Overpeinzingen

Reis door het verleden

In de werkkamer stond een grote rieten witten mand verdekt opgesteld onder boeken en tijdschriften onder het uit elkaar gehaalde kleine tafeltje. Al jaar en dag veronderstelde ik dat daar mijn lp’s in waren opgeborgen. Kennelijk had ik ooit toch ergens de tegenwoordigheid van geest gehad om daar wat mee te doen. Maar wat is de grote vraag. Ons geheugen is een wonderlijk vat vol tegenstrijdigheden. De kleinste dingen zitten erin vast geklemd en wijken nooit meer, maar andere, toch best wel imposante opruimacties, verdwijnen als sneeuw voor de zon. De vraag waar de LP’s dan nu uithangen dringt zich op, maar ik parkeer het als ‘Later zorg’. Wat zat er dan wel in de mand.

Twee vergeten dagboeken, boeken(veelal nog te lezen), schriften en schriftjes, agenda’s en tijdschriften, de eerste nummers van de tijdwijzer, volksdansfolders.

Een van de dagboeken bevatte onder andere een verslag van de reis naar Washington in 2002. Het staat volgeschreven met alles wat indruk maakte in die mooie stad. Het was het jaar van de sniper die bij tankstations op de loer lag om willekeurige mensen dood te schieten. Het bleken er twee te zijn. Mijn kinderen waren doodsbenauwd dat me iets zou overkomen. Ergens, diep van binnen, kneep ik hem zelf ook wel, maar het aanlokkelijke van zo’n grote reis steeg er bovenuit.

Het werd een week der ontmoetingen. We logeerden vlakbij het centrum in het appartement van een vriend van ons. Een vriendelijke Indiase taxichauffeur had ons er heen gereden. De jongens stonden net wat plantjes in het piepkleine tuintje te scheppen, azalea’s en narcis, krokus en tulpenbollen, lavendel en twee piepkleine esdoorns. Er was zelfgemaakte brownie, koffie voor ons, vermoeide reizigers, en een logeerkamer waar het goed toeven was.

Hoogtepunt uit vele andere was het bezoek aan het holocaustmuseum. Daar werden we naar de hal gedirigeerd waar je een identiteitskaart moest trekken van een Joods iemand die de oorlog aan den lijve had ondervonden. Ik wilde een vrouw en koos blind uit de stapel paspoorten er een van Feige Schwarzfink, een Joodse vrouw uit Polen.

Het is wonderlijk. Tijdens het lezen van de biografie heb ik geen ogenblik gedacht aan dit museum, terwijl daar de gruwelijkheden onverbloemd aan bod kwamen in films en foto’s, in het feit dat je een Joodse identiteit kreeg aangemeten, ondanks de waxinelichtjes die ik ontstak in de herdenkingsruimte bij elk concentratiekamp. Vermoedelijk is het onderdeel van het gestel, opdat het leven en de geschiedenis niet te zwaar zullen blijven drukken op het persoonlijk leven. Wel had ik er een hele theorie achteraan gebouwd.

Dagboekfragment: Ik kan niet alle gruwelen meer aanzien, sommige films laat ik voor wat ze zijn, mijn hart huilt om alle wereldburgers die heden ten dage nog steeds mensen hun waardigheden ontnemen en geen recht gunnen op een menswaardig bestaan op een zelfverkozen plek op deze aarde. En ik had gewild dat de Joden (…)samen met wie dan ook zouden kunnen leven op welk stukje grond dan ook. De aarde behoort aan alle mensen, stap nou eens even af van die grenzen(…).

Het was fijn om even in het verleden te duiken. Ik beleef de mooie momenten opnieuw en die waren er in grote mate. De musea langs de Mall zijn allemaal gratis toegankelijk. Daar ontdek ik in het Hirshhornmuseum voor het eerst het werk van Ron Mueck die met zijn hyperrealistische grote sculpturen diepe indruk maakte, naast alle andere heerlijke kunstvormen, een beeldengroep van Auguste Rodin, werk van Giacometti en nog vele andere grote namen.

Om nu aan de dag te beginnen is bijna onwerkelijk. Als je op de grens van twee werelden verkeert, voelt het een beetje vervreemdend, maar ook fijn om nog eens door alles wat ooit deel uitmaakte van je leven heen te kunnen wandelen. Die dagboeken zijn het ultieme moment voor zo’n reis door het verleden