Uncategorized

Waar klein niet gróót in kan zijn

Op Twitter verteld Esther over haar zoon, die de knuffeltjes van de Lidl zo geweldig vindt en meer praat dan ooit met het zachte fruit in zijn handen. Ik reis in gedachten af naar de groep die ik voor de kerstvakantie nog begeleidde en die elke vezel aan liefde in mij wakker kriebelde door de bijzonderheid van haar samenstelling. Het was een klein groepje van 17 kinderen. Klein genoeg om ze te leren kennen en groot genoeg om ze te laten vieren. Precies het juiste aantal om ze de ruimte te geven, die ze zo nodig hadden.

Er zaten drie kinderen in, die qua bijzonder zijn er uit sprongen. Een meisje, die me nauwelijks aankeek. Ze zat links tegenover me in de kring en had dan ook haar linker schouder hoger opgetrokken dan de rechter, met haar koppie scheef. Alsof ze er achter weg kon kruipen. Vanachter die schouderronding wierp ze haar steelse blikken op mij, terwijl haar haar hielp om een sluik gordijntje dicht te schuiven.

Een jongen zat onder mijn grijparm, dat was nodig bleek, omdat hij de neiging had om bij alles wat hij zei en zeker als hij er super enthousiast van werd, op te springen en juichend zijn verhaal te doen, daarbij vertelden zijn armen en handen het verhaal uitgebreid mee, terwijl hij enkele stappen zetten, steeds verder naar het midden van de kring. Grijparmpje corrigeerde hem af en toe sussend. ‘Ga maar lekker zitten, lieverd’ wat hij dan deed, om vervolgens weer op te springen in een telkens opdraaiend enthousiasme tot gillens toe. Soms vielen zijn droomogen stil en gleed hij een andere wereld binnen.

Er zat een jongen links van me in de kring. Wat verderop. Hij had een brilletje op. Dat brilletje gleed tot aan het puntje van zijn neus en maakte het hem mogelijk om er achter te verdwijnen door tegen de dikke montuurbalkjes aan te kijken of er al draaiend met zijn ogen wat ongericht er boven zijn wereld te observeren. Voortdurend was hij met de kleine ongemerkte afleidingen met zichzelf bezig. Een veter die los hing, een ritslipje dat bungelde, een snottebel die naar beneden kwam zeilen, een haar die voor zijn ogen piekte. Maar uit dat schijnbaar mistige niets dook frequent een opmerking op, die volledig hout sneed en de spijker op de kop sloeg bij een vraag of een filosofietje.

Bij alle drie nam de wereld haar eigen verloop doordat hun bekers om kieperden, de broodtrommels omvielen, deksels kwijt raakten, puzzelstukken spoorloos verdwenen, bouwwerken niet bleven staan, kinderen boos werden om …Ja waarom eigenlijk. Hun armen wapperden, hun benen schoten spontaan uit in een dans van zalige onwetendheid en leverde zo telkens weer een spitsroeden lopen op met die andere wereld, waar de anderen zo’n andere invulling aan het geheel gaven. De groep accepteerde mijn drie kleine hollewaaien met al die onbevangen liefde die kinderen eigen is.

015

Uit mijn leren-is-leuk-koffertje kwam op een dag het kleine groene Happertje tevoorschijn. Hij was een beetje verlegen en misschien ook wel een beetje bang. Happertje was groen en lustte alleen maar groen. Van gras tot groene blokken, crêpepapier tot groene truien, het maakte niet uit. Dat was wel een beetje vreemd. Happertje wist dat en daarom was ie verlegen. Vanaf het moment dat zijn groene snuit om de rand van de koffer keek, schoven de gordijntjes van het meisje opzij, rechtte ze haar rug en volgde hem met grote interesse.

IMG_8937Paardenbloemen voor Happertje

Na een poosje vroeg ze aan me of ze Happertje even vast mocht houden. ‘Tuurlijk lieverd. Dat vindt hij hartstikke leuk!’ Met Happertje kwamen de verhalen, vertaald naar zijn kleine groene persoonlijkheid. Wat hij allemaal durfde en vooral ook wat niet en wat hij prachtig vond of heel erg eng. Dankzij Happertje werd ons contact een innige beleving die ik, nu noodgedwongen thuis, tot op de dag koester. Ik ga haar straks, aan het eind van de inval, Happertje meegeven. Vanaf dag één waren ze onlosmakelijk met elkaar verbonden.

024Happertje met zijn vrienden Oma en muis

Zo innig veilig kan een klein, in de groene ecoline gevallen, handpop zijn. Oorspronkelijk een draakje, en nu een gulzig, onbeschermd, verlegen, groen Happertje, die dank zij haar goede zorgen de wereld aankan. Waar klein niet gróót in kan zijn.

 

One thought on “Waar klein niet gróót in kan zijn

Comments are closed.