Uncategorized

Stof tot nadenken

Wat heerlijk als de zon schijnt waar je storm en tegenwind verwachtte. Alles krijgt kleur, wat vliegt dat dartelt, het jonge groen licht op, instinct ontwaakt. Ook bij Pluis, die smachtend naar boven kijkt, waar zich het vermeende nest bevindt, van waaruit het zwarte gevederte smalend rakelings haar blik doorkruist. Dichtbij, maar o zo ver weg. Het is Lente.

Er is iemand die de lente zo jubelend bezongen heeft, dat het hele lied lang, de beelden over elkaar heen buitelen, haarscherp opgedist. De kleinkunstenaar Maarten van Roozendaal hield me met zijn markante trekken, zijn haast overdreven articulatie en beklemtoning, in de ban en zijn overlijden bracht een schok teweeg. Ik plaats hem met liefde op het podium achter een van de deuren in mijn hoofd, naast Bram Vermeulen, Jeroen van Merwijk en Robert Long. Omdat ze me raakten met hun teksten en de manier waarop ze de verbeelding konden wakker schudden. Bij elke nieuwe lente komt het lied en zijn vertolker tot leven. ‘Ik ben goddank nog een keer een jonge lente waard’ zong hij vol verve, maar in de zomer van 2013 viel het doek.

In de Volkskrant van vandaag wordt ook over verbeelding gepraat in een interview van Bo van Houwelingen met Joke van Leeuwen over haar nieuwste boek met de fascinerende titel ‘Mijn leven als mens’. Het eerste wat ze tikte bij het schrijven van dit boek was ‘Gisteren ben ik doodgegaan’, en dat is van meet af aan zo gebleven. De hoofdpersoon, de 18-jarige Dinka kijkt vanuit het hiernamaals naar haar jeugd op aarde. Joke van Leeuwen vertelt dat ze wars is van hokjes. En met het gegeven dat Dinka dood is, ‘ziet en weet ze veel meer dan een levend personage, dat nog opgesloten zit in zichzelf’. Zo’n zin alleen al. Die proef je haast. Zijn wij wel in staat om zonder hokjes te denken. Bewust zijn van alles, iedereen echt zien. Vroeger wilde ik het alziend oog hebben. Dat leek me machtig interessant of helderziende. Aan de andere kant was het ook beangstigend, want stel je voor dat je het onheil kon zien voltrekken alvorens het voltrokken was.

Ik vroeg gisteren aan zoonlief hoe hij tegen mij aan zou kijken als hij me tegenkwam op straat. Malle vraag, meende ik in zijn blik te zien. Het was eigenlijk mijn bedoeling om te vertellen niet op uiterlijkheden af te gaan. Dan kon je je namelijk nog wel eens grondig vergissen. Niet dat hij dat doet, integendeel, maar ik moet mezelf bijsturen als bijvoorbeeld angst of vermeende dreiging hun aanwezigheid van mijn ivoren torentjes blazen. Hokjes heb ik inderdaad altijd verafschuwd, maar door wat ze hier in dit interview te berde bracht, sloegen de radartjes in de bovenkamer aan. Het waren niet alleen de geijkte begrenzing die langszij kwam, maar het zat ook in het, op het oog zo onschuldige, woord. Een opmerking die gemaakt wordt, alleen voor een man of een vrouw te kiezen terwijl liefde universeel is, de ideeën waarmee we zijn opgevoed, het komt allemaal aan bod.

De kracht van Joke is dat ze in het hoofd kan kruipen van ieder die haar boek bevolkt. Daarom valt het haar niet zwaar om Dinka neer te zetten met al haar eigenaardigheden, een logisch gevolg als je het verhaal kent. Het mooie in haar boeken is de milde wijze waarop ze haar thema’s vorm geeft, de balans tussen zwaar en licht. Daar heeft ze een term voor gevonden in het boek ‘Zes memo’s voor het volgende millennium’. van de Italiaan Italo Calvino, die het over ‘nadenkende lichtheid’ heeft. De wijze van het beschrijven van ernstige zaken met een lichte ondertoon, zodat de boodschap wel overkomt en voelbaar is, maar ook tot denken aanzet. Een kenmerk van een goed boek is, dat het je beeld verandert. ‘Stelt het je in staat de wereld anders te bekijken of bevestigt het slechts alles wat je weet’. Zoals ook dit interview deed en de mens achter dat interview. Inspiratie, gewaar worden, bewust zijn, met stof tot nadenken.

De reis om de wereld in 80 dagen ging dit keer naar India.

Recept van de vegetarische Biryani:

bloemkool /400 g Basmatirijst/ 3 el Griekse yoghurt/ 2 tl gerookte paprikapoeder /1 tl kurkumapoeder /1 tl komijnzaad • handje rozijnen/ 4 kardemons/ 4 cm gember/ 3 knoflook tenen /1 tl korianderpoeder /3 uien/ 5 tomaten/ 1 el tomatenpuree/ 1 Spaanse peper • Zonnebloemolie • zout /10 sliertjes saffraan/ 4 el melk/ 2 tl garam masala • bosje koriander • bosje munt

Ingrediënten yoghurtdip 150 ml (Griekse) yoghurt • verse munt • verse koriander • halve komkommer • ½ citroen 1 teentje knoflook • komijnpoeder • zwarte peper 2 rode uien Ingrediënten rode ui op zuur 100 ml water 200 ml appelazijn 2 piment korrels 1 laurierblaadje 3 el suiker

Bereiding:

  1. 1 Kook de basmatirijst. Maak de bloemkool schoon en snij de roosjes er vanaf. Marineer de bloemkoolroosjes met de Griekse yoghurt, gerookte paprikapoeder en de kurkumapoeder.
  2. Verhit een ruime pan met wat plantaardige olie en snij ondertussen de uien in ringen. Bak in de pan als eerste kort de komijnzaadjes en de kardemom. Vervolgens fruit je de uien mee. Snij de tomaten in partjes en voeg deze toe. Hak de knoflook en gember fijn en bak deze mee. Voeg de gemarineerde bloemkool en de rozijnen toe, roer het goed door en blus het af met een scheutje water. Laat het met de deksel op de pan 3 minuten opstaan.
  3. 3 Week de saffraan in de melk. Snij de koriander en munt fijn. Verwijder de pan van het vuur en verspreid de helft van de rijst op de bloemkool. Schenk daarop de helft van de melk met saffraan en wat koriander, munt en 1 theelepel garam masala. Deze handeling herhaal je nog een keer. Vervolgens doe je de deksel op de pan, plaats je de pan op een laag vuurtje en laat je dit 4 minuten opstaan.
  4. 4 Dan ga ik verder met het maken van een heerlijke dip van yoghurt (raita), komkommer en munt voor bij de biryani. Schil de komkommer en snij de komkommer doormidden. Verwijder de zaadlijst en rasp de komkommer fijn. Meng in een bakje de yoghurt, komkommer, munt, koriander, het citroensap, 1 uitgeperste teen knoflook, de komijnpoeder en een snufje zwarte peper door elkaar.
Uncategorized

In een adem uitlezen

De krant komt vier trappen lager in de brievenbus. Dus ook na het uit de bus vissen vier trappen omhoog. Dat is de eerste work-out van de dag.

De vorderingen van het in aanbouw zijnde nest gaan gestaag door. Af en aan vliegen de heer en mevrouw Kauw om hun nest in orde te krijgen.

Erg nauwkeurig zijn ze niet. Ze laten nog wel eens een tak over de rand tuimelen. Die dan weer op te halen bedenken ze niet. Misschien hanteren ze de regel: Eenmaal ondeugdelijk dan ook voorgoed. De takken liggen gezellig bij elkaar op mijn stuk van de galerij vlak voor de brandtrap. Een rommeltje aan spijt.

Gezellig is het wel. Er valt veel te zien. Gisteren mocht ik een uurtje oppassen bij de benjamin. Zijn vader moest even weg en voordat hij ten volle besefte wat er ging gebeuren, toen zijn vader hem toelachte en de deur dichttrok, het pruillipje stond al, was er dat eerste dierenboek en in een eindeloze herhaling kwamen schaap, varken, eend, kikker en hond voorbij. Iedere keer als het boek toeging, dirigeerde hij me naar het begin. Daarna waren er de ballen in alle soorten en maten. Net als zijn vader en moeder met de bal aan de voet geboren, deze kleine.

Dan was het tijd voor de loopfiets met tussendoor steeds een hapje brood en een slokje water en daarna moest natuurlijk al het speelgoed uit de kist, iets wat normaal gesproken niet de gewoonte was, want hij keek, bij alles wat hij eruit wipte, me onderzoekend aan of ik al een grens zou trekken. Die gaf hij, moegespeeld uiteindelijk zelf. Uit de kist kwam een telraam in boogvorm, waar hij zeker een kwartier lang zoetjes mee aan het spelen was. Vingertje op de kraal, schuiven langs het metaal, tot het met een plofje aan de andere kant neerkwam en nog weer een vinger op de volgende. Om twaalf uur was het tijd voor een middagslaapje. Schone luier(ik kan het nog) trabbezak aan, en even wiegen, wat net zo belangrijk voor mij was als voor hem.

Tja en wat doe je dan in die loze tijd. Drogende vaat opruimen, al het speelgoed terug in de kist, de tafel schoon geboend. Met een half uurtje was ik klaar.

De hoogste tijd om te bedenken naar welk land ik vandaag zou gaan. Geen ongelukkige keuze, want het werd Engeland. Eindelijk een gelegenheid om een van de kunstenaars die ik bewonder, onder de loep te nemen. Banksy wordt alom bejubeld met zijn polititieke en maatschappelijke straatkunst. Altijd is er wel een boodschap in de afbeeldingen verwerkt, soms op het vileine af. Geen kunstwerk is zonder betekenis. Wat minstens zo opzienbarend is, is zijn anonimiteit.

Mijn eerste ontmoeting met het werk van Banksy was bij de eerste tentoonstelling van een klein nieuw particulier museum in Amsterdam, het Moco museum voor Modern, Contemporary & Street Art in 2016. Heel grafisch werk, voornamelijk zwarte figuren met een bepaald kleuraccent die de tegenstelling of de patstelling verduidelijkt. In het kleine museum, eens de historische villa Alsberg aan het museumplein, was de bovenverdieping nog niet helemaal klaar en derhalve niet toegankelijk. In een van de kleinste kamers was een ‘bioscoop’ ingericht en heb ik op zittend op de vloer naar de documentaire gekeken die op de witte muur, toepasselijker kon haast niet, werd afgespeeld. Het was een lange docu, maar ongelofelijk boeiend om te zien hoe deze kunstenaar zijn boodschap subtiel, maar duidelijk aanwezig en niet over het hoofd te zien, de wereld inslingerde.

Zolang de slaap de kleine gevangen hield, kon ik los met een van zijn prachtige boodschappen die vrede predikte. Met heel veel geduld kleurde de fineliner alles zwart. Heerlijke bezinningsbezigheid. Af en toe werd er wat gehoest of gebrabbeld registreerde de babyfoon.

Eer ik er erg in had, kwam zoonlief door de deur en of de duvel er meespeelde, op dat moment begon het boven ook onrustiger te worden, zo sensitief als ze zijn. Hij had misschien wel wat klanken opgevangen van ons gesprek.

Met veel kusjes en de pruillip weerom, altijd een goed teken als ze verdrietig zijn wanneer je weggaat, nam ik afscheid met de belofte voor een bezoek volgende week. Tijd voor de ‘Gardeners Pie’ de vegetarische variant voor de Shepperds Pie. Wie lui wil wandelen door Engeland raad ik het Zoutpad aan van Raynor Winn. Lekker achterover in je luie stoel en in een adem uitlezen.

Recpt Gardeners Pie:

Ingrediënten:1 el olijfolie/1 blikje bruine linzen (uitlekgewicht ca. 250 gr.)/1 ui/1 winterpeen of twee wortels/1 stengel bleekselderij/2 teentjes knoflook, geperst of fijngehakt/1 el bloem/1 el tomatenpuree/100 ml rode wijn/250 ml groentebouillon/1 tl tijm (gedroogd)/1 laurierblad

Voor de aardappelpuree: 550 gram aardappels/75 ml melk/70 gr. (cheddar)kaas, geraspt/Nootmuskaat Zout en peper

Bereiding: :

  1. Snijd de wortel, bleekselderij en ui in kleine blokjes. Verhit een eetlepel olijfolie in een koekenpan met hoge rand en fruit de groenten ongeveer 10 minuten op laag vuur totdat ze een beetje zacht zijn.
  2. Voeg de tomatenpuree, bloem en knoflook toe en bak een minuutje mee. Roer regelmatig.
  3. Voeg de rode wijn toe en roer goed. Laat dit een minuutje doorkoken en voeg dan de bouillon, tijm en het laurierblad toe. Laat dit onbedekt ongeveer 20 minuten zachtjes doorkoken. Blijf regelmatig roeren Verwijder na 20 minuten het laurierblad.
  4. Zet ondertussen de oven aan op 200 °C en begin alvast aan de aardappelpuree. Schil de aardappelen en snijd ze in vieren. Kook ze in ca. 15 minuten gaar. Stamp ze vervolgens fijn met de melk, ¾ van de kaas en een snufje peper en nootmuskaat.
  5. Roer de uitgelekte linzen door het groentemengsel en warm nog een minuutje mee. Vet de ovenschaal in met boter of olijfolie en lepel hier het linzen-groentemengsel in. Verdeel vervolgens de aardappelpuree over dit mengsel zodat het helemaal bedekt is. Strooi tenslotte de overgebleven kaas over de gardener’s pie.
  6. Zet de gardener’s pie bovenin de oven totdat de bovenkant mooi goudbruin is gekleurd. Afhankelijk van je oven duurt dit 10 – 20 minuten.
Uncategorized

Eenzamer dan alleen

Het begint alweer eerder licht te worden. Wat een plezierige ontdekking. Het geeft energie. Vannacht in de droom stond ik ineens met een hele oude ‘Alleen op de wereld’ in de handen. Het was een kleine zwarte ter grootte van een kerkenboek en een dundruk. Veel krullende letters en mooie houtgravures als afbeeldingen maakten het tot een juweel. Eigenlijk had ik mezelf beloofd geen nieuwe boeken meer in huis te halen, maar wie kon iets dergelijks nu laten liggen. Alleen de kaft lag los, maar dat viel te repareren. Bij het ontwaken stond dit boek me nog altijd helder voor de geest. Hoe sluipen sommige voorstellingen toch het brein in. Of is er stiekem weer ergens een deurtje opengegaan. De gravures lieten echt ‘Remi’ zien, anders dan uit mijn eigen oude exemplaar.

Hier nog de kleine takken

Het echtpaar Kauw is de kleine takjes zat. Het is tijd voor het grove geschut. De takken overdwars in de snavel worden allengs groter en het lawaai boven mijn hoofd zwelt aan. Ze hebben het licht als wekker en steevast bij de eerste ochtendschemer vliegen ze uit.

Bij een van mijn geliefde bloggers, lees ik het indringende gedicht van Vasalis ‘Aan een boom in het Vondelpark’ met daarna een overpeinzing over de stervensbegeleiding die men een oude zieke kastanje had toebedacht. Iets wat een eeuw kan overleven vraagt om een diepe buiging, net als de oeroude schildpadden van de Galapagoseilanden. Zo’n oerstam of zo’n oerschild dragen een stuk wereldgeschiedenis met zich mee. In Utrecht hebben we oeroude bomen staan in het Wilhelminapark. Tot nu toe zijn er een paar omgevallen met de storm of geveld wegens ziekte. Steeds werden de bezoekers van het park en de omwonenden gelegenheid gegeven om afscheid te nemen. Omdat een boom een ziel heeft en met regelmaat getuige wordt gemaakt van een gemoedstoestand door hem te ontarmen, door boodschappen toe te fluisteren, door onder zijn brede gebladerte te filosoferen over de tijd. Bij een van de bomen die omgevallen was, heeft men een stuk stam en wortels laten liggen en op de plek van de verdwenen bomen wordt vaak eenzelfde boom geplant, om het gemis en de lege plek te verzachten.

Vasalis heeft vaker over oerkrachten en tijd geschreven. Een ander gedicht wat net zo raakt aan de toppen van het gevoel is ‘Tijd’.

Tijd: Ik droomde, dat ik langzaam leefde… /langzamer dan de oudste steen./ Het was verschrikkelijk: om mij heen /schoot alles op, schokte of beefde, /wat stil lijkt. ‘k Zag de drang waarmee/ de bomen zich uit de aarde wrongen /terwijl ze hees en hortend zongen;/ terwijl de jaargetijden vlogen verkleurende als regenbogen…/ Ik zag de tremor van de zee, /zijn zwellen en weer haastig slinken,/ zoals een grote keel kan drinken. /En dag en nacht van korte duur vlammen en doven: flakkrend vuur./ – De wanhoop en welsprekendheid/ in de gebaren van de dingen,/ die anders star zijn; en hun dringen,/ hun ademloze, wrede strijd…/ Hoe kón ik dat niet eerder weten, /niet beter zien in vroeger tijd? /Hoe moet ik het weer ooit vergeten?

Net als het gedicht ‘Aan de boom in het Vondelpark’ verinnigt ze zich met die oerkracht, maakt ze groeipijnen en teloorgang inzichtelijk en invoelbaar. Ook hier valt er een dubbele laag uit te sprokkelen. Het ontzag voor de kracht der natuur en door de steen, uit de tweede regel, te zien als grafzerk en haar angst voor de naderende dood wellicht. Het terugvallen van haar kwaliteiten tot een nieuwe werkelijkheid. Hoe het mogelijk was, daaraan voorbij te hebben gekeken.

De liefde waarmee de boom omringd werd, is verderop in de blog gekoppeld aan het project ‘De eenzame uitvaart’. Dichters die, als troost, een persoonlijk gedicht schrijven en voordragen op de uitvaart van eenzame gestorvenen. In de Volkskrant is er een rubriek waarbij het leven en sterven van deze alleengaanden uitgeplozen wordt, waarna er een persoonlijk gedicht wordt geschreven, die wordt voorgedragen met een stemmige muziek eronder. Een laatste groet en een erkenning van dit leven.

Als waakmaatje zaten wij, vóór Corona, naast het bed, in de periode voor het overlijden. Het allerlaatste eind van het leven. Geen gesprek meer mogelijk, in diepe slaap gehouden, soms wat onrustig. Dan was er een hand, een koude lap voor het verhitte voorhoofd, wat vocht op de gebarsten lippen, de zekerheid dat men niet alléén de grens over hoefde. Als mensen nog bij kennis waren, nam het de angst weg en zorgde voor berusting. De overledenen van het artikel in de krant halen zelfs dat vaak niet. Ze overlijden stilletjes, op sluipersvoeten, en liggen dagen in hun huis. Eenzamer dan alleen.

De reis om de wereld in 80 dagen ging gisteren naar Australië:

Bereiding:Doe een scheutje olie in een koekepan en bak de tofu reepjes in zo’n 5 minuten lichtgoudbruin.Laat ze uitlekken op een keukenpapiertje.Meng de spinazie, rode kool, mango en kaas. Pel de mandarijn en meng de partjes door de salade.In een droge koekepan rooster je de pijnboompitten. Blijf de pan goed schudden zodat ze niet verbranden. Ze zijn geroosterd als ze bruin beginnen te worden. Strooi de pijnboompitten over de salade.Maak van de balsamicoazijn, olijfolie en sinaasappelsap een dressing en giet deze voorzichtig over de salade.

Uncategorized

Wie weet ooit

Herinneringen lopen langs een rode draad door het leven. Wonderlijk hoe ze bij je blijven. Ze vervagen nauwelijks. Zelfs de bijbehorende teksten dreunen ze op, alsof er geen vuiltje aan de lucht is. ‘Te Middelharnis is een kind verdronken, sober berichtje in een avondblad, ’t stond bij een hooiberg, die had vlam gevat en bij een zolderschuit, die was gezonken’. In cadans lepelen de woorden zich omhoog. Ik moet 12 of 13 geweest zijn toen ik dit gedicht van Ed Hoornik las. Er zijn momenten, waarop het haarscherp boven komt drijven, omdat het direct binnenkwam.

Sinds gisteren is er dit memento: Het is donker in het kleine kamertje met de twee stapelbedden. Alleen het licht van de lantaarnpaal tovert een schouwspel van licht en donker op de muur. De kleine kantjil, het Javaanse hertje, komt aangewaaid, buigt, stapt statig verder. Een tweede komt erbij ze ontmoeten elkaar en begroeten elkaar, dan veranderen ze in een vogel, die klapwiekend wegvliegt. Schaduwspel.

Indra Kamadjodo: Kantjil

Bij die mijmering brengen de lange slanke vingers van Indra Kamadjodo de kleine kantjil tot leven. Vertelt de spannende avonturen met die valse gemene tijger, maar het kleine hert is hem altijd te slim af. Een van de eerste televisie-ervaringen. Het huis vol kinderen, de kleine buis, de zwartwit beelden en die wonderlijke man met zijn Indische tongval en die brede gebaren, zijn gefluister voert de spanning op, de intonatie ondersteunt het spel. En dan die handen, sierlijke handen met grote ringen. Alles wiebelt en rinkelt als hij sierlijk zijn zijwaartse passen zet. De rode draad is een vaag verlangen naar dat mysterieuze land, waar geesten nog dwalen en rond waren.

Jaren later is er de stille kracht van Couperus in een televisiebewerking. Bloedstollend spannend en niet in de laatste plaats door diezelfde verhalenverteller Kamadjodo, die de intro verzorgt en vertelt, waar die stille kracht voor staat. De Guna Guna, waarover je maar beter zwijgen kunt.

De rode draad loopt verder naar mijn allereerste grote cadeau in mijn dan nog prille bestaan. Een echte mechanische looppop. Een oom die op Indonesië voer, had het voor me meegenomen. Misschien wel omdat ik na zes jongens het eerste meisje was. Wat heeft ze me allemaal ingefluisterd? In ieder geval de liefde voor dat andere vreemde land.

De boeken van Couperus werden verslonden, evenals de dikke Multatuli en mijn eerste grote liefde was de nieuwkomer in het voetbalelftal van de broers, die dat land van omfloerste geheimen met zich meedroeg en van overzee gekomen was.

Later kwam het land terug in mijn jaren met de Wijze, die de erfdraden van een kwart Indisch uit had gesponnen tot het leren van Maleis, het luisteren naar krontjong en gamelan. Met wie ik de grote Pasar Malam Besar in Den Haag bezocht in de jaren zeventig. Java en Indonesië op een presenteerblaadje met zang, dans en vooral de heerlijkste gerechten, specerijen, mystieke geuren, batik, sarongs en kebaya’s. Mijn cobèk schafte ik daar aan.

De Cobèk en de voorbereidingen

Als ik die rode draad terug rol naar gisteren, blijft hij liggen onder mijn wijsvinger, die Java aanwijst op de wereldkaart. Malang om precies te zijn en daarom moest ik terug naar de prilste kennismaking met dit land, dat me na aan het hart ligt. Om al die memorabele ontmoetingen.

Als vegetarisch gerecht kies ik de Javaanse Lotèk met witte rijst en telor. Dan slaat de nostalgie in volle hevigheid toe. De oude Cobèk wordt uit het stof van lang geleden opgedoken en nu kan het feest der herkenning beginnen. Het vijzelen van de kruiden en pinda’s, de geuren die er vrij komen. De hete lombok rawit aan de vingers, nee niet in de ogen wrijven, het sauteren en wokken van de groenten, de krontjong muziek op de achtergrond. De Satesaus bij deze Lotèk is als een engeltje op je tong, zo heerlijk en niet te vergelijken met het gladde kant en klaar.

Het is de hoogste tijd om zelf scheppend bezig te zijn, dus teken en schilder ik de sawa’s na van een video. Dat ogenschijnlijk zo vredige tafereel, maar wat ploeteren en zwoegen in de broeiierige hitte betekent. En toch ligt ook daar het verlangen. Nog altijd. Wie weet, ooit.

Recept Lotek:

Ingrediënten: Eigenlijk alle beschikbare groenten, ik gebruikte ¼ spitskool, 250 gr spinazie, 250 gr taugé en 300 gr sperziebonen, handjevol doppinda’s of ongezouten pinda’s,1 el pindakaas,1 teentje knoflook,2 djeruk purutblaadjes/limoenblad, 2 el gula djawa, 2 tl asem, 1½ tl kencur, 1 lomboh of meer, je kunt het zo pedis maken als je zelf wilt wat zout, drie eetlepels water.

Bereiding: Maak de groenten schoon en blancheer/kook ze licht. Laat goed uitlekken en afkoelen.Wrijf de lomboh, de gepelde doppinda’s, de knoflook, de trassi en de djeruk purutblaadjes in een cobèk fijn tot een pasta. 3. Meng in een kom het gekookte water, de pindakaas, de asem, kencur, het zout en de gula djawa totdat alle kruiden goed opgelost zijn. De gula djawa zorgt ervoor, dat het sausje donker kleurt. Voeg hierna het kruidenpapje toe en roer goed door. 4. Meng de saus door de groenten en hussel dit goed door elkaar. Serveer dit mooi op een schaal. Lotèk kun je koud of lauwwarm eten Lekker met rijst of lontong! Selamat Makan.

Uncategorized

Daar bewust van te zijn

In een essay in Trouw van 20-03-2021 schrijft Arnon Grunberg over schaamte en beschamen. Dat laatste noemt hij een van de gruwelijkste én meest alledaagse wandaden. Het kwam langszij op twitter en houdt mijn gemoederen al een paar dagen stevig aan de kook. Niet uit woede, maar door overpeinzingen. Schaamte is mij eigenlijk met de paplepel ingegoten, als dikkertje, en bleef daarna diep geworteld zitten. Dat was een ingebeelde schaamte, want het hoefde helemaal niet. Dik zijn zat in die dagen in het verdomhoekje met de Twiggy’s om mij heen en het maakte dat ik in dat zelfde hoekje bleef zitten. Mijn schaamte maakte het onderwerp levensgroot. Is iemand iets aanpraten een gevalletje beschamen? Of is het weerbaar maken in gebreke gebleven. Zelfvertrouwen ligt er aan ten grondslag en in dit geval het ontbreken eraan.

Vroeger zei men: ‘Ik heb een brede rug’ en het gebaar dat daar bij hoorde was het wegvegen van een vermeend smetje op de schouder, of ze roemden hun ‘dikke huid’. Toch denk ik dat speldeprikken zelfs dwars door de breedste ruggen en het dikste vel prikken. Is zo’n zaadje eenmaal geplant, dan leidt het een volstrekt eigen leven. Niet zelden groeit en bloeit het tot een diepgewortelde onzekerheid en ondermijnt daarmee het zelfvertrouwen. Zo kan je iemand maken of breken en daarmee is het het meest gruwelijk wat je een ander aan kan doen. Aan de andere kant zijn we ons vaak niet bewust van wat de betekenis van iets is voor een ander. Een mening verkondigen, een oordeel vellen, een aanname uitspreken, iemand niet op het woord geloven of woorden in twijfel trekken zijn allemaal van die gelegenheden, die als voedingsbodem voor dat beschamen kunnen dienen. Van complimenten en genegenheid groeien we meters, van beschamen en vernederen brokkelen we af, ook al is die rug nog zo breed.

In het boek van Amy Tan ‘De vreugde en gelukclub’ geven Chinese moeders hun tradities, maar ook hun verbeelding door aan de dochters. Daar zitten emoties bij, geloof in de grote wereld buiten het leven hier, geesten en goden die hun wil opleggen, fabels en parabels. ‘De kleine An-Mei huilde, omdat haar moeder zou vertrekken de volgende dag. De moeder troostte haar met het volgende verhaal. Ze vroeg of ze de kleine schildpad wel eens had gezien in de vijver. An Mei knikte. De moeder vertelde dat die schildpad er al was toen zij een klein meisje was en dat ze een keer, toen ze erg verdrietig was, tranen met tuiten huilden. De schildpad kwam tevoorschijn, zwom naar haar toe en at vlug de tranen op. Daarna zei hij: Ik heb je tranen opgegeten en daarom ken ik je verdriet. Maar ik moet je waarschuwen. Als je huilt zal je leven altijd treurig zijn.Hij deed zijn bek open en er rolden parelwitte eieren uit. Ze braken open en er vlogen zeven vogels op. Ze begonnen te kwetteren en te zingen en ze zag aan de witte buiken dat het fluiteksters waren, Vogels van Vreugde. Toen ze er een probeerde te vangen, sloegen ze lachend met hun vleugels in haar gezicht en vlogen weg. De schildpad zei toen: ‘Nu zie je waarom het geen zin heeft om te huilen. Je tranen wassen je verdriet niet weg, maar voeden de vreugde van een ander. Daarom moet je leren je eigen tranen in te slikken’.

Elke volgende keer dat de dochter verdriet heeft en wil huilen zal ze zich deze woorden van de moeder herinneren. Huilen heeft een beladen betekenis gekregen. Het boek staat vol met dit soort overleveringen van raad en advies, die op eenzelfde manier zullen wortelen als het bij de moeders heeft gedaan.

Kinderen zijn kwetsbaar. Ze zijn argeloos, onbevangen en vrij en alles wat wij op hun lege bladzijden schrijven, zullen zij als waarheid omarmen en zal van invloed zijn voor nu, straks en later. Daar bewust van te zijn.

In 80 dagen de wereld rond:

Het recept uit Angola

2 koppen volkoren rijst. 2 koppen tomatensap. 2 koppen water
2 uien, in stukjes gesneden. 2 groene paprika’s, in stukjes gesneden
4 el arachide-olie. 1 el currypoeder. 1 tl zout. 1/4 tl peper. 3 gehakte tomaten
1/2 kop pindakaas. 2 rijpe maar stevige “gewone” bananen of 2 rijpe en zwarte plantains

Doe de volkoren rijst, de tomatensap en het water in een kookpan en breng ze op temperatuur.
Verlaag de temperatuur als het mengsel gaat koken en laat de rijst met het deksel op de pan gaar worden (zie de verpakking voor de juiste kooktijd). Verhit een paar eetlepels olie in een koekenpan en sauteer er de stukjes ui en paprika in tot de stukjes ui zacht zijn.
Voeg currypoeder, zout en peper toe aan het ui-paprikamengsel en meng ze ermee.
Voeg na 2 minuten 1/4 kop water, de tomaten en de pindakaas toe. Laat het geheel 5 minuten pruttelen. Pel de bananen en snijd ze in schijfjes van 1 à 1 1/2 cm breed. Verhit een paar eetlepels olie in een andere ruime koekenpan en sauteer er de schijfjes banaan aan beide kanten in tot ze licht goudkleurig zijn. Laat ze niet papperig worden.
Doe de rijst in een serveerschaal, schep er de uiensaus over en leg er de schijfjes banaan op.

Uncategorized

Die zalige stilte van niets

Ik daal de trappen af en wandel terug de tijd in tot aan het grote terras. Nog drie treden en ik stap met mijn slaapwarrige haren en de blote voeten op de warme tegels. Bruin en geel in een rustgevend patroon, een mediterrane koestering. De lome zomerwarmte belooft er aan te komen, maar nu is het nog behaaglijk. Met een café au lait ga ik op het trappetje zitten voor de keuken en luister naar de geluiden die van ver komen over het glooiende landschap. De rivier die naast de diepe tuin ruist, zingt zich grillig en bochtig een weg. Verderop zal ze onder de brug door zwelgen langs het stadje. Ze wordt aangemoedigd door de koekoek, wiens roep echoot over het land. Het huis, met haar nu al warme muren, ontwaakt kalmpjes. Boven gaan twee van de vele ramen open. Op het bordes klinkt servies dat elkaar in zoete omhelzing ontmoet. Het is bladstil in de grote tuin met haar walnotenbomen en de moestuin, het grasveld en de eiken, waar een cirkel van gevlochten hout een meditatiesessie verraadt. Bijen zoemen hier harder, vlinders groeien er groter. De vijg strekt haar brede kruin en de takken hangen zwaar over de rand van het terras. Straks zal ze welkome schaduw geven. Het koeren van de duiven op het dak omlijst het vredig tafereel. Een plek om te mijmeren.

Frankrijk stond er onder mijn wijsvinger op de wereldkaart. Dat was bijna een koekje van eigen deeg, met een Fransman als schoonzoon en dochterlief die jaren met hem onder Parijs had gewoond. Door al die verschillende landen had zich een grote verscheidenheid aan groenten verzameld in de groentenla van de koelkast. Dat was mijn kans. Een Ratatouille dwars door de koelkast, om dan de volgende dag met een schone lei te kunnen beginnen. En de aardappelen in de soep van gisteren werden omgetoverd tot een aardappelgratin. Mijn Franse bubbel van hierboven, heel even terug naar ooit, naar toen, naar de vele vakanties op een zijdefabriek, kwam spontaan. Als ik Frankrijk denk, denk ik de prille ochtenden, alleen, op dat hartverwarmende terras, denk ik daar.

Het is de hoogste tijd om de lege plantenpotjes op te halen bij de tuin want ik wil zaaien. Zaad genoeg van vriendinlief van tweejarigen, waarbij ik het bloemige geduld zal bewaren tot volgend jaar en verder nog van wat ander schattig enkeljarig spul. Eigenlijk zou ik op afspraak naar een tuincentrum willen gaan, maar dat is altijd net even een brug te ver. Bellen, tijd afspreken, het lijkt een wissewasje maar die spontane intervallen om je neus achterna te gaan zonder vooropgesteld plan zijn me zo lief. Mijn hele leven lang is meebewegen op het gemoed een deel van mezelf. Luchtig en losjes, het leven nemen zoals het komt.

Dit afgelopen jaar zijn de muren hoger, de deuren dichter, de mogelijkheden kleiner dan ooit. Als het in mijn hoofd zingt om een teug kunst deed ik een willekeurig museum aan, bij een snuffelmanie de kringloop, voor een vleug exotisch, de hortus. Nu is er een berg aan stille tijd om evenzoveel na te denken, haar af te romen en haar te zien aanwassen. Bergen van stilte, wat helaas in de natuur nauwelijks meer voorkomt. Rissen mensen die er de enige uitweg in zien om te ontsnappen aan het nietsdoen. Geef ze eens ongelijk. Natuurstilte is anders dan huiselijke stilte. Het verlangen ernaar, spontaan en ongedwongen de bossen in, langs het strand, door de wei, een klompenpad aan het oog ontrokken, het opzoeken van die zalige rust als een jas om je heen. Die zalige stilte van niets.

Vrij naar Camille Pisarro

Recept van de aardappelgratin

– aardappelen 4 à 5 stuks (700 gram)– 100 ml kookroom– 2 eetlepels crème fraiche– 1 teen knoflook
– 1 theelepel zout– 1/2 theelepel peper– 1/4 theelepel versgeraspte nootmuskaat– 150 gram geraspte belegen kaas– 10 gram boter

– Verwarm de oven voor op 180 graden.
– Schil de aardappelen en kook deze beetgaar. Giet af en laat afkoelen.
– Meng in een grote mengkom 75 ml kookroom met de crème fraiche. Pers de knoflook uit boven de kom. Voeg zout, peper, nootmuskaat en 50 gram geraspte kaas toe en hussel goed door elkaar.
– Snijd de afgekoelde aardappelen in dunne plakjes.
– Doe de plakjes aardappel in de mengkom en hussel met je handen alles goed door elkaar. Zo worden op alle plakjes aardappel bedekt met een mooi roomlaagje.
– Stort de inhoud in een ovenschaal en leg de schijfjes een beetje dakpansgewijs over elkaar, zodat het er mooi uitziet.
– Giet de resterende 25 ml kookroom over de geordende aardappelen, dek het geheel af met de resterende 100 gram geraspte kaas.
– Maak kleine klontjes van de boter en leg die hier en daar op de kaas.
– Dek de schaal af met aluminiumfolie en zeg een half uur in de oven.
– Verwijder dan de aluminiumfolie. Zet de grillstand aan van je oven en zet de gratin nog even terug om zo een mooi goudgele toplaagje te krijgen. Hou je gratin goed in de gaten, want dit gaat vrij vlug (minutenwerk).  Bon appetit!

Uncategorized

Het begin van een nieuw ontdekken

Het boek ‘De wereld is een kiezelsteen’ van Ingeborg Hendriks is één van mijn ‘bedboeken’. Ze worden van tijd tot tijd opengeslagen om het leven te verrijken, een meditatie op zich. Er staat een verhaal in van Toon Tellegen. Nou is Toon lezen verdiepen bij uitstek.

Het is het verhaal van de schildpad. Krekel vraagt aan hem of hij zeker weet dat hij de schildpad is. Krekel legt hem uit dat hij weet dat hij een kerekel is omdat hij tjsirpt.De kikker weet dat hij een kikker is omdat hij kwaakt. Als ze samen weglopen begint schildpad te twijfelen omdat er niets specifieks bij de schildpad hoort. Ja, dat hij schuifelt. Maar dat doen er zo veel. Hij voelde zich eenzaam en onzeker. Als olifant uit de boom valt vlak bij hem , even kreunend met de ogen dicht blijft liggen en daarna de ogen opent, zegt hij ‘Dag schildpad’.Weet je echt zeker dat ik schildpad ben vraagt de schildpad ongelovig. Ja , wie zou je anders zijn. antwoordde olifant. Schildpad had krekel en kikker wel achterna willen hollen, maar dat doet een schildpad niet. Dus bleef hij stil zitten in het gras en zei ‘Hallo schildpad, hallo’.

Ter overpeinzing geeft de schrijfster de volgende vragen mee. ‘Wat maakt mij tot wie ik ben. Ben ik wat anderen in mij zien. Moet ik bewijzen dat ik besta. De laatste vraag is makkelijk te beantwoorden. Ten eerste moet niets en ten tweede ‘Ík ben, dus ik besta’ in variatie op het thema van Descartes die ooit schreef ‘Ik denk, dus ik ben’ wat ook een mogelijkheid is.

Wat maakt mij tot wie ik ben: Dat is voor mijn gevoel alles om mij heen. De mensen, de dieren, de natuur die ik liefheb, wat mij beweegt, wat mij aanzet tot handelen, denken, wat bepaalde eigenschappen aanwakkert, wat inspiratie geeft, hetgeen wat achter mij ligt in de vele herinneringen, de weg die ik bewandel, het pad dat nog open ligt. Alles wat het leven vult met liefde.

Ben ik wat anderen in mij zien: Iedereen krijgt z’n deel, door wat er tussen ons voelbaar is, wat er aan uitwisseling plaats vindt, welke relatie we met elkaar hebben. Er loopt een rode draad doorheen en dat ben ik, de verbindende factor tussen al die verschillende frames. Zet ze om mij heen en het beeld is compleet. Bij het schilderen van een portret is het zo dat de emotie een belangrijke rol speelt. Welk gevoel roep jij bij mij op of vice versa. Daardoor kan een portret wel eens heel anders uitvallen, dan hoe mensen zichzelf zien.

https://www.npostart.nl/sterren-op-het-doek/POW_04349772

Gisteren bij sterren op het doek schilderden de kunstenaars de tweede kamervoorzitter Khadija Arib. Drie totaal verschillende portretten. Elk portret was het in haar optiek net niet helemaal. Zo vond ze het uiteindelijk door haar gekozen portret, heel realistisch geschilderd, te statig. Het tweede had ook van een ander kunnen zijn en de derde droeg zoveel verdriet mee in haar blik. Zo herkende ze zich niet. Het mooie was, dat ik in alle drie een Khadija zag, facetten van haar die in het gesprek met Eus allemaal langszij schoven, weemoed, verlangen en trots en dat was bij alle drie letterlijk en figuurlijk ‘uit de verf gekomen’.

Welk beeld vormt zich diep van binnen in mij met al mijn geheimen, mijn verborgen emoties, mijn versluierde gevoel en, niet op de laatste plaats, sta ik mezelf toe om me eerlijk en open helemaal bloot te geven, te kennen. Want ook al ben je nog zo naar buiten gericht en schrijf ik mijn ziel en zaligheid uit dan blijft er altijd, waar dan ook, wel iets verborgen. Het blijft zoeken, analyseren, spiegelen en breien. De uitspraak vorige week van Herman van Veen bij ‘Matthijs gaat door’ was doordacht en wijs. Marjan Berk beaamde gisteren ongeveer hetzelfde in ‘Forever Young’. Wat maakt het leven de moeite waard: ‘Morgen’. Het begin van een nieuw ontdekken.

In 80 dagen de wereld rond

Colombia: Vegetarische Ajiaco

2 uien fijngehakt/5 tenen knoflook zeer fijn gehakt/1 eetlepel oregano, gedroogd/1 eetlepel zwarte peper/1 eetlepel gemalen zeezout/4 eetlepel olijfolie1 liter groentenbouillon. 500 gram aardappel verschillende soorten, rood/geel, 2 maiskolven.1 klein bosje peterselie of koriander, 1 klein bosje lente ui, 2 eetlepel knopkruid / guascas fijn gehakt(Heb ik vervangen door koriander)

Garnering: 2 eetlepel kappertjes/fijngehakte peterselie, 100 ml creme fraiche, 1 avocado in dunne schijfjes

Bereiding: Verwarm de olie in een grote soeppan. Fruit de ui tot deze glazig is. Voeg vervolgens de knoflook toe en bak kort mee op laag vuur. Doe het zout, peper en oregano erbij.Voeg de bouillon toe en breng het geheel aan de kook. Laat het brouwsel 35 minuten pruttelen. Ondertussen: Schil / was de aardappels zo nodig. Snijd deze in hapklare stukjes. Doe de aardappelen nu in de bouillon en kook voor 5 minuten. Voeg vervolgens de maiskolven en het knopkruid of de koriander en de lenteui erbij. Laat het geheel nog ongeveer 10 minuten pruttelen tot de aardappelen gaar zijn. Haal het bundeltje lente ui en koriander/peterselie uit de soep. Proef de soep en breng eventueel op smaak met peper en zout. Verdeel de soep over 6 kommen. Zorg dat overal een stuk mais in zit.Garneer met avocado, kappertjes, en een beetje peterselie en de kappertjes. Bon Provecho!

Uncategorized

Proost met troost

De zon trok uitnodigend aan mijn lummelend lijf. Ze had gelijk. Het was een stralende dag en de kleine blauwe wilde me vast wel naar de tuin brengen. Eerst ging ik met de leftovers van mijn uitgebreide kookreis naar dochterlief en beloofde foto’s te nemen van een tuin, een van de opties die de hare zou kunnen worden als eerste op de wachtlijst. In de sloot dobberden de meerkoeten, maar op de kant aan de overkant zag ik iets alarmerends wit, het leek op een paar eierschalen. Bij nader inzien zouden het reuze eieren moeten zijn, gezien de grootte van de schalen. Van echtpaar meerkoet waren ze niet.

Bij nadere inspectie van de foto’s achteraf, bleek het om een grote schelp te gaan, die je vaker tegenkomt op het terrein en een blikje. Nou weet ik van de grachtkoeten dat ze alles gebruiken om hun grote onbeschutte nest in de verdedigingsstand te brengen tot aan plastic en blik toe. Waarom deze slootkoeten niet. Aangezien een van de koeten van de kant af kwam, kon ik alleen maar bedenken dat ze hun nest aan het opbouwen waren en met rommel dus.

Ik stuurde foto’s van de tuin door via de app. Ze lag op de goede kant van het complex met uitzicht over het noorderpark en tot laat in de zomeravond zon. Nu maar duimen. Ik mocht door de tuin van de achterbuuf. De warmte van de zon was voelbaar in mijn stulp en uitnodigend, maar eerst eens kijken hoe alles aan het uitbotten was. Overal piepte lente tevoorschijn. Aan een tak, in een knop, in de lage blauwe scilla’s en de mini-narcissen in heldergeel, het tere groen aan de rozenstruik. De woelmuizen deden dapper mee en groeven hun eindeloze tunnels tot paleizen, die boven de grond uittorenden.

De dorre takken met bloem van de hemelsleutel nam ik mee voor in een geïmproviseerde vaas op de tafel. Een dankbaar tekenobject voor later en door de warmte verleid besloot ik vast een poging te wagen in een haastig pastel.Wat zijn schermbloemigen altijd een dankbaar gegeven. Herkenbaar en stilistisch van vorm. Ik schreef alle bevindingen van de laatste tuinloze weken op in het oude groene logboek, toen er geappt werd door dochterlief dat ze, door nieuwsgierigheid gedreven, toch alvast even aanwipten.

Twee koude kinderneuzen op de fiets door een barre tocht, want noorderwind. Maar uit de wind in het zonnetje was het lekker. We besloten om te lopen en bij het eventuele toekomstige erfgoed vlogen de plannen over en weer, terwijl op hetzelfde moment twee buizerds buitelend de lente tegemoet baltsten en omdat elke roofvogel een groet van haar vader daarboven is, voelde het als een inzegening. Ik wandelde met ze mee terug, ving een kou-traan op de wang van kleindochter en verbaasde me over de kleine warmbloedige filosoof, die half uit zijn jas hangt in de scherpe wind.

In de keuken kreeg ik de oven van het smegfornuis niet aan. Instellen ging soepel, maar verder bleef het ijzingwekkend stil en koud. Met veel geduld en steeds weer opnieuw drukte ik de kleine knoppen in en eindelijk, terwijl ik de pijp al aan Maarten had willen geven, schoot ie aan. Hoe dat gelukt was, was me totaal onduidelijk door de brij van onbewuste handelingen. Niet getreurd, het werkte en voort kon de tocht naar Zweden. Het gerecht kenmerkte zich door simpele eenvoud met gebakken rode ui en gebakken wortel uit de oven. Het smaakte zoals het klonk, omdat ik de daslookpesto was vergeten. Aan kunst was er des te meer Zweden met Anders Zorn, die zuslief en ik vlak voor deze lockdown nog uitgebreid hadden kunnen bewonderen in het Kunstmuseum in Den Haag. Alles wat tot de cultuur van Zweden behoorde, zoals bij ons de tulpen en de klompen, had hij vereeuwigd in een bewonderendswaardige realistisch/impressionistische stijl. Een memorabel moment.

Met een ode van Elisah, de dochter van Liesbeth List, aan de vorig jaar maart overleden diva, kreeg de dag een nostalgische en wat weemoedige afdronk. Proost met troost.

Zweden: Recept gebakken ui en wortelen uit de oven(nu met de daslookpesto)

Ingrediënten: Minimaal één rode ui per persoon. Zout en versgemalen peper. 1 tl gedroogde tijm. 1,5 el olijfolie. Bereiding:1. Verwarm de oven voor op 225 ° C. Snijd de rode uien zodat je twee gelijke helften krijgt. Als je wilt, kun je een klein plakje van het uiteinde afsnijden om het stabieler in de ovenschaal te laten staan. Leg de uien met de open kant naar boven met de schil er nog aan in een ovenschaal. 2. Voeg peper en zout toe en besprenkel het met tijm. Werk het af met wat olie op elke ui. Zet de ovenschaal ongeveer 30-40 minuten in de oven. De uien moeten door en door zacht zijn om ze te kunnen serveren.


Ingrediënten: 800 gr wortels. Zout en versgemalen peper. 1 el hele venkelzaden. 1,5 el olijfolie. Bereiding:1. Gebruik dezelfde temperatuur in de oven als de ui, 225 ° C. Leg de wortels in een ovenschaal. 2. Bestrooi ze met zout en peper en strooi er ook de hele venkelzaadjes over. Besprenkel het met wat olijfolie en schud de ovenschaal zodat alle wortels gelijkmatig bedekt zijn met de kruiden en olie. 3. Zet de ovenschaal ongeveer 20-30 minuten in de oven. De wortels moeten zacht zijn maar bij voorkeur met toch een bite bij het serveren.

Ingrediënten: 70 gr pompoenpitten/120 gr groene erwten/2 handjes verse daslook
3 el / 15 gram voedingsgist/Het sap van 0,5-1 limoen/0,5 dl koolzaadolie/0,5 dl olijfolie
Een flinke snuf van een lekkere zout

Bereiding:
1. Rooster de pompoenpitten in een droge bakpan tot ze goudbruin zijn en heerlijk nootachtig ruiken. Giet de pompoenpitten in een mixer en maal ze niet te fijn.
2. Voeg alle andere ingrediënten toe en mix tot je een pesto krijgt in de gewenste textuur.
Het kan zowel nogal grof zijn of bijna zo fijngemalen als een saus (voeg daarvoor eventueel meer olie toe als je dat wilt)
3. Breng het op smaak met zout en eventueel extra limoensap.

Eigenlijk is de daslookpesto een must.

Uncategorized

Onmiskenbaar

Nieuwe cadeautjes in mijn schoot geworpen gekregen door de ontdekking van VTR-Nu, de Belgische zender met veel aandacht voor, onder andere, cultuur. Het theatergezelschap Martha!Tentatief onder regie van Nuff Said brachten ‘De wereld stond stil’. Het werd gepresenteerd in een heel warm en speels decor door de caberetiers Soe Nsuki en Johan Petit en omlijst door de eenmansband van Tom Pieters. Het hele programma was sinds vorig jaar speciaal in het leven geroepen om artiesten de kans te geven op te treden voor het publiek, nu alles stilgevallen is.

Een van de oudste, meest vroege ‘kunst’ die nog steeds beoefend wordt, is de gesproken overlevering. Erhan Demirci, een stand-up comedian, vertelde een verhaal dat alles te maken had met zijn identiteit en vroeg zich daarbij af of iedereen met een dubbele culturele achtergrond beseffen zou, wat het betekend heeft voor de ouders. In zijn tocht door het leven verheerlijkte hij eerst zijn Turkse afkomst, later juist de Belgische, maar bedacht ook dat hij maar weinig wist van de oorsprong van hun komst naar hier. Wat had zijn vader er toe gebracht om uit het verre dorpje naar België te gaan. Hij ging op onderzoek uit en zijn bevindingen betekenden een ommekeer in zijn denken. Met een goede raad aan iedereen met een dubbele culturele achtergrond maakt hij plaats voor Annelies Verbeke de schrijfster, waarvan volgende week het boek verschijnt met de titel ‘Treinen en kamers’. Korte verhalen waarvoor de inspiratie is gehaald uit historische verhalen van over de hele wereld. Kleine stilistische verhalen met een boodschap of om de verwondering en de filosofie erachter. En de laatste gast was Judith Okon met een betoverend mooie vertolking ‘Twice’ van ‘Little Dragon’.

Te mogen laven aan deze kleinoden doet een mens deugd. Een van de verhalen van Annelies Verbeke bracht me bij Sei Shonagon. Zij was een hofdame in het tiende-eeuwse Japan aan het keizerlijk hof, afgesloten van de wereld. Met de nodige spot karakteriseerde ze de hovelingen die haar omringen; fijngevoelig beschreef ze haar eigen avontuurtjes, haar teleurstellingen en het verstrijken van de seizoenen.Ze noemde het boek ‘Het Hoofdkussenboek’. Het boek is door Jos Vos vertaald.

Mijn eigen dagboeken uit de puberteit zijn geschreven, maar ook voorzien van tekeningetjes over alles wat van belang was voor dat kortgesloten puberbrein, aangevuld met krabbeltjes en krantenknipsels. Inderdaad, vol met bakvissengedoe, de verwondering over volwassenen en wat zij allemaal zouden kunnen bedoelen met hun opmerkingen, het botsen met mijn ouders, de liefde. Eeuwig verliefd op alles wat aardig voor me was. Dat wisselde nogal eens, soms zelfs per dagdeel. Hoe sprokkel je de vrouw van nu bij elkaar. Wat een malle omwegen zijn ervoor nodig. Soms denk ik dat het hele stuk afgesloten moet worden en de dagboeken weg moeten en aan de andere kant koester ik dat stukje jeugd in dat schoolse handschrift, vol naïviteit en toch ook al sterk de behoefte om alles op te schrijven. Dat deed ik met verve. Elke wrok die ik voelde, elke ergernis kwam op papier. Inderdaad werden ze onder het hoofdkussen bewaard onder de hoede van mijn dappere beer, die het met zijn leven bewaakte.

Nog altijd teken ik alles op in woord of beeld. De tekendagboeken zijn mij dierbaar. Eigenlijk vertellen ze soms meer dan woorden en houden herinneringen voor eeuwig vast.

De wijsvinger vloog gisteren van Saoedi-Arabië naar Minneapolis in Amerika. Het land van de wilde rijst, dat eigenlijk graszaad blijkt te zijn. Het land van De Black Matter protesten na de dood van Floyd. Ook daar stond de tijd even stil om daarna een golf van verontwaardiging rond te doen gaan over de hele wereld. Bewustwording van taalgebruik, van gezegdes, van aannames, van oordelen. Het heeft paden gebaand, die nu nog geëffend moeten worden. Stukje bij beetje, maar onmiskenbaar.

Recept van de Wilde rijst met oesterzwammen. (Ik vond bij de super alleen maar witte en wilde rijst gemengd. Die heb ik gebruikt. Wilde rijst is in een ekowinkel te vinden, maar hier was deze winkel opgeheven helaas).

Ingrediënten: wilde rijst/water/kokosolie (indien toegestaan)/ui of prei/oesterzwamme/verse peterselie, fijngesneden/citroengras-, kurkuma- en of gemberpoeder, of vers en dan geraspt/zout en peper (naar smaak)/ongezoete kikkoman sojasaus, met de groene dop is minder zout en zoet

Bereiding: Bereid de wilde rijst zoals beschreven staat op de verpakking. Snij de ui en verwijder de stelen van de zwammen. Grote zwammen kun je door midden snijden. Verhit olie in een pan en voeg de gesneden ui en de oesterzwammen toe en bak alles tot ze zacht en bruin zijn. Meng de wilde rijst en de fijngesneden peterselie bij het mengsel. Breng alles op smaak met de poederkruiden, zout en peper en eventueel sojasaus. Voor een pittige smaak voeg kleine stukjes verse rode peper toe.

Uncategorized

Nog even wachten

Terwijl de verkiezingensprogramma’s over elkaar heen buitelden op de andere netten, keek ik naar Andere Tijden. Een van die juwelen van de NTR/VPRO over een geheel andere verkiezingsstrijd. Die van na de tweede wereldoorlog, toen de PVDA werd opgericht, omdat men het tijd vond voor een nieuwe politiek. Met lichte weemoed door de nostalgische beelden, maar ook door de herkenbare verhalen en verklaringen. Wat een verschil van visie.

Daarvoor hadden we met boekenbabbels een zoommeeting. In allerijl had ik gisteren geprobeerd om zuurstofschuld uit te lezen, maar tussendoor moest de Shakshuka uit Saoedi-Arabië gemaakt worden. Met het boek was ik tot de helft gekomen. Echter nu bleek dat we toch nog eerst het boek van Arthur Japin- ‘Mrs. Degas’ zouden bespreken en pas de volgende keer het boek van Toine Heijmans. Adem in en adem uit. Het was fijn om elkaar na zo’n lange tijd te zien en te horen. We hadden eigenlijk meer tijd nodig om elkaar bij te kletsen, dan we tijd gaven aan het boek. Mrs. Degas kreeg een dikke acht.

Dankzij een tv-recensie van Frank Heinen in de krant, kwam ik vanmorgen op het spoor van de tv-zender van het Belgische Eén, waar het eerste deel van de driedelige docu ‘En toen was het stil’ werd uitgezonden. De fotograaf Lieve Blanquaert hield daarin een interview met vijf verschillende mensen, die ofwel iemand verloren hadden tijdens de aanslag op Zaventem in 2016 of er werkzaam waren op dat moment.

Hoe breng je leed binnen. Welhaast voelbaar en tastbaar weet ze het integer onder de aandacht te brengen, onder andere door woord en beeld op een ingetogen manier vast te leggen. Vijf hartverscheurende verhalen, die voorgoed het leven indeelden voor deze betrokkenen van vóór en ná. Maar ook het verhaal hoe het toeval geluk of juist ongeluk bracht, hoe keuzes soms fataal werden of de dans deden ontspringen. Een van de kinderen die aan het spelen was bij een soort speeltuintje, zaten in een speelgoedcockpit en de jongste vertelde, dat ze op het moment suprème dacht dat er een vliegtuig was neergestort, omdat ze almaar op het knopje ‘landen’ in die cockpit was blijven drukken, dat het haar schuld was. De impact wat dat geweest moet zijn voor dat kleine meisje.

Ook een echtpaar wiens kinderen vanuit huis waren vertrokken naar het vliegveld, terwijl normaliter de moeder ze altijd bracht, maar nu thuis bleef op aanraden van haar man, omdat ze het van de dokter kalmer aan moest doen. Het was een verhaal van ‘Als…Dan’, waarbij een grote spijt sprak uit haar houding, haar kijken, de stem. Ondertussen schiet Lieve foto’s op een krachtige en indringende manier. Beurtelings vullen ogen zich met tranen, lopen vol, klinkt een snik, vloeien kleuren in elkaar over, zonder de bijbehorende zoete sentimenten. Wat hier verfilmd wordt, heet waarheid. Niet gespeeld, maar echt beleefd. Aangrijpend, voelbaar.

Het zet tevens aan tot het denken over de mate van toeval in het leven. Hoe bepalend een keuze kan zijn. Welke stappen je neemt als gevaar je leven beheerst, wat je moet overwinnen om zelfs de keuzes te maken wie het eerst geholpen moet worden in nood. een zwarte bal voor de dood, een rode voor ‘komt waarschijnlijk te overlijden’ om door te rennen naar degenen, die het meest bij de hulp gebaat zullen zijn. Wat doet dat met de soldaat, die zijn mannen de opdracht moet geven dergelijke keuzes te maken. Vlak ervoor had hij de pech dat zijn riem brak, terwijl ze op de plek des onheils stonden voor er wat gebeurde. Dus moesten ze even naar het toilet om alles in orde te maken, wilde de broek niet op de knieën zakken Die brekende riem was zijn redding. Is dat de dood in de ogen kijken? Is dat de man met de Zeis die beslist, dat je tijd nog niet gekomen is? De tuinman en de dood van Pieter Nicolaas van Eyck. Dat verhaal. Als het je tijd is, dan ontkom je er niet aan.

De docu is de bewustwording voor de kijker. Wat het eigenlijk betekent voor de anderen die achterblijven, hoe het verdriet een eigen leven leidt, hoe verschillend iedereen het ervaart. Bij sommigen sloeg de wereld stil na het afgaan van de bom, terwijl anderen de geluiden niet meer weg weten te bannen. Angst die naar binnen slaat of juist elk beeld vastlegt. Het voortdurend bedenken hoe het anders had kunnen lopen, een lange nawee buiten het heftige verlies.

Het duurt even voor deze confrontatie is weggeëbd uit mijn hoofd. Als afleiding zijn er de geluiden die van buiten doordringen. De kleine kek-kek-kek- geluiden van het illegale echtpaar Kauw. Ze vliegen om beurten heen en weer en maken haast om hun nest op orde te krijgen. Soms zijn de takken bijna zo groot als ze zelf zijn. Zo’n overdwars balk in je snavel zal geen sinecure zijn. Ze gaan er dapper mee door. Het wordt tijd dat ik hier ook de boel bijslof, maar nog even wachten.

Recept van de Shakshura, een vegetarische aubergine/tomaat/eierenschotel uit Saoedi-Arabië, omdat ik daar gisteren heen moest vertelde mijn wijsvinger mij.

Ingrediénten: 1 ui. 2 teentjes knoflook. 1,5 theelepel komijnzaad. 1,5 theelepel paprikapoeder
0,5 theelepel chilivlokken. 1 aubergine. 3 paprika’s. 400 gram tomatenblokjes
1 blokje groente bouillon. 3 eieren. 75 gram zachte geitenkaas eventueel vervangen door feta
Olijfolie. Zout. Peper

Bereiding: Was de aubergine, snij in plakken van ongeveer 1 cm dikte en snij vervolgens in blokjes van ongeveer 1×1 cm. Spreid de aubergine over een snijplank en bestrooi met zout. Laat ongeveer 15 minuten het vocht uit de aubergine trekken en dep vervolgens af met keukenpapier. Heb je geen tijd? Je kunt deze stap overslaan, maar de aubergine smaakt wel echt een stuk lekkerder als het vocht eruit is.
Schil en snij intussen de ui en knoflook fijn en bak deze in een scheutje olijfolie in een hapjespan. Voeg de komijnzaad, paprikapoeder en chillivlokken toe en bak deze mee.
Was de paprika’s en snij in dunne reepjes. Doe de paprika in de hapjespan en bak mee. Voeg nu de uitgelekte aubergineblokjes toe en bak de groente ongeveer 5 minuten. Voeg vervolgens de tomatenblokjes, het bouillonblokje en 100 ml water toe. Laat nog 5-10 minuten pruttelen op middenhoog vuur totdat de groente gaar is. Breng op smaak met zout en peper.
Maak nu 3 kleine holletjes voor de eieren en breek 1 voor 1 de eieren in een holletje. Bestrooi de eieren met wat zout. Doe de deksel op de pan en kook op middenhoog vuur voor ongeveer 5-8 minuten. Hou je meer van hardgekookt ei? Kook de shakshuka dan nog een paar minuten langer.
Strooi royaal romige geitenkaas over het gerecht.

Serveer met lavash, een platbrood van bloem, water, olie, zout.

Uncategorized

Op de eerste plaats

‘Op weg naar Japan’ kon ik weer even de kleine Alice uithangen in de Toko. Ondertussen schoven wat beelden langs. Wat waren mijn raakvlakken met Japan geweest, het land waar mijn wijsvinger was bleven steken die morgen. Ik had ooit een t-shirt met een afbeelding in Ukiyo-e stijl gehad met een van de beroemde Japanse houtsnedes groot erop afgebeeld. Het shirt had het nog gered tot pyjama alvorens het richting kringloop ging. Mijn kennismaking met de japanse keuken kwam doordat mijn zus en zwager mij trakteerden op een traditionele Japanese Sushi-maaltijd. We zaten aan een grote bakplaat, waar ter plekke alles werd klaargemaakt. Het was feestelijk en heerlijk, maar er was één miniem bijgerecht, dat de kroon spande. De ingelegde sushi-gember, Gari genaamd. Gari is jonge gember, ingelegd in een beetje zout en meer azijn met suiker. Hoe jonger de gember, hoe mooier roze die kleurt. Je eet het tussen de gangen door om de smaakpapilen te neutraliseren. Wat een hemels genoegen was dat.

Vorig jaar bij de digitale expositie van Van Gogh met zijn ‘La nuit étoilée’ in Atelier des Lumières in Parijs, was er een toegift met Le Japon Rêvé. Groots en indrukwekkend, lieflijk, dromerig of woest trok er een verscheidenheid aan Ukiyo-e doeken langs. Wij zaten of wandelden overweldigd rond. Zo voelde het. De grote golf van Kanagawa van Hokusai ten slotte golfde over, langs en door ons heen, muurbreed, plafondhoog, in één beweging, alsof men overspoeld werd. Een fantastische beleving om in het kunstwerk zelf te mogen zijn.

Dat er Westerse invloeden waren in de tijd van Hokusai getuigde het Pruisisch blauw, dat hij gebruikte bij de vissers in de boten en wordt verklaard in bovenstaande video. Nogal gejaagd uitgelegd, maar het geeft een goed beeld van leven en oorsprong in die tijd.

Het recept dat aan de beurt was, de klassieke Japanse Ramen, een heerlijke vegetarische noedelsoep, begon met Rogi. Tenminste dat vertelde mijn notitie mij op de Iphone. De mensen uit de winkel kwamen er niet uit. Dus zonder Rogi kwam ik thuis. Bij het bereiden kwam ik tot de ontdekking, dat de tofu ontbrak. Mijn immer zelfdenkende telefoontje had weer eens eigengereid haar eigen stempel op het recept gedrukt. Dus, als je het nog lekkerder wil eten, dan zoonlief en ik gegeten hebben, neem dan vooral de tofu erbij. Makkelijk en snel klaar, heerlijk vers en een veelvoud aan fijne smaken, deze Ramen.

Er was nog een andere berg dan de Fuji, die de gemoederen bezig hield. Met het boek ‘Zuurstofschuld’ wandelde ik al weer een paar dagen op de Himalaya. Te vroeg om te zeggen wat ik er van vind, want het voelt alsof de kern van het boek nu pas begint. De passie voor het klimmen en het maken van de keuze steeds weer een eindeloze top te willen bereiken wordt wel duidelijker. Toine Heijmans schrijft zijn verlangen naar minder plat getreden paden uit, door Walter, de hoofdpersoon de rust te laten opzoeken en de wens om alle anderen voor te zijn, een te kunnen worden met zijn gedachten en de berg zonder ruis. Walter stelt zich regelmatig de eerste klimmers voor, die met beperkte middelen een ware ‘struggle for life’ aangingen. De kou en de ijle lucht veranderden het denken, benamen de adem en lieten levensechte visoenen zien, die er niet waren. Ook Walter klimt stug door. Moeiteloos voel je de ijzigheid, de eenzaamheid en ga je mee in de keuzes, die de berg afdwingt. Altijd op zoek naar de juiste weg.

Misschien is dat het wat de passie veroorzaakt en de nietigheid tegenover de kracht van de natuur. Het schrikt me af, de koude, het afzien, het gevaar, maar door het zo prachtig te beschrijven ervaar je het een en ander aan indrukken bij benadering en is er respect. Voor de schrijver, die er zoveel inhoud aan weet te geven, voor de sherpa’s die moeiteloos heen wen weer lijken te klauteren en voor de berg op de eerste plaats.

Recept van de klassiek Japanse Ramen.

375 g tofoe, in blokjes/4 el hoisinsaus/1 paksoi/300 g gemengde paddenstoelen, grof gesneden/4 porties ramennoedels/2 l paddenstoelenbouillon/100 g taugé/4 eieren, gekookt/4 el norivlokken/2 el zwarte sesamzaadjeszonnebloemolie

1.tofoeblokjes in een bakje met de hoisinsaus en laat marineren tot later gebruik. 2. Verwijder de onderkant van de paksoi en spoel de stronken af onder koud water. Snijd het groen van de paksoi en de witte stronken in reepjes. 3. Verhit wat olie in de koekenpan en bak de paddenstoelen. Zet de gebakken paddenstoelen apart en verhit nogmaals wat olie in de pan. Bak de gemarineerde tofoeblokjes 4 minuten op middelhoog vuur. 4. Kook intussen de ramennoedels ongeveer 2 minuten in kokend water (niet in de bouillon!). Giet af en spoel af met koud water. Zet apart tot later gebruik. 5. Verhit in de kookpan de paddenstoelenbouillon op middelhoog vuur tot net tegen het kookpunt. 6. Maak intussen de borden op door de ramen, gebakken paddenstoelen, tofoeblokjes, paksoi en taugé over de kommen te verdelen. Pel de eieren en snijd doormidden. Plaats in elke kom 2 helften. 7. Giet tot slot de bouillon in de kommen. Garneer met de norivlokken en zwarte sesamzaadjes. Tip Marineer de tofoeblokjes alvast 1 dag van tevoren zodat de tofoe alle smaken van de marinade goed kan opnemen. Itadakimasu! (Ik ontvang nederig)

Uncategorized

Elke stem telt

De tweede nacht op rij waarin mijn favoriete zandstrooier de deur voorbij is gegaan. ’s Nachts gaat de tijd langzamer. Er is veel om over na te denken en er ligt ook nog wat om af te maken. Aan de andere kant verbaas ik me over wat ik tegenkom en eigenlijk niet voldoende ken op mijn trip om de wereld. Dat de vrouwen uit het Andesgebergte in Bolivia Chola’s heten en dat daar een hele feministische beweging is, die in verzet is gekomen tegen de onderdrukking, de slavernij, de maatschappelijke beperkingen, de geestelijke en lichamelijke geweldpleging. Het feit dat je bij machte bent om het tij te keren en respect af te dwingen om te mogen zijn wie je bent is iets om een diep respect voor te hebben. Onderdrukking roept een innerlijke kracht wakker, die vaker overwint. Tegen de stroom inroeien is zwaar en vergt doorzettingsvermogen.

Een van de Chola feministes, Yolanda Mamani, heeft een vlog, waar ze haar mening verkondigt. Ze noemt de vlog ‘De Chola Bocona’, de schreeuwende Chola. Mondige Chola’s worden nauwelijks geaccepteerd. Met de titel van de vlog zegt ze eigenlijk dat de wereld niet zou kunnen bestaan zonder herrieschoppers. Met dat statement eindigt ze ook steevast haar filmpjes. Yolanda Mamani maakte met haar schreeuw de vrouwen in haar land wakker en het vraagt, waar ook ter wereld, om mee te schreeuwen. De vrouwen in de film bewijzen, dat letterlijk en figuurlijk geen berg te hoog is om te beklimmen, als je het als doel voorop stelt.

Ook in Australië werd er door vrouwen gisteren massaal geprotesteerd tegen onderdrukking en sexueel geweld onder het motto ‘Enough is enough’. Het golft in de wereld. Het doet me denken aan de roerige jaren ’70, waarbij wij vrouwen, ook niet langer in de pas wilden lopen, maar opkwamen voor onze rechten, terwijl in die tijd de slogan ‘Het enige recht van de vrouw is het aanrecht’ rondwaarde. Het stopte de ongelijkheid niet. Daarom is die schreeuw om aandacht terecht en noodzakelijk, bij elke onderdrukking, bij elke discriminatie, bij elk spoor van ongelijkheid..

Dat gaat er allemaal door dat wakkere hoofd van mij. Het flitst van de ene naar de andere kant en soms voel ik me een nietig klein hulpeloos kind.

Gisterenmorgen belde vriendinlief om even bij te spijkeren, waar een mens zoal mee bezig kan zijn in deze dagen. Er waren wat kleine en grote zorgen te delen. Het had allemaal te maken met het respect, of het gebrek daaraan, waarmee iemand gezien wordt en het gemak waarmee men voorbij kan gaan aan de kwaliteiten van iemand. ‘Het kind met het badwater weggooien’ was de vlag die de lading van het gesprek dekte. Herman van Veen zei het zo mooi, afgelopen zaterdag bij Matthijs. Eigenlijk zou iedereen moeten leren met pensioen te gaan, door bijvoorbeeld een dag per week minder te werken om daarmee de kans te krijgen alle opgebouwde expertise en ervaring uit te wisselen, opdat die kostbare kennis niet verloren zal gaan. Wie een heel leven met zich meedraagt, heeft zoveel opgebouwd. Niet gehoord worden voelt als één grote ontkenning. De troost, ook voor vriendin, is de gedachte dat er heel veel kinderen, stagiaires en teamleden rond lopen die wel de graantjes eruit hebben weten te pikken. Ja ja, dat halfvolle glas. Elke druppel op een gloeiende plaat is er een en heel veel druppels vormen nog altijd een zee aan water. Het sluit aan bij het herrieschoppen van Yolanda Mamani. Als niemand het doet, verandert er niets. Als het niet benoemd wordt, zal niemand het herkennen. Elke stem telt.

Recept: Aji de lentejas

Ingrediënten: *1 tl gedroogde, gerookte en gemalen hete peper. *Chipotles voor heel “spicy”, chile ancho voor wat milder. *1 grote ui, fijngesneden.* 2 middelgrote tomaten, in stukjes gesneden. *4 flinke tenen knoflook, geperst of fijngesneden
*1/2 teen knoflook. *1/2 bos platte peterselie, fijngesneden. *1 kop linzen
olijfolie, zout en peper naar smaak

voor de sarsa:
*1 middelgrote tomaat, fijngesneden.*1/2 ui, in smalle, lange stukjes gesneden. *Een handvol platte peterselie, fijngesneden
*het sap van 1 limoen. *Zout naar smaak

Bereiding: Meng de ingrediënten voor de sarsa van te voren. * Doe de linzen in een kookpan, overgiet ze met ruim water en voeg zout, een halve teen knoflook en olie toe. Breng het geheel aan de kook en verlaag dan de temperatuur naar middelhoog.
Kook de linzen tot ze zacht zijn (ca 20 minuten). *Giet de linzen af en verwijder de knoflook. Terzijde zetten. Verhit terwijl de linzen koken de olie in een koekenpan en bak er op middelhoge temperatuur de knoflook en de peterselie in tot de knoflook licht kleurt. *Voeg de hete, gerookte peper en een beetje water toe en roer. *Voeg na 1 minuut de gehakte tomaten, 1/4 kop water en zout en peper toe. *Plaats het deksel op de pan en laat het geheel op matige temperatuur 25 minuten garen. *Voeg de linzen toe en meng die met de saus. Laat de linzen gedurende 5 à 10 minuten meepruttelen. *Serveer er rijst bij. Schenk er 1 à 2 eetlepels sarsa over.
Buen aproveche!

Uncategorized

Parels ter inspiratie

Een uitnodigng in de app om op bezoek te gaan bij dochterlief en haar gezin. Een korte aarzeling en de check of er corona was geconstateerd op school. Dat bleek niet zo te zijn. Dan dorst ik het wel aan. De kleine filosoof en de kleindochter waren opgetogen. Er was thee en vijgentaart en een of andere lekkere cake en ik had voor hen de Koreaanse noedels van de dag ervoor meegenomen. Zo fijn om het goede te delen. Op een gegeven moment kwam ‘het rapport’ te voorschijn. Deze juf had het goed begrepen. Met trots liet hij zien dat hij in bijna alles een ‘goed’ had gekregen.

Ik dacht terug aan mijn eigen verslagen. Daar maakten we bij ons op school in het begin uitgebreide verhalen van met een opsomming van vooral de kwaliteiten die een kind bezat. In de onderbouw is het zaak met name de basis te leggen voor het zelfvertrouwen. Kinderen die zich gezien en gewaardeerd voelen, groeien meters. In het begin zaten er ook veel foto’s in en een paar kunstwerken die de kinderen hadden gemaakt. Onder de tijdsdruk werden de verslagen anders ingericht, maar in de onderbouw kon ik nog steeds los met mijn verhaal. Voor de kunstwerken en de foto’s kwam er een portfolio per kind. Ze werden in dank afgenomen en gretig gelezen. Nu las ik in mijn oma-rol de lovende woorden van de juf, die wist dat het in de onderbouw daarom draaide. Het kind sterken in het geloof in zichzelf. De denkbeeldige pluim was voor haar, de inhoud van mijn beurs voor de trotse filosoof. Natuurlijk wel met een kleine rekenles erachter aan, want elke ervaring is er een. Trots als een pauw, terwijl zus ook om een ‘centje’bedelde.

Dat bracht me terug bij mijn jeugd. Elke zondag stond ik voor het slaapkamerraam. Als ik in de verte de stijfgeklede deftige heer aan zag komen met de hoge hoed, schoot ik naar beneden, de deur uit en het tuinpad op. Dan kreeg ik een aai over mijn bol en muntstuk in mijn hand geduwd. Soms een stuiver, soms zelfs een dubbeltje. Hij kwam als kerkganger elke zondagmorgen op een vast tijdstip langs. Hoe het ooit begon ben ik vergeten. Nu zou het niet meer kunnen.

Een goed gesprek met dochter was mogelijk toen manlief de kinderen bezig hield. Fijn als daar even gelegenheid toe is. Gedachten uitwisselen, bedenken of iets een aanname is of terecht gedacht. Hoe ga je om met je emoties. Het zijn van die vragen die zich graag laten spiegelen. Met een warm gevoel weer op huis aan.

Poutine met paprika-chilisaus

Die ochtend was de wijsvinger blijven steken op Canada. Ook al komt er geen vlees meer voor in de Canadese schijf van vijf, toch is het een land van vleeseters. Met goed zoeken vond ik een vegetarische poutine met een paprika-chilisaus. Zelf patat maken. Lekkere dikke frietjes in de schil met daarover heen die heerlijke saus en dat voor een verstokt patatje-met-mayo-eter. Heerlijk en eigenlijk een fluitje van een cent. Wel twee keer bakken die verse patatten.

De originele bewoners van Canada zijn de aboriginals. Iets om bij stil te staan. Op zoek naar de vrouwelijke kunstenaars in het land vond ik Shelley Niro. Ze is een multidisciplinaire hedendaagse kunstenaar die bekwaam is in fotografie, schilderen, beeldhouwen, kralenwerk, multimedia en onafhankelijke film, is lid van de Turtle-clan van de Kanienkehaka (Mohawk Nation) van Six Nations of the Grand River. Tree is een van haar films.

Na het gerommel in de keuken was er als toetje op televisie ‘On stage’, dat gepresenteerd werd door Nadia Moussaïd. Danny Vera was er te gast. En weer was er die grote diversiteit aan muzikanten en het plezier in het spelen en optreden spatte er van af. Een ander te zien genieten is om zelf blij van te worden. Elke glimlach, kwinkslag, voet die op het ritme beweegt, vingers over de snaren zijn mijn kleine parels ter inspiratie.

Recept voor de Poutine met paprika-chilisaus

Net als in het origineel wordt voor de vegetarische poutine eerst een saus gemaakt. Was hiervoor de rode paprika, chilipepers en champignons en snijd ze in hapklare stukjes. Snijd een ui in blokjes en fruit deze samen met de paprika, pepers en champignons. Nadat de groenten een beetje gestoofd zijn, worden ze overgoten met groentebouillon en verfijnd met tomatenpuree en room. Op het einde kan de afgewerkte saus op smaak worden gebracht met zout en peper en kruiden uit de Provence.

Voor de aardappelpartjes zijn meestal vastkokende aardappelen het beste. Deze worden gewassen en ongeschild in partjes van een vingerbreedte gesneden. Daarna frituren in een frituurpan of in een pan met veel koolzaadolie en uitlekken op keukenpapier. Wil je extra knapperige partjes, dan kun je ze een tweede keer frituren. Nadat alles klaar is, worden de aardappelpartjes samen met de saus geserveerd en besprenkeld met een portie geraspte cheddar – dat is alles. Bon Appétit!

Uncategorized

De vragen van gisteren

De kracht van het programma van ‘Matthijs gaat door’ is de verbinding die er wordt gemaakt door de jaren heen. In vogelvlucht springen we van jeugd, naar oud en terug. Het thema ‘Forever Young’ laat positieve vitale ouderen zien, die nog altijd van hun kwaliteiten gebruik maken en glansrijk hun jaren laten meespreken. Ze nemen een wereld aan ervaring, kennis en kwaliteiten mee. Zo kan het ook. Eigenlijk is het hele programma een opmaat naar de mooie kanten van het leven. Gisteren was Herman van Veen te gast. Met hem ben ik opgegroeid. Niet daadwerklijk, maar met zijn muziek en zijn concerten. We kenden elk nummer en zongen het hele repertoire met hart en ziel mee. Hij vertolkte wat voor mij de wereld kleurde. Taal, muziek en theater in de ruimste zin van het woord. Matthijs stelde hem de vraag die hij elke uitzending op het laatst stelt: Wat maakt het leven de moeite waard’. Hermans antwoord was kort en krachtig. ‘Morgen’ en als verklaring er achteraan: ‘Het feit dat dat er is. En dat morgen de antwoorden komen op de vragen, die zo moeilijk te stellen zijn’. Wijsheid als een rode draad.

Een andere vaste vraag stelt Matthijs altijd aan zijn eerste twee gasten tijdens het vaste thema Humeurmanagement. Hoe houden we ons humeur op peil. Daarop volgt dan een uiteenzetting, een stuk muziek, theater, natuur, een voorwerp, de stilte, het kan van alles zijn. Heerlijk om het leven op die positieve snaren te beroeren en het als een overlevingsstrategie en als leidraad te nemen. Het slotstuk was een interessante uitvoering van Herman’s ‘Opzij, opzij, opzij’ met Oge3ne en de rapper Lauwtje, twee bigbands en een fantastische violist. Daarmee was de cirkel rond. ‘Matthijs gaat door’ op zaterdagavond is het geloof in het leven zelf.

https://www.npostart.nl/leven-of-theater/05-09-2012/POW_00531045

Die dag had ik nog een verrassing ontvangen. Via een geliefde blogger ontving ik de aanvulling op mijn gemijmer over Charlotte Salomons, de documentaire ‘Leven? of Theater’, waarin haar hele oeuvre en leven voorbij kwam, met interviews, flashbacks uit de film en een tocht langs de plekken waar ze gewoond had. Aangrijpend en ingrijpend maar bovenal een verrijking.

Dankzij mijn ontdekkingstocht over de wereld, kwam ik iets tegen, wat ik nooit gekend zou hebben, als ik me er niet in verdiept had. Glasnoedels van zoete aardappel is een waanzinnig lekkere vervanging van de deegexemplaren. Donkergrijs van buiten, maar breekbaar doorzichtig als ze eenmaal in het kookwater gaan. Nog een ding wat ik ervan geleerd heb en vanaf nu altijd mee zal nemen. Kook de noedels in je groentenwater. Hoe duurzaam kunnen we omspringen met een voor de hand liggend gegeven. En het kookt al, dus een keer gassen. Bovendien zit het boordevol met gezondheid. Er kwam ook een behoorlijke portie Zen bij kijken. Alle ingrediënten werden na elkaar bereid en dan pas gemengd. Laag voor laag bouwde het gerecht zich op als een waar kunstwerk, met als finishing touch de noedels. Het vergde aandacht en geduld en vooral heel veel liefde.

Naar de Toko, waar ik als een Alice in Wonderland rondwaarde met mijn lijstje. Een van de vrouwen uit de winkel schoot bij en wees me stuk voor stuk al die wonderbaarlijke Koreaanse producten. Op zo’n manier, met de aandacht erbij, werd het een uitstapje. De bereiding ontlokte zulk een verleidelijke geur, dat zoonlief en vriendin nieuwsgierig naar beneden kwamen. Alle drie waren we het erover eens. Het was de hemel in een kommetje.

Voor de verdieping groef ik in mijn geheugen naar mijn ontmoeting met de eerste volledige tentoonstelling van het oeuvre van de Zuid-Koreaanse kunstenaar Do HO Sun in museum Voorlinden. Te mogen lopen door zijn tule gebouwen, de huizen waar hij had gewoond tot in detail nagemaakt. De rode trap waar je zo van tree naar tree zou springen, indrukwekkend zeker met zijn filosofie erachter. Zijn kriebelige tekeningen met naald en draad, de belijning, de iele lichamen en het eindeloze geduld wat er aan te pas is gekomen, riep een diep respect op.

Naald en draad is niet helemaal mijn ding. De volkskunst geeft ook mooie beelden en het is leuk om te zien dat de stokjes met de kwastjes dezelfde zijn, die de Afghaanse vrouw ook in haar handen had, maar nu om de Janggu te beroeren. Een impressie. Een dag van uitersten. Met een been nog bij de tragedie van Charlotte Salomons en met het andere been in dat wat deze solitude zoveel aangenamer maakt, dichter bij de Morgen van Herman en dichter bij de antwoorden op de vragen van gisteren.

Het recept voor de Jabchae(Zuid Korea)

Ingrediënten:
2 el sojasaus. 2 tl sesamolie + 2 tl extra. 1 el gochujangpasta.
1 el ahornsiroop. 1 knoflookteen, fijngesneden. 3 el arachideolie.
300 g wilde spinazie, gewassen. 100 g oesterzwammen, in reepjes gesneden
1 ui, in ringen. 4 lente-ui, in grote stukken.1 bos bieslook, in drie gelijke stukken gesneden
1 wortel, julienne. 1 zoete puntpaprika, julienne. 1 gele peper, julienne
2 groene pepers, julienne. 400 g zoete-aardappelnoedels (Koreaanse glasnoedels, toko)
150 g verse shiitakes, in dunne plakjes gesneden. 2 el zwarte/witte sesamzaadjes

Bereiding: Pak de grootste kom in huis. Doe er de sojasaus, 2 theelepels sesamolie, de gochujangpasta, ahornsiroop en de knoflook in en meng. Dit is de marinade/Breng een ruime pan met water aan de kook. Blancheer de spinazie 15 seconden. Haal met een tang uit de pan en spoel in een vergiet spoel goed af met koud water, om het koken te stoppen. Knijp flink uit, snijd in stukken en voeg toe aan de marinade. Hussel/Houd het spinaziewater zachtjes aan de kook/Verhit 1 theelepel olie in een wok/1 theelepel olie in dezelfde wok en fruit de ui met een snuf zout. Voeg bij het marinademengsel/Verhit weer 1 theelepel olie in de wok en fruit nu de lente-ui en de bieslook een halve minuut. Zet apart/Verhit 1 theelepel olie om de wortel met een snuf zout te wokken. Voeg na een halve minuut de paprika en gele en groene pepers toe. Hevel na een minuut over in de marinadekom/Laat de zoete-aardappelnoedels in het spinaziewater zakken. Laat in ongeveer vijf minuten gaar koken/Verhit ondertussen voor de laatste keer 1 theelepel olie in de wok en bak de shiitakes met een snuf zout gaar in 3 à 4 minuten. Doe ze bij de overige groenten in de kom/Giet de noedels af en spoel in een vergiet met koud water. Marineer met 2 theelepels sesamolie. Maak dan de lange slierten met een mes wat korter, zodat het mengen makkelijker gaat.
Meng de noedels, lente-ui, bieslook en de rest van de groenten goed door, gebruik hiervoor een tang. Garneer met sesamzaadjes en serveer direct. Mas-issge deuseyo! (eet smakelijk)

Uncategorized

Ruimte voor vrijheid

Maultaschen, zo stond in bijna alle recepten, was een snel en makkelijk te bereiden maaltijd. Al aan de naam had ik moeten vermoeden dat er een addertje onder het gras lag. Ik ben geen sterke noedelmaker, en misschien was het gekozen recept niet het eenvoudigst, maar met moed, beleid en trouw werd het enigzins wat. Er hoorde nog een leerpunt bij. Het appetijtelijke recept, dat ik de dag ervoor had gezien, was niet meer terug te vinden. In het vervolg de site direct opslaan. Vegetarische maultaschen is geen dagelijkse kost. Met twee maultaschen vond ik het welletjes, tijd voor de verdieping.

Charlotte Salomon met haar indringende autobiografische gouaches schoof langszij. Ze had zich vooral laten inspireren door de eerste geluidsfilms en de gouaches, die ze maakte, leken bijna wel op een filmscript in beeld gebracht. Haar hele oeuvre, dat ze zelf in veiligheid had gebracht vlak voor haar deportatie naar Auschwitz, is op dit ogenblik de belangrijkste collectie van het Joods museum in Amsterdam. Op het ogenblik is er een tentoonstelling, waar een virtuele tour van is gemaakt. Charlotte was vijf maanden zwanger toen ze stierf in 1943.

In de krant stond een lovende recensie van Matthijs van Nieuwkerk over het boek ‘Liefdesverklaring aan de Nederlandse taal’. van de literatuurwetenschapster en schrijfster Mira Feticu. De titel en de omslag, volgens Matthijs ‘een blaartrekkende brave Reader’s Digest-cover’, dekken niet de lading van het boek. Matthijs had er aanvankelijk geen zin in. Dat kwam onder meer door een bezoek van Mira Feticu een paar jaar geleden aan ‘De Wereld Draait Door’. Vlaamse theatermakers en meestervervalser Geert Jan Jansen hadden een geintje uitgehaald met haar, dat er voor zorgde dat ze naar haar geboorteland afreisde. Er was een anonieme tip was geweest over een gestolen schilderij ‘Tête d’Arlequin’ van Picasso. Het zou in de bossen van Carcaliu in haar oude vaderland begraven zou liggen. Ze ging op speurtocht, vond het opgerolde doek. Het werd wereldnieuws, waarna de grappenmakers haar euforie temperden, door de waarheid te vertellen. Mira was furieus, ze stond voor gek, wilde de plaaggeesten tot op de dag van vandaag nooit meer de handen schudden. Tikkeltje kinderachtige reactie in de ogen van Matthijs. Derhalve stond hij niet te trappelen om aan het boek te beginnen.

Dat was niet terecht bleek, toen hij er toch aan begonnen was met de woorden van de wet van Martin Bril indachtig: “Lees altijd de eerste duizend woorden. Baat het niet dan gaat het niet’. Alsnog kreeg Mira van hem een lovende recensie met tot slot een belangrijk citaat van de Roemeense schrijver Emil Cioran: ‘Wie zijn eigen taal ontkent door die van anderen aan te nemen, verandert zijn identiteit en zelfs zijn teleurstellingen‘, de springplank voor het avontuur van Mira. In een recensie van Jan-Hendrik Bakker in Den Haag Centraal werd de titel verklaard: ‘Ze wilde daarom het Nederlands naar zich toe halen, zoals iemand die zijn geliefde verovert: door zich volledig uit te leveren. Verovering’. Matthijs was vanaf de eerste bladzijde om. De schrijfster komt bovenaan mijn boekenlijst van nog niet gelezen lievelingen.

De zeeën van tijd, door het stormachtige bestaan buiten, worden op dit moment geheel opgeslokt door dat andere avontuur. Mijn Gulliveriaanse voornemen in 80 dagen de wereld rond te reizen. Wijsvinger bracht me dit keer in Zuid-Korea. Aan de Kimchi zal ik me niet wagen, maar de Japchae lokte, evenals de beloofde eenvoudige bereiding van het gerecht. Zuslief droeg vanmorgen een prachtig steentje bij aan dit grensoverschrijdende gedrag.

Genoten met mijn ogen dicht en ‘keep on trying’ is een loffelijk streven om door te wandelen op deze zelfgekozen ingeslagen weg. Want waar grenzen vervagen, ontstaat ruimte voor vrijheid.

Recept van Maultaschen: De deeglapjes zelf maakte ik van pastadeeg, de vulling maakte ik van uit, gehakte kastanjezwammen, grana padano, knoflook en spinazie. Je kookt ze in de groentebouillon in vijf minuten gaar. Voor het bedje: Spinazie(kort gestoofd), geroosterde cherrytomaatjes, rode ui in ringen, sesamzaad, peper en zout, balsamico. Leg de maultaschen erboven op of roer ze erdoor en strooi er flink wat gehakte verse peterselie over. Guten Appetit

Uncategorized

Land van tegenstellingen

De tocht naar Afghanistan ging over rozen. Om in de stemming te komen had ik al wat cultuur gesnoven en me verdiept in Abdul Ghafoor Breshna, een schilder, dichter, componist en regisseur. Met de muziek als begeleiding is een bepaalde sfeer snel opgeroepen en waan je je in de uitgestrekte berggebieden van het land. In de jaren ’80 ging ik voornamelijk dansend ‘de wereld rond’, nou ja, in bejaardentehuizen en bij volksfeesten, met de volksdansgroep Cioful. Hele choreografiën zitten naadloos in mijn hoofd en dringen naar voren bij het horen van de uitheemse klanken. Ze kunnen nog atijd de danser in mij wakker maken, al zal ik geen pas teveel meer zetten. De voorstellingen die Breshna geschilderd heeft, verhalen voor een deel de geschiedenis, veelal in zachte tinten. Een mooie gelegenheid om de aquarel tevoorschijn te halen en aan de slag te gaan, terwijl de taal, het Dari met de zangerige klanken, een dromerig verlangen vol weemoed en wensen wakker roept.

Na het schilderen was er een nieuwe uitdaging. Pitabrood bakken. Nu was ik wel bekend met de chapati uit India, maar Pitabroodjes is weer een ander verhaal. Eigenlijk niet moeiilijk en snel klaar. Voor het pitabrood heb je tarwebloem, water, gist, zout en een scheutje olie nodig. Alles goed door elkaar kneden en daarna de kom op een lauwwarme plaats zetten om het deeg te laten rijzen. Daarna het deeg in klein bolletjes verdelen en uitrollen tot schotelformaat. Hoe dunner hoe lekkerder. Mijn deegroller had ik ooit voor de klei op school gebruikt, maar met een gewassen wijnfles kom je een heel eind. Om en om bakken in een hete koekepan.

Intussen zocht ik de ingrediënten voor de Havij, de vegetarische linzen/groentensoep, bij elkaar en kwam zo tot de ontdekking dat er geen currypoeder aanwezig was en met de losse kruiden kwam ik wel een heel eind om een dergelijk mengsel samen te stellen, maar toch ontbrak er nog het een en ander. Een mooie gelegenheid om de groentenstoofpot met wat overgebleven tortilla’s naar dochterlief te brengen en kwark en curry te halen. Als alles bij elkaar staat op het aanrecht oogt het als een kunstwerk op zich. De bereiding was een fluitje van een cent. Alle goede voornemens ten spijt werd het toch weer een volle pan, maar dat was geen ramp want de jongste zoon en zijn vriendin lieten het zich ook aangenaam smaken. Alleen al het opdienen zorgt voor een kunstwerkje op zich.

Er liggen nog te veel te lezen boeken op de plank, anders had ik de Vliegeraar van Khaled Hosseini erbij gepakt. Het was een aangrijpend verhaal, waarbij alle gruwelijkheden, de val van de monarchie tot de instorting van het Talibanregime en de etnische spanningen tussen de Hazara- en de Pashtunbevolkingsgroepen, uit de doeken werd gedaan.

Als je je een voorstelling van dit land en zijn bevolking wil maken zijn de boeken een aanrader. Het tweede boek ‘Duizend schitterende zonnen’ geeft dertig jaar Afghanistan weer door de ogen van twee vrouwen. Dit boek kent gruwelijke passages, net als in ‘De Vliegeraar’, maar om een voorstelling te maken van het leven daar, is de film over dit boek onontbeerlijk. In het volgende filmfragment vertellen de acteurs hoe zij de film hebben ervaren. De grote kracht van Hosseini is het feit, dat hij in staat is, ondanks de verbetenheid van sommige karakters, nog steeds de menselijke kant te laten zien en de kracht die er schuilt in de onderdrukte vrouwen.

Vanmorgen ging mijn wijsvinger weer op reis en tikte Duitsland aan. Dat zou niet gauw het land van mijn keuze zijn en derhalve interessant. Het bleek om Midden Duitsland te gaan. Hier vergde een diepgaand onderzoek naar de traditionele ‘Schwäbische Maultaschen met spinazie en geroosterde tomaat’.

Ondertussen ga ik toch proberen de film op te sporen om nog een wijle in Afghanistan te blijven talmen, in dit prachtige maar ook hartverscheurende land van tegenstellingen.

Recept Havij:

Ingrediënten: Koriander, munt en peterselie, ongeveer vijf takjes van ieder, een ui, een wortel, twee teentjes knoflook, twee 5 gram currypoeder(Madras). 150 gram rode linzen, kwark, een blik tomaat in blokjes. Voorbereiding: Hak de kruiden fijn, snij dunne pplakken van de ui, de wortel en de knoflook. Bereiding: bak de ui, knoflook en wortel in een scheut olijfolie in een soeppan met een dikke boden. Voeg een liter water toe, samen met de gehakte tomaten en linzen. Brengop smaak met het currypoeder en een fikse snuf zout en peper. Laat 15-20 minuten pruttelen. Pureer de soep na die 15-20 minuten heel kort met een staafmixer of giet ‘m even over in een blender. Je kunt ook de helft van de verse kruiden mee pureren.(Ik heb hem grof gelaten). Hak de rest van de verse kruiden grof, die gebruik je straks als garnering. Serveer de soep met de verse kruiden, de yoghurt en de pitabroodjes. Nosje Jan!

Uncategorized

Een wijs besluit

Het wachten was op het telefonisch consult van de longarts, die aan de hand van het longfunctie-onderzoek me een en ander zou vertellen. ‘In de middag’ is een vaag tijdsbegrip. Dat betekende nog geen boodschappen kunnen doen, dus ook niet voorbereiden, maar wel het achterstallige inhalen en voor dag 1 van mijn ‘reis om de wereld’, de kunst zoeken die bij mijn Italiaanse Ragù paste. Modigliani behoort tot de favorieten met zijn zo herkenbare en altijd wat bleke Betjes. Ik koos een eigen interpretatie van ‘De vrouw met het rode haar’. Aquarel op stevig papier. Ondertussen stoomde het flink bij de finale van ‘My Kitchen Rules’ en niet alleen uit de pannen, maar ook tussen de oren van de deelnemers.

Eindelijk weer eens mijn handige reiskit met aquarel uitpakken. Wat zal het fijn zijn als we straks de stad weer onveilig mogen maken met het opzetten van stadse schetsen. Het icoon van dag 2 was met viltstiften getekend en voor de volkskunst van dag 3 koos ik ook viltstiften. De Mexicaanse kunst kenmerkt zich vooral door een overdaad aan kleur. Het werd een echte kleurplaat, haha, maar het doodde de tijd en was eigenlijk een mooie manier van bezinning. Daarnaast kwam ik van alles te weten over de vele indianenstammen, de Spaanse overheersing en het verloren gaan van de indrukwekkende beschaving van de Azteken, de Maya’s en de Inca’s voor een groot deel. Een pittige les in wat star denken kan aanrichten door de eigen beschaving als zaligmakend te bestempelen.

De tijd vloog voorbij en om vier uur kwam dat begeerde telefoontje. Alles zag er goed uit, waarbij ik opmaakte dat het vooruit was gegaan. Dat had hij niet gezegd, antwoordde de longarts. Het was stabiel gebleven. Luisteren is een kunst op zich als er een wens staat te trappelen.

Tijd om boodschappen te doen voor de Tlayudas, bescheiden want de helft was al in huis. Nostalgisch muziekje van Juan Diego Flórez erbij en de toon was gezet. Niets heerlijker dan meegalmen op die lange uitgerekte uithalen. De hoeveelheden gingen terug tot 1/4 en dat lukte wonderbaarlijk goed. Feest in de keuken en feest op het bord, want het is een echte aanrader deze vegetarische Tlayudas. Als vleesvervanger ging de avocado erdoor.

Vanmorgen in alle vroegte vloog de vinger weer over de wereldkaart en bleef steken bij Afghanistan. Een kolfje naar mijn hand, die Afghaanse cultuur. Ze komt overeen met de Iraanse en ik ben benieuwd of de keuken ook overeenkomsten vertoont.

Ik realiseerde me ineens dat ik nog maar vijf dagen heb om ‘Zuurstofschuld’ van Toine Heijmans te lezen, want eigenlijk heeft de leesclub de 16e maart een afspraak staan. Zoom vinden we niet fijn. De kracht van de groep is het ongedwongen samenzijn en tussen de bedrijven door ook het uitwisselen van een persoonlijke verhaal. We besluiten steevast met een wijntje en wat lekkere hapjes. Heel goed om los te komen van de dagelijkse perikelen. Dat wordt tussen het ‘reizen’ door af en toe ook een berg beklimmen. Het recept dat op de rol staat voor vandaag is ‘Havij’ een vegetarische Afghaanse groentensoep met linzen en verse kruiden.

Met grilligheid trekken buiten de buien voorbij en laten af en toe zelfs een streep blauwe lucht en zon zien. De kauwen verschansen zich. Een wijs besluit.

Recept Tlayudas:

Ingrediënten: Zwarte bonen, radijs, wortel, witte kool, komkommer, avocado, koriander, limoen, zeezout, scheutje olie. Voorbereiding: Snij alles heel fijn, haal de zaadlijsten uit de komkommer. Bereiding: Maak een pasta van de zwarte bonen door ze te koken, koriander, een scheut olie en wat bonenvocht toe te voegen. Zet de staafmixer erop. De andere ingrediënten hussel je door elkaar, scheutje olie, het sap van de limoen erdoor en wat zeezout naar smaak. Met de bonenpasta besmeer je de tortilla, die je knapperig maakt op de gril of in de oven, het mengsel erop en klaar. Buen Apetito.

Uncategorized

De wereld rond

Dat was een mooi uitstapje in vogelvlucht. De groentestoofschotel uit Ethiopië bracht me niet alleen bij de culinaire hoogstandjes van het land, maar ook bij de Kopten en hun iconen. De Koptische Kerk in Ethiopië is al sinds de 4de eeuw staatskerk. Wereldwijd heeft ze 36 miljoen leden en is daarmee de grootste Oriëntaals-orthodoxe kerk, vertelde Wikipedia mij. De iconen zijn kleurrijk en onmiskenbaar oriëntaals. Aan de meest simpele durfde ik me wel te wagen. Miscchien volgt er nog een mooi portret, maar voorlopig hou ik het hier bij. De formule werkte. Kunst en cultuur samen op één bord. Zo gaat de reis heten.

Het recept voor de Alecha, de vegetarische Ethiopische groentestoofschotel was goed bij elkaar te sprokkelen, alleen het recept voor de Injera, de pannenkoekjes, moest ik aanpassen, omdat normaal het deeg drie dagen moet staan. Het recept stond op de website van de Happy Chief.

De voorbereidingen, het snijden van de groente en dergelijke is van ‘grote stappen, snel thuis’. Heerlijk om alles grof en snel te snijden. Van dochterlief had ik een paar weken geleden een zware stoofpan gekregen. Mooi blauw is niet lelijk. Maar daarvoor moeten de spierballen echt rollen. Koken in het ding is een complete workout als je hem uit het keukenkastje moet takelen, iets wat we in de bewegingloze tijd wel kunnen gebruiken. Om de tien minuten moest er weer het een en ander aan ingrediënten worden toegevoegd en zo bleef het een overzichtelijk geheel. Door het lange sudderen werd alles heerlijk zacht en kruidig. De vierseizoenen peper ging op de bonnefooi, rode, zwarte, chili en witte peper bij elkaar en de gemberpoeder werd vervangen door verse geraspte gember, maar het voegde veel toe aan de smaak.

Ingrediënten:1 grote harde ui,/2 eetlepels zonnebloemolie,/2 winterwortels,/2 groene paprika’s,/375 milliliter water,/68 gram tomatenpuree (klein blikje),
1 à 2 theelepels zeezout,/0.5 theelepel gemberpoeder,/400 gram aardappelen,/1 vleestomaat,/halve witte kool,/4-seizoenenpeper. Voorbereiding: Schil de ui en snipper hem fijn. Schil de winterwortels met een dunschiller en vervolgens in plakjes diagonaal gesneden. Snijd de groene paprika’s in vier à vijf parten en verwijder het zaad en de zaadlijsten. Snijd de aardappelen in dikke schijven. Verwijder het hart uit de witte kool en gooi deze weg. Snijd de witte kool in 4 repen.

Bereiding: Fruit in een grote pan de gesnipperde ui in de zonnebloemolie totdat ze zacht zijn, maar nog niet bruin. Voeg dan de winterwortel, groene paprika, water, tomatenpuree, 1 theelepel zeezout en de gemberpoeder toe. Leg een deksel op de pan.
Breng het geheel aan de kook en laat alles circa 10 minuten koken. Voeg dan de aardappelschijven toe.
Leg het deksel terug op de pan. Neem de vleestomaat, en kerf deze met een scherp mes rondom een paar keer in.
Dompel de vleestomaat een halve minuut in kokend water, en laat het dan onder koud water schrikken.
Hierdoor komt de vel los te zitten van de tomaat en is deze gemakkelijk te verwijderen. Gooi het vel weg.

Snijd de vleestomaat in 8 stukken en voeg ze toe aan de stoofschotel. Doe het deksel weer op de pan en laat nog eens circa 10 minuten zachtjes koken. Voeg de witte kool toe en strooi er zeezout en 4-seizoenenpeper naar smaak over. Roer alles goed door elkaar en laat nu alles koken tot de groenten gaar zijn. Controleer of er nog zeezout en/of 4-seizoenenpeper bij moet. Schep de stoofschotel in een mooie kom en verdeel hem daarna gelijkmatig in porties op de pannenkoek, in dit geval gemaakt van tarwebloem, kwark en zout.

Natuurlijk was het veel te veel, maar gelukkig komt er nog wel eens iemand onverwachts aanwaaien. In dit geval was het zoonlief, die er smakelijk van meegegeten heeft. Een aanrader, het land om je in te verdiepen en het gerecht.

De reis gingverder. De wereldkaart in blind vertrouwen aangeraakt, vloog over de kaart heen en bleef steken in Mexico. Natuurlijk veroorzaakte dat vanmorgen een zoektocht naar de originele Mexicaanse culinaire heerlijkheden, die uitmondde in een ontmoeting met de Tlayudas, een tortilla met bruine bonenpasta en verse groenten. Even kleurrijk als hun borden zijn gevuld, zijn de rijke stoffen en de afbeeldingen. Een nieuwe ontdekkingstocht staat te wachten.

Dochterlief had voor mij heerlijk zuurdesembrood van de warme bakker en heeft de Tagliatella met ragù meegenomen. Dubbel feest voor de prijs van één. Omdat er altijd gekookt werd voor minimaal zes personen, maar meestal veel meer om wat er aanschoof zo her en der, moet ik me nu nog extra concentreren op de hoeveelheden. De stoof kon makkelijk dienen voor nog een gezin erbij.

Kleindochter speelde zoet met haar partjes appel en twee lege bekertjes. Schijfjes erin, overhevelen naar de andere, uitstorten op de bank, en weer vullen. Onbetaalbaar ervaren, terwijl wij bijkletsten onder het genot van een kop thee. In deze malle tijden weet die kleine niet wat handen schudden inhoudt. Dat was weer even zo’n moment om bij stil te staan. Eenvoudige, vanzelfsprekende handelingen, die in de beleving van kleine kinderen die opgroeien ten enenmale ontbreken. Als je daarbij stil staat is het de wereld op z’n kop.

Nu ga ik me uitgebreid Mexicaans oriënteren en van alle ingrediënten maar 1/3 inslaan, anders waggel ik straks als een tonnetje aan coronakilo’s de wereld rond.

Uncategorized

Het proberen waard

Het is druk op de weg. Het zal samenhangen met de donkergrijze lucht erboven. Regen in aantocht. Wat zijn we eigenlijk verwend de laatste weken met heerlijk veel zonneschijn. Gisteren viel de dag stil, omdat ik niet op Dribbel hoefde te passen. Die was meer dan verkouden. Een oude aflevering van My Kitchen rules zorgde ervoor dat ik enorme trek kreeg in ragù, maar dan de vegetarische versie ervan. Een heerlijk recept vond ik op de site van ‘jennyalvares.com’. Tagliatella met portobello’s. Gericht boodschappen gedaan met boodschappenlijst in de notities, verse rozemarijn, portobello’s, tomatenpuree, roomboter en Tagliatella. Balsamico, knoflook en uien was er al.

In de grote blauwe stoofpan werd het feest en in de keuken ook vanwege het gepruttel. De schoonheid van die enorme Portobello’s was om te roemen. Ik had ze nog nooit gegeten.

Eigenlijk was het hele stoofgerecht in een handomdraai klaar. Italië zweefde het huis binnen. ‘Delizioso pasto speziato profumato’. Met de ogen dicht en het schoteltje voor me zag ik de groene heuvels van Toscane, waande ik me voor een tent in Genua, hoorde ik de kabbelende Middellandse zee. Even weg van hier geweest.

De balsamico deed wat er nog ontbrak aan alle ingrediënten bij elkaar. Het bracht de balans in alle verschillende smaken. Iets van de magie van de keuken kwam boven drijven. Iedere dag een ander land kiezen en het zou een gang om de wereld zijn in 80 dagen op een geheel eigen wijze. Het restje Portobello gaat straks met dochterlief en kleindochter mee, die zo voor de deur staan. In het kader van de duurzaamheid gaat de rozemarijn op water, om te laten wortelen.

Zo, de denkbeeldige knopspeld steekt in Italië. Zal ik nu blind kiezen Dat is een leuk tijdverdrijf. Op ‘Google-maps’ kom ik uit in Ethiopië. De keuze valt op een Ethiopische vegetarische groentestoofschotel. Het idee om de wereld rond te reizen is afgekeken van een fantastische meesterkok in de keuken, mijn aangetrouwde nicht in Ierland. Haar kinderen tekenden de vlaggetjes van het bewuste land en plakten ze op een vel papier. Zo konden ze ‘en route’ zijn zonder een stap buiten de deur te zetten. Zou Gulliver, de hoofdpersoon uit ‘Gullivers travels’ ook in alle landen het lokale voedsel hebben genuttigd. Hij werd bijna zelf onderdeel van de pappot, meen ik me te herinneren. Het beeld van de grote man met allemaal kleine mensen er omheen en vastgesnoerd in de touwen staat me nog voor ogen, maar hoe het verhaal ging weet ik niet meer. Toch weer eens herlezen.

Het zou ook leuk zijn om een reisverhaal te volgen, bijvoorbeeld Nils Holgersson met zijn ganzen mee of een van de oneindige stoet globetrotters die je kan vinden op google en die verslag doen van hun reizen. Met weinig inspiratie om je heen behalve het geijkte is dat een welkome afwisseling. Behalve de kookpotten is er ook de kunst van het betreffende land. Dan had ik me gisteren op de fresco’s moeten werpen en vandaag worden het kleurrijke iconen, die welhaast middeleeuws aandoen. Een nieuw inzicht verwerven blijft een boeiende bezigheid. Een reis om de wereld, omdat grenzen er zijn om overheen te schrijden. De landsaard doorgronden, waar het mogelijk is. Misschien is het te ambitieus, maar het is de moeite van het proberen waard.

Uncategorized

Een dag als vandaag

Hij stond geduldig te wachten in het gras. Verschoof af en toe, plukte hier en daar wat aan zijn rug terwijl zij zich lang en uitgebreid opfriste. ‘Waar werd oprechter trouw’ schoot er door me heen. Ook hier Vondeliaanse liefde.

Toen ze eindelijk klaar was, klom ze over de rand en waggelde naar haar trouwe eega. Samen vervolgden ze hun weg naar de veel ruimere sloot.

Het was het echtpaar Wilde eend, waarvan het vrouwtje een eigen hamam had herkend in mijn krappe wiervijver. Ze kwam er tevreden en coquette weer uit met haar glanzende groene wierveren, alsof ze wilde wedijveren met het kleurrijke verenpak van de woerd.

Het was allemaal goed te volgen, omdat de observatiepost hoog en droog op de wielen stond en ze zich onbespied waanden. Door het andere raam kon ik in mijn eigen vogelhut, dat het atelier ook was, de koolmees bespieden, die van het pindasnoer snoepte.

Ik was voornemens geweest het dorre hout aan de zijkant achter op te stoken in mijn kleine kacheltje. De grote stukken moeilijk brandbare berk eruit, kleine takjes erin. Het spul was zo droog dat het knisperde onder mijn handen. Het lukte welgeteld een kacheltje vol. Daarna waren al mijn vuuraspiraties verdwenen. In hart en ziel een ‘gids’, maar nooit een echte scout. Bovendien sloeg de rook door de wind neer. Niet bevorderlijk voor mij en mijn longen. Wijs besluit aldus. Toch maar weer alles per zak afvoeren naar de groenstort.

Het was fijn om te voelen dat, na een lange inspiratiedip, er de lust was om de penselen op te pakken. Zo vloog, zoals altijd, de tijd voorbij. Een eerste opzet en een tweede ronde. Dat ook de kou was binnengeslopen, merkte ik pas,bij het opstaan van de kruk en de stijfheid, waarmee het vege lijf zich krakend afwikkelde.

Dag lieve stek, dag echtpaar eend, dag familie koolmees, roodborst en haas, tot later. Halverwege het weggetje langs de sloot zag ik het beeld voor me van twee handchoenen die leeg en verlaten op het witte rotan tafeltje in het atelier lagen. Vergeten, maar ik was al te ver om nog terug te gaan.

De sloot deed me altijd denken aan het boek van Carry van Bruggen: ‘Huisje aan de sloot’. Zij behoort met de dichter Vasalis samen tot de vrouwen, die afgespiegeld in de tijd waarin zij leefden, zoveel mogelijk hun eigenheid wisten te behouden, ondanks de vaak benepen, normen en waarden. Het is vandaag internationale vrouwendag. Geen mooiere dag ze te eren. In ‘Het huisje aan de sloot’ beschreef Carry in een van de hoofdstukken, dat ze al van jongs af aan wist, dat je je vrijheid kon behouden, omdat alleen jij je gedachten wist. Niemand, die je dat kon ontnemen. Ook de hele strenge meester niet van haar klas.

Vrouwen dus, vormende vrouwen, vrouwen die iets weten los te maken, door hun gevoel te vertalen naar de literatuur en de kunst in de breedste zin van het woord. Sterke onafhankelijke mooie vrouwen. Met als belangrijkste drijfveer ‘De vrije gedachte’. Een mooi thema voor een dag als vandaag.