Uncategorized

Met de kabouters op stok

Gisteren stond ik in de druilerige regen tegen een lantaarnpaal geleund om te wachten tot de deur van de school open zou gaan om de kinderen los te laten. Pas bij een derde lichting kwam een bedremmeld jongetje naar buiten, kleinzoon drie. Hij wilde naar de rozentuin. Dat was nieuw. ‘Had je een fijne dag’, vroeg ik. Maar de nevel bleef neerdalen. Rozentuingemompel en sippigheid. Het prieel was in het naastgelegen park. Dus liepen we met alle-omatijd-van-de-wereld naar de rozentuin. Die oogde wat droef, omdat het blad zwaar was van de hele dag druppels, maar ik prees de nog bloeiende geraniums de hemel in en de prachtig verkleurde bolhortensia’s, liet hem het verschil zien tussen het blad van de blauwe regen en de clematis, terwijl het schuine hoofd luisterde en de ogen weer wat begonnen te klaren.

De hamvraag bewaarde ik voor het laatst. ‘Wil je naar het Pietenhuis? Grote ogen. Ik haastte me te zeggen dat er waarschijnlijk niemand te zien zou zijn, maar dan wist hij wel waar Sinterklaas logeerde. Met een klik schoof de gordel vast, hij was er klaar voor. Op naar Paleis Soestdijk. Aan de overkant van de drukke Amsterdamse straatweg was wel een parkeerhaven. Twee oversteekplaatsen waren we af van wat voor de meeste kinderen op dit ogenblik het hoogste goed was. Een handvol van het grut stond, gemiddeld veelal met opa’s of oma’s, voor het hek tussen de scherpe spijlen en keken, smachtten, verlangden naar een glimp van de goedheiligman of een van zijn hulpen, maar alleen een tuinman harkte het grint.

Ik liet hem zwaaien naar iets waar ik een verdwaalde Piet in zag, maar zijn heldere ogen hadden allang gezien dat het een grote siervaas was met een dorre plant erin. Misschien toch weer eens tijd voor een nieuwe bril, registreerde mijn hoofd. Ik wenste in stilte voor al die kinderen, die bleven turen, dat ze een bordpapieren exemplaar van Sint of Piet voor de ramen hadden gezet, net echt, maar zoveel fantasie straalde het paleis niet uit. Er waren alleen de opgehangen tekeningen in de rechtervleugel en de rode brievenbus, waar ze in gedaan konden worden direct achter de spijlen van het hek en de rode Sintvlag, zonder de bijpassende wind om fier te wapperen. ‘Er was er eens een brievenbus, die op een pleintje stond, het was een rode brievenbus, hij had een open mond’ zong ik de grote klassieker van Annie M.G.en het klopte helemaal. Hij zou voorgoed weten wat met de mond van een brievenbus bedoeld werd.

Op de terugweg, wat gehaast om binnen de groen verlichte poppetjes de overkant te bereiken, leek het me een goed idee om op zoek te gaan naar pepernoten. De ogen lichtten op. Goed plan. Het ‘kabouter’dorp Lage Vuursche was het dichtst bij en paste in het kader. Pannenkoekenhuizen, restaurants, een boswinkel, en veel kabouters later vonden we een vogelhuis voor papa en mama, een eekhoornpen voor hem en allesbehalve pepernoten. Goed idee, vond de juffrouw die achter de kleine toonbank hoorde. ‘Dat zal ik eens voorstellen aan de baas’. Ze grabbelde in een glazen stolp met zoete karamellen en gaf hem er een. ‘Vooruit voor mama ook een’. Tjonge, zaten mijn rimpels goed verstopt achter dat zwarte snoetje. Het had voordelen, moest ik beamen.

De terugweg kauwden we stuk op de vraag of kabouters echt bestonden. De karamellen lieten we heel voor thuis. En het deerde geen moment dat de pepernoten met de kabouters op stok waren gegaan. .

Uncategorized

De vrijheid geeft

Gepikt en gesteven ben ik klaar voor de mannen van de bel. Wat een mal begin. Alles is gedaan in een fractie van de tijd, die ik anders neem voor het ochtendritueel, schrijven incluis. Nu is er al een bed verschoond, beneden gestofzuigd en zit een was in de machine. De ochtendstond heeft goud in de mond. Binnen dan, want buiten miezert en druilt de dag voort.

‘Home is where the anchor drops’. lees ik bij een van de bloggers. Dt zou betekenen dat je te allen tijde zelf het huiselijke gevoel met je meedraagt. Er zijn soms wat kleinigheden voor nodig om bijvoorbeeld een ongezellige hotelkamer of je tentje eigen te maken. Daar zijn, waar het mij betreft, boeken en schetsboeken bij nodig en mijn kleine schilderkoffer, die is gemaakt van een ‘carry-case’ voor de microfoon. Verder een laptop en een Iphone en stuur me dan maar op pad. Dan weet ik het anker wel uit te gooien. De versiering voor aan de muur is zelf te maken of ginds aan te schaffen.

Mijn thuis hier is een basis, waar tijd grif haar handtekening in heeft gezet. ‘Het lijkt wel alsof ik bij mijn ouders op bezoek kom’, zei een vriend toen hij de eerste keer bij mij over de vloer kwam en het kleine halletje zag. Dat staat nog volop in de jaren negentig stijl met Marokkaanse lamp, een side-table vol met fotolijstjes, wajang golek en een grote zilveren spiegel. Een dubieus ‘ compliment’ of gewag maken van ‘niet modern genoeg’. Haha.

In de huiskamer is de nieuwe eeuw wel binnengetrokken en heeft zich genesteld in het gemeleerde laminaat, de hoekbank met kussens, de leegte en de planten. De boekenkast en de schildersezel zijn absoluut verjaard, maar me het aller-dierbaarst. Ik heb te lang zonder boekenkast in de kamer geleefd, toen de kinderen kleiner waren en ik het strakker wilde, maar mistte de oude getrouwen te erg. Thuis is waar mijn boeken en mijn doeken zijn, in variatie op een thema.

De bel is krap tegen de muur aan geplaatst, dat kon niet anders, omdat er een schermpje bij zit. Nu kan ik kijken wie er aanbelt. Zelfs als ze niet aanbellen kan ik zien wie er voor de deur staat. Handig bij het belletje trekken, dat de lieve jeugd bij vlagen tot grappige bezigheid verheft. De galerij toont daarna doorgaans een lint van buren, die geen antwoord krijgen op hun ‘Wie is daar’ en luid beklag doen over de vandalen, terwijl heimelijk het kind in mij een buiteling van pure pret en spanning maakt. De mannen wilden geen koffie en vertrokken weer. Ik aanschouw het vernuft en vindt het een staaltje van vooruitgang, passend bij het vernieuwde cachet van de entree van de maisonnette, met haar tegelvloer, grijs/witte verf en de nieuwe brievenbussen. Minpuntje, er zit nu een ja/nee sticker op in plaats van nee/nee. Dus lag vanmorgen het plaatselijke suffertje al in de bus onder mijn vertrouwde ochtendkrant.

De blogger in wiens schrijven de overpeinzing over het anker was opgetekend, bedoelde ‘het gevoel van thuiskomen bij jezelf’. De rust vinden in jezelf en open staan voor het kleine geluk. In die zin kwam mijn anker met de vrijheid van leven, los van alle maatschappelijke verplichtingen waar ik me altijd nauw van heb gekweten, maar dat uit de handen mocht vallen toen de tijd rijp was. Sluimerend was het er altijd, maar nu kon er aan toegegeven worden. Het heeft me veel rust gebracht en liefde voor dat wat gegeven is in dat kleine leven. De jaren zijn in evenwicht ondanks alle drukte er omheen. Thuis is waar je hart tot rust komt en ziel en zaligheid de vrijheid geeft.

Uncategorized

En dat is meer dan genoeg

Neem de dag zoals die komt, als je daartoe in de gelegenheid bent. Dinsdagmorgen stuurde ik een app naar zus, omdat we deze woensdag iets ‘gezelligs’zouden doen met andere zus en het oppasuur door mijn hoofd was geschoten. Zus en zus zouden op dinsdag gaan wandelen, een niet al te lange wandeling. Het leek me heerlijk, dus de afspraak was snel gemaakt. Als locatie koos zus voor de Baarnse Bossen. Een koninklijke wandeling van ongeveer vier kilometer. Ik hing mijn denkbeeldige snoeischaar in de wilgen en zette koers naar Houten.

Veel te lang had ik de heerlijke boslucht al niet gesnoven. Het deels aangelegde bos kende grappige beukenlanen met ontroerende bomen die in de kruinen elkaars gezelschap weer op hadden gezocht, knoestig en bochtig, een wirwar aan takken boven ons hoofd.

Het was typisch een bos voor hondenuitlaters. Twee koninklijke vijvers en een kabouterpad, stalen poorten aan de ingangen van de diverse berceaus. Oneindig gekwinkeleer van vogels en een buizerd, die naarstig verder vloog als we te dichtbij kwamen. Varens in hun herfstige nadagen en als beginnende groenuitgerolde bladeren. Het knoestige en bemoste hout van de loofbomen, veel beuk, berk en eik, en drie vrouwenbeelden van hout van de hand van Gert Eussen en een lege sokkel. Ze bleken uit drie verschillende periodes te stammen. 1700, 1800, 1900 en op de lege sokkel hadden we zelf kunnen gaan staan. Niet over nagedacht. Inderdaad verschilden de kostuums. De dames oogsten bewondering onder de zussen.

En toen viel de stroom ineens uit en hield alles ermee op. De boel de boel laten was het enige wat tot de mogelijkheden behoorden. Geen stroom, geen accu, die voldoende was opgeladen om verder te kunnen, geen warm water, geen licht en geen verwarming, uitgevallen koelkast en vriesgedeelte. Koud poedelen, dat was heel erg lang geleden en dan extra vroeg naar de tuin om de laatste wilgentakken kort te maken en de daglelie uit de grond te halen, want die kon niet tegen vorst zei de Oude, al lees ik het in de boeken anders. Roodborst bleef gezellig rondhangen in mijn buurt. Op de stoel, in de struiken op de grond en iedere keer als ik me haastte om het fototoestel te pakken in plaats van de geschoten foto’s met de Iphone, roetsjte ze er vandoor. Teveel aandacht.

oefen-portret

Schilderen aan een oefenportret, schrijven en genieten van de rust en het alleen-zijn, wat zo verhelderend kan werken voor een hoofd vol. Oppas Dribbel werd afgebeld, vanwege een hangerig kind. Ze blijven voorzichtig met die risico-oudjes. Wel een app, dat kleinzoon drie af mag zwemmen vandaag. Er is een link waarmee je het life kan volgen. Er mag maar een ouder bij. Ik zit er klaar voor. De link wil niet opstarten. Wat jammer. De techniek staat voor niets, maar dan moet het wel werken, zo’n life-stream. Het is toch weer heel wat anders, dan in zo’n chloor-gevulde ruimte het geploeter van die schatjes volgen met nog een blik andere ouders, opa’s en oma’s. Te warm, te veel chloor, maar altijd een glunderend koppie, dat het diploma hoog boven het hoofd heft. Zo ontroerend, altijd weer. Het laatste nippertje mocht ik meemaken. Maar…met die oma ogen wordt het toch echt een heuse puzzeltocht. Welke van het grut walst daar voorbij in zwemtenue. Ze hebben het allemaal gehaald en dat is genoeg. Diploma-A in de pocket.

Wat een malle dag. Bij thuiskomst brandde elke stroomvreter op ochtendsterkte en de wasmachine stond op pauze. tussen neus en lippen door hebben we ook nog nieuwe brievenbussen gekregen en morgen komt de nieuwe bel. Die van ons deed het al jaren niet meer. Lekker rustig.

Alles is weer geland en ik ben klaar voor de volgende golf. Graag niet virusgewijs maar menswaardig. En dat is meer dan genoeg.

Uncategorized

Vernieuwend inzicht

Zon bleef stralen de hele dag. Eerst even naar mijn voorraadwinkel voor een extra emmertje gesso en wat spalters. Dan hoefde ik niet langer heen en weer te sjouwen van huis naar de tuin en terug. Dat werd tevens de eerste klus in het atelier, dat vriendelijk oogde met de zon warm erop. Twee vellen Khadi papier en een groot kartonnen vel kregen hun laatste gessolaag. Daarna was wilg bij de vijver aan de beurt. Ze strekte haar takken uit naar de zon, maar een voor een knipte ik ze af met de grote snoeischaar. Het was eenjarig hout, dus niet te dik en het ging moeiteloos. Al gauw stond de wilg weer prachtig in knot en verwerkte ik de takken bij de rode tafel.

rook langszij

Op dat moment stak de oude klaarblijkelijk zijn kachel aan, want grote wolken donkergrijs walmden langszij. Het werd een overhaaste vlucht naar binnen. Altijd een beetje beducht op fijnstof en hier kon fijn wel weggelaten worden, grof geschut. Toen de lucht weer was geklaard kon ik verder met de takken. De kale stokken kwamen achter de hut te liggen om later de omheining te herstellen en de kleine takken werden verknipt en in een vuilniszak gedaan. Een helft resteerde voor vandaag. Roodborst kwam gezellig even kijken op de rand van de pot met de vijg. Net toen ik een foto wilde maken vloog ze een moerbeiboom verder.

Knotten is het werk niet, maar het ruimen van de takken vergt geduld. Ruim baan voor overpeinzingen. De wederwaardigheden werden vastgelegd in het grote groene tuinbulkboek aan de opgeruimde tafel. Voor vieren naar de kleine blauwe waar ik bij het op slot doen van het hek een reiger in aanvalspositie roerloos in de sloot zag staan. Wat een kostelijk gezicht. Toch schrok hij kennelijk van het geluid van het hek, want daarna stond ie aan de andere kant van de sloot. Misschien had ik wel een vis of een kikker het vege lijf gered.

De avond kabbelde voort en de vermoeienis trok op. Kopen zonder kijken met een huis in Wassenaar en een budget van 6 ton duurde langer dan mijn hoofd vol hield. Knikkebollend dan maar eieren voor mijn geld en met het neervleien op het zachte kussen viel de nacht onmiddellijk in. Een hele nacht dromenland is een ongekende luxe. Heel vroeg tuurden de ogen naar buiten om de tijd te peilen maar een dichte mist deed ze weer gauw dichtvallen. Goed voor nog een twee uur slaap. Ze hadden zon beloofd voor vandaag, maar de dag begon onbestendig. Diffuse geluiden van buiten en af en toe een koude onderstroom vanaf het raam, omdat het op een minieme kier stond. Het , verraadde de winterse voorboden. Goed weer voor de verwerking van de achtergebleven takken.

In de krant een column over kinderboeken. De ophef die ontstaan was toen iemand Jip en Janneke in de ban wilde doen en ze uit de bibliotheken wilde laten verdwijnen of dat anders dergelijke ‘foute’ boeken van een context moesten worden voorzien. Aleid Truyens, die de column schreef, griezelde ervan. Literatuur staat boven de opvoedkunde. Juist in boek of film maken we alles straffeloos mee, griezelen erover, zijn verontwaardigd of hemelen hoog, vangen de humor of vormen een mening. ‘Het geeft lucht’ was haar conclusie.

Er was ooit een lijst van verboden boeken. Dat zegt genoeg, daarvoor hoef je ze niet te verbieden. Als je het niet eens bent met de rolverdeling in een boek, zoals bij Jip en Janneke, dan ga je het gesprek erover aan. Dat geeft vaak heerlijke discussies en niet zelden een vernieuwend inzicht.

Uncategorized

Koesteren

Flarden vliegen aan, blijven even hangen en verdwijnen dan weer even vluchtig, als de sierlijke witte meeuw, die zilver schittert in de blauwe lucht. Linda Ronstadt, Arjen Lubach, de krant met koppen en soms al het hele artikel. Zinvol leven bijvoorbeeld met Machteld Huber, die uitlegt hoe haar nieuwe visie op de gezondheidszorg werkt. Ze geeft als leestip De Keuze van Eva Edith Eger door, hier ook al regelmatig geprezen.

https://www.gids.tv/video/279077/het-uur-van-de-wolf-linda-ronstadt-the-sound-of-my-voice-gemist-bekijk-hier-de-hele-uitzending

In het Uur van de Wolf zou Linda in haar eentje de halve ochtend opsouperen. Ik kijk het begin en bewaar de rest voor later. De zon schijnt uitbundig, het is de uitgelezen dag om wat wilgen te snoeien en takken te ruimen. Fris koud, begreep ik, toen de krant gehaald werd. Wolkjes bleke adem. Gisteren naar het centrum gelopen voor de broodnodige beweging, met een conditie die meer aandacht behoeft, dan de laatste tijd het geval is. Lange rijen bij de winkel waar snuisterijen voor een appel en een ei werden aangeboden. De gangpaden overvol, de massa te veel, geen beenwarmers te ontdekken, wat het uiteindelijke doel was en internet wel had beloofd. Wegwezen dus. De andere winkel ook met een rij ervoor. Gauw de frisse eenzaamheid in, weg uit deze tragedie. Het verlangen naar natuur nam hand over hand toe. Nog wat boodschappen en uiteindelijk toch gezwicht voor zuurkool. Lang verbeide hap, nu de tijd rijp was. Winterkost bij uitstek.

Project Rembrandt verzandt en doet afbreuk door het wegsturen van de talentvolle Melda, die wordt afgerekend op één doek, terwijl ze van allen het meest had gewonnen tot dan toe. Als daar dan ook nog Arjen Lubach met zijn deepfake overheen komt, dunnetjes benadrukt door een van mijn lievelingscolomnisten in de krant, zijn de rapen gaar. Argwaan schuift naar boven als kruiend ijs op een strenge winterdag. Met de bijbehorende gevoelstemperatuur. Exit alle flarden. ‘Leef vanuit je innerlijke drijfveer’ fluistert Machteld Huber vanuit de krant me toe. Zinvol leven op je eigen kracht klinkt als de juiste beslissing op dit moment.

Gisteren kwam een opdracht binnen van zuslief. Ze wilde twee twee tekenende kinderhanden. Uitvogelen op de bamboo met de digitale pen is een plezierig experiment. De oog/handcoördinatie is iets wat eerst moet worden bijgesteld. Je tekent op de bamboo-pad en het verschijnt op het scherm van de laptop. Simpele kinderhanden, simpele kindertekening. Het lukte wonderwel, ook nog met het hele kind erbij(kleinzoon stond model op de foto) maar het ging echt alleen om de handen en werd goed gekeurd. Een fijn gevoel.

Hé, koolmees in de boom voor het raam heeft vast mijn voorraadje voer in de gaten gekregen, dat met het oog op het katse genoegen dat Pluis zichzelf stelt om verlekkerd naar ze te mekkeren, voor de veiligheid voor aan het hek naar de noodtrap hangt. Regeren is vooruitzien en Pluis mag graag een uitstapje naar het balkon maken. Daar is het te gevaarlijk voor kleine mezen

Ergens in het achterhoofd blijft de vraag knagen: Wat als je niets meer met zekerheid vertrouwen kan. Vertrouwen is het hoogste goed is. Als iemand iets zegt, moet je daarvan op aan kunnen. Als dat met deepfake op je telefoontje al misleid kan worden, is het eind zoek. Waar laat dat de veilige basis dan, die de innerlijke drijfveer voedt en van waaruit ik doorgaans vertrek. Het vraagt om bespiegeling en overdenken. Troost biedt de tuin en wat mensen om erover van gedachte te kunnen wisselen. ‘Comment is free, but facts are sacred’ is de quote van C.p. Snow in 1921 in the Guardian aangehaald door Bert Wagendorp in zijn column. Met als vaststelling, dat de eerste stelling staat maar de tweede wankelt. Niet elke vooruitgang is een verbetering.

Linda Ronstadt kon niet meer zingen door haar Parkinson, maar ze bleef geloven in de dromen, die ze waar heeft gemaakt door alle jaren heen. Geloof in jezelf stut die innerlijke kracht, óók als kwaliteiten afnemen of tot het verleden behoren. Voorlopig iets om op hoog niveau te koesteren.

Uncategorized

Niet meer en niet minder

Een heel magazine over een karige kerst, of hoe vier je kerst in je eentje heeft de krant maar vast ingesloten. Een soort voorbereiding op wat dreigt te gaan komen. Als iemand die haar halve kerstige tijden heeft doorgebracht in het ziekenhuis, compleet met kerstballen in de oren toen dat eindelijk mocht. ‘Verpleegkundigen zijn net mensen’ moest men gedacht hebben. Oud en nieuw was dat andere feest, dat vaak opgedeeld werd in werk en slaap. Alles naar opperste tevredenheid. Ergens is de lust voor grote feesten als een lekke zandloper leeggelopen in de tijd. Verjaardagen zijn al even sober. Wellicht met de kinderen op de tuin, of niet, ook geen probleem. Liefst laat ik dergelijke momenten voorbij kabbelen. Oudjaars avond zit ik al een paar jaar alleen voor de buis en geniet van wat er aan beste beentjes wordt voorgezet om het de thuisblijver zo aangenaam mogelijk te maken. Mooie films, indringende documentaires, een bonne blanc om te toosten met de kinderen tijdens een belletje om twaalf uur. Geen sikkepitje malheur, geen moment van spijt. Zo heerlijk rustig.

Kerst vieren we al jaar en dag met een kerstontbijt tweede kerstdag. Rond een uur of twaalf rolt het grut binnen en rond een uur of half drie gaan ze weer vort, naar andere opa’s en oma’s die zitten te wachten op hun komst. Dit jaar zal dat minieme gedeelde stukje ook anders gaan. Misschien krijg ik het wel drukker dan anders, omdat er een spreiding wordt gemaakt. Geen idee. Ik kan natuurlijk ook bliksembezoekjes bij hen afleggen. In al die nieuwe en verbouwde huizen.

Even denk ik met heimwee aan vorig jaar. Toen werd ik naar Parijs gereden door zoonlief, met zus en junior om die fantastische tentoonstelling Starry Starry Night in Atelier des Lumières bij te wonen. Dat zijn belevenissen die blijven hangen. Dan glijden mijn gedachten naar ons gezin met de kleintjes. ‘Verplicht’ bezoek aan het ouderlijk huis van beide kanten. Niet dat het afgedwongen werd, maar het was een ingesleten traditie. Bij schoonouders met dikke aangebrande custard met vel en bij ons thuis de enorme kalkoen, die later werd vervangen door de meer subtiele rollade of fricandeau. Wat bij is gebleven is de oneindige vermoeidheid na de bezoekjes, waarbij mijn argusogen de kinderen in een liefdevol keurslijf propten uit angst voor, ja, voor wat eigenlijk. Ook de ingehouden buik in de zondagse jurk en de strakke panty die me net zo deed voelen als de ronde gekooide rollade in zijn net van touw. Zondags netjes was vanaf jongsaf aan altijd een dingetje gebleven. Nee, geen nette schoenen, geen nette jurk, geen nette krulletjes, maar gewoon, je lekker voelen en niet opgeprikt. Kerst is opgeprikt, net als de kerstboom. Maar ik ben gek op de sfeer met haar lichtjes aan die, als je de wimpers tegen elkaar knijpt, een wereld van zacht licht oproept in feeërieke beelden.

Een wandeling is misschien nog iets wat tot de mogelijkheden behoort, buiten, in het bos, waar de sparretjes spelen met een eigen licht door de glinsterende druppels aan de druipende takken en het zachte groene mos dat de juiste omlijsting zal zijn voor een wandelend kerstverhaal. Er was eens, er is nog, er zal altijd zijn…

Resumé, een boompje, bescheiden, met het zilver en de kransjes, een wandeling en een kerstverhaal, het lijkt me ruim voldoende en ieder in hun eigen bedoeninkje om een feest te vieren. Nostalgie te kleuren voor later, om op terug te zien, zonder dwang, helemaal naar eigen maatstaven. Dat moet toch het summum zijn van feest. Schrijf geschiedenis met een eigen ontbijt voor de kinderen, kransjes bakken, glühwein brouwen, al dan niet vega, maar met dezelfde warmte als waarmee wij vroeger ‘Het is kinderbedtijd’ zongen voor het stalletje met schone pyjama’s aan en ‘Fuut, fuut, fuut, fuut fuut fuit…’ Kaarsjes elf keer om de beurt mochten uitblazen. ‘Dan blaas ik de kahaarsjes uit’. Punt en dan naar bed. In dit geval met een goed boek. Niet meer en niet minder.

Uncategorized

Een prachtig slotaccoord

De ingehaalde slaap bleef hangen tussen de gordijnen toen de Iphone waarschuwde dat het tijd was om de dagelijkse rituelen op te pakken. Elf uur zou ik bij zuslief zijn. Zodra de musea open gingen, werd het Kunstmuseum geboekt voor vandaag, een late herfstdag in November. Geen kilte, maar zachte kou. Adem schreef geen wolkjes in de lucht. Iets voor elven stopte de kLeine Blauwe Prins voor haar deur.

Eerst het museum en dan de zee. Verrassing. Zus was nog nooit in het kunstmuseum geweest. Het prachtige Berlagegebouw strekte zich breed uit. De entree met de twee obelisken aan weerskanten splitste de spiegelende vijvers in twee welhaast symetrische delen. Het voelde bijna koninklijk, een rode loper waardig, om eroverheen te schrijden. De kikker met haar rondborstig voorkomen heette welkom omdat we de entree vanaf de zijkant naderden. Zij had haar bolle ogen iets dichtgeknepen om duidelijk te zien wie er voor handen was.

De kluisjes waren dicht en de garderobe open. Grote rugzakken moesten in bewaring, mijn kleine mocht als handtas mee naar binnen. Een vriendelijke suppoost verschafte de plattegrond, al houden wij nogal van dwalen op gesternte. De pijlen wezen de weg, maar eerst leidde het oog naar de details van de prachtige architectuur. Het glas in lood, de kleine tegeltjes, het patroon, de symmetrie. Schoonheid overal tot waar het oog reiken kon.

Mourning, aquarel

Anders Zorn overrompelde met aquarellen die zo levensecht waren, geen pastel maar stevige tinten, schaduwen die het vlinderende licht onderschreven en benadrukten. Ze trokken de blik naar de bezigheden in de handen, je wilde meelezen in dat boek, of zien wat daar bekokstoofd werd door die twee hoofden zo vlak bij elkaar. Zijn Olieverfportretten waren niet minder indrukwekkend. Verbazing om het feit dat hij tot nu onbekend was gebleven in mijn arsenaal aan opgeslagen kunst in mijn hoofd. Nooit iets van hem vernomen. Wat heerlijk dat er nog te ontdekken viel. Talloze doeken passeerden de revue.

We wandelden tussen de modetentoonstelling door, laveerden tussen pratende groepjes vrouwen die uitgebreid stof en patronen spelden en zagen aan de overkant van de restauratie een schilderij dat de aandacht trok, daar moesten we heen. daardoor belandden we al dwalend midden in Mondriaan. Het Delfts blauwe aardewerk lieten we voor wat het was. Mondriaan en de Nieuwe Stijl toonde alles wat beloofd was in de inleiding op de muur. Werk van de grote meester waarbij ook het vroege werk niet ontbrak, Theo Doesburg en Bart van der Leck. Een lekkernij aan poppenhuizen nieuwe stijl, die heerlijke groot uitgevoerde maquettes. Zijn kenmerkende bomen van realistisch tot abstract. Een lafenis.

Picasso

Een vleugje modernen, en daarmee Picasso, van Dongen en Bourgeois en daarna met de neus in de boter bij een voor ons ook onbekende Kunstenaar: Norbert Schwontkowski, die zijn schilderijen, groot, donker en indringend, van verrassende titels voorzag, waardoor de humor van zijn visie bovenkwam en het doek een intrigerend kader gaf.

Norbert Schwontkowski

Daarna zat het hoofd mudvol. Er kon niets meer bij. Het prachtige restaurant was dicht. Met dropjes in de auto werd de lunch ingezet. Volgende keer koffie mee en zeker nog eens retour naar die drie musea bij elkaar, maar nu eerst de zee. Licht en ruimte. Scheveningen vlak bij, een wirwar aan straten en opgebroken wegen, maar de vuurtoren het baken bij uitstek. Vlakbij de pier en de Wassenaarstraat mocht de kleine blauwe even uitrusten.

Op de vernieuwde boulevard had men een woud van witte stalen staketsels, lantaarnpalen, aangelegd, die vanuit de residenties het vrije zicht op de zee benamen. De pier met haar reuzenrad was rechts, een kale pier links en precies genoeg afstand om even goed te banjeren. Zwemmers met wetsuits aan zwommen in zee, een surfer danste op zijn tenen naar de kameraden verderop, floot hen toe. Honden dartelden uitgelaten rond. Ergens lag een verroest karkas als een uitgeklede Rietveldstoel.

Golven rolden zich een weg en zee had strand bedolven onder een krakend schelpentapijt, al even kleurrijk. Met het fototoestel in de aanslag schoot zus haar prachtige beelden en ik probeerde het licht te vangen in de weerschijn van het natte zand vlak voor ze in de golven overging of in het schuim dat zich een weg gleed tot vlak voor de voeten. De boodschap in het zand, uit naam van mij en de kinderen, hield nog even stand voordat de zee haar meenam.

De beeldentuin met de sprookjes was een belofte voor later.Het liggende hunkerende gezicht hoog boven op het duin bleek een prachtig slotaccoord.

Uncategorized

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Eindelijk was het vierde van de te recenseren prentenboeken binnen en kon het feest gaan beginnen. Vooral prentenboeken zijn zoveel meer dan wat ze op het oog beloven. Een grappig verhaal, mooie illustraties erbij en een wereld aan filosofie erachter. Dan moet je wel eerst dieper graven en elke tekening aandachtig bekijken, afwegen tegen het woord, de ongeschreven regels er tussenin kunnen lezen en daarna de verbanden leggen. Prentenboeken zijn zelden zomaar verhaaltjes. De kracht van het vatten van een visie in een relatief korte tekst raakt vaak diep. De kunst is al die verschillende lagen te zien.

Eigenlijk beschrijven de Kunstmeisjes en Wieteke van Zeil in hun boeken het geschilderde woord ook zo. Kijk en blijf kijken, lees de ongeschreven regels, zie het beeld van de kunstenaar dat in elk detail gevat is, zijn visie en de kracht van de verbeelding. Alles wat een kunstwerk los maakt is inherent hieraan. Daar schuilt ook de schoonheid in. Als het raakt heeft het een belangrijk doel bereikt.

Het schoot lekker op en om half een was ik klaar. Dat luchtte op. Als de hazenwind de stofzuiger door het pand getrokken. Alle overtollige papieren in de tas voor de papierbak en de rest gerangschikt en uit het zicht geruimd. Gang, toilet en kamer spic en span. Net op tijd voor de visite. Schoonkind met kleinzoon 3 en kleindochter kwamen een uurtje tussen school en zwemmen in. Net fijn om even een kopje koffie te halen, voor kleinzoon om zijn lievelingsspelletje te doen met het boekje met de antwoorden en voor kleindochter om zich aan paps vast te klampen en ondertussen wel de drie haverkoekjes naar binnen te werken. Met kleren aan zwemmen stond op het menu. de eerste keer en derhalve spannend. Hoe dichter bij het tijdstip van vertrek hoe baldadiger hij werd. De spanning stuiterde in zijn kleine lijf. De bel en de aankondiging van zoonlief en kleinzoon 6. Wisseling van de wacht. Verse thee en een voetbal zonder schoppende voetjes. De dieren uit fabeltjesland gaven een recital, maar de bal won op alle fronten. Zelfs van zijn lievelingsdier, Rupsje Nootgenoeg, in dit geval als houten puzzel. Aandoenlijk koppie en veel schik. Toen de koek op was, kon niets meer afleiden. Teken aan de wand. Op huis aan dan maar. Dag dag, wel knuffeltjes gestolen van het kleine grut maar wat zou ik die lange lijzen toch weer eens graag in de armen nemen.

Zoonlief kwam thuis eten. In allerijl de kast doorgespit naar iets wat makkelijk en lekker was. Tot mijn verbazing vond ik geen piezeltje pasta meer. Wel nog dunne mie. Zelfs de rijst was op. Dan maar Surinaamse bami met bami trafasie. Groenten genoeg. Kastanjechampignons, ui, knoflook, bosui, paprika met een heerlijke frisse ketimoensalade, gebakken uitjes en gebakken ei.

Zo kabbelde de gedenkdag voorbij met als hoogtepunt de grote bos bloemen van zoonlief zonder tekst, maar die kon ik er bij dromen. Dat was zijn sterke zorgkant. Voor de miniatuurportretten kwamen er twee bij, de eerste was de moeder van mijn moeder, veel jonger dan ik haar kende en de tweede was mijn moeders vader, de rijzige man in het driedelig kostuum. Het gezicht half schuil onder de hoed. Dat was maar goed ook, want portretten zo klein, gelijkend neerzetten, blijft meestal steken in een vluchtige impressie. Te lang wakker gebleven en daarmee voorbij de slaap gegleden. Het lukte maar niet om weg te soezen. Er is nog hoop. Van drie tot negen zijn het altijd nog zes uur. Nieuwe ronde, nieuw kansen.

Uncategorized

Een feestelijke gedenkdag

Voorzichting worden de imaginaire slingers uit het glazige vloeipapier van de tijd gepakt en opgehangen. De stoel is al 19 jaar leeg. Andere jaren rolden we diezelfde denkbeeldige slingers uit op het strand. De hele familie bijeen, kroost, schoonkroost en nageslacht. In het zand werden met de verstrooide scheermessen, die de zee in gunstige hoeveelheden had aangespoeld, de boodschappen geschreven. Wensen, verlangens, soms zo krachtig dat het scheermes brak en er een nieuwe voor gepakt moest worden. Anderen schreven met wat verdwaalde splinters wrakhout. Het zout van de tranen mengden zich ieder jaar weer vertrouwd met het zout van de zee. Zilte zoetheid van het verdriet.

De vader van de kinderen zou, was, nee, is jarig vandaag en voor ons op deze dag voor eeuwig jarig gebleven. Het virus doorbrak de traditie van het samenzijn. Belangrijk, maar ook weer niet onoverkomelijk, zo bleek vandaag. Ieder zal verbonden zijn in de beleving op zich, op hetzelfde moment en met hetzelfde verlangen en daardoor toch ook weer samen. En morgen als ik met zuslief aan zee ben, zal ik het gemis voor allen met woorden vangen in het zand om ze door de vloed weggedragen te laten worden op de golven naar onbestemde verten.

Gisteren was er de aardse werkelijkheid van het atelier. In mijn droom had ik het interieur verandert en nu kon er niet anders gehandeld worden dan schuiven met de schaarse meubels. Maar de vaste obstakels, de wieldoppen, belemmerden de vrijheid van wat in dromen werkelijkheid kon zijn en wat in de realiteit niet viel te bewerkstelligen. Alles aan de kant, een kast naar buiten, de ander kast tegen de achterste muur, de tafel aan de zijkant. Maar de ezel dan, waar moest het palet, de schilderskist. Ontreddering en gezond verstand. Het onmogelijke mogelijk maken was voor dromen perfect, maar als het niet werkte, dan moest je het niet willen. Schuif, schuif, schuif. De kast weer naar binnen, de spullen op hun vertrouwde plek. Wel daardoor een en ander opgeruimd en daarmee rust en toch meer speling gecreeërd. ‘Kan het niet uit de lengte, dan maar uit de breedte’. Mijn moeder haar waarheden waren goud waard.

Terug naar oppasdribbel met een zak aan oude verftubetjes, verschraalde mediums, flessen, die van de stroevigheid met geen mogelijkheid meer opgengingen. Straks, later, mocht het bij het chemisch afval worden gedumpt. Dribbel en ik lieten kleinzoon 1 en zijn vriendje achter hun schermen voor wat het was en haalden de laatste zonnenstralen op richting het voetbalveld, waar vaderlief en kleinzoon 2 aan het oefenen waren. Hij hoefde niet vast in de wagen in het kader van ‘hoe omzeil ik die aardslastige kindersluitingen’, maar moest dan wel luisteren. Het is een open boek dat kind van ons. Zodra er een bepaald glimmertje in zijn ogen komt, weet ik dat hij van plan is grenzen te overschrijden. Niet moeilijk om hem een slag voor te zijn. In de oefenwedstrijd die bezig was, zag ik onze dappere voetbaltrots der familie nog een prachtig doelpunt scoren. Ondertussen kroop de kou door de naden van mijn jas. Tijd om huiswaarts te keren. Met moeite, maar een speeltuintje als lokaas, lukte het wonderwel. Aan het eind van de rit, vlak voor het oversteken van de weg, verscheen het glimmertje en hield ik hem vast aan zijn bungelende capuchon. Verbaasde blik, hoe wist ze dat nou weer.

Thuis een dwars door de kast-recept uit eigen hand, dacht ik. Maar zoonlief had een heerlijke Saoto klaar staan met alle ingredienten voor de toevoeging erbij. Bouillon, rijst, sambal, ketjap, ei, aardappel, taugé en gebakken ui. Vandaag zal ik de kast doorspitten op zoek naar nieuwe creaties met de naar achteren geschoven vergetelheid. ‘Je weet nooit hoe een koe een haas vangt’. Een feestelijk maal voor een feestelijke gedenkdag.

Uncategorized

Vruchtbaar, zo’n avondje kastje kijken

Kriewelen kan overal. In een bus , of op een bank in het park, op je inklapkruk midden in het bos of in een hoekje van de bank, terwijl er een boeiend programma bezig is. Bovendien brengt het de rust en concentratie met zich mee om woorden, die gesproken worden, intens en betekenisvol naar binnen te geleiden. De miniatuur familieportretten zijn ideaal om gedachten te schikken en woorden te proeven.

https://www.gids.tv/video/277605/volle-zalen-met-hans-dorrestijn-gemist-bekijk-hier-de-hele-uitzending

‘Volle Zalen’ van Cornald Maas, die Hans Dorrestijn ontmoet, op de televisie. Indringend beeld en woord. De vlakke monotone stem van de woordkunstenaar, de zwartgallige droge humor onderstreepte zijn succes. Een eeuwige twijfelaar, die gespannen afwachtte of zijn grappen over zouden komen bij het publiek. Wat dwars door de ziel sneed, was zijn dochter. Ze begon te huilen toen ze vertelde hoezeer ze haar vader had gemist als jong kind. Deerniswekkend om dat onverwerkte verdriet in tranen uiteen te zien spatten en de bevestiging later van haar vader die zich als grote afwezige onderschreef met het feit dat hij niet voor kinderen in de wieg was gelegd en er niet mee uit de voeten kon, was al even wrang. Het gaf de vileine ondertoon van zijn grappen een scherpe kant. Achter elk venijn van zijn kant parelde een traan van zijn dochter, die regelrecht het hart in sijpelde.

Het gras van zijn buren is tot op de dag van vandaag groener gebleven, ondanks alle bevestigingen van alle kanten over de grootheid en de kracht van zijn snerpende zinnen. Keer op keer dompelde en laafde hij zich aan dit vermeende verdriet, waarbij het narcisitische trekje in een ‘je kan de kunstenaar in jezelf niet verloochenen’ wrang smaakte naar zijn kroost toe. De milde zachte ommekeer vormde zich in een spel met de kleinkinderen, die uiteindelijk toch de gevoelige snaar wisten te vinden en te raken.

Mijn pen krabbeltde verder aan het verleden. Oma van der Linden, nooit gekend, liep over de Amsterdamse Straatweg te wandelen met haar dochter. Dertiger jaren pothoed, charlestonachtige jas met verlaagde taille. Papier te klein de afbeelding iets te groot, Mijn vader viel van de andere arm, maar komt later. Het gaat niet zozeer om de gelijkenis, maar meer om het tijdsbeeld dat hier wandelt. Oma heb ik nooit gekend, ze overleed kort voor ik geboren werd. Mijn vader was de jongste in het gezin. Dan mijn moeder als vierjarige of daaromtrent, oorspronkelijk met hun gezin aan de deur in de Meloenstraat. Kinderstoel op de stoep met een van de Wimpies. Er zijn er twee geweest, maar beiden waren al vroeg gestorven. Ik plukte alleen mijn moeder eruit en plaatste haar met de donkere frons over haar gezicht in de deuropening. Het waren de handjes en het hagelwitte schort die de aandacht vasthielden. De strik op haar hoofd was groter dan haar hoofd groot was.

https://visie.eo.nl/artikel/2020/11/de-geknipte-gast-andries-knevel-in-eus-kappersstoel

Het programma van Cornald Maas werd opgevolgd door ‘De geknipte gast’ van Özcan Akyol, die Andries Knevel in de stoel liet plaats nemen. Opnieuw iemand die zichzelf een beeld schetste en dat niet kon zonder zijn vrouw te noemen. Eus merkte terecht op dat het lang duurde eer het geloofwaardig werd, die twee-eenheid. De klemtoon, die op ‘wij’ werd gelegd, was zo nadrukkelijk uitgesproken, dat het ingestudeerd leek. Niet iedereen is tot onbevangenheid over zichzelf in staat voor een groot publiek. Het oogde als een kabbelend gesprek, maar ondertussen kwamen er een aantal persoonlijke onderwerpen met respect en aandacht aan bod, de kracht van de vrager. Opmerkelijk was dat de geïnterviewde ook iets wilde rechtzetten. Hij wenste zich toe, dat het algemene oordeel van ‘strenge man’ weerlegd zou worden.

van rechtsonder naar rechts boven

Twee mannen, los van elkaar, zo in het moment met zichzelf bezig, leverden een boeiende luisteravond op. Dorrestijn als vogelaar in de Baardmannetjes en met zijn weergaloze teksten oogstte altijd al bewondering. Knevel kende ik niet echt. In een avond werden losse flarden heel. Onderwijl kriewelde de pen geschiedenis. Vruchtbaar, zo’n avond kastje kijken.

Uncategorized

Mijn eeuwige dank

Een wonderlijk waakzame nacht viel me ten deel, maar eigen schuld, dikke bult, het tijdstip van in slaap vallen lag al vroeg in de avond, nadat de nacht ervoor ook zo wakker voorbij was getrokken. Geen idee wat er door het hoofd spookt, of eigenlijk wel. Alles namelijk weer. Tijd om de zinnen te verzetten en uit te waaien aan het strand. Nog even wachten tot dat weer mogelijk is.

Vriendinlief belde vanmorgen met nieuwe en spannende ontwikkelingen. In een uur werd een afstand van mijlen overbrugd. Altijd fijn en vertrouwd om die lieve stem weer te horen. Mooie vooruitzichten en veel levensvreugd. De kracht om in de beperkingen nog altijd mogelijkheden te zien en zelfs nieuwe plannen aan te boren. Wie tot die kunst van leven behoort heeft een voorsprong op het ondergaan van alles.

Een vermakelijk stukje van Sylvia Witteman over het feit dat de ‘bemenste’ kassa gaat verdwijnen. Zij spreekt van bemande, maar doorgaans zitten er niet zelden vrouwen achter. Vooral in deze tijd is het scannen een uitkomst naar mijn mening. Je scant je een weg door de winkel en rekent af aan ‘zo’n heerlijke zwijgzame betaalpaal’. Een prachtige benaming helemaal omdat Sylvia als tegenhang het beeld schept van een cassière, die bij ieder boodschap nog een extra ongevraagde boodschap terugkaatst. Dan ga je verlangen naar de doorgaans stugge, snelle, werkelijkheid van ‘Pinnen’, ‘Bon mee”.

skyline New York 2000

Mijn escapades in een Amerikaanse supermarkt getuigden van de hartelijkheid die je eventueel bij die praatpaal zou kunnen missen. Daar informeerde iedereen achter de kassa naar mijn staat van zijn, zorgden voor een indringend oogcontact en wuifden je nog net niet uit als je klaar was met afrekenen. Zeldzaam en inderdaad, het deed voorkomen of er die dag echt iemand zich bekommerd had om je geestelijke staat. Van de sokken door deze toenadering kwam er van mijn kant slechts gemompel, maar daar verblikten of verbloosden ze niet van. Waarschijnlijk zijn er daar uitgebreide etiquettelessen voor aankomende cassières, die in lange rijen aan de tafeltjes achter elkaar opdreunden ‘Hello, how are you today’. Stel dat je in zou gaan op de vraag en eindeloze jeremiades zou geven van de staat van je geestelijke gesteldheid, dan denk ik niet dat dat in dank zou worden afgenomen en zeker niet door de wachtenden achter je, waar de stoom bij uit de oren kwam. Betaalpalen dus, ondanks de ‘minder gezelligheid’.

Stel maar gastvrouwen aan, die je op weg helpen door het assortiment heen als daar behoefte aan is. Warmte, menselijkheid, aandacht en respect zeker gewaarborgd, meer nog dan bij de kassa. Wel hangt een en ander samen met het karakter van de winkel. Grootgrutter of kleinstedelijke kruidenier. De laatste is ook het doorgeefluik van de gemeenschap. Als je zelf maar mag blijven bepalen welke winkel je verkiest. Wat betreft de moeilijkheidsgraad, aan alles valt te wennen.

Groentenmeisje

In de jaren ’60 werkte ik bij de de nieuwe supermarkt op het groot winkelcentrum. ik wilde achter de kassa, maar het was hoofdrekenen tot op het bot en dat was niet bepaald mijn sterkste kant. Dus bleef het bij uitbenen van de karbonaden, het snijden van de vleeswaren, het afmeten van de stukken kaas en het bijvullen van de groenteschappen. Altijd piekende haren, rode konen, groezelige nagels en verfomfaaide schorten van het harde werken. De jaloezie om de smetteloze verschijning van zo’n kassameisje bleef me achtervolgen, maar daar zat ook een keerzijde aan. Als aan het eind van de dienst de dagopbrengst op de bonnen niet overeen kwam met wat je in kas had, dan zwaaide er wat en werd de onderste steen boven gekeerd. Niemand die er wakker van lag als ik het kontje van de boterhammenworst soldaat maakte, maar op de centen werd met argusogen gelet.

Later kwam ik door de baas van deze supermarktketen nog op een camping midden in de bossen te werken. De kroon op mijn werk, een beloning groter nog, dan het plaats mogen nemen achter het heiligdom. Hier was ik eigen baas. Zélf openen en sluiten, zélf schappen vullen, zélf groenten afwegen en kazen en vleeswaren snijden en zélf afrekenen. Wat een heerlijkheid. Dat ik daar, op die camping, bijna van mijn geloof werd afgeholpen door een groep fanatieke andersgelovigen, was een klein smetje op het blazoen van het ondernemerschap. Het betekende wel het begin van het einde van mijn winkelavontuur.

Daarna is het rotsvaste geloof in onafhankelijkheid sterk gegroeid en gebleven. In ruil daarvoor is er mijn eeuwige dank.

Uncategorized

Beloofd is beloofd

In het dagblad van het Noorden een Somalische vrouw, die weigert de Nederlandse naam van haar man aan te nemen. Alleen de kop van het artikel maakt al genoeg los om te overpeinzen en pakt eigenlijk indirect het probleem aan van de kijk op anders zijn. Ze handelt juist. Alsof je met een Hollandse naam een ander zou worden. Respect geldt voor de persoon, niet voor de naam. Dat is meteen de kern van het probleem. Als je je niet aanpast, de taal niet spreekt, dan hoor je er niet bij. Maar mensen omarmen als mens is niet afhankelijk van ras, godsdienst, cultuur, status, inpasbaarheid of macht. Iedereen heeft recht op het bestaan. Een bewustwording daarvan zou al veel veranderen. Dat is inherent aan de toevalligheid waarmee je waar dan ook geboren bent. Maar zelfs gedachtengoed mag verschillen.

https://www.npostart.nl/sterren-op-het-doek/POW_04349772

Een druilerig dagje gisteren. Theaterthuis uitgeprobeerd. Voorproefjes of de hele voorstelling voor een klein bedrag maandelijks bij je thuis. Toegegeven, het is niet hetzelfde als verwachtingsvol op het warme pluche, maar alleszins de moeite waard. Bovendien steun je de schone kunsten ermee op gebied van Theater, muziektheater, cabaret en musical. . Een vermakelijke musicallsessie van Brigitte Kaandorp, een ouwetje, maar wel hilarisch, viel me gisteren al ten deel. Verder was er natuurlijk weer volop kunst te genieten van dit weekend met op zaterdag Sterren op het doek met Özcan Akyol en lijdend voorwerp Janny van der Heyden, de keukenprinses van ‘Heel Holland bakt’ en op zondag Project Rembrandt. De locatie was prachtig. Paleis Soestdijk in volle glorie. Nog steeds een vreemd idee, dat het een andere bestemming heeft, dan waar je decennia lang aan gewend was. Een defilerende koningin Juliana in de bloemenzee op de trappen voor het bordes. Tijden veranderen.

Het meisje met de parel/Mauritshuis

Ze hadden pittige opdrachten: Het kleurverbruik van Vermeer met als schilderobject het meisje met de Parel. Bijzonder leerzaam zijn de verhalen van Pieter Roelofs, die wijst op het verschil in gebruik van de kleuren en daardoor de duurzaamheid ervan. De tweede was een vrije opdracht aan de oever van de hofvijver, waar halverwege ook nog twee suppers in kwamen te dobberen. De theorie werd op een verschillende manier aangevlogen door de beide mentoren. Boeiend om te zien hoe ieder kunst op een volstrekt persoonlijke manier benadert. Dat is ook duidelijk te merken aan het oordeel van de vakjury en die van de publieksjury. De avond schoof gemoedelijk voorbij.

Er werd ook hier en daar weer wat getest in de familie, dus dat betekende vooral virtueel contact. Een lang gesprek met dochterlief, die zo’n test had moeten ondergaan. Kleinzoon ging met kleine stapjes vooruit, hij was al van de pijnstilling af. De knie was nog dik, maar morgen is de fysiotherapeut er weer.

‘S Middags een lekkere linzenstoof met houmous bij elkaar getoverd met een wrappje als handzame binnenschuiver. Eigenlijk had ik het platbrood voor ogen dat zoonlief had meegebracht, maar dat was als sneeuw voor de zon verdwenen. Het was heerlijk en klaar in een handomdraai. Ik zag dat de voorraadkast in de keuken weer langzaam vol loopt. Dat krijg je met drie mensen die boodschappen doen, onafhankelijk van elkaar. Het wordt weer tijd, en die is er ook, voor de ‘Dwars-door-de-kast-recepten’. Goed voor de portemonnee en het kweekt veel nieuwe ruimte.

Vriendinlief aan de telefoon. Heerlijk even bijkletsen over het schilderen, het schetsen, de invulling aan het leven in deze moeilijke tijden en haar interview met de kunstenaars van haar dorp. Zo trots op haar gemeenschapszin. Ze probeert middels toegankelijke cursussen de eenzaamheid te verlichten, speciaal rond deze donkere dagen voor kerst. Vandaag is het zo’n ‘gloomy’ day. Onbestendig, peper en zout, een dag met net niets van alles. Dus druilerige miezerregen, waar je heel nat van wordt, het pad langs de sloot welhaast onbegaanbaar. Morgen wordt het droog en woensdag beloven ze zon, dus schuift de tuin een tandje op, al kan ik niet beloven, dat er toch niet even een stukje gefietst gaat worden.

Een dezer dagen, geïnspireerd door alles wat deze week langs kwam, komt het doek van zoonlief af. Beloofd is beloofd.

.

Uncategorized

Voor de broodnodige beweging

Bij het opgooien van de kaarten van het dinokwartet, een paar dagen geleden, was het overduidelijk. Het witte vintage kleedje was aan het smoezelen. Evenals het kleed over de rotan omastoel, waar kleinzoon op had gezeten en zich had genesteld met de kleine moddervoeten. De was was er goed voor. Met een schone lading lakens en kleedjes naar de tuin vandaag om een geïmproviseerde najaarspoetsbeurt te geven. Lappen eraf, nieuwe lappen erop, krakend fris wit. Drie van de meegebrachte vellen Khadi A3 met gesso glad gestreken en opgehangen voor het raam om te drogen. De omgekrulde exemplaren tekenden met witte lijnen patronen op de ruit. Een ingenieuze poetsdot van wc-papier, er is geen water op de tuin, bleek uitstekend om de ramen schoon te poetsen. Met de nijverheid in optima forma de buitenkant ook direcht maar gedaan. Van smetten vrij weer helder zicht. Nu moest de vloer eraan geloven. Met mijn stoffertje werd alles onder de tafel vandaan geswiept, naar buiten gewerkt en de meubels herschikt.

‘Veeg en veeg en veeg’ schreven mijn herinneringen. In het schimmenspel van lang geleden, waarbij ieder kind een optreden had, hoorde het lied van opa Bakkebaard. Opa Bakkebaard had een huisje/en in dat huisje was het goed/opa Bakkebaard had een huisje/en weet jij wel wat hij doet/ Hij veegt de vloer/met een bezem, met een bezem/ hij veegt de vloer/ zo veegt hij de vloer. Om het moment van fame nog iets op te rekken, kwamen de historische woorden ‘En veeg en veeg en veeg’ erachter aan, waarbij ze ijverig als reuzenschim de bezem heen en weer zwiepten. Groot succes, hier en daar een trotse oudertraan. Op dit moment was ik mijn eigen opa Bakkebaard.

Het schone atelier vroeg om kaarslicht en een brandende kachel. Knussigheid ten top. Spannend. Dit was de eerste keer dat de kachel lang zou branden. Kijken hoe mijn zwartkop zich hield. Gretig zoog hij de vlammen van de lucifer naar binnen en toen alle registers opengingen sloeg hij aan. De droge takken die er in lagen, beantwoorden onmiddellijk met een grote swoesj aan de verwachtingen. Er kon een droog berkenhouten stammetje tegenaan om de boel gaande te houden. Vrolijk snorde hij roodgloeiend van de opwinding, eindelijk weer in gebruik te zijn, verder. Swiep en swoesj hadden hun werk gedaan. Een van de witte prullenmanden werd houtkorf en wat restte was een ruimte met warme sfeer ten voeten uit.

Bij het opschonen was de vondst een nachtuil en een bij, beide dood als een piertje, maar nog volledig intact. Bister en een onbewerkt vel Khadi Papers en de spiksplinternieuwe bamboe rietpennen in de aanslag, wat een gave ontdekking was dit. Wat tekende het met gemak de dikke en de dunne lijnen van mijn vaders schoonhandschrift van vroeger, dik opgaand, dun neer. Mogelijkheden samen met penseel waren te over, maar eerst kwam de ruwe versie ongepolijst op het papier. De bij te dik aangezet. Bister laat zich niet zo snel wegdeppen als inkt of aquarel.

Het was nog een stief uur goed toeven en pas om half zes stapte ik in het schemerduuster naar buiten. De buuf op de hoek knoopte een gezellig praatje aan over de heg. We hadden elkaar al zo lang niet gesproken en haar man kwam een Yacon brengen, een appelwortel uit de Andes. Hij legde het behoedzaam aan de ingang van de tuin in het gras en legde uit, dat deze friszurig smaakte, het rins van de appel. Goed voor in salades en stoof. Een blij mens toog huiswaarts. Onderweg haalde ik het pakketje op dat bij de plaatselijke super was bezorgd. Thuis kwam uit het grauwe karton dat prachtige Degas-blauw te voorschijn. Het boek van Arthur Japin: Mrs Degas. Opgeruimd atelier dus een opgeruimd hoofd en van de week zeeën aan voorspelde regen om op te krullen in de bank samen met boek en Pluis. Met af en toe een najaarspoets voor de broodnodige beweging.

Uncategorized

Nieuwe spijs, nieuw elan

Luilekkerland was open. De ontdekking gisteren van de prachtige khadi papers had een nieuw idee gebracht. ‘Verandering van spijs doet eten’. Een tijd geleden had een van de broers de fotoboeken van mijn ouders digitaal doorgegeven. Er zaten sepiakiekjes tussen en zwart/witte. Mijn jonge ouders aan het werk in een eerste baantje, moeder in een dienstje en mijn vader als postbesteller in de roerige jaren dertig. Opa en oma komen er in voor. Broers en zussen van beiden.

Julianapark ’43

De foto’s uit de oorlog gaven beelden in het Julianapark, met de kleintjes, met de schoonzussen bij het houten hobbelpaard. Na de oorlog moeder met de jongens in het gras, vlakbij het nieuwe huis. Mijn vader in een baan als rechercheur, compleet met regenjas en hoed. Mijn vader als toneelspeler, als tapdanser. In het hoofd buitelden de ideeën, die me uit de slaap hadden gehouden. Wat als die portretjes nu eens in sepia werden uitgevoerd. Bister-inkt leek me uitermate geschikt, evenals de bamboe-rietpen. Dat dwong tot kleiner werken. Bister, vervaardigt uit schellak, geeft die mooie lichtbruine tint eraan. Rembrandt gebruikte het al. Mooi zo’n echte klassieker en een uitdaging op de lange winteravonden. Met de inkt, twee japanse penselen, de bamboepennen in verschillende diktes en nog een pakketje Khadi A7 verliet ik het pand. Hollebolle Gijsje met de buit.

Khadi paper A7 is iets groter dan een grote postzegel en dwingt tot een andere papiervulling. Een goede drijfveer om uit de comfortzone te treden en klein te werken met als doel de familiekiekjes die het meest geschikt zijn, uit te tekenen, maar nu gedetaileerder. Iets wat er niet toe doet, mag worden weggelaten, maar juist interieur en entourage zijn inspirerend en sfeervol. Mijn moeder in haar dienstje werd de eerste. Mevrouw liet ik weg, als minder belangrijk dan de omgeving. Aandacht voor het detail en zoveel mogelijk informatie op het kleine oppervlak. De micron 0,5 was er een fijne pen voor, zo bleek.

Bij het tweede portret van mijn vader, in een garage aan het klussen, ging ik alweer de mist in. Met mijn gebruikelijk grove schets was het weer veel te los geworden. Niet bijzonder, een schets, en dat was eigenlijk niet mijn bedoeling voor de serie familieportretten, dat ineens tot item was gepromoveerd. Vandaag eens kijken of het aan te passen valt. Vast wel.

Een ander plan. Door het zoeken naar het bladerdeeg van gisteren, ontwaarde ik ook een pakje filodeeg. Loempia’s van filodeeg konden in de frituur maar ook in de oven worden bereid. Dat was de tweede nieuwe inval. Nog nooit gedaan. Een vulling van ui, knoflook, geschaafde peen, taugé, dun gesneden kool en kastanjechampignons. Twee plakjes filodeeg op elkaar, de vulling uitgerekt in het midden, vouwen en rollen. Het lukte wonderwel. In de frituur en zes iets te dikke loempiaatjes later, gedeeld met zoonlief, was het goed garen spinnen.

Bij thuiskomst, het was de dag der verrassingen, rolden de twee nieuwe te recenseren prentenboeken uit het pak dat in de brievenbus stak. Een geluksdag, die vrijdag de dertiende. Nog maar één boek te ontvangen en dan kan ik los. Het radert en ratelt al weer in mijn hoofd, want zo werkt het. Nieuwe spijs, nieuw elan.

Uncategorized

Op alle fronten

Na de sudderende ochtend zette ik de snelheidsknop hoog om twaalf uur. Straks een middag met kleinzoon 3 in het atelier. Niets in huis, of toch. Jawel ergens onder in een van de drie diepvrieslades vond ik een pakje bladerdeeg en het laatste stompje belegen kaas. Het was kort dag. Oven voorverwarmen, bladerdeeg snel ontdooien, kaas snijden in kleine plakjes en in het midden van het deeg plaatsen. Verse peterselie erop en dichtvouwen.

Zes mooie pakketjes zaligheid om de oven in te schuiven. Met de twintig minuten die het zou kosten om te garen, bleef er precies genoeg tijd over om naar de school in een stad verder te reizen. Water mee, plat en prik, penselen mee en gaan. Het regende en mijn verlangende blik stuwde de wolken voort en verder nog.

De zware schooldeur ging eindelijk open. Het verwachtingsvolle, dat zoekende, bij het als eerste naar buiten komen, mini tegen het ouderwetse hoge gebouw, beantwoordde aan de app, die me gestuurd werd door schoonzoonlief. ‘Hij heeft er héél véél zin in’. Het vertaalde zich in een verheugd zwaaien toen hij me ontdekte, leunend tegen de lantaarnpaal.

‘Eerst naar oma’s lievelingswinkel’, was het plan, dat onmiddellijk werd goedgekeurd. Honderd vragen van kleinzoon 3. Het doel was handgeschept papier te kopen, dat die morgen werd aangereikt door een lieve blogvrriendin. Mijn waarschuwing voor het zwarte snoetje, waarbij mijn gezicht werd gereduceerd tot twee ogen, werd weggelachen en nee, hij hoefde geen ontsmettende vloeistof. Vragen die je maanden geleden hadden getrakteerd op ogen als schoteltjes. Een snelle inburgering.

Het was weer smullen. Het papier was prachtig. Gemaakt van Indiase lompen, hand geschept en door de katoenen vezels en de verlijmde glycerine geschikt voor al het schilder en tekenmateriaal. De verrassing was de afmeting. Van A7 tot oneindig veel groter. De A7 en de A3 ging mee naar huis. ‘Mocht je gezellig mee’vroeg de eigenaar van de winkel. ‘We gaan vanmiddag naar het atelier legde ikhem uit hè …’, grote frons in dat kleine koppie. Hij wachtte netjes tot we buiten gehoorafstand waren en zei toen: ‘Je zei L… tegen mij’. Oops. Oude oma speelde op, namen verhaspelen. Vanaf daar ging het fout, want het kwam nog wel drie keer voor. O, o, o. Als eenmaal iets in de kop zit, krijg je het er maar moeilijk uitgesleten.

We hinkstapten over de diepe voren, door de fietsers in de modder gereden, in het pad naast de sloot. Even was hij bang dat de tafel zou ontbreken, want dan konden we niet doen waar hij zijn zinnen op had gezet: Het Dino-kwartet. Bij een geruststellend antwoord werd de zin weer reuze. Modderschoenen in het kleine wit met blankhouten huis maakten inventieve oplossingen. Op de witte stoel rond de kleine bamboetafel. Eerst de kaasbroodjes, waar hij niet van hield, maar die hij toch even probeerde en daarna opsmikkelde.Water erbij, mandarijn toe. Sanitaire stop op de emmer.

De stegosurussen, diplodocussen en de brontosauriërs sloegen ons om de oren. De verschillende te behalen kwartetten hadden naast de plaatjes ook eeenzelfde kleur. Handig voor een niet lezende kwartetspeler.Tussen neus en lippen door vroeg ik of ie wilde schilderen. Niet heel enthousiast werd het idee onthaald. Kleine doekjes kwamen te voorschijn. Aarzeling. De kleurrijke viltstiften, daarmee kon het ook. Zijn grijze wolkje boven het hoofd klaarde op. Er kwamen dino’s op kleine schaal, maar ook bomen en twee eekhoorns, terwijl op mijn doekje een stegosurus verscheen.

Mijn tactiek zette de aquarel op tafel met een kommetje water en twee kwastjes. Niet aandringen, laten gaan in het proces. De stegosurus kreeg vloeiende groenen en blauwen. Daar kreeg je dus geen vieze vingers van. Nou ja, oma’s wel, bleek achteraf, maar hij niet. Schilderen en prietpraat. Luisteren naar de vogeltjes, de roodborst, de staartmees. Zijn heldere lichte kleuren versus de aardetinten van mij. En de vraag aan mijn adres: ‘Waar is de paddenstoel’. Prehistorie in een moderne jas. Alhoewel, schimmels zijn tijdloos.

Met drie kaasbroodjes en twee schilderijen voor het verbouwde huis stonden we even stil bij de lucht, waar de inzet voor de vallende avond al begonnen was. Blauw, grijs, zwart, paars en roze en geel, waardoor oma vergat een foto te maken. Hij zag het en somde ze moeiteloos op, en dat de kleur aan de kant van de molen donker was en in de richting waar we naar toe moesten lichter. Over de kleine blauwe prins viel de avond en bij het bospark kwam dochterlief net aanrijden. Alles werd overgeheveld in haar auto, opgetogen kwebbelend. Hij klom naar de bagageruimte en stuurde een reeks kushanden tot ik hem niet meer kon ontwaren. Wat een heerlijke dag. O ja, hij won. Op alle fronten. ❤

Uncategorized

In variatie op een thema

Nooit gedacht dat een boek met de subtitel ‘De kunst van het oordelen’, nog eens in de brievenbus zou liggen. Dankzij twee opmerkingen van twitteraars kwam de schrijfster ervan op mijn spoor, al trok ze iedere week voorbij in mijn krant. Eenvoudigweg nooit gezocht naar haar boeken. Je tot de gelukkige eigenaars rekenen, die meer dan inzicht verschaffen en ook de filosofie aanreiken, zorgt voor een gelukzalig gevoel. Het boek Altijd iets te vinden-De kunst van het oordelen-‘van Wieteke van Zeil is het juweel, dat nog ontbrak in deze tijden waar we de kunst niet in levende lijve mogen aanschouwen.

Naast het pas aangeschafte ‘Meisjes in de Kunst’ ben ik de hemel te rijk. Het handelt over het tot stand komen van meningen en wat daar een belangrijke rol inspeelt. Je stemming en je achtergrond, het gezelschap waar je in verkeert, de emotie die het in eerste instantie oproept en die soms belemmert dieper te kijken, dan je walging lang is. In vogelvlucht bekeken en nu al tot het besef gekomen dat het bijdraagt aan de hang naar een verdieping in de kunstbeleving. Aan het eind nog een aantal tips over aanvullende literatuur. Onder het gewicht van dit prachtig uitgevoerde boek ligt de nieuwe Zin en de krant. Geen ijdelheid om te vertellen, dat twee koppen koffie, schone lakens en zo veel leesplezier me een aangename morgen zullen geven naast vele uren mijmeren en nieuwe inzichten. Het geluk is soms een pakket in je brievenbus.

Gisteren was de avond van onze Boekenbabbels. Te vroeg voor mij en mijn terughoudendheid voor het open vizier inzake het virus, maar dankzij google meet, was ik er bij. Zij waren ieniemienie klein op mijn Iphoon en ik was hoofdgroot in hun kring aanwezig. Wat heerlijk dat de techniek dit mogelijk maakt. Ik voelde me de virtuele maagd, maar dan anders. De meeting duurde van acht tot laat, maar om elf uur was de koek op. Turen en ingespannen luisteren naar gesprekken, die soms door elkaar lopen met een geluid uit de verte, is vermoeiender dan ik dacht. Het boek dat besproken werd: ‘De avond is Ongemak’ van Marieke Lucas Rijneveld. Een boek dat weerstand en bewondering afriep. Iedereen had moeite met het in een keer uit te lezen. De hamvraag was onder andere; ‘Wat was de reden dat ze de Booker Prize had gewonnen samen met haar vertaalster Michelle Hutchson’. Een kenmerk was unaniem ervaren. Het boek werd gekenmerkt door een boeiende schrijfstijl met prachtige metaforen en associaties. Het nodigde eigenlijk uit, voor een betere beleving, door het ook in het Engels te lezen. Over het verhaal zelf waren de meningen verdeeld.

Toch was het weer genieten en niet op de laatste plaats om het boek wat er uitrolde voor de volgende keer: ‘Mrs Degas’, van Arthur Japin. Na de bijeenkomst ontdekte ik dat er een bijbehorende digitale kunstgids, kunstvensters genaamd, in het leven was geroepen, om al de kunstwerken, die Japin noemt in het boek, nader te kunnen bekijken. Een prachtige aanvulling op het bovenstaande verhaal. Het keuzeboek komt alweer deze richting op. Het enige nadeel was dat alle lekkernijen en de wijn aan mijn neus voorbij zijn gegaan, terwijl bij mij uit de koelkast een water haar weg vond. ‘Elk voordeel heeft…’in navolging van een aardse voetbalfilosoof.

De oppas bij kleinzoon ging niet door, want vader rinkelde alarmbellen met zijn plotselinge griepverschijnselen. Vanmiddag heb ik een herkansing bij kleinzoon 3, die van school komt en met me mee zal reizen naar het atelier. Wie weet, rolt er nog een onvervalst en een onbevangen kunstwerk uit zijn handen. Klein doek is aanwezig en de verf ook. Oma’s zijn niet voor een gat te vangen. ‘Kan je niet naar de kunst, zorg dan dat de kunst naar jou komt’. In variatie op een thema.

Uncategorized

Leve het digitale gemak

Vannacht het boek ‘De avond is ongemak’ van Marieke Lucas Rijneveld uitgelezen. Niet handig tussen de hazenslapen door, want het leverde een aantal pittige dromen op. Ze waren gevuld met onbegrip, eenzaamheid, zo goed als levenloze padden, een reeks overhaaste vluchten en rauwe aandacht. Wat een boek. Ze doorzeefde schoonheid met een rauwheid, die bij mij hooguit, vanuit het verleden, contouren in de herinnering had gekregen, maar ook weer waren uitgewist. Te schurend. De spanning wist ze tot de allerlaatste zin vast te houden. Het hele verhaal lang voelde je dat er dreiging was, die moest ontaarden. Geen opbeurend boek, geen luchtig boek, maar zwaar als stroop. Ik droeg in een van de dromen een opvallende enkellange knalroze teddyjas. Het stond me erg goed en vrouwelijk. Het duurde even eer de zinnen weer waren geschud.

https://www.avrotros.nl/volle-zalen/gemist/detail/item/volle-zalen-jenny-arean-10-11-2020/

Gisterenavond stapte Cornald Maas, van het programma ‘Volle Zalen’, de wereld van Jenny Arean binnen. Ik nestelde me eens lekker in de bank, de koffie onder handbereik. Haar typische Jenny-timbre klonk opgewekt en vrolijk al erkende ze na het beëindigen van haar carrière het gemis te hebben vertaald in depressiviteit. Ze wilde niet stoppen, maar kon eenvoudigweg niet langer meer. Herkenbaar. Als de jaren gaan tellen, brokkelt er steeds vaker een klein stukje af van het normale, onbewust gedragen, leven af. Het succes dat haar was komen aanwaaien, kwam mede dankzij de genen van een zingende moeder. Het ging allemaal goed, omdat ze leerde boven de materie te staan. Ze noemde het: ‘Dat je de macht zodanig in handen hebt, dat je om de zinnen heen kan denken. Dat het een deel van jezelf wordt. Het moet vers blijven, zodat het je ziel aanraakt. (…) Het is al begonnen voor het begonnen is.’ Zoals bij het schrijven het belangrijk is om tussen de regels door te schrijven.

Ze boomden over haar carrière, over ouder worden, over dat afscheid nemen van die volle zalen, over de ouders en de opvoeding, de dochter en haar enige kleinkind. Wat een mooi beeld werd hier neergezet, tegen een achtergrond met een litho van Marlene Dumas: Dorothy–D-Light. Cornald verstaat de kunst van het luisteren en weet de juiste vragen te stellen op het juiste moment. Gemoedelijk en knus eigenlijk. Alsof je bij hen aan de tafel zat. De kleindochter die op visite kwam, maakte haar ineens weer tot een liefhebbende humorvolle oma. Lunchen en wandelen dwars door Amsterdam. Ze kreeg nog altijd individuele optredens in haar schoot geworpen. De kers op de taart, noemde ze dat, iets wat nog altijd wel mogelijk was. Aan het eind zagen we haar optreden bij Kaleidoscoop van Wende Snijders in Carré. Bij het inzingen klonk haar stem nog breekbaar, maar tijdens het optreden triomfeerde Jenny met haar dijk van een stem, waarbij ze lief en teder begon, maar eindigde in het opentrekken van alle registers, waarmee ze alle bladzijden van de ouderdom van de kalender scheurde. Wat een krachtige vrouw.

Het is nog wat heiig buiten. Niet alle nevel van vannacht, die bijzondere en geheimzinnige slierten die langs de huizen en door de stille straten waren, is opgetrokken. Er blijft nog een restje onduidelijkheid bestaan, al is het mysterie verdwenen met de komst van het licht.

Kleinzoon heeft vanmorgen wat morfine gekregen tegen de pijn. Dat kleine lijf met zo’n paardenmiddel lamgelegd. De knie zit goed ingepakt. Vanmiddag maar eens even aanwaaien. De boekenavond is ook vanavond, maar voorzichtigheid is nog steeds geboden. Het zal me niet overkomen dat, in het zicht van het einde van de tweede golf, er nog net een virale aanval opduikt. Ik zoom en zij komen samen. Leve het digitale gemak.

Uncategorized

En daarmee recht te doen

De onrustige nacht eindigde in een even turbulente droom. Zo werkt dat door. Kleinzoon is vandaag aan zijn knie geopereerd en dan loop je pas hard tegen de virusfeiten aan, want even mee naar het ziekenhuis met dochterlief zit er niet in. Er zijn nog meer vragen, die door het hoofd spoken. Hoe moet het met een rolstoel en de drie trappen op, als er geen lift in de buurt is. Gedachten die rond blijven dwarrelen.

Verder is het een dag van niets. Geen plannen anders dan lezen en schilderen. De doeken voor zoonlief afmaken is een optie. Eerst de was, dan misschien even een stukje fietsen en het hoofd leeg maken. Boeken inpakken als verrassing. Ze zijn de zoete troost, altijd.

Pluis ligt onder de sprei op het dekbed en heeft zich tegen de benen gevleid. Er was een filmpje op FB, van een Schotse backpacker die een wereldreis maakte op de fiets en in Bosnië een zwerfkatje vond. Een kitten van zeven weken. Hij nam haar mee naar de dierenarts omdat ze hem volgde en hij besloot haar te houden. Vorig jaar reisden ze samen door Europa en werden onafscheidelijk. De foto’s zijn vertederend en maken duidelijk dat de trouw van een dier aan de baas onovertroffen is. De stelregel bij het halen van een dier was voor mij helder. De poes kiest jou, jij niet de poes.

-Vooruitgaan/ is teruggaan/ naar wie je was/zijn/ wie je altijd/ bent geweest- is een gedicht van blogger. http://www.veraschrijftpuur.nl en het houdt me even gevangen. Vooruitgang is groei en ontwikkeling. Nieuwe ideeën niet uitsluiten maar omarmen, veranderingen invoegen in het bestaan. Flexibel zijn wil niet zeggen dat de waarde van het zijn verandert, of dat iets wezenlijk verandert. De keuze bepaalt de weg, een eigen keuze. Soms is iets waardevast en blijft bij je. Een positieve kijk op het geheel der dingen, ondanks alles wat er gebeurd is. Door de loop der jaren heen zijn er nogal wat turbulenties geweest, veranderingen, aanpassingen, maar het heeft de kern niet aangetast. Wel de naïviteit wat afgeslepen. ‘Door ervaring wijs geworden’ zeiden ze vroeger. Zo is dat. Als je het leven als een leermoment beschouwt, dan zijn er veel zaken waar je, met de tijd die verstrijkt, een stuk bedachtzamer door kan worden. Het overpeinzen levert met regelmaat mooie nieuwe wegen op.

De verwondering blijft en is daarmee voedend. Om de schoonheid van de natuur, om de reacties van mensen, om het leven zelf. De band die gesmeed wordt met het landschap waarin de wandeling plaats vindt en dat soms vertrouwd is en dan welhaast onbegaanbaar. Het leven is eb en vloed. Het komen en gaan met het rollen der golven en het terugtrekken voor de verwachtingen in sommige opzichten. Groei is er door de ruimte die er blijkt te zijn als verwondering de leidraad wordt. Dan is het mogelijk om af te dalen naar het wezenlijke zelf, te luisteren, te voelen en te begrijpen.

Het voordeel van niet de afleiding op kunnen zoeken is dat het naar binnen keren zich als vanzelf aandient. Tijdens een wandeling, tijdens het zijn op de tuin, tijdens het lezen, tijdens een documentaire. Diepte en tijd omlijsten elkaar. De kunst is om het af te pellen tot de essentie en daarmee recht te doen.

Uncategorized

Dat wonderschone

De dames schaap zijn opgestegen. November beleven met een nazomerse temperatuur. Achtien graden wordt het vandaag. Gisteren op de tuin was achterbuuf al aan het werk. Ze had de tip om lavameel te kopen voor de voeding van de grond. Buuf heeft groene vingers en van die handige adviezen. Bij het wieden leerde ze me vooral te wachten tot er drie blaadjes aan het plantje zat. Dan kon je determineren waar je mee te maken had. Met een open vizier leer ik veel bij.

Berk is niet meer. Die prachtige mooie berk is omgezaagd en dat ging maar net goed. Een onwillige tak viel bij de Oude in de tuin, een meter van de glazen kas af. Het was dan ook een hele klus en er kon maar vanaf een kant gewerkt worden, terwijl de stam op de grens van beide tuinen stond. Kleinkind van Buuf wilde heel graag de ‘Pipowagen’ zien en samen kwamen ze even aanwippen. Goudlokje met een aandoenlijk blauw brilletje op de kleine neus kreeg een schelp waarin de zee aan het ruisen was. Later vertelde zijn oma dat hij steeds weer de schelp uit zijn broekzak haalde en luisterde, iedereen moest ook even luisteren. Zo’n lispeltuut werkt altijd.

Langzamerhand kom ik erachter wat heel belemmerend kan werken in de schilderkunst. Alle regels die her en der zijn opgesteld door allerlei mensen, die er ervaring in hebben, kunnen heel tegengesteld zijn en ook remmend werken in de vrijheid van het eigen proces. Al doende leer ik nu, bij het opzetten en weergeven, de regelen der schone kunsten af om mijn eigen handtekening de ruimte te geven. Een soort van blanco omwille van het experiment. Alles wat ik tot nu toe heb meegenomen, heeft bijgedragen aan dit inzicht. Je moet het eerst beheersen alvorens het los te kunnen laten. Een boeiend avontuur, die vast nog heel wat zal opleveren aan leermomenten en verdere ontwikkeling. Het is voor het eerst in mijn schilderperiode, dat het gevoel van rust neer is gedaald. Een soort thuiskomen. Je eigen cursus mogen zijn is een groot goed en de inspirerende ruimte werkt er hard aan mee.

Project vriendschap

Wonderlijk is dat ik jaren lang de kinderen in de groep wel die ruimte heb gegund. Alle materialen stonden voor het grijpen. Alles mocht worden gebruikt. Zo hebben zij en ik heel wat ontdekt aan vaardigheid, techniek en materiaal. Kijken, voelen, ruiken als basis voor het ontdekken. Iets weten te presteren, wat voor ieder een eigen schoonheid meebracht om daarna, het meest boeiende van alles, de ander mee te nemen op de ingeslagen weg en zo de kennis te delen. Daarom is Project Rembrandt heerlijk om naar te kijken. Niet alleen de individuele vorderingen te zien, maar juist ook om mee te kijken door de ogen van Lita Cabellut en Pieter Roelofs, wiens keuze tegengesteld aan de publieksjury kan zijn. Wat telt voor de een, geldt niet perse voor de ander.

De dag zat er weer op. Het kaarslicht mocht uit en de deur ging weer op slot. Een laatste groet aan de kale berkenstam, waar roodborst verdwaasd rondhipte. Bij het richting hek wandelen had de lucht wat extra warmte voor me in petto en bracht de sloot een weerklank op wat zich in het wolkendek voltrok. Dat wonderschone.

Uncategorized

Helend en troostrijk

Zo rustig als het weer was, zo roerig was de dag. Flarden en vegen van het nieuws waaiden op, uit de radio in de kleine blauwe, op de laptop, uit de monden van de mensen om me heen. Buuf gebaarde me te komen zitten in het zonnetje. Haar tuin lag achter de mijne en met de lage zonstand werd mijn verhalentuin een al snel te koude schaduwtuin.

Een droeve boodschap. De twee berken waren in gevaar. Ze stonden op de grens van de Oude en buuf. Ze waren prachtig tot de Oude de helft van de grootste aan zijn kant had weggekapt om meer licht in de kas te krijgen. Nu was zijn missie beide weg te krijgen. Ik moest er niet aan denken. Schoonheid vernietigen doet altijd pijn, maar de gedachte erachter ook. Zuiver op de graad is niet voor iedereen weg gelegd.

Sarren is een nare eigenschap, die geen mens moet willen. In het gesprek werden mijn gedachten er zijdelings mee geconfronteerd en weigerden de negatieve kanten van het geheel. De enige raad die ik kon geven, was afritsen en laten vallen, daarna aarden, twee voeten stevig op de grond en een strategie bedenken, die helend zou zijn voor de geest.

Joe Biden die gekozen werd, was dat andere, nu heuglijke, emotionele moment. Had er zelfs van liggen woelen bij de gedachte dat het volk toch weer de opruiende woorden van Trump zouden honoreren, maar met die ene republikeinse kiesman, die vertelde dat hij zijn kleinkinderen wilde leren, dat waarheid en eerlijkheid recht doen, had ik hoop gekregen. Geen ijdele, bleek nu. Er viel weer adem te halen, opgelucht nog wel.

Wij hadden, twee vrouwen op een bankje, een fijn gesprek. Prietpraat over de kinderen en de kleinkinderen, plannen, wat ongemakken en het kleine geluk, maar ook diepgang over zielenpijn en verlangen. De zon warmde het hart en filterde door het blad van de notenboom heen, de vijver lag er roerloos bij. Late dahlia’s en de kleine salvia bloeiden nog welig, goudsbloemen strooiden oker in het rond. De dames schaap aan de overkant van de sloot graasden zich een weg door het hoge gras. Een mankepootje ertussen en de anderen beschermend om haar heen.

Het schilderen bracht rust. Tweede oefening, weer olieverf op papier, maar eigenlijk te laat begonnen en mijn verzamelde grote krantenfoto’s thuis laten liggen met inspiratie voor vandaag. Dat werd dus een sessie van een uur of twee. Het buitelen van de gespinsels stroomlijnden door de arm het penseel in naar buiten, waar gisteren het hart in beroering was, was het nu de geest. De streken waren onrustiger, minder vloeiend, meer gepruts. Duwen en trekken tot er kalmte kwam in het gemoed. Alles heeft beslag op het handelen.

Het begon al te schemeren, tijd voor kaarslicht. Vredige vlammetjes bij het schrijven van het tuindagboek. Wandelend langs de sloot, waar de avond in alle stilte neerdaalde en de kou in witte slierten nevel optrok. Hier en daar nog een enkele stem van een van de tuinders, de kreet van een reiger, gekras van de kraaien in de boom bij de paddenpoel.

Menselijk gevoel, menselijk gewoel, die turbulentie was ver te zoeken in dit zo kalme tafereel. ‘Komt tijd, komt raad’ fluisterde het verleden en mijn moeder er direct achter aan: ‘ De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend’. Mijn adem tekende wolkjes, die de onrustige gedachten omsloten en met zich mee voerden de nevel in. Natuur is helend en troostrijk.