Overpeinzingen

Hoop doet leven

De nieuwe benzine-grasmaaier is binnen. Toen ik gisteren mijn dagelijkse blog schreef en, om het te kunnen publiceren, dicht bij het modem in de bibliotheek zat, stopte er een grote vrachtwagen van de Posta in de straat. Dat gebeurt nu ook weer niet zo vaak, dus was de nieuwsgierigheid getriggerd. Een man met een brief in zijn hand liep de huizen af op zoek naar het juiste nummer, stelde ik me zo voor. Omdat de maaimachine door vriendlief besteld was, rees het vermoeden dat dit het kon zijn. Ik riep naar lief die met zijn sleutels snel de dubbele voordeuren probeerde te openen en sinds jaar en dag aan het goochelen is met de juiste sleutels op de juiste deur. Net op tijd om de spiedende man de vraag te kunnen stellen waar hij naar op zoek was. Naar ons dus, om zijn grote pakket over te kunnen hevelen naar het juiste adres. Lief sleepte de grote doos naar het terras en begon het geval in elkaar te puzzelen op de voor hem zo zorgvuldige wijze.

‘S Middags kon zijn vriend hem uitleggen hoe een en ander werkte. Deze Rolls Royce onder de grasmaaiers had zelfs diverse versnellingen. Op deze vroege ochtend snort lief met zijn speeltje gemoedelijk door de tuin en daar waar alles nog te lang is, is het gras in een oogwenk gemillimeterd. De kleine damesmaaier had er een dagtaak aangehad. Een prettige bijkomstigheid is dat langzaam maar zeker qua zicht de diepte in de tuin weer terug komt.

Gisteren rond het middaguur belde zoonlief. Ze zaten met het hele gezin klaar voor een lange babbel ter compensatie van de lijfelijke afwezigheid. Ik nam ze via facetime mee het hele terrein over om ze te tonen hoe de tuin eruit zag, het bos erbij aansloot, waar de Datsja stond en tot hoever het achterland reikte. Ze waren onder de indruk van de grootte van het perceel. Hun kleine telg lag nu vreedzaam te slapen en was goed gegroeid. Natuurlijk waren er mensen in de omgeving die hem steviger wensten, maar zo zijn er altijd op-en-aanmerkingen die je gevoeglijk naast je neer kunt leggen. Als het goed voelt voor hen en alles min of meer natuurlijk verloopt dan is het oké

Terwijl de rode beuk bevrijd wordt van haar grassen is de zon al op volle sterkte. Zo oogt het ruimer en nog groter.

In de Groene van deze week staat een interview met Lieke Marsman. Ze is net dichter des Vaderlands af en ongeneeslijk ziek. Grenzeloze betrokkenheid met de wereld kan ze niet meer opbrengen. Het kost haar teveel energie en die heeft ze hard nodig voor haar eigen genezingsproces. Ze heeft kritiek, met name op het taalgebruik van de regering en in het bijzonder dat van Rutte, dat uitmondt in loze beloftentaal en wollige woordenbrij, waarbij de verantwoordelijkheid in de schoenen geschoven wordt van een ander. ‘Veel geschreeuw en weinig wol’, zeiden we vroeger. En dat is het ten voeten uit. Het resulteert in een weinig daadkrachtige overheid, die veel belooft en weinig waarmaakt.

Ze vraagt zich aan het eind van het interview af of je hoop nodig hebt om te kunnen geloven dat de dingen die onvermijdelijk lijken dat niet zijn. Ze hoopt nog altijd heel lang te kunnen blijven. Aan de andere kant is het ook troostrijk dat je hoop kunt blijven koesteren ook al zijn de vooruitzichten zo slecht. Dat je er zelf aan moet blijven werken en het hopen een actieve bezigheid wordt, is iets dat ze zichzelf gunt. ‘Ik moet mezelf het irrationele gunnen’, zegt ze ‘Me voorbereiden op het ergste en hopen op het beste’. Er spookt een gedicht van Emily Dickingson door haar hoofd: Hope is the thing with feathers/That perches in the soul/And sings the tune without the words/And never stops-at all’ .

Het roept bij mij de associatie op met ‘Het Verdriet is een Ding met Veren’, van Max Porter, waarbij kraai helpt bij de verwerking van de rouw om het verlies van een vrouw en moeder. Hij blijft net zolang tot het verdriet heeft plaats gemaakt voor nieuwe zachte mooie herinneringen. Dat is ook hoopgevend. Dat zorgt voor een blik op de toekomst, hoe lang die ook mag duren. Hoop doet leven.

Overpeinzingen

Arbeid adelt

De morgenstond heeft goud in de mond. We zitten voor het eerst nu al in een aangename temperatuur op het terras te genieten van de natuur die ontwaakt. De beuk staat in rode gloed, de zon koestert het groen en tovert kleine pareltjes op het bedauwde blad. De ochtenden beginnen op die manier weer vroeg, als vanouds. Om zeven uur zitten we aan ons eerste bakkie koffie.

We dachten al te merken dat de grote houtbijen zich niet om de tuin lieten leiden. Ze blijken zich aardig een weg door de stevige balken van de overkapping te vreten. Nu moeten we wel overgaan op drastische maatregelen en dat doet ons alle twee pijn, maar het kan niet anders. In hun drang om te nestelen werpen ze kleine hoopjes zaagsel naar buiten. Geen goed idee. Dat betekent dat vriendlief, die ons met de klussen om het huis helpt, met grover geschut, oftewel vloeibaar hout, aan de slag moet om de holtes vol te spuiten.

Zo in de vroege ochtend is het een waar vogelparadijs. Ze vliegen af en aan en geven hele recitals ten beste. Gisteren hoorden we de kneu, de nachtegaal, de zwartkop, de merel, de zanglijster, de staartmees en zagen we de withalsvliegenvanger in de top van de boom. De tortels kunnen er helemaal geen genoeg van krijgen/ Ze zijn elkaar voortdurend verleidelijk aan het uitdagen met het ellenlange koeren over en weer. Daar tussendoor roept de koekoek.

De rode acer, de boom van vriendinlief, staat al volop in het blad. In Nederland kijk ik rond deze tijd van het jaar vol verwachting uit naar de komst van de gierzwaluwen, maar hier zijn alleen de boerenzwaluwen te vinden. Gierzwaluwen en Acers zijn het symbool voor haar leven hier op aarde, dat ze nu ruim 12 jaar geleden noodgedwongen moest inwisselen. Loslaten, afscheid nemen, gedenken, het zijn de termen die bij deze tijd zo’n beetje horen. Iets waar we stil bij staan en waarmee we het leven des te meer omarmen. Dat gebeurt vandaag in ons kikkerlandje, daar zal de vrijheid uitvoerig gevierd worden. Hier vieren we ook de vrijheid van het leven, van de schoonheid, van al wat groeit en bloeit.

Gisteren was het nog een vrij gure dag en opnieuw kon ik heerlijk schilderen. Door de weemoed had ik maar een onderwerp in mijn hoofd. Lieve Pluis. Ook nu viel alles op z’n plek. Inspiratie, bevlogenheid, bewondering en gemis. Dat resulteerde in onze enige echte Pluis. Fier de kop op, alerte blik, de oren gespitst. Vanuit een wonderlijk perspectief dus moeilijker, maar toch gelukt, vond lief, die haar kwam bewonderen. De achtergrond en de deken kunnen vandaag nog wat bijgeschaafd worden maar dan is ze echt af.

Er was gisteren nog een onverkwikkelijk bezoekje. Op een gegeven moment hoorde ik gezoem, dat zo zwaar was dat het bijna de lucht verplaatste. Het bleek een uitzonderlijk grote hoornaar te zijn. Waarschijnlijk een koningin. Ze kwam zoemend mijn atelier binnen en we hebben haar met de strobezem naar buiten gewerkt. Ze zoemt zo hard, dat ik bij elke poging die ze ondernam om opnieuw binnen te komen snel de deur dicht kon trekken. Deze dame is minder welkom, ook al is ze heel erg nuttig. Maar ze zoekt met name op dit moment een plek om haar ronde huisje te bouwen. Ga ergens anders heen lieverd. Voor twee dames is het huis te klein.

De irissen bloeien uitbundig, evenals het kleine onooglijke ereprijs, dat door de uitbundige hoeveelheid met haar schoonheid kan pronken. Vandaag kan ik maaien, omdat het 23 graden beloofd te worden en alles dan lekker droog is. Aan de voorkant van de datsja laten we een stukje met paardebloemenpluis, boterbloemen en wilde orchis hun eigen plannetjes trekken, omdat het prachtig is om naar te kijken en omdat er voldoende ruimte is. Langzaamaan begint de wildernis weer natuurlijk vormen en structuur te krijgen. Arbeid adelt.

Overpeinzingen

Dat gun je ieder kind

Een miezerdagje, iets om heerlijk te tuttebellen. Dat is een kunst op zich. Met het digitale leeswerk kom ik nog niet veel verder. Ik mis het geknisper van de bladzijden, het terugbladeren om een stukje te herlezen, het kalm omslaan van weer een bladzijde vol mogelijkheden tot nieuwe mijmeringen.

Ineens kwam het uit de lucht vallen. De zin om te gaan schilderen. Geen idee waardoor het geprikkeld werd of eigenlijk stiekem een beetje wel. Ik had de dag ervoor een foto uit het museum nagetekend van zo’n typische balkanvrouw, met sjaaltje om haar hoofd, dat onder de kin geknoopt was en met het kalme wijze gelaat van de jaren die tellen. De sjaaltjes doen me altijd aan mijn moeder denken, terwijl die toch ook wel van de mutsen was. Misschien was het een associatie van vroeger met het befaamde regenkapje of van nog langer geleden, toen vrouwen dergelijke sjaaltjes als dagelijkse dracht droegen. Daar moest ik dan als jong kind naar gekeken hebben. In ieder geval, die vrouw dus. Die wilde ik schilderen.

Daarom liep ik naar de Datsja. Lief effende het al plat getreden pad door snel de langste halmen te korten met zijn snoeischaar. Binnen kwamen twee doeken in aanmerking. Oud werk en een hagelwitte nieuwe. Het oude werk moest er aan geloven. De deur stond wagenwijd open. De nachtegaal floot haar mooist wijsje en kreeg af en toe antwoord terug van een ander verderop in ons bos(je).

De wateroplosbare olieverf bleek heerlijk om mee te werken. De transparantie had een wat hoger gehalte met mijn Omber, Siena, Oker, Wit, een tipje Aquamarijn en wat Cadmium rood. Dat gaf een bijkomstig mooi effect met de oude afbeelding eronder. Het leek alsof het allemaal luchtiger was. Tussendoor was er uitzicht op het heerlijke groen door het raam en op het tweede kleine beeld. De trillers van de vogels stroomden vrijelijk binnen. Muziek was er niet bij nodig. Een vreedzaam en misschien wel daardoor productief middagje. De tijd had zich de vleugels van de vergetelheid aangemeten en voor ik het wist was het tegen vieren. Tijd voor een korte pauze in de witte rotan stoelen op het terras samen met lief. Het bleek al gauw toch te fris. Bovendien wilde ik nog even door. Op de een of andere manier was het zaak om in de begeestering te blijven. En het doek mocht af, want het was immers bijna klaar.

Een half uurtje later wandelde ik ermee naar het grote huis. Lief stond nog steeds te knippen. Langzaam maar zeker kwam er schot in de zaak. Nu was de rotsige terrasheuvel alweer zichtbaar en overal kwamen planten te voorschijn die hij wel wist, maar die compleet overwoekerd waren geweest. Het nieuwe werk mocht in de gang bij de grote yucca’s, die we in de ochtend samen hadden aangepakt om te fatsoeneren, na de knauw die ze opgelopen hadden tijdens onze afwezigheid.

Een appje van dochterlief over de kampeermogelijkheden hier en met de vraag om een eventueel kampvuurtje te maken resulteerde in een mijmering over hoe we vroeger als kinderen hadden genoten van bijvoorbeeld het blikken fornuisje, waar ik op een vuurtje van blokjes als suikerklontjes kleine stukken vierkante aardappel in een aluminium pannetje gaar mocht koken achter bij de schuur in de stadstuin. Lief had op open vuur nog aardappels gepoft. Ook de stokbroodjes van school, deeg om een dikke tak, tijdens de kampsessies kwamen boven drijven. Kamperen is ontdekken en dat gun je ieder kind.

Overpeinzingen

Dat dus

Net toen we op het punt stonden om de vlinders van Magyarlukafa op te zoeken, begon het te miezeren. De weer-app gaf aan dat er nog veel meer water zou vallen. We besloten toch te gaan. Vlinders zouden we niet spotten maar we zouden wel een onbekend stukje omgeving kunnen verkennen. Altijd spannend zo’n reis omdat je niet weet wat je allemaal tegenkomt.

De weg was aanvankelijk voor Hongaarse begrippen nog goed te doen, maar toen we een weg naar de heuvels insloegen, begon het betere werk om de vele kuilen, hobbels en bobbels te ontwijken. De route leidde ons dwars door een handvol authentieke poesta-dorpen heen. Ook hier verval naast goed onderhouden huizen, sommige kleurrijk, sommige, waaronder de oude boerderijen, stemmig bruin. De erven waren drekkig. Bij een afgelegen boerderij liepen kippen en eenden te scharrelen, de hond zat achter het hek vlakbij het woongedeelte. Het dak van de oude schuur had de tand des tijds ternauwernood doorstaan en kon wel wat nieuw hout en pannen gebruiken. De tijd had hier stil gestaan.

Tussendoor glooiende hellingen en vooral heel veel rijk bloeiende koolzaadvelden, heldergeel tegen de bewolkte lucht. Magyarlukafa bleek ook een einddorp te zijn, dat wil zeggen, dat aan het einde ervan de weg ineen keer overgaat in een wereld bestemd voor rugzakken en wandelaars, trekkers in spe. Met de regen, gestaag door dreinend, iets om een andere keer te gaan bekijken, er een stukje te wandelen en de nu niet aanwezige vlinders te aanschouwen.

Onderweg was er een plaatje van een ruïne op een rechte lap grond. Ze stond voor aan de weg en was door de blauwe regen langzaam maar zeker overgenomen. Die klom door de ramen, over de muren, vormden een dak, daar waar de bedekking verdwenen was. Prachtige blauwpaarse tinten tegen een oude bakstenen half vergane muur. Een plaatje. Het wonderlijke was, dat achter het gesloten hek het gras wel bleek te zijn gemaaid. Er waren mensen die waarschijnlijk toch de schoonheid van het vergankelijke gebouw, ingepakt door de natuur, konden waarderen. Alle poestadorpen hier zijn een soort lintdorpen, met grote lappen al dan niet onbebouwde grond, zonnegeel tegen aardebruin, doorspekt met de enorme bossen, die door de heuvels boven zichzelf uitstegen in lengte en hun kruinen hemelwaarts strekten. Op een van de weggetjes zat op een draad een grote buizerd en keek op ons neer. Toen ik terugreed om het moment toch vast te leggen op foto, vloog hij met een luide kreet op. Via een omweg bleken we helemaal rondom het gebied te zijn gereden en kwamen terug in Szigetvar. Altijd goed om gelijk een paar boodschappen mee te nemen, dan waren we de volgende dag daar van gevrijwaard.

Tijdens de avond was er sprake van een misverstand, die op de een of andere manier te breed werd uitgesponnen. Twee mensen met verschillende opvattingen over hoe je de dingen zeggen kan, hoe iets binnenkomt, hoe het opgevat wordt. Je kan er oeverloos lang over doorgaan en dat gebeurde. Eens in de zoveel tijd is er een fris waaiende wind nodig door een leven samen. Een, die te denken geeft, waardoor je achter een aantal eigenschappen van jezelf en die van de ander komt in de reactie op elkaar. Iets wat tot een vaste gewoonte is vervallen en die nodig bijgesteld dient te worden. Ruggen rechten, opnieuw de kaarten schudden en morgen opnieuw beginnen. Dat dus.

Overpeinzingen

Ruimte voor nieuwe ontdekkingen

Een kabbelend dagje met vooral het kleine leven om ons heen. De grote blauwzwarte houtbij had inderdaad de balk al een heel eind uitgehold. Dat bemerkte lief toen hij er letterlijk en figuurlijk een stokje voor stak om het holletje te dichten en om de snode plannen van de bij tegen te gaan. Op slag zoemden er drie grote houtbijen om de balk, gedesoriënteerd, want ze waren hun holletje kwijt. Het zijn sterke beesten en ze gingen net zo lang door met er omheen zoemen tot de stokjes eruit vielen, natuurlijk gevolgd door een nieuw exemplaar. Op het laatst zag ik ze voornamelijk om de oude druif heen. Ga daar maar een poosje knagen lieve vrienden. De omleid-poging had vooralsnog goed gewerkt.

Tussen het maaien door wilde ik alvast het verdroogde gras wegharken. De bladhark had haar beste tijd gehad, maar ook bleken de longen niet bestand tegen het overdadig optimisme. Het leverde een hoop gehoest en geproest op. Dit was werk voor lief. Wel met een betere bladhark want de oude had er al decennia opzitten en was met hier en daar wat tandeloosheid en losgeraakte onderdelen aan vervanging toe. Letterlijk had hij geleden aan de tand des tijds.

Het vogelseizoen is in volle hevigheid aan de gang. Alles is druk in de weer om op te vallen of juist niet, nesten te bereiden, jongen te voeren. We zien en horen de meest uiteenlopende soorten voorbij komen. Sommige zijn prachtig gekleurd. De vogel-app maakt overuren. Ze maken dankbaar gebruik van de omgewoelde grond waar gezaaid is en pikken de dikke regenwormen er met liefde tussen uit. De een zijn dood is de ander zijn brood.

In de late namiddag reflecteren we altijd even, in de zon bij een glaasje van het een of ander en vlakbij het Boeddhabeeld met zicht over de hele tuin om de gedane arbeid in ogenschouw te nemen, te bedenken wat de voortgang zal zijn en vooral ook om even uit te rusten. Daar was het de beurt aan twee Argusvlinders om de show te stelen. Ze fladderden om elkaar heen en maakten elkaar het hof. Eenmaal op de droge grond werd er gepaard en voort ging het weer. Vlinderlicht en vrolijk.

Vanmorgen brachten de foto’s ons op het idee om vanmiddag de dagvlinders van de Magyarlukafa te bezoeken. Dat is hier niet meer dan een half uurtje rijden vandaan. Hongarije telt heel veel vlindersoorten en dit gebied kent bijzondere soorten, zelfs de hier zeldzame, en opvallend is ook dat er soms in grotere getale gevlogen wordt. Het is druk bezocht door vlinderliefhebbers, die speciaal hiervoor naar toe komen. De moeite van het ervaren waard.

In de familie-app komen er foto’s van de reizende kinderen binnen in…De sneeuw, Lachende gezichten met genietende kinderkopjes. Ze zijn in Slovenie de berg opgegaan om meer sneeuw te snuiven dan ze de hele winter in Nederland gedaan hebben. Ziezo, deze ervaring pakken ze niet meer af, moeten ze gedacht hebben. Natuurlijk hoort er bij dit feest een uitbundige warme chocomel met slagroom. Een winters uitstapje in hartje lente.

Veel rondreizende vrienden komen langs. Bali, Frankrijk, Noorwegen, noem maar op. Men trekt er flink op uit in deze meivakantie-periode. Het weer is er dan ook naar om zonnewarmte op te zoeken, begreep ik.

Kleinzoon groeit als kool. Gelukkig komen er iedere dag wel foto’s langs. Het Facetimen gaat soms een beetje moeizaam omdat het bereik minder is. Maar iedere glimp is mooi meegenomen.

Omdat de trek in een Oosterse stoofpot groot was, ben ik dwars door de koelkast heen gegaan. In de supermarkt hadden we Ras-El-Hanout gevonden. Iets waar doorgaans hier moeilijk aan te komen is. Van huis had ik de komijn, de kaneel en de saffraan meegenomen. In plaats van de versuikerde honing gebruikte ik marmelade om te zoeten. Alle andere ingrediënten waren voorradig, lekker laten stoven en samen met de bulgur opgediend. Omdat ik nog steeds ongeveer ter grootte van de ‘vlees’potten van Egypte kook, is het vaak voor twee of drie dagen. Dus een paar dagen respijt als keukenprinses en ruimte voor nieuwe ontdekkingen.

Overpeinzingen

Hout genoeg

Dag van de Arbeid wordt hier nog steeds groots gevierd. Dat vertelde lief mij toen ik een man door de straat zag lopen met een grote boom over zijn schouder, versierd met repen stof. Een Meiboom wist hij me later te vertellen. De buren waren van de week al dagen in de weer met bosmaaiers, maaimachines en elektrische zagen. Het drammende geluid was af en toe te veel. Vooral die bosmaaiers zijn heftig. Gisteren viel het al mee en konden we in de late ochtend en vroege middag luisteren naar het gezang van de nachtegaal, die in een boom vlak voor de veranda van de Datsja zat en naar de anderen verderop, die in echo hun indringende trillers als antwoord lieten horen. Wat een prachtig geluid is het toch. Waarom ze ‘nacht’egaal heten is mij een raadsel. Ze fluiten dag en nacht.

Het was gisteren een dag der vondsten. Op weg naar de dame met de kruik spotte ik een jonge hagedis, die zich languit door de zon liet koesteren bovenop het lange gras. Het determineren van het geluid van de nachtegaal, die veel vogelgeluiden imiteert was twee en bij het boodschappen doen was er de ingeving om in Szigetvar een kleine Tesco in te lopen om te kijken of we daar misschien een tweede batterij voor mijn damesmaaier konden vinden. Warempel en meer dan één zelfs. Maar we proberen het eerst met twee batterijen, om te kijken hoe dat gaat.

Tussen het maaien door was er een wasje op te vouwen, het kleed van het terras te ontmossen, en nog wat Oost Indische kers te zaaien, terwijl lief de grond achter de dame met de kruik schoon spitte. Harde, onwillige, bijna onbewerkelijke leemgrond, die je flink los moet bikken alvorens er iets in te kunnen stoppen. Rijk aan mineralen maar een hoop werk. Maar nu staat ze dan toch eindelijk tussen de zaadjes en straks tussen de bloemen mooi te wezen, hopelijk.

Tijdens het zingen van de nachtegaal besloot ik haar te tekenen met een fineliner en wat aquarel. Helaas niet ‘en plein air’ want de kleine met al die noten op haar zang laat zich niet of nauwelijks zien, dan maar een foto, een statische nachtegaal. Maar wel de kans om haar kleurschakeringen te bestuderen. Nu weet ik waar ik op letten moet. In Frankrijk hoorde je de Rossignol voornamelijk in de avond en de vroege ochtend, ver weg, als ze over het stille dal haar liefde voor het leven floot. Zo’n prachtige naam, la Rossignol, maar misschien ben ik een beetje bevooroordeeld door de chansons van George Moustaki, die ik zo eindeloos heb beluisterd.

Het werk op het land vordert gestaag. Steeds meer terrein veroveren we alle drie op het lange gras, lief, ik en mijn damesmaaier, de reeën die nog steeds komen overnachten ten spijt. Straks zullen ze alleen nog in het bos op het achterland, het laatste stuk van het landgoed, verblijven. Maar zolang er lang gras te vinden is, blijven ze komen.

De grote zwarte hommel die ik nu al dagen rond zie vliegen, blijkt een blauwzwarte houtbij te zijn, de grootste in zijn soort en inderdaad vreet hij zich een weg door het hout heen, dus ook door de balken, de dragers van het dak van het terras. Dat liever niet, natuurlijk. We zoeken naar een diervriendelijke oplossing, want niet wij worden lastig gevallen, maar wij vallen de natuur lastig door haar te vormen zoals wij wensen. Dan heeft een beetje blauwzwarte houtbij recht op zijn eigen stuk natuur. Misschien kunnen we een vermolmde oude boom voor hem uitzoeken. Jammer dat hij daar niet automatisch zelf voor kiest. Hout genoeg.

Overpeinzingen

Een nieuwe belofte voor later

Het was een dag om in te lijsten. Niet in de laatste plaats omdat de zon voor het eerst echt uitpakte en uitbundig scheen. De temperatuur noopte mensen om hun laagjes uit te trekken en in hemdsmouwen, t-shirts, korte broeken en jawel, zomerjurken verder te gaan. Het ritje naar Virovitica liet derhalve het land van haar beste kant zien. Geurende koolzaadvelden, uitgestrekte bruine poesta’s, groene woudreuzen en bossen in een glooiend landschap met op de achtergrond de grijzige schaduwen van het middengebergte. Er tussenin lagen de lieflijke lintdorpen in hun pasteltinten. Velen prachtig onderhouden, anderen van een schilderachtig verval.

Bij Barcs reden we over de brug van de Drava pardoes Kroatië binnen, stapvoets langs onbemande grensposten. Het eerste wat opviel waren de keurige huizen en tuinen van de dorpen die volgden en onze zo bekende zwart-wit gevlekte koeien, vredig grazend, in een wei. Het stadje dat we op wilden zoeken leek aanvankelijk alleen maar een imposante binnenkomst te vertonen met het kasteel Pejačević waar je recht op afreed, maar verder leken er alleen maar langgerekte straten te zijn. Bij nader onderzoek en na een ritje in de omgeving, stapten we toch maar uit bij het stadspark. De parkeermeter bleek simpel te werken, dat legde een Kroatische jongen in zijn beste Engels uit. Wonderlijk genoeg gaf het bonnetje aan dat we voor twee euro tot 2 mei onder de pannen waren. Vermoedelijk was het gratis in het weekend.

Het kasteel lag op de heuvel met het het stadspark aan haar voeten. Een pianobrug, die uitnodigend pianoklanken te berde gaf als je er over heen liep gaf toegang tot het park. Heerlijke speelse entree. We liepen om het paleis heen en het bleek ook het nationale museum te zijn. ‘Zullen we’, vroeg ik lief. ‘Ik heb zo’n zin in een beetje cultuur’. Dus duwden we de enorme deur open en stonden aarzelend te wachten in een verlaten hal.

De beheerder van het winkeltje kwam uit zijn hok en begroette ons enthousiast. Ook hij sprak Engels, zij het met een zwaar Kroatische tongval, maar hij haalde er een dame bij die ons begeleidde naar boven waar een tentoonstelling moderne kunst en twee afdelingen folklore te vinden waren. We begonnen bij de schilderijen. Het hele museum was een waar genieten en het beste wat we hadden kunnen doen. Niet alleen was het een pracht gebouw, maar de majestueuze grote koepelramen gaven een goed zicht op het park dat symmetrisch was aangelegd. Van bovenaf was het patroon goed te zien. De schaduwen van de ramen vielen als ornamenten op de marmeren vloeren van de galerij, waar de verschillende kamers met de tentoonstellingen aangrensden.

Wooden Age heette de eerste tentoonstelling na de moderne kunst. We liepen regelrecht het bos in, een kunstig nagemaakte natuurbeleving met foto’s, video’s en immens grote audio-visuele installaties van de wouden en bossen die de natuur in Kroatië herbergt. Daarop aansluitend werden alle houtbewerkingen die er geweest zijn door de jaren heen zoals oude ambachten van meubelmakers, timmermannen en houten gebruiksvoorwerpen, vertoond. De tweede tentoonstelling gaf de cultuur en de geschiedenis van de streek weer in sfeervolle ruimtes. Een salon met een immens grote vleugel met de schilderijen aan de muur van de bewoners van het kasteel onder begeleiding van pianostukken. Sfeervolle vertrekken met veel liefde en aandacht tentoongesteld. Na de eerste verdieping waren we volledig verzadigd en bewaarden de tweede verdieping voor een volgend bezoek. ‘Dobredan’ galmde het naar de medewerker in de winkel. In het volle zonlicht wandelden we terug naar de auto.

Op de terugweg reden we over de hobbelige landweggetjes nog even naar de oevers van de Drava, waar spechten met hun roffels in de hoge bomen ons enthousiast begroeten. Maar hoe we ook tuurden, we zagen ze niet. Het water stond hoger dan van de zomer en kalm spiegelde de trage rivier voort met hier en daar wat eenden en aan de overkant een paar bootjes langs de steiger. Een idyllisch tafereel en een nieuwe belofte voor later.

Overpeinzingen

Ook hier zal kalmte ons redden

Pluis heeft een huis. Wat een geweldig bericht. Er was iemand die haar een schoonheid vond toen ze geplaatst was op de website. Bij het bezoek was zij zo blij met de persoonlijke aandacht dat ze van de weeromstuit kopjes en knuffeltjes uitdeelde. Ze is gelijk meegegaan naar huis. Er is een balkon en rust en iemand die veel van haar gaat houden. Ideaal dus. Ik heb de opvang bedankt voor de goede zorgen en nu kan ik het los laten, al zal ze altijd een speciaal plekje blijven houden achter een van de deuren van mijn hart.

Gisteren had ik de euvele moed om de kamer van de voorzolder te gaan zuigen. Dat is geen sinecure want er liggen doorgaans een flink aantal voortijdig aan hun eind gekomen insecten, van wants tot hommel, van mug tot vlieg. De stofzuiger had in een mum van tijd haar werk gedaan. Even aarzelde ik of er al geschoven moest worden met de meubels van de grote rommelzolder erachter. De jugendstil kaptafel staat er te verstoffen en ik wil van het logeerkamertje een gezellig vertrek maken. Het hoeft niet direct een boudoir te worden, maar een beetje aankleding kan geen kwaad. Alleen gaan sjouwen was natuurlijk niet te doen. Raadzamer was wachten. Geduld is een schone zaak, fluisterde mijn vege lijf en slaakte een zucht van verlichting.

Het werk in de tuin vordert gestaag. Lief knipt en dan vallen de kortere grashalmen verder door mij te maaien met de lieflijke maar beperkt toereikende damesmaaier. Zij en ik gaan goed samen. Zolang je maar kalm de route rijdt en af en toe ervoor zorgt dat het mes wat verheven is. Quark de kwartel is al drie dagen op rij niet meer gesignaleerd. Opmerkelijk hoe snel we geneigd zijn te hechten aan zo’n diertje.

Het andere leven bestaat verder uit heel veel vogels, achterin het bos zitten de nachtegalen en de merels en vooral in de vroege avond laten ze zich horen als je op de veranda van de Datsja vertoeft, vlinders, soms hele grote, en ander vliegend klein grut. Rond het terras zoemt ook een grote zwarte hommel of een bij op hommelgrootte rond. Vanmorgen bij een eerste inspectieronde van de tuin zag ik waarom ze altijd verdwenen was als ik haar nader wilde bestuderen. Ze kroop in een spleet van de balk van het dak. Lief fronste zijn wenkbrauwen toen ik dat vertelde. Dat vraagt om een onderzoek. Wat spookt ze daar uit.

Vandaag gaan we naar Kroatië. Vignetten zijn niet nodig, dat scheelt weer. De brug over de Drava bij Barcs is hier een half uur vandaan en de stad die we willen bezoeken 52 minuten, geeft onze onvolprezen wegwijsmevrouw aan. Goed te doen. Het zou vandaag rond de negentien a 20 graden worden. Een ideale temperatuur.

Alles groeit en bloeit er lustig op los. Zodra de zon erop schijnt, zie je knoppen en bloemen groter worden. De blauwe regen die zich hoog in de fluweelboom heeft geslingerd belooft straks een waterval aan bloemen. Dat moet een grappig effect zijn. De druif gaat ook razendsnel, even als de pioenrozen en de irissen. De hosta, die bevrijd is van al het kleefkruid en de Roomse kervel wiegt zich ruim in de breedte, het prachtige lichtgroene blad wijd uitwaaierend. In de bewerkte grond piept nog geen dahlia omhoog. Bij de dame met de kruik moet eerst de grond nog zaaiklaar gemaakt worden, alvorens ik er de Oost-Indische kers in kan stoppen. Bij het andere beeld staan er volop lelies in knop, maar als we ze niet vrijwaren van het lange gras, zien we ze niet. Alles op z’n tijd. Ook hier zal kalmte ons redden.

Overpeinzingen

Straks aan honing geen gebrek

Op naar de grootste supermarkt in zijn soort, een winkel op het industrieterrein in Pecs, buiten de oude stadsmuren. Dus goed bereikbaar en altijd parkeergelegenheid. Het is zo’n samengesteld iets, buiten de supermarkt zijn er ook nog andere winkels in gevestigd. Een boekenwinkeltje, een dierenspeciaalzaak, een kapper en een bakker onder andere. We besluiten om rechtstreeks ons kostje bij elkaar te scharrelen. Het was nogal een waslijst, waarbij een tweede batterij voor de maaier van belang was.. Maar dezelfde was helaas uitverkocht. Er was nog wel een batterij met minder vermogen, ongeveer de helft. Ze zou wel sneller opladen. Met veel wikken en wegen, ook prijs/verbruik afwegend besloten we toch te wachten.

Een scrapboekje vonden we wel. Dat kon dienst doen als schetsboek voor onderweg. Het paste in mijn rugzak en dat was voorlopig het belangrijkste criterium. Het meest vreemde voorval in dit uitgestrekte voederparadijs was het bevragen van een van de vakkenvullers naar vegaproducten. Lief deed dat in zijn beste Hongaars. Ze haalde haar schouders op en schudde haar hoofd. Een alom te begrijpen antwoord. Tot onze grote verbazing was er in diezelfde rij als waar ze stond te werken in een van de grote koelafdelingen een hele vega-afdeling te vinden. Vleesvervangers, broodbeleg, vegan kaas en ook verderop mondde het schap uit in melk en zuivelvervangers. Wat een weelde, luilekkerland in kwadraat. Nu geen gedraal en even fors inslaan voor de komende week was onze eerste gedachte.

De kassa’s waren trouwens allen gesloten en alle caissières liepen op de Zelfscan-afdeling te helpen. Alle mensen konden niet anders dan overgaan tot Zelf-scan. De apparaten bleken over een gebruiksaanwijzing te beschikken. Anders dan in Nederland moest je wachten tot er een lichtje op groen sprong, dan kon je verder en ook controleerde het apparaat of het wel de tas inging. Anders liet het geval via een pictogram weten deze handeling te willen alvorens je verder kon gaan. De techniek staat voor niets. Iets wat ze In Nederland ook wel kunnen gebruiken, zo’n handige anti-dievencontrole. Niemand spreekt Engels. Als pure buitenlander maak je niet veel. Lief spreekt Hongaars en dat opent toch makkelijker deuren, behalve bij onze vakkenvulster. Al met al een boeiend uitstapje, ha ha, maar de buit was binnen. Wel tegen Europese algemene prijzen, dat dan weer wel.

Op de terugweg viel het oog op de aankondiging van de camping die een aantal jaren terug nog in het bezit was van een Hollandse vriend van lief. Met zijn Afrikaanse vrouw waren ze echter een paar jaar geleden vertrokken naar haar thuisland en wij wilden zien wie er dan nu de camping beheerde. We reden door het dorp heen en kwamen in een puur natuurgebied uit met twee spiegelende meren en de vissteigers tegenover de huizen die op de berghelling waren gebouwd. Het waren kleurrijke typisch Hongaarse huizen met veel grond er omheen. We konden een heel eind doorrijden en genoten van de stilte, die volgens de onvolprezen app een wielewaal en een merel lokaliseerde. Het spiegelende water en de prachtige lucht erboven bracht aangenaam genieten. Er zwommen heel veel donderkopjes of kwakbollen rond. Dat beloofde een waar kikkerconcert voor de zomer. Een plek om naar af te reizen, compleet met schetsboek en aquarelsetje. De weg was nog net begaanbaar. Hier en daar moesten we wijken voor te grote diepe bressen die in het asfalt waren geslagen.

We konden niet helemaal rondom. De camping bleek te zijn verdwenen. Waarom het bord langs de weg er nog was, was ons een raadsel. Op de terugweg stopten we bij de uitgestrekte koolzaadvelden om foto’s te maken van dit fenomeen, dat nergens zo ruim was opgezet als hier. Daar waar de zon scheen lichtte het okergele veld op in citroengeel en schitterde ons verblindend tegemoet. Natuurlijk moest er een gezichtsbedrogje worden gemaakt. Aan de rand, een stap inwaarts en dan leek het net of je temidden van de zachtzoete geurende bloemen stond, waar zoemend een enorme hoeveelheid bijen hun nectar kwamen halen. Iets waar we in Nederland alleen nog maar jaloers op konden zijn. Het was er in ieder geval in overvloed. Straks aan honing geen gebrek.

Overpeinzingen

Een kinderhand is gauw gevuld

Een vreemd vogelgeluid buiten. De buitendeur van de dubbele buitendeur staat open en daarom is het in de keuken goed te horen. Daar zitten we aan de keukentafel in het zonnetje te werken. Buiten is het net iets te koud. Ik loop naar buiten met de vogelapp en hij geeft aan een staartmees en een nachtegaal te horen. Binnen luisteren we de trillers van de nachtegaal af. Inderdaad. Het geluid komt overeen. Die zit hier dus ook al en vrij dichtbij. Wat een bof.

Gisteren heeft Lief heel hard gewerkt om het lange gras te beteugelen en ik kwam pas veel later in actie. Door het wakker liggen ‘’s nachts, gemiddeld vanaf vier uur, is de fitheid er even uit. Een ochtendsoezen is een probaat middel, een soort hazenslaapje, om daarna kwiek aan het werk te kunnen. Soms is luisteren naar het lijf echt de enige juiste oplossing. De kleine maaier en ik zijn vriendinnen geworden. Ik weet nu dat ik niet te hard moet pushen maar haar rustig het parcour kan laten lopen op eigen snelheid, achteruit weliswaar, dan werkt ze op haar best.

Met een uurtje hield ze het weer voor gezien en moest de accu opnieuw opgeladen. We halen er vanmiddag een tweede bij, dan zit er meer schot in de zaak. Beetje bij beetje ontginnen we de woestenij. Quark liet zich niet zien. Misschien zit ze allang weer bij de kippetjes van de buurman. Beide buurmannen houden kippen en de twee hanen kraaien inde vroege ochtend rond vijven om het hardst. Wie kan er het hoogst, snoeven ze tegen elkaar op, tot het hoogste geluid eindigt in een schorre overslaande toon. Malle beestjes.

Daarna toog ik met penselen en de olieverf naar achteren. Ineens had ik die ochtend het idee gekregen om natuurlijk mijn werktafel voor het raam te zetten en voor het open raam te genieten van het uitzicht. Met wat duwen en trekken stond het robuuste gevaarte op z’n plek. Zicht op de dame met de kruik en aan de andere kant keek je het bos in met het andere vrouwenbeeld. De grote glasplaat erop voor het drukwerk, met de sapulini veegde ik de vloer aan en eigenlijk vel het stof me reuze mee. Heerlijke werkplek met voldoende inspiratie er omheen.

De kast op de veranda waar een bezem en een oude thermoskan in staat, mag weg. De stoelen moeten geschuurd en zwart geverfd, samen met de witte originele schapenvachten zal het een nieuwe weelde zijn. Lief trekt de wenkbrauwen samen, Zwart met een vraagteken, dat is duidelijk. Ik knik overtuigend. Echt, dat staat zo prachtig.

Zo vullen zich de dagen van onze retraite. Met de boodschappen voor een week verzin ik nieuwe maaltijden. Rond zessen eten we gemiddeld, daarna strekt de avond zich uit. Beetje lezen, journaal kijken, spannende serie volgen of terugkijken wat we niet hadden mogen missen zoals ‘Even tot Hier’. Als er schot in de tuin komt, trekken we er op uit. Kroatië is het eerste doel.

Het is Koningsdag. Het zegt ons beiden niet zoveel. De drukte zijn we al ontwend, de massale vrijmarkten ook. We hebben eigenlijk niets meer te wensen en zouden er eerder zelf kunnen gaan staan met onze overtollige huisraad. Er hoeft niets meer bij. Het is goed zoals het is.

Met Piet kuiper en zijn biografie vorder ik gestaag. Het lezen op de Ipad is wel vermoeiender dan uit een boek. Na een aantal bladzijden leg ik het graag weer een poos weg. De ochtend leent zich er goed voor, dan ben ik veruit het best in staat om stof op te nemen. Dat hoofd met die grijze hersencelletjes, om met Poirot te spreken, is ook niet helemaal piep meer per slot van rekening.

Vanmiddag rijden we naar Pecs om een nieuwe accu op de kop te tikken en de enige echte naturel chips, die alleen daar te krijgen is. Alleen zit ze niet in rode zakken maar in gele zakken van hetzelfde merk. Het duurde even eer we doorhadden dat het geen smaakje van het een of ander bevatte. Dus kan ik me vrijelijk laven aan deze tamelijk onschuldige zonde. Een kinderhand is gauw gevuld.

Overpeinzingen

Niets ontgaat je meer

De zon doet haar uiterste best, maar de warmte die ze afgeeft, wordt bij tijd en wijle ingehaald door een koude wind. Ik zit op het randje van het terras, in diezelfde zon en negeer de wind. Het is zo heerlijk stil buiten. De tortel fladdert naar een volgend boom om daar het hoogste lied te roekoeren, de huismussen tjilpen hun vreugde om de nieuwe dag. Alles is stil en vredig. Verscheidene vogels laten zich horen, maar doorgaans te kort om te registreren wie ze zijn. Gisteren kwam onze gast weer opdagen. De kleine kwartel, die zich niet liet afschrikken door ons en zelfs steeds in de buurt kwam stappen om hier en daar tevreden een wormpje mee te pikken in de door ons omgewoelde aarde. We hebben hem Quark genoemd en zijn blij met dit au naturelle huisvriendje.

Stukje bij beetje ontginnen we de tuin. Geen gehaast, maar dat wat binnen de mogelijkheden ligt. Het veel te lange gras dat er tussenin staat moet wachten op de bosmaaier, die we vermoedelijk wel even van vriendlief kunnen lenen en daarna valt het kort te maaien met de nieuw aan te schaffen grote benzinemaaier. Stap voor stap is de boodschap.

Op Facebook komt het overlijden van Paul van Vliet door. Gisteren al die van Harry Belafonte. Langzaam en soms veel sneller rafelt het verleden uiteen. Steeds vaker vertoont het hiaten, die anders zo vertrouwd de wereld mede bevolkten. Al die stemmen die nooit meer op zullen gaan en alleen in herinneringen en gedachten zullen bestaan. Die je nu uit duizenden kan herkennen en die je straks alleen nog maar weet als je een verdwaald fragment of een liedje van langer geleden zal horen. Nooit meer in het nieuws, nooit meer op een podium, nooit meer met dat vertrouwde hoofd op de buis om een of andere actie aan te prijzen.Vroeger wordt stillig om ons heen.

De koude wind dreef ons naar binnen toe, maar lief gaat toch opnieuw buiten aan de slag. Ik verpoos een wijle hier in huis en lees, schrijf, teken en stofzuig hier en daar. We hebben geen haast. Het leven in Verweggistan is de perfecte manier om te onthaasten. Nieuws laten we mondjesmaat toe en de familie is er via appjes en FaceTime. Alle andere zaken die van belang zijn, gelden vooral de eerste levensbehoeften. Boodschappen doen in het stadje een kwartier verderop of in de grote cultuurstad Pecs op ongeveer een half uur rijden. Het enige contact is met de caissière. ‘Kusenam’.

Gisteren werd de Molukse vlag gehesen aan de gevel van zoonlief en zijn vrouw. De kleine mocht als, denk ik, de jongste aanwinst mee’lopen’in de mars die gehouden werd in Den Haag ter gelegenheid van 5 april 1950 toen op Ambon de Republik Maluku Selatan (RMS) werd uitgeroepen waarbij de Molukken zich losmaakten van Indonesië. Het uitroepen van de onafhankelijkheid wordt jaarlijks gevierd op 25 april. Natuurlijk veilig en wel in de moderne slendang bij zijn vader onder diens dikke gewatteerde jas. Die kreeg het niet koud en niemand trouwens, als je de verbondenheid tijdens zo’n wandeling beleeft. Nu stuurden ze een filmpje om ons hier mee te kunnen laten genieten. Vrijheid is immers het hoogste goed.

Quark heeft zich nog niet laten zien. Gisteren heb ik hem wel alvast voor eeuwig vastgelegd op tekening. Waar je denkt dat zijn oog zit, zit het niet. Onder zijn brede wat platte koppie zitten onderaan de ogen. Grappig om te ontdekken. Tekenen is beter kijken. Niets ontgaat je meer.

Overpeinzingen

Aan de slag

Langzaam trekken de grijze wolken over en ruimen al snel hun plaats in voor vriendelijke schapenwolken, die zonnestralen-doorlatend zijn en de wereld vriendelijker kleuren. Welkome groet na de sombere bewolkte dag van gisteren.

Wel een bijzondere dag, want we kregen alweer bezoek en ditmaal van een kwartel, die stilletjes bleef zitten toen lief hem gelukkig vanuit zijn ooghoeken zag, terwijl hij er bijna met de volle kruiwagen overheen zou zijn gereden. In eerste instantie dachten we dat het een fazant was, maar zoonlief, jawel De Vogelaar, wist direct te corrigeren. Een kwartel dus. Was hij nou gewond of niet, nog juveniel of wat. Ik ging het binnen opzoeken terwijl lief verder liep om de kruiwagen te legen. Toen ik terugkwam was de vogel gevlogen. Niet lettelijk natuurlijk, want dat lukt een kwartel niet zo best. Maar ze kunnen heel snel lopen, begreep ik. Gelukkig hadden we de foto’s nog. Fazanten lopen er hier wel rond, maar een kwartel was er tot dan toe nog niet geweest. Nu heeft de buurman nieuwe kippetjes aangeschaft. Misschien heeft hij er ook een paar kwartels bijgenomen. Het blijft een van die raadselen der natuur.

De bollen en zaden zitten in de grond. De hemel zegende het stukje grond extra met een paar fikse regenbuien. Perfecte omstandigheden dus. Van broer van lief en diens toekomstige vrouw vernamen we dat Nederland praktisch de ijstijden nadert met haar temperaturen van iets boven nul. Als de Dahlia’s daar het maar overleven en fijn om hier te zijn, was de conclusie.

Het boek van Koen Hilberdink over Piet Kuipers is tot nu toe boeiend te noemen. Een deel speelt zich af tijdens de oorlog, waarbij Kuipers bleef studeren in Utrecht. Dankzij de vorige biografieën van Marten Toonder, Etty Hillesum, en Dola de Jong krijgen we zo van alle kanten een aardig beeld over het verloop ervan in Nederland zelf. Al die verschillende stromingen, de verzetscentra, de meelopers en jaknikkers of degenen die alle ellende hardnekkig bleven negeren komen aan bod en in beeld. Zijn aanvankelijk strenge geloof van de gereformeerde bond kantelde langzaam maar zeker en maakte plaats voor een veel vrijer gedachtegoed. Hoe zich dat verder ontwikkelt ga ik nog meemaken. Ik ben benieuwd.

Een appje van vriendinlief die zelf op vakantie zijn in Sicilie, maar die een bericht onder ogen kreeg over de sloop in het Ondiep. Het oude buurtje waar ons ouderlijk huis nog steeds staat. De tekoorgang van de fruitbomenbuurt wordt genoemd, onder andere de Moerbeistraat, die vlakbij mijn oma haar huis in de Meloenstraat lag. Het brengt de herinnering terug aan het piepkleine huisje, naast onze kruidenier Overbeek die daar een petieterige buurtwinkel had. In de tuin van oma bloeiden en groeiden de dahlia’s welig. Het was er in mijn kindbeleving een waar insectenparadijs, met hommels, vlinders en bijen en last but not least enorm veel oorkruipers, waarbij we onze oren angstig dichthielden omdat men ons had wijs gemaakt dat die onmiddellijk je gehoorgang zouden opzoeken. Ze kropen vooral te voorschijn uit de pompondahlia’s. Het was dus griezelend genieten bij de twee oudjes in de tuin. Oma een kleine voorovergebogen vrouw en opa een lange, kaarsrechte rijzende figuur. Mijn angst voor oorwurmen ben ik te boven gekomen en het werd een van de voornemens om bij de kinderen in de groep nooit te laten merken dat je griezelde van bepaalde dieren. Daar hebben ze gelukkig dan ook geen last van gehad.

Hoera, de Groene is binnen. Zo leuk om die hier te ontvangen. Nu roept de warmte van de dag ons naar buiten, de tuin in. Kan ik vast de bollen omhoog kijken en bij de witte boeda de witte sneeuwklokjes poten. Ton sur ton. Hup, aan de slag.

Overpeinzingen

Een peulenschilletje

Zondagsrust maar niet voor het vogelleven. Ze kwinkeleren er lustig op los. Dat ze ook zware tegenslagen te verwerken kregen was hier in de vrije natuur buiten kijf. Toen ik over het pad liep lag er een kaal vogeljonkie, morsdood. In de middag bemerkten we dat merel zich al een tijdje niet had laten zien. Dat was ongewoon vanwege de monden die hij tot dan toe te vullen had gehad. Het was een en al bedrijvigheid van zijn kant. Maar nu leek het alsof zijn aanvliegroute verstoord was, tot ons oog viel op nog een jong vogellijkje. Poes uit de buurt liep toevallig over een ander pad naar achteren te wandelen. De hele situatie verklaarde de afwezigheid van onze merel. Het bleef akelig stil.

We waren druk bezig in de tuin. Grond bewerken, de tegels onder het prieeltje schoonmaken, de roos achter de druif vrijwaren en. Meer van dat soort klussen. Opeens hoorden we een stem. ‘Jonapot‘, een lachend hoofd boven het tweede hek uit. Lief stond hem te woord. Mooie auto, mooi huis, Nog meer van dergelijke praat en of ie zijn kaartje af mocht geven in het geval dat…Hij was niet alleen, in een auto achter hem zaten nog twee dames. Uiterst vriendelijk was de man en bleef strooien met complimenten.

Een halve dag later opnieuw stemmen bij het hek. De man met de dames nu in zijn kielzog. Mochten ze even op het terrein kijken. Lief liet ze binnen en ze stelden allerhande vragen. Waren verbaasd over de grootte en hadden duidelijk het meest belangstelling voor de grond en het huis. We konden vrienden worden en meer van dat soort fraais. Ik haastte me in het Engels te benadrukken dat we het niet wilden verkopen. Ze waren alle drie in vol ornaat. Dik opgemaakte gezichten, leren broek, panties, stropdassen en jasjes. Het was puffen geblazen voor ze. Ik had voor de gelegenheid snel mijn bloes weer over mijn hemdje aangetrokken en ontdekte pas toen ze weg waren dat die binnenste buiten zat. Ze moeten ons een wonderlijk stel hebben gevonden. Ik vond ze te gretig. Geen vreemde mensen meer op het terrein, was de wijze les. Prompt piekerde ik in alle vroegte over deze mensen en kon niet meer slapen.

Bij het opstaan probeerde ik door de ramen een glimp van de rëeen op te vangen, die nog steeds ‘s nachts in het hoge gras lagen te rusten, maar het was aardedonker. Gehoorzaam aan de biologische klok toch maar weer terug naar bed en een half uurtje later, klaarwakker, opnieuw opgestaan. Tijd voor koffie.

Vandaag is het tijd voor het omgespitte tuintje. Dahlia’s, anemonen, phloxen, liatris, cocrosmis, het mag er allemaal in. Één grote bloemenzee mag het worden. Op hoop van zegen en een beetje geluk. Stokrozen, citroenmelisse en monnikskap staan er al.

Tussen de stenen van het prieeltje piepten vergeet-mij-nietjes, die mochten blijven staan. Veel te leuk. Naast de roos stond er ook nog van allerhande klein grut, dat overwoekerd was geweest door de grassen en de Roomse kervel.ziezo een en ander begint vorm te krijgen.

App van de tondreizende Europagangers. Ze zijn in Slovenië aangekomen en de oudste dochter met de hele familie hebben zich ondertussen bij hen gevoegd. Wat zullen ze het heerlijk hebben. Ze toeven goed beschouwd maar een paar uur van hier.

Met de jongste kleinzoon gaat het voorspoedig. Hij kijkt helder uit zijn kraaloogjes en laat zijn ouders op alle fronten wennen aan de nieuwe samenstelling. Ze zijn vermoeid, maar dolgelukkig. Af en toe een filmpje, daar hoop ik op en natuurlijk facetimen. De techniek zorgt voor de overbrugging van tijd en ruimte. Dat is nog eens wat anders dan die ellenlange brieven naar huis, zoals we ze vroeger schreven vanuit Leiden om de luitjes op de hoogte te houden. Tegenwoordig is dat een peulenschilletje.

Overpeinzingen

Gedeelde smart is halve smart

Gisteren belde zoonlief, mijn eigen internetspecialist, omdat ik in de ochtend de noodkreet om het verdwenen boek had geappt. Instructies van de kenner. Draai je telefoon eens om, zodat ik met je mee kan kijken op de Ipad. Waar heb je ‘m besteld, wat heb je gedaan en meer van dat soort logische vragen. Stap voor stap liepen we het proces na. ‘Ga eens terug naar de site, waar je ‘m besteld hebt’. Braaf volgde ik de instructies op. Wie ben ik om deze kanjer tegen te spreken. ‘Welk boek heb je besteld. Druk nog eens op download….’Et voila. Met zijn magische blik had hij in een oogopslag de snelheid waarmee zijn moeder de handelingen placht uit te voeren gepeild en te licht bevonden. Daar verscheen mijn boek in volle glorie op Kobo. Wat een heerlijkheid is het toch om met zulke kinderen gezegend te zijn. Naast computerdeskundige is het ook een vogelaar. ‘Weet je een goede vogelapp voor mij’. Die had hij natuurlijk en het werd doorgestuurd. In de ochtenden dat we hier buiten op het terras aan het ontbijten waren kwamen talrijke vogelgeluiden voorbij, waarvan een aantal voor ons niet te achterhalen waren. Net ging ik gewapend met de telefoon er opuit, app stand-by en er bleken een Withalsvliegenvanger(zeldzaam in Nederland), een putter, een zanglijster, de zwartkop, een koolmees, een Turkse tortel, een roodborstje, de Fluiter, en de huismus voorbij te komen. In een tijdsbestek van een half uur.

De app is het gewicht dubbel en dwars in goud waard. Deze en de verrekijker blijven in het vervolg onder handbereik. Terwijl ik aan de terrastafel schrijf, gaat Lief de bloementuin te lijf. Er moet een stuk gras weggehakt worden en hij gebruikt daar een antiek boerenvoorwerp van de oude bewoners van het huis voor. In de brandende zon drupt het water in straaltjes langs hem af. Zwaar werk voor hem, maar hij doet het met veel liefde. Mijn vriendin de damesmaaier heeft met haar nuffigheid toch al een heleboel van het hoge gras klein kunnen krijgen. Ze bromt af en toe wat, maar gaat daarna toch dapper door. Langzaam maar gestaag, dat houdt de lijn erin. Het geldt voor ons beiden. Niet meer te hard van stapel willen lopen, maar wel in rustig tempo nog alles kunnen doen is een van die o zo belangrijke aanpassingen aan het lengen der jaren en de latente kwaaltjes, die op die manier wat verder onderuit worden geschoffeld.

Vriendinlief kwam met een verschrikkelijk bericht. Er was een ernstig ongeluk gebeurd in Utrecht waarbij een vrouw van 66 de dood vond en een van de twee kinderen die bij haar waren ook overleed in het ziekenhuis. Het was een kleuter van haar school. De impact in zo’n gemeenschapje is enorm. Het is een kleine school met een beperkt aantal leerlingen. Iedereen kent elkaar en ze zorgen ook allemaal voor elkaar. De school is in rouw gedompeld, want het betreft ook het lijden van de ouders, het grote gemis in de omgeving en bij vrienden en vriendinnetjes, de leerkrachten die zo nauw betrokken zijn bij hun kinderen. Mij is het nog nooit op die manier overkomen gelukkig. Wel toen vriendinlief overleed, die tevens intern begeleider was, ooit de school samen met een vriend had opgericht en ook als docent werkzaam was geweest. Bij zulke gelegenheden is het verdriet intens. Nu, bij zo’n jong lieverdje. die nog een hele toekomst voor zich zou moeten hebben, zo mogelijk nog groter. Verweggistan is dan erg ver weg. Niets liever zou ik nu naar haar toerijden, een arm om haar heen slaan, een stortvloed aan troost over haar uitstorten of alleen maar stil bij elkaar zitten. Vaak is dat laatste genoeg. Gedeelde smart is halve smart.

Overpeinzingen

Dat zegt alles

E-readers zijn al niet favoriet, omdat ik knisperende levende boeken, die trouw en geduldig wachten om gelezen te worden en op het herlezen en nog eens, een warm hart toedraag. En dat zonder dat het je ogen vierkante pupillen oplevert. Het zijn mijn lievelingen geworden.

Ik heb sinds lang weer eens twee E-boeken besteld. Een kwam vlot en werd direct gedownload en in mijn boekenlijstje geplaatst, de ander laat zich niet downloaden. Er is al van alles geprobeerd en mijn humeur heeft moeite om de vrolijke zonnemorgen te begroeten. Niets kwalijkers dan iets wat niet wil functioneren en uren zoektijd vergt. Een van die onverkwikkelijke gebeurtenissen, onbelangrijk voor iedereen, maar omdat ik dan te weinig van het apparaat snap, toch een stekedoorntje. Ergens zweeft nu een heel boekwerk: In de cloud, in mijn bestanden, in handleidingen, in de krochten van het het internet misschien wel.

Gisteren voor het eerst sinds lang weer een paar tekeningen gemaakt, twee met blind de contouren tekenen in tien minuten en later ingevuld met turen naar de paardebloem en de paarse dovenetel en de tweede naar foto van de twee ooievaars op het nest. Fijn om te doen en eigenlijk te lang geleden. Lief en ik spreken af dat ik ergens een klein schetsboek op de kop probeer te tikken en onderweg tijdens de uitstapjes, gewapend met de tekentas en het kleine opvouwbare krukje, aan de slag ga. Goed plan, we hebben al twee steden op het oog, een in Kroatië en de ander aan het Balatonmeer. Heerlijke vooruitzichten tussen de tuinbedrijvigheid door.

Afgelopen donderdagavond was de boekenbabbel. Een avond waarbij we middels de boeken tot gesprekken komen met een zeer persoonlijke sfeer en diepte, iets waar je doorgaans niet zo snel aan toe komt. Het bevalt ons allemaal uitstekend en we schuwen dan ook niet de moeilijkere onderwerpen, zoals het omgaan met de veranderingen in deze tijd qua taalgebruik, qua habitat, kortom qua ontwikkelingen op een zo breed mogelijk vlak, aan te roeren. Iets wat heden ten dage dikwijls ervaren wordt als het kantelen van de tijd. We duiken met z’n allen een nieuwe fase in en daarbij is het een kunst geworden om af te stappen van de jarenlange gewenning aan een heleboel zaken. De vraag rees op of het allemaal niet een beetje aan het doorslaan is. Aan de andere kant zijn het ook de vraagstukken die de kinderen van nu anders beleven, dan wij ze ooit zullen doen. Tolerantie is alom aanwezig, maar moeten we in alle opvattingen zover mee. Natuurlijk, de toekomst zal het leren, maar vooralsnog behoren wij daar ook nog steeds toe. Wij met alle waarden en normen, die ooit van grote waarde waren, maar die door het vooruitschrijdend inzicht een andere en op sommige vlakken een negatieve betekenis hebben gekregen. Zie daar maar eens boven uit te groeien. Als we de jeugd de toekomst gunnen zullen we mee moeten stromen op de vaart der volkeren, maar tegengassen mag ook. Mits met respect en liefde.

Een bijeenkomst met een ‘meet’ is trouwens minder leuk. Je wilt er lijfelijk bij aanwezig zijn, maar het is wel een goede gelegenheid om aandachtig te luisteren en eigen gedachten een weg te laten vinden. Het zijn zulke belangrijke en waardevolle avonden om samen te delen. Niemand zou het willen missen. Het boek ‘Luister’ van Sascha Bronwasser is door iedereen en niemand uitgezonderd in een adem uitgelezen en dat zegt alles.

Overpeinzingen

De doeltreffende eenvoud der dingen

‘Beschrijf een willekeurige ontmoeting met een onbekende waar je positief aan terugdenkt’, vraagt wordpress, bij het openen van de Ipad. Normaal gebruik ik deze suggesties voor het schrijven niet, maar deze is zo van toepassing, dat ik het wel even moet aantippen.

Ergens in de voorgaande jaren ging ik alleen in mijn kleine blauwe Prins naar de Zeister heide. Ik zat nog een tijdje in de auto om de route vanaf dit punt op te slaan met mijn telefoon, toen er op het raam geklopt werd. Een vriendelijk gezicht vroeg me naar de lengte van de gekleurde wegwijzers. De vrouw keek me vragend aan. Ik moest haar het antwoord schuldig blijven. Bij de vraag of ik van plan was te gaan wandelen over de bloeiende hei, antwoordde ik bevestigend en stelde voor samen op te lopen. Enthousiast ging ze er op in en zo kon het gebeuren dat ik met een volstrekt onbekend mens raakvlakken bleek te hebben die er niet om logen. Allebei werkzaam in het onderwijs, allebei dezelfde visie op de ontwikkelingen daarbinnen, kinderen, kleinkinderen, vaak alleen aan de wandel. We namen foto’s van elkaar op de hei, temidden van, er voor, er achter, uiterst voorzichtig om haar niet te beschadigen en verdwaalden toch nog prompt. Het was een aangename uitwisseling. We beloofden elkaar bij een eventuele strandwandeling, want we bleken alle twee ook nog dol op de zee te zijn, te tippen en te kijken of de ander mee wilde lopen. Daarna namen we hartelijk afscheid. Zo’n ontmoeting dus. Natuurlijk is het er nooit meer van gekomen om elkaar nog eens te mailen, maar waardevol was deze volledig spontane actie in al haar eenvoud zeker.

Met deze herinnering begon de ochtend. Buiten schijnt alweer de zon uitbundig en nodigt uit om de oplichtende bolletjes van de paardenbloemenpluis te fotograferen. Bovendien zorgt de zonnewarmte ervoor dat je het prille vijgenblad bijna kunt zien groeien. Vol verve geeft ze de belofte aan een rijke oogst weer met de mini-vijgen in de dop.

Gisteren hebben we een grasmaaier gekocht. Het duurde even voor ik in de juiste wereld van de forintenkoers was aanbeland, want in mijn hoofd verwisselde er van alles behalve de euro’s, maar het rekenwonder naast me had er goed zicht op. Thuis op de rekenmachine uitgespeld, viel het kwartje, of liever gezegd, de forint. De maaimachine bleek een bouwpakket en lief nam er ruim de tijd voor om niet met overgebleven, nergens te plaatsen, schroeven om het hand te zitten.

Een lichtgewicht, deze grasetende grijs-met-oranje dame en goed voor de allereerste paden in het hoge gras. De bloemen mogen blijven staan, daar hebben de insecten hier teveel lol van. Ze zoemen en fladderen in grote getale rond in de dankbare omgeving met haar ontluikende bloemen, bomen en planten.

Op de terugweg naar huis lag het landschap met haar middelgrote bergen aan de einder er stralend bij. Tussen al het groen lagen de bruine omgeploegde en ingezaaide akkers en de goudgele koolzaadvelden, die zich uitstrekten tot zo ver je kijken kon. Een wonderschone lappendeken. Het mooiste punt om alles vast te leggen waren we al voorbij, dus reden we door naar het dorp even verderop om te keren en schoten, we waren er nu toch, een paar leuke landweggetjes in. Sommige daarvan liepen dood. Van één van de elektriciteitsmasten vloog een grote ooievaar boven de auto langs. We zagen een groot nest met het vrouwtje die de boel aan het schikken was. We konden niet zien of er kleintjes waren, maar dachten het wel, omdat het mannetje met lange kronkelende dingen in zijn snavel af en aan kwam vliegen. Maar van die afstand zouden het ook gewoon de takken kunnen zijn om het nest te verstevigen. Ze waren in ieder geval vlijtig aan de arbeid en lieten mij ongestoord een serie klikken.

Voldaan om de nieuwe aanwinst en de schatten aan beelden in het hoofd gingen we nu echt op huis aan. Een kinderhand is gauw gevuld met deze mooie natuur en de doeltreffende eenvoud der dingen.

Overpeinzingen

Wat tot de mogelijkheden behoort

De lente breekt eindelijk door. De zon scheen vanmorgen vroeg al uitbundig en het belooft 18 graden te worden. Joehoe. We zijn nog steeds op grasmaaimachinejacht, met bijgeleverde accu graag. Dan kunnen we voort. Hier en daar vrijwaren we de bloemen en de kruiden van het lange gras, het kleefkruid of de brandnetels. Merel heeft vlakbij een nest, koolmees in de spar naast de keuken en talrijke heggenmussen in de haag van kreupelhout. Gisteren was de buurman aan het dreinzen met zijn bosmaaier. Dat ging de hele dag door. Daarna besloten ze ook het overtollige in de hens te steen, dus weken we maar uit naar binnen en daarna naar de Penny, een plaatselijke supermarkt. Van alle winkels hier in de buurt zijn ze de enige met een vegetarisch assortiment. Hoe is het mogelijk.

Lief is gevangen door de kruiswoordpuzzel. Als hij er eenmaal aan begint is hij niet meer te stoppen. Er tussendoor heeft hij nog een stammetje van de fluweelboom omgezaagd, nu heeft de blauwe regen helemaal vrij spel. Met haar dikke knoppen geeft ze de belofte aan een blauwe zee van bloemen af. We gaan het zien en beleven.

De buurman aan de overkant van de straat pleistert om zijn nieuwe raam de gevel weer heel. Heerlijk zoals hier van alles en nog wat op een kalme manier wordt aangepakt. Geen ophef. Wat vandaag niet afkomt, kan morgen ook nog. Alles straalt rust en tijd uit.

Inmiddels ben ik verkast naar mijn vaste ochtendplekje op de hoek van het terras. De ochtendzon is behaaglijk warm en er waait af en toe een heel klein briesje, maar niet meer dan dat. Merel fluit zijn hoogste lied en het is heerlijk om bij dat gezang hier te mogen genieten van het uitzicht. Duif koert er een ritme onder. We ontdekten gisteren dat de twee grote sparren de storm van vorige maand kennelijk niet hadden overleefd. De grote toppen waren kas afgebroken en de majestueuze bomen zijn nu wonderlijk geamputeerde stammen met lange zijtakken geworden. Het sparretje er tussen in ruikt haar kans en strekt zich behaaglijk uit. De grootste van de twee wordt omgezaagd om haar meer ruimte te geven, de ander mag een dode stam blijven om leven te geven aan al wat dat nodig heeft. De een zijn dood is de ander zijn brood.

Gisteren was Ernst Jansz van Doe Maar aan de beurt in de portretten van Jasper Krabbe. Het was smullen geblazen van de plekken die ze bezochten, het ouderlijk huis, het gymnasium, Texel, maar ook van de gesprekken die de twee samen voerden. Twee mannen, on certain ages, die levensgebeurtenissen bespraken en elkaars inzichten deelden. Samen wandelden ze tenslotte op een verlaten strand, twee mannen temidden van de leegte tegen een grijze einder met een straffe wind en je voelde gewoon, dat hier een diepe vriendschap was ontstaan. Prachtig om er van zo dichtbij deelgenoot van te worden. De meerwaarde in het leven.

Daarvoor hadden we de uitzending van ‘Even tot hier’ in de herhaling terug gekeken. Altijd weer een fijne manier om van het nieuws op de hoogte te blijven middels hun onderwerpen en rake opmerkingen erover, de satire in hun liedjes, de waarheid die er uit te filteren valt. Al met al een dagje om te acclimatiseren, tot rust te komen en energie op te doen voor de rest van de week.

Vanavond in de ‘zoom’ onze tweemaandelijkse literatuuravond. Het boek is uit en toch heel boeiende gevonden. ‘Luister’ van Bronwasser zit vernuftig in elkaar, haar stijl is pakkend. Helaas had ik een wat negatieve recensie vooraf gelezen. Niet doen, dat drukt toch teveel een stempel op de manier waarop het verhaal mag binnenstromen.

Straks bestel ik het nieuwe boek en de nieuwe biografie in een keer en hoop dat het hier, op dat wonderlijke adres, geleverd kan worden. Zaterdag komt ook de eerste Groene. We zijn benieuwd. Afwachten wat tot de mogelijkheden behoort.

Overpeinzingen

Reuze aanlokkelijk

De Europagangers zijn in Venetië aangekomen. In dat kader besloten we de tricolore Pasta van de dag ervoor met een Italiaans achtergrondmuziekje te nuttigen. Heerlijk hoe snel de sfeer je in een andere leefomgeving brengt. Dochterlief stuurde foto’s door van de gondels in de grachten en de omlijstende huizen in aardetinten. Die aardetinten hebben we hier ook, bedacht ik me. Toch een stukje van hetzelfde, al moet je hier naar water zoeken, behalve als het zo stortregent als gisteren. Dan tonen de velden naast de weg een waar moerasgebied. Vandaag schijnt eindelijk de zon. Er is een mooie foto bij van kleindochter met Venetiaans masker en een verentooi op haar hoofdje. Aandoenlijk beeld in een aantrekkelijk zonnig tenue. Hier tikt straks de middag de vijftien graden aan.

Bij de Tesco, de plaatselijke supermarkt, van alle markten thuis, zijn de grasmaaiers aanmerkelijk veel duurder geworden, valt ons op. De prijzen zijn hier in rap tempo aangepast aan onze normen. Hoe moet dat met die vele arme gezinnen, die je veelvuldig tegenkomt. Toen we uit de auto stapten kwam een vrouwtje, kromgetrokken en strompelend, vragen om wat forinten. Lief streek over zijn hart en gaf een briefje van 500, slechts anderhalve euro waard. Ze bedankte vriendelijk en vatte post bij de ingang van de zaak tot ze, net als bij de super aan de overkant, weer weggestuurd zou worden. Het is een barbaarse manier van leven en hier vaak noodgedwongen.

De dure grasmaaiers, waar de accu’s nog niet eens bij zitten, laten we links liggen en vinden aan de andere kant in de schappen wel de glazen kaasbak en een pollepel. De laatste was in november niet te krijgen en nu was er ook nog maar één. Meer boodschappen waren er niet nodig.

In de ochtend had Lief in de aangedane fluweelboom staan zagen. Behoedzaam, eerst de top eruit, heg verderop er mee opbouwen en in de herhaling, net zolang tot er nog drie stammetjes schuin lagen. De blauwe regen had zich op verscheidene plaatsen ermee verstrengeld. Hoe mooi zou dat zijn, een waterval aan bloeiende blauwe regen over de stammetjes heen. We laten ze dus even met rust. Goed bekijken hoe er iets moois kan uitbloeien en er een groeibodem voor elfenbankjes zal ontstaan.

Terwijl Lief net voor de bui uit hard aan het werk is, ontstof ik de drie kamers voor die door de aanleg van het laminaat onder een dikke laag zijn gekomen. De gordijnen moeten er eigenlijk ook af, maar het plafond is zo hoog dat we er de lange verstelbare ladder bij nodig zouden hebben. Linke soep en dus nog even wachten tot de Europareizigers, jong en lenig, zijn gearriveerd. Dat duurt nog even. Het idee en de loshangende gordijnen hier en daar, maar laten rusten. Alles op z’n tijd.

De merel fluit haar ochtendconcert en zit in de grote es achter de stallen. Aan de zijkant, zicht op het terras, heeft ze haar nest gebouwd en de boerenzwaluwen die boven het huis cirkelen hebben ook ergens een plek gevonden om hun nesten te maken. Nu, met de zon erbij, wordt het al snel warmer en kunnen we eindelijk aan het werk. Straks stort ik me op de brandnetels en het kleefkruid, figuurlijk dan, plek maken voor de meegebrachte dahliaknollen en de zaadjes. Oost-Indische kers was hier te verkrijgen. Zolang ik van ‘de vrouw met de kruik’ geen ‘Dame aux Camelia’s’ kan maken, wordt het een ‘Dame aux Cerise des Indes Orientales’, dat klinkt ook reuze aanlokkelijk.

Overpeinzingen

Licht in de duisternis

In de vroege ochtend kwamen eindelijk de vogels tevoorschijn. Het waren hele kleine beweeglijke beestjes. Ze waren zo licht dat ze op een grasstengel konden blijven zitten. De pootjes om de stengel gekromd, voor één seconde, om vervolgens weer verder te hippen. Tak-op Tak-af, tak-in, tak-uit. Het deed me denken aan het gedicht ‘Het Meezennestje’ van Guido Gezelle: ‘Een meezennestje is uitgebroken,//dat, in den wulgentronk/gedoken,/met vijftien eikes blonk;/ze zitten in den boom te spelen,/tak-op, tak-af, tak-uit, tak-in, tak-om,/met velen,/en ‘k lach mij, ‘k lach mij, ‘k lach mij bijkans krom.’

Bij determinatie kwamen we uit op de tuinfluiter, die er nog het meest van weg had, maar de tjiftjaf had het ook zomaar kunnen zijn. Achter het raam konden we hun geluid niet horen. Dat is iets voor de warmere ochtenden.

Onderweg bij het boodschappen doen reden we langs de vele koolzaadvelden. Hele Poesta’s hadden hun jaarlijkse goudgele kleeed aangetrokken. Tegen de blauwtinten en de witte wolken een prachtig gezicht. We draaiden het weggetje van Becefa op om verderop op de punt van het veld een foto te maken. Wel even de vele kuilen en butsen ontwijken. Ergens stond een politieauto iets van de doorgaande weg af, die de snelheden van het verkeer in de gaten hield. Waarschijnlijk hadden ze ergens een cameraatje geplaatst en derhalve hielden ze hun schermpje nauwlettend in de gaten.

Becefa is een in vergetelheid geraakt wijndorp, de scheefgezakte ingangen naar de wijnkelders hangen troosteloos tegen elkaar aan. Er tussenin zijn de huizen van de gegoede burgerij, die je kan herkennen aan de hekken ervoor, tulpen in de berm, auto’s op het erf. Daar wel glimmende ramen met propere gordijnen. Het maakt de aanblik van de vervallen staat van de andere huizen nog groter. En altijd staat de kerk in het midden aan een klein plein.

De supermarkt was kalm, het concept gelijk aan de winkels bij ons, dezelfde overbodige huishoudelijke artikelen, maar hier van belang omdat de dichtstbijzijnde grotere winkels enkele dorpen verderop lagen. Er werd altijd gretig afgenomen. Kleding, huisraad, tuingereedschap. De basis aan groenten en zuivel, een plank waarop wat vega-artikelen lagen, water en wijn.

Bij thuiskomst was er gelegenheid om het land te inspecteren nu de regen die gestaag met dikke grote droppels uit de lucht was komen vallen, eindelijk op was gehouden. De grond was tussen het lange gras in bezaaid met tapijten van paarse en witte dovenetel, herderstasjes, orchissen, bosviooltjes en de boter-en de paardebloem. In het lange gras waren een aantal legers van reeën waar te nemen, achter op het land en in het wilde stuk erbuiten. De hoefafdrukken waren het tweede bewijs. Lief dacht zelfs aan een kleine kudde. Ze komen dan in de schemer het land op en verschuilen zich in het lange gras. Als we ze willen spotten zullen we een keer op de veranda van de datsja moeten blijven zitten tot het donker is en dan heel stil zijn of binnen zitten. Bij het minste of geringste zijn ze weg.

De schade bleek mee te vallen, een deur van de kast op de veranda eraf gewaaid. Het lag te zieltogen in het gras. Een fruitboom scheefgezakt tegen twee andere aan, een fluweelboom middendoor omgevallen. Dat wordt zagen vandaag voor lief, omdat de laatste nu rust op het dak van het schuurtje van de buren.

Een kleine discussie over het optrekken van de luiken. Ik hou niet van een donker huis. Hier in Hongarije houden de mensen de voorkant potdicht of halfdicht. Elke ochtend begin ik met het optrekken tot aan het bovenlicht. Dan stroomt het ochtendlicht binnen, de kamer strekt zich uit. Lief zou ze graag halfweg zien, maar dat maakt het donker en minder gezellig. Waarom doen wat iedereen doet. Vanwege de inkijk, dacht hij. Wij hebben een hoog huis, met de ramen hoog in de gevel. Je moet aardig je best doen om binnen te koekeloeren, bovendien wat staat er aan luxe. De oude Chesterfield is niet te tillen en de vleugel zakt door haar poten. Het is onze manier van de dag begroeten. Met wat nadenken verzinnen we dat het eigenlijk prima is. We zetten een nieuwe trend in de straat en brengen licht in de duisternis.

Overpeinzingen

Aan ons om ze te ontginnen

Daar zit ik. Op mijn eigen vertrouwde schrijfplek bij het keukenraam met uitzicht op de tuin, die nog in hoge mate schreeuwt om een helpende hand om alles in goede banen te begeleiden. Onder de druif staat, voor zover ik het kan overzien, de grassen en de Roomse Kervel opnieuw hoog, net als vorig jaar, maar achterin op het land staan er heel veel ‘wilde’ bloemen in het gras, als ik Lief mag geloven. Die moest gisteren al naar de schuur lopen om een nijptang te pakken omdat een stang van het hek, door onze lieve vriend hier, een schroef er dwars doorheen had gekregen, opdat die kant van het hek niet meer open kon. Heel attent van hem. Door de lange rit was er hoge nood en de auto kon dus niet een, twee, drie naar binnen. Hek en deuren openen en rennen was de boodschap. Pffff.

We waren om kwart over zeven gearriveerd. De hele rit lang, eerst naar Regensburg en de tweede over Wenen naar Nagypeterd was voorspoedig verlopen. Heerlijk rustig op de weg, het hotel met een kamer op de vijfde verdieping met uitzicht over de hele stad, een plek bij uitstek om de vermoeidheid van het aantal kilometers weg te laten ebben, het ontbijt overvloedig als je dat zou willen. Het tweede stuk was ongeveer even lang, goed beschouwd. Met Truus de tomtom kan je eenvoudigweg niet meer fout rijden behalve als je zelf gaat nadenken. Dat deden we bij Wenen, toen we Graz op de borden zagen staan en daar wilden we niet heen. Prompt toch de verkeerde afslag. Correctie was betrekkelijk eenvoudig en door voor het laatste stuk, vier uurtjes nog.

Kwart voor zeven aankomst n Pecs, net op tijd om de supermarkt in te kunnen die op zondag om zeven uur haar deuren zou sluiten. Een snelle boodschap om de thuiskomst te kunnen vieren. Hoe dichter we naderden hoe bekender het landschap, met de kleurige huizen en tuinen, de grote koolzaadvelden met haar overvliegende bonte kraaien, de erbarmelijke staat van de wegen met soms ineens een vernieuwd deel. Het huis stond er warm en ontvankelijk bij, zo fijn om hier weer te zijn. Het nieuwe laminaat in de werk-en-woonkamer zorgde voor een oppervlak dat wel twee keer zo groot leek. Wat een verschil met het tapijt. Dat kon weliswaar de meest sterke verhalen vertellen over alle vorige jaren, maar was inmiddels hoognodig aan vervanging toe geweest

Nu, op mijn vertrouwde plekje, kraait de haan van de buurman voor de tweede maal deze ochtend uitbundig, ligt de nieuwe dag vol beloften open en gaan we bij een kop koffie kalm bedenken waar de prioriteiten liggen. De druif is nog wat kalig met hier en daar een knop, de blauwe regen ook, tussen het welige groen zie ik een verdwaalde tulp, wat blauwe druiven, de bloeiende bonte maagdenpalm, de paarse dovenetels en tegen de staander van het prieeltje een doorgeschoten paardenbloem. Pioenrozen en beloftevolle bladeren voor de irissen beloven straks nog meer bloemen. Wat ons verder op het land te wachten staat, zien we dadelijk bij de eerste inspectieronde. Wie weet wat het allemaal gaat opleveren.

We waren trouwens eergisteren net over de grens heen toen we ons realiseerden nog geen boodschappen te hebben gedaan. Via de afslag terug naar Beek en daar het onontbeerlijke ingeslagen. Drop voor onderweg, puzzelboekjes en wat wijn voor in het hotel. Ziezo, figuurlijk waren we nu ook bijgetankt. Het abonnement op De Groene heb ik voor een aantal maanden omgezet naar hier. Goed om op de hoogte te blijven van het wel en wee en toch niet dagelijks. De krant wordt bezorgd bij zoonlief.

Vanaf hier kan het grote mijmeren beginnen. De overpeinzingen vliegen in deze stilte vanzelf binnen. Aan ons om ze te ontginnen.