Overpeinzingen

Een peulenschilletje

Zondagsrust maar niet voor het vogelleven. Ze kwinkeleren er lustig op los. Dat ze ook zware tegenslagen te verwerken kregen was hier in de vrije natuur buiten kijf. Toen ik over het pad liep lag er een kaal vogeljonkie, morsdood. In de middag bemerkten we dat merel zich al een tijdje niet had laten zien. Dat was ongewoon vanwege de monden die hij tot dan toe te vullen had gehad. Het was een en al bedrijvigheid van zijn kant. Maar nu leek het alsof zijn aanvliegroute verstoord was, tot ons oog viel op nog een jong vogellijkje. Poes uit de buurt liep toevallig over een ander pad naar achteren te wandelen. De hele situatie verklaarde de afwezigheid van onze merel. Het bleef akelig stil.

We waren druk bezig in de tuin. Grond bewerken, de tegels onder het prieeltje schoonmaken, de roos achter de druif vrijwaren en. Meer van dat soort klussen. Opeens hoorden we een stem. ‘Jonapot‘, een lachend hoofd boven het tweede hek uit. Lief stond hem te woord. Mooie auto, mooi huis, Nog meer van dergelijke praat en of ie zijn kaartje af mocht geven in het geval dat…Hij was niet alleen, in een auto achter hem zaten nog twee dames. Uiterst vriendelijk was de man en bleef strooien met complimenten.

Een halve dag later opnieuw stemmen bij het hek. De man met de dames nu in zijn kielzog. Mochten ze even op het terrein kijken. Lief liet ze binnen en ze stelden allerhande vragen. Waren verbaasd over de grootte en hadden duidelijk het meest belangstelling voor de grond en het huis. We konden vrienden worden en meer van dat soort fraais. Ik haastte me in het Engels te benadrukken dat we het niet wilden verkopen. Ze waren alle drie in vol ornaat. Dik opgemaakte gezichten, leren broek, panties, stropdassen en jasjes. Het was puffen geblazen voor ze. Ik had voor de gelegenheid snel mijn bloes weer over mijn hemdje aangetrokken en ontdekte pas toen ze weg waren dat die binnenste buiten zat. Ze moeten ons een wonderlijk stel hebben gevonden. Ik vond ze te gretig. Geen vreemde mensen meer op het terrein, was de wijze les. Prompt piekerde ik in alle vroegte over deze mensen en kon niet meer slapen.

Bij het opstaan probeerde ik door de ramen een glimp van de rëeen op te vangen, die nog steeds ‘s nachts in het hoge gras lagen te rusten, maar het was aardedonker. Gehoorzaam aan de biologische klok toch maar weer terug naar bed en een half uurtje later, klaarwakker, opnieuw opgestaan. Tijd voor koffie.

Vandaag is het tijd voor het omgespitte tuintje. Dahlia’s, anemonen, phloxen, liatris, cocrosmis, het mag er allemaal in. Één grote bloemenzee mag het worden. Op hoop van zegen en een beetje geluk. Stokrozen, citroenmelisse en monnikskap staan er al.

Tussen de stenen van het prieeltje piepten vergeet-mij-nietjes, die mochten blijven staan. Veel te leuk. Naast de roos stond er ook nog van allerhande klein grut, dat overwoekerd was geweest door de grassen en de Roomse kervel.ziezo een en ander begint vorm te krijgen.

App van de tondreizende Europagangers. Ze zijn in Slovenië aangekomen en de oudste dochter met de hele familie hebben zich ondertussen bij hen gevoegd. Wat zullen ze het heerlijk hebben. Ze toeven goed beschouwd maar een paar uur van hier.

Met de jongste kleinzoon gaat het voorspoedig. Hij kijkt helder uit zijn kraaloogjes en laat zijn ouders op alle fronten wennen aan de nieuwe samenstelling. Ze zijn vermoeid, maar dolgelukkig. Af en toe een filmpje, daar hoop ik op en natuurlijk facetimen. De techniek zorgt voor de overbrugging van tijd en ruimte. Dat is nog eens wat anders dan die ellenlange brieven naar huis, zoals we ze vroeger schreven vanuit Leiden om de luitjes op de hoogte te houden. Tegenwoordig is dat een peulenschilletje.

Overpeinzingen

Gedeelde smart is halve smart

Gisteren belde zoonlief, mijn eigen internetspecialist, omdat ik in de ochtend de noodkreet om het verdwenen boek had geappt. Instructies van de kenner. Draai je telefoon eens om, zodat ik met je mee kan kijken op de Ipad. Waar heb je ‘m besteld, wat heb je gedaan en meer van dat soort logische vragen. Stap voor stap liepen we het proces na. ‘Ga eens terug naar de site, waar je ‘m besteld hebt’. Braaf volgde ik de instructies op. Wie ben ik om deze kanjer tegen te spreken. ‘Welk boek heb je besteld. Druk nog eens op download….’Et voila. Met zijn magische blik had hij in een oogopslag de snelheid waarmee zijn moeder de handelingen placht uit te voeren gepeild en te licht bevonden. Daar verscheen mijn boek in volle glorie op Kobo. Wat een heerlijkheid is het toch om met zulke kinderen gezegend te zijn. Naast computerdeskundige is het ook een vogelaar. ‘Weet je een goede vogelapp voor mij’. Die had hij natuurlijk en het werd doorgestuurd. In de ochtenden dat we hier buiten op het terras aan het ontbijten waren kwamen talrijke vogelgeluiden voorbij, waarvan een aantal voor ons niet te achterhalen waren. Net ging ik gewapend met de telefoon er opuit, app stand-by en er bleken een Withalsvliegenvanger(zeldzaam in Nederland), een putter, een zanglijster, de zwartkop, een koolmees, een Turkse tortel, een roodborstje, de Fluiter, en de huismus voorbij te komen. In een tijdsbestek van een half uur.

De app is het gewicht dubbel en dwars in goud waard. Deze en de verrekijker blijven in het vervolg onder handbereik. Terwijl ik aan de terrastafel schrijf, gaat Lief de bloementuin te lijf. Er moet een stuk gras weggehakt worden en hij gebruikt daar een antiek boerenvoorwerp van de oude bewoners van het huis voor. In de brandende zon drupt het water in straaltjes langs hem af. Zwaar werk voor hem, maar hij doet het met veel liefde. Mijn vriendin de damesmaaier heeft met haar nuffigheid toch al een heleboel van het hoge gras klein kunnen krijgen. Ze bromt af en toe wat, maar gaat daarna toch dapper door. Langzaam maar gestaag, dat houdt de lijn erin. Het geldt voor ons beiden. Niet meer te hard van stapel willen lopen, maar wel in rustig tempo nog alles kunnen doen is een van die o zo belangrijke aanpassingen aan het lengen der jaren en de latente kwaaltjes, die op die manier wat verder onderuit worden geschoffeld.

Vriendinlief kwam met een verschrikkelijk bericht. Er was een ernstig ongeluk gebeurd in Utrecht waarbij een vrouw van 66 de dood vond en een van de twee kinderen die bij haar waren ook overleed in het ziekenhuis. Het was een kleuter van haar school. De impact in zo’n gemeenschapje is enorm. Het is een kleine school met een beperkt aantal leerlingen. Iedereen kent elkaar en ze zorgen ook allemaal voor elkaar. De school is in rouw gedompeld, want het betreft ook het lijden van de ouders, het grote gemis in de omgeving en bij vrienden en vriendinnetjes, de leerkrachten die zo nauw betrokken zijn bij hun kinderen. Mij is het nog nooit op die manier overkomen gelukkig. Wel toen vriendinlief overleed, die tevens intern begeleider was, ooit de school samen met een vriend had opgericht en ook als docent werkzaam was geweest. Bij zulke gelegenheden is het verdriet intens. Nu, bij zo’n jong lieverdje. die nog een hele toekomst voor zich zou moeten hebben, zo mogelijk nog groter. Verweggistan is dan erg ver weg. Niets liever zou ik nu naar haar toerijden, een arm om haar heen slaan, een stortvloed aan troost over haar uitstorten of alleen maar stil bij elkaar zitten. Vaak is dat laatste genoeg. Gedeelde smart is halve smart.

Overpeinzingen

Dat zegt alles

E-readers zijn al niet favoriet, omdat ik knisperende levende boeken, die trouw en geduldig wachten om gelezen te worden en op het herlezen en nog eens, een warm hart toedraag. En dat zonder dat het je ogen vierkante pupillen oplevert. Het zijn mijn lievelingen geworden.

Ik heb sinds lang weer eens twee E-boeken besteld. Een kwam vlot en werd direct gedownload en in mijn boekenlijstje geplaatst, de ander laat zich niet downloaden. Er is al van alles geprobeerd en mijn humeur heeft moeite om de vrolijke zonnemorgen te begroeten. Niets kwalijkers dan iets wat niet wil functioneren en uren zoektijd vergt. Een van die onverkwikkelijke gebeurtenissen, onbelangrijk voor iedereen, maar omdat ik dan te weinig van het apparaat snap, toch een stekedoorntje. Ergens zweeft nu een heel boekwerk: In de cloud, in mijn bestanden, in handleidingen, in de krochten van het het internet misschien wel.

Gisteren voor het eerst sinds lang weer een paar tekeningen gemaakt, twee met blind de contouren tekenen in tien minuten en later ingevuld met turen naar de paardebloem en de paarse dovenetel en de tweede naar foto van de twee ooievaars op het nest. Fijn om te doen en eigenlijk te lang geleden. Lief en ik spreken af dat ik ergens een klein schetsboek op de kop probeer te tikken en onderweg tijdens de uitstapjes, gewapend met de tekentas en het kleine opvouwbare krukje, aan de slag ga. Goed plan, we hebben al twee steden op het oog, een in Kroatië en de ander aan het Balatonmeer. Heerlijke vooruitzichten tussen de tuinbedrijvigheid door.

Afgelopen donderdagavond was de boekenbabbel. Een avond waarbij we middels de boeken tot gesprekken komen met een zeer persoonlijke sfeer en diepte, iets waar je doorgaans niet zo snel aan toe komt. Het bevalt ons allemaal uitstekend en we schuwen dan ook niet de moeilijkere onderwerpen, zoals het omgaan met de veranderingen in deze tijd qua taalgebruik, qua habitat, kortom qua ontwikkelingen op een zo breed mogelijk vlak, aan te roeren. Iets wat heden ten dage dikwijls ervaren wordt als het kantelen van de tijd. We duiken met z’n allen een nieuwe fase in en daarbij is het een kunst geworden om af te stappen van de jarenlange gewenning aan een heleboel zaken. De vraag rees op of het allemaal niet een beetje aan het doorslaan is. Aan de andere kant zijn het ook de vraagstukken die de kinderen van nu anders beleven, dan wij ze ooit zullen doen. Tolerantie is alom aanwezig, maar moeten we in alle opvattingen zover mee. Natuurlijk, de toekomst zal het leren, maar vooralsnog behoren wij daar ook nog steeds toe. Wij met alle waarden en normen, die ooit van grote waarde waren, maar die door het vooruitschrijdend inzicht een andere en op sommige vlakken een negatieve betekenis hebben gekregen. Zie daar maar eens boven uit te groeien. Als we de jeugd de toekomst gunnen zullen we mee moeten stromen op de vaart der volkeren, maar tegengassen mag ook. Mits met respect en liefde.

Een bijeenkomst met een ‘meet’ is trouwens minder leuk. Je wilt er lijfelijk bij aanwezig zijn, maar het is wel een goede gelegenheid om aandachtig te luisteren en eigen gedachten een weg te laten vinden. Het zijn zulke belangrijke en waardevolle avonden om samen te delen. Niemand zou het willen missen. Het boek ‘Luister’ van Sascha Bronwasser is door iedereen en niemand uitgezonderd in een adem uitgelezen en dat zegt alles.

Overpeinzingen

De doeltreffende eenvoud der dingen

‘Beschrijf een willekeurige ontmoeting met een onbekende waar je positief aan terugdenkt’, vraagt wordpress, bij het openen van de Ipad. Normaal gebruik ik deze suggesties voor het schrijven niet, maar deze is zo van toepassing, dat ik het wel even moet aantippen.

Ergens in de voorgaande jaren ging ik alleen in mijn kleine blauwe Prins naar de Zeister heide. Ik zat nog een tijdje in de auto om de route vanaf dit punt op te slaan met mijn telefoon, toen er op het raam geklopt werd. Een vriendelijk gezicht vroeg me naar de lengte van de gekleurde wegwijzers. De vrouw keek me vragend aan. Ik moest haar het antwoord schuldig blijven. Bij de vraag of ik van plan was te gaan wandelen over de bloeiende hei, antwoordde ik bevestigend en stelde voor samen op te lopen. Enthousiast ging ze er op in en zo kon het gebeuren dat ik met een volstrekt onbekend mens raakvlakken bleek te hebben die er niet om logen. Allebei werkzaam in het onderwijs, allebei dezelfde visie op de ontwikkelingen daarbinnen, kinderen, kleinkinderen, vaak alleen aan de wandel. We namen foto’s van elkaar op de hei, temidden van, er voor, er achter, uiterst voorzichtig om haar niet te beschadigen en verdwaalden toch nog prompt. Het was een aangename uitwisseling. We beloofden elkaar bij een eventuele strandwandeling, want we bleken alle twee ook nog dol op de zee te zijn, te tippen en te kijken of de ander mee wilde lopen. Daarna namen we hartelijk afscheid. Zo’n ontmoeting dus. Natuurlijk is het er nooit meer van gekomen om elkaar nog eens te mailen, maar waardevol was deze volledig spontane actie in al haar eenvoud zeker.

Met deze herinnering begon de ochtend. Buiten schijnt alweer de zon uitbundig en nodigt uit om de oplichtende bolletjes van de paardenbloemenpluis te fotograferen. Bovendien zorgt de zonnewarmte ervoor dat je het prille vijgenblad bijna kunt zien groeien. Vol verve geeft ze de belofte aan een rijke oogst weer met de mini-vijgen in de dop.

Gisteren hebben we een grasmaaier gekocht. Het duurde even voor ik in de juiste wereld van de forintenkoers was aanbeland, want in mijn hoofd verwisselde er van alles behalve de euro’s, maar het rekenwonder naast me had er goed zicht op. Thuis op de rekenmachine uitgespeld, viel het kwartje, of liever gezegd, de forint. De maaimachine bleek een bouwpakket en lief nam er ruim de tijd voor om niet met overgebleven, nergens te plaatsen, schroeven om het hand te zitten.

Een lichtgewicht, deze grasetende grijs-met-oranje dame en goed voor de allereerste paden in het hoge gras. De bloemen mogen blijven staan, daar hebben de insecten hier teveel lol van. Ze zoemen en fladderen in grote getale rond in de dankbare omgeving met haar ontluikende bloemen, bomen en planten.

Op de terugweg naar huis lag het landschap met haar middelgrote bergen aan de einder er stralend bij. Tussen al het groen lagen de bruine omgeploegde en ingezaaide akkers en de goudgele koolzaadvelden, die zich uitstrekten tot zo ver je kijken kon. Een wonderschone lappendeken. Het mooiste punt om alles vast te leggen waren we al voorbij, dus reden we door naar het dorp even verderop om te keren en schoten, we waren er nu toch, een paar leuke landweggetjes in. Sommige daarvan liepen dood. Van één van de elektriciteitsmasten vloog een grote ooievaar boven de auto langs. We zagen een groot nest met het vrouwtje die de boel aan het schikken was. We konden niet zien of er kleintjes waren, maar dachten het wel, omdat het mannetje met lange kronkelende dingen in zijn snavel af en aan kwam vliegen. Maar van die afstand zouden het ook gewoon de takken kunnen zijn om het nest te verstevigen. Ze waren in ieder geval vlijtig aan de arbeid en lieten mij ongestoord een serie klikken.

Voldaan om de nieuwe aanwinst en de schatten aan beelden in het hoofd gingen we nu echt op huis aan. Een kinderhand is gauw gevuld met deze mooie natuur en de doeltreffende eenvoud der dingen.

Overpeinzingen

Wat tot de mogelijkheden behoort

De lente breekt eindelijk door. De zon scheen vanmorgen vroeg al uitbundig en het belooft 18 graden te worden. Joehoe. We zijn nog steeds op grasmaaimachinejacht, met bijgeleverde accu graag. Dan kunnen we voort. Hier en daar vrijwaren we de bloemen en de kruiden van het lange gras, het kleefkruid of de brandnetels. Merel heeft vlakbij een nest, koolmees in de spar naast de keuken en talrijke heggenmussen in de haag van kreupelhout. Gisteren was de buurman aan het dreinzen met zijn bosmaaier. Dat ging de hele dag door. Daarna besloten ze ook het overtollige in de hens te steen, dus weken we maar uit naar binnen en daarna naar de Penny, een plaatselijke supermarkt. Van alle winkels hier in de buurt zijn ze de enige met een vegetarisch assortiment. Hoe is het mogelijk.

Lief is gevangen door de kruiswoordpuzzel. Als hij er eenmaal aan begint is hij niet meer te stoppen. Er tussendoor heeft hij nog een stammetje van de fluweelboom omgezaagd, nu heeft de blauwe regen helemaal vrij spel. Met haar dikke knoppen geeft ze de belofte aan een blauwe zee van bloemen af. We gaan het zien en beleven.

De buurman aan de overkant van de straat pleistert om zijn nieuwe raam de gevel weer heel. Heerlijk zoals hier van alles en nog wat op een kalme manier wordt aangepakt. Geen ophef. Wat vandaag niet afkomt, kan morgen ook nog. Alles straalt rust en tijd uit.

Inmiddels ben ik verkast naar mijn vaste ochtendplekje op de hoek van het terras. De ochtendzon is behaaglijk warm en er waait af en toe een heel klein briesje, maar niet meer dan dat. Merel fluit zijn hoogste lied en het is heerlijk om bij dat gezang hier te mogen genieten van het uitzicht. Duif koert er een ritme onder. We ontdekten gisteren dat de twee grote sparren de storm van vorige maand kennelijk niet hadden overleefd. De grote toppen waren kas afgebroken en de majestueuze bomen zijn nu wonderlijk geamputeerde stammen met lange zijtakken geworden. Het sparretje er tussen in ruikt haar kans en strekt zich behaaglijk uit. De grootste van de twee wordt omgezaagd om haar meer ruimte te geven, de ander mag een dode stam blijven om leven te geven aan al wat dat nodig heeft. De een zijn dood is de ander zijn brood.

Gisteren was Ernst Jansz van Doe Maar aan de beurt in de portretten van Jasper Krabbe. Het was smullen geblazen van de plekken die ze bezochten, het ouderlijk huis, het gymnasium, Texel, maar ook van de gesprekken die de twee samen voerden. Twee mannen, on certain ages, die levensgebeurtenissen bespraken en elkaars inzichten deelden. Samen wandelden ze tenslotte op een verlaten strand, twee mannen temidden van de leegte tegen een grijze einder met een straffe wind en je voelde gewoon, dat hier een diepe vriendschap was ontstaan. Prachtig om er van zo dichtbij deelgenoot van te worden. De meerwaarde in het leven.

Daarvoor hadden we de uitzending van ‘Even tot hier’ in de herhaling terug gekeken. Altijd weer een fijne manier om van het nieuws op de hoogte te blijven middels hun onderwerpen en rake opmerkingen erover, de satire in hun liedjes, de waarheid die er uit te filteren valt. Al met al een dagje om te acclimatiseren, tot rust te komen en energie op te doen voor de rest van de week.

Vanavond in de ‘zoom’ onze tweemaandelijkse literatuuravond. Het boek is uit en toch heel boeiende gevonden. ‘Luister’ van Bronwasser zit vernuftig in elkaar, haar stijl is pakkend. Helaas had ik een wat negatieve recensie vooraf gelezen. Niet doen, dat drukt toch teveel een stempel op de manier waarop het verhaal mag binnenstromen.

Straks bestel ik het nieuwe boek en de nieuwe biografie in een keer en hoop dat het hier, op dat wonderlijke adres, geleverd kan worden. Zaterdag komt ook de eerste Groene. We zijn benieuwd. Afwachten wat tot de mogelijkheden behoort.

Overpeinzingen

Reuze aanlokkelijk

De Europagangers zijn in Venetië aangekomen. In dat kader besloten we de tricolore Pasta van de dag ervoor met een Italiaans achtergrondmuziekje te nuttigen. Heerlijk hoe snel de sfeer je in een andere leefomgeving brengt. Dochterlief stuurde foto’s door van de gondels in de grachten en de omlijstende huizen in aardetinten. Die aardetinten hebben we hier ook, bedacht ik me. Toch een stukje van hetzelfde, al moet je hier naar water zoeken, behalve als het zo stortregent als gisteren. Dan tonen de velden naast de weg een waar moerasgebied. Vandaag schijnt eindelijk de zon. Er is een mooie foto bij van kleindochter met Venetiaans masker en een verentooi op haar hoofdje. Aandoenlijk beeld in een aantrekkelijk zonnig tenue. Hier tikt straks de middag de vijftien graden aan.

Bij de Tesco, de plaatselijke supermarkt, van alle markten thuis, zijn de grasmaaiers aanmerkelijk veel duurder geworden, valt ons op. De prijzen zijn hier in rap tempo aangepast aan onze normen. Hoe moet dat met die vele arme gezinnen, die je veelvuldig tegenkomt. Toen we uit de auto stapten kwam een vrouwtje, kromgetrokken en strompelend, vragen om wat forinten. Lief streek over zijn hart en gaf een briefje van 500, slechts anderhalve euro waard. Ze bedankte vriendelijk en vatte post bij de ingang van de zaak tot ze, net als bij de super aan de overkant, weer weggestuurd zou worden. Het is een barbaarse manier van leven en hier vaak noodgedwongen.

De dure grasmaaiers, waar de accu’s nog niet eens bij zitten, laten we links liggen en vinden aan de andere kant in de schappen wel de glazen kaasbak en een pollepel. De laatste was in november niet te krijgen en nu was er ook nog maar één. Meer boodschappen waren er niet nodig.

In de ochtend had Lief in de aangedane fluweelboom staan zagen. Behoedzaam, eerst de top eruit, heg verderop er mee opbouwen en in de herhaling, net zolang tot er nog drie stammetjes schuin lagen. De blauwe regen had zich op verscheidene plaatsen ermee verstrengeld. Hoe mooi zou dat zijn, een waterval aan bloeiende blauwe regen over de stammetjes heen. We laten ze dus even met rust. Goed bekijken hoe er iets moois kan uitbloeien en er een groeibodem voor elfenbankjes zal ontstaan.

Terwijl Lief net voor de bui uit hard aan het werk is, ontstof ik de drie kamers voor die door de aanleg van het laminaat onder een dikke laag zijn gekomen. De gordijnen moeten er eigenlijk ook af, maar het plafond is zo hoog dat we er de lange verstelbare ladder bij nodig zouden hebben. Linke soep en dus nog even wachten tot de Europareizigers, jong en lenig, zijn gearriveerd. Dat duurt nog even. Het idee en de loshangende gordijnen hier en daar, maar laten rusten. Alles op z’n tijd.

De merel fluit haar ochtendconcert en zit in de grote es achter de stallen. Aan de zijkant, zicht op het terras, heeft ze haar nest gebouwd en de boerenzwaluwen die boven het huis cirkelen hebben ook ergens een plek gevonden om hun nesten te maken. Nu, met de zon erbij, wordt het al snel warmer en kunnen we eindelijk aan het werk. Straks stort ik me op de brandnetels en het kleefkruid, figuurlijk dan, plek maken voor de meegebrachte dahliaknollen en de zaadjes. Oost-Indische kers was hier te verkrijgen. Zolang ik van ‘de vrouw met de kruik’ geen ‘Dame aux Camelia’s’ kan maken, wordt het een ‘Dame aux Cerise des Indes Orientales’, dat klinkt ook reuze aanlokkelijk.

Overpeinzingen

Licht in de duisternis

In de vroege ochtend kwamen eindelijk de vogels tevoorschijn. Het waren hele kleine beweeglijke beestjes. Ze waren zo licht dat ze op een grasstengel konden blijven zitten. De pootjes om de stengel gekromd, voor één seconde, om vervolgens weer verder te hippen. Tak-op Tak-af, tak-in, tak-uit. Het deed me denken aan het gedicht ‘Het Meezennestje’ van Guido Gezelle: ‘Een meezennestje is uitgebroken,//dat, in den wulgentronk/gedoken,/met vijftien eikes blonk;/ze zitten in den boom te spelen,/tak-op, tak-af, tak-uit, tak-in, tak-om,/met velen,/en ‘k lach mij, ‘k lach mij, ‘k lach mij bijkans krom.’

Bij determinatie kwamen we uit op de tuinfluiter, die er nog het meest van weg had, maar de tjiftjaf had het ook zomaar kunnen zijn. Achter het raam konden we hun geluid niet horen. Dat is iets voor de warmere ochtenden.

Onderweg bij het boodschappen doen reden we langs de vele koolzaadvelden. Hele Poesta’s hadden hun jaarlijkse goudgele kleeed aangetrokken. Tegen de blauwtinten en de witte wolken een prachtig gezicht. We draaiden het weggetje van Becefa op om verderop op de punt van het veld een foto te maken. Wel even de vele kuilen en butsen ontwijken. Ergens stond een politieauto iets van de doorgaande weg af, die de snelheden van het verkeer in de gaten hield. Waarschijnlijk hadden ze ergens een cameraatje geplaatst en derhalve hielden ze hun schermpje nauwlettend in de gaten.

Becefa is een in vergetelheid geraakt wijndorp, de scheefgezakte ingangen naar de wijnkelders hangen troosteloos tegen elkaar aan. Er tussenin zijn de huizen van de gegoede burgerij, die je kan herkennen aan de hekken ervoor, tulpen in de berm, auto’s op het erf. Daar wel glimmende ramen met propere gordijnen. Het maakt de aanblik van de vervallen staat van de andere huizen nog groter. En altijd staat de kerk in het midden aan een klein plein.

De supermarkt was kalm, het concept gelijk aan de winkels bij ons, dezelfde overbodige huishoudelijke artikelen, maar hier van belang omdat de dichtstbijzijnde grotere winkels enkele dorpen verderop lagen. Er werd altijd gretig afgenomen. Kleding, huisraad, tuingereedschap. De basis aan groenten en zuivel, een plank waarop wat vega-artikelen lagen, water en wijn.

Bij thuiskomst was er gelegenheid om het land te inspecteren nu de regen die gestaag met dikke grote droppels uit de lucht was komen vallen, eindelijk op was gehouden. De grond was tussen het lange gras in bezaaid met tapijten van paarse en witte dovenetel, herderstasjes, orchissen, bosviooltjes en de boter-en de paardebloem. In het lange gras waren een aantal legers van reeën waar te nemen, achter op het land en in het wilde stuk erbuiten. De hoefafdrukken waren het tweede bewijs. Lief dacht zelfs aan een kleine kudde. Ze komen dan in de schemer het land op en verschuilen zich in het lange gras. Als we ze willen spotten zullen we een keer op de veranda van de datsja moeten blijven zitten tot het donker is en dan heel stil zijn of binnen zitten. Bij het minste of geringste zijn ze weg.

De schade bleek mee te vallen, een deur van de kast op de veranda eraf gewaaid. Het lag te zieltogen in het gras. Een fruitboom scheefgezakt tegen twee andere aan, een fluweelboom middendoor omgevallen. Dat wordt zagen vandaag voor lief, omdat de laatste nu rust op het dak van het schuurtje van de buren.

Een kleine discussie over het optrekken van de luiken. Ik hou niet van een donker huis. Hier in Hongarije houden de mensen de voorkant potdicht of halfdicht. Elke ochtend begin ik met het optrekken tot aan het bovenlicht. Dan stroomt het ochtendlicht binnen, de kamer strekt zich uit. Lief zou ze graag halfweg zien, maar dat maakt het donker en minder gezellig. Waarom doen wat iedereen doet. Vanwege de inkijk, dacht hij. Wij hebben een hoog huis, met de ramen hoog in de gevel. Je moet aardig je best doen om binnen te koekeloeren, bovendien wat staat er aan luxe. De oude Chesterfield is niet te tillen en de vleugel zakt door haar poten. Het is onze manier van de dag begroeten. Met wat nadenken verzinnen we dat het eigenlijk prima is. We zetten een nieuwe trend in de straat en brengen licht in de duisternis.

Overpeinzingen

Aan ons om ze te ontginnen

Daar zit ik. Op mijn eigen vertrouwde schrijfplek bij het keukenraam met uitzicht op de tuin, die nog in hoge mate schreeuwt om een helpende hand om alles in goede banen te begeleiden. Onder de druif staat, voor zover ik het kan overzien, de grassen en de Roomse Kervel opnieuw hoog, net als vorig jaar, maar achterin op het land staan er heel veel ‘wilde’ bloemen in het gras, als ik Lief mag geloven. Die moest gisteren al naar de schuur lopen om een nijptang te pakken omdat een stang van het hek, door onze lieve vriend hier, een schroef er dwars doorheen had gekregen, opdat die kant van het hek niet meer open kon. Heel attent van hem. Door de lange rit was er hoge nood en de auto kon dus niet een, twee, drie naar binnen. Hek en deuren openen en rennen was de boodschap. Pffff.

We waren om kwart over zeven gearriveerd. De hele rit lang, eerst naar Regensburg en de tweede over Wenen naar Nagypeterd was voorspoedig verlopen. Heerlijk rustig op de weg, het hotel met een kamer op de vijfde verdieping met uitzicht over de hele stad, een plek bij uitstek om de vermoeidheid van het aantal kilometers weg te laten ebben, het ontbijt overvloedig als je dat zou willen. Het tweede stuk was ongeveer even lang, goed beschouwd. Met Truus de tomtom kan je eenvoudigweg niet meer fout rijden behalve als je zelf gaat nadenken. Dat deden we bij Wenen, toen we Graz op de borden zagen staan en daar wilden we niet heen. Prompt toch de verkeerde afslag. Correctie was betrekkelijk eenvoudig en door voor het laatste stuk, vier uurtjes nog.

Kwart voor zeven aankomst n Pecs, net op tijd om de supermarkt in te kunnen die op zondag om zeven uur haar deuren zou sluiten. Een snelle boodschap om de thuiskomst te kunnen vieren. Hoe dichter we naderden hoe bekender het landschap, met de kleurige huizen en tuinen, de grote koolzaadvelden met haar overvliegende bonte kraaien, de erbarmelijke staat van de wegen met soms ineens een vernieuwd deel. Het huis stond er warm en ontvankelijk bij, zo fijn om hier weer te zijn. Het nieuwe laminaat in de werk-en-woonkamer zorgde voor een oppervlak dat wel twee keer zo groot leek. Wat een verschil met het tapijt. Dat kon weliswaar de meest sterke verhalen vertellen over alle vorige jaren, maar was inmiddels hoognodig aan vervanging toe geweest

Nu, op mijn vertrouwde plekje, kraait de haan van de buurman voor de tweede maal deze ochtend uitbundig, ligt de nieuwe dag vol beloften open en gaan we bij een kop koffie kalm bedenken waar de prioriteiten liggen. De druif is nog wat kalig met hier en daar een knop, de blauwe regen ook, tussen het welige groen zie ik een verdwaalde tulp, wat blauwe druiven, de bloeiende bonte maagdenpalm, de paarse dovenetels en tegen de staander van het prieeltje een doorgeschoten paardenbloem. Pioenrozen en beloftevolle bladeren voor de irissen beloven straks nog meer bloemen. Wat ons verder op het land te wachten staat, zien we dadelijk bij de eerste inspectieronde. Wie weet wat het allemaal gaat opleveren.

We waren trouwens eergisteren net over de grens heen toen we ons realiseerden nog geen boodschappen te hebben gedaan. Via de afslag terug naar Beek en daar het onontbeerlijke ingeslagen. Drop voor onderweg, puzzelboekjes en wat wijn voor in het hotel. Ziezo, figuurlijk waren we nu ook bijgetankt. Het abonnement op De Groene heb ik voor een aantal maanden omgezet naar hier. Goed om op de hoogte te blijven van het wel en wee en toch niet dagelijks. De krant wordt bezorgd bij zoonlief.

Vanaf hier kan het grote mijmeren beginnen. De overpeinzingen vliegen in deze stilte vanzelf binnen. Aan ons om ze te ontginnen.

Overpeinzingen

Dat gun je iedereen

Indrukwekkende docu van ‘Floortje gaat mee’, haar reis naar Nepal met de fotograaf Jasper Doest. Ze waren in India en zochten de organisatie op die op verschillende plaatsen door het land heen een olifantenopvang hebben. Bij een van hen krijgt ze alle informatie over de mishandelingen en wreedheden die deze ‘heilige’ dieren ondergaan bij bijvoorbeeld bruiloften waar ze ter vermaak de bruidegom op hun rug moeten nemen.

Om een olifant ‘tam’ te maken moet je hem eerst breken, met onder andere stokslagen. Ook in circussen of als lastdier komen ze voor. Veel te krappe behuizing, altijd met een poot aan de ketting, voetkussentjes die zwaar beschadigd zijn door het lopen in de stad, met zijn scherven, spijkers, harde ondergrond. Op de opvang leren ze de dieren weer vertrouwd te maken met mensen die het beste met hen voor hebben met geduld en veel liefde. Het mooie is dat ze voor die banen vaak de arme lui gebruiken die eerst die olifanten nog stokslagen toediende. Twee vliegen in een klap. Zo hebben deze mensen toch een baan, zijn ze verzekerd van inkomen en leren ze hoe met dieren om te gaan en dat je zonder dwang vaak veel meer bereiken kan.

De olifanten hebben een ijzersterk geheugen. Zo iemand kan niet bij zijn ‘eigen’ olifant helpen, omdat het dier hem als slecht ziet. Nog eens wordt benadrukt dat wij mensen onszelf boven aan de ecologische ladder plaatsen, maar dat we in het hele eco-systeem niet van waarde zijn. Elk dier kan niet gemist worden, maar de mens wel. Zo zit het in elkaar. Een mooie gedachte om nederigheid te betrachten waar het de natuur en ons leven betreft. Dergelijke programma’s zijn een waardevolle aanvulling waar lief en ik graag naar kijken.

Vandaag schijnt de zon weer volop. Ik wilde gisteren langs onze nieuwste telg, maar moeder en kind deden een middagslaapje. Op kousenvoeten weer vertrokken. Vandaag nog maar eens proberen.

Straks gaan we eerst, ondanks dat ik de tuin nog niet helemaal heb opgeschoond, toch de bollen en wat zaaigoed erin stoppen, anders zitten we in juli en augustus zonder bloemen in ons piepkleine postzegelparadijs. Tegelijkertijd kopen we wat exemplaren om mee te nemen naar Verweggistan. Daar kunnen we maandag al aan de tuin beginnen. Zo benieuwd naar wat we aantreffen. Het zal een paradijs zijn voor de Roomsche Kervel, het gras en de brandnetels, maar ook zullen alle fruitbomen vermoedelijk in bloei staan. Foto’s volgen natuurlijk.

Dochterlief en het gezin zijn in Cecina aangekomen en genieten met volle teugen daar op de camping. Van elkaar, van Toscane in het algemeen en de bezienswaardigheden in het bijzonder, maar vooral van hun leefstijl met de natuur. Ze voelen zich innig verbonden met elkaar en dat is zo’n prachtige basis.

Wij als gezin kregen die basis op de meest droevige manier denkbaar. De aandoening van hun vader en zijn overlijden op de jonge leeftijd van de kinderen. Maar ook dat zorgde voor een band die voor altijd hecht is gebleven. Juist omdat je verdriet en vreugde met elkaar beleeft en doormaakt, obstakels overwint, elkaar helpt bij de verwerking, groeit de liefde. Die is onvoorwaardelijk nodig voor zo’n diepgaande verbondenheid. Dat het ook vreugdevol kan is heerlijk om mee te maken. Dat gun je iedereen.

Overpeinzingen

Bewondering en respect

Sinds vanmorgen weet ik waar de pot met goud ligt onder aan de regenboog. Nee ik hoefde er niet voor op avontuur te gaan, maar het werd me gewoon aangeboden op een presenteerblaadje. Ik kon me er aan vergapen onder het genot van de eerste kop koffie

De lijstjes in mijn hoofd worden allengs langer. Er moet nog veel gebeuren. Buiten de tandarts straks waarmee lief een afspraak heeft, wil ik de kleine nog even knuffelen. Hij verandert met de dag en het denkende koppie met de grote frons boven zijn oogjes trekt langzaam maar zeker weg. Altijd weer een wonder om te aanschouwen.

Goede berichten over Pluis. Ze is uit het opvanghok. ‘Ze komt knuffeltjes halen en is dol op haar vleesjes’, schrijft een van de medewerkers. Dat is niet verwonderlijk want hier kreeg ze alleen brokjes. Ze voelt zich dus al behoorlijk thuis. Ben alleen nog benieuwd hoe ze op de andere poezen reageert. Ik hoop dat ze a la Minoes prettige conversaties hebben. Een hele geruststelling alles bij elkaar.

Gisterenmorgen nam ik vluchtig de biografie door van Dola de Jong en in de middag togen we richting Utrecht. Ik dropte Lief op de Nachtegaalstraat, vanwaar hij door de oude binnenstad zou slenteren en zelf toog ik naar het huis waar de biografie-bijeenkomst was. Hartelijke begroetingen. We hadden elkaar twee maanden geleden voor het laatst gezien. Natuurlijk bewonderden we de verbouwing van het huis met nu een lichte serre, die ruim zicht gaf op de groene stadstuin met de grote bloeiende Camelia.

We waren op een na compleet en unaniem was het oordeel dat het een goed geschreven weergave van een leven was. Iemand had haar vorige twee biografieën over Campert en over de Vromannen al gelezen en vond deze, in vergelijk met die twee, wel minder. Bovendien had ze de auteur geïnterviewd en het boek al een aantal maanden geleden gelezen. Dat scheelde ook.

De rest was lovend over de wijze waarop Mirjam Hengel het had aangepakt. Niet in de laatste plaats omdat ze was afgeweken van een chronologische volgorde, de voetnoten en alles wat er doorgaans bij een biografie komt kijken. Het leest veel prettiger. De eigen interpretaties moesten misschien eerder beschouwd worden als fictie om het verhaal nog meer body te geven. Aanbevelenswaardig dus. De twee belangrijkste boeken die Dola de Jong geschreven heeft, ‘De akker is de wereld’ en ‘De Thuiswacht’ werden ook de hemel ingeprezen. Die komen op het lijstje ‘te lezen boeken’.

Er is een pittig boek uitgekozen voor de volgende sessie. Koen Hilberdink schreef de biografie ‘Strijd om de Ziel, het leven van P.C.Kuiper(2019-2002)in de psychiatrie’. Een inkijkje in het leven van een psychiater dat er niet om liegt, als ik de column van Max Pam uit de volkskrant van vanmorgen mag geloven. Het belooft in ieder geval oneindig veel gespreksstof, al was het alleen maar voor de verwerking van de verkregen informatie.

Als toetje van kunst en vermaak was het ‘s avonds kiezen tussen twee aangekondigde programma’s op televisie. Dag en nacht met Kim van Kooten, een serie over een team verloskundigen en op hetzelfde tijdstip Portretten van Krabbe, waarin Jasper dit keer op stap zou gaan met Joy Delima. Het was niet moeilijk kiezen. De serie bewaren we voor in Verweggistan, dan kunnen we het terugkijken op NLZiet. Krabbe dus. Wat een heerlijk programma. Hij zoekt mooie plekken, die herinneringen brengen met inhoud voor de gast. Wat zich weerspiegelt in ogen en gelaat vangt hij later in een prachtig portret. Zijn ongedwongen manier van doen stelt de gasten op hun gemak, dat hebben we nu, na drie afleveringen, wel gemerkt. Mijn hele vooroordeel heb ik inmiddels laten varen. Deze man kijkt tot in de ziel, maakt van wat het oproept bij de ander een prachtig portret en wekt daardoor bewondering en respect.

Overpeinzingen

Het stuk land wacht met smart op ons

In de tuin lag vorige week een heel klein bundeltje veren. Bij nader onderzoek bleek het bosje vast te zitten aan een pennetje. Zuslief had gisteren een graspieper vereeuwigd. Dat wist ze niet, maar iemand anders had het haar op facebook bij het zien van de foto ingefluisterd. Bij nadere bestudering van de graspieper en het bundeltje gevederte ben ik er van overtuigd dat het ook een graspieper is geweest die in de tuin te grazen is genomen.

Gisteren naar de wandelwinkel om vignetten voor Oostenrijk te regelen. In de ochtend hadden we al een langdurig vignet voor Verweggistan online geregeld en het hotel geboekt. Nu is het definitief en dat voelt altijd goed. Dan kunnen we gaan voorbereiden. Zorgvuldig de kleding overwegen, schilder-en-tekenspullen mee, papieren controleren, wasje draaien, alles met betrekkelijke kalmte.

Ik denk aan vroeger en de hectiek die er was vlak voor we met mijn vader en moeder aan een buitenlandse reis begonnen. Er moesten immers een sloot kinderen mee en het kon niet anders dan dat het huis opgeruimd en netjes werd achtergelaten. Dus alle bedden opgemaakt, wc en badkamer schoongemaakt, het gas en het water dicht gedraaid. Dat betekende dat mijn moeder op de dag van vertrek alles en iedereen naar buiten veegde en begon met poetsen.

Daarvoor was ze al dagen bezig geweest met inpakken. Summiere verschoningen voor regen en droogte, hopend op mooi weer zodat we alleen in badpak of korte broek hoefden rond te lopen, van alles een beetje. Meer plek was er niet. Bovendien moest er nog proviand mee, in het prille begin ook nog aardappelen en conserven, maar altijd de hagelslag, de campingboter, de zure bommen in het reuzenblik. En onderop de zware tent, de slaapzakken, de luchtbedden. Mijn vader was ingenieus in het creëeren van ruimte. Wat niet in de auto paste ging op het dak onder een klapperzeiltje, dat regelmatig tot ergernis leidde omdat het was losgeschoten en moest worden vastgesjord. Regelmatig moest er gestopt worden, omdat de auto haperde, of omdat mijn vader een vreemd geluid hoorde onder de motorkap vandaan. Mijn moeder las kaart en later mijn broer, de dat aanmerkelijk beter kon.

Vakantie. De eerste tochten naar het Ahrtal en Schleiden vielen regelmatig in het water, van Oostenrijk waren vooral de onweersbuien in de herinnering gebleven die tussen de bergen bleven rommelen en de reis naar Spanje duurde natuurlijk eindeloos maar uiteindelijk scheen daar altijd de zon en had mijn vader de daaropvolgende weken geen andere puf meer dan onder de boom in de schaduw te zitten en in de ochtend het blok ijs te hakken dat rondgebracht werd op de camping.

Wij, mijn moeder en de kinderen, vermaakten zich prima in de blauwe zee en aan het goudgele strand. Heerlijke oorden zonder enorme wolkenkrabbers langs de kustlijn, maar slechts lieflijke vissersdorpjes. We schrijven halverwege de jaren zestig. Steeds lichter werd de bepakking daarna, omdat er minder kinderen meegingen en omdat we gewend waren geraakt aan de producten die in het land zelf te verkrijgen waren.

In Verweggistan zijn we gewend om in de lokale supermarkten de boodschappen te doen, die allemaal conform het concept van dezelfde supermarkten als hier, hun waar aanprijzen. Het verschilt slechts op enkele onderdelen. Drop zal je er niet aantreffen, maar tegenwoordig is zelfs pindakaas te verkrijgen. Het reizen is een routine geworden. De outillage voor onderweg bekend, de wegen bekend, de dagen waarop ik het liefste rij worden in acht genomen. Geef mij maar de weekenden zonder vrachtverkeer. Goed beschouwd is het één lange rechte weg met maar een klein stukje binnenland.

Kippie-eitje vergeleken met vroeger. We maken er een relaxte tocht van. Wat proviand en extra drop voor onderweg en verder afgaan op wat de dagen brengen mogen. Het stuk land wacht met smart op ons.

Overpeinzingen

Tot volgend jaar misschien

Eerste Paasdag was uitstekend geschikt om te beginnen aan de grote klus. Ruimte in de tuin scheppen door te wieden, want het land vergrast waar je bij staat. Binnen een jaar presteert het een weiland bij elkaar. Lastig want laag-bij-de-gronds werk en ellenlange wortels van het grove gras. Brandnetels verwijderen is, daarmee vergeleken, een fluitje van een cent. Dezelfde lange wortels, maar veel meer aan de oppervlakte.

Af en toe even zitten en de rug rechten, die strammig werd van het voorovergebogen zitten op het wiedkrukje met zicht op lief, die op zijn knieën het terras aan het vrijwaren was van alles dat een eigen draai had gegeven aan groei en bloei. Waarom zou je de voorkeur geven aan de volle grond als het tussen de stenen door ook prima toeven is. Eigenzinnige planten, daar hou ik van. Maar voor de lange periode die ze moesten overbruggen zonder onze hulp was grondig opschonen geen gek idee.

Tussendoor maaide ik het gras. De grasmaaier had na een winterlange rust zo haar bedenkingen en weigerde in het begin eenvoudigweg dienst. We probeerden met magische handjes en instralen haar weer aan de praat te krijgen, terwijl ik vergeten was of je nu eerst moest indrukken en dan de hendel naar je toe trekken of omgekeerd, eerst de hendel dan de knop. Maar na wat gemier klonk ineens een schorrig aanslaan en weer afslaan. Dat gaf de burger moed. Met volharding bleven we proberen en toen pas ging ze als een zonnetje lopen, als beloning op onze wilskracht haar aan de praat te krijgen.

Zoonlief en zijn lief waren bezig in de tuin van zijn zus en op de terugweg liepen we langs om het resultaat te bewonderen. Daarna reden we snel op huis aan. Na gedane arbeid was het zoet rusten.

Tweede paasdag hadden we om tien uur met de kinderen afgesproken bij de piramide van Austerlitz. Een plek waar de nostalgie nog tussen de bomen hing. Opa en Oma 50 jaar getrouwd vertelden de zwart/wit kiekjes uit de jaren zestig, terwijl ongerimpelde broers en schoonzussen de speeltuin inliepen. Mijn gedachten voorbij renden de kleinkinderen voor ons uit en stoven op de speeltoestellen af, die nog niets hadden ingeboet aan plezier, maar wel vrolijk waren opgefleurd door felle kleuren. De kermis op het achterste stuk, met botsautootjes en zweefmolen lieten we voor wat het was. Een ouderwetse speeltuin is plezier voor twee. Het was er druk, maar er was voldoende ruimte.

Afhankelijk van middagslaapjes en ander bijkomstige wensen besloten we in twee lichtingen de paashaas op te zoeken. Die bleek allang weer de kuierlatten te hebben genomen maar had wel achteloos hier en daar wat eieren laten vallen. Ze waren nietig en klein, de meesten gelukkig fel gekleurd en sommige speelden ton-sur-ton met het bruine bladerdek. Kleine handen die naar de eitjes graaiden, verheugde snoeten, ogen die speurend zochten naar meer, er op af rennend kijken wie er het eerste was. Voor de grootste kleinzoon hadden we ze hoger in de bomen verstopt. Emmertjes werden gevuld, jaszakken volgeladen. Het lege zilverpapier ging mee terug.

Daarna was het wachten op de tweede lichting terwijl lief en ik ondertussen voor paashaas bleven spelen. Twee nieuwsgierige kinderen kwamen vlakbij naar takken zoeken om hutten te bouwen en mochten ook een paar eitjes vinden. Opgetogen werden uitgestrekte handen met de lekkernij erin aan de twee moeders getoond, die op het pad waren blijven staan. In de herhaling konden we helemaal uitpakken want nu mocht alles op. Met alle zakken gevuld en de paaseierentas zo goed als leeg, er waren maar liefst vijf zakjes eieren doorgegaan, was er ruimte om wat te spelen, te eten en te drinken in het restaurant, dat er al zo lang stond als ik me kon heugen en sliep de allerkleinste kleinzoon dwars door alle paashazenenthousiasme en geluiden heen.

Zo rond de tafel was het goed toeven. De dag kon niet meer stuk. Na nog een laatste keer op de schommel, op de Engelse wip, op de draaiende ton, tot de vermoeidheid zichtbaar werd, was het de hoogste tijd om ieder zijns weegs te gaan. Dag speelparadijs, dag Paashaas, tot volgend jaar misschien.

Overpeinzingen

Daar groeit een mens goed op

De krant brengt reuzenpuzzels, daar kunnen we voorlopig mee vooruit. Appjes met foto’s van de kinderen die stuk voor stuk achter het paasontbijt zitten, zoals het traditiegetrouw betaamd. De een met het hele gezin op bed, de ander in de caravan met uitzicht op Toscane. ‘Vrolijk Pasen’ staat eronder. Lief en ik openden de ogen en zeiden ‘Zalig Pasen’ tegen elkaar. Het Roomse bloed kruipt waar het niet gaan kan.

Vandaag is het opnieuw tuindag voor ons. Afgelopen vrijdag hebben we met z’n tweeën door gebikkeld om de berg wilgentakken weg te werken. Bij het staken maken, dan knip je alle zijtakken weg, zonk de moed me bij het zien van al die kleine takken in de schoenen. Met name vooral omdat ik er geen goede bergplaats voor wist. Lief moedigde aan om toch maar door te gaan. Met het verzamelen van een stapeltje klein grut wist ik het. Ik zou er bunders van maken en die dan bij het hek op de hoek achter de kers en de pruim netjes stapelen. Takken bij elkaar grabbelen, een twijg om om de stapel heen te binden, knoop erin en klaar. Stapelen maar. Na gedane arbeid de stoeltjes er weer voor en het een jaar de tijd geven om te vergaan, wat met dunne twijgen en takken wel lukt. Ziezo, dat was beter dan een berg hout in een hoek. Nu ging het ineens veel sneller. Ruimen en meditatie ineen. Als je maar geduld hebt. Ideeën komen dan vanzelf aanvliegen.

Nu de staken nog. Die werden vernuftigd gevlochten tot een mooi hekwerk tussen buuf en mij. Vlechten is mijn specialiteit en bij gebrek aan een stok voor middenin vrees ik nu wel dat er een nieuwe wilgenboom is geplant. Maar ik weet wat in het vervolg te doen met het overtollige snoeiwerk.Voor de afwerking hadden we de allerdikste staken voor het laatst bewaard, die waren perfect omdat ze over de hele lengte konden.

Lief was ook doorgegaan met staken te maken. Eendrachtig werkten we samen en zo werden, langzaam maar zeker, de keitjes van het terras weer zichtbaar tot al het hout weg was. Het restant was voor zoonlief die in de tuin van zijn zus een stuk grond had omgespit, waar dadelijk een nieuw lapje moestuin zou komen. Af en toe kwam hij even langs om te kijken of wij al opschoten en te vertellen wat hij aan het doen was. Wat ik niet van hem wist, was de kennis om moeiteloos vogelgeluiden te determineren. Er was buiten de merel en de koolmees, een roodborstje, puttertjes en de winterkoning luid te horen.

Vandaag kunnen we eindelijk aan de tuin zelf beginnen. Overtollige begroeiing wieden, grassen trekken, ruimte scheppen voor al wat opkomt. Daarna pas de knollen van de Dahlia’s erin. Eigenlijk te vroeg, maar als we straks terugkomen uit Verweggistan is het weer te laat. Keuzes, keuzes, keuzes. Ik denk de vorst gewoon weg.

Gisteren naar de nieuwste kleinzoon waar zijn moeder in petit comité haar verjaardag vierde met een enorme taart. Twee uurtjes keuvelen, haar zwangere zus bewonderen en daarna de vier schatjes in alle rust laten bijkomen van de drukte. In de ochtend hadden ze de eerste wandeling gemaakt en gebruncht in de veldkeuken. De klein pork had het zich allemaal laten welgevallen en was lekker weggedoezeld in zijn wagentje. Frisse buitenlucht en veel liefde. Daar groeit een mens goed op.

Overpeinzingen

Zo’n wonder

Terwijl de wereld nog ligt te sluimeren onder een dikke deken van mist en nevel en ik daarachter de volle maan weet, buitelen de woorden over elkaar heen in mijn hoofd. Eindelijk mag ik het wereldkundig maken. Deze kersverse nieuwe kleinzoon is vorige week vrijdag om zes voor half twaalf geboren en ik moest al die tijd mijn mond houden over dit glorieuze moment, omdat eerst de ouders aan bod waren. Weet je hoe moeilijk dat is.

Vorige week werden we om tien uur in de avond gebeld door zoonlief die meldde dat de voorweeën van de dag ervoor hadden doorgezet en dat er nu zeven tot acht centimeter ontsluiting was. Om elf uur waren we in het geboortehuis, waar de bevalling al in volle gang bleek te zijn. We konden wachten op de gang. Ondertussen was er een en al bedrijvigheid. In zo’n geboortehuis is het een drukte van belang. Baby’s die geboren willen worden hebben maling aan de klok en de tijd. Ze komen nog altijd op eigen tijd en in eigen uur.

Af en toe gingen de deuren van de lift open, baadde de omlijsting van de lift zelf in een stralenkrans van neon en werd er met een robot-stem gesommeerd de lift te verlaten. Op dergelijke momenten, zo bleek later, moest er iemand met spoed vervoert worden naar beneden en werd men met bed en al, infusen aan alle kanten en verpleegkundigen in het kielzog, naar binnen gereden.

De liftdeur bracht bij tijd en wijle bleke zwangere vrouwen zwaar steunend op hun partners en een wolk familie om hen heen, gehaaste vaders met maxi cosy’s, ouders of moeders die hun dochter of zoon bij wilden staan. Het was een bont gezelschap en een komen en gaan. Wij hadden ruim zicht over dat alles, maakten plaats voor twee vrouwen, waarvan er een rechtstreeks uit Irak bleek te komen en door de bijzondere omstandigheden vond er gretig een uitwisseling plaats. Allemaal hadden we hetzelfde gevoel. We wisten wat zich daar in de kamertjes voltrok, voelden dezelfde barensnood als zij door het verleden heen en wisten hoeveel oerkracht er aanwezig zou zijn om dat op te vangen. Ogen zeggen in dergelijke gevallen meer dan woorden. We keken elkaar over de grenzen aan, een warme blik, en begrepen elkaar.

Om half een kwam zoonlief naar buiten en vielen we elkaar in de armen. Een zoon, een half uur voor de gevreesde nieuwe datum van één april. Opgelucht, zichtbaar wat vermoeid maar zielsgelukkig wandelde hij vervolgens weer naar binnen. Na een half uurtje konden we de kleine man bewonderen. Eerst een dikke knuffel voor de dappere schoondochter, die het, als alle vrouwen van de wereld, toch maar weer had geleverd, dit staaltje van natuur. Naast haar stond het opblaasbad, waarin ze bevallen was. In die zin was er veel veranderd met de tijd waarin wij kinderen kregen. Dat je in het ziekenhuis een thuisbevalling kon nabootsen met sfeervolle attributen behoorde nu tot de mogelijkheden, evenals de keuze hoe je dat wilde doen.

De kleine lag op haar borst en sabbelde zijn eerste behoefte bij elkaar. Zo klein nog, zo gekreukt door de zware weg die hij heeft moeten gaan, maar zo onmiskenbaar mooi en vertederend. Na tien minuten lieten we ze weer alleen om zich klaar te maken voor de reis naar huis. Met een intens gelukkig gevoel reden we huiswaarts. Zo mooi, zo teer, zo’n wonder.

Overpeinzingen

Hoe meer bloemen, hoe meer vreugd

Een van de medebloggers, die ik regelmatig lees, schreef een stukje over filmrecensies en eigen bevindingen. De film die ze zag, kreeg laaiend goede recensies, de bioscopen zaten telkens afgeladen vol en toch kwam ze er teleurgesteld uit. ‘Was dat nou alles’, scheen ze zich af te vragen. Toevallig hadden lief en ik dezelfde film gezien. Aftersun, een film over een vader en zijn dochter. We moesten even graven en toen wisten we het weer. Een wat trage film, maar de onderhuidse spanning liep er als een rode draad doorheen en daardoor bleef de film tot op het laatst boeien. Hoe het komt dat de een dat zo oppikt en de ander niet zal met name met bijvoorbeeld herinnering, ervaring en herkenning te maken hebben.

Het is als met bestsellers. De sfeer in het boek pakt je of gaat aan je voorbij. Het liefst bekijk ik de film of lees ik het boek blanco, zonder de recensies. Daardoor blijft de blik open en onbevangen, de ontvankelijkheid groter. Ieder woord dat je over iemand anders mening leest of hoort plant ongewild zaden die je mening danig kunnen vervormen. Achteraf recensies lezen is dan alleen maar fijn. Toetsen of er meer mensen zijn die dezelfde ervaring hebben gehad. De beweegreden om een film uit te kiezen schoeien we op het voorprogramma, de trailers die voorbij komen. Het heeft een boeiende winter opgeleverd.

Gisterenavond vielen we via het zappen pardoes in de film ‘Love and Mercy’ van Bill Pohlad uit 2014. Het is een biografisch getint verhaal over de singer/songwriter en muzikant Brian Wilson, de man die zulke grote hits heeft geschreven voor de legendarische Beach Boys. Met een barse en agressieve vader en zijn eigen bovenmatig talent krijgt hij op een gegeven moment de diagnose Paranoide Schizofrenie opgeplakt. Door alcohol en drugs glijdt hij verder af en komt onder invloed van een alles bepalende psycholoog Gene. Door een onverwachte ontmoeting met een vrouw komt er na een lange periode een eind aan die situatie. De film boeide vanaf de eerste tel. Misschien ook omdat de Beach Boys tot onze eigen bagage behoren en we de songs woordelijk mee kunnen zingen.

Op de mail naar het dierenparadijs kreeg ik als antwoord dat Pluis nog wat moet bijkomen, maar al wel gegeten heeft. Gelukkig, dat is een eerste stap naar de gewenning. Gisteren had lief afgewassen en uit macht der gewoonte het waterglas gevuld voor Pluis, die nuffig het liefst alleen maar stromend water drinkt uit de kraan en het glas. Gelukkig kenden ze daar ook drinkfonteintjes voor poezen die die eigenzinnige eigenschap bezitten. Ik ben wel heel benieuwd hoe ze op de andere poezen reageert. Morgen nog maar eens mailen.

We maken een opmaatje naar de tuin. Goed uitgerust aan de laatste loodjes beginnen. Een wilg moet zeker nog gesnoeid, dan nog anderhalf hek vlechten van de kale wilgentenen en de rest van de wilgentakken aan zoonlief meegeven, die straks ook van de partij zal zijn om de tuin van zijn door Europa reizende zus bij te houden. Dan de bollen erin op hoop van zegen. Wie weet wat voor moois eruit komt. Wat wild bloemzaad is misschien ook nog een idee om overal tussendoor te zaaien. Hoe meer bloemen, hoe meer vreugd.

Overpeinzingen

Een vleugje joie de vivre

Oproep van de tandarts voor lief. Razendsnelle beslissing, dan maar later weg. Er is per slot van rekening tijd genoeg. Beter ook misschien want dan kan ik nog bij de Biografiemiddag zijn, aanstaande woensdag.

Door een zonovergoten Nederland schonken we de nieuwe Witte een paar kilometers op zijn teller erbij. Het tijdelijke onderkomen van Pluis lag regelrecht tussen de boerderijen. Eindeloos groene weiden, mesthopen, smalle weggetjes met scheurende tegenliggers, doodlopende wegen. Zwanen, eenden, ganzen en roofvogels maken zich op voor een nieuwe lente. De natuur rekt zich uit.

Pluis is muisstil, voorvoelt door de lange rit dat er iets aan zit te komen. Behoedzaam kijkt ze door de ruitjes van de reismand heen. Af en toe een mauwtje dat we sussen in geruststellende woorden. Nummer 15 blijkt aan de andere kant van een kennelijk doodlopende weg te liggen. Eens was het een hele lange weg, maar nu doorklieft een nieuwe autoweg haar in tweeën. We vragen het aan een van de bewoners met een stel poezen in hokken in zijn tuin. Als hij uitleg geeft, ‘rechts, rechts en dan weer rechts’ in onvervalst tukkers, komt een rode kater aangehompeld. Het lijkt alsof het een pootje mist. Hier was de bestemming gelukkig in ieder geval niet. Dus via nieuwe kronkelweggetjes naar de overkant en helemaal aan het eind van die weg zien we de opvang. Het is er druk. Meerdere auto’s in de berm, een klein parkeerplaatsje, waar ik dan toch maar inrij, want we hebben alle eigen spullen van Pluis meegenomen, zodat ze zich nog een beetje thuis zal voelen.

We worden vriendelijk ontvangen en mogen gaan zitten. Honden aan leidsels lopen af en aan, uitgelaten door de vele vrijwilligers, die er zijn. Pluis houdt zich koest. De gegevens worden uitgewisseld, papieren ondertekend, afscheid nemen kan in het hok waar ze als gewenning komt te zitten. Dag lieve lieverd. Niet te lang naar haar koppie kijken, niet nadenken ook, niet denken aan ‘nooit meer’. Vertrouwen ligt even in brokstukken op de vloer. Pas in de auto gloort de hoop, maar ook zijn er de vragen, die we van de weeromstuit niet gesteld hebben. ‘Wanneer mag ze naar een ruimer verblijf, zal ze het redden met andere poezen, hoe lang duurt het gemiddeld voor er een warm huisje is gevonden’.

Terugkomst in een leeg huis, ruimer dan anders, zonder haar spulletjes, vervreemdend ook. In alle vroegte schreef ik vanmorgen een mailtje met de vraag of ze al een beetje gewend was. Dat zal zo snel niet gaan, maar ik wilde wat laten horen. Bovendien kreeg ik van de chip-dienst bericht dat ze jarig is vandaag en dat de wijzigingen moeten worden doorgegeven. Dat is aan hen.

Tussen alle bedrijven door ben ik al een eind opgeschoten in het boek ‘Luister’ van Sacha Bronwasser. Wat een heerlijke schrijfstijl heeft ze. Het boek is ingenieus gelaagd en zeer de moeite waard. De Hollandse Au Pair doet me denken aan dochterlief. Een aantal jaar verbleef ze als au pair bij een Belgisch gezin midden in Parijs. Ze heeft er ongetwijfeld ook diverse avonturen beleefd, maar niet alles is om te delen. In ieder geval hebben we een heerlijke Franse kant van de familie erbij gekregen en daarmee een vleugje Joie de vivre.

Overpeinzingen

We zijn niet voor een gat te vangen

In onze gang hangt een klein tegeltje aan de muur. Het is een kunstwerkje van een van de kinderen op school. Met watervaste viltstift is er op getekend. Het is de tekening van een poes. De achtergrond is met donkerrood ingekleurd. Met hanenpoten staan de letters erboven. ‘Merlijn’. De poes heeft pootjes als handjes, rondjes met vijf nagels. Ze kijkt intens tevreden en blij. Het koppie en de staart zijn onmiskenbaar poes.

Ik wist in eerste instantie niet waarom ik aan het tegeltje dacht. maar de wegen van onze gedachten zijn onmiskenbaar doeltreffend. Het is een herinnering aan de jongen, de school, de poes, in mijn geval Pluis, ook al heeft ze geen model gestaan en de onbevangenheid waarmee kinderen vorm geven aan hun belevingswereld. Echte onbevangen kunst. Het tegeltje hangt er al vele jaren en ik ben er aan verknocht.

Merlijns poes heeft zich bovenaan mijn verbeelding gewrochten en geteemd om haar te nemen als opening van dit schrijfsel. En dat alleen maar omdat vandaag helemaal in het teken van Pluis zal staan en het afscheid van onze lieve trouwe vriendin. Wat kreeg ik veel reacties van iedereen. Vooral de dierenvrienden onder jullie die weten hoe het voelt als je poezen moet loslaten, maar ook iedereen die weet hoe fijn we het samen gehad hebben. Trouwe vriendin in bange dagen.

Merlijn is inmiddels een echte vent geworden, maar de herinnering gaat rechtstreeks terug naar de tijd dat hij nog maar vijf of zes was. Gisteren kwam zoonlief foto’s schieten van Pluis. Vastleggen van zeven jaar lief en leed. Straks hebben we gelukkig de foto’s nog, maar ook de verankerde herinneringen voor altijd in het hart. De aanmoedigingen van mijn lieve vriendinnen en familie helpen als een zachte pleister op de wonde. Het gaat goed komen. Inderdaad, daar vertrouw ik op.

Beneden lopen ouders met hun kinderen aan de hand. Ze zijn op weg naar school. Een moeder draagt onmiskenbaar een traktatie met vier witte en roze ballonnen er aan vast. Feest in de straat. De zon doet mee, maakt het extra feestelijk. Het meisje naast haar huppelt vrolijk mee. Het leven van alledag en alles draait door.

De voorbereidingen van de reis worden op een rijtje gezet. Vignetten, hotel, bagage, bloembollen. De laatste niet vergeten en misschien ook nog wat heesters. Het liefst zou ik ook een vracht witte petunia’s mee nemen voor het lieflijke beeld schuin tegenover de Datsja. Ooit zag ik eenzelfde soort beeld in zo’n weelderige bloemenpracht. Sfeervol en sierlijk. We nemen ons voor om daarginds ook een keer een tuincentrum te bezoeken, al zijn die niet dik gezaaid.

De helft van de kruidenkast mag ook mee en alles wat nog op moet. Maar eerst gaan we de Pasen tegemoet. Mooie traditie is tweede paasdag waarbij we eieren gaan zoeken. In dit geval niet in het Julianapark maar ergens in het midden tussen Amersfoort en Utrecht. Zonder de familie in Italië toch een mank gevoel. Zij hebben eieren meegenomen om ze daar te verstoppen. Zo vieren we het dan toch een beetje samen. We zijn niet voor een gat te vangen.

Overpeinzingen

Dat wordt aftellen

Zoonlief zit tot donderdag met het hele gezin in een huisje in een park tegenover het Henschotermeer. We dachten ons een uitgebreide wandeling toe met de kleine krullebol en de Benjamin, maar het was niet zo dat je er direct het bos in kon lopen.

Op de heenweg verdwaalden we en kwamen aan de achterkant van het complex uit terwijl zoonlief aan de voorkant zat te bellen met ons op een muurtje. Via WegwijsTruusje vonden we de enige aanvliegroute al snel en zagen hem bellen, maar hij herkende in eerste instantie natuurlijk de nieuwe witte niet. We reden gedrieën stapvoets naar het huisje. Even bijkletsen bij een late middagborrel. De kinderen vermaakten zich vooral door tussen de plantjes door te lopen en met kiezelsteentjes in de autootjes te doen. De leeftijd is er naar om precies datgene te willen, wat de ander doet. Dat levert natuurlijk een in de kiem gesmoorde strijd op, maar als Benjamin valt, snelt grote broer toe om hem overeind te helpen. Kusje erop, klaar.

De huisjes liggen economisch dicht bij elkaar, weliswaar met een tegeltuin erachter, maar bij het buiten zitten zou je met gemak de conversatie van de buurman kunnen volgen. Het werd een heerlijke middag met de zon op ons toet en we konden eindelijk weer eens bijpraten, omdat de kinderen zich af en aan wel vermaakten.

Knuffie voor mijn dappere schoondochter, die ondanks de verbouwing aan het huis na de ramactie van de overbuurman en een suikerlevel dat angstig in de gaten moet worden gehouden, zo vlijtig huishoudt met haar dikke buikkie. Nog drie maanden bikkelen tot kleindochter geboren gaat worden. Het huis in de Keistad wordt prachtig, mooier dan het was zelfs. Een geluk bij een ongeluk, letterlijk.

In de avond werden we getrakteerd op iets wat ons heel spannend had geleken. ‘De jurk en het scheepswrak‘, een klinkende titel voor een spannend verhaal, een boek zelfs. Maar het bleek helaas een droge docu te zijn over het feit of een dergelijke vondst door amateurduikers wettelijk aan de staat behoord. Dat is geen overwegend argument voor de Texelaars. ‘Wij zijn de Overkanters en alles wat rond Texel gevonden wordt, behoort aan de Texelaars’. Juist daar zijn dus de meningen verdeeld over. De zijden jurk in opmerkelijk goede staat is te zien in het Museum Kaap Skil met de andere vondsten uit het palmhoutwrak dat vier eeuwen geleden is vergaan. Lief vond het leuk om Texelse beelden te zien omdat hij nog al eens op het eiland was geweest omdat er familie woonde, maar ook voor de schoonheid van het eiland. Texel is voor mij alleen maar dat eiland wat in het spannende boek van de Gorgels thuishoort, het meesterlijke kinderboek van Jochem Meijer, waar de kinderen van mijn groep en ik zo van genoten hebben toen ik het voorlas in het laatste half jaar. Zo’n spannende anekdote had het kunnen worden, maar niets was minder waar.

De capriolen van Pluis, iets met Poes en pootjes en smalle balkonricheltjes enzo…

De lente laat zich van haar beste kant zien. Er moet wel een extra trui bij, maar de sterkte van de zon tovert blossen op de wangen. Alles is mooier, beloftevoller, rooskleuriger en vol van groei en ontwikkeling. Na de fysio gaan we, als het uitkomt, proberen weer een slag te maken in de tuin, maar eerst moet er gewacht worden op het pakket met wolletjes voor de uni-das. Anders wordt het donderdag. Vandaag is de laatste dag van Pluis. Dat wordt een klein feest voor de schat met een lach en een traan. Het vertrouwen in de opvang is groot en net als bij de Westy van lief, krijgt ze een warm nest toebedeeld, daar zijn we van overtuigd.

Daarna lonken de goudgele verten. Dat wordt aftellen.

Overpeinzingen

Bepalend voor de beleving

Het is stralend buiten. Strakblauwe lucht en een heerlijk zonnetje. Gisterenmiddag werd ons dat al beloofd. Gewapend met een Quizboek over voetbal, iets waar kleinzoon zijn hele leven al om draait, belden we aan en werden vreugdevol ontvangen door de springende Dribbel, die inmiddels al vier jaren telde, nog voor zijn bassende broer er achteraan kwam. Altijd fijn om knellende armpjes om je nek te voelen. Het boek werd bekeken en weer weggelegd, want daar ging de bel en kwamen de volgende gasten. Het was een opmerkelijk rustige verjaardag. Wat voetbalvrienden en hun vaders. De kinderen zochten hun eigen chill-moment beneden waar de spelletjes op de computer op hen wachtte. Kleine Dribbel werd deels geweerd en dat leverde flink wat herrie op, als de deur echt werd dichtgehouden. Met betraande snoet klopte hij dan aan bij zijn vader, die de boel wist te sussen.

Door de betrekkelijke rust konden we zowaar tot een gesprek komen. We vertelden over Verweggistan en wat we samen al aan reizen hadden doorgemaakt. Wat vonden jullie nou het mooist van al die landen, vroeg een van hen. Mijn lieve Franse schoonzoon viel haast van zijn sokken toen ik Hongarije roemde en niet zijn Douce France. Sorry lieverd. Ik haastte me er achteraan te vertellen, dat het waarschijnlijk kwam omdat we daar een prachtige thuishaven hebben van waaruit we, veel intiemer nog dan gewoon op vakantie, boeiende tochten konden ondernemen. Bovendien, Parijs is fantastisch natuurlijk, maar ik geloof dat ik dan toch voor de ruige en ongerepte natuur kies. Die is ruim voorradig.

Terug in de auto vroeg ik me af of het daadwerkelijk zo mooi was allemaal, of dat ik het intenser beleefde omdat we er met ons tweeën zo van genieten konden, bijna op een identieke wijze. Dat laatste is een belangrijk item. Als je een ervaring kan delen en de ander zit op hetzelfde niveau, dan voelt het nog inniger. Twee zielen, een gedachte.

De herinneringen aan New York en Washington kwamen boven. Prachtige en heerlijke steden om te toeven. Washington is oneindig mooi. Daar was ik met de Oude, maar toch voelde ik me vaker alleen. Bovendien was er altijd onenigheid op ongeveer de vijfde dag. Alsof we er patent op hadden. In Washington zou ik kunnen wonen, zo voelde het, als ik tussen de statige herenhuizen liep of over de Nationale Mall, met haar tuinen, fonteinen, bomen, bloemperken en indrukwekkende monumenten en met haar gratis musea aan weerskanten. Fantastisch.

Portugal en Italie waren me ook altijd goed bevallen. Met de drie jongens, de jongste negen en de tweeling 15 jaar oud, reed ik met de auto regelrecht naar die landen om ze te leren kamperen. Ondanks wat strubbelingen hier en daar genoten we alle vier van alles wat we zagen en zoonlief zijn mond viel open toen hij voor het eerst de Duomo in Milaan zag schitteren in de zon toen we uit het donkere hol van de Metro kwamen. Een gouden tempel.

Later waren we met het hele gezin en de kleinkinderen nog een week naar Portugal en vertoefden in een luxe bungalow. Een straat verder lag de oneindige blauwe Atlantische Oceaan met haar goudgele stranden. De boottocht tussen de riffen en de grotten door, was spectaculair.

Allemaal leuk, maar overal bleef ik alleen met mijn gedachten, mijn gevoelens, mijn verwondering om de plekken die ik waarnam en daar zit nou precies het verschil. Herinneringen ophalen en delen, ‘Weet je nog’, is hartverwarmend. Dat drenkt het beeld in een warme gloed. En is hoofdzakelijk bepalend voor de beleving.

Overpeinzingen

Een lesje aan levenservaring

Ze komen weer regelmatig aanvliegen, de koolmezen. Maar ook duif en kauw doen aardig mee. Het belooft beter weer te worden. Dat mag ook wel na al die druilerige regen. Vandaag zal de oudste kleinzoon zijn verjaardag vieren. Veertien is hij alweer. Ineens maken de kinderlijke trekken in zijn gezicht plaats voor een overgangsfase naar man. Zo mooi om te volgen.

De regen haalt herinneringen op aan de barre trektochten die lief en ik gemaakt hebben eind jaren zestig. De kampeeruitrusting was van grote eenvoud. Een legertent met knopen en zonder grondzeil, twee rugzakken waar het een en ander aan benodigdheden in moest, geen geld en wel de ambitie om minstens zes weken door Spanje heen te trekken per trein of te voet.

Daar bleek het nog goed te doen, al strandden we een keer aan de rand van een aardappelveld in Guadalagara, waar we in de open lucht probeerden een oog dicht te doen, terwijl alles wat kriebelde het tegenovergestelde wilde bereiken. Ook is er nog het beeld van een wit gepleisterd dorp in de op dat moment dorre en droge binnenlanden met temperaturen van boven de dertig graden, waar we met de zware rugzakken op binnen kwamen lopen en waar een voor een de luiken hard werden dichtgeslagen. Geen vriendelijke ontvangst en met de blaffende honden erbij zelfs onheilspellend te noemen.

Of die keer dat we bezweet en moe om twee uur ergens aankwamen, waar natuurlijk alles dicht was vanwege de siesta. De man, die het restaurantje beheerde, streek over zijn hart en kwam met olijven, tomaten en paprika aanzetten dat gedrenkt was in de olijfolie. Smaken die ons toen vreemd waren. De hongerige magen hadden geen begrip voor verwende eisen. Er moest gevuld worden en snel ook. Waarschijnlijk is daar de aanzet geweest voor de voorkeur van hartig boven zoet. Voor mij geen chocola, doe maar olijven.

Dat was Spanje. Met hetzelfde tentje en nog steeds zonder grondzeil togen we het jaar erop naar Denemarken en Zweden. Een minder goede keuze omdat alles ongeveer twee keer zo duur was. Dat niet alleen, het klimaat speelde ons parten. Een tent zonder zeil is niet aan te raden als slagregens het tentje teisteren. Een bui en binnen de kortste keren was alles doorweekt. Niet alleen de tent, maar ook de slaapzakken, de kleding, de schoenen, alles. Schuilen en uitdampen in een van de Engelse ketens waar ze de allergoedkoopste pasta’s verkochten was de enige optie. Een soort Mc Donald avant la lettre, waar we achteraf zielsgelukkig mee waren.

Zodra een mager zonnetje zich aandiende, sleepten we de boel naar buiten om te drogen, iets wat geregeld maar half lukte. Was er geen regen dan waren er de muggen in grote getale in het waterrijke gebied. Lief had nauwelijks last van de zoemers, maar ik liep als een soort bultige Quasimodo rond met grote rode plakkaten op armen, benen en in het gezicht.

Toen we van de honger alleen nog een pakje soep konden kopen en met het laatste flesje butagas wilden bereidden, bleek het puddingsaus te zijn. De teleurstelling was groot. Borsjt is nooit meer mijn favoriet geworden.

Kamperen zonder grondzeil was er niet meer bij. We hadden onze lessen door schade en schande geleerd. Mijn vader en moeder liet ik weten dat het heel gezellig was in de ‘jeugdherberg’. En wij, wij hadden er een lesje aan levenservaring bij.