Uncategorized

Filia, mijn Filia

Facebook reikte een gouden herinnering aan. Het was de trouwdag van mijn tweede dochter met mijn extra zoon, die ik met liefde omarmde toen hij in de familie kwam, één van ons, dat zijn ze allemaal trouwens. Zij, waar geen goede namen voor zijn om aan te duiden dat ze me lief zijn als mijn eigen kinderen. Bonus, Plus, het klinkt toch alsof er een blik supermarkten is opengetrokken. Stief is helemaal uit den boze. Je hoeft maar aan die gemene hooghartige stiefmoeder van Sneeuwwitje te denken en het lot van iets dat stief heet, is beschoren.

Ze had een prachtige jurk uitgezocht samen met vriendin en mij. Eigenlijk heb je altijd al iets voor ogen, maar op de bewuste dag was het moeilijk kiezen, totdat vriendin zei: ‘Doe eens gek en kies er een die je niet op je netvlies hebt. Een die je nooit zelf zou kiezen’. Het werd een grote wolk tule met zwarte uitwaaierende bloemen erop geborduurd. Ze trok het aan met veel kunst en vliegwerk en het kostje was gekocht. Prachtig omsloot het haar ranke lijf en wij allen, tot en met de vrouwen van de winkel aan toe, waren betoverd. Zouden bruidsjurken ook hun eigen modellen stiekem al kiezen en zo gaan hangen dat je er bijna over struikelt als je er langs kwam zodat je er vanzelf voor vallen zou.

Dat vind ik op zichzelf een grappig idee, al die kirrende bruidsjurken bij elkaar die middels het zachte ruisen vertellen wat ze van al die langslopende toekomstige bruiden denken. Zo’n heel eigen leven daar diep van binnen. ik voel een verhaal aankomen.

Mijn trouwjurk was een heerlijke Indiajurk, waarvan het bovenlijf al een beetje strak begon te zitten om dat zwangere lijf. Rood met grote bloemen op bovenlijf, en bloemstroken rond mouwen en rok. Haren los in de wind, aan mijn lijf geen polonaise, en India teenslippers. Mijn toekomstige echtgenoot had een jasje aan van een oud Perzisch tapijt, daaronder een geblokt houthakkershemd, sleutels in zijn oren, lang haar en een woeste baard. Slechts een huisgenoot en vriendin was erbij en verder niemand, want we trouwden op Terschelling. De ambtenaar was zielsgelukkig dat hij niet formeel gekleed hoefde te gaan en de hele ceremonie duurde een kwartiertje. Twee ambtenaren waren getuige. Het was gratis en voor niks. Het ringetje, nog snel even bij een plaatselijke drogist gekocht, vergaten we om te schuiven. Op de terugweg naar het huisje krijsten de meeuwen hun bruidslied voor ons en waaide de wind op stormkracht alle verdere muizenissen uit de hoofden. Het leven was prachtig en diep van binnen verscholen in haar warme wiegende holletje klopte het kleine hartje voort. Trouwdatum 17 april, geboortedatum 17 mei. Laat dat maar aan het toeval, dat geen toeval kan zijn, over.

Het houthakkershemd

De bruiloft van dochter en haar lieverd was zo mooi, omdat we met elkaar lopend van het stadhuis, door de ons zo vertrouwde en geliefde oude binnenstad mochten lopen, het bruidspaar voorop en de hele stoet erachter aan, na eerst een tocht met twee grote sloepen de singels rond. En waar is het mooier foto’s maken dan in de pandhof van Sinte Marie. Wat fijn om de dag te beginnen door weer even daar te zijn.

Ondertussen speur ik nog steeds naarstig naar wat in liefde gegeven is: Storge, zoiets als: genegenheid, In Romeinen 12:10 φιλόστοργοι, philostorgoi, daar te vertalen met de koesterende liefde zoals van een moeder voor haar kind. Filia is het andere begrip: beminnen, liefhebben, vriendschap”; φιλέω “liefhebben, beminnen, kussen, vriendschap de liefde als broeders en zusters onderling.

Daar klinkt al het gevoel in door. Even wennen aan het woord, de diepte ervan proeven en daarna geloof ik dat dit een prachtige betekenisvolle aanvulling is, net als de schoonzonen en schoondochters en lieve nieuwe kleinkinderen zelf. Filia, mijn Filia.

Uncategorized

Een hart vol liefde

Alles in de stroomversnelling om vooral maar vroeg naar de tuin te kunnen. Ondanks de dreigende luchten voorspelde de buienradar droog met hier en daar een drupje. Er was nog een hoop werk te doen, voor zoonlief met zijn nieuwe liefde op bezoek zou komen.

Ik had er zin in. Eerst maaien, want met een glad geschoren gazon zag het er al weer veel netter uit. Twee borders nog te gaan om van grassen te ontdoen. Bovendien was het perzikkruid aan het eind van haar latijn, net als de dagkoekoeksbloemen. Van de oude had ik het kleefkruid geërfd, dat zich overal doorheen vlocht met een hardnekkige vasthoudendheid en de rozen en de brandnetels in een liefdevolle wurggreep omstrengeld hield.

Kruiwagen in de aanslag en los gaan was het devies. Wel het wiedkrukje met de handgrepen bij de hand voor als de rug zou protesteren. Trek, ruk, trek, ruk en dat alles onder het spreeuwengeschetter uit de naburige tuin, waar een jonge bonte specht het voederritueel kwam verstoren. De matkopmees kwam, om de drukte te ontvluchten, nieuwsgierig bij mij kijken en had zich in de appelboom verstopt, vanwaar ze met een scheef koppie de verrichtingen gadesloeg.

Alsof het groeisel door had dat er grote schoonmaak werd gehouden, richtten ze fier de kopjes op. ‘Wij zijn er wel, zoals je ziet, maar je zag ons niet’, lispelden en ritselden hun bladeren. Rode roos vormde dankbaar een nieuwe coulisse achterin samen met de uitbundige roze. De vrouwenmantel spreidde haar pandjes breed uit nu kleefkracht niet langer om haar heen woelde.

Op de plek van het perzikkruid en de dagkoekoeksbloem strooide ik lavameel en vlinderbloemenzaad. Het zou de volgende dagen toch regelmatig regenen, bij uitstek geschikt om te laten ontkiemen. Bij het uitpuffen schoot woelmuis onder de Bernagie. Ziezo, de laatste wilgentakken gesnoeid en verwerkt en tijd voor de gezelligheid. Tot mijn verbazing kwamen in het kielzog van zoonlief en vriendin, de beide dochters met hun gezinnen erachteraan. Vol huis.

Terwijl de klein Dribbel in het atelier op ontdekkingstocht ging, kwamen de meegebrachte lekkernijen op tafel. Turks brood, olijven, kaas, zelfgemaakte pompoenspread, worst, wraps door zoonlief eigenhandig in elkaar geknutseld, tomaat, komkommer en sla. Plat water en prik, rosé, witte wijn om de dorst te lessen. Maar het allereerste wat we deden was elkaar in de armen sluiten en lang en stevig vast houden om anderhalf jaar ruim te overbruggen, dat in liefdevolle, maar eenzame einzelgangerigheid was verstreken. De oudste dochter en beide schoonzonen vertrokken halverwege met de kinderen, de uittocht van een ware kinderkaravaan. We kregen het over kinderen van een partner, hoe noem je die. Bonuskind vond zoonlief maar niets, dat deed hem aan de Grootgruttersbonuskaart denken. Maar hoe dan. Je wil laten weten dat ze liefdevol opgenomen worden in de familie en dat verwoorden in taal. Bonus schrappen we dus, maar ik ga een woord verzinnen waarbij de vlag de lading dekt.

Ziezo, de dag, wat zeg ik, dit nieuwe tijdperk kon al niet meer stuk. Twee zonen met aanhang misten nog, maar we wilden snel een dag met elkaar plannen, naar zee of Amelisweerd, of waar dan ook. Als we maar samen waren. Moeilijker om te plannen, terwijl deze spontane actie zo snel tot stand kwam, maar daar valt vast een mouw aan te passen.

Zoveel mensen tegelijk was weer even wennen, maar tegelijkertijd ook iets om je heel rijk en dankbaar bij te voelen. Rond vijven vielen de eerste grote dikke zomerdruppels en dat was het teken om de boel in te pakken, alles wat stof was, in de hut te leggen en de rest zoveel mogelijk mee te nemen. Zoon speelde pakezel en sjouwde de wilgentakken en de zware koeltas mee. Iedereen droeg wat. Vooraan was er een bedrijvigheid onder de tuinders en werd er nog een heel verhaal opgestoken over versleten knieën en opnames, die maar uitgesteld werden, afgestoken in een heerlijke Turkse beeldspraak.

Een voldaan gevoel vulde de kleine blauwe prins op de weg terug, een hoofd vol beelden en een hart vol liefde.

Uncategorized

Hoe mooi en fijn dat kleine kan zijn

Er werd hard gewerkt bij de grote schuur vooraan op het tuinencomplex. Men was met ongeveer zes mensen bezig de boel leeg te halen, de container was voor het grootste gedeelte voor de bosmaaiers en de traktor en de kleine spullen uit de schuur werden in een schap gestald die mijn achterbuurman met verve van het oude hout in elkaar had getimmerd. Vooral de groepsbinding, die dergelijke klussen opleverden waren van groot belang. Het verwarmt om iedereen zo eensluidend bezig te zien.

Op de tuin waren er nog een paar noeste werkers. De mollen hadden in hun beleving vrij spel en groeven dat het een lieve lust was. Ik hou van mollen en kan er niet toe komen om ze van het erf te verdrijven, al doen hun molshopen een inbreuk op het toch al onder de droogte lijdende, grastapijt. Ik hoop altijd weer dat de natuur zichzelf regelt. Wie weet. Groeizin was alom aanwezig. Met name de grassen gedijden uitstekend en alles wat wilg was schoot omhoog. De achterbuuf gaf raadzaam advies voor de oude onwillige peer, die maar niet uit haar kluiten wilde schieten. Snoeien hier en daar en wat lavameel aan de voet was het advies. Straks als ik de tuin heb afgegrazen en het volop ruimte biedt aan de bloeiers, zal ik met het lavameel de rest bemesten. Goede voeding aan mineralen voor onze zurige en zompige veengrond.

Bij de buuf kletsten we bij met een klein glaasje Pinot blanc en wisselden tips uit voor fiets en wandeltochten, die we beiden graag maken. Ik met de zussen en zij met haar man. We sneden het onderwerp stalken aan naar aanleiding van de documentaire ‘Jij bent van mij’ die we beiden hadden gezien. Helaas heb ik ooit, nu 25 jaar geleden, aan den lijve ondervonden wat dat met een mens kan doen. De angst om het onverwachte werkt verlammend. Bij elke stap die je zet, registreer je in een oogwenk de omgeving, bij elke handeling die je doet, buiten de veiligheid van je huis, wordt dubbel gecheckt en dan nog wordt je erdoor overvallen. Duisternis is onbetrouwbaar, alle lichten gaan aan, ramen afgeschermd, maar het allerergste is dat je voortdurend op je hoede bent. Zelfs de slaap wordt lichter. Elk geluid werkt als een alarm. Bij mij duurde het een aantal maanden, waarna het veilig werd omdat de betreffende persoon werd vastgezet, maar bij Harry Sacksioni duurde het veertig jaar. Niet voor te stellen. Tevens een voorbeeld hoe een gebeurtenis je tot wanhoop en een eventuele wanhoopsdaad kan drijven. Met verbazing heb ik ook gekeken naar de man die zijn exvriendin had gedood en in de rechtbank zelf de vermoorde onschuld speelde. Niet eens speelde. Hij zat volkomen in zijn eigen narcistische bubbel en geloofde er zelf in. Ik kreeg de tip door van een boek, dat ik nog even geheim hou, omdt het als een cadeau gaat dienen, maar later meer hierover. Beloofd is beloofd.

Zo mijmerden we voort over onze inspiratiebronnen, terwijl de zwartkop en de pimpelmezen diefje met verlos speelden in de kersenboom, een vrouwtjesmerel aan een lange pier trok en de spreeuwen naarstig overvlogen naar de tuin van de oude, waar ze vogelzaad wisten. Vandaag ga ik verder met het grote grasproject. Kruiwagen ernaast en trekken maar. Zo vond ik de prachtige iris in volle glorie terug en de kamperfoelie met de grote clematis, die dankzij dat zelfde groeizame weer in grote getale tot wasdom komen. Op de terugweg deinden de gele plompen, overtuigend bewijs, hoe mooi en fijn dat kleine kan zijn

Uncategorized

Waar dit fijnzinnig venijn om vraagt

Spelen met de app Procreate is zo leuk om te doen. Ik heb er wel een aantal filminstructies van Youtube bij nodig, maar door het spelen, groeide er een nieuw idee voor een schilderij. De eerste sinds lange tijd. Het schept verwachtingen.

Gisteren al vroeg op pad om naar de opticien te gaan. Vriendinlief ontving me opnieuw allerhartelijkst. De druppels hadden geholpen, maar door observatie had ik ontdekt dat het rechter oog wat meedraaiende zwarte vlekken kende. Floaters vermoedelijk, wist ze, maar om het zekere voor het onzekere te nemen staat er een nieuwe afspraak voor de optimetrist.

Floaters heten in het Frans ‘Mouches Volantes’, vliegende vliegen. De associatie met het woord floating doet me denken aan drijvende wolken, wat de kwaal al verzacht. Niets is zo mooi dan een nieuwe werkelijkheid te ontdekken in zo’n zachte witte romige wolk. Als kind op je rug in het gras liggen, de handen onder het hoofd gevouwen en uren turen naar wat zich daarboven aan een sprookjeswereld afspeelde. Grote dombo’s kwamen langs of luie katers, oude trollen en woeste krokodillen. Toveren zonder een toverstaf, sprookjesboeken zonder letters en verhalen vol fantasie schoven voorbij. Zelfs nu nog is er niets fijners dan tegen een hemelsblauwe achtergrond die snelle of vertraagde amorfe wisselingen gade te slaan. Maar de floaters in mijn oog zijn mijn eigen amorfe wisselingen, de rafels van mijn fantasie, .

Net als Tinnitus kan je er veel of weinig last van hebben. Het ligt er maar aan of je in staat bent het voor het grootste deel te negeren. De grote geestelijke verdwijntruc. Het is er wel, maar het is er niet. Met het oorsuizen ben ik meester geworden in het negeren. Het zijn ouderdomskwalen en die heten in het Frans weer Maladies de la Vieillesse, wat poetischer klinkt. Bijturven op de tijdsbalk. Met het zicht op zich was niets mis. Dit onderzoek afwachten en dan een nieuwe bril. Zo leuk om er weer een uit te kunnen zoeken.

Vanmorgen stuurde de VPRO wat tips voor nieuwe films door, waaronder de animatiefilm ‘Josep’. Een animatiefilm over de Spanjaarden die op de vlucht waren voor het Franco-regime in 1939 en in Frankrijk in kampen werden geplaatst. Onder hen was een tekenaar, Josep Bartolli, die die vlucht aan den lijve had ondervonden en vastgelegd op beeld. Een bijzonder en getalenteerd man. Hij bleek bij het natrekken van zijn doopceel, nog drie jaar lang in 1946 liefdesbrieven te hebben uitgewisseld met Frida Kahlo in 1946.

Ooit zag ik de film ‘Louise en Hiver’. Volledig ondersteboven door het beeld van het ouder worden, vergeetachtig zijn en herinneringen dromen en herbeleven, verpakt in lieflijke beelden en sfeervolle muziek, met een prachtige doorleefde stem eronder, hoop ik op eenzelfde beleving bij deze Josep.

Het wachten is op de bui, die beloofd is. Zeer plaatselijk heeft ze zich overmoedig uitgestort, maar met smart smeken hier de planten op een gelijdelijke verdeling, zodat niet alle nieuw verworven bloemknoppen in een keer naar de ratsmodee geholpen gaan worden of worden verpletterd door hagelstenen als duiveneieren. Hier in de regio belooft de app vannacht pas zwaar weer. Dat zou betekenen dat ik vandaag naar de tuin kan. Gisteren noopte de luchtvochtigheidsgraad tot binnen blijven.

Ineke Riem met haar nieuwe gedichtenbundel Fantasii laat een gedicht op Youtube horen dat Yin heet. Ze begint aanvankelijk kabbelend en heeft het over mijmeren, gewoon zijn, geen hoogdravendheid, geen poses maar ze eindigt het gedicht met haar niet mis te verstane kritiek en de rehabilitatie van de vrouw op schuurpapier. De aanschaf van deze gedichtenbundel, dat is waar dit fijnzinnig venijn om vraagt.

Fantasii

Uncategorized

Iets om trots op te zijn

Door de eerste buien heen geslapen. De vraag bleef hangen of dat al dan niet met onweer gepaard was gegaan. Het had in ieder geval de slaap niet verstoord of aan de poorten van de droom getrokken. Daarin was ik in het oude buurtje van mijn jeugd. De winkels waren er nog, maar verkochten allemaal wat anders of niets meer en dienden dan slechts als opslagplaats, zoals dat het geval was bij de sigarenboer op de hoek, waar ik de shag voor mijn vader moest kopen.

Het te warme weer werkte verlammend, maar nu voelde het heerlijk aan en je rook de regen. Gisteren toen ik op zus aan het wachten was, vlogen de gierzwaluwen laag over. Ze scheerden op hun gebruikelijke manier als nijvere bijen door de lucht. Laag, omdat daar de insekten zaten. Het leek een spel, tikkertje in de lucht, maar het was hun natuurlijke modus. Ongetwijfeld kon je het gieren horen, maar het geluid werd weggestreept tegen de tinnitus in mijn dove oren.

Bij zoonlief werden de tuinstoelen en de parasol vol vreugde ontvangen en trok de kleine alle aandacht van de drie oma’s naar zich toe. Glaasje water, alles uitproberen en opzetten en tevreden met het resultaat van wonderwel een eenheid en dat op de bonnefooi.

In de Tijdgeest van 5 juni staat een artikel over trots en over het dilemma dat de schrijfster Jacqueline Kuijpers ermee heeft. ‘Het ongemak dat trots heet‘ staat er als kop boven. Ze is opgegroeid in Zeeland en de woorden van haar grootvader zijn haar moeder en haar met de paplepel ingegoten. ‘IJdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid’, orakelde hij met de bijbel in de hand. Trots beschouwd als ondeugd, volgens David Hume, een Schotse filosoof. De schrijfster roemt de houding van de Amerikanen, die ieder compliment als een cadeau uitpakken. Vermoedelijk strooien ze ook makkelijker met complimenten. Vroeger was trots vooral iets wat je op je eigen prestaties kon zijn, maar nu kan je trots zijn op iedereen, door de vlucht die de media genomen heeft. Op Facebook en Twitter wemelt het van de opgeheven duimen, hartjes en het applaus. In de psychologie schijnt er een term voor te zijn: ‘Basking in reflected glorie’. Je koesteren in de reflectie. Aan het eind van het artikel: komt de vraag waar of de lezer trots op is en dat zet aan het denken.

Op de kinderen, vanaf dag één en op alle kinderen even trots. Omdat ze hun weg hebben gevonden, ondanks de moeilijke omstandigheden en liefdevol en doortastend zijn. Empathie en geëngageerd zijn zit ook in de familiekoker. Als je op jonge leeftijd al flinke tegenslagen heb moeten incasseren, dan verandert de wijze waarop je tegen de wereld aankijkt, maar ik begrijp ook heel goed dat het dubbeltje een andere kant op had kunnen rollen. Het is vooral dat ze elkaar niet hebben losgelaten en voor elkaar zijn blijven zorgen, waardoor we staan, waar we nu staan. Op die bereikte sterkte en de eenheid ben ik trots.

Wat moeilijker is mijn eigenwaarde. Het heeft lang geduurd voordat ik begreep dat mijn puberale ondeugdelijkheden voortkwamen uit de manier waarop ik de aandacht voor mijn ‘zwaarlijvigheid’ uit de vroege kinderjaren had verwerkt. Schromelijk overtrokken heeft die aanname zich vastgeklonken in alles wat ik ondernam. Aandacht, aandacht, geef mij aandacht, hoe dan ook. Lief gevonden willen worden en juist het tegenovergestelde bereiken is een frustrerende ervaring. ‘Week het los, geef het een plek’, fluisterde het ego al jaren. Trots zijn op jezelf betekent ook lief zijn voor jezelf, accepteren dat je bent, zoals je bent en trots zijn op wat er is bereikt.

Het feit dat ik zo kan reflecteren, laat de vorderingen zien van die zelfacceptatie. Het te mogen ervaren door de manier waarop de kinderen in het leven staan is heel wat waard. Iets om trots op te zijn.

Uncategorized

Dan breekt het lijntje niet

De volgorde was met deze hitte wat anders. In plaats van schrijven in de heerlijke koele ochtendbries, was er het wijze besluit om eerst, nog voor de hitte de kans kreeg om het gewone leven lam te leggen, alvast naar de tuin te gaan. Zoals gewoonlijk was het in mijn hoofd altijd vroeger dan in werkelijkheid. Weliswaar was de realiteit half acht onder de douche, maar er moest hier ook veel. De planten op het balkon smeekten om een drupje, gister was het er niet van gekomen. De kattenbak inhoud mocht gelijk mee met de te volle vuilniszak, even persen en de vaat vroeg om aandacht. Veeg over de vloer, sleutel in de aanslag en klaar was Trijntje.

De achterbuurman was al aan het maaien geslagen en had plek gemaakt voor de container, die vrijdag zou komen. Er was het grote plan om de schuur van de vereniging te vervangen door een heus huisgebouw, met…en dat was het goede nieuws…een dames en een heren-toilet. Wat een luxe. Voor twee jaar terug was er al een kraan met stromend water gekomen en nu dan een echt compleet verenigingsgebouw. Dat wordt in haar geheel door vrijwilligers verwezenlijkt. Nooit meer overhaast naar huis voor het bezoek of naar het tuincentrum ernaast. Het heeft voordelen. Een pracht ontwerp van de architect onder ons tuinbezitters, dus in goede handen.

Na het gieters gieten was het echt wel genoeg. De kleine blauwe prins werd eerst volgetankt bij het tankstation en daarna toog ik naar de tuinmeubeloutlet en zie daar, toeval bestaat niet. Het eerste wat op mijn netvlies kwam waren twee verstelbare tuinstoelen, nagenoeg gelijk aan twee van zus voor zoonlief op zijn terras. De kussens erbij gevonden en voor een koopje op de eerste rij. Het had alles te doen met het gelukkig gesternte van die dag. Lunchen bij dochter en bonuszoon. Ze hielpen het familiecadeau voor zoonlief in de auto te zetten. Heerlijk om ze daarna samen, de handen in elkaar verstrengeld, weer terug naar het huis te zien lopen. Liefde laait zich vertalen in dit soort kleine gebaren, die zo groot van betekenis zijn.

Na boodschappen en afzien toch het relaxen op de bank met de video- voetbalwedstrijd van zoonlief. ondanks de wedstrijd Rusland- Finland. Het was minstens zo spannend. Wat fijn om mijn stoere man de boel te zien verdelen en zijn zuivere passes weer te mogen zien. Ze wonnen, zei ze niet zonder trots.

Gisteren kwam ik na een enerverende dag niet verder met schrijven. Toch te moe en dat klinkt vandaag ook nog door. Teveel hooi op de vork genomen. De dag begon al vroeg met een oranje streep licht aan de horizon tussen het dichte groen van de bomen door. Ik mis het open zicht erop, maar des te meer genieten wordt het als het blad straks weer valt. De vleermuizen waren er ook.

Naar beneden voor jarige zoonlief op zou staan. Ik had bloemen gekocht en chocola van Pluis, een kaartje erbij dat hij zelf het cadeau uit mocht zoeken, omdat hij anders weer een badhanddoek zou krijgen, net als de vorige jaren. De rozen op het balkon bloeiden uitbundig, alsof ze wisten dat er een feest was. Pluis trok zich er niets van aan en liet de lome warmte langs haar snorharen glijden met een uitgestoken koppie.

Zwarte schuur is uit. 489 bladzijden schoon aan de haak. Als je eenmaal in het verhaal zit, lees je het in een adem uit. Hoe fijntjes kan Oek de Jong tussen de regels door schrijven. Dat maakt het boek zo sfeervol. Nu maar weer verder met ”Jij zegt het’ van Connie Palmen. Ook geen straf.

Het was benauwd deze ochtend met een lauwwarme wind die onrustig aan de bomen trok. Het moet een beetje kalmer aan vandaag. In mijn hoofd fluistert mijn moeder: ‘Dan breekt het lijntje niet’.

Uncategorized

Nieuw geluk

‘Denkers zijn kwetsbare mensen’ lees ik bij een van de bloggers, die schrijft over ‘De Verborgen Geschiedenis van Courtillon’ van Charles Lewinsky. Lang geleden heb ik het boek gelezen, een boek over de verborgen geheimen van de inwoners van het dorp Courtillon. Toevallig ben ik net ‘Zwarte schuur’ van Oek de Jong aan het lezen. Een boek over een ander verborgen geheim van een inwoner, een jongen nog, uit een Zeeuws dorp. Omdat het gebeurde nooit in de aard van de zaak verwerkt werd, is zijn leven doorspekt met het drama. Langzaam groeit zijn somberheid ermee uit tot een diep dal, waaruit het moeizaam klimmen is. Kan iets wat de veroorzaker van de huidige staat van zijn is, dan nog volledig verwerkt en geaccepteerd worden en welke weg is daarin wijsheid. Dat zijn de vragen die oprijzen. Het boek is pakkend geschreven. Iedere keer leg ik het weg om er vervolgens toch weer verder in te lezen. Nu ben ik op een derde van het lijvige boekwerk aanbeland. Daar komt het dorp in volle hevigheid weer terug in zijn leven.

Ik kom terug bij de zin ‘Denkers zijn kwetsbare mensen’. De man uit het verhaal van Oek de Jong denkt ook en verdwaalt in zijn denken in aannames en veronderstellingen. Zo schept hij een irreëel beeld en de auteur doet met hem mee. Hij legt de twijfel in de zelfacceptatie van zijn personages. Als je er schonkig en verwaarloosd uitziet, kijken mensen minachtend, deinzen serveersters terug. Elke handeling is op vermijden ingesteld. Dat idee vergroot zich automatisch uit tot je denkt de Afghaanse jas te kunnen ruiken, dat vroeger geen stinken heette, maar juist heerlijk geurde vermengd met de musk of patchouli. Het is maar net welk beeld je er bij hebt. Denkers zijn kwetsbaar omdat ze iets groter of kleiner kunnen denken, en niet alleen de dingen, maar ook zichzelf. Gedachten vergroten de emotie uit, al naar gelang je staat van zijn. De angst, het verdriet, de glorie, de mate van bewondering of een innerlijke tevredenheid. Op die golven drijft de gedachte, een zee aan emoties en die zijn leidend voor de invulling ervan.

Van de week stond een vuilniszak eenzaam boven aan de trap van het portaal. In het trapgat hoorde ik amechtig hijgen en snuiven. Ik wist dat het mijn buurman was, die slecht ter been was en die zijn lijvige gewicht naar beneden moest torsen. Ik vroeg hem of ik de vuilniszak mee moest nemen. Hij beaamde dat opgelucht. Beneden keek ik hem op de rug en zag dat zijn zwarte t-shirt van de inspanning aan zijn lijf plakte. Het gezicht was rood aangelopen. Op mijn; ‘Dat is toch veel te zwaar, had je weer omhoog moeten lopen’, zei hij met berusting en ook spijt in zijn stem: ‘Ze wil hier niet weg. Ik kom bijna niet meer buiten’ terwijl hij zich met een zucht in de rolstoel liet vallen. Ik kende het probleem wel. Het is zo’n heerlijk huis en zij wonen er nog langer dan ik. Dan vergroei je ermee en gaat het aan je hart om te moeten verhuizen. Maar je hart is waar je huis is en dat huis maak je zelf.

Ik dacht terug aan mijn ouders, die het heerlijk hadden in hun eigen huis, met de stoel van Pa voor het raam, het postzegeltuintje met de forsythia en de perenboom en mijn moeder, vief van lijf en leden, die zo oud was als ik nu ben en mee moest naar het bejaardenhuis, omdat de zorg voor onze vader te intensief werd. Het klein kamertje met de slaapkamer waar hun gedeelde levens alleen als ontsnappingsmogelijkheid de commissies golden, zodat zij veel in het huis op pad was voor besprekingen en vergaderingen en praatgroepen.. Weg van de zwijgende, rokende man in de stoel. De geur van het huis, de oude mannengeur die mijn moeder bij ons thuis fanatiek had bestreden met de chloorfles, was nu niet meer te ontwijken. Ze heeft het niet lang volgehouden. Bezweek het hart toch onder het gemis van de postzegeltuin?

Het kan liefdeloos lijken om niet weg te willen, maar je moet er zelf aan toe zijn, anders is in beide gevallen er één ongelukkig. Denken kan ook verhelderend werken en nieuwe inzichten geven. Ze moeten er nog maar eens een paar nachten over slapen en het dan bespreekbaar maken. Als troost kan ik meegeven, dat uit onheil niet zelden nieuw geluk geboren wordt.

Uncategorized

Een droomloze slaap

Zonder vader kan je je maar al te makkelijk vergissen. Ik wenste alle vaders in mijn gezin en die ene op zijn wolk een heerlijke vaderdag toe. ‘Volgende week pas’ appte dochterlief. Oeps. Vaderdag thuis was de dag van de pakjes zware shag en de jonge jenever, het enige cadeau waarvan we zeker wisten dat het altijd goed was. Zelfs Sinterklaas bracht vijf pakjes shag gewikkeld in vele lagen papier, of met briefjes die naar het pakje leiden en hem eerst het hele huis doorstuurden. Hij bleef trouw meespelen. Ruim 25 jaar dezelfde oubollige grap, maar verbazing spelen en meelachen om tere kindersnoetjes vol verwachting niet teleur te stellen.

Volgende week dus, maar tijdens de lunch bij het gezin van dochterlief met de Franse oma en opa erbij vierden we het al dunnetjes, omdat het volgend weekend kleinzoon een verjaardagsfeest bij een vriend had. In koeterwalen-Frans en met handen en voeten, naast de rappe vertaling van dochterlief, ontspon zich een gesprek over corona, over waarschuwingen voor de ernstige variant, over de kinderen en kleinkinderen, over bevallingen, gezondheid en lichamelijke ongemakken. Ik luisterde ingespannen naar het samengetrokken Frans, ving soms ineens een volzin, vergat bekende woorden, brabbelde ‘alle Fransen’ waar ik ‘het Frans’ bedoelde. ULO-Frans weggezakt naar het nulpunt. Af en toe proestte dochter het uit. Babylonische spraakverwarringen ten top.

Dribbel deed een aanval op de gekookte eieren, die hij reuze lekker vond, komkommers zijn bij de oudste jongens niet aan te slepen. Er was ruim voldoende. Na een heerlijke warme thee op het eind werd het tijd om een deur verder te gaan. De verjaardag van Zwager. Gelukkig was de inpandige slijter van de supermarkt open. ‘Ouzo 12′ had zuslief ingefluisterd en dat klopte als een bus. Het perfecte cadeau. De zussen kwamen en neef met zijn gezin. Zijn kleintje had grote kraalogen waarmee hij elke potentiële oma en opa onbewust om zijn kleine garnalenvingers wond. Vier oma’s om je bezig te houden, dat is boffen.

Dan was er ook nog dat andere gezin. Een pimpelmezenpaar met kleintjes in het nestkastje aan de muur. Af en aan vlogen de ouders, aarzelend, argwanend maar dapper, ondanks de drukte. Er werd heel wat afgevoerd door die twee. Er moesten beslist aardig wat kroost in het kleine kastje zitten. Soms wel tot elf kleintjes, had zwager gelezen. ‘Net als bij ons vroeger ‘grapten wij. Ook elf in dat kleine arbeidershuis. Haringen in een ton, maar zo heeft het nooit gevoeld. Er was immers ook dat grote buiten, waar we een groot deel van de dag vertoefden.

De kleine kraaloog had het fonteintje ontdekt en speelde met het water. Vingertje op de straal, vingertje op je neus en het aloude vers: ‘Mijn neus, jouw neus, boterneus, poepneus’. Schaterlachtend in de herhaling. Zus liet hem op de piano en we zongen een deuntje mee, terwijl zij de melodie tussen het gejengel doorspeelde. Kortom een feest van lering ende vermaeck in overvloed.

Een regenboog op de schoenen onder de tafel wisten we te vangen. De pot met goud was dit genoeglijke samenzijn, na zo’n lange tijd eindelijk weer mogelijk.

Pa en ma pimpelmees zullen opgelucht geweest zijn met die ingevallen stilte na het vertrek. Thuis wachtte Pluis en de voetbalwedstrijd. Oranje speelde bij vlagen fraai voetbal en het was spannend genoeg om de hele wedstrijd uit te kijken, iets wat normaliter maar zelden lukt. Al met al een enerverend dagje door het lome en het gelanterfanter, waarbij de vermoeidheid van een ander kaliber is dan een dag hard werken in de tuin. Zodra het hoofd het kussen raakte, zakte ik weg in vergetelheid en een droomloze slaap.

Uncategorized

In alle opzichten de moeite waard

Het leven zet zich weer vast, waar het eerst op wankele schreden voort kroop. Mijn nieuwe lente begint nu, in een stroomversnelling, want er valt een hele maand mei in te halen. Gisteren was het de dag der ontdekkingen. Niet de minste om te omarmen. Het was eindelijk gelukt om lavameel op de kop te tikken bij het tuincentrum. Op aanraden van de achterbuuf, een advies voor de broodnodige mineraalvoorziening van de grond zonder ernstig te moeten slepen met zware zakken aarde. En passant vulde vlinderbloemenzaad en lupinenzaad voor dochterlief het karretje. Met gouden buit naar de tuin. Op mijn tocht langs de achterkant van de tuinen ontdekte ik dat de waterlelies zich van hun mooiste drijvende kanten lieten zien. Het hart maakte een Monet-sprongetje.

Moed verzamelen en maaien. Daarvoor moest eerst de maaizak uit mijn inbouwschuurtje getild worden en daarna de maaier zelf. Ik maaide en het machientje snorde en het ging zo makkelijk. Had ik kunnen fluiten, dan had ik het gedaan. Ineens kreeg ik door wat het verschil met de andere keren had veroorzaakt. Ik was de maaizak vergeten er aan te hangen. Mijn witte gympen waren groen, maar wat een groot gemak gaf het. Met de maaizak was het zo zwaar en moest ik na elke tien minuten een kwartier bijkomen. Nu was ik binnen een half uur klaar. Een lumineuze ontdekking.

De bladhark, die nog altijd los op haar steel stak, kreeg van de achterbuurman een parkertje ingedraaid. Gras bij elkaar harken werd een fluitje van een cent. Ineens een hoop gekrakeel op het pad langs de tuin. Een paar vrouwen kwamen aangewandeld compleet met pubers en kleine kinderen. Een verschrikt en langerekt schril ‘Eeeeeeeeeek’ voerde de boventoon met daarna een versneld voorbij rennen. Na het harken was er tuinpad-inspectie en daar lag de arme verschrikker.

Het was een kleine mol, de graafpootjes doelloos uit elkaar, de geloken oogjes, het aandoenlijke spitse snuitje. Arme kleine. Misschien wel van pure schrik gestorven uit angst voor de maaier.

Met achterbuur zocht ik een plek voor de composthoop. Nu de vijg het niet had overleefd, was er achter de vlier nog plek. Dan hadden alle vier de tuinen de compost aansluitend op elkaar. De springbalsemienen zouden het aan het oog onttrekken. Goed plan. Want én ik hoefde niet meer te sjouwen met zakken groen én ik had volgend jaar goede grond, zonder te zeulen. Twee vliegen in een klap. Enthousiast bevrijde ik de hoek en stortte de kruiwagen er leeg. Wat een genot en helder denken.

De buren hadden bezoek, dus koos ik een plek in de avondzon en luidde de vondst van het maaien in met een glas sauvignon en een toostje met komkommersalade. Nooit meer amechtig hijgen is een zegen.

In de krant een interview van Nathalie Huigsloot met Hedy D’Ancona, die met superlatieven vanuit de visie van de goegemeente haar status aangeeft. Een, die ze heftg ontkent met haar 83 jaar. ‘Bejaard theezakje, eenzame zielepoot, een uitgerangeerde treurwilg en de televisie heet de troostdoos voor oude mensen. Ze ‘ervaart die aparte leeftijdgebonden aanpak eerder als een zachte uitsluiting. Met fluwelen handschoentjes worden we naar het randje geduwd, tot onze wankele pootjes het niet meer houden en we erover heen vallen’. Waarmee ze precies de vinger op de zere wonde legt. Niet het ouder worden schuurt, maar de wijze waarop de maatschappij tegen het ouder worden aankijkt.

Het interview is naar aanleiding van haar boek ‘Vrolijk verval’. Die komt op de lijst ‘Nog aan te schaffen boeken’. Iemand die zo helder en humoristisch het leven beziet, is in alle opzichten de moeite waard.

Uncategorized

Verandering van spijs doet eten

Het raam stond op een kier om de ochtendzang van de merel met de frisse nachtwind naar binnen te laten stromen. De lucht klaarde op van het nachtelijke duister naar grijstinten. Kleine vleermuizen vlogen in allerijl nog steeds van de spouw naar de boom en terug op zoek naar de lekkere hapjes. Er zit een mug in de kamer, ze zoemt een ‘nanananana’ rond mijn hoofd en blote arm en als ze landt, ben ik steevast te laat. Waar zijn de vleermuizen als ze het hardst nodig zijn.

Schoonzoonlief appt. ‘Sta over een half uurtje voor de deur, rij nu weg van de garage’. Met ogen op steeltjes tuur ik op de telefoon. Half acht. Toch in slaap gesukkeld. Als zoonlief weg gaat, komt schoonzoon binnen. Hij komt een tijdje hier werken tot de auto weer opgehaald kan worden bij de garage. Leuk om het ochtendritueel, slaperig hoofd, eerste koffie, ochtendjas aan, te delen met hem. Als kind aan huis pakt hij zijn koffie en een kop thee mee en gaat naar de werkkamer van zoonlief. Ik hoor het geroezemoes van stemmen gedurende zijn call. Alsof de oudste zoon weer thuis woont. Gezellig.

Ik laat me niet van de wijs brengen, schrijven, medicijnen, douchen, aankleden, bed verschonen en opruimen. De kattenbak verschoond, de vaat gedaan en beneden jaag ik de stofzuiger door het huis, terwijl ik ondertussen een boerenomelet bak. Na de gezamenlijke lunch blijkt de auto gemaakt te zijn en kan schoonzoon hem ophalen, ik was nog een vaatje en ga er dan vandoor. De tuin schreeuwt vast om water.

Er staan maar twee auto’s op de parkeerplaats, dus het hek gaat op slot conform de geldende regels. Af en toe piept de zon door het dikke wolkendek en daar wordt de toon van de hitte voor vandaag mee gezet. Alles tiert welig, zie ik vanaf een stoel in de schaduw en verheugd kijk ik naar de dikke sieruien, die zich van hun beste kant laten zien tegen een decor van Vingerhoedskruid. Tussen al dat schoons voelen de grassen zich wonderwel op hun gemak en het onbekommerd laten gaan van de dagkoekoeksbloem levert nu een drastische opmars op. Even indammen, deze vrije vogels. Grassen trekken is een simpel karwei, ze steken met kop en al boven de bloemen uit, dunne en dikke grashalmen. De dunne met die sierlijke vlinderlichte pluimen, de dikke met de paars/groene aren. Vastpakken, met de hand een omslag maken en trekken. Zo graas ik in de vochtige warmte bed voor bed af. Met tussendoor iedere keer een duik op de schaduwstoel.

Overal verschijnen bergjes gras. Ineens valt er licht binnen in de slaapstand van de grijze hersencellen. De kruiwagen, natuurlijk, dat ik daar niet eerder aan heb gedacht. Half achter de snelgroeiende springbalsemienen verscholen trek ik haar er omzichtig tussen uit. Lumineus, ik zet de kruiwagen naast het te trekken gedeelte, dan kunnen de grassen daarin drogen en is het makkelijker meenemen. Dankbaar zie ik al het verdwenen gewaande weer gevrijwaard van grassen te voorschijn komen.

Het laatste bed bewaar ik voor de volgende dag. Er moeten ook nog gieters gevuld worden. Onder het trekken door vond er al registratie plaats van de meest droge plekken. Gieters in de bakken, gieters onder de sieruien en bij het vingerhoedskruid, gieters bij de nieuwe aanwas en gieters in het geraniumbed. Daarna is het welletjes en kuier ik naar de kleine blauwe prins terug. Halverwege komt dochter met kleindochter me op de fiets tegemoet. Met verse aardbeien en van mijn kant verontschuldigingen, dat ik op weg naar huis was. ‘Dat was helemaal oké’, zei ze, ze was even bij het nieuwe tuincentrum gaan kijken en moest eigenlijk weer op huis aan. Nou vooruit. De zak op de fiets geladen en verder al kuierend bijkletsen. Aan het eind de verlangende vragende blik van de kleine: ‘Oma ook mee?” Schuldbewust beloof ik gauw langs te komen. Zwaaien tot ze het hek uit zijn.

De grote kralendoos, die al jaren op zolder staat te verstoffen, breng ik langs bij zuslief voor haar nichtje. Ze zitten aan de borrel en ik doe graag een wijntje mee. Zie de kleine pimpelmees die het durft wagen om, vlak langs mij heen, naar het nestkastje te vliegen. Na een genoeglijk uurtje is het tijd om op huis aan te gaan. De energie komt langzaam maar zeker op het oude niveau dankzij de inspiratiebronnen van de laatste dagen. Zie je wel, verandering van spijs doet eten.

.

Uncategorized

Wat zou dat prachtig zijn

Als je vier keer dezelfde voorstelling achter elkaar ziet en het verveelt niet, dan weet je dat het een topper is. Dat vonden de kinderen ook. Ademloos zaten ze in het pluche en volgden de snelle ontwikkelingen op de voet. Dat ze het verhaal goed begrepen hadden, bleek uit hun vraagstelling en de antwoorden op de vragen van de acteurs. Wat had ik graag even met zo’n groep mee willen lopen om een project aan te zwengelen. Ik zou als eerste die oude gereedschapskist van vroeger volledig gevuld op de tafel zetten en de kinderen vragen wat we daarmee konden doen. Natuurlijk zouden ze zeggen: Een dorp bouwen. De opdracht aan verschillende groepen zou dan zijn: Bouw een dorp met spullen uit de gereedschapskist.

Aan de slag. Uitvogelen hoe het dorp eruit zou moeten zien. Is er een dorpskern met een plein of is het een lintdorp. Plattegronden erbij om de dorpsstructuur te pakken te krijgen, waar komen de waterpartijen, zijn er kerken en zo ja, hoeveel. Alles zo abstract als mogelijk. Bij drama zou er een hoorspelles kunnen komen en bij muziek een les met de zingende zaag en alles wat muziek maakt. Nu was er sprake van een oude verlaten schuur waar het spookte. Wat zou nog meer een mooi decor voor een spannend avontuur kunnen zijn. Of gaan we door met Mevrouw de Vries, de oudste inwoonster van Guisbalg, weet ze nog meer spannende verhalen te vertellen. Met de groepsleerkracht van de laatste groep had ik een gesprek over de mogelijkheden, maar ze gaf aan dat ze het erg druk hadden op school en dat het haast niet mogelijk was om tijd vrij te maken voor die verwerking. Ik dacht wel, laat de kinderen op z’n minst er een verhaal over schrijven. Vannacht fluisterde Mevrouw de Vries me de meest wonderlijke verhalen in. Zo gaat fantasie met de verbeelding op de loop.

Met spijt in mijn hart, want het was nu al weer voorbij, nam ik afscheid van de jongens en bedankte ze voor de prettige samenwerking en de leuke gesprekken die we hadden gevoerd.

Buiten scheen de zon en zaten mensen na de vaccinatie een kwartier te wachten. Ik poetste het hars van de bomen van de voorruit die me op de heenweg het zicht aardig had belemmerd. Door een schone wereld en met een hoofd vol ideeën reed ik weer op huis aan.

Dit was nou precies wat zo gemist werd, vooral in de afgelopen tijd, toen alles aan schoonheid, buiten de natuur om, op slot zat. Het was geen wonder dat de impuls tot schilderen was ondergedoken en zich niet meer liet zien. ‘Eerst gevoed worden en daarna vlammen’ leken de zwijgende penselen te zeggen. De musea wachten op ons. Er moet volk langslopen en onder de indruk raken. Of ik naar het Stedelijk ga, valt te bezien. Daar is volgens de Volkskrant een tentoonstelling van de installaties en video”s van de Amerikaanse kunstenaar Bruce Nauman.

Ik ken een van zijn video’s. In een op de grond geplakt vierkant met een kleiner binnen vierkant loopt een man voetje voor voetje heupwiegend over de zijkanten. Het is een intrigerend gezicht. Ik weet nog, dat ik heb gewacht tot hij rond was. Het is waar wat de krant vermeldt: Hij kruipt onder je huid en laat je niet meer los. De draaimolen met dode dieren op de foto, doet me denken aan een van de installaties van Louise de Bourgeois, waaraan witte tere nachthemden bungelen en één zwarte. Subtieler dan deze beesten omdat de ragfijne stof sterk en insinuerend tot de verbeelding spreekt. Het kunstmuseum uit Den Haag heeft dit werk van Naumann uitgeleend aan het Stedelijk met de opdracht dat de dieren, anders dan de kunstenaar het bedoelde, niet meer over de grond mochten slepen. Ze sleten teveel. Maar zou dat niet juist de essentie van de installatie zijn geweest, lijven die op den duur uit elkaar dreigen te vallen, vellen die erbij hangen, de karkassen die te voorschijn komen. De verbeelding ten top net als bij Bourgeois. Vooral door de Neon tekst van de kunstenaar op de muur: ‘The true artist helps the world by revealing mystic truths’.

De vergankelijkheid als de mystieke waarheid van het leven. Wat zou dat prachtig zijn.

Uncategorized

De broodnodige vitaminen voor de ziel

Goedgemutst prikte de zon door de sluiers heen terwijl de kleine blauwe Prins snorrend over de A27 reed. De staccato stem in mijn wegwijzer stuurde me regelrecht naar een straat, achter de singel waar ik eigenlijk heen moest, en vol van adrenaline om wat een eerste voorstelling zou zijn, volgde ik slaafs. Middenin de woonwijk werd me de fout duidelijk. Het was nog vroeg, want ik had een uur voor tijd uitgetrokken.

Het was een vreemde gewaarwording. Op die plek had ik anderhalf jaar geleden een van de laatste tentoonstellingen gehad, onwetend van het feit, dat een lange theaterloze periode zou ingaan. Alles was nog precies hetzelfde. Het beeld ‘De Draaiende Vrouw’ van Kunstenares Maïté Duval was nieuw en stond imposant de aandacht te vangen te midden van een uitbundig bloeiend bed bloemen. De vrouw van de brasserie wees me de weg naar de vertrouwde theaterzaal.

Silas Neumann en Joeso Peters waren al druk bezig met de opbouw van hun vernuftigd decor. Het geraamte van iets, blikken gebutste platen, en veel apparatuur, een gereedschapskist en een oude houten tafel. Alles stond klaar voor het mysterieuze verteltheater, dat geïnspireerd was op het nummer ‘Whats the building in there’ van Tom Waits. Ik zorgde voor de banner van Kunst Centraal en gaf haar een mooie opvallende plek. Niet te missen.

Het duurde even eer iedereen z’n plekje gevonden had. Het was wennen, dat stilzitten, maar de twee verteller/acteurs hadden maar weinig nodig om met dit geheimzinnige decor en de snel opeenvolgende wisselingen van scènes de kinderen mee te nemen op een reis met de twee vrienden Jan en Erik. In het dorp Guisbalg, waar nooit iets gebeurt, ontpopte zich een spannend avontuur aan de hand van opdrachten en met veel fantasie, versterkt door geheimzinnige licht en geluidseffecten, een zingende zaag, een minivoorstelling van het dorp, toen Erik ’s nachts door zijn verrekijker vanuit zijn raam een licht zag branden in een onbewoonde oude schuur.

Heerlijk om te zien hoe de kinderen meegesleurd werden door de effecten en meeleefden of schrokken door de onverwachte gebeurtenissen. Druk napratend verliet de eerste groep de zaal. De tweede groep was een stuk rustiger en ademloos volgden ook zij dit inkijkje in het leven van de twee jongens. Op het hoogtepunt was er een spectaculaire act, waarvan de kinderen aan het eind uitleg kregen over hoe de effecten waren opgebouwd. De verbeeldingskracht met de gereedschappen uit de kist, die samen met twee borstels het dorp vormden, waren iets om op voort te borduren in de groep, evenals het hoorspel dat eruit zou kunnen ontstaan. Een inspirerende en geslaagde eerste dag, waarop we alle drie met tevredenheid konden terugblikken. Koffie en het gewenste water was van het huis, waar de ontvangst gastvrij was.

De laatste groep had de les voorafgaande aan de voorstelling doorgenomen en dat was duidelijk te merken. Die kinderen hadden er zin in, waren al op hun hoede voor wat hen te wachten stond en de juf was enthousiast en blij, omdat de kinderen inspiratie konden opdoen op een plek, waar ze al zo lang niet meer waren geweest. De rode pluchen stoelen voor een absolute theaterervaring.

Alles kon blijven staan voor vandaag, de tweede en laatste dag, die vroeger dan gisteren zou beginnen. Voeding voor iedereen, zowel de spelers, als de toeschouwers. De broodnodige vitaminen voor de ziel.

Uncategorized

Zien en beleven

De vaccinatie mag dan pijnlijk zijn geweest, maar daarna viel alles honderd procent mee. Misschien ook wel, omdat gisteren mijn wekelijkse bezoek aan de fysio gepland stond en voldoende afleiding opleverde. Lopen, balans en trap waren de oefeningen, waarbij de laatste het grootste tekort aan zuurstof leverde. Terwijl ik dat stond te doen op het grote rode kussen, opstappen, knie hoog en afstappen, stonden jonge fysiotherapeuten in opleiding achter mij iemand aan te moedigen die met twee benen vanuit niets op vijf van die kussens sprong. De tegenstelling uitvergroot. Als ik er met mijn rug naar toestond, leek het alsof het gejoel en het applaus mijn prestatie betrof. Ha ha, je moet een beetje inventief denken.

De legpress heeft een klein balletje dat een curve volgt, zodra het uit de curve valt, kleurt ze van groen naar rood, net als ik trouwens. Als ik eenmaal in het tempo zit, blijft ze keurig op haar plek, maar ga ik praten met mijn begeleider dan vliegt ze binnen de kortste keren uit de bocht. Gek balletje. Dochterlief kwam ook weer een half uurtje later met kleinzoon, die genadeloos aan de bak moest met zijn te revalideren knie. Ondertussen waren wij weer bijgepraat. Twee vliegen in een klap.

Vandaag mag ik eindelijk voor het eerst weer een theaterzaal binnen met hooguit 50 kinderen en hun begeleiders. Werktuig wordt opgevoerd voor de kinderen van groep 5 en 6. Morgen nog zo’n dag. Ben benieuwd hoe het zal zijn. De trailer is veelbelovend. Verteltheater met een muzikale inslag. Het blijven presentjes van de bovenste plank.

Vanmorgen heb ik met de paraplu boven mijn hoofd water aan de geraniums gegeven. Puber Kauw is nog net niet volwassen en de beide ouders zitten als een bok op de haverkist, als zij het idee hebben dat er gevaar dreigt. Iedere potentiele wandelaar wordt intimiderend gewaarschuwd en dat wordt steeds erger. Nog even en het gaat verder dan dreigen.

In de mail zat een bericht van het kunsttijdschrift See All This, met daarin een link naar een film van Claudy Jongstra waarin ze laat zien en uitlegt hoe haar monumentale, tactiele installaties van wol in zinderende kleuren tot stand komen. De blauwe weefsels heb ik als een zee gezien in de lakenhal in Leiden, evenals haar rood/witten die ophingen als vleselijke huiden.

In deze film over het tot stand komen van een kunstwerk neemt ze ons mee naar haar atelier, waar de verwerking van de wol van het Drents heideschaap plaats vindt. Het kleuren met natuurlijke kleurstoffen, het kaarden, de manier waarop ze de wol schikt als een schilder zijn palet, de invloeden van degene die aan het kaarden is en diens intuïtieve verbondenheid met het werk, net als de vrouw die aan het spinnen is. Alleen al de pigmenten, die zo ontstaan, zijn oogstrelend. Het kaarden met de hand wordt ook gebruikt om de verschillende tinten te mengen en met de gesponnen wol wordt later, als finishing touch, geborduurd. Van sommige informatie wordt ik blij. De kaardenbol laat ze zien en vertelt dat die vroeger daadwerkelijk gebruikt werd om te kaarden. Zo dicht bij de natuur te staan, opdat dergelijke oude gewoonten en gebruiken geroemd kunnen worden brengt een extra dimensie aan het werk, waardoor zo’n stekelige kaardenbol ineens respect oproept en verdient. Voor dit speciale nummer van het blad lanceren ze een aantal van haar Art rooms met kleuren, die behoren tot The Rainbow Series. In deze editie: De kleur Pink!

De zon klimt hoger, maar is nog omsluierd. Tijd om aan de slag te gaan en dan op pad om een nieuwe inspiratiebron ontmoeten. We gaan het zien en beleven.

Uncategorized

Het verlangen ten spijt

Heel vroeg uit de veren, omdat er een afspraak stond voor de tweede vaccinatie. De kleine blauwe was er net zo klaar voor als ik. Het idee om straks de kinderen weer te kunnen knuffelen is zo ongeveer het enige dat al maanden boven aan het lijstje staat. Het vege lijf liet zich moedwillig leiden. Net als vorige keer eerst langs de arts, vanwege de bloedverdunners en met het kleine groene papiertje met instructie voor de prikker, twee minuten afdrukken, naar de volgende halte. Daar weer identificatie, geboortedatum, leeftijd. Goedgekeurd, door naar de prikker. De vrouw was ontspannen, ik was de rust zelve, maar de prik stuitte op iets en de vloeistof voelde zwaar. De vrouw verbaasd, ik had toch niet hele dunne armen ‘ook niet dik hoor’ haastte ze zich te zeggen.

Heerlijke Mensen. Ze besloot toch maar zelf even af te drukken, wilde het eerst mij laten doen. In het hokje van het kwartier wachten daalde de rust neer en sloot de echoënde geluiden in de grote hal min of meer buiten. Hokjes waarmee alleen de knieën en voeten uitstaken bleven een koddig gezicht. Er waren nu meer einzelgängers dan de vorige keer. Met een gevoel van vrijheid, nu al, ging ik op huis aan.

Gisteren kwam dochterlief onverwachts langs op de tuin. Toevallig had ik een kleintje rosé meegenomen uit de super. Het was de dag van voorgenomen activiteiten waar geen syllabe van terecht kwam door allerlei onverwachte en heerlijke belletjes en ontmoetingen tussendoor. Voornemens zijn er om naast je neer te leggen. Mijn lijfspreuk ‘Go with the flow’ indachtig.

De achterbuuf was er ook en natuurlijk werd eerst al het wel en het wee besproken om daarna nog wat adviezen door te nemen over de tuin. Ze had weer voldoende nieuwe plantjes erin gezet, met de garantie, door de liefde die ze er aan had toegevoegd bij het zaaien, op een bloemenzee. Buuf heeft echte groene vingers. Ik kan vooral goed maaien en grassen trekken en daarna genieten.

Het was erg knus met dochter zo onverwachts, ze nam gelijk een zware zak met groenafval mee achterop de fiets, dat scheelde enorm. Met enkel een zak vol grassen, licht als een veertje aan de pink, wandelde ik een uurtje later weer naar huis.

Familie Kauw is onrustig. Ze scheren bij iedere voorbijganger over de hoofden heen en laten een fel en nijdasserig gekrakras horen. Straks moeten we nog de paraplu opsteken om ze af te weren. Een kleine koolmees ligt dood op de galerij, het is nog een jonkie. Hij zal tegen het raam gevlogen zijn.

Een paar blogs geleden had ik het nog over Snijders gehad, de schrijver van de zeer korte verhalen. Geïntrigeerd door zijn uiterlijk, de trouwe hondenogen onder de chaotisch borstelige wenkbrauwen, luisterde ik ademloos naar hem. Wat een erudiet verteller en een genadig schrijver was hij, constateerde ik. Het gesprek met de twee interviewers van brommer op zee, verliep wat moeizaam, maar dat lag niet aan hem, was mijn mening.

Deze week kwam het bericht dat hij overleden was en zoals altijd vervulden dergelijke berichten me met weemoed, omdat alle nieuwe verhalen nu in een urn zijn beland of mee het graf worden ingenomen. Stiekem hoop ik dat hij, voor de geest hem naar boven trekt, je bent katholiek opgevoed of niet, snel nog even langs iemand zal vliegen om het schrijfgen vernuftig in een argeloos brein op de harde schijf te plaatsen. Al vrees ik dat de wens de moeder van mijn gedachte is. Per slot van rekening is er ook geen A.M.G Schmidt opgestaan. Het verlangen ten spijt.

Uncategorized

De kracht van het boek

Dat was een dagje grassen trekken. Niet allemaal. De dikke met de paarsige pluimen, die zo goed in het kleurenpalet van de tuin passen, mogen in een groep hier en daar blijven, maar de rest gaat eruit, anders is de tuin in augustus een weiland en dat was de bedoeling niet.

Het was een kabbelende dag, een uitrustdag, ondanks de lichamelijke inspanning. Grassen trekken is geestelijk een vlucht nemen en daarnaast oog houden voor het nieuwe. Het feit bijvoorbeeld dat achteraan de bosandoorn ineens bijna een meter hoog is geworden, waar ze elders in de tuin veel kleiner blijft. Dat de bergamot nagenoeg verdwenen is, dat een van de salies toch de strenge vorst en kou van de afgelopen maand heeft overleefd en bloemen draagt en dat de roos hoog de pruimenboom in schiet. Iets vloog de fluweelboom van de oude in en deed mijn adem stokken. Het was een jonge bonte specht. Standbeeldstilte van mijn kant, het fototoestel lag op het tafeltje aan de overkant, de iphone in de zak, maar ik wist dat elke beweging het prachtige dier zou doen opschrikken. Zodra ik mijn arm zacht naar achter bewoog, vloog hij op.

Steeds vaker zien we andere soorten dan gewoonlijk in de tuin en dat is dubbel genieten. De kauwen boven het bosschage in het Noorderpark waren in rep en roer omdat twee buizerds naarstig op zoek waren naar lekkere hapjes. Ze riepen elkaar en de familie kwam overal vandaan. Wie niet sterk is, kan beter met veel zijn. Dat herhaalde zich een paar keer en steeds was er veel kabaal mee gemoeid. Achterbuuf kwam de grasmaaier uit het schuurtje van de buren halen en haar rug was roodverbrand. Daar kon ze niet bij met de zonnebrand. Buuf achter haar en naast mij wilde wel een handje toesteken. ‘Waar werd oprechter trouw dan tussen de ene en de andere buurvrouw…’bedacht ik mijn variatie op een thema, toen ik ze zag smeren.

Toen mijn rug het welletjes vond, toog ik via het achterste pad naar huis. De dames schaap hadden hun winterjassen verruild voor een luchtig lentetuniekje. In hun ijverigheid om zoveel mogelijk mals gras naar binnen te werken reageerden ze niet op mij. Helemaal niet interessant als er zoveel mals groen op je bord ligt.

In de krant dit weekend in ‘De Omslag’ werd het boek ‘Middernacht bibliotheek’ besproken van Matt Haig. Een bibliotheek ergens tussen leven en dood met op de voorkant een ontwerp van Rafaela Romaya en op het schutblad een echte uitleenkaart met vlekkerige datumstempels. Het ziet er heel aantrekkelijk uit, voor de Nederlandse versie heeft Sander Patelski een sterretje op de i gezet. Het verhaal bracht me terug naar mijn jeugd. Van jongsaf aan, dat we met onze moeder meegingen naar de kleine bieb in de Elsstraat speelden we thuis bibliotheekje na, compleet met ingeplakte driehoeken aan de binnenkant waar de kaart ingeschoven kon worden. Het was, net als schooltje spelen met de poppen, een van de meest geliefde bezigheden. We kwamen dan om de beurt bij elkaar een boek lenen, kaartje uit de kaartenbak halen, zogenaamd de datum erop krabbelen, stempel erop zetten en in de driehoek steken. Wat leuk. Die herinnering was in een van de verste hoeken geschoven, maar staat nu helder op het netvlies.

Een van de boeiendste bibliotheken, waar ik over gelezen heb, was ‘Het Kerkhof der Vergeten Boeken’ in het centrum van het oude Barcelona. Carloz Ruiz Zafón begint zijn vierluik er mee in het boek ‘De Schaduw van de Wind’. Wat zou ik graag willen dat dat kerkhof echt had bestaan en te bezichtigen was. In de boekhandel Waanders in de oude Broerenkerk in Zwolle zou je je er inderdaad een beetje kunnen wanen, al is het daar te licht. Boekhandel Dominicanen in Maastricht roept eerder de juiste sfeer op. Natuurlijk deed de omlijsting van het spannende verhaal ook haar werk. De mysterieuze, in mijn fantasie Esscherachtige, trappen en de donkere gangen werden vanzelf beelden in mijn hoofd en het bracht momenten langs, waarop ik mijn eigen vergeten boeken bij elkaar sprokkelde. De rijkdom van het verhaal dat dat losmaakt, de schoonheid van een woord, de kracht van het boek.

Uncategorized

Dan is aarden een zegen

Dat je lang kan blijven hangen op een woord dat raakt. Als dichter Jit Narain zich soms terneergeslagen voelt, valt alles hem zwaar. Dan ‘schijnt de aarde hem een woestijn te zijn‘ en voelt de dichter zich ‘een denker of een leeggedacht mensenkind nu in niemandsland’. Dit in de wetenschap dat deze Hindoestaans-Surinaamse dichter de aarde liefheeft. Aarde is voor hem hét medium van leven evenzeer als het medium van plezier, schrijft Geertjan de Vugt in zijn recensie over deze dichter. ‘Aarde is geduldig’, geeft de dichter aan en de recensent vindt dat begrijpelijk, want aarde is ‘ook het medium van de dood‘. Lange tijd liep ik op blote voeten, niet om te provoceren, nou misschien een beetje, maar vooral om contact te hebben, waarachtig contact met de grond onder je voeten. In de stad kwamen er dan dunne fluwelen Chinese schoentjes aan te pas uit praktische overwegingen. Het waren de dagen dat hondenbelasting nog ‘nicht im Frage’ was en je wel degelijk rekening moest houden met het drek der mensheid. Een aards kind heb ik me altijd gevonden, veel meer aarde dan welk element ook.

Het blijkt over zijn tweetalige bloemlezing te gaan met de titel’ Een mensenkind in niemandsland’ in het Sarnami en de Nederlandse taal, waarin de verhouding van hem tot de aarde verklaard wordt. Vanuit de recensie klinken prachtige zinnen door van deze Aardse dichter.

In dezelfde krant schrijft Hanna Bervoets over haar dief, een cybercrimineel die manuscripten steelt en het op die van haar van het boekenweekgeschenk gemunt had. En geloof het of niet, ik moest denken aan mijn eigen onhandige schreden op de PC, lang geleden toen er iedere keer zomaar, ins blaue, of beter gezegd ‘Ins graue hinein’ stukjes verloren gingen, omdat ik niet goed wist, waar ik ze naar toe had gegoocheld. Al die functies van dat ding, waar zat het en vooral hoe werkte het. In die dagen leek mijn computer op de wasmachine, waar ik de sokken van de vijf altijd zorgvuldig in stopte als paar om er vervolgens weer enkelvoudig uit te komen. Een sokkenvreter, die wasmachine, dus betichtte ik de computer van hetzelfde euvel. Een stukjesvreter en een fotoslurper. Het duurde even eer ik een en ander doorzag. De dief, waarmee Hanna een hele mailwisseling startte, speelde zijn spel vernuftigd, maar het doel van die gestolen stukken bleven evenzeer in het luchtledige hangen.

Van de week had ik eenzelfde unheimnisch gevoel toen ik een waarschuwing kreeg dat er iemand probeerde in te loggen op mijn account vanuit Shanghai. Op zulke momenten is de bewustwording van de ongrijpbaarheid van dat onmetelijke ondoorgrondelijke cyberheelal groot en voel ik me nietiger dan ooit. Gelukkig is zoonlief altijd bij de hand om in ieder geval in een korte tijd de zaken weer op te schudden en af te wenden.

Vriendinlief plaatst op FB een stukje over een alternatieve theorie bij Autisme. Het heet ‘Intense World Theory’ en gaat uit van bepaalde netwerken die normaliter met elkaar verbonden zijn, maar bij mensen met een stoornis in het Autistisch spectrum autonoom in het geheugen ingesleten raken. Eilandjes in je hoofd, die er voor zorgen dat je alles dubbel zo intensief ervaart. Alles in de overtreffende trap: De waarneming, de aandacht, het geheugen en de emotionaliteit en de bijbehorende veelheid aan impulsen en indrukken. Het idee van de afzonderlijke eilandjes in het brein paste als een handschoen. Het maakt dat je begrijpt waarom er zoveel op iemand af kan komen, maar vooral ook hoeveel energie het zal kosten om het in goede banen te leiden. En goed voorbeeld van de veelheid aan gekmakende impulsen in het dagelijks bestaan ontdekte ik aan de hand van het boek ‘The Curious Incident of the Dog in the Night-time’ van Mark Haddon, dat in 2017 in een fysiek toneel werd neergezet door een theatergezelschap in een productie van Musicalworld in Theater Carré. Alleen de trailer vergroot het inlevingsvermogen al. Stel je voor dat de wereld iedere dag in flitsen aan je voorbij komt scheuren. Dan is aarden een zegen.

Vegetarische rondgang over de eilanden

Vlieland

Op papier Slauerhoff, die elk jaar een aantal maanden verbleef op Vlieland. Zijn gedichten zijn er ook te vinden. In de kom en op het bord: Cranberry/mosselsoep met geroosterd brood met geitenkaas en cranberry

Fruit een ui en de knoflook. Roer er een eetlepel mosterd en een theelepel cranberrysaus doorheen. En een eetlepel bloem om het te binden met een liter groentenbouillon. Breng op smaak met peper, zout, paprikapoeder en verse peterselie. Twee broodjes roosteren, beleggen met geitenkaas en smeer er die heerlijke cranberrysaus over. (Kopen op Vlieland of een Engelse variant is te verkrijgen in de supermarkt bij de jam)

Uncategorized

Keuze genoeg

Dat was een gezellig uitje gisteren. Zomaar, met zuslief een ‘zoveelste’ vakantiedag in onze schoot geworpen. Vol bewondering voor de schoonheidsspecialiste, die daarnaast nog talloze andere behandelingen mag uitvoeren. Geen idee dat er zoveel meer bij kwam kijken. Eigenlijk wel een verheffend idee om juist bij iets, waartoe je geen impuls voelt om het te ondergaan, toch te kijken. Dat vergroot het respect. Met verbazing observeerde ik de verschillende bereidingen. Er wordt heel wat afgebrouwen aan papjes, harsen, en een masker. Ook geplukt, gemasseerd, gekwast en met de vingers getrommeld. Het beeld van een merel die op een droge dag met haar pootjes roffeltjes geeft op de grond, schoot door mijn hoofd. Het blauw van de hars kleurde prachtig tegen de bleke gladde huid. Het leek me pijnlijk, maar zuslief lag in de diepste rust verzonken, totale ontspanning. Ze is het gewend, zover is duidelijk. De schoonheidsspecialiste bleek een aangetrouwde nicht van zus, dus de hele sfeer was al van ‘ons kent ons’. Koffie vooraf, eventueel lunch kon er ook nog bij, maar dat sloegen we af. Voor mijn kleine probleem had ze wel een oplossing in gedachten en ook nog wat tips. Bij elkaar hadden we twee uur stuk geslagen.

We gingen op weg naar een klein dorp in de buurt van Vinkeveen, waar zus het adres van een natuurhuis had opgeduikeld. Halverwege, in Bodegraven, eerst een lunch. Waldkornbolletje, die de vriendelijke serveerster met liefde door de helft wilde snijden. We kregen ieder een volmaakt opgemaakt bord met een half bolletje en zalm met kappertjes en sla. Zo attent van de crew. O, wat waren we achteraf blij dat we op zoek waren gegaan naar het vakantiehuis. De omgeving was erg vlak en daardoor zag je elke autoweg van kilometers afstand al liggen, de weggetjes waren smal maar ook heel druk en vooral met veel grote traktoren en vrachtwagens. Het dorp was ieniemienie klein met een laag lieflijk gehalte. Het was het gewoon niet. Wat een goed gesternte om van te voren te gaan kijken. Voor 1200 euro per week was deze hectiek wel zuur en duur betaald geweest.

Het was geen wonder, dat vakantiegevoel dat we dagelijks kunnen oproepen. Het is genieten zonder dwang en heilig moeten.

Gisteren keek ik een stukje Voice. De kinderen zongen de sterren van de hemel. Toch duurde het me te lang. Maar nog altijd nieuwsgierig wie er toch gewonnen had, keek ik Beau vanmorgen heel vroeg terug. Daar bleek dat het niet alleen bij zingen bleef. Ze waren erg wijs. Over zijn aangehaalde eerste lied ‘Hou van mij’ wist Souffian haarfijn te vertellen, dat je eerst van jezelf moest houden voor je van een ander kon houden. Als je dat weet op je dertiende dwingt het respect af. Wat ook uitzonderlijk was, was het ontbreken van de rivaliteit tussen de vier laatste deelnemers en hun persoonlijkheid die bij allen gekenmerkt werd door een grote mate van eigenheid. Verrassend en een verademing om eens anders naar hun wereld te kijken. Met de toegevoegde woorden van Souffian komt de essentie van de prachtige tekst van het lied boven drijven. De kleine Emma won en eigenlijk hadden ze alle vier gewonnen, was de algehele tendens.

Het is tuin-weer en toch ook weer niet. Ik ben benieuwd waar de buien uithangen. Nog steeds staat het potje mosterd voor de Vlielandse Cranberry-mosterdsoep in de auto. Vandaag ga ik haar maken, als dat vergeetachtige geheugen mee wil blijven werken tenminste. Vegetarisch op de eilanden is moeilijker dan je denken zou. Met het zoeken naar ‘’beroemde Vlielanders’ vind ik Liesbeth List en Slauerhoff onder andere. Keuze genoeg.

Uncategorized

Dansende letters zijn niet te doen

Vandaag ga ik horen hoe ik een bepaalde lelijke verkleuring weg kan werken onder de maquillage. Voor het eerst van mijn leven mee naar een schoonheidsspecialiste maakt me zenuwachtig. Wat zitten wij mensen toch wonderlijk in elkaar. Voor mezelf noteer ik in mijn hoofd, wat ik perse niet wil. Geen gefruts aan wenkbrauwen of het laten opdringen van een andere make-up anders dan mijn eigen huidcrème, de foundation, mijn streepje Kohlpotlood onder de ogen, de mascara en de lippenstift graag. Daar voel ik me senang bij en niet in de laatste plaats omdat ik in 2 minuten klaar ben.

Een toepasselijke uitspraak van Coco Chanel in de krant van gisteren: ‘Beauty begins the moment you decide to be yourself’. Het blijkt te zijn overgenomen uit een artikel in het nieuwe magazine ‘Vol’. Een blad dat ‘een positief beeld moest neerzetten van de volle vrouw’. Ik weet het niet. Heb toch altijd een aversie gehad tegen de beperking van het isolement. Een goed blad komt iedereen tegemoet en variatie op een thema geeft meer ruimte en inspiratie in het hoofd dan een benadering van een kant. Na een nummer weet ik het wel. Kom met vernieuwende informatie. Het blijkt een tweede poging te zijn van de maker en men gooit het nu over de boeg van de ‘Body positivity’. Vergeef me de Engelse termen. Het blad staat er vol mee. Het blijkt dan ook vooral een blad te zijn voor de ‘Curvy Fashionista’s’, de golvende vrouwelijke fans van de mode. Een andere doelgroep. De spreuk van Coco is er een voor op de koelkast of boven je bed en voor iedereen van belang. Vanuit mijn jeugd loopt een lange draad van Ariadne langs het spoor van het ontbreken van zelfacceptatie. Dat stamt nog uit mijn jeugd als dikkertje van het gezin. Achteraf bij het terugkijken van de foto’s en afgezet tegen de huidige tijd, valt het ongelooflijk mee. Ik was weliswaar de dikste van ons gezin, maar absoluut niet heel erg dik. Het gevoel van die frustratie is nooit helemaal weggeëbd. Nog steeds denk ik dik, waar van een redelijke omvang sprake is. Zo vreemd hoe sommige herinneringen als beeld vast blijven zitten in je hoofd. Ingeklemd tussen vroeger en nu.

Zoonlief vroeg gisteren of het fijn was om ouder te zijn. Het leek hem vervelend om steeds weer tegen een grens aan te lopen. Een van de dingen die bijna geslecht zijn en waar ik dus een heel leven over gedaan heb, is deze zelfacceptatie. Door verschillende gebeurtenissen, aangedikt of breder uitgesmeerd of tijdelijk verdwenen door een goed gevoel. Als je besluit jezelf te zijn en niet anders dan heb je geen bevestiging van iemand meer nodig. Je bent oké zoals je bent. Dat is ook het voordeel van ouder worden. Het is ondoenlijk om iedere nieuwe rimpel te tellen. Haha. Dat loopt in de honderden. Niet doen. En toch, het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Weifelen bij dat ene vlekje en zoeken naar de grote verdwijntruc, juist als je ouder wordt en de huid gepokt en gemazeld, levervlekken en anderszins in stelling brengt. Zo blijven er van die kleine ‘onzekerheden’. Ze zullen er altijd bijhoren, denk ik.

Bij zoonlief was het heel gezellig. ruimschoots de tijd voor samenspraak omdat de benjamin al op bed lag en na het wakker worden een wandelingetje naar de supermarkt op een steenworp afstand om daarna naar volle tevredenheid weer naar huis te keren, dankbaar voor het goede gesprek.

Zwarte schuur is spannend aan het worden. Ik kan het bijna niet dichtslaan, maar vinden de ogen het welletjes, dan moet het wel. Dansende letters zijn niet te doen.

Uncategorized

Niet vergeten te genieten

Eerst waren er de witte wattenwolken bij het openen van de ogen, gevolgd door een enorm kabaal en geschetter van de bovenbewoners en hun vriendenschaar. De kauwen waren in opperste staat van beroering, met jongen in het nest(wanneer worden die eindelijk volwassen) en twee brutale eksters binnen het territorium. De solidariteit was te roemen. Van allle kanten kwamen hun gevederde vrienden en familie aangevlogen om het ouderpaar bij te staan. Geen wekker nodig bij dergeliijke activiteit. Het was koddig om te zien, dat te midden van het tumult een dikke dolly duif alles gadesloeg en als een wijze uil er het hare van dacht. ‘Veel geschreeuw en weinig wol’ zover was duidelijk. De kauwen dachten er heel anders over. Zoonlief die terugkwam van het sporten kreeg een veeg uit de pan, onder luid gekrijs en toen ik terug kwam van het halen van de krant vloog een van hen op een meter boven mijn hoofd. Brutaal volkje, die leenburen van mij.

Gisteren startte dus met een vroege werkdag. Het gras moest gemaaid. Een nadeel was de zon, die uitbundig zomerwarmte afkondigde, waardoor ik naast mijn begenadigde maaier, die mijn kortademigheid kent en telkens afslaat op het juiste moment, ook zelf steeds de schaduw in moest duiken.

Daardoor had ik wel zicht op de bloemenpracht van heel dichtbij. De bijen wentelden zich dik in het stuif en zoemden vrolijk van bloem naar bloem in dit bijenparadijs. Ik besloot ondertussen, de natuur haar gang te laten gaan op het gras na en eens te kijken wat er zou gebeuren als hondsdraf en bosaardbei mochten woekeren. Op die manier bleef het een verrassing wat er uit het groen omhoog zou komen met de vraag ‘of en hoe’.

Met twee zakken onkruid wandelde ik om twee uur terug naar de kleine blauwe, die ik in de schaduw aan de zijkant van de paralelweg had gezet en niet op de door de zon geblakerde parkeerhaven. Een wijs besluit, want nu kon ik in redelijke koelte de weg vervolgen. Op tijd thuis om te bekomen van de inspanning. Pluis moest ik even zoeken alvores ik haar in de ingenieuze reismand kon lokken. Ze weet wat de consequentie van het ding is en piept en mauwt klagelijk de hele weg lang uit een verwijtend protest. Op klokslag vieren waren we er en snel aan de beurt. De dierenarts met een stagiair prezen Pluis uitbundig om haar schoonheid en het oordeel was mild. ‘Kan het zijn dat ze stresst’. Ik kon er geen andere reden voor bedenken dan de Nuf van de buren, die brutaal en ongevraagd haar territorium bij tijd en wijle belaagde. Andere mogelijkheden waren uitgesloten. Bij twijfel bloed prikken, eerst grondig observeren en een stressverlagende sfeer creeëren met een feromonenverdamper zo luidde het unanieme oordeel van de twee. Pluis terug in zijn reismand en wat euro’s lichter vervolgden we onze weg.

Als beroemde Texelaar had ik voor Jan Wolkers gekozen. Niet zijn kunst maar hijzelf werd het lijdend voorwerp. Natuurlijk is nu Vlieland aan de beurt en de mosterd heb ik al aangeschaft. Het wordet een cranberry-mosterd soep Wat ik niet wist, was dat het hele eiland Vlieland vol staat met wilde Cranberry en dat er zelfs een keer per jaar een Cranberryweek wordt georganiseerd. En dat terwijl Zuslief en ik er vorig jaar februari nog een lang weekend hebben rondgestruind. Toch eens een bezoek in de zomer of herfst brengen. Deze prachtige dag ga ik op bezoek bij Zoonlief en de Benjamin. Heerlijk genieten van het weer vozolang het nog even kan. Op de app worden voor vandaag drie lichte buitjes voorspeld. Dat klinkt anders dan dat dreigende onweer van de weerman gisterenavond. Afwachten maar weer en tussendoor niet vergeten te genieten.

Recept voor de Texelse Uiensoep:

500 gram uien, bijvoorbeeld van boer Lap
Een grote pan
1 teentje knoflook
1 eetlepel bloem
2 eetlepels whisky van de Bonte Belevenis
40 gram roomboter
Zout en peper
1 liter bouillon van groeten of rundvlees
Stokbrood van Novalishoeve of Bakker Timmer
Ca. 200 gram Texelse kaas naar keuze van de Waddel of Wezenspyk

Snijd de uien in ringen. Doe boter in een grote pan en bak de uien en knoflook gedurende 30 minuten op een laag vuur. Laat ze zo langzaam zacht worden. Voeg vervolgens naar smaak zout en peper toe. Doe daarna de bloem erbij en bak het nog 5 minuten. Voeg eventueel de whisky toe. Ik had alleen maar droge witte wijn in huis, ook heerlijk). De alcohol verdampt maar van de whisky blijft de heerlijke smaak over. Breng ondertussen de bouillon aan de kook en voeg dat bij de uien. Schep als de uien zijn gebakken de bloem door de uien en bak het nog 5 minuten. Voeg vervolgens de bouillon en whisky toe. Laat de uiensoep op een zacht vuurtje 10 minuten doorwarmen. Verwarm de grill voor op de hoogste stand. Schep de uiensoep in kommen, leg er een sneetje brood op, bestrooi dat met een deel van de Texelse kaas. Zet dan de kommen even onder de grill, totdat de kaas is gesmolten. Voor de kaaskletskoppen verwarmd u de oven voor op 180 °C. Rasp 100 gram kaas en verdeel deze in een dunne laag op een bakplaat. Zet dit 5-10 minuten in de warme oven. Laten de kaasplak afkoelen en breek ‘m daarna in stukken. Eet smakelijk!

Uncategorized

De vleermuizen achterna

Ik heb de ochtend zien ontwaken van tweeduuster tot morgengoud. Kleine vliegensvlugge vleermuisvleugels doorsneden het bleke ochtendlicht, van boom naar spouw, van spouw naar boom. Een zwoele windvlaag streek langs mijn opgeheven gezicht en lichte de slaapwarmte een beentje. Heel in de verte begon de merel met een serenade en spoedig werd het een koor van kauw, merel en duif. De dag bezongen. Kan het begin mooier zijn.

Ineens wist ik wat ik met het bord van de Bernagie aan moest. Het moest natuurlijk een krijtbord worden. Zodat ik, al naar gelang het gemoed, er een dichtregel op kwijt kon of de naam van de Bernagie, of een gedachte. Zo broedde ik voort in de stilte.

Onder het geoefend oog van de fysiotherapeut voor het eerst weer op de loopband gestaan, op de ‘legpress’ geoefend en een balansoefening zittend op de bal met gestrekt been en tegelijkertijd de waterzak boven het hoofd heffend. Bovendien nam hij als eerste het triggerpoint in de lage rug onder handen met een spontane jodel van mijn kant tot gevolg. Vorige week stak hij er wat naalden in. Toch voelde het als heilzaam. Het is een lastige spier, hij rolde weg onder zijn bekwame vingers. Toen ik naar buiten wilde lopen, zat daar dochterlief, die met Bonpa uit Frankrijk kleinzoon naar therapie had gebracht. Luchtkussen, wat Frans koeterwaals gestameld en dochter om vertaling gesmeekt met de ogen. Hij praatte binnensmonds en het kapje en de dove oren vormden een dubbele moeilijkheidsgraad. Kleinzoon kwam gauw even knuffen, als extra uitrustmoment tussen zijn oefeningen door. Wat apart om mensen terug te vinden in een ruimte waar je ze niet verwachten zou.

Half drie was die afspraak, dus vroeg op pad voor de boodschappen. Een biologisch speltbrood van Levain in de bakkerij van de Veldkeuken op landgoed Amelisweerd en een schapenkaas bij een biologische kaasboer in Houten. Twee van de ingrediënten die ik nodig zou hebben voor mijn uitstapje naar ‘Texel’, derhalve de keuze voor streekprodukten. Een van de typische gerechten uit Texel is de ‘Texelse Uiensoep met kaaskletskop’. Oorspronkelijk gemaakt van schapenmelk van de Texelaar, maar nu van Hollands schaap. Wat een heerlijkheid en wat een snel en makkelijk gerecht. Schapekaas op desembrood is onweerstaanbaar lekker. Door de veelheid aan bezigheden kwam ik aan de kunst niet meer toe, maar ik geef me twee dagen voor ieder gerecht. Wat in het vat zit, verzuurt niet en dan komt de kunst gewoon vandaag.

Pluis poetste zich de laatste tijd veelvuldig schoon. Inspectie leerde dat ze een of andere uitslag van rode vlekjes heeft. Dus vanmiddag een rondje dierenarts. Dat betekent sneller naar de tuin om even te maaien, maar dat is alles. Voornemens zijn er om geslecht te worden. Het is de week van de onverwachte gebeurtenissen. Maandag ging op aan iets spannends wat ik nog niet met de buitenwereld delen mag, nee, geen nieuwe kleinkinderen, dinsdag de fysio, vandaag Pluis en morgen naar de Benjamin. Wie weet. Misschien lukt het vrijdag om een aanvang te maken.

Met al dat nachtelijk waken ben ik vast begonnen in ‘Zwarte schuur’ van Oek de Jong. Een lijvig boek. Zijn literair werk ken ik goed. Ik heb genoten van Pier Oceaan. We gaan het zien en beleven. Nu eerst in vliegende vaart aan de gang, de vleermuizen achterna.