Overpeinzingen

Krant spellen, puzzelen en Rumi

De bloes was voldoende op een stemmige plisee broekrok en met een zwart jasje erover. Met was lichte aanmaningen tot versnelling kwamen we op het nippertje aan bij de Bethaniekerk in Lunteren om de doopdienst van kleindochter mee te maken. De kleine blauwe liet zich geduldig inparkeren op een miniem plekje, precies voor de ingang. De grote suv’s en andere auto’s van formaat hadden het voorbij moeten laten gaan. Klein heeft zo z’n voordelen.

Het was al vroeg bijna helemaal vol. Heel veel kleintjes zaten her en der tussen het publiek. Het werd dan ook een dienst die een hoge mate aan kinderstemmetjes produceerde. Er was veel afwisseling. Veel gezang, opstaan, zitten, de doopkaars werd aangestoken, er werd gepreekt. De voertaal was Ambonees, met een voorganger die slechts drie maanden geleden hier naar toe was gekomen en die daarnaast heel behoorlijk onze taal machtig was. Er waren foto’s op de twee schermen te zien met onder andere de regenboog, het ontwerp van ons lieve kleinkind voor het boekje met teksten. De doop werd gehouden bij een klein doopvont middenvoor met haar Papa Ani, een broer van mijn schone dochter. Ze zagen er allen als een plaatje uit. de kleine in het tule, de schoondochter in fluweel en haar broer in een stemmig zwart.

Cadeautjes

Na de dienst was er een hapje en een drankje in het huis van Omi en Oops. Het werd volle bak De hele kumpulang van de familie was aanwezig plus de goede vriendinnen en vrienden. Loempiaatjes, Bapao, soep voor de inwendige mens. Aangenaam kouten, drukte van jewelste in de keuken, gekrioel van de kleintjes, terwijl de oudste kinderen op de trap achter hun schermpje hingen, cadeau’s, heel veel cadeaus voor het feestvarken en zoonlief die overal zoveel mogelijk de helpende hand bood. Trots op de lieverd.

Opeens was er de benauwdheid. Ik voelde het opkomen als een snelle razende tornado. Nu moest ik weg, begreep ik. Later bleek dat er inderdaad niet veel zuurstof was met al die mensen. Het kon ook zijn dat iets van wat ik gegeten had, niet goed was gevallen en hoogstwaarschijnlijk had ik te weinig gedronken. Het afscheid was wat overhaast maar kon op dat moment even niet anders. Een surrealistische rit met verergering van de symptomen was het gevolg. Thuis wilde ik liggen en later beter maar naar bed. Door het hoesten wat erbij hoorde, had ik vermoedelijk ook in de lies een breukje veroorzaakt. In ieder geval werd ik me gewaar van alle gewrichten, spieren, organen die levensgroot boven de pijn uitstegen. Alles klopte, boorde en klotterde. Griepje hoogstwaarschijnlijk, was de nuchterheid waarmee de angst werd weggevaagd. Diep ademhalen en het uitzingen. Niet kunnen slapen maar dan maar luisteren naar de diverse oprispingen en pijntjes en de draai proberen te vinden die verlichting bood. Het emmertje bleef bij de hand.

In de ochtend met hazenslaapjes tussendoor zakte een en ander. De rust deed goed. De koffie herstelde enigszins het unheimische gevoel. Lang geleden dat ik me zo had gevoeld. ‘Het gaat wel weer over voordat je een jongetje wordt’ zei onze moeder vroeger altijd bij elke kwaal. Het is hier in huis een gevleugelde uitspraak geworden. Daarbij vond zij, dat je maar weer snel in het normale ritme moest zien te komen. Een overlevingsstrategie die ik tot nu toe altijd wel voerde. Dat gaat straks ook gebeuren. Opstaan en de dag ergens in de middag beginnen. Maar nu eerst die zalvende rust. Krant spellen, puzzelen en Rumi.

Overpeinzingen

Zo’n bijzonder feest

De wegen richting Rotterdam werden om een uur of vier omsingeld door een dikke laag optrekkende mist. Hier was er nog niets van te merken geweest. In de middag hadden we in een gehaast tempo nog wat truien voor lief en voor mij een paar nieuwe kloffen, iets chiquer want suedine, en en mooi bloesje met hes op de kop getikt. Zaterdagmiddagdrukte op city, maar door regelrecht op het doel af te gaan was dat geen enkel probleem. De vrouw van de balie fluisterde me toe dat het net de laatste bloes was geweest en al gereserveerd maar dat ze het vanmorgen bij gebrek aan ophalen weer had teruggehangen en het gilet was de allerlaatste in de rij. Ze legde de twee artikelen op de balie neer en twee vrouwen keken ernaar en spraken hun bewondering uit. ‘Als je nou even niet kijkt, leg ik het snel bij mijn aankoop’ grapte een van hen. Ze vonden de combinatie van kleur zo prachtig. Daarom was het me ook opgevallen. Een prettige bijkomstigheid was dat het gilet tot een tientje was afgeprijsd. Heerlijk die uitverkoop.

Bij de truienwinkel kwam ik een van mijn liefste leerlingen tegen. Hij zocht me op en omhelsde me. Dat doet een oud juffenhart goed. Fijn om te weten dat hij er prachtig uitzag, zielsgelukkig was met zijn studie in de mode en heel verheugd me te zien. Hij en zijn vriend waren voor mij altijd een grote inspiratiebron geweest, omdat ze zelf zo’n enorme fantasie hadden. Op een ochtend waren ze de knutselhoek ingekropen en hadden al ginnegappend en druk pratend lange slierten crêpe-papier gefabriceerd. Het volgende moment bevond de een zich in het speelhuis op het zoldertje en de ander stond eronder. ‘Rapunzel, rapunzel laat je vlechten zakken’ riep hij en daar vleide Rapunzel haar lange slierten van vlechten over het hek tot ze de grond raakten en dat om kwart over acht in de ochtend. Vrienden voor het leven door dik en dun.

Lief zag er prachtig uit in zijn nieuwe outfit. Ik bewaarde de mijne voor vandaag, omdat dan de doop van kleindochter is. We moesten voor de verjaardag richting Rotterdam Spangen, een buurt die ik nog niet kende. De mist en een temperatuur onder het vriespunt baarde lichte zorgen, maar eerst maar eens afwachten hoe de terugweg zou zijn. De jarige was een neef van lief en ik had de kinderen van zijn broer weliswaar allemaal als kleintjes gezien, maar vijfenveertig jaar geleden. Nu was het hele stel bijna compleet. Er was nog een stel uit onze stad, die we niet kenden, maar waarvan de man me wel bekend voorkwam. Ze woonden slechts een blok verder.

Broer en schoonzus van lief waren er natuurlijk en verder was iedereen me onbekend. Het leuke is, dat in zo’n gemoedelijke setting iedereen met elkaar aan de praat raakte, ongeacht leeftijd, uiterlijk en nationaliteit. Er was een Cubaan, een Servische familie, een Surinaams-Javaanse vrouw, een Engelsman, en de Familie van lief met de Indische roots. Heerlijk, zo’n gemeleerd en kleurrijk gezelschap. Er was Italiaanse catering en na de heerlijke pasta’s, pizza’s en salades kwamen schalen met mosselen, gruyère met olijven, Italiaanse droge worst met gedroogde tomaat en schalen vol vleeswaar. Een ware overdaad en toch denk ik dat alles is opgegaan. Aan de muur achter de grote schalen op de rechauds hing een Banksy in tegeltjes. Het aandoenlijke meisje met de rode ballon. Er bleven maar mensen binnenkomen. We keken elkaar aan. Plaats maken voor de lieve jeugd en op tijd weg voor de drukke dag van vandaag. Het was een feest van formaat in die smalle Rotterdamse woonkamer met haar gezelligheid.

Er zijn al heel wat nieuwe gezichten de revue gepasseerd dit afgelopen jaar. We zijn bevoorrechte mensen door twee levens zo met elkaar te kunnen verweven. Op de terugweg was de mist als sneeuw voor de zon opgelost, maar op de heenweg hadden we nog wel het prachtige schouwspel van een vuurrode ronde zon in de witte nevel mogen aanschouwen. Alsof ze de voorbode was van een net zo’n bijzonder feest.

Overpeinzingen

Stap voor stap

Ik vergiste me in de sterfdag van de vader van de kinderen, waarschijnlijk omdat ik het jaar van sterven verwisselde voor de dagdatum in januari. Het was wel een reden om samen met lief de diepte in te gaan. Allebei kennen we zo’n tragische gebeurtenis van heel dichtbij. Ineens weven onze gedachten herinneringen en is het mooi om bij stil te staan en eigenlijk roept het ook de vraag naar zingeving op. Maar elke stap die we zetten leidt ergens naar toe. Natuurlijk heeft alles zin in de diepste betekenis van het woord door de samenhang der dingen. We hadden hier niet gezeten als al het andere niet was gebeurd. Geen toeval, maar het valt ons toe.

Al met al begint de dag wonderlijk. De lieve jeugd is beneden poffertjes aan het bakken en de bakcapriolen stijgen in slierten geur op. Op die manier krijg je trek. Het lukt niet erg. Ze zijn nog niet goed gaar. Blijven oefenen. Ik gaf altijd de voorkeur aan drie-in-de-pan. Dat was makkelijker en nog wat meer voedzaam. Na een portie poffertjes is er bijna altijd onbedaarlijke trek naar meer.

Rumi als boek brengt alles wat ik gehoopt had. Boeiende verhalen uit het hele verre verleden en een wereld die naast grote beschaving ook enorme veldslagen kent. Hele steden werden met de grond gelijk gemaakt. Daar omheen verhaalt Abdolah over de wijsgeren en de mystici uit die tijd, met wonderlijke tegenstrijdigheden. Wel getrouwd zijn en financieel voor de vrouw en kinderen zorgen maar tegelijkertijd schitteren door afwezigheid. Ook in die tijd was er sprake van uithuwelijken op jonge leeftijd. Zijn gedichten spreken allen het verlangen en de heimwee naar zijn geliefde uit. Zijn optreden in het openbaar van groot wijsgeer en mysticus daalde tot het nulpunt, tot verdriet van vele volgelingen en men gaf de onvoorwaardelijke liefde er de schuld van. Men sprak in die dagen schande van zijn plotselinge optreden, een derwishendans, op het ritme van de hamerende koperslagers op hun pannen en ketels vond een deel schandalig. Het kostte hem en leverde hem volgelingen op.

Iedere dag zes gedichten en vier verhalen tot aan de dag van de bespreking, daarmee is het boek uit en gelezen. De verhalen zijn min of meer parabels, die hij gebruikt heeft voor de gedichten die hij schreef. Abdolah maakt nederig gewag van het feit dat hij de grote Rumi probeert te vertalen, maar het is hele gangbare literatuur geworden met behoud van de vorm en de betekenis in een mooie beeldspraak.

Vandaag rijden we naar Rotterdam omdat een neef van lief de vijftig heeft aangetikt. Ach ja, een jubileumjaar. Het wordt een echt familieweekend want morgen is de doop van onze kleindochter in een dorpje aan de rand van de hoge Veluwe. Wat betreft de maand dat we naar Verweggistan zouden gaan omdat ik bij een zwangerschap op bijtellen ben ingesteld, zou nog wel eens onderbroken kunnen worden. Gisteren waren zoonlief en schone dochter op bezoek en zij dachten dat het eind maart zou komen. Het doet een beroep op de flexibiliteit. Wat van die weken afgaat, moet op een ander moment er weer bij.

Zo schipperen we de dagen door en passen alles in elkaar. Soms moeten er veren gelaten worden, omdat het niet mogelijk is aan alles te voldoen. Het is daarbij goed te denken dat er straks opnieuw zeeën van tijd zullen zijn, mits niet opgeslokt en ingenomen door de loop der gebeurtenissen. Afwachten maar en stap voor stap.

Overpeinzingen

Nederland op haar mooist

In plaats van de voorspelde hagel, sneeuw en onweersbuien scheen de zon en zette de natuur extra luister bij. Het noopte tot een lekkere wandeling. Omdat we het de avond ervoor in de boekenclub over diverse boeken hadden gehad, onder andere stond eventueel De wijsheid van de heks van Susan Smith op de nominatie om gelezen te worden, besloten we eens zo’n oud krachtveld op te sporen. We vonden de oudste wal bij Rhenen, de Ringwalburcht op de Heimenberg. Aan de voet ervan ligt het natuurgebied de Blauwe Kamer met het vogelreservaat, de Gallowayrunderen en de Konikspaarden.

De wal was ons onbekend. Aan de overkant in de blauwe kamer waren we samen aan het begin van het jaar geweest. Nu liepen vooral de runderen in het zicht en in de uiterwaarden van de Rijn zwommen twee hoentjes en twee futen, terwijl een witte reiger in een boom aan de overkant van het water zat. Het was aangenaam stil. Er fietsten wat passanten beneden aan de berg, maar op de wal liepen slechts een handvol mensen. Het weer werkte aan alle kanten mee.

Toen we de ruine van het boswachtershuis hadden bewonderd, daalden we af over de cortenstalen trap. Onderaan was een tegel neergelegd met daarop de mededeling hoe de ligging was en het aantal treden. Dat bleken er 250 te zijn. Wat ik omlaag ga moet ik ook weer omhoog, bedacht ik me onder de afdaling en verzamelde al moed voor zo’n geuzenklim.

Het prachtige uitzicht en de weidsheid aan de overkant was balsem voor de ziel na alle drukte van de week. Er stond nauwelijks wind. Af en toe piepte de zon achter de wit/grijze wolken, waardoor ze een halo vormde rond de lobben, om vervolgens bij het verschijnen het uitzicht weer ‘aan’ te zetten.

Aan het eind, tussen de twee wildroosters was er inderdaad een trap omhoog. Weliswaar met iets minder treden, 176 in totaal, maar evenzo vrolijk betamelijk hoog. Na twintig treden wilde ik weer naar beneden, maar eigenlijk was de uitdaging te groot. Ik herinnerde me een andere trap in Thuin met haar prachtige hangende tuinen in Wallonië waar we met de zussen een week heen waren. Die was minstens net zo hoog en had ik in eigen tempo ook met succes beklommen. Een stap, de andere voet telkens bijschuiven op de trede en de volgende stap, want ‘rustig aan dan breekt het lijntje niet’. Op elk plateautje was het op adem komen geblazen en van het uitzicht genieten, om daarna weer verder te gaan. Het was een hele prestatie op zich met die malle longen van me.

Tegen de wal op bleek er nog eens een trap van ongeveer dertig treden, maar er was een plateau om van het prachtige uitzicht te genieten. Er stonden twee mensen in het midden, die kennelijk niet van plan waren in te schikken. Om je te verwonderen, zo’n houding.

De galloway stieren stonden tot onze verbazing kalm hun bramentakken te vermalen of gras te grazen en keken niet op of om. Door de dikke wintervacht waren er nauwelijks ogen te zien. De bomen trokken lange schaduwen over het begraasde grasveld in het midden van de wal. We wandelden er kalm tussendoor en vonden met gemak weer de weg terug door het bos. Aan een van de bomen zag lief een vleermuiskast, waar toevallig de avond ervoor over verteld werd, anders had hij hem niet als zodanig herkend.

Moe maar voldaan en zeker met hernieuwde kracht gevonden, kwamen we bij de kleine blauwe aan. Op de terugweg begeleidde een felle lage zonsondergang onze tocht binnendoor langs de Rijn. Nederland op haar mooist.

Overpeinzingen

Om levenswijsheden te delen

Zonovergoten begin van de dag. Maar dat kwam ook omdat het krieken allang was gepasseerd. Later dan gewoonlijk was het en dat had alles te maken met het feit dat de avond van onze boekenclub te gezellig was geweest. We bespraken Berg, maar eerst werd de avond ingeluid door een glas champagne omdat we bij een van ons op bezoek waren, die deze maand de vijfenzestig had aangetikt. Hij mocht nu door als pensioengerechtigde. 65 is een mijlpaal, vonden de meesten van ons. Alleen maar omdat wij allemaal nog het gegeven van de pensioengerechtigde leeftijd kenden. Voor een van ons was het een doodgewone verjaardag als ieder ander. Dat krijg je ervan als je pas met 67 en nog wat op je lauweren mag gaan rusten. Ja ja, die veranderende tijd op sluipersvoeten in het dagelijks bestaan.

Het was een bijzondere avond. Berg van Ann Quin was voor een paar van ons een brug te ver of het was er door drukte niet van gekomen. De rode draad in het verhaal was in de chaos ver te zoeken. Het was er wel, maar de chaotische benadering maakte het lastig. Het leverde wel prachtige gespreksstof op en we walsten van slapeloze nachten naar chaos in je eigen hoofd, naar het loslaten van kinderen, naar de kunst van het opvoeden. Eigenlijk was het inderdaad geen chronologische boekbespreking maar was er sprake van een geordende chaos. Er werd het idee geopperd een van ons de avond voor te laten bereiden, bijvoorbeeld degene die het boek had uitgezocht. Er waren voors en tegens. Een ander stelde voor om niet ter plekke het boek te kiezen maar er over te mogen denken en dan bewust uit een lijstje van ingediende boeken die men zelf goed vond, te kiezen, rustig en thuis, zodat we konden kijken of het boek beviel. Een ranking van zeven boeken was snel gemaakt. Is dat de manier om een gesprek in goede banen te leiden. Ik betwijfel het. Ik hou zo heel erg van de manier waarop deze fijne groep mensen elkaar steeds vinden in het gesprek, vaak naar aanleiding van het boek om dan de diepte in te gaan. Go with the flow staat nog steeds hoog in het vaandel, merk ik.

Er kwamen allerlei heerlijkheden op tafel en ook de vraag of slapeloosheid iets typisch vrouwelijks is. Alle vrouwen hadden er last van en gelukkig ook een van de mannen. Eigenlijk wel een interessante vraag. Vanuit mijn eigen positie, nachtdiensten en onrustige nachten door de kinderen, klein en groot, speelde dat een rol, evenals de overgang, maar vooral en dat is voor ieder mens weer anders, het gepieker tijdens het werkzame leven en ook het hoofd dat vol blijft zitten met ideeën, gedachten, invallen en alles wat slaap onderuit kan halen.

De remedie is bedenken dat het nu eenmaal zo is, toegeven aan het wakker zijn, niet gaan liggen woelen en draaien, maar er een zinvolle draai aan geven totdat de vermoeidheid je overmant en je in slaap valt. Als je daar een uurtje voor op moet, is dat geen halszaak meer, vooral niet in de wetenschap dat je daarna zeeën van tijd hebt om verder te slapen, een van de voordelen van de vrijheid als je het verplichte werkzame leven achter je hebt gelaten.

Zo gemoedelijk ging deze avond voorbij. De vrouw des huizes kwam thuis, een lieve vriendin van ons allen, en schoof aan. Er viel opnieuw een mooie avond bij te tellen op ons lijstje van de laatste vijf jaar. Boeken lezen met vrienden is een heerlijke manier om levenswijsheden te delen.

Overpeinzingen

Soms ligt het tastbaar dichtbij

Vannacht schoof iedere keer de vraag, waar of ik de map met mijn etsen had gelaten, door mijn te wakkere brein. Het plan was er om een aantal voor de verkoop te gebruiken met als doel een bijdrage te kunnen leveren aan de rondreis door Europa van dochterlief en schone zoon, de kleine filosoof en zijn vertederende zus. In paniek speurde ik de boekenkasten op de werkkamer af, daarna die van de zolder en helemaal ten leste, door het voeteneind van het bed aan het oog onttrokken, vond ik de kostbare map. Alle doemscenario’s waren inmiddels voorbij gekomen. Was het per ongeluk in een kringlooptas beland, hadden we hem tussen de af te voeren weg-is-weg-mappen gestopt, tussen oude kranten misschien, in een verkeerde vuilniszak, en nog zowat van die ongelukkige ideeën.

Ik werd al miserabel als ik er aan dacht. De vertwijfeling liet de ochtend maar onrustig verlopen. Nu ze weer gevonden zijn, daalt de rust neer in de zonovergoten kamer, waar de zon een troostrijke stilte tovert in de plantenschaduwen op de muren, lief met dichte ogen in het zonnetje zit, in de paarse stoel en Pluis doezelt op haar troon onder de sagopalm.

De drie kleine glazen engeltjes voor het raam laten hun mozaïeken binnenkant met verve bewonderen. Terwijl achter hen op het balkon de pimpelmezen en de koolmezen aan hun dagelijkse pak-me-dan bezig zijn en in sierlijke boogjes rondvliegen. Ze hebben het vogelhuisje ontdekt en wippen er af en toe in. Misschien kiezen ze het als nieuw onderkomen. Gisteren zocht ekster bij de plantsoentjes op de parkeerplaats al naarstig naar de juiste tak en vloog er met een in zijn snavel weg. Is het al tijd voor nesten? ‘Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (e)nda thu uuat unbidan uue nu’ of wel ‘Alle vogels zijn aan nesten begonnen behalve ik en jij. Waar wachten wij nog op’, was de indrukwekkende bekendste eerste zin in het Oudnederlands die ons werd bijgebracht tijdens literatuur. Het is er de afgelopen dagen zacht genoeg voor geweest, maar gisteren en vandaag staan de auto’s als witte beelden in een stevige ijslaag en is het krabben geblazen, zijn de platte daken van de schuren bedekt met een laag ijs en kringelt er meer rook uit de schoorstenen dan op de andere dagen.

Tussen de gevonden mappen vond ik ook de Hongaarse teksten terug die we tijdens de flessendans moesten zingen. Officeel werd het gezongen door Allami Nepi Egyuttes, de Hongaarse staatsgroep. We probeerden met onze alten het lied zo schel mogelijk te zingen. De vertaling stond er onder.

Door op naam te zoeken vind ik de oorspronkelijke uitvoering. Het is voor het eerst sinds twintig jaren dat het lied weer klinkt, een ontroerend wederhoren. Nooit geweten dat we, volgens de vertaling die er onder stond, uit volle borst zongen: ‘Neem mij tot vrouw als je wilt. want als je mij laat schieten, dan zul je nooit meer zo’n roos plukken. De pap wordt gebakken in een bronzen koekenpan. Ik zal ook een keer de bruid zijn. Vandaag de bruid, morgen vrouw en overmorgen de buurvrouw.’ En dat voor een vijftig jarige.

Die flarden verleden die zo de revue passeren zijn eigenlijk de kleine juweeltjes van de dag. Gisteren bij OP1 had een man het over verwondering. Hij wilde een site openen met kleine momenten van verwondering, waar mensen doorheen konden scrollen als ze er behoefte aan hadden te ontsnappen aan de harde werkelijkheid, maar wie de ogen er voor geopend heeft, komt ze elke dag in eigen omgeving tegen. Dat is het mooie van geluk. Soms ligt het tastbaar dichtbij.

Overpeinzingen

Goud in de mond.

Als je niet weet hoe een film precies in elkaar steekt, omdat je flarden van een trailer hebt gezien, dan is het afwachten. In het begin riep de ons aangeraden film Triangle of Sadness van de Zweedse regisseur Ruben Östlund een modellenwereld op, die wij niet verwacht hadden. Maar tijdens een tocht op een rijk cruiseschip bleek waar het daadwerkelijk om zou draaien. Thema’s als communicatie en oprechtheid, Beau Monde versus werkende klasse, machtsposities en bezit, de overdaad aan overvloed.

Door de loop van de film heen vonden allerlei verschuivingen plaats die een verandering brachten in de hiërarchie, maar ook in de man/vrouw verhoudingen, in het sociale contact en in de manier waarop mensen met vooroordelen en aannames reageerden op elkaar, bijvoorbeeld een helder voorbeeld van hoe discriminatie werkelijk in elkaar steekt. Zo waren er door de hele film heen acties en reacties die zeer de moeite van het bespreken en overdenken waard waren. Je moet er wel met een sterke maag heen, want de nietige kanten van de mens worden niet gespaard. Uiteindelijk zijn arm en rijk allemaal gelijk, wat met zeer plastische beelden wordt uitgedrukt.

Een prettige bijkomstigheid is de humor. Er waren zaken in de omgang die zeer schromelijk werden overdreven. Kapitalisten en communisten vertonen duidelijke overeenkomsten in de essentie van het geheel. De manier waarop dat openbaar werd gemaakt, was ronduit komisch. Halverwege vindt er een belangrijke wending plaats, die in de aard leidt tot het dramatische einde. We begrepen wel waarom vriendlief de film vier keer was gaan zien. Het is zeer de moeite waard om opnieuw bevestigd te krijgen hoe machtsverhoudingen en bezit het hele leven beïnvloeden. Bij Orloff aan de kade werd de film uitgebreid besproken bij een heerlijke Curry. Stof te over.

Vanmorgen was er licht in de duisternis. We moesten met Pluis naar de dierenarts voor haar inentingen en zagen een prachtige zonsopkomst in Een vlammend oranje en goud boven het kanaal. Bij de dierenarts op de tafel was Pluis verrassend meegaand. Ze liet zich vasthouden door mij en onderging het onderzoek en de inentingen gelaten, de neusdruppel vond ze minder. Het bleek dat toch weer een allergie heeft ontwikkeld en weer wat kaal is op haar buik en bovendien bleek ze veel te zwaar. Ze kreeg al dieetvoer, maar moet op rantsoen worden gezet. Vanmorgen vonden we op het balkon een dode spitsmuis. Vermoedelijk door Pluis, maar die had niet als bijvoer gediend. Het muisje was nog geheel in tact.

Het boek Berg is uit. Dat was een hele opluchting. Het is toch gelukt. Achteraf gezien is de impact groter als ik gedacht had. Haar manier van schrijven is regelrecht een weergave geweest van haar eigen chaotische gedachten op basis van haar manische depressie of van een schizofrenie, die geleid hebben tot haar zelfverkozen dood. Dat besef zorgde ervoor dat het hele boek in een ander daglicht kwam te staan.

Straks is de fysio aan de beurt. Op deze manier duurt de dag lekker lang en heeft de morgenstond inderdaad, letterlijk en figuurlijk, goud in de mond.

Overpeinzingen

Ben benieuwd

Het weer woedt bij tijd en wijle zichzelf voorbij en weet niet wat nog uit haar kokertje te halen. Het ene moment klettert de regen vol tegen de ruiten om daaropvolgend een bus hagel uit te schudden over de verdwaasde natuur of een nachtblauwe deken te trekken over alles wat dankzij de zachte dagen voorzichtig boven de grond uitpiept.

Een vrouw achter de rollator staat stil en kijkt omhoog, daarna zoekend om zich heen en als we na onze wandeling uit het bos bij de auto aankomen vraagt ze of de opklaring, een scheut fel zonlicht dat de lucht opentrok, aan zou houden. ‘Het is halen of brengen’ zeiden ze vroeger bij een dergelijke wisseling van sfeer en stemming en dat is het ook met het veranderlijke weer.

De kleine blauwe stond voor het grote rondgetrokken flatgebouw aan de kant waar vroeger de ingang van de pastorie met de refter was. De entree was nog net zo majestueus. Het grote beeld vooraan met een klein carillon erin, het open veld erachter en de twee oprijlanen, nu door verkeersborden in goede banen geleid. Verbaasd keken we naar de verschillende huizenblokken erachter, lagere flats, en rijen geparkeerde auto’s er tussendoor. In het bos schalden kinderstemmen en werden door de hoge lariksen ver gedragen. We liepen aan de achterkant om het gebouw heen en dachten tegelijkertijd aan de voetstappen van ons twee, die ergens daar nog steeds lagen. Zeker in dat gedeelte waar het bos nog in tact was gebleven en de overblijfselen, verwilderde rhododendron, getuigden van het landgoed van weleer. Tegenover de flat, middenachter, stond een Mariabeeld dat ooit op de buitenplaats Broekhuizen had gestaan toen het gebouw omgedoopt werd tot het klooster Arca Pacis voor de Benedictinessen van het altijd durend gebed. Daarachter stond een bordje Lourdesgrot. Maria keek uit op een poort in het midden en het park ervoor en op het Schaepmanmonument.

We volgden het bord en kwamen inderdaad uit bij een fantastische oude wijdvertakte lariks, die links van een grot stond. De grot hadden we in de jaren zeventig nooit ontdekt nu was het bijna niet te missen omdat er een beeld van Maria te Lourdes in was geplaatst. Er stonden waxinelichtjes waarvan er een aantal brandden en we staken ons eigen kaarsje op. Achter het grote beeld stond een klein miniatuurtje van hetzelfde beeld en als je goed keek, vielen er meer kleine beeldjes, een hondje, een engeltje, een ster, te ontdekken in de rotsige achtergrond. Verderop was de oude verweerde muur, die het park Seminarie afscheidde van haar buren. We liepen door naar achteren, richting Sparrendaal. Dat gedeelte van de bostuin waar we zeker nooit waren geweest en liepen in een grote boog terug. Ergens in het midden brak de zon door en ging het licht aan in het stuk loofbos. Gouddraad in het tapijt van koperbruine herfstbladeren.

Het regende tussendoor, het hagelde wat, korte felle buien niet langer dan een minuut of tien. De bomen boden beschutting. Langzaam kroop de kou omhoog. Mijn ijshand gleed in de warme hand van lief. Daar was het dametje, toen de zon weer net door het dek heen prikte.

Van vriendlief kregen we een goede filmtip. ‘Triangle of Sadness’. Hij ging er gisteren voor de vierde keer naar toe. Dat zegt alles over de kwaliteit van de film of over onze lieve vriend. Om het te toetsen gaan we er vanmiddag naar toe. Ben benieuwd.

Overpeinzingen

Dat wordt weer smullen

In de twee en een half uur dat ik wakker lag vannacht en de wolken een vlucht zag nemen door het venster op de wereld, dacht ik aan mooie en leuke dingen om de tijd aangenaam te verpozen. Slaap was weggetikt door een lekkende verwarmingsknop. De harde droge tikken waren een perfecte wekker. Dat slaap een tijd weg zou blijven, was te voorzien.

Ik vloog door de tijdzones heen naar de beginjaren van ons samenzijn. Lief en ik struinden Utrecht door en ontdekten later heel Leiden op onze verkenningstochten. In die dagen hadden we een vriend die antikraak woonde op het Groot-Seminarie Rijsenburg in Driebergen als politieagent. We hadden hem leren kennen in koffiekelder De Metro waar ik werkte en waar echt alleen maar koffie werd geschonken. Het werd een jaar van regelmatige logeerpartijen op dat prachtige landgoed Sparrendaal, waar het imposante gebouw stond. In de winters probeerde lief indruk op mij te maken door in zijn blote bast houtjes te hakken, terwijl ik toekeek achter de ruitjes van de achterdeur. Af en toe kwamen er reetjes voorbij, die koddig met hinkstapsprongen hun wegen vervolgden, al dan niet door de sneeuw. De grote kaarsenkandelaar die vroeger in de kapel aan het pand gestaan had werd iedere namiddag aangestoken met wel vijftig lange witte kaarsen. Dat gaf een mooi, ingetogen en geheimzinnig licht en zorgde voor een intieme sfeer. Het was goed toeven in die dagen.

We vertelden elkaar sterke verhalen bij het haardvuur. In het eerste jaar was het pand gekraakt geweest en was er heel veel vernield. Een van die mythes was een hilarisch verhaal over een kraker, die met het grote kruis over zijn schouder als Jezus zelf de Rijksweg afliep en daar net zo vrolijk door de Rijkspolitie in de kraag werd gevat.

In de pastorie en de refter was het goed wonen, maar de rest van het neogotische gebouw was totaal overhoop gehaald. De kleine cellen met marmeren wastafels waren stukgeslagen, overal lagen scherven en dat gaf een troosteloze aanblik. Waarom moest het kapot. In de enorme bibliotheek was het nog erger. Daar lagen heel veel boeken vertrapt en gescheurd op de grond. Theologische verhandelingen, handgeschreven geschriften en noem maar op. Hier en daar troffen we in de haast vergeten missie-sandalen aan. In de kapel was al het goud verdwenen en beelden kapot geslagen, een beeldenstorm apres la lettre. Wat spijtig dat ik in die dagen nog niet zo bezig was met fotograferen. Gelukkig stonden de beelden in het hoofd gegrift bij het ophalen van al die herinneringen. Een paar van de gevonden sandalen heeft lief nog lang gedragen.

Het landgoed was prachtig. De tuin werd bevolkt door mezen, vinken, mussen, eekhoorns, egels, de eerder genoemde reeen en de bonte specht. De majestueuze oprijlaan vervulde ons met trots als we voor zo’n weekend naar het statige gebouw toeliepen. Rijke natuur, een overdadige omgeving en de grandeur van weleer in Grote Terz, wat wil een mens nog meer.

Straks gaan we wandelen in het park Seminarie en park Sparrendaal, nu we in gedachten en gesprek zijn afgedaald naar onze vroegste memorabilia. Even de sporen van het verleden opsnuiven. Maar eerst koffie met de beloofde en gebakken appeltaart als excuus voor de woelige nacht gisteren. Ondanks het weinige deeg voor de te grote springvorm was ze uitstekend geslaagd en heerlijk van smaak. Dat wordt weer smullen.

Overpeinzingen

Te land, ter zee en in de lucht

Ergens is een kraantje open blijven staan. Kraantje Lek. Het is opgehouden met zachtjes regenen. Lief is naar de stad om met vriendlief te gaan wandelen. Dat wordt een uitgebreid cafébezoek denk ik zo, of tenminste, dat lijkt me verstandiger. Er valt heel wat bij te kletsen.

De nacht was kort en onrustig. Klaas Vaak had voor de zoveelste keer mijn deur overgeslagen. Hij begint vast op leeftijd te geraken en is niet meer zo trefzeker als vroeger. Door mijn gewoel hield ik lief uit de slaap. Daar komt vandaag een appeltaart tegenover te staan.

Gisteren met Dribbel naar de garage. het duurde hem veel te lang ook al mochten we in het halletje naar de werkplaats kijken en zagen we de kleine blauwe in de lucht hangen. De reparaties die dit jaar volgen zijn er nog al wat. We moeten eens goed een en ander overpeinzen met het oog op de lange reizen naar Verweggistan en het feit dat de kleine blauwe dapper is, maar soms is dat niet genoeg. In de avond puzzelen we ons een slag in de rondte. De vraagtekens die resten verjagen daarmee de zandman en er zijn nog wat losse draadjes die een afhechting behoeven. Pas op de plaats en logisch denken vereist.

Na de garage rijden we door naar dochterlief met thee en fijne gesprekken en voldoende speelgoed en zijn neef en nicht als afleiding. Op de brede vensterbank ontpoppen filmische verhalen met Paw Patrol dieren. De lieve schoonzoon zorgt na de thee voor een heerlijke verse cappuccino terwijl er voor de kinderen een babycinno wordt gemaakt(Een heel kleine kopje warme melk), die ze in de ban van het spel bijna vergeten op te drinken.

Dribbel op weg naar huis afgezet bij zijn vader en in de winkel keken de spruiten me verlangend aan. In een fractie van een seconde zag ik de goeie ouwe zussen Bep en To met hun spruiten in een ouwe krant ten overstaan van de kinderen van de groep tijdens het project het circus. Met alle drie mijn duo’s heb ik dat toneelstuk gespeeld. Heerlijke herinnering. De dames lieten iedere keer als ze een spruitje hadden schoongemaakt het van grote hoogte in de pan met water vallen tot grote hilariteit van de kinderen. In een van de kranten ontdekte To of Bep een advertentie in de krant met de mededeling dat het circus niet door kon gaan en daarom besloten ze met de kinderen samen om te gaan helpen. Met dat idee werd een geweldig kamp neergezet. Het lied van Circus Troelala werd leidraad. Wat moet je met een manke olifant, een domme August met spit in zijn rug en een ouwe aap met een kale raap. De kinderen wisten er wel raad mee en Bep en To waren apentrots op hun acrobatische toeren.

Spruiten dus, Roseval-aardappels en een Vega kaasschnitzel. Heerlijk maaltje met een herbeleving van de geweldige tijd op school op het netvlies.

In de avond het tweede deel van de vierdelige serie ‘Het water komt’. Beelden die ik ooit kende van een fotoboek over de ramp dat mijn moeder in de kast had staan kwamen nu tot leven. Al dat water. Te bedenken dat twee dagen voordat de storm losbarstte Johan van Veen al het plan voor de deltawerken ingediend had. Hij had al tijden lopen waarschuwen voor dit gevaar. Na de ramp werd er heel snel een deltacommissie aangesteld. Op beelden was te zien hoe ze bij Ouderkerk het gat in de dijk onder controle kregen door er grote vrachtschepen vol te laten lopen met zand, om ze te verzwaren, zodat ze als een buffer voor het gat in de dijk kwamen te liggen. Als dat niet gebeurd was had het land ondergelopen tot aan Amsterdam, vertelde zijn dochter. Het is een indrukwekkend verhaal, waarbij duidelijk onze kwetsbaarheid bij natuurgeweld blijkt.

Daar denk ik aan terwijl de regen door blijft sijpelen en Pluis in de luwte van het bed is gekropen. Nederland waterland, te land, ter zee en in de lucht.

Overpeinzingen

Tussen de regels van het leven door

In de droom was zoonlief ineens weer dat tengere jongetje van zes en ik moest een afspraak maken met de directrice van school. Die had om acht uur ‘s ochtends een gaatje. Op weg naar de groep realiseerde ik me dat Pluis dan voor haar inentingen al om negen uur bij de dierenarts moest zijn. Een grandioze vervlechting van droom en werkelijkheid, want dat laatste is echt zo. Dat malle brein van ons zit wonderlijk in elkaar.

Vandaag is er wel een dubbele afspraak. De kleine blauwe gaat voor een wintercheck en Dribbel moet een uurtje daarvoor van school gehaald. Eigenlijk wil ik eerst de auto wassen en stofzuigen. Ik heb er zo’n hekel aan als hij niet schoon is als ze er aan moeten sleutelen. Even bedenken of dat met dit weer en deze wind wijsheid is.

Ik lees bij Human een indringend verhaal van Dirk de Wachter, de psychiater die ernstig ziek is op dit moment. Hij had een nacht achter de rug vol pijn en verdriet en voelde zich eenzaam en verlaten. In de ochtend komt de ‘poetsvrouw’ binnen, zoals hij haar noemt en hij vraagt of ze even met hem kan praten. Zij is volledig verrast door dat verzoek. Normaliter ziet niemand haar en al helemaal is niemand geïnteresseerd in wat er in haar omgaat. ‘Maar het ging om mezelf’, vertelt hij ons. ‘Ik was eenzaam en alleen en voelde behoefte om met iemand te praten. En dan is het hoogst belangrijk om iemand in de ogen te kunnen kijken en in gesprek te kunnen gaan. Het was in dit geval een win-win situatie’. De vrouw was heel erg blij met een luisterend oor en hij was heel erg blij met haar aanwezigheid. Het was een moment van troost. En daarmee zegt hij eigenlijk hoe belangrijk het is dat je te allen tijde iemand ziet, die in je omgeving aan het werk is. Niet nodeloos voorbij lopen, maar aankijken en contact maken. Dat geldt evenzeer voor de vakkenvullers, de stratenvegers, de plantsoenendienst, de schoonmaaksters in het ziekenhuis, de verpleeghulpen en wie al niet. Zoveel mensen zijn er wel, maar worden niet gezien of gehoord. Waardering en respect tonen, dat is wel het minste wat je ze kan geven.

In het boek met teksten van Henny Vrienten ‘De een is de ander niet’, vertelt hij over de dood van zijn vriend Hugo Claus, met wie hij vijf dagen voor diens dood nog uitgebreid mosselen had gegeten en wijn had gedronken. Ze hadden gepraat over diens beginnende dementie. Bij het weggaan zag hij hem aarzelen bij een geopend portier, omdat hij niet meer wist hoe in te stappen. Vijf dagen later was hij dood. In die wetenschap, maar zonder dat mee te delen aan Henny had hij zijn vriendschap met hem gevierd. Henny schreef in vijf minuten een ontroerende liedtekst, dat begint met:

Het mooiste is de stilte tussen/wat is geweest en wat moet komen/het mooiste de herinnering/die je vindt terwijl je niet zoekt/‘t allermooiste is de weg van de/tweesprong die je nooit hebt genomen/toch maakt het geen verschil/ja, dit is wat ik wil

O, het ergst is de hand die zich heft/maar zijn doel is verloren/en het ergste is de nacht/die geen raad biedt/maar blikken vernauwt/het allerergst is de rat in mijn hoofd/die vreet aan mijn woorden/maar het maakt niks uit/en niks maakt ooit iets uit

Het gaat door zonder mij/het gaat door/ga maar door zonder mij/ga maar door/niks teloor zonder mij/niks teloor

En de slotzin is: ‘Want/lees mij/speel mij/zie mij/hoor mij/voel mij/pak mij/Mis mij’

Soms zijn het dit soort kleine verhalen die de grootste impact hebben, omdat ze heel nauwgezet en tot in de finesses bloot leggen, waar het in het leven om draait. Daarom zal ik altijd mijn papieren vrienden nodig hebben, die ik open kan slaan als ze in mijn oog stuiteren, omdat het dan kennelijk het juiste moment is. Een aanrader dus, Henny Vrienten, voor tussen de regels van het leven door.

Overpeinzingen

En daar is alles mee gezegd

Herfst in januari, storm om het huis, regen klettert op het venster van de wereld. Lief en ik hebben ons in bed verschanst met boeken en koffie. Niets is heerlijker dan een dag van helemaal niets op die manier te starten. Gisteren vloog voorbij. Vroeg eruit, om negen uur al beneden, alle afspraken die gemaakt moesten worden, gedaan, Het pension opgebeld of Pluis daar terecht kon en toegezegd gekregen. Dat is op zich al een hele geruststelling. Nu rest alleen nog de formaliteiten voor de reis, regeren is immers vooruit zien.

Het lezen gaat voorspoedig. Rumi is precies waar ik op gehoopt had. Het beantwoord op alle fronten aan mijn verwachtingen. De totale chaos die Dzjengis Khan veroorzaakt en wat de reden is dat Rumi met zijn vader steeds verder moeten vluchten lopen bijna paralel aan de manier waarop Poetin huishoudt in Oekraïne. Daardoor komt een en ander nog dichterbij.

Gisteren in het programma ‘Volle Zalen’ was Cornald Maas op bezoek bij Zangeres en kunstenaar Frédérique Spigt. Ze vertelde openhartig over haar opvoeding met een moeder die aan een oorlogstrauma leed en wat dat voor gevolgen had voor haar. Cornald weet als geen ander hoe hij de diepte in kan gaan in zijn gesprek. Er zouden eigenlijk veel meer van dit soort programma’s uitgezonden moeten worden. De laatste tijd bekijken en bespreken we wat we willen zien en laten de pulp voor wat het is en dat bevalt goed.

Rumi en zijn vader zijn ondertussen, eigenlijk noodgedwongen, op doorreis naar Mekka, omdat de vader de mystieke leer van Shahab Sohrewaardi had behandeld in zijn college. Deze Shahab werd beschouwd als een godslasteraar, omdat hij God zag als het licht in de mens zelf en daar een diepgaande verhandeling over had geschreven. Dat was niet de bedoeling volgens velen en ze moesten opnieuw hun biezen pakken. Ondanks dat laaf ik me aan de grote geestelijke beschaving in dit bevoorrechte milieu van filosofen, wetenschappers, natuurkundigen, poëten en mystici waar de twee in verkeren. Ook onderweg naar Mekka komen ze weer allerlei grote geesten tegen, die zoeken naar geestelijke verdieping en naar vredige vormen van samenleven op hoog niveau. Kader Abdolah is een verteller pur sang. In korte hoofdstukken weet hij het milieu te schetsen en speelt hij met de taal als geen ander. Prachtige beeldspraak tovert hij te voorschijn, dat het boek tot een aangenaam verpozen maakt. Gespreksstof te over.

Als opdracht voor het tekenen stort ik me op de middelste keukenkast. Eerst de contouren en daarna invullen en het licht en donker aanbrengen. Helaas kan ik mijn eigen tekendoos niet vinden waar het kneedgum inzit. Vermoed dat die nog in Verweggistan staat. Dus de afwerking komt later, maar het was erg leuk om te doen. Eigenlijk zou het zo’n mooie oude servieskast moeten zijn. Bijvoorbeeld uit de Wunderkammer van. Ramsey Nasr, volgepropt met hebbedingetjes als een verzameling vlinders, gesteente en nutteloze kristallen flesjes met verschraalde likeur. Voor iemand die een soort pretkabinet heeft gehad in de vroegere jaren, maar aan het ruimen is geslagen, is de enige gedachte: ‘Wat moet je ermee’. En een praktische noot: ‘Je moet het allemaal afstoffen’. En daar is alles mee gezegd.

Overpeinzingen

Geestelijk voedsel als richtsnoer

Bij de fysio zijn de tijden van een half uur naar 25 minuten gegaan. Een bijna volkomen onwerkzaam schema. Zuchtend buigen ze zich over de schema’s. Ik snap het wel. Voor je het weet is de tijd op. De nieuwe stagiaire mocht mij begeleiden en tevens was dat een mooie gelegenheid om kennis te maken. Hij was bezorgd en vroeg voortdurend of het niet te zwaar was. Tussendoor kon ik zitten om even op adem te komen. Vooral bij de opstapoefeningen die hoger zijn dan een traptree was dat nodig.

De tijd vloog voorbij. Bij de dierenarts was het een drukte van belang. Blaffende honden, blazende poezen en baasjes die hun dieren vermanend toespraken. Mijn afspraak was snel gemaakt. Volgende week is Pluis aan de beurt en krijgt ze haar inentingen, in februari komt er nog een booster achteraan. Dan kan ik deze ochtend het pension bellen om een afspraak voor haar te maken.

De grote nieuwe kringloop naast de dierenwinkel was te verleidelijk. Toch even naar binnen. Daar bleek men bezig met het omgooien van de stellingen en de kleding. Het gaf een hoop onrust met alle mannen die aan die opdracht bezig waren. Deze kringloop is een van de mooiste die ik tot nu toe gezien heb. Ruim van opzet, alles op kleur gesorteerd, niet alleen de kleding maar ook de prullaria en daarmee krijgt het allemaal een veel chiquere uitstraling. Het echte spul van waarde zit in duidelijke vitrinekasten netjes uitgestald. Er zijn heel veel mensen aan het werk die je allemaal vriendelijk te woord staan als je met een vraag komt. Op de terugweg zag ik dat je ook online kon winkelen, maar er gaat natuurlijk niets boven een onvervalste snuffelpartij.

Bij de garage was eveneens snel een afspraak gemaakt en daar werd me verteld dat er alleen een check hoefde plaats te vinden. De kleine Blauwe wordt pas in juli bij de keuring weer binnenstebuiten gekeerd. Fijn om te weten.

Al met al was ik de hele middag zoet en kon lief zich uitgebreid verdiepen in de stamboom en zijn My Heritage, waar zich een wereld afspeelt die dwars door tijd en ruimte gaat. Van de voorgenomen pagina’s lezen en het tekenwerk kwam niets terecht. Dat lukt vandaag wel. Wat betreft het verhaal van ijs op de Lek gaan de kinderen vandaag tijdreizen, maar daarvoor moet ik wel de geschiedenis induiken om te weten hoe een en ander verliep bij een toegevroren Lek.

Kader Abdolah schrijft zeer vermakelijk. De vader van Rumi was een gepassioneerd man, die bij lustgevoelens niet schroomde om zijn God tevoorschijn te halen en ‘berustend in zijn lot’ toegaf aan zijn verlangens. in dat kader zijn er heel wat misstanden gepleegd, stel ik me zo voor. Iets in de trant van zondigen met de hand op de bijbel.

Er is genoeg te doen en veelal tussendoor. Nooit geweten dat tijd nog kostbaarder kon zijn dan toen ik aan het werk was. Regelmatig was daar tijd tekort, maar nu lijkt het welhaast een constante te zijn. Een antwoord daarop geeft Stef Bos in Zin magazine van deze maand. In een prachtige metafoor geeft hij weer wat zijn manier is om met de haastige muziekwereld om te gaan waar het voornamelijk om het instant succes gaat. Hij wist dat daar zijn kracht niet lag, want dat je dan moet rennen om de denderende trein bij te houden. Hij hield meer van ‘een lange wandeling door het landschap van de tijd’. ‘Kies het kompas wat bij je past’, is zijn advies aan beginnende muzikanten. Ik vind het een prachtige leidraad voor het hele leven eigenlijk. Eerst ontdekken wat je in je mars hebt, het grote avontuur, en dan de richting bepalen zonder druk van het heilige moeten. Op eigen koers varen brengt rust en ruimte. Ook nu nog is het goed steeds weer daarvan bewust te zijn en dan met dit soort geestelijk voedsel als richtsnoer.

Overpeinzingen

Samenzijn kent zeker voordelen

Een kalme start van de dag met regen op de ruiten, eerst maar eens de tekening van de dag. Hand in vreemde positie en dan opnieuw vanuit zeer nabij. Lief vindt me zo, terwijl ik uiterst geconcentreerd op de hand kijk en knipt af. Fotowaardig vond hij. In ieder geval een koddig gezicht. Op tafel liggen, als in een niet te missen belofte, de twee te lezen boeken. De ongrijpbare Berg van Ann Quin en Rumi van Kader Abdolah, dat tot boeiend verder lezen noopt. Maar eerst de opdracht, een sleutelbos achteloos op tafel geworpen, tekenen. Niet de bos zelf maar de negatieve ruimten, om daarna pas de sleutels zelf in te vullen. Er was een klassiek muziekje waar je, zo wees de aankondiging, kalm bij bleef. Hoe dan ook, stemmig en sfeervol was het.

Zo verstreek de tijd. Lief at ondertussen zijn wonderlijke ontbijt van krentenbolletjes met kaas en vegabeleg en kraakte daarna de cruesli op de maat van de muziek of er net even naast. Na het tekenen maakte ik het staatje op van de dingen die nog te doen stonden. De afspraak van het longfunctieonderzoek naar voren halen, uitknobbelen wanneer Pluis haar inentingen zou kunnen krijgen, een reservering maken voor haar pension in de maand, dat we in Verweggistan zouden toeven, een afspraak maken voor de auto en daarna toch echt beginnen met lezen, anders zou ik de deadline niet halen. De ijstijd schoof ik nog even door. Nog altijd ontbrak het aan dat ene lumineuze idee, waarvan ik wel wist dat het zou komen, maar wanneer…Waarschijnlijk midden in de nacht. Doorgaans komen dan de goede ideeën.

Daarna was het de hoogste tijd om af te reizen. De kleine krullebol en de benjamin hadden onze aandacht, omdat hun lieve ouders voor een echo moesten. Lief vermaakte de oudste en ik hield me met de jongste bezig, die als je dat niet deed, watervlug probeerde in alle toonaarden te ontsnappen. Vier balletjes, een tas en een stoelzitting waren voldoende om hem bezig te houden tot aan zijn potje groenten. Iedere keer als een balletje naar beneden rolde tegen de tas aan was het ‘boem’, daarna ontdekte hij twee balletjes tegelijk ‘boem boem’, waardoor hij schaterlachend er nog twee pakte. Heerlijk kindervermaak. Met recht iets om een kinderhand ‘gauw gevuld’ te noemen.

De groenten gingen er met gemak in, terwijl de kleine krullebol zich vermaakte met de auto’s en daarna met drie films pratende locomotiefjes. Zoonlief en zijn lieve vrouw hadden patat bij zich, er was Turkse vermicellisoep, Sehriye Corbasi, en natuurlijk nuggets, kroket en kaassoufle. De kleine kruimel was op een filmpje al schoppend en maaiend met de garnalenarmpjes in de buik te zien, goed zichtbaar. Spannend hoor. Voor de kleintjes, de ouders en voor ons.

Voldaan maar moe gingen we weer op huis aan. In de avond was er een wonderlijk begin van de vierdelige serie ‘The wife, the thief and the canoe’. Een echtgenoot met 12 ambachten en dertien ongelukken groeide het ondernemingsleven boven het hoofd en hij besluit om zich dood te laten wanen. Zijn vrouw, die zichtbaar van hem hield, liet zich na veel stribbelingen meeslepen in dat hele proces, terwijl ze langzaam werden ingesponnen door een web van leugens en bedrog, zelfs naar hun twee zoons toe. Dat leverde aardig wat hoofdbrekens bij de vrouw op. Een wonderlijk, waar gebeurd, verhaal in vier afleveringen op de maandagavond op NPO2.

Omdat ik met negentien graden weggedoken in mijn dekentje nog niet was opgewarmd, scheen bed de enige optie om warm te worden. Samenzijn kent zeker voordelen.

Overpeinzingen

Een gouden strik om deze mooie dag

Wat een geluksvogels zijn we toch om op de valreep dwars door de dromen van Neo Rauch te mogen lopen. Zwolle werd een groot succes. De overweldigende hoeveelheid doeken met enorme afmetingen maakten diepe indruk. Neo Rauch mixt tijd en ruimte, romantiek, classicisme, mythes, realiteit en dromen met elkaar en schept zo een wereld waarbij je vooral je eigen fantasie mag botvieren op de betekenis ervan. Dat er bankjes stonden in iedere zaal was een absolute meerwaarde. Meer dan eens zegen we neer en aanschouwden elk kleinste detail om de beeldvorming in het hoofd compleet te krijgen. Niet zelden kwamen we inmiddels ‘bekende’ figuren tegen, die we in vorige schilderijen ook al hadden waargenomen. De interviews met Rauch zelf gaven de juiste aanvulling. Het feit dat hij soms niet eens wist waarom hetgeen hij schilderde zo op het doek moest komen, duidt dat hij diep vanuit zijn emotie werkt. Zijn beelden zijn zijn taal. Indrukwekkend was de video, waarop hij aan het werk was. Met zijn grote handschoenen aan, de manier waarop hij zijn dikke kwasten en dunne penselen hanteerde, kwamen we hem tegen in een van zijn doeken.

In een paar zalen hingen zijn Tondi bij elkaar. Grafisch werk uit 1993/1994 als grote mandala’s die hij maakte naar aanleiding van een indringende droom. Ze brachten een fundamentele verandering in zijn benadering van de schilderkunst en zijn beeldtaal. De manier waarop ze tot stand kwamen is inspirerend en boeiend.

Er was ook werk van Nieke Koek. Zij stelt het lichaam centraal, het vermogen maar ook vooral het onvermogen ervan. Daartoe gebruikt ze allerlei vormen, van video tot performance, van borduurwerk tot sculptuur. Het gaat haar niet om de vorm, maar om de beleving. Daarbij neemt ze haar eigen lijf als object. Een nies uitbeelden en de grimassen bloot leggen is er bijvoorbeeld een van. De beweging vorm geven in iets wat op een danser lijkt die zich opwarmt om daarna in pirouettes rond te draaien, maar ook haar werk met terminale patiënten en de video met haar oom, die na een hersenbloeding probeert de controle te houden over zijn verlamde hand, waarin hij hardnekkig de pen vasthoudt om de goede hand om te trekken. Stuk voor stuk onderwerpen die tot inspectie van je eigen bewegingsapparaat aanzetten.

Voor lief, die al heel lang niet meer in de fundatie was geweest, was de verbouwing ook een aangename verrassing, met het grote ei er boven op en het panorama dat je er gratis bij krijgt. Als je de trap langs de achterkant nam had je een mooi uitzicht op de gouden vredesduif van Marte Röling en zag je hoe het oude gebouw werd omarmd door de nieuwe architectuur.

Langzaamaan stroomde het museum vol, maar wij waren verzadigd na tweeenhalf uur toeven tussen de schoonheid en de kunst. Aan de overkant was er nog plaats in het restaurant en met een heerlijke lunch en genoeg gespreksstof voor dagen konden we weer op huis aan. De parkeergarage had zich een zondags tarief aangemeten, dat niet zoals in Utrecht, omlaag was bijgesteld, maar juist een tikkie de hoogte inging.

De weg terug baadden we in het zonlicht. Er moest zelfs nog een oude zonnebril uit het dashboardkastje worden opgeduikeld, omdat ze winterlaag stond. Een gouden strik om deze mooie dag.

Overpeinzingen

Een heerlijk vooruitzicht

De volkstuinen lagen er verlaten bij. Twee auto’s stonden op de parkeerplaats en onderweg bij de wandeling langs de sloot naar achteren toe, kwamen we nog twee fietsen tegen. De oude Bali zat voor een van de huisjes en zijn stem waaide weg op de wind. ‘Alles goed’, de gebruikelijke conversatie. ‘Ja hoor, dag Bali’. Voorzichtig hinkstapten we over het modderige veen heen naar drogere en hogere gelegen stroken gras. Op de tuin viel het reuze mee. De Helleborus Niger stond als enige fier overeind met haar kroon van bloemen. De grote cherubijn was omgevallen, terwijl de kleine engel nog altijd naarstig over de vijver waakte. De Bernagie, goed geïsoleerd, herbergde de schilderdoeken met zorg. Drie doeken stonden op de nominatie meegenomen te worden, een paneel en drie kleinere lege doeken voor de experimenten met de olieverf oplosbaar in water.

Dat was het doel van onze tocht. De rest, wilgen die zachtjes hun kroon lieten wiegen, de krulhazelaar die bijna de appelboom in kroop, waren een volgende keer aan de beurt. Dan zouden we gaan snoeien en ruimen. Nu was het te winderig, te koud en te laat. Wat was het fijn om er even te zijn. De roodborst was in geen velden of wegen te bekennen. Zelfs de koolmezen hadden zich verschanst.

Een paar foto’s van de knusse plek en daar gingen we, bepakt en bezakt. Nu moesten we en op het zachte veen letten en er voor zorgen dat de wind geen vrij spel op de doeken onder onze armen kreeg. De kleine blauwe liet zich geduldig volstoppen.

Thuis paste de baklijst precies om een van hen. De andere doeken waren toch veel groter. Ik had zelf het idee, altijd op 50 bij 70 te schilderen. Hoe een mens zich kan vergissen in de maat.

De tekenopdracht van vandaag was:’Teken een hand in zeer verkort perspectief’. De klassieke muziek aan, een oog dichtknijpen en aan de slag. Wat een lastig werkje. Van de weeromstuit was ik bij de invulling van de stand van de vingers er een vergeten. Straks nog eens proberen. Maar eerst gaan we naar de fundatie, waar vandaag de laatste kans wacht, om de doeken van Neo Rauch en de werken van Nieke Koek te zien. Het zal wel druk zijn, maar we proberen rond elf uur er te zijn in de hoop nog een paar lege zalen aan te treffen. In Zwolle zelf is het ook heerlijk toeven. Een fijn uitje, zeker als het weer meewerkt.

Nu eerst in de weer met de ochtendrituelen en daarna op pad. Een heerlijk vooruitzicht.

Overpeinzingen

Schoonheid en stilte op een presenteerblaadje

De zon prikte door het kleine dakraam en door het venster op de wereld trokken vlagen blauw een spoor in het nog talmende tweeduuster. Het beloofde een mooie dag te worden. Een wandeling zat er zeker in. Maar wat, waar en hoe. Dat werd de Ipad raadplegen en ja, zowaar rolde er een top idee uit. Kasteel Amerongen. Op nog geen half uurtje rijden, maar nog nooit bezocht. De keuze was gauw gemaakt.

Door een klein deurtje in de imposante muur naast het hek werden we langs de kassa geleid en het bleek dat we behalve een bezoek aan kasteel en tuinen dus ook geboekt hadden voor de rondleiding, maar die was al om half twee begonnen en wij waren te laat door een verkeerde afslag. Bovendien dacht ik dat het een tijdslot was en dat we vrij in het kasteel konden rondwandelen.

De tentoonstelling heette Goet Bloet en handelde over het rampjaar 1672, geen onbekend deel van de geschiedenis dus, met het verhaal voor de tijdwijzer en de gelezen biografie van Willem van Oranje. Een mevrouw kwam de inleiding verzorgen en, zo bleek, later ook de rondleiding. Dat deed ze vaardig en met de nodige kennis. De groep was divers. Er was een Ier bij die speciaal gekomen was voor een van de bewoners van het huis, de heer van Ginkel. De leren spreken het uit als kinkel.

Het kasteel ademde rijkdom maar ook een beetje stoffige glorie met prachtige gobelins, die beschermd dienden te worden tegen de beestjes die zich in de loop der jaren door de stof heen vraten, als je ze hun gang liet gaan. De meubels dienden al lang niet meer om op te zitten. De eetkamer was gedekt met prachtig wedgwood en kristal. In de keuken lag een overvloed aan pasteien en taarten, er was een overdaad aan groenten, fruit en gevogelte. Mooie ouderwetse pannen en een groot houtgestookt fornuis.

De salon ving een magisch licht over de hele breedte van het kasteel door de ramen die op een kier stonden. Het tekende strepen licht en donker. Aan de overkant in het gerenommeerde restaurant was een bruiloft gaande met een fotosessie in de tuin. De juiste entourage met als achtergrond het kasteel.

De verhalen over de familie, het afgebrande kasteel door de Fransen in dat rampjaar en de opbouw binnen vier jaar, dat in het geheel geleid werd door de vrouw des huizes, Margaretha Turnor, oogste bewondering. De tuinen buiten wedijverden met de schoonheid van het gebouw, achter de dubbele slotgrachten bevond zich een bloementuin, de boomgaard, een moestuin en het bospark.

Bij de boomgaard stonden bijenkasten. De nijvere beestjes waren al druk in de weer rond de kasten. Door de snoeiwerkzaamheden waren de boompartijen bijzonder. Het laantje waar de eeuwenoude bomen naar elkaar waren gegroeid en verstrengeld maakte een ontroerende indruk. Laat de natuur haar gang maar gaan. De oude kastanje voor het kinderhuis, waar kleine meubeltjes, een berenfamilie en nu een kerstig tafereel waren uitgestald achter de petieterige ramen, was ooit door midden gespleten en de kleintjes konden er dwars doorheen lopen. Lief wrong zich er ook tussendoor, dat lukte nog net, buik in.

In de late namiddagzon wandelden we nog een stuk door het park en het was genieten. Een overdaad aan schoonheid en stilte op een presenteerblaadje.

Overpeinzingen

Iets om naar uit te kijken

Het kleine kerstboompje, eerst zo verguisd, maar aangekleed precies de juiste, stond op het balkon in de ruisende regen. Dertien graden warm was het deze vroege januaridag. Al haar opsmuk en oorbellen zaten weer veilig in de doos te wachten op een nieuwe kans om daglicht te aanschouwen. Zij mocht even acclimatiseren, om gisteren in haar gazen netkous te worden verpakt en weggebracht te worden naar haar zusters, de andere kleine duurzame boompjes. De week daarop, schatte ik in, zouden ze weer naar het bos gereden worden om, met hun wortels in de Hollandse bosgrond, verder te groeien. Een druppel op een gloeiende plaat, maar het voelde goed. Eindelijk de juiste modus voor verantwoord kerstboomgebruik gevonden.

De kamer leek weer ruim en opgeruimd, zelfs nu de wufte sagopalm haar plek had ingenomen. Hoe dat toch werkt bij die dingen. Intussen waren we er van overtuigd, dat we eerst moesten plussen en minnen, aan het begin van dit nieuwe jaar, met de steeds duurder wordende boodschappen, de gasprijzen en al die andere verhoogde tarieven. Alles onder het motto ‘Wat je niet hebt, geef je niet uit’. Het reizen is in principe immers verdrievoudigd. Dat is een extra kostenpost. Met moed, beleid en trouw kom je een heel eind, was de stelregel.

Iedere dag een tekening is heerlijk om de dag mee te beginnen na het schrijven. Dat lukt wonderwel. Het duurt alles bij elkaar hooguit drie kwartier, een tijdslimiet die te overzien is. Eergisteren en de dag ervoor tekende ik de twee portretten uit het werkboek, blind zonder op papier te kijken en daarna contouren met een enkele blik op het papier. Marianne Snoek kreeg haar inspiratie voor 100 dagen tekenen door de opvatting van een filosoof, die ze las. Deze William James was van mening dat mensen die iets negentig dagen achter elkaar doen, een gewoonte ontwikkelen. Dat was de oplossing vond ze tekenen moest een gewoonte worden. Het moest er inslijpen. In ieder geval brengt het vooral veel lol en aandacht voor de kleine doodnormale dingen. Gisteren was het de beurt aan mijn voeten om vereeuwigd te worden. Eigenlijk een heel leuk onderwerp en altijd bij de hand.

Lief heeft de podcasts ontdekt en luistert er een aantal achter elkaar. Het zijn net kleine colleges. Op dit ogenblik heeft de ruimte zijn belangstelling en hoort hij nu hoe de maan ontstaan is. Boeiende informatie die zonder ook maar een vin te verroeren tot je komt. In die zin is het nu zoveel makkelijker om allerlei wetenswaardigheden te vergaren in vergelijk met vroeger. Mijn vader en moeder hadden de televisie hoog in het vaandel en luisterden naar alle katholieke zenders die voorhanden waren. De rest was te rood naar Pa zijn idee. Soms zou je ze even in deze veranderde tijd willen plaatsen om te zien hoe hun keuzes nu zouden zijn.

Na het wegbrengen van ons duurzame boompje gingen we een taartje eten bij dochterlief en de jarige schoonzoon. Ik had Terra Incognita voor hem meegenomen om met elkaar te lezen en daarna weer door te geven binnen de familie. Het echte feest zal eind februari zijn, alle verjaardagen in één klap en het afscheidsfeestje voordat ze Europa intrekken. Dan zullen ze op een gegeven moment ook bij ons langs komen in Verweggistan. Iets om naar uit te kijken.

Overpeinzingen

Om te koesteren

Terugblik op het vorig jaar is aan de hand van de foto’s snel gedaan. Zo ontvouwt zich in chronologische volgorde alle belangrijke of memorabele momenten. 2022 is natuurlijk voor ons het jaar van de grote verandering geweest. Als je ruim 25 jaar zonder partner heb doorgebracht, dan is een jaar met iemand aan je zijde een grote ommekeer, ondanks het feit dat er heel veel vertrouwde elementen waren omdat we ooit aan de basis van een leven samen hebben gestaan.

Vanaf dag één heb ik geweten dat het goed was, zoals het nu is. In januari na zijn vakantie met de vrienden besloten we op een dag om er voor te gaan. Vanaf dat moment is het een periode geworden van aftasten, ontdekken, vorm geven, de juiste modus vinden. Aan de liefde lag het niet. Die was er. Onvoorwaardelijk. Wij mensen zitten wonderlijk in elkaar. Die liefde was op alle fronten wel nodig om soms te begrijpen waarom we een bepaalde gewoonte hadden ontwikkeld die klaarblijkelijk zo afweek van de ander.

Naar elkaar toegroeien is eenvoudigweg de mooiste basis van samenzijn. Alle mooie cadeautjes uitpakken is niet moeilijk, maar ook de kleinste presentjes, die misschien niet helemaal bij je horen, omarmen is een ander verhaal. Dat gebeurt omdat in liefde alles went en op den duur een eigen stek krijgt.

Het was vooral schipperen om alle ballen hoog te houden in de periode dat we, zo vol van elkaar, beider levens ontdekten. De veelheid van mij, met kinderen, zussen, familie, vriendinnen, Pluis en een huishouden met zoonlief in huis en de leegheid van Lief, met stilte en contemplatie, een breed gedachtengoed en een filosoferende aard en één broer en schoonzus, nichten en neven, twee kinderen en een huis op afstand. Een spoor trekken waarop onze trein zou kunnen rijden was dan ook het allerbelangrijkste wat ons te doen stond in het afgelopen jaar.

Onze gezamenlijke basis van veertig jaar geleden bleek een solide fundament te zijn en had een breed vertrouwen gesponnen. Daarop was het goed varen. Steeds vaker probeerden we de periode die we hier waren, te verweven met de drukte, afspraken te maken, feesten in te calculeren, belangrijke gebeurtenissen bij te houden. Zodra we in Verweggistan aankwamen, viel de stilte en de natuur ons ten deel en was er volop aandacht voor elkaar, een intense natuurbeleving, tijd voor de inkeer.

Als we het qua tijd goed kunnen plannen is het prachtig in evenwicht, yin en yang op alle fronten. Soms doen gebeurtenissen van buitenaf er een moeilijkheidsgraad bij. Geboorte van de kleinkinderen bijvoorbeeld, een huwelijk, een gepland bezoek daarginds, evenementen waar je nauwelijks omheen kan. De belangrijkheid der dingen krijgt op die manier een andere betekenis. Ook dat is goed om te bedenken. In mijn schoolperiode was ik er van overtuigd onmisbaar te zijn, tenminste het voelde als verraad tegenover mijn kinderen en ouders van de groep als ik ze in de steek zou laten, ook ten overstaan van mijn lieve vriendinnen met wie we de school draaiende hielden. Bij het samengaan met de andere school heb ik dat losgelaten. En ziedaar, de wereld bleef doordraaien, school incluis. Op een andere manier, maar toch.

Dat was een belangrijke ontdekking, want daardoor werd de lucht ruimer, het leven lichter en misschien stond het gemoed derhalve weer open voor liefde, die ik daarvoor zo te delen had met de kinderen, die van mij en van de groep. Het was een fijn en heerlijk jaar, de hobbels en bobbels incluis, en zeer zeker de moeite van het ontdekken waard. Om te koesteren.

Overpeinzingen

Geen ‘drie-maal-zeven’ meer

Een derde dag in januari en een belangrijke. Het is de eerste zussendag van het jaar. Wat gaan we doen. Winkelen is het antwoord, want uitverkoop. Daarnaast natuurlijk ook koffie drinken, lekker lunchen en dineren. We volgden onze neuzen en ze stonden richting Hilversum. We hebben allemaal onze eigen lievelingswinkels en bezochten winkels die in de buurt komen van eenieders smaak. Zo was er een groot kledingwarenhuis, een schattige kleine snuisterijenwinkel met een hoog kunstzinnig gehalte, een gerenomeerd dameszaak, een doorsnee uitverkoop met 70 %. Voor elk wat wils. We begonnen met een lichte lunch en kletsten de afgelopen weken bij, oud en nieuw werd doorgelicht, goede voornemens gecheckt. De bediening stemde tot vreugde. Lieve persoonlijke aandacht, geïnteresseerde opmerkingen met een brede glimlach.

Als we een winkel in zwierven, leek het een ware invasie, want we waren met vieren tegelijk en waaierden uit over de diverse rekken. Afhankelijk van de reactie van de verkoopster verbleven we korter of langer in de zaak. Sommige keken je argwanend de tent uit en die scoorden laag, misschien wel tot opluchting van henzelf, maar in ieder geval tot de onze.

In de snuisterijenwinkel leerden we over een, voor ons, nieuwe techniek. Decoupage. Het overbrengen van een afbeelding op een meubel met een eventuele aanvullende schildering van eigen hand. Er waren workshops, maar zuslief nam een probeerpakket. Je weet nooit hoe een koe en haas vangt. Als het niet lukt is er nog altijd die workshop om te volgen.

Foto’s Zus Marijke

Hoeden en hoedjes zijn altijd een dankbaar onderwerp. De scherpe blik van fotozus was alert. Ze heeft er oog voor om de meest hilarische momenten te vangen. Met tassen en tasjes zoals het een echte winkeldag betaamd en een changement de planifier belandden we tenslotte in de laatste winkel waar blousen, truien, broeken en een sjaal de buit van de dag aanvulden. Tijd voor een tafel in het restaurant in een dorp niet ver meer van huis.

Onder het genot van de liflafjes, prachtig opgemaakt op het bord en derhalve ook tot kunst verheven, praatten we het afgelopen jaar bij en de veranderingen die bijvoorbeeld mijn omgang met lief voor mij teweeg bracht en voor hen,omdat er tijdelijk minder contact tussen ons was en waardoor dat dan kwam. Er werd ruimte geboden het uit te leggen en dat was iets om dankbaar voor te zijn. Een luisterend en daarmee begrijpend oor is heel wat waard. Vervolgens begon zuslief haar eigenschappen op te sommen en ze kwam er bekaaid vanaf. Liever zijn voor jezelf en er ook al die goede eigenschappen doorheen klutsen vonden wij met elkaar. Het verschil van vroeger en nu in een relatie, in het bijzonder tussen onze ouders, kwam ter sprake. Daaruit bleek dat we allemaal een eigen voorstelling er van hadden. Zo gingen we de diepte in, niet alleen met ernst maar ook met de nodige humor.

Het was genieten de hele dag, de causerietjes, het heerlijke eten, de aandacht voor elkaar. Thuis overviel natuurlijk de vermoeidheid want ongemerkt hadden we een heel eind gelopen. Lief was er met een warme steun in de rug en dekentjes. Pas na een uur was ik bijgekomen en kon ik verslag doen. Zo werkt dat nu. We zijn immers geen ‘drie-maal-zeven ‘meer.