Uncategorized

Kunst

Uit het niets kwam er een kerstster naar mij toe met bijgeleverde ledverlichting en besloot om de duistere dagen voor kerst bij te schijnen. Ze was in goed gezelschap van een dikke enveloppe waar tekeningen van de kleine filosoof en zijn zus uitrolden en een lief woord van het kroost, en naast het knisperende cellofaan om het blad ‘Mensenkinderen’ dat gewijd is aan het thema verbinding en zo veel dieper gaat dan dat. Eens te meer heb ik weliswaar over deze boeken geschreven, maar komen de woorden me vreemd over en toch onmiskenbaar mij. Waar zitten die gedachten verstopt? Nu liggen ze samengesteld als zinnen op papier en worden verhalen over ‘anders zijn en je toch verbonden voelen’, mijn hele ziel en zaligheid ten toon gespreid.

‘Dat meisje neemt geen blad voor haar mond’, zei men, als iemand een uitgesproken mening verkondigde. Dit meisje neem graag een blad voor de mond, meerder bladen zelfs. Want als woorden ergens besloten liggen, willen ze eruit. Het is een onweerstaanbare drang van binnenuit. In de stilte van dit tijdsgewricht en een tekort aan inspiratiebronnen komen ze soms zonder betekenis aanzeilen. Bij het schrijven gaan ze een eigen leven leiden en begint het grote associeren. Van het een komt het ander en straks is er weer een verhaal. Een dichter die een prachtig gedicht schreef over de gelaagdheid van de woorden en de zinnen is Elly Stolwijk. In haar gedicht ‘De Natuurlijke Tuin’ stuurt ze haar woorden de diepte in om daar de essentie van haar beleving te vinden.

de natuurlijke tuin

als de wolfsmelk haar blaartrekkende werk heeft gedaan wrijf ik
wat norse zaaddoosjes uit mijn ooghoeken. vandaag een nieuwe dag
onder een onzichtbare maan. in de nacht vloog een kerkuil voorbij, wit sjabloon
tegen het dak dat donkerder was dan de lucht erachter.

ik bedoel maar, dat is wat we zien.

legio lagen liggen verborgen. zo kunnen de meest
gewone woorden geheimtaal zijn voor iets wat dieper gelegen is.
je zegt: wolfsmelk, je zegt: maan. maar eigenlijk gaat het over de waan
van een mol die denkt dat hij een elf is.
je zegt: kerkuil, je zegt: sjabloon. maar eigenlijk gaat het over een kuil
waarin wij ons uitrekken, bloot in de as.

je zegt: zaaddoosje, terwijl het over het aas van de dood gaat.
gedeeltelijk. want ook onder de geheime taal ligt een andere waarheid.
je zegt: andere waarheid, ja, dat is de wand die haar, de waarheid zelf,
afscheidt van de dieren.

ook de kerkuil is een dier. hoewel ze in de nacht op mij overkwam
als een poort naar iets waarvoor ik nog altijd
het woord niet heb gevonden.

Gedichten zijn vooral gemaakt om woorden te proeven, ze golven binnen en door hun ritme, door de vorm waarin ze gegoten zijn, geven ze heelheid aan hun bestaan. In dit lyrische gedicht zoekt ze naar dat ene woord. Ze is het lijdend voorwerp, een zwoeger, die zoekt en wikt en weegt. Met het associeren van klanken en beelden wordt het woordkunst en daarmee levenskunst. Een andere dichter die daarmee op een totaal andere manier bezig was, Paul van Ostaijen, voerde het zover door, dat hij, door te spelen met de ritmische typografie, het beeld middels de woorden letterlijk gestalte gaf. Zijn belegerde stad vuurt de klanken en de woorden uit de bladzijden met kracht omhoog. Vanaf de allereerste kennismaking ben ik aan hem verknocht, omdat zijn poezie niet alleen het oor maar ook het oog streelt. Ogentroost ten voeten uit.

Een voorbeeld van zoete, dansende, zingende klankkunst is ‘En Rade’ van Jan Engelman

En Rade*
vocalise* voor Cavalcanti

Groen is de gong
groen is de watergong
waterwee, watergong
groen is de gong van de zee

Sulina, Braïla
Sulina, Brest
Sulina, Singapore
achter de vest

stem die mijn slaap doorzong
waterklok, watertong
koperen long van de ree

Sulina, Braïla
Sulina, Brest
Sulina, Senegal
wijd van het nest

hang die mijn ziel doordrong
waterdroom, watersprong
loeiende gong neem mij mee

Sulina, Braïla
Sulina, Brest
Sulina, Zanzibar
buiten is best

groen is de gong
groen is de watergong
waterwee, watergong
groen is de gong van de zee

Je proeft de zee en de verte op het ritme van de zinnen en waant je, turend over het water, op een rots aan de kust. .

Blijven graven, blijven zoeken, schaven, duwen en trekken of domweg de stroom laten komen, zoals ze komt, zoals ze voelt. Het vers als de penseelstreek van de schilder op het witte doek. Willem Kloos, de dichter, vertaalde het in een van zijn veel aangehaalde citaten als: ‘Poëzie is de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie.‘ Schilderen met woorden, maar het geldt voor alle kunst in haar grote verscheidenheid als uiting van het diepste wezenlijke zelf. Met andere woorden dan hoe Kloos het samenvat: Alles wat handen en voeten geeft aan wat een mens roert is kunst.

Uncategorized

De vraag naar meer

Op de vibraties van menig meelevende lezer golft een pakketje deze richting uit. Juichend berichtte Catawiki dat mijn engel in aantocht is. een echte kerstengel dus. Voor een viervoud meer dan et beginbedrag, maar ach. Ik had de limiet op vijf keer gesteld. Een engel ontvangen is een kostbare aangelegenheid. Gelukkig is de kamer kerstklaar. Een console heb ik ook al voor haar. Straks zal ze prijken op het bolvormige zwart/witte ornament, aangezien de oude engel vastgelijmd zit op de groene bol in de tuin. Mijn kerst kan niet meer stuk. Een kinderhand is gauw gevuld.

Alsof de dag net zo blij is, waaiert ze zonlicht als een belofte van licht, lucht en leven. ‘Of ik er tegenop zie, tegen deze lockdown’vraagt dochterlief over de app. Nee, een van de voordelen van een jarenlang alleengaand bestaan, is dat je het prima met jezelf vinden kan. Het vermaak is er volop, alleen speelt de knapknie me parten. Vooral in rust roert ze zich, zeurend en jengelend als een kind dat haar zin niet krijgt. Het kussen dat verlichting bracht, wordt in de nacht met regelmaat verschoven. Ertussen, naast of knie erop. Zuchtend wentel ik met de logheid van een oude zeerob om en om en zelden heeft de nacht zoveel langer aan tijd geduurd.

Wel spijtig dat pijn zoveel aandacht eist. In het hoofd maak ik nieuwe schetsen, werk aan nieuwe doeken, maar in werkelijkheid doe ik niets op wat huishoudelijkheid na. Stofzuigen op een goed standbeen, heerlijk gerechtje koken. Gestoofde visfilet in botersaus met dille en millefleur qua kleur-krieltjes uit de oven. De heldergroene Sugar Snaps met kruidenboter voor nog een accent ernaast.

Vraag van zus om iets te schrijven over het stimuleren van lezen op jonge leeftijd. Er doemt een spiegel op van mijn eigen jeugd. Het klokje van zeven uur. Radio’s waren er alleen, geen televisies, geen telefoons. Een kabbelend bestaan met veel buitenspel en vlak voor het slapen gaan, geen tijd om voor te lezen, maar dat klokje. De stemmen van Paulus, Oehoeboeroe, Gregorius en Salomo, maar vooral die van Eucalypta, extra krakend door de trillingen van het geluid, schetterden mijn verbeelding los. Het leven was gevuld met kabouters. Pinkeltje was nummer twee met Snorrebaard en de muisjes en daarna kwam het ventje Piggelmee in de Keulse Pot.

Het hielp dat er bij een buurvrouw, verderop in de straat, kabouters woonden in haar achtertuin, waar op de knietjes, door een kier in de schutting, de fantasie bewaarheid werd en het verhaal tot leven kwam. Tekeningen en illustraties weekten los van het papier en vormden een nieuwe waarheid. De wereld als een sprookje met lieflijk goed en griezelig kwaad, doorspekt met de kinderlijke onschuld. Ook was er de filmwereld die mijn vader draaide voor de jeugd in de wijk. We mochten mee en keken onze ogen uit, terwijl hij de grote banden liet snorren in het gangpad. Marcelino Pan Y Vino of Puntje en Anton, die met zuslief nagespeeld werden tussen de stapelbedden.

Pas bij het gruwelijke verhaal van Blauwbaard wenste ik dat het echt alleen maar fantasie was en bij de Bende van de Zwarte Hand ook, goed voor jarenlange nachtmerries.

Hoeveel avonden heb ik niet een boek ter hand genomen om zo’n wereld te creëren voor mijn eigen kinderen. Van ‘De eend op de Pot en het oeuvre van A.M.G. Schmidt tot en met alle andere klassiekers, zoals van Thea Beckman en Jan Terlouw. Alles passeerde de revue, versjes, liedjes, verhalen, maar ook theater en film. Later bij het werken in de groep was er die rijke boekenkast, waaruit eindeloos geput mocht worden en iedere dag als voeding een vervolgverhaal, omdat dat de bekoring bracht door de vastgehouden spanning en altijd de vraag naar een nieuw verhaal.

Liefde voor boeken begint bij het eerste woord en door alles aan te boren dat de fantasie, de beleving maar bovenal de verwondering oproept en zo de vraag naar meer.

Uncategorized

Een optimale stille nacht

De melding aan zoonlief dat ik, voor alles dicht ging, nog even een kerstboom op de kop wou tikken, gaf een laconieke reactie. ‘Ja, dat wou ik voor je doen. Als verrassing, maar ja, nu is het geen verrassing meer, hè’. De lieverd. Het bleef een fantastische geste. Want het feit dat ik niet naar de verkoopplaats hoefde te gaan, de boom met veel gesteun en gekreun de auto in en eruit zou moeten werken om ze daarna vier trappen op te sjouwen met knapknie en al, werd me nu bespaard. Een halve ochtend later stond er een lieve boom op juiste grootte in haar netje te wachten op de verlossing.

Wij hebben een diepe kast onder de trap. Juist omdat die zo diep is, verdwijnt er veel in wat ‘even’ uit het zicht moet. Lege dozen van apparaten, latjes, stokken, de kinderstoel met haar losse poten, een oud hangmatje voor Pluis, zakken en tassen en oude kleren voor de kringloop, een oude snijmachine, een broodtoaster, gereedschap en natuurlijk, ergens helemaal onderop, een tas en een doos met kerstspullen. Kerst zou kerst niet zijn als het zuchten en steunen zou ontbreken.

Daarna, bij het gedwongen uitrusten omdat knie protesteerde, monsterde mijn blik de kamer op zoek naar een strategische plek. Een kerstboom diende in mijn optiek vrijuit te gaan om ten volle in haar korte glorietijd bewonderd te kunnen worden. Anders dan andere jaren met de twee grote doeken voor zoonlief bij het raam, zou ik een plekje vrij maken op de hoek van de zuil waar de trap in huisde, midden in de kamer. Eerst moest de kamer omgebouwd worden. De grote tafel tegen de lange muur. Er kwam toch niemand voor een kerstdis. Het kleine ronde tafeltje met de boeken zou als verhoger dienen. Het verdween onder een oude nachtblauwe lap. Zoonlief zette het boompje met kluit in de pot er bovenop.

Met de schaar werd ze bevrijd van het net en zichtbaar gelukkig vielen de takken gracieus naar opzij. Verhalen van ‘Het vergeten boompje’ en de ‘De kerstengel’ kwamen bovendrijven. ‘Midden in de winternacht’ ook, al was dat eigenlijk te hoog voor mijn bereik. ‘Laat de citer slaan, blaas de fluiten aan’, zong ik luid, terwijl tak voor tak de boom werd aangekleed met lichtsnoeren, keurig opgevouwen rond het kartonnetje zoals dat vroeger al gebeurde, ballen, vogeltjes. Pluis speelde met een kerstkleed, dook eronder, kwam weer boven en gleed ermee door de kamer, waarna ze afwachtend zich verschool achter de bank. Een poezenpoot is gauw gevuld.

Ik had meer lichtsnoeren dan verwacht. Er ging er nog een voor het raam en een in de keuken. Kerstmis betekende verlichting in alle opzichten. De krans van hout met het blikken hart mocht traditiegewijs aan de deur als welkom en terwijl Mark Rutte zijn boodschap door de aether liet schallen, zongen mijn engelen onverdroten voort. Een avond in zoete herinnering. Natuurlijk mocht Herman van Veen niet ontbreken. De kinderen waren er jarenlang alle kerstdagen mee opgescheept geweest. Wat voor mij lieflijk gezang was, moest voor hen haastwel gruwelijk klassiek geklonken hebben. Maar juist de barokke klanken pasten voor mij bij de sfeer. Zoetgevooisde klanken voor bij een kerstontbijt en een biografie van Carry van Bruggen, een van mijn lievelingsschrijvers, ernaast. Het had de prachtige titel ‘Er is geen ander zijn dan anders zijn’ van de hand van Barber van de Pol las ik in de Tijdgeest van twee weken geleden. De biografie bleek voor bijna de helft een autobiografie van de schrijfster te bevatten. Ongeschreven spiegelen hoort erbij. Het optekenen in de biografie was weer een ander verhaal.

Van mijn onverbiddelijke zelf moest ik eerst de opgehoogde boekentoren uitlezen, eer ik deze zou aanschaffen. Daar was ruim tijd voor in de komende weken. Ergens doemde het beeld van een stalletje op. Erbij stond geschreven: ‘Ooit begon de viering van kerst in eenvoud’. Daar viel geen speld tussen te krijgen. Kerstmis 2020: De boom, de barok, het boek. Drie B’s voor een optimale verstilde nacht.

Uncategorized

Ergens, waar dan ook

Het zwaard van Damocles, een zwaardere lockdown, opende met bombast de krant, maar het licht viel op een zinsnede van vier regeltjes. ‘Twee jaar geleden overleed zijn vrouw na een huwelijk van zeventig jaar. Nu houdt hij een album bij met rouwkaarten uit zijn vrienden en kennissen kring. ‘Het zijn er meer dan honderd nu’. Oude mensen worden steeds eenzamer in de wereld. (column van Margriet Oostveen in de rubriek ‘Ieder voor zich’).’

Je leven in rouwkaarten zien wegvloeien, dag na dag,een album vol en weten dat je ooit op de laatste bladzijde bent aanbeland. Dat schoot door me heen tussen alle politieke, economische en sociaal/maatschappelijke berichten die bleven hameren, terwijl het koolmeesje in de boom voor het raam vrolijk tussen de takken doorhipte. Al jaren eerder veroordeeld tot een tred tussen de televisiekast en de stoel, een zelfgekozen lockdown avant la lettre, omdat het zicht op de wereld steeds stiller werd en de beelden verbleekten als de sepia foto’s van het vorige leven in de albums van voor het dodenboek.

Koortsachtig zocht ik naar de volledigheid van woorden, die me te binnen schoten bij het lezen over deze oude man van 94. Een van mijn troubadours van vroeger, die hun poezie hadden laten wortelen in mij. Uit een van de diep weggestopte herinneringen doemde het op. Als bron van hoop, als een vleugje dromen, als pleister op de wonde van al die oude mannen en vrouwen, omdat symboliek nog vertegenwoordigen kan, waar wij tekort schoten en misschien wel omdat het lang geleden een snaar raakte, die nu weer in beroering kwam.

Op de valreep, zo bleek nu, was het helemaal een fantastische beleving gisteren om daar aan het IJ te staan en het witte winterlicht boven de skyline te mogen aanschouwen. ‘Vis aan t IJ’ stond er boven het restaurant, dat nu gesloten was. Vis moet zwemmen, net als de meerkoet in het IJ en restaurants moeten daarbij het hoofd boven water houden.

Op een van zijmuren van het gebouw liep ik in de armen van een beer en een verdrietig of angstig kind. De hete adem van ‘Bijna Banksy’ bracht sfeer. Aan de andere kant van het industriele pand was het Dat! Theater gevestigd. Nog een teug koude verse lucht en met het mondkapje op wachten in de foyer tot de anderen zouden arriveren.

Toen de stoelen geregeld waren, mochten we plaats nemen. Drie lege stoelen tussen elke stoel. Dertig mensen als publiek. ‘Oya Woest Wezen’ van de theatergroep Bühnenbiest nam ons mee naar de fantasiewereld van een meisje, toevluchtsoord voor een kind van een Nigeriaanse vader en een Duitse moeder wiens huidskleur aanleiding is voor ‘het anders zijn en voelen’. Ze trok ons het rijk van de Orishia, van Nigeria binnen met een vraag die haar op de lippen brandde. ‘Waarom wordt alles anders’. Op de vraag werd door vier goden antwoord gegeven in een werveling van muziek en dans. Antwoorden die aan kwamen rollen als de golven van de zee. Het grote antwoord mocht er nog meer uit spatten, maar misschien was alles, nu de wereld in verandering op haar kop stond, daar wel de oorzaak van. Niet alle verandering is een verbetering. Voor mij sloot het aan bij de blog van die dag, waarbij het ging om veranderen van mening en dat het de aanzet kon betekenen voor vernieuwing.

Zo dook de zon onder en was de dag weer rond, met een nieuwe beleving, die absoluut zou blijven doorzingen in het handelen. Ergens, waar dan ook.

Uncategorized

Opgeschud en op schoon water

Een echte woelnacht vannacht. Hoofdzakelijk veroorzaakt door de knie, die ‘bottenmoe’ fluisterde, waardoor het kussen in de rehabilitatie kwam en eindelijk de verlichting bracht. Sommige adviezen zijn er om naast je neer te leggen. Tijd te over in de stille duisternis. Lamp weer aan. Daar slopen de krantenartikelen langs met wetenschappelijke uitleg over de werking van de vaccins. Een laagdrempelige vergelijking met boodschappenbriefjes, die een cel werden ingeschoven, leken me regelrecht voer voor complotdenkers. ‘Zie je wel, zouden ze bij die beeldspraak zeggen, ‘Ze sluizen briefjes je lijf in met boodschappen die ondoorgrondelijk zijn’. Zo werkt de vrije associatie nu eenmaal.

Het boekenkatern met daarin een interview met Marieke Lucas Rijneveld over haar boek ‘Mijn Lieve Gunsteling’. Een verhaal waar ik nog niet aan durf te beginnen. Haar relaas over hoe het tot stand gekomen was, werkte door. Ze benadrukte dat het fictie is. Daarbij schreef ze uit het perspectief van de veearts, die welhaast een verzachtend auro om zich heen kreeg van weldoener, heilzame soldaat, maar ondanks de wetenschap dat het niet klopte, niet te stoppen was. Ze beschreef hoe ze na een tocht op de fiets een scène zag opdoemen en die thuis, op haar zolderkamer aan een Utrechts stadspark, vastlegde. Het was een herkenbaar gegeven. Woorden die hun eigen leven gingen leiden, handen die over toetsen dansten om vast te leggen wat doorsijpelde, het hoorde allemaal bij het proces. Soms bleek het schrijven een eigen weg te volgen, nauwelijks te sturen en dan vroeg je je bij het teruglezen af of het wel zelf geschreven was.

De nacht bracht verder puzzelboeken als afleiding voor die wakkere uren, door domweg, verstand op nul, te verzinnen wat er in die desbetreffende hokjes moet komen om het geheel passend te krijgen, strak omlijnde bedenksels, zonder uitwijkmogelijkheden, laat staan een mogelijkheid om er een beeld op te plakken.

Daartussendoor dat been, die knie en het woord. Dan het uitstapje later op deze dag. Een vlinderbuik vol verwachtingen leverde het op. ‘Wat trek ik aan, hoe laat ga ik weg, wat zal ik gaan zien’. Als een kind in de nacht voor haar verjaardag, dat met pekkende blote voeten op het koude zeil om vijf uur al voor de ouderlijke sponde staat te springen. We mogen weer, weliswaar met alle regels vandien, snoetjes op, op meer dan anderhalve meter, handen ontsmetten, niet meer dan dertig mensen in het geheel, maar toch… Beloftevol popelen.

Ook in de krant, de beeldengroep van Juan Mûnoz, de Spanjaard wiens beelden ik de eerste keer zag in Washington en later in Zwolle, ondersteboven ervan, diep geraakt door de enorme en herkenbare vormen van de duikelaartjes, de Bepkousen, noemde ik ze in stilte, maar het zouden even goed Tibetaanse monniken kunnen zijn, die de stilte in acht namen en hun woorden gedempt vorm gaven. Nu was het beeld ‘Talking to the Ear’ in Voorlinden te aanschouwen. Het luisterende oor, wat in deze dagen zo belangrijk was gebleken. In mijn hoofd werkte mijn eigen boodschappenbriefje voor de kunst en de schoonheid der dingen door. Voorlinden check.

Vanuit de krant rees de vraag of je weleens van mening was veranderd. Dat naar aanleiding van hun interviewreeks 180 graden. Meningsvorming en verandering zijn met name voorbehouden aan de flexibelen onder ons, die niet hechten aan standpunten. Veel standpunten verworden tot nostalgische stokpaarden, die daardoor zich star en onbeweeglijk vastklampen aan wat ooit was. De ruimte om te vernieuwen verzandt op dergelijke wijze in het achterhaald zijn door de tijd. Alles wat ooit gedachtengoed was in mijn jeugdige overmoed, is later onder invloed van situaties, wijze mensen in mijn omgeving, ervaringen, bijgesteld of zelfs van de ankers geslagen. Geen nood. Voor elke gedachte, elke stelling, die geslecht was, kwam weer een nieuwe, al was het maar het idee, om nooit meer een vast standpunt in te nemen, maar gevoelig te blijven voor het openen van de ogen. Schellen moeten altijd mogen vallen in de wetenschap dat je niet van het voetstuk zal tuimelen op zo’n moment. Het betere verversen van het eigen ik, als bloemen in een vaas, opgeschud en op schoon water.

Uncategorized

Duimen maar weer

Hoe ouder, hoe gekker schudde mijn oma’s hoofd soms, als ze een leeftijdsgenoot paradijsvogelijke beslissingen zag nemen. Een verdwaalde roos in het haar of een dierbare hondje dat moest worden vereeuwigd door het op te zetten. Deze dame heeft voor het eerst in haar lang-zal-ze-leven een bod gedaan op Catawiki. Ik heb niets met veilingen, kan het ook niet. Ik wil graag horen wat het kost. Bevalt het, dan betaal ik, vind ik het te hoog, dan gaat het object mijn neus voorbij. Simpel als het leven kan zijn. Maar nu kwam ik voor het eerst in tijden mijn eigen albasten tuinengel tegen.

De albasten engel

Op deze mistige zaterdagochtend in alle vroegte vloog ze mijn verlangen binnen en kon ik haar niet meer los laten. Er zaten twee bustes bij, maar daar ging het niet om. Mijn eigen lieve tuinengel, waar ik deze zomer zwoegend weer een passend hoofd op had gemaakt, was door het vochtige herfstweer aan het buigen geslagen. Steeds dieper boog ze door het stof, totdat haar afbrokkelende nekje het begaf en haar gelaat voorover in haar grote schelp tuimelde. Zo liet ik haar staan, als boegbeeld voor de onthoofde engel en ik wist dat het met het beeld niet meer goed zou komen. Eenmaal hetzelfde sierlijke beeldje op het netvlies, compleet met lieflijk hoofd bleef het idee rondzweven. Zelfs droomde ik vanmorgen na de ontdekking nog van een grote brocante, waar de meest wonderlijke beelden te koop waren en mijn engel er glimlachend bovenuit steeg. Vandaar dat er niets anders opzat dan te bieden. Het levenspad is ondoorgrondelijk.

https://www.npostart.nl/BV_101398841

Vanmorgen vroeg, voor de engel, had ik het aanstekelijke programma ‘Floor blijft hier’ gekeken. Eerst was er een feeërieke voorstelling van een operazangeres in een baljurk, een soort doornroosjesachtige jurk, die verlicht op het water dreef en tergend langzaam door twee wonderlijke Lakeidragers met grote kappen op, voortgeduwd werd. Ze hield een paraplu hoog en het sprookje verwarmde, ondanks het, ongetwijfelde, ijskoude van het water. ‘De Drijvende Diva’, een korte theatrale muziekuitvoering, is van Victorine Pasman, van wiens hand het concept en het kostuumontwerp was en werd hier vertolkt door Frederique Klooster, die met haar heldere sopranenstem de donkere nacht in vervoering bracht.

Het begin van het volgende bezoek, een kleine langharige geit die een geel bloemtje verorberde, was precies de vlag die de lading dekte. Het dier stond centraal bij hun hoedster, die ooit de wereld had overgereisd voor de mode en nu duurzaam garen en wol spon van haar eigen geiten en schapen. Een heerlijke plek ergens midden in de polder en een totale verstilling, naar volle tevredenheid, een diep gewortelde liefde voor de dieren en hun producten.

Over paradijsvogels gesproken. De volgende tocht ging naar een zachtaardige excentrieke en welverzorgde einzelganger, die met hond, twee zwijntjes en een vriendin op afstand midden in het Brabantse leefde en Kunst beleed met een grote -K- volgens het oude principe ‘Wat je ogen zien, kunnen je handen maken’. Iets waar hij nauw naar het woord, vooral mee bezig was. Knutselen noemde hij zijn gouden handen, die van alle markten thuis waren. Meubels, muziekinstrumenten, klassieke stillevens, fonteinen en beelden op grote schaal. Het was precies voldoende om indrukwekkend te zijn en bij mij ineens het verlangen naar mijn gave engel weer op te roepen. Het huis was een museum vol oosterse ornamenten, niet zelden replica van zijn hand, geen boeken bedenk ik me nu, maar beeldjes, kommetjes, tapijten, kleden, kasten vol schaaltjes, glazen, een sprookjesachtige keuken waarbij maaltijden ondergeschikt waren aan de schoonheid, net als zijn bescheiden plek op een rood/witgeblokt kleedje aan een hoek van de overvol gestouwde tafel.

Eigen engel in aloude glorie

Mooi, al die mensen die hun hart volgen en voorbijgaan aan de gangbare wereldse of Hollandse , soms benauwende, normen en waarden. Naar vrijheid het leven volgen, fier en trots met opgeheven hoofd. Dat zou toch ook voor engel weggelegd moeten zijn, zodat die paradijselijke vlieger in mijn kleine wereld de balans terug kan brengen. Duimen maar weer.

Uncategorized

Toen, nu en elke dag weer.

Een aantal dagen geleden gleed er een compliment door de bus in een vorm van een enveloppe met een prachtige en roerende inhoud. ‘Wat fijn dat ik je ken’ was de opdruk van de kaart en binnenin stond een klein epistel. Ik was er even stil van. Het was een oude wijze vriendin, die ik al een jaar niet had gezien door de bekende omstandigheden. Ooit liepen we met raad en daad, soms grappend en grollend, bij elkaar binnen om te vertellen over de kleine kwinkslagen in het leven. Leed werd ons niet bespaard, maar de liefde bleef te allen tijde. Als die in het hart is verankerd, blijft vriendschap door dik en dun bestaan.

De reden van dat lieve schrijfsel was zo mooi, dat ik er beduusd van was. Het heeft de slaap een aantal nachten weg gehouden door het filosoferen over die kleinste dingen, die een leven op een ander spoor kunnen brengen. Dat woorden van jou daar de aanzet toe kunnen zijn en een doos van herinneringen wagenwijd openzet, is een groot compliment. Betekenisvol mogen zijn voor een wending in het leven van de ander, maar dan nu met een bevestiging ervan, voelde bijzonder. Vriendinlief wist wat ze met die herinneringen aan moest en hoe ze er gestalte aan kon geven. Zo was op dezelfde manier het ooit bij mij gegaan. Van lieverlee ontwikkelde zich het een en ander en derhalve sta ik waar ik nu sta. Zo’n vlucht kan het nemen.

Deze week was er vriendinlief die raad nodig had en bergen liefde kon gebruiken in deze letterlijke en figuurlijke decemberkilte. Het is het jaar van de vriendschaps-verwantschappen. Terwijl ik checkte of het woord überhaupt bestond, het begrip was me zonneklaar, stuitte ik op de wijngaard -Um d’n Olden Smid- die naast twee flessen van deze begrippen en twee flessen Naoberschap een cadeau voor deze lieve meiden op een presenteerblaadje aanbood. Zes flessen goedgemoed komen deze kant op. Het onderschreef wat ik al lange tijd wist: ‘Toeval bestaat niet’. In een blog werd een vraag gesteld over het vervagen van vriendschappen in deze vage tijden. Bijzonder, want ik krijg de indruk, juist ook door deze verstrooide aandachtsmomenten, dat ze veel intenser zijn. Ook als we elkaar zien en de behoefte weten om elkaar om de nek te vliegen, in de rekenschap dat een geestelijke omhelzing dieper nog naar binnen glijdt, juist door het gemis. Kaartjes, kattebelletjes, appjes, reacties op posts, ze helpen allemaal mee. Dagen waarin het kleine groter wordt. Iets om je vereerd te voelen.

Hoeveel van deze opstekers kan je gebruiken in de stilgevallen tijd. De behoefte is groot. Helemaal nu alles weer uit handen wordt geslagen door een aangedane knie. Dribbel niet gezien, de kleine Filosoof niet gezien en mijn kinderen nauwelijks. Wel een praktisch gratis tijdelijk abonnement voor vier weken op een nieuwe krant gekregen via schoonzoon. Zo slijten de dagen met veel leesvoer en in berusting. Zondag wacht er, ondanks de knie, het eerste uitje sinds lang, naar een kindertheatervoorstelling in Amsterdam. Auto in, auto uit en een uurtje smullen. Die mooie rondwangige appeltjes van plezier laat ik niet gaan. Er zijn ijzers die je moet smeden als het heet is. De levenslust kan er weer weken mee vooruit. Herman van Veen wist het al in 1970. In zijn jeugdige overmoed sloeg hij de spijker op z’n kop met zijn lied vol met toegestopte vitaminen en het advies er de parels uit te plukken. ‘Pluk de dag’. Toen, nu en elke dag weer.

Uncategorized

Toekomstdromen

Vanmorgen kleurde de dag een zachte groet. Oranjeroze met de belofte op iets ander weer dan de grijzigheid van de afgelopen week. De kauwtjes vlogen bedrijvig af en aan van de boom naar het nest in de goot. Meer dan twee dit keer. Ineens schoof er een kauwenflat voor ogen. Meneer en mevrouw kauw woonden beneden en boven hen en daar weer boven andere stellen. Het was vermakelijk. Annie M.G. Schmidt op het netvlies. ‘Wat is dat mevrouw de kauw, zit er een bonte gaai in het gebouw en twee kraaien, Puk en Edje, ’t moet niet gekker worden zeg, geef ze maar gauw een zetje’.

De knapknie heeft de pijn doorgestuurd naar het onderbeen of het is de stijfheid door de minieme actie van mijn kant. In ieder geval zoek ik vandaag de knie-oefeningen op youtube op, een betere richtlijn, dan mijn eigen gevogel. In de herhaling het programma ‘Rouw van jou’, een documentaire die uitgezonden is op 3Doc. De presentatie is in handen van Nellie Brenner, wiens moeder overleed toen ze 28 was. Het uitgangspunt was dat ze had willen uithuilen om het verlies van haar moeder bij haar moeder en dat was ten enenmale onmogelijk. Dat besef moest vorm gegeven worden. De ontdekking van haar vader, die lang niet gesproken had over het gemis of over het gevoel wat dat opleverde, er ook nooit naar vroeg, kwam in deze docu nu ze wel dat gesprek aangingen. Hij weet inmiddels dat verdriet er altijd zal zijn en dat het niet te ontvluchten valt, hoe diep je het ook wegstop met de conclusie dat erover praten waarschijnlijk beter helpen zal bij de verwerking.

Verdriet dat een weg zoekt, door creatief te zijn en te schrijven, kunst te maken of door de confrontatie aan te gaan met het verdriet, door het letterlijk uit te schreeuwen. Een mooi beeld van de kwetsbaarheid, rouw en rauw verdriet, meer mooie mensen die al jong een ouder verloren zijn, plotseling of na een kort ziekbed. Een briefje van boven via een mediamieke buurvrouw roept het besluit op hulp te zoeken. Het slot met de wijze lessen van haar vriendinnen, die haar leren dat je verdriet kan toelaten en toch de schoonheid kan blijven zien. Uiteindelijk trekt ze een bruidsjurk aan en houdt een foto van haar moeders ogen over die van haar, omdat die nooit haar bruiloft of haar kinderen zal zien. Tenslotte begrijpt ze dat haar moeder er altijd bij zal zijn, omdat ze haar in zich draagt. De vereniging met het verlies is de uitweg naar het geluk. De titel onderschrijft de poezie waarmee ze haar vragen omkleedt. Mooie verstilde beelden, die indringend zijn en die de juiste omlijsting zijn om de zoektocht naar die zielskracht te duiden.

Mooi en herkenbaar. Het getuigt van moed om zo’n blokkade te slechten, want je zult moeten afdalen naar de kern van de pijn. Na vijf jaar schiet de vader nog steeds vol. Een van zijn uitspraken is dat de moeder niet dood wilde, ze wilde leven, maar ze wilde de pijn niet. Het was geen keuze, de dood zou een voldongen feit zijn, met of zonder pijn. Dus koos ze voor het laatste. De wegen zijn ondoorgrondelijk en knap om via deze documentaire het zoeken bedding te geven.

De lucht maakt de belofte van de vroege ochtend waar. Blauwe lucht met ragfijne waaiwolken boven het filigrein van de bomen zijn de juiste entourage voor een gemijmer over lijden, zoete herinneringen en toekomstdromen.

Uncategorized

Chapeau

De krant van deze ochtend, een titanenklus, maar zelf gehaald met knapknie, de lange galerij, vier trappen af, vier trappen op. Als beloning koffie en een boeiende kijk, in de theaterbijlage, van de hand van Vincent Kouters in het leven en de visie van regisseur Eline Arbo. Ze komt uit Noorwegen en is geworteld in een progressief gezin met een kunstenaar als moeder en een socioloog als vader. Maatschappijkritische, actieve ouders, die dankzij hun wekelijkse demonstraties met de andere bewoners van de straat derhalve in ‘de communistenstraat‘ woonden, in het Groningen van Noorwegen. De kinderen demonstreerden mee, maar het afzetten tegen haar ouders bleef niet uit. Ze ergerde zich aan het zwart/wit denken en daardoor kristalliseerde ze eruit, dat dat verzet tegen de maatschappij vooral gericht was op zichzelf. ‘Kijk eens wat een goede progressieve mensen wij wel niet zijn’.

Toch waren de demonstraties met hun discussies erna de bakermat voor haar eigen vorming. Ze ontwikkelde een ander activisme. Aanvankelijk gebeurde dat in moralistische cabaretvoorstellingen, maar daardoor wist ze dat ze regisseur wilde worden. Omdat de opleiding in Noorwegen erg klassiek was en ze het spel van de Nederlandse en Belgische theatergroepen veel eerlijker en directer vond, koos ze voor de regieopleiding aan de Amsterdamse toneelschool. Haar afstudeervoorstelling was ‘Manifesten en Antigone’, over hoe je idealisme om kunt zetten in actie. Zoals Vincent Kouters het benoemde: Daarmee zette ze de toon voor een oeuvre dat activisme paart aan realisme. Ze start met een thematiek, waarbij het niet om het toneelstuk zelf gaat. Het doel heiligt de middelen. Ze schrijft en herschrijft klassiekers en kiest stukken uit waarbij ze daarin volkomen vrij haar gang kan gaan.

Het verhaal trof mij omdat haar uitleg over haar werk over emancipatie, klasseverschillen en idealisme gaat. Dat zij die op deze manier aanpakt, tekent het verschil met het activisme van haar ouders. Denk aan ‘Black lives matter’, ‘#Me Too’ en ‘het klimaatactivisme’. ‘Het hedendaagse activisme acht de wereld hoger dan de eigen levens. Het draait niet om ons, maar om de anderen en de aarde zelf ‘. Een ontwikkeling die verbetering betekende en waar die ouders ooit, lang geleden, de aanzet toe zijn geweest, omdat het haar tot denken aanzette en haar de wetenschap bracht om iets op een andere manier aan te pakken met open blik en een bredere kijk. De diepere gelaagdheid van het leven als het dergelijke effecten sorteert. Haar ‘doorvoelbare’ theater past naadloos in deze tijden, waar het recht zich roert en vraagt om een open en eerlijke kans. Een wereld die zich bewust is van de noodzaak zo’n heldere kijk te behouden en mee te voelen tot het recht zegeviert. Een zo’n artikel in de krant is voldoende om de positieve ondertoon te laten desemen in eigen denken en zijn. Voeding voor de geest. Wat mooi dat ze voor zichzelf heeft uitgekristalliseerd, wat ze wil doen om haar visie te gronden, deze weg gevonden heeft.

Plaatsvervangend trots ben ik op deze generatie, die, zoveel meer inzicht heeft in waar ze staat en waar ze naar toe wil, dan ik op die leeftijd. Het resulteert in effect, door zich te laten horen en zich kwetsbaar op te stellen, de vele meningen indachtig, en toch trouw te blijven aan zichzelf en de wereld. Het zet mensen aan tot denken en kweekt op die manier bewustwording over ons handelen. Daar neem ik graag mijn petje voor af. Chapeau.

Uncategorized

In een warme kerst

Wat vinden we toch veel van anderen. Op Twitter brak het gisteren los na het programma ‘Kopen zonder kijken’. Iedereen die daaraan meewerkte, koper, makelaar, presentator, architect of styliste werden langs de maatlat van de kijker gelegd. Allerlei superlatieven, die niet anders deden dan alles wat positief benoemd kon worden, toch in een negatief daglicht te stellen. Het was zoveel, dat het opviel. Uiterlijk, stemgeluid, spraak, verlangens, wensen, aankopen werden in een venijnig geprikkelde jas verpakt door die publiekelijke verslaggeving. Vroeger zei onze wijze moeder altijd: ‘Vind je dat? Steek de hand eerst maar eens in eigen boezem’. Iets wat ik dan moest opzoeken om te begrijpen, wat daar werd uitgesproken, om daarna beschaamd te beamen dat ze gelijk had. Er was er nog een, die rechtstreeks vanaf de kansel met regelmaat gepredikt werd. ‘Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen’. Daar was voor ons kinderen geen woord Spaans bij. Die voorstelling viel met huiveringwekkend gemak te maken. Mijn lieve oude vriendin, die het leven in een wijze milde beleving bekeek, gaf het nog beter aan: Oordeel niet, verwonder je slechts”. Zij komt vaker terug in mijn verhalen, omdat het zo kan helpen, niet direct met je mening klaar te staan.

In de loop der jaren heb ik de mensen met een uitgesproken mening, zij die niet willen buigen of in de emotie wild om zich heen slaan met hun bijtende repliek, wat van mij afgeschoven. Ik wil niet meer iets vinden van iemand. Ik wil vooral kwaliteiten zien, waar anderen de onvolkomenheden zien. Ik wil zo graag het leven de moeite waard maken en het niet drenken in chagrijn. Stop met het vinden van iets over een ander. Nog een mooie van vroeger gaat hier op: ‘Schoenmaker, blijf bij je leest’. Iemand die oordeelt over iets waar hij eigenlijk niet over kan oordelen, is in deze tijd voor een deel gemeengoed geworden. Het brengt onrust, al die vinders en veroordelaars.

Met een geknapte knie is er eenvoudigweg teveel tijd en maalt het hoofd haar spinsels bij elkaar. Halve ochtend op bed met kussen onder de knie, later op de bank met kussen onder de knie, af en toe rondjes lopen of lichte oefeningen. Zodra dat gebeurt, wringt het gedachtegoed zich in allerlei bochten en puzzelt en memoreert, staat ondersteboven of schiet met een uppercut van rechts en naar links. Ontembaar, zo’n brein. Helaas, pindakaas werd de afspraak met mijn oude kleuterkweekvriendinnen noodgedwongen afgezegd. Daar zou die armlastige knie een flink aantal kilometers voor moeten gassen en dat dorst het brein weer niet aan. Spijtig maar niet onoverkomelijk. De afspraak blijft staan voor het begin van de volgende maand.

Kerst pakt uit. Lichtjes voor de ramen, op de balkons van de buren, steeds meer verlichte bomen en boompjes in de open etalages van de flats en de tuinen om me heen, soms een rendier of een arreslee. Hier slechts een klein beetje kerst in de grote glazen vaas, waar een oud snoer van lichtjes eigenlijk het hele jaar kerst viert, omdat het sfeerverhogend werk tin mijn optiek. Er worden op meerdere plaatsen aandoenlijke lieve kleine sparretjes aangeboden, die op een bijzettafeltje of op mijn olifantenkruk toch wat gewicht in de schaal zouden kunnen leggen. Een ideaal zou zijn het te behangen met mooie kerstgedachten. Oprechte wensen, geen verdichtsels en verdenksels.

Zoals bij een van de vieringen aan de grote ring aan het plafond in het midden van de gemeenschapsruimte op de oude school, waar alle kinderen hun liefste gedachten in hadden gehangen voor een ander kind. Samen denken aan, geven om, geloven in elkaar. Breien met positiviteit in donkere dagen, zodat een koude kermis verandert in een warme kerst.

Uncategorized

Er dan te mogen zijn

Kostbare lessen zijn er soms proefondervindelijk. Kostbaar, omdat ze een grote impact hebben op het geheel. Gisteren deed ik spontaan een dansje en ineens schoot mijn jeugdige gestap het oude lijf in het verkeerde keelgat. ‘Knap’ zei de knie. Ik probeerde nog door te gaan, maar het wilde met geen mogelijkheid meer verder. Erop staan was geen aangename bezigheid, dus strompelde ik naar de bank en bewoog wat heen en weer. Buigen, strekken, maar niet overstrekken, ging allemaal. Google bracht opties, maar we gingen voor verrekken of een scheurtje of iets dergelijks. Gelukkig waren de zussen en een vriendin lief aan het meeleven en meedenken. Er kwamen ijsblokjes in een grijze doek en tijdelijke rust. Al babbelend en knabbelend, er waren wat levensvragen en het grote verdriet, werd de pijnbeleving naar verre oorden gestuurd. Er zijn belangrijkere zaken om aandacht aan te geven. Pas na de maaltijd en een mooie koude Pinot verder, klopte de man met het hamertje weer heftiger aan de binnenkant van de knie. Het lijf vertelde het zelf. ‘Hup, in de benen en bewegen, anders kom je tot en met St. Juttemis niet meer van die bank af’.

Even door de pijn heen stappen aan de handen van zuslief en als een gehavende postduif na een lange vlucht, kwam het aan op doorzettingsvermogen en Zen-denken. Pijn laten wegebben door de concentratie naar een ander vlak te sturen. Zolang er mensen zijn die in een tobbe met ijsblokjes kunnen zitten zonder te verblikken of verblozen, is er vast wel een piezeltje wilskracht ergens, dat me aan het lopen houdt. Wel een vrij abrupt einde aan een spontane gezellige zussendag. Bezorgde blikken, moeten we je niet even brengen. ‘Nee’, was het antwoord. Met moed, beleid en trouw komt een mens ver. Als de voorzienigheid beter had gewerkt dan had ik nu niet een bezigheid van het krakkemikkigedames-lijstje hoeven af te strepen. Er zijn veel kwalijker zaken dan die knie. Het leverde wel bewustwording van een lichaamsdeel op, dat tot dan toe volledig op automatisme had gedraaid. Wat valt er weg als je nauwelijks kan lopen. Dat was een aardige hoeveelheid aan dagelijkse dingen. Kinderen kwamen in de alerte stand, belletje van zoon Fysio, instructies en eventueel een telefoontje plegen, maar eerst een dag rust en aankijken hoe het een en ander zich ontwikkelen zou. Het werd niet dik, het werd niet blauw, het bleef de oude vertrouwde knie met duistere krachten aan de binnenkant. De voordelen zijn het vertroetelen, koffie op bed en een bak yoghurt voor de medicijnen, poes Puis met lieve aandacht en nog meer zeeën van tijd.

Gisteren ging het gesprek met name over gemis en verdriet en eenzame kerst, terwijl het gewone leven geacht werd door te gaan. Het heilige moeten valt niet af te dwingen. Als de geest er niet aan toe is, dan kan je wel op strepen staan, maar dan heeft het een averechts effect. Een goede raadgever is iemand, die weet in te schatten wat het welzijn van de betrokkene zal bevorderen, niet door ergens aan te trekken wat bijna zeker het omgekeerde effect zal bereiken. Zaak is om aan te voelen wat het meeste baat zal hebben. Niet zelden is dat een luisterend oor. Soms is het ‘kinderlijk’ eenvoudig. Jeugdliteratuur is van alle markten thuis. Annet Schaap heeft het goed luisteren vorm gegeven in haar fantastische prentenboek: ‘De boom met het oor’. Als een klein jongetje stad en land afzoekt om een oor te vinden, dat niet alleen alles hoort, maar ook nog eens luistert, vindt hij dat bij de boom. Soms zijn we allemaal dat kleine jongetje en is de behoefte aan die boom extra groot. Er dan te mogen zijn.

Uncategorized

Nog even doorbijten

Gisteren roerden de genen zich flink bij de eerste regel van het gedicht van een Sint die precies wist hoe de vork in de steel stak. Tranen met tuiten. Onze Pa schoot vol bij het minste of geringste. Je hoefde maar een deuntje van vroeger in te zetten of hij kon niet meer mee zingen door een verstikte stem. Sinds een jaar of tien, ja zelfs op school, hoefde er maar iets ‘van de gevoelige plaat’ langs te komen of ik snifte met horten en stoten mijn teksten bij elkaar. Dat duurde tot ik op een gegeven moment de tegenwoordigheid van geest had gekregen om mijn schrijfsels, met het hart op de tong, aan een ander door te schuiven, zodat zij konden vertellen wat er in mijn gemoed rondtolde. Gevoelig typje hoor.

Geen idee wat het is, buiten die genen dan. Dochterslief hebben er ook last van, ze graven kennelijk diep door. Bij een ontmoeting met Mark Mieras wilde ik hem bedanken voor een lezing in de plaatselijke bibliotheek en tot overmaat van ramp werd ik daar overvallen door dezelfde beproeving in een poging de visie van de school de hoogte in te hemelen, omdat het voor mij als thuiskomen voelde met het verhaal dat Mieras afstak. Over het vuur in het kind aanwakkeren, betrokkenheid en vanuit het kind vertrekken. Gruwelijk genant stond ik daar tussen de gebroken tekst de grond open te wensen. Een sussende Mieras deed daar niets aan af. ‘Verdorie nog aan toe, sentimentele oude dwaas’, sprak ik mezelf toe, ‘kan je het dan nooit droog houden’. Dank lieve Pa voor deze tweeledige emotie. Tegenwoordig laat ik alle karretjes op een zandweg rustig doorrijden en elk groene dal links liggen. Stel je voor, dat ik weer verstrikt raakt.

geworstel op de trap

Dat een vrind van de Sint langs zou komen was duidelijk, al moesten er ineens veelvuldig mensen naar het toilet. De zang met veel varianten op Piet, die allesbehalve genoemd mocht worden zoals het al 67 jaar ondoordachtzame gewoonte was geweest. Dat duurde en duurde, alles in de herhaling, tot daar een grote bons en het getik van de pepernoten de kinderen, met het ongeloof in hun ogen, stil liet vallen, net een seconde genoeg om dochterlief de kans te geven terug te rennen naar het toilet. Kleinzoon een , die het geloof al lang geleden had afgezworen gniffelde toen broer 2 gillende de kamer uitstoof op zoek naar de aanstichter van dit rumoer ‘Ik ga helemaal stuk’, riep hij en rolde theatraal de ogen als ingewijde en medeplichtige.

De berg cadeautjes, ook al waren die gesprokkeld op marktplaats en uit de boekenkasten van het huis waren een schot in de roos. Twee 0.0 biertjes bijna over de datum voor zoonlief, een ongebruikte shampoo en douchegel die al langer in de badkamer stond te verstoffen, een prachtig boek voor mij uit de kast van dochterlief, een juten zakje van de supermarkt met mandarijnen. Voor de kleintjes een hoop licht en herrie, blikken geluidjes en natuurlijk de bal, een met lichtjes nog wel. Een voltreffer voor de allerkleinste pork was het onvolprezen hardkartonnen boek van Rupsje Nooitgenoeg. Een vuilniswagen die al rijdend papiertjes opvrat voor Dribbel. Dochterlief had zich geopenbaard als een echte Secondhand Rose. Die andere genen dus, van haar moeder, die nooit anders heeft gedaan. Sint hoefde niet duur te zijn. Met de Franse aanhang was Kerst al kostbaar genoeg. Groots en meeslepend sparen ze ginds er het hele jaar voor.

Sinterklaas anno 2020, waarbij ik de andere kinderen node mistte en vurig hoopte dat we snel weer compleet een feest konden vieren. Met de thee, het lekkers, de soep en het stokbrood, de chaos en het gekrakeel leek het op de Sinterklaas van toen met het verlangen naar het feest van ooit weer, zonder ellebogen, anderhalve meter en met veel sentimentele gedichten, geschater, vals gezang en geknuf. Nog even doorbijten.

Uncategorized

Inpakken en wegwezen

Een column van Danka Stuyver in de krant van gisteren raakt me met een opmerking van een oude man, die ze bezoekt en het nodige te verduren heeft gehad. Ze verwacht hem ‘in duizend stukjes aan te treffen, verscheurd door verdriet’. Maar hij zit kalm en bedaard in een fotoboek te bladeren. Daar merkt hij over op: ‘Even het geluk bekijken in de achteruitkijkspiegel’. En als de huisarts aangeeft het zo erg te vinden voor hem antwoordt hij: ‘Vroeg of laat breekt bij iedereen de pleuris uit. We krijgen allemaal een keer dat ene telefoontje, waarna het leven nooit meer zo is, als dat het was’. De wijsheid van de waarheid, terwijl ik denk aan mijn eigen ontvangen telefoontjes, die op die manier alles op hun kop wisten te zetten. Daardoor weet ik ook dat er, behalve valt terug te bladeren, ook weer nieuw geluk zal worden bijgeschreven. Iedere medaille heeft een keerzijde, waardoor de andere kant versterkt wordt.

Geluk

De kou en de harde wind, die laatste voornamelijk, zorgden ervoor dat ik niet op de tuin maar bij dochterlief in het nog niet helemaal verbouwde huis belandde. Prachtige vloer in visgraat, nieuwe kozijnen, de uitbouw groot en de kamer nu heerlijk ruim. Straks als de ramen in de uitbouw zitten, zijn er ineens ook zeeën van licht in de altijd wat donkere kamer. Wat heerlijk om met vernieuwing en tevens vooruitgang bezig te zijn. Zoonlief schiet ook fluks op in zijn nieuwe huis. Eerst slopen en dan steen voor steen, tegel voor tegel, vloer voor vloer weer opbouwen. Beiden werken nauwgezet en met liefde aan hun thuis. Iets wat wij als gezin ooit een keer echt gedaan hadden. Prachtig roomwit was alles en ruim, lange witte gordijnen tot op de grond. Zelfgebouwde ingeniuze kasten, een verbouwd klompenhokje als speelparadijs. De andere woningen, vanaf de allereerste zolderkamertjes in Leiden tot in mijn huidige woning werden een beetje in elkaar geflanst. Geen vernuftigde foefjes, of de jongste zoon moest zich ermee gemoeid hebben. Daardoor wel de luxe van licht te bedienen met de telefoon en eventueel de verwarming. De rest is een bij elkaar geraapt allegaartje, waar de jaren doorheen schemeren en gekoesterd worden. Bij dochterlief staat het oude kabinet in een prachtige kleur nog in de steigers, de kleur van de muur is er harmonieus op afgestemd. Zo werkt dat met stemmingsborden en interieurstylistes.

Vandaag wordt Sinterklaas gevierd en ik kan er als volwassene nog net bij, twee van de vijf kinderen. de schoonkinderen met de kleinkinderen. Deze Sint haalt tegenwoordig de cadeaus gewoon uit de boekenkast. In het kader van consuminderen en een overmaat aan boeken is dat de ideale weg. Twee filosofieboeken, ‘Wat is geluk’ en ‘Wat is kunst’ en een prentenboek voor dribbel, twee voorleesboeken voor de ouders en de biologische taaipopjes ter aanvulling. Door de jaren heen is het arsenaal aan kinderboeken aardig uitgedijd. Het is een walhalla voor de oude baas om een en ander uit te zoeken.

In het filosofieboek voor kinderen staat een intrigerende vraag om over door te denken. Tegenover de vraag of je geluk moet zoeken tegen elke prijs wordt als stelling gegeven: ‘Ja want als ik gelukkig ben, kan ik echt mezelf zijn’ staat een wedervraag. ‘Ben je jezelf of word je jezelf’. Zelfs voor mij, jaren en veel teleurstellingen en blijdschappen , wijsheden ook, geluk zelfs, later is dat nog steeds iets om over na te denken. Door in jezelf te duiken ontdek je veel als je stopt met jezelf te spiegelen aan- of te vergelijken met anderen. Geluk zoek je niet, dat komt op je pad. Haha, maar daar krijg ik de opmerking over of je er dan helemaal niet meer aan geluk moet denken. Zo werkt het boek door. Sint krijgt de neiging om nog even te overwegeof het dit cadeau moet worden. Ik was vergeten, hoe gelukkig ik werd om op dergelijke manier te peinzen over het leven. Het boek van de kunst is al minstens zo interessant, met als hamvraag: Wat is schoonheid, wat is kunst.

Zulke boeken zijn de parels voor een filosofieles in de groep. Dat was een van mijn lievelingskringen, juist omdat jonge kinderen zo helder kunnen denken, zonder grote mensenlogica. Ze gaan rechtstreeks met gevoel erin. Derhalve hoort het bij een kinderbrein en kunnen de ouderen er een graantje van meepikken. Niemand is ooit te oud om te filosoferen. Niet meer aarzelen Sint. Geluk is ook delen. Inpakken en wegwezen.

Uncategorized

Hoog en droog

Een prachtig schilderij opende de dag voor mij vanuit het keukenraam. Misschien oogde het blauw imponerender doordat er een loodgrijze dag aan vooraf was gegaan. De donderdag ging gebukt onder miezer en soms meer dan dat. Dankzij Rogier Willems en zijn inspirerende schilderinstructies liep ik in mijn doeltreffende douchegordijn als een grote groene matrone langs de druilerige sloot en ontweek de modderpartijen door van graspol naar graspol te springen. Niemand die me zag want alleen bij de oude en in de tuin op de verste uithoek was leven te bekennen. Twee uur gaf ik mezelf. Altijd goed om grenzen te stellen. Daarna zou ik stram zijn van de kou, die met het sombere weer in overmoed zou nestelen in de gewrichten.

Het derde portret vroeg wat duw en trekwerk. Over het vierde portret kwam de tweede laag. Rogier Willems werkt zoals ik het zo graag zie en vaak ook doe. Hij werkt veelal met een kwast, omdat hij een hekel heeft aan kwasten schoonmaken. Dat vleugje humor houdt hij in al zijn video’s vol. Als zijn palet volloopt met mengingen spreekt hij zich belerend toe ‘Foei toch, zouden mijn collega’s zeggen’. Maar hij is volstrekt trouw aan zijn eigen werkwijze. Je ziet hem de toetsen zetten, aanpassen, opnieuw mengen, weer aantippen, laag over laag over laag. En juist die gelaagdheid geeft het werk een levendige toets. Betekenisvol. De juiste uitdrukking, de emotie achter het oppervel, de ziel in de ogen. Die toetsen zijn vlakken en vlakjes, het ware boetseren van zo’n model, het kneden tot een vorm die spreekt. Het gaat hem niet om de gelijkenis, maar er juist om die bezieling te vangen. Het is een schilder naar mijn hart. Een gevoel van thuiskomen. Bij ieder portret zou ik al een aantal lagen daarvoor gestopt zijn, maar hij werkt door tot het grote gepiel (zijn woorden) begint. Van daaruit laat hij ons weer los met een hartelijk ‘Piel ze’.

Dat deed ik dan ook, zijn woorden en zijn kennis in het achterhoofd. Af en toe een corrigerende tik op mijn eigen vingers. Je mag wel pielen, maar niet smeren. Geen tijd om te eten of te drinken, dat kon daarna weer. Wenkbrauwen aangepast, voorhoofd veranderd, tijd voor de tweede laag van de Oegandese vrouw, het indringende kleine fotootje uit de krant. Altijd lastig om te vertalen naar groot. Zoals vriendinlief schreef: Ja. ’t gepiel en ’t kijken en ’t effect van de dingen. Resultaat is leuk, maar toch echt ’t proces’. Zo is het. Naar volle tevredenheid wandelde ik in mijn felgroene tent naar de kleine blauwe. Morgen is er weer een dag.

Tijd voor thee bij zoonlief en kleinzoon 6, voordat hij alweer fases verder is. Met de bal aan zijn voet, of in de hand, al gooiend en schoppend en rollend, zoonlief deed niet anders toen hij zo oud was, schatert hij het uit bij juffrouw Ooievaar en haar pedante stem. Kijkt me met grote ogen aan als die stem ineens weer ‘bedaard’ wordt, als mijnheer de Uil aan het woord komt. Thee met het zakje er nog in en te laat opgemerkt, laat ik voor de helft wat het was. Het arsenaal aan kinderliedjes, de Olifant met de allerdikste billen van het hele land en helikopter, het vers van het boerenpaard hobbel de hobbel en kriebeltjes in de nek hebben groot succes. Brede glimlach, stralende ogen en gekir en alles mag in de herhaling. Met zoonlief, werkend in het zorgcircuit, is het nog steeds afstand houden. Het gemis van warm omhelzen wordt verzacht door de kleine. Die mag op schoot, knuffeltje hier en knuffeltje daar. Kushanden voor zoonlief.

Het verkeer op weg naar huis laat in lange rijen gelaten het gekletter van de regen op hun glanzende daken toe. Lange linten licht aan de overkant. Thuis is het heerlijk behaaglijk. Met een restje linguini en de benen languit op de bank, Pluis spinnend ernaast. Laat de regen maar vallen, wij zitten hoog en droog.

Uncategorized

Goed garen spinnen

Een juichend ‘Omaaaa’ klinkt het boven aan de trap en twee armpjes strekken zich uit. Heerlijk om gewenst te zijn. Als ik hijgend, de trap is een vesting voorafgaande aan nog twee in het flatportaal, boven kom, slaat Dribbel zijn armpjes om mijn benen. ‘Omaaaaa’ verder strekt zijn vocabulair zich uit in praktisch onverstaanbaar gebrabbel met hier en daar een woord. Ingedroogde waterpokken verhogen zijn aandoenlijkheid. Zijn overbekende bassende stemmetje bleef onverdroten doorbrabbelen. Het was koud en druilerig buiten, dus bleven we veilig binnen.

Toen na een kwartier kleinzoon 1 op krukken van beneden naar boven kwam, zakten ze samen op de bank, een lievelingsfilmpje voor beide, voor oma de vaat en keukengepoets. Dankbaar werk. Schemerlampjes aan en de meegebrachte ieniemienie-taai-taai poppetjes(biologisch, glutenvrij en zonder smaak en kleurstoffen), die verwarde Piet in mijn schoen had gestopt, stevig in ieder knuistje. ‘Stapperdestap, stapperdestap’ een poppenspel was snel gevonden. Niet alleen Piet in de war, maar deze Sint ook. 1 Euro prijkte onder de kleine zakjes. Daar kon ik me geen bult aan vallen. Bij de kassa werden ze ineens bijna drie euro duurder. Oeps. Nou ja, voor het goede doel dan maar. Lekker en gezond. ‘Het mag wat kosten tegenwoordig’.(hoor ik daar mijn moeder?)

Voordat ik naar het oppasuur ging, had ik in mijn hoofd al drie portretten gemaakt. Daar bleef het bij. Het grijze gemiezer maakte lui, geen neiging om de tuin op te zoeken. De kou sloeg te hard om de oren. Pas op de plaats. Zussen hadden een fikse wandeling erop zitten terwijl ik me als Pluis opkrulde in mijn zelfbedachte cocon. Even winteren. Het kon geen kwaad. In de koelkast wist ik het toebereidsel voor het avondgerecht. Daar moesten voor zoonlief alleen nog wat kippedijen bij. In mijn ijver om boodschappen te doen, stond ik met het lekkers voor het grut weer buiten zonder. Vergeetachtigheid, uw naam is Haast. Zulks werd erger naarmate het nemen van initiatieven afnam. De boel moest maar weer eens flink opgeschud worden, het werd de hoogste tijd.

Dribbel kroop in winterstand en nestelde zich heerlijk tegen me aan, terwijl kleinzoon 1 aan het ‘fortknighten’ sloeg Er kwamen veel oude films voorbij, wat kennelijk het thema was. Op wonderlijke wijze deden ze er veel kennis mee op. Met bijvoorbeeld plastic afval uit de zee werden hele eilanden gebouwd. Als je knie niet werkt en het hele jaar een beetje tegen zit, dan zijn dit soort van leerzame games, iets wat met vrienden te spelen valt, een goede afleiding. Zelfs de afstand Nederland-Frankrijk, waar vriend neef woonde, werd moeiteloos overbrugd.

Ik hoor nog mijn oma en een hele goegemeente waarschuwen voor de voorliefde voor stripboeken vroeger. ‘Vierkante ogen zouden we krijgen bij het lezen onder de dekens met een zaklamp’. ‘Ze leren er niets door’, schamperde men, al wist ik met gemak de Incatempels, Toet Ankh Amon en meer van dat soort geografische en geschiedkundige feiten te duiden. ‘Het zou de stimulans om ‘echte en dikke boeken te lezen alleen maar belemmeren’, Dat alles al dan niet onderschreven met priemende of geheven vinger. Met die argumenten probeerde men ons van de strip af te houden en het is nooit gelukt. Het was de perfecte wereld om in weg te duiken, de opmaat bij uitstek voor het verslinden van de latere boeken.

Vanmorgen rolde Rogier Willems de kamer in met zijn meer dan losse toets. Naast alles wat niet kan, kan dat nog steeds. Ontwikkelen zonder uit je luie stoel te komen, al kriebelt het nu wel weer. Wat een timing. De juiste prikkel op het juiste moment. Toeval bestaat niet. Laat maar komen, op welke manier dan ook. Voer voor het heilig vuur. Dat zal vooral goed garen spinnen.

Uncategorized

De dag van de vriendschap

Een heerlijk begin van de dag. De hele woordkraker vandaag in een luttel half uur bij elkaar gesprokkeld. Dat was tot nog toe nog niet gelukt. De droom had het al voorspeld. Gebeten door een gele slang met een zwarte kop in mijn voet en daar een hele dikke horrelbult aan overgehouden. Slangen staan volgens de droombetekenis voor het vrouwelijke, voor helen en voor spiritualiteit. Dus de oplossing van de puzzel stond in een helder licht. Een kolfje naar mijn hand om gebeurtenissen van een gunstige beweegreden te voorzien. Ook fijn om naast de tegenovergestelde informatie in diezelfde ochtendkrant wat te mogen spelevaren.

Gisteren kwam kleinzoon 3 als eerste door de grote schooldeur naar buiten, rende onmiddellijk, zonder jas, op de lantaarnpaal af, waartegen ik stond te vernikkelen. Op de vraag of hij geen jas aanhad, antwoordde hij ontkennend terwijl hij in het grote grijs achter mij staarde. Er rezen vermoedens, maar die werden weer even zo vrolijk ingeslikt. Zoals de belofte er gisteren was, mocht hij vandaag mee naar de speeltuin in het aangrenzende park omdat daar zijn vrienden van de BSO ook nog zouden komen spelen. Een van de jongens uit een groep hoger, die vorig jaar had gezeten, ging ook onmiddellijk ernaar toe, met zijn vader en zus in het kielzog.

Daar ontstond een merkwaardig aantrekken en afstoten van beide. De uitdaging werd steeds opgeschroefd, waarna de afwijzing of beteuterde gezichten volgden. Toen een grote jongen uit groep vier erbij kwam, werd het niet beter. Die walste de andere jongen om de haverklap neer. Met de komst van de BSO-vrienden van kleinzoon herhaalde het spel zich van uitdagen in het aantrekken en afstoten. Niemand greep in. Vermoedelijk was ik te beroepsgedeformeerd door dertig jaar onderwijs, want de neiging groeide om af en toe een waarschuwing te laten horen. Het was een merkwaardig spel. In alles proefde je, dat de eerste jongen eigenlijk heel graag met kleinzoon wilde spelen en alleen niet wist hoe hij dat aan moest pakken. Kleinzoon raakte door het uitdagen in de war, weerde het verlangen af. Hij probeerde, toen de ander een bal had gevonden, het op een andere manier. Door een spel te verzinnen, dat ze alle vier zouden kunnen doen. Zo hoog gooien als je kon. Dat had een veiliger lading dan de waaghalzerij op het klimrek. Aan het eind van het spel vertrapte de afgewezen jongen een diabolo. Gedrag uit onmacht.

In de auto hadden we er een gesprek over en kleinzoon vertelde dat hij altijd geplaagd werd verleden jaar door datzelfde jongetje. Bij thuiskomst bleek dat ze ook vaak samen hadden gespeeld. Ergens was de rivaliteit er tussen geslopen. Het lied uit de film ‘Annie Get Your Gun’ van Irving Berlin(1950) met Betty Hutton en Howard Keel schoot me te binnen. Dat was precies waar het om draaide. Van elkaar houden en toch niet met elkaar kunnen. Uiteindelijk kwam in de film alles goed, zoals vaker alles goed komt, zolang niemand zich ermee bemoeit. Al kan een kleine hint nieuwe wegen openen.

In de knusse caravan op het bospark brandde warm licht en zat dochterlief met kleindochter lekker op de grond op een groot kussen. Warme thee en voor het grut wat pepernoten. De jas bleek, zoals het vermoeden was, in de rugzak te zitten. Kabbelen, theezippen en gezellig kouten, tot de vermoeidheid op alle fronten toesloeg en het tijd werd op te stappen. In die tussentijd had pop een ritje op de fiets gemaakt, vlogen de papieren vliegtuigjes laag over en belandde een gegooid balletje precies in de rugzak. Touché.

Thuis wachtte de bank en een heerlijke verse linguine met spinazie, tomaat, mozarrella en basilicum, olijf, ui, knoflook en peper en net op tijd klaar voor de finale van Masterchef Australia. Twee vriendinnen streden tegen elkaar en een verloor nipt de grande fnale, maar beiden omhelsden en bedankten elkaar. Vriendschap met verdriet van de verliezer, ongeloof bij de winnaar, maar zonder afgunst. Vrienden voor het leven door dik en dun. Hoe mooi daarmee te besluiten. De dag van de vriendschap.

Uncategorized

Om wakker van te liggen

‘Zachtjes tikt de regen’, zong Rob de Nijs mijn verleden bij elkaar. Een zolderraam, de vage contouren van wat ooit mijn zolderkamer was en waarvan ik me alleen nog het zolderluik kan herinneren, droomden binnen. Het bleek een illusie. Het tikte niet, er kletterden slagregens tegen het raam. De realiteit was andere koek dan de zoete herinneringen. De volle maan ging schuil achter een dik en nachtelijk zwart, plausibele verklaring waarom wakker worden en blijven onomkoombaar leek te zijn.

Pluis, huiselijk opgekruld en behaaglijk op de sprei tegen de warmte van mijn onderbenen aan, deed waar ik naar verlangde. Om de tijd stuk te slaan een puzzeltje gedaan, gelezen hoe Edgar Degas kennis maakte met zijn nichtje, waarbij vanaf de eerste ontmoeting de lieflijke ondertoon gezet werd, met veel aandacht voor het detail, een schilder waardig. Japin op z’n best in Mrs. Degas, hij schilderde sfeer met woorden, zoals Degas zijn penseelstreken zette.

Langszij kwam de wijze, en bleef hangen op mijn netvlies. Hoe hij vanuit een vakantie in Spanje ineens door de deur kwam van de kleine stacaravan in Friesland. Ik was 18. Nog ervoer ik het gelukzalige gevoel, dat me toen doorstroomde bij die gewaarwording. Dat het vasthouden ervan verdween in de hectiek van alledag met de jaren was een natuurlijk verloop. De beslommeringen om werk en studie vraten de tijd met een gretigheid, die weinig anders overliet. Liefde werd uitgestrooid over de cavia, woestijnratten en het konijn. Zelfs een blauwe maandag wat vogeltjes. De romantische gedachte erachter was die van een zoetgevooisde zanger in een antieke kooi, die ijle trillers zou fluiten voor het raam bij het vangen van de laatste zonnestralen, maar de kooi benauwde me. Vleugellam is iets wat nooit zou moeten zijn en wat toch gebeurde. Langzaam maar zeker. Een gouden kooitje deed daar niets aan af. Vliegen, de vrijheid tegemoet. Heb nooit de wisselwerking gelegd tussen wat overrompelde en de queeste. Soms zouden de schellen eerder van de ogen moeten vallen. Het gras bleef groener, tot ik leerde zelf te zaaien en te maaien. letterlijk en figuurlijk.

Overpeinzingen en Degas bij vlagen er tussendoor. Soms vielen de ogen toe, zo moe. Dan was het tijd om slaap weer te proberen, maar Klaas Vaak bleef verre van mijn sponde en Pluis maar ronken, jaloersmakend hard. Toch wat weggedoezeld. Nu is het vroege ochtend. Weer klettert de regen. Ik wilde gisteren de gouden ketting van Kluivert schilderen op het doek voor zoonlief, maar de goud-oker lag op de tuin in de kist, ik wist precies waar. Daar is niet hier, dus resulteerde het overschot aan tijd in een dwars-door-de-koelkast-recept met alle puntpaprika’s en winterpenen, tomaat, uien, knoflook, champignons, krieltjes en bosui. Kruiden met Ras el hanout en bouillonblokjes, geroosterde pompoen-meergranenbrood met brie erbij en klaar was de soep. Voedzaam en een welhaast lege groentenla, eer het bederf toe kon slaan. Wie niet snel is, moet slim zijn in variatie op een thema.

Een aangrijpende foto in de krant van gistermorgen. Een vrouw van 72 zit in haar schamele hutje en nu er een vredesakkoord over Nagorno Karabach rond is, willen de Armenen in grote getale de enclave verlaten uit angst vermoord te worden. Een indringende beeld dat daar gegeven wordt. Ze zit er met haar enorme benige lange handen werkloos op de knie en het beeld straalt gelatenheid uit. Een vrouw vier jaar ouder dan ik. Niet welgesteld, een kacheltje met een pan erop, een brits en dat is wel zo’n beetje de inrichting van het huisje. Daar heb je dan je leven geleefd, een toekomst op-en-afgebouwd en dan worden ten leste je kanskaarten op een rustige oude dag uit de handen geslagen. Een onmogelijk hard gelag voor haar en al die anderen. Wij zijn in de schoot van de welvarendheid geworpen. Een gedachte om wakker van te liggen.

Uncategorized

Een diepe droomloze slaap

Goede sier had Sint gemaakt met zijn speculaaspoppen. Weliswaar had een van de huiselijke Pieten de helft soldaat gemaakt en kreeg hij de wind van voren. Sint moest derhalve bij het plaatselijke warenhuis twee goedkopere exemplaren aanschaffen, omdat de bakkers op zondag allen gesloten waren. Het succes was er niet minder om. Véél woog zwaar op tegen ‘minder en iets lekkerder’.

De ochtend was een rondje van de Sint en dat liet de vroege middag over voor de tuin. Het atelier was er klaar voor. De opruimwoede van van de week resulteerde in een heerlijke sfeer om verder te gaan met mijn werk. Soms is te minitieus kijken om daarna details aan te pakken en te veranderen geen garantie voor succes. Het broddellapje werd meer en meer een wonderlijk hoofd, of was het nu alleen die ene wenkbrauw? Hoe schilderen de uren vreet met gretigheid. Evenzeer als het opgaan en alles vergeten wanneer de penselen het doek bestormen in een ultieme poging de gelijkenis naar de hand te zetten. Zeggingskracht heeft niets met perfectie te maken. Ik dacht aan Dumas en haar rauwe beelden die de kracht hadden mij tot in het hart te raken door de ondubbelzinnige boodschap ervan. Daarom besloot ik eeen ander portretje op Khadi-papier te maken. Te ruw, want geen schuurpapier voorhanden om de gesso te egaliseren, maar ook weer goed voor diezelfde onvolmaaktheid. Impressie naar berichtje uit de krant over de vrouwen van Nairobi.

’s Avonds bij Project Rembrandt probeerde ik door de ogen van de jury te kijken en te zien wat zij zagen. Hier en daar miste mijn oordeel dat van hen en schatte ik de een hoger in op de ranglijst dan een ander. Het winnende doek was ook het grootste in mijn beleving en ik moest het terugzien om te kijken of dat ook echt zo was omdat het indrukwekkender was dan de rest en daardoor in gedachten groeide. Dat was een goed en klein experiment en nee, het was absoluut niet het grootste doek, maar wel het meest karakteristiek en krachtig, bleek bij het terugkijken.Die kwaliteiten hadden het doek dan ook navenant laten uitstijgen boven de rest. Dat doen die grijze cellen boven, of misschien wel het gemoed. Er waren doelgerichte kritieken, opbouwend maar treffender dan de vorige uitzending.

Terug naar mijn eigen aanpak. Nog steeds aan het vogelen en experimenteren. De eerste laag stond er vlotjes op. De kou had de vingers stram gemaakt. Er volgde nog een kleine observatie van roodborst, die onbeschaamd volledig toilet zat te maken in de wilg rechts van het raam. Ze waande zich overduidelijk onbespied. Het was aandoenlijk hoe zeer het verenkleed met zorg en aandacht werd schoongepikt en glad gestreken. Herhaaldelijk schudde ze de vacht om weer opnieuw te pikken en te strijken. Omdat ze op ooghoogte zat, vanuit mijn drie treden hoge residentie, was het aandoenlijk en intiem. Op het nippertje een ietwat onduidelijke foto met de phone, toen ze weer stil zat. De kachelpijp van de buurman braakte een dikke grijze rookpluim. Tijd om te verkassen. Het hoofdstuk werd afgesloten met een vroege mooie zonsondergang. De lucht kleurde het plaatje als een kunstwerk in.

Nog een Sinttocht te gaan naar het bospark, waar deze hulp-oma even moest bijkomen in de warme sfeer van de knusse zondagmiddagfamilie. Uitgehijgd en gegroet met een kriebeltje in de hand van kleindochter, zwaaiden ze me uit. Twee staartjes en een bosgezicht door de spiegeling van de ruit. De goedgevulde dag en avond warmden de vriesvoeten en zorgden later voor een diepe droomloze slaap.

Uncategorized

Een hart is nooit te groot

‘Er zijn nog drie wachtenden voor U’. In gedachte hoorde ik het afstandelijke stemgeluid in de denkbeeldige telefoon van elk te kiezen hulpverleningsdienst, tandarts, fysio of dokterspraktijk. Maar ik stond gewoon op de stoep bij de bakkerij, waar drie mensen tegelijk binnen mochten en de rest buiten moest wachten. Alleen…de bakker was uitgerust met een oventje om de sauzijcenbroodjes op te warmen en dan kon het gebeuren dat we met z’n allen 3×2 minuten moesten wachten tot alle gekozen bakkersvruchten gaar of warm waren. De vrouw achter mij, tikte voortdurend op haar horloge en haar ogen rolden veelzeggend boven het modieuze mondkapje. Dankzij de loterij stond ik daar, want er waren twee bakkersbonnen per post gekomen en ik vermoedde dat Sint die wilde inwisselen voor drie speculaaspoppen om het grut mee te verrassen. In de kringloop nog een zoektocht naar wat klein spul om erbij te doen, maar er lag niets wat niet alweer vrij snel in dezelfde recyclemodus zou belandden. De poppen waren afdoende.

De zon was rond drie uur doorgebroken en dat was fijn na twee dagen betamelijke somberheid. Het leven kleurde letterlijk lichter. Genesteld in mijn holletje op de bank rees de vraag of ik niet even naar de tuin had moeten gaan, maar het beloofde de volgende dag helemaal zonnig te worden. Dan was het een uitgerekend moment om nog een wilg te slechten tot op de kruin. Het programma ‘Jacobine op 2’ bracht een heel andere beleving met zich mee. Mensen die rouwden om een dierbare, een dochter om haar moeder, een dochter om haar vader en een man om zijn vrouw. Die man was Frits Spits, een bekende radiomaker en hij gaf met een intrigerende vergelijking aan waar de rouw voor hem zat. Het was te vergelijken met het trainen van een hond. Die loopt eerst alle kanten uit en op een gegeven moment loopt hij aan de knie. De rouw was zo verinnerlijkt, dat het voelde als een dergelijke beteugeling, maakte ik uit zijn woorden op. Het was een mooie vorm om uit te drukken hoe rouw om een dierbare op een persoonlijke wijze zich openbaren en verankeren kan.

https://tvblik.nl/jacobine-op-2/persoonlijke-ervaringen-over-rouw

Dat verschil was terug te vinden bij deze drie. Ze schreven er een boek over. De dochter, die om haar moeder rouwde, de journalist Lisanne van Zadelhof wilde een handleiding voor het omgaan met het immense verdriet dat ze voelde, maar vond het nergens en beloofde toen aan haar rouwtherapeut om er zelf een te gaan schrijven. Daardoor kwam ze erachter dat er voor rouw alleen maar een eigen weg te schrijven viel, juist omdat ieder het op een eigen manier zal verwerken. Zo schreef ze een hoofdstuk vol met enkel de herhaling van de woorden: ‘Ik heb geen moeder meer’. Erover schrijven of praten zalft, dwars tegen alle dooddoeners in, zoals ‘Gaat het weer een beetje’of ‘heeft het al een plekje gekregen’. Goedbedoelde maar nietszeggende lieve woorden, die het echte antwoord niet afwachten. Mensen worden ongemakkelijk bij rouw, is ook mijn ervaring. De vrouw die haar vader verloor, auteur en schrijfdocent Josha Zwaan, roemde de intimiteit, die nu in corona-tijd was ontstaan, om het afscheid van haar vader, die dominee was en een publieke functie vervulde, zo intens samen in kleine kring te hebben mogen beleven.

Frits had een prachtig lied uitgekozen dat benadrukte hoe hij de verbondenheid met zijn vrouw ervoer. ‘Zelfs nu je zwijgt’ heet het en het getuigt van die krachtige symbiose.

Dergelijke programma’s geven zoveel stof tot overpeinzen en zijn voldoende om op te teren. Als je dan nog naar zo’n prachtige uitvoering mag luisteren is een dag al goed gevuld en mijn arsenaal aan mooie muziek met deze ‘liedjes’ van Veldhuis & Kemper zijn naar volle tevredenheid uitgebreid. ‘Mijn hart is groot genoeg kom er maar bij’ zingen ze. Dat is precies wat ik zal doen, want ‘een hart is nooit te groot’.

Uncategorized

Een cadeau van tijd en verrijking

In de tijdgeest van 7 november stond een interview van Marijke de Vries met de Vlaamse auteur Koen Sels. Hij had de roman ‘Gloria’ geschreven over de omwenteling die het vaderschap in zijn leven bracht. Het voelde voor hem als een afscheidnemen in plaats van een verzoening. Hij worstelde met zijn gedachten en vroeg zich bijvoorbeeld af of hij tegen zijn dochter, die graag in prinsessenjurken loopt, moest vertellen ‘dat prinsessen stoer en dapper zijn. ‘Zijn dat de gewenste karaktereigenschappen? Ik denk juist dat de wereld meer zogenaamd vrouwelijke eigenschappen kan gebruiken’ wierp hij lachend op. Een zoeken en spitsroeden lopen zo lijkt het. Hij beschreef een moment van het niet willen slapen van zijn dochter en zijn woede daarover. Terwijl hij voorheen dacht nooit kwaad te worden. ‘Zulke momenten zetten aan tot fundamenteel denken: ‘Wat is goed voor mijn kind, voor mij, voor anderen? Het zijn momenten waarop je krachten iin jezelf voelt die je niet kende. Dat je merkt: mijn kind raakt aan mijn egoïsme’. Juist die laatste zin blijft echoën. Is dat zo. Raken kinderen aan ons egoïsme of is dat een persoonlijke beleving. Ik weet wel dat het alles te maken heeft met je eigen gemoedstoestand.

Vaak grensde het opvoeden aan een uitputtingsslag door slaaptekort en net op de momenten dat er een ogenblik rust was, was er wel altijd een verdrietig kind dat om aandacht vroeg. Het waren er natuurlijk in het allereerste begin vier, waarvan de laatste twee een tweeling was. Pas bij die twee zonen begrepen we, dat het heel wel mogelijk was om iets op z’n beloop te laten en dat we niet onmiddellijk in de steigers hoefden te springen om de boel draaiende te houden. Boos resulteerde vaak in wat ik dacht redelijk te zijn en te bespreken. Tot grote hilariteit van de kinderen nu, die het preken vonden en zich heimelijk verkneukelden, hinkstappend van het ene op het andere been, mij het geduld schonken door met een schuldbewust gezicht het relaas aan te horen om daarna te wachtten op de onvermijdelijke goedmaker, het omarmen op het eind. Kinderen zijn wijzer dan je denkt, merk ik nu steeds vaker, door de vele opmerkingen over een bepaalde aanpak in hun jeugd en hun huidige kijk erop.

Mijn sloot nu.

Wij hadden een om-en-om zorgbeleid. Een pa-dag en een ma-dag. Dat gaf lucht en rede, maar een kind zet je natuurlijk op de loze dagen niet uit. Die blijft in je hart en hoofd zitten. De zeven sloten, zo hadden we van onze ouders geleerd, zijn er overal. Al hadden we ook geleerd, dat je, als je erin was gevallen, er ook weer zelf uit moest kruipen. Een opvatting die veel baat bracht. Toen ze ‘klaar’ waren met opvoeden, konden we al aardig de eigen bonen doppen. Die zelfstandigheid wilde ik wel graag doorgeven en het menslievende. De opvatting dat we maar geluk hadden om hier, in dit welvarende land, geboren te zijn, om breed te denken, over de grenzen te kijken.

Hoe opofferingsgezind waren we als ouders? Wegcijferen was er niet bij, wel de verandering in het gevoel, de grote verantwoordelijkheid, die trok, de moeite die gedaan moest worden om kreukels glad te strijken. Ook die in je eigen hoofd. De financiën waren een belemmerende factor, want daarmee slopen andere sores binnen. Ook toen was de leerschool van vroeger vooral een praktische. ‘Maak van niets iets’. Dat konden wij, de Blueband-generatie. Want zelfs met margarine kon je paaslammetjes maken, de fietsen samenstellen uit de grofvuil-dagen, ’s avonds voorlezen en zingen kon tijdens het was ophangen in het trappengat en van bloem met water had je al snel pannenkoeken om feest te vieren. Het voelde niet als wegcijferen, maar tijdelijk aanpassen en opschuiven, om daarna jezelf weer te mogen uitpakken. Het bleek navenant aan de vorige periode. Een cadeau van tijd en verrijking.