Overpeinzingen

Als de kat van huis is, dansen de muizen

Marten Toonder heeft daarnet heer Bommel laten trouwen met zijn Doddeltje, las ik in het spookachtige licht bij het lantaarntje van mijn telefoon.(Lief slaapt zijn zoete dromen en ik wil hem niet wakker maken). Een heer van stand kan niet ‘de man van’ worden, is men van mening. Op die manier heeft Toonder deze saga in eigen hand gehouden.

Ook Waterdrinker is uit. Dat betekent dat ik eindelijk ben teruggekeerd in rustiger vaarwater. Dat voelt goed. Nu heb ik tijd om voor mijn plezier en niet wegens een deadline aan het boek te beginnen, dat schoonzus naar me toe heeft gestuurd met mijn verjaardag: ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ van Anjet Daanje. Zin in.

Gisteren bij de fysiotherapie wemelde het van de studenten. Terwijl ik aan het lopen was op de loopband zag ik dat ze de looptest voor COPD-patienten oefenden. Ze moesten allemaal het traject afleggen. Mijn eigen fysio vroeg aan mij of ik het zag zitten ten overstaan van deze grote groep de test te ondergaan. Natuurlijk. Alles wat leerzaam was voor deze jonge eerste jaars die net twee weken aan hun studie waren begonnen. Schoorvoetend boden zich twee jongens aan die de leiding wilden nemen. Ik werd voorgesteld als ‘De Patiënt’ en moest de neiging onderdrukken om als een gevierde diva het applaus in ontvangst te nemen. Er moesten vragen gesteld worden, de batterijen van de saturatiemeter waren helaas op en die kon niet gebruikt worden en het meten van de hartslag was niet nodig omdat er cardiomediccijnen in het spel waren. De afstand werd bepaald, om of tot de pilon, juist om dan. Iedereen er omheen schreef en knikte of luisterde aandachtig. Vervolgens werd er gezegd dat ik mocht gaan zitten als het niet meer ging. Geen stoel te bekennen,(leerpunt voor mij is dat ik dat had moeten opmerken, anders wordt het geen leerpunt voor hen) en na het aftellen, drie, twee, een, mocht ik van start. Voortvarend bij de eerste vier rondjes en daarna allengs wat minder over het verende dek van de sprintbaan. Het publiek was muisstil ondanks het opperen van één van hen om me aan te moedigen. Dat was niet de bedoeling bij een test als deze. Het was geen wedstrijdje, het was het testen van vermogen.

Na het stellen van de vragen over gewicht, lengte, leeftijd moesten allen aan het rekenen terwijl ik naar binnen ging met mijn eigen fysio, nog wat rekken, nog wat strekken en de legpress. De docente kwam nog melden dat mijn loopvermogen boven normaal lag voor mijn leeftijd. Top. We gaan rustig door. Als advies gaf ik de eerstejaars mee toch vooral die COPDers te laten bewegen.

Voordat we naar de fysio gingen kwam mijn buurman steunend op de rolstoel richting deur van het portaal en zijn vrouw, die als een bezig bijtje om hem heen dribbelde, met veel misbaar en zichtbaar uit zijn doen ons vertellen dat de katalysator onder zijn auto vandaan was gestolen. Zijn oude Renault Kangoo stond hoog op de wielen op zijn invalideplek. Een laffe en brutale daad. Hij verhaalde zijn gram op wat voormalige oostbloklanden en vertaalde zijn onmacht in bepaald geen zachtzinnige aanpak, als hij de daders in zijn handen zou krijgen. Zuur bleef het. En passant en bijna in een adem vermeldde hij nog dat we er steeds jonger uit gingen zien.

Vandaag wachtten de recensies, de camping tussen hemel en aarde, waar dochterlief met het gezin een laatste week vertoeft en daar vlakbij de tuin. Voor het grote openingsfeest van de kantine aan het begin van het tuinencomplex halen we morgen de boodschappen. Met alles wat er aan boodschappen nog stond, hadden de muizen uitgebreid feest lopen vieren, ongehinderd omdat de afgelopen twee jaar de kast niet meer was gebruikt. Als de kat van huis is, dansen de muizen.