Overpeinzingen

Alle vliegen in een klap

Het was bij het afhaalpunt niet het meisje met de lange wimpers, die achter de balie stond, maar ze had snel het pakje gevonden en wenste ons veel leesplezier. Kader Abdolah heeft weer een meesterwerkje afgeleverd door Rumi zijn gedichten en zijn verhalen te vertalen. Bij het doorbladeren van het boek bedacht ik me hoe anders deze ‘mystieke reis door het leven van de Perzische dichter Rumi’ zal zijn dan de biografische verhalen van de hiervoor gelezen boeken. Het zal een totaal ander gesprek opleveren in de bioclub, omdat het inderdaad vooral gaat over een innerlijke reis. Met plezier zal ik er doorheen gaan.

Langzaamaan hadden Lief en ik in deze wintermaanden de gewoonte ontwikkeld om in de ochtend kantoor te houden, ik op bed met alle leesvoer en schrijfgerei om me heen en lief achter het bureau. Met die werkwijze, werden de dagen allengs korter, kwamen we minder in beweging en leken de dagen op die retraite in Verweggistan. Tijd om de kaarten te schudden. We kwamen overeen dat de dagen mochten lengen. Eerder naar beneden, geen koffie meer boven. De dag beginnen op een vroeger tijdstip, vullen met inspiratie en ontmoetingen, musea en anderszins. Er was werk aan de winkel.

Vanmiddag gaat lief om te beginnen al naar een lezing: ‘Engelen van Assyrië tot de Zeedijk‘ door Felicia Dekkers, die letterkunde en theologie heeft gestudeerd. Het behoort tot het aanbod van HOVO-Utrecht. Zij geven meerdere lezingen per jaar en hebben een uitgebreid studieaanbod, waar dan logischerwijs een prijskaartje aanhangt. Zorgvuldig overdenken en doen is de boodschap. Maar wel onderwerpen die garant staan als bronnen voor nieuw elan.

Dochterlief vraagt om stofjes of kleding die niet meer gebruikt wordt. Ze maakt er stoffen vlaggetjes van. Wat een leuk idee. Ze was net te laat met het vragen om mijn trouwjurk, die zat toen al in de Humanabak. Er zijn boven vast en zeker genoeg stofjes die ik door kan geven. Mijn oude hippie-wikkelrokken bijvoorbeeld. Ze gaan de vlaggetjes verkopen onder andere om extra geld in te zamelen voor hun reis door Europa. Wie weet wat het oplevert.

Gisteren keek ik ‘Even tot hier’ terug. Mijn grote idool Jenny Arean met haar prachtige stemgeluid zong op de wijze van ‘Vluchten kan niet meer’, in plaats van die tekst

‘Bukken kan niet meer
Ik zou niet weten hoe
Mijn rug die doet zo’n zeer
Echt bij alles wat ik doe’,

Het ging over ouder worden, stramme knieën, in de zachte Hollandse winters het schaatsen verleerd zijn, stroeve heupen en al wat dies meer. Het klonk me bekend in de oren, alsof ik het zelf als een litanie op zou kunnen lepelen. De laatste aflevering alweer, maar niet getreurd, in April zijn er nieuwe uitzendingen. Een gouden trio, die drie mannen.

Vrijdag vieren de zussen en de jongste broer kerst en ben ik er helaas niet bij, omdat we vorige maand al met de hele familie hadden afgesproken om kerst naar voren te halen, zodat iedereen in alle rust de kerstdagen kan vieren op eigen tijd en in eigen uur. Mijn grote wens was altijd om eens zonder ouderbezoeken kerst thuis te kunnen vieren, maar de dagen waren steevast opgedeeld in twee of drie bezoeken. Zo vermoeiend vond ik dat. Soms benijdde ik de mensen die zich ook helemaal konden verliezen in dat hele Kerstige gebeuren. Ik had alleen nog enkele nostalgische wensen en verder niets. De brunch was voor ons samen als gezin een terugkerend vast onderdeel. De rest werd geleefd door die andere bezoeken.

Dit was een gouden plan. Diner bij zoonlief, iedereen verzorgt één van de gangen, ruimte genoeg in de grote kamer, twee grote tafels om een lange te maken en met alle twintig er omheen. We hoeven ons dan met kerst niet te vierendelen. Alle vliegen in een klap.

Overpeinzingen

Deze donkere dagen voor kerst

Het meisje met de lange wimpers tuurde vanachter die gordijnen op het scherm. ze schudde het hoofd, spijtig bijna. Zoekend naar de juiste woorden maakte ze duidelijk dat het pakketje aanstonds, straks, later, zou kunnen worden gebracht door de bezorgdienst maar nu had ze het nog niet ontvangen. Terwijl we wachtten op het antwoord observeerde ik de ruimte van dit nieuwe concept. Een afhaalpunt met een pashokje, een geniaal idee. Je haalt het pakje op, past het kledingstuk en bij een onjuiste maat geef je het weer onmiddellijk retour. Zo blijft het niet, zoals dikwijls schat ik in, thuis weken liggen.

De hele dag had in het teken gestaan van spannende ontwikkelingen in een van de huizen aan de overkant, waar we vanuit de maisonette goed zicht hadden. Een politiebus en een politieauto waren de straat ingereden. Agenten hadden om het blok gelopen en een van hen kwam met en breekijzer aanzetten. Even later was er te horen dat de deur werd ontzet. Vier mensen, waarvan een van hen kennelijk de politie gewaarschuwd had, stonden onder de carpoort te wachten. De deur bleef openstaan, verder gebeurde er niets. Geen lint, geen ambulance, niets van dat alles. Maar de politie bleef er tot gisteravond laat. Ze liepen met zaklampen door het huis en dat zorgde voor een geheimzinnige uitstraling. Grote schaduwen op de muren, oplichtend schijnsel. In deze vroege ochtend stond er een bovenraam open. Verder was er geen beweging meer.

Zo’n groot vraagteken op het bord is haast onverdraagbaar. Mijn buurman was slimmer, die sprak gewoon een van de agenten aan, maar dat is ook onze wandelende krant. Hij weet alles. We krijgen het eerdaags vast in geuren en kleuren te horen.

Koning winter had zich in een nacht laten verjagen door een lenteachtige druilerige regen. Lief liep te puffen in de vier lagen kleding die hij aan had. ik had de dikke trui wijselijk uitgelaten. Het weerbericht had valse informatie verstrekt door te zeggen dat de gevoelstemperatuur -4 zou zijn.

Zoonlief had zijn pakket binnen, een extra zware deken waaronder het goed slapen zou zijn. Ik kreeg het al Spaans benauwd bij het idee alleen.

Vandaag is de kringloop aan de beurt en weer zal ik, net als de vorige keer, doorrijden naar de Emmaus, omdat ze daar erg in hun nopjes zijn met alles wat je hen geeft. Een andere reactie dan de geijkte grote kringlopen die nauwelijks nog iets goedkeuren voor de verkoop, alles gaat te snel de kliko in. Zo jammer.

Ook de fysio staat op het lijstje. Vorige week kon ik met de benauwdheid nauwelijks uit de voeten en vandaag is het niet veel beter. Vooral in de ochtenduren schiet ik na een eerste actie in een onbedaarlijk hijgen. Concentratie op de ademhaling is dan een eerste vereiste. Elke keer schieten de frasen ‘Kalmte zal U redden’ en ‘ Het hijgend hert der jacht ontkomen’ door het hoofd. Humor brengt rust. Het zij zo en is niet anders.

Het boek Berg van Ann Quin boet nog niet in aan de weergave van de chaotische gedachten van de hoofdpersoon. Haast onnavolgbaar probeer ik me in hem te verplaatsen. Iedere dag een paar bladzijden en dan zou ik het moeten redden. Vandaag komt het boek van Kader Abdolah aan bij het pakketten-ophaalpunt. Rumi zal een welkome afwisseling zijn in deze donkere dagen voor de kerst.

Overpeinzingen

Dat zou eeuwig jammer zijn

Het was zo’n ijskoude donkere wintermiddag. De kleine blauwe stond op de grote parkeerplaats aan de overkant van het park. Het kleine weggetje tussen twee sloten in, oude verweerde knotwilgen langs de kant, sommige diep doorgebogen om de andere zijde te raken, gaf er een romantisch tintje aan. De wollige dames schaap rond de rui, als een wake rond de kribbe, werkten er al blatend aan mee. De kinderboerderij was sfeervol verlicht met lange snoeren kerstlampjes. Het kleine museum en de stal straalden beiden warm licht naar buiten.

Het museum was volgepakt met mensen, die allemaal op de opening van de tentoonstelling ‘IJs op de Lek’ waren afgekomen. Een grijze zee van voornamelijk vrijwilligers. Daar bovenuit torende de voorzitter die halverwege de trap stond en een openingswoord verkondigde. Het tentje van koek en zopie schonk hete gluhwein. Een mevrouw droeg vier wintergedichten voor en daarmee was de expositie een feit. Het was voor mooi te druk in het sfeervolle gebouw. Lief en ik bekeken de foto’s uitgebreid, kruiend ijs op de Lek, mensen aan het schaatsen en niet alleen op de uiterwaarden, in 1963 vroor zelfs de hele Lek dicht.

Er stonden en lagen schaatsen te kust en te keur, zoals te doen gebruikelijk. Friese doorlopers met en zonder krul, de rondschaatsen, oranje bindlinten in een bosje, de sleeën, waarvan we thuis de kleine hadden, winterse taferelen. Sterke verhalen, koud, kouder, koudst, klonken er bovenuit. Drie heren hielden de stoelen voor een informerende video gedurende de hele sessie bezet. Ze waren druk met elkaar in gesprek. Boven was een expositie van fotografen en kunstenaars. Ook daar sijpelde vooral de winter binnen. Een van de kunstenaars van een surrealistisch schilderij stak een sterk verhaal af over de mislukte ballonvaart van de gebroeders André ten tijde van de aardbeving in Limburg in de vroege jaren negentig.

Even daarvoor hadden we afspraken gemaakt over het te schrijven verhaal voor de tijdwijzer. Het was te druk om me goed te kunnen concentreren en na alles gezien te hebben, wandelden we weer, dik aangekleed, naar buiten, waar de winterkou om de oren sloeg. De stal met de hooibalen was zoals een stal op dat moment moest zijn.

Twee dwergzwijntjes, die over wel 24 verschillende knorretjes beschikten, lieten zich uitgebreid horen. Buiten was er een rode poes op het ijs die loerend in de berm haar kostje bij elkaar scharrelde en water dronk uit een wak. De molen stond roerloos te staan terwijl de dames schaap in de boomgaard luidkeels gewag maakten van hun honger. Winter. Hollandser kon het niet.

Op Facebook kwam er een artikel van de Correspondent voorbij. Het ging over rouw en hoe dat proces aan verandering onderhevig was in de loop der jaren. Dat er nu mogelijkheden waren via chatbot of deepfaketherapie te communiceren met de overledene en hen daadwerkelijk te zien en contact te maken. Het zette aan het denken. Tegenwoordig is er vaak een online nalatenschap van appjes, foto’s, uitspraken, alles wat ook het beeld levend kan houden.

Ik denk aan het overlijden van mijn moeder in een tijd dat we nog geen telefoontjes bezaten, social media er nog niet was en zij alleen haar dagboeken achterliet en haar gebeitelde naam op het familiegraf. Afscheid nemen kon pas, toen ik jaren later de dagboeken had verwerkt, maar eer ik daar aan toe was gingen er geruime jaren over heen. Door de taal die ze bezigde, de onderwerpen die ze aansneed, kwam ze weer helder terug in mijn herinneringen en nadat ik haar brieven aan lief en mij uitwerkte, die ze in de jaren zeventig schreef, werd ze nog jonger, als in die dagen. Het verleden verweefde zich in die tijd met het heden van toen en dat gaf een wonderlijke beleving. Zouden al die vormen van kunstmatige intelligentie de warme herinneringen niet doen verbleken, vraag ik me af, want dat zou eeuwig jammer zijn.

Overpeinzingen

Stiekem nog mooier

De kast wachtte, net als het boompje, geduldig tot de tijd daar was en ik alle moed bij elkaar verzameld had om aan de klus te beginnen. Zoonlief was aan het monopoliën met mijn lieve schoondochter. Ze zouden de laatste hand leggen aan de oplevering van haar kamer, waar ze per 1 januari de huur van had opgezegd. Het monopoliespel maakte de sfeer wat onrustig. Het ruilen leverde kleine kibbeltjes op en de aversie stroomde tergend traag over het bord. Precies dat was wat me sinds mijn jeugd tegenstond om dat spel te spelen.

Zodra ze de hielen hadden gelicht begon ik vast de kast uit te pakken en de spullen langs de boekenwand te zetten. Boompje had mogen uitzakken in de nacht en de naaldtakken waren nauwelijks van de middenstam af komen te staan. Mijn gesputter over de prijs hield aan tijdens het leegruimen. Er stond in de kast precies waar ik gisteren al gewag van had gemaakt. Vier lekke ballen inderdaad, twee maal vier poten van de Zweedse kinderstoel, omdat een stel heel ver naar achter en zoek was geraakt bij een of andere brunch met de familie, een zak met kleding, een bak met speelgoed, een kist met de laatste restanten van de oude kerststal van thuis, een bak met kerstversierselen, de lampjes en een tas vol gereedschap.

De kleding was ooit van zolder gekomen en aangevreten door de muizen in het vorige huis. Nooit meer bedacht dat ik het destijds niet weggedaan had. Alleen het gele truitje met het blauwe ingebreide beertje en de duimdoek van mijn tweede dochter bewaarde ik. De rest, mijn twee oude Indiajurken, een ervan was ooit mijn trouwjurk, een wikkelrok, de kleden en de sjaals mochten allemaal weg. Lief spande zich in om alles naar de diverse opruimplekken te lopen. Het oude laminaat naar de schuur, de overtollige dingen naar de auto om naar de kringloop te brengen, de vuilniszakken met rommel naar de container en de zak met kleding naar de Humanabak. Een kleedje in de kleuren van de kamer mocht als doek dienen om de kerstboompot en het tafeltje heen.

Tussen het ruimen door, waarbij het opnieuw een wandelen door het verleden bleek, konden het lichtsnoer, de ballen en de leuke mooie hangers de boom in gewerkt worden. Langzaam kreeg het toch cachet. Wat een beetje opsmuk al niet vermag. De mannen waren verheugd het boompje aangekleed te zien. Het viel alleszins mee, vonden ze. Als je maar bleef stylen en op de combinaties let. Het kleed deed ook wonderen. De Maria, met het kindje en een herder die tot Jozef werd gebombardeerd, twee engeltjes en twee schapen mochten op het kleine krukje ernaast. De erfenis vanuit het ouderlijk huis, de overlevering van ruim zeventig jaar kerst, met het kleine beetje stro als bodembedekker.

Daarna mocht alles de lege kast weer in. Bij het inruimen zal ik het kastje wat erin staat en vol zit met oude videobanden, ook leeghalen. Nu was alle energie opgebruikt. Het kleinste kerstboompje was nu al een mooie trotse prachtige boom. ‘Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert’, moet zijn kompaan buiten gedacht hebben. Die stond er vlak achter overweldigend groot te zijn met al haar lampen, de grootste kerstboom van het land, de Gerbrandytoren in IJsselstein. Beiden sfeervol, maar de kleine toch stiekem nog mooier.

Overpeinzingen

Licht in de duisternis

‘Duurzaamheid wordt duur betaald’ in variatie op een thema van die goede ouwe kniertje, die verzuchtte in de voorstelling ‘Op hoop van zegen’ van Herman Heijermans, dat de vis duur betaald werd. En natuurlijk gaat de vergelijking eeuwig mank, want we hebben het in mijn geval over geldelijk gewin door derden. De boom stond ons op te wachten, tussen vijf andere geel gelabelde exemplaren in. Een klein pierig boompje met rondom de ‘duurzame afhaalplek’ de niet duurzame enorme Nordmannen voor de somma van 18 euro tegen de 32 euro van ons. met daarboven op ook nog eens tien euro borg. Als ik een bal aan een takje wil hangen, zakt het door, vrees ik.

Ik moest denken aan de winteropera en hun uitvoering voor vier+ van ‘Het kleine boompje’. Dat arme kleine boompje met zijn stekelige naalden, die toch uitgroeit tot de allermooiste rond de kerst. Ergens in mijn geheugen zit ook een verhaal over het kaarsje, dat niet in de kerstboom mocht. Het is uit een tijd, lees de jaren vijftig, dat een kerstboom pas echt was, als er echte kaarsen in brandden. Levensgevaarlijk natuurlijk. De auteur is me ontschoten, maar het kaarsje was te lelijk. Uiteindelijk kreeg het toch een ereplek. In de trant van het lelijke jonge eendje, een verhaal met de ware kerstgedachte dat alles goed zal komen omdat gerechtigheid zal zegevieren. Goed deze lieve boom dus ook. Ze mag schitteren, misschien moet ik bij de kringloop kijken naar kleinere ballen of er alternatieve versieringen in hangen. Straks haal ik alles uit de kast om haar op te peppen en gelukkig te maken.

Om bij de kerstversieringen te komen zal ik de kast onder de trap in moeten duiken. Die kast zit ramvol met alle spullen die we, uit het zicht, even snel op moesten bergen. Een aanwas die door een jaar heen groeit en groeit en groeit. Tegen de tijd dat de kerstspullen tevoorschijn moeten komen, wordt ze dan weer grondig uitgemest. Het overtollige, ik vrees in dit geval ook het speelgoed waar echt nooit meer iemand mee speelt, omdat een mand met autootjes voldoende is voor kind en kraai en nazaten, de hulpstukken van de stofzuiger, de ligstoel voor buiten, het kattegrit, het kattenvoer, de mandjes met grote auto’s, de overtollige voetballen, vinden of hun weg naar de kringloop of naar de stort. Stille bewijzen van de aanwezigheid van voetbaltassen in de gang, jongetjes die bij weer en ontij stonden te popelen om naar buiten te gaan om een potje met de vriendjes uit de buurt te spelen op het schoolplein hier tegenover de flat en echt, dat waren alleen maar jongens.

Die kast dus. Diep ademhalen, even de schouders eronder en dan met alle opruimwoede aan de slag. Zo gepiept als je er eenmaal aan begint. Wie weet wat ik nog tegenkom. Ergens natuurlijk ook de plastic box met kerstballen, onverwoestbaar, de nostalgische glazen vogeltjes van vroeger, de lichtsnoeren, de adventskrans voor aan de deur, die schering en inslag steevast twee weken te laat wordt opgehangen, door mijn heilige credo: ‘Sint eruit, kerst erin’.

Buiten zijn de koude beijzelde en onbereikbare wegen, binnen is het warm en knus, klaar voor de gezelligheid die kerst nou eenmaal kenmerkt in deze donkere dagen. Wat je zegt. Licht in de duisternis.

De lieve jeugd·Overpeinzingen

Bij winterlicht

Foto’s uitzoeken, verdelen in zes stapels, naam erop, straks jaartallen erbij en voor ieder een bak maken, als in de kaartenbakken van vroeger. Het doet me denken aan bibliotheek spelen met mijn zussen. We hadden in een hoek van de kaft van de boeken driehoeken geplakt, briefjes met de datum erop erin geschoven en bij het uitlenen kwam er een nieuwe datum bij. Liever hadden we dat met echte stempels gedaan, maar die hadden we nou eenmaal niet en wie niet sterk is moet slim zijn.

Een tocht door de herinnering. In de geboortejaren van de kinderen werd er meer gefotografeerd dan in de tussenliggende jaren, ten tijde van de eerste en de tweeling helemaal. Lief verbaasde zich over de hoeveelheid. Ik begon met fotograferen toen we samen gingen wonen in Leiden. In die dagen plakte ik nog het een en ander in boeken. Daarna probeerde ik het bij te houden, maar algauw werden het schoenendozen, om later te eindigen als losse foto’s in grote plastic bakken vol, die veilig uit het oog onder het bed werden geschoven. Nog weer later, tassen en tasjes met foto’s. God zegene het digitale tijdperk.

Het aandeel foto’s van school, dertig jaar in beeld gebracht, was minstens zo omvangrijk. Per jaargroep archiveren is een titanenklus. Voorlopig is dat het laatste wat te doen staat. Eerst de bakken voor de kinderen in orde maken.

Het is een wonderlijke reis door de tijd, ik spring van voor naar achter en weer terug. Feestje van de tweeling, he een foto waarop ze alle vier de taartkaarsjes uitblazen. Had ik toen soms een feest bedacht voor alle verjaardagen tegelijk. Mijn jonge moeder in de tuin van mijn eerste huis bij de verjaardag van de oudste, broers, zussen ongerimpeld en goedlachs. Partijtjes met rokende mensen binnen, onvoorstelbaar in deze tijd. Een foto van lief, jeugdig en lachend, het mij nu toch weer zo lieve vertrouwde gezicht. Verloren geraakte vriendinnen met hun kleintjes op bezoek. Soms ben ik de namen kwijt, maar die komen langzaam weer terug. Stralend weer of sneeuw en ijs, nostalgische feestjes rond de kerstboom, pasen, sinterklaas. Ze zijn verkleed, allemaal met mijn mooie jurken uit de hippietijd, zowel de dochters als de zonen. Of ze zitten gierend van het lachen met z’n vieren in bad. Van de jongste zoon, tien jaar later, zijn ook weer heel wat foto’s. Een onherkenbare zelf kom ik tegen, versierd met krullen, glimmende loverhesjes, lange oorbellen in en sieraden om. Als een kerstboom opgetuigd. Met make-up en alles het ongemak dat daar gevoeld werd, bekruipt me nu ter plekke weer, ik ben er overduidelijk mijzelf niet.

Dit is nog maar één tasje, er gaan nog heel veel uurtjes inzitten. Lief zou willen helpen, maar omdat alleen in mijn hoofd het overzicht zit, ben ik de enige die er mee voort kan. Dochterlief had ook al aangeboden alles in huis te nemen. Maar het is te veel en te onoverzichtelijk. Mijn eigen chaos ordenen is tegelijk een vorm van meditatie. Rust creëren. Een mooie manier om het leven te overpeinzen bij winterlicht.

Overpeinzingen

Iets om naar uit te kijken

Natuurlijk had ik al drie keer het huis opgeruimd alvorens het zo ver was dat ik er daadwerkelijk aan kon beginnen. Terwijl ik naar de ochtendgeluiden luisterde, nog warm in bed, voorbij rijdende auto’s in zacht geruis, ratelende brommers en scooters, een zware vrachtwagen, had ik in gedachten elk hoekje en gaatje al bezocht.

Vroeger dan normaal was ik klaar voor de start. Eerst maar eens de gang aanpakken, waar foto’s in alle soorten en maten en in diverse lijstjes door elkaar stonden. Een chaotische blik op verleden en heden, maar ik had van de kinderen met de verjaardag de

foto’s van de fotoshoot ontvangen, prachtig ingelijst. De losse lijsten werden naar boven verbannen tot ik ze beter kon ordenen en de drie nieuwe exemplaren kregen hun welverdiende plaats op de bijzettafel, alle kinderen en kleinkinderen in drie foto’s, niemand uitgezonderd.

Met de meegebrachte azijn uit Verweggistan, 20% en een ideale concentratie voor het poetsen van alles, waar je normaal chloor voor wilde gebruiken, blonk het kleinste kamertje op alle fronten in een handomdraai. Toverazijn. Met een wolk Patchouli rook het vertrouwd en fris.

Bij het boodschappen doen kwamen we zuslief tegen, een snelle omhelzing en haastige tred. Op naar de werkplek. Lekkere koek en chocola voor het hoogwaardig bezoek, vega vervangers voor drie dagen, want goedkoper dan elders en nog wat kleinigheden. Daarna verder met het ontvangstklaar maken. Heerlijk. Lief hanteerde de stofzuiger en verschoonde Pluis en ik deed alles er omheen. Spic en span en nog even tijd om de documentaire van Judith Koelemeijer in haar queeste naar het leven van Etty Hillesum opnieuw te bekijken. Buiten vlogen de vinken, de Turkse Tortels, kauw en ekster en de pimpelmezen af en aan. Zoonlief had nieuw zaad op de voederplank gelegd. Met deze kou en bevroren grond vond het gretig aftrek.

Om 15 uur siepelde het hele stel praktisch tegelijk binnen. Een van hen was met de tram gekomen en had de route naar hier uitvoerig bekeken, maar, en dat zal je net zien, de weg was opgebroken en ze moest een omleiding nemen. Lachend vertelde ze dat er op de plek van het richtingsgevoel bij haar een groot zwart gat zat en het was dan ook mijl op zeven geweest om ons huis te vinden. De aanhouder wint. Iedereen wilde graag een kop warme verse muntthee. Ideetje van zoonlief om het in huis te halen. Goede zet.

Het boek kwam aan bod en de inhoud leverde een boeiend gesprek op. Over Spier, de chiroloog die Etty behandelde, waren we het wel eens. Een wonderlijke man met vreemde praktijken, zoals het worstelpartijtje na elke sessie met zijn jonge clienten. Sommige vonden het een regelrechte griezel. En toch, bedachten we, moet je het ook in de tijdsgeest zien. Er wordt nu veel meer gewag gemaakt van grensoverschrijdend gedrag en de vraag is of de dames die zich door Spier de hand lieten lezen, dat geworstel als zodanig hadden ervaren. Etty was aardig vrijgevochten, sensueel, emotioneel en ontvankelijk voor aandacht. Bovendien was ze verliefd geworden op de beste man.

Ook de rol van Etty zelf en haar groeiend godsbesef bleek een heikel punt. Was het daadwerkelijk alleen maar altruïstisch bedoeld of toch ergens ook eigen belang. Anderen helpen om jezelf te helpen. Over dat punt werd diep nagedacht. Was haar aandacht voor een ander een verlichten van het lijden of was het juist het versterken ervan, omdat op die manier pijn en angst, het verlaten zijn, heftiger voelbaar zou zijn na het afscheid.

Over een ding waren we het roerend eens. De manier waarop Judith Koelemeijer heeft getracht dit leven te doorgronden kreeg grote bijval. Fijn was ook het feit dat ze na de deportatie vermeende veronderstellingen had uitgeschreven wat er eventueel met Etty gebeurd zou kunnen zijn. Zo eindigde het niet zo abrupt als andere verhalen. Anne Frank werd genoemd, ik haalde Edith Eger aan en Renate Dorrestein met haar eigenzinnige relaties werden met Etty’s wandelgangen vergeleken. Ook veel vragen kwamen aan bod. Gissingen, veronderstellingen, maar alles gespiegeld aan de tijd waarin dat leven zich had afgespeeld, haar familie, de genen waarmee ze was behept. Met de gruwelijkheden was het soms moeilijk doorlezen. Geen avondliteratuur, bedachten we.

De keuze voor het volgende boek, niet echt een biografie maar wel een persoonlijk leven, is een boek van Kader Abdolah ‘Wat je zoekt, zoekt jou’ over het leven en het werk van de dertiende eeuwse Perzische dichter en mysticus Rumi. Na twee uur en een aangenaam gesprek, vertrokken de dames met een nieuwe afspraak in de agenda. Iets om naar uit te kijken.

Overpeinzingen

Ouder en bedaarder

Ineens sloeg de sfeer van ons vredige balkon om in grimmig. Kleine vink, dat prachtige vogeltje met zijn fijne schakerende kleuren, van oranje tot zacht geel, met de overbekende witte strepen in zijn vleugels schoot recht vooruit van de voederplank tegen het raam en lag zieltogend op de grond. Vier naar adem happende zuchtjes en daarna helemaal niets meer, geen veertje bewoog nog.

Pluis draalde mekkerend voor het raam heen en weer. Twee ander vinken kwamen aangevlogen en wachtten tot de twee Turkse tortels , die doodgemoedereerd graantjes wegpikten, uitgegeten waren om dan hun eigen slag te slaan. Hadden ze hun dode ‘minrebroeder’ in de gaten? Ze deden in ieder geval van niet.

Zoonlief kwam binnen met twee bijna nieuwe telefoontjes, een klein en een groter scherm. Het grotere scherm, dat lijkt me zeer op z’n plaats, bovendien kan ik in de kippigheid met een oogopslag de letters wat beter lezen.

De bel en kleinzoon komt over de galerij aangestormd met kleine dribbel in ganzenpas er achteraan. De laatste heeft opnieuw problemen met de oren, al buisjes gehad, maar het blijft tobben. Hij hoort weinig en moet in januari opnieuw voor een test. Zijn bassende harde stem schalt door de ruimte. Als je die zelf niet hoort, valt er weinig bij te stellen.

Terwijl dochterlief de oudste naar zijn coach brengt houden hij en ik quality time. Schilderijtje verven, met veel vijven en zessen hou ik zijn korte spanningsboog gevangen. Daarna zijn er de autootjes en grote Greet, die auto’s te eten krijgt, maar met de kleine poppetjes speelt hij het leukst. Hij laat ze van de tafels vallen ‘aaaaaahhhhhh’, dan klimmen ze er weer bovenop, om door te duikelen naar de volgende tafel en weer te vallen ‘aaaaahhhhh’ bast zijn stem van laag naar nog veel lager. Nou vooruit ook een tv-filmpje en hij kiest voor ‘de vloer is lava’. Zo maak je als oma ook nog eens wat mee. Het overbekende spel in het echt uitgevoerd met kolkend rood en oranje, drie mensen die op de drijvende objecten proberen te springen, zoals een ronddraaiend hemelbed, een kist, een kaptafel, een heen en weer zwiepende kroonluchter. Hij geniet ervan. Lacht smakelijk als iemand in de brei verdwijnt, maar springt ook huizenhoog als twee lui de overkant bereiken.

Dochterlief komt in vogelvlucht hem weer ophalen en sjeest door naar de drumles. Het brengt me even terug bij mijn eigen heen en weer momenten, ballet, voetbal, volksdans, bij vriendjes of vriendinnetjes spelen, en alles wat daar tussen zat. Sjezen is het juiste woord. Zo frequent dat er in de avond niet veel meer te doen viel dan moe in de bank te hangen. Je kon geen pap meer zeggen.

Vanmiddag komt de bioclub bij elkaar. Er moeten nog de nodige voorbereidingen getroffen worden. Boodschappen, hier en daar wat poetsen, stoffen en stofzuigen. Lief neemt de inspannende dingen voor zijn rekening. ‘Hebben we het vroeger nou ook zo knus gehad’, vroeg ik hem vanmorgen. ‘Zeker wel’, stelt hij me gerust. ‘Maar niet zo bewust denk ik’. ‘Nee niet zo bewust’. Dat is het grote voordeel van ouder en bedaarder worden.

Overpeinzingen

Reis door het verleden

In de werkkamer stond een grote rieten witten mand verdekt opgesteld onder boeken en tijdschriften onder het uit elkaar gehaalde kleine tafeltje. Al jaar en dag veronderstelde ik dat daar mijn lp’s in waren opgeborgen. Kennelijk had ik ooit toch ergens de tegenwoordigheid van geest gehad om daar wat mee te doen. Maar wat is de grote vraag. Ons geheugen is een wonderlijk vat vol tegenstrijdigheden. De kleinste dingen zitten erin vast geklemd en wijken nooit meer, maar andere, toch best wel imposante opruimacties, verdwijnen als sneeuw voor de zon. De vraag waar de LP’s dan nu uithangen dringt zich op, maar ik parkeer het als ‘Later zorg’. Wat zat er dan wel in de mand.

Twee vergeten dagboeken, boeken(veelal nog te lezen), schriften en schriftjes, agenda’s en tijdschriften, de eerste nummers van de tijdwijzer, volksdansfolders.

Een van de dagboeken bevatte onder andere een verslag van de reis naar Washington in 2002. Het staat volgeschreven met alles wat indruk maakte in die mooie stad. Het was het jaar van de sniper die bij tankstations op de loer lag om willekeurige mensen dood te schieten. Het bleken er twee te zijn. Mijn kinderen waren doodsbenauwd dat me iets zou overkomen. Ergens, diep van binnen, kneep ik hem zelf ook wel, maar het aanlokkelijke van zo’n grote reis steeg er bovenuit.

Het werd een week der ontmoetingen. We logeerden vlakbij het centrum in het appartement van een vriend van ons. Een vriendelijke Indiase taxichauffeur had ons er heen gereden. De jongens stonden net wat plantjes in het piepkleine tuintje te scheppen, azalea’s en narcis, krokus en tulpenbollen, lavendel en twee piepkleine esdoorns. Er was zelfgemaakte brownie, koffie voor ons, vermoeide reizigers, en een logeerkamer waar het goed toeven was.

Hoogtepunt uit vele andere was het bezoek aan het holocaustmuseum. Daar werden we naar de hal gedirigeerd waar je een identiteitskaart moest trekken van een Joods iemand die de oorlog aan den lijve had ondervonden. Ik wilde een vrouw en koos blind uit de stapel paspoorten er een van Feige Schwarzfink, een Joodse vrouw uit Polen.

Het is wonderlijk. Tijdens het lezen van de biografie heb ik geen ogenblik gedacht aan dit museum, terwijl daar de gruwelijkheden onverbloemd aan bod kwamen in films en foto’s, in het feit dat je een Joodse identiteit kreeg aangemeten, ondanks de waxinelichtjes die ik ontstak in de herdenkingsruimte bij elk concentratiekamp. Vermoedelijk is het onderdeel van het gestel, opdat het leven en de geschiedenis niet te zwaar zullen blijven drukken op het persoonlijk leven. Wel had ik er een hele theorie achteraan gebouwd.

Dagboekfragment: Ik kan niet alle gruwelen meer aanzien, sommige films laat ik voor wat ze zijn, mijn hart huilt om alle wereldburgers die heden ten dage nog steeds mensen hun waardigheden ontnemen en geen recht gunnen op een menswaardig bestaan op een zelfverkozen plek op deze aarde. En ik had gewild dat de Joden (…)samen met wie dan ook zouden kunnen leven op welk stukje grond dan ook. De aarde behoort aan alle mensen, stap nou eens even af van die grenzen(…).

Het was fijn om even in het verleden te duiken. Ik beleef de mooie momenten opnieuw en die waren er in grote mate. De musea langs de Mall zijn allemaal gratis toegankelijk. Daar ontdek ik in het Hirshhornmuseum voor het eerst het werk van Ron Mueck die met zijn hyperrealistische grote sculpturen diepe indruk maakte, naast alle andere heerlijke kunstvormen, een beeldengroep van Auguste Rodin, werk van Giacometti en nog vele andere grote namen.

Om nu aan de dag te beginnen is bijna onwerkelijk. Als je op de grens van twee werelden verkeert, voelt het een beetje vervreemdend, maar ook fijn om nog eens door alles wat ooit deel uitmaakte van je leven heen te kunnen wandelen. Die dagboeken zijn het ultieme moment voor zo’n reis door het verleden

Overpeinzingen

De volle aandacht

De werkkamer begint vorm te krijgen. Van het kleine tafeltje dat er stond konden de poten afgeschroefd worden. Met mijn wapperende handjes was ik begonnen met het losschroeven van vier maal vijf kruiskopschroeven. Als ik er bij ging zitten kostte me het geen bovenmatige inspanning en alleen bij de eerste aanzet moest er kracht gezet worden. Zo was ik op de vroege morgen heerlijk aan het rommelen tot zoonlief zijn hoofd om de hoek stak en hoofdschuddend mij op mijn ouderwetse gemoedelijke wijze bezig zag. Even later kwam hij aanlopen met zijn schroefboormachine en draaide in een oogwenk de andere drie poten los, sneller dan die ene poot handmatig was gedaan. Nooit aan gedacht natuurlijk.

Daarna kon alles dat onder de tafel had gelegen gesorteerd worden en voor het merendeel verbannen naar de kringloop of de stort, al naar gelang de staat van zijn. Opgeruimd staat netjes. Nu staan in een hoek alleen de twee grote bakken, tassen, schoenendozen met foto’s nog te wachten tot ik weet hoe ik het aan ga pakken, die op te delen en uit te zoeken. Alweer een stuk verder in het grote ruimte scheppen.

Lief is bezig aan de laatste bladzijden van de biografie en ik laat hem omdat ik weet hoe indringend het droeve einde er zwart op wit staat. Niet de bekende afloop, maar vooral de vermeende weg er naar toe en hoe Judith Koelemeijer dat beschreven heeft.

Als we weer tot de orde van de dag overgaan is er op de eerste plaats de gang naar de kringloop en vervolgens naar de pientere Zweedse opbergspecialist, die voor mijn simpele boekenkasten boven laden en laatjes, bakken en bakjes verkoopt. Daarmee verwacht ik de foto’s te kunnen sorteren, want buiten een berg aan familiekieken zijn er natuurlijk ook een enorme massa schoolfoto’s van mijn kinderen in de groep, uit de verschillende jaren, waar iets mee gedaan kan worden. Dat wordt nog piekeren en peinzen, want weggooien is nauwelijks een optie, maar wat dan? Het is mijn verleden, en mijn geschiedenis, waar niemand mee uit de voeten kan.

In een nostalgische stemming,vermoedelijk door de foto’s, besloot ik onder het breien van een paar pennen de kerstliederen van Herman van Veen op te zetten. Heerlijk meezingen met de prachtige muziek en beelden ophalen van een kerstontbijt vroeger, met de kinderen om de tafel en dezelfde muziek als begeleiding. De glanzende oogjes in het kaarslicht, de wangetjes, het grote genieten van al dat lekkers, dat bij hoge uitzondering, echt alleen op feestdagen ter tafel kwam. daar hoorde rosbief bij, katenspek, fricandeau en gekookte eieren, jus d’orange, verse broodjes en kerststol met spijs. Om de feestvreugde te verhogen mijn tweedehands damast en toen die er niet meer was een groot wit laken met een kerstloper van het een of ander erover. Een kerstster op tafel als finishing touch. Breeduit dekken met glazen op voet en de boerenkommetjes voor de thee, de eierdoppen, de boter in de oude botervloot uit de jaren dertig en de kaarsenstandaards. Kerst anno de jaren tachtig. Nostalgie op hoog niveau, die teruggreep op de kerstnachten van thuis in de jaren vijftig, na de nachtmis met drie heren.

Zoonlief kwam thuis, de jongste, en vroeg wat ik nu toch voor een vreselijke muziek luisterde. Mijn grote glazen zeepbel met de mooie herinneringen spatte in duizend stukjes uit elkaar. Hij droeg een paar ideeën aan, maar moeders bleef liever nog even verpozen bij vroeger. Mijn vroeger en nauwelijks het zijne, terwijl lief alle kringloopspullen naar de auto sjouwde. Er blijft nog genoeg te doen, maar dit zijn die kleine waardevolle momenten, beloond met de volle aandacht.

Overpeinzingen

In alle opzichten

De hele dag was het druilerig en in huis bij de aangehouden 19 graden toch altijd nog een beetje koud. Op de locker tegen de verwarming aan was het goed te doen, maar wat nog beter hielp was het onverwachte bezoek van dochterlief, mijn lieve schoonzoon en de kleine filosoof en zijn creatieve zus. Lange thee uit de boerenkommetjes, het bestelde kunstwerk van de filosoof voor mij, een moderne interpretatie van Keith Haring, met een zelf uitgevonden gouden kleur erop. Trotse twinkel en rode konen. Er werd gezellig gebabbeld over koetjes en kalfjes, de filosoof kreeg les van zoonlief in de Rubiks kubus, de kinderen tekenden onder mijn argusogen op de Ipad in het programma Procreate. Ze toverden kleur op kleur op kleur en waren iedere keer opnieuw enthousiast. Dankbare kindbeleving.

In de avond hadden we met de boekenclub afgesproken in een klein Indonesisch restaurant in het oude dorp. In mijn hoofd zat de locatie ergens op een plek, waar het niet bleek te zijn. Ik had niet meer gekeken, dus de auto al lang en breed geparkeerd. Het was een eindje lopen door de mist, ophaalbruggetjes over, hochies op, niet handig als je toch al wat benauwder bent dan anders. Het is weer winter en dat hoort er bij. Maar met de tomtom, toch wel, vond ik uiteindelijk waar ik wezen moest. De anderen waren er al.

We hadden een fijne plek naast de bar. Het was lang geleden dat ik voor het laatst Indonesisch had gegeten. Wat een heerlijk tafelen was het daar. Lange rechauds, kommetjes met veel gerechten, daging smoor, sajoer lodeh, ikan pedis, saté gambing, sate ajam, sate daging, gado gado, vier verschillende sambalan en alle bijgerechten zoals de atjar, de bawang goreng, de seroendeng en extra groenten, onder andere sajoer tumis. Naast het smullen was er veel ruimte voor persoonlijke gesprekken en schuwden we niet de diepte in te gaan, zoals ook te doen gebruikelijk is bij de avonden waarop we de boeken bespreken.

Een van de onderwerpen was het zinvol invullen van het leven nadat het werkzame deel was afgesloten. Wat maakt het lastig of moeilijk om eraan te wennen, welke fasen moet je doorlopen om tot een bevredigende beleving te komen als je net uit een baan komt vol hectiek, aanzien, jong volk om je heen. Hoe doe je dat en waar ligt de zingeving voor iemand persoonlijk. Allereerst de acceptatie in jezelf, denk ik, als ik spreek vanuit mijn eigen ervaring. Dat deel is voorbij. Daarmee ga je niet een laatste fase in, maar een nieuwe fase, waarin weer van alles en nog wat mogelijk is en op je pad kan komen.

Als je op dat punt bent aanbeland en er een beroep wordt gedaan op je creatieve vermogens kan het opnieuw gaan bruisen, zoals het ook deed toen je twintig was. Het is een andere manier van denken, de geest roert zich en slaat een nieuwe weg in. Dat het zich niet op een presenteerblaadje aanbiedt, is evident. Het vergt wat inkeer om uit te zoeken wat het beste bij je past. Een balanceren tussen hoop, verlangen, wensen, kunde, mogelijkheden. Zo bomen we voort en zijn tegelijk heel blij met het feit dat we ons zo open kunnen stellen naar elkaar toe. Hoe betekenisvol is dat.

Aan alle mooie dingen komt een eind, maar nooit zonder een nieuwe afspraak. We omhelzen elkaar hartelijk, twee gaan fietsen naar hun stadje, de rest is per auto. Ik dwaal als een donkere schim in de mist de ophaalbrug over, door de kerstverlichte straatjes met de eeuwenoude huizen, fluks naar de kleine blauwe toe.

Het restaurant is Cindy’s soulfood, inderdaad, je haalt er voedsel voor lichaam en geest als het te delen valt met zo’n hechte groep vrienden. Het sterkt de mens in alle opzichten.

Overpeinzingen

Lezen en erbij blijven

Appje van lieve schoondochter met haar mooie buik. ‘Kom je mee het hartje luisteren, mams’. Zo’n kans laat ik me niet ontglippen. Dus om zeven uur, voor het eerst sinds lang door de wekker, bij het krieken van de winterdag, opstaan en sneller dan ooit in de modus van het ochtendritueel. Er moesten ruiten gekrabd worden, maar om tien over half negen reden we naar het geboortehuis van het ziekenhuis, waar de verloskundigen praktijk hielden. ‘Het duurt maar vijf minuutjes hoor’, verontschuldigde ze zich. Krachtig sloeg het hartje. Tussendoor sijpelden wat mededelingen, die de verloskundige met belangstelling aanhoorde. Inderdaad, sneller dan deze geruststelling kon het niet. Maar het was prima zo en ook door de gedeelde tijd die we hadden, met de volle aandacht voor elkaar.

Wonderlijk genoeg werd ik wat emotioneel bij het uitleggen wat voor soort oma ik was. Niet een oma-oma, want de ruimte voor de opvoeding door paps en mams hebben prioriteit nummer één. Ik vul aan, met leuke kleine momenten, soms langer en in geval van nood, als het kan, helemaal natuurlijk. Zo heb ik het met allen gedaan. Iets in de trant van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Ik kan niet op alle kleinkinderen passen. We zijn te rijk gezegend. Wat was het fijn en intiem met elkaar. ‘Ik bof met al mijn lieve schoonzonen en schoondochters’, vertel ik haar en daar zijn weer die waterlanders. Ik laat het maar. Zo is het nu eenmaal.

Thuis even uitpuffen en warm worden en daarna in de middag een afspraakje met de toekomstige ‘vader’. Zoonlief voor mezelf alleen, hoe kom ik aan die mazzel. We besluiten in het naburige dorp te gaan lunchen, waar mijn halve leven woont en werkt omdat de school er heeft gestaan. Ook dit was warm en gezellig met veel aandacht voor elkaar, alle veranderingen, de verwachtingen, het delen van elkaars gevoelens, onder mijn soepje en zijn gepocheerde ei, zalm en landbrood. Heerlijk in alle opzichten. Bij het weggaan twee lieve vriendinnen, die ik al veel te lang niet meer gezien had, maar dat viel onmiddellijk weg bij de hartelijke omhelzingen. Zoonlief vond ook een bekende, dus in een notendop konden we wat ervaringen uitwisselen in de wetenschap dat we ooit elkaar voor altijd in het hart hebben gesloten en dat het goed is, zoals het is.

Zoonlief en ik kuieren de markt over en komen nog twee bekenden tegen. Een van hen verhaalde van zijn voetbalclub vroeger, waarvan mijn vader voorzitter was. Hij had nog gevoetbald onder het trainerschap van broer. In flarden zweefde het verleden voorbij. Het Ondiep, mijn vader, het clubhuis, de broers. Mooie beelden.

Eieren en kaas bij de kaasboer, waar een hartelijke en goedlachse sfeer hing. We slingeren tussen de kramen door. Mijn arm door de zijne gestoken, die grote zorgzame zoon van mij en babbelen, honderduit. Daarna reed hij me weer naar huis. Wat een bijzondere dag. Kwaliteits-tijd met alle aandacht voor elkaar.

Thuis wacht lief om mijn opgetogen verhalen aan te horen bij een potje thee. Schrijven, lezen, ervaringen uit de biografie uitwisselen en toetsen hoe ik een en ander heb ervaren. Zo fijn om het van twee kanten te kunnen benaderen. Voor het weekend ligt er en documentaire van 2Doc klaar ‘Etty Hillesum-zoektocht naar een schrijfster in oorlogstijd’.

‘Berg’ van Ann Quin is een heel ander soort boek. Ik moet even wennen aan de manier waarop ze de gedachten in het hoofd van de Zoon over het voetlicht brengt en probeer al lezend orde in de chaos te scheppen. de draad ontglipt je snel. Het devies: Lezen en erbij blijven.

Overpeinzingen

‘Souplesse oblige’ alstublieft

Kalmpjes aan, dan breekt het lijntje niet. Tussen neus en lippen door toch nog een poosje aan de nieuwe werkkamer gewerkt. De tafel op haar plek, laatjes erboven op, planten een plek gegeven, de gordijnen op maat geknipt en daarna is het gezelligheid troef. Tevreden bekijken we het resultaat. Dat is een. De rest komt later. Daarna de sintcadeautjes inpakken met witte pleister, want de plakband had de kuierlatten genomen. Met twee tassen vol reden we richting Amersfoort, waar de kleine krullebol en de benjamin vol spanning de middag probeerden door te komen. Dat is een hele toer, als je is verteld dat de goedheiligman misschien wel langs kon komen. Dus werd vaders geduld zwaar op de proef gesteld, omdat de kleine krullebol allerhande manieren verzon om ons uit te dagen.

De cadeautjestassen stonden wijselijk in de auto, tot op het moment dat het eindelijk tijd zou zijn. Die kwamen aan bod na het groentepotje voor de jongste en de patatjes, de enige echte feestmaaltijd die juichend ontvangen werd. Mijn lieve schoondochter had het meegenomen toen ze klaar was met werken. Daarna, eindelijk, konden we het hele arsenaal aan sinterklaasliedjes, goud van oud, uit volle borst meezingen. Met een moderne twist, dus vriend van sinterklaas, geen roe en geen stoute kinderen en ook geen onbekende oubollige teksten, want er waren duidelijk een aantal veranderingen ingeslopen. Het maakte niet uit. In drie versies, die van opa en oma, die van pa en ma en die van de nieuwe generatie, zongen we met spotify mee. Ja ja, geen berg te hoog, geen brug te ver, voor het doorvoeren van veranderingen.

Ineens geklop, maar ook twee deuren die open stonden en onze krullebol die recht in het gezicht van zijn vader keek, maar niet zag dat de hand die net gestrooid had, bij hem hoorde. Het hoeft, in het heetst van de strijd, niet zo spectaculair te zijn. Tassen met pakjes naar binnen zeulen, nog even dank U sinterklaasje zingen, handjes die verlangend op de nieuw aangekomen pakjes lagen en het sein dat er uitgepakt mocht worden, maar eerst het gedicht. Oma sint had in de voorbereidingen op een groot vel met zwarte marker uit haar grote beeldende mouw een klein verhaal op rijm geschreven. Gelukkig maar. Een perfecte inleiding. Daarna ging het los.

Met twee van die koters onder de drie is bewust en met aandacht uitpakken een gotspe. Zo snel als verantwoord ging alles naar de plek van bestemming en toen alle spanning eraf was, lees uitgepakt, daalde een intense rust neer. Papier mee voor de papierbak thuis, speelgoed één voor één met aandacht bekeken en uitgeprobeerd, de jongste naar bed, en krullebol zoetjes genietend van zijn twee auto’s die ook mee naar bed mochten. Moe maar voldaan lieten we het stel achter. Bedankt lieve schatten, wat een heerlijke after-Sint.

Thuis was er dat wonderlijke programma over windmolens en hun overlast, met kritische vragen aan een minister die er wel heel vaag mee omging en daarna werd het punt van excuses voor het verslavingsverleden aangehaald. In mijn optiek wordt het alleen maar duidelijker hoezeer het kabinet vasthoudt aan een eigen denkwijze en niet meedenkt met de groep waar het uiteindelijk omgaat. Eigen datum, eigen wijze. Een zucht van mijn kant. ‘Souplesse oblige’ alstublieft.

Overpeinzingen

De dag was omgevlogen

Lief bleef thuis lezen in de biografie van Etty. Dat stuk geschiedenis dat je onnavolgbaar inpakt, waardoor het moeilijk wordt om je los te scheuren van het verhaal. Die ochtend hadden we wel eerst de tafel voor op de werkkamer in elkaar gezet, wat nog een klusje was, omdat het uit drie delen en heel wat onderdelen bestond, genummerd gelukkig, maar met verkeerde schroeven erbij. Ze staat nu nog niet op haar plek, maar je zou er al lang en breed aan kunnen werken met uitzicht op de boom voor het raam. Ik keek er naar uit. Het werkblad is ruim. Er valt goed op te tekenen, hoe mooi is dat met daar beneden een tableau vivant voor je neus. Urban sketching op mijn manier, zal ik maar zeggen.

Ik zette mijn denkbeeldige verlate Sintbril op en ging op pad, maar eerst even langs dochterlief. Voor de filosoof en zijn zus een mooie witte cyclaam in pot om voor te zorgen en voor paps en mams een kerstbal in de kleuren van de kamer. Warme omhelzing, gezellig geknutsel, gesprekje van vrouw tot vrouw met mijn parmantige lieve kleine, die druk bezig was om haar geverfde schoenendoos gevuld te krijgen met watten, geverfde wc-rolletjes, goudsnippers, glitters en krijtjes. Heel het leven is zoals de goudsnippers, als je er oog voor hebt. Één van de snippers was een cadeautje voor mij maar ik mocht het niet meenemen. Iets in de trant van ‘je mag er alleen maar naar kijken’. Dat geldt immers in een museum toch ook.

Daarna in mijn kleine blauwe schimmel naar het groot winkelcentrum, waar cadeautjes lagen uitgestald als het snoepgoed in het luilekkerland van holle bolle Gijs. Wat moet je kiezen in vredesnaam. Twee middelgrote gevaartes op vier wielen, een lieve aaibare wintertrui voor de benjamin en drie stoere t-shirts met lange mouwen voor de kleine krullebol, wat sinterklazen-chocolade munten en de boeken heb ik thuis, daar kies ik een paar mooie uit, of een voorleesboek voor beide. Voor de lieve ouders wat gedachtekaarten. Ziezo, Sint is net op tijd klaar. De winkels gaan dicht en ik overbrug de tijd door een hapje te eten in het restaurantje vlakbij de afgelegen plek, waar over twee uur de tuinvergadering begint.

Het is lang geleden, dat ik alleen aan een tafeltje zat. Met mijn rug naar de goegemeente, in een heerlijk rustig hoekje, genoot ik van drie kleine gerechten, die werden voorgeschoteld. Precies genoeg qua hoeveelheid en qua tijd om het te verorberen. In de regen spoorslags naar het tuinencomplex, een van de oudsten in de stad, waar in het gezellige clubgebouw de tafels al klaar stonden voor ontvangst. Een klein gezelschap, de geijkte punten, het tolken voor onze Turkse bewoners en de litanie van een meneer, die het altijd koud heeft. Kalm gebabbel, kritische vragen, algemene zaken, het kwam allemaal aan bod. Na twee uur waren we klaar.

Thuis wachtten de bestelde boeken in de brievenbus, klem zoals gewoonlijk, eerst het karton open wurmen, de boeken eruit en dan pas het omhulsel, ‘Berg’ van An Quin en ‘Het zwijgen van Maria Zachea’ van Judith Koelemeijer. Sinds de bio ben ik fan van haar schrijfstijl. Lief ontving me met open armen. Gezellig. Een wijntje na, een docu van James Bond in Close-up om de zinnen te verzetten, wat uitwisselingen en genoeglijk gekout. Opnieuw had de tijd vleugels gekregen. De dag was omgevlogen.

Overpeinzingen

Zo’n mooie ouderwetse zachte gele stofdoek

Winternag, het gedicht van Eugene Marais wordt aangehaald door Stef Bos in de Zin-magazine van vorige maand. Het thema van het blad is verbinding, een woord wat naar zijn opinie van haar kracht en pracht is ontdaan door de manier waarop er te pas en te onpas mee gestrooid wordt. Het is ‘ Gekaapt door marketingstrategen en copywriters’.

W i n t e r n a g

O koud is die windjie

en skraal.

En blink in die dof-lig

en kaal,

so wyd as die Heer se genade,

lê die velde in sterlig en skade.

En hoog in die rande,

versprei in die brande,

is die grassaad aan roere

soos winkende hande.

O treurig die wysie

op die ooswind se maat,

soos die lied van ‘n meisie

in haar liefde verlaat.

In elk grashalm se vou

blink ‘n druppel van dou,

en vinnig verbleik dit

tot ryp in die kou!

Naast dat ik verliefd ben op die heerlijke taal is het ook het eerste betekenisvolle Afrikaanse gedicht. Terwijl ik de woorden proef van het zangerige karakter en zijn ode aan de winternacht speurt lief onmiddellijk naar een omschrijving van de man zelf. Als we er over praten geeft die benadering van twee kanten vorm aan de auteur en zijn werk en smeedt het tot een geheel. Stef noemt hem met name in deze samenhang om zijn onderzoek naar de mier. Hij bestudeerde er de termietenheuvels rond Pretoria voor en kwam tot de ontdekking dat het niet om de ‘Mier’ ging, maar om de samenwerking, de verbondenheid van alle mieren samen in die krioelende hoop. Als hij er een stok insteekt zijn er ineens verdedigers en bouwers. Wij vormen ook zo’n hoop. Het gaat niet om het individu alleen maar om de samenhang. Een opperste vorm van verbinding, maar dikwijls worden we uit elkaar gespeeld omdat we op die manier beter te beheersen zijn.

Een mens is nooit alleen. Jung wordt aangehaald met zijn theorie over het collectieve onderbewustzijn. Het is de stroom door de tijd die ons verbindt, woorden die iets losmaken van binnen, de bewustwording dat je niet alleen jezelf bent, want voor het grootste gedeelte zijn we onze voorouders. Je vader en moeder, de oma’s en opa’s, de eigen familiegeschiedenis, voor altijd verbonden met de tijd.

Zo voelt het ook. De beleving van die voorouders is wel voor ieder persoonlijk, maar er zijn altijd gemeenschappelijke kenmerken te noemen. Mijn moeder is niet perse de moeder van mijn oudste broer, omdat die een andere relatie met haar heeft opgebouwd, maar als een rode draad loopt er dat brede lint van overeenkomsten die de familie daadwerkelijk verbindt en waar iedereen zijn eigen stukje verbondenheid mee heeft.

Verbondenheid, verbinding, het zijn woorden vol betekenis, zolang ze niet platgewalst worden in bovenmatig gebruik. Als het van binnenuit, met je hele ziel en zaligheid, benoemd wordt, kan het eenvoudigweg niet die glans verliezen die het oorspronkelijk had. Stef gaat Jung en Marais weer eens bestuderen, opdat je jezelf uiteindelijk in dat overdonderende geheel vindt.

Ik blijf eens door mijmeren over het woord verbinding en je verbonden voelen. Om de glans die het van oorsprong bezat weer terug te krijgen, poets ik het misschien wel op met zo’n mooie ouderwetse zachte gele stofdoek.

Overpeinzingen

Gun iedereen een eigen wereld

De dagritmeklok is nog een beetje van slag door de wisseling en de twee lange ritten, maar langzaamaan komt het leven weer op gang. Bij een lieve blogvriendin lees ik een wijsheid van Toulouse-Lautrec: L’automne est le printemps de l’hivers. Wat een mooie manier om naar de seizoenen te kijken. Strikt genomen zijn de twee seizoenen, herfst en lente, tussenseizoenen. De voorbereidingen worden getroffen en de natuur wordt klaargemaakt voor respectievelijk de winter en de zomer, tegelijkertijd zijn het de belangrijkste seizoenen want zonder hen geen uitgesproken vervolg.

Die heerlijke wisselingen van seizoenen zijn een zege, omdat ze allemaal zo’n grote sterke eigenheid met zich mee brengen. Daarin valt nauwelijks te roeren. Met de stroming der seizoenen vlieden mijn gedachten mee, want bijvoorbeeld herfst brengt zoveel wondere pracht, dat ik daar niet het verval in kan zien, zelfs niet in de dagen van miezer en mist. Alles heeft een functie. Fantasie speelt een grote rol. Heerlijk toch om tijdens de winter een winterkoningin te zien voortschrijden in haar pegelpaleis, of in het voorjaar de kleine bloemenfeeen in hun bijpassende bloemen en struiken, stralend en wel, in de zomer verbeidt de tijd loom en langzaam en in de herfst haalt moeder aarde haar verfkwast uit de tas en penseelt een bont schilderij bij elkaar.

We gaan naar de grote nieuwe kringloop op het industrieterrein, staan een dikke tien minuten in een file en komen eindelijk aan. Eerst de dierenwinkel ernaast, yeah kokertjes voor de kleine mezen en vinkies die het balkon bevolken. De sluwe eksters en de slimme kauwtjes weten de weg naar de pindakaas veel te goed te vinden en geven de kleintjes geen kans. Hoe blij kan je zijn met een simpele oplossing. In de kringloop vinden we een leuke waggeleend voor de kleinste telg, zo een die gakt als je hem voortrekt. De man achter de kassa houdt klaarblijkelijk veel en vaak van een praatje en verkondigt luid en duidelijk wat hij van de aanschaf vindt.

Er is nog een bezoek aan die drogist die kennelijk op de kleintjes let, en een aan de supermarkt. Moe maar voldaan zijn we tegen de avond weer thuis. Wat euro’s armer. Wat jammer is, onze favoriete kringloop, die met de kleine prijsjes, heeft ineens de neiging om alles op waarde te gaan schatten en nu werd vandaag een djati-houten tafeltje van 25 euro door de bedrijfsleider op 50 euro’s duurder gezet. Daar gaat het fout. Zo zijn kringlopen niet leuk meer. Waar zijn de Stiefbenen en zonen van vroeger, verzucht ik. De romantiek verdwijnt.

Misschien is dat het wel. Moeten we er meer van dat soort dingen doorheen weven. Kaarslicht, omfloerste noten, sfeer. Het breekt de winterkou, tenminste als je de sprookjes mag geloven en vooral breekt het de pegels van die ijskoningin. Wat lieve vrede prediken kan geen kwaad. Dat wist men vroeger allang.

Het sinterklaasfeestje met de jongste telgen zit er aan te komen. Voordeel is dat ze totaal geen besef hebben, dat de goedheiligman uit het land verdwenen is. Geen probleem. Feest, dat is het toverwoord voor iedereen. Wat of daar voor pieten of sinten meegemoeid zijn, laat ze koud. Lieve nostalgie-aanhangers luister naar deze schatjes. Iedere generatie bouwt haar nieuwe eigen nostalgie en dat is hun goed recht. Het feest wordt er oprecht niet minder leuk door. Wat je met de paplepel ingegoten krijgt, verdient het ook om te veranderen. Vroeger lustte ik geen spruitjes. Tegenwoordig ben ik dol op jonge spruiten. Ik bedoel maar. Smaak verandert. Niet in de laatste plaats door de vernieuwing, omdat dat eigen is aan de wereld. Gun iedereen een eigen wereld.

Overpeinzingen

Niet meer dan dat

Het duurde even eer ik naar bed ging. De zolderkamer was weliswaar iets warmer geworden, maar het heerlijke dekbed, de zachte dubbele kussens en dat lieve kacheltje erin stonden garant voor het snelle slechten van die ijspegeltjes van onderdanen. Wat volgde was mijn eigen vertrouwde oude Klaas Vaak die zijn neus boven het trapgat uitstak en kwistig met zand strooide.

Boven ons was het venster van de wereld winters licht. Was het al volle maan. Naslagwerk op het internet leerde dat we er naar op weg zijn. 8 december is het zover. Dan staat maan in tweelingen vol te prijken en is het volgens de geraadpleegde site, tijd om diep van binnen na te gaan of er nog onverwerkte pijn of boosheid uit het verleden smeult. Saturnus schijnt ons te helpen bij het verwerken ervan. Nog even volhouden tot donderdag, maar voor die tijd valt er wel over na te denken.

Op de een of andere manier ben ik er meer en meer van overtuigd dat er samenhang is tussen alles wat bestaat, deels door de artikelen die we hebben gelezen, maar vooral ook de voor mij tot dan onbekende verhalen over de belangrijke functies van plant en dier, ide allang oplossingen gevonden hadden voor bijvoorbeeld een stikstofprobleem of een algenplaag. Als we daar bewuster mee om waren gegaan, dan hadden we wellicht andere keuzes gemaakt en niet als een olifant in de porseleinkast onze rigoureuze maatregel rücksichtslos doorgevoerd. Maar hadden ligt op het kerkhof, want dat was eens. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Tot inkeer komen, verdieping zoeken bij het ‘winteren’ is wat vriendinlief en ik allang in de gaten hadden. Daar schreven we alletwee over in onze blogs. De retraite van de afgelopen maand is goed geweest voor wat binnenwerk, maar nu, met een koude nattige winter in aantocht is het helemaal een goed idee. Wij hebben de baard van de Eminence al gezien. Als het heeft gesneeuwd ziet heel Duitsland eruit als een grote verzameling kerstkaarten. Je gaat vanzelf op de glühwein en een kerstlied over, vooral als de klokken in de avond galmen. ‘Stillige nacht, heilige nacht’ zong ik vroeger als kind. Stillig is het juiste woord voor inkeer, bedenk ik me. Luister vooral naar het gefluister en niet naar het oppervlakkige gekakel, dat zich als eerste aandient bij het peinzen over pijn of onverwerkt leed.

Onderweg in de kleine blauwe naar huis hadden we een fijn gesprek over ruimte geven aan elkaar. Reflecteren op hoe we de stilte daar hadden ervaren en hoe we straks, lees nu, de reuring weer in zullen denderen. Daar vooral elkaar vrij in laten hoe er mee om te gaan is het uitgangspunt en goed naar elkaar luisteren, proberen het ook helder te zeggen zonder daarbij de natuurlijke omgang geweld aan te doen. Terwijl de kleine blauwe zijn kilometers vrat, tackelden wij de lange reisduur door onze overpeinzingen uit te spreken en obstakels te benoemen. Juist omdat de twee werelden zo van elkaar verschillen en we iedere keer een nieuwe modus moeten vinden daarin.

Het maakt het boeiend en zeer de moeite waard. Het zorgt er ook voor dat beide thuishavens hooglijk gewaardeerd worden, ieder op hun eigen manier met hun eigen sfeer en ambiance. De geliefde plekken. Hier met het venster op de wereld, daar met de druif achter het keukenraam en de oude verweerde muur met de blauwe regen er tegenover. Het geeft aan beide een nieuw elan, juist door die grote afwisseling. De verstilling mag als pakket overal mee naar toe om op de juiste tijd en het juiste moment uitgepakt te worden. Omzien in verwondering, niet meer dan dat.

Overpeinzingen

Heerlijk zoet na gedane arbeid

De eerste helft van de reis is voorspoedig gegaan. De kleine blauwe sloeg zich er dapper door heen. Wel leek het tot ver in Oostenrijk of de hemel een paar verdiepingen naar beneden was gezakt. Overal hing een dikke laag mist of nevel over de velden en de wieken van de windmolens waren niet te zien. Bij Linz begon het op te klaren en kleurde een zacht oranje door een brede spleet boven de heuvels. Deze weg, over Wenen en Gyor is de allerbeste. Heerlijk vlak, slechts wat midden en laaggebergte en heel goed begaanbaar. Om half zeven kwamen we bij het dorp aan. In het oude centrum was een adventszaterdag-viering aan de gang, overal kerstlampjes, uitgelaten stemmen, alles was versierd met sneeuw op de heggen en in de tuinen. Het was sprookjesachtig. Voor het hotel moesten we terug naar de snelweg, want iets daarvoor stond het. Daar bleek dat we ons qua versiering vergist hadden. Er stonden auto’s tussen met een flinke laag wit. Het had echt gesneeuwd.

In de mail stonden de pincodes voor dit duurzame receptieloze restaurant, alleen was men vergeten te vertellen dat je bij iedere pin even een groen v-tje moest afvinken. Een lief meisje dat net uit één van de kamers kwam, hielp ons, met recht vingervlug. Eindelijk een warme kamer om even bij te komen van de reis. We hadden sla en brood bij ons, want het hotel kent ook geen louncheroom of ontbijtzaal en natuurlijk een wijntje op de goede afloop. Morgen weer een dag. Wat een zegen als de wegen deugen.

A room with a view was het niet bepaald. Het uitzicht was zegge en schrijven twee vrachtwagens, een strookje gras met sneeuw en een pompstation. Aan de kant van de voordeur een flinke bouwplaats. Het huis was zo duurzaam dat voor de frisse lucht de ventilatiepomp de hele nacht om het half uur aansloeg met heel veel gebrom. Het waren zogezegd de kerkklokslagen van mijn moeder, die ze in haar vele slapeloze nachten telde.

Maar de rest was heerlijk, goede douche, het meegebrachte eigen ontbijt, fris uit de aanwezige koelkast, oploskoffie met de waterkoker en bijna verse jus. Griekse yoghurt voor de medicijnen, helaas met kokos maar daar hadden we even niet op gelet. De laatste dag om er 700 kilometer doorheen te jassen. O zalige zondag, waardoor het pas druk werd rond grote steden en daar tussenin heel Duitsland advent aan het vieren was. Toch nog een uurtje of anderhalf door het pikkedonker rijden om in zeeën van Hollandse lichten over ‘s lands wegen te kunnen zoeven. En toch, hier en daar was men er zich al bewust van lichtvervuiling, al dekte dit begrip in de strikte zin van het woord de lading niet, maar toch, iedereen weet nu wat ik bedoel. Er waren tot mijn grote vreugde enerzijds en stil verdriet( want brandende oogjes)anderzijds toch hele stukken in duisternis gehuld net als bij al onze buren in welk land dan ook.

Maar goed. Heelhuids aangeland, liefdevol ontvangen en verwend met onze nationale trots, door zoonlief gehaalde patatjes en kroket, dat kan niet anders dan smaken na een lange tijd in Verweggistan te zijn geweest. Eerst uitrusten en morgen verder zien. Niets slaapt zo heerlijk zoet als na gedane arbeid

Overpeinzingen

Eens kijken wie er het eerste is

Het weer werkt mee want het overgiet de bezigheden van vandaag met een weemoedige druilerige nevel. Afscheid nemen van de geliefde plek, tegelijkertijd zorgen dat het weer schoon en stofvrij de wintermaanden blijft wachten tot we terugkomen.

Inpakken en bedenken wat hier kan blijven. De Datsja leeghalen en werk meenemen waar ik nog iets mee wil doen. De glamsol laat ik staan, want in Nederland wil ik toch een nieuwe kopen. Tijdens het saharazandvrij maken van de kleine blauwe stopt een auto met een hongaar. Grote snor, rijdt achteruit terug en begint dingen te roepen. Ik neem aan omdat ik voorovergebogen de achterkant van de kleine blauwe spic en span maak. Natuurlijk versta ik geen woord van wat hij zegt. Ik roep lief, maar waar zijn ze, als je ze het hardst nodig hebt. Niet in het huis. Eindelijk komt hij aangelopen over het land. De meneer was inmiddels allang verdwenen.

Daarna wandel ik naar de Datsja en haal werken op die mee naar huis mogen en mijn tubetjes en penselen. Het palet afkrabben was een dingetje, maar het hield me warm bij temperaturen van om en nabij de twee graden.

Vriend kwam langs die al een paar dagen in Nederland had vertoefd en zondag opnieuw wat mensen er naar toe zou vervoeren. Hij gaat kijken of het mogelijk is de vloerbedekking te vervangen voor laminaat, dat in de buurt komt van het visgraatparket in de bibliotheek. Dat zou heel fijn zijn. In de loop der jaren zijn er vlekken in gekomen, die ik er met geen mogelijkheid meer uitkrijg. Bovendien is laminaat beter schoon te houden als we een langdurige periode afwezig zijn.

Alles is in gereedheid gebracht voor morgen. Achterover leunen en genieten. Of wacht eens, er moet nog een pincode voor het receptieloze duurzame hotel worden aangevraagd. Foto van het paspoort. Argggg, lief heeft zijn mobiel niet aangesloten op de computer. Oké, hoofd koel houden en nadenken. De email dan maar. Dat lukt met veel vijven en zessen en na het formulier voor de vierde keer te hebben ingevuld is de bevestiging een feit. Wacht even, een cursusje informatica bij thuiskomst is geen slecht idee, vindt lief. Ik kan het alleen maar beamen.

De winter overspoeld langzamerhand het land. Ik neem de laatste foto’s als ik naar het atelier toeloop en kan niet wachten tot het voorjaar weer kleur zal brengen in het zompige gras. We nemen ons voor om heel veel enkelvoudig dahlia’s mee te brengen en balen van het feit dat we nu vergeten zijn de bloembollen in te laden. Stinzenplanten is het vooruitzicht. Dat komt als de tijd ons gegeven is. Nu gaan we een komst in het voorjaar plannen. Dat moet met de nodige aandacht, want de negende kleinzoon is in aantocht. In april is het gepland. Het kleine buikje groeit en groeit. We zijn benieuwd en kijken er naar uit. De eerste boreling van de oudste zoon, die er al een dochter spontaan bij heeft gekregen. Zo’n verrassing.

Maar morgen eerst de reis. Het hotel is geregeld, de spullen staan ingepakt, de boel is schoon. En daarna…Sinterklaas, die pardoes op ons dak zal vallen. Dat is weer eens wat anders dan die schimmel met zijn zachte paardenvoetjes, eens kijken wie er het eerste is. 😊

Overpeinzingen

En klaar is december

‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ is zoals de titel klinkt. Een wonderlinge mengeling van tijd, eeuwigheid, literatuur en erfenissen in de meest ruime zin van het woord. Daarbij moet ik vooral de dood niet vergeten, die zijn eigen grote en een plastische rol speelt. Vlak voor het slapen gaan of voor het dineren zou ik het niet lezen. Geef het ruim de tijd om het te overpeinzen, elk verhaal op zich, maar ook om het te verwerken. Ongetwijfeld ga je nadenken over je eigen sterfelijkheid, Het razend knappe in het geheel is dat in elk verhaal steeds opnieuw een herhaling van bepaalde items voorkomt. Het wordt haast een sport om ze te ontdekken.

Ik dacht dat ik vrienden had gemaakt met kleine bruine wants, die aan het achterlijf een parel van wit kleurt, maar vanmorgen kwam de grote ontknoping. Er zijn er twee. Iedere keer dacht ik dat hij met me mee liep en bijvoorbeeld zich in de plooien van mijn warme wollen sjaals verstopte. Een desillusie dus. Ik zag het al voor me. Een makke wants.

Ineens schiet me het verhaal van de kleine Prins en de vos te binnen. Het prinsje vraagt aan de vos of hij met hem wil spelen, maar de vos antwoordt, dat dat niet kan omdat hij niet tam is. Het is een prachtige parabel over vrienden maken en het hart voorbereiden op gelukkig zijn. Helaas weet ik niet hoe je een wants tam moet maken, maar we kunnen wel vrienden zijn, omdat mijn hart opspringt als ik hem alleen al zie. Tenminste, toen ik dacht dat het er nog een was. Nu blijkt dat ze toch graag de warmte in huis opzoeken, kunnen ze beter naar buiten. Het spijt ons goede vrienden.

Ziezo, de laatste boodschappen zijn gehaald. Dat is een kleine mijl op zeven, omdat de dichtstbijzijnde winkels in het dorp twee dorpen verderop staan. Het betekent dat de bewoners altijd met de auto of bij gebrek aan auto of rijbewijs op de bus zijn aangewezen. Die gaat vrij frequent een keer in het uur. Het hotel dat geboekt is kent geen ontbijtservice, dus slaan we extra in. Morgen wordt het hier mistig en slecht zicht en dan is rijden ook niet een onverdeeld genoegen. Regeren is vooruitzien moet je maar denken.

Straks wordt het een maaltijd dwars door de koelkast heen, dat is lang geleden. Het dient om alles wat op moet in een voedzame maaltijd te verwerken. Het doet me denken aan mijn twee projecten van de afgelopen jaren: ‘In 80 dagen de wereld rond’ en de maaltijden ‘Dwars door de kast’. Beiden een groot succes en eigenlijk zeer geschikt om nog eens dunnetjes over te doen, maar dan in een ander thema. Daar ga ik eens op spinnen.

Een van de oudleerlingen van onze school stuurde een boodschap rond op Instagram. ‘Dear december. You’re the last one, make it the best one’. Zo is het. Laat het maar een mooie maand worden. Met kaarsjes, ijsmutsen, winterwanten, warme chocomel, hartverwarmende wensen, natte hondenneuzen en opgekrulde poezenlijven, mistwolkjes uit de monden, pommanders volgestoken met kruidnagel en adventskransen, met delen wat je missen kan, maar vooral met een beker vol tevredenheid, omdat we hebben wat we hebben. Een mooie strik erom en klaar is december.