Uncategorized

Wie weet wat er opbloeit

Heel vroeg, in deze donkere kamer, was ik al wakker. Nog voor de morgenstond en het eerste kwinkeleren van de vogels een aanvang had genomen. Het plan was om naar zee te gaan, maar eerst het lome wakker worden van iedereen. Dat heerlijke vertragen in de tijd omdat niets moet en niets hoef. Zuslief had het zondagsritueel niet afgeschud en begon met het koken van eitjes. Geen sinaasappelsap, vers geperst, maar een multivitamine en wat sneetjes brood, kwark of muesli. Als je samen bent, krijgt het verzorgen van de inwendige mens een totaal andere invulling.

In de stille morgen had ik de vorige dag overpeinst. In vakantietijd krijgen de uren een verlenging. Of ze duren langer door de traagheid waarmee ze over ons heen kruipen of het geeft een dubbele lading door de betekenis van het genieten, waar je ruimte voor maakt. Terrasjeswerk, waar je normaal in het dagelijks leven aan voorbij zou lopen. Het betekent ook dat de waarde van het kleine uitvergroot wordt. ‘ Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert’ lispelde men vroeger, maar nu is de dimensie: ‘Geniet van al dat op je pad komt. Het vormt de belangrijkste basis van het leven’. Zussen, hoe verschillend ook, behoren tot die binnenkring. Ze zijn, met wat de Engelsen zo mooi en poëtisch laten klinken, ‘the inner circle’ naast het gezin.

Hoe het kwam, kwam het, maar de dagen werden opgedeeld in thema’s. Door een toevalligheid hadden we de eerste dag allemaal groen aangehad en kleurde onze dag, vandaag zou het zwart/wit zijn. Na het zondags ontbijt vielen de koeien binnen het thema en moesten we natuurlijk voor zuslief even poseren bij onze zwart/ witte dames, au naturel beantwoordend aan ons thema. Humor op kleine schaal. Het fietsen was heerlijk. We waren op pad gegaan zonder voorbereidingen. Dat bleek wel toen we, voor het eerst in mijn lang-zal-ze-leven, een strandstoel met windscherm gingen huren om de dag daadwerkelijk op het strand door te brengen.

Het boek zat in de tas, het schetsboekje en de pennetjes in de aanslag en het badpak tussen de meegebrachte spullen. Ervaren hoe het is om een dag niets te doen, luieren op een strandstoel, eindeloze telefoongesprekken van de achterbuurman aan te mogen horen, kinderen, van onwaarschijnlijk klein formaat, vliegers zien besturen, uitgelaten vriendengroepen neer te zien strijken, het ritueel van zonnebrand smeren eindeloos herhalend. Uiteindelijk was de conclusie, dat strand in welke vorm dan ook, voor mij en de anderen, alleen maar zin had als strandwandeling, kop leeg laten waaien, struinen door de duinen, foto’s schieten. Voor alles een eerste keer. Dit was uitgeprobeerd en kon in de la met herinneringen.

Twee minieme tekeningetjes van een oud stel, ver weg, om ze niet te blameren met hun onverwachte pose. Een kind met schepje en een beginnend zandkasteel, dat misschien wel slechts een heuvel zou blijven. Het plezier van het jongetje. Gaandeweg werd het drukker. Vanuit een strandtent, een werkkeet, waar een rond gat in was gezaagd, verkocht men broodjes worst en toen zuslief en ik het oververhitte zand hadden getrotseerd met onze voetjes, bleek dat de broodjes nog bevroren waren en de vrouw een beetje hulpeloos de situatie niet meer helemaal overzag. Op een smoezelige deken in de kraam aan de overkant lag een hushpuppy en keek alsof haar leven een vat van ellende was met al die worstenresten, waar ze ongetwijfeld mee gevoerd werd, getuige haar omvang. Wij liepen onverrichter zaken terug, maar onze Benjamin had de zinnen gezet op zo’n broodje en liet zich niet kennen. Ze kwamen terug met drie exemplaren en wat fris in blik. Een hap was voor mij meer dan voldoende. Heerlijke fietstocht volgde, toen we doorgesudderd en wel aan de terugweg begonnen. Vinkje van de dag: ‘Met elektrische fiets kan ik de hemel bestormen als ze achter het hoge duin ligt’.

Op de een of andere manier kwamen we op een autoweg terecht, waar we eigenlijk niet mochten fietsen, maar ja, er fietste al een mevrouw en als er een schaap over de Dam is, volgden er meer. Met de onverschrokkenheid van vier opstandige pubers trapten we door, tot we, toch enigszins opgelucht, adem konden halen op een kleine toegangsweg naar het dorp. Gered. Hoe ouder, hoe gekker en niemand had gelukkig waarschuwend getoeterd.

Thuis een pitstop en met de auto naar het Grevelingenmeer, waarbij we ineens in Zeeland aan de kant van Renesse terecht kwamen en toch weer rechtsomkeer maakten. Wat een enorme drukte daar. Bij de punt in het grote restaurant was de bediening niet bestand tegen de grote aanloop van die eerste zonnige dagen en liepen er zelfs klanten weg door het eindeloze wachten en de smetten op het serveerblazoen.

De tweede ervaring rijker. Ik mijmerde de natuur bij elkaar die door het grote resort veranderd was in een groot pretpark van jacht-, sup-bungalow-en snorkelvermaak.

Thuis had zuslief de sproeier aan de praat gekregen en sproeiden we de opmerkelijke zorgvuldig aangelegde borders van de grote tuin rondom ons huis, een weldadige verkoeling voor mijn, door oververhitting en vermoeidheid, verbrandde voeten. Morgen gaan we op de bloementoer. Wie weet wat er opbloeit.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s