Uncategorized

Lang leve de herinneringen

De eerste keer dat ik vanuit een citaat uit de vijf dagboeken van onze moeder begon te schrijven was in de maand april 2011. Vandaag is het precies 31 jaar geleden, dat ze onverwacht uit ons leven verdween.

De allereerste blog in deze serie begon zo:

26 april 2011: Dit blog schrijf ik naar aanleiding van de dagboeken van mijn moeder. Die ben ik aan het uitschrijven voor de hele familie, zodat alle nichten en neven een beeld krijgen van de tijd, waarin hun vaders en moeders nog kinderen waren. Elke dag heb ik een titel gegeven, die voorkomt uit het stuk wat ze heeft geschreven op de datum van het betreffende jaar en die opvallend is. Opvallend, omdat de titels lekker ouderwets klinken of omdat ze een bepaalde sfeer weergeven, opvallend ook omdat het mooie klankvolle woorden zijn of hout snijden. Soms met humor en soms met een traan. Het leven dus.

Ik begin bij De glazen vaat om vanaf dat moment bij inspiratie aan zo’n titel mijn persoonlijke mening of beleving te koppelen:

Op Woensdag 5 februari schreef mijn moeder in haar dagboek: ‘(…) Pa om 9 uur, ‘Heb je koffie’. ‘Als je zo gaat lopen, zet ik ze’. ‘Ik wordt toch gehaald?’. ‘Nee, ’t is woensdag’. Dat hadden we gisteravond nog uitgelegd, maar hij is het toch snel weer vergeten. De glazen vaat, 2 wassen, de glazen en de kopjeskast weer op  orde. Spul in de kelder. Bietjes uit de vries, 1 hamlapje ook. Ton kwam de map halen.(…)’

Een doorschijnende vaat, denk ik dan. Prachtige wijnglazen met een verschraald beetje vin blanc, die de eerste zonnestralen vangen op het aanrechtblad, een gebroken regenboog tot gevolg. De glazen slakom, waar nog een gelig ijsbergslablaadje als een gedrapeerde rok aan de wand zit gekleefd, de robuuste limonadeglazen van zoonlief, die het ook heel goed zouden doen als bloemenvaas pur sang. Ze staan op het keukenblad aan de linkerkant te wachten tot ik een aanval van werklust krijg en ze al mijmerend en filosoferend af zal wassen en na zal spoelen om daarna alles voorzichtig glanzend droog te wrijven met een verse schone theedoek.  De vaat als beleving, als moment en als meditatie. Het rustpunt in de hectiek van het dagelijks bestaan, dat is dit werk voor mij. De handen in het warme water, het hoofd deels bij de handeling en deels dromend ver weg. Dat zou op dit ogenblik mijn glazen vaat zijn.

Een hele andere, dan die glazen vaat van mijn moeder in 1986. Dat waren de hoge dunne limonade glazen, de borrel-en de  advocaatglaasjes, waarin de lepeltjes nog staan met een geelwit randje van de slagroom, de smalle hoge wijnglazen, waarin de pepsels hebben gezeten, de arcopal theeglazen met bolle buikjes, niet kapot te krijgen….en waarschijnlijk ook wat bierglazen met een of andere opdruk, omdat die geschonken waren bij de aanschaf van het een of andere artikel of gewonnen tijdens de bingoavonden van de voetbalclub DSO. De lepeltjes in de advocaatglaasjes, waar de tantes genietend en smakkend de laatste restjes uit konden schrapen. Dezelfde room waar wij stiekem van te voren in de keuken al een vinger langs hadden gehaald, waren van een ragfijn zwarterig zilver, ongepoetst uit de doos van oma, of van Silmeta, het zilver voor de armen.

De glazen vaat in wording

Deze vaat werd vaak zingend gedaan vroeger, twee of driestemmig. Het repertoire bestond uit ‘Het karretje op de zandweg reed en ‘In het groene dal, in ’t stille dal’ en als we heel goed geluimd waren, kwam daar nog het ‘Piu non si trovano’ achteraan. Ja, de vaat, de glazen vaat maar ook al die andere vaten leverden mooie herinneringen op, ondanks dat het wel eens afzien was, een vaat van dertien personen met de de nodige potten en pannen. Het was in ieder geval hét moment om de woordenwisselingen te beslechten en de zangtechnieken adequaat bij te schaven!

Voor mij geen bonkende en zwoegende afwasmachine, maar gewoon, handwerk, met aandacht en liefde, een eerlijke arbeid en daardoor een langzaam uitstervende bezigheid. Lang leve de vaat en lang leve de herinneringen.

In de rubriek: In 80 dagen de wereld rond vertoefde ik in Irian Jaya. Op papier een impressie van Johanna Syufi met haar kind op de arm bij de kliniek in Senopi, West Papoea, op het bord Urap Urap

Uncategorized

Betekenis kent geen dik of dun

De hoogste tijd om mijn zussen weer te zien en te spreken, de jongste is nog altijd niet met pensioen en moet het, spijtig genoeg, af laten weten. ‘Je hebt martelaren en apostelen’, hield onze moeder ons vroeger voor. Dit was er een duidelijk staaltje van. Amersfoort zonder het winkelgebied bleek een uitverkoren stad en als je bij de Koppelpoort begon, was je verzekerd van een stukje middeleeuws Amersfoort met hier en daar moderne accenten.

We trapten af met een broodje oude kaas bij een ambachtelijke bakker en koffie to go. In het zonnetje, tegenover het Flehitemuseum op een bankje was het heerlijk genieten, uitzicht op de twee lichtgroene treurwilgen die de aanblik van het museum, met een zwaarmoedig zwart blok van Armando ervoor en het vriendelijke wijkje erachter, vrolijk opfleurden. De poort stond er eenzaam en gesloten bij, net als het museum zelf.

Die morgen had vriendinlief op Facebook het toevallig over de Koppelpoort gehad, omdat daar de Volmolen was gehuisvest. Een ouderwetse katoendrukkerij. Bij het langslopen ontdekten we een etalage waarachter een vrouw in kwestie bezig was met het printen middels de stempels. Hoe kwam ik aan die mazzel en wat zou een mens er weer graag onbezorgd naar binnen willen lopen om al het moois van dichtbij te zien. ‘Van de zomer beginnen de workshops weer’, lonkte het opschrift bij het raam.

Terwijl de zussen er de pas in hadden en ik als altijd er wat achteraan kwam, wees zuslief op de wilde kardinaalsmuts en het lenteklokje en verbaasde ik me over het feit dat ik ze niet echt kende. Het wandelen ging goed, de knie hield zich steeds beter, maar omdat het hochie op en hochie af was, hoorde ik het amechtig raspen daarbinnen. ‘Wen d’r maar an’.

Tussen al het oud flitsten de gedachten telkens naar het slechte nieuws van die ochtend. Een geliefd mens waar ik al mijn hele leven mee oploop, we zien elkaar bij vlagen, zussen in zinsverband, heeft te horen gekregen dat er sprake is van kanker met ernstige uitzaaiingen. Wat een half jaar geleden was begonnen met een zeurderige pijn in de buik, had zich als een razende ontpopt tot iets van onbegrijpelijke omvang. Er rest nog een chemo om tijd te rekken, maar dat is het dan. Waarmee alles weer in perspectief werd getrokken. Er bestaat naast corona nog altijd al dat andere verdriet. Droeve onwenselijk ontwikkelingen en de manier waarop ook onmenselijk.

Het is de natuur die afleidt, een plantenbak, een plaatje aan de muur een torenspits met een gouden zeilboot als windvaan en natuurlijk het lieve gezelschap van mijn bloedeigen zussen. Amersfoort is een aanrader en zolang je buiten het winkelgebied loopt, heerst er rust, hier en daar een wandelaar, wat mensen op een bank en wat alleengangers met een hond.

Vanmorgen kwam ik door de krant op het spoor van het boek ‘Grief is that thing with feathers’ van Max Porter. Het is vertaald als ‘Verdriet is het ding met veren’. Het moest natuurlijk zo zijn, bij dit nieuwe verdriet. Porter schreef een boek over een vader en twee zoontjes die hun vrouw en moeder verliezen en hun rouw verwerken met behulp van een reusachtige pratende kraai. Er wordt een theaterbewerking van gemaakt, maar ik wilde niet verder lezen, want ik heb het boekje onmiddellijk besteld. Eerst blanco erin om te ontdekken hoe het mij raakt en daarna pas het interview, dat ik angstvallig zal bewaren tot de tijd rijp is. Een van de uitgelichtte zinnen: ‘Dood maakt wakker’ en ‘Het boek gaat door merg en been, maar er schuilt zo’n wáár hart in. Dan kan je niet anders dan meer te willen weten over de indringende inhoud van dit boek.

Het krijgt voorrang op het boeiende boek ‘Het gewicht van de woorden’ van Pascal Mercier. Dat is oneindig veel dikker. Maar gewicht hoeft niet perse meer toe te voegen aan de gewichtigheid. Soms is één zin al voldoende. Betekenis kent geen dik of dun.

In de rubriek in 80 dagen de wereld rond kwam ik uit bij Finland. Een snelle en simpele maaltijd na een lange wandeling van ruim 5 km. Op papier Silia Selonen en op het bord Uunifetapasta.

  • 200 gram feta
  • 300 gram pasta naar keuze
  • 400 gram kleine, lekkere tomaten ik gebruikte tommies
  • 3 tenen knoflook, fijngehakt
  • 1 sjalot, in reepjes
  • 1 eetlepel chilivlokken
  • 2 eetlepels gedroogde oregano ik kneus de oregano altijd tussen mijn vingers voordat ik het toevoeg. Zo geeft het meer smaak af
  • 2 eetlepels goede extra vierge olijfolie
  • Handvol verse basilicum al dan niet grof gesneden

Verwarm de oven voor op 180 graden hetelucht of 200 graden convectie.Meng de tomaten met de knoflook, sjalot, een eetlepel gekneusde oregano, een eetlepel olijfolie en wat peper en zout in een ovenschaal. Leg de plak feta midden in de ovenschaal tussen de tomaten en besprenkel met de rest van de olijfolie, oregano, chilivlokken en versgemalen peper.Bak 25 minuten in de oven. Kook ondertussen de pasta gaar.Roer de schaal met feta en tomaten door. Meng daar de pasta doorheen. Maak af met de basilicum en serveer direct.

Uncategorized

De natuur pakt uit

Wat een heerlijke zonnige dag was het. Het werd tijd om de uitbottende lente onder de loep te leggen. Dat kwam goed uit, want voor mijn Bulgaarse verkenningstocht van deze dag, moest ik een stevig brood hebben. Iedereen die in de omgeving van Utrecht woont, weet dat je dan in de Veldkeuken moet zijn. Nu ik toch in Amelisweerd was, kon ik gelijk volop genieten van een wandeltochtje. De kou was uit de lucht door de kracht van de zon, die haar uiterste best deed om het lentegroen pracht en glorie te geven.

Bij het parkeren van de auto scharrelde mevrouw merel bij de brandnetels in de grond. Ze krabde met haar poten tussen de aarde, maar koos toch eieren voor haar geld, toen ik uitstapte. Op haar gemak hipte ze onder de heg door naar de andere kant. Een fiere pinksterblom stond al volop in bloei.

Het klaphek deed zijn naam eer aan. Een veld vol jonge zuring verwelkomde deze eenzame wandelaar. In mijn hoofd zong het lied ‘Hier is dan de fiere pinksterblom’ in de uitvoering van Herman van Veen. Het landschap ontrolde zich en liet overal het voorjaar toe. In de grassen en tussen de halmen nog meer pinksterbloemen.

Het geel van het bloeiende speenkruid tegen een decor van fris groen en de blauwe lucht, waarin de wolken als grote onbemande schepen langs trokken beloofde een mooie tocht. Hooguit twee wandelaars passeerden, dan weken we van het kippenpaadje af en struinden door het gras.

Zo ging het richting Rhijnauwen, waar ik de weg terug naar Amelisweerd zou nemen langs de Kromme Rijn, doorgaans in deze tijd druk bezocht, maar alles wat er aan volk was bleef hangen bij de uitspanningen waar koffie to go te halen viel. Overal waar maar enigzins neer te strijken viel, zaten mensen tot op de trappen van het bordes bij de jeugdherberg toe.

In de kilte van de poort lonkte de warmte. De hoge oude bomen van het bos vingen elk geluid af en er heerste een gewijde stilte, met enkel het gekwinkeleer van drukdoende vogels, die zich verscholen achter takken en in bosschages. De bomen strooiden kwistig met hun lentetooi, de krentenboompjes zetten hun beste beentje voor, maar de wilde prunussen pronkten uitbundiger met een waterval aan witte bloesem.

De Kromme Rijn weerspiegelde de bomen in het door de lucht blauw/groen getinte water. Aan de tafels in de groenweide zaten hier en daar een stel mensen wat te praten, te lunchen of ze hieven de bleke winterwangen naar de zon. Twee grote wilde ganzen zwommen statig rond en hadden het rijk alleen.

De bomen fluisterden oude sprookjes. Bij de boerderij stonden de koeien nog op stal, terwijl ze af en toe verlangend de kop naar de toegang hieven om wat zuurstof te snuiven. Ze schoven wat heen en weer en rammelden met hun kettingen. Ook bij hen klopte het voorjaar aan.

Rond de veldkeuken was er volop bedrijvigheid. De winkel zat nu in de andere vleugel omdat op die manier een vrije doorgang gewaarborgd was. Wachten in de hal en meeschuiven om met een heerlijke zuurdesem Levain het pand door de buitendeur te verlaten. In de statige oprijlaan tuurde ik, tot de nek stijf was, naar de woonstee van de kauwen, die ik daar wist te zitten. Ze waren wel in de buurt ervan, maar zaten nog niet in de holen. Bij de auto zat echtpaar Merel nog steeds. Pa trok zich snel terug op de haag, maar het vrouwtje liet zich niet storen door mijn aanwezigheid. Ze had net een dikke worm te pakken en liet die voor geen prijs schieten. Ergens ontpopten de dikke knoppen van de kastanje hun blad. Lente in het kwadraat. De natuur pakt uit.

In 80 dagen de wereld rond toog ik naar Bulgarije en omdat het de dag van bos en bomen was kwam op papier: De bomen van Yordan Katzamunski

en in de kom en op het bord: Mish mash met Shopska salade en zuurdesembrood van de Veldkeuken: Levain bruin zonnepit.

Uncategorized

De schoonheid van vergane glorie

In de krant van gisteren sprak men in een interview over de Haagse stolp en onmiddellijk werd in mijn geheugen de lade opengetrokken met sacrale herinneringen. Het was zondagmiddag. Zoals altijd gingen we, als Salesianen van Don Bosco, ons bijelkaar gebedelde geld brengen bij Vrouw Bauhaus. Ze woonde in de sterrenhof vlak achter de statige singel en droeg uit wat een vroom Begijntje in die dagen gestalte had kunnen geven.

In een wolk van kamfer was ze helemaal in het zwart gekleed, zwarte jurk, zwarte kousen, zwarte schoenen, om de hooggesloten japon een zilveren ketting met het vrome kruisje, het lange grijze haar strak naar achteren gekamd en met een pin in een nietig knotje vastgezet. Daar bovenop rustte het zwarte hoedje, ook vastgespiesd met zo’n ijzeren speld. Ze ontving ons met een glimlach, die haar ronde rode appelwangen deed bollen en haar krakende stem deed niet onder voor die van Paulus de boskabouter, die ik mijn eerste lange levensjaren veelvuldig had horen krassen en piepen. God zij geloofd en geprezen. Een uitdrukking die later tot mijn gevleugelde algemeenheden zou gaan behoren.

Haar kleine huisje was perfect gemaakt voor haar nietige gestalte, ze was even groot als ik met mijn acht jaren. Ze had zich omringd met allerhande religieuse parafernalia. Het rook er naar boenwas, zilverpoets en die doordringende kamfer mottenballen. Haar kabinet kraakte net zo als haar stem. Op de kast stond een grote glazen stolp. Daar woonde, in mijn optiek, een deerniswekkend heilig hart, de ogen ten hemel geslagen en de vinger wijzend naar de gekliefde borst waar zijn rode hart zicn bevond. Bij het zien van deze meelijwekkende beeltenis schoten onmiddellijk de woorden: ‘O Heer om onze zonden, gekruisigd en vermoord…’ door mijn hoofd. De rest van de tekst werd bij het meezingen gesmoord in allerlei verbasteringen van weinig eerbiedige aard, omdat het ondoenlijk was om er als achtjarige een touw aan te knopen.

Geen idee, maar gekruisigd en vermoord was zoiets als de dreiging die uitging van de dievenbende van de zwarte Hand in Pietje Bell. Verder was er geen chocola van te maken. Het zorgde wel voor een wat weifelende waarheid van de herinnering. Doorgaans is het een uitbundig hart met veel gouden straling en allerminst een bloedig tafereel. Vrouw Bauhaus telde het muntgeld uit de bussen en in een enkel geval viel er zelfs een briefje uit.. Don Bosco keek tevreden op ons neer en nadat alles was opgeschreven in grote krulletters met de vulpen in het kasboekschriftje met de bruine kaft, gingen we weer.

Toen ik later in mijn eigen huis woonde, een oerwoud aan planten, macramé, gehaakte gordijnen en kurk tegen de wanden stond er een soort glazen stolp in de keuken, maar dan omgekeerd en gevuld met eieren naast een draadstalen eiermandje. Zo kreeg alles een hernieuwde betekenis. Bij sommige kennissen werd de stolp gebruik om droogbloemen stofvrij op te bergen en tegenwoordig passen er ter opluistering de ledlampjes in of een overgebleven Mariabeeld van lang geleden met een knipoog naar vroeger.

Onder de Haagse glazen stolp houden politici en journalisten elkaar vast in een innige omhelzing. In het interview stellen vier jonge politieke journalisten nauwkeurig de barsten vast en concluderen dat de woordvoerders de poortwachters vormen tot de toegang in de glazen stolp. Bij die woordspeling grinnikt het van binnen. Ooit had ik een bol van craquelé glas en de lichtjes daarin hadden een wonderschoon effect op de witte muur erachter. De schoonheid van vergane glorie

In de reis om de werreld in 80 dagen toog ik naar Tibet. Op papier: Tashi Norba en in de kom: Thukpa een vegetarische Tibetaanse noedelsoep.

Uncategorized

Voor of achter de schermen

In de krant van gisteren sprak een oud-leerkracht over schaduwkinderen. Hij doelde daarmee op kinderen, die niet perse een rol willen hebben in de eindmusical, of op het podium willen staan bij een weeksluiting. Kinderen, die niet voor het voetlicht willen treden maar liever, verscholen, hun steentje bijdragen. De laatste tien jaar van zijn loopbaan kregen deze schaduwkinderen de plek die ze nodig hadden om op een eigen manier te gedijen. Hij sprak met een oud-leerling die hem jaren na diens eindmusical, vertelde, dat hij er niets aan had gevonden en wel meedeed, omdat iedereen meedeed en hij geen spelbreker wilde zijn. Door dat verhaal besefte de docent dat je bescheiden kinderen ook hun bescheidenheid moest gunnen.

In de onderbouw gaat dat vanzelf. Als een kind ergens geen vreugde aan beleeft, dan wil het niet en doet het vaak ook niet. Er waren kinderen die met geen tien stokken het podium op te krijgen waren en dus hoefden ze ook nooit. Maar stiekem verzon ik wel manieren, waarbij ze de lol van dat dramaspel zouden zien en de angst voor het publiek zou wegebben.

Oefenen achter de poppenkast

In een van mijn groepen zat zo’n ‘bescheiden’ meisje. Als ze in de kring aan het woord was, dan kwam het er bijna fluisterend uit. Mee op het podium, of dat nu met z’n allen was voor een lied of alleen, wilde ze onder geen beding. Tot we een televisie hadden ontworpen bij het project communicatie en zij daar hard aan had gewerkt. Er moest verf op een grote kartonnen doos, twee sleuven aan weerskanten en een lange rol papier waarop de beelden werden getekend. Het was zo’n ouderwets gezellig leerzaam werk waarbij de betrokkenheid groot was. Ze had er lol in en verzon steeds meer bij het verhaal. Tot ik aan haar vroeg of ze het bij de weeksluiting aan de andere groepen wilde laten zien. Ze deinsde letterlijk achteruit. Nee dus, maar ik had expres een hele grote doos gekozen, een televisie van formaat. Daar paste ze zelf in, verscholen achter het papier, dat door twee anderen door de sleuven werd getrokken. Het was het ei van columbus. Dat kleine, bescheiden en verlegen meisje ontpopte zich als een ware vertelster, zolang ze maar niet in beeld was. Met de microfoon in de kast achter het papier gaf ze haar verhaal door. Luid en duidelijk. De primeur van iets wat als een rode draad door haar schoolleven heen liep en waarbij de angst voor presentaties en voorstellingen langzaam maar zeker verdween.

Allemaal op het podium

Dus ja, gun kinderen hun verlegenheid en bescheidenheid, maar let goed op of het door angst gestuurd is of niet. Met de juiste middelen is angst te overwinnen, is het net dat duwtje in de rug, dat een mens soms nodig heeft om ergens toe te komen. Het was een mooie leerzame ervaring voor ons beiden.

Jong geleerd, oud gedaan

Zoonlief was ook geen podiumbeest, maar technisch heel slim en hij wist al gauw het paneel van het licht en geluid te bedienen. Hij snapte de mengtafel beter dan menig leerkracht. Ook hij groeide, door zijn ding te mogen doen. Te kijken of de microfoon het deed, de lampen goed stonden en, zich bewust van de belangrijke functie, liep hij zelfverzekerd rond. Ook óp het podium om de dingen te checken of om in te grijpen als het tijdens de voorstelling mis ging.

kastelen zijn ook fijn om achter te schuilen op een podium

We hadden voor de kinderen met podiumangst de ‘werken van de week’ verzonnen, die ze konden laten zien, al dan niet erachter verscholen en altijd met een vrolijk of ingetogen muziekje eronder. Ieder op een eigen manier, heel snel en ‘zoef’ eraf als je het eng vond, of tergend langzaam als je eens goed in de schijnwerpers wilde staan. Een uitstekend idee om vanaf de onderbouw te helpen met het overwinnen van podiumvrees. Spreek-en boekenbeurten zijn dan ook lang zo griezelig niet meer en als het eindelijk tijd is voor de eindmusical respecteren ze elkaars speciale kwaliteiten en mag iedereen zichzelf zijn. Voor of achter de schermen.

in 80 dagen de wereld rond ging ik naar Algerije. Op papier een impressie van Sadek Lamri en op het bord: Couscous met gestoofde groentenschotel.

Bereidt de couscous zoals op het pak staat aangegeven.Ik had de gekruide couscous met rozijnen, erg lekker.

Gestoofde groentenschotel: 2 witte uien, grof gesnipperd, 2 knoflookteentjes, fijngesnipperd, 1EL gemberpoeder, 1TL kaneel, 1TL korianderzaadjes (ketoembar), 1TL kurkuma, 500ml groentenbouillon, 1 winterpeen, geschrapt/geschild, door de lengte in zes parten en dan in repen van ca. 5cm lengte (of geschrapte bospeen in de lengte gehalveerd), 1 courgette, in kwarten en dan in repen van ca. 5cm lengte, 1 halve pompoen in grove stukken,1 klein blikje kikkererwten of linzen, olijfolie en/of boter om in te bakken.

Gebruik liefst een gietijzeren pan met dikke bodem. Fruit ui en knoflook in de olie Schep regelmatig om. Voeg de kruiden toe. Voeg gemberpoeder, kaneelpoeder, korianderzaad (ketoembar), kurkuma en harissa toe. Giet de bouillon bij de groenten eerst de reepjes wortel toe en kook 5 minuten mee. Dan de pompoen, Voeg dan de courgette toe en kook ook 5 minuten mee. Verwarm op het laatst de kikkererwten nog kort mee.Breng op smaak met zout en peper.

Uncategorized

Dat tastbare van het gevoel

Bij sterren op het doek afgelopen zaterdag schoof Dieuwertje Blok aan. Heerlijke spring-in-het-veld om te zien, zoals altijd. Natuurlijk ouder geworden dan in de tijd dat mijn kinderen nog klein waren en later bij het sinterklaasjournaal, maar nog even sprankelende en jeugdige ogen. Wat ze graag zou willen herkennen in de portretten, was de vraag van Eus. ‘De essentie en ook interessant wat de ander in jou ziet en dan niet alleen aan de buitenkant’. Wat die essentie was, wilde Eus weten en er vielen stiltes, zelfs een hele lange stilte. Ze kwam er niet echt uit en ten leste toch wel. Warm, optimistisch, zacht.

Door Dirk Bal

Ik dacht bij mezelf en misschien heb ik het mis: Dat is hoe je wilt overkomen. Je buitenmens. Maar is dat ook je binnenmens. Diep van binnen, de kern. Als ik mezelf naga, dan is de binnenmens ook verweven met de buitenmens maar ergens, heel diep, zit de kern van mijn persoonlijkheid, die niet snel naar buiten komt. Ik moet er wel bij zeggen, dat het makkelijker wordt om de twee samen te voegen en voor het voetlicht te brengen, naarmate ik ouder word. Mijn blog elke dag kenmerkt zich nu door veel binnenmens. Is dat bij anderen ook zo. Wanneer ben je buitenkant en wanneer keer je in.

door Robin van Leijsen

Eus had dat ook door en bleef vissen. Het was een wonderlijk, maar boeiend, gesprek. Niet zo vreemd dat de portretten die het opleverde, heel verschillend waren. Natuurlijk omdat de stijl en techniek van de kunstenaars zelf sterk verschilden, maar vooral wat er aan karakter naar boven kwam. Ergens antwoordde ze dat de ogen toch wel het allerbelangrijkst waren. Ogen spiegelen de ziel. Toch koos ze tenslotte voor het portret met de dichte ogen. Voor mij symboliseerde dat doek een Dieuwertje die niet publiekelijk bezig was, maar haar binnenmens bezocht. Ingetogen en vredig.

Door Anne-Rixt Kuik

Herkenbaar was het zich verweven voelen met haar moeder, waar ze veel bewondering voor had. Een zachte en optimistische aard vol humor. Dat zie je terug in Dieuwertje zelf. Als je ten dienste staat van het publiek, dan denken mensen je te kennen en dat is ook hetgeen ze het moeilijkst te accepteren vond. Het ouder worden zorgde er tot haar grote vreugde voor dat ze ‘meisje’-af is. Dat ze meer wordt gezien, als wie ze is. In ieder geval mijmerstof genoeg. Waar een programma al niet toe kan leiden.

Zaterdag vroeg dochterlief wat het eerste zou zijn, dat ik ging doen, als ik gevaccineerd was. Jullie plat knuffelen, wist ik onmiddellijk. De formele drie luchtkussen bij wijze van begroeting mogen, wat mij betreft, voorgoed achterwege blijven, maar mijn eigen kroost in de armen sluiten, weer tegen elkaar aangeleund op de bank kunnen zitten, om elkaars nek hangen. Dat is wat ik dan weer teruggewonnen heb en hetgeen ik het meeste miste, net als met de hele bubs naar het strand kunnen gaan, of gezellig bij elkaar eten. Als alleengaande, al woont zoonlief nog hier, is de fysieke kou voelbaar als dat ontbreekt en ook al sturen we hartsberichten naar elkaar in blikken, met woorden of kleine attenties en is de wetenschap er geliefd te worden, dan nog weegt het niet op tegen de warmte van samenzijn, zoals het er altijd geweest is.

Het sluit ook aan bij mijn tekening van de dag voor het thema ‘In 80 dagen de wereld rond’, waarbij de reis naar Chili ging. De Chileense Catalina Bauer heeft een serie tekeningen gemaakt onder de noemer ‘Two lines twining a soul’. Een van die houtskooltekeningen, door mij met fineliner en aquarel nagetekend, zijn twee vrouwen die de armen hoog geheven hebben, gespiegeld aan elkaar, waarbij de handen tussen hen in worden vastgehouden en daarbij gearceerd als vleugels. ‘Twining a soul’. Wat een prachtig beeld. Twee mensen verweven en verheven tot één ziel. Precies wat mist. Dat tastbare van het gevoel.

Het gerecht was Porotos Granados

2 el olie/1 ui/2 tenen knoflook/1 theelepel gerookt chilipoeder of pikant paprikapoeder/1,5 kilo veenbesbonen (verse bonen, dat is ongeveer 400 gr uit blik), ik heb witte bonen uit blik gebruikt/2 maiskolven (vers, dus ongeveer 300 gr uit blik)/250 gr pompoen/1 handje basilicum/1 bouillonblokje (groente)1 theelepel komijn/snufje peper en bouillon

Dop de boontjes. Als je blik gebruikt, zet dan eerst alleen de pompoen op. Verwijder de schil van de pompoen en snijd het vruchtvlees in blokjes van ongeveer 1 x 1 cm. Doe de bonen en pompoen in een pan met dikke bodem en voeg kokend water toe tot alles net onder water staat. Doe er het bouillonblokje bij en laat een half uurtje pruttelen. De Chilenen maken soms gebruik van bouillon, maar meestal gewoon van water. Snipper een uitje en zet een koekenpan met olie op het vuur. Knijp de teen knoflook uit in de pan en fruit deze samen met het uitje. Snijd 1/3 van de basilicum fijn en voeg dit toe aan de ui. Voeg daarna de overige kruiden toe, zoals het chilipoeder, de komijn, een snufje peper en eventueel zout. Laat dit 5 minuutjes fruiten en roer regelmatig om, zodat het niet aanbakt. Maak de maiskolven schoon. Pluk de bladeren en sliertjes eraf en snijd de korrels los van de kolf door met een mes strak langs de kolf te snijden. Als je halfuur voorbij is, dan voeg je de mais toe aan de bonensoep. Roer even goed door, zodat de pompoen uit elkaar valt en het een soort pompoensoep met bonen en mais wordt. Voeg tot slot het uienmengsel toe, waardoor het geheel een mooie geel-oranje kleur krijgt en een stevige smaak. Proef of je nog wat extra kruiden of juist wat extra water moet toevoegen. Que aproveche

Uncategorized

Een natte zaterdagmiddag

Met moed, beleid en trouw riep ik te pas en te onpas als we iets gingen aanpakken op school. Gevleugelde woorden die als een rode draad door het leven liepen. Net als de uitdrukking: ‘Een engel van goedheid en vreugde’, iets wat ik iedereen toedichtte, die zijn of haar steen had bijgedragen aan de goede sfeer voor de groep, zichzelf had weggecijferd of een belangrijke ontwikkeling in gang had gezet. ‘Moed‘, zo vertelt Anna Deems in de laatste Zin mij, ‘is als een spier: Door te oefenen met dapperheid worden we moediger’. Helden zijn vaak dichterbij dan je denkt en zelf denk ik ook dat we stiekem allemaal een beetje held in ons hebben. De een wat meer dan de ander, maar toch. Herman van Veen zong ‘Echte helden zie je zelden’, waarbij hij doelde op het feit dat mensen vaak alleen maar toekijken als er iets ergs gebeurt.

Toch hebben veranderingen mensen daar een andere weg in laten slaan. Passief toekijken heeft veelal met onmacht of onkunde te maken. Ik zie wel wat in die training van dapper zijn. Door daden te verrichten die verder gaan dan je eigen grenzen is ieder voor zichzelf én die ander op dat moment een held. Een van de tips is: Ga voor ‘klein maar fijn’. Het zit in een kaartje, een glimlach, een herkenning in die ander. Ook kinderen zijn hun eigen helden. Hoe vaak we niet juichend en klappend met de hele groep bij het ontwerp van het een of ander hebben gestaan, wat steevast een glimlach van oor tot oor opleverde en meters aan persoonlijke groei. In dat geval waren we allemaal een held. Of je je nu inzet met gevaar voor eigen leven of door op te schikken en plaats te maken, heldendom kent geen gradaties. Het zijn allemaal mijlpalen, groot en klein. Met elke handeling oefen je en oefening baart kunst.

Iets verderop in de zin staat nog een column van de schrijver en journalist Henk van Straten over lef. Hij neemt daarin zijn eigen heldendomflink op de korrel. Zijn armen zien er heldhaftig en stoer uit, gespierd en overdekt met tatoeages tot in zijn nek. Hij doet aan krachttraining en heeft vroeger gebokst en gekickbokst. Maar, verklapt hij snel, die blufpoker met het uiterlijk is essentieel, want als dat niet werkt ten tijde van dreiging dan heb je verder niets aan Henk. Misschien is ie dan wel gevlucht met de staart tussen zijn benen. Het leuke is dat zijn vrolijke gezicht inderdaad zachtheid uitstraalt, twinkel in de ogen, wat ineengedoken houding, maar wel die stoere kenmerken heeft. Hij hoopt vurig dat hij in geval van nood de kreet ‘death before dishonour’ in zijn blazoen heeft staan, maar of dat zo is, weet hij echt niet. De uiterlijke kenmerken waren vooral een kwestie van identiteit en niet van lef. Een staaltje van dergelijke blufpoker is het lied van Klein Orkest: Leugenaar.

Het broeit weer in het hoofd. Een nieuw thema voor ons nieuwe blad Mensenkinderen en het nieuwe verhaal voor de Tijdwijzer van de Historische kring. Dus werken de grijze hersencellen op volle toeren. Dat leverde de tweede gebroken nacht op rij op, maar het is niet erg. Tijd genoeg om iets in te halen. Wat kom ik toch prachtige kinderliteratuur tegen. Ik heb al vier boeken op het oog voor de recensies.

Dochterlief ben ik gisteren een bosje bloemen gaan brengen om haar mooie prestatie te vieren. Haar sponsors zullen trots op haar zijn. Ik brak in, midden in het chocoladetaart maken samen met de kleine filosoof. Zijn gesmul van het beslag, bracht zoete herinneringen aan twee kleine meisjes met ieder een deegklopper in de hand om die boven het aanrecht schoon te likken in de keuken met de rode hartjes. Thee en gemijmer op een natte zaterdagmiddag.

In 80 dagen de wereld rond ging de reis naar Griekenland.

Op papier kwam een Griekse met een Amfora in haar hand en op het bord de heerlijke Spanakopita, een spinazietaart in filodeeg.

10 vellen filodeeg/ 800 gr verse spinazie/ 300 gr feta’/ 3 eieren/ 2 tenen knoflook/ 1 ui/ snuf tijm/ Snuf dille/ snuf peper en zout/ Boter om te bestrijken/ 1 eetlepel olie

Bereiding: Laat het filodeeg ontdooien in de verpakking of onder een iets vochtige doek. Verwarm ondertussen de oven op 180 graden. Snipper de ui en knoflook. Verhit de olie in een grote pan en fruit de ui en knoflook 3 minuten. Voeg de spinazie toe en laat slinken. Doe het spinazie mengsel in een vergiet en druk zo veel mogelijk vocht er uit. Klop de eieren los in een grote kom. Brokkel de feta erbij en klop er door. Schep de uitgelekte spinazie er door. Breng het mengsel op smaak met tijm, dille, peper en eventueel een klein beetje zout (let op de feta is ook al zout). 30/35 minuten in de oven tot hij goudbruin is. καλή όρεξη (kalí órexi).

Uncategorized

Op de juiste plek

Klaarwakker had het hoofd besloten, maar het was pas drie uur. Dan maar eerst een puzzeltje, slaapverwekkend als je teveel woorden tegenkwam die je niet kon oplossen, een kijkje op internet, het boek Zuurstofschuld uitlezen, nog een artikel, weer een puzzeltje. Dan toch maar weer opkrullen en de ogen dicht. Als het hoofd haar eigen leven gaat leiden, is voor mij het hek van de dam. Dan past ze niet meer in het door mij vurig gewenste kader, waardoor ik vervolgens al die nachtelijke sluiproutes bewandel om haar weer te sussen. En het is geen volle maan. Eindelijk, na een grote kop koffie, belandde ik tegen een uur of vijf in de wonderlijke wereld van de droom om alleen flarden te onthouden.

Daarna volgde het restant van de film Romy’s kapsalon, waarbij sommige situaties zo goed voor te stellen waren en andere weer te weinig uitgediept. Maar de onrust en de verbazing over de oma, die beginnende Alzheimer heeft en dat ontdekt en de snelheid waarmee het herkenbare leven weggeëbd is op zich al voldoende om te boeien. De woede vooral als je het gevoel hebt dat anderen jouw leven willen sturen en je zelf de grip verliest. Daarbij glij ik als vanzelfsprekend terug in de tijd naar de jaren waarop mijn vader zijn zelfstandigheid met de dag afkalfde, maar heel traag. Alles bij elkaar heeft het wel 11 jaar geduurd totdat de geest het opgaf. De enige hoop die hij na een aantal hersenbloedingen nog had, was dat hij weer zou kunnen autorijden. De auto stond in de parkeerhaven aan de overkant van de straat, met duidelijk zicht erop vanuit zijn stoel voor het raam. Het verlangen streelde zijn wil extra en daarmee de opstandigheid. Het lopen ging al niet goed, laat staan die onbereikbare vrijheid van een ritje in de auto. Het verzet vertaalde zich in narrigheid en zo hield hij ook mijn moeder gevangen in dwingende afgepaste tijden, de laatste reddingsboei voor de totale chaos in het hoofd. Onafhankelijk zijn betekent totale vrijheid.

Dochterlief is tien kilometer gesponsord aan het lopen voor de hartstichting. Als ik bij de finish wil zijn, gewoon thuis is dat, moet ik me haasten. Een woord dat in deze dagen volledig zijn betekenis verloren heeft. Niets moet, niks mag ook, maar daarnaast mag alles en daar bedoel ik mee, zelf een invulling aan de tijd geven. In Pascal Mercier zijn laatste boek: ‘Het gewicht van de woorden’ beschrijft hij de tijd buiten en binnen de gevangenis. Hoe onwerkelijk de snelle cipiers zijn door de wereld van buiten mee te nemen in een gehaaste tred of actie in die wereld van totale stilstand. Hoe vreemd de gevangenen daar tegen aan zullen kijken vanuit een langdurige gevangenstraf. Al zolang eenzelfde invulling van de dag, zonder uitzondering. Als je dan buiten komt is acclimatiseren van het ene op het andere moment onmogelijk. Alsof je vanuit de schaduwrijke luwte ineens in het volle zonlicht stapt.

Gisteren was ik voor ‘De wereld in 80 dagen’ een dagje in de Congo. Toevallig is in Antwerpen de Expo ‘100 X Congo’ net beëindigd. Daarbij speelde onder andere het thema ‘gestolen’ kunst een belangrijke rol en men wilde de bezoeker nieuwe inzichten geven over de rol van Antwerpen in het hele koloniale tijdperk. Tevens hoopte men dat er nagedacht werd over de beeldvorming, opdat er met een kritisch oog gekeken zou worden naar de geschiedenis en men het debat niet schuwde. Ik koos voor de ontmoeting met de kunst een fragment uit een geweven kleed van Naomi Nys. Een zeer meditatief werkje, waar ik een aardig tijdje met de viltstiften in de weer was. Ook hier spiegelde zich het koloniale verleden af in de beeltenis. Voor wie zijn zintuigen openzet en goed luistert naar de onderliggende stroom aan emoties vallen de verklaringen van nu vanzelf op de juiste plek.

Mpati A Nsengo (uit de Congo)

1 kg groenten, ik had wortel, aubergine, sugarsnaps, doperwten, ui en paprika/ zout/ 2 dl dikke béchamelsaus/ 1 dl groentennat/ 1/2 dl wijn/50 g kokosvlees vers geraspt/ fijngehakte peterselie/ 2 eidooiers/ Wilde en witte rijst

De groenten indien nodig in stukjes snijden. 2 Dl béchamelsaus bereiden. Kokosnootvlees raspen. Peterselie fijnhakken. Eidooiers kloppen. BereidingswijzeDe groenten samen gaar koken in water met wat zout en vervolgens laten uitlekken. De dikke béchamelsaus bereiden en er 1 dl groentennat, de wijn, het kokosnootvlees en de peterselie aan toevoegen. De saus een paar min. laten doorkoken en afmaken met de geklopte eidooiers. Groenten en saus laag om laag in een vuurvaste schotel leggen, zo, dat de bovenste laag uit saus bestaat, 20 min. in een vrij warme oven plaatsen. Opdienen met rijst.

Uncategorized

Klein geluk in kwadraat

Dochterlief met kleindochter op bezoek betekent thee slempen, scharreluurtje met de kleine, die onverstoorbaar door het ‘grotemensengesprek’heen haar wereld uitbreidt met nieuwe ontdekkingen. De deur van de buffetkast in de keuken, open/dicht, open/dicht, de vingerpoppetjes in hun kleine theater van wollige stof, die óók om het hoofd past, een ‘Hide and Seek’, een slim spel, dat zij gebruikt om de vier stukken in te passen ongeacht de te zoeken dieren.

Ondertussen draait het bij ons om de verdieping. Hoe zorg je ervoor, dat iets niet eng of vies is, het lichaam bijvoorbeeld. Door de emotionele lading eraf te halen en het beestje bij de naam te noemen. Geen wonderlijke benaming er voor verzinnen, maar vertellen waar het om draait, als de kinderen zelf met vragen komen. Op die manier voorkom je vooroordelen en geladen begrippen. Aan de andere kant is er bij dochterlief en haar man het streven de kinderen te leren waar de eigen grenzen liggen en de vrijheid door te geven altijd de eigen keuze te maken. We kwamen op het gesprek omdat dochterlief ’s avonds over straat liep en er een man was, die insinuerende geluiden maakte naar haar toe. Ze vroeg zich terecht af hoe een man er toe komt om zich het recht toe te eigenen om bij een wildvreemde vrouw zo in te breken op de privacy.

Het komt overeen met een verhaal dat ik las in een van de columns van Roos Schlikker. Haar man was hooglijk verbaasd, dat ze ’s avonds met sleutels in haar hand liep en met de telefoon in de aanslag, klaar om uit te halen bij onraad. Het je opgejaagd voelen door de dreiging van eventuele mogelijke aanvallen. Of het feit dat je liever een andere route kiest, als er een groep jongeren staat op de hoek van de straat.

Bijna alle vrouwen hebben ooit weleens iets meegemaakt op dat gebied, ik ook en bij één naar voorval vertelde ik het mijn moeder. Die gaf het door aan mijn vader en de sessies op het politiebureau, waar hij werkte, in een eindeloos herhalen van wat me overkomen was, tegenover al die imponerende grote politieagenten, maakte de schaamte alleen maar groter. ik was acht jaar. Dat gevoel van schaamte. Om dat weg te poetsen moet je openheid van zaken blijven geven, daar waren we het over eens.

Ondertussen at ons kleintje een banaan en dribbelde in groot zelfvertrouwen in de wereld rond. Dat zelfvertrouwen behouden, die veiligheid voelen. Niet voor niets zeiden ze vroeger al: ‘Zalig zijn de onwetenden’ nu proberen er ‘Zalig zijn de wetenden’ van te maken. Aan dochterlief zal het niet liggen. Iets dat bewondering en respect oproept.

Oppassen bij de Benjamin stond er ’s middags op het programma. De boekjes erbij gepakt, de speelgoedkist geïnspecteerd en na de fles bedtijd. Liedjes zingen, boekjes lezen, het warme slaperige hoofdje dicht tegen me aan, troostrijk in deze tijd. Hij lag in bed nog een half uur te brabbelen en uiteindelijk werd het stil. Ik kreeg de televisie niet aan de praat, dus besloot ik op de NPO de film ‘Kapsalon’ te kijken. Zo zie je nog eens wat. Het begon net een beetje boeiend te worden toen de dementie zich langzaam maar zeker bij de, in het begin ‘spijkerharde’, oma openbaarde, maar daar reden ze alweer voor, een uur vroeger dan gedacht.

Twee bossen tulpen en een flesje wijn rijker toog ik huiswaarts. Veel te gek toch, maar wel heel lief. Ik appte dat het incidentele oppassen alleen maar een plus was. De warmte van een kind op schoot is een pure win-win situatie, daar kan een mens, als alleengaande oma weer wekenlang op teren. Klein geluk in kwadraat.

In ’80 dagen de wereld’ rond stuurde zoon mij naar Maleisïe, tenminste hij had Nasi gemaakt en ik had er ’s middags de gerechten voor de Nasi Lemak bijgemaakt, onder andere de Acar ketimun. Officieel eet je het voornamelijk met witte kokosrijst, maar dit smaakte heel goed. Een pittige acar, dat wel. Het bracht me ook bij de street-art van Maleisïe, de Penang in Georgetown. ( te snel geschetst dus ietwat uit proporties, het blijft handwerk)

Recept Nasi Lemak: 350 gram pandanrijst, 250 ml kokosmelk, 1 cm gember in dunne plakjes, 2 tenen knoflook in dunne pllakjes, een snuf zwarte peper, 2-3 samengebonden pandanbladeren, 2 hardgekookte eieren, geroosterde pinda’s, sambal badjak, 1 kleine komkommer, zout naar smaak, 1 sjalot, 350 ml water

Was, spoel en giet daarna de rijst af. Doe de rijst in een diepe pan. Voeg vervolgens het water en de kokosnootmelk toe. Roer alles goed om. Voeg de pandanbladeren, de gember, de ui, de knoflook en de zwarte peper toe. Breng de rijst aan de kook en draai vervolgens het vuur omlaag. Dek de pan af met een deksel en laat her rustig koken voor gedurende 8-10 minuten. Zodra het water is verdampt en in de rijst putjes zijn ontstaan, draai het vuur dan uit. Laat de rijst nog rustig nastomen in de pan.Snijd de komkommer in dunne plakken en snijd de hardgekookte eieren in tweeën. Schep de in kokosmelk gestoomde rijst op een bord. Voeg de sambal badjak, de plakken komkommer en de hardgekookte eieren aan de rijst toe. Voeg tot slot de geroosterde pinda’s toe.

Acar Ketimun

150 ml azijn
2 komkommers/2 tenen knoflook/1 rode peper (lombok)/1 sjalot/1 tl kunjit (kurkuma)/1 tl laos/1 el gula djawa (of suiker)/2 kemirinoten (optioneel)

Gebruik de beker van de staafmixer waarin alles fijn gehakt wordt. Mix hiervoor 1 sjalot, 2 teentjes knoflook, 1 rode peper, 2 kemirinoten (optioneel), 1 tl kurkuma en 1 tl laos tot een boemboe.Verwijder de zaadlijsten van de komkommers en snijd in halve maantjes van ongeveer een halve centimeter.Bak de boemboe kort aan in een scheutje olie en voeg hier vervolgens 1 el gula djawa (of suiker) en 150 ml azijn aan toe. Breng even aan de kook en zet het vuur zodra het kookt laag.Voeg de komkommer toe en verwarm nog even kort (2-3 minuutjes) mee. Voeg ook een scheutje zout toe. Af laten koelen in de koelkast. Selamat Makan

Uncategorized

Voor de eeuwigheid

Gisteren dichtte de wereld in de vroege ochtend in tegenstellingen. Een donkergrijze lucht en een sneeuwwit kleed. Vandaag is het okerkleur geblazen, met hier en daar een vleug rosé.

Het echtpaar Kauw zit niet op het nest, maar vliegen nog altijd druk heen en weer. Het schuifelen en ritselen boven mijn hoofd zwelt af en toe aan.

Zoonlief probeerde ze vanuit het dakraam te fotograferen, maar dat vonden ze niet gezellig. We wachten op de vreugdevolle geboorte van de kleine Ka en meer, want gemiddeld leggen ze 4 tot 6 lichtblauwe eieren. Vol verwachting klopt ons hart en dat van Pluis.

Het uitstapje gisteren ging naar Rusland. Buiten de politiek om herbergt het land veel schoons. Een impressie van Malevitch met zijn vrouwenfiguur lag voor de hand. Intrigerend dat suprematisme van hem en de ontwikkeling daarin. Het andere uitstapje was naar de Russische literatuur.

Het werd aangereikt door Marleen Daniëls die de Russische Kulebiaka uit de vergetelheid wilde halen. Ze haalt daar de klassiekers, de grootheden uit de Russisiche literatuur voor aan: Gogol, Tsjechov en Tolstoi. Ooit stonden ze lang geleden op mijn verlanglijst. Naar aanleiding van het volgende verhaal besloot ik om, niet pyramidevormig volgens het recept dat ik het eerst gevonden had, maar de rechthoekige van Gogol en het oude Rusland te maken. Weliswaar vegetarisch, maar toch. Eenzelfde soort genot. Ergens uit de diepten van de vrieslades kwam ik gelukkig nog bladerdeeg tegen, anders had de klus de hele dag geduurd. Nu was deze versie van de koolschotel binnen een uurtje of twee klaar.

Citaat van Marleen: ‘Maak een rechthoekige kulebiaka’ zegt Petukh, het gulzige personage uit het tweede deel van ‘Dode zielen’ van Gogol, ‘en vul één van de hoeken met de wangen en de viziga (gedroogd beendermerg) van de steur, een andere hoek met wilde champignons, ajuin en viseitjes. De gevulde kulebiaka moet op de juiste manier gebakken worden zodat ze niet verkruimelt in de mond maar smelt als sneeuw op de tong.’

Voor de Russische schrijver Nikolaj Gogol was de maag het nobelste orgaan van de mens en het fameuze recept van de kulebiaka overleefde de vlammen toen hij het manuscript van het tweede deel van Dode zielenin 1852 verbrandde. Hij vreesde het succes van het eerste boek nooit te kunnen evenaren. Daarna verhongerde hij zichzelf, hij was 43.

De culiaire hoogstandjes in de Russische literatuur dienden onder andere ‘om de erotische taboes te omzeilen‘, door eten te verheffen tot het opperste genot en lyrisch te schrijven over de heerlijkste gerechten. ‘Tolstoi liet graaf Rostov in Oorlog en vrede pochen over de (Franse) slaaf, die hem versteld had doen staan met de schotel van hazelhoen in madeirasaus.

Tsjechov schreef in het verhaal ‘De Zeemeermin: ‘de Kulebiaka doet je watertanden, een naakte schaamteloze verleiding. Je knipoogt ernaar, snijdt er een stuk uit, je streelt het en eet het, de warme boter druipt als tranen van de rijke sappige vulling van eieren en uien…’

Deze heerlijkheden waren alleen bestemd voor de aristocraten, het gewone volk leefde in armoe. De tegenstellingen waren groot. Toen de laatste tsarenfamilie verdwenen was, verdwenen de authentieke recepten als de Kulebiaka naar de achtergrond. Toen ik gisteren op zoek ging, kwam ik zowel uit bij Marleen, als bij tientallen recepten in een lichte variant van deze Russische groentetaart. Om je vingers bij af te likken. Tijd te over, dus kwamen er bloemtjes en hartjes op de pastei. Een waar kunstwerk al zeg ik het zelf.

Een aanrader dus en echt niet moeilijk. Wie wil er niet wegdromen bij de klassieken onder het nuttigen van een al even klassiek gerecht. Trek de oude Tolstoi uit je boekenkast en laat beiden smaken. De zonen kwamen met liefde een derde deel opsmikkelen en zo verdween mijn kunstwerk van deeg als sneeuw voor de zon. Het recept blijft voor de eeuwigheid.

In 80 dagen de wereld rond. Rusland, Recept van de vegetarische Kulebiaka:

1 middelgrote savooiekool, in reepjes1 ui, gesnipperd, 2 tenen knoflook, fijngehakte boter, 4 eieren, hardgekookt, 6 takjes peterselie, gerist en gehakt, 4 takjes dille, gerist en gehakt, 12 velletjes bladerdeeg,1 eidooier, handvol geraspte kaas.

Ontdooi de plakjes deeg en verhit de oven op 220 graden. Doe de reepjes kool in een vergiet en schenk er kokend water over. Fruit, terwijl de kool uitlekt, ui en knoflook met een klont boter in een ruime koekenpan. Knijp het vocht uit de kool en voeg toe aan de glazige ui. Laat op middelhoog vuur het laatste vocht in een paar minuten verdampen, zonder dat de kool kleurt. Snij de eieren in stukjes, bestrooi met peper en zout en meng door de kool. Voeg ook de peterselie, dille en naar smaak peper en zout toe. Roer er eventueel nog wat geraspte kaas door. Bekleed een plaat met de vellen bladerdeeg, strooi er paneermeel over. Schep de vulling in het midden. Vouw de randen om het mengsel heen, versier het met mooie figuren en bestrijk het met eigeel. Twintig minuten in de oven tot het goudbruin is. Приятного аппетита!(aangename appetijt)

Uncategorized

Alles telt

Ik was net op tijd om de witte winterwereld te vangen vanmorgen vroeg. Nu regent het en de sneeuw is bijna verdwenen. Het is donker, guur en druilerig. Een dag om naar binnen te kruipen, in een luie stoel, een knusse bank of in het warme bed te blijven. Alles mag als winter je in de lente overvalt.

Over de app komt een filmpje langs van onderzoekende Dribbel. Hij heeft ontdekt dat het snoer van de stofzuiger vanzelf terugloopt, als je hem flink uitgetrokken hebt. In een eindeloze herhaling en iedere keer een brede schaterlach. wat heerlijk om nog zoveel te kunnen ontdekken, dat nieuw voor je is.

Thaise rijstnoedels waren nieuw voor mij en al had ik de aanwijzingen op de verpakking precies gevolgd, het werd toch te gaar. Een wonderlijke kleefmassa. Met de heerlijke saus smaakte het wonderwel, maar handig is om ze maar heel even te laten koken. Ik geloof nooit dat ‘compact’ de bedoeling was. Ook ontdekt. Spelende kinderen en spelende vrouwen, er is geen verschil. Bij beiden gaat vaak of af en toe een nieuwe wereld open.

Zoonlief wil de krant voor me halen en ik leun nog even lekker achterover in de kussens. De krant brengt op woensdag de Woordkraker. Dat is mijn lievelingspuzzel en daar ben ik een tijdje zoet mee. Dochter van vriendin stuurde me een boodschap. Of ze op bezoek mocht komen. In de zomer hadden we een boeiend gesprek in de tuin van haar moeder gehad. Eigenlijk een eer dat ze op bezoek wil komen. We spreken af voor warmer weer en dan op de tuin.

Verder heb ik genoten van het album Plant van Nynke Laverman. Wat staan er mooie uitvoeringen op. Het prikkelt de geest. De voeding voor mijn inventiviteit, die aardig op de proef werd gesteld en dat komt goed uit, want er moet weer een nieuwe Tijdwijzer uit. De Jeugdcronyck van de historische kring hier in de stad. Het thema is het vijftigjarig bestaan van de stad, destijds samengevoegd uit twee dorpen. Gelukkig had iemand al een professor met een tijdmachine verzonnen, dus kan ik aansluiten met de voortvarende reis van twee kinderen, die niet meer kunnen wachten en stiekem al eerder zijn gegaan. Terug in de tijd, daar kan je alles aan ophangen. Als het wat mooier weer is, kan ik op zoek gaan naar de verrassingen, die elke stad in het algemeen en deze in het bijzonder te bieden heeft. Ben ook benieuwd of de kinderen zelf actief mee denken over hun ‘stad’. Wat vinden zij monument-waardig of een gedenkwaardige herinnering. Zo zie je maar, het bruist hierboven.

Zo brei ik deze dagen aan elkaar. Gisteren belde vriendinlief met een bezwaard gemoed. We hebben lang gepraat. Twijfels weg nemen, die er niet hoeven te zijn. Het gesprek leidde naar het grote verschil van opvattingen in de jaren zeventig, tachtig en nu. Zo vrij als we waren, zo makkelijk er tegen de heilige huisjes mocht worden geschopt, zo moeizaam gaat het nu. Of worden er tegen onze vrije idealen aan geschopt, zoals wij dat deden bij de benepen regels van onze ouders in de jaren vijftig en is dat het patroon van de levenscyclus. Het heeft alles te maken met de tijdgeest waarin geleefd wordt. Daar moet je bepaalde beslissingen in zien te doorgronden. Het is zo’n groot verschil, wat nu wel en niet kan. Een voorbeeld: Het was heel normaal om op een snikhete zomerdag de brandspuit op school te voorschijn te halen. Dan dansten de kinderen bloot of half gekleed gillend van het lachen onder de straal door. Op een gegeven moment kon dat niet meer. Werd het ongepast gevonden. Ik had zelfs een moeder die vond dat we gordijnen in de gymzaal moesten hangen, omdat daar de kinderen in hun hemdje en broekje aan het gymmen waren. Vragen waarvan ik dacht, hoe het bestond de onschuld van het spel zo kwijt te raken. Dat wil niet zeggen dat we de normen en waarden van deze tijd niet respecteren. Een progressief en weldenkend mens verandert mee, maar als er afgerekend wordt op bepaalde handelingen is het goed om het in de juiste tijd te plaatsen alvorens te ageren.

Zo diep kan een gesprek gaan. Het was fijn om te ontdekken dat er gelijkgestemdheid was. ‘Thats what friends are for’. Een luisterend oor, een uitwisseling en de ontdekking dat alles telt.

In de wereld rond in 80 dagen mocht ik naar Thailand voor de Pad Thai en een Olifant. Simpel en snel.

70 gram dunne rijstnoedels/1 ei/2 el gemalen en geroosterde pinda’s rooster en maal ze voor het koken/1/2 el fijngesneden knoflook/1/2 el fijngesneden ui of sjalot/ een beetje lente ui voor versiering, fijngesneden/ taugé/1/4de limoen deze kan je apart erbij serveren.

1/2 tl chilipoeder/ 1/2 el witte suiker/ 1/2 el bruine suiker/ 1 tl vissaus/ 1 tl tamarinde pasta of een deel azijn met een deel suiker/ 1 tl oestersaus/ 1 halve wortel in brunoise(blokjes gesneden)

Week de noedels in lauw water gedurende 20 minuten, kijk naar de verpakking voor andere instructies. Ze moeten alleszins zacht en flexibel zijn als je eraan begint. Rooster en plet (of snijd) de pinda’s in kleine stukjes. Maak de saus, door alle ingrediënten in een mok te doen en te mengen. Doe wat pinda-olie in de wok en voeg de look en ajuin toe. Laat de look en ajuin even roerbakken maar laat ze niet te bruin worden. Voeg de wortel toe. Voeg de afgegoten noedels toe en blijf roerbakken. Na 30 seconden duw je alles in de  wok opzij en breek je het ei in de wok. Ga er met je spatel door om er een soort van roerei van te maken. Laat bakken tot het ei voor ongeveer 70% klaar is en meng dan alles door elkaar. Giet nu de saus er overheen en laat nog een minuutje roerbakken. Haal nu alles uit de wok en doe er de taugé en lente-ui bij.

Ingelegde radijs of dakkoi

3 bosjes radijsjes of rettich (gebruik een soort radijs naar keuze)2 knoflooktenen/400 ml water/50 ml zoute sojasaus/100 ml mirin, rijstwijn/100 gram suiker

Doe water, suiker en fijngesneden knoflook in een sauspan en verwarm dit tot de suiker is opgelost. Voeg dan de mirin en sojasaus toe en verwarm het kort. Schenk het mengsel, zo heet mogelijk, over de radijsplakjes tot net onder de rand en sluit de weckpot direct. Laat het geheel nu volledig afkoelen.

Uncategorized

De gedachte alleen

In de tijdgeest van vorige week zaterdag, bijna geheel gewijd aan de natuur en het tuinen, kwam ik Nynke Laverman tegen, van wie ik wel eens gehoord had. Ik wist dat ze Fado’s zong in de Friese taal. Het was een lang interview, waarin ze me leidde naar haar nieuwe album Plant en indirect naar het nummer tree tree. Het was voldoende om me direct te raken en me te verdiepen in haar handel en wandel.

Wat een mooi mens, wat een prachtige ideeën, wat een beroerende kunstuiting. Ze heeft onder andere een podcast gemaakt samen met Lex Bohlmeijer met de natuurfilosoof Matthijs Schouten. In een van zijn beschouwingen zegt hij dat we bestaan, omdat de wereld het mogelijk maakt voor ons om te bestaan en dat het niet andersom is. Om meer eenheid te kweken met de natuur geeft hij in de podcast als opdracht om iedere dag vijf minuten lang naar iets te kijken wat niet door de mens gemaakt is.

De podcast is vernoemd naar het nummer Tree Tree van Nynke. In het gesprek schetst Matthijs Schouten in korte tijd hoe we tot het huidige denkbeeld van de Westerse denkwijze over de mens in de natuur zijn gekomen. Aristoteles vond dat alles een ziel had, maar de mens als enige ook verstand bezat. Hij vond ook dat al het lagere ten dienste stond van het hogere. Die ideeën werden omarmd door het Christendom. In de jaren die volgden verdween het idee dat alles bezield was en Descartes deed daar nog een schepje bovenop, door te beweren dat het onderscheid tussen mens en natuur was, dat alléén de mens de geest, de ziel en het verstand bezat. Dat was wat er in het Westen overbleef van de verbondenheid tussen mens en natuur.

https://nynkelaverman.nl/newsitem/podcast-matthijs-schouten

Schouten onderscheidt vier verschillende beschouwingen ten opzichte van de planten en dierenwereld. Nynke leerde van de nomaden in Mongolië een andere manier van natuurbeleving, een zijn met de natuur werd daar een begrip. Alles doet er toe. Wij zijn geneigd om alles buiten ons tot dingen te maken, maar in de ogen van de nomaden daar is alles gelijkwaardig en alles is bezield. Het lied tree tree voelt ook zo. ‘Hè boom, wat vind jij eigenlijk van mij’, vraagt ze. Een groot verschil met onze westerse opvattingen. Toch hebben we de liefde voor de natuur met de paplepel ingegoten gekregen. Mijn moeder maakte ons opmerkzaam op het kleine. Ze hield er echt van. Daarom was het Julianapark ook zo geliefd. Niet alleen om zijn dieren, die ik altijd een beetje zielig vond in de hokken, maar ook om de prachtige oude bomen. Boeiende materie, zowel de podcast en het artikel over Nynke Laverman. Daarna goed naar dat ontroerende lied luisteren. Toen de zaag in de boom werd gezet, voelde ik het gelijk fysiek. Voor mij waren bossen en bomen altijd onderdeel van de sprookjes, van de verbeelding, stille getuigen van de kruiende tijd.

Net kwam er een mailtje binnen met de mededeling dat Pluis jarig is. Haha. Het lijdend voorwerp vindt alles best. Ze ligt lekker onder de sprei en droomt de droom der onwetenden. Vandaag komt er, als cadeautje, geen afgewogen voer in haar bak. Ze heeft een lichte aanleg tot het katermodel. De lieve oude Nemo was met haar damesfiguur twee keer zo slank.

Ook een bericht dat broerlief met veel, nog ongewisse, pijn in het ziekenhuis ligt. Ook iets om wakker van te liggen, wat prompt gebeurde en gelukkig ben ik net op de helft van de blog weer in slaap gevallen, duidelijk om de vermoeidheid af te schudden. Met de woorden van mijn moeder indachtig: ‘Geen zorgen voor de dag van morgen’ zal ik de piekermomenten klein houden, maar toch. Het is een oude taaie, maar vier jaar ouder dan ik. We worden niet bepaald sterker naarmate de jaren lengen. We denken aan hem en misschien verlicht dat al de gedachte alleen.

De reis naar Spanje werd inderdaad een Fiësta in ‘De wereld rond in 80 dagen’, op papier kwam een flamencodanseres van een video-opname van Tablas las Carboneras en op het bord Berenjenas de ‘Cadaques’. Als een engeltje vloog het naar binnen.

Ingrediënten: 1 kilo aubergines/200 ml olijfolie/zout en peper/50 gram geraspte kaas

voor de sofrito: 3 uien/2 blikken gepelde tomaten (uitgelekt en fijngesneden) of 500 gram rijpe tomaten/50 ml droge sherry/150 ml groentebouillon

voor de picada: 2 knoflooktenen/snufje zout/25 gram geroosterde amandelen/wat takjes peterselie

Verwarm de oven op 200ºC.
Bekleed een bakplaat met bakpapier. Snij de aubergines in gelijke plakken en verdeel ze over het bakpapier. Kwast ze aan beide kanten in met olijfolie en bestrooi ze met peper en zout.
Bak de aubergines 30 tot 45 minuten (afhankelijk van de dikte) in de oven tot ze gaar en wat bruin zijn. Draai ze om de 10 minuten om. Maak ondertussen de picada: rooster de amandelen in een droge koekenpan goudbruin. Wrijf in een vijzel de knoflooktenen met een snufje zout tot een fijne pasta. Doe daar de peterselie en amandelen bij en wrijf alles fijn. Zet apart. Verhit wat olijfolie in een pan en bak op een zacht vuur de fijngesneden uien tot ze glazig en een beetje bruin beginnen te worden. Voeg de in kleine stukjes gesneden gepelde tomaten uit blik.
Laat de sofrito 15 minuten zachtjes bakken tot het meeste vocht verdwenen is. Schenk de sherry en de groentebouillon toe en laat nog een minuut of drie zachtjes koken.
Hevel een paar lepels van het kookvocht van de sofrito over naar de picada en roer goed door zodat er een sausje ontstaat.
Voeg deze aan de sofrito toe en laat alles een paar minuutjes doorkoken.

Meng voorzichtig de gebakken plakken aubergines door de sofrito en leg ze in een ovenvaste schaal.
Lepel hierover de rest van de sofrito.
Rasp kaas over het geheel en gratineer in de oven tot de kaas gesmolten is.

Uncategorized

Een kleine Fiësta

Zie je wel. Zo’n dagje met de helft van de kleinkinderen wierp vannacht alweer vruchten af. Wakker geschrokken om half vijf heb ik met een ruk het laatste spannende deel van het verhaal van Opa Sterretje uitgeschreven. Ineens vloeide de verbeelding als een warme deken over me heen, nam het toetsenbord onder beheer en ging de strijd aan met de oude Vecchietta Bruto. Die opa’s op een sterretje weten alles, hè. Dat is een handige bijkomstigheid. Sproet bleek in werkelijkheid de betoverde versie van Matteo te zijn, een kleine jongen zo groot als Tijn, die in het klooster woonde en de oude vrouw was in werkelijkheid niet wie ze was. Straks ga ik het laatste deel voorlezen voor deze tweede blijf-maar-thuis-paasdag. Ben benieuwd wat ze ervan vinden.

Het eieren zoeken was een succes. Natuurlijk was de kleine filosoof twee keer zo snel dan de twee dribbeltjes en hij had zo zijn kostje gekocht en meer dan dat. Maar ruiterlijk legde hij sommige weer terug op een in het oog lopende plek zodat de anderen met hun twee jaar kraaiden van blijdschap bij het ontdekken van de kleurrijke kleine eitjes. De heuvel lag er verder verlaten bij en op een aantal fanatieke hardlopers na, liepen er alleen maar kippen en hanen vrij rond en zat de pauw met zijn snerpende geluid op het dak van het schuurtje en waaierde af en toe zijn veren imposant uit. Het liefst zouden ze achter elkaar de eitjes aan het verorberen zijn gegaan, maar daar staken de moeders een effectief stokje voor. De pauze, ook om bij te komen van de kou, was bij de kleine koek en zopie-tent met koffie en thee. Een grote beker hemelse warmte deed de rust weer neerdalen. De kinderen speelden in de speeltuin, de oude beer, waar ik als vierjarige nog opgezeten had, stond er moederziel alleen bij. De kinderen waaierden uiteen naar de schommels, naar de glijbaan of met de bal aan de voeten. Zoonlief boog naar de hoofduitgang af met schoondochter en haar bollende buikje en de ene kleine dribbel en wij liepen naar de andere uitgang.

De kleine filosoof mocht met oma mee in de auto en kleindochter, die dat niet begreep brulde aan een stuk door voorop de fiets tot ze thuis was en ons weer zag. Tranen gedroogd, verdriet vergeten. De paasbrunch was heerlijk. Een brunch als het paasontbijt vroeger, verse eitjes, kaas, verse broodjes, croissanten, fries suikerbrood, een paasstol met amandelspijs, roomboter en verse jus d’orange. Kleinzoon kon de druk van het chocolade verrassingsei nauwelijks aan, maar moest wachten to zijn zuslief op bed lag.

Ik spon goed garen bij dit samenzijn. In het hoofd gingen alle luiken van kinderliedjes en versjes wagenwijd open en namen in hun kielzog het juiste verhalenplot mee voor de spannende avonturen van Tijn en de Florentijnse leguaan. Intussen dus geboekstaafd en veilig gesteld. Op naar het volgende avontuur.

We hebben een winters weekje voor de boeg, dan ook de bijbehorende knusheid maar van stal gehaald. De tuin mag even links blijven liggen en de kaarsen komen te voorschijn. Prima weer om wereld rond te reizen op papier en op het bord. Vandaag mag ik naar Spanje. Olé. Kind aan huis daar, want al in 1965 reed mijn vader met ons gezin(heel veel kinderen) naar Tarragona toe. Heen keurig netjes in twee dagen en op de terugweg jakkerde hij aan een stuk door. De Spaanse keuken proefden we mondjesmaat, want we hadden de hele Hollandse keuken in blikconserven onder de banken gestopt tot en met de margarine toe. In de jaren die volgden werden het minder conserven en meer Spaanse keuken. De vakanties naar zo’n ver land waren bijzonder in die tijd. Mijn vader was er reislustig genoeg voor. Geen straf om, nu de wind om het huis giert, het buiten regent, en het frisse groen van treurigheid de kopjes laten hangen, op een warm strand te zitten of te lopen op de ramblas. ‘Camarero una limonata de narancha por favor’. O nee, een terras is er niet. Dan maar een kop warme chocomel van echte melk en cacao. Om te vieren dat we straks de warmte twee keer meer zullen waarderen, als die uit de diepste krochten te voorschijn komt, houden we vandaag een kleine fiësta

In de wereld rond in 80 dagen bracht zoonlief me met zijn lavash naar Libanon. Ik maakte er Fattoush bij, een frisse salade. Samen met de hummus van aubergine een aanrader. Op papier een detail van Le Piano Oriëntal’van de striptekenaar Zeina Abirached.

Fattoush wordt trouwens niet alleen in Libanon gegeten, maar ook landen als Irak, Jordanië en Syrië. Soms vind je sla in deze salade (maar vaak ook niet), maar wel altijd tomaten, komkommer en ui.

En laten we het belangrijkste ingrediënt niet vergeten: geroosterde stukjes (oud) pitabrood of Libanees platbrood.

Naast deze basisingrediënten zijn de extra smaakmakers misschien nog wel net zo belangrijk. Denk aan munt, sumak, zout, citroensap en olijfolie. Muntblaadjes geven deze salade de frisse toets, terwijl sumak (rode besjes van de sumakplant) voor een zurige smaak zorgt, net een beetje zoals citrus.

Variëren kun je volop met fattoush: denk aan extra ingrediënten als radijsjes, peterselie, feta, paprika, olijven, granaatappelpitjes en knoflook. Ook lekker is om wat frisse yoghurt toe te voegen als een dressing.

Uncategorized

De laatste loodjes

Het leek bijna een rustdag vandaag. Zuslief had met vouches van een Indonesisch restaurant Gado-Gado gehaald en een kindermenu en een borrelhap, dus kon ik voor de wereld in 80 dagen’ naar Indonesië in het algemeen voor een erg Hollandse Gado Gado met pastei en lemper zonder ook maar een vinger te hoeven uitsteken. Heerlijk zitten wijnen en treinen en het was erg gezellig. Bijkletsen omdat je elkaar een lifetime niet meer hebt gezien, want ik had de laatste tijd ook niet meer meegewandeld.

Thuis op de bank, ook heerlijk, tekende ik de oude ‘moderne’ wajang golek na, die me iedere dag met een subtiele glimlach en haar lieve gezichtje begroet vanaf de side table in de gang. Fijn om weer even uit de losse pols te mogen. In alles was het genieten.

Na genestel in de kussens was het tijd voor sterren op het doek met een zeer aangrijpend portret van de gast: Frits Spits. Een lieve, sensitieve radioman en een begrip in het land. Hij vertelde over zijn ouders, de oorlog en de liefde die hij van hen kreeg en die zijn moeder had gehad voor haar ouders. Over het doorgeven van diezelfde liefde aan hem, zodat hij het later weer kon doorgeven aan zijn vrouw en kinderen. Het overlijden van zijn vrouw en het blijvend gemis ook al was het drie jaar geleden. Hoe iemand die weg is er toch kan zijn en altijd meeloopt. Opmerkelijk was dat hij onmiddellijk tegen zijn geschilderde evenbeelden begon te praten, alsof ze in gesprek waren. ‘Wat vind jij er nou van’ en ‘Wat zou jij doen’. Het kenmerk van een mens alleen. Ik hoor het mezelf zeggen tegen Pluis, als ze om mijn benen heen draait. Ook bijzonder was zijn keuze van het portret, twee waren er erg gelijkend en realistisch en de derde was Frits, maar ook weer niet. Een andere kijk op hemzelf vond hij en derhalve de moeite waard om te bestuderen, waarmee het tegelijk boeiender werd om er over te peinzen. Het maakte wat los.

Vandaag liggen er zoals de afgelopen jaren en in mijn jeugd weer eieren in het Julianapark. Dochterlief met haar kinderen zit in quarantaine, dus daar komt de paashaas zijn eieren aan de deur hangen, maar twee kleinkinderen komen met hun ouders naar het Julianapark. Daar, bij de hoge heuvel, rollen de eitjes naar beneden om hun eigen verstopplek te zoeken. Niet te moeilijk, maar ook niet te makkelijk én er zijn veel bomen waar ze op de takken of in een holletje gestopt kunnen worden. Om ze af te leiden zal ik naar de andere kant in de verte turen en denken de paashaas te zien. De truc werkt al jaren. Dan glipt een van ons weg en verstopt ze gauw allemaal, terwijl de rest aan het zoeken is naar twee lange oren.

Daarna is er een brunch bij dochterlief voor mij alleen met haar gezin en daarna dan paashazen bij mijn, door het virus gevangen, schatjes. Het zijn de dagen waarop ik die vermaledijde aanstootgever erg zat kan zijn, maar we houden nog even vol. Als ze maar eens snel afkwamen met die prikken. Mijn leeftijdsgroep valt steeds tussen de wal en het schip. Er ligt ook weer wat theaterbegeleiding in het verschiet, maar dat vraagt zeker om weerbaarheid, al is het wel buiten op het schoolplein. Het zou zo goed zijn om de gedachten weer even te kunnen verzetten met nieuwe impulsen. De voeding raakt op.

Voor al eerst ligt er een mooie dag in het verschiet. Met volle teugen genieten dus en dat beeld van warm samenzijn vasthouden voor de laatste loodjes.

Uncategorized

Een broodnodige oppepper

Klein leed uit België liet het VPRO-programma ‘De onfatsoenlijken’ zien. Er zit een discrepantie in die term ‘klein leed’. Want het verdriet erom was huizenhoog. Oude mensen, aan het eind van hun werkzame leven, die moesten sappelen of doorbikkelen ten einde een goed pensioen te kunnen krijgen. Een werkster, de poetsvrouw zoals het heet, die haar leven in een notendop uit de doeken doet en vooral hoe het kwam dat ze haar schoolloopbaan vroegtijdig beëindigd had. Haar ‘meester’ had haar tot mikpunt van spot gemaakt en ging, op alles wat hem triggerde, met kinderachtige maatregelen in, die haar zo vernederden, dat ze dacht dat ze niet geschikt was voor school. Ze dacht dat men haar beschouwde als een domme meid. Moet je je voorstellen dat het gevoel van eigenwaarde zo aangetast wordt, dat je je de rest van je hele leven schaamt voor het feit dat je niet hebt doorgeleerd. Iemand had haar moeten vertellen dat deze ‘meester’ degene was, die domheid betrachtte, door zo’n stempel op haar te drukken. Ze wilde aantonen dat poetsvrouw een zwaar beroep was en dat je eerder met pensioen zou mogen gaan zonder te moeten inboeten op het gerechtigde pensioen, dat ze zou ontvangen als ze op de pensioengerechtigde leeftijd zou zijn. Met een geopereerde hand, waar eigenlijk ook nog een prothese in zou moeten worden gezet, werkt ze door en verbijt de pijn.

De oude man verhaalde van de wantoestanden in zijn rusthuis. Ik was bijna vergeten dat we bejaardentehuizen en verpleegtehuizen vroeger rusthuizen noemden. Nu heten ze vaak woonzorgcentra. De vlag die de lading ook niet dekt. Niet als je de verhalen van de oude man hoorde. Er heerst veel onrust in huis. Te weinig personeel, veel misstappen, noodbellen die expres maar half waren aangesloten, zodat men niet kan bellen ’s nachts. De verzorging die zich op alle fronten te kort voelde schieten. Een nachtdienst met twee verzorgenden die niet het slijm mochten wegzuigen bij zijn vrouw en een verpleegkundige die elders bezig was en te laat kwam. Vrouw gestikt in het slijm. Klein leed, dat nagenoeg te groot is om te dragen. Een spijtig einde.

Een boer, die met hard sappelen moeizaam verdiende en wiet was gaan telen tussen de mais. Achteraf bleek dat hij benaderd was door een bende die noodlijdende boeren opzocht en hen gouden bergen beloofde. Hij vond dat de overheid met name achterwege bleef door de wiet niet legaal te maken en de verkoop door de apotheker te laten verzorgen. Hij zat daar aan de tafel in zijn grote boerderij en liet indringende lange pauzes vallen in het heldere verhaal dat hij afstak. Hij vond zich een optimist, hier in zijn oude boerderij, die hij nu uit nood huurde, maar waar nog nooit de stress had toegeslagen en waar de sfeer veel inventiviteit had opgeleverd.

Als tegenhang voor alle ellende het programma Safe Cave met Claudia de Brey. Alleen al die brede lach was goed voor honderd procent positief gevoel. De gast die ze ontving was de rapper ‘Fresku’. In de werfkelder in Utrecht namen ze binnen een afgesproken tijd een nummer op. Op Zoom werd door het daar aanwezige publiek de tijd bijgehouden. Er brandde een nep open haard, er was sfeervol licht en het was er knus en vredig. Daar kon alleen maar iets goeds uit voort komen. Binnen een tel had Fresku de zin ‘Alleen liefde kan ons redden’ bedacht. Claudia speelde wat met het refrein met haar muzikanten Michelle Samba en Abdelhadi Baaddi, Fresku gaf aan in welke sfeer de beat moest en het werd in korte tijd een dijk van een rap. Wat een heerlijk programma. Dit was mijn eerste ontmoeting, maar zal zeker niet de laatste zijn. Een broodnodige oppepper.

In de wereld rond in 80 dagen kwam ik uit bij Virginia. De oorspronkelijke bevolking waren de Powhatan, dus kwam een van de Chiefs op het papier en op het bord een zomerpasta. Ik had het precies zo gemaakt als het recept luidde, maar dan zit er echt teveel knoflook in naar mijn smaak.

400 g penne, pasta, 1 l verse tomatenblokjes, 3 gesnipperde teentjes knoflook, 1/3 kopje verse gehakte basilicum, 0,25 kopje olijfolie, 1 tl zout, ietsje peper, vers geraspte Parmezaanse kaas …..

Kook de pasta. Roer de stukjes tomaat, fijngehakte knoflook, gehakte verse basilicum, 0.25 kop olijfolie, zout en peper goed door elkaar. Vermeng dit met de pasta en bestrooi met de geraspte kaas.

Uncategorized

Verse herinneringen

In de Tijdsgeest, een bijlage van Trouw, schrijft Liesbeth Mende over het feit dat ze kleiner gaat wonen en moet ruimen. Ze neemt daarbij de kledingkast onder handen en komt vooral herinneringen tegen. Haar moeder in dat grijze mantelpak, dat nu tussen haar kleren hing, een terugblik door een door haar gedragen gestreept vest op de middelbare school, waarin je haar uit kon tekenen, de herinneringen aan uitgaan in de Witte Olifant met een zwijgende neef op de achtergrond die als chauffeur fungeerde. Van die herinneringen die, als je je ogen erbij dicht doet en ondertussen de stof door je vingers laat glijden, ook de geur en de sfeer naar boven kunnen toveren.

In mijn kast liggen de herinneringen aan vroeger vooral op de onderste plank opgestapeld. Een groene batik feestjurk van mijn moeder, waarmee ik haar heb zien dansen op een georganiseerde Pasar Malam in het bejaardentehuis in de jaren tachtig. Mijn eigen wikkelrokken uit de jaren zeventig liggen daar ook. Een ervan had ik aan op de Pasar Malam Besar in den Haag, toen hij vlam vatte tijdens het eten van de Saté Babi met Lontong. En ik maar denken dat de Satébranders zo rookten, maar het was inderdaad de rok. Er ligt ook een gouden jasje, dat ik koester en dat stamt uit de jaren tachtig, gevonden in de kringloop waar ik vrijwilligerswerk deed. Ze kwam goed van pas op mijn harembroeken met de beenwarmers, als we fanatiek meededen aan de volksdansworkshops. De korte zwarte leren rok is uit de periode van onze coverband. Nu ook al weer een paar jaar geleden en goed voor tien jaar Bühne als Backing Vocal. Daaraan kleven nog veel meer herinneringen door al het reizen wat er bij kwam kijken. De oranje broek was mijn vossenoutfit als verhalenvertelster op de avond van Mevrouw Sprokkelhorst. Toen vertelde ik het verhaal van de Kleine Prins en de Vos, een mooi staaltje van filosofisch denken, in een kleine intieme huiskamersetting samen met vriendinlief. Wat was dat bijzonder en fijn om er in gedachten weer even bij terug te zijn.

Ik vouw alles weer op en leg ze op hetzelfde plekje. Van alle lappen en jurken, door de jaren heen verzameld, meer dan koffers vol, voor verkleedkisten en uit pure nostalgie, rest slechts dit ene plankje. Uitstel van executie.

Hetzelfde moet gisteren of vannacht Mark Rutte gedacht hebben. Omdat ik op reis ging naar Turkije en een flauwvallende imam wilde maken, een gerecht dat aardig bewerkelijk was, bleef ik thuis na de boodschappen en viel, tijdens het bereiden en de wachttijden door, met mijn neus in het debat. Eigenlijk de eerste keer dat ik dat helemaal kon volgen. Ik viel bijna van mijn geloof. Onwaarschijnlijk veel gedraai en gekeer van iemand die het vuur na aan de schenen werd gelegd. Waarom moest ik toch aan Petrus denken iedere keer dat er heftig werd ontkend. Is ‘niet de waarheid zeggen’ dan iets anders dan liegen, ook al doe je het naar eer en geweten en is het geheugen wat zwak. Mijn mond viel open. Wat een draaien om de hete brei.

De aubergine hield zich beter aan het protocol. Alleen vertoonde mijn geheugen ook een hiaat, want ik sneed haar direct al door midden en dat had pas na de oven gemoeten. In een mooie streepjas frituren en daarna de oven in, zo toonde de instructiefilm voor het bereiden van de de Imam Bayildi. Ondanks dat snapte ik wel dat er een imam van lang geleden flauw was gevallen bij het proeven van deze heerlijkheid. Toch nog goed gelukt. Rutte zal hetzelfde gedacht hebben.

Bijna heb ik weer zin om voorjaarsschoonmaak in de klerenkast te houden, maar nog net niet helemaal. Straks dan, later, eens kijken of ik de onderste plank nog versterken kan met verse herinneringen.

Uncategorized

Nog even geduld

Twee jaar geleden schreef ik in mijn blog dit verhaal. Uit niets maak ik eruit op dat het een précorona-tijd was. Sterker nog, vandaag ga ik zelfs vriendin ontmoeten op de tuin. Maar het was op 31 maart 2018 dan ook net zo’n mooi weer als vandaag. Dan werkt de tuin uitnodigend. Op de tuin valt de buitenwereld stil.

De blog van 31 maart 2018:

Zomertijd en de ochtend verkeert nog in vredige rust. Iedereen is bezig om om te schakelen naar een nacht met een verloren uur. Die was al betrekkelijk kort vanwege de onrustige dagen eraan vooraf. Er heerst doodse stilte. Het sonore gebrom van een vliegtuig is weggeëbd. De merel is alleen te horen in wat gekwinkeleer. Een enkel keertje scheurt er een auto over de weg. De Iphone geeft 7.37 aan. Straks moet ik in de benen om de Grote Vriendelijke Podcast bij te wonen in de Brakke Grond. De dag ligt open en vol belofte.

Naast me ligt de dikke pil van Murat Isik. ‘Wees onzichtbaar’. Hij schrijft vlot en het is prima te lezen. Ik kom er niet in op de manier die gebruikelijk is. Het blijft op afstand. De vraag is of het aan mij ligt, door teveel bezig te zijn met van alles en nog wat of dat het aan het verhaal ligt. Teveel vader en zoonperikelen te samen zijn in een dikke pil verenigd, of is het de taal, te weinig poëtisch hier en daar. Doorgaans kan ik minder retoriek waarderen als het verhaal boeit. Ik hou het op mijn eigen onrust en kijk uit naar de avond dat we hem zullen bepreken met onze verse boekenclub, die  voor de tweede keer zal knisperen.

100_4791

Op de dag was ik op de tuin gaan kijken. Het weggetje er naar toe op het terrein zelf lag badend in het zonlicht en meerkoet en eend hadden er zin in. De fruitbomen van de mannen vooraan stonden in bloei en kleurden tegen de strakblauwe lucht witter  dan ooit. Het  hek van de schapen stond er gedeeltelijk maar de lieve vriendinnen waren nergens te bekennen. De slangenhoop was omgelegd en helaas waren er geen eieren van de ringslang. Jammer, maar blijven hopen. In de tuin was de ravage compleet. Naast het fundament van wat ooit het atelier met de stenen dakpannen was, lagen nu ook onthoofde wilgen. De buuf was rigoureus aan het knotten geweest. Dat mocht van mij, want de moestuin kreeg te weinig licht en lucht. De kersenboom had ook een grote tak verloren en mondde uit in een miezertak.

100_4789

De luiken laten vallen en denken aan straks, was het devies. Ik zocht naar de vogels, hoorde ze kwinkeleren, maar zag ze niet. De twee bewaarengelen lagen voorover in de bloemperken en leken zichtbaar opgelucht, toen ze weer in ere werden hersteld. Of was het mijn eigen gemoed, dat oplichtte bij het zien van een klein oud en vertrouwd beeld.

100_4792

Alleen de bergamot was al aardig opgeschoten en ook de brandnetel pakte uit in volle glorie. ‘Aan het werk’ schreeuwde de tuin, maar later maande ik mezelf, eerst Jut de hut en dan de rest. Ik kwam alle vriendinnen tegen, want ieder was er met het prachtige weer opuit getrokken. Het was goed toeven voor even.

100_4790

Daarna afzakken naar de toekomst.  Er was onmetelijk hard gewerkt om het nieuwe huis op wielen een grandeur mee te geven die er niet om loog. Wat wordt ze mooi en voornaam. Geïsoleerd, dubbel glas en heel mooi strak van binnen. Een ruim atelier. Vergane glorie en een vernieuwde toekomst met elkaar in evenwicht op een dag. Het leven lacht. We gaan het zien en beleven.

Het boek van Izik kreeg nog een leuk staartje. We zijn een dag naar de Bijlmer gegaan en hebben daar onder bezielende leiding van Jenny van Dalen genoten van de geschiedenis en de kleurrijke ontmoetingen. Ook daar schreef ik een blog over, maar die komt nog wel een keer, als er in mijn hoofd weer meer gebeurt dan op het ogenblik, de musea weer open gaan, de kringlopen, de hortus en we met elkaar er weer op uit kunnen trekken. Nog even geduld.

De reis om de wereld ging naar Roemenië. Op papier heb ik een impressie gemaakt van een schilderij, maar daar staat een verkeerde naam bij. Gezocht naar de juiste, maar een speld in een hooiberg, helaas. Op het bord ligt vetarische Sarmale.

Gisteren worstelde ik met de koolbladeren. Ik had een recept met witte kool. Die bladen zijn absoluut ongeschikt, ook na lang blancheren, om iets in te rollen. Ik behoed jullie voor die denkfout. En reken maar dat je er dankbaar voor zult zijn.

  • 200 g rijst met korte korrel 
  • 1 geblancheerde savooiekool ca. 1 kg

Voor de vulling:

  • 500 g verse champignons gemengd, afgespoeld en grof gehakt
  • 1 grote ui grof gesneden
  • 10 teentjes knoflook  grof gehakt
  • 1 theelepel zeezout
  • ½ tl gemalen witte peper
  • 2 el gemalen koriander
  • 1 theelepel vegeta 
  • 50 g verse peterselie fijngehakt
  • 75 g vegetarische gehakt
  • 1 grote wortel geraspt

Voor de jus:

  • 3 laurierblaadjes
  • 1 grote tak verse tijm 
  • 2 eetlepels gedroogde bonenkruid 
  • 2 el zoete paprikapoeder
  • 1 el gerookte paprikapoeder
  • 250 ml passata
  • 50 ml zonnebloemolie
  • 1,5 liter groentebouillon

Instructies

  • Spoel de rijst goed af met verschillende keren koud water en laat hem 15 minuten weken terwijl je de rest van de ingrediënten klaarmaakt.
  • Snijd het hart van de zuurkool uit, haal de blaadjes voorzichtig uit elkaar en spoel ze af onder koud stromend water. Schud het overtollige water eraf.
  • Verwijder de centrale ribben van de bladeren en plaats ze (de kern) in de bodem van een grotepan met dikke bodem.
  • Leg de bladeren opzij en bereid de vulling voor.
  • Mix de champignons, ui, knoflook, zout, peper, koriander en Vegeta tot je een zeer grove puree hebt.
  • Doe het in een kom voeg de peterselie, het gehakt van de soja en de geraspte wortel toe.
  • Giet de rijst af en doe deze in de kom. Meng alles goed door elkaar.
  • Neem een ​​van de koolbladeren, voeg, afhankelijk van de grootte, 1-2 eetlepels van de vulling toe en rol op (zie de afbeeldingen en video hierboven). Leg ze in de pan op de stukjes zuurkool.
  • Herhaal dit totdat alle bladeren zijn opgebruikt.
  • Voeg de laurierblaadjes, tijm en bonenkruid (rozemarijn) toe aan de pan en meng de rest van de jusingrediënten door elkaar.
  • Giet de jus over de sarmale en breng aan de kook. Eenmaal gekookt, dek de pan af, zet het vuur op de laagste stand en laat ongeveer drie uur sudderen.
  • Restjes kunnen tot 10 dagen in de koelkast in een luchtdichte verpakking worden bewaard … dan smaken ze nog lekkerder dan op de dag dat ze werden gemaakt!
Uncategorized

Een bittere afdronk

We staan op een keerpunt, vertelt Ramses Nasr in de krant van vandaag. Hij is een krantenlezer en maakt zich kwaad over wat de planeet wordt aangedaan. Ooit was hij alleen op pad in het onherbergzame poolgebied en stapte daarbij pardoes ‘het grotere geheel’ binnen. Een stap die hem deed beseffen dat hij ‘er niet toe deed’, iets waar hij zich ten volle bewust van was. Hij schrijft erover in zijn boek ‘De Fundamenten’. ‘Hij viel plots samen met de vogels boven hem’, realiseerde hij zich op dat moment. Als we blijven voortgaan zoals nu, dan zal het ‘nog maar tien jaar duren voor de klimaatstijging de planeet ontwricht-dat het point of no return nabij is’, vertelt hij. Daarnaast maakte hij zich kwaad over het feit dat er te weinig gebeurt, terwijl er nú gehandeld zou moeten worden. Daarom is hij er over gaan schrijven. Er zou een verschuiving moeten komen in ons denken. Wij zijn allen gelijk. ‘Een mens is niet meer of minder dan de kleinste kokkel in zee’. ‘Wil je een vorm van geluk nastreven ook als je weet dat dit ten koste gaat van andere mensen, andere dieren, de planeet en de toekomstige generaties’ vraagt hij ons en noemt daarom de 21ste eeuw de eeuw van het geweten.

Op de vraag of we het geweten ergens zijn kwijtgeraakt doet hij uit de doeken dat ons handelen aan vernieuwing onderhevig zou moeten zijn, door rekening te houden met de kwetsbaarheid van iemand of iets, bijvoorbeeld bij de pieten-discussie, de kledingindustrie, het consumeren van vlees, omdat het slecht is voor de planeet, het dier en de mens zelf. Uiteindelijk komt het er op neer dat we ons niet boven de ander moeten stellen. Hij zet uiteen welke radartjes ervoor zorgen dat de wereld op drift raakt en wat er voor nodig is om dat te stoppen. Waarbij we ons bij het handelen af zouden moeten vragen:‘Gaat dit ten koste van iemand anders’. Zo filosofeert hij door.

Wat een mooie manier om de bewustwording aan te wakkeren. In mijn omgeving zijn veel mensen er mee bezig, het gebeurt op kleine schaal. Het gaat moeizaam. Het is kennelijk moeilijk om oude schepen te verbranden en met een nieuw schip koers te zetten naar behoud van wat er nog over is. Ergens moet iemand iets beginnen en daarom is elke wending een juiste stap, of elke stap het begin van een nieuwe wending.

In dezelfde bijlage staat nog een aangrijpend verhaal over sterfelijkheid en de tijdelijkheid van het leven hier. Het is een verslag van ‘De Poule des doods’ van Joris van Kesteren. Iemand die ook een stap zette, maar dan een fatale. Niemand kent dit slachtoffer, dat bij Duivendrecht voor de Metro stapte. Hij is later ook niet herkend, zelfs niet met een foto en profil, het enige dat nog mogelijk was, om toch eventueel een identificatie te krijgen. Niets op zak, geen aanwijzingen, kleding niet te traceren, glad geschoren, geen corona kapsel. De grote onbekende. Aanwezig bij de begrafenis, de dichter Vrouwkje Tuinman, de uitvaartleider, de reporter en mevrouw van der Laan. Toepasselijke muziek: The South Wind van Charles Yves, omdat het lente is en het Schotse lied ‘Remember me my dear’ en het gedicht wat begon met ‘Het kan dus nog: jezelf vrijwel onzichtbaar maken’.

De kop van het artikel luidt: Uitgevlakt. Letterlijk heeft hij zichzelf uitgegumd uit het leven. Of heeft het leven dat met hem gedaan? Het antwoord verwaait in de wind, maar met de klap heeft hij de machinist in zijn bestaan gesleurd en heeft daarmee macabere betekenis gegeven aan een leven. ‘Remember me my dear’ ten voeten uit. Een bittere afdronk.

‘In 80 dagen de wereld rond’. Gisteren kwam ik uit bij Senegal. Op het bord: Soupie Senegal en op papier Senegalese Art.

1 liter water, 2 blokjes groentebouillon, 3 kruidnagels, 1 ui, 1 wortel, 3 stengels bleekselderij, 1 citroen, 1 rode ui, 1 zoete witte ui, 2 appels, 3 eetlepels olijfolie, 1 eetlepel bloem, 1 eetlepel kerrie djawa, 3 eetlepels pindakaas, 2 eetlepels pinda’s, versgemalen zwarte peper, zeezout ,2 eetlepels Griekse yoghurt.

Zet de pan met het water op het vuur en verkruimel de groentebouillon blokjes erdoor, en breng het aan de kook op een kleine pit op hoog vuur. Schil een ui, steek 3 kruidnagels aan weerskanten en voeg de ui aan de groentebouillon toe. Was de stengels bleekselderij en snij ze in stukken van ongeveer 2 cm en in de bouillon,
Schil de wortel en snij hem in stukjes van ongeveer 2 centimeter en voeg ze aan de groentenbouillon toeWanneer de groentebouillon aan de kook gekomen is, het vuur reduceren en het deksel erop.
Laat de groentebouillon minimaal een half uur sudderen.Snipper rode en de zoete uien fijn. Snijd de citroen doormidden en pers ze uit. Sprenkel het citroensap over de gesnipperde uien en laat dit 15 minuten marineren. Spoel de uien af, laat het uitlekken en houd 2 eetlepels uien apart.Schil de appels, en daarna in vieren snijden. Verwijder het klokhuis en snijd ieder partje appel in 8 stukjes. Stamp in een vijzel de pinda’s grof. Bak de rest van de gemarineerde uien in olijfolie met de stukjes appel tot de uien zacht zijn. Strooi de bloem en de kerrie djawa erover, bak het gedurende 1 minuut onder voortdurend roeren. Voeg de bouillon, pinda’s en pindakaas toe. Breng op smaak met zwarte peper en zeezout. Meng de Griekse yoghurt met de slagroom en voeg daar de gemarineerde uien aan toe.
Serveer de soep met een eetlepel van de uienyoghurt.



Uncategorized

Spekkie voor haar bekkie

Voetstappen op de galerij. Pluis alert. Zij hoort met haar gespitste oortjes onmiddellijk of er iemand aankomt of niet. Voor het keukenraam verschijnt het lachende hoofd van Spring-in-‘t-veld. Ik ken geen kind dat die naam beter verdient dan hij. Het feestvarkentje volgt direct daarna met dochterlief. Ik zing lan zal hij leven en ze ploffen neer op de bank. Dochterlief heeft taartjes meegenomen, waar ze, en in haar ogen verschijnt een glundering, ervoor ‘gewinkeld’. Ze moest toch de vormpjes halen. Het waren gezellige ouderwetse ijzeren, waar de appel/kruimel uit geschept moest worden, want het vormpje hield het met de golvende rand stevig in haar greep.

De jarige Jop kreeg het boek ‘De Doge van Venetië’, want hij is gek op lezen. Benjamin en vriendin kwamen ook nog even beneden en zo hadden we toch een soort van feest. De kleine dribbel was in de auto in slaap gevallen en bleef met paps in de auto zitten. Wij waren het derde adres en nog drie te gaan. Vanmorgen hadden ze voornamelijk buiten vertoefd bij de andere kinderen. De oudste had na de operatie van zijn knie voor het eerst mogen fietsen. Een nieuwe mijlpaal. Als het zo goed blijft gaan kan hij in september weer een balletje trappen had men beloofd.

Zwaaien en kushandjes en weg waren ze weer. Ik had in de geraniums op de galerij over de lengte van het raam vlaggetjes gehangen, zodat het er van buitenaf al feestelijk uitzag, maar die waren door Sjaan Orkaan op een hoop gewaaid en nu bloeien er kleurrijke lentevlaggetjes in mijn bak.

Vanmorgen zag ik de film ‘The Silent Child’. Een aangrijpende korte film om de gebarentaal voor dove kinderen te promoten. Een inkijk in de stille wereld van de dove Libby, die tot dan toe in het drukke gezin geen teken van interactie had gegeven en door de doventolk opbloeide. Het abrupte besluit van de moeder, gevoed door jaloezie, om de doventolk weg te sturen met als reden, dat ze wilde dat het meisje de spreektaal en daarmee het liplezen onder de knie zou krijgen, was vooral eigenbelang. Weer speelde de wereld zich boven haar hoofd af, nu ze in een klas zat vol horenden en niet op een dovenschool. Er stonden reacties onder van vrouwen die in hun jeugd hetzelfde hadden ervaren, de een voelde zich tot last van iedereen en de ander voelde zich onzichtbaar, beiden waren eenzaam. Aangrijpend was een scène waarbij Libby de vier personen aan de ontbijttafel observeert en alleen de lippen ziet bewegen, de blik in de ogen, de trekken rond de mond.

In mijn groep kwam ooit een doof meisje te zitten. Onderbouw is toegankelijker dan een middenbouw omdat er gespeeld kan worden en kinderen een eigen soort gebarentaal gaan ontwikkelen. Het was aandoenlijk om te zien hoe snel allen het oppakten om te communiceren. Maar zelfs dat was moeilijk, omdat er activiteiten waren, zoals voorlezen of kring, waarbij er veel gepraat werd en alles langs haar heen ging. Ze verhuisde na een jaar naar een school voor doven en slechthorenden en dat was een wijs besluit. In een kleinere groep hadden we veel meer eruit kunnen halen, nu ontbrak, met drieëndertig kinderen, ten enenmale de juiste intensiteit door tijdgebrek, maar zelfs dan is de vraag of het voor haar de juiste keuze zou zijn geweest.

Pluis werd gisteren wild omdat twee dikke doffers over de reling van het balkonhek trippelden. Ze bleven uitgebreid hun veren poetsen en trokken zich niets aan van wat zich daar achter glas afspeelde. Hoe Pluis ook mekkerde, er was geen aandacht voor instinct. Ten einde moe gestreden legde ze haar hoofd maar weer te rusten, al bleef ze loeren, spijt om dat onbereikbare spekkie voor haar bekkie

De reis ging gisteren naar Egypte om koshari te maken en de zandsculpturen te bekijken van de kunstenaarBadr Abdel Moghny Aly.

Uncategorized

Gelukkig maar

Hoe hij het voor elkaar krijgt. Op de een of andere manier weet Matthijs in dat muziekfeest op zaterdagavond ‘Matthijs gaat door’ het zo te keren dat het ten diepste ontroert. Gisteren in ‘Forever Young’ was Rob de Nijs aan de beurt , de zanger, wiens liedjes ik soms wel en vaker niet apprecieerde. Als Matthijs met zijn gast praat, dan sleurt hij je onmiddellijk de diepte in. Het beeld van de breekbare oude man met zijn omfloerste ogen, de bevende handen, het lichte schudden, heeft iets kwetsbaars en teers, maar toch is het verhaal er omheen van een bewonderendswaardige moed en een, weliswaar spijtige, (was vandaag maar gisteren) erkenning van zijn ziekte. Het kwam ook door het lied wat opgehaald werd uit een uitzending van ‘De Wereld Draait Door’ van precies een jaar geleden dat Rob de Nijs zong ‘Niet voor het laatst’.

Een aangrijpende tekst zeker gezien de context en alle aanwezige gasten waren duidelijk onder de indruk. Toen daarna Willeke Alberti hem toezong met het lied ‘Forever Young’ met een foto levensgroot van een jonge Rob en een jonge Willeke erboven, werd er veel bevestigd. De waarde van een trouwe vriendschap, de kwetsbaarheid van het ouder worden, de veerkracht die er optreedt, de grenzen die ze hebben leren kennen, dat lijf dat langzaam maar zeker de overhand neemt wars van alles wat gedacht en gezegd wordt, de drang waaraan werd voldaan om nog een keer…Probeer het dan maar eens droog te houden.

Het is op die zaterdagavond altijd bedenken waar je het meest aan toe bent, want op het andere net was ‘Sterren op het doek’ bezig. gelukkig kunnen we alles terugkijken en zelfs eventueel herhalen als we dat willen. Het gedoe met videorecorders, die leeg blijken te zijn en niet voldaan hebben aan de fout ingevoerde opdrachten is gelukkig voorbij. Mijn vader kon menig ‘sodeju’ de kamer inknallen bij zulke ontdekkingen. Hij zou vandaag de dag van het ene programma in het andere gevallen zijn.

Eus was ook goed op dreef. Ruth Jacott was de gast en ook zij onthulde waarheden over haar ouders en haar ex, die ze normaliter niet aan de grote klok zou hangen. Het komt door de sfeer die Eus neer weet te zetten. Het voelt vertrouwd, wij onder elkaar, ‘ouwe jongens krentenbrood’ zeiden we vroeger, terwijl ondertussen de schilders hun best deden om Ruth’s karakter te vangen. Drie prachtige portretten waren het resultaat. Ze koos de grootste, die met een hele eigen techniek in zwart/wit was uitgevoerd.

Via de app komen de beelden binnen van de eerste voetbalwedstrijd van de kleine filosoof. Na een jaar van niets zou ik er heel wat voor geven als ik bij de zonen langs de lijn kon staan. Zo’n middagje frisse lucht met hartkloppingen, heerlijk. Zijn zusje vierde gisteren voor mij haar 2-jarig jubileum, dat eigenlijk morgen is. Vandaag is het de beurt aan de andere opa en oma om het nog eens dunnetjes over te doen. Er was een prachtige mierzoete taart, maar zo feestelijk dat je er met liefde van at. Dat is voor mij een hele prestatie. Ik ben niet van het zoet, maar van het hartig.

Vandaag is de oudste kleinzoon jarig en die wordt alweer 12. De tijd vliegt. Natuurlijk is er geen feest. Als de visitie niet naar de jarige kan, dan komt de jarige bij de visite langs. Een reis op de fiets door Utrecht en met de auto spoorslags hier naar toe voor een feest vol opdrachten en acties. De hoogste tijd om in de benen te gaan en de boel te versieren met vlaggen en wimpels, nou ja, vlaggetjes. Zij komen met taart. De inventiviteit viert ook feest. Gelukkig maar.

In een reis om de wereld in 80 dagen ging ik gisteren naar China en maakte in een handomdraai deze supersamkeleijk Tjap Tjoy, terwijl Ai Wei Wei op papier terecht kwam met zijn klerenhangertje van draadstaal waaruit hij een portret van Marcel Duchamps gevogeld had.

Ingrediënten: 100 g peulen/100 g taugé/50 g gedroogde champignons (shiitake)/2 tenen knoflook/1 rode /1 sjalot of ui/1/2 winterpeen/3 el oestersaus/1 el sesamolie/2 cm verse gember

Bereiding: Begin met het wellen (of weken) van ongeveer 50 gr gedroogde champignons. Grote champignons (shiitake) week je circa 45-60 minuten en kleine zo’n 30 minuten in heet water. Laat ze even uitlekken en snijd in reepjes.

Snijd ondertussen 1/2 winterpeen in smalle reepjes (julienne). Doe hetzelfde met 1 rode paprika. Maak de taugé schoon, snijd 2 tenen knoflook in dunne plakjes en snijd 2 cm gember fijn. Van 100 gr peulen snijd je de uiteinden af. Snipper tevens alvast 1 sjalot of uitje.

Snijd een half blok tofu in plakjes en bak deze in een laagje olie rondom bruin. Haal uit de wok en laat uitlekken op keukenpapier.

Kook in een andere pan ruim water en kook de winterpeen, peulen en paprika 2 minuten. Voeg de laatste 30 seconden de taugé toe. Giet af onder (ijs)koud water zodat de groenten niet verder garen. Zet even weg.

Doe olie in de wok en fruit de knoflook, gember en het sjalotje even 1 minuutje aan.

Voeg nu de groenten toe samen met de tofu en de champignons. Voeg er 1 el sesamolie aan toe samen met 3-4 el oestersaus en een snuf zout. Roerbak het geheel al omscheppend een minuut of 3.

Proef! En voeg eventueel nog wat extra oestersaus toe of wat extra zout. Serveer direct.