Uncategorized

Die masseren elkaar wel

Wat een heerlijk uitje werd het, deze bewolkte dag. Met de auto er op uit, al was er geen regen voorspeld. De dag liet zich lenen voor een bezoek aan een stadje. Zoals gewoonlijk was het recept ‘ op de bonnefooi’ en ‘ we zien wel waar het schip strandt’. Ooit, vroeger, leerden we van onze lieve moeder al, dat je dan een heel eind kon komen en je rugzak kon vullen met heel wat totaal niet verwachtte gebeurtenissen. Naadloos ging haar wijze les over in de praktijk. Bij Hellevoetsluis gingen we richting de vesting. De beste keuze die je kon maken op een wat grijze maandag met hier en daar een eigenzinnige zonnestraal.

Daar, bij die vesting bleek een prachtige oude sluis te liggen met uitzicht op de haven en de nieuw gebouwde huizen op de kade met een zonnige Curaçaose uitstraling, door de kleurige huizenrij. Grote, kleine en minijachten in de haven en vooral een paar families fuut. Een ervan zat te broeden op een nest, bij een tweede zat de kleine al op de rug, liet pa een waarschuwend geluid horen en diepte later een glinsterend zilveren visje op, die toen het te groot bleek voor de kleine, moeder eerst naar binnen werkte. Later zou ze het weer teruggeven aan haar kind.

Een haveninham verder liet een vrouw haar oude schnautzer uit in het water en aan het einde lag een klein verwant verloren eilandcafé met gesloten terras, middenin. Daarna waaierde het breed uit in het Haringvliet. Een mooie oude draaibrug verder was een terras opengesteld op de punt met uitzicht over haven en sluis en daar, vanaf de hoge krukken, bleek eerst koffie en daarna lunch een goed idee.

Het carillon speelde boven ons hoofd en elk kwartier en op de hele uren meende ik toch echt te zien dat de klokken daadwerkelijk werden geluid, maar zuslief verschilde van mening. Haar ogen zijn beter dan de mijne en misschien was hier de vader de wens van de gedachte.

Het maakte niet uit, via de andere kade wandelden we terug terwijl het broeierig warm werd. Ineens begreep ik wel, waarom men Siësta hield bij dergelijke gevoelstemperatuur. De benauwdheid vierde hoogtij.

In de auto met de airco aan was het goed te doen. In de middag was de bestemming Middelharnis, omdat daar ooit een kind verdronken was en Ed Hoornik dat zo lyrisch had beschreven. Bovendien bracht het ons terug naar de school waar we allen opgezeten hadden en les hadden gehad van een enthousiaste lerares Nederlands met een grote voorkeur voor poëzie en gedichtenwedstrijden.

We bleven steken in de buurt van de plaatselijke super en zochten niet het echte centrum op. Misschien ook omdat we de kluts kwijt waren dor het feit dat het een tweelingdorp vormde met Sommelsdijk en dat we dat niet wisten. Je reed Sommelsdijk in en kwam in Middelharnis uit. Goed voor luttele ogenblikken zinsbegoocheling.

Een plantage bood basiswinkels en koffie/thee bij de Hema op het terras. Geen spectaculair uitje, maar zoals vaak hadden we genoeg aan elkaar. Thuis zouden we uitzoeken hoe het zat met de twee dorpen. In sommige gevallen is voorkennis handiger.

Bij thuiskomst een lichte noedelsoep van de hand van zuslief en nog een avondwandeling, met recht een blokje om te noemen, in een inmiddels weer verfrissende temperatuur. Het leverde een nieuw te ontdekken natuurgebied op, vlak om de hoek. Dat was voor later om te ontginnen. Terwijl ik op huis aan ging, het hek het af liet weten en de beide zussen het bungalowpark gingen verkennen, kleurde de zon de wereld met rozerode sluiering.

Geen spelletje voor mij, maar gemijmer en verwerking van de dag, zoals altijd en nu toch wel een tikkie vermoeid van de meer dan tienduizend slenterstappen van die dag en alle indrukken. Dan gaat er geen linker-en rechterhersenhelft-stimulerend spel meer in. Die masseren elkaar wel.

Uncategorized

Wie weet wat er opbloeit

Heel vroeg, in deze donkere kamer, was ik al wakker. Nog voor de morgenstond en het eerste kwinkeleren van de vogels een aanvang had genomen. Het plan was om naar zee te gaan, maar eerst het lome wakker worden van iedereen. Dat heerlijke vertragen in de tijd omdat niets moet en niets hoef. Zuslief had het zondagsritueel niet afgeschud en begon met het koken van eitjes. Geen sinaasappelsap, vers geperst, maar een multivitamine en wat sneetjes brood, kwark of muesli. Als je samen bent, krijgt het verzorgen van de inwendige mens een totaal andere invulling.

In de stille morgen had ik de vorige dag overpeinst. In vakantietijd krijgen de uren een verlenging. Of ze duren langer door de traagheid waarmee ze over ons heen kruipen of het geeft een dubbele lading door de betekenis van het genieten, waar je ruimte voor maakt. Terrasjeswerk, waar je normaal in het dagelijks leven aan voorbij zou lopen. Het betekent ook dat de waarde van het kleine uitvergroot wordt. ‘ Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert’ lispelde men vroeger, maar nu is de dimensie: ‘Geniet van al dat op je pad komt. Het vormt de belangrijkste basis van het leven’. Zussen, hoe verschillend ook, behoren tot die binnenkring. Ze zijn, met wat de Engelsen zo mooi en poëtisch laten klinken, ‘the inner circle’ naast het gezin.

Hoe het kwam, kwam het, maar de dagen werden opgedeeld in thema’s. Door een toevalligheid hadden we de eerste dag allemaal groen aangehad en kleurde onze dag, vandaag zou het zwart/wit zijn. Na het zondags ontbijt vielen de koeien binnen het thema en moesten we natuurlijk voor zuslief even poseren bij onze zwart/ witte dames, au naturel beantwoordend aan ons thema. Humor op kleine schaal. Het fietsen was heerlijk. We waren op pad gegaan zonder voorbereidingen. Dat bleek wel toen we, voor het eerst in mijn lang-zal-ze-leven, een strandstoel met windscherm gingen huren om de dag daadwerkelijk op het strand door te brengen.

Het boek zat in de tas, het schetsboekje en de pennetjes in de aanslag en het badpak tussen de meegebrachte spullen. Ervaren hoe het is om een dag niets te doen, luieren op een strandstoel, eindeloze telefoongesprekken van de achterbuurman aan te mogen horen, kinderen, van onwaarschijnlijk klein formaat, vliegers zien besturen, uitgelaten vriendengroepen neer te zien strijken, het ritueel van zonnebrand smeren eindeloos herhalend. Uiteindelijk was de conclusie, dat strand in welke vorm dan ook, voor mij en de anderen, alleen maar zin had als strandwandeling, kop leeg laten waaien, struinen door de duinen, foto’s schieten. Voor alles een eerste keer. Dit was uitgeprobeerd en kon in de la met herinneringen.

Twee minieme tekeningetjes van een oud stel, ver weg, om ze niet te blameren met hun onverwachte pose. Een kind met schepje en een beginnend zandkasteel, dat misschien wel slechts een heuvel zou blijven. Het plezier van het jongetje. Gaandeweg werd het drukker. Vanuit een strandtent, een werkkeet, waar een rond gat in was gezaagd, verkocht men broodjes worst en toen zuslief en ik het oververhitte zand hadden getrotseerd met onze voetjes, bleek dat de broodjes nog bevroren waren en de vrouw een beetje hulpeloos de situatie niet meer helemaal overzag. Op een smoezelige deken in de kraam aan de overkant lag een hushpuppy en keek alsof haar leven een vat van ellende was met al die worstenresten, waar ze ongetwijfeld mee gevoerd werd, getuige haar omvang. Wij liepen onverrichter zaken terug, maar onze Benjamin had de zinnen gezet op zo’n broodje en liet zich niet kennen. Ze kwamen terug met drie exemplaren en wat fris in blik. Een hap was voor mij meer dan voldoende. Heerlijke fietstocht volgde, toen we doorgesudderd en wel aan de terugweg begonnen. Vinkje van de dag: ‘Met elektrische fiets kan ik de hemel bestormen als ze achter het hoge duin ligt’.

Op de een of andere manier kwamen we op een autoweg terecht, waar we eigenlijk niet mochten fietsen, maar ja, er fietste al een mevrouw en als er een schaap over de Dam is, volgden er meer. Met de onverschrokkenheid van vier opstandige pubers trapten we door, tot we, toch enigszins opgelucht, adem konden halen op een kleine toegangsweg naar het dorp. Gered. Hoe ouder, hoe gekker en niemand had gelukkig waarschuwend getoeterd.

Thuis een pitstop en met de auto naar het Grevelingenmeer, waarbij we ineens in Zeeland aan de kant van Renesse terecht kwamen en toch weer rechtsomkeer maakten. Wat een enorme drukte daar. Bij de punt in het grote restaurant was de bediening niet bestand tegen de grote aanloop van die eerste zonnige dagen en liepen er zelfs klanten weg door het eindeloze wachten en de smetten op het serveerblazoen.

De tweede ervaring rijker. Ik mijmerde de natuur bij elkaar die door het grote resort veranderd was in een groot pretpark van jacht-, sup-bungalow-en snorkelvermaak.

Thuis had zuslief de sproeier aan de praat gekregen en sproeiden we de opmerkelijke zorgvuldig aangelegde borders van de grote tuin rondom ons huis, een weldadige verkoeling voor mijn, door oververhitting en vermoeidheid, verbrandde voeten. Morgen gaan we op de bloementoer. Wie weet wat er opbloeit.

Uncategorized

Dit televisieloze rijk.

Dat er gelegenheid zou zijn om mijn solitaire ochtendroutine te mogen volgen was een zegen. Het huis was afgestemd op zes personen. Twee zussen deelden altijd hun vakantieweek met elkaar op een kamer en nu konden zuslief en ik ieder een eigen kamer krijgen. Dat was heerlijk voor mijn rusteloze slaapuurtjes, die soms een deel van de nacht gevoed werden met schrijven en lezen, al naar gelang dromenland onderbroken werd.

De ochtend begon traag. Ontbijt rond een uur of half tien buiten, na het verslepen van de plastic stapelstoelen en tafel naar het terras, waar we de ochtendzon ruim konden verwelkomen. Biologische yoghurt, bessen, frambozen en bramen kleurden samen met de muesli het plaatje. In mijn bakje zaten medicijnen als aanvulling van het ontbijt. De vroege ochtend had ik doorgebracht met het kijken naar en reportage in close-up van de AVRO-tros over Yan Pei Ming, kunstenaar van groot formaat in overdrachtelijke zin.

Met verbazing aanschouwde ik zijn manier van werken met, wat de reporter bezemstelen noemde en dat hij corrigeerde in ‘penselen’. Hij bond ze aan grote stokken en juist door de afstand die het opleverde met zijn te schilderen object, was het invoelbaar. Zijn portretten naast die van Courbet, een inspiratiebron, waren prachtig. De kunstenaar zelf zat in een oude versleten leren fauteuil tegenover het doek om te observeren en achter de rook van een grote sigaar keurde het jongenshoofd met de pretogen in het verouderde gezicht de vorderingen. Hoe iemand oud kan worden en zijn jeugd bewaren. Prachtig om te zien. Vooral als het om iets ging wat hem het meest raakte, zoals de dood van zijn moeder en het enorme doek met de hoeveelheid mensen rond haar begrafenis, plooide het gezicht zich open. Een groots meesterwerk, letterlijk en figuurlijk.

Na de lunch en het douchen in formatie, gingen we de fietsen lopend ophalen. De bermen waren bezaaid met klaprozen en zandblauwtjes en oogden lieflijk evenals de tuinen waar we langs kwamen en die een overvloed aan zomerbloeiers droegen. Minder was het verkeer dat over de smalle weg moest en ons met regelmaat noopte, de berm op te zoeken. Bij de fietsenverhuur stond een lange rij. Twee zussen in de rij, wij op een bankje om met verbazing te kijken naar de verhuur en instructies van de elektrische loopsteps en scootertjes, fietsen met extra tandemkinderfiets, baboo en strandbrommers. Van sommige zag je al aan de angst in de ogen dat ze het nooit onder de knie zouden krijgen. Zolang het apparaat heerst over jou, wordt het doorgronden moeilijker en staat totale overgave in de weg.

Goeree- Overflakkee, wat ben je mooi en meer Zeeuws dan ik ooit had kunnen vermoeden. De fietsen hadden een schakeling die zonder de vertrouwde nummering ging. Je moest draaien aan een rubber ring bij het handvat. Bij zwaar werk lichter en bij licht werk zwaarder. Het was even wennen.

Een heerlijke lunch in de theetuin bij Ouddorp midden in de boomgaard, paarden langszij en een veld bloeiend jakobskruiskruid, kan ‘het zomerse dan zomers‘ in variatie op een thema. Daarna de dijk op, die al aanlokkelijk had liggen lonken in de zon, met kleine fietsfiguurtjes tegen de blauwe lucht.

Na de lunch ging het fietsen moeizamer, de dijk zwoegend zelfs, na het haventje. Nu pas bedenk ik me dat de ondersteuning misschien losgeschoten was door de kinderkopjes daar, waar de wielen bibberend op afsprongen. Het bleek aan het eind van de dijk, toen zuslief me vroeg van fiets te ruilen om een en ander te checken, dat ik de dijk geheel op eigen kracht zonder ondersteuning had gereden en derhalve wel had volbracht. Een mijlpaal bij een deceptie bracht de boel dus weer in balans.

Ziezo, nog niet aan de elektrische rolstoel waar zuslief bang voor was geweest, een hele dijk lang. In Ouddorp was het zaterdagsdrukte en gingen we winkel in, winkel uit de laatste vergeten benodigdheden halen, alsmede een jurk en een bloes voor zus en in een wonderlijke marskramerswinkel annex tweedehandswinkel een zwarte jurk van het merk ‘Il Est ou le soleil’ voor mij. Een vraag die we ruimschoots konden beantwoorden. De juiste shampoo, ogenwater, deo’s, boodschappen en een omweg om het dorp te verkennen.

Thuis een eenvoudig maal, gehannes met de sproei-installatie voor de gigantische tuin om het complex heen en weergekeerde avondrust. De wereld is verder weg dan ooit in dit televisieloze rijk.

Uncategorized

En dan kan het feest beginnen

Een tas en nog een klein tasje voor de opladers en ander klein spul. Dat was de buit van goed overdenken wat aan te zullen trekken voor een hele week. Zuslief appte dat ze veel te veel bij zich had, maar nog door een tweede schifting heen moest. Ik merkte op dat er maar zeven dagen in een week zaten. Andere zus appte terug: maar drie keer omkleedmomenten per dag, haha.

Zuslief was verbaasd over de bescheiden bagage. Twee koffers aan de kant geschoven, tas toch even op de achterbank en naar de laatste zus, die vermoedelijk niet zou volstaan met een weekendtas. En inderdaad, tasje zus, tasje zo, grote koffer en nog een tas met sportkleding voor het rondje hard lopen. Passen en meten en alles zat, de zussen achterin wat klem, maar dat mocht de pret niet drukken. De eerste stop was een lunch aan de Reeuwijkse plassen, waar we een heerlijke vegetarische schotel hadden, Alles wat los kon, servetten, placemats, lege glazen en losse haren waaiden ons om de oren

Ik ga het voor het eerst alles alleen met de IPad doen. Schrijven, filmpje kijken, mailverkeer regelen. Moet te doen zijn. De weg naar het dorp toe was lang. Rotterdam omzeilen zat niet in de mogelijkheden en daar was het vrijdagavondspits, dus topdrukte. Het duurde lang eer het industriële beeld plaats maakte voor weelderige en uitgestrekte groentinten. Het was opeens een zeker weten, dat hoe imposant de havens van Rotterdam er ook bij lagen, mijn hart daar niet lag. Het lied van lang geleden kwam voorbij. Ik neuriede ‘ ik doe een Euromoord voor jou’ en zocht de rest van de tekst erbij. ‘

‘Want als ik jou zie, denk ik jee jee jee jee jee, je bent veel mooier dan de hele EEG, dit vind je enkel aan de Europoort, je bent een eurovrouw, ik doe een euromoord voor jou’. En nu zit ik dus al een etmaal met dit lied in het hoofd en krijg het er voorlopig niet meer uit. Het geeft niets, want Jaap Fischer was mijn grote held in de kleinkunst en ik hebt nooit begrepen, waarom hij zijn, door mij geliefde liedjes, later zo verguisd heeft. Zal hij weten, hoeveel pubers zich hebben opgetrokken aan zijn kritische teksten.

Uitzicht

De lange tweebaansweg naar het dorp toe, was het afzien waard. Bij de plaatselijke super maakten we een pitstop voor de eerste boodschappen. We waren in toeristenoord, dat was wel duidelijk. Overal de Duitse nummerplaten. Ik bleef in de auto, om op de spullen te passen. Door het open raam waaide het schreien van een kind binnen. Zo hartverscheurend, dat ik mijn waakplaats verliet om te kijken of er niet een of andere onverlaat een baby in de auto zou hebben achtergelaten. In een bestelbus waren twee ouders uit alle macht bezig om het kind te kalmeren en te sussen. De wanhoop van jonge ouders was invoelbaar. Het was drukkend warm geworden. Op het parkeerterrein waren de mensen in vakantiestemming. Hoedjes, hawaiprint en groepjes jongeren bezig aan een pitstop, gezien hun voetbaloutfit. Pilsje erbij, ins freie hinein.

Een smalle weg, nauwelijks geschikt voor twee auto’s vergde stuurkunst van zus en met een omweggetje, die ons al een blik toonde op de glooiende duinen met verschillende antenne-achtige objecten, kwamen we op de plaats van bestemming aan. Het hek was met geen mogelijkheid met de hand te bedienen, ook al zei de vrouw die we moesten bellen van wel. Ze zou er voor zorgen dat het geregeld werd en opeens gleed het hek knarsend aan de kant. Eureka,

Huisinspectie, kamer indeling, het was allemaal binnen no time geregeld. We waren er klaar voor. Onderweg hadden we de fietsenverhuurder al gespot. Die gaan we vandaag al wandelend ophalen en dan kan het feest beginnen.

Uncategorized

Een druppel van licht op de gloeiende plaat

Hoe relatief alles is werd gisteren sterk benadrukt na mijn optimistische blog. Het bericht kwam door dat Peter R. de Vries aan zijn verwondingen was bezweken. Moeilijk te verteren dat een op en top gezond iemand zo uit het leven wordt weggerukt. Dat geeft er een dramatische lading aan en maakt het des te moeilijker om het te accepteren. Moedwillig uit het leven geschoten.

Vanmorgen stond de strijkplank al vroeg klaar om dagpakketjes te maken van de mee te nemen kleding. Het leven van alle dag gaat gewoon door. Ondanks wateroverlast in het zuiden en dat vreselijke bericht gisteren. Zuslief merkte droog op dat het maar goed was, dat we voor Zuid-Holland hadden gekozen. Vorig jaar rond deze tijd zaten we in Belgisch Limburg. Bij het horen van het aantal vermiste en overleden mensen werd duidelijk met hoeveel nietsontziende kracht het water stroomde. Alle zegen komt van boven, maar dit keer niet.

Beneden wandelen de kinderen naar school. De allerlaatste dag met de allerlaatste loodjes. Lokaal aan de kant brengen om schoonmakers de kans te geven de vloeren in de was te zetten, met de kinderen vooral gezellig het jaar afsluiten. Op de Overkant gleden ze dan ook uit, net als kleinzoon gisteren. Glijbaan tegen het raam(en later in de deuropening vanaf de trapeze uit het speellokaal). Doek ervoor. Er kwam een zesregelig raadsel, zodat de hen uitzwaaiende kinderen konden raden welk kind erachter het dichte doek zat en onder ‘het zingen van ‘Dag, dag Jantje dag, een kusje hier, een kusje daar, een traantje en een lach, werd het kind met dik plakboek en verslag op de glijbaan gezet, dubbel feest natuurlijk en aan het eind weer opgevangen door mijn lieve middenbouwcollega’s. Een fantastisch ritueel, dat altijd veel bekijks trok. De vlag dekte de lading. Afscheid nemen gaat altijd gepaard met tranen van spijt om het loslaten en tranen van vreugde om het nieuwe begin.

Terwijl alles aan me voorbij trekt, komt er een appje van mijn liefste vriendinnetje. Ze maakt een hele zware tijd door en dwars door de zinnen in de app lees ik haar ongeloof, een ‘nauwelijks te bevatten’ in het moment waarop ze zich groot moet houden en door moet gaan. Waar haalt een mens de juiste kracht vandaan. Ik kan haar alleen virtueel ondersteunen en hoop maar, dat ze voelt dat ik in gedachten op haar schouders zit om haar te wiegen in haar verdriet. Onmacht en onvermogen strijden om de aandacht, terwijl diepe rouw siddert. Een stukje verlichting brengen. Maar hoe dan, als alles donker als de nacht kleurt om je heen. Er zijn situaties geweest waarin ik in eenzelfde kolkende neerwaartse spiraal zat voor mijn gevoel. Hoe moeilijk is het dan om licht te blijven zien. Het hele bolwerk om je heen stort als een kaartenhuis ineen en het zoeken naar nieuwe fundamenten wordt bemoeilijkt door een alles doordrenkend verdriet. Ik sterk me in de gedachte dat ze samen zijn, als gezin, elkaar zullen vasthouden en het verdriet delen.

Op het moment dat ik dit schrijf komt er een appje met een stralende zon en de wens voor een fijne vakantie. Wat lief. Dat is precies wat ik bedoel. Ook al lijkt de situatie uitzichtloos. Er is altijd ergens een open stukje hemel aan een horizon, verder weg of meer dichtbij dan je bedenken kan. Ik straal maar in, zoveel ik kan. Een druppel van licht op een gloeiende plaat.

Uncategorized

Het leven lacht vandaag

Verwachtingsvol liep ik door de straten van het stadje naar de opticien. Alsof ik jarig was, zo voelde het. Eindelijk na de mededeling dat ik staar had, de second opinion en de mooie nieuwe uitslag mocht ik de beloning voor de eerste schrik gaan passen. Een zelfbetaald maar verdiend cadeau, zo voelde het. Vriendinlief had al een doos met vijf verschillende modellen klaargezet en het grote passen begon. Eigen bril af, nieuwe bril op, foto en daarna, kijken hoe het stond met de eigen bril weer op. Wat een keur aan leuke modellen waren er. Niet de goedkoopste, maar dan had je ook wat. Bij de laatste trok er een brede glimlach over mijn gezicht. ‘Deze’, hier werd ik blij van. Ze waarschuwde. ‘Sommige zullen ‘m veel te opzichtig vinden’. Ik had deze en een paar andere via de app doorgesluisd naar dochter, die prompt opbelde. ‘Mam, is dat rood niet véél te rood’. Maar juist de combinatie van tegengestelde kleuren maakte het speels en vrolijk, geen oud dameshoofd. Een glas bleek net zo duur als het hele montuur en daar waren er twee van nodig. Een rib uit het lijf, maar beschouwd als feest, om te vieren dat ‘staar’ nog niet op de loer lag. Plezier, het mag wat kosten.

Terug door het stadje, winkel hier, winkel daar, maar nergens iets van mijn gading. Dan nog even lekker snuffelen in de kringloop. Het was weer zo’n geluksdag, dat mooie spullen jou uitkiezen, in plaats van jij hen. Een mooie zijden broek en een zijden zwarte tuniek, een kleurrijk topje bij mijn eigen lange wijde broek. Aarzeling, het kan ook teveel zijn, zo’n geprinte stof maar hé…drie halen, twee betalen. Dan maar meenemen op de gok en zien waar het schip strand. Halverwege kwam ik tussen de lappen een oud-collega tegen. Samen werkten we twintig jaar vrijwillig in de kringloop. Hier voelden we ons als een vis in het water. We streken neer op twee krukjes en babbelden honderduit om al die jaren te overbruggen. Pijntjes, kwalen, kinderen, fijne nieuwe lichtpunten, het gevecht om, ondanks de kwaal, onafhankelijk te blijven. De ‘struggle for life’ in een notendop, tussen de vintage en de gordijnen. Jaren vervaagden, de tijd werd overbrugd in een stief kwartier.

Thuis een lang verwachte mail van de Wijze. Hoe blij kan een mens zijn met dit soort noten van geluk. Ze componeerden in ieder geval een jubelzang van binnen. Op een paar ouderdomskwalen na, ging het hem goed. Wel had het teruggeworpen zijn op zichzelf in combinatie met de ongemakken gezorgd voor een diepgaande retraîte. Nu pas viel het te delen. Dat is hoe het gaan kan. Soms is bij jezelf te rade gaan nodig, een pas op de plaats, om er gelouterd weer boven uit te stijgen. Wat hou ik van deze lieve wijze vriend.

Daarna de spullen in een sopje, de laatste was draaien en de bodem van de wasmand zien. Heerlijk. Vandaag mag ik op kleindochter passen als de kleine filosoof gaat uitglijden en naar de middenbouw vertrekt. Een heuglijk moment, waarbij paps en mams niet mogen ontbreken. Helaas is ze dan bezig met haar middagslaap. De ochtend is voor de voorbereidingen op een week vakantie met de zussen. Haar in de henna, poezelige zomervoeten kweken met een nagellak en een extra crème. Alvast bedenken wat de tas in zal gaan, eventueel nog wat strijken en meer van dat soort kleine bezigheden. Heerlijk om dat in alle rust te mogen doen. Zoonlief past op het huis en op Pluis. Het leven lacht vandaag.

Uncategorized

Een schat aan mooie herinneringen

Om half twaalf werd er gebeld door de bezorgdienst, gisteren. Een christelijk moment. Het had me al een beetje zorgen gebaard omdat er in de mail stond, tussen 11.30 en 13, 50 uur, maar ik moest om 14.00 uur bij de fysio zijn. Krap aan dus. In het gebrachte pakket zaten twee exemplaren van het tuinboek ‘De Oase’ van Simon Hureau, een graphic novel oftewel een stripboek over het aanleggen van een tuin.

Een voor dochterlief als cadeau voor het nieuwe perceel op de tuin en een voor mij, omdat je nooit te oud bent om bij te leren. Deze familie had wel een hele mooie stadstuin, omdat er onder het beton een onderaardse rivier zou zijn, die hij al bikkend vrijwaarde, net als de deur ernaar toe en waar hij een trap vond. Hij zette er een smeedijzeren hek omheen en ziedaar. Een wereld aan nieuwe ecologische systemen. Hoe langer hij bezig was met op een duurzame manier planten en stenen te verzamelen voor zijn paradijs, des te meer begon de biodiversiteit toe te nemen. Simon Hureau rekent af met de steriele stadstuinen, waar geen leven meer te bekennen is.

Een project van lang geleden komt voorbij. Willie wurm zoekt een huis. Daarbij maakt Wurm allerlei avonturen mee, ontsnapt ternauwernood aan een vertrappen door een grote schoenzool, wordt hij driftig uit een tegeltuin geveegd, ligt hij genadeloos uit te drogen in de felle zon. Er zijn heel wat ongelukken gebeurd in de tuinen van mensen die van ordentelijk strak en afgebakend houden. Bij nader onderzoek was het een bestaand project van Kunst Centraal met natuurlijk een stukje ‘joie de vivre’ van onszelf. Zo lang we projecten bedachten of overnamen uit het kunstmenu kwam er altijd een persoonlijke noot aan te pas. Klakkeloos overnemen was onze eer te na.

Bij de fysio was het vakantietijd. In zijn eentje had hij twee cliënten tegelijk. Altijd goed, want we konden zelf aan de slag als we de oefeningen door kregen. Het werkte prima. Lopen, legpress, balans, ademhaling. Samen met persoonlijke aandacht. Helemaal goed, want als ik bezig ben, kan ik toch geen woord uitbrengen. Laat mij maar zwoegen in stilte. Af en toe een correctie en dat was dat. Zo’n half uur vliegt om.

’s Avonds was de musical van de oudste kleinzoon. Twee kinderen uit mijn groep van de jenaplan deden ook mee, omdat ze door verhuizing hier terecht waren gekomen. Wat een heerlijke sfeer en wat kan een mens trots zijn op een klein manneke, dat ineens een podiumdier pur sang blijkt te zijn. Hij bespeelde het publiek op een sublieme manier. Zijn ouders waren verbaasd, want hij had niet verteld, dat hij zo’n grote rol had. Los van alle schroom baste hij mee met gevoel voor ritme, enthousiasme en die guitige oogopslag. Heerlijk om te zien, dat aan de genen van de tappende opa van moeders kant en de cancan-dansende oma van vaders kant werd getrokken.

Hoeveel ouders zwellen van trots op zo’n avond en hoeveel heimelijke tranen werden weggepinkt bij het afscheidslied. Het bracht me weer terug op de Overkant, als het Overkant-afscheidslied werd gezongen, gingen alle sluizen open, omdat je wist dat dit nooit meer terug zou komen in deze bezetting. Definitief loslaten, wat een deel van je leven heeft uitgemaakt. Je leert het wel, maar het went nooit. Het blijft tot in lengte der dagen een gevoelig plek en het hart, met al die kinderen achter een deurtje, werd per jaar alleen maar groter.

Af en toe gaat er zo’n deur open, zoals nu, met de kleine man van de oude school, die nu groot en verlegen voor me staat. Ze zullen het altijd losmaken. Mijn trots om wie ze zijn en een schat aan mooie herinneringen.

Uncategorized

Aangenaam verpozen

In de supermarkt neuriede ik het liedje van muis ‘tussen de jam en het blikgehakt, tussen de koffie en de gort, pom pom pom’ . Ik liep er, omdat ik een lunch zou verzorgen voor dochterlief en schone zoon, die heel hard aan het werk waren in hun tuin. Er moest een vloertje gelegd worden in hun glazen huis met de grote vloertegeles die het hele gezin, broers en zwagers hadden lopen sjouwen de dag ervoor. Met een trek-kar werden ze naar achter gekruid, een kilometer landinwaarts. Ongetwijfeld zware arbeid en nu dan de afwerking ervan. Broodje brie met walnoot en honing, vers geperste sinaasappelsap, ciabatta met kaas, vruchtensalade. Een luxe lunch, omdat het allemaal al voor me klaar stond. Inpakken en wegwezen. Toevallig kwam ik aan het eind van de rit de eigenaar van het kleine theater uit het stadje tegen. Hij liet zijn kar tegen de mijne botsen, omdat ik hem niet zag. Uitgerekend hij, de vriend en regisseur, bij wie ik ooit meedeed aan een ja zuster/nee zuster aflevering en nu, met dat lied in mijn hoofd ‘Daar in de zelfbedieningszaak, daar woont een muis, ik zie hem vaak, ik neem een karretje en ik rij, de muis rijdt altijd mee met mij’ hem ‘toevallig ontmoette. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Even wat wederwaardigheden uitgewisseld en daarna snel op de tuin aan.

Ach, wat was het al een paradijs aan het worden, De tegels pasten niet allemaal naast elkaar in de kas, scherp aftikken op maat was niet mogelijk, dan maar in grote scherven en brokken, bedachten ze inventief. Het was de wand waar de kast tegen geplaatst zou worden. Geen man overboord. Behept met het virus, geërfd van haar moeder, om alles met lappen en kleden een rustieke uitstraling te geven, had ze witte gordijnen als een voile hemeldak in de nok van de kas gehangen. Al heupwiegend kwam ze haar Turkse bruilofts-suite uit, nadat ze er in een handomdraai een sfeervolle draperie van had gemaakt.

De juveniele roodborst

Tijdens het genieten van de heerlijkheden, land van brie en honing, waarmee de tarwebol doordrenkt was, kwam er een klein vogeltje nieuwsgierig om de hoek kijken. Was het een vinkie, of een graspieper, we zochten het op. ‘Een roodborst’ meende schone zoon, maar er viel geen rode veer te bespeuren. Na het boek er op te hebben nageslagen en de natuurapp te hebben ingeschakeld, viel het plaatje op z’n plek samen met het gedrag van de kleine, totaal niet schuw en dichtbij, op de grond vooral of op een lage tak, kwamen we toch op de roodborst. Een juveniele nog, in in de kleuren van een nestverlater. Een schattig welkom, zo’n vaste klant, want ze kwam tot vier keer toe terug, steeds meer dichterbij. Een thuisfluiter.

Het ‘Hond jaagt schaap’-avontuur

Op een gegeven moment hoorden we een woeste brul van een hondenuitlater in het park. De man krijste een paar keer, wat ons wat gemopper over liefdevolle hondeneigenaren opleverde, tot we hem vaak en hard, steeds harder maar, hoorden roepen. We liepen naar het hek en zagen de dames schaap in blinde paniek galopperen, met hond er achteraan. Een van hen waagde een net te korte sprong over de sloot, in het nauw gedreven, en lag er middenin. De man tuurde de sloot af, en vroeg ons hoe de situatie was. Hij aarzelde geen moment, toen hij de hond te pakken had en stroopte zijn pijpen hoog op, gleed de sloot in en waadde zich een weg naar het onfortuinlijke dier. Met korte klapjes mende hij haar de goede kant op en daar klom ze, de schrik nog in de ogen en met een natte modderbroek, op de kant, terwijl haar zussen beschermend om haar heen kwamen staan. De man verontschuldigde zich en had net nog aan zijn metgezel verteld, dat zijn hond nooit, maar dan ook echt nooit, achter de schapen aanging. Verderop was het zwempoeltje, daar kon hij zich letterlijk en figuurlijk schoonspoelen en met een aangelijnde hond zijn weg vervolgen.

Terwijl de dames allang en breed weer aan het grazen waren, wij een perk met doorgeschoten dille hadden geslecht en de boel was aangeveegd en opgeruimd, gingen zij ook voor een duik en daarna op huis aan. Ik besloot nog even wat gras te grazen in mijn eigen tuin. Moe maar voldaan vertrok ik een uurtje later, een kruiwagen vol kleefkruid en grassen verder. Tijd voor de bank, het boek en wat aangenaam verpozen.

Uncategorized

Kindervrienden bij uitstek

Het was luie zondag, gisteren met alleen maar een verjaardag van Franse schone zoon in de namiddag. Ze hadden het hele park Transwijk ter beschikking om het te vieren, met al die alarmerende grafieken was er geen betere plek dan deze. Vandaag was ik Zeb, naar het gelijknamige boek van Gideon Samson. Ooit schafte ik een broek met een zwart/wit print aan. Nauwelijks gedragen, want toch wel veel streep en gisteren, bij het terugkijken van de foto’s, zag ik inderdaad dat het opmerkelijk veel zebra was. Doe er je voordeel mee, dacht ik daarna. Draag het met stijl of gooi er iets zwarts en langs overheen. Soms kan het je zomaar overkomen, zo’n dwaling. We zaten op kleden op de grond, dat was een klein dingetje bij het opstaan. Iets met onwillige knie, stramme botten, zebrabroek enzovoort.

Het was weer heerlijk om met bijna iedereen samen te zijn, nu ze wisten dat mams helemaal veilig was mocht ik ze ook weer knuffelen. Dat was bij sommige allang gebeurd, maar bij anderen was het anderhalf jaar geleden voor het laatst. Dribbel trok volledig zijn eigen plan. Als hij behoefte had aan eten, dan snorde hij zijn kostje bij elkaar en stond het luim naar vermaak, dan konden we rekenen op een kostelijk ogenblik. Op een gegeven moment kwam hij al pieuwend, pieuw, pieuw, met een geweer in zijn kleine knuisten ter grootte van een fors stammetje, formaat bazooka. Hoe komen ze daar nou weer op.

Lang geleden toen de jongens klein waren, vond ik het mijn eer te na, als ze zich op geweertjes zouden storten, maar elk takje of elk stokje is om te vormen tot iets wat kan schieten en als dat niet voorhanden is, dan is er nog altijd een schietende wijsvinger. Waar is Banksy als je hem nodig hebt. ☺️

Kleindochter had een andere manier gevonden om de drukte te ontvluchten. Ze zat op een afstandje zoet in het gras, midden tussen de madelieven, die ze plukte en bestudeerde. Een kleine botanicus in de dop. Een stilleven om bij stil te staan. Een moment, waarop alle tijdspanne versmelt door een eeuwenoude handeling. Gras en madeliefjes in een kinderhand.

Het was gezellig druk met de vrienden van de jarige en hun kinderen, een kinderboerderij om af te wisselen en een enorm grasveld om stoom af te blazen en te ravotten. Aan het eind, iedereen moegestreden, werd het Pokemons zoeken voor de kleine mannen en konden wij nog even rustig nagenieten van een doorbrekende late middagzon. De weersvoorspellingen had dochterlief gelukkig getrotseerd, want we hebben geen druppel regen gezien. Het waren de volmaakte omstandigheden voor een parkfeest en een klein jubileum.

Vandaag is het alweer feest, maar dat wordt pas later gevierd. De tweeling is jarig. Altijd even een moment van weemoed, om de heugelijke herinnering, de dubbele vreugde die het gaf, het bijzondere van twee jongens in hun wiegjes, de aanloop die we kregen, omdat iedereen dat wonder wilde aanschouwen. Een tweeling voelt inderdaad dubbel feestelijk en een gang met de dubbele kinderwagen heel bijzonder. In een dubbele wolk hing ‘trots’ boven onze hoofden. Nog steeds trouwens. Nou ja, hun vader zit op die wolk trots te zijn en ik plaats hier nog maar eens een foto van die gelukkige periode uit ons samenzijn.

Op het feest vroeg mijn nieuwe aankomende dochter hoe wij elkaar hadden leren kennen. Het was een bijzondere ontmoeting met een inbraak, angst, kamers beneden en op zolder en een extra bed onder het schot, maar bijzonder was het inderdaad. Wat grappig om daar weer bij stil te staan. Door het gedruis heen is er die klank van het verleden, als een gamelan die altijd klinkt, door alles heen. De herhaling zag ik terug in de foto’s van nu. Die kleine garnalenvingers van het kleine lijf toen, 2300 gram schoon aan de haak, zijn uitgegroeid tot grote vertrouwde sterke handen net als die van hun vader. Kindervrienden bij uitstek.

Uncategorized

Gedeelde vreugde is dubbele vreugde

Voorzichtig manoeuvreerde ik de kleine Blauwe door de nauwe steeg om in de hof uit te komen, waar ik parkeerplaatsen wist. Tot mijn grote verbaxzing waren die ingewisseld voor uitgebreide en grote terrassen met nog een handvol parkeerplekken, die allang bezet waren. Had ik anders verwacht op zaterdagavond tegen zevenen. Er moest gekeerd worden en al snel had ik op loopafstand een nieuwe plek buiten de grachten gevonden. Meer mensen maakten die fout, bij gebrek aan aankondiging van de veranderde situatie. Waarom de binnenstad nog niet autovrij is gemaakt, uitgezonderd bestemmingsverkeer, is mij een raadsel.

Sherlock in actie

Zoonlief kreeg een foto doorgestuurd, van mijn wachten bij de gérant, die mij de gereserveerde plek moest wijzen. Iemand had mij ongezien op de kiek gezet, haha. Wie de Sherlock Holmes was, stond er niet bij.

In de vroege morgen was ik naar de tuin gegaan en bij het uitstappen was de buuf van de hoek zeer blij mij te treffen. Net als ik, zat ze in de feestcommissie en was benaderd door twee muzikanten van Struinen door de Tuinen, die in het vroege najaar wel bij ons wilden struinen. Of ik dat ook een goed idee vond. Super idee natuurlijk, alles wat de feestvreugde van het tuinenccomplex kon verhogen was welkom. Ons eerste ‘feest’ na de lange lockdown. In de frisse buitenlucht op ruim afstand van elkaar, want het hele schapenweiland stond ter beschikking bij het maken van goede afspraken met de hoeder. 16 saxofoonspelers sterk was de groep. Die zouden ons omver komen blazen. De mensen, die poolshoogte van de plek kwamen nemen, waren verrukt van ons paradijs en terecht. Terwijl we nog voor de bloemeweide stonden en al het voorwerk was gedaan kwam dochterlief met kroost ons achterop fietsen. Wij liepen door en de buurvrouw handelde het verder af.

In de tuin van dochterlief was heel veel te doen. In ieder geval rigoureus onkruid trekken. De kinderen werden geinstalleerd. De kleine filosoof zou mee helpen wieden en dochterlief wilde springen op de kleine trampoline. Ik maaide, naast mijn gedachten, ook de grassen voor de voeten weg en kon toen aan een serie brandnetels beginnen, die zich gestaag, rijen dik, tot achter de kas hadden uitgebreid. Het stuif sloeg wel een beetje op de longen, maar wat zou het resultaat fijn zijn, als het allemaal weg was. Zo ver kwamen we niet. Het was drukkend warm en tegen de tijd van het slaapje van de jongste gingen we weer, langs mijn tuin met haar geschoren gras en mollen, terug. Kuierend, babbelend en wijzend op de schapen, 18 stuks bleek, vier pulletjes in de sloot, met verderop, al bijna volwassen, zes stuks. Dag lieve schatten, tot snel weer.

gesprek van vrouw tot vrouw

Thuis verpotte ik de goudsbloemen-en de afrikanenstekken en deed zelfs een middagdutje op de bank. Loom van de drukkende warmte en de benauwdheid, tot het tijd was om naar de Spanjaard in het naburige dorp te gaan. Onze boekenclub is een bijzondere groep mensen bij elkaar. We hadden een fantastische manier gevonden om boeken, die we gelezen hadden, te bespreken en altijd gingen de gesprekken de diepte in. Persoonlijke verhalen kwamen aan bod, het meeleven met elkaars bevindingen, de pijntjes werden gedeeld, maar er was ook mooie humor en er waren serieuze overwegingen over vaccineren en de nieuwe lockdown met verschillende meningen, zonder elkaar te veroordelen. Ieder in zijn of haar waarde laten is de vlag die de lading dekt en daarmee wordt onderschreven, waarom onze ontmoetingen zo bijzonder zijn. Er is ruimte voor eenieder om te delen. Gedeelde smart is halve smart, maar gedeelde vreugde is dubbele vreugde.

Uncategorized

En geeft er diepgang aan

Het boek ‘Hemelse mevrouw Frederike’ van Maaike Meijer is fascinerend door de herkenning. De ontwrichting door de tweede wereldoorlog weegt zwaar in het welgestelde gezin. Alle maatschappelijke normaliteiten zijn ineens niet gewoon meer. Men zit op elkaars lip en irritaties worden verpakt in onhebbelijkheden. De ouders naar elkaar toe, naar de kinderen toe. Het wordt uitgespeeld op het scherpst van de snede. Als de puber moet aanhoren hoe dik ze is, volgens moeder, die dat tegen vader zegt op de vraag of ze het kind niet beter kan kleden ‘want ze ziet er niet uit’, kerft dat letterlijk ‘een anorectisch zelfbeeld’ in haar ziel. Een waar ze nooit meer onderuit komt. Niet in die mate, maar met liefde, werd ik op een dieet gezet in de puberteit, maar de gevolgen waren hetzelfde. Ondanks dat iedereen bezwoer dat ik mager was in mijn beste jaren, lag er een omfloerst beeld, als een onscherpe foto, over mijn eigen waarneming, als ik in de spiegel keek. Een bewogen beeld zakt uit, zo ook die beleving. Het is nooit meer weggegaan. Zelfs nu, in vergelijk met al die andere vrouwen van mijn leeftijd, ervaar ik het zo. Een lastig gegeven, want het ontwricht voor een deel het zelfbeeld en daarmee ondermijnt het de eigenwaarde.

De maatschappelijke ontwrichting van nu, in tijden van corona, brengt in veel gevallen vergelijkbare situaties met zich mee. Mensen worden opstandig, zijn de lengte van het ongemak zat, voeren strijd tegen een nieuwe eenzaamheid. De puber uit het boek stort zich, onder de druk van de liefdeloosheid, op de gedichten van Gorter en Edgar Allen Poe en zoekt naar haar eigen stem daarin. Het zorgt ervoor dat ik ‘The Raven’ van Edgar Allan Poe lees en onder de indruk ben. Soms betreur ik het, dat ik niet meer klassieken kreeg voorgeschoteld vroeger. Ondanks de latere inhaalslag vallen er nog steeds hiaten in de kennis.

Gisteren bekeek ik een interview van deze schrijfster/dichter/ kunstenaar met H.A Gomperts, in de letteren van de VPRO uit 1981. Een frêle gestalte, een warrige haardos, een doorrookte stem. Het ongemak van het gesprek met de interviewer, die dwingend de antwoorden eist, die hij bedacht had, zo leek het. Die doorvraagt en doorzaagt. Ze leest twee van haar gedichten en moet water drinken tussendoor, omdat ze er kortademig van wordt. Het was geen soepel interview. Ik keek naar het meisje in dat oudere gezicht, de ogen groot en verwonderd in de terugblik naar het verleden. Ik las over haar bohèmien periode in ‘Jagtlust’ dat geboekstaafd werd door Annejet van der Zijl in 1998 en begreep, waarom ze zich terugtrok in Groningen, na haar financiële debacle. Naar verluidde, was ze niet gecharmeerd van het mysterie waarmee haar persoon omgeven werd. Het deed haar werk geen recht.

Nog belangrijker is haar jeugd, die haar persoonlijkheid heeft gevormd in een eeuwig durende zoektocht naar de ontberende aandacht en liefde in haar jeugd. In een van haar dagboekfragmenten is ze verliefd op een jongen die bij hen is ondergedoken en dan schrijft ze: (…)Ik vind het zo heerlijk om een gewoon klein kind bij hem te zijn, aan wie hij wondere verhalen vertelt. (…) Maar het is zo heerlijk warm in zijn arm, het is thuis.

Dat verlangen ruist door het hele boek en doet recht aan haar bestaan. Het onttrafelt haar leven in haar eigen woorden, in haar eigen taal en geeft er diepgang aan.

Uncategorized

Bronnen van geluk.

Vrolijk oranje/rood kleurde de lucht. Het zette mijn zin om in het opzoeken van mijn lieve zoon ern schone dochter, om te zien hoe ver de buik was gevorderd en om te horen of ze al konden wennen aan de nieuwe omgeving. Voor de benjamin nam ik het boek ‘Coco kan het’ van Loes Riphagen mee.

Er bleek ruimschoots sprake van nesteldrang. Op het grote bed lag de inhoud van de kast en een grotere kast werd vakkundig door mijn lieve schoondochter en haar zus in elkaar geknutseld en alleen bij het zware tilwerk mocht zoonlief een handje toesteken. Dergelijke zaken groeien. Als je beiden weet dat met elkaar niet perse verhelderend werkt kan je beter alleen of met andere hulp aan de slag gaan, terwijl de ander op de kleine past. Zo hadden we vooraf een intiem zoon, kleinzoon, oma moment met het voorlezen van het nieuwe boek met op iedere bladzijde een zoektocht naar het klein rupsje. Trappelzak aan, wang tegen wang, welterusten kleine man. Daarna thee slempen en die vanzelfsprekende intimiteit in het gesprek van moeder op zoon. Zo fijn als dat was. Tussendoor werd de vorderende kast bewonderd, met lichte maningen om vooral voorzichtig te doen. Maar nestelt er een kind in je buik, dan zal en moet alles, maar dan ook alles, letterlijk en figuurlijk op z’n kop gezet worden, alvorens een warm nest te maken. Herkenbaar en herinneringen aan lang geleden dichtbij.

Daarna naar de fysio, wandelen, krachttraining met ademhalingsoefeningen, balansoefening. Ontspannen in, inspanning uit, ik ga het nog wel eens leren, maar iedere keer moet ik weer denken. Of het ooit een automatisme wordt betwijfel ik.

Bij thuiskomst was een pakje bij de buren bezorgd. ‘Zo, jij kan weer lezen’, lachte de buurvrouw. En of. Wat een kloek exemplaar was dit boek. Nu begreep ik waarom het gemiddeld zo’n twintig euro duurder was, maar dan had je ook leesvoer voor een paar weken. Het boek van Maaike Meijer: ‘Hemelse mevrouw Frederike’ was een biografie over F.Harmsen van Beek(1927-2009) en diende als thema voor de volgende, en mijn eerste, Biografieclub-bijeenkomst. Wat een boeiend boek. Dat werd een vakantielang leesplezier. Er stonden mooie foto’s in met in het begin een waas van sepia en allengs het aanzicht van mijn eigen ontwikkeling, jaren ’50, jaren ’60, jaren ’70 etcetera. Allemaal herkenbaar en te vergelijken met de stijl uit de kiekjes van mijn leven. Dat teruggrijpen in de tijd aan de hand van dergelijke beelden gaf genoeg stof tot denken, ook al waren de omstandigheden compleet anders. Frederike was beeldend kunstenaar, illustrator, auteur, dichter en journalist.

Een van de bekendste werken voor mij, was haar voortzetting van het werk van haar vader, de illustraties van Flipje van Tiel,, een niet uit te wissen begrip uit mijn jeugd. De kleine boekjes met de lotgevallen van Flipje werden net zo verslonden als de verse witte boterham, dik blueband met die heerlijke zoete Flipje-jam erop, een taartje op zich. Met recht een zoete herinnering. Ongetwijfeld heeft ze veel meer geproduceerd, maar dat gaat deze bundel me tonen. Nieuwe inspiratie is nooit weg.

Ziezo, lakens, gordijnen, witte stoelbekleding in de was, ramen gepoetst en klaar voor nog meer wegduiken in het boek. Al trekt de zon uitnodigend aan het gemoed en roept ook de tuin. Terwijl door het open raam beneden het verkeer stagneert door lange rijen schoolgaande kinderen en hun ouders, omdat aan allen voorrang wordt verleend bij de oversteekplaats, kriebelt het verlangen naar actie. Nog een week hebben ze te gaan en dan is het vakantie. Mijmering naar weleer, de hectiek van de laatste dagen school, planten verdelen, vissen onderbrengen, alle materialen laten wassen of poetsen, niet zelden ook door de kinderen zelf, die daar de grootste lol bij hadden. De hele watertafel vol duplo in een sopje, en maar wassen en spoelen en spelen. Zorgeloze bezigheden, bronnen van geluk.

Uncategorized

Het dient zich vanzelf aan

Gisteren was een dag met een gouden rand. Een hele onverwachte en dat zijn de leukste. Ik had heerlijk in de tuin gewerkt en twee bedden, zo goed en zo kwaad als mogelijk, gevrijwaard van grassen en ander gebroedsel, dat belemmerend zou kunnen werken voor de anderen. De ontdekkingen waren groots en meeslepend in mijn kleine poeziepostzegel. Wilde Bertram bloeide en verspreidde zich net zoals zijn naam klonk, maar de oregano stond stevig op haar stengels. Wat kon ik daar dan blij om zijn. Tussen de geraniumsoorten en de bloeiende malve stond de anemoon fier in knop. Ze deed het al jaren nauwelijks, maar nu had ze zich gehard en kwam gesterkt naar boven. Kleinoden, die hartverwarmend werkten. Ik praatte met ze en verzekerde ze van mijn vreugde om hun bestaan. Planten groeien op aandacht en liefde.

Om 18.00 uur had ik een afspraak met vriendinlief om het afscheidsfeest van onze lieve vriendin en collega te vieren…dacht ik. Om kwart over vier kreeg ik een appje: ‘Ik stond bij het hek, ga nu naar binnen.’ Ach en wee. even onze afspraak natrekken. 18.00 uur bleek 16.00 uur. Als een hazenwindhond aan het werk om de schade te beperken met de hoop iets later toch van het feest te mogen genieten. Ze was me te dierbaar. Beiden trouwens. Na een stief kwartiertje van verbijten, vermijden van files, kortere sluiproutes en een flinke dosis geluk, stond ik voor de tuin van de school, waar mijn afspraakje al aan kwam lopen. Gelukkig. De blijdschap was enorm. Wat heerlijk. En overal oud-Overkantcollega’s, een grote reunie. Alle lieve vriendinnen en vrienden op een kluitje. Hapjes, drankjes en een stralend feestvarkentje met haar gezin, al net zo stralend, om haar heen.

Het werd een warm bad van ontmoetingen. Van lieverlee was nagenoeg de hele club compleet op dat nieuwe complex, dat daardoor bijna de warmte van de oude stek overnam. Tot mijn grote vreugde ontmoette ik door de gesprekken ook weer een nieuw lid voor mijn tuinentoneel in september. Mijn oud stagiair, waar ik zulke glorieuze toneeltjes had gespeeld, had er heel veel zIn in. Enthousiast vertelden we het aan mijn lieve afspraak. Er waaide spijt langszij. We ontdekten, dat er op die school nog een heleboel zakken lagen met de verkleedkleren van de oude school, die door de loop der jaren verzameld waren en waarvan een groot deel van de kringloop kwam, waar ik destijds werkte. Gekke oude hoedjes, malle broeken, een struisdvogelveren pellerine. De kaartjes van het gesorteerde goed zaten bij de zakken in. Vriendinlief, die in de Betuwe woonde en ruimte had, was net zo hooglijk verbaasd als wij. Waarom het nooit gebruikt werd, was ons een raadsel. Ze besloot om alles in haar auto te laden en in de vakantie uit te zoeken. Ik wist dat er unieke stukken bij zaten, want die toneelkleding kon ik dromen. Gelukkig, beter zo. Voor alles is altijd een bestemming te vinden. We waren net op tijd, want de week daarop zou alles weggegaan zijn. Wat was dat ook alweer met toeval? 😉

‘Zullen we samen ergens iets gaan eten’, vroeg mijn afspraakje. ‘Natuurlijk. Er stond geen andere afspraak, dan met mijn afspraak om 18.00 uur’, lachte ik. Zo kwamen we, nadat iedereen aanstalten maakte huiswaarts te keren, terecht bij het grote terras midden in het oude stadje, waar ze een heerlijke vegakaart hadden. Ik nam de Ramen en vriendinlief de Groene Risotto. Op mijn vraag of ze zin had om mee te doen met de Engelse tuindames, die op jacht zouden gaan naar de viervleugelige snuifmotkever, brak de zon door. Als vanouds en zo wij het als geen ander kunnen, associeerden we er op los.

Twee onverwachte zalige wendingen kreeg de dag en daarmee dat gouden randje. Soms moet je het niet zoeken, maar gewoon over je heen laten komen. Het dient zich vanzelf aan.

Uncategorized

Een hemels genoegen

Gelijkgestemde zielen zijn een zegen voor de geest. Een woord is genoeg voor de ander en vice versa. Begrijpen tot op de letter wat een ander op dat moment bedoelt, voelt, welke betekenis er aan het woord verleend wordt. Ik ben graag in zulk gezelschap. Het kleine vertrouwde compartiment van de blauwe prins werkte ook mee, ogen op de weg bij het verkeer, maar het hart bij het gesprek. Het heeft hetzelfde effect als een lange wandeling maken met elkaar om eens fijn te filosoferen of te sparren.

De ochtend was wenend begonnen, maar gaandeweg de rit kwamen de opklaringen. Vest en nieuwe kloffen leken aanvankelijk, bij het naar buiten stappen, te warm, maar niets was minder waar. Het bleek precies te kloppen. Van te voren had ik een parkeergarage uitgezocht aan de overkant van het museum. Dat was bijzonder plezierig, bleek achteraf. Met een hoofd zwaar van alle schoonheid, bleek het precies ver genoeg. Meer had er niet ingezeten.

Het enige dat nog aan corona herinnerde was de lange rij van bezoekers met ieder anderhalve meter ertussen. Al koutend werd die binnen de kortste keren geslecht. Tickets op de Iphone in de aanslag, kaarten in ontvangst en door. Dali lieten we links liggen. We kwamen in de eerste plaats voor die wonderlijke wereld van Eva Jospin. Een suppoost wees ons vriendelijk de weg. Dwars door Dali’s surrealisme heen, vonden we al gauw de drie zalen met deze bijzondere sculpturen. Aanvankelijk was er genoeg ruimte om alles uitgebreid te bestuderen, maar allengs liep het vol.

Indrukwekkende verbeeldingswereld, waarin het goed toeven was en alle luiken in het hoofd open gingen om dwalende bosnymfen, zonnebadende Circe’s, zingende Sirenen, wegduikende Kobolds en kreupele Izegrimmen hun weg te laten vervolgen door ‘La Fôret’ of op de rotspartijen van de ‘Nymphées’. Ook huisden er vast en zeker hobbits en elfen in die bomen van zes coulissen dik. Opgebouwd met zorgvuldig gestileerde zichtlijnen, doorkijkjes, diepte. Nergens viel het werk stil. Er was veel te bewonderen aan detail en aan het geheel.

Onder het smeedijzeren balkon, behangen met tere plantensprietsels, vaardig schuin versneden, zodat er een schijnbare lichtval meespeelde, stond de denkbeeldige Romeo die smachtend en verlangend naar zijn Julia keek. Alles ademde de sfeer van romantiek. Het vaardig versneden karton kende robuuste elementen tegen verfijne natuur. Dat werd vooral duidelijk in de zaal met de koepels, tegen een decor van een ruige onbeklimbare rotswand. Pilaren droegen de rondingen en beschermden de ragfijne natuur binnenin.

Er stond gelukkig een bankje. Even tot rust komen tussen de indringende sculpturen. Ondertussen druppelde een veelheid aan bezoekers binnen. Er was een man bij, die kennelijk al een tijd zijn eigen stem niet meer had gehoord en veelvuldig door beide zalen heen, het gesprek aanknoopte met vriendinlief, waarbij ik op een gegeven moment de kans nam om, om de koepels heen, te ontsnappen. De boodschap kwam nog niet binnen. Alleen zijn met onze verbeeldingskracht, dat wilden we graag.

Het was wennen, zo’n ruimte vol mensen. In de auto hadden we al de ‘cocoonings’-kracht van corona, het zoeken naar je eigen innerlijke stem en de stilte en de aangename ervaring, die dat gaf, ondanks de maatschappelijke ontwrichting, besproken. Een moment van bezinning.

Carmontelle

Als toetje konden we de Carmontelle bewonderen, een aantal gelaagde kijkkasten, die op verschillende wijze waren uitgevoerd. Hun schoonheid, naast die van de enorme pentekeningen van het forest, was indrukwekkend. Zo gaaf om te zien. Eveneens een bron van inspiratie en het riep een diepgeworteld verlangen naar de pen op.

Na een heerlijke lunch, die nog net niet van het bord woei, buiten op het terras en een theezakje met de toepasselijke boodschap: ‘We do not remember days, we remember moments’ daalden we af naar de museumwinkel voor een cadeau en wandelden de twee zalen, gewijd aan ons beider idool, Isaac Israëls, binnen. Op dat moment met de broodnodige bankjes en met weinig passanten.

Uitgerust en opgetogen, maar ook vol van indrukken, reed de kleine blauwe ons naar huis. De koek was op, maar wat was het een hemels genoegen.

Uncategorized

Dat gaat naar Den Bosch toe

Heel vroeg in slaap gevallen en derhalve een periode met de documentaire over Gert van Elk, de conceptueel kunstenaar, doorgebracht, omdat ik halverwege de nacht klaarwakker was. Wat een denker en ziener is deze man. Volstrekt autonoom en trouw aan zichzelf. Houdt geen schone schijn op want wat je ziet is wat je krijgt. In de docu, die aanvankelijk nogal stroef verloopt en een droef einde kent, is een duidelijk beeld te vormen van zijn denkproces en zijn verwondering over de dingen. Wat ook heel bijzonder is, dat hij op alle fronten en met elk hulpmiddel zijn gedachtengoed weet te vertalen. Kunst is wat de kijker erin wil zien, niet wat je ziet, filter ik er uit. Ruim vijftig jaar heeft hij een schatkamer vol aan ideeën verzameld en er valt alleen maar grote bewondering te oogsten. Over zijn werken wordt soms letterlijk gelopen of ze vallen op door het subtiele manier waarop ze opgaan in de omgeving. Prachtig en ontroerend vond ik: ‘Little man behind the door’ 1999. Dit kunstenaarshoofd zou eigenlijk een luikje moeten hebben, zodat je dwars door zijn gedachten zou kunnen lopen, want ze zijn zeer de moeite waard.

https://www.npostart.nl/het-uur-van-de-wolf/30-11-2017/VPWON_1244838

Hij wordt aan het eind van de docu getroffen door een hersenbloeding. Zijn studio manager Bas Witlox, die zijn laatste kunstwerk voltooit zegt daarover: ‘Hij zit klem in de rolstoel met een half lijf dat het niet meer doet. Normaal ontsnapt hij aan het leven door zijn werk. Het is een ontsnapper en nu kan hij geen kant meer op’. Als hij op 17 augustus overlijdt op 73 jarige leeftijd krijgt zijn ‘Replacement Piece’ drie maanden later een plek voor de ingang van het Stedelijk museum in Amsterdam. Een terechte plek voor iemand van zijn kaliber.

Een van zijn bijzondere vriendschappen was die met de kunstenaar Bas Jan Ader die in het kleinste bootje de oceaan over wilde steken en verdween. Diens mysterieuze verdwijning betekende zijn doorbraak als conceptueel kunstenaar. Martijn Blekendaal maakte een docu over deze man en noemde het ‘De man die achter de horizon verdween’. Het begint, letterlijk en figuurlijk, met het einde. Zijn boot is wel gevonden, maar hijzelf niet. Zijn leven werd gekenmerkt door waagstukken op het scherpst van de snede. Een val van het dak, de Reguliersgracht infietsen en bijvoorbeeld ‘The Boy Who Fell over Niagara Falls’ uit 1972. Het werd op deze manier een lange nacht.

Net als zijn bomen praten die van mij, voor het raam, honderduit honderduit na de vaalgele lucht en de loodrechte regen, nu de wind weer is opgestoken. Ze hebben elkaar een hele nacht aan verhalen te vertellen.

loodrechte regen in geel licht

Gisteren was het een dag van ruimen. Alvast de kledng van zoonlief, die hij niet meer past, weggebracht naar de kringloop en twee oude vesten van mij. De kledingkast is nodig aan inspectie toe, om te weten wat er allemaal nog is. Soms kan ik zo maar een trui vergeten zijn. Het oude speelgoed, dat vorig jaar van zolder is afgekomen, mag ook weg, alleen de autootjes zal ik redden voor alles wat komt spelen. Op de kringloop vond ik, drie halen, twee betalen, jurk, t-shirt en sjaal, zodat het effect in de kast nul is.

Daarna nodigde de supermarkt uit tot klein Italië en was de salade Caprese in een oogwenk gemaakt met de verse basilicum van de tuin en zoete cherrytomaten. Samen met wat geroosterd stokbrood een hemels gerecht. Voor vandaag is het credo ‘in de benen’ want hoera, ‘Dat gaat naar Den Bosch toe’.

Uncategorized

Daar te mogen dwalen

Ideaal weer als tegen de avond en ’s nachts de buien vallen en het overdag zo goed als droog blijft. Al vindt het grasveldje voor de flat dat het wel wat druppels minder kan. Ze heeft moeite met het verwerken. De rozen aan haar uitlopers gedijen daarentegen en groeien als kool.

Het pad langs de sloot gaf zicht op de doorgang van de tuin van dochterlief, waar die meter voor meter vrijgemaakt wordt van onkruid. Iets verderop stond witte valeriaan stralend tegen de ietwat dreigende lucht met aan haar zijde twee fiere prachtige zwanenbloemen.

De literaite achterbuuf knoopte een praatje aan, terwijl haar lieve vriendin als een duveltje uit een doosje uit de kas kwam en me trots haar basilicumsoorten toonde. ‘Een bosje voor jou aan het eind van de rit’ beloofde ze me. Zo gaat dat op de tuin. Ons kent ons. Of ik tijd had voor een kopje koffie en wat koek. Tuurlijk. Uit dat bezoek rolde zowaar een uitnodiging voor een biografieclub. Daar moest ik even over denken, al is de neiging er om onmiddellijk ja te zeggen. Toch vraagt de kostbare tijd om bewaking van de vrijheid. Nu, na een nacht erover te hebben geslapen, zeg ik toch toe. Veel te leuke uitdaging. Nieuwe mensen, andere inspiratie. Ik ben benieuwd.

Ik had mijn gastvrije vriendinnen aangeraden om toch eens om te zien naar een lichte grasmaaier. Zij hadden de oude zware nog, waar ik ook eerst de tuin mee maaide. Nu kon ik het makkelijk af, helemaal zonder de groenbak erachter, pochte ik. Prompt had mevrouw maaier kuren bij het te lange, wat natte, gras. Het bleek dat ze eerst een grondige schoonmaakbeurt nodig had. De grasresten zaten als een een dikke koek tegen de wanden én, toen ze het daarna nog niet deed, bleek een onderdeel niet goed te zitten. Met moed, beleid en trouw lukte het me uiteindelijk om de boel draaiende te krijgen. Het laatste stukje ging als een zonnetje.

Met de Ipad nam ik van dichtbij foto’s van de bloemenpracht, die daardoor uitbundiger leken dan zo verdwaald tussen de grassen. Tot mijn grote vreugde zag ik de anemonen weer opveren. Vorig jaar waren ze er niet. Ook piepte de Acer weer op, frisser van blad, weliswaar vlak bij de kluit, maar misschien ging ze het nu eindelijk doen op de plek die ik haar vorig jaar in pierige staat gegeven had. Het schietgebedje was gericht tot vriendin op haar wolk, die met de Acer voor altijd verbonden bleef, met de vraag of ze haar nog eens extra in kon stralen.

Na gedane arbeid is het zoet rusten. Ik had een heerlijke sauvignon mee genomen om het paradijs te benadrukken. Buuf kwam bessen plukken, maar eerst een toost halen op de zomer en het goede leven. Toen de eerste druppels begonnen te vallen was het vroeger dan de buienradar had aangegeven. Ik haalde de beloofde basilicum op en met het geurige bosje, de belofte voor een heerlijke pesto, wandelde ik naar het begin van het complex, langs de grote open braakliggende plek, waar gisteren de schuur nog stond.

Morgen staat het eerste museumbezoek sinds vorig jaar op de rol. Uitverkorene is de kartonnen wereld van Eva Jospin, die zo sprookjesachtig ‘The Papertales’ heet en waardoor je je in een totaal andere wereld kan wanen. Ik ga met vriendinlief, die bij het zien van de prachtige online aankondiging, net als ik, ook heel graag wilde en dat kenbaar maakte. Morgen vieren we dat feest. Het is niet moeilijk om je er, bij dat vooruitzicht, als een kind op te verkneukelen. Jospin onderschrijft haar werk als volgt: ‘Mijn werk is hier en nu te zien, maar ik maak het met een verlangen naar elders. Een gedroomde werkelijkheid, ver buiten ons bereik, verloren in tijd en ruimte’. Daar te mogen dwalen…

Uncategorized

Voor de buien uit

Het zonnetje schijnt. Vannacht heeft het geregend, getuige de straten die nu wasemen in dit warme begin van de dag. Ik hoopte op tuin, maar het gaat wel licht tot matig regenen, waarbij matig toch nog altijd meer is dan licht, al zou je het andersom verwachten.

Het feest van kleine Dribbel was een succes, ondanks de oren. Paracetamollen en antibiotica als paardenmiddel deden telkens de pijn voor een aantal uur verdrijven. Een halve tompouce ging er in als koek. Sinds mensenheugenis kan ik me niet meer herinneren tompouce te hebben gegeten. Sinds ik besloten heb, dat elke feestvreugde nog feestelijker wordt door het delen, eet ik mee, ongeacht gebrek aan smaak of wonderlijke structuur, het enige dat waar te nemen valt.

Het boek van Frederick van Leo Lionni, uit de eigen collectie, werd goed ontvangen. Vooral door dochterlief die terugdacht aan onze gedeelde tijd samen met de kleine grijze muis, toen ze net zo oud was als Dribbel nu. Ik moest ook onmiddellijk denken aan een van de meest aandoenlijke liedjes, die ik ooit heb gezongen met de kinderen in mijn groep en die ik niet kon zingen zonder het wissen van de tranen die opwelden. Het was de tekst in combinatie met een herkenbaar minderwaardigheidscomplex, het werd gezongen door Hakim en kwam uit het grote prentenboekenliedjesboek van Elle van Lieshout en Erik van Os. ‘Ik ben zo grijs, ik ben zo grauw, hoe kan dat nou…’ Dat vroeg die piepkleine grijze muis zich af. De tekst is alleen in het boek te vinden en dat heb ik tijdens een vorige verjaardagsessie allang weer doorgegeven, dus kan ik het niet meer achterhalen. In de recensies die ik over het boek lees, maak ik op dat veel mensen het te moeilijk vinden voor peuters en kleuters, maar de kinderen van mijn groep konden van deze liedjes geen genoeg krijgen. Tijdens of voor het tienuurtje was het elke dag vaste prik.

Na een genoeglijk samenzijn reed ik door naar dochterlief om de aangeschafte rieten poppenwagen voor de les over het culturele erfgoed, aan mijn kleindochter te geven. Ik wist dat ze twee poppen had, die ze overal mee naar toe sleepte. Onmiddellijk mocht de eerste baby, ‘Nee oma, gewoon pop’, bungelende armen en benen aan een wit opgestopt lijfje en een guitig rond koppie er bovenop, mee in de wagen. ‘Rije, rije, rije in een wagentje’, het eeuwoude concept dat nog altijd werkte. Trots ermee paraderen in een kringetje. Brede lach erboven. Geslaagde missie. Ook vond er een sleuteluitwisseling met dochter plaats, zodat ze toch gebruik kon maken van het gereedschap in het schuurtje van mijn atelier op de tuin als ik er niet was.

Haar tuin was verworden tot een brandnetel-en bramenrijk pur sang. Hoog toornden ze boven het houten hek uit. Dat betekende veel onkruid trekken met de hand en met wortel en al. Langzaam zou de tuin zich ontvouwen en steeds meer prijs geven aan verborgen zaailingen en planten. Paradijzen ontgin je met noeste arbeid, oneindig veel geduld en heel veel liefde. Maar dan heb je uiteindelijk ook de hemel op aarde.

foto: Noor van Mierlo

Per app werden foto’s getoond van de schuur op het tuinencomplex, die met vele vrijwillige handen met de grond gelijk is gemaakt, het hout netjes opgestapeld voor hergebruik. Je hebt duurzaam hoog in het vaandel of niet. Binnenkort wordt gestart met de wederopbouw van het gloednieuwe ontwerp. Met toiletten. Wat een luxe.

Tijd voor een snelle douche en een thermoskankoffie en als de gesmeerde bliksem nog even maaien voor de buien uit.

Uncategorized

Te pas en te onpas

Dochterlief stond eerder beneden dan ik had verwacht. Ik had me net genesteld in de bank met een tijdschrift. Geen probleem. Verder was ik er klaar voor. De kleine filosoof en kleindochter waren ook mee. We zochten het oude stadje op, waar een deel van mijn verleden zich had afgespeeld. Prompt kwam ik twee lieve bekenden tegen. Goed voor een praatje en om wat wetenswaardigheden uit te wisselen. Kleinzoon had de draaiende wieken van de molen ontdekt en we speurden de zijstraten af, net zo lang tot we de molen in volle glorie zagen draaien. De kleine stepte wat moeizamer voort op de hobbelige kinderhoofdjes. De kleine filosoof zag met zijn scherpe ogen kikkervisjes in de kleine gracht, waar ik drie keer moest kijken.

Draaiende wieken

Het zou hier in het binnenstadje toch ook leuk wonen zijn, mijmerde ik. Tussen al die oude bakstenen voel ik me prima op mijn plek. Een appartement of een lief bovenhuis, hoe leuk zou dat zijn. Alleen is het er dan niet meer bij om incognito over straat te gaan. Dochter wandelde door met de twee en ik ging de winkel binnen. Het hele onderzoek zou een uur in beslag nemen. De optimetrist stelde zich voor en schoof gezelllig bij, toen ik op de behandelstoel had plaatsgenomen. Ze ging eerst uitleggen wat ze wilde doen. Zo’n uitleg is heel fijn, dan weet je wat je te wachten staat en het is een waarborg voor totale ontspanning. Het begon weer met de leestest. Daarna een druppel in de ogen, waarmee alles prachtig blauw zag. Ik maakte, voor zover ik het kon zien uitgebreide studies van dan wel het rechter-en het linker oor van haar, terwijl zij mijn oude oogbollen uitvoerig bekeek. De floaters waren te zien en wat rafelige randjes, maar niets van staar. Wel een verouderingsproces dat zich langzaam had ingezet, maar nu nog geenszins alarmerend was.

Tussendoor, na de pupilverwijdende druppels, was er thee en een gezellig kouten. Nu prikten de ogen wat en werd het waziger. Weer een uitgebreide studie van het oor en van de kamer links onder, links boven, recht naar beneden en weer omhoog terwijl zij achter in het oog keek. Met een verklaring op zak dat ik niet onder de dope zat, maar bij de opticien was geweest mocht ik weer gaan. Over twee weken een nieuwe bril met minder plus en meer min.

Dochterlief zat met twee zoete schatjes aan de tafel te wachten. Met geknepen ogen tegen het schelle licht in mijn verwijde pupillen op huis aan.

Dribbel was jarig, maar viert het vandaag pas. Als cadeautje had hij een dubbele oorontsteking er gratis en voor niets bijgekregen. Die arme lieverd. Minder leuk voor hem, maar gisteren in de morgen had hij er toch minder last van. Gelukkig maar want zijn feest werd uitbundig gevierd, compleet met kroon, liedjes en uitdelen(vingerpoppetjes met een doosje rozijnen). Op de foto kwam een brede glimlach onder zijn kleurrijke hoofdtooi uit. Vandaag wordt het voor de famil;ie gevierd. Straks eens kijken hoe hij zich voelt.

Na de escapades van gisteren en de slapeloze nacht ervoor, was het ineens om 20.00 uur, 22.30 uur geworden. Moest even bezinnen op hoe dat nou mogelijk was. Door vermoeidheid overmand en domweg in slaap gesukkeld. Zo werkt dat. Slaap haal je altijd in. Te pas en te onpas.

Uncategorized

Een meerwaarde

Een oude bakelieten telefoon stond op de toonbank bij de Emmaus in het pand langs het kanaal. Niet helemaal wat de bedoeling was, ik zocht een gewoon PTT-modelletje uit de jaren ’70, maar om een voorstelling te maken van hoe men vroeger belde, zou het niet te kort schieten in zijn doel. Vooruit dan maar. Iedere keer als ik de kringlopen afspeur, valt de goede kwaliteit van de spullen op. We zijn snelverbruikers geworden en de vraag is of de kringlopen dat in stand houden of niet. De wetenschap van hergebruik verzacht onze hebzucht. Of past het naadloos bij de vluchtigheid van het leven van vandaag.

pikachu en slang staan op de andere kant

Na de vondst ging ik op weg naar Dribbel, op wie ik een uurtje zou passen. Grote broer was ook thuis. Hij kwam net uit zijn middagslaap en had er maar weinig fiducie in. Ik liet hem begaan en juist dat maakte nieuwsgierig. Hij kwam steeds dichterbij, tot hij op een foto van een schoolblaadje pikachu ontdekte. Met het natekenen van het gele figuurtje, ontdooide hij en wilde ook tekenen. Dat werd een grote dikke slang met, per ongeluk, de vormen van een cobra. Al tekenend en zingend werd het heel gemoedelijk en knus. Grote broer zat diep verzonken in een boek. Verstoppertje spelen met de bank en de kussens. Waar is dribbel nou, o nee toch hij is weg…o, Daar is dribbel. Broer speelde mee. Pas toen het stoeien werd en te hardhandig door de kleine zelf moest de autoracebaan afleiden. Samenspel, ieder een autootje, naar achteren duwen en een twee drie op de knop drukken. Wie het verst kwam. Nog steeds is een kinderhand gauw gevuld. Meer was er niet nodig voor twee uur lering ende vermaeck.

verstoppertje

Thuis nam ik de telefoon onderhanden, waar behalve het sleetse ook meer dan vijftig jaar stof zat aangeslibd. Vragen over de herkomst doken op. Wie zou die hoorn in handen hebben gehad. Een keurige dame, de pastoor of een monteur in een garage. Aan de vettigheid zou ik eerder dat laatste denken. Ik moest ook al gniffelen bij het feit dat ze van de asbak waarschijnlijk een schotel of bonbonnière zouden maken. Een van de voordelen van onze welhaast rookloze maatschappij. In de supermarkt had ik wat kaakjes en dubbeldekkers gevonden. Die pasten bij het verhaal en konden in de koektrommel om ze ter plekke te laten proeven. Succes verzekerd. Het rieten poppenwagentje zou goed zijn voor de doe-factor: ‘Rije, rije, rije in een wagentje’.

Het blad ‘Atelier’ lag in de bus met uitdagende technieken, die zeer de moeite waard waren om eens uit te proberen. De inspiratie was nagenoeg verdwenen in deze maanden. Het zou goed zijn als iets het weer zou triggeren. Misschien gewoon maar eens met experimenteren aan de gang gaan. Wat ik heel leuk vond, waren de ongekaderde doeken van Lysette van Hoogenhuyze, geïnspireerd door de kleurige was in de Portugese straten hangen ze samen in ceen compositie aan de uur en versterken elkaar door kleur en vorm. Erg gaaf. Zo los te durven werken, uit de bestaande norm, daar kan ik met liefde naar kijken en dat is de wens van de gedachte. Wat let je, spreek ik mezelf toe. Er is altijd dat drempeltje. Maar het linnen staat al op een rol in de kast. Doeken knippen en voorbewerken en gaan. Wie weet. Straks, later, eerst wat nu voor handen ligt. Dat stukje verleden tot leven brengen en-ook niet onbelangrijk- lieve verwonderde kinderkoppies zien stralen. Een meerwaarde.

Uncategorized

Ongeschreven gedachten

De grote kringlooptocht in gang gezet. Spullen uit de jaren 80 en 90 was de boodschap. Dus kwam ik thuis met een botervloot, een koffiepotje met stenen filter, een asbak, wierookstokjeshouder met wierook, een koekblik, een blik voor boterbabbelaars en een blik voor de koffie, een suikerpot die je om moet kiepen en een rieten poppenwagentje, zoals mijn eigen dochter had vroeger. Nu vandaag nog een telefoon met draaischijf en een zwart wit teveetje en dit kind is weer gelukkig. Het verhaal rolde er in één keer uit, vanmorgen vroeg. ik ben toch echt een mens van de deadline. Onder druk presteer je beter. Op die manier was ik weer even terug in de jaren ’80, de kinderen waren klein, de hectiek was minder groot, want de media was vrij beperkt. De tv, een pickup, een bandrecorder en een radio. De telefoon vast aan het snoer beperkte letterlijk en figuurlijk de bewegingsvrijheid.

André fietste losjes en levend met zijn trots, de eigenhandig gemaakte bakfiets met de twee oudsten erin, door mijn geheugen, de beste vader die je je als kind wensen kon, altijd in voor een grap, altijd klaar om te ondernemen. Hij nachtvlinderde de spullen bij elkaar, die het huis warm en gezellig maakten en de dagen waren vervuld van gewoonten. Kerst, Pasen en Sint waren als vanouds feesten met een uitgebreide lunch aan een overvloedig gedekte tafel, zondags was er voetbal voor hemzelf en zaterdagmorgen voor de jongens, op vrijdag was er ballet voor de dochters op een zolder aan huis door een echte klassiek geschoolde juf. Mijn wereld was die van de volksdans. Heerlijk om weer even thuis te zijn op de kamer van de meisjes met de grote sari’s als prachtige voile sprookjesgordijnen, de verkleedkleren, de knuffels, de barbies. Hier thuis vond ik ook nog van alles, dat mee mag in de ‘Koffer van het Verleden’, om het straks op school in de groep uit te pakken en af te rollen als een reis door de tijd.

Het verhaalt ook van mijn tijd als wijkverpleegkundige. Op de fiets langs alle patiënten. De intimiteit van een eigen huis, de persoonlijke sfeer, de cultuur in zo’n huis, die vorm geven aan de persoon die je voor je hebt, vond ik zo waardevol. Nog betekenisvoller dan de lichamelijke verzorging waren de koffieleutjes met het gesprek, dat steevast plaats vond. Daarin dropten mensen hun kleine zorgen, die vaak met een luisterend oor al zachter werden en behapbaar. Het zoeken naar oplossingen, het weven van een vangnet met de juiste woorden en aandacht. Er waren mooie parels tussen, maar ook een intens lijden, door allelei omstandigheden. In die dagen schreef ik niet, wat ik nu wel eens betreur.

Het eerste echte huis, wonen op zolder

Nu met deze kans om terug te gaan in de tijd en door het graven naar voorbeelden van toen, die anders waren dan nu, komt er heel wat omhoog. Ik kijk naar foto’s, speur vooral naar de voorwerpen op de achtergrond, die vaak nog meer vertellen dan het beeld op de voorgrond. Herinner me de koppies van de kinderen weer, hun lach, de oogopslag.

Ik merk, dat ik altijd naar nog vroeger afreis en deze middenperiode een beetje aan het lot heb over gelaten. Ook goed om daaraan terug te denken. Het zouden de antwoorden op de vragen van de kinderen kunnen zijn. Dezelfde, die ik nu zoek bij de verhalen van mijn moeder, en waarvan ik altijd spijt heb gehad, ze niet te hebben gesteld. De queeste op zich is een fijne aanleiding voor een mijmering, het heeft me veel gebracht. Maar soms zou je het verhaal van de persoon zelf willen horen en niet alleen maar uit de verhalen, die ik tussen de regels door lees in haar dagboeken. Hoe kijkt ze erbij, wat roept het op, waar waaiert haar visie heen, in welke emotie is het gedrenkt. Zoiets dus. Ongeschreven gedachten.