Overpeinzingen

Stiekem nog mooier

De kast wachtte, net als het boompje, geduldig tot de tijd daar was en ik alle moed bij elkaar verzameld had om aan de klus te beginnen. Zoonlief was aan het monopoliën met mijn lieve schoondochter. Ze zouden de laatste hand leggen aan de oplevering van haar kamer, waar ze per 1 januari de huur van had opgezegd. Het monopoliespel maakte de sfeer wat onrustig. Het ruilen leverde kleine kibbeltjes op en de aversie stroomde tergend traag over het bord. Precies dat was wat me sinds mijn jeugd tegenstond om dat spel te spelen.

Zodra ze de hielen hadden gelicht begon ik vast de kast uit te pakken en de spullen langs de boekenwand te zetten. Boompje had mogen uitzakken in de nacht en de naaldtakken waren nauwelijks van de middenstam af komen te staan. Mijn gesputter over de prijs hield aan tijdens het leegruimen. Er stond in de kast precies waar ik gisteren al gewag van had gemaakt. Vier lekke ballen inderdaad, twee maal vier poten van de Zweedse kinderstoel, omdat een stel heel ver naar achter en zoek was geraakt bij een of andere brunch met de familie, een zak met kleding, een bak met speelgoed, een kist met de laatste restanten van de oude kerststal van thuis, een bak met kerstversierselen, de lampjes en een tas vol gereedschap.

De kleding was ooit van zolder gekomen en aangevreten door de muizen in het vorige huis. Nooit meer bedacht dat ik het destijds niet weggedaan had. Alleen het gele truitje met het blauwe ingebreide beertje en de duimdoek van mijn tweede dochter bewaarde ik. De rest, mijn twee oude Indiajurken, een ervan was ooit mijn trouwjurk, een wikkelrok, de kleden en de sjaals mochten allemaal weg. Lief spande zich in om alles naar de diverse opruimplekken te lopen. Het oude laminaat naar de schuur, de overtollige dingen naar de auto om naar de kringloop te brengen, de vuilniszakken met rommel naar de container en de zak met kleding naar de Humanabak. Een kleedje in de kleuren van de kamer mocht als doek dienen om de kerstboompot en het tafeltje heen.

Tussen het ruimen door, waarbij het opnieuw een wandelen door het verleden bleek, konden het lichtsnoer, de ballen en de leuke mooie hangers de boom in gewerkt worden. Langzaam kreeg het toch cachet. Wat een beetje opsmuk al niet vermag. De mannen waren verheugd het boompje aangekleed te zien. Het viel alleszins mee, vonden ze. Als je maar bleef stylen en op de combinaties let. Het kleed deed ook wonderen. De Maria, met het kindje en een herder die tot Jozef werd gebombardeerd, twee engeltjes en twee schapen mochten op het kleine krukje ernaast. De erfenis vanuit het ouderlijk huis, de overlevering van ruim zeventig jaar kerst, met het kleine beetje stro als bodembedekker.

Daarna mocht alles de lege kast weer in. Bij het inruimen zal ik het kastje wat erin staat en vol zit met oude videobanden, ook leeghalen. Nu was alle energie opgebruikt. Het kleinste kerstboompje was nu al een mooie trotse prachtige boom. ‘Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert’, moet zijn kompaan buiten gedacht hebben. Die stond er vlak achter overweldigend groot te zijn met al haar lampen, de grootste kerstboom van het land, de Gerbrandytoren in IJsselstein. Beiden sfeervol, maar de kleine toch stiekem nog mooier.

4 gedachten over “Stiekem nog mooier

Reacties zijn gesloten.