Inspiratie·Overpeinzingen

De wereld ligt aan uw voeten

Het eerste kinderboek is uitgelezen en het duizelt me een beetje. Er worden zoveel nieuwe fantasiewoorden voor oude begrippen gebruikt dat de neiging ontstaat om om ‘mag het een onsje minder’ te vragen. En toch…Als het verhaal je eenmaal te pakken heeft dan kan je die woordenbrij loslaten en gaan voor de spanning van het verhaal. Maar achter elke deur ervan wordt je weer op een ander been gezet.

Zoonlief appte dat ze kwamen eten, iets makkelijks, niet te ingewikkeld. Natuurlijk lieverd. Haha. Veel te leuk om mijn kookgerei weer te laten sprankelen. Een Tagliatella Bolognese, sudderstoofpotje bij uitstek, naar authentiek Italiaans recept. Altijd leuk om tussen het enorme aanbod op Google een juiste uit te kiezen en de kunst is om zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Het slaagde wonderwel en inderdaad was de smaak heel anders dan mijn doorgaans met de snelheid van een-ouder tussen de bedrijven door-Pasta Bolognese.

Onmiddellijk onder het koken kwam het idee op om naar goed en speels gebruik de landen stuk voor stuk onder de loep te nemen, dus is voor vandaag de Risotto Giallo con Piselli, deze komt uit Milaan en men gebruikt carnaroli-rijst, zoals men bij hoog en bij laag bezweert, de Rolls-Royce onder de risotto rijst. In mijn creuset staan de groenten al te pruttelen voor een heerlijke bouillon. Straks verder. Het zijn twee vliegen in één klap, want het is ook tegelijk een dwars-door-de-kast-recept.

Vlak voor de maaltijd had zoonlief laten weten om vijf over zeven te landen op Schiphol. Dat betekende even de kaarten opnieuw schudden en de avond wat anders indelen. Na het heerlijke bezoek van de oudste en het spel met kleindochterlief, lieve Greetje, mijn living puppet, bleek een uitmuntend concept van vermaak tussen de glitters, de viltstiften en scharen en de tagliatella door, moest ik dus nog dwars door de storm richting Schiphol. De kleine blauwe reed onverstoorbaar door de rukwinden zijn eigen prinselijke weg en alleen had ik even de afslag van Badhoevedorp te pakken. Diep ademhalen en opnieuw de weg vinden dan maar. Daar kwamen de twee uit zalig Portugal en de regen viel extra koud op hun dak. In de auto kwamen de smeuïge verhalen los en het was te merken dat ze in ieder geval goed hadden kunnen bijtanken.

Bijkomen op de bank met de nieuwste Matthijs draait door van afgelopen zondag. Wat een verrassing was het blije hoofd van Loes Luca. Haar waanzinnige bijna ongelooflijke verhaal van de liefde voor haar wispelturige knappe vader mondde uit in een prachtige versie van ‘My heart belongs to my daddy’. Een onvoorwaardelijk houden van ondanks de minder aardige acties van de man zelf. Een troostrijke gedachte als je altijd de zonnige kanten kan vasthouden.

Han Bennink trommelde zich een weg door Forever young, deze tachtiger oefende nog dagelijks zijn snelheid op de snaredrums, eenvoudig omdat heel het leven ritme was en beleefd moest worden. Wat een heerlijke afsluiting was dat met de Sven Hammond Big band. O, vul toch vaker dat kijkkasten met deze juwelen. Wat zou het dan heerlijk toeven zijn.

Vriendlief zit nog steeds daar in het uiterste puntje van het land en we Skypen nu twee keer per dag om elkaar in ieder geval te zien. Het wereldniveau heeft hij inmiddels leren los te laten en mondjesmaat nog maar te volgen omdat de kleine wereld met aandacht en liefde zoveel voedender is voor de ziel. Het is te overbruggen.

Morgen staat er een reis naar Rotterdam op het programma. Een hele dag voorstellingen van theaterbureau Bannink. Weer nieuwe inspiratie en een reis dwars door de verbeelding heen. Nu eerst de bouillon, de risotto en het vers afgebakken stokbrood. Bella Italia, de wereld ligt aan uw voeten.

Overpeinzingen

Vort, aan de slag

Gisteren op Valentijnsdag, waarop je er op voor kan staan dat je het niet viert omdat alle dagen Valentijn zijn, kwam er een cadeautje digitaal binnengeslopen. Ergens, ik meen op de doorgaans weinig verheffende kost van Twitter, schoof deze zin naar voren: ‘De deur van het geluk gaat naar binnen open’. Het komt uit de koker van Søren Kierkegaard. Het werd stil in mij bij het lezen van deze woorden. Wat een kracht aan betekenis viel aan die ene zin te ontlenen. Zodra je het geluk in jezelf hebt leren kennen, valt het uit te dragen naar anderen. Het is een basis, waarop de oude oosterse wijze spreuk geschoeid is: ‘Elke glimlach die gij uitzendt, keert weer naar U terug’. Om te koesteren, op de koelkast te plakken of boven je bed te hangen, maar vooral om je eigen te maken, dergelijke doordenkers.

Zondag op de thee bij dochterlief maakten we met kleindochter haar ideeënbord voor hun rondreis door Europa volgend jaar. Wat wil je allemaal zien. Natuurlijk wees ze elk kleurrijk plaatje aan dat in haar ooghoek verscheen. Veel zand en water, hier en daar een stadsgezicht met torentjes en veel van wat doorgaans in toeristenboekjes te ontdekken valt. De kleine filosoof had er ook een gemaakt en daar stonden opvallend veel afbeeldingen van dieren tussen.

We borduurden voort op het idee dat vriendlief en ik dan zouden toeven in Verweggistan en zij met de caravan op het terrein konden komen logeren. Hoe leuk, zo’n vooruitzicht. Ruimte en tijd ondergeschikt aan de plaats. De wereld wordt op die manier een stuk groter dan ze was. Evenzo vaak springen er weer reizen rond in mijn gedachten. Het zoutpad in Engeland als eerste, maar ook Schotland, Ierland, Frankrijk, Italië, iets wat ik niet meer voor mogelijk hield omdat ik alleen niet op pad dorst te gaan. Met mijn lief ligt de wereld weer open. Dat voelt als een gezegend mens.

Dagdromen neemt een vlucht als de liefde in het spel en de geliefde tijdelijk alleen per beeld bereikbaar is. Het brengt zoveel met zich mee en opent deuren, waarvan ik meende, dat ze voorgoed gesloten zouden zijn. Oude ideeën worden afgestoft, zelfs de toekomst maakt een hernieuwde start. We zijn niet ‘Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan’, het stel bij de tikkende klok van het verleden van Louis Couperus, maar twee mensen met hernieuwde levensvreugde. Bij tijd en wijle noem ik mezelf een romantische dwaas, maar tegen de roze wolk schurkt een betekenisvol vooruitzicht. Iets om te koesteren.

Een app van zoonlief. De twee kleintjes hebben een fikse buikgriep. Het brengt me terug in de tijd, toen we een kerst met de zieke vier hadden doorgeworsteld. Emmers en washandjes onder handbereik, grauwe koppies van ellende. De theelepeltjes gingen mondjesmaat naar binnen met het broodnodige vocht en huidplooien werden regelmatig gecontroleerd. Eens een pleeg, altijd een pleeg. Slaap was ver te zoeken. De keerzijde van de medaille van het huiselijk geluk. Ziek zijn in kwadraat betekent zorgen in kwadraat. Hoe deed mijn moeder dat met haar elftal denk ik dan. We werden niet gauw ziek verklaard, zolang de handen nog konden wapperen werden we geacht ze te gebruiken ter meerdere eer en glorie van het gezin. Pas als het echt niet meer ging mochten we onder de wol. Het zorgde er wel voor, dat we ons nauwelijks ziek achtten bij kleine kwalen en dat is altijd zo gebleven.

Het eerste kinderboek is bijna uitgelezen en het begin van het verhaal voor de historische kring is er ook. Alleen zijn zorgt voor meters maken als ik me niet teveel in het dagdromen verlies. Dat levert weliswaar nieuwe inspiratie op, maar zet op zichzelf geen zoden aan de dijk. Vort, aan de slag.

Inspiratie·Overpeinzingen

Een feestje waard

Nog vroeger dan anders en voor de zekerheid de wekker ingesteld voor deze ochten.. Mijn taak was de gymzaal te ontsluiten waar die ochtend de voorstelling ‘Guppie’ zou worden gespeeld. De theatergroep had een uur nodig om op te bouwen, dus ruim voor de aanvang van half tien, moest het gebouw open. Het was een stief half uur rijden. De nacht liet zich op terugtrekkende sluipersvoeten veroveren door zijn vriendin de Dag.

De slaap uit mijn hoofd vloog bij iedere sprank ochtendlicht de nacht achterna met alle dromen in het kielzog en de lome ochtend erbij met een eerste Valentijn boodschap per app. Ziezo, aan het werk. De spierballen moesten rollen om de banken en de matten vast klaar te zetten in de kale sportzaal. De maten van het podium had ik opgevraagd en stapsgewijs mat ik de afmetingen na. Daarna gepuf en gehijg om de onhandige matten en de looiige banken op de juiste plek te krijgen. Maar daarna had ik alle tijd om uit te rusten, want het gezelschap stond vast in de file en kwam een twintig minuten later.

Het was een tikkie koud in de grote zaal maar de twee kleedkamers waren lekker warm. De kinderen waren twintig minuten te vroeg, maar de opbouw kon korter, dus konden we ook eerder beginnen. Voorbeeldige groepen met voorbeeldige juffen, die kalm en afwachtend de kinderen en hun spontane reacties konden laten gaan. Corrigeren geeft veel meer onrust.

Wat een heerlijke voorstelling was Guppie. De spelers hadden er subtiliteiten in gestopt die vooral door de kinderen zelf begrepen werden. Grapjes waar ze om moesten schateren, spanning waarbij ze griezelend zaten te genieten en geluiden die hen de oren deden spitsen. Guppie in de zee, tuurlijk wel, haai verliefd op, uhhh, nee, bevriend met Guppie, alles is mogelijk. Laat Guppie en alle zeevriendjes maar zwemmen. Of het nu een grote walvis is of een bijdehante krab, ze kwamen allemaal langs, compleet met zwiepende vin en knippende scharen. Toch was Guppie ook weer stiekem blij bij zijn eigen vriendinnetje de goudvis in het aquarium. Eind goed al goed.

De twee optredens verschilden. De eerste groep zat er helemaal in en hing tegen het verhaal aan om maar vooral niets te missen. De tweede groep begon met een gehonoreerd wc-loopje en dan is helaas het hek van de Dam. Dan blijven kinderen vragen en gaan, al dan niet begeleidt door de juffen, wat nog meer onrust veroorzaakte.

Al met al toch geslaagd en voor de twee acteurs heerlijk om weer los te kunnen gaan sinds november. Fijn dat het straks allemaal mogelijk is. Het blijft voeding voor de ziel. Tussen de beide voorstellingen hadden we nog een leuk gesprek over de essentie van het spel voor jonge kinderen. Dat hoeft niet groot en meeslepend te zijn. Hier geldt nog meer ‘ Minder is Meer’. Hoe minder ruis er is, hoe duidelijker het verhaal uit de verf komt.

Met een fijn gevoel reed ik richting huis waar ik net op tijd was, zo bleek, om de man van de brandalarmen te ontvangen. Op iedere etage kwam er een te hangen met een batterij, die beloofde tien jaar mee te gaan. Een kwestie van samenklikken en plakken. Koffie en thee kon ik niet aan hem slijten.

Straks gaan Lief en ik met elkaar Skypen. Even dat lieve gezicht zien. Valentijn is het iedere dag vanaf nu, maar we vieren met name dat we elkaar weer gevonden hebben na al die jaren. Dat is echt wel een feestje waard.

Overpeinzingen

Ten voeten uit

En weer een heerlijke zon, die het leven laat lachen. De ochtend ontvouwt zich loom met veel droom-en terugkijk-momenten. Op mijn IPad schuifelt de regisseur Ruut Weissman door het beeld in de documentaire De Hoofdpersoon. Steeds bekijk ik een stukje ervan en verwonder me over de grip die hij op het geheel wil houden, waarschijnlijk uit hoofde van zijn beroep. De regisseur bepaalt, stel ik me zo voor en laat dat maar eens los als je in een stuk ineens de acteur bent, die zichzelf moet spelen en toch weer niet.

Het gaat over de machtsverhoudingen tussen regisseur en actrice in het bijzonder, maar ook over de leerling en de directeur en over machtsverhoudingen in het algemeen. In het stuk komen rake zinnen boven drijven, die ik wil onthouden, maar toch terug moet zoeken. Bijvoorbeeld, ‘een wonder wordt een wond, een wond wordt een litteken…En verdwijnt dat litteken…?’ De actrice vertelt over de eerste kennismaking en de tijd erna, als degene met de macht de ander overneemt. Dat is een langzaam en soms onmerkbaar proces waar je tot over je oren in kan komen te zitten.

Vroeger, in het ziekenhuis, was ik al op voorhand zenuwachtig als ik als leerlingverpleegkundige per ongeluk een keer de professor moest assisteren met het aanleggen van een infuus. Dat kwam een enkele keer voor op Klasse intern als de patiënt er op stond door de professor zelf geholpen te worden. Die ervaring was afschuwelijk. Knikkende knieën, handen die onder geen beding rustig te krijgen zijn maar trillen en zweten, steriele middelen die verkeerd open scheurden en onbruikbaar op de grond of op het bed vielen, het infuus dat aangesloten moest worden op de conus van de ingebrachte naald en wat zo onhandig ging, dat de naald dwars door het bloedvat werd geduwd. Dergelijke dingen gebeurden en dat allemaal door de spanning en de zenuwen. Als je ideeën voor nachtmerries nodig hebt, neem deze. Ze werken echt grondig.

Het lukt me niet om het stuk in een keer uit te kijken. Er vloeit geen sympathie over van de regisseur naar mij, eerder het tegenovergestelde. Misschien ook vanwege de hautaine rol die hij speelt, als zichzelf of als acteur, daar is moeilijk onderscheid tussen te maken omdat het voortdurend wisselt. Wel degelijk wil hij de touwtjes in handen houden.

Machtsposities geven wonderbaarlijke situaties. Het overkomt je door, bijvoorbeeld, je eigen timiditeit, door de ruimte die je geeft aan het bedillerige geregel van de ander, door je onzekerheid, door het gepoch, door de rang en de stand van beiden. Iets in de trant van ‘het voetvolk en de meester’. Het aloude geven en nemen, waarbij de een altijd iets meer neemt en de ander daartoe de ruimte geeft.

Gelijkheid stond hoog in mijn vaandel. Waarom zou iemand die een studie had gedaan meer zijn dan iemand die noeste arbeid verrichtte? ‘Al was hij putjesschepper op zee’, fulmineerde ik vroeger in discussies hierover. Het werd ooit bevestigd door een wetenschapper, die zijn kinderen bij mij in de groep had en die verzuchtte hoe graag hij, net zoals ik, losser in zijn vel had willen zitten. Iedereen heeft kwaliteiten. De kunst is ze te zien.

De dag ligt open en vraagt om een theebezoek aan dochterlief. Te lang in de bubbel gezeten en nu weer tijd voor het leven er omheen. Dat is ook goed. Wat afstand zorgt ervoor, dat licht en de helderheid ruimte krijgt. Er zijn twee kaartjes verstuurd. Een voor ‘Alle dagen Valentijn’ en een droevige condoleancekaart, twee momenten op de schaal van lief en leed, zo dicht bij elkaar. Heel het leven ten voeten uit.

Inspiratie·Overpeinzingen

Dat geeft vertrouwen

Vanmorgen stond er een evaluerend gesprek en een reis naar Hoek op de planning. Dat betekende even geen tijd om te schrijven. We hadden de tijd samen vooral als verrijkend ervaren. Er zijn wat van die verwonderingen, waarop je je afvraagt hoe het zit met het tempo of het inzicht, of de beweegreden die er achter steekt. Is het mogelijk een ingeslopen gewoonte of een karaktertrek. Nu heb ik de lieverd acht jaar lang van haver tot gort leren lezen. In die zin zijn er maar weinig verrassingen. Vooral de laatste jaren hebben wat uitdagingen opgeleverd. Daar krasvrij uit komen is voor iedereen een opgave. Maar krasjes zijn te helen met de juiste sfeer erover. Het gaat goed komen. Dat voelen we in elke vezel en die wetenschap is het alles overwinnend geheim.

Ja, voor het eerst sinds al weer gelang hadden we een dag gepland vol eigen kunst, in dit geval lino-snijden bij vriendinlief. Iets wat we vorig jaar september ongeveer in het leven hebben geroepen. Gewoon omdat het niet alleen stimulerend werkt om met verschillende kunstvormen bezig te zijn, maar ook om elkaar weer te spreken en de levens te delen zonder alleen maar het eeuwige koffie-uurtje. We dreigement ons even te verliezen om schoolperikelen, maar kregen dat gelukkig bijtijds in de gaten. Geen werk maar liefdes en levensverhalen. Daar hadden we er in overvloed van. Ze stikten van nieuwsgierigheid omtrent vriendlief en het ontstaan van dat verhaal. Het ging uitgebreid uit de doeken en hun ontroering omtrent de samenhang der omstandigheden was treffend. Zo voelt het nog steeds.

Gisteren had ik al naar een paar objecten gekeken die ik wilde nemen voor die nieuwe lino-ronde. Een vrij modern wajangpop uit mijn gang, de Afrikaanse op het plastic waar de rozen waren ingewikkeld, die ik voor de gastvrouw had uitgezocht, en de objecten van Juan Munoz, een beeldengroep die ik in Voorlinden had gezien.

In aanvang volgde ik vooral het lijnenspel, later dorst ik meer het schaduw en lichtspel vorm te geven. Boeiende materie en eigenlijk heerlijk om te doen, zo simpel, aan de keukentafel. Kranten eronder, ininkten en afdrukken en verbaasd zijn om de toevalligheid waarin de afdrukken zich wenden. Adembenemend.

We stimuleerden elkaar op onze geheel eigen wijze. Er is een Pietje precies, een voorzichtig ontluikend talent en een eigenwijze vervormen. Zo vind je elkaar, door iets op te steken van elkaars ervaringen. ‘Hé, meer inkt geeft dit en te weinig dat effect’. Toe te passen dus, maar ook meerdere tinten en het mengen ervan. Hoe langer we bezig waren, hoe groter de lol. Na een heerlijke productie, terwijl er een van ons nog altijd bezig was te snijden en nog niet aan afdrukken was toegekomen maar dat straks in alle rust ging doen, namen we afscheid. Dag liefjes, tot de volgende creatieve stimulans.

Je kwaliteiten delen, je ontdekkingen en ervaringen meegeven, het hoogste goed. Zo creëeren we een platform voor anderen. Delen van de resultaten en inzicht geven in het proces baard kunst. Vriendinlief kocht na dit spontane kunstfestijn een hele gutste met drukinkten in een aantal kleuren. Hoe leuk is dat. De volgende weken gaan we een vulkaanuitbarsting aan creaties meemaken.

Vriendlief appt dat het goed gaat met zijn vriendinloze week. Haha. Hier ook hoor. Even nuchter het gemis bezien en tot de conclusie komen dat de gevoelde verrijking alleen maar bewaarheid was. Dat geeft vertrouwen.

Overpeinzingen

Een verrassende wending

Iets later dan mijn wens werd me door een vriendelijke mevrouw een ingang gewezen in het labyrint van meerdere entrees. Ze bracht me naar de enorme sporthal, waar op dat ogenblik al de twee muzikanten werden binnengelaten door een wat norse zaalbeheerder, omdat hem niets bekend was van een voorstelling die ochtend. Er was een en ander in die ondoorgrondelijke wegen der communicatie blijven steken, maar de oplossing bleek al snel voorhanden. De mannen hadden er zin in en dit was een akkevietje dat geen strobreed in de weg legde. Monter gingen ze aan de slag met het opbouwen van hun podium.

Ik wist dat er de eerste keer zo’n 100 kinderen zouden zijn. Een snelle berekening mat twee rijen matten en drie rijen banken. Met die bescheiden afmetingen van de kinderen kwam het zo wel goed. Peer en Stefan bleken twee joviale mensen vol Brabantse gezelligheid. Peer kende kennelijk al de weg naar de kantine en zorgde voor thee en ik oefende mijn spierballen op de robuust houten banken, waar weliswaar aan één kant wieltjes onder zaten, maar die onwendbare staketsels bleken, maar binnen een stief half uurtje waren we klaar voor ontvangst.

Het feest kon beginnen. De afmetingen van de inmiddels gehalveerde sporthal waren dusdanig, dat de teugels konden vieren. Direct vanaf het begin wond Peer de kinderen om zijn vinger en sprongen, zongen, dansten en klapten ze vol enthousiasme mee, terwijl een enkeling in vervoering tussen al dat hossende spul idolaat naar hen of de instrumenten zat te kijken. Alles genoot ten volle van wat ze voorgeschoteld kregen.

Stefan begeleidde zijn partner, die op zijn wenken bediend werd als de volgorde hem wat ontschoten was. Dat bleek bij de tweede voorstelling, die, zoals dat gaat bij improvisorisch gevoelige mensen, weer net even een andere wending nam. Bij het bestuderen van het schema dacht ik trouwens dat er maar een optreden was. Kwestie van lezen, dame. Niets aan de hand. Alle gegevens schoven uiteindelijk naadloos in elkaar en de kinderen en de leerkrachten waren vol lof.

Er was een liedje bij van de Maori’s, die ik herkende uit mijn volksdansperiode uit het grijze verleden. Iets met handengeklap, herinnerde ik me. Maar later, toen de jongens allang weer weg waren, schoot het me te binnen dat het een heerlijke stokkendans was geweest, waarbij die korte exemplaren met droge tikken een staccato maar ritmisch effect hadden. Ik zal het ze een volgende keer nog eens influisteren.

Moe( want weer die banken)maar voldaan reed ik in de kleine blauwe naar huis, waar lief en ik in alle rust genoten van een lunch in alle stilte, tot zoonlief en schoondochter de spanning van hun voorgenomen vliegruis naar het Zuiden binnen brachten. Een klein dutje om de vroege ochtend te compenseren, was nu op z’n plek. De kinderen naar Amsterdam gereden en een snelle maaltijd geregeld bij het plaatselijke cafetaria. Verzadigd en toch veel te moe en met het vooruitzicht een hele week zonder elkaar te moeten, schoof de avond wat wrevelig in elkaar. Daar hebben we betere staaltjes van gezien.

Morgen maar eens bij de thee blijven en helder, dat scheelt een slok op een borrel. Maar eerst is het tijd voor een klein feestje met de vriendinnen van ons eigenhandig opgerichte kunstclubje. Linosnede de hele dag en lekker uitleven vooral, alle opgedane indrukken van deze ‘Wittebroodsweken’ zoals mijn lieve blogvriendin het noemde, verwerken in een liefdevolle en betekenisvolle afdruk. Lekker gutsen, inkten, afdrukken en erbij blijven. Heerlijk om lief en leed te delen met deze twee schatten en ze bij te spijkeren omtrent de liefde in het kwadraat ofwel, hoe een leven ook op oudere leeftijd nog een verrassende wending kan nemen.

Overpeinzingen

Het is de hoogste tijd

Kaarslicht, Loudon Wainwright zachtjes met zijn Bluegrass op de achtergrond, wijntje onder handbereik, languit liggen op de loungebank en uren kletsen. Over vroeger, over gekke voorvalletjes toen, over nu, over alles wat er tussen ligt, over hoe mooi het kleine leven kan zijn als je het beperkt tot wat ons nu overkomen is. Kan het mooier in de maand van Valentijn, als alle dagen als die ene dag in het jaar blijken te zijn.

Vandaag gaan we over tot de orde van de dag. In het kleine dorp even verder op wachten straks 101 kindersnoetjes totdat ze binnen gelaten worden in het gymlokaal van het sportcomplex. Het wordt even moeizaam sjouwen met banken en matten, maar daarnaast er een uur lang vertier ende vermaak met de liedjesatlas van Koos Meindert vertolkt door Peer & Stefan. Een kleine vakantieparade door een aantal landen heen. Ze nemen ons op sleeptouw en we zijn zeer benieuwd.

Vanavond brengen we zoonlief en schoondochter naar Schiphol voor een weekje zon happen. Om de overgang te vergemakkelijken is er daar regen voorspeld vanavond, maar het is er wel 18 graden. Daarna belooft men zon, dus de lieverds kunnen hun hart ophalen.

Gisteren was het hier maar bitter koud. Het is de wind, die het extra guur maakt. Dan haasten mensen zich met wapperende jassen een supermarkt of winkelcentrum in en het gezwiep van takken en alles wat meewaait brengt de onrust binnen. Misschien was het antwoord wel de avond met de weldadige lome muziek, die de tijd remde en dirigeerde.

Hoera, er komen versoepelingen. We mogen straks weer gewoon op een terras gaan zitten of zonder reserveringen een museum in. Ik kan niet wachten. Het lijkt me het summum van heerlijk, nu het voor mijn lieve outsider zo moeilijk is met de slecht verstaanbare papieren QR-code, die men nauwelijks begrijpt. Ook de kinderen mogen weer allemaal tegelijk op bezoek komen en is er een mogelijkheid om er met iedereen een dag op uit te trekken naar het strand en de duinen, om onze opgekropte boodschappen van het afgelopen jaar in het zand te schrijven. Er kan eindelijk afgerekend worden met de heersende angst, de allergrootste boosdoener van deze periode.

Vriendlief vordert in De biografie van Erasmus, ik heb ondertussen al een begin gemaakt met Willem de Zwijger en ben ook bezig met de vijf kinderboeken. Daar tussendoor loopt het verhaal van de Historische Kring waar de verhalenverteller opa weer op zal komen draven voor een verhaal uit de ijzertijd, dat zacht smeult in de gedachten en al wat contouren begint aan te nemen.

Zo kabbelen we voort. Er wacht een onderzoek in het ziekenhuis, waar we erg benieuwd naar zijn, het huis in Verweggistan wordt nog steeds verbouwd en zal eind april klaar zijn voor een inspectieronde. De tuin wacht op een rigoureuze snoeiwerk na de uitslag van het een en ander en vriendlief kan niet wachten om de spieren weer te spannen met noeste landarbeid. Zullen we nu eindelijk opnieuw, maar dan samen, mogen genieten van dat kleine paradijs. Hoe meer ik eraan denk, hoe groter het verlangen. Per slot van rekening is daar twee jaar geleden de kiem gelegd voor wat er nu tussen ons twee plaats vindt. Twee zielen, een gedachte.

Pluis heeft haar plek heroverd op mijn schoot en geniet spinnend van de aandacht. De nieuwe baas wordt geaccepteerd, maar met gepaste nuffigheid. ‘Een beetje Poes wil veroverd worden’, hoor ik haar denken. Dat doet hij met verve. Ze krijgt eten van hem, hij speelt grappige spelletjes met allerlei stembuigingen en de juten verenbal aan het touwtje en hij daagt haar uit op een vrolijke manier. Daarna ligt ze tevreden op haar kleed als de koningin van Sheba.

Koffie in de thermoskan en gaan. Het is de hoogste tijd.

Overpeinzingen

De kersen op de niet te versmaden taart

De ochtendstond kende vanmorgen een andere indeling. Voor ons doen vroeg uit de veren met een kalm ontbijt als start en omlijst door de muziek van George Moustaki bespraken we de bezigheden van de dag. Om elf uur werden we verwacht in het museum aan de rand van de stad, om de oude gebruiksvoorwerpen van het stenen tijdperk te bekijken en daar opnieuw een verhaal met projectmogelijkheden te verzinnen.

Op het vriendelijke weggetje langs de boomgaard, de schapen en de knotwilgen, al dan zonder pruik, omlijstten onze voetstappen op de enige juiste manier. Het ademde land en buitenlucht. Drie mannen waren halsbrekende toeren aan het verrichten bij de waterwipmolen, vermoedelijk onderhoud en, wat zou dat fantastisch zijn, om hem aan de praat te krijgen. We werden achterop gefietst door onze afspraak, die, zoals gewoonlijk, een golf van spontane blijdschap en enthousiasme aan de dag legde. Het werkte als altijd aanstekelijk.

We liepen de kinderboerderij op, waar enkele ouders met kind heen en weer keuvelden tussen konijnen, pauwen, kalkoenen en kippen in hun hok. Ergens registreerde mijn blik twee witte pauwen. Pas naderhand fronste het voorhoofd zich bij die gedachte. Zeldzaam, leerde Google en inderdaad, ze hoorden echt bij de levende have van de Stee.

We gingen door de zijingang van het historisch museum om daar, met gebogen hoofd, de veel te kleine toegangsdeur in te lopen. Een vrolijke verhandeling over de herkomst van de hem onbekende gast was de inleiding, met opvallende toevalligheden in wonen, straten, buurten van de oude stad.

Daarna bekeken we de nagebootste attributen van een samenleving uit het stenen tijdperk. Gewapend met twee Duitse boeken over die tijd en alle informatie die ik nodig had, incluis een rondleiding door de inzichtelijke geschiedkundige basis van ons bestaan met haar appetijtelijke voorstellingen voer mijn verhaal al, voor een deel gevuld met beeld, de stroom af in die uitgehakte holle boomkano van lang geleden. Om in de termen van het aanwezige weefgetouw te spreken, daar viel wel goed garen mee te spinnen en te vlechten en zeker met voldoende schering en inslag. Niet zo moeilijk als beelden zo helder en duidelijk zijn.

Onze gastheer had nog wat te verhapstukken en wij wandelden langs dezelfde weg terug, waar nu de molen met haar indrukwekkende wieken wind probeerde te vangen, terwijl het waterrad met haar schoepen het water schepte in een vrolijk draaiende beweging en net zo hard er weer uitgooide. Al met al een blije gebeurtenis. Ik had haar nog niet eerder aan het werk gezien. Alles draaide soepel en steevast. De mannen stonden er met rode konen en nauwelijks verhulde trots van te genieten.

Nu restte alleen de boodschappen nog en al het leesvoer dat geduldig thuis lag te wachten. We doen met koken een rondje dwars door de koelkast en de kast en het spel dat we spelen heet: ‘Hoe haal ik iets voor de laagste prijs’. Niet in de laatste plaats om de gestegen prijzen die de pan uit lijken te rijzen, maar ook als sport. Bepakt en gezakt kwamen we thuis.

Gisteren werd naast een pakket met de dikke pil van ‘Willem de Zwijger’ door René van Stipriaan en het boek van Thomas Moore: ‘De ziel kent geen leeftijd’ ook een prachtig boeket bezorgd. Hooglijk verrast nam ik het over van de man met het vriendelijke goedlachse gezicht dat half schuil ging achter de enorme bos. Het was van de vrouw die de planning deed omtrent mijn vrijwilligerswerk en dankbaar was voor de flexibiliteit om altijd en overal te kunnen invallen. Zo’n lieve geste, die waardering…Het zijn de kersen op de niet te versmaden taart.

Overpeinzingen

Succes verzekerd

‘De verschrikkelijke jaren tachtig’ komt langs, een programma over een woongroep uit die tijd, waarbij de volwassenen op een wonderbaarlijke schreeuwerige en bedillerige manier met elkaar omgaan en de kinderen verwaarloosd worden. Aan het hoofd staat een brallerige man, die de regels heeft verzonnen en daar zichzelf niet aan hoeft te houden omdat hij de enige man is.

Nu wil het geval dat ik met de vader van de kinderen ook een tijdje in een woongroep heb gewoond. Wij deden bijna alles samen in overleg. Mijn oudste dochter is er geboren, maar daarna zijn we snel naar een optrekje voor onszelf gegaan. Het enige wat ik niet echt fijn vond was de kattenbak, die gruwelijke geuren verspreidde nadat de week vorderde. Het huis was van een vriend, die ook in de woongroep woonde. In die zin was het niet helemaal democratisch, maar toch vrij harmonieus. We waren met z’n vieren en dat bleek behapbaar.

Anders was het in de woongroepen waar ik later kwam, omdat de tweeling op de bijbehorende crèche zat. Als ze gingen spelen was het altijd in ‘De Hof‘. Alternatieve gezellige bende, maar veel gestructureerder dan de groep uit de serie. Er waren hele lijsten met taken. Kookbeurten, schoonmaakacties, kinderopvang, tuinieren, maar er was ook genoeg ruimte om je terug te trekken, als dat zo uitkwam. Iedereen hielp elkaar met klussen.

Het waren een aantal huizen om een binnentuin heen en dat gaf een veilige kindvriendelijke omgeving. Alles ging naar dezelfde school, net als mijn kinderen. De hof was een soort thuiskomen, ook voor ons, al woonden we veel verder weg. Gelijkgestemde zielen met ieder hun eigen eigenaardigheden en daarom zo leuk. Het verloop was in het begin niet groot.

Toch hield ik van onze privacy. Het feit dat je zelf kon bepalen hoe je iets wilde aanpakken en je je niet hoefde te voegen naar een algemene regel was het summum van vrijheid. Dat leerden we vooral uit de eerste ervaring. Daarna is vrijheid, blijheid altijd de norm gebleven.

Op de voederplaats zit dikke Dolly duif en pikt al het lekkers naar binnen. Twee Turkse tortels probeerden in de buurt te komen, het mannetje met gespreide vleugels op de rand van de plank, maar Dolly maakte zich extra groot en sloeg de aanval met verve teneer. Het mannetje vloog weg en het vrouwtje keek vanuit de prunus lijdzaam toe terwijl Dolly onverstoorbaar het lekkers onder diens snavel aan het wegpikken was.

Vriendlief is aan het schrijven. We hebben net ontbeten, of nou ja, gebruncht en hij zit aan de tafel, terwijl ik de woorden op de kleine IPad intik. Het eerste kinderboek, waar ik gister in begonnen bent, ligt naast me. Het is een verrassend verhaal, waar je in de groep goed mee uit de voeten kunt. Gespreksstof te over in het Land van alles, waar vreemde regels gelden. Het volk mag namelijk geen grijze gedachten hebben, die zouden ondermijnend zijn voor de goede sfeer. Dat alleen al is voldoende om een goed gesprek mee te beginnen. Waar denk je aan bij de term grijze gedachten, schrijf er eens een paar op of teken ze( in de onderbouw). Het begint alweer te kriebelen. Waar zijn die groepen als je ze nodig hebt. Haha.

Donderdag mag ik met wat kleutergroepen aan de slag bij de voorstelling ‘De liedjesatlas’ van Koos Meinderts, in een uitvoering door Peer en Stefan. Ben zeer benieuwd en heb erg veel zin. Ook zo leuk om die genietende snoetjes te zien, er zijn veel liedjes en instrumenten bij. Succes verzekerd.

Overpeinzingen

Wie zal het zeggen

Na de onderdompeling in het paradijselijke gevoel komt de nuchtere kijk eindelijk weer om de hoek zetten. De zorgeloze vakantie is voorbij. Hier moet gewerkt worden en met vaart. Haha. Sommige zaken voelen luchthartiger, anderen wegen juist zwaarder, omdat de wetenschap dat je er behoorlijk door kan worden opgeslokt, op de loer ligt. Juist door het volkomen gericht zijn op elkaar in de roze bubbel met diffuse geluiden van de buitenwereld, zorgen voor minder ondernemingslust. Maar er valt iets door te prikken. Vandaag maak ik een afspraak om een oude woonstee te bezoeken voor het volgende verhaal van de historische kring voor de groepen zeven en acht van de basisscholen. Ook wegen de kinderboeken steeds zwaarder achter het luikje recensies voor deze maand. De hoogste tijd voor een volgende stap.

In de bubbeliaanse ochtenden was tijd een ondergeschoven factor. De dagen werden ingekort tot middag en avond. Het draait inderdaad om kwaliteit en niet om kwantiteit, maar als de volledige dag benut kan worden is dat wel een prettige bijkomstigheid. Meer tijd om te genieten van het al. Mijn wereld en zijn wereld.

Op bezoek bij dochterlief met de oudste twee, die tersluiks onder de wimpers door deze vreemde meneer in ogenschouw namen. Al kwetterend en gamend vlogen de opmerkingen en de vragen over en weer. Het huis werd opgezocht in Google Earth en oogstte bijval. Dribbel kwam iets later met zijn vader binnenvallen. Daarmee kwamen ook de taartjes voor bij de thee. Een in te studeren danschoreografie voor school, door de oudste, bleef in de lucht hangen evenals de spreekbeurt van de tweede lieverd. Toch een tikkie verlegen onder de vreemde blikken.

Stralende zon sprak het weerbericht tegen. Hadden we toch een mooie wandeling met het coronavrije gedeelte van de familie kunnen maken. Wat in het vat zit verzuurd niet. Afdeling scheerapparaat was toe aan een oriënterend onderzoek om het oude exemplaar in het etui van vriendlief, die ternauwernood nog schoor, te zijner tijd te kunnen vervangen. Evenzo gold het voor een nieuw hoeslaken. Geen weet meer van de afmetingen van zo’n prinses-op-de-erwtbed. Kingsize was misschien wel te groot. Wonderlijke vragen op een wonderlijke dag.

‘S Avonds was ‘Matthijs gaat door’ op een later tijdstip dan normaal, met daarvoor een aflevering van project Rembrandt. Beiden de moeite waard om te bekijken. Rijk de Gooijer werd aangehaald bij Matthijs en tegelijk ook zijn beruchte eigenschap om zijn verhalen te overdrijven, of nog beter, aan te dikken tot grote hoogte. Het bracht mijn vader mee, die een diepe verachting koesterde voor deze Utrechtse Bon Vivant. In zijn ogen wilde hij maar niet deugen. Zijn vriend Maarten Spanjer en Matthijs gniffelden om de schavuit zijn zogenaamde heldendaden. Ach ja. Stormpjes in een glas water, of toch niet?

De opluchting bij de man die naar huis werd gestuurd na deze aflevering van project Rembrandt was groot. Het koste hem erg veel inspanning en hij wilde weer vrij zijn om zijn eigen ding te kunnen doen, de ontwikkelingen in eigen tijd en eigen uur weer op te pakken. De druk was hem te hoog. Een verademing, zo’n nuchtere reactie en kijk op de zaak. Iets van ‘Laat mij de vergetelheid’ of de tol van de roem.

Wel kriebelt het programma de lust wakker weer met schilderen en de andere bezigheden te beginnen. Tuin op orde brengen, atelier schoon poetsen, roodborstje begroeten en aan het werk, terwijl er tegelijkertijd hier en daar de wilgen onder handen kunnen worden genomen om met de takken nieuwe omheiningen te vlechten. Het kriebelt al, dat voorjaar en tikt zachtjes de stoffige winter weg. Of is dat alleen in het hoofd bij het smeden van de nieuwe plannen. Wie zal het zeggen.

Overpeinzingen

De prachtige, maar stormachtige, dag

Een stralende dag verwarmde de geest. Wat een beetje zonlicht al niet vermag. De weilanden en landerijen lagen er groener bij dan sinds lang. De vogels zwierden in groten getale dartelend boven het veld. Kauwen, ganzen, aalscholvers, de spreeuwen in hun eigen sierlijke patronen. Op weg naar de uiterste rechterpunt van de kust. Het is één weg en makkelijk af te leggen. Voldoende gespreksstof ter afleiding.

Schoonzus en broer zaten al klaar achter de gedekte tafel. De keuze tussen te laat of op tijd komen belemmerde om de bloemen te halen, die bij zo’n eerste kennismaking hoorde. Mijn streven is op tijd of ruim op tijd. De begroeting was evenzeer hartelijk. Broer herkende mij niet meer van toen, ooit, lang geleden. Er was de helft meer van hem dan destijds. Hartelijke ontvangst en het voorzichtig aftasten van wat voor vlees men in de kuip had. ‘Een zelfgebrouwen tomatensoep met balletjes’ deelde broer mee terwijl hij zijn vrouw met onverdeelde trots toeknikte. ‘ Het was een gokje hoor, wist niet of je het lustte.’ Was het bescheiden, bijna verlegen antwoord. Mijn moeders soepje in een vreemde kom.

De kleine oude terriër was uit zijn mandje opgestaan en kwam zijn oude baas begroeten, daarna kwam hij naast hem liggen. Schoonzus zorgde voor het diertje met heel veel liefde, maar het werd een beetje te zwaar en nu alle bezigheden in de Corona-luwte weer een aanvang namen en ze de verantwoordelijkheid had voor twee grote kerkkoren moest er wel iets veranderen. Al keuvelend en afwegend kwamen we tot een mooie tussenvorm, die haar een aantal dagen zou ontlasten en meer lucht gaf.

Door alle verhalen heen en de wandeling met het beestje, de oortjes parmantig omhoog, koddige kleine stapjes, moest ik aan het begin van deze ontmoeting denken, waar ik een versie van de man terugzag, die ik tijdens het oriënterend gesprek had aangetroffen, een aantal weken geleden. Alle energie was eruit, het leek wel of hij in een andere dimensie van de tijd was gegleden. Het trok bij, maar het was een wonderlijke gewaarwording.

In de auto bespraken we wat hem overkwam op dat moment. Het was alles bij elkaar. De plek, het diertje, de problemen die er lagen. Het opgebouwde optimisme verdween tijdelijk als sneeuw voor de zon en dat kon met gemak nog wel eens voorkomen. Het was geen probleem, maar een waarschuwing hoe kwetsbaar een helend proces kon zijn. Met stappen vooruit en af en toe pas op de plaats of een stap terug. Zo werkt het dus.

Met patatjes als diner, waar zoonlief en schoondochter ook nog van peuzelden, was de rest van de avond voorbestemd om bij te komen. Beetje televisie, beetje onderuitzakken. In alle vroegte was ik, bij het wakker worden, verrast door zoonlief die met zijn toekomstplannen onder de arm ernstig de behoefte had, ze op dat moment uit de doeken te doen. Het arme brein moest zich twee maal zo hard inspannen om alles goed door te laten dringen en de bodemloze hazenslaap daarna was er het gevolg van, dat ik aan de dag begon als Alice in Wonderland. Een tikkeltje vervreemd.

Met alle nieuwe indrukken nog op het netvlies laveerde ik de televisie naar ‘Matthijs draait door’ om te constateren dat het deze avond er niet was. Altijd een gemis, als totale ontspanning had ik me er zo op verheugd. Dat betekende opnieuw schakelen. Tijd voor een onderdompeling in Morpheus armen, en dromen en verlangens weven tot een harmonieus geheel. De diepe rust voelde weldadig na de prachtige, maar stormachtige, dag.

Overpeinzingen

Binnen handbereik

Diep weggedoken in het donzen dekbed mijmer ik de blog bij elkaar, terwijl lief de reis door dromenland aan het maken is en straks zal ontwaken met een waterval aan gestolen kusjes. Ik plak, knip en scheur de aaneengeregen woorden, die horen bij dit zoete geluk. Lief te hebben is fantastisch, maar door de ander geliefd te worden is te vergelijken met de hemel op aarde, roze suikerspinnen tot in de eeuwigheid, alle dagen Valentijn. Langzaamaan kleurt mijn wereldbeeld roder dan rood, rozer dan roze, hemelsblauwer dan blauw. Kleuren zijn sowieso intenser en leggen hun film over de grauwe dagen. de werkelijkheid buiten de bubbel is een brug verder, voorlopig gaan we er niet overheen. Eerst genieten, plannen maken, toekomst bouwen. Of dat nu voor even is of voor dertig jaar. Ons krijg je niet meer uit elkaar.

Die wetenschap is zo’n groot cadeau, de strik er omheen als bezegeling. 25 Jaar lang ben ik er bewust van verstoken geweest. De deuren gingen destijds dicht en het slot, gewapend met de droeve elementen uit een van de verledens, was onverbreekbaar. Nu stroomt er licht en ruimte, als de zon zelf, door de geopende deuren, verwarmt elke vezel van dit tere gevoel. Liefde. Je hebt er geen Valentijn voor nodig en toch ga ik het dit jaar vieren, als in ‘samenzijn, het leven vieren, je verbonden weten’.

Vandaag hadden we daar voor het eerst gehoor aan gegeven met een port en een kaasplateau. Als bijzonderheid stond er een schaaltje ingelegde gember naast. Het summum van liefde. Het zachte, welhaast doorzichtige roze, op de romige cremeux de Normandië, de fromage Chèvre of de zachte Cantal. Deze euforische dagen munten uit in feestvieren. Niet alleen met dergelijke uitingen, maar ook in de kleine dagelijkse dingen en vooral in de blikken die dieper gaan dan diep en voelbaar worden in een verfijnd verlangen. Liefde is onvervangbaar, nooit half maar intens aanwezig.

Samen verder, ouder worden, bedenken hoe het verder gaat, plannen maken, doelen stellen. Ineens is het volle leven, dat doorgaans toch al behoorlijk gevuld was, terug en springlevend, met deze extra dimensie. Het leven lacht ons toe, bedacht ik achter de dichte oogleden vanmorgen, en het is geen roze wolk. Daar hebben we al te lang voor geleefd. Dit is voor onze eeuwigheid. Inderdaad, zolang als het duurt en daarom vanaf dag één in bedrijf. Zoals De Dijk al zong: ‘Als het golft dan golft het goed/niet te stuiten, niet te sturen/duurt het dagen, duurt het uren/als het golft dan golft het goed.’

Vandaag gaan we met het openbaar vervoer naar de stad. De O.V. Is nieuw voor hem, waar haal je ze, wat kan je ermee, waar moet je op letten. Het heeft voor ieder ander ogenschijnlijk niets te betekenen, voor hem is het een berg om te slechten. Vooralsnog eerst met de tram en terug met de bus, zodat beide opties bekend zijn. Het doel is simpel. Sleutels bij laten maken om uiteindelijk totale vrijheid te bewerkstelligen. Liefde is loslaten.

In het magazine De Zin schreef Stef Bos in zijn column een waar woord. Hij zat een aantal jaren geleden naast zijn oude vader en vroeg hem: ‘Wat vind je eigenlijk van deze tijd Pa.’ ‘Wil je dat echt weten jongen.’ ‘Ja.’ ‘Wel, laat ik beginnen met jou…Je zit de hele tijd op je telefoon te kijken en praat met mensen hier ver vandaan, terwijl wij naast elkaar zitten. Volgens mij is dat het probleem van deze tijd, jongen. We zijn niet meer samen. We kijken elkaar niet in de ogen. Ons vermogen om te luisteren is er slecht aan toe.’

Precies hetzelfde ondervinden we hier, maar dan de essentie, waar de vader op doelt. We zijn op dit ogenblik heel erg samen en het kent een grote meerwaarde. Daar weer naar terug te gaan, dat aan den lijve ondervinden, brengt het pure geluk binnen handbereik.

Overpeinzingen

En zo is het

Tja, laat naar bed en dan moet je het bezuren. Er zijn wel honderd spreekwoorden voor te bedenken. ‘Wie A zegt moet ook B zeggen’. ‘S avonds een vent, ‘s ochtends een vent’. ‘Wie zich brandt, moet op de blaren zitten’ en meer van gelijke strekking. Gisteren was de bio-avond voor mij, als betrekkelijk groentje, een interessante. Niet alleen had iedereen het boek gelezen en waren nagenoeg allemaal tot aan de slotsom toe, maar ook had men, naast de inhoud en de kunstenares de biografe onder de loep genomen. Daar had ik geen seconde aan gedacht.

Binnen het tijdsbeeld vond ik de productie van deze kunstenares indrukwekkend en haar passie voor haar werk te roemen. Hoe het an sich geïnterpreteerd wordt, vind ik altijd van een dergelijk persoonlijk niveau, dat zelfs door haar leermeesters, er niet in het algemeen over geoordeeld kan worden. In mijn optiek is het werk afhankelijk van de innerlijke beleving. Of de streek nu haastig is, het werk slordig overkomt of niet, de snelheid waarmee ze er aan wil toe geven, komt voort uit een innerlijke drang, de passie die ze diep van binnen moet hebben gevoeld en die al van jongsaf, als klein meisje, aanwezig was.

Vroeger leerde ik de kinderen in de groep al, dat je niet kon zeggen of, dat wat ze gemaakt hadden, mooi of lelijk was. Een beter criterium vond ik of je er door geraakt werd of niet. Wat wel te beoordelen viel, is het feit dat Jeanne grafiek als een van haar werkterreinen had gekozen, en dat was opmerkelijk te noemen in het tijdsbeeld waarin ze leefde. Evenzo het feit dat ze zich in haar Parijse periode verdiepte in het nachtleven met de vele excessen, die zo verschilden van haar benepen opvoeding. Kennis vergroten en dan met name wereldwijzer worden, letterlijk en figuurlijk, was onder andere haar streven. Als zo’n strak keurslijf eenmaal los geveterd is, is er geen houden meer aan. Het werk uit die tijd is indringend.

Later spitste ze haar grafiek toe op aquatint en kleur. De effecten bij aquatint zijn door het wonderlijke procedé vooral verrassend te noemen. Haar jarenlange grafiekervaring zal toch echt de nodige kennis en behendigheid hebben opgeleverd, waardoor effecten min of meer voorspelbaar werden.

Een ander punt op deze avond was het feit dat de adel zo puissant rijk en het voetvolk zo gruwelijk arm was. De armoe, getuige de veenstekers en de plaggenhutten kende ik, maar die grootgrondbezitters zijn op de een of andere manier altijd buiten schot gebleven. Het gehamer op het verschil tussen man en vrouw is er vooral om het goed te kunnen beoordelen en alleen maar prijzenswaardig in het kader van de bewustwording, evenzeer de opkomst en het zijspoor waar het feminisme, door de tijd heen, telkens belandde. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden. De ongelijkheid zou anno 2022 volledig verdwenen moeten zijn, en toch…En nog…

Een interview met de biografe kan licht werpen op haar voorbereidingen, de bronnen, hoe heeft ze haar kennis omtrent de kunst vergroot. Dat zou ik graag door haarzelf genoemd willen zien. Vooralsnog hou ik de woorden van mijn lieve oude vriendin aan. ‘Oordeel niet, verwonder je slechts’. Ze knikt. En zo is het.

Overpeinzingen

Niets en niemand anders

Langzaam beginnen de reguliere gewoonten in elkaar te schuiven voor mijn wereldburger. Wat ooit in het verleden eenvoudig en bekend was, is een weggegleden herinnering door twintig jaar Verweggistan. De simpelste vragen worden een overwinning bij het binnenhalen van de antwoorden, maar vooral door de opgedane ervaring.

Bij het ontbijt, ik de kwark met medicijnen en hij vijf boterhammen met lekkers, boerenyoghurt met blauwe bessen, koffie en jus d’orange, vroeg hij ineens naar het openbaar vervoer. Maar natuurlijk. Morgen reizen we samen af naar Utrecht per bus, eerst de OV- kaart kopen, dan leren om die bij te laden, dan de bushalte inprenten en gaan. Alles is als baby’s eerste stapjes. Aandoenlijk en om verliefd op te worden. Maar zelfstandigheid is een uiterste must. En dan spreekt hij nog, als rechtgeaarde Hollander, goed Nederlands. Hoe wereldvreemd moet het dan voor een vluchteling wel niet zijn. Van lichtknopjes tot bepaalde gewoonten en hebbelijkheden, alles is één groot vraagteken.

Langzaamaan groeit de wereld voor hem weer op z’n plek. Ambtenarij is een dingetje, als je wel hier je paspoort hebt verkregen, belasting betaalt, je pensioen en AOW na 25 jaar hier in het onderwijs te hebben gewerkt, uitbetaald krijgt, is het een hele toer om bijvoorbeeld je digi-D uit het woud van regels op te diepen, omdat ze vastdraaien op het buitenlandse woonadres.

Gisteren stond in het teken van de omgeving verkennen, en kwam er in het winderige grijs een kuierende wandeling uit in het parkje aan de Overkant. Ogen kijken anders, of nee, ze kijken mee door de ogen van lief en zien zo een volledig andere dimensie, al zijn er ook heel veel raakvlakken. Hand in hand, innig verstrengeld of arm in arm, we proberen alles uit. Wat loopt het lekkerst. Alles eigenlijk. Kusjes voor de bezegeling. Verliefde bakvissen van zwaar middelbaar. Het moet niet gekker worden, of juist wel. Het geluk lacht dat idee toe.

Voor de wandeling was ik bij de fysiotherapie, waar de stagiaire die mij begeleidde een vader had die gevlucht was uit hetzelfde land als mijn lief. Ze verbeterde de uitspraak van het dorpje en kwam met een indrukwekkend verhaal over haar vader en zijn vlucht, hals over kop, toen het communisme er de regie nam. We deden wat geijkte oefeningen met elkaar, maar ondertussen bleek het land wederom een verbinding tussen twee mensen te zijn. Ze was zichtbaar trots op haar strijdbare vader, die nooit had teruggedeinsd voor verzet en weerstand bood met hand en tand. Mooi om daar de onderliggende symptomen van te bemerken. Een blosje op een wang, de sluikse blikken, de steelse glimlach. Hier werd een vader op handen gedragen.

Bij de boodschappen tulpen om de lente in te luiden en warempel de dag baadde vanmorgen in zonlicht. De biografie had nog een hoofdstuk om te gaan. Mijn kunstschilder Jeanne gaat met haar lange leven natuurlijk ook nog hemelen. Dat is voor vanmiddag. Vanavond rijden we als drie dames naar Amsterdam-Zuid. Ik ben heel nieuwsgierig naar wat de anderen ervan vinden. Het zal een boeiend gesprek worden. Het is een lang en afwisselend leven geweest met vele hoogte-en dieptepunten en aanknopingspunten, zoals de adel in Nederland, grootgrondbezitters, feminisme, de lijn van de overheersing door het mannelijke bolwerk en het absurde terugdraaien na de tweede Wereldoorlog in de vooroorlogse benepenheid ten aanzien van gehuwde vrouwen. Ook kan men stellen dat Jeanne als geen ander, bij voorkeur de mens lief had, vrouwen en mannen, en daarmee niet in een hokje te stoppen bleek. Tel daarbij haar eigenzinnigheid op, dat er maar één meester te dienen viel(opmerkelijke uitspraak), dan weet je uit welk hout deze kranige dame gesneden is. Die meester was voor haar enkel en alleen de Kunst, met een grote hoofdletter, en niets en niemand anders.

Overpeinzingen

Thuiskomen

Gisteren kwam nieuwsgierig aagje op bezoek. Zuslief hield het niet meer. Eerst eens horen en zien hoe de vlag erbij stond. Elk spatje tijd brengt een zee aan beleving, wederwaardigheden, ontdekkingen. Geen tijd om je te vervelen. Kordaat en digi-onderlegd als ze was had ze in ‘no time’ het grote huis in Verweggistan te voorschijn getoverd en zag ik ook voor het eerst de bossen die bezit waren van mijn lieve grootgrondbezitter. Het was aardig wat grond om bij te houden, heel veel werk om dat alleen te doen, als je recht van lijf en leden bent, maar als het grote getob begint, welhaast ondoenlijk.

Maar aan de horizon wapperden ook fier onze toekomstplannen met ideeën te over om het huis weer een thuis te laten zijn voor familie en vrienden. De Datsja om te toveren tot een atelier met schommelstoelen op de veranda. Eerst nog de nieuwe keuken en de ramen en fysiek hier het onderzoek en de ongemakken aan de benen laten verhelpen en dan konden we gaan kijken op de, voor mij nieuwe, en vernieuwde vakantiestek.

Na een kopje thee ging ze weer en jubelde in de zuster-app ‘Het leek wel of ik in een tijdmachine was gestapt. Haha. Back to the seventies. Was gezellig-leuk om hem te zien-Hij is niets veranderd. Dat bekende lachje heeft hij ook nog’. Jaja, zo wordt het hier ook nog altijd ervaren, uitgedijde halzen ten spijt en onze mentale ontwikkeling natuurlijk, die er wel degelijk geweest is.

Vandaag ga ik het ontstane ritme van deze week doorbreken. Al die tijd een lomig, genietend, samenzijn en sudderen in de vroege ochtend, de stilte op zolder zo anders dan de weg langs het huis, de boom voor het raam en het rumoer van de ontwaakte stad. Er is veel gerommel van de buren…De familie Kauw, maar verder volmaakte sereniteit.

Ik duik het volle leven weer in. Een hele dag voorstellingen van het verteltheater in de stad. Heerlijk wegdromen bij de verhalen van diverse grootmeesters. Namen als Joris Lehr en Niels Brandaen, mijn grote helden bij het oproepen van nieuwe werelden, een beleving om mee te maken en zeker om te zien hoe elk kind om de vinger wordt gewonden en meegenomen in het verhaal, hoe dat gaat leven aan de hand van de buigzame stem, de mimiek, de groteske en soms minieme gebaren. Verwondering oproepen is voor deze mannen een tweede beleving geworden.

Ook leuk zijn de vele, voor mij nieuwe, verhalenvertellers die aantreden. Bij sommige, zo leert de ervaring moet je oppassen niet in slaap te vallen, anderen brengen je naar de toppen van de vervoering, op zo’n manier, dat je ze wil blijven volgen, net als de eerder genoemde helden.

Na zo’n gevulde dag zal ik thuiskomen. Letterlijk en figuurlijk. Een andere nieuwe dimensie. Normaal huppelt Pluis bij thuiskomst naar de deur en bedelt kopjes. Nu weet ik daar mijn lief, die me met open armen zal ontvangen. Armen om in weg te kruipen, een klankbord om de belevenissen te delen, de visite van zijn zoon aan hem, en mijn wonderlijke verhalen.

Zo thuiskomen. Nooit meer gedacht en eigenlijk al stevig afgeritst. Het leven was een alleen-gaan, al meer dan 25 jaar. Met verve en schwung en afleiding voor een life time, een gevuld en gepassioneerd leven voor alles wat er in de omgeving en ver daarbuiten gebeurde. Maar nu ligt er een deken van rust en vredigheid overheen gesluierd, die balans brengt in de som der delen en de rijkheid met zich meebrengt van een overloop aan liefde. Het hart stroomt vol bij elke aanblik. Het mag zo veel en weldadig zijn, na al het gemis in het leven van ons beide, de liefde mag vloeien als zoete honing. Nu en hier. Thuiskomen.

Overpeinzingen

Een perfecte bijkomstigheid

Op zolder luisterde ik naar de wind die om het huis huilt, met zo’n mooie hoge fluittoon. Dat hoort bij de verlaten prairiedorpen waar de tumbleweeds een speelbal zijn van de wind. Hoei…Ik stel me voor dat we in een tentje bivakkeren aan de Noordpool en plots vraag ik me af wat een sherpa op de Mount Everest doet, als hij thuis hoort op de Himalaya, een uitzending van gisterenavond gedachtig. Die malle associaties ook. Dus maak ik vriendlief wakker met die rare vraag en heb spijt, als ik de onderbroken slaap in zijn ogen bemerk. Met mijn kussens onder de arm vertrek ik naar een verdieping lager.

Gisteren in Hoek was het al even guur. We liepen stevig gearmd naar een lieve nicht een paar blokken verderop. Daar dronken we thee en deden kond van het voorgenomen plan. Met eenzelfde optimisme wuifde zij de beren op de weg weg. Herkenning. Oprecht blij was ze voor haar lieve oude oom. Er kwam, uit de archieven, een oud fotoboek naar boven van ons gedeelde leven, met foto’s die een aanvulling waren op de drie fotoboeken van mij. Wat een wonderlijke gewaarwording om een herinnering compleet te zien worden. Op de terugweg werd mijn onderlip dik. Ik bijt soms weleens een velletje weg, dan wordt het ook zo. Maar na de ellenlange weg terug naar mijn huis met spiegels overal, zag ik ineens dat ze zo dik waren, alsof ik mijn heil had genomen in een forse botox. Pas comme il faut en weinig charmant.

Met zijn geoefende doktersoog bekeek vriendlief mijn lippen op een eventuele insectenbeet. Allergische reactie, maar waarvoor. ‘Niet voor jou’ stelde ik hem gerust. Dat viel reuze mee. Hoeveel er daarna te bespreken was, er leek geen einde aan te komen. Alle raakvlakken waren dan ook aanwezig. De televisie leende met een wetenschappelijk programma en Tussen Kunst en Kitch ook nieuwe gespreksstof. Een schilderij aan de muur te hebben hangen naast je tv en niet te weten, dat daar een echte Isaac Israëls hangt. Hou me vast. De eigenaar had naar een handtekening gezocht, maar het nooit gevonden omdat het niet in de geijkte hoek stond maar middenin de afbeelding van het meisje met de hoed. Een juweeltje en fantastisch om te zien.

Ik dacht onmiddellijk aan mijn kleine Javaanse danseres, ooit in de kringloop op de kop getikt en ondertekent met F. Bemmel ‘22 en kom dan uit bij Frits Adolf Oscar van Bemmel, tekenaar, illustrator, kunstschilder, boekbandontwerper en ontwerper die inderdaad werkzaam was in Batavia. Toch eens langs gaan, misschien.

Zoonlief appt, ‘mam, botoxen is niet nodig, je bent al mooi van jezelf’. Natuurlijk grappig bedoeld, maar het ontroert. Ik wijt het aan de gemoedstoestand. Het vat van emoties stroomt over. Nog een schok voor vandaag. Broerlief moest gedotterd worden. Achteraf blijkt dat dat al langer moest, maar er was niet eerder plek. Dan is het een grote opluchting als het wel eindelijk kan. Hij heeft de ingreep en de nacht goed doorstaan.

Veel warmte stroomt ook binnen via de adhesiebetuigingen van mijn lieve vrienden en gisteren toen we de flat samen binnen kwamen, lag er in de brievenbus een kaart van dochter en haar gezin met de aanhef Lieve…En daar stonden onze namen als van oudsher onafscheidelijk naast elkaar. Een eerste welkomstkaart. Hoe attent en vol genegenheid.

Achterop een citaat van Poeh ‘Wanneer je iemand zijn grote laarzen ziet aantrekken, kun je er vrijwel zeker van zijn dat er een avontuur op komst is’. Inderdaad, met beide benen in het avontuur gestapt. Wat trouwens echt geweldig uitkomt. Hij is een langslaper, die mij de ochtenden laat. Is dat niet een perfecte bijkomstigheid.

De lieve jeugd·Overpeinzingen

Als de tijd rijp is

Geen kwark meer in de koelkast. Zonder dat is het moeilijk medicijnen wegwerken. Gelukkig appt dochterlief ‘Zin in bezoek’?. Ja, gezellig. Ze zou kattegrit meenemen en appte of ik nog iets anders wilde. ‘Ja, kwark’. Alles komt op eigen tijd en eigen uur met wat geluk of dankzij zulke lieve kinderen natuurlijk.

Vriendinlief belde op, positief getest dus een negatief humeur, maar vooral bang voor de test. Iets waar ze nu eenmaal niets aan kon doen. Ooit een sonde in de neus gehad en de therapeut omver getrapt met de puberbenen en het leed is geleden en een trauma geboren.

Dochterlief kwam binnen en van kleindochter kreeg ik prachtige roosjes in alle roze-rode kleurschakeringen. ze bracht de kwark, de grit en heerlijke chocoladekoeken mee, zette thee in een handomdraai en we genoten van het idee van alle spectaculaire veranderingen, die misschien op komst zouden zijn. Fantasie, gemijmer en verlangen, de geest nam een vlucht, terwijl kleindochter ondertussen onze benen op de grond hield met haar heerlijke prietpraat, het spel met de poppetjes en het tekenen in de grote oude agenda met de ringband. Straks is dat het boek der koppoters en krasmonsters. Die laatste wilde ze ook getekend hebben, na het kijken naar de plaatjes in een van de te recenseren boeken, waar vingerpoppetje monster deel van uitmaakte. Dus kwam er een vader, moeder, zus en broer monster. Die ging mee naar het thuisfront besloot tantetje gedecideerd.

Tussendoor waren we er getuige van dat de voedertafel van zoonlief werkte. Eerst een kauw, daarna de Vink, toen de merel en dikke dollie duif, daarna haar eega en natuurlijk de pimpelmezen. Wat heerlijk om te zien.

Met de eruit gescheurde tekening, het schilderij van de gekko’s voor de kleine filosoof en de lieve groetjes voor de twee thuisblijvers verdwenen ze weer. Handkusjes, zwabberhandjes en een terug rennen van het begin van de galerij naar mij toe, om alsnog de knellende armpjes om me heen te slaan en een ferme kus te geven. Liefde, echte liefde…Binnen zag ik vijf minuten later dochters telefoon. Ineens ben je om ‘t hand. Ze valt niet te bellen en het was te laat om erachteraan te gaan. Hopen op het gesternte en ja hoor, een paar minuten later toch de bel. Het afscheid op de galerij was identiek aan de eerste, inherent de armpjes en de kus.

Verder lezen in de boeiende biografie. Wat een mannenbolwerk was de wereld in de vorige eeuw. Als 26-jarige volkomen afhankelijk zijn van de welwillendheid van je vader, tenminste, als je nog tot de familie wilde behoren en ongetrouwd was. Zolang dat niet gebeurde, bleef je het kind. Dit was de wereld van de adel en het rijk der notabelen. Ik kan me niet voorstellen dat men in de arbeidshuisjes dergelijke praktijken bezigde. In de doorgaans veel te krappe bewoning en met een schrale beurs viel er niet veel meer in de melk te brokkelen.

Het was een slechte nacht, maar ach, volle maan dus luisterde ik nostalgische liedjes. Robert Long met zijn Liefde voor later. Zo’n passend sfeerbeeld, die je op sommige momenten net even nodig hebt, als gemijmer overgaat in een zweem van verlangen, gemis en dromen. In een podcast luisterde ik naar een interview uit 1985. Dan valt met name zijn prettige bedaarde stem en de rijkheid van zijn taal op. Hij noemde de inspiratie met Leen Jongewaard iets dat je kon opbergen in ‘het voorraaddoosje van verworvenheden‘. Wat een prachtig zinnebeeld der verbeelding. Dat is precies wat het is. Zo heeft ieder zijn eigen doosje, waar tot in lengte der dagen uit te putten valt, om alles op te kunnen poetsen als de tijd rijp is.

Overpeinzingen

Heel veel gespreksstof

O, wat is het toch heerlijk om een beetje op te ruimen. Onze buren gebruiken, zoals met veel begrippen, een veel sierlijker taal. Kuisen heet het bij hen. Het huis kuisen. Dan krijg je toch meteen zin. Dat betekent het huis opschudden, ramen en deur open, zonnestralen erin, de boel eruit. Kleden, kussens, plaids laten doorwaaien. Frisse wind in de zeilen. Dat zonnetje bleef achterwege en er was zo’n dikke mist dat het druppels gaf. Stofzuiger erbij, natuurazijn in de aanslag en gaan. toilet, gang, vloer, bank, kussens, kleed, stoelen werden geschuierd, gezogen, gestoft en waar nodig geschrobd. Oude waxinelichtjes vervangen voor nieuw, rommel uit het oog geholpen. De kast der vergeten dingen was weer leeg, dus daar kon ‘t een en ander mooi verder overwinteren. De bemodderde wandelschoenen, een verdwaalde lekke leren bal, een stapel plastic doosjes. Wat ook niet onbelangrijk was, ik had de hele dag de tijd. Rustpauzes met een journaal, of My Kitchen Rules, waar ik dan weer onrustig van werd door de ruzieachtige sfeer tussen de gasten onderling om snel de draad van het ruimen nogmaals op te pakken. Het kleinste kamertje spic en spannetje schone handdoek incluis en de patchoeli-geur alom aanwezig, in de zeep, in de parfumspuit en op het vege lijf.

Ruim voor tijd was ik klaar en kon aan de borrelhapjes beginnen. Mijn heerlijke Brique de Brebis in schijfjes, salami met roomkaas, kaasblokjes, tomaat, vijg, dadel en uienchutney. Alles in afgesloten bakjes in de koelkast. De sauvignon in de koelkast en de Crozes Hermitage voor bij de Brique bij de hand. En nogmaals pas op de plaats.

Zo zou dat eigenlijk altijd moeten zijn. Steeds even tussen alle bedrijven door het zalige alles ontziende niets om opnieuw op te laden en bij te tanken. Om half acht de kaarsjes aan en Zen tot de eerste gasten kwamen. Vriendlief had zijn superdure racefiets alle trappen opgesjouwd en had daarmee zijn outdoortraining al gehad. Slim, want voor de flat weet je het maar nooit. Een van ons had het boek niet uitgelezen, kwam, net als alle anderen, nauwelijks of niet door de grove taal, onvervalste ‘slang’, heen. De taal liet bij tijd en wijle te wensen over door de vreemd in elkaar gewrochten zinnen, maar ze oogstte, net als bij mij, grote bewondering voor haar moed. Vanaf blz 154, adviseerde ik, dan wordt het pas echt een verhaal.

We keken ook nog het interview met Twan Nieuwenhuys en Lale. Natuurlijk kwam het gesprek daarna op acceptatie van culturen en tot hoever je moest gaan. Waar lagen de grenzen van het betamelijke of waren dat toch teveel ónze grenzen. De klok voor vrouwen stonden in de dogmatische religies nog steeds op 0. Dienstbaarheid en recht hadden we in de jaren ‘70, maar ook daarvoor, met hartstocht bevochten en niet zonder slag of stoot. Waren we terug bij af? Waar moest je beginnen om de bevrijding in die kringen in gang te zetten. Lag dat bij het onderwijs en was dat dan wel de juiste plek. Of moeten we wachten tot de rebellerende meiden hun krachten gaan bundelen en de straat op gaan. De angst voor repressailes is het grootst en die liegen er niet om. Hoe overtuig je iemand van het feit dat respect en ruimte voor elkaar meer oplevert dan afhankelijkheid en overheersing. Dat het zoveel meer schoonheid en liefde brengt én verbondenheid.

Het werd een heerlijke avond, met al deze gedeelde gedachten. Wat een boek al niet los kan maken. Het volgende boek belooft er ook een van zingeving te zijn. ‘De ziel kent geen leeftijd’ van Thomas Moore. Beschouwende literatuur en heel veel gespreksstof.

Overpeinzingen

En zo is dat

Niet alleen de ochtend was in nevelen gehuld, maar de hele weg lang richting kust lag verzonken in een dikke mist. Ondanks een klein zonnetje heb ik de zee niet gezien en dat wil wat zeggen, want ik reed op de dijk langs de grote zeeschepen.

Vriendlief morrelde wat aan de deur op mijn gebel en daar zwaaide de deur al open. Ondanks de perikelen waarover hij geschreven had, zag hij er opvallend goed uit. Na een eerste onwennig gestuntel met jas en kleine kapstok gingen we tegenover elkaar zitten en binnen de kortste keren werd het nieuwe oude gezicht zo vertrouwd als altijd. Vreemd hoe je elke beweging nog blindelings herkende. De oogopslag, de peinzende blik, de lieve glimlach, de houding Vannieuwkerke arm en hand bij een betoog. Naadloos buitelden de jaren terug naar veertig jaar geleden.

We hadden veel te bespreken en overpeinzen. Prioriteiten stellen en vooral denken in oplossingen. Al waren de omstandigheden niet ideaal, het was wel een goede plek waar hij nu tijdelijk verbleef met een liefdevolle achterban van broer en zijn vrouw en een nichtje. Mooi om te zien hoe de spanning langzaamaan plaats maakte voor zijn eigen, veel evenwichtiger, zelf en het lukte zelfs om een lach te ontketenen. De tijd vloog om en na twee koppen thee, de Utrechtse sprits en in de wetenschap het allerbelangrijkste te hebben gedeeld met elkaar, stapte ik weer in de kleine blauwe met de belofte elkaar snel weer te zien.

De telefoon laadde in de auto gelukkig wel op, want dat had hij bij vriendlief halsstarrig geweigerd. Zonder mijn eigen vertrouwde lispeltuut(ken uw klassiekers) had ik het nooit gered in die ondoordringbare dikke deken. Zo mistig als het buiten was, zo helder was het gesprek geweest. Dat gaf een fijn gevoel. Zorgen zijn er vooral om te delen, om een klankbord te hebben, waarbij het licht vanzelf doorbreekt en deuren opent, letterlijk en figuurlijk.

Straks moet ik even hard aan de poets. Het huis schreeuwt om de stofzuiger, een stofdoek, een dweil hier en daar. Dat moet kalmpjes aan, veel pauzes ertussen. Als dat eenmaal met jezelf is afgesproken lukt het beter. Het lijkt een eeuwigheid geleden, bezoek aan huis van vrienden. Met de zelftests, lang leve deze snelle peiling, durf ik het met de booster wel aan. Ik hoop dat morgen alles weer open gaat. Het water staat elke ondernemer aan de lippen. Als iedereen zich aan die paar regels houdt, moet het goed te doen zijn.

Pluis komt eens kijken en rommelt zich een lekker plekje bij elkaar. Eigenlijk wil ze op schoot, maar daar ligt de IPad al. Dan het voeteneind maar innemen.

Er komt een oproep binnen voor het begeleiden van een try-out volgende week dinsdag. Nu duimen en dromen dat er op het laatst geen roet in het eten wordt gegooid. Het is in een cultuurhuis, waar ik de weg goed ken, dus anderhalve meter is goed te doen in de theaterzaal. Dat durf ik aan. Het is een bekend muziekensemble en dat belooft een boeiend spektakel te worden. Nieuwe uitdagingen, hoe heerlijk om naar uit te kijken. Het jaar is goed begonnen. Een goed begin is het halve werk, zegt het spreekwoord. En zo is dat.

Overpeinzingen

Wie wil dat nou niet

Een dikke grijze mist is, toen ik even niet keek, als een dikke deken op komen zetten en wikkelt de wereld in een doorsluizend morsig grijs. Vage contouren van bomen en huizen, bewegende koplampen. Ik hoop dat ze snel op zal trekken.

Gisteren na de fysio ging ik eerst even langs de garage, want de kleine blauwe prins was zijn stem verloren. Doodse stilte als ik de claxon beroerde. Het akkevietje mag wat kosten, zo’n klein dingetje is een rib uit het lijf. Zonder kan je niet.

Lale Gül haar boek ‘Ik ga leven’ heb ik vanaf hoofdstuk 15 in een adem uitgelezen. Doorzetten kent zijn voordelen. Waarschijnlijk stond mijn eigen esthetiek in de weg bij dat eerste deel. Het is lastig om door grof taalgebruik heen te prikken, zo niet ondoenlijk voor mij. Hele stukken daarvan heb ik gescand. Daarna geeft ze zo’n goed beeld van haar situatie en schetst ze treffend de onmogelijkheid ervan. Ik heb diepe bewondering voor deze jonge vrouw gekregen. Oordeel niet en verwonder je slechts was hier beter op z’n plaats geweest in eerste instantie. Je bent gelukkig nooit te oud om wat bij te leren.

Morgen is de bijeenkomst hier. Dat vergt nog wat voorbereiding. Van zolder heb ik de kleine blauwe opklaptafel geplukt om in het midden neer te zetten. Van te voren doet iedereen een zelftest. Met de stijgende besmettingen geen overbodige luxe. Ik ben benieuwd naar de mening van de anderen. Zijn ze voortijdig afgehaakt of hebben ze dezelfde ervaring als ik. Dat is het voordeel van een leesclub. Het is een stok achter de deur om het boek uit te lezen. Anders was ik nooit zover gekomen.

In de aflevering van gisteren van Binnenstebuiten liet een medewerker van de hortus Botanicus in Leiden zien wat het verschil is tussen een echte cactus en een plant die er wel de uiterlijke kenmerken van lijkt te hebben, compleet met stekels, maar die behoort tot de wolfsmelkachtige. Als je met een naalden van een cactus een gaatje prikt in de plant gebeurt er bij de cactus niets en bij de ‘nepperd’ komt er witte melk uit. Heerlijk om weer even een Hortus van binnen te zien.

Lang geleden heb ik die in Leiden bezocht met vriendlief, waar ik straks naar toe zal gaan. In Leiden zijn we ooit begonnen aan ons gedeelde leven. Er was een piepklein appartement ergens boven in een statig herenhuis met twee kamertjes. Een voor een matras op de grond en een om in te zitten om te kunnen lezen en te turen naar het draagbare zwart/wit teeveetje met losse antenne.

Voor de juiste ontvangst moest je eindeloos draaien met dat ding en als het beeld bleef sneeuwen, wilde een klap er bovenop ook nog wel helpen. De ruimte zelf leek ook wel op een hortus, er hingen en stonden volop planten, sinaasappelkisten vormden de kasten, een rotan stoel van oma het meubilair en voor de ramen had ik oranje/bruine macramé gordijntjes geknoopt. Het was een lief en mooi begin. Mijn moeder wist van ons samenzijn, maar mijn vader mocht het absoluut niet weten anders zou de oude patriarch in hem naar boven komen om deze rebelse daad.

Nu ga ik hem zo weer op een kamertje treffen. Geen idee hoe een en ander zal verlopen. We gaan de opties bespreken die er zijn, als hij weer hier in Nederland wil gaan wonen. Het voelt als spannend en is tegelijk iets waarop ik me verheug.

De mist is verdwenen als sneeuw voor de zon. Het zicht is helder. Als dat de uitslag is van ons gesprek zou het een mooi begin kunnen zijn. Denken in mogelijkheden. Wie wil dat nou niet.