Inspiratie

Daar kan geen schrijver tegenop

Dat was een mooie zoektocht van Wilma de Rek in de rubriek ‘De week in boeken’ van de Volkskrant. Wat is literatuur en daar achteraan wat is goede literatuur, zoals ze beide vragen tegenkwam in ‘Het raadsel literatuur’, met als ondertitel ‘is literaire kwaliteit meetbaar’ van Karina van Dalen-Oskam.

Karina komt tot de conclusie dat dat uiteindelijk altijd bij de lezer ligt. Dat is een van de opvattingen, die ik hanteer in de recensies die ik schrijf of in de liefde voor het boek dat ik beschrijf in deze blogs. Ze zijn gekleurd, omdat het mijn persoonlijke mening is, maar geeft tevens een zo positief mogelijke benadering van de inhoud, de stijl, de taal. Elk woord over de eigen beleving kan de blik van de ander al veranderen. Er staan maar enkele boeken in de boekenkasten hier thuis, waar ik met geen mogelijkheid doorheen ben gekomen. Dat kan alles te maken hebben met hoe ik me op dat moment voelde. Bijzonder is het wel, omdat ik met een mooi verhaal al snel in vervoering te brengen ben.

Eergisteren besloot ik de bijeenkomst van onze literaire club , die hier zou zijn, met pijn in het hart af te zeggen. Daarom belde een van mijn lieve vriendinnen om te vragen hoe het met me was. In een half uurtje rolden onze gezamenlijke bevindingen over tafel. Een ervan was het boek, dat we momenteel aan het lezen zijn. Schoorvoetend bekende ik dat ik er niet doorheen kwam. Na drie regels begint de grote Gaap aan mijn energie te trekken. Ogen willen dichtvallen en de rode draad is binnen de kortste keren nergens meer te vinden.

Ze ondervond hetzelfde. O, wat heerlijk om te horen. Het lag dus niet aan mij, of mijn gemoedstoestand. Dat was op zich een hele geruststelling. Er zijn nog drie dagen te gaan om door de letterbrij heen te komen, want een boek niet uitlezen is mijn eer te na. Je kunt pas objectief oordelen, als je de inhoud kent. Misschien vindt er ineens wel een ommekeer plaats. Al valt dat laatste te betwijfelen, want vriendin was al honderd bladzijden verder. Even de tanden op elkaar en die enkele kleine vrucht proberen te plukken.

Als troost lees ik een paar gedichten van Ineke Riem, die ogentroost brengt met de verfijnde beelden die ze bij me oproept. Het gedicht ‘Het zwanensaluut’ is een ode aan haar moeder die vorig jaar overleed. Het begint als volgt:

Het hele dorp weet het al. Ook de dieren hebben het gehoord./Als ik ga hardlopen, vliegt een buizerd met me mee door de polder./Schapen in een trailer kussen mijn vingers met warme lippen./ het troostblauw van een ijsvogel schiet langs boven de sloot voor jou huis./Ik zie een kleine vos die wil overwinteren in je slaapkamer,/ hij verschijnt ritselend als papa zijn rouwpak nog eens past.

In de twee strofen die volgen, beschrijft ze de grote plassen op de akkers, de zwanen die haar moeder uitzwaaien, de bloedkoralen tranen van oma terwijl ze zelf kalmte voelt, omdat ze haar moeder al in haar gedachten heeft gesloten, terwijl de wind haar naam fluit. Ze geeft haar een nieuwe werkelijkheid, stralende toekomsten als flying doctor in Australië of de eerste vrouwelijke astronaut en daarmee schuurt ze dicht tegen mijn eigen beleving aan.

De lieve doden zijn er altijd, in een herfstuin, in het zwerk, op je dijbeen als een vlinder, als een bij die hardnekkig om je heen blijft zoemen. Gooi de zintuigen los en voel, zie, ruik, neem waar, ervaar.

Pluis ligt als een wolletje buiten op balkon, geenszins van plan om binnen te komen. Ze tuurt tussen de bruine bladeren door naar al wat vliegt. Het maakt de kleine mezen niets uit, zolang ze zo blijft zitten. Herfst ook op het balkon, veroorzaakt een lichte melancholie. Vandaar misschien de behoefte aan de gedichten van Ineke. Maar zeer zeker de behoefte aan taal, de mooie beelden die zich aaneen smeden tot een snoer van verlangen, naar mijn eigen moeder misschien wel, of breder nog, naar het eigen gemis.

Daar kan geen schrijver tegenop.

gewetensvragen

Aan de slag

Allerlei afgelastingen van kinderverjaardagen sijpelen binnen. In gedachten had ik een rustige zondag voor de boeg, maar ergens in mijn achterhoofd zeurde een stemmetje dat er iets over het hoofd gezien werd. Ondertussen zwaaide ik zoonlief en vriendin uit, die een dagje Veluwe en vogels spotten zouden combineren. Het boek van de ANWB met 80 wandelingen en fietstochten in de vrije natuur wilde hij daar wel bij gebruiken.

Met koffie en de dikke zaterdagkrant naar boven om in bed genesteld de buitenwereld te laten doordringen. Opeens wist ik het. Er stond een bijeenkomst van de Utrecht Urban Sketchers gepland in het museum van Speelklok tot Pierement. Wat was wijsheid. Mijn hoestpartijen en de benauwdheid speelden me parten. Bijna zeker denk ik geen Corona te hebben, maar de twijfel schuilt in bijna. Aan de andere kant zou het voorlopig weer een van de laatste activiteiten zijn. Mondkapje en anderhalve meter waren wel te doen. Er hadden heel veel mensen afgezegd, dus zouden we niet met veel zijn. Dreigde het te druk te worden, dan kon ik altijd nog opstappen.

Zo vlogen de voor en de tegens langs elkaar heen en zorgden voor een stormachtig beraad. Bovendien ben ik gek op draaiorgels. ‘Wees wijs’ beval het hoofd. ‘Zoek een draaiorgel op je PC en neem het zekere voor het onzekere’. Ergens klonk nog een zwak verweer. ‘Maar al mijn lieve mede-sketchers dan’. Onverzettelijk bleef het daarboven. ‘Tja, oké, nou vooruit, maar de volgende keer…’ ‘Schiet nou maar op, anders krijgen ze deze boodschap niet meer mee’. Razendsnel klopten mijn vingers de onheilstijding in en met een druk op de knop werd het een feit. Licht schuldgevoel en de teleurstelling bleven hangen.

Op de Site van het museum kwam ik de orgels De Schutter tegen en de Zeventiger, maar die hadden geen poppen. Het voornemen voor deze schetsdag was het gedetailleerd weergeven van die grote stijve ouderwetse figuren. Een jeugdliefde van mij, die er voor zorgde dat ik altijd een zwak heb behouden voor de enorme karren. Zodra de orgelman met zijn koperen centenbakkie de maat sloeg, krulde er een feestelijk gevoel vanbinnen. Er was buiten de pronkstukken nog een tentoonstelling gaande. Het geluk bleek met mij. Daar stonden mijn poppen in vol ornaat in hun glazen vitrines. Nu kon ik vooruit. Eerst in het tekenprogramma en later in het schetsboek.

Gisteren was het tuindag op de rookvrije zaterdag en goed voor een uurtje brandnetels trekken. Een troosteloze late middag met prachtige kleurschakeringen in de lucht boven het Noorderpark. De druilerigheid van het afgevallen blad kon niet verhelpen dat maagdenpalm en dappere witte roos fier hun kopjes opstaken. Ik trok met de moed der wanhoop, want soms niet krachtig genoeg, aan de lange vezelige draden van de woekerende planten. Binnen de kortste keren had ik een kruiwagen vol.

Eigenlijk werd het tijd voor hier en daar wat onderhoudsvriendelijke maar bloeiende en boeiende struiken, als hortensia, siergras, dwergsering en herfstanemonen, zodat de gewiekste woekeraars al vanzelf ingedamd zouden worden. Dat bleef bewaard voor later. De wilgen waren bijna klaar met hun blad en rijp voor de snoei. Een kruiwagen leek me met deze aangedane longen meer dan voldoende voor nu. Het glibberpad terug zou al de nodige energie kosten. Dag tuin, dag huis, dag lief atelier.

En nu de poppen. Aan de slag.

Overpeinzingen

Ze wijst de juiste weg

Een toestromende menigte van de wat oudere/en of aan chronische aandoeningen lijdende mens begaf zich op weg naar de onlogische ingang aan de achterkant van de beursfabriek, waar vaccinaties plaats vonden. Voor sommige was dat brug te ver, of eigenlijk, een weg te lang, want met een rollator of met krukken op de hobbelige straat viel het niet mee. De fiets bleef ook achter het gebaande pad, omdat de uitgang aan de voorkant van het gebouw was. Mijl op zeven hoe je het ook wende of keerde. De linten dwongen in vrolijk rood/wit de looprichting af. Alsof je aan het inchecken was op Schiphol.

Toevallig mocht ik bij de eigen huisarts, die op haar enige vrije dag van de week een middag de nood moest lenigen in dit ongezellige oord. Van de weeromstuit kon ze niet op mijn naam komen en ik was de brief met de oproep vergeten. Zo omarmden we samen de vergeetachtigheid. Het schiep een band. De griepprik werd in de linkerarm gejenst en de volgende keer bied ik de rechter aan, want het deed, net als bij het vaccin, gemeen pijn. De weg naar de uitgang werd vertraagd door een vrouw, die moeizaam er naar toe schuifelde, terwijl haar man al bijna bij de auto was. Pas op de plaats en geduldig wachten.

Onderweg naar zoonlief was het behaaglijk warm in de kleine blauwe Prins. De radio op oude country muziek, met Jim Reeves, Johny Cash, Dolly Parton, John Denver en de Eagles. Het zorgde voor een vredige stemming evenals de gekozen binnendoor-route met het verglijden van de mooiste kleurschakeringen, herfst op haar mooist. Zelfs zonder scheen de zon.

Lieve schone dochter had net gevoed en terwijl ik met mijn prachtige Benjamin op schoot van de thee genoot, mixte zij alvast een beslag voor de pannenkoeken-party zoals grote broer zo’n feestje noemde. Als we hem opgehaald hadden, kon er direct gebakken worden, was de gedachte erachter. Het bleek minder fris te zijn. Schoondochter had een kortere route gevonden, die goed te doen was. Vier kinderen in het dagverblijf waren nog aan het wachten tot ze gehaald werden. Onderweg kwam er een uitgebreide opsomming door de kleine krullebol, van wat er allemaal te zien was. Auto’s, lichten, een defibrillator(haha) wist mama, nog meer auto’s en lampen en de Ballie. Een wonderlijk standbeeld van een stapel boeken met daarboven op een bubbel en daarop weer een zeehond. De bubbels leken op een net ballen bij de voetbal, dus ik snapte de naamgeving wel.

Thuis kon het bakken beginnen. Er waren twee pannen onder handbereik, goed voor een lekkere snelle actie. Schoondochter was perplex hoe rap de stapel groeide. Binnen een klein kwartier kwam de bodem van de beslagkom in het zicht en lag er een stapel naturelle en vijf kaaspannenkoeken te dampen op een bord. Mijn lieve kleine krullebol had de keuze tussen gewone of dinokoeken, omdat de ene pan pootjes en een lange nek toverde aan het beslag dat in de pan ging. Extra feest dus. Zoonlief viel ook inmiddels binnen en twee stegosaurussen gingen met hagelslag en muisjes en veel smaak naar binnen. Dat stond niet iedere dag voor zijn neus. Na al het lekkers was het tijd voor grensverleggend gedrag. Boeven, grenzen opzoeken, spelen met papa en gooien met blokjes om daarna met een scheef koppie te kijken hoe de reactie zou zijn. Zo hield hij ons bezig, terwijl de Benjamin gevoed werd. Het meegebrachte boek uit de grote collectie van oma, ‘de mega-super-piep-krak-kraan’ werd genegeerd, evenals de opdracht om rustig een boekje te lezen. Tien seconden op de trap zorgde ervoor dat hij als een blad aan de boom omdraaide in een zoet spelend modeljongetje. Het vertrek van mij hielp ook daarbij.

De kleine filosoof zou morgen zijn familiefeestje hebben, maar dochter appte. Zijn juf heeft Corona en de groep moet vijf dagen in quarantaine. Het was met de nieuwe maatregelen al gereduceerd tot vier volwassenen. Arme kinderen, geen verjaardag, geen Sinterklaas. Op Twitter een column van een vrouw, die schrijft: ‘Boos zijn heeft geen zin, zorg voor afvoerkanalen’. Een wijze raad. Boos zijn is verspilde energie en lost niets op. Een kleine staartmees in de boom hipt van tak naar tak op zoek naar heerlijkheden. Ze wijst de juiste weg.

filmgemijmer

Dat te weten is genoeg

Een loom begin, na een late avond. Na de zang resulteert de verwerking in het ontspannen met een glaasje en een film. In dit geval een documentaire-achtige film ‘The Painter and the Thief’ over een kunstenares, Barbara Kysilkova en de dief van twee van haar enorme kunstwerken uit de galerie. De dief is de drugsverslaafde kunstminnende intellectuele crimineel Karl-Bertil Nordland.

Na zijn daad spreekt de kunstenares hem aan in de pauze tijdens het proces tegen hem over het waarom en met de vraag of ze hem mag portretteren. Hij aarzelt en stemt dan toe. De dief wordt een goede vriend van haar en wordt haar muze. Ze zet hem indringend en aangrijpend een aantal keren op doek. Eenmaal in de film getrokken, kom ik er niet meer uit en pas ruim anderhalf uur later kan ik naar bed. Zo de moeite waard. Niet alleen omdat het een documentaire is en de hoofdrolspelers zichzelf zijn, maar ook door de manier waarop het verfilmd is en door de krachtige doeken die Barbara maakt. Een film om een aantal keer te zien, zodat er geen detail ontsnapt. De mens achter de dief te zoeken zegt veel over Barbara en de dief die daar een inkijk van durft te geven, heel veel over zichzelf. De regisseur, Benjamin Ree, die getrickerd werd door het bericht uit de krant, boft met deze twee mensen, die zich uiteindelijk volledig bloot geven in alle emoties die zich aandienen.

In de Zin kom ik deze morgen een uitspraak van de Griekse Wijsgeer Epictetus tegen over aanvaarding: ‘Verwacht niet dat alles gebeurt zoals U het wilt, maar besluit te willen wat U overkomt en U zult gelukkig zijn’. In zekere zin heeft de regisseur zich ook laten leiden door wat hem op zijn pad kwam, zonder te weten waar het naar toe zou gaan. Het is een omdenken, dat veel rust zou kunnen brengen. Besluit te willen wat je krijgt is heel iets anders dan te krijgen wat je wilt. Heerlijke mijmeringen komen er mee los. Geen sturing geven, maar alles bezien en de realiteit aanvaarden. Ooit diepte ik daar een mooie levensles uit. Door omstandigheden moest ik mijn eigen huis verlaten, omdat mijn verwarde partner nooit zou kunnen wennen aan een nieuwe omgeving. Mijn nieuwe onderkomen werd een betonnen maisonnette. Maar het huis was ruim en gratis en voor niets kreeg ik bij de destijds wat troosteloze omgeving, de meest prachtige luchten cadeau en het gevoel van vrijheid, zo hoog en droog.

De wijk is drastisch aangepakt en ziet er niet langer grijs en saai uit. Mijn kinderen hebben vanuit deze woning allemaal een bestemming gevonden. Jarenlang verlangde ik terug naar de stad, om op zondagmorgen te kunnen wandelen langs de verlaten grachten in de verstomde retoriek van het verleden. Intussen bleef het huis bedelen om mijn aandacht, tot het me zo ver had dat ik eigenlijk niet meer weg wil van mijn boom voor het slaapkamerraam, de kauwen in de dakgoot, de vier trappen, het heerlijke uitzicht. de ruimte. Huis heeft me met huid en haar ingepalmd. Een rustgevende gedachte.

Het is vergelijkbaar met mijn drie tuindagen, waar ik gisteren over schreef. De nieuwe invulling zal een hoop vreugde brengen. Zodra het verlangen naar de verre horizon is gestild en tevredenheid het stokje overneemt, zijn er zoveel wegen die open liggen. Dat te weten is genoeg.

Inspiratie

Tot het weer lente wordt

Een kopje thee bij dochter en ouderwets langs de lijn bij de pupillen, die als een krioelende kluwen onder leiding van twee vaders met de bal aan het dollen waren. De kleine filosoof trapte zijn benen moe. Ondertussen zat kleindochter aan de rand van het kunstgras met haar Duplo ijsjes en spaghetti te koken in het mandje van haar step voor hongerige moeders en oma’s. Het werden soms hele lange ijsjes en de spaghetti viel, onbedaarlijke schik, regelmatig om.

Het werd allengs drukker op het veld, door ouders die hun kroost weer kwamen ophalen. Aan afstand deden ze niet echt wat, met voelsprieten op alert, het ongemakkelijker maakte dan anders. In het kanaal achter het veld gleden grote binnenvaartschepen op ooghoogte langs. Dat bracht altijd wat vervreemding met zich mee. Er was een spectaculair doelpunt van de tegenpartij, tijdens het laatste partijtje van de keeper in het ene doel in de kruising van het andere doel. Andersom had nooit gelukt, want dat doel was veel kleiner. Bij het afscheid was de spaghetti in de tas belandt, had kleindochter zich uit haar jas weten te pellen en dronk de kleine filosoof in een keer de drinkfles van zus leeg. Ziezo, we konden op huis aan.

IJsjes in de oven

‘S Avonds was er een vergadering van de tuin. Half life, half zoom. Het leek me wijselijk om het laatste te doen. Vooral het rook en stookgedeelte na de pauze leverde discussie op. Na veel gesoebat werd het op drie rookvrije dagen gezet. Te weten, de maandag, de donderdag en de zaterdag. Ietwat teleurstellend omdat het belang voor het milieu overruled werd door de wens om fikkie te mogen blijven steken. Deels voor de warmte, deels om te barbecuen. Hoe het zou worden gecontroleerd bleef in het midden.

Stef Bos geeft antwoord op een paar belangrijke vragen. Hij schreef in zijn column de slotzin: ‘Zo wordt een mens een paar keer herboren, zolang je durft los te laten wat je denkt vast te moeten houden’. Een mooie gedachte, die tot nadenken stemt. Daarbij schreef hij nog iets waardevols. ‘Zie mijn plek in het grote geheel, aanvaard mijn beperkingen en zie daardoor juist meer mogelijkheden’. Vroeger leerde mijn ouders ons’ ben tevreden met wat je hebt’ en ‘Het gras is altijd groener bij de buurman’. Twee simpele lessen, maar o, zo goed te gebruiken in een tijd dat overvloed de norm is.

Eigenlijk pleit hij ervoor om vooral in oplossingen te denken, door wat binnen je macht ligt, te doen en daarbij het inslaan van nieuwe wegen niet te schuwen. Daarbij volg je vooral je hart en minder de ratio of zorg je ervoor dat die twee in balans komen, dat is ook een mooi gegeven.

Nu met die beperkte tijd op de tuin, valt er een nieuwe invulling te geven aan mijn natuurbeleving. Naast het wandelen en fietsen, zou dat weekenden in mooie natuurhuisjes kunnen zijn, of een B&B bij vriendelijke en zorgzame mensen. Hoe heb ik niet genoten van de natuur in dat prachtige Reesdal. Waar een deur gesloten wordt, opent zich een ander. Een fijne gedachte en beter te verteren dan krampachtig te blijven vasthouden aan iets dat onder de handen afbrokkelt.

Donderdag, zangdag. Er staan wat nieuwe nummers op de rails. Zou het allemaal door kunnen blijven gaan is de vraag, nu men al weer spreekt over een ‘milde lockdown’. Afstand houden en waakzaam blijven, lijkt de juiste weg. Als er toch weer ingedamd moet worden, is er die heerlijke huiselijke winter om te schilderen, te lezen bij kaarslicht en te mijmeren tot het weer lente wordt.

feest

Overrompelde oma’s

De zwarte drukinkt van het etsen is nog niet onder de nagels uit. Dat wordt minstens een nagelborsteltje aanschaffen. Anders moet het slijten en dreig ik weken lang als de nieuwe Medusa rond te lopen. De haren zijn ondertussen opnieuw bruin. Het was even aanmodderen met Henna, letterlijk en figuurlijk, maar dan heb je ook wat. Binnen twee uur zag alles wat wat grijzig was, weer au naturel bruin, zonder chemische rommel. Een prettige bijkomstigheid.

Gisteren was er een race tegen de klok. Eerst de fysio, waar ik het heugelijke nieuws te horen kreeg, dat de stagiair geslaagd was. Weliswaar in twee keer, want de jongen was zo verschrikkelijk nerveus en kon dan nog maar één kant op denken, wat bij het stellen van de diagnose niet handig is. Maar hij heeft het gered. Een mooie nieuwe weg is hem van harte gegund.

Daarna een cadeau voor de kleine meid zoeken en ondertussen, voor het eerst sinds lang, speuren en rondneuzen in wat doorsnee kledingzaken. Confronterende spiegels vellen een feilloos oordeel, maar met een mooi gebroken wit wijd kort sweatshirt voor op een plissé broek, die ik in mijn kast wist, slaagde ik glansrijk. Kloffies eronder en klaar is Marie. Wat basics aan de overkant en er kon er gefeest worden. Het lijkt een eeuwigheid geleden, winkelen op de bonnefooi, maar het was toch genieten.

Voor de kleine bij een overdrukke boekenwinkel een mooie ouderwetse Pluk van de Petteflet gezocht, als tegenhanger voor al het roze en de Anna’s en Elsa’s. Een klassieke kinderbijbel dus. De verkoopster had duidelijk moeite met het verwijderen van de prijssticker aan de voorkant. In tijdnood adviseerde ik haar mij het boek met een los stuk papier mee te geven. Schuurspons en een drupje water zouden het euvel in no time verholpen hebben. Met een half uur voor omkleden en inpakken was het spitsroeden lopen, waarbij het gebrek aan zuurstof altijd parten speelt, maar het lukte me. Klokslag de afgesproken tijd stond ik op de stoep.

Mijn nieuwe aangetrouwde familie was hartelijk en het voelde vertrouwd. Dat kon ook niet anders, met zo’n lieve dochter. Het werd een verjaardag met veel drukte en hoogtepunten. De taart was een plaatje, maar ook een berg van zoete marsepein, de cadeaus in overtreffende trap met als allerleukste een soort Karaoke, die op Bluetooth aangesloten kon worden en waarmee de kleine als een volleerde zangeres haar publiek inpakte, elk woordje goed getimed. Haar neefje van twee danste mee met een speelgoed mandoline. Het toppunt van vertedering voor iedereen.

Zoonlief had voor allen sushi gehaald. De tafel stond ruimschoots vol met heerlijkheden. Er was ook nasi kuning en saté. Verbazingwekkend hoe het bijna helemaal opging. Ondertussen werden de kinderen, met hun buikjes rond, vermaakt door oom, die drukker dan druk een imitatie gaf van de gruffalo, waarop de kinderen gillend een verstopplek probeerden te vinden achter de gordijnen.

De taart, een roze kunststukje gemaakt door een vriendin, kwam er vrij snel achteraan, want het moppie had de volgende dag gewoon haar eerste schooldag en moest op tijd naar bed.

Bij het afscheid beloofden we elkaar een snel weerzien en zwaaiden de ouders de familie uit, terwijl kleindochter en ik nog even speelden dat Anna en Elsa na de dierentuin naar bed toe moesten. ‘Lekker slapen hoor Anna’ zei mijn Elsa tegen de pop die in de knuistjes van de kleine hing. Daarna in de stilte een snelle tekening en vervolgens was het tanden poetsen geblazen om al het suikerzoete weg te werken. Ziezo. De dag kon niet meer stuk en de rust werkte weldadig op de kleine. Een hele droomnacht om alle indrukken te verwerken. Ook voor overrompelde oma’s.

etsen

Kleine meisjes worden groot

Na een lange avond doorwerken aan de tweede plaat, achterkant afdekken, voorkant in-inkten, beeld tekenen en vertalen naar zwart/witten, was er de stilte van het huisje, een glas sauvignon en het vooruitzicht op ‘sterren op het doek’. Maar de beide mannen van de andere kamer kwamen ook nog even zitten. Een van hen, een fysisch chemicus, legde uit wat de biochemische ontwikkelingen waren van het Pfizer vaccin. Een helder en duidelijk verhaal over iets waar ik nooit helemaal het fijne van wist, maar dat ik zonder meer aannam. Nu kan ik een eventueel relaas boekstaven met wat feiten.

Dat heerlijke ochtendlicht en weer de grote vlucht ganzen boven onze hoofden. Negen uur ontbijten, dacht vriendinlief, maar terwijl ik bijna klaar was en zij onder de douche wilde stappen, werden we er attent op gemaakt dat half negen stond gepland. kwartiertje te laat, maar tijd genoeg om een eitje leeg te lepelen en nog een rondje rond het huis te maken, om de herfst te vangen in beeld met aandacht voor de kleine details en kleur.

Daarna vloog de tijd, zoals zo vaak als concentratie een grote rol speelt. Het was een grote zinkplaat en als ik het af wilde hebben, was het gestage tempo allesbepalend. Eigenlijk was er nauwelijks tijd voor de ingelaste pauzes. Vriendin was met haar geëtste bootjes aan het experimenteren geslagen met aquarelverf en half afgeslagen platen, zodat sommige afdrukken dreigende lucht vertoonde of een vrolijke noot kreeg door de kleuren.

Mijn dagpauwoog was nog niet helemaal af en we spraken af dat ik er een afdruk van zou maken, om te kijken wat tot nu toe het resultaat zou zijn. Dat viel niet tegen. Een leerzaam object en in alle opzichten weer een eyeopener voor de volgende keer. Daar was de cursus ook voor bedoeld. Ieder jaar een stapje verder in dit aloude ambacht.

Aan het einde van de middag kwamen alle werken van iedereen op tafel te liggen en werden een voor een besproken. Bij allen werd er een positieve draai aangegeven, zodat je met een goed gevoel afscheid kon nemen van de bijzondere plek, van alle vrienden en van de lieve gastheer en gastvrouw, die nu op hun lauweren mochten rusten.

Dag prachtig Reesdal, dag lief Drenthe, tot de volgende keer. De kleine blauwe prins zoefde gemoedelijk over ‘s Heeren wegen, terwijl de kleine wrikkende gedachte zich achter het voorhoofd had geplant. Wat doen we toch met z’n allen in de Randstad.

Vlak voor ik weg ging had de Etsmeester nog witte inkt genoemd, om het foutje te verhelpen. Dus gisteren ging ik op pad naar het luilekkerland voor de kunstenaar. Mondkapje voor. O, wat viel de tijd zonder toch te koesteren. Witte inkt en gele oker was de buit om vandaag mee aan de slag te gaan.

Eerst het hoofd twee uur in de Henna en daarna naar de fysio. Mijn lieve nieuwe kleindochter wordt vier vandaag en dat mag natuurlijk dunnetjes gevierd. Het echte grote feest is pas volgend weekeinde. Een eerste schooldag in een nieuwe stad en de vraag voor wie het het meest spannend is, Voor mams of voor dochterlief. Betraande gezichten, geklemde knuffels onder de armen als enige houvast van thuis, letterlijk en figuurlijk, en het zwaaien op de zwaaikist voor de groep waren jarenlang schering en inslag. Zodra de ouders of de oppas de hielen hadden gelicht, was de afleiding groot genoeg om het verdriet te stillen. Kleine meisjes worden groot.

etsen

De weergave op de etsplaat

De handen zijn niet meer schoon te krijgen na zo’n etsweekend. Op vrijdag, nadat de monteur was geweest, op mijn dooie akkertje de voorbereidingen getroffen en met de kleine blauwe prins op pad gegaan. ‘kacheltje’ aan, dropjes onder handbereik en een mellow melodietje op de achtergrond, afgewisseld met de intense stem van Loudon Wainwright. Het was goed toeven op de Hollandse wegen buiten de spits, met een heerlijk herfstzonnetje, dat het landschap in vuur en vlam zette. Natuur op haar best.

Het was vroeg voor mijn doen, toen ik om vier uur het atelier binnen viel, maar nog vroeger waren vier andere vrienden. Terwijl de ene helft al monter achter hun loeplamp zat, stond er thee met chocolaatjes klaar voor iedereen die nog komen moest. Wat fijn om alle lieve vrienden terug te zien. Druppelsgewijs vielen ze binnen. Om acht uur ‘s avonds was de aftrap. Slaapplaatsen waren ondertussen gevonden, bedden opgemaakt, meegebracht eten werd liefdevol gedeeld.

Als Han van Hagen, onze ‘etsmeester’, begint te vertellen, gaat daar zo’n inspirerende kracht van uit, dat je onmiddellijk met een bezielende hand aan de slag zou kunnen gaan. Er ging als vanzelf een deksel open van de kist met etsreceptuur, belangrijke vormen om op te letten, de veranderlijke structuur, maar vooral het spel met licht en donker werden uitgediept. Verschillende grote etsers kwamen langs in boek en ets. Boeiend om de verschillende stijlen te zien, de effecten die men beoogt met het loslaten van de realiteit en hoe men een eigen draai eraan weet te geven. De avond werd besloten met een glaasje wijn en een inventarisatie van de plannen, maar ook werd de vreugde om elkaars weerzien feestelijk omarmd op deze manier. Zo vertrouwd al die bekende gezichten, de groeven wat dieper, het haar wat witter, maar de persoonlijkheid nog altijd dezelfde.

De ‘view’

Een lekker nachtje, een ‘Room with a View’ op de prachtige uitgestrektheid van het Reesdal met de overvliegende luid gakkende wilde ganzen, die ons ruim op tijd wekten. Na een heerlijk ontbijt konden we aan de slag. Er was een werkplek voor ons gemaakt in de galerie. Schoonheid zien doet schoonheid maken. De voorbereidingen waren goed geweest. Een foto van dochterlief met dochter op de arm, terwijl ze een kaarsje opstak. De foto was wat wazig, maar het was een prachtige uitdaging om het licht van de flakkerende kaarsen te vangen in het gelaat. Met vloeipapier in de weer, contouren neerzetten op de geprepareerde testplaat, die ik niet hoefde te schuren en polijsten. Hoera, lang leve de kant en klare materialen. Nu moest alleen de etsinkt even drogen en kon het werk beginnen.

Een tijd lang was alleen het geluid te horen van het tikken van de naalden, al dan niet afgewisseld met gekras, gezucht en de muziek uit de keuken, waar onze gastvrouw de meest heerlijke gerechten uit haar culinaire handen zou toveren. Maar voor ons betekende het eveneens noeste arbeid om de inspiratie uit onze vingers te laten stromen. Als je eenmaal de smaak te pakken hebt, wil je door. Zo snel als kan, want de platen moeten af.

Ondanks een klein foutje die later weg te werken zou zijn, vielen alle componenten samen om de afbeelding van dochterlief zo liefdevol te krijgen als bedoeld. Alle strepen en streepjes op de juiste plek. En daarna de voldoening als ze van de plaat af op papier onder de grote etspers uit rolt.

Diepe dankbaarheid is voelbaar voor alles wat dat mogelijk had gemaakt. Het huis, de liefdevolle verzorging door de gastvrouw, de goede aanwijzingen van de Meester, mijn lieve dochter en kleindochter, de kaarsjes, het beeld en de boodschap daarachter in de vertaling ervan naar de weergave op de etsplaat

levenskunst/wandeling/natuur

Tweede etsdag

Heerlijke herfst in het Reesdal.

levenskunst/wandeling/natuur

Etsweekend

Een goed begin is het halve werk 😊

Overpeinzingen·Zang

Akela, we doen ons best

Een vroeg begin van de dag, met een heerlijk zonnetje erbij. De wereld in herfsttinten..Het was wachten op de monteur van de telefonie en het internet. Hij had in het kastje verderop in de straat al wat draden aangesloten en zonder dat ik het wist was er groen licht. Pas toen hij belde en vroeg of alles het weer deed, kon ik dat beamen. Een tv die alleen maar een storing doorgeeft is een doorn in het oog. De man kwam zelf later langs voor een handtekening en een uitleg. Kalm, vriendelijk en geduldig. Goud zijn deze mensen.

Er kwam een mooie overpeinzing langs over afscheid nemen en de dood, nu het deze week Allerzielen was. In Frankrijk uitbundig gevierd op de kerkhoven met, bij voorkeur, gele chrysanten. Mijn gang naar het kerkhof is minimaal. Het wordt enigszins gestuurd door de herinnering aan mijn moeder, die daar met mij over de paden van de begraafplaats liep, Ze wees terloops op een teer bosje fresia’s in een rank vaasje. ‘Kijk, dat vind ik nou mooi’, zei ze. Een half jaar later kon het vaasje geplaatst worden. Dat gegeven plantte een bijgelovig zaadje, dat te denken gaf. Absurd natuurlijk, maar toch. Dus gedenk ik haar in mijn schrijven, in de tuin, bij een akelei die in bloei staat, als de gele forsythia bloeit en de perenboom merelt. De vader van de kinderen heeft de Noordzee als gedenkplaat. Elk jaar op zijn sterfdag schrijven we boodschappen in het zand, laten hem weten dat hij altijd voelbaar aanwezig is en wensen hem een mooie vlucht, daar hoog in de lucht. Zijn boodschappers zijn de buizerd en de sperwer, de havik en de kiekendief. Troostend als we ze zien en opgelucht. Hij is erbij.

Vriendin, die tegelijk vertrok met haar geliefde gierzwaluwen, komt elk jaar in april weerom en voedt de herinneringen voor een aantal maanden als ze gierend in de lucht scheren en altijd is er overal een kaarsje in elke kerk die we tegenkomen en branden. Onze eigen Allerzielen.

Hoe langer je bestaat, hoe meer er gaan en afscheid onlosmakelijk verbonden is met het leven. Dat besef is goed. Het een plek geven doet ieder op een eigen wijze. De ruwe pijn, stoorzender op je ziel, verzacht, maar nooit het gemis. Een keertje nog even aanraken, ruiken, wang tegen wang, traan op traan. In een droom komen ze soms voorbij, helder en levend, om daarna terug te stappen in de ongenaakbare stilte, zoals dikke mist contouren laat verdwijnen. De zee neemt de woorden vol liefde mee.

Gisteren bij zuslief ingezongen en geoefend. De dagen zijn me dierbaar. We kletsen wat, we werken aan het repertoire en spitten wat rond in onze meningen en gedachten, tasten af, vullen aan, levelen, slempen thee en dan een wijntje, eten samen als haar manlief thuiskomt. Bedaarde zus die altijd vooruit denkt en een heel weekmenu klaar heeft, daar waar ik van de hand in de tand leef, wel meer overwogen maar toch met een ‘Wie dan leeft, dan zorgt’. Dat ter voorkoming van overbodige negatieve energie. En toch vinden we elkaar naadloos. Zusterliefde.

De zangjuf jast met groot enthousiasme een aantal liederen erin. Ze zit nog op een spoor van veel en pittig. We kraken de noten, hier en daar glibbert er een onderuit, maar wordt gecompenseerd door de ander. Het voordeel van koorzang. Wat zeker waar is, is de klankkleur van de stemmen, die zoetjes samenvloeien en welluidend klinken. Ze dirigeert en corrigeert. Akela, we doen ons best.

Overpeinzingen

Wat let me nog

Het was geen storing, maar er was een blokkade door KPN zelf, omdat er indringers op de loer lagen. Geen idee hoe dat er aan toe gaat in kabeltjesland. Nou ja, er is wel veel bekend, maar naar de hoed en de rand hoef je me niet te vragen. Daar heb ik echt zoonlief bij nodig. Vandaag wordt er weer door hem gebeld, want gisteren op de valreep van de werkdag lukte het kennelijk niet meer om dat ene knopje te vinden. Gelukkig had oudste zoon een deelzender, zodat de televisie gewoon bereikbaar was en wist de jongste me wegwijs te maken door de hotspot perikelen. Alles blijkt nog steeds onder handbereik te zijn, als je de juiste stappen kunt zetten.

Het voelt wel wat mutserig, als een echte senior zal ik maar zeggen en tegelijkertijd is daarnaast het besef van mijn eigen andere universum, dat gesneden koek voor mij is. Zo heeft ieder kwaliteiten en dat te delen met elkaar is de kers op de taart.

Voorbereidingen voor de ets brengt een getekende Pluis in vol ornaat, haartje voor haartje uitgespeld. Vanmorgen heb ik bij de snelservice tien zwart/wit foto’s besteld die zometeen op te halen zijn. Dan kan ik vast tekenen op papier en de platen polijsten. Met Basso koperpoets worden ze daarna glimmend als een spiegeltje. Het etszwart komt er in het atelier van Han Van Hagen op. Daarna kan het grote feest beginnen.

Vanmorgen zag ik een filmpje op kanaal Oost over Ronald A. Westerhuis. Als we het dan toch hebben over polijsten, dan wordt daar eer grof geschut mee ingezet. Hij bedenkt prachtige objecten waar een heel team voor nodig is om ze uit te voeren. Het MH17 gedenkteken is van zijn hand. Een indrukwekkend ‘oog’ op de hemel gericht van cortexstaal en staal. Het kent een prachtige symboliek als van herdenken en vooruitzien.

Vanavond gaat er weer gezongen worden en dat betekent een gezellige oefenmiddag met zuslief. Voor die tijd is het fijn als alles voor morgen in kannen en kruiken is, inclusief een wasje met wat truien die mee mogen. Het zorgt voor een ietwat opgejaagd gevoel, dat even zal aanhouden en daarna verdwijnt. ‘Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet’, hoor ik mijn vader brommen. En zo is dat.

Broerlief belde gisteren of ik hem wilde helpen met herinneringen aan zijn jeugd in verband met een onderzoek. Dat wordt weer een afdaling naar het verleden, waar het altijd goed toeven is, ook al was echt niet alles rozengeur en maneschijn. Mijn ouders moesten hard sappelen om alles rond te breien, daar in de net iets te krappe woning. Het is goed om de herinnering te plaatsen in de tijdgeest, want dat zet grote druk op het geheel. Wat nu bizar of banaal lijkt, was vroeger heel gewoon. Wat ook meetelt is je beleving als kind. Dat is vooral duidelijk te horen in het relaas van de vier oudste kinderen van Ruinerwold, die opgroeiden in afzondering, met een pa en ma met een volstrekt eigen en nogal Spartaanse geloofsbeleving. Hemelschreiend relaas van hun jeugd, waarbij ze niet beter wisten, dan dat het leven op die manier te doen gebruikelijk was. Met ontsteltenis heb ik de afleveringen bekeken. Dat het nog kon in die tijd. Het duurde even eer het weer uit mijn gedachten was.

Huppetee, in de benen. Na regen komt zonneschijn, belooft het buiten. Wat let me nog.

feest

Naar volle tevredenheid

Storing bij KPN. Dat brengt rust en kalmte, was even de gedachte, maar hoe langer het duurde, hoe meer de onrust toesloeg. Immers, bij alles wat je wilt, is op de een of andere manier wel beeld betrokken. De Smartphone met haar persoonlijke hotspot is welwillend. Dan maar op klein scherm het relaas van een roerige maar feestelijke dinsdag.

Het geeft trouwens wel te denken. De gedachten staan altijd aan, de plaatjes in het hoofd ook, ik heb kasten met boeken vol informatie staan. En toch is daar die schok. Misschien moest ik eens een tijdje zonder. Wel vrijwillig graag en niet omdat een storing een eind maakt aan gemak.

Als de auto het onverhoopt niet zou doen, heb ik hetzelfde onrustige gevoel. Het is me niet vreemd. Een van mijn kleine ergernissen. Iets, waar je eigenlijk niet zonder kan, buiten gebruik. Dan ligt ‘onthand zijn’ en afhankelijkheid op de loer. Het is een mens de eer te na. Terwijl het na reparatie direct weer een peuleschil van niets lijkt. De manier om je te wapenen tegen tegenslagen en overbodige energie aan de ergernissen erover.

Voor de kleine filosoof was het gisteren de dag der dagen. Bij het ‘lang zal hij leven’ in de ochtend, feestelijk krakende beschuitjes op het bord, had hij een klein kringloop-fototoestel ontvangen. Daardoor werd het een dag in plaatjes. Van de groep, van het doorprikken van de digiballonnen tot aan de komst van opa en oma Fryslan toe.

Het taartjes restaurant had een fors brunchformaat voor de appeltaart op de kaart. Voor de jarige Jop was er een glorieuze vuurpijl in een kom met koffiebonen. De jarigheid knetterde aan alle kanten uit zijn velletje bij al die aandacht.

Het digibord bracht wat weemoed naar mijn eigen feesten in de groep. De jarige met een kroon in opdracht op het hoofd, weelderige crêpe papieren slingers langszij, het hele arsenaal aan gekke en grappige liedjes, de taart met de brandende kaarsjes, kroon af bij het uitblazen, en de twee handpoppen op bezoek. Bij de laatste konden ze kiezen tussen muis en oma of Ed en Willem Bever, compleet met bijbehorende meedeiner. Het was en bleef ook na het uitdelen de hele dag feest.

Ook voor de fotograaf, die het toestel maar in en uit zijn hoesje bleef halen. De cadeautjes waren verder voor thuis omdat er ook een voor zijn lieve zus bij was. Mijn boek had hij al met gejuich ontvangen en van de andere opa en oma een mooi trainingspak.

We hielden grote en kleine mensenpraat en de komst van zus luidde het pannenkoekenfestijn in, maar eerst een tule rok met verlichting voor de kleine, die met glimmende wangen van opwinding onmiddellijk aanmoest. Nog een spelletje voor kleinzoon en twee rijdende beestjes op hard geluid. Niet bijster fijn 😊

Maar als de katjes muizen dan mauwen ze niet. Kaas, champignons, poedersuiker, alles was denkbaar. Als hoogtepunt waren er nog cornetto’s toe. Daarna werd het half uurtje rust ingelast met Barbapappa op tv en spel op de telefoon.

Moe maar voldaan. De kleine blauwe reed me op huis aan. Met alle indrukken als blauwdruk op het netvlies. Feestelijk verwarmd en naar volle tevredenheid.

Overpeinzingen

Versla je ze niet, voedt en zoet ze dan

De kleine filosoof is jarig, samen met vier anderen van mijn facebookvriendinnen. Officieel vieren we het pas het tweede weekeinde van november met de hele familie, maar natuurlijk is er een klein blik opa en oma’s om open te trekken.Wij vrouwen zijn in de meerderheid. Het wordt een taartje eten met elkaar bij het Landhuis in de stad met vervolgens een klein pannenkoekenfestijn bij pa en ma en zus thuis. Daarna is het aftellen en wachten op het grote feest. Het is een verrassing en daardoor allemaal dubbel leuk. Ik snor zo een geschikt boek voor hem bij elkaar, bij wijze van voorpret. Een verjaardag zonder cadeaus is het net niet helemaal. Het echte cadeau komt op het feest. Er is nog een feestelijke gebeurtenis. Vanaf gisteren wonen mijn lieve schoondochter en haar dochter bij de oudste zoon. De eerste echte nacht in haar nieuwe kamer. Hoe spannend wil je het hebben als bijna vierjarige. Zondag is de familiebrunch bij hen, dan wordt het gevierd.

Zoonlief was al om zeven uur uit huis gegaan. Kennelijk om eerst een uur foto’s te schieten, want even later kreeg ik ‘ meeuw in vlucht’, aalscholver en Nijlgans doorgestuurd. ‘Wat of dat voor vogel was die zwarte. Een roofvogel toch?’ Ik moest hem teleurstellen. De aalscholver is een van de meest koddige vogels die ik ken en haalt het qua dreiging niet bij sperwer of buizerd.

De morgenstond heeft grijs in de mond, als variatie op een thema. Omdat het woelde en draaide, werd eerst een schets voor een ets gemaakt. De kunst van etsen is het omdenken van donker naar licht. De donkerste plekken moeten het langst bijten in het zuurbad, dus die moeten alle wassingen mee. De lichtste streepjes gaan maar heel kort. De foto werd vast in schaduwen verdeeld. Pluis is ook een voorbeeldig model. In zwart-wit trouwens niet te versmaden met de mooie tekening van haar vacht.

De eerste foto is dochterlief met dochter bij het opsteken van een kaarsje in de een of andere kerk. Het is per slot van rekening Allerzielen en daarmee een dubbel symbool. Natuurlijk was het kaarsje voor opa in de lucht. Ooit heb ik Opa Sterretje verzonnen voor een verhaal over een jongetje dat een Florentijns reuze-ei had gevonden. Die opa kon verduizelen. Hij zat op een sterretje en hield een oogje in het zeil daar beneden. Als het moest kwam hij zelf even langs. Daarbij zat hun vader in mijn hoofd. Zo zou het moeten zijn. In een droom desnoods.

Gisteren bij de zoomvergadering waren we met zessen en hadden het over het thema ‘Lef’ van het volgende nummer. Dan merk ik dat ik heel erg vanuit het kleine en daarmee de kindbeleving denk. Ik had ooit een prentenboek voor de groep aangeschaft en dat heette ‘Mats en de moedmannetjes’ van K. Schlingemann. Het valt me in, nu ik dit schrijf. ‘De Gorgels’ van Jochem Meijer zijn ook een soort moedmannetjes. Kinderen hebben ze nodig, om al die grote obstakels te kunnen slechten, die in onze ogen slechts een kleinigheid zijn. Moed bouw je op en daar is ruimte voor nodig. Ook Bang mannetje overwint zijn angst voor het spook onder zijn bed en koopt na zijn avonturen twee taartjes bij de bakker. Een voor hemzelf en een voor het spook onder zijn bed. In variatie op een tweede thema:’Versla je ze niet, voedt en zoet ze dan’.

Natuur op de tuin

Ze straalt een late herfst

Het viel niet mee om het moddervrije gras te vinden op het pad naast de sloot van het tuinencomplex. Het werd spitsroeden lopen op de randen en het was de kunst niet een voortijdig modderbad te moeten nemen of de sloot in te duiken door onwillige pollen die stiekem toch te glibberig waren. Bij de tuin van dochter was het vredig stil en verlaten. Verderop was mijn achterbuuf druk bezig met de tuin in winterstelling te brengen. Ze liep met me op om de problemen van stook en rook van mijn altijd aanwezige buurman te bespreken. Dagen dat ik met de aangedane longen er nauwelijks kan zijn. Vermoedelijk worden er om en om stookdagen afgesproken, zodat de tuinen een genot voor eenieder blijven.

Vandaag was het op z’n minst in de ochtend rookvrij, dus kans om het betere snoeiwerk in te zetten. De enige manier om de opgelopen chaos door onvrijwillig achterstallig onderhoud aan te pakken leek me met een onverwoestbaar optimisme de ogen te richten op behapbare delen. Grote snoeischaar en kleine broer in de aanslag en gaan. Lustig liet de kamperfoelie haar wirwar vallen en was net zo opgelucht als mijn gemoed, door de nieuw verkregen ruimte. Haar dorre onderstaken haalden opgelucht adem. Eindelijk bevrijd.

Er was een korte aarzeling. Zou ik de takken kort knippen en in een vuilniszak mee naar de gemeentewerf nemen of liet ik het eerst versterven in mijn takkenril tussen mij en de buur. Dat laatste maar, want met een volle zak in de hand zou het zeker een modderbad worden op de weg terug. De iep moest er ook aan geloven. In de bomenhaag van de buurman zat veel snoeiwerk. Het moest nu, straks zouden de stammen te dik zijn om nog te kunnen snoeien. De wilgen mochten eerst meer blad verliezen.

Na een paar uur was het welletjes. Met wat zwoegen werd alles netjes op de juiste plaatsen geparkeerd. De laatste dappere doorzetters mochten als herinnering vastgelegd op beeld mee naar huis. Het cherubijntje was een gevallen engel geworden en kreeg haar plekje terug, hoog boven alles uit, om de wacht te houden. Met geurende handen van het verse hout streek ik spinrag en de meeliftende dorre takjes uit mijn eigenzinnige haardos. Moe maar voldaan ging ik op pad. Halverwege het modderbad nam ik het zijlaantje naar het laatste pad van het complex. Daar lag nog een groen tapijt. Beter.

Vandaag is voor de voorbereidingen voor het etsweekend. In Bussum is een zaak die etsplaten kant en klaar verkoopt. Bovendien hebben ze ook de plastic platen voor droge naald. De voorbewerkte krasvrije zinkplaten zijn vooral om de stijve, nog steeds bij bepaalde bewegingen, pijnlijke linkerpols te ontzien. Het afslaan van de platen zal al zwaar genoeg zijn. Er is nog een dag of vier om onderwerpen te bedenken. Misschien zijn de negatieven van de Cyonotype wel goed te gebruiken. Een beetje experimenteren kan geen kwaad. Voor thuis is dan de droge naald, daar komt geen zuurbad aan te pas. Krassen, in-inkten en afdrukken, daar komt het op neer.

De zon schijnt, het ochtendritueel van de kauwen is achter de rug. De schoolkinderen zitten in hun groepen, de dag ligt open Geniet, want ze straalt een late herfst.

Uncategorized

Beter wijs dan roekeloos

De twee kauwen uit de dakgoot zitten in de es tegenover het raam en voeren een goed en zo te zien diepgaand tafelgesprek. Af en toe knikken ze ja en pikken een nootje tussen de bladeren uit om daarna verder te krakelen. Er valt heel wat te bespreken.

Een slechte nacht vannacht, die ook nog een heel uur langer duurde. Het eventuele Noorderlicht, laatste dag van de maand, maandovergang, iets met Samhain, of spokende Allerheiligen. Wie het weet mag het zeggen, maar om één uur was het slaapzand uit de ogen verdwenen en er er schemerde geen groen licht aan de horizon.

Ogen dicht en rusten, toch eerst ‘Sterren op het Doek’ terug zien met Femke Halsema als lijdend voorwerp en daarna een meesterlijke uitzending van ‘Matthijs gaat door,’ met de toffe band, Barry Hay en consorten, Paul van Vliet bleef For ever Young en een prachtig Hallelujah in zijn eigen vertaling door Jan Rot en een honderdkoppig koor. Zijn status van ongeneeslijk ziek gaf er extra een geladen betekenis aan. Daarna had Klaas Vaak kennelijk nog geen tijd. Ogen dicht en rusten.

Toch weer overeind en de wijze in IPad- pro creative-verf gemaakt. Van de foto af op de mij welbekende haastige wijze. Daarna kwamen de twee laatste dagen van inktober met ‘slighter’ en ‘risk’ nog aan bod en las ik een stukje uit de verzonken stad van Marta Barone. Toen was de koek op en kwam dat vermaledijde zandmannetje niet met wat strooigoed maar met een houten hamer langs. De slaap was diep, de droom ongrijpbaar.

Gisteren gebruikte vriendinlief een prachtige term ‘De aangeleerde hulpeloosheid’ . Dat zijn de kleintjes die voor je komen staan en wachten tot jij het jasje pakt, wacht tot jij ze erin hengelt, wacht tot jij de rits dicht doet en ook nog een duwtje in de rug nodig hebben om de weg naar de buitendeur te vinden. Maar je hebt er gemiddeld 25 in een groep hé. Tel uit je winst. Het eerste wat we deden was de zelfstandigheid invoeren. ‘Wat heb ik nodig om niet afhankelijk te zijn van zo’n volwassen mens’. Dat begon inderdaad bij aankleden, vragen leren stellen, iets zelfstandig kiezen, gedachten durven ventileren, leren denken in oplossingen. Als dat eenmaal de mores van de groep is, is het verbazingwekkend hoe snel kinderen begrijpen, hoe een en ander werkt. Omdat de oudsten het systeem door en door kennen zijn ze altijd bereid een jonkie op weg te helpen. Bovendien sneed het mes zo aan twee kanten, want dan namen ze de lesstof nog eens dunnetjes door. Al hun vorderingen kwamen de laatste jaren in een soort portfolio, met tekst en uitleg van mij erbij en soms door henzelf geschreven, maar vooral met veel werk en foto’s. Iedere vrijdagmorgen werkten we die bij in groepjes. Het resultaat van hun succes werd beloond en bekroond met de trots en een brede glimlach.

De dag begint vriendelijker dan gisteren, toen oma op haar wolkje bleef poetsen en schrobben. De kleine filosoof vraagt in zulke gevallen met een diepe zucht of ze nog lang zal blijven schoonmaken. Dinsdag wordt hij alweer zeven. Kleine filosofen worden ook groot.

Ziezo, de kauwtjes zijn uitvergaderd. Vanwege Corona, een doorbraakinfectie in de plaatsen van onze medewerkers, gaat de vergadering morgen in Echten niet door. Aan de ene kant is het niet anders en gaan we zoomen en aan de andere kant had ik me toch stiekem op verheugd. We hebben elkaar al heel lang niet in levende lijve gezien. Het brengt altijd meer inspiratie met zich mee. Maar ach, beter wijs dan roekeloos.

levenskunst/wandeling/natuur

Verlicht op alle fronten

Het laatste cadeau van de herfst voorlopig. Zon en een oplichtend kleurenpalet, omber, sienna, cadmium rood en geel, tegen een strakblauw hemeldak. Kan het mooier.

Maar vooral de inhoud van de dag. Het ritje in de auto met gespreksstof voor de vier jaren die achter ons lagen, de komst in het piepkleine huis, leunend tegen dat van de buren, dat binnen zoveel groter bleek, onder andere door een grondige en ingenieuze verbouwing, een vernuftig warm gebruik van op elkaar afgestemde kleuren, waarbij het zachte groen en het roomwit de rust bracht. De spontaan ontstane ruimtes werden sfeervol en optimaal benut. Veel glasobjecten, kleine doekjes op een richel, die zowel van beneden als vanaf de vide te aanschouwen waren. Met een erker-zithoek voor het raam en een ‘zuster Anna ziet gij nog niets komen’ plek bij uitstek. Blauwbaard was wijselijk niet mee(ken uw klassiekers).

Kunstobjecten als beide boomtafels en een prachtige lamp trokken het oog. Er was een omhelzing, een rondleiding en thee met inhaalgesprekken. School stond in het begin centraal en de problemen van nu binnen het onderwijs. Ik worstel en kom boven. Het kost teveel energie en er wordt niet adequaat tegen opgetreden of zorg gedragen voor de noeste werkers op de vloer.

Een uitgebreide lunch met heerlijkheden ging vooraf aan een wandeling over het Renkums Beekdal, een natuurgebied met heide en bossen. Het was een genot om er te zijn met wederom verhalen, herinneringen en gedeelde momenten van geluk. Nederland op haar mooist. In de bossen de eerste paddenstoelen, variërend van kleine kabouterdorpen tot een enkeling, die zich fier had opgericht. Ze moesten af en toe even stilstaan om mij op adem te laten komen. Lieve vriendinnen doen dat vanzelfsprekend.

Het scheen in de oorlog een landingsbaan van parachutisten geweest te zijn, die op de zoom van het bos afliepen recht in een hinderlaag. De buurvrouw naast het huis van vriendin had het allemaal meegemaakt. Zo’n verhaal door iemand die het aan den lijve heeft ondervonden, krijgt een indringende lading. Terwijl wij aan het uitwaaieren waren, hadden manlief en vriend de deurpost en de trap een metamorfose laten ondergaan. Zo sprokkelden ze zich een brandnieuw huis bij elkaar, dat hen paste als een handschoen. Vriend ging op de fiets terug naar IJsselstein, goed voor drie uur op het zadel. Respect voor deze daad.

Thee, boeken en nieuwe gespreksstof. Een momento voor vriendinlief die op het laatst moest afhaken vanwege de zorg voor haar vader, omdat moeder plotseling werd opgenomen. Bij elke grap hoorde ik haar in gedachten aanstekelijk schateren. Zo was ze er toch een beetje bij. Bij het afscheid was er een omhelzing, beloftes en een warm advies: Zorg goed voor jezelf. Teveel hooi op je vork brengt veel spanning met zich mee. En de boog kan niet altijd gespannen zijn.

De terugreis was in een mum van tijd voorbij, omdat we voorlopig nog lang niet alles de revue hadden laten passeren. Niet meer zo lang wachten, ook al is het altijd goed tussen ons, hoeveel tijd er ook verstreken is.

Vannacht was het aardedonker. Het duurde even in het slaperige brein, eer het doordrong dat er zelfs geen lantaarnpaal buiten ontstoken was. De stroom in onze regio lag eruit vertelde twitter. ‘Erasmus by night’ heeft ook wel wat. Met de zaklamp van de telefoon was er voldoende licht om te lezen. Het deed me denken aan vroeger. Aan de voet van de trap naar zolder speurde broer met arendsogen naarstig naar verboden lichtpunten. Daar was een oplossing voor. Diep weggedoken onder het laken en de dekens las ik met een zaklamp verder. Zodra het kraakte op de trap ging het lampje uit en snurkte ik een paar keer gemoedelijk. Zodra de trap nogmaals gekraakt had, ging mijn lichtje weer aan. Hij deed het in opdracht van mijn moeder, die de stelregel handhaafde dat je slechte ogen kreeg van lezen bij een schemerlamp. Ik verdacht haar ervan ons te willen behoeden voor te weinig nachtrust, Haar regels waren goedertierenheid. Iets wat me toen nog niet altijd duidelijk was.

Zoonlief kwam me zijn hoofdlamp brengen. Wat een vernuft. Nu had ik de handen vrij voor die dikke pil van Erasmus. Net op dat moment knipte de PC en de schemerlamp weer aan. Ik kon weer voort. Verlicht op alle fronten.

Overpeinzingen·Zang

Kalmte zal U redden

Zo laat pas de ogen open. ‘Dan zal je het nodig hebben’, meende mijn moeder vroeger lakoniek. Ik neem die wijsheid onmiddellijk aan, maar prettig vind ik het niet. ‘De morgenstond heeft goud in de mond’ diep ik op uit het verleden. Dat is in mijn geval zeker zo. Pluis vindt mijn geschrijf hinderlijk. Ze bedelt om aandacht en kattenkroeltjes op haar zachte poezenvelletje. Ik moet haar teleurstellen. Haast is enigszins geboden. Straks rijdt vriendin voor, voor een bezoek aan verhuisde vriendin in dat deel van het land, dat zeker een stief uurtje rijden is vanaf hier. Het hele ochtendritueel moet nog plaatsvinden en na de late avond gisteren is wat snelheid weggezakt.

Gisteren overdag voor het eerst sinds lang de penselen weer beroerd. Zuslief komt alweer meer uit de verf dan de grove opzet van voorheen. Aangestoken door programma’s als ‘Sterren op het doek’ met de lange winteravonden in het vooruitzicht begint het schilderen weer te kriebelen. Soms wens ik mezelf een grote liefde toe in deze. De bevlogen schilder die woont in het atelier en niet anders kan dan de penselen ter hand te nemen. Maar helaas, de verdeeldheid in verlangen is groot. Er is zoveel leuk en natuurlijk wil ik het allemaal meemaken.

Neem donderdag-zangdag tegenwoordig. Bij zuslief oefenen en daarna naar het beperkte ensemble om de stemmen samen te laten vloeien. Met de vier mannen erbij, waarvan de tenoren op hun sterkst zijn, klinkt het al snel mooi. Zuslief maakt een opname ervan. Slim, nu hebben we bij het oefenen meer houvast, anders dan wiebelend over de noten glijden. De dirigente zet ons voor het blok. Een nieuw stuk met vier partijen, maar de tekst staat helemaal bovenaan. Verward glijden de ogen van tekst naar noot en terug en ten leste neuried het lalala, want het is niet te doen. Ook dit wordt thuis oefenen.

Eigenlijk is het tuinweer, maar ook deze week zijn geen gaatjes te vinden, omdat het bijkomen van de drukke dagen rondscharrelen in huis betekent. Vandaag is het opnieuw prachtig weer. In de benen dus. Een kort schrijven anders is er tijdnood. Over een uurtje staat de auto voor de deur en er moet nog een was aan het droogrek. Kalmte zal u redden.

Theater

Rijke tradities vragen om behoud

In de ochtendspits en bijna vergeten hoeveel verkeer er op de weg kan zijn. Een meer dan duidelijk teken dat het leven zich weer aan het normaliseren was tot op het niveau van voor de grens, getrokken door een virus. in de sporthal zoemden de ventilatoren en boven, na een zelf bestuurbare lift met een druk op een rode knop, hing een waas van zwembad, lichte chloorsporen, grote vitrines met uitzicht op het bassin. Daar zweefden grijze hoofden net op het water, het senioren zwemuur. Een medewerker probeerde de blauwe gloed van de ruiten streeploos weg te poetsen, zo leek het. De vrouw, die weggedoken achter haar computer zat, zag ik pas toen iemand haar gedag zei en zij antwoordde.

In de theaterzaal werd ik hartelijk ontvangen door de lichtman, die zijn vrijwilligersbaan had ingeruild voor een vaste aanstelling en met trefzekerheid de weg aan het bereiden was voor een geslaagde voorstelling. Buiten de zaal zocht ik de juiste positie voor de banner. Recht tegenover de trap, zodat de groepen van de diverse scholen haar goed konden zien. Ziezo. Het wachten was op de spelers en daarna op de komst van de kinderen. Het decor was klaar, want er waren al twee dagen voorstellingen geweest. Beide acteurs kwamen kort na elkaar, enthousiast herkenning bevestigend, ‘Gezellig, jij hier’.

Daar kwam de eerste groep al aan. De juf vertelde dat er kinderen bij waren, die nog nooit in het pluche gezeten hadden. Ze vroegen nieuwsgierig naar de kleur van de stoelen. ‘Wat denk je. Het heet de blauwe zaal’. Altijd was er wel een snelle denker bij die het onmiddellijk inkopte. ‘Haha, blauw natuurlijk’. ‘En van fluweel’ vulde ik betekenisvol aan. Dat leverde verwachtingsvolle blikken op. De ochtend kon nu al niet meer stuk. De scholen druppelden een voor een binnen. Vijf voor tien kwam Marcel waarschuwen dat we door konden lopen. Een school was verlaat door de wegwerkzaamheden. Geen probleem, we hadden de hele ochtend de tijd.

Er volgde, zoals bij de vorige keren een ademloze stilte op alle gebeurtenissen op het podium, onderdrukt gegiechel, voorvoelbare spanning, opluchting na een spannende scène en een schok bij de laatste ontknoping, compleet met gilletjes. 100 kinderen drie kwartier lang ademloos laten genieten, de twee mannen konden dat. Het enthousiasme klonk door in de verhalen die los kwamen in de gang terug naar de hal. Een geslaagde voorstelling op alle fronten, zeker toen aan het eind het special effect nog eens dunnetjes werden overgedaan met behulp van twee van de kinderen.

Boodschappen en dan op de bank. Met weinig slaap tijd voor een middagdutje. Expres omdat ik de rijke avond met het etentje wist en door de gouden regel: kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet. De bloemen waren in huis, de wijnfles met het mooie etiket van vriendschap en de niet te drinken wijn, versierd met een lintje. Sneller dan verwacht tijd om te gaan. Ook hier weer een warm welkom na een jaar. De avond met vriendinlief en eega, dochterlief die taken van haar moeder overnam zodat we bij konden praten. Kinderen, schoolperikelen, heden, verleden, de rode draden in ons leven, manlief nam het voetbal van de jongens met me door. Dochter had ik ooit als vierjarige bij mij in de groep binnen zien komen en zat, als al mijn schatjes, in het hart verankerd. Zo werkt dat.

Heerlijke salade vooraf, tagliatelle ai funghi, een mooie chardonnay erbij en de kaasplank toe, met Port als besluit, verzegelde de traditie. Die houden we erin. Een goede bezegeling van de verbinding die ooit was ontstaan op de dag, dat ze met dochterlief de groep kwamen binnen lopen. Rijke tradities vragen om behoud.

Inktober·jeugdliteratuur

De hoogste tijd

Er zijn mensen die zo eens in de paar jaar opduiken op de meest onverwachte plekken of momenten. In de Supermarkt bijvoorbeeld, op de toerit naar een bos, in de villa van een bekende zanger of in het museum. Bij sommige heb je weifelachtige gevoelens. ‘Waar ken ik je ook al weer van’. Dat zijn nog al wat maatschappelijke takken aan mijn boom. School, de kleuterkweek, het ziekenhuis, de avondopleiding,, volksdansen, de optredens met de band, de vriendenkring, het voetbal en via de kinderen. Soms is het diep graven.

Gisteren riep iemand mijn naam in de winkel en complimenteerde me met mijn blog, die ze graag leest. Het was een vrouw uit het verleden. Ze hoorde bij onze kinderen en manlief in de gloriedagen. Bij het karretje met mijn boodschappen kwam het verleden bovendrijven, maar ook het heden en wat het allemaal gebracht heeft. Niet alles blijft rozengeur en maneschijn. Haar mantelzorg slobberde om haar heen en legde het leed bloot. Dan is een winkelbezoek de verademing, het gesprek met een ander een oprechte behoefte. De boog kan niet altijd gespannen zijn. Even los te komen van wat dagelijks opduikt is een noodzaak om op te laden en nieuwe energie te krijgen. Er viel genoeg te overpeinzen op de weg terug.

Deze week van de volle maan vergt veel wakkere nachten. Dan is de IPad met haar tekenprogramma een bron van vreugde. Er wordt wat afgetekend. Niet alleen om te inktoberen, maar ook door familiekiekjes om te zetten in eenvoudige opzetjes aan de hand van foto’s. Het doet me denken aan de manuscripten uit de Middeleeuwen, toen de boekdrukkunst nog niet uitgevonden was en men eindeloos geschriften aan het overschrijven was. De vertaalslag van foto naar tekening is net zoiets. Een techniek die, om kunst te worden, kan worden omgezet in de eigen interpretatie. Het spelen ermee is iedere dag weer een bron aan ‘Aha-erlebnis’ en de mogelijkheden zijn eindeloos.

In een van die onderbroken nachten begon ik aan een van de kinderboeken voor de volgende deadline. Het grote formaat boek houdt het midden tussen een graphic novel en een kunstwerk op zich, met de prachtige, invoelbare illustraties. Het verhaal is ontroerend en spannend. Dat betekent dat, als je er aan begint, het onmogelijk wordt om het weg te leggen. Ik kan de titel nog niet verklappen, maar oh, de tijd nam een vlucht van twee uur naar vijf uur. Zo kan het zijn, als literatuur de pen scherpt in emotie en magie.

Een van de opdrachten van #inktober was ‘extinct’ wat ‘uitgestorven’ betekent. Ooit, lang geleden hadden we een project bedacht dat over de oervogel Archeopteryx en de Paradijsvogel ging. In de laatste rol was ik verkleed als een zeer kleurrijke soort Pino, die in een groot nest op het Robbeneiland(gemaakt van een grote autoband en heel veel wilgentakken) woonde. De Archeopteryx was een handpop, die vriendinlief en collega met haar gouden handjes in elkaar had geknutseld en er angstaanjagend ‘oer’ uitzag. Het was een heerlijke binnenkomer en stond garant voor vele weken spannende avonturen.

De handpop heb ik gered van de ondergang en hij ligt nu te zieltogen op de bovenste plank van de boekenkast. Af en toe mag hij even luchten op mijn hand en het stof van zijn vleugels wapperen. Dan krast hij me met veel misbaar toe. Aan de kleinkinderen heb ik ‘m nog niet voorgesteld. Daar zijn teveel echte kleintjes bij. want zijn scherpe tandjes en het warrige verenpak zijn net iets te echt voor een tweejarige. Om het goed te maken mag hij een paar dagen over de spijlen hangen.

Straks naar de fysio en voor nu…in de benen. Het is de hoogste tijd.