Overpeinzingen

En dat proef je

Na het boek over tekenen met je rechterbrein kon het niet anders of er moest een uitstapje gemaakt worden naar de heerlijke snoepwinkel voor kunstenaarsbenodigdheden in de stad. Op het lijstje stond: twee grafietstiften van 2B en 4B, een tekenblok, twee tekenschriften, gummetje, nieuwe kneedgum, met deze buit en trek in al dat andere lekkers stond ik na een half uurtje weer buiten.

Eigenlijk wilde ik onmiddellijk beginnen, maar er stond een andere planning op het program. We zouden met onze goede vrienden van vroeger gaan eten. Dit was de tweede keer van samenzijn. Er was een lief zitje gemaakt in het kleine achtertuintje met olijf en pesto met crackertjes, een karafje water met munt, basilicum en citroen en bier. Er was ook wijn, maar dat bewaarde ik voor bij het eten.

Zoals de vorige keer zaten we direct weer op het level van ‘ons kent ons’ en het was een aangenaam kouten in dit fijne gezelschap. De vrouw des huizes deed een maand lang mee aan een vegan uitdaging, waarbij vooral de kaas en andere zuivel gemist werd. Het was de moeite van het onderzoeken waard. Wat kun je gebruiken als vervanging voor dat heerlijke verse scharreleitje en die boterham met romige gouden kaasplak. Bij mij zou dat inderdaad ook het enige zijn wat ik echt zou missen samen met de boter.

Ik sla de pagina van vegan vervangers op en ontdek een hele nieuwe wereld. Tot nu toe is die onaangeroerd gebleven omdat ik niet zozeer naar vervangers zocht, maar gewoon naar een even hoog eiwitgehalte bijvoorbeeld. Dan blijf je in de wereld der producten die je vertrouwd zijn en laat je eenvoudig de dierlijke producten weg. Mijn kennis hierover stamde nog uit de tijd van de jaren zeventig, toen lief en ik macrobiotisch wilden proberen te zijn, dus veel gierst, banaan, boekweit, noten. Het granenpalet breidde zich uit naarmate je strenger in de leer werd. Toen werd verwacht dat ik de wijn zou laten staan, hing ik mijn macrobiotische jas aan de kapstok. Met yin en yang in het dagelijks bestaan kwamen we verder, maar waarachtig de leer beoefenen is het nooit geworden. Wat gerommel in de marge, meer niet.

Nooit geweten dat het vocht van de kikkererwten zo goed is als vervanger van dierlijk eiwit. Daar ga ik wel mee experimenteren. Veel te leuk. Het wordt Aquafaba genoemd en faba betekent boon in het latijn. Ik ben gek op kikkererwten, dus de smaak zal het probleem niet zijn. Een ander nieuw begrip is het zwarte zout ofwel Kala Namak. Maar bij het doornemen van voors en tegens stuit ik op de mededeling dat je het niet te veel moet gebruiken omdat het giftig zou zijn. Bij nader onderzoek bleek dat een van de verbindingen die het aangaat, de waterstofsulfide, giftig is bij hoge concentratie maar dat er in de Kala Namak een te verwaarlozen hoeveelheid zit. Het is zelfs erg gezond door de mineralen die het bevat.

Er vonden nog meer leuke uitwisselingen plaats. De vlierbloemensiroop was er een van en nog een hobby van onze gastvrouw, het bewerken van eenden-en ganzeneieren, een andere. Dat waren stuk voor stuk prachtige juweeltjes om te zien. Mijn eenvoudige linkerbrein vroeg zich af of je dat dan ook niet meer kon doen als hardcore veganist. Maar ik vermoed dat er dan vervangeieren voor in de plaats komen.

De gulden middenweg is fijn om te bewandelen en het bewust er mee om gaan eveneens. Twee grote winstpunten van de huidige consumptie. Bovendien spreek je je eigen creativiteit aan en is het mogelijk tot onverwacht grote hoogten te stijgen op het culinaire front. Een uitdaging, dat wel, maar ook een hele leuke. Een herbivoor ben ik nog nooit echt geweest. Hoe het zit met groenten en gevoel is de volgende vraag. Wie het weet mag het zeggen. In ieder geval kregen we die heerlijke vlierbloesemsiroop mee. Met liefde voor alle natuur klaargemaakt. En dat proef je.

Inspiratie·Overpeinzingen

Lang leve het gesternte

Hoe vreselijk blij kan je zijn met een gelukkig gesternte, omdat je het per ongeluk hebt ingezet om iets aan te schaffen dat wel eens een doorbraak in je creatieve mogelijkheden zou kunnen betekenen.

Mijn hele leven lang stuit ik op een gevoel van tekort schieten in het in beeld brengen van wat er in mijn hoofd spookt. Niet in taal, dat heb ik langzamerhand wel in een vorm kunnen gieten, maar vooral in het beeldend vermogen. Dat hapert soms in harmonie met wat ik wens en wil.

Gisteren las ik, en vraag me niet waar ik het onder ogen kwam, over het boek van Marianne Snoek, dat met een stappen plan komt om tekenen met het rechterbrein te leren in: ‘Tekenen(met het rechterbrein)kun je leren’. Het bleek precies dat ontbrekende stukje te zijn, waarvan je intuïtief weet dat het er is, maar niet weet wat je er aan moet doen om het te verkrijgen. Alle onderdelen die er in voor komen zijn me ooit al eens verteld of aangeleerd, maar in deze logische stappen wordt het zo zorgvuldig opgebouwd dat een bepaald resultaat vermoedelijk te verwachten is. Normaliter ben ik sceptisch ten aanzien van alle cursussen die met beloften komen dat je het ultieme zou kunnen bereiken, maar dit zag er gedegen uit en bovendien is het geweldig goed onderbouwd met opdrachten, foto’s, illustraties en video’s.

Ja, ik ben enthousiast en wil het graag beleven. Bladzijde voor bladzijde, opdracht voor opdracht. Later dus meer over deze aanwinst.

Bij de fysio stond er de zesminuten-looptest op het programma, dat was waar ook. Dat was ik even vergeten. slechts helemaal aan het eind duikelde de saturatie onder de negentig om weer heel snel braaf terug te springen naar de 97 in rust. Met twee kleine krachtoefeningen en nog een in de bonus voor thuis konden lief en ik voldaan vertrekken naar de tuin.

Die ochtend was ik met een ‘maan’dag uit bed gestapt. Een wrokkig unheimisch gevoel dat ik nooit weet te herleiden en dat één keer per maand haar intrede doet. Ik wijt het aan die grote volle maan van de nachten ervoor. Altijd al een gevoelig maankind geweest. Met mijn energieke oefeningen bij de fysio verdween het weer als sneeuw voor de zon, of moet ik maan zeggen. Dus herleid ik het maar als volgt: Bij dergelijke dagen moet ik stoom afblazen en als een bezige bij uit de voeten kunnen, anders raak ik kennelijk de overtollige energie en emotie niet kwijt, die me in de nacht hadden overmeesterd.

Soit. Op de tuin hadden we andere perikelen aan ons hoofd. De grote zwarte rubberen bak die als vijver diende moest eruit. Dat moest subtiel gebeuren om de planten en de bloemen te sparen die er omheen stonden. Lief ging in de weer met een schop en veel doorzettingsvermogen. Het viel om de dooie dood niet mee om het gevaarte los te wrikken en te vrijwaren. In doodsangst was er een kleine gele kikker ingesprongen, die ik er eerder na vier mislukte pogingen eruit had kunnen vissen om hem in het gewas er omheen te laten springen op zoek naar een veiliger stekkie.

Bij lief gutsten de straaltjes water van het lieve hoofd, zoveel energie moest er aan te pas komen, maar de aanhouder wint en het lukte hem de hele zware bak vrij te krijgen. Geweldig. Onze recycle -actie kon niet doorgaan want in de naad van de bodem stak een flinke steen.

Ondertussen had ik de beloofde oogst van de tuin beter bekeken en wat ik eerst voor een vreemd soort framboos aanzag, bleek een moerbei in aanwas te zijn. Ook framboos, braam, appel en kers deden flink hun best. Het belooft een hoorn des overvloeds te worden in september. Oogst de vruchten van wat u gezaaid hebt of pluk ze gewoon.

In de vroege avond kwam er op internet een vijvertje van polyethyleen langs, die de helft minder was dan de eerdere vijvers en met veel minder bezorgkosten, maar wel met de leuke verspringing van hoogtes. Mazzelen dus op alle fronten. Lang leve het gesternte.

Overpeinzingen

Hoe die er ook uit mag zien

Vijverjacht, nooit gedacht dat me dat nog eens zou overkomen. Niet om het vol te plempen met koikarpers of tropische vissen maar een au naturel poeltje voor de alom aanwezige kikkers die hier in de sloot voorkomen. Om het rustgevende gekwaak in de vroege avond, dat klinkt als een zwoele zomernacht in Frankrijk. Vriendin leert me vooral alleen maar de kikkers en er geen salamanders bij te zetten, want die vreten de jonge kikkervisjes op.

De kamikaze vijver

Lief heeft zijn zinnen gezet op een gelaagd vijvertje. Ik wilde aanvankelijk de grote kamikazebak die er nu ligt, gevuld met water, en waar geen kikker meer levend uitkomt, afzagen tot een behapbare hoogte en het geval dan weer terugplaatsen. Met keien kunnen we er dan hoogteverschil in aanbrengen dat tevens als trappetje kan dienen voor het kleine levende grut. Maar het beeld van zijn vroegere vijvers in het hoofd van Lief leiden een eigen leven. Ooit in zijn eigen verschillende tuinen heeft er een lieflijke vijver gelegen, die als een zoete herinnering in zijn gedachten opdoemt. Dat werd er de oorzaak van dat we gisteren allerhande tuincentra en bouwmarkten afliepen en ten einde raad zelfs een grote kringloop aandeden op zoek naar zo’n bak. De man van de bouwmarkt legde het uit. Zoiets, zelfs de kleinste, was alleen online te bestellen met verzendkosten die net zo hoog waren als de kosten voor de bak zelf. Nu gaan we eerst recycling proberen en zien of we daar dan toch een leuk alternatief vijvertje mee kunnen bouwen. Ik denk het haast.

Via de app komt binnen dat Martin Ihns is overleden. Het is een naam uit een ver verleden toen ik nog fanatiek volksdanste en allerlei workshops volgde van gerenommeerde dansers, onder andere van deze man. Ik herinner me een dansweekend aan de kust in Noord Holland, waar ik met twee mannen uit mijn dansgroep naar toe was getogen om de Macedonische dans uit te diepen. Het bleek hard werken en een dubbele aanslag op je hersenen omdat het concentratie vergde en je de ingewikkelde en snelle choreografie die hij ons voorschotelde, goed moest inprenten en vasthouden.

Na een vermoeiende maar tegelijk inspirerende dag was er altijd weer de natuur om even bij te komen. In de ochtend, die nevelig optrok, de paarden aan de zoom van het kampeerterrein en vogels alom die de vreugde over een nieuwe dag luid te berde brachten en in de avond het strand met een zonsondergang. Onze afgepeigerde lijven loom in het warme zand, een snelle salade als avondmaal en altijd een goed gesprek als afsluiting van een mooie dag.

Martin was een fijne instructeur die veeleisend kon zijn waar het de passen betrof, maar door zijn heldere uitleg was het niet moeilijk te volgen. Hooguit speelde de snelheid bij het uitvoeren parten, maar niet voor ons, in de bloei van het leven met spieren die welwillend alle nieuwe capriolen ondergingen. De voorliefde lag bij de mannendansen, omdat ze groots en stoer waren, maar ook ingewikkeld, een hoge moeilijkheidsgraad. Iets om gretig de tanden in te zetten. Wat heb ik genoten van deze man en zijn inspirerende enthousiasme.

Hij had nog wel wat langer doorgewild stond in het overlijdensbericht. Helaas. Het lijf had het begeven. Geest kan alles overwinnen, maar uiteindelijk vraagt de dood daar niet om. Die gaat recht op het doel af, hangt de stofmantel aan een haakje en bevrijdt de geest van het aardse. Vlieg naar een volgende fase, hoe die er ook uit mag zien.

Overpeinzingen

Een hele dag lang

Nooit plannen van te voren of in ieder geval plannen met de deur wagenwijd open om de ideeën, indien noodzakelijk, drastisch te kunnen wijzigen.

Het weer was niet zo stralend, windvrij, zonnig en zorgeloos als voorspeld, werd het niet. De kool-en-pimpelmezen dartelden tevreden op de onrustige wind die was opgestoken. Om de kauwtjes te minderen had zoonlief de pindakaaspot in de antieke vogelkooi gelegd en daar maakten de kleine rakkers naar volle tevredenheid gebruik van, niet zelden dook er een met het kleine soepele lijfje helemaal in de pot om het lekkers eruit te peuren.

Daardoor bedachten we samen dat het misschien wijsheid was om niet te gaan lezen in de tuin, maar kalmpjes, vlak voor de aanvang van de stadsmusical Trijn herinneringen op te halen in de binnenstad van Utrecht en onze verbleekte voetstappen die daar lagen nieuw leven in te blazen.

We moesten na de busrit beide wennen aan de massa mensen waar we tussen kwamen te lopen. Populatie in alle maten, iets waar lief met de vrij hoge homogeniteit van de bevolking in Hongarije, waar doorgaans weinig kleur te bekennen valt, ten volle van genoot.

We houden alle twee van de verrijking die de grote keur van culturen ons hier biedt en maken er ook dankbaar gebruik van om deelgenoot te zijn van dat kleurrijke geheel. Niets zo heerlijk als mensen observeren in alle soorten en maten te samen met hun gewoonten en gedragingen.

We mijmerden door de straten en vonden met regelmaat de sfeer terug van de dagen van weleer, toen we in onze jeugdige overmoedigheid elke steeg van Utrecht doorkruisten. Er waren nog genoeg oude gevels of etalages, compleet met opschrift, die ons herinnerden aan de goede oude tijd. Er waren stegen bij waar heel de stadsdrukte stil viel en het een waarachtig genieten was van het oude bouwsel, een duif die omhoog schoot, de gevelstenen, de gladde uitgesleten keitjes van het leven door de jaren heen. Het regende oude voetstappen.

Na de drukte van al de enorme terrassen op de Neude trokken we naar de Slachtstraat waar we ons oude filmhuis wisten, een van de twee filmhuizen waar we regelmatig vertoefden. Daar filterde de zon het licht en wierpen de schoorstenen en de trapgevels lange uitgerekte schaduwen op het oude gesteente er tegenover. De deur stond uitnodigend open en er klonk een aangenaam muziekje. Aan de tafel achter de deur was een tafeltje vrij, waarbij lief de hele ruimte kon overzien en ik zicht had op het reilen en zeilen in het nauwe steegje. Met een bittergarnituur en een glaasje koele witte chardonnay storten we ons in de herinneringen. Ook was er, naar aanleiding van het verbazen over de diversiteit in de bevolkingslagen, een uitgebreid bedenken hoe je de traditionele christelijke feestdagen zou moeten vervangen door de belangrijke feestdagen uit andere culturen. Omdat we beide de problematiek van regels in school kenden, bleek het niet eenvoudig om een sluitende formule te verzinnen. Als het niet op je bestuurlijke bordje ligt is het een heerlijk thema om over te stoeien.

Na de uitgebreide borrel liepen we naar het Vredenburg waar in Tivoli de stadsmusical ‘Trijn’ van zus en consorten plaats zou vinden. In de wandelgangen kwamen we de rest van de familie tegen. De oudste broer en mijn lieve schoonzus, de beide zussen maar ook mijn geliefde tweelingnicht(we zijn op dezelfde dag geboren) en haar man en haar zusje met diens echtgenoot. Zomaar een reünie op niveau, want de beide nichten kenden lief ook nog uit het grijze verleden.

We moesten ieder zijns weegs, want we hadden allen verschillende plaatsen. Wat zaten we hoog in het begin. Beneden speelde zich de woelige strijd in geuren en kleuren af en wat fijn was, dat ik uit die talrijke vrouwen onmiddellijk mijn zus herkende, ook al was ze twee keer zo kogelrond als anders. Haar toneelliefde, een groot deel geërfd van vaderskant, stroomde vrijelijk en ik kon de beleving welhaast voelen. Indrukwekkend vond ik het lied van de dochter van Trijn, een waar de Me Too beweging van nu naadloos op aan kon sluiten en het lied van de duizend vrouwen was eveneens indringend en kwam binnen.

Een dag vol van wisselende emoties die we niet licht konden afsluiten. Het moest allemaal bezinken en op de juiste plek vallen. Maar genieten was het wel, een hele dag lang.

Overpeinzingen

Zing de sterren van de hemel

Zoonlief had de hele ochtend gerommeld en bij het afzakken naar een etage lager ontdekte ik dat hij eindelijk het goede bed uit de schuur had gevist, die zijn grote broer daar anderhalf jaar geleden had achtergelaten. Dat werd tijd. Tot dan toe hadden ze op twee spiralen en de matras op de grond geslapen. Er waren consequenties aan verbonden, want nu moest de achterkant van ons prinses-op-de-erwt-bed weer afgebroken, dat bestond uit één la van het zojuist opgebouwde bed. Maar dan moest er een tussenschotje komen tussen de binten achter de verwarmingsketel en het bed. Zijn we ooit uitgepuzzeld. Hoe dan ook, met kinderen heb je nooit last van verveling. Dat woord is in geen woordenboek hier in huis te vinden.

We konden dan ook iets later naar de tuin dan gepland. Maar dat was geen punt. Rond half twaalf waren we er en hadden nog altijd ruim de tijd. Over de heg konden we dochterlief en haar gezin zien en ze beloofden nog even aan te wippen als alle noeste arbeid gedaan was. Voortvarend ging Lief aan de slag met het maaien en het vrij maken van het pad, terwijl ik weer in het achterste bed dook. Het leverkruid moest wijken, had ik besloten. Daar zou dadelijk dan wat ruimte zijn voor wat ander spul, zoals de vlinderstruik.

Gestaag doorgaan met af en toe een werkoverleg. De oude herkende in lief ineens de jongen die ooit, vijftig jaar geleden, aan de caravan had geklopt in Friesland, om bij mij te kunnen zijn. Hij had er nog een foto van, was de mededeling, waarna hij zich weer terug trok in de eigen perikelen.

Lijster en merel lieten zich geregeld zien. Overal waren plukjes mensen aan het tuinen. Met regen groeide het gras ‘Harder dan je hebben kan’ in variatie op een bekend lied van Blof. Er was overal genoeg te doen. Ook waren er meer moestuinen-minnende luitjes bijgekomen. Die hadden het druk met aanplant, schoffelen, opbinden en oogsten. Morgen moeten we gaan genieten van de arbeid van vandaag, was ons credo. De laatste tijd waren we alleen maar druk aan het werk geweest. Maandag is er weer een dag. Wat zondagsrust inbouwen kon geen kwaad, al was het alleen al om gedane arbeid te eren.

Dochterlief kwam langs met het gezin. Schoonzoon ging weer, die had een feest met zijn familie en de kleine filosoof en het zonnestraaltje wilden met mama gaan zwemmen in de poel achter het tuinencomplex. De vleugeltjes moesten al aan op de fiets als verkneukelende voorpret. Daar gingen ze op het ‘slagschip’ over het hobbeldebobbelpad. Tot ziens.

Om drie uur braken we op. Het snoeisel verdween in twee grote blauwe zakken om weer naar de stort gebracht te worden en lief zette ik af bij het winkelcentrum om boodschappen te doen terwijl ik spoorslags naar Utrecht afreisde om de Franse schoonzoon bij te staan met de oppasactie. Vijf kinderen van 0 tot 12 zijn geen sinecure als je alleen bent, vooral niet met twee roerige knulletjes van drie. Ik had beloofd tot de jongste telgen op bed lagen te blijven nu de moeder des huizes samen met zoonlief en zijn vrouw de bruiloft van Anouk aan het vieren waren. De dames waren in een prachtig gala gekleed.

De benjamin was allerliefst aan het tijgeren tussen het gekrakeel van de anderen door. Het lukte hem een keer om zich op te trekken aan de bank en daarna wilde hij het steeds opnieuw proberen. Met de krullebol speelde ik nog even zoet met de garage en de autootjes voor het slapen gaan. De auto’s moesten ook slapen, daarna was er ruimte voor eigen dromenland. Thuis viel de vermoeidheid over me heen als een verstikkende deken en terwijl de anderen het bloedheet hadden, bibberde ik onder een plaid de avond door. Vandaag is er stilte voor de storm om vanavond de grote stadsopera van zuslief te kunnen volgen zonder te vermoeid te zijn en daardoor in slaap te vallen. Zet hem op zus. Zing de sterren van de hemel.

Overpeinzingen

De hele dag lang

Groot misbaar in de dakgoot. Veel gebonk, gekrijs, geflemel. Meerdere jonkies schatten we in. Kra en kras absoluut. De zon nodigt uit tot veel lawaai. We lezen nog wat. Lief zit nog steeds met zijn hoofd in de middeleeuwen bij Willem de Zwijger, Prins Zonderland en Margaretha van Parma. Hij leest het veel meer als een spannende geschiedkundige avonturenroman. Hij vertrouwt erop dat het waarheidsgetrouw is opgeschreven. De Zwijger komt er hier en daar bekaaid van af. Hij sjoemelt, sjachert en speelt dubbelspel alsof het niets is. Niet voor niets wordt het een Macchiavellist genoemd. Deze oprechte weergave is te bewonderen in de biografie van René van Stipriaan.

Ikzelf lees wat artikelen in de Groene van deze week. Een wonderlijke relaas van de handel en wandel van Curzio Malaparte, diplomaat, schrijver en journalist, waarbij ik van de ene verwondering in de andere val. Hoe kan een geest zo opgedeeld zijn in dergelijke van elkaar afwijkende ideeën. Alleen al de betekenis van zijn pseudoniem dat ‘Aan de slechte kant’ betekent.

Als tegenhang voor de zwaarte de luchtige artikelen in het magazine ‘Zin‘. Levenslust is het thema. We kijken naar een opname van Brigitte Kaandorp, dat aangeraden wordt als oppepper bij sommige dagen waarop alles tegenzit. Ze zingt uit volle overtuiging met ironisch genoegen het lied ‘Zwaar Leven’ en het werkt aanstekelijk. Natuurlijk schieten we in de lach als ze de draak steekt met het zware leven dat ze lijdt. Alleen al de uitdrukking op haar gezicht en het aangedikte stemmetje eronder.

In oppeppen zijn we tegenwoordig ervaringsdeskundigen geworden. We genieten zo van de liefde en het leven dat op ons pad is gekomen dat het geen enkele moeite kost, om vooral de kleine schoonheid te blijven zien en omarmen. Het heeft vanzelfsprekend invloed op de verhalen die ik lees en wordt er door gekleurd, buigt het om naar mijn eigen beleving.

De ‘Zin’ boort nieuwe inspiratiebronnen aan zoals de komst van de film over Roald Dahl: ‘To Olivia’ vanaf 16 juni in de bioscoop. Het staat genoteerd. Ongemerkt slibt de agenda vol. Maar met heel veel leuke gebeurtenissen. Wat etentjes en bezoekjes, een Utrechtse Musical waar zuslief in zingt en een laatste voorstelling als publieksbegeleider. Tussendoor zijn er de boeken, tijdschriften en de tuin. Vandaag belooft het zonnig te blijven, dus gaan we straks, brood en koffie mee, naar de tuin om de laatste takken te snoeien, te maaien, de vijver leeg te scheppen en nog steeds te ontgrassen hier en daar.

Gisteren appte dochterlief met de mededeling dat ze naar de Botanische tuin zou gaan. Er lag een onuitgesproken verlangen achter, waar mijn moederhart direct op appelleerde. ‘Ga maar’, zei lief met zijn hoofd nog in de middeleeuwen ‘En geniet’.

Al direct aan de ingang kwam een vertrouwde gestalte me tegemoet. Het was mijn lieve vriendin. Ooit waren we duocollega’s en altijd veel meer dan dat. Hoe was het mogelijk. Ze dronk er koffie met man en dochter en had mijn dochter al gespot bij de vlindertuin. Knuffelen en nog eens knuffelen. Het was alweer zo lang geleden. Hoe vertrouwd voelde dat. Wat hou ik toch van mensen in het algemeen en van haar in het bijzonder. We beloofden elkaar niets, want hoe gaat dat met ‘We zien elkaar gauw’. We zien wel.

Dochterlief kwam over het witte pad gelopen dat ik precies naar de andere kant was gaan volgen. Omkeren en hen tegemoet lopen, waarbij het terras uitnodigend bedelde om even bij te kletsen. Kleindochter, die vanaf nu het Zonnestraaltje heet, omdat ze zo heerlijk genieten kan van de wereld om haar heen en die overal een feest van maakt, hinkstapte daarna voor ons uit naar de Vlindertuin en bootste, hangend aan onze armen, de stappen van de Markies van Carabas met zijn zevenmijlslaarzen na.

Overweldigende schoonheid in de Vlindertuin met zijn prachtige wonderen der natuur betoverden tussen het opgewekte gebabbel door, spannend werd het in de tropische vogelkas, met het nagebootste oerwoud en de prachtige bloemen. Geen vogel gezien, alleen gehoord.

Twee uur kwaliteitstijd met dochter en de kleine Zonnestraal. Afscheid bij de fiets. Tot gauw. Kusjes en een brede lach. De zon bleef door het wolkendek heen prikken daarna, de hele dag lang.

Overpeinzingen

Zoals het een moederkloek betaamt

Regendruppels op het dakraam. Na een eenvoudig beraad besluiten we de dagen om te draaien. Morgen verder in de tuin en vandaag rommelen in huis. Lezen, schrijven, kasten uitruimen of onder het bed duiken en daar heel het overtollige verleden op de gevoelige plaat zetten en daarna rigoureus wegdoen. Met leed hier en daar, want er zijn van die mooie herinneringen bij, maar je kan eenvoudigweg niet altijd alles bewaren. Het is een slim plan. Vandaag dus dat en de kringloop om alles af te voeren en de gemeentewerf, poel der overtolligheid, en daarna verdere stappen bedenken om de werkkamer in orde te krijgen.

Vanmorgen las ik in het filosofiemagazine op FB een populair stuk over Epictetus, de stoicijnse filosoof uit de eerste eeuw na Christus. Het leverde een boeiend gesprek op. We filosofeerden samen door over hoe wij dit zelf wilden interpreteren en doken erin om een en ander te doorgronden. Onverstoorbaar zijn was een van de gegevens bij het aanvaarden van de problemen op je pad. Of dat mogelijk was, was toch wel zeer afhankelijk van de de geaardheid van de persoon in de omstandigheden, leek ons. Hoe valt emotie uit te wissen als iets je regelrecht raakt, zoals rouw of euforie. Is onverstoorbaarheid niet gelijk aan flegmatiek. Beschouwt men dat dan niet als desinteresse. Waartoe leidt deze houding in allerlei situaties. Zo dringen de vragen zich op. Heerlijk om samen over te peinzen. Zo’n heerlijk begin van dat wat een rustig dagje wordt.

Gisteren is er hard gewerkt op de tuin. De regenton staat er nu aangesloten en wel. Het kan nog wat verbeterd worden maar vooralsnog vangt het de eerste regen als alles gaat zoals we hopen. We zijn benieuwd. Lief heeft gepuzzeld en gegoocheld met de stukken pijp die er al waren. Er moest een stuk van de vlier afgezaagd, wat geen ramp was, want er zijn er drie en ze verbreiden zich snel. Ondertussen besloot ik de grassen en de brandnetels in het achterste bed aan te pakken. Binnen de kortste keren was de kruiwagen vol. De maagdenpalm groeit als een tierelier, evenals de grote pollen phloxen, de hemelsleutel en de geranium, maar al het andere spul dat er vorig jaar is ingegaan is weer verdwenen. Ik vrees dat op een gegeven moment een combinatie van vaste planten en struiken het tij moet keren. Vooralsnog blijft het puinruimen. Onder de ongewenste begroeiing komt het tranend hart dapper omhoog evenals de witte roos en de Acer, die eindelijk daadwerkelijk begint aan te slaan.

De vogels kwinkeleren dat het een lieve lust is. Als we even uitpuffen en onder het genot van het meegebrachte water de vorderingen bespreken komt er een lijster langs met een wijd opengesperde snavel waar een onrijpe kers in prijkt. Aha, daarom zitten er zoveel vogels. Met drie kersenbomen in mijn tuin en die van de buuf is er lekkers voor iedereen.

Als ik de grote grasmaaier hoor ronken besef ik ineens dat ik niet meer heb gekeken naar de doorgankelijkheid van het pad langs de tuin. Ook hier is werk aan de winkel. Gezwind snoei ik de eerste overhangers, omdat ik toch al bezig was met het snoeien van de haag tussen onze tuin en die van de oude, om lucht te geven aan de planten eronder.

Binnen de kortste keren lagen er bergen takken op het gras. Waar laten we die nou weer. In zakken en meenemen, stelde ik voor. Lief vond dat zonde, maar ik verzekerde hem dat we het bij het tuinafval op de gemeentewerf zouden gooien, waar het weer gecomposteerd werd. Zo had alles een functie. Dan was het goed.

Moe maar voldaan verlieten we later dan anders het, inmiddels, verlaten complex. Meerkoet zat nog steeds te broeden op haar eieren. Die moeten nu op het punt staan om open te barsten. Onverstoorbaar, stoicijns dus, zoals het een moederkloek betaamt.

Literatuur.·Overpeinzingen

En de eindigheid ervan

De gierzwaluwen vliegen niet al te hoog. De hoop was er op een vrijwel droge dag, maar ik geloof dat ze de twee lichte buitjes, die nog voorspeld zijn, bevestigen.Vandaag stap twee voor de regenton, de aansluiting. Er moet wat gereedschap mee en dan kunnen we los. Fijn als ie uiteindelijk helemaal echt staat.

Het was gisteren een soort van kabbelende dag met een bezoek aan Hoek, aan broer en schoonzus van lief, een fijne lunch en een goed gesprek over de toekomstige plannen. De regen kwam inmiddels met bakken uit de hemel zeilen. Jammer, want anders hadden we echt het strand nog aangedaan. We waren er zo dichtbij, per slot van rekening.

De boeken met inspiratieverhalen heb ik naar boven gehaald en ze liggen nu om mij heen of staan op de plank achter het bed, tegen het doek van de schrijvershand die de pen vasthoudt. Onder andere ‘ De kunst van het woord’ Vincents mooiste brieven, de meeste aan zijn broer Theo, altijd bedelend om geld of penselen en verf en met een uitgebreid verslag van zijn belevenissen, maar ook met de gedachten, die zijn gemoed bezig houden. ‘Verdriet is een ding met veren’ van Max Porter is een andere. Elke passage is raak, soms vervreemdend, kraai speelt zijn eigen rol, die van rouwverwerker en vliegt pas op als de vader met de twee zonen samen alleen verder kunnen gaan. Kraai in zijn rol als de spiegel van verdriet. Hij drijft er de spot mee en roept zijn rouwenden wakker. Een intense beleving is dit hele bescheiden boekje. Hoe dicht kan je onder de huid kruipen.

Het mooie boek van Toon Tellegen: ‘Tot de winter er op volgt’ vind ik er tussen. Een verwerken van de ouderdom op een wisselende wijze. Soms zet hij zich er tegen af zoals in het gedicht Het gelijk aan mijn zijde, waarin hij een engel verslaat en het gelijk niet van zijn zijde wijkt en dan weer leunt hij er weemoedig tegenaan en omarmt in zekere zin dat duistere moment: ‘ Ik ben moe, nacht/je friemelt al aan mijn knopen, ik voel het wel,/je maakt mijn veters al los…, nacht, geef me nog wat tijd.’ Of dan weer een moedig aangaan van wat onvermijdelijk is, zoals in het gedicht ‘Het verleden slaat op de vlucht’, waarin hij schrijft: ‘Ik zou niets meer wegen,/nooit meer die loodzware voeten, die rug die bezwijkt, die plotselinge steen in mij/ en nooit meer schrijven, doorkrassen, verfrommelen, verdoezelen.’

Helemaal onderaan ligt het kleine boek van Kees van Kooten over het sterfproces van zijn moeder Annie. Een aangrijpend en waar gegeven vond ik op bladzijde 55. Iets wat heel vaak meespeelt. ‘Annie wil niet verder leven, maar wij kunnen haar nog niet laten gaan. Zelfzuchtig rekken wij haar laatste ademhalen, dat steeds benauwder wordt, met kortere tussentijden. Schurend en raspend, niet om uit te houden, niet om aan te horen.’

Ook de genezing van de krekel van Toon Van Tellegen ligt er tussen de lievelingen. Een tweespraak tussen de krekel en de schildpad gaat daarin op deze manier: ‘Ik ben somber,’ zei de krekel ‘O,’ zei de schildpad. ‘Ja,’ zei de krekel ‘Onverwacht. Het is een gevoel in mijn hoofd. Een groot en onwrikbaar gevoel.’ In de rest van het verhaal proberen zijn vrienden op allerlei manieren de somberheid op te heffen. Aan het eind van het boek gebeurt het: Er was iets vreemds. Iets heel vreemds. Maar wat? Hij keek om zich heen. Hij zag de vloer, het plafond, de deur, de kast, de tafel, de stoelen en het raam. alles was zoals het altijd was. Zijn gordijnen wapperden zachtjes in de ochtendwind. Toen wist hij het. Het sombere gevoel in zijn hoofd was weg. Zijn hoofd was leeg. Gedachten kwamen schuchter te voorschijn uit kieren en gaten, en schoten onwennig door de lege ruimte heen. Het is weg! Dacht de krekel.

Een gegeven dat me altijd bezig heeft gehouden. Afscheid en de kwetsbaarheid van een mensenleven. Door berichten over mensen die ineens vertrokken zijn. Die zelf een keuze hebben gemaakt of die dat aan anderen overlieten. Die geen vinger in de pap kregen, maar op stel en sprong in opdracht het aardse verlieten. De willekeur daarin, het ongewisse en natuurlijk de gedachte aan wat ons te wachten staat. Heel het leven in haar volle glorie en de eindigheid ervan.

Overpeinzingen

De moeite van het bekijken waard

Kwaliteitstijd met dochterlief en de kleine Dribbel, die inmiddels alweer een heel stuk groter is. De locatie is Rhijnauwen en het bos ligt er als een oase van groen bij, een verstild monument op de vroege ochtend. Ik rij door naar waar ik vermoed dat ze de auto hebben geparkeerd en zie ze al staan aan de ingang.

Dribbel doet zijn naam eer aan en dribbelt voor of achter ons uit. Op de toegangsweg moet hij nog even in de buurt blijven, maar in het bos zelf mag hij los en vindt onmiddellijk een tak, die hij als een soort wichelroede gebruikt en later als een bezweringstak voor de grote zwerfkeien langs het pad. Bij ieder kei houdt hij ernstig de tak een gezegend moment tegen het harde steen en rent dan weer naar de volgende om de handeling te herhalen. Hij kiest daarvoor alleen de groene, bemoste, stenen uit. De anderen kleuren blauw op, op zo’n manier dat het nauwelijks op foto is vast te leggen, maar een kleur die je dolgraag in een potje zou willen vangen.

Na een blokje was hij moe gedribbeld en togen we naar het kleine speeltuintje waar, helaas pindakaas, alleen de glijbaan en de wip nog begaanbaar waren. Er stonden plasjes in de wipkip en op het schommelbed. Geen glijbaan had geheimen voor de kleine durfal. Met het grootste gemak beklom hij de trappen en roetsjte van de glijbaan af. Dochter en ik bespraken alle lopende zaken en wisselden ideeën uit over de op hand zijnde verjaardagen en de komende vakanties.

Over een ding waren we het eens. In deze maanden vloog de tijd harder dan ooit voorbij en waren de dagen gatenloos gevuld met allerhande ontwikkelingen, ondertussen bijna moetdingen, omdat school dat eiste, of het werk, of de clubs van de kinderen. Afspraken vielen er nauwelijks meer te maken of het moest puur en spontaan zijn, zoals deze ontmoeting, die met één belletje afgelopen zondag tot stand kwam.

In het aangrenzende pannenkoekenrestaurant besloten we te gaan theeën en Dribbel mocht, aan de hand van de plaatjes, zelf uitkiezen wat hij als extraatje bij de biologische appelsap wilde. Het werd een enorme muffin met bosbessen in haar binnenste, die met een brede glimlach en met smaak verorberd werd. Het grint op de grond werd het terrein van vermaak en af en toe nog even de glijbaan, waar hij zo naar toe kon lopen, maar pas nadat alles op was. Wat heerlijk om zo even samen te zijn en te kunnen delen.

Om de tijd te overbruggen naar de afspraak met de fysio bezocht ik drie kringlopen. Bij de eerste in het stadje aan de andere kant van de Lek hadden we afgelopen keer een voetenbankje gezien, die dienst kon doen als opstap bij de boekenkast. Dat was heel wat beter dan de sanitaire verhoging die ik nu gebruikte. Het was opnieuw overtrokken met gerecyclede stof door het handwerkteam en zag er vrolijk en een beetje hippy-wise uit. Verder was ik wel een beetje klaar met kringlopen merkte ik. Door het ontspullen thuis leek alles overbodig. Eerst het huis leger maken en dan zien we wel weer.

Bij de fysio was het heerlijk bikkelen. Door de variatie in de oefeningen dacht ik geen moment aan de tijd en was het half uur voorbij eer ik er erg in had. Bovendien was het contact jolig van aard maar ook met een hele serieuze ondertoon en kreeg ik steevast goede oefeningen mee voor thuis. Als ik de keuze had gehad dan nam ik deze stagiair als vaste therapeut.

Alleen Pluis was thuis. Voor de maaltijd koos ik pasta in een bechamelsaus uit de oven en daarna was ik compleet gesloopt. De beide mannen, lief en zoonlief, aten met smaak en verve alles schoon op en ik dook in het boek van Pieter Waterdrinker tot aan het programma van Roosen&Borst, dat twee mensen met beginnende en gevorderde Alzheimer te berde bracht en de reactie van de omgeving liet zien. Het wierp vragen op die ik eerst moet overdenken. In alle opzichten is het de moeite van het bekijken waard.

Overpeinzingen

Het is en dus bestaat

Met de regenbestendige gevoerde laarzen van zoonlief en schoondochter durfden we een eventueel modderpad op de tuin naast de sloot te trotseren. Maar eerst naar het eerder al bekeken tuincentrum, waar we een mooi formaat regenton wisten. Het doel van onze missie. Eindelijk na twaalf jaar tuinen was het zover. Een droom werd bewaarheid.

Het grote dubben bij schoffel en hark, dure kwaliteit of goedkope aanschaf, werd omgezet in gezond verstand. Beter een keer iets meer uitgeven dat een lang leven beschoren was, dan iets wat bij de eerste de beste tegenslag zou kromtrekken, ombuigen, de tanden stuk zou bijten.

De regen kwam met bakken uit de hemel, maar wij waren waterbestendig dankzij de uitleen van de kinderen. Er waren nog best een aantal mensen bezig in hun tuin, af te lezen aan het aantal auto’s op de parkeerplaats. Moeder Hoen zat dapper en plichtsgetrouw op haar nest, midden in de sloot en liet de druppels gestaag op haar koppie uiteen vallen. Lief droeg de regenton en het deksel, ik de bijpassende voet en de cadeau gekregen Dahlia van enkele dagen terug.

De tuin lag er dapper bij, alles was goed aangeslagen en moest nog wel aarden bij het wortelen. Als we het zo bij konden houden, dan was het volgend jaar een oase aan bloei. De drie stuks Borage had trossen bloemen in hun kruinen. dat beloofde veel. Het was te nat om de ton echt aan te sluiten, want daar kwam wat meetwerk aan te pas, maar ze kon al wel op haar plekje, achter het atelier. De takken van de aangewaaide vlier moesten er deels voor weggezaagd, iets wat deze lieve oude taaie heksenboom wel zou overleven.

De dahlia mocht nog even in de grote pot, tot ik hopelijk van de week nog, de grassen uit het achterbed kon verwijderen. Nu druilde het aan een stuk door en vielen de lange natte slierten over alles heen. De floxen waren toch sterk er tussendoor opgekomen ondanks de hindernissen. Dat beloofde een zee aan bloei.

We gaven elkaar een high five. ‘Ajeto’, dat was gelukt. Dankzij het doorzettingsvermogen van lief om weer en wind te trotseren en gehoor te geven aan het oproepje in het kleine dagboek van jaren geleden waarin geschreven stond op 25 mei 2010: ‘Nu nog de regenton en het terras. En de goot aan een kant.’ Gisteren eindelijk pas uitgevoerd. Alles op een eigen tijd. Het kiest zichzelf. In dit specifieke geval had het wat eerder gekund haha, maar vooralsnog ben ik nu de koningin te rijk.

Het boek van Pieter Waterdrinker ‘ Biecht aan mijn Vrouw’ is boeiend. Vooral omdat het zich afspeelt in een tijdsbestek dat we allemaal net achter ons hebben liggen. De eerste periode van de aanwezigheid van het corona-virus en de angst en paniek die dat ter berde bracht. Hij heeft een heerlijke schrijfstijl. Soms breedsprakig maar beeldend. Op het naturalistische af, dat waar ik zo van hou. Niet voor niets zijn de negentigers zo goed vertegenwoordigd in de boekenkast.

Op de achterkant van het boek staat: Het lichaam verandert, de geest nooit’. Het verwijst naar het ouder worden, waarbij we in eerste instantie vast houden aan de souplesse van onze jeugd en nog weigeren te aanvaarden dat het lijf op alle mogelijke manieren de tand des tijds fluistert, waarschuwt, achtzaamheid wil betrachten. Alles wordt in eerste instantie in de wind geslagen is mijn eigen ervaring.

Kleindochter van vier en ik zitten op een bankje in de zon. De armen zijn ontbloot. Het is broeierig warm. Ze strijkt over mijn onderarmen en polsen en struikelt in haar hoofd over het gerimpelde vel. ‘Wat is dat dan, Oma‘. ‘Dat zijn rimpels lieverd’. ‘ Waarom’? ‘Omdat het velletje ouder wordt’. ‘Maar ik vind het niet mooi’. ‘Ach lieverdje, het gebeurt gewoon’. Ze glimlacht lief naar me met een schuin koppie en rent naar de glijbaan. Mooi of lelijk is ‘nicht im frage’ voor ouderdomshuid. Het is en dus bestaat.

Inspiratie·Overpeinzingen

Toeval bestaat niet

Schapen tellen, maar iedere keer rennen ze te hard en brengen het hoofd op hol. Klaas Vaak is met prepensioen en heeft zijn zak zand aan de wilgen gehangen. Lief droomt zijn dromen bij elkaar. Buiten blijft het stil op het geluid van de A2 na, die zacht door het open rooster van het raam ruist. De lucht steekt lichtgrijs af tegen het donker van de kamer. Het is 1 uur 26 en de tijd kabbelt voorbij.

Het kopen van de regenton viel in het water. Nee, niet letterlijk, maar het tuincentrum was toch gesloten. Verkeerde interpretatie van de mededelingen van hun website. Ze waren pas tweede pinksterdag open. Voor die dag waren de kaarten voor het Centraal Museum al besteld. Gelukkig viel dat euvel heel makkelijk en snel digitaal te veranderen. Derhalve gingen we vandaag naar het museum en morgen komt alsnog de regenton aan bod. De kleine blauwe kon geparkeerd worden onder de eeuwenoude bomen op het plein naast het museum. Het carillon van de Nicolaikerk speelde een deuntje, de regen tikte vanaf het gebladerte op het dak. Het was zondag en de stad hulde zich in een aangename rust. Met de paraplu op liepen we het Nikolaaskerkhof over naar de ingang van het museum en vielen met ons neus in de kwakzalvers, de barbieren die kiezen trokken en de aderlaters.

Vooral de koelte en de schemerdonkere zalen met de uitgelichte schilderijen vielen op. Een sfeervolle tentoonstelling met als titel ‘De Gezonde Stad, de kunst van het overleven door de eeuwen heen’. Als extra was er ‘De Vaandeldrager’ van Rembrandt en ‘Annex John Akomfrah’ met zijn The Five Murmurations’ in de allerlaatste zaal, een indrukwekkende vertoning van drie films op evenveel grote schermen. Hij heeft ermee een uitleg willen geven aan wat corona over de hele wereld heeft gedaan met iedereen. Het maakte indruk. Als extraatje ontdekte ik Isaac Israels met twee doeken. Pareltjes tussen de andere schoonheden, tenminste voor mij dan.

Na het museum was er een wijntje met bitterballen bij Gist, het restaurant aan de Vaartsche Rijn. Binnen natuurlijk want het regende pittig door. We wisselden uit wat was opgevallen bij de tentoonstelling. De baardtangetjes, een soort voorlopers van het pincet, bijvoorbeeld, het doek met de zeven barmhartigheden die we allemaal hadden kunnen herleiden, en eigenlijk waren het voor mij vooral de kleine doeken die beroerden, de moeder met kind, de min, de strijkster.

Omdat in het restaurant de bediening een heerlijke Gado Gado zat weg te smullen had ik onbedaarlijke trek om me te wagen aan een bewerkelijk gerecht, de ‘Imam Bayildi’ een Turkse schotel van gevulde aubergines, die ik combineerde met heerlijke couscous met rozijnen. Het heet in de vertaling: ‘De imam die flauw viel’. De reden? Hij genoot zo van de overheerlijke combinatie aan smaken, dat hij ter aarde stortte.

In de avond was er de aangrijpende film ‘De Veroordeling’ op basis van de realiteit en het boek dat Bas Haan, een onderzoeksjournalist, had geschreven over de Deventer Moordzaak, en dat alle werkelijke feiten bloot legde, opdat iedereen voor eens en voor altijd zou kunnen zien hoe verschrikkelijk men had gedwaald in deze zaak. De twee gedupeerden, Michael en zijn vriendin Meike, hebben enorm geleden onder de valse beschuldigingen. Het geeft ook een helder inkijkje hoe het mediacircus de emoties op kan kloppen en hoe het publiek zich moeiteloos laat meeslepen in de te berde gebrachte ‘feiten’ tegen deze zogenaamde’ Klusjesman’, die een voor een afgestreept konden worden als notoire leugens.

Na al deze commotie was er gelukkig nog een klassiek concert in het open veld en laat dat nou precies in het Betuwse dorpje zijn geweest, waar wij, de zussen, onze eerste kop koffie dronken op die dag. Dat idyllische plekje aan de Linge. De mooie combinatie van natuur en klassiek zorgde voor de rust in het opgeschrikte gemoed. Toeval bestaat niet.

Overpeinzingen

Een mijlpaal

Gisterenavond na het programma ‘Even tot Hier’ op het scherp van de snede als altijd, was het onderwerp: ‘Denk je in woord of in beeld’. Lief en ik doen beide, maar bij mij overheerst het beeld en bij lief overheerst de taal. Hij heeft in de afgelopen twee jaar eenzaamheid hele dialogen gehouden met zichzelf. Veelal filosofisch getinte, existentialistische vragen. Ik, in Corona-tijd, om mijn gedachten en belevenissen in kaart te brengen door te tekenen en te krabbelen in een klein formaat tekenboek. Van het een kwam het ander en we trokken er een paar van die boekjes bij als voorbeeld.

Een tekening van mezelf in bed in het ziekenhuis triggerde. Welk jaar was dat. Het duurde even voor we het konden vinden, maar ik wist dat het na de vakantie met het hele gezin in een casa in Portugal was. Daar kreeg ik bij het wandelen naar de winkel, een stukje de heuvel op, voor het eerst felle steken te voelen in de borststreek en moest ik even rusten. Daarna trok het weer snel weg. Niet iets om aandacht aan te besteden, of nee, ik vergat het domweg weer.

Het duurde even maar aan de hand van de fotogalerij en via de vele foto’s van die vakantie kon ik de juiste datum terugvinden. Op de valreep van 2017/2018 had ik mijn reeks angina pectoris te pakken en na twee keer SEH en ziekenhuisverblijf was het de derde keer raak. De kransslagader bleek zo goed als dicht te zitten. De oplossing lag voor de hand. Dotteren en een nieuwe moderne flexibele stent erin. Dat hele proces werd uitgevoerd door twee Italiaanse artsen in een donkere kamer met kerstlichtjes aan de muur en de kleren van de keizer, een klerenhanger in een plastic zak, aan het plafond. Over beelddenken gesproken. Ze waren vooral grappig en gelukkig heel bedreven. Daar werd de katheter richting het hart gevoerd, met als resultaat dat ik na afloop me alweer direct een stuk lekkerder voelde en de zorgelijke gezichten van de kinderen bij terugkomst op mijn cardio-kamertje kon weglachen.

Het probleem van het tijdstip was opgelost. We konden rustig gaan slapen.

De voetbalwedstrijd werd een succes door de overweldigende uitslag. 6-1 gewonnen. Wat een mooie manier om een voetbalcarrière af te sluiten. Zoonlief werd overladen met bloemen en cadeaus door familie en vrienden. Bij de huldiging waren we niet, want ergens in zijn achterhoofd broedde een plan om misschien toch nog een jaar door te gaan. De club had hem edelmoedig de shirts van de drie clubs waar hij voor gespeeld heeft in de afgelopen jaren in een mooie grote lijst geschonken even als een teamgenoot, die net als hij ook voor drie clubs had gespeeld en nu ook afscheid nam.

De foto’s waren ontroerend en de verzonnen teksten erbij op instagram met als grootste compliment ‘ de trouwste fan’ de kroon op mijn eigen ‘voetbalcarrière’ als supporter door al die jaren heen. 31 jaar langs de lijn, dan leer je het spel wel te waarderen.

Thuis bleek een oase van rust. De boeken gingen open, de krant werd uitgespeld, folkmuziek op de achtergrond en Pluis, geborsteld en wel, languit soezend op het balkon. Lief vindt het boek ‘ Het woord voor rood’ boeiend en knap beschreven. Even als ik weet hij maar al te goed wat Afasie betekent. De auteur, Jon McGregor, is volledig onder de huid van de patiënt gekropen. Zoals hij het beschrijft is het in de realiteit ook. Heel knap sijpelt door het hele boek heen het weten dat één enkele gebeurtenis, bijvoorbeeld zo’n vat dat knapt, in alle levens er omheen in een oogwenk een aangrijpende verandering te weeg brengt. Iets om bij stil te staan.

Vandaag gaan we op pad voor de regenton. Met de voorspelde regen zou het wel eens niet al te lang kunnen duren of ik kan eindelijk water tappen uit eigen vaatje. Een mijlpaal.

Overpeinzingen

Tijd voor andere zaken

Gisteren had ik het rijk alleen en dat was fijn want het laatste stukje boekenkast moest nog uitgezocht worden. Eindelijk vonden de lijvige boeken over kunst en kunstenaars, die op de verwarming lagen, een blijvend onderkomen in de kast. Ik hoorde ze instemmend tegen elkaar fluisteren over de erkenning van hun verdiende plek. Boeken komen tot leven als je ze koestert.

Het is alweer vroeg. Weliswaar een uurtje later dan gisteren, maar ik voel de energie terugstromen en dat is waardevol. Stukje bij beetje begin ik door de bomen het bos te zien. De verzamelde snuisterijen op de boekenplanken mogen mee naar boven, naar waar straks de werkkamer komt, als ik klaar ben met stofhappen. Lief wandelt met vriend over de singels dus heb ik alle tijd om te bedenken hoe ik een en ander aan zal pakken.

Als laatste de stofzuiger door de kamer. Trots ben ik op die gevulde kast met de boeken, gesorteerd en wel, zo vertrouwelijk naast elkaar. De schildersezel mocht op de oude plek blijven. De verstelbare stoel in hoogte, mijn schilderkruk, ervoor. Alle tierelantijntjes mochten in de tassen naar boven. Nu staan er in de gang nog drie grote shoppers voor de kringloop. Daarna moet ik naar de oude slaapkamer, waar onder het bed een deel van mijn werkzame verleden ligt. Lieve briefjes, foto’s, plakboeken , gemaakt en gekregen van klassenouders die het afscheid van de kinderen elk jaar verzorgden. Tekeningen van kinderen, die ik niet weg had kunnen doen, omdat ze zo bijzonder en speciaal waren, herinneringen gevangen in stof. Ik zet alles op foto en daarna mag het weg. Vergeeld, verkreukt, beschadigd door de tand des tijds. Je kunt niet alles bewaren. Ze zitten in mijn hoofd en hart, de lieve schatjes, en dat zal altijd zo blijven.

Zoonlief kwam thuis met verse aardbeien, vanmorgen geplukt, door de boer in Tull en Twaal. Ongevraagd gaf hij zijn moeder, slechte fruiteter, een bakje met de meest verukkelijke aardbeien. Niet de waterbommetjes uit de supermarkt, maar zacht en zoet, zo zoet dat ik die smaak gewaar werd met mijn verarmde smaakpapillen. Heerlijk.

In de prunus van de benedenburen zat een juveniele merel. Het diertje viel op door het hippen van tak naar tak en het feit dat het zich niet leek te storen aan onze nabijheid. Moeder merel kwam op een paar takken afstand zitten en floot een deuntje, maar het jonkie reageerde niet en ze vloog onverrichterzake weg.

Vriendlief kwam thuis en vertelde van een oude kerk, waar vriend en hij een gemberthee hadden gedronken. Ik dacht aan het biercafe in de oude schuilkerk aan de Achter Clarenburg, maar er is een nieuw cafe bijgekomen aan de Catharijnenkade in de voormalige Westerkerk, Bunk genaamd. Het is niet alleen een cafe, maar het heeft ook een hotelfunctie. Ideaal als je de stad op je gemak wil bekijken.

Ik werd wakker door een droom waarin een achtervolging plaats vond. Een dreigend sfeertje waaruit ik alleen maar kon ontsnappen als ik wakker werd. Vermoedelijk zijn de vervolgbezigheden mijn belager. Zodra we in kalmer vaarwater zitten zal het opnieuw de rust brengen. Nu eerst maar genieten van de schoonheid van een grote getale geliefde boeken op een plank. Opgeschoond, afgestoft en verfrist. Een lust voor het oog.

Wie behoefte heeft aan een oppepper hoeft ‘s avonds maar naar de lucht te kijken. Het hele sprookjeskleurenpalet trekt voorbij. Geen probleem om daar feeërieke verhalen bij te bedenken. De zachte paarsroze tinten beloven morgen, naar een klassiek gezegde, water in de sloot. Maar eerst nog een mooie dag, vertellen de gierzwaluwen hoog boven mij.

De laatste wedstrijd van zoonlief en daarna hangt hij zijn voetbalschoenen voorlopig aan de wilgen. Naar voetbalbegrippen is hij al bijna bejaard. Morgen zal hij nog een keer vlammen en dan sluiten we voor een groot deel ook dat hoofdstuk af. Het leven zingt een belofte. Tijd voor andere zaken.

Overpeinzingen

Tijd om te rusten

Bijna klaar met de boekenkast en ook al zijn er meer dan acht grote shoppers uitgegaan, dan nog is de boekenkast vol. Mijn lievelingen mogen voorlopig weer een hele tijd mee. nu moet ik de prulletjes aanpassen die voor de boeken stonden en dat is een lastig klusje, want o, wat kan ik me hechten aan de kleine schoonheid van het leven waar altijd een verhaal aan vast zit. Die van de gulle gever, die van de verrassende vondst in een kringloop, die van een niet te versmaden object in de museumwinkel, die van het gevondene, dat kleinood uit een kinderhand.

Als het weg is, kan ik er soms een leven naar verlangen. Zoals het gebroken waxinelichtje met de doorschijnende druppeltjes, van ragfijne witte klei, een kunstwerkje op zich. Kapotgevallen door , tja waardoor eigenlijk. Zo ben ik ooit de porseleinen Leda en de Zwaan verloren en de keramieken lange half abstracte figuren, die nu nog in brokken tussen de sieraden liggen met de bedoeling ze ooit te gaan lijmen. Looppop en beer van het eerste uur liggen ook ergens in een plastic box in de schuur opgeslagen, samen met een kleine dichtbundeltje van eigen hand uit de jaren zeventig. Bij tijd en wijle zingen ze rond op het netvlies.

Het is pas kwart over drie en ik ben klaar wakker. Lief heeft een flinke kou opgelopen gisteren en ging vroeg naar bed. We hadden besloten de gezellige wijn-en Trijn uurtjes maar weer eens te minderen en de avond verdronk in spa rood met citron, mijn favoriete drank naast de thee. Dan mis ik te enenmale mijn slaapmuts en de ontspanning. Maar het is weer een van die goede acties. Stoptober in juni, waarom niet.

De support bij de avondvierdaagse was een groot succes. Na iets wat eindeloos wachten leek, eerst een brug te vroeg, maar weldra op een gunstige plek in een bocht, zodat je lang met de curve mee kon kijken. Met groene t-shirts aan met de naam van de school erop, trokken de kleine filosoof en schoonzoon breed lachend voorbij, maar niet nadat vanuit de stoet iets naar me toe kwam gevlogen en twee knellende armpjes om me heen sloeg. De twee gekochte medailles met kleindochter ‘s middags, één gevuld met vegan pindarotsjes en de ander met onvervalste snoeperij bleken goed te zijn voor een paar glunderende ogen. De bloemen, een bosje voor hem en een voor de pipa namen ook gretig af. ‘Dag lieve kanjers zet ‘m nog even op’.

‘S Middags was het net zo fijn geweest met kleindochter. Die kreeg bij de winkel van de oosterse snuisterijen een schattendoosje, omdat ze onder de boom bij de geparkeerde auto, een wonderboom met tweekleurig groen blad, zaadjes had gevonden en een plastic dopje om ze in te doen en mee te nemen. Natuurlijk moest er nog een klein roze zakspiegeltje bij en een gouden hartjesmagneet. Daarna met een softijs met spikkeltjes naar de kleine speeltuin midden in het grote winkelcentrum tot ze gehaald werd. Lief fungeerde als opa en behoedde haar voor butsen en stoten bij het rond schommelen aan en rekstok. Het zonnetje scheen. Het was gezellig druk en wij zaten heerlijk in een schaduwplek op de houten banken rondom.

Zo paste de hele dag naadloos als een handschoen in elkaar. Aan het eind, na het wachten op de avondvierdaagse, reden we langs het huis van dochterlief, die beteuterd binnen had moeten blijven vanwege de corona en niet kon meemaken hoe zoonlief glorieus de eindstreep haalde. De foto’s, in de haast geschoten van dat glunderende kind, maakten veel goed. Hartjes over en weer toegeworpen door het glas en de kleine blauwe kon op huis aan. Tijd om te rusten.

Overpeinzingen

We gaan er voor

Nieuwe voornemens en een druk programma vandaag. De binnen-en buitenlandse literatuur staat op alfabet, nu zijn de biografieën en de kinderboeken aan de beurt. Wat doe ik met het handjevol oerbejaarde wijsgeren, ook maar een plank apart.

Appje van zoonlief of ik kleindochter op wil halen van school en er staat nog een intocht van de kleine filosoof op ons lijstje. De eerste keer dat hij de vijf kilometer doet, dus toch even langs die ene winkel waar vast ook wel wat gezonders te halen valt in de vorm van een ketting of zo. Twee vliegen in een klap.

Het afscheid gisteren was goed verlopen. Ik hield braaf mijn mond tot mijn lieve mentor mijn vertrek aankondigde en me een enorme dahlia in een prachtige geglazuurde vogelbad-schaal overhandigde. ‘Toen ik die schaal zag, moest ik aan jou denken’, zei ze erbij. De dahlia krijgt een weldadige plek in het groen. De grote turquoise/cyaanblauwe schaal zal ook prachtig staan in de tuin hier of in Verweggistan. In ieder geval daar, waar ik haar vaak kan zien en de vogeltjes er dankbaar gebruik van kunnen maken. Misschien wel voorlopig op balkon, zolang de vlucht koolmezen zo veelvuldig komen aanvliegen. ‘Ik zal aan je denken, iedere keer als ik de schaal zie’, lachte ik. ‘En ik aan jou. Als je maar blijft schrijven’ was het antwoord. Wat zal ik haar missen en allen die me dierbaar zijn daar in die fijne groep kunstminnende creatievelingen.

Na afloop had ik met vriendinlief afgesproken te gaan wandelen bij landgoed Rhijnauwen, maar de energie was volkomen weg. Ze zag het gelukkig en we beloofden elkaar binnenkort snel een dag af te spreken. De hele dag ‘boeken sorteren’ lijkt een werkje van niets, maar had er beduidend ingehakt. Van het op en afstappen op het kleine krukje had ik zelfs spierpijn overgehouden in de benen.

Tussen alle rituelen door, deze ochtend, begon ik in het boek van Roxanne van Iperen met de allesomvattende titel ‘Eigen welzijn eerst’. Na de eerste drie bladzijden wist ik dat het een en ander wel om een creatieve en flexibele geest vraagt om tussen de door haar genoemde feiten de levenslust eruit te blijven filteren. Even doorbijten om te kijken wat er nog meer te zeggen viel. Lief is in ‘Het Woord voor Rood’ bezig. Hij mompelt tussendoor met een nasale stem wat opmerkingen, omdat hij gisteren kou had gevat bij de winderige wandeltocht door het Utrechtse. De vrienden waren elkaar misgelopen en hij had besloten dan maar alleen de stad te doorkruisen. Vrijdag gaan ze in de herhaling.

In de dakgoot geven de jonge kauwen blijk van hun hongerige magen. Zoonlief werd gisteren op de galerij al gewaarschuwd door de zenuwachtige ouders dat er kleintjes waren en iedere beweging beneden hen beschouwden ze duidelijk als een potentieel gevaar. Zodra onze voordeur openging, begonnen ze luid en met veel misbaar te krassen. Misschien komt straks uit zelfbehoud de paraplu weer even in gebruik.

De herinneringen op FB laten een compilatie van foto’s zien in Katwijk, waar we met vier zussen een vakantieweek op het strand vierden. Overal waarde het virus rond maar in Katwijk nauwelijks. Volgende maand gaan we een weekje naar Friesland. Eens kijken of het suikerbrood nog net zo lekker smaakt als vroeger op de vakantieboerderij van Mem Hof in Oudehaske. We gaan er voor.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

In variatie op een thema.

Verder met de boekenkast. Het zoeken naar een logische indeling werd beloond door een wijle te sparren met lief. Binnenlandse schrijvers bij elkaar, alle buitenlandse auteurs ook en per categorie op alfabetische volgorde. Een minder tijdrovend werk dan het uitzoeken op chronologie. Het betekende dat ik wel weer wat planken om moest gooien, maar eenmaal uitgedokterd ging het verwerken snel. Het is een fijne bezigheid, want in een oogopslag zie je de lievelingen groeien en kom je vergeten exemplaren tegen, die zeker om een hernieuwde leesbeurt vragen.

De fysiotherapie kwam er als verzetje tussen door. De stagiair met zijn vernieuwende oefeningen. Heel zwaar maar te doen en zijn optimisme als het goed uitpakte, werkte stimulerend. Daarna bracht ik lief naar vrienden toe en wees hem het station aan de Amsterdamse Straatweg, waar hij op de terugweg de trein naar Centraal station zou kunnen pakken.

Tot mijn grote vreugde kwamen de twee bestelde boeken binnen. Beide dunner dan ik gewend was inmiddels. Het enige dat nu nog rest is het verzinnen van de kinderboeken voor de recensies. ik dans deze week mijn eigen boekenbal.

Op het balkon hebben een vlucht koolmezen de vetbol in de vogelkooi toegeëigend. In een groepje, soms wel zes of zeven, komen ze aanvliegen op hun kenmerkende manier en strijken neer tussen de takken van de prunus van de onderburen of op de spijlen van de kooi. De kauwen en de houtduiven en Turkse Tortels hebben elkaar bij de voederplank leren verdragen en tolereren elkaar al snoepend. In het begin vlogen ze elkaar herhaaldelijk aan met opgeheven borst en wapperende vleugels.

Vanmorgen keek ik op NPOPlus de documentaire ‘Limbo’ van Human. Ik kende het woord als begrip niet, maar het kwam vroeger voor in de RoomsKatholieke leer en het was de plek waar dolende zielen naar toe gestuurd werden als ze niet werden toegelaten tot de hemel of de hel of het vagevuur. Die zielen waren dan ‘in limbo’. Deze vlag dekt de lading van de docu. Het gaat hier om het gesol met mensen zonder status, die niet terug kunnen naar het eventuele land van herkomst. Ze hebben geen rechten, ze krijgen geen geld, en moeten keer op keer er alles aandoen om niet op te vallen. Als ze toch gepakt worden stuurt men ze naar detentie, waar ze naar gerede tijd weer op straat worden gezet en dan begint het allemaal opnieuw van voren af aan. Deze mensen hebben geen ID, geen geldige papieren, geen status en bestaan in feite niet. Dolende zielen zonder kansen. Het is een schrijnend relaas. Als wij als maatschappij werkelijk humaan zouden zijn en niet zo verstrikt waren geraakt in bureaucratie, maar humaan waren gebleven, dan gaf je die mensen per ommegaande een status en het recht van leven.

Lief is met zijn oude vrienden, het drietal, Utrecht aan het doorkruisen. Uit eigen beweging meldde hij dat hij er aan toe was. Fijn dat alles, maar dan ook alles aantrekt. Als je in een impasse hebt gezeten, dan is het zaak om daar vooral zelf uit te klimmen. Met eventueel de nodige hulp aan de zijlijn, maar vooral van binnenuit op eigen kracht. Daar zijn we inmiddels, lang en breed. Sterker en met herwonnen levenslust.

Straks is mijn laatste vergadering bij mijn vrijwilligersbaantje en neem ik afscheid met een lichte weemoed, omdat alle koppies me al jaren zo vertrouwd zijn. Met elkaar hebben we zoveel mooie dingen mogen delen, de inspiratie die we bij de voorstellingen opdeden bijvoorbeeld. Het waren allemaal cadeautjes, die ik niet had willen missen. Het is goed zo. Een nieuwe fase breekt aan. Meer tijd voor elkaar en voor de kinderen en zussen, voor de oude en nieuwe vrienden. Net als de grote boekenkasten hier in huis zijn we eens in de zoveel tijd klaar voor het nemen van nieuwe stappen, dan worden oude waardes afgestoft, opgefrist of overboord gegooid omdat tijden veranderen en er groei en ontwikkeling is. Voort in de vaart der volkeren en kijken wat de toekomst ons nog brengen zal. Nieuwe bezems vegen schoon met behoud van het goede. In variatie op een thema.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

We zullen zien

De jonge kauw in de goot vraagt klagerig en met een dun krijsen om eten terwijl pa en ma waarschijnlijk druk heen en weer vliegen. Het valt niet op te maken of er een jong is of meer. Het geluid is al vertrouwd, maar vannacht viel de totale stilte des te meer als een weldaad op. Het is maar van tijdelijke duur.

Lief wandelt in IJsland. Het boek ‘De Wilde Stilte’ is bijna uit. Dat laatste stuk daar in dat koude hoge noorden haalt de vaart uit het boek. We zoeken de beelden van IJsland erbij, zodat hij zich een betere voorstelling kan maken van het beschreven gebied. Ze schrijft onder andere over de roetneerslag, die er ligt ‘als een zachte verende vloerbedekking’. Beelden verduidelijken waar ze op doelt. Met al die roetdeeltjes en fijnstof in de lucht is IJsland vermoedelijk een brug te ver voor mij.

Gisteren bleek het een hele dag stofhappen te zijn. De boeken, die uit de boekenkast werden genomineerd om in de kringloop te eindigen, hadden een respectabel aantal stofdeeltjes verzameld. Gestaag vulden zich de grote boodschappentassen, terwijl ik bij het uitzoeken ervan van de ene verbazing in de andere viel. ‘He, twee dezelfde delen van A.F.Th. Van der Heijden’, dus ging er een in de tas, en zo verder. Steeds meer lege planken, de indeling op binnen en buitenland, en op chronologie vroeg om nog wat extra verschuivingen. De lievelingsschrijvers vallen vooral op door de hoeveelheid aan boeken. Een ris van Maarten ‘t Hart, de Beauvoir, Camus, French, Brouwer, Bernlef, Van Bruggen, veel biografieën, en veel dichtbundels waarbij Vasalis met haar vier bundels de stoet aanvoerde.

Het werk vorderde gestaag. We besloten de boeken onmiddellijk af te voeren en bij de kringloop af te leveren en het afval van zaterdag uit de tuin, een oud stoel, een kaduke parasol en een plastic zak, direct naar de gemeentewerf te brengen. Opgeruimd staat netjes.

Vriendinlief stuurt twee oude foto’s op van de reis naar een optreden in Parijs met, voor die gelegenheid in het leven geroepen, dat kleine theatergezelschap van vier meiden. Wat hebben we genoten van die uitzonderlijke gelegenheid. Dat dankten we aan mijn oudste dochter, die op de internationale school in Parijs werkte en het optreden had verzorgd.

Nieuwsgierig speur ik de foto af naar de gezichten, ontspannen, jaren jonger en vooral jolig. We konden de wereld aan. Ik droeg mijn vleermuizenbroek, die dat pas werd toen ik een project met de groep over vleermuizen deed en één van de kinderen dat opmerkte. Ze had helemaal gelijk. De broek bleef een groot succes.

In de auto op de foto zat ik kennelijk klem tussen het kledingrek, dat nodig was voor het decor, evenals de lappen en de voile. We sliepen in een goedkoop hotelletje, iets buiten Parijs, maar het optreden was in het theater van de internationale school, een imposant gebouw met een torentje, compleet met rood pluche en een podium met coulissen. Daar, tijdens het snelle omkleden tussen de bedrijven door, ontdekte ik voor het eerst dat ik lucht tekort kwam. De diagnose liet nog jaren op zich wachten.

Vandaag worden de twee nieuwe boeken voor de leesclub bezorgd. ‘Biecht aan mijn Vrouw’ van Pieter Waterdrinker en ‘Eigen welzijn eerst‘ van Roxane van Iperen. In dat laatste boek beschrijft de juriste hoe de middenklasse in onze maatschappij zo wankel geworden is in vergelijking met de naoorlogse jaren. Een boeiend gegeven, ik ben benieuwd naar haar conclusies. Het boek van Waterdrinker lijkt me er een die weer onvervalst in een adem uit te lezen valt, als ik de recensies mag geloven. We gaan het zien. Vanaf nu hanteer ik het credo een nieuw boek erin, een oud boek eruit. Even uitproberen of dat vol te houden is zonder aan mijn lievelingen te tornen. We zullen zien.

Overpeinzingen

Een mooie bevestiging

De biografie van Marten Toonder van Wim Hazeu beantwoordt nu al in alle toonaarden aan datgene waar een biografie aan zou mogen voldoen. Het is heerlijk om je te verliezen bij dat karakter uit een ver verleden, eigenzinnig en vernieuwend, die zo anders en tegelijkertijd toch zo herkenbaar zijn. Duidelijker voorbeelden van dat de geschiedenis zich herhaalt zijn er niet. De liefde tussen Marten en zijn vrouw Phiny is diep geworteld en van jongsaf aanwezig. Iets wat je ieder mens toe zou wensen.

Als mijn vingers over de kaften lopen van de boeken in de kast hier op zolder blijkt dat ik zowaar een tweede druk van Miezelientje en Wol de Beer van de hand van Phiny Dick heb staan. Behoorlijk bepoteld en aangedaan maar onmiskenbaar. Ergens moet ook een kaftloze oude Olivier B.Bommel staan. Bij het zoeken ernaar kom ik twee andere delen tegen. ‘Geld speelt geen rol’ en ‘Ach mallerd’. Mijn liefde voor de oude baas en zijn boeken is ontstaan door de rijke taal, die ruim de verbeelding aanspreekt en wakker kriebelt. De schrijver heeft zoveel heerlijke nieuwe begrippen en woorden toegevoegd. Ik hoop er nog altijd op dat dit op de gemiddelde leeslijst wordt gezet als dikke aanrader. Niet als verplichte kost, want alles wat ‘moet’ glijdt af naar het niveau ‘vervelend’ en stilt het enige wat je ermee wilt bereiken, namelijk ‘trek in lezen’.

Er staan meer hele oude exemplaren van andere auteurs tussen. Ernstjan en Snabbeltje bijvoorbeeld, Wipneus en Pim, en een hele oude Pinokkio. Ze zijn al die jaren van hot naar her meeverhuisd en iedere keer weer, meer gekoesterd, vergeelder, gehavender en gebutster teruggezet in de rijen.

Gisteren met de kou en de regen werd het een huiselijk dagje van lezen en schrijven met als klap op de vuurpijl een etentje bij jarige dochter, waarbij bijna het hele gezin aanwezig was. De plaatsvervanger van de man van de oudste was zijn Franse vader, die temidden van het tumult de geleide chaos bekeek, het gekrioel van de kinderen, het gelach en het gebabbel vol vreemde klanken er omheen. Hoe dikwijls heb ik omgekeerd niet in een Frans gezelschap verkeerd, waarbij de gedachten boven alles uitwaaierden omdat je het te snelle gerebbel niet kon volgen. Dagdromen met open ogen, ter plekke afreizen naar verre oorden en het gedruis laten voor wat het is. Af en toe verleidde de benjamin hem, die tussen iedereen op de vloer zijn eerste tijgeroefeningetjes aan het doen was. Hij gooide zijn goedlachse koppie met de kraalogen in de strijd en kreeg daarmee wat hij wilde. Aandacht. Lachen en liefde is in elke taal gelijk.

Dochterlief had een heerlijke en uitgebreide vegetarische Rijsttafel gemaakt, inclusief de saté van tempeh, met een heerlijke saus. Alles ging schoon op tot en met de witte rijst die in de haast werd gekookt om aan te vullen.

In de avond gaan lief en ik verder met de beschouwingen van de dag ervoor. Ik lees hem de antwoorden op de blog over ‘het je thuisvoelen’ voor. Er is herkenning en aanvulling. Eenzaamheid is het volgende onderwerp dat aandacht krijgt. Hoe je midden in een vol en druk bestaan, waar zorg factor nummer een is, je toch eenzaam kan zijn, omdat het juiste klankbord ontbreekt. We vullen de rest van de avond met onze gedachten die nauw verwant blijken te zijn. Telkens weer een mooie bevestiging.

Overpeinzingen

Een dubbel genieten

Op het dooie akkertje hadden de ochtendrituelen plaats gevonden en om klokslag elf uur stond ik beneden aan de weg. De zussen uit Houten zouden langs rijden om me op te halen, waarna de jongste aan de beurt was. We hadden onze befaamde zussendag, die we een aantal maal per jaar hielden en waarvan de laatste keer alweer een gerede tijd geleden was.

De Betuwe werd het uitgangspunt. Kleine dorpen en kringlopen, restaurantjes en misschien de gelegenheid om te winkelen, maar vooral alles doen, wat zich spontaan aan zou bieden. Op die manier, wisten we uit ervaring, kom je de grappigste en leukste achterafkringloopjes tegen. Een dorp prikken en kijken of er een was. Op die manier. Het leverde een mudvolle kringloop in Tuil op die de oude basisschool, waarin ze gehuisvest was, tot aan de nok toe vulde met vooral veel van alles.

Vlak ervoor hadden we afgetrapt met koffie in een klein maar schattig etablissement langs de Linge in Acquoy op een lieflijke plek aan de dijk. Wuivende halmen, een duikende fuut, en de blauwe lucht afgewisseld met witte wolken erboven, vielen ons ten deel. Een mooi begin van de dag. Met buit, een spijkerjasje in de goede kleur en een jurk voor mij, een badtas annex handdoek in één voor de jongste, twee zwarte stola’s voor de opera Trijn en een gestreept jasje van een gerenommeerd merk voor zuslief gingen we op weg naar de volgende haven. Zaltbommel, omdat er mooie stilistische foto’s gemaakt konden worden in de sfeer van August Sander, een opdracht van de fotocursus van zuslief. We moesten vooral serieus en bedrukt kijken. Het klaaglijk effect werd verkregen met sjaals en gepleisterde muren, een oude kas, verweerde stoelen en een vensterraam. Het leverde hilarische taferelen op bij tijd en wijle.

We sjokten na een heerlijke lunch met rondwapperende servetten richting oude stadskwekerij, waar twee van de zussen al eens eerder waren geweest. Soms kan je zo blij zijn met het ontdekken van zo’n plek. Wat een prachtig klein paradijs vlak achter het bemuurde stadskasteel. Bij binnenkomst viel onmiddellijk de bloeiende vaantjesboom, de Cornus Kousa, een Japanse kornoelje, op. De manier waarop de planten waren gerangschikt in een volstrekt natuurlijke habitat, de bonte verzameling geurende en kleurende veelbloeiers, het was een lust voor de zintuigen. Iets om nog eens naar terug te keren.

Zaltbommel had iets met Jip en Janneke. In het stadskasteel was op de zolder een tentoonstelling ingericht met werk van Fiep Westendorp, de bekende illustratrice van veel van A.M.G. Schmidtverhalen voor kinderen. Op de glazen deur prijkten de zwarte schaduwen van Jip en Janneke. In het achterhuis was nog een tentoonstelling van Gerard Menken. In de tuin stond een mispel met het beeld van een klein kind ervoor met een kroon op het hoofd en een gedicht achter haar over het spreekwoord ‘Zo rot als een mispel’. De mispel staat, kenmerkend, op het wapen van Zaltbommel.

We dwaalden verder door de oude stad, af en toe een winkel in, hier en daar een aanschaf en door. Voor een afzakkertje onderweg of een simpele maaltijd, iets met saté en friet. Het gezochte restaurant, dat Moeders heette en derhalve nostalgisch voelde, in Leerdam, bleek een onvervalste ouderwetse kroeg te zijn met lallende lieden incluis, dan maar onderuit gezakt op de bank bij zuslief en patatjes uit de plaatselijke snackbar. Wel zo fijn en heerlijk om uitgebreid bij te kleppen in een ontspannen sfeer.

Rond negenen ging het huiswaarts. Het zoete thuiskomen na een dag van heerlijk samenzijn. Lief ontving me met open armen. Dat is de meerwaarde. Daar een klankbord te vinden om te kunnen delen en herbeleven. Een dubbel genieten.

Overpeinzingen

Een heerlijke dag

Na een kalm begin van de dag werd het tijd voor de natuur. Rust en stilte, daar hadden we behoefte aan. Marienwaerdt wist ik. Altijd de garantie, als je uit de buurt van proeflokaal Marie bleef, op paden die te bewandelen waren zonder iemand tegen te komen. Het werd een heerlijke wandeling tussen de grote lanen naar de oude abdij toe, over het landgoed van de huidige bewoners en dan vervolgens in een omtrekkende beweging richting het proeflokaal.

Als eerste kwamen we een broedende vreemde eend in de bijt tegen die we niet thuis konden brengen. Ze lag in het gras tegen een maaiveld aan en verroerde zich niet. De bomen langs de laan waren uitermate geschikt om een sprookje mee te fantaseren. In elke boom was wel een holletje te ontdekken, met of zonder spinrag en wonderlijke krochten daarbinnen. Een onderkomen dat geschikt was voor eekhoorn, kauw, kobolden en kabouters. Aan de voet van de meeste bomen lagen afgekloven takken, geheel van de bast ontdaan. Hapklare brokken. Wat had hier zijn tanden opgescherpt.

De wind wuifde een verfrissende zachte bries over ons heen en joeg eventuele muizenissen uit het hoofd. Het was genieten. Ergens stond een groep jonge vrouwen een soort vrijgezellenfeest te houden, compleet met ballonnen, opgewonden kouten en een hoop gegiechel. Zodra we echter de slagbomen bij het terrein van de vroegere abdij door waren, viel de stilte bevrijdend neer. Daar tussen de eeuwenoude gebouwen, een verweerde boerenkar, het Koetshuis, de Neust, een grote en een kleine met balen hooi volgestouwde hooiberg, en iets wat op een kapelletje leek, koesterden we de rust die het uitademde. Aan het eind van het landgoed zagen we ineens, tussen het struweel, een witte molen aan de andere kant van de weilanden.

Berenklauw zorgde ervoor dat het landschap onaangetast kon groeien en bloeien, haar eigen wildgang, met fluitenkruid als bloementoef. In het weiland voor de witte abdij in de verte graasden de bruine en zwarte lakenvelders. Soms werden we opgeschrikt door fietsers die ons achterop kwamen. Levensgevaarlijk met mijn dove oren, maar lief hoorde ze gelukkig bijtijds. Aan de kant blijven bleek de optie en even later vonden we een fietsvrij klompenpad. Daar zagen we ook voor het eerst dit seizoen de spint hangen in de bomen, aangedane jonge eiken, die het niet of nauwelijks zouden overleven. Hoog boven ons cirkelden af en toe wat roofvogels, buizerd of valk, en in het wuivende groen stapte parmantig een ooievaar, die af en toe met de snavel naar beneden dook om een lekker hapje te verschalken.

Naar de brasserie toe werd het drukker en reden er ook meer auto’s en fietsen. Met vijf kilometer in de benen bleek het zoet rusten bij een wijntje en een borrelplank. Wat een heerlijke hemelvaart. Een eigen invulling van het aloude dauwtrappen dat ik vroeger zo vaak had gedaan. In de landgoedwinkel zocht ik twee cadeautjes voor de jarigen in het verschiet uit, die het meisje achter de kassa extra feestelijk inpakte met zorg en liefde.

Daarna zette ik lief af bij huis en reed met naar jarige schoondochter, die het niet vierde, maar waar ik traditiegetrouw eigenlijk elk jaar even aanwipte. Ze kwamen er net aan en het was een knus uurtjemet hen en met de kleine krullenbol en de benjamin met de kraaloogjes, als afleiding. Daarna, met een hele dikke knuffel van de kleine grote man voor oma, vond de kleine blauwe de weg naar huis. Wat een heerlijke dag.