Uncategorized

Een heerlijke herinnering

Om de krant te halen zijn er vier trappen om af te dalen, eigenlijk vijf als je die van boven naar beneden in huis mee rekent. De knapknie was kennelijk uitgerust uit de nacht gekomen en bij de eerste stappen nauwelijks te voelen. Als iets geen prikkels geeft, gaat het lijf op de automatische piloot. Dus stapte ik, alsof ik ’s werelds beste knieĆ«n had, weer als altijd naar beneden. Geen huppeltje, maar toch. Twee kranten in de bus en de gang naar boven. Daar voelde ik het al. Toch te frivool bedacht dat een en ander was verbeterd. Datzelfde lijf sprak schande en liet het me bezuren. Oke knie. Deemoedig bind ik in. Misschien toch maar eens een bezoek aan de huisarts. Zes weken kon het duren. Dit is volgens mij de vijfde. Ze is nu weer dik en stijf. Suffe knie. Ik spreek het niet uit. Stel dat ze me hoort.

De omlegger van de iep heb ik cadeaubonnen en een moordspel van de Buurtbierwinkel toegestuurd. Dan kan hij lekkere biertjes uitzoeken en tegelijkertijd een spelletje spelen met mijn tuinbuurvrouw, die hem geholpen heeft de takken te ruimen. Wat ben ik blij met de afhaalmogelijkheden in deze gesloten-winkel-tijd. Ze zijn legio en origineel. Het kriebelt veel meer nog dan voorheen het creatieve vermogen. Tel je zegeningen.

Gisteren in de bus twee lieve kaartjes. Vriendinlief van het dansje en dientengevolge de knapknie, bedankte me voor alle steun en support in dit zware jaar, waarin ze in een tijdsbestek van drie maanden wees geworden was. Het was alles waard geweest en ik zou het zo overdoen ook al kende ik de gevolgen. Nou ja, ik had niet als een dertigjarige staan swingen, maar als een bedaarde zestiger, waar in mijn hoofd nog steeds geen ruimte voor is.

Het tweede kaartje was van een van mjn liefste, ingetogen en bescheiden vriendinnen, die ook zo van het kleine geluk genieten kon en allerlei lieve acties verzon, om het leven lichter en aangenamer te maken. Niet zelden zettte ze me aan tot een overpeinzing of een gedachte die met me mee bleef zweven. We deelden de liefde voor de kunst van het leven. Haar nieuwjaarswens was een juweel van een kaart, zoals altijd met liefde en aandacht gemaakt met de opmerking de blaker met het lichtpuntje door te geven in figuurlijke zin.

Drie opdrachten van zuslief. Een verhaal over mijn manier om het leesonderwijs te stimuleren en twee tekeningen. De appel met de schil lukte stellig. Schrijven over liefde voor het lezen is voor een boekenverslinder een koud kunstje vol warme genegenheid. Een grote stimulans om tot lezen te komen is vooral het enthousiasme waarmee het aangeboden wordt. Liefde voor het boek valt of staat met de liefde voor het kind en de taal. Verhalen mogen verzinnen, eigen kleine boekjuwelen maken, waarbij een tekening eigen woorden geeft aan de handeling. Er waren zoveel mogelijkheden om vooral het woord leven in te blazen. Een van mijn lievelingsboeken was een onooglijk boek met de mooiste hand-en-vingerverzen. Van het aloude touwspel tussen de vingers tot verzen als Hompeltje en Pompeltje: Twee kabouters(de duimen) die zich verstoppen in de knuisten en dan weer tevoorschijn komen. Met recht valt op te merken dat een kinderhand gauw gevuld is, maar nog meer, dat verwondering wekken weinig meer nodig heeft dan het aanstekelijke geloof in taal van de boodschapper. Het idee dat er heel veel kinderen het boek hebben omarmd is de bonus en een heerlijke herinnering.

Leeshoek met rijk gevulde boekenkast
Uncategorized

Om samen verder te kunnen

De kranten van vandaag doen vanuit twee verschillende invalshoeken een beroep op het in gesprek gaan met elkaar in plaats van ten strijde te trekken tegen elkaar. Het ene interview in Trouw is van de hand van Lara Molenaar, in gesprek met de filosofe jenny Janssens, die oproept om mensen de kans te geven om te ‘ontcancelen’. Om de kop te begrijpen moest ik dieper het interview in. De cancelcultuur gaat over de vraag ‘wat is goed gedrag en wat is fout gedrag’. Het blijkt naast vele theorieĆ«n ook een concrete situatie te zijn , waarbij men de maat meet. Wat kunnen we wel doen en wat niet. Alleen circuleren er veel verschillende ideeĆ«n rond op de sociale media over dit vraagstuk. Ik verzuchtte laatst al, dat iedereen een mening moet hebben en dat luid en duidelijk wil verkondigen. De filosofe geeft aan dat bijval fijn is, maar dat het ook kan zorgen voor een gebrek aan verschillende perspectieven.

In de Volkskrant Staat een interview met Loretta Ross, die ooit een Amerikaanse activiste was, maar nu pleit voor wederzijds begrip. Dat inzicht ontstond vooral toen ze in gesprek kwam met een veroordeeld verkrachter, die ze na lang aandringen opzocht in de gevangenis. Daar ontmoette ze nog meer jongens, stuk voor stuk fysiek intimiderende mannen uit de eigen gemeenschap. De man die haar gevraagd had te komen had zich verdiept in de zwarte feministische literatuur en was zichzelf en zijn daden zat. Hij wilde het beeld veranderen. De ontmoeting was een confrontatie met haaar eigen trauma, moeizaam en pijnlijk. Ze was in haar jeugd verkracht en kreeg op 15-jarige leeftijd een zoon, die ze weigerde af te staan. Maar toch zette ze ondanks dit trauma door en hoorde de mannen aan, gaf weerwoord middels haar eigen ervaringen waardoor ze begreep dat een aantal mannen zelf ooit slachtoffer waren geworden van intimidatie en verkrachting.

Dit bleek voor haar een ‘transformatieve ervaring’ te zijn. Ze begreep dat slachtoffers niet zelden daders kunnen worden en dat niemand wordt geboren als dader. Vanuit die mening geeft ze aan: ‘Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk dat inzicht voor me was’. Ze stuitte daarna vaker op onbegrip, maar de oplossing lag besloten in het gegeven dat zij en de mensen met wie ze werkte, elkaar gaandeweg leerden kennen. Haar ervaring was, dat je mensen niet langer kon haten als je ze beter leerde kennen Het veranderde iets in Ross. waar lange tijd haat de motivatie was geweest, ging ze werken vanuit liefde en respect voor de menselijkheid. De dialoog was de oplossing. Inplaats van mensen er buiten te plaatsen, mensen binnen te sluiten. Ze roept wel op om kritsch te blijven kijken naar een politicus, die de waarheid niet spreekt, een overheid die mensenrechten schendt, een bedrijf dat haar werknemers in gevaar brengt of hun veiligheid riskeert, dat dĆ”t het onderdeel moet blijven van een mensenrechten beweging.

Shake hands, make friends

Twee verschillende interviews met twee verschillende vrouwen, die elkaar aanvullen, geeft stof tot nadenken. Hoe sterk zijn wij in het leven van alledag. Ik kom als vanzelf uit bij onze school. Bij een ruzie in mijn groep was het de gewoonte, dat kinderen met elkaar in gesprek gingen. De een vroeg dan aan de ander, waarom hij zo handelde en dat het pijnlijk was of verdrietig. De ander kon dan aangeven dat het niet helemaal de bedoeling was en welke beweegreden eronder lag. Jaloezie of afgunst, (ik wilde dat ook), je buitengesloten voelen (ik wilde alleen maar met je spelen), jij maakte zoveel mooie dingen en ik niet(ik wilde dat ook leren). Zo zijn er nog talloze inzichten verkregen door deze kleine gesprekken, zo jong als ze waren. Bovendien leerden ze goed te luisteren naar elkaar. Eventueel bij grotere problemen spraken we er in de kring over of werd het een thema in het rollenspel tijdens de dramakring. Nieuwkomers werden vanzelf meegetrokken. Jong geleerd is oud gedaan, maar zo nu en dan is het handig de focus weer even scherp te stellen. Om dan te bedenken dat er geen verschil zit in het leven op school en later. Voor ons betekende dat: Het verkrijgen van inzicht middels het gesprek en daarmee begrip en respect winnen om samen verder te kunnen.

Uncategorized

Alles is meer dan de realiteit

Licht van de lantaarnpalen winkelt door de druppels op de ruiten en spat stralend uiteen, alsof ik door mijn wimpers kijk. Een wakkere nacht. ‘Als je je ogen toe doet, rust je ook’, was de wijze raad van mijn moeder, die zelf regelmatig kampte met lange maalnachten. Er blijft gewoon van alles door het hoofd spoken en daar zit geen knop op. Ik heb nog wel genoeg schapen gezien vandaag. Maar ze stuk voor stuk tellen helpt niet, evenmin als de roze olifant visualiseren. Steeds weer schemeren de meeuwen, de laatste scene van I.M., het vertrek van oudste zoonlief, de oude Izegrim op de tuin, het omgevallen beeld naast de kers, de krantenkrabbel en meer van dat soort zaken door het hoofd.

Bij aankomst op de parkeerplaats zag ik ze al. Kennelijk zaten de bliekkies en de voorntjes aan de oppervlakte van de sloot, want de meeuwen dansten er vlak boven en menigeen scheerde weg met een spekkie voor zijn bekkie. Zodra ik er aan kwam lopen, vlogen ze uiteen, om na het passeren weer samen te kluwen. Het pad was, als te verwachten, schier onbegaanbaar, waar de fietsbanden diepe voren hadden getrokken in de zalverige modder. Spitsroeden lopen van pol naar pol en heel voorzichtig met de al protesterende knie. Heiige lucht en kringelende rook uit de pijp van de houtkachel van de Oude. Verder lagen de tuinen er verlaten bij.

In de hoek achterin de tuin was het opvallend ruim, nu de iep om was. De vriend van buuf had keurig de stammen verwerkt en er lagen enkel nog kale takken op het terras voor het atelier. De Bernagie was schoon en opgeruimd. De schilderogen keken me licht verwijtend aan. ‘Waar was je nou’. ‘Niet hier’, grinnikte ik en tekende in het logboek op hoe alles erbij stond. Foto’s door het raam heen nu de wind zo guur was. Roodborst had ik wel gezien bij de parkeerplaats, maar niet meer op de tuin. Ik vergat naar de bollen te kijken, die begin december al een eindje uit de grond piepten. Het beloofde kouder te worden, afwachten of ze het zouden redden.

Met de vroeg invallende schemer, viel er nu niet meer te werken. Bovendien was de tocht toch nog wat te zwaar geweest. Op de terugweg waren de dames schaap even afgeleid, degene die altijd voor de kudde uit graasde keek even op en blaatte twee keer, vrij geruststellend vermoedelijk, want er werd niet terug geblaat. Zwijgende schapendames in volmaakte rust, met alleen het geluid van een krassende kraai en het lostrekken van het gras onder de malende kaken. Moddergesop alarmeerden de meeuwen voor een tweede keer. Scheer je weg krijsten ze naar elkaar. Dat was niet tegen dovemansoren. Aan het hek stond de kleine Turkse vrouw van de hoek en gebaarde me, dat zij het hek zou openen en dicht zou doen. Een vriendelijke zachte glimlach vloog een tijdje met me mee op weg naar huis.

https://www.npostart.nl/volle-zalen/03-01-2021/AT_300000170

Volle zalen bracht een herhaling met Herman van Veen, die samen met Cornald Maas op pad ging naar zijn verleden in de Vogelenbuurt achter de Adelaarstraat, die mij zo vertrouwd waren, omdat ik er als vijftienjarige gewerkt had bij een drogisterij/slagerij/annex automatiek op de kop van de wijk. Hij toonde het ouderlijk huis, waar zijn moeder hem als kleine jongen vastbond aan de regenpijp, zodat hij een spanne had van een paar stappen naar links, naar voren en naar rechts. Links van hem kon hij de geuren snuiven van een kruidenierszaak van de dames Tuls. Opmerkelijk aan het hele verhaal was dat de beleving van het kind Herman alles reusachtig groot had gemeten, terwijl bij het zien van het studentenhuisje vooral het minieme formaat opviel.

Zo werkt dat dus. De wereld bekeken door een kinderziel kent oneindig meer ruimte toe aan de dingen en de aard der dingen, evenzeer aan de mogelijkheden. Niets is ondenkbaar, niets is onwezenlijk. Alles is meer dan de realiteit.

Uncategorized

Opnieuw verlangen

Vroege vogels voor een deel gemist. Te laat voor Jochem Myjer, die ik graag had willen horen. ‘Uitzending’ gemist is er goed voor. Gisteren is het nieuwe jaar goed van start gegaan met het omhalen van de iep tussen mij en buuf, geheel en al verzorgd door de vriend van. Daar gaat later in de week een bijzonder bierpakket naar toe. Ik schitterde met knapknie door afwezigheid, maar nu konden ze alvast wat hout verstoken.

De verrassing voor bonuszoon kwam op de valreep binnen bij hen, net toen ik van plan was op te stappen. De postbesteller bekeek zorgvuldig elke enveloppe opnieuw voordat hij het in de handen duwde van het feestvarken. Een onthaaste postbode was iets dat ik nog niet vaak op deze wijze had waargenomen. Mooi om te zien. Het leven leeft zichzelf als je het toelaat en de tijd eigen wordt.

In de woorden van een gewaardeerde blogger vind ik de begrippen gemis en verlangen. De egel die zich afvraagt of eenzaamheid bij hem hoort als de stekels op zijn rug. Zijn verlangen personificeert zich in de gedachte vleugels te hebben in plaats van stekels. (Toon Tellegen). In een ander verhaal van de egel(Misschien wisten zij alles. Blz. 323. Toon Tellegen), hangt hij in de takken als de ondergaande zon, hoopt hij. Ongemakkelijk, maar een wens die in vervulling gaat. Het is de keuze. Blijven hangen in verlangen of misschien wel vleugels aanmeten, door net als Nils Holgersson bij een van de wilde ganzen aan te haken. Bij vliegen denk ik ook aan Dombo het olijke olifantje uit de Donald Ducks van lang geleden, die zijn oren gebruikte om in vrijheid te zweven, hoog boven de burgerlijkheid. Vrij in elke toonaard. Of aan Ubbi, die zijn verlangen jubelt in het lied: ‘Ik vlieg, kijk ik vlieg. Hoger dan het huis en hoger dan de toren en alle vogels zingen, O, had ik maar zullke oren’ (Ook een verlangen).

Want dat was wat het kleine jongetje van lang geleden, volgens de blogger ook kon, totdat de nachtmerries kwamen. De vraag blijft hangen of hij nu ‘grijzer en onwijzer‘ meer kind is geworden, omdat hij weer ‘zijn vleugels wil openklappen om over het gemis en verlangen heen te vliegen’, dat in elke vezel voelbaar is, vermoed ik. ‘Maar gemis en verlangen zijn er nooit niet’, was mijn antwoord, dat is geschoeid op ervaring. Alleen kan je nieuw verlangen vinden, weet ik ook. Elke lente staat de wereld bol van verlangen, van zoete beleving, van alles wat het kind in mij wekt. Sterker nog, er is geen moment geweest dat dat kind ver weg is. Dat komt door het jarenlang werken met vrije geesten, die kinderen nu eenmaal altijd zijn. Zij zorgen ervoor dat verwondering ieders deel wordt, omdat onze ogen die van hen weerspiegelen. Onontgonnen zielen tot de rand toe gevuld met ervaren, ontdekken, doorwoelen en altijd die beloning.

Nu ligt de dikke Toon naast me, omdat ik het verhaal van de krekel wilde zoeken, waar ik eerder op de dag over las. Bij elkaar 313 verhalen vol verwondering. Zomaar, gratis en voor niets elke dag te lezen, die aanzetten tot nieuwe blogs, nieuwe gedachten, nieuw verlangen misschien, maar op z’n minst nieuwe hoop wellicht. De schrijver Marcel Jouhandeau wist het wel:

Un jour vient où vous manque une seule chose et ce n’est pas l’objet de votre dĆ©sir, c’est le dĆ©sir’. ‘Er komt een dag waarop je maar ƩƩn ding mist, niet het voorwerp van je verlangen, maar het verlangen zelf’.

Zoals de lieve lente laat geloven in het nieuwe leven, jaar naar jaar. Opnieuw verlangen.

Uncategorized

Alle dagen van het jaar

Droom bracht een loslopende beer en we moesten ons verstoppen, want hij was in eerste instantie agressief. In de kleine slaapkamer van mijn vader en moeder leunden we met z’n drieĆ«n tegen de deur aan, maar hij kon zijn poot eromheen krijgen, ik kriebelde zijn ‘hand’, die ineens verdacht veel op een apenhand leek. Dat stemde de beer mild. Daarna sprak ik met eeen buurvrouw en we kwamen tot een prettig gesprek over de natuur en alles om ons heen. Haar man bezat een aantal casino’s in Frankrijk en had een totaal ander leven. Ik sprak met hen af twaalf weken mee op reis te gaan. Ik bedacht nog in de droom , dat dat misschien wel wat overhaast was, in ieder geval niet weloverwogen.

Beer in een droom symboliseert introspectie en nadenken. Het komt overeen met de tijd van het jaar en de omstandigheden waarin de wereld verkeert. Het kluizelt al een paar weken lekker door. Niet in de laatste plaats om de immobiliteit, die me is overvallen. Nooit meer het lijf laten denken dertig te zijn. De feiten achteraf pleiten er hartgrondig voor.

Gisteren was er het voornemen om naar de tuin te gaan. Eens proberen of ik die kilometer van de auto naar het atelier en vice versa zou halen zonder al te veel pijn. Een beetje beweeglijkheid voor de stramme spieren kon geen kwaad. Maar er was een lief belletje van vriendinlief, om te sparren over wereldse zaken. We wijken wat uiteen met sommige opvattingen, maar dat geeft niet. Ieders mening valt te respecteren en mensen moeten in bepaalde afwegingen zelf hun weg bepalen. ‘Leven en laten leven’ was het motto van mijn moeder onder andere. Iets wat ik door de loop der jaren heen steeds meer ben gaan waarderen. Voorwaarde is wel dat de ander eenzelfde overtuiging is toegedaan, anders loopt het al snel spaak. Dwingende karakters zijn niet mijn ding. Alles kwam aan bod, twijfels, gedachten, gevoelens in een mix van woord en wederwoord. Een goed gesprek is het halve werk.

Te laat voor de tuin vertelde het waterige zonnetje dat er af en toe tussendoor piepte. Changer les idƩes. Schoonzoon vierde zijn eigen oud Jaar. Oliebollen had ik te over, dus met de zoete versnaperingen richting stad. Dochterlief belde nog tussendoor, maar ik verklapte mijn plannetje niet. Met een zak vol lekkers en een frisse toet kon ik de bijna-jarige overvallen. Hij was alleen en stond risotto te maken met tomaat, tijm en knoflook uit de oven. Blij hoofd is altijd een extra bonus bij onverwachte escapades.

klein geluk

Het kwam extra goed uit, want vandaag en morgen zouden in stille eenvoud voorbij trekken. Iedereen had wel veel kaartjes, pakjes en anderszins verstuurd. Dochterlief, de kleine filosoof en kleindochter kwamen thuis. Sterretjes opsteken bleek de eerste actie nu de schemer begon in te vallen. Toch een lief klein vuurwerkje op een hoopvol NieuwJaar. Glunderende koppies bij oplichtende sterretjes. ‘Koud vuur’, zei men vroeger, maar dat bleek toch niet helemaal waar te zijn, dus een grote ster met extra lange handvaten voor extra ingebouwde veiligheid. Heerlijke risotto met een kleintje vin blanc bleek een geslaagde draai aan het flexibele gesternte te geven. Strooien met wat klein geluk, was een goede waarborg voor een warm gevoel voor de rest van de avond en een mooi voornemen voor alle dagen van het jaar.

Uncategorized

Het weer wƩƩt van aanpakken

Van een vuurwerkverbod hadden niet veel mensen gehoord. Er werd nog lang en veel geknald, van die zware bommen, af en toe een handjevol siervuurwerk, maar het meestee toch gegil en gedonder op sterkte, waardoor Poes twee keer haar angst uitspuwde. Arme Pluis. Van de weeromstuit at ze haar bakje niet leeg. Eerst waren in de late namiddag zoonlief met mijn schoonlief en de kleine voetballer op bezoek geweest. Twee oliebollen en daar bleef het bij. In dat tijdstip leerde kleinzoon wel mijn naam zeggen, die hij als een kleine repeteerwekker achter elkaar bleef herhalen.

Toen ze weg waren kwam de soep aan bod, dankzij het betere snijwerk van ons, gisteren bij zuslief. Er gaat niets boven een zelfgetrokken soep. In de damp boven de pan verscheen het zachte gezicht van mijn moeder. ‘Goed gedaan kind’, knikte ze. ‘De foelie niet vergeten mam’, fluisterde ik trots terug. Tegen de doden moet je fluisteren, want alle doofheid verdwijnt als sneew voor de zon als de stofmantel is achtergebleven.

Met een oliebol met veel poedersuikerzoete heerlijkheden een glaasje rode CĆ“tes du RhĆ“ne, een kleine kerstster en mijn warme waxinelamp verschansde ik me op de bank onder de plaid. Oudejaars televisietijd. Een beetje zappend heen en weer bracht me alras terug naar Matthijs van Nieuwkerk, die aan het woord was. Eerst dacht ik nog een stuk top 2000 te zien, maar het bleek zijn gloednieuwe programma te zijn: ‘Matthijs Gaat Door’. Dat was het onverwachte cadeau. Joost Prinsen schoof aan. De markante imponerend lange persoonlijkheid van De Stratemakeropzeeshow, J.J. de Bom en het Klokhuis. Hij ontpopte zich aan tafel als een wandelend verzenboek met een prachtige declameerstem. De jeugd sprankelde in zijn ogen als hij vertelde en het was een verademing om iemand te horen die echt iets te zeggen bleek te hebben. Matthijs was er zienderogen gelukkig mee. In een tempo dat twee keer zo laag lag dan gewoonlijk, maar nog altijd met voldoende vaart, bood hij met verve zijn uitverkoren gasten teen podium. Muziek, gesprek en gedicht wisselden elkaar harmonieus af. Een verademing op de buis, een programma met een geheel eigen stempel en een mooie visie erachter. ‘Ter leering ende vermaeck’.

Daarna Queen, eerst met allerlei gasten als een tribute en later oudere opnamen met Freddy Mercury zelf. Meezingen, de hoge tonen proberen te raken, hard of zacht in de eigen bubbel en niemand die opsprong bij een valse noot. De grote legende rende, sprong, blikte uitdagend neer op zijn publiek, zong dan weer ingetogen en speelde vol overgave de flamboyante zanger, die beloftes waar kon maken.

Tja en dan was er nog Youp. Als je wil oordelen, moet je het wel gezien hebben. In dat kader schoof ik aan in de zaal met de dertig toehoorders. De grofheid van zijn laatste shows waren eigenlijk een brug te ver naar mijn opinie. Maar, Youp had een en ander van de kritiek opgepakt.. Met een lichte weemoed om het bijtende sarcasme dat vroeger ooit als ironie op de planken mocht, wist hij er zo’n draai aan te geven, dat meer de stem van zijn column naar boven kwam. Er waren vragen bij, adviezen ook-stop met het rondzwemmen in je eigen gelijk- en allemaal sneden ze meer dan hout. Wat een prachtige eindconference. Vol bewondering zag ik hem staan op zijn gebruikelijke manier, handen diep in de zakken mijmerde hij over het afgelopen jaar, de mediagekte, maar bovenal de grote en gemeende waardering voor het zorglegioen. De enige mensen, die wat in te brengen hadden, uiteindelijk, en daar nog steeds niet voor werden beloond.

Het begin had ik gemist. Dat krijg je als je al zappend langs verschillende golflengtes sliert, maar het einde was meesterlijk. De lichtshow in de arena ter vervanging van het vuurwerkgeweld was slaapverwekkend en op de rode wijn en de oliebollen sukkelde ik in slaap tot zoonlief belde, Dwars door alle bommen en granaten heen wenste hij me een heerlijk NIeuwjaar toe.

En verdraaid, bij het ontwaken vanmorgen uit een slaap vol kringlopen en wandelingen met de zussen, blikte een wonderschoon nieuw begin aan de horizon. Het weer wƩƩt van aanpakken.

Uncategorized

Een juweel van eenvoud en van mogelijkheden

De indeling was snel gemaakt. Iemand voor de groente en de tempeh, flinterdun. Een ander de aardappelen en zuslief het vlees. De snijploeg stond paraat om zus te helpen bij haar Javaans-Molukse maaltijd voor alle mannen die hard hadden gewerkt om het nieuwe huis naar wens te maken. Strippen van de vloer, het verschuiven van de wanden, aanleg van vloerverwarming, verzinken van elektrische draden en het betere stucwerk. Dat betekende dat er vele monden te voeren waren. Haar onvolprezen schoonmoeder daalde neer uit het verleden in de vorm van een briefje met de opgekrabbelde benodigdheden en de recepten. De herinnering van vele feestmaaltijden werd de leidraad. Geduldig wachtten we tot zus voordeed hoe fijn fijn wel niet was als het op de Atjar aankwam. Heel fijn dus. Worteltjes dunner dan Julienne en Boontjes door de helft en dan weer door de helft van de helft. Lucifershoutjesdun.

Er waren stukjes wortel die buiten de boot vielen. Evenals de stukjes rundvlees die ervan afgesneden werden. Iets voor een bouillon om te trekken of een groentensoep, bedachten wij. Van alles wat overbleef werden drie zakjes gemaakt. Na een hele middag snijwerk, kramp in de vingers, een overvloed aan bereidingen en een voorproefje, lieten we zus achter met nog een avondje te gaan. De Tempeh moest nog gebakken, de Rendang en de Ajam op smaak gebracht en de voorbereidingen voor de Sajoer boontjes getroffen. Thuis was er de volmaakte stilte, poes Pluis, de wollen plaid om onder te kruipen en een knie die opspeelde. Te lang gebogen gezeten. Op het fornuis prijkte een prachtige blauwe koekenpan , die voortdurende uitnodigde om ‘Blauw, blauw, hemelsblauw’ te zingen naar de evergreen van A.M. G> Schmidt. De nieuwe inductieplaat van zus herkende de pan niet als pan en dan sloeg het ding niet aan, of zo. Het fijne weet ik er niet van met mijn oude vertrouwde gasfornuis, maar een aanwinst was het.

Op datzelfde ouwetje staat nu het rundvlees te trekken, ui, foelie, kruidnagel, laurier, bouillonblokje, gkeneusde peper en de restjes vlees. Goed voor het katterige gevoel op deze sombere dag. Vanavond valt er geen I.M. te kijken. Morgen pas weer. Ik vond het nog wel zo’n passend einde om dit jaar ten grave te dragen. Nou, dat is wel heel rigoureus. Ik moet bekennen dat deze verstilling vooral ook veel pareltjes heeft opgeleverd. Vooral het allereerste isolement met een totale stilte, maar een natuur die jubelend ontwaakte en vogels die zich van alle gevaren vrij waanden, zonder de overdosis geluid en fijnstof. Eigenlijk was het aantal momenten van bezinning dik gezaaid geweest en de vriendschappen zochten met name de verdieping. Inkeer na alle hectiek.

Van vriendin kreeg ik begin deze week een prachtig cadeau, over bewustwording en verdieping gesproken. Een in dundruk uitgevoerd boekje van Amy Tan met de titel ‘De Vreugde-en Gelukclub’. De kaft was glanzend rood met mooie bloemen erop, als een Chinese zijden jurk. Je kon het in je rugzakje stoppen als je onderweg zou zijn. De taal was pure poĆ«zie, de beelden die ze opriep een mengelmoes van Chinese oude gewoonten en nieuwe Amerikaanse gebruiken. De dochter van de oude Chinese moeder had ‘meer coca cola gedronken dan verdriet’ toen ze opgroeide in Amerika. Toen de moeder overleed schoof de dochter aan op de stilgevallen plek. De Vreugde en Gelukclub was ontstaan in China tijdens de Japanse bezetting, terwijl het geweld om hen heen woedde. Vier Chinese vrouwen ieder op een punt aan de Mah Yongtafel. Eerst het feestmaal daarna het spel en daarna de mooiste verhalen van hoop en verlangen. Troostrijke verhalen om de gruwelijkheden te ontvluchten, met als enige ontsnapping de hoop. Feestmaaltijden met Dimsum in alle soorten en maten om het geluk gunstig te stemmen.

Andere mensen in hun omgeving waren verbaasd. Zoveel ellende en verdriet en dan niet treuren. De vrouwen antwoorden: ‘Het was niet dat we geen oog of hart hadden voor het verdriet, maar wanhopen betekende terugverlangen naar iets wat al verloren was.‘ De hoop op betere tijden werd levend gehouden en de avonden brachten veel vreugde. Een Vreugde-en Gelukclub waar niet alleen de verhalen werden gedeeld, maar ook doorgegeven. Een staaltje van overleven in barre tijden. Om te koesteren, dit kleinood. Een juweel van eenvoud en van mogelijkheden.

Uncategorized

Om naar om te zien en uit te kijken

Vlaamse Gaai zat in de boom voor het raam. Dat betekende dat ze op zoek was naar een makkelijke manier om lekkere hapjes bij elkaar te sprokkelen. Gedreven door de proppen in de boom, maar ook door het voer wat aan de spijlen van de brandtrap bungelde, ter hoogte van het keukenraam. De enige plek waar Poes Pluis niet bij kon. Veilig en vertrouwd, als elke winter. Nou ja, een soort van winter dan tot nu toe. Ik observeerde hem en maakte ondertussen alles klaar om het haar in de Henna te zetten. Het poeder, de gummi handschoenen, de oude slagroombak en lepel, de appelazijn. Al die tijd blijft Gaai zitten. Zou ze mij kunnen zien, zo ik haar?

Toen het plastic om het papperige koude goedje op het hoofd zat en daarna de handdoek was I.M. in de herhaling gauw gevonden. Gisteren zag ik deel twee zonder de eerste gezien te hebben. Voor de ware impact was het belangrijk om juist het begin niet te missen. Niet ondersteboven van het verhaal, mij wel bekend, maar vooral van het acteertalent van Ramsey Nasr die Ischa speelde. Hoe was het mogelijk dat iemand zo dicht onder de huid van een ander kon kruipen. Het zette in beweging, het ontroerde en het haalde het beste in zijn medespeler, Wende Snijders, naar boven. De taal sprak boekdelen. De grilligheid waarmee het brein werkte van deze grote kleine man kwam zo puur en groots uit de verf, dat de twee beelden, Ischa zoals ik hem kende uit de jaren tachtig en deze Ischa, naadloos in elkaar over schoven. Ischa is. Hij is.

De fietstocht gisteren lukte wonderwel. Het foto’s nemen maar even achterwege gelaten, want het was nog wel een een staaltje van bewust blijven om op en af te stappen zonder problemen. Dat je daarna duidelijk merkt een grens te hebben opgezocht, is okĆ©. Maar de drie bossen tulpen die ik, in euforie om mijn herwonnen bewegingsvrijheid, had meegenomen waren de warme troost. Bij elkaar in de vaas leverden ze een weelderig lentegevoel. Het waren de drie laatste bossen, zei de verkoopster aan de buitenkraam van haar bloemenwinkel. Haar haar wedijverde stevig met de cyclaamkleurige bos. In de supermarkt kwam ik schoondochter van zus tegen, die ik in eerste instantie niet herkende achter haar masker.Toen ze hem schaterend achterover schoof, zag ik het pas. Het huis van zoon lag in de zon te stralen. Binnen rook het nieuw en zoonlief ging gestaag door met of zonder hulp om in januari in het huis te kunnen. Zijn ijzeren vasthoudendheid en werkdiscipline hierin, bewonderendswaardig.

Met moeite herstel ik het oude Netflixaccount en kijk naar de zaak Julia B., de verpleegkundige die zeven jaar onschuldig heeft vastgezeten op een bewijsvoering die rammelde aan alle kanten, een aanslag op de integriteit van de mensheid. Zo kabbelt 2020 naar het einde toe. Vossen met stadse fratsen in de krant is misschien wel een mooi symbool voor het jaar. Niets is wat het lijkt. Iemand vraagt zich af of je wel naar de winkel mag als je partner besmet is met corona. Onzekerheid in het jaar 2020 vierde hoogtij. Wankele beslissingen die genomen werden, verdraaiingen van de feiten en een overdaad aan meningen. Niet zelden ongefundeerde meningen.

Straks gaan wij zussen, zuslief helpen bij het voorbereiden van een Indische rijsttafel voor haar en de zonen, die morgen oudjaar komen wensen. Dat betekent flinterdun snijwerk in veelvoud. Lang geleden. Haar keuken is nu helemaal klaar voor de afstanden op anderhalve meter en wij zijn er klaar voor. De zon schijnt uitbundig als feestelijke onderschrijving. Vanavond het derde deel I.M. en op Oud Jaar als een schitterend vuurwerk het laatste deel van deze topserie van de hand van Michiel van Erp, die zal uitgaan als een nachtkaars. 2020 ten grave gedragen. Om naar om te zien en uit te kijken.

Uncategorized

Free as a bird

Er zijn van die dagen dat de tijd zich opvreet, voordat je het goed en wel beseft hebt. Afspraak met vriendinlief in een ruim tijdsbestek, vanaf elf uur, nadat een pakketje onderweg was aangekomen, maar het tijdstip kwam op vleugels dichterbij. Van haar kant hetzelfde probleem. Het lag niet aan ons trage opstarten. Het lag aan de tijd zelf.

Het werd een warm samenzijn, hangend in de bank. Van thee en stroopwafels, van toekomstdromen, van het tijdsgewricht, van die goeie ouwe tijd, van vriendinnenliefde, van raad en daad, van vooruitzichten, van plannetjes voor een vrije toekomst. Het was zoals het zijn moest. Warm, liefdevol en dierbaar. Vriendschap is om te koesteren.

Twee boeken van Sonja Barend vielen uit een bezorgd pakje. Bij het zien van dat oude vertrouwde hoofd met die jeugdige oogopslag werd het verleden dichterbij dan ooit gehaald. Ja, dat waren de avonden met de verhitte discussies, maar altijd beschaafd, minzaam en erudiet. Geen Sonja sloeg je over, wilde je weten wat er leefde in het land. Stem van het volk kreeg ruimschoots de aandacht zonder in beledigingen of het neersabelen van persoonlijkheden te vallen. Ik hield van die vrouw in een tijd dat het nog pionieren was in een mannenwereld. Ze was een boegbeeld, een televisiepersonlijkheid. Anders dan Mies Bouwman die getolereerd werd als de moeder des vaderlands. Maar hier was een vrouw met een mening, die haar zegje klaar had en wist wat ze deed. Goed ingelezen, fijntjes, met een uitgesproken mimiek, die soms meer vertelde dan ze zei.

De Appel in het Paradijs’ is een aaneenschakeling van gedachten over deze periode in de tijd, waarbij het leven zich beperkte tot de huiskamer en het huis in de Provence. Herkenbaar, met een tijdloze quote van Camus: ‘Als er een partij bestond van mensen die niet zeker weten of ze gelijk hebben, dan zou ik er lid van worden.’ Feilloos toe te passen in deze tijd, waar uitgesproken meningen over elkaar heen buitelden als dolle honden rollend van een heuvel af. Vannacht las ik het in een adem uit. Ook dat was mogelijk. Omdat het zo herkenbaar was en nog steeds is.

Aan het eerste boek van haar: Je ziet mij nooit meer terug’ ben ik ook alvast begonnen. Ondanks mijn voornemen om geen boeken meer te kopen eer het stapeltje half gelezen was beslecht. Dankzij een medeblogger werd ik op haar bescheiden oeuvre gewezen en wist dat, ondanks mijn goede voornemens, ik zou zwichten voor deze doorkijk naar mijn eigen verleden. Inderdaad waren er veel raakvlakken te bekennen en ook een totaal nieuwe inkijk op een tijd die ik slechts van, zij het vers, horen zeggen had. Ik ben zeven jaar na de oorlog geboren. Sonja is van 1940. Maar een aantal belevingen in het ouderwetse huishouden van haar oma staan mij net zo voor de geest. Zoete broodjes werden niet gebakken. Streng maar rechtvaardig en soms dat laatste niet eens. Tot mijn vreugde vertelde ze over haar kerkgang in dat heilige Roomsche leven uit die dagen. Zulke herkenbare elementen aan een levenssnoer.

Zoonlief appte of ik een foto had van het hobbelpaard, dat bij hem in het nieuwe huis zou pronken. Ik dook onmiddellijk de jaren tachtig in en duikelde er een op, van de vader van de kinderen met de oudste dochter op dat schattige scheve paard, opgestopt met stro.

Vandaag kon ik voor het eerst weer bijna normaal de trap op en af lopen. Een eerste fietstocht komt eraan en reken maar dat ik alle te vroege lentelofzang vast zal leggen. Free as a bird.

Uncategorized

Wat rest is slechts de boom

Zon streelt de straten met haar jeugdige vrolijkheid, iets voor een nieuwjaarsdag. Vannacht was het weer bivakkeren tussen droom en werkelijkheid met de uren nachtelijke stilte en Close-Up. Zo blij met verstilde programma’s die op elk moment van een etmaal kunnen worden opgeroepen. Bram van der Vlugt wandelde in ‘Volle Zalen’ met Cornald Maas over een landweggetje in het Groene Hart, breed lachend, twinkelende ogen, de krachtige stem meer levend dan ooit.

Zijn slagzin voor het leven: ‘Het is niet onopgemerkt gebleven’. Dat goldt voor het overlijden van zijn moeder en zijn oma en haar zus in de concentratiekampen met als kanttekening ‘Opdat wij niet vergeten’ en dat telt ook voor de persoon Bram van der Vlugt zelf. ‘We willen aandacht’ sluit hij af. ‘Maar je bent allesbehalve onopgemerkt gebleven’, brengt Cornald in. Met een bevestigende knik bevestigt de acteur: ‘Rupsje Nooitgenoeg’. De innemende blik verzacht de contouren van de voorbije jaren. Niet lang daarna zou ik Bram van der Vlugt zien in een bewerking met Nettie Blanken en zijn zoon Joris als musicus in een ode aan de dichter Vasalis. Zijn kinderen zeiden het al. Als Bram gaat spreken op het podium, dan gebeurt er wat. Beide, zowel Nettie als Bram pakten de zaal in met hun rol en bevestigden een eeuwig leven in mijn gedachten.

https://www.npostart.nl/AT_2109007

Het is toch de zeurpijn in de knie die het ondertoontje neerzet voor de slapeloze nachten. Puzzeltje dan maar. Nee, hazeslaapje, dan toch Lita Cabellut, de derde keer dat ik de intrigerende docu zie over haar leven in Spanje tot aan haar adoptie en de keuze voor het doel in haar leven. De schrijnende beelden in het Barcelona van haar jeugd, waar ze in armoe en grotendeels op straat leefde, kattekwaad met zwermen kinderen, het kaalplukken van argeloze voorbijgangers in hun ghetto, het vissen van de muntjes uit de fontein, het wachten bij het rooster van een familierestaurant totdat er een zakje met eten naar buiten kwam uit een klein luikje aan de zijkant van het gebouw, de verveloze plek waar haar moeder ‘werkte’ en haar kinderen verwaarloosde Een plek waar kinderen niet zouden mogen zijn, omdat er de verschrikkelijkste dingen gebeurden. Het had een verstikkende werking op haar, een plek om uit weg te vluchten.

En ik kijk naar de vrouw met haar prachtige ongetemde haren, klein van stuk, gekleed als bohemien, de levendige blik in de ogen, haar passie en overgave waarmee ze zelf aan het werk gaat en anderen ertoe aanzet. Een prachtige reportage, die het nodige losmaakt. Schoonheid boven alles. Een rijk idee voor deze donkere dagen nu. Ze haalt bloemen in huis om letterlijk de omgeving te omringen met die schoonheid. Bloemen zijn het besef dat de tijd eigenlijk is stilgezet en ergens anders is neergezet om opnieuw tot leven te komen Ze worden geplaatst in een context waar ze niet horen te zijn en dan nog geven ze hun schoonheid door. Zo’n filosofie past bij een vrouw die tijdens haar leven de schoonheid dient in een breed spectrum. Ook tussen de underdogs en de verschoppelingen. Juist omdat ze aan die zelfkant van het leven heeft gestaan en elke ‘struggle for life’ kent van de wortel tot de kroon, want zelfs daar schuilt de schoonheid.

https://www.npostart.nl/AT_2109007

Die gedachte is goed voor een ononderbroken slaap van drie uur met als beloning de zon, die krachtig onderstreept wat ik in de late nacht voorbij zag komen. Een koolmezenpaar viert het feest mee in de boom voor het raam. Te kwiek voor de foto. Wat rest is slechts de boom.

Uncategorized

Fit als een hoentje

Het beetje licht van buiten trok lange schaduwen op de muur. Het ruisen van de wind door de kale boomtakken voor het raam wilde maar niet over gaan in een zoet slaaplied, maar bleek een ‘wake-upp call’ van formaat. Het maakte eerder de schaduwen los en vormde ze tot iets wat vroeger angst inboezemde, omdat het een eigen leven leed. Grijparmen, grote reuzen, lelijke kobolden bevolkten dan de kamer en zorgden ervoor dat diep weggedoken onder de deken het veilig verklaard gebied die beelden liet verdwijnen. Af en toe zwelde de wind aan en werd het ruisen opgezwiept tot een golf van aanstormend geweld. Met slaap die ergens achter bleef steken en de zeurende pijn van knapknie, waardoor het opkrullen niet lukte, bleven gedachten door het hoofd spoken. In de wetenschap dat na de ontlading tijdens het schrijven er ruimte zou zijn voor leegte. knipte ik het licht aan en de computer. Dan maar gedachten lozen en zien waar het schip stranden zou.

https://www.npostart.nl/AT_2114923

In een poging slaap op te wekken was er op uitzending gemist een documentaire op NPO start over de kunstenaar Andrew Wyeth. Daar had ik nog geen werk van gezien, ook al was hij in de jaren zestig geliefd in Amerika en had het MOMa een van zijn doeken aangekocht. Wat een fantastische en markante man. Hij woonde op het platteland in Pennsylvania en Main en had zich aangewend om zo te weven met zijn naaste buren dat hij onbekommerd al wat hem opviel, vast kon leggen in snelle schetsen om er later zijn doeken mee te vullen.

zijn vrouw Betsy

Indringende momenten van de tijdsgeest, waarbij hij zijn modellen kon visualiseren in hun obsessies of hun eigen waarheid. De buurman, jager en slachter, werd in het lege huis, slechts als een bord en een mes, gevangen in het late zonlicht, de grommende hond buiten een boomstam met rafels, die op de verscheurende tanden leken van het woedende dier.

Zijn Muze Helga

Het meest wonderlijke aan de schilder was dat hij er verborgen werk op na hield. Hij had de struise Pruisische buurvrouw vereeuwigd op doek. Er waren veel naakten bij. Niemand wist ervan. De ‘Helga Pictures’, 247 in totaal worden tot zijn beste werk gerekend. Bij het publiek was hij geliefd met zijn Magisch Realisme. De critici vonden het maar niets. Hij werd weer gerehabiliteerd in de nieuwe eeuw die aanbrak en waar weer een podium was voor het realisme. De plotselinge dood van zijn vader was voor hem, mijns inziens, de aanleiding om juist de afwezigheid te schilderen. Verlatenheid, dood, de ruigheid van het bestaan, het kleine leven om hem heen.

https://www.npostart.nl/AT_2145403

De docu in close-up duurde nagenoeg een uur. De wind was alleen maar toegenomen. Het licht bleef aan. Sinds jaar en dag had ik met licht aan geslapen. De laatste tijd kon het weer uit, maar het donker gaf ook de aanleiding tot het wakker liggen en luisteren. Nu viel er zoveel te beluisteren, alles kraakte en zuchtte onder de beukende windvlagen, dat het ondoenlijk was. Licht aan en zie daar. Binnen enkele secondes besloten de slaapnimfen achter mijn oogleden te dansen en te dansen. Een verkwikkende slaap tot zoonlief de trap afliep. Het was nog donker.

De telefooncel Richard Estes

Hetzelfde foefje, een docu over Richard Estes, een schilder in New York die middels ruitenspiegelingen de meest indrukwekkende beelden van het New York uit de jaren zestig neerzette. Een totaal ander schilder dan Andrew Wyeth, maar minstens zo boeiend. Mooie documentaires van Close-Up, die een volledig beeld geven van de kunstenaar en zijn manier van kijken, observeren, het onderwerp en het schilderen zelf. Tot en met het palet aan toe mogen we bij hem binnenkijken.

Na die informatie de computer uit, de kussens opschudden tot maatje wegzinken en de ogen sluiten met het licht aan. Daar waren ze weer. Slierten dansende zoete slaapstrooiers. Het ruisen van de wind werd muziek op de achtergrond. De oorzaak van de slapeloze nachten was gevonden. Met een gat in de dag werd ik wakker. Fit als een hoentje.

Uncategorized

De handen in onschuld te wassen

Naast de pasteitjes met de ragout, de broodjes en de crostini’s sneden we ook wat kerstige onderwerpen aan. Tussen het genieten van kleindochter die met vreugde en veel smaak zich zichtbaar tegoed deed aan de in brokjes gesneden lekkernijen, die haar vader in het napje schoof en het gebabbel van de kleine filosoof die ondertussen ook onder de groothoeklens van zoonlief probeerde uit te komen. Kerst was een rustig samenzijn met alleen het gezin van dochterlief en met mij en de jongste op bezoek. De crostini met een combinatie druif, mangochutney, ricotta en verse munt was een hemels gerecht en gleed als een toepasselijk engeltje langs de smaakpapillen naar binnen. Het pasteitje met ragout haalde het verleden naar boven.

Het geloof en al haar rituelen kwamen langs. Schoonzoon is van huis uit gereformeerd, een geloof dat beleden werd in de gemeenste van de Nieuwe Protestante kerk. Al mijn kennis van het Rijke Roomsche Leven uit de jaren vijftig en zestig vond gretig aftrek. Het was natuurlijk ook een wonderlijk mooi sprookje, als je het als kind maar half begrijpt maar wel door je toegeknepen ogen het licht van de kaarsen breed uit mocht laten stralen over de, in kamgaren gehulde, zwarte menigte voor je,

Het was zo koud in de kerk dat de adem in koude wolkjes uitwasemde. De wierook omfloerste het mythische Latijn, waar in het kinderhoofd de woorden zo’n eigen leven gingen leiden. De gedragen stem van de priester schoof er een drama doorheen van de bovenste plank. Het Dominis Vobiscum klonk dreigend, tijdens en na het Kyrie werd er heel wat afgelispeld en hoorde je soms alleen maar wat scherpe sissers. We brabbelden alles op eigen wijze mee. Het werden liedjes in je hoofd, vaak herhaalde liedjes. De preken waren steevast te lang en al net zo gedragen. Er was tussendoor voldoende reuring om als afwisseling te dienen. Er kwamen gouden schalen langs, waar meer geld op lag dan in mijn moeders huishoudportemonnee zat, houten blokjes waar het muntgeld ingestopt moest worden, zwarte fluwelen slobkousen(dacht ik) waar je ook het geld in kon stoppen zonder dat men wist hoeveel duit men in het zakje deed.

De misdienaren vooraan, niet zelden zat er een broertje tussen, pamperden de priester en schoten hem op elk moment te hulp, gaven lefdoekjes aan, de gouden kelken, hielden de wierookbranders vast, droegen de wijwaterkwast alsof het de heligheid zelve was en kusten net niet de grond bij het knielen. Ze zagen er prachtig uit met hun brillantineharen en hun rode togen, waarover de oogverblindende witte stijfgestreken superplie uitwaaierde, als een toefje slagroom op de taart. Vleesgeworden cherubijnen. Volwassenen werden steevast gevoederd, wat al gauw als hostie ofwel het lichaam van Jesus bekend stond. Dat was iets om je hoofd over te breken. Waarom zou je ‘m opeten en dan gebruikte hij zeker weer zo’n truuk als bij het vermenigvuldigen van die vissen en die broden, want er bleef oneindig genoeg van dat lijf . Tijdens de kerstnacht met drie missen achter elkaar, in het midden de mis met de drie heren, vielen met regelmaat mensen flauw. Moeder leerde ons op het koor te gaan, waar je perpermuntjes mocht eten om het weeĆÆge gevoel te omzeilen, dat honger in je hoofd schreef.

Een mooie leerschool, zo’n van rites aan elkaar hangend theater en ook een voorbeeld voor het betere muziekonderwijs. Op achtjarige leeftijd zongen we al een aardig riedeltje mee in het meerstemmige ‘Hallelujah’ uit de Messiah van HƤndel. Roomse perikelen in een kinderleven. Het was fijn om het te kunnen delen en even terug te zijn toen onwetendheid nog boven het gouden geklater uitsteeg. Wat zich in de zompige krochten van datzelfde geloof afspeelde, wisten we destijds bij lange na niet. Het was voor de daders niet moeilijk om, met onze naĆÆviteit en rotsvaste overtuiging, de handen in onschuld te wassen.

Uncategorized

Achter elk gelaten gezicht schuilen de verhalen

De parabel van de Kleine Prins en de vos maakte veel los, gisteren. Mooi hoe gedachten en ideeĆ«n in beweging komen bij het lezen of horen van een kleine levenswijsheid. Dit soort ‘jeugd’boeken die als leidraad niet gek zouden zijn voor ons, volwassenen, zijn me zo ongelooflijk lief. Niet alleen de bekende boeken maar ook de wat in vergetelheid geraakte sprookjes. Zo was er op een van de avonden van Sprokkelhorst een vertelling van de Chinese nachtegaal, naar een moderne uitvoering van de hand van Martine Letterie met de prachtige illustraties van Rick de Haas. Alleen het boek was al een juweeltje op zich.

Dit zijn de verhalen die er voor zorgen dat alles wat je benadert, diepgang krijgt. Ik zat in het depot van het museum in IJsselstein. Met rode lappen over andere depotstukken, die daar opgeslagen stonden en en rode lampions was er middels sfeerverlichitng een Chinese verhalenvertelster geboren. Chinese zijden jasje aan, haar in een knot met twee glanzend zwarte eetstokjes erin gestoken en het kooitje met de vogel erin bij de hand. De kamishibai op tafel en de platen van het prachtige boek geseald als leidraad. Een Chinees tingeltje op de achtergrond. Zachtjes en lieflijk. De luisteraars waren al gebiologeerd door de entourage en het verhaal met de boodschap dat iets hebben niet hetzelfde was als iets beleven, raakte, wat te merken was aan de stilte die nog even bleef hangen nadat de deuren van de Kamishibai zich weer sloten. Rijk zijn met goud, robijnen en diamanten maakt een mechaniek niet minder kwetsbaar en het zingen niet per definitie beter.

Vriendinlief aan de telefoon doet de tijd verstrijken als zand door de zandloper. Als kerstgedachte wilde ze triffle maken voor de buren waarmee een zoomkerstdiner gepland staat en zij de toetjes op zich had genomen. Ze is niet-kok vindt ze zelf, maar als ik in de middag de leuke jampotjes triffle zie, met een roodgeblokt dekseltje erop, bevorder ik haar tot wel-kok. Zo simpel kan het zijn.

Mug zoemt me om de oren. Ze is van slag, want zou eigenlijk diep in winterslaap moeten zijn. Hoe hou je winter in het brein als het weer wat anders doet. Dan zoem je de slaap der argelozen wakker. Gisteren had ik wel 50 meter meegelopen met de zussen, die een lange struinwandeling door Bornia maakten. Weliswaar achteraf, want halverwege was de telefoon van jongste zus op, die alles liep te filmen. Ik was aan de achtergrond van het doek van Kluijvert begonnen, maar had toch weer te lang op knapknie gestaan, die daarover zeurend en mekkerend verhaal kwam halen. Dat betekende eerst weer even bijkomen op de bank. ‘Waarom gekozen voor blauw’, vroeg zoonlief, het interieur indachtig, zich af. Tja, dat ontstond zo, maar geen nood. Dat kan nog een keer veranderd worden. Flexibiliteit uw naam is mij niet vreemd.

Veel kerstwensen her en der, warm en liefdevol, kerstgedachten ook. Dan ineens in de krant een uitgebreid artikel met een vraag waar inderdaad te weinig bij wordt stil gestaan. Wat doet een dakloze, als men de opdracht krijgt om thuis te blijven waar het huis ontbreekt. Bijna 40.000 mensen zonder permanent dak boven hun hoofd. Of je een bed krijgt hangt sterk af van het feit of je geregistreerd bent of niet. De indeling geschiedt op gradatie van zelfredzaam. Volgens de reporter staan er mensen in een lange rij achter een leeg hotel, dat tijdelijke opvang is voor daklozen, in een zeer gemeleerd gezelschap met of zonder rolkoffers, authentiek op z’n Swiebertjes of keurig gekleed tot en met sneakers aan de voeten en Apple Ipod in de oren. Soms kies je niet voor dakloos, dan overkomt het je slechts. Met een viraal bijtertje erbij is het, naast de gebruikelijke kou, niet te doen. Het meisje met de zwavelstokjes maar dan zonder zwavel, een Chinese nachtegaal die wegkwijnt in een kooitje. De grootste stagnatie komt door het wachten, waardoor mensen te lang op een plek zitten en daarna begint het wachten weer, voor een vervolgtraject. Er gaat kostbare tijd mee verloren. Ambtelijke molens malen langzaam en hier nog minder snel. En achter elk gelaten gezicht schuilen de verhalen.

Uncategorized

Dat was het

De krant van deze ochtend stond vol met terugblikken en ook wat voorzichtig hanteerde men hier en daar de glazen waarzeggersbol. ‘Wat de toekomst brenge moge’ neuriede het verleden met haar mee. Maar deze korte winterse dagen zijn bij uitstek geschikt om juist een pas op de plaats te maken.

de waarzeggersbol

‘Waar sta ik op dit moment’. Als kerstgroet en nieuwjaarswens stuurde ik de parabel van de kleine Prins en de Vos door op facebook en het riep vragen op, want het is echt iets om te doorgronden, deze kleine filosoof. ‘Wat is tam, wat is verantwoordelijkheid. Geldt dat voor je hele omgeving. Is dat dan niet te moeilijk, te zwaar, te onverdraaglijk’. Die kleine prins, de existentie van zijn schepper zelf, raakt van zijn stuk door de grillen en pretenties van zijn Roos. Ze heeft nogal wat nukken. ‘Ze wil onder een stolp slapen, omdat het tocht, ze wil een ontbijt en dan weer een kamerscherm. Af en toe kucht ze om hem te laten voelen dat hij slecht voor haar zorgt’. Maar eigenlijk houdt ze van hem, diep van binnen en is ze bang dat hij haar zal verlaten. In al haar schoonheid en met al haar poeha is ze in wezen heel kwetsbaar.

Ik moet terugdenken aan de bravoure waarmee kinderen hun angsten soms overschreeuwen, aan mensen die hun eigen kwetsbare zelf overwalsen met geduchte meningen of bijtende opmerkingen. Door het uit te pellen en tot de kern door te dringen, ontdek je die andere waarheid, die soms zo dicht bij je ligt. Liefde is ontmaskeren of doordringen tot die kern, die vaak diep verscholen zit. Dat is een aardige kerstgedachte.

Vos weet dat de buitenkant meters kan verschillen met de binnenkant en leert de kleine Prins eerst vrienden te worden, daarmee verbondenheid te kweken, zodat je in staat bent om met andere ogen naar iemand te kijken en daarna de vruchten te plukken, omdat het de wereld om je heen rijker maakt. Dan blijft de vraag, ‘wat als je die ander dan niet bereiken kan. Als je elkaar niet versterkt, maar verstikt. Ooit lang geleden is me dat overkomen. Er was een moment dat ik wist, dat het moest eindigen omdat we niet de schoonheid in elkaar naar boven haalden. In die dagen begon ik met schilderen. Het eerste schilderij was iemand met een doek wapperend om de mond en een om de ogen. ‘Ziende blind’ was de achterliggende gedachte. Dat was het gevoel na jaren van knipperen en kronkelen. Losmaken was een moeizaam proces, dat veel heeft gekost, maar uiteindelijk ook veel heeft opgeleverd. In ieder geval de wetenschap dat je ‘verder moet kijken dan je ziet’. Net als een kleine prins ooit, jaren geleden, in het hoofd van zijn schepper deed.

Zo vullen de dagen zich met kleine wijsheden, die niet altijd dƩ waarheid hoeven te zijn. Het feit dat we erover kunnen peinzen geeft er waarde aan. Een bewustwording die groeit en groeit, zodra je hebt ontdekt hoe het in de aard der dingen werkt. In de groep resulteerde dat in het omgaan met de kinderen zonder straffen. Dat bracht zoveel rust en vertrouwen, dat de verbondenheid groeide en groeide. Het kweekte een sfeer van veilige geborgenheid. We gingen voor elkaar door het vuur, we kenden elkaars kwaliteiten en we konden er in het groepsproces altijd op terugvallen. Als je me destijds gevraagd had wat het was, dat die verbondenheid zo groot maakte, had ik het niet kunnen verwoorden. Nu, door afstand te doen van de hectiek van alle dag, is het helder als glas. Een onuitputtelijke bron van liefde. Dat was het.

.

Uncategorized

Een levend memorabel

Parijs 2019 duikelde op uit het geheugen van Facebook. De krachtige foto van zuslief, stilistisch prachtig uitgelijnd, versterkt door het beeld in zwart/wit, brengt de sfeer die er heerste in dat deel van de lichtstad. Zoonlief en ik wandelden door de Joodse buurt Le Marais. We waren er voor een bezoek aan de tentoonstelling ‘Starry Night’ over het werk van van Gogh als een overweldigende illuminatie in L’Atelier van LumiĆØres en grepen de twee dagen verblijf aan voor een avondwandeling door het in kerstsfeer verpakte Parijs.

Als groot contrast met alle schoonheid was er de omheinde Notre Dame, waar dat jaar die desastreuse brand woedde. In een poging om het leed te verzachtten, deden de straten dapper mee in het decor van Parijs de lichtstad. Als ware toeristen kropen we op de standaards om over de houten wal heen te kijken, Quasimodo was nergens te bekennen. Haar statige torens waren veilig verklaard en de wederopbouw was in volle gang. De woorden bliezen koude wolkjes geluk naar boven.

foto Marijke van der Linden. Aan de wandel.

Gisteren een onverwachte high Tea thuis aan de tafel, met meegebrachte hapjes en drankjes, wijn en een brave opstart met de thee. De zussen wilden eerst nog spelletjes doen, maar al gauw vlogen we de diepte in met gesprekken, die golfden op wat geluk was voor de een en hoe dat kon verschillen met de ander. Zus griebelde van mijn grote feesten-en partijenplank in de kast, waar mijn schalen stonden opgestapeld, met daarboven op de beroemde botervloot en de juskom. Botervloot speelde ooit mee in de film ‘De Avonden’ van regisseur Rudolf van den Berg.

op 9.49 minuten is de botervloot in beeld naast de linkerhand van vader

Die plank werd alleen gebruikt bij hoogtijbrunches of diners. Zij zou onmiddellijk ruimte maken, door mijn boekenkast te vervangen voor een servieskast. Ik was blij, dat in ieder huis een eigen scepter zwaaide. Zonder boeken wilde ik nooit meer wonen. Tevreden constateerden we, wat men vroeger allang wist. ‘Ieder z’n meug’.

Jongste zus mijmerde over het verlangen wat te gaan doen als het pensioen in zicht was. Eindelijk die cursus volgen zonder de bijbehorende diploma’s. Informatie indrinken en luisteren naar de meningen van anderen om daarna thuis er een eigen chocola van te maken. Ik herkende het verlangen, maar wist ook dat het op een goed moment gedaan was met dat soort wensen. Niet omdat je er niets mee zou kunnen, maar gewoon, omdat de noodzakelijkheid voorbij ging. Is dat wat wijsheid wordt bij het lengen der jaren. We kruimelden de brokken tot een vredig einde en sloten af met de cappucino’s van zoonlief. Na het uitzwaaien zag ik vanaf de bank de inhoud van de oven (drie koekepannen en een wok) onder de schildersezel staan. Een kwinkslag bij een mooie avond.

Er is iemand beneden mij in het huis van de, plotseling verdwenen, benedenbuuf aan het boren. Ze betrachten terughoudendheid en in een repeterend geklotter klinken de korte boorlengtes. Het duurt al minstens een uur. Alsof ze eigenlijk geen overlast willen bezorgen. In feite blijkt het de zachte heelmeester, die stinkende wonden veroorzaakt en is de inbreuk groter dan even flink doorzetten.

Op twitter een column in het NRC van Marcel van Roosmalen. Het is een schrijnend relaas over zijn oude konijn, ooit zo dartel en lief en nu een bijtende oude nurks die in zijn zwarte hok voor de groene laurierstruik zit weg te kwijnen. Daarna vertelt hij over zijn moeder wier dementie, in een vergevorderd stadium, vergelijkbaar lijkt te zijn. Dan beschrijft hij in een paar rake zinnen haar mentale en fysieke toestand. Die lijkt verdacht veel op dat bozige konijn, weggekropen in het verste hoekje van het hok. Zij zou hem vergeten, zodra hij weg was. Hij zou haar willen vergeten zodra hij weg was. De realiteit was dat konijn kennelijk de waarheid steeds naar boven lepelde. Een levend memorabel.

Uncategorized

Weer zo door de velden te struinen

Twee koele handen gleden naar voren en in de kleine aarzeling, die daarop volgde, registreerde het hoofd, dat dit de eerste handen waren sinds medio maart, die ik aan zou raken. De fysio moedigde aan. ‘Toe maar’. Zo snel was mijn wereld gewend geraakt aan het onaanraakbare. Want er viel een lichte terughoudendheid te bespeuren.

De wijde wollen broek voorkwam ingewikkelde aan en uitkleedpartijen. De handen van de therapeut trokken en duwden aan de ligamenten, bewogen de knapknie heen en weer, lieten haar buigen en strekken voor zover mogelijk was. De pijnlijke plek was gauw gevonden met die bekwame speurtocht. ‘Ja zeker, sommige mensen wilden pijnstillers en anderen een kruk, maar als het te strompelen viel met een bewuste tred, was dat prima. De genezing zou langzaam inzetten met rust, ontzien en fietsbewegingen. Eerst moest het vocht eruit. Had ik een hometrainer? Anders fietsend de boodschappen halen. Over drie weken terugkomen. Bij alarmerende veranderingen bellen’. Buiten stuwde de wind regenvlagen in het gezicht, ondanks de zwarte paraplu, waar ik onder weg was gekropen. Hompel de hompel. Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet. Letterlijk en figuurlijk.

De vierdubbele vesting ‘trap’ was genomen. Het genestel op de bank werd onderbroken door een alarm? Oh nee, het was de nieuwe deurbel, die nog niet geklonken had. De verklikker liet de man zien met een pakje in de hand. Druipend van de regen grijnsde hij, toen ik vond dat ze het niet makkelijk hadden met dit weer. ‘Had ik maar een vak moeten leren’.’Een schaterlach en weg was ie weer. Uit de doos vloog engel, gehuld in bubbeltjesplastic en een oud laken, omhoog, ze was in goed gezelschap. Hippocrates en Diana stonden fier op hun sokkeltje en waren gelukkig miniatuur. De koningin te rijk las ik dat albast eigenlijk niet buiten kon staan. O jĆ©, nooit in dergelijke materie verdiept, had ik gevoeglijk aangenomen, dat het spul naar buiten kon. Nog weer eens prakkiseren wat wijsheid was. Tijd te over. ‘Er valt overal een mouw aan te passen’, fluisterde het verleden. En zo was het.

Vriendinlief appte. Het flesje hing in de boom. Ze vond het prachtig, missie geslaagd. Op naar een volgend doel. De maten doorgegeven van de grote doeken van Kluyvert en B.I.G. Dochter zou de baklijsten in zwart bestellen en dat was dan het cadeau van ons allen voor het nieuwe onderkomen van zoonlief. We hadden nog tijd, want hij zou in de laatste week van het jaar tijd en ruimte hebben voor de overhuizing. Nog een mijlpaal. Dit wonderlijke jaar afsluiten met een paar figuurlijke knallers kon geen kwaad. Dat streek de pijn vlak van alles wat er te missen viel. Andere voornemens op de lijst: Knie helen, boeken lezen, weer naar de tuin, zodra het kan en de rest van de wilgen snoeien. O ja, en als het vaccin er is, weer knuffelen. De liefde voor de kinderen loopt langzamerhand over. Het is maar goed dat het papier zo geduldig is en ontvankelijk voor emoties, zodat het water niet tot de lippen stijgt.

Het huis van Jan Mankes

Over de mail ontving ik van een van mijn oude Meesters een film over de schilder Jan Mankes. Daardoor kon in de vroege ochtenduren de reis naar Eerbeek virtueel nog eens dunnetjes overgedaan worden. In februari, voor alle veranderingen intraden, hadden zuslief en ik gelogeerd naast huize Eerbeek. Zo was het jaar weer rond. De film eindigde in een emotievolle gelijkluidende tragiek aan het eind. Op dertig-jarige leeftijd bezweek de ziekelijke, bescheiden maar grootse schilder aan de Spaanse Griep. Vanuit zijn atelier zag ik de velden weer, liepen we over hetzelfde bospad, als waar hij zat te tekenen. Een paar oude schoenen als getuigen. Beeld en beleving weefden met elkaar een stil verlangen los. Weer zo door de velden te struinen.

Uncategorized

Lief en leed gaan hand in hand

Weet je wat ik in mijn handen heb, dat is een geheimpje. Weet je wat ik in mijn handen heb. Dat is een geheim’. ‘Toe vertel het aan mij, tegen je beste vriend’, ‘nee Ubbie nee dan is het geen geheimpje meer’ zingt Frum zijn grote vriend toe. De kinderen op school hebben hun handen in een kommetje gesloten en dansen ermee op het ritme heen en weer. Grote glanzende ogen glunderen erboven. Ze kennen het van haver tot gort en zingen moeiteloos de intonaties en de stembuigingen op de juiste plekken, gniffelend bij de ontknoping ervan aan het eind. Dat was het gevoel dat mij en vele anderen in de ban hield deze maand.

Eind vorige maand was iemand op het idee gekomen om vriendinlief te verrassen op haar verjaardag. Een eerste zonder haar vader en moeder, een eerste ook zonder feest in huis. Alles om de pijn en het grote leed wat te verzachten. Ze heeft een grote trouwe schare vriendinnen. Iedereen was onmiddellijk in rep en roer achter de schermen. Er werd een tekst gemaakt op een lied van de Dolly Dots. Dansjes werden gefilmd en er werd een compilatie mee gemaakt. Precies, daar kwam ook de knapknie boven water. Foto’s door alle jaren heen werden verzameld en tot een boek verwerkt met grappige teksten en uitspraken. Er was een intieme film met lieve hartewensen en iedereen zou verlicht langs de deur gaan met een bijzondere kerstbal.

Iedere keer vergde het plan wat aanpassingen, omdat het virus steeds weer roet in het eten gooide. Eerst zouden we met auto’s gaan, daarna dichterbij parkeren en verzamelen, daarna ieder voor zich, maar alles passend in een strak tijdschema. Manlief en haar kinderen zorgden dat thuis de boel gladjes zou verlopen. Er kwam een vuurkorf en op anderhalve meter zou het een warm weerzien zijn. En toen…werd zoonlief, die op een testcentrum vrijwilliger was, getest en bleek positief te zijn.

Virusperikelen vragen om verhoogde flexibiliteit en binnen no time werd het plan geboren, dat zij op het dakterras zouden staan, gelukkig aan de straatkant en wij zouden al zingend beneden aankomen. Ieder tien minuten een nieuw koppel, volgens het oude schema. Onze hechte club van vier besloot samen te gaan en tijd te smokkelen om langer met het feestvarken te kunnen praten en toosten. Smetvrije zoon zorgde voor de bubbels en zijn vriendin en dochter namen de kerstballen in ontvangst, om ze tijdelijk in de vijg te hangen. Zelfs zo, zonder vuurwerk(sterretjes), zonder muziek en op een grotere afstand bleef het een verrassing van formaat.

Het was ons echt gelukt. Vriendin wist van niets en dacht alleen ons filmpje te krijgen tot aan het moment dat de eerste vleesgeworden dansers aanbelden. Er vloeiden tranen er was oprechte vreugde en genietend en terugwandelend naar de auto bedachten we dat inventiviteit ontwaakte, zodra er hard aan grenzen werd getrokken. Het feest meer dan geslaagd en bij mij weer de volledige vrijheid om te schrijven. Persvrijheid is een groot goed.

https://www.instagram.com/boekbeleving/?hl=nl

Mijn kerstbal was een glazen flesje met een lezende vrouw en een stapel boeken, een miniatuur uit boekbladzijden door Sietse Muis gemaakt op mijn verzoek. Wat hij kan, grenst aan het ongelooflijke. Hierboven een link naar zijn insta-account. Prachtig werk. Het refereerde voor mij aan die speciale avonden van de optredens samen. Het leven als een groot verhaal.

Zo. Vanmiddag gaat knapknie onderhanden van de fysio. Eindelijk. Met een lange wachttijd en de wandeling van anderhalve kilometer heeft ze me vannacht aardig uit de slaap gehouden. Of misschien was het de ontlading wel. De avond is nog met regelmaat voorbij getrokken evenals de gedeelde filmpjes van het moment suprĆŖme zelf. En zoals ze appte: ‘Er zal nog wel een traantje vallen, maar ook van geluk’. Lief en leed gaan hand in hand.

Uncategorized

Schuld denkt zich altijd groter dan de realiteit

De illustraties van Claudie de Cleen trokken vooral de aandacht bij een essay in het magazine van deze week. De titel ervan stond in grote letters op de linkerbladzijde. ‘Jannah voelt zich’ in cereleum blauw en daaronder stond ‘schuldig’ in boetedoenend zwart, met als subtitel (de hele tijd over van alles). De tekeningetjes van Claudie beeldden vier situaties uit waarbij iemand ‘sorry’ zegt tegen geplukte bloemen, tegen een vleeskarkas, tegen een stuk fruit, tegen een postbesteller en tegen de partner tijdens een vrijpartij. De schrijfster Jannah Loontjes schreef een boek over schuld.

De aanleiding was het feit dat ze vorig jaar had besloten om in Nederland te blijven met de Kerst en niet bij haar moeder in Frankrijk of haar vader in Zweden op bezoek te gaan. Tot overmaat van ramp vierde ze het bij een zus van moeder. Die was erg teleurgesteld. Derhalve stelde Jannah zichzelf de vraag, waarom ze zich schuldig voelde en ging te rade bij de filosofen. Maar Kant vond dat je moest varen op het geweten als moreel kompas, terwijl Spinoza dacht dat schuldgevoel niet deugde omdat het je machteloos maakte. Als je iets niet doet wat wenselijk is of als je iets onwenselijks hebt gedaan wat je niet had moeten doen, roept het schuldgevoel op.

Wij schijnen met elkaar toch nog tamelijk vaak dat boetekleed aan te trekken. Er zijn schuldgevoelens waar nauwelijks overheen te komen valt, die zijn diep geworteld en hebben bijvoorbeeld grote wendingen in het leven gegeven. Er zijn ook die kleine alledaagse, maar bijna altijd ligt de eigen emotie eronder. In mijn hoofd kunnen de reacties van mensen zo een eigen leven gaan leiden, dat ik het altijd weer moet terugpakken om de realiteit te blijven zien. Niet alleen mijn voorstellingen zijn fantasievol en rijk. Mijn verbeelding maakt alles groter. Het bijbehorende gevoel groeit mee. ‘Himmelhoch jauchzend, zu tode betrübt’

De relatie tot degene tegenover wie je je schuldig voelt, speelt een rol. Is er een grote verbondenheid, is er een sterk meeleven, Niemand wil iemand, die je graag mag, ‘pijn’ bezorgen. Een heel simpel voorbeeld van een betrekkelijk onschuldig boetekleed zijn kerstkaarten. Ik stuur nooit kerstkaarten en vroeger schreef ik nog wel nieuwjaarskaarten, maar sinds er makkelijker berichten via mail of app verzonden kunnen worden, brengen die een eventuele algemene boodschap. Elke kerstkaart dat door mijn brievenbus glijdt, levert, even maar, een schuldgevoel op. Als een vertederende schrobbering, een lieve blijk van mijn onattentheid. bBijf ze sturen, want het is een zoete emotie, maar toch.

Over de lucht klaren door schuld te bekennen

Als zoonlief binnen komt vallen en naar de training moet, terwijl het eten niet klaar is, dan popt mijn strafmanteltje omhoog. Mea culpa, mea culpa. Jannah schrijft dat je je schuldig kunt voelen over dingen, waarvoor je eigenlijk geen schuld draagt. Daar blaast het verantwoordelijkheidsgevoel zich op. Ooit had ik een jaar nodig bij een psycholoog, om mij van het idee los te weken dat ik voor alles en iedereen moest zorgen. Toen hij zich een keer afmeldde omdat hij griep had, sloot ik af met de raad om toch vooral uit te kijken en wist hij dat ik er nog lang niet was. Door het virus kunnen we geen gastvrouw zijn op de afdeling oncologie. Het leverde naast spijt ook berouw op. Het was alsof de mensen in de steek werden gelaten door mij en mijn afwezigheid een ochtend n de week. Zie je wel dat alles groter wordt. Zelfs de orde van belangrijkheid.

Het hele complexe begrip schuld is ons met de paplepel ingegoten. Al als klein kind was er een prentenboek thuis, waarin het Hemelse Paradijs stond afgebeeld met veel blauw en goud, en zoetgevooisde engelen, maar als voorportaal naar het kwaad waren daar ook de indringende platen van mensen in het vagevuur en daarna volgde het hellevuur tenslotte met duivels en verwrongen gezichten in vurig rood en geel. Bovendien moesten we elke week naar de biecht om schuld te belijden. We verzonnen de minst erge misstappen, als snoepen uit de suikerpot, of lezen in bed, terwijl het niet mocht, maar moesten als penitentie minstens drie weesgegroeten en onze vaders bidden op onze blote knieƫn in de houten banken voor de biechtstoel. Vergiffenis werd ons tot grote opluchting wel geschonken, door middel van de absolutie. Pff, daar was je weer een hele week van af.

Naast de bijbel zijn er die andere bijbels. Dostojewski, de Beauvoir, Grünberg en nog vele anderen. Een onderwerp dat zich uit laat rafelen in duizend mogelijkheden of meer. Dat hele complexe gevoel bewust fileren in hapklare onderdelen verzacht. Door de beelden in het hoofd tot een minimum te beperken, ook. Schuld denkt zich altijd groter dan de realiteit.

Uncategorized

Het valt te leren

De buufpoes komt aangesneld als ik de deur open. Ze weet dat ik het venster van de wereld kan openen door de deur beneden te ontsluiten. Ze loopt naast me, kijkt me aan, wacht me op na iedere trap en huppelt weer voor me uit. Uit alles spreekt blijmoedigheid. ‘Jottem, de wereld aan mijn voeten’. Verlangend wacht ze tot mijn hand de klink naar omlaag duwt, geeft nog een mauwtje en vlucht de frisse oneindigheid in.

Boven schudden de geraniums de dauw van hun bladeren en pronken met hun late winterbloeiers in een voorzichtig zonnetje. Pluis wil de kou in en staat bij de openslaande deuren. Het buitenleven is wat beperkt als balkonkat, maar ze kijkt haar wereld groter en zet haar vacht in winterstand om de kou te trotseren.

Ik mis de tuin en het buitenzijn. Wat moet roodborst wel niet denken nu er al twee weken in eenzaamheid gesleten zijn. De bollen zijn vast de pan uitgerezen. Het is veel te zacht voor de tijd van het jaar. Zuslief heeft een bloeiende gele kornoelje gespot, zoals ik mijn bloeiende geraniums, die nu al voor het tweede jaar de boel een beetje opfleuren en de vorige winter ook hebben overleefd.

In de krant van vanochtend, nog steeds het tweede exemplaar niet in de bus, was er de column van Frank Kalshoven met de intrigerende titel: Het lampenpit-effect, Het spel en de knikkers. Hij noemde het verschijnsel van grote sulligheid: Lulletje lampenpit. Bij ons thuis werd dat vooral aangeduid als ‘lulletje rozenwater’. Wanneer ben je een sulletje. Een klein onderzoek met zijn nieuwe cruise control legde de definitie tot op het bot bloot. Als je de limiet afstelde op 100, omdat harder rijden niet was toegestaan, suisden anderen je in grote vaart voorbij. Massaal werd de snelheidslimiet overtreden, was de conclusie. Toen zijn vrouw opmerkte dat ze wel een beetje de lampenpit van de snelweg waren, had hij eerst de neiging om de cruise control te verhogen met vijf, later tien, om vervolgens ineens te beseffen, dat je je in dat geval zou laten meeslepen door het gedrag van de massa. Kuddedieren in een lange rij. Blind de voorganger achterna.Deze tijd telde opmerkelijk veel voorbeelden. Hij kwam in zijn relaas tot de conclusie dat het lampenpiteffect draaide om de angst niet voor vol te worden aangezien. ‘Braverikken die zich conformeren aan de slechterikken’. Hij sloot af met: Ik ben een lulletje lampenpit. Tot genoegen’. Daarmee werd een beschimping een geuzennaam. Fier zijn op wat je van binnenuit afspiegelt en niet door aan de buitenkant hard mee te rennen. Wat een heerlijke gedachte om mee aan de haal te gaan.

Toen ik gisteren de aanpak van Masterchef USA vergeleek met die van Masterchef Australie viel het me op, hoe intens de mentoren van de eerste groep aan het zagen waren. Bij iedere kandidaat die het er minder goed van afbracht, werd een oordeel geveld dat er niet om loog. Een schrobbering met een lampenpit-karakter, het sulletje, omdat je je had laten gaan of had verkeken op de opdracht, een handeling verkeerd had uitgevoerd of de mislukking, door de angst ervoor. Daarna was er een sussende eindsessie over de geleverde prestaties. De mentoren van de tweede groep hadden vooral positieve kritiek paraat. Daar zag ik kandidaten alleen maar groeien in hun ontwikkeling, waar bij de eerste deelnemers twijfel en angst heerste.

Lulletjes rozenwater die hun naam eer aan doen door vooral de voordelen te zien van de door hen ingeslagen weg, wars zijn van het predikaat, sterker nog, er een eretitel van kunnen maken, zijn krachtig in hun autonomie. ‘Er boven staan’. Het valt te leren.

Uncategorized

Vroeg de dag in

Er werd gesleuteld aan een hele oude donkerblauwe volvo stationwagen. De inhoud van de schuur stond er zo’n beetje naast. Ze zouden me wegbrengen naar het ziekenhuis, waar ik een avonddienst moest lopen. Om zeven uur begon mijn dienst. De kennis van vroeger liet de spullen voor wat het was, propte kind en mij op de achterbank en ging zelf voorin op de passagiersstoel zitten. De auto reed, maar toen we de straat uit waren en we de bocht moesten nemen, werd ik toch wel geacht om het gevaarte te besturen vanaf de achterbank. Wonderwel kon dat. Dromen die zo helder binnenkomen als de zandkorrels op een ongerept strand. Terwijl ik, te laat, naar de afdeling toeliep, werd ik wakker. De knapknie speelde parten bij het liggen. Van tijd tot tijd was er een diffuse zeurtoon die door de droom heensijpelde. Voor maandag staat de afspraak bij de fysio. Tot die tijd is er een passieve rust hier in het huis.

Zo een dus.

Wel strompel ik braaf om de boodschappen een keer per dag naar buiten voor de broodnodige beweging. Daar kwam ik vriendinlief tegen, die verbaasd was dat ik een dorp verderop had uitgekozen. We wisselden wat wederwaardigheden uit tot ze, uit het niets, mij opmerkzaam maakte, dat we in overtreding waren met ons gesprekje. Huh. Ach natuurlijk, er begon me iets vaag te dagen. Niet onnodig stilstaan in het gangpad, dus zeker niet op anderhalve meter een geanimeerd gesprek aanknopen. Toch was het fijn om heel even te kunnen ventileren. We vervolgden haastig ons weg, terwijl we de ogen lieten spreken in een schuldige blik met ongetwijfeld achter het mondkapje een grote grijns.

Haha, dochterlief vroeg over de app of ze ‘moeders’ (moi mĆŖme) mocht lenen voor het kerstontbijt, eerste kerstdag, of dat iemand anders haar wilde. Dat zijn de kleine pareltjes, die mijn dag al goed maken. In liefde gevraagd, maar mijn verbeelding ging onmiddellijk ermee aan de haal. Een thema, waar Lanting voor ‘Het Theater van de Lach’ zo een komisch blijspel in vijf bedrijven had kunnen schrijven.

https://www.npostart.nl/binnenstebuiten/17-12-2020/KN_1716514

Op uitzending gemist kwam bij het programma ‘Buitenleven’ een reportage langs van Alain, de kok met het zware Franse accent, in een bijzondere setting. Hij bezocht de enige waterkerskwekerij van Nederland, De Klispoel b.v. Het ligt aan de voet van de stuwwal vlak bij Nijmegen, grenzend aan een natuurgebied en uitkijkend over de Ooijpolder. Door dat gebied stroomt een beekje met bronwater. Alain zou Alain niet zijn als hij het beekje op zuiverheid onderzocht door met zijn handen het water op te scheppen en te drinken. Zijn zintuigen moeten fenomenaal zijn, want alles test, proeft en ruikt hij zonder aarzelen. De waterkersbedden zien er fantastisch uit en het mooie natuurgebied eromheen is zeker de moeite van het bezoeken waard. Straks, in een vroege lente zonder rondwarende virussen. Dat weer te kunnen doen vult het verlangen.

Op facebook geeft zuslief met een foto aan hoe dit wonderlijke jaar 2020 te duiden. Ik mocht het doorspelen en dat doe ik graag. Haar heerlijke humor is iedere dag weer terug te vinden in een prachtige foto met tekst en is altijd raak. Ze heeft de wijde blik en een oneindig geduld. Dit jaar gaat, dankzij haar vondst, de annalen in als ‘Het jaar van de Huismus’. Briljant. Jongste zus fluistert haar in dat er als auteursrecht een kroket tegenover mag staan. Dat trekt Bruin nog wel. Zodra we weer mogen borrelen met z’n vieren, wordt het een heerlijke bittergarnituur.

Foto en tekst: Marijke van der LindenHet jaar van de Huismus

Pluis kom eens kijken of ik al wat aandacht kan geven. Ze springt met verve naar het favoriete plekje voor een ochtenddutje en kruipt onder de sprei. Knapknie smeekt om gestrekt te worden. Hupsaketee dan maar. Vroeg de dag in.