Uncategorized

Eenmaal in het koppie, dan voor altijd

Wat zitten er toch weinig uren in een dag. Ergens tussen toen en nu zijn ze gekrompen. Toch had de morgenstond goud in de mond en startte de ochtend al vroeg op. Haar in de henna en nu weer terug in bed gekropen met plastic zak erom en handdoek-tulband, Willem de Zwijger onder handbereik en dochterlief straks in mijn eerste telefoontje. ‘Zin om even bij te kletsen’, appte ze. Zeer wederzijds. Af en toe sparren is zo onontbeerlijk. .

Gisteren bij de fysio was er weer nauwelijks zuurstof uit de lucht te halen. Lichte oefeningetjes dan maar. Hoe wisselend kan het zijn. Daarna wilden we eigenlijk naar de tuin, maar dat had ik op deze ademstroom nooit gered, dus daarom maar even kuieren over City-Plaza. Lief wilde de bibliotheek zien om in de stille uurtjes daar naar toe te kunnen gaan om er te lezen of wat te schrijven, iets wat we vooral in onze begintijd veel gedaan hadden. In de imposante bieb van Utrecht vroeger, de oude naast de Dom in de Voetiusstraat, was het goed toeven, een gewijde sfeer tussen de oude binten. Daar haalde je het niet in je hoofd om geluid te maken. Elk boek dat viel, denderde door de ruimte als een zwaar verwijt. Later zaten we veel in Leiden en pas geleden nog gingen we een kijkje nemen in de centrale bibliotheek aan de Neude, dat prachtige monumentale gebouw, dat vroeger het oude postkantoor herbergde en een ontwerp is van J. Crouwel jr., naar de Amsterdamse school. Wat een verbetering en goede sfeer. De stilte, de werkende of lezende mensen, wat reuring hier en daar, ideaal om bij te mijmeren.

De centrale bieb hier is een imposant gebouw, moderne architectuur dat van binnen een vleugje Guggenheim met zich mee draagt. Buiten de boeken valt er nog veel meer te halen. Het gemeentehuis zit er in, de raadzaal en de wethouders, een kunstenaarscollectief met expositie en nog veel meer. Er kon ook al gestemd worden. We wandelden er doorheen en, samen met het halen van de boodschappen, was het net te doen.

Op benauwdheid valt geen peil te trekken. Op de bank kwam ik tot rust. Op het balkon was er een bewoner gekomen in het vogelhuisje, dat zoonlief aan het eind van de winter had opgehangen, tenminste, dat denken we. Eerst gingen de pimpelmezen op verkenningstocht, maar lieten het links liggen en nu zijn de koolmezen volop nieuwsgierig en leek er in de uitgang leven te ontwaren.

Dochterlief meldde dat ze met de takken, die er van de drie wilgen waren afgekomen, al een hekje had gevlochten tussen haar en het tuintje van de buurman. Vandaag gaat Lief er weer een paar slechten en ik knip twijgen om tot mooie staken te komen. Het is een fijne gedachte, als het materiaal weer hergebruikt kan worden. De kleine kringloop der natuur.

Het boek over Willem de Zwijger is voorlopig een vrij uitgebreide opsomming van de stamboom en de voorgeschiedenis, zijn jeugd en de verhoudingen en vriendschappen aan het hof. Soms zoek ik naar de relevantie. De hoeveelheid doet me duizelen, maar ik merk aan Lief dat het het gebrek aan kennis over de middeleeuwen is die me daarbij parten speelt. Wat heb ik vroeger in de klas toch uitgespookt. Ik vond geschiedenis wel altijd boeiend, maar meer om de mooie werkstukken die je ervan kon maken en waar ik hele oude boeken mishandelde door er de gravures en platen van te gebruiken. Ze werden wel altijd hooglijk beloond en als het goed is, heb ik die schriften zelfs wel bewaard, maar dan moet ik graven in al die oude paperassen hier op zolder. Altijd al beelddenker geweest en tot nu toe gebleven. Het slaat pas op, als ik het verwerkt heb in een mooi verhaal. Eenmaal in het koppie, dan voor altijd.

Overpeinzingen

Een brede glimlach van het verleden

Er is een heerlijke modus gevonden om de ochtenden voor beiden zinvol en productief te maken. Rustig opstarten met een kop koffie op bed, door een van de twee gehaald en schrijven voor mij, terwijl Lief beneden nieuws kijkt en vast uitgebreid ontbijt. Daarna is er tijd om te lezen en pas om een uur of twaalf of een gaan we op pad om gezamenlijk dingen te doen. Steeds meer is er ruimte voor eigen initiatief nu er beter wordt doorgrond hoe de omgeving in elkaar steekt. Elke nieuwe stap beteken nog altijd een verovering. De eerste schreden, door belangstelling voor zijn eigen uiterlijk, wezen op een belangrijke verandering. Ineens was het er.

‘Misschien een kapper’opperde Lief, die steeds vaker de lange plukken achter het oor moest strijken. Een nieuwe bril werd de volgende en gisteren konden we het allemaal bewaarheid laten worden. De uitverkoren kapper werd voornamelijk gekozen op de rust in zijn zaak, niet op de goede reviews. Het was een kant en klaar knipper, geen poespas, maar precies voldoende om niet zo’n gelikt werk af te leveren en de overgang derhalve minder uitbundig te maken. Bij de brillenwinkel kozen we twee modellen, die vooral qua kleur verschilden. Afwisseling van spijs doet eten.

De bediening daar was niet het toppunt van enthousiasme, maar voor de betrekkelijke afwijking aan de ogen van lief was het genoeg. Ik moest wel heel erg denken aan de scène van de man aan het loket, die een postzegel kwam kopen, door Wim Sonneveld. Iedere keer werd er een poging ondernomen om ‘een onsje meer’ aan het geleverde pakket toe te voegen. Lief hield standvastig vol. Eigen wensen eerst.

Voor al deze veranderingen was de grootste stap gezet. De psychosomatische fysiotherapeut werd opgezocht, omdat het online ten enenmale niet mogelijk was een afspraak te maken. Er was er geen in de buurt. Het zal voorlopig, zolang de fiets nog niet verkend is, een halen en brengen worden. Een hele belangrijke stap in het zoeken naar de balans in geest en lichaam, iets waar we vroeger ook veel mee bezig zijn geweest.

Samen op pad

Bij de toko maten we ons een heerlijk feestmaal aan, zomaar, omdat dat goed voelde. Tijdens ons eigen diner voor twee zochten we naar de overeenkomsten in de gang die we afzonderlijk van elkaar gemaakt hadden in het leven en die zoveel overeenkomsten bleek te vertonen. Dat wisten we allang natuurlijk, maar het was de verbazing over de ondoorgrondelijke wegen, die niets met grilligheid en alles met toeval of de onderliggende genen te maken heeft gehad, die het stilstaan bij alles keer op keer rechtvaardigde. Bij ons was het uiteindelijk een basis gebleken, die we samen hadden gesmeed als aanloop naar die weg. ‘Uit hetzelfde hout gesneden’, zouden we ons misschien vroeger hebben toegedicht en nog steeds voelt het alsof het zo moest gaan. Er ligt geen spijt aan ten grondslag.

Lief ging schrijven, ik had moeten lezen in mijn dikke zwijgende bundel, maar kwam niet verder dan het verzadigd weg sukkelen bij de tv-beelden zonder al te veel inhoud. Straks staan er nieuwe plannen op de rol. Een tocht naar het huis van lief in Verweggistan, wat wettelijke formaliteiten, het opschudden van de vriendschapsbanden met de rest van de wereld nu we langzaam uit de cocon van ontdekken en aftasten stappen en de wereld zich ten volle openbaart.

‘Alles op z’n tijd’ schrijft mijn eigen Baedeker voor. ‘In alle rust en in het eigen uur’. Zo is het. Stap voor stap dan breekt het lijntje niet. Het levert een brede glimlach op van het verleden.

Overpeinzingen

Zo dichten de dagen zich.

De zon zorgde voor een slaperig sfeertje terwijl ik in de vroege ochtend de kleine lettertjes uit het boek van Willem de Zwijger met volharding aan het doornemen was. Een heel boek met petieterige lettertjes is een kluif, maar het went. Nu slechts alleen er meer tijd voor uittrekken in het vervolg. Tijdnood is het gevolg van de berg leesvoer die op mijn bord ligt. ‘Alles Sal reg kom’ meen ik me van Bredero te herinneren.

Om half drie reden we richting Soest. Verbazingwekkend dichtbij was de plek waar we afgesproken hadden met zoonlief en zijn gezin. De eerste keer voor Lief dat hij schoondochter en de kinderen zou ontmoeten, de laatsten van het stel, dan was het plaatje compleet.

Het bleek de oude vliegbasis Soesterberg te zijn, vlak onder de rook van de wijk, waar tot 1994 de Amerikaanse gezinnen woonden, die werkzaam waren op de basis. Met mijn pacifistische inslag was ik er nog nooit geweest, ook niet met de kinderen. Nu wandelden we het wonderlijke kale terrein op, waar racefietsen over het veld heen schoten en zweefvliegers werden opgelaten. Kinderen, in de voetsporen van de volwassen racers, ragden op hun stepjes in de vaart der volkeren mee.

Er waren duidelijk meer mensen op het idee gekomen om van deze uitgesproken lentedag te genieten. Het was er meer dan druk, maar daarnaast was het terrein groot genoeg om een menigte uit elkaar te laten vallen. Het luchtvaartmuseum bleek er te zijn, vol imposant legermateriaal. Vliegtuigen, tanks en zelfs drie raketten, maar daarom heen een immense waterbaan zonder water, een grote zandvlakte, grote banden om mee te spelen. Overal stonden stoelen voor ouders en oudjes terwijl het grut zich kostelijk vermaakte. De entourage, het oorlogsgeweld, gaf een dubbel gevoel, maar de speelruimte voor de kinderen was een verademing. Alleen de grotere jongens op twee jeeps werden enorm fanatiek in het hanteren van denkbeeldige mitrailleurs en oorlogszucht.

Onze krullenbol had alleen maar oog voor de gelijkenis met zijn autootjes, die hij vond in die reusachtige Dinkey Toys om hem heen en wist gelukkig nog niets van wat er zich buiten zijn gezichtsveld afspeelde. Bovendien kon hij overal tussendoor wandelen en kruipen, aan kettingen hangen en achter stuurwielen draaien. Ik laafde me aan het ondergesneeuwde natuurschoon, klein maar fijn.

Wandelen, bijkletsen, gedachtengoed uitwisselen, het was goed toeven op deze manier, half in de natuur, half in dat vervreemdende speelparadijs, waar de zweefvliegtuigen als grote vogels af en toe de zon het licht benamen. Een glorieus moment was het kunnen aanraken van de twee stukken Berlijnse muur. Het herinnerde aan het dualisme in het geheel. Dat nooit meer en toch…

Bij het restaurant aan het begin was zowaar een achteraf picknicktafel vrij en konden we neerstrijken met een borrel, nog meer vermaak voor de kleine terwijl wij uit konden rusten. De Benjamin was eindelijk van vermoeidheid in slaap gevallen in zijn wagen. Zo’n groot gebied, dat je helemaal niet kende op een denkbeeldige steenworp afstand van de omgeving waar ik altijd gewoond had, heel gek. Toen de kou begon op te trekken gingen we richting auto’s. Een hartelijke omhelzing na de heerlijke dag.

‘s Avonds na de voetbal en een snelle maaltijd met de leftovers van gisteren was project Rembrandt aan de beurt. Wat een werk en wat spannend voor de deelnemers. Heilig ontzag had ik er voor, zeker toen ze aan een enorm doek begonnen, zelfs bleven slapen om dat af te krijgen. Een van de deelnemers kon de penselen niet neerleggen en bleef al die tijd doorgaan. De uiteindelijke winnaar had in mijn optiek de titel eerlijk verdiend. Vanuit zijn beroep als illustrator was het hem gelukt de kunstschilder in hem wakker te roepen.

Voor vandaag gaan we drie nieuwe stappen zetten. Een kapper die begrijpen zal dat half lang haar bij Lief als een handschoen past, een nieuwe bril omdat Lief zijn oude exemplaar gangstereigenschappen toedicht met de verkleuring in de zon en een afspraak met de psychosomatische fysiotherapeut. Zo dichten de dagen zich.

Overpeinzingen

Deze puzzel met herinneringen

Zeker, ik hou van de kleine blauwe prins, maar de auto van zoonlief die ik gisteren mocht lenen, is toch waarlijk een luxe, die ik qua auto al jaren niet meer ken. Hooguit kwam vroeger de enorme stationcar in de buurt, die overigens Truus heette. Je moet altijd voorkomen dat hoogmoed voor de val komt. ‘Nu wil ik deze’, appte ik hem na de geslaagde missie. De kleine blauwe blikte wat verontwaardigd naar het bakbeest, toen ik weer aan kwam rijden en gaste daarna met gierende motor en ons erin weg. ‘Het is goed lieverd, die kunnen we nooit betalen’ suste ik. Met wat uitsloverij slikte hij de laatste dreiging weg.

De stoelen stonden al klaar in het halletje van de kleine flat. Bij het winkelcentrum vlakbij hadden we een uitbundige bos rode en oranje tulpen gekocht in een zonnig geel papier en een fles merlot in hetzelfde oranje cadeaupapier aangezien de eigenaar van de stoelen ze helemaal gratis weg deed. Hij was blij. Niet alleen vanwege de afname maar vooral omdat hij in een kwartier zijn hele doopceel kon lichten, te beginnen bij het overlijden van zijn vrouw. Aan de muur boven de klerenkast in de kamer hingen de foto’s als zwijgende memorabilia van de familie en vrienden die hem in al die jaren hadden verlaten, te beginnen met zijn opa en oma. De hele hoek was met deze reeks vol.

Zijn spraakgebrek maakte het moeilijker om de betekenis te vangen, maar het lukte om de juiste duiding eruit te halen aan de hand van wat centrale woorden. Er was gelukkig weer een vriendin, weliswaar 15 jaar ouder, maar ze waren aan het latten en dat was gezellig. Daarnaast zweefde in zijn verhaal een neef of vriend binnen, die om drie uur ‘s middags al beschonken opbelde. De wijn was misschien niet het juiste cadeau, realiseerden we ons, maar ach. Het ging om het gebaar.

Gênant vond ik de combi van de luxe auto en de noemer ‘gratis’ dus werd er extra veel nadruk gelegd op het ‘geleende’. Hij verblikte en verbloosde niet en was echt vooral blij met de persoonlijke aandacht. Vol trots showde hij de kleine woonkamer met de kunstbloemen en de vele beeldjes en fotolijstjes. We namen hartelijk afscheid en overlaadden hem nog eens met dankbetuigingen. Zoevend over ‘s Heeren wegen vervolgden we onze weg naar de tuin. Direct maar brengen nu we de auto ter beschikking hadden. Er stond een steekwagen waar de vier stoeltjes gestapeld op bleven staan en Lief mat zich de spierballen aan conform zijn mannelijkheid. ‘Dat doen we wel even ‘, pochte hij en zwoegde over het grillige pad langs de sloot. Ik liep er naast en hield een en ander in balans. Dat was voor de benauwdheid alweer ruim voldoende. Het blijft wonderlijk hoe dat een eigen pad blijft trekken.

Met spijt in het hart wisselde ik de voiture in voor de kleine blauwe. Niets is zo wendbaar als deze kleine spinnenkop, dus het was goed. Boodschappen halen voor de Gado-Gado en genieten van het programma van ‘Verborgen verleden’ dat Diederik Jekel presenteerde. Lief vertelde, dat het de zoon van een vriend was die we beiden nog kenden van vroeger. Dus zochten we in de zoon een gelijkenis tussen zijn vader van destijds en de zoon nu. Een heerlijk tijdverdrijf, deze puzzel met herinneringen.

Overpeinzingen

Een kwestie van meestromen

Naar de huisarts in die verre uithoek. Het uiterste puntje van Zuid-Holland betekent alweer een ritje door het Hollandse Laagland. De mooie lucht, een zonnetje, ooievaars op de lantaarnpalen langs de snelweg, onafgebroken lente in het land.

Na een kalme ochtend van schrijven, De inleiding van Willem De Zwijger voor mij en Erasmus voor Lief was er nu de hectiek van het haastige vrijdagverkeer. Veel vrachtverkeer op de weg, drukte alom, maar de kleine blauwe draait zijn hand er niet meer voor om. Hij snort lustig de kilometers bij elkaar. In de afgelopen twee maanden heeft hij meer gereden dan in de jaren daarvoor. Nou ja, tikkeltje overdreven, maar toch. Nederland kent nauwelijks nog geheimen voor ons.

In de artsenpraktijk zaten we als wachtenden in een soort aquarium, die tot overmaat van effect ook nog blauw geschilderd was. Sommige hadden kapjes op, onder of op de neus, sommige ten enenmale niet, terwijl ze onder het bordje ‘gelieve mondkapjes te dragen’ zaten. Alles zat, kenmerkend voor deze tijd, op hun telefoon te kijken en te scrollen.

Het ging traag. De artsen namen kennelijk de tijd. Prettig was dat dat bij iedereen gebeurde, dus ook bij ons. De huisarts was blij verrast door mijn aanwezigheid en verbond het blozende uiterlijk van lief onmiddellijk aan deze nieuwe omstandigheden. Het was waar. Vergeleken met de eerste weken was er een wereld van verschil tussen Lief toen en nu. Het samenzijn deed ons alletwee goed.

Ze was er al snel uit. Omdat alle waarden goed waren en er geen aanwijsbare lichamelijke oorzaken te bespeuren leken, zocht ze het toch in de psychosomatische hoek. Fysiotherapie om de balans van lichaam en geest weer te herstellen. Geen denkbeeldig verzinsel als je bedenkt dat er twee jaar lang eenzaamheid en isolement aan zijn klachten vooraf was gegaan. We hadden het samen al eens over geestelijke ontspanning gehad in de vorm van yoga of mindfulness om de balans weer te herstellen. Juist omdat er lichamelijk nauwelijks belemmeringen waren in de aanpak van de dagelijkse gang van zaken, tot en met het snoeien van drie te hoge wilgen aan toe.

Opgewekt reden we daarna door naar zijn kamer om daar broerlief te ontmoeten en de koelkast en de diepvries leeg te halen. Broer was verbaasd over het opknappen van de lieve jongste telg van hun gezin. ‘Je zou zo weer een praktijk kunnen openen’, zei hij en gaf daarmee ongewild het grootste compliment weg. Zo was het. De zelfverzekerdheid was terug, het gemak van bewegen, de concentratie in het gesprek. Hoe kwetsbaar zijn we en hoe dichtbij ligt de oplossing daarvoor soms. Wat liefde al niet vermag.

De avond gleed voorbij in dezelfde harmonie, maar zoonlief had koorts en verkaste, zonder zich te laten zien, met vriendin mee naar haar huis. Stel je voor dat het toch weer het virus was. Het kippensoepje uit de diepvries had wel gretig aftrek gehad, even daarvoor. Dat was het gevolg van de meegebrachte diepvriesproducten, die een plekje moesten vinden mijn overvolle lades. Bij koorts vooral een zelfgebrouwen soepje als zalvend middel.

Geen trapje, door de stoel gezakt.

Vanmorgen wandelde ik virtueel door het aanbod van tuinstoelen op Facebook en kwam vier gratis exemplaren tegen. Die zijn fantastisch voor op de volkstuin, waar Lief net door een van de verweerde stoelen is gezakt. Niet ver weg en alleen vervoer regelen, daarna kunnen we ze vandaag halen. Onverwacht een nieuwe bestemming van de dag. Zo valt er altijd wel wat te beleven, als je je maar laat leiden door het moment. Een kwestie van meestromen.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

Het blijft boeien

Heerlijk begin van de dag met koffie op bed. Wat een fijne bijkomstigheid, want onverwacht. Daarna een app, terwijl we verwachtingsvol op de voetstappen van de kleine Dribbel zaten te wachten. Even later een belletje. De opvang had gebeld er was toch plek voor hem. Ineens lag de dag als een onuitgevouwen landkaart voor ons. Zoonlief gebeld die niet gelijk op nam. Dan maar nieuwe plannen maken, museum of natuur. De natuur vanwege het allermooiste weer ooit in een maand maart. Mijn verlangen naar De Blauwe Kamer was inmiddels gegroeid tot precair. Ja, geef me de galloway runderen met hun imposante lijven en hun zachte aaibaarheid op afstand en de Konikspaarden. Daarbij de lepelaars, de aalscholvers, de eenden en ganzen, de majestueuze zwanen en de onverstoorbaar stappende ooievaars op het eiland in het midden, bekeken vanuit de vogelobservatiepost.

Over het land lag een film van verstilde vredigheid. De natuur genoot onder het verwarmende lentezonnetje, die vooralsnog niet van plan was te stoppen met het verspreiden ervan. De Nederrijn verbond als een kalm en glinsterend lint de ene met de andere oever. In de verte zagen we het pontje varen. Opheusden als een schaduwzijde aan de overkant.

De meidoorns stonden kriskras, genoeg plek om de gekrulde zwarte vachten te schuren straks, als er zich tegelijk een sluier van bloesem over de gedoornde takken uit zou spreiden. Lente gaat het huwelijk aan, verdiept zich, vangt vrucht en sterft af om daarna weer nieuwe kiem te tonen. Wat een heerlijk seizoen. Lief en ik verwarmden lijf en ziel aan al die schoonheid. ‘Kan het mooier zijn dan mooi. ik ben goddank nog steeds een nieuwe lente waard!’ Om met Maarten van Rozendaal te spreken, die deze lente helaas niet meer meemaakt.

Terug leid ik de kleine blauwe door het oude en vertrouwde Utrechtse landschap, de heuvels, een meanderende Nederrijn, de Kromme Rijn, de lieflijke dorpen langs de oude weg, via Amerongen, Leersum, dan afslaan naar Langbroek, door de bossen en de weilanden, richting Houten. De prachtige hoge populieren markeren als vanouds de einder. Thuiskomen voor Lief, die er niet genoeg van kan krijgen. Het blijft herinneringen oproepen.

‘S Avonds blijkt de eetlust bij beide mannen nauwelijks te stillen te zijn. ‘Buitenlucht maakt hongerig’ hoorde ik mijn moeder zeggen, die met het grootste gemak het hele eerste voetbalelftal van de club van mijn vader en broers op zondag van een heerlijke verse zelf getrokken soep voorzag voor de wedstrijd. Het is de bodemloze put die triggert, als je stopt met aanvullen houdt het vanzelf op.

Daarna verdiep ik me in het schrijven en een oude Dalgliesh, die een ingewikkelde moord of twee op moet zien te lossen, maar val halverwege in slaap tegen de geruwde vertrouwde mouw van het jasje van Lief, die naast me de allerlaatste nieuwsgaring nog wil horen. Ik hou vast aan het vreedzame paradijs van vanmiddag en wil even niet uit die droom terugkeren. Een wereld vol liefde en schoonheid in plaats van wat er aangericht wordt.

Het laatste hoofdstuk van de kinderen van Chronos is uit. Een boeiende ontknoping, die misschien nodeloos ingewikkelder is gemaakt, maar wel een heleboel vragen oproept en daar is een boek over filosofie toch altijd bij gebaat. Willem de Zwijger belooft in ieder geval ook een staaltje van wonderlijk geschiedverloop te worden, met ontboezemingen die er niet om zullen liegen. Hoe meer je van dergelijke biografieën leest, hoe vaker de lagen van de geschiedenis in elkaar schuiven en alles in een juiste context plaatsen. Erasmus komt tevens zijdelings terug bij het verhaal van Willem. Communicatie op hoog niveau in die periode, waarbij het doorgronden ervan een wereldlijk beeld oplevert. Leesvoer voor een week of drie betekent veertig bladzijden per dag. Het blijft boeien.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Een kunst op zich

Een gat in de, anders zo productieve, ochtend geslapen. Daarna overviel me een filosofische vraag waarop een vrije gedachte als antwoord van iemand anders. Daar moest ik over peinzen, terwijl Lief weer terug in dromenland dook. ‘Hoe ga je om met tegenslag’. Een antwoord hierop was, dat het vooral de kunst was om de juiste vraag te stellen. Het is waar. Als je de eerste als stelling neemt, geeft ze mogelijkheden tot antwoorden van onjuist tot juist. Dat is niet wat je eigenlijk wil. Hoe verwerken we tegenslag is een betere vraag. Geen oordeel, maar slechts constatering van feiten.

Wat je bezig houdt, bepaalt wat je opvalt, lees ik ergens anders op haar site. Aan het eind van een sessie geeft ze een vraag mee naar huis, niet om het antwoord te vinden, maar om gedachten te leiden naar iets anders dan wat normaliter de aandacht gevangen houdt, indachtig het spreekwoord ‘Alles komt in drieën’. De zwangere vrouwen die je ziet als je zelf zwanger bent, de piano’s die langs komen omdat je er zelf een wil kopen. Dit speelde zich al af lang voor algoritmen je in de schoenen werden geschoven. Er was nog geen bereikbaar internet voor iedereen in die dagen en toch vlogen de algoritmen je om de oren, omdat je er zelf door geleid werd.

Tegenslagen vallen om te buigen, iets in de orde van grootte als ‘tel je zegeningen’, nog zo’n wijsheid uit de oude doos, die de laatste tijd heel vaak opengaat. Opmerken wat je niet hebt, blokkeert, zien wat er wel is opent mogelijkheden en daarmee misschien wel een weg. Soms is de overmacht te groot, dan heb je maar te volgen, maar zelfs daarin kan een eigen keuze besloten liggen. Ik blijf nog even verder peinzen zeker in het licht van een oorlog, die weinig ruimte biedt voor het persoonlijke denken.

Gisteren na een ochtend van lezen en een betrekkelijke rust, was de tuin toch weer aan de beurt. Een literaire aanpak dit keer van ‘The three Willows’ op het grensgebied aan de rechterkant. Wat opviel was de stilte alom. Geen mens te zien terwijl er toch diverse auto’s aan het begin op het parkeerterrein stonden. Er werd gestookt, dat roken we dwars door de frisse lentelucht heen. Hoentjes in de sloot en een woerd en zijn vrouwtje maakten zich op voor een lentelang samenzijn.

Lief had zijn spieren gestaald na de vorige sessie en was er klaar voor met handzaag en takkenschaar. Ik zou de tenen van de zijtakken ontdoen en ruimen. De kale tenen achter onze hut en de kleine takken op de ril aan de linkerkant, als scheidslijn tussen mij en buuf. Geen trapje in de buurt dus een extra moeilijk obstakel om de vrij hoge knoesten van hun takken te ontdoen.

Hoe was dat verhaal ook al weer, mijmerde ik intussen, terwijl de handen rustig door gingen met hun werk. Met dat ik het dacht, wist ik dat ik me vergist had. Het boek droeg niet de titel The three Willows, maar ‘The wind in the Willows’ met rat, mol, das en pad, iets wat in het Engels vanzelf al literaire aspiraties met zich mee zou brengen, al was het maar op het geluid van het suizen en fluiten van de wind door de wilgentakken heen. De dieren hadden allemaal een herkenbare karaktereigenschap; de verstandige intellectueel Rat, de bangerd Mole, de narrige oude Badger en de rijke, onvolwassen, maar immer vrolijke en sociale Toad. Met zulke karakters heb je binnen een mum van tijd een verhaal. Kenneth Grahame wist er in ieder geval in 1908 wel raad mee.

Oké, daarmee blijft het nog steeds een literaire tuin, al zijn de appelboompjes van Vasalis in wezen een scheefgezakte eeneiige tweeling, maar die krikken we wel weer op. Een trapje is geen overbodige luxe, want uiteindelijk is Lief faliekant door de stoel, weliswaar in slecht verkerende conditie, gezakt, zonder echter zijn evenwicht te verliezen. En dat was al een kunst op zich.

Uncategorized

Een tikje weemoed

De lente sijpelt via berichtjes op de social media binnen als kattebelletjes. Ze komt eraan. Echt waar, roepen ze vanuit hun wonderschone fotogenieke stand. Parende meerkoeten, nestelende zwanen, de bloeiende kornoelje, de eerste krokussen. Voorzichtig gaan mensen, ondanks de kou, het terras weer op. Dikke dassen worden puffend afgelegd onder de verwarmingselementen boven hen, luchten kleuren zachtoranje/roze.

De fysiotherapeut had Corona, maar zijn stagiaire, mijn vaste begeleidster voor een maand of drie, was heel wel in staat om zijn taken over te nemen en leidde me vriendelijk door de oefeningen. Hangend aan de touwen ondernam ik een poging om de biceps wat op te krikken. Op en afstappen met geheven been, zo zwaar als trappen lopen, om de balans en de coördinatie ademhaling,/zwaartekracht te stimuleren, mijn persoonlijke catwalk op de tenen met minieme stapjes voorwaarts en een stok boven het hoofd leverde een zwaar trapezium op.

In de auto uitpuffen en daarna door voor de boodschappen en ondertussen een gerecht verzinnen voor de overgebleven gekookte eieren van de brunch afgelopen zondag. Het werd Boemboe Bali Telor. Een hemelse keuze bleek achteraf. Wat kan simpel toch lekker zijn.

De buurman vroeg, onversneden als altijd en in onvervalst Utrechts, of ik een nieuwe vriend had. Buuf keek met vriendelijke oogjes naar wat er aan reactie op mijn gezicht te lezen stond. Dat geschiedenis zich herhaalde maakte verhalen los over een broer die hetzelfde had meegemaakt. Daarna, zonder blikken of blozen: ‘Ik vraag me nou eigenlijk al een tijdje af, hoe of dat nou is, op die leeftijd’. De ogen van buuf lichtten op. Natuurlijk roemde ik het samenzijn, maar trad niet in de details, die hij ongetwijfeld nader had willen horen. Met het excuus dat ik naar de fysio moest, maakte ik me uit de voeten. Precies genoeg info voor speculaties, waarmee zijn gekluisterd zijn aan huis een gouden randje zou krijgen die dag, bedacht ik me. Zo is het. Af en toe hebben we voeding nodig om te mijmeren, al is het maar een buuf met een nieuwe liefde.

Lief las Erasmus en ik boog me over de Griekse wijsgeren uit het boek kinderen van Chronos. Nooit geweten dat dat de God van de tijd was, iets wat met een beetje doordenken duidelijk leek. ‘Chronologisch, chronografen, chronoscopen, chroniciteit’, somde Lief achter elkaar op. Aha, op die fiets. De man had de tijd in handen. Het verhaal strooit af en toe met wijsheden. Socrates is de wijste mens in het oude Griekenland ‘omdat hij weet, dat hij niets weet’. Doordenkertjes om met een groep kinderen eens flink op te broeden. Waar is een groep als je die nodig hebt.

De zon in de kamer is af en toe een spelbreker bij het verder lezen. De slaap overmant. Natuurlijk kan het liggen aan het feit dat ik ‘s morgens heel vroeg het warme nest verruil voor het bed bij de boom voor het raam, na eerst gerede tijd naar de sterren in het dakraam te hebben gestaard, een wakker woelen zonder beweging, alleen de gedachten. Bij het onderuitzakken bemerk ik, dat het de grote Beer is, waar ik tegenaan kijk. Een onmiskenbaar steelpannetje.

Dochterlief belt, is het mogelijk Dribbel op te vangen op donderdag, want de opvang laat hen in de steek. Gezellig en erg vroeg. Goede oefening voor het normale leven.

In het kader ‘ ontdek je plekje’ kuiert Lief naar het centrum met behulp van de route-planner en stort ik me op de Boemboe, terwijl ik een liedje uit ons prille begin neurie, omdat ik de tekst vergeten ben. Ladjoe, Ladjoe, terwijl om me heen het denkbeeldige konijntje huppelt met dezelfde naam. Ach ja, het kan geen kwaad door de realiteit een tikje weemoed te kloppen.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Strassstress in de tank

De nacht is bezaaid met sterren en even duik ik weer terug in mijn jeugd. Hoe graag keek ik niet door ons raam naar buiten, starend naar al die hemelpracht, waar ik een mannetje van de maan wist, die we ook wel Klaas vaak noemden en die vergeten was langs te komen op het moment dat ik naar de sterren keek. Natuurlijk waren er oneindig veel ijldunne elfen, die hem lieflijk bijstonden en die verhalen schreven tussen al die lichtpuntjes in. Nu is elke ster een herinnering. Mijn moeder, de opa van de kleinkinderen, een lieve vriendin of drie. Troostrijke sterretjes. Ooit zag in Bulgarije op de top van een berg de oneindige val van de sterren. Duizenden wensen in het verschiet.

Het lied van Ellie en Rikkert Zuiderveld komt boven. Jaar en dag gezongen voor de kinderen op school, om de magie vast te houden van die wonderlijk sfeervolle wereld, waar dingen kunnen gebeuren die je voor onmogelijk hield, zoals ‘Een scheepje met een mast’ of ‘Een oog waar je alles door ziet’. Je kunt zoveel wensen en alleen dat schenkt al voldoening. Op dit ogenblik weet ik precies welke boodschap ik naar boven stuur en hoop met dezelfde kinderlijke vurigheid dat ze bewaarheid mag worden.

Gisteren was dan eindelijk de tuin aan de beurt. Het modderpad was enigszins begaanbaar en we kozen de lange weg, om de tuin van dochterlief te bewonderen die samen met het hele gezin en vereende krachten een nieuw terras voor in haar tuin had gemaakt, waar de zon in het voorjaar nog te koesteren zou zijn. Ze hadden het ‘Het oog’ genoemd, omdat de vorm daaraan deed denken. Zo krijgen de dingen vorm.

Het was geruststellend hoe vertrouwd onze tuin erbij stond. Een paar krokussen hadden hun dappere kopjes al opgestoken ondanks de vrieskou. De engel was gevallen, zoals bij elke windvlaag die langs komt. De wilgen, die ik kennelijk in het najaar toch al danig uitgedund had, hielden nog steeds de wacht. De appelboom stond zoals verwacht zo scheef als immer. Alleen het bord van de Bernagie was ervan afgewaaid. In de Bernagie zelf kwam vooral de vredige sfeer goed tot haar recht. De schilderijen, de tafel vol met krijt, inkt en penselen die lagen te wachten om in gebruik genomen te worden na zo’n lange overwintering, ik was vergeten hoe aangenaam het er was.

Buiten voor de wagen zaten we op de verweerde stoelen en droomden van een fikse opknapbeurt, maar eerst maar eens een wilg aan de zijkant van de tuin aanpakken om te kijken of het luie winterzweet het aankon. Lief nam de grote takkenschaar en was verbazend behendig met de snoei van de allerdikste takken. Ik zat erbij en knipte de kleine takken eraf of maande hem een knoest weg te knippen, zodat er met de takken te vlechten was.

Het werd een idyllisch plaatje daar op dat kleine stukje grond in de steeds warmer wordende lentezon. Het was er zo kalm als je je maar wensen kon. Kleine mezen dartelden hun lente bij elkaar. Verderop in het veld klonk de kievit, zwaan koos koers en het winterkoninkje scharrelde in het struweel. Natuur onder handbereik. De noeste arbeid werkte verheffend en bracht nieuwe energie.

Op het pad terug trok de zon lange schaduwen in het rimpelloze water van de sloot. Voldaan gingen we op huis aan met de belofte om snel weerom te komen omdat de tuin het gemis aan het land in Verweggistan op schaal verving. De lichamelijke arbeid, zoals snoei en wieden als work-out au naturel was heilzaam. Daar kon geen sportschool tegenop.

Bij de benzinepomp vroeg een man of ik ook een bezoekje aan de juwelier kwam brengen. Even schakelen. O ja, duurder dan diamanten, die benzine. Het was waar. Straks wordt een reisje eenvoudigweg onbetaalbaar met zoveel strassstress in de tank.

Uncategorized

Altijd weer op te poetsen

Nieuwe afspraken gemaakt en vandaag begonnen met uitproberen. De behoefte aan slaap is hier en daar wat anders. Lief maakt lange nachten en die van mij zijn altijd korter. Hiervoor lag ik in het bijzijn van hem in het donker te staren en vooral veel te peinzen en te luisteren naar de geluiden die de twee kauwtjes in de dakgoot naast ons produceerden. Daarna kon ik later pas het achterstallig onderhoud zoals de schrijfsels inhalen. Dat bracht mijn rust in gevaar, want het gaf een haastig gevoel. De dag was inderdaad vervolgens altijd te kort.

Nu hebben we besloten dat ik naast doezelende man zonder bezwaar kan schrijven en dat is een hele opluchting. Hij vindt het geluid van het getyp niet storend en soest door, terwijl ik volledig mijn ei aan gedachtenspinsels kwijt kan.

Iets wat ook achterop raakte was het uitspellen van de krant. Geen puzzeltje meer in een verloren uur of ter compensatie van het zwaardere denkwerk. Ook dat pak ik weer op. Gewoon, in alle stilte. Nu is dat makkelijker aan het worden omdat het steeds vroeger licht wordt. Lief leert dat hij de gezelligheid benoemen kan, meer dan de verzuchtingen om de volheid van het huis. Zo werken we naar een samenleven toe die voor beide een aangenaam toeven is en daarna zal er steeds, stukje bij beetje, een onderdeel vervangen of bijgeschaafd worden door iets, dat we samen gaan uitkiezen. Zo schaart huis en haard zich steeds meer achter de nieuwe situatie. Als er iets in komt gaat er ook iets uit, wordt de gouden regel. Daar kan ik me weer in vinden. Zo schikken we en minnen we. Het blijft een mooi gegeven. Wennen, maar goed te doen.

Vandaag de draad oppakken van het lijstje met zaken die noodzakelijk af te handelen zijn, nu het vorige lijstje zo glorieus is gelukt. Lief maakt een afspraak met de dokter die in te passen valt in de tijd, want we moeten ervoor naar Hoek. Er zijn wat mogelijkheden die we moeten natrekken om het leven helemaal hier naar toe te trekken. Oude vrienden kunnen bezocht worden. Ook moeten we aan de slag met de wilgenbomen in de tuin, voordat ze helemaal in een jubelend lente-enthousiasme uitbarsten. Kauw in de dakgoot waarschuwt daarvoor, omdat ze al druk bezig is met het nest, aan het getik en geklotter te horen. Het belooft alweer een prachtige dag te worden. Wel koud, maar zonnig, iets waar we in die eindeloos zichzelf verlengende herfst naarstig naar verlangd hebben.

Van vriendinlief kreeg ik een artikel doorgestuurd over Jeanne Bieruma Oosting, de ietwat vergeten etser en schilder, die nu, door de inspanningen van Jolande Withuis, een aantal tentoonstellingen krijgt. Het begint in de kleinere musea en eindigt in een grote overzichtstentoonstelling in museum Henriette Polak in Zutphen. Die komt natuurlijk op het inspiratielijstje.

Vorige week zijn we samen in het kader van ‘Ken je leefomgeving’ door het oude Vreeswijk gekuierd. Dat was voor Lief een mooie en nostalgische ontmoeting die veel herinneringen binnenbracht. De bestorven straatjes van het oude gedeelte, de loopbrug over de kleine gracht, de stenen poort, het centrum met de oude sluizen, het uitzicht op de Lek en met name ook de ophaalbruggen maakten veel los. Ooit vanuit Utrecht op de fiets als jongetje van 14 gezien, in de vergetelheid geraakt en nu zo betekenisvol en in tact nog immer aanwezig. Er wacht ons nog een dorp of wat, mooie verstilde wandelingen, daarna is de fiets aan de beurt. Geen gek plan met de benzineprijs, die niet stopt met stijgen.

Enfin, als je de liefde van je leven hervindt, is het alle dagen feest, soms met wat verlepte slingers, maar díe zijn altijd weer op te poetsen.

Uncategorized

In alle facetten

Alsof de zon wist, dat het geheel vandaag een feestelijk tintje mocht hebben, bleef ze uitbundig schijnen. De eerste zondag van de maand bewaren we om elkaar als gezin met alles erop en eraan te ontmoeten. De locatie is steeds verschillend. Vandaag was het een brunch, maar daardoor konden de twee jongsten, die nog vast zitten aan hun middagslaapje, en hun moeder, er niet bij konden zijn. Volgende keer gaan we een high tea organiseren, dat is precies na het dutje en omdat het een vaste dag per maand is, kan iedereen hem vrij houden. Maar als er iets tussen komt of er een andere afspraak loopt, is het geen punt.

In de vroege ochtend, voor mijn doen altijd later, stonden we op. Als het kriebelt dan wil ik gewoon beginnen om vooral rustig en achter elkaar door te kunnen werken, zonder stress of gehaast.

Ik begon met caprese uit de oven op een bladerdeeg-bodem. Die kon er vast in. Achteraf was dat niet een goed idee. Maak die caprese maar vlak van tevoren, want dan is ie op z’n lekkerst. Nu droogde hij gedurende de twee uur bereidingswijze van de andere hapjes een beetje in. Eieren in de pan, twaalf, stuks. koken maar, niet genoeg voor iedereen, maar er zijn altijd anders-eters. Daarna was het tijd voor de bladerdeegworstjes. Die gaan uitstekend van te voren. De wraps met roomkaas en zalm konden erachter aan. Een losse salade van tomaat en komkommer er naast. Daarna de broodjes uit de oven, het broodbeleg en het suikerbrood. Op het allerlaatst de gisteren bereidde pan soep op het vuur. Ziezo laat de horde maar komen. Lief keek met verbazing hoe georganiseerd een en ander verliep en met welk een rust.

Grote gezinnen hé, dan ben je niet anders gewend. Vroeger thuis met feest was het niet anders. Veel eten, maar dan de dingen van die tijd. Aardappelsalade, leverworst, osseworst, augurken in cervelaatworst, gevulde eieren en niet te vergeten de blokjes kaas met mosterd. Verder stonden er pepsels op tafel en moeder had die heerlijke bowl(met blikken fruit, maar desondanks smaakvol) binnen handbereik. Alles ruim van tevoren bereid en in de koele kelder bewaard. Iedereen aan kinderen, die kon en er gevoel voor had, bereidden mee.

Dit was een brunch, vandaar de uitgebreidheid ervan. Een voor een kwamen ze binnen druppelen. Lieve schoonzoon kwam expres wat vroeger om mee te helpen met de organisatie. Die was echter nagenoeg klaar. Op de tafel het mooie batikkleed en daarop alles uitgestald compleet met de borden, de glazen, de kannen met sap en het bestek.

Wat een gouden greep. Niets zo relaxt als een lopend buffet. Iedereen kon pakken wat hij of zij wilde in eigen tijd en op eigen uur. De kinderen lagen, zaten of stonden te eten, geen probleem en kwamen er tussendoor aan een heerlijk spel toe. Geen gehang, geen gepiep, geen verplichte zit- strategieën, maar een relaxt en ontspannen sfeertje. Ieder kon met elkaar een gezellige boom opzetten en over en weer vonden grappen en grollen een weg. Kleine en wat grotere zorgen werden gedeeld en alles bij elkaar was het vooral ontspannend en gezellig. De mannen deden de afwas en Lief werd opgenomen in de verhalen. Ik was zeer benieuwd hoe hij het zou ervaren, maar hij voelde zich, temidden van die gezellige drukte, direct helemaal thuis. De kinderen kregen onderricht van oom de Vogelaar en mochten allemaal door de grote verrekijker turen. Gelukkig zat de kleine pimpelpiraat net aan het vethangertje te pikken en ging zowaar daarna nog water drinken, ondanks de drukte achter het glas.

Geslaagd, vonden we allemaal, en in de herhaling volgende maand. Dan wordt het gecombineerd met twee verjaardagen op de zaterdag en de zondag. Een overdosis aan rijkdom. Om te koesteren. Elk moment trouwens. Omdat het allemaal nog betrekkelijk normaal gaat. Dat is precies waar het om draait. Pluk de dag in alle facetten.

Uncategorized

Het helpt

Het was me het dagje wel. Vol lente-energie dat uitmondde in een totale schoonmaak. Balkondeuren open en dan los gaan. Het zonnetje scheen uitbundig naar binnen en nodigde uit tot los gaan in tegenstelling tot de winterse luiheid. alsof ze riep, kom eruit, jullie dwazen. Ruik de lente. Voel de kracht van de zonnestralen. Schudt die winterse dufheid van je af. Dus begon ik met verstand op nul, maar wel vastbesloten tot in ieder hoekje of gaatje te gaan. Ook om lekker te raggen en alles wat dwars heeft gezeten in een huishouden met twee van me af te raggen.

‘Leer me kennen’, schreeuwde mijn verbeten aanpak. ‘Zo is het, ondanks dat ik een chronische aandoening heb, ben ik geen kasplantje. Zo doe ik het altijd. Hou op met me als zodanig neer te zetten of te bestempelen. Het is niets. Ik weet niet wat voor vrouwen je gewend bent, maar ik vaar al 25 jaar op mijn eigen kompas en heb geleerd wat de mogelijkheden zijn. Soms vergaloppeer ik me daarbij. Dat is niet erg. Daar leer ik van. Volgende keer beter is mijn insteek. Maar laat mij mijn optimisme, zonder dat kan ik niet leven’.

Lief legt uit dat het bezorgdheid is en ik bind in. Natuurlijk, maar toch. Ik wil energie uit de relatie halen en niet verdrietig worden onder de opgewerpte bezwaren. We snappen het van elkaar. Het duurt even, maar dan wordt het toch een aanvaardbaar feit. Ik ben op mijn hoede, maar aanvaard het. Natuurlijk. Verkeerde inschattingen horen erbij, maar leer ervan, is de belangrijke boodschap.

Het is een voorbereiding, omdat morgen het hele spul hier komt. Met het hele gezin hebben we afgesproken de eerste zondag van de maand bijeen te zijn om gezellig te brunchen, tenminste, iedereen die kan. Het geeft de vrijheid andere afspraken te hebben als het zo uitkomt. Morgen komen er 9 volwassenen en 6 kleinkinderen. Hoe leuk is dat. ‘Soepje’, dacht ik meteen, dwars door de koelkast heen en alleen maar groenten in verband met de veganisten onder het kroost.

Boodschappen bij onze Duitse collega’s, die in deze bittere tijden nog enigszins betaalbaar blijven, al stijgen zij zelfs mee in de vaart der volkeren. Niet getreurd, beter te veel dan te weinig, hou ik Lief voor, die fronsend kijkt bij de hoeveelheden. Liever een improvisatie dan vissen achter het net. Een goed verstaander heeft hier maar een half woord nodig. Dus heerlijke brunch-mini’s, bladerdeeghapjes en grote volKorn broodjes. voor een wrapper is er ook vulling, even aanzien of het nodig is.

Ziezo, soep klaar, alles voorradig en het huis tot in de puntjes schoon, begane grond dan hè, de rest komt van de week. Nog niets gelezen, nog niets aan recensies geschreven, nog geen tuin, maar het gaat goed komen.

Het oorlogsgeweld komt teveel binnen, merk ik. Drie keer per dag het nieuws volgen is net iets teveel voor mijn doorgaans opgewekte gemoed. Ik moet minimaliseren, bijvoorbeeld alleen in de ochtend een half uur. De zorg om kinderen en kroost neemt een vlucht. Dat is het verwende moederhart, zonder directe ellende groot geworden. We hadden wel de dreiging van de koude oorlog, en die vreselijke Vietnamescalatie, maar daar kwamen we hier in het westen nog mee weg. Nooit werd het bewaarheid.

Ik weet het intuïtief. Er moet meer Haagse Bluf door heen geklopt worden en dan heb ik het niet over de regering, maar het luchtige toetje van opgeklopt eiwit met bessensap. Een hap en je wist dat het puur bedrog was, deze zoete lekkernij, maar om niet te versmaden. Positiviteit moeten we er door mengen in alle hoeken en gaten en waar het kan. Daar voor gaan. Het helpt.

Uncategorized

Hoe een koe een haas vangt

Samenzijn is het hoogste goed. Eindelijk, na de lange rit, wisten we dat het een weerzien zonder grenzen was. Geen onderzoeken, geen afspraken anders dan alleen die ene, samen naar het strand op deze stralende dag, een belofte voor de toekomst, ook al was er nog een weg te gaan. ‘Wie niet waagt, die niet wint’, juichte mijn moeder, die wel heel dichtbij en voelbaar was. Maar ze had altijd al een zwak voor Lief.

We liepen naar het strand en zagen broer van Lief als een Boeddha zich koesteren in het zonnetje voor een van de strandtentjes. Hij wachtte op vrouw en schoondochter om te gaan lunchen. Na een omhelzing en een babbeltje kwamen de twee aanlopen. Wij liepen door in een belofte van samenzijn met de vreedzame blauwe lucht, het okergele zand, de stralende zon en de knerpende schelpen onder onze voeten. Het water bewoog zich vastberaden in het eeuwige ritme van eb en vloed. Met de armen om elkaar geslagen volgden we dit patroon van een onafgebroken perpetuum mobile en voelden de rust, die het vredige tafereel met zich meebracht. Even de bewuste eenwording met het moment. Weg vlogen eventuele beren en bezwaren, terug waren de verlangens naar deze staat van zijn.

Onder de lege blikken van een grote Boeddha vonden we een tafel in het tussenterras omdat het buiten erg druk was. Heel de stad en alles wat daar buiten lag was uitgelopen om te genieten van het mooie weer. De ober was zo enthousiast dat hij de wijn voor bij de brunch in een zwieper omver wierp en daarbij de tegenwoordigheid van geest hield om het glas in een flits over zijn eigen broek heen te zwaaien. Dat was toch attent van hem. Bij ons was de schade beperkt, maar hij was drijf. Verontschuldigingen te over die met dezelfde vaart weer van zijn geweten werden weggewoven. Soepje hier, kroketje daar en de inwendige mens voelde gesterkt genoeg om de reis te aanvaarden. Een drukte van belang na de balans van de rust. Onverstoorbaar als altijd joeg de kleine voort.

‘S Avonds een klein stukje oorlog om te weten van de hoed en de rand en heel even de ellende binnen te laten. Daarna bewust afstand nemen omdat geen menselijk denken kan dealen met de verschrikkingen van al dat leed. Wie tot vernietiging van zoveel schoonheid en levens kan overgaan moet een heel vertekend beeld in zijn hoofd hebben van de werkelijke verstandhoudingen. Het hart bloedt bij het zien van deze barbarij. Wie stopt de man.

In de krant vlak gisteren lees ik in ‘Het woord van de week’ een staaltje van ‘gespreksnarcisme’. Een mooie term voor een bekend fenomeen, waarvoor je alleen maar een willekeurige wachtkamer hoeft in te lopen. Als zich daar een gesprek ontwikkelt, gaat dat vaak in overtreffende trap, wat impliceert, dat een ander slechts een bagatel moet ondergaan. Ook in het dagelijks bestaan is het een veel voorkomend verschijnsel. Als je er op let, ook ongewild. Het is een gewoonte en komt in allerlei samenspraak voor. De term is bedacht door journalist Kate Murphy’s, die het gebruikte in een boek over beter luisteren. Beter luisteren is iemand de ruimte geven het verhaal te doen zonder te interveniëren. Als het een goed gesprek is, kom jij aan bod om je eigen chocola te maken. Het is een mooi gegeven. Iets om te oefenen de komende tijd en niet met allerlei eigen ervaringen en aannames te komen. We gaan het samen doen, hebben we afgesproken en daar de verheffing uithalen.

Een loffelijk streven in moeilijke tijden. Maar nu straks eerst naar de wachtkamer van de longpoli. juist ja, met de oren op steeltjes. Een bron van informatie en gespreksnarcisme. Je weet maar nooit hoe een koe een haas vangt.

Uncategorized

Zussen, kringlopen en zoete vreugde

Soms begin je vol verwachting aan een dag en dan komt al dat moois dat ergens besloten ligt, gewoon uit. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Iets om dankbaar voor te zijn en om even over na te mijmeren.

Alles liep gisteren op rolletjes. Twee bedden verschoond, een was gedraaid, de juiste kleding uitgekozen, Lief geappt en veel sterkte gewenst en op de minuut af op tijd beneden aan de flat om in de auto van zuslief te kunnen stappen.

Richting jongste zus, daarna spoorslags naar de stad met ons aller Flipje, die ooit de witte boterhammetjes met Blueband had versierd, een smaakmaker van formaat voor onze kinderziel.

De eerste ruime en onbekende kringloop had alles voorhanden voor kinderen om tot glorieus buitenspel voor peuters te komen. Manden werden volgeladen, spullen er weer uitgehaald, sommige dingen omgewisseld, een doosje kralen hier, een appelmoeszeef daar, een oude biezen picknickmand om alles in te doen en klaar waren we met de ‘must do’. Bij de kleding hing een gigantische slagroomjurk en met het oog op mijn huidige status met Lief verzochten de zussen om vast eens uit te proberen hoe zoiets zou staan. ‘Say yes to the dress’ riep de jongste en ik wurmde me aan de voorkant door de mouwen terwijl de tweede zus mijn taille strak trok en mijn haar omhoog hield. Hilarisch natuurlijk en stikkend van het lachen schoot de rest foto’s en filmpjes. Nou Lief, we zijn er klaar voor hoor. Haha. Ik heb de slagroomsoes toch maar weer terug gehangen al stond het natuurlijk beeldig.

Aan het meisje achter de kassa, die met een onverstoorbare traagheid de inboedel van het mandje scande ondanks de immense rij achter ons, vroegen we naar een leuk eettentje. Ze wees ons op iets met de naam ‘samen’ en het ontfutselde zowaar een glimlachje op haar gezicht. Uit een deur achterin kwam een identiek exemplaar van het meisje achter de kassa gelopen in dezelfde uniforme outfit. Hé, dat was grappig. Geen oogafwijking, maar daadwerkelijk twee identieke dames.

De geroemde gezelligheid van het establishement viel reuze mee, maar de lunch was oké. Dat betekende voor mij naar behoren een soepje en brood, niet te zwaar, lekker hartig en sterkend. De bijbehorende wijn kwam pas aan het eind, na de maaltijd, door. Zus had om een boterham met uitsmijter gevraagd zonder de poespas, maar dat werd wel erg letterlijk genomen. Op haar bord lag een benepen eitje op een bruin boterhammetje te zieltogen in eigen vet. Geen greintje groen of anderszins ter versiering. Gelukkig had andere zus een enorme Waldkorn met tonijn.

Ach ja. De wereld bezien door een roze bril viel het allemaal reuze mee. Bij de winkel van de grote kortingen, de winkel voor zuslief, omdat daar haar kleding en de bijbehorende prijzen zelfs in de opruiming te vinden waren slaagde ze ras. Door de Hema naar de andere kant van het stadje en dan valt het zwaar niet voor de Hemaworst te bezwijken, in drieën dan maar, ieder een hap, het was aan mij niet besteed. Op naar de volgende kringloop in een dorp in de buurt.

Weer een die we nog niet eerder bezocht hadden. Het was er stil. Poes moest buiten blijven, stond met hanenpoten op de deur en binnen liep inderdaad een grijs exemplaar met witte sokjes, die wat schuw naar ons keek. Even later begrepen we waarom. Een van de winkeldames joeg hem met een ‘vort jij‘ uit haar domein. Ach ja, poes, tussen al die vreemde luchtjes aan meubels en kleden zou het je wel eens wat territoriumbewaking kunnen ontlokken.

We besloten de avond met een heerlijk dinertje ter ere van zus die over twee dagen er een jaar bij aan mocht tikken. Dat we nog maar lang mogen genieten van dit heerlijke samenzijn. Zussen, kringlopen en zoete vreugde.

Overpeinzingen

De krenten uit de pap dus

Wat staat er voor vandaag op de planning. We houden een zussendag, zowaar. De eerste onbezorgde, zonder mondkapjes, zonder anderhalve meter. Natuurlijk moeten we voor een project van onze enige nog werkende zus een aantal attributen bij elkaar struinen. Dan zit er maar een ding op. Een onvervalste kringlopendag. Zin in, want altijd feest.

Gisteravond bij ‘Volle Zalen’ een interview met de lieve en aandoenlijke Jan Rot. Wat een zachtaardig mens is dat toch. Zijn levensmotto is sterk. Als er één in staat is om geluk in een dagelijkse vorm te gieten dan is hij het wel. Met bewondering heb ik bekeken hoe hij zijn lot en zijn liefde voor het leven draagt. ‘Ik ga misschien wel vroeg dood, maar ik heb alles gehad’ geeft hij aan. Dat te kunnen zeggen is veel waard. Hij is een toonbeeld van meebuigen met wat op je pad komt en niet nastreven wat je persé wilt hebben. Zo’n kalme golfbeweging is in alle opzichten mooier dan het krampachtig er achteraan rennen. Simpele eenvoud als een ode aan het leven.

De avond met Arjen Lubach is ook een opsteker. Het aanpakken van de misstanden die iedereen kent maar waar maar weinig tegen gedaan wordt is een blikverruimer die er nodig is. Gisteren was Postnl aan de beurt en de krappe tijdindeling voor haar bezorgers plus die wonderlijke zuinige betaling per bezorgd pakketje, zonder dat er een CAO aan te pas komt. Arjen en zijn team zetten de puntjes op de i, daar waar iets langs de randen van het betamelijke schuurt. We weten het wel enigszins, maar niet voldoende van de hoed en de rand. Een ode aan het bewust leven.

Gisteren kwam uit de doos met verrassingen een recept met gyros-kip en sla in een Turks broodje. De eyeopener was de aioli, die op het broodje werd gesmeerd. Nooit aan gedacht en eigenlijk zo logisch. Natuurlijk heb je zo de meest pure knoflooksmaak en als je tijd hebt om het zelf te maken is het nog lekkerder.

De dag begint verwachtingsvol zoals het betaamt op een tweede dag van de meteorologische lente. Een belangrijke dag voor mijn lief. Na deze dag zijn we vooral veel samen en kunnen we gaan bouwen aan wat een toekomst heet. Mooie plannen liggen in het verschiet al zijn we ons ook zo bewust van het belang van het nu. ‘Carpe diem’, zei hij gisteren over de Skype. Pluk de dag in al haar schoonheid en zo is het maar net.

In het programma ‘Nu te zien’ Van de Avro/Tros op Nederland twee was gisteren de artistiek directeur van het Amsterdams Museum Margriet Schavemaker op bezoek bij de tentoonstelling van de Franse Laure Prouvost in het Bonnefanten museum te Maastricht. Het is jammer dat het zo ver weg is, maar toch denk ik dat het zeker de moeite waard is om er heen te gaan. Het zag er boeiend en magisch uit met haar vele indrukwekkende installaties en door de combinatie van Mixed media. Dat te doen en er dan gelijk een weekendje aan vast knopen behoort nu tot de mogelijkheden. Dat is zo’n lied van verlangen uit de zak met onverwachte toekomstmuziek, die nu open voor ons ligt.

En nu eerst het huis een beetje kuisen, het lentegevoel vasthouden en er een gezellig dagje uit van maken met de lieve zussen. Het etentje dat we er achteraan knopen is ter ere van de verjaardag van zus heel binnenkort. De krenten uit de pap dus.

Overpeinzingen

Dát dus, vooral dát

De dag begon vroeg om vijf uur. Traag kleurde de donkere nacht op tot een zalmroze/rood. Met een puzzeltje een vredig begin.

De overhaast in bladerdeeg gepakte maaltijd van gisterochtend was tegen het eind van de dag zeer smakelijk vond vooral zoonlief, wiens smaakpapillen beter werkten dan de mijne.

Met lief had ik twee keer geskyped. Lang leve het beeld, maar ook het verlangen naar de nabijheid groeit dan. In de eenzame periode van hem in Verweggistan heeft hij vooral juist de aanraking gemist. Een aai over een wang, het koesteren van het vel op de handen, persoonlijke aandacht. Het gemis daaraan maakte het bijzonder moeilijk. Hoe was dat toch voor al die lieve oude mensen, die al in de war waren en verstoken werden van lichamelijk contact. Uit hoofde van mijn werk als verpleegkundige weet ik hoe troostrijk een hand op een arm kan zijn, een arm om de gebogen schouders, het strijken van een vinger langs een wang.

Nu we weer volop kunnen putten wordt pas duidelijker hoe schrijnend het gemis was. Ook voor mij. Al die jaren in mijn zelfgekozen alleengaan waren er naar volle tevredenheid de zussen, de vriendinnen en bovenal de kinderen en kleinkinderen, Er gaat niets boven de knellende armpjes om een nek en ik kwam niets tekort tot aan Corona. Maar die ene, door mij lange tijd verbannen vorm, het delen van elkaars aanwezigheid, de liefde voor een mens als persoon, dat onvoorwaardelijk te mogen ervaren bijvoorbeeld, als verteld wordt hoe mooi je bent, hoe lief, daar groeit een mens van in zijn hele ziel en zaligheid. Al weet ik nog steeds zeker, dat het nooit meer zover had gekomen als het niet die vertrouwde, samen opgebouwde basis van de oude liefde betrof.

‘Waar het hart vol van is loopt de mond over’ zei men vroeger. En af en toe voel ik me beschaamd om het wereldkundig te maken bij zoveel leed dat zo dichtbij is. Tegelijkertijd besef ik dat de liefde het enige is dat haat en verderf kan overwinnen. Onze kracht zit in het uitdragen van het kleine geluk aan ieder die daarvan horen wil en er ontvankelijk voor is. Klein geluk dat in het dagelijkse nog volop te vinden is. De lucht van vanmorgen, de kauwtjes in de dakgoot, mooie muziek, goede programma’s, schitterende tentoonstellingen, het verstilde spel van kleindochter, het met smaak verorberen van een bereide maaltijden, de merel die een worm pikt onder de grote Kastanje op het plein, de zussen om mee te kringlopen, mijn lieve kinderen en gratis erbij gekregen kinderen. Tevreden zijn met wat er is.

Maar die andere gevoelens dan, onmacht, verdriet, angst, haat die ergens diep besloten ligt. Wat gaan we daarmee doen. Op mijn bed ligt het boek Winteren van Katherine May, de gedichten en liedjesbundel van Annie.M.G Schmidt, De appel in het paradijs van Sonja Barend en De Markiezin van Charlotte Mutsaers. Ze verhalen van heel het leven, met de ups en de downs. Omarm ook het leed, de depressieve gevoelens, wordt heel, fluistert de een. Lach erom, spot ermee, breng er humor in zegt de ander. Bezie het fijntjes en trek je eigen plan, fluistert de volgende. Leef het leven met volle teugen, zegt de laatste. Vrouwen die net als ik geleefd hebben of er nog volop in staan. Wijze vrouwen, die de heelheid van het bestaan erkennen.

Ik omarm hen en de vele anderen in de boekenkast en mijmer mijn eigen waarheid bij elkaar. Dat dus, vooral dat.

Overpeinzingen

Het recht zal zegevieren

De lente buitelt over de knoppen heen en trekt ze een voor een uit hun slaap. De prunus naast de flat staat uitbundig te bloeien. Overal kom ik foto’s tegen van prachtige bloesem tegen een strakblauwe lucht. Het was me dan ook het weertje wel gisteren. Maar toch moest je je niet vergissen met aankleden. Het was bibbertjes koud. Of voelde dat zo omdat ik in de nijver om mijn deadline te halen de hele dag binnen was gebleven en pas tegen vieren met twee dagporties heerlijke paprika-courgette-soep richting dochterlief ging.

Het verhaal is af en ter lezing ende vermaeck doorgestuurd om te redigeren. Altijd weer spannend wat de goegemeente ervan vindt. Toch krulde de binnenkant gisteren wel een beetje om van trots. Pffff, het was even hard aanpoten, maar dan heb je ook wat. Nu verder met de rest van het achterstallig onderhoud.

Vanmorgen vroeg riep het gerecht voor vandaag me de keuken in, want het verrassingspakket van zoonlief had kippengehakt erin, die gisteren al op moest. Dan maar in de ochtend al rul bakken en de rest van het gerecht bereiden en in de koelkast bewaren tot later. Het gehakt met de kruidenkaas, de geraspte kaas en de broccoli in het midden van het bladerdeeg en dichtvouwen, zodat ik het vanavond kan afbakken in de oven. Zo’n verrassingspakket laat wel hele nieuwe variaties zien en die zijn een uitdaging om tot een Goed einde te brengen. De soep die ik had meegenomen naar dochterlief werd met veel smaak door allen opgegeten. Rijker en voller nog dan de dag ervoor.

Vandaag ga ik verder met het doek van de vier zussen. Met project Rembrandt op het netvlies kreeg ik daar ineens zin in. Ze hadden flamenco-danseressen onder andere als opdracht . Wat een heerlijke kleurrijke schilderijen leverde dat op. Altijd jammer als er iemand afvalt, van wie je zeker weet dat ze wel het talent heeft maar op die dag niet helemaal uit de verf komt, letterlijk en figuurlijk. Heerlijk om te zien hoe de twee mannen, die als beste naar voren kwamen, elkaar kunnen opstuwen in de vaart der volkeren. Ze bouwen op elkaar en daardoor groeien ze beide. Een mooi staaltje van elkaar nodig hebben, want hun begeleidster kon er alleen digitaal bij zijn door de Corona, die ze had opgelopen.

Vriendlief en ik maken plannetjes voor straks en wat we allemaal kunnen gaan ondernemen. Heerlijk als de bezigheden nagenoeg gelijk zijn. Schrijven, lezen, fietsen, tentoonstellingen bezoeken, wandelen, Utrecht in, een film pakken, naar het theater, gezellig uit eten gaan en reizen. Eigenlijk alleen maar leuke dingen die ik alleen ook deed, maar die nu te delen zijn en waar oeverloos lang over gesproken kan worden. Een stelling voorlezen en dan er over bomen is iets wat ik allang niet meer gedaan heb met iemand die me zo vertrouwd en eigen is. Ik droomde van hem. Hij had een prachtige wollen rode trui aan. Het was liefdevol en fijn om daarmee wakker te worden.

Ik herlees de genezing van de krekel, het allermooiste hoofdstuk van de verhalen op nummer 50. ‘Krekel schrikt wakker, ziet de stofjes dansen in de zon, hij leest briefjes met goed raad,(…) maar ineens schoot hij recht overeind. Er was iets vreemds, maar wat. Hij keek naar zijn kamer, alles was nog hetzelfde. Ineens wist hij het. Het sombere gevoel in zijn hoofd was weg. Gedachten kwamen schuchter te voorschijn uit alle kieren en gaten en schoten onwennig door de lege ruimte heen. (…)Het is weg, dacht krekel’. Hij stilt zijn honger en gaat voor de deur zitten tjirpen. Iedereen mag horen dat hij beter is. Als ze hem vragen hoe dat is gekomen, antwoordt hij met hulp van mier ‘Zomaar’.

Een mooi verhaal om een stralende dag mee te beginnen. Zomaar. Omdat de lente ons overspoelt en het recht zal zegevieren.

Overpeinzingen

Lichtpuntje

Een stralende zondag als lichtend voorbeeld voor de schaduwkant duizenden kilometers verderop. Het meest aandoenlijk in de afgelopen dagen vond ik de vrouw voor één van de gehavende flats van Kiev. ‘Waarom kan het niet gewoon lente zijn’, vroeg ze zich in alle eenvoud af. ‘De vogels zingen de bomen dragen knop’. De vertwijfeling en het ongeloof in haar stem ontroerde me ten zeerste. Lente, de aanzet tot nieuw leven, zou niet moeten worden gedrenkt in dood en verderf. Oneindig verdriet om de vernietiging van de schoonheid.

Vink vliegt in de boom voor het raam en koestert zich een wijl in de al verwarmende zonnestralen van deze vroege ochtend. Lief schrijft dat hij me mist. Een leven vol belofte. Kauw schudt haar veren en beneden loopt een jogger zich in het zweet. Vreedzame taferelen.

‘Matthijs draait door’ als ouverture is een fijnzinnige pleister op de wonde. De muziek, de innemende gasten, de gelauwerde dichter Willem Wilmink, een tranend oog van Herman Finkers en de innemende flower-powervriend Ernst Jansz met als tegenhang en daverend slot de opzwepende en bruisende muziek van Chef’Special, die de muziek van de toekomst vertolkt. Van alles wat, om van te genieten, om te vergeten, om met weemoed terug te denken en om paralellen te trekken met eerdere brandhaarden in de wereld.

Ik wil naar de tuin om mijn moeder te begroeten in de zwellende knoppen, het verse groen van de bollen, de ontluikende wereld die onschuld heet. De schoonheid van ontwakende natuur. Het fluisteren van de heg, het ritselen van de blaren, de al opwarmende smeltende winterdag, de bemodderde paden langs de sloot, de eerste bloemen.

Vannacht zat ik middenin het neolithicum. Hoe schrijf ik mijn lieve kleine helden naar de steentijd. Gelukkig zijn er de diverse nederzettingen her en der en zijn er programma’s met lichtende voorbeelden. Ze gaan hun weg wel vinden, weet ik. Liefst vandaag nog.

De oude Utrechtse Hortus

Ook spookte het boek van Thea Beckman door mijn hoofd, deel 1 van de Thule-trilogie: ‘Kinderen van moeder aarde’. Een hinkstapsprong maar wel een logische naar een utopische ontsnapping uit de werkelijkheid. Vrouwen regeren de aarde. Zelfs in dat lieflijke land sluipen regels en wetten binnen en gaan vrouwen op den duur, bij de komst van een ‘Barbarenschip’ ten onder aan hun eigen lieflijke regels, die hun eigen zonen en mannen teveel beknotten. Ook daar dreef dat uiteindelijk de wig in het vreedzame leven. Vrouwen aan het roer, mannen aan het roer, het is om het even, zolang de macht maar achterwege blijft, het geld, het voetstuk. Daar is de eenvoudige mensenziel kennelijk niet tegen bestand. Herman Finkers zingt zijn protestlied tegen de NAM en de dovenondertiteling vertaalt bij de laatste zin ‘Je doet warempel niks tegen olie, gas en poen’ per ongeluk ‘tegen Oliecharchs en poen’ en dat maakte het hele lied actueel. Speling van het lot of moest het zo zijn?

Van zoonlief had ik een zak met groenten uit zijn koelkast gekregen, omdat hij het niet op kon maken deze week. Dat betekende een berg aan paprika’s. Omdat ik wist dat mijn bestelde staafmixer zou komen en er om een handtekening gevraagd zou worden, besloot ik in de wachttijd het aangename met het nuttige te verenigen. Een Oosterse paprika-courgettensoep was het resultaat. Lekker lang en geurig getrokken, genoeg om vandaag mee te nemen naar dochterlief en haar gezin, en met de nieuwe staafmixer tot een glad soepje getoverd. Vele vliegen in een klap. De wachttijd geslecht, de berg paprika’s geminimaliseerd en de nieuwe staafmixer uitgetest. Als bonus die maaltijd voor vanavond en de handen vrij voor mijn verhaal met mogelijk nog een rondgang door de tuin.

Nu schiet de oude Hortus door mij heen. Is ze al geopend. Daar wil ik lopen met mijn lief. De prachtige tuin met haar eeuwenoude omlijsting van grachtenpanden en herenhuizen, priëlen, de vijver en de oude monumentale bomen, de oudste Gingko Biloba, de symmetrie van de Catalpa, die zijn schoonheid rond trompettert., de vele gewassen, de kruidentuin en haar mooie bloemen. Dit jaar gaat ze weer open en het voelt als een lichtpuntje.

Overpeinzingen

Mét al zijn zwarte veren

Terwijl bij Paul Witteman in de herhaling Mike Boddé een corona-compositie laat horen vanuit zijn huis, omdat hijzelf een lijdend voorwerp is geworden, blazen Putin en zijn leger Kiev aan gort en huilt het hart onverdroten door. Vannacht was ik, alleen, bezig geweest met het vormgeven van een nederzetting uit het Neolithicum en sleepte vele voorbeelden ervan uit de digitale wereld naar boven. Het geraamte voor een goed verhaal. Om tien uur vanmorgen werd ik wakker met de woorden van vriendlief op de app, ‘Goede morgen wijze vrouw”. Op dat moment voelde ik me niet zo. Eerder een dagverspiller, wat niet helemaal terecht was omdat ik de helft van de nachtelijke uren had gebruikt om het geraamte van mijn verhaal op te zetten.

De dag ervoor, alleen thuis, gaf ruimte aan de bezigheden, die opgestapeld lagen te wachten op aandacht. Hoe ingrijpend kan het zijn om plotseling meerdere bezigheden op het netvlies te hebben, gevoelig als ik ben voor het tot een goed uiteinde brengen van alles. Er is meer tijd voor nodig door het uitbreiden van de belangen van die van een ander op mijn netvlies. Er is te weinig van mij. (Ken uw klassiekers)

Bij Witteman wordt vertelt over een rammelaar-verzamelaar met het aandoenlijke verhaal hoe hij er toe was gekomen om die rammelaars te gaan verzamelen. Het was in de oorlog, hij en zijn vrouw zaten ondergedoken en de vrouw raakte zwanger, maar het hebben van een baby op die plek was te risicovol, dus besloot het echtpaar de zwangerschap af te breken. Daardoor overleefden ze de oorlog wel. Toen na de oorlog de vrouw opnieuw zwanger werd, kocht de verzamelaar een klein miniatuurrammelaartje voor het destijds ongeboren kind. De vrouw echter kreeg complicaties en dit kindje werd doodgeboren. In hun verdriet besloot hij de rammelaar aan vrienden te geven die een baby hadden gekregen, maar daar raakte zijn vrouw zeer bedroefd van. Vervolgens bezwoer hij haar op zoek te gaan naar een identiek exemplaar van het miniatuurrammelaartje. Wat een prachtig maar droef verhaal en wat een voorbeeld van hoe ‘ ’s Heeren wegen’ kunnen lopen. Het blijf een muziek instrument pur sang en Anne-Maartje Lemmereis componeerde er een wiegeliedje voor. Mijnheer Heinz, de verzamelaar, heeft op die manier de kracht van de schoonheid boven zijn eigen verdriet uitgetild.

Op dat moment las ik, bij een andere bron, dat er een kindje was geboren van een 23 jarige vrouw in de metro in Kiev. Een schrijnend moment om te beseffen dat de schoonheid te allen tijde zegevieren zal, maar dat de aanloop ertoe barre omstandigheden kunnen behelzen. Het hart huilt om de herhaling van dergelijke ontluisterende feiten.

De guirlande in de boom voor het raam is verworden tot een stemmig mineur. In flarden hangt ze terneer in twee losse delen. Kauw zit er als zwarte symboliek achter en bewaakt zijn of haar gebied. Straks vliegt ze weer naar de dakgoot en plukt wat aan het nest. Het zijn op zolder de naaste buren, die aardig kakelend wat decibellen teweeg kunnen brengen. Het mooie boekje van Max Porter: ‘Verdriet is een ding met veren’ dat onder handbereik ligt, is het antwoord op het verwerken van onaanvaardbaar leed. Uiteindelijk na een lang woord-rijk gevecht met kraai is de vader van de tweeling eindelijk in staat om kraai te vragen op te krassen. Elke veer van kraai was onderdeel van het proces van verwerking. Nu was het gedaan.

Straks is de guirlande uiteengereten tot microscopisch kleine deeltjes, het wereldnieuws uiteengevallen in een gedoogtoestand en vragen we kraai met zijn dood en verderf aan veren om op te krassen. Er is maar één iemand die mondiaal opkrassen moet, mét al zijn zwarte veren.

Uncategorized

Licht in de duisternis

En voor de derde dag deze week was het aanpoten om op tijd alle twee klaar te zijn voor de reis naar de tijdelijke woonplaats van mijn lief aan de kust. Bijna blind volg ik de weg, weet feilloos het voorsorteren toe te passen, met of zonder TomTom. Onverstoorbaar volgt de kleine blauwe de gegeven voetsporen. Onderweg blijven de gebeurtenissen van dit moment, en wat volgende week nog staat te wachten, rondzingen. Te belangrijk en te overheersend voor het leven van alledag. Eerst de oplossing uitvoeren en daarna pas verder met de toekomst en mogelijkheden. Zo gaat dat in het hoofd van iemand die een aantal jaren toch in een soort van isolement heeft geleefd. Welke tweede oorzaak het ook heeft aangezwengeld, Corona was de onderliggende boosdoener en de onbereikbaarheid omdat het reizen tijden lang onmogelijk was. Ze zijn er niet meer. Er staat niet langer iets in de weg om verder te bouwen.

Mijn kordate aanpak gaat soms te snel voor de denker. Al van jongsaf was duidelijk dat Le Penseur van Rodin hem op het lijf geschreven was. Vanaf het begin in dat verre verleden was hij mijn eigen Epicurus, met een logica waar geen speld tussen te krijgen was. De laatste had bijvoorbeeld stellingen als: ‘Vrees de dood niet, want zolang we er zijn is de dood er niet, en als de dood er is, zijn wij er niet meer’. Een welhaast Cruijffiaanse gedachte.

Als je uit de koffer leeft, zoals hij nu, komt er nog een tweede gegeven bij. Het ontheemd voelen, dat niet in de koude kleren gaat zitten. Afhankelijk van de overhaast ingepakte bezittingen, die een weekendtas behelzen, is het nauwelijks mogelijk een thuisgevoel te creëren. Als we relativeren, zeggen we tegen elkaar ‘ En al die vluchtelingen dan, verstoken van huid en haard, waar dan ook, voor oorlog op de vlucht, hoe moeten die zich voelen’. En vult hij aan ‘ik heb mijn huis nog, ook al staat het over twee grenzen heen en niet hier’. Onmiddellijk schuift bij zulke overwegingen de betrekkelijkheid naar voren en komt het op nummer een.

Ik denk aan het lied ‘Kom Kees, het is maar tijdelijk‘ van die onvervangbare kleine Leen Jongewaard, groot in zijn cabareteske liedjes, door A.M.G. Schmidt gevoed. Positief denken is een kunst op zich, vooral als het gedoseerd wordt toegepast. Er zijn tijden, bijvoorbeeld als de nieuwe Tijd aan de poort staat te kloppen zoals nu, dat het moeilijker is vol te houden vanwege de nog onbekende begaanbare weg.

Pluis vind het geweldig om een nieuwe dierenvriend erbij te hebben en nog wel eentje, die het leuk vindt om met haar te spelen. Enthousiast en jeugdig beantwoordt ze de moeite en geeft uit pure dankbaarheid kopjes aan de om haar heen wandelende onderdanen van vriendlief die daar dan weer verheugd op reageren kan.

Op de voederstandaard is het een komen en gaan van het grote vliegende volk. Ook hier heerst het recht van de sterkste. Vrouwen zijn toch sneller geneigd om samen te werken, wordt per observatie duidelijk. Dikke Dollie Duif heeft de Turkse Tortel weggejaagd en smult haar kostje superieur bijeen. De tortel komt onvervaard weer terug en nu pikken ze gezusterlijk samen van de granenkost. Als mannetje houtduif met veel uiterlijk vertoon van wapperende vleugels zijn roodblozende borst laat zien, kuiert de tortel gemoedelijk over de balkonrailing weg. Wat zou je je ook druk maken. Mekkerend bekijkt Pluis het tafereel en legt zich er dan gelaten bij neer, al blinkt er waakzaamheid in haar ooghoeken.

‘Waarover praten zij, die twee daar op dat hek…‘

Het is de dag van de vier seizoenen, werkelijk alles komt voorbij, hagel, miezermot, slagregen, zon, zelfs natte sneeuw, een vlok of vier. Alsof we zelf mogen kiezen welke we prefereren. Doe dan de blauwe lucht met stralende zon maar. Dat kunnen we wel gebruiken. Licht in de duisternis.