Uncategorized

Een ander licht dat op het kunstwerk valt

Buuf had een gat geslagen in de afscheiding van onze tuinen. Ze wilde er peren- en pruimenbomen in. De wilg was eraan gegaan. Geen probleem. Mooie bloesem in de lente, moet je maar denken. Roodborst zal het grillige hout missen. Vandaag gaat haar buurman mij helpen de iep te slechten, als er goede zin is tenminste.

Er was nog steeds veel werk te doen in de tuin, maar mijn hoofd dacht te gaan penselen. Te lang geleden alweer. De luxaflex omhoog, zodat het herfstlicht het atelier oplichtte en aan de slag. Portret oefenen vanuit de losse pols. Ik wilde niet langer ruit, carbon of houtskool gebruiken, het ging me om de impressie, dan maar minder gelijkenis. Vooraf een praatje met de buuf. De jonge vriend van de oude kwam met een allergrootste grijns vertellen dat hij jarig was en hij had wat Turks Fruit op een schelp in zijn handen. Daarna kwam hij met de vraag of ik zijn Soedanese schotel bliefde, natuurlijk graag zelfs. Hij waarschuwde dat het pittig zou zijn. Met mijn boerenkommetje tot de rand gevuld en een heerlijke injera er bovenop, een pannekoekje van water en meel, keerde hij weer. Op zijn gezondheid en met een duim omhoog was het heerlijk genieten. Daarna op volle kracht vooruit. Eerst een schets met houtskool, daarna direct met de verf op het doek. Het ging van een leien dakje, de foto was op ware grootte en dat maakt het een stuk makkelijker. Eer ik er erg in had, was het kwart over vijf. De kou sloop binnen en het werd al wat schemerig. Tijd om in te pakken. Morgen was er weer een dag. Moe maar voldaan.

Vanmorgen eerst de krant en de stapel oud doorgespit op nog meer bruikbare foto’s, want oefening baart kunst. Tussen alle bedrijven door is het genieten van het nieuwe boek: De Kunstmeisjes. Een draak van een titel tot je begrijpt hoe ze het bedoelen. Ze hebben een fijne schrijfstijl en een brede kijk op de zaak. Er komen vijftig kunstwerken van zeer uiteenlopende stijlen en onderwerpen langs. Het is een verademing. De bredere kijk op het doek. Ooit deed ik mee aan een tekensessie in het Gemeentemuseum in den Haag. Er hingen doeken van Breitner en Israels. We moesten een doek dat ons aansprak uitkiezen en de bijbehorende vragen, die we doorgekregen hadden, beantwoorden. Te beginnen met een omschrijving van wat je zag. Het was fijn om te doen. Uit de hoeveelheid vragen filterde je op het laatst een gedicht.

Ik koos de Breitneriaanse ‘Waspit’, een vrouw die met opgeheven rokken langs een huis wandelde. Natuurlijk werd het lopen ‘een haastige tred’, maar later, veel later pas, vermoedde ik dat je vroeger altijd de rokken opschortte bij slecht weer of een vuile grond. Een race tegen de tijd, was de gedachte achter het vers.

Helemaal alleen te zitten in een zaal van een musem en je terug te wanen in de tijd van Breitner, een te worden met het onderwerp, was een unieke ervaring, die nooit vergeten wordt.

Met het Boek de Kunstmeisjes van Mirjam Kooiman, Nathalie Maciesza &Renee Schuiten schuifel je langs elk kunstwerk, duikt even de tijd in en vergeet de rest. Ik ga weer vaker met een schets en notitieboek langs de musea, zodra het weer kan. Tot dan laaft de geest zich aan een ander licht dat op het kunstwerk valt.

Uncategorized

Dat alles in één spoor glijdt en raakt

Alles roept, alles schreeuwt me op te schieten, maar de krant is net uitgespeld en het verhaal kan nu pas beginnen. Negeren is de beste optie, al smacht elke vezel eigenlijk mee met de lokroep van een zonnige herfstochtend. In de krant maak ik kennis met de zangeres VanWyck, het alias van Christien Oele, die me totaal onbekend was. Terwijl ik schrijf klinkt haar omfloerste, bedachtzame stem en speelt met de kleuren van buiten. Leonard Cohen klinkt door, het verleden sijpelt naar binnen in de lome gitaar, de drijvende kracht van de piano, haar breekbare noten. O zeker, het schudt de poezie, de emotie los. Soms ontdek je iemand en dan weet je dat dat niet meer los te laten valt, zoals bij George Moustaki, Leonard Cohen, Loudon wainwright en Tracy Chapman gebeurde. Draag de muziek mee in het hart, doorwoel de woorden en verweef ze tot een onderschrijven van wie je bent. De omlijsting van de emotie van het bestaan.

Ze schrijft over ‘An Average Woman’. Een doorsnee vrouw, die worstelt en faalt en lacht om andermans grappen , terwijl er ook vrouwen zijn die de zeven zeeën bevaren en die zelfs hun lot overwinnen. Maar zij is, net als bijna alle vrouwen die ik ken, een doorsnee vrouw met haar eigen sores en in haar kleinheid groots. Het lied is een ode aan haar grootmoeder, die de ‘gave van het woord’ bezat maar een bescheiden leven leidde. Een duwtje in de rug van Arthur Japin bewoog de zangeres om te kiezen voor de zang. Wat een geluk, dat Menno Pot een interview had met haar. Anders was het volledig aan mijn neus voorbij gegaan. Nu stop ik niet meer met luisteren en vervaagt de drang om naar buiten te gaan. Zo werkt iets wat de ziel treft.

De dag kan al niet meer stuk. Er valt zoveel te ontdekken, inspiratie op te doen en ik verheug me erop dat ik straks met de oortjes, die ik van zoonlief heb gekregen, nog zuiverder de tekst kan beluisteren. Het hele repertoire binnenstebuiten kan keren.

Ooit hoorde ik op een plat dak tegen de muur van mijn kleine pijpenla geleund, via de radio, een nummer van Loudon Wainwright en net als nu trof me dat diep. Het had heel wat voeten in de aarde eer ik de naam van de vertolker had gevonden, maar daardoor was ook het verlangen groter. Een heel ander genre, niet alles sprak aan, maar bij een bezoek aan New York kocht ik daar mijn eerste cd’s van de zanger. Grijsgedraaide emoties. De essentie pakken met een beperkt aantal woorden is zo waardevol.

Tracy kwam ik op het spoor in een groot huis bij vriendinnen van vriendinnen waar ik een nacht logeerde. Ik zat in de serre van de boerderij. Zon op het erf, kanten gordijnen als decor omlijstte een vredig tafereel en achter me hoorde ik ineens de donkerbruine stem van Tracy Chapman, waarvan ik destijds ook het bestaan niet wist. Een van de vriendinnen zat op een doorgezakte rookfauteuil, gitaar in de hand, en pingelde mee, terwijl de zon verstoppertje speelde met de bladeren. Spoor naar het lijnenspel op de grond.

Het is meer dan muziek, het is gevoel, dat vleugels krijgt door het verbonden zijn van de stem en de tekst. De omlijsting van de instrumenten voegen toe dat alles in één spoor glijdt en raakt.

Uncategorized

De juiste combinatie

Uit het kleine vierkante kastje boven in het trappenhuis komen vrolijke noten, wat vroeger arbeidsvitaminen had geheten. Extra ondersteuning voor het humeur tijdens het werk. De schilderstrap leunde tegen het gisteren geverfde grijze onderstuk van de muur. De entree wordt chic grijs/wit in plaats van het grauwe beton. Beneden is de man, die ik nu al drie ochtenden ontmoet, de deur aan het verven. ‘De krant,’ reageerde hij. ‘Dat zullen niet veel mensen meer doen, ze zitten allemaal op internet.’ ‘Zo gezellig’, reposteerde ik, ‘krantje, koffie.’ Aan zijn oplichtende ogen zag ik dat het beeld nostalgische gezelligheid binnenvloog. Uit de radio klonk nu de Jerusalema-challenge. De klanken buitelden vrolijk over elkaar heen en het koste me moeite om niet een kwartslag te draaien op de te smalle treden.

Gisteren schoof door de brievenbus een enveloppe van het ziekenhuis, met een foto van alle medewerkers van ‘mijn’ afdeling . Bij het zien van die lieve gezichten schrijnde het gemis heviger. ‘Lieve jij, we missen je!’ En achterop ‘maar ook de patienten missen je! Houd vol en hopenlijk tot snel. Liefs afd. 5B’ De wereld kleurde lichter bij het lezen van die woorden.

De voetbaltraining van kleinzoon 2 begon om drie uur in de winter in plaats van vier. Om drie uur was ik present om op kleinzoon 1 en 4 te passen. Het was prachtig weer. Het park lag op een steenworp afstand. Dribbel stribbelde hevig tegen toen zijn vader hem aankleedde om mee naar buiten te gaan. Buggy’s hebben een anti-seniorenbeleid ingevoerd met hun onneembare bevestiging, die gordel heet. Zweet op de rug als alle obstakels zijn genomen en eindelijk de verlossende klik klinkt. In het park mocht hij uit de wagen.

Of je nu in Central Parc wandelt of hier in het park, dankzij de oude majestueuze bomen en de prachtige herfsttinten vallen beide plaatsen onder een noemer. Schoonheid ten voeten uit. Natuur, wat ben je mooi. Een wit veertje op het asfalt. Dribbel wil er mee voetballen, maar dat lukt niet. Oppakken en omhoog gooien, laat broer met een esdoornzaadje zien, dat zich helikoptersnel rondwentelt. Het veertje in de kleine kinderknuistjes gaat omhoog en hij laat het vallen. Dwarrelend bereikt het de grond. Roodborst trekt net aan iets eetbaars, maar hipt haastig weg onder de bassende stem van de kleine man.

De gekoesterde auto mag over de muurtjes op maat rijden. Langs de gakkende ganzen en de meeuwen op de steiger die in stelling lijken te staan voor een eerste duik. Langs een oude vrouw, die naar de dieren tuurt en nu naar het autootje. Een voorzichtige glimlach bereikt haar gezicht. Ritselende bladeren zijn heerlijk om doorheen te schoppen of met een stokje op te rullen. Zitten en lopen, zitten en lopen, hij geeft het ritme aan. We kuieren voort, de heuvel op, langs de lange verticale bomenpartij, het domein van vleermuizen en van roek of kraai. Er was ook een vreemde eend in de bijt, die met een hoge uithaal de mezzosopraan tussen de bassen speelt. Aan de vleugelslag te zien kleiner dan de anderen.

Soms werd blad gepakt en grondig bestudeerd. Kleinzoon 1 leerde en passant het verschil tussen een eikenblad en een kastanjeblad en ten leste spotten we nog net de inktzwam tussen de gevallen bladeren.

Al met al drie kilometer in de benen en ‘trek in iets lekkers’ werd een peer, verwend geschild op een schoteltje. Dat maakte de rauwe bonen zoet. Moe maar voldaan stond een aflevering van zijn lievelingsprogramma over een Indiaas jongetje op het menu, terwijl kleinzoon 1 wegzakte in zijn Pokèmonspelletje.

De vaat was mijn deel, met verve. Heerlijke dag. Park, zon, kleur en telg. De juiste combinatie.

Uncategorized

Buiten waait de wind het zeeverlangen los

Zandstralen en zonnestralen leveren nieuwe energie. Uitwaaien aan het strand van Noordwijk met haar wisselende lucht, vijftig tinten grijs en hier en daar een stralenkrans van licht. Soms piepte de zon tevoorschijn en zette het wit van de rollende golven verblindend aan. Korrels zand stoven in rollende vaart voorbij en bracht de verte nog uitgestrekter weg, het strand praktisch verlaten. Hier en daar een Breitneriaanse schim of een zwarte vlek, dat hond bleek te zijn. Adembenemend mooi, de natuur, als een belofte voor de toekomst. Onstuimig maar verlicht.

Een cadeau na het bezoek aan mijn oude stad, waar ik een aantal jaren woonde en dat niet meer terug te herkennen was op een paar vertrouwde, niet gemoderniseerde plekken na. De namen waren bekend en het geheugen groef gaten, om het beeld van ooit te voorschijn te halen, maar werd overschaduwd door wat er nu was. De Lammermarkt met de molen, herbergde een fijne parkeergarage, waar de blauwe prins mocht uitrusten met vlakbij de plaats van bestemming. De diepste parkeergarage van Nederland. Vrij aan de oppervlakte liet ik de kleine blauwe achter. De Oude singel bleek er achter te liggen. Voordat er vanaf donderdag geen cultuur meer te snuiven valt, anders dan in boeken of via de media, dan nog een bezoek aan Museum de Lakenhal en tegelijkertijd een tocht door het geheugen, was mijn idee geweest. Claudy Jongstra en haar sculpturale werk. Bovendien was ik na de restauratie van het oude gebouw er nog niet binnen geweest. Het museum is gesitueerd in de oude Lakenhal uit 1640 en sinds 1874 het gemeentelijk museum van Leiden.

Dwalen door een oud pand is op zich al verrukkelijk. De krakende vloer, de oude binten, zonlicht door gebrandschilderde ramen, het uitzicht op de Oude singel leggen de tijd stil en doen het heden verbleken. Dwars door alle oudheden heen zijn werken te vinden van de hand van de kunstenaar, die kleurt en weeft en wolt en verwondering wekt met haar grote lappen tot huid geweven, bloederige en bleke accenten verwerkt ze erin en brengt me door de opstelling bij de bungelende karkassen van vroeger, die bij de slager hingen aan de kant van de klanten. Mijn kleine kinderogen zogen die verschrikking op en ik weefde er ook, bleek later, onrustige dromen mee.

Het intense nachtblauw van haar werk ‘Nine’en ‘Cosmic Cry’, dezelfde tinten die te herleiden zijn naar het beroemde Leidse Laken. De pigmenten ervoor haalt Claudy uit zelf geteelde indigo-, wede- en meekrapplanten. Het is een prachtige diepe kleur. Tegelijkertijd is het een vingerwijzing naar de monocultuur en de landschappen die met zonnepanelen worden bedekt. Een sympathieke maar evenzo een dringende waarschuwing om alert te blijven.

Boven niet alleen de oude instrumenten en het werktuig uit die oude lakenhallen, maar ook het vergelijk met haar werk en dat van de oude geschiedenis van dit Leidse laken. Geheimzinnige flessen vol met bloemtoppen en kruiden, een gedroogde bos wede op de grond. Ook hier krakende binten en de fluistering van eeuwen her. Een lafenis in deze chaotische tijd.

In de winkel beneden snuffelen mijn vingers langs ruggen van boeken en kaften tot ik een bordje zie, dat vraagt om alleen dat aan te raken wat je werkelijk wil kopen, maar een boek en zeker kunstboeken moeten gezien worden en geroken, zodat het jou raken kan. De aandacht blijft hangen op het boek ‘De kunstmeisjes’van Mirjam Kooiman, Nathalie Maciesza en Renee Schuiten-Kniepstra, die uitdagen om langer dan 20 seconden naar een kunstwerk te kijken. De grafische afbeelding trekt. Het oog wil ook wat.

Buiten op de stoep waait de frisse wind het zeeverlangen los.

Uncategorized

De wijde wereld in

In de korte documentaire ‘Personae’ op NPO van afgelopen zondag stelt Maartje Baker, de regisseur, zich de vraag: Nederlandse vrouwen hebben, net als veel andere westerse vrouwen, de vrijheid om zelf te bepalen hoe zij eruit willen zien. Maar in hoeverre zijn dit hun eigen keuzes en wat wordt bepaald door de maatschappij waarin we leven?

https://www.2doc.nl/documentaires/series/3lab/2020/personae.html?fbclid=IwAR0Hojxah2bud5dDG3cT7UNvpMUICnVDXzufxcMvYDCnpMRhwSBemqOMg64#262afc49-43f7-4b52-ae5e-7df6ed258a05

Daarna volgt een indrukwekkend schouwspel van het ontwaken van verschillende vrouwen in hun persoonlijke habitat en hun ochtendrituelen. Er wordt geen woord gesproken. De beelden zijn heel persoonlijk. Alles waarvan een mens niet wil dat ze openbaar geslingerd worden, mogen naar buiten. Het gapen, het krabben, het worstelen met een corrigerende Body, het ronddraaien van een beha. Daarna volgt een gang voor de spiegel. Vrouwen die zich zwijgend opmaken, een laatste krul leggen, een vrouw die haar haren tooit met drie bloementoefen, het omdoen van een brede ceintuur, een sjaal die om het hoofd wordt gewikkeld, het is er allemaal. Al dan niet bijgetekende wenkbrauwen, lippenstift, oogschaduw, mascara en hier en daar een eye-liner. Het gezicht van de vrouw voor buiten.

Het is een boeiend geheel geworden. Toen de regisseur zich besefte dat ze in de ochtend bij het ontwaken eigenlijk alleen maar ‘egoloos’ was en de rest van de dag ze zichzelf transformeerde om zichzelf te zijn‘, kwam de behoefte om dit vast te leggen. Bij het ouder worden, zijn er meer hulpgrepen nodig.

Ik weet niet of dat zo is. Mijn gang voor de spiegel is slechts vijf minuten. Crème, fond de teint, lippenstift, kohlpotlood, mascara en een borstel is wat ik nodig heb om mezelf te zijn, al jaar en dag. Daar heeft leeftijd niets aan veranderd. De snelheid waarmee het opgebracht wordt, is een verschil met die vrouwen voor de spiegel, die aandachtig het gezicht bestuderen.

Met de zussen op vakantie valt op dat we daar alle vier verschillend in zijn. Zus drie is het snelst klaar, zus twee en vier zijn het langst bezig. Die gaan aan de tafel zitten met hun make-upkoffertje en halen alles uit de kast wat er in zit, tot en met het bijtekenen van de wenkbrauwen aan toe. Mijn borsteltjes piepen franck en vrij boven de bril uit, maar zij plukken en stiften net zo lang tot het de gewenste vorm heeft. De enige vorm van correctie bij mij aan de kleding is een beugelloos topje en een zwart hemd, omdat elke andere BH voelt als een strakke band om mijn bovenlijf. Ik kan het niet verdragen. Dus de consequentie is vaak wijde kleding, een wolk van los en luchtig. Het moet vooral lekker zitten. In elke nette jurk voel ik me hopeloos gevangen. Mijn lijf wil de vrije gedachte, net als de geest.

foto: Marijke van der `linden

Het zijn mooie inkijkjes in een mensenleven, dit soort documentaires en eigenlijk zorgen ze ervoor, dat je blijft nadenken over het handelen. In dit geval is de vraag die er onder ligt: ‘Wat is voor een mens de essentie van het leven, waardoor je handelt, zoals je handelt.’ Zoonlief houdt drie keer zo lang de badkamer bezet, er wordt geschoren, gesplashed, geknipt, getrimd. Ook dat is het naar buiten brengen van een beeldvorming. Geldt het tegenwoordig ook niet voor mannen.

Op het laatst in het interview dat de docu aankondigde, wordt aan de regisseur de vraag gesteld op welke momenten in het leven zij het gevoel heeft gehad, dat haar uiterlijk(en misschien daarmee ook het ego) er niet toe deed. Als antwoord geeft ze ‘het moment dat ze wakker wordt’ en daarna is er toch altijd weer de behoefte om zich te wapenen tegen de blikken van anderen met correctie-ondergoed en een laag make-up.

’s Morgens de deur uitstappen als mezelf gebeurt alleen als de krant in de bus beneden ligt te wachten. Dan gun ik mijn buren op de galerij een blik op het warhoofd van de slaap, daarna volgt van alles een beetje. Een een vleug van mezelf en een vleug van de make-up, als variatie op een thema. Pas dan stap ik de wijde wereld in.

Uncategorized

De kracht van de persoonlijkheid

Gisteren viel het verleden in mijn mailbox. Er stond een link bij om aan te vinken. Daarna vloeiden herinneringen en tranen, vertrouwde beelden en de tijd in elkaar. Ik zat op de bank maar zweefde naar het vakantiehuis van nicht en haar man, waar mijn moeder samen met haar broer de melodieën uit het liedjesschrift van hun moeder opvisten uit het geheugen. Ineens, na dertig jaar, die vertrouwde stemmen te horen was zoete vreugde. Samen componeerden ze het beeld in mijn hoofd weer helder.

Het was al een roerig dagje geweest. Kleinzoon vierde verjaardag en alleen de opa en oma en deze oma konden langs komen in het huisje op het Bospark. Zij ’s morgens en ik ’s middags, maar kleindochter was hangerig geworden en had verhoging. Dat ging het niet worden. Om vier uur face-timen met de hele familie was de afspraak. Dan zou hij het cadeau krijgen dat we voor hem hadden uitgezocht.

Ondertussen las ik in een blog van een Lieve schrijfster de antwoorden op een lijst van vragen voor het einde. Overpeinzingen over de wensen die er zijn. Ooit zag ik van mijn lieve moeder zo’n lijst, drie jaar voordat ze stierf. Ze had het haastig op de achterkant van een enveloppe geschreven. Misschien wel nadat ze naar de zoveelste begrafenis was geweest. Ze schreef dat ze nog nooit een engeltje in een zondagse jurk had gezien en dat ze daarom in haar nachtpon en met blote voeten begraven wilde worden. ‘Voorgoed die vreselijke steunkousen uit, dat is pas de ware bevrijding,’ schoot door mijn hoofd. Zonder poespas, dat was onze moeder ten voeten uit. Daarom paste het gedicht op de rouwkaart haar zo goed. ‘God zit niet op een troon van chroom en nikkel/soms zit hij in een oude pereboom en merelt/soms staat hij op zijn hoofd in een klein kind’. Het is het begin van een gedicht van Bertus Aafjes, dat haar tocht mocht begeleiden en dat het leven samenvatte in de eenvoud ervan.

Ik maak geen lijstje, maar weet wel wat ik wil en zal het boekstaven voor de familie. Geen begraafplaatsen voor mij, maar een natuurgebied, onder een boom, waar in de lente om vijf uur de merel haar ochtendzang jubelt, boomkruiper en -klever elkaar passeren op de stam en eekhoorn een weg roetsjt naar beneden. Vogelvolk in de lucht, de gravers tussen de wortels. Geen milieu-onvriendelijke materialen maar een lakentje of riet, dat voeding geeft aan de bodem.

Het samenzijn ter plekke rond ‘mijn’ boom met een bonne Blanc of een Eau de vie zonder alcohol. Schrijf wat, zing wat(A.M.G. Schmidt), strooi wat bloemen hier en daar en geef iedereen een vleugje patchouli. Lievelingsboom is berk, vanwege haar vlinderachtige uitstraling en het licht en de lucht erin, haar ritselende bladeren. Daar mag mijn stofmantel heen, als de ziel aan het reizen slaat. In de lente ben ik de merel die merelt, in de zomer de gierzwaluw die langs scheert, een vlinder of een libel en in de winter de roodborst, die nieuwsgierig naderbij hipt. Verzinnebeeldt het gemis, het verzacht. Dat zijn de wensen, meer zijn er niet.

De laatste vraag in de reeks is of er angst is. Nee. Het leven heeft veel gebracht en veel rijkdom gegeven, mijn gedachtengoed heb ik uitgeschreven. Leven en dood zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, ze houden elkaar in stand. Het een zou niets zijn zonder het ander. De dood heeft altijd met me meegelopen. In de ziekenhuizen waar ik werkte, privé en om me heen. In mijn beleving is het geen donkere schim met Zeis, maar vleugels die je dragen naar het licht, zoals een mooie droom je daar kan brengen. Wijselijk mogen we er een eigen invulling aangeven, want dát is de kracht van de persoonlijkheid.

Uncategorized

En weer ‘Oma’ af

Het ochtendritueel omgedraaid gisteren. Eerst schrijven, daarna douchen en aankleden en vervolgens pas de koffie. Arme Pluis had de inhoud van de verorberde brokjes op het hoogpolig tapijt gedropt, vlak voor het tijdstip dat kleinzoon drie op bezoek zou komen. Als de gesmeerde bliksem in de weer met spons en zeepsop en met de stofzuiger. Net op tijd klaar en volledig uitgeteld door het haasten klopten twee knuistjes op het keukenraam.

We lagen half voorover gebogen op de bank over de puzzel heen, die in de meegebrachte kranten stond. Geduldig legde ik hem uit wat er mee moest gebeuren. Het was een woordzoeker. Niets leukers om te doen voor een nieuwsgierige vijfjarige, die al spellend het verschil tussen druk-en schrijfletters onder de knie kreeg. Samen zochten we de allerkleinste woorden op ‘mars’ en ‘doek”, ‘flora’ en ‘inkt’. Al gauw had hij het systeem door en zag achterstevoren, ondersteboven het eerst ‘Diana’. Vijf jaar, bijna zes en nu al een echte vorser. Het was een idyllisch plaatje, zijn koppie en het mijne voorovergebogen naar elkaar toe turend naar de krant, een zonnestraal in de kamer, een schaaltje met partjes mandarijn in de aanslag.

Achtereenvolgens werd de Rubrick gepakt, de grote speelgoeddoos met de fabeltjeskrantpoppen, waar mijnheer de Uil de ondeugende jongensversie naar het hoofd geslingerd kreeg en ik hem vroeg of hij ook de oorspronkelijke tekst kende. Bij een ontkennend antwoord klonk mijn gejubel al door de kamer en keek hij me met een scheef koppie aan, aandachtig luisterend. Ik was Bor de wolf kwijt, maar die hadden we voor een eekhoorn versleten. Of eekhoorns ook winterslaap hielden, want hij had er al vijf in het bos vlak bij de tijdelijke woning in het bospark gezien. ‘We vragen het aan google’, stelde ik voor, want ik dacht het wel, maar wist het niet zeker. Nee, dus. Daarna zochten we een filmpje van een eekhoorn in de winter. We vonden er een op Youtube. Daarbij viel op dat sommige pluimen aan de oren hadden en andere weer niet. Weer een vraag voor google. Het verschil zat hem in jonge of volwassen eekhoorns. Zo associeerden we door, tot hij wel een stukje Pokemon wilde zien. Mocht ook, maar eerst zijn boterhammen. Liggend op zijn buik op de bank genoot hij zichtbaar en hoorde ik de meest moeilijke woorden voorbij komen.

Het gaf mij de tijd om overtollige oude flessen en flesjes uit de koelkast te legen en om te spoelen. Woksauzen, een aangebroken Hoisin uit 2019 en al van dat achterstallig onderhoud. Ziezo een tas met lege flessen en potten later, was het tijd om op pad te gaan om niet te laat op het feest te komen. Schoenen aan, jas aan, rugzak met cadeau om, tas en vuilniszakken mee en eerst naar de containers. Of hij de potjes erin mocht doen. Tuurlijk, hoe leuk zo’n werkje kan zijn. Ik liet de vuilniszakken in de containers glijden. Over het kastanjeplein, volop in de herfst, dwars door de berg bladeren heen schuivend met de voeten, naar de kleine blauwe. In de auto de vraag of ik vroeger ook Pokemonkaarten spaarde.

Nee, maar er waren wel speldjes. Hoe leg je dat uit. Een pin met een merkje, wat voor beeld levert dat op in een kinderhoofd? ‘En soms’, herinnerde ik me ineens weer, ‘kreeg je een plastic plaatje door de bus, die je op de platenspeler kon leggen.’ Kleinzoon had een platenspeler thuis, dus die voorstelling was niet zo moeilijk. Een plaatje met het liedje van het witte konijn uit Alice in Wonderland. Dat zong ik hem voor en hij neuriede het mee. ‘Te laat, te laat, je weet wel hoe dat gaat. Nu loop ik hier als wit konijn te hollen als een haas…’ Eer we het wisten, ritje snelweg, vijf omzeilde ‘verboden in te rijden’ straten verder en een juiste inschatting, kwamen we precies voor het gebouw uit waar hij moest zijn. Monter vervolgde hij zijn weg, werd bij de deur al opgewacht, een zwaai van mijn kant en weer ‘Oma’ af.

Uncategorized

De vreugde om een uurtje uit

Het centrum van onze stad wordt gekenmerkt door een groot, recentelijk gemoderniseerd, winkelcentrum. Het stadskantoor, de bibliotheek, het theater, de winkels, een plein, de markt, restaurants en café’s en een ondergrondse parkeergarage, het is er allemaal. Zelfs een bordestrap in een halve ronde cirkel, waar moeie voeten kunnen wapperen. De helft is overdekt. Buiten is er wind, veel wind. Als je een hoek omgaat, sleurt een vlaag je adem mee en is het happen naar lucht geblazen. Steeds meer afgeplakte etalages merk ik op weg naar mijn favoriete schoenenwinkel. Mijn nieuwe paar kloffen glanzen me al tegemoet, haastig pas ik er een. Het mondkapje belemmert, dus de tweede blijft in de doos. Vijf minuten later sta ik weer buiten de winkel met buit en volmaakt gelukkig. Ik duikel ergens nog een warme trui op en daal weer af naar de kleine Blauwe.

Bij de supermarkt staan kratten voor de voedselbank. Ik koop roti en rotisaus, cruesli, kikkererwten en nog wat aanbiedingen voor hen. Bedenk later pas dat eigenlijk de wens is, dat de voedselbanken overbodig zouden moeten worden, zodat de eerste behoefte goedkoop in de winkels ligt. Ik heb er over geschreven. Op deze manier houden we ze in stand. De overgangsfase is een obstakel en vraagt om een forse mindset. Soms voel je je zo machteloos, want hoe bewerkstellig je iets dergelijks.

Een snelle blik op de vorderingen in het paleis van zoonlief, dat prachtig wordt. Het oogt ruimer nu de wanden allemaal gestuct zijn en de badkamer en toiletten betegeld. Vandaag gaan zussen en broer schilderen en pas ik even op kleinzoon drie, die vanmiddag naar een feest gebracht moet worden. Wij gaan er ons eigen festijn van maken. Straks vlieg ik nog even naar de super voor wat feestelijke onderstreping.

En passant kocht ik in een kleiner winkelcentrum een wollen jurk en een heerlijke warme sjawl. Ziezo, zo kom ik wel door de winter. Het enige wat nog op het verlanglijstje staat is een warme waterdichte winterjas. Winkelen is geen hobby van mij. Ik kijk op het oog of het bevalt en neem het mee. Het pashokje, te weinig ruimte voor zwaaiende armen en benen, die door of in iets gestoken moeten worden, krimpen ter plekke, maakt me ‘Alice in Wonderland’.

Tijd dringt nu. Om vijf uur zoek ik de grens van de voorzichtigheid op, door toch naar het optreden van zuslief te gaan. Ze was er zo vol van. Anderhalf jaar werk bijna overboord door het vermaledijde virus. Bij aankomst voor het theater gaan de snoetjes op. Die van mij blijft op tot ik weer op de terugweg ben. Zus heeft een glansrol en is verreweg het meest soepel in de heupen samen met nog een persoon. De helft van het dansgezelschap geeft nu een voorstelling en de tweede helft twee uur later. Zus danst in alles mee, is twee keer in de herhaling, drie dagen lang. Niet meer dan dertig mensen in het theater ruim uit elkaar en het voelt zo weldadig aan om even weer op het pluche te mogen plaats nemen.

Zwager is ook mee en kijkt met verholen trots, net als wij, naar de gracieuze verrichtingen van zijn eega. Liefde reikt over alle grenzen heen. De herkenning, oma en moe zwierig aan het walsen, een opwaartse blik met het drama van pa, de gedragen passen, het ritme gevoel dat ons allen eigen is, ze is het allemaal. De familie doorsnee ten voeten uit met de ijverige inzet van iedereen. Overhaast moest de choreografie aangepast. Sommige dansers hebben geen podiumervaring, dan is de ruimte heel groot en de blikken van het publiek doordringend eng. Ze doen het toch maar. De prachtige foto’s van zus erachter, de choreografe op haar knieën ervoor in deze try-out, geven een mooie sfeer. Zang van een operazangeres en een gedicht, geënt op Denkend aan Holland, zie ik brede rivieren….van H.Marsman, Aquarellen door de kunstenaars tussen de foto’s door, maken het geheel af. Een geslaagde voorstelling. Het applaus is voor alle harde werkers, ons rest de herinneringen en de vreugde om een uurtje uit.

Uncategorized

Op naar de winkel

In Opinie & Debat vanmorgen in het VK een vergelijking van Peter Liebregts over de manier waarop Nederland de crisiscommunicatie afdoet en hoe de Ierse regering dat aanpakt. Terwijl de dichter, Seamus Heaney, in een speech werd aangehaald door de Ierse premier, werd het me ineens duidelijk. Dat is de missing link, waardoor hier de dreiging zoveel meer dreiging wordt. Ik mis de schoonheid van het woord in het betoog van zo’n persconferentie hier. Bij het denken in beelden is de manier waarop een boodschap verpakt wordt een onderbouwing voor de stelling.

Tijdens de conferenties van Rutte en de Jong zie ik bijna altijd een opgeheven vinger en de laatste tijd een schuddende vuist ergens in een ooghoek verschijnen. Toen premier Leo Varadkar in april op Goede Vrijdag de totale Lockdown moest aankondigen, citeerde hij de woorden van Seamus Heaney: ‘If we winter this one out, we can summer anywhere/Als we dit doorwinteren, dan kunnen we overal zomeren’. De historische woorden schreef de dichter naar aanleiding van de Noord-Ierse onlusten, de periode die ‘The Troubles’ werd genoemd en waar op een goede vrijdag een eind aankwam met de ‘Good Friday Agreement’ in 1998. Een prachtige metafoor, waarmee de gemeenschappelijkheid werd onderstreept en een horizon getoond, terwijl hier de boodschap verpakt werd in grimmigheid met een glimlach. Eerst komt er een keiharde boodschap en dan volgt een vergoeilijking of er komen woorden uit de kokers van de woordmakers die de dubbelheid alleen maar versterken. Wat zou ik er graag meer poezie doorheen willen hebben om de wereld mooier te kleuren en niet het dreigen te versterken.

Heaneys oeuvre is er een van verbinding en hoop. Het klinkt door in de totale bevolking. Hoop en troost zijn de tegenhangers voor het leed dat er is. Liebregts haalt John Austin aan, een taalfilosoof, die memorabele uitspraken als deze, die ons hoop en troost verschaffen, ‘Performative Speech Acts’of taalhandelingen noemt. Meer van deze ‘Speech Acts’ graag.

Doorwinteren dus, even cocoonen in een warm holletje, met kaarslicht, mijmeringen en vertrouwen. Het is ook mooi om de tijd te nemen literatuur en poezie eigen te maken in tijden van ongrijpbare realiteit en daarmee de kracht van de taal te gebruiken om die te verkondigen. Eigenlijk snak ik daarnaar. Liebregts pleit buiten de Ierse routekaart ook, dat dat niet het enige is wat we van het Ierse model kunnen leren. Als bonus krijgen we het lievelingsgedicht van de Ieren van de hand van Heaney, cadeau: ‘When all the others were away at mass’. Een gedicht ter nagedachtenis aan de moeder van de dichter, waarbij hij de verbondenheid met haar ving in het moment, dat ze beiden aardappels schilden, terwijl iedereen naar de mis was. Haar hoofd voorover gebogen naast zijn hoofd, haar adem die zich vermengde met de zijne. Een eeuwig moment en te mooi om niet te delen.

When all the others were away at Mass
I was all hers as we peeled potatoes.
They broke the silence, let fall one by one
Like solder weeping off the soldering iron:
Cold comforts set between us, things to share
Gleaming in a bucket of clean water.
And again let fall. Little pleasant splashes
From each other’s work would bring us to our senses.

So while the parish priest at her bedside
Went hammer and tongs at the prayers for the dying
And some were responding and some crying
I remembered her head bent towards my head,
Her breath in mine, our fluent dipping knives –
Never closer the whole rest of our lives.

Een fijn begin van een ochtend, dergelijke overpeinzingen.

#Inktoberopdracht van eergisteren was ‘Float’. Waar kun je beter op drijven dan op je dromen. Die van gisteren was ‘Shoes’. Dat konden alleen mijn ouwe getrouwe kloffies zijn. Ze horen bij mij. Ze zijn bewust niet van leer en worden elk jaar vernieuwd. Bij de laatste escapades naar de tuin waren de sokken doorweekt. Daar valt maar een conclusie uit te trekken met deze regen. Op naar de winkel.

Uncategorized

Een lijnenspel voor Oma

Een nieuwe tegelvloer in de hal van de flat, stralend wit in plaats van grijs beton. Ze waren er nog mee bezig en op mijn vraag aan een van de tegelzettters of hij dan de krant uit mijn postbus wilde pakken, keek hij me glazig aan. ‘Of kan ik er overheen stappen’, voegde ik er snel aan toe. Een instemmend gebrom. Het compliment van mij over ‘het chique vooruitzicht en nu nog een lift graag’ brak het ijs.

De vesting van vier trappen beklommen en de gebruikelijke observatiepost bij het bovenkomen bereikt. Adem moet stromen. Na de trappen deed het dat niet. Het vreemde vogelgeluid bleek het gepiep van de tegelsnijder te zijn. Zon op de bladeren en de balkondeuren even open. Wat ‘binnenzit’-warmte eruit.

https://www.npostart.nl/idfa-doc-we-are-together/21-10-2020/POW_04658431

Wonderlijke dromen, die niet opgeschreven zijn, nul afspraken en zeeën van tijd rekken de ochtend. Een langzame start, een aflevering van BNN/VARA over het weeshuis Agape, waar de kinderen altijd zingen. Ze mochten een concert geven in Engeland en in New York, met medewerking van Alicia Keys en Paul Simon om geld in te zamelen voor hun weeshuis, dat veel te klein was en uit zijn blauwe voegen barstte. Het was een ontroerend relaas. Ontberingen om weten te buigen tot succes is een kunst op zich. Dat konden ze, dankzij de allesomvattende liefde van hun weesmoeder die dansend door het leven ging en hun, overleden, altijd zingende moeder in gedachten.

Dan een ander verhaal van een collega-blogger, die de puberteit van haar kinderen ziet als een grote puzzel. Een oceaan in rood met ronde stukken. Niets past meer en alles is ‘stom’. Alle bokkigheden, die nu eenmaal bij die puberteit horen, maar die vergroot werden door een ontwikkeling, die trager ging dan de leeftijd in jaren. Zo’n mooi vergelijk. Ze schreef dat ze normaal altijd met de zijkanten van de puzzel begon, maar deze ronde stukjes waren zo glad als een aal. Waar moest je instappen. Het was een lastig dilemma. De kinderen op school leerde ik altijd te beginnen met de hoeken, overzichtelijk en duidelijk te herkennen. Maar hier ontbrak een aanhaakhoek. De stukken leken qua kleur op elkaar.

Was schakeringen zoeken en daarin de ruimte laten door kleinere, veel kleinere stappen te nemen, een oplossing? Geen idee. Deelde mijn eigen ervaringen. Geen grote puberteit meegemaakt met de grote saamhorigheid die ontstond toen de vader van de kinderen ziek werd en in die puberteit van hen overleed. Het leek alweer zo lang geleden nu ze allen op eigen benen staan. Een hectische tijd. Door het verdriet versmolten we, door het gesappel van mijn kant om het leven weer op de rit te krijgen, was er hier en daar iets ontgaan. Dat was misschien die ruimte, die ze op dat moment nodig hadden. Vanaf zestien jaar mochten ze los met het eigen roerige leven, was mijn opvatting met mijn eigen puberteit voor ogen. Verantwoordelijkheid voor de daden en ‘wie A zegt moet ook B zeggen’ als leidraad. Nu is het vaarwater van de overpeinzing voor mij de zee waarin gezwommen wordt en dat geeft zoveel rust. Wat wijsheid is, is voor ieder van een andere orde.

Gisteren een handgeschreven envelop in de brievenbus. Een tekening van Dribbel, kleinzoon vier, waar ik ’s middags nog geweest was. Goed uitgeslapen werd hij na een uur pas wakker, kaarsje aan, lampen aan, buiten de regen op het raam en binnen een gemoedelijk samenzijn met hem en kleinzoon een. Omdat hij zo lekker sliep, konden kleinzoon een en ik bomen over het leven. Alles kwam voorbij, angst om de operatie aan zijn knie en of corona daar geen roet in het eten zou gooien, school als leukste bezigheid op dit moment en lezen. Een spannend boek waar hij in verdwijnen kon, door een goed initiatief van school. Hij hield ervan, broer juist niet. Het was knus en gezellig. Thuis wachtte de verrassing. Een lijnenspel voor Oma.

Uncategorized

Laat maar waaien

Zo dankbaar waren die bollen, toen ik ze met liefde in de zwarte aarde vleide. Sommige lieten van pure pret al een puntje van de steel zien. De hoop is nu gevestigd op woelmuizen, die op een andere manier aan voedsel komen en niet aan mijn bollen gaan knabbelen. 165 bollen bleek een hele klus. In het begin had ik nog dapper mijn handschoenen aan, maar de scilla en de blauwe druifjes waren zo miniem dat ik de strijd om schone handen voor gezien hield en rouwrandjes opdiepte door gaten te prikken met mijn vinger. Eerst rullen met de schepel en daarna als een mes door de boter. De giganten onder de sieruien zette ik beschut allemaal bij elkaar zodat ze houvast zouden hebben in saamhorigheid. Het was een dankbare klus, die precies voor de beloofde bui geklaard was. De wind was toegenomen, maar de schapen graasden onverdroten voort. De dames hadden het te druk om aandacht te besteden aan iemand die door de sloot gescheiden was. Onverstoorbaar haalden ze hun maaltje binnen.

De tuinder vooraan was in zijn tuin bezig en vroeg of ik hard gewerkt had. Op mijn bevestiging en de vraag hoe het met hem stond, lachte hij breeduit: ‘Ik werk nooit hard. Een beetje hier en een beetje daar, langzaam aan. Hard werken is niet goed voor een mens, als hij ook nog wilt genieten’. De wijsheid ligt op straat. Een tuinder op de fiets deed het hek al open. Ik slingerde een zak onkruid in de kleine blauwe en haastte me achter hem aan, terwijl ik gebaarde een sleutel te hebben. Hij fietste een stukje door, aarzelde, stopte en keek om, maar toen hij zag dat ik naar het hek toeliep, vervolgde hij gerustgesteld zijn weg.

Net voordat Masterclass Australie zou beginnen plofte ik op mijn geliefde stekkie. Wonderlijk hoe je kan genieten van die malle kookcompetitie, maar ja, koken is natuurlijk een van de aangename bezigheden en zeker nu zoonlief weer tijdelijk inwoont, zodat ik nieuwe creaties kan bedenken. De inspiratie doek ik op uit deze middaguitzendingen.

Doordat ik zo lekker in de aarde had zitten wroeten wist ik wat de opdracht voor #Inktober moest worden. ‘Hide’ werd een egel, die zich opgerold had voor een grote speelse hond. Altijd als ik zo’n schattig bolletje zie, hoor ik egel fluisteren: ‘Ik ben er niet, ik ben er niet’, of denk aan een van mijn heerlijke toppers van liedjes in de groep: ‘Want als ik schrik, dan rol ik op, ik wordt een balletje. Een balletje dat heel erg prikt, een naar gevalletje.’ Hilarisch vonden ze het, niet op de laatste plaats door de aandoenlijke stem, die de zelfkennis verkondigde.

De opdracht van gisteren was ‘Music’ en dat werd Tracy Chapham, waar ik grote bewondering voor koester. De korte schetsen zijn een prima tijdverdrijf om daarnaast een programma te volgen of muziek te luisteren. Dit prachtige lied bijvoorbeeld om in de stemming te komen en eigenlijk nog steeds van deze tijd. #Inktober is een mooie gedachtengeleider, je komt op de meest uiteenlopende ideeën.

Er was voor vandaag regen voorspeld, maar hier schijnt de zon. Straks ga ik op dribbel passen, kleinzoon vijf. Niemand is ziek, dus ik waag het erop. Het blijven altijd afwegingen. Als het dit weer blijft, is het grote park aan de overkant een mooi alternatief. Dierenweide en speeltuin in de frisse buitenlucht. De woordkraker uit de krant van vandaag is praktisch opgelost en er ligt nog een Palet, die ik te leen kreeg van vriendinlief, 98 pagina’s dik. Een nummer uit 2011, maar Kunst is tijdloos en stromingen zijn van alle tijd. Verveling, ik ken het woord, maar de inhoud niet. Nietzsche noemde het ‘een onaangename windstilte van de ziel’. De remedie: Het waaien van een frisse wind. ‘Herfst in het denken’ zeg maar. Laat maar waaien.

herfsttuin
Uncategorized

En wij zijn de bofferds

Er verschijnt een klein venster in de hoek van het beeld. De naam, die in het mailadres staat, doet de alarmbellen rinkelen. Half om half was de aangekondigde boodschap al verwacht. De voorstellingen voor de scholen gaan in de maand november niet door. Sommige probeert men nog in de gymzalen van scholen te krijgen, maar daar zijn wij, publieksbegeleiders, niet bij nodig. Wat spijtig voor de kinderen, die zo wel zouden varen bij een voorstelling in deze tijden van ontberingen en wat moeilijk voor de acteurs, die niets anders willen dan met liefde iets van de theaterkunsten te presenteren. Wel waren er bij mij al piekermomenten geweest voor een ontmoeitng met al die grote en kleine mensen en overwoog ik zelfs al de aanschaf van een scherm, omdat een mondkapje alleen de ogen laat spreken. Het hoefde niet meer.

Op de tuin was het rustig. Hier en daar een rokende kachelpijp, maar verder doodse stilte. Voor de bollen er in konden, moest er gewied worden. Teveel aan brandnetel had kans gezien om hier en daar wat te overwoekeren. Bovendien lag het wiedsel van mijn vorige escapade nog op het gras. Handen uit de mouwen en aan de slag. Roodborst kwam groeten en merel hing aan een voze appel in de boom net als pimpelmees. Twee vuilniszakken vol later schortte ik de bollen nog maar weer een dagje op. Aan de tafel een zelfportret in houtskool, het spiegeltje erbij en gaan. Daar dook ik onder mijn handen vandaan, twintig jaar jonger met een te kleine bril. Het mocht de pret niet drukken.

Bij een rondje door de tuin viel de braam op, die dapper aan een late bloei was begonnen ondanks het prachtige herfstblad. Wat een held. Nog een late bloem in de Oost-Indische kers, het zilverschildzaad trok zich niets aan van wisselende temperaturen en bloeide weelderig voort even als de vergeet-mij-niet en de paarse dovenetel. De nieuwe roos stond er waardig bij in haar witte kleed. Het bakje van de voze appeltjes was nagenoeg leeg, dus kliefde ik met de schepel een paar nieuwe en zette het als voer voor hier en daar een late wesp of bij en voor de luie vogels. Woelmuis zou ook wel tot de stiekeme snoepers behoren.

Het begon al te schemeren. Pluis kwam haastig aangelopen bij mijn voetstappen op de galerij. Uitzending gemist bracht een wonderlijk verhaal over de koning van Thailand, een uitzending van Over mijn lijk, waarbij een jonge vrouw haar wilsverklaring voorleest aan haar familieleden, wat de waterlanders los maakte en Matthijs van Nieuwkerk die niet graag in het Engels bleek te interviewen. Daarin zat ook het fragment van een van die zeldzame keren, dat hij dat wel gedaan had, met Agassi. Agassi had een hilarisch verhaal over de keer dat hij verloor omdat hij bang was dat zijn toupet op het gravel kwam te liggen, omdat het was losgeschoten. Van Nieuwkerk kwam niet op de vertaling voor het woord ‘koppetje’, dat hij toen maar in het Nederlands benoemde. De zaal barstte in een lachsalvo uit en Matthijs baalde omdat er gelachen werd om iets wat Agassi niet zal hebben begrepen en zijn gestuntel daar de oorzaak van was. Agassi zelf besloot zijn relaas met de opmerking dat het publiek nooit heeft geweten, dat hij deze match toch gewonnen had in zijn gevecht om het toupet. IJdelheid uw naam is man.

Het blijft een luxe, dat elke gemiste uitzending terug te halen is. Waar vroeger bij mijn ouders thuis in de avond de televisie altijd aanstond , later ook met de videorecorder eronder, om perse niet te missen programma’s op te nemen, raakte mijn vader, in de periode dat hij ziek was, geheel van slag, als het ding ingesteld moest worden. We zijn verwend, maar het is fijn. Daardoor valt er, bij alles wat nu niet mogelijk is, toch nog volop te genieten van de creativiteit van anderen. Vanmorgen was ik in New Mexico bijvoorbeeld en volgde Georgia O’Keefe en haar omgeving, het woestijnlandschap rond de Tafelberg, dat de inspiratiebron was voor haar werk. Niet alleen de schoonheid van het land, ook de tijdreis was de bonus en wij zijn de bofferds.

Uncategorized

Iets om naar uit te kijken

Buiten staat de boel op z’n kop. Het plantsoen voor de flat is afgezet met rood/wit lint dat alarmerend afweert. Twee rode auto’s staan er met veel hulpmiddelen voor. Niets is wat het lijkt. Met een varifocus op mijn neus blijkt, dat men de nieuwe gele tegels aan het egaliseren is.

Gisteren een appje met de vraag of ik op de tuin was. De dag ervoor had achterbuuf al ingeseind dat het regenachtig zou zijn, dus schoof het planten van de bollen door naar vandaag. Toch een afspraak gemaakt om lekker te komen theeën. Vriendinlief had deze hele wonderlijke periode nog niemand in huis ontvangen. ‘We houden afstand’, was de belofte van mijn kant. Ramen open, dikke trui en sjaal. Met heerlijke warme rooibos en een nostalgische bastognekoek de diepte in. Iets waarvoor tussen ons beide onmiddellijk de ruimte was. Een mededeelzame periode kwam langszij. Heuvels hier, dalen daar, op klassieke klanken en veel kunst. Om ons heen, in onze gesprekken, in ons hart. Tijd heeft vleugels als elke vezel toebehoort aan de uitwisseling. Na twee grote bekers thee een bodempje rood en weer luchtkussen, maaiende en zwaaiende armen. Buiten geen spatje regen te bekennen en zelfs zon, maar ook binnen had de zon geschenen.

Inktober dag 25 had als opdracht ‘buddy’. Ik wist onmiddellijk welke tekening ik zou maken. Een van de kleine parels in mijn leven. In mijn laatste groep, rond de tijd van Sinterklaas, zaten we voor het digibord en keken een filmpje in de pauze. Ik weet niet meer waar het precies over ging, maar het was spannend. Sommige kinderen hingen van de spanning tegen het doek aan. Een had de handen half voor het gezicht en keek met ogen als spiegeltjes. Haar beste vriendin had dat in de gaten. Ze schoof naar haar toe en legde haar arm om de schouders en daarmee om de angst. Samen bleven ze kijken. Dat beeld, die arm om de schouders, is voor mij het ultieme zorgen voor elkaar. Veiligheid en geborgenheid bieden als de ander dat nodig heeft. In deze tijd zou je willen zeggen: ‘Dat zouden meer mensen moeten doen’ in variatie op een thema.

Vanmorgen na een krant vol onrust en ophef was er de behoefte om het programma ‘Project Rembrandt’ van de NTR terug te kijken. Een beetje hoop in bange dagen. Ineens vulde de wereld zich met een heel ander probleem. Hoe maak je een zelfportret met hoed in een uur. Pfff, wat een uitdaging voor de kandidaten in zo’n tijdsbestek. De ruimte waar men in stond, de ezels gescheiden door plexiglas, was de toonzaal van het Rijksmuseum. Er zijn minder inspirerende plekken te vinden. Aan de andere kant sta je tegelijkertijd onder het oog van de grote meesters. De verscheidenheid onder de amateur schilders was groot. Jong, oud, en de meest uiteenlopende beroepen of nog studerend, geschoold of niet. Twintig mensen waar uiteindelijk er tien van over zouden blijven. De tweede opdracht was een uitsnede te maken van de omgeving waar ze in stonden en dat weer te geven en de allerlaatste opdracht, binnen 2,5 uur Gerard Joling vastleggen op het doek.

Oud werk, zelfportret in meer dan een uur.

Het is boeiend te zien hoe iedereen daarin eigen keuzes maakt en om het oordeel van de twee docenten te leren kennen. De een ging voor techniek en kennis , de ander voor kunstzinnigheid en een eigenheid, een mooie aanvulling op elkaar. Dit wordt iedere zondagavond genieten. Iets om naar uit te kijken.

Uncategorized

Wie weet hoe een koe een haas vangt

Het zachte weer had half Nederland op de been gebracht. Bij mijn favoriete kwekerij was het druk. Het was een groot terrein, dus ruimte genoeg en iedereen hield goed afstand. Natuurlijk bleef het niet bij de bollen. Zo aanlokkelijk als al die mooie vaste planten erbij lagen. Dat was een mooie gelegenheid om de schaduwborder aan te vullen en de bosaardbei en de hondsdraf in de kiem te smoren. Twee wiite lupinen, drie Lysimachia’s, drie Franjekopjes, en drie stuks stinkend nieskruid en omdat ik goed op dreef was ook voor in de border achteraan drie salvia’s met de wulpse naam ‘Hotlips’. De bollen beloofden blauwe druiven, sieruien, groot en klein en scilla en als kers op de taart een mooie witte doornloze roos.

Het pad langs de sloot was nog steeds wat modderig. Halverwege kwam de overbuur aanrijden. Door dit wonderlijke jaar hadden we elkaar nog niet gezien. Tijdje uit de roulatie door wat kwalen en kwaaltjes, maar nu weer volop in bedrijf. Hij had een andere tuin genomen waar al een oud huisje op stond. De eerste tuin, bij mij aan de overkant, waar nog een huis gebouwd moest worden, was hem te zwaar gebleken. Achterbuuf kwam van de tuin en stapte af om niet in de modder weg te glibberen met de fiets. Het voelde warm en vertrouwd, dat minieme praatje van gelijkgestemden onder elkaar. Halverwege kwam zus van de oude me tegemoet lopen. Bracht nieuws over haar beste vriendin die overleden was binnen zes weken. Altijd weer droeve berichten, zulke mededelingen en totaal onverwachts. Te jong, te vroeg. Onze vakantieclan van ooit, het grote huis in Hombourg, werd zo steeds meer uitgedund. Lucht-kussen en zwaaiende armen alsof we elkaar omhelsden. Ik had haar graag even een knuffel gegeven bij het zien van die ingehouden tranen.

De vlier liet ik links liggen. Eerst de planten de tuin in werken. De roos kwam naast de ingang van de Bernagie, waar eerder dit jaar de springbalsemienen hadden gestaan, daarna wieden en planten. . Roodborst kwam nieuwsgierig kijken en was kennelijk zo gewend aan het idee dat ik daar rondliep, dat ze steeds dichterbij kwam. Toen ik de planten de grond aan het inwerken was, maakte ze dankbaar gebruik van de omwoelde aarde en pikte uit dat gemak haar graantjes mee. Alle werkzaamheden werden in het logboek gememoreerd. De grote waxinelichten aan, want het begon al te schemeren en voor de gezelligheid. De bollen konden later in de week gepoot worden.

Op de terugweg was de overbuur bezig met het schilderen van zijn nieuwe blauwe huisje. Het had cachet, want aan de voorkant was het net of het een overhemd met opengeslagen revers aan had. Hij lachte breed bij die vergelijking en zei dat hij de ‘stropdas’, een blauwe streep dwars door het midden, dan weg zou schilderen, want hij hield niet van stropdassen. Wat een opmerking al niet vermag.

Het inktoberwoord voor vandaag was ‘dig’. Er stond niets anders op het netvliies, dan waar ik de hele middag mee bezig was geweest, dus kwam er een ietwat mislukte schepel, een wachtend plantje en rulle aarde. Beetje onduidelijk, bleek naderhand. Meer zat er niet in. Vermoeidheid dirigeerde me naar boven.

De wijzers van de klok zijn een uur teruggedraaid, ergo, om drie uur klaarwakker met het volgen van het vertrouwde bioritme. Pas nu, om zeven uur begint het buiten te gloren, vrij donkergrijs door de voorspelde regenachtige dag. Ik had gehoopt dat het vroeger licht zou zijn. Karige winst dus. Nu mijn gedachten weer in het gareel lopen, lukt het misschien wel om Klaas Vaak nog een keer te porren, een uurtje zand te strooien. Wie weet, hoe een koe een haas vangt.

Uncategorized

Nieuwe hoop

De nacht bleef hangen in gedachten. Wakker, slaapverwekkende puzzel, ingraven in de kussens, nog een slaapverwekkende puzzel, gewoel om op een andere zijde te komen en geen schapen maar beren op de weg. Alles in een vierdubbele herhaling. ‘Zit de milieupas nog wel in mijn jaszak naast mijn fototoestel, die ik er, tijdens de wandeling gisteren, zo vaak heb uitgehaald, net weer opnieuw opgestuurd gekregen’. ‘Ben ik te voorzichtig in deze opwaartse virusgang.’ ‘Kinderen, die ik al een tijdje niet heb gezien, die voorbij komen.’ ‘Knuffels die ik mis.‘ Het resulteerde uiteindelijk in een droom over de kringloop, een enorme, waar ik aan het werk was en niets opschoot en drie ratten in de gang voor mijn voeten wegschoten. Warrig wakker worden, de natuur in een dikke grijze deken door het raam. Een late koffie en de krant.

Die wandeling was met de zussen. Zij hadden vooraf geluncht bij een van hen, maar ik wilde nog niet naar binnen met het oplopen van de besmetting. Ook na afloop gingen zij boven borrelen en koos ik wijsheid en eieren voor mijn geld. De wandeling was heerlijk, de broodnodige beweging.

Het gebied, de Kooikersplas bij Houten, was mooi. Daarachter lag het park Nieuw Wulven grenzend aan de weilanden en stoppelvelden tussen Houten en Bunnik, waardoor het een hele landelijke uitstraling kreeg. Prachtige herfstpaletten trokken voorbij, rietkragen met kleurrijke bomenrijen, oude boomstammen met elfenbanken, sommige inktzwart uitgeslagen, versteende uitwassen tussen de stammen in.

Verderop een geschubde inktzwam. Hoog in de top zat kraai en hield angstvallig een torenvalk in het vizier, die bij naderbij komen hoger opvloog naar een lantaarnpaal. Safety first, zal hij gedacht hebben.

Aan het eind een witte reiger stapvoets tusssen het riet en wollige witte en bruine schapen met hun dikke vachten in het gras. Vredige herfsttaferelen. Zon probeerde het nog even, maar kwam niet door het wolkendek heen. Wel bracht ze in de lucht een natuurlijke lichtheid.

Thuis op de bank inktoberde ik, terwijl ik de zussen aan de borrel wist en vierde het met hen mee, met een bonne blanc. Toch een beetje feest. Virus vroeg bij uitstek erom, zelf de slingers van het feest op te hangen. De opdracht voor de tekeningen van eergisteren was ‘Chef’. Dat werd een ‘Chief’ en voor die van gisteren ‘Rip/scheur’ koos ik het scheuren van mijn oude lakens tot verfdoekjes..

Dochterlief wipte vanmorgen even aan vanuit de zwemles van kleinzoon drie. Een thee, twee boeken en wat fruit later gingen ze weer. Zwemmen met kleren aan en door een ring duiken was makkie, gewoon even zo en zo, twee maaiende armen door de lucht, een olijke grijns op zijn toet, maar alleen naar de gang lopen om je jas te halen, was toch een beetje spannend, door het schilderij van de man met de doordringende blik, die in die hoek hing. Het leven is spitsroeden lopen, achter elke bocht ligt het ongewisse.

Het weer klaart op. Dan wacht de tuin. de laatste brandnetels eruit, nog wat snoeien aan de al kale vlier. Niet teveel maar gewoon, lekker bezig en de conditie opbouwen, want bij de wandeling gisteren moest ik toch echt aardig wat uitpuffen tussendoor. Iedere dag een wandeling of een fietstocht schrijf de wonderdokter in mij me voor, nu de fysiotherapie langer mijl op zeven is met deze tweede golf. En voor de voeding van het broodnodige verlangen bloembollen kopen, Allium, Scylla en Blauwe druif, een gelofte om het nieuwe jaar te starten met nieuwe Hoop.

Uncategorized

Hernieuwd elan

Terugkijken van eerdere uitzendingen van Het Uur van de Wolf levert grote voordelen op als je de schone kunsten moet missen. Zo kwam ik na een speurtochtje op een documentaire in close-up van Ursula von Rydingsvard. Deze vrouw maakt immens grote sculpturen van hout, brons en andere materialen.

https://www.2doc.nl/documentaires/series/close-up/2020/ursula-von-Rydingsvard.html

Zo bescheiden en frêle als ze is, zo imposant en overweldigend zijn de beelden en installaties die ze maakt, samen met een team van mensen, met grote liefde voor haar ideeën en met respect naar en voor elkaar als een grote familie. Het verhaal erachter van de kleine Poolse immigrante, een oorlogskind, die met haar jeugdherinneringen als een deken om haar heen, met ijzeren doorzettingsvermogen haar weg in het leven en de kunst heeft gevonden, houd me in de greep vanaf de eerste seconde.

Naarmate de reportage vordert en je haar bezig ziet, vraag je je af hoe het haar lukt om zo groot te denken. Ze beschrijft dat ze als vluchtelingen in een opvangkamp voor ontheemden terecht kwamen in Duitsland. Ze sliep op een springveren bed, die eigenlijk voor soldaten was en alles om haar heen, vloeren, wanden, het plafond waren van hout. Tegen het hout kroop ze aan als ze verdrietig was of ging slapen. Het was grof timmerwerk zonder opsmuk of poespas, dat ze kon ruiken en voelen. Die geur van het hout betekende veiligheid en geborgenheid temidden van een ontheemde wereld. Daarnaast noemt ze de drift van haar vader en zijn woedeuitbarstingen. Eenzelfde woede, die zij heeft weten om te buigen tot een kracht om er mee aan het werk te gaan.

Je ziet haar aan het werk en daarmee wordt ze net zo imposant als haar creaties. De liefde en de kracht, het doorzettingsvermogen zorgen ervoor dat het ondenkbare denkbaar wordt. Er wordt uitgelegd hoe ze, bij een bezoek aan Polen, vormen terug vindt in de natuur, die ze gebruikt heeft voor haar beelden, maar nog nooit eerder aanschouwd heeft. Het zijn haar wortels of misschien wel de onbewuste herinneringen die diep in haar liggen opgeslagen. Een korenschoof, een hulpmiddel bij de was vroeger, de glooiende velden van Polen. Ze noemt de natuur ‘My native teacher’. Ze maakt haar niet na, maar is op zoek naar datgene wat bijvoorbeeld in een wolk zit, dat van belang is bij wat je zelf nodig hebt. ‘Natuur valt niet na te maken, omdat ze zo complex is, dat haar oppervlakken en texturen’ ,die ze maakt ‘nog geen schim van de werkelijkheid zijn‘. ze gebruikt verschillende elementen, bewust of onbewust, en ‘die weef je aan elkaar tot een min of meer abstract geheel’. Ze geeft aan een heel te hebben aan het woord schoonheid, omdat niemand weet wat het inhoudt en ieder er zijn eigen invulling aangeeft. Maar daar reageert haar man op. Hij was juist ‘gevallen voor haar schoonheid’ vertelde hij. Ze schoten in de lach. Je voelde de liefde en verbondenheid tussen die twee.

Ze blijft voortdurend in ontwikkeling. Ze experimenteert naast het cederhout met allerhande materialen, vilt, textiel, klei, ijzer en later ook brons. Altijd wordt het indrukwekkend en groots terwijl ze zelf, als alleenstaande moeder min New York haar bestaan eigenhandig vorm geeft op een zelfde wijze. Van niets, stap voor stap met een ijzeren doorzettingsvermogen en een onuitblusbare passie, waarbij je niet anders dan grote bewondering kan voelen voor deze vrouw. Wat een prachtige docu van Daniël Traub.

Er zijn meer interessante docu’s die ik nog niet gezien heb. Iedere dag een zo’n vitamine van schoonheid, hoop en verlangen levert de broodnodige inspiratie en daarmee hernieuwd elan.

Uncategorized

Wat rest is stilte

Ineens ging vanmorgen buiten het licht aan en zette de onderkant van de boom in de grandeur van een zomer. Na het grauwste grauw van gisterenmorgen was dit een aanlokkelijke aanzet tot haast. Dat was gisteren wel anders.

Toen de regen gestaag bleef vallen zat er niets anders op dan de gemiste uitzending van Volle Zalen terug te kijken. Cornald Maas opent in deze serie de deuren achter de coulissen en ontmoet de makers achter de voorstellingen. Afgelopen zondag was Jeroen van Merwijk aan de beurt. Eigenaardig. Mijn hele leven ken ik zijn naam al, sommige teksten van zijn liedjes, die hij voor anderen geschreven heeft, kan ik oplepelen, maar een beeld van de man had ik niet.

Hij weet het. Hij maakt al veertig jaar lang de mooiste dingen en toch is hij niet bekend bij het grote publiek. Heeft het met charisma te maken? Toch is het een innemende verteller en heeft hij een prachtige gebeeldhouwde kop. We rijden met Cornald mee en route naar Frankrijk. Voor mijn gevoel zoef ik op dat moment in mijn kleine Renault vier met hem mee door dat landschap, dat ik zo mis. Wat heerlijk om daar weer te zijn. Van Merwijk woont er met zijn vrouw in een verbouwde smederij. Het huis ademt alles wat Frankrijk is. Het glooiende landschap, de ruimte, de stilte, de rust en die sympathieke, maar bij tijd en wijle cynische, kleinkunstenaar, die nuchter vaststelde, dat dankzij de kanker zijn naam een gezicht kreeg.

https://www.npostart.nl/volle-zalen/20-10-2020/AT_2151410

Ik ben verbaasd over de indruk die hij maakt. Ontspannen en onberispelijk gekleed in combinaties van Chino’s met overhemden, die zijn gevoel voor kleur onderstrepen, een trui nonchalant om de schouders geslagen, de zilverwitte haren en zijn onwaarschijnlijk blauwe doordringende ogen, waar soms een kleine glinstering in blinkt. Vooral als het over schilderkunst gaat, veert hij op. We zien hem aan het werk. Doeken vol met eindeloos geduld laat hij zien en voorstudies. Nauwgezet zet hij streepjes, vult ruimtes, maakt voorstellingen, vat zinnen in een eigen wereld van verbeelding. Hetzelfde werk zet hij voort in de keramische vazen. Uitgesproken heldere kleurstellingen, harmonieuze vormen.

Het gemak waarmee hij zijn aankomende dood beziet is al net zo uitgetekend. Hij heeft het geaccepteerd, een mooi leven gehad en het enige wat hij naar vindt, is dat hij de nabestaanden opzadelt met een gemis. Zijn vrouw, zijn tweelingbroer, zijn oude moeder. Een altruïstische gedachte.

Hij vertelt over het onbekend blijven bij het grote publiek. Iemand die hem met Harry Jekkers op het podium in korte schetsen niet had gezien en Harry wel ophemelde. Twee uur lang tegen iemand aan zitten kijken en dan nog niet herkend worden, kan dat. Dat kan, maar wat is daar dan de beweegreden voor. Hij heeft genoeg charisma. Als je zijn teksten hoort of leest ben je onder de indruk. Zijn passie is het schilderen, maar voor mij is hij de man van het woord. Als hij de cabaretier en de schilder naast de lat legt, komt hij tot de conclusie dat de cabaretier iemand is die de boel maar een beetje onbeholpen aan elkaar praat, een makkelijk vak, maar schilderen is de passie. Later spreekt hij zich toch tegen, als hij vertelt hoeveel je moet geven om met de zaal te kunnen weven.

Hij legt uit dat hij liever zolang mogelijk daar in zijn atelier blijft, zodat hij niet hoeft te stoppen met schilderen, maar ook dat hij wil sterven tussen zijn dierbaren in Nederland.Zijn vrouw komt af en toe in beeld. Liefdevolle aanrakingen. Jeroen van Merwijk, bescheiden, nuchter, lichte zelfspot weet wat waardig afscheid nemen is. Cornald verstaat het om liefdevol te volgen, stelt de juiste vragen. Af en toe lopen ze, tijdens een gesprek, een stukje door het landschap. Twee mannen, twee werelden. Wat een integer portret.

Buiten schijnt de zon. Vriendinlief heeft net een bliksembezoek afgelegd, wat me een beetje door het hoofd was geschoten. Tuinbloemenboeketje in de vaas gezet, theeperikelen uitgewisseld, liefde gevoeld, gemis aan knuffies getoond. Ze is weer weg. Buiten zingt een kind ‘Ei ei, ei en ik ben zo blij’. Wat rest is stilte.

Uncategorized

Een Koninklijk slotakkoord

De staafmixer ontbrak. Ooit doorgebrand en niet meer vervangen, het gladde mengsel in de ban. Dat betekende dat de pompoensoep een dikke variant zou worden. Een Indiase Dahl van rode linzen en pompoen geserveerd met parathas, een soort flensje van bloem, water en zout. De flessenpompoen van de buurvrouw leverde vruchtvlees voor een gaarkeuken en mijn pannen waren niet meer groot genoeg om alles te bereiden.

Het weer was er naar. Een koude wind maakte het de oproep thuis te blijven niet te moelijk. Lekker aankeutelen is het leukste om te doen. Kokkerellen een uitstekend tijdverdrijf. Huilen bij de uien, pepertje, vijf partjen knoflook kneuzen en snijden, gember raspen, koriander en komijnpoeder in een schaaltje, bouillon, blik tomaat in blokjes, de rode linzen en de geschilde pompoen in stukjes. Alles stond klaar in schaaltjes en het kon achter elkaar de pan in om daarna een uur te stoven. In de tussentijd diepten de parathas beelden van het verleden op, toen de Indiase keuken nog tot de normale gang van zaken behoorde. Zo verfijnd met haar smaken, speciaal voor vegetariërs en veganisten, rijk aan alle stoffen, die nodig waren bij een maaltijd zonder dierlijke eiwitten. We hadden de plantaardige revolutie allang omarmd. Zo, de finishing touch met korianderblad en peterselie, weliswaar in gedroogde vorm, omdat de verse niet binnen handbereik was, maar dat mocht de pret niet drukken. Zonen smulden ervan en wonder boven wonder was de pan leeg op een bakje na voor de volgende dag. Maar het was ook de hemel in een pannetje.

Inktober ‘dizzy’, had me naar het gelijknamige nummer van Tommy Roe gebracht, een zoetgevooisd nummer uit 1969. Een tollend hoofd. Voor de tweede opdracht ‘Coral’ wist ik onmiddellijk dat het de bloedkoralen ketting van een Arnemuidense zou worden en terwijl de pompoen zachter en zachter werd en heerlijke geuren de kamer overnamen, kwamen de twee afbeeldingen in de gebruikelijke snelle schetsen op papier. We zaten al ruim over de helft en ik had nog geen dag overgeslagen. Zo’n lockdown, geheel of gedeeltelijk, was toch nog ergens goed voor. Kaarsjes aan, wat extra warmte, sloffen en een huisvest, kruidige Dahl op het vuur, herfstig knus.

Buiten regent het op het ogenblik pijpestelen. Pluis ligt tegen mijn benen aangekruld. Eigenlijk zou ik even naar de tuin moeten, maar de moed is in mijn sloffen gezakt. Morgen geeft het weerbericht zon.

In de krant een droevig relaas van iemand die op haar bank overleden was en zes weken onopgemerkt bleef. Het was een verslag uit de reeks ‘Poule des doods’, waarin Joris van Casteren verslag doet van zijn ervaringen bij het begeleiden van eenzame uitvaarten. Stuk voor stuk trieste gevallen. Mooi werk, dat eigenlijk niet nodig zou moeten zijn. Er is altijd een dichter bij, die een persoonlijk gedicht schrijft. Minieme aandacht wordt samengebracht met de identiteit en daarmee staat het leven geboekstaafd, hoeft iemand niet naamloos ten onder te gaan. De pastelkleurige illustratie van Merel Corduwener geeft een vermoedelijk beeld van de overledene . Het hok van haar cavia staat in het zicht. Ook het arme beestje had het niet overleefd.

De stank in het portiek van de flat was ondraaglijk, dus de kamer werd geruimd voordat de speurtocht naar haar identiteit was opgelost. Dat er protocollen voor waren wist men niet.

Oorspronkelijk kwam de vrouw uit Zwitserland en was gebrouilleerd met haar enige broer. De ouders waren overleden. Zwitserse componisten werden ten gehore gebracht bij de eenzame begrafenis, als laatste werd het nummer ‘Pavanne, Couleur du temps’ van Frank Martin gekozen. Een Pavane is een oud Italiaans/Spaanse dans, een statig schrijden, hofwaardig. De gedragen klanken begeleiden de kist. Fijn en waardevol dat dit mogelijk is. Ze verglijdt alsnog in een koningklijk slotakkoord.

Uncategorized

Om te omarmen

Mijn fototoestel heeft de kuierlatten genomen. Nergens te vinden. Ik heb een vermoeden waar ze is weggekropen. Op een fantastische plek, die ik gisteren nota bene zelf had bedacht. In de bovenste plooi van de kap van de kinderwagen van kleinzoon 6. Omdat spullen die verdwenen zijn de gemoederen tot op hoog niveau gevangen kunnen houden, appte ik zoonlief met een ontkenning als gevolg. Niet gezien. Het malen in de bovenkamer begon weer. Daar zit ie klem, dat toestel. Pas als de kap geopend wordt, rolt ze eruit.

Buiten zingt een elektrische zaag met een aanhoudend gehuil dat door merg en been dringt. Een passende serenade voor het gepijnigd hoofd. ‘Kalmte zal U redden’, zoemt oma door de verscheurende klanken. ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’, neuriet mijn moeder er dwars doorheen. ‘Heilige Antonius, beste vrind, zorg dat ik mijn fototoestel vind’, diep ik op uit mijn jeugdherinneringen. En Antonius helpt altijd, maar nu nog even niet. We zijn immers niet op de plaats van het delict. Ik besluit alle raad op te volgen. Nu eindelijk die straatmuziek verstomd is, is er ineens ruimte voor andere dingen.

Het woord voor #inktober2020, dag 19 is ‘Dizzy’. Ik zag zweefmolens voorbij komen, rondtollende kinderen met de armen wijd en grote ronde kermislollies met een spiraal, maar ook de ogen van Dagobert Duck als hij een duik neemt in het goud. Er kwam nog niets uit handen. Ik bewaar de ideeën voor vandaag.

In het fototoestel zitten de prachtige beelden van mijn wandeling met kleinzoon 6 langs het kanaal en door het julianapark. Dat zelfde Julianapark waar mijn dribbelvoetjes ooit nog eens hebben rondgelopen.

213

Om te dichten, dat belangrijke deel van onze natuurbeleving in de jaren vijftig. Beer: Niet ouder dan een jaar of vijf/een warme dag, een knarsend hek/de wandeling door knerpend grint/oneindig opgetogen hem te zien/de Beer met water uit zijn bek/het gladde ronde steen/onze kleine armen erom heen/ze kletsen hem liefkozend in zijn nek/Julianapark/Kinderplek.

Uit het archief: Herfst in het Julianapark

Vandaag kwam er geen water uit de bek van de beer en stond hij roerloos middenin de oude speeltuin, nog steeds vertrouwd. Op een bankje bij het hertenpark kon ik in alle rust kleinzoon van brood voorzien. Ik waagde een keer niet het vorkje te gebruiken en daar beet hij met zijn vlijmscherpe melktandjes in mijn vinger. Eigengereide oma’s krijgen hun trekken vanzelf thuis.

Daarvoor waren we over het industrieterrein gewandeld, langs het kanaal. Er gleden imposante vrachtschepen statig voorbij. Het klotsen en walsen van het water ontlokte gebrabbel, evenals de hoentjes die al klokkend vrij liepen. Het schelle gekukel van de haan vlakbij, leverde een schrikreactie op. Het huis van dochterlief, aan een verbouwing onderhevig, was aan de voorkant dichtgetimmerd. Een glimp had wel leuk geweest, maar des te groter wordt de verrassing. Na een stief uur waren we weer thuis met 5,6 kilometer in de benen en onderweg geen onvertogen protest. Al met al een gemoedelijk ritje.

Terug naar huis nog even wat nieuwe tekenpennen bemachtigen. Gezegend zijn zij die voor het geluk geboren zijn. Bij de boekhandel waren alle artikelen van het bepaalde merk in de aanbieding. Twee pakjes Micron fineliners en voor het uitgespaarde geld een zwart schetsboek en witte gelpennen. Je mag jezelf af en toe kietelen.

Even wennen

Op de bank met een voldaan gevoel. Nieuw experiment, er is niets leuker. Een schetsje van kleinzoon in zijn wagentje. Wel even wennen met het andersom denken, net als bij het etsen, maar gezellig om uit te proberen terwijl Frank Boeijen langs komt fietsen: ‘Denk niet wit, denk niet zwart, denk niet zwart/wit, maar in de kleur van je hart’. Om te omarmen.

Uncategorized

Toen was de koek op

Herfst vangen aan de Singel, dat leek me een goed plan. De ochtend was van zondagsrust, zoals het betaamt. Serene stilte hing onder de daken. De lucht was helder, de zon scheen en de bomen die zich opmaakten voor het seizoen, filterden het ochtendlicht. Ze viel in spikkels naar beneden, een vrije vertaling van het Lied van Acda en De Munnik. ‘En het regent , regent zonnestralen’. Dus bleef dat lied de hele weg lang in mijn hoofd verankerd zitten en was voorlopig niet van plan om de woorden weer te laten gaan.

Gratis en voor niets liet ik de kleine blauwe achter in de Pasteurstraat. Door de nieuwbouwflat heen waren vensters van roodbruin blad te zien, als natuurlijke schilderijen ingekaderd. Prachtige doorkijkjes. Hier lagen mijn voetstappen van lang geleden op het oude Azu-terrein rechts van me. Vanaf het loopbruggetje over de Singel heen liet het markante gebouw zich bewonderen. Ze herbergde nu luxueuze appartementen voor een onbetaalbare prijs. Schuin tegenover dat kippebruggetje bevond zich de tweede steeg van de zeven steegies. Piepkleine huizen, vroeger van de armenzorg en nu grotendeels jong en oud door elkaar.

De Geertehof had onder het gebeier van haar kerkklokken een zondagskleed aangetrokken en strooide lustig met haar roodbruine confetti, waardoor de grond knisperde onder de voeten. Heerlijk spel. Alle bladeren op een hoop en er dan door heen dwarrelen, al schoppend met je schoenpunten, zodat het loof voor je uit stoof in een golvende beweging. Een zee van bladeren.

De straten waren een stuk stiller hier. Af en toe schoot een fietser voorbij. Bij het Andreashofje stond de tijd stil, aan de ene kant aangepaste nieuwbouw, aan de overkant de oude gepleisterde huisjes en een weelderige hof in het midden.Een perfecte entourage voor deze mooie dag. Tussen de uitbundige herfstbloei ontwaarde ik twee aandoenlijke vogeltjes van keramiek. Een van Koninklijke bloede, aan haar kroontje te zien.

Op de hoek van een huis waren twee vrouwen de kozijnen aan het verven. Mijn verlangen naar wonen in de binnenstad deelde zich met hen. Nauwelijks verloop, dus weinig kans op zo’n plekje binnenstad. De ingang van het hofje lag aan de Andreasstraat en de uitgang kwam weer op de Singel uit. Daar werd het steeds drukker.Restaurants en café’s waren dicht, dan de natuur maar, leek de tendens.

In het gras streken een man en een vrouw neer, ontrolden een yogamatje en begonnen met een warming-up. De gelegenheid bij uitstek voor een paar snelle schetsen. Hele snelle, want ze wisselden om de tien tellen van houding. Iets verderop zaten twee jonge mensen op een bankje te roken. Een derde stond ernaast, ze hadden muziek op, niet luid, maar toch een stoorzender. Ik bleef op het wandelpaadje dat boven de singelrand uittorende. Een goed overzicht om onbespied te tekenen.

De weg terug was nagenoeg gelijk. Het wandelpad langs het water was veel te druk. Liever de luwte van de oude stad. Ik spotte een nog bloeiende kamperfoelie en de laatste passiebloem in een stadstuintje. Tegel eruit, plant erin.

Thuis #inktoberde ik nog even door. Storm en Trap/val waren de twee opdrachten. Onder het tekenen luisterde ik naar Arjen Lubach, keek een filmp en toen was de koek op.