Overpeinzingen

Regeren is vooruit zien

De caravan paste, hoe mooi compact ook, allesbehalve in de tuin. Die was wel groot genoeg, maar voorin achter het hek lag grint en daar strandde de wilskracht van het gevaarte op, zo niet van de auto. Diens wielen bleven slippend in het spoor hangen. Er was fysieke duwkracht voor nodig om een en ander weer in werking te krijgen en daardoor heeft dochterlief nu een ruggetje die hevig protesteert bij elke onhandige wending of draai. Het gevaarte staat nu op de oprit achter het eerste hek en herbergt met vreugde het kroost en hun ouders. Flexibel zijn staat hoog in je vaandel als je al drie maanden door Europa trekt. Ze hadden voor hetere vuren gestaan.

De grote mand met knutselspullen kwam de volgende dag op tafel op het terras. Bikkeltje en ik konden er allebei wel wat van. Binnen de kortste keren waren doosjes, tekeningen, versierde glazen groentepotten en papieren kleedjes met vouwblaadjes, scharen, lijm en krijtjes tot een uitgebreid arsenaal aan potentiële cadeau’s voor moeders omgetoverd. Boordevol ideeën zit dit knutselmonster. Ze laat zich leiden door het moment. Afhankelijk van hoe iets uitpakt kan een plan zomaar ineens 180 graden draaien. Ze heeft het van geen vreemde.

De filosoof vond het heel fijn om bezig te zijn met behapbare klussen, meterhoog jacobskruiskruid ging voor de bijl, evenals het lange gras dat door hem met de grasschaar werd geknipt. Op een gegeven moment was hij er wel klaar mee en werd het tijd voor het tekenen op de Ipad. In mijn speciale teken-en-schilderprogramma hadden we erg veel lol. Bikkeltje verzon haar twee fantasiefiguren Kaashaas en Haaspaas en de filosoof wierp zich op zelfontworpen vlaggen. Altijd weer een wonder hoe een krabbeltje van niets iets kan worden als je er maar de juiste aandacht aan besteedt. We luisterden ondertussen naar de vogels en probeerden ze te determineren aan de hand van het geluid. De verrekijker was er om ze beter te kunnen zien. We trokken ook naar de Datsja om die uitvoerig te bekijken en alles en iedereen was enthousiast over het grote bezit. Wat een heerlijk paradijs.

Dochterlief moest af en toe liggen, want dan was de pijn verdwenen. Het gaf ons mooi de gelegenheid om snode plannetjes te smeden voor haar verjaardag de volgende dag. Er was beschuit met thee op bed alleen met het gezin, cadeautjes aan de terrastafel. Een pioenrozenbosje met de fijnstralen als verjaarsboeket, Vlaggetjes om ‘s avonds na haar vertrek op te hangen en de versierde vazen. Van lief kreeg ze twee mooie rode rozen. Het kon allemaal niet op.

Rozig van de wijn en het bier en het goede gesprek rolden we uiteindelijk in bed. Het beloofde een lange verjaardag te worden, de volgende ochtend. Zo vroeg als verwacht werd het ook. Boeketten geplukt, cadeaus klaar om uit te pakken neergelegd, de rechte stoel als verjaarstroon ten behoeve van de aangedane rug, het schallen van de liederen. Het vers gehaalde ontbijt kwam ietsje later met echte bolussen, nou ja, zonder de kaneel,

Een plan was snel geboren. Naar Pecs om daar wat te flaneren en een terras te pakken, maar dat viel een tikkie in het water. Alhoewel, er bleek een treintje door de stad te rijden, die op elke toeristische plek kwam. Het boemelde de stad door en kwam met een krakerige mevrouw die in het Engels uitvoerig uitleg gaf bij d verschillende bezienswaardigheden. In de leukste straat van de stad trakteerde ik op echte koffie en heerlijke cakes in een moderne entourage en we waren verheugd over de vele studenten die met hun jonge moderne outfit een mooie tegenhang vormden voor de theatrale oudheid. De stad bruiste en leefde.

Het verjaarsmaal bij thuiskomst was de vega shoarma die wij hadden meegenomen compleet met de knoflooksaus en verse groenten. In de krop sla die de globetrotters hadden meegebracht uit Kroatie bleek een heel nest Italiaanse mieren te zijn meegekomen. Die hebben we wijselijk niet gebruikt. De krioelende schatjes zijn helaas in de kuka beland. Regeren is vooruit zien.

Overpeinzingen

Wegdromen

Het is de 29e, tweede pinksterdag en wij slapen weer in ons eigen bed. De reis was heel goed gegaan, alleen vond onze Truus Tom-Tom het nodig om een toeristische route uit te stippelen door de natuur die Verweggistan rijk is. We hebben in de veronderstelling een ‘snelste’ route te hebben gekregen, ongeveer ieder dorp aangedaan dat tussen hier en Sopron lag met als extra toegift een ritje vlak langs het Balaton.

Pinksteren, dus alle winkels dicht. Maar de vorige keer had ik bemerkt dat je bij de benzinestations gewoon de drankvoorraad aan kon vullen. Nu kwam dat goed van pas, maar het is natuurlijk een tikkeltje tegenstrijdig als je alcohol uit het verkeer wil hebben en je laat het langs de weg in grote mate aanbieden.

Enfin, ongeveer vier uur later reden we moe maar voldaan regelrecht in de armen van ons welkomst comité, dochterlief en Co, die uitbundig op de weg stonden te juichen en te joelen. Kleindochter, het bikkeltje, knelde haar armen stijf om dat stukje thuis dat ze af en toe zo gemist had en ook de kleine filosoof, die allang niet meer echt klein is, omhelsde ons en daarna dochterlief en schone zoon, zo lang al onderweg en zoveel maanden geleden voor het laatst geknuffeld. Het was een warm, warm welkom. In sneltempo werd de auto leeg gehaald en de krat met levensmiddelen voor hen, voor het vluchtelingenwerk straks en voor ons uitgeladen. Terwijl de mannen bezig waren met het sjouwen, liet ik de kinderen de geheime duer zien, die de filosoof open had proberen te krijgen maar wat niet gelukt was. In volle verwondering zagen ze de grote trap erachter, nog een houten deur naar het onafgetimmerde maar grootste gedeelte en de geheimzinnige voorwerpen allemaal. We vonden ook de vreemde poepjes, waar lief al eens op had gewezen en dat leverde de vreugdevolle kreet ’we hebben een poepboek’ op. Je bent een ontdekker of je bent het niet.

Dochterlief had ondertussen een heerlijke en rijke Indiase maaltijd bereid en de beide mannen hadden de grote bank uit de gang gehaald, zodat de lange tafel met zijn twee chaperonnes weer als vanouds stond te pronken. Tafel gedekt, met chique glazen op voet voor iedereen en smikkelen. De sambal werd met gejuich ontvangen evenals het Naanbrood en de bawang goreng. Het is soms goed om iets te moeten missen, dan is het waarderen als het weer voorradig is, navenant groot.

Na de heerlijke maaltijd was het tijd voor de cadeautjes, ze hadden al lang en breed de tas ontdekt. Boeken voor schoonzoon, deel 104 en 117 van de waanzinnige boomhut voor de filosoof, een groot boek met gedichten en gedichtjes en een bloemenpersje voor bikkeltje. Een vlinderboek voor allen, Hongarije is een vlinderland bij uitstek en de bijbehorende veldgids. Dochterlief kwam er bekaaid af, want ze is morgen jarig en krijgt dan pas alle cadeaus natuurlijk. De kinderen genoten. In de wijnglazen vloeide de cola, de appelsap en de wijn en het bier, de waxinelichtjes ondersteunden de feestelijkheden en slaap overmande de koters na een leeskwartiertje en het tandenpoetsritueel.

Na de thee wisselden we de opgedane ervaringen uit en genoten meer dan ooit, van elkaars gezelschap. Het klopt, ieder die je lang moet missen wordt intens gekoesterd bij hernieuwde vereniging. Daar konden we goed op wegdromen.

Overpeinzingen

Morgen is er een nieuwe dag

Na een voorspoedig vertrek, half zes uit de veren, inpakken, huis schoon achterlaten en wegwezen, met een voorspoedige reis, zijn we aangekomen in een klein dorp in Beieren. Slingerweggetjes, help een tractor als tegenligger, keurig opgelost met van beide kanten bermrijden en dan een oase aan rust. een heerlijk appartement voor ons alleen met een uitzicht om te zoenen en kerkklokken op een zonnige pinksteravond over de groene weilanden, wat wil een mens aan geluk nog meer.

De kamer zelf was er ook een vol inspiratie, de hele sfeer was precies zoals we het hebben willen. Een donzen dekbed et een veren overtrek, kunst aan de muur, planten in overvloed, wat wil je nog meer, Een lieve emailwisseling deed de rest. Als dit ons vaste overnachtingsadres zou kunnen zijn, zijn we dik tevreden. Lief geniet van de ondergaande zon, terwijl mijn ogen eigenlijk nauwelijks meer willen, na de lange autorit. Het was lekker rustig, goed te doen, een of twee langzaam rijdende files, geen Duitsland op vrijdag gelukkig. Dat probeer ik tegenwoordig te vermijden. Vroeger opstaan heeft ook zeker voordelen. We konden doorkarren zonder een enkel probleem bij grens of anderszins. Onthouden.

Gisteren kwamen zoonlief en schoonzus met de kleine krullebol en de benjamin langs. Wat een heerlijk bliksembezoek. Ik had een taart gekocht en bloemen, want de hoogzwangere lieverd was jarig. Met de kleinzonen stiekeme kaarsjes erop gezet en ‘lang zal ze leven’ zingend, moeders verrast met taart en de bloemen.

De lieve grote broer ging achter zijn autootjes aan, bij oma altijd een groot succes met de verzameling van de tweeling uit de grijze oudheid, maar de kleine spelbreker liet zich van zijn beste kanten zien. Dan maar de cadeautjes, een groot en mooi plantenboek voor de krullebol en hoekjes van geluk voor de kleine. Twee loeps erbij zorgden voor de grootste verwondering. Wow, als je een poppetje hebt getekend en je houdt er een loep boven, steeds verder er vanaf, dan groeit ie. Dat moest uitgebreid bestudeerd worden. Iets om noot meer te vergeten, vonden we allebei. Het boek was een schot in de roos. Fijn om te weten.

De oudste zoon kwam gisterenavond laat de auto nog halen om hem te wassen en rond negen uur was ie weer terug met een stralend wit dametje. Maar de volgende ochtend bleek bij het wegrijden dat er een (altijd gewenste)zak drop op de voorbank lag en dat de tank vol was. Om te smelten toch, zo’n lieverd.

Ik schrijf nu onder het veren dons en geniet van de herkenbare sfeer in deze kamer, zo anders als de steriele hotelkamers die we tot nu toe bezocht hebben. Morgen zien we de lieve schatten, onze globetrotters. Ik ben nu eigenlijk best moe, dus brei er een eindje aan. Morgen is er een nieuwe dag.

Overpeinzingen

Tot een volgende keer

Er kwam een allerliefst berichtje binnen van onze host in Duitsland voor de komende zaterdag. Ze gaan zelf op vakantie, maar de hulptroepen om ons te verwelkomen zijn ingezet in de gedaante van de buurvrouw, tot haar kinderen slapen en anders zijn de deuren open. Wat een fijn idee, dat dit eventueel wel eens een vaste verblijfplaats zou kunnen worden.

Gisterenochtend was het gelukkig heel kalm, want de rest van de dag zou het druk genoeg zijn. Bij aankomst zagen we al dat casual smart gewoon gepikt en gesteven bleek. Keurige kapsels, glanzende pumps, nette pakken en stropdassen en prachtige jurken. De setting was een restaurant dat hier en daar in de oorspronkelijke oude staat bewaard was gebleven. De ceremonie zelf vond onder het overdekte terras plaats dat voor de dienstdoende gelegenheid omgetoverd was met een idyllisch bruids-guirlande, waaronder het uitwisselen van de ringen plaats zou vinden.

Zo viel het sprookje op haar plek met een ambtenaar die zich goed ingelezen had en twee aandoenlijke kleine subambtenaren, die het stuk mochten afhameren. Een ander kleinkind bood de ringen aan . Zo werden de twee in de echt verbonden. Er waren de nodige toespraken en levensverhalen, soms ontroerend, soms hilarisch en er werd a capella gezongen door de familie van de bruid die uit een hele muzikale familie komt.

De bombastische bruidsmars liet men luid klinken tijdens de binnenkomst van de twee en de twee kleintjes strooiden rozenblaadjes. Een echte bruiloft dus. Als je een feest viert, mag er uitgepakt worden, ongeacht de leeftijd. Wij hadden in allerijl een cadeau in elkaar geknutseld met een zelfgemaakte kaart en het gevraagde geld erin. Het diner bestond uit drie gangen en alles was even lekker, kleine hapjes en ruim voldoende. Smaken die in lang niet meer langs gekomen waren. Er bleek ook een tafelschikking waarvan de indeling werd aangekondigd door geprinte chocolade namen op een zilveren achtergrondje, netjes verpakt, zodat het kon gebeuren dat we slechts zijdelings met broer en schoonzus konden spreken, maar des te meer met zijn lieve zoon en dochter en aanhang. De manier om mensen beter te leren kennen. Voor Lief oude jongens-krentenbrood, voor mij was het wennen aan al die nieuwe gezichten, families, verhalen en stijl.

Schoonzus had een metamorfose doorgemaakt. Ik moest denken aan mijn kleurenpalet waarmee ik de portretten kon aanpassen, zachter maken, meer schaduw hier, wat oplichten daar, een vleugje accent aanbrengen. Dat dus. Broer van lief had zich een paar mooie schoenen aangemeten en daar het hele pak bij uitgezocht. Een genietend gezicht erboven en een wat ongelovige blik. Wat een werk moest het zijn geweest voor zijn ceremonie-dochter. Die liep bedrijvig heen en weer in een van de mooiste Gudrun-creaties en zorgde stilletjes voor alles wat aangepast of uitgebreid moest worden, dat diëten niet vergeten werden en er voldoende aanspraak was. Er was een oude klingelbel als er publieke aandacht nodig was. Het verhaal ging dat het een erfstuk was van een hele oude oom, maar gaandeweg begon men toch te twijfelen. Dan zou het minstens uit de 19e eeuw stammen en ooit bij de eerste oom Jodokus hebben gehoord. Het vermeende familiestuk deed zijn werk ondertussen evenwel behoorlijk en regelmatig viel het geroezemoes even stil om de volgende aankondiging te horen.

De fotosessie kende ik nog van de bruiloft van oudste dochter in Frankrijk, het echtpaar met de hele groep, met de familie, met de kinderen, met de vrienden, met de kleinkinderen, de bruid met haar familie, de bruidegom met zijn familie, en zo ging het nog even door. De zon had bedacht als feestelijke belichting even te gaan schijnen, dus een en ander kon in de prachtig aangelegde tuin. De wind was ook van de partij en blies dwars door alle dunne stofjes heen.

Na het afscheid nemen en de laatste uitwisselingen spotten we de futen met jonkies in de vijver, maar het was inmiddels zo koud geworden, dat een fotootje er niet meer in zat. Dat bewaarden we tot een volgende keer.

Overpeinzingen

Stilte voor de storm

Wonderbaarlijk hoeveel tijd je in een dag kan stoppen als die al in de nacht begint. We begonnen na het ontbijt met een kringloop voor de broodnodige presentjes hier en daar. Kan natuurlijk nog niet verklappen wat er op de kop werd getikt, maar bij de tweede kringloop was het raak. Glansrijk geslaagd.

Daarna gingen we de bestelde boeken ophalen en de henna in het centrum. De laatste was gearriveerd, het boek niet, maar de boeken voor de kleine filosoof waren er wel. Vrijdag, laatste kans, nogmaals de tocht ondernemen om de papieren versie van de biografie over Kuipers op te halen. Lief afgezet bij de kapper en door naar de drogist die alles per twee met korting heeft. Shampoos, tandpasta voor kleindochter, douchegels, opzetborstels voor de tandenborstel. Daarna de bloemen gehaald voor onze lieve schone dochter, die van het scooter-ongeluk, en lief opgevist met kortere haren maar geen kappershoofd. Dat was de bedoeling ook.

De volgende stap waren de T-Shirts voor zijn casual-smart uiterlijk van morgen. Vier mooie nieuwe om uit te kiezen, amarant-rood, zeegroen, hagelwit en China-blauw. Daar was er vast een bij die te combineren viel met het donkerblauwe denim overhemd en de off-white broek. Aangekleed gaat uit.

Spoorslags langs zoonlief en daarna naar Utrecht. Het hele relaas in geuren en kleuren van het ongeluk aangehoord en meegedacht over de te volgen mogelijkheden. Heerlijk om met z’n drieën rustig het verloop der dingen uit te kunnen wisselen. Soms is daar te weinig tijd voor als iedereen aanwezig is.

Terug langs de nieuwste aanwinst van de familie. Het flesje met afgekolfde melk was bewaard voor mij, de kleine pork was het er zelf niet zo mee eens, want zijn buikje gaf een hongersignaal dus hij brulde het uit, tot eindelijk de verlossende fles de behoefte kon vervullen. Leven op de voelsprieten van de zintuigen, zoals het een baby betaamd. Ik miste de geur van babyharen en zachte velletjes door mijn slechte reukvermogen en ervoer dat dat met deze kleine schat in de armen als des te groter gemis werd ervaren.

We ontdekten dat we niet bij de dansvoorstelling van zijn grote zus konden zijn in juni, maar geen nood, kleindochter, als vlinder geschminkt, gaf gewoon in de kamer een uitvoering ten beste die er niet om loog. Eerste rang voor ons tweeën, wat wil je nog meer. Na nog meer knuffels en een belofte van zoonlief en kleindochter om de auto te poetsen voor we weer op reis zouden gaan, reden we op huis aan. Daar was de puf tot het nulpunt gedaald en bewaarde ik het Hennahoofd voor de volgende dag.

Intussen zit ik, en het is nog voor achten, met dat hoofd in de henna en overbrug de wachttijd van twee uur met de blog. Gisteren belden we het feestvarken van de bruiloft terug, want hij had ons tevergeefs geprobeerd te bereiken. Ze hadden er zin in, maar hij hoopte sterk op een gemoedelijk en intiem feestje en dat gaat het vast worden. De plechtigheid, hapjes en drankjes daarna, dineren in het restaurant ergens aan zee en om 21 uur uitzwaaien van het bruidspaar. Daarna rijden wij terug naar huis voor de laatste drukke dag. Maar eerst nog een rustige ochtend ter voorbereiding van dat alles, waar we dankbaar gebruik van maken. Stilte voor de storm.

Overpeinzingen

De boodschap was duidelijk.

Het tuinencomplex lag er verlaten bij, toch stonden er nog aardig wat auto’s. Het was heerlijk weer al zorgde de wind voor een scherp noorderrandje. Niet te warm dus en goed om het kniehoge gras aan te pakken.

Een kraai zat op de staander van een hek. Hij had een voorname bontjas aan en keek spiedend om zich heen. Bij zoveel indringers vloog hij krassend een deurtje verder. Gelukkig had ik net een foto kunnen schieten. Halverwege nog een ontdekking. Een fuut zat op haar nest in de sloot en het mannetje zorgde nijver voor de juiste onderbouwing. Dames schaap in het weiland ernaast, met aandoenlijke bruine koppies en hun witte jassen, keken ons aan met welhaast peinzende blik. ‘Waarheen gaat gij’. Kleine filosofen hoor, die dames.

Dochterlief was in de tuin van haar zus bezig. Water geven, beetje wieden, wat inzaaien en hopen dat het goed ging. Onze hollewaai met zijn klikkertje was er ook bij en wilde eigenlijk al naar huis. Ik raadde hem aan zijn moeder te helpen met gras te trekken. Zuchtend begon hij aan die taak, toen konden wij door.

Halverwege het pad ontmoetten we de achterbuurman van onze tuin. Hij en zijn vrouw hadden beide corona gekregen aan het begin van de lente en ze waren er niet goed van afgekomen. Vooral de buuf was steeds bij vlagen benauwd en erg moe. ‘We hebben vaak aan je moeten denken’, vertelde hij, nu ze ontdekten wat het was om niet over voldoende lucht te kunnen beschikken.

De tuin was erg blij met onze komst. Het gras wuifde ons tegemoet, het stond vol boterbloemen en pinksterbloemen. De brandnetels en het kleefkruid deden een wedstrijdje wie het hardste groeien kon. Met de maaimachine op standje zeven en wat tegensputteringen begon ik aan het opschonen, terwijl lief de brandnetels te lijf ging en ruimte maakte voor een wat grotere composthoop. Helaas vergde een en ander meer energie dan de twee batterijen groot waren. Ik besloot naar huis te rijden en ze opnieuw op te laden. Tussendoor was er tijd zat om de maaltijd te bereiden. Rijst met sumak, sperziebonen met paprika, ui en champignons en vega köfte. De kleine pimpelmees was zich toch een hoedje geschrokken van het lawaai gisteren en liet zich niet meer zien. Het bleef ijzingwekkend stil rond de nestkast.

Daarna met een vaartje weer terug naar lief, die inmiddels het onderdeel ‘teveel van alles’ flink had aangepakt. Er was dankzij het gewoeker veel verdwenen van wat was ingezaaid. Niets aan te doen. Het gras liet zich korten, maar de maaimachine had er niet veel zin meer in, of was het mijn vermoeidheid die parten ging spelen. Op een gegeven moment vond ik het welletjes. Nog even wat foto’s schieten van al het moois. We stonden net de bloemen van de braam te bewonderen omdat ze in de zon zo teer scheen als Japans papier terwijl merel in de appelboom zijn uiterste best deed om er een sfeervol melodietje onder te leggen toen de oude riep en ons wees op de witte regen, die eindelijk na jaren in bloei stond. Hij knoopte zowaar een gesprekje aan en trachtte in een notendop van de hoed en de rand te horen. Lief hield wijselijk in. De vlier aan het begin van de tuin stond volop in bloei. Die bloemschermen zijn het bestuderen meer dan waard. Wat een vernuftige staaltjes van groei zijn ze toch.

Op de terugweg viel het mee met de drukte en konden we gestaag doorrijden. Dochterlief had drie boeken van Mees Kees in de brievenbus gestopt voor de kleine filosoof. Die nemen we mee. Eenmaal boven en na de heerlijke maaltijd nam de vermoeidheid de overhand. Tijd om goed uit te rusten en niet te laat de ogen te sluiten, liet het lijf merken. De boodschap was duidelijk.

Overpeinzingen

Een soort thuiskomen

Kalm bijkomen en rustig opstarten naar een week die tamelijk volgepland is. Dochterlief kwam langs met de twee oudste zonen. Helaas is die lieve Dribbel bij zijn oma in Frankrijk. De jongens hadden honger en natuurlijk was er nog maar weinig in huis. Wel crackers met brie en chocopasta. Het ging er in als koek en natuurlijk nog een restje muesli-repen. De jongste van de twee stuiterde er heerlijk op, met zijn lumineuze ideeën. Hij had de blikken dop van een fles in zijn broekzak en kon er mee klikken, zoals wij in het grijze verleden kleine blikken kikkertjes lieten klikken. Maar hij had ook uitgevonden dat je er twee verschillende tonen mee kon maken. Die jongen komt er wel. Gelukkig voor zijn moeder moest hij na het bezoek aan ons door naar Free Running, daar zal hij zijn overtollige energie wel kwijtgeraakt zijn. Er kwam een filmpje langs waarbij hij zijn eerste salto had gemaakt.

Het was heerlijk om ze allemaal te kunnen knuffelen. Mijn jongste zoon schoof ook naar binnen. Die wilde nog naar de sportschool en zou hier omkleden en douchen. Trots lieten we hem de gezinsuitbreiding zien. Jongen in het nestkastje ven de pimpelmezen. Ze vlogen af en aan en hadden het tot gisteren natuurlijk heerlijk rustig gehad, maar nu waren ze wat zenuwachtig bij al die wonderbaarlijke geluiden. Natuurlijk kwam de groothoeklens erbij, maar de foto was niet goed te maken door te weinig lichtinval. De prunus van de buren zorgde voor een mooi beschutte plek voor de twee kleine fladderaars en hun kroost.

Het hele stel vertrok naar het voetbalveld voor de oudste, die een wedstrijd moest spelen en wij gingen mee naar beneden om af te reizen naar de oudste zoon. We hadden beloofd om hem te helpen met zijn nieuwe planten voor in de grote vaste plantenbak in zijn tuin. Hij had een mooie hoeveelheid gehaald. Het pampusgras en de vijg kwamen op de uiterste hoeken en daar tussenin veel mooie paarskleurige en witte vlinderminnende planten zoals de buddleja, de clematis, de ooievaarsbekken, de rozemarijn, nepeta en een witte echinacea en hier en daar een oranje accent erbij met de crocosmia, een klimmer, die je moet leiden. Kleinzoon was met zijn moeder en zijn zus op stap, maar zoonlief beloofde van de week nog even aan te wippen.

Daarna konden we genieten van de rust thuis. Als afleiding was er een heel fijn satirisch programma op de televisie. Plakshot is een uitgekiend programma dat laat zien hoe je mensen kunt bespelen om je doel te bereiken. Roel en Jos Maalderink laten dat zien via een heldere uitleg over de verschillende toonaarden waarop je het nieuws kan brengen en laten de reacties van het publiek daarop zien. Dit keer ging het over wel of niet vlees eten en het molesteren van dieren. De meeste geïnterviewde mensen waren voor de eerste en tegen de tweede stelling. Zo zie je maar. Alles is betrekkelijk. Het is maar net hoe je het brengt.

Daarvoor was de film De luizenmoeder en omdat lief de serie niet kende, keken we die ook. Het ontroerde en niet in de laatste plaats door de reacties van het balsturige jongetje. Weliswaar een prototype van het onbegrepen en verwaarloosde kind, maar de draai die er aan gegeven werd, was niet minder aangrijpend.

Vandaag gaan we naar de tuin. De batterijen van de maaimachine zijn opgeladen. Als ik dochterlief mag geloven staat het gras kniehoog en vol brandnetels. Werk aan de winkel. Zij komt ook nog even voor de tuin van haar zus. Daarna krijgen we de kans om lekker bij te kletsen, zonder haar twee hollewaaien.

De overnachting in Duitsland voor de Pinksteren is rond. We gaan naar een particulier in een klein dorp tussen Neurenberg en Regensburg in. Voor de helft van de prijs van het hotel en met uitzicht op de ons omringende natuur. Heerlijk. We hopen erop dat dat de vaste stek wordt. Ook een soort thuiskomen.

Overpeinzingen

Tot maar even later

Inmiddels hebben we tijd en afstand overbrugd en zijn we met de nieuwe witte veilig aangekomen in ons zonnige andere thuisland. Het reizen ging voorspoedig op een dieet van drop en mueslirepen met af en toe een snelle stop bij het benzinestation of een klein wegrestaurant. De eerste waren eigenlijk al te druk. Als je een tijd zonder mensen om je heen bent geweest, raak je aan de stilte en de rust gewend en is de drukte van meer en anders al gauw teveel.

Bij het laatste fijne restaurant waar we waren, een bakkerij met de meest heerlijke taarten en broodjes, behoorde een sanitair bezoekje dat prompt verstoord werd door een oorverdovend lawaai. Een loeiende sirene ging af en ik was er de oorzaak van. Een bordje naast een deur gaf het overbekende logo weer, van waar ik moest zijn, maar dat er een heel klein pijltje onder stond naar twee deuren verderop had ik niet gezien. Er zat een kastje onder de klink, maar ik dacht dat het de automaat voor het geld was. Ik drukte de klink naar beneden en verstarde. Een schel hoog gillend geluid zorgde ervoor dat ik van schaamte in de grond wilde zakken. Verkeerde actie, begreep ik. Het personeel was lief, maar het duurde nog zeker een kwartier eer het geluid verstomde. Geen boze gezichten gelukkig.

Het hotel bracht een domper op de voorspoedige reis, want men had de kamer slechts voor een persoon gereed gemaakt. Foutje van de collega, natuurlijk. Parkeerplekken waren ook een probleem. Het hotel ging aan haar eigen grote succes ten onder. Te weinig personeel, dat aan wisseling onderhevig was, teveel klanten. We moeten gaan zoeken naar iets kleinschaligers, want dit is te lastig voor alle volgende keren. We hebben al wat gevonden, maar moeten wachten op de goedkeuring.

Nu zijn we hier en genieten van de wijdse blik op deze Westerse wereld. Daken met boompartijen erachter, rondvliegende kauwtjes en duiven, nog geen vogeltje gehoord trouwens, koffie op bed en schrijven op de ouderwetse manier. Beneden staan de grote planten overal en het is een complete jungle. Hier en daar heeft er een te veel water gehad, maar er is goed voor gezorgd. Natuurlijk mis ik de mauwtjes van Pluis bij aankomst, haar zachte velletje en poezenstaart tegen en om mijn benen.

We hebben een hele boodschappenlijst van dochterlief ontvangen om mee terug te nemen. Aanstaande zondag staan ze op de stoep in Verweggistan. Appelmoes, hagelslag en pindakaas staan bovenaan, naan en bawang goreng, tandpasta voor de kleine stoere dame, boeken en alles voor een heerlijk pitahbroodje met vega-shoarma en er komen nog boodschappen bij voor de vrijwilligersorganisatie, waar ze na hun bezoek aan ons naar toe gaan. Zij zitten in Budapest.

Het weer is prachtig hier, maar deze week zou het ook daar heel mooi worden. Vrijdag konden we gelukkig nog een keer alles maaien en in de vroege ochtendzon heb ik nog wat foto’s geschoten ter afscheid. Dag lief huis, dag lieve tuin(land noemt lief het), dag fijn atelier, tot maar even later.

Overpeinzingen

In variatie op een thema

Juist op hemelvaart, als je ze nodig hebt, kraaien beide hanen niet. Maar om vier uur was ik al klaar wakker, dus gaf het niet. Bovendien hadden we met dit gure weer niet de intentie te gaan dauwtrappen. Mijn moeder was trouw in dat soort tradities. Iedere hemelvaart trok ze er, weliswaar met de fiets, op uit. In het begin nam ze ons nog mee, maar later ging ze fietsen naar degene die het verst weg woonden. De Bilt, Nieuwegein of Houten. Er zat altijd iets lekkers in de tas en de koffie was voor onze rekening. Amelisweerd was ook geliefd of wandelen langs de Kromme Rijn over het jaagpad aan weerskanten, de ene kant heen, de overkant voor terug.

Natuurlijk namen we de gewoonte mee naar onze eigen gezinnen. In alle vroegte de warme kinderlijfjes uit hun bed pellen, voor en achter op de fiets en karren door het doodstille Jutphaas, waarheen de wielen ons maar brengen wilden. In de tas zat het ontbijt. Met vier was dat te ingewikkeld. Nu kwam de auto om de hoek kijken maar daarmee kalverde het echte dauwtrappen af. Als je niet de stilte ervaren kan van een dorp in diepe rust en de eerste zonnestralen op je snoet dan is de beleving minder intensief.

Uit die begintijd stammen ook de fietstochten langs de kersenboomgaarden. Rode tong van de zoete meikersen, oorbel aan je oor met de tweelingkers en ergens, waar dan ook, vlekken in je kleren en steevast een bruine zak vol heerlijkheid mee naar huis. Soms viel de hemelvaart samen met de oogst. Ergens is me ontschoten of we dat vaak gedaan hebben. Het zou even zo vrolijk kunnen dat we maar een of twee keer op zo’n tocht zijn gegaan en dat het diepe indruk heeft achtergelaten, waardoor de frequentie er automatisch bij gedroomd werd. Alleen ging ze later wel trouw elke hemelvaart.

Gisteren heeft lief trouwens de arme dichtgegroeide fluweelboom voor het grootste gedeelte bevrijd. Dat bezorgde de boom en mijn gemoed een hele verlichting. Ik kreeg het al benauwd als ik al dat dichtgegroeide struweel zag. Nu mocht er weer licht en lucht tussen de stammetjes stromen. Zo fijn. De Wisteria had zich als een liaanplant om elke tak geslingerd. Door de starheid en de zwaarte zou de boom zelf bij een beetje stormwind afknappen als een luciferhoutje. Bij toeval, omdat ik een andere naam zocht voor ‘fluweelboom’ die dus ook azijnboom wordt genoemd, ontdekten we dat ‘sumak’ de gemalen bessen zijn van een struik uit de fluweelbomenfamilie. Het is een heerlijk zurig kruid, dat ik vooral ken uit de Perzische keuken. Over de gekookte rijst gestrooid staat het garant voor een hemelse smaak. .

Het zijn hopeloze herfstdagen en vooral het gebrek aan blauwe lucht en zon zorgt voor een hang naar een warm huis, dikke truien, sokkenvoeten in de sloffen en hete koffie of thee in de kom. De vrouw in het boek van Jaap Robben drinkt vooral anijsmelk. Iets wat bij die nostalgie van het dauwtrappen hoorde. Dat heb ik jaren gedaan. In de kast stonden altijd drie langwerpige doosjes de Ruyter anijsklontjes. Mijn moeder bezwoer dat je daarna sliep als een roosje. Ik vond het alleen maar lekker. Sinds de kinderen sliep ik in de nacht matig, niet alleen door hen, maar ook te wijten aan de nachtdiensten, 7 nachten op, 7 nachten af, die ik na de opleiding een lange periode gedraaid had. Bovendien hoorde ik in die dagen elke zucht en elke kraak.

Nu horen mijn dove oren alleen nog selectief. Tussen de hoge pieptonen, die er altijd zijn, klinken alleen de uitzonderlijke geluiden nog door, afwijkend in frequentiehoogte van dat wat er altijd is. Ik negeer het geluid aan de binnenkant. Dat is noodzaak, anders wordt je horend gek. Zo voegen we ons langzamerhand naar de kwalen, die zich in het geniep aandienen. Als je ze niet kan verslaan, dan moet je ze benutten, in variatie op een thema.

Overpeinzingen

Kan ik het even stilzetten, die tijd

Lieve oudste dochter is jarig en ik kan het niet helpen, maar vannacht gleed ik naar 17 mei 1980, waar alles me helder voor de geest stond, vanaf de eerste aankondigingen van haar komst tot aan de nacht na de geboorte, waar ik bibberend van de naweeën en met onrustig trillende beenspieren in het hagelwitte ziekenhuisbed in het oude Antonius lag.

De gynaecoloog ontpopte zich gedurende het hele proces als een norse man, die. niet graag zijn zaterdagavond met bijbehorend slaapje wilde laten schieten en zeker niet voor een vrouw die niet eens de moeite had genomen haar hulpeloze voeten, die over de beensteunen bungelden, grondiger te wassen.

Koesteren en loslaten

Hoe kon ik hem uitleggen dat het een van die dagen was dat nestdrang aan mijn energie had getrokken en ik met de dikke buik de tuin was gaan ontginnen. Er is niets meer ontspannen dan wroeten op je blote voeten in troostrijke aarde, als die eigenaardige borreling daarbinnen, dat zachte gekriewel, bescheiden maar onmiskenbaar getrek, al een onbewuste aankondiging waren. Pas tijdens het koken ‘s avonds, het was mijn beurt om te koken voor onze woongroep van vier personen, kwamen de weeën toch snel op gang en na het eten liepen we het ziekenhuis binnen, met in de haast gewassen en derhalve niet volledig schone voeten. Ik had mijn India-jurk aan en de aanstaande vader had al zijn sieraden in zijn oor, terwijl zijn haar sluik en lang naar beneden hing, in de ogen toch wel een verwilderde blik. Wat stond ons daar te wachten.

Dokter kwam met wapperende witte jas binnenstuiven om na een constatering van een beginnende ontsluiting even haastig weer weg te vliegen. Daar lag ik, overgeleverd aan een avondzuster die nog nooit van haar leven een primi para met een stuitbevalling had meegemaakt, toen er tot overmaat van ramp een fikse weeënstorm volgde, die zorgde voor een bliksemaankondiging van die kleine dappere daarbinnen. Halsoverkop werd dokter met dezelfde vaart teruggeroepen. Norsig, uit zijn slaap gerukt of misschien wel uit zijn spannende detectiveserie vandaan, deed hij zijn werk. In ieder geval werd er geen woord teveel verspild. Zuchten, persen, zuchten. Mijn gedachten vlogen uit de bocht. Wat maakte ik nu in vredesnaam mee, geen controle meer, een lijdzaam ondergaan en dan oerkracht, energie een vrouw eigen op dit moment supreme. Daar was het wonder. Dat er nog meer moest komen werd vergeten in het onpeilbare geluk, de opluchting, de blijdschap, dankbaar om het stoppen van de razernij der spieren. Ze was er eindelijk, 4000 gram schoon aan de haak, stuitbevalling, krijsend het leven omarmend zoals het met de eerste kreet van levenslicht en lucht betaamd.

In het boek van Jaap Robben: ‘Schemerleven’ is er sprake van zwanger zijn, bevallen, en het is verbazingwekkend hoe hij een en ander heeft weergegeven . Hij heeft vast een goede muze gehad, die hem de intiemste details kon influisteren. Bewonderenswaardig is het hele boek, dat over een vrouw gaat compleet met haar emoties en gedachten, de intiemste belevingen. Dat schoot er vannacht allemaal door me heen, toen ik weer even een werd met dochterlief op afstand. 43 jaar geleden is het nu en toch zijn het gebeurtenissen als de dag van gisteren. Dat betekent dat ik dat aantal jaren bij kan tellen. Het gaat soms zo geweldig snel. Waar zit de handrem? Kan ik het even stilzetten, die tijd?

Overpeinzingen

Dan valt de wereld in beelden uiteen

Het is koud en regenachtig. Geen weer om behaaglijk op het terras te zitten of buiten aan het werk te zijn. Alles is drijfnat. Zodra je onder de morellen en de kersenbomen loopt in de tuin, vallen er ijzige druppels in je kraag en glijden tergend langzaam de kou naar binnen.

Vanachter het glas kijken we op het huilende groen, de druif met haar vele trossen straks als een stille belofte, de bevrijde Hosta’s die glansrijk de regen vangen in hun grote bladeren, de dappere Allium, stralend wit en nu enig in haar soort. Roos scoort hoog met twee knoppen in een welhaast verdwenen struikje, de Pioenen staan op barsten. Wat me brengt bij het lied ‘Mooi’ van Maarten van Roozendaal, een ode aan de heerlijke lente, het seizoen van hoop en beloften. Alles is wat later door de grilligheid van het weer, een winterkou die niet echt winter was, maar toch te lang lage temperaturen met zich mee bracht.

In de familie-app foto’s van een zonnig Zeeland waar zoonlief met de kleine krullebol, de Benjamin en hoogzwangere schone dochter(Het tiende kleinkind alweer)zich vermaken op het brede zand van Breskens. Ze lachen en ik hoor ze daadwerkelijk schateren ook al zijn het geen filmpjes. De herinnering van een klank, die zich ongevraagd maar op welgezette tijden kan aandienen.

Met moederdag dacht ik aan de stem van mijn moeder. Er zijn nog drie cassettebandjes in mijn bezit, waar die op te horen is. Soms klinkt tussen mijn oren ineens mijn moeder door in een opmerking die ik op een filmpje maak tegen de kinderen of kleinkinderen. Vooral bij dat laatste. Soms spreekt ze me toe in een droom maar doorgaans is dat woordeloos met veelzeggende gebaren en een allesverkondigende blik. Die stem van mijn oma ben ik kwijt, maar van opa herinner ik me een vrolijk gebrom als hij meetikte op een vermeend ritme van een lied, terwijl de radio een andere keuze had gemaakt. Mijn vader zijn stem herken ik als geen ander in de vele herinneringsstemmen. Bars of juist heel vrolijk, op feesten met een vet Bargoens accent, er was een vrouw met zo’n lip, er was een vrouw met zo’n lip, etcetera. Vrolijke ogen, glinsterend en ondeugend als van Johny Kraaijkamp, terwijl hij zijn lip in de meest scheve standen trok. Die vrouw moest een kaars uitblazen, wat natuurlijk niet lukte. Boos of blij.

We hebben eerst even de boodschappen gehaald. En de Groene van vorige week was er eindelijk met spannende wat-als-verhalen over de Turkse verkiezingen, die nu al achterhaald schijnen te zijn.

In de avond is er ruimte voor een crimi. De serie die we nu kijken is gruwelijk spannend, maar houdt onze aandacht zo vast, dat we ons er niet los van kunnen rukken. Op de heftigste momenten gaan we iets inschenken of de luiken dicht doen, omdat we er allebei niet meer zo best tegen bestand zijn, dat nodeloze brute geweld. Zijn we sentimentele oude dwazen geworden, of hebben we te scherp gezien waartoe het leiden kan. Niet voor niets stemde ik vroeger al PSP. Het speuren naar oplossingen is natuurlijk de drijfveer om toch te blijven kijken. Spanning is nodig om te kunnen ontladen, ik droom er niet over. Denk maar aan de niets ontziende sprookjes van vroeger. Alleen van Blauwbaard had ik nachtmerries, een wolf meer of minder, daar draaide ik mijn hand niet voor om. Natuurlijk opende je met gemak een buik, haalde er kinderen of geiten uit en gooide hem weer dicht. Geen enkel probleem. Iemand die ook nog wel eens kwam stoken was die heen en weer springende lelijke dwerg van Rozerood en Sneeuwwitje, die vastzat met zijn baard. De kinderen waren doorspekt van goedigheid, maar hij gaf ze boosaardig stank voor dank in een scheldkanonnade die er niet om loog. Waarschijnlijk had ik de voorstelling in mijn hoofd nog gruwelijker gemaakt dan de plaatjes in het grote Grimm-boek. Zo zie je maar. Als je ouder wordt dan valt de wereld in beelden uiteen.

Overpeinzingen

Waar een kleine wereld al niet groot in kan zijn

Lijster vliegt druk heen en weer, vanuit de grote spar naar de andere bomen of ze trekt hier en daar een pier uit de grond. Ik moet dan altijd denken aan die grappige illustratie uit een van mijn kinderboeken in de groep over een worm, waar onder de grond aan het arme dier getrokken werd door een mol en boven de grond door een druk wroetende kip. Ze schoven het beestje heen en weer, de ene keer stak er een lang stuk boven uit en dan aan de onderkant. In de aard een koddig gezicht als het een draadje was geweest. Pier valt in stukjes uiteen ben ik bang, maar dat kan zomaar weer aangroeien. Ik was vergeten welk boek het was of om welk kippetje het ging.

Gisteren was het huilen met de pet op qua regenval. Ons enige uitje was het boodschappen doen in Szigetvar, waar het erg rustig bleek omdat mensen toch waren weggebleven om de nattigheden. Een snelle tocht door de inmiddels vertrouwde winkel en weer terug. Dan maar uitgebreid koken. Zo’n dag was het vooral. Vorige week had ik de verleiding van een klein potje ansjovis met kappertjes niet kunnen weerstaan. Nu had ik pasta bedacht, met pesto, de gevulde ansjovisjes, olijven, ui, knoflook, kastanjechampignons en kaas. Voor ze in de geurende saus konden worden geroerd was het potje visjes al half leeg. De heerlijke combinatie van zout en zuur was niet te versmaden. Smullen geblazen.

De hele dag was het druk geweest met apps en telefoontjes. De kinderen wilden even een korte telefoonknuffel geven op moederdag. Heerlijk om iedereen en alles te zien. Dochterlief en co hebben vanuit de kust van Kroatië een uitstapje gemaakt naar Bosnië/Herzegovina. Daar zitten ze een nachtje in een hotel. De caravan bleef aan de kust. Als ze terug zijn, zakken ze af richting onze stek.

Zon probeert dapper door de dikke grijze deken heen te prikken.. Nu het wat helder wordt zijn de druppels aan de druivenranken kleine opsekopse wereldjes. Met de macrofunctie komen ze prachtig in het vizier. Toevallig leest lief het boek ‘De botanische revolutie’ van Norbert Peeters, over de beschouwingen en de eigen tijd van Darwin. ‘In een notendop’, geeft hij aan, ‘Maar boeiend’. Onder de vijg schiet eindelijk de Oost-Indische kers omhoog. Hoera, straks hebben we bloeiers. Een ander mooi foto-object is de tak die afgescheurd is van de fluweelboom, een fleurige tekening in ringen herbergt de bast en aan de buitenkant tieren de korstmossen welig.

Op school hielden de kinderen en ik buiten hele ontdekkingstochten. Binnen de groep zijn er altijd een paar nog meer geïnteresseerd in de wereld van de bescheiden natuur. Het zijn zij die met hun neuzen op de grond liggen en speuren naar pissebedden, mieren, slakken, wormen, kevers, lieveheersbeestjes en spinnen. Als hulpmiddel hadden we de vergrootpotjes, maar ook zwart karton om de slakken hun sporen te laten trekken, wormenhotels om te leren hoe de wormen hun gangen groeven, kaars en ecoline om een glinsterend spinnenweb te toveren. Tussendoor weefden we de verhalen, waardoor het rijk van de kleine beesten een dwaaltuin bleek te zijn, waar hele spannende avonturen konden plaats vinden. Zaak is wel. dat je als volwassene zelf ook met je neus op de grond gaat liggen en bij elke ontdekking er een vervolg op zoekt, bijvoorbeeld door de juiste vragen te poneren.

Als het de tijd was van de vlinders werden er de prachtigste nieuwe creaties bedacht in vetkrijt en verf. Een enkele keer hielden we een pop in het herbarium om te kunnen zien hoe ze zich zou ontvouwen als de tijd rijp was. Het bleef genieten voor ons allemaal. Waar een kleine wereld al niet groot in kan zijn.

Overpeinzingen

Wat wil een mens nog meer

Vandaag viert Nederland moederdag. Het is een wonderlijke feestdag. Wij hanteerden de stelregel dat op alle dagen en wel 365 in een jaar het ouder-zijn mag worden gevierd, of de kind-van-je-vader-en-je moeder=dag of Opa-en-oma-dag of familie-dag of dag-van-jezelf-dag. Op school werden er ook geen papieren stropdassen, zeepdoosjes, zelfgemaakte bloemenvaasjes van klei gemaakt. Toen de wereld werd vergroot met digitale middelen, gingen we over op kinderen die hun eigen foto’s schoten, eventueel voor die dag maar even zo vrolijk voor om het even welke dag dan ook. De historische wortels waren sowieso een obstakel, Hitler trok moederdag op zijn edel-arische niveau en de commercie vierde ook hoogtij met zulke dagen. Roeren in de soep en er zelf chocola van maken, in hartjesvorm zo je wilt.

Gisteren was het de dag van de noeste arbeid voor ons. De wildernis voor het huis moest eindelijk worden aangepakt. Het liep langzaam maar zeker uit de hand. Het gras schoot op tot dijhoogte en de taxusstruik groeide uit tot een wirwar van stekelige staketsels, zowel in de lengte als de breedte en een vlier had zich er spontaan en dapper doorheen gevlochten. De drie bomen hadden we vorig jaar al gesnoeid. Lief wilde de bloemetjes laten staan, maar dat waren die kleine wildgroeiers, de smeerwortel, de boterbloem, ereprijs, fijnstraal en rolklaver en op de een of andere manier vielen ze meer uit de toon, toen al het gras er tussenuit was getrokken. Enfin een schoonheidsprijs krijgt het niet met de ontstane kale plekken. Het moet maar weer gauw een tikkie aangroeien.

Het grassige deel aan de overkant van de geul, die het hemelwater af moet voeren, knipten we met de hand. Dat leverde meewarige blikken van de buren op, die dat maar een barbaarse methode vonden. Zo deden ze dat vroeger, maar toch niet in deze tijd en toen ik met mijn damesmaaiertje op de proppen kwam, dachten ze echt dat we met jeugdige overmoed iets wilden bereiken. Dat zou toch helemaal niet werken,lieve kinderen. Ondertussen zijn we ongeveer even oud of nog ouder hoor, daar niet van. Hoe ouder, hoe gekker.

Voordat ik besloot om mijn maatje, die daar voor aan het zwoegen was, uit de brand te helpen, had ik nog een oefenportret gemaakt in de Datsja. Buiten riep de wielewaal en volgens mijn app was er ook een torenvalk in de buurt. De zon was toch gaan schijnen ondanks de alarmerende berichten over heftige buiigheid die komen zou. Alle omstandigheden waren gunstig. De olieverf op waterbasis bevallen mij en mijn longen bijzonder goed. Ik hou het op die manier veel langer uit. Met een luchtige toets, goede observatie van de tussenruimten en vrij naar inzicht durf ik los te gaan. Resultaat van jaren oefenen en je neus stoten. Branden en op de blaren zitten, alles om je eigen stijl te vinden. Bij de een komt dat vanzelf, bij de ander gaat dat moeizamer, maar de volhouder wint.

Vandaag komt de regen met bakken uit de lucht zetten en prijzen we het geluk om de dag er voor te hebben gekozen voor het grove werk voor. Met deze nattigheid kan er absoluut niet gemaaid worden. Helaas ziet het er voor de hele week niet zo best uit, terwijl het wel groeizaam weer is. De grassprieten ruiken hun vrijheid en veren op. De ene sierui, die ik eigenlijk al de hele groei met afdrukken van de verscheidene ontwikkelingen volg, bloeit nu bijna optimaal. Volgens lief stonden er veel meer, maar die zijn langzamerhand verdwenen. Dat deze de winterperiode heeft overleeft komt door de zachte winters, vermoed ik.

Vandaag blijft het bij het betere denkwerk. Lezen, schrijven, schilderen, mijmeren en hier en daar een boodschap. Een dag van zondagse rust. Wat wil een mens nog meer.

Overpeinzingen

Een gerustgesteld gemoed

Na de regen die met bakken uit de lucht kwam vallen gisteren en alles schoonspoelde wat het nodig had, verschijnen er nu tussen het grijze grauw af en toe een paar zonnestralen die onmiddellijk, alles wat lente is, doet opgloeien en bloeien.

Lief vroeg of ik de weg naar Ecseny wel aandorst tijdens dit waterballet. Natuurlijk, wat hier valt, valt daar misschien niet en omgekeerd. Het lag op 79 km afstand, niet zo ver van het Balatonmeer af. Hemelsbreed kan dat veel verschillen. De weg ernaar toe kent grote tegenstellingen. Naar Kaposvar toe zijn de wegen vol hobbels en dien je het stuur stevig in handen te houden, vooral met de vele bochten en het klimmen en dalen als moeilijkheidsgraad. Het gejakker van sommige locals kan ronduit irritant zijn als ze op je bumper blijven kleven tot er een recht stuk weg zich aandient. Hoe hard je ook rijdt, ze willen er altijd langs of het nu toegestaan is of niet. Dan volgt de weg dwars door Kaposvar heen met al zijn stoplichten en het drukke verkeer. Daarna kom je op de ‘nieuwe’ weg. Een gloednieuw aangelegde racebaan richting Balaton met heerlijke wegen langs het glooiende en afwisselende kleurrijke landschap. Zachte dekens van fris jong groen en akkerbruin, afgewisseld met lieflijke dorpen tegen de heuvels geplakt of verscholen in het struweel waarbij alleen de kerktorenspits hun aanwezigheid verraadt.

Daarna moeten we het platteland op en daar begint de ellende. aanvankelijk is de weg nog een lappen deken, maar gaandeweg vallen er diepe gaten en kuilen in het sleetse asfalt en zigzaggend weten we de meeste te ontwijken, maar helemaal ontkom je er ook niet aan. De huizen van de lintdorpen zijn al even wisselend. Grote boerenschuren die leeg en vervallen de tand des tijds vertonen naast huizen op de heuvel, opgeschilderd met wat pastel, schuren en schuurtjes er tegen aangeleund, de houtstapels aan de overkant van de weg, wachtend op de barre winters, die hier net als in Nederland er eigenlijk niet meer geweest zijn.

Vriendlief had het hek al opengedaan, het laatste landweggetje, niet meer dan een bospad eigenlijk en de bevrijdende zwaai het erf op, een glad keurig glooiend gazon, de witte bungalow, deels totaal gestript en verbouwd, de eveneens witte garage met solide deur en de schuur in een vrij oorspronkelijke staat, maar tot in de puntjes opgeknapt.

We wilden bij hen op bezoek om dat de man des huizes net een zware operatie had ondergaan waarbij een tumor was verwijderd. Geen hele zware klachten, maar wel last. Een agressieve snelgroeiend celkluwen zat op een plek waar het niet wenselijk was. Ondanks al de bloedwaarden pas in volle omvang ontdekt tijdens de operatie. Door de ingreep had vriend een jas uitgedaan, maar het stond hem goed. De omgeving had er meer moeite mee dan hijzelf. Hij ging uit van het principe dat je er niets aan kon veranderen, dus er beter een vorm voor moest zien te vinden. Vrij laconiek. Zijn vrouw had het er moeilijker mee. Er waren tot nu toe steeds derden geweest om te helpen. In dit afgelegen gebied, ergens in het midden van nergens, is het lastiger om niet meer geheel mobiel te zijn.

Het gesprek ging voor een deel daarover, maar al gauw namen de wereldproblemen, hun anekdotes uit de landen waar hij consul was geweest, prietpraat, maatschappelijke betrokkenheid, verschillen tussen onze cultuur en hier, de prijsstijgingen, de overhand. Schilderachtige verhalen, doorspekt met onze herinneringen, niet minder schilderachtig maar op een heel ander niveau en toch gemoedelijk. Kopjes thee in het wedgwood servies, zelf gebakken cake en daarna koel helder water met citroen. De uren vlogen om. Tijd om te vertrekken en hen achter te laten met een gerustgesteld gemoed.

Overpeinzingen

Een klein paradijs

Hanengeschrei hoort er bij. Tenminste hier, terwijl we in ons eigen warme nestje liggen, worden we steevast elke ochtend gewekt door de twee hanen, een aan de linkerkant en een aan de rechterkant. Twee die ons wekken, in variatie op een thema. Ik doel op dat liedje over de waakzame engeltjes in de nacht, iets van heel lang geleden toen God nog op een gouden troon zat en trompetgeschal de hemel kleurde.

Vannacht moest ik ineens op zoek naar kanten bloesjes. Iedereen in de straat moest een kanten bloes aan, dat was de ‘dresscode’. Een gegeven dat vooral de laatste tijd in mijn omgeving op sluipersvoeten wordt gehanteerd. Voor de bruiloft van de broer van lief luidt het ‘casual smart’. Daar kan een mens wel alle kanten mee op. Het mag slordig slim zijn of functioneel slim, als je de vertalingen mag geloven. Officieel is het woord casual, casueel en dan weet je nog niets.

Dan duikt het dilemma op van de keuze. Wat doen we. Rijden we naar Pecs om ons in het winkelende stadsgewoel te storten of duiken we de kledingkast in op zoek naar een passende combinatie. Ik kies voor het laatste en kom tot de verrassende ontdekking dat er meerdere casuals in de kast hangen. Haha, kwestie van goed combineren. De of-white culotte met de wijde zwarte flodderjurk en het lange vest in dezelfde kleur als de broek werkt fantastisch en het groene enkellange hes, ooit in een opwelling uit een rek getrokken maar nooit aangehad blijkt met een beetje bloes erbij ook een fantastische mogelijkheid.

Het enige wat nog roet in het eten kan gooien is het weer. ‘Laagjes, laagjes’, zingt mijn moeder op de achtergrond en zo is het. Het vest kan uit, dan zijn er nog wat bleke betjes als blote armen, maar met de zwarte sjaal valt er heel wat te draperen en te bedekken. Lief heeft nog een mooie lichte zomerbroek en een prachtige donkerblauwe denim bloes, met een t-shirt eronder is hij het baasje. Hij moet sowieso om mijn gedub lachen. Als het maar lekker zit, toch.

Dochterlief belde om afspraken te maken over hun komst. Daar hebben we allebei heel veel zin in. Ze zal een lijstje maken van artikelen die we meenemen vanuit Nederland. Er zijn pas dingen die je echt gaat missen als je ze in de schappen van de supermarkten, ook al dragen die dezelfde naam als in Nederland, niet kan vinden. Belegen kaas bijvoorbeeld, drop natuurlijk en stroopwafels, maar ook de vegan-en-de-toko producten, al kom je met Japans nog een heel eind. Maar misschien ook tekenbladen en tekengerei, zeker een aantal boeken en nog zo wat.

Lief ‘breidt’ verder aan zijn paadjes. We maken een dwaaltuin, overal verschijnen geheimzinnige doorgangen, tussen de kleine fruitbomen, langs de schaduwtuin, voor de bellen van de hop langs, over het citadel en langs het bastion, om de dame heen, die straks hopelijk met haar voeten in de Oost-Indische kers staat. Natuurlijk mogen daar de dwaallichten niet ontbreken. Er zweeft een verhaal doorheen, dat straks vanzelf gestalte krijgt als de kinderen hun eigen salamander-speurtocht inzetten of als de kleine filosoof zijn plannen gaat uitvoeren om alle dieren die hij tijdens de reis tegen gekomen is, te boekstaven. Er kan zo maar eens een dwaallicht op eigen houtje gaan dwalen en wie weet wat die allemaal tegenkomt. De verrekijker ligt al klaar en voos fruit gaan we vast en zeker gebruiken om de vlinders mee aan te trekken. Er zijn hier zo veel soorten. Van oranje-tipje tot de koningspage en zijn koningin. Onder de bomen vallen juveniele kers en morellen, als die straks wat rijpen brandt het los. Een dwaaltuin met vlinders en vogels, salamanders en slangetjes om Freek Vonk te mogen spelen. Een klein paradijs.

Overpeinzingen

Een uitgelezen moment

Er waait een nogal straf windje, dat de temperatuur meteen doet zakken naar nazomerse temperaturen. Warm aankleden dan maar en vroeg op pad voor de boodschappen. De scheve fluweelboom moet verder om en dan is het prettig om achter elkaar door te kunnen gaan en niet onderbroken te worden door een uitstapje. De berichten van dochterlief en co vanuit Kroatië zijn heerlijk. Even waanden ze zich in het paradijs in Istrie, parel in de Adriatische zee. De foto’s zien er uitnodigend uit. Dan te bedenken dat het maar vijf uur rijden is vanuit hier. Op de lijst van te ondernemen pleziertochten wordt ze vol verve bijgeschreven.

Toen ik naar de datum keek bedacht ik me dat het morgen, de twaalfde mei, de dag van de verpleging was, goed voor een gratificatie of een feestelijk accent bij mijn vroegere werkkring. Het brengt me even terug naar het Academisch ziekenhuis in Leiden, waar lief zijn opleiding volgde tot arts en waar ik mijn stages liep in de verpleging. Urologie, KNO, Longafdeling, Neurologie, Gynaecologie en Klasse Intern waren mijn leer-plekken. Lief en leed werden steeds meer onderdeel van mijn bagage. Langzaam maar zeker raakte ik vertrouwd met wat voorheen taboes waren en overwon de betrekkelijke preutsheid van de mens in al haar naaktheid. ‘Knopjes/knieën scheren’ was een van mijn eerste opdrachten als jonkie. Van borst tot de knie moesten alle haren weg uit hygiënisch oogpunt voor een operatie, daarna kwamen de mensen, nog diep in slaap, weer terug met een huid die in lapjes okergeel was opgedeeld en waarover geheimzinnige zwarte strepen waren getrokken. Ik had nog nooit een ander lijf dan lief aanschouwd. Even slikken en er overheen stappen, stoïcijns alsof het de gewoonste zaak van de wereld was en anders hielpen je door de wol geverfde collega’s wel een handje, door grappen uit te halen waarbij het schaamrood soms naar de kaken steeg.

Ooit heb ik alleen mijnheer pastoor links laten liggen toen ik hem tegenkwam in Overvecht. Dat kon ik niet aan zijne vermeende heiligheid verkopen, vond ik. Een exparochiaan die hem in volle glorie zou aanschouwen. Bovendien kon ik dat zelf al niet aan.

Leiden was bijzonder aangenaam als opleidingsinstituut. Destijds nog betamelijk kleinschalig, maar wel met mensen met de meest interessante aandoeningen vanuit het hele land. De zelfstandigheid was vergeleken met de streekziekenhuizen aanmerkelijk groter. Ik was dan ook echt een academische zuster en gewend om meer of minder een stem in het kapittel te hebben en zo zelfstandig mogelijk te handelen. In ieder geval werden we gehoord, zeker op de opleiding. In de praktijk wilde het daar nog wel eens aan schorten en op klasse intern vond ik het verschrikkelijk, omdat de hiërarchie er hoogtij vierde en we geacht werden te gaan staan als de professor de overdrachtspost binnenkwam. Zuster Veerman met haar haviksblik zwaaide de scepter en niets, geen enkele vergissing van onze kant, ontging haar. Ze had de gewoonte om dat ter plekke op te merken. Dubbel vervelend voor het slachtoffer dus, te weten mijn persoontje en de patiënt. Dan stond ik daar iemand tegen te houden bij het omdraaien in bed en schitterde de steek haar vanaf de grond tegemoet, iets wat ten strengste verboden was. Op zo’n moment snerpte ze je naam en keek je aan met blikken, alsof je de patiënt onachtzaam linea recta op de grond had doen belanden.

Ach ja, mooie mijmeringen en de moeite waard om er bij tijd en wijle stil bij te staan. Hoe anders het was in die dagen dan nu volgt een andere keer. Steeds minder vaak liepen we tussen de middag zelf het eten voor de mensen op te scheppen vanuit de gaarkeukenpannen op de kar. En er waren meer van dat soort anekdotes. Maar wie wat bewaard die heeft wat.

De Javaanse jongens zijn klaar geloof ik. Ik zal ze ophangen dan kan ik ze monsteren. Vaak ontdekken we dan nog het een of ander. Niets meer aan doen zegt lief, maar ik zie altijd wat. Het boek schemerleven van Jaap Robben is bijna uit. Bij deze temperaturen is het een uiterst geschikte dag om te gaan lezen. Dan moet de biografie van Kuipers er ook eindelijk verder aan geloven. Een uitgelezen moment.

Overpeinzingen

De aanhouder wint

Wat een verteller is die Jaap Robben toch. Wat aanvankelijk een heel herkenbaar verhaal lijkt, van een leven dat voor de voordeur van een bejaardentehuis blijft liggen, maar dat hij langzaam maar zeker mondjesmaat zo indringend ontvouwt, blijkt een levensgroot probleem van onze ‘tijd’ te behelzen. Stoppen met lezen is moeilijk, maar ik sta me mondjesmaat deze intrigerende verdwijnwereld toe.

Gisterenmorgen begon ik maar niet met lezen, anders waren we nooit richting Kaposvar gekomen. Door het trage tempo wat we ons hier hadden aangemeten, bleef de ochtend toch al in een kalm wakker worden en ontbijten steken. Maar om kwart voor elf waren we dan toch op weg. De route die we namen deed onze provincie Baranya vloeiend overgaan in Somogy, glooiende heuvels langs de kronkelende tweebaansweg, waar de bordjes de snelheid van het verkeer tussen de 40 en de 90 laveerde, maar waar voor de Hongaren zelf een andere snelheid gold, getuige de vele inhalers die langs suisden. Het zicht op het natuurschoon was als iedere keer indrukwekkend genoeg, harder wilde ik niet eens. We passeerden de vele lange lintdorpen met hun vriendelijke pastelhuizen, weinig tot geen vee in de weilanden, hooguit een verdwaalde kudde schapen hier of daar. Uitgebreide bossen met hun enorme bomen die halsreikend naar de hemel groeiden. Nauwelijks mensen langs de weg, voor een deel wel een fietspad erlangs, wat hier zeldzaam is. Fietsen is een ware kamikazetocht op de meeste autowegen.

We waren ongeveer om half twaalf vlak bij de overdekte markt, het doel voor deze ochtend. Een parkeerplaats was ruim voor handen binnen de zone echter, dus er waren forinten in munten nodig om in de parkeermeter te gooien. Helaas, ons beider portemonnee was leeg op een bedrag voor een kwartier na. Omdat een meneer had gezegd dat dat goed was voor een uur, hadden we het toch in het apparaat gegooid, enfin 15 minuten dus, te kort om naar de markt alleen al te lopen. De zoektocht naar een parkeerplaats buiten de zone duurde minstens een half uur. Bij aankomst in de grote hal van de deels overdekte markt bleek die al leeg en opgeruimd te zijn. Hier en daar was nog wat reuring maar we waren echt te laat.

Gelukkig had ik vanuit mijn ooghoeken gezien dat er beneden om de hoek nog een ingang was toen we er langsreden met de auto. Daar kwam op dat moment net een vrouw uit met een volgeladen tasje. We liepen er heen en warempel, daar bevond zich de groentemarkt nog. Gelukkig. Niet helemaal voor niets. Zo heerlijk, al die frisse kleuren bij elkaar. Een hal vol schildersgeluk.

We slenterden er over heen en waren dankbaar dat er ondanks het late tijdstip toch nog een stuk markt te genieten viel. Er waren nog veel meer laatgangers. De kraamhouders deelden in het gemak waarmee de laatste bezoekers de groenten keurden, bevoelden en hun bestellingen deden. Niemand kent haast. Dat maakt het leven zo’n stuk aangenamer.

Buiten knipperden we tegen het felle zonlicht. Geen parkeergeld hebben, belemmert, dan maar eens een tuincentrum bekijken aan de rand van de stad. We wilden nog een paar hortensia’s voor schaduwrijke plekken kopen, wie weet. Het bleek een grote bouwmarkt te zijn met een tuinafdeling en een hoop kitsch aan kippen en kraanvogels en geemailleerde andere staketsels om tussen de planten te zetten. Toen ik de vele kleine potjes geraniums zag, wist ik ineens dat we de oude geraniums hier in de hal moesten gaan stekken. Suf dat dat idee er niet eerder was. We kochten niets, maar keken de ogen uit.

In de grote goedkope supermarkt met mondiale inslag deden we de boodschappen. Daarna reden we terug naar Szigetvar, waar we bij de Tesco op onderzoek uitgingen naar vega-artikelen en warempel. Daar hadden ze ook een wat uitgebreider assortiment. Zoekt en gij zult vinden. De aanhouder wint.

Overpeinzingen

Wat deze nieuwe dag brengen zal

De Javaanse jongens komen steeds beter uit de verf, maar het is nog te prematuur om ze ten toon te stellen. Het is natuurlijk maar een oefening.

De wielewaal riep zo hard vanuit zijn boom dat zijn bijzondere klanken zelfs mijn dove oren door de dichte deur binnen bereikten. Het is net een soort hol echo-achtige roep. Heel herkenbaar. Wat een fijn buitenleven is het toch.

De waterkoker had de geest gegeven. Onontbeerlijk voor het kopje koffie in de vroege morgen. Niet waar natuurlijk, want de ouderwetse gemoedelijke fluitketel op het gasfornuis is nog steeds haalbaar, al wordt dat in dit geval wel een pannetje. Op fluitketels was ik altijd verliefd. Voordat zoonlief met een vooruitziende blik betreffende het gas aandrong op de waterkoker in Nederland had ik een lieflijk blauw-wit gewolkt keteltje dat er schattig uitzag. Een buik als een piramide, de tuit fier opgeheven. Zonder fluit trouwens. Daar hield ik niet van, waarschijnlijk door het lied van Annie M.G,Schmidt over de nood van een zo’n fluitende ketel op het fornuis. Zover kwam het hier trouwens niet, al staat er in de Datsja zo’n prachtig ouderwets exemplaar van indrukwekkende omvang, die vroeger ook werd gebruikt bij de padvinderij om er de koppen chocola mee vol te schenken. Ineens herinnerde ik me de nieuwe waterkoker die we vorig jaar in april hadden aangeschaft voor de Datsja. Een mooi glanzend en nog nieuw zwart geval. Ze staat nu hier in de keuken te schitteren.

Lief is gisteren opnieuw aan het boetseren geweest op het land. Overal komen paadjes en hoeken te voorschijn, een stuk schaduwtuin onder de morellen, een pad langs de hop en de irissen, de hibiscus in veelvoud langs een ander pad. Overal verschijnen verborgen of schijnbaar verdwenen kruiden en planten die overwoekerd waren door de hoge grassen en de ongeremde groei van het struweel. Straks hebben we een kruip-door-sluip-door-circuit voor de kinderen. Heerlijk om op kindhoogte door deze jungle te mogen lopen. Soms verlangt een mens er naar. De feeërieke en sprookjesachtige spannende wereld van het simpele ontdekken op ooghoogte.

In de Groene een mooi artikel met Elsbeth Etty en Anet Bleich, beiden oud communisten. Hun leven liep ongeveer paralel aan dat van ons, met vooral de gedachte dat het anders moest dan het gezapige leven van dat moment, waarin geen ruimte was voor kritiek en voor de vrijheid van de vrouw. Wie in die tijd, net als wij, discussies voerden met vrienden, doorgaans studenten, herkent onmiddellijk de beroering van die dagen. Erkennen dat ook in die ultra linkse beweging het dogma schoof, dat communisme een achterhaalde orde is, getuigt van moed. Natuurlijk moeten wij in het leven blijven schaven aan onze ideeën en zeker niet blijven hangen op ons eigen ideaal, een utopie puur sang. De wereld zal niet vreedzaam worden, een paradijs op aarde, maar we kunnen om ons heen wel een eigen paradijsje scheppen en daar anderen van laten meegenieten.

Dochterlief stuurde een foto van het knuffeltje van Dribbel. Hij had de gehaakte knuffel verstopt tijdens de vakantie in een van de hotels onderweg en was hem daardoor vergeten. Nu moet hij zonder zijn raket door het leven. We zochten met het facetimen naar een manier om het leed te lenigen. De afspraak is gemaakt dat ik hem ga schilderen en dat het schilderijtje dan boven zijn bed mag hangen. Lastig is het wel want het meest kenmerkende aan het geval, zijn ronde rode neus en zijn grote voeten staan niet op de foto.

We gaan het zien en beleven. Nu eerst maar eens naar de markt in de stad en zien wat deze nieuwe dag brengen zal.

Overpeinzingen

Gezelligheid kent geen tijd

Gisteren was ik ineens heel erg moe. Waarvan dat begreep ik niet goed. Er waren alemaal goede berichten van het thuisfront. De kleine blauwe was verkocht voor een zeer behoorlijke prijs. Nu kan ik verzekering en mijn lidmaatschap opheffen, dat jaarlijks ook weer veel geld scheelt. Afscheid ervan had ik al eerder genomen. Mijn weemoed word opgeteld bij de andere veranderingen, niet in de laatste plaats om Pluis met zijn speciale plek in mijn hart. Dat zal nooit meer over gaan. Het is een mooi woord, weemoed, en geeft precies weer wat het met een mens doet als bepaalde wendingen in het leven het oude laten plaats maken voor het nieuwe fijne. Elke verandering vergt aanpassingen. Verstand kan alles beredeneren, maar het gevoel blijft daarbij soms dralen, een tikkie achter, nog even hangen in wat ooit was.

Die dappere kleine blauwe Prins heeft me per slot van rekening naar de wonderlijkste plekken gereden, avonturen met me opgezocht, glansrijke overwinningen op zichzelf behaald, het onderste uit de kan gegeven. Dan mag er geëerd worden door met een brede glimlach en een tikkeltje heimwee aan hem terug te denken. Maar nu hebben we haar, die mooie glanzende witte. Helaas ziet ze er door alle tochten die we hier maken uit als een echt Hongaars exemplaar, modder gebruind zeg maar. We hebben via vriendlief een autobedrijf gevonden dat ijverig auto’s van binnen en van buiten weer tot nieuw poetst. Eerdaags maar eens heen brengen.

Vannacht heeft het geregend, ik wist het al want ik lag twee uurtjes als vanouds wakker en daarna droomde ik weer een wonderlijk verhaal bij elkaar. Ik was in een Hongaarse bakkerij, waar het lekkerste gebak door kinderen gemaakt, werd verkozen in een wedstrijd. In het midden stond een tafel met allerlei heerlijkheden waar iedereen van mocht proeven, dat werd me tenminste met handen en voeten duidelijk gemaakt door de plaatselijke bevolking. Ineens hoorde ik Nederlands praten. En daarna nog een keer. Binnen de kortste keren hadden we een genoeglijk onderonsje over van alles en nog wat, als gemoedelijke buurvrouwen die elkaar ontmoetten op de hoek van de straat. De bewoners keken ons een tikje verwonderd maar vriendelijk aan. Het was prettig wakker worden. Oei, een gat in de dag geslapen, kwart over achten al.

Er piept zoveel aan plantjes omhoog dat ik benieuwd ben hoeveel van het zaaigoed zal zijn en hoeveel onkruid er is. De buuf van de volkstuin leerde me de drie blaadjes af te wachten, dan pas zijn ze te determineren. Het beluisteren van de vogels neemt ook een grote vlucht. We onderscheiden er steeds meer en met behulp van de app en van google leren we zo van heel veel vogels het bijpassende gekwinkeleer kennen.

Deze week gaan we op onderzoek uit naar leuke plekken en stekken om met dochterlief en co te bezoeken. Het zijn echte kinderen van de natuur, alle vier, dus zal het geen moeite kosten om ze in deze ongerepte wildernis aan hun trekken te laten komen. Er zijn weliswaar geen spectaculaire watervallen of besneeuwde toppen van de bergen te vinden zoals in Slovenië, maar wel veel elanden, herten, en ander wild, bijzondere vogels en vlinders. Er is een pijpenmuseum in een piepklein dorpje hier in de buurt, en er zijn grotten en meren te kust en te keur. Bovendien zijn er de grote wildparken waar onder andere de Drava en de Donau zich doorheen slingeren.

Ziezo, nu eerst maar even een snelle douche en dan verder met het schilderij van de Javaanse jongens, waarvan er een al goed uit de verf begint te komen. Bij Pluis heb ik de snorharen vergeten, ontdekte ik. Vandaag nog een dagje aanrommelen en morgen eerst naar de overdekte markt in Kaposvar en daarna eens kijken of het museum al klaar is met de spectaculaire verbouwingen van November. Gezelligheid kent geen tijd.

Overpeinzingen

Een avontuur op een serveerblaadje

Een opmerkelijk geluid. De wielewaal zit in de tuin. Heerlijk om deze vriend weer te horen. In het najaar deed hij zich te goed aan de rijpe vijgen. Hij is nu ook in de buurt van de vijg te vinden.

Een van de fluweelbomen die door midden was gescheurd tijdens de storm, moet toch omgehakt worden, want hij is een aantal centimeters gezakt en komt vervaarlijk lager te hangen. Het andere deel met de bloeiende wisteria leunt gemoedelijk in een Tête-à-tête tegen een sparrenboom en de muur.

De maaimachine doet goed werk en met zijn vernuft is het een zegen voor lief, die nu minder hoeft te zwoegen, waarbij hij toch steeds de neiging heeft teveel hooi op zijn vork te nemen. Letterlijk en figuurlijk, Zo rommelen we wat aan, terwijl het jagen op de houtbij onverminderd door blijft gaan, omdat die moeilijk te pakken is. Ik vermoed dat er veel meer bijen zitten, terwijl Lief het idee heeft jacht op een te maken. Ik help het hem hopen, maar ik betwijfel het ten sterkste.

Een van onze leesvrienden appt dat hij ons gekozen boek van Jaap Robben ‘Schemerleven’ in een adem heeft uitgelezen en dat hij het zo mooi vond. Ssstt.. dat zouden we beperken. Elke mening over een boek vormt de eigen mening mee. Het helpt wel om me over de digitale weerzin heen te zetten. Ik lees en lees en wil niet meer dat het stopt.

Door het onderwerp vlieg ik over de de jaren heen terug in de tijd. Ik ben in huize het Oosten in Bilthoven en zit alleen in de zusterkamer, een licht in de duisternis want om mij heen is alles aardedonker. Ik hoor water druppen. Ingespannen luisteren om het geluid te lokaliseren. Daarna volgt een controle van de kraan en de ketel op het pitje. Krekeltjirpen tussen het druppen door. Vasalis spookt met me mee. Ineens zie ik vanuit een ooghoek een druppel vallen. Het spat als een teken aan de wand op de grond en nog een. Ernaast ook en daarnaast en daarnaast. Oké, tijd om op inspectie te gaan. Zaklamp aan, de sleutel der sleutels, de moedersleutel mee. Daarmee kan ik gelukkig alle deuren openen. In het schijnsel van het licht vormen de gangen zich tot rijen. Op de trap klinken mijn voetstappen holler dan overdag opvalt. Af en toe blijf ik stil staan om te luisteren. Buiten de kamers van de ziekenboeg, zijn er appartementen in het huis en daarbuiten nog wat aanleunwoningen. Ik ben nachtzuster c.q. hoofdzuster, want er is niemand anders dan ik alleen. Ik hou supervisie op mijn eigen handelen.

Er is wat gemorrel, soms klinkt er ook geritsel. Nu moet er uitgezocht worden welke deur ik hebben moet. Op de rij waarvan ik vermoed dat het een van die kamers is, blijf ik luisteren bij deuren die in aanmerking komen omdat ze zich bevinden boven de zusterpost. Nergens hoor ik gestommel, iets wat op water lijkt. Nogmaals spits ik de oren en dan is het bij een deur raak. Onmiskenbaar hoor ik ruisen van water. Het is mevrouw X waarbij af en toe kleine mistwolkjes te voorschijn ploffen die er voor zorgen dat niet alles meer verloopt zoals het zou moeten. Overdag kan ze zich nog heel best redden, maar in de nacht is de begrenzing tussen droom en werkelijkheid vervaagd. Nogmaals luister ik ingespannen. Geen teken van leven alleen dat ruisen. Ik haal diep adem, steek zo voorzichtig mogelijk de sleutel in het slot en open zachtjes de deur. Meteen sta ik met mijn schoenen in het nat en zie bij het schijnsel van de zaklamp een stromende kraan boven een volgelopen gootsteentje, waar het water in volle vrijheid overheen gutst. Typisch een gevalletje kraan vergeten dicht te draaien.

Dan neemt het handelen een vlucht. Kraan dichtdraaien, stop uitnemen, handdoeken als dweil gebruiken. Ondertussen mevrouw zo zachtjes mogelijk ingelicht over wat er is gebeurd en dat ze nu weer heerlijk verder kan slapen. Morgen gaat men wel zien hoe groot de ravage is. Eigenlijk is ze nauwelijks wakker te krijgen. Ze mompelt wat, zucht diep, draait haar hoofd naar de muur en ronkt verder in zalige vergetelheid.

Beneden schrijf ik het rapport. De tijd had happen genomen uit de lange nacht. Er zat een verhaal in mijn hoofd met beeld erbij. Een avontuur op een serveerblaadje.