Uncategorized

Tijd voor warme voeten

Het bleef weekendstil op straat en ik vroeg me af of ik een en ander had gemist. Waar waren de kinderstemmen, het gebabbel van ouders er tussendoor, waar was het knarsen van voetstappen en stapjes in de sneeuw, de rijdende wielen van de kinderwagens. Doodse stilte. Slechts auto’s ruisten langs over nat asfalt. Dat was duidelijk te horen.

Kinderen gevraagd in de app of de scholen gesloten waren. De lieve kunstenmaker had voor een dichte deur gestaan en was, niet voor één gat te vangen, naar een vriendje toegelopen. Dappere ondernemer van tien. De kleine filosoof was naar school gestiefeld, glibberend en wel. ‘Spek-en spekglad hier’. Waarschuwde dochterlief. ‘Hier nog niet’, wist ik met het halen van de krant beneden uit de brievenbus. Ja de galerij was glad omdat het dooide, maar niet omdat er ijzel lag. Zoonlief was veilig aangekomen in de praktijk in Brabant. Had ik nu alle schaapjes op het droge?

Op twitter klaagden mensen vooral dat er vroeger toch ook niet zo gezeurd werd met waarschuwingen tot aan code rood en leerkrachten die hun werkplek niet konden bereiken. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Vroeger hadden we gewoon de hulpmiddelen niet om iedereen goed te kunnen bereiken. Ieder ongeluk dat voorkomen kan worden, is er een, moet je maar denken.

Het werd iets later dan tien uur ’s ochtends, gisteren, maar de tuin haalde ik. Het optimisme schoot even in mijn tenen, toen ik de ijzig besneeuwde vlakte zag, maar daar mijn lieve zussen over een vooruitziende blik beschikten, hadden ze me ooit een handige driepoot gegeven, die opgevouwen als wandelstok kon functioneren en die ik achteloos naast de achterbank had gelegd. Nu werd het bruikbaar als ‘Oldebarnevelts stut in bange dagen’. Daar moest ik aan denken al leunend op dat zwarte stevige derde been.

Myn wensch behoede u onverrot
O STOCK en stut, die, geen’ verrader,
Maer ’s vrydoms stut en Hollants Vader
Gestut hebt op dat wreet schavot;

Die Vondel wist het wel te vertellen. En dankzij de stut kon ik gewoon blijven lopen en hoefde niet te knielen zoals Joan van Oldenbarnevelt op het schavot moest doen. Hier winterde het gestaag door, de laatste dag, zo was ons beloofd. Dus las ik de sporen in de sneeuw, kwam dode merel tegen, met de afdruk van zijn belager ernaast. Geen haas, die hier het meest haar stempel had gezet. De tuin lag er dik en wollig bij, met alleen de hazensporen van meer of was hij enig in zijn soort, maar een bezig baasje, getuige de vele pootafdrukken die het wit doorkruisten.

In het atelier was sneeuw gewaaid bij de ingang. De oude had tegenover mijn raam vlak voor zijn glazen huis een waar pindaparadijs geregen voor de kleintjes, de merel en de mezen, hier en daar een vink. Het lag er verlaten bij en bood nu dan ook een prachtige observatieplek, maar evenzo de eigen tuin, waar wat druppels vocht te laven viel in de sneeuw en winterkoning en roodborst het kreupelhout zochten.

Te koud om te schilderen, maar wel uitzicht op het Noorderpark en de schaatstaferelen aan de voet van de Molen van Westbroek, Molen De Kraai. Een ouderwetse arreslee werd over het ijs getrokken door een donkerbruin paard, dat werd aangespoord door de man op de bok. Mensen liepen of schaatsten zo een vredig tafereel bij elkaar. Wintergeluk of winterliefde op deze Valentijn. Voor mij geen sloot of gladdigheid. Ik hield me bij Driepoot, die dapper ondefinieerbare sporen voor derden zette naast mijn voetstappen.

De sneeuw trok haar eigen schilderijen, op de rotanstoelen, in de grote pot met de vijg, in een wirwar van takken van de Moerbei. Kleuren werden intenser, het diepste zwart, het innigste bruin, het mosterdgeelste geel en dan het licht boven aan die stralend blauwe hemel.

De oude arriveerde. Afgelopen met die heerlijke stilte, de schone lucht. De koffie was op. De kaardenbollen zonder Putters bij de ingang wiegden me uit. De hoogste tijd voor warme voeten.

Uncategorized

Buiten is zo gek nog niet

Het boek is uit, de laatste bladzijde omgeslagen. Het is valentijn. Hoe kan je anders de liefde vieren dan met een boek dat daar alles over vertelt tussen de regels door. Die de woorden voert zonder ze te noemen. Een boek dat je een paar dagen en nachten opgetild heeft, in vervoering gebracht, dat het verlangen kan wekken naar het South West Coast Wall van Engeland. Dat zo geschreven is, dat je het zout op de huid meent te proeven, de zee op de kliffen hoort slaan, de sternen en zilvermeeuwen als echo’s tegen een zeewind hoort. Een boek dat elke vezel natuurbeleving los kan maken. Weemoed overstemt, als na de laatst beschreven bladzij het hagelwitte niets volgt. In een opwelling had ik na het lezen van de inhoud van het verhaal direct het vervolg ook aangeschaft. Risico, want meer dan eens vielen opvolgers van een debuut tegen. Nu is er nog geen hagelwit eind, maar een tweede fase. Wijsheid uw naam is vrouw.

Vandaag ga ik het wagen. Fototoestel mee en de laatste dag van witte schoonheid vastleggen, liefde voor de natuur op Valentijnse wijze verheffen. Koffie mee en voor tienen op de tuin is het streven. Ik neem de prikstok met het stoeltje er aan mee als extra ondersteuning op het glibberpad. Dan kan ik als het te zwaar wordt zelfs nog even zitten. Vanmorgen koerde houtduif in de boom voor me haar belofte uit naar een tweede verder op. Ze kleurden langzaam mee met de lucht van warme geel en roodtinten naar hun behouden grijs.

Meeuwen boven de sloot bij het tuinencomplex

Hier scheerden ook witte zilvermeeuwen boven de bomen, verblindend wit, witter nog dan de restanten sneeuw beneden. Natuur riep het verlangen nog verder wakker. Straks de tuin.

De dromenvanger hangt op haar plek en ik ben benieuwd naar de dromenloze nacht van de kleine filosoof. Zou hij het gered hebben. Mijn nachten zijn wonderlijk opgedeeld, deels door het boek, deels door de knie, in waakslaap, wonderlijke dromen en stille leesuren. De nacht snoept de tijd weg, kostbare tijd omdat de ochtend met lummelen begint. Als je deel wilt zijn van de natuur is de vroege ochtend het juiste tijdstip of de schemeravond. Maar koffie, hometrainer als oefening voor de knie en schrijven zijn de spelbrekers voor een vroege start. Bovendien een tikkeltje slaaptekort. Dan maar een terugblik op ‘Matthijs gaat Door’. Een geweldige hommage aan de Earring met behulp van Chabot en Radar Love in een swingende uitvoering. Dan een van de aardigste trainers van Nederland aan het woord: Foppe de Haan, die nog vol schiet als hij de grondlegger noemt voor zijn manier van vaderlijk trainerschap(mijn woorden) en zijn grote held de eerste trainer, ene Gerrit uit Grouw, aanhaalt. De eerste die kinderen die kwamen trainen, niet alléén als potentiële voetballers zag, maar ook als het kind achter de voetballer. Precies dat gevoel heb ik bij Foppe. In de voetballoopbaan van beide zoons zijn er enkelen geweest, maar er waren er ook bij die meedogenloos de eigenwaarde van het lijdend voorwerp door het afvoerputje spoelden. Het heeft me altijd verbaasd.

De laatste vraag van Matthijs aan Foppe was wat het mooiste van het leven was en zijn antwoord was: ‘Alles. Het leven is mooi’. Het geheim. Nieuwsgierig blijven naar wat er komt. ‘Vandaag is gisteren’ maar dan in het Fries. Het klinkt als poezie van de eerste orde. ‘Hjoed is Juster’. Wat een mooie man, die Foppe en wat was het weer een heerlijke uitzending.

De mooie ochtendgloed is zoetjes vergleden in een grijskalme winterdag, zoonlief en vriendinnetje komen thuis na een wandeling. Zij wel, toch eens een voorbeeld aan nemen. Ooit, vroeger, waren alle ochtenden de mijne, als ik na de nachtdienst in de vroege ochtend de frisse lucht opsnoof buiten de poorten van het ziekenhuis en uit de trein stapte in Voorschoten, waar de velden in een heiige belofte van een nieuwe dag de merel liet kwinkeleren. Buiten is zo gek nog niet.

Uncategorized

Om een ijzige tred te houden

Eenmaal aan de wandel over het zoutpad met Raynor Winn en haar man werd het moeilijk om af en toe een zijweg te nemen, omdat je nog wat moest slapen, of er een puzzeltje viel te doen, er zuurkool gemaakt moest worden voor zoonlief of er misschien toch nog iets spannenders was op de televisie. Vooral bij de act ‘Slaap’, was het verleidelijk door te blijven wandelen. Natuur werkte zowel mee als tegen, maar terwijl haar doodzieke echtgenoot steeds monterder werd, zwoegde zij zich door alle ontbereingen heen. De hitte, de rotsen, de distels en bramen, de onvriendelijke mensen, omdat ze al tijden niet meer in staat waren geweest te douchen, anders dan in zee en beek. En toch trok de vrijheid aan elke vezel van het lijf bij mij. Dat ongebonden zijn, dat principe van ‘Gods water over Gods akker laten vloeien en maar zien wat de toekomst brengen zou’. Inderdaad je hele bestaan van dorp naar dorp, van eten naar eten, van water naar water. De beschijvingen zijn prachtig en voor mijn ogen werd het net zo zeegroen en hemelsblauw, plukken witte zilvermeeuwen, sternen op een kluit, grijze bolletjes zeehond op de kliffen.

Ook hier was het adembenemend en wit, en ik dacht hen alvast vooruit in de winter, hoe overleefde je dat in een tent. ‘Verlang je niet naar de schaaats’, vroeg mijn dochter, toen ik even aanwipte om de dromenvanger voor de kleine filosoof te brengen. ‘Nog voor geen seconde’ was mijn antwoord, omdat onder het ijstrauma de jeugd lag van de barre winters uit de jaren vijftig. Met de blote knietjes boven de kriebelende gebreide kniekousen, de prikwollen borstrok, de gebreide onderbroek. Al prikkend op weg om te schaatsen op de afgravingen bij het nieuw te bouwen Overvecht. Bij hoge uitzondering de plusfour van broer aan, volgestopt met oude kranten, stijf als een opgestufte pop met stro in haar bast. Voorover buigen om de kleine Friese doorlopers onder te binden leverde al ijskoude vingers op, waar de natte handschoenen in de sneeuw geen warmte zouden brengen. Doorlopers waren de afglijders bij uitstek. Ik had menig onschudige maar vervloekte scheve schaats gereden, als dat had gemogen van de kerk. Nee, mijn lust tot schaatsen verging in de zilte tranen, die de kwellende winters brachten met de verkleumde vingers stijf onder de oksels geklemd bij de potkachel, jammerend van de pijn.

Dochterlief had thee en een zielig klein hoopje dochter op schoot onder een dekentje, met wangen als bellefleuren en wateroogjes. We hadden een boeiend gespre, naar aanleiding van een podcast over moederschap, die ze had beluisterd. Er werden richtlijnen gegeven bij emoties die plotseling op kwamen wellen, zoals boosheid of angst, felle reacties op iets wat door een ander werd gezegd. Het advies was: ‘Ga op de eerste plaats bij jezelf te rade waarom je zo reageert’. De meest natuurlijke ‘tottientel-methode’ die ik ken. In de wetenschap dat de ander zoiets zegt en dat het dus niet bij jou ligt, maar juist bij wat de ander voelt en denkt. Op zo’n moment kan je het van je af laten glijden als los zand na een mooie zomerse stranddag.Het draaide allemaal om dat ingenieuze spel van boodschapper en ontvanger, waarbij de toon ook een woordje meesprak. Wat maakte, dat het raakte op alle fronten, diepgraven maar, zo heerlijk om te doen. Er bestond niets moeilijkers dan heldere comunicatie.

Daar viel nog heel wat op door te borduren, straks op mijn fietsie, terwijl de wereld onder mijn denkbeeldige wielen wegvloeit en het voor mijn ogen helderwit opbolt in het park beneden voor mijn raam.

De thee was op, de boodschap vervuld en in de spiegelingen van het raam zweefden de lieverds in een wereld van wit. Je hoefde er je schaatsen niet voor onder te binden om een ijzige tred te houden. .

Uncategorized

Tel de zegeningen

Gisteren stond de hele dag in het teken van een verrassing, die ik natuurlijk niet ga verklappen, anders is het geen verrassing meer. Het is wel gelukt en bijna af. Dat stemt tevree. Met de tijd zal ik een en ander onthullen. Daarna strekte de dag zich in luiïgheid na de inspanning van de dag ervoor. Jules de Corte in de herhaling opgeduikeld vanuit mijn laptop. Sommige weetjes over iemand wil je eigenlijk gewoon niet horen. Wat je niet weet, is niet gebeurd. Die gedachte begon ooit bij Adamo, toen ik vernam dat hij moest trouwen, In mijn onderdanige twaalfjarige kinderogen was het gelijk aan doodzonde, zorgvuldig ingeprent door iedereen die van God en Gebod wist. Ik kon zeven deugden oplepelen zonder met mijn ogen te knipperen. Dat werd gelukkig later bijgesteld.

En nu was die aardige jongen met zijn trits kleine broertjes en zusjes mijn opgeworpen voetstuk onwaardig en kukelde hij er, ondanks mijn bloedend hart, vanaf. Er zijn sindsdien wat voetstukken geslecht. Maar nu, Jules de Corte, die zo misleidend welbespraakt was en ondertussen teksten oplepelde in mineur, waar mijn vader schande van sprak toen er beladen werd gezongen over de kerkelijke beschaving en het heilige huwelijk, omdat de harde realiteit steevast in de laatste strofen werd uitgepeld. Ik zou wel eens willen weten….Dat mocht. Bovendien wil je als kind altijd van alles de hoed en de rand weten, alleen van Adamo had dat niet gehoeven.

https://www.npostart.nl/andere-tijden/10-02-2021/VPWON_1323819

Gisteren hoorde ik voor het eerst in het programma ‘Andere tijden’ dat het huwelijk van Jules en zijn vrouw Mien Verhoeven, uiteindelijk in een vechtscheiding belandde. De vierde zoon van de zes kinderen, Ernst de Corte, had zich daar heel boos over gemaakt en wilde een tijd lang niets van zijn vader weten. De zoon bezocht in de docu zijn ouderlijk huis, waar nog veel sporen waren van vroeger en spijt klonk door in de blikken en de woorden, in de soms aangedane stem. Dat ontroerde. Omdat het kind op zo’n jonge leeftijd was opgezadeld met een schuldgevoel door de daad van zijn ouders. De vader, die de deur had dichtgetrokken en uit zijn leven was gestapt en de moeder die lijdzaam leed. Zoon Ernst zette zich af door alles, behalve de muziek van zijn vader, te omarmen. Er schetterde ‘Deep Purple’ uit de boxen van zijn pick-upje, als overduidelijk protest. Hoe meer rock, hoe beter. Als halve hippie schaamde hij zich zelfs voor de muziek die zijn vader maakte.

Zonen worden ouder, wijzer soms. Hij maakte zelf muziek, speelde gitaar, wees in eerste instantie zijn vader af om te gaan samenspelen op diens verzoek, maar kwam door een toevalligheid jaren later daar wel toe. Vanaf die tijd deelden ze toch elkaars leven weer. Zo’n schrijnend verloop van een levenslijn, die indien andere keuzes waren gemaakt, ook anders had kunnen verlopen. Na de dood van de Blinde Jules is Ernst ‘Jules’ gaan zingen. Omdat dat de manier was, om het dichtst bij zij vader te zijn. Als ik mijn ogen dichtdoe tijdens een optreden van de zoon hoor ik de vader en inderdaad is hij ontroerend dichtbij, bijna tastbaar, zolang je de ogen dicht houdt. Een belangrijk wezenlijk stuk vader in de zoon. Hij had hem niet meer betekenis kunnen schenken. Zo komt het toch weer goed.

Spijt kan je hebben over het verloop der dingen en aan de andere kant zorgen de keuzes ervoor, dat je soms een weg inslaat, waardoor het leven meer betekenis krijgt dan ooit. Daar moest ik aan denken, toen ik de zoon zijn ontroering weg zag slikken. Tel de zegeningen.

Uncategorized

De avond trok gevloerd voorbij

Een zinsnede in Het Zoutpad van Raynor Winn was voldoende om gisteren de tocht der tochten te maken. Dat wil zeggen, van hier naar de huisartsenpraktijk te lopen. De zin ‘Gewoon de ene voet voor de andere zetten’ was voldoende om op pad te gaan. Ik had uitgerekend dat ik er minstens een uur voor nodig had in dit tempo, voorzichtig en zoekend naar de juiste tred.

Zogezegd, zo gedaan. Het bleek letterlijk en figuurlijk voortschrijdend inzicht. Bewegen is gewoon de ene voet voor de andere zetten en het tempo bepaalt of het haalbaar is of niet. Dus liep ik voetje voor voetje drieeneenhalve kilometer heen en weer evenzoveel over een andere weg terug. Afwisseling van spijs doet eten.

Ik had niets te klagen. Ik had geen CBD, dat staat voor corticobasale degeneratie, zoals een van de hoofdpersonen uit het boek, in dit waargebeurde verhaal, die het hele zoutpad heeft gelopen met alle ontberingen vandien en in zijn stijfheid, de ziekte die in het begin vooral tegensputterde en opvlamde. Stap voor stap dan breekt het lijntje niet, zei mijn oma vroeger en die liep krom als een hoepeltje. Het is een wonderlijke gewaarwording als de veerkracht uit een knie verdwenen is. Als ik het vertraagd zou weergeven, dan was het of het neerzetten diep natrilde, bot op bot..

Mijn bril besloeg steeds, dus die had ik afgezet en daardoor mistte ik ten enenmale de haak van de kapstok-jas op de grond- en het achtereind van de onderzoekstafel-tas op de grond-. Gestuntel van de eerste orde, deels door de vermoeidheid, maar de vrouw vertrok geen spier. Ze jenste een pneumococcenprik in de haastig ontblote bovenarm. Zo, de komende vijf jaar gevrijwaard van een longontsteking op basis van die coccen. Dat gaf een goed gevoel. En daar ging ik weer, dik aangekleed, voetje voor voetje.

Door de concentratie nam ik de foto’s enkel in mijn hoofd. Het was druk op mijn wandelpaden. Veel echtparen in stevige tred, in het identieke ANWB-uniform, de stevige schoenen met profiel: ‘De paden op de lanen in , vooruit met flinke pas’ of dames van om en nabij dezelfde leeftijd met rugzakjes en druk aan de babbel: ‘Jo met de banjo en Mien met de mandolien’. Iedereen ontvluchtte het huis en de beweegloosheid van het niets dat er zwaar op drukte, nu alle klussen waren geklaard en de leegte dreigde binnen te sluipen. De kinderen kwamen uit school. Een paar moeders stonden aan de voet van een heuvel de tijd te overbruggen, die de kinderen met hun sleeën nodig hadden om de energie weg te glijden na uren lange ‘leerzit’. Gillend de heuvel af. Het hijgen van een oma verscheurde de stilte in een van de straatjes, omdat ze een kind achter zich aan trok, dat op een bijna onzichtbaar plat zwart schild zat. Ze liet het zien, toen ik vroeg waarop ze aan het glijden was. Oma sterkte haar spierballen en hortend en stotend ging de tocht voort.

Er was veel te zien, maar tegelijkertijd was het niets. Prietpraat, kleine huiselijkheden, een half gesmolten scheefgezakte sneeuwpop in de zon. En voort, stapperdestap.

Toen eindelijk de flat in zicht kwam, monterde het humeur weer op en werd de pas kwieker. Thuis wachtte Pluis met haar verlangen, omdat de pimpelmezen buiten de appel met de zaadjes hadden gevonden. Ze mekkerde van wellust. Twee vliegen in een klap, vijf jaar gezondheid en gespierde opleving had de wandeling gebracht. Alweer een kleine overwinning en zo steeds verder tot het lijf zichzelf en goed in elkaar geknutseld zou zitten. De avond trok gevloerd voorbij.

Uncategorized

Terug naar het boek

Genoeg getreuzeld en gemiesmuizerd. In de benen en aan de slag. Al trappend haalde ik de uitzending van Matthijs van afgelopen zaterdag in, die vooral over Brel en Aznavour ging. Het geschetter van de bigband klonk harder dan anders, een half uur vloog voorbij. Minstens een tocht van hier tot aan Houten, over het kanaal heen. We vorderden gestaag.

De zon scheen, de sneeuw lichtte verleidelijk op en de kilo’s trokken aan de heupen. Daar kon een wandeltochtje door de rulle sneeuw richting supermarkt heel goed tegen op. Sneeuw maakt alles lichter en tovert kunst waar je bij staat. Mooi spel van licht en donker, strakke of grillige lijnen, intense kleuren tegen het witste wit, dat, net als het ongbegrijpelijke zakje blauw, Reckit, van vroeger, blauwe tinten schemerde, kleurrijk wit, Monet-waardig. Lijnen worden abstracter, spiegelingen diep en ongrijpbaar.

De oude man

Een lange simpele weg en een ommetje naar het park, waar ik de treurwilg weet en een vijvertje. De eenden en meeuwen accepteren zwijgend en roerloos de kou, reiger staat als een oude man kouwelijk te zijn langs de kant van een slootje, het verenpak hoog opgetrokken. Hij vliegt niet eens weg als ik in de buurt kom.

Stap voor stap gaat de weg voort. Vriendin aan de overkant zwaait uitbundig en stapt kwiek door. De wens is de moeder van de gedachte. Onbewust zijn van het lopen op zich. Zorgeloos stappen, zwieren, zwaaien. Nog even geduld.

In de brievenbus zit mijn pakketje boeken klem. Ik pel het ter plekke uit en ontfutsel ze aan het karton. ‘Het Zoutpad’ van Raynor Winn en het vervolg erop ‘De Wilde Stilte’. Ik kan niet nalaten om in mijn bankhangplek direct te beginnen met lezen, terwijl het stapeltje nog niet uitgelezen boeken me zwijgend en verwijtend toe-ogen. Jaja, jullie komen echt allemaal aan de beurt, maar kijk dan, zo’n prachtige omslag, het opzienbarende verhaal, alles te verliezen en toch een zoete overwinning behalen met het beschrijven van die ervaringen in een boek, waardoor de toekomst weer zonnig en rozig kleurt. Dat willen we toch in deze dagen van doem en isolement.

Raynor Winn kan er wat van. Ze schrijft kleine pareltjes tussen de zinnen, schroomt niet om op te schrijven wat er binnenkomt, waardoor de emotie erachter zichtbaar wordt. Het Zoutpad loopt langs de zuidkust van Engeland dwars door een ‘oeroud en verweerd landschap’ vertelt de achterflap. Al in de eerste hoofdstukkken wordt duidelijk dat het een tocht is om een intens verdriet te overwinnen en meer dan dat. Ze neemt ons mee op een boeiende queeste, die eigenlijk in alles het leven en de liefde is in duizend kilometers en meer dan dat.

Als een functie belemmerd is, dan verlang je juist op volle sterkte naar het bereik ervan. Dit boek gaat over lopen, trotseren, doorbikkelen. Zo vult de stilte zich met het verzetten van de zinnen, zonder daadwerkelijk een uitputtingsslag te leveren en wel het verlangen te voelen.

Zoonlief komt de was doen, want zijn wasmachine heeft kuren. Hoe lang geleden was het dat ze met volle tassen kwamen en met schoon weer vertrokken. De tijd vliegt zelfs als alles is stilgevallen. Het wachten tot het klaar is duurt te lang als blijkt dat hij de machine anders had ingesteld dan verwacht. Nu de armen vrij zijn, mag Kluivert met hem mee. Zorgvuldig ingepakt in bubbeltjesplastic. Dag lief kind, dag doek. Ruimte voor nieuw, maar eerst terug naar het boek.

Uncategorized

Het is de hoogste tijd

Gelanterfanter moet je bezuren. Nou ja. Sinds het indelen van de tijd een kwestie is van het verschuiven van etmalen valt het allemaal nogal mee. Vannacht trokken de uren zich niets aan van slaaptekorten en dergelijke. Ze vonden rond drieën dat je best kon aanvangen met wakker worden. Dat deadlines als ondertoon hun woordje meespraken leek buiten kijf.

Ik pakte de vijf boeken op en ging aan het werk. Waar moet je beginnen als burgerschap het thema is. Eigenlijk zoals ik altijd doe met schrijven. Bij het begin. Gewoon het toetsenbord op schoot en typen maar. Onder mijn handen komen als vanzelf de woorden en glijden naadloos over in de beleving van wat ik gelezen en gezien heb. Als die wat roestige machine op stoom is gekomen, knarsen de raderen gestaag door en zijn niet meer te stoppen. Nog steeds kunnen ze er geen genoeg van krijgen, want nu ook nog, dendert het op tempo voort.

Dan maar het hele pakket afmaken, schrijvers, illustratoren en uitgevers vermelden, foto’s erin plakken en nog even checken op fouten. Wat een heerlijk gevoel, altijd weer, als die deadline gehaald is.

Gisteren trok ik tegen negenen de stoute schoenen aan en belde de huisartsenpost. De assistente zag dat de brief met de uitslag van de foto van de knie al binnen was en begon met een patellohuppeldepup aan een diagnose, tot ze zich ineens realiseerde, dat dat misschien het werk was van de huisarts en schreef me in voor een telefonisch consult van die ochtend. Om elf uur kwam dat telefoontje. Een van de weinige anonieme bellers, die ik bij hoge uitzondering wel te woord wilde staan. Het bleek een doorverwijzing te zijn voor de orthopeed om dat er toch schade aan de knieschijf was geconstateerd. Volgende week dinsdag in het coronavrije ziekenhuis in Leidsche Rijn om half negen ’s morgens.

Even slikken bij het horen van het tijdstip, maar toch beamen, want anders wist je nooit wanneer er dan weer plek was. Nog een week strompeldestrompel. Ik ga het nog missen. Gisteren en vandaag ben ik niet buiten geweest, maar er zoeft voldoende verkeer langs, dus het zal toch wel te doen zijn.

De hometrainer ging goed gisteren, de motivatie was er vooral omdat er weer een halve kilo aan was gevlogen. Het is een complot tussen het gewicht en de beweging, wat ik je brom. Ik kijk nu over een bollend vlak heen, dat er jaren lang niet geweest is. Het heet buik en is me een doorn in het oog. Maar daardoor kon ik wel twintig minuten trappen volhouden. Van hier naar Galecop, schat ik in. Met mijn ogen gericht op de nog altijd glooiende vlakten van het parkje tegenover de slaapkamer. Mensen liepen voorzichtig en dik aangekleed. Het was verbazingwekkend hoeveel mensen buiten liepen, blijkbaar was men allemaal op zoek naar beweging.

een verheven beeld van de stad

Het verhaal voor de kleinkinderen vordert gestaag. Dat is leuk want vorig jaar zat ik muurvast. Ik laat de avonturen nu hoofdzakelijk ’s nachts plaatsvinden, dan is opa Sterretje erbij en ben je niet meer aan de realiteit gebonden, dus de vrije teugel in de fantasie. Sproet, de leguaan wil nu eerst naar het land waar zijn vader en moeder hadden gewoond bij een oude vrouw die kon toveren, in Florence. Dat betekent voor vandaag studie naar wat daar zoal te vinden is. Het werkt altijd stimulerend en inspirerend, zo’n research. Dat bleek ook wel met het verhaal van de tovenaar op de Pantokrator in Corfu vorig jaar. Nog altijd ben ik er voor mijn gevoel geweest, terwijl Corona daar toch echt een stokje voor had gestoken. Maar door de beschrijving van het verhaal, dat zich afspeelde op dat eiland, is het ook in mijn systeem gaan zitten. Hoe een verhaal een vlucht kan nemen met ons. Florence dus, altijd al eens naar toegewild en straks gaat het gebeuren. Maar eerst even wat slaap inhalen. Het is de hoogste tijd.

iemand slaapt de slaap der vergetelheid

Uncategorized

Voorlopig huismussen we voort

Een fietser trekt diepe voren in de ongerepte sneeuw. Steeds verder weg zie ik de oplichtende rode lamp gloeien en ten slotte verdwijnen. De wind is gaan liggen en raast niet langer om het huis. Op het balkon ligt de sneeeuw nog kakelvers en onaangeroerd, trekt ronde vormen en laat de potten versmelten met elkaar tot een wal van wit. Poes Pluis wil heel graag naar buiten en toch ook weer niet. Met voorzichtge stappen beseft ze ineens dat haar pootjes koud en nat zullen zijn, dat er geen plek is om sneeuwvrij te zitten en wachten op langsvliegende hongerige vogels. Ze blaast snel de aftocht door een kier van de balkondeuren, die ik voor haar openhield.

Buiten is het nog donker. Een eerste schooldag? Nee, dat bleek voor de meesten een lege dop. Het personeel kon de school niet bereiken, dus blijven ze nog een dag dicht. Niet snel is een teleurstelling groter. Eindelijk je klassgenoten te mogen zien en dan toch op het laatste nippertje de deksel op de neus te krijgen. Ik heb er maar snel een nieuw hoofdstuk van het oma-verhaal ingegooid als doekje voor het bloeden. Zuur is het wel.

Ipad pro/procrate

Gisteren heb ik eindelijk weer eens de pen ter hand genomen en ook een tekening gemaakt op de Ipad. Niet alleen uitproberen, maar ook tot in detail uitwerken. Wat een mogelijkheden ziitten er in het technisch vernuft.

Voorstudie: pen en aquarel/ handje deugt niet.

De foto’s die nagetekend zijn waren oude schoolfoto’s, die boven water kwamen bij het maken van ruimte voor de hometrainer. Deze staat nu bij het voeteneind van het bed en als ik erop zit, kijk ik over de witte wereld in het park, waar ouders sleetjes trekkend overheen rennen met meestal twee kleine kinderen erop, die het uitkraaien van plezier, of hondenbezitters, die hun viervoeters laten dollen met de dikke sneeuwdeken. Ik kom nog niet ver op de hometrainer. Ben nog niet in de verste verte bij Amelisweerd, hooguit een blok om de flat of tot aan het ziekenhuis haha. Rustigjes opbouwen.

Gisteren de uitzendng van de Chinezen in Amerika met Ruben Terlou. Wat een diversiteit aan levensinvulling in een notendop. Ik was onder de indruk van de enige man uit het programma, die zijn leven in een sociale context plaatste. Het was een rapper van maatschappijkritische teksten, die erin geloofde dat je er alles aan kon doen om de wereld te verbeteren door dat zelf uit te dragen. Bewonderendswaardig, deze Jason Chu. Een kind van de tweede generatie Nieuwe Chinezen. Hij gaf vrij en eerlijk antwoord op de vragen van Ruben. Die ontmoette hij, toen hij als tattoo twee spreuken achterop zijn kuiten liet zetten. Op de linker ‘Fear is easy’ en op de rechter ‘Hope is real’. Ruben vertelde wat hij daar mee bedoelde: ‘Angst zorgt ervoor dat je elkaar niet goed begrijpt, wil hij daarmee zeggen, terwijl je juist oog moet hebben voor elkaars menselijkheid. De moed hebben om samen te streven naar verbetering, zoiets. Best mooi, vond ik dat‘. Ik was diep onder de indruk van de filosofie van een kleine grote man.

https://www.npostart.nl/de-wereld-van-de-chinezen/07-02-2021/VPWON_1296262

Het was weer een programma vol tegenstellingen, maar boeiend van het begin tot het eind en het riep veel vragen op over de verschillende beweegredenen om naar de VS te emigreren. Soms uit een fel anti-communistische inslag, of juist voor het kapitaal, maar ook om de eenouder-regel te ontvluchten. In de kunstenaarskolonie liep ook een Tibetanse dissident rond, die zijn ouders uit angst al een half jaar niet gesproken had. Er werden grote beelden gemaakt die voornamelijk de vrijheid verheerlijkten en het wapenbezit, omdat men in China afhankelijk bent van de grillen van de overheid en je in de VS jezelf mocht en kon verdedigen. Ware vrijheid in hun ogen.

Het moest allemaal bezinken. Vandaag moet er hard gewerkt worden. Het boek van Morton Rhue, De Golf moet uit, er dient geschreven en ik wil een eerste begin maken met een nieuw paneel. En, niet onbelangrijk, de dokter even bellen over de uitslag van de knie. We gaan het zien en beleven. Voorlopig huimussen we voort.

Uncategorized

Achter de kachel of buiten, geniet

Wakker worden met het suizen geeft binnen een behaaglijkheid, die grenst aan bevroren slaapkamerramen en brandende kachels die rood opgloeien. Het was de wind die de starre kale takken deed kraken. Over de rijbaan kwamen vanaf dat tijdstip van wakker worden bij tijd en wijle sneeuwschuivers en zoutstrooiers in een vriendelijk ogende optocht met hun gele en rood/oranje uitbundige verlichting voorbij. ‘Buiten huilt de wind om het huis, maar de kachel staat te snorren op vier’, dat gevoel.

Hoera, de fiets is gearriveerd. Gisteren belde zoonlief dat hij met één minuut voor de deur stond en of de Benjamin naar beneden kon komen om te helpen tillen. Nu prijkt het bescheiden gevaarte in de slaapkamer. Ik moet nog een en ander aanpassen zodat ik al fietsend naar buiten kan kijken. Fietsend door de sneeuw, zonder de kou, als dat geen luxe is.

Het leek niet het enige dat hij kwam brengen. Ik werd verzocht boven te blijven en nog niet te douchen. Dat duurde en duurde. Ik draaide mijn eerste rondjes op de trappers, las wat, schreef wat, tot ik mocht douchen. IJskoud water. De jongste stelde de ketel bij. Wat hadden ze uitgespookt. Honderdeneenmogelijkheden waaiden het hoofd binnen. Het was feest in de keuken, bleek. Een prachtige grote bos bloemen, trok het eerst mijn oog, tot ik eindelijk het fornuis zag. Het was de Smeg uit het oude Amsterdamse huis van zoonlief, die als bijna nieuw stond te blinken.

een gedicht op zich ❤

Er bovenop een mooie kaart met een meer dan ontroerend gedicht van Rene Oskam als bedankje. Zoonlief moest er weer snel vandoor. Bij het lezen in alle stilte schoot ik vol. Jaja, emotie kan vloeien. Het oude fornuis stond al in de schuur. Opgeruimd staat netjes.

Er lag nog een verrassing in de bus. Op de valreep aangevraagd. Het laatste boek voor een recensie. Een prachtige en ontroerende uitvoering van het gedicht: ‘Mensen met koffers’ van Sjoerd Kuyper met indringende tekeningen van Annemarie van Haeringen bij elke strofe. Ontheemde mensen, vluchtelingen zonder thuis keken droef of hoopvol van de bladzijden af. Schrijnend leed verpakt in ontroerend mooi.

Bij het verschonen van het bed vond ik de dromenvanger. De filosoof had, helemaal uit zichzelf, gevraagd of ik er een voor hem had, omdat hij zo eng droomde ’s nachts. Zo knap, dat hij het zelf durfde zeggen. Toegeven dat je angstig bent is voor veel mensen een brug te ver. Nu kan ik hem verrassen.

Bij de winkel kwam ik twee oude bekenden tegen. Het duurde even voor we de vertrouwde blikken zagen in dat bal masqué, dat een supermarkt tegenwoordig is. Luchtkussen uitwisselen en even jeremiëren hoe saai het allemaal was zonder band en optredens en hoezeer we de gezelligheid misten. De kroegentochten, terrasjes, maar vooral het knuffelen. De man zei: ‘Ik ben geen knuffelaar, maar zelfs ik mis het nu’. Heerlijk om ze even te zien, genoeg om je aan te laven. ‘Volgende keer op het terras‘, spraken we onszelf moed in.

Pluis wilde vanmorgen per se de sneeuw in. Met haar pootjes nuffig hoog optrekkend, stapte ze in het witte goedje en stempelde haar kussens in het ongerepte wit. Het was nog vroeg. Een dikke witte deken. Lang verwacht en toch gekomen.

Gisteren bij het bekijken van oude foto’s van school kwam ik ook de foto tegen van het project ‘De diepvriesdames’. Hilarische sneeuwkoninginnen in een herfstbos tijdens een kamp, waarbij alles wat wit was, uit de kast werd getrokken om de diepvriessfeer na te bootsen. Een van die juwelen uit de oude doos. Nu dompelden ze de wereld in een ijzige poedersuiker. Zoet genot bij vrieskou. Misschen moet ik nog even snel een muts breien, die ik diep over de oren kan trekken. De snoetjes komen goed van pas. Minder rode neuzen en wel warme wangen.

Na de sneeuwpret, volop de lente. Het maakt het genot van beiden groter. We hoeven niets te organiseren. Het wordt op een presenteerblaadje aangeboden door moeder natuur. Achter de kachel of buiten, geniet.

Uncategorized

Tijd voor de Diepvriesdames

Het besluit was snel genomen. Op mijn dooie akkertje ving de wandeling aan naar het ziekenhuis voor het nemen van een foto van de knapknie. Twee vliegen in een klap. In beweging komen en geen rondjes om de zuil voor vandaag. Onder het wandelen was er gepieker over de kapottte veterboottie. Gisteren bij de huisarts had ik ontdekt dat, van het rechter exemplaar, een stukje ‘huid’ op de bovenkant ontbrak. Geen idee hoe dat was gekomen, tenminste tot ik besloot te wandelen en naar mijn voorzichtige stappende voeten keek. Ik had twee verschillende schoenen aan. Aan mijn rechtervoet prijkte de oude 2020-versie van de bootie. Om de ontdekking van het euvel, de dag ervoor, had ik in de vroege ochtend nieuwe besteld. Totaal overbodig bleek nu achteraf. terwijl ik op het strafbankje in het hol van de leeuw zatt wachten tot het tijd was. Ik nam grinnikend achter mijn zwarte mondkapje er een foto van en schoof daarna het aangedane exemplaar een beetje achter de andere. Niet te ver, want dan protesteerde knie weer. Een nieuwe bril wellicht?

Overduidelijk

De wandeling had kort geduurd, nog geen half uur en derhalve was ik er veel te vroeg. De strenge regels hielden de wachtkamers van de poli’s vrij, door een informante aan het begin voor de klapdeuren te zetten, die je onverbiddellijk naar de grote hal verwees om daar te wachten. Voor het eerst sinds lang dat ik weer zoveel mensen bij elkaar zag. Verveeld, onderuit gezakt, of monter rechtop. Dwalend en zoekend of zeker van de zaak en direct op het doel afstruinend. Gehaaste doktoren, verpleegkundigen en vrijwilligers, die ik herkende aan het uniform dat tot voor kort ook het mijne was geweest.

Toen eenmaal de tijd om was ging het vlot en stond ik binnen een kwartier buiten. Wat een wonderlijke en weinig charmante houding moest een mens aannnemen om iets goed in beeld te kunnen brengen. De schoenen mochten gelukkig in het hokje wachten. De stoel waar ik op plofte boog diep door.

Ik besloot terug te wandelen langs de achterkant van het ziekenhuis langs het water. Het was heerlijk om de wind door de haren te voelen en de spiegelingen te zien. Er dreven vreemde vissen in het troebele water rond. Onder mijn speurende blik ontwaarde ik een baggerboot die het fenomeen van afgerukte waterplanten, want dat waren het, verklaarde. Het gevaarte zuchtte en kreunde het riviertje schoon.

Onderweg kwam ik weer een wit veertje tegen, dag Moe, en een verdwaalde aardappel achter het politiebureau, moederziel alleen, met uitpuilende spruitogen. Malle aardappel. De pijn in de knie belemmerde het bukken. Dan moest ie daar blijven, helaas pindakaas.

In het overdekte stadscentrum was het aardig druk. Wel een wonderlijke gewaarwording, al die zwijgende etalages en gesloten ingangen. Zelfs de Hema had alleen een verkoopbalie. Die informatie had ik gemist. Al met al zat er bijna vijf kilometer in de benen, eigenlijk teveel. Maar als compensatie voor de op komst zijnde winterdagen misschien wel goed. Dat zou, spijtig genoeg, binnen blijven worden. Over drie dagen was de uitslag bij de huisarts had men beloofd. We zijn nog steeds benieuwd, maar dat een en ander niet deugde bleek wel uit deze tocht. Strompedestrompel als een oud wijffie, nog niet als opoe Driehuis maar het scheelde niet veel.

Daarna was het zoet rusten op de bank. De komende winterdagen werden in de media als een dreiging aangekondigd, maar die paar dagen, misschien weken, beantwoordden aan het seizoen, dat winter heet. Gladheid, ijzel, sneeuw, Oostenwind die snijdt en verblijdt. Schaatsen aan en gaan. Niks code Oranje. Maak ruim baan het is tijd voor de Diepvriesdames.

Uncategorized

Een eerbetoon

Bij de huisarts zaten nog drie mensen in de wachtkamer. De anderhalve meter was goed aangegeven en er was maar plek voor vijf. Grote zwarte kruizen op de stoelen ertussen. Je zou het niet in je hoofd halen om er op te gaan zitten. De moeder en zoon werden snel opgeroepen. Bij de vrouw op de hoek en mij duurde het even. De stilte werkte te zwaar op haar. Ze schuifelde wat heen en weer op haar stoel, legde zuchtend de jas van de ene op de andere arm, daarna naast haar op de stoel. ‘Warm hè’, begon ze het gesprek, met een afleidende poetsbeurt aan haar bril. Ik kon dat alleen maar beamen, want nergens anders dan daar in het lage gebouwtje had ik last van benauwdheid achter het monddkapje.

Er volgde een betoog over Corona, de maatregelen, de verschrikkingen van de rellen. Spitsroeden lopend leidde ik het gesprek naar de vraag voor wie ze kwam. Dezelfde arts als ik, maar ze zat er al 20 minuten. Zo, het was in veilige banen en ging nu over wachttijden en uitlopen, kleine prietpraat. Een goede vijf minuten later werd ik geroepen. Ik vroeg de arts of de vrouw niet eerst moest. Hoge uithaal, ‘o jeetje, zit je daar allang, helemaal er tussendoorgeschoten. O wat erg’. ‘Geeft niet hoor’, mompelde de vrouw. Nee, ik vond het niet erg als ze nu eerst ging. Al met al een welkome afwisseling. Ik kon van de stilte gaan genieten. Kruizen tellen, zwarte kruizen.

pure schoonheid

De knie werd aan alle kanten bekeken, er werd op geduwd, aan getrokken, rondjes mee gedraaid. Veel te dik voor het tijdsgewricht. Er moest een foto gemaakt worden. Ze zou me de te maken afspraak mailen. Straks om half negen kan ik bellen. Prima, de groeten en dag. Frisse lucht en mooie lampionnetjes in de tuinen van het bejaardencomplex ernaast. Ik maakte een foto en hoorde gebons op het raam, de man gebaarde, neem mee. Ik trok er eeen tak uit. Prachtige lichtvoetige verfijnde vergane glorie. Als een tulen rokje werd het rode balletje omsloten. Een klein gedicht.

Thuis op de bank een uitzending teruggekeken van ‘Doe alsof je thuis bent’. Het bleek om huizenruil te gaan, maar niet zomaar in standaard huizen. Het waren karaktervolle huizen met architectonische en/of duurzame trekken. Heerlijk om te zien dat een gezin uit een oude omgebouwde en daardoor hypermoderne kunstzinnige smederij uit Schiedam hun huis verruilden met de moeder en zoon uit een off-grid sustainerhome in Almere, waar behalve veel land en een hottub, ook drie hangbuikzwijnen, twee poezen, een aanwaaiteckel, kippen en twee cavia’s woonden. Het huis in Schiedam had geen deuren en alle ruimten stonden met elkaar in verbinding. Daar herkende ik mezelf in terug. Ik leef al jaren zonder deur in de slaapkamer. Het enige buiten dat ze bezaten, was een platje, waar je je ‘Minoes’ kon wanen midden in de stad.

https://www.npostart.nl/doe-alsof-je-thuis-bent/03-02-2021/KN_1725215

In Almere waren er allerlei buitenklussen te doen en een koudwaterplons in de vaart onder begeleiding van iemand die hen de ademhaling leerde regelen in de kou. De beloning was boerenfriet van de aardappels van het land eromheen. Wat een heerlijk buitenzijn. Vanuit elk vertrek had je zicht op de natuur en de andere off-grid sustainerwoningen van de buren. Ze hadden nauw contact met elkaar en leefden dezelfde principes na. Heerlijk om te zien dat de jongens van dezelfde leeftijd zich met elkaars lego prima konden vermaken. Een leerzame aflevering.

Mijn moeder vierde gisteren haar verjaardag op haar wolk. 102 is ze geworden, waarvan 71 jaar hier en 31 jaar in de eeuwigheid. Mijn nichtje heeft ooit via een medium ontdekt, dat mijn moeder licht als een veertje, zo wit als haar wolk, van zich laat horen. Gisteren op mijn tocht naar de praktijk was het eerste wat ik tegenkwam een wit veertje. Je kon het toeval noemen natuurlijk, of niet. Ook was het de dag dat de gastblog over de bakermat van mijn schrijven, uitkwam. Het ging over mijn Alma Mater, mijn voedende moeder. Als iets samenkomt krijgt het een grotere betekenis. Het voelde goed. Precies zo het moest zijn, een eerbetoon.

Uncategorized

De slagroom op de taart

Een stuk nacht, hanewaken op niveau, en vroeg dag in afwachting van dochterlief en de kleine filosoof. Het was me niet bekend hoe laat ze er zouden zijn dus vulde de ochtend zich met werkjes, waardoor er een opzienbarende ontdekking plaatsvond. Jaar en dag hing er een houdertje voor het vogelzaad aan de spijlen naast de brandtrap, maar geen vink of mees haalde het in z’n hoofd om er eens rustig voor te gaan zitten. Nu, met al dat thuiszitten was er tijd te over om de houder eens grondig schoon te maken. Wat scherts mijn verbazing, toen bleek dat mijn gevederde vrienden het bij het rechte eind hadden. Bij een dichtgetaped voederhuisje viel weinig te halen. Om de beide ingangen waar het vogelzaad door gesluisd werd, zat nog doorzichtig plakband. Iets wat me ten enenmale ontgaan was met mijn + viereneenhalf oogsterkte. Daarom vlogen vogels met een groot dedain mijn huis voorbij. In hun geval zou ik hetzelfde doen. Wel een lekkere wortel voor houden, maar er niet in kunnen bijten.

Bij de welkome afleiding met mijn lieverds moest ik de filosoof helaas mededelen dat er geen brood in huis was en dat we nu pannenkoeken moesten bakken. Spijtig maar waar. Groot gejuich. Het werden waterpannenkoeken, want de melk was ook op. Geen probleem vond kleinzoon. Hij zou wel helpen met de klus te klaren. Dochterlief vogelde ondertussen de baklijsten uit. Spannend om de boor erin te zetten, maar het bleek met het juiste gereedsschap een fluitje van een cent. Het pannenkoekenbeslag werd tweedrachtig vaardig en snel in elkaar gedraaid.

Het ei vloog uit de kleine knuisten weliswaar half uit de kom, maar het aanrecht was brandschoon, dus terug in een schaaltje geveegd en opnieuw toegevoegd. Geen vuiltje aan de lucht. Pan op het vuur en de assistent liet het beslag van de pollepel in de pan vloeien. Ziezo.

Bleke Betjes van Oma zijn niet te versmaden, want ze bollen ook nog op in de pan. Bolle Bleke Betjes waren een feit, vanaf nu populair voor de rest van mijn leven. De eerste is de proefpannenkoek, je moet toch weten of alles in kannen en kruiken is. Smikkel smikkel, daar ging de eerste naar binnen met de verzekering dat Bleke Betjes lekkerder waren dan melkpannenkoeken. Ziezo, de eerste slag was gewonnen.

Tussen het bakken door moest er ook nog even geholpen worden bij het schroeven indraaien. Een filosoof dient van alle markten thuis te zijn, per slot van rekening. Bij de tweede lijst hielden we een halve meter over aan ruimte, te groot bemeten. Een kleine tegenslag. Nu kon B.I.G niet in zijn lijst. Opnieuw bestellen, maar de meetlat was uitgeleend aan zoonlief. Vrijdag komen ze samen terug., wat een voordeel is bij een nadeel. Zo gezellig vloog de tijd voorbij.

De afspraak met de huisarts voor tegendraadse knie staat voor vandaag. Er gaat al sinds december geen dag voorbij, waarbij ze zich niet zeurend de dag doorwerkt. Ouwe chagrijn hoor, die knie van mij.

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester/AT_2051673

Een terugblik op de oude Meester Tadema. De reconstructie van het kleine doek ‘Amo te, Ama me’/ Ik hou van jou, houdt van mij. In het programma ‘Het geheim van de Meester’ blijkt dat Tadema het doek onder andere geschilderd heeft met Mummie, wat destijds in de mode was. Een opzienbarende ontdekking, waarbij Lisa Wiersma, de schilder, wat weerzin moest overwinnen. Ze kan worden overgehaald door een gemummificeerde muis, waar wat verteerde deeltjes, die er van afgevallen waren, worden gebruikt. Het resultaat is verbluffend. Het echte geheim aan het licht gebracht. Een hele bijzondere aflevering.

Het licht wat op buiten. Dat mag ook wel na die huilende hemel van de laatste twee dagen. Het gastblog is gisteren een feit geworden. Als vanzelf kwam ik bij de bakermat van mijn schrijven terecht, mijn moeder. En toeval of niet, maar vandaag is ze haar 102-jarig bestaan aan het vieren op haar wolk. Straks strooit ze voor de feestelijkheid wat witte confetti in het rond. De kers, in dit geval de slagroom, op de taart.

Uncategorized

Koffie en zo

Een heel verhaal verdwenen. Dat kan zo’n pc. De mooiste volzinnen, een prachtge overpeinzing en hup alles als sneeuw voor de zon weggetoverd. Niet te vinden onder history of wat ook. Altijd lastig. In totaal in al die jaren is het misschien een keer of vijf voorgekomen. Het stemt droevig, want wat is geweest komt zelden op volle sterkte weerom.

Ik roemde mijn vogelparadijs, speciaal gemaakt op een plek die moeilijker bereikbaar is voor de twee balkonpoezen, Pluis en de Witte. De Witte heet anders en is van de buren, maar ze komt na het verrichten van halsbrekende toeren Pluis plagen, die zachtaardige bol wol en pluizigheid verandert dan ineens in een wilde boskat en slaat en sist haar eigen territorium vrij. De doppinda’s heb ik aan ijzerdraad geregen en met nog twee ijzerdraden heb ik de helften van de appel, bekleed met vogelzaad, in de boom van de onderburen gehangen, die op respectabele afstand van mijn balkonrichel staat, al lijkt ze op de foto dichterbij. Het is tegelijkertijd een mooie observatieplek geworden, vanaf mijn bankhanghoek. Terwijl ik het pindakruim aan het stofzuigen was, zag ik pimpelmees al aan het snoer hangen, maar ze was me te vlug af voor het vastleggen van het beeld, een kaal plaatje dus.

Straks komt dochterlief met de kleine filosoof om de baklijsten af te meten en te schroeven. Houtboortjes en schroefboren in de aanslag. Fijn, dan kunnen ze naar zoonlief en is er ruimte, vooral in mijn hoofd, voor nieuwe onderwerpen als er weer een maagdelijk doek staat te pronken op de ezel. Er zijn al ideeën, maar eraan beginnen lukt maar niet.

Het is de tweede siepeldag op rij. Gisteren heb ik de zwerfsteen van vorige week weer haar weg laten vervolgen. Op een mooie boomstam ligt ze te wachten tot iemand haar vindt, een mooi gegeven, want het maakt een ander weer blij.

Het boek van ‘Groep Acht aan de Macht’ van Jacques Vriens is uitgelezen. Een leerkracht naar mijn hart, die vooral de diepgang zoekt in het onderwijs en niet blijft hangen op uiterlijk vertoon. Er spreekt een groot vertrouwen uit zijn verhaal. Kinderen in de groep voelen dat haarfijn aan. Vertrouwen is de basis van liefde. Wie gelooft in de groep krijgt immens veel voor elkaar. Het is een basis waarbij iedereen zich gezien weet.

Spin voor het raam is bezig aan een web. Wat aan de vroege kant, maar daar trekt ze zich niets van aan. Ze weeft gestaag door. Ze weet nog niet dat een keer in de maand de grote glazenwassersstraal een eind zal maken aan haar vernuftig kunstwerk. Ik laat haar nog maar even in de waan van veiligheid.

Gisteren werd ik door iemand ‘op de vingers getikt’, die het zonde vond dat er zoveel tegelijk voorbijkwam in de blog en dat ze dan soms afhaakte. De hoeveelheid is inherent aan de belevenissen van de dag, de schrijfsels zijn in dagboekvorm. Minder is meer. Dat weet ik, maar het gevoel leiden middels het schrijven dient een ander doel of nee, beter nog, beide doelen. Bovendien zingt ieder vogeltje zoals het gebekt is, schreef ik haar.

In mijn pogingen om het verdwenen verhaal terug te krijgen, sloop de zin binnen: ‘Je kunt altijd opnieuw beginnen’ en ook de gedachte aan dit grappige cabaretduo. En zo is het. Er zijn altijd nieuwe kansen. Hup, in de benen. Tijd voor koffie en zo.

Uncategorized

De som der delen

Kennelijk is er weer een verkeerde beweging geweest, waardoor knie het nodig vindt om zich op alle fronten te roeren. De gel helpt niet, zoals verwacht of juist daarom. Als je er niet in gelooft, dan werkt het zeker niet. Geen idee, maar de feiten spreken voor zich. Misschien toch even langs de arts, al zie ik op tegen een eventuele spuit in de knie of een bezoek aan de orthopeed. Maar ja, aantobben is ook niet handig. De ongbeweeglijkheid zet het leven buitenspel.

Het is weer een van die slapeloze nachten. Je raakt eraan gewend. Het duurt al een leven lang. Ik haal zo de slaap wel weer in. Heb flink lopen malen over dagboeken en briefwisselingen, met mijn lieve al tien jaar dode vriendin en met een andere vriendin. Ze hadden een diepgang die bijna cryptisch overkomt als je het naleest, kennelijk geschoeid op het gevoel van dat moment. De eerste briefwisseling is me dierbaar. Een jaar lang hebben we innig mailcontact gehouden om, elke keer als die vermaledijde cellen aan haar vraten, de pijn en het leed weg te schrijven of juist toe te laten. Ruimte eraan te geven door het plat te benoemen. Zo is het en niet anders. Ik weet nog dat ze in die winter van 2010 geschaatst heeft over de wateren bij Groot Ammers met haar zieke lijf. Echt zo’n tocht die je alleen maar onderneemt als je van schaatsen houdt, met een steeënde echtgenoot in de verte. Armen op de rug en gaan. Gedachten uitbannen, pijn en de moeizame aanvang verbeten omzetten in daden, waardoor het allengs minder voelbaar werd. Daarna de vermoeidheid. Maar die kwam, bijna behaaglijk, in het huisje met de kachel aan en een plaid over de benen.

Waarom de brieven door mijn hoofd malen weet ik niet. Het gebeurt. Goed voor een duik in het verleden. Bij de sessies die ik ooit had bij een psycholoog vertelde ze mij het verleden te laten rusten. Maar hoe kan je nou toch in godsnaam een deel van het geheel uitbannen of wissen. Alles loopt al jaren mee. Ik heb dat nooit begrepen. Wil je een heel mens, dan moet je het hele vat omkieperen. Als een boom. De wortels, de jaarringen in de stam, de takken, het gebladerte, de bloem, de vrucht, de levenssappen, het zuurstof. Zonder een van hen gedijt het niet. En het kleine grut dat zich voedt met wat de boom geeft. Mooie gedachte.

Er was een tijd dat ik nog brieven met de hand schreef. Een brief met vier volgepende grote blocnote-vellen was geen uitzondering. Soms een gedicht erbij. Ze werden bijna altijd beantwoord in minstens zo veel woorden. Die zijn bewaard gebleven, maar nooit heb ik de brieven met carbon geschreven, dus ik ken de inhoud van mijn eigen brieven niet woordelijk, lees in de antwoorden tussen de regels mijn schrijven terug. Gekoesterd verleden, jaren lang bewaard. Wat moet ik ermee. Ik denk aan mijn moeders erfenis. De boeken die haar dierbaar waren en waarvan nog een enkeling hier in de kast staat, maar de rest toch van lieverlee weg is gegaan. Vergankelijkheid is het beschoren lot van een vasthouden aan het verleden. De betekenis en de waarde van alles zal straks slechts flarden opleveren waar geen touw meer aan vast te knopen is. Misschien moet ik de oude foto’s(twee grote plastic bakken onder het bed) samen met de brieven sorteren, zodat iets nog enigszins hout snijdt. Maar dan. Wat moet je ermee.

Broerlief zoekt de familiegeschiedenis uit en komt heel wat te weet over oud-tantes en-ooms, betovergrootouders en bet, bet tot in de 17e eeuw. Rebelse dames, die zich niet alles lieten aanleunen. Het programma ‘Verborgen verleden’ behoort tot een van mijn amuses ter verstrooiing en vermaak. Adelijke takken zijn nog niet ontdekt. Daar hoop je stiekem altijd op of iets wat kan duiden dat je bent zoals je bent. De som der delen.

Uncategorized

Groot in haar bescheidenheid.

Het was zo’n uitgelezen dag om naar buiten te gaan. Verkwikkende nachtrust, stralende zon en zondagse stilte. Het geeft altijd nieuwe energie, genoeg om al het achterstallige onderhoud weg te werken. Een vraag van een blogvriendin, of ik een gastblog wilde schrijven, had het brein al een tijd zoet gehouden. Zo’n onbewust bezig zijn met het bedenken. Nu mocht het ervan komen. Donderdag wordt het geplaatst. Het Word-document maagdelijk wit slurpt mijn woorden en zinnen naar binnen met een gretigheid die aan woordhonger grenst. Achter elkaar rollen ze op papier. Alsof iemand mijn hand heeft genomen en voor mij aan het schrijven is. Als het klaar is, slaat de verbazing toe, maar ook een zoete tevredenheid. Zie je wel, het komt altijd goed. Daarna nog een bres geslagen in het tweede jeugdboek, een mail beantwoord en dan in de benen met frisse zin.

Het was krakend koud, maar de kleine blauwe Prins stond gunstig en was om mijnentwil al geheel ontdooid, terwijl de auto’s vlakbij de flat een ijzig wit winterkleed droegen. Mazzel. Ondanks de verharde ondergrond was het pad naar de tuin toe nog steeds waterig, modderig en nu extra glibberig. Knie klotste van pure spanning. Kalmpjes aan dan brak het lijntje niet.

Alle vogels die ik thuis miste, toefden hier. De vinken, de mezen, de winterkoning het roodborstje. Twee meerkoeten zwommen vlak bij elkaar in de ijzige sloot, waar hele plekken met een dunne laag waren bedekt. De tuinen lagen er koud en troosteloos bij. Hier en daar had een ijverige moestuinder de aarde omgespit en kleurde het diep en donker tussen al de rijm.

doorkijkje

De oude zat, zoals altijd in zijn vesting en stookte de kachel heet-gloeiend. Het atelier was koud en de kachel met het dikke houtstammetje erin wilde niet echt branden. Ik nam me iedere keer voor om dunne houtjes en aanmaakblokjes te kopen. Mijn dubbel-geïsoleerde atelier had maar een keer in de zoveel tijd een warme kachel nodig om het droog te stoken. Ook gisteren was het goed te doen, ondanks de ijzige temperaturen.

Nog steeds was ik met portretstudies bezig en iedere keer weer ontdekte ik ongerijmdheden bij aankomst en inspectie. Nu weer zag ik dat het gezicht te weinig opzij keek. Overnieuw en aanpassen. ‘Kill your darlings’, fluisterde het in mijn oor. Geen probleem. Oefening baart kunst en in dit geval dubbel op. Eer ik het in de gaten had, kwam ik toch wat verstijfd weer in de wereld na een uur of twee onafgebroken duwen en trekken. Het begon al wat de schemeren. Tijd om te gaan.

Nog wat ijzige pracht vastgelegd met mijn kleine trouwe zwarte oog, zoals dat flinterdunne ijslaagje in de sloot en ik dacht handig de moddermoeten te ontwijken door het weiland te nemen waar soms de schapen op liepen. Het hek stond uitnodigend open. Buiten dat ik nu de keutels moest mijden, ontdekte ik aan het eind van het weiland pas, dat daar het hek op drie plaatsen nog vast zat. Onverrichter zaken werd er omgekeerd en liep ik de dubbele hoeveelheid. De twee meerkoeten klokten me bemoedigend toe.

De schoonheid van de vergankelijkheid is altijd weer adembenemend. Er stonden grote Annabella Hortensia’s, de sneeuwballen bij een van de buren verderop, prachtig te verdrogen. Een foto waardig. Mijn groet aan dame en heer Meerkoet, kringelde omhoog in kleine witte wolkjes.

In de verte doemden de flats op van de overkant. Vlak bij de stad en toch volledig in de natuur, zonder de horden mensen, die probeerden hun zondag te verzetten zonder winkels, café’s, restaurants. Ze wandelden met thermosflesjes in de aanslag of de bekers van Coffee-to-go en ik hinkstapsprong in mijn pure eentje over Gods akker. Tel je zegeningen.

Meeuw en kraai krasten een laatste groet. Knie vond het welletjes. Thuis op de bank de deplorabele levens van de Chinezen in Servië verpakt in de welluidende vragen van Ruben Terlou. De drang om de wereld te verkennen was groot. Terwijl ik de troosteloosheid bekeek, prees ik in gedachten het grote goed om te kunnen genieten van de wereld om je heen, waar het geluk, als de zwerfstenen eerder deze week, soms voor het oprapen lag, dichtbij en oneindig groot in haar bescheidenheid.

Uncategorized

Kruimels van formaat.

Wit beslagen rijdt een enkele auto langs over de stille koude straat. De boom voor het huis koestert de eerste zonnestralen. De winter is nog wat aan het dralen, houdt zich in. Geen neerslag van betekenis verwacht, zegt de buienradar. Het enige doel van sneeuw is betekenis verlenen aan de wereld, maagdelijk witte oneindige schoonheid, Het is ons hier in het midden niet gegund, ook al vroor het vannacht dat het kraakte.

https://www.npostart.nl/matthijs-gaat-door/30-01-2021/BV_101404462

Jan Terlouw was gisteren op bezoek bij ‘Matthijs gaat door’. Dat heerlijke programma met muziek, literatuur, muziekgeschiedenis, en deze rubriek van ‘For ever Young’. Daar pas Ter Louw prima in met zijn mooie ideeën. De geleefde jaren verdwijnen in zijn aangename glimlach en zijn wijze raad. Schenk de burgers weer vertrouwen is zijn oproep aan de politiek. Geef ze de verantwoordelijkheid en laat de mens niet stikken in een oerwoud aan regels. Kom tegemoet aan de jongeren die straks verder moeten. Er zijn twee items waar de politiek zich druk over zou moeten maken. De aandacht voor de natuur in de breedste zin van het woord. Zorg voor die natuur, de nalatenschap voor de volgende generatie. En het tweede item is het feit dat de politiek nationaal is gebleven, terwijl het denken mondiaal is geworden. Pas het aan, want het schuurt. Hij mist het debat op televisie met de broodnodige informatie waar de partijen voor staan en wil geen zwijgend front. Het is een boeiend gesprek met een boeiend mens, die ten leste de wijze raad meegeeft te blijven ondernemen, hoe jong of oud je ook bent. Doe iets, hoe groot of klein ook, stel je een doel en ga ervoor. Van een wandeling tot het schrijven van een boek. Of dat laatste nog uit zijn vingers komt zegt hij niet toe ondanks de temende Matthijs, die zo’n spetterende kijk op de politiek zou willen in dezelfde orde van grootte als de Koning van Katoren. Die glimlach blijft op zijn gezicht. Bescheiden en groots. Het kan.

De ganzen vliegen over, witte vlekken tegen het blauwe fond. Ze laten zich luid horen. Ze vliegen richting de plas.

Gisteren in een opwelling de film ‘The Wave’ gezocht en gevonden. Ik ben het boek aan het lezen met het oog op het schrijven van een recensie. En warempel. De film is in het geheel te vinden op Youtube. Hij stamt uit 1986. Stijf geklede kinderen in de schoolbanken een wandelende leraar door de rijen. In een paar lessen ontdekt de leraar hoe makkelijk kinderen te drillen zijn door de verantwoordelijkheid weg te nemen en scherpe afgemeten regels te geven die ze maar wat graag willen volgen. Het schept duidelijkheid, het is overzichtelijk en inclusief, want niemand wordt buitengesloten, zolang je meegaat in het systeem. Een leerlinge verzet zich ertegen. Als haar vriend na een schermutseling zich toch bij haar aansluit, waarschuwen ze de leerkracht dat een en ander uit de hand aan het lopen is. Die maakt het de volgende dag tot hun verbazing alleen maar groter. Dan vindt de ontknoping plaats in een ontluisterende sessie. De film is gebaseerd op een experiment van de geschiedenis-docent Ron Jones op Cubberley High School in Palo Alto (V.S.) in 1967. Het boek is geschreven door Morton Rhue en al net zo boeiend.

Het was de hele dag wat kruimels rapen. Wat reviews, schrijven, lezen, de omastoel van boven naar beneden gehaald. Heerlijk idee, dat de oude vertrouwde rotanstoel, die ooit zo’n negentig jaar geleden bij oma in de serre stond in haar huis in de Meloenstraat, nu in luister is hersteld en in de kamer pronkt.

Er was nog een pakketje gisteren in de brievenbus gepropt, het waren de verteldobbelstenen. Een fantastisch middel om tot een verhaal te komen op een borrelavondje of zomaar voor jezelf. Gooi de zes stenen en kijk waar de afbeeldingen je heen leiden. Wat ik al zei. Dag van de kruimels, maar zeer de moeite waard. Terlouw, tempo doeloe, verhalen en De Golf. Kruimels van formaat.

Uncategorized

Een lange droomloze slaap

Gisterenmorgen was er al vroeg visite. Dochterlief kwam de twee baklijsten brengen. We haalden ze uit de verpakking en legden ze losjes langs het doek. Het werd ineens nog veel meer schilderij. Er was wel een schroefboor en een houtboortje voor nodig, dus ze komt van het weekend even alleen, zonder de kinderen.

Die waren er namelijk ook bij. Gezellig op de bank, met de auto’s en de poes, die de kleine filosoof zomaar ineens wel dorst te aaien. Pluis heeft de echte poezeneigenschap om haar eigen wil boven alles te plaatsen. Kinderen, daar had ze nooit zoveel mee. Maar de laatste tijd werd dat minder. Ze bedelde meer om aandacht en werd minder eigenzinnig. Eerst moest kleindochter uit haar natte majootje worden gepeld, want bij de eerste de beste regenplas was het al feest. En die nacht was er heel wat hemelwater naar beneden gekomen.

Na hun bezoek kocht ik een zogenaamd veldboeket bij de plaatselijke bloemist, die voor haar deur de verkoop deed, want ik wilde de vorderingen bij zoonlief bewonderen in zijn nieuwe huis. Slofjes aan de voeten en de witte balzaal kon betreden worden. Wat een groot huis, heerlijk. Hij heeft het prachtig opgeknapt. Omdat de helft van de meubels er nog niet instaan, nu met al die gesloten woonboulevards, is het helemaal enorm. Kinderen gebruiken de gladde gietvloer spontaan als ijsbaan, nu het er zo uitnodigend leeg bij ligt. Met een paar bijna uitgebloeide takken van zijn kant, maar goed voor een tweede ronde, kon de weg worden vervolgd.

Vlak bij zoonlief is de apotheek, waar het pakket van de volgende drie maanden klaar lag. Het bleek dat de Foster uit de koelkast moest komen, dus de apotheek in. Het hele riedeltje aan klachten, die allemaal ontkent konden worden werd door de strenge ‘poortwachter’ afgenomen. Handen ontsmetten en gaan. Via de achteruitgang mocht ik er uit. Ijzeren discipline en volmaakte rust.

Thuis verwerkte ik de reviews van het aanbod van het impressariaat van dinsdag. Het was leuk om ze weer voor de geest te halen en omdat er overal trailers van zijn, bleek dat een koud kunstje. Zodra de bekende beelden langs kwamen, zat ik weer midden in de sfeer van het stuk. Dubbel genieten dus.

Spelevaren met de nieuwe schilderprogramma’s op de Ipad. Voordat je alle mogelijkheden gevonden hebt, gaan er wel wat uurtjes heen. Ik teken met bibberlijnen de flat aan de overkant met een stukje van mijn balkon. Al schrijvend over het gebibber ging er in het achterhoofd het luikje ‘lineaal’ open. Vaag meende ik die ergens gezien te hebben aan de zijkant van het werkblad, maar waar. Ik werk nooit met een lineaal. De sport is om uit de losse pols de lijnen te trekken, zoals de portretten, die rechtstreeks onder het penseel uitkomen. De Ipad vertelde een heel eigen verhaal. Heerlijk om te spelevaren.

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester-extra-tussen-linnen-en-vernis/26-01-2021/WO_AT_16416487

Tussendoor het programma ‘Het geheim van de meester extra’ in de herhaling. Een andere leerschool, bijna nog boeiender dan Het geheim van de meester zelf. Door de restaurator Michel van de Laar werden de trucs in de oude schilderkunst behandeld. Het meest opmerkelijkst is toch wel het touwtje van Vermeer. Hij prikte een miniscuul gat in het doek en volgde langs een touw nauwkeurig de verdwijnpunten. Jurgen Waden kreeg een gestolen Vermeer onder ogen, bestudeerde deze nauwkeurig op beschadigingen onder een scherpe lamp en kwam tot die ontdekking. Ook bij een aantal andere schilderijen van de schilder ontdekte hij dergelijke gaatjes.

Andere trucs waren: het Repoussoir, waarbij men een donkerder voorwerp op de voorgrond plaatste, de Camera Obscura, de voorloper van de eerste fototoestellen, daar maakte Breitner veel gebruik van, en het Claire Obscure, het grote contrast tussen licht en donker, een truc waar Rembrandt en Caravaggio veelvuldig gebruik van maakten. Boeiende materie.

Met een slaapmutsje viel de nacht en dat bleek goed voor een lange droomloze slaap.

Uncategorized

Daar is alles mee gezegd

De laatste tijd val ik na het schrijven weer in slaap, droom dan zo helder en duidelijk, dat het bijna een tweede leven lijkt. Ook deze nacht was ik vroeg wakker en luisterde naar de stilte. Geen auto te bekennen. Zelfs de regen viel zachter dan anders, ook al regende het gestaag door. Ik probeerde slaap te denken, maar daar trapte het gemijmer in mijn hoofd niet in. Dat bleef maar stilzwijgend vasthouden aan de opdrachten die er stonden, bij de vrijwilligersbadge van het ziekenhuis die ik die morgen in een retourenvelop had geschoven. Overmacht door tot de risicogroep te behoren. Je moet de dreiging niet op zijn staart trappen. Nooit meer neerzijgen op een bed, om het zwaard van Damocles gedeeld te verlichten, geen zalvende woorden als een deken over de ontstane onzekerheid leggen, die dwars door de toekomst heen scheurde. Geen kwinkslagen, om de humor erin te houden, omdat daar de hoop soms beter in gedijt. Een mijlpaal en ruimte voor nieuw dan maar.

De gedachten gingen ook op de loop met het verhaal voor de kleinkinderen, waarvan kleinzoon twee zich afvroeg, waarom er een leguaan in het ei zat. Hij had daar een kikker gedacht. Ik moest hem het antwoord schuldig blijven omdat leguaan, opa Sterretje en Tijn nou eenmaal in mijn hoofd zaten voor ik het zelf goed en wel in de gaten had. Dat accepteerde hij’ en moeiteloos stapten we over naar de hoeveelheid sterren, die overeen kwamen met al die overleden mensen en dat er meer tegelijk op een ster konden zitten. ’14 miljoen mensen op dat hele kleine stukje sterretje’, zong ik. Wat hem nog meer stof tot denken gaf.

De te recenseren boeken spookten ook door het hoofd. Te veel denken joeg Klaas Vaak zoals gewoonlijk nog meer over de kling. Lezen dus. Voor ik het wist was het een uur of twee verder en het boek uit. Dat is het voordeel van kinderliteratuur, vooral als het vlot in korte hoofdstukken beschreven wordt. Twee uur in het hoofd van een jongen van een jaar of twaalf, die zijn sexuele geaardheid ontdekt had. De zin waarmee het boek begon liet niets aan het toeval over: ‘Natuurlijk wist ik dat ik homo was, maar ik durfde er met niemand over te praten’. Het was een rode draad, maar vervlochten met nog een aantal andere rode draden, die minstens zo belangrijk waren voor een naoorlogs kind. Tipjes van de sluier van mijn jeugd werden opgelicht, vooral de regels en de do’s en dont’s, de kritiek van het moraal.

Daarna valt het niet mee om weer op aarde terug te keren.

Bij kleinzoon twee razen ook heel wat gedachten door het hoofd. Hij heeft onnavolgbare opmerkingen, die opmerkelijk veel verder gaan dan je zou verwachten bij een kind van tien. Zo zei hij vanmiddag, terwijl hij boven zijn voetbalplaatjes hing: ‘Het is zo lastig het leven’. Dochterlief en ik keken elkaar veelbetekenend aan boven de dampende mokken thee. ‘Waarom vind je dat, lieverd?’vroeg ik hem. ‘Omdat het nooit niet in een keer gelukt’ was het antwoord. En daarmee sloeg hij de spijker op zijn kop. Soms vergt het leven wel twintig keer opnieuw een poging voordat het slaagt of in de buurt komt van de wensen, die je jezelf hebt opgelegd. Alsof het leven de reclameslogan indachtig is: ‘De lat zijn wij, de hoogte bepaal jij’.

Het was er het moment niet naar om er dieper op in te gaan, maar eigenlijk had ik er nog wel een tijdje over door willen sparren. Kleinzoon voetbal die ik daarna bezocht had met zijn anderhalf een ware ballenbak te voorschijn getrokken. Kaatseballen met twee liet hem schateren van plezier, vooral als ik misgreep Zo simpel is het. Het antwoord voor kleinzoon twee. Fouten maken mag en dan heten het geen fouten, maar leermomenten, al is dat niet het meest poetische woord voor zo’n weids begrip. Ik zou zeggen ‘lichtpuntjes’. Het verleden denkt mee en fluistert me in: ‘Oefening baart kunst’ en daar is alles mee gezegd.

Uncategorized

Zo’n dag van wissewasjes

Thuis zijn in alle rust heeft voordelen. Wat betreft het huishoudelijke geploeter valt makkelijk over te stappen op het systeem: ‘Elke dag een karweitje’. Het vergt niet veel tijd, je huis wordt schoon onder je handen zonder dat je er afgemat van in stoel of bank belandt en de voldoening smaakt uitstekend. Het zijn de kleine dingen die het doen.

De voetbalplaatjes-stapel groeide en groeide, want zoonlief boodschapt elke dag bij die speciale super tot grote blijdschap van de kleine filosoof. Tijd om even aan te wippen, te theeën en bij te kletsen met dochterlief, maar vooral kleinzoon te verrassen. Die gaf van blijdschap een vreugdekreet, terwijl kleindochter haar aria’s van vreugde door de kamer slingerde. Een sopraan in de dop, dat was wel duidelijk.

Er was een vriendje op bezoek en ze speelden het spel met de verteldobbelstenen. Je gooit zes dobbelstenen met tekeningen erop op tafel en vertelt aan de hand van de afbeeldingen een verhaal. Als je het spannend wil maken, doe je er, met een zandloper, een tijdslimiet bovenop. Ook aan te raden voor een ontspannen avondje met vrienden. Succes verzekerd. Er komen de meest ongebreidelde fantasiën bij los.

Het was een druilerig dagje, maar daar was binnen niets van te merken. Kleindochter wilde wel kleuren, dus tekende ik een grappig poppetje na van de tweede gevonden zwerfsteenschat van afgelopen zondag, waarop ze dapper mee begon te tekenen op haar manier. onnavolgbare kinderlijnen vertelden een heel verhaal dwars door mijn tekening heen. Soms zou je in zo’n hoofdje willen kijken. Deurtje open, binnengluren, meegenieten en weer zorgvuldig sluiten. Straks als ze wat ouder is vertelt de tekening herkenbaar haar verhaal.

Het vriendje was inmiddels opgehaald en de kleine filosoof begon aan zijn voetbalplaatjes. Wij scheurden ze van elkaar af en hij plakte ze in het bijbehorende boek en dat alles in het kader ‘Hoe hou je de regie over de dag en oma zoet’. Poes Daisy dorst eindelijk rond de benen dte dralen en wachtte zowaar op een aai. Het lieve zwarte schatje had een hachelijk avontuur achter de rug. Ze was de deur uitgespurt en had het op een lopen gezet. Bij de drukke vierbaansweg was ze overgestoken om net voor de stoep toch nog geraakt te worden. Als bij toeval vond dochter haar toen. Gelukkig viel het allemaal mee. Ze is pas een goeie week vanuit het asiel bij hen gekomen en moet nog even wennen. Een echte aaikat, lief voor kinderen.

Na een verwencake en een kop thee nam ik de kuierlatten, vrolijk uitgewuifd door vier zwaaihandjes voor het raam.

Krant lezen, puzzeltje maken, de la van de buffetkast uitmesten. Oude mascara’s en lippenstiften gingen onmiddellijk de prulllenbak in, Pluis haar bak verschonen en ontdekken wie de pindakraker was op het balkon. Terwijl ik halfverscholen goed zicht had op de plaats delict, zag ik iets bewegen in de prunus van de onderburen, die boven mijn balkonhek uitsteekt. Zwart en wit. Dat kon maar een ding betekenen. Terwijl Pluis op haar troon de boel nauwgezet in de gaten hield, had het brutaaltje daar lak aan, hipte op de balkonrichel, balanceerde even en vloog rechtstreeks naar de tafel met lekkernijen, pikte in de vlucht een pinda meeen vervolgde naarstig haar weg. Pluis mekkerde en loerde, maar ja, achter glas valt er geen eer aan te behalen. Ze koos eieren voor haar geld en zeeg weer gezapig neer. Lekker verder luieren omdat je de voerbak elke dag gevuld weet.

En ik? Ik sudderde ook door, gewoon omdat het kon op zo’n dag van wissewasjes.

Uncategorized

Zinvol en mooi

Er kwam een klein juweeltje door de bus. Het was een recensie-exemplaar van Dolf Verroen met tekeningen van Charlotte Dematons met de titel ‘Niiemand ziet het’. Alleen de kaft al is oogstrelend. Prachtige ‘blauwen’ als ondertoon, het jongetje wat bedremmeld aan de zijkant. Een prachtige novelle met autobiografische trekjes, over een jongetje, die in 1947 ziin geaardheid ontdekt. Het leek me, vooral in deze tijd, een prachtig boek voor het thema burgerschap.

Al met al was het voor ons gezin een bijzondere dag. Op de kop af twintig jaar geleden was de vader van de kinderen overleden. Een dag die we samen plachten door te brengen. Eerst met elkaar naar het strand rijden, daar een, vaak bitter koude, strandwandeling maken om dan op een rustige plek ergens, een boodschap aan de grote kleine man in het zand te schrijven in de wetenschap dat onze woorden zouden worden meegenomen door het getij en de bestemming zich vanzelf aan zou dienen. Een troostrijke gedachte. Maar niets van dat alles in deze tijd. Het enige wat restte waren appjes naar elkaar en het opsteken van extra kaarsen. Gedachten zijn er altijd, op welk tijdstip van welke dag dan ook. Altijd zijn er verwijzingen, herinneringen, een oogopslag in een kind, gelijkenissen in gezicht en handen. De koestering is voor eeuwig. De lunch met elkaar aan een lange tafel in een strandpaviljoen, veel geroezemoes, zand op het bord en koude toiletten, werd node gemist. Amaryllis met haar vuurrode rokken trachtte te verzachten met nog twee dikke knoppen vol belofte na deze vierde bloem alweer. ‘Die ouwe sokken doen het goed,’ schreef zuslief op deze boodschap. Haha.

Gisteren begon de dag vroeger dan de laatste maand te doen gebruikelijk was. Het waren de etalagedagen van Uit de Kunst. Een dag lang theater, dans, en muziekvoorstellingen vergt een uitgeslapen hoofd en discipline. Niet alles is even goed of boeiend, maar het hart en het hoofd en de verbeelding zijn toch ruimvoldoende gevoed en hebben veel inspiratie opgedaan. Bij sommige, wat absurdistische stukken voelde het vooral als meegroeien met de tijd waarin we leven. Het prikkelde vernieuwingsdrang of ook de neiging om bij het veilige vertrouwde te blijven, maar toch de bakens te verzetten. Vooruit stappen om de weg te gaan, die de tijd inslaat.

Er was een prachtige vertelling bij naar het boek van ‘De koning van Katoren’, een verhaal wat ik kan dromen, maar dat zo aanstekelijk en goed verpakt werd verteld, dat ik spontaan weer zin kreeg in de winteravond van ‘Mevrouw Sprokkelhorst’, waar ik met vriendinlief ieder jaar een hele avond een verhaal vertelde voor een bescheiden publiek. Ooit, vroeger, toen het nog bestond. Het lijkt mijlen ver weg maar de laatste is van twee jaar geleden.

Vele koppen thee en een snelle hap later kwam ik weer terug op aarde. In de pauzes had ik mijn gebruikelijke twee kilometer bij elkaar gesprokkeld. De zon scheen. Poes Pluis lag prinsessenheerlijk op haar troon, zongekoesterd, na alle verre reizen in verhalen was er om me heen niets veranderd.

Zoonlief kwam thuis en even later weer naar beneden met een verrassing voor mij. Een ipadpro met pen. Ik was de hemel te rijk. Wat een prachtige geste en nog veel handiger, hij had het geduld om zijn moeder wegwijs te maken in de teken-en schilderprogramma’s die hij erop had gezet. Dat wordt weer een tijdje stief studeren op de mogelijkheden, moeders van de straat, jawel. ‘Hij zegt zonder woorden, dat hij van me houdt’, schreef ik in de familie app, vervuld van het feit dat hij wist dat dit mijn grootste wens was, omdat het vooral bij het schilderen zo aangenaam hielp en mijn digitale teken- en schildercapaciteiten nog meer uitgebouwd konden worden.

Nu eerst de te recenseren boeken lezen en daarna komt er toestemming om verder te spelen. Het kind in mij, dat graag experimenteert, ontdekt, uitvogelt, is gewekt. Een golf aan ontdekkingen en uitbreidingen van de mogelijkheden, dankzij zoonlief. De dagen vullen met scheppingsdrang en creaties, kortom, met zinvol en mooi.