Uncategorized

Aangenaam verpozen

In de supermarkt neuriede ik het liedje van muis ‘tussen de jam en het blikgehakt, tussen de koffie en de gort, pom pom pom’ . Ik liep er, omdat ik een lunch zou verzorgen voor dochterlief en schone zoon, die heel hard aan het werk waren in hun tuin. Er moest een vloertje gelegd worden in hun glazen huis met de grote vloertegeles die het hele gezin, broers en zwagers hadden lopen sjouwen de dag ervoor. Met een trek-kar werden ze naar achter gekruid, een kilometer landinwaarts. Ongetwijfeld zware arbeid en nu dan de afwerking ervan. Broodje brie met walnoot en honing, vers geperste sinaasappelsap, ciabatta met kaas, vruchtensalade. Een luxe lunch, omdat het allemaal al voor me klaar stond. Inpakken en wegwezen. Toevallig kwam ik aan het eind van de rit de eigenaar van het kleine theater uit het stadje tegen. Hij liet zijn kar tegen de mijne botsen, omdat ik hem niet zag. Uitgerekend hij, de vriend en regisseur, bij wie ik ooit meedeed aan een ja zuster/nee zuster aflevering en nu, met dat lied in mijn hoofd ‘Daar in de zelfbedieningszaak, daar woont een muis, ik zie hem vaak, ik neem een karretje en ik rij, de muis rijdt altijd mee met mij’ hem ‘toevallig ontmoette. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Even wat wederwaardigheden uitgewisseld en daarna snel op de tuin aan.

Ach, wat was het al een paradijs aan het worden, De tegels pasten niet allemaal naast elkaar in de kas, scherp aftikken op maat was niet mogelijk, dan maar in grote scherven en brokken, bedachten ze inventief. Het was de wand waar de kast tegen geplaatst zou worden. Geen man overboord. Behept met het virus, geërfd van haar moeder, om alles met lappen en kleden een rustieke uitstraling te geven, had ze witte gordijnen als een voile hemeldak in de nok van de kas gehangen. Al heupwiegend kwam ze haar Turkse bruilofts-suite uit, nadat ze er in een handomdraai een sfeervolle draperie van had gemaakt.

De juveniele roodborst

Tijdens het genieten van de heerlijkheden, land van brie en honing, waarmee de tarwebol doordrenkt was, kwam er een klein vogeltje nieuwsgierig om de hoek kijken. Was het een vinkie, of een graspieper, we zochten het op. ‘Een roodborst’ meende schone zoon, maar er viel geen rode veer te bespeuren. Na het boek er op te hebben nageslagen en de natuurapp te hebben ingeschakeld, viel het plaatje op z’n plek samen met het gedrag van de kleine, totaal niet schuw en dichtbij, op de grond vooral of op een lage tak, kwamen we toch op de roodborst. Een juveniele nog, in in de kleuren van een nestverlater. Een schattig welkom, zo’n vaste klant, want ze kwam tot vier keer toe terug, steeds meer dichterbij. Een thuisfluiter.

Het ‘Hond jaagt schaap’-avontuur

Op een gegeven moment hoorden we een woeste brul van een hondenuitlater in het park. De man krijste een paar keer, wat ons wat gemopper over liefdevolle hondeneigenaren opleverde, tot we hem vaak en hard, steeds harder maar, hoorden roepen. We liepen naar het hek en zagen de dames schaap in blinde paniek galopperen, met hond er achteraan. Een van hen waagde een net te korte sprong over de sloot, in het nauw gedreven, en lag er middenin. De man tuurde de sloot af, en vroeg ons hoe de situatie was. Hij aarzelde geen moment, toen hij de hond te pakken had en stroopte zijn pijpen hoog op, gleed de sloot in en waadde zich een weg naar het onfortuinlijke dier. Met korte klapjes mende hij haar de goede kant op en daar klom ze, de schrik nog in de ogen en met een natte modderbroek, op de kant, terwijl haar zussen beschermend om haar heen kwamen staan. De man verontschuldigde zich en had net nog aan zijn metgezel verteld, dat zijn hond nooit, maar dan ook echt nooit, achter de schapen aanging. Verderop was het zwempoeltje, daar kon hij zich letterlijk en figuurlijk schoonspoelen en met een aangelijnde hond zijn weg vervolgen.

Terwijl de dames allang en breed weer aan het grazen waren, wij een perk met doorgeschoten dille hadden geslecht en de boel was aangeveegd en opgeruimd, gingen zij ook voor een duik en daarna op huis aan. Ik besloot nog even wat gras te grazen in mijn eigen tuin. Moe maar voldaan vertrok ik een uurtje later, een kruiwagen vol kleefkruid en grassen verder. Tijd voor de bank, het boek en wat aangenaam verpozen.

Uncategorized

Kindervrienden bij uitstek

Het was luie zondag, gisteren met alleen maar een verjaardag van Franse schone zoon in de namiddag. Ze hadden het hele park Transwijk ter beschikking om het te vieren, met al die alarmerende grafieken was er geen betere plek dan deze. Vandaag was ik Zeb, naar het gelijknamige boek van Gideon Samson. Ooit schafte ik een broek met een zwart/wit print aan. Nauwelijks gedragen, want toch wel veel streep en gisteren, bij het terugkijken van de foto’s, zag ik inderdaad dat het opmerkelijk veel zebra was. Doe er je voordeel mee, dacht ik daarna. Draag het met stijl of gooi er iets zwarts en langs overheen. Soms kan het je zomaar overkomen, zo’n dwaling. We zaten op kleden op de grond, dat was een klein dingetje bij het opstaan. Iets met onwillige knie, stramme botten, zebrabroek enzovoort.

Het was weer heerlijk om met bijna iedereen samen te zijn, nu ze wisten dat mams helemaal veilig was mocht ik ze ook weer knuffelen. Dat was bij sommige allang gebeurd, maar bij anderen was het anderhalf jaar geleden voor het laatst. Dribbel trok volledig zijn eigen plan. Als hij behoefte had aan eten, dan snorde hij zijn kostje bij elkaar en stond het luim naar vermaak, dan konden we rekenen op een kostelijk ogenblik. Op een gegeven moment kwam hij al pieuwend, pieuw, pieuw, met een geweer in zijn kleine knuisten ter grootte van een fors stammetje, formaat bazooka. Hoe komen ze daar nou weer op.

Lang geleden toen de jongens klein waren, vond ik het mijn eer te na, als ze zich op geweertjes zouden storten, maar elk takje of elk stokje is om te vormen tot iets wat kan schieten en als dat niet voorhanden is, dan is er nog altijd een schietende wijsvinger. Waar is Banksy als je hem nodig hebt. ☺️

Kleindochter had een andere manier gevonden om de drukte te ontvluchten. Ze zat op een afstandje zoet in het gras, midden tussen de madelieven, die ze plukte en bestudeerde. Een kleine botanicus in de dop. Een stilleven om bij stil te staan. Een moment, waarop alle tijdspanne versmelt door een eeuwenoude handeling. Gras en madeliefjes in een kinderhand.

Het was gezellig druk met de vrienden van de jarige en hun kinderen, een kinderboerderij om af te wisselen en een enorm grasveld om stoom af te blazen en te ravotten. Aan het eind, iedereen moegestreden, werd het Pokemons zoeken voor de kleine mannen en konden wij nog even rustig nagenieten van een doorbrekende late middagzon. De weersvoorspellingen had dochterlief gelukkig getrotseerd, want we hebben geen druppel regen gezien. Het waren de volmaakte omstandigheden voor een parkfeest en een klein jubileum.

Vandaag is het alweer feest, maar dat wordt pas later gevierd. De tweeling is jarig. Altijd even een moment van weemoed, om de heugelijke herinnering, de dubbele vreugde die het gaf, het bijzondere van twee jongens in hun wiegjes, de aanloop die we kregen, omdat iedereen dat wonder wilde aanschouwen. Een tweeling voelt inderdaad dubbel feestelijk en een gang met de dubbele kinderwagen heel bijzonder. In een dubbele wolk hing ‘trots’ boven onze hoofden. Nog steeds trouwens. Nou ja, hun vader zit op die wolk trots te zijn en ik plaats hier nog maar eens een foto van die gelukkige periode uit ons samenzijn.

Op het feest vroeg mijn nieuwe aankomende dochter hoe wij elkaar hadden leren kennen. Het was een bijzondere ontmoeting met een inbraak, angst, kamers beneden en op zolder en een extra bed onder het schot, maar bijzonder was het inderdaad. Wat grappig om daar weer bij stil te staan. Door het gedruis heen is er die klank van het verleden, als een gamelan die altijd klinkt, door alles heen. De herhaling zag ik terug in de foto’s van nu. Die kleine garnalenvingers van het kleine lijf toen, 2300 gram schoon aan de haak, zijn uitgegroeid tot grote vertrouwde sterke handen net als die van hun vader. Kindervrienden bij uitstek.

Uncategorized

Gedeelde vreugde is dubbele vreugde

Voorzichtig manoeuvreerde ik de kleine Blauwe door de nauwe steeg om in de hof uit te komen, waar ik parkeerplaatsen wist. Tot mijn grote verbaxzing waren die ingewisseld voor uitgebreide en grote terrassen met nog een handvol parkeerplekken, die allang bezet waren. Had ik anders verwacht op zaterdagavond tegen zevenen. Er moest gekeerd worden en al snel had ik op loopafstand een nieuwe plek buiten de grachten gevonden. Meer mensen maakten die fout, bij gebrek aan aankondiging van de veranderde situatie. Waarom de binnenstad nog niet autovrij is gemaakt, uitgezonderd bestemmingsverkeer, is mij een raadsel.

Sherlock in actie

Zoonlief kreeg een foto doorgestuurd, van mijn wachten bij de gérant, die mij de gereserveerde plek moest wijzen. Iemand had mij ongezien op de kiek gezet, haha. Wie de Sherlock Holmes was, stond er niet bij.

In de vroege morgen was ik naar de tuin gegaan en bij het uitstappen was de buuf van de hoek zeer blij mij te treffen. Net als ik, zat ze in de feestcommissie en was benaderd door twee muzikanten van Struinen door de Tuinen, die in het vroege najaar wel bij ons wilden struinen. Of ik dat ook een goed idee vond. Super idee natuurlijk, alles wat de feestvreugde van het tuinenccomplex kon verhogen was welkom. Ons eerste ‘feest’ na de lange lockdown. In de frisse buitenlucht op ruim afstand van elkaar, want het hele schapenweiland stond ter beschikking bij het maken van goede afspraken met de hoeder. 16 saxofoonspelers sterk was de groep. Die zouden ons omver komen blazen. De mensen, die poolshoogte van de plek kwamen nemen, waren verrukt van ons paradijs en terecht. Terwijl we nog voor de bloemeweide stonden en al het voorwerk was gedaan kwam dochterlief met kroost ons achterop fietsen. Wij liepen door en de buurvrouw handelde het verder af.

In de tuin van dochterlief was heel veel te doen. In ieder geval rigoureus onkruid trekken. De kinderen werden geinstalleerd. De kleine filosoof zou mee helpen wieden en dochterlief wilde springen op de kleine trampoline. Ik maaide, naast mijn gedachten, ook de grassen voor de voeten weg en kon toen aan een serie brandnetels beginnen, die zich gestaag, rijen dik, tot achter de kas hadden uitgebreid. Het stuif sloeg wel een beetje op de longen, maar wat zou het resultaat fijn zijn, als het allemaal weg was. Zo ver kwamen we niet. Het was drukkend warm en tegen de tijd van het slaapje van de jongste gingen we weer, langs mijn tuin met haar geschoren gras en mollen, terug. Kuierend, babbelend en wijzend op de schapen, 18 stuks bleek, vier pulletjes in de sloot, met verderop, al bijna volwassen, zes stuks. Dag lieve schatten, tot snel weer.

gesprek van vrouw tot vrouw

Thuis verpotte ik de goudsbloemen-en de afrikanenstekken en deed zelfs een middagdutje op de bank. Loom van de drukkende warmte en de benauwdheid, tot het tijd was om naar de Spanjaard in het naburige dorp te gaan. Onze boekenclub is een bijzondere groep mensen bij elkaar. We hadden een fantastische manier gevonden om boeken, die we gelezen hadden, te bespreken en altijd gingen de gesprekken de diepte in. Persoonlijke verhalen kwamen aan bod, het meeleven met elkaars bevindingen, de pijntjes werden gedeeld, maar er was ook mooie humor en er waren serieuze overwegingen over vaccineren en de nieuwe lockdown met verschillende meningen, zonder elkaar te veroordelen. Ieder in zijn of haar waarde laten is de vlag die de lading dekt en daarmee wordt onderschreven, waarom onze ontmoetingen zo bijzonder zijn. Er is ruimte voor eenieder om te delen. Gedeelde smart is halve smart, maar gedeelde vreugde is dubbele vreugde.

Uncategorized

En geeft er diepgang aan

Het boek ‘Hemelse mevrouw Frederike’ van Maaike Meijer is fascinerend door de herkenning. De ontwrichting door de tweede wereldoorlog weegt zwaar in het welgestelde gezin. Alle maatschappelijke normaliteiten zijn ineens niet gewoon meer. Men zit op elkaars lip en irritaties worden verpakt in onhebbelijkheden. De ouders naar elkaar toe, naar de kinderen toe. Het wordt uitgespeeld op het scherpst van de snede. Als de puber moet aanhoren hoe dik ze is, volgens moeder, die dat tegen vader zegt op de vraag of ze het kind niet beter kan kleden ‘want ze ziet er niet uit’, kerft dat letterlijk ‘een anorectisch zelfbeeld’ in haar ziel. Een waar ze nooit meer onderuit komt. Niet in die mate, maar met liefde, werd ik op een dieet gezet in de puberteit, maar de gevolgen waren hetzelfde. Ondanks dat iedereen bezwoer dat ik mager was in mijn beste jaren, lag er een omfloerst beeld, als een onscherpe foto, over mijn eigen waarneming, als ik in de spiegel keek. Een bewogen beeld zakt uit, zo ook die beleving. Het is nooit meer weggegaan. Zelfs nu, in vergelijk met al die andere vrouwen van mijn leeftijd, ervaar ik het zo. Een lastig gegeven, want het ontwricht voor een deel het zelfbeeld en daarmee ondermijnt het de eigenwaarde.

De maatschappelijke ontwrichting van nu, in tijden van corona, brengt in veel gevallen vergelijkbare situaties met zich mee. Mensen worden opstandig, zijn de lengte van het ongemak zat, voeren strijd tegen een nieuwe eenzaamheid. De puber uit het boek stort zich, onder de druk van de liefdeloosheid, op de gedichten van Gorter en Edgar Allen Poe en zoekt naar haar eigen stem daarin. Het zorgt ervoor dat ik ‘The Raven’ van Edgar Allan Poe lees en onder de indruk ben. Soms betreur ik het, dat ik niet meer klassieken kreeg voorgeschoteld vroeger. Ondanks de latere inhaalslag vallen er nog steeds hiaten in de kennis.

Gisteren bekeek ik een interview van deze schrijfster/dichter/ kunstenaar met H.A Gomperts, in de letteren van de VPRO uit 1981. Een frêle gestalte, een warrige haardos, een doorrookte stem. Het ongemak van het gesprek met de interviewer, die dwingend de antwoorden eist, die hij bedacht had, zo leek het. Die doorvraagt en doorzaagt. Ze leest twee van haar gedichten en moet water drinken tussendoor, omdat ze er kortademig van wordt. Het was geen soepel interview. Ik keek naar het meisje in dat oudere gezicht, de ogen groot en verwonderd in de terugblik naar het verleden. Ik las over haar bohèmien periode in ‘Jagtlust’ dat geboekstaafd werd door Annejet van der Zijl in 1998 en begreep, waarom ze zich terugtrok in Groningen, na haar financiële debacle. Naar verluidde, was ze niet gecharmeerd van het mysterie waarmee haar persoon omgeven werd. Het deed haar werk geen recht.

Nog belangrijker is haar jeugd, die haar persoonlijkheid heeft gevormd in een eeuwig durende zoektocht naar de ontberende aandacht en liefde in haar jeugd. In een van haar dagboekfragmenten is ze verliefd op een jongen die bij hen is ondergedoken en dan schrijft ze: (…)Ik vind het zo heerlijk om een gewoon klein kind bij hem te zijn, aan wie hij wondere verhalen vertelt. (…) Maar het is zo heerlijk warm in zijn arm, het is thuis.

Dat verlangen ruist door het hele boek en doet recht aan haar bestaan. Het onttrafelt haar leven in haar eigen woorden, in haar eigen taal en geeft er diepgang aan.

Uncategorized

Bronnen van geluk.

Vrolijk oranje/rood kleurde de lucht. Het zette mijn zin om in het opzoeken van mijn lieve zoon ern schone dochter, om te zien hoe ver de buik was gevorderd en om te horen of ze al konden wennen aan de nieuwe omgeving. Voor de benjamin nam ik het boek ‘Coco kan het’ van Loes Riphagen mee.

Er bleek ruimschoots sprake van nesteldrang. Op het grote bed lag de inhoud van de kast en een grotere kast werd vakkundig door mijn lieve schoondochter en haar zus in elkaar geknutseld en alleen bij het zware tilwerk mocht zoonlief een handje toesteken. Dergelijke zaken groeien. Als je beiden weet dat met elkaar niet perse verhelderend werkt kan je beter alleen of met andere hulp aan de slag gaan, terwijl de ander op de kleine past. Zo hadden we vooraf een intiem zoon, kleinzoon, oma moment met het voorlezen van het nieuwe boek met op iedere bladzijde een zoektocht naar het klein rupsje. Trappelzak aan, wang tegen wang, welterusten kleine man. Daarna thee slempen en die vanzelfsprekende intimiteit in het gesprek van moeder op zoon. Zo fijn als dat was. Tussendoor werd de vorderende kast bewonderd, met lichte maningen om vooral voorzichtig te doen. Maar nestelt er een kind in je buik, dan zal en moet alles, maar dan ook alles, letterlijk en figuurlijk op z’n kop gezet worden, alvorens een warm nest te maken. Herkenbaar en herinneringen aan lang geleden dichtbij.

Daarna naar de fysio, wandelen, krachttraining met ademhalingsoefeningen, balansoefening. Ontspannen in, inspanning uit, ik ga het nog wel eens leren, maar iedere keer moet ik weer denken. Of het ooit een automatisme wordt betwijfel ik.

Bij thuiskomst was een pakje bij de buren bezorgd. ‘Zo, jij kan weer lezen’, lachte de buurvrouw. En of. Wat een kloek exemplaar was dit boek. Nu begreep ik waarom het gemiddeld zo’n twintig euro duurder was, maar dan had je ook leesvoer voor een paar weken. Het boek van Maaike Meijer: ‘Hemelse mevrouw Frederike’ was een biografie over F.Harmsen van Beek(1927-2009) en diende als thema voor de volgende, en mijn eerste, Biografieclub-bijeenkomst. Wat een boeiend boek. Dat werd een vakantielang leesplezier. Er stonden mooie foto’s in met in het begin een waas van sepia en allengs het aanzicht van mijn eigen ontwikkeling, jaren ’50, jaren ’60, jaren ’70 etcetera. Allemaal herkenbaar en te vergelijken met de stijl uit de kiekjes van mijn leven. Dat teruggrijpen in de tijd aan de hand van dergelijke beelden gaf genoeg stof tot denken, ook al waren de omstandigheden compleet anders. Frederike was beeldend kunstenaar, illustrator, auteur, dichter en journalist.

Een van de bekendste werken voor mij, was haar voortzetting van het werk van haar vader, de illustraties van Flipje van Tiel,, een niet uit te wissen begrip uit mijn jeugd. De kleine boekjes met de lotgevallen van Flipje werden net zo verslonden als de verse witte boterham, dik blueband met die heerlijke zoete Flipje-jam erop, een taartje op zich. Met recht een zoete herinnering. Ongetwijfeld heeft ze veel meer geproduceerd, maar dat gaat deze bundel me tonen. Nieuwe inspiratie is nooit weg.

Ziezo, lakens, gordijnen, witte stoelbekleding in de was, ramen gepoetst en klaar voor nog meer wegduiken in het boek. Al trekt de zon uitnodigend aan het gemoed en roept ook de tuin. Terwijl door het open raam beneden het verkeer stagneert door lange rijen schoolgaande kinderen en hun ouders, omdat aan allen voorrang wordt verleend bij de oversteekplaats, kriebelt het verlangen naar actie. Nog een week hebben ze te gaan en dan is het vakantie. Mijmering naar weleer, de hectiek van de laatste dagen school, planten verdelen, vissen onderbrengen, alle materialen laten wassen of poetsen, niet zelden ook door de kinderen zelf, die daar de grootste lol bij hadden. De hele watertafel vol duplo in een sopje, en maar wassen en spoelen en spelen. Zorgeloze bezigheden, bronnen van geluk.

Uncategorized

Het dient zich vanzelf aan

Gisteren was een dag met een gouden rand. Een hele onverwachte en dat zijn de leukste. Ik had heerlijk in de tuin gewerkt en twee bedden, zo goed en zo kwaad als mogelijk, gevrijwaard van grassen en ander gebroedsel, dat belemmerend zou kunnen werken voor de anderen. De ontdekkingen waren groots en meeslepend in mijn kleine poeziepostzegel. Wilde Bertram bloeide en verspreidde zich net zoals zijn naam klonk, maar de oregano stond stevig op haar stengels. Wat kon ik daar dan blij om zijn. Tussen de geraniumsoorten en de bloeiende malve stond de anemoon fier in knop. Ze deed het al jaren nauwelijks, maar nu had ze zich gehard en kwam gesterkt naar boven. Kleinoden, die hartverwarmend werkten. Ik praatte met ze en verzekerde ze van mijn vreugde om hun bestaan. Planten groeien op aandacht en liefde.

Om 18.00 uur had ik een afspraak met vriendinlief om het afscheidsfeest van onze lieve vriendin en collega te vieren…dacht ik. Om kwart over vier kreeg ik een appje: ‘Ik stond bij het hek, ga nu naar binnen.’ Ach en wee. even onze afspraak natrekken. 18.00 uur bleek 16.00 uur. Als een hazenwindhond aan het werk om de schade te beperken met de hoop iets later toch van het feest te mogen genieten. Ze was me te dierbaar. Beiden trouwens. Na een stief kwartiertje van verbijten, vermijden van files, kortere sluiproutes en een flinke dosis geluk, stond ik voor de tuin van de school, waar mijn afspraakje al aan kwam lopen. Gelukkig. De blijdschap was enorm. Wat heerlijk. En overal oud-Overkantcollega’s, een grote reunie. Alle lieve vriendinnen en vrienden op een kluitje. Hapjes, drankjes en een stralend feestvarkentje met haar gezin, al net zo stralend, om haar heen.

Het werd een warm bad van ontmoetingen. Van lieverlee was nagenoeg de hele club compleet op dat nieuwe complex, dat daardoor bijna de warmte van de oude stek overnam. Tot mijn grote vreugde ontmoette ik door de gesprekken ook weer een nieuw lid voor mijn tuinentoneel in september. Mijn oud stagiair, waar ik zulke glorieuze toneeltjes had gespeeld, had er heel veel zIn in. Enthousiast vertelden we het aan mijn lieve afspraak. Er waaide spijt langszij. We ontdekten, dat er op die school nog een heleboel zakken lagen met de verkleedkleren van de oude school, die door de loop der jaren verzameld waren en waarvan een groot deel van de kringloop kwam, waar ik destijds werkte. Gekke oude hoedjes, malle broeken, een struisdvogelveren pellerine. De kaartjes van het gesorteerde goed zaten bij de zakken in. Vriendinlief, die in de Betuwe woonde en ruimte had, was net zo hooglijk verbaasd als wij. Waarom het nooit gebruikt werd, was ons een raadsel. Ze besloot om alles in haar auto te laden en in de vakantie uit te zoeken. Ik wist dat er unieke stukken bij zaten, want die toneelkleding kon ik dromen. Gelukkig, beter zo. Voor alles is altijd een bestemming te vinden. We waren net op tijd, want de week daarop zou alles weggegaan zijn. Wat was dat ook alweer met toeval? 😉

‘Zullen we samen ergens iets gaan eten’, vroeg mijn afspraakje. ‘Natuurlijk. Er stond geen andere afspraak, dan met mijn afspraak om 18.00 uur’, lachte ik. Zo kwamen we, nadat iedereen aanstalten maakte huiswaarts te keren, terecht bij het grote terras midden in het oude stadje, waar ze een heerlijke vegakaart hadden. Ik nam de Ramen en vriendinlief de Groene Risotto. Op mijn vraag of ze zin had om mee te doen met de Engelse tuindames, die op jacht zouden gaan naar de viervleugelige snuifmotkever, brak de zon door. Als vanouds en zo wij het als geen ander kunnen, associeerden we er op los.

Twee onverwachte zalige wendingen kreeg de dag en daarmee dat gouden randje. Soms moet je het niet zoeken, maar gewoon over je heen laten komen. Het dient zich vanzelf aan.

Uncategorized

Een hemels genoegen

Gelijkgestemde zielen zijn een zegen voor de geest. Een woord is genoeg voor de ander en vice versa. Begrijpen tot op de letter wat een ander op dat moment bedoelt, voelt, welke betekenis er aan het woord verleend wordt. Ik ben graag in zulk gezelschap. Het kleine vertrouwde compartiment van de blauwe prins werkte ook mee, ogen op de weg bij het verkeer, maar het hart bij het gesprek. Het heeft hetzelfde effect als een lange wandeling maken met elkaar om eens fijn te filosoferen of te sparren.

De ochtend was wenend begonnen, maar gaandeweg de rit kwamen de opklaringen. Vest en nieuwe kloffen leken aanvankelijk, bij het naar buiten stappen, te warm, maar niets was minder waar. Het bleek precies te kloppen. Van te voren had ik een parkeergarage uitgezocht aan de overkant van het museum. Dat was bijzonder plezierig, bleek achteraf. Met een hoofd zwaar van alle schoonheid, bleek het precies ver genoeg. Meer had er niet ingezeten.

Het enige dat nog aan corona herinnerde was de lange rij van bezoekers met ieder anderhalve meter ertussen. Al koutend werd die binnen de kortste keren geslecht. Tickets op de Iphone in de aanslag, kaarten in ontvangst en door. Dali lieten we links liggen. We kwamen in de eerste plaats voor die wonderlijke wereld van Eva Jospin. Een suppoost wees ons vriendelijk de weg. Dwars door Dali’s surrealisme heen, vonden we al gauw de drie zalen met deze bijzondere sculpturen. Aanvankelijk was er genoeg ruimte om alles uitgebreid te bestuderen, maar allengs liep het vol.

Indrukwekkende verbeeldingswereld, waarin het goed toeven was en alle luiken in het hoofd open gingen om dwalende bosnymfen, zonnebadende Circe’s, zingende Sirenen, wegduikende Kobolds en kreupele Izegrimmen hun weg te laten vervolgen door ‘La Fôret’ of op de rotspartijen van de ‘Nymphées’. Ook huisden er vast en zeker hobbits en elfen in die bomen van zes coulissen dik. Opgebouwd met zorgvuldig gestileerde zichtlijnen, doorkijkjes, diepte. Nergens viel het werk stil. Er was veel te bewonderen aan detail en aan het geheel.

Onder het smeedijzeren balkon, behangen met tere plantensprietsels, vaardig schuin versneden, zodat er een schijnbare lichtval meespeelde, stond de denkbeeldige Romeo die smachtend en verlangend naar zijn Julia keek. Alles ademde de sfeer van romantiek. Het vaardig versneden karton kende robuuste elementen tegen verfijne natuur. Dat werd vooral duidelijk in de zaal met de koepels, tegen een decor van een ruige onbeklimbare rotswand. Pilaren droegen de rondingen en beschermden de ragfijne natuur binnenin.

Er stond gelukkig een bankje. Even tot rust komen tussen de indringende sculpturen. Ondertussen druppelde een veelheid aan bezoekers binnen. Er was een man bij, die kennelijk al een tijd zijn eigen stem niet meer had gehoord en veelvuldig door beide zalen heen, het gesprek aanknoopte met vriendinlief, waarbij ik op een gegeven moment de kans nam om, om de koepels heen, te ontsnappen. De boodschap kwam nog niet binnen. Alleen zijn met onze verbeeldingskracht, dat wilden we graag.

Het was wennen, zo’n ruimte vol mensen. In de auto hadden we al de ‘cocoonings’-kracht van corona, het zoeken naar je eigen innerlijke stem en de stilte en de aangename ervaring, die dat gaf, ondanks de maatschappelijke ontwrichting, besproken. Een moment van bezinning.

Carmontelle

Als toetje konden we de Carmontelle bewonderen, een aantal gelaagde kijkkasten, die op verschillende wijze waren uitgevoerd. Hun schoonheid, naast die van de enorme pentekeningen van het forest, was indrukwekkend. Zo gaaf om te zien. Eveneens een bron van inspiratie en het riep een diepgeworteld verlangen naar de pen op.

Na een heerlijke lunch, die nog net niet van het bord woei, buiten op het terras en een theezakje met de toepasselijke boodschap: ‘We do not remember days, we remember moments’ daalden we af naar de museumwinkel voor een cadeau en wandelden de twee zalen, gewijd aan ons beider idool, Isaac Israëls, binnen. Op dat moment met de broodnodige bankjes en met weinig passanten.

Uitgerust en opgetogen, maar ook vol van indrukken, reed de kleine blauwe ons naar huis. De koek was op, maar wat was het een hemels genoegen.

Uncategorized

Dat gaat naar Den Bosch toe

Heel vroeg in slaap gevallen en derhalve een periode met de documentaire over Gert van Elk, de conceptueel kunstenaar, doorgebracht, omdat ik halverwege de nacht klaarwakker was. Wat een denker en ziener is deze man. Volstrekt autonoom en trouw aan zichzelf. Houdt geen schone schijn op want wat je ziet is wat je krijgt. In de docu, die aanvankelijk nogal stroef verloopt en een droef einde kent, is een duidelijk beeld te vormen van zijn denkproces en zijn verwondering over de dingen. Wat ook heel bijzonder is, dat hij op alle fronten en met elk hulpmiddel zijn gedachtengoed weet te vertalen. Kunst is wat de kijker erin wil zien, niet wat je ziet, filter ik er uit. Ruim vijftig jaar heeft hij een schatkamer vol aan ideeën verzameld en er valt alleen maar grote bewondering te oogsten. Over zijn werken wordt soms letterlijk gelopen of ze vallen op door het subtiele manier waarop ze opgaan in de omgeving. Prachtig en ontroerend vond ik: ‘Little man behind the door’ 1999. Dit kunstenaarshoofd zou eigenlijk een luikje moeten hebben, zodat je dwars door zijn gedachten zou kunnen lopen, want ze zijn zeer de moeite waard.

https://www.npostart.nl/het-uur-van-de-wolf/30-11-2017/VPWON_1244838

Hij wordt aan het eind van de docu getroffen door een hersenbloeding. Zijn studio manager Bas Witlox, die zijn laatste kunstwerk voltooit zegt daarover: ‘Hij zit klem in de rolstoel met een half lijf dat het niet meer doet. Normaal ontsnapt hij aan het leven door zijn werk. Het is een ontsnapper en nu kan hij geen kant meer op’. Als hij op 17 augustus overlijdt op 73 jarige leeftijd krijgt zijn ‘Replacement Piece’ drie maanden later een plek voor de ingang van het Stedelijk museum in Amsterdam. Een terechte plek voor iemand van zijn kaliber.

Een van zijn bijzondere vriendschappen was die met de kunstenaar Bas Jan Ader die in het kleinste bootje de oceaan over wilde steken en verdween. Diens mysterieuze verdwijning betekende zijn doorbraak als conceptueel kunstenaar. Martijn Blekendaal maakte een docu over deze man en noemde het ‘De man die achter de horizon verdween’. Het begint, letterlijk en figuurlijk, met het einde. Zijn boot is wel gevonden, maar hijzelf niet. Zijn leven werd gekenmerkt door waagstukken op het scherpst van de snede. Een val van het dak, de Reguliersgracht infietsen en bijvoorbeeld ‘The Boy Who Fell over Niagara Falls’ uit 1972. Het werd op deze manier een lange nacht.

Net als zijn bomen praten die van mij, voor het raam, honderduit honderduit na de vaalgele lucht en de loodrechte regen, nu de wind weer is opgestoken. Ze hebben elkaar een hele nacht aan verhalen te vertellen.

loodrechte regen in geel licht

Gisteren was het een dag van ruimen. Alvast de kledng van zoonlief, die hij niet meer past, weggebracht naar de kringloop en twee oude vesten van mij. De kledingkast is nodig aan inspectie toe, om te weten wat er allemaal nog is. Soms kan ik zo maar een trui vergeten zijn. Het oude speelgoed, dat vorig jaar van zolder is afgekomen, mag ook weg, alleen de autootjes zal ik redden voor alles wat komt spelen. Op de kringloop vond ik, drie halen, twee betalen, jurk, t-shirt en sjaal, zodat het effect in de kast nul is.

Daarna nodigde de supermarkt uit tot klein Italië en was de salade Caprese in een oogwenk gemaakt met de verse basilicum van de tuin en zoete cherrytomaten. Samen met wat geroosterd stokbrood een hemels gerecht. Voor vandaag is het credo ‘in de benen’ want hoera, ‘Dat gaat naar Den Bosch toe’.

Uncategorized

Daar te mogen dwalen

Ideaal weer als tegen de avond en ’s nachts de buien vallen en het overdag zo goed als droog blijft. Al vindt het grasveldje voor de flat dat het wel wat druppels minder kan. Ze heeft moeite met het verwerken. De rozen aan haar uitlopers gedijen daarentegen en groeien als kool.

Het pad langs de sloot gaf zicht op de doorgang van de tuin van dochterlief, waar die meter voor meter vrijgemaakt wordt van onkruid. Iets verderop stond witte valeriaan stralend tegen de ietwat dreigende lucht met aan haar zijde twee fiere prachtige zwanenbloemen.

De literaite achterbuuf knoopte een praatje aan, terwijl haar lieve vriendin als een duveltje uit een doosje uit de kas kwam en me trots haar basilicumsoorten toonde. ‘Een bosje voor jou aan het eind van de rit’ beloofde ze me. Zo gaat dat op de tuin. Ons kent ons. Of ik tijd had voor een kopje koffie en wat koek. Tuurlijk. Uit dat bezoek rolde zowaar een uitnodiging voor een biografieclub. Daar moest ik even over denken, al is de neiging er om onmiddellijk ja te zeggen. Toch vraagt de kostbare tijd om bewaking van de vrijheid. Nu, na een nacht erover te hebben geslapen, zeg ik toch toe. Veel te leuke uitdaging. Nieuwe mensen, andere inspiratie. Ik ben benieuwd.

Ik had mijn gastvrije vriendinnen aangeraden om toch eens om te zien naar een lichte grasmaaier. Zij hadden de oude zware nog, waar ik ook eerst de tuin mee maaide. Nu kon ik het makkelijk af, helemaal zonder de groenbak erachter, pochte ik. Prompt had mevrouw maaier kuren bij het te lange, wat natte, gras. Het bleek dat ze eerst een grondige schoonmaakbeurt nodig had. De grasresten zaten als een een dikke koek tegen de wanden én, toen ze het daarna nog niet deed, bleek een onderdeel niet goed te zitten. Met moed, beleid en trouw lukte het me uiteindelijk om de boel draaiende te krijgen. Het laatste stukje ging als een zonnetje.

Met de Ipad nam ik van dichtbij foto’s van de bloemenpracht, die daardoor uitbundiger leken dan zo verdwaald tussen de grassen. Tot mijn grote vreugde zag ik de anemonen weer opveren. Vorig jaar waren ze er niet. Ook piepte de Acer weer op, frisser van blad, weliswaar vlak bij de kluit, maar misschien ging ze het nu eindelijk doen op de plek die ik haar vorig jaar in pierige staat gegeven had. Het schietgebedje was gericht tot vriendin op haar wolk, die met de Acer voor altijd verbonden bleef, met de vraag of ze haar nog eens extra in kon stralen.

Na gedane arbeid is het zoet rusten. Ik had een heerlijke sauvignon mee genomen om het paradijs te benadrukken. Buuf kwam bessen plukken, maar eerst een toost halen op de zomer en het goede leven. Toen de eerste druppels begonnen te vallen was het vroeger dan de buienradar had aangegeven. Ik haalde de beloofde basilicum op en met het geurige bosje, de belofte voor een heerlijke pesto, wandelde ik naar het begin van het complex, langs de grote open braakliggende plek, waar gisteren de schuur nog stond.

Morgen staat het eerste museumbezoek sinds vorig jaar op de rol. Uitverkorene is de kartonnen wereld van Eva Jospin, die zo sprookjesachtig ‘The Papertales’ heet en waardoor je je in een totaal andere wereld kan wanen. Ik ga met vriendinlief, die bij het zien van de prachtige online aankondiging, net als ik, ook heel graag wilde en dat kenbaar maakte. Morgen vieren we dat feest. Het is niet moeilijk om je er, bij dat vooruitzicht, als een kind op te verkneukelen. Jospin onderschrijft haar werk als volgt: ‘Mijn werk is hier en nu te zien, maar ik maak het met een verlangen naar elders. Een gedroomde werkelijkheid, ver buiten ons bereik, verloren in tijd en ruimte’. Daar te mogen dwalen…

Uncategorized

Voor de buien uit

Het zonnetje schijnt. Vannacht heeft het geregend, getuige de straten die nu wasemen in dit warme begin van de dag. Ik hoopte op tuin, maar het gaat wel licht tot matig regenen, waarbij matig toch nog altijd meer is dan licht, al zou je het andersom verwachten.

Het feest van kleine Dribbel was een succes, ondanks de oren. Paracetamollen en antibiotica als paardenmiddel deden telkens de pijn voor een aantal uur verdrijven. Een halve tompouce ging er in als koek. Sinds mensenheugenis kan ik me niet meer herinneren tompouce te hebben gegeten. Sinds ik besloten heb, dat elke feestvreugde nog feestelijker wordt door het delen, eet ik mee, ongeacht gebrek aan smaak of wonderlijke structuur, het enige dat waar te nemen valt.

Het boek van Frederick van Leo Lionni, uit de eigen collectie, werd goed ontvangen. Vooral door dochterlief die terugdacht aan onze gedeelde tijd samen met de kleine grijze muis, toen ze net zo oud was als Dribbel nu. Ik moest ook onmiddellijk denken aan een van de meest aandoenlijke liedjes, die ik ooit heb gezongen met de kinderen in mijn groep en die ik niet kon zingen zonder het wissen van de tranen die opwelden. Het was de tekst in combinatie met een herkenbaar minderwaardigheidscomplex, het werd gezongen door Hakim en kwam uit het grote prentenboekenliedjesboek van Elle van Lieshout en Erik van Os. ‘Ik ben zo grijs, ik ben zo grauw, hoe kan dat nou…’ Dat vroeg die piepkleine grijze muis zich af. De tekst is alleen in het boek te vinden en dat heb ik tijdens een vorige verjaardagsessie allang weer doorgegeven, dus kan ik het niet meer achterhalen. In de recensies die ik over het boek lees, maak ik op dat veel mensen het te moeilijk vinden voor peuters en kleuters, maar de kinderen van mijn groep konden van deze liedjes geen genoeg krijgen. Tijdens of voor het tienuurtje was het elke dag vaste prik.

Na een genoeglijk samenzijn reed ik door naar dochterlief om de aangeschafte rieten poppenwagen voor de les over het culturele erfgoed, aan mijn kleindochter te geven. Ik wist dat ze twee poppen had, die ze overal mee naar toe sleepte. Onmiddellijk mocht de eerste baby, ‘Nee oma, gewoon pop’, bungelende armen en benen aan een wit opgestopt lijfje en een guitig rond koppie er bovenop, mee in de wagen. ‘Rije, rije, rije in een wagentje’, het eeuwoude concept dat nog altijd werkte. Trots ermee paraderen in een kringetje. Brede lach erboven. Geslaagde missie. Ook vond er een sleuteluitwisseling met dochter plaats, zodat ze toch gebruik kon maken van het gereedschap in het schuurtje van mijn atelier op de tuin als ik er niet was.

Haar tuin was verworden tot een brandnetel-en bramenrijk pur sang. Hoog toornden ze boven het houten hek uit. Dat betekende veel onkruid trekken met de hand en met wortel en al. Langzaam zou de tuin zich ontvouwen en steeds meer prijs geven aan verborgen zaailingen en planten. Paradijzen ontgin je met noeste arbeid, oneindig veel geduld en heel veel liefde. Maar dan heb je uiteindelijk ook de hemel op aarde.

foto: Noor van Mierlo

Per app werden foto’s getoond van de schuur op het tuinencomplex, die met vele vrijwillige handen met de grond gelijk is gemaakt, het hout netjes opgestapeld voor hergebruik. Je hebt duurzaam hoog in het vaandel of niet. Binnenkort wordt gestart met de wederopbouw van het gloednieuwe ontwerp. Met toiletten. Wat een luxe.

Tijd voor een snelle douche en een thermoskankoffie en als de gesmeerde bliksem nog even maaien voor de buien uit.

Uncategorized

Te pas en te onpas

Dochterlief stond eerder beneden dan ik had verwacht. Ik had me net genesteld in de bank met een tijdschrift. Geen probleem. Verder was ik er klaar voor. De kleine filosoof en kleindochter waren ook mee. We zochten het oude stadje op, waar een deel van mijn verleden zich had afgespeeld. Prompt kwam ik twee lieve bekenden tegen. Goed voor een praatje en om wat wetenswaardigheden uit te wisselen. Kleinzoon had de draaiende wieken van de molen ontdekt en we speurden de zijstraten af, net zo lang tot we de molen in volle glorie zagen draaien. De kleine stepte wat moeizamer voort op de hobbelige kinderhoofdjes. De kleine filosoof zag met zijn scherpe ogen kikkervisjes in de kleine gracht, waar ik drie keer moest kijken.

Draaiende wieken

Het zou hier in het binnenstadje toch ook leuk wonen zijn, mijmerde ik. Tussen al die oude bakstenen voel ik me prima op mijn plek. Een appartement of een lief bovenhuis, hoe leuk zou dat zijn. Alleen is het er dan niet meer bij om incognito over straat te gaan. Dochter wandelde door met de twee en ik ging de winkel binnen. Het hele onderzoek zou een uur in beslag nemen. De optimetrist stelde zich voor en schoof gezelllig bij, toen ik op de behandelstoel had plaatsgenomen. Ze ging eerst uitleggen wat ze wilde doen. Zo’n uitleg is heel fijn, dan weet je wat je te wachten staat en het is een waarborg voor totale ontspanning. Het begon weer met de leestest. Daarna een druppel in de ogen, waarmee alles prachtig blauw zag. Ik maakte, voor zover ik het kon zien uitgebreide studies van dan wel het rechter-en het linker oor van haar, terwijl zij mijn oude oogbollen uitvoerig bekeek. De floaters waren te zien en wat rafelige randjes, maar niets van staar. Wel een verouderingsproces dat zich langzaam had ingezet, maar nu nog geenszins alarmerend was.

Tussendoor, na de pupilverwijdende druppels, was er thee en een gezellig kouten. Nu prikten de ogen wat en werd het waziger. Weer een uitgebreide studie van het oor en van de kamer links onder, links boven, recht naar beneden en weer omhoog terwijl zij achter in het oog keek. Met een verklaring op zak dat ik niet onder de dope zat, maar bij de opticien was geweest mocht ik weer gaan. Over twee weken een nieuwe bril met minder plus en meer min.

Dochterlief zat met twee zoete schatjes aan de tafel te wachten. Met geknepen ogen tegen het schelle licht in mijn verwijde pupillen op huis aan.

Dribbel was jarig, maar viert het vandaag pas. Als cadeautje had hij een dubbele oorontsteking er gratis en voor niets bijgekregen. Die arme lieverd. Minder leuk voor hem, maar gisteren in de morgen had hij er toch minder last van. Gelukkig maar want zijn feest werd uitbundig gevierd, compleet met kroon, liedjes en uitdelen(vingerpoppetjes met een doosje rozijnen). Op de foto kwam een brede glimlach onder zijn kleurrijke hoofdtooi uit. Vandaag wordt het voor de famil;ie gevierd. Straks eens kijken hoe hij zich voelt.

Na de escapades van gisteren en de slapeloze nacht ervoor, was het ineens om 20.00 uur, 22.30 uur geworden. Moest even bezinnen op hoe dat nou mogelijk was. Door vermoeidheid overmand en domweg in slaap gesukkeld. Zo werkt dat. Slaap haal je altijd in. Te pas en te onpas.

Uncategorized

Een meerwaarde

Een oude bakelieten telefoon stond op de toonbank bij de Emmaus in het pand langs het kanaal. Niet helemaal wat de bedoeling was, ik zocht een gewoon PTT-modelletje uit de jaren ’70, maar om een voorstelling te maken van hoe men vroeger belde, zou het niet te kort schieten in zijn doel. Vooruit dan maar. Iedere keer als ik de kringlopen afspeur, valt de goede kwaliteit van de spullen op. We zijn snelverbruikers geworden en de vraag is of de kringlopen dat in stand houden of niet. De wetenschap van hergebruik verzacht onze hebzucht. Of past het naadloos bij de vluchtigheid van het leven van vandaag.

pikachu en slang staan op de andere kant

Na de vondst ging ik op weg naar Dribbel, op wie ik een uurtje zou passen. Grote broer was ook thuis. Hij kwam net uit zijn middagslaap en had er maar weinig fiducie in. Ik liet hem begaan en juist dat maakte nieuwsgierig. Hij kwam steeds dichterbij, tot hij op een foto van een schoolblaadje pikachu ontdekte. Met het natekenen van het gele figuurtje, ontdooide hij en wilde ook tekenen. Dat werd een grote dikke slang met, per ongeluk, de vormen van een cobra. Al tekenend en zingend werd het heel gemoedelijk en knus. Grote broer zat diep verzonken in een boek. Verstoppertje spelen met de bank en de kussens. Waar is dribbel nou, o nee toch hij is weg…o, Daar is dribbel. Broer speelde mee. Pas toen het stoeien werd en te hardhandig door de kleine zelf moest de autoracebaan afleiden. Samenspel, ieder een autootje, naar achteren duwen en een twee drie op de knop drukken. Wie het verst kwam. Nog steeds is een kinderhand gauw gevuld. Meer was er niet nodig voor twee uur lering ende vermaeck.

verstoppertje

Thuis nam ik de telefoon onderhanden, waar behalve het sleetse ook meer dan vijftig jaar stof zat aangeslibd. Vragen over de herkomst doken op. Wie zou die hoorn in handen hebben gehad. Een keurige dame, de pastoor of een monteur in een garage. Aan de vettigheid zou ik eerder dat laatste denken. Ik moest ook al gniffelen bij het feit dat ze van de asbak waarschijnlijk een schotel of bonbonnière zouden maken. Een van de voordelen van onze welhaast rookloze maatschappij. In de supermarkt had ik wat kaakjes en dubbeldekkers gevonden. Die pasten bij het verhaal en konden in de koektrommel om ze ter plekke te laten proeven. Succes verzekerd. Het rieten poppenwagentje zou goed zijn voor de doe-factor: ‘Rije, rije, rije in een wagentje’.

Het blad ‘Atelier’ lag in de bus met uitdagende technieken, die zeer de moeite waard waren om eens uit te proberen. De inspiratie was nagenoeg verdwenen in deze maanden. Het zou goed zijn als iets het weer zou triggeren. Misschien gewoon maar eens met experimenteren aan de gang gaan. Wat ik heel leuk vond, waren de ongekaderde doeken van Lysette van Hoogenhuyze, geïnspireerd door de kleurige was in de Portugese straten hangen ze samen in ceen compositie aan de uur en versterken elkaar door kleur en vorm. Erg gaaf. Zo los te durven werken, uit de bestaande norm, daar kan ik met liefde naar kijken en dat is de wens van de gedachte. Wat let je, spreek ik mezelf toe. Er is altijd dat drempeltje. Maar het linnen staat al op een rol in de kast. Doeken knippen en voorbewerken en gaan. Wie weet. Straks, later, eerst wat nu voor handen ligt. Dat stukje verleden tot leven brengen en-ook niet onbelangrijk- lieve verwonderde kinderkoppies zien stralen. Een meerwaarde.

Uncategorized

Ongeschreven gedachten

De grote kringlooptocht in gang gezet. Spullen uit de jaren 80 en 90 was de boodschap. Dus kwam ik thuis met een botervloot, een koffiepotje met stenen filter, een asbak, wierookstokjeshouder met wierook, een koekblik, een blik voor boterbabbelaars en een blik voor de koffie, een suikerpot die je om moet kiepen en een rieten poppenwagentje, zoals mijn eigen dochter had vroeger. Nu vandaag nog een telefoon met draaischijf en een zwart wit teveetje en dit kind is weer gelukkig. Het verhaal rolde er in één keer uit, vanmorgen vroeg. ik ben toch echt een mens van de deadline. Onder druk presteer je beter. Op die manier was ik weer even terug in de jaren ’80, de kinderen waren klein, de hectiek was minder groot, want de media was vrij beperkt. De tv, een pickup, een bandrecorder en een radio. De telefoon vast aan het snoer beperkte letterlijk en figuurlijk de bewegingsvrijheid.

André fietste losjes en levend met zijn trots, de eigenhandig gemaakte bakfiets met de twee oudsten erin, door mijn geheugen, de beste vader die je je als kind wensen kon, altijd in voor een grap, altijd klaar om te ondernemen. Hij nachtvlinderde de spullen bij elkaar, die het huis warm en gezellig maakten en de dagen waren vervuld van gewoonten. Kerst, Pasen en Sint waren als vanouds feesten met een uitgebreide lunch aan een overvloedig gedekte tafel, zondags was er voetbal voor hemzelf en zaterdagmorgen voor de jongens, op vrijdag was er ballet voor de dochters op een zolder aan huis door een echte klassiek geschoolde juf. Mijn wereld was die van de volksdans. Heerlijk om weer even thuis te zijn op de kamer van de meisjes met de grote sari’s als prachtige voile sprookjesgordijnen, de verkleedkleren, de knuffels, de barbies. Hier thuis vond ik ook nog van alles, dat mee mag in de ‘Koffer van het Verleden’, om het straks op school in de groep uit te pakken en af te rollen als een reis door de tijd.

Het verhaalt ook van mijn tijd als wijkverpleegkundige. Op de fiets langs alle patiënten. De intimiteit van een eigen huis, de persoonlijke sfeer, de cultuur in zo’n huis, die vorm geven aan de persoon die je voor je hebt, vond ik zo waardevol. Nog betekenisvoller dan de lichamelijke verzorging waren de koffieleutjes met het gesprek, dat steevast plaats vond. Daarin dropten mensen hun kleine zorgen, die vaak met een luisterend oor al zachter werden en behapbaar. Het zoeken naar oplossingen, het weven van een vangnet met de juiste woorden en aandacht. Er waren mooie parels tussen, maar ook een intens lijden, door allelei omstandigheden. In die dagen schreef ik niet, wat ik nu wel eens betreur.

Het eerste echte huis, wonen op zolder

Nu met deze kans om terug te gaan in de tijd en door het graven naar voorbeelden van toen, die anders waren dan nu, komt er heel wat omhoog. Ik kijk naar foto’s, speur vooral naar de voorwerpen op de achtergrond, die vaak nog meer vertellen dan het beeld op de voorgrond. Herinner me de koppies van de kinderen weer, hun lach, de oogopslag.

Ik merk, dat ik altijd naar nog vroeger afreis en deze middenperiode een beetje aan het lot heb over gelaten. Ook goed om daaraan terug te denken. Het zouden de antwoorden op de vragen van de kinderen kunnen zijn. Dezelfde, die ik nu zoek bij de verhalen van mijn moeder, en waarvan ik altijd spijt heb gehad, ze niet te hebben gesteld. De queeste op zich is een fijne aanleiding voor een mijmering, het heeft me veel gebracht. Maar soms zou je het verhaal van de persoon zelf willen horen en niet alleen maar uit de verhalen, die ik tussen de regels door lees in haar dagboeken. Hoe kijkt ze erbij, wat roept het op, waar waaiert haar visie heen, in welke emotie is het gedrenkt. Zoiets dus. Ongeschreven gedachten.

Uncategorized

De rauwe realiteit

Zo, de tassen zijn uitgepakt, een van de deadlines is klaar. Ik kan ze nog niet verklappen, anders is het geen verrassing meer. Frankrijk heeft verloren en mijn Franse schoonzoon wuift ze na met spijt in het hart. Het tweede debacle. Er is meer. Italië, hoor ik zoonlief roepen, Duitsland oppert de ander. Zo is dat. Na leven komt weer een andere zonneschijn, in variatie op een thema. Gisteren, voor het eerst sinds mensenheugenis, op de kringlopen van afgelopen weekend na, weer gewinkeld. Wat mooie basics en een schitterend groen maxi-hes. Meer was niet nodig en het geeft voldoende ruimte om te spelen met de rest van de garderobe. Dat betekent ook, dat er wat dingen weg kunnen. Een gepilde okerkleurige jas vraagt om iets creatiefs met de ‘binnenstebuitenkant’, want ze is verder nog in zulk een goede staat. Daar ga ik op broeden.

In de kringloop, even uitpuffen.

‘Weg’ is altijd naar de kringloop. Tweede levens zijn ze allemaal nog waard. Het maakt het mogelijk om iets weg te doen, anders zou ik het tot in lengten der dagen bewaren, omdat het ‘zonde’ is. Dat is er, naoorlogs kind, met de paplepel ingegoten. Ik zie mijn moeder nog zitten met haar nylonkous om de ene hand en onderarm, en de speciale naald om die ladder, die er in zat, op te halen, zodat ze weer als nieuw zouden zijn. Er werd meer versteld. De houten paddenstoel was een begrip in mijn jeugd. Woensdagmiddag was voor ons meisjes stopdag of dopdag.

Foto uit Landleven

Stoppen betekende de hakken van de sokken om de paddenstoel heen en mazen of stoppen met de wol van het kaartje Brat. Doppen was het schoonmaken van de berg tuinbonen, die uit de schillen gewipt moesten worden. Als alles klaar was, werden de schillen gebruikt voor onze handen, waarde vele huidwratjes werden ingewreven met de zachte binnen kant van de schil. Achteraf denk ik dat dát juist de reden was, waarom het er steeds meer werden. Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen, was het motto voor al dat handwerk, dat moest gebeuren.

Dit moet acacadabra zijn voor heel veel mensen, denk ik zo. De tijd stond stil in die dagen. Dat gevoel, het kleine beschermde afgebakende bestaan, was in vergelijking met nu, aangenaam te noemen, maar ja, toen konden we die vergelijking nog niet maken. Mijn beleving van die tijd gaat gepaard aan de wetenschap van nu. Zo werkt dat met herinneringen.

Vandaag is de kringloop aan de beurt om met dat zelfde nostalgische oog naar voorwerpen uit de jaren 70 en 80 te kijken, voor de workshop Cultureel Erfgoed, van aanstaande donderdag, voor groep 1 & 2. Het is de tijd van de jeugd van onze kinderen. Alles wat ik weet uit die tijd blijft nu nog steken in het brein. Het weekend met de dochters had een mooie gelegenheid geweest om verhalen uit te wisselen, maar we hadden hele andere verhalen, waar we ons hart aan op konden halen. Des te kostbaarder zijn deze nieuw gemaakte herinneringen. Met mijn moeder waren de wandelingen op zondag ons samenzijn, de vele gesprekken afgewisseld met het gedribbel en de vragen van de kinderen. Ze zijn me dierbaar. De laatste wandeling was naar Voordaan, het bos in Groenekan. Ik schreef ze uit, mijn beelden van toen:

(…)Ik had een fototoestel tweedehands op de kop getikt en schoot enthousiast om me heen. De ene zonnestraal die op haar haren viel, een stukje van haar schouder en de blauwe jas. Ze riep naar de kinderen en wilde dat Bobby er nog was. Die had uitgelaten rond gerend op zoek naar muizen of haas. Voetjes glibberend aan de rand van de vijver aan de rechterkant van het pad. Waarschuwende blik. Moe met de jongens, lachend. Moe met de meisjes hinkepinkend over de omgevallen boomstammen in het midden. Het weinige licht zette het grijs in zilveren gloed.

Een week later zouden de foto’s nog de enige stille tastbare getuigen zijn van haar bestaan. Het rolletje werd ontwikkeld. Ik wachtte met spanning. De foto’s keken me wazig en mistig aan. Het beeld, haar beeld was zo onzichtbaar als de rauwe realiteit. 

Uncategorized

Bijzondere koesteringen

Er was nog een klein staartje van feestvreugde na die heerlijke dag van gisteren. We hadden afgesproken weer naar het strand te gaan, zelfde plek. Duin over, aan de arm van dochter, die even een duik wilde nemen in het zilte nat.

De ochtend was al vroeg begonnen, na het ontbijt achter elkaar douchen, spullen inpakken, laatste restjes aan kant en alle bagage in de auto. Met de opblaasbare sup in haar hoes paste het precies, waar kleine blauwe Prinsen al niet groot in kunnen zijn. We namen hartelijk afscheid van de eigenaresse en prezen haar kleine maar fijne bakhuis de hemel in.

Dochter had de bikini al aan, dus vlakbij de aanrollende golven stapte ze uit de kleren de zee in. De oudste dochter baadde pootje en ik keek toe, schoot foto’s en filmde die eerste duik van het jaar. Woest braken de golven in twee op haar verschijning en nog hoger rolde de volgende golf al. Een paar golven verder kon ze weer in de handdoek duiken die ik haar voor hield. Alle voornemens waren vervuld, tijd voor een laatste koffie en om het te vieren Amerikaanse pannenkoekjes met vers fruit toe. Geheel tegen mijn gewoonte in besloot ik mee te doen. De combinatie van die dikke koeken met het verse fruit en de romige slagroom was precies goed, niet mierzoet gelukkig en het geheel was een feestelijke afsluiting van een topweekend samen. Dit houden we er in. Bij leven en welzijn volgend jaar weer. Dan gaat de reis naar Rome.

schoonheid op het strand

De weg terug was relaxed, nauwelijks verkeer. Rustig doorzoemend snorde de kleine blauwe en bracht ons in een uur weer op de plaats van bestemming. Onderweg haalden we herinneringen op. Eigenlijk achteraf te rigoreus, want ik prikte de beleving van de kinderen stuk met mijn eigen ervaring en beleving. Mijn beeld was dat van een volwassene, terwijl zij de kinderlijke onschuld alleen maar op het netvlies hadden. Niet meer doen, werd me pijnlijk duidelijk, maar toen was het al te laat. Wat eens gezegd is, valt nauwelijks meer terug te draaien. Een nieuw leerpunt. Hou de herinnering in tact zoals de ander hem ontvangen heeft. Er hoeft geen mening of verklaring achter aan. Als ik een driewerf mea culpa had kunnen aanheffen had ik het gedaan. Maar goed. Gedane zaken nemen geen keer. Trek de les eruit en verbeter jezelf.

De tassen sjouwen naar boven ging niet vanzelf. Ik probeerde zoonlief te bellen voor hulp bij het sjouwen maar die gaf geen sjoege. Hij was wel thuis helaas, maar ach. een goeie oefening om elke tas per trap omhoog te sjouwen en daarna de tweede en zo voort. Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet. Thuis wachten op Oranje en halverwege van vermoeidheid in slaap vallen om daarna te merken dat je niets, maar dan ook niets had gemist. Nou ja, de totale deceptie waar Nederland aan leed misschien. Accepteren en doorgaan met ademhalen. Tijd voor een behaaglijk bed en dobberen op de golven van de mooie beelden van dit weekend en mijn twee prachtige dochters.

‘Jullie gaan steeds meer op elkaar lijken’, schreven mijn vriendinnen onder de foto en dat vond ik ook. Duideliijk trotse moeder met haar dochters. Het was een heerlijk weekend, een met een gouden randje en om toe te voegen aan al onze bijzondere koesteringen.

Uncategorized

In dikke druppels

Terwijl de adrenaline ervoor zorgde dat ik na een uurtje slaap nog lag na te denderen door het zinderende einde van de wedstrijd Italië- Oostenrijk, leek het raadzamer om de afgelopen dag in kaart te brengen. Het verkeer in dit dorp in Zuid-Holland houdt niet op met langsrazen, ook al is het kwart voor twee ‘s nachts.

De ochtend was vroeg begonnen met een lekker ontbijt, terwijl de ene dochter verse bolletjes en croissants ging halen bij de gespotte bakker in het dorp, zorgden de andere dochter en ik ervoor dat de sinaasappelen waren geperst, de eitjes stonden te pruttelen en op de tafel allerlei lekkernijen kwamen. Avocado, komkommer, vega kaas, brie, kwark, verse thee, appeltjes voor de dorst.

De regen siepelde nog altijd en het slecht-weer-plan trad in werking. Deze dames waren voor geen gat te vangen. Drie kringlopen op het lijstje en eventueel de watertuin, in dorpen in de omgeving. Lunchen op het terras van een strandtent, wandelingetje langs het strand, terug over het hoge duin en daarna naar het vakantiehuis. Bij zoveel optimisme brak de zon door en zo kon het gebeuren dat we op het terras zelfs een beetje onder de visnetten moesten verdwijnen om niet te verbranden onder de snel warmer wordende zomerzon .

Soep, vegaburger, en een grote salade stilde de hongerige mens en de hele dag voelde feestelijk, omdat mondkapjes niet steeds op en af moesten, al waren veel mensen toch nog angstig. Die hielden het voor de vorm en de zekerheid nog op.

heggenrank

Heerlijke strandwandeling en goed voor een frisse wind door het hoofd, keitjes ketsen op het water en genieten van het Turneriaanse uitzicht in de verte, waar nevel en een aantal donkere wolken met zelfs een slag onweer voor een mooi contrast zorgden met het nog goudgele zand.

De weg door het duin toonde heggenrank, vlierbes, theunisbloem en gele toorts. Duinroos vlamde roze op tussen het geel, witte braam vulde onbeschaamd de lege plekken in, paarse distels wachten op de puttertjes en gaven twee verliefde lieveheersbeestjes ritmisch en ruim baan. Het leven kon zo weldadig zijn. De trap was hoog, het duin nog wat hoger, dus kalmpjes aan dan brak het lijntje niet en dochters boden de broodnodige steun.

Terwijl de lucht dichttrok reden we kennelijk de zon weer tegemoet, want bij het huis, was het fantastisch weer om het voornemen van dochter uit te voeren. Even suppen op de plassen rond de Westlandkassen. Natuurlijk was het lering ende vermaack. Ik kende het wel van de verhalen van anderen, maar had het nog nooit van dichtbij gezien en als de knie het niet onmogelijk maakte om vanuit kniestand te gaan staan, had ik het ook geprobeerd. Alhoewel, een beetje uitgeteld van de enerverende dag was ik wel. De oudste dochter liet zich na de tocht van de jongste instrueren en durfde het ook aan. Op de knieën weg en ja hoor stoer en staand, vol overgave, kwam ze weerom, net voor de donkere lucht uiteen spatte in dikke druppels.

Uncategorized

Die blijven zien, dat is de kunst

Daar lig ik dan en luister naar de vreemde geluiden onder het gebinte van een klein bakhuisje achter een woning aan de rand van een dorp.

Naast mijn open zolder liggen in een kleine kamer mijn twee dochters. Ze zagen geen bossen om, zoals mijn vader en moeder deden en dat doet deugd. De enige die aan het spoken is, is hun slapeloze moeder, die altijd en overal moet wennen aan de vreemde geluiden, de andere geur, de doorlopende weg langs het water en het gedrup van de regendruppels op de dakpannen. Zachtjes tikt de regen tegen het zolderraam, neuriet Rob de Nijs dwars door de waarneming heen. Het huisje is nieuw, strak en sober ingericht, met een douche en wc beneden, waarvoor je midden in de nacht een wankele wenteltrap af moet dalen. Twee kleine lampen, die we lieten branden, wijzen de weg.

De supplank van dochterlief staat verwachtingsvol in haar hoes te popelen om de vaart op te mogen. Er is ook een kano beschikbaar, maar morgen is er heel veel regen voorspelt.

De dochters liggen in diepe slaap en ik ben al een stief uurtje wakker. In het volledige duister straalt de iPad als de ster van Bethlehem en wijst de weg aan mijn dwalende gedachten. Midden in de vrijdagavondspits zijn we hier naar toe gereden in de soepregen met grote files tussendoor of langzaam rijdend verkeer. Heerlijke spaghetti met groene spinazie/broccolisaus en tomaten uit de oven had dochterlief op tafel getoverd. Daarna een klein ommetje om te zien waar de bakker was in het centrum. Alles onder handbereik, compact en klein met alleen die drukke doorgangsweg om op te letten.

Ooit gingen we gedrieën naar Brugge en troffen het toen ook niet. We zaten in de enige syberische storm die de lente rijk was. De kou sloeg ons om de oren en de ijzige wind bevroor wimpers, neustop, handen en voeten. Gedwongen afzakken. Naar binnen in elk theehuis, eettentje, museum en winkel, die warmte uitstraalde. Wel hadden we daar een hartverwarmende tweedehands boekwinkel/ontbijtshop gevonden. De boeken kon je lezen en kopen terwijl er een heerlijk ontbijt werd voorgeschoteld. De intense aandacht deed goed na de bittere kou van buiten. Weer en de drie dames gaan niet altijd even goed samen.

De merel zingt. ‘Blackbird singing in the Death of night’, mijn lievelingswekker. Het is half vijf en het klinkt me als muziek in de oren. Letterlijk en figuurlijk. Gisteren na de wandeling hebben we een slecht weer programma opgesteld. Kringloop, eventueel museum en we mogen weer winkelen zonder mondkapjes, al zie ik niet hoe je in de supermarkt de anderhalve meter kan handhaven.

Verder is er zoveel uit te wisselen. Opvoeden, verschillen kinderen vroeger in mijn tijd, in hun jeugd en nu. ‘Ze praten nu zo luid’ vond ik. Dat viel vooral op in de groep. Achteraf, met dit nachtelijke gepeins, bedenk ik dat het natuurlijk mijn eigen perceptie kan zijn, omdat stilte tot mijn vaste bagage is gaan behoren. Iedere generatie heeft haar eigen jeugd en ze zijn nog steeds even lief, maar vragen om een andere benadering dan die van vroeger en toen. De iPads en telefoons van nu zijn de stripboeken uit mijn jeugd. Hel en verdoemenis, maar elke medaille kent een keerzijde. Die blijven zien, dat is de kunst.

Uncategorized

Opladen voor vandaag

‘Jammer, je was er niet’, schreef mijn lieve schone zoon mij gistermorgen in de app en stuurde er een foto van mijn tuin en hun tuin achteraan. Het was de formulering die me wakker triggerde. Volledig ontschoten dat ik er bij zou zijn op deze heugelijke dag om tien uur des morgens als de overdracht er was van hun nieuwe tuin. Had ik werkelijk ja gezegd? Volgens het principe ‘beloofd is beloofd’ had ik er dan wel moeten zijn. ‘Mijn plichten verzaakt’ was het mantra dat voor de rest van de dag bleef vastgekluisterd in de grijze hersencellen, ‘sufkip’ de vermaning die er achteraan kwam.

Met twee dahlia’s en twee salvia’s wandelde ik met de winkelkar naar de auto. Vervoer was een probleem, want hoe sjouwt een mens met slechts één plastic hergebruik tasje vier redelijk grote planten naar achteren. De oplossing lag bij het douchegordijn waar ik op een van de regenwandeltochten een poncho van had gemaakt. Dubbel gevouwen, planten erop, dikke kruislingse knoop erin en zie daar, een nieuw draagtas was geboren. Wie de juiste hulpmiddelen ontbeert, moet inventief zijn.

Het was warmer dan ik had gedacht, mijn dunne grasgroene trui en sjaal zorgde voor een spontaan bezweet gezicht. Het bed, waar ik gisteren zoveel kaalslag had gepleegd, zag er wat armoedig uit. Aan het werk dan maar. Met de schepel de grond rullen en de gaten graven, groot genoeg voor de pollen die er in moesten. Gieters vullen bij de sloot, poten, gieteren, wat lupinenzaad ertussen, lavameel erop en ‘Klaar was Kees’.

Teruggelopen langs de tuin van dochterlief waar een grote wilde woestenij aan grassen, brandnetels en braam rond de glazen kas stond. Daar konden we volgende week ook flink aan de slag volgens het motto, vele handen maken licht werk. Toch even langs hun huis rijden om nogmaals een mega culpa aan te heffen.

Ik zat op het bankje en bekeek de app voor het verlaten huis, kind noch kraai te bekennen. Het bleek dat kort tevoren schoonzoon had bericht even de oudste telg op te halen en in 15 minuten weer thuis te zijn. Kwartier rust in de brandende zon in de te warme trui deed mijn laatste reserve opbranden. Na inderdaad twintig minuten hoorde ik gekeuvel op de fiets, daar waren ze.

Uitrusten op de bank binnen was er niet bij, kleindochter bombardeerde me tot voorleesoma en sjouwde vol enthousiasme haar boeken aan. Zie maar eens nee te zeggen tegen zo’n stralende kleine pork. Met een ontploft tuinhoofd, zag ik later op de foto van dochterlief, dook ik in de wereld van de Dribbels en de Nijntjes. Schoonzoon legde uit dat ik helemaal niets beloofd had en dat hij ook niets had verwacht van mijn kant. Verkeerd begrepen door de zinsconstructie. Als er had gestaan ‘Je was er jammer genoeg niet’ had ik het begrepen.

Het gaf niets, na een boek of acht en de uitnodiging om mee te eten te hebben afgeslagen, bespraken dochter en ik nog wat dingetjes over ons gezamenlijk weekend. Met een hartelijk en uitbundig zwaaien werd ik uitgeleide gedaan en ging ik op huis aan. Lood in de schoenen en languit op de bank. Opladen voor vandaag.

Uncategorized

Een nachtrust zonder hindernissen

Het is volkomen duidelijk. Activiteiten zijn een oplaadbron voor de energie. Na die lange impasse, waarin we verkeerden, is het nu zaak om het leven te voeden. Gisteren was het een uitzonderlijk lange dag voor mijn doen. In de middag het laatste bed op de tuin aangepakt, als beloofd. Het bleek dat er planten stonden, die totaal overwoekerd waren door het achterstallig onderhoud. Dat laatste werd opgelopen in de koude meimaand. Nu, met het gebruik van spieren die niets meer gewend zijn, strammen de vingers zich tot klauwtjes voor het gevoel. Er is meer dan genoeg ruimte voor een stevige plant, die tegen die boomwortels van de heg van de Oude bestand zijn. Steeds mislukt of verdwijnt er iets op mysterieuze wijze. Er zijn vast en zeker florabeheerders in de tuin, klein en ondergronds, die zich tot taak hebben gesteld iets goed of af te keuren, vermoedelijk zien ze eruit als kleine woelmuizen en trekken geheel en al hun eigen plan, door af en toe de bollen als een feestmaal uit te kiezen en gangen te graven waardoor planten verzakken en verrotten. Hun companen de mollen doen mee door het grastapijt te ondermijnen. Iedere woelmuis draagt een vlaggetje met daarop hun doelstelling ‘Survival of the fittest’. Dus tieren grassen, bosaardbei, kleefkruid en hondsdraf als nooit tevoren. Alleen de sterkere soorten dus. Zal vandaag eens op onderzoek uitgaan.

In potjes op het balkon alvast wat klaproos, stokroos, goudsbloem, afrikaan gezaaid. Even sterke planten kweken voor volgend jaar. Moet lukken. En weer een hele kruiwagen vol geschoffeld. Langzaam maar zeker vormt zich met de open ruimten in de tuin, lucht in het hoofd.

Na de tuin, voetballend Spanje zien opveren en meer vertrouwen krijgen en in de rust naar de afgesproken plek gereden, om vier van de vijf leden van de leesclub te ontmoeten en met één auto af te zakken naar een dorp in de provincie Gelderland. Voor de boekbespreking, dacht ik eigenlijk, maar we hadden de vorige keer verzonnen daar een wandeling te gaan maken. Gelukkig had ik de juiste stappers aan.

Vest van vriendinlief aan en gaan. Door de hoge grassen, langs het ven, voorbij de molen, indrukwekkende berenklauwen aan de rand, akkers vol gewone tarwe doorspekt met veldbloemen: Wikke, klaproos, witte en paarse klaver, veldlathyrus.

We kwamen voorbij een beverburcht, verse houtsplinters en kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet, langs de boomgaarden met champignonnenmest, die vol op de, door de grassen toch al dichtgeschroefde, keel sloegen.

Terwijl de anderen de tuin bewonderden, liet vriendlief me de kleine steenuil zien op de schoorsteen bij de overburen. Het landschap ontvouwde zich met een weidsheid die spoedig tijdelijk voorbij zou zijn, omdat de jonge maisaanplant wel redelijk aan de achtertuin grensde. Het zij zo en zou ook weer voorbij gaan. De drie grote windmolens, eveneens nieuw, stonden weliswaar verder weg, maar waren duidelijk aanwezig in het panorama.

De avond kabbelde voort met thee slempen en heerlijke zachtromige vlaai. Over de tafel vlogen de onderwerpen en zoals altijd was het niet moeilijk de diepte in te gaan, de misstanden te bespreken binnen zorg in het onderwijs, af en toe een voetbaluitslag te wikken en te wegen en persoonlijke wederwaardigheden uit te wisselen. We sloten af met een slok wijn en de bespreking van een aanstaande weekend in het chalet van een van ons in Zeeland. een pyjamafeest met matrassen op de vloer, tijdloos vermaak. Moesten we plannen? Nee, Gods water over Gods akker laten lopen en alles nemen zoals het komt, was het devies. Zo vulde zich de dag en veel later, na een samenvatting van de doelpunten die avond, wachtte het warme bed en een nachtrust zonder hindernissen.

Uncategorized

Zo blijft een mens van de straat

De nieuwe muziekstandaard is binnen, met veel kunst en vliegwerk en een aantal kilometers omdat het afhalen niet de plaatselijke boekhandel betrof maar het bedrijf zelf. Klakkeloos mijn eigen invulling gemaakt. ‘Wie zich brandt, moet op de blaren zitten’, zei men vroeger. Consequenties aanvaard in de wetenschap dat ze lekker snel naast de ezel staat, sterk genoeg om mijn IPad te dragen. Voort wat, hoort wat. Snel aan de slag ermee.

Naar de fysio, waar de oefeningen niet goed gingen omdat ik de ademhaling niet in het juiste tempo kon brengen. De therapeut spreidde de mat, haalde een hoofdkussen en vroeg me op de rug te gaan liggen. Een box met tissues op mijn buik en daar gingen we. Buikademhaling oefenen, want bij inspanning zat ik steeds te hoog en dat kostte kostbare zuurstof maar ook en juist bij de uitademing werd te weinig uitgewisseld. Al mijn eerdere ademoefeningen ten spijt bleek het toch nog vaak fout te gaan. Nu in ontspanning was er geen vuiltje aan de lucht. Vaker en bewuster bij stil staan dus.

Ineens een gil, kleine dribbel was met zijn broer en mijn dochterlief binnen gekomen. Hij wilde bij zijn broer zijn, die aan zijn knieoefeningen begon. Afleiden en met een spelletje op de telefoon was hij wel even zoet te houden.

Wij waren klaar en met de boodschap goed te oefenen op alle momenten van ontspanning van de dag sloot ik me bij het tweetal aan. Even gebabbeld tot de kleine het weer zat werd. Uit protest ging hij languit op de grond liggen en wachtte tot wij verder gingen met ons gesprek, waarbij hij ondeugend in de richting van de oefenzaal schoof om daarna met een spurtje naar broer te lopen. De fysio was slim en liet hem, tussen de oefeningen op de trampoline door, even zijn gang gaan. Toen de koek op was, zowel voor dribbel als voor broer, braken we op. ‘Dag schatten’. Omhelzen mocht weer. Al met al toch een fijn dagje.

De grote doos waar de standaard in zat, was zwaar. Veel karton. Een lumineus idee was het, ter plekke in de auto, uitpakken ervan en het karton afvoeren naar de papiercontainer naast de parkeerplaats. Met de losse steel en de lessenaar was het een makkie om alles boven te krijgen. Wie niet sterk is, moet slim zijn. In de brievenbus lag nog een pakketje. Boven had ik nog wat uit te pakken.

De gedichtenbundel van Ineke Riem en twee geschenken, het boekenweekgeschenk van Hanna Bervoets met de titel:’Wat wij zagen’ en een voorpublicatie van Karin Slaughter, waar geen oordeel over te vellen viel, omdat er geen enkel boek van haar in mijn bezit was. Na Agatha Christie heb ik zo goed als alles wat thriller of detective was, gelaten. Er worden al genoeg moorden gepleegd in letterland.

Een gedicht springt in het oog bij het doorbladeren van het bescheiden bundeltje van Ineke Riem. ‘Pegasus en ik’. Dat met een wonderschone zin begint. ‘Mijn moeder spaart slapeloze nachten tussen de pagina’s van Libelles’. Het verhaalt over de moeder die de dochter naar haar spiegelbeeld wil vormen, maar zij wil juist ‘drinken uit een geheime bron’ en zal nooit de Libelle-vrouw worden. ‘Is haar moeder nog te redden’, vraagt ze zich af. Wij leerden in de jaren na onze jeugd vooral te ontspiegelen. Weg met die heilige huisjes. In mijn hoofd woont dat rebellerende kind nog steeds, omdat vrijheid het hoogste goed is. De vrijheid om je eigen leven te bepalen en om jezelf te mogen zijn. Heerlijk bundeltje vol overpeinzingen.

Vandaag wordt het tuinendag. Nog een klein stukje tuin aan te pakken dan kunnen we vermoedelijk, met deze regendagen, weer van voren af aan beginnen. Zo blijft een mens van de straat.