Uncategorized

Een waardig besluit

De dames schaap aan de overkant van de sloot zwegen in alle talen, toen ik langs kwam stiefelen om de moeten in het gras te ontwijken die zich met water hadden gevuld. Nieuwsgierig keken ze naar mijn potsierlijke verrichtingen en de een na de ander schoof dichterbij. Hun blikken leken bedachtzaam. De tuinen achteraan waren allen verlaten. Er hing een herfstige stilte over het weiland. Nadat ik de ijdele moed had opgevat toch voor het kortwieken van de vlier te gaan, voelde het nu als een overwinning op mijn passiviteit van de laatste dagen.

Al snel had ik drie grote takken eruit gezaagd en het viel wonderwel mee. Ze lagen naast het atelier. Eerst ruimen voor ik aan een volgende begin, dacht ik. Kort knippen en zakken vullen, dat was het idee. Die zou ik volgende week pas meenemen als de stort weer open was, dan kon het op de groenhoop. Het was fijn om zo bezig te zijn. Het weer was ideaal, niet te warm, niet te koud. De grote kniptang was een uitkomst. Voorheen had ik alles met de kleine snoeischaar gedaan, maar dit was het grovere werk.

Achterbuuf was er met haar dochter. Tijd voor een praatje over de heg. Wederwaardigheden uitgewisseld, virusbevindingen gedeeld en kleinkinderen in woorden gevangen. Daarna was het tijd om het gras voor de laatste keer te maaien. Moeizaam werk, want het veen was zompig en het gras net iets te hoog. Tussendoor dook ik op mijn stoelen her en der om uit te puffen. Een adembenemend werkje. Roodborst en winterkoning kwamen nieuwsgierig kijken.

Tussendoor spotte ik ook de laatbloeiers. Witte en paarse herfstasters, lobularia, verbena, schurftkruid, slaapmuts, geranium, de Japanse anemonen, de fijnstraal madelief, zeepkruid en de prachtige oost-indische kers. Best veel nog, deze dapperen. De achterbuuf en de oude hadden hun tuin vol met dahlia’s staan, die zorgden voor een overdaad aan bloemen. Ik ben niet op alle dahlia’s gek en de knollen die ik in het voorjaar in de grond had gezet, overgebleven van het jaar daarvoor, waren niet uitgekomen. De appelboom had nog wat wormstekige appels voor de liefhebbers onder het vliegvolk. Roodborst en pimpelmees vierden feest met het zoete zachte spul en af en toe ondanks de kou, vloog er ook een verdwaalde wesp.

Na gedane arbeid was het zoet rusten, maar eerst moest de grasmaaier goed schoon het kot in. Het was de laatste maaibeurt van dit seizoen geweest. Met een stok krabde ik de grote plakken gras om en van het mes weg, hees het gevaarte het schuurtje in en gooide het gras tussen de struiken rond de vlier. Met muntwater in de hand zag ik hoe de zon te voorschijn piepte en de tuin van een herfstkleed voorzag, rijker van kleur, vredig ook. Ik tekende het stukje tuin met de engel en de verbena, het blad van de vrouwenmantel, met aquarel in herfsttooi zag het er al gauw gelijkend uit. De foto vergat ik te nemen. Roodborst kon ik door het raam vangen met het toestel. Ze liet zich nog niet zo bewonderen, daar was meer tijd en gewenning voor nodig.

Zoonlief belde een oppasdate door en dochterlief overbrugde de quarantaine in het bospark met een lekker lang gesprek. Kleinzoon 1 en 2 zijn er zeker van dat het verdwenen virusje uit mijn verhaal in Zuid-Holland is. Daar kleurt de landkaart immers dieprood. Dus misschien toch aan zee. Wie zal het zeggen.

Terug ving ik een glimp van zonsondergang in de sloot. Een waardig besluit.

Uncategorized

Ze houden elkaar in evenwicht

Pluis komt eens kijken en bedelen om aandacht. Ze houdt met een lodderoog in de gaten of de kauwtjes nog in de boom zitten. Eerder op de ochtend schetterden ekster en kauw tegen elkaar op. Kennelijk zaten ze in elkaars vaarwater. Nu zit ze vlakbij het toetsenbord en kijkt naar de vingers die over de toetsen dansen.

Het eerste deel van het oma-journaal is eruit. Virus blijkt te zijn weggegaan maar waarheen, dat is het grote mysterie. Addertje onder het gras meldde dat ze de laatste tijd klaagde over hoofdpijn door de vele auto’s die boven haar holletje denderden. De kleinkinderen mogen nu mee bedenken waar ze eventueel zou kunnen uithangen. Het was heerlijk om de stemmen weer te mogen doen, de slepende met een sissende -s- van Addertje onder het gras, de geaffecteerde resolute van Bepperd de Bofferd, de sniffende van Ko Nijn en de deftige bedaarde van Uil. Als ze eenmaal in je hoofd kruipen, gaan ze er nooit meer uit.

Gisterenmiddag was er de zon, maar ik deed alleen een snelle boodschap en terug langs de Lek. Het was prachtig, in duizend glinsterende stukken viel de zon in het water, de grote partijen watervogels stonden of lagen roerloos aan de kant, een buizerd viel boven het weiland een valk aan of andersom. Er was geen stopplaats op de drukkke tweebaansweg. Spijtig genoeg. Thuis stonden dag 15 en 16 van #inktober2020 op het program. ‘Outpost’ werd de vuurtoren van Lampje, de kaft van het boek van Annet Schaap en ‘Rocket’ werd Rocketman van Elton John. Snelle schetsen. De ingrediënten voor de pompoensoep waren nu in huis, maar de restjes van gisteren riepen om het kinderlijk eenvoudige. Opwarmen en nassen, daarna nog zeeën van tijd om een boek te pakken.

‘Niets menselijks is mij vreemd’. Deze zin schiet me te binnen bij het lezen van ‘De avond is Ongemak’van Marieke Lucas Rijneveld. Alles wat aan menselijke ongemakken bestaat, komt voorbij. Ze schrijft alles op en ik begrijp nu waarom sommige recensies het een boek vinden van ‘smerigheid’. Ze beschrijft even plastisch als bijvoorbeeld Wolkers, de dierlijke kanten van het bestaan. Het wonderlijke is dat de schrijfster zelf nog vrij jong is, maar een wereld schept die teruggrijpt op wat ik vijftig jaar geleden bedacht zou hebben, maar gelardeerd is met de bekende negentig-jaren begrippen als Yokidrink en Fristi. De friese doorlopers en groene zeep als middel voor een harde buik op onorthodoxe wijze toegediend door de vader, zijn daar een voorbeeld van en ook zijn belerende Bijbelse spreuken. Er zijn dus mensen die daadwerkelijk nog op deze manier in de wereld staan. Boerderijleven, het geloof, de onorthodoxe aanpak voor de kwalen, de dood van een broer zetten de tijd stil én de aandacht voor de opvoeding van de overgebleven drie kinderen. Tot nu toe een heftig en aangrijpend boek met gedachten die constant op zoek zijn om de situatie, dat liefdeloze koude in het huis, te doorbreken.

De bomen voor het raam beginnen aarzelend met hun eerste gele bladeren. Het zal niet lang meer duren of er zal een overkant te zien zijn. Vandaag is het tuindag, vindt de plannenmaker in mijn hoofd, maar ik moet moed verzamelen om te gaan zagen. De vlier achterin moet eraan. Daarna zou er een buurman van de buuf de abeel komen slechten en dan pas kan de Vijg erin op die plek. De wilgen mogen nog iets later. Het gesleep om alles opgeruimd te krijgen, werkt als mijl op zeven. Misschien moest er maar weer eens gevlochten worden, oude hekken vervangen voor nieuw, wie weet. We gaan het zien en beleven.

Pluis ligt nu weer kalm tegen me aan en speurt af en toe naar vliegbewegingen van kauw, om daarna weer weg te doezelen. Ze houden elkaar in evenwicht.

Uncategorized

Maar dan zonder spekkie

Behaaglijk, dat was het woord, zo voelde ik me nog half in de droom en daarna. Het hele voorval speelde zich af in Hongarije, waar de Wijze woonde. Zijn oude grote huis kende ik van de foto, maar nu was ik daar. Het was fijn. We liepen samen op het achterland naar het grote huis, raapten dennen- en sparappels en verzamelden die in een grote stalen mand. Ze waren voor de tegelkachel in het grote huis, dat dadelijk gemoedelijk haar knappende vuur zou verspreiden. Uit de Datsja iets verderop kringelde rook en ik zag de schommelstoelen met de witwollen schapenvachten uitnodigend staan op de veranda.

Ik vertelde dat het goed was geweest, onze jaren samen en vroeg of we ooit nog bij elkaar zouden zijn. ‘Nee,’ antwoordde hij, ‘maar we zijn wel verbonden en vullen een plek in elkaars hart.’ Iets wat ik volmondig kon beamen en daarom was het een fijne droom, dat dat warme en behaaglijke gevoel leverde. Met een glimlach werd ik wakker. Ik schreef deze woorden uit in een kattenbelletje, die ik per email richting Hongarije zond. Goede gevoelens zijn er om te delen.

Gisteren stond de tandarts op het programma. Ze heeft me ooit geholpen in een zware en donkere periode, waarbij mijn gebit grotendeels naar de filistijnen was gewerkt door een tandarts met bootwerkhanden, die zichzelf een rol had toebedeeld als voortrekker. Hij had jaren op de grote vaart gevaren. Haar conclusie was droogjes dat ie daar had moeten blijven, getuige mijn gebit. Ze is met precisie en geduld aan het werk gegaan en sindsdien ga ik weer breed lachend door het leven. Soms te breed vinden de zussen, maar ik heb een half leven niet kunnen lachen, anders dan met een hand voor mijn mond. Heerlijk vind ik het om onder handen genomen te worden, haar geklotter en gekraak, als ze het kleine beetje tandsteen wegpeutert, alles weer polijst en schoonspoelt en daarna als herboren, weer een gaaf en glad gebit. Te bedenken dat ik heel lang heel bang voor de tandarts ben geweest. Dankzij haar subtiele aanpak en de tegenwoordige techniek ben ik er volledig overheen gegroeid.

Het was die middag tijd voor wat zieletroost, dus kwam er, dwars door de koelkast, Sajoer boontjes en Ajam pedis op tafel. Voor mij met mie en voor zoonlief met rijst. Emping erbij, bawang goreng en klaar. Amandelstraatvroeg want zoonlief moest wel om acht uur trainen in groepjes van vier. In het ouderlijk huis vroeger aten we strikt om vijf uur warm. Dan had je nog zo’n heerlijke lange avond, vonden ze. Pannen op tafel, versneld weesgegroet en onze vader vooraf, en gaan. Zo snel als we baden, zo snel werd er ook gegeten. Lang natafelen zat er niet in.

Van de week kwam ik de buuf van twee huizen verderop tegen, terwijl ze met twee zware tassen aan het sjouwen was. Ze liet me mededeelzaam de inhoud zien. Grote pompoenen, gele en groene, waren de oorzaak van het zwoegen. ‘Dat wordt pompoenensoep’, lachte ik. ‘Als je wilt kom ik er vanavond een brengen,’ zei ze. Zo’n aanbod valt niet te versmaden. Gisteren stond de pompoen tegen mijn deur, toen ik van de tandarts terugkwam. Breed lachend stak ik twee duimen op voor hun keukenraam en kreeg vier vrolijke duimen terug. Zo heerlijk kan het leven zijn. Vandaag maar eens speuren naar een pompoenen/linzenrecept. Inderdaad, de hoogste tijd voor ‘Dwars door de kast’. Dat heb ik al eens eerder gedaan en nu met het ‘zoveel mogelijk thuis blijven’ is dat een mooi initiatief om de voorraad op te maken. Het levert soms verrassende creaties op. Spekkie voor je bekkie maar dan zonder spekkie.

Uncategorized

Het glas halfvol

Een leuke tip in de Zin van oktober. Museum LAM, te bekijken op Lamlisse.nl en Openkijken.nl. Beide komen uit de tips om te ervaren wat de kracht van de verbinding is. De eerste tip gaat over glimlachen. Uit de jaren ’70 stamt mijn kleine boekje Indische wijsheid met spreuken en gezegden van verlichtende mensen. Een ervan is een overbekende: ‘Elke glimlach keert weer tot U terug’. Eigenlijk staat het boekje vol met voorbeelden hoe we kunnen verbinden. Met onszelf, met een ander, met de natuur om ons heen, met de wereld. In deze dagen waar mensen welhaast eenzaam worden geschreven, omdat men alleen zijn naast de meetlat van de eenzaamheid legt is het goed om om te zien naar andere vormen van verbinden.

Persoonlijk is het voor mij een noodzakelijkheid om een verbinding aan te gaan. Niet alleen met de kinderen en hun gezinnen, familie en vrienden, maar ook met de natuur en de omgeving, het boek, een kunstwerk of architectuur, met de dieren om ons heen. Niet alleen Poes Pluis, maar de vliegers, de kruipers, de zwemmers en noem maar op. Eigenlijk zijn ook mijn mijmeringen mijn manier van verbinden. Het uiten van de beleving, van wat je voelt bij iemand of bij iets, wat je raakt, wat het teweeg brengt. In die zin is het ook een verbinding met jezelf, je gedachten, de bagage, het bewust zijn van het ik.

Opnieuw tikt de tijd thuis verder en staat buiten even stil, maar des te vaker is er de reflectie op eigen bezigheden. Contacten worden beperkt tot digitale uitwisselingen. Deelname aan bijvoorbeeld #inktober zorgt ervoor dat er een gedeelte van het denken wordt bepaald door uit te zoeken wat passend is bij een onderwerp, het lezen van een tijdsschrift geeft een keur aan ideeën en nieuwe ervaringen, het spellen van de krant (er zijn stukken die ik tegenwoordig oversla) blijkt goed te zijn voor overpeinzing en inspiratie als het verhaal voedend is. Met schilderen is het tijdsbegrip volledig weg, met schrijven evenzo. Er blijken zomaar uren te zijn opgelost, tijd weggegeten, een middag weggespoeld bij het concentreren op dat creatieve proces. Wandelen om de beweging in stand te houden levert een keur van verbinding op, met de schoonheid van het jaargetijde, altijd weer een wisselend venster, of met de dieren die er leven. De gemaakte foto’s zorgen voor een nog sterkere beleving.

Het gemis van dierbaren blijft, het gemis aan lijfelijk contact evenzeer, maar de kracht van verbinden hoeft er niet onder te lijden. Ik moet zeggen dat ik natuurlijk wel een ervaringsdeskundige ben met mijn langdurig alleengaan en mijn schare aan kinderen en hun lieve echtgenoten en de kleinkinderen. Bovendien ben ik gezegend met die zussen, familie, vriendinnen en vele bezigheden én ondernemingslust, die met de paplepel is ingegoten. Alleen kunnen zijn zonder eenzaamheid is een voorrecht. Vivek Murthy schreef ‘De kracht van de verbinding’. De kiem voor mijn manier van verbinden is ooit, lang geleden, al gelegd. Door mijn ouders met hun grote sociale leven, door mijn kleine boekjes uit de jaren ’70 met boeddhistische wijsheden, door wijsheden van klassiekers als Poohbear, Alice in wonderland, De kleine Prins, de filosofie van Toon Tellegen, Kikker en Pad en die van grootheden als de tekenaar Charles Mackesy in zijn boek ‘De jongen, de mol, de vos en het paard’. Iedere dag een regel brengt de eerste warmte van de dag en geeft de weg aan, die je kan gaan. ‘Ik ben zo klein,’ zei de mol, ‘Ja, antwoordde de jongen ‘Maar je maakt een groot verschil.’ Dat dus. Het glas halfvol.

Uncategorized

Je daar bewust van zijn…

Verblindend licht als begeleiding richting zuslief. Een opgewonden gevoel zorgde voor vlinders, die spontaan door het lijf heen tintelden. Kunst mogen zien. Dat was lang geleden. Volgens tijdslot en met snoet, maar eenmaal binnen, kon je los. Het was zo’n zeldzaam mooie herfstochtend, met glinsterende draden tussen de aardetinten in een herfstpalet. Roestbruin, oker en sienna kleurde dieper door in het licht. Het Singer lag er compact bij, met staketsels ervoor die we pas na de tentoonstelling beter zouden begrijpen. Drie tentoonstellingen voor de prijs van één museumjaarkaart, tel uit je winst.

Gestuntel bij de, aanvankelijk vriendelijke maar steeds korzeliger wordende suppoost, omdat ik mijn scancode niet paraat had. Zenuwachtig door zijn blikken en boos op mezelf omdat ik ze alvast niet had opgezocht vond ik ze helemaal niet meer en kleurde ik herfstig rood onder mijn zwarte mondkapje. Er zijn voordelen met die dingen. Schilders van het licht, de illuministen. Grootheden die allen onder de indruk waren geweest aan hoe zilverig, omfloerst, uitbundig, ingetogen, verzengend, betoverend het kon zijn. Stralend als Jan Sluyters

Het Singer heeft zo’n vijf zalen en een prachtige tuin. Het hoeft niet veel en vol te zijn, als het maar delicaat is. Dat was het, maar de verrassing zat in het staartje. De beelden van Pépé Gregoire, die dit jaar de Singerprijs had gewonnen. Prachtige beelden in een heerlijke herfsttuin. Storm en tegenwind, handen en voeten, wuivende haren, robuuste en subtiele profielen tot een schouwspel van verbondenheid verweven, kwamen langs.

Er was ook een zaal met werk van Herman van Veen. Grote abstracte doeken, een aantal cello’s en inkttekeningen op papier nodigden vooral zus uit tot het experimenteren met haar kunstenaarsoog. Twee foto’s door elkaar van mij voor het kunstwerk. Door het mondkapje vielen ze wat weg, maar riepen wel geheimzinnigheid op, bij de beelden in de tuin zag ik pas goed, wat ze met het toestel had uitgevogeld. Kunst zien doet kunst maken.

Foto: ‘Marijke van der Linden’.

Nog steeds lag er een groot deel van de dag voor ons en we kozen voor het gebruikelijke rondje achter het parkeerterrein langs. Een kleine bibliotheek in de heg koesterde zelfs ‘Een klein leven’ van Hanya Yanagihara, weggezet of de wens tot delen van dat prachtige verhaal.

Herfstbladeren en eikels op de grond. Een oud echtpaar, een roodbruine beuk, twee paarden achter het prikkeldraad met ogen die ons nauwlettend in de gaten hielden. ‘Mag ik je aaien’, vroeg ik de grote bruine, die ton sur ton speelde met de boom erachter. Hij schudde zijn hoofd. Maar met enig aandringen mocht ik een robbertje over zijn bles wrijven. Het grote veld vol Cosmea wuifde de zomer feestelijk uit, hier en daar verhief zich een grote tanende zonnebloem.

Binnendoor reden we de weg terug naar huis. Dagen als deze zijn de cadeau’s, waarop we kunnen teren, zeker als de boodschap ’s avonds die verwachte domper op de feestvreugde zou worden. ’s Middags was er een herhaling van Jinek. Karin Bloemen en Arthur Japin plus een deel van de cast van het verfilmde boek ‘Maar buiten is het feest’. Een boek naar aanleiding van de traumatische jeugd van Karin Bloemen, die te maken kreeg met incenst en ontkenning. Prachtig hoe Japin kon uitleggen wat er voor nodig was geweest om dit boek te kunnen schrijven. Hij besefte na anderhalf jaar weifelen ineens dat in deze vrouw, Karin Bloemen op dat moment op televisie, dat ene kind zat, die die vreselijke ervaring met zich mee droeg. Wat een prachtige ontdekking om te voelen dat die intrinsieke kracht het mogelijk maakt om dat verhaal te schrijven. Het boek had ik een aantal jaar geleden gelezen en het was indringend en buitengewoon goed om te beseffen dat de gevolgen van een lockdown in veel variaties heel ver kunnen reiken. Elk huis heeft zijn kruis, maar er zijn gradaties. Je daar bewust van zijn…

Uncategorized

Dat geeft lucht en ruimte

De nacht valt donker naar binnen als mijn ogen voor de zoveelste keer opengaan. Aan de geluiden buiten te horen kan ik merken dat het tegen vijven loopt. Een eerste scooter knalt voorbij, een paar auto’s ruisen langs. Onrustig was het. Gepieker over keuzes maken en gemis. Dit weekend heb ik de lessen op de school toch gecanceld. Ik dorst het niet aan, of tenminste, met snoet wel, maar dat wil ik de kinderen niet aandoen. Bovendien is het geen werken met zo’n ding op. Zuslief appte. Er staat een bezoek aan het museum vandaag. ‘Zullen we nog wel gaan?’ We zijn vroeg ingedeeld, om tien over tien. Er gaan een gelimiteerd aantal bezoekers naar binnen.Met snoetjes op. Ik durf het in dit kleine museum wel. Het zorgde er wel voor dat ik wakker lag, indommelde, wakker schoot, verder soesde en dat stond in de repeteerstand. Mijn moeder zou zich afvragen: ‘Wat is wijsheid’.

Ik laat het nog even van het gesternte afhangen . Pluis heeft de hele nacht nergens last van gehad. Ze ronkte er tevreden op los en koos af en toe een andere holte om opgekruld verder te dromen. Blijf zitten waar je zit en verroer je niet, was het credo voor mij. De slaap van de onschuld, of van de onwetende. Gisteren maakte de zon goed, wat ze al dagen had laten liggen. De fiets was er klaar voor, het park ook. Het stuk tussen de fietsende schooljeugd door was minder. In slierten van drie of vier op een rij namen ze bezit van de paden en schoven dan net voorlangs opzij. De bomen krulden prachtig oranje op in dit grote park met met haar eiken, beuken, acers en abelen. De wind was fris, maar in de zon veerde de warmte op.

Panta Rhei is nog lang blijven doorstromen. ‘Go with the flow’ is een van mijn basisprincipes. Meebewegen, flexibel zijn, openstaan voor vernieuwing, onontbeerlijk binnen het onderwijs. Maar ook, laat het stromen, geef het ruimte, je moet niet zijn, maar je mag zijn zoals je bent. Dat opent vele perspectieven meer, dan als je je in een keurslijf wringt. Ik denk aan vroeger. Mensen die de eigenaardige gewoonte hadden om zich bij het invallen van de schemering achter de gesloten vitrage op te stellen en kritiek te leveren op wat er vanuit dat standpunt te zien was. Daar was men zelf ook bevreesd voor. ‘Sttt, wat zullen de buren wel niet denken’, werd er dan gesist. Zodra het licht aanging, gingen de gordijnen dicht. Van huis uit was ik dat niet gewend. Het leven in onze wijk lag op straat. De buurt kende haar pappenheimers wel. Je wist precies wie er deugde en wie niet, wie er ‘losse handjes’ hadden, wie op de pof leefde of waar altijd bonje was. Onze ramen waren de vensters van de ziel. Open en ontvankelijk, niets te verbergen. Een valletje bovenin voor het mooi en verder vrij zicht.

Nog altijd ben ik dol op ‘kale’ raampartijen. Een voordeel van het boven wonen is dat je oneindige schoonheid aan lucht voorgeschoteld krijgt. Een ideale entourage om wat te dagdromen en je vrij te voelen als een vogel. Die vrijheid zit van binnen, los van al het andere om je heen en dat geeft lucht en ruimte.

Uncategorized

Binnen bleef het stromen

De schrijver en ic-verpleegkundige, Linda de Roos, in de VK in de rubriek ‘Zinvol leven’ noemt Pantha Rhei als uitgangspunt voor het bestaan. Zinvol leven betekent voor haar: ‘Het mirakel dat ik ben en dat ik dit mysterie mag beleven, dat is voor mij genoeg. Ik omarm de Griekse uitdrukking Panta Rhei: Alles stroomt.’

Niets is plezieriger dan een nieuwe week te starten met een filosofische gedachte. ‘En’, voegt ze eraan toe. ‘Wij zijn aan die stroom van het leven onderhevig, sterker, we zijn zelf het leven.’ Heraclitus doelde met deze stelling op het feit dat je nooit twee keer dezelfde rivier over kan steken, omdat de stroming nooit hetzelfde is. Het leven is altijd in beweging. Linda ervaart het feit dat ‘het leven haar beweegt‘ als bevrijdend. Een interssante kijk op het geheel, dat om diepere gedachten vraagt.

Gisteren liepen de gebeurtenissen naadloos in elkaar over, maar dat bedoelde ze er niet mee, denk ik. ’s Morgens was er de dag, dat kleinzoon, die vandaag 1 jaar wordt, zijn feest vierde voor de familie. In shifts van drie, aangepast aan de maatregelen. Geen geknuf, maar in ieder geval dubbel taart en lekkernijen. Hij was helemaal jarig, die kleine en glunderde, trotse ouders, trotse oma, trotse ooms, dochterlief en haar gezin kon er niet bij zijn, want ze zijn solidair in quarantaine met kleinzoon 3, die tien dagen niet bij anderen over de vloer mocht komen, omdat zijn juf het virus had.

Het betekende voor mij de ingeving (in die zin stroomt het) om weer met een Oma-journaal te beginnen. Bij het voorstel over de app kreeg ik een aandoenlijk antwoord terug: ‘Ik wil wel nog een oma-journaal…alsjeblief…dikke kus’. had hij ingesproken met een aandoenlijk stemmetje. Dus halen we virus nog maar eens uit de kast voor nieuwe avonturen met Addertje onder het Gras, Bepperd de Bofferd, Uil en Ko Nijn.

Na de verjaardag spoorslags door naar de kunstroute, om langs te gaan bij een kunstenaar, die met mij heeft geschilderd een paar jaar geleden. Eerst bloemen kopen voor deze eerste keer exposeren. Bij de supermarkt trof ik een over-ijverige jongen, die zowaar van mijn twee bosjes een boeket wilde maken. Het tempo lag laag, maar de liefde voor zijn werk was hoog. Wat een lieverd. Een overload aan bedankjes van mijn kant en met de bos toog ik richting atelier, verscholen achter het huis, in een sprookjesachtige ommuurde tuin en een witgepleisterd schuur. De vorige bewonderaar ging net weg. Wij konden samen lekker aan de thee, snoet op, snoet af. Er was nog een zolder met haar werk en oorbellen die ze ook maakte. Een wankele trap naar een paradijs. Ze maakt prachtig werk. Daarna kwamen er twee nieuwe bezoekers, tijd voor mij om de kuierlatten te nemen.

De zon scheen en ik was vlakbij Amelisweerd, zo’n natuurlijke route was niet te versmaden. Eindelijk het langgedachte bos. Ik liep een route waarvan ik wist dat maar weinigen die zouden volgen, kwam de zilveren wilgen tegen, vond een peer onder een volgeladen perenboom, speurde naar de eekhoorns in de laan van de beukebomen, maar vond ze niet. De heggemussen voor de stal hipten af en aan in de stekedoornige takken en deden hun naam eer aan. Ze zien me wel, ze zien me niet.

Wel koe, die haar hoofd uit de stal piepte met in haar blik een groot verlangen. Haar zussen stampten en snoven in de stal achter haar. De herfst in het bos begon langzaam te komen. In dat drukke deel, weinig paddestoelen, wel al veranderende kleuren in de bomen, spiegelend water, kogeldistels, de gewone engelwortel met haar verdroogde schermen sierlijk aan de waterkant.

Toen ik over de kleine houten brug kloste, vielen de eerste dikke druppels uit de bijbehorende dreigende lucht in het water. Op de valreep spotte ik de elfenbankjes.

Met een voldaan gevoel, kilometers in de benen, voldoende nieuwe zuurstof, een keur aan ideeën, het bos weer uit, de auto in. De ruitenwissers duwden gestaag de kletterende druppels weg. Binnen bleef het stromen.

Uncategorized

Nog steeds een krant te gaan

Goede voornemens zijn er om verschoven te worden. Nadat het optimisme bij het zien van zonnestralen de route van de dag had uitgestippeld, kwam een omslag in het weer even water op het vuur gooien. Die kist met zure appelen werden in ieder geval boven mijn hoofd uitgeschud nog voordat ik de deur uit was. Er kwam vanzelf een ander idee voor in de plaats, de ruimte in het hoofd was er toch al. De kledingkast, twee billies, want lekkere ondiepe planken net genoeg voor een overzichtelijk stapeltje, moest eraan geloven. Die ochtend had ik aarzelend staan kijken wat er aan te trekken viel en de keuze werd bemoeilijkt door gebrek aan overzicht.

Met de zeeën van tijd die de diep paarsblauwe lucht beloofde voor de rest van de dag deed ik iets wat ik in lang niet had gedaan. Ik pakte de strijkbout erbij, stelde de plank op en streek alles wat daar behoefte aan had glad, de rimpeltjes in mijn voorhoofd incluis bij elke plank die vorderde. De stapel voor de kringloop werd hoger en eens te meer kreeg consuminderen bedding. Met deze voorraad kon ik nog jaren vooruit, mits mijn taille overeenkomstig die van het moment bleef.

Ziezo, de herfst mocht blijven tarten. Ik had het overzicht weer en de keuzes in eigen hand. Inktoberen op de bank is in deze maand een heerlijk tijdverdrijf. Potje thee erbij, aquarel onder handbereik, muziek op en kaarsjes aan. Dan maar knusse binnenbezigheid. Ik liep al twee tekeningen achter. Eerst dus Throw en Hope. Voor de eerste besloot ik een blikvanger te tekenen, die ik wel even op moest zoeken, want hoe hangt zo’n net ook al weer, geloofwaardig en wel. Er zouden geen blikken in komen, maar rommel uit het bos, door Konijn over de weg heen in dat wonderlijke vangnet gekeild. Met precisie gemikt werd het vast touché. Mijn stil protest voor de zooi in het bos, nu mensen en masse zich aan de natuur gingen laven met al dat gevirus om ons heen. Neem een tas mee om de zooi in te doen, lieve mensen, zo belangrijk. Ziezo, toch even in het bos geweest vandaag. er gaat niets boven de verbeelding.

Bij Hope moest ik denken aan het verlangen van het kleine meisje in mij, die het blazen van paardebloemenpluizen het ultieme hopen vond. Waar zouden ze naar uitwaaieren, misschien wel naar een dorp verderop, een ander land, reizen met de wind mee en kwamen ze daar uit, bloeiden ze op. Mooie kleine zonnen van paardebloemen, klaar om met kracht en elan nieuwe zaadjes te planten. Levensreddende parachuutjes waren het. Ze waren van dezelfde orde van grootte als de kleine helikopters aan de esdoorn, die terwijl we op een bankje klommen, naar beneden mochten dwarrelen. ‘Helikopter, helikopter mag ik met jou mee op reis’, in variatie op een thema.

De volgende tekening was in mijn Inktober2020 ‘Disease’. Er zijn meerdere versies van maar de essentie ligt bij een tekening per dag. De ziekte van deze tijd is in mijn perceptie vooral het Narcisme. Het opgeblazen zelf dat belangrijker is dan wat dan ook. Alle grote wereldleiders leiden eraan en er is helaas geen pilletje voor, sterker nog, in de omstandigheden vergroot het zich alleen maar. In die zin blijf ik vasthouden aan de woorden die mijn oma influistert als ik aan al dat geklater denk. ‘Hoogmoed komt voor de val’. Wie anders dan Narcissus kan daar model voor staan, ik kies die van Caravagio, die zo overduidelijk zijn spiegelbeeld aan het bewonderen is in de rivier, zijn centrum van de wereld.

Zo werd de dag toch een aangenaam verpozen. Er is voor vandaag een nieuwe poging. De zon zet alles in warme gloed, hier en daar een grijze wolk. Kleinzoon wordt één, snoetje op en zingen met open ramen en deuren en de kunstroute van vriendinnen ook met snoet en flinke afstand. Veel om te overpeinzen en nog steeds een krant te gaan.

Uncategorized

Huis leeg, hoofd leeg en gaan

De zon zet de bomen in een ander licht. Aan de overkant in het park komt er langzaam meer kleur in, alsof regen het tegen heeft gehouden. Gisteren redde ze het al vaker tussen de bedompte grijze luchten door, maar vandaag opent ze de dag met een prelude, die klinkt als een belofte op een kleurrijke herfst. In de opmaat naar deze dag was het huis aan de beurt om schoongepoetst te worden. De poes zocht haar heil buiten, nu de balkondeuren op een kier konden blijven staan.

Het is bijna herfstvakantie, al glijden de dagen in vrijheid voorbij, geeft het nog altijd een feestelijk gevoel. Volgende week staan er zowaar een paar afspraken in de agenda, mits dit weekend geen roet in het eten wordt gegooid, de waarschuwende woorden van de premier indachtig. Morgen een kunstroute waar enkele vriendinnen aan meewerken. Dan in de week een museumbezoek aan Singer Laren. De tentoonstelling: Schilders in het licht. Met een kaartje daarvoor reserveer je tegelijkertijd voor de tentoonstelling van het laatste werk van Herman van Veen. Wat zal het heerlijk zijn om weer te laven aan de schoonheid van het leven. De dag daarna geef ik twee keer een uur beeldende vorming in een groep 1/2 en in groep 3/4 op de school van vriendinlief. Een les over kleur en emotie. Gaaf om de energie van de kinderen weer te voelen. Verrijking door ervaring is te lang geleden.

Wat nu nog schort is die wandeling door het bos, een tocht langs de zee, een onbezorgd kindbezoek en nog wat van die oppeppers. Het wordt ook weer tijd voor een nieuw verhaal voor de kleinkinderen, nu de maatregelen aangescherpt worden. Afleiding in de tent zal ze goed doen en niet alleen hen, maar mij ook. Herfstvakanties werden doorgaans gebruikt voor heerlijke vakanties. Zo trok ik met de Oude naar New York met een koud maar fantastisch Central Park, een andere keer naar Washington waar je ongelimiteerd musea kon bezoeken, gratis en voor niets. We gingen ook naar Hongarije met de geuren van sparappels in de ‘rugkachel’, de grote tegelkachel in het midden van de kamer, waar je tegenaan kon zitten. Maar dat was ooit. Die vakanties zijn nu ongekend ver weg, net als de oude zelf.

De laatste vakantie was met het hele gezin, kinderen en kleinkinderen naar Portugal. Daar valt nog steeds op te teren, want het was volop genieten. Van het huis met zwembad, elkaar, de zee, het strand, de wandelingen, het weer en de tochten die we maakten .Ook Portugal is een lied van verlangen, net als de inmiddels al geboekte Griekenland-vakantie met elkaar van het vorige voorjaar. In het water gevallen. We zeggen tegen elkaar, dat wat in het vat zit niet verzuurd. Of misschien zeg ik dat tegen hen, omdat mij dat altijd is voorgehouden vroeger. Dus wordt er verbouwd, een huis aangekocht, gespaard voor een nog mooiere vakantie samen. Ooit, wie weet, en dan…

Verder dromen op de klanken van dat onvervulde lied. Kleinzoon twee wil een verhaal over de zee en het plastic afval. Ik had een dappere held bedacht, die het plastic verzamelde en daar een eiland van bouwde, maar nu blijkt zoiets al te bestaan in nieuwe games, die er zijn ontwikkeld. Dat maakt niet uit. Mijn leeftijdsgroep ligt lager.

Ziezo, tijd om de krant op te vissen, mijn balkon aan te pakken en toch het bos op te zoeken. Zin in, bergen verzet je met hernieuwde energie en daar zijn deze heerlijke seizoensovergangen, als de zon te voorschijn piept, uitermate geschikt voor.

Huis leeg, hoofd leeg en gaan.

Uncategorized

Een voorrecht

Een stoffen tas met Overkantlogo dook op achter het winterdeel van mijn dekbed dat ik zocht. Diep weggestopt was ik het totaal vergeten, evenals de inhoud. Schoolfoto’s, een dikke stapel uit de tijd van toen. Het kleurrijke bewijs van hoe onderwijs kan zijn, met heel veel heerlijke momenten, weeksluitingen, kampen, alle dagen feest met theater hoog in het vaandel. alle facetten zijn uitgespeeld. Drama, poppenspel, schimmenspel, dans, beeldende vorming, muziek, natuurbeleving. Alles om te delen met de andere groepen. Het verhalend ontwerp ten voeten uit zorgde voor een grote beleving en betrokkenheid.

Met mijn voorliefde voor de aardetinten en zwart en blauw waren de kleurrijke uitdossingen volledig tegengesteld. Een heksje in roze, paars en turquoise lacht me toe. Het decor van een weeksluiting met zelfgemaakte decors, een internationaal feest in klederdracht uit alle landen, maar wel op klompen, ‘Wheeler-art’ als de kinderen kunst maken door met hun autootjes door de plakkaatverf over een groot doek te rijden, alles was mogelijk. Heks ben ik vaker geweest, een Zeeheks, Pollonia, Gruwela, maar ook een LiesjeBriesje, Paultje met het paarse potlood, Tralala/Tralali. Bep en To, de twee zussen, in drie verschillende uitvoeringen allen even hilarisch.

Mijn eerste heksenspel/de Zeeheks (1987)

Heerlijk om er weer even te zijn nu de regen gestaag blijft stromen en zelfs boodschappen doen een opgave wordt.

In de krant van vandaag een profiel van de Amerikaanse dichter Louise Glück, die donderdag de literatuurprijs won. In het gedicht van haar ‘Wijkend licht’ dat Erik Menkveld vertaalde, is zij de dichter en willen de anderen het schrijven leren. Ze reikt de instrumenten aan, maar de anderen bleven zeuren, wilden bij de hand genomen worden en dan beseft ze ineens dat de anderen nog kinderen zijn, hun leven niet hebben geleefd, geen bagage hebben om de gedichten te vullen. Dus gaf ze hen levens, rampen, ellende en toen konden ze pas schrijven, dromerig, bij een open raam. Daarna kon ze weer haar eigen weg gaan, in het besef dat ze niet meer nodig was.

Ik ben zo’n typische laatbloeier. Had eerst jaren nodig om de vijver met verhalen te vullen. Nu kan ik de pen in die kweekvijver dopen en put ik er zelfs soms juweeltjes uit. Vaak verstopt onder de doodgewoonste dingen, verscholen achter wat op het eerste oog onbenullig lijkt, of nauwelijks waard om over geschreven te worden. Door die bakken en tassen met foto’s lees ik de jaren af en weet dat de vijver tot aan de rand toe gevuld is. Iedere dag is er weer een verhaal dat zich aandient, een onderwerp dat roept, of de natuur die trekt om in het licht gezet te worden. Even de schijnwerper erop om daarna weer in de vergetelheid te duiken, veilig en geborgen.

Ik ben blij dat deze dichter de Nobelprijs heeft gewonnen met de kracht van het woord. Mirjam Hengel die het profiel schreef, roemt haar speelsheid en raffinement en vindt dat in dit gedicht ‘in de verbinding van het externe met iets essentieels van haarzelf’. Ze beaamt dat donkerte nodig is om iets van het leven te kunnen begrijpen.

Zonder licht geen schaduw, zonder schaduw geen diepte, zonder diepte geen hoogte. Tegenstellingen voeden elkaar. Woorden voeden mijn herinneringen, geven ze gestalte en de herinneringen geven mij woorden, vullen de vijver en daarmee de verhalen. Ze houden elkaar in evenwicht. Daaruit te mogen putten is een voorrecht.

Uncategorized

Een film aan verleden

Gisteren viel de wereld een aantal uren stil. De stroom was uitgevallen in de wijk. De avond kroop op en trok haar duisternis als een deken over de daken. Binnen vervaagden de contouren van wat mij omringde. Stilte overmeesterde het buitengeluid. Als de stroom uitvalt trekt alles trager voorbij. Waxinelichtjes flakkerden op de vensterbank en in de twee glazen potjes voor het oog van de wereld, dat nu in alle talen zweeg.. Gedachten doorwoelden het nutteloze niets.

Zoonlief was ontsnapt. Internet lag eruit en dat is een onoverkomelijk lamleggen van contacten en werk. Langzaam sijpelde het verleden binnen. Hoe vulden we de avonden. Heel lang geleden was er straat, met stoepranden, tollen, hoepelen, het klokje van zeven uur en daarna naar bed. Later zongen we de verplichte afwas naar een hoger niveau. De meisjes dan. Broers gingen trainen of om het even wat. Het staat niet helder meer voor de geest. Vanaf de tijd dat er televisie was, werd de wereld groter. Geen keuze met maar een net. Als tijdverdrijf waren er de kabouters en later de gidsen, ieder jaar een kamp. Boeken waren er al vroeg, van de bibliotheek, die een huis vulde in een van de zijstraten van het blok. Er was kerk en koor, eerst ballet, turnen, daarna handbal. We zwommen de zomer door, lagen drie keer per dag in het water, niet in de laatste plaats om de ontmoetingen die er waren als na zessen de poort tussen het jongens en meisjesbad openging. Bakvissenliefde. De telefoon hing aan een draadje in de telefooncel en later thuis, naast de televisie. Wij belden zelden.

Studentenleven op een kamertje in Leiden. Brieven schrijven met het thuisfront. Avond aan avond waren gevuld met vrienden. Je zocht elkaar op, wisselde uit, verhalen en veel muziek. De grammofoon was heilig net als de bandrecorder. De televisie was gereduceerd tot maatje pink met een enorme antenne. Het sneeuwde vaak. Dan waren we lang aan het zoeken om de juiste signalen te vangen. Een flinke klap op de zijkant wilde ook nog wel eens helpen. Sociale contacten, film hoog in het vaandel in louche bioscoopjes, domino spelen bij vrienden, stoelen aan de kant en dansen, oeverloze discussies over politiek in wijn, rook en muziek gedrenkt, vulden de tijd. Koken voor veel en altijd kon er nog meer bij. Nog later werd leven serieuzer, diende ernst zich aan nu het studeren op haar eindje liep. Er moest geblokt worden en hard ook.

Daarna schoven de behoeften op hun plek, een race tegen de klok van hot naar her, balletlessen, voetbal, school, creche, koken, wassen, wandelen, knutselen, lezen er was altijd wat te doen. Mijn eerste computer was een oud exemplaar. Hij bromde voor tien. De eerste draagbare telefoon op aandringen van de kinderen. ‘Stel je voor dat er iets gebeurt op de tuin en je ligt daar’, was het argument. Na veel beredeneren ‘Vooruit dan maar, alleen zo’n ding zonder fratsen. Voor nood’ sputterde ik. Daarna was het hek van de dam.

Digitale skills opgelepeld, de grote stralingsstilte vergeten. De tijd vloog in een dubbele stroomversnelling voorbij. Antiquiteiten als de bandrecorder, de platenspeler, de huistelefoon, de cassettespeler, de videorecorder, de centrifuge, de roestbakken van blik, waar we in reden, werden herinnering of soms weer naar voren gehaald. Alle elpee’s waren al die jaren meeverhuisd, veilig opgeborgen in een grote rieten mand. Het wachten is op de nieuwe platenspeler, die er nog moet komen. Dan kan de nostalgie toeslaan op klanken van Jethro Tull, Simon and Garfunkel, Donovan, Melanie, Jacques Brel, George Moustaki, Paul Simon, the Doors, Pink Floyd, Jimi Hendrix, Deep Purple, Bob Dylan, Stevie Wonder, Leonard Cohen, Jaap Fischer, Herman van Veen, Todd Rundgren en Loudon Wainwright. Stroomloze duik in wat er achter ons lag.

Met het licht dat plotsklaps aansprong, vervaagden letterlijk de beelden en diende zich de realiteit aan, terwijl de herinneringen gedwee naar achteren schuifelden. Een app voor zoonlief. ‘Het leed is geleden.’ Voor hem dan. Ik stapte, bijna spijtig, de realiteit weer in, maar op het netvlies een film aan verleden.

Uncategorized

Heer Bommel en Tom Poes

Dromen kon gisterennacht op het ritme van de regen, die gestaag bleef stromen. Het was te merken aan het weggetje naar de tuin langs de sloot. Het was hoppen van graspol naar graspol geblazen. In de tas wist ik het douchegordijn met de inkeping voor het hoofd en mijn paraplu. Nat, natter, het natst, dus bleef de springbalsemien liggen zieltogen voor de Bernagie. Een snel portret, geen gelijkenis, wel lekker los van opzet. Mooie oefening. Een vlaamse gaai vloog tussen de druppels door richting appelboom, maar zodra hij een beweging van mijn kant zag, week hij af en vloog een tuintje verder.

Na een uurtje hard werken stak ik het papieren vellenblok in een vuilniszak in de grote tas, speciaal voor dit doel meegenomen en ging mijns weegs richting bospark om, op de bonnefooi, even te theeën bij dochterlief. Kleindochter was net wakker en klitte zich nog vast aan moeders benen. Mijn oude kloffen bleken aan vervanging toe te zijn. Door mijn tocht naar de tuin was het water kennelijk regelrecht tussen de naden doorgesiepeld en bleken de kousen doorweekt.

Droge exemplaren van dochter en een lekker warme kop thee. Enthousiaste verhalen over de verbouwing die opschoot, de ruimte die ze had gemaakt in de kleine boshut, de kringloopwinkel op fietsafstand, de eekhoorn die ze had gespot op een wandeling. tussendoor danste de kleine op de radio die aanstond, haalde de speelgoedmand leeg, schoof oma alle poppenkinderen toe en speelde met de prachtige kartonnen blokkentoren. Vosje mocht ook meedoen. Af en toe brak de zon door tussen de enorme buien in en dan werd het direct vakantie op het terrein en herfst, al waren de meeste bomen sparren en dennen.

We werden opgeschrikt door een hard geluid. Het bleken bladblazers. Bladblazers in de stad zijn al een gotspe, maar bladblazers in een bos met naaldbomen een vorm van nutteloze, vergezochte dagbesteding. Met een ernst alsof ze de stoepen van het witte huis aan het schoonblazen waren, kweten de twee mannen zich van hun taak terwijl de kleine meid angstig bij mams op schoot kroop. Afleiden met pratende poppen en een spelletje kiekeboe.

Om vier uur naar huis, want ik had zoon beloofd zijn schaftpotje te komen brengen. Surinaamse Saoto door een vriend gemaakt. De bouillon moest heet en de rest mocht koud blijven, zelfs de rijst. Het hele huis was nu gestript en het grote aannemerwerk kon beginnen, door derden gelukkig. De zon filterde inmiddels weer door de grote bomen op het plein hierachter en mijn hart veerde op bij de mooie lichttinten in het blad. Een appje van vriendin of ik volgende week een les beeldende vorming aan de onder- en de middenbouw wilde geven. Een les over kleuren. Een perfect onderwerp zolang de zon bleef schijnen. Een buitenkansje dus.

Thuis wachtte opdracht vijf en zes van #Inktober 2020. Een ‘blade’ (mesblad) en een rodent (knaagdier). Dat laatste kon alleen maar een eekhoorn worden, na een dag van herinnering aan de groep, die de eekhoorns heette en de eekhoorn van dochter. Heerlijke bezigheid tussen het nieuws door.

Vriendinlief was bedroefd dat ze weer niet op tijd was voor de inschrijving van de Urban Sketchers. Het zou mijn derde keer al worden van dit jaar, dat ik wel ging Het was haar nog geen een keer gelukt. Heer Bommel en Tom Poes kwamen voorbijstiefelen en Heer Bommel zei: ‘Tom Poes verzin een list.’ Daar was ie al. Ik appte dat ze klaar moest zitten om in te schrijven, als ik uit zou schrijven, anders zou ze er weer naast zitten. Ze giechelde wat, zat midden in een studiedag, maar ging het proberen. Ik appte ‘Nu’ en zij drukte ‘Gaat’. Met dank aan Heer Bommel en Tom Poes.

Uncategorized

Een hartverwarmende herinnering

Daar klepperen ze met elkaar, de oudste houdt de paraplu vast. Het is een vertederend gezicht. Mijn blik volgt ze vanuit het raam. Onmiddelijk neuriet het in mij. ‘Onder moeders paraplu liepen eens twee kindjes’ en als je verkeerd begint, bijvoorbeeld eerst met ‘Hanneke en Janneke, dat waren dikke vrindjes’, dan kom je er niet meer uit. Het arsenaal aan oude liedjes heb ik in het geheel door kunnen geven aan de kinderen op school. Dat zijn er heel wat geweest in dertig jaar. Er waren steevast liedjes bij, waarbij ik iets vergat. Bij de veldmuis bijvoorbeeld steevast het derde couplet. ‘Muis was met fiets en al naar het topje geklommen’. Tot zover ging het goed, dan zette hij af en dan gebeurde het. Een staartje, tussen het wiel, hinken, te pas komen, maar hoe dan. Het was een topper bij de olijke ontvangers als ik ‘nananana-de’ op de vergeten tekst. Bij het karretje op de zandweg al niet veel anders. ‘Een karretje op de zandweg reed, de maan scheen helder de weg was breed, de voerman lei te ruuuuuusten’. Maar dan, Hoe kon ik de mist in mijn bovenkamer laten optrekken. Neurie, neurie, tot de woorden weer invielen. Zo zijn er nog een aantal geweest. Dus iedereen kent de liedjes met wat hiaten en gaten in de tekst, maar we zongen de sterren van de hemel.

Bij het kerklatijn was het al niet veel beter, speciaal omdat we als kind geen idee hadden wat we zongen en meebrabbelden op gehoor. Later met de koorkennis kwamen we al verder, maar verbasteringen waren hardnekkig. ‘Tantum dominum deo sabaót, pleni suncaeli de terra’ klonk het Sanctus ongeveer. En juist omdat ik in de katholieke kerk dat auditieve latijn had geleerd, had mijn uitspraak later op de opleiding voor verpleegkundigen een gewijde klank, tot grote hilariteit van mijn kompanen.

Met de radio mee, zing ik ook nog altijd op gehoor en niet op betekenis, het is een handicap, maar ach, je wordt een meester in stoplappen. Als ik dan de tekst voor mijn neus heb en de betekenis binnen sijpelt, komt de tekst tot leven. Lezen en begrijpen gaan moeiteloos hand in hand, maar horen en spreken struikelen voortdurend.

Elke dag jasten we er op school een aantal liedjes door. Oude, nieuwe of zelfgemaakte. Ook lezen was zo’n tophit. Onder het eten las ik voor, na het eten lazen ze een uurtje zelf aan de tafel, in een luie stoel, op de leesbank, op de grond. In elke willekeurige houding waar een kind nou eenmaal in lezen kan. Het waren heerlijke momenten. We hadden leeskring, waarbij ze hun lievelingsboek ‘voorlazen’, (de onderbouw hè, groep 1 & 2) of over de liefde voor het gekozen boek vertelden, waarom ze het spannend, leuk, grappig, gek, lief vonden. Wat ze met het verhaal deden, speelden ze er nog wel eens iets uit na. Niet zelden volgde er een spontane dramakring. Kinderen bezitten de meest fantastische verhalen. Iedere dag weer kwam er wel eentje voorbij. Zaak was er mee aan de haal te gaan, zodat ze voor eeuwig in je hoofd bleven zitten. Groot maken, een podium geven en daarmee weer supertrotse kinderen kweken, het mooie spel van leren te geloven in jezelf. Mooie intervallen van klein en groot geluk. Een hartverwarmende herinnering.

Uncategorized

De baleinen van haar paraplu

Vanaf de steiger aan de kopse kant van de maisonette klinken onheilspellende geluiden. Het gehamer tegen muren, het gebonk tegen de steigerbuizen met een weergalm van een orgelpijp, zware stappen dreunend op de stellage, gemor aan het raam, gemier achter mijn hoofd. Ik luisterde en lokaliseerde de bezigheden in mijn verbeelding, maar had eigenlijk geen flauw idee, waar ze mee bezig waren. Ja, iets met de spouwmuren. Zouden de vleermuizen al vertrokken zijn? Ik hoopte het.

Foto door zuslief. Een mooie smiley in het stof.

In het nieuwe huis van zoonlief kon ik nog net de tas met lekkernijen afgeven en de progressie bewonderen, voordat het stof me, ondanks snoet, de adem benam. Gauw er weer uit. Zo suf, dat ik niet mee kon helpen. Er was heel hard gebuffeld en er is nog ontzettend veel werk te doen. De hulptroepen waren er. Dappere dochters en zoon, een paar vrienden en zoon zelf. Allen voorzien van een grijze laag stof op het kale hoofd, over het haar, op het vel. als dikke grijslaag over de kluskleding. Waar gehakt wordt vallen spaanders. Een container vol en morgen pas weer de nieuwe. Helaas.

Zo kom ik bij het afscheid van die andere moeder, die ik gisteren op de life-stream volgde. Het verdriet om haar gemis en haar kinderen, die het haar toch zo gunden, hen los te laten, nu ze wist en geloofde weer herenigd te worden met haar grote liefde. Als je zo hecht met elkaar verbonden bent, ben je deel van het geheel, besta je door de verbintenis. Het is maar weinigen gegeven en het getuigt van altruïsme, als je jouw vurige verlangen om haar hier te houden kan inwisselen voor haar diepste wens, te mogen gaan. Dat proefde ik uit de hele dienst, in de liefdevolle gedachten, een breekbaar lied van kleinkind en in de symboliek.

Moeders blijven moeders, altijd, ook als ze er niet meer zijn. Ik denk aan mijn moeder, die er altijd is, die meekijkt over mijn schouder, er is in mijn hoofd, in mijn woorden, in mijn werk en weet dat het voor zussen en broers niet anders is. Pars pro toto, die hele grote familie van ons. De baleinen van haar paraplu.

Uncategorized

De tuin is voor later

‘Een gewaarschuwd mens telt voor twee’ behalve als de waarschuwing terzijde wordt geschoven. Stevige modderplassen op het pad lachtten me uit, terwijl ik langs de sloot naar de tuin liep. Het was dreigend droog, maar zelfs dat werd in de wind geslagen. De ochtendploeg had gesnoeid en de takken op de ril gegooid, waar de schapen zo’n malse sappige verse aanvoer niet konden versmaden. Ze kropen bijna in de opgetaste takken om het juiste blaadje te vinden. Malle meiden.

Wat je van ver haalt, is lekkerder

Dikke witte rook uit de schoorsteen van de oude zorgde ervoor dat het klimaat om in de tuin te werken niet optimaal was, maar hogerhand had allang bepaald, dat dat geen goed idee zou zijn. Dikke droppels vielen terwijl ik net het trapje opklom om mijn veroveringen binnen te stallen.

Dikke witte rook en regen

Die vondsten had ik, onder andere, bij een winkel met prullaria gehaald . Vooral het eerste deel van het woord was van toepassing. Mijn vondst, een ledlampje, van zegge en schrijven 4 euro, was met geen mogelijkheid te bewegen haar licht te laten schijnen op mij en de vraagstukken des levens. Met vooruitziende blik zaten er ook grote waxinelichten in de tas. Die deden het gelukkig altijd. Warme koffie, een afgedankte croissant van zoonlief en zielerust in het hemels paradijs.

Op dat moment hield het op met zachtjes regenen. Aan de overkant van de sloot harkte ‘de Manus van Alles’ van de tuin de gisteren gemaaide slootkanthalmen bij elkaar. Hij was al net zo troosteloos nat, als de geknakte en verweerde stengels onder de tanden van zijn grote hark. Het optimisme op eventueel een droge namiddag zwom weg bij de aanblik ervan.

Deze parasol

Huiswaarts, maar hoe. De poncho, het verknipte douchegordijn en een paraplu vierden feest in de kofferbak van de auto. Het enige wat voorhanden was, was mijn Chinese zijden okergele parasol. Nood breekt wetten. En zo kon het gebeuren dat Manus zich in de ogen moest wrijven, toen van de brug af een Hollandse geisha met een zonnige uitstraling door de modder banjerde, terwijl de franje aan de parasol vrolijk meedanste op de hortige huppels, die de plassen ontweken.

‘Het regent harder dan ik dacht,’ zei de noeste arbeider. Een understatement van de eerste orde. Hij had geen draad droog meer aan het lijf. Zijn woeste stugge haardos hing als een zijïg gordijntje langs zijn gezicht naar beneden. Regen verzacht, dacht ik en lachte hem vriendelijk toe. ‘Daar kwam ik ook achter’, beaamde ik. Hij snelde verder en ik trippelde er achter aan. Wat moet je anders met een gele parasol in de hand.

Vandaag is de familie aan de beurt om lichte klussen in het huis van zoonlief te klaren. Misschien kan ik ze verrassen met heerlijke tussendoortjes. Gisteren zocht ik bij mijn materialenwinkel naar de juiste penselen, maar kon ze niet vinden. Vanmorgen om zeven uur zag ik dat ze aangeboden werden als pakket op de site voor gemiddeld een tientje goedkoper dan bij de andere onliners. Spekkoper in de morgenstond.

‘Alle zegen komt van boven’, denkt de herfst en doet er nog een schepje bovenop. De tuin is voor later.

Uncategorized

Ledigheid is des duivels oorkussen

Na alle consternatie van de afgelopen tijd was dit een doodgewone druilerige vrijdag. Niks Indian Summer, aan de bomen geen kleurrijk herfstpalet, maar verregende bladeren, zwaar van het vocht. Geen oudewijvenzomer, ook al regende het oudewijven. Die oudewijven zijn geen scheldwoorden, maar daarmee werd gedoeld op de schikgodinnen uit de Noordse mythologie, die onze levensdraden sponnen. Ze heetten Nornen en waren drie zussen, kinderen van de reus Norvi met de symbolieke namen: Urd(oer), Verdandi(het zijn), Skuld(de behoefte). Eigenlijk verleden, heden, toekomst. Ze woonden in een grot aan de voet van de eeuwige boom, de Yggdrasil die ze water gaven uit de Urdarbron. Zo beschikten ze over de levens van mensen en gaven raad aan mensen en goden.

Op de tuin veerde de grond omdat de woelmuizen, winterklaar, het veen flink hadden omgewoeld. Ook hier hing alles slap en somberde wat. In het atelier ging ik aan de slag. Onderweg had ik een blok gekocht met olieverfhoudend papier, zodat er flink geoefend kon worden met portretten en nog eens portretten. Het nieuwe palet, de glasplaat met het grijze papier eronder, kreeg een eerste zegening. Eerst met gemengde materialen aan de slag, houtskool, waskrijt en aquarel. Daarvoor had ik een van de vellen bewerkt met acryl, zodat dat in de tussentijd kon drogen.

Daarna met olieverf aan de slag. De kneepjes, uit de cursus gevist, werden meegenomen in de aanpak. Het was een ouderwets duw en trekwerk, terwijl de tijd in uptempo verstreek. Af en toe monsterde ik de tuin. Er zat wat viezigheid op het raam, leek het vanuit mijn gebrilde kijk op de wereld, maar dichterbij zag ik dat zich een klein drama had afgespeeld tegen mijn ruit. het bleken de kleine veertjes te zijn van vermoedelijk een pimpel-of koolmeesje aan de kleur te zien. In vogelvlucht, de vleugeltjes gespreid, tegen het glas gebotst, op doortocht naar de andere kant van de tuin, die het door de evenwijdige raampartijen had gezien. Het beloofde land, maar paradijselijk te ver voor een kleine mees. Bij een volgend rondje tuin zag ik dat de brandnetels frisgroen zich het land toe-eigenden, de asters begonnen eindelijk te bloeien en zelfs de roze anemonen van twee jaar geleden piepten weer uit de grond. De springbalsemienen werden genekt door hun eigen overgewicht. de verregende stengels waren aan het verrotten gegaan en er was geen houden meer aan voor hun aandoenlijke handvormige wortelgestel. Ontworteld en ontzield. Uit de schoorsteen van de oude kringelde rook.

Mijn fotovoorbeeld kreeg gestalte, zei het nog wat donker. In de online cursus wordt oxide rood gebruikt als basis. Ik geloof dat ik het liever bij oker, sienna en omber houdt. Zo werkt de zoektocht naar een eigen stijl. Papier genoeg voorlopig.

Voordat ik naar de tuin ging, was ik nog bij zoonlief langsgereden. Op het balkon hingen vijf mannen over de reling, zijn vrienden. Ze waren aan het schaften. Zoonlief kwam net naar buiten gelopen en trots kreeg ik weer een rondleiding. Er was bergen werk verzet. Muren eruit gesloopt, vloeren verwijderd, douche doorgebroken en dat allemaal in een ochtend. Vele handen maken licht werk.

Thuis op de bank haalde ik de #Inktober in. Fish en Wisp voor respectievelijk voor dag een en twee. Vandaag staat Bulley op de agenda. Omvangrijk. De hele dag de tijd om te bedenken in welke vorm dat gegoten kan worden.

De ochtend begint vandaag scharlakenrood. dat betekent waarschijnlijk nogmaals water in de sloot. Tijd om de tuin herfstklaar te maken en de arme mezenvleugeltjes van het raam peuteren en speuren of ze er goed van af gekomen is. Dat waag ik te betwijfelen. Daarna moeten de brandnetels eraan geloven, evenals de springbalsemienen en de enorme nicandra’s. Genoeg te doen, geen moment tijd voor verveling. Het verleden fluistert gedienstig in mijn oor: ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’.

Uncategorized

De grote herkansing

Dat grote Skandinavische Warenhuis was gisteren aan de beurt voor een speurtocht naar een rank bureautje voor zuslief, die net verhuisd was naar haar nieuwe appartement en nog een week moest zien te overleven zonder douche en zonder keuken. Dat was het probleem niet, maar dat de werkplek niet in orde zou zijn, betekende in haar ogen een gotspe. Thuiswerken was het nieuwe credo in de virusperikelen. Om haar ter wille te zijn hadden wij zussen afgesproken in haar nieuwbakken appartement. Eerst een ‘zussendag’ bij de gigant der lichtgewicht meubelen. Gemaskerd lazen we de uitvoerige voorschriften voor de roltrap en stegen op naar wat voor velen een Hemels paradijs moet zijn, aan het aantal mensen te zien die zich lieten leiden door pijlen en aanwijzingen.

De omgeving was prima als je in staat zou zijn om snelle keuzes te maken, maar voor mensen die lang wikken en wegen betekende het een ramp. Er was zoveel keus in alles, dat al spoedig de verwarring toesloeg. Het feit dat je alles nog zelf kon samenstellen , de poten , het blad, de kleur, het materiaal, maakte het moeizamer. Na één afdeling duizelde het me al, nog plusminus tien te gaan. Zelfs het kinderparadijs deed mee aan consumeerderen.

Bij de koopjeshoek, tenslotte, vonden we het ideale blad, nadat het eerst gekozene uitverkocht was en pas morgen weer te halen. De poten waren er wel. Elegant en apart, op wieltjes. Dat zus voor het geluk geboren bleek, bewees de vondst, die bij ons oudere zussen een frons opleverde, maar wat de andere zus direct omarmde. Tuurlijk. Als je rekende op ons goeie gesternte, was het eigenlijk ook altijd goed.

Tevreden sloten we in de rij aan voor een versnapering, die veel te snel naar binnen gepropt moest worden. Consumeren wegens corona verboden. Oh, oké. Wat ik er wel vond, tot mijn grote vreugde, waren de poten van de kinderstoel, die los verkrijgbaar bleken te zijn. Op onverklaarbare wijze waren die ooit verdwenen uit de rommelkast en nu was de stoel weer compleet. Hé, hé. Geen improvisorische acties meer van kinderen vastgesnoerd in het bovenstuk op een eetkamerstoel. Dat had ik eerder kunnen bedenken, maar nooit bij stil gestaan.

Helpen met het uitpakken van de dozen, was het volgende programmapunt. De boeken had ik onder een lafenis al uitgezocht. Een kleine, maar fijne selectie met soms onduidelijke criteria. ‘Deze ook lieverd?’ ‘Ja, want die is dood.’ Ik zou nooit meer een boek weg kunnen doen op die geldende regel. Mijn boekenkast bestond voor een groot deel uit animi uit het verleden. Een labyrint van dode zielen.

De inhoud van de andere dozen verdwenen in de kledingkasten in de inloopcloset annex logeerkamer. De zussen hadden die op de goede plekken geschoven, terwijl ik een bliksembezoek aan het nieuwe huis van zoonlief bracht, die gisteren de sleutel had ontvangen. Een grote afvalcontainer stond al voor de deur. De volgende dag zou het grote breken beginnen. Wat een ruim huis, wat een berg werk, maar absoluut de aanloop naar een paleis. Laat dat maar aan hem over. Aan de achterkant een groen paradijs met het park erachter. Opgetogen over deze progressie terug naar zus om mee te helpen met het leeghalen van de dozen.

Met gestaag doorwerken was het varkentje al snel gewassen en konden twee zussen boodschappen doen voor het versterken van de innerlijke mens. De actie was geslaagd. Zus kon aan het werk en zonder obstakels naar bed en zoonlief kon aan zijn wereldklus beginnen. De bank wachtte en Inktober, dag 1 vroeg om een tekening van De vis, maar die van mij bleef in mijn hoofd zwemmen en kwam er niet uit. Vandaag de grote herkansing.

Uncategorized

De jas die past

Wachten duurt lang. Dat bleek gisteren wel weer. Zeker als je de kleine lettertjes vergeet te lezen in de regels voor het testen. Ik zou helemaal niets per mail of telefoon ontvangen en daar zat ik wel op te wachten. Ik had met Digi=D ingelogd. Tegen vijf uur rook ik onraad. Dan toch nog eens lezen, hoeveel uur er aan wachttijd voor stond. Kijken op de eigen site, was de boodschap. Haha. Mezelf een langere quarantaine dan nodig opgelegd. De uitslag was negatief, wat ik voorvoelde maar nu bevestigd kreeg. Champagne, of witte wijn, ook goed.

Het was geen ramp. Portret oefenen ditmaal met grafiet op papier en weer uit de losse pols. Het werd een wat zwaarlijvige uitvoering, maar de gelijkenis was er zeker. De derde gaat direct in olieverf.

Daarna de documentaire ‘Nog eentje dan’ van Suzanne Raes over Jochem Myjer. Het uur van de wolf liet het resultaat van maanden filmen zien. In ontroerende beelden zien we Jochem worstelen met de grenzen die zijn lichaam aangeeft na zijn ruggemergtumor. Zijn tomeloze energie en zijn perfectionisme zorgen ervoor dat alle grenzen worden bereikt. Daarnaast was zijn tournee Adem in/Adem uit een eclatant succes, lovende krititeken, staande ovaties. De keerzijde van de medaille een eenzaam bestaan op een hotelkamer, weliswaar van alle gemakken voorzien, maar waar zijn grootste liefdes, zijn vrouw en kinderen ontbreken. Het eufore gevoel om voor een volle zaal te staan en zichzelf in een enorm tempo te geven, gaf een grote kick, maar eiste evenzo de tol. Toen ik aan het eind van de docu hoorde dat hij sabbatical zou gaan voor een jaar, haalde ik opgelucht adem. Hier stond een man die moest leren leven naar wat het vege lijf nog kon en dat niveau zou lager liggen dan hij dacht en hoopte.

Heel duidelijk is te voelen wat altijd zo moeilijk uit te leggen is. Je wilt zo graag alles bereiken, maar is dat even onbereikbaar als de maan. Het doet pijn om dat te beseffen. Loslaten gaat met weemoed gepaard en verlies. Steeds weer een stukje inleveren. Jochem heeft heel veel om op te teren. Hij schrijft de prachtigste kinderboeken, zijn naam is gemaakt, hij is populair en vooral deelt hij zijn liefde. Geen kind zal zonder handtekening of selfie de deur uitgaan, omdat hij als kleine jongen heeft ervaren hoe groot een teleurstelling kan zijn als het idool weigert. Daarom is er een sessie na het optreden en beantwoord hij ‘life’vragen op social media.

De jas die past

Heerlijk om te mogen delen met wat je lief is en je kostbaarste bezit, al lijkt het andere minstens zo belangrijk. Creativiteit vind haar eigen wegen in welke vorm dan ook. De magie is niet aan de volle zalen maar ligt in het scheppend vermogen besloten. Veel meer zalen worden gevuld met het landelijke en mondiale bereik, dat zoveel vreugde schenkt bij elk goed boek, elk verhaal en af en toe, vooruit, een lafenisje op de planken. Steeds meer dingen heb ik losgelaten, met weemoed achter me gelaten, maar steeds weer diende zich een nieuw pad aan. Het pad van de vrijheid om te doen wat in de mogelijkheden ligt. En nog altijd zoek ik die grenzen op, niet langer om ze te overschrijden , maar om ze om te buigen tot de jas die past.

Uncategorized

Om te warmen, te koesteren en omarmen

Denken kan je niet stil zetten. Er zit geen knop achter mijn linkeroor. Dat knopje zat er wel als kinderen in hun wiek schoten. Dan draaide ik aan een denkbeeldige knop achter het oor en moesten ze lachen. ‘Zie je wel, het helpt.’ Of ‘de ontvangstzender’ stond verkeerd. Even draaien, testen en weer zo’n schoorvoetende lach, die al gauw overging in een bevrijding. ‘De lucht klaren, zouden ze vroeger zeggen.

Terwijl ik wacht op de uitslag stort ik me op het aquarel. Kleinkind minder spooky maken En de opdracht van de schildercursus, naar foto ook uit de losse pols in aquarel proberen te maken. Over kleindochter was ik tevreden, maar meneer werd een beetje groezelig door mijn gepoets. Nog altijd verkeerd papier. Hij bobbelde bijna van het vel af en deed daarmee zijn naam eer aan.

Ondertussen schieten de gedachten heen en weer. Zuslief is aan het verhuizen met de andere zussen en broer en zwager, zonder mijn hulp. Kijk, sjouwen had niet gelukt, maar alles op de plaats zetten misschien, of koek en zopie aanleveren of anderszins. Nu zit ik hier tekort te schieten voor mijn gevoel. Dat is wat wachten op de uitslag doet. Het scherpt het onvermogen..

Andere gedachten. Huis van zoonlief wordt opgeleverd op de eerste, een reunie gaat niet door vanwege de nieuwe maatregelen, de tuincommissie wil een reis langs de tuinen organiseren, is dat nu wel of niet mogelijk, zaterdag is de agenda leeg door de voetbalwedstrijden zonder publiek, hoe pakt de uitslag uit, een verhaal over een eenzame vervuilende oude man in de krant en een gedicht voor hem met een twee pagina’s groot ‘in memoriam’.

Dan een enveloppe met grijze rand, een sobere kaart met een opschrift dat liefde het mooiste is wat er is. Alle gedachten spoelen door het afvoerputje, dat ‘van weinig belang’ heet.

Het appje had ik een paar dagen geleden gehad en het had me diep geraakt. Hoe was het mogelijk. Zeven weken geleden haar lieve man en nu, voor mij volkomen onverwacht, zijzelf, de liefste lieverd die je je maar kon bedenken. Op feesten en partijen zat ze, met haar liefdevolle Brabantse gemoedelijkheid, trots te zijn op haar rijke erfenis en verspreidde warmte tot recht in het hart van iedereen. De moeder van liefde, dat was ze ten voeten uit. Nooit heeft een tekst meer geduid dan ‘In liefdevolle herinnering’. Het werd een hereniging van twee gesmede zielen, zo stel ik me het graag voor. Daar een ontvangst met open armen. Die gedachte neemt de kou weg, die opstak bij het lezen van de app en is het enige verzachtende aan haar dood. Zonder die grote steun en toeverlaat was het leven voor haar al moeilijk genoeg. Maar haar nooit meer te zien en te spreken is onwezenlijk.

Een hemelse voorstelling verzacht het loslaten. Evenals een allegorie als symbool voor het gemis. Een vlinder die op je broek komt zitten, een adelaar in de lucht, een gierzwaluw of een kleine mus. In wezen klopt het. Door het symbool die je aan de persoon gegeven hebt, leidt het de gedachte direct naar hen, bij het langskomen, rondcirkelen, door duikvluchten en met het vleugelwinken. Het hare moet haast de natuur in hartvorm zijn, dat grote warme hart.

Tussen alle bezigheden door en het eindeloze wachten op een uitslag die vanmiddag komt, sijpelen de beelden binnen van al die keren dat we elkaar ontmoetten in de trots om het moederschap en de rijkdom van knappe kleinkinderen. Om te warmen, te koesteren en omarmen.

Uncategorized

Glansrijk geslaagd

De hele ochtend stond in het teken van de middag. Ze was voorbij gegleden met het uitspellen van de krant, het schrijven van de blog en in het spitten naar informatie voor het afreizen in de middag. Het was druk op de weg naar Uden, waar de GGD-post was. Maar niets is meer uitzoekerij, tegenwoordig. Het adres invoeren in Google maps en gaan. Heen ging het over snelwegen omdat ik van A naar B wilde, niets meer of minder. Uitstappen mocht niet, koffie drinken behoorde niet tot de mogelijkheden zolang als de uitslag van de test er niet was.

Na een klein uur werd ik in Uden naar een industrieterrein gedirigeerd waar, achter een roestig hek, drie grote party-tenten stonden opgesteld, een kleine open groene en wat bouwketen. Er stonden drie auto’s voor me. Het feest kon beginnen, bedacht ik me en de beelden van de televisie kwamen dichtbij in de in geelplastic verpakte michellin-mannetjes met mondkappen. Van een afstand schoot ik heimelijk foto’s, maar te schielijk.

Een bewaker stond bij de ingang, indrukwekkend grootte, raampje open zoeven, instructies ontvangen, een verwaaide zwaai met zijn arm, een mompelend een van de drie tenten en de opdracht het raam weer te sluiten. Een voor een werden we de tent in gewenkt. Raam weer open, verificatie of ik de juiste persoon was, twee dreigende wattenstaven, nu ging het gebeuren. Van binnen begon het licht te vriezen. ‘Ontspan maar,’ zeiden de twee vriendelijke ogen, lichtgroene ogenschaduw, dacht ik. Saillant detail, wat alleen maar opvalt als de rest bedekt is. ‘Zijn het je ogen’ zong het in mijn hoofd, toen het wattenstaafje tot achter mijn huig haar werk deed. Het botsen tegen de achterkant van de keel was vervelend, de neus was minder erg, ondanks spannende verhalen over het wegschrapen van hersencellen. De traanbuisklieren hadden wel een reactie klaar. Triomfantelijk werden de twee kostbare staafjes overhandigd aan een tweede persoon, die de etiketten al klaar had liggen. ‘De uitslag is er in principe binnen 48 uur.’ ‘Dank U wel.’ Auto starten, het terrein afrijden, de weg opdraaien. De gekozen route, snelwegvermijdend, stuurde me de tegenovergestelde richting van de heenweg op. Keel protesteerde, traanbuizen ook. Dropjes als troost en afleiding.

Door het Brabantse land terug naar huis. Alras werd ik de dijk opgestuurd. De herfst kleurde cadeautjes bij elkaar. Vogelparadijzen aan uitgebloeide zonnenbloemen, velden vol met koolzaad staken oplichtend helder geel af tegen de roestbruin verkleurde halmen en rietpluimen. Nergens een gelegenheid om uit te stappen, dan maar foto’s maken door een open raam. Hier en daar een tegenligger, maar verder landelijke stilte. Waarom wonen we in godsnaam met z’n allen in de randstad als hier zoveel ruimte is, vroeg ik me af.

Het antwoord wist ik wel, maar het waren zulke lieflijke dorpen waar ik door reed en daarna die prachtige authentieke dijkhuizen compleet met tuinen, klein levende haven en een blaffende hond. Soms een waterwipmolen en drie raven op een oude witgekalkte molen. ‘Meesters van de witte molen’ dacht ik, in variatie op een van de boeken van Otfried Preussler, het spannende ‘Meester van de zwarte molen’. Je zou er hele boeken kunnen schrijven, zo inspirerend werkte dit landschap. De stoppelvelden met vogels met die even zwarte raven er vlak boven en een kerktoren aan de horizon, een boerderij met kringelende rook, een Van Gogh vlak voor mijn ogen. De boer, hij ploegde voort.

Bij Tiel schoot ik de snelweg weer op met die mooie beelden in mijn bagage. Zo’n straf was het niet, een test beneden de rivieren. Glansrijk geslaagd.