Uncategorized

Voedt de geborgenheid, vult het leven

‘Misschien kan ik met gips wel fietsen’ bedacht ik me, toen ik mijn zus schreef dat vijf weken niet autorijden voelde als een nieuwe lockdown. Natuurlijk kan alles met het openbaar vervoer of lopend, maar sommige plekken liggen, letterlijk en figuurlijk, buiten (hand)bereik. Het is een kwestie van de knop om zetten.

Er was een tijd dat we geen geld hadden om een nieuwe tweedehands auto aan te schaffen en toen moest ik echt ook diezelfde knop vinden. Vooral mijn geestelijke plaatje moest anders worden ingekleurd. Als ik zie hoe mijn stadse lieve dochter met het grootste gemak haar twee kinderen op de fiets installeert en er zelf ternauwernood tussen past, boezemt het ontzag in. Terwijl in die autoloze dagen van weleer het automatisme met datzelfde gemak te voorschijn peuterde en daarnaast nog een aantal ingenieuze ingevingen bewerkstelligde. Het leverde nieuwe energie op, maar het kostte ook het nodige.

Een ander probleem zijn mijn haren. Ik zal eens gaan speuren naar zo’n douchezak die om de arm kan. Dat durf ik alleen maar als er gips om zit en de breuk nagelvast geen kans meer maakt op verschuiven. Nog een dag touwhaar plat op het hoofd.

Vandaag ga ik een voettocht maken naar de medische ‘bedevaartsoorden’ Apotheek en Huisartsenpraktijk. Bij de een liggen de medicijnen klaar en bij de ander het formulier van de bloedafname en het bijbehorende urinepotje voor de halfjaarlijkse cardiocheck. Daar had de praktijkassistente om gevraagd. Dat is voor later.

Gisteren was de uitzending Zomergasten, waarin Janine Abbring praatte met Robert Vermeiren, de hoogleraar kinderen-en jeugdpsychiatrie. Zijn onderwerpen zijn beladen, de manier van uitdiepen straalt grote betrokkenheid uit. Niet over mensen rapporten schrijven of behandelingsplannen op stellen maar mét mensen samen is het eerste standpunt wat me opvalt en dat zo wezenlijk het verschil toont met de handelingen over de hoofden van betrokkenen heen. Hij vertolkt mijn gevoel, dat alles, hoe zwaar soms, hoe beladen of hoe emotioneel ook, besproken kan worden. Niet belerend en betuttelend maar door te luisteren en er in te duiken.

Mijn stelling in het onderwijs was dat geen kind ‘stout’ is, maar dat het handelt vanuit een diepe beweegreden. Vermeiren trekt deze stelling door. Benadert zijn kinderen in de psychiatrie vanuit die empathische gedachte en gaat op zoek naar de oorsprong voor het gedrag, de uitingen en de gevoelens die het opwerpt.

Er waren heftige fragmenten bij. De Zweedse fotografe met anorexia die het streven naar ‘de beste fotograaf ter wereld’ verkiest boven het leven, bijvoorbeeld. Een kwetsbare en integere Máxima, de jongen in het Braziliaanse bendeleven in ‘Cidade de DEUS’, die de ‘ goede’ kant opvalt en zich staande houdt door het toeval en de fotografie. Het levert een pleidooi op om toch vooral meer aan het toeval over te laten en mee te weven met wat soms onverwacht, op je pad komt.

Het prachtige breekbare ‘Father and Daughter’ een animatie van Michael Dudok de Wit over de verbondenheid en verlaten worden, eenzaamheid en hoe gebeurtenissen in de jeugd het hele leven kunnen kleuren.

Alles draait om verbinding, het hebben van een kleine basis van vertrouwelingen, die weten wat er leeft en speelt, die luisteren en onvoorwaardelijk voor je klaar staan als dat nodig mocht blijken. Dat alles spreekt uit het laatste fragment, waar de blik van Wende naar de zangeres S10 toe, boekdelen spreekt. Liefde en dat rotsvaste vertrouwen in elkaar voedt de geborgenheid, vult het leven.

Uncategorized

Toonbeeld van rust en sereniteit

Het begon prachtig blauw met vriendelijke wattige wolken, terwijl ik de pols pijnvrij probeerde te schuiven. De hele arm was de gedicteerde houding nu al zat en het zorgde ervoor dat het slapen onrustig verliep.

Zondagse wolken, heel even maar, want op dit moment is het grijzig en grauw. Afgelopen vrijdag was het ook een klein ogenblik zondagse hoogmis, toen we in de resonerende ruimtes van Richard Serra en zijn sculptuur ‘Open Ended’ het Credo inzetten en vriendinlief het evenzo uit haar hoofd kende en meezong. We gingen er spontaan bij schrijden, door de gewijde klanken, die tegen de cortenstalen wanden botsten en een gedragen resonantie gaven. Mis voor drie heren. Het bracht herkenning en het voelde als bevrijding om zo voluit te jubelen.

De twee intensieve dagen hadden hun tol geëist. Ik was gisteren doodop en kon me er niet toe zetten om te gaan vergaderen. Die afspraak stond weliswaar en eerst verschoof ik het naar later, maar daarna zegde ik toch maar af. Te moe, te pijnlijk, te onverwerkt bleek het een en ander. ‘Pas op de plaats’ riep het lijf.

De kinderen kwamen afleiding brengen, met lieve kaarten en een mooie bos bloemen. Zalvende goedheid tegen de pijn. De kleine filosoof en kleindochter en de Benjamin zorgden voor vertier.

Boekjes lezen met oma, of de oude Dinky toys van papa en zijn broer in lange rijen op elk plekje dat voorhanden was, uitstallen.

De dobbelstenen van het storytellers-spel werden ook omgekiept, maar verhalen kwamen in korte, crypto, staccato zinnetjes. Dochterlief had bananencake meegebracht. Thee, taart en heel veel liefde. De buikbaby werd groter en groter. Nog maar een paar weken dan was zijn broer ‘Benjamin-af’.

Als verrassing kreeg ik een nieuwe knipbeurs, terwijl ik van de week nog bedacht dat de oude wel wat morsig werd. Helemaal gelukkig. Zoonlief ging voor paard spelen en zijn zoontje schaterde het uit. Blij en kinderlijk geluk.

Gisteren liet Jan Rot aan de wereld weten dat hij niet meer beter zou worden. Een moment om even stil te staan bij deze sympathieke persoonlijkheid. Een van zijn mooiste nummers vind ik ‘Stel dat het zou kunnen’. Stel inderdaad, dan haalde ik al mijn doden terug en bande de ziektes de wereld uit. Daar had het klein orkest in het album ‘Roltrap naar de maan’ trouwens wel een heel ander antwoord op in de ‘Ballade van de dood’. Om erover te mijmeren en in dergelijke grote mogelijkheden te denken, is iets waar je je even in kan verliezen. De realiteit blijft toch wel en is minder sprookjesachtig. Ik wens Jan nog een mooie en betekenisvolle tijd toe met ieder die hem lief is.

Vanmorgen keek ik naar aanleiding van een rubriek in de Tijdgeest een video van Li Ziqi. Ze woont op het Chinese platteland en haalt uit haar wijde mouwen zonder pardon kleine staaltjes van pure Zen-beleving in de haar omringende natuur. Ze is volleerd in alles, maar met name in het creëren van schoonheid in de meest dagelijkse bezigheden. De eenvoud van het handwerk en de composities die ze er mee tovert zijn prachtig. Alles is betoverend mooi. Inderdaad, wie de druk van vandaag wil ontvluchten, kan wegzwijmelen op dat lieflijke platteland en als was in de fijne kleine handen worden van deze fee-achtige elf of deze elf-achtige fee als toonbeeld van rust en sereniteit.

Uncategorized

Inspiratie en bezieling voor de komende tijd

Nog eens stond er een taxi voor mijn deur. Voorlinden stond op het programma. Het prachtige werk van de kunstenaar Robin Rhode, een kunstenaar met een werkblad zo groot als de wereld zelf. Alles, maar dan ook alles wat hij ons wil laten ervaren, maakt hij duidelijk met zijn foto’s, sculpturen, performances en films.

Houtskool en krijt vullen de muren, dansante vormen in kleurrijke decors wekken vervreemding en zetten aan tot denken. Als bewijs dat hij het was die de muren heeft gebruikt als decor voor zijn objecten, laat hij zijn schoenen en een besmeurde krant achter. Het museum zelf wordt zijn atelier. De voorlaatste zaal maakt diepe indruk, als in een film een pianist zijn woede koelt op het instrument en met een rigoureuze handeling in een klap afrekent met het gevaarte.

Een van mijn lieve vriendinnen is er bijzonder door geraakt. Als we vragen naar het waarom, ontspint zich een diepgaand gesprek, dat niet mis zou staan als de ‘Spoken Words’ die het werk van Rhode omlijsten.

Drie vrouwen op de groene bank met uitzicht op de schoonheid van de tuinen van Piet Oudolf graven diep in de handelingen van volwassenen en hun beslissingen die grote gevolgen blijken te hebben voor de tere kinderzielen. Een onnadenkend woord, een aanpak zonder inspraak, de oorzaak van de onthutsing, ontzet zijn over de actie waar tegenspraak niet geduld wordt. Slikken of stikken, slikken dan, maar eeuwige rafel. De kleine kwikstaart brengt troost voor de grote glazen wand. Ergens zijn er lichtpunten, maar daarvoor werd een eeuwig offer gebracht, tot in lengten der dagen.

We zijn er stil van, meten het af aan eigen levens. ‘Elk huisje heeft zijn kruisje’ fluistert het verleden.

Omarmen of loslaten, waar ligt de grens. Het draait niet om wat jij wil, het gaat om het welzijn van de ander. Daar bewust van te zijn en soms te moeten handelen, waarbij het tegenovergestelde lijkt, maar de ander toch beter bij geholpen blijkt te zijn. En weer: Daar bewust van te zijn.

Drie vrouwen op de groene bank met de troost van een kleine kwikstaart en een dartelende vlinder. We zwijgen en kijken en wandelen dan naar een film over het werk van de kunstenaar, zijn achtergrond, zijn maatschappelijke betrokkenheid, de boodschap. Net als Banksy wekt hij de geest, wordt wakker, denk na, alles heeft betekenis.

Daarna het andere werk in de tentoonstelling ‘ Listen to Your Eyes’. Een prachtige titel. Luister met je ogen. Het beeld vertelt het verhaal dat gevoed wordt door je eigen emotie, je eigen ontvankelijkheid, je eigen waarheid, in een interactie met jou.

Het hoofd zit vol, de geest verzadigd. Er is geen keuze te maken in wat het meest raakt, maar nu, op de bank, zie ik de handen en de draden om het trapezium, die, als in een vlieger, waaiende boomkruinen laat zien. de witte muur, de donkere onderarmen, de schaduw van de gestroomlijnde lijnen, de vlieger, met als dubbele vrijheid, de kruinen in de lucht. Zo’n beeld zegt alles.

Er waren ook luchtige ontmoetingen. Drie Belgen bij het bed met de 105 struisvogeleieren van Joncquil met de titel ‘une centaine de Reves te cinq cauchemars’ . We vragen hen naar de betekenis van het laatste woord. Nachtmerries. De vrouwen kijken naar de hoeveelheid eieren en tellen het na, honderdenvijf. Honderd dromen en vijf nachtmerries. We gniffelden om het oplossend vermogen en de internationale smeltkroes die het object voor dat moment opleverde.

Bij de dansende passers van Rhode, probeer ik vriendinlief te vangen te midden van het gedraai. Een uitdaging op zich. Als het lukt jubelt het in stilte. Nog een zeldzaam mooi object. Passers die losgemaakt worden uit hun abstractie.

De draaiende kleurreflecterende ronde cirkels van Olafur Eliasson fascineren en vragen om gebiologeerd te kijken naar wat er gebeurt. De kleine jongen in het midden blijft gehypnotiseerd staren in het licht. Gepakt door de waarneming.

Met een heerlijke lunch, een enorme stortbui op de tent en een brainstorm over onze eigen viervleugelige snuifmotkever zijn we weer fris en monter, vol inspiratie en bezieling voor de komende tijd.

Uncategorized

Bij leven en welzijn

Ruim op tijd was ik klaar voor vertrek. Vriendinlief kwam me halen, omdat het witte spalkje het besturen van de kleine blauwe in de weg stond. Het voelde een beetje als een schoolreisje. Ze stond te wachten op de parkeerplaats, maar er stond niet bij welke. Dus haastte ik me van de ene naar de andere, een derde ook in de gaten houdend.

Onderweg wisselden we al wat wederwaardigheden uit, maar de krenten in de pap bewaarden we tot het viertal compleet zou zijn. We kenden elkaar al zo’n 53 jaar. Mijn chauffeuse kende ik al tien jaar langer. Opgegroeid in hetzelfde buurtje met de humor uit die tijd en een moeder met orakels, gevoed door een katholieke achtergrond.

Het huis van vriendin was één groot kabinet, een kijkkast. Zoals haar kamer vroeger was, met prulletjes, versiersels, hebbedingetjes, die allen op elkaar waren afgestemd, zo was dit hele huis en de tuin. Haar leven was gedrenkt in blauw. Prachtige schalen, serviezen, verzamelingen in porselein, beelden, de weelderige bloei in de tuin, geïnspireerd door de Engelse cottages. Ogen en oren kwam je er te kort. Ik werd op de bank geïnstalleerd met en hagelwit kussen onder de nu wat grauw lijkende spalk en genoot. Binnen een half uur waren de twee anderen er ook.

Ergens uit de diepte kwamen de herinneringen aan onze opleidingstijd naar boven. De oude non voor maatschappijleer spande de kroon. Zij vond ons meer dan verschrikkelijk en stampvoette met regelmaat haar afgrijzen bij elkaar. Haar beweringen waren ook niet te negeren en het feit dat tweelingen als een pakketje op de wereld kwamen, spande de kroon. Hopeloos buiten de maatschappij en de geborgenheid trachtte ze zich staande te houden, letterlijk en figuurlijk, door haar rug te rechten en haar misprijzen als een stoïcijnse film over gelaat te leggen. Arme vrouw, die zo heel erg niet op haar plaats was tussen ons, rebelse meisjes. Er vlogen heel wat karikaturen van haar verschijning in lang habijt door de lucht, omdat uit de kap vooral haar benige, geprononceerde, neus stak.

Bij de lunch haalde onze gastvrouw een citaat van haar moeder aan. Voordat we aanvielen zei ze ‘het weesgegroet zit er doorheen’, terwijl ze op de warme soep wees. Giebelend kwamen er meer van die ijzersterke opmerkingen. Haar familiekennis, maar ook de herinneringen aan vroeger, waren intens en groot.

Het bleek dat we allemaal niet zonder slag of stoot de jaren hadden doorstaan, Er waren wat overeenkomsten. Gewrichten, ogen, beweeglijkheid, het werd allemaal wat minder, maar een van ons had jaren pijn geleden aan het been en kon nu, door een nieuwe techniek, weer lopen als een kievit, nog altijd dankbaar voor elke stap en twee van ons waren geholpen aan staar en zagen beter dan ooit tevoren. Maar er kwam ook een rollator mee met iemand wiens spieren aan het verstijven waren. Het moment om te vragen hoe ze haar belemmeringen ervoer en hoe de reactie van de buitenwereld was op haar beperking. Onnadenkende opmerkingen richtten veel schade aan, omdat ze nog lang bleven doorklinken. Genegeerd worden was er ook zo een.

De humor had de hele dag de boventoon en de inspirerende omgeving leverde heel wat nieuwe ideeën op. Zorgvuldig werd het samenzijn gedeeld, gekoesterd en opgeslagen. Afscheid tot een volgende keer, over een jaar wellicht, bij leven en welzijn.

Uncategorized

De morgenstond heeft goud in de mond

De duim begint weer normale vormen aan te nemen. Er ligt nog wel een blauwige waas om heen. Wat nu opspeelt is jeuk, op plekken waar niet bij te komen is. Niet aan denken en afleiding zoeken. Volgende week dinsdag komen ze met een hoogwerker en grof geschut voor het nog altijd lekkende dak. Met deze stortregens zijn de plastic tonnen eronder geen overbodige luxe.

Een hand buiten functie werpt allerhande ingenieuze oplossingen op. Knieën zijn perfecte klemmers voor het opendraaien van schroefdoppen. Minder geschikt voor verftubes, trouwens. Schaar blijft onder handbereik, want een seniorensluiting openen lukt ten enenmale niet. Een schuimspaan dient om de maïskolf klemvast te zetten, als ik de schutbladeren wil verwijderen. Peper om te malen blijkt echt een brug te ver. Het is leven in de vertraging. Even snel is er niet bij. Aankleden is uitkienen wat makkelijk is. Ook een nadenkertje, want een draaibeweging met de aangedane arm maken, daar wordt een mens niet vrolijk van.

De reacties van meelevende mensen zijn hartverwarmend. Apps, mails en belletjes te over. Tussendoor zijn er de nieuwsberichten, de Olympische spelen en de eenarmige schilderkunst. Het is een groot doek en ik moet er bij staan, dat zorgt er voor, dat bij tijd en wijle de bengelende arm moet laten bijkomen op de opgestapelde kussens.

Op FB heeft vriendinlief een leuke vraag. Of ik ook het idee kreeg, dat alle spreekwoorden, naarmate men ouder wordt, ‘Waarheid’ worden. Daar moest ik eerst even over peinzen. Ze zijn me altijd al waar gebleken. Niet voor niets zijn ze verweven in mijn dagelijkse vocabulaire. Dankzij de spreekwoorden werd er heel wat wijsheid betracht. Eigenlijk is het cultureel erfgoed en zaak om ze te blijven gebruiken en het de kinderen te leren. Bovendien zijn ze bloemrijk en niet zelden poëtisch. De kracht schuilt in de verbeelding.

Pieter Brueghel

Een schip met zure appelen, dat door een zwartgrijze donderwolk aan komt zwellen, haalt bij mij onmiddellijk het beeld naar voren van opbollende zeilen en een stuurman a la Wodan met woeste manen en baard. Het hellevuur in aantocht. Of het lieflijke: Beter een vogel in de hand dan tien in de lucht waar je je alles bij voor kan stellen of het wijze ‘ Een ezel stoot zich niet twee keer aan dezelfde steen’. ‘Zint eer gij begint’ had ik op het balansbord beter kunnen toepassen. Of was mijn onfortuinlijke actie een pas op de plaats, die nodig was om tot bezinning te komen. Wie zal het zeggen. De oude Pieter Brueghel wist allang de waarde van de spreekwoorden en legde ze vast op doek. Het zijn er meer dan honderd. Inderdaad iets om in ere te houden. Met vrienden op een warme zomeravond ook een heerlijk tijdverdrijf. Hoeveel spreekwoorden duikel je op binnen de tijd van de zandloper.

De pijn in de arm is aan het verschuiven. Nu is het witte pootje bovenop extra gevoelig. Ik vrees dat dat de blauwe plekken zijn en de zwelling. dat is het nadeel van verpakt, je weet niet hoe het zich verhoudt. Is het het normale proces, of moet je aan de bel trekken.

Straks word ik opgehaald en is er een onbezorgd dagje met mijn oude vriendinnen. Het wordt met gouden zonnegloed omlijst. Altijd weer een feest en nu dubbel, na die extra lange periode. Met zo’n dagopening kan de dag niet meer stuk. Ook iets wat ze vroeger al wisten en waar ik letterlijk en figuurlijk niets meer aan toe te voegen heb. De morgenstond heeft goud in de mond. 😉

Uncategorized

Een geluk bij een ongeluk

Een soort van pech, wat aanvankelijk zo rooskleurig begonnen was. Typen met één hand is een dingetje. Voor je al je gedachten in letters hebt gevangen, zijn ze al verwaaid. Beter bij de les blijven. Bij de fysio stond ik op het balansbord. Oef. Opstappen, midden zoeken en balanceren. De fysio stond vlak bij me om me op te vangen, maar ik viel toch om, naar achteren. Eerst op de stuit en toen op de pols. We keken of alles het nog deed en hij haalde een coldpack. In de auto merkte ik al, dat een en ander niet soepel ging, dus toch even langs de huisarts.

Die vertrouwde het zaakje niet. De pols had inmiddels vreemde vormen aangenomen. Ze verwees me door naar de radiologie voor een foto. Ondertussen was zoonlief gebeld door dochter, die ik belde vanwege de afspraak voor het etentje, dat in de soep dreigde te lopen en waarop vooral kleindochter zich verheugd had. Hij woonde dichtbij en kon naar het ziekenhuis lopen om me terug te rijden. Gelukkig maar, want ik kreeg een doorverwijzing naar de gipskamer. Het vonnis was wel duidelijk. Gebroken, weliswaar een schone breuk, maar toch. Alles was opgezwollen, dus eerst in een spalk en volgende week gips. Joviale jongens, die gipsmeesters. Ouwe rotten in het vak. Met een slendang en een mooi wit armpje mocht ik weer naar huis. Een advies voor paracetamollen om de pijn te onderdrukken. Zoonlief ging boodschappen met me doen en bracht me thuis.

Gelukkig was alles aan kant. In de ochtend had ik de galerij schoon geveegd en hoera, de eerste penseelstreken waren gezet. Nu kon ik er in ieder geval een week op spinnen, hoe het verder moest. Natuurlijk was ik vroeg wakker. De pijn was draaglijk, maar het bleef een stomme stijve onderarm, waar ik niets mee kon. Zelfs geen boek vasthouden. Dus keek ik vannacht in wat loze uren ‘Ma Vida’ met Loes Luca. Daar zou ik normaal niet snel voor kiezen, maar zorgeloze afleiding was de beste remedie om niet te hoeven denken aan pijn, jeuk en de onmogelijkheid der basale handelingen.

En…het was een fijne film. Een oproep om toch vooral je hart te volgen. Te gaan voor het geluk. Vanuit haar perspectief volkomen begrijpelijk. Het ging over keuzes maken en vermeende verantwoordelijkheden, doorzettingsvermogen en verder kijken dan je aannames zijn. Als je goed beschouwend bezig bent, zal je de werkelijkheid sneller zien. Het is een film die is opgedragen aan moeders, de zich eeuwig wegcijferende zorgzame moeders en de kinderen werden afgeschilderd als berekenende mensen en kwamen er zeer bekaaid af. Een film in cliché ‘s met een waarheid als een koe en het bracht me twee uur verder.

Arm op het kussen, een soort van foetushouding voor zover mogelijk en toch nog even in dromenland verzeild geraakt. Appjes over en weer om de afspraken van van de week aan te passen. Als de pijn zich zo verhoudt, staan er toch wat leuke ontmoetingen op het program. Donderdag een kleine mini-reünie met drie meiden van de kleuterkweek. Dat doen we ieder jaar maar met Corona even niet. Bijkletsen en herinneringen ophalen. Vrijdag gaan de dames van de Royal National Garden naar Voorlinden. The place to be als het om mooi tuinen gaat. Daar vinden we geen viervleugelige snuifmotkevers, maar aan schoonheid geen gebrek.

Straks is het poedelen geblazen. Met de vrije rechterhand. De breuk zit links. Een geluk bij een ongeluk.

Uncategorized

Dromen bevrijden met penselen

Middernacht, tien over twaalf en klaar wakker. De’Hemelse Mevrouw Frederike’ werkte allesbehalve slaapverwekkend, een boeiende reportage over Amy Winehouse in Nederland al helemaal niet en nu ben ik dan maar aan het schrijven geslagen om handen en voeten te geven aan het gedachtespook, dat rondwaart. De witte tornado is er misschien debet aan. Ze ging als een speer, maar dan ook helemaal. Balkon aangepakt en alles wat niet deugde recht gebreid. Een uit elkaar vallende rieten rolgordijn ‘gemaakt’door het onderste deel weg te knippen en de uiteinden keurig netjes aan elkaar te knopen, zodat het weer ordentelijk oogde en daarna hoog opgerold zodat het raam vrij kwam. Te grote planten en het onkruid weggehaald.

Het grote raam, zicht op de wereld

Daarna kon ik eindelijk bij de ramen, die toe waren aan een zomers sopje. Miep kraak van de huishoudservice, zo voelde het. Omdat de ramen prioriteit nummer een waren geweest, moest de rest er ook aan geloven. Door ruimte te maken om er goed bij te kunnen moest binnen de zware hoekbank opzij. Daarvoor werden de planten verhuisd en de tijdschriften en boeken van de rugleuning af gehaald.

Onder veel gepuf kon er verschoven worden en was er geen spinragje meer veilig voor de gretige stofzuigermond. Ik kwam tijdschriften en boeken tegen, waarbij ik dacht dat ik er nodig eens aan beginnen moest, in de loze uren op de bank. Ze waren een beetje het ondergeschoven kind van de rekening, ingehaald door andere tijdschriften en kranten.

Geen idee waar alle energie ineens vandaan komt, maar er zat vaart in. Halverwege kwam er een bericht van de garage dat de kleine Blauwe Prins opgehaald kon worden. De boel de boel gelaten en op de fiets er naar toe, geen bui te bekennen ondanks de dreigingen van het voorspellende weerbericht. Een felicitatie toe én een tevreden ogende voiture werd de bijvangst. Goedgekeurd met glans en een stempeltje erop. De airco hadden ze bijgevuld. Geen lange oververhitte tochten meer. Heerlijk. Om even te ontsnappen aan de opruimmodus ging de tocht langs twee kringlopen om naar twee tuinstoelen te kijken. Er ontstond een gesprek met een vrouw die haar spullen mocht verkopen in de ruimte van de kringloop. Het kwam door haar grote djembé, waar ze een pittig kaartje aan had hangen. ‘Hij komt uit Afrika’, merkte ze op. Het ontlokte een glimlach en een praatje over djembélessen, haar moestuin, alleen zijn en opruimen. Alles in een notendop.

Opgeruimd staat netjes

Met boodschappen als buit kwam ik terug temidden van de eigen chaos. Op de tanden bijten en doorzetten was het devies. Ruim voor vieren was alles gedaan. Het was goed toeven in de grondig aangepakte ruimte. Er kwamen allerlei ideeën boven van dingen die ik zou kunnen ondernemen. Misschien was dat ook wel de reden van het hanenwaken. Er spookte teveel door het hoofd.

Tot zover het nachtelijke schrijven. Op dat moment besloot ik om toch nog maar wat te slapen. De warme oploskoffie had me goed gedaan. Het raam ging op een kier, de muggen ten spijt. Niet veel later volgde een tocht door dromenland. Een enorm huis, grote trappen, een wonderlijk ontmoeting, maar niet vastgelegd, dus weggeschoten bij het eerste daglicht dat door de wimpers filterde. Toch drieënhalve uur slaap bij elkaar gesprokkeld.

Met de fysio aan het begin van de middag liet de agenda ruimte voor een etentje bij dochterlief. Ook een idee voor een nieuw doek trekt aan de basis. Begin maar, we zien wel waar het schip strandt, lijkt het te zeggen. De hele ochtend ligt in het verschiet. Het zou weer een welkome afwisseling zijn. Dromen bevrijden met penselen.

Uncategorized

Als een witte tornado door het huis

Overspoeld met complimenten. Daar teert een mens goed op. Zaterdag zag het er chaotisch uit in de tuin. De schouders moesten eronder. Het was hard nodig. De zaailingen waren er aan toe om de grond in te gaan en daar moest een plek voor gevonden worden. Er stonden veel wilde boterbloemen in de tuin, die met gemak plaats konden maken. Het gras moest gemaaid en tot mijn grote verbazing liepen de accu’s van de grasmaaier vrij snel leeg en bleef een stuk van de tuin ongemaaid. Ik wist de grasschaar nog te vinden. Geen beter werk dan gras met de hand te knippen, een volledig zen-zijn was de bijvangst van dit werk. Er kwam een lief klein wit vlindertje, die voornamelijk de rolklaver opzocht. Het was een prachtig teer beestje met kleine paarse stipjes op de witte vleugel, geen fototoestel bij de hand.

vredig landschap

Terwijl ik bezig was waren er allerlei mooie gedachten, een stuk herbeleving van de vakantie, overpeinzingen van formaat. Over de auto die de volgende dag naar de garage moest voor de keuring, over het lek boven op zolder waar ze van de week voor de zoveelste keer naar zouden komen kijken, over de staat van de tuin, over de mensen er omheen en mijn lieve schatten. Waar zouden ze allemaal zijn en wat deden ze. Mijmerdemijmer. En ongemerkt natuurlijk toch heel veel gedaan. Weer een kruiwagen vol afgegrazen en lege plekken gecreëerd voor de tere plantjes. Goudsbloemen en afrikanen in het ene bed. De stokrozen en klaprozen voor volgend jaar in het andere en de hibiscus ook. Wie weet hoe het zich zal verhouden. Straks konden ze op hun vaste plekken worden uitgezet. De twee Lathyrusplantjes, eigenlijk te laat, vonden een plekje naast de roos, maar daarvoor moest ik wel wat springbalsemienen elimineren en natuurlijk de brandnetels, die op alle fronten elk gaatje benutten om te ontkiemen.

mijmeren

Tijd denderde voort en vloog onder mijn handen weg. Af en toe was er een dreigende wolk, maar het bleef nog een hele poos droog. Later dan ik wilde, liep ik om de tuinen heen en kwam de buurtjes tegen, die me uitnodigden, even er bij te zitten. Glas water erbij en de vraag waarom ik er op z’n zondags bij zat. Ik werk altijd met mijn gewone kleren in de tuin, een enkele keer kleed ik me om, maar ik ‘moes’ ook niet en zij wel. Dus zaten ze onder de modder en werkten zich in het zweet. Bij mij is dat slechts stadsedameszweet, dat scheelde aanmerkelijk. Terug naar de kleine blauwe ving ik de eerste druppels. Een opfrisbui was welkom.

De avond was lang maar ongelooflijk boeiend met Roxane van Iperen. Wat heerlijk om een helderdenkend iemand op televisie te zien, die haar gedachtegoed zo helder uiteen kon zetten. Een verademing. Ik keek niet alles, maar straks is het tweede deel aan de beurt.

https://www.gids.tv/video/357163/zomergasten-gemist-roxan-van-iperen-over-magische-dansvideo-je-ervaart-de-magie-niet

Vandaag vroeg uit de veren om de auto weg te brengen voor de keuring. Met het Zeeuwse fietsen nog in de benen, had ik om een vervangende elektrische fiets gevraagd. In alle rust om acht uur in de morgen terug gefietst en nog even een croissant overwogen, maar toch niet gedaan.

Met de krant in de aanslag aan de koffie en daarna als een witte tornado door het huis.

Uncategorized

De wijde blik

Tassen uitgepakt en de routine van voor de vakantie ingegleden. Zo snel went het normale leven weer. De foto’s in my-album opgeborgen en het appje van de achterbuuf van de tuin gelezen. Of ik om twee uur ook naar de tuin kwam. Dat wel, maar nog niet om te werken. Samen het verlies delen, want zij had de lifestream wel bekeken.

Maar eerst naar de opticien. Nog altijd kon ik me verkneukelen om de gemaakte keuze. Vorige week zaterdag was het bericht al binnen gekomen dat de bril gereed was. Nu was het moment daar om haar op te halen. Het naburige stadje lag er verlaten bij. Parkeergelegenheid bij de vleet. Ik vermoedde dat er al heel wat mensen op vakantie waren. Ook in de winkel heerste rust. Met hetzelfde genoegen waarmee ik de bril kwam ophalen, bekeek de opticien mijn keuze en was in zijn nopjes. Ook hier weer de waarschuwing, dat er nauwelijks een middenweg was. Of mensen vonden het geweldig of ze vonden er niets aan. Wat men er van wil denken mag allemaal, maar ik vind het geweldig en dat telt. Dit is een bril die me past als een handschoen.

Het nieuwe hoofd ontlokte een brede glimlach en die bleef de hele weg lang van boodschappen doen tot aan de tuin, waar ik bij het hek buuf al ontmoette. Samen liepen we op naar haar tuin en daar namen we mijn week en haar week door. Zij was vorig jaar naar Goeree-Overflakkee geweest en was net zo verbaasd als wij over de schoonheid van het land daar. Vlak onder de rook van Rotterdam verwacht je het anders, maar de industrie is ver te zoeken. Alleen vanaf het strand zie je de enorme maasvlakte in de verte, maar zelfs daar stoort het niet en toen ik de foto’s van de Heckrunderen bekeek zag ik in de heiige achtergrond ineens de windmolens op een lange rij. Die waren me ter plekke niet opgevallen.

Het was goed te horen dat er mooi gesproken was, al had ik niet anders verwacht. De pijn zo ondraaglijk, dat langer leven geen optie meer was. Natuur wist zichzelf, als de tijd daar is en gaat daarmee voorbij aan wensen en verlangens. Het werd een intiem onderonsje daar in het struweel voor het huis. Twee vrouwen die hun gedachten uitspreken, hun zorgen kunnen delen en daarmee het leven zachter kleuren en het leed draaglijker. De diepte ingaan boort een nieuwe dimensie aan, die tot dan toe nog niet op die manier aanwezig was geweest. Nieuwe rijkdom. In ieder geval was daarmee mijn werklust om in de tuin aan de gang te gaan, tot het nulpunt gedaald. Dat bewaarde ik voor een paar regenvrije uren van de volgende dag. Peinzend wandelde ik terug naar de Kleine Blauwe.

Hoe belangrijk het is om gedachten uit te spreken en te delen om ze op die manier zelf te kunnen verwerken. Als de woorden hun eigen plek vinden door de associatie van de ander levert het een meerwaarde op die van groot belang is om je eigen ideeën en acties helder te kunnen bezien. Spiegelen legt gewicht in de schaal.

Ik denk aan de aflevering van Binnenstebuiten, in de herhaling weliswaar, maar nog altijd van waarde als het draait om duurzaam en bewust leven. In de uitzending van gisteren kwamen een jurist en een kunstenaar aan bod. Ze zijn in een oude boerderij gaan wonen en laten bewust de permacultuur op hun erf toe, inclusief alles wat er van nature groeit tot en met de brandnetels. Hun dieren zijn altijd met twee of meer van dezelfde soort en ze hebben geleerd om te observeren hoe de dieren met elkaar communiceren. Aan hun natuur buiten, de natuurlijke bron, de beesten, de planten en het kleine grut er omheen, de veld-en bosmuizen, de eekhoorns, de vogels, de marter, kunnen ze zich spiegelen en voelen ze de rijkdom van het buitenleven. Het draait om ieders plek in het bestaan, wat is de relatie tot elkaar, hoe verhoudt het zich,

Een mooie manier van omgaan met je omgeving en het kweken van een natuurlijke habitat. Nog een nieuwe bril, nu figuurlijk, voor een nieuwe kijk op de mensheid. We gaan ervoor. De wijde blik.

Uncategorized

Een week om naar uit te kijken

En dan is een week samenzijn achter de rug. De terugreis was lang en warm en ik had moeite met het knikkebolletje in mijn hoofd, dat weg wilde zinken in slaap, door de oneindige weilanden, die voorbij trokken en door het feit dat ik bijrijder was. Als je iets om handen hebt is wakker blijven een peuleschil.

Er was ook dat andere bericht. Een herinnering aan een lieve vrouw, een mooi mens, die een deel van mijn leven met me opgelopen heeft en een ander deel altijd ergens op de achtergrond aanwezig is geweest. Binnen enkele maanden is ze van haar plek hier op aarde afgeblazen, met een snelheid, die het voor achterblijvers nauwelijks te bevatten laat. Ik denk aan haar binnenkring van mensen die haar lief hebben tot in het diepst van hun hart en voel het schrijnen, het gemis. Er was net een kleinkind, er werd versneld getrouwd, om maar een herinnering met haar te kunnen hebben.

Er was een uitvaart en een lifestream, maar geen van beiden kon ik meemaken. In de middag, alleen op mijn bank, hield ik mijn eigen afscheid, met de glansrijke momenten van wat er samen te delen was geweest. Alles telde mee om het onrechtvaaridg te noemen. Te jong, te levenslustig, te fijn mens, te geliefd. Argumenten die niet uitmaken voor een ziekte die zich onverstoorbaar verder vreet. Hoe kwetsbaar we zijn. In de ochtend kocht ik een ringetje. Een sierlijk, klein simpel zilveren sieraad. Het is mijn troost voor het gemis. Een T-ringetje.

Zoonlief heeft al die dagen steeds de planten op het balkon water gegeven en goed voor Pluis gezorgd. In de brievenbus lag de post hoog opgestapeld. Van zeven dagen kranten, brieven, tijdschriften en en de uitnodiging voor de uitvaart. Een hele week lang was er een andere wereld. Een blij en onbekommerd leven vol natuur, zussenliefde en zon. We moeten elkaar vaker laten weten hoe rijk we zijn met elkaar. Nooit eerder is een cliché zo bewaarheid geworden. ‘Het kan zo maar afgelopen zijn’ is wat we altijd, zonder er bij na te denken, zeggen. Natuurlijk is dat zo. Maar hoe heftig als het bewaarheid wordt. Ook al wisten we dat ze ziek was, had ik haar hoop met mijn wens vervlochten en gedacht dat het nog zeker tot september zou duren. Ik had nog wat van haar kostbare tijd willen sprokkelen. Nu blijven een aantal woorden ongezegd. Ik denk ze wel, in de wetenschap, dat als de wereld groter is dan wij kunnen bevatten, ze mijn kleine litanie heeft gehoord.

Ondertussen glijden de foto’s van afgelopen week door het beeld. Het is een feest van herkenning, de zwart/wit foto bij de koeien, de kleine fuut met een poging van pa om haar te voeden, het puttertje op de distels, de pelikanen van dichtbij, de parmantige meeuw op het strand, de haas die het hazenpad nam, de zeehond, de diep donkerbruine Heckrunderen tussen het goudgele Jakobskruiskruid, mazzeltjes pur sang.

Ze vormden een post op zich in de vakantieweek, waarbij het fietsen het hoogtepunt vormde om tot die ontdekkingen te komen. Deze week is omgevlogen. Als zussen doen we het lang niet gek. Van elkaar houden en elkaar in de waarde laten is de formule. De kunst is om te geven en te nemen en je eigen plezier er uithalen, ook al is het niet helemaal wat je voor ogen had. Volgend jaar weer, met nieuwe afspraken die we tegen die tijd allang weer vergeten zijn, zoals ieder jaar. Dan is het, net als nu, genieten geblazen en blijft het een week om naar uit te kijken.

Uncategorized

Zussen, zon en zilte zee is een aanbevelenswaardige combinatie.

De laatste volle vakantiedag besloten we er een fietsdag van te maken. De fietsen waren tot zeven uur van ons en we hadden nog steeds aardig wat uren voor de boeg.

Om half twaalf was het ochtendritueel achter de rug en stonden we gepakt en bezakt voor de laatste keer voor het hek, dat met een’ Sesam open U’ door op het knopje te drukken, open zwaaide, terwijl zuslief het dynasty-hek open had gedaan, dat voor dat eerste hek lag. Telkens als ze met andere zus de twee hekhelften van elkaar trok, klonk er de bekende openingstune van dat ‘glamoureuze’ programma.

Het automatische hek had kuren en kende derhalve een foefje om met de hand open gerold te worden. De buurvrouw die er vlak naast woonde, kwam als een duveltje uit een doosje tussen haar planten vandaan, zodra ze beweging zag en knoopte maar al te graag een uitgebreid praatje aan, om de eenzame dagbeslommeringen van tuinwerk en huishouding te compenseren met wat broodnodige afleiding. Op het laatst van de zeven dagen kregen we het gevoel er voorbij te moeten sluipen. We begrepen haar eenzaamheid wel.

De tocht ging langs een uitgestippelde fietsknopenroute en leverde veel meer mooie wegen en mooie plekjes op dan de opbrengst van ‘op de bonnefooi.’ Reden we eergisteren nog op fietspaden vlak langs of op autowegen, waren er nu fietspaden met gedoogbeleid voor een enkele auto aan de beurt.Er waren bijzondere plaatjes. Tijdens de eerste koffie aan het Grevelingenmeer, zagen we twee zeehonden, waarvan ik er een met het fototoestel kon vastleggen. Ze zwommen betrekkelijk ver weg, dus misschien is het maar een speldenprikje, maar dat is voor straks als ik al die cadeaus ontfutsel aan mijn oude toestelletje.

Daarna liepen twee zussen naar boven, de dijk op, want daar begonnen de slikken, maar wij bleven bij de koeien, echte mestkoeien die naar aller tevredenheid, zich wentelden in onder andere de gierberg die daar lag. Iets verderop konden we met de ondersteunende fietsen de dijk op en zagen die prachtige schorren en slikkenmet eigen ogen, die zozeer de moeite van het bezichtigen waard waren.

O, geef me een palet en ik vul het met die kleuren, onnavolgbaar van schoonheid, het grijsblauw van het water, de gele en roestbruine slikken, de witte pelikanen, de grauwganzen. Eindeloze combinatie van kleur en energie.

Haar in de wind en door. Dan is er een theetuin. Uitstekend om te lunchen onder de lommerrijke bomen in de boomgaard met de tijdloosheid van buiten. Eindeloos geduld kweken en daarna oogsten. En de vriendeiljkheid van het boerenplatteland van Goeree. Nog tot voor kort ons onbekend en nu al onvolprezen. En weer opnieuw een duik in de wuivende halmen, de grazende weiden, de dijken en het goudgele graan. Langs de schorren op smalle paadjes, lastig om fietsers te ontwijken en toeristen corrigeren die de grazende buffels als Spaanse stieren herkenden.

Bij een kroeg met het dorp met de mooiste naam uit de buurt, Melissant, vinden we een onvervalste ‘Ouddorper’, die ons herkende aan onze ‘ Bever’ fietsen. Hij had in het steegje er tegenover gewoond. Aanpassingen en cultuurverschillen in een notendop en lauwe bitterballen. Toch een ervaring rijker. Fietsen ingeleverd en de bonte avond op een schraal wijntje, maar met een vol blik van terugkijken met voldoening ingezet. Zussen, zonnig weer en zilte zee is een aanbevelenswaardige combinatie.

Uncategorized

Geluk met een hoofdletter

Voor de vijfde dag op rij liet het weer zich hier van haar beste kant zien. Hoe was het mogelijk dat midden tussen twee regenweken in, die van de vorige en de beloofde van volgende week, de zon juist deze zeven dagen had uitgekozen om uitbundig te schijnen. Hoe belangrijk het is om gewoon te kunnen doen en gaan en staan zonder de belemmering van dat soort factoren, bleek nu wel. Heerlijke fietstochten, bezoek aan wat bezienswaardigheden, het aandoen van gekke winkels en kringlopen, picknicken op het strand, het kon allemaal.

Het vogelobservatorium Tij van Stellingdam stond voor gisteren op het program. Met de auto, om puf over te houden om in de vroege avond naar het strand te fietsen voor een picknick en een zonsondergang.

Een onooglijke toegang voor iets wat bekend stond als een van de mooiste vogelobservatieposten in het land in de vorm van het ei van de stern. De weg er naar toe was een kronkelig zandpaadje, geplaveid met wilde braam, engelwortel, wilde peen en vlier. De bramen trokken lange stekeligheden door tot boven het pad. Het moest allemaal niet te toegankelijk worden leek het te zeggen. Ook het tij werkte mee. Bij te hoge waterstanden werden laarzen aangeraden bij een bezoek aan de hut. Een trap omhoog leidde naar de uit hout opgebouwde hut, een sacrale, monumentale houten structuur voor de opbouw, twee verdiepingen hoog en op meerdere niveaus observatiepunten.

Er stond een levensgrote telescoop waardoor ik de twee witte lepelaars en daarachter een grote kolonie, tegen het paars van de vegetatie scherp zag afsteken. Vooraan een grote groep ganzen. Aan de zijkant van de hut vlogen zwaluwen in en uit van hun nesten in de zijwand van de rivier. Ook daar een observatiepunt, maar dan moest je van goed huize komen om er een vast te leggen. Het was zeer de moeite waard met dat spectaculaire uitzicht over het Haringvliet en als ik alleen was geweest had ik er uren door kunnen brengen, maar in gezelschap prevaleert altijd de wil van de groep. Dat is waarom we het als zussen zo goed met elkaar tot een mooie vakantie kunnen brengen. Het weggetje terug was al drukker dan heen.

Op naar de kringloop dan maar, waar het geluk in mijn schoot viel door het vinden van een paar gloednieuwe zwarte leren sandalen, die geschikter waren dan de slippers of mijn sneakers. Heerlijk zacht omsloten ze de nog altijd door de zon verbrandde voeten.

We gingen nog eens in Middelharnis kijken of we het oude centrum toch niet konden vinden en gelukkig, anders bleef mijn beeld van een weinig boeiend dorp op mijn netvlies geschreven. Nu zag ik met eigen ogen de kade, waar het bekende gedicht van Ed Hoornik ook over sprak en zag de paal met dit en nog een ander gedicht van hem. Het stond aan de kop van een mooie rustieke oude kade met pittoreske huizen en vol jachten en plezierboten. Daar lunchten we langs het water met een heerlijke verse vissoep om in de stemming van het zilte zout te blijven en vervolgens moe maar voldaan bij thuiskomst even uit te rusten, alvorens we richting strand zouden fietsen.

In die tussentijd kreeg ik een droevig bericht waarover later meer, maar dat tijdens de picknick aan het strand veel gemijmer opleverde. De zon deed haar best gracieuzer dan ooit neer te dalen.

Het werd de meest chaotische traditionele picknick ever, maar wel met voldoening door de prachtige omlijsting en als het je lukt om het geluk van de dag te vangen tussen twee vingers, dan mag je met recht van Geluk met een hoofdletter spreken.

Uncategorized

Regeren is vooruit zien

Het thema voor de dagelijkse outfit werd wat aangepast, omdat het praktisch gezien niet vol te houden was, wilde je comfortabel jezelf kunnen zijn. Dus bedacht zuslief het om een en ander te verkleinen door overeenkomsten te zoeken, in dit geval de aangeklede voeten. Haha.

De dag stond in het teken van de fiets en de pittoreske dorpen Goedereede en Stellendam. Goedereede was een prachtig oud stadje, dat haar oorsprong vond in de Romeinse tijd.

We begonnen, zoals altijd ons neus achterna, in de beroemdste straat, bleek achteraf: De oude ‘Schurenstraat’ met haar authentieke boerenschuren, waar nu een ‘glas en steen’atelier gevestigd was van Ellen Bok. We konden een klein doorkijkje nemen, omdat een van de schuurdeuren openstond. De imposante oude schuren, zwart geteerd en goed onderhouden, vormden een mooi decor samen met de oude huisjes en de bloemenzeeën in de tuinen en tegen de gevels.

Wat een keur aan gevels waren er te vinden. De huizen als oude componenten gebroederlijk tegen elkaar gezakt door de tand des tijds. Een grote wielerploeg stoof ons voorbij, waarbij zuslief droog opmerkte dat daar onze koffiesterkte vergeven was. Nog net was er aan de oude markt een plekje op de hoek te veroveren, naast een piepklein kledingzaak. Alles was piepklein daar in Goedegereede.

We kwamen twee grote spiegels tegen en niets kon ons ervan weerhouden vast te leggen dat we toch echt met z’n vieren waren. Daarna volgde de route naar Stellendam, waar we weer intuinden in het zoeken naar een historische kern van dit relatief jonge stadje. Pas toen we neergestreken waren bij het dorpscafé en de aanblik wat ingesloten leek als de stugge huizenprijzen zelf, had zus het Haringvliet en het restaurant Zoet en Zout op haar telefoon ontdekt. Dat stond ons beter aan. Een verontschuldiging voor de bediening en daar gingen we weer, met doorgestoofde hoofden langs ‘s Heeren wegen en nergens was de uitdrukking zo toepasselijk als op dit kleine eiland.

Alle bermen waren voorzien van wuivende en veelsoortige bloemen, de wijdsheid van de weilanden en de akkers eromheen, de prachtige kleurschakeringen die het opleverde. Het enige nadeel waren de drukke wegen die het land doorkruisten. Vooral bij de rotondes was het goed opletten. Vanuit onze ooghoeken zagen we de kringloop voorbij trekken en het Tij, een vogelobservatiepost aan het Haringvliet, dat spectaculair moest zijn qua architectuur.

We schoven het op voor na de lunch, die uitgebreid en heerlijk was op ons plekje daar aan de vliet. Zuslief ging foto’s maken en na de maaltijd trok ik met zus mee in haar kielzog. Een zwanenparadijs was het beneden ons en allerlei klein grut erom heen. Met haar scherpe ogen had zus een puttertje gesignaleerd en warempel, op de paarse distel zat het dier parmantig en at van wat de distel te bieden had aan rijpe en onrijpe zaden met een onbekommerdheid alsof hij wist, dat de stekelige plant hem grote bescherming bood. De foto komt later, want die is geschoten met de kleinbeeldcamera, om het kleurrijke vogeltje maar zo dicht mogelijk te benaderen.

Ondertussen was het toch te laat geworden voor kringloop en het Tij. Daar rolde al een plan voor de volgende ochtend. Zo vulden de dagen zich vanzelf. Na een pittige weg terug, waarbij ik vergat dat er naast de wind ook nog ongenadige zon op onze hoofden brandde, was de verkoeling van de bos en lommerrijke lanen een verademing. Een van de zussen wilde het dorp in en natuurlijk werd er proviand ingeslagen. Terug naar huis besloot ik me voornamelijk te oriënteren op de omgeving, anders dan de route, die de blikken stemmen in de routeplanners aangaven, anders zouden we het nooit leren om de weg naar huis blindelings te vinden. De eikpunten, al dan niet minder markant, een molen, een mooie bloementuin, een gladiolenveld, een manege, waren gauw gevonden. De stemmen waren als de Sirenen en zorgde voor een ware dwaaltocht door het stadje.

Terug was het bijkomen en even helemaal niets, terwijl de twee. Jongsten nog onderzochten welk strand het meest dichtbij was voor een picknick aan zee in de late avondzon voor de volgende dag. Regeren is vooruitzien.

Uncategorized

Die masseren elkaar wel

Wat een heerlijk uitje werd het, deze bewolkte dag. Met de auto er op uit, al was er geen regen voorspeld. De dag liet zich lenen voor een bezoek aan een stadje. Zoals gewoonlijk was het recept ‘ op de bonnefooi’ en ‘ we zien wel waar het schip strandt’. Ooit, vroeger, leerden we van onze lieve moeder al, dat je dan een heel eind kon komen en je rugzak kon vullen met heel wat totaal niet verwachtte gebeurtenissen. Naadloos ging haar wijze les over in de praktijk. Bij Hellevoetsluis gingen we richting de vesting. De beste keuze die je kon maken op een wat grijze maandag met hier en daar een eigenzinnige zonnestraal.

Daar, bij die vesting bleek een prachtige oude sluis te liggen met uitzicht op de haven en de nieuw gebouwde huizen op de kade met een zonnige Curaçaose uitstraling, door de kleurige huizenrij. Grote, kleine en minijachten in de haven en vooral een paar families fuut. Een ervan zat te broeden op een nest, bij een tweede zat de kleine al op de rug, liet pa een waarschuwend geluid horen en diepte later een glinsterend zilveren visje op, die toen het te groot bleek voor de kleine, moeder eerst naar binnen werkte. Later zou ze het weer teruggeven aan haar kind.

Een haveninham verder liet een vrouw haar oude schnautzer uit in het water en aan het einde lag een klein verwant verloren eilandcafé met gesloten terras, middenin. Daarna waaierde het breed uit in het Haringvliet. Een mooie oude draaibrug verder was een terras opengesteld op de punt met uitzicht over haven en sluis en daar, vanaf de hoge krukken, bleek eerst koffie en daarna lunch een goed idee.

Het carillon speelde boven ons hoofd en elk kwartier en op de hele uren meende ik toch echt te zien dat de klokken daadwerkelijk werden geluid, maar zuslief verschilde van mening. Haar ogen zijn beter dan de mijne en misschien was hier de vader de wens van de gedachte.

Het maakte niet uit, via de andere kade wandelden we terug terwijl het broeierig warm werd. Ineens begreep ik wel, waarom men Siësta hield bij dergelijke gevoelstemperatuur. De benauwdheid vierde hoogtij.

In de auto met de airco aan was het goed te doen. In de middag was de bestemming Middelharnis, omdat daar ooit een kind verdronken was en Ed Hoornik dat zo lyrisch had beschreven. Bovendien bracht het ons terug naar de school waar we allen opgezeten hadden en les hadden gehad van een enthousiaste lerares Nederlands met een grote voorkeur voor poëzie en gedichtenwedstrijden.

We bleven steken in de buurt van de plaatselijke super en zochten niet het echte centrum op. Misschien ook omdat we de kluts kwijt waren dor het feit dat het een tweelingdorp vormde met Sommelsdijk en dat we dat niet wisten. Je reed Sommelsdijk in en kwam in Middelharnis uit. Goed voor luttele ogenblikken zinsbegoocheling.

Een plantage bood basiswinkels en koffie/thee bij de Hema op het terras. Geen spectaculair uitje, maar zoals vaak hadden we genoeg aan elkaar. Thuis zouden we uitzoeken hoe het zat met de twee dorpen. In sommige gevallen is voorkennis handiger.

Bij thuiskomst een lichte noedelsoep van de hand van zuslief en nog een avondwandeling, met recht een blokje om te noemen, in een inmiddels weer verfrissende temperatuur. Het leverde een nieuw te ontdekken natuurgebied op, vlak om de hoek. Dat was voor later om te ontginnen. Terwijl ik op huis aan ging, het hek het af liet weten en de beide zussen het bungalowpark gingen verkennen, kleurde de zon de wereld met rozerode sluiering.

Geen spelletje voor mij, maar gemijmer en verwerking van de dag, zoals altijd en nu toch wel een tikkie vermoeid van de meer dan tienduizend slenterstappen van die dag en alle indrukken. Dan gaat er geen linker-en rechterhersenhelft-stimulerend spel meer in. Die masseren elkaar wel.

Uncategorized

Wie weet wat er opbloeit

Heel vroeg, in deze donkere kamer, was ik al wakker. Nog voor de morgenstond en het eerste kwinkeleren van de vogels een aanvang had genomen. Het plan was om naar zee te gaan, maar eerst het lome wakker worden van iedereen. Dat heerlijke vertragen in de tijd omdat niets moet en niets hoef. Zuslief had het zondagsritueel niet afgeschud en begon met het koken van eitjes. Geen sinaasappelsap, vers geperst, maar een multivitamine en wat sneetjes brood, kwark of muesli. Als je samen bent, krijgt het verzorgen van de inwendige mens een totaal andere invulling.

In de stille morgen had ik de vorige dag overpeinst. In vakantietijd krijgen de uren een verlenging. Of ze duren langer door de traagheid waarmee ze over ons heen kruipen of het geeft een dubbele lading door de betekenis van het genieten, waar je ruimte voor maakt. Terrasjeswerk, waar je normaal in het dagelijks leven aan voorbij zou lopen. Het betekent ook dat de waarde van het kleine uitvergroot wordt. ‘ Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert’ lispelde men vroeger, maar nu is de dimensie: ‘Geniet van al dat op je pad komt. Het vormt de belangrijkste basis van het leven’. Zussen, hoe verschillend ook, behoren tot die binnenkring. Ze zijn, met wat de Engelsen zo mooi en poëtisch laten klinken, ‘the inner circle’ naast het gezin.

Hoe het kwam, kwam het, maar de dagen werden opgedeeld in thema’s. Door een toevalligheid hadden we de eerste dag allemaal groen aangehad en kleurde onze dag, vandaag zou het zwart/wit zijn. Na het zondags ontbijt vielen de koeien binnen het thema en moesten we natuurlijk voor zuslief even poseren bij onze zwart/ witte dames, au naturel beantwoordend aan ons thema. Humor op kleine schaal. Het fietsen was heerlijk. We waren op pad gegaan zonder voorbereidingen. Dat bleek wel toen we, voor het eerst in mijn lang-zal-ze-leven, een strandstoel met windscherm gingen huren om de dag daadwerkelijk op het strand door te brengen.

Het boek zat in de tas, het schetsboekje en de pennetjes in de aanslag en het badpak tussen de meegebrachte spullen. Ervaren hoe het is om een dag niets te doen, luieren op een strandstoel, eindeloze telefoongesprekken van de achterbuurman aan te mogen horen, kinderen, van onwaarschijnlijk klein formaat, vliegers zien besturen, uitgelaten vriendengroepen neer te zien strijken, het ritueel van zonnebrand smeren eindeloos herhalend. Uiteindelijk was de conclusie, dat strand in welke vorm dan ook, voor mij en de anderen, alleen maar zin had als strandwandeling, kop leeg laten waaien, struinen door de duinen, foto’s schieten. Voor alles een eerste keer. Dit was uitgeprobeerd en kon in de la met herinneringen.

Twee minieme tekeningetjes van een oud stel, ver weg, om ze niet te blameren met hun onverwachte pose. Een kind met schepje en een beginnend zandkasteel, dat misschien wel slechts een heuvel zou blijven. Het plezier van het jongetje. Gaandeweg werd het drukker. Vanuit een strandtent, een werkkeet, waar een rond gat in was gezaagd, verkocht men broodjes worst en toen zuslief en ik het oververhitte zand hadden getrotseerd met onze voetjes, bleek dat de broodjes nog bevroren waren en de vrouw een beetje hulpeloos de situatie niet meer helemaal overzag. Op een smoezelige deken in de kraam aan de overkant lag een hushpuppy en keek alsof haar leven een vat van ellende was met al die worstenresten, waar ze ongetwijfeld mee gevoerd werd, getuige haar omvang. Wij liepen onverrichter zaken terug, maar onze Benjamin had de zinnen gezet op zo’n broodje en liet zich niet kennen. Ze kwamen terug met drie exemplaren en wat fris in blik. Een hap was voor mij meer dan voldoende. Heerlijke fietstocht volgde, toen we doorgesudderd en wel aan de terugweg begonnen. Vinkje van de dag: ‘Met elektrische fiets kan ik de hemel bestormen als ze achter het hoge duin ligt’.

Op de een of andere manier kwamen we op een autoweg terecht, waar we eigenlijk niet mochten fietsen, maar ja, er fietste al een mevrouw en als er een schaap over de Dam is, volgden er meer. Met de onverschrokkenheid van vier opstandige pubers trapten we door, tot we, toch enigszins opgelucht, adem konden halen op een kleine toegangsweg naar het dorp. Gered. Hoe ouder, hoe gekker en niemand had gelukkig waarschuwend getoeterd.

Thuis een pitstop en met de auto naar het Grevelingenmeer, waarbij we ineens in Zeeland aan de kant van Renesse terecht kwamen en toch weer rechtsomkeer maakten. Wat een enorme drukte daar. Bij de punt in het grote restaurant was de bediening niet bestand tegen de grote aanloop van die eerste zonnige dagen en liepen er zelfs klanten weg door het eindeloze wachten en de smetten op het serveerblazoen.

De tweede ervaring rijker. Ik mijmerde de natuur bij elkaar die door het grote resort veranderd was in een groot pretpark van jacht-, sup-bungalow-en snorkelvermaak.

Thuis had zuslief de sproeier aan de praat gekregen en sproeiden we de opmerkelijke zorgvuldig aangelegde borders van de grote tuin rondom ons huis, een weldadige verkoeling voor mijn, door oververhitting en vermoeidheid, verbrandde voeten. Morgen gaan we op de bloementoer. Wie weet wat er opbloeit.

Uncategorized

Dit televisieloze rijk.

Dat er gelegenheid zou zijn om mijn solitaire ochtendroutine te mogen volgen was een zegen. Het huis was afgestemd op zes personen. Twee zussen deelden altijd hun vakantieweek met elkaar op een kamer en nu konden zuslief en ik ieder een eigen kamer krijgen. Dat was heerlijk voor mijn rusteloze slaapuurtjes, die soms een deel van de nacht gevoed werden met schrijven en lezen, al naar gelang dromenland onderbroken werd.

De ochtend begon traag. Ontbijt rond een uur of half tien buiten, na het verslepen van de plastic stapelstoelen en tafel naar het terras, waar we de ochtendzon ruim konden verwelkomen. Biologische yoghurt, bessen, frambozen en bramen kleurden samen met de muesli het plaatje. In mijn bakje zaten medicijnen als aanvulling van het ontbijt. De vroege ochtend had ik doorgebracht met het kijken naar en reportage in close-up van de AVRO-tros over Yan Pei Ming, kunstenaar van groot formaat in overdrachtelijke zin.

Met verbazing aanschouwde ik zijn manier van werken met, wat de reporter bezemstelen noemde en dat hij corrigeerde in ‘penselen’. Hij bond ze aan grote stokken en juist door de afstand die het opleverde met zijn te schilderen object, was het invoelbaar. Zijn portretten naast die van Courbet, een inspiratiebron, waren prachtig. De kunstenaar zelf zat in een oude versleten leren fauteuil tegenover het doek om te observeren en achter de rook van een grote sigaar keurde het jongenshoofd met de pretogen in het verouderde gezicht de vorderingen. Hoe iemand oud kan worden en zijn jeugd bewaren. Prachtig om te zien. Vooral als het om iets ging wat hem het meest raakte, zoals de dood van zijn moeder en het enorme doek met de hoeveelheid mensen rond haar begrafenis, plooide het gezicht zich open. Een groots meesterwerk, letterlijk en figuurlijk.

Na de lunch en het douchen in formatie, gingen we de fietsen lopend ophalen. De bermen waren bezaaid met klaprozen en zandblauwtjes en oogden lieflijk evenals de tuinen waar we langs kwamen en die een overvloed aan zomerbloeiers droegen. Minder was het verkeer dat over de smalle weg moest en ons met regelmaat noopte, de berm op te zoeken. Bij de fietsenverhuur stond een lange rij. Twee zussen in de rij, wij op een bankje om met verbazing te kijken naar de verhuur en instructies van de elektrische loopsteps en scootertjes, fietsen met extra tandemkinderfiets, baboo en strandbrommers. Van sommige zag je al aan de angst in de ogen dat ze het nooit onder de knie zouden krijgen. Zolang het apparaat heerst over jou, wordt het doorgronden moeilijker en staat totale overgave in de weg.

Goeree- Overflakkee, wat ben je mooi en meer Zeeuws dan ik ooit had kunnen vermoeden. De fietsen hadden een schakeling die zonder de vertrouwde nummering ging. Je moest draaien aan een rubber ring bij het handvat. Bij zwaar werk lichter en bij licht werk zwaarder. Het was even wennen.

Een heerlijke lunch in de theetuin bij Ouddorp midden in de boomgaard, paarden langszij en een veld bloeiend jakobskruiskruid, kan ‘het zomerse dan zomers‘ in variatie op een thema. Daarna de dijk op, die al aanlokkelijk had liggen lonken in de zon, met kleine fietsfiguurtjes tegen de blauwe lucht.

Na de lunch ging het fietsen moeizamer, de dijk zwoegend zelfs, na het haventje. Nu pas bedenk ik me dat de ondersteuning misschien losgeschoten was door de kinderkopjes daar, waar de wielen bibberend op afsprongen. Het bleek aan het eind van de dijk, toen zuslief me vroeg van fiets te ruilen om een en ander te checken, dat ik de dijk geheel op eigen kracht zonder ondersteuning had gereden en derhalve wel had volbracht. Een mijlpaal bij een deceptie bracht de boel dus weer in balans.

Ziezo, nog niet aan de elektrische rolstoel waar zuslief bang voor was geweest, een hele dijk lang. In Ouddorp was het zaterdagsdrukte en gingen we winkel in, winkel uit de laatste vergeten benodigdheden halen, alsmede een jurk en een bloes voor zus en in een wonderlijke marskramerswinkel annex tweedehandswinkel een zwarte jurk van het merk ‘Il Est ou le soleil’ voor mij. Een vraag die we ruimschoots konden beantwoorden. De juiste shampoo, ogenwater, deo’s, boodschappen en een omweg om het dorp te verkennen.

Thuis een eenvoudig maal, gehannes met de sproei-installatie voor de gigantische tuin om het complex heen en weergekeerde avondrust. De wereld is verder weg dan ooit in dit televisieloze rijk.

Uncategorized

En dan kan het feest beginnen

Een tas en nog een klein tasje voor de opladers en ander klein spul. Dat was de buit van goed overdenken wat aan te zullen trekken voor een hele week. Zuslief appte dat ze veel te veel bij zich had, maar nog door een tweede schifting heen moest. Ik merkte op dat er maar zeven dagen in een week zaten. Andere zus appte terug: maar drie keer omkleedmomenten per dag, haha.

Zuslief was verbaasd over de bescheiden bagage. Twee koffers aan de kant geschoven, tas toch even op de achterbank en naar de laatste zus, die vermoedelijk niet zou volstaan met een weekendtas. En inderdaad, tasje zus, tasje zo, grote koffer en nog een tas met sportkleding voor het rondje hard lopen. Passen en meten en alles zat, de zussen achterin wat klem, maar dat mocht de pret niet drukken. De eerste stop was een lunch aan de Reeuwijkse plassen, waar we een heerlijke vegetarische schotel hadden, Alles wat los kon, servetten, placemats, lege glazen en losse haren waaiden ons om de oren

Ik ga het voor het eerst alles alleen met de IPad doen. Schrijven, filmpje kijken, mailverkeer regelen. Moet te doen zijn. De weg naar het dorp toe was lang. Rotterdam omzeilen zat niet in de mogelijkheden en daar was het vrijdagavondspits, dus topdrukte. Het duurde lang eer het industriële beeld plaats maakte voor weelderige en uitgestrekte groentinten. Het was opeens een zeker weten, dat hoe imposant de havens van Rotterdam er ook bij lagen, mijn hart daar niet lag. Het lied van lang geleden kwam voorbij. Ik neuriede ‘ ik doe een Euromoord voor jou’ en zocht de rest van de tekst erbij. ‘

‘Want als ik jou zie, denk ik jee jee jee jee jee, je bent veel mooier dan de hele EEG, dit vind je enkel aan de Europoort, je bent een eurovrouw, ik doe een euromoord voor jou’. En nu zit ik dus al een etmaal met dit lied in het hoofd en krijg het er voorlopig niet meer uit. Het geeft niets, want Jaap Fischer was mijn grote held in de kleinkunst en ik hebt nooit begrepen, waarom hij zijn, door mij geliefde liedjes, later zo verguisd heeft. Zal hij weten, hoeveel pubers zich hebben opgetrokken aan zijn kritische teksten.

Uitzicht

De lange tweebaansweg naar het dorp toe, was het afzien waard. Bij de plaatselijke super maakten we een pitstop voor de eerste boodschappen. We waren in toeristenoord, dat was wel duidelijk. Overal de Duitse nummerplaten. Ik bleef in de auto, om op de spullen te passen. Door het open raam waaide het schreien van een kind binnen. Zo hartverscheurend, dat ik mijn waakplaats verliet om te kijken of er niet een of andere onverlaat een baby in de auto zou hebben achtergelaten. In een bestelbus waren twee ouders uit alle macht bezig om het kind te kalmeren en te sussen. De wanhoop van jonge ouders was invoelbaar. Het was drukkend warm geworden. Op het parkeerterrein waren de mensen in vakantiestemming. Hoedjes, hawaiprint en groepjes jongeren bezig aan een pitstop, gezien hun voetbaloutfit. Pilsje erbij, ins freie hinein.

Een smalle weg, nauwelijks geschikt voor twee auto’s vergde stuurkunst van zus en met een omweggetje, die ons al een blik toonde op de glooiende duinen met verschillende antenne-achtige objecten, kwamen we op de plaats van bestemming aan. Het hek was met geen mogelijkheid met de hand te bedienen, ook al zei de vrouw die we moesten bellen van wel. Ze zou er voor zorgen dat het geregeld werd en opeens gleed het hek knarsend aan de kant. Eureka,

Huisinspectie, kamer indeling, het was allemaal binnen no time geregeld. We waren er klaar voor. Onderweg hadden we de fietsenverhuurder al gespot. Die gaan we vandaag al wandelend ophalen en dan kan het feest beginnen.

Uncategorized

Een druppel van licht op de gloeiende plaat

Hoe relatief alles is werd gisteren sterk benadrukt na mijn optimistische blog. Het bericht kwam door dat Peter R. de Vries aan zijn verwondingen was bezweken. Moeilijk te verteren dat een op en top gezond iemand zo uit het leven wordt weggerukt. Dat geeft er een dramatische lading aan en maakt het des te moeilijker om het te accepteren. Moedwillig uit het leven geschoten.

Vanmorgen stond de strijkplank al vroeg klaar om dagpakketjes te maken van de mee te nemen kleding. Het leven van alle dag gaat gewoon door. Ondanks wateroverlast in het zuiden en dat vreselijke bericht gisteren. Zuslief merkte droog op dat het maar goed was, dat we voor Zuid-Holland hadden gekozen. Vorig jaar rond deze tijd zaten we in Belgisch Limburg. Bij het horen van het aantal vermiste en overleden mensen werd duidelijk met hoeveel nietsontziende kracht het water stroomde. Alle zegen komt van boven, maar dit keer niet.

Beneden wandelen de kinderen naar school. De allerlaatste dag met de allerlaatste loodjes. Lokaal aan de kant brengen om schoonmakers de kans te geven de vloeren in de was te zetten, met de kinderen vooral gezellig het jaar afsluiten. Op de Overkant gleden ze dan ook uit, net als kleinzoon gisteren. Glijbaan tegen het raam(en later in de deuropening vanaf de trapeze uit het speellokaal). Doek ervoor. Er kwam een zesregelig raadsel, zodat de hen uitzwaaiende kinderen konden raden welk kind erachter het dichte doek zat en onder ‘het zingen van ‘Dag, dag Jantje dag, een kusje hier, een kusje daar, een traantje en een lach, werd het kind met dik plakboek en verslag op de glijbaan gezet, dubbel feest natuurlijk en aan het eind weer opgevangen door mijn lieve middenbouwcollega’s. Een fantastisch ritueel, dat altijd veel bekijks trok. De vlag dekte de lading. Afscheid nemen gaat altijd gepaard met tranen van spijt om het loslaten en tranen van vreugde om het nieuwe begin.

Terwijl alles aan me voorbij trekt, komt er een appje van mijn liefste vriendinnetje. Ze maakt een hele zware tijd door en dwars door de zinnen in de app lees ik haar ongeloof, een ‘nauwelijks te bevatten’ in het moment waarop ze zich groot moet houden en door moet gaan. Waar haalt een mens de juiste kracht vandaan. Ik kan haar alleen virtueel ondersteunen en hoop maar, dat ze voelt dat ik in gedachten op haar schouders zit om haar te wiegen in haar verdriet. Onmacht en onvermogen strijden om de aandacht, terwijl diepe rouw siddert. Een stukje verlichting brengen. Maar hoe dan, als alles donker als de nacht kleurt om je heen. Er zijn situaties geweest waarin ik in eenzelfde kolkende neerwaartse spiraal zat voor mijn gevoel. Hoe moeilijk is het dan om licht te blijven zien. Het hele bolwerk om je heen stort als een kaartenhuis ineen en het zoeken naar nieuwe fundamenten wordt bemoeilijkt door een alles doordrenkend verdriet. Ik sterk me in de gedachte dat ze samen zijn, als gezin, elkaar zullen vasthouden en het verdriet delen.

Op het moment dat ik dit schrijf komt er een appje met een stralende zon en de wens voor een fijne vakantie. Wat lief. Dat is precies wat ik bedoel. Ook al lijkt de situatie uitzichtloos. Er is altijd ergens een open stukje hemel aan een horizon, verder weg of meer dichtbij dan je bedenken kan. Ik straal maar in, zoveel ik kan. Een druppel van licht op een gloeiende plaat.

Uncategorized

Het leven lacht vandaag

Verwachtingsvol liep ik door de straten van het stadje naar de opticien. Alsof ik jarig was, zo voelde het. Eindelijk na de mededeling dat ik staar had, de second opinion en de mooie nieuwe uitslag mocht ik de beloning voor de eerste schrik gaan passen. Een zelfbetaald maar verdiend cadeau, zo voelde het. Vriendinlief had al een doos met vijf verschillende modellen klaargezet en het grote passen begon. Eigen bril af, nieuwe bril op, foto en daarna, kijken hoe het stond met de eigen bril weer op. Wat een keur aan leuke modellen waren er. Niet de goedkoopste, maar dan had je ook wat. Bij de laatste trok er een brede glimlach over mijn gezicht. ‘Deze’, hier werd ik blij van. Ze waarschuwde. ‘Sommige zullen ‘m veel te opzichtig vinden’. Ik had deze en een paar andere via de app doorgesluisd naar dochter, die prompt opbelde. ‘Mam, is dat rood niet véél te rood’. Maar juist de combinatie van tegengestelde kleuren maakte het speels en vrolijk, geen oud dameshoofd. Een glas bleek net zo duur als het hele montuur en daar waren er twee van nodig. Een rib uit het lijf, maar beschouwd als feest, om te vieren dat ‘staar’ nog niet op de loer lag. Plezier, het mag wat kosten.

Terug door het stadje, winkel hier, winkel daar, maar nergens iets van mijn gading. Dan nog even lekker snuffelen in de kringloop. Het was weer zo’n geluksdag, dat mooie spullen jou uitkiezen, in plaats van jij hen. Een mooie zijden broek en een zijden zwarte tuniek, een kleurrijk topje bij mijn eigen lange wijde broek. Aarzeling, het kan ook teveel zijn, zo’n geprinte stof maar hé…drie halen, twee betalen. Dan maar meenemen op de gok en zien waar het schip strand. Halverwege kwam ik tussen de lappen een oud-collega tegen. Samen werkten we twintig jaar vrijwillig in de kringloop. Hier voelden we ons als een vis in het water. We streken neer op twee krukjes en babbelden honderduit om al die jaren te overbruggen. Pijntjes, kwalen, kinderen, fijne nieuwe lichtpunten, het gevecht om, ondanks de kwaal, onafhankelijk te blijven. De ‘struggle for life’ in een notendop, tussen de vintage en de gordijnen. Jaren vervaagden, de tijd werd overbrugd in een stief kwartier.

Thuis een lang verwachte mail van de Wijze. Hoe blij kan een mens zijn met dit soort noten van geluk. Ze componeerden in ieder geval een jubelzang van binnen. Op een paar ouderdomskwalen na, ging het hem goed. Wel had het teruggeworpen zijn op zichzelf in combinatie met de ongemakken gezorgd voor een diepgaande retraîte. Nu pas viel het te delen. Dat is hoe het gaan kan. Soms is bij jezelf te rade gaan nodig, een pas op de plaats, om er gelouterd weer boven uit te stijgen. Wat hou ik van deze lieve wijze vriend.

Daarna de spullen in een sopje, de laatste was draaien en de bodem van de wasmand zien. Heerlijk. Vandaag mag ik op kleindochter passen als de kleine filosoof gaat uitglijden en naar de middenbouw vertrekt. Een heuglijk moment, waarbij paps en mams niet mogen ontbreken. Helaas is ze dan bezig met haar middagslaap. De ochtend is voor de voorbereidingen op een week vakantie met de zussen. Haar in de henna, poezelige zomervoeten kweken met een nagellak en een extra crème. Alvast bedenken wat de tas in zal gaan, eventueel nog wat strijken en meer van dat soort kleine bezigheden. Heerlijk om dat in alle rust te mogen doen. Zoonlief past op het huis en op Pluis. Het leven lacht vandaag.

Uncategorized

Een schat aan mooie herinneringen

Om half twaalf werd er gebeld door de bezorgdienst, gisteren. Een christelijk moment. Het had me al een beetje zorgen gebaard omdat er in de mail stond, tussen 11.30 en 13, 50 uur, maar ik moest om 14.00 uur bij de fysio zijn. Krap aan dus. In het gebrachte pakket zaten twee exemplaren van het tuinboek ‘De Oase’ van Simon Hureau, een graphic novel oftewel een stripboek over het aanleggen van een tuin.

Een voor dochterlief als cadeau voor het nieuwe perceel op de tuin en een voor mij, omdat je nooit te oud bent om bij te leren. Deze familie had wel een hele mooie stadstuin, omdat er onder het beton een onderaardse rivier zou zijn, die hij al bikkend vrijwaarde, net als de deur ernaar toe en waar hij een trap vond. Hij zette er een smeedijzeren hek omheen en ziedaar. Een wereld aan nieuwe ecologische systemen. Hoe langer hij bezig was met op een duurzame manier planten en stenen te verzamelen voor zijn paradijs, des te meer begon de biodiversiteit toe te nemen. Simon Hureau rekent af met de steriele stadstuinen, waar geen leven meer te bekennen is.

Een project van lang geleden komt voorbij. Willie wurm zoekt een huis. Daarbij maakt Wurm allerlei avonturen mee, ontsnapt ternauwernood aan een vertrappen door een grote schoenzool, wordt hij driftig uit een tegeltuin geveegd, ligt hij genadeloos uit te drogen in de felle zon. Er zijn heel wat ongelukken gebeurd in de tuinen van mensen die van ordentelijk strak en afgebakend houden. Bij nader onderzoek was het een bestaand project van Kunst Centraal met natuurlijk een stukje ‘joie de vivre’ van onszelf. Zo lang we projecten bedachten of overnamen uit het kunstmenu kwam er altijd een persoonlijke noot aan te pas. Klakkeloos overnemen was onze eer te na.

Bij de fysio was het vakantietijd. In zijn eentje had hij twee cliënten tegelijk. Altijd goed, want we konden zelf aan de slag als we de oefeningen door kregen. Het werkte prima. Lopen, legpress, balans, ademhaling. Samen met persoonlijke aandacht. Helemaal goed, want als ik bezig ben, kan ik toch geen woord uitbrengen. Laat mij maar zwoegen in stilte. Af en toe een correctie en dat was dat. Zo’n half uur vliegt om.

’s Avonds was de musical van de oudste kleinzoon. Twee kinderen uit mijn groep van de jenaplan deden ook mee, omdat ze door verhuizing hier terecht waren gekomen. Wat een heerlijke sfeer en wat kan een mens trots zijn op een klein manneke, dat ineens een podiumdier pur sang blijkt te zijn. Hij bespeelde het publiek op een sublieme manier. Zijn ouders waren verbaasd, want hij had niet verteld, dat hij zo’n grote rol had. Los van alle schroom baste hij mee met gevoel voor ritme, enthousiasme en die guitige oogopslag. Heerlijk om te zien, dat aan de genen van de tappende opa van moeders kant en de cancan-dansende oma van vaders kant werd getrokken.

Hoeveel ouders zwellen van trots op zo’n avond en hoeveel heimelijke tranen werden weggepinkt bij het afscheidslied. Het bracht me weer terug op de Overkant, als het Overkant-afscheidslied werd gezongen, gingen alle sluizen open, omdat je wist dat dit nooit meer terug zou komen in deze bezetting. Definitief loslaten, wat een deel van je leven heeft uitgemaakt. Je leert het wel, maar het went nooit. Het blijft tot in lengte der dagen een gevoelig plek en het hart, met al die kinderen achter een deurtje, werd per jaar alleen maar groter.

Af en toe gaat er zo’n deur open, zoals nu, met de kleine man van de oude school, die nu groot en verlegen voor me staat. Ze zullen het altijd losmaken. Mijn trots om wie ze zijn en een schat aan mooie herinneringen.