Overpeinzingen

Wie het eerst komt, het eerst maalt

Ik zit aan de tafel op mijn geliefde stekkie in de keuken van de Hoff. In het voorjaar een feest met het uitzicht op de krijgertje spelende mussen en de rondvliegende merels. Druif heeft er in de afgelopen drie maanden beslist andere ideeën op losgelaten en de gelegenheid te baat genomen om met verve het prieeltje, dat we zo hadden gevrijwaard van onkruid en andere ongerechtigheden zoals mos tussen de tegels, volledig te overwoekeren. Het arme houten geraamte dreigt nu, hier en daar steunend en kreunend onder de zware last, ten onder te gaan. Het uitzicht is nu een grote wal van donkergroene bladeren met helemaal bovenaan een toefje oplichtend groen en de toppen van de twee grote fluweelbomen die er bovenuit steken.

Binnen staan deuren en ramen open om frisse lucht door te laten stromen. Het huis is zichtbaar verheugd met hernieuwde aandacht. Hier en daar zijn er wat planten doodgegaan, omdat we ze op een nieuwe plek hadden gezet, die de vriend, die af en toe binnenwandelt en dan water geeft, over het hoofd had gezien.

De reis ging voorspoedig. Eigenlijk vliegt het voorbij met een auto die zo geruisloos over de weg zweeft dat het lijkt alsof je vliegt. Met een nieuwe weg was een deel van de schobbedebonk-wegen verleden tijd. Nu hoefden we niet langer binnendoor maar konden grotendeels over de doorgaande weg. Natuurlijk stond de auto gisteren te stralen in het zonlicht en waren alle muizenissen en het slaaptekort in een oogwenk van mijn bordje geveegd. Het ontbijt was heerlijk en afgezien van de sfeer en de atmosfeer, het was zo benauwd en warm geweest op de kamer, was het een prima hotel om door te reizen. En toch mis ik de rustmomenten daarin. Het voornemen ligt er om te gaan zoeken naar de idyllische plekken en route. Bijvoorbeeld kleine dorpen met vensters die uitkijken op de Donau, dat wonder van waterzee temidden van het droge land en dat gold evenzo voor de picknickplaatsen onderweg. Weg van de ongezellige wegrestaurants en de rommelige grasvelden er omheen. Het is nog even zoeken, maar we komen er wel.

Zo’n reis maakt veel los. Voornamelijk omdat we beiden op de verschillende golflengtes zaten met de gedachten. Lief maakte vooral weer reizen door zijn herinneringen en dat staat mijlen ver af van mijn concentratie en waarnemingen van het moment. Mijn doel is veilig aankomen en dat vergt de nodige concentratie. Al pratend vliegt de tijd voorbij. Dat was te merken toen ik vroeg of er nog leuke onderwerpen in de aanbieding waren. Te over, zo bleek en voor we het wisten reden we al door Verweggistan, nog maar een uur te gaan voor we thuis zouden komen. De Lidl was goed voor de boodschappen. De vriend stond ons al op te wachten met de sleutel van het hek.

Alles was gegroeid behalve het gras, lachte hij en wees op de wat dorre ondergrond. Alles wat was gaan woekeren zoals de blauwe regen was nogal rigoureus gesnoeid. Behalve de druif dan. Ook wat we in de lente nog hadden gezaaid was ten ondergegaan aan geslepen messen. Eerst puinruimen en dan verder zien. Misschien valt de schade reuze mee, als het overzicht er weer is.

Een ander aspect was het opkomende zonlicht, dat in April het terras tot een uitnodigende plek maakte om in alle vroegte te genieten van de ontwakende tuin. Nu kwam ze veel later binnen door de begroeiing van de vele bomen op het terrein. In het eerste gedeelte, vlak bij het overwoekerde prieel, stonden twee hibiscussen uitbundig in bloei en Boeddha werd overschaduwd door een nieuw ontsproten vijg. De vriend waarschuwde voor de vele wespen, want de grote vijgenboom op het terras droeg bijna voldragen vrucht en dat betekende zoetigheid te over op het terras van de afgevallen vrucht.

Straks maken we een wandelingetje over het terrein en maken een inventaris aan de nodige klussen die liggen te wachten. Zoals altijd ligt er ergens een begin, om te eindigen in het ongewisse. Wie het eerst komt, het eerst maalt.

Overpeinzingen

Een doodnormale werkdag

Het is tien over vijf en de omgeving rond het hotel ontwaakt. Het was een beetje hanenwaken met de verse geluiden van de nacht. De auto stond uit het zicht en de nacht bleek gevuld met verbeelde breekijzers en knuppels. Ramkraken leken me hier, in de wat wonderlijke omgeving, aan de orde van de nacht. Er lag niets van waarde in de grote voiture, maar of eventuele boeven en nooddruftigen dat ook wisten, geen idee. Ze konden wel met hun creativiteit uit de voeten, als ze de tekenkoffer hadden ontdekt.

De lucht kleurt prachtig oranje/blauw/grijzig boven een berg in de verte achter het winkelcentrum. Toen we aankwamen was er een groot gezelschap buiten aan het verpozen. Het leken allen vrij jonge mensen. Wij waren na een prachtige rit, maar met als toetje een ingewikkelde zoektocht naar het hotel dwars door het centrum heen, wat verfomfaaid aangekomen. Bepakt en bezakt melden we ons bij de receptie en bestelden naast de al betaalde kamer, een ontbijt voor de volgende ochtend. De ervaring had ons geleerd toch vooral iets te eten mee te nemen voor de avond, omdat de restaurants bij het hotel doorgaans gesloten waren in verband met personeelsgebrek.

Ergens was ik toch in slaap gevallen, want ik werd wakker met de opdracht een kathedraal te tekenen en vond een vloeipapier met daarop al een tekening van een grote eikenhouten deur, overduidelijk een kathedrale deur. Alexander was er ineens en probeerde me op de kast te krijgen. Dat lukte niet en ik waarschuwde dat ik zeven broers had en dat we dat appeltje later wel zouden schillen. Welgemeende vreugde alom en ik werd wakker door een geluid van beneden.

De weg dendert door de open ramen naar binnen. Lief doezelt nog even, maar ik ben de slaap kwijt. De wespen op de terrassen van de wegrestaurants langs de Duitse Autobahn hadden we twee keer getrotseerd. ze waren er in groten getale? ‘Volgende keer zoeken we een leuk dorp op’, beloofden we elkaar, maar nu wilden we vaart maken omdat we laat waren vertrokken. Er was meer sjouwwerk geweest dan gedacht. Lieve zus had aangeboden om eventuele missende benodigdheden voor het schilderen te willen halen en opsturen. Dat gaf een warm gevoel, zoveel betrokkenheid.

O jeetje, er gaat buiten een loeiend alarm af. Weer zie ik onze comfortabele auto in deplorabele toestand en doe schietgebedjes uit om het ergste te voorkomen. Hotels met hoorbare nachten zijn niets voor mij. Geef mij maar een klein hostel of een B&B. Volgende keer de tijd nemen om er naar te zoeken. Lief ligt in alle rust op een oor en is te benijden om zijn stoïcijnse houding en het ongewisse.

Rijden in zo’n hybride is zweven over de weg. Wat een zaligheid, al waarderen we de kleine blauwe Prins des te meer om zijn taaie karakter en doorzettingsvermogen. Hij heeft het vorige keer toch maar allemaal gedaan en al die bakbeesten van vrachtwagens getrotseerd. Het raam staat nu wagenwijd open, deze kamer ventileert niet goed. Boven het bed staat in eigenwijs rood met sierlijke krulletters ‘Nimm Dir Zeit Zum Traumen, es ist der Weg zu den Sternen’ met grote en kleine rode sterretjes erom. Het mocht niet baten, nou even dan, tegen de ochtend. De dag ligt nog open.

Als beloning komt de zon statig en in alle rust achter de bergen vandaan en slaat een kerkklok zes uur, dat vreedzame geluid van zondagsrust. Hier neemt het verkeer het roer over en stort zich de hectiek van een doodnormale werkdag.

Overpeinzingen

Daar komt het eigenlijk op neer

‘De taal zo buigen dat je in iemands hart komt, is het leukste wat er is’ zeggen de Vlaamse scenarist Raf Njotea en Nederlands dichter Joost Oomen in een interview. Het is de week van het Nederlands. Er wordt gesuggereerd dat veel mensen het Nederlands lelijk vinden. Er is geen vezeltje in mij die dat vindt. Wie de taal koestert, heeft de meest mooie woorden ter beschikking. De taal van mijn jeugd, mijn schrijvende moeder, mijn vader met zijn oorspronkelijke gevoel voor drama en de ouderwetse spreekwoorden en gezegdes die gebezigd werden hebben onze taal doen sprankelen. In ieder geval hebben ze ervoor gezorgd, dat ergens iets in de kiem ontwaakte. De liefde voor de taal. En wie lief heeft, koestert. Als je opgegroeid bent met Guido Gezelle en zijn krinklend winklend waterding dan weet je dat de Vlamingen voorliggen in de beleving. Daar danst de taal aan alle kanten, zingt zich een weg door de samenleving en dat begint al ergens onder de grote rivieren. Wat ons rest, is de echo te zijn van het verleden. Voor zover als mogelijk de rijkdom van de taal door te geven, in mijn perceptie de manier om tot iemands hart te spreken. Zoals de taal uit mijn boekenkast mij te allen tijde bereiken kan, als er behoefte aan is.

Met de bibberaties nog in de benen begon ik aan mijn deel van het inpakken. Niet alleen moest alles in de koffer gewerkt worden, maar tegelijkertijd kon de kamer stofvrij worden opgeleverd. Alle kleding die ik hier sporadisch draag, kon mee. Die kan dan daar blijven hangen, zodat er niet iedere keer een volksverhuizing op poten gezet moest worden bij iedere reis. Het gaf een prettige aanblik van een nog meer uitgedunde kast en altijd nog ruim genoeg bemeten om de dagen in te slijten.

Beddengoed was de volgende actie. De overtollige dekbedden van hier konden mee naar daar. tussen de bedrijven door was het rusten en luisteren naar de opstandige maag, die nog lang bleef na rommelen. Thee en crackers gingen goed, de kwark met medicijnen bleven binnen al was het ietsje later dan normaal.

Daarna het materiaal voor het atelier. Een koffer vol tekenspullen en boeken, nu er ruimte te over was in de grote auto. Een paar doeken om af te maken, nog wat lege of over te schilderen exemplaren en toch ook de vellen papier voor olieverf. Emmertje Gesso mee en de kist met olieverf. we hebben geprobeerd een winkel in schildersbenodigdheden te achterhalen, maar in heel Verweggistan zou er geen een te vinden zijn. Dat is tegelijkertijd een leuke ontdekkingstocht. Misschien valt er wat te vinden in de plaatselijke boekhandels.

Tussendoor komt er een filmpje van humanity en ik zie een prachtige rijzige vrouw op leeftijd, die een pleidooi houdt voor de goede geneugten van het leven, die ze ook volop kan proeven omdat ze kennelijk in de juiste omstandigheid verkeert. Haar boodschappen klinken fris en monter. Leef het leven zoals het komt, geniet van het goede. Iedereen heeft beperkingen maar laat je leven er niet door bepalen. Haar keuzes zijn gemaakt onder haar omstandigheden. Ze vertelt dat de zon altijd opkomt en het leven verlicht, letterlijk en figuurlijk. In het licht van de wereld vervormt er toch wel een en ander, maar ben je in deze gelukkige omstandigheid, wees dan bewust van de schoonheid om je heen. De kracht van de kleine maar fijne dingen. Daar komt het eigenlijk op neer.

Overpeinzingen

Al het leed geleden

Vannacht begonnen maag en darmen aan een eigen leven en lieten mij meegenieten. De Griekse yoghurt waar ik de dag ervoor de medicijnen mee in had genomen had al een wonderlijk zurig smaakje, tenminste dat wat ik nog kon waarnemen eraan. Ik was al wantrouwig om de duur waarmee het in de koelkast leek te staan naar mijn eigen analyse. Lief dacht dat het reuze mee viel, maar die let nooit op over-de-datastempels en beschikt nu over een betonnen binnenvoering. Het eerste glas water zit er in, er gloort hoop aan de horizon.

Zoonlief zorgt voor Pluis en de planten. Fijn als dat geen hoofdbrekens hoeft te geven. Ik zal de kleine trouwe lieverd missen, maar helaas is meenemen geen optie. Ze schiet al in de stress als ze oog in oog komt te staan met een kauwtje hier, laat staan als ze daar een salamandertje of een slang tegen komt.

De regen daalt gestaag neer. Fijn hoor. Tuin, galerij en balkon en de natuur buiten waren er aan toe. Wat een zegen kan regen zijn. Lief scharrelt zijn kleding bij elkaar om in een tas te doen en eigenlijk moet ik zijn onorthodoxe aanpak niet zien Wij zijn totaal verschillend in die dingen. Verweggistan is inderdaad ook een andere wereld qua mode dan hier. Je bent er al gauw hoog modisch. De sjofele aanpak van de dorpen weerspiegelt zich in het uiterlijk van de bevolking. Het zal ook te maken hebben met een vorm van isolement die de bewoners er kennen. Je schuifelt op het platteland naar je brievenbus, groet eventuele buren en schuifelt weer terug een keer in de week doe je met de auto de boodschappen in de Lidl of de Tesco. Daar komen ook de arbeiders en de boeren in grote getale in hun oude werkkloffies een lunch halen of zonodig bier voor de vrijdagmiddagborrel. Dan is het uitje al weer klaar.

In deze weken wil ik toch echt naar een middelgrote stad om te kijken hoe het er daar uitziet en er is daar ook een galerie met een museum zag ik. Maar voor het overgrote deel zijn we in het mooie oude huis aan het scharrelen. Het worden retraite dagen en die zijn doorgaans heel fijn. Gisteren gingen we kijken naar een goede passende schildersezel voor in de datsja. Marktplaats bleek qua prijs een betere optie. Dat komt de volgende keer. Nu kan ik nog uit de voeten met de twee driepoten die er zijn.

Maag wil nog steeds niet op haar plek blijven en walst zo’n beetje heen en weer. Het geeft en weeïg effect. Ik ga toch proberen alvast een beetje in te pakken. Wie weet trekt het met wat gewandel in de horizontale stand een beetje bij. De koffie krijgt het nakijken. Overigens is dat het enige voedingsmiddel dat ik meeneem. De kartonnen kokers met buisman koffie en wat kruiden die ik hier dubbel heb staan in de kast. Die kunnen daar dan blijven. De blikken met augurken, de mudden aardappelen, de hagelslag en de camping-boterblikken die mijn moeder en vader meesleepten onder de banken van de bus bij iedere buitenlandse vakantie naast hun uitgebreide kinderschaar zijn nicht im frage.

Het is tijd voor thee en droge crackers. Als die het redden is al het leed geleden.

Overpeinzingen

Nu de inspiratie nog

De kleine blauwe was aan de beurt voor de laatste kleine reparatie alvorens hij goed gekeurd zou worden. Waarschijnlijk was ik nog in de bonen van het vroege tijdstip. Het stond allemaal keurig genoteerd op de familiekalender. In mijn hoofd stond het op maandag de 26ste.

Helaas pindakaas, de juiste datum was dinsdag de 26ste. Een dag te vroeg. Ik mocht hem achterlaten. Tweede ongelukkige feit, er was geen vervangauto besteld. Dat betekende lopen en dat in alle vroegte. Tien over acht kuierden we over het industrieterrein van de stad. Het was al drukkend warm ondanks het windje. Eer ik vermoeid op mijn oude vertrouwde bank kon kruipen waren we ruim vier kilometer en een ontbijt bij een koffietent op het plein van het grote winkelcentrum verder. Daar zagen we allebei een grote bruine rat overlopen van de ene naar de andere kant. Niet eens heel snel, maar heel doelgericht. Ratten op klaarlichte dag, dan zijn er meer. Het schokt me altijd als ik een glimp van de, doorgaans onzichtbare, stadsjungle opvang.

Na de heerlijke ochtend van eergisteren namen we afscheid van zoonlief en schoondochter en van de kleine krullebol en de benjamin. Daar hoorden we welke spectaculaire belevenis de oudste had meegemaakt die dag. Hij had in de vroege ochtend zijn speen aan de ooievaar gegeven in het Amersfoortse dierenpark. Daar hingen al in groten getale de spenen van kinderen, die ze door wilden geven aan nieuwe baby’s. ‘Ben je met jouw speentje klaar, geef het aan de ooievaar’ stond er in hanenpoten op een bordje. Het koste wat moeite, maar er was een nieuw knuffeltje ter compensatie en dat vergoelijkte een hoop.

Gisterenmiddag wipten we even bij de tuin aan. In die van ons en van dochterlief was ernstig behoefte aan wat water. Het was er te warm om te werken, al wuifden de wilgen hun grote kronen uitdagend heen en weer. Daar had. Met gemak een stuk van af gekund. De maaimachine was kaduuk en we moesten het euvel derhalve grondig on der de loep nemen. Met de motor was niets mis, maar de beugel van de hendel evenwijdig aan het stuur was stuk. Al ras bleek dat je het ook prima met het kleine hendeltje kon doen waar het uiteindelijk om draaide. Met een handschoen aan was er geen centje pijn en toerde de oude getrouwe dapper rond. Ze maaide al het gras voor de voeten weg. Opgeruimd staat netjes.

Ik had wat schilderijen, die afgemaakt moeten worden, mee willen nemen voor het in te wijden grote nieuwe atelier in de Datsja in Verweggistan, maar ben ze vergeten. Dan gaat de rol schildersdoek mee en haal ik wel enkele spieramen. Straks ook even proberen hoe klein de ezel is als ik hem plat klap en of ie dan in de auto past. Daarginds staat alleen een wankele driepoot. Ook het tekenboek gaat mee, iedere dag een tekensessie is het voornemen. Daarnaast moeten er vorderingen gemaakt worden met de te lezen boeken(drie stuks) en het verhaal voor de scholen over het rampjaar 1672. De olieverf en de penselen gaan van hieruit mee. Eerst de oude voorraad op voor het aanschaffen van nieuw. Ik heb erg veel zin om het allemaal in te richten en het een goede plek te geven. Het uitzicht is er prachtig. Wie weet, waag ik me aan een landschapschildering. Het is nooit te laat om van je geloof te stappen. Al het andere tekenmateriaal mag ook mee, omdat er veel dubbel is. Productiemogelijkheden genoeg, tijd is ook in alles voorradig, nu de inspiratie nog.

Overpeinzingen

Wat een bijzondere ochtend

Nooit aan gedacht. Ergens ontbijten in de vroege ochtenduren. Het zijn van die typische ondernemingen voor de vakantie, maar waarom geen vakantie vieren in de eigen streek. Zoonlief had het idee opgevat om nog even samen te zijn voordat we straks vijf weken de kuierlatten zouden nemen. Hij had, zoals te doen gebruikelijk, alles tot in de puntjes geregeld en een plek uitgekozen waar wij ons doorgaans erg welbevinden. De veldkeuken in Oud-Amelisweerd.

We waren ruim op tijd en zoveel aan het kletsen dat we de juiste afslag misten om kruip-door-sluip-door via de Uithof, dat nu Science-Parc wordt genoemd, de oude bekende weg terug te vinden. Heerlijk weer, niet te warm, zo’n zoele ochtend waarop nog van alles mogelijk was.

Er was gereserveerd maar de tafeltjes waren allen onbezet, dus mochten we kiezen. We kozen er eentje vooraan, zodat we hen aan zouden zien komen, daarna konden we allen beslissen wat handiger was, de picknicktafels of de kleine terrastafels. Het werd een van de eerste tafels want groter en ruimte genoeg voor vijf personen. Heerlijk om ze weer even vast te houden na die week, de rollercoaster voor zoonlief met het verlies van zijn vriend, al het geregel en nu de rust en de stilte na het afscheid.

Het was een superontbijt en lief en ik ervaarden het als heilzaam om zo vroeg op te staan en dit soort activiteiten te ondernemen. Zij moesten door en wij konden nog een wandeling rondom maken. Maar eerst moest er een hoed voor Baloe de beer gevouwen worden. De eenvoudige handeling was me totaal ontschoten. Hoe deden we dat ook alweer. In gedachten zag ik het kind in mij met de krant in de weer, lang geleden in de sepiadagen van weleer. Nu bood gelukkig internet uitkomst. Binnen een tel had Balou een prachtig groen hoedje op, dat kleindochter, het bezige bijtje, versierde met een bloemsticker. Na dat uitgebreide ontbijt met verse heerlijkheden, subtiel versierd met goudsbloemenblaadjes, en het aangenaam verpozen namen ze afscheid, Baloe incluis. ‘Dag lieverds tot later’.

Ik wilde lief daarna de pluktuin laten zien en troonde hem mee langs het statige landhuis, langs de oude bomen, naar de tuinderij. Al bij het binnenlopen van de zijweg overviel ons de weldadige rust die de natuur daar ademde. In de pluktuin liepen mensen rond om een mooi boeket samen te stellen uit het weelderige aanbod, maar er waren er ook, die net als wij, alleen al genoten van de aanblik. De velden, de kassen, de moestuinperken, alles stond in het teken van een weelderige groei en bloei.

Er waren veel bijzondere plekken waar we even op adem konden komen en genieten van het natuurschoon. Een roodborstje, een jonkie zo te zien, hipte bij het prieel nieuwsgierig rond, nauwelijks onder de indruk van onze voetstappen. Vredig was het woord. Kalm en vredig.

Met een omweg langs het pannenkoekenrestaurant liepen we terug, genietend van een wijntje en van de gasten die in grote getale in kano’s of fluisterboten aan kwamen varen over de Kromme Rijn, aanmeerden, al dan niet met krachtsinspanning, en verheugd plaats namen aan een van de tafeltjes. Toen we even later aan de andere kant van het perceel de weg terug naar de auto vonden langs de gemoedelijk grazende ezels en in de slotgracht de wilgentak zagen met vier fiere uitlopers uit zijn bast als symbool voor de kracht van het leven, konden we in alle rust nagenieten van de gulheid van het land en voelden we de herboren energie. Wat een bijzondere ochtend.

Overpeinzingen

Samenzijn is zo waardevol

We zijn weer thuis. Lief leest naast me en zit nog steeds in de vroege middeleeuwen, waarin het Spaanse rijk aan het ontstaan is. Ineens bevind ik me weer in mijn eigen wereld, waarin ik moet landen en wennen aan wat anders loopt dan de week vakantie met de zussen en in zijn wereld, waar de gebruikelijkheden met lichte veranderingen zijn binnengeslopen. De borden staan anders, de gieters hebben een andere plek en meer van die futiliteiten. Bovendien zijn er de kinderen. He, mams is thuis. Een verhandeling over de kaduke grasmaaier, een invitatie om te ontbijten, een afspraak over een bliksembezoek in verband met op vakantie gaan of onze eigen Verweggistanreis. Daarnaast zijn er de binnengekomen bladen, kranten en andere tekenen van leven, die in die week vakantie verre van waren gebleven. Jawel het gewone leven neemt haar plaats in en terecht.

Soms loop ik in gedachten nog even in het polderende landschap, een tocht tussen dotterbloemen en riet in het krakend vers aangelegde park of vind mezelf terug op de fiets, haar in de wind, zussen voor me uit, in de pinkelende schaduwen van de bomen langs de weg waar druppels zonlicht doorheen vallen. De foto van de picknick, jaarlijks terugkerend moment, op Facebook brengt de zussen dichtbij. In hart en hoofd, daar zitten ze.

De ochtend is voor al het achterstallige leeswerk. De stapel kranten blijft voornamelijk bewaard voor de puzzels. Niets is zo heerlijk dan bij een ochtendkop koffie een puzzeltje op te lossen. Peinzen over woorden houdt de geest scherp. Straks gaan we in de benen, want de eerste afspraak staat. Ontbijt in de Veldkeuken met zoonlief en gezin. Daar knopen we een mooie wandeling in het groene Amelisweerd aan vast. Zo fijn om samen van de natuur en elkaar te kunnen genieten. Missen is omarmen van al wat achtergebleven is.

De terugreis verliep met de nodige hilariteit. Natuurlijk vermeden we de snelweg, maar we moesten wel op zoek naar een benzinetank. De routeplanner had er een gespot. Dat we daar vier keer het hele dorp voor moesten doorkruisen was potsierlijk en de vraagtekens boven de wenkbrauwen werden steeds groter. Waar zat het vermaledijde ding. Over een prachtig weggetje tussen de velden door, met als beloning een rij zonnebloemen langs een maisveld, kwamen we er uiteindelijk toch. De aanhouder wint.

Zuslief had de dag ervoor een prachtig beeld a la Appel, zo kleurrijk, op de kop getikt, maar bij thuiskomst scheurde bij de papieren tas de bodem eruit en viel het op de grond. De schade, een stuk eraf, wordt nu zorgvuldig door zwager onderhanden genomen. Het blijkt van een soort kunststof te zijn. Mijn idee om er met plasticine tegen aan te gaan, had dan niet gelukt. Straks heeft ze vast weer een pracht beeld op de beoogde plek staan.

Bij mijn huis was lief al naar beneden gekomen en omgelopen, dus kwam er een vertrouwd geluid achter ons vandaan bij het aanbellen. Wat was ‘thuis’ komen toch een bijzondere heerlijkheid als jaren alleen Pluis haar lieve kopjes tegen de benen gaf. Aan de oeverloze gesprekken kwam geen einde. De stroom verhalen beiderzijds kregen een plek, vonden elkaar, zoals wij elkaar bij het weerzien vonden. Samenzijn is zo waardevol.

Overpeinzingen

Herinneringen voor het leven

Het werd winkel-donderdag en niet in de laatste plaats door de beloofde stortregens. De laatste dag van een vakantieweek die omgevlogen is. Als het fijn is, kent tijd geen rem. Vanuit mijn kamer, deze morgen, fotografeer ik de sobere lariks, een raam met uitzicht, zoals op elke plek waar ik een nacht logeer. Dit retraitekamertje is bijzonder goed bevallen. Niet alleen vertoefde ik met mijn dromen, door de enorme dromenvanger boven mijn hoofd, in een stilte binnen de hectiek van de dag, maar ook kon ik er in alle rust in de vroege ochtenden naar hartelust en believen schrijven. Voor tekenen was er veel minder ruimte, omdat er altijd wel een onderwerp of twee, drie langs kwam drijven.

Er is een ding wat me vooral opviel aan de Friezen waar we praatjes mee aangeknoopt hadden of die we om hulp vroegen voor het een en ander, dat men over het algemeen buitengemeen aardig en spraakzaam was. Het predikaat ‘Stugge Fries’ werd niet als zodanig ervaren, in tegendeel. Wat een heerlijke, rustige en behulpzame mensen. Of we nu toeristen waren of niet, we werden met respect en egards behandeld. Het vrouwtje uit de brocante, de behulpzame fietsenmaker, de mevrouw van de bakker waar we de hele middag zaten, maar ook de winkeliers uit Drachten bleven praatjes aanknopen. Weliswaar was het een wisselwerking en natuurlijk kwamen wij als vier ongeremde hollewaaien de winkel binnenvallen, maar dan nog. We hoorden verhalen en kregen raad, die niet te versmaden was. Smullen geblazen. Zo bleek iedere ontmoeting een verrijking. De aanschaf bleef aan mijn kant bescheiden, bij de zussen wat uitbundiger.

Allereerst was er het geroemde telefoonkoord. Niet langer zal ik straks in de tuin mijn telefoon in een tuinhandschoen aan een veter hoeven te vervoeren, maar zal ze vastzitten aan een hypermodern koord schuin over de schouder. Met de jongen achter de balie hadden we nog een verfijnde conversatie, tussen neus en lippen door, over een vreedzame wereld en de betrekkelijk kleine groep mensen die dat kennelijk anders in hun hoofd hadden. Subtiel wees hij op de vredelievende inborst van de mens en schroomde niet er de godsdienst en de evolutieleer bij te halen. Filosoof in de dop, als je het mij vraagt.

In een van de winkels kocht ik de broodnodige nieuwe rugtas. Mijn ouwetje had al eens in een vroeger stadium de voering losgelaten, die ik er vervolgens zo goed en zo kwaad had uitgeknipt en alles rammelde zo’n beetje los door de binnenruimte. Deze tas, geen leren alsjeblieft, was een simpel doch doeltreffend model, plat op de rug, voldoende voor fototoestel, papieren en portemonnee. Het ontlokte aan de drie zussen een hartgrondig ‘hehe’ uit.

Natuurlijk werd er koffie gedronken bij ‘t zusje. Dat kon niet anders en ook hier was er een uitgebreide conversatie. Zo ging het de hele dag door. Bij het Friese Schathuis deed de eigenaar uit de doeken hoe moeilijk het was om de trends uit het westen te volgen. Het had wat langer voorkooktijd nodig dan anders. Ze waren niet al te snel om. Dat maakte het moeilijker inkopen. Zo hoorden we in elke winkel het wel en wee. In de laatste kocht ik eindelijk de ring, die ik, wegens alle praktische bezwaren al jaren lang afsloeg. Een prachtige,grillig gevormde, grote onhandige ring. Bij het dagelijkse schoonmaken zou ze uiteindelijk niet dienen. Ze was voorbestemd voor feesten en partijen.

Deze laatste dag werd beklonken met een heerlijk dinertje bij een nieuw restaurant aan de markt. de regen deerde niet langer, de optrekkende kou werd getrotseerd. In het huisje werden de laatste drankjes opgemaakt. Alles stond in het kader van vertrek.

Deze vroege ochtend ruimen we met een vleugje weemoed op, schrijven lovende woorden in het gastenboek en voegen dit zinvolle zussen-samenzijn toe aan de andere ervaringen. Herinneringen voor het leven.

Overpeinzingen

En bovenal vrede

In de ochtend een belletje van lief. Een windvlaag had hem buitengesloten op de galerij bij het water geven aan de planten, de sleutel lag binnen. Zoonlief kwam verlossing brengen.

Het werd de dag van de sleutels, maar dat wisten we toen nog niet en de dag besloot tegelijkertijd maar onze inventiviteit op de proef te stellen. Na een heerlijk begin van de uitgestippelde fietstocht, op wat gestechel over de route na, kwamen we in Kollum aan voor de eerste stop. Heerlijk koffie gedronken op een nog winderig terras, die alle hitte in de kiem smoorde. Goed toeven dus. De kerkklok luidde, vijf minuten voor het heel, zijn hele ziel en zaligheid eruit. Beierende klokken brengen altijd iets speciaals met zich mee.

We besloten even wat winkeltjes aan te doen, omdat de combinatie fietsen, natuur snuiven en wonderlijke dingen ontdekken in kleine eigensteedse winkels het altijd goed doen en verrassingen bijschrijven. Natuurlijk vind je dan net dat korte zwarte vest waarnaar je al zo lang op zoek was of ontdekte de schoonheid van de vintage winkel, een kruising tussen heerlijke tweedehands kleding, een galerie en een brocante. Snuisterijen te over. Hoedjes, beelden, poppen te kust en te keur, tuinbeelden die in Verweggistan niet zouden misstaan en overal mooie volle plantenbakken, petunia’s in weelderige bloei, ouderwets rode geraniums tegen een mooie witte muur, een blauwe kerkbank. Het was een lust voor het oog. Het was ook veel. En ergens, in die veelheid, ben ik haar dus kwijtgeraakt. Was het bij het passen van een grappige top of bij het bewonderen van een schilderij. Geen idee. Bij de fietsen bleken ze niet meer in de tas te zitten, niet in de broekzakken, niet in mijn handen. Die bleven loos naar mij staren. ‘Sorry folks’.

De twee jongsten wilden terug fietsen naar Kollumerzwaag om de reservebos op te halen, zeven kilometer heen en zeven kilometer terug. Zuslief en ik brachten de wachttijd door op een terras van de bakkerij in de drukke winkelstraat. Radler en thee en ladingen geduld. Juist nu was ik het tekenblok vergeten in de tas te stoppen, wat spijtig was. Na twee consumpties en redelijke tussenpozen zagen we hun koppies weer boven de geparkeerde auto’s uit. Gelukkig. Nu kon ik aan de slag met de grote sleutelbos. ‘Heilige Antonius beste vrind zorg dat ik mijn sleuteltje vind’. Raak bij de derde sleutel aan de bos. Al had hij bij mijn bede in de winkels liggen slapen, nu gaf hij eindelijk gehoor, die Antonius, als we die toch niet hadden.

We besloten de uitgestelde lunch binnen in de bakkerij te nemen, want het was inmiddels al vier uur. Broodjes meer dan gezond en voor mij de champignonnensoep met brood. Heerlijk en noodzakelijk. Daarna konden we voort. We reden de straat uit en zus stopte, floot ons terug, ‘Meiden, lekke band’. Ook dat nog. Het zat niet mee. De fietsenmaker in het dorp was niet te ver weg. Onze eigen fietsendokter stond alleen in de zaak en kon niet langs rijden. Dus gooide zus al haar charmes in de strijd om de dorpsfietsenmaker te bewegen even snel een band te verwisselen. Gelukkig had ik voor de zussen een hart met chocolaatjes gekocht bij de bakkerij, die viel de behulpzame man ten deel, naast de 25 euro en de lekke binnenband onder de snelbinder. Verteerd rond het ventiel bleek de oorzaak, dus voor rekening van onze man. Zo werd een en ander gecompenseerd en konden we de dikke sleutelbos en de lekke binnenband terug gaan brengen. Met boodschappen in de plaatselijke super, een bliksemflits en een donderslag als dreiging boven onze hoofden, fietsten we in rap tempo naar huis terug. Eind goed, al goed.

In de avond begon het toch weer te kriebelen. De regen en het onweer was minder heftig dan voorzien en om negen uur werd het droog. Tijd om naar het wad te rijden en de spectaculaire zonsondergang te zien, dit keer wel in zee en veel mooier dan de dag ervoor verzekerde men mij. Daar, die lucht met een palet waar je van kan dromen, de geluiden van de scharrelende steltlopers op het droogvallende wad, de lucht zo fris, zo vol belofte, wuifden alle obstakels ver weg. Er was nu, er was tijd, er was eeuwigheid en bovenal vrede.

Overpeinzingen

Het antwoord laat zich wijzen

Zonsondergang is iets dat je gratis en voor niets kunt bijwonen, hier of aan de kust of hangend uit je zolderraam. Terwijl de zussen in de na-zinderende hitte van de dag toch nog naar de waddenkust reden om daar de zon in de zee te zien zakken, bleef ik thuis bij de kippen en had een genoeglijk onderonsje met de scharrelende dames, tot ze, de een na de ander, stilletjes op stok verdwenen.

Voor me uit kleurde de hemel zacht oranje. Afhankelijk van waar ik stond, gaf mijn Ipad de beelden al dan niet in werkelijkheid weer. Het was niet alleen het schouwspel in de lucht, dat de moeite waard was, maar het ging ook om de zachte omlijsting waar ieder blad, iedere boom en het huis in verpakt werd. De wonderschone betovering door die zachte perziktint. Leven met een strik erom.

Binnen twee uur kwam de auto het erf weer oprijden. Zon had haar eigen plan getrokken en was niet in zee maar in een wolk gezakt. De filmpjes die ze opstuurden om me mee te laten genieten, bewezen, dat het zeker de moeite waard was om daar deelgenoot van te kunnen zijn.

Zelfs in de solitude lukte het me niet om ook maar een letter te lezen. Er was simpelweg teveel te zien en te beleven rondom. De buurvrouw kwam met zoon of dochter de kippenren sluiten. Ze was de oppas in deze vakantie voor de levende have. Hun stemmen waren op de wind al van verre goed te horen. Ik vroeg me af wie dat zouden kunnen zijn in dit niemandsland. Pas toen haar hond gehaast en uitgelaten om de hoek kwam, werd het duidelijk. Goed volk. Je weet het maar nooit.

Vandaag is de fiets opnieuw aan de beurt. Ik weet nog niet welk plannetje er uit te stippelen valt, als het maar wel van pleisterplaats naar pleisterplaats is. Er zijn fietsroutes genoeg, beloven de geplastificeerde kaarten in de map. Vandaag wordt het een ietsiepietsie minder heet dan gisteren, maar de graden komen nog altijd boven de dertig uit, een respectabele hoogte. Bewaar je innerlijke koelte, fluistert het stemmetje diep in mij. Haha, gisteren schreef een van mijn leesvriendinnen, dat ik oud en wijs genoeg was om mijn eigen vermoeidheid goed in te kunnen schatten. Dat is zo, maar die wens, die soms zo verschrikkelijk sterke wens, om er bij te zijn en niets te missen, om die uit te schakelen moet je aardig je best doen.

Een andere boodschap kwam binnen via de virale kanalen. Een van mijn blogvriendinnen was gevallen en had een heup gebroken. Ze lag te wachten voordat ze de operatiekamer binnen zou worden gereden. Wat een pech. Net nu alles waar ze zo naar verlangde eindelijk bewaarheid was geworden, een huis naar wens, een eigen atelier, tentoonstellingen aan huis, een mooie tuin, en dan ineens deze spelbreker. Het verleden fluistert in mijn oor: ‘Van het concert des levens heeft niemand een program’. Dat is zo, maar daardoor verandert deze domper niet. Het blijft zuur. Ik duim dat het niet teveel pijn zal doen en vooral, dat het te dragen is met deze hitte.

Insecten zoemen, buiten en veilig achter het hor, hun blijdschap over warme zonnestralen die tegen de gevel zijn geplakt. Het is zeven uur en de dag roept. Ook hier hoor je verkeer, valt me op en toch zijn we omringd door groen. Geluid draagt ver. Zal ik nog even gaan dromen of hanenwaken of toch maar vast aan de koffie. Dat zijn de dilemma’s van het moment. Het antwoord laat zich wijzen.

Overpeinzingen

Die malle gêne

Aan alle kanten krijg ik waarschuwingen om toch vooral binnen te blijven, maar hier in het noorden scheelt het nog net een paar graden met het midden, het zuiden of het westen. Hoe komen we aan die mazzel.

We gaan de koelte zoeken van de winkelairco’s, dat klinkt tegenstrijdig want de te hete stad. Maar winkel in, winkel uit moet te doen zijn, tussen de middag in huis en en laat in de middag bij de volprezen waddenzee. Nu maken we nog even gebruik van de koelte van het erf rond het huis. Om ons heen scharrelen de kippen van schaduw naar schaduw en maken er vertrouwde klokgeluidjes bij. Het klinkt zo tevreden, een ‘alles komt goed’ verhaal. Vredig, dat is het juiste woord.

Gisteren hebben we de fietsen maar eens van stal gehaald. We wilden een rondje om het Burgemer meer, iets in de trant van een juiste combinatie van zon en water. We volgden de knooppunten, fietspad naar fietspad, maar al wat we zagen was hooguit water van de rivier, een brug die defect was met knipperende lichten en gesloten slagbomen. Het tempo lag hoog met zus voorop. Allengs werd het warmer en warmer en er waren geen restaurantjes of iets dergelijks in de buurt. Dat betekende de dichtsbijzijnde supermarkt zoeken voor de broodnodige versterking van de inwendige mens. Bolletjes, kaasbroodjes, water, slaatje etcetera en een park er tegenover. Perfect. Picknicken tot de brug gemaakt zou zijn. Het moest wel vastgelegd worden, stel je voor dat we er niet meer toe zouden komen.

Daarna konden we voort. We fietsen langs allerlei weilanden, door lanen met wuivend en ritselend gebladerte, onder blauwe hemelluchten door met vegen schapenwit, langs goudgele stoppelvelden en velden vol wiegende groene maisplanten in alle maten. Gelukkig kwamen we op een gegeven moment toch bij een grote plas met een vrij recent aangelegd park, gezien de begroeiing. Piereboompjes leunend tegen stammetjes met een groot elastiek ertussen.

Het vrij grote dorp erna was goed voor een borreltje en de boodschappen, om daarna op huis aan te gaan. De kilometers lengden zich naar ons gevoel met wat extra meters aan en het duurde en duurde. Of was het de vermoeienis en de warmte die parten speelden. Met doorgezeten derrières maar een voldaan gevoel stapten we van de fiets af en lieten de energie ondergaan in frisse drankjes en een borrelhap. Verder dan de terrasstoelen voor het huis k wamen we niet meer. Eerst uitrusten.

Het is geen wonder dat ik hier zo goed slaap. De vermoeidheid speelt me parten na zo’n dag vol beweging. Het laatste stuk was net een tikje verder dan gedacht, zoals altijd het geval is als je heen gaat en terug vergeet. Vanmorgen sliepen we een gat in de vroege ochtend, maar om half negen zaten we aan het ontbijt en het plan was helder. Airco vangen in Dokkum en daarna naar het wad om een zonsondergang te zien.

Met wat leuke kleren, grappige prietpraat met verkoopsters en een paar schoenen voor zus rijker verlieten we het dorp weer. Het wad mistte te enenmale boombegroeiing en waar we ook liepen, omsloot de drukkende hitte ons als een deken. Te benauwd worstelde ik me boven het idee uit dat spelbreker een naar gevoel zou geven. Toch maar even toegeven dat de zuurstofkraan zich wurgend langzaam sloot, toen ze er naar vroegen. Soms wenste ik dat het beter te zien zou zijn, of dat ik een interventie van dergelijke aard niet zo moeilijk vond. De zussen zeggen het vaak’ Jij moet het aangeven’, maar o, wat is dat een opgave van formaat. Als je er geen last van hebt, dan is het nauwelijks te begrijpen, die malle gêne.

Overpeinzingen

Dan kan de dag niet meer stuk

De ochtend begon vroeg met twee kopjes koffie en een terugtrekken in de kleine maar knusse kamer met de sfeer van een kajuit. Misschien werd dat veroorzaakt door het houten bed. Een bedstede op zich. Het sliep heerlijk, na de bijgeluiden die vooral de eerste nacht waren opgevallen en die nu al tot de inboedel behoorden.

De dag ervoor moesten geit en stenen hondenbeeld gravend onder het struweel er aan geloven en werden, al even vroeg, in het sketchboek vastgelegd. De geiten bleven voor geen meter onbeweeglijk en blaatten vrolijk van het ene naar het andere hok, maar ik kon ze aan het begin vangen op de picknicktafel, waar ze lagen te soezen. Dan maar een duidelijk en een schim van de ander die later op de Ipad in kleur werd omgezet en waar geit twee verdoezelde in een mum van tijd. Ze hing namelijk roerloos in de lucht, wat een tikje onwerkelijk was.

Met alle ochtendrituelen en het ontbijt achter de kiezen togen we richting de kleine Friese dorpen richting de wadden met welluidende namen als Ee, Holwerd, Metslawier, Moddergat, Wierum, Paessens en Ternaard. Alle dorpen hadden zo’n beetje dezelfde kenmerken. Pittoreske huizen, bloemrijke tuinen, mooie oude gevels, klinkerstraten, de kerk met de eeuwenoude graven rondom, hier en daar bewoners voor het huis, druk bezig met de straat te vegen of de struiken te fatsoeneren door te snoeien. We vonden een pleisterplaats met de welluidende naam: Zee van Tijd, dat sprak ons aan, met niets anders dan dat deze vakantie, dus streken we er neer. Er was heerlijk gebak, merengue en cheesecake met de grandeur van een patissier bereid, en het was genieten temidden van de verbena, hortensia’s en vlinderstruiken.

Na het derde dorp en de zon wat ongenadig op de hoofden waren we blij eindelijk een open kerk met een tentoonstelling te zien. Zus had aangegeven graag de vlasvelden te willen zien. Toevallig ging de tentoonstelling in de oude doarpstsjerke over vlas en hoorde het bij de vlasroute: ‘Follow the blue line’. Een opmerkelijk mooie impressie met kleine pareltjes ertussen. Heerlijk om te kunnen laven aan de koelte en de schoonheid tussen de oude gebinten. Daarna hadden we trek in de wadden gekregen. We wilden zee zien en opsnuiven en aan die kant van de kust betekende het de dijk op en over.

En trappen, hoge trappen. Minstens bij elkaar zo veel treden als de vier dagelijkse trappen thuis. Die kon ik hebben, schatte ik in. Weliswaar iets langzamer, met gepuf en gehijg door wind en zon, maar glansrijk. Voor ons lag het wad, het zicht op Ameland en Schiermonnikoog als een streep aan de einder. Plukjes mensen lagen of liepen op de dijk. Zus ging over de stenen beneden de buit van open mosselen en wieren bekijken nu het vloed was en het water zich alweer begon terug te trekken.

Daarna werd het tijd voor de late lunch, maar zoals gewoonlijk kwam er nog een wad, waar een eind op te lopen viel en daarna een heerlijk vissersmuseum met de verbeelding van vroegere tijden in foto’s en huisraad, meubilair en klederdracht, compleet met de netten, de pierenstekers en de visverkoopsters tussen. Een filmpje erbij met de wapperende wollen was, borstrokken en lange onderbroeken, en de droogrekken met de scholletjes eraan gestoken, als stille getuigen buiten, van de beelden die we daarop zagen.

Een gerenommeerd restaurant in de buurt van het Lauwersdiep was de afsluiting van een heerlijke dag. Thuiskomen in de betrekkelijk rust van groen, vogelgekwinkeleer en zoemende insecten is dan ineens een oase, waar het goed toeven was met Simone en Yentl en de Boer op de buis en in hun voetsporen trokken Maarten van Roosendaal, Wende, Drs. P en Robeert Long voorbij. Dan kan de dag niet meer stuk.

Overpeinzingen

Pure winst lijkt me

Geduld is een schone zaak en het was een kwestie van geduld betrachten. Eens kwam die nacht, die doorgebracht zou worden in totale vergetelheid. Slaap komt met de vermoeiden, dat is ‘de wet van het logisch gevolg’, die van van Meden en Perzen. Het enige wat ik hoefde te doen was wachten tot de tijd daar was.

Het was de dag dat de fietsen gebracht zouden worden. De dag van Teun, bleek, toen Teun aan kwam hobbelen op de oprijlaan langs het grote veld voor het huis. Hij haalde de vier stuks uit de wagen, gaf er omstandig uitleg aan en verdween weer met een glimlach van oor tot oor die op zijn gezicht krulde, door de fooi bij de contante betaling. ‘Biertje voor de jongens’.

Ik had om de tijd te doden alvast een deel van het interieur vereeuwigd in mijn schetsboekje. Perspectieven en verhoudingen worden het thema in het schetsen van deze week, had ik al bedacht. Naast het thema van zuslief: ‘Het wordt een kreukelweek’. Kreukel is in, linnen kreuk, katoenen kreuk, alles mag op een vakantiedag. Dat kwam goed uit, thuis was de strijkplank bezweken, dus alles kreukte de koffer uit. Met een beetje uithangen zou het allemaal wel goed komen, had ik bedacht, en ‘Een kniesoor, die daar op let’. Gedachten waarvan het leven lichter werd.

Daarnaast bewonderde ik de beestenboel om het huis heen. De kippen in hun grote ren en de twee geitjes, die net wat appeltjes te grazen hadden. Zus en zus deden solidair wat grondoefeningen voor de zere rug. Hol en bol en rek en strek.

Twee zussen wilden er met de fietsen flink de kuierlatten in zetten, maar de derde wilde eerst kalmpjes beginnen. Wat te denken van Buitenpost, een kilometertje of tien. Boodschappen, lunchen en weer op huis aan, niet zonder de twee modezaken die het dorp rijk was, te bezoeken, natuurlijk. Een zs kocht sleutelhangers in de lokale boekenzaak. Mijn oog viel op de biografie van Hella Haasse, maar ik onderdrukte het verlangen. Eerst de andere boeken uitlezen.

Onder de lunch nam het gesprek weer zo’n zeldzaam serieuze wending, wat ons wel vaker overkwam. Over de moeilijke tijden die achter ons liggen, of de momenten waarmee geworsteld wordt in het huidige bestaan. Juist omdat we zo vertrouwd zijn is het eerlijkheid troef en werden er uitspraken gedaan, die het overpeinzen meer dan waard waren. We vonden op de terugweg een autoluwe weg, die beter te doen was dat die van de heenweg, waar kamikazepiloten vlak langs ons scheurden omdat ze de omgeving op hun duimpje kenden.

De volgende uitdaging lag al te wachten. Een pizza maken, zonder oven, in de pan met een andere pan erover heen. De jongste die het pak van thuis mee had genomen, boog zich over het deeg en rolde als een volleerde pizzabakker het deeg flinterdun uit met de rol plastic folie, bij gebrek aan de deegroller. Ach ja. Wie niet alles heeft, moet inventief zijn. Het ging wonderwel en vergde veel geduld. Voorbakken en afbakken met de al bereide ingrediënten. Voor geen gat te vangen hoor. Om de zware kost, het was wonderwel gelukt, te laten zakken, bouwden we een avondwandelingetje in. Het nadeel was, dat een rondje een teveel aan kilometers opleverde en we genoodzaakt waren dezelfde weg terug te nemen. Als bonus zagen we daardoor twee maal een hert en een haas en hadden we de ondergaande zon als filmisch moment met natuurlijk een idyllische luchtballon zwevend in een fraai gekleurde lucht.

Voor vandaag stippelden we een waddentour uit. Het zou weliswaar bewolkt worden in de middag, maar voor een zondag was het een uitstekend tijdverdrijf om te genieten van de omliggende dorpen. De fietsen zouden het niet halen, onze benen ook niet, maar de auto was een mooi alternatief.

Een worsteling met de twee afstandsbedieningen van de tv leverde ons een schreeuwerig modenieuws van SBS op. Het werd tijd om onder de wol te duiken. Morgen gaan we vroeger in de benen. Pure winst lijkt me.

Overpeinzingen

Nu de zon nog

Er hangt een dromenvanger boven mijn bed. Die ving gisteren behalve mijn dromen ook mijn slaap weg en het duurde even voor de Vaakmannetjes weer vat op me kregen. Vanmorgen wist ik me inderdaad niets meer te herinneren, van wie of wat me in de nachtelijke uren bezocht had. Wel een sfeerimpressie. Vanmorgen werd ik uitgerust wakker ondanks de korte nacht.

Het wandelingetje naar de vijver was sprookjesachtig door de invallende schemer en door alles wat we ontdekten. De hottub stond op een romantische plek, compleet met voile gordijnen aan weerskanten, en het uitzicht over het weiland. Er zat al water in. Er stond een ‘flessenboom’ zei zus, omdat er twee shotjes aan ‘groeiden’ of waren het sapflesjes. Zo’n ouderwets uitziende tobbe staat allesbehalve vreemd in de omgeving. De buitendouche opgetrokken uit metalen platen was een stukje verderop en als je er omheen liep kwam je uit bij de verstilde vijver met waterlelieblad en kronkelpaadjes er omheen. Annie M.G. en haar sprookjesschrijver, die verhalen verzint en daartoe zijn pen doopt in de inkt van een sprookjesvijver, dreven binnen de kortste keren op de grote leliebladeren, niet in de laatste plaats om de donkere diepte die het water had aangenomen in het vallende duister. Aan de kant lagen twee kano’s, een omgekeerd en eentje klaar om in te springen. Muggen dansten hun vitusdans.

We volgden het paadje langs braam en springbalsemien en ik kon nu met eigen ogen zien, hoe de laatste in het wild het land overnam. Het stoorde niet. Aan het eind van het pad kwamen we bij een open plek, een melkbus als bode, een koninklijke gietijzeren brievenbus, compleet met kroon, aan de zijkant, en een romantisch wit bankje met tafeltje in het midden. Je had er breed uitzicht over het grote pas gemaaide weiland waar een zilvermeeuw zich te goed was komen doen aan de omgewoelde regenwormen. Een stipje zilver in het groen.

Er is beweging boven mijn hoofd. Een van ons is wakker. Fotozus is altijd vroeg uit de veren om een van de mooie zonsopgangen te vangen. Het blijkt dat mijn venster op de wereld uitkijkt op de deur van het huisje en het kleine tafeltje in de zon. Ideaal om te ontbijten. Een grote lariks, die, waar gisteren de winterkoninkjes vandaan vlogen om te gaan spelen in de rododendron, stond er met zijn treurende takken toch fier en groen bij in de eerste zonnestralen. Een glanzend groene emaille ketel stond als decoratie op de tafel. In de verte ving de bomenrij zichtbaar meer wind. Daar ritselden de bladeren uitbundig.

Het boek ‘Reis naar het ongerijmde’ van Michael Ignatieff ligt naast me op de oude houten keukenstoel. Maar eerst is er een kop koffie. Kijken of zus het ingenieuze kookplaatje aan de praat heeft gekregen. Ik maak er direct maar twee. Voordat het water kookt is er een eeuwigheid verstreken. Op de picknicktafel ligt er een plasje water. Het heeft vannacht geregend. Ondanks dat heerst er droogte op het grasveld met haar gele plekken. Om het huis heen zijn er allerlei zitplaatsen gerealiseerd. Een gezellig zitje voor vier, twee grote houten ligstoelen met zicht op het veld erachter, een klein plekje vlakbij de sauna.

Het huisje ademt sfeer en liefdevolle aandacht. De inboedel is weloverwogen en aan alles is gedacht. Vandaag komen de fietsen en zal het Friese land haar geheimen een voor een prijs geven. Met de fiets zie je zoveel meer. Nu de zon nog.

Overpeinzingen

Dat belooft wat

Jaap Fischer zingt zijn tanden in zijn keel(Het Kerkhof)terwijl de jongste lieve zus een tortilla in elkaar draait met behulp van de andere helft van de achterbank. Ik zal het uitleggen. Wij ‘oudjes ‘ rijden of zitten ernaast, de ‘jonkies’ zitten altijd op de achterbank. We zijn in het vakantiehuisje aanbeland. Ergens in het midden van het Friese Nergensland, uitgebreide bossen en weilanden, frisse lucht, buizerds en sperwers in de lucht, een ree langs het struweel tussen de weilanden, kippies op het erf.

Vier zussen, die al jaren met elkaar een week doorbrengen, op elkaar ingesteld door de ervaring, een punt waarop de niet gedeelde jaren met dit steeds vorderende samenzijn herkenning en een vertrouwd ontmoeten bracht.

De plaats was onbekend, de weg er naar toe net zo, maar eenmaal gevonden een oase gelijk. Een lieflijk huisje, oud en industrieel gemixt, alle voorzieningen bij de hand en een hele hartelijke gastvrouw, die de volgende dag naar hun vakantiebestemming zouden vertrekken.

De plaatselijke dorpswinkelbediende verbloosde bij het zien van de stevig gevulde kar, die we voor hem schoven. Daarna een brede glimlach van oor tot oor. Deze winst maakte zijn dag weer goed. De innerlijke mens moest toch versterkt worden en omdat de kosten door vier werden gedeeld, viel het eindbedrag altijd reuze mee. Bovendien, he vakantie, dan mag je gewoon alles wat je graag wilt nuttigen, aanschaffen.

Vanmiddag tijdens de lunch was er een mevrouw die duidelijk in haar eigen wereld verkeerde. Het was aandoenlijk. Ze liep met blote voeten door de zaak, had een aantal voorwerpen uit de aanpalende winkel gevist en was bezig die te schikken en te herschikken. Ze rolde er zelfs het kleed onder de meubelen voor op en haalde een stoel van het gesloten terras naar binnen. Het werd de manager van het bedrijf teveel. Het zien van de steeds groter wordende chaos door haar handelen noodzaakte hem kennelijk tot een wat barse toon, waarop hij haar sommeerde om weer orde op zaken te stellen. Maar de vrouw, al wat ouder aan de handen te zien, een opmerkelijk jong gezicht, verweerde zich verschrikt met het uitleggen van haar bedoelingen. De verdwazing was met handen vol van haar gelaat af te scheppen. Het gaf een gevoel van onmacht en stemde droef. Van de gerant achter de kassa hoorden we dat ze vermoedelijk in het hotel logeerde en alles voor haar dochter wilde kopen. De reden bleef onduidelijk. Een zwak verweer van mijn kant over haar verward zijn en wat dat met een mens doet, bleef aan de oppervlakte. Het ongemak voor het etablissement hield de overhand.

Heerlijk gegeten, vaatje aan de kant en straks een wandeling naar de vijver, waar in de holle bomen de bonte specht zich meer dan thuis voelt. ‘s Nachts belooft de map met instructies ook nog de roep van de jagende uil, iets om wakker voor te blijven natuurlijk. De mappen met wandelingen, Lauwersmeer, Oost Mahorn, wandelen tussen Buitenpost en Kollum, en een veehuis in het veenkloosterbos beloven ongerepte natuur aan flora en fauna.

Hier gaan we ons niet vervelen. Op dit moment vieren een aantal winterkoninkjes een feestje in de rododendron, er zitten vast en zeker jonkies bij aan de grootte te zien. Alsof ze zo vlak voor het slapen gaan zich nog even moe willen stoeien, zo herkenbaar.Voorlopig raken we nu, op de eerste dag al niet uitgekeken. Dat belooft wat.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Nieuwe woorden en gedachten

Wilden we vroeg naar de tuin sliep ik eindelijk als een blok en liet lief me lekker slapen. Een wijs besluit. Dus werd het hele programma omgegooid, wat resulteerde in een heerlijk rustig ochtendje en een welbestede middag. Bij de ANWB-winkel haalden we de vignetten voor Oostenrijk op. Die voor Slovenië zijn bij de grens te halen en die voor Hongarije online. Bij iedere rit worden we weer wat wijzer.

Er was nog een staartje opruiming en lief was er aan toe zijn oude versleten t-shirts in te ruilen voor een zestal schitterende nieuwe, alles voor een habbekrats, maar wel met duurzaam, mensvriendelijk en eco op de etiketten. Dat draagt toch prettiger.

Met de buit reden we door naar de tuin. Eigenlijk ook een hele goede tijd, zo aan het eind van de middag. Er waaide een aangenaam windje en er was rust en stilte. Halverwege het maaien bleken de accu’s toch leeg te zijn. De rest was voor de volgende dag. Lief krabde het straatje schoon en voor mij viel er veel aan gras en brandnetel te halen uit de perken. Tot mijn grote vreugde waren er knoppen in de anemonen, de wilde lupinen droegen grote zaden, maar hun bloemen heb ik nog niet mogen aanschouwen. Ook de dille, de koriander, het komkommerkruid, de daglelies, de verbena, het zeepkruid en de witte lupine hadden er zin in. Ze lieten zich van de mooiste kanten bewonderen. Het was er goed toeven temidden van al het fraais. We waren al een tijdje niet geweest en het viel reuze mee met het achterstallige onderhoud, evenals de droogte. Het merelvrouwtje liet zich een paar maal zien en deed zich vooral te goed aan de welig tierende bramen. Bij de buurman hingen de koolmezen verlekkerd aan de pindasnoeren.

Dankzij de kalme voortgang van moeder natuur konden we uitgerust naar huis, het hoofd vol schoonheid en hernieuwde energie. De grote hybride stond ons op te wachten. Elk nieuw snufje wat ik gaandeweg ontdek, brengt een grote glimlach. Wat een uitkomst al die nouveautés.

In de avond kwamen wat droevige berichten door. Een goede vriend van zoonlief die plotseling was overleden, een vader van een van mijn vroegere leerlingen, ook veel te jong, twee gevalletjes corona in de familie. Vooral de vriend kwam binnen en de gedachte aan hem liet me niet meer los. In de grote trouwe vriendenkring zal hij zeer gemist worden.

In de volkskrant schrijft Frank Heinen in zijn column: ‘Op een haar na vakantie. Effe weg van je oude woorden en gedachten, in de hoop dat er in de stilte nieuwe voor in de plaats komen’. Het zet me aan het denken. Natuurlijk is er in deze tijd, dat we op de lauweren kunnen rusten en de tijd mogen indelen naar onze eigen wenselijkheid, iedere dag vakantie. De stilte voor nieuwe woorden groeien in de tuin, tijdens een wandeling, bij het zien van een goede film, tijdens een boom die we met elkaar opzetten. Nieuwe woorden groeien tegenwoordig iedere dag. Het komt voornamelijk door het aangename samenzijn die daartoe een stimulans is. ‘Jullie praten veel’, viel de buuf op in de tuin, links van mij. Het is waar. Er is gespreksstof te over, maar juist ook ruimte voor stilte. De ochtenden zijn een oase van rust met koffie, schrijven en een goed boek. Daarna zijn we klaar voor de rest van de dag. Een aanrader voor iedereen die daar gebruik van kan maken. Het is een moment van bezinning op wat komen gaat en dat wat achter ons ligt en wat het gebracht heeft. Een opmaat naar nieuwe woorden en gedachten.

Overpeinzingen

Deze luxe is een zaligheid

Het werd een leuk feestje, vrij plotseling en heel gezellig. Zoonlief had de tuin tot zaal gebombardeerd. Met de comfortabele tuinbank was er genoeg plek om te zitten voor iedereen. Altijd verbaasd me de hoge mate van vriendelijkheid van zijn schoonfamilie me weer. Hartelijk en oprecht geïnteresseerd in alles wat er gebeurd. Geanimeerde gesprekjes, lieve knuffels aan begin en het einde.

Een goede vriend kwam langs met de dis, veertien dozen pizza. Heerlijke dunne bodem en zalig beleg. We dachten als oudjes, dat het veel te veel zou zijn, maar binnen een mum van tijd zat iedereen te smikkelen tot zelfs de laatste pizza voor het grootste deel nog opging.

Mijn lieve schoonzoon had de auto bij zich, dat wist ik, dus lief en ik liepen op ons bedaarde akkertje een blok verder naar het huis van zoonlief, haalden een mooi bloemetje op en kwamen zowaar een lieve vriendin van vroeger tegen en de tandarts. Heuglijk feit, dus gaven we elkaar drie dikke zoenen waar we zelf verbaasd van in de lach schoten. ‘Dat doen we anders nooit’, zeiden we tegen elkaar. Dat klopt, daar leent zich een behandelkamer niet voor. Maar het gaf wel aan hoe blij we waren om elkaar weer te zien.

De sfeer was ontspannen en gemoedelijk. De kinderen vermaakten zich opperbest met het water uit de teil om de frisdrank koel te houden, ze hadden speelruimte te over en dolden elkaar, stoeiden, spoten elkaar nat met kleine waterpistooltjes die een regen van kleine druppeltjes gaven. Er werd veel gelachen. Na de pizza was er taart en kaarsjes die aangestoken werden en uitgeblazen door alle kindermondjes er omheen.

Schoonzoon legde bij de auto, los van het feestgewoel, de techniek van de hybride uit en ik was hooglijk verbaasd dat je geen oplaadpaal nodig had. Geen idee hoe de techniek werkt en het wordt tijd dat ik me daar eens in verdiep. Hoe lang was het geleden dat ik bij de eerste auto’s zelf uit de voeten kon met mijn oliepeilstokje, de hamer om op de bobine te slaan als de motor geen zuchtje gaf en hoe ik de kruissleutel ter hand nam om een wiel los te draaien bij een lekke band. De glanzende bolides van deze tijd nodigden niet uit tot huis-tuin-en-keukengesleutel.

Het was allemaal zo vernuftig dat we bij het wegrijden aarzelden omdat we de bluetooth wel aan de praat kregen, maar het geluid van de radio niet. Zoonlief, bezorgd omdat we nog steeds stil stonden, kwam kijken. ‘Daar zijn knopjes voor, mams’. O ja. Het ronde knopje voor het geluid stond uit. Als iets ingewikkeld is, vallen de simpele toevoegingen in het niet. Daar denk je dan niet meer aan. Daarna zweefden we naar huis. Geen greintje geluid kwam door. Zoef zoef.

Op de parkeerplaats stond de kleine blauwe. Die kon zijn gram halen bij het feit dat ik moest wennen aan de afmetingen van de grote bak bij het parkeren, ook al was het uitgerust met een cameraatje voor de afmetingen en een waarschuwend klingelgeluid. Lief van schoonzoon was het verhaal dat de kinderen in de rats hadden gezeten bij onze eerste escapade naar Verweggistan in de kleine blauwe prins. Dat hadden ze dan goed verborgen weten te houden. Derhalve deze gulle gave van de shortlease.

We gaan het uitproberen en in deze dagen nog een beetje verkennen. Het zal wennen zijn. De kleine blauwe is me erg lief, maar deze luxe is een zaligheid.

Feest der herkenning·Overpeinzingen

Daar is geen mens ongelukkiger van geworden

De kleine blauwe was herboren uit de garage teruggekeerd en schoon. Ze hadden hem even fris gewassen. Er moest nog wel een klein dingetje gedaan worden. Dat kon niet gisteren, omdat er iets besteld moest worden. Derhalve stellen we de gang naar Verweggistan nog even een paar dagen uit.

Vandaag mag ik de auto halen van schoonzoon voor de reis er naar toe. Een grotere, comfortabele hybride. Drukt de kosten, dus niet onbelangrijk. Dat willen we gaan uittesten. Mijn kleine blauwe Prins als handige stadsauto en de grotere lease voor de reis. Kijken of het loont en prettiger is.

Bij de verjaardag afgelopen zondag in het park bleek weer eens een keer hoe vervelend het is als je niet meer wendbaar genoeg bent. Eenmaal op de grond beland, voelde ik me net een zoutpilaar. De berg, zogezegd, en alle lieve schatten er omheen moesten naar mij komen als ik ze wilde knuffelen. Zo’n stijve hark. Vandaag op de fysio zal ik daar extra oefeningen voor vragen. Met het traplopen gaat het nu goed. Doorgaans red ik de vier trappen in één adem omdat ik geleerd heb de beenspieren in de strijd te gooien en dat spaart een belangrijk deel van de lucht. Zelfredzaamheid is een groot goed.

Vandaag is de tweeling jarig en altijd op deze dag, zie ik mijzelf weer om acht uur ‘s morgens tegen de deurpost van de eerste hulp aanhangen, in een wee, met de fles wijn, de drie deeltjes van Vasalis en de twee identieke knuffelbeertjes als aandenken voor de gynaecoloog onder de arm. Nog een en al vrolijkheid en eigenlijk een maand te vroeg. Ik was er zelfs alleen naar toe gereden met de auto, omdat manlief de twee dametjes bij opa en oma moest brengen. Voor half twaalf waren de twee er. De grootste van de twee blakend van gezondheid en de tweede, die knel gezeten had in zijn compartimentje omdat broer er steeds tegenaan trapte, wat verkreukelder en benauwder in de couveuse. Beide ongeveer 2300 gram. Een eitje, die bevalling, wonderlijk, maar een eitje. Haha. De gekte kwam pas later, toen er de meest onverwachte mensen in grote getale dit wonder kwamen aanschouwen. Ik zag ooms en tantes, die ik in mijn lang-zal-ze-levensdagen niet had gezien. Het werd daardoor extra feestelijk en vermoeiend. De kraamtranen bleven achterwege, want met twee dochters en nu de zonen erbij waren we echte routiniers geworden. Bovendien moesten ze altijd op elkaar wachten. Dat die grote stoere mannen van 37 toen van die schattige tere rozige prematuurtjes waren is nauwelijks voor te stellen, maar het was echt zo.

Zelf was ik alles behalve aangedaan door de exercitie en stond ik een half uurtje later om twaalf uur de kleinste achter glas te bewonderen. Geen centje pijn. Omdat we nog een aantal dagen mochten blijven was de kraamtijd reuze relaxt en ging ik in de nacht zelf bijvoeden, omdat ik het zo herkenbaar en gezellig vond in de zusterspost. Alsof ik weer een nachtdienst draaide. Eens een pleeg, altijd een pleeg.

Er is nog een leuk feestje in het vooruitzicht. Donderdag gaan we uit eten als gezin, zonder aanhang. Alleen ik met de vijf. We hebben de Stadsjochies gekozen en ik ben reuze benieuwd. Dit is weer de eerste keer sinds lang en derhalve heel bijzonder.

Ondanks deze nieuwbouwstad voel ik me nog steeds een stadsmessie en als het even kan gaan we straks op zoek naar een mooi appartement in het oude centrum van onze geboortestad, denken we nu, omdat plannen maken nou eenmaal bij de liefde past. Wensen en verlangen en die proberen waar te maken, al zou de tijd beperkt kunnen zijn. Maar evenzo vrolijk zit er voor ons een flinke rente op en kunnen we jaren voort. We gaan het zien en beleven, maar dromen, daar is geen mens ongelukkiger van geworden.

Overpeinzingen

De onmacht en daarmee de pijn

Vanmorgen in alle vroegte uit de veren om de kleine blauwe prins weg te brengen naar zijn en mijn vertrouwde garage. Hij mag nog een keer helemaal in de revisie. Een rib uit het lijf, maar dan heb je ook wat. Voor de keuring kwamen er nog twee kleine dingetjes bij, maar als je rekent dat een pakje geraspte kaas tegenwoordig al 5 euro kost, valt het allemaal reuze mee.

Ja, ja het valt eigenlijk helemaal niet mee. Gelukkig zijn er geen kleine kinderen meer in het spel. Wij oudjes doen het goed op één of twee maaltijden en verder hebben de kosten weinig om het lijf. Alles wat er is, is voldoende. Je ontspult veel sneller bij het opruimen van alles dat bewaard werd in het verleden, maar nu een weg vindt naar een tweede leven. In een kringloop vliegt het leven in herinnering voorbij tussen al die prullaria. Een enkel keertje word je oog getroffen door een blikvanger, maar met wikken en wegen blijft het object voor 99 % staan waar het staat. Ruimen, plek maken, doorgaan met loslaten. Dat is het motto deze dagen.

De ‘volle maan’dagen zijn weer in het zicht en dat is duidelijk te merken. Het is voor ons een teken dat er hier en daar helderheid verlangt wordt tijdens de gesprekken. Een verduidelijking zonder mitsen en maren. Soms duurt het wachten te lang. Dan wordt het verlangen naar een eigen stek voor ons twee te groot. Geduld is een mooie zaak. Pas op de plaats, alle bezwaren tackelen en rustig doorgaan met aanpassingen maken in dit onderkomen, is de remedie bij uitstek. Het hoofd puilt uit van al het nieuw en dient kalmpjes te worden onder gebracht in kleine compartimenten achter de deuren van de grijze hersencellen. En daarna het principe ‘Alles op zijn of haar tijd’. Het komt goed. Heb vertrouwen.

Gisteren werd het verjaarsfeestje van schoonzoon en de kleine dribbel in het park gevierd. De allerlekkerste plek voor kinderen om feest te vieren. Iedereen kan uit de voeten, de kleintjes ravotten, de grotere kinderen voetballen met hun rijzige ooms, ouders halen capriolen uit ter meerdere eer en glorie van lering en vermaak, de dribbeltjes onder ons dartelen er als jonge geitjes tussen door.

De cadeautjes vallen in de smaak, schoonzoon gaat voor Padel boven de museumjaarkaart. Dribbel is helemaal jarig, blaast heel hard een niet brandende vier als kaars uit, zet zijn teen in de chocoladetaart en likt met zijn vinger van het bruine goedje. Brede lach van oor tot oor is het resultaat. Wij babbelen met iedereen alles bij als compensatie voor de vakantieweken die gaan volgen en het feit dat we elkaar een tijdje niet zullen zien. ‘Ga met corona(die hij ongetwijfeld ziet doorbreken in de herfst)in Hongarije zitten’, oppert zoonlief. Ze stoken allen echter op hout. Het is een groot stikstoffeest in de winter. Beter van niet dus.

Onder handbereik ligt het boek van Michael Ignatieff ‘Reis naar het ongerijmde’. Ongerijmd betekent volgens de Van Dale ‘In strijd met het gezonde verstand’. Derhalve is de titel tweeledig te verklaren. Een reis naar de wereld achter het gezonde verstand, maar ook een reis naar dat wat niet te rijmen valt met de ratio. Alleen daarom al moest ik dit boek wel gaan lezen. Het boek begint met pijn, in het voorwoord staat haarfijn uitgelegd waarom. ‘Kwetsbaar als een in de steek gelaten kind’ als de moeder het kind niet meer herkende. Mist, die nooit meer uit je hoofd verdwijnt en de aanschouwer die alleen maar kan gissen hoe dat zou zijn, maar het nooit helemaal ten volle beseffen zal. De onmacht en daarmee de pijn.

Overpeinzingen

Aftellen geblazen

Vijf uur en het uitzicht door het zolderraam op het luchtruim is vaal lichtgrijs met donkere strepen. De boom strekt haar toppen uit in de linker benedenhoek. Hier hoor ik geen vogeltjes. Wel het zachte suizen van de A2, waar de vroege ochtend zich niets aantrekt van nachtrust.

Gisteren dook ik in de boekenkasten op wat straks de werkkamer moet worden. Twee tassen gevuld met overtollig leesvoer voor de kringloop en een speciale tas vol dagboeken voor boven, waar een plank gereserveerd wordt voor jeugdsentiment, levenszaken en anderszins. Dagboeken, teken-dagboeken, vakantiedagboeken in geuren en kleuren. Lief leest nog op bed en ik rust even bij hem uit, hang tegen hem aan en lees wat van mijn levensflarden voor. Wonderlijke, soms haastig opgekrabbelde zinnen, vluchtige tekeningen erbij. Een wandeling door de lanen der herinnering. In de kast beneden kom ik een enveloppe tegen met wat ik hem ooit wilde opsturen, het adres, in mijn handschrift, De Morelstraat, stond op de vergeelde voorkant. Brieven van zijn zus, een brief van zijn vader, fotootjes van ons en pasfoto’s van hem. Geen spat veranderd.

Bij het teruglezen deed ik de wonderlijke gewaarwording dat ik-macht der gewoonte?-het woord nogal eens tot de Heer richtte. Deze wonderlijke vorm van aandacht vragen aan iemand, wie dan ook, droeg eenzaamheid met zich mee. Ik kon kennelijk in mijn puberjaren nergens mijn ei kwijt en de gedachten waren zo verward dat ik bladzijde aan bladzijde er vol mee schreef, overduidelijk hunkerend naar liefde. Op elk bladje een ander schatje. Het latere werk werd verhalender, realistischer, grappig ook. Malle capriolen en avonturen breed uitgemeten in mooie volzinnen of met grappige associaties. Schrijfontwikkeling was er zeker.

Een plank reserveren voor deze hartsgeheimen en de tassen afvoeren. Niet alle kringlopen namen goederen aan op zaterdagmiddag, maar in een stadje verderop stonden ze tot half vijf, werd me verzekerd via de Ipad. Dus in de benen. Een vriendelijke jongen nam ze dankbaar in ontvangst. Wat een fijn contrast met de overwegend stugge aanpak. We besloten om even binnen te speuren, nog steeds op zoek naar Kathedraal van de Zee, van Ildefonso Falcones.

Het was er licht en ruim en alles zag er schoon en goed gesorteerd uit. Boven achter de overtollig huisraad op de rekken met de vele gevulde boekenplanken op alfabet, vond ik het. Zomaar, bij de -F-. Een klein beetje vergeeld, duidelijk afgedankt, maar verder in goede staat. Wat een mazzel.

De rij voor de kassa was lang. Een echtpaar kocht zich een boekenplank vol en had er evenveel spraakstof bij nodig. Een andere man, die ik herkende van het Indische restaurant kocht alle bamboo gastendoekjes op die netjes verpakt voor 0,50 cent per stuk te koop lagen in een grote doos. Iedereen in de rij erachter hipte van been op been, ogen werden veelbetekenend naar boven gedraaid, diepe zuchten waren hoorbaar, maar de verkoopsters en het stel bleven kalm bij hun onderwerp. Er kwam schot in. Eindelijk frisse lucht. De koning te rijk en blij als een kind.

Appen met dochterlief. Wel en wee besproken, graven in mijn eigen handelen van ooit lang geleden waar het de kinderen betrof. Gewag maken van laatjes overtollige opsmuk, die wij drie vrouwen eens nader moesten bekijken en daarna met het hele stel. Er zit veel prullig klatergoud en wolligs tussen, de oude India-ringen en bellen daargelaten. Het mag allemaal weg. Langzaam maar gestaag.

De kleine blauwe Prins wordt morgen uitvoerig onder handen genomen, dus die gaan we leeg en schoon opleveren. Dat betekent stofzuigen. Wassen hoeft niet, dat gebeurt in de garage. Wat plezierig om straks weer met een zo goed als nieuwe blauwe op weg te kunnen. Verweggistan lonkt. Aftellen geblazen.