Overpeinzingen

Nog even moed te houden

Prachtige stralende dag en uitstekend weer voor een ritje naar Amsterdam, waar de bioclub bij elkaar zal komen. Gewapend met Rumi en de Mashrawi, benieuwd naar de bevindingen van de andere vrouwen. Iedere keer neem ik me voor op te schrijven wat me beroerde terwijl ik aan het lezen ben, want de ervaring leert dat ik dergelijke aantekeningen in mijn hoofd vergeet, als ik ze niet onmiddellijk vastleg. Helaas heb ik dat dit keer ook weer verzuimd. Volgende keer dan maar. Bovendien ben ik wel een voorstander van het spontane gesprek dat zich zal ontwikkelen. Op die manier is er ook ruimte voor spontane vragen en antwoorden. Als ze op papier geschreven staan, is een en ander al vastgelegd.

Gelukkig verschillen we allemaal nogal. Er is iemand die dat nauwgezet doet, aantekeningen maken en er is iemand van de kritische vragen, ik ben nog steeds een beetje meisjesachtig onzeker. Haha. Dat is geen halszaak hoor. Ik beschouw het als een leerzaam proces. Zo werkt dat nu eenmaal. Met nieuwe kennis vergaren gaan er deuren open in dat oude hoofd van mij. Soms moet de boel wat afgestofd, vaker moet ik opzoeken hoe een en ander in elkaar steekt. Boeiend blijft het bovenal.

Het bleek dat Rumi mooie filosofische en diep filosofische vragen had los gemaakt. Ook belangrijk individuele meningen over hoe wij, allen van een andere beleving, het wezenlijke van God ervaren hebben, naar aanleiding van de verhalen van Rumi en zijn levensbeschouwingen. Een van de vragen was ook of we dachten dat je pas heel was als je de andere helft van jezelf had ontmoet. Een soort voorbestemd lot, dat uit kon komen. Zoals Rumi Shamsi ontmoette en daar een onlosmakelijke verbondenheid mee voelde. Een boeiende vraag die verder gaat dan het spreekwoord uit het verleden’Op ieder potje past een deksel’. Geen van allen hadden we het gevoel voor elkaar bestemd te zijn. Als je immers ergens anders was geboren had je een hele andere Dick of Truus tegen het lijf gelopen. Al moest ik bekennen, dat ik bij Lief en de bijzondere wijze waarop we elkaar opnieuw gevonden hadden, het voelde alsof het min of meer toch zo had moeten zijn. Misschien het Romantische beeld, dat gaf ik toe, maar misschien niet vreemd na 25 jaar solo de wereldzeeën te hebben bestormd en nu in de wetenschap dat weer samen te mogen doen. Het geeft zo immens veel rust en voeding voor het geestelijk leven.

Beschamend moeten we toegeven, dat we zo ongelooflijk weinig blijken te weten van de islam, die altijd als De Islam wordt afgeschilderd, maar die uit zoveel verschillende stromingen bestaat en ook van het verloop van de geschiedenis. De eeuwenoude beschavingen, waarvan we allemaal wel hebben gehoord, maar de intensiteit ervan eveneens nooit op de juiste waarde geschat. Zo kouten we de middag stuk, terwijl de zon met de vogels mee kwinkeleert in de grote boom voor de enorme ramen van dat Amsterdamse bovenhuis drie hoog. Er is thee en appelcake, er zijn speculaasjes en er is genoeg voedsel voor nieuwe mijmeringen.

Op de terugweg rijdt vriendinlief mee naar huis en verhalen we van elkaars wel en wee. Haar leven zit op dit moment in een tumulteuze achtbaan met verbouwingen, zieke familieleden en het tuinhuis dat ook nog in de steigers staat. Met de groeven net iets dieper dan normaal in haar gelaat is ruimte om los te kunnen gaan met alles wat dwars zit van groot belang. De kleine blauwe overstemt soms haar zachte stemgeluid, maar mijn oren staan op scherp voor zover ze dat nog kunnen. De wetenschap dat het huis straks echt mooier, ruimer, lichter zal tonen en wonen is de grote troost en de drijfveer om nog even moed te houden.

Overpeinzingen

Doe wat je hart je ingeeft

Pluis had dagenlang op de armzalige 50 gram geleefd en we hadden goede hoop dat ze nu weer wat meer mocht hebben. Ze was vast en zeker afgevallen. Maar nee. Weliswaar niets bijgekomen, maar ook niet afgevallen. ‘Nog even zo doorgaan’ luidde het advies. Jammer Pluis, we hadden graag je wat meer voorgeschoteld. Het was prachtig weer vanmorgen toen we in alle vroegte, iets te laat door het krabben, richting dierenarts gingen. Tijd voor de booster en de andere berichten. Pluis gedroeg zich voorbeeldig en liet zich geduldig achter de oren krabbelen ten tijde van de prik. In een half uur waren we weer thuis, de portemonnee wat lichter en Pluis een voorschrift rijker. Mousse voor op de kale plekken op haar buikje. Gelukkig nog niet aan de prednison. Ach ja die kleine huis-tuin-en-keukenzorgen.

Alles valt in het niet bij de verschrikkelijke ramp in Turkije en Syrie, die gisteren al het andere wereldnieuws overspoelde. Wat zijn we nietig en klein tegenover het natuurgeweld. Zouden al die heersers eens tot dat inzicht kunnen komen. Dat niets anders er nog toe doet? Inzien dat we elkaar nodig hebben zolang dit soort rampen kunnen gebeuren in plaats van elkaar schade toe te brengen en te vernederen of landje-pik te spelen, terwijl in de aard van de zaak de aarde aan niemand toebehoort.

In de boekenkast op zoek naar mijn boekje met gedichten van de Perzische dichter Hafiz kom ik ineens een exemplaar tegen met fragmenten uit de Mashnawi van Djalalu’ddin Rumi naar het Perzisch vertaald door DR. R. Van Brakell Buys en een boekje met Perzische kwatrijnen. De laatste van de hand van Baba Tahir en Hafiz. Zo zie je maar. Een mens is vaak rijker dan gedacht. De taal van de Mashnawi is wat gezwollener dan die van Kader Abdolah, maar het past wel bij de dichterlijkheid van de Perzen. Prachtige beeldspraak valt er te lezen. Bijvoorbeeld: ‘Hij fluisterde aan het oor van de roos en men zag hoe zij lachende openbloeide. Hij sprak tot de steen in de donkere schacht verborgen en zij werd het cormalijn in de mijnen. Hij gaf het lichaam een boodschap door en ziet, het werd de drager van de geest’. Steeds weer zie je rijke omschrijvingen voor het gedachtegoed. Ik zal proberen voor morgen, als we Rumi gaan bespreken, nog wat fragmenten door te nemen.

Door allerlei acties die nodig waren voor een bepaalde aanschaf was de ochtend ineens voorbij en pakten we haastig wat spulletjes bijeen om naar de wekelijkse fysio te gaan. Die had een paar leuke en afwisselende oefeningen voor de borstspieren, nodig om het ademhalen wat te verlichten.

Eenmaal weer buiten scheen het zonnetje te uitbundig om zomaar aan ons voorbij te laten gaan. Tijd voor een wandeling door het prachtige Rhijnauwen., waar alle tekenen van lente zich glorieus en sneeuwwit aandiende in veldjes vol sneeuwklokken tussen het prachtige roestbruin van de bladeren op de grond, door grote proppen met elzenkatjes en de verse nesten tussen de takken. De bomen trokken hun lange namiddagschaduwen. Rond het fort was het goed toeven met de koesterende eenden in de al warme voorjaarszon. De koeien stonden onrustig te rammelen aan hun kettingen in de grote boerenstal en loeiden hun onmacht uit. Ze roken het voorjaar natuurlijk of moesten ze gemolken worden?

Na een opkikker in het rustige restaurant, enkele doorzetters aan de tafeltjes in de tuin gewapend met plaid, maar wij warm in het binnenvallende zonlicht door de grote raampartijen liepen we, moe maar voldaan, langs de twee ezels en een fuut terug naar de kleine blauwe. Blij toe met de lente-wending die deze dag genomen had. Doe wat je hart je ingeeft.

Overpeinzingen

Onbegrensde tijd

De vroege ochtend begon met zon en de belofte aan meer. Om het huis waaide het straf. De boomkruin zwiepte heen en weer. Beneden klonk gestommel en gedempt gepraat. Eerst maar koffie, schrijven en een puzzeltje.

Wat een kabbelend dagje beloofde te worden resulteerde in een reis door het verleden. Onze eigen geschiedenis in een notendop. De Wassenaarse slag was het vertrekpunt. Daar fietsten we vroeger naar toe vanuit ons laatste huis samen, in Voorschoten. Opmerkelijk, hoe lange wegen lijken te zijn gekrompen. In mijn beleving was de weg er naar toe eindeloos, maar nu moesten we vooral goed opletten anders waren we de cruciale punten alweer gepasseerd.

Op het strand tornden we tegen de wind op, die woeste schuimkoppen liet meerollen met de golven. Twee kraaien hadden de rol van zeemeeuw op zich genomen en stapten dapper voort, terwijl hun verendek in een warrige aanblik veranderde. Een handvol windsurfers trotseerden de kou en cirkelden sierlijk onder hun zeilen. Een enkele hond blafte vernietigend naar drie ruiters binnen de vloedlijn, terwijl het water hen om de dansende oren spatte.

Het strandtentje was te druk. Op temperatuur komen in de auto dan maar, bovendien zouden straks de herinneringen al ras de temperaturen opschroeven. De weg naar de Narcisstraat in Voorschoten reed ik blindelings, alleen was alles eenrichtingsverkeer geworden, dus moesten we kruip-door sluip-door, wat eigenlijk nog leuker was, want daardoor kwamen we langs veel memorabele plekken. De weg naar Leiden was nog niets veranderd en nu kwamen we, dankzij de tomtom, helemaal in de oude, ons destijds zo vertrouwde, straten en pleinen. Daar was station Lammerschans, de halte waar we vroeger uitstapten als we uit Utrecht kwamen, om vervolgens te lopen naar de Hoge Rijndijk, ons eerste huis samen. In mijn hoofd was de bovenverdieping al decennia lang een torentje geweest, maar nu zagen we dat daar geen sprake van was. Wel de hoogste verdieping met de drie ramen. Een van het piepkleine zitkamertje en een van de Pijpenla, dat tot slaapkamer werd gebombardeerd.

Uitzicht op het benzinestation, dat er nog altijd was. Door naar de zo vertrouwde straten. De Plantage, het Lange Levendaal, de Hoge Woerd met de trouw bezochte bioscoop op de hoek, die nu helaas verdwenen was. We groeven diep in de herinneringen en er kwam steeds meer boven. Ineens reden we onder de oude spoortunnel door bij het centraal station, waar we even verderop, recht tegenover de statige Boerhaave, de oude poort van het academisch ziekenhuis ontwaarden. Hier lagen de voetstappen van alledag, als Lief naar zijn collegezalen ging en ik mijn stages liep op de diverse afdelingen. Urologie, Long, Gynaecologie, Chirurgie en K.N.O.

Tot onze vreugde werd de wat gehavende ingang in ere hersteld, zo te zien aan de steigers. Ook de vleugels van het poortgebouw waren nog in takt. Tussen de oude zuilen door kon je de lange gangen inkijken en vlogen we dwars door de grenzen van de tijd, naar de hol klinkende voetstappen als je de hal betrad en over de trappen naar boven liep. Aanzwellend geroezemoes, gangen vol van leven en overal witte jassen en schimmen van vertrouwde gezichten die samen met ons daar gelopen hadden.

We namen foto’s onder en voor de poort, koesterden de oude met smalle glazuren steentjes betegelde zuilen. Verleden en heden vielen in een fractie samen. Onbegrensde tijd.

Overpeinzingen

Waar deze zachte winter al niet goed voor is

In de Groene vraagt Marja Pruis zich af of een mens verandert naarmate je ouder wordt of dat je in de kern jezelf blijft, met de gedachte het karakter is gevormd en dan volgt de rest vanzelf. Of iets dergelijks. Of ik veranderd ben, vraag ik me af en denk aan dat kleine dikkerdje uit mijn jeugd, die daar zoveel last van had en vanuit die gedachte zich probeerde staande te houden. Dat betekende dat je je een houding aanmat van vluchtgedrag met de gedachte ‘Als ik niet thuis ben, kan ik zijn zoals ik me op dat moment voel’. Het stigma valt weg. Zoiets. Er zijn karaktertrekken waar je overheen groeit omdat de omstandigheden veranderen, maar ook omdat je leert van alles wat op je pad komt. Er zijn er die in de kiem gevormd zijn en blijven bestaan. Het onverwoestbare optimisme van nu hoort bij het vluchtgedrag van vroeger, bedenk ik me nu. Het heeft voordelen, want je houdt het oog op het kleine geluk, het ontdekken van de schoonheid in waar je mee bezig bent of wat je omringt.

Even daarvoor trachtte de Groene te tornen aan mijn beeld van Roald Dahl, die ik alleen maar uit zijn boeken ken en waarvan ik nog geen biografie gelezen heb. Zelfs boy en solo staan hier ongelezen in de kast. Vanaf mijn aanschaf van deze boekjes heb ik het lezen ervan vooruit geschoven. Misschien om de heerlijke satire uit zijn fantastische jeugdboeken vast te houden. Elke vorm van analyse ervan verstoort mijn magische beeldvorming daaromtrent. Zelfs nu is er aversie tegen. Deze boeken heb ik eindeloos voorgelezen aan mijn kinderen en daardoor zelf de betovering ervaren die het met een kinderziel doet. Inderdaad, lekker griezelen, een meisjesheld vinden, met superlatieven leven, fantasie opkloppen tot grote hoogte.

Dochterlief had besloten om alvorens met de hele familie naar de tuin te gaan, eerst te gaan lunchen bij het heerlijke alternatieve tuincentrum op de hoek. Goed plan, dus sloten we aan. Het weer werkte op alle fronten mee, er verscheen hier en daar zelfs wat zon, nauwelijks wind, zachte temperatuur, ideaal dus. Kleindochter moest even aan het idee wennen, dat broerlief na het voetballen bij een vriendje was gaan spelen. Daarna zaten we vreedzaam aan de zuurdesem met ei of groentekroket. Voor de kleine was er een pitabroodje met kaas. Even bijkletsen en mijmeren over de periode dat ze bij ons langs zouden komen in Verweggistan. Wat te doen als ze daar eerder zouden arriveren dan wij er waren. Dat dilemma viel met gemak te tackelen. Goede vriend daar zou de honneurs waar nemen.

Het was zo gemoedelijk tijdens de lunch dat schoonzoon de kleine filosoof alweer op moest halen, dus liep dochter met de fiets aan de hand met ons mee op en wandelden we in alle rust naar de tuinen achterin. Bij het schuurtje met de bijenkasten waren er opmerkelijk veel nieuwe kasten en later zou blijken dat ze vol leven waren. Dochterlief ging bij haar aan het werk en wij gingen de eerste wilgen snoeien tussen de tuinen van ons en die van de achterbuuf. Vier stuks te gaan. Een overzichtelijke hoeveelheid. Ik knipte de dunnere met snoeischaar en lief ging de grote dikke te lijf met de takkenschaar en een enigszins botte zaag.

Het was heerlijk om langzaam het uitzicht op de velden en de molen, onbelemmerd door de kale takken, weer terug te hebben. Ik had al twee keer gezoem gehoord en ineens zag ik haar. Het nijvere bijtje. Tot mijn vreugde wist ik de maagdenpalm en de dovenetel in bloei. ‘Nectar aanwezig, kleine dappere’ schoot het door me heen. Waar deze zachte winter al niet goed voor is.

Overpeinzingen

Tot gauw

Gisteren hadden we net de ogen open of de volle hectiek van de dag besprong ons. Dochterlief belde dat schoonzoon voor de deur stond, zoonlief was ook gealarmeerd met het gevolg dat we allemaal rond half negen present waren. Eerst maar koffie voor deze en gene. De oudste belde tegelijkertijd op, dat we bepaalde formulieren stand-by moesten hebben voor een ander akkevietje en zo kon het gebeuren dat we het rustige opstarten, waar we alle twee toch langzamerhand aan gewend waren geraakt, voor vandaag in ieder geval konden vergeten. Eigenlijk kwam het heel goed uit. Er viel veel te doen voor een etentje met vrienden, die voor vanavond waren uitgenodigd. Eindelijk, na een hele lange tijd. Langzamerhand probeer ik tussen alle voorvallen door op z’n minst iedereen weer even te zien voordat we naar Verweggistan zullen gaan.

Een kwestie van plannen als de agenda soms overvol dreigt te raken. Schoonzoon kwam met zijn oude thermostaat, die de geest had gegeven. Maar gelukkig hebben we hier onze eigen electronica-techneut rondlopen en die hielp hem uit de brand. Kennis, die wij van ons ‘lang zal ze leven’ niet meer op zullen doen. Zo’n printplaatje is complete acacadabra voor ons. Voor schoonzoon trouwens ook.

Voor vanavond waren we in touw om de laatste loodjes in goede banen te kunnen leiden. Nog even naar de Marokkaanse winkel, nog even naar de super, twee heerlijke salades bereiden, een momentje inbouwen voor thee en dan nog wat voorbereidingen. Bij thuiskomst had Pluis, die op dieet is vanwege haar dikke buikje, zich aan het brood vergrepen. De arme ziel zit op 50 gram brokjes per dag en het is overduidelijk dat ze er niet genoeg aan heeft. Nog even volhouden en niets meer buiten de (koel)kast laten staan. Dinsdag moet ze weer op de weegschaal.

Bij de Marokkaanse winkel heerste de sfeer van een Soukh vlak voor de aanvang van de vrijdag. Het krioelde er van de mensen. Heerlijk om de geuren op te snuiven van de verse kruiden en de specerijen en de kleurrijke uitstalling te zien van hun groenten. Twee werelden apart, daar en in de supermarkt even verderop.

Eindelijk was het dan zo ver. Een uurtje voor tijd zaten we uit te puffen op de bank. Er was een voldaan gevoel over mijn stoofschotel en al het lekkers erbij. De Pide, het platte brood, hoefden we niet meer af te bakken. Ik had twee exemplaren uit de ‘Soukh” meegenomen. De wijn stond koud evenals de Choufjes en de alcoholarme bieren. Borrelhapjes stonden op het dienblad. Alles was in kannen en kruiken. Dat was de entourage.

Waar het werkelijk om draaide waren de lieverds zelf, die binnenkwamen verscholen achter een doos met kleine, maar fijne attenties. Vrolijke bloemen in mijn lievelingskleuren, valentijnhartjes om het gemis, zelfs aan Pluis was gedacht middels twee heerlijke zakjes kattenvoer, die nu natuurlijk niet konden. De fles Veltliner mocht koud. Vriendinlief had ik ergens in oktober voor het laatst gezien. Er viel ongelooflijk veel te bespreken. Bovendien kenden beide mannen elkaar niet.

Het werd een hele fijne avond. Met gesprekken over en weer, een kwinkslag, een vleug politiek, soms de ontwikkelingen in de wereld, die ons verbaasden, onze eigen handel en wandel, het wel en wee van de kinderen. ‘Wat moet je stevig in je schoenen staan als je in deze tijden jong bent’, merkte ik op. Klonken we nu als hoog bejaard? Ieder tijdsgewricht kent haar eigen sores. Er was bij ons ook dreiging, maar weer anders dan destijds bij onze lieve vrienden, die gemiddeld twintig jaar jonger waren. Groeide angst met de jaren mee?

Er was geen toetje en er was geen taart. Dat waren we zelf, zo gemoedelijk met elkaar. En koffie was ook een mooie afsluiting. Pluis kreeg alle aandacht en liet het zich aanleunen. Veel te vroeg, sommige mensen wil je vasthouden, was het tijd om te vertrekken. De rozigheid van de maaltijd ontwaakte. Nog even terug de kou in. Dag lieverds tot ‘gauw’.

Overpeinzingen

Letterlijk en figuurlijk

Gisteren hadden we bedacht eindelijk ‘De acht bergen’ van de Vlamingen Felix van Groeningen en Charlotte Vandermeersch, een verfilming van het boek van Paolo Cognetti ‘Le Otto Montagna’, te gaan zien. Hij stond al langer op het lijstje, nadat we de voorfilm hadden gezien.

Ze draaide in het filmhuis ‘De Slachtstraat’, een van onze lievelingstheaters, omdat je er heerlijk in alle rust vooraf nog een kop thee kon nuttigen en achteraf, in dezelfde rust door de wijdse opzet, bij een wijntje en een bittergarnituur de bevindingen van de film kon bespreken en delen. Bovendien stopte de bus, die een halte vlakbij huis heeft, bij halte Neude. Ideaal, als je niet minstens zoveel parkeergeld kwijt wil zijn als de entree voor de film. In deze dagen geen overbodige luxe om in ogenschouw te nemen. We hadden vele goede verhalen erover gehoord en waren benieuwd. Het boek van Paolo had ik niet gelezen. Het liefst lees ik of het boek, of ik kijk de film. Niet en, en. De beelden in mijn hoofd zijn tijdens een verhaal doorgaans te sterk bij het lezen ervan en die beelden koester ik.

Zo kwam het dat we gisteren door de straten van Utrecht dwaalden omdat we een halte eerder waren uitgestapt. Zo snel als mogelijk door het prestigieuze Hoog Catharijne om eindelijk te kunnen slenteren over de Steenweg naar de Oude gracht met zijn winkel van Sinkel, de plek waar vroeger de Tregter was, een berucht centrum van ondeugd volgens mijn vader, de kinderboekenwinkel waar veel van onze voetstappen lagen, het oude stukje stadhuis aan de zijkant, de leuke winkeltjes met de mooie gevels in de Schoutenstraat erachter, om vervolgens te eindigen in de Kintgenshaven en de Slachtstraat. Glorieuze statige oude stad, waar we vroeger eindeloos als begin twintigers alle mogelijkheden van vriendschap en ‘verliefd zijn’ hadden uitgediept.

Nu vonden we een tafeltje in het achterste gedeelte. Uitzicht op het tweede stuk van de bar. Zoals altijd kwam er een vriendelijke vrouw de bestelling opnemen en staken wij de loftrompet af tegenover elkaar over de weldaad van een mooie oude binnenstad, waar we ng steeds stiekem best een optrekje hadden willen hebben. Thee, chocolaatje en een Utrechtse sprits, wat wil een mens nog meer. Bij aanvang van de film werden we opgewacht door een vrijwilligster, die de kaartjes bekeek met de gebruikelijke gemoedelijkheid. Geen scan of niets, de kaartjes en onze mooie blauwe en bruine ogen waren voldoende.

De film begon rustiek en filmisch, met prachtige beelden van een oud bergdorp en de natuur erom heen. Er werd weinig gesproken, de beelden rolden traag over het doek, twee jongens, een vader en moeder, vriendschap en subtiele aanduidingen van karakters hielden op een gegeven moment de slaap niet weg. Bij de tweede knikkebol vermande ik me, schoot rechtop en daarna ging het beter. Het tweede stuk van de film, waar een van de vrienden wegtrekt naar verre oorden, beviel veel beter. Symboliek en de triestheid van het lot door de loop der dingen, misschien bij het maken van de verkeerde keuzes, een idee wat zich hardnekkig in het hoofd had gezet, de genen misschien zelfs, leidden allemaal tot het indrukwekkende laatste shot. Dat maakte dat we toch ten volle de beklemming voelden die voor de makers aan het geheel ten grondslag had gelegen.

Daarna een wandeling naar de bus, een tocht door de donkere avond, lantaarnlicht dat lange schaduwen wierp op stoepen en het glimmende asfalt, geroezemoes. Twee mensen in de bus, mijmerend over wat net voorbij getrokken was, letterlijk en figuurlijk.

Overpeinzingen

Geduld is een schone zaak

De bekende klassiekers ‘Raad eens hoeveel ik van je hou’ en ‘Rupsje Nooitgenoeg’ stonden op me te wachten in de kast met kinderboeken. ‘De zonnetjesbroek’ en ‘Kikker en Pad’ had ik al klaargelegd. Even vergeten dat dit peuters zijn met een spanningsboog van ongeveer een kwartier. De eerste twee boekjes waren ruim voldoende.

Ze mochten meedoen met het aangeven van de reikwijdte van de liefde van Hazeltje en grote haas (Zooooooveeeeeel)en met het happen door al die dingen, waar rupsje zich met smaak doorheen boorde. Grrp, Grrp, grrp. Daarna mochten ze vrij op de gang spelen en mij uitzwaaien. Kleindochter mocht naast me op de bank zitten en eerst wilden ze allemaal kwijt, dat ze ook een oma of twee hadden. Die lieve koppies, beetje schuin, luisterend, bedachtzaamheid bij sommige, herkenning bij anderen, verwondering alom. Fijn om weer eens mee te maken.

Vrijdag komt vriendinlief met haar liefhebbende echtgenoot eten, dus probeerde ik nog eens de ‘Imam Bayildi’ op het bord te krijgen. Ooit had ik het gerecht al eens gemaakt en was het zeer in de smaak gevallen, maar nu vond ik het eigenlijk te zwaar voor lekker. Het was goed gelukt, zag er prachtig uit, maar was het toch niet helemaal. Even iets anders verzinnen. Altijd leuk om gerechten te bedenken.

De dagen kabbelen voort in een bepaalde broodnodige rust. Straks zijn er weer genoeg momenten, waarop de bezigheden worden gestuwd tot grote hoogten en de tijd in sneltreinvaart aan ons voorbij zal trekken. Dat verstillen is bij tijd en wijle nodig om tot inkeer te komen, dichtbij je ziel en zaligheid en alles wat je beroert, los van het wereldtoneel. Ineens weet ik ook wat er aan ontbreekt in deze dagen. Het is te nat en te winderig om naar de tuin te gaan.

Maar ik verlang naar de hippende roodborst, het kleine winterkoninkje in de haag van wilgentakken, die zo gemoedelijk heen en weer wipt, tak op, tak af, de buizerd hoog boven ons in het zwerk, het zompige gras met haar woelmuizengangen, de scheve appelboom van Vasalis met haar dubbele stam, de einder met het zicht op de molen, de velden, het je een voelen met de natuur. Geduld is een schone zaak, zeiden ze vroeger. En dat is zo. Al halen de weersveranderingen de natuur totaal onderuit en scharrelen de vogels van diverse pluimage nu al hun nestbekleding bij elkaar. De kauwen in de dakgoot zijn al druk aan het schikken en herschikken. Volgende week belooft het 8 tot 11 graden te worden.

Wellicht inderdaad goed om dan naar de tuin te gaan en de wilgen te knotten voor ze hun nieuwe uitlopers ten toon spreiden. Alles wat al kopjes opsteekt boven de grond bemoedigend toe te spreken, maar ook opnieuw lijfelijk in de weer te zijn.

Bij de fysio gisteren liet hij me op de bozobal balansen en tegelijk moest ik een bal ronddraaien. Het werd een doldwaze bezigheid, die de aanwezige zuurstof naar de achtergrond schoof. Wat heerlijk om met onbezonnen kinderlijke vreugde bezig te zijn en niet met alles wat de revue passeert in het nieuws en in het dagelijks leven. Wat ook zal helpen is een dagje strand. Wandelen tot het hoofd leeg is en niet meer gevuld met muizenissen, die straks een issue zullen zijn. Er moet ook nog het een en ander gebeuren, maar de heilige dwang wil ik er vanaf geschaafd hebben, anders komt het niet uit de vingers.

Tekenen, schilderen, Rumi, de tuin, opdrachtjes voor deze en gene, tot het nut van het algemeen en de balans voor jezelf in het bijzonder. Wat ik al zei: ‘Geduld is een schone zaak’.

Overpeinzingen

Flexibel zijn brengt nieuwe mogelijkheden

Beneden rommelen zoonlief en lieve schoondochter, dwars door de droom heen wiegen de stemmen naar boven, flarden van een gesprek. Gedempt gelach, de dag vangt aan. Buiten begint het verkeer langzaam op gang te komen.

Gisteren hadden we een kalme dag tussendoor. Het begin van de week vieren, dacht ik, bij het zien dat de rol bladerdeeg over de datum glipte, dat was beter dan de maandag in een blauwe kleur te wentelen. Niets mis met blauw overigens. Heb je ooit een lelijke blauwe lucht gezien, of een afzichtelijke kleine blauwe Prins, maar enfin. Weg met al die blue Mondays.

Fruit te over op de fruitschaal sinds zoonlief zichzelf weer op een gezonde voeding had ingesteld. Rissen(ja echt)bananen, appels te over, peren, gedroogde abrikoosjes in de koelkast en rozijnen. De laatste twee wellen, alles klein snijden, in het bladerdeeg stoppen, dichtvouwen en afbakken maar. Een kind kan de was doen.

De glazen theepot, waar thee op een waxinelichtje een prachtige warme oranje gloed gaf, naast de vers afgebakken strudel, de armetierige bosjes narcissen bij de allergoedkoopste supermarkt, die bloeiend toch een flinke bos waren geworden en een vleug lente met zich mee brachten en verhalen, over de door lief te installeren nieuwe printer op zijn computer.

In de ochtend had ik een respectvol bedankje gekregen waar eigenlijk de hele dag van mee geprofiteerd werd en waarmee ik geweldig blij was geweest, omdat degene die me schreef, me zo intens had begrepen. Dat geeft de burger moed. Lichtpunten zijn er vooral om geteld te worden.

Vandaag is kleindochter en haar groep aan de beurt en speelde door mijn hoofd welk boek er geschikt zou zijn voor driejarigen en jonger. Kikker en pad, omdat de stem van pad altijd een beetje klaaglijk en aandoenlijk laag klonk, was op zich een goede keuze door de gelaagde vertelling, al was het gehalte aan prenten minder. Een echt prentenboek vind ik hierboven misschien nog. De meeste heb ik weg gegeven. Het prachtige boek ‘De boom met het oor’ van Annet Schaap was nog net iets te moeilijk. Zo puzzel ik het oeuvre voor vandaag bij elkaar. Voor het eerst sinds een lange tijd voel ik de tijd als een zegen over de dag heen trekken. Oma leest voor.

Ik denk aan de groep en alle keren, iedere dag dus, waarop ik ze voorlas en ze aan hun stoel gekluisterd zaten. Ademloos hingen ze tegen het verhaal aan. Vooral het laatste boek, dat we nog met elkaar gelezen hebben. Dat was het net uitgekomen ‘de Gorgels’ van Jochem Meijer. Er was maar weinig voor nodig om ze in het verhaal te brengen. Een goed verhaal laat zich als vanzelf lezen, iedere dag bedelden ze om meer.

Gisteren dacht ik ineens, vermoedelijk door de stevige wind die om het huis heen huilde, aan Liesje Herfstbriesje. Dat was een windekind die bijna nooit van haar wolk af mocht, terwijl haar moeder Sjaan Orkaan, haar vader Toon Tyfoon en haar broer Storm wel altijd ergens aan het razen waren. Oom Koos windhoos komt op haar passen als de rest in de weer is. Natuurlijk glipt Liesje er van tussen als ze haar kans waar ziet en beleeft beneden een paar avonturen. Een superverhaal, verder uitgewerkt met mijn lieve duo. In het oorspronkelijke verhaal was ze trouwens Liesje Lentebriesje, maar we hadden het nodig voor een kamp en dat viel in de herfst. Geen probleem. Flexibel zijn brengt nieuwe mogelijkheden.

Overpeinzingen

De basis is er

De wonderlijke droom laat een, even vreemde, tweedehands zaak zien met prachtige geglazuurde keramieken tegels van insecten in groenen en blauwen. Ze zitten in eikenhouten lijsten maar die haal ik eraf. Dat maakt ze oubollig. Juist de tegeltjes verdienen de volle aandacht. Ze hebben de grootte van een koelkastmagneet. Hoe duidelijk zijn de beelden in het hoofd. Tot in detail neem je waar. Het verbaast me altijd weer.

Gisteren keken we naar de serie ‘Onze man bij de Taliban’’ van Thomas Erdbrink. Bewonderenswaardig is het gemak waarmee hij, met zijn kennis van het Farsi de harten van de mensen weet te bereiken, het gemak waarmee hij een gesprek opent, moeilijke onderwerpen aansnijdt en mensen daardoor bereidt zijn te vertellen wat ze denken en voelen.

Ik vang enkele woorden op, iets in de trant van ‘het daget in het oosten’ sinds ik ooit, in een grijs verleden, een jaar Farsi probeerde onder de knie te krijgen. Ik vermoed dat, als het alleen om het mondeling was gegaan, het nog wel een geslaagde poging had kunnen zijn, maar ik liep volledig stuk op de schriftelijke grammatica. Wat een onwijs moeilijke taal om te begrijpen. Er zweven herkenbare woorden langs, sendeki, halet tsjetorie, to goebi. Het klinkt mooi, zacht en zangerig en is volledig in tegenspraak met hun verhalen over de verheerlijking van het geweld. Maar hoe kan dat ook anders, als je vanaf het begin als klein kind, bent geïndoctrineerd met denkbeelden, dat de dood zaliger is dan het leven. Aan het eind van hun tunnel ligt het paradijs en dat haalt het niet bij het leven op aarde. Volgende week ontmoet de journalist de vrouwen. Vooral daar ben ik benieuwd naar. Een must om te kijken.

Zoonlief was ziek. Ik had in de nacht al wat wonderlijke geluiden gehoord, maar in de middag had hij weer een emmer nodig en maakte ik, als vroeger, warme thee en beschuitjes voor hem, een met alleen een beetje boter en een met kaas, met het devies erbij om het mondjesmaat te drinken en te eten. Ergens aan het eind van de middag vroeg hij of ik groentensoep wilde maken. Zijn vriendinnetje haalde de nog ontbrekende ingrediënten. Inderdaad, bij flauwte of misselijkheid helpt alleen een krachtig bouilonnetje en als je vegetarisch bent, wordt dat automatisch een groentenbouillon. Uien bakken in een scheut olijfolie, schijfjes zoete aardappel erbij, twee bouillonblokjes en water, fijngesneden prei. Het helpt enorm om de maag weer rustig te krijgen. Tussendoor sliep hij gaten in de dag en kwam in de avond naar beneden voor nieuwe beschuiten, nu met aardbeienjam. Voor het lekker dit keer. Het was leuk om de ouderwetse pleeg uit te hangen. Als dat er eenmaal in zit, komt het er op tijden dat het nodig is, wel uit.

Vandaag ga ik de boekenkasten nog eens doorploegen. Morgen lees ik voor op het dagverblijf van mijn lieve kleindochter. Voor corona heb ik dat met genoegen ook gedaan. Of was het al vorig jaar. Dat is me ontschoten. Door die twee gesloten jaren is de Tijd door elkaar gaan lopen. Je denkt in termen van voor of na corona, maar het is fluïde. Het komt zoals het valt. Het ligt ook aan het vorige turbulente jaar, waar lief en ik elkaar moesten ontginnen. Waar liggen de wensen ten opzichte van elkaar, wat zijn de oude gewoonten, welke bagage neem je mee, wat zijn de verwachtingen, hoe worden ze ingevuld. Soms is er een bezinningsmoment nodig en dan weer is het tijd om de buitenwereld bij dit hele proces te betrekken. Het gevoel nu ingebed te zijn en weer naar buiten te kunnen treden is een goed gevoel. We zijn er klaar voor. De basis ligt er.

Overpeinzingen

Het doet het hart goed

Het was een aardig eind rijden naar het stadsdeel aan het Markermeer. Wisselende luchten, maar vooral ook de zon, soms in samenhang met een diep indigo er tegenover. Dochterlief reed met de zwier die ik van mezelf herkende. We waren met drie vrouwen, ik en twee dochters, op weg naar de vrouwencirkel. In de ochtend had ik in alle vroegte een woordje geschreven voor de toekomstige moeder en het boek dat ze wilde hebben was alleen maar online te bestellen, dus gaf ik haar de titel in een mooie bloesemkaart. ‘De eerste 40 dagen’ van Heng Ou.

Het huis ademde Jan de Bouvrie en door de rust die het bracht was het uitstekend geschikt voor zo’n serene ceremonie. Hier en daar miste je de persoonlijke noot in het geheel van het design, maar de warme uitstraling kwam van de kring, ecru en bruine grote kussens op de grond rond een sisal ronde mat, kaarsjes, grote kaart in het midden, theepot met kommetjes en uitzicht op de tuin, grote beukenhagen met twee gelijke boompjes aan weerskanten, waarin ledlampen hingen.

De uitgenodigde vrouwen druppelden binnen, soms wat onwennig, omdat we elkaar niet kenden, dan weer met hartelijke omhelzingen. Het leek bijna of er een dresscode was afgegeven. Voornamelijk ecru of witte en zwarte of donkere kleding, yin-yang ten voeten uit.

Er werd een sfeervol en zacht meditatief muziekje opgezet en de binnenvallende zon door de grote ramen bracht de laatste finishing touch. Schoenen uit en ik had wijs de tai-chi schoentjes meegenomen. Er kwam vooral veel zoetigheid op diverse etagères, chocola, spekkoek en pandancake in de cirkel te staan. Er was kamillethee in kleine Chinese kopjes. Kalm koutend tot iedereen er was, stemmen werden automatisch gedempt, het wachten was op de moeder en haar zus en lieve schoonzus zelf. Ze had een broekpak aan met een topje, die haar bescheiden maar trotse buikje bloot liet.

We begonnen met een rondje voorstellen. Bij de eerste zinnen werd er al gelachen en gehuild. Emotie mocht vloeien vandaag. Sommige vonden dat ongemakkelijk, anderen hadden er geen moeite mee. We hadden ook allemaal wat woorden voor de lieverd opgeschreven. Ze zat in een bescheiden pauwenstoel aan het hoofd van de cirkel en kreeg onmiddellijk van de twee vrouwen die de ceremonie zouden leiden een voetenbad met massage met magnesium. Het doel, de aanstaande moeder centraal stellen, de kennis en de ervaring van de andere vrouwen uitwisselen, klonk als een mooi ritueel. Eigenlijk was er geen greintje van zweverigheid. Hier werd gereflecteerd op de eeuwenoude overlevering van vrouwen onder elkaar. Oma’s, moeders, dochters, zusters, nichten en vriendinnen met hun eigen verhalen maar ook werd de verbondenheid gedeeld.

Het werd een bijzondere middag met zeer persoonlijke verhalen, zowel van schoondochterlief en haar vergelijking van de eerste met de beleving van deze tweede zwangerschap en de ervaring van de andere moeders in de kring. Er werd een armbandje ter plekke gemaakt met betekenisvolle stenen waar ieder twee kralen van mocht uitzoeken. Haar moeder had amethist gekozen en ik ook, naast de maansteen, omdat de maan staat voor vrouwelijke krachtige energie en omdat de maan de levenscyclus vertegenwoordigt van geboorte, dood en wedergeboorte. De wassende maan als het groeiende buikje. Daarna waren er nog cadeaus en werd de ceremonie met een zachte lavendelgeur en dezelfde rustige klanken besloten.

Bewust zwanger zijn, schreef ik gisteren, is het hoogste goed. De wetenschap dat je naar je eigen lijf mag luisteren, naar de tekenen die het kind zelf doorgeeft, het beleven maar ook doorleven van alles wat er gebeurt daarbinnen en dicht bij de natuur, dichter dan wij ooit stonden in onze zwangerschappen. Zo’n pareltje, de wetenschap dat men dat stukje natuur probeert te heroveren, het doet het hart goed.

Overpeinzingen

De bron van leven

Het zijn weer roerige tijden. Er gebeurt van alles en soms gaat het zo snel achter elkaar, dat je het gevoel hebt in een tredmolen te rennen. Pas op de plaats dus en diep nadenken. Het heeft onder andere allemaal te maken met de auto die in het verschiet ligt en als het aan mijn zoon ligt, sneller dan ik denk. We puzzelen en passen en meten en weten dat het straks uitstekend zal verlopen.

Vanmiddag vieren we dat er een nieuw leven op komst is en zijn we ons er extra van bewust wat dat betekent. We zullen uitspreken wat we voelen en dat delen met de anderen. Bewust zwanger zijn is het hoogste goed. Toen we midden in het leven stonden, was er niet altijd tijd voor bewustwording. De wereld draaide door. Onze moeders moeten dat nog meer ervaren hebben. Kinderen krijgen was onderdeel van de invulling van het leven en het overkwam je vaak. De elfde keer is dat een andere ervaring dan bij de eerste. Bovendien had ze haar handen vol aan het grut. Er waren nog geen apparaten die de wind uit de zeilen konden nemen. Iedereen had een taak in het reilen en zeilen. De jongens poetsten schoenen, de meisjes stopten sokken. De rolverdeling was er. Dat ‘hoorde’ zo, volgens de toenmalige normen en regels.

Mijn eerste stage op de gynaecologie was op een grote zaal met ijzeren bedden, waar de pas bevallen vrouwen lagen met even zoveel wiegjes achter het bed. Privacy was er door een gordijn dicht te trekken, maar in alle rust genieten van de kraamtijd was er niet bij. Je lag met tien vrouwen. ‘s Avonds werden de wiegjes weggereden en lagen de baby’s gescheiden van de moeders. ‘S Nachts werden ze gevoed door ons en in alle vroegte werden ze eerst in bad gedaan. Babyromantiek werd gevangen in rozige schoongeboende lijfjes, flesje erin en rust in de tent.

De eerste keer zwanger. Je weet niet wat je overkomt. Het lijf neemt het over, er gebeuren allerlei onvoorziene wonderlijke kwalen en veranderingen. Omvang, kleine ongemakken, jurken waar je nooit meer in past. Alles wordt letterlijk zwaarder en als de kleine dan geboren is en jullie zijn samen thuis dan wordt de buitenwereld ongemerkt kleiner en weet je na een week al niet meer over iets anders te praten dan over krampjes en volle luiers en doe je alle mogelijke moeite om aan je baby af te lezen waar het behoefte aan heeft.

Stukken makkelijker vond ik het als ze eindelijk aan het brabbelen sloegen en ze vast voedsel mochten eten. De hele bewustwording werd door de verantwoordelijkheid en mijn eigen onrust daarin naar de achtergrond verdreven. Van een druk en werkzaam leven naar de grote en eindeloze wolk die soms roze, maar met kloofjes door de borstvoeding, het dwingende huilen, de eeuwige luiers, soms ook donkergrijs was.

Bewust zwanger mogen zijn is een prachtige start voor het hele gezin. Toen ik de rust ervoer die mijn dochter tijdens haar bevalling ten toon spreidde en in haar eigen natuurlijke habitat klaar was om het kind te ontvangen met open armen samen met haar echtgenoot, was ik geroerd. Die kalmte had ik nooit op die manier ervaren. Ik ben benieuwd naar de viering van vanmiddag. Het is prachtig om het op deze manier mee te mogen maken en samen te beleven dat er ergens in ons lijf zo’n natuurlijke oerdrift huist, de bron van leven.

Overpeinzingen

Een feestelijk begin

Vandaag is een dag als alle anderen en zo bijzonder. Normaal gaan we met elkaar naar het strand aan een willekeurig stukje Noordzee, het liefst Egmond, maar dat is eigenlijk soms een brug te ver. We schrijven er onze boodschappen in het zand en wind en water nemen ze mee om ze te tonen aan die vrije adelaar hoog boven moeder aarde, waarvan we zo graag geloven dat het de vader van de kinderen is.

Vandaag 20 jaar geleden gingen we aan boord van een zeewaardig schip in Scheveningen. Het was koud en winderig, de golven werden opgestuwd tot pittige hoogte en het schip deinde op en neer. We hadden allemaal naast het beklemmende gevoel in onze harten en geen echte zeebenen een bezwaard gemoed. De urn was lange tijd blijven staan en die dag zouden we de as gaan uitstrooien voor de kust van Egmond, waar mooie herinneringen aan hem ooit diep in het geheugen gegrift zijn.

Mijn Franse schoonzoon had het meeste last van de deining en lag grauw op een van de bankjes van het schip. Ooit had ik al verteld dat het strooien van as door de bank genomen een illusie is, want als een grote kluit stortte het in zee, toen de urn werd omgedraaid. De meegebrachte bloemen verzachtten het leed, want die werden drijvend meegevoerd naar onbekende oorden, ze dreven de vrijheid tegemoet. Wie er kan, wandelt zondag mee, weliswaar nu in het bos, en daarna stellen we de gemeenschappelijke dagen weer in. Door corona was er toch de klad een beetje ingekomen.

———-———-

Daar bleef het gisteren bij, want door allerlei ontwikkelingen kwam er van schrijven niets meer. We zijn bezig met het zoeken naar een grotere leaseauto. De kleine trouwe blauwe Prins is een kanjer, maar voor de lange afstanden naar Verweggistan hebben we zwaarder geschut nodig. Zoonlief hielp erbij en zocht een aantal betaalbare modellen bij elkaar. Met een daarvan gaan we vandaag een proefrit maken. Spannend. Ik hecht altijd aan mijn auto’s en aan de kleine blauwe nog wel het meest. Ze hebben trouwens allemaal steevast namen gekregen en werden automatisch deel van mijn leefwereld. Nu zal dat anders voelen, maar misschien ook niet. Dat gaan we vandaag ontdekken. We hebben alles op een rijtje gezet, gewikt en gewogen, eventuele onvoorziene kostenposten meegenomen en zijn niet ontevreden over wat er uit de bus gekomen is.

Het is de week van de poëzie. Iedere dag een gedicht, is alvast een goed begin. Ik zou moeten doorgaan met Rumi van Kader Abdolah, maar op de een of andere manier kom ik bij de lieve gedichten van Hans en Monique van Hagen uit. Kattebelletjes vol wijsheid, filosofie, empathie en verwondering. Deze bijvoorbeeld:

‘ik weet wat warm is en koud is/wat zoet is en wat zout is/ik weet/wat lief is en wat stout is/wat goed is en wat fout is/

maar wat is nul en wat is niets/wanneer is ooit wanneer is nooit/en waar is nergens/dat moet ik nog bedenken/

ik denk nooit aan niets/want als ik dat probeer/denk ik stiekem toch aan iets/

Ooit ben ik met denken klaar/dan weet ik alles/van nul en niets en nergens/ dan ben ik een wetenaar’

Kleine woorden die grote gedachten schrijven, dat is het mooie van deze gedichten. ‘Iedere dag een gedicht’ wordt met de poëzie van deze twee kanjers een feestelijk begin.

Overpeinzingen

Mooier kan je het niet hebben

Hoe je je vergissen kan. Tien bollen wol besteld, hebben ze een ieniemienie-muizen formaat. Bollen van 25 gram, waar je inderdaad hooguit een poppenmuts of sjaal van kan breien. Natuurlijk had ik alles af moeten speuren en zeker naar het aantal grammen, maar wie verwacht dit nou. Een mooi leermoment en kijken wat ik er van kan brouwen.

Het was toch nationale pechdag hier in huis, want het begon letterlijk en figuurlijk met een koude douche. moest de ketel bijgevuld? Terwijl ik naar de fysio was met, bij inspanning, een saturatie van 82, hadden lief en zoonlief geconstateerd dat inderdaad de druk te laag was, maar na bijvullen werd er toch een ‘error’ aangegeven. Monteur beloofde langs te komen voor zessen.

Om het warm te krijgen vooral vroeg koken, bedacht ik me. Met het recept opgesnord op internet, makreel met ketjap-citroen saus, spinazie en tomaat en de overgebleven couscous van vorige week, smulden we ons dwars door de lage temperaturen heen. Klokslag zes uur werd er eindelijk aangebeld. Een hele grote vriendelijke monteur vulde de woonkamer en hij zocht zijn weg samen met lief naar de kaduke ketel. Even later ging hij een nieuwe ventilator halen uit zijn auto. De oude had al amechtig gepiept en gekraakt de afgelopen keren en nu had hij het helemaal begeven. De man was verbazingwekkend vriendelijk, al had hij op dit late uur ook nog een adres te gaan. Een zegen voor de mensheid, zulke mensen. Langzaam kwamen de verkleumde spieren, nog steeds onder de wollen plaid, tot leven.

Niet alles was beroerd. Zoonlief kwam met mijn nieuwe telefoon, groot scherm, extra ruimte en grotere letters. Niet onbelangrijk, een fantastisch beeld op de telefoon. Hoera. Handig zo’n ITer in huis, die de oude direct overhevelt naar het nieuwe exemplaar. Hoesje er omheen en klaar voor gebruik. Dag ouwe getrouwe 5. Ik leg je terug in je doosje.

Ik denk aan de evergreen van Donald Jones en Annie M.G. Schmidt; ‘Ik zou je het liefste in een doosje willen doen, en je bewaren, je heel lang bewaren’, denk er wel dat hele vette Amerikaanse accent van Donald bij. Dat was de romantische kracht van het lied/gedicht. Ik vond dit prachtige fragment met een ontroerde Annie, om het te duiden.

In de Groene van deze maand lees ik dat Max van Rooy een biografie heeft geschreven van H.P. Berlage. De auteur is ‘de kleinzoon van’ en heeft minstens 44 jaar na het voornemen pas dit cruciale werk voltooid. Enkele weken later overleed hij. Hij stelde zich ten doel om vooral over het leven van Berlage te schrijven en over de relatie ervan met betrekking tot diens gebouwen en projecten. Verhalen die hij vooral van zijn moeder, de dochter van Berlage, hoorde want hij zelf werd geboren na de dood van de beste man. Aan het eind van de recensie, merkt Chris van der Heijden op dat de biografie hem ontroerde en verwarde. Iets om zelf te gaan ervaren, lijkt me.

Gisteren wipte ik na het grit voor Pluis te hebben gehaald, nog even de naastgelegen kringloop binnen om het boek Abeltje van Annie M.G. Schmidt te zoeken voor dochterlief, die het verhaal wil vertellen aan de kleine filosoof. Deel twee had ik wel in huis, maar het eerste deel of met iemand meegegeven of uitgeleend.

Laat ik nou, in die kast vol kinderrepertoire kriskras door elkaar en niet op naam, een heel oud exemplaar vinden, precies een jaar ouder dan ik zelf ben. Het was er eentje uit de Kluitmanserie. Totaal vergeeld en met een herkenbaar adres van de vorige eigenaar en de datum waarop hij het boek had gekregen. Al met al brachten de gebeurtenissen van de dag elkaar aardig in balans. Pech en geluk. Mooier kan je het niet hebben.

Overpeinzingen

Beloofd is beloofd

Een hamsterrat die is opgeleid om bij een aardbeving slachtoffers op te sporen, laat de volkskrant gisteren weten. Het dier is uitgerust met een rugzakje vol electronica. De electronica is ontworpen in Eindhoven in samenwerking met Antwerpen. Van zo’n bericht wordt een mens weer blij tussen alle deprimerende berichten die er normaliter in staan. Ze kunnen ook landmijnen en actieve bommen opsporen, want ze zijn te licht om de mijn te laten ontploffen en ook zijn ze in staat om mensen met tuberculose te detecteren. Ze worden in Belgie en Tanzania getraind. Wat een prachtig samenwerkingsverband. Er is één probleem. Als bij een ingestort huis, de koelkast per ongeluk openspringt, moeten de ratten nog leren zich toch stug op hun doel te blijven focussen. Iedereen kent z’n eigen verleidingen.

In mijn verbeelding wandelt de rat rechtop met zijn rugzak vol electronica op de rug en kletst honderduit door een van zijn microfoontjes. Een script voor een stop-motionfilm of het begin van een prachtig kinderboek. natuurlijk wordt hij verliefd op een andere reddingsrat en gaan ze door middel van nog betere samenwerking nog veel meer levens redden. Eind goed, al goed natuurlijk, want er zijn al genoeg rafelige randen in de wereld.

Lief leest het voor op de rand van het bed. Samen de mooie zaken delen zet de dag in een ander licht. Ondertussen begon de ochtend al vroeg. De inwendige mens is nog wat aan het rommelen en is nog niet helemaal tot rust gekomen, maar er is goede hoop op herstel. Vanmiddag zal ik de fysio aan het werk zetten of hij mij, denk ik, maar vanuit dit gezichtspunt. Het is de stagiair, dus gelijk een mooi leermoment voor hem.

Gisteren gingen we op onze bejaardengang, slof slof, boodschappen doen en waren toch een beetje ondersteboven van de rekening, terwijl het helemaal niet echt veel was, wat we aan artikelen hadden. Deze week gaan we op de kijk-en-vergelijk-toer. Hoe verlagen we de uitgaven per dag.

In die vroege ochtenduren krijg ik soms de vreemdste intervallen. De winkel waar ik de leuke set had gekocht, maar waarvan ze alleen nog een kleine maat broek hadden, was ook online. Opgezocht, broek gevonden tegen dezelfde gereduceerde prijs en nu heb ik een mooie set. het was het laatste exemplaar in large, viscose en in de mooie gebrande Hennakleur van het hes. Dat was overigens van 119 euro afgeprijsd naar 10 euro. Dat zijn leuke verrassingen. Ik moest denken aan de wijze woorden van zuslief: ‘Altijd wachten op de 70%’, en zo is dat.

Het arboretum in Wageningen bezit bloeiende Hamamelis, schreef vriendinlief, maar het mooiste arboretum waar deze toverhazelaar veelvuldig voorkomt, is in Kalmthout bij Antwerpen. Het is erg verleidelijk om eens een bezoek te brengen.

In plantaardigheden.nl vind ik diverse verklaringen voor de naam, maar deze sprak me het meest aan. ‘Tover’ of ‘heks’ (in het Duits heet de plant Hexenhaselstrauch) kan zowel slaan op de magische wijze waarop de zaden worden weggeslingerd als op het merkwaardige tijdstip van de bloei in de winter. Of je zou de geneeskrachtige en cosmetische eigenschappen van de plant als tovenarij moeten beschouwen…Tot slot: probeer de toverwerking van de plant eens zelf uit: Doe wat afkooksel van het blad op een watje en wrijf daarmee de pijnlijke bulten en stekende beten van muggen en andere insecten in. Volgens de indianen is dit een probaat middel hiertegen.

Goed om te weten. Toch eens gaan kijken, misschien eerst naar Wageningen en daarna naar Antwerpen. Nu nog niet, want het is pas-op-de-plaats-week, heb ik mezelf en het vege lijf beloofd. Beloofd is beloofd.

Overpeinzingen

Krant spellen, puzzelen en Rumi

De bloes was voldoende op een stemmige plisee broekrok en met een zwart jasje erover. Met was lichte aanmaningen tot versnelling kwamen we op het nippertje aan bij de Bethaniekerk in Lunteren om de doopdienst van kleindochter mee te maken. De kleine blauwe liet zich geduldig inparkeren op een miniem plekje, precies voor de ingang. De grote suv’s en andere auto’s van formaat hadden het voorbij moeten laten gaan. Klein heeft zo z’n voordelen.

Het was al vroeg bijna helemaal vol. Heel veel kleintjes zaten her en der tussen het publiek. Het werd dan ook een dienst die een hoge mate aan kinderstemmetjes produceerde. Er was veel afwisseling. Veel gezang, opstaan, zitten, de doopkaars werd aangestoken, er werd gepreekt. De voertaal was Ambonees, met een voorganger die slechts drie maanden geleden hier naar toe was gekomen en die daarnaast heel behoorlijk onze taal machtig was. Er waren foto’s op de twee schermen te zien met onder andere de regenboog, het ontwerp van ons lieve kleinkind voor het boekje met teksten. De doop werd gehouden bij een klein doopvont middenvoor met haar Papa Ani, een broer van mijn schone dochter. Ze zagen er allen als een plaatje uit. de kleine in het tule, de schoondochter in fluweel en haar broer in een stemmig zwart.

Cadeautjes

Na de dienst was er een hapje en een drankje in het huis van Omi en Oops. Het werd volle bak De hele kumpulang van de familie was aanwezig plus de goede vriendinnen en vrienden. Loempiaatjes, Bapao, soep voor de inwendige mens. Aangenaam kouten, drukte van jewelste in de keuken, gekrioel van de kleintjes, terwijl de oudste kinderen op de trap achter hun schermpje hingen, cadeau’s, heel veel cadeaus voor het feestvarken en zoonlief die overal zoveel mogelijk de helpende hand bood. Trots op de lieverd.

Opeens was er de benauwdheid. Ik voelde het opkomen als een snelle razende tornado. Nu moest ik weg, begreep ik. Later bleek dat er inderdaad niet veel zuurstof was met al die mensen. Het kon ook zijn dat iets van wat ik gegeten had, niet goed was gevallen en hoogstwaarschijnlijk had ik te weinig gedronken. Het afscheid was wat overhaast maar kon op dat moment even niet anders. Een surrealistische rit met verergering van de symptomen was het gevolg. Thuis wilde ik liggen en later beter maar naar bed. Door het hoesten wat erbij hoorde, had ik vermoedelijk ook in de lies een breukje veroorzaakt. In ieder geval werd ik me gewaar van alle gewrichten, spieren, organen die levensgroot boven de pijn uitstegen. Alles klopte, boorde en klotterde. Griepje hoogstwaarschijnlijk, was de nuchterheid waarmee de angst werd weggevaagd. Diep ademhalen en het uitzingen. Niet kunnen slapen maar dan maar luisteren naar de diverse oprispingen en pijntjes en de draai proberen te vinden die verlichting bood. Het emmertje bleef bij de hand.

In de ochtend met hazenslaapjes tussendoor zakte een en ander. De rust deed goed. De koffie herstelde enigszins het unheimische gevoel. Lang geleden dat ik me zo had gevoeld. ‘Het gaat wel weer over voordat je een jongetje wordt’ zei onze moeder vroeger altijd bij elke kwaal. Het is hier in huis een gevleugelde uitspraak geworden. Daarbij vond zij, dat je maar weer snel in het normale ritme moest zien te komen. Een overlevingsstrategie die ik tot nu toe altijd wel voerde. Dat gaat straks ook gebeuren. Opstaan en de dag ergens in de middag beginnen. Maar nu eerst die zalvende rust. Krant spellen, puzzelen en Rumi.

Overpeinzingen

Zo’n bijzonder feest

De wegen richting Rotterdam werden om een uur of vier omsingeld door een dikke laag optrekkende mist. Hier was er nog niets van te merken geweest. In de middag hadden we in een gehaast tempo nog wat truien voor lief en voor mij een paar nieuwe kloffen, iets chiquer want suedine, en en mooi bloesje met hes op de kop getikt. Zaterdagmiddagdrukte op city, maar door regelrecht op het doel af te gaan was dat geen enkel probleem. De vrouw van de balie fluisterde me toe dat het net de laatste bloes was geweest en al gereserveerd maar dat ze het vanmorgen bij gebrek aan ophalen weer had teruggehangen en het gilet was de allerlaatste in de rij. Ze legde de twee artikelen op de balie neer en twee vrouwen keken ernaar en spraken hun bewondering uit. ‘Als je nou even niet kijkt, leg ik het snel bij mijn aankoop’ grapte een van hen. Ze vonden de combinatie van kleur zo prachtig. Daarom was het me ook opgevallen. Een prettige bijkomstigheid was dat het gilet tot een tientje was afgeprijsd. Heerlijk die uitverkoop.

Bij de truienwinkel kwam ik een van mijn liefste leerlingen tegen. Hij zocht me op en omhelsde me. Dat doet een oud juffenhart goed. Fijn om te weten dat hij er prachtig uitzag, zielsgelukkig was met zijn studie in de mode en heel verheugd me te zien. Hij en zijn vriend waren voor mij altijd een grote inspiratiebron geweest, omdat ze zelf zo’n enorme fantasie hadden. Op een ochtend waren ze de knutselhoek ingekropen en hadden al ginnegappend en druk pratend lange slierten crêpe-papier gefabriceerd. Het volgende moment bevond de een zich in het speelhuis op het zoldertje en de ander stond eronder. ‘Rapunzel, rapunzel laat je vlechten zakken’ riep hij en daar vleide Rapunzel haar lange slierten van vlechten over het hek tot ze de grond raakten en dat om kwart over acht in de ochtend. Vrienden voor het leven door dik en dun.

Lief zag er prachtig uit in zijn nieuwe outfit. Ik bewaarde de mijne voor vandaag, omdat dan de doop van kleindochter is. We moesten voor de verjaardag richting Rotterdam Spangen, een buurt die ik nog niet kende. De mist en een temperatuur onder het vriespunt baarde lichte zorgen, maar eerst maar eens afwachten hoe de terugweg zou zijn. De jarige was een neef van lief en ik had de kinderen van zijn broer weliswaar allemaal als kleintjes gezien, maar vijfenveertig jaar geleden. Nu was het hele stel bijna compleet. Er was nog een stel uit onze stad, die we niet kenden, maar waarvan de man me wel bekend voorkwam. Ze woonden slechts een blok verder.

Broer en schoonzus van lief waren er natuurlijk en verder was iedereen me onbekend. Het leuke is, dat in zo’n gemoedelijke setting iedereen met elkaar aan de praat raakte, ongeacht leeftijd, uiterlijk en nationaliteit. Er was een Cubaan, een Servische familie, een Surinaams-Javaanse vrouw, een Engelsman, en de Familie van lief met de Indische roots. Heerlijk, zo’n gemeleerd en kleurrijk gezelschap. Er was Italiaanse catering en na de heerlijke pasta’s, pizza’s en salades kwamen schalen met mosselen, gruyère met olijven, Italiaanse droge worst met gedroogde tomaat en schalen vol vleeswaar. Een ware overdaad en toch denk ik dat alles is opgegaan. Aan de muur achter de grote schalen op de rechauds hing een Banksy in tegeltjes. Het aandoenlijke meisje met de rode ballon. Er bleven maar mensen binnenkomen. We keken elkaar aan. Plaats maken voor de lieve jeugd en op tijd weg voor de drukke dag van vandaag. Het was een feest van formaat in die smalle Rotterdamse woonkamer met haar gezelligheid.

Er zijn al heel wat nieuwe gezichten de revue gepasseerd dit afgelopen jaar. We zijn bevoorrechte mensen door twee levens zo met elkaar te kunnen verweven. Op de terugweg was de mist als sneeuw voor de zon opgelost, maar op de heenweg hadden we nog wel het prachtige schouwspel van een vuurrode ronde zon in de witte nevel mogen aanschouwen. Alsof ze de voorbode was van een net zo’n bijzonder feest.

Overpeinzingen

Stap voor stap

Ik vergiste me in de sterfdag van de vader van de kinderen, waarschijnlijk omdat ik het jaar van sterven verwisselde voor de dagdatum in januari. Het was wel een reden om samen met lief de diepte in te gaan. Allebei kennen we zo’n tragische gebeurtenis van heel dichtbij. Ineens weven onze gedachten herinneringen en is het mooi om bij stil te staan en eigenlijk roept het ook de vraag naar zingeving op. Maar elke stap die we zetten leidt ergens naar toe. Natuurlijk heeft alles zin in de diepste betekenis van het woord door de samenhang der dingen. We hadden hier niet gezeten als al het andere niet was gebeurd. Geen toeval, maar het valt ons toe.

Al met al begint de dag wonderlijk. De lieve jeugd is beneden poffertjes aan het bakken en de bakcapriolen stijgen in slierten geur op. Op die manier krijg je trek. Het lukt niet erg. Ze zijn nog niet goed gaar. Blijven oefenen. Ik gaf altijd de voorkeur aan drie-in-de-pan. Dat was makkelijker en nog wat meer voedzaam. Na een portie poffertjes is er bijna altijd onbedaarlijke trek naar meer.

Rumi als boek brengt alles wat ik gehoopt had. Boeiende verhalen uit het hele verre verleden en een wereld die naast grote beschaving ook enorme veldslagen kent. Hele steden werden met de grond gelijk gemaakt. Daar omheen verhaalt Abdolah over de wijsgeren en de mystici uit die tijd, met wonderlijke tegenstrijdigheden. Wel getrouwd zijn en financieel voor de vrouw en kinderen zorgen maar tegelijkertijd schitteren door afwezigheid. Ook in die tijd was er sprake van uithuwelijken op jonge leeftijd. Zijn gedichten spreken allen het verlangen en de heimwee naar zijn geliefde uit. Zijn optreden in het openbaar van groot wijsgeer en mysticus daalde tot het nulpunt, tot verdriet van vele volgelingen en men gaf de onvoorwaardelijke liefde er de schuld van. Men sprak in die dagen schande van zijn plotselinge optreden, een derwishendans, op het ritme van de hamerende koperslagers op hun pannen en ketels vond een deel schandalig. Het kostte hem en leverde hem volgelingen op.

Iedere dag zes gedichten en vier verhalen tot aan de dag van de bespreking, daarmee is het boek uit en gelezen. De verhalen zijn min of meer parabels, die hij gebruikt heeft voor de gedichten die hij schreef. Abdolah maakt nederig gewag van het feit dat hij de grote Rumi probeert te vertalen, maar het is hele gangbare literatuur geworden met behoud van de vorm en de betekenis in een mooie beeldspraak.

Vandaag rijden we naar Rotterdam omdat een neef van lief de vijftig heeft aangetikt. Ach ja, een jubileumjaar. Het wordt een echt familieweekend want morgen is de doop van onze kleindochter in een dorpje aan de rand van de hoge Veluwe. Wat betreft de maand dat we naar Verweggistan zouden gaan omdat ik bij een zwangerschap op bijtellen ben ingesteld, zou nog wel eens onderbroken kunnen worden. Gisteren waren zoonlief en schone dochter op bezoek en zij dachten dat het eind maart zou komen. Het doet een beroep op de flexibiliteit. Wat van die weken afgaat, moet op een ander moment er weer bij.

Zo schipperen we de dagen door en passen alles in elkaar. Soms moeten er veren gelaten worden, omdat het niet mogelijk is aan alles te voldoen. Het is daarbij goed te denken dat er straks opnieuw zeeën van tijd zullen zijn, mits niet opgeslokt en ingenomen door de loop der gebeurtenissen. Afwachten maar en stap voor stap.

Overpeinzingen

Nederland op haar mooist

In plaats van de voorspelde hagel, sneeuw en onweersbuien scheen de zon en zette de natuur extra luister bij. Het noopte tot een lekkere wandeling. Omdat we het de avond ervoor in de boekenclub over diverse boeken hadden gehad, onder andere stond eventueel De wijsheid van de heks van Susan Smith op de nominatie om gelezen te worden, besloten we eens zo’n oud krachtveld op te sporen. We vonden de oudste wal bij Rhenen, de Ringwalburcht op de Heimenberg. Aan de voet ervan ligt het natuurgebied de Blauwe Kamer met het vogelreservaat, de Gallowayrunderen en de Konikspaarden.

De wal was ons onbekend. Aan de overkant in de blauwe kamer waren we samen aan het begin van het jaar geweest. Nu liepen vooral de runderen in het zicht en in de uiterwaarden van de Rijn zwommen twee hoentjes en twee futen, terwijl een witte reiger in een boom aan de overkant van het water zat. Het was aangenaam stil. Er fietsten wat passanten beneden aan de berg, maar op de wal liepen slechts een handvol mensen. Het weer werkte aan alle kanten mee.

Toen we de ruine van het boswachtershuis hadden bewonderd, daalden we af over de cortenstalen trap. Onderaan was een tegel neergelegd met daarop de mededeling hoe de ligging was en het aantal treden. Dat bleken er 250 te zijn. Wat ik omlaag ga moet ik ook weer omhoog, bedacht ik me onder de afdaling en verzamelde al moed voor zo’n geuzenklim.

Het prachtige uitzicht en de weidsheid aan de overkant was balsem voor de ziel na alle drukte van de week. Er stond nauwelijks wind. Af en toe piepte de zon achter de wit/grijze wolken, waardoor ze een halo vormde rond de lobben, om vervolgens bij het verschijnen het uitzicht weer ‘aan’ te zetten.

Aan het eind, tussen de twee wildroosters was er inderdaad een trap omhoog. Weliswaar met iets minder treden, 176 in totaal, maar evenzo vrolijk betamelijk hoog. Na twintig treden wilde ik weer naar beneden, maar eigenlijk was de uitdaging te groot. Ik herinnerde me een andere trap in Thuin met haar prachtige hangende tuinen in Wallonië waar we met de zussen een week heen waren. Die was minstens net zo hoog en had ik in eigen tempo ook met succes beklommen. Een stap, de andere voet telkens bijschuiven op de trede en de volgende stap, want ‘rustig aan dan breekt het lijntje niet’. Op elk plateautje was het op adem komen geblazen en van het uitzicht genieten, om daarna weer verder te gaan. Het was een hele prestatie op zich met die malle longen van me.

Tegen de wal op bleek er nog eens een trap van ongeveer dertig treden, maar er was een plateau om van het prachtige uitzicht te genieten. Er stonden twee mensen in het midden, die kennelijk niet van plan waren in te schikken. Om je te verwonderen, zo’n houding.

De galloway stieren stonden tot onze verbazing kalm hun bramentakken te vermalen of gras te grazen en keken niet op of om. Door de dikke wintervacht waren er nauwelijks ogen te zien. De bomen trokken lange schaduwen over het begraasde grasveld in het midden van de wal. We wandelden er kalm tussendoor en vonden met gemak weer de weg terug door het bos. Aan een van de bomen zag lief een vleermuiskast, waar toevallig de avond ervoor over verteld werd, anders had hij hem niet als zodanig herkend.

Moe maar voldaan en zeker met hernieuwde kracht gevonden, kwamen we bij de kleine blauwe aan. Op de terugweg begeleidde een felle lage zonsondergang onze tocht binnendoor langs de Rijn. Nederland op haar mooist.

Overpeinzingen

Om levenswijsheden te delen

Zonovergoten begin van de dag. Maar dat kwam ook omdat het krieken allang was gepasseerd. Later dan gewoonlijk was het en dat had alles te maken met het feit dat de avond van onze boekenclub te gezellig was geweest. We bespraken Berg, maar eerst werd de avond ingeluid door een glas champagne omdat we bij een van ons op bezoek waren, die deze maand de vijfenzestig had aangetikt. Hij mocht nu door als pensioengerechtigde. 65 is een mijlpaal, vonden de meesten van ons. Alleen maar omdat wij allemaal nog het gegeven van de pensioengerechtigde leeftijd kenden. Voor een van ons was het een doodgewone verjaardag als ieder ander. Dat krijg je ervan als je pas met 67 en nog wat op je lauweren mag gaan rusten. Ja ja, die veranderende tijd op sluipersvoeten in het dagelijks bestaan.

Het was een bijzondere avond. Berg van Ann Quin was voor een paar van ons een brug te ver of het was er door drukte niet van gekomen. De rode draad in het verhaal was in de chaos ver te zoeken. Het was er wel, maar de chaotische benadering maakte het lastig. Het leverde wel prachtige gespreksstof op en we walsten van slapeloze nachten naar chaos in je eigen hoofd, naar het loslaten van kinderen, naar de kunst van het opvoeden. Eigenlijk was het inderdaad geen chronologische boekbespreking maar was er sprake van een geordende chaos. Er werd het idee geopperd een van ons de avond voor te laten bereiden, bijvoorbeeld degene die het boek had uitgezocht. Er waren voors en tegens. Een ander stelde voor om niet ter plekke het boek te kiezen maar er over te mogen denken en dan bewust uit een lijstje van ingediende boeken die men zelf goed vond, te kiezen, rustig en thuis, zodat we konden kijken of het boek beviel. Een ranking van zeven boeken was snel gemaakt. Is dat de manier om een gesprek in goede banen te leiden. Ik betwijfel het. Ik hou zo heel erg van de manier waarop deze fijne groep mensen elkaar steeds vinden in het gesprek, vaak naar aanleiding van het boek om dan de diepte in te gaan. Go with the flow staat nog steeds hoog in het vaandel, merk ik.

Er kwamen allerlei heerlijkheden op tafel en ook de vraag of slapeloosheid iets typisch vrouwelijks is. Alle vrouwen hadden er last van en gelukkig ook een van de mannen. Eigenlijk wel een interessante vraag. Vanuit mijn eigen positie, nachtdiensten en onrustige nachten door de kinderen, klein en groot, speelde dat een rol, evenals de overgang, maar vooral en dat is voor ieder mens weer anders, het gepieker tijdens het werkzame leven en ook het hoofd dat vol blijft zitten met ideeën, gedachten, invallen en alles wat slaap onderuit kan halen.

De remedie is bedenken dat het nu eenmaal zo is, toegeven aan het wakker zijn, niet gaan liggen woelen en draaien, maar er een zinvolle draai aan geven totdat de vermoeidheid je overmant en je in slaap valt. Als je daar een uurtje voor op moet, is dat geen halszaak meer, vooral niet in de wetenschap dat je daarna zeeën van tijd hebt om verder te slapen, een van de voordelen van de vrijheid als je het verplichte werkzame leven achter je hebt gelaten.

Zo gemoedelijk ging deze avond voorbij. De vrouw des huizes kwam thuis, een lieve vriendin van ons allen, en schoof aan. Er viel opnieuw een mooie avond bij te tellen op ons lijstje van de laatste vijf jaar. Boeken lezen met vrienden is een heerlijke manier om levenswijsheden te delen.

Overpeinzingen

Soms ligt het tastbaar dichtbij

Vannacht schoof iedere keer de vraag, waar of ik de map met mijn etsen had gelaten, door mijn te wakkere brein. Het plan was er om een aantal voor de verkoop te gebruiken met als doel een bijdrage te kunnen leveren aan de rondreis door Europa van dochterlief en schone zoon, de kleine filosoof en zijn vertederende zus. In paniek speurde ik de boekenkasten op de werkkamer af, daarna die van de zolder en helemaal ten leste, door het voeteneind van het bed aan het oog onttrokken, vond ik de kostbare map. Alle doemscenario’s waren inmiddels voorbij gekomen. Was het per ongeluk in een kringlooptas beland, hadden we hem tussen de af te voeren weg-is-weg-mappen gestopt, tussen oude kranten misschien, in een verkeerde vuilniszak, en nog zowat van die ongelukkige ideeën.

Ik werd al miserabel als ik er aan dacht. De vertwijfeling liet de ochtend maar onrustig verlopen. Nu ze weer gevonden zijn, daalt de rust neer in de zonovergoten kamer, waar de zon een troostrijke stilte tovert in de plantenschaduwen op de muren, lief met dichte ogen in het zonnetje zit, in de paarse stoel en Pluis doezelt op haar troon onder de sagopalm.

De drie kleine glazen engeltjes voor het raam laten hun mozaïeken binnenkant met verve bewonderen. Terwijl achter hen op het balkon de pimpelmezen en de koolmezen aan hun dagelijkse pak-me-dan bezig zijn en in sierlijke boogjes rondvliegen. Ze hebben het vogelhuisje ontdekt en wippen er af en toe in. Misschien kiezen ze het als nieuw onderkomen. Gisteren zocht ekster bij de plantsoentjes op de parkeerplaats al naarstig naar de juiste tak en vloog er met een in zijn snavel weg. Is het al tijd voor nesten? ‘Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (e)nda thu uuat unbidan uue nu’ of wel ‘Alle vogels zijn aan nesten begonnen behalve ik en jij. Waar wachten wij nog op’, was de indrukwekkende bekendste eerste zin in het Oudnederlands die ons werd bijgebracht tijdens literatuur. Het is er de afgelopen dagen zacht genoeg voor geweest, maar gisteren en vandaag staan de auto’s als witte beelden in een stevige ijslaag en is het krabben geblazen, zijn de platte daken van de schuren bedekt met een laag ijs en kringelt er meer rook uit de schoorstenen dan op de andere dagen.

Tussen de gevonden mappen vond ik ook de Hongaarse teksten terug die we tijdens de flessendans moesten zingen. Officeel werd het gezongen door Allami Nepi Egyuttes, de Hongaarse staatsgroep. We probeerden met onze alten het lied zo schel mogelijk te zingen. De vertaling stond er onder.

Door op naam te zoeken vind ik de oorspronkelijke uitvoering. Het is voor het eerst sinds twintig jaren dat het lied weer klinkt, een ontroerend wederhoren. Nooit geweten dat we, volgens de vertaling die er onder stond, uit volle borst zongen: ‘Neem mij tot vrouw als je wilt. want als je mij laat schieten, dan zul je nooit meer zo’n roos plukken. De pap wordt gebakken in een bronzen koekenpan. Ik zal ook een keer de bruid zijn. Vandaag de bruid, morgen vrouw en overmorgen de buurvrouw.’ En dat voor een vijftig jarige.

Die flarden verleden die zo de revue passeren zijn eigenlijk de kleine juweeltjes van de dag. Gisteren bij OP1 had een man het over verwondering. Hij wilde een site openen met kleine momenten van verwondering, waar mensen doorheen konden scrollen als ze er behoefte aan hadden te ontsnappen aan de harde werkelijkheid, maar wie de ogen er voor geopend heeft, komt ze elke dag in eigen omgeving tegen. Dat is het mooie van geluk. Soms ligt het tastbaar dichtbij.