Uncategorized

Daarvan bewust te zijn

Het grondbeginsel van gelijkheid vind ik terug bij Shakespeare en dankzij Sinan Çankaya. Die haalt in zijn boek ‘Mijn ontelbare identiteiten’ een Iraanse vriend aan, die hem herinnert aan een verhaal uit ‘The Tempest’ van Shakespeare. In dat verhaal worden een man (Prosperus) en zijn dochter verbannen naar een eiland, waar Caliban woont. Hij ziet eruit als een halfmens. Zo beschouwen de twee hem ook. Ze sluiten vriendschap en in korte tijd wordt gehoorzaamheid geëist uit naam van de beschaving, leert Caliban spreken en de man geeft hem een taal en leert hem wat goed is. Zolang hij gehoorzaamt aan deze twee gaat het goed. Zodra hij, in hun ogen, ongehoorzaam is, krijgt hij te horen dat hij ondankbaar is, hun vertrouwen beschaamt en dat terwijl zij nog wel zo vriendelijk en goedertierend zijn geweest om het beest beschaving bij te brengen. Caliban veranderde inderdaad. Nu vertelde hij zijn eigen verhaal, maakte zijn eigen keuzes. De taal leren gaf hem de kans zijn ‘weldoeners’ uit te schelden, als hij dat wilde. Hij wilde geen spreekbuis worden van de twee, geen gedachtengoed overnemen, maar het zelf bepalen.

Prachtig. Het superieure gevoel van de man met zijn dochter, die vinden dat zij de beschaving zijn ten opzichte van het ‘beestmens’ legt precies de vinger op de knoop. Waarom zou het leven van dit wezen niet dezelfde waardering mogen krijgen. Waarom gewogen en te licht bevonden naar de normen van hun beschaving. Zo is het gegaan met alle beschavingen die naast elkaar hadden kunnen leven, als de een de ander niet zijn beschaving had opgelegd.

Ik denk aan de Thulenen uit het boek van Kinderen van Moeder Aarde, die uit hebzucht en machtswellust worden overlopen door de Badeners. Dat dus.

Nog een principe van gelijkheid vind ik in de Volkskrant in de rubriek ‘Ten Eerste/Zinvol leven’ met een interview van Fokke Obema met de piepjong ogende Disa Jironet, een officier van justite. In haar optiek bestaan slechte mensen niet, omdat in de basis van ieder mens iets zuivers zit. Hij wordt niet egoïstisch geboren. Het sluit aan bij iets wat ik op intuïtie altijd heb geweten. Een kind straffen omdat hij stout is, kan niet. Het kind zelf is niet stout. Het doet iets wat onhandig uitpakt of volgt een emotie, die opkomt, maar daarmee zijn ze nog niet het kwaad zelf. Ieder kind heeft het recht om te leren van gemaakte fouten. Het mooist was altijd om kinderen met elkaar te horen praten, als er een geschil bij te leggen was. Zo jong als ze waren, leerden ze te vertellen wat hen dwars zat, welk gevoel dat opleverde en kreeg de ander de kans te zeggen dat hij niet had begrepen dat zijn gedrag dat betekende voor de ander. Daarna was er ruimte om het goed te maken en bleef het niet langer een donkere wolk van dreiging. Beiden waren opgelucht. Het hoogste effect. Daar kon geen straf tegen op.

Beschamend moet ik toegeven dat ik met volwassenen altijd meer moeite heb, om die betekenis eraan te geven. Omdat de effecten evenredig veel groter zijn. Disa geeft als antwoord op de vraag, wat voor haar zinvol leven is, als antwoord: ‘Voor mij is daarvan sprake, wanneer iemand iets vindt dat hem in staat stelt van betekenis te zijn en daardoor zijn ware zelf kan ontdekken.’ Ook bij volwassenen, vindt zij, kan je de begrippen goed en slecht wel op gedrag toepassen maar niet op mensen zelf. Als je ervan uitgaat dat iemand slecht is, dan druk je er een stempel op en zal hij ernaar handelen. ‘Als er wederzijds wantrouwen is gaat de verdachte ons niets vertellen. Terwijl dat wel nodig is om hem te brengen bij een ander moreel inzicht, zoals het strafrecht beoogt. Daarom pleit ik voor meer mededogen, zodat je hem bovenal als mens kan zien met wie je een verbinding aan kan gaan.‘ En ergens verderop: ‘Leven vanuit liefde vergt moed.’ Ergo, een mens heeft het recht om te leren van gemaakte fouten, net als een kind. Maar sommige fouten zijn zo onherstelbaar. Daar precies schuurt het.

Ieder mens heeft het recht om zijn of haar individuele pad te volgen, eigen keuzes te maken, een eigen verhaal te vertellen, maar door betekenis te geven aan de ander. Ieder mens, elk individu. Daarvan bewust te zijn.

Uncategorized

De tijd neemt haar eigen tijd

In de Volkskrant van gisteren stond in ‘Boeken’ een interview van Sander Pleij met de schrijver David Mitchell in de rubriek achter het boek. Een vraag luidt: ‘Herinnert U zich dat U schrijver besloot te worden?’

Mitchell vertelde, dat hij een gedicht schreef in zijn slaapkamer toen hij 12 jaar was: ‘Ik begon in de middag en belandde in een tijdsverschuiving: opeens was het donker en kon ik niet meer van het papier lezen. In mijn herinnering was het zomer en moet ik zo’n zes uur bezig zijn geweest aan dat ene gedicht. Ik was in een meditatieve staat gekomen(…)De tijd schakelt in een andere versnelling. Je raakt zo geabsorbeerd door het maken van de juiste zin, het verplaatsen van woorden, het bedenken van betere woorden. Zes uur werden teruggebracht tot twintig minuten: dat was een teken dat dit mijn roeping was.

Ik weet precies wat hij bedoelt. Ineens een stuk tijd ‘verliezen’, niet echt verloren, want je hebt haar goed gebruikt, maar in de routine van de dag een deel kwijtraken. De concentratie zorgt ervoor dat je buiten de werkelijkheid treedt. Het overkomt me bij het tekenen, het schilderen, het schrijven en het bedenken van een thema. Hele uren kan ik stukslaan met een soort van dagdromen. Lijfelijk lijkt dat gelummel in de marge, terwijl je fantasie bergen aan het verzetten is. Ik hou ervan. Zo gegrepen te zijn door iets dat je er totaal in opgaat. Mitchell rekent daar ook tuinieren onder, maar dat ligt voor mij weer anders. Bij tuinieren krijgt de tijd niet de kans om het voortouw te nemen, door mijn noodzakelijke korte ingelaste pauzes tussendoor. Ik hou van tijd die verbeidt

Vriendinlief had op FB een prachtig gedicht van Amee Shah geplaatst, waarin ze vraagt om alles tijd te geven:

I had a bit of an epiphany in terms of timing of things coming into fruition…if anyone is struggling, worrying, or feeling frustrated, I hope this helps!

Divine time

When it’s mine to have,/It silkily slides into place/When there is struggle,/Confusion, angst, conflict,/I’ve come to know,/It’s not meant for me,

When it comes to me/Seeking me out,/It’s mine to play,/If I’m hustling,/Clamoring or striving,/Darlin’ it’s not mine to be

Open the oven door too early,/The soufflé loses air, goes limp,/Wait with patience,/Listen for that sound/Of the cooking bell,/And that’s divine synchrony

Ego’s driving a relentless car,/Ease off that pedal, and let it coast,/Enjoy the winding curves with wind in your hair,/Let go of control and witness sweeping vistas,/Listen to the inner GPS,

When you feel floated and buoyed,/You know that’s your path./When the brakes screech and clutch jerks,/When you forget to look at the view,/you know you’re trying too hard/Ease off and go find your sandbox

The rhythm in you is always around,/Find what moves you to dance in time,/your heart’s desires will fall in place,/Everything in due time/Not a moment too soon

Await that grace,/Be that grace/Dance in tune with your joy,/Harmonize,/Meld in with each moment/Revel in the freedom to be

Now- what a priceless gift!/Take care of finding your simple joy/In all of the little Nows/And what’s yours will come find you,/That is a promise, That is a principle/A divinely orchestrated concert

When it’s yours to have,/The stars will move, the angels will haul, and/It will silkily slide into place/Everything in due time/Not a moment too soon

Amee Shah /9/25/20

Alles komt in eigen tijd en in eigen uur. Als je wil overhaasten, kom je jezelf tegen, struikel je over de wens en de wil. Als mijn woorden niet in staat zijn zinnen te vormen, de zinnen geen verhaal kunnen breien, dan weet ik dat het vanzelf komt. Niet nu, maar straks, niet vandaag maar morgen. Niet overdag, maar desnoods midden in de nacht, als ik wakker woel door het aankloppen van dat wat aandacht behoeft. Het zijn deze gedachten die tot zo’n meditatieve beleving kunnen leiden.

kneden

Het beeld van de ovendeur die je opendoet waardoor de soufflé’s als plumppuddinkjes in elkaar zullen storten, vraagt om ouderwets geduld, wachten, geen haast te hebben. Garen kost tijd. Hetzelfde heb ik met gedachten. Haast is iets wat vanzelfsprekend voorbij gaat met het ouder worden. En dat is weer iets, wat ik me als twintiger nooit voor kon stellen. ‘Later, heel veel later wordt ik ook oud als oma’. Dat ‘later’ bleek ‘straks’, is ‘nu’. Onvoorstelbaar veel tijd heb ik er niet bij stil gestaan, maar waar ik vroeger dacht dat de dagen op een slof en een oude voetbalschoen voorbij zouden trekken, moet ik toegeven dat vanaf het allereerste begin, ze zich de tred van een sprinter hebben aangemeten.

Met al die tijdloosheid van de inspiratiebronnen gaat het tempo nog harder dan vroeger, ook al hebben we meer beschikking over de uren, de vrijheid daarin en zijn we ons bewuster van alles om ons heen. Dan is het goed om stil te staan. Pas op de plaats te maken, te lanterfanten, te lummelen met het lijf. Laat het brein maar gaan. Die vindt haar eigen pad. Precies dat verlangen en die vrijheid zijn de reden dat we in deze dagen zoveel moeite hebben met alles wat als een aantasting geldt in de beleving. Of je hebt, door opgesloten te zitten, ineens zeeën van tijd, of je hebt door de haast waarmee je wilt dat het leven weer haar eigen tempo neemt, te weinig eigen tijd. De balans is zoek.

Piere Alechinsky, ets

Nu ik weer een paar dagen binnen ben, merk ik dat het toch goed varen is op die zeeën van tijd. In bootjes van creativiteit, klein geluk. Onthaast, want waarom zou je er vaart inzetten. De tijd neemt haar eigen tijd.

Uncategorized

Koeien, schapen en kiezelstenen

Vanmorgen haalde zoonlief de ontstekingsremmer op. Gisteren bleek het recept niet doorgekomen te zijn bij de apotheek en met een belletje werd het alsnog geregeld, maar het recept moest door de arts geautoriseerd worden en die waren allen massaal op huisbezoek. Gevalletje pech. Doorgaan met benauwd ademhalen. Vannacht dachten de cellen in het gestel er anders over en hielden het even voor gezien. Hoesten en verhoging. Precies dezelfde klachten als bij eerdere aanvallen. ‘Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet’ wist ik uit ervaring en even bellen met de corona testlijn om voor de zekerheid alles uit te sluiten. Ik had me juist zo verheugd op vandaag, een dagje met vriendinlief lino-snijden, klessebessen en samen met manlief erbij een heerlijke lunch. Nu mag ik toch naar Brabant, maar dan voor de test, maandag pas. Op dit moment na de eerste puffen voel ik me alweer stukken beter. Wijsheid gaat voor de lusten, ter bescherming van die lieve schatten, die ook zeker geen virus kunnen gebruiken.

Gisteren ondanks de benauwdheid met kleindochter op stap. Ik had het Oortjespad uitgekozen. Een goed stukje rijden naar Kamerik voor het ochtendslaapje. Tussen de rukwinden door langs de dieren. Het allerschattigst was, met stip, een kleine scharrelende egel. Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd. Totaal niet afgeleid door ons, maar heerlijk aan het frotten in de grond. Het was alweer jaren geleden dat ik een exemplaar voor het laatst had gezien. Ooit vonden de Wijze en ik er een waggelend door de straten van Groenendaal in Leiden. Liefdevol namen we hem mee, totdat we merkten dat het een wandelend tekenparadijs was. Hij zat vol met die dorstlappen. Deze zag er glanzend en gezond uit.

Vlak daarachter begon het kiezelpad, daar wilde ze wel lopen, raapte een kiezelsteentje en kwam die braaf brengen. Ze herhaalde het spel tot ik zei dat we door moesten. Nu liggen er zes kiezeltjes als pareltjes in het bospark bij de caravan. Bij de schapen mocht ze vrij rondlopen, maar toen die hoog boven haar uittorenden met hun geduldige koppen en die wonderlijke ogen met een wereld van nieuwsgierigheid erin, wilde ze toch maar liever weer in de wagen. Bij de zwarthalszwanen stak een karper zijn halve lijf voor een seconde uit het water om met een zware plons weer terug te vallen. Tussen ons door renden kinderen van een school, luid gillend met een briefje in de hand, speurend naar aanwijzingen in groepjes van vijf met een lachende ouder er achteraan.

De koeien boezemden ontzag, toen een van hen met de natte snuit tegen de omheiding duwde en bedelde om een aai. Ze hield haar knuistjes angstvallig bij zich. Ik klopte de koe op de hals en groef in de weerbarstige haren op haar kop. Ze liet weten dat het fijn was, door extra dichtbij te stappen terwijl ze met een lodderoog naar kleindochter keek.

Twee witte Nils Holgerson ganzen waren er ook temidden van een groep luidgakkende grauwe ganzen. Straks later zal ik haar het verhaal vertellen van de reis van Nils met Aka de gans. Nu kwamen we niet verder dan Gak gak. De patrijzen hadden heel veel kuikentjes, veilig in een hok. Gelukkig voor ons sprongen ze op stok en gingen de kuikens de groten achterna, zo kon ze ze vanuit haar wagen goed zien. Het werd eigenlijk te koud. De windvlagen namen in kracht toe. Kleindochter smulde van een zoete koek en bij mij was de koek op.

In de auto herhaalden we de gespotte dieren in een potpourri van kinderliedjes met alle klassiekers en de nieuwe, van het egeltje. ‘Ik ben een heel klein egeltje en weet je als ik schrik, dan wordt ik een klein balletje, een balletje dat prikt…’ Zanger onbekend, maar zo’n heerlijk lied. Naast het arsenaal aan liedjes, werd elke koe, elk schaap en elke vogel aangewezen. Even de theorie en de praktijk op elkaar afstemmen. We waren goed op weg. Ze bleef wakker. Thuis mocht ze wegduiken in een middagslaap. Ze droomde vast over koeien, schapen en kiezelstenen

Uncategorized

Een wissewasje

De dag van gisteren viel in het water, letterlijk in die hoosbuien aan het eind van de middag en figuurlijk in de misrekening, dat ik de inhalatie op herhaalrecept kon krijgen. Mijn geheugen werkte doorgaans best wel aardig, maar er zijn van die dingen, die je vergeet. De vrouw achter de balie van de apotheek keek me ongelovig aan. ‘Je hebt die niet op herhaalrecept. Het is een oud recept, daar heb je de inhalatie al in april al op gekregen. Dat had dan in Juni op moeten zijn.’ Kortom het ongeloof stond in drukletters op haar voorhoofd. Wat doet een mens in zo’n geval. Die schiet in de verdediging. Dus hakkelde ik iets van altijd al, ik gebruik het al zo lang, vraagtekens hingen als een silhouet om me heen. ‘Nee hoor, nog nooit een herhaalrecept geweest.’ Wel verdorie, waarom ontbbreekt het aan geloof. Het zijn geen snoepjes, maar een onontbeerlijk iets, zeker nu er een virus op de loer ligt. Deze inhaler is een ontstekingsremmer.

Het was al zo vreemd gegaan vanaf het begin. Ik had eerst buiten moeten wachten, daarna in het voorgeborchte en daarna pas echt in de apotheek voor ik aan de beurt was. Er sijpelde een hoop tijd mee weg. Nu moest ik ook nog langs de huisarts. Daar was de deur dicht en stond een jong meisje me te woord. Een herhaalrecept, ze schreef mijn vraag op een briefje en kwam terug met de mededeling dat ik morgen bij de apotheek terecht kon. Ondanks dat het effectief was geweest, had ik toch een beetje het gevoel van het kastje naar de muur te zijn gestuurd. Daar tussendoor bleef ik piekeren over het ongeloof en wat er dan toch niet klopte aan het verhaal. Ineens schoot het me te binnen. Ik had drie maanden een nieuw medicijn gebruikt, die zowel luchtverwijder was als ontstekingsremmer, maar dat goedje innemen ging gepaard met pittige hoestbuien, dus dat had de longarts gestaakt. Dat was de reden voor de onderbreking.

De ongelovige blik sudderde nog een tijdje na in mijn hoofd, omdat het niet terecht was, maar van haar kant ook te begrijpen. Door alle wachttijd was het eigenlijk te laat geworden voor het atelier, bovendien was er een bui losgebarsten. Kringloopje dan maar, op zoek naar een muziekstandaard. De twee foto’s voor de portretten had ik al opgehaald. Mooie grote duidelijke foto’s op het juiste formaat. Oefening baart kunst. In twee winkels was geen muziekstandaard te vinden. Het was zo’n voorwerp waar je tegen aan moest lopen. ‘Geduld is een schone zaak’, zeiden ze vroeger. Zo is dat. Je loopt er vanzelf een keer tegen aan.

Thuis wachtte de krant, die ik eigenlijk op de tuin had willen doorspitten. Heerlijke bezigheid al was de informatie wat eenzijdig in dit roerige jaar. Sylvia Witteman wees in haar column met een tikje weemoed op verdwenen gewoonten van vroeger. Een ervan was ‘de weg vragen aan iemand’. Sinds we allemaal een navigator in de auto hebben en in onze telefoon, hoefde dat niet meer. Een nadeel was dat je vergat blindelings de weg te leren kennen. Hoe lang zou het duren voor we een navigator voor het leven hebben. Die had me er aan kunnen herinneren, hoe het probleem van de inhaler feitelijk in elkaar stak, of zouden we er dan ook blind op gaan varen en vergeten bewust om ons heen te blijven kijken.Langzaam ebde het voorval weg.

Vandaag staan er twee nieuwe inhalers klaar en daarmee is de kou weer uit de lucht. Wat is een verloren dag op een mensenleven, een wissewasje.

Uncategorized

Dag zomer

Ineens was er die ingenieuze ingeving. Vorige week zocht ik in allerlei winkels naar een glazen broodplank. Bij de plaatselijke winkel voor huishoudelijke artikelen kwam ik alleen een geribbeld exemplaar tegen. Gisterenochtend vermoedde ik dat de onderkant glad zou kunnen zijn. Dan was het een kwestie van omdraaien. In de desbetreffende zaak vond ik, wat ik bedacht had.

Voor de somma van vijf euro had ik een hagelnieuw palet voor in het atelier. Nooit meer verspilde verf, eenvoudig schoon te houden en heerlijk om de juiste tonen te mengen. Het grijze karton voor eronder had ik vorige week al gekocht. Dat moest op maat geknipt. Wat kan een mens toch blij zijn met nieuwe stappen vooruit in het werkproces. Thuis had ik zo’n oude snijplank van glas al en het werkte heerlijk.

Verder aan het houtskool portret, en nog een van waterverf op verkeerd papier. Tijd voor een nieuw aquarelblok, anders liep alles door de boltrekkende ondergrond door elkaar heen. Eerst boven nog eens goed zoeken. Want wie wat bewaard, die spaart uit. Vorige week nog verzuchtte zoon: ‘Waarom bewaar jij toch alles.’ Ik bekende schuld. Dat was aangeleerd gedrag vanuit een arme periode. Al kost het me al minder moeite om iets weg te brengen naar de kringloop.

Het eerste buiïge herfstweer trok over het land. Het donkere wolkendek en een zon die nog probeerde er doorheen te breken. Vlak ervoor had ik, vermoedelijk voor de laatste keer dit jaar, gemaaid. Het kon nog, al waren de woelmuizen op stoom geweest en hadden ze lange gangen gegraven, merkte ik aan het verende bobbeltapijt. Pimpelmees kwam appel snoepen. De Guirlande d’Amour strooide kwistig met bloemen in een tweede bloei

Om vier uur stond Dribbel, kleinzoon vier, op de agenda. De ontmoeting was ontwapenend door zijn verheugde snoet toen ik, buiten adem door de twee trappen, de deur binnenkwam. Kleinzoon een was er bij. Hij was een beetje in mineur door een blessure aan zijn knie. De scan had uitgewezen dat zowel zijn miniscus als zijn kruisbanden waren beschadigd. Er stond hem een operatie te wachten. Daar had hij wel op gerekend, maar niet dat beide elementen waren aangedaan. Het was uitzonderlijk, zo’n grote blessure op zo’n jonge leeftijd. Het voetbal, zijn lust en zijn leven, moest op de lange baan en met dat nog zoveel meer leuke spelmomenten.

Afleiding bracht een tekenfilm van Beatrix Potter. Peter Rabbit in een modern jasje, met zijn familie, sluwe dandy Vos en de gemene Das. Een stem van binnen riep om de romantische klassieke versie, al zag Jozefien Kwebbeleend de Gans er nog steeds authentiek uit. Met een waterijs boven een bakje in zijn kleine knuisten en een oude theedoek tegen de kleverigheid, was het goed toeven voor een half uur. Dochterlief kwam drijfnat thuis. Net niet gered om voor de bui uit te blijven.

In het boek Mijn ontelbare identiteiten van Sinan Çankaya vond ik vanmorgen een zinsnede die me alweer aan het denken zette. Dat gebeurt bij dit boek trouwens aan de lopende band door alles wat hij opwerpt aan ervaringen. Hij haalde een geschiedenisles van zijn racistische leraar aan. Die oreerde over een voorval met een Surinaamse man die hem bij een bezoek in Amsterdam om kleingeld had gevraagd. Hij beschreef zoveel mogelijke cliché’s tot en met het loopje toe en een Surinaams accent. Driekwart van de groep schaterde het uit. Sinan voelde het ongemak dat hem overmeesterde. Niet om de leerkracht, maar om de anderen, die hem mogelijk maakten en hem toestonden net als de schoolleiding, die zijn gedachtengoed vergoelijkte. De verkregen ruimte hield de racist in stand.

Buiten roept de wind op tot onrust, gehaastheid en zet alles in beweging. De boomtakken zwiepen heen en weer, bladeren laten zich van alle kanten zien. Nu nog tegen een lucht in nuances van grijs tot blauw, een applaus voor de herfst . Het vraagt om een flinke jas. Dag zomer

Uncategorized

De hoogste tijd voor het echte werk

Twitter heeft rode oren van de ophef die ontstaan is naar aanleiding van het programma van Jinek gisteravond. Het zou geen platform moeten zijn voor de argelozen. Dat konden programmamakers ook bedenken. Wat er gebeurde was niet actueel, maar koren op de molen van een groot probleem aan de vooravond van een nieuwe catastrofe. Haal echte onderwerpen van stal, waarover gediscussieerd kan worden, raak eens aan een positieve kijk, behandel veelzeggende literatuur, denk oplossingsgericht, wat zijn de mogelijkheden. Ik heb flarden gezien en slechts verwondering geoogst. Een podium is voor hen, die de gemeenschap met gestaafde argumenten kunnen verrijken of iets meegeven om te overpeinzen.

Mijn lieve kleinzoon van zes had een spraakwaterval voor me in de auto terug naar zijn tijdelijke woning op het bospark. Hij kwebbelde honderduit over alles wat zijn wereld groot en zinvol maakte. Thuis gingen we na het gebrul van zuslief, omdat papa thuis bleef werken, wandelen. Hij nam zijn pakhaai mee en een lege tas, want we wilden de vruchten van de naderende herfst ‘plukken’. Met de tanden van de haai kon hij alle eikels en dennenapppels oprapen. Geen zand erbij graag. We hoefden alleen het park maar rond te gaan om 2.5 km te wandelen, kwamen langs huisjes met een hoog sprookjesgehalte, rammelende potten, gammele schuurtjes, langs een semi-permanente bewoning met porseleinen beeldjes voor de ramen en weelderige begonia’s aan het hek, langs schijnbaar verlaten exemplaren met sanseveria’s op de vensterbank. Tot onze vreugde vonden we een tak met wel zeven sparappeltjes eraan en een glanzende complete appel onder een appelboom, die zijn vruchten doelloos aan het verliezen was.

grote broer

De zon scheen ongenadig op onze hoofden. De wandelwagen had een fleurig roze afdakje en zuslief lag heerlijk te soessabbelen op haar speen. Na een stief uurtje kwamen we bij de winkel van het park met een bordje erop: ‘Vandaag om 16 uur open’. Er stond een uitnodigend uitstallingsbord van soorten ijs in alle maten. Het was op een kwartier na zover, dus doken ze nog even de speeltuin in. Daarbij transformeerde kleinzoon in grote broer en hielp de parmantige kleine overal op en in. Op de wip, op de glijbaan, op de wipwap. Altijd aandoenlijk om te zien hoe ze onder de oksels werd opgetild en onhandig op de eerste tree werd gesjord. Ze vond alles best en hobbelde tevreden rond. Kleinzoon keek af en toe verlangend naar het Middelandse zeezwembad, waar kinderen aan het gillen en lachen waren. Om vier uur zat de winkel nog altijd potdicht en een bordje op het restaurant ernaast leerde, dat men alleen vanaf donderdag tot zondag in dienst was.

‘vuist leren maken’

Geen ijsjes, dan maar een banaan aan huis. Het kantoorwerk was gelukt en de twee mannen konden nog even op pad voor een duik. De emmers vormden een ideaal drumstel met drie tonen voor de begeleidng van het arsenaal aan liedjes. Kleindochter leerde een vuist maken voor de klassieker van Ome Willem. Dochter kwam met een glaasje Sauvignon precies op tijd om de boel weer op te laten veren.

Om vijf uur maakte schoonzoon de meest heerlijke spaghetti met spinazie-pesto en kreeg ik een tijdgeest mee, vol filosofiën en interessante verhalen als tegenhanger voor het geneuzel op televisie. Het was de hoogste tijd voor het echte werk.

Uncategorized

Geen betere plek te wensen

Mijn vader is me net aangereikt. Tenminste, dat deel van hem dat ziek was geworden door een paar kleine hersenbloedingen en de daaropvolgende vasculaire dementie. Ik heb in zijn lege ogen gestaard. De holle blik van mistige radeloosheid, omdat hij niet meer wist wat hij wel wilde en alleen duidelijk voor ogen had wat hij niet wilde. Dat moeras van ‘niet meer kunnen’, waar de levensvreugde langzaam in wegzakt. Steeds meer moest hij opgeven wat niet meer mogelijk was. Alles wat waardigheid had en voor volwaardig stond, verdween uit zijn leven tot er niets anders meer dan een man van agressie of doffe berusting achterbleef. Mijn vader ging op reis in zijn hoofd en sloot zich steeds verder op achter de rook van zijn shag.

https://www.2doc.nl/documentaires/series/2doc/2020/wei.html#ee7b4928-78ca-4b5f-aa21-1e34c62d4100

Vanmorgen vroeg keek ik de documentaire ‘Wei’ bij 2doc.nl van de filmer Ruud lenssen. Saillant detail: Ruud is de zoon van Jac Lenssen. In de beelden ontmoette ik dat deel van mijn vader, die al 24 jaar uit ons leven verdwenen is. Een hele andere man om te zien, die Jac, maar wel dezelfde diagnose. Vasculaire dementie.

Vooral de onmacht bij het verlies van elk stukje zekerheid komt duidelijk over. De woede als er niet mét maar óver hem gepraat wordt, het schelden op mijn moeder op weg naar het ziekenhuis, luidkeels met publiek bij aankomst in de hal. De gène van mijn moeder. Alles balde zich samen in de docu. Aan het eind ervan, als de zoon zijn vader complimenteert over diens vaderschap en hem bedankt voor alle jaren, breken de man en ik in duizend stukjes. Stromen de tranen vrijelijk over de wangen. Nu zit ik bij te komen en troost Poes Pluis met kopjes geven en een portie extra aandacht.

Gisteren haalde ik de houtskool maar eens voor de dag. Afdrukken maken van foto’s heb ik alleen met etsen weleens gedaan. Ik ben meer van de losse pols en nog steeds. Anders zit ik gevangen tussen lijntjes en lijnen zoals bovenstaande tekening. Maar toegegeven, het is een stuk makkelijker om een gelijkend portret te maken. Thuis zag ik pas, op de foto, dat het rechteroog nog niet helemaal is wat het worden moet. Dat komt wel. Toch is het streven nog steeds vanuit het niets te beginnen. Het spannendst om te doen. Tussendoor zette ik de verdorde gerbera’s op het doek nog wat aan. Straks moet daar een fluïdum overheen komen, een waas wit.

Tussendoor wat lezen en schrijven, een puzzeltje en tuin-inspectie met wat wieden. De pareltjes legde ik vast. De uitbundig bloeiende Oost-Indische kers, die prachtig oplichtte in het zonlicht, de vaste malve en een verdwaalde korenbloem tussen de dovenetels.

Bij de vijver zag ik iets bewegen. Er bleek een kikker te zitten op de watersla. het leverde een jubelend hart op. De vijver was niet langer een ‘dodenakker’van kikker en merel, want de aktie: ‘Help de vijver in evenwicht de zomer door’ had de juiste vruchten afgeworpen. Het water tot de rand en de planten als drijvende reddingsboeien. ‘Of ik hem gekust had’, appte vriendinlief. ‘Hij reageert nogal koeltjes,’ was het antwoord. Als een kind zo blij bleef ik zitten voor het atelier en genoot van het idee en van lijster die langs kwam hippen en aan een wormpje trok in de zachte veengrond.

Van welke vogel het kleine witte veertje was, weet ik niet precies. Maar ze bracht geluk.

Vandaag belooft een laatste zomerdag te worden, voordat de herfst losbarst in alle facetten. De bomen zijn zich al op aan het maken voor een kleurrijke finale.

Straks haal ik kleinzoon drie van school. Gisteren moest er stoelverhoger komen. Zonde om die nieuw aan te schaffen in het kader van het consuminderen. Gisteren twee kringlopen doorgespit en bij de tweede had ik mazzel. Een ‘carkid’ als nieuw met te vervangen hoes in de kleuren van het interieur van de kleine Blauwe Prins. Super. De laatste zomerdag op het vakantiepark is in het bos Natuurlijk gaan we eikeltjes en dennenappels rapen voor de herfsttafel. Dat is geen straf, want met dit mooie droge weer is er geen betere plek te wensen.

Uncategorized

Elkaar vinden

Na pagina’s ellende in de krant van vandaag, een Boris die er finaal doorheen lijkt te zitten, Russen die sjoemelen met de resultaten van hun vaccin, het overlijden van Ruth Bader Ginsburg, kom ik zowaar bij een mooie overpeinzing uit. Een interview van Fokke Obbema met Maud Vanhauwaert en voor het eerst sinds al die uitgespelde berichten veer ik op. Niewe energie, nieuw elan. Al in de eerste alinea levert ze een staaltje ontsnapping op uit alle ellende. Ieder mens, maar dan ook werkelijk iedereen, heeft de beschikking over een mentale ruimte,. Het is je verbeeldingskracht. Die bij mij bij het lezen van die zinnen onmiddellijk aan het werk gaat en uitpakt met een groot vierspan met ratelende wielen en klepperende hoeven om dat grenzeloze gegeven te verkennen.

Bericht bekijken

Ze heeft gelijk, deze dichter. Helaas ook over haar zorgen omtrent die mensen die tegenwoordig door de dagelijkse sleur vergeten om hun verbeeldingskracht aan te spreken. Iets verderop vraagt de interviewer wat ‘Zinvol leven’ voor haar betekent. ‘Jezelf vinden door jezelf te verliezen’ Is een citaat naar aanleiding van haar bevinding over ‘het overstijgen van jezelf en om je te verliezen in iets dat jezelf overstijgt. Bijvoorbeeld als je iets ziet van een onwaarschijnlijke schoonheid-in de natuur, in een ander, in een kunstwerk.’

Eigenlijk is datgene, wat ik ‘klein geluk’ noem, niet anders dan het overstijgen van het gewone. De kijk op alles om je heen verandert als je je openstelt voor de schoonheid van wat er voor ogen komt. Een van de voordelen van het schrijven van een blog elke vroege ochtend, is de bewustwording van die andere dimensie, die in ons besloten ligt. Ze zet de verbeeldingskracht in werking. Zo levert het nieuwe energie op, nieuwe ontwikkelingen, louter doordat de verbeelding alles in een ander licht zet en mijn ogen de schoonheid daardoor kunnen zien. In die mentale ruimte kan je tijdreizen tot in het oneindige. Verleden, heden en toekomst worden betrekkelijk net als afstand. Ik kan me kilometers verder denken op plekken waar ik over lees, of die ooit bezocht zijn, ik kan me verliezen in de taal van het boek, die me meevoert op zo’n tijdreis. Maar ik kan ook een nieuwe wereld creëren, iets wat nog niet bestaat, het tegenovergestelde van de werkelijkheid, een utopie.

Maud van Hauwaert vindt dat we vooral bezig zijn ‘met het cultiveren van de eigen identiteit, maar eigenlijk zou het cultiveren van de nieuwsgierigheid van de ander voorop moeten staan(…) Een mens is fluïde(…)hoe bijzonder is het dat je ook in elkaar kan overvloeien, dat het niet meer duidelijk is waar jij begint en ik eindig en dat je zo voorbij de menselijke beperkingen kunt komen.’

Elkaar vinden en verbinden en vervloeien met elkaar door waarachtige belangstelling te tonen bij een ontmoeting en de diepte in te durven gaan is de boodschap. Daardoor krijgt het betekenis. Dat heb ik met een aantal mensen wel, maar met anderen weer geheel niet. Mijn belangstelling is er, maar niet altijd spring ik in het diepe. Het is wel de manier om aannames af te schuren tot de realiteit en vooroordelen te slechten tot wat het werkelijk is. Pure rijkdom is het zeker, als je je op die manier kan verbinden. In mijn directe omgeving en met mijn vriendinnen is er geen enkele blokkade, maar met de vrouw van de straatkrant is het een ander verhaal of met de nieuwe inwoners op de galerij.

Het wonderlijke doet zich voor dat ik in de groep met mijn kinderen altijd de verbinding heb gezocht, zodat we elkaar leerden waarderen en elkaars kwaliteiten zagen, voelbaar. Wat een rijkdom leverde dat iedere keer op. Dat was ook de essentie in het ziekenhuis met de mensen die daar kwamen voor een chemo of immuuntherapie. Door hun probleemen zat je vrijwel direct op de weg van de verdieping. Het was hét moment om oppervlakkigheden te laten varen. Hier ging het om het kostbare leven zelf en de nietigheid van het mens-zijn. Er was geen tijd genoeg om er lang omheen te dralen. Het ultieme doel was verbinding. Mooi als hetzelfde zou gelden in de dagelijkse ontmoetingen. Het is de manier bij uitstek om elkaar te vinden.

Uncategorized

Dag Oma

Als een duizendingendoekje waarde ik door het huis van dochterlief. Vaatje, aanrecht, bedden van de jongens, alles in afwachting van het openen van de ogen van de jongste spruit. De familie was de uitgestelde verjaardag aan het inhalen van kleinzoon twee. Dribbel kon daar niet bij zijn, die zou zo uit zijn Tube zijn gegleden als er van de skipiste werd afgeroetscht. Tubes bleken grote opblaasbanden.

Hij wist nog niet dat oma er was en dat zijn ouders en broers in geen velden of wegen te bekennen waren. Dus met twee rijstewafels in de aanslag verleidde ik hem de ogen open te doen. Met de twee autootjes in een knuist en de rijstewafel in de andere onderging hij braaf de routine. Luier verschonen, pyjama verwisselen voor de kleding, sokken zoeken en op de beentjes naar de gang om de schoenen te pakken bij het horen dat we met de Kleine blauwe Prins weg zouden gaan. Het ging allemaal van een leien dakje. Hij had heerlijk lang geslapen en was goed uitgerust.

Het autostoeltje is in het leven geroepen om senioren te pesten. De banden van de riemen waren kort en vormden samen een ingewikkelde puzzel met de moeilijkheidsgraad van een Rubrick, die dan in het slot moest vallen. Achterin de kleine blauwe zwoegde ik voort tot het hoofd rood als een pioen was en het eindelijk lukte. Goeie genade, in die gevallen snap ik de vijfdeurs. De dwingende Man in mijn tom-tom had een onhandige route bedacht, die veel te lang zou gaan duren. O ja, hij stond nog op ‘snelwegvermijden’. Ik zou hem negeren tot daar waar ik de weg niet meer wist en ik kon Man bijna horen zuchten over zoveel eigengereidheid. Sorry Man, maar ik wil niet lang in de auto zitten. We moeten naar de bosrand, waar dochterlief met gezin vertoeft voor een aantal maanden, omdat het huis is gestript en opnieuw wordt aangebouwd en opgebouwd.

Dribbel genoot van de tocht en glimlachte naar alles wat voorbij kwam suizen, de andere auto’s, de huizen, de bomen, de zon op zijn snoetje. Man leidde ons zonder kleerscheuren naar het vakantiepark, waar mensen rondliepen in korte broeken en blote bloesjes. Onze truien en en dikke sjaal staken enigzins wonderlijk winterlijk af tegen deze zomerse vreugde. In de stad woei Oostenwind, die hier tussen de hoge dennen en eikebomen zweeg in alle talen. Dochterlief kwam ons tegemoet. De wereld viel stil zodra we voorbij de slagbomen waren. Tenten, caravans en houten chalets met plukjes mensen er voor of half erin. Een man zat voor zijn grote breedbeeld voor de voortent en vormde een groot contrast met het bostapijt van dennenappels, eikels en droge naalden onder zijn voeten. Hij zou de vogels niet horen. Voor ieder huisje of tent stond als een ontsnappingsmogelijkheid de auto of wat fietsen. Kinderen gilden op de trampoline naast het zwembad, dat azuurblauw Middellandse zee speelde.

Kleinzoon was ook naar een feest, maar kleindochter was er om dribbel te plezieren met speelgoed in overvloed. De kleine had niet veel nodig. Een haai die de bek open kon doen en twee dennenappels waren voldoende om te acclimatiseren en op te gaan in het spel. Schoonfamilie had een eigen chalet iets verderop en liet ons in de rust van een klein gezelschap achter. De kinderen ontdekten een kiekeboe-spel, van oudsher het allerleukste. Er waren twee open deuren in de kleine ruime, waar ze omheen konden piepen. Kiekiek.

Na een aangenaam verpozen met dochterlief was het weer tijd om op te stappen. Onderweg zouden dribbel en ik ons feestje vieren bij de ‘Mmmmmm lekker’. Geheel virusproof buiten, om nog wat van de avondzon te genieten. Kinderstoel, patatjes en nuggets in de aanslag want als katjes muizen, dan mauwen ze niet. Een brok tevredenheid en de liefste blikken ooit. Ik appte een foto door en Franse dochter kwam op dat moment net langs het gebouw rijden. ‘We komen hem halen,’ appte ze terug. Goed plan. ‘Waarom heeft hij eigenlijk zijn pyjamashirt aan,’ vroeg dochter verbaasd. Omdat oma’s niet alwetend zijn. Met het relaas van kleinzoon twee en zijn tubefeest op de hoge skipiste namen we afscheid. Luchtkussen van allen en dat heerlijke zware stemmetje met de liefste glimlach. ‘Dag oma.’

Uncategorized

Dat is precies het plan

Soms krijg je een ingeving die gepaard gaat aan de opwelling iets aan een situatie te veranderen. Na de vorige schildersessie, waarbij ik voor de zoveelste keer alles weer veel te veel in elkaar had lopen poetsen, besloot ik gisteren plotsklaps een online cursus in te kopen voor het portretschilderen met een losse toets. Wat ik van haar zelf zag waren precies die mooie sprankelende portretten, die ik altijd voor ogen heb als ik eraan begin, in natuurlijk wel mijn eigen signatuur en stijl. Gisterenochtend was dat moment en daardoor bleef ik geboeid achter elkaar verschillende lessen volgen, tot ik stram en stijf om vijf uur uit mijn ontdekking stapte en besloot boodschappen te gaan doen op de fiets, zodat die oude botten nog wat in beweging zouden komen.

Al mijmerend door het stadje bedacht ik dat ik nu al meer geleerd had dan ooit over die specifieke wens om mensen op het doek te zetten en waarom het er niet van gekomen was om eerder zo’n specifieke toegespitste cursus te volgen, maar te kiezen voor de algemene lessen. Het brengt een combinatie van de juiste techniek en het materiaal, heel duidelijk uitgelegd, praktische tips en jaren ervaring, dat zie je aan het gemak, waarmee ze tonen en tinten mengt, toetsen zet en uitleg geeft. Laatst had ik het in een blog over zelf het wiel uitvinden, bij de ontdekking van de oilsticks en de oliepastels. Prima,want wat je zelf ontdekt dat beklijft, maar een helpende hand met voorkennis is zó aangenaam. Natuurlijk ga ik niet alles hier uit de doeken doen, dat zou niet aardig zijn ten opzichte van de kunstenaar, die er haar brood mee moet verdienen. https://www.leerbeterschilderen.nl is de website.

Tijdens het rondfietsen kwam ik langs het nieuwe huis van zoonlief, waar hij straks mag starten om er een knus optrekje van te maken, door langs het park, de hele Nedereindse weg uit en daar kwam ik dochterlief met haar hele familie tegen. Zwaaien, kusjes, opgetogen stemmetjes achterin de auto, de verbaasde blik van dochter, ‘Wat doe jij nou hier.’ ‘Haha, ik fiets doelloos rond.’ Op de fiets kom ik er nauwelijks toe om foto’s te maken, ik gun me op de een of andere manier niet de rust daartoe, maar zuig de schoonheid op in mijn hoofd en zie dan opmerkelijk veel. Het licht dat speelt en kleurschakeringen maakt in de bomen bij het landgoed waar ik langs fiets, de hoeveelheid aan tinten groen, het water dat donkerder is dan gebrande omber, de zachte rimpeling veroorzaakt door waterhoen of meerkoet. Opvallend weinig eenden. De spontane stop van twee vrouwen op leeftijd bij het ijswinkeltje op de hoek brengen me even terug naar mijn moeder en mijn tante, in trevira bloemetjesjurken met een wit vest er over, zichtbaar genietend. Dat konden zij als geen ander op hun maandelijkse vrij reizen met de trein. Zo’n druppel van een ijsje, die van de rand glijdt langs de vingers.

Oude foto. Tinten groen

Een valk in de lucht als ik met de wind door de haren suis, dat kan met zo’n motortje, langs het oude weggetje bij het industrieterrein, een gemiste afslag, de grote schepen die roerloos liggen en toch vol bedrijvigheid zijn, een mooie driemaster bij het haventje, een oude wijk die moeiteloos nieuwe behuizing heeft ingepast en eigen gemaakt. Zo trap ik door en herhaal in gedachten wat ik bij het doornemen van de cursus heb geleerd tot nu toe. Vandaag ga ik eens even langs de kringloop en eindelijk heb ik de Ipad air besteld bij zoonlief, waar ik al zo lang op loop te azen. Ik ga het gewoon doen. Een waarmee je ook kan tekenen met pen. Hoe gaaf wordt dat.

Het was de dag van de opwellingen en een keer in de zoveel tijd is dat nodig om een nieuwe uitdaging te brengen. In ieder geval levert het heel wat stof tot nieuw werk op. ‘Je moet jezelf af en toe kietelen,’ vonden ze vroeger al en de woorden komen met een grote glimlach. Dat is precies het plan.

Uncategorized

In liefdevolle benadering

Voor een avond met de leesclub moesten we dit keer een eindje verder rijden. De eerste keer met snoet in de auto. Snoet en ik zullen niet snel beste vrienden worden, want ze werkte belemmerend, ook al was ze prachtig zwart. Het boek van Bart Chabot lag op mijn schoot: ‘De hand van mijn vader’. Alweer enkele boeken geleden gelezen en af en toe sloeg ik het open om een passage op te duikelen tussen alle andere herinneringen door.

Zo heerlijk om te merken dat sterrenluchten op het platteland zich nog altijd helder uitrollen boven de velden en dat de lucht fris is. Na het bedompte snoetje een flinke teug van die vrijzinnigheid. Vriend en vriendin stonden al klaar voor de ontvangst. Het wachten was op onze laatste man, die iets later kwam, maar toen konden we los. Alhoewel, dochter sloot ook aan en we hadden een aangenaam uur van over en weer belevenissen, koffie of thee, koekjes en aandacht. Er kwamen nieuwe banen langs en scholen, huiselijke ontwikkelingen met een persoonlijke toets.

Daarna het boek. Een paar van ons waren diep onder de indruk en geschokt over de vader die op een dergelijke manier het zelfvertrouwen van zijn zoon stelselmatig onderuit beukte op ieder bladzijde die ze omsloegen. Het thema van de avond openbaarde zich. Met tien jaar langer leven en vriend, die ook wat ouder was, waren de gebeurtenissen in het boek veel minder schokkend overgekomen dan bij de anderen. Er waren zelfs overeenkomsten te vinden geweest uit mijn jeugd. Niet aan den lijve zo ervaren, maar meegemaakt in mijn directe omgeving. Arbeiderswoninkje, elf kinderen, een vader die overdag vaak moest slapen na de nachtdienst. Het leven speelde zich veelal af op straat. De mannenhand regeerde over het algemeen in de wijk. De vrouwen kijfden er tegenin of schikten zich.

Het kattekwaad van Chabot die telkens weer op die hand van zijn vader stuitte, was ook herkenbaar. Niet voor te stellen voor de anderen, die allen vooral liefde en warmte hadden ervaren, ondenkbaar ook in deze tijd. Het was een uitpuzzelen op alle fronten. Was het zo’n liefdeloze bedoening? Het was met name de tijdgeest en de veranderende normen in die periode van wederopbouw en natuurlijk waren er ook gezinnen waar men bewust opvoedde en zorgvuldig een aanpak koos. In de volkswijk, waar ik opgroeide, was het doorgaans hard sappelen voor het bestaan.

Wat mij betrof was de voortschrijdende ontwikkeling het allerbelangrijkste. Met de jaren was er mildheid gegroeid. De vader van mijn oudste broers en de jongste tweeling verschilde hemelsbreed. Dokter Spock was de geldende norm en de opvoeding gebeurde met een bepaalde starheid, maar onder die omstandigheden lag ook een fluïdum van onhandige liefde, die zich uitte in de filmzondagen in het clubhuis, de vroege vakanties naar het buitenland, in het aanschaffen van een Miele eind jaren vijftig, toen het geld er eigenlijk nog niet was, een televisie beginjaren zestig, de eerste rijlessen. Dat was ver te zoeken in het relaas van de auteur.

Op de scholen was het niet veel beter. Strenge regels en wee je gebeente als je daar onder uit wilde. De straf er tegenover stond in een scheef perspectief en zorgde ervoor dat je óf een linkmiegel óf een angsthaas werd. Maar ook hier zat ontwikkeling in, groei zorgde voor verbetering, het slaan werd aangepakt, de kijk op opvoeding veranderde, een kinderstem kon eindelijk worden gehoord. Eind jaren zestig, beginjaren zeventig werd het maatschappelijke roer omgegooid, bij sommige leidde dat zelfs tot een Laissez Faire-opvoeding. Protestmarsen voor de vrede, baas in eigen buik en grote ban-de-bom symbolen op elk stukje muur. De vrijheid werd stevig bevochten.

De anderen van onze club waren zo’n tien jaar jonger. We waren verbaasd dat in die, relatief korte, periode de situatie volkomen veranderde, één generatie verder en een wereld van verschil. Over een ding waren we het eens. Het was niet goed te praten. Afgebrand worden moet gewoon niet aan de orde zijn, destijds niet, nu niet en nooit. Mijn persoonlijke ontwikkeling heeft het vooral ruimdenkendheid opgeleverd. Geen labels, geen van bovenaf opgelegde dwang, maar de wens om te helpen bij de ontwikkeling. Vanuit het kind gedacht en in liefdevolle benadering.

Uncategorized

Reuze gezellig

Appje eergisteren:’Morgen?’ Cryptische omschrijving voor ‘Zullen we afspreken’. We dachten De Veldkeuken, maar die was vol, dus werd het ‘Vroeg’, er tegenover. Die plek om misschien nog wat te wandelen. Om iets voor tijd was ik aanwezig. Kreeg de virusvrije vraag en mocht een plek uitzoeken. Vriendinlief zag ik vanuit ’n ooghoek al aan komen fietsen. Vertrouwde gestalte, voor het eerst weer sinds lang. We zwaaiden. Ze wilde direct naar mijn tafel lopen, maar virusmevrouw stak daar een stokje voor. ‘Ho ho ho, even een paar vragen.’ Met een been nog steeds verlangend in de richting van het tafeltje beantwoordde ze die lachend. ‘Nee, nee en nee, ook nee.’

Bestellen ging via het scannen van een QR-code met een doorverwijzing naar de menukaart van Vroeg, maar er zou voldoende bediening rondlopen om vragen te beantwoorden, mensen te helpen bestellen en te serveren. Was dat onpersoonlijk of maakte dat veel goed, snel was het wel. We wilden al van wal steken met de belevenissen wederzijds maar omdat we direct op stoom kwamen, besloten we toch eerst de bestelling maar af te ronden. We kozen beide voor Naan-brood met een vegetarische quacomole en rettich met radijs, een kleurenbommetje.

Het stond in een handomdraai voor ons neus. Het grote genieten kon beginnen. De vleesmessen sneden niet soepeltjes door het brood. Daar was wat spierkracht voor nodig. Het meisje liet ons eerst een half brood zagen en kwam toen met verrassend scherpe messen en een praatje van vijf minuten over haar wens de Pabo te gaan doen. De behoefte aan contact bleek het gevolg van de nieuwe functie, geen praatje meer bij het serveren en wel een spraakwaterval achter de kiezen. Dat moest eruit.

Elkaar helpen met het vastmaken van de schorten

De nieuwe baan van vriendinlief was natuurlijk van belang. Hoe was het er en het sfeertje, de kinderen en de collega’s. Ze schilderde een uitgangspositie, die bijna identiek was aan de Jenaplan van weleer, voordat alles kapot werd gemethodiseerd. ‘Je had er naadloos ingepast’, wist ze. In het begin nog onwennig, heel veel kinderen in de groep, maar een visie op verwondering, intrinsieke motivatie, saamhorigheid, vertrouwen, het denken vanuit het kind. De projecten maakte je niet voor een jaar lang, maar die ontstonden spontaan, ervaringsgericht. Kinderen met bijzondere kwaliteiten, die, ondanks de jonge leeftijd, al doorwrochte vragen konden stellen, waarmee een project tot leven kwam en voortgang zou vinden. Heerlijk. Eerst zorgen dat vertrouwen en de basis stonden en dan pas aan lezen, rekenen en taal beginnen. Zekerheid en groepsgevoel als basis meegeven. Dat waren de noten voor dat vertrouwde warme lied der ontwikkeling, die ze me toezong op deze prachtige dag. Voorlopig het stekkie wel gevonden.

Daarna de uitwisseling. Hoe zijn we gevaren tot nu toe. Leven had tol geëist met het wegglijden van lieve mensen om ons heen. Het verdriet in haar ogen bij het vertellen over een plotseling wegvallen. Het voedde mijn boosheid over de geldende regels, waardoor ik niet om de tafel kon rennen, om haar vast te houden en dat intense gemis te verzachten. De draad oppakken dan maar en voort rolde de uitwisseling, over kinderen, toekomst en hoop. Vakanties die nog wel waren gelukt, de voor en tegens van de regels, die vaak niet het doel beklijven waar ze voor opgeroepen waren, het verdriet van jongeren, die dagenlang opgesloten zaten met hun mobieltjes als enig redmiddel en de ouderen, die al even eenzaam wegkwijnden. Maar ook de belofte, het geloof in wat er nog komen zou, kinderen die hun weg aan het vinden waren. Die grote rode draad, die leven heet.

Voordat we het wisten, de tweede bestelling liet op zich wachten want ik had hem niet helemal afgemaakt, was het al bijna tijd om te gaan. ‘Spontaan’ zouden we vaker doen, dat was makkelijker afspreken, beloofden we elkaar. Te weinig fooi, altijd zenuwachtig voor afrekenen om die reden, luchtkussen hier en daar. ‘Dag lief, tot gauw.’

Over het grindpad naar de kleine blauwe en achter, op een keutererfje, twee kippies, die luidkeels elkaar toe tokten. Ze hadden het reuze gezellig.

Uncategorized

Energie op mijn ruiten

Voor de afwisseling heerlijk geslapen, eventjes wakker en daarna nog een lange droom van twee uur over school en de kinderen. Een jongetje kwam te laat en ik begroette hem bij zijn naam, waarop men antwoordde: ‘Maar dit is Teus, zijn broer.’ Ik wist zeker dat dat niet klopte. Bovendien had hij alleen een zus.. Het raam staat op een brede kier. De frisse nachtlucht doet de drukkende warmte vervliegen en de ochtendspits rolt, steeds luider, binnen. Er tussendoor klinken twee honden, bassend en blaffend tegen elkaar. Van, naar wat ik denk, de grootste gaat een stevige dreiging uit. Ik zie ze niet, De nacht is nog inktzwart op de voorbij flitsende lichten van de auto’s na, terwijl het toch al tegen zessen loopt.

Gisteren op de tuin ging het doek naar buiten, met de schilderkist in de aanslag en een extra bijzettafeltje werd een comfortabele werkplek gecreeërd. Ondanks de hitte was het goed te doen. Geen zuchtje wind, maar veel schaduw dankzij de drie wilgen. Na een hele middag zwoegen viel het resultaat tegen. De verhoudingen waren zoek, omdat ik stilaan was gaan duwen en trekken en daarmee de harmonie had verstoord. Met een veeg van een doekje lostte het gezicht op, vervaagden de stippen en hield ik het voor gezien. ‘Kill your darlings’. Loslaten bij uitstek zodat er ruimte komt voor een nieuwe opzet, maar niet nu.

Met een wandeling langs het groot hoefblad langs de sloot, verschoof de focus naar de bladeren die al aan het verschrompelen waren. Sommige als kleine bruingebakken kommen en andere gehavend, met grote gaten of alleen bijna nog de nerf. Ze lagen kreunend tegen elkaar, maar een beetje lager was het verse jonge groene spul en schoten hier en daar zelfs de oudjes voorbij.

Koolmees kwam van haar appeltjes pikken. Het was een piepkleintje. De eerste keer was ze me te snel af, maar de tweede keer lag het fotoestel in de aanslag, net op tijd om haar vast te leggen, voor ze weer verder vloog. Het was libelle-hoogseizoen met deze late warmte. De propellers snorden er lustig op los, groot en dik. Tegen het raam zat een web, waarin spin en wesp in een ogenschijnlijk gevecht gewikkeld waren. aanvankelijk dacht ik dat spin wesp bij de kladden had, maar al gauw bleek aan de houding van wesp, die zich breed had uitgewaaierd over de spin, dat het andersom moest zijn. ‘Sebastiaan’, ken uw klassiekers, legde ook hier het loodje.

Terwijl half Nederland voor de buis zit om de troonrede te horen en onverbloemd commentaar levert op uiterlijk vertoon, hoed incluis, zoek ik de schoonheid van de bloeiende hemelsleutel, die zich, zoals het haar betaamt, beschermend achter engel heeft opgesteld.

Het blad van de geranium schiet al in de herfststand. De jonge vlier, die half tegen de Bernagie aanleunt, moet eraan geloven en ik snoei hem terug tot ooghoogte. Geen bes te zien. Lekker om even het lijf te strekken. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat de arme acer volledig overwoekerd wordt door springbalsemien en leverkruid. Ze piept in arren moede weer te voorschijn, met té klein blad en hunkerend naar zon op haar miezerige lijf. Hopenlijk slaat ze volgend jaar aan, nu ik haar dit jaar verplaatst heb vanuit het gras de tuin in. Ze zou een mooie aanvulling zijn op het zomergroen. Nu correspondeert ze dapper met het bruine groot hoefblad. Vergane glorie valt nog in ere te herstellen. Volgeend jaar beter opletten. Huiswaarts met twee volle zakken vlier.

Het licht heeft de nacht ingehaald en schildert met haar witte watten tegen een strakblauwe lucht uitnodigend energie op mijn ruiten.

Uncategorized

Klaas Vaak strooit liefde

Dat er van die nachten bij zijn, waar Klaas Vaak je deur lijkt te hebben overgeslagen, of aan het begin van de invallende duisternis slechts met hazenslaapjes heeft gestrooid. Als kind vond ik het beeld van Klaas Vaak vertrouwd. Het hielp om me minder bang te laten zijn. Toch kwamen met zijn zandkorrels ook de nachtmerries mee. Een aantal jaren dezelfde, gedrenkt in bloedstollende feiten. Badend in het zweet werd ik dan wakker en luisterde naar het snurken van mijn ouders in de kamer ernaast. Mijn moeder met tussenpozen, mijn vader, die met gemak het zwarte woud aan het slechten was. Het had geen zin om met mijn pekkende blote voetjes op het koude zeil, rillend van angst, naast hun bed te gaan staan. Ze werden niet wakker, had de ervaring geleerd. Toen mijn moeder zo oud was, als ik nu, kwamen ook haar slapeloze nachten. In de dagboeken staan ze vermeld. Met gestage herhaling waren er nachten bij dat ze de klokslagen van de kerktoren telde, om tegen vijven in te sluimeren en vervolgens in de ochtend wakker te schrikken. ‘Als je je ogen dicht houdt, rust je ook uit,’ zei mijn moeder vergoelijkend tegen zichzelf. Gisterennacht was zo’n nacht.

Vandaag was het rond vijven. Het blijft lang donker buiten en ik mis het witte ochtendlicht. Ik lees een stuk de ochtend open en moet soms herlezen omdat gedachten afdwalen en de ogen wel de letters zien, zonder de betekenis vast te leggen. De oorzaak ervan kan ik herleiden. Het is het gesprek dat ik met de oude voerde, die verwijt na verwijt als krassen aan een balk verzamelt om ze daarna aan elkaar te breien tot een deken van misverstand, verwijten en het opdringen van een schuldgevoel. Ik ga in verweer. ‘Niet doen’, sist in mijn onderbewuste een stemmetje. ‘Laat betijen.’ De achterdocht sproeit uit zijn ogen en ik kom niet verder dan te antwoorden, dat hij op alle slakken zout legt. Heldere communicatie is het moeilijkste wat er is, als er met emotie en argwaan gestrooid wordt. De som der dingen levert een verdrietig gevoel op. Hij vertrekt.

‘Kijk maar naar mij,’ zegt kleine koolmees terwijl ze aan een appeltje pikt. ‘Luister naar mijn lied’ zoemt de enorme bruine wesp van tak naar tak. ‘Snoep maar mee’ brommen de hommel-teddyberen in de springbalsemien. De tuin is vol van leven en warm op deze aangereikte zomerdag.

In het boek van Sinan Çankaya vind ik een zinsnede die aan het denken zet: ‘Een botsing tussen een persoon of eigenlijk vooral een botsing tussen het beeld, dat die persoon van je heeft met het beeld dat je van jezelf hebt, dat verschil slijpt uiteindelijk je zelfbeeld‘ Soms is dat een stimulans en soms levert het een deuk op. Het vraagt om een reflectie, maar ik kan het gesprek bijna niet terughalen, waar ik weet dat de oude het zich woordelijk zal herinneren. Onder alles ligt verwijt. Ik wil niet in de rol van de verdediger of van de veroordelaar. Ik zoek positieve energie, omdat we die zo hard nodig hebben in deze dagen. Ze botst tegen de blik in zijn ogen.

Vriendinlief appte over een sterfgeval heel dichtbij in haar familie. Ik herinner me ineens het lege gevoel van mij, bij zo’n verlies. Ontheemd, ontgoocheld en toch dankbaar om dat lijden, dat er niet meer is, om het onmiddellijke gemis dat optreedt, om dat wat we lief hebben, los te laten. Om wat ooit was en niet meer zal zijn. Het gesprek van de middag ebt weg, er zijn onnoemelijk veel meer gedachten, die het waard zijn om overpeinst te worden of om je uit de slaap te halen. Klaas Vaak strooit liefde.

Uncategorized

Een goed gevoel

Het was zo’n typische mooie dag in september toen ik de deur achter me dichttrok en naar de kleine blauwe prins wandelde. Hij had er zin in die ochtend en bracht me ronkend en spinnend in een oogwenk over de zondagstille wegen naar mijn bestemming. Parkeren kon langs het Hoogelandse park, dat er al even zondags bij lag. De eeuwenoude bomen leverden filterend de juiste atmosfeer op voor het groepje yoga-beoefenaars op het nog vochtige gras.

De juiste entourage, de juiste conditie om goed uit te pakken met pen en aquarel. Maar eerst naar de plek waar we afgesproken hadden, op de hoek van het Oorsprongpark en de Biltstraat. Utrecht op z’n mooist met de indrukwekkende ingenieuze gevels en de torentjes, haar villa’s en landhuizen, alles behalve vergane glorie. Hier werd geschiedenis trots in ere gehouden. Ik was vroeg, maar de organisatoren waren er al. Mijn stadsgenoot had al getekend aan de gracht en toonde trots zijn prachtige leporello, op zich al een heerlijk boek met de harmonicabladen, en nu gevuld met de bruggen van de Oude Gracht, in precisie uitgewerkt met nauwkeurige details met pen en aquarel. Een plaatje en de wetenschap dat ik dat op die manier nooit zou kunnen.

Gestaag dienden de andere sketchers zich aan tot de stoep vol stond met mensen van allerhande pluimage, bepakt en bezakt, die elkaar uitbundig begroeten en uitgebreid wederwaardigheden uitwisselden, namen herhaalden en inoefenden, zittend op de meegebrachte driepoten of staand, tot het tijd was om een bestemming te zoeken. Er was keuze in overvloed. Sommigen togen richting Hoogelandse park, anderen naar de Maliebaan en ik wilde eerst het prachtige ranke huis met de torens proberen. In eerste instantie zat ik er scheef voor. De wijze woorden bij de vorige perspectief-les indachtig, was verkassen naar het vooraanzicht wijzer. Vriendinlief bleef wel schuin er voorzitten en begon druk met meten en rekenen. Het was lastig, ik had weer te groot opgezet, zoals gewoonlijk, maar het kwam wonderwel goed, al was ik twee van de torentjes kwijt geraakt in het strijdgewoel.

Aan de overkant zat iemand te werken op haar Ipad. Er zat een pennetje bij, waarmee ze rechtstreeks digitaal kon tekenen, wat makkelijker leek dan de bamboo van Wacom, waar de hand/oog coördinatie als extra moeilijkheidsgraad werkte. Stilletjes en in een eigen bubbel werkten we door. Een buurtbewoner die bezig was aan een ochtendwandeling vroeg beleefd of hij mocht kijken. Natuurlijk, geen probleem. Het kruispunt was kennelijk een gangbare route voor de fietsers, want die kwamen veelvuldig langssuizen. De bocht werd steevast te ruim genomen, waarna alle zeilen moesten worden bijgezet om elkaar te ontwijken. Neerlands fietsvolk op haar best.

Met het invullen van de details leek het heel wat. Vriendin was nog wel even bezig met haar torentjes als minutieus precisiewerkje. Voor mij was het thermoskannen-koffietijd en door naar een volgende stek. Overal zaten plukjes tekenaars en een enkeling alleen. In het Hoogelandpark zat een gezellige grotere groep, maar in de schaduw. Ik wilde zon en warmte. Aan het eind van het laantje baadde het Hoogelandhuis in de volle zon. Vlakbij Polarbear, met de warmte op zijn en mijn snoet, stalde ik uit. Collega-schetser zat op de bagagedrager van haar fiets en gebruikte het zadel als tafel. Ze had haar driepoot vergeten. Ze vertelde over de polarbear als eerbetoon aan de Canadezen, die Utrecht ten tijde van de bevrijding binnen waren getrokken. En er was een anekdote over de vrouw van Mussert, die ten overstaan van de Nazi’s de weggedoken mensen verraadde vanuit haar slaapkamerraam aan de Maliebaan, zodat in het licht van de vrijheid ter plekke nog mensen werden gefusilleerd. Boeiende verhalen, terwijl de pennen krasten onder de turende blikken. Het Hoogelandhuis was heerlijk recht toe, recht aan en beer werd aandoenlijk door een vogelpoepje dat precies op ooghoogte zat en hem de uitstraling van Poohbear gaf.

We eindigden waar we begonnen waren. De rijkdom, één grote verscheidenheid aan stijlen en technieken, lag op de grond om bewonderd te worden en het was niet alleen de zon, die onze harten verwarmde. Het gaf een goed gevoel.

Uncategorized

Altijd iets te vieren

Vroeg uit de veren was het credo gisteren en dat vroeg is betrekkelijk. In de veren doe ik elke ochtend al heel veel. Daar komen de zinnen binnenwaaien en schrijf ik eerst altijd de blog. Maar de volgorde verschilde. Normaliter is er eerst koffie en kwark voor de medicijnen en daarna het verhaal. Nu was het andersom. Eerst mijn hoofd leeg spuien en daarna beneden een dubbele koffie in de kleine thermoskannen, alle pilletjes met kwark naar binnen werken en gaan.

De boodschappen voor een broodje bij de super en om half een hoog en droog, terwijl de lucht naarstig aan het betrekken was, in het atelier. Thuis had ik de foto opgezocht van vriendin van lang geleden. Zij voorovergebogen voor de spiegel, dicht met haar neus erop, om de make -up aan te brengen, de foto van het spelden van de Arnemuidense kappen bij elkaar en zij lachend tegenover mij tijdens een horlepiep. Onmiskenbaar ‘zij’. Dat wilde ik vastleggen nu alleen de herinnering was achtergebleven.

Achter de doeken stond precies het formaat wat ik nodig dacht te hebben. Het kostuum kon ik dromen. Het lieve koppie ook. In dit geval had ik de nieuwe oil-sticks meegenomen. Olieverf in krijtvorm. De verpakking was een draak van een anti-senioren soort. Nauwelijks een opening om te peuteren, maar eenmaal los, tekende het heerlijk. Daarna viel het te bewerken met kwast, vinger of doek, met het resultaat van de olieverf uit de tube.

De tuin stond er groen bij. Overal waren de planten aan een groeispurt begonnen. De herfstasters waren met hun glorietijd gestart en eisten hun ruimte op. In het atelier was het donker en dat kwam door de begroeiing aan de achterkant, waar braam, springbalsemienen en vlier in een innige verstrengeling waren geraakt en de aardperen hoog boven de Bernagie uittorenden. Een welkome afleiding tussen het schilderen door, dat snoeiwerk. Bovendien kwam er licht in de duisternis. Een van de nadelen van het ouder worden is dat het lijf zoveel signalen afgeeft over het niet meer al te soepel functioneren. Met het gebukt staan, brandde het tussen de schouderbladen en begreep ik dat de koek bijna op was voor het werk. Nog even de schort aanpakken van het kostuum en klaar was Trijn voor vandaag. Twee volle zakken snoeiwerk gingen mee naar de vaalt.

De dag daarvoor had ik met twee lieve vriendinnen uitgebreid geluncht, verhalen over het heden en verleden buitelden over tafel, het was zo behaaglijk en zo knus, maar ook waanzinnig, dat we elkaar na al die tijd niet stevig konden omhelzen. Wat had ik me graag even in willen graven in die vertrouwde armen van liefde en warmte. Alle verhalen kwamen voor het voetlicht. School, de kinderen, vakanties, vooruitzichten, twijfels, angsten, hoop en liefde, heel de staat van zijn. Met een tikje weemoed liet ik ze weer gaan. Thuis een mail van de hoofdredacteur met de melding dat mijn recensies de hoeksteen van het blad zullen worden. De koningin te rijk, zo voelde het.

’s Avonds probeerde ik na het schilderen de oliepastels uit in een snelschets, die ik ook gekocht had. Zes kleuren en niet de meest logische, maar zo heerlijk zacht en werkzaam. ‘Vriendinnetje aan de make-up’-foto als inspiratiebron. Ze leek er niet echt op, maar het krijt deed haar werk goed. Wat een mogelijkheden betekende dit. Fijner dan het pastelkrijt en weer een mooie nieuwe ontdekking van iets dat al een eeuwigheid bestond. Zo werkt dat als je steeds zelf het wiel uit moet vinden, maar daardoor behoudt het juist de sjeu.

Vandaag bij de sketchcrawl zal ik proberen er mee te experimenteren. We gaan naar een park in Utrecht met huizen in de buurt met de meest waanzinnige gevels, die je maar bedenken kan. Thermoskan mee, kruk mee, tekendoos en aquarel in de aanslag en gaan. Feest maken doe je zelf, want er is altijd iets te vieren

Uncategorized

Een mens zou er filosofisch van worden

Met de droom wordt ik wakker. Ik ben op een of ander congres. Het is niet de jenaplanconferentie, maar waar het dan wel over gaat, krijg ik niet helder. Ik zit naast een man, een jongen nog, met een corduroy cognac/bruin colbert aan en sluik donkerblond haar, dat over het voorhoofd valt en zijn gezicht omlijst. Hij vraagt: ‘Wat doe je. Ik antwoord: ‘Ik observeer.’ Hij vraagt weer: ‘Wat is dat dan observeren.’ Ik antwoord: ‘Observeren is alles zien.’ Er voegt zich een blonde jongen bij ons. ” Dat klopt,’ zegt hij lachend. ‘Alles zien is observeren.’ Maar dat is de essentie niet, het is echt andersom. Het is de samenhang der dingen.

Ik sudder op de droombeelden. Waar komt het vandaan. Vlak ervoor heb ik het boek ‘Ontelbare identiteiten’ van Sinan Çankaya gelezen. Het is een boek over het gedachtegoed van een man, die zijn hele leven heeft geobserveerd. De binnen en de buitenwereld. Nu komt alles samen. Een boek over gedachten, over wat je gezien hebt, over gevoel vooral en hoe je gevormd wordt door de gedachten van anderen. Je hebt Turkse wortels dus dan ben je bij een voetbalwedstrijd Turkije- Nederland voor Turkije, zegt men. Als Turkije de eerste twee interlands verliest tegen Oranje, dan ben je ‘de verliezer’, want je bent een Turk. Als Nederland een derde interland verliest, omdat Seedorf een cruciale penalty mist, dan voel je je ineens onoverwinnelijk. Je bent een Turk. Maar Oranje blijft altijd beter in de ogen van de anderen. ‘Wij, jij, zij, hij, ik en ik dan’, proef ik door het hele boek heen. ‘Waar ben ik, waar sta ik, wie ben ik’. Wat een ingrijpend en veelzeggend boek.

Er is een herinnering bij van ‘zich verslapen’. Hij zit in het vierde of het vijfde van het VWO. De geschiedenisleraar zit aan zijn lessenaar en geeft hem de wind van voren, schreeuwt hem toe, ‘dat het nooit, nooit, maar dan ook nóóit iets met jou zal worden. Hij zwijgt. Iemand zegt: ‘Trek het je niet aan. Je weet toch dat hij een racist is, hij was lid van de centrumpartij.’ Die opmerking geeft hem letterlijk een andere kijk op de wereld.

In een passage is er een willekeurige ontmoeting van twee fietsers, die wachten voor het stoplicht. Als de man naast hem vraagt waar hij vandaan komt, antwoordt hij: ‘Ik weet het niet. De man geeft hem ongevraagd raad: ”Wees als een vogel, laat je niet vastbinden. Je hoeft niet te kiezen.’ De vreemde man is verdwenen, lijkt opgelost te zijn in de wind, maar er is een vóór en een ná die opmerking.

Al die verzamelde momenten zijn eye-openers voor hem. Als je goed leest bij deze ervaringen, wat er in woorden wordt weergegeven, dring je door tot de kern van het probleem van een dubbele culturele achtergrond. Het klaart de lucht voor een goed verstaander, die hier geen half woord krijgt, maar heel veel stof om over na te denken.

Het is fijn om eindelijk weer een boek tegen te komen, die het gedachtegoed fileert tot in de finesses, om uit te komen bij de vragen naar de betekenis van het leven. Het heeft niet voor niets deze titel gekregen. ‘Mijn ontelbare identiteiten’, maakt je bewust van het zelf in relatie tot al die anderen die je onderweg tegenkomt. Het zorgde er ook voor dat ik een rondje ging maken in mijn eigen gedachten. Daarna ben ik weer gaan slapen en droomde de bovenstaande droom. ‘Observeren is alles zien’. Een mens zou er filosofisch van worden.

Uncategorized

Regeren is vooruitzien

Laatst was er iiemand op twitter die triomfantelijk in een tweet vertelde in de strijd om het voorkomen van voedselverspilling, een ” to good to go’-box of iets dergelijks te hebben aangeschaft. Daarop kwam onmiddellijk een antwoord van iemand, die zei dat je met die actie de voedselbanken benadeelde. Schuldbewust gaf de eerste toe, daar niet aan gedacht te hebben.

Vorige maand zag ik tot mijn grote ontsteltenis hoe bij de plaatselijke supermarkt grote hoeveelheden voedsel de afvalcontainer werden ingeschoven en de haren rezen me te berge, toen ik dacht aan al die mensen die afhankelijk zijn van de voedselbanken.Er bleef sindsdien iets knagen. Wat ik daar de container in had zien verdwijnen, deugde niet.

Vandaag kwam de Volkskrant met het verlossende antwoord in een artikel van Toine Heijmans over ‘Voedseloverschot’. De Lidl is overgegaan op het verkopen van producten, die bijna over de datum zijn, tegen betaling van een of twee kwartjes, Het is een succes. In een mum van tijd zijn in de winkels de schappen leeg en je moet er vlug bij zijn. Vlakbij is een voedselbank. Ook hier zijn de schappen bijna leeg. Buiten staat een lange rij mensen tot aan de parkeerplaats geduldig te wachten tot ze aan de beurt zijn. Andere voedselbanken bekijken de kwartjes-aanpak van de supermarktketen met argwaan. Hun angst is het gevolg van de actie wat een tekort bij de voedselbanken zou kunnen opleveren. Maar Annita Nieuwenhuizen, hoofd bedrijfsvoering bij de voedselbanken, gelooft daar niet in. ‘Wat je wilt bereiken,’ zegt ze, ‘is dat mensen weer hun eigen broek kunnen ophouden, dat ze gewoon weer in de supermarkt kunnen winkelen’. Ze is van mening dat alles wat je aan voedselverspilling tegen kan gaan, pure winst is. Waardigheid is een groot goed,.

Een en ander is het gevolg van de concurrentiestrijd van de supermarkten. Men wil kost wat kost de schappen vol houden en rekenen het overschot door in de prijs. De klant wil volle schapppen. Ik ga bij mezelf te rade. Wil ik volle schappen? Nee, niet echt, alhoewel, ik wil niet misgrijpen, wat minstens ook een welvaartsprobleem is. Het is toch altijd weer ‘het kip of het ei’-principe. Als het aanbod er niet was, wat zouden we dan doen. Wat hadden we gedaan als er geen supermarkten waren verschenen en het bij die kleine buurtwinkels gebleven was. Hetzelfde kan je je afvragen bij die volgeplompte schappen met minieme houdbaarheid. Het eeuwige dilemma ‘Wat-als’.

Annita vindt de Lidl-antiverspillingsactie een mooi begin van een echte oplossing. ‘Straks kunnen de armste klanten toch gewoon bij de supermarkt kopen zonder schaamtevol in een lange rij te moeten staan, baas in eigen budget zijn, zonder gesleep van voorraden’. Toine eindigt het artikel met de voorspellende blik van deze opmerkelijke vrouw: ‘Over dertig jaar bestaat dit niet meer’ zegt ze terwijl ze het magazijn rondkijkt. En ik ben het met Toine eens, als hij zegt ‘Dat is nog eens een vernieuwend concept’. Niet gelijk misbaar maken of bang zijn dat het eigen hachje het niet redt, maar over de grenzen van het eigen bestaan heenkijken, naar een aanpak die de toekomst dient ter meerdere eer en glorie van iedereen.

‘Dat zouden meer mensen moeten doen’ schiet een reclame-quote in mijn gedachten, als variatie op het thema. Politiek gezien, bijvoorbeeld. Iets wat ze ons vroeger met de paplepel hebben ingegoten. Gebruik je gezonde verstand en laat je niet gek maken, want regeren is vooruitzien.

Uncategorized

Hoe eerder, hoe beter

Nu de risico’s nog steeds groot zijn, besef ik dat de terugkeer naar het vrijwilligerswerk nog lang niet aan de orde is. Het betekent, dat heel veel mensen die ik daar ontmoet heb, zijn blijven steken in het beeld op mijn netvlies, gestolde foto’s sinds maart van dit jaar. De patiënten zijn niet uitgekristalliseerd tot doodziek, de zwakkeren onder hen, pinkmager vaak, zullen blijvend ronddolen in mijn gedachten. De armbandjesvlechtende mevrouw, het doorschijnende jonge meisje, die vermoedelijk ouder was dan ze leek, de oude man in zijn magerte, geen gram teveel, toen al niet, het echtpaar, zij lezend aan het voeteneind en hij trots op zijn schilderijen, de dolende vrouw en al die anderen. Allemaal stilgevallen in mijn beleving. Hoe zijn zij deze crisis te boven gekomen. Zijn ze gewoon blijven gaan naar het ziekenhuis? Zo’n chemo breek je niet zo maar af en de immuuntherapie al helemaal niet. Ik weet, dat men destijds ermee bezig was om deze therapie aan huis te geven. Een hele verbetering ten opzichte van iedere keer weer die gang naar het ziekenhuis.

Gisteren zag ik een stukje van Jinek. Ze voerde een gesprek met de directeur, een intensivist en een verpleegkundige van een Brabants ziekenhuis, dat het zwaarst getroffen was. Ze hadden opnames gemaakt vanaf het begin. Er was een gesprek bij van de intensivist met een vrouw, die in coma gebracht zou worden en afscheid moest nemen van haar man. Jinek verbaasde zich over de rust, waarmee uit de doeken werd gedaan hoe een en ander zou worden aangepakt. Een van de professionaliteiten van een arts of verpleegkundige is de angst en de onzekerheid uitbannen, zodat men vertrouwen krijgt in wat er komen gaat. Maar de keerzijde werd ook getoond. De directeur die vanuit zijn raam naar het mortuarium kijkt en ziet hoe partytenten er naast werden opgesteld, waarbij de realiteit doordrong, zo helder als het wrange zeildoek zelf. Mijn God, er zijn niet genoeg koelcellen. De opmerking van de intensivist, over de wereld van verschil binnen en buiten de muren, werd als een ader bloot gelegd door de ontzetting van de directeur. Men stond nog steeds ‘aan’, omdat het onbekend was hoe het zich verder zou ontwikkelen. De alertheid had grote impact. Ze voelden zich door en door verantwoordelijk en toch evenvaak zo machteloos. Ze waren moe, doodmoe.

Ik dacht aan de afdeling en al die mensen daar, die het vuur uit hun sloffen liepen tijdens een gewone werkdag. Hoe was het met hen gegaan. Namen ze nog steeds de status van de afdeling door in de ochtend. Waren ze nog steeds opgesplitst in tweetallen voor een aantal kamers. Op maat gesneden zorg, zodat ieder de aandacht kreeg die hij of zij verdiende? Was het nog mogelijk geweest om deze patiënten, die nu een dubbel zwaard van Damocles boven hun hoofd hadden, gerust te stellen. Of maakte het niet meer uit. Veel waren al uitgestreden en berustend in hun weinig rooskleurige toekomstbeeld. Te allen tijde zou de verpleging er voor gaan, dat is inherent aan de beroepskeuze.

Een wereld van verschil, dat is het zeker. Zodra je het ziekenhuis instapt, zijn er andere prioriteiten en verdwijnen de wissewasjes. Mensen die ziek zijn, zijn gelijk. In de nietigheid van dat lijf, dat veren kan laten vallen en tegelijkertijd ook kan opveren en daarmee zichzelf verheft. Het blijft gissen en duimen draaien, net zolang tot we weer aan de slag kunnen. Hoe eerder, hoe beter.

Uncategorized

Voor elkaar en door elkaar

Gisteren en vandaag tovert Facebook herinneringen te voorschijn en serveert ze me smakelijk. Twee levensgrote dino’s, een tweedimensionale en een driedimensionale, die we met de groep vier jaar geleden tijdens een oerproject hebben gemaakt. Het was een verhaal met de Archeopterix, de oervogel, die was komen aanvliegen. Ze werden er enorm enthousiast van. Eerst hadden we opgezocht op de computer hoe ons skelet eruit zag en hoeveel botjes wij hadden, dat bleken er 205. Vervolgens gingen we takjes en takken zoeken van verschillende grootte onder de drie, uit de kluiten gewassen, populieren naast de school. Ze maakten er een wedstrijdje van. Wie de meeste takjes kon verzamelen. De race was op die manier snel gelopen. Met een volle mand kwamen we terug in de kring. Daar lag zilverpapier klaar en iedereen mocht zoveel mogelijk takken inpakken in het zilver. Dat werd een hele berg.

We bestudeerden in een boek het geraamte van de Tyrannosaurus Rex. Kleine botjes voor de enorme lange nek en langere botten voor zijn ribbenkast en de armen en benen. Twee kinderen hadden van dozen de kop gemaakt, weer anderen hadden de scherpe tanden geknipt. Ook de dozen werden omwikkeld met zilverpapier. Twee van de oudste jongens legden de botjes in de juiste volgorde en daarna keek de hele groep mee of het klopte. Daarvoor moesten we onder grote hilariteit op de stoelen gaan staan, anders hadden we het overzicht niet. Toen ze dachten dat het goed was, zijn we gaan knopen, Dat wil zeggen, ik legde de knoop en de kinderen trokken ‘m aan. Met vereende krachten kwam de Dino tot leven, voor zover dat kan als je al eeuwen dood bent. Het systeemplafond in het halletje voor de groep was uitstekend geschikt om het reuze geraamte aan draad op te hangen met zijn bungelende pootjes. Het voelde als een glorierijk werk. Met wangen glimmend van trots werden ouders meegetrokken om ons kunstwerk te bewonderen. We hadden er de hele dag aan gewerkt en niemand had zich ook maar een ogenblik verveeld.

De tweede was Streetart. Gewapend met stoepkrijt trokken we naar buiten. Ik had een tekening van de Tyranno als voorbeeld gemaakt en een van de kinderen kon met behulp van de aanwijzingen en cruciale punten, zodat de afmeting zou kloppen, natekenen. We hadden de groep in tweeën gedeeld, dus de oervogel, de archeopterix, kon er ook bij. Die kwam aan de andere kant van het klimrek. Daarna gingen ze verwoed aan het werk met het krijt. De opdracht was, dat er geen tegel meer te zien mocht zijn binnen de contouren van de dino en de vogel. Ze slaagden met glans. Weer was de ochtend omgevlogen zonder dat we het in de gaten hadden.

Tijdens het project kwam er een dino-woud bij op de watertafel, compleet met bomen en heuvels en konden de kinderen het poppenspel met de Archeopteryx naspelen. De pop was lang geleden, bij een vorig project, door een collega, griezelig echt, gemaakt.

Vier weken lang zijn we er enthousiast mee bezig geweest. Verwondering kwam bij deze kleine groep vanzelf. Zodra er een spannend verhaal was, gingen ze er mee aan de haal en werden mede-eigenaar. Zo werkte het als een trein. Binnen de kortste keren hadden we een aantal dingen op de rit staan. Geen moment verveling of het niet weten, maar de juiste focus en je helemaal betrokken voelen. Met ervaren als basis en met de kracht van de groep: Voor elkaar en door elkaar.