Overpeinzingen

Deze woelige wereld

Het begon allemaal voortvarend. Regelrecht naar de grote kledenwinkel, waar de keuze optimaal zou zijn. Bij de ingang had lief al door dat de kleuren op één kleed overeen kwamen met mijn wens. Ik was eerst meer op de rozerode kleden georiënteerd. De verkoper bij de balie begon al een beetje doelloos tussen de stapels door te lopen met een wakend oog op ons. Een beleefde vraag of hij ons kon dienen begeleidde zijn gang. Eerst wilden we echter zelf neuzen en de voors en tegens afwegen. We hadden allang bepaald wat het zo ongeveer worden moest. Bij het betreffende kleed van Lief vroegen we hem wel om het uitgestrekt op de grond te laten zien. Dankbaar schoot hij op ons af en trok het kleed met verve van de stang.

Het besluit lag er al voor het kleed de grond had geraakt. Het bijbehorende verkooppraatje, ‘geen doorsneekleed’, ‘spannende compositie’, ‘modern’, ‘weer eens wat anders ‘, kapten we voortijds af. Hij deed zijn best, met schalkse opmerkingen in vlotte clichés. Begrijpelijk als je de indrukwekkende stilte observeerde in de enorme winkel en dat op een zaterdagmorgen. We waren het er over eens dat we dankzij het gesnuffel van de vorige dag nu precies wisten wat het zijn moest. Dat was ook de reden dat we zonder moeite de tafelset en een biezen mand in een winkel verderop konden vinden. De buit vouwden en stouwden we in de kleine blauwe en reden eerst op huis aan voordat we het verdere verloop van de zoektocht konden uitvoeren.

Alles klopte als een zwerend vingertje. Dat beaamde zoonlief ook. Pluis begon van enthousiasme de nieuwe omgeving te verkennen vanaf haar troon. Het kleed had precies de juiste lengte en kleur, de tafels maakten het af, de mand onder de grootste kon weer gevuld met de Kunstmagazines en de wol van mijn te breien winterdas. De orchidee in de mooie rozerode tint van zuslief complementeerde het geheel.

Daarna was de jacht op de accessoires geopend. Kussentjes in de juiste tint en een dik plaid voor de op handen zijnde gasbeperkende winter. Bij de kringloop zochten we naarstig naar een stoel. Eigenlijk vond ik er een, een paarse rotan brede zit, maar die kende een pittige prijs, waar niets tweedehands op aan te bemerken viel. We keken ook nog naar lampen, maar vonden geen model naar het zin. Kalmpjes wachten tot we er tegen aan zouden lopen was het devies. Langzaam maar gestaag groeit alles naar ons beider zin. Onze smaak is nog steeds dezelfde. Daarom is het goed sparren over wel of niet.

Over de app komen prachtige beelden van de dochters uit het verre Helsinki. Ze genieten met volle teugen van de schoonheid van dit, tot dan toe, onbekende land. Er is niets leuker dan samen herinneringen maken en er later steeds weer aan refereren.

In de boekenbijlage van de krant staat een interview met de schrijfster van de biografie van Etty Hillesum. Wie heeft vroeger niet ‘Het verstoorde leven’ gelezen. De schrijfster Judith Koelemeijer heeft veel moeite gedaan om diens dagboekschrijfsels tegen het licht van de actuele feiten te houden. Daardoor krijgt een verhaal een belangrijke meerwaarde. Iets wat we van de week ook ontdekten bij het zien van de tentoonstelling: ‘De Nieuwe Vrouw’ in het Singer. Binnen de context vallen de verschillende puzzelstukken op hun plek. In haar speurtocht naar Etty stuitte ze ook nog op een dagboek van haar, eveneens Joodse, vriendin Leonie in Amerika. Deze vrouw was wel ondergedoken in de oorlog en ze overleden in 2013. Haar zoon had het huis in tact gelaten en daar kon de biografe door twee kamers met documentatie spitten. Een stoffige bedoening met deze belangrijke vondst tot gevolg.

Etty zelf kon de gedachte dat er een ander in haar plaats zou moeten sterven als ze onderdook niet verdragen. Ze stierf in Auschwitz in 1943. Een vrouw ‘die weigerde zich over te geven aan angst en vijanddenken’. Een mooi gegeven, toen en nu, in deze woelige wereld.

Overpeinzingen

Het moet niet gekker worden

Als eenmaal, naar de eigen bescheiden mening, een ideale combinatie aan kleur in het hoofd zit, wordt het lastiger zoeken. Eigenlijk zijn er meerdere composities mogelijk, maar door die ultieme gedachte werd de rest weggevaagd en ook wel omdat er vooral veel met blauw werd gecombineerd of het verkeerde groen.

Kleden te kust en te keur. Ontelbare rissen zijn door onze vingers gegaan. Bekijken, kleuren schatten, aarzelen, terugschuiven, nog eens bekijken. We waren nog een beetje beduusd door het feit dat ons oude vloerkleed geweigerd werd bij twee kringlopen zodat er niets anders op zat dan het hoogpolige verleden de bouw en afvalcontainer in te duwen. Hier lagen of hingen dezelfde hoogpolers weer, tegen een behoorlijke prijs. Het oude betaalde in ieder geval de prijs van de (betrekkelijke)welvaart. Mijn oude kringloophart huilt. Er was nog iets vreemds. Ik moest mijn legitimatie laten zien bij de ingang van de gemeentewerf. ‘Steekcontrole’ zei de oude baas, die ik eigenlijk al kende uit de tijd dat ik bij de kringloop ernaast werkte. ‘Zei hij dat op voorhand of omdat hij dacht dat er een lijk in het kleed verstopt zat of iets dergelijks’ grapten we naar elkaar. En toch voelde het een beetje zuur, zo’n ervaring. Alsof we niet te vertrouwen waren op onze respectievelijke blauwe en bruine ogen.

Bij één winkel hadden ze het goede kleed, zag ik op mijn telefoon. Spoorslag naar het winkelcentrum in de buurt, waar we een goede tuinvriend, de meest sociale jongen die ik ooit ontmoette, tegen het lijf liep in zijn witte Boernoes en met zijn gebedskralen in de hand. Om zijn mond krulde een stralende lach. We omhelsden elkaar. Sinds kort was zijn moeder over. Voor haar had de tijd in zijn oude land stil gestaan. ‘Ze denkt nog steeds dat ik dat kleine jongetje ben die ooit onder haar vleugels woonde’, vertelde hij berustend en zette de spitsroeden uiteen die noodzakelijk waren om heftige botsingen te vermijden. Het grote dilemma van de twee-culturen-problematiek kwam daarbij in alle heftigheid om de hoek kijken. Hij was al geruime tijd hier en als jong ouderloos kind hier gekomen. Zijn opvoeding was langs de wegen van de ervaring gelopen. Daar had hij zijn wijsheden opgedaan en later vooral ook door zijn opleiding. Zijn moeder stond daar ver vanaf. Even trok er een schaduw over zijn gezicht om direct weer te verdwijnen in die gulle lach. Hij wenste ons sterkte met zoeken en schoot de Turkse groentewinkel in.

Kort daarvoor hadden we wel de heilige Antonius aangeroepen om te helpen bij het vinden van een kleed. Maar hij had er vandaag geen zin in. Bij de winkel die we op het oog hadden, lag weliswaar het kleed in de kleur, maar veel te klein en veel te dun. Dat was genoeg voor vandaag. Moe maar gelukkig besloten we de volgende dag eraan vast te knopen om verder te zoeken. Bijzettafels hadden we al op het oog. Een fauteuil eventueel ook, afhankelijk van kleur van het kleed dat het uiteindelijk zou worden.

Bij de supermarkt haalde ik vast de ingrediënten in huis voor de Imam Bayildi. Op de fruitschaal liggen nu de auberginen, de paprika’s en de pepers hoog opgestapeld. Een lust voor het oog. Pluis had de bank willen confisqueren, maar snel haalde ik haar eigen krabpaal met kussentje erbij, daar zat ze hoog en droog, prinsessen-heerlijk, en keek minzaam toe hoe wij ons de bank hadden eigen gemaakt. Af en toe kneep ze de ogen dicht, alsof ze, bij hoge uitzondering, er haar goedkeuring aan gaf. Het moet niet gekker worden.

P

Overpeinzingen

O, wat is het lekker

Je moet ergens beginnen. Dat betekende dat als eerste de boeken, schetsboeken, tijdschriften, het pennengerei en anderszins van de achterleuning van de bank gehaald moeten worden. Omdat er in de boekenkast nog plaats was, kon ik daar een gedeelte kwijt. Daarna moesten de twee delen van de oude bank uit elkaar gehaald worden. Met rechtstandig optillen schoten de beide delen los van elkaar. Op de zijkant hevelen en schuiven nar de zijkant. Het tweede deel volgde.

Jaja, het heeft wat voeten in de aarde, maar dan is er ruimte voor nieuw. Het was wikken en wegen en passen en meten, de boel grondig stofzuigen en dweilen, de ramen zemen, de verwarming afstoffen. Tussendoor koffie en bijkletsen over eventuele mogelijkheden. Lief schuifelde de grote bankdelen de galerij op. Veel te zwaar vond ik, maar in die zin is hij net zo eigenwijs als ik, haha. Twee zielen, een gedachte. Pluis speelde alpinist en keek triomfantelijk van boven af neer op onze inspanningen. Ze vermaakte zich opperbest.

De kamer veranderde in een balzaal zonder de planten die op het balkon hun tijd aan het overbruggen waren. De nieuwe bank kon haar plek innemen. Door de orchideetjes die ik van zuslief had gekregen, bleek het groen van de bank en het fuchsia-roze van de bloemetjes een mooi afgestemd palet. Op naar een fuchsia roze kleed en bijpassende kussenhoezen zometeen.

Nu kon het grote heen-en-weer schuifspel beginnen. Plant aan de kant, plant in de hoek, met een hoger tafeltje eronder, plant naast de bank aan de andere kant. Niets meer aan doen. Volgende plantenreeks. We werkten gestaag door. Daarna was de werkkamer boven aan de beurt. De oude kast die weg moest, bleek in erbarmelijke staat en moest helaas in barrels naar beneden. Zoonlief liet er zijn karatetrappen op los. Leedwezen aan mijn kant, opgeruimd staat netjes bij de heren. Overal kleven herinneringen aan, die wakker worden als de nood aan de vrouw komt.

Buiten klinkt de kraak van de grofvuil-wagen. Het maalt met zijn hebberige kaken al wat aan jaren achter me ligt. ‘Een nieuwe herfst, een nieuw geluid’ in variatie op een thema, om met Gorter te spreken. Toch fijn dat het voor de deur opgehaald kan worden. Ik kon niet meer zien of de straatmadelieven van de nacht er nog iets aan bruikbaar tussen uitgeplukt hadden, waar ik stiekem toch op hoop.

Gisteren belde zwager voor het houtkacheltje uit het atelier op de tuin. Hij zou het graag op willen halen en zorgt er dan voor dat het gat van de pijp in het dak weer netjes dicht komt. Ideaal natuurlijk. Het kacheltje is voor mij onbruikbaar geworden, omdat de rook averechts werkt op mijn gezondheid. Hij is ermee geholpen op zijn nieuwe ‘landgoed’. Dat is het betere werk. Doorgeven schenkt voldoening.

Het bed dat weg moest, kon gelukkig uit elkaar geschroefd. Anders had het ook dit onhandige trappengat niet doorgekomen. Beneden in de schuur staat nog een tafel gelijk aan die van ons. Dat wordt het grote bureau voor twee voor het raam recht tegenover mijn lievelingsboom. Ruim genoeg om beiden aan te kunnen werken, lezen of schrijven en te genieten van de zonsopgang bij mooie dagen, de vogels en de vleermuizen, het leven der seizoenen.

Zondag komen er eters en ik verzin alvast het menu. Natuurlijk komt de imam die flauw valt weer om de hoek kijken. De mare gaat dat bij het Turkse gerecht Imam Bayildi, wat inderdaad de imam die flauw viel betekent. Oorzaak, ofwel omdat hij het overheerlijk vond, of omdat hij zich een hoedje was geschrokken van de hoeveelheid olie die er gebruikt wordt om het gerecht klaar te maken. Ik hou het op het eerste, want o, wat is het lekker.

Overpeinzingen

Ten volle uit

Het was een stralende dag. De juiste omlijsting voor een bezoek aan het Singer Laren museum met haar prachtige Oudolf-tuin. Het museum had er in de loop der jaren een vleugel bijgekregen, maar de parkeerplaats was helaas nog steeds niet meegegroeid. We hadden er eigenlijk wat extra tijd voor uit moeten trekken. Het geluk zij met de domme want toen we voor de tweede keer het terrein opdraaiden, na een vergeefse poging in de periferie, ging er net een mevrouw weg. We hadden geduldig achter haar staan wachten en gaven haar de ruimte weg te rijden toen een grote zwarte Suf in de vrijgekomen plek wilde schieten. De kleine blauwe prins was hem te snel af. Meneer draaide zijn raampje open. Beleefd maakte ik hem fijntjes op onze lange wachttijd attent. Gelukkig haalde hij met wat gesputter toch bakzeil.

Als je een tijdslot had gereserveerd mocht je doorlopen om de museumkaart en de tickets aan de ingang van de zaal te laten scannen. Dat was maar goed ook, want de rij voor de kassa was groot. Er waren meer mensen op het idee gekomen.

De geschiedenis van de vrouw had me altijd al verwonderd vanaf de allereerste keer dat ik had gehoord over de suffragettes en Aletta Jacobs aan het begin van de vorige eeuw. Uit de biografie over Jeanne Bieruma Oosting was me onverwijld duidelijk geworden hoezeer vrouwen voor elke centimeter vrijheid hebben moeten vechten. Het feit dat ze niet behoorden te fietsen, hun baan op moesten geven als ze gingen trouwen en pas een academische studie konden volgen aan het eind van de negentiende eeuw en dan alleen nog maar de gegoede burgerij. De doorsnee studiebol moest veel langer wachten. Verbazingwekkend eigenlijk dat wij dames zich al die tijd zo lieten ringeloren.

Indrukwekkend waren de houtskoolportretten op een rij van de eerste vrouwelijke Surinaamse verpleegkundigen, die grafisch sterk naar voren kwamen op een achtergrond van zwarten en witten als de toetsen van een piano. Lief en ik kwamen ogen tekort. We bedachten dat het schilderij een andere dimensie kreeg als je het bezag vanuit de juiste tijdsduiding. Een vrouw op een fiets is allang geen bijzonderheid meer, maar in 1910 was dat andere koek. Vrouwen in sarong en kebaja zonder korset was ook zo’n gotspe in die dagen. Van de schrijfster Carry van Bruggen weet ik dat ze een van de eersten was in Nederlands-Indie die haar korset aan de wilgen hing omdat het een onhandig keurslijf was in die tropenhitte.

Ze waren er allemaal. Isaak Israel, Breitner, van der Leck, Lou Loeber, Besnyo, Dumas, Rodin, Iris Kensmil, Leo Gestel, Jan Sluyters, Jan en Charley Toorop en nog veel meer. Het was meer dan de moeite waard en niet in de laatste plaats door de geschiedenis er omheen en de inspiratie die het opleverde. Bij mij kwamen de houtskoolkriebels en de pastels spontaan omhoog bij het zien van al dat moois.

De Nardinc-collectie in vogelvlucht was het toetje en daarna komn er even niets meer bij. Op het terras was het geluk evenzeer met ons, want een stel zat te wachten tot ze konden betalen en we konden hun tafel overnemen. Op de eerste rang met uitzicht over de prachtig aangelegde Pieter Oudolf-tuin met de zon op onze wangen raakten we niet uitgepraat. Is er vrouwen-en-mannenkunst? Onzin vonden wij. Er is kunst, een uiting van gevoel, van de beleving, van het innerlijke zelf, los van sekse. Zelfs de termen mooi en lelijk gaan niet op. Op school leerde ik de kinderen kijken naar de tekeningen van elkaar, waarbij ze moesten omschrijven wat ze er van vonden zonder de termen mooi en lelijk te gebruiken. Dat leverde prachtige momenten op. Ware schoonheid is waar beleving en gevoel samen komen.

Daarna wandelden we door de prachtige tuin en genoten van de samenstelling ervan. Zoveel in bloei nog, met hier en daar de eerste tekenen van de invallende herfst. Een dag van schoonheid, ten volle uit.

Overpeinzingen

Per slot van rekening

‘De leugen: het middel om het leven de waarheid te geven waar je zo naar verlangt’. Ik lees het nieuw gekozen boek van de leesclub. Philip Huff is de schrijver, de titel is ‘Wat je van bloed weet’ en het omslagontwerp van het boek is van Claire Witte een en ongelooflijk mooi. Een vlag die de lading dekt.

Als het jongetje bovenstaande zin denkt, ben ik op bladzijde 64. Door de vorige hoofdstukken is het zonneklaar waarom hij dat denkt en wordt deze zin een waarheid, waar geen speld meer tussen te krijgen is. Het is de hoop die je doet ontsnappen uit bergen ellende. Het is de ultieme poging om te geloven dat er een wereld is die uit liefde bestaat, een zingende moeder, een trotse vader langs de lijn, een huis waarin je iedereen welkom kan heten omdat het er zo gezellig is. Philip Huff schreef een boek waaruit je nauwelijks kan ontsnappen, het valt bijna niet weg te leggen, zo houdt het verhaal je bezig.

Bij het zien van de kaft begint het creatieve brein te werken. Het wil aan de slag. Dat is wat een werk vermag dat raakt, vanaf de allereerste foto die ik ervan zag. In werkelijkheid is het nog veel mooier door het reliëf waarin het gedrukt is.

Het wordt de dag van de inspiratie. Vandaag gaan we naar Singer-Laren en misschien knopen we een wandeling over de hei eraan vast. Een verademing na de ‘Zweedse-Warenhuis-dag’ van gisteren. Op jacht naar vloerkleden en grote hoeslakens. Voor lief ging er een wereld open. Wat een uitnodiging tot consumeerderen in plaats van minderen. De kleden werden gewikt en gewogen en liggen nu in de opslag in ons hoofd, om te overdenken. Het hoeslaken is denk ik weer te klein voor dit kingsizebed. We zullen zien.

In Singer is er een tentoonstelling met de titel ‘De nieuwe vrouw‘, deze titel werd aan het begin van de 19e eeuw gebruikt om de spot te drijven in kranten, tijdschriften en spotprenten met de vrouwen die steeds vaker het zo gebruikelijke mannelijke bolwerk begonnen te infiltreren en te slechten. Singer Laren maakt van die spottende benaming een geuzennaam. Gastcurator Maaike Rikhof stelde de expositie samen over de beeldvorming van de vrouw tegen de achtergrond van de voortschrijdende emancipatie. Het onderwerp spreekt ons beide aan. Met museum Voorlinden, waar ik hem zo graag mee naartoe zou willen nemen, wachten we nog even op de nieuwe tentoonstelling van Giuseppe Penone, de Italiaanse arte-poverakunstenaar met zijn boeiende installaties en zijn indrukwekkende sculpturen. Die gaat lopen vanaf 8 oktober 2022.

Het Nederlandse Film Festival is begonnen en er wacht ons weer een overvloed aan documentaires, films en series. De volkskrant gaat uitgebreid in op wat er aan belangrijks vertoond wordt vanuit Nederland. Boeiende reportages in kranten en prachtig werk op het witte doek of op de televisie. Genoeg culturele input dus. In oktober begint ook de ‘inktober’, iedere dag een krabbeltje. Ben benieuwd of dat er van komen gaat, maar binnenin bruist het al behoorlijk. Dat wil er ook uit. Eens kijken of er aan de wilde ideeën handen en voeten te geven zijn. Je weet nooit hoe een koe een haas vangt per slot van rekening.

Overpeinzingen

En daarmee de vrijheid voelbaar maakt

Terwijl ik bij de tandarts een onrustige ademhaling van de vrouw links van me verweef met de gedachte dat angst voor de tandarts nu alweer jaren in een ver verleden lag bracht zoonlief onverwacht de nieuwe bank. Na de behandeling vertelde de wachtkamer-mevrouw en passant dat ze vreselijke kiespijn had en nu ook op hete kolen zat, omdat ze niet wist wat er komen zou. Ook kiespijn is een begrip uit dat zelfde verre verleden.

De bank stond opgestapeld langs de boekenkast.de grote oude hoekbank moest eerst weg en daar hadden we het grof vuil voor nodig. Straks even bellen en kijken hoe snel de klus geklaard kan worden. We hebben er zin in. De bank is van een mooi groengrijs, met een locker en erg comfortabel. Ineens moeten er honderdduizend-en-een dingen geregeld worden. De verwarming komt in zicht, dat is een ouwetje en minder mooi, dus misschien moet daar een ombouw omheen. Het volgende is een kleed en kussens en en nog wat snuisterijen, die passend zijn bij de vernieuwde aanblik. Het grof vuil is gebeld en vrijdag is alles weg, de kast en het bed van de te organiseren werkkamer incluis. Wat een actie zomaar tussendoor.

In een interview van Liddie Austin met Stef Bos wordt aangehaald wat in een gesprek tussen Freek de Jonge en Stef ter sprake kwam. Freek:’ We zitten op een rode draad die door de tijd heen loopt. Als we niet denken het te moeten verzinnen maar contact maken met de draad, stroomt er van alles door ons heen’. Vlak daarvoor mijmert Stef op de vraag of hij het zijn taak als kunstenaar vindt te verwoorden van wat je voelt in de maatschappij, dat hij niet meer is dan een doorgeefluik van gesprekken die hij heeft, van wat hij voelt, van alle kennis die hij heeft opgedaan. Datgene wat hij zegt of zingt tijdens een optreden is niet van hem maar hij geeft het alleen vorm.

In de tijd dat het vullen van een podium tot de bezigheden behoorden, zang, dans, toneel, straattheater, overkwam me vaak dat ik bijna buiten mezelf een act stond op te voeren. Alsof je van bovenaf erop aan het kijken was. Kwinkslagen, snedige zinsnedes, ze kwamen allemaal eveneens uit de lucht vallen. Zou ik het over moeten doen, dan werd het door het improvisatiegehalte iets volstrekt anders en navertellen was helemaal niet mogelijk. Zo gaan die dingen. Het voelt als die draad die Freek noemt. De rode draad van het creatief vermogen en het scheppend bezig zijn. Stef noemt daarnaast iets dat minstens net zo belangrijk is tijdens het optreden namelijk de magie die samen met het publiek gecreëerd wordt, ‘iets te leren of iets te ontdekken dat we al wisten maar zijn vergeten

Een bijzondere man met een sympathieke warme uitstraling. Ik mag hem graag horen en luister graag naar de mooie dingen die hij heeft gemaakt. Zijn levensmotto is fantastisch. ‘De ruimte is oneindig zolang je maar je grens verlegt’. Precies en dat hebben we helemaal in eigen hand. Hoe nauwer het hok waar de geest in verblijft, hoe bekrompener het denken wordt. Ik hou van de ruimte die grenzenloos mijmeren laat en daarmee de vrijheid voelbaar maakt.

Overpeinzingen

Duimen dat het over gaat

Dit ei is ook weer gelegd. Vanmorgen om vijf uur was het gedaan met de slaap en voer de onrust op de zeilen van de ochtend binnen. Er moest gelezen en geschreven worden. Er zat niets anders op. Beneden verschanste ik me onder de dikke wollen plaid met wakkere koffie en begon. In een acht uur durende marathon was alles uitgeschreven, foto’s er bijgestopt en de recensies konden eindelijk de deur uit. Het bracht trouwens oneindig veel nieuwe kennis. Ik had geen weet van het feit dat citroenen, sinaasappelen en limoenen door de mens zijn bedacht. Ik hoorde ook voor het eerst over de luchtwortels van de vijgenstruiken in Meghalaya in India die er voor zorgen dat de plaatselijke Khasi-bevolking er zo bruggen mee kunnen bouwen boven een van de natste gebieden op aarde. Maar ook niet dat de vijg zelf het vruchtvlees en de bloembodem is en de witte pitjes binnenin zijn de bloemetjes. Leuk en leerzaam leesvoer, maar bovendien prachtige ontdekkingstochten om met de kinderen te maken.

Gisteren vierde onze eigen grote Spring-in-het-veld zijn verjaardag en waren we, op de fotoshoot na, eindelijk weer eens in een ons-kent-ons-sfeertje bij elkaar. Lekker ongedwongen, keuvelend over van alles en nog wat. Dochterlief had, net als ik vroeger, soep met brood klaar staan en een Franse quiche. Het eerste deed me denken aan de verjaardagen van mijn eigen vijf, die altijd druk bezocht werden, waarbij ik in navolging van mijn eigen moeder ook soep en brood klaar had. Waar mijn moeder haar krachtige kippensoep uren op liet staan, roerbakte ik de groenten in de olie en maakte het af met bouillon en balletjes. Soep voor een weeshuis en altijd stokbrood erbij om weg te happen. Mijn moeder vond de beetklare knapperige groenten heerlijk en ik hield van haar soepie met de draadjes-kip en haar geheime ingrediënt. Zonder foelie geen soep. Op de vermicelli ben ik nooit gek geweest. Noedels zijn er lekkerder in. Vorige week was ik niet lekker. Een kippensoep is dan het enige wat helpt. Het zal voor een deel bijgeloof zijn, maar het werkt altijd.

Vorige week toen de allerkleinste zijn verjaardag vierde, was schoondochter een envelop kwijt. Ik vertelde dat ze de Heilige Antonius moest aanroepen ‘Heilige Antonius beste vrind, zorg dat ik mijn …… vind’. Ze deed braaf wat ik had gezegd en twee seconden later hoorden we een Indianenkreet. De envelop was boven water gekomen. Weer een succesvolle overdracht van onze ouderwetse middeltjes.

Straks wacht me de tandarts en daar kan ik me echt op verheugen. Doorgaans is ze hier en daar wat tandsteen in een moeilijke hoek aan het wegkrabben en verder hoeft er alleen maar gepolijst te worden. Daarna is alles weer blinkend en fris.

Ziezo, vanaf vandaag hebben we samen meer tijd voor de leuke geneugten van het leven. Woensdag gaan we naar Singer Laren naar een tentoonstelling waar ik al een tijdje erg naar uitkeek. Centraal staat de beeldvorming van de vrouw tegen de achtergrond van de voortschrijdende emancipatie. We gaan het zien en beleven.

De kleine dribbel heeft weer oorontsteking, koorts en keelpijn en opnieuw een antibioticakuur. Hij was al een maandje aan het tobben. Ik stuurde een berichtje en er was zowaar een kleine glimlach op zijn zielige toet te zien. Lastige dingen hoor die oren. Nu maar weer duimen dat het over gaat.

Overpeinzingen

Een vreedzame gemeenschapszin

Gisteren zag de wereld er voor een middag uit zoals mijn mooiste utopie. Vredig, vreedzaam, deelzaam, grenzenloos vrij. De zon scheen, de wind joeg grote episch wolken door het zwerk, de gekleurde vlaggenlijnen aan de witte tent en langs de afscheidingen wapperden ritselend hun feestelijke bescheiden noten ter ondersteuning van de flapperende panden van de gisteren al opgestelde partytent. Heel af en toe drumde de regen haar ritme op het zeil ter ondersteuning, maar merendeels was het droog. Het was de ideale omlijsting voor het feest van de volkstuinvereniging en voor de opening van het ecologische verenigingshuis aan het begin van het complex.

De tafel voor de hapjes begon zich al ras te vullen met internationale heerlijkheden die de leden thuis met alle liefde hadden gebakken, gekookt of in de gauwigheid snel ingeslagen bij de Turkse bakker of de supermarkt. Twee grote tapflessen met water en feestelijk groen, komkommer en munt onderschreven het feestelijke buffet. Zo geborgen als de oro koekjes naast de kleine Hindoestaanse loempiaatjes, de Turkse cake, de vegetarische notentaart en de gevulde kebab lagen, zo gebroederlijk en gezusterlijk gingen de makers van al dat lekkers met elkaar om. Vriendschap en vrede in heerlijkheden.

We waren veel te vroeg bleek. Ik had de aanvang van de voorbereidingstijd in mijn hoofd op 12 uur gezet. Het bleek dat het feest pas om twee uur zou beginnen. Achteraf kwam het goed uit, dat we een helpende hand uit konden steken, want er moesten nog vier bomen gehaald worden bij het ecologische bedrijfje Stekkers dat achter het tuincentrum Steck verscholen lag. De zeilen, twee stuks, waren veel te klein voor de beide, inderhaast geïmproviseerde, tafels. Bij het tuincentrum bleek het plastic zeil verscholen in het magazijn. Groen zeil is niet lelijk. ‘Er zit nog maar een beetje op’zei de man met de rol in zijn hand. Dus ging ik voor alles op de rol, dat toch wel meer bleek te zijn dan een beetje. Zeven meter rijker kleedde ik de tafel aan waar ook de bruisende peren en appelchampagne op kwam te staan, sans alcohol.

De twee Turkse mannen van even verderop, de een altijd vriendelijk zwaaiend van de overkant, de ander wat stugger, maar door de amicale houding van zijn makker aangestoken, groetten beiden met een brede glimlach. Er zou weer een Samowar komen beloofde de eerste. Hij kon er zelf niet voor zorgen, maar zijn vriend nam de honneurs waar. Geweldig. We hadden heet water en Turkse thee in overvloed. Ik sneed gember en citroen om het geheel te completeren.

Nu was zo’n beetje alles klaar voor ontvangst en de mensen kwamen in hun grote verscheidenheid binnen druppelen. Wethouders en een vertegenwoordiger van de AVN waren inmiddels gearriveerd en er kon gespeecht worden. In een gemoedelijke sfeer vertelde de voorzitter hoe trots we mochten zijn op dit prachtige gebouw, weliswaar nog niet helemaal klaar, maar al gereed voor ontvangst en straks voor het houden van workshops, vergaderingen, informatieve avonden en alles wat er nog meer aan verrijkende ideeën zou ontspruiten.

We keken terug op een rijke middag. Er konden namen gebrand worden in twee houten planken, wat later tot een bank zou worden gesmeed door een timmerman. Een in meerdere betekenissen op te vatten ‘Verenigingsbank’. Verder was een oude lelijke tafel toe aan een opknapper. Allen mochten onder het motto ‘Iedereen kan een steentje bijdragen’ werken aan het mozaiek dat gelegd werd met kapotte tegels en met servies dat in de tuinaarde op het complex was gevonden. Scherven brengen geluk en tuinfeesten een vreedzame gemeenschapszin.

Overpeinzingen

Een nieuwe weg

Vandaag tussen zon en regen door is de opening van de doorkijker, zoals het ontwerp wordt genoemd aan het begin van het tuinencomplex. Eindelijk, na vele jaren, hoef je niet meer van het complex af voor een toiletbezoek. De boodschappen voor het feest zijn gedaan. Alleen de vlaggetjes nog. Vanwege de duurzaamheid zullen dat stoffen vlaggetjes zijn. Twee winkels komen in aanmerking om ze te halen. De dag begint vroeger dan normaal, maar eerst is er koffie.

Gisteren kwam dan eindelijk het vierde boek binnen. ‘Briljante planten’ en in het kort noteerde ik in de grijze hersencellen; een lust voor het oog en vooral ook grappig, met veel zoekplaten erin en vragen voor het nieuwsgierig aagje. Eigenlijk doen al die plantenboeken dat goed. Ze prikkelen allemaal en nodigen uit tot onderzoek en experiment. Alles wat er nodig is om kinderen warm te laten lopen.

Heerlijke momenten vond ik dat, dat vrije onderzoek buiten aan de hand van alles wat groeit en bloeit. Van boombast tot kikkervis, van herfstspin tot gierzwaluw, van zonnestand tot zwaartekracht, van vogelperspectief door ergens op te klimmen versus kikkerperspectief door op de grond te liggen en op te kijken. Alles waar dit soort ondervindingen bij komen kijken, blijven in het geheugen gegrift en nodigen uit tot het nemen van volgende stappen aan de hand van nieuw onderzoek.

Het land van groen binnentreden met de verhalen van de handpop, die in de groene ecoline was gedompeld, zorgde voor het vergroenen van alles wat we deden. Sorteren met groen, beeldend werk met alleen de groentinten en mengen van blauw en geel tot de mooiste kleuren groen, kleien van groenten en die allen groen verven tot en met de worteltjes en de bloemkool toe. Groene soep koken van erwtjes, bonen, groene prei, selderij en die uit groene schaaltjes eten. Een groene winkel met uitsluitend groene producten maken, net zolang tot alles groen voor ogen zag. Het onderwerp van de kinderboekenweek is Gi-Ga-Groen. Alle plantenboeken passen binnen dit thema en het thema van het blad De Buitenklas’.

Ik stuit in de nieuwe Zin-magazine op het verhaal van Simone Kleinsma en hoe ze de dood van haar man Guus vooral heeft verwerkt door ritme in haar leven en het feit dat ze op de planken stond als Annie M.G.Schmidt. Ze moest het lied zingen dat Annie schreef voor haar overleden man, ze zong dus haar eigen leven binnen. Maar het hielp haar om steeds weer verder te komen in de verwerking en ze beschouwde Annie.M.G. en de musical als haar reddende engel. Een van de aangehaalde quotes van Simone, ‘Ons leven was een duet, nu is het weer solo’ en dat is na 31 jaar een grote overgang. In mijn leven ging het omgekeerd. 25 jaar solo met de kinderen en dan ineens een duet levert de mooiste levensliederen op, maar natuurlijk is het ook aanpassen en voegen tot het senang voelt en vertrouwd.

Waardevolle momenten om bij stil te staan door dit soort mooie verhalen. Niet uit nieuwsgierigheid maar om te delen. Hoe verwerken we onze levensfases, wat voor oplossingen zijn er te vinden voor de eventuele beren op de weg en helpt het beter als je omhoog blijft kijken. Verdriet mag er zijn, te allen tijde, maar zon toelaten in het leven als zij zich aandient, is ook fijn. Ze vindt ouder worden een ‘dingetje’ omdat de fysieke kwalen en kwaaltjes zich aandienen. Toch oogt ze op de foto’s stralend jong. Ik bedenk dat de liefde voedt en dat door het overlijden van de partner die voeding als het grootste gemis wordt ervaren. Beide kanten heb ik gekend. Het gemis aan geborgenheid is het grootst en dat het grote klankbord wegvalt. Respect voor iedereen die daarna de draad weet op te pakken en open staat voor de wankele eerste schreden op een nieuwe weg.

Overpeinzingen

Waarom haasten als het anders kan

Matthijs van Nieuwkerk vertelde in zijn programma ‘Matthijs gaat door’ dat hij het bundeltje met teksten van de in april overleden Henny Vrienten ‘De een is de ander niet’ de hele zomervakantie met zich mee had gedragen. De ontroering die zijn overlijden had losgemaakt waren te lezen tussen de zinnen van Matthijs, in de gevoelige zang en in de ogen van zijn zoons.

De kaft is prachtig blauw, dat van een heldere zomerhemel bij een stralende zon, de ondertitel is ‘Leven in liedjes’, met een notitie op een wit etiket, dat aangeeft dat het boekje in geval van verlies terug moet naar Henny Vrienten. Een rechtstreekse vlucht naar de hemel, denk ik, nog steeds beduusd over het feit dat hij er niet meer is. Het laatste interview bij hem thuis had diepe indruk gemaakt.

Prachtig vind ik het gedicht met de titel: Het museum van weemoed en gemis, waarin hij al zijn tekortkomingen laat hangen in doeken op de muur. Schaamte, spijt en zelfverwijt, vergeten dromen en een grote zaal verloren tijd, uitgestelde daden, oud verdriet, pech op ware grootte naast ijdelheid met grove kwast en nog een aantal eigenschappen of daden. Er is een waarschuwing dat we niet bedroefd moeten worden bij al dat falen omdat hiernaast het museum ‘De goede Hoop’ ligt, waar vast wel wat te halen valt, al is het niet goedkoop. Het is een kleinood voor iedereen die hem lief is naast zijn mooie vertolking ervan in de muziek.

Gisterenavond kwam de leesclub bijeen. Heerlijk om elkaar weer te omarmen, te spreken en te zien. Er viel een veelheid aan vakanties bij te praten, alle belevenissen op een rij in een grote verscheidenheid. Uitgewaaierd over de wereld, persoonlijke ervaringen opgedaan en hier temidden van de knusse zitkamer op tafel gelegd midden tussen de lekkernijen en gedeeld. Zo reisden we allemaal een stuk mee met elkaar, zagen de stranden, de heuvels en dalen, voelden de vrijheid van tijd voor elkaar, het samenzijn op hoog niveau, de uitgestrekte goudgele vlaktes.

Daarna waren de boeken aan de beurt. Pieter Waterdrinker werd door een aantal als een plezierige vakantieroman gelezen. De schrijfstijl werd geroemd, de verhaallijnen wat licht bevonden, de vorige romans de hemel in geprezen. Dat niveau haalde dit boek niet, was de conclusie. Twee van ons ervaarden het als een typisch mannenboek. We waren het eens over het feit dat de leegte en de stilte in corona tijd vertolkt werden als historisch feit. Zo was het.

Bij Roxanne van Iperen bleven we een tijd verwijlen bij de vraag waar ze zelf stond, had ze er een mening over en waarom werd haar toon in het tweede deel van haar essay als minder objectief ervaren, of was het een gedeeltelijke herkenning in de bezigheden van de genoemde vrouwen in het essay. Mijn idee is dat ik haar niet op polarisatie heb kunnen betrappen, maar dat ze wil beogen, dat men zich bewust is van het gedachtegoed dat er leeft en waar de oorsprong ervan ligt. Boeiende materie.

Er valt nog veel meer over te praten, maar dan zijn er ook nog items als het uitwisselen van ervaringen en waar aan te wennen valt als ‘het heilige moeten’ verdwijnt. De nieuwe invulling van het bestaan dit jaar, een nieuwe prachtige baan, de druk van het werk, de aanvaarding van het feit dat ieder dat werk op eigen wijze en tempo doet, er viel veel te bespreken buiten de boeken om. Het was goed toeven met het scherpen van de geest in die gemoedelijke en vertrouwde sfeer.

Het nieuwe boek is besteld. De regen spoelt de warmte weg, de bussen staken en de ochtend glijdt in gemijmer voorbij. Waarom haasten als het anders kan.

Overpeinzingen

Alles op z’n tijd

De meiden van de kleuterkweek appen om een ontmoeting te regelen. Ieder jaar komen we sinds lang eenmaal per jaar bij elkaar. Genoeglijke bezoekjes, waarbij zo’n achterliggend jaar wordt bijgepraat. Er komen allerlei onderwerpen voorbij. Vakanties, belevenissen, cursussen, feesten en partijen, sporadisch de kinderen en kleinkinderen, omdat twee geen kinderen hebben, de oude opleiding komt aan bod en uitstapjes. Natuurlijk daar tussendoor wat levensvragen, het ouder worden, spiritualiteit, natuur, boeken, schilderkunst en musea. We drinken koffie met taart, we lunchen met een soepje en een eenvoudige broodmaaltijd, de gastvrouw krijgt steevast een mooie bos bloemen en we eindigen met een wijntje. We kennen elkaar nu zo’n 53 jaar. Ze zijn me allen even lief. In de loop der tijd blijkt er een de trap niet meer op te kunnen, kan een ander minder goed uit de voeten door kortademigheid en is eigenlijk maar een huis geschikt, gelijkvloers en omdat het niet te ver is voor de niet-reizenden. Kleine geneugten in een roerig leven.

Tussen hemel en aarde

Gisteren gingen we dochterlief bezoeken die tussen hemel en aarde een week een stekkie heeft voor de caravan aan de gageldijk. Kleindochter dribbelde rond en haalde al haar knuffeltjes op, die op het stapelbedje lagen. Trots vertelde ze dat ze boven lag, vergezeld door grootogig roze pluche en de muggen, waar hier en daar overduidelijk de bulten van te zien waren. ‘Gisteren kwam ze als Quasimodo uit bed’, vertelde dochter. De caravan stond vlak naast de sloot tussen de weilanden, dat wil wel. Het weer was een aantal graden fiks gedaald. Al had ik een katoenen trui aan, toch was het niet genoeg. Na een heerlijke lunch en een kouterietje met vriendin erbij trokken we naar het groot winkelcentrum, maar daar voelde ik me niet goed. Mijn ijskoude teenpegels wilden maar niet warm worden en deden zelfs pijn. Algauw was ik verstijfd tot op het bot. Toch te lang verkrampt ineengedoken gezeten om de kou te trotseren. Alles wat spier was en pees ging in protest. Gevolg een klappertanderend hoopje ellende op de bank onder alle foulards die er maar te vinden waren. Lief haalde mijn gewenste kippen-noedelsoep, het krachtmiddel bij uitstek en dankbaar slobberde ik de hete bouillon naar binnen. Alsof ik een poolreis gemaakt had. De kwetsbaarheid van een mensenlichaam in volle glorie. Gelukkig is het nu, in de ochtend, grotendeels bijgetrokken en voel ik hier en daar nog wat, maar niet noemenswaardig.

Vanmorgen ontdekte ik een bericht van een van de uitgevers met de vraag of het nog zin had om een van de gewenste kinderboeken op te sturen. Graag, het kan nog, op de valreep.

De grote hoekbank heb ik op marktplaats gezet om hem gratis op te halen. Ben benieuwd. De foto’s zijn overduidelijk van bijvoorbeeld mijn vaste plekje, daar is het schuim niet meer al te strak en de kattenkrabsels van Pluis, die af en toe graag haar nagels mag slijpen. Volgende week komt de bank van zoonlief met locker en als de oude niet weg is, huren we het busje om hem af te voeren. Misschien kunnen we dan gelijk de oudroze kast van de werkplek afvoeren en het bed. Daarna kunnen we beginnen met verven of behangen en opnieuw inrichten. Vanavond is er boekenclub en ik popel om te horen hoe de twee boeken, die van Roxanne van Iperen en die van Pieter Waterdrinker, zijn ontvangen.

Van de tuin kwam het er niet meer van. Loslaten en tot het weekend wachten. Alles op z’n tijd.

Overpeinzingen

Als de kat van huis is, dansen de muizen

Marten Toonder heeft daarnet heer Bommel laten trouwen met zijn Doddeltje, las ik in het spookachtige licht bij het lantaarntje van mijn telefoon.(Lief slaapt zijn zoete dromen en ik wil hem niet wakker maken). Een heer van stand kan niet ‘de man van’ worden, is men van mening. Op die manier heeft Toonder deze saga in eigen hand gehouden.

Ook Waterdrinker is uit. Dat betekent dat ik eindelijk ben teruggekeerd in rustiger vaarwater. Dat voelt goed. Nu heb ik tijd om voor mijn plezier en niet wegens een deadline aan het boek te beginnen, dat schoonzus naar me toe heeft gestuurd met mijn verjaardag: ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ van Anjet Daanje. Zin in.

Gisteren bij de fysiotherapie wemelde het van de studenten. Terwijl ik aan het lopen was op de loopband zag ik dat ze de looptest voor COPD-patienten oefenden. Ze moesten allemaal het traject afleggen. Mijn eigen fysio vroeg aan mij of ik het zag zitten ten overstaan van deze grote groep de test te ondergaan. Natuurlijk. Alles wat leerzaam was voor deze jonge eerste jaars die net twee weken aan hun studie waren begonnen. Schoorvoetend boden zich twee jongens aan die de leiding wilden nemen. Ik werd voorgesteld als ‘De Patiënt’ en moest de neiging onderdrukken om als een gevierde diva het applaus in ontvangst te nemen. Er moesten vragen gesteld worden, de batterijen van de saturatiemeter waren helaas op en die kon niet gebruikt worden en het meten van de hartslag was niet nodig omdat er cardiomediccijnen in het spel waren. De afstand werd bepaald, om of tot de pilon, juist om dan. Iedereen er omheen schreef en knikte of luisterde aandachtig. Vervolgens werd er gezegd dat ik mocht gaan zitten als het niet meer ging. Geen stoel te bekennen,(leerpunt voor mij is dat ik dat had moeten opmerken, anders wordt het geen leerpunt voor hen) en na het aftellen, drie, twee, een, mocht ik van start. Voortvarend bij de eerste vier rondjes en daarna allengs wat minder over het verende dek van de sprintbaan. Het publiek was muisstil ondanks het opperen van één van hen om me aan te moedigen. Dat was niet de bedoeling bij een test als deze. Het was geen wedstrijdje, het was het testen van vermogen.

Na het stellen van de vragen over gewicht, lengte, leeftijd moesten allen aan het rekenen terwijl ik naar binnen ging met mijn eigen fysio, nog wat rekken, nog wat strekken en de legpress. De docente kwam nog melden dat mijn loopvermogen boven normaal lag voor mijn leeftijd. Top. We gaan rustig door. Als advies gaf ik de eerstejaars mee toch vooral die COPDers te laten bewegen.

Voordat we naar de fysio gingen kwam mijn buurman steunend op de rolstoel richting deur van het portaal en zijn vrouw, die als een bezig bijtje om hem heen dribbelde, met veel misbaar en zichtbaar uit zijn doen ons vertellen dat de katalysator onder zijn auto vandaan was gestolen. Zijn oude Renault Kangoo stond hoog op de wielen op zijn invalideplek. Een laffe en brutale daad. Hij verhaalde zijn gram op wat voormalige oostbloklanden en vertaalde zijn onmacht in bepaald geen zachtzinnige aanpak, als hij de daders in zijn handen zou krijgen. Zuur bleef het. En passant en bijna in een adem vermeldde hij nog dat we er steeds jonger uit gingen zien.

Vandaag wachtten de recensies, de camping tussen hemel en aarde, waar dochterlief met het gezin een laatste week vertoeft en daar vlakbij de tuin. Voor het grote openingsfeest van de kantine aan het begin van het tuinencomplex halen we morgen de boodschappen. Met alles wat er aan boodschappen nog stond, hadden de muizen uitgebreid feest lopen vieren, ongehinderd omdat de afgelopen twee jaar de kast niet meer was gebruikt. Als de kat van huis is, dansen de muizen.

Overpeinzingen

Die vlieger gaat helaas niet meer op

Na lang wikken en wegen ligt het besluit vast. Over anderhalve maand gaan we toch per auto richting Verweggistan, omdat het anders aan treinkosten en het huren van een auto veel meer geld zou kosten. We leven in een tijd van de ‘kleintjes’ waar we op moeten letten. Raadzaam en wijs is het wel. En…We hebben een nieuwe route uitgestippeld om toch enigszins de bergwegen te vermijden. Dit keer gaan we via Tsjechië. Namen als Praag, Brno en Bratislava haasten zich ‘Er was eens’ in te fluisteren. Ze vertellen over koningen en prinsessen, over de Bilo Pani, de witte vrouw en over Krakonos, de reuze berggeest. Niet zo vreemd als je alle burchten, ruïnes en kastelen telt die het land rijk is. Natuurlijk meandert de zilveren Donau er dwars doorheen. Voer voor nog meer verhalen, die vanzelf zullen ontspruiten. Tsjechië, het land van de sprookjes, legenden en de sagen. We bekijken de route en krijgen onvoorstelbaar veel zin in het grote avontuur.

Lief en ik spreken af te stoppen zodra de wegen minder begaanbaar worden en te wachten op beter weer. Dat haalt de spanning van het rijden met gladdigheid af. Ik ben er geen groot fan van. We hebben ruim de tijd en kunnen er zo lang over doen als we willen. Met die afspraak kan ik leven en nu levert het vooruitzicht een gezonde spanning op. Ik had al in mijn hoofd dat ik gewoon eens moest proberen over de angst heen te stappen en nu we de bergpassen in Oostenrijk letterlijk links laten liggen, durf ik het erop te wagen.

De biografieclub tracht voor de tweede keer de datum te verzetten. Toch ga ik maar stug door met de laatste bladzijden van Toonder te lezen, niet op de laatste plaats omdat ik zijn verblijf n Ierland in het gebied van De Wicklow Mountains interessant vind en vooral de manier waarop hij zich vereenzelvigt met de occulte verhalen die het landschap bijna als vanzelf oproept. Ook hier prachtige bergmeren, keteldalen, ruïnes, bergtoppen. Via mijn neef en zijn vrouw komen er geregeld de mooiste foto’s voorbij, sinds ze er jaren geleden zijn gaan wonen. Heel veel ruige of lieflijke natuur, hun wandelingen er doorheen, zwerftochten onder prachtige luchten. Als je de verhalen van Ollie B.Bommel leest is het alsof ze daar geschreven zijn. Toonders oeuvre aan stripverhalen valt samen met zijn latere leven. Ierland past hem en Phiny, zijn vrouw, als een handschoen. Dankzij de biografie ben ik de Bommelpockets uit de jaren zeventig aan het herlezen. De taal die er gebruikt wordt is pure poëzie. Elk woord heeft een bijzonderheid, niets staat er zonder betekenis. Zijn taal is doordrenkt met begrippen, die wij moeiteloos herkennen en zijn verhalen werpen misstanden op die nog steeds aan de huidige tijd gelinkt kunnen worden. Een schrijver die nooit ouder wordt maar zich heeft gevoegd naar zijn evenknie, heer B. Bommel, een heer van stand.

Plotseling is er meer ruimte in het leesproces, maar het opdelen in het aantal bladzijden en daarmee verschillende boeken door elkaar lezen, bevalt goed. Het houdt de geest scherp. Bovendien is dan een boek als dat van Pieter Waterdrinker ‘Biecht aan mijn vrouw’ dat niet tot mijn favorieten behoort, met een 35 bladzijden per keer nog te doen.

Gisteren reden we naar de stort om de opgerolde en met een snoer bij elkaar gehouden wiebelwobbelmatras weg te brengen, die lief met veel verve en wat gestomp, geduw en getrek in de kleine blauwe prins had gewurmd. Nu liggen we weer op de gewone dubbele boxspring zonder dat golvende oppervlak erop. Hoe simpel kan een eenvoudige ingreep nachtrustbevorderend werken. Al vond ik het stiekem leuk dat we elkaar door de kuil in het midden nogal eens tegenkwamen in die sluimerende uren.

Bij de aangrenzende kringloop ernaast, op jacht naar fauteuils, had men de prijzen opgetrokken tot ver buiten proporties. Een lege schilderkist, die nieuw 29,50 kost stond er voor 20,00. Met heimwee dacht ik terug aan de tijd, dat wij die winkel bemanden in de jaren tachtig en negentig. De sport was om de prijzen laag te houden zodat de kwantiteit zou slinken, wat handig was omdat het aanbod altijd groter was dan de verkoop. ‘Als het goedkoop is, verkoop je meer’ was het credo. Die vlieger gaat helaas niet meer op.

Overpeinzingen

En wat mijmeren

Het idee van het kijken naar een bank was vrij plotseling op komen zetten. Een staaltje impulsiviteit, want een bezoek aan de enorme meubelwinkel te brengen hadden meer mensen bedacht. De parkeerplaats was nagenoeg vol, we reden om het blok heen, en kwamen weer bij de ingang. Een, twee, drie in godsnaam nog maar eens proberen. De Goden waren ons gunstig gestemd, want er reed net een mevrouw weg van een plek waar de kleine blauwe met gemak kon staan en nog een andere vorser een vrije plaats er achter vond.

Het concept van de winkel drong pas langzaam tot ons door. Boven leek het een restaurant met allemaal mensen aan tafeltjes, stofstalen tussen hen in, druk aan het delibreren boven afbeeldingen van diverse meubelen, bleek achteraf. We dwaalden tussen de keukens, de eetkamerstoelen en eindelijk ontdekten we een looproute die ons langs de aangeklede hoekbanken, drie-en-tweezits banken leidde. Achtervolgd door kijkers of te achtervolgen, dat werd het principe.

Overal zegen beurtelings bezoekers neer, streken over de stof, het velvet of leer, roemden en noemden voors en tegens. Anderen liepen vorsend rond en stevenden kennelijk recht op hun doel af. Een meisje van een jaar of tien had ontdekt dat al die verschillende fauteuils bij de banken en sommige banken zelf, hele leuke attracties waren. Hoger en lager stijgen en zijgen, naar voren buigen, naar achteren vallen, hoofdsteun neer, hoofdsteun op. Met twinkelende ogen keek ze, zichtbaar verkneukelt, naar ons die moesten glimlachen om haar ontdekkingen.

In de outlet beneden was het stoffig met onhandige opgestelde of niet geprijsde ooit tentoongestelde meubelen, vloerkleden, schilderijen en keukenstoelen. Alles stond kriskras door elkaar. Ineens was de koek op. Weg wilde ik, uit dit onzalige oord van mensen, meubels en moeie gezichten. Frisse lucht happen en een stukje natuur meenemen. We wilden langs de vecht ergens een terras pakken en nog even genieten van dit weer, werd het voorstel.

Nederland waterland, als je door Papenveen(nooit van gehoord) Nieuweveen, Mijdrecht, Wilnis, Vinkeveen ofwel get gebied van de ronde venen rijdt. Verstilde dorpen door sloten waarin het water bijna gelijk met het oppervlak was, omgeven. Hoe we het ook probeerden, we geraakten niet aan de overkant van de Vecht, bijvoorbeeld omdat het jaagpad tot fiets was gebombardeerd of omdat de weg er naar toe eenrichtingsverkeer was met een groot verbodsbord aan onze kant, en omdat we een verkeerde weg insloegen en langs het kanaal reden in plaats van langs die lieflijke Vecht.

Pas bij Oud Zuilen, dat we op ons duimpje kenden, wist ik de kleine blauwe de goede kant op te sturen, waarbij we langs de parkeerplaats waren gereden en met een rondje door het vlakke weiland en een smal weggetje weerom eindelijk een plek vonden tegenover het oude slot Zuylen, een laat-gotisch Waterslot. In het restaurant op de hoek ervan, was een bruiloft aan de gang, maar op het terras voor, naast het jaagpad, was nog plek. Het was inmiddels zes uur, een uitgelezen tijd voor een sauvignon en een bittergarnituur. Zo, in de late avondzon, wat geroezemoes van de gasten om ons heen, lief tegenover me, eeuwenoude kastanje boven me en met uitzicht op de ophaalbrug en het oude voorname gasthuis naast ons, viel de druk en de moeheid van de dag als een schil van me af.

Een plek om te onthouden, omdat achter het slot te wandelen valt en we van hieruit langs de goede kant van de Vecht de rest kunnen ontdekken. Maar niet nu. Nu alleen nog maar genieten en wat mijmeren.

Overpeinzingen

Licht in de duisternis

Het essay van Roxane van Iperen met de intrigerende titel ‘Eigen welzijn eerst’ onderstreept al mijn intuïtieve vermoedens over verschijnselen, die zich mondiaal voordoen en alles te maken hebben met complottheorieën en de maatschappelijke achterdocht van deze tijd. Zij zet de theorie zo helder uiteen dat een samenvatting geen recht zou doen aan haar gedachtegoed.

In een interview in de nieuwe Groene Amsterdammer deze week van Jan Postma met De historicus en wetenschapsfilosoof Justin E.H. Smith wordt Gottfried Wilhelm Leibniz, een van de belangrijke denkers van de 17e eeuw, aangehaald en zijn meest optimistische en bekendste uitspraken over technologie ‘Calculemus!’ – Laat ons rekenen!, De oorsprong van dit gedachtegoed ligt in zijn idee, dat we de rede zouden kunnen uitbesteden aan machines en dat we dan veel tijd over zouden houden voor werkelijk belangrijke zaken, ja op den duur zelfs de meningsverschillen door machines zouden kunnen laten berekenen en dat er een moment zou komen dat ze zelfs diplomatieke beslissingen zouden kunnen nemen over oorlog en vrede en over hoe de maatschappij zou moeten worden ingericht. Dan zouden we nu op een heel ander punt staan, dan waar Roxanne van Iperen de vinger op legt.

Ook Smith noemt zichzelf een optimist met als definitie van wat dat is voor hem: Optimisme betekent niet per se dat je verwacht dat alles snel beter zal worden. Het betekent ook dat je niet perse uit het oog verliest wat goed is onder alles wat slecht is.

Het is de kleine wereld met het kleine geluk zoals ik vaker heb genoemd. Dat wat om je heen gebeurt in kleine kring, in de natuur, dat wat boeken geven aan vreugde, dat wat je wel aan positiviteit uit de social media weet te halen. Als ik lief het citaat voorlees en we het bespreken, komt hij na een tijdje met de volgende frase uit het werk over Willemtien Oldhoff – van Dijk naar aanleiding van diens donkere zware tijd in voormalig Indie: ‘Hoewel de nacht nooit weggaat, wordt het wel weer dag’. Het is een wezenlijk andere betekenis dan ‘Na regen komt zonneschijn’, filosoferen we verder. Juist in donkere dagen het licht blijven zien, is dat niet optimisme ten top. Ten tijde van ellende nog altijd vreugde scheppen uit al die kleine mooie momenten, die in wezen het zware niet weghalen, maar wat het wel draaglijker maakt omdat het een glimlach ontlokt, een liefdevol gevoel, een fijne beleving.

We zitten op dezelfde golflengte en dat is zo’n geluksmoment. Elkaar aankijken en geen woorden nodig hebben om te weten, geen uitleg te hoeven geven en het toch ervaren.

Het uitzicht op de wereld boven mij geeft beurtelings snel drijvende lucht, van nevelwit tot duifgrijs, soms valt het open en oogt het stralend blauw om in enkele minuten weer te veranderen. Dikke druppels op het raam verraden de buien van vannacht. Door de ventilatiekoker zweeft een vlaag wind naar binnen. Het geeft een zacht gesuis.

Vanmiddag kiezen we niet voor de voetbal maar gaan we een mooie bank bekijken in een grote meubelzaak in een dorp op een half uur rijden. Ook leuk. Het stimuleert het creatieve vermogen. ‘Verandering van spijs doet eten’ glimlacht het verleden. Want een nieuwe bank betekent andere kleuren, ander kleed, andere kussentjes, ander werk aan de muur. Een nieuw interieur met oude en nieuwe spullen, maar naar ideeën van ons beiden. Ter bevestiging glimpt er een dikke zonnestraal naar binnen vanuit het kleinste zolderraam en brengt wat het thema van de ochtend was: Licht in de duisternis.

Overpeinzingen

Een schatkist vol verhalen

Het regent, het zegent de pannetjes worden nat…Mijn moeder zou hebben gezegd: ‘Het is halen en brengen met het weer’. Maar ja, ze had iedere dag wel was buiten hangen op de kleine achterplaats. Die werd bij elke bui naarstig naar binnen gehaald en zodra het weer droog werd nogmaals buiten uitgehangen. Er was ook nog plek voor de perenboom en de schuur, de forsythia en een klein stukje grond waar papavers en prikneuzen bloeiden tussen de schone was aan de waslijn.

De achterplaats

Lief ging een bezoek brengen aan de kapper, om zijn haardos uit te laten dunnen en in laagjes te laten knippen. Benieuwd en afwachtend in welke gedaante ik hem terug zou krijgen keek ik, na de leessessie van de ochtend, naar de aflevering van ‘Matthijs gaat door‘ van vorige week zaterdag. Wat heerlijk om te kunnen kijken naar zijn programma. Het samenspel van de musici van de big band, de volle studio, de gasten met al hun ervaring en kennis, mooie liedjes, interessante nieuwtjes, ontroerende anekdotes en dat met schwung en verve gebracht zonder een spoor van geveinsde interesse, maar recht uit het hart. Het is een lust voor het oog, balsem voor de ziel, een verademing na alle dagelijkse talkshows.

Claudia de Brey gaf een staaltje van haar humor te berde, Ilse de Lange beet de spits af in een reeks van ‘talent van eigen bodem‘ en Trijtje Oosterhuis en Xander Vrienten zongen liedjes van Henny Vrienten, die in april plotseling was overleden. Matthijs noemde en roemde zijn boekje ‘De Een is de Ander niet’ met teksten van de drie laatste albums, gedichten en gedachten. Ondanks dat ik omkom in het leeswerk moest deze natuurlijk op de lijst van ‘Mooie-dingen-om-de-ziel-te-sterken’.

De kinderboeken over de natuur zijn al net zulke verborgen juwelen. Op een geheel eigen wijze doen ze alle drie uit de doeken waar het voor hen om draait in dit universum. In het eerste boek, Terra Ultima, word je zelfs meegenomen aan de hand van de waarnemingen die een ontdekkingsreiziger doet in een onvoorstelbaar onbekend utopisch continent dat ontdekt is, compleet met zijn wonderlijke bewoners en hun eigenaardige gewoonten. Het leest als een oud logboek van de een of ander, compleet met aantekeningen, oude ansichtkaarten, antieke landkaarten en krantenartikelen, knipsels met daarnaast de prachtige tekeningen van de verschillende diersoorten. Er is een boek ‘Van honingbij tot hagelslag’, dat duidelijk uit de doeken doet wat voor lekkers er allemaal van planten komt, een ontbrekende schakel tussen de plant en wat er op je bord ligt, en dan is er nog de groene Planeet over zeetuinen, woestijnen, de tropische-en de stadswereld met aandacht voor het spannende leven op microniveau en de wegen die we kunnen bewandelen ter bescherming van wat we nu nog hebben.

Dolly Duif komt aanvliegen en kijkt wat beteuterd van de lege voederplank naar het raam en terug, alsof ze roept dat het tijd wordt voor het bijvoederen. Dat kan met overrijp fruit. Een klein beetje verwennen in deze aanloop naar wat koelere temperaturen. Lief brengt kranten mee en krullen op zijn hoofd. ‘Het voelt dubbel opgelucht’, lacht hij, ‘Van buiten en van binnen’. Ineens is hij nog jonger geworden.

Vorige week bij het vieren van de verjaardag bracht mijn lieve schoonzoon het boek van zijn vader voor ons mee met de titel ‘Een leven in verhalen’. Het is de geschiedenis van ‘Willemtien Oldhoff-Van Dijk’ de moeder van zijn vrouw. Een deel speelde zich af in Het voormalige Indie maar ook in de stad Groningen. De grondleggers voor het boek zijn de herinneringen die de vele familieleden nog hadden aan deze ondernemende en kranige bijna 100-jarige, die de schrijver Rob Troostheide persoonlijk in gesprekken en interviews heeft opgetekend.

Achterin staat de stamboom van deze familie. Lief popelt om er aan te beginnen. Met zijn eigen genealogisch onderzoek is hij al bij het begin van de vijftiende eeuw. Hij geeft elke dag een staaltje weg van hoe je je kan verliezen in de tijd, met als rijke bijvangst een schatkist vol verhalen.

Overpeinzingen

Natuurlijke schoonheid

Met alle literatuur heeft de geest verstrooiing nodig, dus lees ik een interview van Nathalie Huigsloot met hoogleraar psychologie Liesbeth Woertman in Volkskrant Magazine van 13 augustus naar aanleiding van het verschijnen van haar boek ‘Wie ben ik als niemand kijkt’.

Uit haar woorden klinkt de ongerustheid over hoe mensen en in het bijzonder vrouwen, steeds meer ontevreden zijn over hun uiterlijk, niet op de laatste plaats gevoed door gephotoshopte beelden die tegenwoordig de norm vormen. Hoe je je uiterlijk ervaart heeft, in haar optiek, niet zozeer met je spiegelbeeld te maken maar met je zelfbeeld.

In bovengenoemd boek staat het zelfbeeld van de oudere vrouw centraal. Ze stelt dat voor vrouwen het verlies van de bewonderende blik hen onevenredig zwaar treft. Dat geeft te denken. Ik behoor tot de doelgroep en ken mezelf door de jaren heen als belast met een totaal verkeerd zelfbeeld waar het het uiterlijk betreft. Hoe zeer ik me ook spiegel, het dikke propje in mijn hoofd doemt overal en altijd op, de blik blijft hangen op de uitdijende heupen, de blubbelbenen en het potloodje in mijn hoofd tekent er altijd nog extra maten bij. Dat idee is ooit in vroege jeugd erin geponst en gebleven.

Het zorgt ervoor dat je de verdwijnstatus hanteert. liever niet in drukke gelegenheden, liever niet in de buurt van water en zwempakken, liever niet naakt. Bewonderende blikken heb ik nooit gezien wat betreft mijn uiterlijk. Mijn zelfbeeld over de prestaties hebben er iets minder onder geleden, maar dat ‘anders’ lees ‘minder voelen’ bestond altijd. Mijn eerste liefde haalde er de scherpe kanten af, mijn laatste liefde, een en dezelfde persoon, heeft mijn zelfbeeld met liefde gevoed en zo, sinds dit leven, dat duivelse propje welhaast weggevaagd en verdreven. Ze komt nog wel eens terug op feesten en partijen, maar is geen belemmering meer in het vrije contact.

Die grote liefde zorgt ervoor dat we leven vanuit bezieling. Woertman geeft aan dat veel mensen aandacht verwarren met liefde. ‘Aandacht vervliegt en belandt vaak in een bodemloze put, maar als er oprecht van je wordt gehouden, terwijl jij jezelf in alle facetten laat zien, geeft dat een duurzamer geluksgevoel, leert onderzoek’. geeft ze aan. Jezelf laten zien en ook met de schaduwkanten, zoals ze schrijft, is daarbij een belangrijk gegeven.

Sinds lief en ik elkaar weer kennen, komt heel die diepe genegenheid naar buiten in het vertrouwen dat we koesteren naar elkaar. Het verzacht de blikken. Ogen zijn de spiegels van de ziel zegt een bekend gezegde en als ik naar de foto’s kijk van ons samen, dan oogt het een en al die warmte. ‘Wat sta je er stralend op’, zeggen vriendinnen als er een foto langs komt. Ja, maar lief staat aan de andere kant van het toestel, ik koester me in zijn blikken, zoals ik me kan spiegelen in de liefdevolle ogen van mijn kinderen, die een foto van me nemen. Woertman beaamt dat. Op zulke momenten zijn we op ons mooist en allesbehalve met uiterlijk bezig.

De rest van het interview verlies ik haar in het gedachtegoed over genderidentiteit. Ze vindt dat de aanduidingen voor alle identiteiten de groep vrouwen nog meer in hokjes hakt en dat het voorkomt uit een soort ongemak met de aangeboden vrouwenrol. Hier laat ik haar los, want dat issue vergt veel meer overpeinzingen dan het artikel lang is.

De regen roffelt op ons uitzicht op de wereld. De klok heeft allang het middaguur geslagen. Mijn kantoor op bed ligt bezaaid met de gelezen boeken, tijdschriften, kranten en puzzels. Als bij toverslag breekt de zon door, een grote wattenwolk licht op, de lucht lijkt blauwer.

Tijd om beneden met de kinderboeken verder te gaan. Ik kijk op en lach naar lief, krijg een liefdevolle lach terug. Denk aan de bezieling van de oude oosterse wijsgeren en in variatie op een thema komt de volgende gedachte in mij op ‘Elke glimlach die gij in liefde uitzendt, keert in diezelfde liefde terug en brengt zo, van binnen uit naar buiten toe en van buiten uit naar binnen toe, natuurlijke schoonheid.

Overpeinzingen

Vertrouwde klanken

Eindelijk heb ik door wat ik moet doen om alle ballen hoog te houden, sinds ik van de week de intrigerende spreuk las: ‘Om alle ballen hoog te houden, moet je ze soms flink laten stuiteren’. Een spreuk van Zinvol.nu op Facebook.

Ik wist allang welke ik moest laten stuiteren. Die van het ongeorganiseerd doorgaan met alles tegelijk willen doen. De chaos mocht heel hard stuiteren en in dit geval ketste ik hem tegen de muur van de structuur. Met de deadlines en het vele lezen dat stond te gebeuren schoot het maar niet op. Misschien was het de moedeloosheid, veroorzaakt door de veelheid ervan, die nekte. In een vlaag van organiserend vermogen besloot ik de bladzijden op te delen naar de dagen, die nog restten voor de bijeenkomst van bijvoorbeeld de biografie-groep of de boekenclub. 35 bladzijden voor Toonder, 21 bladzijden voor Pieter Waterdrinker en 15 bladzijden voor Roxanne van Iperen. Daar tussendoor de kinderboeken die nu hopelijk snel zullen komen. Lief ondersteunt me van harte bij dit voornemen en stemt zijn bezigheden er op af.

Het essay van Roxanne van Iperen is helder geschreven en legt wat mij betreft exact de vinger op het verschuiven van het naoorlogse geloof in kansengelijkheid en het belang van goede publieke voorzieningen naar gewenning aan een veel rechtser gedachtegoed. Het overherkenbare Hullie-Zullie-idee.

We praten hier thuis over Ollie B. Toonder, omdat Bommels fameuze ikgerichtheid zoveel overeenkomsten vertoont met zijn schepper. Het is boeiend om in een leven te duiken en vooral de tijdgeest daarbij scherp in het oog te houden. Bovendien is het stoïcijnse najagen van zijn hoofddoel, het maken van een Nederlandse Tom Poes-tekenfilm, die Disney in kwaliteit en grootheid voorbij zou moeten streven, een interessant gegeven om te bestuderen. In een interview met Joop van Tijn in de jaren negentig geeft hij als antwoord op diens opmerking ‘U heeft, ik zou haast zeggen, harmonieuze oorlog gehad’, het antwoord: ‘Zo kunt U het stellen ja, ik ben nooit verbaasd geweest’. Een wonderbaarlijk karakter heeft deze bedenker van al die scherpe maatschappelijke figuren met hun hebbelijkheden.

Gisteren was er voor het eerst sinds lang weer de vertrouwde fysio-stagiair met zijn afwisselende en stimulerende oefeningen. Hangen aan de rekstokken en in hurkenzit gaan zitten, balanceren op de bozobal en het evenwicht bewaren als hij links of rechts port, op en afstappen van het kussen zonder afzet, wat me al zo goed heeft geholpen bij het trappenlopen naar de galerij toe.

Lief was mee gegaan omdat we daarna een kapper wilden bezoeken en voorts wilden kijken of er nog luchtige broeken in de aanbieding waren. Zijn jeugdige tropenlijf had plaatsgemaakt voor een overmatige vochtstroom bij de hitte van de afgelopen dagen en bijbehorende stijging van de lichaamswarmte. Hij had er hinder van. In de winkels lag reeds de wintercollectie, helaas pindakaas, dus zouden we online moeten kijken of er nog iets te vinden was. De kapper zat niet in het winkelcentrum zelf. Dan maar een vertrouwde naam uit het verre dorpsverleden en wel de volgende dag pas, vandaag dus. ‘Als het mislukt, groeit het gewoon weer aan’, zei hij laconiek. Daar is absoluut geen speld tussen te krijgen. Uitdunnen en knippen in laagjes zal de opdracht zijn. Kappers interpretatie kan er wel eens een heel ander geheel ervan maken.

De kauwtjes zitten in de dakgoot en kletsen wat met elkaar. Korte kakelgeluiden, takken tegen een dakpan, hippende poten. Vertrouwde klanken.

Overpeinzingen

Tijd om te prakkiseren

Na het alarmerende mailtje over ratten op de tuin, wilden we met eigen ogen inspecteren of alles in orde was rond het atelier en er omheen. Bovendien werd het tijd dat de prachtige ceramische heksenbol van dochterlief een mooie eigen plek kreeg tussen het groen. Vroeg voor ons doen waren we er. De drukkende warmte was meegekomen. ‘Kalm bewegen’, zegt lief in dergelijke gevallen. Eerst moesten de springbalsemienen het ontgelden. Hier en daar mocht een pluk blijven staan, maar de rest kon weg. Voor vlinders en bijen was er genoeg. De atalanta’s dwarrelden vrolijk om de appelboom en boven de verbena, de bijen haalden een uitbundig geel pak in de bloemen van de overige springbalsemienen. Vliegen hadden een lief bruin muisje gevonden, die praktisch ongeschonden, wel heel erg dood lag te zijn. Ze werd voorzichtig opgeschept en tussen het groot hoefblad gelegd aan de slootkant, aan het oog onttrokken.

De maaimachine had er zin in. Ondanks het feit dat de grote hendel afgebroken was en je met de duim nu een kleiner hendeltje moest bedienen, snorde de motor er lustig op los. Lief bracht al de overtollige rommel, de ex vijver, de twee oude stoelen en wat oude schilderijlijsten van kunststof naar de kleine blauwe prins met de kruiwagen. Ik graasde met de machine intussen het gras af, dat niet hard was gegroeid, maar toch wat strakker mocht.

Hier en daar trok ik de brandnetels weg. Engel kreeg haar plek bij de vijver, bol mocht tussen de geum en de verbena, het woekerende onkruid over de tegels aan de zijkant van het atelier werd netjes gekortwiekt. Aan de achterkant van de hut moest de pijp naar de regenton opnieuw worden vastgemaakt, want ze was naar beneden gezakt en ook daar kon de maaier aardig wat werk verrichten nu alle rommel weg was. Geen kruip-door, sluip-door voor welk gedierte dan ook.

Ineens kwamen er grote vluchten ganzen in V-formaties luid gakkend overtrekken. Was het alweer tijd voor Aka en haar vrienden(ken uw klassiekers), dan luidde de herfst de klok. Het was erg fijn om zo ruimend bezig te zijn. We speurden naar knaagsporen en keutels maar vonden er geen, niet in de buurt van de pipowagen, niet bij het hout. Er was hier ook nooit eten te vinden, want alles ging iedere keer braaf mee naar huis. Bovendien was de hut hermetisch afgesloten.

De potten met de lathyrus, de oost-Indische kers en de houttuynia kregen extra water, want die hadden het wel moeilijk gehad. En verder was het nog een gezellig bont geheel, het viel reuze mee met het uitdrogen, al was het gras niet echt groen meer. Roodborst kwam kijken en de koolmezen pikten een snoeperij weg in de appelboom met haar wormstekige appeltjes. Ook de kleine winterkoning liet zich weer zien. In de ochtend hadden we de eerste koolmezen ook al gespot op de rand van de galerij. Ze kwamen wat pikken aan de pinda’s in de houdertjes aan het hek.

De lang verwachte regen kwam vannacht. Bescheiden, zonder onweer, maar met tussenpozen roffelend op het zolderraam. De slaap bleef weg. Zijn we alweer aan het wassen. Een blik op de maankalender bevestigt dit vermoeden. 10 september is het volle maan. Geen probleem. ‘Als je je ogen dicht houdt, rust je ook’, was een gevleugelde uitspraak van mijn ook bij tijd en wijle slecht slapende moeder. Die is er altijd ingebleven. Pas als de schrijfkriebels beginnen op te spelen, onderbreek ik het. Meestal val ik daarna in slaap als al die hersencellen leeg geplukt zijn.

De foto’s van de fotoshoot zijn klaar en prachtig. Morgen gaan we een keuze maken. Zeven foto’s per gezin of stel. Dan kunnen we op zoek naar een mooi alternatief om veel foto’s op een plek te hangen. Op Pinterest zijn voorbeelden te over, maar de mooiste wand zag ik bij vriendinlief, die ze met haar ontwerpende en kunstige handen zelf in elkaar geknutseld had. Dat, maar dan op geheel eigen wijze, zou mooi zijn. Tijd om te prakkiseren .

Uncategorized

Alles op z’n tijd

Het doel was aan de overkant de kern van het dorp Vreeswijk te zien liggen, kerktoren en oude sluizen incluis. We fietsten naar het veer en maakten de oversteek naar de Pontswaard, waar het pannenkoekenrestaurant de Ponthoeve aan ligt. We zochten het weggetje waar het bankje stond dat ik beschreven had in het verhaal van het rampjaar, een jaar waarin het door de Fransen bezette Vreeswijk geheel verwoest werd door de Staatse Troepen.

Een weggetje achter het klaphek leidde ons langs de koeien die onder de bomen wat verkoeling zochten naar het bankje, dat er nog altijd stond. Maar…Er groeiden wilgen en kreupelhout voor die het uitzicht benamen. Als je op het bankje zat, was er nu alleen een muur van groen en uitgebloeide kattenstaarten. Gelukkig was er verderop een open plek. Daar lag het lieflijke stadje in volle glorie. Er heerste volmaakte stilte, die alleen verstoord werd als er een waterscooter langs scheurde die met het toenemen van de snelheid ook de decibellen opvoerde.We namen foto’s bij de open plek, bijna hetzelfde stuk grond waar eeuwen geleden kunstenaars hadden gestaan om die overkant in tekening of lijnets te vereeuwigen..

We fietsten door Vianen heen over de dijk langs de Lek naar Lexmond waar we wat wilden drinken, maar bij het restaurant waar ik een terras wist, was een besloten feest, pech. Terug maar weer langs velden en akkers naar Vianen. Alles kleurde door oogst en droogte goudgeel, zoals in Verweggistan. Het enige verschil was dat er hier veelvuldig met boerderijen was gestrooid. Daar zag je in de verste verten niets van dat al. Alleen die uitgestrekte goudgele puszta’s.

Bij Vosje namen we een heerlijke koele versnapering en eindelijk zo’n oerhollandse bittergarnituur om aangenaam te verpozen. Op de banken aan de voorkant van het gebouw zat een echtpaar vooral hun smartphones te bekijken en ik bedacht me, dat stiltes zelden vielen als we ergens aan het uitrusten waren en wat een zegen dat was. Terug naar huis en langs die ene nog steeds betaalbare super en de avond in zoete eenvoud voor de buis.

Voetbal, nieuws en de neven van Eus. Op een hele subtiele wijze liet de laatste zien hoe in wezen iedereen hetzelfde reageert als er vluchtelingen zijn. De Syriërs in Turkije zijn er met vele neergestreken. Eus bezocht beide groepen. De Turkse kapper liet hij inzien dat hij in de ogen van de Nederlander over het algemeen hun ‘Syriër’ was. Van de Syriërs hoorde je voornamelijk, dat ze met liefde weer terug wilden zodra Assad vertrokken was en mee wilden helpen aan de wederopbouw van hun eigen land. Moeilijk voor de wat oudere Turkse bewoners in de stad was het feit, dat er in de wijde omtrek geen zee en sinaasappelbomen meer te zien waren. Het was een doolhof aan torenflats, geworden, dicht op elkaar gebouwd, nu er zoveel mensen waren bijgekomen. Een ander uitzicht was er niet.

De uitgeverijen nog maar eens aangeschreven en direct resultaat geboekt, door de mededeling dat de deadline in zicht was. Superfijn. Het derde boek is ook onderweg.

Een mail van het tuinbestuur komt binnen, dat waarschuwt voor rattenoverlast en verzoekt om alle voedsel in goed afgesloten potten te bewaren en niets op de composthoop te gooien en het vogelvoer bij het huiswaarts gaan op te bergen of mee te nemen. Ook gestapeld hout schijnt ideaal te zijn om nesten te bouwen. We zullen straks een inspectie houden naar knaagsporen en rattenkeutels achter het atelier. Het voelt alsof het gewone leven, met de bijbehorende drukte in gang is gezet. Kalmpjes afwerken en het hoofd niet gek laten maken, is mijn voornemen, met het andere motto in gedachten ‘Alles op z’n tijd’.