Uncategorized

In zorgeloze onwetendheid

Na het kijken van ‘Matthijs draait door’ werd duidelijk wat de uitdrukking: ‘tot wanhoop gedreven’ kon betekenen voor een mens. Harry Sacksioni, de virtuoze gitarist, werd in zijn leven veertig jaar lang gestalkt door een vrouw, die daarmee begon toen ze 14 was en waar haar dood veertig jaar later er letterlijk en figuurlijk een eind aan maakte. Ze volgde hem niet een klein beetje, maar met grote regelmaat. Ze versteerde er optredens mee, door aandacht te vragen met roepen, hij vond haar een keer naakt in de badkuip of ze stond voor zijn huis te schreeuwen. Het werd zo erg, dat Harry haar bij het huis in de sloot duwde, kopje onder hield en eigenlijk niet meer los wilde laten. Gelukkig stormde zijn vriendin naar buiten om hem tot zijn positieven te roepen. Hoe desperaat kan je zijn. Hij heeft er vaak over verteld in allerlei praatprogramma’s en wilde dan ook dat er een politicus aan tafel zat, zodat hij gehoord werd. Op die manier kreeg hij een podium voor een anti-stalkerswet. Harry beschreef in het gesprek met Matthijs wat hij voelde toen hij hoorde van haar vader dat ze overleden was, wat dat met hem deed. Himmelhoch jauchzend omdat het achter de rug was en aan de andere kant zum tode betrübt om dit verloren leven, de schijnwerkelijkheid die ze had opgebouwd en waar ze haar hele leven door had laten regeren. De keerzijde van de roem en nauwelijks te dragen.

https://www.npostart.nl/matthijs-gaat-door/06-03-2021/BV_101404467

Helaas ken ik het verschijnsel van nabij en geloof me, je raakt daadwerkelijk buiten zinnen, omdat er geen vat is op de situatie. Zodra het leven buiten jouw werkelijkheid van goed vertrouwen en geloof treedt en een nachtmerrie wordt, stopt elke vorm van nuchterheid. Het dualistische gevoel is te rechtvaardigen. Haar dood bracht letterlijk lucht, misschien zelfs voor beiden.

Het werd een aangrijpend gesprek, waarbij ik wel wat was afgeleid door de gemanicuurde nagels aan de handen van Harry. Het leken jonge gevijlde stralendwitte gelnagels aan de doorleefde rechterhand. Het was vooral de tegenstelling, die mijn blik ving, maar het had natuurlijk alles te maken met het spel van Harry. Fingerpicking op stalen gitaren vergt het nodige lapwerk of een goede bescherming. Dat laatste lijkt me.

Er waren meer onverwachte wendingen in het programma. Zo bleek Esther Ouwehand, de politica namens de Partij van de Dieren, vooral Heavy Metal, Hard Rock of Death Metal te draaien als ze haar energie wilde opladen en Claudia daarentegen stond de mooie klassiekers van Barbara Streisand luidkeels te zingen onder de douche.

De afsluiting van de avond was ook dit keer grandioos. We werden de nieuwe week ingestuurd met een prachtige finale, een hommage aan het wonder van Stevie’ door The Big Band, Sven, Harry Sacksioni, Chelsea en José James, die Stevie Wonder nummers brachten van diens onovertroffen plaat ‘Songs in the key of life’. De goeie ouwe tijd kwam onder de welluidende klanken boven drijven.

Het was en bleef feest van de bovenste plank.

Terwijl ik dit alles terughaal in mijn herinnering valt iets me op. Luchtig bezien heb ik hier ook een kleine stalker. Met niet aflatende aandacht houdt ze alle verrichtingen in de gaten. Volgt met haar blik nauwkeurig elke beweging. Ze heeft het erg druk met deze kleine bezigheid, ook al verroert zij geen vin. In haar ogen spiegelt zich de locatie en soms het lijdend voorwerp met tak en al in zorgeloze onwetendheid.

Uncategorized

Een kwestie van doorzetten

Dit was weer een heel andere vorm van wachten. Op de merendeels lege stoelen, niet afgeplakt of iets dergelijks, zaten twee mensen. Een vrouw en een man, beiden alleen. Ik nam in het midden plaats, de vrouw achter me kon ik niet zien, maar de man voor me had een lijdzame berustende blik. Af en toe verschoof hij en liet zijn hoofd tegen de muur achter hem rusten. Er kwam een jonge slanke vrouw binnen, die een en ander opvrolijkte door bedrijvig in haar tas te graaien, iets te vragen aan de balie, papier door te nemen, een blikje cola open te maken en de tas met aplomb naast zich neer te laten ploffen. Even later verdween ze, als eerste, met een van de dames van de longfunctie.

Iedereen werd geacht alleen te komen en dat maakte het wachten een stuk saaier. Normaliter vonden er in zo’n wachtkamer altijd spannende uitwisselingen plaats, misverstanden die moesten worden opgeruimd, een brief die kwijt was en waarbij de ander werd ingeschakeld om ‘m te vinden, het zuchten verwoord in luid en lijdend, maar nu was er niets van dat alles. Opeens klonk het geluid van een klok. Tik,tik,tik,tik Het kwam dichterbij en het geluid zwol aan. Het duurde even, maar toen kwam de wandelende klok voorbij de muur en liep rechtdoor, tik, tik, tik, tik. Korte droge tikken, een stok in beide handen en nu pas hoorde je het geluid van de schuifelende voeten. De broekspijpen veegden de vloer achter hem. Een oude man. Tik,tik,tik,tik. De tijd schoof langzaam voorbij.

Twintig minuten later werd ik binnengeroepen. De vrouw was ronduit plezierig. Voldoende balans in geruststellend en adequaat, wat kwinkslagen tussendoor en vooral de kalmte van haar handelen en stem was aangenaam. Ze had voor na de exercitie attent een lichtblauw mondkapje klaar liggen, maar ik trok een nieuwe zwarte uit mijn tas. Ze moest er hartelijk om lachen. Er lag een grote zwerfsteen op de balie met ‘Lief mens wat ben je mooi’ erop. Het bleek geen zwerfsteen te zijn, maar een cadeau van een van de collega’s voor het poli-personeel. Bemoedigende woorden na een doorgaans hachelijke onderneming, voor iedereen die er langs kwam. Over vijf dagen een telefonisch consult met de longarts en dan weten we meer.

Voor ik naar het ziekenhuis ging, had ik voor zuslief een grote bos bloemen besteld, die diezelfde dag nog bezorgd zou worden. Dat gaf een goed gevoel.De slogan ‘Zeg het met bloemen’ komt in deze tijden helemaal tot zijn recht. Stuur het feest het huis in.

Bij thuiskomst kwam mijn bestelling binnen, net op tijd. Een grote ruime schoudertas die kruislings kon worden gedragen, een warme amberkleur en nepperdepepleer. Alles wat ik tegenwoordig draag, heeft geen dier pijn gedaan. Dat voelt zoveel beter. Waar leder vroeger nog hoogstaand was, krijgt het steeds meer bijsmaak. Voor mij althans. Helemaal in mijn element met deze lichtgewicht, want dat was het andere voordeel. Mijn oude leren tas is leeg al zwaar. Een kwestie van zegeningen tellen, zo’n aanschaf.

De Ipad ligt naast me in de aanslag. Ik probeer mijn clandestiene huisbewoners, het echtpaar Kauw, die stiekem in de dakgoot wonen, te vereeuwigen nu ze druk doende zijn om hun nieuwe nest te bouwen. Ik luister naar hun gebabbel en tracht er wijs uit te worden, wanneer ze voornemens zijn om naar beneden te duiken. Maar helaas. Het gaat steeds nét mis, een flard kauw, niet meer, niet minder. De aanhouder wint, in dit geval, daar ben ik van overtuigd. Een kwestie van doorzetten.

Uncategorized

Wie wat bewaart, die heeft wat

De zon schijnt uitbundig en maakt deze dag extra feestelijk, want zuslief is jarig. Ze volgt mij altijd op de voet. Straks in september schelen we weer anderhalf jaar, vanaf vandaag tot september maar een jaar, getalsmatig gezien en niet strikt genomen. Vandaag is ook de dag van de controle. Een longfunctieonderzoek moet laten blijken dat een en ander, zij het altijd wat minder, nog functioneert. Het zorgt ervoor dat ik in een ziekenhuis, waar ook covid-afdelingen zijn, straks aan apparaten hang, waar elke longpatient aan moet geloven. Adem in en adem uit. De knijper op je neus zuigt elke gedachte naar binnen, je zoekt naar lucht. Het klikje als de zuurstoftoevoer dicht valt, het blijven van die kleine ongemakken die tegelijk een wereld los maakt aan kwetsbaarheden. En daarna een diffuse angst en onzekerheid. Waren de apparaten steriel genoeg, zweefde er ergens nog een kwetsend fragment rond.

longperikelen

Zuslief is jarig en ik hou afstand in de vorm van, ik zeg niet wat, nog niet. Het wachten is op de verjaardag voorbij. Een van de andere graag gelezen bloggers haalde ook ‘Het Wachten’ aan en duwde daarmee een bakvissenherinnering in de herhaling. Verliefd zijn en smachtend wachten naast de telefoon, tot die rinkelend overgaat. Dat kan eigenlijk alleen maar met de ouderwetse draadtelefoons, want vandaag de dag kan je al handelend wachten en krijgt het toch een andere invulling. Destijds was het wachten en smachten. ‘Zolang de vlinders fladderen, anders stopt het wachten’, schrijft hij me als antwoord. Wat een mooi beeld levert mij dat op. De vlinders blijven nog even hangen om het hoofd en vliegen dan in een dansende vaart omhoog. Dan relativeert hij dat er elke lente nieuwe vlinders komen, ook als herinnering, gemis en verlangen. Mijn vlinders vervullen tegenwoordig een andere functie. De kracht van de natuur. Ik leef op bij elke kleine schoonheid die ik zie. Van koolwitje tot atalanta, straks kan het weer. dat zachte zoete lokkertje van rot fruit op een schotel.

Blogvriendin haalt de regel van derden aan en als ik in de materie duik, zie ik dat het wat anders is dan de Gulden snede, nog zo’n compositieregel in de fotografie. Het maakt alles uit bij het vastleggen en de toepassing ervan zorgt dat de gemaakte foto je pakt, naar binnen trekt, met je aan de haal gaat. Een handige uitleg vond ik hier.

https://vinkacademy.nl/fotografietips/compositie-de-regel-van-derden-de-gulden-snede-en-het-verschil/embed/#?secret=3hOsHfmKio

Het nieuwe boek is binnen. Het is ‘Zuurstofschuld’ van Toine Heijmans. Een snelle blik op de aanhef en de eerste bladzijde nodigt direct uit om er in te duiken, maar mijn motto is niet voor niets ‘First things first’. Stap voor stap betekent eerst uit het hoofd zien te komen van Cliënt E. Busken van Jeroen Brouwers. Die pakt je met zijn gekte en maalstroom aan gedachten, associaties en observaties helemaal in. ‘Wie wat bewaart, die heeft wat’, leerde men mij vroeger en zo is dat. Maar o, wat is het moeilijk om die mooie grafische omslag te weerstaan, waarop het reliëf van de bergen zichtbaar en voelbaar is. Een aanrader ook voor broer, die op alle grote bergtoppen heeft gestaan.

Gisteren was een dag van rust, knie weer even ruimte geven en er waren allerlei spannende berichten, waar nog niet over uit te weiden valt maar binnenkort hier zeker in geuren en kleuren zal worden vermeld. En inderdaad: ‘Wie wat bewaart, die heeft wat’.

Uncategorized

Het gemoed verguld

Wat heerlijk als een Tomtom niet goed werkt en je alle tijd van de wereld hebt. De mevrouw in het kastje wees ons in ieder geval van het kastje naar de muur en allesbehalve naar de plek van bestemming. Daardoor ontdekten de zussen en ik zomaar, gratis en voor niets, een uitbouwmogelijkheid van de wandelroute aan de overkant. Het Heuzesepad is een bijzonder en mooi natuurgebied met een aangelegd lang lint over de dijk en vrij uitzicht over de uiterwaarden en de Nederrijn. De Grebbeberg lag er omfloerst bij, in het wat nevelige licht, zelfs toen de zon doorbrak bleef het heiïg.

De Grauwe ganzen trokken in grote getale over, luid verkondigend dat ze er waren. Een paar scholeksters stapten parmantig rond in het water, waar ook wat eenden dobberden. Hier en daar kwamen er wat mensen ons tegemoet, waarop een zwijgend knikje of een groet gemompeld werd. Het land van gezien worden.

Aan de kop van de dijk stond een struis beeld van een vrouw, de handen in de zij geplant, die zwijgend uitkeek over de schoonheid van het land. Bij een kleine inspectie op Google, bleek het beeld ‘De Wachter’ te heten. Ze was gemaakt door Gerry van der Velden uit Zoeten. Het was een oorlogsmonument. De boerenvrouw keek voorbij de schoonheid, richting de Grebbelinie en bracht de verschrikkingen, die hier hadden plaatsgevonden tijdens de tweede wereldoorlog, in herinnering. In die wetenschap bezie je alles toch met andere ogen.

We gingen na de korte wandeling naar het doel van vandaag. De Blauwe Kamer in Rhenen. Geheel tegen onze gewoonten in besloten we eerst de inwendige mens te versterken, want het afhaalloket was open. Het panoramarestaurant De Blaauwe Kamer bleek vernoemd te zijn naar de oude steenfabriek, waar men vroeger 500.000 stenen per week bakte en te drogen legden in de droogkamers, waar men nu dat restaurant met ruim uitzicht over de Nederrijn van had gemaakt. De oude groeve stond er, voor een deel nog intact, naast en restanten waren ook te vinden in het aangrenzende natuurgebied De Blauwe Kamer. Heerlijk om, zij het buiten staande aan een tafeltje, een broodje kroket te kunnen nuttigen, terwijl er binnen druk heen en weer werd gelopen. Het geluid van schalen en stemmen. Precies wat er even nodig was om de zinnen te verzetten.

Een bezwete fietser koos voor appelgebak met slagroom bij zijn koffie en lachte vriendelijk. ‘Zo, jij kunt er weer even tegen’ zei zuslief wat hij beaamde. Op mijn vraag hoe lang nog, bleek dat van hier naar Amersfoort. Nog een pittige rit te gaan. Een vriendelijke breedlachend en enthousiast koppie. We wensten hem succes en liepen de ingang van het natuurgebied in.

Een zinderend geluid van de ganzen daalde neer, opgeschrikt door een legerhelikopter die verderop cirkelde. Het vogelreservaat was in het geheel gesloten, maar de glooiende heuvels met de meidoorns her en der verspreid, mochten we in. Er werd aangegeven door paaltjes tot hoever je kon gaan. Tussen de meidoorns liep een grote kudde Galloway-runderen en de stieren van die groep waren zo imposant, dat je het vanzelf wel uit je hoofd liet om dieper het landschap in te gaan. Ze keurden ons geen blik waardig en maalden kalmpjes het gras voor de hoeven weg. Wat een schoonheid aan landschap was er hier. Wat deden we toch met z’n allen in die Randstad.

Bij wat houten paaltjes ging ik even zitten. Te laag eigenlijk, nu moest zus uit alle macht me omhoog zien te trekken, maar dat lukte niet, ik schoof naar de punt, zodat de knie wat vooruit kon glijden en daarna ging het wel. Malle eigenwijs, knie én ik. In het vervolg toch een krukje mee.

Drie mensen stonden bij de rivier naast hun kano’s. De man deed een ingewikkeld aan en uitkleedspel en stroopte het rubberen pak wat naar beneden, vervolgens weer omhoog. Ik speurde naar stenen en vond het hart van de natuur, terwijl op dat moment twee van de kano’s in de zon gevangen werd gehouden. Net op tijd om af te knippen.

Het hoofd is vol, een ervaring rijker, de herinneringen versterkt en het gemoed verguld.

Uncategorized

De kuierlatten

Blote voetjes plonsten in en uit het gerimpelde water, hoge gilletjes van de spanning en de kou, krullekopjes met rode blossen, we schrijven begin maart en in de zon voelde het lente-april aan. Kinderen laten zich niet weerhouden door standvastige kalendertijden. Maken zomer van een winterdag. ‘Een zwaluw maakt nog geen zomer’ klonk de waarschuwende stem van onze voorouders in de oren. Wat zullen ze er aan over houden. Hooguit wat gesnotter en tranende ogen, maar wel met pret naar bed.

De Lek zilverde de middag door. In het zand vond ik twee stenen die geschikt waren om te beschilderen en te laten zwerven als Kei-Tof of Happy Stone. In het grasveld op de uiterwaarde piepten al wat madelieven omhoog. Boven mijn hoofd zoemde een drone door het oudste meisje bestuurd, die ook bij de kinderen beneden hoorde. Plukjes mensen verschansten zich in de ondiepe ‘duinpannen’. Iets verderop een vrijend paartje. De aanblik van alles was zacht en gemoedelijk. Grote zwerfkeien daagden twee kleine jongens uit om te gaan klimmmen. Toen de jongste viel, schalde de stem van de vader waarschuwend dwars door de stilte heen.

Grote logge schepen kliefden opmerkelijk snel voorbij. De meeuwen die tot dan toe aan de kant hadden zitten soezen, vlogen op en cirkelden erachter aan op zoek naar de bijvangst van het omgewoelde water. Op een van de pieren stond een man en keek in het oneindige, vervolgens naar de spelende kleintjes in het water en daarna naar de lucht. Een filosoof, een dromer, of stond hij zo maar wat te peinzen.

Ik zocht een plastic tas om de stenen in te doen, maar vond het niet, dus bleef het bij twee. Anders had ik er meer geraapt. Mooie gladde kiezels te over op de oevers.

Aan de horizon schilderden de kerktoren en de huizen van Ameide, als een lang zwart lint, een compleet schilderij bij elkaar. Het blauw van de lucht spiegelde bedriegelijk in het water, dat in werkelijkheid modderig en bruin was. Het voetveer lag stil en buiten gebruik. Volmaakte rust, ook in het hoofd.

Het was na drieën. Tijd om het pakket op te halen. Nu van de dijk af, dat op de heenweg de nodige laveerkunst had gevergd met zelfs tractoren, die er reden. Het was er veel te smal. Met niet teveel omwegen richting Montfoort en de Meern binnendoor naar het Muntplein waar ik de pakketpost wist. Een kwartier later liep ik richting de kleine blauwe. Het pak was groter dan gedacht.

Een maand geleden besteld, maar na heel veel heen en weer gemail en gebel, eindelijk in mijn bezit. Het plantentafeltje. Een Zweeds pakket was niet voor de eerste de beste knutselaar. Hoewel overduidelijk met plaatjes en de juiste schroeven, duurde het toch weer langer voor ik begreep hoe ze het bedoelden. Even laten betijen en dan de draad weer oppakken was in zo’n geval de beste remedie. Dat had effect. Een half uur later stond het op haar stek met de planten erop. Mooi en handig. Zoonlief had de schroeven nog extra aangedraaid en twee schroeven, die uitstaken omgedraaid. Bijna goed.

Zuslief appte of ik het de volgende dag aandurfde, mee te gaan naar De Blauwe Kamer in Rhenen. Snoetjes op in de auto en natuurlijk, dan wel. Ik snakte naar wat verruimend inzicht, afleiding, een andere focus. De Blauwe Kamer is een groot natuurgebied onder aan de Grebbeberg, waar het water van de Nederrijn doorheen loopt. De vogelhut werd al wel gesloten omdat er teveel bezoekers kwamen. We gaan het zien. Als het te druk blijkt, nemen we de kuierlatten.

Uncategorized

Tussen toen en nu

‘Waarover spraken zij, die drie daar op dat hek…’ En over ons, dik aangekleed en weggedoken in de warme sjaals: ‘Waarover spraken zij die twee daar op die plek’ in variatie op een thema. Eerlijk gezegd hoorde ik dit kinderlied niet op het moment suprème, maar pas toen ik de foto zag van de aalscholvers, die parmantig, de kopjes naar elkaar toe, schijnbaar roerloos genoten van de middagzon.

Om half drie stond ik voor de poort bij vriendin en we liepen van daaruit richting de plas, de zo vertrouwde woonwijk door, de trambaan over, de oude school als glimp voorbij, de fietsers en scooters ontwijkend die langs ons schoten. Op de kruising bleven we staan. Linksaf voor de grote trek en rechtsaf voor de kleine. De laatste minder mooi en weliswaar door een hoge heuvel afgesneden van het drukke wegennet daarachter, maar niet verschoond van het bijbehorende lawaai. Links trok de weidse stilte en de afstand zou groter zijn, maar er viel misschien wel ergens even uit te rusten.

De plas was geen recreatiegebied. Het was helaas zelfs de meest vervuilde plas in de omgeving. De watervogels, meeuwen en aalscholvers gedijen er wel. De bodem was drassig en dwong ons om op het pad te blijven. Ook nu waren er meer wandelaars dan gewoonlijk op de been. Afstand houden zat niet bij iedereen ingebakken. Het kostte best behendigheid om af en toe de dans te ontspringen. Veelvuldig pasten we de ganzenpas toe. Twee guitige jonge kinderen zeiden met open blik gedag en floten hun hond, die om onze benen dwarrelde.

We hadden veel uit te wisselen, want het was inmiddels alweer een goed half jaar geleden dat we elkaar hadden gezien. Lopen en praten waren voor mij eigenlijk twee los van elkaar staande handelingen, maar tegelijkertijd was er niets fijners dan een gesprek al lopend te voeren. Voortdurend wees ik het tempo van vriendinlief op ‘kuieren’ als ze met stevige tred weer vaart maakte. Als vanzelf, terwijl de ogen over de uitgestrooide schoonheid dwalen, ontstond er wat filosofische of poëtische diepgang. Met spijt in het hart wist ik het fototoestel op de eettafel. Op het laatste nippertje had ik verzuimd hem in mijn jaszak te graven, toen lege flessen en twee vuilniszakken om de aandacht schreeuwden bij het vertrekken. De oude Iphone trok het om een paar verse indrukken vast te leggen, maar was daarna ook op.

Een keur aan kleurrijke beelden. Gouden rietpluimen in plukken bij elkaar, grauwe ganzen die druk snaterend imposant de veren spreiden, klokkende meerkoeten en snel wegschietende waterhoentjes met als rustgevende kern twee zeilende witte zwanen, doodgemoedereerd tussen het tumult door. We gunden de kloppende knie wat rust bij de skibaan, op twee pallets, daar kennelijk neergezet om twee vermoeide vrouwen even te laten laven. Het blauw van de plas wedijverde met het hemelse blauw erboven. Een uur wandelen bleek al gauw met heen en teruglopen anderhalf te zijn geworden. Goed voor 9075 stappen gaf de gezondheidsmeter aan en de eerste wandeling van formaat sinds twee maanden.

Aan het eind van de tocht reed een buurjongen van vriendin voorbij. Een oudleerling, die verbaasd mijn naam riep en naarstig van de fiets afsprong. Niets verandert natuurlijk, alleen langer haar, maar dat ging er bij het openstellen van de kappers, af. Hetzelfde guitige koppie, de zelfde olijke blik. Hij weerspiegelde de jaren die er naderhand bijgekomen waren, sinds hij als vierjarige bij mij binnen liep. Ruim 25 schatte ik in. Vriendin en ik vervolgden de weg en namen afscheid met de belofte gauw weer eens naar Amelisweerd te gaan, waar de veldkeuken allerlei gezonde heerlijkheden verkocht en waar banken te over stonden. Wijselijk besloten we om de ontmoeting buiten te eindigen en geen versnapering binnen te nemen. Toen ik in de auto stapte, voelde het lijf met verve in elke vezel die 25 jaar tussen toen en nu.

Uncategorized

Een wijze raad om niet in de wind te slaan

Na bijna twaalf maanden tegen zijn ondoorgrondelijke kop(excusez le mot)aan te hebben gekeken, mocht B.I.G.eindelijk ingelijst en wel, met gouden kettingen en al naar het huis van zoonlief. Hij was er net zo verguld mee als de sieraden om de nek van de rapper. Het doek met Kluivert en zijn beker stond al langer bij hem binnen tegen de nog maagdelijke muur, maar nu waren de twee weer herenigd. Met de lijsten erom was het een mooi cadeau voor het nieuwe huis. Afstandsknuffie en zoonlief kon een van de muren gaan verven. Missie geslaagd.

Inmiddels was de mist verdwenen en de zon al paraat als opwarmer deze middag. De tafel met het houten blad, die buiten voor het atelier stond, was gaan bladderen. Acrylverf genoeg in de kast, een mooie gelegenheid om daarmee aan de slag te gaan. Binnen een mum van tijd was het hetzelfde appetijtelijke tafeltje van vorig jaar. Het kon er weer even tegen.

Daarna waren de overgebleven wilgentakken aan de beurt. Aan de andere kant van de nieuw gevlochten schutting was er nog een open plek. Een van de stammen van de vlier was mooi van hoogte en precies de goeie maat om er tussen te zetten. Geen hamer in de buurt maar geen nood. Van neeflief had ik na zijn overlijden wat gereedschap van onze opa geërfd en daar zat een houten mal op voet bij, dik en massief, houtig genoeg om mee te hameren. Dus timmerde ik de vliertak de grond in. Dat klinkt makkelijker dan het aan energie kostte, maar het lukte. Met moed, geduld en beleid vlocht ik de takken in. Een bescheiden opstaande rand was het resultaat. In het najaar konden er nieuwe wilgentakken aan worden toegevoegd. Roodborst kwam nieuwsgierig kijken en bleef een wijle hangen ter goedkeuring van de onderneming.

Er bleef verder niets anders over dan wat dood hout te verknippen en over het verse groen te leggen als bescherming tegen de frisse dagen die straks zullen volgen. Het allerlaatste restje dunne twijgen wilg vlocht ik in de oude afscheiding achter in de tuin. De zon scheen gefilterd door de brede haag van de Oude en zette het licht aan van de kleine lantaarntjes van de nachtschade.Wat een prachtig gezicht. Het dode hout daarvan nog maar even sparen, want dit was weer zo’n onnavolgbaar stukje schoonheid van moeder aarde in combinatie met de bijzondere lichtval, die dan ineens in het oog springt. Kleine lantaarntjes, lieflijk maar niet zonder gevaar.

Daarna was de koek op. De achterbuuf was er inmiddels en om vijf uur troffen we elkaar in ‘klein Italië’, haar terras pal op de zon voor haar huisje. Een Pinot Grigio en wat brusschetta met toost als mediterrane elementen en gespreksstof genoeg. De kou trok gestaag op. Tijd om op te breken. We liepen samen terug langs de sloot, huiverend in de laatste zonnestralen. Er stond één auto op de kleine parkeerplaats naast de kleine blauwe prins, dus het hek ging, volgens afspraak, op slot.

Als alles goed gaat, staat er een kleine wandeling gepland met een van mijn lieve vriendinnen. Er is nog steeds te weinig lucht, de knie barrelt haar bewegingen bij elkaar, maar de conditie is nul en het is fijn om een en ander aan beweging weer op te pakken. Kijken of de longinhoud daar ook blij van wordt en anders weer een stap terug. Ach ja, het is net schaken, dat leven. Een zet vooruit, twee zetten terug, schaakmat of alleen mat, paardensprongen zijn af te raden. Een wijze raad om niet in de wind te slaan.

Uncategorized

Eenwording binnen handbereik

Gisteren lag er een dikkere enveloppe in de brievenbus. Het bleek van vriendinlief te zijn. Een eeuwigheid geleden liepen we vier jaar samen op tijdens de opleiding voor kleuterleidster. Een innig groepje van vier ziet elkaar nog steeds elk jaar. Soms kon er wat meer tijd tussen zitten, dan weer werd er vaker een dag ingelast, maar altijd waren de gesprekken op zo’n dag allesbehalve prietpraat. Diepgang over de wijze van in het leven staan, het ware geluk. De boodschap die mijn vriendin nu bracht was haar concept voor de zin van het leven met de prachtige kleurrijke vloeiende doeken als afbeelding erbij. Woord en penseel ineen gevloeid. Het had als titel: ‘Leven is… Opgedragen aan iedereen waar ze van hield, die ze een warm hart toedroeg of waar ze fijne herinneringen mee heeft gemaakt. Een alternatief voor een groot ‘jubileum’feest, een feest in boekvorm waarbij iedereen in het licht werd gezet door vriendin zelf. Ze kwam binnen, zweefde uit de bladzijden omhoog en raakte rechtstreeks de ziel aan. Ware deelzaamheid.

Die middag voor deze ontdekking was ik op mijn dooie akkertje naar de tuin gewandeld. Om de schutting te bewonderen, de buurtjes de hemel in te prijzen en de dunste takken van de vlier fijn te knippen, zittend op de regenton, waar ik een late middagzon kon vangen. In mijn simpele gelukzaligheid mijmerde ik over een gesprek dat ik voerde met mijn leesmaatje schuinachter. Ze vertelde over de wonderlijke vierdelige romancyclus van Wessel te Gussinklo’s met Ewout Meyster als hoofdpersoon. Daar kwamen we op naar aanleiding van het boek van Jeroen Brouwers ‘Cliënt E. Busken’, dat ik aan het lezen was. De overeenkomst was, dat je bij beide boeken in het hoofd van de hoofdpersoon kroop, een niet altijd eenvoudige symbiose. Zeker niet als het denken zo verschilde. Het vergt opperste concentratie. Daarnaast was het boeiend te beseffen, dat schijnbaar suffende ouderen in de conversatiezalen en de gangen van verpleegtehuizen konden leven in een compleet andere denkwereld, in een eigen tijd.

In al die jaren dat ik in dergelijke verpleegtehuizen heb rondgelopen heb ik me vaak afgevraagd, wat er toch in de hoofden van de zwijgende medemens omging, maar ik heb er nooit naar gevraagd en ik heb het ook nooit besproken of bespreekbaar gemaakt. Wel bedacht waar al dat gesuf en gestaar, het lijdzame ondergaan, aan gedachten op kon leveren. In zijn laatste jaren voegde onze vader zich bij die zwijgende massa, behalve als hij het spuugzat was. Dan haalde hij zijn gram in zwak verzet tegen de geldende regels door woest met de arm te maaien. Nu, zo oud als hij, moet ik er niet aandenken op die manier afhankelijk te zijn van anderen, laat staan de dag door te brengen in dat schamele bestaan ter grote van een bed en een nachtkastje, met een uitloop naar de conversatiezaal, waar anderen mede bepaalden wat er aan informatie via tv of radio binnenkwam. Ontdaan van vrije wil blijft er niet veel anders over dan je terug te trekken in je eigen hoofd. .

https://www.npostart.nl/de-wereld-van-de-chinezen/21-02-2021/VPWON_1314551

Het laatste deel van Ruben Terlou: ‘De wereld van de Chinezen’ heb ik vanmorgen teruggekeken. Het meest onder de indruk was ik van de ervaringen die de in Nederland geadopteerde Chinese vrouwen deelden. Het geplaag en de scheldwoorden, die ze naar hun hoofd geslingerd kregen en hoe de een zich hier volkomen thuis voelde en de anderen altijd een hang naar China bleven houden. Diepgewortelde genen. Wat zorgt er toch voor dat je mensen moet uitschelden, wat maakt toch, dat je op die manier naar mensen kijkt. Er zullen nog veel grenzen geslecht moeten worden om te kunnen accepteren dat ieder mens van vlees en bloed onder het lapje huid in niets verschilt van elkaar. Vriendin weet het. Op onze gezegende leeftijd omvatten hoofd, hart en handen elkaar en ligt eenwording binnen handbereik.

Uncategorized

Een kunstwerk op zich

Het Schreihuisje in Schiedam roept associaties op met de klaagmuur. Mensen die biddend en buigend het wel en wee bespreken ten overstaan van de dat harde gesteente. Verzoeken en gebeden vinden hun weg in de vele spleten. Klagen in de ruimste zin van het woord. Stel je voor dat er een plek was waar je naar hartelust mocht jeremiëren en foeteren over alles wat fout was of dreigde te gaan. Wat een opluchting als je het gram als pakketje ergens neer kon leggen. En dan voor het verdriet nog een Schreihuisje ernaast. In werkelijkheid was het een simpele wachtruimte om te schuilen bij striemende regen en lang daarvoor een wachtruimte voor de vrouwen en kinderen die achterbleven als het schip met hun mannen de haven uitvoer. Wat een prachtig woord en wat een aangename manier van verdriet verwerken als je luid krijtend het hart kan luchten en het gemoed verschonen door een aanhoudelijke stroom. Verdriet gevangen in tranen.

Ik kende dit Schreihuisje uit Schiedam niet, maar Sarah van Binsbergen schreef er gisteren in het VK over in de rubriek: ‘Kunstwerk v/d week’ en ik keek mee over haar schouder, getriggerd door het woord, dat het werk vergezelde. ‘Oevers’ van de kunstenaar Tobias Lengkeek. De lokale stichting Mooi Werk had aan jonge Kunstenaars gevraagd, werk te maken voor deze beperkte ruimte, zodat het te allen tijde, ook in deze lockdown, te bewonderen viel. Het werk van Lengkeek ‘is een schilderij en een sculptuur ineen‘. Een van hout gemaakte twaalfvlaksvorm, waarbij elk paneel is beschilderd met oevers, waarbij je jezelf op het water waant. Dat is niet het enige opmerkelijke. Het werk kan er niet uit. Iedereen die het schreihuisje binnengaat mag het object als een grote twaalfkantige dobbelsteen om en om rollen. De vergankelijkheid is geen bezwaar, integendeel. Het doet Sarah denken aan het werk van de Amerikaanse kunstenaar Sam Gilliam met zijn ‘drape paintings’. Evenals Lengkeek zoekt hij ook de grenzen op tussen schilderkunst en sculptuur. Hij haalt ze uit de sponningen en hangt ze in draperiën op en waar de doeken elkaar raken ontstaat de ware schoonheid, net als bij de raakvlakken van het werk van Lengkeek.

Met dat verhaal werd ik teruggeworpen in de tijd toen de kinderen uit mijn groep op een groot eindfeest gewapend met speelgoedauto’s in alle soorten en maten kleurrijke acrylverf over een groot wit laken uitreden. Alleen had ik nooit het idee gehad om het te draperen. Kunst was het, dat stond buiten kijf en de kinderen waren maar wat trots op hun abstracte schilderij. Toch een beetje in de stijl van Gilliam. ‘Wheeler-Art’ in optima forma. Een heerlijke bijkomstigheid was, dat iedereen, niemand uitgezonderd, mee kon doen. Kunst verbindt. Toch eens naar Schiedam afzakken om dat Schreihuisje met eigen ogen te aanschouwen. Wie weet wat het los zou maken.

Het stond haaks op de bezigheid van die vrijdag, want rapper B.I.G. werd juist gekaderd in zijn zwarte lijst. Dochterlief transformeerde even in een ware moederchimpansee, toen dochter van twee haar niet los wilde laten en ze, op de grond, met de twee klemmende armpjes strak om haar heen, zittend de lijst vastschroefde. Aandoenlijk beeld, maar vooral het gemak waarmee ze het ‘ongemak’ accepteerde en rustig doorging met haar bezigheden.

We pakten het in in het enige papier dat ik in huis had. Fleurige sinterklazen kondigden cadeautjes aan. Klaar voor zoonlief, voor zijn nieuwe lege muur. Vandaar mag B.I.G. straks uitkijken over de tuin en het kleine park achter het huis.

Toen de karavaan weer vertrokken was, maakte ik een noedelsoep klaar. Krachtvoer, want ik was de hele ochtend al niet lekker en benauwd. Vermoedelijk toch teveel hooi op de vork genomen in de afgelopen week. Achterbuuf van de tuin appte, zij en buurman waren vast begonnen met de schutting en ze stuurde een foto mee. het zag er prachtig en krachtig uit. Buurman had de rest van mijn vlier en wilg ook nog omgezaagd. Daarvoor heb je vrienden, denk ik dan. Wat een lieve geste. Een kunstwerk op zich.

Uncategorized

Haar dagelijkse ochtenddutje

De zon opent glorieus haar gordijnen voor deze nieuwe dag. Opnieuw vroeg uit de veren omdat vandaag het tweede doek voor zoonlief, die van B.I.G. de rapper, ingelijst wordt. Dat betekent de kleine filosoof, kleindochter en dochterlief om tien uur voor de deur. Het etentje gisteren was in goede aarde gevallen. Zoonlief zat te smullen en de Benjamin maakte alles schoon op wat nog restte. Fles Sauvignon en een zak met kraak voor mij. Lief. Ajax won met 2-1 van Lille. Zijn avond kon niet meer stuk en de mijne natuurlijk ook niet.

Daar zijn de twee wiedkrukjes

Het dagje rust heeft goed gedaan. De knie heeft inderdaad mijn geplof op het wied-krukje moeten bezuren. Dat zijn dus de kleine dingen, waar vanaf nu zorgvuldiger op gelet zal worden. Zo leren we vanzelf bij. Iedere handeling op de automatische piloot bijgeschreven als leerpunt.

https://www.npostart.nl/de-geknipte-gast/24-02-2021/BV_101404725

Vanmorgen vroeg heb ik voor de ochtend-hazenslaap ‘De geknipte gast’ teruggekeken. Özcan Akyol in gesprek met Frénk van der Linden. Een indringend verhaal dat begon met het voorlezen van een passage uit zijn boek: ‘En altijd maar Verlangen’ met als ondertitel ‘De liefdesoorlog van mijn ouders’.

De vragen die Özcan stelde waren recht op de man af en beiden, zowel bij de vraag als het antwoord, keken lang en indringend elkaar aan bij elke zinsnede. Ook stilte kan veelzeggend zijn. Het was een verhaal van verliezers. Geen van de hoofdpersonen uit dit gezin waren als overwinnaars uit de strijd gekomen. De moeder koos op een gegeven moment eieren voor haar geld en verliet haar kinderen en de man, van wie ze zei: ‘dat hij nog liever onder zijn vrachtwagen lag dan onder haar’. Deze relatie werd gekenmerkt door leed, er was een minnaar in het spel, de vader kon niet op tegen de geestelijke mishandeling van de moeder, een scheefgegroeid gezin. De kinderen waren door de verdwijning van hun moeder kwaad op haar en wilden geen contact. Tien jaar lang had haar zoon haar in de ban gedaan, maar achteraf spijt gehad als haren op het hoofd. Moeder, vader en kinderen hadden een flinke knauw gekregen door alle gebeurtenissen en zo erg dat alles wat met ‘voelen’ of ‘huilen’ te maken had, naar een verre uithoek was gegleden.

Zijn gevoel raakte zodanig geblokkeerd dat zijn twee eerdere relaties mislukten en wat nog belangrijker was, het bleek onmogelijk om zichzelf te omarmen. Heftig om te horen. Het contact met de moeder herstelde zich wel en resulteerde elke maandag per week in een etentje bij de Chinees. Op de terugweg van een van die avonden zei zijn moeder tegen hem: ‘Ik denk dat jij er altijd al was, allang voordat jij in mijn schoot viel en ik noemde dat verlangen’. Frénk vond dat pure Poëzie.het betekende dat ze altijd van hem gehouden had. Totale onvoorwaardelijke liefde. Özcan vroeg zich af of hij daar dan niet nog somberder van werd, maar Frénk was er veel positiever over. Een indringend interview. Twee mannen op anderhalve meter tegenover elkaar in die prachtige ouderwetse barbier-stoelen van wit en rood skai, het glimmende chroom, alles in tweevoud gespiegeld. Indrukwekkende manier van filmen met de zwart/wit beelden in detail er tussendoor.

Het is zo spijtig, dat er door een onervarenheid, een onbewust besef van wat het kind wordt aangedaan, dergelijke stappen worden gezet. Het broddellapje met een hoge prijs, de kans verkeken om het ooit weer over te doen. De boosheid om het weggaan van de moeder gevoed door het grote verdriet van de vader met ten leste de wetenschap dat de keuze weg te gaan eigenlijk het allerbeste was en dat het verdriet omgezet in woede niet nodig was geweest. Door de jaren heen verzachtte alles wat een vlucht genomen had en was er een verzoening die resulteerde in een hersteld contact met allen.

Daar zou een mens toch best wel eens een toverstokje voor willen gebruiken. Om de pijnpunten uit het verleden weg te nemen en de harmonie voor allen, ook al ben je niet meer samen, recht te breien. Er zat een ‘eind goed al goed’ aan het verhaal, maar dat bleef hangen in een opmerking, die en passant gemaakt werd door Frénk. In de droom die volgde kwamen de schrijnende items in vlagen terug.

Een van de vele ochtenddutjes

Pluis kwam me wekken, nestelde zich op de sprei ter hoogte van de knieën en vleide haar kopje tegen het bergje. Warm en uitgebreid begon ze aan haar dagelijkse ochtenddutje.

Uncategorized

Afwachten maar

Een opsekopse donderdag door het telefoontje van zoonlief. ‘Ik kom er over een half uurtje aan’. Dat betekende in stroomversnelling de ochtendrituelen, kamer inspecteren, zwabberen, ruimen. Ziezo, puf puf, klaar voor de ontvangst. Weer een telefoontje. ‘ Zullen we gaan wandelen’. De zon scheen uitbundig, alles tjilpte lente en de coronaveiligheid was gewaarborgd in de frisse buitenlucht met deze fysio-zoon. De kleine zat in een oogverblindend neon-oranje in zijn wagen en hield de bal vast alsof hij ’s werelds grootste diamant in de vingers had. Heerlijk zonnig speeltuinweer en bij de vakantievrije scholen schommelde de wind zachtjes heen en weer en hing de basketbalkorf er doelloos bij. De bal mocht los en de kleine voetballer erachter aan. Zijn taalrepertoire bestond uit bal, goal en papapapa, soms zei hij iets wat verdacht veel op mijn naam leek. Het dorre gras op de tegels in plukken, een slappe variant van het tumbleweed in een verlaten Texasdorp, was het ook waard om nauwkeurig bekeken te worden. In de mond steken ging toch een brug te ver. Zand erover. Om twaalf uur waren we uitgespeeld en slenterden weer op huis aan. Luchtkushanden en een luchtomhelzing, tot gauw, tot later, een gestolen zoen op de krulletjes. Dag lieverds.

Gisteren waren de drie van dochterlief al op de tuin geweest. Ook buiten, ook op afstand, schoonzoon achter in de tuin, want hij was heen en weer geweest voor zaken naar Frankrijk. De knikkers van de Plus lagen in hun papier op tafel, een stapeltje gespaard, dankzij een oudleerlinge die bij de Plus een en ander regelde. Als je knikkers hebt schreeuwen ze om een knikkerbaan. Het was echter gras, gras en nog eens gras, wat de klok sloeg. Dat schoot niet op. Zelfs het straatje had een wintervacht gespaard. Dochterlief begon enthousiast te trekken aan wat pollen. De kleine ondernemer schoot direct bij. Vond het leuk werk en wilde een lange baan, vooral toen er een tegelsteker en een schepeltje(niet over de tegels, jongens) aan te pas kwam.

Dribbel functioneerde als stoorzender en als kleine dwingeland. Zijn ‘ Nee’ werd kracht bijgezet met een stokstijf nagelen op de plaats, armen voor de buik over elkaar gevouwen en hoofd tussen de schouders, de mondhoeken omlaag en een diepe frons boven de ogen. Nee dus. Met een stoffer, die tussen de weerbarstige armen werd geduwd was hij even afgeleid, maar daarna moesten er toch weer wat grenzen worden onderzocht. Tot hoe ver kan je gaan als kleine dribbel. Zodra hij een muziek op de telefoon van zijn moeder mocht luisteren en het leven een dansante wending nam, was het leed voor een poosje geleden. Tevreden wiegend maakte hij pas op de plaats.

Onder alle grassen kwamen de oude klinkertjes terug en in volle glorie. Waar een knikkerbaan al niet goed voor is. Het knikkeren was leuk. De oudste was er klaar mee na een potje, maar toen dochterlief mee ging doen, de Knikkerkampioen, werd zijn broer steeds enthousiaster en zelfs bij het verlies van een potje blonk er slechts bewondering voor de kunsten van zijn moeder in de ogen.

Het laatste stuk van het straatje hadden we laten zitten, maar na het uitzwaaien raapte ik de moed bij elkaar en ging zelf aan de slag. Helaas koos ik onnadenkend het wiedkrukje uit, dicht bij de grond en handig, maar niet voor het doorbuigen van de knieën. Wie zich brandt, moet op de blaren zitten. Zo snel gaat dat dus.

Het is vandaag de dag van de zonen. Straks komt de andere helft van de tweeling eten, vroeg want voordat de wedstrijd van Ajax zou aanvangen. Een lievelingsgerecht. Simpele groene groenten, rijst en een kippendij. Niet teveel saus, maar de pure smaken. Hij weet wel wat lekker is. Vandaag is verder dus een verdiende rustdag. Tijd om ‘Het geheim van de Meester’ en ‘Ruben Terlou zijn zoektocht naar de Chinezen in Nederland’ te bekijken. Wie wat bewaart die heeft wat. De lucht trekt al iets dicht, maar nog steeds is het lekker warm. Het huis ademt gretig de schone lucht in die door de open balkondeuren stroomt. Buiten ontmoette ik ramen-zemende buurvrouwen onafhankelijk van elkaar. De schoonmaak begint te kriebelen.

De knusse wintersfeer mag oplossen in de lentewarmte en de eerste bloeiende narcissen in de potten op het balkon. Alsof het zo moest zijn, verloor de Amaryllis een voor een haar laatste bloemen. Al is er nog een zijscheut, goed voor het laatste staartje winter dat nog ongetwijfeld zal komen. Afwachten maar.

Uncategorized

Nieuwe dadendrang

Het kon er niet meer bij gisteren, de twee demissionaire vertegenwoordigers. De tuin is het dankbare toevluchtsoord, mijn eigen stek in deze dagen, een echte ‘plek onder de zon’. De aangekondigde mondjesmaat maatregelen met grenzen die volstrekt willekeurig lijken te zijn getrokken, vormen een grillig bergje naast me. Ik blijf in mijn eigen lockdown en hoef voorlopig niets. Daar was deze periode goed voor. Loslaten, ontbinden, minimalisme en verder niets, wat mij betreft. ‘De Wilde Stilte’, het tweede boek van Raynor Winn is uitgelezen. Als je wat van het leven wilt begrijpen zijn deze twee juweeltjes echte aanraders. Leven met de natuur, ontdekken dat tijd niet bestaat, maar dat het verandering heet. Tijd is een begrip door onszelf bepaald, ‘een constuctie door mensen bedacht om veranderingen aan te geven’ en de natuur, vooral de IJslandse ruige natuur, overgeleverd aan haar kracht en de beweging diep in de aarde, de lucht, het water, bracht juist dat in beeld en het komt binnen via dit prachtige verhaal.

Er is een passage die moed geeft. Iets wat we allemaal weten, maar zeggen en doen is twee. Dat je ouderdom kan hendelen, als je de angst voor eventuele gebreken neerslaat. Stramme gewrichten roepen voorzichtigheid op. Vergeet de angst om iets te overkomen. Beweging kan zoveel meer brengen. De concentratie op een hoger doel kan die vrees doen vergeten, waardoor er veel meer mogelijk blijkt. De ziekte van haar echtgenoot sluimert voort, maar door de barre tocht in het onherbergzame IJslandse gebied wordt het lijf voortdurend uitgedaagd en zet de aandoening op een verkeerd spoor. Niet alleen de elementen en hun grillig verloop zijn er debet aan, maar ook de wilskracht en het temmen van de weerstand, die de natuur, haar stromingen, het grommen der aarde, hen oplevert. Voortdurend ziet ze in zijn ‘oude’ gestalte de jonge verschijnen. Mooier valt die eenwording van tijd niet te verwoorden. Een worden met alle veranderingen die een mens kan ondergaan door het leven heen. Het raakt me diep.

Een van de lieve vriendinnen schrijft dat mijn tempo van boeken lezen hoog is, maar ik weet dat het komt door het verhaal, dat me volledig heeft ingepakt en dat veel verder gaat dan een ruige tocht, het overleven, of het doorzettensvermogen en hun alles sturende innige liefde. Het is met name de ontdekking deel van het geheel te zijn, die hen op een hoger niveau brengt. Het leven omarmen. Iets om naar te verlangen als het niet binnen je bereik ligt.

Het maakt dat de vraag, of je dat aan zou kunnen, blijft zweven. Het zorgt ervoor dat ik de tijd met de Wijze in de binnenlanden van Spanje en de tocht door Skandinavië nog eens over had willen doen. Toen 18 lentes jong en nu zoveel wijzer, minder verwend, meer kunnen afzien, imperfectie weten weg te breien tot aanvaardbare lapjes. In ieder geval had het anders uitgepakt, als ik niet de vermoeidheid, de hitte, de droogte, het stoffige of juist de regen en de kilte allesbepalend had laten zijn. Zo leren we nog eens wat bij. Trotseren en daarmee rijker voortgaan.

‘Natuur beleven’

Doorzetten is iets wat steeds meer in mijn bagage is gaan zitten en valt met alle ouderdomskwalen vandien goed te gebruiken. Op kleine schaal, op microniveau zeg maar, beleef ik dat wat beschreven wordt. Elke overwinning wordt aan de balk van (minieme)zegetochten bijgespijkerd en is goed voor de bijbehorende trots, stimulans tot nieuwe dadendrang.

Uncategorized

Over relativeren gesproken

Saharastof dat de zon sprookjesachtig versluiert. Iets voor een duizend-en-een-nachtsprookje. Na mijn aardse wilgetakkenknipperij en met twee vuilniszakken vol afval in de hand nam deze Assepoes dat bijzondere verschijnsel waar, omfloerst door een palet aan grijstinten, een sliert ervoor en later eromheen. Adembenemend prachtig.

Net geprobeerd contact te maken met de digitale asssistente van een bepaald Zweeds warenhuis. Geen zinnig woord uit te krijgen als je het monotone riedeltje van vragen met multiple choise niet op dergelijke manier kan beantwoorden. Straks maar eens bellen. Bij de bestelservice staat dat het drie dagen geleden is bezorgd, maar dan kennelijk niet op dit adres. Waar is mijn plantentafeltje? In het kader van ‘groen moet je doen’ had ik alle grote planten naar beneden gehaald. Terug naar mijn nostalgische kamers vol planten van vroeger. Een etagère leek me handig. Even het gesprek afwachten. ‘De soep wordt nooit zo heet gegeten, als hij wordt opgediend’, fluistert het verleden in mijn oor. Geduld, geduld, geduld. Nog een geluk dat het geen Zweedse balletjes gehakt waren. Het was vorige maand al besteld.

De handen zijn wat stijf van het knipwerk. ‘Het knipvrouwtje’ zei achterbuurvrouw. Het was wel meditatief. Het laatste staartje moet vandaag. Dan is het daarna tijd voor de schutting. Morgen haalt buurman de palen op, waartussen gevlochten kan worden. geen wilgestaken want die lopen steeds uit en als je even niet oplet heb je er weer een wilg bij.

laatste staartje

Er stond een mooie quote in de Tijdsgeest van Maame Joses, over het belang van aanraken. Ze struikelt over de polarisatie. Iets dat je bijna belemmert om een normaal gesprek te kunnen voeren en wijt dat aan het gemis aan aanraken. ‘Probeer maar eens ruzie te maken met iemand van wie je de hand vasthoudt-dat lukt je niet’. Mooie gedachte. Daaráan vooraf haalt ze aan: Ik zei wel eens tegen mijn dochter als ik kwaad of chagrijnig ben, kom dichterbij. want als je dichterbij bent is het moeilijker kwaad op je te zijn‘.

In aanraken verbinden. Een mooie gedachte. Het is wat ik het meeste mis. Daarnaast is er een interview met een meneer, die helemaal opleeft in deze tijd, juist omdat hij niemand hoeft aan te raken of tegen te komen. Hij is autistisch en voelt zich eindelijk thuis in de wereld. Grotere tegenstelling bestaat natuurlijk niet, maar het is wel goed om erover na te denken. Wat voor de een de heilstaat is, hoeft dat voor een ander niet te zijn. Met dat idee voor ogen is het allemaal weer betrekkelijk. Want wat weegt onze tweejarige isolatie op tegen een levenslange kwelling van deze man. Dan gun je hem bijna die twee jaar van thuiskomen.

Alles is maar betrekkelijk’. Bij het speuren naar de betekenis hiervan, stuitte ik op iemand die de juistheid van deze spreuk in twijfel trok, omdat het ook de spreuk zelf zou gelden. Het draait echter om de betekenis, die men aan het woord ‘betrekkellijk’ geeft. Ik weet zeker dat mijn moeder het gebruikte in de context, dat alles ook weer voorbij zou gaan. Zo snijdt het hout. Alles is vergankelijk, zelfs iets dat we qua duur en lengte niet kunnen overzien. En dat is op zichzelf een geruststellende gedachte. Net als het idee dat er op dit moment een aantal mensen rond lopen met het prettige gevoel eindelijk zichzelf te kunnen zijn. Over relativeren gesproken.

Uncategorized

Tijd te over

De kleine filosoof bleek ineens een stoere sterke man van zes, zoals hij stond te goochelen met de takkenschaar, die half zo groot was als hijzelf. Dochterlief hield de wankele trap en de knipbewegingen van de schaar nauwlettend in de gaten. Waar gisteren voor mijn voeten slechts lege stilte te vinden was, stroomde het nu over van de nieuwe aanvoer aan wilgenhout. In gestaag tempo knipte ik door. Alle zijtakken eraf, mooie grote staken om mee te vlechten bleven over. Dochter zette haar beste beentje voor onder het motto: ‘Als je ergens aan begint, gaan we door tot het gaatje’. Waar kende ik dat ook alweer van. Schoonzoon kwam om een uur of drie met kleindochter en zaagde de laatste grote takken af. Nu stonden er weer zes kale knotten op het erf, zeven eigenlijk, maar de middelste had ik aan het begin van de winter al te grazen genomen.

Lafenissen tussendoor met water en crackers en aan het eind met een fijne Chardonnay in de laatste zonnestralen. De kleinste beentjes dribbelden hun gangetje, trokken aan de bel, wandelden over de takken, en ineens was het plons. Waar plons is is water en in dit geval was ons schatje in de kleine vijver gestapt. In recordtempo werden de natte bullen uitgetrokken, oma had een lekkere warme grote sjaal en van een oude trui fabriceerden we een broek. Het kwam vermoedelijk door het winterwier, dat er bedriegelijk groenig had uitgezien voor twee-jarige ogen. Wat een avontuur. Daar moesten we allemaal van bijkomen, gelukkig was er én de auto én de fiets. Voordat ik van de tuin weg was, had ze veilig en wel thuis al heerlijk gebadderd en lekker gegeten en vanmorgen meldde dochter dat ze zalig had geslapen. Geen centje pijn, maar o, was dat schrikken.

Het bracht me bij die keer dat mijn hart me in de schoenen zonk en je even niet meer weet, hoe je het hebt. Er was een verjaardag van broer. Hij en zijn vrouw woonden achter de melkboer op de grens van het polderland, lieflijk huisje in het groen. De tweelingbroers waren kleine stappertjes van rond de vier jaar. Ondernemende onderzoekers, die altijd achter de dingen wilden kijken. Zo ook, had ik kunnen weten, bij de sloot. Maar ach, hoe vaak had ik zelf niet aan de slootkant gelegen op zoek naar salamanders en torretjes, Dwars door al het borrelgelach en feestgedruis heen hoorden we ook plons, of kwam er iemand naar binnen gerend. Dat is me ontschoten in het tumult en de ophef van het ogenblik. De grootste van de twee was ondersteboven op zijn kop in de sloot beland. Natte bullen, verwonderde ogen en lichte hectiek. Vroeger dan voorgenomen, gingen we richting huis, met het drijfsijsje achterin, zijn geschrokken broer ernaast en smeuiïge verhalen voor andere verjaardagsfeesten tot in lengten der dagen.

Het was fijn, dat er geen sloottrauma uit voort kwam. Nu maar afwachten of vijverangst is geboren. Een van de eerste klussen wordt in ieder geval, het groene alg eruit scheppen. Als het alerte moederhart, zoals het mijne, is ingesluimerd, dan zie je het gevaar minder scherp. Het was trouwens echt in een ‘split second’. Hoe ging dat dan vroeger met elf, vroeg ik me af. Dan waren er de oudste broers of enkele buurmeisjes, die werden ingeschakeld. Eigenlijk een enorme verantwoordelijkheid, want zij waren meestal pas een jaar of twaalf. Er waren twee Aggie’s, die ons zelfs mee namen naar het Julianapark, een respectabel eind van het ouderlijk huis en de drukke Amsterdamse straatweg over.

Enfin, de wilgen zijn kaal, maar goed ook, want vriendinlief, die niet gisteren maar vandaag besloot te helpen, in het kader ‘drie is teveel’, liep te snotteren en bleef thuis. Grote opluchting dat het zwaarste deel van de klus geklaard was. Niet getreurd. De achterbuuf heeft de ingestorte oude schutting geruimd en nu kunnen we de nieuwe op gaan bouwen. De takken blijven geduldig wachten. Van de week komen er nog een paar mooie dagen. Tijd te over.

Uncategorized

Uitsluitend vrouwenhanden

Voor het atelier woei een zwoel windje. Voorjaar in de lucht. De takkenbos, die gisteren was achtergelaten, lag er nog onaangeroerd bij. Terwijl de zon warmte koesterde met zijn stralende opening van de dag wist ik wat me te doen stond. De hele week zou het dit weer blijven en het was een uitstekende gelegenheid om alle wilgen verder te knotten, maar dan moest eerst dit restant iep en wilg geruimd zijn. Daarna boom voor boom, knotten, knippen, ruimen. In die volgorde. Zodat de moed niet in de schoenen zou zinken bij het zien van een haast onbergzame stapel.

Zo’n werkje hoort tot de mijmerrijke bezigheden, net als breien, wieden, fietsen, wandelen. Handelingen die gebeuren terwijl, ondertussen, de geest de vrije loop neemt. Honderdduizendeneen dingen die te binnen schieten, om te bestuderen, uit elkaar te rafelen en weer in een nieuwe jas te steken.

Met de achterburen had ik afgesproken aan het eind van de middag het tuinseizoen in te luiden. Zij zorgden voor een flesje en ik voor de lekkere hapjes erbij. Zuurdesem met heerlijke pesto, dadels met roomkaas. Terwijl de handen onverdroten door knipten, wilgentak na wilgentak, dobberde ik weg naar andere oorden en genoot ondertussen van het buitenleven na de maandenlange binnenzit. De tuinders van de hoek kwamen aangefietst, altijd belangstellend, lieve woorden en dadendrang. Omzichtig werd hun tuin uitgepakt, de Perzik, die zich de hele winter had mogen koesteren in een biezen mat, plastic en touwen kon haar takken weer laven aan de toch al warme zonnestralen. Het zagen van de berk van achterbuurman gaf de maat aan van het lentelied, dat de druk vliegende koolmezen en vinken hadden ingezet.

Twee doorgesneden appels met wat zaad had ik meegebracht voor deze blakende tuinbewoners. Ze bungelden aan een ijzerdraad in de appelboom. Terug naar de moederschoot. Steeds dunner werd de houtstapel voor me en bij de iepentakken besloot ik de takkenschaar te gebruiken en ze in stukken te knippen, handzaam genoeg om te verbranden op een stille ochtend als de wind goed stond. Het koste wat moeite, maar uiteindelijk lukte het wel en na een middag hard doorpezen was de klus geklaard. Met de geleende bezem van buuf veegde ik het straatje schoon. Ziezo. Opgeruimd staat netjes. Vandaag valt er weer met een schone lei te beginnen.

Vriendin appte een aflevering van het Uur van de Wolf uit 2018 door. Bethe Moriset, de meest impressionistische van het opkomende impressionisme van die tijd en tegelijkertijd een goede afspiegeling van de impasse waarin vrouwen leefden in die tijd. Een eigen atelier was ondenkbaar voor een vrouw alleen. Er werd erg aan haar getrokken om toch vooral in het huwelijk te treden. Ook haar twijfels kwamen aan bod en ze schreef in haar dagboek hoe de moed haar soms in de schoenen zakte. Maar ze werkte gestaag door met de haar zo kenmerkende losse toets. Haar leven werd in de docu gelinkt aan een vrouwelijke rapper, Cayenne, die zichzelf vergeleek met Berthe en haar prees voor haar dadendrang, moed en onafhankelijkheid ondanks alle kritiek. De wereld van de rap is er vooral een van mannen. De documentaire begon met een ‘gevonden’ portret van een vrouw met achterop een datum en de naam van Berthe Moriset. De kleinzoon van de dochter van Berthe ontmantelde het doek, de haardracht zou nooit de stijl van Berthe zijn geweest.

https://www.npostart.nl/het-uur-van-de-wolf/28-06-2018/VPWON_1249727

Mooi om de tijdgeesten naast elkaar te zetten en te beschouwen. Een fijn begin van de ochtend en een mooi vooruitzicht nu een aantal helpende handen zich hebben aangeboden. En hoe kan het ook anders na dit glorieuze begin, het zijn die van de kleine filosoof en verder uitsluitend vrouwenhanden.

Uncategorized

Geduld is wijsheid

De sneeuwwitte vlakte had plaats gemaakt voor een grote modderdrek, daar waar het pad naast de sloot opsplitste in het pad over het bruggetje en het recht-toe-recht-aan stuk. Omzichtig zochten de voeten de graspollen ten einde niet helemaal weg te zakken in de soepbrei. Bij het turen in de verte viel de zachtheid van de lente op, al was de wind nog wat guur.

Even uitrusten

De koolmezen dartelden een ‘diefje met verlos’, ik telde er zo al zeven, met schrille tjilpjes en veel vleugelgewapper als uitgelaten pubers bij elkaar. De achterbuuf was er en zat op een bankje de wilgentakken te ontdoen van de staketsels. Ze schoof een eindje op en op gerede afstand dook ik naast haar. Winterlange perikelen schoven voorbij, van crisiskommer tot ouderdomskwalen en over het besef van tijd, die sneller voorbij tikte naarmate de jaren gingen lengen.

De schoorsteen van de oude braakte gelige rook en kennelijk verspreidde het ook kwalijke dampen. Geen goede plek om lang te zitten. Wat voor brouwsels werden daar verstookt. De buuf liep mee om de wilgen te inspecteren, die het doelwit zouden worden van mijn snoeiescapades. Door de rook waren de ‘three willows’ tussen de twee tuinen geen optie, maar om de drie achter in de tuin waaide een verfrissende wind van de schoorsteen af. Met de belofte de stokzaag te mogen lenen, ging ik met de grote takkenschaar aan de slag. Mooie gelegenheid om de spierballen weer eens te laten rollen. Onder de begeleiding van koolmezengetjilp, het suizen van de wind en af en toe een blaffende hond en de verwaaide stemmen uit het Noorderpark, kwam het er nu eindelijk van. De wilgentakken ploften een voor een op het pad, soms rakelings langs mijn hoofd, maar werden vaker ondersteund door de andere uitsteeksels. Ook de kronkelwilg werd het haasje. Helemaal bovenop bleek nu niet haalbaar, maar de achterkant was in een oogwenk geknot. Morgen kwam er weer een dag. Eerst de voorraad maar vast een beetje verwerken. Kaal plukken van de takken die straks zouden dienen voor de nieuw te vlechten schutting tussen mij en achterburen. Kalmpjes aan, dan brak het lijntje niet.

Tussendoor koffie uit de kleine witte thermoskan en zuurdesembrood met hele oude kaas en rucola om de inwendige mens te versterken en het onwennige lijf weer even rust te gunnen. Knie protesteerde zwakjes, ik moest vooral goed opletten waar ik de voeten neerzette en dan was het heel wel te doen. Het beetje geknies was voor lief te nemen.

Buurman kwam ook nog even kijken en nam de schade aan de buitenkant van het atelier onder de loep. De verf was op enkele plekken aan het afbladderen gegaan. Wel vreemd, op een klein gebied. Het leek of er iets tegenaan gezeten had. Ineens zag ik het licht. Dat waren aan de voor en achterkant precies de plekken, waar de borden van het bedrijf op hadden gezeten. Een bord erover, dat zou een goed idee zijn, dacht buurman. Dan ben je gelijk van een veel lelijker reparatie af. Gaaf idee eigenlijk, een bord met de naam van het atelier, De Bernagie. Maar hoe. Niet in het ouderwetse bonte, maar dan eerder een grafisch ontwerp, een moderne typografie.

Bij het nazoeken nu, op naam en mogelijkheden kom ik achter tal van nieuwe weetjes, ideeën en de waarde van de plant, die voor een deel mijn naam draagt. Inspirerend om mee bezig te zijn.

Toen de achterburen vertrokken waren, knipte ik nog even door, maar alras vonden de voeten het welletjes nu de kou van de bodem optrok in de zwarte kloffies. Tijd om te stoppen, maar niet voordat ik de eerste dapperlingen met hun frisse kopjes boven de zwarte aarde had vastgelegd. Nog een laatste kop koffie, onderweg wat boodschappen en tijd te over voor gemijmer thuis. Over de Bernagie, het ontwerp en de beloftevolle sluimerende tuin, die zich al wat uitrekte. Het was pas februari, wie weet wat voor een winter er nog over heen ging. Minder dan op de ontwakende tuin, lag de focus op de klussen. Geduld is wijsheid.

Uncategorized

Voor wat komen gaat

Onderbroken nacht. Dit keer hield niet een boek me in de ban, maar was het zoonlief, die een keer in het uur zichzelf binnestebuiten keerde, de hele nacht lang. Vermoedelijk iets verkeerds gegeten. Dat gaf een aantal flashbacks naar de tijd dat de kinderen nog kleiner waren en het hele gezin aan een simpel buikgriepje leed, bleek en hangerig op de bank, gehaakte sprei over ons heen en rode bellefleuren. Niet van de opwinding maar puur van het koortsig verwerken van deze virale aanval. Hoe deden we dat ook alweer als jonge hoeders. Koele hand op het voorhoofd, wat wrijven over de rug en weer toestoppen. In mijn gebaar herkende ik mijn vader, die bij ziekte altijd zorgzamer en zachter was dan gewoonlijk.

Nu hangt zoonlief gelig bleek in de deurpost. De laatste twee uur was het rustig. Wat of ie kon eten. Hou het maar bij slappe thee en een beschuitje. Hap voor hap en slok voor slok. Kalmpjes aan, alles moet weer wennen en op de juiste plek vallen. Daarna heb ik nog wat rijstewater voor hem in de maak en later misschien wat jam op de beschuit. Het is dat, wat ik van thuis geleerd heb, de vijftiger-jaren-aanpak zonder de lieve broodjes. Hoewel ik al vaak iets heb gemankeerd, weet ik bijna niet meer hoe misselijkheid voelt, laat staan wat het is om tot het gaatje te moeten gaan. Zoon brengt het me kreunend en steunend bij. Slaap is altijd goed, wist mijn moeder.

Als alles binnen blijft, is er de versterkende Perzische uiensoep van gisteren. Toen de benjamin klein was, was het mijn lievelingsgerecht, niet in de laatste plaats door de kerrie, de kaneel en de munt waar het mee gemaakt werd. Het idee was er al om uiensoep te maken en ineens schoot me een negentiger jaren soepboek te binnen, waar dit recept in stond. Het zoeken naar een nabij verleden, alras gevonden. Op de meest beduimelde bladzijde bleek ze haar grote geheim nog steeds te koesteren.

Terwijl ik in de pan roerde,

Terwijl ik in de pan roerde, vloog Jasperina de Jong voorbij met het lied dat de oude en ik zo vaak zongen onderweg naar Frankrijk of in de tuin tijdens het kokkerellen. Het roeren in, en het dubbelzinnig gebruik van, de woorden die zoveel speelser werden ingezet dan normaal, lieten daarmee de taal ruimer in haar jas passen. Het spelen met de tekst was geboren. Soep dus, als heilzaame hartversterker en oppepper bij uitstek, bij toeval gemaakt en nu als heilzame afdronk.

Buiten wisselde de natuur trouwens ook van jas. De nacht was nog ijzig koud, maar de zon had haar zinnen gezet op een verwarmen van het leed en straalde Lente uit in al haar vezels. De kauwen in de boom voor het huis hadden het ook in de gaten. Ze kakelden opgewonden met elkaar en hipten om beurten omhoog van hun tak van de opwinding en het verlangen warm de veren te schudden. Net als het huis, die openslaande deuren wilde, de planten op het balkon, die teemden om herschikken en oppotten. Februari, maart moet nog komen en toch…Je zou door de temperatuur, die van het weekend in de buurt van de vijftien graden komt, niet denken dat de staart, waarmee maart zich roert, nog een keer winter slaat.

Dit weekend wordt er definitief gesnoeid, beloof ik mijn tuin en verzin een plek voor de veelheid aan kale wilgentakken. De schutting tussen mij en achterbuuf moet worden vernieuwd. Met vlieg-en vlechtwerk komen we een eind. Zou de vijg al op haar nieuwe kale plek kunnen komen te staan. De kauwen vinden van wel, ze dansen hun meidans en strijken de veren glad voor wat komen gaat.

Uncategorized

Voor nog maar even later

De hometrainer was er klaar voor, maar tien graden kriebelde aan het buitengevoel. De eerste tien minuten zonder weer en tegenwind binnen gefietst, maar daarna de stoute schoenen aangetrokken en met moed, beleid en trouw een eindje Nedereindse Plas. Vena, vidi, fietsie.

Wind door de haren, een moeilijk hekje doorgeworsteld, langs grote groepen nijlganzen met in het midden een witte schoonheid, twee fazanten en een reiger. Heuveltje op en heuveltje af en eindelijk, na lang speuren in de grijze lucht, een biddende valk. De Iphone redde het niet echt, legde wel het moment vast en mijn kleinbeeld wist ik op de eettafel Helaas, pindakaas.

Gisteren was vriendinlief jarig. Al een paar weken moest ik me inhouden bij het schrijven van de blog om niets te verklappen van haar jubileumverrassing. Ik had een leporello gemaakt van mol, die onder de grond, veilig en warm, het feestje in zijn uppie vierde, met vlaggetjes. Aan het eind van de gang de schatkist met de grootste schat ben jij en op de achterkant van het boekje een acrostichon over de hele lengte. We moesten het afleveren bij een adres dat hier in de buurt was. Ik glibberde door ijs en weder hene, en wilde aan de vrouw die de deur opendeed, vragen of het het juiste adres was, maar ze legde snel haar vinger op de lippen en gebaarde, dat het feestvarken binnen zat. Hilarisch. Voorzichtig schuifelde ik weer terug naar de kleine blauwe Prins. Over toevalligheden gesproken. Er schoot van alles door me heen wat fout had kunnen gaan, want het duurde nogal eer ze de deur opendeed. Het bleek dat ze op krukken liep. Gelukkig had ik niet door het raam gekeken of er iemand thuis was en ze had vriendin afgewimpeld, die wel even de deur open wilde doen van wege de krukken. De voorzienigheid hielp gelukkig mee. Eind goed, al goed. Gisteren stond er bij haar thuis een tafel vol attenties, ik zag nog een draaiorgel voorbij komen, en er was een zoom meeting, maar die ging een beetje de mist in, of mijn mist, dat kan ook. Jarig was ze, dat stond buiten kijf.

Feest vieren, wie had ooit gedacht dat heden vroeger zou zijn in een jaar tijd. Alles wat doodgewoon leek, de slingers, de visite, de pakjes, wangkussen, drie of vier, een warme omhelzing, even elkaar vasthouden, een taart met kaarsen zijn binnen één jaar tijd verbleekte gedachten geworden. Verlangen blijft hangen op de regels van de wet, maar haar vezels groeien onverminderd door en breien er een stukje weemoed aan. Komt het ooit en is het snel gedaan met isolement en saai, want weinig meer afleiding dan boek, televisie, zoom of terugblik op wat er aan vondsten der vermaak worden gedaan. Een flard dans, een vleug toneelspel, de belofte aan beter als Cornald Maas Gijs Scholten-van Aschat bevraagd op diens toekomstplannen in het programma Theater Maas. Er is veel in de maak, maar komt het op de planken of blijft het bij het streamen van de te maken voorstellingen. Wat van ver komt, is lekker, zei men vroeger. Een belofte aan een musical over Johan Cruijff, alleen de verbeelding hierbij is al vermakelijk. Een stuk over het boek van Jeroen Brouwer, dat ik, toepasselijk genoeg, vergeten ben te lezen en dat zich nu achter het luikje inspiratie bevindt. ‘Cliënt E. Busken’. Het boek is besteld met een verdwaalde VVV-bon

Doorgaan met het uitpellen van de schatkist die buitenwereld heet en de innerlijke wereld verrijken met die virtuele. Het is net als de sneeuw en het laatste ijs in de sloot van ’s ochtends, die als herinnering nog even bleven nasudderen onder de oplopende temperatuur. Straks, dit weekend al, wordt het weer lente. We kloppen het stof af van de eenzaamheid en delen de zonnewarmte met de ontluikende knoppen in het groen. Lezen is voor ’s nachts en leven is voor nog maar even later.

Uncategorized

Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd

Afscheid van de winter met mijn wintertuin, vereeuwigd in het programma Procreate op de Ipad, dat wonderschone cadeau van de Benjamin. Nooit geweten dat je met weglaten zoveel kan bewerkstelligen.

Het bezoek aan de orthopeed leverde nieuwe energie. Daar moest ik wel even over peinzen. Maar de wetenschap dat een knie nooit van het ene op het andere moment versleten raakt en dat ik alles weer zou kunnen doen, wat er was vóór de overbelasting, bleek, hoewel geheel logisch toch een eye-opener. Het had alles te maken met neerwaartse en opwaartse spiralen.

Het boek ‘De Wilde Stilte van ‘Raynor Winn en het vervolg op haar eerste boek ‘Het Zoutpad’, bleek een andere stimulans. Het tweede deel verhaalt hoe de hoofdpersoon uit een diepe impasse klauterde, door te zoeken naar mogelijkheden. Voor die openbaring was ze eerst angstig geweest en had zich overgeleverd aan de omstandigheden, iets waar ze niet gelukkiger van werd. Tot het moment waarop ze, ten overstaan van wildvreemden, ineens de ontsnapping noemde uit het diepe dal. Ze ging schrijven. Het woord zou niet alleen troost bieden, maar tevens het geheugen van haar zieke echtgenoot worden. Beide boeken getuigen van zo’n grote liefde en wilskracht, dat het versterkend werkte bij het lezen ervan. Niet zelden zet een boek mij aan tot een herziene kijk op een situatie en vaak vermoed ik dat er onzichtbare draden worden gesponnen tussen het eigen gemoed en de keuze voor een boek.

https://www.npostart.nl/typisch-utrechtse-heuvelrug/16-02-2021/VPWON_1323672

Na zo’n hele lange dag, die eindigde met een zelfgemaakte Pizza rucola, mozzarella en basilicum, had ik geen zin meer in de verontrustende berichten over een klok die teruggedraaid diende te worden, ja of nee, en neuzelde liever verder met de perikelen van de bewoners van de Utrechtse heuvelrug. Ik genoot van vier gezellige biggetjes, die scharrelden over een stuk om te wroeten grond (goed idee eigenlijk) waar een moestuin gemaakt zou worden. We liepen binnen bij de uitvinder in zijn wereld van radartjes en stoom en bij de, wat stuurse, boerin, die het leven van dieren, zoon en zieke oude man, toch helemaal alleen klaarde, terwijl ondertussen het meest fantastische koeienras in de stal stond. Het was een toonbeeld van het kleine leven. Even laven aan de vredige taferelen en de natuur. Het verlangen naar de lente en het buitenleven steeg met de minuut.

https://www.npostart.nl/het-geheim-van-de-meester/16-02-2021/AT_2156610

Daarna kwam ‘Het geheim van de Meester’, waarbij Isaac Israëls zijn ‘Vrouw en profil voor de zonnebloemen van van Gogh’ tot onderwerp was gekozen. De reconstructie werd extra bemoeilijkt, doordat Lisa niet rechtstreeks naar model kon schilderen, wat een losse toets eerder waarborgen zou, maar een reconstructie moest maken van het al bestaande schilderij van Israëls. Boeiend om te zien hoe ze het juiste materiaal en de hulpmiddelen bij elkaar sprokkelden, waarvoor zelfs een honderd jaar oude schilderskist geopend werd. Er was kleurverschil, maar de vormgeving was identiek en knap gedaan. Deze series maken het verlangen vrij om het penseel op te nemen en aan de slag te gaan. Wat een grote desillusie moest zijn geweest voor Israëls was de abjecte houding van zijn moeder, die in zijn vernieuwende schreden op het gebied van het imperialisme, een uiting zag van zijn ‘Idioot’ gedrag, met de zware lading van het woord in die tijd. Hulde aan de medewerkers die alles uit de kast trokken om de geheimen te achterhalen en, niet onbelangrijk in deze tijd, het hield je van de straat. Ook dat zouden meer mensen moeten weten.

Het weer is ineens in een lenteteug beland. Het is de hoogste tijd om te snoeien. Ik heb nog niet naar de verwachting gekeken op de lange termijn, maar de wilgen kunnen altijd. Zodra ik me ertoe geroepen voel, zal ik er gehoor aan geven. Maar wacht, een beter idee in het kader van de handelingen opbouwen. De Geraniums in de bloembakken aan de galerij moeten ook. Het kleine werk zogezegd. ‘Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd’.

Uncategorized

Jouw wereld, mijn wereld, onze wereld

Vroege vogel reed haar o zo vertrouwde ritje naar het ziekenhuis, waar ooit, lang geleden-‘wat zeg je? vorig jaar nog?- de afdeling Oncologie kon rekenen op haar brede lach en een warm bakkie troost. Veel te vroeg, vijf voor acht, terwijl er half negen op de agenda stond. Een geluk bij een ongeluk, er ging een bespreking niet door en ik kon om vijf over acht al bij de orthopeed terecht. Mazzelen. De foto wees uit dat er inderdaad slijtage is, maar dat voor de overbelasting, de misstap bij het dansje, de knie ook al op dat niveau was, dus dat je nog een tijd door kan, als het slijtageproces al in gang is. We gaan proberen weer op dat niveau te komen, middels fysiotherapie en rust. Het duurt langer, maar het is de moeite van het proberen waard. Als de knie ondanks alles niet verbetert, dan kan ik corticosteroide in de knie gespoten krijgen. Het allerlaatste redmiddel zou een kunstknie zijn. Dat laatste stellen ze liever zo lang mogelijk uit.

Wat een duidelijk verhaal met het computerscherm naar mij gedraaid. Het werkte verhelderend en maakte de keuze makkelijk, omdat ik te allen tijde kan bellen, als ik toch die spuit nodig blijkt te hebben. Al met al vroeg uit de veren en de hele dag nog voor me. Toch ook weer eens fijn. de sneeuw was weg, het beloofde tien graden te worden, de zon deed al verwoede pogingen om door het gewolkte lichtgrijs heen te dringen. Er was geen vuiltje aan de lucht.

Het was een vreemde gewaarwording om als client daar te lopen door de gangen die me zo vertrouwd waren. Ik ben niet naar mijn oude afdeling toegegaan, dat was nog net even iets teveel van het goede. Heimwee of verlangen naar alles wat me daar zo dierbaar was, speelde parten. Nu zit ik op mijn stekkie op de bank, met Pluis op haar troon onder de palm en moest inwendg lachen om mijn handige Fysiobroek, een broek met ontstellend wijde pijpen, waar de orthopeed heel erg mee in zijn schik was, omdat dat minstens een kwartier gehannes met aan en uitkleden scheelde. Pijpen omhoog, kijken en hup, pijpen weer naar beneden. Klaar voor de volgende.

Belletje van vriendinlief ‘…Of ik nog wel het ijs op mocht’. Haha. Nostalgische uitwisseling over Vroeger ‘toen had je nog winters meneertje, vroeger toen had je nog winters mevrouw’, maar ook over destijds de afwezigheid van elektriciteit, het schoonmaken van groenten voor een groot gezin, de ouderdom, het slijten, het eventuele gebruik van hulpmiddelen, het al dan niet griezelen van de kleine wriemelaars in de natuur, het geheugen dat soms naadloos werkt en bij anderen weer helemaal niet, maar bovenal de deugdzaamheid temidden van de corona-ellende die ijs heette en zoveel vervoering en vreugde bracht voor een aantal mensen. Even luchten, letterlijk en figuurlijk.

Een klein kattebelletje over een programma, dat ik zonder verwachting inging, maar waar ik door werd weggeblazen, niet in de laatste plaats door de voordracht aan het begin van de hoofdpersoon van het programma, Romana Vrede, die deze bonte verzameling mensen samen had gebracht in een verrijkende en verdiepende voorstelling. Ondersteboven en gegrepen was ik door de monoloog uit haar nieuwe voorstelling ‘Tijd zal ons leren’. ‘Daarin spelen verhalen van verzetsstrijders uit de tijd van de slavernij de hoofdrol. Van Predikant Bernardus Smijtegelt tot en met One Tété Lokay, het tot slaafgemaakte meisje dat probeert te vluchten van de plantage. Romana Vrede brengt ze allemaal op toneel, ondersteund door performance artist OTION met muziek, dans en spoken word’, aldus de inleiding. Niet alleen fantastisch voorgedragen, maar regelrecht de snaren van het hart geraakt. One Tété Lokay gaat niet meer uit mijn systeem.

Ook de voordracht van Vanja Rukavina over het feit, dat iedereen eigenlijk een wereldburger is, zou iedereen moeten horen. Hier wordt geschiedenis geschreven. Nadia Moussaid rijgt alle ‘ familie’ van Romana aan elkaar. Een prachtig snoer van onverwachte parels. Zolang je ze herkent, is er niets mis met jouw wereld, mijn wereld, onze wereld.