Uncategorized

Een wens tot die eeuwigheid

Ik ben een paar dagen kwijt. In mijn beleving moet 3 april nog komen, maar ze is al geweest. Er zouden bellen moeten rinkelen, vanwege het hele arsenaal aan digitale herinnering om mij heen, iphone, computerscherm. Maar als de geest niet met tijd bezig is, is de tijd al helemaal niet met de geest bezig. Ze verstrijkt. De invulling van de dagen beoogt slechts het doel afspraken in de gaten houden. Een dag wil makkelijk ontschieten, en de maand zeker. Het jaar lukt nog wel, al durf ik er aan het eind ervan mijn hand niet voor in het vuur te steken. Weet je veel. Ik kan zo maar ineens dat jaartal ook vergeten zijn. Misschien verdwijnt de mens in eeuwigheid. Geef je, net als de man die zichzelf weg gaf, jezelf in delen terug aan de tijd. Mooie gedachte.

De man die zichzelf weggaf

Mijn hart en longen hebben ze al voor een deel. Soms denk ik, hoop ik, dat dat het wezenlijke van dementie is. Het terugleven van je leven tot aan je geboorte aan toe waarna men overgaat naar een andere dimensie en weer opnieuw kan beginnen met leven. Het is een troostrijke gedachte. Hoe zit het dan met mensen die die tijd van terugleven niet krijgen, of heeft het proces zich diep van binnen al voltrokken. Blijven ze erin steken, komen ze nooit meer terug. Het zijn allemaal vragen die nodig zijn om een en ander te doorgronden. Dan is er dat ene moment voor de dood, waarop je in een flits het leven aan je voorbij ziet trekken.

004Ron Mueck: Old-woman-in-bed

Mijn vader sliep diep. Hij dronk niet meer en at niet meer. Hij lag opgerold en klein, per dag kleiner, in het grote witte bed. Ron Mueck heeft die nietigheid van oude mensen prachtig gevangen in zijn realistische sculpturen. Niet hun dooraderde huid en hun levensechte uiterlijk vind ik zo knap, maar meer de essentie naar de orde van belangrijkheid van dat moment, die hij tot leven roept. Het broze en daarmee het kwetsbare van de ouderdom. Je kan de oude vrouw horen zuchten, als je op je tenen langs haar loopt. Mijn vader verdween ook. Eerst de geest, door de lethargische staat van zijn. De vechtlust was geweken, de overgave was daar. Zijn hart klopte om zijn volledig uitgeputte geest heen. Er volgde een ineenschuiven van het hele beeld in een opleving. Een terugleven? Helder en als vanouds keek hij om zich heen, om daarna zuchtend en berustend de eindstreep te halen tot de hartenklop verdween. Wij bleven alleen achter. Het verleden werd nog slechts gevangen in herinnering.

Hij had een vorm van Alzheimer en was narrig en opstandig geweest met decorum verlies. Dat schreeuwde hij uit, verheven boven elke vorm van beleefdheid. ‘Denk aan je goede manieren’ siste de etiquette in zijn oren, maar hij lapte het aan zijn laars en beet ons zijn woorden toe met een verhitte kop.  Genadeloos, zonder aanzien des persoon. Wij keken omhoog of naar vermeende stofwolken daar beneden, zolang je maar niet die onwaarschijnlijke verandering hoefde te zien. De opluchting liep hand in hand met het verdriet, omdat het schrijnen van de pijn en de onmacht ten leste ook verdwenen was.

033Sinke en van Tongeren: Detail

Het is twee dagen lang al later dan ik me besefte en de verloren tijd slof ik wel weer bij. Mijn vader moet weken kwijt zijn geweest in zijn verlaagd bewustzijn, jaren in zijn vervaagd bewustzijn.  Bij hem werd de wens te leven alleen maar kleiner. Hij had al meer gegeven dan hem lief was. Zijn ondoordringbare tijd loste ten leste in één klap op in dat verlichte moment van helderheid, nauwelijks te vangen maar onmiskenbaar aanwezig. De strijd aanbinden met de tijd vergt een wens tot die eeuwigheid.

 

5 thoughts on “Een wens tot die eeuwigheid

Comments are closed.