Plan: Roest

Genieten kan je leren, bedenk ik me en het is aan ons om kinderen ruim baan te geven  vanaf het prilste begin, als meesters van de verwondering. Ontdekken, speuren en zeker het grote ‘zien’ op het moment dat het gebeurt en daarbij vooral je zelf toestaan om met ze mee te verwonderen. Niet af te laten het kind in je zelf te zijn, als basis voor een leven lang genieten.

Uncategorized

Waar klein niet gróót in kan zijn

Op Twitter verteld Esther over haar zoon, die de knuffeltjes van de Lidl zo geweldig vindt en meer praat dan ooit met het zachte fruit in zijn handen. Ik reis in gedachten af naar de groep die ik voor de kerstvakantie nog begeleidde en die elke vezel aan liefde in mij wakker kriebelde door de bijzonderheid van haar samenstelling. Het was een klein groepje van 17 kinderen. Klein genoeg om ze te leren kennen en groot genoeg om ze te laten vieren. Precies het juiste aantal om ze de ruimte te geven, die ze zo nodig hadden.

Er zaten drie kinderen in, die qua bijzonder zijn er uit sprongen. Een meisje, die me nauwelijks aankeek. Ze zat links tegenover me in de kring en had dan ook haar linker schouder hoger opgetrokken dan de rechter, met haar koppie scheef. Alsof ze er achter weg kon kruipen. Vanachter die schouderronding wierp ze haar steelse blikken op mij, terwijl haar haar hielp om een sluik gordijntje dicht te schuiven.

Een jongen zat onder mijn grijparm, dat was nodig bleek, omdat hij de neiging had om bij alles wat hij zei en zeker als hij er super enthousiast van werd, op te springen en juichend zijn verhaal te doen, daarbij vertelden zijn armen en handen het verhaal uitgebreid mee, terwijl hij enkele stappen zetten, steeds verder naar het midden van de kring. Grijparmpje corrigeerde hem af en toe sussend. ‘Ga maar lekker zitten, lieverd’ wat hij dan deed, om vervolgens weer op te springen in een telkens opdraaiend enthousiasme tot gillens toe. Soms vielen zijn droomogen stil en gleed hij een andere wereld binnen.

Er zat een jongen links van me in de kring. Wat verderop. Hij had een brilletje op. Dat brilletje gleed tot aan het puntje van zijn neus en maakte het hem mogelijk om er achter te verdwijnen door tegen de dikke montuurbalkjes aan te kijken of er al draaiend met zijn ogen wat ongericht er boven zijn wereld te observeren. Voortdurend was hij met de kleine ongemerkte afleidingen met zichzelf bezig. Een veter die los hing, een ritslipje dat bungelde, een snottebel die naar beneden kwam zeilen, een haar die voor zijn ogen piekte. Maar uit dat schijnbaar mistige niets dook frequent een opmerking op, die volledig hout sneed en de spijker op de kop sloeg bij een vraag of een filosofietje.

Bij alle drie nam de wereld haar eigen verloop doordat hun bekers om kieperden, de broodtrommels omvielen, deksels kwijt raakten, puzzelstukken spoorloos verdwenen, bouwwerken niet bleven staan, kinderen boos werden om …Ja waarom eigenlijk. Hun armen wapperden, hun benen schoten spontaan uit in een dans van zalige onwetendheid en leverde zo telkens weer een spitsroeden lopen op met die andere wereld, waar de anderen zo’n andere invulling aan het geheel gaven. De groep accepteerde mijn drie kleine hollewaaien met al die onbevangen liefde die kinderen eigen is.

015

Uit mijn leren-is-leuk-koffertje kwam op een dag het kleine groene Happertje tevoorschijn. Hij was een beetje verlegen en misschien ook wel een beetje bang. Happertje was groen en lustte alleen maar groen. Van gras tot groene blokken, crêpepapier tot groene truien, het maakte niet uit. Dat was wel een beetje vreemd. Happertje wist dat en daarom was ie verlegen. Vanaf het moment dat zijn groene snuit om de rand van de koffer keek, schoven de gordijntjes van het meisje opzij, rechtte ze haar rug en volgde hem met grote interesse.

IMG_8937Paardenbloemen voor Happertje

Na een poosje vroeg ze aan me of ze Happertje even vast mocht houden. ‘Tuurlijk lieverd. Dat vindt hij hartstikke leuk!’ Met Happertje kwamen de verhalen, vertaald naar zijn kleine groene persoonlijkheid. Wat hij allemaal durfde en vooral ook wat niet en wat hij prachtig vond of heel erg eng. Dankzij Happertje werd ons contact een innige beleving die ik, nu noodgedwongen thuis, tot op de dag koester. Ik ga haar straks, aan het eind van de inval, Happertje meegeven. Vanaf dag één waren ze onlosmakelijk met elkaar verbonden.

024Happertje met zijn vrienden Oma en muis

Zo innig veilig kan een klein, in de groene ecoline gevallen, handpop zijn. Oorspronkelijk een draakje, en nu een gulzig, onbeschermd, verlegen, groen Happertje, die dank zij haar goede zorgen de wereld aankan. Waar klein niet gróót in kan zijn.

 

Uncategorized

Ware vriendschap verloochent zich niet

Er stond al een paar weken een ontmoeting gepland met mijn lieve vriendinnetje. Zoals gewoonlijk met lieve onbesproken verbonden hadden we te weinig tijd voor elkaar. Dat was niet een kwestie van keuzes, keuzes keuzes, maar meer het opgeslokt worden door een systeem dat onderwijs heet en weinig gaten overlaat in het privéleven van de juffen onder ons.

Krokusvakantie en dus zeeën van tijd. Ik begrijp door deze vakantie eens te meer, dat het geen lentevakantie moet heten, nu de Noordpool beer zijn stempel drukt op alle fronten. Overal giert de poolkou door heen. Elke handeling verstart bij het aanblazen van de ijskoude wind. Handschoenen kunnen niet dik genoeg zijn en dassen niet hoog genoeg opgesjord, de mutsen over voorhoofden getrokken. Het leven gluurt je tegemoet.

Het was maar een miniem eindje lopen. Voor een revaliderende hartenkoningin was de afstand heel goed te doen, maar voor de longlijder in mij was de snijdende wind een funeste kompaan. Dwars door alle aangedane longblazen heen, maakte ze het doorstappen onmogelijk en vroeg een aantal keren om te stoppen om op adem te komen. Ik had al een paar dagen het lied van Herman van Veen in mijn hoofd en dan met name een paar regels: ‘Overal is er die snijdende wind, die ons in elk portiek weer vindt.’ Wat hou ik van een treffende verbeelding. In al die jaren had het niet aan kracht ingeboet. De wereld kwam toegesneld door de bril van mijn jonge jaren met dit lied van lang geleden.

Ik stapte door het grote velours gordijn heen de grote knusse ruimte binnen. Er was een tafel gereserveerd voor twee, vernuftig afgescheiden van een stelletje door een simpele verhoging met een plant erop. Meer was er niet nodig om een intieme sfeer te kweken. Vriendin kwam binnen in een grote brede warme lach van vreugde. Gemis viel in stukken op de grond en maanden werden overvleugeld in treffende vragen, opluisterende voorvallen en anekdotes. Tijd werd geslecht in luttele seconden.

IMG_2358.jpg

Het was zo’n treffen, waarbij het niet uitmaakt hoe lang de leemte heeft geduurd, want de verbondenheid nam onmiddellijk het voortouw en vulde de gaten van de lacune die ontstaan waren door het feit dat onze wegen zich eens moesten scheiden. Gek genoeg werd het gemis schrijnender naarmate ze werd overbrugd en opgevuld. Ergens in  mijn achterhoofd zong de mantra, dat het nóóit meer zo lang mocht duren.

Ineens kwam in een flits nog een langer geleden verleden aankloppen. Ze schoot me aan in een wolk van oplichtende ogen met en opgetogen vraag, of ik was, wie ik was. Zij was in ieder geval een muziekstagiaire van toen en het duurde even, maar toen vielen de flarden weer samen tot een volledig beeld, wat opmerkelijk was. Kennelijk hadden we indruk gemaakt op elkaar, want langzaam kwam het bijbehorende genieten op volle sterkte mee omhoog!

IMG_2357.jpg

Zo werd een kleine lunch in een gemoedelijk en respectabel biologisch restaurant tot een aangenaam verpozen omdat heden en verleden samensmolten. Het heeft stof gegeven voor honderden andere gedachten, films en veelheid in mijn hoofd, terwijl de warme herinnering aan het verleden door een andere deur naar binnen viel. Henk Westbroek zong ooit ‘Vriendschap is een illusie’, maar ware vriendschap verloochent zich niet.

 

 

Uncategorized

Gekoesterd als nooit te voren

Een tijd geleden gebeurde er iets desastreus. In volkomen onachtzaamheid, iets wat vaker gebeurde als gedachten de realiteit even lieten verdwijnen. Ik raakte mijn kleine kunstenaarsoog kwijt. De kleine Ixus was uit mijn tas geglipt op weg naar een ander, misschien wel een beter leven. Natuurlijk waren broertjes Canon, groot en klein, er om het leed op te vangen, al treurden ze zwijgend, maar ze konden de dragelijke lichtheid(variatie op een thema)niet vervangen. Beide lieten me torsen, waar de Ixus me vlinderlicht door de schoonheid van het leven leidde.

IMG_2355

Een tijd lang koesterde ik nog de wens dat, via de sociale media, men op zoek zou gaan naar de achtergebleven zwijgende beelden van het gemis, al wist ik niet meer wat. Langzaam aan verbleekte de herinnering en daarmee het bestaan. Als je maar lang genoeg verdwenen bent, is het tijd voor een herijking van de waarde. In mijn dromen draalde ik onrustig met lege handen en legde beelden vast in koortsige schetsen ten einde een wringende vervanging. Het mocht niet baten. Eens verloren, altijd verloren. Langzaam krulden de hoeken sepia om.

Voorlopig zwijmelden de broertjes om het hardst om maar de belangrijkste plek in te mogen nemen. De kleinbeeld won, vanwege dat klein, maar toch nog altijd reusachtig als ik het vergeleek met…Nee, niet meer aan denken. geen geld voor een nieuwe, dus we moesten het met de broertjes stellen. Ze deden hun uiterste best en hebben heel wat belevenissen vastgelegd, samen met de onvolprezen iPhone, ook handzaam maar te vergelijken? Nou nee.

Gisteren wilde ik de foto’s van de kleine broer invoeren in mijn PC. Daar had ik een kabeltje voor nodig. Dat kabeltje was in dat fluïdum van onwetendheid terecht gekomen. Ik speurde naarstig het hele huis af. Fruitschalen, boekenstapels, bedspijlen, tijdschriften werden opgetild, uitgeplozen, nauwkeurig aan een onderzoek blootgesteld en ten einde raad pakte ik de draagtas van grote broer. In tomeloze drift ging elke rits open. Ineens voelde ik aan de voorkant een oneffenheid. Daar zal je hem hebben, bedacht ik opgewekt, het kabeltje indachtig. Ik graaide in het vak en diepte uit haar krochten tot mijn grote verbazing de verloren gewaande Ixus op. Als een kind zo blij!

IMG_7026.jpg

Dat was ik en vandaag heb ik achter elkaar te pas en te onpas elke stap in de natuur, met zussen, zilte zee en zon vastgelegd. Meer dan ooit te voren voegde de Ixus, eindelijk uit haar benarde donkere dagen bevrijd, zich naar mijn hand. ‘Ouderdom komt met gebreken’, fluisterde mijn moeder over mijn schouder heen, waar zus schaduwrijk uit het zonovergoten strandvenster stapte. ‘ Had je de Heilige Antonius wel aangeroepen’. Haar glimlach trok breed en zonnig over het rimpelloze water heen.

IMG_7033.jpg

Als het denkhoofd in werking treedt, vooral dan, verdwijnen er beelden, afspraken en spullen naar onnavolgbare gebieden. Ik probeer me zo bewust mogelijk te zijn van de zorgvuldig uitgekozen opbergplek, maar het is alsof de duvel er mee speelt. Juist dan verdwijnt die belangrijke vindplaats uit mijn hoofd. Knoop in je zakdoek. Ooit heb ik een vergeetdagboek bijgehouden omdat ik bang was dat er misschien sprake was van juveniele dementie of een andere vorm van vergeetachtigheid. Tot mijn grote vreugde sloot dat experiment dergelijke oorzaken uit. De vergeetachtigheid had vooral en met name te maken met te veel dingen aan het hoofd. Als dat gedachtegoed door elkaar heen ging krioelen, raakten er dingen op een tweede, derde of vierde plan en in het ergste geval in de vergetelheid. Zoals de kleine Ixus.

IMG_7031.JPG

Maar er gloort hoop aan de horizon, want in rustiger tijden komen ze altijd weer boven water, geheel zelfstandig, als ze uitgemokt zijn onder de veronachtzaamheid van ons, eigenaren. Daarna gaan ze weer volop in bedrijf en weten zich gekoesterd als nooit te voren!

 

 

 

Uncategorized

Lang leve Mies

In superlatieven is afscheid genomen van Mies, vaker nog, onze Mies Bouwman. In de jaren dat de beeldbuis nog een fenomeen was en ik opgroeide met snottebellen en kapotte kinderknietjes op een kluitje, kwam ze langszij. Ze werd gekozen via een presentatietest. Haar vader was secretaris van de KRO. Het bijzondere aan Mies Bouwman, iets wat ontegenzeggelijk haar grote kenmerk was en is gebleven, is haar warme stemgeluid.

Hannie Lips (1960)

Maar mijn enige echte oermoeder van de televisie is met stip toch echt tante Hannie. Wikipedia leert mij dat ze Mies Bouwman in 1954 opvolgde, maar mijn bescheiden kijkkastervaring starte pas aan het eind van de jaren vijftig. Iemand die naar je zwaait, zwaait zich regelrecht in een kinderhart, dat doen luchtkusjes, boksen, high fiven en zeker zwaaihanden dwars door de aether heen. Het spatte van de beeldbuis af, haar olijke blik en de handen!

Elke woensdagmiddag zaten we met de hele straat voor de buis, bij buurvrouw van Eijndt in spanning te wachten tot het begon en slaakten een zucht van spijt als Hannie ons uitzwaaide. Dag lieve kinderen…. Daar kon  je een hele schoolweek met liefde op teren.  Op woensdag verdwenen muizenissen met de komst van Tante Hannie en haar programma’s als sneeuw voor de zon. Aan het einde van Dappere Dodo en Okkie Trooy zwaaiden we haar na met het hele groepje. Dag, dag… In de wetenschap dat er volgende week weer zo’n heerlijke middag kwam. Woensdagmiddag was voor mijn onbezorgde kinderhart vroeger de zondag van de week.

Onze Mies, na ‘Open het dorp’ werd ze van iedereen, was groots bij dit soort familiale gebeurtenissen. Haar oprechte emoties klonken door in de uitputtingsslag die ze leverde bij de grote inzamelingsactie. Ik kan me, ergens vaag in mijn hippiehoofd, nog wat verzet herinneren, waarbij de vraag rees, of een dorp met alleen maar gehandicapten wel het juiste doel beoogde. Het was dan ook een openbaring dat ze mee deed aan een satirisch programma als ‘Zo is het toevallig ook nog eens een keer’.  Eigenlijk was dat de Mies, die ik graag uitgebouwd had willen zien. Een tante met een licht vileine ondertoon, maar ze was teveel van het grote publiek en dus wat minder van mij. De bal werd weer netjes teruggekaatst in haar gekozen hoofdrol..

Mies is 88 jaar geworden. wat een prachtig leven heeft ze gehad. Denk ik. Want alles blijft natuurlijk een Facebook-achtige vrolijkheid in de media en alleen de dood van haar man zorgde voor een stevige kink in het schijnbaar zorgeloze bestaan. Mies was voor mij een van de mensen die het gezicht vormden van de Nederlandse televisie. Maar ik had meer met de kritische Sonja Barend, die mij triggerde in het denken en gevoelsmatig dan weer top was en dan weer totaal niet strookte met wat ik dacht. Ze bleef mijn gemoederen bezig houden en ik geloof dat daar de uitdaging lag.

Mies heeft mijn vader en vooral mijn moeder heel wat avonden fijne televisie bezorgd en daar ben ik haar dankbaar voor. Ze heeft een fantastisch leven geleid, voor zover we daar zicht op hadden en de roem en de eer gekregen die ze verdiende. Nee, ik ben niet verdrietig en verslagen. Ik ben trots op mensen die het gelukt is, om er te mogen zijn. Die naam hebben gemaakt bij het grote publiek. Net zo goed als ik trots ben op de kleine mensen, zoals mijn moeder, die groots en meelevend naam heeft gemaakt bij haar eigen publiek. Mijn moeder werd zeventig. 88 zou welkom en gezegend zijn geweest in mijn optiek. Dood is een afsluiting van wat óf prachtig was óf te verguizen. Hoe fijn is het als je er met een voldaan gevoel op terug kan kijken.

Mies is dood, lang leve Mies.

Uncategorized

Stof tot nadenken

Ik heb net uitzending gemist Door het hart van China teruggekeken. Het was de laatste tocht van Ruben Terlou in het land van de onbegrensde mogelijkheden. Zo lijkt het. Men wil van een ‘Made in China’ naar het veel doordachter en hoogstaander ‘Create in China’. Niet langer zijn ze de meesters van het kopiëren van westerse vernuftigheden, maar timmeren ze zelf aan de weg wat betreft technische hoogstandjes.

De jongens die hun hele ziel en zaligheid hebben gelegd in hun bedrijfje om elektrische auto’s uit te bouwen, snelheidsduivels met een stekker in de hand of elektronicawinkeltjes onder een dak die meer vernuft met zich meedragen dan hier ooit op eenzelfde vierkante meter gevonden is.

Wat me overdonderd achterlaat zijn bepaalde begrippen, die zijn blijven hangen. De vrouw in Macau die de ‘Lege plekken in de geschiedenis’ noemt, omdat op het vaste land van China bepaalde openbare artikelen verwijderd worden, die als ongewenst worden beschouwd door de overheid. ‘Lege plekken in de geschiedenis’. Uitgegumd, te niet gedaan en dus verloochend. Het is een doemscenario, die eigenlijk een ver van mijn bed show lijkt, maar die om de hoek van onze wereld al bestaat. Wat een last om te dragen voor de bewoners van Macau, die weten dat met elke stap van een nieuwe inwoner van het ‘vaste land van China, die de plek inneemt van een Macauer, de veiligheid van een eigen cultuur en het bewaken van de privacy wordt afgebrokkeld.

Xi Jinping Sept. 19, 2012.jpgXi Jinping

Als Ruben aan het eind van zijn documentaire de reis nog eens in beelden langsloopt, de prachtige foto’s die hij gemaakt heeft van alle wonderlijke ontmoetingen in dat grote fascinerende land, snap ik zijn bevlogenheid, maar als ik dan bedenk dat president Xi Jinping de weg heeft gevonden om oneindig lang de macht naar zich toe te kunnen trekken, beangstigt het nog meer. Het vaste land van China pocht met haar veiligheid en is, met al haar camera’s, gezichtsherkenning, rugzakregistratie, censuur op het geschreven woord, een van de meest onveilige plekken ter wereld geworden voor het persoonlijke individu. Mijn hart bloedt, daar waar leven niet langer schoonheid en beleving is, maar geleefd wordt door de overheid.

1984first.jpg

Met het vijf keer overtreden van de voetgangersregels word je in Shenzehn beschouwd als een misdadiger. De sociale kredietwaardigheid wordt je afgenomen en je bent een paria geworden. Daar is de controle volledig doorgeslagen. Is dat het voorland van heel China. Big Brother is bijna een lachertje. Ze halen het boek 1984 aan, waar het ministerie van liefde martelt om toegewijde onderdanen te krijgen en het individu gebroken wordt.

IMG_2087.jpg

Wij zijn argeloze levensaanbidders van het kleine postzegeltje dat onze omgeving behelst, waar wetten die van het leven zelf zijn en schoonheid onze harten verwarmt,  waar de liefde voor onze medemens omarmd wordt. Wij slapen elke nacht nog in de wetenschap dat geschiedenis geschreven wordt en voor altijd blijvend en onuitwisbaar is. De indrukwekkende reis van Ruben laat zien dat in een land de meest oorspronkelijke cultuur naast een geavanceerde ontwikkeling kan leven, grenzen vervagen en tijd wordt overbrugd en zelfs teniet gedaan in een razend tempo.

Mijn enige houvast is Ruben zelf, die met de grootst mogelijke integriteit voor alle bewoners, zijn beleving vastlegt en daarmee ons een inzicht geeft in een nieuwe werkelijkheid en voeding geeft aan de gedachte vooral het individu en daarmee onze persoonlijkheid te koesteren als het hoogste goed. De wereld gebouwd op kracht en creativiteit in plaats van macht en de verwording tot een stereotype maatschappij door geestelijke armoede. Stof tot nadenken.

 

Uncategorized

Alles wat er toe doet

Bij Brain Pickings van Maria Popova kwam ik dit opmerkelijke verhaal tegen.

Ronald Clark maakt ons deelgenoot van zijn opmerkelijke jeugd. Hij groeide op temidden van de New York Public Library, waar zijn vader de huisbewaarder van was. Het hele gezin woonde in de bibliotheek en de kinderen leefden, speelden en werkten tussen de boeken.  Voor leesfanaten een Luiletterland. De rijstebrijbergen van boeken garandeerden kleine leesfanaaltjes. Ronald Clark werd er een van. ‘Waar je mee omgaat word je mee besmet’ en zo was het maar net, maar dan ten goede gekeerd.

016Kinderliteratuurmuseum Den Haag

Onze hele jeugd was de kleine huisbibliotheek in de Elsstraat een belangrijk begrip. Mijn moeder ging trouw iedere twee weken een nieuwe voorraad boeken halen. Wij mochten mee uitzoeken en er werd geen strobreed in de weg gelegd, wat betreft de keuze van boeken. Het was een blindelings vertrouwen. Juist doordat dat er was, werd het niet beschaamd. Hoe meer de nadruk werd gelegd op het niet mogen, hoe sneller ik het als kind eens wilde uitproberen. Bij haar antirookbeleid was ze helaas veel te fanatiek.

Mijn liefde voor het woord resulteerde in het feit dat ik mijn eigen bibliotheekje aan ging schaffen. Boek voor boek sprokkelde ik bij elkaar, zoals een ander zijn of haar muziekcollectie, alhoewel de langspeelplaten getuigen van een poging in die richting. Bij boeken was ik veel consequenter. Die moesten er komen, als ik op de een of andere manier ook maar dacht dat het een aanvulling zou vormen op de schoonheid van het leven of dat het inspiratie zou leveren voor mijn eigen handelen. Goede recensies waren van levensbelang en de mond op mond reclame. Hoogtepunten van de leeshonger waren er, vooral gevoed door studie en werk.

Kinderliteratuur werd een van de stokpaardjes. Niets mooiers bestaat er dan filosofie voor kinderen, in de meest pure vorm die er bestaat, via het kind zelf. Gelukkig zijn er talloze van dergelijke boeken verschenen. De kunst ervan is om voor elk niveau de informatie erin te stoppen, leeftijdloze boeken, grenzeloze boeken, eeuwloze boeken met verhalen die te allen tijde hun waarde behouden. Het woord tot kunst verheven.

Spannend vind ik het iedere keer weer, als ik een theaterstuk ga bekijken dat geënt is op een boek. De verwachtingen zijn hoog gespannen. Als regisseur moet je van goed huize komen om de strekking in enkele rake lijnen neer te zetten. Juweeltjes heb ik gezien van de verhalen van Toon van Tellegen, waarbij diepere lagen nauwelijks omzeild kunnen worden. Het verhaal zelf is in haar eenvoud zo’n diepganger, dat het nauwelijks stuk kan. Het raken van de juiste snaar, daar draait alles om, bij elk verhaal, elk gedicht, elk woord zelfs. Zodra het roert, ben ik verkocht. Het is de voeding voor mijn eigen weergave. In die zin ben ik, weliswaar niet letterlijk maar toch, net als Ronald Clark opgegroeid in het land der letteren.

IMG_2174

Het vormt straks een klein belemmering. Waar moet ik mijn kostbare inspiratiebronnen huisvesten als ik naar iets kleiner wil. Het atelier op zolder, de slaapkamer en de huiskamer hebben alledrie een wand vol kunstschatten. Die kan ik op een klein appartement niet kwijt, of ik moet net als Ronald Clark de wanden voeden en daarmee mijzelf met een bibliotheek als woning. Leven tussen de boeken, het pure rijke leven. Vooralsnog moet er maar eerst een schifting aan vooraf gaan. Alleen wat er toe doet…Is dat hier in huis niet alles wat geschreven is?