Overpeinzingen

Die malle gêne

Aan alle kanten krijg ik waarschuwingen om toch vooral binnen te blijven, maar hier in het noorden scheelt het nog net een paar graden met het midden, het zuiden of het westen. Hoe komen we aan die mazzel.

We gaan de koelte zoeken van de winkelairco’s, dat klinkt tegenstrijdig want de te hete stad. Maar winkel in, winkel uit moet te doen zijn, tussen de middag in huis en en laat in de middag bij de volprezen waddenzee. Nu maken we nog even gebruik van de koelte van het erf rond het huis. Om ons heen scharrelen de kippen van schaduw naar schaduw en maken er vertrouwde klokgeluidjes bij. Het klinkt zo tevreden, een ‘alles komt goed’ verhaal. Vredig, dat is het juiste woord.

Gisteren hebben we de fietsen maar eens van stal gehaald. We wilden een rondje om het Burgemer meer, iets in de trant van een juiste combinatie van zon en water. We volgden de knooppunten, fietspad naar fietspad, maar al wat we zagen was hooguit water van de rivier, een brug die defect was met knipperende lichten en gesloten slagbomen. Het tempo lag hoog met zus voorop. Allengs werd het warmer en warmer en er waren geen restaurantjes of iets dergelijks in de buurt. Dat betekende de dichtsbijzijnde supermarkt zoeken voor de broodnodige versterking van de inwendige mens. Bolletjes, kaasbroodjes, water, slaatje etcetera en een park er tegenover. Perfect. Picknicken tot de brug gemaakt zou zijn. Het moest wel vastgelegd worden, stel je voor dat we er niet meer toe zouden komen.

Daarna konden we voort. We fietsen langs allerlei weilanden, door lanen met wuivend en ritselend gebladerte, onder blauwe hemelluchten door met vegen schapenwit, langs goudgele stoppelvelden en velden vol wiegende groene maisplanten in alle maten. Gelukkig kwamen we op een gegeven moment toch bij een grote plas met een vrij recent aangelegd park, gezien de begroeiing. Piereboompjes leunend tegen stammetjes met een groot elastiek ertussen.

Het vrij grote dorp erna was goed voor een borreltje en de boodschappen, om daarna op huis aan te gaan. De kilometers lengden zich naar ons gevoel met wat extra meters aan en het duurde en duurde. Of was het de vermoeienis en de warmte die parten speelden. Met doorgezeten derrières maar een voldaan gevoel stapten we van de fiets af en lieten de energie ondergaan in frisse drankjes en een borrelhap. Verder dan de terrasstoelen voor het huis k wamen we niet meer. Eerst uitrusten.

Het is geen wonder dat ik hier zo goed slaap. De vermoeidheid speelt me parten na zo’n dag vol beweging. Het laatste stuk was net een tikje verder dan gedacht, zoals altijd het geval is als je heen gaat en terug vergeet. Vanmorgen sliepen we een gat in de vroege ochtend, maar om half negen zaten we aan het ontbijt en het plan was helder. Airco vangen in Dokkum en daarna naar het wad om een zonsondergang te zien.

Met wat leuke kleren, grappige prietpraat met verkoopsters en een paar schoenen voor zus rijker verlieten we het dorp weer. Het wad mistte te enenmale boombegroeiing en waar we ook liepen, omsloot de drukkende hitte ons als een deken. Te benauwd worstelde ik me boven het idee uit dat spelbreker een naar gevoel zou geven. Toch maar even toegeven dat de zuurstofkraan zich wurgend langzaam sloot, toen ze er naar vroegen. Soms wenste ik dat het beter te zien zou zijn, of dat ik een interventie van dergelijke aard niet zo moeilijk vond. De zussen zeggen het vaak’ Jij moet het aangeven’, maar o, wat is dat een opgave van formaat. Als je er geen last van hebt, dan is het nauwelijks te begrijpen, die malle gêne.

Overpeinzingen

Dan kan de dag niet meer stuk

De ochtend begon vroeg met twee kopjes koffie en een terugtrekken in de kleine maar knusse kamer met de sfeer van een kajuit. Misschien werd dat veroorzaakt door het houten bed. Een bedstede op zich. Het sliep heerlijk, na de bijgeluiden die vooral de eerste nacht waren opgevallen en die nu al tot de inboedel behoorden.

De dag ervoor moesten geit en stenen hondenbeeld gravend onder het struweel er aan geloven en werden, al even vroeg, in het sketchboek vastgelegd. De geiten bleven voor geen meter onbeweeglijk en blaatten vrolijk van het ene naar het andere hok, maar ik kon ze aan het begin vangen op de picknicktafel, waar ze lagen te soezen. Dan maar een duidelijk en een schim van de ander die later op de Ipad in kleur werd omgezet en waar geit twee verdoezelde in een mum van tijd. Ze hing namelijk roerloos in de lucht, wat een tikje onwerkelijk was.

Met alle ochtendrituelen en het ontbijt achter de kiezen togen we richting de kleine Friese dorpen richting de wadden met welluidende namen als Ee, Holwerd, Metslawier, Moddergat, Wierum, Paessens en Ternaard. Alle dorpen hadden zo’n beetje dezelfde kenmerken. Pittoreske huizen, bloemrijke tuinen, mooie oude gevels, klinkerstraten, de kerk met de eeuwenoude graven rondom, hier en daar bewoners voor het huis, druk bezig met de straat te vegen of de struiken te fatsoeneren door te snoeien. We vonden een pleisterplaats met de welluidende naam: Zee van Tijd, dat sprak ons aan, met niets anders dan dat deze vakantie, dus streken we er neer. Er was heerlijk gebak, merengue en cheesecake met de grandeur van een patissier bereid, en het was genieten temidden van de verbena, hortensia’s en vlinderstruiken.

Na het derde dorp en de zon wat ongenadig op de hoofden waren we blij eindelijk een open kerk met een tentoonstelling te zien. Zus had aangegeven graag de vlasvelden te willen zien. Toevallig ging de tentoonstelling in de oude doarpstsjerke over vlas en hoorde het bij de vlasroute: ‘Follow the blue line’. Een opmerkelijk mooie impressie met kleine pareltjes ertussen. Heerlijk om te kunnen laven aan de koelte en de schoonheid tussen de oude gebinten. Daarna hadden we trek in de wadden gekregen. We wilden zee zien en opsnuiven en aan die kant van de kust betekende het de dijk op en over.

En trappen, hoge trappen. Minstens bij elkaar zo veel treden als de vier dagelijkse trappen thuis. Die kon ik hebben, schatte ik in. Weliswaar iets langzamer, met gepuf en gehijg door wind en zon, maar glansrijk. Voor ons lag het wad, het zicht op Ameland en Schiermonnikoog als een streep aan de einder. Plukjes mensen lagen of liepen op de dijk. Zus ging over de stenen beneden de buit van open mosselen en wieren bekijken nu het vloed was en het water zich alweer begon terug te trekken.

Daarna werd het tijd voor de late lunch, maar zoals gewoonlijk kwam er nog een wad, waar een eind op te lopen viel en daarna een heerlijk vissersmuseum met de verbeelding van vroegere tijden in foto’s en huisraad, meubilair en klederdracht, compleet met de netten, de pierenstekers en de visverkoopsters tussen. Een filmpje erbij met de wapperende wollen was, borstrokken en lange onderbroeken, en de droogrekken met de scholletjes eraan gestoken, als stille getuigen buiten, van de beelden die we daarop zagen.

Een gerenommeerd restaurant in de buurt van het Lauwersdiep was de afsluiting van een heerlijke dag. Thuiskomen in de betrekkelijk rust van groen, vogelgekwinkeleer en zoemende insecten is dan ineens een oase, waar het goed toeven was met Simone en Yentl en de Boer op de buis en in hun voetsporen trokken Maarten van Roosendaal, Wende, Drs. P en Robeert Long voorbij. Dan kan de dag niet meer stuk.

Overpeinzingen

Pure winst lijkt me

Geduld is een schone zaak en het was een kwestie van geduld betrachten. Eens kwam die nacht, die doorgebracht zou worden in totale vergetelheid. Slaap komt met de vermoeiden, dat is ‘de wet van het logisch gevolg’, die van van Meden en Perzen. Het enige wat ik hoefde te doen was wachten tot de tijd daar was.

Het was de dag dat de fietsen gebracht zouden worden. De dag van Teun, bleek, toen Teun aan kwam hobbelen op de oprijlaan langs het grote veld voor het huis. Hij haalde de vier stuks uit de wagen, gaf er omstandig uitleg aan en verdween weer met een glimlach van oor tot oor die op zijn gezicht krulde, door de fooi bij de contante betaling. ‘Biertje voor de jongens’.

Ik had om de tijd te doden alvast een deel van het interieur vereeuwigd in mijn schetsboekje. Perspectieven en verhoudingen worden het thema in het schetsen van deze week, had ik al bedacht. Naast het thema van zuslief: ‘Het wordt een kreukelweek’. Kreukel is in, linnen kreuk, katoenen kreuk, alles mag op een vakantiedag. Dat kwam goed uit, thuis was de strijkplank bezweken, dus alles kreukte de koffer uit. Met een beetje uithangen zou het allemaal wel goed komen, had ik bedacht, en ‘Een kniesoor, die daar op let’. Gedachten waarvan het leven lichter werd.

Daarnaast bewonderde ik de beestenboel om het huis heen. De kippen in hun grote ren en de twee geitjes, die net wat appeltjes te grazen hadden. Zus en zus deden solidair wat grondoefeningen voor de zere rug. Hol en bol en rek en strek.

Twee zussen wilden er met de fietsen flink de kuierlatten in zetten, maar de derde wilde eerst kalmpjes beginnen. Wat te denken van Buitenpost, een kilometertje of tien. Boodschappen, lunchen en weer op huis aan, niet zonder de twee modezaken die het dorp rijk was, te bezoeken, natuurlijk. Een zs kocht sleutelhangers in de lokale boekenzaak. Mijn oog viel op de biografie van Hella Haasse, maar ik onderdrukte het verlangen. Eerst de andere boeken uitlezen.

Onder de lunch nam het gesprek weer zo’n zeldzaam serieuze wending, wat ons wel vaker overkwam. Over de moeilijke tijden die achter ons liggen, of de momenten waarmee geworsteld wordt in het huidige bestaan. Juist omdat we zo vertrouwd zijn is het eerlijkheid troef en werden er uitspraken gedaan, die het overpeinzen meer dan waard waren. We vonden op de terugweg een autoluwe weg, die beter te doen was dat die van de heenweg, waar kamikazepiloten vlak langs ons scheurden omdat ze de omgeving op hun duimpje kenden.

De volgende uitdaging lag al te wachten. Een pizza maken, zonder oven, in de pan met een andere pan erover heen. De jongste die het pak van thuis mee had genomen, boog zich over het deeg en rolde als een volleerde pizzabakker het deeg flinterdun uit met de rol plastic folie, bij gebrek aan de deegroller. Ach ja. Wie niet alles heeft, moet inventief zijn. Het ging wonderwel en vergde veel geduld. Voorbakken en afbakken met de al bereide ingrediënten. Voor geen gat te vangen hoor. Om de zware kost, het was wonderwel gelukt, te laten zakken, bouwden we een avondwandelingetje in. Het nadeel was, dat een rondje een teveel aan kilometers opleverde en we genoodzaakt waren dezelfde weg terug te nemen. Als bonus zagen we daardoor twee maal een hert en een haas en hadden we de ondergaande zon als filmisch moment met natuurlijk een idyllische luchtballon zwevend in een fraai gekleurde lucht.

Voor vandaag stippelden we een waddentour uit. Het zou weliswaar bewolkt worden in de middag, maar voor een zondag was het een uitstekend tijdverdrijf om te genieten van de omliggende dorpen. De fietsen zouden het niet halen, onze benen ook niet, maar de auto was een mooi alternatief.

Een worsteling met de twee afstandsbedieningen van de tv leverde ons een schreeuwerig modenieuws van SBS op. Het werd tijd om onder de wol te duiken. Morgen gaan we vroeger in de benen. Pure winst lijkt me.

Overpeinzingen

Nu de zon nog

Er hangt een dromenvanger boven mijn bed. Die ving gisteren behalve mijn dromen ook mijn slaap weg en het duurde even voor de Vaakmannetjes weer vat op me kregen. Vanmorgen wist ik me inderdaad niets meer te herinneren, van wie of wat me in de nachtelijke uren bezocht had. Wel een sfeerimpressie. Vanmorgen werd ik uitgerust wakker ondanks de korte nacht.

Het wandelingetje naar de vijver was sprookjesachtig door de invallende schemer en door alles wat we ontdekten. De hottub stond op een romantische plek, compleet met voile gordijnen aan weerskanten, en het uitzicht over het weiland. Er zat al water in. Er stond een ‘flessenboom’ zei zus, omdat er twee shotjes aan ‘groeiden’ of waren het sapflesjes. Zo’n ouderwets uitziende tobbe staat allesbehalve vreemd in de omgeving. De buitendouche opgetrokken uit metalen platen was een stukje verderop en als je er omheen liep kwam je uit bij de verstilde vijver met waterlelieblad en kronkelpaadjes er omheen. Annie M.G. en haar sprookjesschrijver, die verhalen verzint en daartoe zijn pen doopt in de inkt van een sprookjesvijver, dreven binnen de kortste keren op de grote leliebladeren, niet in de laatste plaats om de donkere diepte die het water had aangenomen in het vallende duister. Aan de kant lagen twee kano’s, een omgekeerd en eentje klaar om in te springen. Muggen dansten hun vitusdans.

We volgden het paadje langs braam en springbalsemien en ik kon nu met eigen ogen zien, hoe de laatste in het wild het land overnam. Het stoorde niet. Aan het eind van het pad kwamen we bij een open plek, een melkbus als bode, een koninklijke gietijzeren brievenbus, compleet met kroon, aan de zijkant, en een romantisch wit bankje met tafeltje in het midden. Je had er breed uitzicht over het grote pas gemaaide weiland waar een zilvermeeuw zich te goed was komen doen aan de omgewoelde regenwormen. Een stipje zilver in het groen.

Er is beweging boven mijn hoofd. Een van ons is wakker. Fotozus is altijd vroeg uit de veren om een van de mooie zonsopgangen te vangen. Het blijkt dat mijn venster op de wereld uitkijkt op de deur van het huisje en het kleine tafeltje in de zon. Ideaal om te ontbijten. Een grote lariks, die, waar gisteren de winterkoninkjes vandaan vlogen om te gaan spelen in de rododendron, stond er met zijn treurende takken toch fier en groen bij in de eerste zonnestralen. Een glanzend groene emaille ketel stond als decoratie op de tafel. In de verte ving de bomenrij zichtbaar meer wind. Daar ritselden de bladeren uitbundig.

Het boek ‘Reis naar het ongerijmde’ van Michael Ignatieff ligt naast me op de oude houten keukenstoel. Maar eerst is er een kop koffie. Kijken of zus het ingenieuze kookplaatje aan de praat heeft gekregen. Ik maak er direct maar twee. Voordat het water kookt is er een eeuwigheid verstreken. Op de picknicktafel ligt er een plasje water. Het heeft vannacht geregend. Ondanks dat heerst er droogte op het grasveld met haar gele plekken. Om het huis heen zijn er allerlei zitplaatsen gerealiseerd. Een gezellig zitje voor vier, twee grote houten ligstoelen met zicht op het veld erachter, een klein plekje vlakbij de sauna.

Het huisje ademt sfeer en liefdevolle aandacht. De inboedel is weloverwogen en aan alles is gedacht. Vandaag komen de fietsen en zal het Friese land haar geheimen een voor een prijs geven. Met de fiets zie je zoveel meer. Nu de zon nog.

Overpeinzingen

Dat belooft wat

Jaap Fischer zingt zijn tanden in zijn keel(Het Kerkhof)terwijl de jongste lieve zus een tortilla in elkaar draait met behulp van de andere helft van de achterbank. Ik zal het uitleggen. Wij ‘oudjes ‘ rijden of zitten ernaast, de ‘jonkies’ zitten altijd op de achterbank. We zijn in het vakantiehuisje aanbeland. Ergens in het midden van het Friese Nergensland, uitgebreide bossen en weilanden, frisse lucht, buizerds en sperwers in de lucht, een ree langs het struweel tussen de weilanden, kippies op het erf.

Vier zussen, die al jaren met elkaar een week doorbrengen, op elkaar ingesteld door de ervaring, een punt waarop de niet gedeelde jaren met dit steeds vorderende samenzijn herkenning en een vertrouwd ontmoeten bracht.

De plaats was onbekend, de weg er naar toe net zo, maar eenmaal gevonden een oase gelijk. Een lieflijk huisje, oud en industrieel gemixt, alle voorzieningen bij de hand en een hele hartelijke gastvrouw, die de volgende dag naar hun vakantiebestemming zouden vertrekken.

De plaatselijke dorpswinkelbediende verbloosde bij het zien van de stevig gevulde kar, die we voor hem schoven. Daarna een brede glimlach van oor tot oor. Deze winst maakte zijn dag weer goed. De innerlijke mens moest toch versterkt worden en omdat de kosten door vier werden gedeeld, viel het eindbedrag altijd reuze mee. Bovendien, he vakantie, dan mag je gewoon alles wat je graag wilt nuttigen, aanschaffen.

Vanmiddag tijdens de lunch was er een mevrouw die duidelijk in haar eigen wereld verkeerde. Het was aandoenlijk. Ze liep met blote voeten door de zaak, had een aantal voorwerpen uit de aanpalende winkel gevist en was bezig die te schikken en te herschikken. Ze rolde er zelfs het kleed onder de meubelen voor op en haalde een stoel van het gesloten terras naar binnen. Het werd de manager van het bedrijf teveel. Het zien van de steeds groter wordende chaos door haar handelen noodzaakte hem kennelijk tot een wat barse toon, waarop hij haar sommeerde om weer orde op zaken te stellen. Maar de vrouw, al wat ouder aan de handen te zien, een opmerkelijk jong gezicht, verweerde zich verschrikt met het uitleggen van haar bedoelingen. De verdwazing was met handen vol van haar gelaat af te scheppen. Het gaf een gevoel van onmacht en stemde droef. Van de gerant achter de kassa hoorden we dat ze vermoedelijk in het hotel logeerde en alles voor haar dochter wilde kopen. De reden bleef onduidelijk. Een zwak verweer van mijn kant over haar verward zijn en wat dat met een mens doet, bleef aan de oppervlakte. Het ongemak voor het etablissement hield de overhand.

Heerlijk gegeten, vaatje aan de kant en straks een wandeling naar de vijver, waar in de holle bomen de bonte specht zich meer dan thuis voelt. ‘s Nachts belooft de map met instructies ook nog de roep van de jagende uil, iets om wakker voor te blijven natuurlijk. De mappen met wandelingen, Lauwersmeer, Oost Mahorn, wandelen tussen Buitenpost en Kollum, en een veehuis in het veenkloosterbos beloven ongerepte natuur aan flora en fauna.

Hier gaan we ons niet vervelen. Op dit moment vieren een aantal winterkoninkjes een feestje in de rododendron, er zitten vast en zeker jonkies bij aan de grootte te zien. Alsof ze zo vlak voor het slapen gaan zich nog even moe willen stoeien, zo herkenbaar.Voorlopig raken we nu, op de eerste dag al niet uitgekeken. Dat belooft wat.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Nieuwe woorden en gedachten

Wilden we vroeg naar de tuin sliep ik eindelijk als een blok en liet lief me lekker slapen. Een wijs besluit. Dus werd het hele programma omgegooid, wat resulteerde in een heerlijk rustig ochtendje en een welbestede middag. Bij de ANWB-winkel haalden we de vignetten voor Oostenrijk op. Die voor Slovenië zijn bij de grens te halen en die voor Hongarije online. Bij iedere rit worden we weer wat wijzer.

Er was nog een staartje opruiming en lief was er aan toe zijn oude versleten t-shirts in te ruilen voor een zestal schitterende nieuwe, alles voor een habbekrats, maar wel met duurzaam, mensvriendelijk en eco op de etiketten. Dat draagt toch prettiger.

Met de buit reden we door naar de tuin. Eigenlijk ook een hele goede tijd, zo aan het eind van de middag. Er waaide een aangenaam windje en er was rust en stilte. Halverwege het maaien bleken de accu’s toch leeg te zijn. De rest was voor de volgende dag. Lief krabde het straatje schoon en voor mij viel er veel aan gras en brandnetel te halen uit de perken. Tot mijn grote vreugde waren er knoppen in de anemonen, de wilde lupinen droegen grote zaden, maar hun bloemen heb ik nog niet mogen aanschouwen. Ook de dille, de koriander, het komkommerkruid, de daglelies, de verbena, het zeepkruid en de witte lupine hadden er zin in. Ze lieten zich van de mooiste kanten bewonderen. Het was er goed toeven temidden van al het fraais. We waren al een tijdje niet geweest en het viel reuze mee met het achterstallige onderhoud, evenals de droogte. Het merelvrouwtje liet zich een paar maal zien en deed zich vooral te goed aan de welig tierende bramen. Bij de buurman hingen de koolmezen verlekkerd aan de pindasnoeren.

Dankzij de kalme voortgang van moeder natuur konden we uitgerust naar huis, het hoofd vol schoonheid en hernieuwde energie. De grote hybride stond ons op te wachten. Elk nieuw snufje wat ik gaandeweg ontdek, brengt een grote glimlach. Wat een uitkomst al die nouveautés.

In de avond kwamen wat droevige berichten door. Een goede vriend van zoonlief die plotseling was overleden, een vader van een van mijn vroegere leerlingen, ook veel te jong, twee gevalletjes corona in de familie. Vooral de vriend kwam binnen en de gedachte aan hem liet me niet meer los. In de grote trouwe vriendenkring zal hij zeer gemist worden.

In de volkskrant schrijft Frank Heinen in zijn column: ‘Op een haar na vakantie. Effe weg van je oude woorden en gedachten, in de hoop dat er in de stilte nieuwe voor in de plaats komen’. Het zet me aan het denken. Natuurlijk is er in deze tijd, dat we op de lauweren kunnen rusten en de tijd mogen indelen naar onze eigen wenselijkheid, iedere dag vakantie. De stilte voor nieuwe woorden groeien in de tuin, tijdens een wandeling, bij het zien van een goede film, tijdens een boom die we met elkaar opzetten. Nieuwe woorden groeien tegenwoordig iedere dag. Het komt voornamelijk door het aangename samenzijn die daartoe een stimulans is. ‘Jullie praten veel’, viel de buuf op in de tuin, links van mij. Het is waar. Er is gespreksstof te over, maar juist ook ruimte voor stilte. De ochtenden zijn een oase van rust met koffie, schrijven en een goed boek. Daarna zijn we klaar voor de rest van de dag. Een aanrader voor iedereen die daar gebruik van kan maken. Het is een moment van bezinning op wat komen gaat en dat wat achter ons ligt en wat het gebracht heeft. Een opmaat naar nieuwe woorden en gedachten.

Overpeinzingen

Deze luxe is een zaligheid

Het werd een leuk feestje, vrij plotseling en heel gezellig. Zoonlief had de tuin tot zaal gebombardeerd. Met de comfortabele tuinbank was er genoeg plek om te zitten voor iedereen. Altijd verbaasd me de hoge mate van vriendelijkheid van zijn schoonfamilie me weer. Hartelijk en oprecht geïnteresseerd in alles wat er gebeurd. Geanimeerde gesprekjes, lieve knuffels aan begin en het einde.

Een goede vriend kwam langs met de dis, veertien dozen pizza. Heerlijke dunne bodem en zalig beleg. We dachten als oudjes, dat het veel te veel zou zijn, maar binnen een mum van tijd zat iedereen te smikkelen tot zelfs de laatste pizza voor het grootste deel nog opging.

Mijn lieve schoonzoon had de auto bij zich, dat wist ik, dus lief en ik liepen op ons bedaarde akkertje een blok verder naar het huis van zoonlief, haalden een mooi bloemetje op en kwamen zowaar een lieve vriendin van vroeger tegen en de tandarts. Heuglijk feit, dus gaven we elkaar drie dikke zoenen waar we zelf verbaasd van in de lach schoten. ‘Dat doen we anders nooit’, zeiden we tegen elkaar. Dat klopt, daar leent zich een behandelkamer niet voor. Maar het gaf wel aan hoe blij we waren om elkaar weer te zien.

De sfeer was ontspannen en gemoedelijk. De kinderen vermaakten zich opperbest met het water uit de teil om de frisdrank koel te houden, ze hadden speelruimte te over en dolden elkaar, stoeiden, spoten elkaar nat met kleine waterpistooltjes die een regen van kleine druppeltjes gaven. Er werd veel gelachen. Na de pizza was er taart en kaarsjes die aangestoken werden en uitgeblazen door alle kindermondjes er omheen.

Schoonzoon legde bij de auto, los van het feestgewoel, de techniek van de hybride uit en ik was hooglijk verbaasd dat je geen oplaadpaal nodig had. Geen idee hoe de techniek werkt en het wordt tijd dat ik me daar eens in verdiep. Hoe lang was het geleden dat ik bij de eerste auto’s zelf uit de voeten kon met mijn oliepeilstokje, de hamer om op de bobine te slaan als de motor geen zuchtje gaf en hoe ik de kruissleutel ter hand nam om een wiel los te draaien bij een lekke band. De glanzende bolides van deze tijd nodigden niet uit tot huis-tuin-en-keukengesleutel.

Het was allemaal zo vernuftig dat we bij het wegrijden aarzelden omdat we de bluetooth wel aan de praat kregen, maar het geluid van de radio niet. Zoonlief, bezorgd omdat we nog steeds stil stonden, kwam kijken. ‘Daar zijn knopjes voor, mams’. O ja. Het ronde knopje voor het geluid stond uit. Als iets ingewikkeld is, vallen de simpele toevoegingen in het niet. Daar denk je dan niet meer aan. Daarna zweefden we naar huis. Geen greintje geluid kwam door. Zoef zoef.

Op de parkeerplaats stond de kleine blauwe. Die kon zijn gram halen bij het feit dat ik moest wennen aan de afmetingen van de grote bak bij het parkeren, ook al was het uitgerust met een cameraatje voor de afmetingen en een waarschuwend klingelgeluid. Lief van schoonzoon was het verhaal dat de kinderen in de rats hadden gezeten bij onze eerste escapade naar Verweggistan in de kleine blauwe prins. Dat hadden ze dan goed verborgen weten te houden. Derhalve deze gulle gave van de shortlease.

We gaan het uitproberen en in deze dagen nog een beetje verkennen. Het zal wennen zijn. De kleine blauwe is me erg lief, maar deze luxe is een zaligheid.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Daar is geen mens ongelukkiger van geworden

De kleine blauwe was herboren uit de garage teruggekeerd en schoon. Ze hadden hem even fris gewassen. Er moest nog wel een klein dingetje gedaan worden. Dat kon niet gisteren, omdat er iets besteld moest worden. Derhalve stellen we de gang naar Verweggistan nog even een paar dagen uit.

Vandaag mag ik de auto halen van schoonzoon voor de reis er naar toe. Een grotere, comfortabele hybride. Drukt de kosten, dus niet onbelangrijk. Dat willen we gaan uittesten. Mijn kleine blauwe Prins als handige stadsauto en de grotere lease voor de reis. Kijken of het loont en prettiger is.

Bij de verjaardag afgelopen zondag in het park bleek weer eens een keer hoe vervelend het is als je niet meer wendbaar genoeg bent. Eenmaal op de grond beland, voelde ik me net een zoutpilaar. De berg, zogezegd, en alle lieve schatten er omheen moesten naar mij komen als ik ze wilde knuffelen. Zo’n stijve hark. Vandaag op de fysio zal ik daar extra oefeningen voor vragen. Met het traplopen gaat het nu goed. Doorgaans red ik de vier trappen in één adem omdat ik geleerd heb de beenspieren in de strijd te gooien en dat spaart een belangrijk deel van de lucht. Zelfredzaamheid is een groot goed.

Vandaag is de tweeling jarig en altijd op deze dag, zie ik mijzelf weer om acht uur ‘s morgens tegen de deurpost van de eerste hulp aanhangen, in een wee, met de fles wijn, de drie deeltjes van Vasalis en de twee identieke knuffelbeertjes als aandenken voor de gynaecoloog onder de arm. Nog een en al vrolijkheid en eigenlijk een maand te vroeg. Ik was er zelfs alleen naar toe gereden met de auto, omdat manlief de twee dametjes bij opa en oma moest brengen. Voor half twaalf waren de twee er. De grootste van de twee blakend van gezondheid en de tweede, die knel gezeten had in zijn compartimentje omdat broer er steeds tegenaan trapte, wat verkreukelder en benauwder in de couveuse. Beide ongeveer 2300 gram. Een eitje, die bevalling, wonderlijk, maar een eitje. Haha. De gekte kwam pas later, toen er de meest onverwachte mensen in grote getale dit wonder kwamen aanschouwen. Ik zag ooms en tantes, die ik in mijn lang-zal-ze-levensdagen niet had gezien. Het werd daardoor extra feestelijk en vermoeiend. De kraamtranen bleven achterwege, want met twee dochters en nu de zonen erbij waren we echte routiniers geworden. Bovendien moesten ze altijd op elkaar wachten. Dat die grote stoere mannen van 37 toen van die schattige tere rozige prematuurtjes waren is nauwelijks voor te stellen, maar het was echt zo.

Zelf was ik alles behalve aangedaan door de exercitie en stond ik een half uurtje later om twaalf uur de kleinste achter glas te bewonderen. Geen centje pijn. Omdat we nog een aantal dagen mochten blijven was de kraamtijd reuze relaxt en ging ik in de nacht zelf bijvoeden, omdat ik het zo herkenbaar en gezellig vond in de zusterspost. Alsof ik weer een nachtdienst draaide. Eens een pleeg, altijd een pleeg.

Er is nog een leuk feestje in het vooruitzicht. Donderdag gaan we uit eten als gezin, zonder aanhang. Alleen ik met de vijf. We hebben de Stadsjochies gekozen en ik ben reuze benieuwd. Dit is weer de eerste keer sinds lang en derhalve heel bijzonder.

Ondanks deze nieuwbouwstad voel ik me nog steeds een stadsmessie en als het even kan gaan we straks op zoek naar een mooi appartement in het oude centrum van onze geboortestad, denken we nu, omdat plannen maken nou eenmaal bij de liefde past. Wensen en verlangen en die proberen waar te maken, al zou de tijd beperkt kunnen zijn. Maar evenzo vrolijk zit er voor ons een flinke rente op en kunnen we jaren voort. We gaan het zien en beleven, maar dromen, daar is geen mens ongelukkiger van geworden.

Overpeinzingen

De onmacht en daarmee de pijn

Vanmorgen in alle vroegte uit de veren om de kleine blauwe prins weg te brengen naar zijn en mijn vertrouwde garage. Hij mag nog een keer helemaal in de revisie. Een rib uit het lijf, maar dan heb je ook wat. Voor de keuring kwamen er nog twee kleine dingetjes bij, maar als je rekent dat een pakje geraspte kaas tegenwoordig al 5 euro kost, valt het allemaal reuze mee.

Ja, ja het valt eigenlijk helemaal niet mee. Gelukkig zijn er geen kleine kinderen meer in het spel. Wij oudjes doen het goed op één of twee maaltijden en verder hebben de kosten weinig om het lijf. Alles wat er is, is voldoende. Je ontspult veel sneller bij het opruimen van alles dat bewaard werd in het verleden, maar nu een weg vindt naar een tweede leven. In een kringloop vliegt het leven in herinnering voorbij tussen al die prullaria. Een enkel keertje word je oog getroffen door een blikvanger, maar met wikken en wegen blijft het object voor 99 % staan waar het staat. Ruimen, plek maken, doorgaan met loslaten. Dat is het motto deze dagen.

De ‘volle maan’dagen zijn weer in het zicht en dat is duidelijk te merken. Het is voor ons een teken dat er hier en daar helderheid verlangt wordt tijdens de gesprekken. Een verduidelijking zonder mitsen en maren. Soms duurt het wachten te lang. Dan wordt het verlangen naar een eigen stek voor ons twee te groot. Geduld is een mooie zaak. Pas op de plaats, alle bezwaren tackelen en rustig doorgaan met aanpassingen maken in dit onderkomen, is de remedie bij uitstek. Het hoofd puilt uit van al het nieuw en dient kalmpjes te worden onder gebracht in kleine compartimenten achter de deuren van de grijze hersencellen. En daarna het principe ‘Alles op zijn of haar tijd’. Het komt goed. Heb vertrouwen.

Gisteren werd het verjaarsfeestje van schoonzoon en de kleine dribbel in het park gevierd. De allerlekkerste plek voor kinderen om feest te vieren. Iedereen kan uit de voeten, de kleintjes ravotten, de grotere kinderen voetballen met hun rijzige ooms, ouders halen capriolen uit ter meerdere eer en glorie van lering en vermaak, de dribbeltjes onder ons dartelen er als jonge geitjes tussen door.

De cadeautjes vallen in de smaak, schoonzoon gaat voor Padel boven de museumjaarkaart. Dribbel is helemaal jarig, blaast heel hard een niet brandende vier als kaars uit, zet zijn teen in de chocoladetaart en likt met zijn vinger van het bruine goedje. Brede lach van oor tot oor is het resultaat. Wij babbelen met iedereen alles bij als compensatie voor de vakantieweken die gaan volgen en het feit dat we elkaar een tijdje niet zullen zien. ‘Ga met corona(die hij ongetwijfeld ziet doorbreken in de herfst)in Hongarije zitten’, oppert zoonlief. Ze stoken allen echter op hout. Het is een groot stikstoffeest in de winter. Beter van niet dus.

Onder handbereik ligt het boek van Michael Ignatieff ‘Reis naar het ongerijmde’. Ongerijmd betekent volgens de Van Dale ‘In strijd met het gezonde verstand’. Derhalve is de titel tweeledig te verklaren. Een reis naar de wereld achter het gezonde verstand, maar ook een reis naar dat wat niet te rijmen valt met de ratio. Alleen daarom al moest ik dit boek wel gaan lezen. Het boek begint met pijn, in het voorwoord staat haarfijn uitgelegd waarom. ‘Kwetsbaar als een in de steek gelaten kind’ als de moeder het kind niet meer herkende. Mist, die nooit meer uit je hoofd verdwijnt en de aanschouwer die alleen maar kan gissen hoe dat zou zijn, maar het nooit helemaal ten volle beseffen zal. De onmacht en daarmee de pijn.

Overpeinzingen

Aftellen geblazen

Vijf uur en het uitzicht door het zolderraam op het luchtruim is vaal lichtgrijs met donkere strepen. De boom strekt haar toppen uit in de linker benedenhoek. Hier hoor ik geen vogeltjes. Wel het zachte suizen van de A2, waar de vroege ochtend zich niets aantrekt van nachtrust.

Gisteren dook ik in de boekenkasten op wat straks de werkkamer moet worden. Twee tassen gevuld met overtollig leesvoer voor de kringloop en een speciale tas vol dagboeken voor boven, waar een plank gereserveerd wordt voor jeugdsentiment, levenszaken en anderszins. Dagboeken, teken-dagboeken, vakantiedagboeken in geuren en kleuren. Lief leest nog op bed en ik rust even bij hem uit, hang tegen hem aan en lees wat van mijn levensflarden voor. Wonderlijke, soms haastig opgekrabbelde zinnen, vluchtige tekeningen erbij. Een wandeling door de lanen der herinnering. In de kast beneden kom ik een enveloppe tegen met wat ik hem ooit wilde opsturen, het adres, in mijn handschrift, De Morelstraat, stond op de vergeelde voorkant. Brieven van zijn zus, een brief van zijn vader, fotootjes van ons en pasfoto’s van hem. Geen spat veranderd.

Bij het teruglezen deed ik de wonderlijke gewaarwording dat ik-macht der gewoonte?-het woord nogal eens tot de Heer richtte. Deze wonderlijke vorm van aandacht vragen aan iemand, wie dan ook, droeg eenzaamheid met zich mee. Ik kon kennelijk in mijn puberjaren nergens mijn ei kwijt en de gedachten waren zo verward dat ik bladzijde aan bladzijde er vol mee schreef, overduidelijk hunkerend naar liefde. Op elk bladje een ander schatje. Het latere werk werd verhalender, realistischer, grappig ook. Malle capriolen en avonturen breed uitgemeten in mooie volzinnen of met grappige associaties. Schrijfontwikkeling was er zeker.

Een plank reserveren voor deze hartsgeheimen en de tassen afvoeren. Niet alle kringlopen namen goederen aan op zaterdagmiddag, maar in een stadje verderop stonden ze tot half vijf, werd me verzekerd via de Ipad. Dus in de benen. Een vriendelijke jongen nam ze dankbaar in ontvangst. Wat een fijn contrast met de overwegend stugge aanpak. We besloten om even binnen te speuren, nog steeds op zoek naar Kathedraal van de Zee, van Ildefonso Falcones.

Het was er licht en ruim en alles zag er schoon en goed gesorteerd uit. Boven achter de overtollig huisraad op de rekken met de vele gevulde boekenplanken op alfabet, vond ik het. Zomaar, bij de -F-. Een klein beetje vergeeld, duidelijk afgedankt, maar verder in goede staat. Wat een mazzel.

De rij voor de kassa was lang. Een echtpaar kocht zich een boekenplank vol en had er evenveel spraakstof bij nodig. Een andere man, die ik herkende van het Indische restaurant kocht alle bamboo gastendoekjes op die netjes verpakt voor 0,50 cent per stuk te koop lagen in een grote doos. Iedereen in de rij erachter hipte van been op been, ogen werden veelbetekenend naar boven gedraaid, diepe zuchten waren hoorbaar, maar de verkoopsters en het stel bleven kalm bij hun onderwerp. Er kwam schot in. Eindelijk frisse lucht. De koning te rijk en blij als een kind.

Appen met dochterlief. Wel en wee besproken, graven in mijn eigen handelen van ooit lang geleden waar het de kinderen betrof. Gewag maken van laatjes overtollige opsmuk, die wij drie vrouwen eens nader moesten bekijken en daarna met het hele stel. Er zit veel prullig klatergoud en wolligs tussen, de oude India-ringen en bellen daargelaten. Het mag allemaal weg. Langzaam maar gestaag.

De kleine blauwe Prins wordt morgen uitvoerig onder handen genomen, dus die gaan we leeg en schoon opleveren. Dat betekent stofzuigen. Wassen hoeft niet, dat gebeurt in de garage. Wat plezierig om straks weer met een zo goed als nieuwe blauwe op weg te kunnen. Verweggistan lonkt. Aftellen geblazen.

Overpeinzingen

Kan het mooier zijn dan mooi

De ochtend was er vooral om te delen, dicht bij elkaar. Gevoelens, vooruitzichten, ideeën komen langs zeilen nu het laatste woord geschreven is. Deadline gehaald. Op naar de volgende stap. Redigeren, klein beetje schrappen en overlezen. Daarna met een druk op de toets, verzenden en er is ruimte.

Op zolder gaan de beduimelde kinderboeken in de tassen. En haal ik de archiefkast leeg waar oude India-spreien stiekem een weggetje hadden gevonden om te ontsnappen aan de opruimwoede. Wat versleten of verschoten is mag weg, de andere gaan op het stapeltje nostalgie.

Die gaan we eerst wegbrengen. ‘Heb je nou nog wel wat te lezen’, vraagt lief, die zelf in De Erfgenaam van Ildefonso Falconez en in het Spanje van de vroege Middeleeuwen is gedoken. Haha, de biografie van Marten Toonder ligt er en Pieter Waterdrinker, nog twee dunne boekjes. Ik kom de zomer wel door. Bovendien is het alweer tijd om aan de volgende reeks kinderboeken te knabbelen.

Als broodnodige variatie voor al het papierwerk willen we de natuur induiken. Ik zoek naar filebestendige wegen en kom uit bij de Zouwe Boezem, waar ik ooit, in grauwe Corona-tijden toen ik nauwelijks iemand zag, alleen was gaan wandelen. Destijds was het vroeg in het voorjaar of op het eind van de winter. Blauwe luchten, wolkjes ademden kringelend omhoog, vogels legden een deken van getsjilp, gegak, geklok over het water, de rietstengels en de kale wilgen.

Nu, in de aanwassende zomer, was het een en al groen onder een stralend blauwe hemel dat vleugen wit telde. Het onooglijke weggetje naar een nog dieper weggestopte parkeergelegenheid was het geheim naar dat ware vogelparadijs. Wuivend riet, de spiegelende Zouwe, plompeblad en lelies geven de omlijsting die stilte omarmt en uitspreidt als een schilderij, uitnodigend met een breed gebaar:’Treedt binnen’.

We lopen over het kleine paadje door het riet heen naar de vogelobservatiehut met aan weerskanten het weelderig groeiende groot akkerscherm, de paarse wikke, de bramen van tere bloem tot zwarte vrucht, de klimmende winde die, stralend wit tussen het groen, zich lustig rond het riet kringelt, de moeraswederik, het groot hoefblad, kattenstaart en waterzuring. Het riet omsluit het smalle pad met boven onze hoofden niet meer dan een streep blauw. We maken zwiepende takken. Daarna het weidse Hollandse land met het paarse kleed, soms een gele toef, veel groen in al haar schakeringen en heel ver weg stipjes in het spiegelende water. Ze gakken, ze klokken, ze maken gewag van hun bestaan, maar zijn voor het blote oog te ver weg. Dat er veel te bewonderen valt weten we door de twee lepelaars die daarnet boven onze hoofden vlogen.

Als er een ander stelletje aan komt ritselen, maken we plaats en wandelen de weg terug door het riet, richting de tweede observatiepost, dat voorbij het rietdekkershuis De Kikker ligt. Het huis is de perfecte plek zo temidden van deze rijke natuur om er te schrijven, te lezen, te genieten van alles dat geboden wordt. Aan de overkant laat een boer zijn schoven van de tractor rollen. Zacht geronk over het veld. Langs de post loopt een watertje dat met tussenpozen vreemd opbolt en gromt en blubt. We denken aan een snoek, een otter, maar er zit een ritme in. Bij nader onderzoek lijkt het ondergrondse gemaal iets verderop de luchtbellen te veroorzaken. Weer een raadsel uit de lucht. Een grote vraatzuchtige snoek of een nieuwsgierige otter waren sprookjesachtiger geweest.

Op de terugweg komen we het echtpaar tegen dat een weekend in de Kikker zit. Het huisje kan zes personen herbergen, maar met twee is het de ideale plek voor meditatie en contemplatie en het moment voor vorsende natuurobservaties.

De kleine blauwe staat aan het einde van de wilde peren-en-appelbomen braaf te wachten. Ik weet de juiste plek als afsluiting van dit dagje natuur en na een stief kwartiertje rijden zitten we vlakbij huis te genieten van een ruim blikveld op de weilanden en een heerlijke maaltijd. Het zingt door me heen, de woorden van Maarten van Roozendaal indachtig, ‘Kan het mooier zijn dan mooi’.

Overpeinzingen

De kwaliteit van samenzijn

De ochtend begon vroeg. Pluis kwam gewag maken van het feit dat haar bakje leeg was. Klaaglijk gemiauw met een groot gevoel voor drama is onze lieverd niet vreemd. Ook had ze haar zinnen gezet op even buiten spelen, maar daar stak ik een stokje voor. Vaak zitten de kleine vogels juist dan wat granen weg te pikken. Van de week vonden we ook al vijf witte veertjes op de rand van het hek geplakt. Het was wel een uitstekende gelegenheid om alvast wat impressies voor de recensies op te schrijven. Vijf boeken in je hoofd is een beetje torsen van kennis als je het mij vraagt. Bij het uitschrijven wordt het allengs lichter daarboven.

Na gistermorgen aan een stuk door het laatste boek te hebben uitgelezen, werd het tijd om de benenwagen in te zetten. Een klein wandelingetje door Vianen, dat lief zo graag wilde zien. Pittoresk stadje aan de Lek. De winkelstraat gaf allesbehalve de ommuurde rust die in de achterafstraatjes hing. Wat wonderlijk dat het verkeer er doorheen mag rijden. Ook de geparkeerde auto’s in het midden deden afbreuk aan het geheel.

We liepen nog even naar de school die me letterlijk en figuurlijk het laatste jaar van mijn werkzaam leven had genekt. Erg dicht in de buurt wilde ik er niet zijn. Zo heeft het aangegrepen en dat zegt genoeg. Bij ‘De Grote Kerk’ konden we een stukje de tuin in lopen naast de zijbeuk. Een oude meidoorn wenkte uitnodigend en het eeuwenoude muurtje met haar begroeiing ademde een oase aan verleden uit. Daar viel de tijd stil. Geen auto meer te horen, geweerd door de hoge toren bezijden. Het roestige tweede hek naar een uitnodigende tuin zat op slot.

We bogen af voorbij Mamma Mia, de stadsgracht langs en liepen naar de nieuwe brug. Daar een fitte verbouwing en de rust waarnaar we zochten. Binnen de stadsmuur met bogen en lieflijke muurbegroeiing kwamen we tegeltuintjes tegen en een kastje vol stekken om te ruilen. De nostalgische straatjes zijn voor ons altijd een aanleiding om te fantaseren over appartementen in lieflijke trapgevelhuizen of anderszins, die de tijd en de eeuwigheid hadden getrotseerd.

Er bleef genoeg over om te dromen. De Winkel van Sinkel was een brocante van de zuivere soort, maar voor vandaag niet aan ons besteed al keek de vermeende eigenaar ons welhaast smekend naar binnen. We wilden slenteren en kletsen en dromen op dat moment. Met een omtrekkende beweging langs betrekkelijke nieuwbouw belandden we weer bij de kleine blauwe die nietig en klein leek naast het grote zwarte vehikel, dat als in haast, schuin naast hem stond.

De boodschappen waren snel gedaan nadat we in de kringloop van Ijsselstein naar ‘De kathedraal van de Zee’ hadden gespeurd. Op het menu stond ‘Mexicaanse Quesadilla’s’, de vegetarische versie met bonen, mais, tomaat en paprika. De dip bestond uit yoghurt met verse munt, verse koriander en kaas. Een aanrader, deze zomerse lekkernij.

Vanmorgen na de escapades van Pluis schreven de recensies zich bijna zelf. Ik hoefde alleen maar mijn vingers over het toetsenbord van de kleine Ipad te laten gaan. Straks redigeer ik ze, stop er de foto’s van de boeken bij en stuur ze weg. Het hoofd leeg voor een volgende ronde.

Vandaag is schoonzoon jarig en we vieren het samen met het feestje van onze dribbelaar op, naar we hopen, een zonnige zondag in het park. Ruimte genoeg voor iedereen en de aanhang, tijd te over om het leven te vieren met elkaar. Het gaat per slot van rekening niet om de kwantiteit van ontmoeten maar om de kwaliteit van het samenzijn.

Overpeinzingen

Een hoofd vol

En dat was vijf. In één ochtend het allerlaatste boek uitgelezen. Zo’n heerlijk ouderwets verhaal om in te verdwijnen terwijl de waarheden je om de oren vliegen en achter elk woord er de dubbele betekenis uit te vissen valt. Eigenlijk is het daarboven nog een beetje verdoofd door wat zich in die vier uur achter mijn oogleden heeft afgerold als een film, wat weer toepasselijk is, omdat het boek de titel heeft; Films die nergens Draaien’. Alleen daarom al weet je dat je de wereld van de verbeelding in zal stappen en dat die wereld meer waarheden zal opleveren dan je in het echte leven eruit kan filteren. Ik laat het betijen en maak met lief wat lanterfantplannetjes voor de rest van de dag, nu er geen belangrijke informatie meer in kan.

Iemand met minstens zo’n grote verbeelding als de hoofdpersoon uit het boek is mijn lieve kleindochter, de zus van de kleine, inmiddels al veel grotere, filosoof. Gisteren bij een ouderwets gezellig theeuurtje schitterde ze met haar sterrenogen van de ideeen, hoe volmaakt zichzelf ze dan is en bezig kan zijn, zich laat leiden door wat er voor associaties haar kleine hersentjes binnen zweven, waar ze simpelweg op welke manier dan ook vorm aan weet te geven. Hetzij met haar stiften of met haar magnetenspel, een zelfverzonnen lied of een uitgebreid verhaal ‘en toen….en toen….en toen’.

Er stonden in het vandaag gelezen boek prachtige waarheden, die moeiteloos in de ontmoeting met zo’n kleine kinderziel te verweven vallen. ‘Het had de melodie van dingen die voorbijgaan en de geheimzinnigheid van de dingen die nog zouden komen’ of ‘De lucht was fris. Cato rook nog steeds die vreemde geur van paardenbloemstelen. Maar ze rook ook mest en gras en aarde. De geur van buiten. De hemel was gevuld met schapenwolken, oranje gekleurd door de ondergaande zon’. en ook ‘Bestaat iets als niemand er naar kijkt?’ Of ‘Het veldje-dat-niet-bestond, bestond natuurlijk wel, anders had Cato er niet kunnen liggen. Maar afgezien van Cato leek niemand het te zien.’

Die gedachtenwereld van een kind, kleurrijker, fantasievoller, weidser, onbegrensd en veel associatiever dan wij ons kunnen voorstellen. Daar groeien zomaar nieuwe boeken uit als we naar ze luisteren, als we met ze binden, als we zorgdragen voor de juiste betekenis. Dat eindeloze kinderspel in alle facetten, er is niets mooiers om waar te nemen.

De kleine /grote filosoof kwam met zijn bollebozenrapport aanzetten en ik was blij dat er nog een verdwaald briefje in de beurs zat. Met zulke prachtige waarnemingen op een klein foutje na(je kan niet spreken van brutaal als je niet in het hoofd van het kind kan kijken)verdient een volle spaarpot. Kleindochter kreeg natuurlijk ook een zilver/gouden munt omdat je daarmee álle feeën tevreden kan stemmen. Schatten van onschatbare waarde. Die zijn het mooist.

Daarna door naar de winkel en een samengesteld boeket voor de nieuwe tuin van zoonlief en zijn gezin, ik dacht eerst aan een plant maar bedacht me nog net dat je dan moet weten in welke richting de tuin zal gaan en daar was ik niet zeker van. Een mini-plantje voor mijn andere kleindochter. Roze met een vleugje wit, omdat ze er echt zelf van houdt.

Alleen zoonlief was thuis, terwijl hij met trots de moderne patio liet zien met haar palazzo-tegels. Mediterraan vond ik en dat moest het ook worden. Nog een overdekt terras en de beplanting. Of ik daarbij kon helpen een keuze te maken. Winterhard en toch planten die de warmte van het Zuiden beloven. Ik stop het in het vakje ‘nader uit te denken’. Eerst de recensies, dan de voorbereidingen voor de reis met de zussen en daarna de weken in Verweggistan. Alles op zijn tijd.

De bloemen en het plantje bleven achter na het bliksembezoek en ik ging weer op huis aan, bijgekletst en met een hoofd vol.

Literatuur.·Overpeinzingen

Je bent nooit te oud om in het diepe te springen

Het vierde boek is uit. Zucht. Mag ik jullie aansporen om literatuur aan te schaffen of te lenen van de bieb, die onder de categorie ‘jong volwassenen’ valt. Het is het licht op hun wereld, een heuse inwijding, het inzichtelijk maken omtrent hun handelen, de gedachtekronkels die hun zoektocht op een eigen weg vertalen naar onze wereld. Kortom begrip voor de lieve jeugd, met de nadruk op lief, ook al lijkt het in de verste verte niet op datgene, wat wij eronder verstaan en doen ze dingen die je de haren te berge laten rijzen als je je tolerantiepakketje te diep hebt weggestopt of uitgezet. Er zijn er vier langs gekomen. De vijfde ligt klaar.

Het enige wat ik weet is dat het in de recensie zorgvuldig uit de doeken moet worden gedaan, want dat verdient deze categorie. Er ligt zoveel emotie onder verborgen, dat het niet zelden de vorm van een tragikomedie aanneemt. De hardheid van het bestaan versus de hoop en het verlangen van jonge mensen met hun hele toekomst nog voor zich. Niet alleen moet je dealen met wat er tot dan toe op het bordje ligt, maar er wordt op die leeftijd ook van je gevergd, dat je alles wat met de kinderlijke onschuld en ook met een zekere naïviteit te maken heeft van je afgooit en dat je de onzekerheid van wat er komen gaat in een bepaalde realiteitszin wrikt. Ga er maar aan staan. En dat in de wereld van dit moment waarbij heel veel ego ‘s, vaker dan wenselijk, de nobele maatschappelijke gevoelens voorbijsnellen uit eigenbelang.

Pluis ligt wat mottig op de bank in diepe rust. Lief is gaan singelen met vriend. Singelen is een geliefde bezigheid. Dan loop je in betrekkelijke rust, vooral doordeweeks, de singels rond het centrum van Utrecht af. Het is een ultiem moment om een goeie boom op te zetten over filosofische en maatschappelijke kwesties. Doorgaans verdrinken ze de opgedane energie in een verfrissend pilsje in een van de uitmuntende bierlokalen. Daarna is er stof tot bijpraten voor de hele week voor ons samen. Altijd leuk en verhelderend.

Gisteren was het balkon het toneel van een brute verstoting. Moeder kauw had bedacht dat haar zoon of dochter, met de natte nestharen nog op de kop(dat laatste is een tikje overdreven)op eigen poten moest leren staan en zijn eigen vleugels moest leren hooghouden. Ze pikte wat granen van de voederschaal en weigerde dat in de opengesperde bek van de uit de kluiten gewassen kleine te mikken. Integendeel. Ze pikte, toen haar bek leeg was, venijnig naar hem met haar snavel om hem te verjagen ‘Vort jij, ga je eigen voer maar zoeken’ leek ze te krassen. Meesmuilend met zielige krakrassen, liet het jong zijn bezwaar horen, maar moeder kauw was niet te vermurwen.

Het vijfde boek ligt te branden op de stapel. Het is geschreven door Yorick Goldewijk en heet ‘Films die nergens draaien’. Het wordt hooglijk aangeprezen in de pers en het heeft de zilveren griffel en de Vlaamse literatuurprijs gewonnen. Met een klapper naar het einde toe werken. Dat is het betere werk. Zo leerden we de kinderen op school ook plannen. Bewaar het leukst, mooiste, ontroerendste, grappigste, voor het laatst. De hele dag ligt nog open. Zometeen probeer ik een rondje familie hier in de buurt. Al wie er thuis is. De gierzwaluwen vliegen laag. Zou er regen komen? Anders is fietsen een goede optie.

Zuslief appte over het vakantiehuis waar wij volgende week, de vier zussen, onze jaarlijkse samenzijn vieren. Er is een hottub, een sauna, maar er zijn ook dieren rondom. Kippen, een hond, twee geitjes, de poes. Voldoende levende have om van te genieten. Alleen de lusten. Voor de lasten is een oppas geregeld. We kijken er naar uit. De fietsen staan bij aankomst klaar, de hottub ook geloof ik en dat wordt zomaar weer een nieuwe ervaring. Je bent nooit te oud om in het diepe te springen.

Overpeinzingen

Dit is er zo een

En weer een nacht hanenwaken vanaf een uurtje of drie. Daarbij is wel alles uit de kast gehaald om het tij te keren. De schapen sprongen over het hek, de sterren verdwenen langzaam in een ijl wit, de ogen gingen dicht en open, open en dicht, het dekbed wisselde af en aan, gevoelstemperatuur veel te warm of een frisse kou. Luisterstilte. Vragen als ‘Komt Pluis de trap op of niet? Is ze wel binnen? ‘ helpen niet bij het in slaap proberen te vallen. In de vroege ochtend sloop ze omhoog.

Remco Campert is er niet meer. Hij is nooit onder mijn velletje gekropen. Dat is iets om je over te verwonderen. Dat sommige dichters direct de weg naar het hart vinden en anderen er ‘verre van’ blijven Campert was een ‘verre van’.

Lief en ik hadden een voornemen voor de dag van gisteren. Naar de tuin en niet om te werken maar om rustig te lezen. We trokken onze tuinkleren niet aan, maar bleven zitten op de stoelen met het boek in de hand. Tenminste, op het trekken van wat onkruid na, dat al te opvallend in het oog sprong. Het lukte een beetje, maar waarom zag ik er op de foto erna uit of ik de hele dag had staan schoffelen.

Het was een drukte in de sloot van jewelste. Fuut kwam op bezoek bij het ouderpaar meerkoet en hun twee kleintjes. Hij bleef opvallend in de buurt zwemmen en als pa meerkoet hem te lang aankeek, dook hij een poosje onder. Wonderlijk schouwspel. Aan de kant in het gras toefde moeder eend met haar zes pubers al, schatte ik in. Ze doken ras het water in toen we naderden en verdwenen langs de kant in het hoge riet om pas weer in de volgende sloot tevoorschijn te komen.

Vriendinlief, mijn leesmaatje, kwam ons groeten. Ze was terug van een heerlijke fietsvakantie in Frankrijk en had, voor de afwisseling echt vakantie gehouden met voldoende ruimte voor kathedraal en museumbezoek, maar ook lanterfanten en veel lezen samen. Bergje op en bergje af was goed te doen geweest. Leve de ondersteuning. Er kwamen vier nieuwe titels aan boeken voorbij, allemaal aanraders, maar er lag nog genoeg op stapel.

In de ochtend had ik de sjaals en schoenen uitgezocht. Sommige lagen al zeker veertig jaar achter in de kast en het werd dus tijd, dat die oude dansschoentjes, die ik zo gekoesterd heb, eindelijk verder mochten reizen. Dansschoenen moeten dansen en niet werkeloos onder in een oude kast liggen te craqueleen. Dat gold voor meer exemplaren en ook voor de sjaals. Je hebt per slot van rekening maar een nek en er waren er zoveel. Schiften dus; omslaan, spiegelen, keuren en in de zak of in de kast. Zo propte ik een zak vol met wintersjaals, een met dunne voile en een met schoenen. We hebben hier in het stadje de voedselbank ontdekt, waar kleding en speelgoed wordt ingezameld. Superfijn dat overtollige kleding weggegeven mag worden. Zo blij mee, het kost minder moeite om te ruimen op die manier. Deze piepkleine tussenstappen zetten wel zoden aan de dijk. De kast is bijna leeg en kan daarna weg.

Bij de Marokkaanse bakkerij vroeg ik om Turkse pizza, niet handig natuurlijk. De jongen achter de toonbank verblikte of verbloosde niet, maar ik wilde ter plekke door de grond zakken. Sesam open U, maar Sesam had zijn oren potdicht. Als je eenmaal je zinnen heb gezet op een wrap met kebab en sla dan smaakt een champignonnendeegje toch net even anders.

Vandaag is er weer een dag. We gaan in de kringloop zoeken naar ‘Kathedraal van de Zee’ van Ildefonso Falcones. Hier is ie foetsie en hij heeft zich vast geschaard onder de galerij van verdwenen boeken. Sommige boeken zijn in twee opzichten niet te missen. Dit is er zo een.

Inspiratie·Literatuur.·Overpeinzingen

Nieuwe stappen met weemoed vooruit

Het vierde boek kwam in eerste instantie wat oppervlakkig over, een echte chicklit. Zeg maar ‘De Joop Terheul’ voor jonge vrouwen, literatuur die wat schamper weggezet werd tussen de ‘serieuze’ minrebroeders, wat daar ook maar de definitie van mocht zijn. Maar na een boeiend geschreven eerste hoofdstuk bleek aan het eind ervan dat haar moeder van 55 jaar niet was gescheiden van haar vader, maar aan vroege dementie leed en dat dat erfelijk was. In die wetenschap sidderde het boek onder deze wending, en wierp een totaal nieuw licht op de zaak. Daar had de schrijfster van ‘De Falling In Love Montage‘ Clara Smyth me bij de lurven en sleurde me het verhaal binnen.

Gisteren was een dag van lezen en lanterfanten. Lief, die volledig ondergedompeld was in het laat Middeleeuwse Spanje bij het lezen van ‘De hand van Fatima’ van Ildefonso Falcones, besloot een stuk te gaan fietsen om mij de ruimte te geven meters te maken met het boek. Het lieve lijf eiste evenwel wat beweging op, dus besloten we dat een kookbeurt met de tajine, weliswaar in een zware stoofpan bereidt, de sfeer die in zijn verhaal hing, mocht omlijsten. Stoofje met wortel, rozijnen, heel veel kruiden, bij hoge uitzondering kip, een recept, hoe toepasselijk, uit ‘De keuken van Fatima’. Koken met de hand van Fatima om in het Middenoosten te kunnen blijven dralen. Er moesten nog wat ingrediënten gehaald worden. Vier vliegen in een klap. Ik was er tussenuit, al wandelend tussen de schappen kon ik loskomen van het boek, er was de broodnodige actie ter afwisseling van die gedwongen rust en we zouden een smakelijk maaltje hebben straks. Het lukte allemaal wonderwel. De boodschappen, het koken en stoven, de heerlijke tajine met kip en groenten.

In het magazine Zin van vorige maand stond een artikel over ‘Joie de Vivre’. Een zinsnede begon als volgt: Hoe vaker je ervaart dat je de wind niet kunt veranderen maar de stand van de zeilen wel(…). hoe waar is dat. Het leven wordt geleid door allerlei omstandigheden die zich voordoen en wij hebben in de loop der jaren geleerd te walsen met of om dat alles heen. De woorden komen uit de koker van geluksexpert Patrick van Hees. Een van zijn uitgelichte quotes is: ‘Ik raad iedereen pitstops aan. Met de benen omhoog, muziek luisteren, boek lezen, in bad gaan’.

Dat ‘boek lezen’ is voornamelijk waar we op het ogenblik veel mee bezig zijn. Buiten dat het een volledig andere belevingswereld aanboort, levert het ook gespreksstof op voor een fijn samenzijn en omdat het vaak dezelfde interessewereld behelst, geeft het een diepgaand gevoel van verbondenheid. Bij het zoeken naar bijbehorende items om de sfeer te verhogen, brengt het ook diepgang in de beleving. Dat samen te mogen meemaken, is het kleine geluk pur sang.

Vannacht droomde ik van school. Misschien kwam het door de herinnering die FB me stuurde met een foto waar de hele groep aan een kleine maaltijd zat van de nieuwe oogst. Al mijn lieve schatten om de lange tegen elkaar aangeschoven tafels heen. Als klap op de vuurpijl hoorde ik vanmorgen ook dat de bovenbouw van de scholen aan de overkant van de weg vermoedelijk aan het uitglijden waren. Het gejoel was uitbundig en er werd iedere keer enthousiast geklapt. Het ritueel van ons afscheid op de oude school ieder jaar, met de oudsten uit de groep, kwam in vluchtige beelden langs. In de onderbouw gleden ze het raam uit op de grote houten glijbaan uit de gymzaal en het ritueel van een versje met karaktereigenschappen, zodat de kinderen uit de andere groepen konden raden wie er uit zou glijden. In de middenbouw werd er een heel parcours opgebouwd voor de vijfde jaars om te eindigen in een zwembadje en in de bovenbouw gleden de achtste jaars over de zeepglijbaan de school uit. Rituelen die het extra feestelijk zouden maken, omdat het afscheid nemen zo dubbel was. Nieuwe stappen met weemoed vooruit.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Wie dan leeft, dan zorgt

Geluiden van buiten snijden door de donkere nacht. Stemmen die overduidelijk van een feestje afkomen, voorbij razend auto’s, krakende fietsen, flarden muziek, een dreunende bas. De stilte versterkt de echo waarmee ze tegen de huizen opklimmen. Slaap is ver te zoeken met de warmte en de angst voor het aantrekken van muggen belet om het raam wagenwijd open te gooien.

Achter mijn ogen hangen de vertrouwde gezichten die ik vandaag in hoge mate heb gezien op het verjaarsfeest van zwager. De familie was op één broer na, die ziek thuis zat met zijn lieve trouwe vrouw, compleet en dat is daarmee iedere keer weer een klein wonder. We zijn met zovelen en allen gaan gestaag door. Voor lief was het een vernieuwde kennismaking met de meesten na al die jaren. Vierenveertig jaar geleden zag hij ze voor het laatst. Dat zijn heel wat decennia om bij te praten, jaren om te overbruggen, op de hoogte te raken van de huidige stand van zaken.

Met de broers haal ik jeugdherinneringen op, leuke en minder leuke, stoere en minder stoere, zelfs de littekens komen om de hoek kijken. Het leven heeft er hier en daar meer of minder rimpels in gebeiteld, maar het is opmerkelijk hoe tanig en sterk ze zijn. Krasse knarren, bedenk ik, en zoek de kleine jongens achter de meelevende ogen. Als het over voetbal gaat licht de blik op, maar het gaat ook over wat je bezielt in de huidige tijd, hoe de dagen slijten en de tijd nog sneller gaat. Kwalen en kwaaltjes worden lachend en schouderophalend uit de doeken gedaan. De familie heeft vooraan gezeten bij versleten knieën, heupen en knokige handen. Krom als oma Driehuis hoeven we niet te gaan, want alles is vervangbaar en maakbaar tegenwoordig.

Broerlief heeft zijn vriendin mee, waar bijna iedereen nog onbekend voor is en ze laat alle verhalen welgemoed over zich heen glijden, geamuseerde lach, soms verbazing. Hij en ik knippen ons eigen haar altijd, blijkt. Het zit kennelijk in de genen. Aan ons is een kappersbezoek niet besteed. Mijn hele leven lang al niet. Ze valt bijna van haar kruk van verbazing.

Van een van de jongens hoor ik dat onze vader een automonteur-opleiding heeft gekregen bij de politie, iets wat te doen gebruikelijk was in die dagen. Vakgericht en inzetbaar op meerdere fronten. Nooit geweten, ondanks dat hij altijd onder zijn auto voor de deur lag om wat te sleutelen. Ik dacht dat hij op dat gebied een selfmade man was. Lief vermaakt zich kostelijk, zie ik vanuit mijn ooghoeken en het doet deugd om hem zo op zijn gemak te zien. Zwager is helemaal jarig en zus is een echte gastvrouw, voegt zich bij elke tafel om een onderhoudend praatje te hebben en de aanwezigen op hun gemak te stellen. De gesprekken nemen een loop bij het wachten op je beurt bij de toiletten. Tante Truus maakt gewag van het feit dat mijn lach op die van zus lijkt, maar verder moet ze zoeken naar de gelijkenis. Een vrolijk gesprekje, ogenschijnlijk een niemendalletje, maar met veel informatie in een notendop voor de goede verstaander. Het leed filtert zich vanzelf. We hebben allemaal onze bagage.

De lunch laat zich smaken en alles is er in overvloed. We schuifelen langs ‘het lopend buffet’ een oer-Hollands recept van bolletjes, brood, zalm, kroket en vleeswaar, een overvloed aan kaas, frisse salade en vers fruit. De buiken zijn gevuld, de banden weer verstevigd, een laatste kring van overgebleven mensen, eindelijk het lied voor de jarige bij een laatste glas. Daarna nemen we afscheid, tot spoedig weer. Dag lieve familie, in de wetenschap dat je nooit weet of alles bij het oude blijft. Wie dan leeft, dan zorgt.

Inspiratie·Overpeinzingen

Dat geeft de burger moed

Je zou er zo aan voorbij rijden. Dat deed ik dan ook met verve, de eerste keer en belandde op het er naast gelegen golfterrein. Terug maar weer en goed kijken. Nog geen 100 meter verder ontwaarde ik de kleine bosweg, waar een groot verbodsbord stond. Maar nu gold het niet. Een sprookjesbos onder handbereik.

Braaf wachtte ik in de kleine blauwe(lang leve de app, waarvan het zinnetje oplichtte ‘Ik kom er aan’)op de komst van vriendinlief, die blij was met de herkenbaarheid van mijn prins. Er stonden meer auto’s langs het pad en het voelde een beetje als ongewenst, maar gedoogd. Na een hartelijke begroeting prezen we het zonnetje waarmee de middag openbrak in exact de juiste belichting voor een woud dat verend onze tred begeleidde. De fiets van vriendin werd wat ‘directief’ zoals de vrouw achter de tafel het zelf noemde, naar de stalling verwezen, terwijl wij nog in de modus ‘praktisch’ stonden. Eerst aanmelden en dan verderop de fiets stallen. De vrouw had het anders in haar hoofd. We mochten door met plattegrond en een achttal items met vragen, zodat we iets te bespreken hadden. Onze blikken kruisten elkaar en ik zag de lach erachter. Hadden we ooit iets niet te bespreken?

De Palzbiënnale is een tentoonstelling waarbij acht kunstenaars zich hadden laten inspireren door de hen omringende natuur. Het leverde soms vervreemdende, soms wonderlijke objecten op. Wat te denken van een gouden winkelkarretje in de bosvijver, of een stellage met een raket naar de ruimte. De deur met de joelende kindergeluiden erachter was sneller te verklaren. Daarachter werd het bosbad verbeeld, dat precies op die plek gelegen had vroeger.

De knakkende takjes leverde een speurtocht op naar de luidsprekertjes bij de bomen. Tk, tk, tk. Inderdaad maken brekende takjes en twijgjes een Tk-geluid. De natuurkunst-de dode boom met de schilferende bast, de ontwortelde boomstronk, de waterval, het mos en de bloeiende varens-wedijverden in hun natuurlijke habitat met de associaties van de kunstenaars.

Er was een geïmproviseerd restaurantje, dat rustiek midden in het bos lag en de eenvoudige keuze had uit pizzastukken, thuis gebakken bosbessentaart en allerlei koeken, koffie en thee. De vrouwen die ons bedienden schonken er gratis een lieflijke glimlach bij. Bordjes waren er niet genoeg, dus die werden verontschuldigend onder de handen uit gehaald. De pizza had te lang in de microwave gestaan, maar een kniesoor die daar op let. De zon scheen, de oude bomen filterden een aangenaam licht, mensen streken keuvelend neer en wij hadden een heerlijk gesprek over ons wel en wee. Wat een luisterend oor al niet vermag. De dag kon niet meer stuk.

Er kwam een schilderachtig stel aan geschuifeld en eigenlijk wilde ik ze op de foto zetten, maar kon het niet. Te brutaal zou het inbreuk maken op hun privacy. Soms pluk je pareltjes uit de dagen die voorbij gaan. Dit was er zo een met het juiste licht, de juiste sfeer, het juiste gezelschap op het juiste uur. We namen hartelijk afscheid met de belofte de ontmoetingen te staven.

De hele terugweg lang mijmerde ik nog even door op alles wat we gezien en besproken hadden. Ventileren van gedachten en zo’n prachtige kunst-en-natuurbeleving tezamen kloppen lucht in de gebeurtenissen om ons heen, maken het lichter en brengen het in balans. Een beetje van ons, een beetje van de kunstenaar, een beetje van de natuur en gelijkgestemde mensen om je heen, dat geeft de burger moed

Literatuur.·Overpeinzingen·Ruimte scheppen

Boffen hoor

Als je het op de heupen krijgt, moet de energie ergens kunnen ontladen. De kledingkast moest er aan geloven. Al mijn overtollige gedrevenheid stopte het ene na het andere kledingstuk in de zak. Wat maar een zweem van het predikaat ‘oud, verschoten of nooit meer aangehad’ met zich meedroeg kon rücksichtslos naar de kringloop verdwijnen. Oud en versleten stond synoniem voor ‘niet meer van deze tijd, een verkeerde snit, het zat niet lekker, of het kriebelde teveel’. De bovenste plank bleef nagenoeg intact, maar daarna ging het snel en vielen er gaten tussen plank en plank. Soms aarzelde ik en haalde iets na een poosje weer uit de zak voor ‘ Je weet maar nooit’, maar het meeste werd rigoureus aangepakt en weggedaan.

Zes hele volle vuilniszakken aan overvloedig leven was het resultaat. Ziezo, de eerste stap naar de werkkamer in wording was gezet. Deze ochtend zet ik de puntjes op de -i- met de nieuw aangeschafte kringloopbuit van van de week, is het voornemen.

Hierna komt de kast met accessoires zoals sjaals en schoenen aan de beurt. Die mag leeg en daarna weg, hoe grappig ze ook is met haar goud op snee en oudroze uiterlijk. Al jaren lang is een poot weggesleten door de houtworm en gestut met een blokje dat nog steeds voldoet. Maar ze neemt meer ruimte in dan nodig. Bovendien moet op haar plaats het kledingrek komen. Een kledingwand is het ideale plaatje.

Onder de stapel die ik op de strijkplank had gelegd, bezweek de plank. Een schroef had de kuierlatten genomen en was naar een onzichtbare hoek gerold. Zo val je van project in project en kan ik straks op zoek naar de schroef.

Er wordt druk getoeterd voor de deur en we horen opgewonden kinder-en-ouderstemmen. De dag van het kamp is aangebroken. Nooit begrepen waarom dat bij de gemiddelde basisschool aan het eind van het jaar wordt gehouden. Wij hadden de traditie dat het kamp diende om elkaar te leren kennen en derhalve viel het in de derde of vierde week van het schooljaar. Grootse kampen met een thema en heel veel fantastisch toneel door ouders en leerkrachten neergezet. Geen hoogstandje werd geschuwd. Als het nodig was kwam er een zeemeermin uit zee aanspoelen terwijl Neptunus bij de pier in het water lag, of er was een geheimzinnige deur waarachter de schrijfster een nieuw verhaal aan Het Oneindige Verhaal van Michael Ende had gebreid, iets met rook en vuurwerk. Soms stonden er ineens twee vikingen in de gang, paradijsvogels of een geleerde sterrenkundige. Doorgaans werd het kampterrein de entourage voor de spannende avonturen. Heerlijke dagen waren het waarbij iedereen die het meemaakte met volle teugen genoot.

Een enkele keer ging er iets mis, waardoor het er nog spectaculairder uitzag dan bedacht. De Neptunus waar ik het over had, gebaarde naar ons uit doodsangst omdat de mui, waar hij in was belandt, hem bijna te sterk werd of de boom waarin de piratenhoofdman zat, bleek hoger bij het naar beneden klimmen. Dan moest er een ladder aan te pas komen. Daardoor werd alles nog avontuurlijker.

Alle vijf de Young Adult boeken zijn bijna binnen. De laatste is nog onderweg. Het derde boek met de titel: ‘Niet te stoppen’ is door Angie Thomas geschreven en is een ode aan de hiphop. We betreden die specifieke wereld van binnenuit, de raps die gemaakt worden zijn door Akwasi in het Hollands vertaald. De problemen op de school zijn zo herkenbaar voor deze tijd, met detectiepoortjes en bewakers. Het milieu van de straat is ongepolijst. Je dromen waar maken krijgt een andere dimensie onder deze omstandigheden. Zeker een verhaal dat de doelgroep aan zal spreken en een boek om te verslinden.

Vanmiddag staat de PaltzBiënnale op het programma. Samen met een goede vriendin ga ik er wandelen en de creativiteit bewonderen van kunstenaars, die in de natuur een kunstinstallatie hebben gebouwd en zich hebben laten inspireren door de omgeving. Dat deel van het landgoed is eigenlijk privé, maar gaat een keer in de twee jaar open voor deze wandeltocht en wij zijn erbij. Bofferds hoor.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Wie weet

Vroeg uit de veren, met het nieuwe Atelier-magazine voorhanden en de woordkraker uit de krant van gister om het slaperige hoofd over te breken.

Door het open zolderraam klinken djembe’s. Het ritme is staccato en massief. Nog geen wilde Afrikaanse roffels maar de studentenslag. Toon en bas wisselen zich af, er volgt nog geen slap en geen echauffement, de inleiding, door de workshopleider zelf. Een zomers begin op deze zonovergoten dag.

Direct na het opstaan kregen de planten en de jonge aanwas een slok water en ging ik weer naar de residentie boven met een kop koffie. Naast lief lezen en werken is heel plezierig, ondersteund door de kalme rust, die hij soezend uitstraalt. Voor vandaag staan de kledingkasten op het lijstje. Leeghalen, wegdoen wat kan, opnieuw en logisch indelen. Het belooft een warme dag te worden en Lief gaat singelen om daarna samen met zijn nicht een kop koffie te drinken. Het rijk alleen is fijn omdat daarna een samenzijn weer extra prettig is.

Gisteren op de tuin stond dochterlief net op het punt om naar onze tuin te gaan. In de schaduw was het goed te doen met een licht briesje. Ik had wat jonge plantjes meegenomen om om het vijvertje heen te zetten, liefde doet groeien dus begoot ik ze liefdevol met handjes vijverwater. De starre rubber kikker met zijn pootjes op de rand keek verlangend naar het water. Ik hoopte op de terugkeer van zijn gele makker, die we nog uit de diepe kamikaze bak gevist hadden. Hoe leuk zou dat zijn.

Er was nog een avontuur met de grasmaaier. Voor het eerst in zijn lang-zal-zijn-levens-dagen gaf hij geen kik. Dat vergde een nauwlettend onderzoek. We ontdekten het dunne garen van een net boven het mes rondom de as dat zich erin had gedraaid, waardoor het mes verstrikt was geraakt. Dat zou de oorzaak kunnen zijn, dus in de weer met schaar en een zak vol geduld van de bovenste plank.

Nadat alles verwijderd was, waren we hoopvol gestemd maar de lieve schat gaf nog geen sjoege. Lou loene dus. Lief veegde hier en daar wat verdwaalde grassen weg en ook die, die in de buurt van de contactpuntjes lagen. Nog eens proberen of dat de oplossing was. Ik keek ondertussen hoe betaalbaar een nieuwe zou zijn en alsof hij het gehoord had sloeg de snoodaard aan en klonk het zachte zoemen als muziek in de oren. We prezen hem de hemel in.

Er bleek ook een ongenode gast te zijn, die het recht van overpad doodgemoedereerd opeiste, en dochterlief en ik zagen hem of haar tegelijkertijd lopen. Een bruine rat wandelde recht toe recht aan langs de composthoop over het gras naar de tuin van de buurman. We waren tamme ratten gewend, maar deze bruine in het wild deed toch minder lieflijk aan dan de poezelige witte velletjes van Zjoerd of Frizzle.

Er een notitie van maken en doorgeven aan het bestuur leek ons de beste optie. Ach ja. We leven hier nog in de natuur en daar zijn wel meer meelopers en mee-eters. Haas is er ook een van. Die springt met regelmaat vlak voor je voeten uit het hoge gras of uit een bedje boerenkool bij de buren. Ik hoopte dat uil terug zou komen om dit soort overtollige lekkernijen te verschalken. Het bos bij buurman Plantijn was wel aanzienlijk uitgedund, maar het behoorde nog tot de mogelijkheden.

Het aanschouwen leverde wel een vermakelijk verhaal op van het rattennest onder de schutting tussen de tuin van buurman van Luyn en die van mijn ouders. Mijn vader groef het nest uit met twee of drie van zijn zonen, gewapend met spades als ridders van stavast. Zodra er een hijgend diertje met kloppend hart omhoog kwam wachtte hem een wisse dood met een welgemikte tik van het harde ijzeren blad. Geen sinecure voor een kind van rond de zes jaar, die het achter het raam mocht aanschouwen. Er waren nog geen koelkasten en het eten lag derhalve met een beetje secure knaagpartij voor het oprapen op de kelderplanken.

De djembeklanken zwellen aan. De tweede groep krijgt les. Als ik mijn ogen dicht doe, waan ik me op een van de Afrikaanse feesten, die ooit tot het vermaak behoorden en voel hoeveel plezier het opleverde omdat je helemaal los mocht gaan. Misschien een overweging waard. Wie weet.