Overpeinzingen

In alles wat daarna komen zal

Half zes in de ochtend en ik zit op mijn geliefde plekje bij het keukenraam. Naast me liggen het breiwerk, de biografie van Etty Hillesum, het boek ‘Tekenen met het rechterbrein kun je leren’ en een oude ‘Zin’ met mooie doorgroefde koppen erin van vier dames die de honderd hebben gehaald. Uitstekende oefeningen voor het portrettekenen dat past bij hoofdstuk 14 ‘Een portret tekenen zonder taal‘. Het eerste deel begint met de titel: De onbetrouwbare werkelijkheid van het linkerbrein. Het is een manier om het tekenen van de jouw bekende werkelijkheid te tackelen en alleen op licht en donker en vormen af te gaan. Daarnaast reis ik als een razende Roeland door de tijd en schiet heen en weer van 2022 naar de duistere oorlogsjaren waar Etty in verkeert. Lezen maakt het mogelijk.

Lief sprokkelt zijn dromen bij elkaar. Buiten wordt de muur van duisternis langzaam doorbroken. Contouren van de fluweelbomen en de ranken van de druif tegen het oude prieel scheppen orde in het zwartste zwart. Steeds beter valt het geel van de bladeren, die de boom nog draagt, te ontwaren.

De vader van de kinderen is vandaag jarig en viert het vast daar boven op zijn wolk. We vieren het in gedachten met hem mee, ieder op zijn of haar eigen manier. Vandaag kom ik vast een buizerd of een valk tegen, de allegorie voor zijn persoon, omdat hij verlangde vrij te zijn als een adelaar. Zodra er een roofvogel in de buurt is of boven onze hoofden cirkelt, voelen we zijn aanwezigheid. Dat te weten maakt verlies zachter.

Na een aantal bladzijden moet ik de biografie telkens weg leggen om alles te laten bezinken. Wat gebeurt er veel in dat roerige leven. Haar relaties met mannen, de studies, de ingewikkelde manier waarop je de fout in kon gaan als je even niet oplette of omdat je ook in je levensonderhoud moest voorzien. Ik kende het al zijdelings uit de biografie van Toonder, maar door de verhalen komt het heel dichtbij en zijn de gebeurtenissen die beschreven worden, welhaast voelbaar. De manier waarop ze haar studie diende te onderbreken omdat de universiteit verboden was voor Joden. Na het studentenprotest in Leiden werd de hele universiteit gesloten. Geen wonder dat er in de groepjes studenten die bij een hoogleraar thuis college konden volgen, de haat tegen de bezetter sterk overheerste. Etty was er nog steeds van overtuigd dat haat en wraak niet de peilers mochten zijn van het verzet. ‘Er was geen andere weg dan die van de liefde’.

Wat zouden we zelf doen in zo’n situatie, vraag ik me af. Zo altruïstische te kunnen zijn terwijl er de meest verschrikkelijke dingen om je heen gebeuren. Ze moet over veel binnenruimte beschikt hebben om zo liefdevol naar de mensheid te blijven kijken. Ik denk aan mijn oude vriendin, die ooit de raad gaf om ‘niet te oordelen, maar slechts verwonderd te zijn’. Een opmerking die hout snijdt en het is in dezelfde orde van grootte. Ruimdenkende mensen, die te allen tijde voor ogen houden dat we allemaal mensen zijn. Het verleden fluistert: ‘Hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen’.

Ondanks de kalme rust hier neemt de tijd een vlucht. Ze is al over helft van de maand heen. Het is fijn om te weten dat het zo zal blijven tot we de deur hier dicht trekken om terug te gaan. Dat brengt de balans in alles wat daarna komen zal.

Overpeinzingen

We zijn benieuwd

Na regen komt zonneschijn en na de dichte mist van de ochtend kwam nog een stralende dag. Wat een mazzel We reden na de boodschappen nog even door naar het gebied achter ons dorp. Dat weggetje had ik eerder gereden tot aan de graansilo’s maar nu reden we door, kwamen door twee arme dorpen heen en zagen een oude schaapsherder die zijn kudde, compleet met een indrukwekkende bok, aan het hoeden was.

Voor ons uit reed een soort van SRV-man die zijn waren vanuit het zijraam in een bestelbus verkocht. De weg was Hongaars-slecht, stoplappen overal. De kleine blauwe reed dapper voort, kuilen en butsen zo veel mogelijk vermijdend en schuddend vervolgden we onze weg. Tegen de glooiende heuvel stonden kleine huisjes op een terp met erachter een veldje met wijnranken, sommige waren opgeknapt, anderen vervallen en soms werden ze niet het hele jaar door bewoond. Lief vond het weer net zo prachtig als ik, omdat hij door mijn blik op de schoonheid van de eenvoud van het gebied gewezen werd met als altijd de verademing van het weidse groene land, zo ver als het oog reiken kon.

Terwijl ik aan het gesprek denk van gisterenavond met het onderwerp asielzoekers, omdat een van ons daar vrijwilliger was geworden, is het juist de ruimte in elk land dat me bezig houdt. Zoveel plekken op aarde, waar mensen zouden kunnen wonen, een nieuw bestaan op zouden kunnen bouwen, zoveel stukken akkerland hier, vrij in de natuur.

Lief leest een artikel uit de Groene van James Bridle, een kunstenaar en schrijver van het boek ‘Ways of Being: Beyond human intelligence’. Af en toe komt er een stelling of opmerking langs. Hij is het vrijwel in alles met de schrijver eens en deelt de mening hoe bevrijdend het is om te weten dat wij niet de belangrijkste soort van leven zijn. Dat alles wat leeft van waarde is en zelfs van een grotere waarde dan wij kunnen bedenken. Zo zijn er planten in het Pindusgebergte in Griekenland die kunnen leven op vervuilde grond en de schadelijke stoffen in hun bladeren en stengels opslaan. Naast het leveren van zeldzame metalen, onder andere nikkel, saneren ze de bodem, waardoor deze geschikt wordt voor de teelt van andere gewassen en door koolstof vast te leggen in hun wortels. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden van die deze James in zijn boek heeft vastgelegd en dat zeer de moeite waard is om tot het besef te komen dat de natuur voor alles wat wij uitgevonden hebben allang zelf iets en vaak veel ingenieuzer had bedacht.

De bewustwording ervan is belangrijk. Als je ergens van overtuigd raakt bij het lezen van het boek is dat je niet langer over de natuur heen moet walsen maar dat je tot een interactie zou moeten komen zodat het respect voor al wat leeft alleen nog maar kan groeien. Hoe nietig, hoe klein is de mensheid. Er zijn andere manieren om de wereld te kennen en ernaar te handelen door bijvoorbeeld ook onze eigen leefpatronen te veranderen en deze kennis te omarmen. Het doet me denken aan het boek ‘Briljante planten’ van Geert-Jan Roebers, waar deze werkzame eigenschappen van de natuur speels en treffend worden beschreven. Dit zijn de inzichten die onze kinderen verder kunnen helpen.

De Google Meet van gisteren was goed gelukt. 1400 kilometer van ons cluppie verwijderd kan ik moeiteloos volgen wat er allemaal te voorschijn kwam aan gevoelsbeleving bij het lezen van het boek. Boeiend om te weten dat we allen op een na het hadden uitgelezen en de jij-vorm waarin de schrijver de hoofdpersoon laat vertellen voor drie van ons een meerwaarde was. Het was een boeiend gesprek, maar door het ingespannen luisteren en de minder scherpe beelden ook vermoeiend. Toch hielden we het vol, mede dankzij de persoonlijke ervaringen naar aanleiding van ‘Wat je van bloed weet’ van Philip Huff. Het nieuwe boek dat unaniem gekozen werd en volgens mij ook een aardige uitdaging is, is ‘Berg’ van Ann Quin. Enkele treffers ‘Anarchistisch, bedwelmend, humoristisch en donker’. ‘Een klassieker uit de naoorlogse Britse Avant-Garde’, aldus the Telegraph. We zijn benieuwd. .

Overpeinzingen

Winterwanten

Herfst is een kwestie van sluimeren in de mist, een dikke deken trekken over moeder aarde en roepen: Blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Ergens waren er nog wat zonnetjes doorgesijpeld in de voorspelde week, maar ook die zijn verdwenen in de neveljas.

Het betekent thuis aan het werk. De gordijnen moeten weer netjes aan de haak, want die zijn er af hier en daar. Dat is geen sinecure omdat de plafonds zo hoog zijn dat ik er met de vier treetjes hoge trap op het bovenste platform nog niet bij kan. Ik heb nog overwogen om het ding op de tafel te hijsen, maar dat vond lief geen goed idee. Daar moet een ladder aan te pas komen en dat is niet geheel mijn stiel. Voorkomen is beter dan genezen.

Dat was in een ander verband ook zo. Gisteren een app van schoondochterlief dat er een naar voorval was geweest. Een ongeluk zit in een klein hoekje. Iedereen was nog gezond, klonk er geruststellend achteraan, maar het blijft de gemoederen bezig houden. In zo’n geval is Verweggistan een brug te ver en wil het moederhart in de buurt zijn. Gelukkig was er hulp genoeg dichtbij en werden er oplossingen te over aangedragen, maar het is toch altijd gedoe, als het dagelijkse gangetje onderbroken wordt door onverwachte gebeurtenissen. Deze kwam wel heel erg uit de lucht vallen, ‘Aus Blaue Hinein’ zeggen de Duitsers en dat klinkt welhaast poëtisch.

Geen rood dit jaar in de tuin maar knalgeel, zowel de blauwe regen als de grootbladige hosta en de fluweelbomen, kennelijk een andere soort dan die uit de volkstuin die alle herfstkleuren van diep rood tot oranje/geel met zich meedraagt. De eerste roodborst is gespot. Ze hipte nieuwsgierig met lief mee, toen hij de druiventakken naar achteren aan het kruien was, nieuwsgierig en gemoedelijk in de heg van takken aan de zijkant van de tuin. Het gras is hoog. Het had eigenlijk nog een keer gemaaid moeten worden, maar de maaimachine heeft het begeven. Ze was al op leeftijd. Er komt een nieuwe, maar wanneer is niet duidelijk.

Gisteren vond ik een goede modus om te kunnen schilderen in de Datsja. De pot met het medium bleef potdicht en door vrij droog te werken met olieverf hou ik het langer uit. Als ik een beetje verdunning nodig heb, dan spoel ik het penseel erin uit en doe het deksel opnieuw dicht. Zo krijgt de lucht geen kans zich te mengen met de nog redelijk ‘frisse’ lucht. Het nieuwe doek is een spannende. Twee kleinkinderen die moeten lijken is een hele uitdaging. vooral als de foto er een is van een spontane omhelzing. Grote broer beschermt zijn jongere zus, zo schattig als de foto is, zo moet de beeltenis worden. Als de spieren verstijven stop ik er mee en wacht er een warme kop thee en een goed gesprek.

De nachten zijn vreemde bijeen gesprokkelde uren slaap met zeeën van gedachten er tussen. Dat ik te weinig doe, lees beweeg, ligt er aan ten grondslag. De juiste modus tussen het bedaarde leven en het andere jagen en jachten ligt nog mijlen ver uit elkaar, maar het gaat er wel komen. Zoeken naar mogelijkheden en anders maar een fysiosessie van mezelf aan huis. Als de tuin niet te nat is, is dat een mooie optie. Daar valt nog heel wat te verhapstukken aan lichamelijke arbeid en die gordijnen dan.

Het klaart al weer wat op. Vriendlief appt net dat bij jullie de laatste bladeren van de bomen afwaaien en zuslief verhaalde over sneeuw in het weekend. De herfst haast zich, maar trekt vast de winterwanten aan.

Overpeinzingen

Geduld is een schone zaak

We waren uitgestapt en bestudeerden de parkeermeter om te zien hoe lang je hier mocht staan en hoe je aan het kaartje kon komen. Het was een in onze ogen al ouderwets muntenapparaat. Lief had er nog voldoende. 900 forinth ging er in, gelieve om 15.17 terug te zijn. We hadden net al dat losse geld erin geworpen toen er ineens een zwerver achter ons stond, die met uitgestoken hand kwam bedelen. Zijn andere hand had hij nodig om zijn broek vast te houden want die dreigde over zijn magere billen naar beneden te zakken. Zijn hand was opgezet en rood gezwollen. We hadden geen muntgeld meer, nou ja die ene forinth die ik in het winkelkarretje stopte. Dat was te weinig en hij vroeg om papier geld. Hij had gelijk want je kan nog geen broodkruimel kopen voor dat muntje.

Daarnaast had hij pech, omdat we niet meer op zak hadden. Later bedacht ik dat lief zijn riem had kunnen aanbieden want terwijl we op zoek gingen naar het museum zagen we hem overal bedelend lopen waarbij hij de broek steeds van zijn magere knieën moest vissen. Deerniswekkend.

We wandelden door de brede straten. Een stad met een welhaast Franse grandeur. Er werd ook hard gewerkt tussen de drie kerken in. De kerstboom stond in de steigers, een enorme exemplaar, en wachtte geduldig tot het zijn tijd was om te schitteren. Er omheen werden houten blokhutten opgebouwd, waar straks de koek en zopie, de kerstartikelen en anderzins hun weg zouden vinden. De kerstmarkt van Kaposvar is zeer gewild. Letterlijk het licht in de duisternis. Nu was het nog volop herfst. Het miezerde een beetje.

We zochten naar een groot gebouw omdat we daar het museum in verwachtten, maar Tomtommetje zei dat we het doel bereikt hadden. Inderdaad vertelde een oud en verweerd bord ons dat we voor het Rippl Romai Museum stonden. We duwden de deur ernaast open en kwamen in een grote hal, een soort overdekte binnenplaats. Er was een klein hokje met een mijnheer die ons vriendelijk eenzelfde soort hokje aanwees als museumloket. We openden nieuwsgierig de deur. De warmte viel in al haar facetten neer. Of we er bezwaar tegen hadden dat er momenteel verbouwd werd. Dat was niet het geval. De majestueuze trappen aan weerskanten van de grote hal waren met een laag stof en gruis bedekt. Boven op de eerste verdieping werd flink gewerkt. Mannen in hun werkoverals zagen er stoffig uit. Toen we op de terugweg een van de deuren open zagen staan, bleek dat er behoorlijk gebikt werd, want alle gewelven lagen bloot. Naast al die arbeid stonden beelden ingepakt in grote lagen plastic met touwen er omheen. Als kunstliefhebber iets om je hart vast te houden.

In het gebouw bleek ook het stadhuis gevestigd en helemaal boven in de nok gaf een deur toegang tot een eenvoudig, wat krakerig museum. Een aanvankelijk stuurse dame die bij het raam zat te lezen, kwam overeind en deed het licht aan. We mochten na het tonen van de entreekaart naar binnen. Ik realiseerde me dat ze bij het raam zat om licht te vangen voor het lezen. De ruimte was verstild en bedompt, er waren geen andere bezoekers en het vermoeden rees dat het doorgaans niet drukker werd dan dit op een dag. Helemaal achterin de eerste gang vlak bij het toilet bleek later nog een vrouw te zitten. Ze telde de bankbiljetten. Door de hele ambiance werden we decennia teruggeworpen in de tijd.

Ondanks dat genoten we van het aanbod. Rippl Romai voorop en naast hem nog een aantal kunstenaars, met zowaar wat werk van vrouwen. De doeken die er uitsprongen werden goed opgeborgen achter het deurtje ‘inspiratie’. De doorkijk in het atelier van de schilder was vermakelijk en herkenbaar. Een tafel voor zijn krijt en een andere voor de leeggeknepen tubes en afgekloven penselen. Een beschilderde kast stond er ook, alsof de kunstenaar bij gebrek aan inspiratie, zijn kast maar was gaan opvrolijken.

De buitenlucht was welkom na al het stof, de kleine blauwe stond trouw te wachten. De kostuums had men veilig opgeborgen helaas. Om die te bewonderen, wachten we tot de verbouwing klaar is. Geduld is een schone zaak.

Overpeinzingen

Het smaakt naar meer

Het heeft geregend vannacht. De tuin en het land liggen er verstild bij, met druppels aan de bladeren, hier en daar een dwarrelend blad, grote druppels van de gesnoeide oude ranken van de druif. Gisterenmiddag zijn we ermee aan het stoeien geweest en hebben ons een weg geknipt door de wirwar van takken. Nu zijn er nog twee aan te pakken stukken over en daarna proberen we het leiden van de takken langs de zijkanten omdat de bovenkant van het prieel het echt wel heeft begeven. Nu de chaos weg is is er ook meer leven. Er fladderde zelfs een late atalanta rond, midden november.

Vannacht was het onrustig. Om half vier was ik klaar wakker en het lukte niet om de maalstroom aan gedachten te stoppen. Schapen sprongen hardnekkig achter elkaar over het hek, maar ik raakte de tel kwijt, het terugtellen liep spaak en Klaas Vaak weigerde ten enenmale dienst. om een uur of half zeven gaf hij schoorvoetend toe en in de twee dromen die volgden, kwam de hele goegemeente langs, kinderen, kleinkinderen, zussen, kindereen uit mijn groepen je kon het zo gelk niet bedenken en daarbij werd gerollerskate, werden we gesommeerd het ziekenhuis te verlaten wegens een verbouwing,werd er een baby geboren. Dodelijk vermoeiend zo in een paar uur. Om half negen was er gelukkig koffie.

Vandaag gaan we naar een museum in Kaposvar. Het is een allegaartje van bezienswaardigheden, dus we zijn benieuwd. Er zijn wat folkloristische kostuums te zien. Kolfje naar mijn hand, omdat we ooit gedanst hebben in een kostuum uit de Somogy Regio, waaronder onze befaamde flessendans. Er zat een lied bij waar ik alleen nog flarden van woorden van weet en eigenlijk helemaal niet de betekenis heb gekend. Natuurliijk dansten we een csardas in een choreografie, niet mijn sterkste punt, omdat -me laten leiden- niet tot de gebruikelijke gewoonten behoort, maar het lukte altijd wel.

Het was een feest om in de vele lagen van rok en schort, bloes en jak rond te zwieren. De tailles ingesnoerd en de haren in een strakke vlecht met een lang rood lint eraan tot op heuphoogte, witte panty en caracteres schoenen maakten het plaatje compleet. Rode lippen en konen wedijverden met het rode lint. Het publiek was verbaasd als we de flessen van ons hoofd haalden, omdat men in het begin altijd dacht dat er iets onder geplakt zat, zodat ze bleven staan. Het waren rondbuikige V.S.O.P-flessen voor de helft gevuld met water. Wat blijft zijn de mooie herinneringen.

Gisteren luisterden we naar een filosofie-podcast over Cassirer, die in 1929 samen met Heidegger in Davos een beschouwing gaven over hun opvattingen wat Zijn en Tijd en Causaliteit voor hen betekenden. Heidegger verscheen in skipak en werd gezien als de winnaar, Cassirer werd in de ogen van Simon Truwant, die werd geïnterviewd in deze podcast, onterecht als minder interessant afgeschilderd. Cassirer onderschreef de theorie van Kant over causaliteit en rekte het op tot alle culturele vormen die er zijn, zoals natuurwetenschappen, kunst, mythes, politiek, economie, ruimtes, etcetera. Hij is ten onrechte in de vergetelheid geraakt.

Een boeiend gegeven. Deze Cassirer was mij volslagen onbekend. Daarna volgde een gesprek met lief over dit streven naar de allesomvattendheid van deze beschouwing en als we de kunst in dat licht zien, dan vervult het voor ons een cruciale rol, die er zelfs boven uitstijgt omdat het zo’n wezenlijke uiting is van de cultuur in zijn algemeenheid. Daar moet je wel open voor staan. Dit soort podcasts kunnen er een mooie bijdrage aan leveren. Het smaakt naar meer.

Overpeinzingen

Eeuwigheidswaarde

Het boek valt open op de juiste bladzijde dankzij mijn prachtige Sri Lankaanse boekenlegger, ooit van dochterlief gekregen. Net op het punt dat het antwoord geeft op de vraag hoe Etty er toe gekomen was te handelen zoals ze deed. Niet onder te duiken of te vluchten maar ten einde lijdzaam haar noodlot tegemoet te treden. Aan het begin van de biografie over Etty Hillesum was het al een gespreksonderwerp geweest. Hoe kom je er toe om te denken dat in jouw plaats iemand anders zal moeten gaan. Is dat maatschappelijke betrokkenheid op hoog niveau, grenzeloze naastenliefde, wat maakt dat een dergelijke keuze gemaakt wordt.

Een passage van Judith Koelemeijer geeft het antwoord. Er wordt beschreven hoe Etty’s vriend en behandelaar Julius Spier boos werd, toen een gezelschap alle Duitsers over een kam scheerde en hij vroeg hen woedend of alle Duitsers misdadigers waren. Hij leerde haar niet-haten als het enige antwoord op de haat. Deze houding van verzoening en aanvaarding was de bron voor de grote aantrekkingskracht van Spier. Het maakte diepe indruk op Etty. Een activiste was ze nooit geweest. Liever stond ze beschouwend en denkend aan de zijlijn. De taal hielp haar een antwoord te vinden en geestelijke weerstand te bieden. In Spier vond ze een medestander. Boeiend is het om haar ontwikkelingen te volgen. Stof tot nadenken te over.

Ook het boek van Philip Huff geeft voortdurend gespreksstof. Juist door samen een boek te lezen en het te toetsen aan elkaars beleving wordt er een extra dimensie aangegeven. Ik ben dan ook benieuwd naar de bijeenkomst van onze boekenbabbel, die a.s donderdag bij elkaar komt en die ik via zoom mee kan maken. Ervaringen van anderen om er wijzer uit te komen, we kunnen niet zonder.

Banksy in Borodjanka

Op Facebook zie ik een open brief aan iemand. De belangstelling wordt getrokken door het onderwerp. Er staat een muurschildering van Banksy bij die ineens verschenen was op een van de afgebrokkelde muren van het Oekraïense stadje Borodjanka. Een klein jongetje vloerde een volwassen man tijdens een robbertje judo. Banksy was here. Het beeld vertelde alles, woorden waren overbodig. Het kleine overwint het grote.

De briefschrijver, Niels Roelen, verhaalt hoe zijn mening over kunst door het leven heen gewijzigd is. ‘Juist waar de vrijheid in gevaar is, is de kunst echt. Het is een uiting van verlangen, hoop en wanhoop. De muurschilderingen in Borodjanka, voor Rusland entarte kunst die vernietigd moet worden, zijn hier een voorbeeld van’. De brief wordt geschreven aan ene Joyce Roodnat, die kennelijk haar gram had geuit over de klimaatactivisten en hun acties. Hij besluit de brief met deze veelzeggende opvatting. ‘Het offensief van klimaatactivisten tegen de kunst is, net als Poetins invasie van de Oekraïne, een misrekening. Een aanval op de verkeerde vijand met desastreuze gevolgen’. Het volgt mijn hart. Ik begrijp de aandacht die men zo hoopt op te doen, maar waarom de schone kunsten. Ook al was Banksy de eerste die demonstratief zijn eigen kunstwerk vernietigde op een veiling. Kunst is vergankelijk. Nooit werd het duidelijker uitgedrukt. Zijn statement snijdt hout omdat het de vernietiging van zijn eigen werk betrof en van niemand anders.

De impressie van het kleine jongetje en de grote man blijft staan zolang de muur blijft staan. Het zal troost, hoop en verlangen bieden aan veel harten. Dat neemt niemand je af. Wat ooit is meegenomen in de beleving draagt eeuwig bij, nou ja, in ieder geval totdat je er zelf niet meer bent, maar misschien is het dan al gedeeld met iemand anders, of op papier gezet, zoals Etty haar dagboek en haar ervaringen, gedachten en gewaarwordingen en heeft het daarmee eeuwigheidswaarde.

Overpeinzingen

Is dat boffen

Vivaldi viert de herfst met ons mee deze zonnige zondagmorgen terwijl, voor het eerst, de koolmezen en de mussen zich tegoed doen aan de insecten in de druif en de fluweelbomen. Vermoedelijk, omdat aan de voorkant van het huis nu alles kaal is, komen ze hier hun honger stillen. Fijn om ze terug te zien. Sinterklaasberichten worden over en weer geappt evenals de foto’s van mijn kleine pietjes, klaar voor sinterklaasjournaals en schoenen. Aandoenlijke ernstige snuitjes onder de gekleurde baretten, klaar om de Sint waar het maar kan, te helpen. Het blijft een kinderfestijn in welke vorm dan ook.

Lief en ik verhalen van eigen belevingen. Wanneer werd ons verteld dat Sint niet echt bestond, maar dat dit stand-ins waren voor de bisschop Nicolaas van Myra die lang geleden drie kinderen uit een pekelton had gered. In een andere legende over hem waren het studenten. Een mare vertelt over een man met drie dochters, die te arm was om ze een bruidsschat mee te geven en Nicolaas die een buidel met goudstukken door het raam gooide, dat zou duiden, waarom er schoenen worden gevuld en er gestrooid wordt.

Bij ons thuis ontdekten we op een gegeven moment dat er cadeautjes in een kast waren verstopt. Of daarmee een einde kwam in het heilige geloven weet ik niet meer. Het was wel een opluchting, want de angst voor de knechten van Sint in die tijd zat er goed in, omdat hij kinderen echt in de zak stopte(als grapje)en met de roe er hier en daar dreigend tegen zijn handen tikte. Je voelde het bij wijze van spreken al, zo’n striemend geval. ‘Denk erom hoor, als je niet lief bent neemt Sinterklaas je mee’, was de ultieme dreiging, te pas en te onpas gebruikt. Lief weet het niet meer. Hij dacht dat zijn vader het hem gewoon had verteld. Vandaag de dag is de kanteling vooral merkbaar. De traditie is danig aan vernieuwing toe. Al vanaf mijn eigen gezin voelde ik de tegenstrijdigheid van het in stand houden duidelijk. Het riep altijd twee kanten op. Aan de ene kant is de beleving één groot feest, die menig rode koon en glimoogjes oplevert, aan de andere kant wil je kinderen meegeven vooral waarachtig te zijn. En toch doen we niet anders dan dit geloof in de oude baas te sterken. Haken en ogen vinden altijd wel een nieuwe weg.

Het doek is voorlopig af. Door de combinatie elektrische kachel, de goed geïsoleerde Datsja, de Gamsol terpentine en de olieverf werd de lucht in de ruimte ondraaglijk. Het vereist ventilatie, dus met de deur wagenwijd open kon er verder geschilderd worden. Straks doe ik de kachel niet meer aan. Dan maar twee tot drie uurtjes in een frisse ruimte, dat is te doen.

Vanmorgen kon ik eindelijk beginnen aan de toer met de nieuwe kleur. Eindelijk was de keuze gemaakt uit de vijf kleuren die nog resten. Het luistert nauw, al kunnen ze allemaal met elkaar, maar het gaat om een mooi verloop erin. Lief vindt breien een kunst, wat maar weer eens bevestigde dat datgene wat voor de een ‘n peulenschilletje is, voor een ander moeilijk te behappen kan zijn.

Gisterenavond keken we voor het eerst weer een avond tv, met behulp van NLZiet. ‘Sterren op het doek’ met Eus had John van den Heuvel als gast. De technieken van de drie kunstenaars waren ook dit keer heel verschillend. Het gekozen doek, een soort drieluik met de skyline van Manhatten op de voorkant was ingenieus verzonnen, maar deed me niet zoveel. Eigenlijk was de eenvoudige kop in olieverf in alle eenvoud sprekender, omdat de laatste kunstenaar van het glas-mozaïek gekozen had voor de allegorie van Joris en de draak, het zegevieren van het goede boven het kwade. Toepasselijk voor een misdaadbestrijder en absoluut de beste gelijkenis, maar om jezelf de hele dag als een Joris Goedbloed tegen te komen, is misschien wat te veel van het goede.

‘Even tot Hier’ kwam er na. Altijd oogsten de twee heren Niels van der Laan en Jeroen Woe mijn bewondering voor het oplepelen van de vernuftige sceptische teksten en kwinkslagen in dat hoge tempo. Humor op hoog niveau met een groot gehalte aan juiste informatie in enkele zinnen of onderstreept met mooie slogans en oneliners. Programma’s waar je rijker van wordt, zijn een groot goed tegenwoordig. Dit waren er zelfs twee. Is dat boffen.

Overpeinzingen

Aan de slag

De zon scheen gisterenochtend en zette het bladerdek voor het raam in een feestelijk goudgeel. Ik zag een mug dansen, vliegen groenig glanzend zich koesteren in de optrekkende warmte, een verdwaalde vlinder, wervelend blad hier en daar, maar nergens een vogel.

Lief zou voor de bomen gaan snoeien. Daar kwam veel blad vanaf en verstopte de diepe goten naast het pad langs het huis. Ergens was in de das van gisteren een gevallen steek gekomen. Vermoedelijk door het blind breien bij schemering. Acht pennen haalde ik uit en daarna begon het zwoegen om de steken weer heelhuids op de pen te krijgen. Het lukte wonderwel. Daarom bleef ik eerst met de uitgehaalde wol door breien voordat het rommelige kluwentje een grote gordiaanse knoop zou worden.

De aanhouder wint en bijna op het punt van de lengte die de das gisteren had, kon ik me aan het volgende voornemen wijden. Schilderen in de Datsja. Lief had de elektrische kachel die er stond aangezet voor hij aan het werk ging. Het was er heerlijk warm. De doeken keken afwachtend terug terwijl ik het werk van twee maanden geleden monsterde. De hele sfeer was goed en met de beelden van het museum nog op het netvlies was de drang groot om weer aan het werk te gaan.

De dagen, die we hier doorbrengen, zijn op deze manier een soort retraite-dagen. Los van de televisie en het nieuws is er ruimte voor het boek, de ontlading, muziek en goede gesprekken. Ik had een foto gevonden van een mooie oude vrouw. Mijn eerste pogingen weer sinds weken. Een eigen interpretatie ervan. Muziekje erbij en de hand het penseel laten volgen, zoals te doen gebruikelijk wat duwen en trekken hier en daar. Op een gegeven moment was het binnen in de goed geïsoleerde ruimte zelfs te warm. De kachel kon uit, de deur open en het zonlicht stroomde breed binnen. Vanaf de veranda monsterde ik de vrouw op het doek en schoot in de lach. Ze had, zoals vaker te doen gebruikelijk bij een eerste sessie, de grote Van Dongen-ogen en keek me vurig aan. Dat kon anders.

De tijd glipte me als zand door de vingers. Voor ik het in de gaten had was het tijd om af te reizen naar Szigetvar. Lief had alle drie de bomen gesnoeid en dat was een hele klus. De volgende dag zou hij het hout wegkruien. Het pad was vrijgemaakt. De buurvrouw kwam een praatje maken en informeerde hoe het met hem ging, vroeg terloops naar de plannen met betrekking tot het huis. Ze leek opgelucht dat we heen en weer wilde reizen.

Het was een echte vrijdagmiddagspits op de toegangsweg naar het stadje. Dat hadden we al een tijdje niet meegemaakt, evenals de topdrukte in de winkel. De velden langs de weg oogden vredig en lieflijk in de warme middagzon. De zalige stilte van het huis, de rust die het uitstraalde, kreeg na alle drukte op die wijze dubbele diepgang.

Lief leest Babel, verzamelde verhalen van de grote Russische schrijvers, Tolstoi, Dostojewski,Tjechov en vele anderen. Het zijn verhalen uit de periode 1799-1940 en de korte vertellingen maken diepe indruk door hun gruwelheden waar het de maatschappelijke leefomstandigheden uit die tijd en de dogma’s die daar uit voortvloeiden, betrof. Geen zoetgevooisd sprookje en eigenlijk niet iets om de vroege ochtend mee te beginnen. Het wonderlijke is dat er passages in voorkomen die je moeiteloos kan plaatsen in de kleine dorpen hier, waar de tijd soms vijftig jaar heeft stil gestaan. Armoede en rijkdom lopen door elkaar heen en zorgen voor grote verschillen in de huizen die er staan en de welvaart of het ontbreken ervan.

Het is tijd voor een pennetje of wat. Even het hoofd leeg breien, een zeer welkome activiteit, en dan weer aan de slag.

kunst.·Overpeinzingen

We wachten af

Het was even zoeken naar de juiste route. Als Tomtommetje rechts zei dan was er zo’n wirwar van afslagen dat je niet meer wist welke zijweg je moest nemen. Dan maar door op de doorgaande route en keren, om later van de linkerkant te ontdekken dat we daar een afslag konden nemen onder de weg door. Het enorme parkeerterrein, los en afgegraven rommel en grint op de grond, auto’s schots en scheef en een mevrouw in een hokje die noteerde hoe laat je was gekomen, had parkeerplek te over. Afrekenen in baar geld als je weer weg zou rijden.

De markthal was vernieuwd, wist lief, en dat moest een groot wit gebouw aan de overkant zijn. Daar kwamen mensen uit met volle boodschappentassen en tasjes. De naam stond op de deur. Vasarcsanok. Lief wees op het oude gebouw aan de overkant van de straat, dat van ellende bijna in elkaar zakte. Geen overbodige luxe, deze vernieuwing. We kwamen in een hele grote ruimte, met lange rijen kramen achter elkaar. Groente en fruit, kruiden en specerijen, potten met honing, rijen dik, bloemen. In de kleine houten kamertjes aan de zijkant overdekte kramen met koeling zo te zien voor het vlees, de bakkerswaar, de groenten in het zuur, Savanyujsag, dat in Verweggistan een specialiteit van het land is. Grote potten met paprika, kool, pepers, komkommers in het zuur. De ons bekende zuurkool lag in een grote ronde gekoelde bak. Een ongekende hoeveelheid in onze ogen.

Ik speurde ondertussen naar mooie oude vertegenwoordigers van de folklore, maar de mensen achter de kramen waren jonger en moderner. Een vrouwtje liep er rond, die ik dolgraag had willen vastleggen, maar ik kwam niet verder dan een plaatje van de kenmerkende achterkant. Haar beeltenis prentte ik me goed in. Twee hele lange asgrijze vlechten piepten aan de zijkant uit het azuurblauwe sjaaltje en vielen langs haar magere postuur tot op haar middel, ze sleepte een boodschappenwagentje achter zich aan en bleef overal staan om een praatje aan te knopen. Later zagen we haar een staatswinkeltje met tabak en sterke drank insluipen.

De avond daarvoor hadden we de musea uitgezocht en na het grote winkelcentrum aan de overkant van het busstation met de bekende ketens als Douglas, Tamaris, H&M, juweliers en goedkopere kledingzaken waar we weer gauw uit wilden, wees het tomtommetje zoetjes en direct de weg naar de oude binnenstad. Daar was het Janosz Pannonius muzeum met Modern Art. Wat een heerlijke sfeer na dat klatergoud van het winkelcentrum. Een prachtig oud gebouw, vernieuwd met een ruim verbouwd gewelf, langs de oude stadsmuren en met uitzicht op de stad erachter en eronder op de lager gelegen delen. De klein blauwe vond nog net een plekje binnen een parkeerhaven, maar het was onbekend of we daar mochten staan. Wel hadden we de parkeerschijf ingesteld. Lief vroeg het aan een vrouw, die daar stond te wachten. Een paar uur was toegestaan.

In het museum hing een heerlijke rustige sfeer. De ontvangst door een vriendelijke vrouw was een verademing. Ze maakte ons wegwijs en liet ons zien waar we moesten beginnen. In de derde zaal waar we naar binnen wilden, was een gids uitvoerig bezig een grote groep uitleg te geven over de getoonde kunst. We besloten de route omgekeerd te nemen. Wat een rust en alle tijd om deze Hongaarse kunstenaars uitgebreid te bestuderen. Hier en daar zaten leerlingen, vermoedelijk van een kunstacademie, te debatteren over een werk en soms kwam een docent langs om hen uitvoerig op wat details te wijzen. We waren verrast door de prachtige samenstelling van de tentoonstelling in deze sfeervolle ambiance, een keur aan schilderijen, grafisch werk, conceptuele kunst en beeldhouwwerken. Vooral de laatste zaal met een uitgebreide verzameling aan beeldhouwwerken van de Hongaarse beeldhouwer en acteur Amerigo Tot, 1909-1984, alleen dat was al meer dan de moeite waard. Wat een prachtige collectie.

Voldaan en boordevol inspiratie liepen we met het uitzicht op het panorama tussen de gebouwen door naar de kleine blauwe. Een stevige Hongaarse agent in uniform liep al schrijvend en grijnzend langs de rij geparkeerde auto’s. Ligt er straks, bij thuiskomst, wel of niet een envelop op de mat. We wachten af.

Overpeinzingen

Lees een vers

Het is half zeven, koffie naast het boek, de telefoon, de ipad en de gedichten van Ineke Riem. Aandoenlijke voorstellingen op het eenvoudige papier. Beiden zonder opsmuk. Het gedicht ‘knutselideeen’ is een bron van inspiratie en soms raken de woorden dieper dan je verwacht. Voor de stuurloze nachten heeft ze als advies een kompas op je kussen te borduren en het vouwen van een kraanvogel van metallic vouwblaadjes om weg te vliegen uit alles wat je niet begrijpt. Soms zou je willen dat alles zo makkelijk op te lossen zou zijn. Gelukkig beschouwen we het wereldleed op dit ogenblik mondjesmaat. Af en toe sijpelt er een journaal door onder de terugkijkmomenten, maar liever luisteren we naar zoetgevooisde klanken van Belgische kleinkunstenaars of een mooie klassieker, nostalgische rock of slepende Blue grass, kortom alles wat geluk onderstreept.

Gisterenavond liet ik een steek vallen. Daar is geen remedie voor in het gedicht. Wel ponyplaatjes plakken op radeloze dagen, uitzichtloosheid in twaalven scheuren en bespatten met ecoline en, ook niet onbelangrijk, als God je hart breekt, snijdt dan het hemelblauw in smalle reepjes en maak een halsketting van papierfiligraan(of oorbellen). Dat zou bij mij een halsketting worden. Beiden draag ik niet, maar oorbellen liefst helemaal nooit meer. Vroeger had ik de grote hippielange India-oorbellen als opsmuk, maar het tanend lijf heeft het niet meer nodig. De rimpels en de onderkin draag ik met verve en trots. Daar hoeft geen schone sier meer bij, ze zijn mooi genoeg en door warme herinneringen ingesleten of aangegroeid.

Zo mijmer ik op dit morgenuur, terwijl lief nog even doezelt. Tot mijn grote vreugde zie ik dat de volledig weggesnoeide blauwe regen van vorig jaar weer dapper groeit. Niemand mag er meer aan snoeien, want ik wil een oude muur vol bloemen waar die eens was. Lief vertelde het en wekte dat verlangen. Straks gaan we naar de grote overdekte markt in Pecs. Vroeger waren dat mottige kraampjes, maar tegenwoordig is het vernieuwd en schijnt het een bloeiende markt te zijn geworden. Dat betekent wel dat we rond tienen weg moeten. Om 13.00 uur sluit ze haar deuren. Daarna kunnen we naar de Modern Art Gallery. Eerst wilden we naar Veszprem, een cultuurstad aan het Balatonmeer, maar dat bleek tweeënhalf uur rijden te zijn. Dat is voor een andere keer in de zomer om dan de omgeving te verkennen vanuit een airb&b.

Omdat we bloembollen vergeten zijn mee te nemen hoop ik stiekem, tegen beter weten in, dat er een kraam is, die dat soort vrolijkheid verkoopt. Anders moeten we het geduld en kleur op het land opschuiven tot volgend jaar. In ieder geval gaan in maart de dahlia’s de grond in. Succes verzekert. Bovendien, zegt Ineke in haar gedicht, kun je van iedere niet uitgekomen wens, zoals deze, een stempel maken. Het is ook goed om te weten dat boosheid smelt in de oven als een knikker in een schaaltje van klei. Dat laatste wil in mijn hoofd maar niet tot logica worden, eenvoudigweg omdat ik nog nooit een knikker in een schaaltje van klei heb zien smelten.

Oplossingsgericht denken in optima forma, deze Fantasii-volle momenten en de moeite van het bestuderen waard. Het stemt blij want alles lijkt kinderlijk eenvoudig. Een goede remedie tegen de onoplosbaarheid van wereldleed. Als kers op de taart heeft ze nog een foefje voor de gestolen vrije wil. ‘Knip een nieuwe uit perkamentpapier’.

Zie de wereld en de maakbaarheid van het geluk. Lees een vers.

Overpeinzingen

Tijd voor de dagelijkse boodschappen

Er werd hard op het raam gebonsd. De bel zit namelijk achter het toegangshek. Eigenlijk niet handig bedenk ik me nu. wij zaten in de keuken. Lief las het boek van Willemtien Olthoff, verhalen opgetekend door Rob Troostheide, de vader van mijn lieve schoonzoon en ik breide een pennetje aan de vijfkleurendas, terwijl ik luisterde naar de opmerkingen en voorgelezen stukjes. Naast me liggen de boeken van Philip Huff en Judith Koelemeijer. Het eerste is ‘Wat je van bloed weet’, zo aangrijpend dat je af en toe er afstand van moet nemen. Het tweede is de biografie over Etty Hillesum. Die is op een hele andere manier indringend. Er zijn verhalen bij die ik lastig te plaatsen vind, omdat we er tegenwoordig zo anders naar kijken. Haar verhouding met de handenlezer Spier bijvoorbeeld, die als gewoonte had om met zijn vrouwelijke clientèle te worstelen. Een wonderlijke gewoonte voor een therapeut. Etty versterkt het door in haar dagboek op te merken dat hij er soms wel heel vreemde kreungeluiden bij maakt. In de huidige tijden van Me Too volstrekt ontoelaatbaar. Verbazing dus alom aan mijn kant.

Gisterenochtend hadden we een goed gesprek over de voeding die een mens nodig heeft om het leven interessant te houden.. De neiging is er om te vervallen in de huiselijkheden van de dag, ondanks de vele gebeurtenissen op ons pad. Door artikelen en boeken te blijven lezen of het beluisteren van een podcast, en vooral ook door dat uit te wisselen met elkaar ontstaan er boeiende gesprekken en nieuwe inzichten of een bevestiging van je eigen gedachtengoed. Een mens heeft het nodig om te blijven bloeien.

In de middag besloten we een wandeling te gaan maken in het park van Szigetvar, een half uurtje rijden hier vandaan, de plaats waar we elke dag de boodschappen doen. Ik wist dat het er was, maar we hadden het in de vorige twee keer niet bezocht. Tot mijn verbazing was het een prachtig park met oude woudreuzen die statig hun kruinen ten hemel spreidden, terwijl de zon door het gefilterde bladerdak spikkelde en alles in vuur en vlam zette. Er was een grote burcht met imposant dikke kasteelmuren rondom met in de nissen schietgaten. We konden er omheen lopen en kwamen langs een vijver, waarin het water grijsblauw kleurde en daarbij kunstig werd verweven met de weerspiegeling van de bomen. De oevers werden versterkt door een oud wortelnetwerk. Vermoedelijk zat er blauwalg in de stilstaande plas, maar het zag er sprookjesachtig uit. Een beetje zoals de vijver waar de sprookjesschrijver van Annie M.G.Scmidt iedere ochtend zijn pen in doopte.

Lief vertelde dat het park vroeger verwilderd was en dat er toen weinig aangedaan werd. Een bord verderop getuigde van de aanpak door de gemeente om er een recreatiepark van te maken. De kleine kiosk aan de rand van de vijver voor koek en zopie was in de zomermaanden ongetwijfeld in bedrijf en onderschreef daarmee het beoogde doel.

Hier en daar liepen dames stevig gearmd uitvoerig te kletsen en er waren zelfs twee voorbijgangers met honden aan de lijn. Een verschijnsel dat je hier nauwelijks tegenkomt, omdat de meeste honden als waakhond dienst doen.

Het werd een tikje kouder en de zon wedijverde in oranje en roze gloed met de boomkruinen. Het dorp met het enorme thermaalbad aan de rand lag er stilletjes en lieflijk bij. De straat met haar gekleurde gevels gaf vrij uitzicht op de witte kerk. Hier en daar lieten poorten doorkijkjes toe op binnentuinen. Een kleine magere zwarte poes stapte monter van een opstapje af. Even later zagen we haar weer omdat ze achterlangs naar de volgende straat was gelopen. De kleine blauwe wachtte ons getrouw op voor de ingang van het park. Tijd voor de dagelijkse boodschappen.

Overpeinzingen

Spontaan enthousiasme

Ineens was er gisteren de zon en zette de door de herfst gekleurde bomen aan. Daardoor oogde alles vriendelijk en lieflijk. Het Mecksek-gebergte die de weidse akkers begrenst, glooide weer groen en aaibaar. We haalden de boodschappen bij de Tesco, wat keukenspul en en enkele aanvulling voor de badkamer, maar het is de tijd van kerst en de winkel is in een kerstig tierelantijnenparadijs verandert, vol met klatergoud. Het schittert je oogverblindend tegemoet en de schappen met het normale spul moesten kennelijk wijken.

Lief hoogde met het grint, dat al een tijd in de tuin onder een zeil lag, de oprit op, zodat de kleine blauwe makkelijker er in en uit zal kunnen rijden, ik veegde het stoepje, omdat ik ontdekte dat iedereen in de straat alles keurig bladvrij hield.

Vandaag is het wat heiig, maar dat belooft misschien toch ook de zon. Op de laptop bekijk ik de musea, die in de buurt te vinden zijn. In Pecs zijn er een aantal en dat wisten we wel. Boedapest herbergt er talrijke. Maar dat is net te ver weg van hier. Daar moet je minstens een overnachting aan vast knopen. Wie weet of dat er nog van komen gaat. Misschien op de terugweg.

Lief slaapt nog. Maar zodra het tegen vijven loopt, ben ik klaar wakker en hou het niet uit in bed. Het liefst zit ik voor het keukenraam en neem waar hoe de nevel optrekt en de gele bladeren van de fluweelboom oplichten in de eerste waterige zon, die hardnekkig probeert door te komen. De achterdeur zit klemvast in haar sponningen omdat het hout is uitgezet en het lukt me niet, met dat kippenkrachtje van tegenwoordig, om haar open te duwen en het licht van achter binnen te laten stromen.

Ik lees in de Groene van 20 oktober over de ontlezing van de scholieren, kinderen die in groep vier en vijf van het voortgezet onderwijs nog blijven hangen op Harry Potter en oorlogswinter, terwijl er in het buitenland Shakespeare en Kafka wordt gelezen op die leeftijd. Dat, terwijl bij ons, ene Kimberley uit de brugklas te horen krijgt dat ‘The Hate U Give’ van Angie Thomas, een complexe maar toegankelijke jeugdroman over ongelijkheid en leven in twee werelden ‘boven haar niveau’ is en dat haar verboden werd door de leerkracht om het te lezen. Dat, terwijl ze vreselijk geïnteresseerd was in racisme. Hoe sabel ik enthousiasme neer.

Daarbij komt onze moeder in beeld, die ons meenam naar de bibliotheek in de Elsstraat. Zelf las ze ongelooflijk veel. Dat alleen al was de juiste stimulans. Ze heeft ons daarbij nooit één restrictie gegeven op de gekozen boeken. Dat is de ware verrijking, want als de taal te moeilijk zou zijn of de begrippen boven je hoofd stijgen, leg je het boek zelf al weer weg. Aan het eind van het artikel werd deze betutteling nog verder benoemd, toen ze refereerden aan de religieuze scholen, waar sommige thema’s met lhbtiq+-thema’s of -personages verboden zijn. Zo bedacht ik me dat we bepaalde theaterstukken waar veel magie en tovenarij in voorkwam of waarin gespot werd met het hogere, in het cultuuraanbod ook niet te berde gebracht kon worden bij de religieuze scholen, eenvoudigweg omdat zo’n stuk niet getolereerd werd.

In de onderbouw was het heel makkelijk om het lezen te stimuleren. Elke dag werd er voorgelezen en daarna konden ze zelf nog een boek uit de kast pakken. Kinderen namen boeken van thuis mee, die ze hadden gelezen en waar ze enthousiast over waren. Het leesuur was een van de fijnste momenten van de dag. We werden nog niet gehinderd door spelling en grammatica, de leeskringen die de leerlingen van vier tot zes jaar hielden over hun lievelingsboeken was een semi-lezen, terwijl ze het verhaal verzonnen bij de platen uit het boek en die ze met hetzelfde zwierige gebaar aan de rest van de kring lieten zien. Gouden tijden voor de boeken.

Ik ben er van overtuigd dat er veel kinderen uit die groepen echte lezers zijn geworden. Er gaat immers niets boven spontaan enthousiasme.

Overpeinzingen·Uncategorized

Twee vliegen in een klap

Dat is lastig. Je mening herzien, of zelfs eigenlijk een vooringenomenheid en dat alleen op basis van een productiehoeveelheid en de populariteit. Gisteren keek ik de tweede uitzending van sterren op het doek terug, waarbij Eus Carry Slee had uitgenodigd. Wie tijdens het gesprek vorm kreeg was een hele andere vrouw dan ik in mijn hoofd had op basis van de vooroordelen. Ze bleek bescheiden, zacht en met humor door het leven te stappen aan de zijde van haar partner, al vijftig jaar lang. Haar boeken namen gretig af onder de kinderen op school. Iedereen had wel een of meerdere boeken van haar gelezen en niet in de laatste plaats omdat de onderwerpen waarover ze schreef zo herkenbaar waren. Niet moeilijk om je daarmee te identificeren.

Het verhaal over haar jeugd onderschreef haar bewonderenswaardige evenwichtigheid nog meer , omdat die uitgeblonken had in ouders die op alle fronten veeleisend waren geweest naar hun kinderen toe. De vader die wilde dat ze een jongetje was en haar ook zo behandelde en de manisch-depressieve moeder die vooral opging in haar eigen sores en geen ruimte had voor de kinderen die er waren.

Eus zette, zoals altijd met een interview, meteen de pas erin naar de diepte. Zijn grote kracht is het luisteren naar het antwoord, waarbij je hem ziet denken over wat het met hem doet om daarna rake vragen te stellen en hij aarzelde niet om daarbij zijn relatie met zijn vader aan te halen evenals een van de kunstenaars deed, die af en toe ook meer luisterde dan schetste en voor wie het verhaal zo herkenbaar was. Een van de andere leuke aspecten van deze uitzending was het feit dat er drie verschillende technieken aan bod kwamen, kleurrijke olieverf, zeefdruk en een portret met naaldvilten.

Vooral de laatste intrigeerde. Ik kende het niet. De techniek is al heel oud, maar door er portretten mee te maken krijgt het een totaal nieuwe dimensie. Tijdens de sessie zelf schoot het niet hard op, wat logisch was, maar het werd wel het door Carry verkozen doek omdat het de mate van zachtheid, de humor en haar jeugdigheid vertegenwoordigde. De gelijkenis was verbazingwekkend. Het doek deed haar vooral denken aan de blik van haar vader in een schalkse bui. De zeefdruk droeg de serieuze strengheid van haar moeder met zich mee en het olieverfschilderij schampte voor haar langs de herkenbaarheid. ‘Net niet’ was het oordeel dat ze daarbij velde, mild en aimabel zoals ze op mij over kwam.

Opvallend was het feit dat ze ondanks dat het vroeger zo moeilijk was geweest ze wel in staat was gebleken om beide ouders een plek te geven en ik vermoed dat haar jeugd een bron van inspiratie was geweest voor alle problemen die ze behandelde in haar boeken. In ieder geval was het programma een bron van inspiratie en herkenning in de zin, dat ook deze kunstenaars onzeker bleken van hun kunnen.

Pluis kijkt de keuken in vanuit haar plaatsje voor het raam. Onze enige echte zit natuurlijk thuis bij zoonlief, maar van mijn lieve vriendin kreeg ik met mijn verjaardag een schattig Delfts Blauw tegeltje met een kleine poes erop, die vragend omhoog kijkt. ‘Dan is Pluis er ook een beetje bij daar in Verweggistan’, waren haar woorden die het presentje vergezelden. Nu staat ze hier mooi te zijn in een omlijsting van de oude stammen van de druiven tegen het vervallen prieel op, met nog wat verschrompelde druiventrossen en de herfstige, sterk uitgedunde bladerpracht en brengt niet alleen die lieverd in gedachten, maar ook vriendinlief zelf is er daardoor bij. Twee vliegen in een klap.

Overpeinzingen

Ook hier letten we op de kleintjes

Carminho valt subtiel de bibliotheek binnen met haar Fado’s, gloeiend hete thee staat naast me. Lief zit in de werkkamer te schrijven. Mijn sokken hangen te drogen over de centrale verwarming. De oude schoenen die ik, ooit van een van mijn illustere voorgangers, in dit huis had gevonden in een gangkast en die er uitzagen alsof ze met mij en met gemak het land en het natte achterland behouden konden doorkruisen, bleken lek. Ga nooit op een uiterlijk af. Mijn eigen grote zwarte kloffen zijn er beter tegen bestand.

Nu zit ik met nieuwe sokken en warme sloffen in de heerlijke rotan stoel en geniet van de warmte na de kou tijdens de wandeling. De datsja wenkte uitnodigend, maar is eigenlijk met dit sombere licht van buiten net iets te donker. Morgen halen we bij de Tesco een lekkere heldere schemerlamp. Dan kan mijn dadendrang beteugeld worden. Het doek van de vier zussen zag er bemoedigend uit. Het begon alweer te kriebelen.

Het is druilerig en nat. De grote maisvelden om ons heen liggen vol met afgekloven mais, de staken steken hompig uit de modder. Het achterland kent hoog gras en bramenstruiken, fijnstralen en zuring, met hier en daar een verdwaalde aster. Er tussendoor lopen allemaal reeën paadjes, zogenaamde wissels, waar wij prima door naar achteren konden lopen. Wel behoedzaam om niet neergehaald te worden door de lage bramentakken, die verdekt opgesteld een echte val kunnen vormen. Zo kwamen we bij het achterste bos aan, dat langs het boerenpad achter onze grond liep. Te modderig om te wandelen, dat is iets voor later in de week. Het uitzicht was weids, nevelig en grauw maar imposant met haar kale akkers zo ver als het oog reikte. Op de terugweg beierde de dorpskerkklok. In het eerste bos ontdekten we een hol, vermoedelijk van een das of een vos. De beelden stonden ongenaakbaar in het druilerige weer. De bomen hadden grotendeels hun blad nog. De walnoot, de pruimenbomen en de rode beuk begonnen te verkleuren. Opvallend was dat de fluweelbomen op het land geel kleurden en niet het vurige oranjerood dat ik van onze volkstuin kende.

De verraderlijke doornappel in de kruidentuin brengt prachtige stekelvruchten voort en lieflijke witte kelkbloemen met een paarsig hart, maar ze zijn uiterst giftig, zoals het een lid van de nachtschadefamilie betaamd. Met rust laten maar. Over het te lange gras ligt een kleed van pareltjes, kleine druppels, die in en op het blad blijft liggen.

Vanmorgen begon ik in de biografie over Etty Hillesum door Judith Koelemeijer. De groep komt half december bij elkaar en dat betekent omgerekend 15 bladzijden per dag, minimaal. Meer mag ook. Het eerste gelezen hoofdstuk belooft veel goeds. Het is prettig geschreven, met wederwaardigheden, die je graag wilt leren kennen bij het doorgronden van een karakter. Een bijzonder mens, deze Etty, met opvallende ideeën, die vanmorgen al een boeiend gesprek aan de ontbijttafel ontlokten.

Gisteren vereerden we de supermarkt met een bezoek. we waren aan het soebatten bij het brood om een juiste keuze te maken, toen we ineens Nederlands hoorden praten. De vrouw zag onze verbazing en merkte lachend op dat het ‘hier vergeven was van de Hollanders’. Die hadden we er tot nu toe echter nog niet gezien. De basisdingen moesten aangeschaft want de koelkast was nagenoeg leeg. Sommige dingen zijn nog steeds erg goedkoop zoals wijn en groenten, maar een aantal dingen zijn flink duurder geworden. Het is een sport om prijzen te vergelijken en beneden een bepaalde hoogte te blijven. Ook hier letten we op de kleintjes.

Overpeinzingen

We gaan het zien en beleven

Het avontuur pakte iets anders uit dan verwacht. Het begon voorspoedig. Heerlijk weer, een stralende zonovergoten dag, lieflijke velden langs de wegen, weinig drukte. Duitsland doorkruisen bleef een lange rit en pas in de avond kwamen we in Karlsbad aan met de illusie een klein hotelletje te zoeken. Er lagen een aantal praalhanzen naast elkaar, de een nog luxer en protseriger dan de andere. Een stad met een rijke geschiedenis, dat was meer dan duidelijk. En een met steile straatjes omhoog en naar beneden, geen makkelijke rijtoer en met een wirwar aan eenrichtingsverkeer. Lastig zoeken op deze manier. We zochten op hotels, maar het tomtommetje zelf kwam ook niet uit de weerwar van straten. Het was rond half zeven, dus we hadden nog even de tijd. Dan maar een hotel buiten de stad op de weg naar Praag.

Waar we in Duitsland er verscheidene op onze weg waren tegengekomen, bleef onze verlangende roep om een slaapplek letterlijk de roep in het duister. De nacht bracht ons op de onverlichte bergwegen zonder middenstrepen een veelvoud aan illussatoire beelden, een rots die er niet was, een pad dat recht doorging maar toch bleek om te buigen, verkorte afslagen. We vierden Halloween op geheel eigen wijze. Er kwam nog net geen Dracula om de bergtop piepen, wel een waas van witte wieven die de spanning verhoogden. Kalm blijven is een kunst, maar het lukte. Eindelijk een hotel op een duistere plek, een klein geval, dat achenebbisj in haar voegen hing. Het voelde unheimisch. Toch maar een stukje verder rijden.

Praag kwam in zicht en daar, na een aantal keer verkeerd te zijn gereden, vonden we hotel Golf omdat het met grote neonletters was aangekondigd. Er was nog net een kamer vrij. Dubbel genieten na de lange reis van de luxe en de heerlijkheid van het hotel. Een droomloze slaap volgde.

Dag twee was heel anders. Onbekend met de route, onverwacht veel bergen, slecht wegdek dat een nevel aan opspattend regenwater veroorzaakte en daarmee erbarmelijk zicht, en jakkerende vrachtwagens die elkaar veelvuldig passeerden, viel ons ten deel. Dapper zwoegde de kleine blauwe voort. Tjechie was bij dergelijk slecht zicht niet de meest aangewezen plek om er te zijn. Bij Brno werden we omgeleid en kwamen op landweggetjes en in kleine stadjes terecht, dat ons even een zicht gaf op een vergelijk met Verweggistan. Ook daar stonden we een half uur lang in de file vanwege een ongeluk. Iets wat op deze natte dag in onze ogen nogal veelvuldig voorkwam. Kalmpjes doorrijden dus, met het verstand aangescherpt.

Tot onze verbazing moesten we ook nog een hoekje Slowakije door en daarna lag het vernieuwde wegennet van Hongarije voor ons en liet de blauwe snorren als vanouds. Opnieuw ging de helft in duisternis gehuld en dat was alleen lastig op de onverlichte weg naar ons dorp, terwijl de regen ons had ingehaald en op het dak kletterde. Eindelijk konden we de straat indraaien, waar vriendlief de lampen in het huis al had ontstoken, zodat het vriendelijk wenkte, de verwarming open had gedraaid en het hek en de eerste buitendeur uitnodigend had geopend.

Het was thuiskomen op alle fronten, veilig en warm, een pilsje en wat witte wijn om het te vieren en toch nog een goed gesprek. Vandaag gaan we het land en de Datsja goed bekijken, de kamers invoelen, de voorraad aanvullen. Een dubbele retraite na een vermoeiende inspanning brengt vast nieuwe mogelijkheden en ideeën op ons pad. We gaan het zien en beleven.

Overpeinzingen

We gaan er voor

Het pannenkoekenfeest bij de lieve filosoof was een groot succes. Helemaal jarig en glunderend bij de aandacht en de pakjes, bij gebrek aan inpakpapier ingepakt in krant. Mooi touwtje er omheen en klaar. Naamschrijven in stroop en smikkelen met veel poedersuiker en kaas. Ouderwets lekker. Mooie kleine exemplaren. ‘Mijn moeder bakt de lekkerste’, roemt zoonlief haar pannenkoeken. Groter compliment is niet denkbaar.

Ziezo, inktober zit erop. Elke dag een tekening, soms twee of drie in een keer op te drukke dagen. Leuk om te doen en soms lastige opdrachten als het een karaktertrek betrof. Een mooi moment om naar Verweggistan af te reizen. Alles zit in de koffer, ze kon nog dicht. De kleine blauwe heeft een was-en-waxbeurt ondergaan en is er ook klaar voor.

We hebben er zin in. Als ik denk aan de weidsheid van het land, dat prachtige oude Habsburgerhuis, de vijgenboom, die haar vijgen in de twee maanden van afwezigheid een voor een op de grond heeft laten ploffen en de wielewaal op haar wenken heeft bediend, de beelden in de tuin, ongenaakbaar op hun vaste plek, die de boel in de gaten houden, het prieel dat onder de overweldigende lading van de druif is doorgezakt, de datsja met mijn achtergebleven tekeningen en maaksels, het landgoed dat bos is met de liefdevol te belopen paadjes, mijn lievelingsplekken, voor het raam in de keuken en het zitje in de bibliotheek.

Iets anders is het wegsluipen uit de hectiek van het dagelijks bestaan, die daar niet lijkt te zijn. Mensen doen hun boodschappen bij een van de twee supermarkten en klotteren wat op hun erf. Het nieuws komt, als je daar zelf naar op zoek bent, mondjesmaat binnen. Er zijn geen slinkse sluipwegen om het wereldkundig te maken. Geselecteerd kijken is het grote voordeel van een dag die zich doorgaans vult met natuur met boeken, podcast en met muziek. Automatismen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Wij zijn samen en op elkaar gericht. Nederland is video, is facebook, is app. Alleen de kinderen, de zussen en de vrienden en vriendinnen lopen af en toe een stukje mee, aan de hand van foto’s, schrijven, beeld en geluid, virtuele knuffies, indien wenselijk.

Het avontuurlijke zit in de stoute schoenen die we aan hebben getrokken en die ervoor zorgen dat we zonder al te veel voorbereidingen op pad gaan. Ergens ruist in het achterhoofd de woorden ‘Wat de toekomst brengen moge…’ Het stamt uit de blauwe maandag dat ik in een gereformeerd bejaardentehuis werkte en de ochtend moest openen met gezang en psalmen. Maar het snijdt hout. Wat zal de tijd ons leren en brengen. Een nieuwe ronde en nieuwe kansen.

Van hier nemen we de dingen mee die daar niet te vinden zijn. Buisman cappuccino, waar ik zo graag de ochtend mee begin en drop natuurlijk, voor onderweg, om de spanning van moeilijke rijpartijen af te snoepen, de dunne mie en nog wat moeilijk te verkrijgen kruiden.

Ik dwaal af naar de oude volkswagenbus met een motor van een Taunus 15-M, die mijn vader met verve bestuurde. Afgeladen vol met een mud aardappelen, hagelslag voor een weeshuis, grote zure bommen in een blik en camping-bus-boter tussen de bagage en de kinderen in, alsook de enorme zware tent. Dat waren nog eens tijden. Afzien tijdens vermaak. Tel uw zegeningen. Zo gingen we op reis naar Spanje of Oostenrijk. Moeder las de kaart al dan niet tot tevredenheid van de bestuurder. Menig ‘Godzalmeeenschaapgeven’ vloog over en weer in het kleine compartiment, als er een afslag over het hoofd was gezien.

De monotone stem in de telefoon dwingt me om te volgen. Het enige moment dat ik dat bijna slaafs zal doen, tot we de snelweg zat zijn en we op zoek gaan naar knusse overnachtingen. We gaan er voor.

Overpeinzingen

Helder zicht

We hebben de checklist afgewerkt en op dit ogenblik is alles nagekeken. De kleine blauwe prins is door de garage reisklaar gemaakt, de vignetten zijn online gekocht, bij de kringloop heb ik nog vier wijde truien op de kop getikt, alle reispapieren zijn nagekeken. Check, check en dubbelcheck. In Tjechie betaal je met kronen of in euro’s met pinpas. Alle noodzakelijkheden zoals hesjes, gevarendriehoek en verbanddoos liggen achterin. De handige dweil met spuitbus gaat mee voor de gangen en het laminaat.

We zijn er klaar voor. Straks volgt nog een laatste wasje en het inpakken, Pluis extra knuffelen en vanmiddag verjaardag vieren bij de lieve filosoof met pannenkoeken en natuurlijk cadeautjes. Lief heeft een ontmoeting met zijn liefste nicht, die hem nog perse wilde zien voor we weer een maand weg zijn. Er was geen andere mogelijkheid meer. Het zij zo.

Gisteren hoorde ik Paul Haenen over zijn nieuwe boek ‘Het vrolijke winterboek’ met allerlei gezellige onderwerpen, ontmoetingen, met de blijde kanten van het leven. Niet zo gek voor de donkere dagen van kerst, zoals men aanhaalt bij het praatprogramma Op1. Hij las er een verhaal uit voor en dat ging over een man die voor de etalage van de boekenwinkel stond en naar binnen keek. Hij was op zoek naar een boek, dat iedereen exact op dezelfde manier zou lezen en begrijpen. Geen uitwisseling van gedachten, maar gewoon het klare woord voor één uitleg vatbaar. ‘Waarom gaat u niet naar binnen om te zoeken’, was de vraag. ‘Omdat ik nu het verlangen heb, dat anders teleurgesteld zou worden’, was het antwoord. ‘Wat hebben mensen nodig om gelukkig te zijn’, vroeg de reporter daarna. ‘Liefde en verlangen’, gaf Paul Haenen als antwoord. Dat was een mooi en betekenisvol gesprek daar aan die tafel. Soms zijn er niet veel woorden nodig om de diepte in te gaan.

Het stormde vanmorgen nog steeds. Af en toe woede een windvlaag fluitend om de binten heen. Zodra het echter lichter werd, leek het of de wind de kuierlatten had genomen en verscheen er een bleekblauwe lucht door het zolderraam.

Gisterenavond was er een aflevering van Volle Zalen met Cornald Maes die bij Frederique Spigt aanbelt in Rotterdam. Ik heb haar altijd boeiend en een tikje mysterieus gevonden, bovendien is ze heerlijk onconventioneel en daar hou ik van. Het hart achterna. Zo te zijn lag al besloten in haar opvoeding. Ze vond haar moeder geen echte moeder. Ze vertaalde de afwezigheid van structuur en opvoeding van vroeger alsof ze in de jungle leefde. ‘Survival of the fittest’ stel ik me dan voor. Haar muziek vertolkt ze op geheel eigenzinnige wijze. Dat is wat ik in haar bewonder en wat respect oproept. Ze heeft overduidelijk steeds voor haar gevoel gekozen in plaats van de commercie. Qua uiterlijk straalt ze dat ook uit, net als Brood dat ooit deed. Die twee hebben wel wat gemeen.

Foto: Ruth van der Valk

Ik kreeg in alle vroegte een belletje van schoonzoon, maar dat bleek een ‘per ongelukje’ van kleindochter te zijn. Gelukkig gaan bij mij nooit meteen de alarmbellen rinkelen omdat ik er altijd rekening mee hou, dat het eventueel niet de bedoeling is. Een wijsheid die ik van mijn moeder met haar elftal heb overgenomen. De traktatie van de filosoof is groene Sponge-bobs met oogjes. Super leuk om te zien en gemaakt van groene pandancake. Niet alleen lekker, maar ook nog erg gezond. Mooi om te zien hoe ze daar bewust mee om gaan.

Zoonlief leent de auto, daarna gaat de kleine blauwe nog een keer door de wasstraat om spic en span op reis te gaan. Er is veel te zeggen voor helder zicht.

Overpeinzingen

Het avontuur

Het stormt. Niet een klein beetje, maar heuse woedende windvlagen trekken over het dak en rukken aan de pannen. Dat is al weer een tijdje geleden. Het is een knus geluid als je veilig binnen zit. Het lied van Kooten & de Bie schiet omhoog. ‘Buiten huilt de wind om het huis, maar de kachel staat te snorren op vier’, behalve dat hier de verwarming uit is. Gisteren was het nog steeds een fijne temperatuur. Zo kan het ineens omslaan en is herfst nu volop in het land.

De tocht ging gisteren naar Bussum. Daar was een winkel van van Beek, schildersmaterialen. Goed te bereiken, met een plek op een ruime parkeerplaats en een korte wandeling door het mooie oude dorp die met de grandeur van een kleurrijke herfst aangenaam en vriendelijk oogde. Liesje in Luilekkerland. Wat is het toch altijd weer een genoegen om rond te struinen, alles te kunnen vastpakken en keuren, dikte van papier, de verschillende verfsoorten, de vele schetsboeken. Er stonden diverse schildersezels uitgestald, maar degene die ik graag zou willen hebben voor Verweggistan, was te groot voor onze kleine blauwe en omdat ik nog steeds niet weet of er een andere auto beschikbaar is, stel ik me er op in met onze trouwe kleine Prins te reizen. Dus de ezel mocht blijven staan. Met aquarel doosjes, twee schetsboeken plus nieuwe tekenpennen vervolgden we de route.

De kringloop die we pas ontdekt hadden, was de volgende missie op de lijst. Speurend naar een leeg etui, waar je normaal een microfoon in opbergt, voor dochterlief die straks met de lange reis die ze als gezin willen gaan maken maar weinig bagage mee kan nemen. Lief neemt die taak op zich terwijl ik de broeken afspeur en met een mooie zwarte met grafische print er weer uit duik, evenals met een sweater, aan weerskanten te dragen. Geen etui te ontdekken, wel twee tassen met wat overtollig spul afgegeven. Opgeruimd staat netjes.

Daarna spoorslags naar zoonlief, waar thee en oliebollen ons wachten en kleindochter vraagt of ik een afstreepkalender voor haar kan maken om de negen dagen die haar nog resten tot de verjaardag, af te kruisen. Negen vakjes en even zoveel tekeningetjes houden me even bezig. Fijn om dat te kunnen doen, omdat we blinken door afwezigheid op het feest zelf. Het aquareldoosje en het schetsboek werden blij ontvangen door de kleine grote meid. Zoonlief showt trots de bovenverdieping, die in oktober boven op de drive-in is gezet en we verbazen ons over de enorme ruimte die het heeft. Super mooi met een ingenieuze tweede douche en een extra lichtkoepel.

Ik loop nog een tekening achter voor inktober, die komt er morgen en dan staat er weer een maand met tekeningen op de rol. Daarna ga ik door met de verdieping via het tekenboek. Straks zijn er zeeën van tijd, om te lezen en te rusten, te schilderen en te tekenen. Vandaag staat er voor lief een afspraak met zijn kapper en ga ik naar de garage om bandenspanning en olie te laten controleren. De wassen zijn gedraaid en de koffers kunnen opnieuw gepakt. In de ochtend hebben we de route uitgestippeld via Karlsbad in Tsjechië naar ons kleine dorp. Dit keer nemen we op de bonnefooi een hotel. Dat voelt een beetje als vroeger, toen we altijd zonder iets uit te stippelen op pad gingen en nooit wisten van te voren waarheen de weg ons zou brengen. Reizen met de stroom mee, op eigen tijd en eigen uur. Je bent nooit te oud voor het avontuur.

Overpeinzingen

Voeten in de aarde

In de verte kwamen twee mensen met een bolderkar aanlopen en ik herkende dochterlief en haar man. Wij zwaaiden, maar ze zwaaiden niet terug en liepen rustig door. Toen ze dichterbij kwamen zagen we pas, dat we ons deerlijk vergist hadden. De tuinen lagen er herfstig bij. Hier en daar was er al hard gewerkt om het stuk grond winterklaar te maken zoals het een echter moestuiner betaamt. Het pad was wat drassig, hier en daar was zaagsel over de diepe voren in de modder gestrooid. De bomen aan het aangrenzende pand bij Copijn kleurden dapper mee met het herfstpalet. Bij de tuin van dochterlief stonden de fietsen. Ze hadden hard gewerkt die ochtend en zelfs al gemaaid, zowel bij hen als bij ons. Mazzelen. Een zware taak minder. We gingen voort langs de achterbuuf, die bezig was haar vakken met tere planten af te dekken met stukken stevig karton voor eventuele komende vorst. De tuin zong verder nog volop zomer haast, met die zachte temperaturen en de bollen voor volgend jaar kwamen al uit de grond piepen.

Lief wilde de wilg bij de vijver snoeien. Ik boog me over brandnetels, grassen en de woekeraars. De vijg was aangeslagen en had zijn tocht van waterfles naar zwarte aarde vertaald in groter blad. Af en toe kwam er een kleine koolmees van de laatste verschrompelde appeltjes snoepen in de Vasalisboom. De nieuwe overbuuf kwam langs voor drie wilgentakken. Ze hield net als ik van wilgen in dit polderlandschap en haar recht-toe-recht-aan-tuin had dringend wat verwildering nodig. Dit was de eerste stap.

We werkten hard door, dit was de laatste dag op de tuin voor Verweggistan. Van de week moesten we nog allerlei zaken regelen voor de reis. De auto, vignetten en sneeuwkettingen eventueel, verjaardag van de filosoof, die inmiddels allang klein-af was en dan nog een verjaardag van kleindochter die midden in de volgende maand jarig was. Never a dull moment in huize Nijver. Ik mag niet vergeten de leesboeken mee te nemen, want we hebben zo weer zeeën van tijd en dat is ook heerlijk.

Pluis snoept af en toe van onze aanwezigheid kleine aandachtstrekkers af en springt op het bed om daar, in de nacht als we slapen, dicht bij ons te zijn. Ze kruipt dan stilletjes naar het voeteneind en rolt zich behaaglijk op. Ach lieve kleine bol wol. Oogluikend staan we het toe.

In de ochtend las ik in de volkskrant van vorige week een interview met een man, die een hersenoperatie had ondergaan om een tumor ter grootte van een bal te verwijderen. Alle herinneringen zouden ook verdwenen zijn. Daarbij had hij een wonderlijke uittreding ervaren, die heel diep ging. Een verlichte staat zou je het kunnen noemen, bedacht ik, al lezende. Onmiddellijk moest ik aan lief denken die in de eenzaamheid tijdens de corona-periode ongeveer hetzelfde had doorstaan. Ik maakte hem opmerkzaam op het artikel en in volle ernst refereerde lief even later aan wat deze man had meegemaakt en wat inderdaad grotendeels eenzelfde ervaring was geweest als de zijne.

Het bracht herkenning, maar ook discussie en was bovenal een aanvulling op zijn verhaal. Zo mooi dat dit schrijven samenviel met zijn hele grote losmaken van de materie, het onafhankelijk zijn van het aardse denkgoed. Geen makkelijke kost voor de buitenstaander om te begrijpen, maar invoelen kan ten enenmale en het verenigen met het dagelijkse leven evenzo. Daar balans in te vinden is het streven en dat lukt steeds beter. Met het hoofd in de wolken en de voeten in de aarde.

Overpeinzingen

Straks, op deze laatste zomerdag, wacht de tuin

Ach die lieve Pluis, ze stond al verlangend bij de voordeur toen ze mijn stappen op de galerij hoorde. ‘Ze heeft jullie gemist hoor’, schreef de buuf die voor haar gezorgd had. en ‘Wat een schatteke is het toch’. We hadden een enorm plukboeket voor haar gehaald, dat dankbaar door de buurman werd aangenomen. De buuf zelf lag te rusten, omdat ze door de corona nog steeds heel vermoeid was.

De reis was voorspoedig gegaan. Het was rustig op de weg en alleen rond Antwerpen stond het vast, maar we werden over de ring van Antwerpen naar een snellere route geleid en kwamen in het laatste kleine staartje van de enorme file terecht. Bij Werkendam gingen we de snelweg af en reden door het prachtige gebied van de Biesbosch richting een restaurantje, dat na veel zoeken eindelijk gevonden werd.

Terug was minstens zo mooi. De vele kreken en eilandjes in een herfstige variatie van de begroeiing van roestbruin en oker tot donkerbruin, met daar tussendoor het kabbelende water. De vele fietsers en wandelaars, sommige met rugzakken op en bergschoenen aan op de paden tussendoor of over de smalle dijken zorgde ervoor dat in het hoofd de plannen voor een bezoek aan dit gebied in de agenda werden gegrift. Zo prachtig. We zagen zwanen in grote getale en groepen ganzen in alle soorten en maten en nog veel meer verenpracht.

De avond ervoor hadden we de meeste kinderen uitgezwaaid na een maaltijd met alle restjes van de week. Alleen de kleine filosoof en kleindochter en hun ouders, zoonlief en schoondochter en lief en ik bleven achter. De kinderen vielen onmiddellijk terug in hun eigen patroon van thuis. Gezellig samen spelen zonder een onvertogen woord. Die middag hadden we met allen nog een laatste echte boswandeling gemaakt en de paddenstoelen bewonderd die al dan niet verscholen stonden onder de afgevallen bladeren. De meest bijzondere was wel de geschubde inktzwam die fier rechtop stond en haar schoonheid spreidde. Dochterlief redde een arme kever, die op haar rug lag en worstelde om weer op haar pootjes terecht te komen.

De kinderstemmen klommen tegen de hoge bomen op en echoden in de holle ruimtes van het dal. Het pad was goed begaanbaar voor ons allen. Het was fijn om met elkaar een stukje natuurbeleving te delen, zoals de hele week al goed was geweest voor het gevoel van verbondenheid door een week zo intens met elkaar te leven.

De ochtend zonder gehuil, voetstappen en stapjes op de trappen, geschraap van stoelen over de houten vloeren, keukengerinkel, gelach en gepraat, was welkom en goed voor een ononderbroken slaap tot acht uur in de ochtend. Om tien uur moesten we vertrokken zijn, maandag zouden er nieuwe gasten komen. Ze hadden dus een weekend om het huis aan kant te krijgen. We hadden ieder onze eigen spullen opgeruimd en binnen zag het eruit alsof er nooit twintig mensen en kinderen in hadden gebivakkeerd. De stoelen en de banken waren werkelijk vuilbestendig gebleken, de kwetsbare tierelantijnen werden teruggezet op de aangewezen plekken. Spic en span. Alleen aan de lekkage van het bad zouden ze wel wat moeten doen, bij het nemen van een bad door zoonlief gutste het water aan de zijkant dwars door het plafond heen. Het was onze zorg niet meer. Er was contact geweest met de loodgieter en wij hadden het verder allemaal schoon en keurig achtergelaten.

Nu zit ik aan mijn heerlijke grote cappuccino, terwijl ik op bed de wederwaardigheden opschrijf en geniet van de rust en de stilte en nageniet van alle nieuwe herinneringen die gemaakt zijn. Lief zit achter zijn vertrouwde computer en werkt zijn deel van de beleving uit. Straks, op deze laatste zomerdag, wacht de tuin.