Uncategorized

Nieuw geluk

‘Denkers zijn kwetsbare mensen’ lees ik bij een van de bloggers, die schrijft over ‘De Verborgen Geschiedenis van Courtillon’ van Charles Lewinsky. Lang geleden heb ik het boek gelezen, een boek over de verborgen geheimen van de inwoners van het dorp Courtillon. Toevallig ben ik net ‘Zwarte schuur’ van Oek de Jong aan het lezen. Een boek over een ander verborgen geheim van een inwoner, een jongen nog, uit een Zeeuws dorp. Omdat het gebeurde nooit in de aard van de zaak verwerkt werd, is zijn leven doorspekt met het drama. Langzaam groeit zijn somberheid ermee uit tot een diep dal, waaruit het moeizaam klimmen is. Kan iets wat de veroorzaker van de huidige staat van zijn is, dan nog volledig verwerkt en geaccepteerd worden en welke weg is daarin wijsheid. Dat zijn de vragen die oprijzen. Het boek is pakkend geschreven. Iedere keer leg ik het weg om er vervolgens toch weer verder in te lezen. Nu ben ik op een derde van het lijvige boekwerk aanbeland. Daar komt het dorp in volle hevigheid weer terug in zijn leven.

Ik kom terug bij de zin ‘Denkers zijn kwetsbare mensen’. De man uit het verhaal van Oek de Jong denkt ook en verdwaalt in zijn denken in aannames en veronderstellingen. Zo schept hij een irreëel beeld en de auteur doet met hem mee. Hij legt de twijfel in de zelfacceptatie van zijn personages. Als je er schonkig en verwaarloosd uitziet, kijken mensen minachtend, deinzen serveersters terug. Elke handeling is op vermijden ingesteld. Dat idee vergroot zich automatisch uit tot je denkt de Afghaanse jas te kunnen ruiken, dat vroeger geen stinken heette, maar juist heerlijk geurde vermengd met de musk of patchouli. Het is maar net welk beeld je er bij hebt. Denkers zijn kwetsbaar omdat ze iets groter of kleiner kunnen denken, en niet alleen de dingen, maar ook zichzelf. Gedachten vergroten de emotie uit, al naar gelang je staat van zijn. De angst, het verdriet, de glorie, de mate van bewondering of een innerlijke tevredenheid. Op die golven drijft de gedachte, een zee aan emoties en die zijn leidend voor de invulling ervan.

Van de week stond een vuilniszak eenzaam boven aan de trap van het portaal. In het trapgat hoorde ik amechtig hijgen en snuiven. Ik wist dat het mijn buurman was, die slecht ter been was en die zijn lijvige gewicht naar beneden moest torsen. Ik vroeg hem of ik de vuilniszak mee moest nemen. Hij beaamde dat opgelucht. Beneden keek ik hem op de rug en zag dat zijn zwarte t-shirt van de inspanning aan zijn lijf plakte. Het gezicht was rood aangelopen. Op mijn; ‘Dat is toch veel te zwaar, had je weer omhoog moeten lopen’, zei hij met berusting en ook spijt in zijn stem: ‘Ze wil hier niet weg. Ik kom bijna niet meer buiten’ terwijl hij zich met een zucht in de rolstoel liet vallen. Ik kende het probleem wel. Het is zo’n heerlijk huis en zij wonen er nog langer dan ik. Dan vergroei je ermee en gaat het aan je hart om te moeten verhuizen. Maar je hart is waar je huis is en dat huis maak je zelf.

Ik dacht terug aan mijn ouders, die het heerlijk hadden in hun eigen huis, met de stoel van Pa voor het raam, het postzegeltuintje met de forsythia en de perenboom en mijn moeder, vief van lijf en leden, die zo oud was als ik nu ben en mee moest naar het bejaardenhuis, omdat de zorg voor onze vader te intensief werd. Het klein kamertje met de slaapkamer waar hun gedeelde levens alleen als ontsnappingsmogelijkheid de commissies golden, zodat zij veel in het huis op pad was voor besprekingen en vergaderingen en praatgroepen.. Weg van de zwijgende, rokende man in de stoel. De geur van het huis, de oude mannengeur die mijn moeder bij ons thuis fanatiek had bestreden met de chloorfles, was nu niet meer te ontwijken. Ze heeft het niet lang volgehouden. Bezweek het hart toch onder het gemis van de postzegeltuin?

Het kan liefdeloos lijken om niet weg te willen, maar je moet er zelf aan toe zijn, anders is in beide gevallen er één ongelukkig. Denken kan ook verhelderend werken en nieuwe inzichten geven. Ze moeten er nog maar eens een paar nachten over slapen en het dan bespreekbaar maken. Als troost kan ik meegeven, dat uit onheil niet zelden nieuw geluk geboren wordt.

Een gedachte over “Nieuw geluk

Reacties zijn gesloten.