Uncategorized

Een wens tot die eeuwigheid

Ik ben een paar dagen kwijt. In mijn beleving moet 3 april nog komen, maar ze is al geweest. Er zouden bellen moeten rinkelen, vanwege het hele arsenaal aan digitale herinnering om mij heen, iphone, computerscherm. Maar als de geest niet met tijd bezig is, is de tijd al helemaal niet met de geest bezig. Ze verstrijkt. De invulling van de dagen beoogt slechts het doel afspraken in de gaten houden. Een dag wil makkelijk ontschieten, en de maand zeker. Het jaar lukt nog wel, al durf ik er aan het eind ervan mijn hand niet voor in het vuur te steken. Weet je veel. Ik kan zo maar ineens dat jaartal ook vergeten zijn. Misschien verdwijnt de mens in eeuwigheid. Geef je, net als de man die zichzelf weg gaf, jezelf in delen terug aan de tijd. Mooie gedachte.

De man die zichzelf weggaf

Mijn hart en longen hebben ze al voor een deel. Soms denk ik, hoop ik, dat dat het wezenlijke van dementie is. Het terugleven van je leven tot aan je geboorte aan toe waarna men overgaat naar een andere dimensie en weer opnieuw kan beginnen met leven. Het is een troostrijke gedachte. Hoe zit het dan met mensen die die tijd van terugleven niet krijgen, of heeft het proces zich diep van binnen al voltrokken. Blijven ze erin steken, komen ze nooit meer terug. Het zijn allemaal vragen die nodig zijn om een en ander te doorgronden. Dan is er dat ene moment voor de dood, waarop je in een flits het leven aan je voorbij ziet trekken.

004Ron Mueck: Old-woman-in-bed

Mijn vader sliep diep. Hij dronk niet meer en at niet meer. Hij lag opgerold en klein, per dag kleiner, in het grote witte bed. Ron Mueck heeft die nietigheid van oude mensen prachtig gevangen in zijn realistische sculpturen. Niet hun dooraderde huid en hun levensechte uiterlijk vind ik zo knap, maar meer de essentie naar de orde van belangrijkheid van dat moment, die hij tot leven roept. Het broze en daarmee het kwetsbare van de ouderdom. Je kan de oude vrouw horen zuchten, als je op je tenen langs haar loopt. Mijn vader verdween ook. Eerst de geest, door de lethargische staat van zijn. De vechtlust was geweken, de overgave was daar. Zijn hart klopte om zijn volledig uitgeputte geest heen. Er volgde een ineenschuiven van het hele beeld in een opleving. Een terugleven? Helder en als vanouds keek hij om zich heen, om daarna zuchtend en berustend de eindstreep te halen tot de hartenklop verdween. Wij bleven alleen achter. Het verleden werd nog slechts gevangen in herinnering.

Hij had een vorm van Alzheimer en was narrig en opstandig geweest met decorum verlies. Dat schreeuwde hij uit, verheven boven elke vorm van beleefdheid. ‘Denk aan je goede manieren’ siste de etiquette in zijn oren, maar hij lapte het aan zijn laars en beet ons zijn woorden toe met een verhitte kop.  Genadeloos, zonder aanzien des persoon. Wij keken omhoog of naar vermeende stofwolken daar beneden, zolang je maar niet die onwaarschijnlijke verandering hoefde te zien. De opluchting liep hand in hand met het verdriet, omdat het schrijnen van de pijn en de onmacht ten leste ook verdwenen was.

033Sinke en van Tongeren: Detail

Het is twee dagen lang al later dan ik me besefte en de verloren tijd slof ik wel weer bij. Mijn vader moet weken kwijt zijn geweest in zijn verlaagd bewustzijn, jaren in zijn vervaagd bewustzijn.  Bij hem werd de wens te leven alleen maar kleiner. Hij had al meer gegeven dan hem lief was. Zijn ondoordringbare tijd loste ten leste in één klap op in dat verlichte moment van helderheid, nauwelijks te vangen maar onmiskenbaar aanwezig. De strijd aanbinden met de tijd vergt een wens tot die eeuwigheid.

 

Uncategorized

Tot in lengte der dagen

Een foto van twee sisal mandjes op ons hoofd, zus en ik in een gekke bui. In ons achterhoofd hoorden we al: ‘O jé, de bejaarden gaan los’, ‘Hoe ouder hoe gekker’, ‘Gezéllig naar het tuincentrum, jazeker’ en dan met zo’n cynische ondertoon. Wij lagen ondertussen in een appelflauwte. Niets is zo bevrijdend als ‘ondeugend’ zijn of liever… politiek incorrect als twee Hollandse basterds in spé. De voorpret alleen al. Geen grap is leuker dan de voorbereidingen.

003Hoedjes

Voorpret was ook de motor voor de nieuwe projecten op school, voor feesten en partijen en voor alles wat nog verzonnen diende te worden. Het begint bij het in elkaar passen van woorden bij het brainstormen en die weer te lijmen tot zinnen, ideeën, gouden vondsten. Ik heb het altijd getroffen met mijn duo’s en mijn bouwcollega’s op school. Er waren er maar weinig die niet mee konden in de flow van het verzinnen.

012Land van groen

Zo ontstonden verhalen die in overtreffende trap tot wasdom kwamen. Het land van Kijkjerijk, de Happertjes en het land van groen, Liesje Herfstbriesje, Bep en To, Mechtelds ruimtereis, de Tijd keert om, Rommelpot en het verdwenen cijfer negen, Ridder Roeland, Pollonia de heks, Tralala-Tralali, Reinhardt en het insectenrijk, de diepvriesdames, Bliep en spriet satelliet, de Archeopteryx en de Flierenfluiter, de avonturen van Mol in De mooiste ben jij. Dat is nog maar een kleine greep van wat we de kinderen voorgeschoteld hebben.

larsDe tijd keert om

Het verzinnen van het toneel, het passen en meten van decorstukken, de oneindige mogelijkheden die zich à l’improviste voordeden en het reageren van de kinderen erop  waren debet aan legio impulsen voor een vervolgverhaal. Veel heb ik opgeschreven en enkele zijn helaas nooit geboekstaafd. Maar die appelflauwtes waren er regelmatig bij, net als de ontroering, de verbazing en het ongeloof. Met die prachtige verhalen werd de verwondering in alle toonaarden gewekt en de betrokkenheid kwam vanzelf. Als de nieuwsgierigheid van kinderen was gewekt gingen ze door tot ze het naadje van de kous wisten. Het enige wat je daarvoor moest doen, was de ruimte scheppen en ze te durven laten gaan. Dat was de gouden formule die al die projecten boven het verhaal uit tilden, een beleving op zich.

003Tante Kwal

Het was fijn als de omgeving een aanvulling was, zoals bij de kampen, maar we deinsden er niet voor terug om met ‘rokende’ tackers het bos of de projectruimte naar ons hand te zetten en er een oerwoud van te maken met rietpluimen tot aan het plafond of een ondergronds dierenrijk, de slaapkamer van Reinhardt of het nest van de flierefluiter, compleet met eieren in een grote tractorband vol takken.

De brandweer en de verregaande veiligheidsnormen van de GG en GD  zorgden er wel voor dat ons improvisatievermogen tot grote hoogte werd opgeschroefd. Veiligheid voor alles, maar in mijn beleving, als kind uit het tijdperk ‘Met vallen en opstaan moet je het leren’ lag die lat soms onmetelijk hoog en werden spannende ontdekkingen in de steeds sterieler wordende leeromgeving gesmoord. Hoe behoed je een kind voor de valkuilen? Door de ervaring dat ze er zijn.

051Tralala-Tralali

De herinneringen zijn gebleven en met name de vreugde om de beleving die het al die kinderen en ons gebracht heeft. Rijke ervaringen, vernieuwende composities, nieuwe ideeën en vooral stof, veel stof om op voort te borduren tot in lengte der dagen.

Uncategorized

Ze bestaan

Het stadslicht van mijn kleine blauwe Prins, linksvoor, was uitgevallen. Schoonzoon maakte me er op attent en daarom werd de eerste gang naar de garage. Klaar terwijl u wacht en er was nog een wachtende voor mij. De mijnheer monsterde me bij het begroeten en vroeg of ik een dagje vrij had. Aarzeling van mijn kant, moeilijk of makkelijk, verzwijgen of delen. Dan in alle luchtigheid toch maar wel de aanduiding over het ziek zijn. Het bleek de opening voor een gesprek. Zomaar op een dinsdagmorgen een volkomen vertrouwd gevoel bij een volslagen onbekende. We babbelden honderduit, schoten van heden naar verleden, dwaalden door het oude Utrecht in het hippie tijdperk, zwierven rond de Harley Davidsons in New York en canada en vierden feest in de grote boerenschuren van Schalkwijk en op de eilanden bij Bon in de Vinkeveense plassen. Ik schoof zelfs nog de bus in om bij zijn juffrouw van de Velden op de kleuterschool in te vallen en zag in zijn ogen het kind van lang geleden, De klepperende voeten op het bruggetje, de school vlak naast de  kerk. Schalkwijk ten voeten uit. We schreven 1970 of daaromtrent.

010

We hadden de tijd. Ik had het plan China in een notendop aan te doen, door mijn geliefde programma van Ruben Terlou en zijn rondreis als tentoonstelling in het Hilversumse museum te bezoeken. Ook voor mijn toehoorder, begreep ik, strekte de dag zich uit in vrijheid. Aan het eind bedankte hij me hartelijk voor het gesprek. Het was ruim drie kwartier goed toeven geweest daar in die showroom tussen de kleurrijke nieuwe glanzende bolides. De blauwe werd weer netjes uitgereden en ik vervolgde mijn weg, terwijl ik na sudderde over het feit, dat er een klik voor nodig is om zo vrijuit met elkaar te kunnen praten en het idee te hebben dat je elkaar al jaren kent.

011.jpg

Ruben Terlou heeft een manier van mensen benaderen, die maakt alsof hij ze door en door kent. Zijn aimabele aandachtige manier van luisteren en kijken naar de verteller, een hand die even een bovenarm aanraakt, de vragen die hij stelt en regelrecht het persoonlijke leven raken, maken hem uitzonderlijk. Net als bij de Schalkwijker  die ochtend, leidt het gesprek al snel tot een diepere laag en boort herinneringen en verlangens aan. Bovendien zoekt hij naar de beleving. De man die een hoge toren bouwt tot in de hemel, zodat zijn broer weer terugkeert uit de dood, neemt hem mee op diens pad het wankele bouwwerk in, waar al zijn hoop op geschoeid is.

030

De tocht met een huisarts brengt hem regelrecht middenin de kamer bij het intieme stervensbed van een oude man, omringd door familie. Niemand verblikt of verbloosd. Ruben mag, als een veredeld gezinslid, de omgeving filmen, de man, de beker naast het bed, het papieren relikwie dat mee het graf in zal gaan.

044

In zijn ongeremde manier van benaderen schuilt de kracht van de meest onvoorstelbare onthullingen, met tussen de regels door de beleefde en gehoorzame karakters van het grote China in de antwoorden. De kleine voetballer, die in alle eenvoud bescheiden het dualisme vastlegt. ‘Als ik zeg dat ik goed ben, loop ik naast me schoenen. Als ik zeg dat ik het niet kan, ben ik onzeker en moet ik terugvechten.’

Ruben Terlou vangt alle belangrijke noten, die het Chinese levenslied vertolken. Ontmoetingen in een notendop in alle openheid. Ze bestaan.

Uncategorized

Nooit meer

Vandaag las ik bij een trouwe blogger zijn stuk over knotsmoeilijke momenten. Na vandaag zal dat woord voorgoed een andere betekenis krijgen. Zijn moment heeft alles te maken met afscheid nemen van het leven. Het zegt ook in een woord hoe hij dat heeft beleefd. Alles hangt voor hem samen met het ene moment dat iemand vlak voor zijn ogen voor de trein sprong. De dood stond in haar lichtblauwe schoenen met het hakje, de gruwelijkheid van haar dood werd een detail. De eeuwige vraag die branden bleef heeft voor de machteloosheid van andere ‘knotsmoeilijke’ momenten gezorgd.

IMG_3038.jpg

Het verhaal pakt je vast en zet aan het denken. Mijn verpleegkundige leven heeft dood tot een basis gemaakt. Het delven van het graf begint al bij de wieg. De hoop blijft dat het lang duurt eer het zover is. Als iemand de negentig is gepasseerd heeft de omgeving geluk dat men zo lang die nabijheid delen kon. Er zijn wat voorwaarden aan verbonden. Aimabel zijn en gezond zijn toch minstens twee noodzakelijkheden voor een aangename ervaring. Het verpozen groeit tot de wens ooit zo oud te mogen worden.

Helaas gaat het vaker anders. Hoe ga je er als twintigjarige mee om als een oersterke vent vanuit een hoogwerker op zijn hoofd is beland en de broosheid zich gezwind over zijn lijf spoedt tot er nog maar een veertje overblijft. Zijn twee jonge kinderen en zijn vrouw sterven ter plekke voor een deel voorgoed met hem mee evenals mijn jeugdige onbezonnenheid. Neurochirurgie is een wereld van dood en lijden.

De student, recht van lijf en leden, ademt zwaar na een opgelopen infectie. Ik kijk naar hem in het steriele bed en ben kwaad omdat de artsen hem geen uitweg meer kunnen bieden. Het virus heeft zijn dodelijke werk al gedaan door al wat leven is te vernietigen. De nieren begeven het en daarmee is het doodvonnis getekend. De deur van de wc kan mijn opstandigheid in een karatetrap ternauwernood verdragen. 20 jaar. Een belofte voor een leven lang is in de kiem gesmoord.

2007-04-20Saintpaulia ionantha04.jpgKaaps viooltje(foto: wiki)

De vrouw met het lepeltje, die bij mij is gebleven, tot nu aan toe. Ze deed me postuum een theelepeltje cadeau voor de goede zorgen. Mijn dankbetuiging moesten tot de sterren en terug, omdat ze zelf de ogen al gesloten had.  De heer Huskens van 45 jaar op de longafdeling had een grapje uitgehaald met een verdord Kaaps viooltje en mij in het complot getrokken. Zijn benige gelaat, de wegkwijnende teerheid door de longkanker, maar de vasthoudende humor omtrent een nieuwe Kaapse viool waarmee we de oude hadden omgewisseld en de ongelovige blik  in de ogen van de collega, spraken goud. Herrezen uit de dood in de wetenschap dat dat voor hem niet weggelegd zou zijn. Galgenhumor.

Het gezin in mijn wijk, die tijdens de feestdagen maanden lang het laatste samenzijn vierden met hun geliefde. De tienerdochters die in het laatste uur sieraden van hem kregen, die tot persoonlijk bezit behoorden. Het wegslikken van de tranen, het koesteren van het verdriet en dat ene gevreesde moment, dat eindeloze lange duren van die laatste adem, het zuchten, het stokken en weer het zuchten tot er geen zucht meer kwam. De handen wringend in elkaar geslagen, verbondenheid als rode draad om de dood heen, als een draagbaar. Ga maar, laat maar los.

089

Het zijn inderdaad knotsmoeilijke momenten, maar als er afscheid genomen kan worden is het een zegen.Het is zoveel meer aanvaardbaar dan het plotseling vertrek. Ik schreef terug, dat er in dat laatste geval zoveel vragen bleven met een open eind. Te veel om op te noemen en genoeg om een leven vol te schrijven. Dat onderschreef ik met mijn eigen ervaring. Wat hadden we haar handen graag vast gehouden.

De dood in een oogopslag. Die blauwe schoentjes met een hakje, vertaalde zich in levenslang tot het volle besef ervan. Nooit meer.

Uncategorized

De dag kon niet meer stuk

Voor het eerst, naar mijn beleving, snappen musea hoe het werkt. Ze zijn open op eerste paasdag. Op vrije en zon-en-feestdagen zouden vertier ende vermaak toegankelijk behoren te zijn. Iedereen heeft dan juist de kans om uit te waaieren en cultuur te snuiven. Zuslief en ik hadden afgesproken om naar Museum More in Gorssel te gaan. Hun spraakmakende modern realistische tentoonstelling sprak aan. Tot onze grote verrassing hing er ook werk van Pyke Koch, van Charly Toorop en van Dumas naast de semi permanente tentoonstelling van Verster, Ket, Mankes en Helmantel. Luilekkerland met al dat mooie werk in een prachtige nieuwe entourage. Wat zag het er goed uit. Ruim van opzet en volop de gelegenheid om de werken te bewonderen, ondanks de paasdrukte. Er waren meer mensen op het idee gekomen.

035De distelvink: Helmantel

Ik werd geraakt door de distelvink van Helmantel, die eigenlijk te hoog hing om goed te bewonderen en door een portret van het meisje met de witte bloem van Jan Mankes, maar ook door het grote doek met de klaprozen van Verster. Vaak zijn een paar doeken genoeg om je te laven. Soms moeten doeken ook eerst bezinken. Daarvoor neem ik foto’s. Om ze te laten bezinken en later weer op te roepen om ze nog eens en nog eens en weer te bestuderen.

086Het meisje met de witte bloem: Jan Mankes

Er hingen veel meer dode vogels tot zelfs geplukte hanen aan toe, maar geen van allen waren zo kwetsbaar in hun dood als de kleine vink. Het deed me denken aan de mussen van Michael Borremans, die ik in het Palais des Beaux -Arts had gezien en indruk maakten omdat ik net het Puttertje had gelezen van Donna Tart en daardoor intenser bezig was geweest met het indrukwekkende schilderij van Fabritius. Nu riep in een oogopslag de aandoenlijke kleine distelvink, meer dan morsdood en toch nog warm van leven, al die herinneringen terug. Wat één klein werk al niet los maakt. Hetzelfde gebeurde bij het meisje. Klein en overspoeld door ander werk van Mankes wekte ze door haar schoonheid alle aandacht. Omfloerst als ze was fluisterde ze geheimen.

075    Klaprozen (detail): Verster

De klaprozen van Verster brachten met de onverwachte zonnestralen de lente binnen. Ze stonden in een grote vaas, de bladeren waren al verlept en het zou niet lang meer duren of de bloemen begaven het ook, zoals een klaproos behoort te doen. Op de toppen van hun kunnen schitteren en daarna de teloorgang, het versterf. Zijn grove rake penseelvoering trof niet alleen het doek, maar ook mijn hart.

116-e1522639917350.jpgSepia spiegelschrift

Genoeg ingedronken. We vlochten er bezinning doorheen, door buiten in het vrije de beelden te laten voor later en ons mee te laten voeren door de schoonheid van het landschap. Zus wilde naar de IJsssel en het was tijd voor de dagelijkse wandeling. Het werd een dag met een gouden rand, omdat alles paste. We vonden een kleine parkeerplaats ergens midden in het landschap, waar we de auto kwijt konden. Daar liep een weggetje richting de IJssel. Met de wind door de haren was het genieten van het weidse glooiende uitzicht. Twee keer spotten we de majestueuze cirkelende vlucht van een ooievaar. De hekken hadden indrukwekkende namen om een boek mee te schrijven en in de plassen vormden zich de bomen van Jan Mankes in sepia.

De dag kon niet meer stuk.

Uncategorized

Het proberen waard.

In een blog van Ate Vegter over zijn vader en het voorop lopen, door het aantal jaren dat je je ouders in leeftijd voorbij streeft, stond een alinea die triggerde.  Hij schreef: ‘Ik word zoals jij mij noemt.’ Het is de bekende spiegel die voorgehouden wordt en waar je naar gaat handelen. ‘Wat zie je er goed uit’ vertaalt zich ter plekke in een stralende oogopslag, omdat een compliment per definitie een werktuig is, dat glans geeft. Als je tegen kinderen zegt, ‘Wat ben je druk’ dan worden ze er in ieder geval niet rustiger van. Een opmerking als: ‘Wat kijk je chagrijnig’, zou onmiddellijk een vat vol zurige narigheid kunnen aanboren. In ieder geval zijn het geen constructieve bijdragen aan je staat van zijn.

006

Een van de ongeschreven gouden regels in het onderwijs is er zo een. Strooi niet met predicaten. Alles wat je negatief opplakt, krijg je drie keer zo hard terug. Hetzij in gedrag, hetzij  in een kiem voor een minderwaardigheidscomplex, hetzij in de vorming van een karakter. Uiterst precair is het om te zeggen, dat iemand bijvoorbeeld dom is, of gek. Dom of gek doe je, dat ben je niet. Het zorgt voor een wereld van verschil. Het uitspreken van je waardering heeft een omgekeerd evenredig effect. Daarvan gaan kinderen in het bijzonder en volwassenen in het algemeen meters groeien. Ze worden als was onder je handen en zijn tot grote hoogte te stuwen.

Mijn eigen ervaringen zijn er debet aan. Het minderwaardigheidscomplex dat mij is aangepraat als kind nam groteske vormen aan. Evenzo vrolijk heb ik ze leren tackelen, maar er was een hele lange adem voor nodig. Als je eenmaal die schurende pijn van buitengesloten worden, niet mee mogen doen in de vaart der volkeren, de laatst uitverkorene zijn, heb beleefd, dan wordt het voorkomen daarvan het allerbelangrijkste doel voor het opvoeden van je kinderen. Kost wat kost probeerde ik om Satansoordelen verre te houden van het thuisfront en als het niet lukte, leerde ik ze er mee om te gaan door het bespreekbaar te maken. Natuurlijk blijft, al was het alleen maar onder de puberale invloed, de focus op onvolkomenheden, maar ze werden niet extra aangescherpt, zoals bij mij het geval was.

032Elk vogeltje zing zo hij gebekt is.

Mijn hele leven lang ben ik de ‘kamerolifant’ gebleven met de enorme dikke benen. Zelfs nu nog. Als ik in de spiegel keek, dan zwollen ze ter plekke op tot ware gedrochten. Elke strakke spijkerbroek kon niet, kan nog niet. Ik geloof heilig in het verhullende wijde slobberleven. De trui waar in gewoond wordt, de broek die zwiert en zwabbert bij iedere stap. Het leven is zoals je het voorgeschoteld hebt gekregen.

Het heeft me in het oordelen van het ongerepte leven milder gemaakt. Juist in de groep ontdekte ik de wonderen van het positivisme en er is niets mooiers om mee te maken dan kinderen te zien, die in zichzelf gaan geloven. Welke blijdschap het oproept als ze denken, dat iets tot hun mogelijkheden behoort. Het is de vreugde ten top om die erkenning te zien voltrekken in hun oplichtende ogen, het rechten van de rug, de fierheid die uit de houding spreekt. Er mogen zijn op alle fronten. Meer heeft een kind niet nodig. Meer hebben wij niet nodig. Waardering en bewondering, twee druppels die een gloeiende plaat ongekende glans geven en het geloof er in.

img_8937.jpgDe glans, het geloof erin.

Ik moet nog een beetje schaven merk ik, hier en daar. Me nog meer laten leiden door mijn eigen gevoel. Dat is een queeste, die top-notch bovenaan prijkt. Trouw zijn aan jezelf. Geen sinecure, maar het proberen waard.

Uncategorized

Licht en donker, donker en licht

Pluis raspt met haar tongetje over haar mooie zilvergrijze vel. Ze stopt, inspecteert de boel zorgvuldig en raspt verder. Ze hangt als een warme kruik tegen mijn dijbeen aan. Af en toe schrikt ze op van een opvliegende vogel en kijkt licht verwilderd om zich heen of ze het beestje kan spotten. Haar staart schiet heen en weer en ze sprint naar het raam,  waar in de boom ervoor een kleine koolmees uitgebreid voedsel aan zoeken is.

23331437_10212146648321576_3497282590600964329_o.jpg

‘Bent U allergisch’ had de longarts bij het eerste onderzoekje gevraagd. Nee, gelukkig niet. Pluis en daarvoor Nemo en Vledder waren al zo lang deel van het geheel. Ik weet niet beter of er dwarrelen kattenharen rond. Katten zijn het probleem niet.

Hoe komt een mens aan longen vol stof. Ooit in dat grijze verleden werd er volop gerookt, geen leven zonder sigaret. Later werd het danig ingeperkt en stofte de werkvloer grote wolken op, waar ik 22 jaar vrijwillig kleding in heb uit lopen zoeken. Geen ventilatie, zonlicht en de dikke strepen ondoordringbare grijs en goud. Wat zit er in oude kleding. Huidschimmel, huismijt, stof voor het leven. Iedere vezel vertelt een verhaal. Het mijne werd aangevuld met onzichtbare sluippartijen naar een diepere laag. Long-epitheel verstopte zich in de herinneringen.

Ik was gewaarschuwd. Alle ooms hadden stoflongen. Ook dat was hun beroepsdeformatie geweest. Steen houwen, grafzerken uitbeitelen, het maakt het leven er niet ademvrijer op. Mondkapjes zoals de Japanners laatst in Brugge, werden nog niet verstrekt. Je was hard aan het werk, de zorgen kwamen later, als je arbeidzame leven voorbij was. Versleten knieën, heupen, longen of je hart. Ze werden geen van allen echt oud. Weet Pluis veel. Muizenissen zijn om weg te raspen denkt ze en kijkt me met haar pientere doordringende blik in.

hart van MiekeLief tweelinghart van Mieke Siemons.

De longarts keek me ook vorsend aan. Hollend in de achteruitstand gegaan, deze afgelopen jaren. Ik voelde dat zelf wel, bij iedere trap die een vesting leek. Maar enfin, de combinatie van twee onmisbare organen in het slop is misschien toch weer even iets te veel van het goede. Mijn hartlijders keken me meewarig aan. Martelaren en apostelen en het kon altijd nog erger. Ook al had niemand zekerheid, dat waren ze zich des te meer bewust.

002Loose ends

De draad van Ariadne was ik even kwijt, tijd om het begin te zoeken en verder te gaan bij waar ik gebleven was. Leven en laten leven. Alle factoren van de wereld zijn aan te voeren als oorzaak, maar niets helpt het luchtiger te kloppen. Dat moet ik doen en niemand anders. Draad dus, aanhaken en voort. De corticosteroïden worden uitgebreid met een nieuwe puf. Een voorgoed vaarwel aan de schamele resterende smaakpapillen en de reukneuzels. Er blijft nog genoeg over om mee aan de haal te gaan.

Elke ochtend ligt Pluis likkebaardend lekker op de loer ten einde kleine vogels te spotten en ‘mekkerend’ gewag te maken van haar trek. Iedere dag gebeurt er minstens één memorabel voorval dat in gedicht of tekening gestalte krijgt. Iedere ochtend trekt het licht een lange neus tegen de diepe duisternis en komt zon te pas en te onpas luister bij zetten. Iedere keer als ik de ogen open zijn er nieuwe rondes en nieuwe kansen met de volledige vrijheid om er op in te haken of niet.

Ik brei mijn dag en laat hier en daar een steek vallen, zoals het vege lijf al eerder deed. Vriendin zei pas geleden: ‘Het hoeft niet altijd positief’. Toch is het juist dat wat de balans houdt met die diepe duisternis. Licht en donker, donker en licht. Ik weet wel, waar ik het liefst mijn oog op richt.

 

Uncategorized

Ze schrijven geschiedenis

Het dagelijkse uitje van vandaag ging naar Utrecht. Ik had online met mezelf en ’t Hoogt afgesproken dat ik naar de film van Berthe Morisot zou gaan. Deze kranige dame behoorde tot de groep Parijse impressionisten in Frankrijk. De mannen met bekende namen als Degas, Caillebotte, Monet, Pisarro, Renoir en Mallarmé werden in het begin  met de nek aangekeken, maar Berthe, een kind uit een gegoede bourgeois familie, was als vrouw helemaal ernstig in het nadeel.

Berthe Morisot: La Psyché

Vrouwen hoorden voor kind en haard te zorgen en niet te werken, laat staan het bohemien bestaan van een schilder te ambiëren. Ze schilderde vanuit een kast en had geen eigen atelier. Haar leven in de documentaire van Klaas Bense begint met de vondst van een portret van een vrouw. Het doek was op de achterkant gesigneerd door Berthe Morisot. Het opent de zoektocht naar haar bestaan. Haar rebelse en vooruitstrevende karakter vangt Klaas Bense door haar kracht te bundelen en tussen al haar eigen dagboekspinsels door te laten verwoorden in de vastberadenheid van een Parijse rapster, een vrouwelijke voetbalkunstenaarster, die constant panna’s uitdeelt onder het publiek, en een meidengroep jonge skaters. Het idee om het karakter te laten reizen door de tijd en de voorstelling van een plaatsing in het nu uit te beelden, brengt het leven terug in het verloop van het lang verbeide bestaan.

016

Het vergelijk met een vrouw, die weet wat ze wilt, zich een weg vecht naar haar individuele vrijheid, zich niet over de kling laat jagen door de geldende normen en regels, roept bewondering op. Een mannenmaatschappij en zij als enige vrouw die haar rug rechtte en haar passie en gedrevenheid trouw bleef. Haar zus, met wie ze samen tekenlessen had gevolgd, bezweek onder de maatschappelijke druk en hing haar verfkwasten aan de wilgen, toen ze trouwde. Berthes wilskracht stijgt daardoor boven het beeld uit. Ze trouwt met Eugène Manet, op voorspraak van Édouard Manet, met de belofte dat ze de ruimte zou krijgen om te blijven schilderen.

De rapster vertolkt haar innerlijke strijd op een ontwapende en eerlijke manier. Ze schuwt daarbij de eigen sores niet en verhaalt van haar eigen gevecht met de mannenwereld waarin ze verkeert en waarin ze zich staande moet zien te houden. Verkeerde kringen eisen een tol en ze belandt daardoor een aantal maanden in de gevangenis. Ze overleeft door te blijven vechten voor de invulling van haar eigen leven. Ze is 22 jaar en ziet er prachtig uit in haar rode jas tegen de lichtroze gesausde wanden van het troosteloze flatgebouw en ze is zwanger. In haar ogen schittert het vuur en de bewondering voor de worstelende impressioniste.

Morisot bevalt van een dochter en vangt al haar moederliefde in talloze schilderijen. Goed beschouwd heeft ze haar leven op de rit en haar voornemens ingewilligd. Toch is haar peinzen doortrokken van weifelende vragen, waarbij de existentie van een beoogde vervulling van haar diepste verlangens niet wordt behaald. De vraagtekens blijven hangen in de onbezorgde jeugdige meiden, die zich skatend een weg banen door het Parijse publiek, stralend, met een parelende lach en toegeworpen steelse en vastberaden blikken. Er klinkt een onbezonnen maar rotsvast vertrouwen in het leven in door.  Een mooi contrast met de kommervolle overpeinzingen van de zwanenzang van de trotse Berthe Morisot. De ondertitel Moed, storm en liefde vertolkt de worsteling van de vrouwen in het algemeen en voorvechtster Morisot in het bijzonder. Leve de rebelse zielen onder ons, die de grond onder de voeten doen verschuiven. Ze schrijven in alle opzichten geschiedenis.

Uncategorized

Wat een heerlijkheid

Het druilde van de regen. Buiten was het kouder dan ik binnen had bedacht. Te dunne lavendelblauwe sjaal om mijn nek, maar niet getreurd. Ik zou vriendin, mijn duo, mijn ‘tweehandenopeenbuiknaarkinderentoe’ gelijkgestemde geest meenemen naar Voorlinden. Door mijn enthousiaste verhalen en de uitnodigende fotoreportages die de noodzaak onderschreven van het mogen indrinken, werd het haar stille wens om het zelf te mogen ondergaan. Onderdompelen in schoonheid en vragen, je laten overspoelen en overdonderen, weldadige ruimte en stilte ervaren in het hoofd, dat brengen musea. Er is altijd weer bij elke tentoonstelling of collectie de kracht van het denken, de filosofie en later als herboren en onder de indruk, met ‘gedachten voor een lifetime’  het gewone leven instappen. Zelfs in het geval van een tweede of een derde keer, blijkt maar weer.

023

Ik geniet op de eerste plaats van haar eerste reacties bij het zien van de prachtige ambiance, de architectuur, die zich weids en nog naakt, nu de tuin pril voorjaar luidt en nat en verborgen spriet, zich uitstrekt. Binnen is de verbazing zo mogelijk nog groter bij het zien van de brede zichtlijnen die het gebouw doorkruisen, de weldaad van een volmaakt in alle rust kunnen doorlopen van de tentoonstellingen en collecties. Ik kijk door haar ogen mee. We staan bij de spiegelwand van John Armleder. Spark, spark, Spark is de titel en de sprankeling ontstaat als we ons er zelf in spiegelen, moeten grinniken om het effect door de bolling van het plexiglas dat zich spiegelt in zwangere buiken, holle ruggen, langgerekte ‘Small Faces’ en vice versa. Als een klein kind enthousiast erop toe loopt en kraaiend voor haar beeltenis staat, krijgt de sprankeling een extra gave lading, de verwondering twee turven hoog ten voeten uit.

028

Vriendin stelt vragen en maakt opmerkingen die elk werk op zich nog een extra dimensie meegeven. Bij Sparrow van Johan de Wit, het meisje en het musje vult ze de zorgvuldige interesse in elkaars doen en laten aan met de constatering dat ze elkaar begrijpen. Meer is niet nodig om het beeld allesomvattend te laten zijn.

152.JPG

We zitten een tijdje in de gang met de groene banken met een fantastisch panorama van het buitengebied.  Er ontspint zich een schilderij in een schilderij door de bermmaaier, die schijnbaar onverstoorbaar de bermen maait in de stromende regen met zijn bosmaaier, maar kennelijk toch de blikken voelt, zich omdraait, zwaait naar die twee  vrouwen op een van de banken in die verlaten gang, zich weer omdraait en onverstoorbaar verder gaat. Alleen met zijn gedachten in het aanhoudende huilen van zijn maaier en het onverdroten voort druilen van de regen op zijn groen gejaste gestalte.

De neonletters boven zijn hoofd ‘WheredoIandandyoubegin’ vormen te samen met de man het plaatje tot dit perfecte beeld. Zo versterkt, onbedoeld, het onderhoud van een landgoed het kunstwerk van Shilpa Gupta. Daarom heeft het betekenis, om wie het ziet, om wat het doet, om het uitvergroten van een moment. Het is precies wat de kunstenaar voor ogen heeft. Ze wil een wereld oproepen aan beelden en gedachten , grenzen verleggen, een nieuwe betekenis geven aan de waarneming door de aanvulling van onze eigen associaties en herinneringen.

050

Ik verkneukel me om het effect dat het analoge bord zal oproepen met de indringende tekst en het staccato neerdalen van de hamerslagen van letters op het bord en wat de Speaking Wall zal oproepen. Onder alle indrukken vervagen voor het heden de vragen, maar een volgende keer zal er een antwoord komen. Het zwembad, de muizenlift, het aandoenlijke uit haar voegen gebarsten oudere echtpaar onder de parasol, de klankbetovering in Richard Serra’s ‘Open ended’ waar geen eind aan komt omdat de echo voortduurt en het koper haar haar in ton sur ton omarmt.

077

Het is een walhalla van indrukken en opgedane emotie, teveel haast voor een dag. Bevlogen sparren we nog even na, komen op eigen creaties uit en spinnen een universum, ons eigen universum, grenzeloos en breed aan creativiteit. Wat een dag. Wat een heerlijkheid.

166.jpg

Uncategorized

Van wortel tot wasdom

In mijn ‘Schrijven is scheuren’, waarbij ik nimmer tot scheuren kom, omdat ik dat zonde vind, staat een mooie gedachte van Komrij bij de dag van morgen. Regeren is vooruit zien en automatisch kijk ik altijd naar een dag verder. Scheuren doe ik niet, omdat anders al die wijsheid maar verwaait, verdwijnt in de vergetelheid. Een uit elkaar gevallen scheurkalender geeft me bij het slinken der dagen een diep triest gevoel. Alsof je inderdaad iets kwijt ben. Dus liggen er hier en daar hele scheurkalenders door het huis heen, die allen wel per dag geleefd zijn, maar niet gewist.

051.jpg

De dagen dienen, dat is ongeveer het adagio dat er achter ligt en dat is wat mij bezielt. Heb het nooit goed kunnen begrijpen waarom we opeens niet meer in het verleden mochten graven en alleen het heilige ‘Nu’ zaligmakend was. Voor mij hangt het leven aan elkaar als een breiwerk. De worteling, het verleden, het heden, de toekomst en de dood. Als alles wat geweest is er niet meer toe zou doen is er een luchtledig zweven. Ik kijk graag en intens naar de hele film, waarbij de tijdsgeest steeds op volle sterkte mee deelt. Hoe heerlijk is het niet om jezelf te verplaatsen in de rol van je moeder of vader in die tijd, die je als kind zelf nog heb meegemaakt. Wat als je zelf  al vijf of zes kinderen had en geen wasmachine, geen knop om het licht om te draaien, matten op de vloer, een bakelieten radio op een formica tafeltje als enige contact met de grote buitenwerld en het wereldnieuws. Hoe zou het me vergaan met mijn handen en armen rood van het schrobben op het wasbord, van het matten kloppen, van het boenen met zand, zeep en soda.

050.jpg

Komrij waarschuwt me en zegt: Een nadeel van nadenken is dat je altijd op zulke grote woorden moet uitkomen. Ik proef zijn bewering en vraag me af of het waar is. Het past bij mijn gedachtekronkel van vandaag. Op de achterkant van zijn gelijk staat een verklaring voor zijn grote woorden:’Ben ik me bewust van grenzen en beperkingen. Beschik ik over verantwoordelijkheidsbesef. Moet ik een goed burger zijn. Ben ik een artiest of mens onder de mensen’. Pijnlijke vragen voor een schrijver vindt hij. Hij moet aan rol-onderbouwing doen van zowel van slachtoffer als dader.

Aan mij dringt de vraag zich op of dat niet altijd de afweging is die je maakt in welke vorm van relatie dan ook. Empathie hebben met de mens is niet anders dan een afwegen van beweegredenen en de tolerantie zoeken in het aanvaardbare. Daar zijn individuele grenzen aan verbonden, maar het feit dat je je als schrijver boven een algemeen geldend sociaal gegeven stelt, is kenmerkend voor het feit dat jij de woorden aan die gedachten wil geven. Wil en niet moet. Zoals het moet in zijn these niet moeten hoeft te zijn. Het kan. Die gave, het verwoorden, is het verschil. Vooral als het een hele menigte boeit of in de ban kan houden. Grote woorden vallen in mijn optiek vooral onder hoogdravendheid, terwijl de intentie van het vangen van een sfeer een andere beleving dient.

Elke stap die gezet wordt betekent vooruitgang en niet per definitie verbetering. Ze vormen wel de opmaat tot het volgende proces. Schakels van wortel tot wasdom en alles wat daar tussen ligt. In ieder geval iets om over na te denken. De hele dag lang desnoods, ook al staat het op de scheurkalender pas bij morgen.

Uncategorized

Vrank en vrij

Ik nip de warme koffie naar binnen alsof het vloeibaar goud is. Ineens krijgt eten en drinken een nieuw elan, nu het onderzoek van me vraagt twee uur van te voren niet meer te eten en te drinken. Ze gaan een moeilijke meting doen om de spiermassa te wegen. Het is een bio-elektrische impedantiemeting om een goede beoordeling te krijgen van de voedings-en hydratatietoestand van een mens in het algemeen en die van mij vandaag in het bijzonder. Ziezo. De mevrouw achter de balie van de longpoli moest het uitspellen en daarna opzoeken wat een dergelijk onderzoek inhield.

IMG_2789.jpgTekendagboek.

Wat er met die info gebeuren gaat weet ik niet. Er volgen nog twee onderzoeken achteraan, te weten de longfunctie en de ademspierkrachtmeting. Die laatste kende ik ook niet. Hoe veel kracht heb je om in en uit te ademen. Alles wordt in werking gezet omdat de benauwdheid weer was toegenomen. Ik kan niet meer onhoorbaar naderen. Het doet mee denken aan die ene keer, dat ik een wandelingetje bij de Lek ging maken en in mijn enthousiasme het gekwinkeleer van de vogels wilde opnemen. Toen ik thuis aankwam bleek het een lied van ‘een hijgend hert der jacht ontkomen’. Het was een pijnlijk heldere confrontatie. Wonderbaarlijke gatenkaas met het ouder worden.

Ik heb te doen met mijn mede collega hartlijder die, na een grote openhartoperatie vier maanden geleden, eigenlijk een ‘als herboren’ fysieke toestand in het vooruitzicht was gesteld en zich nu alleen nog maar benauwder wist. Hij voelde zich bekocht. De fysiotherapeut vertelde aarzelend dat het een half jaar tot een jaar kon duren eer men na een dergelijke ingreep weer een beetje de oude zou zijn. De aarzeling duurde net te lang om de geloofwaardigheid een bedding te geven. Ik zag in de ogen van mijn makker de lijdzame strijd, de angst en het ongeloof opwellen. Je moet een goede therapeut zijn om dergelijke kreukels weer glad te strijken.

Het is een wonderlijk gegeven om met de lotgenoten samen het precaire onderwerp ‘angst’ aan te snijden. Doorgaans vervliegt het uur in een luchtigheid van grappen en grollen, meestal met een wat cynische inslag. Het is kenmerkend, omdat men niet wil blijven hangen in geweeklaag. Het voelt al of we veel meer aan het piepen zijn, terwijl het niet anders is dan de invulling van alledag een plek te willen geven. Als je wat mankeert in welke vorm dan ook dan bestaat het leven ineens uit lijf en leden en de kommer erom, angst en onrust over het verloop. De verwerking kan bijna niet anders dan over het je tegemoet tredende ongemak gaan.

327

Ik geniet van de slokjes warme koffie en straks volgt nog mijn chemisch ontbijt. Daarna kan ik er wel even tegen. Helaas was het onderzoek op een tijdstip waarop een langzame dag wel midden in de nacht of daaromtrent moest beginnen. Half negen in Leidse Rijn, de uitslag vrijdag in Houten. Ja ja, we reizen wat af met al die verschillende vestigingen van het ziekenhuis. Het is maar goed, dat de kleine blauwe Prins me trouw overal naar toe snort. Hij zorgt ervoor dat mijn mobiliteit in topvorm is, buiten de wandelingen naar de verschillende afdelingen toe. Een kniesoor die daar op let. Nog even en ik hospitaliseer. Dat wil ik jullie niet aandoen. Dan krijg je alleen nog maar blogs over de zelfkant van het leven. Voor die tijd hoop ik weer buiten de muren te treden. In ieder geval krijg ik zicht op kracht en spiermassa. Die bielzen van armen moeten terug. Nog even stug blijven oefenen dus en ademhalen. Het liefst vrank en vrij.

Uncategorized

Maak de weg vrij

Iemand had gisteren tijdens een feest een opmerking, waar ik bewust niet op in ging, omdat ik wist dat de discussie zwaar zou worden en de gelegenheid er zich niet toe zou lenen. Zoiets als de verkeerde jurk tijdens een dresscode. Dit ging ook over kleding. Hij zei: Dat is de reden dat ik voor een schooluniform ben. Met mijn vrijgevochten inslag is dat even diep zuchten. De voorliggende redenen sneden hout, de oplossing ging wat mij betreft mank. Aan de andere kant had ik in mijn optiek over het schoolse leven wel degelijk een gefundeerde mening over kleding.

Hij was er voor, omdat er in zijn ogen teveel gepest werd en buitengesloten werd omwille van het uiterlijke vertoon. In dat laatste had hij absoluut gelijk. Er zijn heel wat mensen die school zien als een etalage, waarin men kan aflezen hoe groot de welstand is van het gezin en hoe goed het kind verzorgd wordt. Dat wordt navenant uitgedrukt in dure merkkleding. Het zegt helemaal niets over  het welzijn van het kind en dat is iets wat ik jarenlang probeerde duidelijk te maken aan deze najagers van het geluk in uiterlijk vertoon.

002

De eerste ouderavond van het jaar begon op school steevast met een praatje over de visie van het Jenaplan onderwijs in het algemeen en wat dat voor de kinderen die onder onze hoede werden gesteld in het bijzonder. Ik wilde dat mijn kinderen franck en vrij, sans gene voor wat dan ook, hun leerzame leven mochten leiden en mijn duo was het daar geheel en al mee eens. Dat betekende dat we de ouders op het hart drukten hun kroost vooral geen dure kleding aan te geven. Een ochtendje meedraaien betekende lijmvlekken, ecolinevingers, verfspatten, aardewroeters, zand en moddermonsters. We zijn een atelier oreerde ik, daar mag geëxperimenteerd worden, daar moeten kinderen vrij mogen zijn in hun beleving en niet gehinderd door het feit dat ze met hun mooie nieuwe lakschoenen of hun prachtige nieuwe broek niet de zandbak in mogen.

048

Ze mogen ontdekken waar grenzen liggen, welke eigenschappen het materiaal heeft, welke vaardigheden ze ontwikkelen ten opzichte van die eigenschappen, het leven is een feest als ontdekken en experimenteren vrij baan krijgt en de verwondering niet aflatend aanwezig is. Het liefst had ik ze zelf een ochtend in mijn vingers gehad om te laten zien hoe het werkt en hoe blij we daar met elkaar van zouden worden. Ateliers draaien was een feest, want dan kon je helemaal groots uitpakken  maar het mooiste wat me overkomen kon, waren de dagen die in een opeenvolging van ervaringen zich afwikkelde, waarbij het een het ander opriep en niet zelden niet alleen de kinderen maar ons ook in vervoering brachten. Projectonderwijs is zo rijk, als je de teugels durft te laten vieren, het kind gelijkstelt aan je eigen vermogen en samen de ontdekking aan te gaan.

046

Er waren altijd ouders bij, die mooi boven gelukkig bleven stellen. Dat was bij ons in de groep niet handig. Sterke lijm krijg je bijna echt niet uit je kleding, maar sterke lijm is het enige dat alles aan elkaar kon plakken, waardoor datgene wat we aan het maken waren stand hield en niet als een plumpudding in elkaar zakte. Sterke lijm hield het animo om het experiment aan te gaan hoog. De kunst van het leren is te blijven verwonderen in welke vorm dan ook.

Uniforme kleding geeft een wee gevoel. Gek genoeg strookt dat in het geheel niet met mijn kabouteruniform van lang geleden, waar ik erg fier op was als ik het over mijn schouders kon laten glijden of de wijze waarop ik glom van trots als mijn vader in zijn keurige blauwe indrukwekkende uniform zijn been over de stang van de dienstfiets zwaaide.

003

Uniformen zijn niet nodig, de vrijheid om te experimenteren wel. Geen ratrace van moordende concurrentie van ouders, door alles in overtreffende trap te organiseren. Het leven is een groot atelier. Ruim baan voor de ontwikkeling van het kind. Maak de weg vrij.

Uncategorized

Het hoogste goed

‘Er is te weinig lege tijd’ lees ik in een interview door Sofie VanLommel met Joke Hermsen in Blendle. De woorden blijven hangen als een laaghangende mist op een stille lentemorgen, zoals nu waarbij de zomerklok me een uur heeft afgenomen. Ze doelt daarbij op het gebrek aan informatieverwerking. We hebben in een oogwenk wereldse informatie onder handbereik, maar niet voldoende tijd om het tot ons te nemen. Ik merk het zelf ook. In plaats van de rust om het boek te lezen, draai ik rond in scannende berichten.  Het gebrek aan concentratie speelt ongetwijfeld een rol, het te kort aan focus evenzeer. Deze voorlopige doelloze zwabberperiode helpt niet mee. Hoe vaak heb ik me niet voorgenomen om lijsten te gaan maken  en hoe zeer heb ik ze niet even vaak losgelaten. Het gaat ’s morgens al fout. Mijn lege tijd verdient op dit ogenblik haar predicaat met verve, maar anders dan Joke Hermsen het bedoelt. What’in a name.

 zandloper-van-glas-30-cm

Vandaag wordt mijn schoonmoeder 96 jaar. Respectabele levenslengte, vief als een kievit, tonnetje rond en rimpelloos. Ze heeft nog nooit nagedacht over verschillende tinten tijd.  In het interview wordt de herinnering bestempeld als gevoelde tijd. Als voorbeeld geldt de terugweg die altijd korter lijkt dan de heenweg.  Wat als er maar een weg is, als je niet weet of je al op de terugweg bent, schiet er door mijn hoofd. Het leven is , goed beschouwd, een grote terugweg, omdat alles wat geweest is niet meer weerom komt. Daar zou ik graag eens een sparretje met de kinderen mee op willen zetten. He zouden zij er tegen aan kijken.

De tijd keert om

Ooit, in het rijke verleden, had ik een project over tijd, waarbij we via allerlei omzwervingen erachter kwamen dat in elke zin wel een of meerdere  tijdaanduiding zaten én dat iedereen een vader en een moeder heeft gehad. Geen onbelangrijke constateringen voor een groep vier tot zesjarigen. We speelden het boek na van Heleen Vissinga met de intrigerende titel: ‘De tijd keert om'(Mo treek dijt ed) en hadden de tijd van ons leven. Niets was zo spannend en interessant als die gedachte om achteruit te kunnen leven. Als je een briefje vindt op de kast met ‘Lees dit niet’ zoals het jongetje in het boek, dan ben je al te laat. Ik kon de ontzetting in de ogen van mijn kleine denkhoofden in de kring lezen. Het noodlot werd hier op elke wijze getart. Dat lieve jongetje zou terug in de tijd altijd te laat zijn.  Maar wat zegt dat over ons?

015 Hier ben ik de tijd ver vooruit.

Zo filosofeerden we door tot in het oneindige. Tijd is bij uitstek geschikt om mee te stoeien, op welke manier dan ook. Herinnering is voor mij meer dan alleen gevoelde tijd en dat is weer wat anders dan gevoelstijd, die de duur van de terugweg aanduidt. Daarom heb ik kinderen nodig. Voor het betere sparwerk. In mijn hoofd vormt zich langzaam een bewustwordingsballonnetje. Het zet deuren open die nieuwe mogelijkheden aanboren.  Het is een feit. Informatieconsumptie is alom aanwezig, maar de verwerking ervan vergt meer. Niet alleen tijd, maar ook reflectie. De grijze cellen missen het klankbord.

Mooie constatering aan de hand van het rusteloze scherm, volledig zelf uitgeplozen in alle rust. Zo zie je maar, tel de zegeningen en laat de rest. Tijd aan jezelf is het hoogste goed.

 

Uncategorized

Ik kom terug

Ik zit in de wachtkamer van Zorg voor de Zaak, mis de verse koffie, de afleidiende filmpjes aan de muur, desnoods een lekker deuntje muziek, zoals bij de tandarts, die ervoor zorgt dat ik me totaal ontspannen in haar stoel vlei. De tafels, robuust vervangen door zakelijk eiken met staal, de beduimelde eeuwig niet interessante lectuur erop, de Heugaveld tegels in een schreeuwend roze/rood/paars eronder.

Ik leid mijn gedachten naar het licht. Daarvoor moeten ze langs de kale wanden naar boven toe, want de nok bestaat uit systeemglas of kunststof. Ijzeren deugen doorsnijden het zerk. Gevangen in een wereld van sombere gezichten. Af en toe klinkt er een hoorbare zucht. Geen vriendelijke open balie waar je je moet melden maar een kippenhokje, waar achter de balie een alleraardigste betrokken mevrouw schuil gaat achter haar grote allesweter, het scherm.

Af en toe vang ik nog net een glimlach van haar op. Een voor een worden mensen weggeroepen en komen weer terug lopen. Ik verbaas me dat sommige met z’n tweeën zijn. Maar ach, dat is mijn eigen deformatie. Ik doe heel vaak de bezoeken aan allerlei instanties alleen. ‘Dop je eigen bonen’ is een gegeven dat ons thuis met de paplepel werd ingegeven. Dat heb ik in het leven iets te sterk uitgewerkt. Het zorgde ervoor dat ik menigmaal een deur, die geopend werd, even hard heb dichtgeslagen. Geen onwil, maar gewenning. Die Bonen en de vuile was die je binnen de deur diende te houden. Privé en de buitenwereld strikt gescheiden. Een mens leert gelukkig zijn leven lang. Dat raakte ik op den duur kwijt, maar ik reken me altijd nog veel meer mans of liever ‘vrouws’, dan ik in feite ben.

Ik was veel te vroeg, had eerst verloren rond gelopen op het verkeerde stuk Kanaalweg en was daarna al hijgend en met een belletje erachter gekomen dat ik te vroeg naar de afspraak wilde. Een uur later pas, want nu was mevrouw Zus en me Zo aan de beurt. Ik wenste mevrouw Zus en me Zo via de welwillige informante succes en dook de Bouwmarkt in op zoek naar nostalgische hangplanten om een heel uur stuk te slaan. Ze hadden niet wat ik zocht aan geborgen verleden. Daarom was ik ruim een half uur te vroeg in de wachtkamer van Zorg voor de Zaak en kon ik elk detail minutieus de revue laten passeren. Het vriendelijke gezicht achter het scherm had me opgetogen meegedeeld dat ik een brief van februari had gebruikt, waarop half elf prijkte en niet de half twaalf van een maand later. Niet zij waren in de war, maar ik. Zij verblikte of verbloosde niet in al haar vriendelijkheid en ik besloot daar in mee te gaan.

116

Wachtkamers zonder afleiding zijn een bron van het kleine vermaak, want de projectie valt op alles wat aanwezig is. Eindelijk werd ik geroepen. Kordate mevrouw, afgemeten handdruk, blik van herkenning en het voorbenen naar de kamer. Na mijn relaas, een feitelijk verslag, de diagnose. Voorlopig volledig arbeidsongeschikt tot alle onderzoeken en bezoeken achter de rug waren, aangevuld met wat verhalen van ‘erge’ gevallen in de overtreffende trap. Nog even de ins en de outs doorgenomen en daar stond ik met dezelfde gründlichkeit weer buiten, binnen tien minuten.

Vonnis in een stempel op het voorhoofd gedrukt of toch niet. Niemand was verbaasd of keek er van op toen ik de trap af daalde. Ze keurden me geen blik waardig. Onbestemde gevoelens kennelijk vastgehouden door beduimelde blaadjes en hier en daar een Iphone. Onzichtbaar arbeidsongeschikt, ook dat nog. Ik wist dat het zou gebeuren en toch is het ineens een zekerheid die de tredmolen in werking zet. Sussend einde van mijn gouden loopbaan, gelukkig een afscheid op mijn eigen vertrouwde school met liefde beleefd en nu tussen de wal en het schip zachtjes over boord van de arbeid gegleden.

Zo dramatisch is het niet, al had ik een en ander anders voorgesteld. Er zijn mogelijkheden te over, maar de constatering van het feit in een nuchtere zakelijke omgeving is een andere dan de ginnegappen, die ik er met mijn mede hartenvrienden op de revalidatie over maak.

Ik hou vast aan het laatste mét de oude energie, die in een nieuwe, andere baan om het bestaan wordt geleid. Al weet ik nog niet hoe, Wereld, ik kom terug.

 

Uncategorized

Wereldrijk, hemelsbreed en grenzeloos

Ik val binnen in de documentaire over Krisztina de Châtel.  Een dans door jonge Hongaren in een eenvoudige lichtblauwe korte broek en hemdje, een aantal mannen en twee vrouwen, die corresponderen met de droge, stoffige aarde. Hun korte werkmansschoenen laten het stof in de maat opwaaien. Alle elementen worden gebruikt om mee te spelen in de dans, tot aan het ruisen van de verkleurende bladeren toe. Het was alsof de kleur zo snel veranderde als de duur van de passen van de dansers.

070

Dan klinkt er een Hongaarse Csardas en als ik mijn ogen dicht doe, dans ik met een van de jongens van de volksdansclub en draai in het rond. Ik was er niet goed in, kon me niet uitleveren aan de leidende rol van de man en brak door alle vloeiende bewegingen heen. Toch traden we er mee op en de techniek beheerste ik op het laatst wel, al was de echte balans ver te zoeken. Mijn Hongarije betekende prachtige ruisende onderrokken en rokken, Wijde mouwenblouses, eindeloze stof gerimpeld en maagdelijk wit, de zwarte hessen met de tressen en de hoedjes, frivool, stoer of schalks op het hoofd gezet, de franjes aan de hoofddoeken en de flessen op het hoofd, de ontlading bij het publiek als bleek dat ze los op het hoofd stonden.

082 (2)

Deze jonge moderne dansers dansen de Hongaarse opstand in een ruime witte broek en shirt en hebben een dichte gazen doek over het hoofd gebonden.  De grimmigheid is gewekt. De kleding en daarmee de lijven hebben het sobere, de keur van de eenvoud. Hun bewegingen draaien en duwen het lijf in een beeld van onderdrukking, een gevecht tegen de armoe en het opgelegde gezag van het communisme.

De choreografe zit in haar ouderlijke woning in het mooie grote oude huis waar iedere kamer haar herinneringen wakker roept. Bij de mooie kast, de schilderijen, de oude meubels en in het gefilterde licht vergelijkt ze haar eigenschappen met die van haar vader. Haar vader die in zijn agressie de genegenheid van het kleine meisje opzij schoof om zijn macht aan te wenden. Het moment waarop ze zich realiseerde dat hij te ver ging en dat ze beter maar weg kon gaan, vertelt ze met een zekere berusting. De trein bracht haar ver over de grenzen heen. De dans in de aarde laat het beeld zien van een trein in diens cadans, de vooruitgang, het schuren en de ‘rails’achtige groeven in de aarde. Op elke wijze vertelt ze in haar choreografieën de eigenschappen van de beweging der dingen, de kracht van haar dans. Elk beeld op zich boeit en blijft dicht op de huid zitten. Juist de schoonheid van het kleine te zien, die los te weken van het gewone, de realiteit en verschillende beroepen in een compleet andere weergave te brengen, zorgt voor het sterke effect. Daarbij onderstreept elke noot van de muziek haar choreografie.

072

Als ze een syncope in de dans mist, klopt het niet en voelt ze de disharmonie bijna lijfelijk, omdat het de kracht uit het stuk haalt en daarmee haar schepping onderuit. Ze foetert met de agressie van haar vader in bijtende bewoordingen en vertrekt naar huis om niet in zijn valkuil te vallen.

In Hongarije wordt ze weer het kind, die verwondering haalt uit de natuur en alles wat haar omringt, met de weemoed van de herinnering.  Het beeld van het silhouet van de choreografe, naast de filmbeelden over de hele breedte van de muur van het huis in de vallende schemering, onderstrepen het fantastische en vernieuwende werk in al haar bescheidenheid. Ze verdiept en haalt de kracht uit elk element dat een podium kan bieden of sterker nog, ze ziet de mogelijkheden om alles naar de hand van de dans te zetten. Krisztina de Châtel. Haar podium is wereldrijk, hemelsbreed en grenzeloos.

 

Uncategorized

Wie weet

Niet kunnen slapen, alweer niet. Maar ook niet de concentratie op kunnen brengen om te lezen. Er liggen al een paar maanden vier boeken met smart te wachten. Die smart is ingebeeld door mij, omdat het me voor een boek het ergste lijkt wat hem kan overkomen, dichtgeslagen te blijven. Geen letter die er tussen uit breekt. Het brengt me even terug naar vroeger, al langer geleden. Naar een project over sprookjes en het grote sprookjesboek dat ik gemaakt had en waar de sprookjesfiguren uit ontsnapt waren en door het bos liepen. Hoe blij zal je zijn als kind, als je daar ineens roodkapje tegenkomt, hoe angstig om oog in oog te staan met  de wolf. Het was een heerlijk verhalend ontwerp en zelfs de notenkrakerssuite kwam voorbij, omdat het kamp in de herfst was en de noten voor het oprapen lagen.

003

Een van de mooie Jenaplan principes is om het kamp aan het begin van het jaar te houden en zo een veel positievere bijdrage te leveren aan de groepsvorming en de relaties onderling. Met kamp beleefden we wilde avonturen op locaties die tegenwoordig door de kostbare financiële kant niet meer te evenaren zijn. Het Zeehuis kwam toevallig van de week ook nog even langs op Facebook. Zee en een sprookjesachtig enorm huis op het duin, met een galm in het trappenportaal, waar menig chorale naar verlangen kon. De zilte zeelucht deed de stadse bleekneusjes al gauw verdwijnen en binnen het korte tijdbestek van minder dan een week zaten er alleen nog maar echte zeeschuimmarcheerders aan tafel, die onvervaard het avontuur tegemoet togen, door bos en duin en over het koude strand. Zand in de haren, zand in de bedden, zand rond de putjes van de douche, de natte lappen aan de kapstok met de druipende laarzen eronder. Het was en bleef een feest.

002

Neptunus kon nergens zo theatraal en glorieus uit het water verrijzen als daar in Bergen en het was de plek bij uitstek om een onvervalste zeeheks tegen het lijf te lopen, of een piraat in een boom te vinden met een schatkist vol dropdukaten. Kom daar nu nog maar eens om. De aangespoelde zeemeermin op het strand werd de wind uit de zeilen genomen door een nudistenechtpaar, die er vlak naast aanstalten gingen maken om een duik te nemen in het ijskoude herfstnat, maar de pret was er niet minder om. Later op het geïmproviseerde podium in de conversatiezaal kreeg ze alle aandacht en werd ze met egards behandeld. Verhalen die op het netvlies blijven, een leven lang.

De voorpret was al een succes en kon niet meer stuk bij het zien van die gespannen of verwachtingsvolle toetjes en de de gnuivende blikken. Alles was mogelijk en het kon niet gek genoeg. Met tijden als deze, waar de lediggang zonder kind toeslaat, verlang ik er met ziel en zaligheid naar terug. Al staat de keerzijde ook in mijn geheugen gegrift. De vermoeidheid na nachten niet slapen, hanenwaken, kinderen tellen, verantwoordelijkheden prioriteit geven en daarna pas zelf aan bod komen. Dag en nacht in touw zijn en op de toppen van de mogelijkheden, die inzet volhouden tot de bus de parkeerplaats voor de school opreed.

zeeheks

Nachten wakker zijn met een reden is wat anders dan nachten doorhalen onder grote afwezigheid van een Klaas Vaak, een honderdtal schapen of een zandmannetje dat vergeet te strooien. Tijd om een nieuwe poging te wagen en misschien wel te dromen van een zeewieren heks met schelpenscheermessen als nagels. Wie weet.

 

Uncategorized

Nu de wandel aan te gaan

Het is al laat. Normaliter lig ik lang en breed op een oor. Vandaag kan ik niet slapen. Er zijn een aantal factoren, die bijdragen aan mijn peinzend gemoed. De vraag van een van mijn vriendinnen vandaag, hoe dicht ik bij mezelf durf te zijn en blijven. De zorgelijke blik van de longarts bij het zien van mijn benauwde staat van zijn na het aantrekken van een t-shirt en een trui en de uitvoering van het Gesammtkunstwerk ‘Waarheen leidt de weg’ onder regie van Ellen Blom. Zes verschillende verhalen over de levensweg die een mens te gaan kan hebben. Het was, in al die zes gevallen, een door omstandigheden gekozen weg, moeizaam vaak, met obstakels. Vormend, vullend, voegend. De prachtige uitvoering waarbij muziek en koor indringend deze wegen leiden, haken diep in en laten niet los. Ik moet het afkijken tot het einde. Een requiem, het eerbetoon aan deze zes getrotseerde wandelingen door het leven, een afscheid van de gebiedende bron.

IMG_7512

Alsof het vandaag de dag van bezinning bij uitstek is wandelen vriendin en ik in stilte de majestueuze lanen van het oude Amelisweerd af. Het leven komt tot ons in al haar details. De specht die zijn weg kiest en hamert op de boom, de buizerd die zijn boodschap roept naar de eindeloze verte achter de hoge kruinen in de hemelsblauwe lucht. De kleine vink die in alle eenvoud op een paar stappen afstand gewag maakt van zijn aanwezigheid. Het bos ritselt en ruist door de weldadige stilte heen.

Het indringende gesprek daarna zet mijn denken op een ander plan, roert toegedekte waarden aan en diep weggestopte emotie. Door pijn en verdriet te benoemen mag het er zijn, hoeft het niet verbloemd te blijven in mooie bewoordingen of een positieve draai. Tegelijkertijd vraag ik me af of positief benoemen van het leven per definitie de rauwe randen van het leven verloochent, of dat het er mag zijn naast elkaar. Waarom benoem ik ze dan niet vaker. Is het de angst voor de ontmoeting met die schrijnende kanten van het leven en haar onherroepelijke eindigheid. Tijdens het muziekstuk ’s avonds, dat in indringende klanken tot me komt, waarin men schetst hoe geloofsovertuigingen en levensbeschouwingen bepalend kunnen zijn voor het leven, tolt en roert gevoel, woedt haar weg in vragen en een zoektocht naar antwoorden.

In een samenbundeling van indrukken maken sommige impressies zich toch weer los om door te blijven pratten in mijn hoofd, tussen de beelden door die op het netvlies zijn verschenen. Ik ben er nog niet los van, ik heb geen idee waar deze weg toe leiden zal. De hele avond staat in het teken van een leven met een moeizame voedingsbodem, geen huisje boompje beestje, maar het ontwortelde leven, dat toch een weg heeft weten te vinden. ‘Luister naar je lichaam’ heeft een andere betekenis gekregen na vandaag, maar de ware oorsprong ligt dieper nog, dan die van dit moment. ‘Laat het leven toe’ is wat er in me opkomt, laat het toe in haar liefde en haar lijden met haar zonlicht en met de zware slagschaduw aan bewolking. Vindt balans in haar veelzijdigheid. Geef het een stem.

IMG_7507

Het verhaal van de Turkse vrouw in de uitzending van vanavond blijft daarom dicht bij me. Haar ontroering wordt de mijne als ze vertelt, hoe haar te jonge moeder haar zelfgekozen uitweg heeft gevonden, omdat ze geen stem meer had voor alles wat haar overkomen was. Haar kind-zijn had men weggenomen eer het tot volle wasdom was gekomen. De dochter besloot om haar moeder een stem te geven door er te zijn en van zich te laten horen, door op te staan tegen de geldende regels en normen. Wat een dappere moedige vrouw. Wat een heldendom. Die weg, het vinden van de stem voor mijn waarheid door er simpelweg te mogen zijn, ligt in al haar facetten open. Nu de wandel aan te gaan

Uncategorized

Aangekleed gaat uit

Voor een herinnering van vroeger die ik ooit geboekstaafd heb in mijn aantekeningen van een aantal jaren geleden, spitte ik hersenspinsels door.  Ik zocht een stukje over mijn moeder, die zich opmaakte voor een avondje uit. Ooit had ik dat beeld gevangen in woorden. Het was naar aanleiding van Wauwel, die op Twitter een gedenkwaardig fragment uit het oeuvre van de dichter F. Starik aanhaalde. Wauwel(synoniem voor Rein Bijslma) vond dit  stuk over de moeder zijn meest verpletterende stuk omdat het zo herkenbaar was. Ik moest direct denken aan mijn moeder vlak voordat ze met mijn vader uit zou gaan, terwijl ze onder het felle licht van de badkamer haar toilet maakte.

Gisteren in Brugge, in de low budget hotelkamer had ik met mijn dochters een zelfde moment. We stonden ieder voor een van de drie spiegels. Ruimte was er nauwelijks in de kamer, maar spiegels waren er des te over en we poederden, smeerden, veegden en streepten ons naar een acceptabele buitenkant toe. In een van haar dagboeken stond ergens een opmerking over de buitenkant, die zo hemelsbreed van de binnenkant kon verschillen en daarbij doelde ze op dit betere plamuurwerk.

012

De grootste gemene deler van het hele weekend was de herkenbaarheid en toch ook net weer niet. Zwart was favoriet voor de basis, eenmaal aangekleed begon de metamorfose, die bij alle drie slechts mondjesmaat werd toegepast. Crèmetje smeren, een fond de teint erover, streepje oogpotlood onder de ogen of eyeliner er boven al naar gelang, mascara op de wimpers en bij mij die eeuwige lippenstift. Vleugje parfum en aangekleed gaat uit. Jammer genoeg ben ik vergeten om dat kostbare moment vast te leggen. Wij drieën om die spiegel gegroepeerd was op zich al een belevenis. De prent van het opmaken van mijn moeder zit ook alleen maar in mijn hoofd.

021

Het nadeel is dat ik jullie daar visueel niet in kan laten delen, maar wel in een vluchtige schets. Stel je de kleine badcel in de Amandelstraat voor. Deur aan de linkerhand, wastafel tegen de muur er tegenover, er naast in een wonderlijke nis het bad, tegelijk ook de gelige douche/annex spoelbak voor de spinazie en andere te lezen groenten, omdat er weer twee houten klepdeuren in de bijkeuken uitkwamen. Mijn moeder in het licht van de ronde badkamerbol.  Haar gezicht hangt vlak voor de spiegel, waarvoor ze zich licht voorover moest buigen over de wastafel heen. Ook zij smeerde eerst een crèmetje, daarna de poeder met een donsje. De zorgvuldigheid bleek uit de blik die ze er bij trok. Ze monsterde nauwkeurig elk vlekje, een verdwaalde grijze haar of aangeschoven rimpel door de tand des tijds. Af en toe was er een hoorbare zucht. Bij haar ging er wat kleur op de oogleden, blauw om de blauwe kijkers te accentueren, en wat zwarte mascara. Een borstel of kam door de haren, haar wijsheid, die in vetbulten op de hoofdhuid lag, moesten zorgvuldig bedekt door de dikke was-en watergolf. Lippenstift op de getuite lippen, weer die zucht. Aangekleed gaat uit.

verjaardag

Mijn moeder was een schoonheid met haar wat bleke huid en de zwarte haren, die te vroeg kommervol grijs zouden kleuren. Als kind vond ik alles mooi aan haar, alleen haar benen kon ik niet met de mantel der onvoorwaardelijke liefde bedekken. Daar lagen de spataderen in dikke trossen op, daar had ze de badjas, de steunkousen en haar eigen schaamte voor bij de hand.

Nu, met beide dochters op een kamer, bedacht ik me hoe leuk het had geweest, als wij als zussen ooit die intimiteit met haar hadden kunnen delen. Kleine ergernis en onvoorwaardelijke liefde in een notendop tussen de muren van een te krappe hotelkamer. Gesnuif, geronk, gekrab, misschien wat gesnurk tijdens het nachtelijke wegdromen, omdat doezelen eerder tot de mogelijkheden behoorde dan een diepe slaap.

Ik koester het spiegelbeeld op mijn netvlies en voeg er dat nieuwe en kostbare aan toe. De twee dochters en ik. ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand…door trots en liefde overmand.’  Aangekleed gaat uit.

 

Uncategorized

Hartverwarmend goud

Een weekend weg dat vergelijkbaar is met een tocht naar de Noordpool. Alles in verhouding natuurlijk hoor. Bij de echte poolganger bevriezen de wimpers en de lippen,  verglazen de tranen, blijft de glimlach star staan op het gelaat. Bij ons doofde het gevoel in onze handen, prikte de kou kleine gaatjes in de temperatuurregulatie van het lijf, stuurde de ijskoude oostenwind kierende wimpergordijnen, waardoor er een deel van de schoonheid verloren dreigde te gaan. Bij elke gelegenheid na een portie opgedane koude, doken we een tentje in, om warme koffie, wat hete soep, een warme maaltijd naar binnen te lepelen en weer op temperatuur te komen, om de opgedane behaaglijkheid weer met dezelfde snelheid in delen uit elkaar te laten spatten.

IMG_2709

Van alle weekenden in de lente van 2018 hadden we uitgerekend het allerkoudste uitgekozen voor een weekendje Brugge. Waar in de visioenen vooraf de grote markt met haar talrijke terrassen uitnodigend de armen had ontvouwen en uitnodigend de boottochten door haar vermeende Venetiaanse singels en grachten stuurde, hingen nu dikke wattenpoppen als Michelin mannetjes tegen elkaar aan. De van kou betraande gezichten sturend in de richting van de bootsman, die zijn verhaal in kleine ijspegelwolken bleef vertellen. De koppen draaiden naar links en rechts al naar gelang het commando. He was in weken niet zo koud geweest.

IMG_7441 Magritte

De zwarte glanzende koetsen met de palfreniers, die bedreven de paarden over de gladde keitjes stuurden, droegen diep weggedoken Bruggegangers, die niet eens meer de kou trotseerden om hun hoofden buiten de zwarte overkapping te steken. Dicht tegen elkaar aan kleumden ze hun ‘Bruggetrip’ bij elkaar. In het museum Groeningen was het lekker warm en derhalve was het nog nooit zo druk geweest bij het alleroudste handschrift van België en haar vaste collectie, terwijl ze onder andere een Magritte en Marcel Broodthaers in een nauwelijks te ontdekken hoek hadden verstopt. Natuurlijk namen we geen audiotour om de tijd aan onszelf te houden en derhalve was het bijna aan mijn neus voorbij geglipt. Wie zich brandt moet op de blaren zitten.

IMG_7459

De grootste surrealist, die een vervreemdende magische duistere sfeer opriep, kwamen we met zijn schilderijen en tekeningen tegen in een middeleeuwse pandje, die door de gruwelijke verbeelding geen lieflijke herinnering aan het eigenlijk zo prachtige oude bouwwerk met opkamers, kelders, gangen en nissen te over opriep, maar eerder een nachtmerrie had opgeleverd, die snel moest worden uitgewist.

IMG_7464

Brugge blijft een toeristenoord bij uitstek, zelfs als de Noordpoolwind door de straten waart, worden er hele busladingen Japanse, en Amerikaanse en Duitse toeristen los gelaten. De mondkapjes die wit en maagdelijk afstaken tussen de winterse duffelse dichtheid van wol, bont en nylon in, bleven halsstarrig op en hadden als voordeel dat de koude snijdende wind hen niet de adem benam. Smog was er in geen velden of wegen te bekennen.

IMG_2681

We hadden een paar belangrijke en ongelooflijke kleine parels gevonden in deze koude weemoedigheid. Dat was Books and Brunch waar we in het warme licht tussen de boeken een heerlijk goed verzorgd ontbijt konden nuttigen. De sfeer was aangenaam, de muziek onderstreepte dat met J.J.Cale en Bob Dylan en een aardige gerant, die alsof hij de voorzienigheid was, twee namenboeken op tafel neervlijde nadat Naomi met haar bolle buik, zich behaaglijk op haar plek had genesteld. Wat een warme aandacht sprak er uit zijn handelen en uit zijn heerlijke verse lafenis.

De tweede vonden we in een onooglijk klein eettentje op de barre voettocht naar het hotel. Daar bestierden twee hardwerkende ‘eigenaren’ van het restaurantje de bescheiden kaart. Het aantal plekken waren overeenkomstig klein, de aandacht en de hartelijkheid navenant groot en behaaglijk.  De zorgzaamheid spreidde zich als een warme deken over de verkilde ledematen uit. Helemaal opgewarmd konden we het laatste stuk wel aan. Brugge mocht dan koud zijn, de sfeer was van hartverwarmend goud.

Uncategorized

Heilzaam

Twee keer per week ga ik naar de Cardio-revalidatie. We zijn een kleine club mensen. Een bij elkaar geraapt doorsnee gemiddelde van de maatschappij. Een mijnheer die achter zijn bureau iets in de ICT doet, een buschauffeur, die al weer voorzichtig diensten aan het draaien is, een mevrouw, nog een mijnheer die er pas bijgekomen is en ik, een groepsleerkracht. Het sluit de reguliere pakkans op hartaandoeningen uit, we zijn te divers. Ook de aandoeningen lopen uiteen. Er is sprake van een lekkende hartklep, van een omlegging en een open hartoperatie, van drie stents in vernauwde kransslagaderen en bij mij, het kneusje van de zaal, de combinatie hart-en long-falen.

IMG_2109Fietsen door veld en beemd.(foto: Lem van der Linden)

We beginnen met handen desinfecteren en dan met fietsen. Ieder doet dat op een eigen tempo. Vooraf wordt de bloeddruk gemeten of de polsslag gecontroleerd. Daarna kunnen we los. Gisteren fantaseerde onze vaste fysio dat ze een beamerscherm voor onze ogen wilde hebben, zodat we semi door veld of beemd konden fietsen. Het maakt niet uit. Ik tel de cadans van diepe zuchten bij de anderen en moet constateren dat het fietsen me wonderwel goed afgaat. Op de schaalverdeling kruis ik doorgaans aan tussen redelijk lichte en redelijk zware inspanning. Langzaam voer ik mijn toerental op.

Terwijl wij vrouwen geen last heb van rood aanlopen of zweten zie ik de energie bij de mannen voornamelijk wegvloeien in vochtverlies, pioenrozen en gezucht en gekreun. Ze hebben het behoorlijk zwaar, als je op die symptomen af moet gaan. De cardiokampioen onder ons, die met de open hart operatie, haakt doorgaans het snelst af. Hij wrijft zijn nek droog met zijn meegebrachte handdoek en mompelt dat hij er mee kapt. Daarbij verblikt of verbloost hij niet.  De twee aanwezige fysiotherapeuten vinden het goed. Ieder mag aangeven waar de individuele grens ligt, al zullen ze het niet nalaten om de trede hoger te stimuleren.

004.jpgTeken-dagboek

De andere vrouw en ik geven geen krimp en trappen stug door naar de eindstreep van 30 minuten. Onze fietsen staan ook lichter en we gaan recht toe recht aan. We worden niet rood, we zuchten niet, we ondergaan en bikkelen door. Als ik in gedachte naar de vrijheid ben gefietst en ik er net ben aangekomen is het al voorbij. Dan volgt de onvermijdelijke vraag wat we nu weer eens zullen gaan doen.  Iets met de bal koos men gisteren. Maar wat. De ene fysio zit boordevol ideeën en we volgen haar. Terwijl we bezig gaan, ontwortelt langzaam de Cardio-patient en ontwaakt het kind in mij. We moeten naar elkaar gooien en vangen op diverse manieren, stoepranden op een witte streep, stoepranden op de rand van de hoepel en boter kaas en eieren spelen met pittenzakken en hoepels. Hoe kortademiger ik word, ik hijg me gek, hoe leuker ik het spel zelf vind.

0021-e1521194090582.jpgC’est moi: ‘En maar hoepelen’.

Ik gooi mezelf terug in de tijd en sta met mijn Terlenka rokje en mijn jack op de ene kant van de straat en mijn zus staat aan de overkant. We mikken met verve op elkaars stoeprand. De stemmen kletteren tegen de muren van de huizen op, de stemmen jubelen. “Ja geraakt, jij bent af’. Er waren veel stoepranden want nergens stonden auto’s geparkeerd. Verontwaardigd protest bij elke vermeende miskleun. We konden het heel lang volhouden. Ik krijg ook ineens zin in een potje kaatsenballen tegen de muur, net als mijn moeder vroeger tegen de schuurmuur. ‘Kaatsenbal, ik heb je al, ik heb je al gevangen.’ En hoepelen, want dat kon ik als de beste met vijf tegelijk. Waar ooit geen heupen zaten, werd de hoepel door de snelle beweging ervan weerhouden te zakken. Nu kunnen mijn brede moederheupen niet voorkomen, dat hij linea recta ter aarde stort.

Als ik, moe maar voldaan, weliswaar met een gekneusde pink, weer de lange gang van het ziekenhuis uit wandel, is niet alleen het lijf gelaafd, maar ook de geest. Waar zo’n klein uitstapje naar het verleden al niet heilzaam in kan zijn.