Overpeinzingen

Voor herhaling vatbaar dus

Die arme pakjesbezorger die in een keer de twee bouwpakketten naar boven sjouwde. O jee, bouwpakketten, daar hadden we even niet aan gedacht. Dat bedenk je alleen bij dat Zweedse warenhuis. De bezorger kreeg een gulle fooi, die gezien de zwaarte van de pakketten nog wel hoger had mogen zijn, bedacht ik me achteraf spijtig. Maar ja, berouw komt na de zonde. Hij moest het er mee doen en bedankte mij en het hele universum uitvoerig. Lief zou op de hem welbekende secure wijze aan de slag gaan en ik was blij dat ik met mijn ‘eventjes’ en ‘vlug’-instelling de kuierlatten kon nemen.

Mijn eerste reactie op de app van zoonlief over de locatie was ongeloof. Wat stond daar nu weer voor cryptisch, mijn eigen verschrijvingen en het zelfdenkende telefoontje kennende, vroeg ik hem nog eens om uitleg. Maar de locatie bleek te kloppen. De hei bij ‘t Bluk in de buurt van Laren.

De mevrouw in de telefoon dirigeerde me allesbehalve die kanten op. De afslag naar Baarn. Huh. Het kleine landweggetje opschieten richting Eemnes en dan bij een driesprong, een fietspad, een pad voor bestemmingsverkeer en het vervolg van de weg, werd het dusdanig verwarrend dat ze me nog een keer de snelweg op stuurde. Op die manier kreeg ik een extra rondje, gratis en voor niets, erbij. Het bleek dat het bord bij het bestemmingsverkeer andersom stond en daar stond op ‘Theehuis ‘t Bluk’. De aanhouder wint. Zoonlief was er al.

Schitterende heide, zo ver als het oog strekken kon, met een aantal fiets-en weinig wandelpaden helaas. Het was met kleine kinderen, die alle kanten op wilden behalve de goeie, dan ook kamikaze. Vooral met nietsontziende oudere heren op een racefiets in hun aalgladde pakjes, die al snuivend schreeuwden dat we uit moesten kijken. Is het niet zo dat langzaam verkeer voorrang heeft boven veel te snel verkeer. ‘Ga stoeptegels tellen’, dacht ik even in mijn wiek geschoven.

Bij het eerste het beste zandpad met een ruiterpad ernaast schoten we linksaf en daar lagen tot grote vreugde van de ondernemende kleine krullebol stammen en stammetjes die er om vroegen om dwars over het weggetje te leggen, temeer omdat een voorganger daar ook al mee bezig was geweest. ‘Zien slepen, doet slepen’ in variatie op een thema. De benjamin in zijn winterpak waggelde er welwillend achteraan en greep wat lichte takjes.

Op het ruiterpad lag een grote paardenvijg dat met een stokje aan een nader onderzoek werd onderworpen. Pas toen zoonlief zei dat het poep van het paard was, verdween het enthousiasme. Soms moet je ze niet wijzer maken dan ze zijn.

Halverwege het paadje keerden we om. Aan het begin van het pad stond een vader van het gezin, dat daar op een bankje was neergestreken, alle stammetjes naar de zijkant te slepen omdat er laatst nog een crossfietser was verongelukt. Zoonlief en de kleine krullebol hielpen braaf mee en daarna togen we richting speeltuin bij het theehuis. Dat was niet tegen dovemansoren. Thee, chocomel, appeltaart en schommelende kinderen, die hier en daar nog wel een duwtje nodig hadden, viel ons ten deel.

De bediening was met de late namiddagzonnestralen uitgelaten vrolijk. Om ons heen waren ouders of grootouders met kinderen neergestreken. Het was er gemoedelijk en gezellig. Op het speelfront moesten de kaarten even geschud. Wie wilde met wie spelen en wie mocht op de schommel of de glijbaan. ‘Allemaal’ was de conclusie, dat betekende water bij de wijn doen voor iedereen.

Na de versnaperingen en een laatste duwtje werd het echt tijd om naar huis te gaan. ‘Dag lieve schatten, high five of een kusje’, ze mochten kiezen. Wat een heerlijke middag en wat een prachtige plek. Voor herhaling vatbaar dus.

Overpeinzingen

Rust en balans

Internet afstruinen op jacht naar een badkamerkast en een wastafel-onderkast. Geen één leuke, die ook nog betaalbaar is en niet meteen een hoofdprijs kost. Maar dan, in een ingeving, bij een van de twee Duitse supermarkten staan beide te pronken voor een zeer haalbare prijs. Niet dralen maar betalen. En in no time is de koop gesloten. Er was geen handjeklap bij nodig.

Lief trekt strijdvaardig plastic handschoenen uit de la, de soda, een emmer met warm water en een zachte schuurspons, klimt de ladder op en gaat de schimmel in de badkamer te lijf. Ziedaar, als sneeuw voor de zon. Dat wisten we niet. We hadden het filmpje van onderhoud aan huurhuizen van de wooncorporatie bekeken en daar kwam die duidelijke instructie uit. Werkelijk, wonderen zijn de wereld nog niet uit. We zijn nooit te oud om te leren, dat bleek wel. Ik ontferm me ondertussen over de aankleding van de werkkamer en de slaapkamer. Ineens wordt het omgetoverd tot een eigen sfeer, een rustig zijn. Met de zon erop ziet het er nog mooier uit. Simpele veranderingen kunnen tot grote resultaten leiden.

Moe maar voldaan uitpuffen op de bank en genieten van Volle Zalen, dat een beeld schept van de zanger Dotan. Wat een prachtig inkijkje wordt er gegeven van een man die vooral leerde van zijn eigen stommiteiten en in alles wat in zijn macht lag, op zoek ging naar zijn werkelijke zelf. Iemand die mijlen ver weg was door het grote en vaak ook gedicteerde succes. Nu treedt hij op in kleine zalen, heeft elke vorm van snobisme laten varen, begeeft zich tussen het publiek, praat met zijn ‘aanbidders‘ die al zijn teksten uit het hoofd kennen en tussendoor straalt hij warme sympathie uit bij een ontmoeting met zijn Israëlische vader. Het is een wijs en aimabel man geworden, die oprecht op zoek is gegaan naar wat hem het meest beroerde en na aan zijn hart lag. Dat is weer eens wat anders dan een programma met alleen maar schimpen en verwijten. Op zoek gaan naar de goeie kanten van de mensheid zou ons allemaal deugd doen, zeker als er een aanleiding voor is. We leren per slot van rekening allemaal door te struikelen. Daar zijn we mens voor.

Gisteren een appje dat de nieuwe auto volgende week wordt geleverd. Een boodschappenritje met de kleine Blauwe Prins werd onmiddellijk een nostalgische ervaring, een soort heimwee avant la lettre. Ik ga hem heel erg missen, want in de stad is het een handzaam gevalletje parkeren. De kleinste plekken zijn goed. Met die witte tornado zal het leven alweer een andere wending nemen. Alles went op den duur.

In Parijs zijn de kinderen bezig aan een ander soort nostalgische toer. Ze bezoeken de creperie in Montmartre, drentelen rond de Eiffeltoren, omdat de kleine spring-in-het-veld haar stepje had meegenomen en die mocht niet mee naar boven en struinen door de Champs Elysee. Ze bezoeken al die plekjes, waar we met elkaar de eerste keer samen Parijs hebben gedeeld als gezin toen oudste dochterlief er au pair was.

Vanmiddag zie ik eindelijk zoonlief met mijn kleine krullenbol en de benjamin weer. We gaan wandelen in het bos. Uitgerekend vandaag komen ze een van de bestelde meubels afleveren. Lief blijft derhalve thuis. Morgen komt het tweede meubel al. In het huis van zoonlief zijn ze volop bezig om de schade, buurman’s auto die door hun gevel geschoten was, te herstellen. Eindelijk weer een normaal huis. Dan kunnen ze nu gaan focussen op de komst van de baby in juli. Dat gun ik ze heel erg. Nog een paar maanden rust en balans.

Overpeinzingen

De waarheid op alle fronten

Wat een wonderlijke dag was het gisteren. Het was al vroeg dag, omdat ik een afspraak had op de longfunctie. Even blazen. Geen sinecure als je net een covidbesmetting doorgemaakt hebt. ‘Wel iet of wat achteruit’, dacht de verpleegkundige maar pas van de longarts hoor ik de ins and outs. Geduld dan maar weer.

Tussendoor wacht ik op dochterlief en haar lieve man. Hij moet voor een extra scan naar de uroloog, na een verwijdering van een cyste en een minder soepel genezingsproces. Het blijkt dat ze nog een uur moeten wachten en ik moet door naar mijn fysio. Te weinig puf, dat wel en dat maak ik hem duidelijk ook. ‘Dan gaan we voor de makkelijke zitvarianten’, bedacht hij en ik kon het alleen maar onderschrijven, zo moe was ik alleen al na het tien minuten lopen.

De dag ervoor reden we in de kleine Blauwe naar de parkeergarage Vaartsche Rijn. Van daaruit hoef je alleen maar de kade af te lopen om bij het Louis Hartlooper-comlex te komen, in de volksmond nog altijd aangeduid als het politiebureau Ledig Erf. Om te koesteren dat oude gebouw, waarin de voetstappen van mijn vader de granieten vloeren mede hebben ingesleten. De film Aftersun wachtte, maar eerst de inwendige mens versterken met een harira-soepje. Heerlijke lunchhap voor tussendoor.

Het was druk in de zaal. Tja, weliswaar maandag, maar toch ook vakantie. Nu eens niet een golvende zee aan grijs boven de stoelen, maar ook veel jongeren, die bepakt en bezakt neerploften in het pluche. Wederom, zoals de laatste tijd zo vaak, bleef het de hele film lang doodstil. Zelden zagen we een film waarbij zoveel, tussen het gesprokene, zonder woorden werd gezegd. De zaal hing zwijgend tegen de beelden aan. Er kraakte geen zakje.

De trage start, het verheffende gebabbel van de jonge dochter, het moeizame openbloeien van de vader, de intens tedere verhouding tussen een vader en zijn dochter en het zwaard van Damocles dat alles als de rode draad van Ariadne met elkaar verbond, in een woord, adembenemend.

Zonder dat we het in de gaten hebben loopt de agenda voller dan vol. Een lunch midden in het bos, een etentje aan de plas ter ere van de verjaardag van zus, op de rol staande bezoekjes aan de kinderen, zorgen ervoor dat de tuin er bekaaid van afkomt. Gisteren was het nog te koud en te winderig, wij nog na-covid vermoeid, maar vandaag zouden we in huis bezig kunnen of op de tuin. Afhankelijk hoe lang we in bed blijven lummelen, puzzelen, schrijven, lezen, zullen we straks een plan maken. De zon lacht en straalt over onze verstilde skyline van Nieuwegein, met haar daken, pluimen uit de schoorstenen, kantoorgebouwen glinsterend in de zon. Af en toe doorkruisen vogels het zwerk. De straten zijn leeg en stil. Het is vakantie.

Het boek ‘De Ondergrondse Spoorweg’ van Colson Whitehead is adembenemend spannend. Gisteren zat ik in de wachtruimte van de longfunctie en kon er nog net een beetje in verdwijnen. De verpleegkundige was verbaasd en vroeg of ik me wel kon concentreren in de drukte van af-en-aanlopende patienten, het geroezemoes, de reuring door de oproepen. Als ik eenmaal in het verhaal zit, vergeet ik alles om me heen, verzekerde ik haar. De beelden die hij oproept over de slavernij op de plantages in Amerika zijn zo schrijnend. De mensonterende behandeling die het volk moest ondergaan bij vermeende vergrijpen zijn te gruwelijk.

Dit boek verdient een groot publiek, ook om voor eens en voor altijd de twijfel die er bestaat omtrent slavernijverleden op alle fronten weg te nemen. ‘Homo homini lupus est’, de waarheid op alle fronten.

Overpeinzingen

We blijven ze volgen

Het onzalige idee om op zondag dat Zweedse warenhuis binnen te lopen om een badkamerkast te zoeken is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Met dat ik de volle parkeergarage monsterde wist ik dat het een verkeerde keuze was. En eigenlijk was het me vanaf het begin al bekend. Ik had niet anders verwacht. Wie een observatie wil maken van de smeltkroes aan inwoners van Nederland, pakt ergens een Malmö-meubel, gaat zitten en kijken. Of ook goed te doen, verover een plek in het zelfbedieningsrestaurant, schetsboek in de aanslag en teken de langskomende verschillen. Het zal een verheffende ervaring zijn, kan ik jullie verzekeren.

Waar graaien mensen zoal naar. Op elke afdeling was het even druk, behalve op de kinderafdeling. Wonderlijk, juist omdat de voorjaarsvakantie hier is begonnen. Wel huilende kinderen vlak daarachter, die gedwongen werden om alle hebbedingetjes, speelgoedluilekkerland, achter zich te laten. ‘Nee, nee, nee ik wil niet’ klonk het uit zo’n kinderwagen.

Trap op, verkorte route, te ver doorgeschoten, stukkie terug en met hetzelfde marstempo er weer uit. Pfff. In de kleine Blauwe werd de hartslag weer rustig, daalde de geest neer, bevrijding van de koopdwang.

Geen kast, maar ik vermoed dat het bij de volgende discounter met gemak te vinden zal zijn, alleen niet vandaag. We waren beiden heel moe geworden. Dat was toch nog een nasleep van de coronaperikelen. Boodschappen waren snel gedaan, waarbij een van de medewerksters zich verbaasde bij een controle naast ons over de prijs van de olijfolie, ‘8 euro? Hoe dan.’ Ach ja. Welkom in de consumentenwereld, vloeibaar goud zijn onze liquide middelen, letterlijk en figuurlijk.

Wakker worden in een nieuwe kamer met uitzicht is altijd wennen. Het zonlicht, gefilterd door de licht geweven gordijnen kwam zacht binnen. Buiten zagen we de contouren van de strook bomen aan de achterkant van het park, nooit geweten dat je die van hieruit zittend op het bed kon zien. Er waren de daken van de huizen in de wijk en de kantoren erachter. Een feestje, omdat het een groot en licht panorama behelsde. Kauw stak zijn koppie om de hoek van de dakgoot heen, keek met zijn pientere ogen naar binnen en daarna naar de voederplank beneden om er in eenzelfde vaartje naar toe te vliegen. Gezelliger dan de drie takken van de boomkruin in ‘het venster op de wereld’ boven.

Vanmiddag gaan we naar de film ‘Aftersun’. Aanvankelijk wilden we naar het Singer Laren, maar daar was het al veel te druk, zagen we aan de reserveringen. Wel hebben we vast voor de Van Dongen-tentoonstelling op maandag over twee weken gereserveerd. Anders komen we er misschien niet eens meer tussen. De tentoonstelling is erg gewild.

Gisteren zagen we toevallig de derde aflevering van ‘De nieuwe Vermeer’. Men moest een voorstelling maken naar aanleiding van een verdwenen kunstwerk uit een vroege periode van Vermeer, waar Venus, Mercurius en Jupiter in voorkwamen, een mythisch gegeven. Alle kunstenaars gingen hard aan de slag, tackelden de beren op hun weg en de twee kunstenaars die werden ingewijd in het werk van Vermeer en zoveel mogelijk een beeld moesten creëren dat met een echte vroege Vermeer overeen kwam, gingen totaal verschillend te werk, waarbij de deadline voor een van hen angstvallig naderbij kwam zonder dat hij een streek op ht immens grote doek had gezet. Boeiend hoe zoiets werkt. Toch bleek zijn werk, onder hoogspanning vervaardigd, het uitverkorene te zijn. Door alle spanning en stress van de afgelopen tijd raakte hij ontroerd. Dat was mooi om te zien. Letterlijk bloed, zweet en tranen.

We zijn weer een mooi programma rijker. Dochterlief en haar gezin hebben het heerlijk in hun kleine knusse huisje. We blijven ze volgen.

Overpeinzingen

Ons eigen levenslied

De schatjes zijn vanmorgen vroeg vertrokken. Om zeven uur reed slaapmutsje de straat uit, nagewuifd door zoonlief, die een passende support bracht. Dat vind ik zo lief, zo’n spontaan initiatief.

Het feest gisteren was een doorslaand succes. Mijn hele familie op één na kwam de vierenzeventigste verjaardag van broer meevieren. Een drukke huiskamer vol met de vertrouwde koppies, kipkluifjes, kaasfrituur, frikandellen en kroketten, patatjes voor een weeshuis. Tussendoor de sterke verhalen, al dan niet aangedikt door genuttigde biertjes, kwinkslagen, grappen en grollen, zoals gewoonlijk. De familie op dreef. Wat een heerlijk en ongedwongen samenzijn. Er wordt besloten met ijs en koffie en daarna trekt de familie weer verder. Dag lieverds. Zieke broer is er niet bij, maar die strooit bemoedigende berichten over de familie-app. De stemming is opperbest.

Lief was gaan wandelen in Utrecht. De singels over, een oud stuk Utrecht door en weer met de tram naar huis. Zijn eerste rondgang na corona. Niemand heeft verder last gehad van bepaalde symptomen. Het virus is mild voorbij getrokken.

Beneden wordt er gerommeld. Dozen opengemaakt en weer dichtgeplakt, alles wordt opgestapeld op het kleine kamertje, dat als opslag zal dienen voor die zes maanden, dat zoonlief en vriendin bij dochterlief in huis wonen. Zo valt alles op de juiste plek. Ieder z’n eigen stek. Ik vind dat zoonlief en ik het goed gedaan hebben al die jaren. Elkaar de ruimte gegeven, zoonlief hier op kamers laten zijn, zodat we veel vrijheid kenden om te gaan en te staan waar we wilden. Zo hoort het eigenlijk als de nood wetten breekt.

Met z’n vieren in het huis was nog wat meer aanpassen. Rekening houden met douche en keukengebruik, ontsnapmogelijkheden als de werkkamer creëren en vooral ‘leven en laten leven’ hanteren. ‘Nu kunnen jullie bij ons op bezoek’, merkt zoonlief op. Haha. Dat zullen we dan eens gauw doen.

Het is eigenlijk tuinweer. De lucht is geklaard en er staat nog wel een straf windje, maar het ziet er buiten, waarschijnlijk zolang je achter glas bivakkeert, heerlijk uit. We spellen de krant uit, drinken koffie en luisteren naar een stukje klassiek, een kalm begin van de zondag. In een blog van een ander wordt het klaarzetten van het ontbijt geroemd en daardoor moet ik ook denken aan moeder, die een broertje dood had aan de vroege ochtenden. Ze zorgde er derhalve voor dat alles klaar stond voor de hele kinderschaar, zodat we onszelf konden bedruipen. Zelf kwam ze dan pas om een uur of negen beneden om uitgebreid de ochtendkrant op haar knieën op de vloer uit te vlooien. Een klein persoonlijk gewin, dat moment voor haarzelf. Ochtendmens ben ik geworden, maar geen vroegopstaander.

Met zonnige dagen verlang ik naar Verweggistan, waar het in de vroege ochtend, als lief zich nog een keer omdraait, zo heerlijk wakker worden is op het terras achter de grote houten tafel in de opkomende zonnestralen met het uitzicht op het terrein, de glooiende tuin met haar beelden, de fruitbomen, de rode beuk. Nog even wachten en dan kunnen we weer.

Geduld is een schone zaak. Daar moeten we het voorlopig mee doen. Nu we het huis alleen hebben zullen we de eerste aanpassingen uitvoeren, hier en daar wat opknappen, achterstallig onderhoud aanpakken en wat door de tand des tijds is aangevreten, vervangen. Zo worden er steeds meer stappen gezet naar het persoonlijk leven. Iets om naar uit te kijken als alles eindelijk in de juiste groef valt. Daarna draaien we ons eigen levenslied.

Overpeinzingen

Er is zoveel achter je horizon

Het regent pijpenstelen. Dat is lang geleden, dat het zo hard kletterde op ons venster van de wereld. Morgen zullen we het moeten doen met een volstrekt andere kijk op de wereld. Dan liggen we prinsheerlijk in het ruime tweepersoonsbed beneden en hebben zicht op huizen en kantoren. Niets is ons vreemd. De bomen hebben ze helaas in de loop der jaren rigoureus aan de achterkant gesloopt. Voor geven de bomen voor het raam de belofte van natuur weer van het park er tegenover. Er is altijd een uitweg te vinden. Nederland blijft, wat dat betreft, een postzegel.

Ik lees een dagboekfragment van Mensje van Keulen uit eind jaren zeventig en herkenning dient zich aan. Hoog zwanger van oudste dochter in het turbulente uitgaansleven van Utrecht, nog net ongetrouwd. Er waren perikelen, wijn en sigaretten in overvloed. Verboden werden slechts mondjesmaat toegepast. Wij waren voor onszelf verantwoordelijk. Vaker ook niet of nauwelijks. Moederschap overviel me net zo als het klaarblijkelijk Mensje van Keulen deed. Een huilende baby met krampjes, maar ook de liefste om te ruiken, door de zwarte haartjes te strijken, de bolle wangetjes te kussen en plat te knuffelen. Broerlief kreeg haar stil met een recital van een keiharde Jimi Hendrix. We woonden op onze eigen ‘watchtower’, op de zolder van een oude boerderij met een wasmachine en een oude centrifuge, katoenen luiers en hippievermaak. We bakten brood en kwamen rond met nagenoeg niets. Om de tijden tussen de veelvuldige voedingen op vraag te stillen versierde ik fluwelen lapjes met lovertjes, macrameede plantenhangers, en haakte ik picootjes voor aan de gordijnen. De oude hanglamp kreeg een lint versierd met rasta-kralen. Het leven was gekrompen tot de babyromantiek en de eerste moeilijke wendagen van samenleven plus een.

Het etentje gisteren bij mijn lieverdjes die dadelijk hun avontuurlijke reis gaan beginnen was een aangenaam verpozen. Er viel honderduit te kletsen, plannen te smeden voor zo dadelijk. ‘Hoe vind je het dat we dit gaan doen’, vroeg mijn lieve schoonzoon. ‘Ongelooflijk leuk en spannend. Zo heerlijk om nog eens zo’n avontuur aan te gaan’, vond ik oprecht. Wat zullen de kinderen veel opsteken van deze tocht. Levend leren in optima forma. Beter kan je het je niet wensen.

Als ik jonger was geweest hadden lief en ik een groot deel van de dichtbije wereld ontgonnen, daar ben ik heilig van overtuigd. Ooit waren we al bezig met uitgebreide kennisvergaring van andere landen, Spanje, Scandinavië in oude tentjes, rugzakken op, geen cent te makken. We sliepen op kleine campings, in het vrije veld, in de trein als het zo uitkwam. Eten bestond uit de producten van het land zelf, hoe leer je anders ooit olijven en pepers eten. Nog steeds zijn we er gek op, maar nu gebeurt het reizen vanuit de veilige twee thuishavens. Tel uw zegeningen. Maar jong en ondernemend roept de wereld.

Ik beloof aan dochterlief haar breien te leren als ze in Verweggistan komen logeren met hun caravan, die slaapmutsje heet. Lieve knuffies vallen me ten deel bij het afscheid. ‘Dag lieverds. Een hele fijne ontdekreis straks’. De eerste stop is Parijs. Ze staan op een camping in het Bois de Boulogne aan de Seine. Nog even een mix van natuur en de mondaine wereld eer ze volop op de natuur aangewezen gaan zijn. De kleine filosoof gaat met zijn vader naar een wedstrijd in het stadion. Genieten van de geneugten die het land te bieden heeft. Er is zoveel achter je horizon.

Overpeinzingen

Het leven lichter maken

Alarmerend bericht dat een van de broers niet lekker was geworden sinds gisteren. Hoge koorts, urineweginfectie en ijlen op hoog niveau. Vanmorgen appte het slachtoffer zelf alweer en noemde zijn broers ‘ouwe mannen’ en het ongemak ‘kwaaltjes’. Droge humor staat hoog in het vaandel en het bagatelliseren van de boel. Vooral niet meegaan in heftigheid. Hou het luchtig. Je hoorde dwars door de app iedereen weer opgelucht ademhalen.

De filosoof en zijn zus maken zich klaar voor de, voorlopig, laatste schooldag. Heerlijk. Vanavond ga ik gezellig bij ze eten. Ik pieker nog even voort over een passend cadeau. Het moet wel bruikbaar zijn voor allen. Mijn lieve wederhelft blijft nog twee dagen in quarantaine, al is hij niet erg er van overtuigd, dat het helpen zal.

Gisteravond was Floortje in Turkije. Eerst was er dat kamelengeworstel, waarbij de enorme dieren al schuimbekkend hun gewin probeerden te halen. Het hele circus erom heen met etende mensen, schreeuwende mannen, de opzwepende klanken van Zurla en Tapan stonden in schril contrast met het bezoek aan de rijke dierenvriend daarna, die heel veel zwerfdieren had opgenomen in zijn huis, waarbij de grote troep zeemeeuwen nog wel de meest uitzonderlijke was. Wat een ongelooflijk lieve man.

Ook hier waren flemende ezeltjes, net als bij het programma van de dag ervoor, Ilja op Corsica, met heel veel informatie waar ik tot dan toe geen weet van had. Dit soort leuke sfeertekeningen zijn de krenten in de pap. Genieten op hoog niveau. Niet in de laatste plaats door Ilja zijn ontwapenende houding naar de mensen toe. Ze verdienen alle aandacht van ons.

Na Floortje was er nog een verhaal over de zegen die doorzettingsvermogen heet in het programma ‘Ik Vertrek’. Beide stellen die erin voortkwamen moesten opnieuw op gaan bouwen om volstrekt andere redenen. Door stug door te sappelen lukt het het tweede stel om zelfs na een grondige verwoesting door een aardbeving hun paradijs te herscheppen. Wat een veerkracht, niet op de laatste plaats door de rotsvaste overtuiging van beiden. Diep respect voor een dergelijke aanpak.

In deze wat sombere dagen, die gekenmerkt worden door op en top huiselijkheid, is dit soort informatie van harte welkom. Het leidt af, bestempelt het kleine geluk, het geeft een inkijkje in het geluk van anderen en roept vragen op, wanneer iets cultuurbepaald is en of je het dan moet laten, als er niemand bij lijkt dood te gaan, of dat je moet ingrijpen omdat de schuimbekkende kamelen zo zielig ogen als ze, met hun nekken verstrengeld, tegen elkaar aanhangen onder het luide ophitsende geschreeuw. De antwoorden blijven in het midden liggen. Bij dat gelige schuim rond de opgetrokken lippen denk ik aan paarden in het nauw. Dat is waarschijnlijk een verkeerde associatie. Dat zorgt ervoor, dat we het niet op het juiste niveau kunnen beoordelen. Schuimbekken op zich is hier al negatief.

In een gesprek van Typhoon en Stef Bos komt beider overwinning op het leven ter sprake. Stef zijn zoon was ernstig gewond geraakt bij een auto-ongeluk waarbij de schoonmoeder overleed en Typhoon vertelde openhartig over zijn depressie. De mens in al haar machteloosheid en kwetsbaarheid. Typhoon zingt in een van zijn nummers tegen zijn vriendin: Wij zijn niet de oplossing voor elkaars verleden’. Dat is los gefilterd van de context al een hele mooie. ‘Wel kan je elkaar ondersteunen en helpen in de liefde samen’ wordt er later aan toegevoegd. .

Een van de eerste voornemens die wij hadden, Lief en ik, was dat we samen het leven mooier wilden kleuren. Elkaar aanvullen waar de ander om de een of andere reden het even niet kan. Een van de mooiste definities die ik ken. ‘Echte liefde is het leven lichter maken’.

Overpeinzingen

Tijd om de lente te omarmen

Net ‘Floortje gaat mee’ teruggekeken en diep onder de indruk van dit prachtige programma. Zo puur en zo au naturel als ze is zoekt ze in mens en dier eenzelfde puurheid en vindt het ook samen met haar reisgezel, de fotograaf Jasper Doest, die al even begaan is met de dieren. Thuis neemt Floortje afscheid van haar twee ezels en dan gaan ze op pad om de relatie mens en dier uit te diepen. Ze komen uit in Roemenie, waar nog steeds veel beren leven, waar volop mee gesold is, door ze als welp gevangen te nemen en op te laten treden in kleine circussen. Doorgaans worden ze opgesloten om als attractie in veel te krappe hokken mensen en kinderen te vermaken. Ze ontmoeten een vrouw die voor de vrijheid van de beren vecht en met eenzelfde eenvoud en liefde voor het leven, mens en dier, ieder levend wezen, hen hun vrijheid gunt. Een voorbeeld voor de wereld, deze kleine dappere vrouw.

Schoondochter heeft vandaag ook positief getest. De cirkel is rond. Hopelijk zijn we nu allemaal een jaar verschoond van alle ellende. Een geluk bij een ongeluk. Gisteren heb ik een aardig stuk aan de das gebreid. Ze vordert langzaam maar gestaag. We breien trouwens ook de uren en de dagen aan elkaar. Soms zijn we zelfs in de war met de traagheid of de snelheid van de klok. Geen sinecure hoor, zo’n intense pas op de plaats. Langzaam komt de energie weer terug. Het boodschappen doen ging gisteren prima door naar een traag tempo terug te schakelen. De trappen voetje voor voetje op bijvoorbeeld. Helaas is er nog steeds niet genoeg concentratie, al begint de tijd te dringen en komt de avond van de leesclub in zicht. Maar dat is aan de andere kant ook gunstig, dan kan je in een ruk het hele boek uitlezen.

Over drie dagen hebben we het rijk hier alleen. Dan zijn zoonlief en schoondochter naar hun nieuwe tijdelijke onderkomen verhuist, zijn dochterlief en haar gezin de eerste kilometers van hun lange avonturenreis aan het stukslaan en hopelijk komt dan de nieuwe auto spoedig. De reis naar Verweggistan stellen we nu minstens uit tot na de bevalling, dat is wel zo rustig. Bovendien is april prachtig, want dan staan alle wilde pruimen, de vijg en de blauwe regen in bloei. Het verlangen ernaar groeit met de dag en dat is ook gunstig.

We mijmeren wat door op veranderingen die we kunnen doen en aanpassingen aan de nieuwe woonsituatie hier. We hebben nu alle tijd en zonder druk op de ketel is het leven bijzonder aangenaam. Een wijs besluit om sommige taken toch maar af te stoten. Dan is er tegelijkertijd ruimte voor nieuwe initiatieven. Dat is belangrijk om met beide benen in de vooruitgang te blijven staan.

Volgende week mogen we alle twee weer naar buiten en dan kunnen we ons een paar dagen op de tuin storten. Er moeten nog wat wilgen gesnoeid, Een stuk of zeven. Dan kunnen we van de takken een hekje maken in het laatste deel van de tuin, tussen die van de buurman rechts en de onze. Misschien lukt het dan ook om wat heesters neer te zetten. Als we er maar een beperkte tijd zijn, is een makkelijk te onderhouden tuin het best. Eigenlijk kriebelt het buiten’gen’ allang weer. Tijd om de lente te omarmen.

Overpeinzingen

Niet geschoten is altijd mis

De ophef over Roald Dahl en de verminking van zijn taal is volkomen terecht. De rechtschapen lieden die zijn verhalen willen kuisen zijn zonder te lezen en te begrijpen aan het werk gegaan. Hoe kun je tornen aan intenties, die de basis zijn van de uitingen van een schrijver. Hij draagt er een belangrijke boodschap mee uit. Soms een tikje moralistisch maar met zoveel humor dat we hem dat graag vergeven. Blijf met de handen van onze literatuur af. Het mooie sprookje dat fantasie op hoog niveau heet, verdient het om gekoesterd te worden en in de watten te leggen. Kuis de taal van jezelf zoveel als je wilt, maar tast de expressie van een ander niet aan en zeker niet door er rücksichtlos in te schrappen en te herschrijven. De waarachtigheid van het woord wordt er door aangetast. Elk boek houdt zijn tijd een spiegel voor, behalve als het onsterfelijke literatuur behelst. Die is van onschatbare waarde omdat het boven de letter uitstijgt en betekenis geeft aan gedachtegoed. Lees vooral het ongeschreven woord tussen de regels en je zult nog veel meer ontdekken. Een rode correctiepen heeft door de jaren heen al veel te veel fantasie om zeep geholpen. Hang ze aan de wilgen. Die pennen dan natuurlijk.

Als ik naar buiten tuur op de vierde dag van mijn Quarantaine zie ik dat ze het huis van de vorige maand overleden achterbuurman aan het leeghalen zijn. Het hele leven in een vuilcontainer gepropt is een trieste manier van beëindigen. Het idee is niet erg aangenaam, bijna oneerbiedig haast. Het hele hebben en houen op een hoop. De lucht brengt een geperfectioneerde entourage in saaiige grijstinten, een dikke deken van hemels verdriet.

Dichtbij zijn er kleine lichtpunten te vinden tussen de oude staketsels van de potten met planten op het balkon. Tussen en op het dode hout beginnen opnieuw uitlopers te groeien, bloemen in knop de kop op te steken, fris groen dat de bruine aarde kleurt. Het is een schril contrast met het verval in de container, maar toch maakt het hart een huppeltje. Lente in het land.

Vriendinlief belt op. Komt het gelegen. Haha, boodschappen uit de coronavrije buitenlucht altijd en het is niet besmettelijk via dit medium, een geluk bij een ongeluk. Eeen hartelijke en o zo bekend oorverdovend lachsalvo aan de andere kant. Hoe heerlijk om die weer eens te horen op orkaansterkte. Alle ziektekiemen in een klap weggeblazen. Niet in de laatste plaats trouwens door haar onverwoestbare optimisme, waar we elkaar doorgaans altijd in gevonden hebben. Zo fijn om me even aan te laven, net wat een mens nodig kan hebben op gezette tijden. Ook al haar hele leven aan het tobben met allerhande kwaaltjes, maar zich nooit onder het tapijt laten schuieren en zo hoort het ook. Kwaliteit van leven staat bovenaan.

De verhalen over haar vrolijke demente vader zijn een verademing. Hij is heel gelukkig in zijn nieuwe omgeving na de dood van haar moeder en dankzij die opkomende dementie was het verdriet niet zo kommervol als waar ik bang voor was, omdat ze zo’n cohesie kenden,die lieve twee. We prijzen die andere kanten van de aandoening. Het verleden dat zich op een presenteerblaadje aandient en uitmondt in aanwijzingen geven in de keuken voor het bakken van een taart, omdat hij dat zijn hele leven al gedaan heeft en dus een ervaringsdeskundige bij uitstek is. De grappen en de grollen waar hij het gros van de bewoners en de verpleging mee vermaakt, zijn eveneens onverwoestbare optimisme. De appel valt niet ver van de boom.

Van dochterlief krijg ik mijn jurk terug in een slinger van zelfgemaakte vlaggetjes voor het goede doel. Ooit in Den Haag gekocht in een klein Israëlisch winkeltje dat naar wierook en musk rook eind jaren zestig. Het is een prachtig aandenken en wat is ie mooi geworden. Lief en ik doneren beiden . Nog maar een paar dagen, dan beginnen ze aan het grote avontuur. Voor die tijd kan ik ze tenminste nog even omarmen.

Straks ga ik de eerste poging wagen een boodschapje te doen. Verse croissants en verse jus. Haha. Volgens zoonlief is het te snel, maar ik beloof onmiddellijk terug te keren als het niet gaat of een brug te ver is. Niet geschoten is altijd mis.

Overpeinzingen

En dat voelt als een bevrijding

Het was alleen maar duidelijk en eigenlijk te verwachten. Twee rode streepjes lichtten op voordat er twee seconden verstreken waren. Gezellig met z’n tweeën in de lappenmand. Hoe knus wil je het hebben.

Die gewone alledaagse bezigheden. De wasmachine volstoppen, douchen, iets pakken uit de keuken, traplopen, het worden stuk voor stuk bergen die beklommen moeten worden. Was ophangen bijna onoverkomelijk trouwens. Lucht tekort, amechtig hoesten, armen twintig kilo zwaarder en langer bijkomen voor er weer gewoon doorgegaan kan worden met ademhalen. Adem in, adem uit.

Zo, even opzij zetten, deze gedachte, en voort met de achtbaan van alles en nog wat op ons pad. Het is spijtig maar lezen lukt me nog niet best. Het boek van Colson Whitehead; ‘De ondergrondse spoorweg’ is eigenlijk ongelooflijk boeiend, maar vergt ook de juiste aandacht om niets te missen van deze schrijnende geschiedenis. Het wattenhoofd zegt ‘Nu nog even niet’. Het enige wat te doen valt, is berusten.

‘Hebben jullie samen al een serie uitgezocht’, vraagt zoonlief over de app. Nee, haha. Daar moet ik ook niet aan denken trouwens. Er mag veel voorbij trekken, als het maar niet met aandacht gevolgd moet worden. Het gaat om flarden van beelden, muziek, hier en daar een pennetje om te breien. Alles schakelt zich aaneen in een soort van niets. Dat lijf moet eerst op haar plek vallen. Ze zweeft er nu steeds een stukje boven.

In de Zin van deze maand staat een mooie briefwisseling van Herman van Veen en zijn dochter Anne(Ja, dezelfde van dat prachtige gelijknamige lied), waarbij hij haar meeneemt naar zijn jeugd in de Kievitsdwarsstraat en mij met de haren erbij sleept, omdat de Vogelenbuurt deel uitmaakte van ons verleden met haar Adelaarstraat en de molen en jaren later door de automatiek van Boerenboom waar ik doordeweeks na school en op zaterdag de patatten stond te bakken. Hij somt alle buurttantes op en ook de mijne krijgen gestalte. Wij noemden ze vrouw. Vrouw Kraan, vrouw van Wijgerden, vrouw Klarenbeek waren mijn drie vaste adressen voor extra pannenkoeken, brood of snoep. Anne verhaalt van een voetbalvader, trainer van haar team De Cheeseburgers en fanatiek opzweper.

Stef Bos duikt ook in zijn verleden en geeft de klank van het huis waar hij geboren is weer ‘Een akoestisch landschap van tikkende pendules, machtige metalen uuraanslagen van Friese stoelklokken en natuurlijk het sensationele Koekoeksgeluid uit het Zwarte Woud’.

Dat kon ook niet anders met een blad dat deze maand ‘de Tijd’ als thema heeft. De hoofdredacteur verzucht in haar opening hoe hard die tijd kan vliegen. Daar zijn we allen meer dan getuigen van. Maar Stef heeft een waardevolle opmerking daarnaast; ‘Wie in de stroom van de tijd durft te duiken, kan zichzelf in een groter perspectief zien. Wie het heelal onder ogen ziet, kent zijn plek’.

Ik sta op de kant te aarzelen aan de rand van de derde fase. Zal ik duiken of niet. Me overgeven en mee laten voeren naar een wat kalmere bedding om daar rustig in de beslotenheid van de rietkraag af te wachten. Wel nee, kijk we hoeven niet meer op de barricaden, maar initiatieven op alle fronten zijn nog steeds heerlijk om op en top de tijd en daarmee het leven te voelen. Na deze dagen van berusting en even schuilen komen de dagen van actie en ondernemen, kortom, alles wat nodig is om bij de tijd te blijven. Na deze retraite mogen we los. En dat voelt als een bevrijding.

Overpeinzingen

Met een aangenaam verpozen

Als er zeeën van tijd zijn, dan is er ruimte te over voor achterstallig inhaalwerk waar het oude documentaires, films en boeiende onderwerpen betaamt.

Vanmiddag keek ik geboeid naar ‘Je liefste tante Ria’. De kordate vrouw die steeds de telefoon opnam en dan met haar nichtje sprak, ontdekte in de diverse gesprekken steeds vaker dat het geheugen aan het afbrokkelen was. Ze dacht op een gegeven moment zelf dat het misschien beginnende dementie was. Het gevolg van die gedachte was dat ze steeds vaker controlerend werd naar alle hulp die ze kreeg. Het bracht argwaan en achterdocht met zich mee, dat zich bij voorbaat al manifesteerde als ze toe moest geven dat ze daadwerkelijk iets vergeten was. Eerst bij hoog en laag ontkennen, dan het ongeloof over iets niet meer weten wat je al jaar en dag gebruikt, bijvoorbeeld de functie van de muis, of het koffiezetapparaat, dan de angst, die dat door communiceerde op een bijna bitse manier naar anderen toe.

Mijn vader kwam in vlagen en vegen, door het hele stuk verstrooid, langszij zetten. Haar ijdelheid was vermakelijk. Ze dirigeerde de camera van haar nichtje weg van de ‘enorme’ vleeskwab onder haar kin. Dat viel overigens reuze mee bij deze wat spichtige dame. Of tante Ria echt de liefste was, waag ik te betwijfelen door de manier waarop ze omging met haar zus. Ze bewaakte haar territorium met haar leven, alles, om maar te voorkomen dat de regie uit haar handen zou glippen. Een boeiend portret. Het Vondelpark voor haar brede venster hielp mee, met de bomen waarin de seizoenen vergleden, de fietsers van het haastige leven, het gewandel, het gekwinkeleer van de vogels. Alleen de dikke Dollie verjaagde ze vinnig en noemde ze duifrat.

Lief haalde een paar boodschappen maar bleek toch eerst een stuk te zijn gaan wandelen. Ik wachtte met smart op de lekkernijen die ik had besteld. Het leek wel alsof ik zwanger was. Croissants, jus d’orange, mini-ijsjes, verse slagersachterham, echt alles wat ik nooit meer at.Drie uur later kwam hij binnen en ik kon niet wachten tot het broodje in mijn handen was. Pistolets hadden de croissanten vervangen, die waren om vier uur in de middag al lang en breed uitverkocht. De eveneens bestelde instant soep had de smaak van eend, ik had kip besteld. Er was voor een overheerlijk slaapmutsje gezorgd, wijn van onze geliefde Gort, dezelfde van het programma ‘Gort in Frankrijk’. Een heerlijk en leerzaam programma met een nuchtere laconieke aanpak. De smaak bleek nog verder weg dan normaal, sterker nog, het kreeg een nare bijsmaak van karton. Een wonderlijke ervaring. Één broodje was derhalve meer dan genoeg.

Het afscheidsfeest was heel geslaagd geweest. Van de tas vol met etsen en lino’s waren er nog zeven over en bijna alle zelfgemaakte duurzame katoenen vlaggetjes waren van de hand gegaan. De voorbereidingen van de reis konden beginnen. De foto’s zagen er feestelijk en vrolijk uit. Kleindochter was helemaal jarig geweest.

Zuslief belde op. Ze gaat met foto-zus naar IJsland op vakantie in augustus. Een heerlijke bestemming natuurlijk. Het natuurschoon is prachtig. Iedereen in mijn omgeving roemt het. Ik denk aan het tweede boek van Raynor Wills ‘De wilde stilte’. Hun ruige, onherbergzame, tegelijkertijd steeds toeristischer, trektochten rond de geisers van IJsland zouden een mooie aanvulling kunnen zijn, al trekken de zussen voornamelijk per bus. Ik beloof het boek te bewaren.

In de avond was er dance with the wolves, een film uit het grijze verleden. Lief had hem gezien, maar ik wist het niet zeker. Ze was in ieder geval de moeite waard. De hoogste tijd dus voor een thuisbioscoopje. Zo, kalme berusting en pas op de plaats, is het goed. Het leven nemen zoals het komt met een aangenaam verpozen.

Overpeinzingen

Soms is dat meer dan nodig

Heerlijk geslapen en bedacht dat het bijna over was. Wat voor zand had Klaas Vaak me nou in de ogen gestrooid. Kleine illusionaire korreltjes. Blijven dromen, kind. Dat bleek toen ik monter en opgewekt lief aanbood om koffie te halen beneden en het bakje van Pluis met zijn dagelijkse portie kattenbrokken vulde. Daarna moest ik gezwind gaan zitten, doodmoe, de armen zwaar en traag als stroop, benauwd. Pas op de plaats en even minder hard van stapel lopen was de boodschap. Zo fluit het lijf je vanzelf terug. Je kan de sterren van de hemel denken, maar dan hoeft het nog niet zo te zijn.

Dus missen we de verjaardag van de kleine spring-in-het-veld, de zus van de filosoof en hun afscheidsfeest voor de familie. Twee vliegen in een klap voor ze op Europa-reis gaan. Er zijn met corona al heel wat dingen door mijn neus geboord. Slikken, foto’s en filmpjes vragen en je erbij denken. Bovendien had ik een paar bloggen geleden al bedacht dat we niet overal bij hoefden te zijn, maar ja, als het zo dichtbij is.

Kritisch luister ik naar het hoesten van lief. Klinkt het als de mijne, verergerd zich het, voelt hij zich al moe. Dan hou ik mezelf voor er mee op te houden. Je zou hem nog ziek denken. Als ik ergens niet goed tegen kan is het de spijtige toon in iemands stem als ze vragen of het wel goed met je gaat. Hou op. Als dat het geval zou zijn dan hoor je het van me, is prompt het antwoord. Niet van dat benauwde, riep mijn moeder altijd al. We werden bij ziekte en ontij onmiddellijk ingeschakeld bij de klussen in het huishouden totdat duidelijk werd dat we echt te ziek waren, bijvoorbeeld als de gekregen sinaasappel met dezelfde snelheid weer op het bordje lag. ‘Zachte heelmeesters maken stinkende wonden’, was haar credo. Met de paplepel ingegoten en dus eigen gemaakt.

Dat hielp wel bij het werken in de verpleging. Meeleven, altijd, maar meezweven op hun klachten nooit. Bovendien kon je als moeder van de kinderen niet snel ziek zijn. Ondanks alles gingen bepaalde dingen gewoon door. Lichamelijke verzorging op één, het huishouden zozo, lala, de inwendige mens in beperkte mate. Spelen met ze, met een wattendicht hoofd, is niet handig maar het werkt wel. Afleiding houdt de ziektekiemen beperkt. Als je er niet in kan hangen, dan gaat het vanzelf over. Dat waren zo’n beetje de criteria die ik hanteerde. Terwijl de kinderen me nu verzekeren over de app om het de tijd te geven en goed uit te zieken, mezelf in acht te nemen. Bob Dylan zong het al. ‘But the times, they are a’changing’. Gelukkig wel. ‘Een beetje clementie, dame’.

De dagen zijn lang als de tijd zich uitstrekt over seconden. Bovendien is er nauwelijks concentratie. Eigenlijk sijpelen de uren voorbij. Een voordeel bij het oprekken van de tijd is dat je in de gelegenheid wordt gesteld om eindeloos de artikelen in de krant te spellen, flarden te lezen en daarna goed te herlezen, de boeiende pareltjes eruit te filteren. Het kan allemaal in eigen uur. Zo valt een ding me op in de boekenbijlage van de zaterdagkrant. Een tip van de kinderboekenwinkel in Breda is het boek: ‘Toen Raaf links af sloeg’. Op de eerste plaats omdat ik altijd ‘linksaf’ geschreven zou hebben en vanwege het feit dat we op onze reizen naar en door Verweggistan daar ook de neiging toe hebben en daarbij altijd de mooiste onverwachte momenten op ons pad treffen. De schrijfster schrijft op de kaft van haar boek trouwens ‘Toen Raaf links afsloeg’. Grappig dat je dat even bezig kan houden. Zulke dingen gebeuren bij een overschot aan tijd. Soms is dat meer dan nodig.

Overpeinzingen

De rust en het grote genieten

Het leven draait even om twee rode streepjes, die in een oogwenk oplichten in het witte houdertje. Tjonge. Nog altijd aan weten te ontsnappen, maar nu was er natuurlijk geen houden meer aan. Zoonlief met covid al de hele week druk in huis. Zelf overal naar toe geweest met de gebruikelijke afstand, maar ach. Eens moet de eerste keer zijn. De eerste dag, gisteren, had ik zo weer willen inleveren. De hoofdpijn en de misselijkheid waren het ergst. Bij de krampen kwam er geen piezeltje mee, allemaal lucht en loze krampen die wel de boel uiterst vakkundig binnenstebuiten aan het keren waren voor mijn gevoel. De hoofdpijn zorgde ervoor dat het voelde alsof het brein ingepakt was in een verkeerd gevouwen filodeeg met omgekrulde randen. Daar viel voorlopig geen eer aan te behalen.

Toen eindelijk mijn eigen medicijnen erin zaten, een voor een met tussenpozen, werkte de Ascal, mijn bloedverdunner, ook als pijnstiller en nam de hoofdpijn af. Wat een heerlijk gevoel. Voorzichtig kon ik met wat geknabbel aan een beschuitje met jam beginnen en een warm bakkie thee. Dat was weer wat anders dan slokjes water.

Ziek zijn, je ziek voelen, is natuurlijk ook maar betrekkelijk. Oudste zoon vertelde dat hij ook zo’n pittige hoofdpijn had gehad en zoonlief hier in huis was alleen maar moe. Alles kan met dit wonderlijke virus. Het kan natuurlijk ook immer vele malen erger. Vroeger moesten we dan God danken op onze blote knietjes, werd gezegd. Niet dat het gebeurde, hooguit een schietgebedje.

De nacht was gesluimer, met de pijn terug, het hoesten en elk uur een kwartier wakker. Wonderlijke dromen. Een over vrouwtje Piggelmee. ‘Visje visje in de zee’. ‘Riep je mannetje Piggelmee‘. Het vrouwtje wil steeds meer: een huis, nieuwe kleren, een hulp voor het poetsen, een paleis, de troon van God. Ze is onverzadigbaar, terwijl Piggelmee zelf bedenkt dat hij nooit meer liedjes fluit. Het boek was op punten te verkrijgen bij Van Nelle, met grappige illustraties. We hebben het destijds stuk gelezen. Natuurlijk ontsteekt het visje in toorn en tovert hij alles terug in de oude staat. Boontje komt om z’n loontje.

Gisteren kwam dochterlief de schilderijtjes voor hun afscheidsfeest halen. Daar kunnen mensen ze dan meenemen. Er wordt een donatie op de rekening voor het goede doel gevraagd, geheel naar eigen draagkracht. Helaas moet ik het feest missen. Had er zo graag bij geweest. Lief loopt op deze manier ook heel wat mis. Hij werkt nu maar thuis en print achterstallige informatie uit, die hij straks nodig heeft.

In Verweggistan heeft vriendlief het gele tapijt uit de werkkamer en de zitkamer vervangen door brede planken laminaat in dezelfde kleuren als het parket van de bibliotheek. We kunnen niet wachten om het te zien. Het zal een hele verbetering zijn. Wanneer we zullen gaan, hangt af van de komst van de nieuwe auto. We zijn al aan het idee gewend dat het een maandje opschuift en dan kunnen we wel alle mooie momenten rond de bevalling op tijd meemaken.

‘Adem in, adem uit’ is een van onze lijfspreuken tegenwoordig. Iets in de trant van ‘het komt goed’. Voor alles is een oplossing te bedenken. Liever dan onrustig heen en weer te schieten, de rust en het grote genieten.

Uncategorized

Lieve mensen

Ik ben even ondergedoken. Mijn hoofd is een eigen leven gaan leiden en klopt dat het een lieve lust is, evenals de spijsvertering. Details hou ik achter, haha. Veel slapen bij schommelende temperaturen en spieren die opeens allemaal willekeurig zijn geworden.

Ik ben in goede handen

Test en uitslag volgt nog. Voorlopig beschouw ik mezelf als Miep Griep❤️

Overpeinzingen

De helaasheid der dingen

Zoonlief voelde zich niet lekker. Hij had hoge koorts. De dag ervoor had hij in een cursus een ijsbad genomen. Twee minuten als een Vermout on the rocks. Hij liever dan ik. Met de snel ingevlogen test bleek dat het daar niets mee te maken had. Uitdagend gloeiden twee rode streepjes op. In quarantaine op zijn kamer en de boel achter zich ontsmetten als hij gebruik moest maken van de badkamer. Vriendin had haar eigen woonruimte net ingeleverd. Pech. Omzichtig handelen wordt het devies.

In de ochtend een belletje van zus. ‘Of ik zat’ informeerde ze. ‘Kom maar door met de slechte berichten’, verzekerde ik haar. Haar eega had een hartaanval gehad de avond ervoor en lag nu in het ziekenhuis. Hij zou in de middag nog gekatheteriseerd worden. Ze sprak gedempt, want was nog in het ziekenhuis, maar haar nuchtere kijk op het leven klonk door. Beiden hadden zich niet laten opschrikken of van de wijs brengen.

Bij de fysio was er een frisse nieuwe stagiair. Een innemende jongen, zo een die als zoon niet zou misstaan. Vriendelijk, bereid tot een praatje en goedlachs. Heerlijk. Hij mocht de zesminuten looptest bij mij afnemen. Geen verslechtering. Ik hing nog steeds boven de gemiddelde uitslag. Dat voelde alleen maar gunstig. Als de saturatie tot 85 daalde tijdens de inspanning dan was ze daarna weer supersnel op het juiste niveau. Ook niets om me druk over te maken. Dat doe ik bij de zuurstofwaarde toch al nooit. Die schommelt maar raak.

Daarna wipten we aan bij zus. Zwager lag wel goed daar op de cardio, maar haar even laten weten dat we meeleven. Een mooie bos lichtpaarse en rode tulpen met wat takjes gagel ertussen dat een diepdonker paarse kleur had. Wat een prachtig boeket. Ze mocht zelf weten of ze er van wilde genieten of het mee wilde nemen naar het ziekenhuis. Zwager berichtte dat alles goed was gelukt. Hij had een stent gekregen en mocht de volgende dag alweer naar huis, als alles goed bleef gaan. De lengte hebben ze dus aangepast. Ik moest destijds bij dezelfde ingreep vier dagen blijven. Het blijvende medicijnengebruik krijg je er als bonus bij.

Gisteravond zagen we de docu van Close-up over Patricia Highsmith, ‘Loving Highsmith’. Ze schreef onder een synoniem ‘Carol’, het eerste lesbische liefdesverhaal, zo luidde de kwalificatie. Een intrigerende vrouw was ze zeker, maar de vrouw die haar door en door kende, Marijanne Meaker, een van haar grote liefdes, was minstens zo fascinerend. Ze sprak over de wonderlijke invallen die Patricia had en waar zij nooit aan gedacht zou hebben. Het feit dat die eerste roman onder synoniem werd uitgegeven was te wijten aan de rechtlijnige Texaanse opvoeding door haar moeder, waar we een glimp van mee kregen. Een wereld van stoere mannen met cowboyhoeden op en lonkende meisjes. Een boeiend verhaal. Haar reislust bracht haar veel vrijheid. Ze was vastbesloten uit iedere ramp iets goeds te halen. Het negatieve omzetten in iets positiefs is een groot goed. Dat dat niet altijd lukte bleek aan het eind van haar leven, toen ze als verbitterde vrouw weer op de drempel van Meaker stond. Haar persoonlijkheid was onherkenbaar veranderd, Meaker vond het gruwelijk zoals die ten slechte was gekeerd.

Iets voornemen en te allen tijde doen zijn twee totaal verschillende begrippen. Net als de beeldvorming, die al vroeg werd opgebouwd en nu als een ballon uit elkaar spatte. Mensen veranderen en soms is dat de helaasheid der dingen.

Overpeinzingen

Klaar voor een nieuw project

Gisteren nog een aantal lijstjes opgeduikeld in twee kringloopwinkels, en alvast een aantal etsen en linosnedes ingelijst. Het oogt gelijk beter. Morgen breng ik ze vast naar dochterlief. Zaterdag is het vertrekfeestje en dan wordt tegelijkertijd de verjaardag van onze lieve creatieve kleindochter gevierd. Alles wordt ter verkoop aangeboden. Het opgehaalde geld is voor het goede doel in Budapest aan het einde van de reis.

Gisteren boog ik me over een verse lino a la Sonia Delaunay. Het was een hele klus, maar wat is het toch een heerlijke bezigheid. Lief genoot zichtbaar van het ‘atelier’ zoals hij het noemde. Vond het ook wel een bezigheid voor hemzelf.

Bericht van de nieuwe auto die onderweg is om geleverd te worden. De kleine blauwe prins, trouwe vriend in bange dagen, gaat in de verkoop. Voor Verweggistan hebben we een stevige auto nodig. Dit keer is het een witte. De naam komt pas als ze is gearriveerd. Kijken hoe het voelt. Dergelijke beslissingen leveren spanning op. Ook al wil je ze niet altijd nemen, dan is het soms beter om wijsheid te betrachten.

De tijd vliegt weer eens voorbij. Vroeger leek het alsof de uren langzamer zouden verstrijken naarmate je ouder werd, maar niets is minder waar. Het gaat twee keer zo hard. Het geeft wel energie om lekker bezig te blijven. Vooral met wat zich aandient. Onverwachtse wendingen zijn stiekem het allerleukst.

In de kast vond ik een heen-en-weer-schrift tussen mijn lieve duo en mij. Alle namen uit ‘het zopas geworden verleden’ passeerden de rol. Hier en daar tippen we, naast het wel en wee met de kinderen, ook de bezigheden naar elkaar. In dit schrift begint het grote project van Tralali Tralala, een soort paradijsvogel die de kinderen zes weken lang in de ban zal houden. Citaat onder andere: ‘Hello deary, heerlijke drie dagen gehad, zitten goed in het project. Veel mooie dingen gemaakt: Een reuze worm, een wormenhotel, een zee met tante kwal en haar vrienden de vissen, de krab en de kreeft. Letter J is de letter van de week. Regelmatig roep ik ‘Jajaja of Janterfantjes of joligjoosje’ Haha’. Die zee kwam onder de trap van het speelhuis, met golvende slierten crêpe in blauw en wit. Daartussen in kwamen elke dag nieuwe dieren te zwemmen.

De reuzeworm was een pantykous gevuld met lappen, ogen en een mond. Het wormenhotel bestond uit twee kanten perspex in houten sleuven, ook dicht aan de zijkanten, die gevuld konden worden met aarde, dorre bladeren en zand. Natuurlijk moest er fanatiek worden gezocht naar wormen. Daar waren altijd veel liefhebbers voor te porren. Tante Kwal was een aandoenlijke tante, anders dan haar naam deed vermoeden. De moeder van die prachtige blauwe zee. Later maakte ieder kind een eigen vis om aan de crêpe-papieren slierten te hangen. Zo groeide het project zienderogen onder onze handen en kon iedereen meegenieten, ouders incluis.

Het is maar een dun schriftje, maar het brengt school even helemaal terug. Vergeleken daarmee, gaat de tijd inderdaad langzamer dan destijds. Als ik terugdenk aan de voorbereidingen die je moest treffen voor het werken met zo’n project, de administratie per kind, dat almaar meer werd, de rapportage naar ouders toe wat soms echt de spuigaten uit kon lopen, het voorbereiden van de weeksluitingen en het bijhouden van de portfolio’s door de kinderen zelf. Soms kwamen we handen te kort. In de groep was het heerlijk toeven. We konden, letterlijk en figuurlijk, lezen en schrijven met deze lieve schatten. Vandaag hou ik nog even atelier en dan heb ik me voldoende van mijn taak gekweten. Klaar voor een nieuw project.

Overpeinzingen

Het kale niets

Zaterdag bracht de kleine blauwe ons naar de Hoek, dik een uur rijden. Onderweg net voor de file uit. Een heiige dag net als de kwesties die zometeen besproken zouden worden, zaken als financiën, verplichtingen, aflossingen etcetera. Iets waar ik me nauwelijks in had verdiept en waar lief heel lang over zou moeten denken, terwijl broer de zaken in een oogwenk helder uit de doeken kon doen. Een van de leerpunten van lief, en indirect van mij, was hulp vragen als dat verlichting brengt.

Schoonzus bereidde ondertussen het diner. De stoofpot moest twee uur in de oven, tussendoor zouden we een strandwandelingetje maken of in ieder geval even een afzakkertje halen bij een van de vele strandtenten die de boulevard rijk was. Broer moest even bijkomen van het vele denkwerk dat hij ‘s middags had verricht. Hij placht dan in stilte buiten te zitten, te genieten van een natje en een droogje om zo de broodnodige rust te ontvangen, die zijn piepende oren nodig had. Zijn brein schudde ondertussen de kaarten. Lief wandelde met ons mee, we liepen langs het treinstation dat eigenlijk al gereed was, maar de rails er naar toe ontbrak hier en daar op diverse plaatsen. Als alles af was zou Hoek de grandeur krijgen van Zandvoort of Scheveningen, daarvan was ik overtuigd.

Zee straalde met een ondefinieerbaar licht aan de horizon geheimzinnigheid uit, een straffe wind begeleidde haar. In de breed opgezette strandtent was het zondagsdrukte en aangenaam kouten na een kleine wandeling langs de vloedlijn. Uitgewaaid en fris kwamen we thuis en broer had zijn meditatie afgebroken. Hij toverde onder het bureau in de kamer een klein blikje tevoorschijn. Het bleek een blikje babyvoeding uit 1941 te zijn. Het had in de oude bewaarspullen van zijn vader al die tijd opgeslagen gelegen. De fabriek bestond zelfs nog. Clapps met dubbel -p-, als de peren van onze oude perenboom in de achtertuin van mijn moeder vroeger.

Hij had een en ander uitgekristalliseerd en nu begreep ik waarom hij rust nodig had. Alles werd keurig op een rijtje gezet en uit de doeken gedaan, waarbij hij zichtbaar genoot van het resultaat. Na een gezellige maaltijd en een compleet verhaal reden we huiswaarts.

De volgende dag zocht ik wederom naar de linosnedes van een paar jaar geleden. In de boekenkasten beneden en op zolder lag niets, maar bij de boekenkast op de werkkamer was het bingo. Helemaal boven op de kast kwam ik de linosnedes, wat etsplaten en de afdrukken tegen. Hoera. Nu kon ik voort. In de middag haalde ik bij de kringloop zwarte lijstjes en thuis drukte ik mijn lievelings lino, een ‘Sonia Delaunay‘, af. Avantgarde en stilistisch sterk. Het bleek al gauw dat je maar heel weinig nodig had om in te inkten. Anders worden de afdrukken vlekkerig. Ik maak er vandaag nog twee afbeeldingen bij, dan heb ik een serie. Het is tevens een hommage aan deze Frans-Oekraiense kunstenares. Morgen gaat de zoektocht naar nieuwe lijsten verder. Hoe meer dochterlief kan verkopen voor het goede doel, hoe beter.

Het programma over Vermeer viel tegen omdat de andere kunstwerken nauwelijks aan bod kwamen. Ook was er niet veel te zien van het maakproces. Enkele werden aan het woord gelaten. Als het wat minder talrijk van opzet was geweest hadden ze veel meer de diepte in kunnen gaan. Vandaag dan maar ‘Onze man bij de Taliban’ terugkijken. Wat betekent een verbod op de muziek. Onvoorstelbaar hoe de leiders stukje bij beetje, en soms met grof geweld, de schoonheid van het leven uitwissen en blijdschap tot nul reduceren. Er valt nauwelijks te leven in het kale niets.

Overpeinzingen

Ik kan me niet in vieren delen

Een opmerking in de wekelijkse bijlage in de krant triggert. Martin Bril wordt aangehaald met zijn uitspraak: ‘Je mist meer dan je meemaakt en dat is helemaal niet erg’. De vriendin die dat aanhaalt vond het juist wel erg. Ze wil alles meemaken en niets missen.

Er zijn momenten waar je graag bij wil zijn. Gewoon, om verschillende redenen. Misschien omdat je denkt dat mensen je nodig hebben en dat je ze met raad en daad bij kan staan, of omdat je wil laten weten dat je onder hun huid kruipt, meeleeft, wil helpen. Mijn moeder met haar grote gezin van elf had als verzuchting als er door meerderen een beroep op haar werd gedaan: ‘Je kunt je niet in vieren delen’

Ik ben het met Martin eens. Het is helemaal niet erg om iets te missen. Er gebeurt al genoeg om ons heen. Stel je voor, dat je van alles van de hoed en de rand zou willen weten. Ik denk dat ons arme hoofd er gillend gek van zou worden. Vaker wil ik juist van bepaalde dingen slechts zijdelings weten, of liever helemaal niet. Of dat weglopen van de problemen is, kan je je afvragen. Maar dat denk ik niet. Het is een natuurlijke bescherming. Immers, met mijn moeder meegedacht: Je kan je niet in vieren delen. First things first.

Meermaals verlang ik naar de eenvoud van de filosofie van vroeger, die men vertaalde in spreekwoorden, waarbij het beperkte woordgebruik meer dan genoeg te vertellen had. Soms is daarbij het beeld dat een zo’n zinnetje oproept, belangrijk. Een beeld zegt meer dan duizend woorden, weet het verleden.

Heeft het sterk te maken met je onmisbaar voelen of het feit dat je een groot inlevingsvermogen hebt, dat altijd aanstaat. De vriendin Barbara van Beukering wil niets missen, omdat ze groots en meeslepend wilde leven. Iets wat uitvoerbaar bleek tot een lichamelijke kwaal haar terugfloot. Het lichaam greep eigenhandig in. Tot hier en niet verder.

Op de eerste plaats zal haar nieuwsgierigheid vooral te maken hebben met haar opleiding aan de school voor journalistiek. Wie voor bladen en kranten werkt als verslaggever moet gebruik kunnen maken van een breed spectrum. Dat verschilt van persoon tot persoon. Lief zegt dikwijls tegen mij dat ik ‘breed kijk’. ‘Jij ziet ook alles’ is een van zijn opmerkingen met regelmaat. Niet zo vreemd, als je dertig jaar voor een groep met jonge kinderen heb gestaan en ogen in je voor en je achterhoofd moest hebben, oren op steeltjes met een hoog associatievermogen als finishing touch. Ergo, beroep speelt een rol.

De verpleegkundige in mij liet bewust de patiënten op de afdeling achter de deur. Anders was het niet eens vol te houden geweest. Empathie tot aan de voordeur? Nee, doelbewuste bescherming, juist omdat het me al zo aan mijn hart ging om mensen te zien lijden. De vrije tijd was er om op te laden voor weer een nieuwe week nachtdiensten, waarin de onmacht en het verdriet, maar ook de vreugde en de humor weer volop aanwezig mochten zijn, al hadden op sommige afdelingen de eerste twee vooral de overhand. Een ingebouwde bescherming die broodnodig blijkt te zijn nu we ouder worden en de meegebrachte bagage soms zwaar weegt.

Meeleven

Kinderen met gezinnen, zussen, vriendinnen en vrienden, familie doen een beroep op je vrije tijd. Delen doe ik nog steeds graag, maar ik hoef niet meer alles te weten, niet van alles kennis te nemen. Daar zijn we in de aard te nietig voor. Ik ben mijn moeder en haar gevleugelde uitspraken dankbaar. ‘Ik kan me niet in vieren delen’.

Overpeinzingen

Schoonheid ligt op straat

De brievenbus zit vol verrassingen. Het nieuwe boek, dat we uitgekozen hadden voor de bioclub is binnen. Een biografie van Dola de Jong door Mirjam van Hengel. Nu eens niet een hele dikke pil, maar een bescheiden 297 bladzijden. Zo op het oog is het vlot en boeiend geschreven. De nieuwe Groene ligt er gebroederlijk onder en een geadresseerde folder. Genoeg aan leesvoer en aan voeding.

Lief had een probleem met een boodschap die hij doorgekregen had en was aan het piekeren geslagen. ‘Ga sparren met iemand’, was mijn advies. In dit geval met zijn broer. Als je hartszaken kan delen wegen ze een stuk lichter. Ik wist dat ik niet de aangewezen persoon was, om hem erbij te helpen. Vandaag trekken we naar de Hoek om een en ander te klaren of om er in te berusten als er niets meer aan te verhelpen valt.

In de nieuwe zin staat een interview met Ans Markus, die ernstig ziek is geweest en na zes chemokuren terugkijkt op die moeilijke periode. Er staan waardevolle gedachten in, maar de allergrootste uitdaging die het hele proces vergde was de aanvaarding van het feit dat dit haar overkomen is. Er kwamen natuurlijk allerlei bekende ongemakken bij kijken. Haar haar viel uit en ze liet zich kaal scheren. Met een pruik op voelde ze zich de zangeres zonder naam. Ze werkte met kleurrijke doeken en tulbanden, dat beviel beter.

Ze ziet er, als altijd eigenlijk, prachtig uit, met heel kort spierwit haar. Ze gaat vieren dat ze 75 is en heelhuids door de medische molen is gerold tot nu toe. Het leven vieren, zegt ze. Wat opmerkelijk is dat ze geen lust meer voelt tot schilderen. Ze gebruikte dat haar hele leven lang als uitlaatklep. Op die manier verwerkte ze alle gebeurtenissen. Ze kon er haar onzekerheden, angsten en verdriet in kwijt. Maar die passie is na haar aandoening niet meer terug gekomen. Ze tekent nu graag, dat was ooit de oorsprong van haar creatieve drang om te scheppen. Herkenbaar die dalen waar je wel doorheen moet als er gebeurtenissen zijn die boven je pet rijzen.

In het licht van de wereld is kanker of een of andere ongrijpbare aandoening een druppeltje, maar als het jezelf overkomt dan vergaat tegelijkertijd je hele opgebouwde eigen leven. Het vergt een andere modus, die zich aan zal dienen in eigen tijd. Mooi om te lezen hoe ze er handen en voeten aan weet te geven. Niet het heft in handen nemen, maar berusting voelen in deze nieuw ingeslagen weg.

Gisteren reden we spoorslags naar Bussum waar de snoepwinkel voor de creatieve geest zit. Natuurlijk was er nauwelijks parkeerplek te vinden. Maar uiteindelijk lukte het iets buiten de wijk. Een stukje lopen door het pittoreske stadje is geen straf. In het gesprek met dochterlief en alle voorbereidingen voor het feest, waarbij tegelijkertijd een aantal spullen te koop zullen worden aangeboden om te verkopen, doemde mijn aandeel op. Ik zou kleine schilderijtjes of iets dergelijks maken voor dat doel. Thuis had ik bedacht, dat linoleumsnede de oplossing was. Ze hadden gelukkig alles in huis en met een schat aan materiaal konden we huiswaarts keren. Morgen is een uitgelezen moment om de creativiteit te botvieren.

Dat geluk voor het oprapen valt, bleek uit onze sluip-door route. Spotte ik gisteren al de gedichten van Gerrit Achterberg tijdens de wandeling, nu kwamen we op de oude afgebladderde gevel van een groot warenhuis een klein gedicht tegen van Herman Gorter. Schoonheid ligt op straat.

Overpeinzingen

Een volgende ronde

Tjonge tjonge. Half twaalf en bij wijze van spreken al een halve marathon achter de rug. Om zes uur ging de wekker in huize ‘Diepe Rust’. Even laten snoozen en dan toch eruit. De telefoon is al langer in bedrijf merk ik. Een app van zoonlief of zijn broer hem naar schiphol zou kunnen brengen. Onder de deken klonk een stem vol slaap, die benieuwd was hoe laat hij dan present moest zijn. “Uhhh nu…’

Zo, alle basisenergie is present. Snel wat hete koffie erin en op pad. Bij zoonlief bedelt het kleine moppie, aangekleed en wel, om een tekening van oma. Baloe, die scheefgezakt tegen haar bordje hangt, is een dankbaar lijdend voorwerp. Er mogen regenbogen, gras en bloemen bij en, onmisbaar om een dag vrolijk in te luiden, de zon. Het afscheid van verloopt daardoor vlekkeloos. We lezen samen nog een boekje over de aarde, het heelal en de zee en dan is het tijd om de schoenen aan te doen. We moeten de kinderen bij de achterdeur brengen en het is niet de gewoonte om nog even aan te schuiven met een werkje. Ouders blijven voor het raam staan zwaaien. Ik denk aan de televisieserie en neurie in gedachten ‘Hallo allemaal, wat fijn dat je er bent’.

Er komt een Pinkie kleine Batman langs stuiven, het postuur herken ik wel, het gezicht gaat schuil achter een masker, schoonzoon loopt er bedaard achteraan. Dribbel heeft me niet eens gezien en gehoord. Zodra hij in de buurt van school en zijn vrienden komt heeft de buitenwereld afgedaan. De twee zitten bij elkaar in de groep. Een en al gezelligheid.

Dochterlief vraagt of ik even een bakkie kom doen. Nu meteen maar, dacht ik. Spoorslags naar Utrecht en een uurtje bijkletsen en schilderen met de lieve kleindochter, die geheel op eigen wijze haar te knutselen zwembad dirigeert aan mams, die helpt het te verwezenlijken. Nog een aquarelletje van mij en van haar en klaar. Tijd voor de koffie thuis.

Het belooft heerlijk weer te worden. Dat was gisteren wel anders. Zuslief en ik hadden afgesproken te gaan wandelen en reden richting Langbroek. Hier en daar was er nog een waterig zonnetje, maar allengs nevelde het zelfs wat. Koud was het ook. Kouder dan de dag ervoor. We zouden de kastelenroute van Langbroek doen, maar kwamen bij kasteel Sandenburg uit dat oogverblindend wit was en daarmee prima als baken kon dienen. Auto in de berm, de oude schoenen aan en gaan over de klompenpaden, door een weiland, over een stuk weg naar een autovrije laan, waar we het bos weer in konden.

Vinken en roodborst hipten voor ons uit, Hier en daar was het modderhoppen. Aan het begin van de weg stonden de veelbesproken herten in deze dagen, die officieel regeringswijs het bos in zouden moeten. Even verderop stonden een paar bruin/zwarte mottige dikke-vacht-schapen sop hun schijnbare breekzame pootjes kalm te malen. Een vrouw van betamelijke leeftijd stiefelde met haar harige vriend over het pad en wees ons de weg. Terug bij het kasteel kwamen we haar nogmaals tegen. Beide hadden we een rondje in tegengestelde richting gelopen.

Veel wel en een klein beetje wee kwam langs en na vijf kilometer wandelen hadden we een afzakkertje verdiend. In het gemoedelijke wijk bij Duurstede was er nog plaats in de herberg. De frituur was helaas al uit. De bitterballen waren voor een volgende ronde.