Uncategorized

Gelouterd weerom komen

Hoe lang een mens teren kan op de positieve energie van een toneeldag. Nog na sudderend werd de lichamelijke vermoeidheid volledig gecompenseerd door de geslaagde afdronk. De dag trok in flarden aan de geest voorbij. Dan kon het gebeuren, dat je zomaar, temidden van niets, lag te schuddebuiken op de bank of vertederd omkeek naar de beelden in je hoofd, ontroerend soms, door het overtuigde geloof in die vreemde Engelse dames. De oogopslag van een verbaasd ongeloof. ‘Echt?’ Twee ronde stuiterende knikkertjes van pupillen. ‘Maar echt?’ De weifeling sloeg om in een rotsvast vertrouwen en een vasthoudendheid om zoveel mogelijk ‘poop’ te verzamelen, die zowel ongekend als aandoenlijk was.

Het zat inmiddels met name in de benen en vooral in de aangedane pols, die vermoeienissen. Ze hadden zich bij elkaar geveegd en verzameld in de pijnlijke linkerkant van de pols en in de onderdanen, die zich zuchtend in de zwarte kloffen van laarzen hadden gestoken. Het was koeler weer, maar daardoor aangenamer. Dochterlief en de kleine filosoof pasten op Dribbel en zijn twee broers en haar eega kwam met kleindochter na het middagslaapje.

De enige plek om te zijn met vijf keer spring-in-het-veld is in het grote park met de dierenweide. Drie ezels, twee koeien en een vaars, een paard en een pony, twee zwijnen, een legertje springbokken en lieve zachtogige geiten. Het was bijna voedertijd en de onrust nam met de minuut toe. De ezels balkten bijkans de rooibos uit mijn bekertje en het geloei van de koeien klonk al net zo ongedurig, maar qua decibellen wonnen de zwijnen. Met veel gesnuif en grommend geknor alarmeerden ze de helpers over hun staat van zijn.

Daardoorheen dolden de kinderen, apenliefde, die uitmondde in uitdagen, stoeien, vastlopen, verdriet als het er te uitbundig aan toe ging. Alleen kleindochter zat braaf en langdurig te genieten van kleine piezeltjes schepijs op haar lepeltje. Dribbel trok volledig zijn eigen plan, waar iedereen zich ongevraagd ook mee bemoeiden. Meerdere vaders op je bord is teveel van het goede. Met aangeboren eigenzinnigheid ging hij stoïcijns en vastbesloten zijn eigen weg.

De kleine beesten waren veel rustiger, maar toen alles een schep brokken had gekregen, keerde de rust weer in de hele dierenstal. We liepen langzaam op huis aan en daar liet ik ze gaan. Tas van de kleine filosoof, die nog achter in de auto lag, nam dochter weer mee.

Zaterdagavond zag ik ‘Matthijs Gaat Door’ en besefte ten volle dat de komkommertijd op tv eindelijk echt achter de rug was. Zinvolle gesprekken, inhoudelijk en boeiend, een waterval aan goede muziek, mooie ideeën, het kwam binnen als een warm bad. Het samenspel aan het eind van allerlei muzikanten, die daarna mee zouden lopen in de Unmute-demonstratie was hartverwarmend en leidde tot een aangedaan gemoed. Tranen van vreugde, omdat het er was, omdat het straks weer gewoon zou zijn als men eindelijk eens zou gaan luisteren naar de meute en kunst en cultuur gelijk zou worden gesteld aan de sport. Gelijke monniken, gelijke kappen, weet je als leider van je groep. Zo moeilijk kan een optelsom niet zijn. Bij elk herstel is voeding nodig en dat krijgen we binnen via de geestrijke impuls van de schone kunsten in de breedste zin van het woord.

Het boek van Sjoerd Kuyper is precies wat de titel weergeeft. Bizar. En daarmee is veel gezegd. De vorm, de denkwereld van een pubermeisje, is geniaal. Zoals de schrijver zich heeft kunnen verdiepen in die schijnbaar volstrekt onnavolgbare en toch zo volgbare gedachtengang van haar beeldend vermogen, terwijl er allerlei maatschappelijke en filosofische dilemma’s aan bod komen, wekt grote bewondering. Om in te verdwijnen, dit verhaal. Lezen dus en gelouterd weerom komen.

Uncategorized

Om nog lang op te teren

‘s Morgens in een sneltreinvaart alle spullen verzameld om de transformatie te maken van mij in Rose. Na het gebruikelijke ochtendritueel en nog wat vochtige onderbeen lieten de geruite kniekousen van de paardengruiter zich maar moeilijk ophijsen en ook de wandelschoenen bleken weerbarstig te zijn. Uit de wollen rok werd het elastiek geknipt, dat zat een stuk aangenamer.

De brede riem, waar de tuinattributen aan werden geknoopt, zoals snoeischaar, schepje, tasje voor het mobiel, pincet en loep, bleek een fantastisch accent. Hoed op, gouden bril op de neus en vlindernet in de aanslag. Als Rose op pad met grinnikende buren in mijn kielzog, omdat ze de hond gingen uitlaten.

Foto Mieke Duhen

De entourage paste als een handschoen bij drie Engelse Garden Lady’s. Vorstelijk ook, de tuin in bloei, tere anemonen, Engelse theerozen in zacht oranje, de armeluis-orchidee volop in de bloemen, hemelsleutel, vlinderstruik, hosta en hortensia. Volop vogels en ander vliegend klein grut. Het moest toch gek lopen als daar de viervleugelige snuifmotkever zich niet tussen bevond. Onze gastvrouw was allerhartelijkst en liep samen met de man des huizes ons de hele dag na met kleine heerlijkheden uit de tuin, druif en framboos en ‘s middags een smakelijke quiche met een verse prei uit de moestuin. Paradijselijk verwend.

Lilly spelde onze badges op. We maakten een tafel met loeps, pincetten en petrischaaltjes en verhuisden onze theetafel naar de entree, zodat we goed zicht hadden op ons bezoek. Klokslag twaalf begon het te lopen. De eerste gasten, lieve vriendin van het eerste uur, werden nog wat onwennig ontvangen. Onze accenten moesten nog geslepen worden en voordat de Rose, Lilly of Margret bezit van ons hadden genomen, duurde het even, maar alras groeide en groeide de rol en schalde het ‘Hello dearrrrr, come binnen, wat niiiiiiiiice dat joelie er zijn, can you help us’. Steenkolen-Engels op topniveau, als Barry Stevens of Donald Jones themselves.

Muziekje van Rose.

Kinderen waren helemaal dankbare helpers. Na de hulpvraag gingen ze verwoed aan de slag met pincet, loep en petrischaal naar de ‘poop’ van het beestje om in de petrischaaltjes te verzamelen en kregen onze geheime wapens een voor een in handen, waar de andere dames niets van mochten weten. Volgens Rose waren ze gek op muziek, van haar kregen ze een kleine muziekdoos mee, volgens Lilly zaten ze onder de blaadjes en die wisselde het muziekje om voor een zakspiegeltje en volgens Margret hielden ze ontzettend van stinkende kunstmest, die ze overhandigde na het weggrissen va het spiegeltje. Als Lilly op een ouderwetse fluit blies, was het tea-time en mochten de dames even uitrusten met crackers en lauwe thee.

Zo ontwikkelde zich het verhaal steeds verder bij het verstrijken van de uren, werden er heel wat ‘poopjes’ verzameld, kwamen onze grote fans van ons laatste schooljaar langs. Lilly werd vertolkt door mijn lieve duo, en genoten we van iedereen, die voor ons kwam of voor de tuin en de zijdehoenen.

De viervleugelige snuifmotkever werd niet gevonden. Zelfs door zuslief niet, die toen maar een filmpje schoot voor het thuisfront. De enige spelbreker was de pols, die ik hoog hield door hem in het mouwgat van de spencer te schuiven. Aan het eind, moe maar voldaan, Rose, Margret en Lilly af en in het eigen kloffie, was er nog wat wijn met haring en toost met brie bij onze gastvrouw en gastheer. Met een ‘Volgend jaar weer’, namen we afscheid toen de vermoeidheid binnensloop en er niets prettiger leek dan languit op de bank. Met een feestelijk gevoel ging het huiswaarts. Iets om nog lang op te teren.

Uncategorized

Missie geslaagd

De andere Royal-dames hadden flaphoeden. Als ik een goeie tegen zou komen, dan nam ik haar alsnog mee. Dus bestond mijn te-doen-lijst uit: Hoed-tuingereedschap-touw-pincetten(nog steeds)-rozensjaal of zoiets dergelijks. Dat was het wel zo’n beetje. De meeste tuinattributen haalde ik bij de groene winkel. Een schep, een vlindernet, want hoe vang je anders een viervleugelige snuifmotkever, een mini-snoeischaar en touw. Alles om aan de riem te laten bungelen samen met mijn loep.

Bij de eerste kringloop stond een dame als een ottertje te zweten in een wollen jurk. Ze had een foto doorgestuurd naar haar dochter, die als Salomonsoordeel ‘Zo zo’ terug had geappt. De twijfel sloeg nog heviger toe. ‘Probeer er een mooie gekleurde sjaal bij’, opperde ik, toen ik haar twijfel bespeurde. Daar hield ze niet van. Ze was niet van de sjaals. ‘Dan zou ik een riem proberen’. En werkelijk, toen ze die strak trok, kwam er een prachtig figuur uit. We keken elkaar aan en grijnsden. Verbondenheid in een notendop. En door.

Bij de tweede kringloop vond ik een soort Range-hoed. Als de drukkers los waren gemaakt, flapte hij. Meenemen voor één euro in geval van nood. Bij de derde kringloop vond ik een roos voor tien cent en bij mijn eigen kringloop zat het vertrouwde gezicht van mijn ex-collega op haar kantoortje temidden van de winkel. Haar gezicht lichtte op. Ik was haar al veel eerder ooit op de afdeling oncologie tegengekomen, in mijn rol als gastvrouw. Dat schiep een band. Daar kon ze haar verhaal aan me kwijt, maar ook de grapjes en grollen, waar in het bezwaarde gemoed altijd ruimte voor was en juist ook behoefte. Nu zat ze, volledig genezen verklaard, weer op haar post en dat schiep een grote voldoening. De keerzijde voor al die keren, dat het niet goed was afgelopen met de anderen daar op de afdeling.

Ze wist al van mijn zoektocht naar Rose-attributen en toen ik een prachtige nieuwe hoed had gevonden, die helemaal paste binnen het plaatje met een rozensjaal erbij was haar euforie zo oprecht als de mijne. Een vrouw kwam op ons af en keek me onderzoekend aan. Bij ons allen begon het verleden te gloren. Opgetogen riep ze tegen ons; ‘Ik wist het, ik twijfelde toen je langs me liep, maar ik wist het, je bent het’ het was nog een oud-collega van ons, die vroeg hoe het mijn jongste ging. Mijn ex-collega memoreerde hem als de kleine jongen die tussen de bergen kleding lag te slapen, terwijl ik aan het werk was. ‘Zo’n schattig ventje’, beaamde de ander, ‘Ik zou hem nu niet meer herkennen als ik in hem tegen zou komen’. Of ik geen foto had. Ergens op de familiesite kon ik er een van het complete gezin opduikelen. Ze bekeek hem nauwkeurig. Toen ze haar litanie wilde beginnen van ‘vroeger was alles beter’, boog het gesprek zich als vanzelf om door de Burberry regenhoed, die ik in een oogopslag zag hangen boven het hoofd van de collega. Ze was nog niet geprijsd en gelukkig te klein. Zo ontstond er geen dilemma. De baas van de winkel kwam erbij. Hij rekende mijn hoed en twee sjaals af en vroeg of er geen interesse was in een baan. ‘Ik heb hier 22 jaar gewerkt’, lachte ik. Dat had hij juist gehoord, waarbij ik de hemel was ingeprezen. Daardoor kon ik eindelijk mijn verhaal van mijn aangedane longen kwijt, maar vooral hoe belangrijk ventilatie was voor zijn personeel. De boodschap kwam door. Op naar het volgend adres.

Dat was de winkel van de medische producten tegenover het ziekenhuis, die hadden geen pincetten, maar gaf de tip het bij de apotheek in het ziekenhuis te proberen. Ze stopte me een mondkapje toe. Het was druk in de wachtkamer. Mensen mopperden of liepen weg. Tussen de bedrijven door vroeg ik of ze ook disposable pincetten hadden, wat werd beaamd. Opnieuw in de wachtmodus, die uiteindelijk werd beloond met 15 stuks. De koningin te rijk, stapte ik weer naar buiten. Wat een dag. Missie geslaagd.

Uncategorized

Dag ezels, dag ringslangen

‘Je wordt een boeddhist als je met kinderen omgaat. Je moet zoveel geduld hebben, dat de tijd lijkt te verdwijnen, die geeft de moed op’. dit zijn de woorden, die de schrijver in de gedachten van de hoofdpersoon schrijft, in mijn laatste recensie-exemplaar. Wie, hoe en wat zal ik op een later tijdstip onthullen, maar allemachtig. Wat een boek. Het rijgt vervreemding, bewondering, ongebreidelde fantasie en filosofie in een adem aaneen. Een lang snoer van genieten. Tijd die de moed op geeft. Het is me op het hart geschreven.

Op weg naar de school van de kleine filosoof ging ik nog even naar de Emmaus om te zien of daar een Rose-hoedje te vinden was. Op de gevel las ik de prachtige uitspraak van Mandela. Opnieuw groeide diep ontzag voor de bedenker van deze waarheid. Overcoming poverty is not a gesture of charity. It is nog an act of Justice. It is the protection of a fundamental human right. The right to dignity and a decent life”. De spijker op zijn kop. Waardigheid en een fatsoenlijk leven. Erachter komt officieel nog ‘While poverty persists, there is no true freedom’ maar dat vond ik niet terug op de muur. Het is precies de essentie.

Ik schoof vanuit de schaduwzijde van de straat langzaam maar zeker op naar de ingang van het grote hek, waarachter vaders en moeders, oma’s en misschien wel een enkele oppas tussen stond. Veel fiets en bakfiets, kinderwagens, mijn kleine blauwe ver weg en een glanzende grote Mercedes ,die als een schip geruisloos achteruit stak een parkeerhaven in, in de verboden-in-te-rijden-straat , op twee passen van de ingang af. Na de eerste groep zag ik mijn kleine grote man in het groen, die stralend en met open armen op me af stormde om te knuffelen. Dan kan de dag al niet meer stuk met zo’n geluksmomenten.

Een beloofd ijsje moesten we gaan innen. Schepijs van Zomer had hij in zijn hoofd, maar oma’s zijn altijd een tikje eigenzinnig en na een stief half uur en een ‘oma zijn we nu bijna bij het ijsje’, stopte de blauwe op de laatste parkeerplek die nog vrij was. Rhijnauwen op een zonnige dag met een vrolijk en verwachtingsvol jongetje naast me speurend naar de ringslangen die oma wist in de kromme Rijn. Op de brug samen turend in het water gleed het beloofde ijsje, met de stroming mee, even uit zijn gedachten.

Verder wandelend bekeken we het ijsjesbord bij de winkel van de jeugdherberg. Geen schepijs maar wel Cornetto en zelfs Magnums van boerenijs. Eerst even bij het pannenkoekenhuis de kaart naspeuren op schepijs en anders terug, over ons geheime paadje langs de twee ezels om dan een-ik zou ook wel de magnum willen hoor-te gaan halen. Magnum mocht hij nooit, maar van oma mag alles, dat kan met één kind en een middag samen vertoeven.

Daarna zaten we op een aanlegsteiger en observeerden tegelijkertijd een stelletje dat zich in het koude water had laten glijden. Bibbertjes koud klonken de gilletjes van het meisje. Er was nog een verrassing want even later zagen we de auto van zijn moeder in de opstopping bij de brug. Vlug over het geheime pad terug, naar de speeltuin achter het pannenkoekenhuis, dag ezel, dag ringslangen, snelle voeten en veel zin.

De hoge glijbaan was voor hem een peuleschil maar wat schetst mijn verbazing toen die kleine pork van een zus met haar dribbelbeentjes de trappen opklom en met een vaartje naar beneden roetsjte. Onverschrokken en niet bang, nog geen sikkepit.

De speeltuin een succes, de pannenkoeken een succes, de koele bries, het zonnetje, de stromende Kromme Rijn en het schouwspel van moeder waterhoen met haar jongen vervolmaakten het vredige tafereel. Twee puzzeltjes bij de grote pannenkoek en pas toen de vermoeidheid toesloeg, was het alleen moeten spelen in de speeltuin een te groot obstakel, want toch altijd spannend. Een gesprek van moeder tot zoon boodt een uitweg. Hoe vaak paste ik dezelfde wijze toe na een impasse met onwil en boos. Dan moesten we even samen babbelen ‘waarschuwende blik met frons’.

Oma’s ‘pannenkoek’ haha

Koffie en thee toe en een groeiende rij gegadigden in de wachtrij. Het was welletjes geweest. Omhelzen van dochterlief, kinderen al vooruit, en terug over het geheime pad naar mijn kleine blauwe. ‘Dag ezels, dag ringslangen’.

Uncategorized

Gratis en voor niks

De kousen van Rose zijn binnen, een mooie degelijke ruit, past perfect bij het grasgroen van de rest van de outfit. De dag nadert met rasse schreden. We hebben er zin in. Nu alleen de weergoden nog gunstig zien te stemmen met schietgebedjes en complimenten. Het enige wat niet soepel loopt in de voorbereiding is de pols. Halsstarrig blijft ze onwrikbaar vastzitten. morgen toch maar eens het feit onder de ogen van de huisarts brengen.

De fysio heeft er uitvoerig naar gekeken en beaamd wat ik ieder steeds vertel. Het is niet een normaal proces, wat hier doorlopen wordt. De medische wereld verschuilt zich achter de ongelovige Thomas en tijd. Je moet het de tijd gunnen. Zo’n helingsproces heeft tijd nodig, Geduld is een schone zaak, geef het de tijd. Maar ik ben het zat, de belemmering en nog steeds het getyp en gemiep met één hand. Alhoewel, gisteren tijdens de oefeningen, liep er een man met een onwillig lam been te zwoegen op een brug met gelijke leggers en twee fysio er omheen. ‘Ja, natuurlijk’, beaamde de mijne. ‘Je hebt altijd erger, maar daar gaat het niet om’. Simpel maar waar.

Gisteren weer een groot cadeau gekregen. Ik weet echter niet of ik het hier al delen kan. Wel dat de halve dag er mee gemoeid was. Later meer. O ja, bij de boekwinkel dacht ik dat ik mijn portemonnee op de tafel had laten liggen. Ineens bedacht ik me dat ik natuurlijk contactloos kon betalen. Nog nooit gedaan, wel lang geleden geïnstrueerd door zoonlief. De verkoper was volslagen digibeet, nou bijna dan, bekende hij. Die kon niet helpen. Met moed, beleid en trouw wist ik het tenslotte uit te vogelen. Weer de weg naar de toekomst verbreed. Zo werkt dat. Eenmaal moet de eerste keer zijn.

Tussen de onderwerpen door ontwaar ik in de boom voor het raam een vogelpaar. Niet hoe ze er uitzien, maar vooral hoe ze bewegen. Zijlings over de tak, zie ik duidelijk bij de rechter, terwijl ik verder alleen contouren zie, omdat ik tegen het licht in tuur. Ze blijven zich angstvallig schuilhouden

Er zijn dagen dat ik terugverlang naar de oneindige stilte van de eerste lockdown. De dagen trokken autoloos voorbij. In de vroege ochtend werd de dag in stilte omarmd. Dag en nacht geen verschil. Geluiden kwamen van de natuur, fladderende vleermuis, ruisende bomen, het gekras van de kauwtjes, een koeren van de duif met een echo er achteraan. Verder volmaakte rust. Als ik in deze tijd ‘s morgens nog lig te soezen, komt het verkeer om vijf uur op gang, zwelt aan en roept de wereld wakker met haar eeuwige achtergrondtonen. Altijd aanwezig.

Vanmorgen bij het gieteren van het balkon zag ik tot. Mijn grote verbazing, een bijna rijpe tomaat. Wat een verrassing, zo laat nog. Ik had haar niet meer verwacht. Geduld wordt, weliswaar niet rijkelijk, maar toch beloond.

Vandaag ga ik op jacht naar de pincetten en de hoed voor Rose, er moet ook bloed worden geprikt en de kleine filosoof kijkt halsreikend uit naar mijn komst. Uit school gaan we vast ergens een ijsje eten. Omdat het kan en het nog steeds aan het zomeren is. Een cadeau om te omarmen en in te lijsten. Gratis en voor niks.

Uncategorized

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Vanmorgen las ik eerst een paar hoofdstukken uit ‘ Verdriet is het ding met veren’ van Max Porter en het ontroerde nog steeds, die voorstelling van Kraai als toonbeeld van rouw, verdriet en verwerken, als spiegel voor de ziel.

‘Moederloze kindertjes zijn helemaal kraai’, vond kraai. Vader, met rouw in hart en hoofd: ‘We zullen dit huis vullen met speelgoed en boeken en brullen als kinderen die niet zijn opgehaald uit de speelzaal’ en de jongens: ‘Ik lieg over hoe je bent gestorven’ fluisterde ik tegen mama. ‘Dat zou ik ook doen’ fluisterde ze terug. In dergelijke zinnen wordt het verdriet zo tastbaar, zo echt, dat je er bijna van zou gaan somberen. Daarna las ik het verhaal van De genezing van de krekel, over zijn somberheid en dat de veenmol hem een brief schrijft, waarin hij vraagt ‘of krekel zijn verjaardag komt opsomberen’ Van zo’n vondst van Toon van Tellegen, zo’n prachtig beeld, wordt mijn somberte in de kiem gesmoord. Bij krekel niet. Op een ochtend, toen de zon naar binnen scheen en de stofdeeltjes dansten door de ruimte, werd krekel wakker met een vreemd gevoel. Anders. Hij ontdekte dat de somberte uit zijn hoofd verdwenen was. Zomaar. Krekel was ‘zomaar’ beter geworden. Soms is ‘een gemoedstoestand de tijd gunnen’ een prachtig doekje voor het bloeden.

Twee dunne boekjes en twee keer zoveel stof tot denken, omdat er tussen de regels door andere boeken geschreven staan.

Dat ik de boeken las, kwam omdat ik de boekenkast indook op zoek naar een geschikt boek voor dochterlief. Een waar ze in kon verdwijnen. Ik vond ‘ Het Zoutpad’ voor haar van Raynor Winn en ‘ Gemma’ van Mohammed Benzakour. Een mens zou vaker de boekenkast moeten doorspitten. Dan staan er weer hele nieuwe gedachten op, die al een tijdje lagen te sluimeren. Van dochterlief had ik het boek van Bart Chabot ‘Mijn Vaders Hand’ weer terug. Mijn grote gevulde kasten als bibliotheek voor de kinderen, dat idee bevalt. Iets met doorgeven en de diepte in, gespreksstof en nieuwe ideeën.

Gisteren bij het oppassen was kleindochter even wakker geworden. Zachtjes de trap op en sussend bij het ledikant staan, het dekentje over haar heen getrokken, in visioenen van ooit, lang geleden, met ingehouden adem in het donker turen, de oren gespitst en wachten op de regelmaat. Adem in, adem uit. Ze mocht weer wakker worden toen grote broer thuis kwam.

Dochterlief had een krijtbord op de kop getikt, maar nog geen krijtjes. Dat was toevallig. Ik had die ochtend eindelijk de buitenkrijt borden besteld, maar daar kon alleen met een marker opgeschreven worden. De doos krijtjes die ik een tijd geleden voor een euro had gevonden lagen dus nu werkeloos in de achterbak van de auto. Nee, toeval bestaat niet, maar dat wisten we allang.

De kleine filosoof krijtte een knappe schrijf-k- op het bord. Kleintjes worden groot. Toen ik weg ging zaten ze beiden zoetjes naast elkaar te krijtten.

Bij de kringloop zocht ik naar een English Garden Hatter, maar zag niets van mijn gading. Wel viel me op hoe druk het er was. Snel verder, het winkelcentrum in en bij de winkel van de lage prijzen tien loeps gevonden, later goed voor de kleinkinderen. Het vinden van de pincetten bleek een grotere klus. Vandaag een nieuwe dag. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Uncategorized

De tijd vliegt

Dit is de week die in het teken staat van de viervleugelige snuifmotkever, waar Rosé, Lily and Margret naar op zoek moeten aan het eind van de week in de verborgen tuinen. Dat betekende voor mij, dat ik als eerste de metamorfose moest kunnen maken van mijn bescheiden persoon naar de wat eigenzinnige, betweterige, zogenaamd wetenschappelijk onderlegde, Rose. Het werd tijd om haar outfit bij elkaar te scharrelen. Er was maar één super gesorteerde kringloop in kleding op zegge en schrijven 3 km afstand. Die hadden zoveel, zo goed uitgezocht op kleur en zelfs een hoek nostalgie. Het moest gek lopen zou Rose daar niet uit de verf komen.

Het was warm in het altijd te krappe pashokje. Langzaam maar zeker parelde het zweet in druppeltjes op het verhitte voorhoofd. rok aan, ruitjesjas zoeken, ruitjesjas houden, andere rok zoeken, transformatie meer hippie dan old english lady, andere bloes erbij en zo husselde ik heel wat setjes bij elkaar totdat ik achter me een welbekende stem hoorde. Het was mijn lieve medekompaan, Margret, eveneens lid van ‘The Royal Garden’. Ze was ook naarstig op zoek naar een stevig Engels setje.

Tipje van de sluier

Als een mens kan sparren klopt dat lucht in een ideeën-brein. Al gauw zat Margret in hetzelfde concept als ik en kwam er een leger aan typetjes voorbij. De vrouw van de kledingafdeling keurde dapper mee en Rose mocht van haar zelfs de paspop leeg kapen. Tegen sluitingstijd waren we rond. De accessoires waren voor later in de week.

Met een snelle groet en ‘tot zo’ namen we afscheid. Die avond hadden We samen met vriendinlief een etentje gepland staan, onder andere om mijn verjaardag te vieren en om de tuinenmiddag te bespreken en de puntjes op de -i- te zetten. Wat een zalig avondje werd het. Niet in de laatste plaats om het heerlijke eten, Surinaamse en Indiase gerechten om het bord bij op te eten, zo lekker, maar ook het afwisselen van schoolontwikkelingen met hilarische lady’s-eigenaardigheden en een zo goed als uitgewerkt plot, waar omheen naar hartelust geïmproviseerd kon worden. Zo werkt dat.

Tussendoor waren er alarmerende appjes geweest van oudste kleinzoon in het ziekenhuis, scheurtje in de elleboog en wat net zo erg was, hij was in aanraking gekomen met een hard remmende auto, die hij niet had gezien. Soms zijn leerpunten wel hele harde leermeesters.

Gelukkig zaten ze inmiddels weer thuis op de bank naar een wel heel bijzondere uitzending te kijken van ‘Kopen zonder kijken’ op Videoland. Voor ons heel bijzonder dan. Eindelijk kan ik het kwijt bij jullie. In mei mocht ik er nog niets over vertellen. Volgende week maandag zijn zoonlief en zijn leuke gezin aan de beurt. Dan mogen ze hun ‘blind’ gekochte huis ontdekken. Wie niet zo lang kan wachten, kan al deze week terecht op Videoland. Superspannend voor jullie en een verlossing voor ons, want dan kan ik eindelijk los en mogen er foto’s gedeeld worden.

Vannacht het vierde boek uitgelezen en zo genoten van dat spannende avontuur. Over helden gesproken. Hup en verder in boek vijf. De inleiding is al geschreven, van de week volgt de rest. Een paar dagen denkbeeldig potloodje knauwen. Zo slaan we de dagen wel stuk, met al die uit te broeden eieren.

Om de pijn in de pols ben ik gaan bellen; huisarts, gipskamer, poli chirurgie. Kennelijk is geduld in deze de schone zaak en dient in acht genomen te worden. Er moesten maar wat pijnstillers tegenaan. Ook goed. Niet kwezelen, daar weten we alles van. Vroeger was het niet anders. Even doorbijten maar. Ach, zolang je geen kans krijgt erbij stil te staan is het probleem er alleen in ruste. De tijd vliegt.

Uncategorized

Een dag uit duizenden

De eerste twee cakes aangesneden, ingepakt en in een feestelijk tenuetje op weg met de kleine blauwe. De bordjes voor de eventuele bezoekers stonden er nog niet. Het wees zich vanzelf. Langs de sloot, het hochie over en dan op de open plek middenin. Daar stond de tent. Er waren al musici aan het inspelen en er was volop bedrijvigheid van uitpakken van instrumenten, het opschudden van de outfit en hier en daar een musiciale toonladder van een saxofoon er tussendoor. Ik herkende ook het begin van de aanzet van een Italiaans stuk. Licht klassiek leek me het repertoire.

Ondertussen werd de tafel voor de koffie en cake neergezet en bogen de zij- en de achterbuuf zich over een tweede stevige partytent, die weldadige schaduw bracht in de uitbundige zonnewarmte. Glorieus weer voor een uitzonderlijke dag. Er ging een prachtig indiakleed over de tafel. Binnen een stief half uur stond er een zomerse perfecte entourage als omlijsting voor het optreden klaar.

De eerste bezoekers kwamen het complex binnen druppelen en zochten een plekje achter een kleine wilgenpartij, dat wat schaduw bracht over de te vergeven stoelen. Er konden ongeveer dertig mensen luisteren en er zouden drie concerten zijn. Een ooievaar kwam nieuwsgierig op de klanken af en cirkelde een tijdje boven deze ongewone bijeenkomst, verrast misschien. De dames schaap hadden zich teruggetrokken in de schaduw. Met een klein verkoelend briesje wiegden de wilgentakken met ons, organisatoren, mee op de klanken van de melodieuze uitvoering van dit blaasensemble.

De eerste twee cakes gingen na het concert schoon op. Ik haalde wat geld op met een speciaal busje en er waren folders met een Q-code voor de mensen die geen baar geld bij zich hadden. Het was een vredig tafereel daar middenin het veld. Normaliter organiseerden we de feesten vooraan, maar daar werd je al snel overstemd door het langs zoevende verkeer op de ring. Deze plek was vele malen beter voor een feestje.

Er volgde nog even een gesprek met achterbuuf en daarna ging ik, maar half mobiel door de pols, weer op huis aan. De appjes achteraf bleven jubelend, de hele dag lang.

Op naar de kinderen, die allen in het water van de plas verkoeling probeerden te vinden. Het was een mijl op zeven om een parkeerplek te vinden, want er waren meer stadsgenoten op het idee gekomen. Iets verder weg, goed voor de broodnodige beweging, was er nog een gaatje. Ze zaten midden op het strandje in de brandende zon met een hoed, twee kinderprapluutjes, ingesmeerd en wel te genieten. De kleine filosoof en de ondernemer bouwden een zandkasteel, die de weerspannige dribbel dan weer kapot probeerde te maken. Dat leverde hem van alle kanten reprimandes op. Maar hij zat niet goed in zijn velletje. Papa ging met hem aan de slag.

Kleindochter en de filosoof wilden wel zwemmen. Met vleugeltjes en bandje in de aanslag voor de kleine, poedelden ze er lustig op los. Het waterballet bleek voor de anderen aanlokkelijk genoeg. Zien zwemmen, doet zwemmen. Dribbel stak slechts twee tenen in het water en hield het voor gezien. Dochterlief ging voor de helft mee het koude water in en oudste en ik bleven aan de kant genieten van het grut, die zich als echte waterratjes kostelijk vermaakten.

Mijn feestelijke outfit paste niet helemaal in het sfeerbeeld, bovendien zorgde het op de grond zitten voor de nodige hilariteit met aangedane pols en knie en moest dochter takelen om me weer staande te krijgen. Ik liet de jeugd de jeugd en stapte door het zand, en tussen de zonaanbidders door, naar de blauwe. In de heerlijke koelte van de airco reed ik op huis aan. Een dag uit duizenden.

Uncategorized

Ruim voldoende voor het verhogen van de feestvreugde

Hoe was het ook alweer. ‘Een ezel stoot zich nooit twee keer aan dezelfde steen’. Ik kan het met het grootste gemak en wel meerdere keren zelfs. Een druk op de knop en roetsj, daar verdwenen alle volzinnen van het scherm. Nergens meer terug te vinden, want niet opgeslagen. In dit relaas nu om de alinea bijwerken. Het zal me toch niet weer overkomen.

Cake-dag vandaag. Gisteren gingen de laatste twee de oven in en toen was de lust tot bakken tot in mijn tenen vergaan. Twee kruidcake en drie appelcake waren voldoende. Voor de biologische medemens kwamen er nog een rol gemberkoeken en havermoutkoekjes bij, die de supermarkt in het schap had liggen. Het diende als compensatie voor al het zoet. Voor ieder wat wenselijks. Ik beloofde mijn commissiegroep het te komen brengen en een sessie bij te wonen, maar niet er de hele middag te blijven. Spelbreker was de pijn in de pols. ‘Het gaf niets’ verzekerde mijn medeorganisator mij, het was al heerlijk om me te kunnen zien. Tuinieren schept een stevige band. Altijd fijn om te horen.

De bel, voetstappen-en-stapjes op de galerij en een grote bos bloemen met daarachter dochterlief met man en kinderschaar. Eerst de boel redderen. Scherp bloemenmes voor dochter om de stelen mee te snijden, appelsap voor de jongens, autootjes onder de bank uit, de left-overs van de Schnitt en de proefcakes aan de man brengen, cappuccino voor schoonzoon, thee voor ons.

Zo zoetjes als Dribbel hier alleen kan spelen, zo onrustig werd het door de apenliefde van de broers voor elkaar en de stoeiende kluwen op de grond, verongelijkte gezichten, breed gegrijns, piepstemmetjes. Het behoorde allemaal bij het spel. Dus werd er op een goed moment gelucht en gingen de twee oudsten met de bal naar buiten. Daar kon de dubbele energie vrij om de bal heen stormen. Uitgeraasd werd het een stuk overzichtelijker. Dribbel had samen met oomlief boven Greetje ontdekt en wilde eerst zijn wild gevecht met die kleine menspop voortzetten, maar bij een waarschuwing dat dat niet leuk was voor Greetje, lukte het mij om met de hand in het poppenhoofd te gaan en haar om crackertjes te laten bedelen.

Die wist Dribbel te vinden en er ontspon zich een kostelijk schouwspel van spannend afwachten, weghappen, afwachten etcetera. Het leverde een geschater op met zijn hele ziel en zaligheid en het werkte zo aanstekelijk, dat we binnen de kortste keren allemaal zaten te schuddebuiken.

Greetje was in haar element. Eindelijk weer met kinderen aan de slag en in gedachten kwamen de kringen weer bovendrijven met Greet of Mo of Fien, die de kinderen uit de groep betoverden met hun levendige aanwezigheid. Bijna ieder was gebiologeerd en keek alleen maar naar de pratende en gesticulerende pop. Nu kon ik geen gebaren erbij maken, maar het weghappen en kauwen van de cracker, waarbij de kruimels in het rond vlogen, compenseerde dat ruim voldoende.

Toen ze weer vertrokken waren, ‘Dag dag, kleefkussen en knellende armen’, snoof de stofzuiger binnen een seconde de kruimravage weg. Ziezo. Na de boodschappen lag er in de brievenbus een lieve verjaardagskaart en een pakje dat ik de dag ervoor besteld had en dat eigenlijk pas dinsdag binnen zou zijn. Het was een kaartenhoekje voor de kleine filosoof om zijn nieuwe reeks Pokemonnen uit te kunnen stallen. Vandaag zal ik ze langs brengen als verrassing. Succes verzekerd.

Het is tijd om de cakes te gaan snijden. Om twaalf uur starten de voorbereidingen op het midden van het terrein. De tent staat al en op de toegestuurde foto hingen er gratis en voor niks al vrolijke ballonnen omheen. Nu het orkest nog en dan kan de boel los. Om het heel feestelijk te maken, had het weer een zomerzon in gedachten, ruim voldoende voor het verhogen van de feestvreugde.

Uncategorized

Tel je zegeningen

De dag begon al vroeg. De cakes vroegen dringend om een inhaalslag. Deeg kloppen was een fluitje van een cent nu de routine er weer was ingeslopen. Finishing touch waren de schijfjes appel diep in het deeg geduwd. De kleinere vorm viel beter te vullen. Voordat vriendinlief op bezoek zou komen om half elf stond de bakvorm in de voorverwarmde oven. Het kruidencake beslag stond ook al klaar. Nu was het slechts nog een kwestie van afbakken.

Achter een grote pot purper zonnehoed kwam vriendin lachend vandaan. Omhelzing. De laatste keer dat we elkaar zagen was op onze trip naar de tentoonstelling van Jospin in ‘s Hertogenbosch. Ze had een tas vol pokemonkaarten bij zich. Ik zag in gedachte drie hele blije jongensgezichten doorschemeren. De kaarten waren van haar lieve zoon geweest, die ooit als kleine pork bij mij de groep binnen wandelde en nu jaren boven de Pokemons uitgegroeid was. Huis bewonderd. Lekkere cakegeur opgesnoven en met een bakje thee en mijn ochtendkoffie de nieuwe balkonnetje uitgeprobeerd.

Daar werd het alras te warm en we zochten de koelte op van het grote stille huis. De diepte in. Onze gesprekken hadden altijd een licht filosofische ondertoon. Over de belangrijkheid der dingen, de toekomst van de kinderen, de meerwaarde van het je vrij en ongebonden voelen met mijn pensioen en haar prepensioen. Het feit dat je je niet meer mee liet trekken door de gekte van alledag, omdat de geest in een ander tempo bivakkeerde en we allang ontdekt hadden, hoe een en ander beter werkte als het op de eigen manier kon worden opgepakt. De veelheid ervan kon je ook veranderen door iets op te schuiven of te laten en van tijd tot tijd door een retraite in te lassen. Voor we het wisten waren we een kruidencake, een thee, en heel wat onderwerpen verder. Het schilderen en tekenen kwam aan bod, waarbij ze naadloos wist in te vullen dat het niet om de gelijkenis ging, maar om de emotie van het moment. Zo was het in de ogen van de kunstenaar. Zo verheffend om elkaar aan te kunnen raken in iets wat je het liefste doet buiten schrijven.

De cake was helaas geblakerd om dat het te losse knopje van de temperatuur was verschoven naar de tweehonderd graden. Het heeft wat voeten in de aarde eer een nieuwe oven zich voegt naar jouw wensen. Ik zal haar de volgende keer liefdevol toespreken. Ze was wel mooi gerezen en had een prachtige vorm. Afkrabben maar.

Oppassen bij spring-in-‘t-veld, nu ze lag te genieten van haar middagslaap en mama de kleine filosoof uit school moest halen. De helft van de pokemonkaarten lag al klaar. Thee om mee te beginnen en rust, tot de fiets met lading weer voor het raam verscheen. Helemaal gelukzalig werd de nieuwe stapel ontvangen. Wat een rijkdom, daar kon zijn kaartentrommel weer rijkelijk mee gevuld. Een grote glimlach bleef op het verheugde koppie.

Kleindochter kwam al slaperig en veilig tegen moeder aangekruld nog even wakker worden en daarna moest ik al weer op pad om op tijd klaar te zijn voor een aangeboden etentje door de zussen en de zwager.

Vroeger dan gewend zaten zuslief en ik al met een wijn en een rosé op het terras en bemerkten vooral de lange wachttijden, die door onderbezetting of mismanagement was ontstaan. Dat bleef zo tijdens de hele dis. De maaltijd was niet heel bijzonder, maar het samenzijn genoeglijk, met hier en daar een, ons welbekende, discussie over vrijwilligerswerk en de arbeidsethiek. Wat is wenselijk. Een helpende hand die er anders niet zou zijn of er een betaalde functie van maken. Altijd lastig als de betekenisgeving ook voor de vrijwilliger belangrijk is. We zitten eigenlijk op één lijn, maar steken het anders in.

De luxe van opgehaald worden was goed voor een extra glaasje wijn. Je bent maar een keer per jaar jarig. De mooie klaprozen uit de wereldwinkel is precies dat toefje kleur dat naast het purper en het paars, die mooie invulling geeft tussen het groen. De zussen zelf zorgen voor kleur aan het bestaan. Onbetaalbaar, dus tel je zegeningen.

Uncategorized

Moe maar voldaan

De tijd dringt en hijgt me in de nek. Het zijn mijn zelfopgelegde missies, die ongeduldig staan te trappelen om uitgevoerd te worden. Daar doorheen weeft zich de wetenschap van het ongewisse. Wanneer betaamt het de nieuwe wereldburger om ons te komen verblijden. Het zijn zo van die dingen. Een stap tegelijk en voort. Eerst wacht me een fijne lunch met mijn liefste vriendinnetje.

Het is een uitgelezen plek aan de zoom van een nabij gelegen dorp, waar de weilanden zich uitstrekken en het vernuftige gebouw het geluid van de omringende snelwegen weg laat vallen. In die zomerse rust heeft de koolmees haar territorium gevonden en zich bestaansrecht toegeëigend door zelfs tot op de tafel te hippen en wat kruimels mee te pikken. Grote dikke rietsigaren aan de rand van de sloot vormen de coulissen voor de vredig grazende wilde paarden aan de overkant.

Om half twaalf dringt er nog wat ochtendkilte door, maar mijn grijze wollen lap houdt me warm, als vriendin het terras opstapt, stralend en fris als altijd. Wat een pracht van een cadeau om hier samen met jou te zijn, denk ik en dan overbruggen we de tijd met verhalen, een oneindig spoor van verdriet laten de tranen wellen en tegelijkertijd de berusting erin, dat daar niets meer aan te veranderen valt. Droevige fases afgewisseld met de kleine parels, die misschien weer wat opgepoetst moeten worden, maar onmiskenbaar aanwezig zijn, het wedervaren van de kinderen, de mooie paden die hen nog te wachten staan en onze taken om te zorgen dat het mogelijk is om er een toekomst in te zien. Tegelijkertijd de onmacht daarin en de kleine stappen, die langzaam maar zeker gezet zullen worden en uiteindelijk toch weten te komen, waar ze willen.

Dit vredige samenzijn is, net als de kleine koolmees, het bijna aanraakbare geluk. Als de dis komt, krijgen mijn onbeholpen handen, nu de linker niet werkt naar behoren, het niet voor elkaar om hapklare stukjes te snijden en als vriendin het overneemt en de boel kort snijdt komt het spreekwoord van lang geleden boven drijven. ‘Waar het ingaat, is het toch donker’. Zo’n heerlijk staaltje van Hollandse nuchterheid en tevens het besef, in de wetenschap dat het tijdelijk is, dat wij gezegend zijn, door alles nog te kunnen. Pluk de dag en leef in het nu. Zo’n gouden waarheid, die door het besef van kwetsbaarheid maar al te helder boven komt drijven. Twee uur lang dompelen we onder in die harmonie en we nemen afscheid in de wetenschap dat we elkaar over twee weken weerzien bij de workshop Cyanotype blauwdrukken.

Bij de fysio is de stagiair in eerste instantie alleen en hoort mijn relaas over de gezwollen pijnlijke pols aan. Lopen, de legpress, daar heeft het niet onder te lijden, maar als de fysio zelf komt, wil hij eerst naar de hand kijken en onderzoeken waar precies de zwelling en de pijn zich bevinden. Aan de linkerkant zit een geniepig punt. De stagiair breekt ondertussen het hoofd over de vraag wat er het meest voorkomt bij zo’n radiale breuk. Hij somt alle mogelijkheden op, zodat ik een piezeltje medelijden begin te krijgen, maar hij gaf aan dat hij het zelf toch, kost wat kost, wilde achterhalen. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. ‘Wie weet’ , bedenk ik me, ‘moet het zo zijn en krijgt hij bij het examen over een paar weken wel als onderwerp ‘De Hand”. Ik fiets nog een tien minuten en met het advies kalmpjes aan te doen, ga ik even langs het tuincentrum om wat fleurigs voor het vernieuwde balkon te kopen, Met lavendel, herfstaster, thijm, en een grote pol bloeiende scabiosa kom ik thuis, waar twee tassen vol precies zorgen voor de nodige fleur in het zomerse groen.

Met alvast weer een kruidencake in de kleinere vorm, sluit ik de dag af. Moe maar voldaan.

Uncategorized

Wat in het vat zit, verzuurt niet

Dag der verrassingen. Zoonlief kwam, achter een vuurrode achmea in fluwelen pot verscholen, als eerste over de vloer, op weg naar zijn werk. Zo fijn om alle aandacht voor elkaar te hebben. Op dat soort momenten kun je de diepte in. Bespreken van elkaars gedachten, soms wat beren op de weg ruimen, vooruitzichten doornemen, verlangens uitspreken. Alles bij een smakelijke slagroom schnitt en een geurige cappucino. Een mens kan het slechter treffen.

Daarna was het tijd voor een grondige schoonmaak, behoedzaam doch rigoureus. De gelegenheid bij uitstek om alle hartverwarmende berichten te overdenken, die via alle mediakanalen binnenstroomden. Wie zich roert, zal oogsten. Schoondochter kwam voor een half uurtje met kleindochter na het zwemmen, dus ik had nog alle tijd. eerst maar even het balkon opschonen. Ik probeerde nog wat verder te gaan met het vlechten van de stoelen, die leeg en moedeloos hun vergankelijkheid toonden. De pols vond het geen goed idee en met de pijnscheut die het opleverde, ik ook niet. Sommige dingen kunnen wachten, als ze al die tijd al buiten gebruik waren. Soesjes en cake met ogen, die toch overduidelijk groter waren dan de maag. Of ik ook kon schminken, was de prangende vraag bij het zien van alle tubes olieverf. Bij zo’n aanwaaioma valt veel te zien en die tubes waren ongetwijfeld voor meer te gebruiken, moest ze gedacht hebben, nadat ze uitgebreid de portretten op het doek had bekeken. Mams beloofde de volgende keer schmink mee te nemen, alleen de enige echte in verband met het gevoelige huidje. Na uitgepeuzeld te zijn, moesten ze versnellen om het tijdstip te halen waarop ze de sleutel zouden inleveren. Wennen, dat rennen van afspraak naar afspraak. Wat kon het heerlijk rustgevend zijn tijdens het gedwongen thuiszitten

Zoonlief, de andere helft van de tweeling, appte dat hij rond zeven uur hier zou zijn. Hij kwam rechtstreeks van het werk dus hij had vast nog niet gegeten. Een lekker noedelsoepje dan maar, waar ik met hulp van de voorzienigheid gisteren de ingrediënten voor had aangeschaft. Ondertussen was er weer een cake klaar en al veel beter dan die van gisteren. Appje van vriendin met een lunchafspraak voor de volgende dag, straks dus, en van de zussen met een diner als verjaarscadeau voor morgen. Driedubbel feest. Er volgde nog een telefoontje van vriendin met de liefste wensen, toen er op het raam geklopt werd.

Ik liep naar de gang en daar zaten zoon-en-dochterlief op een nieuwe balkonset. Het was zo’n heerlijke verrassing, dat ik het uitjubelde. Een van mijn grote wensen in vervulling. Nu was het probleem van de gietijzeren frames en het te vlechten zitje ook weg. Dat was overbodig en het kon naar de kringloop waar misschien andere handigerds er mee uit de voeten zouden kunnen.

Maar dat was nog niet alles. Boven op mijn schrijfplek stond een reuze-apple, speciaal voor mij gereviseerd door de jongste zoon. Wat een enorm scherm. Geen getuur en gemiep meer, maar luxe in kaart gebracht wat er geschreven moest worden.

Hoe vertaal je dankbaarheid. Knuffies in het echt en virtuele knuffies voor de achterblijvers. Binnenkort zullen we het eens spontaan overdoen met een feestje van oma voor de kleinkinderen, iets met pannenkoekenvreugde. Wat in het vat zit, verzuurt niet.

Uncategorized

Er tegenaan

Zoals altijd te vroeg aan het loket. Tien voor twee terwijl ik er pas tien over twee zou moeten zijn. En weer wist de man achter het loket feilloos mijn naam nog voor hij in zijn computer bij de afspraken had gekeken. Een attentie die aangenaam voelde. Geen nummer maar een persoon. De gang in het ziekenhuis, waar ik zat te wachten op mijn beurt, werd iets verderop bezet gehouden door twee scootmobielen. Grijze duiven probeerden te laveren en ook al verzetten ze geen stap, toch leverde dat een vermoeid kreunen op. Luid probeerden ze zich verstaanbaar te maken. De stoel waarop ik zat, was net iets te hoog, dus kon ik bengelen. Heerlijke bezigheid, die dat verwachtingsvolle van ooit, lang geleden, opriep. Het kind in mij. Rondjes, straaltjes, achtjes of een ritmisch heen en weer, alles was mogelijk en het sleet de tijd.

Er kwam een jongetje aan het loket met vuurrood gips tot over zijn elleboog. Zijn moeder verifieerde de afspraak bij de man achter het loket. Ze konden plaats nemen na de bevestiging en speurden zoekend naar een lege stoel. Op de gang was de keuze tussen mij en de scootmobielers, dus gingen ze net om het hoekje zitten in de wachtruimte van de orthopedie. Zijn moeder maakte grapjes, waar het jongetje ongemakkelijk van werd. Steels keek hij terloops naar mij en mijn blauwarmpje.

Op een bord verderop stond trial. Dat moest ik opzoeken. Er werden kennelijk groepen mensen met eenzelfde aandoening behandeld. Vlak voor ik naar binnen mocht, kwam er een grote groep op af gestapt, met allen een vorm van overgewicht. Vrolijk vulden ze de wachtkamer verderop met luide lachsalvo’s dwars door het geluid van een zingende zaag heen dat uit de gipskamer kwam, waar de vrouw met scootmobiels in verdwenen was. Ook het jongetje zat binnen.

Een laatste memorabele blik.

Na een stief half uur was ik aan de beurt. Of ik bekend was met de zaag. Dat niet direct. Na een korte uitleg werd ze in het blauw gezet en vakkundig maar behoedzaam werd het gips doorkliefd.

Wat een wonderlijk nieuw armpje kwam eronder vandaan, in de kreukels en bruin geschilferd. Vier weken handoefeningen mee en de boodschap kalmpjes aan te doen, want het was toch een echt revalidatieproces. Stijve spieren soepel maken.

De kleine blauwe nam afscheid van de parkeergarage met piepende banden, de enige plek waar hij ze mocht laten horen. De boodschappen waren feestelijk te noemen. Toch maar een schnitt en wat soezen, sap en wijn, een stokje en pesto. De zware tas angstvallig met de andere arm hoog gesjouwd. Met dat andere vreemde uitsteeksel durfde ik nog niets.

De kruidkoek, kant en klaar meel, alleen water toevoegen, was binnen een uurtje bereid en klaar voor een feest, maar de ochtend ving aan met een kinderboek en al twee waarschijnlijke afzeggingen van mijn schatjes. Ach ja. De drukte van alle dag. Werk, school, kinderen, clubjes het kwam allemaal opstomen. Wat moet een mens met een doordeweekse woensdag. Nichtlief had ik al gefeliciteerd met onze verjaardag, net zoals onze vaders deden op de ochtend van onze geboorte, terwijl ze elkaar tegemoet fietsten om het heuglijke nieuws te brengen. Tweelingnichten, hoe bijzonder is dat.

Het jeugdboek heeft een Potteriaanse stijl, magische namen en wereldvreemde gebeurtenissen in winterse sferen, met veel druipende, slijmerige voetstappen en ondoordringbare mistige witte wieven. Er komt ook een veelvoud aan nieuwe begrippen om de hoek kijken en overal is daar de zee, diep, donker en mysterieus. Om in weg te duiken, zo’n boek.

Ondertussen schilfer ik uit elkaar. Dacht ik vandaag weer ouderwets met twee handen los te gaan op de IPad, dan was dat een miscalculatie. Ik krijg de hand met daaraan die pols niet eens in de goeie stand gedraaid. Oefening baart kunst. Er tegenaan.

Uncategorized

Heel het leven

Het was ineens aangenaam buiten tijdens het ochtendwandelingetje naar de krant. De zon streelde mijn slaperige hoofd wakker. Beneden op straat ruiste de schooldrukte met stemmen, voetstappen, ronkende auto’s voor het zebrapad. Het leven van alledag in het herkenbare patroon van een nieuw jaar.

Gisteren besloot ik een proefcake te bakken in deze oven, die ik nog niet eerder daarvoor had gebruikt. Dat bleek een goede zet. De cake kwam er aan de bovenkant aangebrand uit, het toplaagje, de rest was goed. Heel nauwkeurig kon de oven niet gegradeerd worden, het was meer van ongeveer en dus net te hoog. Ook had ik verzuimd om het reefje in het midden van de oven te schuiven en stond ze teveel bovenin. ‘Hoe-was-het-ook-al-weer-fouten. Graaf, graaf in het geheugen.

Waar ik geen moeite mee had waren de nostalgische herinneringen van twee kleine zussen ieder op een stoel voor het aanrecht in de hartjeskeuken, die meehielpen met het schudden van het meel in de basis van het deeg. Witsel in de haren, op de wangen. Verlekkerd keken ze naar de deeghaken in het romige goedje, die heen en weer husselden. Even later hadden ze ieder zo’n deegklopper met nog een heleboel lekkers eraan en schoven hun garnalenvingertjes erlangs en vervolgens verzaligd in de mond.

Dat feest werd nog langer geleden bij de ouders thuis gevierd. Cakedeeg, het lekkerste wat er is. Iets uit het nostalgische tijdperk van melk en honing, waar boter en suiker op dikke sneden vers wittebrood tot de taartjes werden gerekend in onze kinderlijke overtuiging. We hadden de oorlog niet meegemaakt, maar vierden het directe gevolg van de bevrijding feestelijk mee.

Het is de laatste dag, hoop ik, van het bestaan van blauwarmpje en als het goed is, heb ik straks een gereviseerde pols, als nieuw. Een mooi cadeau voor deze oudjaarsdag. Morgen krijg ik er een jaar bij, gratis en voor niks. Het afgelopen jaar heeft naast de ongemakken een aantal verheffende inzichten opgeleverd. Als de dagelijkse gang wordt onderbroken, levert het doorgaans nieuwe ideeën op. ‘Verandering van spijs doet eten’, orakelde mijn moeder al. Zo is dat. Bij iedere afgesloten weg ontsluiten nieuwe zijpaden de doorgang.

De immobiliteit mag, wat mij betreft, wel voorbij zijn. Het geluk als je kan douchen zonder na te hoeven denken en de strakke douchearm achterwege mag laten. Weer met twee handen door het haar woelen, en, helemaal feest, met twee handen het toetsenbord bedienen. Het voelt als gelukzalig. Alles zal een stuk rapper gaan. Aan de andere kant is het gips ook een broodnodig bewustzijn van wat nog niet kan, overmoed ligt op de loer. Alert blijven is de boodschap., maar het uitgedroogde olifantenvel mag in de watten worden gelegd met een zacht en zijig zalfje en dat is ook heel wat waard.

Het derde kinderboek is uit. Genieten geblazen. Het roept wel de vraag op hoe de beleving van kinderen van nu zal zijn, als de humor in het boek vooral samenvalt met mijn herinneringen aan die tijd, de jaren vlak na de oorlog. Met regelmaat toets ik het aan de oudste kleinzoon, die boeken verslindt. Er zijn er nog twee te gaan en de tijd begint te dringen. Er zijn dagen die ik me langer zou wensen dan 24 uur.

Gisteren een prachtige foto van onze nieuwe achterneef via zuslief. Hoe vaak overkomt ons zo’n klein wonder niet. Helemaal volmaakt rozig en zoet, deze nieuwe wereldburger. Tegelijkertijd wordt vandaag een zus van mijn schoonzus en broer gecremeerd. Anderhalf jaar geleden kwamen we elkaar tegen bij de radiologie in het ziekenhuis om kwart voor acht ‘s morgens. We moesten beide voor een scan, daarna werd zij geopereerd. Op de afdeling oncologie kwam ik haar opnieuw tegen. Ik in de rol van gastvrouw, zij met alle hoop op een goede afloop, aanvankelijk beloond, maar een paar maanden terug toch de bodem ingeslagen. Een moment om bij stil te staan. Nieuw leven en eindig leven. Heel het leven.

Uncategorized

Zeker en vast

Er gloorde een lichte herfstsfeer over de dag. Ideaal weer om te doen wat spontaan was opgekomen. Met mijn verweggiekinderen(een half uurtje maar)en de kleine Benjamin een namiddag naar de dierentuin, die bij hen praktisch om de hoek ligt. Zomertijd en tijdslot, dus geboekt vanaf 15 uur. De hoop, vast lekker rustig want druilerig en laat, werd op het parkeerterrein aangemerkt als ijdel. Er was nog net één plekje vrij op al die parkeerterreinen. Er waren meer mensen op het idee gekomen.

Braaf de in banen geleide rij voor het scannen van de tickets volgen. Binnen viel de menigte uiteen en was het alsof ieder in een eigen bubbel verdween. Benjamin dribbelde, een tikje overweldigd door de veelheid van het nieuwe, ijverig heen en weer tussen de hokken. Zelfs in de donkere tunnels naar de verblijven toe, verblikte of verbloosde hij niet. Ben je mal. De dierentuin lag al in knuffels op zijn bed, zacht en aaibaar en dus herkenbaar.

Dit was interessant en nieuw, want behalve zien kon je ze vooral ruiken en observeren bij hun alledaagse bezigheden. Olifanten schurken, zoonlief en schone dochter proefden dat vreemde woord. Schurken dus. De zwangere ezelin herkende de hoogzwangere schoondochter al van verre, kwam behoedzaam over de rand kijken en liet zich zachtjes aaien. Ze knipperde een paar keer met haar mooie zachte ogen alsof ze wilde zeggen: ‘Hier weten we alles van’.

Vleermuizen hangen op een kluitje genoeglijk bij elkaar

De grote bruine beer was aan het ijsberen geslagen, helemaal alleen en oogde eenzaam. Kleinzoon was vooral van de uitersten. De piepkleine en de allergrootste, de piepjonge en de alleroudste. De vleermuizen en muizen scoorden hoog op zijn ‘leukste dierenlijst’ en daarna de dino’s hoewel niet levensecht, maar wel levensgroot met een woest gebrul.

Muisje oogst bewondering

Als een kleine Calimero struinde hij door het dinobos, ‘Want zij zijn groot en ik is klein’ en lachte zich een kriek, toen papa de dinoloopwedstrijd in zijn eentje ging doen. De nazaten uit dat dinorijk, de enorme schildpadden in een klam tropisch temperatuurtje en de neushoorns met hun pantserbillen bleven liggen en staan waar ze waren. Totaal niet onder de indruk van al die passanten.

De vale gier, de ibissen, de ooievaars en de pelikanen snavelden ook onverstoorbaar door. De koikarpers waren een en al vissenoog voor wat zich daar boven het water bewoog. Het werd met enthousiasme ontvangen.

Ergens tussenin hadden ze heel handig wat eettenten en een restaurant verstopt. Peuzelend van twee bakjes friet, een zonder zout en een met, genoten we met volle teugen van een sfeervol gitaarspel, begeleidt door het ritme van de cajon. Een van de omstanders vroeg of hij een keer mocht zingen. In deze ontspannen sfeer was alles mogelijk en nu hadden we er ineens een welluidend miniconcert bij.

Brachiosaurus, net echt

De apen konden op een vluchtige observatie en een geluidsimitatie rekenen. De zebra’s en vooral de imposante giraffen, met hun lange nekken, sierlijk en elegant, maar ook liefdevol, kregen de volle aandacht.

Na drie uur struinen was bij ons de koek op. De kleine Benjamin had zo nog uren door gekund. Bij het winkeltje voor de aanschaf van abonnementen gaf het meisje een staaltje Wim Sonneveld weg door ‘De man achter het loket’ te imiteren met een spraakwaterval van hier tot Tokio. Wippen op het ene en het andere been, terwijl de rij buiten steeds langer werd. Uiteindelijk werden we weer vrij gelaten en stapten de druilerige regen in. Precies op tijd. Moe maar voldaan namen we afscheid. Voor herhaling vatbaar, zeker en vast.

Uncategorized

Een reclame voor het leven

Daar rol ik warempel de wereld binnen van de Israëlische schrijver, Etgar Keret. Het staat garant voor een robbertje lering ende vermaak, filosofie en levenslessen van de bovenste plank. Een documentaire, die uitgezonden werd in het programma ‘ Het Uur van de Wolf’. Ademloos, met razendsnelle notities tussendoor, volg ik de kleine grote man met het sympathieke gezicht, zijn verhalende stem, de vrienden vol lof, zijn in beeld omgezette verhalen.

https://www.npostart.nl/het-uur-van-de-wolf/15-06-2017/VPWON_1246213

De wereld staat in dienst van de verbeelding, wordt er gezegd en niets is minder waar. Die verbeelding is hem met de paplepel ingegoten door zijn ouders. Zijn moeder had stellige uitspraken zoals: ‘Als het regent hoef je niet naar school, daar leer je niets wat de moeite waard is om nat te worden’. Waar andere kinderen op een sport gingen, gingen zij naar het strand met een bal en zonder de regels. Die mochten ze naar eigen believen bepalen. De vrijheid van het individu. Een loffelijk streven. Van jongsaf werden hem zelfverzonnen verhalen verteld voor het slapen gaan. Zijn vader hele ruige, over prostituees en de maffia, waarbij het vijfjarige kind een aangepaste verklaring voor de betekenis ervan kreeg. Niet bezijden de waarheid, maar met een positievere benadering van de realiteit. Zijn moeder had een veel romantischer kijk op de wereld.

De zelfmoord van een van zijn beste vrienden in een onbewaakt ogenblik in de computerkamer van het leger, waar hij hem bij terugkomst van even weggeweest vond, maakte diepe indruk. Toen hij later in dezelfde ruimte gestationeerd werd, schreef hij zijn eerste verhaal. Hij draaide het uit en liet het enthousiast aan zijn broer lezen, terwijl ze diens hond uitlieten. De broer knikte goedkeurend, toen hij het uit had, vroeg of hij nog een uitdraai kon maken en op de bevestiging daarvan raapte hij met het papier de behoefte van zijn hond op en wierp het in de container. Dat kantelde zijn denken. Ineens realiseerde hij zich, dat je je gevoel en je gedachten over kon brengen op andere mensen, die dat aanhoorden, opnamen, en er mee aan de slag gingen. Daardoor werd Etgar Keret gewaar van wat schrijven inhield.

De verhalen in zijn hoofd komen op het moment, dat er iets gebeurt in het leven van alle dag, wat een heftige emotie oproept en waarbij je niet kan uitleggen, wát precies die emotie oproept. Ter illustratie erbij het verhaal van de man, de koffie en de krant, wiens handelen hij zag als een metafoor voor zichzelf, onszelf, de mensheid. Hij had deze man gezien. En zag hem telkens weer die aandoenlijke herhaling van steeds weer dezelfde onhandigheid maken, zonder dat er iets veranderde aan de oorzaak. Het maakte hem aan het huilen, maar zijn vrouw, aan wie hij het vertelde, snapte niet waarom hij daar zo emotioneel van werd.

Het vertellen van verhalen geeft hem de structuur aan de wereld om hem heen. Hoe chaotischer en ingewikkelder het wordt, hoe sterker de behoefte er is om er een verhaal over te vertellen. Die verhalen vertellen altijd een twist, die hij aan de realiteit geeft. Later legt hij uit aan een vriend, dat de beeldende verhalen afgezwakte versies zijn van de echte waarheid, die ongeloofwaardiger zal schijnen. Dat hij ‘liegt’ op zo’n manier is opdat je de waarheid beter begrijpt, vertelt zijn uitgever, die ‘Leugenland’ een meesterlijk verhaal vindt: Een jongetje leert al vroeg dat een leugentje je behoorlijk uit de penarie kan helpen, als hij voor zijn moeder sigaretten moet halen, van de centen een ijsje koopt en de rest van het geld verstopt onder een steen. Tegen zijn moeder vertelt hij dat hij geslagen en beroofd is door een roodharige jongen. Hij groeit op tot een fantastisch grote leugenaar. Alles wat hem overkomt, wordt zogenaamd veroorzaakt door rampzalige gebeurtenissen. Als hij gaat geloven in zijn eigen leugens en onder de steen gaat kijken waar hij het geld van zijn moeder verstopt had, valt hij in een gat en komt uit in leugenland. Daar krijgt hij van een roodharige jongen een klap in zijn gezicht als vergelding onder de woorden ‘ Ik ben je eerste leugen’. Hij ziet een hond die hij zou hebben aangereden, zijn tante in een rolstoel. De moraal van het verhaal, liegen mag, maar dan vanuit een positieve benadering.

Het lijkt er op dat hij altijd in strijd is met de zinloosheid, die van zijn ouders, die van zijn eigen bestaan of die van de wereld om ons heen. Dat komt ook omdat de vriend die zelfmoord pleegde ooit hem had gevraagd om één goede reden te geven om in leven te blijven. Hij vond duizenden redenen in alles wat hij zag of wat op zijn pad kwam. Het fatum was dat dat besef pas kwam na de dood van zijn vriend. In alles steekt een verhaal. Het schrijven zelf geeft de zin aan zijn leven.

In zijn eigen woorden: Ik schrijf verhalen zodat mensen iets meer van elkaar gaan houden, mijn verhalen zijn een reclame voor ‘Het Leven’

Uncategorized

Het houdt je van de straat

Zoonlief is weer thuis, na twee weken oppassen op het huis en de kat van zus. Zij zijn na een heerlijke vakantie op de waddeneilanden teruggekomen, uitgerust en uitgewaaid. Er is een hoop reuring in de kamer hiernaast in het eens zo stille huis. Trappen worden met roffeltjes genomen. Stofzuiger omhoog gesleept. De wasmachine draait. Geen twijfel mogelijk. Zoonlief is weer thuis.

Gisteren werd Dribbel door zijn vader gebracht. Die had onverwachts een zakenbespreking ergens in het land. De doos met autootjes werd als eerste onder de bank uitgetrokken. Het grootste succes bij alle kleintjes. Er kan van alles mee.

Sorteren op kleur, op grootte, lange rijen maken, opstellen in rotten van drie en de kleine vingerpopjes zijn er om met beer van poes te vechten…ahhh boem…aaahhh tsjak. Hij gebruikte er de krabpaal van poes voor, omdat daar ook verstopholletjes in zaten.

Pluis, die niets om kinderen geeft, vluchtte naar buiten. ‘Kinderen zijn hinderen’, miauwt ze op z’n kats. Vanaf een veilige onbereikbare plek op het balkon keek ze loerend naar haar, in stilte gezworen, vijand.

Die liet stoïcijns de koning verder vechten met de Pluisbeer en trok zich niets aan van het stille verwijt. Heel lang bleef het zoetjes en rustig in huis, maar toen ineens grote oom met grote broer voor het raam stond was het gedaan met het ‘engelengedrag’. Met de seconde schoof er een -b- voor. Het spelen werd stoeien en het stoeien werd trekken en duwen en krijsen. Broerlief was wijs en liet zich niet teveel uitdagen, terwijl Dribbel volop de aandacht bleef vragen. De uitslag van de knietest was een flinke domper geworden. Nog drie maanden wachten op nieuwe tests en misschien kon er daarna weer gevoetbald worden. Eerder beslist niet. Zijn grote oom had hem meegenomen voor een nieuw jack, een trainingsbroek en prachtige nieuwe sneakers, zwart met goud. Hij was de hemel te rijk en het verzachtte de grote tegenslag en teleurstelling enigszins. Na een lange middag, met maar één klein ongelukje van de net zindelijke dribbel, kwam dochter hem en zijn broer ophalen. Hoogste tijd voor de boodschappen.

Vriendin van de feestcommissie van de tuin belde om te vragen hoe het ging. We zouden volgende week zondag ‘Struinen in de tuinen’ organiseren en ik had gevraagd of ik, om mijn impasse te compenseren, iets thuis kon voorbereiden. Daarbij dacht ik aan het bakken van het een of ander. Voor de hoeveelheid mensen die speelden en voor de bezoekers. Volgende week staat dus in het teken van de appelcakes, naar overleveringsrecept van mijn moeder. De appels zijn erbij gedacht. Een beetje van mezelf, een beetje van de tuin en een vleug van nostalgie met mijn moeder op mijn schouder. Dat gaat vast lukken. Iedere dag een of twee stuks.

Het voornemen om de puntjes op de -i- te zetten bij het verhaal van de Middeleeuwen ging gisteren in rook op. Dat kan vandaag nog, op de valreep van de inleverdatum. Van de week lag ineens het laatste kinderboek in de brievenbus. Ik dacht dat dat niet meer door zou gaan en had het al geparkeerd. Vier in plaats van vijf recensies, maar nu toch compleet. Het is één van de nieuwste van Sjoerd Kuyper, met een prachtige omslag van diep donkerblauw, 314 bladzijden en het belooft hartstochtelijk en heftig te worden, als ik de omslag mag geloven.

Cakes bakken en lezen gaan prima samen. Het houdt je van de straat

Uncategorized

Omatrots

Vanmorgen, door het verlangen naar dochterlief of de eilanden of misschien wel de zee, bekeek ik de film ‘Eilandgasten’ van Karim Traida naar het gelijknamige boek van Vonne van der Meer. De filmische beelden van de zee waren prachtig. De locatie, twee aanelkaar grenzende vakantiehuisjes op de top van een duin, schilderachtig ouderwets. Tot zover alles in de juiste sfeer. Dan komen er wisselende gasten voorbij met wisselende problemen, die net als de onzalig wapperende was aan de droogmolen van een van hen, doelloos bleven wapperen in de wind. Zelden een film gezien die wel een broeierige spanning weet op te wekken, maar het vervolgens in het luchtledige laat zweven. Alles wordt onopgemerkt gadegeslagen door de oude gastvrouw, die ook het gastenboek bijhoudt. Een film van losse eindjes en insinuaties, maar zonder antwoorden.

Gisteren had ik mijn stoute schoenen aangetrokken en was richting zoonlief en gezin gegaan. Ze zaten een beetje in de penarie door wat dingen-aan-het-huisperikelen, maar dat trok alras weer bij. Alles was bijna klaar voor de komst van kleinzoon nummer acht(nu er zomaar als cadeau een kersverse kleindochter bij is gekomen). Gezegende rijkdom. Het was fijn om er even te zijn, het mooie kleine buikje te zien, de dagen met hen af te tellen. September is een mooie maand om jarig te zijn, kan ik uit ervaring vertellen.

Ik had mijn oude kinder’bijbel’ Kikker en Pad van Arnold Lobel meegenomen, omdat hij ook dol is op verhalen, boekjes kijken en voorlezen. Als ze het leuk vinden komt er een kakelvers exemplaar. Ik moet immers de rest ook nog kunnen voorlezen. Maar de verhalen van Lobel zijn meesterlijk. De verzamelbundel met uil, sprinkhaan, kikker en pad, zijn voor later. Boek voor boek krijgt mijn voorleesrepertoir een nieuwe betekenisvolle plek.

Na rissen autootjes, veel ambulance en politiewerk, kwam de bellenblaas tevoorschijn. Het eeuwige spel van gouden bellen in alle kleuren van de regenboog en graaiende kinderhandjes onder luid gekraai en geschater. De verwondering bij het uiteenspatten is steeds weer een onbetaalbare gewaarwording. Klein geluk.

Bij het weggaan wilde ik de deur naar de tuin toe dichttrekken, maar dat lukte niet helemaal. ‘Wat gaat dat zwaar’ zei ik verbaasd. Schoondochter ging kijken en kwam met een aardig verfomfaaid plastic hondje terug, want die zat er tussen. Arme speelgoedhond. Door de gordijnen onopgemerkt gebleven.

Midden in de spitsdrukte van de stad zette ik zoonlief af bij de garage met een belofte voor de dierentuin aanstaande zondag. Het was nog een toer om een tijdslot te reserveren, dat kon alleen in de middag nog. Maar dat is fijn, dan is het middagslaapje van de Benjamin achter de rug en hebben we ruim de tijd voor de volle concentratie aan dier. Als we zouden willen kunnen we er tot 20.00 uur terecht, maar ik schat in dat twee uur lang genoeg zal blijken.

Er werden filmpjes doorgestuurd van de oudste kleinzoon, die een jaar met zijn knie in de weer geweest na de operatie, om toch vooral voetbalklaar te zijn dit nieuwe seizoen. Het zag er indrukwekkend uit, het aantal tests om te kijken of de knie daar toe in staat zal zijn. Maar met volhardendheid ging hij stug door. Het maakt dat trots door mijn woorden heen sijpelt. Een kostbaar goedje, waar niet genoeg mee rond gestrooid kan worden. Omatrots.

Uncategorized

Een meer dan een bijzondere en verheffende ervaring rijker

De bloeduitslagen lieten het verwachte patroon zien. Met het advies, iets met nieren, veel drinken, minder zout en nog een keer bloed laten prikken, stond ik weer buiten. Alle andere controles waren om door een ringetje te halen. Dat mag ook wel als je de hoeveelheid pilletjes neemt, die daar kennelijk voor nodig zijn.

‘Hei, hei, hei’ dreunde het in het hoofd. Een diep verlangen naar kleur en weidsheid. Waar anders en beter dan Heidestein in Zeist. Dat dorst ik qua afstand wel aan. Er was een omleiding naar een verder weg gelegen parkeerplaats. Verbaasd aanschouwde ik de nieuwe appartementencomplexen rondom mij, die in een aantal jaar waren verrezen en echt midden in de bossen lagen.

Een plekje was nog vrij en daar paste de kleine blauwe prins ruim in. De telefoon had zich niet goed opgeladen, dus bleef ik nog even zitten om te wachten op wat beter bereik. Straks bij het wandelen zou ik zomaar de weg kwijt kunnen raken en dan een beroep willen doen op de buitenwereld. De halfwas scout in mij beheerste niet tot in de puntjes het zonnestand-lezen en op een kompas had ik nog nooit gevaren.

Er werd op het raam geklopt. Of ik wist waar het rode pad begon. De vrouw keek me vriendelijk aan. Geen flauw idee met mijn bonnefooise instelling. Dat rode pad zou 4,5 km zijn, een aanlokkelijke afstand. ‘Of ik zin had om samen op te lopen’. ‘Ja hoor,twee weten meer dan een, bovendien had ze een opgeladen telefoon en was, bleek al snel, oneindig veel handiger dan ik in het lezen van de gegevens.

Het werd een bijzonder samenzijn mede door het prachtige licht, dat stralend meer diepte gaf aan al het schoons onderweg. Een spiegelend meer in alle tinten groen die je maar kon bedenken, het enorme heuvelachtige heideveld, dat prachtig paars oplichtte afgewisseld met de goudgele zandvlakte en het riet rond de vennetjes, de enorme uitgestrektheid van het gebied en de diepdonkere dennen en pijnbomen aan de zoom ervan, afgewisseld met loofbossen, varens, boleten en zwammetjes. De kleurexplosies waren soms adembenemend. Van de gitzwarte kevers tot aan het dorre hout van de grillige stammen.

We hadden een wereld aan onderwerpen en heel veel raakvlakken. ‘Toeval bestaat niet’, zeiden we met regelmaat tegen elkaar. Met de jaren waren ook de kwaaltjes toegenomen en dat resulteerde in vrijwel hetzelfde tempo, af en toe op de plaats rust of op een vrijgekomen bank schuiven en soms werd het wandelen kuieren.

Natuurlijk waren de paaltjes met een rood streepje plotseling veranderd in een NS-pijltje met rood en wit. Stuk verkeerde afslag, uitrusten, navragen en terug om de juiste aanduiding te zoeken. En voort. Heidefoto’s mochten niet ontbreken, het vastleggen van de schoonheid ervan evenmin.

Zo al keuvelend, vaker met diepgang, twee levens met behoorlijk wat raakvlakken, positieve blik op de toekomst, doorzettingsvermogen en oog voor al het moois om onze wereld heen, kwamen we bij de schaapskudde, die loom en lui met hun witte wolletjes in de schaduw van de pijnbomen lag. Ze volgden onze stappen maar verroerden geen vin. Geen spoor van angst te bespeuren. Ze waren het wel gewend, al dat tweebenige volk.

Het laatste stuk liep ook anders dan verwacht. Een vriendelijke jonge vrouw speurde mee, de navigatie af en had zelf een hele handige app. Een en een is twee en het eindstation bleek nog een laatste tien minuten weg te zijn. Dat was maar goed ook, want ons beider kwalen vroegen om aandacht en vooral om een luie bank. We waren inmiddels bijna 12.000 stappen en 6,7 kilometer verder en een belofte voor een herhaling aan zee. Na het uitwisselen van telefoonnummers gingen we ieder ons weegs, een meer dan een bijzondere en verheffende ervaring rijker.

Uncategorized

Aan de slag

Wakker door de telefoon. Zoonlief wilde even weten hoe het ging. Op mijn antwoord, dat ik door het belletje gewekt was, hoorde ik hem bijna achterover rollen van verbazing. ‘De week van de volle maan jongen, dan wordt de heks in je moeder wakker’, liet ik hem de reden weten. Eigenwijs vond hij me ook. Immobiele oma, die daar niet helemáál aan wilde toegeven. Er komt een tijd en dan ontvangen wij de standjes. Haha.

Nu weet ik ook wat ik na het bezoek aan de assistente van de dokter ga doen. Ik zoek de dichtstbijzijnde hei op, want ze staat in bloei. Ik hoop dat het lukt en natuurlijk dat alle controle-uitslagen goed zijn. Vrijdag komt de laatste dochter thuis van vakantie. Dan is er weer veel bij het oude. De vrijdag gebruik ik om het verhaal uit de Middeleeuwen te redigeren en nog wat leuke opdrachten erbij te verzinnen. Dan is dat klaar. Het tweede boek is vannacht uitgelezen en het verbaast me dat ik in recensies niets over de andere hete hangijzers van het meisje heb gelezen. Het allermooiste vond ik de ontdekking van de eerste keer verliefd worden en welke openbaringen dat geeft in het hoofd van een plusminus 13-jarige. Om in het hoofd te kruipen is een bijzondere ervaring, die me ineens weer duidelijk maakte met welke problemen kinderen tussen laken en servet kampen. Daardoor moest ik ineens aan mijn volgeschreven dagboeken denken uit die tijd. Mijn meisjeshoofd ligt tastbaar op de plank. Dat was een beetje naar achteren geschoven. Misschien ook omdat ik iedere nieuwe dag wel weer opnieuw verliefd was. Want ik viel als een blok voor iedereen die genegenheid toonde. Hunkering naar liefde, het vermag wat.

Een zoektocht naar de boeken levert het volgende fragment op van een veertienjarige mij, nog het meest leesbare, theatraal en romantisch. In mijn dagboeken waren enkel jongens, die uitvoerig de hemel in werden geprezen. Één meisje kreeg dat predikaat ook. Het mooie van het nieuwe jeugdboek is de universele liefde, om de liefde zelf, die beschreven wordt. Het had voor mijn gevoel iedereen kunnen zijn. Het draaide om de gevoelens, die het losmaakte. Zo ver ben ik als jonkie nooit gekomen. Dagboekfragment1966: ‘(…)Een drie voor rekenen prijkt er toch op mijn rapport. Als ik kijk naar de sterren, naar de inktkleurige hemel en de bomen en de huizen die zich er grauw tegen aftekenen, voel ik me verlaten. Ondanks dit schrift, waar ik alle gedachten in pen. Ik pak beer beet, Hij is nu al acht jaar oud. Zijn kop zit los en bij de poot is de naad een stukje losgesprongen. Voordat ik mijn dagboeken er op na hield, was hij degene die ik altijd mijn moeilijkheden vertelde. Het is mijn dierbaarste stuk speelgoed’

Het moge duidelijk zijn. Talig was ik wel. Sentimenteel ook en beeldend. Maar cijfers maakten diep van binnen nog geen vezel los. Hoogdravend godsbesef komt ook voor. Daar kijk ik nu zelfs van op. Misschien was dat mijn eigen biecht voor de daden die ik als slecht bestempelde in de hoop op vergiffenis. Je bent groot gebracht met een biechtstoel of niet. Het is het hele snelle ‘sorry, sorry, sorry’ van nu, bedenk ik me. Iets vreselijks roepen en dan gauw ‘sorry’ zeggen als je aan de gezichten afleest uit welke hoek de wind straks zal waaien. Misschien hoopte ik iedere keer, dat we niet alleen straf kregen bij elke misstap, maar dat er een gesprek plaats zou vinden met mijn vader of moeder en fluisterde ik daarom beer in zijn oor en schreef later al die boekjes vol. Aanvankelijk aan mijzelf met de aanhef ‘lieve Ber’ maar ook aan ‘Yummie’.

Door die dagboeken realiseer ik me ook ineens waarom er nog zoveel aan herinnering op mijn netvlies geschreven staat, iets waar een van de zussen altijd verbaasd over is, omdat zij echt zou moeten graven en dan nog. Het is mijn beleving, mijn ervaren en dat dat anders is dan ieder ander het ervaren heeft, is evident.

Ze staan ook versierd met tekeningen van modepoppen en zelfs met een foto van de type-les en de volksdansles. Dat maakte dat ene boekje allemaal wakker vannacht. Waar een andere wereld al niet toe kan bijdragen.

Buiten schijnt de zon uitbundig. Zuslief ging vandaag voor een week op vakantie in het land. Het begin is stralend en duimen dat het even zo mag blijven. Meer licht en luchtigheid in de dagen kloppen, daar is iedereen wel aan toe. Hup in de benen en aan de slag.