Uncategorized

Thuis, op school en in de groep

Het was een spontane actie geweest, na een bezoek aan verhuisde oud-leerlingen, die drie turven hoog waren, dus niet ouder dan dat, en hun ouders. Het leverde buiten een succesvolle ontdekkingstocht op het verre Schokland en het mooie Urk ook een belofte op voor een reünie. Wat een verbondenheid groeit er tussen kinderen, ouders en ons, groepsleiders, als harten worden opengezet. Ze werd over de zomervakantie heen getild en gisteren was het zover. Ik was wat later.

037

De kleine blauwe prins was net ingeparkeerd of de kinderen stonden juichend rond de auto, dikke knuffels en klaar. Ziezo. Het weerzien poetste met het grootste gemak een heel jaar weg. Het viel stuk in de blikken, de handelingen, de geanimeerde gesprekken en alle contouren van de warme saamhorigheid in de laatste dagen van ons vroegere samenzijn werden weer helder als glas. We waren een pact geweest, verbondenheid door de opstomende veranderingen en de wens het eigenlijk niet te willen. Soms neemt het leven haar beloop en is acceptatie met pijn een feit. Gemis was voelbaar. Allemaal even stevig knuffelen en genieten van wat ooit was, in de wetenschap van een band die altijd zou blijven.

Met de geroosterde marshmallows op open vuur en de recital van de lieve kleine filosoof op de gitaar was het Jenaplangehalte hoog. Er was een moment van bezinning. Die kwam met de benjamin van het stel, die te midden van het feestgedruis, waar alle toeters en bellen los gingen, het vuur, de rook, de twee bbq’s waar hard aan geroosterd werd, met een gekoesterde wens, een stuk taart op het kleine bord, plompverloren in het gras ging zitten. In opperste concentratie trok hij de wereld in van zijn eigen luilekkerland en proefde met zichtbare gelukzaligheid het zoete hemelse op het puntje van zijn tong. Voorzichtig lepelde hij, zonder op of om te kijken, de hele lekkernij lang, zijn verovering naar binnen. Een bijzondere ontmoeting met een staaltje van bezinning en bewust handelen.

Het werd een avond van ‘dat, wat was’ in hun prille jeugd, vliegertjes als aandenken en het hele arsenaal aan liedjes dat ooit hoorde bij het grote verjaardagsfeest op school, voor ieder kind weer, met muis en het onovertroffen lied van het feest, dat ooit in de apen werd gezongen en later in de eekhoorns in drie sterktes, een voor mol op fluistertoon, een deftige variant en een voor opa’s en oma’s die verder weg waren dan het licht en navenant dus op sterkte, zo hard dat de sterren naar beneden vielen. Met volle overtuiging gooiden ze hun hele ziel en zaligheid erin. Daarna buitelden de liedjes over elkaar. En die van dat meisje dat huilde, van de koe, van maantje, die tuurde en…Herinneringen werden werkelijkheid. Het grote Nu, ‘perpetuum mobile’, om straks weer te koesteren. Een warm bad voor iedereen.

Nostalgie op hoog niveau, zeker, maar ook een blik op wat straks weer komen gaat. Hun gevecht tegen de teloorgang van wat ooit zo’n belangrijk deel in het leven was geweest en waar iedereen op een eigen manier een vervolg aan had gegeven was de grote kracht van die avond. Een onverwoestbaar optimisme en het gevoel familie te zijn door de gesmede banden. Zo kan het dus ook. Onderwijs maak je sámen met hecht ‘driemanschap’. Het kind, de ouders en de groepsleerkracht. Drie belangrijke pijlers voor ruimte in de ontwikkeling en de basis die een kind nodig heeft om zichzelf te mogen zijn. Thuis, op school en in de groep.

 

Uncategorized

Haar beste volgers

Een herinnering komt boven sluipen. De beelden ontvouwen zich als een droom: ‘Ik loop in de gangen van het Bejaardentehuis Titus Brandsma in Utrecht-Overvecht. Ik ben op weg naar de kamers van mijn ouders. Eerst de pas erin. De deur is niet op slot, maar de vogels zijn gevlogen. Het is rond koffietijd dus een optelsom is snel gemaakt. Ze zijn naar de Saloon, waar de koffie geserveerd wordt.

Als ik de klapdeurtjes open, zie ik ze al zitten, maar…Er is een zangochtend. Mijn vader zit in zijn gebruikelijke houding. Iets in elkaar gedoken, scheef gezakt naar zijn onwillige zelf en mijn moeder staat en zingt uit volle borst mee. ‘Een karretje op de zandweg reed’. In volle galop glijden we mijn jeugd binnen en de liedjes van de vaat, vierstemmig met de zussen, trekken voorbij. In het groene dal bloeien de bloempjes nog steeds uitbundig. De waterval komt bij mijn vader vandaan. De tranen biggelen over zijn doorgroefde wangen. Hij zwabbert met de grote zakdoek langs zijn ogen. Zijn neus wordt roder en groter en het is een aandoenlijk gezicht. Ergens diep van binnen begint het te borrelen. Met de eerste zangnoten van mijn kant sproei ik lustig met mijn vader mee.’

031tijdens de Voice…Krabbelen in het dagboek.

Gisteren keek ik naar The Voice Senior. Het is zo’n duizend dingen doekje. Je kan er mee praten en breien. Ik teken in mijn dagboek en luister naar de zoetgevooisde stemmen. Bij het minste of geringste, een trilling in de stem, een valse noot, een uithaal alsof het leven er van afhangt, kijk ik en voel mee. Een deel van mij blijft steken op de emotie terwijl de rest kritisch wikt en weegt. Zodra er een snaar geraakt wordt, de dichte ogen, een vertwijfelde oogopslag, een bevende hand, wellen ze weer diep van binnen en weet ik dat ik net zo’n sentimentele oude dwaas ben als mijn vader.

Het is de keuze van het lied. Neil Diamond van voor zijn geloofscrisis, Amy Winehouse, die om vergeving smeekt, Oude soulmates met passie bezongen, Good old Stevie die om de hoek komt kijken, ze roepen als vanzelf een traan op. Ik hinkepink door mijn aquarelletjes heen, die er meer diepte door krijgen. Al dat zout nagelt ze aan het papier.

032…tranen

‘Dochterlief is vier, we lopen door het winkelcentrum. Overal schettert Sinterklaas uit de luidsprekers. Ik loop spitsroeden want als ik mee zou zingen, sla ik dicht. Dapper sta ik mijn vrouwtje al keuvelend tegen mijn dochter, die de kleurrijke wereld, de glimmers van de opgehangen cadeautjes, de poppenacrobaten aan het touw en de loslopende zwarte Pieten, gretig indrinkt. Buiten is het guur en binnen is het warm. Dé entourage voor een warme chocomel, straks als we thuiskomen. Daar komt een gitzwarte Piet aangehuppeld. Het is 1985. Mijn dochter in haar fluwelen rode jasje met de opspringende krulletjes ziet eruit als een plaatje, vindt mijn trotse moederhart. Piet vindt het ook. Hij roemt haar mooie kinderkoppie en vraag flemend of ze pepernoten wil. Bij het zien van die verwachtingsvolle blik in de kleine kooltjes, de wit gehandschoende hand met pepernoten bij het geopende kinderhandje breek ik en biggelen de tranen over mijn wangen.’

De pepernoten liggen alweer in de winkel. Veel te vroeg, want er moet nog een schitterende herfst volgen. De commercie likt haar lippen. Mijn kinderen zijn gelukkig groot. De eer van een kinderlijke ontmoeting, met die eerste sentimenten met de kleurrijke Pieten, bewaar ik voor de moeders en blijf op veilige afstand zwaaien en springen, voor zover dat tot de Oma-mogelijkheden behoort.

Het leven is één sentimentele reis en ik behoor tot haar beste volgers

Uncategorized

Hemelsblauw

Blauw, Blauw, hemelsblauw. De kat was van de schooljuffrouw. De juffrouw zegt”M’n kat is weer terecht” Poes, poes, poes, poes, poes-poes ‘. Ik dans op de woorden naar de auto, glij neuriënd naar binnen, doorsta alle dichtslibbende snelwegen met glans. Gelukzaligheid is mij ten deel gevallen, nu ik de tentoonstelling ‘Rhapsody in Blue’ heb gezien in museum Voorlinden.

Alsof het zo moest zijn, was de zon voornemens juist vandaag met kracht het prachtige landgoed in Wassenaar luister bij te zetten. Vriendin had haar telefoon bijna leeg getomtomd en zou een kwartiertje later zijn, Het restaurant was open, er was ruim plek op het terras, het kleurde er grijs van de vriendinnengroepen en mijn bleke vel koesterde zich in de opstomende warmte en in een ruime overpeinzing.

In de verte stonden de tenten met gebak. De studente die de kassa bediende van de museumwinkel grapte: First you bake it, then you make it’, toen vriendin vertelde van haar voornemen een van haar toekomstige cursussen te willen gieten in een ‘Wayn Thiebaud sessie’. Haastig werd dat idee weerlegd en schreef ze dat bakproces over. Ze zou het op een akkoordje gooien met de plaatselijke bakker. Iedereen gelukkig. Dan zou de slogan worden: ‘If you have beat it, you can eat it.’ Honderd taartjes om vast te leggen met penseel en olieverf, om daarna voorgoed te verdwijnen in hun vergankelijkheid naast dat eeuwige leven.

Blauw,  blauw, hemelsblauw was de lucht boven mijn hoofd en het wit/glazen strakke museumgebouw stak als een staaltje vakmanschap er tegen af. De buitenkant ademde met de tuin van Piet Oudolf evenzeer schoonheid als binnen. De E-ticket werd pas gescand nadat de tassen in het kluisje waren opgeborgen. Geen rijen, geen wachtenden, State of being zonder straf weer een keer. De prachtige grijzen, de spiegelwand, de mus en het meisje, Sluyters, de prinsesopdeerwtmatras, waar de erwt was uitgepeuterd. (Dit laatste geheel en al ten prooi gevallen aan mijn eigen brede fantasie, die paste bij de beelden in het hoofd), de man, het drietal, de levensechte naakte vrouw, de bewerking van de beroemde golf van Hokusai, het aapje, de uiteengevallen roos, de cola-vaas van Wei Wei. Nooit slaat de verveling toe en altijd vallen er nieuwe facetten te ontdekken.

Wayne Thiebaud wekt de eetlust, met zijn taarten en taartjes, maar blaast me van mijn sokken, door het voyeurisme in de ingefluisterde  levens van de jaren zestig met zijn mannen en vrouwen die ons bestuderen, terwijl wij nauwkeurig elk detail proberen te vatten. Zijn kleurgebruik, de herkenbare kledingstijl, stijfjes en vormelijk, met gekwelde of ongemakkelijke uitdrukkingen, een leven te gaan in een land van wetten en wetjes.

Met uitzonderlijk gebak en ijs in die versuikerde en onbegrensde en toch zo begrensde wereld. Het perspectief van zijn landschappen met de wegen die elkaar doorkruisen werken vervreemdend. Als ik later de foto’s terugkijk, ontdek ik dat ik ze vanuit een verkeerd perspectief heb waargenomen. Ze vragen om een vogelperspectief en hadden misschien wel liggend tentoongesteld moeten worden. Met al die lekkernijen is een ingelaste lunchpauze het enige alternatief.

Daarna breekt de hemel open in Rhapsody in blue. De rust die het uitstraalt. Alle tinten blauw. Ultramarijn, Kobald, Indigo, Pruisisch en Egyptisch blauw, Yves Klein blauw, Cereleum glijden naar binnen en nemen de waarneming over. Mondriaan aandoenlijk, Avery, van Dongen, Klein, Kapoor, Bourgeois, Kelly,  Fernhout en zo veel prachtige werken meer. Dat prachtige koele blauw dat krachtig neder daalt, dat warme blauw dat harten omarmt.

‘Blauw, blauw , hemelsblauw dokter is die kat van jou, nee mijnheer die kat is niet van mij…Poes, poes, poes, poes, poes’. dansen mijn voeten…Zoemt het in mijn hoofd.

Een spiegelende ervaring in Song Dong’s Through the Wall, onuitputtelijk door de zeggingskracht. Het spiegelend effect vertedert keer op keer. Als ik vriendin vang aan het trapje van het zwembadblauwe bassin, water zonder water onder water, is de koek bijna op. Er kan niets meer bij, Ron Mueck’s aandoenlijke echtpaar nog net en een opera in Serra’s sculptuur Open Ended bij verrassing gezongen door vriendin midden in de ziel van het monumentale klankbord. We zijn letterlijk door muren gegaan vandaag, maar voornamelijk hemelse muren, met deuren naar heden, verleden en toekomst.

Boven ons kleurt de lucht strakblauw als we naar de auto wandelen en ieder ons weegs gaat in het gewoel met dat allesoverheersende rijke gevoel van rust en een aangenaam verpozen. Hemelsblauw.

Uncategorized

Averechts

Er is een tijd geweest, dat ik  me graag versierde met wat zilveren opsmuk. Kettinkjes, oorbellen, armbanden, enkelbanden, doorgaans met Indiazilver of suède veters, kralen of anderszins. Geen dure dingen, ik gaf niets om edelstenen en mineralen in welke vorm dan ook. Een diamant maakt me niet koud of warm en goud vond ik helemaal niet mooi. Geen idee, waar ik die eigen smaak vandaan had, maar zo is het mijn hele leven gebleven.

038

Alleen wilde ik op een gegeven moment na een half leven geen oorbellen, armbanden en kettingen meer. Alleen de ringen konden me nog bekoren en dan het liefst één aan iedere ringvinger en verder niet. Het werden molenstenen om mijn nek en bleken gewichten aan mijn oren. Weg ermee. Ik weet ook nog precies wanneer. Het was in de dagen van de struggle for life, moeizame tijden, met weinig ruimte voor eigenwaarde. Geen opsmuk meer. Het leven was al ingewikkeld genoeg. Als men mij niet wilde zien, zoals ik puur was, dan maar niet. Een dergelijk soort gedachte stak erachter.

036

Gisteren haalde ik de kistjes van de kast. Daar pronkten de kromme ringetjes en de verwrongen oorbellen, bescheiden, maar aanwezig. Hippy wise. Achter elk stak een herinnering. Omdat ik ze had gevonden op rommelmarkten en in tweedehandswinkels en ik het bijbehorende scenario kon uittekenen. Slordig was ik er mee. Niet zelden was er maar één van de oorspronkelijke twee exemplaren, of de kettingen waren stuk, omdat het slotje van de schakels kapot was gegaan. Er zaten bedels bij die ik als kind bij elkaar had vergaard op verjaardagen. Telkens weer, ze moesten na ieder feest aan de schakels, tot die gevuld waren. Een beer, een eikeltje, een molen. Je kon het zo gek niet bedenken. De tand des tijds zat geketend aan onze kinderpolsen.

035

Later met de India teenslippers, de patchouli en de pofbroeken met Indiajurken kwamen de rinkelende enkel-en-armbanden. Kleine oorringetjes, ingenieuze ringen die in elkaar geschoven moesten worden. Ze lagen daar incompleet en ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om ze door te schuiven. Later, straks, over een poosje, maar nu nog niet uitzoeken en passend maken. Pas als ik er weer aan toe was.

Ik probeer het weleens. Een ketting of oorbellen, maar ik hou het nog geen halve ochtend vol. Toen ik ze wel droeg, maakte ik me nooit op. Geen polonaise. Pure eenvoud. Later door het optreden bij het volksdansen raakte ik er aan gewend om lippenstift, oogpotlood en mascara te gebruiken. In een van de kistjes lag nog een krultangetje voor de wimpers. Hier sprak een ver verleden.

037Eyecatchers

In Zeeland waren we in een klein dorp bij een coachende verkoopster, die kettingen aanraadde als enige opsmuk, of juist kleurrijke nagels, of een opvallende ring bij de sierlijke snit van een jurk. Een echte eyecatcher. Heb voor de spiegel gestaan met de hele garderobe en dergelijke combinaties. Ik snapte wat ze bedoelde, maar wilde wat ik altijd deed. Sjaal om de nek en klaar met de opsmuk. Twee vaste lievelingsringen en gedaan met de versieringen. Dat ben ik, niet anders, het zou een rol zijn als bij een optreden van de band, waarbij vriendin en ik ons in leren rok, kek t-shirt, toeters en bellen  hesen. Drama op hoog niveau en met veel plezier, maar voor op de bühne.

100_0073

Mijn kloffies, mijn 60 deniers, mijn eigenste rok of jurk, een wijde broek, een grote trui,  met sjaal. Ieder vogeltje zingt zoals ze gebekt is. Deze zingt graag, maar op een eigen toon, wars van voorschriften van anderen. Sterker nog, daar word ik tegendraads van en dan is het effect averechts.

 

 

Uncategorized

Omwille van het grote niets

De agenda slibt dicht met allemaal leuke en afwisselende dingen, maar wel dicht. Ik zeg tot nu toe overal ja op, omdat het écht meer dan leuk is. Achter elkaar geeft het scherm van mijn Iphone het volgende aan: Een dag Voorlinden met vriendin, een reünie met de oude schoolouders en kinderen en collega, een bezoek aan de bloemkunst bij Kasteel Groeneveld met vriendin, etentje met vriendin en familie, cursusdag schilderen een keer in de twee weken, dag met dochterlief naar een optreden van het koor in Scheveningen, etentje met andere dochterlief bij het kleinste restaurant van Nederland, linosnede bij vriendin, etsen met vriendin bij vriendin.

038

Daartussendoor ben ik natuurlijk nog steeds bezig met het grote opruimplan hier in huis, zijn er de zorgen om de oude, die aan het afglijden is, moet een weekend gepland om het tuinhuis te slopen en evenzeer een weekend om het weer op te bouwen, gaat het schilderen weer beginnen met de dinsdagavond groep, is er een vriendin die extra veel aandacht behoeft, staat er ergens een vergadering met de redactiegroep van Mensenkinderen gepland, gaan vriendin en ik een verhaal verzinnen voor Sprokkelhorst, wil ik nog steeds de discipline op brengen om iedere dag te schrijven, heeft de briefwisseling tussen vriendin en mij nog geen aanvang genomen na de vakantie-stop, staat het schrijven van mijmeringen en de brieven van mijn moeder elke dag met stip bovenaan.

De vriendinnen zijn allemaal verschillende. Het ruimen blijft na het doorspitten van de tweede wandboekenkast doorzetten met de kledingkast. Alles wat ik lang niet gedragen heb, gaat er uit, ook al vind ik het nog steeds een grappig dingetje. Die nemen namelijk best wel veel plek in in de kast en het geheel wordt er onoverzichtelijk door. ‘Weet wat je hebt’ staat tegenwoordig in het vaandel. Het is een mooie lijfspreuk. Het betekent Inzicht, Overzicht en aangenaam Uitzicht. Daarnaast vallen er maaltijden te bereiden voor de zonen, indien mogelijk, daar zit geen moeten achter, en teken ik de dag op in het tekendagboek.

070-e1536736535256.jpg

Er is de noodzakelijkheid der dingen: twee keer per week fysiotherapie, de was, spelen met Pluis, de planten en er is een verlanglijst. Een bezoek aan de tentoonstelling van Manish Nai in het Noordbrabants museum, Vrouwen en ‘Van Gauguin tot van Gogh’ in het Gouds museum, ‘The Making of Modern Art’ in het van Abbemuseum, ‘Giacometti/Chadwic’ in de fundatie, ‘Earth Matters’ in het textielmuseum, weekend Etsen bij de grote meester Han van Hagen, schrijven aan de verhalen in mijn hoofd, vriendinnen ontmoeten, goede films zien, mijn boeken lezen, de leesclub opstarten met een goede vriend, fotograferen, met de zussen op pad, de natuur in, de kinderen, de kleinkinderen, het voetbal van de zonen…

011

Het verlanglijstje wisselt naar prioriteit en mogelijkheden. ‘Wat niet kan, vervalt’. Zo simpel is het. Niets is halszaak. Dat is de tweede lijfspreuk. Dat roept mijn vrijheid op, dekt ontspanning in, want anders zou een vrije situatie stress opleveren. Tussendoor mag het grote nietsdoen haar plaats innemen. Voor zover er tijd over is. Juist dat laatste is de waarborg voor het genieten van de andere dingen. Het grote niets zit verborgen in de dag, momenten die er altijd zijn, na het schrijven ’s morgens. Lummelen en lanterfanten met koffie en later douche, pillen en kwark. Het is de balans in het leven. Mijmeren met een grote M. Voor de broodnodige relativering en het kunnen blijven zien van de belangrijkheid der dingen. De lichtheid van het bestaan gekoppeld aan verwachting en patronen, kinderen en familie, vriendenkring, gedachtegoed en heel het leven binnen de marge ervan. Inzicht, overzicht en uitzicht en wat niet kan, vervalt…Omwille van het grote Niets.

Uncategorized

Medicijn tegen het chagrijn

Sinds het opruimen van de boekenkasten en het herontdekken van de Brievenschrijverij van mijn moeder, een hele map vol,  ben ik ze voor de familie digitaal aan het bewerken. Ze staan boordevol gedachten en beweegredenen van mijn moeder, naast alle maatschappelijke, voor haar relevante, gebeurtenissen uit die jaren zeventig, die op zich al de moeite waard zijn om te vernemen. Ze verhaalt van voorvalletjes, die ik allang weer kwijt was. Nu ik het herlees, weet ik dat haar vijf dagboeken een waardevolle voeding voor het geheugen zijn geweest. Met De Brieven word ik ook weer terug geslingerd in de tijd. Een been in het heden, een in het verleden en dan puzzelen de flarden zich weer tot één helder beeld. Heerlijk vind ik het. Al was het alleen maar om juist die dingen op te pikken, die in de hectiek van destijds, zoals werkdruk en de relatie, diep weggedoken waren of nooit opgepikt! Zo werkt dat nou eenmaal. Het bewustzijnsniveau van een jonge twintiger is toch weer anders dan die van een zestiger. De prioriteit verlegt zich.

023

Ik ben benieuwd wat de familie ervan vindt. De tand des tijds heeft nogal geknaagd aan het bolwerk dat er destijds stond. Relaties en situaties zijn veranderd. Woonomstandigheden, samenstellingen van gezinnen, gedachtegoed van die dagen zijn allemaal onderhevig geweest aan wat schrobberingen of nieuwe stappen. We zijn nu jaren ouder dan zij destijds. Toch voelt het senang, om die lieve overpeinzingen en de goede raad die met gulle gaven wordt uitgestrooid over ons prille starters te aanschouwen en weer eigen te maken. Ben ik een moeder als mijn moeder is de vraag die  er onder ligt en boven komt drijven. Bij lange na niet zo’n verzorgende. Ze had bij haar bezoek op 11 maart 1974 een voorraadtas met eten, waarvan ze dacht dat we er wel een dag of drie van konden eten. Het was een feit dat we een exorbitante huur moesten betalen voor de etage in Groenoord.

Afbeeldingsresultaat voor Het schaap veronica

We hebben sinds vandaag een app, die de drie dames heet en waarmee we afspraken maken, dochterslief en ik. Gezellig. Doet me een beetje denken aan de dames Groen, de dominee en het schaap Veronica van Annie. M.G. Schmidt, ook al zo’n illuster gezelschap. Ze ‘breien’ de dag letterlijk aan elkaar en verhalen van een tijdsbestek. Het schaap Veronica houdt de wol op en de dames Groen draaien de bol, letterlijk en figuurlijk om een jumpertje te breien of anderszins onder een gezellig keuvelen.  Ze poseren voor een fotograaf, ze bakken pannenkoeken, ze huren een paar tandems, ze kopen mokkagebakjes, bespreken het weer. De dominee vadert, de dames Groen moederen en het schaap Veronica slijt haar tijd in heerlijkheid.

Mijn moeder schrijft net zo, ze verhaalt van de visite die ze krijgt, de kleinkinderen, noemt alles wat ze lekker vindt en waar ze van geniet, bespreekt de geloofskwesties van de praatavonden van het vrouwengilde of de kerk. Langs haar neus weg, en vaker nog, tussen de regels door, duiken haar normen en waarden op en leer je waar ze de zin van het leven uitpeurt. Waardevolle prachtige momenten zijn die aantekeningen van mijn schrijvende moeder. Het is een gedetailleerd tijdsbeeld en een antwoord op vragen die zich in de loop der jaren steeds vaker opwierpen, haar manier van wikken en wegen en het rotsvaste vertrouwen in het geloof.

De wijze waarop ze de koffie wilde zetten bij ons, waarbij de wandkoffiemolen tot schootkoffiemolen transformeerde en vast liep, maar ook de Buisman ontdekte en daar ongelooflijk blij van werd, waren kenmerkend voor de blijdschap in de brief, die ik vandaag herschreef. In één adem werd het geloofsmysterie uit de doeken werd gedaan, met een vragend nieuwsgierig aagje van een broertje, die steeds het naadje van de kous wilde weten.

Ze zijn om te koesteren, die wijze overpeinzingen. Afstoffen, inlijsten en omarmen, zou ik zeggen, en doe er vooral je voordeel mee. Net zoals het ‘vergeten’ boek van het schaap Veronica, de dames Groen en de Dominee. Iedere dag een vers ‘Vers’ als medicijn tegen het chagrijn.

Uncategorized

Voorgoed in het hart gesloten

Een heerlijk voornemen zorgde voor een verlichte dag. Ik zou vriendin gaan verrassen  op de opening van haar expositie ‘Op vleugels’ in het atelier van Jacques Gorus in Antwerpen. Helemaal uit de lucht vallen deed het niet. Ik had het op een ‘misschien, wellicht, mogelijk’ gegooid. Het was voor haar afwachten geblazen. Zussen gepolst, maar die hadden allemaal elders bezigheden en ook de dochters en zonen konden niet. Daarom tufte ik in de kleine Blauwe Prins richting Antwerpen. De zon reed met me mee. Radio aan en gaan.

015

Het zou jammer zijn als ik slechts een uur zou benutten na de lange reis en na de musea en hun tentoonstellingen te hebben gecheckt koos ik voor Sanguines/Bloedrood in het HKA, waar Luc Tuymans het stoffige imago van barokmeesters als Caravaggio en Anthony van Dyck in een nieuw licht zette naast modern werk van, onder andere, Borremans, de Bruyckere en Murakami. Een vervreemdende invalshoek soms, maar het haalde de schaduwzijde van de werken weg en daardoor kregen ze nog meer betekenis. Natuurlijk stond ik met mijn neus op het meesterwerk van Caravaggio, om maar niets te missen van de toets, de kleuren, de details en ging er een alarmerende getuut door de zaal, waarop een van de bewakers met een sussend gebaar van zijn hand afstand maande. Het mondde uit in een kwinkslag en een knipoog.

033Caravaggio: detail

Een Koreaanse jongen, die tegelijk met me naar binnen was gelopen, kwam later weer op me toegelopen en vroeg me of ik ‘an Artist’ was. Helaas, mijn ontkennende antwoord deed zìjn schouders zakken en de teleurstelling was groot, na de moed die hij verzameld had om zo’n vraag te stellen. Even daarvoor had ik uitgebreid het werk van David Gheron Tretiakoff bestudeerd. Zijn Immolation I, II, III, IV lieten met een sigaret ingebrande voorstellingen zien op zijdepapier. Misschien kwam de jongen op het idee, omdat ik van dichtbij, veraf, erachter en ervoor minutieus het werk bestudeerde. Achteraf had ik spijt niet te hebben gevraagd, waarom hij het vroeg.

Het meesterwerk Five Car Stud van Edward Kienholz kon ik niet aan. De dreigende filmopnames met het meisje, wezenloos en uitdrukkingsloos achter haar Japanse masker, werkte beklemmend en de spanning werd te groot. Ik was niet de enige die overhaast de duisternis, in meer dan een opzicht, verliet.

016Michaël Borremans

Michael Borremans was een verademing, al was het prachtige kinderkopje meer dood dan slapend en daardoor alleen al intrigerend. De onschuld als gruwel. De hele tentoonstelling slingerden de gevoelens heen en weer, ze riep beelden op, daagde het voorstellingsvermogen uit.

059.jpg

Buiten waaide een lichte bries. De zon brak door en zette een oude verroeste deur luister bij aan de overkant van het museum. Twee jongens plankten op hun skateborden rakelings langs me heen. Jong en zorgeloos. Dansende dreadlocks en gespierde bruine benen. Het parkeren bleek gratis.

064

Op naar de prachtige gevederde vrienden van vriendin. In haar speech verhaalde ze van het uiltje met zijn verwonderde blik, dat haar belangstelling had gewekt en hoe steeds meer vogels haar leven waren ingevlogen. De etsen waren krachtig, een speling van licht en donker, de Lino’s, met de ingekleurde bister, pareltjes. Het oude pand waar de galerie in was gevestigd, ademde de juiste sfeer. Voldaan en trots keken haar lievelingen neer op eenieder die hen bewonderde. We klonken op het succes en het kabouterboek ging mee voor kleinzoon.

Het hoofd zat vol, op de terugweg een omleiding. Het gaf niet. Beelden schoten af en aan . Op  kunstuitingen valt lang te herkauwen en daarbij borg ik enkele indrukken zorgvuldig op. De waardevolle oogst van één dag kunst. Voorgoed in het hart gesloten.

 

Uncategorized

Groter nog hun daden

De avond verliep gisteren in een mengelmoes van heden en verleden. Lieve vertrouwde gezichten met diepe genegenheid voor elkaar. Dat laatste hing er als een warme deken over en omheen. De reden van dat treffen was al even uitzonderlijk. Een van onze oudleerlingen was geslaagd als filmregisseur en met het bijwonen van de première van zijn examenfilm zouden we die gelegenheid luister bij zetten.

We omhelsden elkaar en knuffelden wat, bekeken elkaar eens op sporen van jaren en konden concluderen dat we er stuk voor stuk goed uitzagen, wat met het lengen der jaren nog altijd bijzonder is. Woord voor woord vielen de flarden verleden weer op hun plek. Te weinig tijd om alles aan elkaar te breien, maar genoeg om er nog eens een hele dag overpeinzing aan toe te voegen.

007

De enorme zaal, bijna megalomaan groot, was al voor de helft gevuld en tot onze grote verbazing kwam het bijna vol, wat op zich al een prestatie was. Met crowdfunding was alles bekostigd en elke zichzelf respecterende ondernemer uit zijn stad was aanwezig om het eindresultaat te kunnen aanschouwen. We hadden geen idee, want de titel van de film sprak in raadselen en was de Latijnse benaming voor ‘Op het goede spoor’ en kon vele richtingen uit.

Er waren wat inleidende praatjes, die verhaalden over de moeizame en kostbare weg die het maken van een film met zich mee brengt, over de offers die het had gevraagd van crew, cast en geliefden om hen heen en ten slotte werd er een tip van de sluier opgelicht. Een belangrijke fase van het leven, de keuze om een ingreep te ondergaan die voorgoed het leven van onze held had veranderd en waarbij de gedachte ‘Had ik het maar nooit gedaan’ voor de volle 100 procent omgeslagen was in blijdschap, omdat het een ommekeer in zijn leven had betekend. Wie zou niet een verfilming hebben willen maken van zo’n alles zeggend cruciaal besluit. In mijn hoofd zijn er een paar beelden die als losse flarden zo het begin van een film hadden kunnen zijn. Alleen, zeggen en doen is twee. Deze man, dat lieve kwetsbare jongetje van weleer, had besloten die uitdaging aan te gaan en oogstte alleen daar al bewondering om.

009

Het licht dimde en met een klap werd verleden bewaarheid. Voorkennis bij ons was er, omdat we de zorgen van de ouders hadden gedeeld, de spanning, de angst en destijds even hard hadden geduimd en wensen hadden uitgesproken op een goede afloop. We volgden het jongetje van weleer, die liggend op de operatietafel uit zijn hoofd weg gleed en in een dimensionale vervreemdende wereld was getrokken, lieflijke herinneringen aan vroeger dansten voorbij,. Hij zocht houvast bij de verankerde beelden van liefde en kommer en gleed soms af naar zijn aangedane zenuwstelsel, dat letterlijk open en bloot had gelegen.

De onmacht van de ouders, die in hun volhardendheid zoveel hadden betekend en met liefdevolle hoop steunden en streden vanaf het allereerste prille begin, steeds iedere keer weer werden gedwongen langs de zijlijn te blijven staan was meesterlijk verfilmd in het weerloze beuken tegen een stomme koffiemachine. De fysieke pijn van dat moment moest samenvloeien met de hartenpijn die in woordeloze blikken hing en de antwoorden van een gedecideerde zakelijke zuster.

We zaten in dezelfde trein, hadden het spoor gevolgd en het had regelrecht naar het hart geleid. Wat een verwerking, wat een lef en wat een kwetsbare openbaring. Het licht in de hal was wat gedimd, de gesprekken schoten weer heen en weer tussen toen en nu en alles wat er tussen lag, maar uit alles sprak een diep respect. Hij had het juiste spoor gekozen. In de auto schoof het kind van toen moeiteloos in de man van nu. Kleintjes worden groot en groter nog hun daden

.

Uncategorized

Voor eeuwig kind gebleven

Van de week hielden mijn hoofdredacteur en ik een dubbelrecensie. Niets is leuker dan sparren over boeken die je na aan het hart liggen vanuit twee verschillende invalshoeken. Op de boekenplank had de hele zomer het begrip zelfsturing gelegen naast de boeken van Pippi Langkous van Astrid Lindgren en Matilda van Roald Dahl.

Pas toen de deadline al in zicht was, kwam ik ertoe de boeken weer te herlezen. Er waren eenvoudigweg  andere zaken, waardoor het lezen naar de achtergrond was geschoven. Pippi stond nog met beide benen in mijn geheugen en Matilda hinkte op de hoofdscènes door het hoofd.  Vooral Pippi was een beetje vergiftigd door de televisiebeelden, die lang geleden op het netvlies werden geschreven. De grote tegenstelling tussen overmoedig en braaf was bijna gelijk aan die tussen een losse moraal en de zware wetten van een streng christelijk geloof. Ik had de normen en waarden van het benepen burgerlijke stadje als oubollig afgevinkt en er daarna nooit meer naar gekeken. Het boek sprankelde meer, maar niet zo als Matilde, waar de taal een heerlijke vileine ondertoon had.

Met liefde heb ik ze de kinderen voorgelezen. Zoals alles wat ons ten deel viel aan spannende jeugdverhalen doorverteld werd in die tijd. Dat kleine halfuurtje voor het slapen gaan was een meditatief moment. Op bed, geurende gewassen haren die in mijn hals kriebelden, de schone toeten, de zachte pyjama’s en de blote voeten schurkend tegen mijn benen, hadden die uitwerking. Het verhaal nam een eigen wending en kwam tot leven, samen doken we erin en beleefden de vele avonturen ter plekke. Als ik er daar aan toe had gegeven had ik de prachtige beelden, die zich ondertussen ontsponnen in mijn hoofd, kunnen tekenen. Die tijd gunde ik me niet, want er moest een was opgehangen worden en liedjes gezongen voor de Vaak, zodat ze vanzelf zouden weg sluimeren.

Mijn eigen glorietijd was met de verhalen en hoorspelen in ‘Het klokje van zeven uur’ voor de grote radio met het groene licht met koning Kaskoeskilewan en Krokelodokus of met het hoorspel van Paulus de boskabouter, waarbij je, als je de ogen tot spleetjes kneep, vanzelf verdwaalde in het bos en bij Oeroeboeroe te rade kon gaan. Ogen die je gauw weer opendeed om Eucalypta te ontwijken. Op onze eerste schreden als lettervreter, wilden we ook makke dieren, als Snabbeltje van Ernst Jan en er was zelfs ergens kortstondig een tamme eend in de tuin, die met broer  mee liep en haar vreugde op de grond liet glibberen. Om dezelfde reden moest hij ook weer weg, want ofwel er hing een slip van het natte laken in de derrie of wij gleden er in uit met alle gevolgen van dien. Vogels met lamme vleugels mochten wel in schoenendozen met poppendekens en zachte watten. De rat onder de schutting werd doodgeslagen. Die deugde niet.

8fY0K4XFjS0WsXUvUq4H

Waar Pippi en Matilda tevoorschijn kwamen weet ik niet meer. Op het grote bed inderdaad of op de zolder op de bedden onder de tent van de kleurrijke sari’s die de meiden hadden opgehangen en waar fantasie rondwaarde in een eigen wereld van Barby’s en Little pony’s. De jongens kregen de Eend op de pot voorgeschoteld in hun ledikantjes terwijl ik de tijd stuk schommelde in de grote witte schommelstoel.

Voorlezen werd een missie, op geen andere manier lukte het in de hectiek van de dag zo de rust te brengen als onder de welluidende klanken, de wonderlijke stemmen, de opgevoerde spanning en met rode konen stonden we weer met beide benen op de grond als het afgelopen was. Een zucht en gelatenheid, even met de ogen knipperen en uit die andere wereld stappen, daarna konden we er wel weer tegen aan. Ja, ik net zo goed, als het om de avonturen  en verhalen ging. Voor eeuwig kind gebleven.

 

Uncategorized

En nieuw leven in te blazen

Opruimen is eigenlijk hetzelfde als een tijdmachine binnengaan. Een boekenkast vol is voldoende om je heen en weer te slingeren vanaf kindsbeen aan tot heden. Ik kom een map tegen met harde bruine kaft, waarin ik in het petieterige schoolschrift, tussen de kleine lijnen teksten heb geschreven, duidelijk gedicteerd. Met inspanning zijn de keurige tekeningen gemaakt en ingekleurd. Het moment zelf is niet meer voor de geest te halen. Wel de entourage. De oude Nicolaas meisjesschool en een van haar lokalen met de grote ramen en de wonderlijke akoestiek in de gangen. Het tweede jaar van de lagere school schat ik in en misschien zelfs al het einde van het eerste jaar.

Tussen alle paperassen, die zijn aangedaan door glazige zilvervissen en onzichtbare boekenwurmen vind ik gedichten in  puberwanhoop gedrenkt. Ze verhalen van verloren liefdes en zwemmen in de eenzaamheid van een in de steek gelaten vertrouwen. Ze zuchten onder het verdriet en het geloof dat veiligheid en geborgenheid voorgoed verloren zijn gegaan, telkens weer.

Er zijn de mappen met volgeschreven zeventiende-eeuwse en middeleeuwse kost. Boekuittreksels die in de nachtelijke uren aan mijn kennis werden toegevoegd door met een vastberaden gelijkmatigheid alles uit te schrijven wat ik weten moest. In de overtuiging: ‘Wie schrijft, blijft’ was dat mijn manier van memoriseren. Verbazingwekkend hoeveel inkt er doorheen gegaan is. Twee dikke ordners vol zijn het resultaat. De uittreksels van de jeugdboeken zijn zo aangevreten dat ze per direct genadeloos verbannen worden. In de zwarte plastic zak er mee.

023.jpg

Er is een multomap met de brieven van mijn  moeder. Iedere week een brief. Ze zijn niet perse op datum gerubriceerd, want bij sommige staat het jaartal en bij anderen niet. Ze dateren uit de jaren zeventig, de periode dat ik in Leiden woonde. Het zijn eigenlijk de dagboeken van mijn moeder uit die tijd. Ze ging er vaak op zondagavond of op  maandagmorgen voor zitten en schreef alle wederwaardigheden op. Prietpraat en gedachten. Een van de brieven intrigeert en ik val stil, het ruimen staakt voor even. Het is een brief met een spijtbetuiging. Kennelijk had ik haar een klein theepotje cadeau gedaan en had ze daar een ander idee over dan ik. Ze schreef:

‘Ja schat, nou ben je toch echt gesneuveld aan iets waar ik vroeger ook aan deed. Namelijk…Iets te kopen wat je zelf heel erg mooi vind. Ik vind het ook mooi, maarrrr om ’t in de kast te zetten. Zonde. Echt iets als je met z’n tweetjes bent. Niek slurpt ’s middags graag een halve liter thee en als ik ’s middags even weg ga zet ik de gezette thee in de muts maar niet op een theelichtje, dat zie ik niet zo zitten. Wat doen we daar nu aan. Weet je wat? Jullie krijgen van mij dit theepotje en dan kopen we er twee glazen bij en je hebt een leuk setje. Dan krijg ik van jou die slangenketting… Een beetje teleurgesteld in je moeder . lieverd? Ja, ik heb ook lang zitten dubben of ik het zeggen zou. Zelf zou ik het ook niet leuk vinden, als een verrassing niet in dank wordt aanvaard. Voor jezelf maar even uitknobbelen: ‘Wat heb ik het liefst’. Huichelen dat ’t fijn is en zo goed van pas komt of eerlijk zijn. Laat wel even weten dat je niet boos bent. Goed lezen en begrijpen’

Aandoenlijk, zo’n teken van berouw en het vragen om begrip. Maar de kast moet verder doorgespit. Met die lieve boodschap uit het verleden is er nieuwe energie. Brieven van vrienden, foto’s, een boekje van de bruiloft van dochterlief. Een verpleegstersspeld van het vierde jaar van de opleiding met groene rand, een foto van mij met de laatste telg als baby, waar jeugd vanaf spat. ik vlieg heen en weer in de tijd en kan niet eens stoppen al heeft het lijf er allang genoeg van.

Als laatste trek ik de stofzuiger er door. Sleep de tassen met boeken en de vuilniszakken de trap af en overzie het leed op de tweede verdieping. Morgen kan ik niet, maar zoon belooft te gaan slepen. Overmorgen de tweede verdieping, om nog meer juwelen te ontdekken tussen het stof om op te wrijven, af te stoffen en nieuw leven in te blazen.

Uncategorized

Dag lief verleden

Ik heb de vrijheid op de heupen. In andere tijden had ik het als nestdrang bestempeld. Gisteren moesten de boekenkasten boven het ontgelden. Op zolder was ruimte te over gevonden en dat moest beloond worden met meer. Alle boeken gleden door de handen en er vond een streng schiftingssysteem plaats. Iedereen die weet hoe hier de boeken gekoesterd worden en in de watten gelegd, met zijden handschoenen aangepakt en liefdevol toegefluisterd, zal weten dat het een aderlating was.

0051-e1536215518419.jpg

Toch viel het mee. Er waren nogal wat boeken die ik in crisistijd vroeger als afgeschreven uit de bieb voor een kwartje had opgeduikeld. Ik sleepte ze mee naar huis om mijn bloedjes van kinderen toch vooral niet de literatuur van hun leven te onthouden. De gebroeders Leeuwenhart, Oorlog zonder vrienden, Hasse Simonsdochter en nog veel meer. Ze waren stuk voor stuk beduimeld, hadden in het blauw met grote letters ‘afgeschreven’ gestempeld staan en droegen op de rug het bekende picto. In de bieb lees je leeftijdsgebonden.

Later toen het geld er weer was, werden sommige klassiekers gekocht, of ze kregen met verjaardagen een fonkelend knispernieuw exemplaar. Als ik er aan terugdenk, hebben de afgeschreven boeken ons door een lange macaronitijd heen gesleept. Het was sappelen toen de vijf nog op school zaten. Er is een lievelingsrecept uit te voorschijn gekomen en de wetenschap dat geld absoluut niet gelukkig maakt, maar dat het wel fijn is, als je de basisbehoeften kan betalen.

010.jpg

Dat lievelingsrecept had ik van mijn moeder geleerd. Pas toen het een noodzakelijkheid werd, begreep ik dat het armeluisvoedsel was, in het leven geroepen, toen de lepel over het hout heen schraapte. Hoe vaak heeft mijn moeder de eindjes niet aan elkaar moeten knopen met de elf. Het lukte mij al ternauwernood met vijf. Een kat in het donker maakt rare sprongen. Uit die glorietijd stamt mijn marktervaring. Ik hielp daarmee de net beginnende zwager uit de brand en creëerde voor mezelf wat lucht om te ademen.

Die maaltijd werd een lievelingsrecept tot in lengte der dagen en nog. De uien en smack met de kerrie fruiten in de boter en dat door de elleboogjesmacaroni heen. Meer is er niet nodig om kleine buikjes rond te krijgen. Er waren nog meer van die glorieuze ingevingen, waardoor dat dubbeltje toch een kwartje werd. De geest wordt inventiever om te kunnen overleven in barre tijden. Die van mij spitste zich op haar toppen.

006

Met lichte weemoed vullen de drie tassen zich en op de planken komt lucht. Aan elk boek kleeft een verhaal en het is balanceren op het welles-nieteskoord om de juiste keuze te maken. Dit is de grove schifting. Later zal de tweede tot in finesse volgen. Hoe dicht ligt het boek en haar auteur me na aan het hart. Wikken en wegen, zoals het hele leven is. Ooit zal ik van die drie grote boekenkasten een kast over moeten houden als de tijd daar is. Bij het ouder worden krimpen we allemaal, dus waarom ook niet de huisraad. Lang en, steeds duidelijker, overbodig bewaard voor kinderen en kindskinderen, die genoeg hebben aan hun eigen ‘bewaarheid’, letterlijk en figuurlijk.

008.jpg

De boeken gaan naar de kringloop, waar de schifting verder zal gaan op bruikbaarheid. Heel en schoon, zonder scheuren, zonder vouwen, zonder butsen, zal de norm zijn. Daar mogen zij mee verder stoeien. Ik moet het hart wat ontzien, die geen boek zal afkeuren omdat haar letters de moeite van het lezen waard zijn, te allen tijde. Met lede ogen neem ik afscheid. Dag lief verleden.

 

 

Uncategorized

De zoete rust

Om te kunnen ruimen schept men eerst chaos. Onoverzichtelijke bende werd het daar op zolder. Een van de dingen die de jaren hebben geleerd is het doorzetten. Blind vertrouwen en gaan. Doek voor doek, schilderij voor schilderij werden naar de opslag op de voorzolder verbannen. Daarvoor moest er eerst ruimte gemaakt worden door oude kleding na te kijken, in zakken te proppen, van de trap af te laten rollen. De kast werd op een betere plek geschoven. De strijkplank diende als tafeltje voor de rondslingerende bende. Was of kast, was steeds de vraag.

005.jpg

Ik miste mijn vertrouwde reukvermogen die me jaren de goede keuzes heeft laten maken. Hoe ik ook snuffelde ik rook alleen maar een onbestendige parfumachtige lucht.. Na een kleine break beneden, begreep ik dat dat de wasverzachter was die ‘intense’ heet, volgens zoon, de best werkende en door hem aangeschaft, en inderdaad zeer hevig aanwezig qua geur. Ik was dat besef allang weer kwijt.

Daarna dus het werk van de afgelopen jaren. Wanstaltige producties en kleinoden door elkaar, verwondering over vorderingen, de zware Art Brut met gips en allerlei soorten materie. Vaker uit de comfortzone in verschillende stijlen, soms treffend dicht bij mezelf gebleven. Alles staat nu door elkaar te wachten. Ja, waarop eigenlijk. Ik had ze eerst in rekken en rekjes staan, die zelf gefabriceerd waren. Een stuk wasrek, een deel van een  traphekje en meer van dat soort vernuft. Het traphekje schoof uiteen en het onderstuk stak ver vooruit. Daar trof mijn teen het harde metaal. Dat boog niet mee. Teen werd ineen gedrukt door de brute kracht. Gekneusd. Na rib een peulenschilletje, zo leek het. Onverkwikkelijker werd het toen uren verstreken.

Een jaar vol kwetsbaarheden, het malle lijf dat niet meer in een souplesse huist, maar valt en breekt en botst. Misschien was de veiligheid thuis verder te zoeken dan op het werk. In ieder geval kerfde ik weer een streep aan de balk der kwetsuur. ‘Het leven wandelt niet over rozen’, vertelde mijn moeder me ooit. ‘Het heeft vele doornen, die haken en schrammen, die butsen en krammen’. Ik ben nu zover dat ik hetzelfde zal zeggen tegen ieder die het horen wil.

De noeste arbeid vorderde gestaag. Een knusse slaapplek onder het dakraam met zomertijd en lengende nachten geen probleem. Het is half zeven en nog aardedonker, al kan het ook door het gerommel in de verte komen, dat inktzwarte wolken en regenval beloofd. De stofzuiger haalt rag van jaren weg, zuigt alles mee, van voor naar achter glijdt alles door mijn handen en krijgt een plek. Dikke zakken rollen naar beneden.

002

Traag maar gestaag wring ik door de chaos heen en schep orde, een lege kamer, lege tafels, ruimte. Wat een droom al niet vermag. Als werkelijk alles op haar plek ligt, daal ik af over de vers gevulde vuiniszakken en dirigeer ze naar de gang. Alweer een stap dichter bij het afvoeren. Morgen beloof ik mezelf. Dat is vandaag. Teen en spieren laten een pittig protest horen. Oké. Eerst de blauwe zwelling minimaliseren en smoren in wat ijs. Dat koelt lekker af. Op de lauweren der tevredenheid daal ik neer en kom bij. Na gedane arbeid de zoete rust.

Uncategorized

Eerst een bakkie

Tjonge, tjonge, ik moet even bijkomen van het harde werken vannacht. We waren zo druk in de weer en om nou te zeggen dat het erg opschoot, nou nee. Ik was in dit huis op zolder samen met de dochters. Het was niet helemaal dit huis, want de brede ramen in het dak keken uit op een enorm water. Een zee, een rivier of een meer, om het even wat. In het begin waren we niet bezig met het uitzicht. Het huis was ooit van een van mijn beste vriendinnen geweest. Het moest nodig opgeknapt worden. Ik had allang bedacht dat de rommel van de ene kant overgeheveld moest worden naar de andere kant en vice versa. Vriendin kwam binnen en vertelde dat ze het huis weer wilden hebben. Of kon ik het kopen voor de helft van de prijs. Spijtig moest ik beamen dat ik daar het geld niet voor had. Geen probleem. Ze was nu ook op zolder en ik schaamde me voor de rommel.

afwasteil 6 liter - 20500129 - HEMA

Het begon te regenen en op de andere kamer lekte het. Dochter had al een teiltje gevonden en daar drupte het water gestaag in. Met dat de tijd verstreek en er nog meer ongeregeldheden aan het licht kwamen, borrelde de gelatenheid omhoog. Gelukkig leidde een natuurverschijnsel buiten de aandacht af. Een enorme zwarte muur kwam over de haag heen zetten en rolde in een grote golf eroverheen. Ik riep iedereen om het in ogenschouw te nemen. Zoiets was nog nooit gebeurd.

111De koning: acryl op doek

We keken met verbazing naar de hoge zwarte muren van water en de enorme vloedgolf die er uit voort rolde. Het huis bleef staan, wij deinsden af en toe achteruit. Toen de ergste storm achter de rug was gingen we verder met ruimen en vriendin zocht haar gebreide schaakstukken. Gelukkig waren ze herkenbaar wit met oranje details. Ze vond een enorme koning, die mij nog nooit was opgevallen. Haar dochter kwam met twee vriendinnen binnenstappen en keken met afgrijzen naar de rommel en de ruimte. Ze zeiden geen boe of bah, ik begroette ze extra nadrukkelijk. ‘Ze is zenuwachtig om de op hand zijnde verhuizing, de vriendinnen komen ook mee’ zei vriendin. Ik aarzelde, moest ik haar nu waarschuwen, dat dat nog wel wat voeten in de aarde kon hebben of het op z’n beloop laten. Dat laatste, besloot ik en liet ze begaan. Wij zochten verder en vonden heel wat schaakstukken.

Toen ik mijn ogen open deed, ging mijn hoofd verder met het ruimen van de doeken boven, die van de ene naar de andere kant moeten. Daardoor wist ik waar de droom vandaan kwam. Vriendin popte weg evenals de dochters.

De beelden blijven zo helder, dat ik de vloedgolf zou kunnen schilderen. Wat is de betekenis van zo’n inktzwarte muur die zich  ontrolt tot een enorme golf. Het zag er tamelijk dreigend uit. Mijn gevoel zegt me, dat er geruimd kan worden. Al is de zolder geenszins zo’n mooie oude rommelzolder met een luik en talloze gebruiksvoorwerpen  door decennia heen. Dergelijke voorstellingen vind ik altijd nog boeiend. Een kind dat de zolder opkruipt en zich verliest in een verkleedkoffer, een oude fauteuil, de vervallen boekenkast, een houten poppenwagen van oma.

fzs3T2hmocxWjvjwTqN0_002

Mijn lievelingsboek in een woelige tijd op school, toen er kinderen waren, die elkaar minder goed lagen, was ‘De blauwe stoel, de Ruziestoel’ van Imme Drost met tekeningen van Harrie Geelen. Het verhaalde over net zo’n nostalgische zolder als hierboven beschreven. Als je in die ruziestoel kroop, knieën hoog opgetrokken, handen er stijf omheen, zakte elke vorm van agressie door je tenen de veren van de stoel in, zo leek het. Iedere dag een verhaaltje. Het hielp. Al was er bij ons geen plek voor zo’n lievelingsstoel, maar hadden we de klein rode Elmer uit Sesamstraat op de leesbank zitten, die had hetzelfde effect. Elmer tegen je aan en maar praten, weggedoken in het hoekje van de bank. Al snel vlogen boos en agressie als donkere vleermuizen het raam uit.

Gedachten nemen de vrije hand. Wat een mooie droom al niet kan bewerkstelligen. Ik ga straks eens boven kijken, maar nu eerst een bakkie.

 

Uncategorized

Zeker en vast

Zo kan het ook. WordPress heeft mijn verrichtingen van de Blog zeker en vast niet opgeslagen en mijn korte termijn geheugen kan dit allemaal niet meer reproduceren. Per vandaag kan ik namelijk erkend op de lauweren rusten en heb ik met tijd niets meer van doen. Ik ben mijn eigen tijd. Het is maandag. De eerste officiele werkdag. Mijn eerste echte vrije dag. Het rust uit, het geeft ruimte. Ik heb zeeën van tijd in het verschiet, om in te zwemmen en om op te varen naar nieuwe horizonnen. Wat een zalige gedachte. Dit is de opperste bevrijding. Drukte, van welke aard dan ook, is er niet meer. Ik mag de dagen volbrengen op mijn eigen eigengereide wijze. Dat houdt in dat ik voor nieuwe invullingen kan kiezen en wat verplichtingen mag aangaan, met één verschil. Het is een vrije keuze. Dat schept een wereld aan mogelijkheden.

Zou dat nou dat wonderlijke Zwitserleven gevoel zijn waar de reclame steeds van spreekt. Ik trek niet naar de Bahama’s of naar een resort of retraitement. Het pensioen reikt  niet tot de hemel. Rijkdom zit in dat ene kleine woord: Vrijheid.

100_0073Detail: Foto made by marijke

De nacht met zoonlief was heerlijk afgelopen vrijdag op zaterdag. Er was een kamer in het theaterhotel. De rust was een weldaad na de hectiek van het Hennafeest. Dat zorgde voor zoete dromen en een verfrissend begin van de dag. In alle rust samen ontbeten, de laatste zenuwen weggepoetst door over de betrekkelijkheid der dingen te babbelen en nadat de fotograaf de Cravate, manchetknopen, het aantrekken van het gilet en de jas had vastgelegd, gingen we op blaren-belovende spitse schoenen naar de familie. Vandaar uit naar het huis van de bruid. Daar werden we niet alleen door de indringende klanken van Dawul en Zurla overrompeld, maar ook door de goede zorg van moeder en haar zussen, die allen aan de bruid plukten en vervolgens aan ons. We werden in een lange rij het voorplantsoen in gedirigeerd. Hakende hoge hakken in het rulle zanderige gras. Prachtige titel voor een boek, bedenk ik me nu. Vandaar uit werd de dag in brokken van ieder persoonlijk, maar meer nog van de goegemeente in het algemeen.

shoesDetail: Fotot made by Marijke

De avond beloofde na de komst van de lieve vrienden, familie en collega’s van alle kanten een voortzetting van de verbroedering van de avond er voor bij het Henna feest. De cadeaus werden op een tafeltje gezet, de stomme film en het schilderij van Daan zijn vader konden we bij  het eten aanbieden en na een rustige start in het heerlijke lommerrijke groen van de oude eiken, de vijver en de treurwilg, waar de officiële voltrekking plaats vond, in de vorm van een dubbele speech en een aangeboden borrel, was niemand meer van zichzelf.

De oom zette de zaal op z’n kop met een fantastisch Turks/Jong-Nederlands repertoire, niet op de laatste plaats geholpen door de jonge DJ en iedereen kon los op het opzwepende ritme. Toen het bruidspaar de dans mocht openen, dachten we aan iets traditioneels, maar niets was minder waar. Ze openden met een synchroondans die op het podium niet had misstaan. De volmaakte harmonie van bewegingen in een geoliede interactie met elkaar. Het leek het Omen voor een gouden toekomst. Wat een perfect begin van een samenzijn.

Wij namen deel of keken toe, al naar gelang de voeten, de longen of het hoofd het nog kon dragen. Van lieverlede werden de hoge hakken vervangen door slippertjes en gympies, maakte het niet meer uit waar de opgeplakte wimpers zaten en of de lippenstift uit de bocht was gevlogen. Er was liefde en compassie voor elkaar. Wat een prachtig feest.

Vandaag lag ik in alle rust na te sudderen en schreef de blog. Niet alert genoeg, want het opslaan was niet gebeurd. Alle geschiedenissen binnenste buiten gekeerd, maar nergens meer te vinden. Dan maar deze minder bloemrijke lezing. Er volgt morgen weer een oude, weldoordachte versie.

huis

Ik wil naar de tuin, waar het tuinhuis schreeuwt om mijn aandacht en eindelijk prioriteit nummer één mag zijn. Ze moet vervangen en ik heb al een mooie versie in mijn hoofd. Nu de organisatie nog, niet mijn beste kant. Dat ze er komen gaat, daar valt niet aan te twijfelen. Ik ben bijna zover. Zeker en vast.

Uncategorized

Iedereen zal het weten

Het duurt even eer ik weet waar ik uit mijn droom in belandde. Het bed was tijk-zacht, de lakens krakend vers, een kussen te weinig, maar ik had de nood gelenigd door het extra dekbed uit de kast eronder te leggen. Ik was in Almelo, in het theaterhotel. Langzaam drongen de beelden weer tot me door en brachten me naar mijn pleisterplaats.

Zoonlief lag naast me in diepe rust. Buiten zorgde het licht van de lantaarn voor de herkenning, omdat het precies door een kier van het gordijn naar binnen viel als een langgerekte streep. Het licht gleed over zijn gezicht, waar achter de gesloten ogen de droom van een verse bruidegom bewaarheid werd.

 

Buiten klonk, als op afspraak, de roep van de Moskee. Een nasaal gebed, een paar seconden lang en vlak daarop sloeg de kerktoren vijf slagen. Verbroedering ten top. Het sloot prachtig aan bij het feest, de avond ervoor, waar we met Koerdische hartelijkheid onthaald waren en de schalen vol dampende lekkernijen stonden te wachten op de gasten. Het Henna-feest was een bonte verzameling van mensen. Iedereen warmde zich aan de overdaad en de gulle gastvrijheid van ouders, tantes, zus en oom, die dagenlang bezig waren geweest om  het eest te doen slagen. Er was plaats voor iedereen. Tot in de avond schoven ook de buren aan. Locatie was het grote plein achter het ouderlijk huis van de bruid, waar daardoor een geniale versmelting plaats vond, door de uitnodigingen aan de omwonenden.

 

 

Het ritueel van het feest zelf, waarbij de moeder op een passende manier afscheid nam vandaar dochter, die et ouderlijk huis zou verlaten en ik in de rol van schoonmoeder die de liefde afkocht met goud. Maar eerst was er een lange stoet van licht, met de kinderschaar voorop en daartussen in de tantes, die als nimfen met hun brandende lichtjes in de palm kwamen aangeschreden. Schalen met bloemen en overvloed bewerkten de hoop en de voorspoed. De bruid, het hoofd bedekt achter rode glimmertjes van de sjaal en de bruidegom met een lila sjaal om de schouders werden op een stoel geplant. De schalen draaiden rond boven hun hoofden. De handen van de bruid bleven angstvallig dichtgeknepen, terwijl de moeder van de bruid, souffleerde. Daarna brak de kleine gouden munt uit mijn hand het verzet en opende ze haar handen. Het kleine symbolische gouden muntje werd in de Henna gedrukt, die als een klein vochtig hoopje in de hand van de bruid werd gewreven. Daarna werden de handen in kleine rode glimmende ‘zakjes’ gestopt en dichtgebonden.

De bruidegom kreeg de henna om zijn pink gevouwen met een zijden roden zakje eromheen. Daarna barstte de muziek luid uit en verspreidde zich over de hoofden heen in de schemerende avond. Dansend werd er vreugde gegeven aandelen belangrijke stap voor moeder en bruid. De tantes namen bezit van de vloer en lokten met hun keelklanken en het klappen de bruidegom en de bruid. De raki vloeide.

Vandaag krijgen we nog een vervolg. Er is een scenario waarbij de Tapan en de Zurla zoonlief en mij beloofden op te halen bij het Theaterhotel. Als dat gebeurt zal iedereen in het hotel meedelen in de feestvreugde, want het schetteren en de ritmische klanken van de grote trommel stop je niet onder stoelen of banken. Daarna wordt de bruid gehaald bij het ouderlijk huis en zet de stoet zich voort naar de feestzaal. Een feest zal het zijn. Met deze uitbundige gastvrijheid, met een dergelijk onthaal, met zoveel gouden wensen kan de dag al niet meer stuk en iedereen in Almelo en verre omstreken zal het weten.

 

Uncategorized

‘Alles sal reg kom…’

Natuurlijk springen de schapen allemaal naast het hek als de lijst van dingen, van wat nog moet gebeuren, te lang is. Naarstig kloppen de grijze hersencellen ze een voor een in, telkens weer, om maar niet te vergeten. Slaap is mijlen ver weg. Vandaag dacht ik, dat ik het in de juiste volgorde aan het afwerken was. Nu blijkt dat ik voor morgen twaalf uur nog een koffer heb in te pakken en een cadeau heb af te ronden. Twee zijn er klaar.Ik heb echt hard door gebikkeld. Eigenlijk de hele week al. Verwijten maak ik mezelf niet. De tijd loopt uit de bocht. Niet de organisatie dit keer.

Andre met daan en michielAndré met de tweeling

Bruiloft in Almelo. Letterlijk in een verre uithoek van het land. Dat betekent dat ik morgen met zoonlief nog een keer samen op een kamer in het hotel de nacht door zal brengen. Een sacrale nacht. Het kind weer even terug in de moederschoot. Dat zal ik koesteren. Alle foto’s zijn door de handen gegaan. Ook die van dat kleine tere hoopje ellende met de versnelde ademhaling. Hij had  het zwaar en moeilijk en moest een paar dagen in de couveuse blijven na een perfecte en snelle, totaal onverwachte bevalling. Een maand te vroeg. daar moest hij van bijkomen, terwijl broer met bravoure het leven in trok. Minder dan twee-en-een-halve kilo schoon aan de haak. Wat kan een mens trots zijn op zo’n bijzondere komst van een tweeling. Ze hielden elkaar warm en rustig. Wachten moesten ze toch, dat hadden ze al snel begrepen.

Ik het hoofd rolt het lijstje af. Cadeaus, check. Schoenen, check. Strijkbout, niet vergeten. Mooie jurk en zomers stel voor het Henna feest, check. Pillen, check. Toiletspullen, check, Koffer…Die is vast niet groot genoeg. Tas zal te hulp moeten schieten. Eigenlijk is het gewoon één groot feest. Niet meer en niet minder. Ik ben er niet handig in en het overdondert. Emoties schieten alle kanten op en vaak traan ik blijdschap of zenuwen of ongemak in het feestgedruis..

Het Hennafeest is het afscheid van de moeder aan haar dochter. De laatste nacht van onderdak. Ze vliegt uit, een vogel die het nest verlaat. In die zin is de laatste avond voor de bruiloft ook de enige mogelijkheid. Het is dé avond van de vrouwen, al zijn de mannen er ook bij. Hier dansen de moeders hun lege-nest-syndromen weg en sluiten met weemoed het hoofdstuk van de jeugd.

Tijden veranderen. Studerende kinderen zijn al veel langer het huis uit, maar voor deze ene avond en nacht gonst het van de bloedbanden. Het moederhart spreekt. Slaat de Tapan aan en laat de Zurla schallen. In deze week kruisen dood en leven elkaar. Het golft, om met De Dijk te spreken. ‘Als het golft dan golft het goed, niet te stuiten niet te sturen, duurt het dagen, duurt het uren, als het golft dan golft het goed’.

Het was een van de lievelingsnummers van de band en als we dit zongen dan kleurde het de avond licht en bracht weer nieuwe energie. Dat is wat het leven vermag. Blijdschap naast treurnis, hoop naast wanhoop, leven naast de dood. Als de rollercoaster eenmaal aan het rollen is gebracht, staat het niet meer stil. Bij het achterom kijken zijn de jaren in een oogwenk vergleden. Zonet nog lagen ze in de holte van mijn armen en nu zijn ze me letterlijke en figuurlijk boven het hoofd gegroeid.

Daar had ik nog wel een keertje met mijn moeder over willen sparren. Zijn dat de verhalen die iedere moeder aanvliegen? Is de gedachte universeel. De antwoorden blijven hangen in de blikken van mijn mede-companen, bij wie de tijd ook hollend tot stilstand is gekomen. Wijze oude vrouwen, die geleerd hebben los te laten en verder te gaan. Bewust, bedaard en een tikkeltje bezorgd. Van over de grenzen heen -alle grenzen- knikken mijn oma en mijn moeder me toe. ‘Ga maar slapen, want ‘Alles sal reg kom…”.

 

Uncategorized

Nazingen

Gisteren met het neus op de vergankelijkheid gedrukt. Ik reed mijn buren naar de ereplaats, waar de crematie van buuf zou plaats vinden. Het zou een korte bijeenkomst worden. Maar men rekende buiten de gasten, die in grote getale waren gekomen om afscheid te nemen van hun vriendin, kennis, buren en surrogaatmoeder. Het was een populatie met aanmerkelijk veel jongeren in de schare. Bij de buuf beneden stond de deur altijd open en iedereen kon aanschuiven. Er werd niet over gepraat. ‘Wie in dit huis hier binnen gaat is nooit te vroeg, altijd te laat.’ In die trant.

Al die jongens uit de buurt heb ik op zien groeien. Nu zijn ze vanuit een puberale luidruchtigheid allemaal stuk voor stuk het bedaarde leven in getrokken. Enkele vielen buiten de boot. Het verdriet onder haar pappenheimers was groot. Ze vielen elkaar om de hals en sloegen veelvuldig op de brede bezweette ruggen. Grote stoere sterke mannen, met tattoos en markante koppen stonden te snotteren onder de reggae-sound die allengs de ruimte vulde.

Voor het afscheid heb ik eigen wegen. Een regenboog bij zonovergoten gestage regen, het goud op het water bij een ondergaande zon. Bij de staccato, een beetje gedragen, reggaeklanken kwamen de foto’s. Het leven verstarde op het scherm in afgemeten beelden onder alle omstandigheden. Aandoenlijk klein meisje vol verwachting naar een toekomst, de grote kijkers, het smalle koppie onder de zware pony uit dat gezichtje, waar ik de buurvrouw in herkende. Aandoenlijke verhalen van de kinderen, de moeder, de broer en zus, de woordvoerders van haar vele halfzonen en dochters uit de buurt, de bende van vijf waar er nu nog maar vier van over bleven, vriendinnen voor het leven…

Daar ligt dat leven nu. In scherven en brokstukken uiteengerafeld. Ieder draagt een stukje bij, herinnering, anekdote, beleving blijven voortkabbelen. Losse foto’s, fragmenten kleuren het beeld in. Ik stierf de andere doden nog een keer, de vele malen dat ik in die kleine ruimte had gestaan of gezeten.  Met ook zo’n kist, met ook de bloemen, met ook de foto’s, maar dan op een prikbord of uitvergroot. Met bevroren lach boven de tranen die rijkelijk vloeiden, de gesmoorde stemmen, de zakdoeken, die heimelijke bleven wrijven in ooghoeken. Stil verdriet.

022

Het leven is doortrokken van de dood. Een van mijn vriendinnen vertelde een anekdote. Ze was verdrietig om de dood van een tante. Haar zoon vroeg haar: Mama is het leven mooi? De moeder beaamde het. ‘Nou, dan is de dood ook mooi, want de dood hoort bij het leven. Je hoeft niet meer te huilen, hoor’. Zuivere kinderlogica, wie kan daar nou tegenop.  De ultieme troost in dit soort bange dagen. De manier waarop we verkiezen om grenzen over te steken is vaker onverkwikkelijk. Te jong, te heftig, te onverwacht. Als een bliksemschicht bij helder hemel overvalt het bericht. Dat deed het nu ook. Dat laat het verdriet schrijnen. Daarna voel je de lege plekken niet meteen, maar later. Het wordt tijd om iemand weer tegen te komen, zegt het gevoel. Maar die vervulling komt nooit meer. ‘Niet het snijden doet zo pijn, maar het afgesneden zijn.’schrijft de onvolprezen Vasalis in haar gedicht ‘Sotto Voce’.  Nooit meer de stem, nooit meer de lach, nooit meer iets van de oude jij, die nooit meer ouder wordt maar eeuwig blijft als het verstilde beeld.

Buiten zingt de wind met frisse lucht het requiem en blaast het hoofd met dierbaren weer leeg. Ze geeft haar boodschap mee aan de ‘three little birds’ die nog lang blijven nazingen.

Uncategorized

Een groeizame maand

Zojuist, terwijl het water in de waterkoker staat te zoemen, de vijfde zomerbrief afgemaakt. Mooie papieren gezocht, tegen elkaar aangeplakt, een nieuwe grote enveloppe ervan gevouwen en het adres op een wit frontje geschreven en er opgeplakt. Brieven van willekeurig zeven verschillende mensen, door het land heen en zelfs van over de grenzen. Als er zo’n dik pak in de brievenbus ligt, trekt er een opgewonden spanning door je heen. De vier trappen naar boven toe draai ik de enveloppen om en om en om, bestudeer de afzender, de bijzondere kenmerken op de enveloppe, welk papier, de versieringen, de gekrulde aankondiging.

094.JPG

Zomerbrieven halen wolken weg, die boven het hoofd hangen, kleuren de dag in zacht licht. Compassie, medemenselijkheid en bovenal vertrouwen. Het is alsof ik naar oude vriendinnen schrijf, die een referentiekader hebben, waar ik de omvang van ken. Niets is minder waar, maar zo voelt het. Bij een van hen was de ontdekking dat we elkaar al kenden van school, zij was de moeder van de kinderen. Te weten dat we elkaar al jaren niet gezien hadden en ineens twee maanden geleden op straat elkaar tegenkwamen. Daarna de brieven. Hoe leuk was dat.

zomerbrief 3

Vroeger schreef ik ellenlange brieven van zes tot tien kantjes en vriendinnen en vrienden schreven terug. Wederwaardigheden van alledag, citaten , literatuurtips, gedichten, mijmeringen, dagboekverhalen, alles werd gedeeld in schrift. Vanuit het schoolse stijve handschrift hadden we ons een zwierige stijl aangemeten met veel krullende lange uithalen in g-en f-majeur. Er werd zoveel mogelijk buiten de lijnen geschreven, met krabbels ertussen en doorhalingen. Liefst had ik blanco vel. Daar kon je maar op aanpennen. Klein, groot, leesbaar of iets minder, al naar gelang de schrijfhouding, maar altijd met inhoud. Soms lag ik op mijn buik te schrijven, of op de knieën, in bed of in het gras, net waar inspiratie zich aandiende. Zo ging dat in de dagen dat een laptop onvoorstelbaar was. Zelfs de liefde trok per postzegel haar sporen door de lucht.

zomerbrief 2

De zomerbrieven van de anderen zijn stuk voor stuk kleine juweeltjes, met recepten, theezakjes, tekeningen, aquarelletjes, mooie kaarten, noem het maar. Wat in alle enveloppen nooit ontbreekt, is de aandacht, de zorg en de liefde voor een boodschap van mens tot mens. Kan je van iemand houden die je niet kent, vroeg ik me vanmorgen af. Ja, dat is mogelijk. Ik hou van mensen in het algemeen. In heel hun hoedanigheid, met de eigenaardigheden die bij elke persoon hoort. Groot, dik, dun, klein, krom,  om het even kleur en ras. Zoek de ogen, de uitstraling, de warmte, het aura dat om hen heen hangt en heb lief.

Ik heb het moeten leren om ontvankelijk te zijn en te blijven. Ik heb makkelijk praten. In de ontmoetingen heb ik mensen van hun zwakke en sterke kanten gezien, ter goeder trouw, liefdevol, maar ook vilein, agressief. Dat was zelden persoonlijk naar mij gericht. Of het was zodanig, dat de tijd het weer helen kon. Dat is het geluk van het simpele kleine leven. Daar horen zomerbrieven bij en de fiducie, dat mensen hun ziel en zaligheid aan het papier toevertrouwen en in de open armen van een onbekende storten.  Nog twee te gaan, die voedingsbodems van vertrouwen. Het was een groeizame maand.

Uncategorized

Laten we het koesteren

‘Hoe voelt het missen, de zijlijn. Heimwee?’ Dat werd me gisteren gevraagd naar aanleiding van de blog van die dag, waarin ik het begin van de eerste schooldag hier in de buurt beschreef. Geen heimwee, nee. Het voordeel van een ervaringsdeskundige die nergens meer aan gebonden is, is dat je alles los kan zien van de emotie. Het is niet langer je kind, dat gekoesterd moet worden. Onze kleine school was helemaal eigen. Elke verandering, elke vernieuwing, maar ook elke aderlating, trokken ten diepste door.  Soms sleet de tijd diepe voren, soms danste ze luchtig over de aanpassingen heen.

026-001Zwemmen, soms tegen de stroom in

Niet elke vernieuwing was een verbetering en wat betreft het onderwijs zijn er aardig wat steken gevallen, maar evenveel opstekers geweest. Het hield elkaar lange tijd in evenwicht, tot het gerommel met de schoolleiding begon. Elke leerkracht heeft, net als de kinderen, recht op zorg. Daar ligt een behoefte. De problemen van de organisatie zouden niet, als een zwaard van Damocles, boven hoofden moeten hangen of van de leerkracht onmogelijk creatief denken vragen, naast de dagelijkse duizend schreden op een pad. Er waren tijden bij, dat wij het heft in eigen hand moesten nemen, omdat het water tot de lippen stond.

041Veel sporen

Het lastige van zo’n situatie is de spagaat die je moet maken. Je wilt perse de veilige basis bieden, die noodzakelijk is om de kinderen te laten gedijen. Alle vuile was bleef binnen de kaders en diende te worden recht gebreid voor de ouders, die hun kinderen aan ons hadden toevertrouwd. Binnen het werken met mensen zijn er altijd zichtbare en onzichtbare sporen, waarlangs de kar getrokken wordt. Misschien is dat wel het zwaarst van het beroep. Wat een leerkracht nodig heeft, is een school met een duidelijke visie, die dat volledig uit kan dragen. Het feit dat je bij elke handeling er voor de volle honderd procent achter kan staan, zorgt voor een platform, waar creativiteit en ontwikkeling hand in hand kunnen gaan.

Aan de andere kant waren we in staat om in de groepen die ruimte wel te creëren. Alle kinderen werden gezien en gehoord. Er werden fantastische projecten neergezet, die zorgden voor een intense beleving.. Dat was de kracht van de school. Onderling was er een sterke band, die veelal ondersteunend en soms belemmerend kon werken, omdat het lastig was om objectief te blijven. Je wilde je collega’s kost wat kost geen verdriet doen. Zo bikkelden we door. Het was niet makkelijk, die laatste rommelige jaren, maar inhoudelijk was het ijzersterk.

Ik mis de kinderen en mijn oude collega’s, maar het instituut en de organisatie, de opgelegde regels van bovenaf en het management niet. De Jenaplan-visie, alsook het ervaringsgerichte denken en de filosofie van het kind in het bijzonder en de mens in het algemeen, zitten in mijn hele ziel en zaligheid. Dat neem ik te allen tijde mee om uit te dragen.

008De jas, die past.

Ontwikkeling en groei gaan hand in hand, gepaard met de bijbehorende vernieuwing. Stilstaan is geen optie, als de tijd verder draaft. Daardoor blijft het boeiend. Heel veel oude begrippen steken in een nieuwe jas. Dat is prima, zolang de jas past. Zodra ze gaat schuren of te krap blijkt te zitten en er geen ruimte meer is om te groeien is het tijd voor verandering. Het meest fraaie zou zijn als bijtijds de naden uitgelegd worden, de teugels gevierd, zodat doorgroei mogelijk blijft. Voor elke organisatie, elk instituut, elke schoolleider, elke groepsleerkracht , elke ouder en ieder kind een jas die past met voldoende zakken om wat op te bergen, af te stoffen en te hergebruiken. Zuinig op wat is geweest en zuinig op alles wat komen gaat. Laten we het koesteren.

Uncategorized

Een goed begin is het halve werk

Een drukte van jewelste beneden mijn slaapkamerraam. Stemmen en stemmetjes, opgetogen gebabbel en dreinend verzet. Als ik het hoofd naar het raam buig zie ik ze beneden lopen. Aan de hand, achter een kinderwagen, vooruit huppelend naar de oversteekplaats. Haren keurig gekamd of de slaap nog in de verwarde haardos. Mijn natuurlijke tijdsaanduiding doet het weer, na een stilte van zes weken. Het is kwart over acht. De buurt trekt naar school.

In de laatste week van de vakantie hebben de leerkrachten alles op alles gezet om de groepen naar het zin te krijgen. Wat wil je laten overheersen. Komt er een nieuwe indeling, wil je een andere kleur, is er nieuw meubilair. Daarnaast zijn er de gebruikelijke activiteiten. Laatjes leeg en in de wacht op de komst van de kinderen. Ze mochten hun eigen frontje maken of we gebruikten hun eigenzinnige foto’s, geschoten door een van hen en altijd raak. Met een van de lievelingen erbij, knuffel, speelgoed, boek of noem maar op.

Aan de seizoensbalk kwamen de verjaardagsbordjes te hangen in de kleuren van het seizoen. Ook met foto’s of tekeningen. De eerste week verzonnen ze zelf mee om de ruimte te plooien naar onze smaak. Zo werd het eigen. Onze groep. In een onzalig jaar moesten er nieuwe namen verzonnen worden. Dat was wel even wennen na 25 jaar De apen werden we De Eekhoorns. In mijn hoofd bleef het apen en daar kon ik niets aan doen. Het was er ingesleten.

Buiten klateren de stemmen tegen de bomen op, de kauwen zitten in de boom en bekijken met argusogen het tafereel. Zoals altijd vormen zich een rij auto’s voor de overstekende kinderen. Er is geen klaar-over voor nodig. De blauwwitte strepen zijn voldoende om ze tot stilstand te brengen.

Een van de officiële taken op de lagere school stak in een koppelriem en als het regende, in een witte jas met zuidwester en zwarte strepen. Dan heette je klaarover of met een serieuze inslag verkeersbrigadier.  We stonden in het midden tussen de verkeerszuiltjes met aan weerskanten het zebrapad, net om de flauwe bocht in de weg aan de van Hoornekade. Rechts vanuit de Amandelstraat gezien lag het slachthuis aan de overkant van de weg en Links de Theresiaschool. Halverwege de lagere schooltijd werden we opgesplitst.

Nicolaaskerk aan de Oude Noord!

De ene helft bleef in de oude meisjesschool grenzend aan de rechterkant van de kerk. Wij kropen onder het goddelijke gezag uit, de moderne tijd in. De nonnen verdwenen. Het nieuwe gebouw was licht, met hoge ramen en een ruime entree. De grote kelder eronder werd de krantenopslagplaats. Voor het oversteken van de drukke weg werden de klaarovers in het leven geroepen. Met fluitje en spiegelei en het kraken van je jas onder de oksels groeide verantwoordelijkheid tot ongekende hoogte. Aan jou de taak het voetvolk te leiden. We stonden er met tweeën, voor iedere kant één.

Een van onze, meest barre, avonturen daar, was de keer dat er een koe was losgebroken en doldwaas de weg naar buiten had gevonden. Ze kwam op ons afrennen, schuim om de mond, de ogen rood doorlopen en opengesperd van angst, kop plat in de nek, heftig loeiend. Het enige wat je dan kon doen was in de verkeerszuilen klimmen en een van de schietgebedjes bidden, die bij het veilige verleden hadden gehoord. In volle galop rende ze rakelings langs ons heen met erachteraan haar belagers. Vanaf dat moment begon het vleesimperium in mijn optiek te wankelen. Een koe had ook gevoel. Zover was zeker.

De voetganger en de fietser hebben door de jaren heen terrein gewonnen. Geheel op eigen kracht, dankzij de aangepaste infrastructuur, dwingen ze respect af en daarmee een ingebouwd voorrangsbord. Veilig naar school, weer een heel jaar te gaan en ik kijk toe vanaf de zijlijn. Als het rumoer beneden verstomd is, dwaal ik af naar de boom ervoor en beluister druk mezengekwetter. Ze zijn in groten getale en hebben, bij het krassen van de kauw, kennelijk hun pimpelmezenschool opgestart. Vliegensvlug en vogelvrij.

Een goed begin is het halve werk.