levenskunst/wandeling/natuur

Als de katjes muizen, dan mauwen ze niet

Een prachtige zonnige herfstdag. Over de app de vraag wie er zin had in een Singeltocht. Nee, geen duurloop of een marathon, maar een oude traditie van mijn moeder en ik met de oudste vier toen ze nog kleine dribbelbeentjes hadden. We dwaalden dan eerst langs de singels, daarna door de historische oude binnenstad om tenslotte bij het winkeltje van Betje Boerhave achter Het Hoogt een ouderwetse lekkernij te kopen. Een kaneelstokje of een ulevel, een stroopsoldaatje of duimdrop, keus te over. Een aangeklede Betje als Utrechtse dienstmeid, compleet met wit katoenen mutsje, een baaien rok en een gesteven schort voor, hielp mijn moeder, terwijl ze onderwijl herinneringen ophaalden aan die goeie ouwe tijd. Aangenaam verpozen in de volle betekenis van dat woord.

Maar de jongens van dochterlief kenden die liefdevolle gedachte erachter niet, sterker nog ze kenden mijn moeder niet eens. Voor hen bestond het pad langs de singel uit bomen en drommen mensen en heel veel kilometers. Nergens een schermpje te bekennen, geen computer of iPad in de buurt, dus ‘Saai’ met een hoofdletter en vermoeiend. De vooruitziende blik van dochterlief had voor het wandelwagentje gezorgd, waar Dribbel veelvuldig op terugviel om in uit te rusten. De Singel was bijna op haar mooist met de oude bomen, de strakblauwe lucht erboven en weerspiegelend in het water, de kleurrijke bladerkronen aangezet door het zonlicht als een gouden dak. Het kunstwerk ‘Vanishing Staircase’ van Birthe Leemeijer was nog het meest noemenswaardige te betreden speeltje met de gekantelde treden. Ooit was het beplant met passend ecologisch groen, maar dat werd ijverig verwijderd door een al te gretige plantsoenmedewerker. Ze renden op en neer, heen en terug, totdat ze eigenlijk pas echt moe waren. Sonnenborgh, het huis van prinses Irene, het mocht allemaal in hun grote pet. Pas toen tweede dochter aan kwam lopen, veerden ze wat op.

Terwijl we aan het uitpuffen waren achter de Muziektent bij het Lepelenburg, vroeg een dakloze man aan ons groepje wat geld voor de opvang, maar niemand had dat bij zich. Teleurgesteld droop hij af en dat ontlokte gepeins. ‘Wat of die man wilde’, vroeg de oudste. ‘Wat dakloos dan was. En dagopvang’. Hijzelf wist zeker, dat hij dat nooit zou durven, zomaar op iemand toestappen en vragen om geld. ‘Hij heeft niets meer te verliezen’ is een zin waar je lang mee kan stoeien. Hij verzonk in gedachten. We vervolgden onze weg door de Brigittestraat, de smalle Catharijnesteeg en de nog veel smallere Reguliersteeg, in de ganzenpas, omdat het maar een persoon breed was. Dribbel zat inmiddels hoog en droog in het kinderzitje op de fiets van zijn tante. Handig. De spring-in-het-veld onderhield ons met een uitgebreide boekbespreking, die hij dinsdag op school zou moeten geven. Geslaagd, nu al en nog twee dagen langer om nog meer te oefenen.

De prachtige geveltjes, de ornamenten, de weelderige tegeltuinen met fraaie passiebloem en frisse paarse Verbena was alleen voorbestemd voor ons. Op de Oude Gracht liet ik ze de oude poort zien van de kleuterschool waar ik in de jaren zestig stage had gelopen, maar met een al gesteld uitzicht op een ijsje slenterde de goegemeente voort. Op de Twijnstraat was het spitsroeden lopen qua drukte. De echte ijswinkel met het schepijs was aan het eind, een paar aantrekkelijke kledingzaken(sustainable) en een heerlijke boekenwinkel verder. De eerste zaak gingen we even in terwijl de jongens speurden naar de hun beloofde lekkernij. Mooi, verantwoord en derhalve pittig prijzig spul, waar je lang mee kon doen. We spraken met z’n drieën af een keer, zonder kinderen, te gaan winkelen. Ouderwets lekker slierten door de stad, niets nodig hebben, maar alles wel willen en weinig aankopen. Inspiratie opdoen om te rommelen en te flansen met de dingen uit de eigen kast, al zouden vooral de materialen onweerstaanbaar zijn.

Hoera, de ijswinkel kwam in zicht. Ze stond in de steigers, maar was wel open en leeg. Plek genoeg om even neer te strijken en ijs en thee te laten smaken. Als de katjes muizen, dan mauwen ze niet.

kunst.

We konden er weer even tegen

Cruisecontrol op 100. Prille zonnestralen prikten door de nevels boven de weilanden en sloegen gaten in het grijs. Hier en daar stonden potenloze koeienlijven terwijl af en toe hun kop ook onderdook. Allengs warmde de aarde op en verdwenen de slierten nevel als witte wieven in het zwerk. Het leven om me heen ontwaakte. De ganzentrek had ingezet en als volleerde formaties vlogen ze het wijde weidse in op zoek naar warmer oorden. Zo met Akka van Kebnekajse mee te mogen vliegen, veilig beschut tussen de twee krachtige vleugels, de armen om haar nek geslagen.

Maar de snorrende kleine blauwe was ook niet te versmaden, de melodieuze gouden ouwen uit de radio, het vredige buitentafereel, vroeg opstaan was zo gek nog niet.

Vriendinlief was er klaar voor, lichte aarzeling bij de knuffel. Tuurlijk wel, elkaar te lang niet gezien. Heerlijke bak koffie en bijkletsen, koetjes en kalfjes, prietpraat. Straks het serieuzere werk. In haar auto bijvoorbeeld, blik op de weg, terwijl ze de auto handig binnendoor langs en door de dorpen naar Bergen stuurde, dat altijd bij binnenkomst kleiner oogde dan het in mijn hoofd zat gepeperd. Over de kinderen, over het werk, over de opoffering van de kunstenaar in jezelf, terwille van het brood op de plank. ‘Waar een wil is is een weg’ hield ze me op het eind van de dag voor in haar eigen bewoordingen, terwijl we net door de pretentieuze villa met een prachtige expositie hadden rondgelopen en ons laafden aan de enorme doeken.

Een antwoord op haar eigen vragen, bedacht ik later. Tijd voor jezelf viel te zoeken, maar makkelijker was wel dat je je te allen tijde kon onderdompelen in het vorm geven van je eigen gedachten. Daar een lichte afgunst bij te voelen was weer een leerpunt om een eigen weg te vinden.

Het miezerde af en toe en de lichtpuntjes kwamen tussen de druppels door, bijvoorbeeld in een garage met keramiek, kandelaars en kettingen van stukgeslagen servies omgevormd tot mooie objecten tussen haar keramische beestenboel. De vos smeekte om meegenomen te worden. Ik hield het bij een ketting, terwijl vriendinlief een filmisch interview afnam.

Koffie in een statig restaurant tussen de kleurrijke werken van een vrouw, even paradijselijk als haar prachtige doeken, knipkunst en collage op hoog niveau, een overweldigend succes was haar formule. Ook iets om over te mijmeren. De mengeling van chique en piekende haren, van goudverf en weelderige natuur, bloeiende composities. Ook hier een verslag en al kuierend over de weg langs de velden voor de beboste duinenrand naar nog een lieve vrouw en haar tekeningen, waarin ze zich had gegeven met heel haar ziel en zaligheid en een zware tijd had verzacht met wegduiken in een scheppend proces, een bubbel opgetrokken tussen de muren van een ziekenhuis, om er gesterkt weer uit te komen.

Een oude wilg trok met zijn knoesten en verholen ingangen mijn aandacht terwijl de volgende gast, een banketbakker, zijn deeghanden had omgevormd tot penseeldragers, een portret van zijn overleden vrouw, de zeegezichten, een doopceel van voelbaar leed in een partytent, zijn doeken wat vlak, de man zelf innemend en vriendelijk, niet terughoudend om diep te gaan. Truffels en een kaartje mee.

De wilg vertelde over de jaren die voorbij waren gegaan, die butsen en knoesten hadden geslagen in zijn verweerde bast, leven had gedragen en nog altijd, getuige de fiere kruin tegen het blauwe zwerk, de kroon op zijn bestaan zou zijn. Hoe ouder, hoe mooier. Lunch in het dorp, nog meer kunst, een café, die grote villa en de zilte zeelucht boven de velden en de brede beboste duinenstrook aan de rand van Bergen. Een dag kwaliteit met mijn lieve vriendin, gelaafd aan schoonheid, de inspirerende energie die er was opgedaan. We konden er weer even tegen.

Theater

Een topdag

Utrecht in de herfst en zonder dat, gewoon al Utrecht. Wat een heerlijke stad is het toch. Buiten dat de Dom was verpakt als een reuze kolos, vierkant en lelijk, waren de grachten daarentegen op hun mooist. Twee uur voor de voorstelling arriveerde ik in de garage Vaartsche Rijn. Van daaruit was het de hele lange Oudegracht aflopen. Geen straf in de herfst, kleurrijk en druk, veel fietsers, weinig autoverkeer en ruimschoots de gelegenheid om anderhalve meter te handhaven. Het was genieten. Mijn lange regenjas een goede beschermer tegen de snel wisselende zon en buien. De flinke pas gereduceerd tot kalme tred, hier en daar even een galerie in, leuke etalages bekijken in de Schoutenstraat, uitrusten op een muurtje tegenover het Theater en vooral passanten bestuderen. moeders met kinderen die een hele verhandeling hielden over het logo van Utrecht, St Maarten en zijn rode mantel en nog meer historie achter me, een zingende kleurrijke reggae-man voor me. Mensen die snel paraplu’s te voorschijn haalden bij de, door de zon glinsterende, eerste druppels, groot en niet te negeren. Inktzwarte lucht afgewisseld met hemelsblauw. In de wetenschap dat de regenboog niet ver weg kon zijn, speurde mijn blik naar boven, maar zag niets wat er op leek.

Om 14.00 uur ging de deur van het theater open en ik kon naar binnen, naar het theatercafé voor een heerlijke kop thee, rooibos met honing. Aan de bar zaten twee mensen een voorstelling te bespreken. De barmedewerkers mengden zich af en toe in het gesprek. Door het ronde raam met het aanplakbiljet van de Herfststukjes, de voorstellingen voor kinderen in de herfstvakantie, ving je een glimp op van een deel van de Ganzenmarkt en de voorbij snellende mensen. Muziekje, zoemende afzuigers, diepe rust.

Daar waren mijn mede kompanen al. De kleine filosoof, die steeds ouder, groter en wijzer werd en de onbevangen kleindochter. Juichende begroeting, biologisch appelsapje, thee voor dochter. Langzaam liep het kleine cafe vol met ouders en vooral veel kinderen. Het was voor mij de eerste keer weer in zo’n zich vullende ruimte. Geroezemoes, schelle kinderstemmen er tussen door. Pop mocht ook mee naar de voorstelling.

Tegen tien minuten voor aanvang naar beneden en in de krappe hal met de openstaande deuren wachten tot we binnen konden treden. Er lagen boekjes op een stapel van Joke van Leeuwen. Dochter zocht in de telefoon de kaartjes om te scannen. Iedereen moest ook corona-proof gecheckt worden. Eindelijk, iets voor drieën deed een van de barjongens de deur van het walhalla open. Schuifelend verplaatste zich de menigte. Bovenin was een bankje vrij. Kleindochter klampte zich nog maar eens goed vast aan haar moeder, pop stevig in de houdgreep. Want ja, waar was ze nu weer in terecht gekomen. De lichten gingen uit en Joke kwam op, starte de voorstelling alsof ze een van haar boeken voorlas, breekbaar en frêle, maar duidelijk. Tussendoor kwamen er allerlei muziekinstrumenten aan te pas, een draailier, een ukelele, een gitaar. Haar tegenspeelster was haar zusje kwijt en een hilarische zoektocht volgde aan de hand van de beschrijving van haar uiterlijk. Een heerlijk concept, een vernuftig decor en zo grappig dat iedereen met regelmaat zat te schuddebuiken. Af en toe, bij verandering van de scene kroop het handje van kleindochter om haar moeders nek, maar het geschater overheerste. Wat een mooie theater-ervaring als eerste keer. De kleine filosoof zong enthousiast mee met een laatste woord als Joke daarom vroeg. Liedjes, kleur, grappige decorstukken als outfit, afgewisseld met de muziek, er zat vaart in de voorstelling, voor groot en klein. aan het eind was Joke aan het signeren en natuurlijk kregen ze het boek mee, met een handtekening en een opdracht en voor kleindochter kocht ik de knuffel van haas erbij. Joke keek wat wazig toen ik haar gedag zei. Haha. Het was ook alweer drie jaar geleden, dat we ooit aanschoven bij die befaamde kerstdiners. Het kon de pret niet drukken Een wijntje voor Trijntje en veel ranja’s later namen we afscheid. Een topdag.

Uncategorized

Logica van de eenvoud

De kleine prins is al lange tijd een bron van inspiratie. Er valt zoveel levenswijsheid uit te putten en telkens weer gaf het stof voor nieuwe verhalen en ontwikkelingen. ‘Koester wat je hebt’ filter ik eruit. ‘Koester wat je ten deel valt’. Niet voor niets heet de auto, die me onafhankelijkheid en vrijheid schenkt, de kleine blauwe prins.

Op een van de cultuuravonden in het dorp verderop verhaalde ik met vriendinlief een hoofdstuk over de kleine prins en de vos. De locatie was intiem. Er was slechts plek voor tien toehoorders, volwassenen en kinderen. Een indringende versie over hoe je betrokken kan raken bij iets of iemand door je volledig te verdiepen in het leven van de ander en het te respecteren. Het was doodstil en de filosofie van het verhaal steeg in volle betekenis boven de hoofden op. Bezinning en bezinken bleef achter. Het applaus was voor de wijsheid en de schoonheid in het verhaal.

https://www.npostart.nl/het-uur-van-de-wolf/27-06-2019/VPWON_1263787

In het uur van de wolf valt een documentaire terug te kijken, die laat zien hoe de culturele en talige aspecten van verdwenen of verbannen volkeren gekoesterd en bewaard worden aan de hand van de vertalingen van De Kleine Prinus van Saint Exupery. De Berbers in Marokko, de bevolking van Samiland, en de oorspronkelijke bewoners en hun taal in San Salvador en Tibet. De regisseuse Marjoleine Boonstra volgt vier vertalers en voedt hun verhalen met de schoonheid en de verstilling van hun eigen land. Aan de hand van de slang, de vos, de roos en de verdwijning van de kleine prins geven de authentieke vertalers de betekenis weer binnen de context van hun bestaan. Ademloos om naar te kijken en inzicht te verkrijgen in de noodzaak deze culturele en taalkundige diversiteit in ere te houden, want de moedertaal verleent bij uitstek de identiteit aan het leven.

Het sloot aan bij een andere film die gisteren gedeeld werd op Facebook door vriendinlief. Valisa Higman, die in Seldovia, Alaska leeft en werkt. Ze is kunstenaar en heeft zich toegelegd in de papierknipkunst. Hetzelfde geldt voor haar bestaan als dat van het bovenstaande. De oorspronkelijkheid van leven wordt in de onmetelijke schoonheid van woord en beeld uitgedrukt en vastgelegd. De rijkdom van de eenvoud. Films om je in te wentelen.

Vanmiddag gaan kleindochter, dochterlief en ik naar de voorstelling: ‘Heb je mijn zusje gezien’ van het jeugdtheater Hoge Fronten. Het is haar eerste theaterervaring en ik mag hem delen. Hoe bijzonder is dat. Lieke Benders en Joke van Leeuwen zijn de acteurs. Joke heb ik een aantal keren ontmoet ten tijde van een aantal kerstdiners. Ben benieuwd of er herkenning is.

Langzaam maar zeker begint tijd een eigenzinnig leven te leiden. De agenda stroomt vol. Het zorgt ervoor, dat een dag als gisteren, een dag van helemaal niets, nou ja, een beetje Erasmus tussendoor, een paar wasjes, een aanraken van het doek…heel even maar, en weer een nieuwe inktober met de opdracht ‘sprout’. Zelfs het eten was een opgewarmd zuurkoolprakje met boterjus. Zoals gewoonlijk was er in het denkhoofd meer beweging te vinden.

Vannacht schoot ik wakker met een verhalentitel: ‘Severina en grootvaders klok’. Geen idee uit welke hoek dit idee kwam. Misschien wel omdat ik de vijf kinderboeken passend bij het thema had gezocht en daarvoor heel wat titels de revue had laten passeren. Het had in ieder geval ook alles met tijd te maken. Grootvaders klok is in deze tijd voor kinderen al betovergrootvaders klok geworden. Zo snel kan het gaan. Wat gisteren nog morgen was is nu al vandaag. Logica van de eenvoud.

Uncategorized

Daar vertrouwen in te mogen hebben

Ziezo, en wat me bijna lukt is het typen met zeven vingers, dat zijn er al twee meer. Moet er wel even voor door de pijn barrière. Een kniesoor die daar op let. In de donkerte van de ochtend vervolgens nogmaals in slaap gesukkeld en bij opkomst van de zon eindelijk een beetje in de running. Het moge duidelijk zijn. Een kind van het licht ben ik. Ooit was dat anders. Met de opleidingen die ik gedaan heb in het verleden, sloegen vele nachtelijke uren stuk op mijn studie. Heerlijk. Kinderen naar bed, geen telefoongerinkel, soms nog wat vage schuurgeluiden als manlief tot laat in de schuur bezig was met een van zijn fietsen, maar doorgaans doodse stilte. Teksten komen beter binnen, volzinnen vliegen je om de oren, kamertjes in het hoofd gaan open om de leerstof zorgvuldig op te bergen, de geest komt vanzelf in een poëtische bui. Niet zelden verstoorde de eerste schemer mijn noeste arbeid en stram en stijf zocht ik de slaapstonde, waar een ronkende echtgenoot oerwouden omver aan het zagen was. Door vermoeidheid overmand sliep ik in, er dwars doorheen.

Zo werd alle stof dubbel verwerkt, want in de droom mengden zich de zwarte vogels met de zeventiende eeuwers en de boomdiagrammen met de naturalisten, ontsloot zich het abdomen naast de techniek van het bedden opmaken, zweefde een rijmelarij boven de Rust, Reinheid en Regelmaat van de pedagoog Ribble. Het was een grote drukke bedoening daar in de droomwolken boven mijn hoofd.

Gisteren kreeg ik van een lieve blogger de tip voor de film Un Monde van Laura Wandel. Ze had er aan moeten denken, bij het lezen van mijn blog over het alleen spelende kind. Een indringende film over gepest worden en wat dat tot gevolgen heeft voor het zusje, die daar niets van over mag zeggen tegen haar ouders, maar door hen onderdruk wordt gezet om doorgeefluik te zijn. Iets om te onthouden als hij hier komt draaien. Vanaf donderdag 25 november 2021 in de bioscoop.

Een ander heuglijk feit is dat Stromae een nieuw nummer heeft uitgebracht. Een fantastisch nummer waarbij hij het glas heft op het gewone doorsnee volk. Een dame van de retirade, vissers op hun boten, kantoorklerken, vrouwen in een slachthuis, de bakker, serveersters, slagers. De clip is prachtig en let vooral op de uitdrukking op de gezichten, de begeestering in de ogen, de trotse uitstraling van een gelaat terwijl er gedanst wordt.

Dan was er nog die lieve vriend met een alarmerend bericht, dat er voor zorgde, dat elke niet bezette seconde van mijn gedachten bij hem zijn en waarbij ik hoop en eigenlijk ook wel weet, dat hij dat voelen mag en kan. We raken allemaal op leeftijd en het is natuurlijk een klein wonder als dat zo kunstig in elkaar geknutselde lijf het allemaal maar gewoon blijft doen, zonder slijtage, zonder gebreken. Ergens komt eens bij iemand wel even de klad erin. Dan is het te hopen dat het aan de periferie blijft, maar zodra het vitale delen omvat is het een ander verhaal. Negeren is niet meer mogelijk. Liefde is dan wat verzacht en een nauwe geestelijke verbondenheid. Vaste waarden die onbetrouwbaar worden, brengen de omgeving aan het wankelen. Een rots in de branding die afkalft tot een kasplant, een trotse spil van het gezin, die niet langer zelf zorg kan bieden, is ineens een lijdend voorwerp. De verandering is groot. Rollen worden omgedraaid en waarheden schudden op hun grondvesten. Daar nieuw waarden in te vinden met respect voor iedereen is een uitdaging.

Herfst, vallende bladeren, de neergang van de natuur is het voorbeeld. Uit de donkere dagen pelt zich het licht. Aan het eind van de winterdag staat het voorjaar op en verheft zich. Daar vertrouwen in te mogen hebben…

Uncategorized

Stel een daad

Alsof ik aan het wachten was op een spoor van blauw om wat luchtigheid in de grote grijze somberte te kloppen. Die gedachte overviel me terwijl de dag openbrak. Daarvoor was het erg mies geweest en had ik overal licht opgestoken om maar kleur te zien in huis. De troosteloosheid werd versterkt door het wasgoed aan het rek middenin de slaapkamer. Donkere was met grijstinten en zwarten, ook al geen opbeurende vrolijkheid. Wasgoed in de kamer is armoe, heb ik jarenlang de kinderen voorgehouden. Maar de zolder is met een zware wasmand net een brug te ver. Vandaar een keer in de twee weken deze noodoplossing. De witte moet er nog achteraan. Maar dat zijn de lakens, die hang ik over de deuren. Je wordt inderdaad vanzelf gekker als je ouder wordt, door alle aanpassingen die te bedenken zijn om de inspanningen te minimaliseren met al die kleine kwetsuren.

Gisteren bij de fysio trok ik de stoute schoenen aan en vroeg of ik na mijn gebruikelijke halfuur therapie nog even zelf kon fietsen. Geen enkel probleem, graag zelfs. Hoe meer beweging, hoe meer vreugd. De nieuwe stagiaire had een parcours voor me bedacht, die nauwelijks inspanning had opgeleverd, geïnspireerd door het amechtig hijgen, misschien. ‘Het maakt wel geluid maar kan meer dan je denkt’, hield ik haar voor. Dus stapte ik met verve over de hordes heen. Enkelhoog hoor en op de wiebeltaks. Pols ziet er weer beter uit, vond de fysio, doorgaan met oefenen.

Bij de kringloop vond ik twee metalen eieren op een ouderwets dressoir. Ze waren beplakt met een nostalgische afbeelding. Twee doosjes voor wat kleinoden of chocolade pastilles. Voor ik het wist lagen ze al in mijn mandje. Verder was heel de stad uitgelopen om hier de regenachtige dag te doorbreken. Te druk, dus met gezwinde snelheid en drie euro’s armer, maar twee eieren rijker, naar buiten, waar een enorme vrachtwagen de kleine blauwe had klemgezet. De man met een vriendelijk gezicht floot een vrolijk deuntje tijdens het laden. Pallets vol met blauwe kratten oude elektra. Vijf minuutjes bleek het te gaan duren. Dus observeerde ik de berm en zag de wonderlijke vormen van een bruine paxillaceae ofwel een gewone krulzoom, een schimmel die nauw verwant is aan de boleten. Er naast stonden wat verdwaalde witte zwammen. Het was me nooit voor ogen gekomen als ik niet vijf minuten lang de berm had bestudeerd. Er ontgaat ons veel in een mensenleven.

Vriendinlief appte over een tentoonstelling van Sam Drukker in het Singer in Laren. Een aanlokkelijk idee om te gaan, de man maakt prachtige dingen. Er achteraan kwam vanmorgen een podcast met de kunstenaar ter voorbereiding. Ik zal zuslief eens polsen. Het wordt tijd voor wat nieuwe input, al staat er voor zaterdag de Bergense kunstroute op de rol. Ook niet te versmaden.

Op de tuin zit het dak erop en de deur erin. Er is vier dagen lang hard gebikkeld, maar het resultaat mag er zijn. Ineens is de tuin van losse individuen een gemeenschap geworden, met mensen die een praatje aanknopen, elkaar daardoor beter leren kennen. Wat een gemeenschappelijk doel al niet bewerken kan.

Nog ruim een maand de tijd om de Erasmuspil te kraken. De proloog is lang en uitgebreid en in een klein lettertype dicht op elkaar en beschrijft de Ware verhalen. Dat vraagt om het besluit eerst zijn doopceel te lichten en pas als laatste aan de proloog te beginnen. De verzonken stad van Marta Barone voor de leesclub is nog dieper gezonken. Ze wacht geduldig onderop de stapel ongelezen. ‘Vandaag, nee morgen, eigenlijk nu, volgende week’. Van uitstel komt afstel. Eerst de stad en dan Erasmus in tempo. Het nieuwe thema voor de kinderboeken is ‘lef’. Dat moet ikzelf ook eens tonen. Lef om aan achterstalligheid te beginnen en korte metten te maken. Stop de maalstroom en stel een daad.

Uncategorized

Minder is meer

Op het kindplatform van Nivoz werd een verhaal verteld over een jongetje dat bij een zorginstelling was aangemerkt met het doel: Speelt met andere kinderen. Hij speelde namelijk altijd alleen. Met pionnetjes op een rijtje, met dobbelstenen, waarmee hij sommen maakte in zijn hoofd, met een spelletje in een hoekje, met het sorteren van klein naar groot. Zijn begeleidster vroeg zich af waarom hij zich alleen terugtrok en niet met de andere kinderen speelde. Toen ze met hem in gesprek ging, bleek dat hij intens gelukkig was in zijn spel. Het leidde bij haar tot de vraag of samenspel wel altijd zo gelukzalig was. Mag een kind ook als einzelgänger groot worden.

Ik heb ze in de groep gehad. Kinderen die eindeloos zichzelf konden vermaken en daar volkomen gelukkig bij waren, zich senang voelden en zich goed ontwikkelden. Het mooiste voorbeeld is zoonlief, de jongste, die tussen zijn tien jaar oudere broers en zussen als klein kind gewend was om alleen te spelen. Urenlang kon hij met papier en een schaar in de weer zijn om een papieren wereld te scheppen. Aan het strand waren het schelpen, in het bos de spar-en dennenappels, langs de rivier de gestapelde stenen, die hem de verhalen ontlokten en nooit, nooit verveelde hij zich een moment.

Mijn insteek op school bleef, het kind zelf te laten zijn wie hij was. Uitdagingen te bieden, maar niets te forceren, nieuw spelmateriaal aan te schaffen, maar het niet op te dringen. Eigenlijk was het bieden van mogelijkheden het voornaamste gegeven. Kinderen komen altijd, maar wel in de stroom van hun eigen ontwikkeling en soms komen ze niet, eenvoudig omdat ze daar geen behoefte aan hebben. De collega’s van de begeleidster van de jongen zorgden ervoor dat hij uiteindelijk wel speelde met andere kinderen. Ziezo, het doel kon worden afgevinkt. Maar de begeleidster bemerkte ook dat er van het gelukkige jongetje in zijn eigen hoekje niets meer over was. Zodra het speeluur voorbij was, trok hij zich terug, opgelucht en blij. Een prachtig en gelukkig introvert kind, waar menigeen jaloers op kan zijn, omdat hij van zichzelf kon en mocht houden.

Mijn zoon is opgegroeid tot iemand met uitgesproken en bijzondere ideeën, lief en hartelijk, dol op de kleintjes in de familie en met zijn vriendin ondernemen ze spannende uitdagingen, die de gemiddelde mens niet gauw zou kiezen. Ze zijn samen volmaakt gelukkig. Al vanaf heel jong heeft hij de wegen precies zo bewandeld als hij wilde, heb ik alleen maar voor de veilige voorwaarden hoeven zorgen. Een individu, die altijd, los van de massa, zijn eigen plan trekt, zijn eigen mening getrouw is en zelden oordeelt over wat anderen anders doen. Om van te leren en om als moeder trots op te zijn.

Een mooie overpeinzing op een miezerige morgen. Mijn gedachten zijn bij de mensen op de tuin, die nu het dak aan het timmeren zijn. Zijn ze er mee door gegaan in het druilerige weer. Gisteren waren ze al een eind opgeschoten. Na de lunch kon ik niet veel meer uitrichten, dus liep ik even naar achteren, naar mijn eigen tuin. Diepe voren in de modder op het pad door de fietsers die daar gereden hadden. Dat werd polletje springen, nou, springen, dat redde ik niet.

In mijn paradijsje hing de doordringende geur van de walmende houtkachel van de buurman. Het is een van de redenen, dat ik alleen met de deur dicht in het atelier kan toeven. De rook slaat onmiddellijk op mijn longen en zorgt voor benauwdheid, een brakke stem en vermoeidheid. Hoe dat probleem aan te pakken, om paradijs weer paradijs te laten zijn. Iets om op te broeden, want buurman woont er praktisch.

De opdracht voor inktober is ‘Moon”. Dat gebruik ik voor een voorstelling, die genoeg zegt, maar waar de kunst van het weglaten is ingezet. evenals iets te laten zijn wat het is. Inderdaad. Minder is meer.

Uncategorized

Herfst in optima forma

Noeste arbeiders verdienen een stevige, maar tevens smakelijke, lunch dus vulde het karretje zich met de door mij gekozen geitenkaas, runderrookvlees en rundercervelaat, belegen kaas en heerlijke verse broodjes, pistolet, meergranenstokje, tarwebollen. Een suikervrije, zo vers als mogelijke, sinaasappelsap. Ziezo. Spoorslags op weg om op tijd te kunnen uitserveren. Er werd al flink gebikkeld op het parkeerterrein voor de bouwplaats. Cirkelzaag en handzaag werden vakkundig en doelgericht gebruikt. Plat op de grond lag het geraamte voor wat het tweede deel van het ontwerp moest worden. Er werd de laatste hand aangelegd en daarna kon het gevaarte met vereende krachten op de juiste plek geplaatst worden. Wat een vernuftig gebouw werd het toch en wat een bedrijvigheid. Al dat samenwerken werkte saamhorigheid in de hand. Ieder had zich een taak gegeven. Er werd geboord, geklotterd en gezaagd dat het een lieve lust was, Ed en Willem Bever indachtig. Iemand had zelfs nog boerenkool gemaakt, maar de broodjes met geitenkaas, komkommer en tomaat vonden gretig aftrek. De rest ging mee naar huis, om vandaag voor de lunch te dienen.

Langzaam klimt het morgenrood op en kleurt de lucht in 50 tinten en schakeringen. Familie Kauw boven mijn hoofd houdt zich al weer een aantal dagen bezig met lawaai in de dakgoot. Geen idee wat ze aan het verzinnen zijn. Doorgaans schiet een van hen de grote boom in voor het raam en poetst zich de veren glanzend zwart. Een silhouet in het late ochtendlicht en dat om acht uur ‘s ochtends. School zorgde in het verleden voor bedrijvigheid in de vroege ochtend. Nu kabbelt tijd als een stuurloos roeibootje dobberend voorbij. Zoonlief en vriendin zijn de oorzaak van deze herinnering. Gestommel op de trap, een douchestraal aan en uit, stemmen in de ruimte, de voordeur, voetstappen op de galerij en opnieuw de stilte.

Gisteren na alle bedrijvigheid overviel ineens de hang naar rust en stilte. Ze stuurde de auto regelrecht naar de grote plas aan de Lek, waar ik de wollige zachte Hooglanders wist en waterhoenders, meeuw en de kuifeenden. Met een beetje geluk zou ook de buizerd of sperwer zich laten zien. Met het nieuwe fototoestel in de aanslag was het goed toeven daar. Af en toe schoot een loslopende hond me voor de voeten. Ergens verderop werd een kinderpartijtje gevierd met een pinhatta in de boom en de kinderen die joelend om beurten met de stok erop mochten slaan. Vlakbij lagen en stonden de Schotse Hooglanders met hun indrukwekkende gekromde hoorns. Ze lieten zich totaal niet van de wijs brengen door de rennende honden of de joelende kinderen en maalden met hun grote kaken alles wat aan gras en eetbaar was onverstoorbaar klein. De Nikon ving hun rode wolligheid en hun zachte oogopslag, iets om tegen aan te kruipen als je niet beter wist. Knuffels die met rust gelaten dienden te worden. Achter de Hooglanders hun tegenpolen, een Franse koeiensoort, de Charolais, bleke betjes met een sierlijke tred, een mooi contrast in kleur.

Het was er toch te druk met plonzende viervoeters voor het uitgebreide vogelleven, waterhoentjes en meerkoeten waren er meer dan genoeg, maar de kleine steltloperachtigen hielden zich verre van het geraas. Ergens onderweg lag het platgetrapte verenpakketje van wat ooit vermoedelijk een juveniele buizerd was geweest. Tijd om huiswaarts te keren. Mijn korte pelgrimage was precies voldoende geweest om de balans te hervinden en de benauwdheid viel mee. Bijna vier kilometer, registreerde de stappenteller. Geen slecht begin voor het nieuwe voornemen wat meer aan beweging te gaan doen om fysiek wat beter bestand de winter in te gaan.

Pluis is de ochtendkou aan het trotseren op het balkon. Tijd voor warme koffie voor mij en wat achterstallig onderhoud zoals de zaterdagkrant en de nieuwe opdracht van #inktober voor vandaag: ‘Moon’. Het zandmannetje roert zich, die schept slaapzand met bergen van de maan en brengt ze in grote zakken naar de aarde om slaap in de ogen te strooien. Erg nauwkeurig is hij daar niet bij, gezien de slapeloze nachten. Ochtendlicht heeft intussen de boom weer aangezet. Gouden spikkels op de al verkleurende bladeren. Herfst in optima forma.

Uncategorized

Wat verwondering al niet vermag

Terwijl er elke dag wel invulling valt te geven aan de bezigheden, is het op de tuin een drukte van belang. Daar wordt met vereende krachten door de vrijwilligers hard gebouwd aan het nieuwe verenigingshuis dat vooraan op het complex moet komen. Gisteren startte de tweede grote klusweek. Twee mannen hebben het voortouw genomen en de rest vervult opdrachten of brengt koek en Zopie. Het eerste houten geraamte staat sinds gisteren. Vandaag zal ik gaan supporten met wat lekkere dingetjes in mijn knapzak. Het zijn hele gezellige dagen en het schept een warme band.

Gisteren vierde grote broer voor de eerste keer na Corona zijn verjaardag en was totaal beduusd en overrompeld door alle aandacht en de vele mooie nieuwe speeltjes die er speciaal voor hem waren meegebracht. Schoonmama had gekookt en onder folie stond, in afwachting van de maaltijd ,een enorme hoeveelheid aan heerlijkheden. Een grote salade met bulgur en tomaat, heerlijk gekruid, gevulde wijnbladeren, gevulde koolbladeren, kippenkluifjes en pannenkoekjes met gekruide saus met gehakt. Er waren grote opwarmpannen en platen bij. Ze was gewend om bij grote feesten en partijen voor de hele familie uit te pakken en draaide er haar hand niet voor om. Helpen was er nauwelijks bij. In de grote nieuwe keuken was ruimte genoeg. Tussendoor werd de Benjamin gevoed in een hoekje van de kamer en die trok zich, ondanks het feestgedruis, snel weer terug naar zijn eigen veilige droomland. Wat kon die jongen slapen. Buiten in de tuin werd gevoetbald en gemaaid. Dribbel, kleindochter, en grote broer ontliepen elkaar qua leeftijd niet veel. Met de steeds groter wordende filosoof werd er een heerlijk potje gebald en zoonlief en schoonzoon verdeelden het spel.

Binnen ging het over ditjes en datjes. Schoonmama liep te hinkepinken. Ze was op de wasmachine geklommen om iets op te hangen en ervan afgevallen, omdat ze zich beethield aan een halflege wasmand die natuurlijk wankelde en haar uit balans bracht. ‘Een ongeluk zit in een klein hoekje, maar er komt een moment dat je dergelijke hoekjes niet meer aan moet willen gaan’, zei zij, die zo vaak de grenzen opzoekt. Haha. Eigenwijzigheid, Uw naam is Vrouw.

Het mooiste cadeau was toch wel de vuilniswagen die uit een ‘pantervelletje’ te voorschijn kwam. Verrukt hield hij hem vast en liet hem niet meer gaan. De familie geeft altijd maar een cadeau, daar lappen we allemaal voor en dan mag het ietsje groter zijn. Iedere weer als de vuilniswagen in de straat verschijnt zit grote broer met zijn neus bijna tegen het raam geplakt, dus het advies van moeder was een schot in de roos. Zelf een geliefde vuilniswagen te hebben is op zo’n moment het toppunt van geluk voor kleine mannen of vrouwen. Het feest kon niet meer stuk. De grote klapper was de maaltijd en daarna was de koek zo goed als op. Die vuilniswagen gaat mee naar bed, wat ik je brom.

Terug in de kleine blauwe was er genoeg om te overpeinzen. In een opwelling haalde ik de cd’s van school te voorschijn. In een mooie streep avondstond schalde langtoeter in harmonische samenzang door de auto en vloog een lang gesloten deur met schoolherinneringen open met beelden van de voorstelling in ons speellokaal. ‘We waren langtoeter kwijt en moesten hem gaan zoeken, van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat, wat hebben we geroepen. ‘Langtoetoetoet langtoeeeet’. Weer genoot ik van de verwonderde blikken bij het zien van de twee vrouwen van de theatergroep ‘Detorenvangeluid’ die met hun muziekinstrumenten en hun betoverende stemmen ons in hogere sferen wisten te brengen. Wat verwondering al niet vermag.

Uncategorized

Beter doseren

Het mooie van de natuur is dat alles goed geregeld is en je eigenlijk vrij weinig nodig hebt, Goed waterdicht wandelschoeisel, dat wel en eventuele opvouwbare regenkleding. Horloges en anderszins kunnen thuis blijven, want hier wordt ook de tijd geregeld. Dat kompas hoeft niet mee als je leert de lucht te lezen. Het kompas van boeren en agrariers is van oudsher de zon. Ze regelt de tijd. Het weerstation is die prachtige hemelkoepel boven ons, met haar ontelbare wolkenpartijen en hun sprookjesnamen. De boer tuurt omhoog en ziet of het gaat regenen of niet. Ook de zwaluwen geven het aan. Bij slecht weer op komst vliegen ze laag en bij mooi weer hoog. Cirruswolken zijn er bij mooi weer, cirrostratus geeft soms een halo om de zon en dan regen in de ton, bij groei van cumuluswolken naar boven ontstaat een cumulusnimbus. Dan vormt zich binnen een half uur een donderwolk, stratus geeft mist en altostratus en nimbostratus brengen niets dan regen. De namen stopt de boer ver weg, hij ziet sluiers, schaapjes of woeste wolken en weet ze te lezen. Werken gaat in het ritme van de tijd. Met een natte opgestoken vinger bepaalt hij de windrichting. De opdracht voor vandaag in #inktober is ‘Kompas’.

Vanmorgen keek ik een film over een onderwerp waar ik nooit een seconde bij heb stilgestaan. In close-up kan je de film ‘1001 Nights Apart’ van Sarvnaz Alambeigi bekijken. Het is een productie uit 2021. Dans is verboden in Iran. Het zou te onzedelijk zijn. Tien jonge dansers bedenken choreografieën en verkennen de mogelijkheden en de grenzen van hun geest en lichaam in een verborgen kelder ergens in Iran. Het is snijdend en schrijnend om te zien dat jonge mooie mensen die, met hun hele ziel en zaligheid, uiting willen geven aan deze expressie, waar zo’n behoefte aan is, maar dat de schoonheid van deze kunstvorm verworpen wordt door een door religie gevoed regime. De grote vraag die als het zwaard van Damocles boven hun hoofden hangt is: ‘Is er wel toekomst voor de dans in Iran’.

Het atelier is eindelijk gedoopt. Het was een eenvoudige ceremonie met ik, mij en mijn persoontje. Dertig minuten lang zou ik het krijtbord tegen de wand moeten drukken. Boven mijn hoofd en met een foute houding voor de pols bleek dat een onmogelijke opgave. Bord nogmaals voorzien van de verse witte lijm en de hark erbij gepakt. Daar moest het op steunen en dat lukte zo goed en zo kwaad. Nu heet mijn lieve pipowagen officieel La Bernagie. ‘La’ drukt de vrouwelijkheid uit, want Bernagie is niet de Franse benaming. Dat is la Bourrache, maar la Bernagie dekt volledig de lading. Een stulpje van mij.

Natuurlijk schreeuwden de uitgebloeide springbalsemienen en de verdorde lange grashalmen om aandacht. Achter de vlier zag ik op de afgezaagde stam van de iep weer een nieuwe boom ontstaan. Daar zou ik wel eens even een stokje voor steken. ‘Even’ is een woord dat uit mijn vocabulaire moet. Er gaat niets meer even. Voortdurend moeten er pauzes ingelast worden om de adem te herwinnen op het hijgen. Maar de drang is groot, evenals het bikkelgehalte. De vlier wordt gekort, de iep geknot en de takken belanden een voor een op de takkenril tussen mijn tuin en die van de achterbuur. Ook is er nog een woekerende doornloze braam en weelderige brandnetel, maar dan smeekt het vege lijf toch echt om genade.

Zondag de rest. Als ik bij de auto aankom, blijkt dat iemand een foto had geschoten van een reiger, die eerst op de motorkap en later op het dak van mijn auto was gaan zitten. Misschien zag hij in de kleine blauwe prins wel een grote blauwe kikkervijver, luilekkerland voor brutale schavuiten. Het was een koddig gezicht en een prettige bijkomstigheid was dat de auto geen krasje extra vertoonde. In mijn stoel achter het stuur sloeg de vermoeidheid in volle hevigheid toe. Iets te lang doorgegaan, begreep ik. In het vervolg beter doseren.

Uncategorized

En garde

Voetstapjes op de galerij. Grote broer. Schoondochter en de Benjamin waren al binnen. Toen er een glimp van mij werd opgevangen, dribbelde hij zo snel als mogelijk op me af. ‘Omaaaaaa’. Niets is meer vertederend dan de onbevangen blik vol vertrouwen en veiligheid. Hij had een egel van herfstbladeren gemaakt. Dat wil zeggen, hij had de blaadjes op een groen vel geplakt en mama tekende er fluks een spitse snuit aan. Perfect gelukt en met magneten en veel liefde op de koelkastdeur gehangen tot het daar om zou krullen van ouderdom, zoals alle maaksels van de kleinkinderen.

De kamer was brandschoon. Binnen twee uur waarde ik als Miep Kraak van de huishoudservice rond in het domein, keerde de kleden, verschoof de bank een meter, zodat er achter te zuigen viel, kwam de grote vellen papier weer tegen in de grijze vuilniszak. Bijna verwijtend lagen ze daar stil te zwijgen en te verstoffen. Ook de vergeten aquarelblokken lagen erbij. Het was weer bijna binnentijd, dan was dit buiten het schilderen met olieverf een mooie uitdaging om aan te beginnen. ‘Stel jezelf een doel, dame’, sprak mijn innerlijke zelf. Herschikken en goed inpakken, zodat papiervisjes het nakijken hadden. Tijdens de grondige schoonmaak kwam ik ze niet meer tegen. De juiste aanpak dus, was de conclusie. De dozen met autootjes werden vervangen door een fris en nieuw lila exemplaar met deksel, ook al stofvrije. Als je het eenmaal op de heupen hebt, helpt er geen lieve vader of moedertje meer tegen, maar dan stoomt het door. De bank kon ik alleen maar verschuiven door het hele gewicht er tegen aan te zetten. In eerste instantie verschoof ze geen centimeter tot ze onder de aanhoudende druk losschoot. Stofzuiger in de aanslag en zuigen maar. Tralala, nog even de keuken en hopsakee het toilet. Een verwilderd maar voldaan hoofd grijnsde in de spiegel, klaar voor bezoek.

Het was een genoeglijk uurtje samen. De kleine kreeg een flesje, krullebol de crackertjes en de autootjes en pikte er drie lievelingen uit. Een rode autobus(de wielen van de bus zijn rond en rond…)en twee witte vrachtwagens, een met en een zonder deurtjes. Hij liet ze niet meer los. Zo’n regenachtig dagje met zon in huis. Na een uurtje laarzen aan, de drie uitverkoren exemplaren als leenauto’s mee naar huis, knuffeltjes en kushandjes. Dag liefjes.

In de benen voor een etentje bij zus, voordat we aan ons nieuwe zangavontuur zouden beginnen. Een lasagne met sardientjes en een broccoli-bechamelsaus smaakte verrassend goed. Laat zus maar schuiven. Veel te vroeg kwamen we aan bij het theater, waar zou worden gezongen. Het was in een achterafzaaltje, maar zus kende blindelings de weg. Lift in, lift uit, gang en de kantine door en weer een lift. Er druppelden twee tenoren, twee bassen, vijf alten en twee sopranen binnen. De piano werd uit de aangrenzende aula gerold. Het was echt fijn dat we vorige week thuis geoefend hadden op onze altpartij. Vrij snel hadden we de eerste twee liederen onder de knie. De kracht van samenzang als alle stemmen samenvloeien verwarmt het hart. Heerlijk en te lang gemist. De stem hield het goed, heeft wel training nodig om nog langer dan twee liederen te redden. Na de herfstvakantie het vervolg.

Thuis op de bank met verbazing het eerste deel van De Kennedy’s gekeken. Over Joe, die bij zijn oudste dochter een lobotomie liet doen omdat haar ontwikkeling achterliep en dat een smet was op het ideale Amerikaanse gezin en een bedreiging vormde voor de carrière van haar broers. Het mislukte totaal. Ze kwam er half verlamd en met een spraakgebrek uit. Hij stopte haar weg in een psychiatrische instelling en haar moeder zocht pas weer na de dood van de vader contact, maar Rosemary weigerde. Tot 2005 zat ze daar. Ze werd 86 jaar.

#Inktober vraagt om een ‘Helmet‘. Vergiet op het hoofd, pannenkoekenmes in de aanslag en klaar voor de strijd tegen onrecht en voor schoonheid, het kleine geluk en meer van die dingen. En garde!

Uncategorized

Spic en span voor het jonge grut

De enorme bouwmarkt had haar ingang veranderd. Een ingewikkeld lijnenspel loodste de kleine blauwe naar de vertrouwde parkeerplaatsen aan de achterzijde van het gebouw. ‘Alice in wonderland’ voelde ik me bij het ronddwalen tussen de torenhoge schappen. Het bestuderen van de inhoud van de straten leverde een stijve nek op. Met regelmaat kon ik maar net opzij stappen als er weer een kar aankwam, volgeladen als een klussenbus. De medewerkers liepen er in een herkenbaar uniform als het haastige witte konijn tussen door. Tijd is geld.

‘Waar vindt een mens de sterke lijm’ is mijn bescheiden vraag, maar het duurde wel tien minuten voor ik een vrije informant had gevonden. Of ze zaten aan de telefoon, of ze liepen net mee met een andere klant. Helemaal achterin, tegenover de lijstenmakers vond ik tenslotte de juiste gang. Toen ik de scheurende hoest van de eerste caissière hoorde, sloeg ik de kassa’s over en stapte op de zelfscanner af. Twee mannen, witsel nog in het haar, goochelden met groot materiaal en hadden hulp nodig. Voor de somma van 4,95 kon straks mijn buitenbord voor de Bernagie tegen het atelier geplakt worden. Eindelijk.

Vannacht was het een ouderwets potje peinzen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Over de Wijze, die liet doorsijpelen zich niet meer helemaal senang te voelen, daar in Verweggistan. Ik zond in gedachten signalen voor een nieuw te bewandelen route uit. Het stijgen van de prijzen huppelde er achteraan. De aankondiging dat zoonlief mee ging betalen en zijn ideeën om het huis energiezuiniger te maken, buitelden er overheen. Energiezuinige koelkast aanschaffen, thermostaat lager, sommige verwarmingen uitzetten, gordijnen voor de beide trapgaten. Maar ook over de zangnummers en of de stem het wel zou houden, dat soort gemonkel, het spookte er allemaal rond en ratelde maar door. Dan maar kijken wat de opdracht was voor inktober van vandaag. Gisteren was het ‘roof’, dat werd kleinzoon in zijn kartonnen doos met een link naar de daklozen.

Vandaag was het ‘Tick’. Het beestje opgezocht en aan de slag met Procreate. Eens zien of tijdens mijn creatie de tollende gedachten zich netjes terug in hun hok zouden laten sluizen. De eerste teek die ik ooit zag was op de borst van zoonlief, die verbaast het ‘bultje’ liet zien. Destijds was het nog draaiend eruit trekken. Tegenwoordig is het minder overspannen. Met angst en beven verloste ik mijn schatje van deze belager. Waarom is alles wat ons eigen gebroedsel betreft zo spannend om op te lossen. Als verpleegkundige en schooljuf was ik toch wel het nodige gewend. Vorig jaar grasduinde ik met mijn linnen schoentjes maar liefst drie teken bij elkaar en draai er nu mijn hand niet langer voor om.

In de kringloop zag ik een gloednieuwe, welhaast ongelezen, biografie van Annie M.G. Schmidt staan. Maar ja, die staat hier al in de kast en drie boekjes over etsen nam ik ook niet mee. Nu is er lichte spijt. Ik troostte me met het idee dat de mooiste etsen ook op de Ipad te vinden zijn. In november reizen vriendinlief en ik voor een weekend af naar dat heerlijke Drenthe. Een heel weekend krassen en kletsen, vertrouwde koppies weerzien, heerlijke maaltijden voorgeschoteld krijgen en toeven in de mooiste natuur van de provincie. Twee jaar lang uitgesteld maakt het extra bijzonder.

Na alle overpeinzingen overviel me een wonderlijke hazenslaap, maar ruim voldoende om met een leeg hoofd aan deze grijze dag te beginnen. Zoonlief en zijn gezin komen een uurtje langs. Dat betekent de autootjes onder de bank stofvrij maken en een stofzuiger door de tent slingeren. Spic en span voor het jonge grut.

Uncategorized

Goud voor alle partijen

Missie geslaagd. Zoals gezegd spoorslags, nou ja met de kleine blauwe prins, na de fysio richting huis van zoonlief en schone dochter. Een stief half uurtje rijden, om grote broer in het zonnetje te zetten.

Bij de fysio had mijn therapeut een nieuwe stagiaire, ook een vierde jaars net als de vorige, en stelde moeilijke vragen aan haar, die ze al gissend en verlegen probeerde te beantwoorden. Terwijl zij diep in de grijze hersencelletjes grabbelde bemerkte de therapeut mijn parelende zweetdruppels op het voorhoofd. Soms kost iets meer inspanning dan op het oog lijkt. Makkelijker wordt het niet voor hen, omdat de tendens van het bikkelen en zwijgen over de moeilijkheidsgraad nauwelijks wordt doorbroken van mijn kant. ‘Niet zeuren Marie. er zijn ergere dingen’ was jarenlang het motto.

Vanmorgen keek ik al een programma in het Uur van de Wolf over Francine Oomen met de titel ‘Hoe overleef ik’. Vanavond wordt het uitgezonden op de televisie. Het intrigeerde mij hoe ze haar leven in beeld bracht, letterlijk en figuurlijk. Een veelzijdige vrouw die met haar hoe overleef ik serie vooral de jeugd tegemoet is gekomen en nu zichzelf een hart onder de riem heeft gestoken, door een van haar eigen wortels bloot te leggen. Een indringend verhaal. Verder verklap ik niets, natuurlijk. Niet iedereen heeft de mogelijkheid om te streamen.

Gisteren voor het eerst sinds lang weer in een file met enorme obstakels aan exceptioneel vrachtverkeer, dat twee banen nodig had, zo breed waren de vrachtwagens. Het vergde geduld, maar bracht ook overpeinzing. Af en toe de zon, dan weer een paar druppels en prachtige rijke herfsttinten in de bossen langs de weg. Er was altijd het verlangen af te slaan, kleur te kiezen, maar nu diende mijn rit een ander doel. Kleinzoon was jarig en zou dat voor de eerste keer groots vieren op a.s. zaterdag, maar een paar kiepautootjes en een dominospel zouden vast en zeker welkom zijn.

De stille straat en een bel die het niet deed. Ouderwets klepperen met de brievenbus en kloppen op het raam mocht niet baten. Natuurlijk, ik kon haar bellen. Ze was boven de kleine aan het voeden en had me niet gehoord. Na wat gestommel ging de deur open en voor het eerst zag ik de nieuwe Benjamin klaarwakker. Wat een mazzel. Thee met gebabbel en het kind in mijn armen. Zo’n gestolen moment van innige warmte en tevredenheid gratis in de schoot geworpen. Zijn grote broer was naar het dagverblijf en die zouden we een half uurtje later ophalen. En terwijl de lage middagzon de beentjes van dit nieuwe kleine wereldwonder kietelde, kon zijn moeder de vaatwasser uitruimen en de was ophangen. Hoe heerlijk als daarbij de handen vrij zijn.

Het waaide flink, een gure ondertoon, dat aangaf dat we diep in de herfst zaten. Zo’n klein stukje lopen was met de snijdende wind mijl op zeven, een moment dat ik alle longblazen naar het einde van de wereld verwenste, zo ver mogelijk uit mijn buurt. Bij het dagverblijf speelden de kleintjes buiten. Mijn onverwachte bezoek werd niet direct in dank afgenomen. In zijn kleine krullenbol dwaalde de associatie met een oma die kwam oppassen en het verdwijnen van alles wat vertrouwd en hem lief was. Dus ging hij demonstratief op de koude tegelvloer liggen en staarde bezwerend in de lucht. ‘Als ik het negeer is het er niet‘ hoorde ik hem denken. ‘Oma heeft cadeautjes’ verklapte zijn moeder en het stille verzet verdween als sneeuw voor de zon. Dat was andere koek. Welwillend schoof hij op het stoeltje dat aan het onderstel van de wagen was geklikt en reed onder een luid ‘taduu, taduu’ met ons mee.

De kiepauto’s waren een schot in de roos. Nog meer thee, zingen en moedermelk voor broerlief, verstoppertje in de grote doos, de blijdschap om papa’s thuiskomst en een paar happen spaghetti met rode saus verder werd het tijd om zoetjesaan op te stappen. De verrassing van mijn komst werd door zoonlief bij de voordeur al geraden. Hij had me al geroken. Haha. De patchouli, een druppeltje op de pols, was ruim voldoende om een goede voorbode te laten zijn. Onderweg sloot de dag feestelijk af met een prachtige zonsondergang en mooie Hollandse luchten. Verrassingen zijn goud voor alle partijen.

Uncategorized

Wie wil het niet

De schimmel in de plant van zoonlief bleek achteraf toch Wolluis te zijn. Die had zich van de beste kant laten zien en zat inmiddels in alle oksels van de plant kleine jasjes te breien voor haar tientallen nakomers. Dan toch maar resoluut, inderdaad als de handwerknon uit de tweede klas lagere school, de harde douchestraal erop gezet en hun wollige holletjes weggespoten. Sorry lieve wolluizen, maar het is de dood of de gladiolen, want een zieltogende plant is zo deprimerend om naar te kijken. Het had wel effect. Morgen nog een keer. Vandaag is de grote broer van de benjamin jarig. Hij wordt al weer twee. Dat wordt na de fysio een verrassingstocht, want hij viert het eigenlijk pas zaterdag. Wat is het hard gegaan en wat een gunstige wendingen heeft hun leven in die twee jaar genomen. Iets om dankbaar voor te zijn.

Kinderboekenweek. De parels onder de literatuur, vind ik. Eigenlijk, en dat heb ik al eens vaker bepleit, zouden we allemaal kinderboeken moeten blijven lezen en het kind in onszelf daarmee naar boven te halen. Echt, we staan er niet zo ver vanaf, dat lijkt maar zo door alle regels en normen die we onszelf hebben opgelegd en de oren die we hebben laten hangen naar alle meningen van anderen, in plaats van naar die van onszelf. Wees lief voor jezelf en gun je, net als ik, de verwondering, de onbevangenheid, de frisse kijk op de schoonheid der dingen tot in de nietigste details. Kinderboeken dus.

De kleine blauwe en zijn tomtom stuurde me regelrecht naar het kinderdagverblijf van kleindochter. In mijn tas wist ik ‘Krekel’ van Erich Carle en De eend op de pot van Nannie Kuiper. Twee evergreens, geschikt voor peuters. De bel was nergens te vinden, dacht ik, maar een vriendelijke begeleidster deed open en wees me de groep. Acht kinderen zaten aan een hoge tafel klaar voor de thee en de cracker. Lang leve de suikervrije staat. Overal in het lokaal stonden en lagen boekjes. Inderdaad, kinderboekenweek. Kleindochter schrok op toen ze mij zag. Vanbinnen in dat kleine hoofd flitste duidelijk de plaatsing en de verwarring van twee werelden in een, die van de veilige thuishaven waar oma ook in hoort en die van het dagverblijf waar ik niet hoorde, maar papa of mama je kwamen halen. Sussende woorden. ‘Ik kom alleen maar voorlezen, lieverd’. Even wachten op de volle aandacht, daar moest eerst het thee-uurtje voorbij zijn. In de tussentijd vielen twee volle bekers om, siepelde de thee tussen twee tafels door op de grond, en ook de crackers tarten tot twee keer toe de zwaartekracht, maar daarna mocht ik beginnen.

Het heerlijke van de krekel is de eindeloze herhaling. De twee vleugeltjes, die steeds weer tegen elkaar wreven konden ze mee doen door in de handen te wrijven, even als het schouder ophalen op het eind. ‘Niets’. Ze konden er geen genoeg van krijgen. Twee keer hetzelfde verhaaltje en daarna nog een zelfgekozen boekje in de boekenhoek. Of ze nog eens een beroep op me mocht doen, vroeg de juf. Ja hoor, er gaat niets boven voorlezen en je kan het niet vaak genoeg doen.

Bij dochterlief was er, toen de kinderen thuis kwamen, spaghetti met hun geliefde groene saus. Spinazie en broccoli in de vermomming. Een beetje pardana erop, wat gedroogde tomaat en pijnboompitten en klaar. Nog een kleine discussie over uien en knoflook, de sofrito, maar die bleek in al hun maaltijden te zitten. De kleine filosoof accepteerde het schouderophalend. ‘O, weer wat geleerd’. Enthousiaste verhalen over de dag en knus gekabbel over van alles en nog wat begeleidde het lekkers.

Daarna weer op huis aan, waar zoonlief zijn weekdieet stond klaar te maken. Tijd om even nergens aan te denken met Masterchef Austalie als onschuldig vermaak. De opdracht voor #inktober van vandaag was ‘Stuck’. De ergste vorm van ‘Stuck’, vogels in een kooitje die niets liever willen, dan vrij zijn, twee treurspreeuwen, leken me de juiste verbeelding. ‘Free as a bird’. Wie wil het niet.

Uncategorized

Op goed geluk

De tuin mocht dan wel roepen, maar kennelijk had de dag andere acties in petto. Zo verschuiven een aantal bezigheden steeds verder naar later, straks, eens…De gedachte was goed. Eerst langs dochterlief om het fototoestel te halen en dan naar de tuin om plek te maken voor de grote regenton en eventueel om het gras te maaien.

Bij dochterlief zat haar Franse schoonfamilie. Voetbal op tv en aan de keukentafel lag een betamelijke inhoud van de grote spullenwinkel, wat niets kost, maar bij elkaar toch altijd weer meer is dan je had gedacht. Kleinzoon had nu twee oma’s aan zijn tafel en knutselde ondertussen ijverig door. Tussen neus en lippen meldde hij dat hij het wist van Sinterklaas, waarbij hij een broeierige blik toewierp. Het was onder andere de reden dat hij een bedje voor in het poppenhuis van Dribbel aan het knutselen was, om dat straks namens Sinterklaas aan broer te kunnen geven. Het bed was nagenoeg klaar, hij schoof achteruit op zijn bank en van tafel en riep schalks:’ Maar ik blijf toch in hem geloven’. Wat wijsheid is natuurlijk, want uit die koker komen zijn vermeende cadeautjes.

Dekentjes breien, dacht ik. Dat kon dochter niet. Ze had ooit met haar tante een vruchteloze poging ondernomen. Ze stond op en rommelde wat in een la. Daar kwam een blauw broddellapje uit. Er was dubbel gebreid, er zaten gevallen steken tussen, het trok ook een beetje scheef. Een aantal toeren waren averecht en een aantal recht gebreid. Het leek nog het meest op mijn eigen broddelbroek voor pop uit de tweede klas van de lagere school. De handwerknon indachtig en mijn diepe teleurstelling in haar gebrek aan vertrouwen in mij, besloot ik dat lapje niet af te kraken, maar af te hechten. Daarna leerde ik dochterlief steken opzetten en breien. Onder het monotone ezelsbruggetje: ‘insteken, omslaan, doorhalen, af laten glijden’, vormde zich het draad tot steek.

Met de revalidatie na het infarct drie jaar geleden, breidde ik in de passieve uren een meterslange okergele troost-sjaal. Elke toer droeg bij aan mijn genezing, omdat je tijdens het breien zo intens alles kon blijven overpeinzen. Toen de das af was, kon ik letterlijk en figuurlijk weer vooruit.

Schoonmama ratelde tussen alles door in een voor mij moeilijk te volgen Frans. Ik liet haar ondertussen kennis maken met Chansons! en de prachtige beelden uit Parijs. Schoonheid die ze op haar duimpje kende. Het verhaal over la belle grandmere, haar moeder, die nog bij Josephine Baker had gedanst volgde in geuren en kleuren. Ooit had de kleine Madame grise in dat voorstadje van Parijs ooit eens voorgedaan, hoe hoog ze haar been nog op kon gooien als die volleerde CanCan-danseres van weleer, terwijl ze met een hand het dressoir vasthield. Daarna moest ze even uitpuffen. Haar stoel met zuurstoftank stond toen al in de kamer. Ze was zo kleurrijk als haar voorgeschiedenis.

Dochterlief had inmiddels de steken onder de knie, Dribbel was op de bank in slaap gevallen en de twee broers waren druk in de weer met hun schermpjes. Bonpa keek voetbal en schoonzoon was aan het werk. Met mijn toestel, een Nikon plus lens, rijker kon ik huiswaarts. In gedachten hief ik een driewerf mea culpa aan, aan het adres van de tuin.

‘Matthijs gaat door’ was vanmorgen een heerlijke openingstreffer. Energiek, boeiend en vol heerlijke muziek. Bij zoonlief rinkelden de alarmbellen, want hij dacht dat er luis in een van zijn grote planten zat. Het blijkt schuimcicade te zijn. Een lauwe doucheregen zal helpen, vermoed ik zo. De #inktoberopdracht van zondag was ‘pick’. Keuzes, keuzes, keuzes. Gooi het maar in mijn hoge zije, dan grabbel ik er wel eentje uit. Op goed geluk.

Uncategorized

De tuin roept

De hele kinderschare was aanwezig op een kleinzoon na. Dochterlief was de lunch aan het redderen, schoonzoon hield de kinderen in het oog, die als een kluwen op de grond lagen en met een stuiterballetje in de weer waren, kleindochters speelden in een hoekje met hun stapelbare bogen en dribbel walste over alles heen of maakte een glijbaantje van de kussens van de bank.

Een noedelsoep, verse broodjes en vega-beleg, thee, koffie en verse jus. Alles bij elkaar goed om 18 hongerige monden te voeden. Nou ja, de Benjamin van het groepje had daar alleen zijn moeder voor nodig. Wat een gezellige bende.

Zaterdagmiddagen zijn voor de voetballende zoons. De één speelde in IJsselstein en de ander in de Meern. Die afstand viel precies in de pauze tussen twee helften af te leggen. Even zoeken naar het juiste veld van de jongste van de tweeling, want die speelde dit jaar in een vriendenteam en niet automatisch op het hoofdveld. Uiteindelijk dus toch. Een mooie match met sportief spelende zoon, een paar keer een mooie assist met op de valreep een doelpunt, prachtig ingekopt.

Daarna stuurde de TomTom me regelrecht naar dat stadje, even verderop. Een kwartier lang tufte de kleine blauwe in het zalige zonlicht er lustig op los. Ik parkeerde hem langs de sloot en wandelde net op tijd het veld op. Ze stonden met 3-2 achter en het werd nog dramatischer. Ik zag de ergernis van zoon met de minuut groeien. Heel spijtig als het voetballend vermogen sterker is, maar er niet opgebokst kan worden tegen de snelle spitsen, die slechts een vergissing nodig hadden van de verdediging om hun kans waar te maken.

Op de wandeling terug langs de sloot stonden de prachtige sculpturale staketsels van de wilde peen gezusterlijk naast het bloeiende duizendblad. Nietige schoonheid temidden van al het blik.

Het toetje, de laatste aflevering van de vierdelige serie Chansons! Met Matthijs van Nieuwkerk en Rob Kemps, leverde een, mij totaal onbekende, chansonnier op, die bedroevend mooie liedjes zong en derhalve helemaal in het thema ‘Melancolie’ paste. Het ging om Renaud, een vriend van Dave. Het was niet de enige verrassing van alle vier de series. Overal hadden de twee mannen pareltjes opgedoken en met name Rob was de grote connaisseur, die van alles en iedereen wel een bijzonderheid wist. In mijn ogen zijn de twee er volledig in geslaagd om het chanson weer groots en meeslepend terug voor het voetlicht te krijgen.

#Inktober van 6,7,8 oktober kende de volgende opdrachten: Fan, Watch en Pressure. Bij een ventilator moest ik aan spinnen-pret denken. Moeder spin die tegen haar kleintjes zegt: ‘Kom liefjes. We gaan zwieren en zwaaien. Even de kopzorgen eruit werken’, waarop ieder een wiek van de ventilator uitzoekt en aan spinnendraad meezeilt in de vaart der volkeren. Zie daar maar eens beeld bij te verzinnen. Natuurlijk speelde ook het lied ‘De speeltuin door mijn hoofd. ‘Af en toe gaan pa en moe met ons naar de speeltuin toe’. Als het over tijd en horloges gaat is The White Rabbit uit Alice in Wonderland de meest aangewezen persoon. Altijd te laat en haastig, altijd onderweg, zeulend met zijn enorme horloge. Bij Pressure kwam de prinses op de erwt bovendrijven. Als een erwt onder een grote hoeveelheid matrassen al pressie geeft en blauwe plekken oplevert, dan moet je wel echt adelijk zijn.

De hemel kleurt rozerood en belooft al het goede. De tuin roept.

Uncategorized

Daden stellen

Alsof de nacht als een rugzak om mijn schouders was gaan hangen, zo voelde het vanmorgen toen ik me naar de keuken sleepte. Toch wonderlijk want ik had wel veel geslapen met als laatste droombeleving het verslapen en alles kwijt zijn, schoenen die elkaar maar bleven ontlopen en het schoot maar niet op. Het was allang en breed tien uur. Het uur van mijn afspraak en de tijd vlogen aan mij voorbij. Daarna dan die zwaarte van de nacht en ogen die liever dicht dan open wilden zijn, ondanks de volle honderd procent slaap of misschien daardoor wel.

Maar klokslag vijf over zes, later dan gewoonlijk, wakker geworden. Drie maal een workshop cultureel erfgoed stond gepland. De gluten-en lactose en de suikervrije koekjes had ik de dag ervoor nog op de kop kunnen tikken. Ochtendtoilet en een memootje voor het geheugen met steekwoorden. Dorpen, wei en koeien, stadscentrum, spelletjes, telefoon en cassettedeck, dubbeldekkerkoekjes, boekje, slaapritueel en de koe in de wijk en met dat verhaal op naar de onderbouw met drie groepen van een basisschool. Een hoog improvisatiegehalte en in alle drie de groepen net een ander verhaal door de reactie van mijn lieve toehoorders, dat ook alles te maken had met de groepsleiders voor de groep. De aankleding van het lokaal was drie keer verschillend, zo ook de aard van het beestje.

Een jongetje die ook met het poppenwagentje wilde rijen, had te snel zijn angst, om voor de groep te schitteren, overwonnen en barstte daarna in een onbedaarlijk snikken uit. Teveel spanning. Ombuigen met luchtige grapjes en de juf haar schoot. Dat hielp hem om er overheen te komen. Een juf vol inlevingsvermogen, dat was te merken. Moe maar voldaan werd deze ochtend afgesloten, maar had ongemerkt toch meer gevraagd dan gedacht. Drie groepen achter elkaar is veel met praten, kleine voordrachtjes en benauwd zijn. Pas op de plaats, na de spullen teruggebracht te hebben naar de plaats van bestemming. Geen tuin, geen tekening, geen schrijven, want geen puf.

‘Waarom is het nu erger’ , vroeg de fysiotherapeut dinsdag. Geen idee, luchtvochtigheid, of juist niet, droge lucht, of een verkoudheid, het kan op elk moment verergeren en dan vreet het alle energie. Het is heerlijk stralend warm weer, maar in de ochtend dikke mist, misschien daardoor. ’s Nachts moet het raam vaak op een flinke kier. Als de verse zuurstof langs de wangen strijkt, lukt de slaap beter.

Vandaag begon de dag minder nevelig. Straks komt het gezin voor een brunch bij elkaar bij dochterlief. Dat is de eerste keer dat we er bijna allemaal zullen zijn. Vanaf nu is de eerste zondag van de maand daarvoor gereserveerd en gewoon bij iemand thuis. Zo komen we bij iedereen langs, zien elkaar en slaan op die manier twee vliegen in een klap. Ook staan er twee voetbalwedstrijden op het spel, maar of die allemaal te volgen zijn, valt nog te bezien, want dat wordt een race tegen de klok. Morgen is voor de tuin gereserveerd. De plek waar de grote regenton moet komen te staan, moet onkruidvrij gemaakt, de vlier gesnoeid. Vorige week met die regen zijn er een aantal wilgen bij dochterlief geknot of geslecht. Het was een ware veldslag, maar de ingehuurde imker, die dit er bij deed, zwaaide met zijn kettingzaag alsof het een toverstafje was. ook de twee ‘hangmat’bomen moesten om. Achteraf toch een goed plan, want ze hebben nu veel meer ruimte.

Volgend jaar, als alles weer gewoon is, gaan we ons beter verdiepen in het betere tuinenwerk. Het kan nog ecologischer. Volgende week begin ik met Erasmus. Tijd voor daden stellen.

Uncategorized

Diepe genegenheid

Ineens schoof een plat mannetje langszij. Een krantenmannetje. De wind had hem tot actie gewekt en bol en levend gemaakt. Stappen verzetten kon hij door de luchtstroom die zijn voeten bewoog. Zijn krantenhoofd zwabberde op de dunne nek heen en weer. Hoe heette dat jongetje ook alweer waar deze Scandinavische kinderfilm over ging? Het verbaast me soms wat er in die bezige brei daarboven komt bovendrijven en ik verbeeld me gangen met ontelbaar veel deuren. Achter iedere deur zit een herinnering of een ervaring, een stukje verleden, een flard van het heden. Dat van de toekomst bergt hoop en verlangen.

Met de krantenman mee kwam mijn grote uitvinder van de groep in beeld. De kleine grote man reed op een driewieler. Aan het achtereind had hij een touw laten knopen en aan dat uiteinde ervan weer een bezem. Hij veegde het schoolplein schoon van zand en bladeren met zijn uitvinding. Het in- en -introtse snoetje straalde. Deze eigentijdse opa bakkebaard mocht een demonstratie geven voor de hele groep en kreeg een eervolle vermelding tijdens de reflectiekring en het predicaat ‘Uitvinder’ achter zijn naam.

Een mailtje meldde dat ik over twee weken weer een voorstelling mag begeleiden. Honderd kinderen schoon aan de haak. Het is ‘Werktuig’ met Silas en Joeso, die een verteltheater een ingenieus decor te berde brengen. Ergens midden in de luwte van corona in juni had ik ze al een keer of vier meegemaakt. Heerlijke mannen, die de aandacht met het grootste gemak geboeid houden. Nu kan het eindelijk weer allemaal van start gaan. Blij voor spelers en de kinderen, die die voeding zo broodnodig hebben. Hoe komt anders alles achter die deuren in hun hoofd gevuld?

Gisteren hadden zus en ik een afspraak om de altpartijen door te nemen voor het samen te stellen ensemble, waar we ons voor hebben opgegeven. We vogelden met behulp van de piano en de bladmuziek de juiste melodie eruit. Vanmorgen stuurde ze een geluidsfragment door van de eerste song. Twee klassiekers uit Engeland, drie Italiaanse stukken om mee te beginnen. Handig om het samen uit te kunnen zoeken, want we zijn beide alt.

Vanmorgen zag ik de wonderlijke coming-of-agefilm ’20th Century Women’ van regisseur Mike Mills in een ode aan zijn moeder. De alleenstaande gescheiden moeder en haar vijftienjarige zoon wonen in een groot huis eind jaren zeventig en er zijn ook nog twee kamerbewoners en een vriendinnetje van zoonlief. Het feminisme, de punkbeweging, de seksuele revolutie, het opvoeden en vaderloos opgroeien rolden allemaal in een voortdurende sigarettendamp voorbij.

Morgen zijn er drie workshops Cultureel Erfgoed, achter elkaar in de ochtend. Ik zal proberen om het wandelwagentje weer aan kleindochter te ontfutselen. Ze is er nogal groos mee en rijdt de hele dag haar poppenkind in het rond. De Dubbeldekkerkoeken uit het verleden zijn weliswaar een succes, maar er zijn veel kinderen met allergieën die dan niet mee kunnen delen in de feestvreugde. Dat wordt vandaag een speurtocht naar suikervrij en glutenvrij. Wie weet hoe een koe een haas vangt.

Vandaag is de wijze in het verre Hongarije jarig. Via social media heb ik laten weten het feest in gedachten mee te vieren, al zal het sober zijn. Een toost voor een lieve vriend in dat onbereikbare land. Hoe goed is een afstand te overbruggen als de boodschap wordt gebed in diepe genegenheid.

Uncategorized

In alle opzichten

Twee vrouwen zweven door het beeld. De innemende Margaretha Atwood en de krachtige Marina Abramovic. Schrijfster en installatie-kunstenaar ontmoeten elkaar in mijn hoofd en knikken veelbetekenend naar elkaar. Het heeft zo moeten zijn. Gisteren deden ze een boekje open over het verleden. De eerste in een zaal vol met jonge mensen bij College Tour met Twan Huys en de tweede in een uitzending van Close-Up getiteld ‘Homecoming’.

Margaret legt uit hoe zij tot het schrijven van haar verhalen is gekomen en hoe zeer daar het verleden mee te maken had, een wereld waar nu bijna geen voorstelling van te maken valt, waar vrouwen niet gewenst waren in bepaalde bibliotheken, waar mannen de dienst uitmaakten. De uitspraak ‘het enige recht van de vrouw is het aanrecht’ werd ook nog gebezigd in mijn jeugd. Niet verwonderlijk dat vrouwen in opstand kwamen. Marina laat eveneens een gruwelijke kant zien. Haar moeder verwaarloosde haar emotioneel. Nooit heeft ze een kus van haar ontvangen. Ze werd met harde hand opgevoed. En pas later, na haar moeders overlijden, bleek uit haar dagboeken, dat ze dat gedaan had om haar dochter te beschermen.

Haar kunstuitingen zijn vaak heftig, soms een tantaluskwelling maar ook fascinerend, begoochelend en indrukwekkend om te zien. Margaret is op haar beurt ook met die eigenschappen behept. Ze beschrijft in haar verhalen nietsontziend het hartverscheurende lot van veel jonge vrouwen, zoals in The Handmaid’s Tale, een futuristisch verhaal gebaseerd op een Christelijke fundamentalistische samenleving. Er komen heel wat rauwe kanten van de samenleving naar boven. Onderdrukking, verkrachting, het ontnemen van een eigen identiteit en nog veel meer. Ik heb de serie nog niet gezien, of het boek gelezen. Misschien ter bescherming voor al te gruwelijke voorstellingen.

In het werk van Marina komt eenzelfde gruwelijkheid naar voren. Bijvoorbeeld een installatie waarbij de kunstenaar vier dagen lang bloedige koeienpoten schoonboent, waar ze door omringd wordt en bovenop zit. De naakte lijven in een deuropening waar de bezoeker doorheen moet stappen om het andere vertrek te bereiken is een ander gegeven, dat heel wat los kan maken. De opsomming van wat een kunstenaar moet zijn, verbeeldt ze in een uniforme groepssamenstelling, die staccato de feiten in koor oplepelt.

Ze begon haar verhaal met haar eerste angstervaring als meisje van vier. Ze huppelde door het bos met haar oma. Al wat vooruit kwam ze een lang recht ding tegen dat ze wilde aanraken. De schreeuw van haar oma op dat moment bracht haar de eerste angstervaring. De slang gleed ondertussen haastig weg. Niet de slang maar de schreeuw wekte de angst bij het kind. In haar werk komen veel schreeuwende monden voor. Als de ultieme ontlading of om de angst te overwinnen? De setting voor deze docu is haar geboorteland Servie. Daar zoekt ze haar uiterste grenzen van lichaam en geest.

Beide zetten aan tot denken en vragen de lezer of kijker naar hun individuele gedachtengang, hun eigen ideeën en meningen, vragen om alert te zijn en te blijven.

Een van de manieren om daar mee bezig te zijn is contemplatie en bezinning. Dat bracht de opdracht van de vijfde dag me, bij #Inktober. ‘Spirit’. Hoe grijpbaar is de geest? Gisteren, na de fysio, ben ik fluks een schetsboekje gaan halen en een doosje aquarelverf. De eerste pennenstreken op papier sinds een paar maanden. Daar vloog mijn Spirit op papier. Snel en onveranderlijk, maar onmiskenbaar zwevend.

Misschien werd het gevoed door de woorden van mijn stagiar bij de fysio, die vertelde dat het zijn laatste week was. ‘O, dan had ik een bloemetje voor je mee moeten nemen’, riep ik uit. ‘Nee hoor’ , zei hij ‘Het feit dat je vorige week vijf kilometer hebt gelopen en de vier trappen in een keer, die progressie die je maakt, dat is voor mij een bloemetje’. Geef die man gauw een diploma. Geslaagd in alle opzichten.

Uncategorized

Ze krast goedkeurend

Vierkante oogjes. Eigen schuld. Moet je maar niet in het donker een film aanklikken op de Ipad, die zo boeiend is, dat het onmogelijk is haar weer uit te zetten. De betreffende film was: ‘Elizabeth is missing’, een televisiedrama van Aisling Walsh naar de roman van Emma Healey. Glenda Jackson speelt Maud, een vrouw met Alzheimer. Ze wordt steeds meer dement en de lijntjes Verleden en Heden raken intens verstrengeld. Krachtige rol van Glenda en een smartelijk maar ingenieus verhaal. De moeit van het kijken waard.

De zon is er alweer, warempel, en geeft de boom voor mijn raam een frivole noot. Gisteren met het wachten op het ketelmannetje, konden de balkondeuren open. Alles was van een leien dakje gegaan. Ketel gestoft, zolder gestofzuigd, trap afgenomen, laat de ketelbouwer maar komen. Het lijf riep om extra zuurstof, vandaar de balkondeuren. Pluis vond het ook een aangename verrassing en ging liggen soezen op de terrastafel, met zonnestralen die haar rug kietelden en wind die haar haartjes pluizig blies. Zij vond het elke dag dierendag, al had ik vanmorgen haar bakje voller gedaan dan gewoonlijk.

Om half drie werd er aangebeld. Geen idee wie er voor de deur stond, want ik had al op open gedrukt. Daar stapte de verrassing de galerij op. Het ketelmannetje bleek een ketelvrouwtje te zijn. Nog mooiere titel voor een verhaal. Iets in de trant van Piggelmee en vrouwtje Piggelmee uit de Keulse Pot. Wat een fijn idee. Geen klossende herenschoenen, maar ijle damesvoeten op de trap. Ze was gereserveerd vriendelijk, wilde niets drinken en klaarde de klus binnen een half uur. Ik hoefde niet mee naar boven. Dat scheelde lucht. De ketel is weer als nieuw en heeft twee nieuwe telefoonstickers op haar deur voor als er iets mis mocht zijn.

Bij de kringloop, nog steeds op jacht naar de boeken, kwam ik een vader van school tegen, die alle klussen van de wijk onbezoldigd voor zijn rekening neemt. Schoonmaken, heggen snoeien, vuil ruimen. Daarnaast voedt hij zijn zeven kinderen op. Hij deelde met mij zijn zorgen over het ouderlijk gezag, dat af en toe, met puberende dochters, ondermijnd dreigde te worden. ‘Ze mogen veel van mij, maar ze moeten wel luisteren naar goede raad’, ratelde hij in zijn koeterwaals en zijn trouwe ogen hingen wat moedeloos neer. ‘Het gaat goed komen hoor, ik moet alleen de balans zien te vinden’, besloot hij optimistisch. Grenzen aangeven, het moeilijkste wat er is. Zo mooi dat hij daarover nadacht en niet de Vaders-Wil-Is-Wet cultuur bezigde. De kinderen wentelen in liefde. Een betere basis is er niet.

De boekenrijen toonden veel bijna nieuwe boeken. Een keer lezen en weg ermee is kennelijk het idee. Ik speur mijn eigen boekenkasten langs in gedachten. Zonder is niet mogelijk. Dat heb ik al eens geprobeerd door ze naar zolder te verbannen. Boeken bepalen voor mij de leefbaarheid in de kamer. Per slot van rekening woon je er een tijdje in, ben je van de wereld af en in een geheel andere tijdzone. Ik zal er wel weer eens doorheen spitten om plaats te maken. Een van mijn trouwste lezers doet voor elk nieuw boek een oud exemplaar de deur uit. Valt er naar toe te groeien?

De #inktober opdracht van vandaag is ‘Raven’. Ik dacht onmiddellijk aan de voorstelling van Het Filiaal met hun ‘Fallen Dreams’ waarin het meisje Raaf ontmoet. Van het schetsboek was het gisteren niet gekomen. dat idee gaat vandaag in de herkansing. De Ipad is geduldig. Kauw, buiten in haar feestelijke boom, kijkt toe. Ze krast goedkeurend.