Indrukwekkende docu van ‘Floortje gaat mee’, haar reis naar Nepal met de fotograaf Jasper Doest. Ze waren in India en zochten de organisatie op die op verschillende plaatsen door het land heen een olifantenopvang hebben. Bij een van hen krijgt ze alle informatie over de mishandelingen en wreedheden die deze ‘heilige’ dieren ondergaan bij bijvoorbeeld bruiloften waar ze ter vermaak de bruidegom op hun rug moeten nemen.
Om een olifant ‘tam’ te maken moet je hem eerst breken, met onder andere stokslagen. Ook in circussen of als lastdier komen ze voor. Veel te krappe behuizing, altijd met een poot aan de ketting, voetkussentjes die zwaar beschadigd zijn door het lopen in de stad, met zijn scherven, spijkers, harde ondergrond. Op de opvang leren ze de dieren weer vertrouwd te maken met mensen die het beste met hen voor hebben met geduld en veel liefde. Het mooie is dat ze voor die banen vaak de arme lui gebruiken die eerst die olifanten nog stokslagen toediende. Twee vliegen in een klap. Zo hebben deze mensen toch een baan, zijn ze verzekerd van inkomen en leren ze hoe met dieren om te gaan en dat je zonder dwang vaak veel meer bereiken kan.
De olifanten hebben een ijzersterk geheugen. Zo iemand kan niet bij zijn ‘eigen’ olifant helpen, omdat het dier hem als slecht ziet. Nog eens wordt benadrukt dat wij mensen onszelf boven aan de ecologische ladder plaatsen, maar dat we in het hele eco-systeem niet van waarde zijn. Elk dier kan niet gemist worden, maar de mens wel. Zo zit het in elkaar. Een mooie gedachte om nederigheid te betrachten waar het de natuur en ons leven betreft. Dergelijke programma’s zijn een waardevolle aanvulling waar lief en ik graag naar kijken.
Vandaag schijnt de zon weer volop. Ik wilde gisteren langs onze nieuwste telg, maar moeder en kind deden een middagslaapje. Op kousenvoeten weer vertrokken. Vandaag nog maar eens proberen.
Straks gaan we eerst, ondanks dat ik de tuin nog niet helemaal heb opgeschoond, toch de bollen en wat zaaigoed erin stoppen, anders zitten we in juli en augustus zonder bloemen in ons piepkleine postzegelparadijs. Tegelijkertijd kopen we wat exemplaren om mee te nemen naar Verweggistan. Daar kunnen we maandag al aan de tuin beginnen. Zo benieuwd naar wat we aantreffen. Het zal een paradijs zijn voor de Roomsche Kervel, het gras en de brandnetels, maar ook zullen alle fruitbomen vermoedelijk in bloei staan. Foto’s volgen natuurlijk.
Dochterlief en het gezin zijn in Cecina aangekomen en genieten met volle teugen daar op de camping. Van elkaar, van Toscane in het algemeen en de bezienswaardigheden in het bijzonder, maar vooral van hun leefstijl met de natuur. Ze voelen zich innig verbonden met elkaar en dat is zo’n prachtige basis.
Wij als gezin kregen die basis op de meest droevige manier denkbaar. De aandoening van hun vader en zijn overlijden op de jonge leeftijd van de kinderen. Maar ook dat zorgde voor een band die voor altijd hecht is gebleven. Juist omdat je verdriet en vreugde met elkaar beleeft en doormaakt, obstakels overwint, elkaar helpt bij de verwerking, groeit de liefde. Die is onvoorwaardelijk nodig voor zo’n diepgaande verbondenheid. Dat het ook vreugdevol kan is heerlijk om mee te maken. Dat gun je iedereen.
Sinds vanmorgen weet ik waar de pot met goud ligt onder aan de regenboog. Nee ik hoefde er niet voor op avontuur te gaan, maar het werd me gewoon aangeboden op een presenteerblaadje. Ik kon me er aan vergapen onder het genot van de eerste kop koffie
De lijstjes in mijn hoofd worden allengs langer. Er moet nog veel gebeuren. Buiten de tandarts straks waarmee lief een afspraak heeft, wil ik de kleine nog even knuffelen. Hij verandert met de dag en het denkende koppie met de grote frons boven zijn oogjes trekt langzaam maar zeker weg. Altijd weer een wonder om te aanschouwen.
Goede berichten over Pluis. Ze is uit het opvanghok. ‘Ze komt knuffeltjes halen en is dol op haar vleesjes’, schrijft een van de medewerkers. Dat is niet verwonderlijk want hier kreeg ze alleen brokjes. Ze voelt zich dus al behoorlijk thuis. Ben alleen nog benieuwd hoe ze op de andere poezen reageert. Ik hoop dat ze a la Minoes prettige conversaties hebben. Een hele geruststelling alles bij elkaar.
Gisterenmorgen nam ik vluchtig de biografie door van Dola de Jong en in de middag togen we richting Utrecht. Ik dropte Lief op de Nachtegaalstraat, vanwaar hij door de oude binnenstad zou slenteren en zelf toog ik naar het huis waar de biografie-bijeenkomst was. Hartelijke begroetingen. We hadden elkaar twee maanden geleden voor het laatst gezien. Natuurlijk bewonderden we de verbouwing van het huis met nu een lichte serre, die ruim zicht gaf op de groene stadstuin met de grote bloeiende Camelia.
We waren op een na compleet en unaniem was het oordeel dat het een goed geschreven weergave van een leven was. Iemand had haar vorige twee biografieën over Campert en over de Vromannen al gelezen en vond deze, in vergelijk met die twee, wel minder. Bovendien had ze de auteur geïnterviewd en het boek al een aantal maanden geleden gelezen. Dat scheelde ook.
De rest was lovend over de wijze waarop Mirjam Hengel het had aangepakt. Niet in de laatste plaats omdat ze was afgeweken van een chronologische volgorde, de voetnoten en alles wat er doorgaans bij een biografie komt kijken. Het leest veel prettiger. De eigen interpretaties moesten misschien eerder beschouwd worden als fictie om het verhaal nog meer body te geven. Aanbevelenswaardig dus. De twee belangrijkste boeken die Dola de Jong geschreven heeft, ‘De akker is de wereld’ en ‘De Thuiswacht’ werden ook de hemel ingeprezen. Die komen op het lijstje ‘te lezen boeken’.
Er is een pittig boek uitgekozen voor de volgende sessie. Koen Hilberdink schreef de biografie ‘Strijd om de Ziel, het leven van P.C.Kuiper(2019-2002)in de psychiatrie’. Een inkijkje in het leven van een psychiater dat er niet om liegt, als ik de column van Max Pam uit de volkskrant van vanmorgen mag geloven. Het belooft in ieder geval oneindig veel gespreksstof, al was het alleen maar voor de verwerking van de verkregen informatie.
Als toetje van kunst en vermaak was het ‘s avonds kiezen tussen twee aangekondigde programma’s op televisie. Dag en nacht met Kim van Kooten, een serie over een team verloskundigen en op hetzelfde tijdstip Portretten van Krabbe, waarin Jasper dit keer op stap zou gaan met Joy Delima. Het was niet moeilijk kiezen. De serie bewaren we voor in Verweggistan, dan kunnen we het terugkijken op NLZiet. Krabbe dus. Wat een heerlijk programma. Hij zoekt mooie plekken, die herinneringen brengen met inhoud voor de gast. Wat zich weerspiegelt in ogen en gelaat vangt hij later in een prachtig portret. Zijn ongedwongen manier van doen stelt de gasten op hun gemak, dat hebben we nu, na drie afleveringen, wel gemerkt. Mijn hele vooroordeel heb ik inmiddels laten varen. Deze man kijkt tot in de ziel, maakt van wat het oproept bij de ander een prachtig portret en wekt daardoor bewondering en respect.
In de tuin lag vorige week een heel klein bundeltje veren. Bij nader onderzoek bleek het bosje vast te zitten aan een pennetje. Zuslief had gisteren een graspieper vereeuwigd. Dat wist ze niet, maar iemand anders had het haar op facebook bij het zien van de foto ingefluisterd. Bij nadere bestudering van de graspieper en het bundeltje gevederte ben ik er van overtuigd dat het ook een graspieper is geweest die in de tuin te grazen is genomen.
Gisteren naar de wandelwinkel om vignetten voor Oostenrijk te regelen. In de ochtend hadden we al een langdurig vignet voor Verweggistan online geregeld en het hotel geboekt. Nu is het definitief en dat voelt altijd goed. Dan kunnen we gaan voorbereiden. Zorgvuldig de kleding overwegen, schilder-en-tekenspullen mee, papieren controleren, wasje draaien, alles met betrekkelijke kalmte.
Ik denk aan vroeger en de hectiek die er was vlak voor we met mijn vader en moeder aan een buitenlandse reis begonnen. Er moesten immers een sloot kinderen mee en het kon niet anders dan dat het huis opgeruimd en netjes werd achtergelaten. Dus alle bedden opgemaakt, wc en badkamer schoongemaakt, het gas en het water dicht gedraaid. Dat betekende dat mijn moeder op de dag van vertrek alles en iedereen naar buiten veegde en begon met poetsen.
Daarvoor was ze al dagen bezig geweest met inpakken. Summiere verschoningen voor regen en droogte, hopend op mooi weer zodat we alleen in badpak of korte broek hoefden rond te lopen, van alles een beetje. Meer plek was er niet. Bovendien moest er nog proviand mee, in het prille begin ook nog aardappelen en conserven, maar altijd de hagelslag, de campingboter, de zure bommen in het reuzenblik. En onderop de zware tent, de slaapzakken, de luchtbedden. Mijn vader was ingenieus in het creëeren van ruimte. Wat niet in de auto paste ging op het dak onder een klapperzeiltje, dat regelmatig tot ergernis leidde omdat het was losgeschoten en moest worden vastgesjord. Regelmatig moest er gestopt worden, omdat de auto haperde, of omdat mijn vader een vreemd geluid hoorde onder de motorkap vandaan. Mijn moeder las kaart en later mijn broer, de dat aanmerkelijk beter kon.
Vakantie. De eerste tochten naar het Ahrtal en Schleiden vielen regelmatig in het water, van Oostenrijk waren vooral de onweersbuien in de herinnering gebleven die tussen de bergen bleven rommelen en de reis naar Spanje duurde natuurlijk eindeloos maar uiteindelijk scheen daar altijd de zon en had mijn vader de daaropvolgende weken geen andere puf meer dan onder de boom in de schaduw te zitten en in de ochtend het blok ijs te hakken dat rondgebracht werd op de camping.
Wij, mijn moeder en de kinderen, vermaakten zich prima in de blauwe zee en aan het goudgele strand. Heerlijke oorden zonder enorme wolkenkrabbers langs de kustlijn, maar slechts lieflijke vissersdorpjes. We schrijven halverwege de jaren zestig. Steeds lichter werd de bepakking daarna, omdat er minder kinderen meegingen en omdat we gewend waren geraakt aan de producten die in het land zelf te verkrijgen waren.
Kippie-eitje vergeleken met vroeger. We maken er een relaxte tocht van. Wat proviand en extra drop voor onderweg en verder afgaan op wat de dagen brengen mogen. Het stuk land wacht met smart op ons.
Eerste Paasdag was uitstekend geschikt om te beginnen aan de grote klus. Ruimte in de tuin scheppen door te wieden, want het land vergrast waar je bij staat. Binnen een jaar presteert het een weiland bij elkaar. Lastig want laag-bij-de-gronds werk en ellenlange wortels van het grove gras. Brandnetels verwijderen is, daarmee vergeleken, een fluitje van een cent. Dezelfde lange wortels, maar veel meer aan de oppervlakte.
Af en toe even zitten en de rug rechten, die strammig werd van het voorovergebogen zitten op het wiedkrukje met zicht op lief, die op zijn knieën het terras aan het vrijwaren was van alles dat een eigen draai had gegeven aan groei en bloei. Waarom zou je de voorkeur geven aan de volle grond als het tussen de stenen door ook prima toeven is. Eigenzinnige planten, daar hou ik van. Maar voor de lange periode die ze moesten overbruggen zonder onze hulp was grondig opschonen geen gek idee.
Tussendoor maaide ik het gras. De grasmaaier had na een winterlange rust zo haar bedenkingen en weigerde in het begin eenvoudigweg dienst. We probeerden met magische handjes en instralen haar weer aan de praat te krijgen, terwijl ik vergeten was of je nu eerst moest indrukken en dan de hendel naar je toe trekken of omgekeerd, eerst de hendel dan de knop. Maar na wat gemier klonk ineens een schorrig aanslaan en weer afslaan. Dat gaf de burger moed. Met volharding bleven we proberen en toen pas ging ze als een zonnetje lopen, als beloning op onze wilskracht haar aan de praat te krijgen.
Zoonlief en zijn lief waren bezig in de tuin van zijn zus en op de terugweg liepen we langs om het resultaat te bewonderen. Daarna reden we snel op huis aan. Na gedane arbeid was het zoet rusten.
Tweede paasdag hadden we om tien uur met de kinderen afgesproken bij de piramide van Austerlitz. Een plek waar de nostalgie nog tussen de bomen hing. Opa en Oma 50 jaar getrouwd vertelden de zwart/wit kiekjes uit de jaren zestig, terwijl ongerimpelde broers en schoonzussen de speeltuin inliepen. Mijn gedachten voorbij renden de kleinkinderen voor ons uit en stoven op de speeltoestellen af, die nog niets hadden ingeboet aan plezier, maar wel vrolijk waren opgefleurd door felle kleuren. De kermis op het achterste stuk, met botsautootjes en zweefmolen lieten we voor wat het was. Een ouderwetse speeltuin is plezier voor twee. Het was er druk, maar er was voldoende ruimte.
Afhankelijk van middagslaapjes en ander bijkomstige wensen besloten we in twee lichtingen de paashaas op te zoeken. Die bleek allang weer de kuierlatten te hebben genomen maar had wel achteloos hier en daar wat eieren laten vallen. Ze waren nietig en klein, de meesten gelukkig fel gekleurd en sommige speelden ton-sur-ton met het bruine bladerdek. Kleine handen die naar de eitjes graaiden, verheugde snoeten, ogen die speurend zochten naar meer, er op af rennend kijken wie er het eerste was. Voor de grootste kleinzoon hadden we ze hoger in de bomen verstopt. Emmertjes werden gevuld, jaszakken volgeladen. Het lege zilverpapier ging mee terug.
Daarna was het wachten op de tweede lichting terwijl lief en ik ondertussen voor paashaas bleven spelen. Twee nieuwsgierige kinderen kwamen vlakbij naar takken zoeken om hutten te bouwen en mochten ook een paar eitjes vinden. Opgetogen werden uitgestrekte handen met de lekkernij erin aan de twee moeders getoond, die op het pad waren blijven staan. In de herhaling konden we helemaal uitpakken want nu mocht alles op. Met alle zakken gevuld en de paaseierentas zo goed als leeg, er waren maar liefst vijf zakjes eieren doorgegaan, was er ruimte om wat te spelen, te eten en te drinken in het restaurant, dat er al zo lang stond als ik me kon heugen en sliep de allerkleinste kleinzoon dwars door alle paashazenenthousiasme en geluiden heen.
Zo rond de tafel was het goed toeven. De dag kon niet meer stuk. Na nog een laatste keer op de schommel, op de Engelse wip, op de draaiende ton, tot de vermoeidheid zichtbaar werd, was het de hoogste tijd om ieder zijns weegs te gaan. Dag speelparadijs, dag Paashaas, tot volgend jaar misschien.
De krant brengt reuzenpuzzels, daar kunnen we voorlopig mee vooruit. Appjes met foto’s van de kinderen die stuk voor stuk achter het paasontbijt zitten, zoals het traditiegetrouw betaamd. De een met het hele gezin op bed, de ander in de caravan met uitzicht op Toscane. ‘Vrolijk Pasen’ staat eronder. Lief en ik openden de ogen en zeiden ‘Zalig Pasen’ tegen elkaar. Het Roomse bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Vandaag is het opnieuw tuindag voor ons. Afgelopen vrijdag hebben we met z’n tweeën door gebikkeld om de berg wilgentakken weg te werken. Bij het staken maken, dan knip je alle zijtakken weg, zonk de moed me bij het zien van al die kleine takken in de schoenen. Met name vooral omdat ik er geen goede bergplaats voor wist. Lief moedigde aan om toch maar door te gaan. Met het verzamelen van een stapeltje klein grut wist ik het. Ik zou er bunders van maken en die dan bij het hek op de hoek achter de kers en de pruim netjes stapelen. Takken bij elkaar grabbelen, een twijg om om de stapel heen te binden, knoop erin en klaar. Stapelen maar. Na gedane arbeid de stoeltjes er weer voor en het een jaar de tijd geven om te vergaan, wat met dunne twijgen en takken wel lukt. Ziezo, dat was beter dan een berg hout in een hoek. Nu ging het ineens veel sneller. Ruimen en meditatie ineen. Als je maar geduld hebt. Ideeën komen dan vanzelf aanvliegen.
Nu de staken nog. Die werden vernuftigd gevlochten tot een mooi hekwerk tussen buuf en mij. Vlechten is mijn specialiteit en bij gebrek aan een stok voor middenin vrees ik nu wel dat er een nieuwe wilgenboom is geplant. Maar ik weet wat in het vervolg te doen met het overtollige snoeiwerk.Voor de afwerking hadden we de allerdikste staken voor het laatst bewaard, die waren perfect omdat ze over de hele lengte konden.
Lief was ook doorgegaan met staken te maken. Eendrachtig werkten we samen en zo werden, langzaam maar zeker, de keitjes van het terras weer zichtbaar tot al het hout weg was. Het restant was voor zoonlief die in de tuin van zijn zus een stuk grond had omgespit, waar dadelijk een nieuw lapje moestuin zou komen. Af en toe kwam hij even langs om te kijken of wij al opschoten en te vertellen wat hij aan het doen was. Wat ik niet van hem wist, was de kennis om moeiteloos vogelgeluiden te determineren. Er was buiten de merel en de koolmees, een roodborstje, puttertjes en de winterkoning luid te horen.
Vandaag kunnen we eindelijk aan de tuin zelf beginnen. Overtollige begroeiing wieden, grassen trekken, ruimte scheppen voor al wat opkomt. Daarna pas de knollen van de Dahlia’s erin. Eigenlijk te vroeg, maar als we straks terugkomen uit Verweggistan is het weer te laat. Keuzes, keuzes, keuzes. Ik denk de vorst gewoon weg.
Terwijl de wereld nog ligt te sluimeren onder een dikke deken van mist en nevel en ik daarachter de volle maan weet, buitelen de woorden over elkaar heen in mijn hoofd. Eindelijk mag ik het wereldkundig maken. Deze kersverse nieuwe kleinzoon is vorige week vrijdag om zes voor half twaalf geboren en ik moest al die tijd mijn mond houden over dit glorieuze moment, omdat eerst de ouders aan bod waren. Weet je hoe moeilijk dat is.
Vorige week werden we om tien uur in de avond gebeld door zoonlief die meldde dat de voorweeën van de dag ervoor hadden doorgezet en dat er nu zeven tot acht centimeter ontsluiting was. Om elf uur waren we in het geboortehuis, waar de bevalling al in volle gang bleek te zijn. We konden wachten op de gang. Ondertussen was er een en al bedrijvigheid. In zo’n geboortehuis is het een drukte van belang. Baby’s die geboren willen worden hebben maling aan de klok en de tijd. Ze komen nog altijd op eigen tijd en in eigen uur.
Af en toe gingen de deuren van de lift open, baadde de omlijsting van de lift zelf in een stralenkrans van neon en werd er met een robot-stem gesommeerd de lift te verlaten. Op dergelijke momenten, zo bleek later, moest er iemand met spoed vervoert worden naar beneden en werd men met bed en al, infusen aan alle kanten en verpleegkundigen in het kielzog, naar binnen gereden.
De liftdeur bracht bij tijd en wijle bleke zwangere vrouwen zwaar steunend op hun partners en een wolk familie om hen heen, gehaaste vaders met maxi cosy’s, ouders of moeders die hun dochter of zoon bij wilden staan. Het was een bont gezelschap en een komen en gaan. Wij hadden ruim zicht over dat alles, maakten plaats voor twee vrouwen, waarvan er een rechtstreeks uit Irak bleek te komen en door de bijzondere omstandigheden vond er gretig een uitwisseling plaats. Allemaal hadden we hetzelfde gevoel. We wisten wat zich daar in de kamertjes voltrok, voelden dezelfde barensnood als zij door het verleden heen en wisten hoeveel oerkracht er aanwezig zou zijn om dat op te vangen. Ogen zeggen in dergelijke gevallen meer dan woorden. We keken elkaar over de grenzen aan, een warme blik, en begrepen elkaar.
De kleine lag op haar borst en sabbelde zijn eerste behoefte bij elkaar. Zo klein nog, zo gekreukt door de zware weg die hij heeft moeten gaan, maar zo onmiskenbaar mooi en vertederend. Na tien minuten lieten we ze weer alleen om zich klaar te maken voor de reis naar huis. Met een intens gelukkig gevoel reden we huiswaarts. Zo mooi, zo teer, zo’n wonder.
Een van de medebloggers, die ik regelmatig lees, schreef een stukje over filmrecensies en eigen bevindingen. De film die ze zag, kreeg laaiend goede recensies, de bioscopen zaten telkens afgeladen vol en toch kwam ze er teleurgesteld uit. ‘Was dat nou alles’, scheen ze zich af te vragen. Toevallig hadden lief en ik dezelfde film gezien. Aftersun, een film over een vader en zijn dochter. We moesten even graven en toen wisten we het weer. Een wat trage film, maar de onderhuidse spanning liep er als een rode draad doorheen en daardoor bleef de film tot op het laatst boeien. Hoe het komt dat de een dat zo oppikt en de ander niet zal met name met bijvoorbeeld herinnering, ervaring en herkenning te maken hebben.
Het is als met bestsellers. De sfeer in het boek pakt je of gaat aan je voorbij. Het liefst bekijk ik de film of lees ik het boek blanco, zonder de recensies. Daardoor blijft de blik open en onbevangen, de ontvankelijkheid groter. Ieder woord dat je over iemand anders mening leest of hoort plant ongewild zaden die je mening danig kunnen vervormen. Achteraf recensies lezen is dan alleen maar fijn. Toetsen of er meer mensen zijn die dezelfde ervaring hebben gehad. De beweegreden om een film uit te kiezen schoeien we op het voorprogramma, de trailers die voorbij komen. Het heeft een boeiende winter opgeleverd.
Gisterenavond vielen we via het zappen pardoes in de film ‘Love and Mercy’ van Bill Pohlad uit 2014. Het is een biografisch getint verhaal over de singer/songwriter en muzikant Brian Wilson, de man die zulke grote hits heeft geschreven voor de legendarische Beach Boys. Met een barse en agressieve vader en zijn eigen bovenmatig talent krijgt hij op een gegeven moment de diagnose Paranoide Schizofrenie opgeplakt. Door alcohol en drugs glijdt hij verder af en komt onder invloed van een alles bepalende psycholoog Gene. Door een onverwachte ontmoeting met een vrouw komt er na een lange periode een eind aan die situatie. De film boeide vanaf de eerste tel. Misschien ook omdat de Beach Boys tot onze eigen bagage behoren en we de songs woordelijk mee kunnen zingen.
Op de mail naar het dierenparadijs kreeg ik als antwoord dat Pluis nog wat moet bijkomen, maar al wel gegeten heeft. Gelukkig, dat is een eerste stap naar de gewenning. Gisteren had lief afgewassen en uit macht der gewoonte het waterglas gevuld voor Pluis, die nuffig het liefst alleen maar stromend water drinkt uit de kraan en het glas. Gelukkig kenden ze daar ook drinkfonteintjes voor poezen die die eigenzinnige eigenschap bezitten. Ik ben wel heel benieuwd hoe ze op de andere poezen reageert. Morgen nog maar eens mailen.
We maken een opmaatje naar de tuin. Goed uitgerust aan de laatste loodjes beginnen. Een wilg moet zeker nog gesnoeid, dan nog anderhalf hek vlechten van de kale wilgentenen en de rest van de wilgentakken aan zoonlief meegeven, die straks ook van de partij zal zijn om de tuin van zijn door Europa reizende zus bij te houden. Dan de bollen erin op hoop van zegen. Wie weet wat voor moois eruit komt. Wat wild bloemzaad is misschien ook nog een idee om overal tussendoor te zaaien. Hoe meer bloemen, hoe meer vreugd.
Oproep van de tandarts voor lief. Razendsnelle beslissing, dan maar later weg. Er is per slot van rekening tijd genoeg. Beter ook misschien want dan kan ik nog bij de Biografiemiddag zijn, aanstaande woensdag.
Door een zonovergoten Nederland schonken we de nieuwe Witte een paar kilometers op zijn teller erbij. Het tijdelijke onderkomen van Pluis lag regelrecht tussen de boerderijen. Eindeloos groene weiden, mesthopen, smalle weggetjes met scheurende tegenliggers, doodlopende wegen. Zwanen, eenden, ganzen en roofvogels maken zich op voor een nieuwe lente. De natuur rekt zich uit.
Pluis is muisstil, voorvoelt door de lange rit dat er iets aan zit te komen. Behoedzaam kijkt ze door de ruitjes van de reismand heen. Af en toe een mauwtje dat we sussen in geruststellende woorden. Nummer 15 blijkt aan de andere kant van een kennelijk doodlopende weg te liggen. Eens was het een hele lange weg, maar nu doorklieft een nieuwe autoweg haar in tweeën. We vragen het aan een van de bewoners met een stel poezen in hokken in zijn tuin. Als hij uitleg geeft, ‘rechts, rechts en dan weer rechts’ in onvervalst tukkers, komt een rode kater aangehompeld. Het lijkt alsof het een pootje mist. Hier was de bestemming gelukkig in ieder geval niet. Dus via nieuwe kronkelweggetjes naar de overkant en helemaal aan het eind van die weg zien we de opvang. Het is er druk. Meerdere auto’s in de berm, een klein parkeerplaatsje, waar ik dan toch maar inrij, want we hebben alle eigen spullen van Pluis meegenomen, zodat ze zich nog een beetje thuis zal voelen.
We worden vriendelijk ontvangen en mogen gaan zitten. Honden aan leidsels lopen af en aan, uitgelaten door de vele vrijwilligers, die er zijn. Pluis houdt zich koest. De gegevens worden uitgewisseld, papieren ondertekend, afscheid nemen kan in het hok waar ze als gewenning komt te zitten. Dag lieve lieverd. Niet te lang naar haar koppie kijken, niet nadenken ook, niet denken aan ‘nooit meer’. Vertrouwen ligt even in brokstukken op de vloer. Pas in de auto gloort de hoop, maar ook zijn er de vragen, die we van de weeromstuit niet gesteld hebben. ‘Wanneer mag ze naar een ruimer verblijf, zal ze het redden met andere poezen, hoe lang duurt het gemiddeld voor er een warm huisje is gevonden’.
Terugkomst in een leeg huis, ruimer dan anders, zonder haar spulletjes, vervreemdend ook. In alle vroegte schreef ik vanmorgen een mailtje met de vraag of ze al een beetje gewend was. Dat zal zo snel niet gaan, maar ik wilde wat laten horen. Bovendien kreeg ik van de chip-dienst bericht dat ze jarig is vandaag en dat de wijzigingen moeten worden doorgegeven. Dat is aan hen.
Tussen alle bedrijven door ben ik al een eind opgeschoten in het boek ‘Luister’ van Sacha Bronwasser. Wat een heerlijke schrijfstijl heeft ze. Het boek is ingenieus gelaagd en zeer de moeite waard. De Hollandse Au Pair doet me denken aan dochterlief. Een aantal jaar verbleef ze als au pair bij een Belgisch gezin midden in Parijs. Ze heeft er ongetwijfeld ook diverse avonturen beleefd, maar niet alles is om te delen. In ieder geval hebben we een heerlijke Franse kant van de familie erbij gekregen en daarmee een vleugje Joie de vivre.
In onze gang hangt een klein tegeltje aan de muur. Het is een kunstwerkje van een van de kinderen op school. Met watervaste viltstift is er op getekend. Het is de tekening van een poes. De achtergrond is met donkerrood ingekleurd. Met hanenpoten staan de letters erboven. ‘Merlijn’. De poes heeft pootjes als handjes, rondjes met vijf nagels. Ze kijkt intens tevreden en blij. Het koppie en de staart zijn onmiskenbaar poes.
Ik wist in eerste instantie niet waarom ik aan het tegeltje dacht. maar de wegen van onze gedachten zijn onmiskenbaar doeltreffend. Het is een herinnering aan de jongen, de school, de poes, in mijn geval Pluis, ook al heeft ze geen model gestaan en de onbevangenheid waarmee kinderen vorm geven aan hun belevingswereld. Echte onbevangen kunst. Het tegeltje hangt er al vele jaren en ik ben er aan verknocht.
Merlijns poes heeft zich bovenaan mijn verbeelding gewrochten en geteemd om haar te nemen als opening van dit schrijfsel. En dat alleen maar omdat vandaag helemaal in het teken van Pluis zal staan en het afscheid van onze lieve trouwe vriendin. Wat kreeg ik veel reacties van iedereen. Vooral de dierenvrienden onder jullie die weten hoe het voelt als je poezen moet loslaten, maar ook iedereen die weet hoe fijn we het samen gehad hebben. Trouwe vriendin in bange dagen.
Merlijn is inmiddels een echte vent geworden, maar de herinnering gaat rechtstreeks terug naar de tijd dat hij nog maar vijf of zes was. Gisteren kwam zoonlief foto’s schieten van Pluis. Vastleggen van zeven jaar lief en leed. Straks hebben we gelukkig de foto’s nog, maar ook de verankerde herinneringen voor altijd in het hart. De aanmoedigingen van mijn lieve vriendinnen en familie helpen als een zachte pleister op de wonde. Het gaat goed komen. Inderdaad, daar vertrouw ik op.
Beneden lopen ouders met hun kinderen aan de hand. Ze zijn op weg naar school. Een moeder draagt onmiskenbaar een traktatie met vier witte en roze ballonnen er aan vast. Feest in de straat. De zon doet mee, maakt het extra feestelijk. Het meisje naast haar huppelt vrolijk mee. Het leven van alledag en alles draait door.
De voorbereidingen van de reis worden op een rijtje gezet. Vignetten, hotel, bagage, bloembollen. De laatste niet vergeten en misschien ook nog wat heesters. Het liefst zou ik ook een vracht witte petunia’s mee nemen voor het lieflijke beeld schuin tegenover de Datsja. Ooit zag ik eenzelfde soort beeld in zo’n weelderige bloemenpracht. Sfeervol en sierlijk. We nemen ons voor om daarginds ook een keer een tuincentrum te bezoeken, al zijn die niet dik gezaaid.
De helft van de kruidenkast mag ook mee en alles wat nog op moet. Maar eerst gaan we de Pasen tegemoet. Mooie traditie is tweede paasdag waarbij we eieren gaan zoeken. In dit geval niet in het Julianapark maar ergens in het midden tussen Amersfoort en Utrecht. Zonder de familie in Italië toch een mank gevoel. Zij hebben eieren meegenomen om ze daar te verstoppen. Zo vieren we het dan toch een beetje samen. We zijn niet voor een gat te vangen.
Zoonlief zit tot donderdag met het hele gezin in een huisje in een park tegenover het Henschotermeer. We dachten ons een uitgebreide wandeling toe met de kleine krullebol en de Benjamin, maar het was niet zo dat je er direct het bos in kon lopen.
Op de heenweg verdwaalden we en kwamen aan de achterkant van het complex uit terwijl zoonlief aan de voorkant zat te bellen met ons op een muurtje. Via WegwijsTruusje vonden we de enige aanvliegroute al snel en zagen hem bellen, maar hij herkende in eerste instantie natuurlijk de nieuwe witte niet. We reden gedrieën stapvoets naar het huisje. Even bijkletsen bij een late middagborrel. De kinderen vermaakten zich vooral door tussen de plantjes door te lopen en met kiezelsteentjes in de autootjes te doen. De leeftijd is er naar om precies datgene te willen, wat de ander doet. Dat levert natuurlijk een in de kiem gesmoorde strijd op, maar als Benjamin valt, snelt grote broer toe om hem overeind te helpen. Kusje erop, klaar.
De huisjes liggen economisch dicht bij elkaar, weliswaar met een tegeltuin erachter, maar bij het buiten zitten zou je met gemak de conversatie van de buurman kunnen volgen. Het werd een heerlijke middag met de zon op ons toet en we konden eindelijk weer eens bijpraten, omdat de kinderen zich af en aan wel vermaakten.
Knuffie voor mijn dappere schoondochter, die ondanks de verbouwing aan het huis na de ramactie van de overbuurman en een suikerlevel dat angstig in de gaten moet worden gehouden, zo vlijtig huishoudt met haar dikke buikkie. Nog drie maanden bikkelen tot kleindochter geboren gaat worden. Het huis in de Keistad wordt prachtig, mooier dan het was zelfs. Een geluk bij een ongeluk, letterlijk.
In de avond werden we getrakteerd op iets wat ons heel spannend had geleken. ‘De jurk en het scheepswrak‘, een klinkende titel voor een spannend verhaal, een boek zelfs. Maar het bleek helaas een droge docu te zijn over het feit of een dergelijke vondst door amateurduikers wettelijk aan de staat behoord. Dat is geen overwegend argument voor de Texelaars. ‘Wij zijn de Overkanters en alles wat rond Texel gevonden wordt, behoort aan de Texelaars’. Juist daar zijn dus de meningen verdeeld over. De zijden jurk in opmerkelijk goede staat is te zien in het Museum Kaap Skil met de andere vondsten uit het palmhoutwrak dat vier eeuwen geleden is vergaan. Lief vond het leuk om Texelse beelden te zien omdat hij nog al eens op het eiland was geweest omdat er familie woonde, maar ook voor de schoonheid van het eiland. Texel is voor mij alleen maar dat eiland wat in het spannende boek van de Gorgels thuishoort, het meesterlijke kinderboek van Jochem Meijer, waar de kinderen van mijn groep en ik zo van genoten hebben toen ik het voorlas in het laatste half jaar. Zo’n spannende anekdote had het kunnen worden, maar niets was minder waar.
De capriolen van Pluis, iets met Poes en pootjes en smalle balkonricheltjes enzo…
De lente laat zich van haar beste kant zien. Er moet wel een extra trui bij, maar de sterkte van de zon tovert blossen op de wangen. Alles is mooier, beloftevoller, rooskleuriger en vol van groei en ontwikkeling. Na de fysio gaan we, als het uitkomt, proberen weer een slag te maken in de tuin, maar eerst moet er gewacht worden op het pakket met wolletjes voor de uni-das. Anders wordt het donderdag. Vandaag is de laatste dag van Pluis. Dat wordt een klein feest voor de schat met een lach en een traan. Het vertrouwen in de opvang is groot en net als bij de Westy van lief, krijgt ze een warm nest toebedeeld, daar zijn we van overtuigd.
Daarna lonken de goudgele verten. Dat wordt aftellen.
Het is stralend buiten. Strakblauwe lucht en een heerlijk zonnetje. Gisterenmiddag werd ons dat al beloofd. Gewapend met een Quizboek over voetbal, iets waar kleinzoon zijn hele leven al om draait, belden we aan en werden vreugdevol ontvangen door de springende Dribbel, die inmiddels al vier jaren telde, nog voor zijn bassende broer er achteraan kwam. Altijd fijn om knellende armpjes om je nek te voelen. Het boek werd bekeken en weer weggelegd, want daar ging de bel en kwamen de volgende gasten. Het was een opmerkelijk rustige verjaardag. Wat voetbalvrienden en hun vaders. De kinderen zochten hun eigen chill-moment beneden waar de spelletjes op de computer op hen wachtte. Kleine Dribbel werd deels geweerd en dat leverde flink wat herrie op, als de deur echt werd dichtgehouden. Met betraande snoet klopte hij dan aan bij zijn vader, die de boel wist te sussen.
Door de betrekkelijke rust konden we zowaar tot een gesprek komen. We vertelden over Verweggistan en wat we samen al aan reizen hadden doorgemaakt. Wat vonden jullie nou het mooist van al die landen, vroeg een van hen. Mijn lieve Franse schoonzoon viel haast van zijn sokken toen ik Hongarije roemde en niet zijn Douce France. Sorry lieverd. Ik haastte me er achteraan te vertellen, dat het waarschijnlijk kwam omdat we daar een prachtige thuishaven hebben van waaruit we, veel intiemer nog dan gewoon op vakantie, boeiende tochten konden ondernemen. Bovendien, Parijs is fantastisch natuurlijk, maar ik geloof dat ik dan toch voor de ruige en ongerepte natuur kies. Die is ruim voorradig.
Terug in de auto vroeg ik me af of het daadwerkelijk zo mooi was allemaal, of dat ik het intenser beleefde omdat we er met ons tweeën zo van genieten konden, bijna op een identieke wijze. Dat laatste is een belangrijk item. Als je een ervaring kan delen en de ander zit op hetzelfde niveau, dan voelt het nog inniger. Twee zielen, een gedachte.
De herinneringen aan New York en Washington kwamen boven. Prachtige en heerlijke steden om te toeven. Washington is oneindig mooi. Daar was ik met de Oude, maar toch voelde ik me vaker alleen. Bovendien was er altijd onenigheid op ongeveer de vijfde dag. Alsof we er patent op hadden. In Washington zou ik kunnen wonen, zo voelde het, als ik tussen de statige herenhuizen liep of over de Nationale Mall, met haar tuinen, fonteinen, bomen, bloemperken en indrukwekkende monumenten en met haar gratis musea aan weerskanten. Fantastisch.
Portugal en Italie waren me ook altijd goed bevallen. Met de drie jongens, de jongste negen en de tweeling 15 jaar oud, reed ik met de auto regelrecht naar die landen om ze te leren kamperen. Ondanks wat strubbelingen hier en daar genoten we alle vier van alles wat we zagen en zoonlief zijn mond viel open toen hij voor het eerst de Duomo in Milaan zag schitteren in de zon toen we uit het donkere hol van de Metro kwamen. Een gouden tempel.
Later waren we met het hele gezin en de kleinkinderen nog een week naar Portugal en vertoefden in een luxe bungalow. Een straat verder lag de oneindige blauwe Atlantische Oceaan met haar goudgele stranden. De boottocht tussen de riffen en de grotten door, was spectaculair.
Allemaal leuk, maar overal bleef ik alleen met mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn verwondering om de plekken die ik waarnam en daar zit nou precies het verschil. Herinneringen ophalen en delen, ‘Weet je nog’, is hartverwarmend. Dat drenkt het beeld in een warme gloed. En is hoofdzakelijk bepalend voor de beleving.
Ze komen weer regelmatig aanvliegen, de koolmezen. Maar ook duif en kauw doen aardig mee. Het belooft beter weer te worden. Dat mag ook wel na al die druilerige regen. Vandaag zal de oudste kleinzoon zijn verjaardag vieren. Veertien is hij alweer. Ineens maken de kinderlijke trekken in zijn gezicht plaats voor een overgangsfase naar man. Zo mooi om te volgen.
De regen haalt herinneringen op aan de barre trektochten die lief en ik gemaakt hebben eind jaren zestig. De kampeeruitrusting was van grote eenvoud. Een legertent met knopen en zonder grondzeil, twee rugzakken waar het een en ander aan benodigdheden in moest, geen geld en wel de ambitie om minstens zes weken door Spanje heen te trekken per trein of te voet.
Daar bleek het nog goed te doen, al strandden we een keer aan de rand van een aardappelveld in Guadalagara, waar we in de open lucht probeerden een oog dicht te doen, terwijl alles wat kriebelde het tegenovergestelde wilde bereiken. Ook is er nog het beeld van een wit gepleisterd dorp in de op dat moment dorre en droge binnenlanden met temperaturen van boven de dertig graden, waar we met de zware rugzakken op binnen kwamen lopen en waar een voor een de luiken hard werden dichtgeslagen. Geen vriendelijke ontvangst en met de blaffende honden erbij zelfs onheilspellend te noemen.
Of die keer dat we bezweet en moe om twee uur ergens aankwamen, waar natuurlijk alles dicht was vanwege de siesta. De man, die het restaurantje beheerde, streek over zijn hart en kwam met olijven, tomaten en paprika aanzetten dat gedrenkt was in de olijfolie. Smaken die ons toen vreemd waren. De hongerige magen hadden geen begrip voor verwende eisen. Er moest gevuld worden en snel ook. Waarschijnlijk is daar de aanzet geweest voor de voorkeur van hartig boven zoet. Voor mij geen chocola, doe maar olijven.
Dat was Spanje. Met hetzelfde tentje en nog steeds zonder grondzeil togen we het jaar erop naar Denemarken en Zweden. Een minder goede keuze omdat alles ongeveer twee keer zo duur was. Dat niet alleen, het klimaat speelde ons parten. Een tent zonder zeil is niet aan te raden als slagregens het tentje teisteren. Een bui en binnen de kortste keren was alles doorweekt. Niet alleen de tent, maar ook de slaapzakken, de kleding, de schoenen, alles. Schuilen en uitdampen in een van de Engelse ketens waar ze de allergoedkoopste pasta’s verkochten was de enige optie. Een soort Mc Donald avant la lettre, waar we achteraf zielsgelukkig mee waren.
Zodra een mager zonnetje zich aandiende, sleepten we de boel naar buiten om te drogen, iets wat geregeld maar half lukte. Was er geen regen dan waren er de muggen in grote getale in het waterrijke gebied. Lief had nauwelijks last van de zoemers, maar ik liep als een soort bultige Quasimodo rond met grote rode plakkaten op armen, benen en in het gezicht.
Toen we van de honger alleen nog een pakje soep konden kopen en met het laatste flesje butagas wilden bereidden, bleek het puddingsaus te zijn. De teleurstelling was groot. Borsjt is nooit meer mijn favoriet geworden.
Kamperen zonder grondzeil was er niet meer bij. We hadden onze lessen door schade en schande geleerd. Mijn vader en moeder liet ik weten dat het heel gezellig was in de ‘jeugdherberg’. En wij, wij hadden er een lesje aan levenservaring bij.
Het nieuwe boek van Sacha Bronwasser ligt nog strak in haar boekenrug, maagdelijke bladzijden. Een vriendin van mij heeft de eigenschap om een nieuw boek alleen maar door haar zelf te laten aanraken. Een vriend of kennis die er doorheen zou willen bladeren is uit den boze. Dat kakelverse boek, onberoerde bladzijden, dat ligt te wachten op een eerste kennismaking en bereid is zich helemaal over te geven aan jouw leesbehoefte. Ontroerend vond ik dat toen ik het hoorde.
Het boek heet Luister en omdat ik pas op de derde bladzijde ben, weet ik nog niet waar de titel op slaat. Ongetwijfeld maakt het boek de verhalen openbaar, maar nu nog even een eerste spielerei, met heimelijke verwijzingen, onzichtbare draden die geweven worden tussen de mensen waar het om draait en verhoudingen die worden blootgelegd. Dat zorgt voor het verlangen de zalige onwetendheid te stillen bij elk nieuw boek dat op mijn schoot ligt, klaar om gelezen te worden.
Nu de sjaal af is, heb ik de mini bolletjes van 25 gram opgepakt om aan een nieuwe te beginnen. Ik heb er wel nog twee pakketten bijbesteld in bijpassende kleuren. Nu wordt het een sjaal in gebroken wit, beige en bruin, een uni-sjaal, goed voor ons beiden, maar dan wel in wol en bamboo. Het voelt heerlijk zacht en weelderig. Iemand vroeg laatst nadat de vorige af was, of ik niet in een gat zou vallen. Dat nou niet. Maar ik was wel een meditatief uurtje van de dag kwijt. Zo een waar spontaan alle gedachten aan komen lopen zonder om oplossingen te bedelen, een beetje mijmeren zonder het oog te hebben op de dagelijkse beslommeringen, een beetje dromen. Vandaar die nieuwe actie. Zo’n rustpunt middenin een druk bestaan geeft net dat beetje ruimte om op adem te komen, opnieuw de kaarten te schudden, of zomaar, weg te zweven uit het aardse.
Een kleine klapmuts is geboren op Vlieland dit weekend. Koot en Bie hadden het al eens over zo’n dier gehad, maar omdat die twee met schwung een satirische draai aan de werkelijkheid geven, heb ik jaren gedacht dat het woord uit hun eigen koker kwam. Ze bestaan dus echt. Klapmutsen. Heerlijke naam voor een prachtig dier. De kleine boreling zal na vier dagen zogen bij de moeder zelfstandig zijn, maar deze Cystophora Cristata kent daarentegen wel een verlengde draagtijd. Dat hij gezoogd wordt op Vlieland is zeldzaam. Klapmuts is zo’n woord dat je proeft en daarom blijft het hangen.
Dochterlief en het gezin vertoeven inmiddels in Italië. Er is een kort stukje geschreven, maar de foto’s spreken boekdelen. Kleindochters verjaardag in geuren en kleuren. Voor de kinderen de reis van hun leven. Mij bekruipt de gedachte dat het eigenlijk allemaal niet zo groots hoeft te zijn. Genieten in de kleine marge. Ik heb er vaker over geschreven en het wordt zeker bevestigd als ik die blije gezichten zie bij elke nieuwe stap die ze zetten. Ze zijn eigenlijk op doorreis naar Toscane, zodat ze deze huidige stadscamping kunnen verruilen voor opnieuw een groene oase om er langer te toeven. Laat die lieverds maar schuiven. Ze komen er wel.
‘Floortje gaat mee’ bracht ons gisteren naar een Duitse vrouw in India, die zich het lot aantrok van de heilige koeien in het land, die er soms deerniswekkend bij lopen, Ze had inmiddels in haar opvangcentrum zo’n drieduizend beesten rondlopen waar ze zich samen met vrijwilligers over ontfermde en als het er teveel werden dan zocht ze een plekje bij de andere koeienopvang-centra. We hebben met verbazing haar relaas aangehoord. Wat een wereld van verschil is er toch.
Dwars door alles heen speelde een andere opvang door ons hoofd. Met het heen-en-weer gereis naar Verweggistan, heeft Pluis straks geen vastigheid meer en zou ze iedere keer ondergebracht moeten worden bij deze of gene. Iets voor een eigenzinnig poesje geen sinecure. We hebben naarstig naar een oplossing gezocht en bedacht dat ze het beste af is bij een nieuw huis, waar ze in liefde wordt ontvangen en aandacht krijgt. Vorig jaar vonden we op die manier een heel goede plek voor het hondje van Lief. De nieuwe eigenaren zijn nog steeds dolgelukkig met hem. Een Seniorenparadijs heeft ons helpen zoeken naar een warme thuishave. Pluis gaat, met pijn in het hart maar in de wetenschap dat het beter voor haar is, volgende week ook die weg. Zo zie je maar. De ene verandering zet vele andere in werking en soms moet je kiezen voor wijsheid en wenselijkheid.
Zoonlief zit met het hele gezin in een vakantiehuisje midden in het bos. Ze moeten de tijd overbruggen waarop hun vloer en muren, na de renovatie, worden aangepakt. Nadat de overbuurman hun pui aan gort had gereden, vorig jaar, zit er nu eindelijk schot in het geheel. Al met al is hun geduld danig op de proef gesteld, maar nu hebben ze dan toch een extra paar vakantieweken en straks een gloednieuw huis. Dat was wel nodig na alle misère . Het betekent voorlopig in ieder geval heerlijk ravotten voor de kleine krullebol en de Benjamin.
Het druilt hier door. De lang verwachte regen. Gisteren kon lief nog zijn geliefde Singels afwandelen, maar vandaag was dat niet mogelijk geweest zonder een nat pak te halen. In die tussentijd ben ik toch maar eens de penselen op gaan pakken om te experimenteren met de water-vermengbare olieverf. Het werkt anders, maar kent heel veel voordelen. Het slaat op de eerste plaats niet op mijn longen. Dat is de pure winst en alles, tot en met de penselen en het palet toe, is heel makkelijk schoon te maken. Het schilderen zelf stelde nog niet veel voor, maar de eerste aanzet is er, dus we blijven optimistisch.
Vriendinlief appte om te vragen waar ik de wol voor de das op de kop had getikt. Ze moest langdurig kalmpjes aan doen en dan kan je maar beter wat onder handen hebben dat niet of nauwelijks inspanning vergt. Vandaag appte ze weer, dat het breipakket was besteld. Heerlijk om elkaar te kunnen tippen.
Zo kabbelen de dagen voorbij. We zijn in afwachting van het negende kleinkind en omdat het niet te voorspellen is, kinderen komen op hun eigen tijd en in hun eigen uur, blijft het spannend. De telefoon staat op stand-by. Je weet maar nooit. Het is altijd weer een wonder, zo’n pril leventje.
Facebook trakteert me op een foto van mij uit 1956 bij de fonteintjes van het Noorderbad. Gebreid badpakje met strakke badmuts bij de kraan. ‘Je bent niets verandert’ schrijft een van mijn lieve vriendinnen. Haha. Iedere dag vanaf eind maart lagen we in dat zwembad. Jongens en meisjes gescheiden, zoals alles gescheiden was. Mijn moeder kocht aan het begin van het jaar een gezinsabonnement en dan waren we voor een heel jaar onder de pannen. Voor een gezin van elf kinderen een betaalbaar uitje.
De kleine blauwe lag half uit elkaar. Tenminste, een benzinedop hing los en een of andere dop aan de onderkant was er onderuit gevallen, een puzzelstukje. Vijf schroeven, een zilverkleurige houder en een losse schijf die daar weer op moest passen. Mijn broer kwam kijken en schopte een deuk in de gebutste zijkant. Hoogste tijd om wakker te worden natuurlijk.
De sjaal is af. Tenminste, ze moet nog afgewerkt worden. De losse eindjes aan elkaar knopen, zal ik maar zeggen. Maar dan mag ze prijken op zomertruien en zich vleien tegen lentebloesjes aan. Met haar zachte ecowol past ze niet op de ruige winterse exemplaren. Ineens zijn er zeeën van tijd en loze uurtjes te verhapstukken. Krant, boek, tv, boodschapje, bliksembezoek van zoonlief om relaas te doen van de kleine blauwe Prins, die klaar is voor de verkoop. Vandaar de droom natuurlijk. Hij heeft alle mogelijke rompslomp op zich genomen om mij uit de wind te houden. Heerlijk om je daardoor te laten vertroetelen. Zorgzaam zijn staat hoog in zijn vaandel.
Lieve kleindochter in het verre Frankrijk sprong met dochterlief in beeld. Videobeelden van de heerlijke oase daar. Jaloersmakende blauwe lucht, blote armen en benen, verhalen over zwemmen in het meer in de vroege ochtend, kouder dan in zee. Het genot van tijd voor elkaar en het grote verbond dat gesmeed wordt als je op elkaar bent aangewezen. Alle gezichten tonen balans en rust. Onze lieve kleine was overladen met cadeaus. Kralen om armbanden te rijgen, een pluchen regenboog-eenhoorn, een step die hoger en lager kon. Trots als een pauw liet ze ijverig zien dat ze hem al getemd had. Met een marsepeinen mierzoete Franse feesttaart als afsluiting was ze moe maar voldaan nog voor ‘het boekje voorlezen’ in slaap gevallen. Jarig op de vleugels van het kleine geluk.
Gisterenavond Jasper Krabbe die met Tom Waes op stap ging en ronddoolde in De Draak van Knokke, een geweldig kunstwerk in de achtertuin van een particulier, hermetisch afgesloten voor de buitenwereld. Waes was van zijn sokken geblazen. Hij kende Knokke al zijn hele leven en nu kon een Hollander een plek aanwijzen waar hij het bestaan niet van wist. Ongehoord natuurlijk. Jasper bleek ook de sleutel te hebben van de gesloten discotheek, waar Tom Waes ooit vijf jaar de uitsmijter had gespeeld. Spectaculair beeld van de reporter achter de draaitafel, wit gezicht in het aardedonker. Het portret, dat Jasper aan het eind maakte in zijn atelier is er een van een enorm formaat. Het was even wennen, maar ik zag het net terug op de Ipad en ik moet zeggen, dat het dan veel meer op zijn plek valt. Een mooi programma om te zien hoe iets tot stand komt. De schilder die zich inleeft. Het was boeiender dan ik verwachtte.
Wat het in ieder geval bracht is dat het de drang om zelf de penselen op te nemen begint los te kriebelen. Nu het breiwerk is gedaan en de tuin nog even moet wachten met die wisselende buien vallen er uren tussenuit die makkelijk met andere zaken te vullen zijn. Een oud boekwerk met sepia foto’s van gezinnen uit de vorige eeuw is eigenlijk ook een inspiratiebron. Gewoon eens even los gaan en dan maar zien waar het schip strandt.
De indeling laten afhangen van hoe de dag gaat verlopen. Een soort van ‘met de wind meewaaien’ en niet met alle dus, in variatie op een thema. Dat was gisteren. Om kwart voor tien ‘s morgens stonden we gepikt en gesteven bij zoonlief op de stoep om hem even heen en weer te rijden naar het ziekenhuis in Woerden voor een kleine handeling. Fijn om hem even in de nieuwe witte te hebben, want dan kon hij alle extra snufjes nog eens uitleggen. Vliegensvlug vlogen zijn vingers over de diverse toetsen heen. Er waren zoveel tot dan toe onbekende mogelijkheden. We voelden ons de koning te rijk.
De dag ervoor waren we toch naar de tuin getrokken ondanks de diep paarsblauwe luchten die bij vlagen voorbij trokken. In eerste instantie wilden we alleen het nieuwe gereedschap wegbrengen, maar natuurlijk moest de vlijmscherpe zaag uitgeprobeerd en lag er een stapel wilgentakken te smachten om vervlochten te worden. Het was droog. De zon zag kans om tussen de wolken door te piepen. Ergens klonk een tjiftjaf. Een uitgelezen moment om toch de handen uit de mouwen te steken.
Lief zaagde alle zij-staketsels van de al gesnoeide wilgen tussen mij en de buuf, zodat ik makkelijker kon vlechten. Ondertussen knipte ik alle zijtakken en takjes van de staken. Ziezo. Aan de slag. Het werk vorderde gestaag terwijl achter in de tuin boom twee en drie onder handen werd genomen. Om vijf uur was voor mij de koek lang en breed op, maar lief wilde de laatste takjes nog even doen. Nu hadden we weer een grote berg wilgenhout. Dat is voor de volgende keer. Even de noeste arbeid op de foto vastleggen en op huis aan.
De dag erna was kleinzoon jarig. Met zijn veertien jaren leek de tijd nog harder gevlogen te zijn. Zo’n kleine krummel van toen die nu al bij tijd en wijle bassend door het leven ging. We zouden het zondag pas vieren. Dat bleek maar goed ook, want na de fysio en het tuincentrum waar we even langs waren gegaan om wat paarse voorjaarsbloeiers te halen, kon ik geen pap meer zeggen. Het was de schuld van de fysio bedacht ik me. Met gewichten de nek, de armspieren, de monnikskapspier getraind, maar die waren al zo lang buiten bedrijf geweest. Het na-effect bleef dan ook niet uit. Wie zich brandt, moet op de blaren zitten.
Kleindochter in het verre zuiden van Frankrijk is jarig. Het was al dunnetjes gevierd bij hun afscheidsfeest voor de grote reis, maar nu was de echte dag. Over de app liet de hele familie zich van hun beste kant zien. Liedjes, hartjes, kusjes en een opwind-kuikentje dat heen en weer waggelde, kon de afstand met gemak overbruggen. De oprisping van heel even knuffelen kroop er tussen door. Ach ja. Ze werd vier en met de gekochte cadeautjes daar, voelde ze zich nu, bij het ontbijt, al helemaal jarig. Lang leve het internet, in dergelijke gevallen.
Tussen alles door was het bericht dat Wim de Bie was overleden toch wel het meest ingrijpend. Een stuk van het leven verdwenen. Er waren de hele dag en avond sketches van hem en Kees van Kooten te zien en Lief en ik, die opgegroeid zijn in dat tijdsbestek moesten er nog steeds smakelijk om lachen. Maar we bedachten ook dat bepaalde satire, of niet meer kan op die manier, of achterhaald is, omdat sommige zaken wezenlijk bewaarheid zijn geworden. Dat maakt het voor de lieve jeugd moeilijker. Daar sprak ik over met de fysio. Hij bekende de cabaretiers van vroeger maar zozo te vinden en nog nooit iets van deze mannen gezien of gehoord te hebben. Bij het doorborduren van Lief en mij concludeerden we dat satire hout snijdt als het zo actueel mogelijk is, want veel spitsvondigheden zijn een antwoord op de tijdgeest waarin we verkeren. Als dat decor er niet meer is, blijft de clue en de vingerwijzing in de lucht hangen.
Toch raadde ik de fysio aan eens te gaan kijken naar bijvoorbeeld een Jacobsen en van Es. Meesterlijke oplichters zijn van alle dag, heel herkenbaar en zeer de moeite waard.
Overbekende namen. Lange Levendaal, de Hoge Woerd, de Kaasmarkt en de Botermarkt, Breestraat, Middelste Gracht, Lammenschansweg, Koornbrug, Vismarkt. Winkelstraten die fietsstraten waren geworden en waar je niet meer in kon, overvolle parkeerpleinen of lege plekken om te parkeren vlak langs de Nieuwe Rijn, iets waar behendigheid voor nodig was. Beter maar een parkeergarage zoeken. Ik vond er na drie rondjes centrum een vlakbij, onder de supermarkt. Het was op dit tijdstip, om elf uur, heerlijk rustig. Voorzichtig laveren en zoeken. Omdat de kleine blauwe Prins een keer een lichte verwonding had opgelopen in een parkeergarage was ik altijd behoedzaam op zoek naar een plek die zo veilig mogelijk was.
Met een 1,2,3, in Godsnaam liet ik haar over aan de goede wil. De weg vinden naar het stadhuisplein was niet moeilijk. Temeer omdat heel Leiden uit 1970 eindelijk op haar plek viel in mijn geheugen. In de Breestraat hervond ik de oude stripboekenwinkel waar lief en ik zoveel van ons verdiende geld hadden heen gesluisd. Sussen en Wissen, Kuifje, Guus Flater, de hele santenkraam waar wij groot mee geworden zijn en voor de jeugd nu, volkomen achterhaald.
Inderdaad, aan de achterkant van het stadhuis, even statig als altijd, was het Italiaanse restaurant waar we hadden afgesproken. Een groot establishment dat rustige hoekjes telde en in een van deze was al een kleine groep voor de hereniging neergestreken. Alle overbekende vertrouwde gezichten. Enthousiaste begroetingen over en weer. Gegil, gelach, gekakel, gebas. Zoals het gaat als men elkaar weerziet na een aantal jaren. Voor mij was dat tien jaar geleden. In 2013 hadden we elkaar voor het laatst gezien. Tien jaar maakt geen verschil meer als leeftijd eenmaal is binnen komen sluipen. Al snel was de sfeer ‘ons kent ons’ en rolden de anekdotes en de grappen over de tafel. Maar er was ook ruimte voor serieuze gesprekken en gemijmer.
Natuurlijk kwamen de vermaarde of verguisde hoofdzusters in geuren en kleuren aan bod. Berkhout die altijd over je haardos viel als er een haartje uit piekte en die de langharige studenten onder ons eerst naar de kapper stuurde en Veerman met haar militair regime, waar je moest opstaan als de professor binnen kwam. Omdat iedereen op andere afdelingen had gezeten waren sommige herinneringen nieuw voor mij. Of was ik ze eenvoudigweg vergeten door de veelvuldigheid van de gebeurtenissen na de verpleging?
De brunch was heerlijk, een luchtige Insalata Caprese met focaccia en dip was meer dan genoeg. De andere gerechten zagen er eveneens niet te versmaden uit. Het werd een genoeglijk samenzijn en tot mijn spijt, want het had nog veel langer mogen duren, moest ik er na twee uurtjes vandoor. Voor een herhaling vatbaar, daar waren we het over eens.
In de regen naar de parkeergarage, waar de witte stond te glimmen in al haar glorie tussen twee Suv’s in. Na een voorspoedige reis sommeerde ik Lief naar beneden te komen en konden we op weg naar het kleine dorp vlak onder Houten. Niet de Lekdijk op maar er voorlangs. Binnen zat de hele kamer vol. Dochterlief was er ook met de hele familie. Nog een stukje nostalgie. Schoonfamilie. Allang niet voltallig meer, want ook hier waren er door de jaren heen bressen geslagen. Het was even schakelen naar die volkomen andere sfeer. Een houtkachel loeide en trok gelukkig erg goed door. Schoonzus liep af en aan met even bekende als nostalgische hapjes. Leverworst, Gelderse gekookte, voor de jeugd vooral veel komkommer en nibbit voor de kleintjes.
Lief liet zijn wangen naast de kachel opbloeien als bellefleuren en pas toen het spul naar buiten trok om daar bij het open vuur te zitten terwijl de lieve jeugd kon ronddarren op de grote buitenplaats, werd het binnen rustiger en koelde het af. Ongemerkt trok de rook van buiten naar binnen en schoonzus, die soep had gemaakt voor iedereen, kon dat niet meer aan ons slijten. Rook en mijn longen gaan nu eenmaal niet samen. Ook spijtig, maar het was niet anders. In ieder geval had ik alle nichten en neven met kinderen opgeschaald naar het huidige niveau en was de verwondering over hoe snel de tijd ging onverminderd. Waar eerst het grut nog een zoete wolk babyromantiek was, bleken ze nu mondige eigen willetjes. Zo werkt het. De tijd vliegt.
Terwijl de nacht zich halsoverkop, maar te laat, uit de voeten probeert te maken, begint de nacht in schemerdonker gehuld. Wat een verschil met gisteren. De zondagstilte strekt zich als een dikke deken over de ochtend, maar de schoorstenen roken en geven aan, dat het een tijdstip van ontwaken is.
Straks neem ik weer een duik in het verleden, als ik de mensen ga ontmoeten waar ik ooit de opleiding tot verpleegkundige-A mee ben begonnen. Lief studeerde medicijnen en er was geen werk voor ons op de kleuterscholen of samengevoegde basisscholen. Een overschot aan personeel waar je nu alleen nog maar van kan dromen.
De keuze voor verpleegkundige was evenzeer romantisch als praktisch. Natuurlijk zouden we straks een eigen praktijk beginnen en zou ik de randzaken waarnemen terwijl Lief zijn patiënten met raad en daad bij zou staan. We zouden hard werken en als het zo uitkwam een sliert kinderen krijgen. Dromen kon nog beginjaren zeventig. Het pakte anders uit. We gingen na de studie, zowel de zijne als de mijne, ieder ons’ weegs. Mijn spoor leidde na een paar jaar richting vertrouwde stad van mijn thuishaven.
Nu ga ik al die vertrouwde gezichten terugzien. Ongetwijfeld doorspekt met levenswijsheid, rimpels in het gelaat, grijze haren en talloze kwalen en kwaaltjes, die we links zullen laten liggen omdat de omarming van het moment veel belangrijker zal zijn. Waar zijn al die levenspaden naar uitgewaaierd. Hoe groot is het bereik nog. Er is iemand van ons die in Griekenland woont, maar de rest toch echt nog hier.
Enfin we gaan het zien en beleven. De plek is al even nostalgisch. Leiden, ergens midden in het centrum, achter de Breestraat, waar ik nog een half jaar alleen gewoond heb. Om precies te zijn tussen dat oerpraktische Hollandse warenhuis en de apotheek in. Daar kocht ik mijn lievelingsmok met het driekantige oor, die ik nu niet meer gebruik uit angst dat ze het niet zal overleven. Een troostbeker pur sang, was het. Te duur voor mijn budget, maar zo’n schoonheid.
Uitgebreid heb ik de parkeerplaatsen bestudeerd en er een aantal gevonden. Of ze makkelijk te bereiken zijn, zo midden in het centrum is de vraag. Wie dan leeft, dan zorgt.
Het boek van Mounir Samuel werd gisterenavond laat nog bezorgd. Verbazingwekkend. Weekenden zijn niet heilig meer, dat blijkt wel. Lief is er ingedoken. Heel benieuwd waar het toe zal leiden. In ieder geval maakt het de nodige gedachten los.
Voor het eerst heb ik getankt met de nieuwe witte. Handig, de tankdop zit aan dezelfde kant als de bestuurder. Voor die van de kleine blauwe prins moest ik omlopen. Geen enorme halszaak maar wel een vorm van subtiele luxe. Het zit vaak in de klein dingen.
Het nieuwe boek van Sacha Bronwasser is binnen met de titel ‘Luister’, en als verrassing kreeg ik het boekenweekgeschenk van Lize Spits: ‘De Eerlijke Vinder’ er nog bij. Het eerste boek gaat over een au pair in Parijs.
Wandelen langs de Seine bracht mij meer in vervoering. Het hoogtepunt in die mooie stad was hun bruiloft met een aantal familieleden uit Nederland, allemaal ondergebracht in de budgethotels in de buurt. Feest met de hele Franse familie erbij. Dat betekende, lange verhandeling in het plaatselijke stadhuis van het voorstadje en een daverend festijn boven op een berg in een oude houtzagerij met uitzicht over tout Paris. Dat was allemaal alweer een tijd geleden. Alleen daarom al. Graag even in Parijs te verdwijnen middels het boek, met de beelden op het netvlies gegrift. De recensies zijn positief. Eerst de biografie van Dola de Jong uitlezen en daarna mijn kennis van het Frans oppoetsen.
In de Groene van deze week staat een uitgebreid essay van Mounir Samuel over het boek ‘Je mag ook niets meer zeggen’. Een statement dat ik de laatste tijd steeds vaker hoor. Mensen die struikelen in de taal omdat het begrip ‘inclusiviteit’ zo nieuw voor ze is. We leven in een essentieel veranderende tijd. Inderdaad. Alles staat op de schop, alles wat ooit veilig en vertrouwd was. Het zorgt ervoor dat het voelt alsof de basis wankelt. Alles waarop je blind kon terugvallen, kantelt in betekenis. Het thema spreekt mij erg aan. Een gegeven van alle kanten benaderen en dan je eigen bouillon ervan trekken. Het is eerder wonderlijk te noemen, dat het zo lang geduurd heeft voordat men ermee aan de slag ging, maar nu is de tijd rijp om mee te hollen met al die veranderingen en niet stil te blijven staan. Ook dit boek is besteld. We zijn benieuwd.
Het is genieten van de koolmezen op het balkon, die zich tegoed doen aan de vetbol in de open vogelkooi, een truc om kauw en ekster ervan af te houden. Ondanks de slagregens af en toe vliegen ze af en aan. Pluis mekkert haar ongenoegen bij elkaar op haar troon voor het raam. ‘Spekkie voor mijn bekkie’, hoor ik haar denken.
Na het boodschappen doen en tussen de buien door reden we naar de Lek om even uit te waaieren. Heerlijke rustgevende muziek, dat ritme van de golven, die achter elkaar na elk vrachtschip op het kleine strand aanspoelden. Het riet stond wuivend bijna licht te geven in de verstoppertje spelende zon, die steeds om een wolk heen piepte. Prachtig kleurenpalet, zo tegen de donkere lucht verderop.
De kleine blauwe Prins is leeggehaald en mag morgen een deur verder. We gaan hem node missen. Dat bedoel ik dus. Op alle fronten gaan de ontwikkelingen door. De tijden veranderen’.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.