Uncategorized

Bagage van jaren

De nacht was gedeeltelijk voor een jeugdboek, waar niet van los te komen bleek. Om vermoeide ogen de kans te geven tot rust te komen, sluimerde de wereld van twee jonge meiden door en tekende zich beeld voor beeld levendig af achter de schellen. Het houten bootje op het strand, het meisje met haar kleurrijke kleding en het rode haar, dat probeerde niet op te vallen en de doorschijnende dunne in het zwart gehulde gestalte met flaphoed, die eigenlijk wilde schitteren.

Het was alsof de schrijver zijn eigen wereld schetste in deze symboliek. Een bakker en auteur. Een film waarin de bakker na een lange dag zijn laptop pakte en zijn gedachten ordende, een aangrijpend beeld van woorden die hun eigen zinnigheid kozen en buiten elke vermoeidheid om, zich lieten gelden, schoot voorbij. Daar onderging hij de metamorfose van bakker naar schrijver. De slaap overmande bij deze mooie vredige gedachte. Het schrijven zal altijd zegevieren, getuige het boek, dat ik zojuist had gesloten.

Zoals te verwachten werd ik later wakker dan gebruikelijk en herinnerde me een documentaire die ik gisterenavond gemist had. Het ging over Ben-Ali-Libi de goochelaar, de artiestennaam van Michel Velleman. Geroerd door het fragment uit zomergasten de afgelopen zondag, waarbij ik, niet voor het eerst, Joost Prinsen vol zag schieten bij de laatste regels van een gedicht van Willem Wilmink over deze Joodse man, keek ik vanochtend de hele documentaire terug.

Hij werd in 1943 afgevoerd naar het vernietigingskamp in Sobibor. In volle hevigheid werd de realiteit uit die jaren uit de doeken gedaan, met getuigenverklaringen, van een enkele overlevende, de verhalen van een kleinkind, dochter van de zoon van de goochelaar, van een vrouw die nog met regelmaat bij hen thuiskwam voor de oorlog. Het gedicht slaat met de voorlaatste slotregel de spijker op z’n kop. ‘En altijd als ik een schreeuwer zie/met een alternatief voor de democratie/denk ik: Jouw paradijs hoeveel ruimte is daar/voor Ben-Ali-Libi de goochelaar

https://www.npostart.nl/VPWON_1233145

Hebben we echt van de geschiedenis geleerd. Ruimte geven aan iemand die ontheemd is, anders, of niet passend in ons plaatje. Ruimte maken is inschikken en delen, is omarmen, is meeleven en weten dat in dezelfde omstandigheden, ook jij geholpen zou willen worden. Bewust zijn van onze enorme welvaart begint in het eigen hoofd. Er is genoeg. Dat dus, er is genoeg, echt waar.

Wat maakt een gebroken pols uit bij het zien van de radeloze angst en de gebroken levens op het vliegveld van Kabul, de kapotgeschoten steden in Syrië, het ontwrichte leven in de kampen van Griekenland en Turkije, de daklozen van Evia door een alles verwoestende brand. Waar klagen we over. Wat betekent een lek in het dak bij het zien van een huis, dat in een mum van tijd als ruïne achterblijft. Eenzame muren waar de wind vrij spel heeft en gierend wat over is aan lappen en doeken laat spoken rondom. Het hakt erin en maakt veel los. Ruimte maken in de ruimste zin van het woord tornt ook de onmacht los, de druppel op de gloeiende plaat versus alle beetjes helpen.

De hele docu licht een glimp op van de jeugd van de vader van Michel Velleman rond 1820 en de armoede in de sloppen van Amsterdam, met fragmentarisch filmmateriaal. Ook iets waarvan ik geen weet had. Het is zeer de moeite waard. Een mens is nooit te oud om te leren, dat blijkt maar weer. Zelfs al telt je rugzak bagage van jaren.

Uncategorized

De kern van de ziel

De blauwe prins stond nog niet koud voor de deur van de maisonnette van dochterlief of de deur beneden ging al open met de kleine grote man, afwachtend en stuiterend van de spanning, al in de deuropening.

‘Ik dacht al, hoe laat komt oma‘ riep hij al van verre. Officieel zouden we om drie uur met de familie zijn verjaardag dunnetjes over doen vanaf drie uur. Zijn grote oom en tante waren tijdens de lunch al langs geweest en met één gezin op vakantie, een hoogzwangere tante, nog niet ingeënt en met Coronavrees, en een jongste oom die later in de week zou komen, werd het een heel karig feestje. Hij wilde pokémonkaarten voor zijn verjaardag.

Dat leverde, nu er niemand meer zou komen, een retourtje naar het speelgoedparadijs, waar kinderen verlekkerd door al het moois heen struinden als Holle Bolle Gijs door zijn rijstebrij. In het schap van de kaarten hing de boodschap die we al vreesden. Uitverkocht en bij de klantenservice beaamde een vriendelijke vrouw ons, dat dat landelijk zo bleek te zijn. Er zat maar één ding op. Feest maken in, de voor oma’s meest verafstaande, goeie ouwe rood met gele bekendheid.

Die in mijn stad dan maar, want hier op die futuristische Wall leek het wel een Bijenkorf van in en uitzoemende mensen, die nog nooit van afstand houden hadden gehoord. De juiste keuze. De hele weg wilde de jarige job mee in mijn auto. Geschrokken bedacht ik me dat het zitje thuis lag in de schuur. Het leverde een daverend lachsalvo van de ouders op. Hij was natuurlijk allang die jaren voorbij. Eenmaal uit de kinderen, dan raken dat soort zaken sleets en vaag. Voor we bij de winkel waren was de spraakwaterval van de kleine onderzoeker niet te stuiten, maar na het lege schap zat er een bedremmeld stil jongetje naast me dat de wereld aan zich voorbij liet gaan en waar, achter de peinzende oogopslag, zijn kaartenhuisje een nieuwe voedingsbodem nodig had.

‘Blijven lachen, lieverd, het komt vast goed’. De verrassing, Franse frieten en hamburgers, maakte de zuurste druiven zoet en zijn vader speurde na de maaltijd internet af. Het bleek dat er weer net op dat gelukzalige moment nieuwe kaarten waren gelanceerd. Het stuiteren nam opnieuw vaart. Ik zwaaide een auto vol blije gezichten uit, helemaal jarig, een dag met een strik erom. Dag lieverds.

Straks moet ik toch eens zoeken naar de map van de jongste, met kaarten uit de jaren ‘90, die ik nergens meer kan vinden. Als ik kleinzoon mag geloven zijn we dan de hemel te rijk, een vermogen zijn ze waard. Het zou ook zo maar kunnen, dat ze in de opruimwoede verdwenen zijn naar de kringloop. De troost is, dat dan een ander jong hart sprongetjes heeft gemaakt bij het vinden ervan.

Thuis keek ik nog een deel van ‘ De Eeuw van mijn Moeder’ van Eric de Vroedt terug, dat zo meesterlijk werd neergezet door het Nationaal Theater. Ontroerend einde met een scène waarin de zoon zo dicht mogelijk bij zijn moeder mocht zijn toen ze in elkaar stortte en ontdeed van alles wat knelde en te warm was. Zijn zorgende zwager interpreteerde de situatie volkomen verkeerd toen hij beide in een omhelzing op de grond zag zitten en walste met zijn goede bedoelingen het langverwachte verlangen van de zoon in één tel plat.

Die kenmerkende effecten van het goed bedoelen en daardoor geen ruimte laten. Het is de emotie van totale verbijstering die een eigen leven leidt en reddende engelen laten handelen zonder inzicht of begrip, door wat ze op dat moment als schokkend ervaren. Indringend en ingrijpend, deze prachtige marathonvoorstelling, nu opgeknipt in drie delen. Iets wat een goed idee was, want na iedere voorstelling viel er veel te verwerken en overpeinzen. Het graaft in familieverhoudingen, de relationele sfeer, gedachten malen over waarheid en verdichting van herinneringen. Het raakt heel diep van binnen, tot in de kern van de ziel.

Uncategorized

Ze hadden het begrepen

Om kwart voor een precies stond dochterlief naast de flat in een gloednieuwe auto met een turquoise kleedje, de jongens achterin. Vol verwachting volgden we de gewenste richting van een sprakeloze TomTom. Ook niet gek, zo’n stille, dat gaf ons de kans om even bij te kletsen, terwijl er achterin broertjesbakkelei werd gespeeld, het spel van aantrekken op het scherpst van de snede en net op tijd laten vieren. We hadden er zin in, zo’n middagje Middeleeuwen.

Op de website waar het festijn werd aangekondigd stond dat Het Groene Huis de plek was waar we moesten zijn. Er heerste rondom, in het lommerrijke park, volkomen stilte. Geen hoorngeschetter, geen klinkende lansen, geen rammelende harnassen of Vikingen, in geen velden en wegen een piezeltje geluid, anders dan het kwinkeleren van de vogels en het zoemen van de bijen. Twee meisjes zaten aan een houten tafel te picknicken, de deuren van het gebouw waren potdicht. Een vader met twee kinderen keek ook zoekend rond. Aan twee wandelaars vroegen we hoopvol of zij iets meer wisten. Ze wezen naar een paadje achter het huis, aan het eind ervan was een kleine nederzetting. In mijn megalomane brein had ik er iets groots van gemaakt, zoals Fairtrade Nights in kasteel de Haar, met sprokevertellers, oude ambachten, magische verhalen, luitspelers en zwaardgevechten.

Het smalle paadje leidde naar een tweetal boerderijen met rieten daken, waar een groepje mensen onder een luifel zat. Ze hadden sjofele ruw katoenen kleding aan. Een kleintje speelde met wat houtschilvers. Een iemand zat te draaien op een pottenbakkersschijf. Een vriendelijk meisje zei dat we aan iedereen alles konden vragen over waar we meer van wilden weten. Alleen bleek dat niet voor de gemiddelde ‘Middeleeuwer’ te gelden.

Er lagen ongekaarde schapenvachten op een schraag. Iemand naaide een blaasbalg van leren stroken aan elkaar met een gewone glinsterende naald. Een ander groepje was bezig met het zagen van een dikke balk met een hedendaagse schrobzaag.

Niemand vertelde ons iets als we er niet naar vroegen. We konden niet in de huisjes kijken en toen onze spring-in-‘t-veld een houten schild opnam, schoot een van de jongeren vuur. ‘Eerst vragen, dat is iemands eigendom’. Dochter en ik keken elkaar stilzwijgend maar veelbetekenend aan. Het feest was slechts voor de kleine groep middeleeuwers zelf bedoeld, die zoetjes in hun eigen luchtbel aan het bouwen waren. Ieder andere bezoeker bleek eerder een storend element, dan een eventuele pupil van de meester.

Slechts een van de mannen was toeschietelijker en ging zijn zwaard uit de tent halen, die onder de matras lag. Hij liet ook nog zien wat een lans was en hoe zij daar mee trainden.

Gelukkig waren er Prachtige Garvo geiten in een kleine kraal, waar het vriendelijke meisje van het begin aan het mest kruien was. Zij vertelde ons meer over de dieren en het weiden ervan. De vrouw die het erf schoonveegde, wees ons de kruidentuin.

Er viel niet veel meer te halen, helemaal niet toen er een paal geslagen werd voor een geitenstal en er ineens vier ‘aannemers’ rond liepen, die elkaars wijsheid bestreden. Bij het brandende open vuur hingen twee mannen onderuit gezakt in spijkerbroek en sweaters en schonken geen aandacht aan vragende jongetjes. We lieten de plek voor wat het was, liepen door een heerlijke vlindertuin naar de natuurspeelplaats.

De jongens compenseerden de teleurstelling met de klimbomen en het hutten bouwen. Volgende keer weer naar Archeon jongens, beloofd is beloofd. Het leek wel of de twee zwijnen aan het eind het gehoord hadden Ze liepen vol aandacht en nieuwsgierigheid op ons toe en kwamen ons onder tevreden geknor uitzwaaien met hun wapperende oren. Ze hadden het begrepen.

Uncategorized

Edelman, bedelman…

Een magische vinger op de knop en pffffft, als sneeuw voor de zon verdwijnen de zinnen in een oogwenk en zijn op geen enkele wijze meer te achterhalen. Lyriek, vers van de pers, onverdroten door het afvoerputje gespoeld. Naarstig speur ik de historie af, maar weg is echt weg, foetsie, verdwenen. Zuchtend om wat al lang gezegd is, in de herhaling dan maar.

Het was al zo’n onrustige nacht. Aan de overkant van de flat hielden de nieuwe bewoners een inwijding van hun huis. Alsof de plaatselijke voetbalvereniging het zegevieren en de overwinning van het eerste uitbundig vierde of alsof een echtpaar tijdens een bruiloft onder luid gejoel op de schouders werd gehesen. Ze hadden wel een feeërieke verlichting voor dat tuinfeest, want de maan stond in alle glorie en volheid als een romige Goudse kaas te schitteren. Nog een reden om wakker te zijn. Bovendien is het deze maand ook nog een ‘ blue moon’ , die morgennacht tot volle wasdom komt.

Vandaag nam ik de benenwagen om de boodschappen in huis te halen. Een beetje beweging doet een mens goed. De stappenteller sprokkelde een ruime drie kilometer bij elkaar. Iets van het ‘ luie’ zweet eruit en nieuwe energie erin. Onderweg kwam ik een moeder van school tegen. Ze liep met haar man achter een kinderwagen en groette enthousiast. Of ik wist van welk kind haar kleindochter was. Naarstig begonnen er puzzelstukken in mijn hoofd te schuiven, maar een naam zat er niet bij. Ze noemde enthousiast de naam van haar zoon, waarachter ineens zijn olijke toet verscheen toen hij bij mij in de groep zat. Ik zocht naar een kuiltje in de wang, de blauwe ogen, het blonde haar. Alleen de ogen waren een match in dat lieve kale koppie. Heel het leven in een notendop werd uitgewisseld, terwijl het puzzelstuk met haar naam maar niet op z’n plek wilde vallen. Nu pas, tussen flarden van gedachten, onder het volle maanlicht, wist ik het weer. Een prachtige Franse naam.

Met de lieve groeten voor iedereen vervolgden ze hun weg, het tunneltje in, waar ik, even daarvoor, de prachtige tags op de wanden had bewonderd. Twee mannen waren flink met een heel arsenaal aan spuitbussen in de weer. Het was tot dan toe een naargeestige doorgang, maar nu viel er veel aan schoonheid te bewonderen.

Net voor de bui zat ik hoog en droog op de bank. De buurman bracht een zakje met pruimen. Hij had kennelijk een goede oogst gehad op zijn volkstuin. Met heimwee dacht ik aan mijn oogst. Nog een dag of tien, dan kon ik er hopelijk weer tegenaan, in ieder geval er wel naar toe. Buur was ook nieuwsgierig naar de pols en vol verbazing over de locatie waar de breuk was opgelopen. Er volgde een kleine litanie aan treurige kwalen, maar toen werd het voor zijn rug te zwaar om langer te blijven staan en slofte hij terug naar zijn eigen deur.

Pluis kwam me wakker maken uit een korte inhaalslag aan slaap en keek me vragend aan. Haar bakje was leeg. Brokjes afgewogen, deur op een kier gezet en toch nog even verder gesukkeld met de meest wonderlijke dromen, over een tandeloze zakkenroller, die mijn portemonnee niet terug wilde geven, een protestactie met gekruisigde jezussen en een voorstelling die allesbehalve op rolletjes liep. Er viel geen chocola van te maken.

De zon schijnt, de voorspellingen zijn goed voor een Middeleeuws vermaak. De iPhone is opgeladen. Op naar de mooie plaatjes. Edelman, bedelman…

Uncategorized

Wie weet hoe een koe een haas vangt

Vermoeide schermogen, maar het boek is uit en het verhaal is af. Dat is toch een reden om door te kunnen. Twee kamertjes in het hoofd kunnen dicht, er staan nog drie deuren open. Het derde boek zat gisteren klem in de brievenbus. De doos waarin ze was verpakt, kende net een iets te groot formaat. Ik stelde me de pakketbesteller voor die met veel gesteun het pakje door de gleuf wrong en schoot in de lach. Brievenbuspost is nu eenmaal brievenbuspost ongeacht of het past of niet. De brievenbus openen, karton openen, boek eruit halen, karton eruit peuteren, zoals bij ieder boek van formaat tegenwoordig.

Het was bijzonder aangenaam dat het dezelfde man was die de reparatie aan het dak kwam verrichtten. In een mum van tijd zaten de nieuwe platen ertegen. Het huis wordt weer heel en daarmee heelt vanzelf een deel van mij.

Het E-boek dat zich afspeelde rond 1839 geleden had ik, als vanzelf, in de Middeleeuwen geplaatst. Toen ergens het woord ‘ vensterglas’ opdook, was ik in de war. Dat krijg je als je lukraak reist door de tijd in verhalen en boeken. Het schilderij, dat als inspiratiebron voor dit boek gediend heeft is omtrent die datum geschilderd. Het is te vinden in Berlijn, een reden om eens een eindje te treinen om het met eigen ogen te kunnen aanschouwen.

Breitner: De Waspit

Ooit deed ik mee met een schrijfopdracht en daarvoor gingen we naar een museum. Ieder van ons koos een schilderij dat aansprak en beschreef het in een paar rake bewoordingen naar aanleiding van een aantal vragen. Daarna minimaliseerden we de woordenbrij tot een gedicht. Daardoor kwam ik tot de ontdekking dat dat niet helemaal mijn manier van schrijven was. Altijd goed om uit te proberen. Zoals in bijna alles waar ik mee bezig ben, presteer ik het beste in volkomen vrijheid en in zekere mate ook als de kaders zich als vanzelf mogen vormen.

Terwijl de mannen boven bezig waren, pakte ik de penselen maar weer eens op. Met één arm is niet comfortabel, maar te doen. Langzaam kwam er meer diepgang in het geheel, tot ik ontdekte dat zuslief wat schuin stond met haar hoofd. ‘Kill your darlings’ hoorde ik echoën in mijn hoofd. Een vaak gebezigde term binnen het creatieve proces. Met een kloddertje van het een en ander schoof ze centimeter voor centimeter gestaag op. De gelijkenis was nu minder, maar de houding was goed. De rest was voor later. ‘ Of ik nog een likje wit nodig had’, vroeg een van de mannen, die een grote enmer witsel naar boven sjouwde, grinnikend.

Bij het boodschappen doen speurde ik het schap met de schoonmaakartikelen af, ontdekte een regiment aan navulverpakkingen, en ineens zag ik ze op een rekje hangen. Rubberen handschoenen. Natuurlijk. Dat ik daar niet eerder aan gedacht had. Al een paar weken stond ik te modderen met de vaat, die ik met één hand niet goed schoon kreeg. Dit was het ei van Columbus. Verguld reed ik met de buit naar huis om het uit te proberen. Heerlijk. Zoveel meer is nu mogelijk.

Het verhaal van het verdwenen zwaard wacht sinds vanmorgen op goedkeuring. Morgen gaan kleinzoon en dochterlief en ik naar de Middeleeuwse nederzetting. Misschien is er een smid die snode wapens smeed en ben ik spekkoper met mijn fototoestel. Wie weet hoe een koe een haas vangt.

Uncategorized

Koffie verzoet de arbeid

Vroeg uit de veren. Alles gedaan, de kattenbak verschoond, de wc gepoetst, de vaat gedaan. Klaar voor de ontvangst. Het was dezelfde vriendelijke dakdekker als de vorige keer. Dat vond ik een hele geruststelling. Straks zou er nog een maatje komen. Met z’n tweeën is altijd gezelliger. Het leek me een hele klus. Opmeten, materiaal verzamelen, naar boven sjouwen, de oude dakplaten eruit en de nieuwe plaatsen. Maar dan had je ook wat.

Gisteren bezocht ik de tuin waar de Royal Garden Ladies op zoek zouden gaan naar hun snuifmotkever. Aan een kleine weg lag, verscholen in het struweel, een huis, nauwelijks van de weg af te zien. Een kleine oprijlaan er naar toe, links een chaletje en rechts het grote huis. Smalle paadjes langs weelderige hortensia’s, uitbundig bloeiende anemonen, agaphantussen in al hun pracht, vrouwenmantel en kleurrijke dahlia’s in alle maten en soorten deden mijn armzalige bos bloemen verbleken. De vijgenboom droeg vrucht, evenals een appelboom langs de sloot, waaraan de groene appels een flinke oogst beloofden. Overal was gekwetter van vogels te horen, koolmezen, pimpelmezen, vinkies, een bruine tortel, merels en op de grond liepen de kippen, pikten hier en daar een zaadje weg en scharrelden zo, met recht, hun kostje bij elkaar.

De gastvrouw kwam naar buiten lopen, een bekende ouder van school uit het grijze verleden. Onmiskenbaar ouder, de tijd had er wat rimpels ingesleten, maar met dezelfde energie en dezelfde gezellige spraakwaterval. Ook haar vriend was een oude bekende en samen hadden ze dit huis steen voor steen gebouwd. Een grote zwarte loebas bedelde om aandacht. Tegenover het pand lag de boomgaard en schuin aan de andere kant een grote moestuin. Het werd een genoeglijke middag met de belofte dat er koffie en thee te zetten viel en dat we tussen de acts door van een toilet gebruik konden maken.

De verhalen rakelden mijn tijd op de jenaplan op van het allereerste begin. De grootse kampen, die ze allemaal had meegemaakt en waarbij ze niet zelden een groot aandeel had in het maken van het decor of het bedenken van een entourage voor het rovershol uit Ronja, de roversdochter. Groots en meeslepend, moest het zijn. Met minder nam men geen genoegen. Teamleden kwamen voorbij, de ouders uit die tijd, een paar overleden, gescheiden, verhuisd. Kinderen die van kleine schatjes waren uitgegroeid tot standvastige dames en heren, ups en downs, het leven in alle toonaarden. Tegen zessen en een glaasje wijn verder ging ik met de kleine blauwe weer op huis aan.

In de stilte van de kamer zinderde het gesprek nog even door en trokken levendige herinneringen langszij. Wat een mooie plek voor onze act. Het lag niet bepaald op de route, maar ieder die dat wilde, zou het kunnen vinden. Deze hobbel was genomen, nu was de outfit aan de beurt. Ooit hadden we tweed rokken bij de verkleedkleren gehad en bijpassende bloezen met een ferme strik met grote linten om de hals. Misschien lagen ze nog steeds in de zakken die vriendinlief had meegenomen.

Het Vroeg Middeleeuwse avontuur neemt al een vaste vorm aan en het brengt me in de ban van het zwaard. De stappen die gezet moeten worden lopen soms harder dan ik het opschrijven kan. Mijn nieuwsgierigheid naar het vervolg is zo groot dat het soms lijkt of ik het niet ben, die het plot verzint. Het boek dat ik aan het lezen ben, helpt erbij om in de sfeer te blijven. Ondergedompeld in de avonturen terwijl boven, anno nu, men de handen uit de mouwen steekt.

Maar eerst een lekker bakkie leut voor de mannen. Daar gedijt het klaren van een klus goed op. In variatie op een thema: ‘Koffie verzoet de arbeid’.

Uncategorized

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Even dacht ik dat de zinnen waren verdwenen, per ongeluk gewist, opgegaan in mist. Alleen…De zinnen stonden slechts in het hoofd geschreven, daar was een verhaal ontstaan. Dagdromen of vooruit denken, beide is mogelijk.

In de krant mijn lievelingspuzzel met te moeilijke opgaven en verder beelden van drommen ontheemde mensen, een lispelende belofte, een traag en warrig beleid.

Vannacht het verhaal, dat maar bleef kloppen aan mijn slapen. ‘Wordt wakker en schrijf op’, gebiedende wijs enkelvoud. Het boek dat daarna aan bod kwam, besloot een spannende wending te nemen, dat de belevingswereld van de jongen finaal ondersteboven gooide en mij daar in meezoog. Daarna sukkelde het weer in slaap, door ongemak, hoe leg ik dat pootje nu nog neer, en vermoeidheid overmand.

Gisteren. Bij de fysio konden we door met de ademhaling. Lopen, legpress en, nu komt het, de ‘dead bug’, nee je hoeft er niet voor dood te gaan liggen maar je traint je ‘core’, de kern van je lichaam, ofwel bil en buikspieren en alles wat er mee samenhangt. Engels vakjargon, kennelijk. Waar is het goede ouwe Latijn gebleven. Buiten dat is het een uitstekende ademhalingsoefening, als je niet, net als ik totaal van de wijs raakt door alle handelingen die tegelijk moeten gebeuren. Als mijn ene been omlaag gaat en een arm omhoog, wil mijn eigenzinnige andere arm gezellig mee. Allesbehalve een veeldoener dus. Normaal doet de bal ook nog mee, maar dat lukt met het gipsen pootje nog niet zo goed. De fysio vroeg mijn mening over de stagiair die over acht weken af zal studeren. Het is een bekwame en aandachtige, vriendelijke jongen en ik heb hem hoog zitten. Zijn eigen onzekerheid siert hem. Bescheidenheid is een goede vriend. Hij komt er wel. Bovendien heet hij hetzelfde als mijn zoon, de fysiotherapeut. Het schept een band.

Toen ik voor het eerst werd ingewijd in het medisch vakjargon in het Latijn, was mijn enige voorkennis de litanieën van de zalvende priesters in de hoogmis. Mijn voordracht werd al snel hilarisch door mijn gedragen uitspraak van het abdomen, dat mij herinnerde aan het ‘Dominus Vobiscum’. Dat laatste met een korte -o-klank, de eerste met een -oo-klank. Het leverde de droge constatering op ‘Katholiek zeker’, wat ik volledig kon beamen. Mijn kerklatijn kwam later wel goed van pas bij al die wonderlijke benamingen voor alles wat er in het vege lijf huisde. Geen berg zo hoog of het viel te beklimmen.

Het is herfstachtig, zelfs de temperatuur. Dat maakt het minder erg dat ik er niet op uit kan trekken. Er ligt nog een aflevering van Het uur van de wolf te wachten, waar Zappa een podium krijgt. Daar kan ik me op verheugen. Mijn tekenvaardigheden verlangen naar een nieuwe uitdaging, even als mijn kookprestaties. Oktober met inktober is nog zo ver weg.

Morgen komen ze de dakplaten vervangen. Nog een dag werkvolk over de vloer. Of ik maar weer om acht uur paraat wil staan. Ook witten ze het nieuwe plafond in het toilet. Daarna kan het grote bed eindelijk van zolder en maak ik daar het winteratelier, met als nadeel dat je niet naar buiten kan kijken, want het dakraam zit te hoog. In ieder geval vormen de oude doeken op die manier een stimulans om door te gaan. En een nieuwe indeling biedt vast een ander perspectief. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Uncategorized

Stap voor stap

Dan begin je in het vroege uur aan een boek. Het grijpt je bij de lurven, het pakt je in en sleurt je door de tijd heen. Ineens is er heimwee naar daar, waar de wereld overzichtelijk was tot zover je kon kijken. Waar de zon op je voettochten als kompas diende. De maan en de sterrenhemel het gewelf vormden, waaronder je mocht dromen. Je ezel de last voor je droeg en een scharminkel van een hondje, dat over je waakte, je trouwe metgezel bleek. Met gevilde konijnen boven het zorgvuldig aangemaakte houtvuur, waar met ring en tondeldoos de vlam in was geslagen, de geur van kringelende rook in de neus.

Een wereldvreemde jongen, moederziel alleen, nam me mee. Iedere ontmoeting was een nieuwe ervaring, omdat hij tot dan toe alleen boven op een berg woonde met een oude man. Maak je daar maar eens los van. Wat een kracht kent het verhaal, het tweede boek van mijn recensies. De derde komt eraan en de andere twee zijn in behandeling. Het werkt inspirerend en zorgt ervoor dat ik onmiddellijk weet hoe ik het nieuwe verhaal voor de scholen zal beginnen.

Op mijn speurtocht naar de vroege Middeleeuwen op Google stuit ik op een weekend bij een vroeg-Middeleeuwse boerderij, Het Groene Huis, waar oude ambachten zullen worden getoond in alle glorie, compleet met vrijwilligers in Middeleeuws kostuum. Toeval bestaat niet. Het is ruim een week voor de inleverdatum van mijn verhaal. Met een beetje geluk heb ik er dan beeld bij. In de modus van geprikkelde verbeelding dringen zich de verhalen op. Zwaard, tondel, een knecht in de smidse met de stem van een troubadour, ontdekt door een edelman. Dergelijke vingerwijzing is alles wat er nodig is om zinnen tot een verhaal te smeden. Pluis ligt, zich van geen kwaad bewust, languit op mijn benen, terwijl het idee vorm krijgt. Zo werkt dat.

Gisteren kwam dochterlief met de drie kleinzonen langs. Ze hadden de weg gefietst, die de oudste straks naar school zal fietsen vanuit Utrecht. Het was wel te doen maar nog best een eindje. De jongens hadden nog niet genoeg energie verloren. Ze buitelden na het eten in een kluwen over elkaar heen. Drie weken volslagen vrijheid tijdens de vakantie maakt het gareel lastig. Zondag thuis gekomen en voor school begint nog twee weken tijd om in de pas te lopen. Haha. Het leverde wel een standje op omdat de luisteroren niet waren meegekomen. Kleine Dribbel snapte ook het spel van ravotten niet zo goed. Wat is stoeien en wat doet pijn. De anderen weerden zich en toen waren de poppen aan het dansen.

Het gaat allemaal weer voorbij, moet je maar rekenen. Voor je het weet, zijn ze groot. De middelste had thuis zelf Amerikaanse pancakes gebakken, die supergoed gelukt waren. Meesterbakker in de dop.

Ik duik straks het boek weer in om draden te spinnen naar de sfeer in het andere verhaal. Straks zijn er routineklussen. De fysio, boodschappen en naar de dierenwinkel voor het kattenvoer. Het briefpapier ligt klaar voor een te schrijven brief, wat steeds op het tweede plan terecht komt, maar wat nu toch echt moet gebeuren. Er ligt nog een puzzeltje te wachten. En vanaf het doek kijken de zussen mij verwijtend aan. ‘Wanneer ga je door’? Het zijn die kleine onbenulligheden, die een dag altijd weten te vullen.

Vriendinlief stuurt me wat zeevitaminen van zee en een verlaten strand via de app. Ze komen binnen, net als het verlangen er naar. Nog twee weken wachten tot het blauw eraf mag en het hoofd weer leeg kan. Dan zijn alle hersenspinsels verwerkt en kan het leven voort. Stap voor stap.

Uncategorized

De vrijheid tegemoet

Wesp in de kamer. Zoemt ze uit narigheid, woede of ongemak. Lees de wesp. Tegen het raam blijft ze vliegen, met soms glijdende, dan weer schokkende, bewegingen. Het klinkt nijdasserig, alsof ze het maar niets vindt, dat die rare doorzichtige gladde wand tussen haar, de vrijheid en de frisse buitenlucht zit. Af en toe valt ze stil en denk ik dat ze de weg naar buiten heeft gevonden. Het raam staat open en van buiten klinkt het ruisen van wielen over het asfalt. Langzaam hult de nacht zich in een grijze dag, naadloos welhaast.

Gisteren mocht ik mijn aangewaaide kleindochter voor het eerst begroeten. In een roze tulen wolk, want prinsessenjurken en feest gaan prima samen. Zomaar een oma erbij krijgen is een heuglijk feit en zomaar een kleindochter een cadeautje. Op het programma stond het Kinderboekenmuseum. Kikker, rupsje nooit genoeg, grote en kleine beer, Dikkie Dik, Elmer, Pim en Pom, alle klassieke prentenboeken om levensecht in te wandelen, doorheen te kruipen, schotsen te springen, te schaatsen, te zoeken. Een wereld aan verwondering. Zoveel, dat het verwachtingsvolle het soms won van de doorleving. Nog een tunnel, nog een huisje, nog een keukentje en tot slot een feest van letters op de nachtpannenkoeken.

Voor oma, altijd kind gebleven, een nieuwe toevoeging beneden in de kelder. De kinderwereld van A.M.G. Schmidt. Met een oranje armbandje ging een wereld aan mogelijkheden open. Minoes, Drie liften van Abeltje, de bakstenen van Ibbeltje, Wiplala, Otje, Floddertje, ze waren er allemaal. Alle liedjes in de auto van Otjes vader, ‘Meester van Zoeten, Op een mooie pinksterdag, De tante en de oom uit Laren’, feest der herkenning. Met als kroon op mijn levenswerk, zoonlief, die ze net als ik, allemaal luid mee kon zingen. In al die jaren niet vergeten.

De imposante boekenwanden maakten indruk, maar daarna, met een eetcafé dat gesloten was, was de koek op. In Den Haag is alles dicht op zondag.

Een kleine snack bij een restaurantje en een kleurplaat verder, met altijd buiten de lijntjes kleuren als advies, en diamantjes, zoefden we in de hybride van zoon naar een nichtje van schoondochterlief, met haar baby. Een ontmoeting in het park en, zo bleek, de de kennismaking met haar man en mede-organisator van een Breakdance contest in het Zuiderpark. De baby kreeg een koptelefoontje op haar tere oortjes en daar zaten we, tijden te overbruggen. Van op een mooie pinksterdag tot rondtollende meiden en jongens met de meest ingewikkelde moves op het podium. Kleurrijk publiek en veel muziek. Wat een onverwachte, maar aangename, wending. Onze gastheer husselde snel een heerlijke Surinaamse maaltijd bij elkaar. Nasi met kousenband, voor mij met heerlijke tempeh, voor de anderen, met ajam.

De inspanning van deze fanatieke dansers weefde zich, als vanzelf, met het verleden. De kinderen uit mijn groep die voor de weeksluiting met regelmaat een breakdance-act instudeerden. Daar op de tribune ontroerde die gedachte me. Dezelfde passie, hetzelfde fanatisme, dezelfde opluchting als alles lukte zoals het gewenst was, dezelfde trots.

Om het spektakel heen het groene Zuiderpark, lommerrijk, met een beekje er doorheen, jongeren op het gras, zon en een verfrissende wind,waarop de zware basklanken zich licht lieten vervoeren. Het hele dansante zelf kwam naar boven, wiegend en wiebelend. Door schade wijs geworden, bleef ik wel zitten. Een ezel stoot zich nooit twee keer aan dezelfde steen.

Toen Pluis de kamer binnenstapte, besloot ik dat wesp naar buiten moest. Niet het risico van een prik voor Pluis. Bril op. Ach, de wesp was een bij. Gewapend met een glas en een stevige kaart was ze al snel gevangen. Opgelucht vloog ze even later naar buiten, zwaar van een vlokje stof aan haar poot, de vrijheid tegemoet.

Uncategorized

Geen parkieten, veel gras en echt groen

Het indringende geschetter van een vogel viel me voor de tweede ochtend deze week op. Nooit eerder was dit geluid me opgevallen. ‘Een halsbandparkiet of een ekster’ is het eerste wat mijn mouw naar buiten schudde. Opzoeken dan maar, die vogelgeluiden. De halsbandparkiet was het niet. Het kleine onderzoek leerde wel, dat er buiten alle halsbandparkiethaters twee mensen waren, die medelijden hadden met het dier. Een wetenschappelijk onderzoeker uit Leiden, die iedere groene vogel een track om de nek hang, zodat duidelijk werd hoe de dieren vlogen. Maar ook een dierenarts die bewogen gewag maakte van het akelige bestaan van deze aanhankelijke en intelligente dieren. Een exoot, die ooit, niet begrepen, was losgelaten en letterlijk en figuurlijk vogelvrij werd verklaard.

Zo’n nieuw inzicht is verhelderend. Het zorgt voor een andere waarneming dan die van de folteraars over de besmeurde auto’s en het geschetter. Nuances aanbrengen werkt extra verhelderend.

Geen halsbandparkiet te bekennen in deze stad. Zelfs niet in het park rond het voetbalveld, waar zoonlief na ruim anderhalf jaar eindelijk weer mocht opdraven om een vriendschappelijke wedstrijd te spelen. Zij hadden het gemist maar het publiek ook. Niets zo bijzonder als het oppakken van de rode draad, die ons maanden geleden uit de vingers was geglipt. Het gewone leven, de routine, de vaste gewoonte, het kleine geluk.

Hij liet een prachtige theatrale duik zien en een paar goed getimede reddingen. Altijd de bal en niet de man. Ook bij een nieuw club, waar je als ‘senior’ een paar jaar mee kon. In de wereld van de sport ben je sneller oud dan elders.

In de rust stond er een kleine dribbel op het veld, in al haar felheid bij het schoppen naar de bal als een soort Lieke van de reclame, het meisje dat niet wilde luisteren naar de trainer als hij jongens zegt en door blijft voetballen in de regen. Pas toen opa haar op zijn schouders laadde, ging ze onder luid protest van het veld af. De tweede helft was voor de mindere goden en daar verloren ze op punten, van wat een gewisse overwinning had kunnen worden bij een tussenstand van 4-1. Ach ja, oefenen, oefenen, oefenen.

Mijn pols was voor een man langs de lijn aanleiding om een verhandeling te beginnen over enkels, pinnen en littekens met het bijbehorende plaats delict en tot drie keer de mededeling dat hij alleen en op zichzelf woonde. Wippend van mijn ene op het andere been hoorde ik de litanie aan en verdween zodra de aandacht verslapte, achter de kantine langs, naar buiten. De reden om afgezonderd van het grote publiek naar de verrichtingen van de jongens te kijken, was eens te meer duidelijk.

In de dikke zaterdagkrant is een pagina gereserveerd voor het overlijden van K. Schippers, de taalvirtuoos. Een van zijn citaten valt binnen. ‘Soms dompel ik me in de taal tussen twee kaften, die in stilte op me wacht’. Een perfecte aanleiding om zijn laatste boek met de titel ‘Nu je het zegt’ eens uitvoerig te bestuderen. Een kleine rondgang tussen de recensenten leert dat het geheel van de lezer afhangt of je er het predicaat bekoring aan kan geven. Als een taalvirtuoos de snaren bespeelt, is dat niet voor iedereen het hoogste lied.

In het bijbehorende magazine Frederique Spigt, wier uiterlijk wordt omschreven als ‘Nog altijd heeft ze het kapsel van een onuitgeslapen Elvis, en loopt ze op afgetrapte laarzen’. Ik vind haar de wijzere zus van Brood. Zelfde uitstraling. Iets verderop komt Midas Dekker aan bod met nog een gedachtegang om te overpeinzen. ‘Minder ambitie betekent dat je accepteert wat je hebt en hoe het tot nu toe is gegaan, en dat is helemaal niet zo gek’. Ze gaan mee in mijn rugzak.

Buiten klinkt het geruststellende gekoer van de duif in de boom voor het huis en het antwoord van de compagnon een paar bomen verderop. Dat is waar we het mee moeten doen. Geen parkieten, veel gras en echt groen.

Uncategorized

De roerige jaren zeventig

‘De eeuw van mijn moeder’ een drama van Eric de Vroedt op NPO 3 speelt zich grotendeels af in mijn eeuw, realiseerde ik me ineens, toen ik twee afleveringen van dit indringende drama had gezien.

In een aantal uren trekt het leven van Winnie van Willigen voorbij en daarmee alle fasen uit mijn leven, die voor een deel herkenbaar zijn, behalve het trauma dat zij als jong meisje had opgelopen in een jappenkamp. Dat is bepalend geweest voor de toonzetting van haar leven, ook al had ze het diep weggestopt. Winnie en haar zussen slagen er meesterlijk in om de rauwe werkelijkheid weg te lachen en een feest te maken in de gewenste hiaten van hun herinnering. Wat je niet noemt bestaat niet.

Winnie herhaalt constant, als hoogste goed ‘het op de toekomst gericht zijn’. De zoon is nieuwsgierig naar de werkelijkheid en graaft de wortels van haar getraumatiseerd verleden bloot. Stukje bij beetje wordt er aan de mise en scène geknaagd, tot de dunne schil valt, net als die van de aardappel die haar moeder moet leren schillen bij aankomst in Nederland, waarna het ware gezicht achter het masker tevoorschijn komt.

Heerlijk om weer eens een echt stuk toneel te zien, al is het op de beeldbuis. Altijd weer koester ik het spel van de ingenieuze oplossingen om tijd naar de hand te zetten, overgangen soepel te laten verlopen, de omgang met de emoties, en het samenspel. Zoveel bewondering voor de acteurs, het decor, het oproepen van de gewenste impressie. De regisseur die samen met de acteurs tot een bondigheid komt, 75 jaar in een grote notendop.

De adat om alles weg te lachen en de sfeer ‘gezellig’ te houden is enerzijds zo begrijpelijk. Waarom duiken in wat achter je ligt, dat heftige verleden. Problemen wegwuiven is zoveel makkelijker dan de confrontatie aangaan. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan dus vindt het een weg bij een volgende generatie. Als eenmaal alle verwijten uitgesproken zijn, kan er gezocht worden naar een bevredigende manier om samen nog een goede weg te vinden, het laatste pad.

Het deed me denken aan het verhaal van een van mijn vriendinnen, in wier leven gegraven werd door haar telgen, die hun plaatje naar eigen ervaring gekleurd hadden en daarbij de maatschappelijk context uit het oog waren verloren. Gewoonten in de vrije jaren zeventig waren volkomen anders dan hoe nu iets opgepakt wordt. Er zit nu veel meer kennis in de meegetorste rugzak en er zijn een aantal doelstellingen veranderd, bepaalde opvattingen achterhaald. Destijds waren we er aan toe de geldende normen en waarden op de schop te gooien, de regels danig te veranderen en ook nog eens vrij rigoureus.

Je kon als ouder meebuigen of barsten, zo stond de vlag er ongeveer bij. Mijn moeder was pragmatisch ingesteld en ging zelf op onderzoek uit, terwijl mijn vader aanvankelijk vasthield aan wat hoorde en uiteindelijk eieren voor zijn geld koos en zich helemaal stortte op een nieuwe horizon, waar hij zijn hobby in kwijt kon. Het leven lachte weer.

Vakantie vieren op het Nannewied

Voor ons betekende het de eerste bokkensprongen, ontdekkingstochten, het slechten van heilige huisjes. Alle grenzen moesten overboord. Vrijheid, vrede en liefde, daar groeide en bloeide een mens op. Dus strooiden we er lankmoedig mee. Het waren spannende tijden. Ik had ze voor geen goud willen missen, de roerige jaren zeventig.

Uncategorized

Het buitenleven zong samenzijn en liefde

Alweer een wonderlijke start. Er moest bloed afgenomen worden. Douchen is nog altijd een klus, die dan beter eerst geklaard kon worden. Zaken gaan voor het meisje, een goede raad van wijze voorouders.

In het oude hoge schoolgebouw waarschuwden gele neonstrepen voor de anderhalve meter en er mochten op ruime afstand maar 8 mensen in de wachtkamer. Vier buizen bloed armer stond ik binnen tien minuten weer buiten. De huisarts kreeg de resultaten toegespeeld. Routineklus.

Zo blij met het televisieprogramma ‘Kijken op gevoel’. Tussen de eindeloze herhalingen eindelijk een uurtje inhoud. Samen met Wieteke van Zeil dook je de kunst in en in een notendop werd geschiedenis ingegoten. Door de afbeelding te plaatsen in de context kreeg het diepte. In deze aflevering kwam vooral de emotie ‘Woede’ aan bod. Een Streetart kunstwerk in Rotterdam, Medusa’s deerniswekkende hoofd en de geschiedenis van haar leven en de Ennuit godin Sedna, die er voor zorgde dat de jacht met eerbied voor het dier plaats vond, passeerden de revue. De beeldenstorm en het vernielen van een kunstwerk uit pure woede voor het systeem of de belichaming van de onderdrukking was ook een onderdeel. In het Dordts museum hingen de foto’s van Gert Jan Kokken van die bekraste doeken en daarmee werden de vernielingen weer verheven tot nieuwe kunst.

Dochterlief belde gisteren. Had ik zin om morgenmiddag mee naar de tuin te gaan. Ze zouden me komen halen. Als een kind zo blij, want al te lang verstoken van natuur. Vlinders in de buik, lekkernijen in de rugzak en de seconden voorbij gekeken. Schoonzoon en de kleine filosoof kwamen me halen. Op de tuin was het druk aan de auto’s op de parkeerplaats te zien. We liepen eerst naar hun tuin. Kussens in de stoel, tafel schoongepoetst en kleed erover. De hangmat werd in gereedheid gebracht om lui te schommelen, als de vermoeidheid toesloeg. Ze hadden de hele morgen gezwommen en heel veel energie zat er niet meer in het vat.

Ik wandelde met angst en beven naar mijn tuin. De distel had zich over het achterpad gevouwen ter bescherming van de verlaten tuin. De paarse pracht had plaats gemaakt voor stekelige bleke pluis. Geen puttertje te horen of te zien. Woelmuis haar weg was, zoals gewoonlijk, gebaand. De oude kwam met twee dames langs gelopen en ik zag de o zo vertrouwde gezichten uit de Hombourgperiode, waar zijn pas overleden zus ook toe behoorde. Het was fijn om het verdriet van mijn afwezigheid die dag van de begrafenis te kunnen delen. De onmacht om de snelheid waarmee het gegaan was. Meewarige blikken bij het blauw om de arm. Maar een gebroken pols was niets bij wat we bespraken. Delen is helen.

De tuin was, zoals verwacht, overwoekerd. Een handschoen over de aangedane hand trekken lukte niet. Precies de verkeerde beweging. Binnen in het atelier lagen de zaaddozen aan droge takken van het vingerhoedskruid. Afrissen met één hand dan maar. Rust en stilte tussen het groenste groen. De wilgen sloten het paradijs in. Binnenkort moesten ze er aan geloven, dan wilde ik het uitzicht op de molen terug. Een volk bijen was neergestreken op de bloemen van het leverkruid. Ze deden zich uitgebreid tegoed aan de zoete nectar en waanden zich God in Frankrijk.

Om de tuin heen lag de weidsheid van het park, met een zweem van de oude polders. Blanke waterlelies trotseerden het kroos, het hen omringende riet en de kikkers, de kroon op een bescheiden boerensloot.

Inmiddels was dochterlief gearriveerd bij haar tuin met Dahl en Naan, salade en wijn. Ik had dadels met kruidenkaas bij me en kleine eenhapsbroodjes, de achterbuur maaide de paden met de grote traktor. Het buitenleven zong samenzijn en liefde.

Uncategorized

Een reden om hoog te vliegen

Wonderbaarlijke droom over een theater, de tribune(als van een zwembad) en een onbereikbare tas met een onduidelijk onderdeel, dat steeds verder van me afgleed. Later bleek het mijn portemonnee te zijn, want die miste ik bij het bestellen van een broodje. Een portemonnee staat in de droom voor identiteit, ik doe me niet voor zoals ik ben schrijft het verklarende boek onverbiddelijk. Dan de droom van gisteren. Ik kwam herintreden op school. Er was een web met een grote spin, een gele vlaai en een kring voor de onderbouw die bestond uit hoge stoelen om een kantige middentafel, zonder ruimte binnenin. Ik begon onmiddellijk verwoed te schuiven en haalde mijn gram in eindeloos gesputter. De spin staat symbool voor de kracht van het vrouwelijke. Ik heb haar de gordijnen ingejaagd, omdat het web per ongeluk kapot ging. De rest is vermoedelijk op ervaring geschoeid. Dagdromen kan ik de hele dag, maar zo helder als deze dromen zijn. Ik kan ze schilderen tot in het detail. Ze komen vaak bij het hazenslaapje na het vroege uur, waarop ik in de nacht al wakker was. Kort maar indringend.

Een appje van vriendinlief. ‘Ga je mee naar het Paleis op de Dam’. Daar is een tentoonstelling van de werken van kunstenaars, die in aanmerking waren gekomen voor een prijs in de vrije schilderkunst, uitgereikt door de koning. Superleuk, maar het obstakel heet vervoer. Het openbaar vervoer is mijlen ver weggezakt en komt nauwelijks boven drijven als mogelijkheid. Misschien toch weer in gang zetten. Het zou wel de actieradius vergroten, want die is nu beperkt. Een ander appje met een voorstel voor de cursus Cyanotype met twee lieve vriendinnen. Een juichend ja, een nieuwe ervaring is de uitdaging bij uitstek. Spannend. Het neuriet in mijn hoofd: Blauw, blauw, hemelsblauw’. Een en ander moet worden voorbereid. Ik denk zeeën van tijd te hebben, maar ze smelten als sneeuw voor de zon.

Gisteren was mijn eerste bezoek aan de fysio. Heerlijk om weer wat te lopen op de band en daarna de ademhalingsoefeningen om de trap minder snel een mijl op zeven te laten zijn. Inademen bij stap één, vasthouden bij stap twee en uitademen bij stap drie. Iedere drie treden bewust ervan te zijn, is de opdracht. Het half uur vloog om. De stagiair die me begeleidde, hield me nauwlettend in de gaten. Een arm voor me en een arm achter me. Elke misstap is een leerpunt, zowel voor hen als voor mij.

Daarna langs de kringloop, waar ik een grappige groene baggy broek vind, die als gegoten zit. Malle modellen zijn zeer aan mij besteed. Dat hoort bij het wandelen buiten de gebaande paadjes. Altijd al gedaan. Het brengt leven in de brouwerij. Voor me stond een mevrouw met alle tijd van de wereld en in de kennelijke eenzaamheid vervulde ze haar behoefte door een lang praatje af te steken. De vrouw achter de kassa knikte steeds beamend, waarbij haar glitter make-up beurtelings straalde. Toen ik eindelijk aan de beurt was, zag ik dat het perfect matchte met de aubergine glitter legging. Dat was in mijn glorietijd bij het werken in de kringloop de kunst. Kleding tegen te komen, waar je met gemak een hele eigen twist aan kon geven door te mixen en te matchen. Toen ik met de buit naar buiten ging, vielen de leeggepikte zonnebloemen op. Drie stuks vol fleur in het rommelige struikgewas. Met de zon in het hoofd trok ik huiswaarts.

Vanmorgen vloog er zowaar nog steeds een gierzwaluw door de lucht en ik had er gisteren ook een paar gezien, minder talrijk dan andere jaren. Ze zijn opmerkelijk laat. Misschien door het regenachtige weer. Het kunnen ook doortrekkers zijn uit Noord Europa. Ze zingen het lied van verlangen en zijn een open boek in de weersvoorspelling. Hoog dan blijft het zonnig, laag dan volgt er regen. Deze einzelgänger had, met het mooie weer, eindelijk weer eens een reden om hoog te vliegen.

Uncategorized

Het aanbod is er

Het is goed te doen, lezen en fietsen, kan ik jullie vertellen. Alleen…niet met een gipsen pootje, of je moet het stuur los laten. De breuk zit precies daar, waar de knik gemaakt wordt en het handvat in de greep houden geeft pijn. Een en een is twee, geen goed idee derhalve.

Maar de fiets was er wel voor toegerust. Een handig sleufje waar het boek opengeslagen in kon en het stuur het dichtslaan belemmerde. Officieel voor een iPad of iPhone is dit vernuft, vermoed ik. Film kijken is nog wat relaxter, want bij het fietsen worden de zinnen soms zeeën door de trapbeweging.

Bed verschoond, was in de machine en dan weer dat grote niets, dat alles opslokt. Het omwentelen van de trommel gaat gestaag door, voort en voort en voort. Het past bij de gemoedsrust, oneindigheid. Een bed verschonen met één hand valt nog niet mee. Links doet mee voor spek en bonen, terwijl ik het dekbed voorzie van haar nieuwe ‘ kleedje’. Ze mag steeds een punt vasthouden, waarbij het alert blijven geblazen is, zodat ze niet in een keer het volle gewicht van het dekbed te verduren krijgt.

Pluis keek verdwaasd naar de witte vlakte. De sprei zit eveneens in de trommel en nu bleef ze verstoken van haar dagelijkse verdwijntruc. Elke ochtend krabt ze aan de sprei, dan til ik het op en duikt zij eronder. Ik ben er wel, ik ben er niet, verstoppertje met de buitenwereld. Voor deze gelegenheid en vooral ook omdat ze me beledigd toe miauwde, heb ik mijn ochtendjas opgeofferd. Nu toeft ze samen met schaap al uren in dromenland.

Gisteren liep ik toch ook maar even naar de dichtstbijzijnde super. Ze hadden jonge spruitjes en dat gaf een onbedaarlijke trek in vis, sla, gebakken aardappelschijfjes en die heerlijke kleine knolletje in een botersaus met dille en limoen. Zomaar een aanval van kooklust, niet in de laatste plaats geïnitieerd door de twee herhalingen van Masterchef Australië. De aankondiging dat er in september met nieuwe afleveringen wordt gestart liet het hart een sprongetje maken. Goed voor nieuwe ideeën.

Op Twitter buitelen links en rechts over elkaar heen met ongezouten meningen over het versnellen van de opwarming van de aarde. Zowel ter linker als rechter zijde worden grove beledigingen op de persoon gespeeld. In de cocon die eigen wereld heet, kan ik niets anders dan te bedenken, dat het tijd wordt om ieders eigen ego en meningen te laten varen en over de grenzen heen te kijken. Mondiaal moet het roer om willen we nog toekomst bieden. Stop je onvrede diep weg en sla de handen ineen.

Gisteren zag ik een programma over ‘Vleesverlangen’. De ouders hadden vlees op het bord, maar het kind werd zonder vlees grootgebracht. ‘Ikke mag niet vlees’ zei ze een paar keer achter elkaar. Hoe rijm je zo’n inconsequentie. Dus ging de moeder op onderzoek uit, naar haar sterke vleesverlangen. Het voelde als verslaving en een test wees uit dat inderdaad haar verlangen groter was dan bijvoorbeeld die naar vleselijke lust. Ze besloot om eerlijk naar zichzelf te zijn en niet de ogen te sluiten en te stoppen bij het vlees in de keurige bakjes in de supermarkt, maar het leed van het dier eveneens aan den lijve te ondergaan. Ze ging stage lopen bij een biologische slagerij. Toen haar hand op de deurklink lag, haakte ik af.

Ik ben een consuminderaar wat vlees betreft. Sporadisch, in een opwelling, eet ik het soms. Met mijn reis: ‘In 80 dagen de wereld rond’ leerde ik vooral, dat het in sommige gebieden haast niet te doen is om verantwoorde kost zonder vlees bij elkaar te sprokkelen. De heerlijke gerechten die ik wel heb ontdekt, waren absoluut promotors van het eerste uur voor het vegetarische en veganistische bestaan. Wat een heerlijkheden.

Verlangen smoor je door er iets tegenover te zetten, wat het evenaard of dat zelfs beter smaakt. Proefondervindelijk ondergaan is een goede manier van ervaren. Het aanbod is er.

Uncategorized

Fietsen en lezen in een adem

Gisteren bij zomergasten was de film ‘Hors Normes’ op televisie volgens zus. Maar dat was vorige week en toen raakte ik al in de ban van dit schrijnende juweeltje. Nee, dit is geen verschrijving of een contradictio in terminis. Het drama, dat een afspiegeling is van de realiteit, is heftig, het acteertalent fantastisch. Buitengewoon in alle opzichten, zoals de titel aangeeft. Het aangrijpende verhaal van kinderen met een zware autistische stoornis, die op grond van hun ongebreideldheid binnen hun beperkingen en het ongecontroleerde, agressief gedrag geweerd worden in de instellingen, worden onder de hoede genomen door twee vrienden. Op geheel eigen wijze gaan ze met hart en ziel met deze buitengesloten groep te werk. Ze beschikken daarbij over de enige middelen die licht kunnen brengen, namelijk liefde en oneindig geduld, naast vertrouwen in de goede zaak. Het staat lijnrecht tegenover het beleid van platspuiten en opsluiten, dat doorgaans gehanteerd wordt en dat, niet zelden, meer agressie teweegbrengt.

Daarbij snijdt het mes aan twee kanten, want als begeleiders kiezen ze voor kansarme jongeren. De inspectie zit hen achter de vodden vanwege de opleidingseisen. Wat zich ontwikkelt, is een groeiende bewondering voor de bergen werk die de twee vrienden, Stéphane Benhamou en Daoud Tatou, in de realiteit in de stad St. Deniz, verzetten. De film is opgedragen aan Johann Bouganim, de eerste autist die Stéphane onder zijn hoede kreeg. Een rol die subliem vertolkt wordt door Benjamin Lesieur. Een subtiele verwijzing naar samenwerken en grenzen doorbreken plus de draagkracht daarvan, schuilt in het feit dat Stéphane een Jood is en Daoud een Moslim, die beiden perfect door dezelfde deur kunnen.

De regisseurs zijn Olivier Nakache en Eric Toledano, die ook Intouchable hebben gemaakt, eveneens geïnspireerd door een waar gebeurd verhaal. Deels zijn de acteurs de autisten die Stéphane onder zijn hoede had en daarmee maakt eventueel vals sentiment plaats voor oprechte ontroering.

In werkelijkheid is het feit, dat dit probleem zich voordoet en men er geen afdoende oplossing voor heeft, een schromelijke tekortkoming. Bovendien legt het de zenuw bloot van het onvermogen bij de aanpak van ernstige psychiatrische stoornissen en de onmacht om de veiligheid te waarborgen voor deze groep kinderen en hun ouders, die op alle fronten buiten de boot vallen.

Dochterlief appt een foto door van een plantje en vraagt of het weg moet of bewaard. Het is de Verbascum en daar zijn insecten verzot op. Ze meldde ook nog, dat er wel gemaaid wordt in mijn tuin. Buurman van de hoek had dat al eens aangeboden en de tweede keer, nog vóór de pols, had ik toegezegd. Een voorzienende blik. Het zou ook de achterbuuf geweest kunnen zijn, die dat eveneens had geopperd.. Dat is het betere tuinenwerk, men helpt elkaar als de nood aan de man of vrouw is.

Vandaag kruip ik op de binnenfiets voor enkele kilometers. De buien houden nog een tijdje aan, maar er gloort licht aan het eind van de week. Schoonzoonlief belt de woningbouw voor de dakplaten en dan is al het leed geleden. Zelfs in de stortbuien van de afgelopen dagen kwam er geen druppel meer door het dak. Hij mag de dakdekkers de hemel inprijzen.

Vannacht droomde ik over een prachtig halletje, boven, met zelfklevend fotobehang, zwart met prachtige bloemen. Klussen gaat zo lichtvoetig in de nachtelijke uren met de ogen dicht. Geen kwaal die het belemmert. In de ochtendschemering is de spijt om tevergeefse denkbeeldige arbeid groot, maar ook een stimulans om er een beetje over te peinzen.

De lucht betrekt, ik duik in het boek met opa. Het tijdloze leven van gisteren. Maar eerst even fietsen, naar het eiland dan maar. Ik voel een experiment aankomen. Ik ga ervoor. Fietsen en lezen in een adem.

Uncategorized

Als het licht maar schijnt

Met regen zijn er een aantal mogelijkheden. Je kan het gadeslaan en vinden dat je thuis hoog en droog zit, je kan er van balen dat er, zodra je naar buiten wandelt, emmers met nattigheid over je hoofd worden geleegd, je kan met een ANWB Jack en stevige wandelschoenen alles trotseren en de paden op de lanen in als een echte Jo met de banjo of je kan in de grootste fauteuil kruipen met een kop warme thee onder handbereik en afreizen in een mooi vers boek. Redden wat er te redden valt aan de tuin kan altijd later. Onkruid trekken in natte grond is mijl op zeven. Op vakantie is een museum, een prachtige bibliotheek, een kerk of een overdekt winkelcentrum nog een optie.

Dat laatste is aan mij niet erg besteed. Winkels zijn er voor de boodschappen en daar moet je zo snel mogelijk doorheen van A naar Z. Ik ga voor het spinnen van de cocon, laat mij maar lekker hier. Het boek dat ik aan het lezen ben, brengt me naar een eiland met een opa, die als vanzelf de mijne wordt. Al mijn ouderdomskwaaltjes zijn verdwenen als sneeuw voor de zon en ik ben met toegewijde aandacht mijn pas gekregen zeilbootje aan het schuren en schaven.

Pluis ligt aan mijn voeten en droomt mee. Buiten ruist het water onder de autobanden en de bomen schudden hun kruinen van het lauwe vocht. Ze ogen onrustig, maar binnen is alles stilgevallen, zelfs de tijd. Op mijn eigen wijze werk ik vandaag mee aan de tijdrebellie. Temidden van de overheersende vluchtige hedendaagse tijd, waarbij alles in een stroomversnelling voorbij trekt en klokken de dienst uitmaken, stopt het hier binnen. Nergens een klok te bekennen en op de digitale tijdsaanduidingen let ik niet. Ik ga al een leven lang zonder horloge of wekker door het leven, dus ben niet anders gewend. Ik wordt wakker op mijn eigen ritme en in het eigen uur. Als het licht wordt, maar ook bij een bepaalde maanstand of zomaar, omdat het lijf erom vraagt.

De douchearm is een succes. Ze knelt weliswaar de bovenarm prachtig rood, maar alles blijft kurkdroog daarbinnen. Ooit maakte ik een keer mee dat een van de vrienden met een gipsen been uitgleed, toen hij op de voorplecht van de zeilboot stond. Gips en water levert een drabbige en pijnlijke situatie op, kan ik je verzekeren. Het verhaal werd een anekdote en heeft lang tot hilarische lachsalvo’s geleid bij verjaardagen, omdat de toedracht steeds spectaculairder werd. Ze is blijven steken op een boterpapiertje dat uit de vuilnisbak was gevallen, die ook op de voorplecht stond.

Op de verjaardag van zuslief stonden de Olympische spelen aan. Dan is er geen tijd voor weemoed, nostalgie en anekdotes. Vier van de broers en schoonzussen en wij vier zussen met een zwager deelden de feestvreugde. Als afleiding kwam de nieuwste pork op bezoek met pa en ma. Een klein en vermakelijk blij kind met grote bruine kraalogen van plezier. Hij wentelde zich dankbaar in de aandacht van al die oma’s en opa’s, net als onze trotse zus trouwens, die smolt bij de aanblik van de kleine telg, aanwinst in alle opzichten.

Gisteren belde vriendinlief en in een seconde waren er drie uur verstreken, over tijd gesproken. We hadden elkaar door omstandigheden een paar maanden niet gesproken of gezien. In de lappenmand gezeten, flinke pech er overheen, een gemolesteerde voortuin en een drive om het binnenplaatsje dan maar hangmatgereed te maken. Een negatieve ervaring met een positieve draai. Maar er werd ook geknaagd aan haar vertrouwen en het gevoel van veiligheid. Dapper worstelde ze zich er doorheen in de wetenschap dat er straks betere tijden zullen komen.

Als de zon zich niet laat zien, zijn er de schemerlampen en de kaarsjes voor een knusse sfeer, de bank en het boek. Ik ga verder met schuren. Als het licht maar schijnt.

Uncategorized

Twee maanden om me te verkneukelen

Vandaag zijn de hekkensluiters van de familie jarig. De tweeling, broer en zus, kwamen als laatse achter de rij van negen. Mooier kon niet, Van elk wat, na de 6 jongens en de 3 meisjes. Zuslief heeft van de week de allerlaatste hand gelegd aan haar balkon, een finishing touch na een grondige verbouwing. Ze is er klaar voor om te ontvangen. we mogen allemnaal komen. Broerlief viert vakantie, dus geen keuzestress.

Vannacht was ik, in mijn speurtocht naar de helden in de kinderliteratuur, aanbeland bij de Albert Verwey lezing van Bibi Du Mon-Tak in juni 2021 te Leiden. De titel wekte belangstelling. Wipneus en zijn schimmelige vriendje Pim. Ik moest onmiddellijk denken aan weggedoken beschimmelde broodkorsten en andere onappetijtelijkheden. Haar verhaal bleek koren op de molen voor het onderwerp, dat ik aan wilde roeren bij mijn recensies.

Ik ben kind van het boek. Nooit anders geweest. De klassiekers ken ik op mijn broekzak en mijn kennis is weer doorgegeven aan de generaties na mij. Op school las ik veel voor en met liefde, kinderen leren letters te eten, woorden te proeven, betoverd te raken door een verhaal. Dat ik voorbij de klassiekers kon denken, dankte ik aan het feit, dat ik de opleiding MO-A Nederlands had gedaan. Het vak jeugdliteratuur werd gegeven door de hele enthousiasmerende en inspirerende Henk Figee, die in zijn jeugdige overmoed de onderste steen boven haalde aan juweeltjes uit de mallemolen van uitgevers en hun aanbiedingen.

Hij gaf ook het vak taalbeheersing. Zijn liefde voor de taal en het boek zijn me voorgoed bijgebleven. Hij heeft gezaaid en ik mocht oogsten. Wat een rijkdom, wat een uitvergroten van een wereld. Ik bleef hem er eeuwig dankbaar voor. Helaas overleed hij al op 46-jarige leeftijd en moeten we het zonder zijn typische eigen ‘Filiaanse’ gedachtengoed doen: ‘Literatuur, een en al verwarring en verwondering’. Hij genoot eveneens van de roerige en scabreuze verhalen uit de late middeleeuwen en ook die liefde bleef me bij.

Bibi nam het op voor de kinderliteratuur van na de jaren zeventig met auteurs, waarvan er maar enkelen doorsijpelden naar de massa. Bij een vraag op een hedendaagse PABO kwamen alleen de klassiekers als Annie.M.G, Paul Biegel, Tonke Drag, Thea Beckman o.a. boven drijven. Op een vraag op Twitter om tips van een vader die graag zijn kind van acht een goed boek wilde voorschotelen en met de restrictie erbij, ‘Geen klassiekers, want die kennen we al’ kwam alles aan klassiek onbeschaamd voorbij tot en met Pietje Bell en Dik Trom. Toch snap ik het wel. Kinderliteratuur stokt helaas voor veel mensen als ze de jeugd voorbij zijn. Dat zou al kunnen veranderen. Maak er ‘tijdloze literatuur’ van en maak de zee aan lezers oneindig.

Bibi hield vervolgens in haar lezing een pleidooi voor het ‘onveilige’ vrije lezen. Ik filterde de volgende boodschap uit haar pleidooi: Ga de methode voorbij, waar nu nog hele volksstammen op de basisschool mee vergiftigd worden. Mijdt regels, laat het gaan, kies voor de beleving, een kind volgt zijn eigen ontwikkeling wel. Geef de liefde voor het lezen door in plaats van de starre stappen om tot lezen te komen. Het enige wat dat bewerkstelligt, is dat het plezier onderuit geschoffeld wordt. en o, wat ben ik het met haar eens.

Vijf boeken staan er op mijn lijst en het zijn stuk voor stuk juweeltjes, waar een kind eigenlijk niet van verspeend mag blijven. In oktober zijn ze weer te lezen en af en toe licht ik hier alvast een tip van de sluier. Twee maanden om me te verkneukelen.

Uncategorized

Een prinses waardig

Het was een warrige nacht geweest, toen de dag zich meldde in de gedaante van de stukadoor annex loodgieter. Van alle markten thuis. Schuddebollend over verouderde huizen, renovatie en nieuwe badkamers verdween hij weer om een doucheputje op de kop te gaan tikken om de kapotte oude te vervangen. Het leven was een grote queeste voor een klusjesman.

Het duurde en duurde. In de tussentijd zat ik met mijn hoofd bij de hedendaagse helden in de jeugdliteratuur. Er viel veel uit te zoeken als je niet wilde blijven hangen op de gouden ouwe. Helden is het nieuwe thema voor de volgende recensies. Er was veel moois onder de zon en naast de klassieken met eeuwigheidswaarde had ik al een aardig aantal nieuwe klassiekers gevonden.

Er kwam een app tussendoor van zuslief. Ze vroeg of we samen naar de tuin zouden gaan met andere zus. Ik moest er niet aan denken. De woestenij aanschouwen en maar half uit de voeten kunnen. Het zou me over al mijn grenzen trekken, als ik het eenmaal op mijn heupen kreeg. Na die ruime week van arrest dan nog maar wat erbij, tot ik kalmpjes zelf aan de slag zou kunnen. ‘Dan komen we gewoon op bezoek en kunnen nog ergens gaan lunchen’ besloot ze.

De klussenman van de woningbouw kwam terug. Hij had er een speurtocht van tien verschillende zaken op zitten en de put gevonden in een stadje verderop. ‘Zwaar verouderd, dat model’, sputterde hij en derhalve uit de handel. De stress schoot met ergernis uit zijn ogen. Kopje koffie dan maar, leek me. Dat vond hij een goed plan, waarna hij naar zijn slagveld verdween.

Beide zussen kwamen, toen hij net klaar was met zijn stucwerk van het plafond in het toilet. Genoeglijk schoten er wat onderwerpen voorbij en we zouden op de bonnefooi vertrekken. Een afleidend uitje voor mij, met mijn strohaar en huispak. Nog maar een dag ontoonbaar. Het kwam vast goed.

Zus ging recht door, omdat ze dat nog niet eerder, nou misschien één keer, had gedaan en reed vervolgens door het haar onbekende park. Langs de Lek lieten we ons leiden over de smalle dijk, waar zelfs een keer een veel te grote vrachtwagen wilde passeren. Halverwege schoten we de dijk weer af, al zorgde het natuurschoon en de vele ganzen voor een indrukwekkende schoonheid, meanderend door het groen heen. Het water had de uiterwaarden grotendeels overspoeld.

Bij Schoonhoven aan de aanmeerhaven voor het veer vonden we een plek uit de drukte op het terras, in een hoekje, afgezonderd van de rest. Het restaurant beschikte over een verrassend goede lunchkaart en een uiterst vriendelijke bediening. Het was een aangenaam verpozen. Omdat de kleur van de smeersels bij het brood ons ietwat vreemd voorkwam, vroeg ik aan een van de serveersters, wat we daar voorgeschoteld kregen. Ze zou het navragen en het bleek gefermenteerde aïoli te zijn. Bestorven knoflook in feite, een beetje vreemd, maar wel lekker.

Binnendoor reden we terug en gingen niet meer het centrum van het stadje in. Dat was fijn, want door de brakke nacht, het vroege opstaan en de rit was het lijf, maar vooral het blauwe pootje, vermoeid geraakt. Hoog in de kussens speelde ik nog eens de prinses op de erwt. Een nieuw plafond en een nieuwe doucheputje was de winst van vandaag en een vorstelijke lunch in fijn gezelschap, een prinses waardig.

Uncategorized

Die vrijheid schept mogelijkheden

Je naam in kleine letters houden omdat je niet in hiërarchie gelooft en al helemaal niet tussen het standsverschil der letters.. Bioloog en kunstenaar herman de vries is er van overtuigd en voert het in zijn naam door. In een minimonografie werd het boekje ‘Toeval bestaat wel’ uitgegeven. Ook daar is de vries van overtuigd. Immers als het niet bestond had hij nu in Ierland gewoond en gewerkt en niet in Beieren.

de vries is een van de laatste Zero-kunstenaars. Voor zijn werk schuimt hij de hele wereld af. Vanaf 1976 verzamelt hij ook aarde. Deze collectie met meer dan zevenduizend grondmonsters wordt tentoongesteld als ‘le musee des terres’ in het museum van Digne-les-Bains.

Ik krijg de minieme kleine uitgave van de dakdekker die als zzp-er voor de woningbouw werkt, als hij mijn toiletruimte vrij maakt van de curiosa, die er huist. Ik blijf toch een jaren-zeventig- mens, met een voorliefde voor wonderlijkheden, omdat die me altijd weer intrigeren en inspireren. Hij reikt me nog meer aan, maar dit kleine gele boekje, een editie van See All This, bevat naast een werk-en-levensgeschiedenis ook al zijn werken. Die zijn stuk voor stuk de moeite waard zijn.

Er staat ook een voorbeeld in waar hij instructies geeft om een kunstwerk door de natuur te laten maken. Iets waar je de herfst voor nodig hebt, een appelboom, een klapstoel, geduld, een horloge en grote vellen wit papier en lijm. Wacht tot het blad valt en plak het exact op die plek vast. De waarschuwing erbij is grandioos. ‘Ga niet zitten schuiven om de compositie naar je hand te zetten, want denk niet dat je het beter weet dan de natuur’. Het is een kwestie van de natuur naar haar eigen hand zetten.

Heerlijke gedachtengang. Dank lieve dakdekker, die eerst nog hoog boven het huis uittorende en nu in het kleinste kamertje met hetzelfde enthousiasme en met dezelfde toewijding te werk gaat.

Ik laat hem achter in handen van zoonlief als ik naar het ziekenhuis loop. Bij de gipskamer wordt ik herkend en ontvangen. In de belendende ruimte wordt een vrouw aan haar been geholpen. Daar is de gipsmeester van de vorige keer mee bezig. Een jongere collega neemt mijn pols onder zijn hoede. Met uiterste behoedzaamheid knipt hij de spalk los en zeept mijn pols in, droogt het zorgvuldig af en net als de vorige keer valt me de grote concentratie en de zachtheid van het handelen op. Alsof je een eendagskuiken in de handen houdt.

Ik mag de kleur kiezen en ga voor blauw, omdat zwart toch weer erg zwart is en blauw mijn tweede kleur, die trouwens ook bij mijn bril past. Hij observeert de bril en prijst haar en als ik hem vertel de keuze te hebben laten beïnvloed door geen oude damesbril te willen, vertelde hij juist te hebben gekozen voor een oude herenbril. Een genoeglijk gesprek over titaan en goudmonturen, het dunne glas, de schoonheid die bij je imago past. Daarnaast, door de prachtige grote tattoo over zijn hele linkerarm en de schroom die hij er voor overwinnen moest, komen we uit bij Polynesië en de handgezette tattoos bij nacht met de juiste maanstanden. Heerlijke gesprekken. Het schept een band. De foto na het gips laat een mooie pols zien en over vier weken mag het gips eraf.

De jonge dokter die op zijn eerste dag er werkt, dat blijkt uit alles, zal het nog moeilijk hebben bij deze doorgewinterde oude rotten in het vak. Het enige wat hem te doen valt, is te bevestigen wat de gipsmeesters al hebben verteld.

Donderdag komen de loodgieter en de stukadoor om de klus in toilet en badkamer te klaren en dan moet het even regenen, om te zien of het raam en het dak het houdt. Daarna kan de dakplaat vervangen worden en kunnen we door.

Ik kan weer met twee handen typen en volgend Google mag ik wel autorijden, mits het geen gevaarlijke situatie oplevert. Die vrijheid schept mogelijkheden.

Uncategorized

Geduld is een schone zaak

Al wandelend leer je onverwachts leuke stekken kennen, die je nog nooit eerder had gezien. Eerst kwam ik langs een staaltje van Street-Art, door jong en oud op een van de lelijkste muren van de stad. Met toewijding en nauwgezet werden de ontwerpen op de muur gezet.

Het fleurde de boel een heel eind op. Na kruip-door sluip-door sneed ik luttele meters af en kwam voorbij een hof, die me nog nooit was opgevallen

Het St. Elisabeth’s hofje, een stukje Oud Jutphaas, ligt aan het Kerkveld en is het enige stukje authentieke verleden op die plek samen met het kleine kerkhof. Voor het bezoek aan de huisartsenpraktijk besloot ik achter het voormalige bejaardentehuis door het park te lopen. Aan de kop ervan verrezen twee grote appartementencomplexen met uitzicht over al het groen.

De doktersassistente was iemand een netelige kwestie aan het uitleggen en het vroeg kennelijk om een aantal herhalingen, totdat ineens abrupt een einde kwam aan het gesprek. ‘Ze was het kennelijk niet met me eens’ zei de wat verbouwereerde assistente. Ik vroeg mijn klaarliggende formulieren en pufte even uit in de bijna verlaten wachtruimte.

Daarna voor een boodschap naar de plaatselijke super en langs hetzelfde Kerkveld een sluiproute naar de apotheek. De sloot speelde vijftig tinten groen met me, maar een grote tanende berenklauw doorbrak het tafereeltje.

Bij de apotheek lag de hele voorraad medicijnen klaar. Een inhaler die ik trouw elke morgen al voor jaren nodig heb voor het verwijden van de longen was vervangen door een nieuwe inhaler, die ik wel kende, maar lastig vond, omdat het enorme hoestprikkels te weeg bracht. Niets aan te doen. De handihaler was uit de handel genomen. Het kon nog net allemaal in het kleine rugzakje. Verstand op nul en voort. Vijf kilometer bij elkaar gewandeld. Mooi werk als tegenhanger voor het grote niets, dat anders, autoloos, aan me voorbij zou trekken.

Uitpuffen op de bank en wolken lezen. Een slapende koning die witte wolkjes puft drijft langs. Hij gaat te langzaam om er een tweede beeld in te zien. De televisie biedt vooral veel herhalingen. Ruben Terlou komt langs met zijn ‘Chinezen in de wereld’. Nog steeds schrijnt het als ik de een of andere Chineze opzichter een Afrikaanse man ‘aap’ hoor noemen. Als je je superieur voelt boven de autochtone bevolking heb je niets te zoeken in het land, is mijn mening.

Zo we zitten klaar voor de dakdekkers en de mannen die het plafond van het toilet aan gaan pakken. Gepoedeld, geschrobd en voor het oog geruimd. Pas toen dochterlief met de kinderen weer weg ging, kon ik door met schrijven. Heerlijk om even met het kleine grut in de weer te zijn. Een dansje(nee, ik bleef zitten), de poppetjes, wat brainspelletjes, de vingerpopjes in het kleine blauwe theater, waar, als je goed je best doet, jijzelf ook bijna inpast. Hilarische afwisseling.

Het theater mocht geleend omdat het aandoenlijk, scheef koppie, grote afwachtende ogen, gevraagd werd. Tegen de tijd voor het middagslaapje gingen ze weer. Stappen en stapjes op de galerij. ”Dag oma’, ‘Dag lieverds’. Zwaaien en kushandjes.

Boven mijn hoofd zijn vader en zoon aan het klotteren en zagen als echte Ed en Willem Bevers. Ze hebben laten zien met foto’s wat ze gedaan hebben en vermoedelijk was een te ver naar beneden geschoven dakpan de boosdoener. Het zijn hele aardige mannen met veel begrip en liefde voor de zaak. Heerlijk nu er een einde komt aan die lelijke schimmelplek. Zo naar om steeds weer te zien.

Straks komt zoonlief om thuis te blijven als ik richting ziekenhuis ga. Een beetje benieuwd hoe die pols eruit zal zien. Onder de witte hoes steekt een wat aangedaan seniorenvel met blauwe verkleuringen. De zwelling is een heel eind geslonken. We gaan het zien en beleven. Geduld is een schone zaak.