Uncategorized

Het grijze grauw

Terwijl de maanden van droge hitte en onbarmhartige zonneschijn alweer verbleekt zijn door de bij vlagen pittige regenbuien, stormt het in mijn hoofd nog maar om een ding. Jurk, outfit, moeder van de bruidegomstress. Als je in hetzelfde schuitje verkeert, ben je gewaarschuwd. Het gaat gepaard met gekneusde ribben, nachtelijke bijterijen in het tandvlees, wonderbaarlijk groteske dromen in wolken tule, voile en chiffon.

Gisteren zouden we er voor eens en voor altijd een einde aan maken. Weg waren alle cookie-sluipers met hun hele jurkenbestand. Ik kon ze met een veeg van het scherm af dirigeren. Zuslief kwam me halen. Waar ik nog dacht aan dat grote dameswarenhuis, waar je op de parterre al gesmoord wordt in een overmaat aan luchten en luchtjes en van goede huize moet komen om zonder gierende longen de roltrap te bereiken, dacht zus aan Bunschoten-Spakenburg. Het visserslatijn daar scheen verborgen parels in gesloten oesters te dragen. De winkel was open. Gelukkig maar.

Ik had gekozen voor totale overgave. Ik zou alles passen wat ze te bieden hadden of waar ze me in wilden denken. Er was een klein meningsverschil over taillehoogte maar ik hees me braaf in keurige pakken, rokken, blouses tot en met kanten tops met col. Buik en hammetjes zwelgden in de belangstelling en menig maat moest groter. Parels voor de zwijnen, zover was zeker. Amersfoort dan maar. Er was een winkeltje, wist mijn partner in crime. Willemijn en nog wat. Wandelend internet bracht uitkomst, achter de Kamp bevond zich de kledingwinkel van Arthur en Willemijn.

090De waspit van Breitner

We liepen door de nauwe straatjes met de witgepleisterde huizen en de heggenrank die, hoog opgeklommen over de rand heen, bloeide in volle wasdom. Het beeld vulde zich met de Waspit van Breitner, die gezwind door de straten ging. Met de rokken opgeheven snelde ze voor ons uit en bracht ons naar het walhalla voor de wijfelaars en radelozen. Toen ik binnenstapte spoedde de waspit door.

Zus schoot met geoefend oog langs de rekken en plukte het enige kleurrijke exemplaar eruit. Het bungelde aan het knaapje en kwam, zag en overwon. De haan kraaide victorie. Bij de eerste oogopslag wist ik dat ze het zou worden en dat het goed was. Zo makkelijk is het dus als iets aanvult, in plaats van op de gebreken blijft hangen. Naadloos en soepel gleed het viscose/chiffon over mijn hoofd. Haren los, zwierige sjaal en panty erbij. Klaar. Een rib uit mijn lijf. Ik gaf ze de gekneusde.

0032.jpg

Tweederde van de missie zat erop. Zus tikte een ragfijne witte blouse voor zichzelf op de kop en met een blij gemoed trokken we de schoenenwinkel in aan de andere zijde. Daar stonden ze in een adembenemende ‘ton sur ton’ met mijn nieuwe outfit. Drie verkoopsters keken met grote belangstelling toe en achter hun blikken schitterde afleiding. Ze hadden een gemoedelijk  laatste uurtje. Het was op de valreep van de koopzaterdag. Opgelucht, compleet met dure hebbedingetjes, schoven we een café in aan een tafel bij het raam. Het oog op de winkelende meute, de vermoeide voeten in rust en bestelden een glas wijn. Op de moeder van de bruidegom. Aan de overkant ving ik nog een glimp van de waspit, die haastig de steeg inschoot.

008

Op de terugweg spoelde de regen alle muizenissen van de afgelopen maanden schoon. In de zijspiegel wiste de regenboog het grijze grauw.

 

 

Uncategorized

Onpeilbaarheid van het bestaan

Het is zo’n doodgewone vrijdag. Overal gonst het, doordat het de laatste vakantiedagen zijn. Het waait hard en de balkondeur staat op de haak om niet steeds dichtgeslagen te worden. De palm binnen haalt met volle teugen buiten in en wappert mee, schudt haar lange groene manen in de wind. Pluis pikt de onrust op en drentelt heen en weer. Ook wringt ze haar lijf tussen het doek en mij en promoot zichzelf als lijdend voorwerp, Ik duw haar weg. Vandaag niet. Vandaag heb ik iets bijzonders te doen.

0112.jpg

De tas met acryl sleep ik van zolder. Het lijkt en eeuwigheid geleden dat ik aan de Haarlemse Academie doeken zou gaan schilderen met enorme afmetingen en derhalve met sneldrogend acryl. Ze moesten ook weer mee naar huis na twee uur zwoegen. De tas stond er sindsdien onaangeroerd. Ik verlang naar de hoge muren van het statige oude herenhuis waar het atelier was gevestigd. Zo heerlijk om zo ruim te kunnen werken. Ik had de voorraad op orde, de kwasten in het gelid, toen het hart brak. Nou ja, bij wijze van spreke dan.

Nu sta ik thuis aan de keukentafel en jaag Pluis de gordijnen in. Alles gaat voorspoedig. Het is wennen aan het onbuigzame acryl en het duurt even eer ik de slag te pakken heb. Niet de doordrenkte kwasten maar de droge tippen, het minutieuze werk, de juiste kleur. Water bij de hand, de keukenrol en doekjes. De hele week ben ik met tekeningen in de weer geweest, heb het pastelkrijt naar eigen zinnen laten gaan en langzaam maar gestaag in de juiste richting geduwd. Nu met de verf is het een ander verhaal. Het is zoeken en zwoegen, het droge wrijven op het doek, dat zalige geluid en tijd versmelt met de oneindigheid. Ineens is het er, verschijnt met de streken het gezicht, de ogen…Die prachtige ogen treffen, de warme glimlach.

Er wordt op het raam geklopt. Het is de buurman met een ernstig gezicht. Ik doe de deur open en hij vraagt of ik het al gehoord heb. Nee. Zonder inleiding maait hij de wereld onder de voeten weg door te vertellen dat de benedenbuurvrouw overleden is, lucht in de longen of zoiets, dacht hij. Koortsachtig trekt het nieuws me een totaal andere wereld binnen. Ze was jong, 50 of zo. Vorige week maakten we nog een praatje bij de deur, zoals het buurvrouwen betaamd. Koetjes en kalfjes over de denkbeeldige heg. Ze verzekerde me dat alles fantastisch ging. Ze kon nog van alles en fietste met verve overal naar toe en nu dit.

Ongeloof op de galerij, bij de grote groep mensen aan de achterkant van het huis, vrienden en bekenden die zich verzameld hebben door de noodkreten van zoon en dochter op Facebook. Een zwijgende menigte die bedrukt en gefronst het hartverscheurende verdriet van de dochter aanhoort bij diens aankomst in het ouderlijk huis. De wanhoop snijdt letterlijk door merg en been.

IMG_9388.JPG

De grote zwarte bus van de begrafenisondernemer rijdt over het grasveld heen naar de ingang. Tussen de uitbundig bloeiende geraniums door, wordt zijn komst nog onwerkelijker, het zwart intenser. De buurman wil wachten als een laatste eerbetoon, een ‘Vaar Wel’.

Ik keerde terug op mijn schreden en zocht de weg naar de diepte van het doek. Terwijl gedachten naar de onpeilbaarheid van het bestaan schoten, legde ik het leven vast.

 

Uncategorized

Daar ga ik voor

Gisteren was het programma ‘Employable Me’ op televisie. Ben met zijn syndroom van asperger en Ellie met Gilles de la Tourette worden gevolgd in hun zoektocht naar werk. Ik verschrijf me in eerste instantie en schrijf ‘Enjoyable Me’.

Ben. foto: NPO 3

Eigenlijk raakt mijn kleine misstap de kern van de zaak. De twee jongeren zijn ook op zoek naar een manier om zichzelf te omarmen. Daarvoor  hebben ze nodig dat ze zichzelf op de juiste waarde leren schatten en kwaliteiten te zien in hun bestaan. Ben, de jongen met Asperger, benadrukte met sollicitaties voortdurend wat de nadelen zijn van zijn ziektebeeld. ‘Ik kan niet, ik heb moeite met’, etcetera. Hij verstopt zich met regelmaat onder een Starwars masker. Door autismedeskundige professor Simon Baron Cohen leert hij zijn autisme niet alleen als een handicap te zien. Sindsdien roemt hij zijn kwaliteiten. ‘Elk nadeel heeft zijn voordeel’ om er Cruyffiaanse crypto op los te laten. Ben heeft structuur nodig om het leven te blijven overzien. Hij is rechten gaan studeren. Door zijn capaciteiten te roemen als kwaliteit wordt hij gevraagd om op sollicitatiegesprek te komen. Dit inzicht zet een belangrijke verandering voor het leven in. De aanblik van deze grote zoekende Ben en zijn liefdevolle vader, die er voor hem wil zijn, hem op wil beuren na elke tegenslag en die hem stimuleert door te vechten bij tegenslag, zijn indringend. Achter de donkere kijkers van Ben ligt zijn wanhoop flegmatiek verpakt. De onmacht van de vader die geen lijfelijke affectie mag tonen, anders dan een high five is aandoenlijk. Het blijft als een liefdevolle wolk boven zijn zoon zweven.

Ellie, Foto: NPO 3

Ellie is twintig jaar gewoon ‘normaal’ geweest. twee jaar geleden riep ze plotseling ‘marshmallow’ midden in de supermarkt en vanaf dat moment gaat het fout. Ze heeft heel veel tics en strooit te pas en te onpas met diep beledigende opmerkingen, gericht of in het luchtledige, maar kwetsend in een onvervalste schuttingtaal. Haar baan als jongerenwerker moet ze er door opgeven. Ze wil dolgraag weer aan het werk, maar komt er zelf niet uit en drijft rond in een zelfde hopeloze cirkel van onmacht. Ze krijgt hulp van een neuropsycholoog. Daardoor komt ze tot de ontdekking dat ze in vele opzichten juist veel kwaliteiten heeft. Ze is empathisch en heeft bovengemiddelde eigenschappen. Door haar eigen beredenering zoekt ze werk met dieren in plaats van met mensen, ook gezien het feit dat haar eigen honden haar rustig maken. Ze komt na een proefperiode als vrijwilliger op een hondenasiel te werken.  Ze heeft haar eigen ‘Enjoyable Me’ ontdekt.

Het beeld van het begin, twee timide mensen in hun schulp gekropen, onzeker en bang, werd volledig teniet gedaan. Hier stonden Ben en Ellie, met niet alleen hoop, maar ook de verwachting, uit het leven te kunnen halen wat er in zit, mét hun kwaliteiten ter meerdere eer en glorie voor zichzelf en de mensen er omheen, door te denken in mogelijkheden.

055Zon vangen in de sloot…

Gisteren had ik mijn laatste gesprek bij de Stichting en ging daarmee officieel het pad van het pensioen op. We hadden een fijn en constructief gesprek, waarbij mijn begeleidster kwaliteiten roemde als energiek, constructief, gedreven, inspirerend. Dat waren er nogal wat. Maar op dat moment, in deze beetje wrakkige situatie van een tijdperk, was het balsem voor de ziel. Wat fijn om kwaliteiten te horen. Terug op de fiets, ja, ja nog steeds, kwam het besluit om alleen nog maar in complimenten of talenten te willen denken Au naturel heb ik me dat bij kinderen allang eigen gemaakt, dus ik weet dat dat gaat lukken. Nog maar weer eens de woorden van mijn lieve tutor der levenswijsheden, Noni Lichtveld, indachtig: ‘Erger je niet, verwonder je slechts’, met als aanvulling: ‘Als je het hart opent, zie je zo veel meer’. De wijde blik, daar ga ik voor.

Uncategorized

Leren doseren

De nachten lengen alweer. Vanmorgen stroomde de ochtend nachtzwart door het zojuist geopende raam naar binnen. Het oplichtende scherm van de Iphone gaf zes uur en 24 minuten aan. Zo laat al en nog helemaal donker. Wanneer was dat er ingeslopen.

Gisterenavond was ik tijdens de wedstrijd Ajax- dynamo Kiev in slaap gesukkeld. Ondanks de boeiende eerste helft haalde ik slechts het eerste gedeelte van de tweede. Tot mijn verbazing zag ik dat de uitslag gelijk was gebleven met die van voor de rust. Had ik wel iets gemist. Onbewust geef ik toe aan de eeuwig durende stoeipartij met de gekneusde rib, de kussens, de lakens, de vermoeide opvangspieren. Bed is mijl op zeven. Ik ben er liever niet, maar dat geldt idem dito voor zitten. De rib zit precies in de knik. Daar waar het middel buigen moet, zeurt en siddert de pijn. Lastig om te negeren, eigenlijk niet te doen.

042De druif

Gisterenochtend eerst op de fiets. Hoera. Haar in de wind, koppie leeg en in de steeds warmer wordende zonnestralen de weg af fietsen. Wat een heerlijkheid. Bij de fysio afspraken gemaakt en beloofd dat ik thuis nakijk hoe de vergoeding voor de fysio is geregeld. Ook een aantal handelingen zelf te betalen naast die enorme hoofdprijs voor het eigen risico. Klagen doe ik verder niet. Ik heb dit jaar de goegemeenschap al meer gekost, dan menig ander mens.

Met nieuwe afspraken in mijn balboekje struin ik op de fiets het park in, eerste stop is de kringloop, nog steeds op zoek naar Dé júrk en nul op request. Tweede rondje brengt me langs het Ford. Voor ik daar aankom, fiets ik eerst op een klein achteraf weggetje naast een sloot waar een geheimzinnige waas boven hangt in witte slierten. Het valt me op dat het water eronder inktzwart is met een grijs beslag erover. Ertussen scharrelen kippen, terwijl de haan met borst vooruit mijn komst bekritiseert met een langgerekte kraai. Hanengedrag, zoals het mag.

haan

Om het Fort fietsen wordt een dubbel rondje, ik ben zo heerlijk van alles om me heen aan het genieten, dat ik de afslag terug naar het dorp weer mis. Pas als ik bij een huis kom dat er net zo uit zag als het vorige, met het ultieme gladgeschoren gazon en twee dezelfde, huh dezelfde?, auto’s voor de deur zag staan, had ik het in de gaten.

Dat overkomt je als je op microniveau kijkt. Tweede stop is bij de tweede kringloop. Ook geen succes. Even uitrusten in de boekenhoek en weer door. De rib zeurt om de bank. Ik negeer haar drenzen en rij naar het centrum. Een vrouw houdt me staande. Ze is in opleiding aan de politieacademie en ze doen een onderzoek naar het feit dat er zoveel fietsen worden gestolen rond het centrum. O jeetje, dat is een nieuw probleem. Zo ver was ik nog niet met mijn gedachten. Alles wat je hebt, kan je ook weer worden afgenomen. Natuurlijk…Bezit is kwetsbaar. Waar worden die fietsen dan het meest gestolen. Natuurlijk, op de plek waar ik hem zo juist gestald hebt. Ik vul een vragenformulier in. Bij de gewetensvraag over sloten, moet ik beamen dat er maar één op zit. Er hangen geen kabels om mijn nek. De vrouw wil gerust op mijn mooie paarse druif passen, terwijl ik de jacht weer open . Say yes to the dress.

In het spiegelbeeld staart het prednisonvet me verwijtend aan en oogt jurk niet zoals op het plaatje van de laptop.  Ik moet nog een week doorfietsen geloof ik. Rib lacht me uit. Ik zucht. Het is genoeg geweest. Fiets aan de elektro, lijf op de bank en het aantal kilometers verwerken.

Ik begrijp ineens waarom de tweede helft er niet meer bij kon en er dwars door het wereldse genoegen werd heen geslapen. Nu nog even even een kabelslot op de kop tikken en dan leren doseren.

Uncategorized

Drie slagen in het rond.

De hele dag hing er verwachting in de lucht. ’s Morgens naar Utrecht gegaan, waar vingers langs de kledingrekken vlogen, af en toe er iets uithaalden, blikken keurden en naar de ochtend vorderde, onder gezucht weer werden terug gehangen. Zoveel kleding en even zo vaak niet wat ik zocht.

De minicamping in de Gagel was een welkome afleiding voor het nutteloze mooi. Daar stond alles in volle glorie te bloeien. De hele berm was gevuld met bescheiden schoonheid, waar de ogen van menig voorbijganger makkelijk aan voorbij zouden glijden. Het was er een overdaad aan flora. In de kleine plas tierden de waterlelies en de dotters welig en overdadig, een Hollandse Monet ten voeten uit. Kattenstaart, wederik en teunisbloem strooiden kwistig met kleur. Boven het hoofd de zwaluwen, in de kleine sloot de vijver en het ruige gebied herbergde nog veel meer aan ongezien leven. Grote waterjuffers zetten luister bij. Heerlijk zo’n verstild plekje na de overbevolkte stad.

 

Kinderstemmen op de trampoline maakten afwisselend dolle pret en kleine stoeipartijen, die altijd weer uitmondden in duwen en trekken. Drie is teveel. Afleiding was er in koekjes en drinken. Door loomheid overmand, de twee dochters en ik allen wat vermoeid, sudderden de uren voorbij. Het idee dat ik straks weer op de fiets kon zitten was debet aan het kinderlijke gevoel dat er iets spannends te gebeuren stond.

Plukboeket gekocht, nee niet uit de Gagel gehaald. Wat daar groeit, mag blijven staan, al zou het het mooiste veldboeket ooit geworden zijn. Een fles wijn voor erbij en daarna begon het aftellen.

006

Allereerste gevoel van spanning was toen ik ter eerste communie moest gaan. Ineens stond je midden in de belangstelling. Dat was uitzonderlijk in een gezin met elf kinderen, waar alle neuzen gelijk waren. Gelijke monniken, gelijke kappen was een van de lijfspreuken van mijn ouders. Niemand , maar dan ook niemand werd voorgetrokken, of kreeg meer dan de rest. Alles werd tot op de millimeter gelijkelijk verdeeld, zelfs de ranja in het glas.. Bij de eerste communie kreeg je een mooie jurk aan en werd je haar gedaan. Je kreeg een krans op het hoofd en kraaknieuwe witte sokken en schoenen aan. Er moesten allerlei handelingen gebeuren in de kerk, waarvan je niet precies wist hoe dat in zin werk ging. Dat bracht de spanning met zich mee, maar ook de trots en de verwachting. Er ging iets heel bijzonders met je gebeuren. Dat was de eerste keer dat ik me bewust werd van dat gevoel.

Daarna was het er steeds, op de hoogtijdagen van het leven. Jarig zijn, het trouwen, het rouwen, de kinderen, examens, diploma’s, mijlpalen waar een stap mee werd gezet.

Gisteren was het alsof ik jarig was. Ik wist dat de toekomst er mee zou veranderen. Het betekende de weg naar een nieuw bewegingspatroon, een verbetering van de conditie, een hogere macht om de longcapaciteit aan te pakken. Sterker nog, het betekende betere kwaliteit van leven, als het beantwoordde aan wat ik ontdekt had in Zeeland: Dat ik kon fietsen.

041

Alle verwachtingen te boven zat ik ’s avonds jubelend op mijn nieuwe fiets, prachtig paars, soepel glijdend. met de warme aandacht en de lieve intentie van de gulle gevers nog op het netvlies. Ze heeft een ereplekje in de schuur. Mijn Amerikaanse vrienden hebben hem al omgedoopt tot The Grape. Daar zullen we dan eens goede sier mee maken. Op naar de fysio…drie slagen in het rond.

Uncategorized

De hele dag

Als moeder van de bruidegom verkeer ik de laatste dagen in een wereld, die nauwelijks de mijne is. De enorme hoeveelheden en modellen jurken op internet, in de winkels en de pop-ups op Facebook, als je eenmaal zo’n site bekeken hebt, tollen rond. In mijn hoofd spinnen de jurken een levensgroot web, waar ze al mijn gedachten in gevangen houden. Buiten het cadeau, dat me bezig houdt en waar ik niets over kan vertellen, draait de wereld om stof. In mijn dromen schieten meters tule en chiffon voorbij, met strass, glitter, roesjes, volants of zonder. Simpele belijning, recht toe recht aan, of bombastische wolken van stof om het vege lijf gedrapeerd. Mijn hoofd loopt om Dromen worden nachtmerries, straks wordt ik nog door een grote jurk verslonden, help!

disney prinsessen

Gelukkig zijn er nog lieve vriendinnen, die af komen leiden. Ik heb de afgelopen maand al meer koffie met mensen gedronken dan in mijn arbeidzame leven ervoor. Ik bedoel dan echt visite ontvangen. Koffie zetten en je op de bank nestelen, blad met kopjes tussen ons in, lekkere dingetjes erbij. Dat laatste moest ik leren en daar kwam zuslief mee. Omdat koffie drinken niet tot de normale modus behoort en zoetigheid iets is waar ik nauwelijks mee bezig ben. Langzaam trekt het vlot. Koffie mét wordt een begrip. Daar hoort ook een bepaalde gezelligheid  bij, zoet is gezellig. Zover ben ik al. Nou, dat gaat ook niet helemaal op. Vandaag kwam vriendin met twee overheerlijke hartige broodjes van de warme bakker en die liggen meer in de lijn, samen met de uitgebreide verhalen die er uitgewisseld werden van hart tot hart. Altijd weer een goede start van de dag.

Die was al optimaal begonnen, want er kwam ineens een berichtje in Messenger. Een stem uit het verleden. Moeder van school, zangvriendinnen in de periode dat we Queen zongen als het koor Wanq. De naam stond voor ‘We are nog Queen’. Met een grote groep zongen we de vocale partijen in al haar verscheidenheid. Ze kwamen klinkend uit de verf. Een band ondersteunde. ‘Is this the real life’. Voor ons wel, op dat ogenblik. Het heeft er voor gezorgd dat ik Queen ben gaan waarderen om de complexiteit en de ingenieuze zang. Haar dochter kwam stage lopen. Het voordeel van een lang schoolleven is dat je de kleintjes groot ziet worden en je ze van de hoed en de rand kent.

op de fiets Zeeland

Ze had mijn profielfoto op Facebook gezien en begreep dat ik eindelijk, na lang van de fiets verstoken te zijn geweest, weer kon fietsen. Elk hochie, zelfs de hoogste dijk, vormde geen enkele probleem meer. Ademloos als ik was kon ik er met gemak tegenop. Ze had in de schuur een oude elektrische fiets zonder trapondersteuning staan. Had ik er belangstelling voor. Ik mocht hem hebben. Beter dan dat hij stond te verstoffen. Ik wist niet wat ik las. Kreeg ik daar nu zomaar een elektrische fiets in mijn schoot geworpen? Met een grote zwaai schoven al de jurken naar een lager plan en droomde ik al weg op een mooie lila-paarse E-bike. Van hot naar haar, van huis naar tuin, van hier naar alle dorpen in de wijde omgeving. Weer ‘en route’ in de vroege morgenuren, als de dauw lauwwarm verdampte in het bleke ochtendlicht. wat een heerlijkheid. Niet meer met de kleine blauwe prins naar de tuin, maar langs alle files heen fluitend op het fietsje. Ik kon het nauwelijks geloven, dat dit me ten deel viel. Een lot uit de loterij.

Van de week mag ik ‘m komen halen. Ik moet mezelf steeds even knijpen. Het kind in mij komt boven drijven. Ze is in afwachting van wat komen gaat en het feestelijke gevoel danst met haar mee. De hele dag.

Uncategorized

Het beeld blijft

Een kinderhand is gauw gevuld, zei men vroeger. Dat was waar. In een tijd dat snoepen een uitzondering was op hoogtijdagen en bij verjaardagen, was elk snoepje een tractatie. Opa die langs kwam en een van de kerkgangers, die ik elke zondag om de hals vloog als hij langs wandelde en die dan steevast een stuiver of een dubbeltje tussen mijn kleine garnalenvingers stopte, zorgden voor wat extra’s. Als het mocht kochten we daarna wat in de ouderwetse snoepwinkel in het Ondiep onze ogen Luilekkerland zelf.

Vaker hoorden we: ‘Eet maar een appel, dat is gezond.’ Water liep je in de mond door de onbereikbaarheid ervan. Er waren geen verleidingen zoals televisiebeelden of  andere reclame. Het bleef beperkt tot de etalage of bleef liggen op de schappen van de kleine kruidenierswinkel, waar het meer naar koffie rook, dan naar zoet. Bovendien waren er andere verleidingen. Mariabiscuit met boter en vers wittebrood met dik boter en suiker en zoete koek met boter bij de koffie van de volwassenen. De cadeaus met verjaardagen waren vooral nuttig. Een paar sokken, een kriebeltrui, een das. Weinig ophef, bescheiden feest.

zoete koek

Herinnering: Kind was jarig. De kamer zat afgeladen vol. Als een blikje sardientjes, in de ene hand de taart en in de andere het drinken. Geen tafel, want temidden van al die aandacht stond de jarige. Zijn oude speelgoed lag op een hoop in een hoek van de kamer. Bij iedere visite kwam er een groot pak bij. Het papier werd er afgescheurd en de garage of de bestuurbare auto gleden even door de handen, waarna ze op de grond belandden en de ogen afdwaalden naar het volgende grote cadeau. Ik dacht aan de hoop aan een bodemloze put. De armoe van de overdaad.

verjaardagverjaardag op school

Er wordt uitgedeeld op school. Het feestvarken glundert onder de door mij gemaakte kroon en gaat trots de kring rond, nadat oma en muis zijn leeftijd hebben geraden Het zijn allang geen ulevellen meer, maar soms zelfs hele zakjes met kleine hebbedingen en lekkers. Als iedereen heeft, zingen we de jarige toe met een danklied. Daarna kiezen we iets uit en doen de ogen dicht. Even ‘genieteren’ heet dat. Met kleine muizenhapjes peuzelen we de eerste hap weg. Als je het niet lust leg je het op het blad op tafel. Een ander die alles op heeft en nog trek, mag het pakken. Wat een feest om te genieten met en van elkaar.

Kleinzoon is gek op Michael Jackson. Al vanaf het prilste moment dat hij zich er bewust van kon zijn. Bij elke ontmoeting geeft hij ongevraagd zijn Michael Jackson danspassen cadeau en draait zich tien slagen in de rondte met hoed en Michael Jackson jasje. Gisteren vierde hij zijn verjaardag. Er was maar één cadeau. Een die niet groter was dan een opgerold A4tje. Hij peuterde omzichtig het lint los en rolde het uit. een foto van zijn idool en een uitnodiging voor een ‘Michael Jackson concert’. De ontlading van de gespannen verwachting barstte los in een juichkreet, beide handen in de lucht. Een schot in de roos, dit cadeau. De vervulling van zijn verlangen.

0291.jpg

Mooier dan deze reactie was niet mogelijk. Hij kon zijn geluk niet op. Dat was voelbaar en het ontroerde iedereen. Oprechte emoties daar op die kleine familieverjaardag. Het zit hem niet in wat en hoe, het zit hem in het onverwachte van een gekoesterde gedachte, die uitkomt. Een kinderhand in vervulling. Het beeld blijft.

Uncategorized

Specht vliegt op en ik kan door

Gisterennacht had ik zoveel pijn gehad ’s nachts, door onder andere een opgeblazen gevoel, waardoor de rib de tent uitbrandde, leek het. Vanmorgen besloot ik rigoureus te stoppen met de paracetamollen. Ik wilde zelf weer voelen waar een en ander fout liep en door welke beweging. Het was de beste beslissing ooit, bleek deze nacht wel. Op de dag kon ik, zonder paracetamol, precies het handelen aanpassen aan de pijn en op tijd stoppen, waar ik anders misschien over een grens gegaan zou zijn. Het voelt fijn, geruststellend ook.

Nog een ontdekking. Ik kan op mijn rug slapen, echt. Kussens opschudden, in halfzit er tegen aan gaan zitten, iets onderuitglijden, ogen dichtdoen en sluimeren, waarna het overging in een heerlijke verkwikkende slaap. Dat zet zoden aan de dijk. Vanmorgen wakker geworden met dezelfde pijn als mét de paracetamol. Ergo: Het is goed dat ik de chemische troep het lijf weer heb uitgewerkt.

003

Zussen kwamen op bezoek, appeltaart van de Hema, mooie sterke gerbera’s  in een grote hoeveelheid. Ze kleuren de dag, Ze kletsen het gemiste Bologna aan elkaar en ik loop met ze mee door de uitgestorven stille straten van de Regio Emilia, hang tegen het hek van het gesloten kindcentrum van Reggio. De muggen voel ik niet, de grootste plaag tijdens hun verblijf, ondanks de cherubijnen op de muren van het huisje. De kleine prins die ik als sleutelhanger krijg, om het leed van de gemiste reis te verzachten, hangt al aan de autosleutel van de kleine blauwe Prins.

009

Mijn queeste van dertig jaar onderwijs en het invoeren van ervaringsgericht en Reggiogewijs projectmatig werken binnen het Jenaplan werkt niet overtuigend. Wat had ik graag een film gehad van alles wat we ooit creëerden. Zo ontstonden de grote groepswerken. Het grote dinoskelet in de gang, de enorme houten levensboom aan elkaar getimmerd van planken en plankjes, iedereen een eigen plank, het vleermuizenhol en grootvadersklok waar een kind zich in verstoppen kon, de Lorelei, teveel om op te noemen.

groepsstamboom.jpg

De filosofie van Reggio betekende de rijke leeromgeving, die Peter Petersen al omschreef en paste er naadloos in samen met ervaringsgericht werken. Ik denk terug aan de keer dat ik uit moest leggen wat een tegenligger was. Hoe we daar aan de weg naast de school langs de kant stonden te zwaaien naar de tegenliggers en daarna op het schoolplein de situatie van de weg na gingen spelen met de botsende tegenliggers incluis toen het fout mocht lopen. Op het laatst rollebolden ze over de grond van het lachen en het begrip tegenligger was er met liefde ingesleten om daarna naar de tramrails aan de andere kant te trekken om te zien dat het daar bijna niet fout kon gaan. Zelf proefondervindelijk bij het passeren van twee trams ontdekken waarom niet en antwoorden vinden voor de opgeworpen vragen. Daar kon een heel stilwerkuur mee voorbij glijden. Hard werken zonder het te merken. Het summum van leren.

Mijn aandacht wordt getrokken door iets wat beweegt in de boom voor het slaapkamerraam.Daar wandelt doodgemoedereerd een bonte specht over de takken. Hoe komt hij zo verdwaald in een van de meest autorijke straten in dit stadje. Het park ligt  twee huizenblokken verderop. Zoals altijd verwarmt de aanwezigheid van zo’n klein stukje natuur mijn hart. Het geluk lacht me toe, nu de geest weer in staat is, tot in detail, de kleinste bewegingen waar te nemen en niet langer afgeleid en vertroebeld wordt door pijn.  Het fototoestel is te laat. De vogel wordt bijgezet in de Memory Lane van vandaag, naast de gierzwaluwen, de boomklever en de vleermuizen, die op dit kleine stukje grond huizen en de goudvink en de geelgors in de volkstuin. Op school had ik de kinderen erbij geroepen en waren in de wereld van de bonte specht gedoken, vleugels gemaakt, snavels  gevouwen, boomstammetjes uitgehold…Zoete herinneringen om te koesteren. Specht vliegt op en ik kan door.

 

 

Uncategorized

Het hoofd rust nooit

Het is een bont gezelschap. Mensen uit Amsterdam,Sittard en Spanje, en een paar uit de regio. Er was een boot vol ouden en een boot vol jonge. Wij waren de oudjes. De indeling had anders gemogen. Een gemêleerd gezelschap schudt de kaarten. Het gesprek kabbelde, terwijl de boot voortgleed, de plastic champagneglazen uit elkaar of om vielen. de olijven en de nootjes rond gingen. De grootste aandachttrekker zat achter het stuur en laveerde met opgestreken bravoure door het water van de Hollandse IJssel. Vriendin zat met een brede glimlach onder de grote hoed jarig te zijn. De kinderen hadden deze verrassingstocht door heden en verleden in het geheim voorbereid en jongste dochter had er zelfs een ruzie mee geriskeerd door weg te gaan terwijl haar moeder haar een taak had gegeven.

Fuut, meerkoet, eend, twee buizerds boven de hoofden en een sperwer, duif en wat koppels ganzen. Hier en daar een stern die luid krijsend overvliegt. Iedereen richt zich op het water en niemand kijkt omhoog, valt me op. De Amsterdamse heeft mijn oude tante Nel op haar schouder zitten, als ze met het zware accent het groen in en rondom Amsterdam roemt. Nee op het platteland zou ze nooit kunnen wonen. Ze trekt haar chiffonjurk recht. De donkere glazen van haar zonnebril voorkomen de meetbaarheid van het gevoel.

027.jpg

Zestig werd ze, mooi en rond getal. Ze schudde haar prachtige witte haardos en zei, schoudertrekkend, dat het allemaal niet gehoeven had. Zo vreemd als alle aandacht naar haar toe ging. Herkenbare verlegenheid in een onverschillig jasje. Wie haar kende en dieper prikte, wist hoe gelukkig ze vandaag was. Het gesprek ging over geld en mannen, waar vrouwen dol op waren, volgens de stuurman. Maar dan had hij de verkeerde vrouwen in de boot. Vriendin, Spanje en ik gaven niets om mannen met geld. Af en toe was er een verlangen naar een winnend lot voor een little Tiny House, een tuinhuis of geld om te kunnen stoppen met een arbeidzaam leven, als het pensioen nog niet in zicht was en daar bleef het bij. Leven vulde zich al met meer rijkdom dan geld ooit bij elkaar kon sprokkelen.

093.jpg

Bij Montfoort draaiden we om en voeren terug. ‘Heen en weer’, zong de Heen-en-weer-wolf van Pluk in zijn versierde bloemenboot, Drs P kraste mee. Ooit was vriendin Sebastiaan de spin en ik Mevrouw Helderder die alle personages weer terug in het boek Ziezo’ veegde midden in het bos. In een boom zat de giraffe van Dikkertje Dap. De lange nek hoger dan de boom, waar hij in zat.  Op een schoolkamp kon je alles verwachten. Elk jaar verzonnen we met kerst een groot toneelstuk in een thema met marionetten, torenkraai, kantoorjuffrouwen, heksen of Sneeuwmannen in een decor van hout, karton en lappen. Het toneelspel werd afwisselend onderbroken door schimmenspel en lichteffecten.  Samen konden we elke wereld tot leven roepen en schreven herinneringen op de hongerige kinderziel.

0011.jpg

Ze speelt de sterren van de hemel op haar dwarsfluit en de saxofoon en die hebben we gek genoeg nooit gebruikt als muzikale omlijsting, peins ik op de terugweg. Één voor één de sterren…ik voel een verhaal opborrelen. Wat doe je als kind in een duistere nacht, waar de sterren verdwijnen. Zo werkt dat. Hersencellen opschudden, vragen stellen, associëren en antwoorden schrijven. Ik mag dan op retraite zijn, het hoofd rust nooit.

 

Uncategorized

Dat gun ik iedere laatkomer

De droom stond in het teken van te laat zijn. We sliepen allemaal veel te lang door. Met douchen moesten we uitvoerig op elkaar wachten. Het Jack Nicholsonachtig vriendje met de bijbehorende bravoure en een jong meisje met een hals als een gazelle, die van heel veel handelingen iets vond. Doorgaans afwijzend. We moesten naar een feest. Het lijdend voorwerp van het feest was er zelf ineens en ook te laat.

Toen we uiteindelijk op weg gingen had ik me niet opgemaakt, de verkeerde handtas bij me, zonder lippenstift. De hond moest nog uit. Waar kwam die hond ineens vandaan. Dat wilde Jack Nicholson wel even voor me regelen. Hij grijnsde zijn bekende grijns van oor tot oor. De ogen spraken over een wereld achter het hedendaagse. Een mug verloste me uit mijn lijden.

Te laat komen ken ik al lang niet meer. Meestal zorg ik dat ik ruimschoots voor tijd aanwezig ben. Het is een kwestie van managen en vroeg genoeg beginnen. Nou heb ik makkelijk praten. Uitslapen kan ik niet, douchen duurt hooguit een minuutje of vijf en de dagcrème, foundation, oogpotlood, mascara en lippenstift zijn in een oogwenk aangebracht. Geen oeverloze lange studies voor de spiegel, geen ingebouwde zorgen omtrent het uiterlijk, borstel door het haar en klaar. Als je haar maar goed zit.

Vroeger werden we voortdurend gemaand niet te treuzelen. Er moesten 13 mensen van de kleine badkamer gebruik maken.In het begin was er nog geen sprake van een dagelijkse wasbeurt. Het ochtendritueel in de Amandelstraat is weggeglipt uit de herinnering. Welke deur ik ook openzet, ik kom alleen maar bij de ochtenden in eigen huizen en kamers uit.

Er zijn mensen in mijn kringen die altijd te laat zijn. Ze moeten nog douchen als we al onderweg naar hen toe zijn of weten nog niet wat aan te trekken. Er moet koffie gedronken of naar het toilet gegaan, de twijfel over de outfit gooit roet in het eten, de keuze in schoenen is nog niet gemaakt, er kwam nog net een mailtje binnen. Honderd uitvluchten.

Ik denk aan het liedje van de Schellebellen: ‘Mijn wekker was stuk en de brug stond open, mijn band was lek dus ik moest gaan lopen. Och Tineke kom kom, verzin wat anders, verzin wat anders. Ach Tineke, kom kom. Je bent te laat maar waarom.’ Het schalt al het hele leven mee, zodra ik de term ‘te laat’ hoor.

Een ander onvergetelijk lied is het lied van het witte konijn uit Alice in Wonderland. Het is voor mij dé klassieker bij uitstek. Elk kind dat bij mij in de groep heeft gezeten, kent de tekst. Ooit hoorde ik, erg jong nog, zelf het geneuzel  van het witte konijn op een van de plastic Epeetjes, die je of door de brievenbus of bij de Gruyter kreeg.  De tekst is woord voor woord in het geheugen gegrift. Het schijnt uit de Disneyfilm te komen die over  Alice in Wonderland is gemaakt. Het wordt gezongen door het witte konijn die op zijn, uit de kluiten gewassen, zakhorloge kijkt en zenuwachtig heen en weer rent.

‘Te laat, te laat, je weet wel hoe dat gaat, nu loop ik hier als wit konijn te hollen als een haas, maar het is niet overbodig hoor, ik moet naar het paleis, men heeft mij dringend nodig hoor, breng mij niet van de wijs, want bij de koningin kom ik niet graag te laat. Hou mij niet aan de praat, ik ben te laat, te laat, te laat.’

Het jachten en jagen van de ochtend is ongemerkt vervangen door het bedaarde wakker worden. In alle rust, het liefst als iedereen slaapt. Op eigen tijd en in eigen uur het hoofd rekken en strekken, de gedachten ordenen met een kleine mijmering en de aandacht richten op het moment. Daarna kan de dag beginnen. Het gaat al jaren zonder wekker. Er is niets zo relatief als tijd, als je de tijd neemt zo ze zich aandient.

Het was dé tegenhang voor de dagelijkse hectiek. Nu kabbelt ze voort. De hele dag door. Niets moet en alles mag. Wat een verademing. De tijd aan jezelf hebben is de grote winst van met pensioen gaan, waar het ‘moeten’ mogen wordt. Dát gun ik iedere laatkomer.

 

 

Uncategorized

De wereld van de kwetsbaarheid

Appjes van een gemiste avond. Een ontmoeting met een vijftal mensen, waarmee ik in de jaren zeventig de opleiding verpleegkundige-A had gedaan. Het waren de mensen die het meest met elkaar optrokken in die tijd. Er hoorden nog twee anderen bij die net als ik verhinderd waren.

Het poortgebouw(foto Wiki)

We schrijven 1973. De poort van het Academisch Ziekenhuis te Leiden zwaaide open voor ons, verse nieuwkomers. We hadden er drie maanden basisopleiding op zitten en waren klaar om de praktijk in te gaan. We hadden leren bedden op maken, in sinaasappels prikken, nachtspiegels schoonspoelen, veredelde wasbeurten geven met washanden en handdoeken voor onder en boven. In een gepikt en gesteven uniform, waaronder kousen verplicht waren, ook al vielen de mussen dood van  het dak en dat gelukkig geen kapjes meer vereiste, maar wel opgestoken haren.

Ineens weet ik, nu ik dit opschrijf, waar mijn hang voor mijn losse uitwaaierende haren vandaag de dag vandaan komt. Het stamt uit die tijd. Aan alle kanten piekten bij mij de haren uit het kapsel. Zuster Berkhout van de Longafdeling had een keer mijn haar zo strak in een knot gedraaid, dat ik nog de ontlading voelde toen de pin weer uit mijn haren schoot, wat een verademende vrijheid aan de tintelende hoofdhuid gaf.

We waaierden uit over de afdelingen. Mijn eerste stage was op Urologie. Welkom in de wereld van het Corpus en al haar excreten. De zoete geur van de grote 24-uursflessen urine hingen als moerasdampen over de bedden heen in de hoge zalen, waar vaker 6 tot 8 mensen lagen. Spoelkeukens werden bijna belangrijker dan die voor de inwendige mens. Hier werd alchemie bedreven. Men snuffelde, vergeleek de kleuren, de helderheid en de neerslag. Hoeveelheden werden per dag met de hand genoteerd en bijgehouden. Scheren van knopjes tot knieën werd een begrip. Mensenlijven waren voorbestemd om beter gemaakt te worden en hadden elke andere associatie uitgebannen. Met gierende zenuwen en trillende handen schoof ik de eerste katheters voorzichtig verder. Ondertussen bleef ik me verbazen over de kwetsbaarheid van de mens in de veelvoud van haar verpakking.

Rapporten werden geschreven, conclusies getrokken, handelingen verricht waar ik, tot vlak daarvoor op de kleuterkweek, nog nooit over had nagedacht. Wonden en bloed waren alledaags besef. De vraag was niet hoe eng het eruit zag, maar hoe de schade beperkt kon worden en daar gingen we voor. Dood trad in en haar nietsontziende keuzes. De zeis maaide soms onder de handen het leven nog weg. Een haastige vlucht naar Isfahan werd als zinloze handeling een feit. Er viel niet te ontsnappen, als de tijd gekomen was.

Het verschil in sfeer tussen de chirurgische en de interne afdelingen was groot. Hiërarchie heerste vooral op de eerste, waar artsen met een superieure houding zich boven het voetvolk stelden.  De internisten waren altijd menselijker, in voor een praatje, belangstellend en oprecht geïnteresseerd in heel de mens en niet alleen maar in hun vakgebied.

Neurologie in het oude gedeelte van het ziekenhuis, met haar infarcten, afasiën en de gestoorde motoriek, zorgde voor het besef van nietigheid. Als de transmitters niet goed meer functioneerden, waar bleef je dan. Decennia later vielen de beelden, de lange kloostergang met het hoge plafond en gebroken licht door de hoge ramen op de witte kalkmuur, samen met de sfeer, die de schilderijen van Michael Borremans oproepen. Vervreemding, het wezenloze staren, de voldongen feiten van de onmacht. Emotieloos gleden de ogen langs me heen, waar in de onpeilbare diepte nog ergens besef moest zijn.

Brussel (23 van 78)Michaël Borremans

Ik had graag daar in die kroeg in Leiden gezeten, om verhalen te horen, anekdotes uit te wisselen, herinneringen te delen en verleden tot leven te zien komen in de gegroefde gezichten, waarin overduidelijke sporen van de jeugd van weleer. Voor nu was het al een feest om met de gedachte even terug te zijn in dat oude Academiegebouw, dat destijds al haar geheimen prijsgaf aan een kleine groep argeloze ontvankelijke mensen die, onder de grote poort door, de wereld van de kwetsbaarheid binnen trokken.

Uncategorized

Het wereldleed dendert door

Gisteren in slaap gevallen eer ik de laatste twee pijnstillers van de dag kon nemen en vanmorgen pas weer wakker geworden. De pijn is nu even pittig, maar nog steeds draaglijk. Dat betekent dat ik kan afbouwen. Eindelijk. Wat heerlijk als mijn lijf een chemisch onderdeel minder te verwerken heeft.

Op de dag had ik een mooie bloeiende hangplant en veel lieve aandacht ontvangen van een van mijn meelevende vriendinnen. Vanaf het eerste moment dat ik de laatste jaren het wankele pad der gezondheid  opliep, is ze er geweest. Mijn eigen Florence Nightingale, die stilletjes rondwaarde, de ergste plooien van paniek en ongerustheid glad streek en onvermoeibaar mijn litanieën en spraakwatervallen aanhoorde bij opname of eerste hulp-perikelen. Een keer of drie heeft ze naast me gezeten in zo’n onpersoonlijke setting vol apparatuur, toeters en bellen en bezorgd op me neer gekeken en afgeleid. In nood leert men zijn vrienden kennen, fluistert het verleden.

Toevallig kwam vanmorgen een andere held om de hoek kijken. Nico de Beer schreef een stukje over Carole King en bij het lezen ervan, voerde het me terug naar de tijd dat ik met een moeizame weeëntocht van twee dagen naar de geboorte van mijn tweede dochter gleed. Iedere keer weer als het lijf met een overmatige contractie vruchteloze pogingen deed, zong ik mee met Tapestry en het alles omvattende nummer ‘You’ve got a friend.’ ‘If your down and troubled and you need some love and care…’ Door de pijn schalde het steeds luider door het huis. Het hielp. Zingen helpt om letterlijk de sensatie af te leiden van het ogenblik.

We zaten op de bank en keuvelden , deelden verdriet en leed, de fijne uren. Heel het leven in een notendop achter een kop koffie om de ongedeelde tijd te overbruggen en alles viel als vanouds weer samen en deden uren van gemis teniet. Zo werkt dat met goede vrienden. Daarmee kan je bruggen slaan in de tijd.

Pijn hoorde ik in het ‘Por Dio’ van de Italiaan, die door het ongeloof, in alle toonaarden zijn God aanriep, toen hij getuige was van de verschrikkingen van de ingestorte Morandibrug bij Genua. Hij bleef het maar herhalen bij een uitzicht op de brokstukken, van wat net nog een wegdek was geweest. Onvoorstelbaar en toch gebeurde het. Op de televisie worden de gestolde beelden door de kreet begeleid. Het afgescheurde stuk asfalt met als in een film een vrachtwagentje nog vlak voor de rand en erachter een onpeilbare diepte aan brokstukken en leed.

053Eigen poging

Mijn Bologna-reis had er vandaag opgezeten. Ik heb Morandi gemist. Zijn serene schilderijen niet in levende lijve kunnen aanschouwen of zijn energie mogen voelen in het atelier aan de Via Fondazza, dat voor bezichtiging openstond. Ik had door de heuvels kunnen lopen van de Regio Emilia samen met de zussen en de natuur kunnen zien met de ogen van een oude meester. Het heeft niet zo mogen zijn. Maar ik had nooit aan hem en het gemis herinnerd willen worden door het onvoorstelbare leed van de, naar hem vernoemde, incapabele brug.

De zussen komen naar huis. Morandi wordt straks weer een stil leven, alleen voor de kunstkenner en de liefhebber een begrip. De brug, het symbool van onvolkomenheid, chaos en verwarring, is onverenigbaar met de naam van de kunstenaar, die zijn hele leven de ordening bleef vastleggen, maar daar draait het niet langer om. Leed is erger. Mijn pijn is te verhelpen met wat witte pillen, met de zang van Carole King en, meer nog, met de lieve aandacht van de vriendinnen. Het wereldleed dendert door.

 

 

Uncategorized

Een nieuwe horizon

Gisterenavond zapte ik mezelf ineens in een uitzending van een scout, die modellen zocht. Hij scheen bekend te zijn, al had ik nog nooit van de beste man, laat staan van het programma, gehoord. Maar het speelde zich allemaal af in Utrecht. De vismarkt in beeld. Als Utrechter moet je van goede huize komen om dan door te zappen.

Gezicht vanaf de Maartensbrug met o.a. de Vismarkt, Kalisbrug en in de achtergrond het Utrechtse stadhuis.De vismarkt.(foto wikipedia)

De Vismarkt. Daar was het allemaal begonnen. Ik ging er werken in de Metro. Een kleine koffiekelder op de hoek. Twee lange smalle kelders, waar de toog om koffie te halen de verbinding was. Het was er schemerig en het rook er muf, naar vocht dat erin geslopen was en er niet uit te stoken viel. Daar leerde ik de Inside Crowd van Utrecht kennen. Het was een bont gezelschap van voornamelijk scholieren en beginnende studenten, omdat de Metro nog niet het vervaarlijke imago had van de Trechter of Sarasani, waar gedeald werd. Er werd alleen maar koffie en thee en frisdrank geschonken. Ontgroenen in de Metro en daarna het ruige leven in.

001In de henna

Riny zwaaide er de scepter en ze zorgde ervoor dat mijn verlangen naar Henna haar ontwaakte. Dat kleine muizige koppie, met die enorme dikke vlechten koperglanzend haar, zo waanzinnig gezond en mooi, waren het gezicht van de tent. Voor dat glanzen had ze een middel, dat ze zwijgend verschool achter een geheimzinnige lach. Voor jou een vraag, voor mij een weet…Haar ogen spraken boekdelen.

Er was een grote kern van vaste bezoekers. Onderling ondernamen we van allerlei activiteiten. Zo voeren we met een BM-er via de Vecht naar een eilandje bij Bon in Vinkeveen, waar een grote legertent stond met wat losse tentjes er om heen, of we reden in een lange slinger brommers er naar toe.  Elk weekend was het feest. Muziek van Yethro Tull, the Doors en the Stones afgewisseld met een stevige blues schetterde over het rimpelloze water en ijlde de nacht in. We stommelden onder een roes van wijn en bier de dansvloer op en ’s nachts werd het echte leven ontdekt in de kleine tentjes ernaast. We maakten lol overeenkomstig de leeftijd . Uit de schulp gekropen pubers waren we, bijna de puisten ontgroeid en op weg naar wat ouderen volwassenheid noemden.

Dat was een wondere wereld voor mij, waarin veel te ontdekken viel. Het lapte dat voorgeprogrammeerde gezinsleven waar ik uitkwam, aan haar laars en volgde een eigen modus. Men sprak soms in raadselen voor mij, grapjes ontgingen me, kwinkslagen gleden langs me heen. Ik was de zaterdagavonden ternauwernood ontgroeid, waarbij we in pyjama, schoongeboend en met natte haren, een stroopwafel van de markt in de vuist, voor de buis gekluisterd zaten met Rudi Carrel, die nog gewoon Nederlands sprak.

Langzamerhand schoof de rebellie in de keuze van de kleding en de make-up, maakten we een statement met een flaphoed en een grote zwarte maxi-jas, die ik onder oma’s handen vandaan gebedeld had. De Musk, de Patchouli en de dikke Afghaanjassen gingen de strijd aan met de muffe Metrogeur en wonnen glansrijk. Het was de zomer van 1969. De wereld lag aan onze voeten en alles was nog mogelijk. De Vismarkt en haar Metro, de poort naar een nieuwe horizon. .

 

Uncategorized

Terug

In het dagboek van mijn moeder zoek ik de datum van vandaag. 13 augustus, maar dan in 1985. Dat is exact 33 jaar geleden. Ze is dat jaar 66 jaar geworden, net als ik straks in september zal zijn. Mijn moeder was daar even oud als ik. Waar gingen haar gedachten naar toe op zo’n voortkabbelende doodnormale dag?

030

Het eerste stuk gaat over mijn vader. Er is een mijlpaal geslagen. Hij wil een zuster om hem te helpen. Ze is eufoor, want dat zou betekenen, dat ze ontslagen werd van de dagelijkse belasting om hem te helpen met wassen. Iedere keer weer gaf dat veel misbaar en gemopper van zijn kant. Ze  moest het op alle fronten ontgelden. Ze wreef te hard, ze wreef te zacht, ze was te gehaast, ze was te langzaam, de washand was te ruw, ze gebruikte overdadig veel zeep of te weinig, ze dacht niet aan hem en zijn pijnlijke botten, zijn arme hoofd, zijn hulpeloosheid, zijn ellende, ze dacht alleen maar aan zichzelf. Als hij dan eindelijk in zijn stoel voor het raam was geploft, de koffie zijn hart verwarmde, keerde de rust weer en ebde de onmacht zijn lijf uit.

Mijn moeder had een brede rug. Er konden veel verwijten worden opgeladen, maar vanaf de dag dat mijn vader zijn herseninfarct had gehad, waren het er te veel. Ze rende het vuur uit haar sloffen en probeerde te sussen waar mogelijk. Elke dagelijkse handeling werd voor mijn vader een huizenhoog obstakel en mijn moeders taak was om dat weer tot de juiste proporties terug te brengen.

029.jpg

Haar filosofie bleef overeind. Op die dag, 33 jaar terug, schreef ze:

‘Vandaag heerlijk zonnig weer. Tot half acht buiten gezeten. Boek gelezen, bij de dingen van de dag, die kun je namelijk net zo vlug doen als je zelf wilt en dan blijft er tijd over om dingen te doen die je fijn vind. Je kunt zelfs die dingen niet doen, nog meer tijd behalve dekbed rechttrekken en kussens schudden, fles leeggooien, eten verzorgen, vaat wassen, dat moet hè. En de was, die ook. Ja, dat is het fijnst van 66 zijn. Je zit niet meer vast aan al die vaste gewoontes. E r kan geswitched worden, binnen de perken dan. Want er is ook nog een man, die op die vaste tijden eten, koffie enzovoort wil. Anders zou mijn leven zich wel aan dat eten maar niet persé  aan dit huis gebonden voelen. Vrij en blij.’

Mijn moeders leven werd, in de vijf jaar die haar nog restte, gekaderd door de ziekte van mijn vader. Het zorgde ervoor, dat ‘vrij en blij’ gestolen momenten bleven, buiten de mantelzorg om. Zo stijf als de botten van mijn vader werden, zo star werd zijn geest. Ondanks de moeizame omstandigheden bleef ze optimistisch.

Ze was zo oud als ik nu. Mijn beperkingen worden opgeworpen door het aangedane lijf, dat onder de omstandigheden van toen, het harde werken, de spanningen , de tegenslagen of door mijn eigen reacties daarop,  getob en gepieker, de overgang, zenuwen die zich niet laten inlijven, zich volledig overgeeft aan de opgelopen deuken. Souplesse van de jeugd, die een vaartje neemt naar elders en die de gelegenheid schept deuk na deuk op te stapelen in de vergrijsde spieren.

Aan de overkant zijn ze de bomen rigoureus aan het snoeien. Zenuwachtig vliegt een koolmeesje naar de boom voor mijn raam, nu met al dat brullende geweld de veiligheid onder zijn kleine pootjes wordt weggeblazen. Ook kraai en ekster doen luidkeels beklag. Het valt samen. Veiligheid, daar zoek je naar. Dat wordt weggenomen, zodra alles waar je blind op vertrouwen kon, steken laat vallen. Ze bladderen af, waar je bij staat, tot ongekende diepten. Vrijheid en blijheid binnen de perken. Mijn moeder kon dat laten rijmen. Achterin haar dagboek, aan het einde van dat eerste moeizame jaar van zijn ziekte schrijft ze: Dit jaar heb ik geleerd de buien over me heen te laten komen. Alleen als hij het echt te bont maakt, blaas ik terug. Over het algemeen ben ik en leef ik tamelijk optimistisch. Zo kom ik over en dat wil ik ook. Je kunt niet alles hebben en je moet leven naar de omstandigheden!!!’

boomMijn boom

‘Ik hoef niet op zoek naar een andere boom’ , zegt mijn moeder over de grenzen heen. Accepteren dat het zo is en er naar gaan leven, is haar devies. 66 zijn we vandaag, hier en nu en 33 jaar geleden. We hebben de wijsheid in pacht. Vrij en blij ondanks een leven aan banden, dat kunnen wij. Ik ben niet voor niets kind van mijn moeder. De boom aan de overkant staat er nog, met wat takken minder, maar met dezelfde levenskracht. De koolmees kan weer terug.

 

Uncategorized

De berg weer op

Poes Pluis blijft op schoot liggen. Stoïcijns negeert ze het toetsenbord en spint haar verlangen bij elkaar. Ik aai over haar bolletje en typ met een vinger verder. Old Skool.

10930097_10203848906243210_8124181328762964324_nMijn vader op de lagere school

Dat is niet helemaal waar. Al vrij vroeg kregen we op de MULO lessen in blind typen. De toetsen waren afgedekt met plastic dopjes in kleuren. Al gauw wist je welke letter haar geheimen prijs gaf onder het dopje. Typen met tien vingers is gewoonte geworden, maar blind heb ik nooit meer eigen gemaakt. Ik kijk altijd op het toetsenbord en lees later wat er staat. Alhoewel dat bijna blind is, want bij het schemerlampje ’s nachts ontwaar ik de letters ternauwernood. Soms schrijf ik cryptisch, dan is het toetsenbord op schoot een fractie verschoven. Het waren kleine Adlers, van die platte, ze waren vrij modern in de jaren zestig.  In het lokaal stonden ze op iedere tafel opgesteld. Een welkome afwisseling van Wieman zijn geschiedenislessen en van Van Hartens Nederlands. We mochten eindelijk even zelf aan de slag. We haalden op het eind er een diploma mee, waarop vermeld werd hoe snel je kon. Zoveel aanslagen per minuut. Ongetwijfeld zal er een afschrift van het bewijs geleverd zijn, maar slechts de herinnering is gebleven en die is gekleurd, net als de toetsen.

Ik ben een bevoorrecht mens, want ik heb alle vormen van schrijven mogen meemaken. Vanaf de lessenaar met de kroontjespen en de inktlap tot aan de allermodernste digitale. De inktlappen maakten we zelf. We hadden van oude lapjes even grote vierkanten geknipt met de kartelschaar. Dan konden ze niet rafelen. Je zocht een mooie knoop in de knopendoos. Die werd bovenop het stapeltje in het midden gelegd. Voorzichtig naaide je de knoop door en door, door alle lapjes heen. De eerste keer dat je je kroontjespen aan zo’n schone inktlap afveegde en de vlek zich verspreidde in een grilligheid, waarin met gemak een heks of een beer in te herkennen viel, was bijna magisch. Aan het eind van het jaar was de inktlap verzadigd van de inkt en werden je vingers alleen al vies van het afvegen. Inktlappen horen bij lessenaars. Alleen in het allerprilste begin waren die er nog.

001Toon me uw inktlap…

Al snel kwamen er moderne formica tafeltjes, maar ook met ingebouwde inktpotjes. De MULO verloor haar -M- na mijn eerste twee jaar en werd ULO. De inktlappen waren op de lagere school achtergebleven. De docenten vielen in karakters uiteen. De sarcastische Eshoff, de geslepen Link, de zachte Weustink, de zenuwachtige Adriaanse, de bedaarde van Harte, de driftige Wieman. Ze bevolken ruimschoots het geheugen tot op de dag van vandaag. Net als het krassen van de kroontjespen op het onbeschreven witte blad. Als je te hard drukte, spleet het pennetje in een brede aanzet uiteen. Het is vooral de veelheid aan indrukken, die de rijkdom en de meerwaarde zijn van het handwerk. De geur, de kleur, de sensatie van een vlek, die warrige inktlap. Recht, rond of vierkant, al naar gelang je karakter. Was je een chaoot dan lagen de lapjes schots en scheef, was je gestructureerd, dan had je een strakke inktlap. De creatievelingen maakten er een ronde, of een uitwaaierende van. Ook aan het patroon viel veel te herkennen. ‘Toon me uw inktlap en ik vertel U wie U bent.’

Pluis heeft eieren voor haar geld gekozen en ligt een fractie lager. Nu is het schrijfvlak vrij. Ik heb vannacht geslapen, hoe heerlijk is dat. Vanmorgen viel het me op, dat er weer de miniemste vooruitgang waar te nemen viel. Automatische handelingen, die weer terug komen en waarbij de gekneusde rib dan wel opspeelt, maar eigenlijk pas een fractie te laat. Het dal is bereikt en nu, met die herinneringen in een rugzak, de berg weer op.

Uncategorized

Kind van het kind te mogen zijn

Gisteren brak de komst van dochterlief met kleinzoon welkom door de pijn heen. Worteltjestaart en druiven. Autootjes op de bank. Het favoriete spel bij Oma. ‘Mag ik er een lenen?’ ‘Ja hoor.’ ‘Maar de anderen zijn nog thuis.’ ‘Geeft niks.’ Niet lang daarna kwam kleine Greetje om de hoek kijken. Het leidde 100 procent af. Vlak daarvoor had ik mijn hele ziel en zaligheid uitgestort. De tranen zaten hoog, de pijn was al een week ondraaglijk, er waren wat vervreemdende dingen gebeurd, Reggio was mijl op zeven. Dochterlief werd gebruikt als snotterbuffer. Dat luchtte op.

005-e1533972693915.jpgGreetje

Het gemis van een alleengaande. Een heel enkele keer iemand om lekker tegen aan te snotteren, om bij doormidden te breken, om de schouders te laten zakken tot op de grond. De uitlaatklep  is het schrijven, maar dat echt er even doorheen mogen zitten, wegkruipen in warme armen, de wang met open mond tegen een geurende schouder aan, hulpeloos belletje spuug in de afhangende mondhoek, bij die brandende lijfelijke  druk is er niet bij.

Liefde te over van mijn en de aangetrouwde kinderen, aandacht op maat, maar als je  pijn hebt, word je eigenlijk weer kind. Dat lieve, hulpeloze, om aandacht bedelende kind, dat de sneetjes in de vinger, de bult op de knie, de schaafwond op de arm weg getroost wil hebben. Kusje erop? Onvoorwaardelijke verzachtende zorg voor het onbeholpene, het lerende, het ervarende leven, iets waar je op vertrouwen kon. Zo was het vroeger thuis. Er werden geen zoete broodjes gebakken. Een doekje voor het bloeden werd je aangereikt als het ver boven de pet steeg. maar als het echt nodig was, als er werkelijk leed te betreuren viel, dan was er die koele hand op je te hete voorhoofd. Daar kon je blind op varen.

Het gevolg was wel, dat mijn eigen schatjes geen kans kregen om te miepen. Aandacht, ja, kusje, ja, maar overal was een remedie voor. Banaan en witte brood bij buikgriep, dampo op je borst bij een flinke verkoudheid, toverkusjes op de schaafwond en verder niet zeuren. Het was niet het einde van de wereld, alles liep nog op twee benen, en ziek, zwak en misselijk op je bed liggen helpt niet. Wel de aandacht en gezien worden. Dát was het allerbelangrijkste. Soms de lichte paniek, maar bij een doorgewinterde verpleegkundige kunnen de grenzen der emotie ver over het slagveld heen worden getrokken. Ik viel niet flauw bij een druppel bloed.

in de tuin

Zodra er vroeger bloed vloeide, zei mijn moeder:’Vinger in je mond’ en dan zogen we het weer op. Het was een verspilling om het te laten lopen, bovendien stopte het sneller en wat je kwijt was, werd op een geheel natuurlijke wijze weer aangevuld. Het leven was simpel met al dat grut, geen tijd voor prinsen en prinsessen. Er was werk aan de winkel en liefde was echte apenliefde. Vlooien en vechten wisselde elkaar in hoog tempo af. Wel was er altijd ergens een buuf die van zoetigheid aan elkaar hing en tranen droogde met drie-in-de-pan of een dikke plak koek met boter. Wij wisten precies waar we die ontberende hulp moesten halen. Troostmoeders zonder de beladenheid van het woord. Echte ouderwetse troost, met zakdoek, eau de cologne, dropwater en heel veel aandacht.

Dochterlief dus, met snotterbuffer en wortelcake, om even kind van het kind te mogen zijn.

Uncategorized

Achter een geurende kop thee

Gisteren viel, met de eerste druppels van de lang verwachte regen, vriendin binnen met een tas vol zonnigheid als compensatie voor de pijn en het achterblijven. Opgekruld in de bank met een kop geurige thee vertelde ze enthousiast over het bezoek aan het Noordbrabants Museum van de dag ervoor. Ze had speciaal voor mij foto’s gemaakt. Een prachtige collectie van de Indiase kunstenaar Manish Nai.

Wat een mooie concepten zet hij neer. Onmiddellijk vloeien er weer allerlei beelden het hoofd binnen, nieuwe ideeën, inspiratie. De foto’s tonen zijn kunst met blik, stof, hout, oude verweerde reclame borden. We constateren samen dat het niet alleen is wat je maakt, maar ook wat het concept erachter is en hoe het gemanifesteerd wordt. Kunst is een totaalbeleving.

11850971_1658575517722664_1785445398_n

Ze heeft een aantal keer gewerkt met oudere mensen in een verzorgingshuis. Beeldende vorming is daar al gauw schilderen. Soms blijft er een kwast in de lucht hangen of valt er een hoofd opzij. Daar peins ik over door. Toen mijn vader bezigheidstherapie kreeg, de gotspe van het woord alleen al drukt elk initiatief dood, moest hij met zijn sleutelhanden pitrieten dienblaadjes maken. Na het derde dienblad weigerde hij nog langer om het wilgenteen met het moordende trillen van de handen door het minuscule gaatje te steken. Zijn vloek schalde de ruimte in. Had hem een motorblok gegeven en hij had elke fijn-motorische oefening tot een goed einde gebracht.

505 Chiharu Shiota

Kunst maken met ouderen zou moeten zijn als het werken met de kinderen op school. Sluit aan bij de belevingswereld. Verzin samen met hen een ontdekkingsreis die verrassende nieuwe elementen wakker maakt. Letterlijk en figuurlijk. Geef ruimte aan het proces met een groot doek op de grond en verf, bezem, stoffer of met plumeau. Voeg elementen toe als water, aquarel en spons, strijk de verf onder handen tot leven in een encaustic schouwspel van kleur en diepte, bindt de strijd aan met de plastic soep door er nieuwe dingen mee te weven, timmer de onmacht het lijf uit en span er gouden draden doorheen, dát…met motivatie door het verrassende nieuwe.

In tehuizen regeert de macht der gewoonte. Die van de regels en de ingeslapen wetten.  Af te mogen wijken zou zo fijn kunnen zijn. Slapende honden wakker maken die dreigend liggen te grommen bij elke verandering. Het pad der voorspelbaarheid biedt zekerheid en geeft rust, maar aan de andere kant is het een valkuil, waar je ingeslapen met open ogen  intuimelt. Wakker schudden is een kunst op zich.

Ooit, bij een eindproject over kunst op school, werd het idee van Wheelerart geboren. De kinderen mochten met alles wat reed, autootjes, driewielers, rollerskaters door de verf rijden. Het werd een prachtig abstract werk en het enthousiasme om het doen spatten in een veelzijdigheid aan kleur en vorm van het doek Iedereen, geen kind uitgezonderd, stond te trappelen om een wiel bij te dragen.

104

Dat is over grenzen denken, de beleving zoeken , niet langer bang zijn voor vieze vingers, vlekken op je kleren. De kunstenaar in Den Bosch, Manish Nai laat met zijn Capturing Time zien dat vergankelijkheid vast te houden is, te bewonderen valt. Het draait niet alleen om afvalverwerking, maar om het nieuwe leven dat hij er in blaast. De kunst van het scheppen met een concept van afval en lijm, geduld en gouden ingevingen en de ultieme beleving door de reflectie erop. Geen afwachten meer, maar gaan. De vreugde herontdekken van het doen, het proces en daarmee een brug  slaan tussen wat ooit was en wat zal zijn. Die wens is de moeder van mijn gedachte voor het proces van het ouder worden. Oud met nieuw verbinden en vervuld ten onder gaan.

011.JPG

Daar zijn vriendinnen voor nodig achter een geurende kop thee.

 

Uncategorized

In alle opzichten

Gisteren reisde ik per televisie door de tijd. Zo handig, boeken en televisie als je aan huis gekluisterd bent. Er was een prijzenswaardige documentaire van de NTR over Peter Vos, de tekenaar. Hij woonde en werkte een groot deel van zijn leven in zijn geboortestad Utrecht en het was een tocht van herkenning aan de hand van de verfilmde beelden van lang geleden.Vrij direct aan het begin voerde de kunstenaar het volgende item ten tonele. Ooit als kind had hij aan zijn moeder gevraagd of hij knap was. ‘Nee, niet knap, wel leuk’, had zijn moeder geantwoord. Daar werd een belangrijke kiem gelegd voor de vorming van zijn bestaan, net als de vader die overal zijn tekentalenten roemde en zijn broer afdeed als talentloos, waar de kinderen bij waren.

Het lijken onschuldige opmerkingen maar in het hoofd van een kind nemen ze de gewichtige vormen aan, waar het hele leven, doel en streven, aan opgehangen wordt. Bij beiden was het dat geval. Broer heeft aan zijn talentloze bestaan beantwoord door school vroegtijdig op te geven en Peter heeft eeuwig de perfecte, optimale tekening nagestreefd.

De docu is fascinerend. Niet in de laatste plaats door de vele vogelbeelden. Vogels waren een bron van inspiratie. Hij personificeerde er de mensen om hem heen mee. Zijn vader vergeleek hij met een Mariboe en inderdaad als je de spitse kop zag van het dier, herkende je gaandeweg de scherpe trekken van de vader erin.

120Pozzebokken varianten…

Hij tekende alles wat los en vast zat. Van de mensen in zijn omgeving tot zijn emoties en gevoel. Toen het boek ‘De sprookjes van de lage landen’ uitkwam in de jaren zeventig moest en zou ik het boek hebben, al was het alleen al om zijn prachtige illustraties, die het verhaal tot rijke fantasie prikkelden. De door hem getekende Pozzebokken hebben,  samen met het verhaal van Bouke Jagt, me jarenlang gestimuleerd tot het overbrengen van de vrije fantasie en verbeelding bij kinderen. Te weten dat hij daar rondgelopen heeft in dezelfde tijd als in mijn vormende adolescente jaren geeft een licht gevoel van weemoed. We hadden elkaar kunnen ontmoeten daar in het Utrechtse uitgaansleven van die tijd, waar de café’s aan de Oude Gracht, de Vismarkt, de Neude, de Nobelstraat en het Wed tot de vaste loopjes behoorden.Misschien zat hij wel ergens in een hoekje te tekenen, tijdens verhitte politieke debatten of het lichte aangenaam verpozen.

Zijn laatste boek vormde een ode aan de mus. Dat nietige grauwe wezentje, dat zoveel verschillende kanten bezat, net als de kunstenaar zelf. Misschien ontdeed hij zich op die wijze aan het understatement van zijn moeder, ooit toen hij nog een klein jongetje was en, verlangend naar het juiste antwoord, naar haar opkeek. Zijn zoon Sander zegt op een gegeven moment over de innerlijke strijd waar het zijn vader betreft: ‘Het was niet genoeg dat hij de zoon was. Hij moest ook de tekenaar zijn.’  Kenmerkend vond ik dat. Want ‘kind zijn van’ zou voldoende kunnen zijn in het verwachtingspatroon van ouders, ongeacht hoe het zich ontwikkelen zal. Niet meer dan dat en de rest is mooi meegenomen.

Gemaakte fouten krijgen door de generaties heen een nieuwe kans. Steeds weer opnieuw. Zonen en dochters in een ander licht gevat. Het is maar hoe je het bekijkt. Door de ogen van het Vogelparadijs. Een docu van David de Jongh over de tekenaar Peter Vos met prachtige beelden van zijn ouders, zijn vrouwen, zijn zoon, zijn vrienden en zijn grote liefde: De vogel. Een getekend leven, in alle opzichten.

 

Uncategorized

Paracetamollen en de spijt

Spijtig maar waar. Bologna van het lijstje afgestreept. De pijn is te heftig, het belemmert overdreven veel. Aankleden gaat niet zonder slag of stoot en vanmiddag liep ik eigenwijs een winkel in, maar moest gezwind afhaken. Met de zussen en de dochters overlegd, gewikt en gewogen en wijsheid toegepast, dus de enige juiste beslissing genomen. Het idee alleen al stemt gerust. Geen gesleep, geen derde wiel aan de wagen, geen blok aan zusters benen.

Ik had met pijn in het Italiaanse landschap kunnen rusten, maar dan zou het beperkt-zijn alleen maar schrijnen. Het paardenmiddel Tramadol beloofde bij gebruik een paar dagen beroerd en ik mocht er niet mee auto rijden. Nu kan ik met de paracetamollen manhaftig de pijn trotseren door rustig aan te doen. Alleen zou ik wel eens op mijn zij willen liggen om in slaap te komen. Helaas pindakaas, dus hang ik in drie kussens en schrijf.

Bologna, een brug te ver. Waarom gingen we naar Bologna? Omdat een van de steden in de buurt een belangrijk pedagogisch centrum herbergt. Reggio Emilia. Toen ik op Jenaplanschool de Overkant kwam werken in 1987 besloten we om ons toe te leggen op ervaringsgericht onderwijs, dat helemaal aansloot bij de principes van Peter Petersen en waar de filosofie van Reggio aan ten grondslag lag.

milan

We creëerden, vrij van brandweervoorschriften en wurgende GGD-veiligheid, een huishoek met banken en gordijnen in paars en roze en legden een uitgebreide experimenteerhoek aan, waar alle materialen in glazen potten en open laden  en kasten voor handen waren. De kinderen mochten alles gebruiken, ook de wat risicovolle stoffen zoals sterkte lijm en ecoline. Het was de tijd van de kunstbeleving. Onder de handen van de kinderen groeiden de mooiste groepswerken waar ze weken mee zoet konden zijn, hetzij een groot stuk gaas, dat vol kwam te hangen met allerhande materiaal, hetzij een oud fietswiel, het zij een stuk vitrage, of door dozen en doosjes te stapelen en te vormen tot het in het thema paste. Een dino of een kasteel, een berg of een klok, een tijdmachine of een vleermuizenhol. Technieken werden proefondervindelijk aangereikt. Het borduren met de gespannen vitrage om een frame, verven, timmeren, stapelen, weven, papier-maché-en.  De verwondering werd verhoogd door te spelen met licht en donker, dingen op ware grootte te maken, zodat je erin kon kruipen, schimmenspel, drama. Het was wat je noemt één grote rijke leerervaring. Zowel voor de kinderen als voor ons.

casper

Het had spannend geweest om daar rond te mogen dolen. Wat was er van terecht gekomen na al die jaren. Hadden ze zich aangepast aan de tijd en op welke wijze. Vragen te over. Het is niet mijn tempel bij uitstek, maar ik onderschrijf de filosofie. Je kan een kind alleen tot betekenisvol leren brengen als je verwondering op kan wekken. Meetbaar is het aan het welbevinden. De motivatie is oneindig, is mijn ervaring. Als geen ander wisten wij het concept om te zetten tot een beleving en daar lag de kracht van onze school.

Het gaat mijn neus voorbij, even als de Piazza Maggiore, het Morandi-museum, waar ik zo naar had verlangd, de basilieken en de Palazzo’s. Wie weet, kom ik er ooit nog eens. Het heeft zo moeten zijn. Reggio is al decennia met mijn ziel verweven. En wat Morandi betreft, als de pijn is weggetrokken, ga ik stillevens schilderen met mijn lieve vriendin en kunstcollega uit die goede oude tijd. ‘Komt de vrouw niet naar Bologna, dan halen we Bologna naar de vrouw.’ Eerst nog even slikken. Paracetamollen en de spijt.

 

Uncategorized

Het kan erger

Het is drie uur. De hitte hangt in en om het huis. Ik probeer te slapen, maar de pijn van de gekneusde rib zingt dwars door de paracetamollen heen Op de zij liggen is een gotspe, daarna overeind komen blijkt nauwelijks te doen. Maar weer de kussens opgestapeld en half zittend afwachten tot de vermoeidheid toeslaat.

Pluis ligt languit als een klein grijs vloerkleedje uitgestrekt op het laminaat, ten einde wat koelte te halen. Dat denk ik. Af en toe maakt ze wilde capriolen bij het gewaarworden van een mug. Venijnig slaat ze haar poten uit om de snoodaard te pakken. Mug lacht haar uit met plagend gezoem om de kop.

259

De bruiloft was een ontspannen samenzijn. De ambtenaar van de burgerlijke stand kleurde qua outfit prachtig bij de bruid. Zijn praatje was overduidelijk een formaliteit, met het uitspreken van de Koerdische namen had hij de grootste moeite. De weg er naar toe was leuk door het ongewone en de charme van een stadsbus. De tent had bezit genomen van het speelplein en verdreef de andere omwonenden tot een buitenplaats. Door de pijn kon ik nauwelijks iets eten van de enorme hoeveelheden lekkernijen, die zo kenmerkend zijn voor een Koerdisch feestmaal. Tussendoor toch maar even langs een arts.

De paracetamol kon geen kwaad, anders dan bij de andere snoepjes van dat kaliber. Tramadol was een optie als de pijn te heftig bleef. Dat laatste liever niet. Wel de onzalige gedachte dat ik de hele kleerkast overhoop heb gehaald en het in de slaapkamer leek of er een ontploffinkje plaats had gevonden. De doos van Pandora maar dan anders. Vandaag moet de koffer vol. Strijken en ruimen is geen sinecure op het ogenblik. Zelfs overeind komen uit de drie kussens is een mijl op zeven.

Het is een wonderlijk jaar, van dieptepunten naar hoogtepunten en vice versa. De kwetsbaarheid van een mens heeft zich op alle fronten geopenbaard en het valt me op, hoe moeilijk het is om van de veranderingen geen gemuts te maken. Het vult het bestaan op een dwingende wijze. Lastig voor een ander om daar mee om te gaan.

263

Jong en onervaren veroverde het lijden langzaam maar zeker mijn empathische vermogen toen ik in het Academisch Ziekenhuis in Leiden aan de slag ging. Mijn allereerste ideeën verdwenen als sneeuw voor de zon door eigen expertise. Nooit gedacht dat een bevalling en de perikelen erna zo’n inbreuk konden hebben op lijf en leden, toen ik in 1973 de kraamvrouwen op de grote zaal aanvankelijk aandacht vond vragen. Het kind was er, dat schreeuwde om dankbaarheid en geen geklaag. Na mijn eerste bevalling wist ik beter en achteraf was de schaamte groot om het volkomen verkeerd inschatten. Spitsroeden loop ik bij pijnen en pijntjes van een ander door die  leerschool. Dat een rib net zo pijnlijk kan zijn als een wee is nieuw voor me en daar zit helaas geen beloning aan vast.

Straks naar het ‘bella Italia’, de planten zullen het begeven onder de aanhoudende droogte, zoonlief heeft andere dingen op het netvlies. Ik kabbel zoetjes voort voor zover mogelijk is en bedenk dat een koffer met vier wieltjes een zegen is voor de mensheid, zeker met een aangedane ribbenkast. Het kan erger.