Uncategorized

Alles is denkbaar

Dromen dat een hele batterij kippen aan je voeten komen kakelen en bedelen om een graantje, er zijn erger zaken om mee wakker te worden. Het dromenboek waarschuwt voor roddel en achterklap. Een van die dingen, waarvan ik geleerd heb ze van me af te laten glijden.

Zoonlief brulde net van beneden:’Ik ben weg’. Waarop steevast en elke morgen: ‘Dat is goed. Fijne dag’. Met als antwoord ‘Jij ook’. gerinkel van de Indiase deurbelletjes en een klap volgt en de rust nederdaalt. Even later appte hij vanochtend. ‘Hij is er’. Lichte paniek van mijn kant. ‘Wie’. ‘Ik zag net het ketelmannetje lopen’. De titel voor een boek. Het ketelmannetje. Grandioos. De onrust was onterecht. Want de afspraak stond pas voor vanmiddag. Ik had nog geen woord op papier staan, laat staan fris gedoucht en keurig aangekleed. Bovendien moest er nog een poetslapje over de ketel worden gehaald en dienden stofrag en spinnenwebben weggezogen. Geen paniek. Eerst de spinnen redden en daarna aan het fatsoeneren slaan.

Gisteren was er eindelijk tijd om te inktoberen. Bij het nazoeken van de schetsboeken waren er geen echt lege meer. Dan van de nood een deugd maken, want op mijn Ipad met het programma Procreate was er oneindig veel plaats. Inking aanklikken en aan de slag. De eerste opdracht was: Crystal. Uit de zee verrees een kristallen dorp en een meisje met lange zwarte vlechten roeide ijverig het onbestemde in. De verhalen zijn er allemaal, achter alle deuren in mijn hoofd. De kleur werd aangebracht met ‘watercolor’. De tweede opdracht bleek ‘Suit’. Dat werd een soort Jubelientje met een veel te groot pak aan. Waar had zij zich al die tijd schuil gehouden. Hier werd de kleursetting opgebracht met een stevige kwast en heldere kleuren. De derde opdracht was ‘Vessel’. Die moest ik opzoeken. Ook een boot. Ik hou van zeil-en roeiboten, dat moge duidelijk zijn. Deze boot was leeg en kliefde door een woeste zee. Hier school een avontuur achter, zeker en vast. De woest kolkende lucht en golven waren aangebracht met ‘Oilpaint en een dry brush’. En dat alles op de bank, zonder verfvingers. De techniek staat voor niets.

Vandaag zal ik, als het ketelmannetje niet te laat komt, toch ook een vers en knisperend schetsboek kopen, of misschien wel een aquarellenboek met spiksplinternieuwe blokjes waterverf. Ook heerlijk.

Vanmorgen was het eerst tijd voor ‘Matthijs draait door’. Een ode aan Martine Bijl via het boek van haar man Berend Boudewijn. Een boek vol kattebelletjes en dagboekfragmenten, hoogtepunten en andere zaken met de alles zeggende titel: ‘Van dit en dat en van alles wat.’ ‘Ik probeer haar levend te houden’, zei hij en spelde zijn dertigjaar lange verliefdheid uit. Bij het maken van het boek zat, de nu twee jaar geleden overleden, Martine op zijn schouder. Zoveel liefde voor een mens kleurt harten warm. Heerlijk dat er zoveel ruimte is ingedeeld voor muziek en vooral voor het plezier dat elk genre levert. Andre van Duin zong als afsluiting van het interview met Berend een lied over Vincent van Gogh, dat Martine ooit had vertaald en zelf prachtig had vertolkt. Op z’n Andre’s, ontroerend mooi en met weemoed in de ogen.

De zon schijnt, wat in deze donkere nadagen een jubelvermelding waard is. Het bed is verschoond, ik sleep zo de stofzuiger naar boven om het ketelmannetje een schone werkplek te bezorgen, maar nu eerst zelf door de wasstraat. Ondertussen bezinning op de opdracht van vandaag. ‘The Knot ‘en dat is geen bolletje wol, maar iets wat je ermee kan maken. Een knoop. Van gordiaanse-, zeemans-, macramé-knopen tot knoop aan een mantel, alles is denkbaar.

Uncategorized

Een vat vol

Gedub voor de kledingkast. Wat is wijsheid. De wijde dunne zomerbroek is te koud, sneakers zijn ‘nicht im frage’. Buiten sloeg de herfst in alle somberte toe en riep warme kachels vol wintergloed op, kaarsen op tafel, inkapselen. Eureka. Natuurlijk, dat ik er niet eerder aan dacht. In de uitpuilende sokkenla wist ik de dikke zwarte winterpanty’s. Wollen zwart blauwe rokje, zwarte coltrui, korte zwarte jasje en de lichtblauwe das, zwarte kloffen eronder. Hallo herfst, we zijn er klaar voor.

Even bij schone zoon de gisteren vergeten tas ophalen, kon ik hem gelijk het boek van Murat Izik aanreiken, dat ik in de kringloop als nieuw voor bijna niks had aangeschaft, maar natuurlijk twee jaar geleden al gelezen. Met twee keer de Tijdgeest er voor terug, reed de kleine blauwe naar ‘the place to be’, als het om lekker hapjes ging. Kazen en olijven waren voor mijn rekening, had ik beloofd. Het kazenwinkeltje hing van eenvoud en ambachtelijkheid aan elkaar, met wel in alle eenvoud het meest uitgebreide assortiment. De kaasboer was jeugdig en studentikoos met toch al de rimpels van de kleine ondernemer onder het lichtgrijzende haar. Innemend gaf hij uitleg, een heerlijk plat brood met spinazie en geitenkaas voegde allure toe aan het bedachte concept.

Toch wat fladderigs in de buik, want hoe zou de ontvangst zijn na zoveel jaren afwezigheid bij eerdere reünies van onze volksdansgroep. In de kleine doodlopende dorpsstraat was het moeizaam zoeken naar een plek, maar een eindje verderop was er nog net een kleine voor de kleine blauwe. Het warmste welkom ooit viel me ten deel. Ik voelde me een beetje het verloren schaap in de blijdschap om het terugvinden, de verloren dochter, liefdevol omarmd en in vreugde opgenomen. ‘Niets veranderd, mooie bril’ liet men mij weten. Tijdens het monsteren viel op dat alle gezichten, stemmen, elke oogopslag, dezelfde waren gebleven. Enkel de omlijsting was veranderd in schakeringen van alle tinten grijs, benevens hier en daar wat diepere groeven en een buffertje op de heupen.

Het grootste compliment was: ‘Het is net of we vorige week nog de choreografie van het Nederlands hebben ingestudeerd’ en dat was inmiddels toch alweer ruim 25 jaar geleden. De wandeling was pittig maar ik werd behoed voor al te overmoedig marstempo. ‘We kuieren’, dirigeerde vriendlief, mijn vaste danspartner in voorbije jaren, qua lengte op elkaar afgestemd. Verheugd zag ik het mooie Heidestein terug, dat aan het eind van de doodlopende straat bleek te liggen. Het zag er anders uit zonder de prachtig bloeiende paarse heide van een maand geleden, maar was in dit gezelschap minstens zo betoverend. Vriendlief haalde herinneringen op, emotionele momenten, die gedeeltelijk waren weggezakt onder de, voor mij, moeilijke omstandigheden van die tijd. Zichtbaar aangedaan beaamde hij dat ik gelijk had gehad destijds. Je weet nooit wat het leven te bieden heeft in de betekenis van ieder huisje draagt zijn kruisje en daarbij konden de verkleinwoorden er wel vanaf. We hadden beiden aardig wat voor de kiezen gehad. Maar nu liepen we hier, in die prachtige natuur, ik met mijn gebruikelijke optimisme en hij met zijn zoeken naar de juiste weg. Het voelde vredig en goed.

Aan het eind van de wandeling mochten de kazen en het brood aantreden bij de borrel en wisselde ieder, al dan niet in een groepje de verschillende wederwaardigheden uit. We zaten nog buiten, corona indachtig, waarbij sommige als risicogroep extra voorzichtig waren. Af en toe een spatje maar dat werd weggeblazen. Flarden gebabbel tussen de druppels door. De andere helft kwam tegen vijven en gingen redderen om de meegebrachte maaltijden op te warmen. Er was ruimschoots genoeg, een tafel vol heerlijkheden, de hoorn des overvloeds. Met de hekkesluiter na zevenen en een grote waterval aan hernieuwde vriendschappen, koffie en taart toe, ieder teruggevonden in het bijbehorende karakter, stevende ik, te snel, terug naar de trouwe blauwe, met herinneringen en beelden om nog lang de revue te laten passeren, een vat vol.

Uncategorized

Dierbaar verleden

Het was een goede zet om eerst naar de kringloop te gaan, voor het bezoek aan zoonlief. Vanachter het draaihekje keken mooie zwarte lange jassen, vrolijke jurken en truien in herfsttinten me uitnodigend aan. Negeren en direct door naar de boeken, op jacht naar ‘De Markiezin’ van Charlotte…Uh…Hoe heette ze ook al weer…Mutsaers, na van A tot M de boekenrijen te hebben nagelopen. En daar stond ze. De Markiezin, nog in een chique oudblauw, in de serie: De beste debuutromans van de Volkskrant.

Mazzel. Het was de dag van de meevallers, want even later vond ik bij de nieuw binnengekomen boeken, Breitner in Amsterdam, in een kloeke uitvoering met schetsen, foto’s en schilderijen van de schilder en een uitvoerige beschrijving door J.F.Heijbroek en Erik Schmitz. voor de kleine woordbouwer was er een prachtige editie van De Sneeuwman van R. Briggs. Tijd om af te rekenen, altijd weer een feest, want zegge en schrijven 6,50 euro slechts.

Bij zoonlief en schone dochter waren de Benjamin en zijn grote broer, de kleine woordbouwer, al uit hun middagslaapje. De kleine lag tevreden rond te kijken met zijn grote kraalogen en broer bracht zijn uitgebreide woordenschat te berde. Vrachtwagens, kraanwagens, takelwagens, brandweer en ambulances kwamen allemaal langs. De Sneeuwman viel in de smaak. Stuurde net ook de gelijknamige animatiefilm door. Pluis ligt languit op schoot en noodgedwongen moet ik het toetsenbord vast houden. Iedere keer als ik haar verplaats, komt ze weer terug geslopen.

Halverwege het bezoek besloten we met de kleine woordbouwer een wandelingetje te maken. Veel te koud gekleed in mijn lange vest en trui, want het was een gure wind, die definitief alles wat zomerwarmte was, had verjaagd, toch warm gelopen. De kleine kreeg borstvoeding in alle rust en broer had beweging nodig. ‘Even een frisse neus halen’ hoorde ik mijn moeder zeggen, terwijl ze haar fiets uit de schuur pakte. Zoonlief en kruimel deden een wedstrijdje en oma mocht ook meedoen. Een paar stapjes dan, rennen, rennen, zijn kleine beentjes ‘onder zijn gat vandaan’. Nog zo’n uitdrukking van lang geleden.

Natuurlijk moest er een ijsje bij, op de nek van papa gehesen met een perfect vogelperspectief en hoog en droog, babbelde hij honderduit. In het winkelcentrum was het cafetaria. De twee jongens stonden er wat hulpeloos bij. De softijsmachine was kapot en ‘het schatkistje’ bleek diep gevroren. Ik meende aan de overkant bij de bakker te zien dat ze er ook ijs verkochten, maar dat bleek natuurlijk de reflectie van de cafetaria in de winkelruit. Ondertussen was het ijsje al een beetje ontdooid. Daar kwam mama de hoek omzetten met de kleine in de kinderwagen. Fruit halen in de druk bezochte supermarkt, terwijl ik een bosje bloemen voor op de lege tafel ging halen. Opgefrist, met een wagen volgeladen, kuierden we op huis aan.

Een briefje in mijn brievenbus, dat het pakket bezorgd was bij de buren. Snel, want ’t was gisteren pas besteld. Er stond geen nummer bij, maar de track wees uit, twee huizen verder op. Zoonlief, die net thuiskwam uit zijn werk, haalde het op. ‘Erasmus: dwarsdenker’ van Sandra Langereis in vol ornaat. Dikker dan dik, maar gelukkig ook ruim 81 bladzijden verantwoording en inhoudsopgave. Toch bleven er nog 701 bladzijden over. Twee maanden de tijd. Dat moet lukken.

Vandaag ga ik op jacht naar lekkers voor de reunie morgen van de volksdansgroep. Er komen 16 mensen, grote opkomst. Het is eeuwen geleden, dat ik ze zag. Had een aantal bijeenkomsten gemist. Herinneringen delen, jeugd herkennen tussen de rimpels door, wandelen, borrelen en eten van al het lekkers, dat eenieder meeneemt en weer net zo uitgelaten lachen als ooit. Gieren in de kleedkamer voor een optreden, koortsachtig kostuums bij elkaar zoeken, helpen met spelden en strikken, en altijd zenuwachtige vlinders in de buik, dierbaar verleden.

Uncategorized

Het afgesneden zijn

Wat is het toch fijn om met vrouwen te zijn, die allen een aantal interesses delen met als gemeenschappelijke deler hetzelfde boek, in dit geval de biografie van De Hemelse Mevrouw Frederike, dat door allen gelezen is. Twee mensen zoomden in, maar de anderen hadden een flinke wolkbreuk met bijbehorende pijpenstelen getrotseerd. Het oude huis van vriendinlief was er een van lange smalle gangen, een kamer en suite met de bijbehorende glas in lood deuren, niet te controleren want opengeschoven, maar ik dacht ze erbij. De kamer met kenmerkende hoge plafonds, een ouderwetse haard, een veelheid aan boekenwanden, uitgesproken knusheid. De kleine bijzettafels, al dan niet a l’improviste, werden gevuld met groene thee en meegebrachte of gastvrije lekkernijen. Herfstgeurende bolchrysanten in een grote vaas tussen twee ouderwetse rookstoelen en naast een vriendelijke rode bank. Overal lagen de meegebrachte boeken op de grond naast de lezer, evenals meer boeken uit het oeuvre van de te bespreken schrijfster.

De meningen waren verdeeld. Hoge verontwaardiging voor de vrouw die hond en kind verwaarloosde ondanks haar liefdevolle gedichten, over het alcoholgebruik, over de losbandigheid, over de noemer kunst, waar het haar kunst betrof. Haar uitingen van genegenheid in brieven en voorwerpen die ze maakte, de kunst van het kleine en fijne, haar gevoel in kaart gebracht, betekende in mijn ogen de heelheid van de kunstenaar, die niet anders kon en wilde dan het op die manier te doen. Haar taalkunst verweefde zich in woord en beeld, zo uitgesproken, zo kenmerkend zij, dat het als vanzelf bewondering opriep. Daarnaast was het een innemende persoonlijkheid, zoals te zien was in het interview mer Hans Gomperts in 1981. Charisma zorgt ervoor dat iemand boeit. De biografie had ervoor gezorgd dat ieder beter haar werk wilde leren kennen. Voldaan en rijk verlieten we na een uur of twee het gastvrije huis, hartelijk uitgeleide gedaan. Erasmus bevolkt de tweede uitdaging op mijn lijst.

Gisteren met de regen in de ochtend en het herfstige gevoel een poosje in bed te blijven, knus en warm, keek ik voor het eerst van mijn leven alle afleveringen van Maud en Babs, over een van lieverlee verwarde moeder, wiens leven door gele plakbriefjes bij elkaar werd gehouden. Uiteindelijk krijgt ze de diagnose ‘Alzheimer’, een grote witte vlek, die zich uitbreidt als olie op het water. De keuze van twee tegenover elkaar staande dochters, de zorgzame regelende en het lang-leve-het-leven-kind, altijd in voor de leuke dingen en moeder die vooral de voorkeur aan de laatste geeft, omdat de ander alles probeert in het goede gareel te houden, is af en toe schurend eerlijk. Het achterdocht en het veranderende karakter worden goed uitgespeeld door Loes Luca, af te lezen aan haar hele houding, lieflijk of zwaar ontstemd, maar ook het wezenloze verdwaasde als de witte vlek zich roert en haar meetrekt een eigen wereld in.

Herkenbaar allemaal met een papavers, die ooit op een welhaast identieke manier de grip op zijn leefwereld kwijtraakte en de pijn om het, om het hand zijn van iets dat, buiten je wil om, bezit van je neemt. Stukje bij beetje brokkelde zijn wereld af en ook de zeggenschap erover en het maakte hem kwaad en verbitterd, wat afgereageerd werd op de eerste de beste die in de buurt was, mijn moeder, en toen zij er niet meer was op alles en iedereen die in de buurt kwam, totdat lethargie en berusting het overnam en zorgde voor een hoopje leed op een stoel.

Geen keuze meer hebben, afhankelijk zijn, dankbaar moeten zijn voor iets wat niet gewenst wordt, het is het schrijnende tranendal van de ravage in de hersencellen. Het zou anders moeten kunnen, maar de vraag is, hoe dan. Herman van Hoogdalem heeft met zijn portretten van mensen die lijden aan dementie vooral de leegte getroffen. Zoals Vasalis het zo prachtig zeggen kon in een andere context in haar gedicht ‘Sotto Voce’ maar niet minder waar: ‘Het afgesneden zijn’.

Uncategorized

Een oogje toe

Het einde van een magisch wereldbeeld. Het besef dat je als kind hebt, dat iets waar je heilig van overtuigd ben, een andere werkelijkheid kent. Fascinerend om bij jezelf te rade te gaan, hoe en wanneer dat met. jou gebeurde. Ik kom de zin tegen bij het herlezen van de biografie van M. Vasalis van de hand van Maaike Meijer, een welhaast logisch vervolg op het vorige boek over Frederike Harmsen van Beek. Vasalis herinnerde zich de dood van haar slappe lappenpop bij het wassen van het popje in een sopje, waarbij met het wrijven een oog uitliep en vervaagde. Het bracht een schok te weeg en ook een schuldgevoel.

Zo bewust de magische wereld van een jong kind inruilen voor de realiteit zal niet vaak voorkomen. Ik ken wat flarden van een vroege jeugd, het verdwalen na het meelopen met een draaiorgel, waar de poppen in mijn beleving zo groot waren als de heiligenbeelden uit de kerk, de stoep ellenlang en de straat leger dan leeg. Ik weet de duikeling nog over de driewieler heen op het plein van de kleuterschool dat geleid werd door de nonnen in lang zwart habijt en de enige keer dat bewust mijn magisch wereldbeeld sterk werd verstoord, was met de ontdekking van de sinterklaascadeaus in de klerenkast van mijn ouders. De andere beelden uit mijn jeugd zijn flarden uit de jaren daarna en allengs uitvergroot in mijn beleving.

Hans en de draak

Het voordeel van het werken in de onderbouw van een basisschool was dat je de verwondering iedere dag zag ontstaan, wat de magische wereld van het kind voedde. De vele verhalen, de toneeltjes, het poppenspel waren bijna levensecht, de avonturen die we beleefden, de spanning die het opriep, de oplossingen die we samen met de kinderen bedachten het grote goed, waarin het nog lang en goed toeven was.

Het was het fantastische bestaan naast de orde van de dag. Maar even goed ook zo kwetsbaar als Vasalis had ervaren bij het wegwassen van haar lappen pop en daarmee betekende het spitsroeden lopen als begeleider om te zorgen, dat de verhalen geen waarheidsgehalte kregen. Wel de intentie maar niet het geloof, wel de emotie maar niet het schuldgevoel of de angst. Een van mijn eerste kampen, die we hadden georganiseerd, was een oerkamp. Daar werd duidelijk hoe snel iets te spannend kon worden, toen een van de imposante vaders als wildeman een aantal keer met een knuppel op de bast van een boom sloeg. Nog voel ik de angstige kleine handjes die zich in mijn broek klauwden van het jongetje, dat zich snel achter mij had geschaard. Hij bleef zich de hele verdere dag achter mij verschuilen.

Het is trouwens dezelfde magische wereld die menspop Greetje op kan roepen bij de kleinkinderen. Een pop die tot leven komt, iets meer betoverend bestaat niet.

Ineens borrelen de mierzoete beelden van ‘Marcelino Pan y Vino’ omhoog. Een klein jongetje groeit op in een kloostergemeenschap. Het Christusbeeld op zolder is levensecht voor hem en hij brengt het brood en drinken. Mijn vader draaide de film op de filmzondagen in een zijgebouw van het voormalige klooster. Wij mochten mee. Ik was nog jong. Deze film is me altijd bij gebleven, net als ‘Punktchen und Anton’. De beelden waren zo levensecht dat zus en ik ze naspeelden tussen de twee stapelbedden in ons slaapkamertje. Betovering is de vlag die de lading dekt. Voor de kleine Marcellino, maar ook voor ons.

De overtuiging zo groot maken dat de fantasiewereld tot leven komt. De sprookjestuin in het midden van de straat op een hoek, bevolkt met kabouters in alle soorten en maten. Als je op je knietjes ervoor lag en er naar tuurde kwamen ze tot leven. Evenals de opgezette dieren op de weg naar het park, een huiskamer vol. De spanning klopte in je keel, maar op je tenen net boven het kozijn uit, pakte die hele magische wereld je in en kneep de ibis een oogje toe.

Uncategorized

Voedsel voor de geest

Het boek ligt naast me dichtgeslagen. Het is gelukt. 632 bladzijden lang het leven van Frederike Harmsen van Beek induiken is geen sinecure. Alsof je van uit de tijd wordt gezogen en een volstrekt ander tijdperk wordt ingetrokken. Anders dan bij het werk van Annejet van Zijl in haar ‘Jagtlust’ neemt Maaike Meijer je mee de diepte in op zoek naar de kunstenaar F. Harmsen van Beek, waardoor ze al de etiketten die de Frederike zijn opgeplakt in de loop der jaren, overstijgt.

Het interview met Gomperts en de kunstenaar zelf uit 1981 geeft letterlijk en figuurlijk gestalte aan haar werk, dat ze voordraagt met een voorname beschaafdheid, die duidelijk maakt, waarom mensen onder de indruk zijn van haar verschijning. Kuiltjes in haar wangen en grote verwonderde blik in de ogen. Die verwondering, die ze zelf als ‘Neerbraak’ betitelt in een gelijknamig gedicht, is dezelfde die je ziet bij het vrij en ongeremd een beleving ontvangen, zoals kinderen doen. Iets wat klein geluk heet en wat zo dierbaar en verrijkend kan zijn. Een spiegelende dauwdruppel in een blad, het ragfijne draad van een spin, de trage gang van een slak.

Het vulde de afgelopen twee dagen en gaf nieuwe wegen aan, die ingeslagen konden worden, zoals het lied ‘Tout va tres bien, Madame la Marquise’ uit een ver verleden, waarin haar getrouwen de markiezin over de ernstigste rampen inlichten, die aan hen voorbij trekken, maar waarbij ze sussend gerustgesteld wordt. Verder gaat alles goed. Charlotte Mutsaers schreef haar roman ‘De Markiezin’, een conversatie via de telefoon tussen twee vrouwen. Dat gebeurde na de onherstelbare breuk met Frederike. Charlotte en Frederike hadden buiten een hechte vriendschap ook een innig telefonisch contact. De beschreven tweespraak droeg de kenmerken van Frederike ‘s taalgebruik. Dat leverde Charlotte door een aantal mensen de beschuldiging van plagiaat op.

Spelen met taal, klinkende woorden verzinnen voor wat het innerlijk beroerd, zinnen die dartelen over het papier of stromen als een koele bergbeek. Het is er allemaal evenals haar beeldend werk, dat niet is gemaakt om tentoongesteld te worden, maar toegespitst wordt op de persoon waar het met liefde voor gemaakt is. Pure kleinoden, kostbaar voor de ontvanger. Een van de redenen waarom het niet tot een museum is gekomen in haar petieterige huisje in de kleinste straat van Nederland in het Groningse dorp Garnwerd.

Een deel gaat over bewaren en verzamelen. Daar herken ik veel in. Iets wat voor een ander niet meer dan goed is voor de stort, maar gekoesterd wordt tot in het diepst van de ziel. Zo erft haar goede vriend Pannekoek de scherven van haar leven. Het keramiek en serviesgioed dat per ongeluk of express in duizend gruzelementen uiteen is gevallen. Vier kisten vol, die hij de biografe kon laten zien in zijn woonstee in Portugal in 2018. Hij was nog altijd van zins er een kunstwerk mee te maken. Neerbraak dus, schoonheid zien in de nietigste dingen, die doorgaans niet wordt opgemerkt en ook in de vergankelijkheid der dingen.

Tussen twee werelden in doe ik de boodschappen in een stortbui, die jubelend ontvangen wordt door de potplanten op het balkon. Pluis kijkt er met een lodderoog naar. Zoonlief heeft in deze twee dagen zijn foto’s uitgezocht die op vakantie gemaakt zijn. Prachtige foto’s van gletcher en bergpartijen, afdalingen, getrotseerde watervallen. Wat kan natuur toch verschillend zijn.

Met zuslief ga ik inderdaad in een ensemble zingen vanaf medio oktober. Dat is net beklonken en iets om naar uit te kijken. Ben benieuwd hoe dat bolletje wol zich af zal wikkelen. Zo valt er heel wat aan nieuwe ervaringen bij elkaar te sprokkelen, nu barrières geslecht zijn en het allemaal weer een beetje in het gerede komt. Het vrijwilligerswerk van Publieksbegeleider gaat eveneens door, er zijn al een flink aantal voorstellingen voor me gereserveerd. Voedsel voor de geest

Uncategorized

Ontwikkelen en bijstellen

Een streekmarkt in het oude dorpscentrum van twee van mijn zussen leek ons een aardige vervanging voor de Lek-Art Jong Talent, dat afgeblazen was vanwege de maatregelen op corona. Ze kregen het kennelijk niet georganiseerd. Een heel klein beetje kunst dan, in de vorm van drie ontworpen kussentjes voor jongste zus en verder een overmaat aan lekkers uit het dorp en de streek. Het was ongelooflijk druk en inderdaad, afstand viel er niet te houden. De willekeur van toepassingen, wat betreft corona-maatregelen, zorgen voor ondoorgrondelijke wegen van de logica. Op dat kleine plein een horde mensen als vissen in een kom en bij werk aan ’t spoel, zeeën van ruimte om mensen te ontvangen. Schiet mij maar Lek.

De verschillende soorten olijfolie waren heerlijk. Ik kocht olijf met citroen, een wonderschone combinatie en ik proefde het, wat op zich al bijzonder was. De zussen namen een ijsje, voor de foto hield ik die van zus vast, een lekkernij op broers gezondheid. Om de drukte te ontvluchtten reden we naar een wegrestaurant in de buurt. Het leek niet op de geijkte plaats. Het was die met het idyllische uitzicht over het weiland met de paarden. Het plekje langs de sloot en achter het restaurant een wandelweg naar het verzonken bos, dwars door de weilanden. We waren al een tijdje niet bij elkaar geweest, dus er was gesprekstof genoeg, een toost op broer, de borrelplank om het te vieren en taart voor twee van ons. De wandeling was er dit keer niet bij. Het was al te laat in de middag.

Een van de vriendinnen van zus kwam binnen met een groepje. Die hadden een fietstocht gemaakt naar het verdronken bos. Haar gezicht, vrolijk en opgetogen, kabbelde verder in de herinnering toen zij zich iets verderop aan een tafeltje hadden geïnstalleerd. Daardoor viel het beeld samen met het grijze verleden. Ik had met haar samengewerkt in de periode van mijn TweedeHansje, de startplek van het kringloopbedrijfje in het oude pand van de brandweer. Zus ging het navragen en het werd onmiddellijk beaamd.

Ik zwanger van de tweeling en zij van haar oudste. We schreven 1985. Zesentwintig jaar geleden alweer en het samenzijn helder als glas. Kleinschalig was dat kleine winkeltje nog. Als er een zak met kleding werd gebracht, was het uitpakken een feest. We waren zorgzaam en duurzaam bezig, maakten wat getornd was heel, en keerden de sleetse boorden van de overhemden, onze moeders opvoeding indachtig. Truien werden ontpild en rafelige randjes weggewerkt. Herstellen wat nog te gebruiken viel en daar ook je creativiteit op botvieren, was het credo. Het waren de gloriedagen van het TweedeHansje.

TweedeHansje

Dat mijmerde ik tussen de gesprekken door. We besloten op te breken en elkaar gauw weer te zien. Zuslief had een drukke week met allerlei zangontmoetingen op dagen dat haar man aan het werk was. Herkenbaar die afspraken her en der. Zingen was misschien ook een goed idee. In ieder geval een gezellige avond met zus, nieuwe mensen en een goede therapie voor aangedane longen. Maar was ik nog wel toonvast genoeg. Als de stem werd beinvloed door de puffers en hesig en schor was, bleef dat altijd maar de vraag. Misschien gewoon eens proberen.

Morgen is mijn eerste ‘biografiedag’ , de ontmoeting met deze groep mensen. Er valt nog een staartje te lezen in ‘De Hemelse mevrouw Frederike’ Van Maaike Meijer. Wat een boeiende materie. Het is niet alleen leerzaam, vol voetnoten en verwijzingen, maar het ontsluit een wereld, die ik sinds de MO-A Nederlands niet meer geopend had tot nu toe. Het is een boeiende wijze van kennis opdoen en ze was me totaal ontschoten. Het is meer dan lezen alleen. Het is ontwikkelen en bijstellen.

Uncategorized

Kan het mooier zijn dan mooi

Het plantenrijk aan de rand van de stad ligt er mooi bij. Niet het geijkte aanbod. Duurzame kleine ondernemers bevolken de enorme ruimte. Tussen het aanbod vinden workshops plaats, wordt er uitleg gegeven door bevlogen ecologen en zijn er activiteiten voor kinderen. De kleine filosoof schildert zijn huisnummer op een bordje. Dochterlief en ik volgen een van de workshops: Hoe leg ik een geveltuin aan. In deze stad wordt ieder huishouden dat hiertoe overgaat, toegejuicht. Tegels eruit, goede grond erin, Kamperfoelie en Winterheide op de zonnige kant, Bosrank voor de schaduwzijde. Ik laat ze achter voor een tweede workshop en rij vast naar de tuin. Voor op het complex is een groep vrijwilligers bezig met de bouw van het nieuwe gemeenschapshuis, compleet met stromend water, elektriciteit en toiletten, iets wat wij in de tuinen moeten ontberen. De ultieme verbetering. Ik schiet wat foto’s voor de besloten facebook-site, zodat iedereen kan meegenieten.

In een voorzichtig doorbrekend zonnetje wandel ik naar achteren. Het gras moet eraan geloven. De grasmaaier heeft er zin in en snort beter dan ooit. Tussendoor de gebruikelijke pauzes op de verspreid staande stoelen, zo her en der. Te snel is de grote accu leeg. Daar zijn schoonzoon en kleindochter. Terwijl ik met de kleine het atelier bewonder, maait hij het laatste stuk. Met de halfvolle tweede accu in de maaier gaan we op pad naar hun tuin en op standje zeven baant de maaier zich een weg door het hoge gras. Het werkt, beamen we alle drie. Wat heerlijk. Accu’s opladen en na het weekend de rest. Schoonzoon gaat met de kleine filosoof een hengeltje uitgooien. Dochterlief en ik trekken onkruid weg en planten sieruien achter de verbena en kievietsbloem-bolletjes ervoor. Groei en bloei om blij van te worden. Kleindochter speelde kiekeboe met een verdwaalde kniemat of lag languit op haar trampoline.

De kleine filosoof had in de ochtend een meesterlijk doelpunt gescoord en als beloning was een vegaburger bij de grote gele -M- in het vooruitzicht gesteld. Delen in de feestvreugde. In mijn werkkloffie, want de trui van de herfstochtend was veel te warm gebleken, evenals de kousen en de beenwarmers. Even niet op gelet Het verlamde de energie in de brandende zon.

Bij de ingang werd de beruchte QR-code gevraagd. Dat was waar ook. Anderhalve meter-afstanden los laten en met de QR-code naar binnen. We zaten vlak bij de ingang te smikkelen en observeerden de arme handhavers, die heel wat te verduren kregen. Groot misbaar, soms rollende spierballen, gekrakeel. De QR-code was of vergeten, of de telefoon lag thuis, of ze kwamen alleen maar afhalen. Op weg naar het pand waren ons de stoep’hangers’ al opgevallen, in grotere getale dan normaal, die met hun frietjes aan de picknick zaten temidden van het langsrijdende verkeer. Met warme knuffies afscheid nemen en op huis aan, verlangend naar koelte. Dag lieverds, tot snel.

Broer is vandaag tachtig geworden. Een grote mijlpaal, plus het feit dat er tien kinderen van het hele gezin, elf in totaal, hem kunnen feliciteren is al een prestatie op zich. Grote broer. De oudste en nog altijd vief en aan het werk. Met de zussen gaan we een taartje eten, omdat hij zelf op vakantie is in Drenthe en deze gedenkwaardige dag in alle rust wil vieren met zijn lief. Zuslief heeft kunst, natuur en taart gecombineerd als uitje. Lijkt me een juiste keuze om een jaardag te vieren. De zinnen verzetten, beetje wandelen en schoonheid genieten. Om met Maarten van Roozendaal te spreken: ‘Kan het mooier zijn dan mooi?’

Uncategorized

Het past naadloos in de beleving

Een klein juweeltje in de tuin. Tussen de ravage van de afgelopen ongemoeide weken, waarin de tuin ongestoord mocht aanwassen, hadden de prachtige grote alliums de metamorfose ondergaan van volle paarse bloem tot ragfijne stralen met tranende parels aan het uiteinde. Alsof de natuur de vorser toezong als eenJacques Brel in zijn chansons: ‘Ne me Quitte pas.’ ‘Moi je t’offrirai toi des perles de pluie’

In hoog tempo ging ik aan de slag. Leverkruid en brandnetels en de welig tierende gele kornoelje moesten het ontgelden. Met de gebracede linkerhand vasthouden, met de rechter trekken. Rücksichtslos, want er was dringend behoefte aan zuurstof en licht, lieten de dapperen onder het struweel me weten. Daar kwam een bescheiden hibiscus te voorschijn, de witte roos, de hemelsleutel wat uitbundiger, de vrouwenmantel aangedaan en uitgebloeid. De kruiwagen ontving de lading uitbundig. Wat een mens al niet vermag met een uurtje onkruid trekken. Toch zag je zo op het oog niet heel veel verschil. De flox stond fier boven al het onkruid uit te stralen, lang en levendig. Wie doet me wat. Te hooi en te gras in de bedden aan de zijkant nog wat meer uitgetrokken en verpieterde dahlia’s bevrijd. De kleine winterkoning kwam keuren, koppie scheef, twinkel in de kraalogen.

De inspanning was een weldaad. Moe maar voldaan krulden de letters zich in het tuinhandboek, dat bovenop de gedichtenbundel van Ineke Riem lag. ‘Hard gewerkt, puin ruimen, morgen gras maaien’. De oude kwam, nieuwsgierig door de activiteit in het maandenlange verstilde atelier, poolshoogte nemen. Argwanende vraag over twee mysterieus afgeknapte zonnebloemen op zijn getrokken grenslijn. Ik roemde de blauwe regen, die het goed deed. Binnenkort was het uitzicht slechts natuur.

Alles stond er nog, zoals ik het had achtergelaten. De gelukssteentjes van een lieve collega, een waddenbloempje gevat in een brokje oud groen gesteente, een mooi souvenir van dochterlief, de tekening van mij met een van mijn lievelingen uit een groep van lang geleden, de ezel met het vragende doek en haar kwasten. ‘Wanneer neem je ons weer eens ter hand’. Gauw, beloofd is beloofd.

Het dunne gedichtenbundel ‘Fantasii’ trok de aandacht. Of het zo moest zijn: ‘Ik leer hier de schoonheid van gescheurd, omgewaaid, afgebladderd. Maar hoog aan de hemel is de zon heel’. vertelt een strofe uit het gedicht ‘Weideboek’ en in ‘Stickers en fossielen’ vraagt ze zich af of er een zeebeving is geweest, omdat er van alles boven kwam drijven dat ze was vergeten. ‘Flarden van heel, heel vroeger,’ (..)’ De lichtgevende sterren op de jurk van mijn zusjes Barbie,/de bergkristallen van de geoloog uit de straat,/ gekleurde elastiekjes op een spijkerplankje,/de boot van bruin karton waarmee ik uit zou varen./ Het verleden dobbert in dit moment./(…). Om terug te duiken in je eigen vergeten herinneringen. Vooral die waarvan er geen Foto’s zijn gemaakt. Vaders gezicht achter de grijswitte rook, het vel op de hand van opa, waar mijn vel nu zoveel op lijkt, de grijze sliert langs het verhitte gezicht van oma, mijn moeder haar schoenen in de kast met de bobbel langszij alsof er een deel van haar was achtergebleven, de tuinboonschil met haar fluwelen binnenkant, een bad vol spinazie…dat boek wat nooit uit te lezen viel, Duikkie met zijn grijnzende glimlach en zijn morsige vingerloze handschoenen om de handvaten van een kist goudrenetten. Vergeten verleden in enkele woorden omhoog gehaald.

Het motje aan mijn voeten

Een juweel tussen de andere juwelen. Ik was haar ook vergeten. Op de omslag een pentekening van een typemachine met links er bovenop een kleine bescheiden mot. Op dit ogenblik ligt er vlak voor mijn voeten een kleine bescheiden mot, andere kleur, maar met een eigen verhaal. Het past naadloos in de beleving.

Uncategorized

Niet te versmaden

Er rolde een zin naar buiten. ‘Mijn moeder had op het laatst ook een gebroken pols’. Zoonlief tegenover mij reageerde. ‘Op het laatst’, twee opgetrokken wenkbrauwen en vorsende vraagtekens in zijn ogen. De reactie kwam snel en vergoelijkend. ‘Nee, niet ook, ook is verkeerd. Haal dat er maar uit’. Geruststellende blik en de onvermijdelijke vraag ‘Is het niet een vreemde gedachte om bijna zo oud te zijn, als je moeder ooit geworden is’.

Het komt vaak op, die gedachte. Vooral ‘ s avonds, of in de nachtelijke uren als volle maan haar prikkelende energie als een deken over de aarde vlijdt. Op deze leeftijd had ze nog maar anderhalf jaar te gaan. Ondanks haar fieve zelf, ondanks haar bruisende energie. ‘s Nachts, als de ademhaling versneld door denkbeelden die de angst met de haren erbij sleept, weer van koude rillingen omgezet wordt in staccato ‘adem in, adem uit’, en lichte paniek smoort in luchtiger oorden, staat ze voor me en knikt bemoedigend. Nog een lange weg te gaan. Dat vertelde ik zoonlief niet op dat moment. Zes van de broers zijn al ver over die leeftijd heen. Ik ben de volgende die de drempel nog moet zien te halen. Zoals altijd ebt het weg in nieuwe beelden, die langszij drijven. Mijn verwaarloosde tuin bijvoorbeeld. Vandaag, met Brace, alvast een voorzichtige inspectie.

Een vrouwenhand had onmiskenbaar rond gewaard in het huis van zoonlief. Heerlijk kleed, zachte tinten, prachtig rijkelijk groen, roze, gouden elementen, bijzettafels en foto’s in dit spiegelrijk. Het getuigde van een goede smaak en van de rust, die het uitstraalde. Mijn B.I.G. Een mooie bescheiden plek. Samen al keuvelend de diepte in, dat was lang geleden. Daar wandelde de dood, naast de politiek, autisme, opvoeden, begrenzen. Het realisme werd benoemd in literatuur en of dat erg was. Iets met de taal van de jeugd en minzaam begrip.Heerlijk kabbelend en babbelend vloog er een wijle voorbij gedrenkt in twee grote kommen thee en een heel klein stukje Monchou. Precies genoeg.

https://www.npostart.nl/matthijs-gaat-door/18-09-2021/BV_101406584

Eindelijk was er tijd voor de vorige ‘Matthijs gaat door’ aflevering van afgelopen zaterdag. de grote rode draad was de gast van die avond Huub van der Lubbe. Dat bracht zoete herinneringen boven. Ons grootste optreden ooit van de band met een dijk-tribute in een echte theaterzaal. Rood pluche en uitverkocht. Zwarte galajurkjes en lange paarse handschoenen met een paarse boa temidden van onze zes mannen en met een ingehuurd blaasensemble. Dansen op de vulkaan, dat was het, de hele avond. De beleving, dat bijzondere gevoel, nietig zijn en je groots voelen, hoe bijzonder.

Huub opende hier ook met dansen op de vulkaan, verderop met het prachtige lied ‘ De zevende hemel’, maar met een daverend slotstuk als laatste. De saga over het lied ‘Audrey‘, door Paul Desmond, de saxofonist van het Brubeck ensemble, geschreven, als hommage aan zijn stille liefde voor Hepburn. Dat werd door Huub verteld, terwijl het nummer gespeeld werd, hartverscheurend mooi, zoals ook de tragiek doorklonk in een eeuwig verlangen en een niet weten, of Audrey ooit het lied had gehoord. Ze bleek er elke nacht voor het slapen gaan naar te hebben geluisterd. Desmond heeft het nooit geweten.

Nog een van de hoogtepunten van het programma is ‘Hotel Prinsen’ waar, in een nostalgisch decor, Joost Prinsen een gedicht voorleest, die hij zelf opduikelt recht uit het hart. A. M.G. Schmidt dit keer. De dictie, de blikken, het is ongeëvenaard. Joost Prinsen als voedsel voor de geest.

Het recept om op te fleuren na een ondag: Boeken, muziek en dans, laten Ploumen, Epke Zonderland en Matthijs zelf weten. Een ding is zeker, als ontbijt voor een nieuwe dag is het ook niet te versmaden.

Uncategorized

Missie geslaagd

Eindelijk was dan de dag van de waarheid aangebroken. Maar eerst een klein kwartiertje wachten op het plein in het centrum van de stad, op een van de lange banken in de zon. Om mij heen veel lunchende mensen en volle terrassen. De springfonteintjes werkten uitnodigend op de vele kinderen er omheen.

Een van de moeders schuin achter mij waarschuwde haar dochtertje en bond vervolgens de kat op het spek. ‘Denk erom, je niet nat maken hoor en ook je schoenen en je sokken droog houden. Alleen met je handjes. Ga dan maar’. Dat liet de kleine zich geen tweede keer zeggen. Met een twinkelend verlangen liep ze langs me heen en het eerste wat ze deed, was het uittrappen van de waterstraal. Natte schoenen, natte sokken en moeders galmende stem: ‘………., wat zei mama nou’. Niet een keer maar een tiental keer herhaalde zich dat incident. Tot moeder opging in haar koffie en bagel op het terras en het kind haar kans schoon zag. Drijfje ontlokte mij een glimlach.

Daar was mijn schone dochter en mijn nieuwe kleinkind. Pas voor de tweede keer was er nog sprake van verlegenheid. De langzaam-wen-actie voor de kleine, die niet taalde naar de waterstralen. QR inscannen, tafel-QR inscannen en redelijk vlot werd er een lunch neergezet. Croissant met jam en een roze tulen rok zijn elkaars tegenpolen. Nog net ving ik de dikke klodder op. Heldendaad van oma. Bijkletsen, over alles wat toekomst dichterbij haalde, de behoefte aan samenzijn met eigen en nieuwe familie, het spannende moment van het delen van deze stad met haar mogelijkheden. Samen fietsen, mee naar de voetbal, winkelen of lunchen, een gemoedelijk plaatje werd het, terwijl ik een leeuw en een zon en een wegrennend kippetje tekende tussen de bomen en in het gras op een roze A4.

Na een kop thee en een saucijzenbroodje moest ik er al van door voor de afspraak in het ziekenhuis. Binnenkort de herhaling. Bij de radiotherapie was de foto zo gepiept, maar bij de poli chirurgie bleek dat de chirurg in het andere gebouw zitting hield. Twintig minuten had ik nog. Vleugeltjes aan de kleine blauwe prins getoverd en dat zorgde ervoor dat ik precies op tijd, lichtelijk buiten adem, en een stief kwartier verderop aan de balie stond.

De chirurg kwam monter binnen met een aankomend collega in zijn kielzog. De foto was goed, de breuk hersteld, iets achterover gezakt, alleen het ligament was uitgerekt en dwarsig, had meer tijd nodig om te herstellen. Voor de pijn, vooral in de nacht en bijvoorbeeld het werken in de tuin, werd een Brace voorgeschreven. Een beminnelijke jonge chirurg die de tijd neemt, is een verademing.

Bij de gipskamer stond een speelkast met mogelijkheden tot in de sterren. Wat fijn op deze drukke, wat sombere ruimte. Wat zou er in die koffers schuil gaan? Laagjes vol geheimzinnigheid. De mevrouw van de Brace was een heerlijke kletsmajoor, maakte grapjes en schoof behendig de juiste maat om de pols. Wat een genot om die steun te voelen.

Vandaag ging het haar in de bruine henna. Een uurtje om in te trekken, want eerst ervaren hoe het er uit zou komen te zien en of het niet veel te donker is. Je weet het maar nooit. Vol verwachting weer uitgespoeld en gewassen, geföhnd en uitgekamd. Minder rood, meer bruin, precies zo ik het gedacht had. Zo kan een mens weer opgelucht ademhalen. Missie geslaagd.

Uncategorized

Een om te onthouden

Als ik ‘De Almacht van de Boktor’ van Toon Tellegen willekeurig open, dringt het verhaal van Boktor en de spiegel zich op. De boktor stond voor de spiegel, bekeek zichzelf en dacht: ‘Een beetje slonzig ben je wel’. Hij wist niet goed of dat wel bij hem paste. Slonzig en alles kunnen, gaat dat eigenlijk wel samen? dacht hij. En slonzig en alles moeten? Hij dacht even na en besloot zichzelf te veranderen.

Boktor gaat dan aan het werk en ‘poetste zich urenlang op tot zijn schild glanst, zijn voelsprieten recht gestreken waren en hij zich hoogwaardig vond, helemaal niet slonzig en zeker niet morsig. Een toespraak waard. Voor het denkbeeldige publiek hield hij een toespraak, waarin hij wonderen beloofde, een nieuwe toekomst, een nieuw verleden voor iedereen en meer van die dingen. De menigte wierp hem bewonderende blikken toe en buiten zouden er duizend dieren staan die op de knieën zouden vallen en hem toe zouden roepen hoe begenadigd hij wel was.

Hij klom van de tafel en maakte thee. Maar hij zat niet makkelijk. De thee smaakte hem niet. Ten einde maakte hij zich weer slonzig en ging voor het raam zitten. Zo smaakte de thee weer heerlijk.

Blijf jezelf is de boodschap voor vandaag. Je bent wie je bent met je eigen eigenaardigheden. Iemand die zichzelf bleef ondanks de roem en de aanbidding door duizenden was Edith Piaf. In de eerste van de vierdelige serie ‘Chansons!’ sluit ze met dezelfde conclusie af als de Boktor. In de tekst van haar levenslied ‘Je ne regrette rien’ getuigt ze van een aanvaarden. Alles heb ik gedaan, zo ben ik nu eenmaal, van het een kwam het ander, zo is het leven. Vanmorgen heb ik het teruggekeken. Wat een heerlijk programma. Een keuvelende Matthijs van Nieuwkerk, volkomen zichzelf, naast de enthousiaste Rob Kemps, die zich als een vis in het water voelde, omdat hij om Frans te leren, een paar jaar in Parijs was gaan wonen, ooit. Er schieten fragmenten van verschillende chansons voorbij en samen met de heerlijke beelden dwaalden we mee door de straten en de pleinen, die zo vertrouwd waren, nee dansten we mee op de klanken van de melancholieke accordeon, de omfloerste stemmen, het zangerige poëtische Frans.

En ik kwam er nu pas achter dat ik naar het Songfestival had moeten kijken, want ze lieten het optreden zien van de adembenemende verschijning van Barbara Ravi, die zo ragfijn en klein haar nummer groot bracht, met eenzelfde reikwijdte als La Piaf. Wonderschoon.

Even daarvoor had ik bij ‘in het uur van de Wolf’ genoten van de documentaire over Barbara Hepworth , een van de belangrijkste Engelse beeldhouwsters uit de vorige eeuw. Ook zij was iemand, die ondanks alles wat op haar pad kwam, de wereldoorlogen, een drieling, twee scheidingen, de dood van haar zoon, zichzelf trouw bleef en aan haar werk geen consessies deed, wat uitzonderlijk was voor een vrouw in die dagen. Ze maakte prachtig werk en wilde dat het publiek haar sculpturen konden aanraken en door de holtes erin de verbinding met het uitzicht, haar visie, zouden zien. De moeite van het terugkijken waard.

Jezelf trouw blijven, wat een ander ook zegt of denkt. Een moeilijke, maar mooie les van de Boktor. Een om te onthouden.

Uncategorized

Afwezige bergschoenen

Iedereen die zweert bij een stenen tuin en niet meer dan dat, raad ik aan om een onderhoudsvriendelijke klimop tegen de schutting te laten klauteren. Niet meteen alles gaan snoeien, maar welig laten tieren. Zodra er bloemen komen, heb je een deken van bijen en vlinders in alle soorten en maten in je tuin. Uit ervaring weet ik ook nog dat wandelende takken zich de blaadjes goed laten smaken en als er bessen komen heb je een natuurlijk vogelparadijs gekweekt.

Gisteren bij de allerbenjaminste Benjamin een beschuit met muisjes genuttigd ter meerdere eer en glorie van de nieuwe telg. Wat zijn die muizen toch hard. Vroeger knarsten ze heerlijk tussen je sterke tanden, maar nu springt het glazuur er ter plekke af. Al wat oud is, gedijt niet, behalve de grijze hersencelletjes, die malen steeds dieper. In het boek van Sjoerd Kuyper zegt Sally Mo ergens: ‘Het duurt 18 jaar om volwassen te worden, misschien duurt het ook 18 jaar om weer dood te gaan’. Een mooie filosofie voor een meisje van 13. Op de toppen van wijsheid, denk ik er achteraan. Dat zou ook mooi zijn. Uitgedacht en klaar, omdat nog een bladzij schrijven teveel van het goede zou zijn.

De kleine ligt onder een sterrendeken zijn eigen wereldje bij elkaar te dromen. Zo nu en dan trekt er een gelukzalige glimlach voorbij, terwijl achter de geloken ogen zichtbaar een leuke herinnering tot leven geroepen wordt. Even in zo’n koppie kunnen kruipen en helder en klaar meekrijgen hoe de mens zich verhoudt tot het universum. Welke beleving wekt die glimlach op. Of is het slechts een behaaglijk en tevreden zijn en niet meer dan dat, zoals een poes zich genoeglijk op kan krullen en tevreden spint in de zonnewarmte.

De grote broer vermaakt zich met de bal en een autootje. Rollen en rijden naar papa, naar oma, heen en weer en heen en weer, dat eindeloze spel van de herhaling dat nooit vervelen gaat.

Vannacht, bijna volle maan, begon de dag om half vier. Dat wonderlijke gegeven dat de maan dichter bij de aarde staat en een nieuwe energie opwekt. Ik laat het over me heen spoelen met de stroom van gedachten mee, om vervolgens een duik te nemen in de biografie van ‘Hemelse Mevrouw Frederike’, die Maaike Meijer zo uitgebreid heeft neergezet. Voorlopig ben ik er wel even zoet mee. Nog 335 bladzijden te gaan. Een leven van breien met losse eindjes zo lijkt het wel. Hunkerend naar liefde dwaalt ze door het leven.

Thuis trek ik soep van ui, champignons en oude tomaten met als fond een tomatentapenade. Dat betekent altijd dat er een oppeppertje nodig is. In dit geval voor de pijn, die zeurend huis blijft houden in de pols. Oregano, basilicum, tijm, verse peterselie als hartversterker. Morgen zal er wellicht verlossing zijn en anders zekerheid.

Vanmorgen in alle vroegte kwamen er twee films binnen van zoonlief en lief, die samen aan het ‘wandelen’ zijn in de bergen. Klauteren en klimmen is het meer, over de rotsen, afdalen langs een touw, over een bruggetje zonder leuningen, waaronder een bergbeek kolkt. Zo ruig als het klinkt, zo zag het eruit. ‘We volgen de rode tekens‘, heet het, maar als hij het geografische inzicht van zijn moeder heeft geërfd dan zijn ze bij de vierde pijl al af. Het wakkert de zorg aan in mijn hoofd. Zijn ze voorzichtig genoeg. Niet malen. Normaliter weet je nooit wat iedereen altijd meemaakt. Maar als ik mijn ogen weer sluit, wandelen door het beeld een paar afwezige bergschoenen.

Uncategorized

Alles heeft z’n voordeel

Heel de stad had bedacht de laatste zonnige zondag in het park met de kinderboerderij door te brengen. Groot en klein struinden door de dierenweides, aaiden de koeien, liepen de geitjes achterna, kakelden om de kippen heen. Dochterlief en de oudste kleinzoon hadden me al gezien. Snel loodsten we ons het paadje naar de bloementuin in. Daar huppelden slechts twee kinderen door het struweel. Een oase van rust temidden van de drukte.

Kleine Dribbel had zijn dag niet en was overal iBooks om. Misschien was het toch frustratie dat hij niet goed uit kon leggen wat hem dwars zat. Hij werd in het Frans toegesproken door zijn vader en speelde deemoedig de schuldenaar. Zodra papa met jeune homme schermde, waren de rapen gaar. Maar achter zijn rug om mepte hij de waterfles, die tussen ons instond, vliegensvlug omver. Zo’n kleine ondeugd.

Voor de middelste van de drie was het park een groot walhalla. Hij kwam langs sjezen, terwijl hij een rood fietsje met twee jongetjes erop voort duwde. Glimlach van oor tot oor. Overal en nergens was er wel vermaak te vinden. Dan weer bij de dieren, op het voetbalveldje, bij de waterpomp, door het zand. Dribbel had eindelijk afleiding gevonden in een kleine stellage waarop je kon balanceren. Vanaf ons rustige plekje sloegen we hem gade. Over de bomen en de kinderstemmen heen ruimde het lawaai van de kermis, iets verderop. De oudste was er met zijn vader naar toegelopen, omdat hij niets kon doen met zijn arm in het gips. Weer niet voetballen, nog niet spelen en niet fietsen. Een hard gelag. Alle levenslust verdween in het spel op zijn telefoon.

De vermoeidheid van gisteren, die heerlijke cursus en alle opgedane nieuwe indrukken, zong nog na in het hoofd. Vandaag was het een lome dag, waarbij het bezoekje aan het park even een frisse snuif zuurstof beoogde en even een glimp van het kroost. Meer puf was er niet. Mijn andere liefjes hadden een eerste nacht in hun caravan geslapen.voor de eerste keer. Daarna waren ze naar de domkerk gegaan, die eindelijk weer open was en kleindochter vroeg of ze de kaarsjes mocht uitblazen, na voor de eerste keer een kaarsje te hebben aangestoken voor opa op zijn wolk. Toen dat niet de bedoeling was zong ze maar ‘lang zal ze leven’. Het leverde een lach en een traan op.

‘S Avonds zag ik de aflevering van Maud & Babs. Babs werd gespeeld door Loes Luca. Een vergeetachtige moeder en haar zorgzame dochter, die daardoor voor bemoeizuchtig werd versleten. De kleine veranderingen die steeds gevaarlijker vormen aannemen zorgen ervoor, dat dochter Maud in een tweespalt terecht komt met haar werk en haar gezin. Daarnaast speelt de achterdocht van haar moeder een grote rol. Ze speelt haar vergeetachtigheid weg met veel gesus, niets aan de hand of een felle boosheid om die vermeende bemoeizucht.

Het blijkt een serie te zijn en vanmorgen keek ik deel een terug. Aandoenlijke beelden. Een prijskaartje aan een badpak tijdens het zwemmen, een pijnlijke schouder opgelopen bij een val, die ze verzwijgt, bij het opwarmen van een maaltijd de ovenfunctie aanzetten in plaats van een magnetron, een deur vol memootjes, kattebelletjes voor het gebruik van apparaten, een auto willen openen met de voordeur sleutel. En dochter maar opspringen en wegrennen uit haar eigen verantwoordelijkheid om alles weer te effenen. Ziedaar de grote zorg van een mantelzorger.

Geen opwekkende gedachte, wel herkenbaar en reëel. Zo kan het gaan, zo gaat het ook in veel gevallen. Mijn oom had zijn dementerende schoonmoeder in huis genomen, maar haar achterdocht en haar beschuldigingen werden te erg. Het verdriet is dubbel groot als het niet lukt, als het als falen voelt. Terwijl er situaties zijn die niet op te lossen zijn met extra zorg.

Zoonlief zit inmiddels op de toppen van een berg met vriendinlief, eeuwige sneeuw, tegen het vriespunt, maar een onvergetelijk uitzicht. Alles heeft zo z’n voordeel.

Uncategorized

We zijn er klaar voor

Tjonge, tweede dag op rij vroeg op. Eerst zoonlief en vriendin geknuffeld en uitgezwaaid. ‘Hebben jullie alles. Paspoort, QR bewijs, mondkapjes’ als een ware moederkloek drentelde ik om ze heen. ‘We worden pas na een half uur opgehaald hoor’, was de niet misverstane boodschap. ‘Haha, koffie mee en ik ben al naar boven. Dag dag liefjes’.

Er was zelfs nog genoeg tijd om te schrijven en om alles wat ik in de verschillende kringlopen verzameld had, bij elkaar te zoeken en in handige zakjes en bakjes te doen. Kom maar op met die cyanotype, ik ben er klaar voor.

Net op tijd belde ik aan. Zo te wonen aan die lommerrijke Vecht. Er bleken voor-en nadelen aan te kleven, dat merkten we in de loop van de dag. Drie trappen op was een kamikaze-oefening van het zuiverste water. Met veel gehijg, uitrusten halverwege de trap, ademhaling in balans brengen en voort, lukte het wonderwel. Het eerste half uur geen woord teveel uitkramen. Adem in, adem uit. ‘Ga maar gauw zitten’ gebaarden mijn twee lieve vriendinnen na de omhelzing. Wat een feest hen te zien en hier te zijn. Kunstminnaars bij uitstek.

De inleiding, hoe de kunstenaar tot het geven van deze workshops was gekomen, was interessant, een blik in de levenswandel van iemand, die dankzij de keuzes tot dit inzicht was gekomen en zichzelf maar bleef ontwikkelen. Daarna volgde een stukje kunstgeschiedenis met beelden en uitleg hoe cyanotype was uitgevonden en waarvoor het werd gebruikt. Ze haalde er de lijvige boeken van Anna Atkins bij. Wat een bijzonder werk.

Het hele atelier ademde cyanotype, die de autocorrectiecodes hardnekkig bleef omzetten in cyanide. Dat was het dus niet. Het bleek genieten te zijn, vooral de foto’s, die de kunstenaar had voorbewerkt, gaven een goed resultaat. De zon wilde nog niet erg, aanvankelijk begonnen we in het atelier met het licht van de oude warmtelampen uit de kringloop, die op een vernuftige manier waren opgesteld. Later konden we op buiten de UV-straling au naturel ophalen.

Daarna volgde een stukje techniek. De middelen die noodzakelijk waren en de wonderbaarlijk simpele werkwijze ervan. Dat een dergelijke sturing door middel van het samen voegen van de ingrediënten tot dit resultaat kon leiden, was al een avontuur op zich. Wat had ik graag een groep kinderen gehad om het hen te leren. Magie op hoog niveau.

Het grootste wonder voltrok zich bij de laatste wassing in een bakje waar een paar druppels waterperoxide in water werd gedaan. Alsof je een laklaag over de olieverf op het doek streek. Zo diep en levendig werden de kleuren. Inderdaad, als toveren. Als je eenmaal de ene na de andere compositie op je plankje had getoverd en met de glasplaat erover onder de UV-lampen schoof, voltrok zich de magie vanzelf. Wat een heerlijke werkwijze. Hetzelfde effect als bij het etsen, in de zin van ‘Vol verwachting klopt ons hart”, wat kwam er nu weer onder onze handen vandaan. Sommige objecten lieten geen licht door, klimopbladeren, daar moeten straks wat pennenstreken de afdruk vervolmaken, wat vast en zeker ook een boeiend effect zal geven. Het blijft een mooi spel van beeldend vorm geven.

in het atelier hingen mooie lange doeken aan ouderwetse broekenhangers. Lange kleurrijke lijzen naast elkaar. Het bleken de achterkanten te zijn van onderdelen van een kunstwerk, die ze als ‘Artist in residence’ aan het maken was in de tuin van Haarzuilens onder de verstilde blik van Belle van Zuylen, wier portretten ze ook gebruikte voor de cyanotype.De achterkant was al mooi van die lange vellen, maar het eigenlijke plan zal straks nog veel meer betekenis krijgen, als de opstelling wordt gemaakt zoals het bedoeld was.

Ik noemde de naam van een andere kunstenaar die ons begeleid had op school met de kunsteducatie en die zelf wandgrote aquarellen van haar achtertuin had gemaakt en toen bleek dat dat een vriendin van haar was. Beide hadden ze een fascinatie voor de flora en zochten naar wegen om die op een bijzondere manier vast te leggen.

Wij wisselden tussen alle bedrijven door alle wetenswaardigheden uit en waren ondertussen bijna niet te stoppen in het proces. We eindigden moe maar voldaan met een behoorlijke productie en bewonderden het eindresultaat naar tevredenheid en waren verheugd over de nieuwe mogelijkheden, die dankzij vriendinlief op ons pad waren gekomen. Er zijn nieuwe deuren geopend, die nieuwe inspiratie laat binnenstromen. Laat maar komen. We zijn er klaar voor.

https://www.hetschildersbedrijf.nl/product-category/cyanotype-workshops/

Uncategorized

Niets is minder waar

Het was even zoeken in alle vroegte, omdat de parkeerplaats aan de zijkant van het schoolgebouw lag en ik het niet zo snel als zodanig herkende. Om acht uur werd ik met open armen ontvangen door de directeur van de school, die mij kennelijk wel herkende. Het bleek dat zijn kinderen bij ons op school hadden gezeten. De hal was kleurrijk en uitnodigend en de lerarenkamer een walhalla van kleur, kunst en heerlijke uitnodigende banken om mijn eerste thee van die ochtend op weg te nippen. De binnenplaats was een groot kunstwerk van bomen en keramieken beelden van honden. Wat een verrassing. De honden glansden je tegemoet, glimmend gewreven door de vele kinderhanden, een grote uitnodiging tot spel met de honden of de bomen in de hoofdrol.

Hoe ik ook groef in mijn geheugen, de directeur kon ik niet meer plaatsen. Later wellicht. De twee onderbouw-groepsleerkrachten kwamen er bij zitten en weldra was ook het team van de historische kring compleet. In een aangenaam kouten bleek de ene leerkracht de toetsenist en de bassist van onze band te kennen en diens vrouw, mijn ex-collega, die zo tragisch overleden was. De beide mannen had ik al een tijdje niet gezien. De herinnering eraan bracht even de goede ouwe tijd naar boven.

We gaven de groepen de ruimte om binnen te druppelen en iets over half negen stapten we het lokaal in. Een mooie afspiegeling van de buurt waar de school in stond. Zo heerlijk om weer centraal voor de groep te zitten. Ze begonnen direct over de baby’s in het rieten wagentje, die ik had meegebracht. Daar mee te openen dus. Weldra liepen de eerste schatjes hun rondje. ‘Rije, rije, rije in een wagentje’ was een groot succes. De vaste telefoon vonden ze hilarisch toen ze zagen hoe ik het zware zwarte geval meedroeg tijdens het gesprek en teruggefloten werd door het snoer. ‘Huh, geen Nintendo, geen computers, geen laptops, geen iPad, geen iPhone of Android, maar hoe dan’ vroegen hun ogen op schoteltjes. Buiten spelen, kaatseballen, knikkeren, elastieken en stand in de mand. De suikerpot werd voor een gloeilamp versleten met zijn zelfde vorm. De volgende keer gaat de radio met het cassettedeck weer mee. Dat gaf ook de nodige commotie.

Mijn collega herinnerde aan de twee dorpen, die nu een stad waren en de boerderijen en de weilanden ertussen, nu praktisch verdwenen of volgebouwd met huizen. Een jongetje woonde nog op een boerderij. De juf pakte er zijn foto bij. Dat was het huis aan de Nedereindse weg, waar ik met manlief en baby ooit op de zolder woonden. Hij glom van trots, om het toeval. De dubbeldekkers namen gretig aftrek, maar ze bleken voor menigeen te groot.

In de andere groep zaten kinderen die geen suiker of melk mochten. Ook iets om over na te denken. Een nieuw jongetje barste in snikken uit, toen de vreemde mevrouw naast hem kwam zitten. Was ie net gewend aan zijn eigen juf en dan gebeurde dit. Het was teveel, die overgang. Hij mocht bij de juf zitten.

Na een uurtje stonden we weer buiten en moest ik mijn kleine blauwe vanaf de passagierskant inkruipen op de krappe parkeerplaats. Logistiek was er alleen aan hoeveelheden gedacht en niet aan de mens zelf.

Thuis maakte zoonlief alles in orde voor zijn vakantie. Er moest een waterdichte regenjas komen, want het beloofde vooral nat en koud te zijn. Noorwegen zal desondanks indruk maken. Mijn eerste kampeertocht met mijn allereerste vriendje ging naar Denemarken en Zweden. Als onderkomen een legertentje met knopen zonder grondzeil en de trektocht gebeurde liftend. ze hebben nu de luxe van een gehuurde auto. Tijden veranderen en niets is minder waar.

Uncategorized

Met liefde

De dag begon vroeg na een latertje gisterenavond met de leesclub. Dat was wennen. Zes uur ging de wekker, ja…De wekker, die ik normaliter nooit hoef te zetten. Gisteren durfde ik niet voor mezelf in te staan om de beloofde bedtijd omdat het zo ging gisteren. Kwart over elf richting huis, half uur rondrijden voor een parkeerplek, aan de overkant gestald, stukje lopen en twaalf uur op de bank. Alle boeiende gesprekken moesten eerst nog bezinken en de tijd tikte onverdroten door. Na een uurtje sloot het doek. Vijf uurtjes slaap, normaal ging dat vanzelf, maar nu was het een gok en daar mochten de gastlessen de volgende dag niet van afhangen.

Krekeltjes tsjirpten de slaap uit het lijf. Goedemorgen. De ogen wilden pas drie sluimertjes later.

Gisteren heb ik een heldendaad verricht. Pluis was in vliegende vaart naar het raam gestoven en gleed naar beneden, kwam vanonder de bank weerom en had iets zwarts in de bek. Prooi gevonden. Happen, loslaten, opnieuw happen. Na inspectie bleek het een atalanta te zijn. Verdorie Pluis, had je geen mug kunnen nemen. Vlinder ontfutselt en snel op een paar achterafplanten neergezet. Uit het zicht van Pluis. Ze bevroor tot gehavend standbeeld. Toen ik Pluis had verboden in de buurt te komen, schoof ze kennelijk na een tijdje op en ving schoonheid met gespreide vleugels. Vijf minuten later was ze weg. Hoera voor de mooie dagpauwoog. Ik zond haar een dosis genezing na.

De leesclub gisterenavond, met die trouwe lieve vrienden, was een verademing, tussen alle drukte door. Even pas op de plaats, persoonlijke warme aandacht, thee met chocola voor de geest en om de behaaglijkheid te onderstrepen. Het boek, Zwarte schuur van Oek de Jong, verder weggezakt dan gedacht, begon opnieuw vorm te krijgen. Hele passages schoven het hoofd binnen, riepen het gevoel erbij op. De stroperigheid, als hij aan somberte onderhevig was, werd door een ander juist herkend als het trage proces waar tanende liefde en het verlangen naar balans zich erin storten om datzelfde evenwicht te verkrijgen. Zo is het in de werkelijkheid ook. Geef het die tijd, gun het. Nieuwe invalshoeken geven een mooie wending aan de ontvankelijkheid van het verhaal.

Het schuldige gevoel dat op het leven van de hoofdpersoon drukt, als een zwaard van Damocles, wordt niet door het vermeende feit veroorzaakt, maar door hoe de omgeving reageert. Geen omkijken naar oorzaak en gevolg, maar messcherp prikken naar een niet te bewijzen dader. Zelfs ouders die zich schamen voor het gedrag van de zoon, doen een grote duit in het zakje. Aan de schandpaal genageld, draag je het pek en de veren je hele leven mee.

Aannames spelen een grote rol, ook bij hem, als hij al een gevierd kunstenaar is. Ze wordt gevoed met zijn jongensangst, ooit erin geramd door twee broertjes op de dijk. Hoe rijk is het verhaal. Hoe zorgvuldig zijn de karakters, bijna allemaal uitgediept. Ieder van ons leest een ander, een eigen verhaal. Tot vergelijk komen en tussendoor uitweiden over nieuwtjes, over waar het hoofd van omloopt, toekomstplannen, nieuwe vooruitzichten, beloftes en ten slot het nieuw boek. met de lapjeskat als gemoedelijke luistervink, terwijl ze bedelt om aai en aandacht.

Opgetogen, maar te laat, naar huis na de borrel met verse ansjovis en olijven in Citroën en afgeblust met een heerlijke Verdecchio. Want hé, manna voor de geest en manna voor de maag vult het hart met liefde.

Uncategorized

Een perfecte middag

De hele dag was het een beetje drentelen geblazen. Met een telefoontje van de chirurg op komst in een vrijwel onbeperkt tijdsbestek werden alle noodzakelijkheden zonder pardon naar achteren geschoven. Ik had met zoonlief de nieuwe Benjamin kunnen bewonderen, maar wilde de opperste concentratie voor het gesprek. Dus werden herfstasters uit hun krappe behuizing bevrijd met het rode schepje van Rose, de dode rozentakken weggeknipt met de snoeischaar van Rose, de rieten lamellen opgerold om de somberte in huis te verdrijven en meer van dat soort prietpraat.

Om de zon binnen te laten schijnen werd een ouderwetse klassieke Franse uiensoep in elkaar gedraaid compleet met laurier, foelie, tijm en wijn en prachtige gekarameliseerde uien. Troostvoedsel bij uitstek, gedrenkt in nostalgie, bistrostoeltjes, toast en gesmolten gruyère. Uit de tijd dat diezelfde tijd nog rekbaar was. Gisteren ook, als stroop, door het lange wachten. Want ik had het kunnen weten, pas om kwart voor vijf kwam het verlossende telefoontje. De ernst van de zaak werd erin gebracht door mevrouw te gebruiken bij het voorstellen en de fysiotherapeut in de strijd te gooien met zijn advies een deskundige naar de pols te laten kijken. Het leverde het beoogde resultaat op. Een controlefoto en een consult.

Opgelucht kon ik eindelijk mijn boek uitlezen. Bizar van Sjoerd Kuyper behoort vanaf nu definitief tot mijn puberbijbels of voor als je er aan toe bent. Menig volwassene zelfs nog niet, waag ik te geloven. Met Hamlet in haar rugzak en een verbod om te lezen wordt een meisje van dertien de wereld in gestuurd met de boodschap zichtbaar te worden. Wie niet lezen kan, gaat schrijven. Wie schrijft mag elke waarheid zelf verzinnen. Dat is precies wat er gebeurt. Aan het einde zijn er tranen door de laatste zin. Niet in het boek maar achter mijn ogen en een diep respect voor deze schrijver, die alles, maar dan ook alles bespreekbaar durft te maken en waarheden ontrafelt en nieuwe waarheden leert. ‘Te zijn of niet te zijn’ van Shakespeare met Schopenhauer als tegenheld. Als ik iets voor mijn lijst zou moeten lezen zou ik dit willen lezen. Het boek dat je lezen en schrijven leert, eigenwaarde schept, ingewikkeld existentiële vragen ontleed en de wereld zichtbaar maakt.

Met smaak werd alle uiensoep verorberd, lezen maakt hongerig. Pluis lag lekker op het balkon te soezen. Een wat troosteloze dag maakte haar niet uit. Soezen kan altijd. Je knijpt je ogen tot spleetjes en er schijnt licht naar binnen. Vandaag schijnt de zon weer, maar is het herfstig fris.

Straks ga ik op jacht naar de nostalgische koekjes voor de gastles morgen, de dubbeldekkers en de likkoekjes. Het rieten poppenwagentje is bij dochterlief beland, dus die kan opgehaald, de rest van de attributen staan in de schuur. Het is ook de hoogste tijd om mijn recensies af te schrijven.

Als deze week met alle drukte voorbij is, is de natuur aan de beurt. Zee snuiven, langs de Lek dwalen, een boswandeling maken en de biografie van De Hemelse Mevrouw Frederike uitlezen. Misschien is een tochtje naar Villa Jagtlust van deze dichter, kunstenaar, illustrator en journaliste een goed idee. Misschien straalt het wel inspiratie in, uit een ver verleden. Het ligt midden tussen de bossen in Blaricum. Literatuur en natuur hand in hand en derhalve met alle ingrediënten uiterst geschikt voor een perfecte middag.

Uncategorized

Een kleine noot van wijsheid

Eindelijk kan ik melden, dat Benjamin deze status heeft doorgegeven aan zijn nieuwe jongste broer, nummertje acht van mijn lieve kleinkinderen. Nu het in alle media vermeld staat, is het op z’n plek, dat jullie er ook kennis van kunnen nemen. Het grote geluk.

Vanmorgen las ik bij een andere dagelijkse blogger, dat hij bij teleurstellingen of verdriet vroeger regelmatig de bijbel opensloeg en dan altijd een passende tekst tegenkwam. Dit keer, na een bezoek aan het ziekenhuis, sloeg hij een dichtbundel open en kreeg warempel weer troostende woorden voor ogen. Ik ben niet met bijbelpassages grootgebracht. Wel met Latijn en hele snelle paternosters en weesgegroetjes, waar een heel eigen betekenis aan werd gegeven. De verhalen van Bosco in stripvorm, het Katholieke prentenboek over de hemel, hel en het vagevuur behoorden ook tot de vaste prik. God op een troon van goud en nikkel om met Bertus Aafjes te spreken. Maar gedichten vond ik prachtig en een verrijking voor de taal en de ziel.

Een lumineus idee, dat waarlijk helpen kan in deze roerige tijden. Ik nam een van mijn lievelingsschrijvers op. Het boek van ‘De almacht van de Boktor’ van Toon van Tellegen met prachtige illustraties van Mance Post en sloeg het open. Een stukje overpeinzing:

De uil kwam ‘s avonds laat bij de boktor met een prangende vraag. Hij had daarstraks alle brieven versnipperd, die hij ooit geschreven had en niet verstuurd. Ernstige, vermanende, belangrijke, bezorgde brieven en brieven met diepzinnige vragen en duistere overpeinzingen. Wat hem bezielde wist hij niet. Het was in een opwelling gebeurd. De vraag aan de boktor was of hij de snippers weer kon plakken tot brieven. De boktor ging aan de slag en plakte de hele nacht, soms slapend, soms kon hij het niet goed zien in het donker. Tegen de ochtend waren ze klaar en uil vloog ermee naar huis. Daar begon hij te lezen:

Geachte vleermuis. /Ik vind hoorbaarheid verschrikkelijk./Verschrikkelijker dan nog zichtbaarheid. /U toch ook? /En dan heb ik het nog niet eens over vindbaarheid. /Om maar te zwijgen van dankbaarheid erbarmen /oogopslag smartelijk.

En:

Best winterkoninkje, /Als ik aan jou denk breng je mij altijd in verlegenheid. /Ik weet niet waarom. /Alsof er iets in mij zit te wachten op /duisternis schoonzucht/achterna

En:

Mug,/Ik sta voor het aangezicht van afwezigheid./ Ik ben koud en kwaadschiks./Als ik denk zwijg ik misbaar onvermogen, een en al oor./Maar jij, jij ontwaart ontgrondt ontluistert/ jij liefkoost tranen onverdroten o zo zz

De brieven leken niet af te zijn of juist wel daardoor. Misschien was af wel iets heel anders dan hij altijd had gedacht. Misschien moet ik mijzelf wel herzien, dacht uil. Hij legde ze op een stapel om te kijken wat hij er de volgende nacht van zou vinden. De zon kwam op. De uil ging slapen. Maar nog voor hij in slaap viel dacht hij aan wat hij nog meer aan snippers kon verscheuren en naar de boktor brengen. Zekerheden. Verlangen. Schemering…Toen sliep hij.

Jezelf herzien door al je vaste waarden te versnipperen en ze, te hooi en te gras, aan elkaar te plakken en een nieuwe jij te creëren. Of je denkbeelden over anderen versnipperen en daar weer nieuwe bevindingen van te plakken. Zijn we in wezenlijke zin wie we zijn. Is wat we waarnemen eerlijk of gekleurd door onze eigen persoonlijke brillen. Wel deel van mij zie jij en ik van jou. En anderen dan.

Het boek van de boktor, afgeschreven door de bieb en door mij daar, lang geleden, uit een bak gevist, verdient het niet om aan de kant gezet te worden als de inhoud zo waardevol is. Ik schrijf me een keer per etmaal een verhaal van de boktor voor, die geestelijk zo verheffend is en waar mijn gemoederen zich in kunnen wentelen. Een kleine noot van wijsheid.

Uncategorized

Feest met Dribbel

Gisterenavond was de uitzending van ‘Kopen zonder kijken’ met zoonlief en mijn schone dochter. Kan een mens nog trotser zijn. Gewoon, omdat ze zo lief waren en oprecht blij met wat ze kregen. Zelfs al was het verder weg dan aanvankelijk gehoopt. Veel mooie en lieve reacties gekregen. Er was ook een glimp van broerlief als oppasser voor de Benjamin. Heel bijzonder, zo’n ervaring. De opnames voor deze aflevering zijn vorig jaar allemaal tussendoor gemaakt en het huis werd eind mei opgeleverd. Dat kon ik allemaal niet schrijven, terwijl het gemoed bijna overliep van opwinding en blijdschap. Jaja, zware beproevingen voor een schrijver van een dagelijkse blog.

Gisteren de poli chirurgie gebeld, maar er was pas eind september plek. Nu is er voor morgen een telefonisch consult. Daarmee hoopte de assistente dat ik sneller gehoord en daarmee geholpen zal worden. Pols hoopt mee met mij. Ze is nog steeds te dik en pijnlijk. Een foto die duidelijkheid zou verstrekken lijkt me een optie.

De nachten zijn aan het lengen. Vanmorgen gloorde het pas tegen half zeven. Langzaam maar zeker worden we de herfst in getrokken en maakt natuur zich op voor een kleurrijke finale. Het verlangen om juist dan in de tuin te zijn, blijft. Nu kan ik er te weinig doen en het gevaar van overbelasting ligt op de loer. Maar het kriebelt de onrust wakker, dit passieve immobiele bestaan, de zoveelste van dit jaar.

Vanmorgen pakte ik de krijtborden uit, die dienen, voor op de afgebladderde plek van het atelier op de tuin. Ze waren eindelijk besteld. Een van de borden was ernstig beschadigd. Een mail was voldoende om bijna per ommegaande te horen dat het hen speet en dat er een nieuwe onderweg was. Dat noem ik nog eens service. Deze klant van IFM-Ecom, waard om genoemd te worden met naam en toenaam, heeft nu een denkbeeldige kroon op.

Morgen komt de leesclub weer bij elkaar en het boek waar het om gaat, is zover weggezakt dat een kleine review op z’n plek is. Zelfs de titel is weggezakt. Houdbaarheidsdatum overschreden, na een aantal maanden en een stapel nieuwe boeken verder. Heerlijk om de anderen terug te zien.

Opnieuw een aanvraag voor twee gastlessen over het leven van 50 jaar geleden in een doorsnee gezin. Nog steeds kan ik aan de hand van voorwerpen heel veel vertellen. Het ligt er een beetje aan, wat er morgen wordt bedacht door de arts. Vrijdag zou ik dan aan mogen treden. Heel verleidelijk om voor een groep kinderen te staan. Even een klein moment van terugkijken, verwondering zien en beleven. Pas als je uitlegt hoe het was in de opvoeding van de eigen kinderen, vallen alle veranderingen echt op. Van cassettebandje tot Spotify, van televisie-antenne tot streamen, van draadtelefoon tot iPhone en Android. Maar ook van schrijven met pen en inkt tot documenten maken op een iPad.

Het boek Bizar vertaalt en haalt mijn eigen puberbrein naar nu. Mijn dagboeken, die vol verliefdheden staan als een grote vraag naar zachtheid en lief gevonden willen worden, een grote hunkering naar aandacht, terwijl dat er op een bepaalde manier echt wel was, tussen alle werkzaamheden door en het spelen op straat. Die grote lange zoektocht door het leven op weg naar de volwassenheid, waarbij rede en emotie elkaar in hoog tempo afwisselen is een herkenbare werkelijkheid, afgewisseld door een hoge mate van fantasie en verbeelding en de nuchterheid van alle dag. Nog geen mogelijkheid gehad, om er helemaal in te verdwijnen.

Ook nu niet, want straks komt Dribbel afleiden en vermaken. De autootjes staan klaar. In de benen dan maar en krant en koffie ietsje later. Een nieuwe dag te kraken. Het had zomaar een titel voor een nieuw verhaal kunnen zijn. Feest met Dribbel.