Overpeinzingen

Chapeau

Goed beschouwd maakt bezit onrustig. Gisteren werd er rond twaalven gebeld en een man zei dat hij met een grote oplegger de wijk in zou rijden. Of hij in de straat kon parkeren. Ik verwees hem naar de straat naast de maisonette en stond een tijdje op de uitkijk. Een half uur later zag ik de enorme vrachtwagen deze straat negeren en ik wist dat hij aan de andere kant van de wijk kwam te staan, omdat het een rondweg was en hij met dit gevaarte nergens kon keren. Gelukkig belde hij weer, toen we al buitenstonden en richting het grote parkeerplein liepen. Het was een vrij laconieke man. Hij liet mij een verklaring invullen en koppelde zelf de wagen los en reed haar eraf. Wat een prachtexemplaar. Maagdelijk wit met zwarte accenten en inderdaad helemaal nieuw. Mijn eerste in mijn leven.

Lief en ik bedankten de man omstandig en stapten in de auto om een proefritje te maken en vast achter de belangrijkste functies te komen. Een simpele was de continuïteit van de ruitenwisser. Hoe bewerkstelligde je dat. ‘Even stilstaan’ opperde lief ‘en dan uitzoeken. Dat bleek een goed plan. Zo vielen er nog meer functies te ontdekken’. We reden richting zoonlief, maar die was niet thuis, pikten een stukje snelweg mee en verder ging het. Stukje rondweg, stukje industrieterrein, even richting supermarkt voor de boodschappen. Wat reed het heerlijk, wat een ruimte, wat een luxe. We waren dankbaar om het feit dat we dit konden doen. Met puzzelen en uitknobbelen bleek het mogelijk te zijn. Een van de voordelen als je niet langer alleen maar met z’n tweeën botje bij botje kon leggen. In mijn eentje was deze vreugde me nooit ten deel gevallen.

In de avond en de nacht kriebelde het hier en daar, een vage onrust. Nieuw bezit zorgde heel even voor de angst. Wat als een ander het ook een mooie auto vond. Weliswaar verzekerd tot en met haar wieldoppen en de kleinste radartjes in het systeem, maar toch. Zo’n nachtmerrie op je netvlies van een lege plek de volgende dag. ‘Vervrouw je’, sprak ik mezelf toe. ‘Het is een voorwerp, een fijn en dankbaar voorwerp maar niet meer dan dat’.

Relativeren kon aan de hand van een artikel in de krant over de opvang van de lieve angstige kinderen op de scholen tijdens hun kortstondig verblijf eer ze teruggestuurd zouden worden naar het land van herkomst. Die arme schatjes in het voorportaal van het ongewisse, die met lede ogen toe moeten zien hoe steeds kinderen, vriendinnen, vriendjes, om hen heen verdwijnen. Het voorland. Dan weegt bezit niet op tegen zoveel leed. Waar hebben wij het hier in godsnaam over.

‘Floor reist mee’ wasook een prima afleiding. Mensen die zich bekommerden om de arme zwerfhonden in Turkije, een man die zelfs protheses maakte voor verlamde lichaamsdelen. Een poot voor een zeearend of een karretje voor een hond met een verlamd achterlijf. Onbaatzuchtigheid ten top. Een Syriër die voor dierenarts had gestudeerd en net als velen door de oorlog de studie had moeten onderbreken, leerde in het opvangkamp voor vluchtelingen aan de kinderen daar, hoe je de dieren met liefde kon benaderen. Aandoenlijk hoe hij zijn best deed om het dier een gerespecteerd plekje te geven in dit stukje wereld en de kinderen duidelijk te maken hoeveel liefde ze er voor terug zouden krijgen. Bevlogen mensen, waar ik mijn hoed voor afneem. Chapeau.

Overpeinzingen

Dat is ook heel wat waard

Vroeg uit de veren gisterenochtend omdat er schimmelwerende verf gehaald moest worden voor het badkamerplafond. Omdat dat op het industrieterrein was, kon ik ook direct het kattegrit en het anallergic kattenvoer voor Pluis meenemen. Douchen was voor later, opdat de badkamer lekker droog bleef. Zoonlief was er al om half twaalf en ging onmiddellijk voortvarend te werk. Afplakken en aan de slag. Tussendoor belde schoondochter. Ze haalde het net niet om dochterlief met een vriendinnetje van school te halen. Lief had de kleine blauwe prins net volgeplompt met de resten van de oude badkamerkast dus mocht ik het enorme bakbeest van zoonlief meenemen om ze te halen. Ondertussen had ik al de voorbereidingen voor een heerlijke soep voor na de werkzaamheden opgezet. Dat kon rustig pruttelen.

De nieuwe auto had strak afgestelde remmen, die onmiddellijk de auto stilzetten. Dat werd even aftasten hoe te handelen. Een auto moet je aanvoelen en met moed, beleid en trouw kwam ik een heel eind. De dametjes waren er klaar voor. Ik was net op tijd bij school, waar de kleine dribbel werd opgehaald door mijn lieve schoonzoon en zijn Franse Pa. Knuffies en kusjes voor de twee kleinzonen, die achterbleven en wij gingen opnieuw op pad. De auto is heel sensitief en reageert op wandelaars achter de auto, op aankomend verkeer, het is een makkie. Wel altijd op blijven letten natuurlijk.

De meisjes moesten naar het huis van zoonlief en daar kon ik meteen al zijn werk bewonderen. Alle kamers waren bijna klaar op de zolder na, die ook al opschoot. Ze hebben prachtige aardetinten voor de babykamer gebruikt. Heerlijk om eens niet te zwelgen in roze en blauw, iets waar mijn kinderen nooit erg mee in de weer geweest zijn. De dametjes trokken zich terug op de slaapkamer om een verkleedpartijtje op touw te zetten. Schoondochter kwam net op tijd thuis om te waarschuwen dat niet alles overhoop gehaald moest worden.

Terug naar huis. Het plafond was al stralend wit en de tegels geboend, nu konden de kasten op hun plek. Keurige badkamer, eenvoudig maar doeltreffend en geen spoortje schimmel meer te zien. Zoonlief at een kom soep met ons mee en ging daarna huiswaarts. Wij brachten de oude kastresten naar de stort en een kledingrekje naar de kringloop en zochten bij het grote warenhuis waar alles voor een habbekrats ligt, naar een nieuw douchegordijn en een afvalemmertje. Gevonden en de badkamer afgestyled met nog een plantje op de kast, de handdoeken en wat spullen erin, en klaar waren we.

Het was een goed gevoel. Soda is nu verheven tot schoonmaakmiddel nummer één. De badkamer is weer bijna toonbaar op de kozijnen na, die de woningbouwvereniging moet aanpakken en wij zijn blij met deze nieuwe renovatie, zodat stap voor stap het huis zich voegt naar onze wensen.

Vandaag is het wachten op de nieuwe auto. Die wordt vanmiddag gebracht. Dan is het zaak om de kleine blauwe netjes op te leveren en alle papieren in orde te maken. Dat wordt zoeken, want door kleine volksverhuizingen van mijn kasten naar het tuinhuis, ben ik mijn belangrijke plek van de papieren een beetje kwijtgeraakt. Nooit een saai moment in huize Jan Steen. Stel je voor dat alles van een leien dakje ging.

Zo blijven we van de straat en lekker bezig en dat is ook heel wat waard.

Overpeinzingen

Zo niet alles

De hoestbuien zijn nog steeds een tikkeltje te heftig. Mijn vader na zijn eerste zware shag van de vroege ochtend in zijn stoel met de zilveren standaardasbak ernaast en een zorgvuldig opgetrokken rookgordijn. ‘Stoor me niet, laat me even bijkomen’ waren al deze eerste tekenen. Zo’n hoestbui dus. Maar ik rook niet.

Bij de fysio besloten we krachtoefeningen te gaan doen om de borstspieren wat te sterken, zodat ze deze vorm van ondermijning van het ademhalen op konden vangen. Gewichten dus. Aangespannen kipfileetjes en sterke, nog steeds wat jonge armen. Ondanks al die etentjes van het weekend nog een redelijk slanke pose in de spiegel stimuleerde, maar het tekort aan lucht was een spelbreker op gezette tijden.

De boodschappen leidden de maaltijdkeuze, kopen op de aanbiedingen, je moet toch wat met deze surrealistische prijzen. Een app van zoonlief. Dat hij de volgende dag het plafond van de badkamer kwam witten. De lieverd. Dat betekende dat lief nog een keer met het warme water en de soda aan de slag moest. We hadden bij de boodschappen van twee dagen geleden nieuwe schuursponsjes gekochte. Maar…Waar waren de sponsjes heen gegaan. Niet op de te doen gebruikelijke plaats onder het keukenkastje. Ze bleken spoorloos. Niet in de lege tassen, niet in de twee andere kasten. Ze waren opgelost in het grote onbekende niets, het zwarte gat van de huishouding.

Lief besloot dan maar snel bij de supermarkt vlakbij twee pakken te kopen en kon daarna aan de slag. Na een uurtje was hij klaar. Ervoor had ik warme thee en pure chocola met hazelnoot klaar om het leed te verzachten. Het hielp om de energie opnieuw op peil te brengen. Ziezo alles klaar voor de grote metamorfose.

Een paar nieuwe naalden aan de das breien. Het werk vordert gestaag en wie weet is het nog op tijd af om de eerste frisse lentedagen te sieren.

Vooralsnog ligt vandaag de rijm op de daken en zal het over een uurtje opnieuw gaan sneeuwen. Vermoedelijk natte sneeuw net als gisteren. Koning winter roert nog even de staart, maar daar is het maart voor.

Een appje van vriendinlief. Was er nog inspiratie als inleiding voor een project over vroeger. Onmiddellijk moest ik denken aan de beide dames die een heel schoolleven met mijn lieve duo en mij waren meegelopen. De onsterfelijke Bep en To, twee zussen die eigenlijk niet zonder elkaar konden en altijd bezig waren herinneringen op te halen. Iets in de trant van vroeger was alles beter, op de kleine ouderdomskwalen na, natuurlijk. To met haar rollator en jicht in de rug, Bep ook minder mobiel, maar nog steeds gek op spruitjes die schoongemaakt in de pan aan de voeten mochten ploempen. Het opspattende water als een feestelijke omlijsting. Succes verzekerd.

Lief komt met de koffie. We kletsen wat bij. Zuslief viert samen met haar man verjaardag in Brugge. Ooit waren de dametjes en ik er tijdens een bitter koud weekend en toch hebben we genoten. Brugge is mooi en pittoresk. Weer voor de tuin is het nog steeds niet, maar na deze week wordt het beter belooft de weerapp op de telefoon. In Verweggistan is het ongeveer hetzelfde weer en in Frankrijk waar dochterlief zit, zijn de nachten koud maar is het wel te doen in hun knussse caravan. Ach ja, de warmte van elkaars gezelschap vermag veel. Zo niet alles.

Overpeinzingen

Als je de natuur mag geloven

Gisteravond zou de redactie van ons blad Mensenkinderen bijeenkomen. We hadden elkaar lang niet meer in levende lijve mogen aanschouwen, dus een feestelijke aankleding was op haar plek. Dat betekende een cake bakken met als extra lekkers een appeltje erin verwerkt. Daarnaast moesten er nog extra lekkere dingen gehaald worden om de innerlijke mens te versterken.

In de avond druppelden de mannen binnen. Drie in getal en de twee dames die verder weg woonden of het te druk hadden gehad, online in een zoom aan het hoofd van de tafel erbij. Eerst hadden we een moeilijke constructie met de djembe, daarna met een keukentrap maar de oplossing bleek veel eenvoudiger te zijn. Met een verlengsnoer en de laptop van de hoofdredacteur was het zo gepiept.

Er werd een uitgebreide inventarisatie gedaan van hoe iedereen de afgelopen tijd had doorgemaakt. Wel en wee kwam aan bod, stimulerende ontwikkelingen, nieuwe stappen die gezet werden, het werk, soms heel veel maar te leuk om te laten liggen, soms de ontdekking dat het anders moest. Maar het was vooral het luisterende oor, de toon, de vertrouwde gezichten, de keuzes die men maken kan, het leven van eenieder op eigen wijze ingevuld. Zo waardevol om uit te wisselen.

Onder het genot van de koffie en de cake werd er een nieuwe opzet gemaakt voor de komende drie nummers. De eerste over natuur, had ik al ingestuurd en dat betekent dat ik pas in juli weer aan de bak moet. We mijmerden over de onderwerpen en brainstormden wat over de mogelijkheden die ze te bieden hadden. Dat is zo fijn is om te doen. Voor je het weet zit je in de bekende flow en stromen de ideeën binnen, maar het rakelde voor mij ook de herinneringen op aan de tijden van weleer, dat we met het team zo’n sessie beleefden en dat achter elkaar het ene lumineuze idee na het andere over de tafel rolde.

Het thema ‘Natuur’ vergt maar zo weinig om in alle opzichten, zowel waar het de beleving betreft als de doelstellingen, ten volle tot bloei te komen. Een polletje aarde is al genoeg. Wat was het leuk om de diverse verhalen van het opwekken van de verwondering aan te horen. Bij mij schoof de dood van molletje en zijn begrafenis dwars door de gedachten heen. De plechtige dodenmars en het statig schrijden op de maat, de afgemeten stappen, de ernstige snoetjes van de lange rij kinderen, het molletje op een rood fluwelen kussen die meer dan dood lag te wezen, de slag van de tamboerijn om het geheel cachet te geven. In variatie op een thema: ‘Een kinderhart is gauw gevuld’, maar je moet wel een ingewijde zijn om de ingang te kunnen vinden.

Een nieuw idee was het thema verlies. Een onderwerp dat je met veel diepgang en zo breed mogelijk kan oppakken. Goed beschouwd verlies je elk moment al een stukje van de tijd, die dan achter je ligt.Je hebt verlies van dierbaren, verlies van omstandigheden, verlies van een levensfase, verlies van woorden bij afasie of dementie, verlies van de geest, als je daar verder op door borduurt. Verlies wedijvert ook met winst. Levert ieder verlies een nieuwe winst op? In ieder geval komt er ruimte voor een nieuw gewin. Verlies is niet vervangbaar. Misschien levert het in de aard van de zaak acceptatie op, bijvoorbeeld door de prachtige herinneringen die achter blijven en waarmee het ook goed toeven is om de ontstane leegte te overbruggen. Zo sparren de gedachten met elkaar op deze morgen, waar witte sneeuwvlokken voor het raam de illusie opwekken dat de winter voor dit jaar nog niet helemaal verloren is.

Mooie romige dikke vlokken, alleen ontbreekt het aan de juiste temperatuur. Zelfs zonder zon verdwijnen ze even hard als ze gekomen zijn. Winterverlies is lentewinst als je de natuur mag geloven.

Overpeinzingen

Snoetjes van weleer

De zondag kabbelde voorbij in alle rust, zoals het een zondag betaamt. Lief sleutelde wat aan de badkamerkast en bij mij steeg de das in lengte met de gebreide draden uit mijn allerlaatste en appelgroene bol wol.

Vroeger kende de zondag vooral hectiek. In de vroege ochtend moest iedereen gepikt en gesteven aantreden. Deels voor de kerk en deels voor de ontvangst van tante Lena, die altijd na de hoogmis van tien uur aanbelde om genoegzaam een kopje koffie te nuttigen en het wel en wee aan te horen over de kinderschaar. In mijn hoofd sijpelt een schimmig plaatje door van een vader, die in hemdsmouwen in alle vroegte de kamer aan het stofzuigen is. Was dat naar waarheid of was het een in elkaar geflanst beeld van de losse herinneringen die zo hier en daar rondwaarden door de geest. Wie zal het zeggen. Mijn oudere broers weten het vast nog wel. Maar tante Lena is een waarheid als een koe. Er was ook een bepaalde opgewondenheid over het bezoek en dat zorgde ervoor dat de sfeer eveneens licht ontvlambaar kon worden.

Gisteren hadden we enkel en alleen de tijd aan onszelf tot een uur of vijf, waarna we koers zouden zetten richting restaurant waar we hadden afgesproken met ‘de vijf kleintjes’ en de aanhang ter ere van jarige zus. Ze vierde het nooit, maar dit was door de jaren heen zo’n beetje een traditie geworden. De vijf kleintjes zijn de benjaminnen van ons grote gezin met de elf kinderen. De twee-eiige tweeling, broer en zus, en de drie zussen erboven. Doordat de oudere broers erboven veel meer naar elkaar trokken, waren wij meer op onszelf aangewezen. Bovendien vertolkten we ook het vrouwelijke deel van de huishouding en derhalve viel het allerkleinste broertje een in de watten gelegd leven ten deel. Ze waren allerschattigst, die mollige twee in hun blauwe gewatteerde pakjes, kruipend over de stoep.

Goed beschouwd was er zo’n andere tijdsindeling vroeger. Als het zo uitkwam kon mijn moeder de hele dag in de weer zijn met het huishouden. Wassen was een dagtaak, strijken evenzo, eten bereiden met schoonmaken van de enorme hoeveelheden groenten, het koken an sich in de grote pannen, de vaat. De rest werd miniem bijgehouden, stoffen, schuieren of stofzuigen, afhankelijk van de tijd waarin we leefden, matten kloppen, bedden opmaken. De wc en de douche kregen dagelijks een beurt, want een schoon huishouden kenmerkte zich door een gegloord sanitair. Dat werd ons met de paplepel ingegoten. Tussendoor werden er kousen gestopt en schoenen gepoetst, neuzen afgeveegd, baby’s verschoond, kinderen naar school of de voetbalclub gedirigeerd en nog was er tijd om te lezen.

Als afleiding kwamen de winkeliers aan de deur, de verzekeringsagent van het Hoge Huys, Jo de melkboer, Ad de kruidenier, de bakker, Duikkie de groentenboer, de haringkar, de voddenboer, de scharensliep, maar nooit op zondag. Op zondag was er de kerk en tante Lena en natuurlijk het voetbal van de club waar mijn vader voorzitter van was en waar veel van mijn broers in het eerste speelden. Die kwamen eerst allemaal de heerlijke soep van mijn moeder eten bij ons thuis en dan werd ondertussen de hele mise-en-scene doorgenomen. Zo konden de mannen gesterkt aan de wedstrijd beginnen. Winst of verlies vertaalde zich in wisselende buien later op de dag.

Gisteren was er geen sprake van buien aan tafel. Zuslief zat helemaal jarig te wezen en we hadden met elkaar een uiterst genoeglijke avond met verhalen, herinneringen, anekdotes en veel humor. De keuze was prima, de gerechten en de wijn lieten zich smaken en wij waren weer even onder elkaar, de vijf kleintjes met of zonder de geliefden. Jeugdige ogen in de oudere gezichten, snoetjes van weleer.

Overpeinzingen

De juiste balans in het samenzijn

Een tikkeltje nerveus probeerde ik vijf kwartier in het uur te persen. Pas toen we op weg waren richting Amelisweerd viel tijd op haar plaats. Met twee lieve potten met blauwe prille druifjes, stuk voor stuk mooi ingepakt en een kinderboek voor de kleine met de hoofdpersoon Monstertje als vingerpop erbij, waren we klaar en praktisch op tijd voor de ontmoeting. De twee kinderen van lief, waarvan ik er al met één kennis had gemaakt maar de dochter nog nooit had gezien.

In de Veldkeuken was er gelukkig nog plek. We waren eigenlijk net de drukte voor, na een kwartiertje stroomde het volk binnen. We zaten boven en ik was verbaasd, hoe ruim het was geworden daar. Onder de hanenbalken en binten was het goed toeven. Een tafel voor zes met een kinderstoel aan het hoofd, waar de kleine pork al snel uit wilde omdat hij het houten gevaarte voor zijn buikje niet prettig vond. Dan maar op schoot bij tante, een spraakmaker van het eerste uur, met gezellige en sprankelende ideeën en verhalen en haar bedaarde en nuchtere echtgenoot. Beiden in balans. Het weerzien met lief was bijzonder aangenaam en verrijkend. Zo terloops kreeg hij steeds de credits toegeworpen die hij verdiende voor zijn inspanning om de kinderen een warme thuishave te geven. Zoonlief en zijn Braziliaanse echtgenote zaten wat verder weg, maar hen hadden we al eens eerder opgezocht en hadden alle niet gedeelde jaren bijgepraat.

Het boek en vooral het monstertje viel in de smaak en later was er gelukkig nog een kleurplaat, waar hard aan gewerkt werd. De lunch was heerlijk, eigenlijk hadden we bijna allemaal de bonensoep genomen, die werd geserveerd in enorme borden met rul gebakken broodkruim als knapperig bergje er middenin. Samen met het zuurdesem-landbrood uit eigen bakkerij een heerlijk maal.

Ze raakten niet uitgepraat over vroeger, de kinderen en lief, dierbare herinneringen aan de vele huizen waar ze in hadden gewoond, de bijzondere voorvallen die ze hadden meegemaakt en de roedel honden samen met de andere beestenboel, die deel had uitgemaakt van het gezin. Na de uitgebreide maaltijd met voor de liefhebber nog een toetje konden we niet anders dan een kleine wandeling maken door het ons vertrouwde gebied. De anderen hadden dit stukje natuur nog nooit gezien. De vele sneeuwklokjes waren aanleiding voor zoonlief om te vertellen dat zijn oma ooit sneeuwklokjes had uitgezet op Texel, omdat ze daar niet waren. Ze had ze meegenomen uit Frankrijk. Nu stond het hele eiland er vol mee. Een kleine wens voor het landgoed in Verweggistan.

Ze verlangden ernaar om het huis weer eens te zien. Toen zij er voor het laatst waren was het nog niet opgeknapt. Dochterlief vertelde dat ze het kamertje achter de zolder maar een griezelig oord had gevonden. Of de caravan er nog stond, vroegen ze zich af. Besmuikt dacht ik aan het bemoste obstakel. Misschien moesten we ‘m toch een keer opknappen, zodat er ruimte was om er te slapen. Nu stond ze vol met tuingereedschap dat makkelijk een plek kon krijgen in de grote schuur.

Heerlijk om zo even te dagdromen en te spelevaren met de mogelijkheden. Iets waar lief nu nog niet aan moet denken, door het flinke werk dat er aan vast zit. Kalmpjes aan dan breekt het lijntje niet.

Na de wandeling namen we hartelijk afscheid. De hele bijeenkomst had me hooglijk verheugd. Zo fijn om dat stukje verleden van lief tot leven te horen komen in warme herinneringen en enthousiaste verhalen. De juiste balans in het samenzijn.

Overpeinzingen

Om met verve te dragen

Lief probeerde deurtjes af te stellen, zodat ze recht in de kleine wastafelkast zouden hangen, en ik met mijn eigen voortvarendheid trachtte aanwijzigingen te geven. Iets waarvan ik eigenlijk al wist dat het niet zou werken. In mijn ongeduld komt mijn vader in mij naar boven. Hij legt dan met veel bombarie gewicht in de schaal, iets wat de zachte en secure aanpak van een ander in het nauw drijft. ‘Niet doen Pa, blijf maar slapen, dan ga beneden lekker thee zetten’.

In die tussentijd, de telefoon lag beneden, had dochterlief vanuit Parijs gebeld. Als ik terugbel hoor ik haar vertrouwde stem alsof ze naast me op de bank zit. Ze hebben het naar hun zin, al moest kleindochter de omvang van ‘de reis’ nog leren bevatten. ‘Zijn we al bijna bij ‘de reis’’ was de vraag. Een mooi voorbeeld hoe verschillend het voorstellingsvermogen is en dat het tegelijk een bron van misverstanden kan zijn.

Ik las in de Groene van deze week een recensie van Zadie Smith, die eerder verschenen was in ‘The New York Review of Books’ over de film ‘Tar’. Er hoort nog een accent op de A, maar dat vergeet ik gemakshalve. Het is een boeiend verhaal over de generatiekloof die er heerst tussen Max, een jongen van achttien en de dirigent van om en nabij de vijftig. ‘Ik hou niet van Bach’, zegt deze Max tegen Lydia Tar en daarmee start een boeiende verhandeling over de grootte van de kloof tussen de diverse generaties. Een film om te onthouden want ze lijkt me zeer de moeite waard.

De stadscamping in Parijs bleek niet optimaal te zijn. Het was de enige camping, ze was niet erg schoon te noemen en het speelplaatsje voor de kinderen was buiten gebruik. Kinderen konden geen vrienden maken. Parijs zelf was heerlijk. Een groot avontuur. Ze zouden wachten op de voetbalwedstrijd vanavond in het stadion, waar zwager voor de kaartjes had gezorgd en dan toch morgenochtend al verder trekken richting Dyon en niet pas maandag, zoals het oorspronkelijke plan was. Fijn om haar zo dichtbij te voelen. In die zin is alles een stuk bereikbaarder dan vroeger, over een generatiekloof gesproken.

Straks zijn we uitgenodigd voor de lunch door de niet biologische kinderen van Lief. Het is de eerste keer sinds lang, dat de dochter ook weer van de partij is. Ik heb haar nog nooit gezien. De locatie was zo dichtbij dat we het op moesten zoeken. Het is bijna een thuiswedstrijd en toch herkenden we gewoon de plek niet, juist omdat het zo eigen is. Iets om over na te denken. Het kwam omdat de locatie nog steeds verbonden wordt aan de plaatsnaam van de naburige kleine stad en in mijn beleving hoort het gewoon bij Utrecht zelf.

Een beetje spannend vind ik het wel. Het gaat toch om een eerste indruk. Een kleine attentie is op z’n plek, bedenk ik me, een potje met bollen, voorjaarskruiers om het ijs te breken, de kleine een prentenboek. En verder misschien nog een wandelingetje in het bos, of de boom met de uitgesneden dassen bewonderen. Het blijft aftasten, zo’n nieuw deel van de familie. En dan heeft het slechts deze omvang.. Hoe veel meer mensen zijn er aan onze kant. Mooi om even bij stil te staan. Dat heeft Lief ook doorstaan. Uitdagingen houden het spannend.

De laatste bol wol is aangebroken. Dan is mijn das af en de winter voorbij. Geeft niets, want het zijn allemaal lentetinten. Hard aan gewerkt, die hele winter lang. Om met verve te dragen.

Overpeinzingen

Voor herhaling vatbaar dus

Die arme pakjesbezorger die in een keer de twee bouwpakketten naar boven sjouwde. O jee, bouwpakketten, daar hadden we even niet aan gedacht. Dat bedenk je alleen bij dat Zweedse warenhuis. De bezorger kreeg een gulle fooi, die gezien de zwaarte van de pakketten nog wel hoger had mogen zijn, bedacht ik me achteraf spijtig. Maar ja, berouw komt na de zonde. Hij moest het er mee doen en bedankte mij en het hele universum uitvoerig. Lief zou op de hem welbekende secure wijze aan de slag gaan en ik was blij dat ik met mijn ‘eventjes’ en ‘vlug’-instelling de kuierlatten kon nemen.

Mijn eerste reactie op de app van zoonlief over de locatie was ongeloof. Wat stond daar nu weer voor cryptisch, mijn eigen verschrijvingen en het zelfdenkende telefoontje kennende, vroeg ik hem nog eens om uitleg. Maar de locatie bleek te kloppen. De hei bij ‘t Bluk in de buurt van Laren.

De mevrouw in de telefoon dirigeerde me allesbehalve die kanten op. De afslag naar Baarn. Huh. Het kleine landweggetje opschieten richting Eemnes en dan bij een driesprong, een fietspad, een pad voor bestemmingsverkeer en het vervolg van de weg, werd het dusdanig verwarrend dat ze me nog een keer de snelweg op stuurde. Op die manier kreeg ik een extra rondje, gratis en voor niets, erbij. Het bleek dat het bord bij het bestemmingsverkeer andersom stond en daar stond op ‘Theehuis ‘t Bluk’. De aanhouder wint. Zoonlief was er al.

Schitterende heide, zo ver als het oog strekken kon, met een aantal fiets-en weinig wandelpaden helaas. Het was met kleine kinderen, die alle kanten op wilden behalve de goeie, dan ook kamikaze. Vooral met nietsontziende oudere heren op een racefiets in hun aalgladde pakjes, die al snuivend schreeuwden dat we uit moesten kijken. Is het niet zo dat langzaam verkeer voorrang heeft boven veel te snel verkeer. ‘Ga stoeptegels tellen’, dacht ik even in mijn wiek geschoven.

Bij het eerste het beste zandpad met een ruiterpad ernaast schoten we linksaf en daar lagen tot grote vreugde van de ondernemende kleine krullebol stammen en stammetjes die er om vroegen om dwars over het weggetje te leggen, temeer omdat een voorganger daar ook al mee bezig was geweest. ‘Zien slepen, doet slepen’ in variatie op een thema. De benjamin in zijn winterpak waggelde er welwillend achteraan en greep wat lichte takjes.

Op het ruiterpad lag een grote paardenvijg dat met een stokje aan een nader onderzoek werd onderworpen. Pas toen zoonlief zei dat het poep van het paard was, verdween het enthousiasme. Soms moet je ze niet wijzer maken dan ze zijn.

Halverwege het paadje keerden we om. Aan het begin van het pad stond een vader van het gezin, dat daar op een bankje was neergestreken, alle stammetjes naar de zijkant te slepen omdat er laatst nog een crossfietser was verongelukt. Zoonlief en de kleine krullebol hielpen braaf mee en daarna togen we richting speeltuin bij het theehuis. Dat was niet tegen dovemansoren. Thee, chocomel, appeltaart en schommelende kinderen, die hier en daar nog wel een duwtje nodig hadden, viel ons ten deel.

De bediening was met de late namiddagzonnestralen uitgelaten vrolijk. Om ons heen waren ouders of grootouders met kinderen neergestreken. Het was er gemoedelijk en gezellig. Op het speelfront moesten de kaarten even geschud. Wie wilde met wie spelen en wie mocht op de schommel of de glijbaan. ‘Allemaal’ was de conclusie, dat betekende water bij de wijn doen voor iedereen.

Na de versnaperingen en een laatste duwtje werd het echt tijd om naar huis te gaan. ‘Dag lieve schatten, high five of een kusje’, ze mochten kiezen. Wat een heerlijke middag en wat een prachtige plek. Voor herhaling vatbaar dus.

Overpeinzingen

Rust en balans

Internet afstruinen op jacht naar een badkamerkast en een wastafel-onderkast. Geen één leuke, die ook nog betaalbaar is en niet meteen een hoofdprijs kost. Maar dan, in een ingeving, bij een van de twee Duitse supermarkten staan beide te pronken voor een zeer haalbare prijs. Niet dralen maar betalen. En in no time is de koop gesloten. Er was geen handjeklap bij nodig.

Lief trekt strijdvaardig plastic handschoenen uit de la, de soda, een emmer met warm water en een zachte schuurspons, klimt de ladder op en gaat de schimmel in de badkamer te lijf. Ziedaar, als sneeuw voor de zon. Dat wisten we niet. We hadden het filmpje van onderhoud aan huurhuizen van de wooncorporatie bekeken en daar kwam die duidelijke instructie uit. Werkelijk, wonderen zijn de wereld nog niet uit. We zijn nooit te oud om te leren, dat bleek wel. Ik ontferm me ondertussen over de aankleding van de werkkamer en de slaapkamer. Ineens wordt het omgetoverd tot een eigen sfeer, een rustig zijn. Met de zon erop ziet het er nog mooier uit. Simpele veranderingen kunnen tot grote resultaten leiden.

Moe maar voldaan uitpuffen op de bank en genieten van Volle Zalen, dat een beeld schept van de zanger Dotan. Wat een prachtig inkijkje wordt er gegeven van een man die vooral leerde van zijn eigen stommiteiten en in alles wat in zijn macht lag, op zoek ging naar zijn werkelijke zelf. Iemand die mijlen ver weg was door het grote en vaak ook gedicteerde succes. Nu treedt hij op in kleine zalen, heeft elke vorm van snobisme laten varen, begeeft zich tussen het publiek, praat met zijn ‘aanbidders‘ die al zijn teksten uit het hoofd kennen en tussendoor straalt hij warme sympathie uit bij een ontmoeting met zijn Israëlische vader. Het is een wijs en aimabel man geworden, die oprecht op zoek is gegaan naar wat hem het meest beroerde en na aan zijn hart lag. Dat is weer eens wat anders dan een programma met alleen maar schimpen en verwijten. Op zoek gaan naar de goeie kanten van de mensheid zou ons allemaal deugd doen, zeker als er een aanleiding voor is. We leren per slot van rekening allemaal door te struikelen. Daar zijn we mens voor.

Gisteren een appje dat de nieuwe auto volgende week wordt geleverd. Een boodschappenritje met de kleine Blauwe Prins werd onmiddellijk een nostalgische ervaring, een soort heimwee avant la lettre. Ik ga hem heel erg missen, want in de stad is het een handzaam gevalletje parkeren. De kleinste plekken zijn goed. Met die witte tornado zal het leven alweer een andere wending nemen. Alles went op den duur.

In Parijs zijn de kinderen bezig aan een ander soort nostalgische toer. Ze bezoeken de creperie in Montmartre, drentelen rond de Eiffeltoren, omdat de kleine spring-in-het-veld haar stepje had meegenomen en die mocht niet mee naar boven en struinen door de Champs Elysee. Ze bezoeken al die plekjes, waar we met elkaar de eerste keer samen Parijs hebben gedeeld als gezin toen oudste dochterlief er au pair was.

Vanmiddag zie ik eindelijk zoonlief met mijn kleine krullenbol en de benjamin weer. We gaan wandelen in het bos. Uitgerekend vandaag komen ze een van de bestelde meubels afleveren. Lief blijft derhalve thuis. Morgen komt het tweede meubel al. In het huis van zoonlief zijn ze volop bezig om de schade, buurman’s auto die door hun gevel geschoten was, te herstellen. Eindelijk weer een normaal huis. Dan kunnen ze nu gaan focussen op de komst van de baby in juli. Dat gun ik ze heel erg. Nog een paar maanden rust en balans.

Overpeinzingen

De waarheid op alle fronten

Wat een wonderlijke dag was het gisteren. Het was al vroeg dag, omdat ik een afspraak had op de longfunctie. Even blazen. Geen sinecure als je net een covidbesmetting doorgemaakt hebt. ‘Wel iet of wat achteruit’, dacht de verpleegkundige maar pas van de longarts hoor ik de ins and outs. Geduld dan maar weer.

Tussendoor wacht ik op dochterlief en haar lieve man. Hij moet voor een extra scan naar de uroloog, na een verwijdering van een cyste en een minder soepel genezingsproces. Het blijkt dat ze nog een uur moeten wachten en ik moet door naar mijn fysio. Te weinig puf, dat wel en dat maak ik hem duidelijk ook. ‘Dan gaan we voor de makkelijke zitvarianten’, bedacht hij en ik kon het alleen maar onderschrijven, zo moe was ik alleen al na het tien minuten lopen.

De dag ervoor reden we in de kleine Blauwe naar de parkeergarage Vaartsche Rijn. Van daaruit hoef je alleen maar de kade af te lopen om bij het Louis Hartlooper-comlex te komen, in de volksmond nog altijd aangeduid als het politiebureau Ledig Erf. Om te koesteren dat oude gebouw, waarin de voetstappen van mijn vader de granieten vloeren mede hebben ingesleten. De film Aftersun wachtte, maar eerst de inwendige mens versterken met een harira-soepje. Heerlijke lunchhap voor tussendoor.

Het was druk in de zaal. Tja, weliswaar maandag, maar toch ook vakantie. Nu eens niet een golvende zee aan grijs boven de stoelen, maar ook veel jongeren, die bepakt en bezakt neerploften in het pluche. Wederom, zoals de laatste tijd zo vaak, bleef het de hele film lang doodstil. Zelden zagen we een film waarbij zoveel, tussen het gesprokene, zonder woorden werd gezegd. De zaal hing zwijgend tegen de beelden aan. Er kraakte geen zakje.

De trage start, het verheffende gebabbel van de jonge dochter, het moeizame openbloeien van de vader, de intens tedere verhouding tussen een vader en zijn dochter en het zwaard van Damocles dat alles als de rode draad van Ariadne met elkaar verbond, in een woord, adembenemend.

Zonder dat we het in de gaten hebben loopt de agenda voller dan vol. Een lunch midden in het bos, een etentje aan de plas ter ere van de verjaardag van zus, op de rol staande bezoekjes aan de kinderen, zorgen ervoor dat de tuin er bekaaid van afkomt. Gisteren was het nog te koud en te winderig, wij nog na-covid vermoeid, maar vandaag zouden we in huis bezig kunnen of op de tuin. Afhankelijk hoe lang we in bed blijven lummelen, puzzelen, schrijven, lezen, zullen we straks een plan maken. De zon lacht en straalt over onze verstilde skyline van Nieuwegein, met haar daken, pluimen uit de schoorstenen, kantoorgebouwen glinsterend in de zon. Af en toe doorkruisen vogels het zwerk. De straten zijn leeg en stil. Het is vakantie.

Het boek ‘De Ondergrondse Spoorweg’ van Colson Whitehead is adembenemend spannend. Gisteren zat ik in de wachtruimte van de longfunctie en kon er nog net een beetje in verdwijnen. De verpleegkundige was verbaasd en vroeg of ik me wel kon concentreren in de drukte van af-en-aanlopende patienten, het geroezemoes, de reuring door de oproepen. Als ik eenmaal in het verhaal zit, vergeet ik alles om me heen, verzekerde ik haar. De beelden die hij oproept over de slavernij op de plantages in Amerika zijn zo schrijnend. De mensonterende behandeling die het volk moest ondergaan bij vermeende vergrijpen zijn te gruwelijk.

Dit boek verdient een groot publiek, ook om voor eens en voor altijd de twijfel die er bestaat omtrent slavernijverleden op alle fronten weg te nemen. ‘Homo homini lupus est’, de waarheid op alle fronten.

Overpeinzingen

We blijven ze volgen

Het onzalige idee om op zondag dat Zweedse warenhuis binnen te lopen om een badkamerkast te zoeken is natuurlijk vragen om moeilijkheden. Met dat ik de volle parkeergarage monsterde wist ik dat het een verkeerde keuze was. En eigenlijk was het me vanaf het begin al bekend. Ik had niet anders verwacht. Wie een observatie wil maken van de smeltkroes aan inwoners van Nederland, pakt ergens een Malmö-meubel, gaat zitten en kijken. Of ook goed te doen, verover een plek in het zelfbedieningsrestaurant, schetsboek in de aanslag en teken de langskomende verschillen. Het zal een verheffende ervaring zijn, kan ik jullie verzekeren.

Waar graaien mensen zoal naar. Op elke afdeling was het even druk, behalve op de kinderafdeling. Wonderlijk, juist omdat de voorjaarsvakantie hier is begonnen. Wel huilende kinderen vlak daarachter, die gedwongen werden om alle hebbedingetjes, speelgoedluilekkerland, achter zich te laten. ‘Nee, nee, nee ik wil niet’ klonk het uit zo’n kinderwagen.

Trap op, verkorte route, te ver doorgeschoten, stukkie terug en met hetzelfde marstempo er weer uit. Pfff. In de kleine Blauwe werd de hartslag weer rustig, daalde de geest neer, bevrijding van de koopdwang.

Geen kast, maar ik vermoed dat het bij de volgende discounter met gemak te vinden zal zijn, alleen niet vandaag. We waren beiden heel moe geworden. Dat was toch nog een nasleep van de coronaperikelen. Boodschappen waren snel gedaan, waarbij een van de medewerksters zich verbaasde bij een controle naast ons over de prijs van de olijfolie, ‘8 euro? Hoe dan.’ Ach ja. Welkom in de consumentenwereld, vloeibaar goud zijn onze liquide middelen, letterlijk en figuurlijk.

Wakker worden in een nieuwe kamer met uitzicht is altijd wennen. Het zonlicht, gefilterd door de licht geweven gordijnen kwam zacht binnen. Buiten zagen we de contouren van de strook bomen aan de achterkant van het park, nooit geweten dat je die van hieruit zittend op het bed kon zien. Er waren de daken van de huizen in de wijk en de kantoren erachter. Een feestje, omdat het een groot en licht panorama behelsde. Kauw stak zijn koppie om de hoek van de dakgoot heen, keek met zijn pientere ogen naar binnen en daarna naar de voederplank beneden om er in eenzelfde vaartje naar toe te vliegen. Gezelliger dan de drie takken van de boomkruin in ‘het venster op de wereld’ boven.

Vanmiddag gaan we naar de film ‘Aftersun’. Aanvankelijk wilden we naar het Singer Laren, maar daar was het al veel te druk, zagen we aan de reserveringen. Wel hebben we vast voor de Van Dongen-tentoonstelling op maandag over twee weken gereserveerd. Anders komen we er misschien niet eens meer tussen. De tentoonstelling is erg gewild.

Gisteren zagen we toevallig de derde aflevering van ‘De nieuwe Vermeer’. Men moest een voorstelling maken naar aanleiding van een verdwenen kunstwerk uit een vroege periode van Vermeer, waar Venus, Mercurius en Jupiter in voorkwamen, een mythisch gegeven. Alle kunstenaars gingen hard aan de slag, tackelden de beren op hun weg en de twee kunstenaars die werden ingewijd in het werk van Vermeer en zoveel mogelijk een beeld moesten creëren dat met een echte vroege Vermeer overeen kwam, gingen totaal verschillend te werk, waarbij de deadline voor een van hen angstvallig naderbij kwam zonder dat hij een streek op ht immens grote doek had gezet. Boeiend hoe zoiets werkt. Toch bleek zijn werk, onder hoogspanning vervaardigd, het uitverkorene te zijn. Door alle spanning en stress van de afgelopen tijd raakte hij ontroerd. Dat was mooi om te zien. Letterlijk bloed, zweet en tranen.

We zijn weer een mooi programma rijker. Dochterlief en haar gezin hebben het heerlijk in hun kleine knusse huisje. We blijven ze volgen.

Overpeinzingen

Ons eigen levenslied

De schatjes zijn vanmorgen vroeg vertrokken. Om zeven uur reed slaapmutsje de straat uit, nagewuifd door zoonlief, die een passende support bracht. Dat vind ik zo lief, zo’n spontaan initiatief.

Het feest gisteren was een doorslaand succes. Mijn hele familie op één na kwam de vierenzeventigste verjaardag van broer meevieren. Een drukke huiskamer vol met de vertrouwde koppies, kipkluifjes, kaasfrituur, frikandellen en kroketten, patatjes voor een weeshuis. Tussendoor de sterke verhalen, al dan niet aangedikt door genuttigde biertjes, kwinkslagen, grappen en grollen, zoals gewoonlijk. De familie op dreef. Wat een heerlijk en ongedwongen samenzijn. Er wordt besloten met ijs en koffie en daarna trekt de familie weer verder. Dag lieverds. Zieke broer is er niet bij, maar die strooit bemoedigende berichten over de familie-app. De stemming is opperbest.

Lief was gaan wandelen in Utrecht. De singels over, een oud stuk Utrecht door en weer met de tram naar huis. Zijn eerste rondgang na corona. Niemand heeft verder last gehad van bepaalde symptomen. Het virus is mild voorbij getrokken.

Beneden wordt er gerommeld. Dozen opengemaakt en weer dichtgeplakt, alles wordt opgestapeld op het kleine kamertje, dat als opslag zal dienen voor die zes maanden, dat zoonlief en vriendin bij dochterlief in huis wonen. Zo valt alles op de juiste plek. Ieder z’n eigen stek. Ik vind dat zoonlief en ik het goed gedaan hebben al die jaren. Elkaar de ruimte gegeven, zoonlief hier op kamers laten zijn, zodat we veel vrijheid kenden om te gaan en te staan waar we wilden. Zo hoort het eigenlijk als de nood wetten breekt.

Met z’n vieren in het huis was nog wat meer aanpassen. Rekening houden met douche en keukengebruik, ontsnapmogelijkheden als de werkkamer creëren en vooral ‘leven en laten leven’ hanteren. ‘Nu kunnen jullie bij ons op bezoek’, merkt zoonlief op. Haha. Dat zullen we dan eens gauw doen.

Het is eigenlijk tuinweer. De lucht is geklaard en er staat nog wel een straf windje, maar het ziet er buiten, waarschijnlijk zolang je achter glas bivakkeert, heerlijk uit. We spellen de krant uit, drinken koffie en luisteren naar een stukje klassiek, een kalm begin van de zondag. In een blog van een ander wordt het klaarzetten van het ontbijt geroemd en daardoor moet ik ook denken aan moeder, die een broertje dood had aan de vroege ochtenden. Ze zorgde er derhalve voor dat alles klaar stond voor de hele kinderschaar, zodat we onszelf konden bedruipen. Zelf kwam ze dan pas om een uur of negen beneden om uitgebreid de ochtendkrant op haar knieën op de vloer uit te vlooien. Een klein persoonlijk gewin, dat moment voor haarzelf. Ochtendmens ben ik geworden, maar geen vroegopstaander.

Met zonnige dagen verlang ik naar Verweggistan, waar het in de vroege ochtend, als lief zich nog een keer omdraait, zo heerlijk wakker worden is op het terras achter de grote houten tafel in de opkomende zonnestralen met het uitzicht op het terrein, de glooiende tuin met haar beelden, de fruitbomen, de rode beuk. Nog even wachten en dan kunnen we weer.

Geduld is een schone zaak. Daar moeten we het voorlopig mee doen. Nu we het huis alleen hebben zullen we de eerste aanpassingen uitvoeren, hier en daar wat opknappen, achterstallig onderhoud aanpakken en wat door de tand des tijds is aangevreten, vervangen. Zo worden er steeds meer stappen gezet naar het persoonlijk leven. Iets om naar uit te kijken als alles eindelijk in de juiste groef valt. Daarna draaien we ons eigen levenslied.

Overpeinzingen

Er is zoveel achter je horizon

Het regent pijpenstelen. Dat is lang geleden, dat het zo hard kletterde op ons venster van de wereld. Morgen zullen we het moeten doen met een volstrekt andere kijk op de wereld. Dan liggen we prinsheerlijk in het ruime tweepersoonsbed beneden en hebben zicht op huizen en kantoren. Niets is ons vreemd. De bomen hebben ze helaas in de loop der jaren rigoureus aan de achterkant gesloopt. Voor geven de bomen voor het raam de belofte van natuur weer van het park er tegenover. Er is altijd een uitweg te vinden. Nederland blijft, wat dat betreft, een postzegel.

Ik lees een dagboekfragment van Mensje van Keulen uit eind jaren zeventig en herkenning dient zich aan. Hoog zwanger van oudste dochter in het turbulente uitgaansleven van Utrecht, nog net ongetrouwd. Er waren perikelen, wijn en sigaretten in overvloed. Verboden werden slechts mondjesmaat toegepast. Wij waren voor onszelf verantwoordelijk. Vaker ook niet of nauwelijks. Moederschap overviel me net zo als het klaarblijkelijk Mensje van Keulen deed. Een huilende baby met krampjes, maar ook de liefste om te ruiken, door de zwarte haartjes te strijken, de bolle wangetjes te kussen en plat te knuffelen. Broerlief kreeg haar stil met een recital van een keiharde Jimi Hendrix. We woonden op onze eigen ‘watchtower’, op de zolder van een oude boerderij met een wasmachine en een oude centrifuge, katoenen luiers en hippievermaak. We bakten brood en kwamen rond met nagenoeg niets. Om de tijden tussen de veelvuldige voedingen op vraag te stillen versierde ik fluwelen lapjes met lovertjes, macrameede plantenhangers, en haakte ik picootjes voor aan de gordijnen. De oude hanglamp kreeg een lint versierd met rasta-kralen. Het leven was gekrompen tot de babyromantiek en de eerste moeilijke wendagen van samenleven plus een.

Het etentje gisteren bij mijn lieverdjes die dadelijk hun avontuurlijke reis gaan beginnen was een aangenaam verpozen. Er viel honderduit te kletsen, plannen te smeden voor zo dadelijk. ‘Hoe vind je het dat we dit gaan doen’, vroeg mijn lieve schoonzoon. ‘Ongelooflijk leuk en spannend. Zo heerlijk om nog eens zo’n avontuur aan te gaan’, vond ik oprecht. Wat zullen de kinderen veel opsteken van deze tocht. Levend leren in optima forma. Beter kan je het je niet wensen.

Als ik jonger was geweest hadden lief en ik een groot deel van de dichtbije wereld ontgonnen, daar ben ik heilig van overtuigd. Ooit waren we al bezig met uitgebreide kennisvergaring van andere landen, Spanje, Scandinavië in oude tentjes, rugzakken op, geen cent te makken. We sliepen op kleine campings, in het vrije veld, in de trein als het zo uitkwam. Eten bestond uit de producten van het land zelf, hoe leer je anders ooit olijven en pepers eten. Nog steeds zijn we er gek op, maar nu gebeurt het reizen vanuit de veilige twee thuishavens. Tel uw zegeningen. Maar jong en ondernemend roept de wereld.

Ik beloof aan dochterlief haar breien te leren als ze in Verweggistan komen logeren met hun caravan, die slaapmutsje heet. Lieve knuffies vallen me ten deel bij het afscheid. ‘Dag lieverds. Een hele fijne ontdekreis straks’. De eerste stop is Parijs. Ze staan op een camping in het Bois de Boulogne aan de Seine. Nog even een mix van natuur en de mondaine wereld eer ze volop op de natuur aangewezen gaan zijn. De kleine filosoof gaat met zijn vader naar een wedstrijd in het stadion. Genieten van de geneugten die het land te bieden heeft. Er is zoveel achter je horizon.

Overpeinzingen

Het leven lichter maken

Alarmerend bericht dat een van de broers niet lekker was geworden sinds gisteren. Hoge koorts, urineweginfectie en ijlen op hoog niveau. Vanmorgen appte het slachtoffer zelf alweer en noemde zijn broers ‘ouwe mannen’ en het ongemak ‘kwaaltjes’. Droge humor staat hoog in het vaandel en het bagatelliseren van de boel. Vooral niet meegaan in heftigheid. Hou het luchtig. Je hoorde dwars door de app iedereen weer opgelucht ademhalen.

De filosoof en zijn zus maken zich klaar voor de, voorlopig, laatste schooldag. Heerlijk. Vanavond ga ik gezellig bij ze eten. Ik pieker nog even voort over een passend cadeau. Het moet wel bruikbaar zijn voor allen. Mijn lieve wederhelft blijft nog twee dagen in quarantaine, al is hij niet erg er van overtuigd, dat het helpen zal.

Gisteravond was Floortje in Turkije. Eerst was er dat kamelengeworstel, waarbij de enorme dieren al schuimbekkend hun gewin probeerden te halen. Het hele circus erom heen met etende mensen, schreeuwende mannen, de opzwepende klanken van Zurla en Tapan stonden in schril contrast met het bezoek aan de rijke dierenvriend daarna, die heel veel zwerfdieren had opgenomen in zijn huis, waarbij de grote troep zeemeeuwen nog wel de meest uitzonderlijke was. Wat een ongelooflijk lieve man.

Ook hier waren flemende ezeltjes, net als bij het programma van de dag ervoor, Ilja op Corsica, met heel veel informatie waar ik tot dan toe geen weet van had. Dit soort leuke sfeertekeningen zijn de krenten in de pap. Genieten op hoog niveau. Niet in de laatste plaats door Ilja zijn ontwapenende houding naar de mensen toe. Ze verdienen alle aandacht van ons.

Na Floortje was er nog een verhaal over de zegen die doorzettingsvermogen heet in het programma ‘Ik Vertrek’. Beide stellen die erin voortkwamen moesten opnieuw op gaan bouwen om volstrekt andere redenen. Door stug door te sappelen lukt het het tweede stel om zelfs na een grondige verwoesting door een aardbeving hun paradijs te herscheppen. Wat een veerkracht, niet op de laatste plaats door de rotsvaste overtuiging van beiden. Diep respect voor een dergelijke aanpak.

In deze wat sombere dagen, die gekenmerkt worden door op en top huiselijkheid, is dit soort informatie van harte welkom. Het leidt af, bestempelt het kleine geluk, het geeft een inkijkje in het geluk van anderen en roept vragen op, wanneer iets cultuurbepaald is en of je het dan moet laten, als er niemand bij lijkt dood te gaan, of dat je moet ingrijpen omdat de schuimbekkende kamelen zo zielig ogen als ze, met hun nekken verstrengeld, tegen elkaar aanhangen onder het luide ophitsende geschreeuw. De antwoorden blijven in het midden liggen. Bij dat gelige schuim rond de opgetrokken lippen denk ik aan paarden in het nauw. Dat is waarschijnlijk een verkeerde associatie. Dat zorgt ervoor, dat we het niet op het juiste niveau kunnen beoordelen. Schuimbekken op zich is hier al negatief.

In een gesprek van Typhoon en Stef Bos komt beider overwinning op het leven ter sprake. Stef zijn zoon was ernstig gewond geraakt bij een auto-ongeluk waarbij de schoonmoeder overleed en Typhoon vertelde openhartig over zijn depressie. De mens in al haar machteloosheid en kwetsbaarheid. Typhoon zingt in een van zijn nummers tegen zijn vriendin: Wij zijn niet de oplossing voor elkaars verleden’. Dat is los gefilterd van de context al een hele mooie. ‘Wel kan je elkaar ondersteunen en helpen in de liefde samen’ wordt er later aan toegevoegd. .

Een van de eerste voornemens die wij hadden, Lief en ik, was dat we samen het leven mooier wilden kleuren. Elkaar aanvullen waar de ander om de een of andere reden het even niet kan. Een van de mooiste definities die ik ken. ‘Echte liefde is het leven lichter maken’.

Overpeinzingen

Tijd om de lente te omarmen

Net ‘Floortje gaat mee’ teruggekeken en diep onder de indruk van dit prachtige programma. Zo puur en zo au naturel als ze is zoekt ze in mens en dier eenzelfde puurheid en vindt het ook samen met haar reisgezel, de fotograaf Jasper Doest, die al even begaan is met de dieren. Thuis neemt Floortje afscheid van haar twee ezels en dan gaan ze op pad om de relatie mens en dier uit te diepen. Ze komen uit in Roemenie, waar nog steeds veel beren leven, waar volop mee gesold is, door ze als welp gevangen te nemen en op te laten treden in kleine circussen. Doorgaans worden ze opgesloten om als attractie in veel te krappe hokken mensen en kinderen te vermaken. Ze ontmoeten een vrouw die voor de vrijheid van de beren vecht en met eenzelfde eenvoud en liefde voor het leven, mens en dier, ieder levend wezen, hen hun vrijheid gunt. Een voorbeeld voor de wereld, deze kleine dappere vrouw.

Schoondochter heeft vandaag ook positief getest. De cirkel is rond. Hopelijk zijn we nu allemaal een jaar verschoond van alle ellende. Een geluk bij een ongeluk. Gisteren heb ik een aardig stuk aan de das gebreid. Ze vordert langzaam maar gestaag. We breien trouwens ook de uren en de dagen aan elkaar. Soms zijn we zelfs in de war met de traagheid of de snelheid van de klok. Geen sinecure hoor, zo’n intense pas op de plaats. Langzaam komt de energie weer terug. Het boodschappen doen ging gisteren prima door naar een traag tempo terug te schakelen. De trappen voetje voor voetje op bijvoorbeeld. Helaas is er nog steeds niet genoeg concentratie, al begint de tijd te dringen en komt de avond van de leesclub in zicht. Maar dat is aan de andere kant ook gunstig, dan kan je in een ruk het hele boek uitlezen.

Over drie dagen hebben we het rijk hier alleen. Dan zijn zoonlief en schoondochter naar hun nieuwe tijdelijke onderkomen verhuist, zijn dochterlief en haar gezin de eerste kilometers van hun lange avonturenreis aan het stukslaan en hopelijk komt dan de nieuwe auto spoedig. De reis naar Verweggistan stellen we nu minstens uit tot na de bevalling, dat is wel zo rustig. Bovendien is april prachtig, want dan staan alle wilde pruimen, de vijg en de blauwe regen in bloei. Het verlangen ernaar groeit met de dag en dat is ook gunstig.

We mijmeren wat door op veranderingen die we kunnen doen en aanpassingen aan de nieuwe woonsituatie hier. We hebben nu alle tijd en zonder druk op de ketel is het leven bijzonder aangenaam. Een wijs besluit om sommige taken toch maar af te stoten. Dan is er tegelijkertijd ruimte voor nieuwe initiatieven. Dat is belangrijk om met beide benen in de vooruitgang te blijven staan.

Volgende week mogen we alle twee weer naar buiten en dan kunnen we ons een paar dagen op de tuin storten. Er moeten nog wat wilgen gesnoeid, Een stuk of zeven. Dan kunnen we van de takken een hekje maken in het laatste deel van de tuin, tussen die van de buurman rechts en de onze. Misschien lukt het dan ook om wat heesters neer te zetten. Als we er maar een beperkte tijd zijn, is een makkelijk te onderhouden tuin het best. Eigenlijk kriebelt het buiten’gen’ allang weer. Tijd om de lente te omarmen.

Overpeinzingen

Niet geschoten is altijd mis

De ophef over Roald Dahl en de verminking van zijn taal is volkomen terecht. De rechtschapen lieden die zijn verhalen willen kuisen zijn zonder te lezen en te begrijpen aan het werk gegaan. Hoe kun je tornen aan intenties, die de basis zijn van de uitingen van een schrijver. Hij draagt er een belangrijke boodschap mee uit. Soms een tikje moralistisch maar met zoveel humor dat we hem dat graag vergeven. Blijf met de handen van onze literatuur af. Het mooie sprookje dat fantasie op hoog niveau heet, verdient het om gekoesterd te worden en in de watten te leggen. Kuis de taal van jezelf zoveel als je wilt, maar tast de expressie van een ander niet aan en zeker niet door er rücksichtlos in te schrappen en te herschrijven. De waarachtigheid van het woord wordt er door aangetast. Elk boek houdt zijn tijd een spiegel voor, behalve als het onsterfelijke literatuur behelst. Die is van onschatbare waarde omdat het boven de letter uitstijgt en betekenis geeft aan gedachtegoed. Lees vooral het ongeschreven woord tussen de regels en je zult nog veel meer ontdekken. Een rode correctiepen heeft door de jaren heen al veel te veel fantasie om zeep geholpen. Hang ze aan de wilgen. Die pennen dan natuurlijk.

Als ik naar buiten tuur op de vierde dag van mijn Quarantaine zie ik dat ze het huis van de vorige maand overleden achterbuurman aan het leeghalen zijn. Het hele leven in een vuilcontainer gepropt is een trieste manier van beëindigen. Het idee is niet erg aangenaam, bijna oneerbiedig haast. Het hele hebben en houen op een hoop. De lucht brengt een geperfectioneerde entourage in saaiige grijstinten, een dikke deken van hemels verdriet.

Dichtbij zijn er kleine lichtpunten te vinden tussen de oude staketsels van de potten met planten op het balkon. Tussen en op het dode hout beginnen opnieuw uitlopers te groeien, bloemen in knop de kop op te steken, fris groen dat de bruine aarde kleurt. Het is een schril contrast met het verval in de container, maar toch maakt het hart een huppeltje. Lente in het land.

Vriendinlief belt op. Komt het gelegen. Haha, boodschappen uit de coronavrije buitenlucht altijd en het is niet besmettelijk via dit medium, een geluk bij een ongeluk. Eeen hartelijke en o zo bekend oorverdovend lachsalvo aan de andere kant. Hoe heerlijk om die weer eens te horen op orkaansterkte. Alle ziektekiemen in een klap weggeblazen. Niet in de laatste plaats trouwens door haar onverwoestbare optimisme, waar we elkaar doorgaans altijd in gevonden hebben. Zo fijn om me even aan te laven, net wat een mens nodig kan hebben op gezette tijden. Ook al haar hele leven aan het tobben met allerhande kwaaltjes, maar zich nooit onder het tapijt laten schuieren en zo hoort het ook. Kwaliteit van leven staat bovenaan.

De verhalen over haar vrolijke demente vader zijn een verademing. Hij is heel gelukkig in zijn nieuwe omgeving na de dood van haar moeder en dankzij die opkomende dementie was het verdriet niet zo kommervol als waar ik bang voor was, omdat ze zo’n cohesie kenden,die lieve twee. We prijzen die andere kanten van de aandoening. Het verleden dat zich op een presenteerblaadje aandient en uitmondt in aanwijzingen geven in de keuken voor het bakken van een taart, omdat hij dat zijn hele leven al gedaan heeft en dus een ervaringsdeskundige bij uitstek is. De grappen en de grollen waar hij het gros van de bewoners en de verpleging mee vermaakt, zijn eveneens onverwoestbare optimisme. De appel valt niet ver van de boom.

Van dochterlief krijg ik mijn jurk terug in een slinger van zelfgemaakte vlaggetjes voor het goede doel. Ooit in Den Haag gekocht in een klein Israëlisch winkeltje dat naar wierook en musk rook eind jaren zestig. Het is een prachtig aandenken en wat is ie mooi geworden. Lief en ik doneren beiden . Nog maar een paar dagen, dan beginnen ze aan het grote avontuur. Voor die tijd kan ik ze tenminste nog even omarmen.

Straks ga ik de eerste poging wagen een boodschapje te doen. Verse croissants en verse jus. Haha. Volgens zoonlief is het te snel, maar ik beloof onmiddellijk terug te keren als het niet gaat of een brug te ver is. Niet geschoten is altijd mis.

Overpeinzingen

En dat voelt als een bevrijding

Het was alleen maar duidelijk en eigenlijk te verwachten. Twee rode streepjes lichtten op voordat er twee seconden verstreken waren. Gezellig met z’n tweeën in de lappenmand. Hoe knus wil je het hebben.

Die gewone alledaagse bezigheden. De wasmachine volstoppen, douchen, iets pakken uit de keuken, traplopen, het worden stuk voor stuk bergen die beklommen moeten worden. Was ophangen bijna onoverkomelijk trouwens. Lucht tekort, amechtig hoesten, armen twintig kilo zwaarder en langer bijkomen voor er weer gewoon doorgegaan kan worden met ademhalen. Adem in, adem uit.

Zo, even opzij zetten, deze gedachte, en voort met de achtbaan van alles en nog wat op ons pad. Het is spijtig maar lezen lukt me nog niet best. Het boek van Colson Whitehead; ‘De ondergrondse spoorweg’ is eigenlijk ongelooflijk boeiend, maar vergt ook de juiste aandacht om niets te missen van deze schrijnende geschiedenis. Het wattenhoofd zegt ‘Nu nog even niet’. Het enige wat te doen valt, is berusten.

‘Hebben jullie samen al een serie uitgezocht’, vraagt zoonlief over de app. Nee, haha. Daar moet ik ook niet aan denken trouwens. Er mag veel voorbij trekken, als het maar niet met aandacht gevolgd moet worden. Het gaat om flarden van beelden, muziek, hier en daar een pennetje om te breien. Alles schakelt zich aaneen in een soort van niets. Dat lijf moet eerst op haar plek vallen. Ze zweeft er nu steeds een stukje boven.

In de Zin van deze maand staat een mooie briefwisseling van Herman van Veen en zijn dochter Anne(Ja, dezelfde van dat prachtige gelijknamige lied), waarbij hij haar meeneemt naar zijn jeugd in de Kievitsdwarsstraat en mij met de haren erbij sleept, omdat de Vogelenbuurt deel uitmaakte van ons verleden met haar Adelaarstraat en de molen en jaren later door de automatiek van Boerenboom waar ik doordeweeks na school en op zaterdag de patatten stond te bakken. Hij somt alle buurttantes op en ook de mijne krijgen gestalte. Wij noemden ze vrouw. Vrouw Kraan, vrouw van Wijgerden, vrouw Klarenbeek waren mijn drie vaste adressen voor extra pannenkoeken, brood of snoep. Anne verhaalt van een voetbalvader, trainer van haar team De Cheeseburgers en fanatiek opzweper.

Stef Bos duikt ook in zijn verleden en geeft de klank van het huis waar hij geboren is weer ‘Een akoestisch landschap van tikkende pendules, machtige metalen uuraanslagen van Friese stoelklokken en natuurlijk het sensationele Koekoeksgeluid uit het Zwarte Woud’.

Dat kon ook niet anders met een blad dat deze maand ‘de Tijd’ als thema heeft. De hoofdredacteur verzucht in haar opening hoe hard die tijd kan vliegen. Daar zijn we allen meer dan getuigen van. Maar Stef heeft een waardevolle opmerking daarnaast; ‘Wie in de stroom van de tijd durft te duiken, kan zichzelf in een groter perspectief zien. Wie het heelal onder ogen ziet, kent zijn plek’.

Ik sta op de kant te aarzelen aan de rand van de derde fase. Zal ik duiken of niet. Me overgeven en mee laten voeren naar een wat kalmere bedding om daar rustig in de beslotenheid van de rietkraag af te wachten. Wel nee, kijk we hoeven niet meer op de barricaden, maar initiatieven op alle fronten zijn nog steeds heerlijk om op en top de tijd en daarmee het leven te voelen. Na deze dagen van berusting en even schuilen komen de dagen van actie en ondernemen, kortom, alles wat nodig is om bij de tijd te blijven. Na deze retraite mogen we los. En dat voelt als een bevrijding.

Overpeinzingen

Met een aangenaam verpozen

Als er zeeën van tijd zijn, dan is er ruimte te over voor achterstallig inhaalwerk waar het oude documentaires, films en boeiende onderwerpen betaamt.

Vanmiddag keek ik geboeid naar ‘Je liefste tante Ria’. De kordate vrouw die steeds de telefoon opnam en dan met haar nichtje sprak, ontdekte in de diverse gesprekken steeds vaker dat het geheugen aan het afbrokkelen was. Ze dacht op een gegeven moment zelf dat het misschien beginnende dementie was. Het gevolg van die gedachte was dat ze steeds vaker controlerend werd naar alle hulp die ze kreeg. Het bracht argwaan en achterdocht met zich mee, dat zich bij voorbaat al manifesteerde als ze toe moest geven dat ze daadwerkelijk iets vergeten was. Eerst bij hoog en laag ontkennen, dan het ongeloof over iets niet meer weten wat je al jaar en dag gebruikt, bijvoorbeeld de functie van de muis, of het koffiezetapparaat, dan de angst, die dat door communiceerde op een bijna bitse manier naar anderen toe.

Mijn vader kwam in vlagen en vegen, door het hele stuk verstrooid, langszij zetten. Haar ijdelheid was vermakelijk. Ze dirigeerde de camera van haar nichtje weg van de ‘enorme’ vleeskwab onder haar kin. Dat viel overigens reuze mee bij deze wat spichtige dame. Of tante Ria echt de liefste was, waag ik te betwijfelen door de manier waarop ze omging met haar zus. Ze bewaakte haar territorium met haar leven, alles, om maar te voorkomen dat de regie uit haar handen zou glippen. Een boeiend portret. Het Vondelpark voor haar brede venster hielp mee, met de bomen waarin de seizoenen vergleden, de fietsers van het haastige leven, het gewandel, het gekwinkeleer van de vogels. Alleen de dikke Dollie verjaagde ze vinnig en noemde ze duifrat.

Lief haalde een paar boodschappen maar bleek toch eerst een stuk te zijn gaan wandelen. Ik wachtte met smart op de lekkernijen die ik had besteld. Het leek wel alsof ik zwanger was. Croissants, jus d’orange, mini-ijsjes, verse slagersachterham, echt alles wat ik nooit meer at.Drie uur later kwam hij binnen en ik kon niet wachten tot het broodje in mijn handen was. Pistolets hadden de croissanten vervangen, die waren om vier uur in de middag al lang en breed uitverkocht. De eveneens bestelde instant soep had de smaak van eend, ik had kip besteld. Er was voor een overheerlijk slaapmutsje gezorgd, wijn van onze geliefde Gort, dezelfde van het programma ‘Gort in Frankrijk’. Een heerlijk en leerzaam programma met een nuchtere laconieke aanpak. De smaak bleek nog verder weg dan normaal, sterker nog, het kreeg een nare bijsmaak van karton. Een wonderlijke ervaring. Één broodje was derhalve meer dan genoeg.

Het afscheidsfeest was heel geslaagd geweest. Van de tas vol met etsen en lino’s waren er nog zeven over en bijna alle zelfgemaakte duurzame katoenen vlaggetjes waren van de hand gegaan. De voorbereidingen van de reis konden beginnen. De foto’s zagen er feestelijk en vrolijk uit. Kleindochter was helemaal jarig geweest.

Zuslief belde op. Ze gaat met foto-zus naar IJsland op vakantie in augustus. Een heerlijke bestemming natuurlijk. Het natuurschoon is prachtig. Iedereen in mijn omgeving roemt het. Ik denk aan het tweede boek van Raynor Wills ‘De wilde stilte’. Hun ruige, onherbergzame, tegelijkertijd steeds toeristischer, trektochten rond de geisers van IJsland zouden een mooie aanvulling kunnen zijn, al trekken de zussen voornamelijk per bus. Ik beloof het boek te bewaren.

In de avond was er dance with the wolves, een film uit het grijze verleden. Lief had hem gezien, maar ik wist het niet zeker. Ze was in ieder geval de moeite waard. De hoogste tijd dus voor een thuisbioscoopje. Zo, kalme berusting en pas op de plaats, is het goed. Het leven nemen zoals het komt met een aangenaam verpozen.

Overpeinzingen

Soms is dat meer dan nodig

Heerlijk geslapen en bedacht dat het bijna over was. Wat voor zand had Klaas Vaak me nou in de ogen gestrooid. Kleine illusionaire korreltjes. Blijven dromen, kind. Dat bleek toen ik monter en opgewekt lief aanbood om koffie te halen beneden en het bakje van Pluis met zijn dagelijkse portie kattenbrokken vulde. Daarna moest ik gezwind gaan zitten, doodmoe, de armen zwaar en traag als stroop, benauwd. Pas op de plaats en even minder hard van stapel lopen was de boodschap. Zo fluit het lijf je vanzelf terug. Je kan de sterren van de hemel denken, maar dan hoeft het nog niet zo te zijn.

Dus missen we de verjaardag van de kleine spring-in-het-veld, de zus van de filosoof en hun afscheidsfeest voor de familie. Twee vliegen in een klap voor ze op Europa-reis gaan. Er zijn met corona al heel wat dingen door mijn neus geboord. Slikken, foto’s en filmpjes vragen en je erbij denken. Bovendien had ik een paar bloggen geleden al bedacht dat we niet overal bij hoefden te zijn, maar ja, als het zo dichtbij is.

Kritisch luister ik naar het hoesten van lief. Klinkt het als de mijne, verergerd zich het, voelt hij zich al moe. Dan hou ik mezelf voor er mee op te houden. Je zou hem nog ziek denken. Als ik ergens niet goed tegen kan is het de spijtige toon in iemands stem als ze vragen of het wel goed met je gaat. Hou op. Als dat het geval zou zijn dan hoor je het van me, is prompt het antwoord. Niet van dat benauwde, riep mijn moeder altijd al. We werden bij ziekte en ontij onmiddellijk ingeschakeld bij de klussen in het huishouden totdat duidelijk werd dat we echt te ziek waren, bijvoorbeeld als de gekregen sinaasappel met dezelfde snelheid weer op het bordje lag. ‘Zachte heelmeesters maken stinkende wonden’, was haar credo. Met de paplepel ingegoten en dus eigen gemaakt.

Dat hielp wel bij het werken in de verpleging. Meeleven, altijd, maar meezweven op hun klachten nooit. Bovendien kon je als moeder van de kinderen niet snel ziek zijn. Ondanks alles gingen bepaalde dingen gewoon door. Lichamelijke verzorging op één, het huishouden zozo, lala, de inwendige mens in beperkte mate. Spelen met ze, met een wattendicht hoofd, is niet handig maar het werkt wel. Afleiding houdt de ziektekiemen beperkt. Als je er niet in kan hangen, dan gaat het vanzelf over. Dat waren zo’n beetje de criteria die ik hanteerde. Terwijl de kinderen me nu verzekeren over de app om het de tijd te geven en goed uit te zieken, mezelf in acht te nemen. Bob Dylan zong het al. ‘But the times, they are a’changing’. Gelukkig wel. ‘Een beetje clementie, dame’.

De dagen zijn lang als de tijd zich uitstrekt over seconden. Bovendien is er nauwelijks concentratie. Eigenlijk sijpelen de uren voorbij. Een voordeel bij het oprekken van de tijd is dat je in de gelegenheid wordt gesteld om eindeloos de artikelen in de krant te spellen, flarden te lezen en daarna goed te herlezen, de boeiende pareltjes eruit te filteren. Het kan allemaal in eigen uur. Zo valt een ding me op in de boekenbijlage van de zaterdagkrant. Een tip van de kinderboekenwinkel in Breda is het boek: ‘Toen Raaf links af sloeg’. Op de eerste plaats omdat ik altijd ‘linksaf’ geschreven zou hebben en vanwege het feit dat we op onze reizen naar en door Verweggistan daar ook de neiging toe hebben en daarbij altijd de mooiste onverwachte momenten op ons pad treffen. De schrijfster schrijft op de kaft van haar boek trouwens ‘Toen Raaf links afsloeg’. Grappig dat je dat even bezig kan houden. Zulke dingen gebeuren bij een overschot aan tijd. Soms is dat meer dan nodig.

Overpeinzingen

De rust en het grote genieten

Het leven draait even om twee rode streepjes, die in een oogwenk oplichten in het witte houdertje. Tjonge. Nog altijd aan weten te ontsnappen, maar nu was er natuurlijk geen houden meer aan. Zoonlief met covid al de hele week druk in huis. Zelf overal naar toe geweest met de gebruikelijke afstand, maar ach. Eens moet de eerste keer zijn. De eerste dag, gisteren, had ik zo weer willen inleveren. De hoofdpijn en de misselijkheid waren het ergst. Bij de krampen kwam er geen piezeltje mee, allemaal lucht en loze krampen die wel de boel uiterst vakkundig binnenstebuiten aan het keren waren voor mijn gevoel. De hoofdpijn zorgde ervoor dat het voelde alsof het brein ingepakt was in een verkeerd gevouwen filodeeg met omgekrulde randen. Daar viel voorlopig geen eer aan te behalen.

Toen eindelijk mijn eigen medicijnen erin zaten, een voor een met tussenpozen, werkte de Ascal, mijn bloedverdunner, ook als pijnstiller en nam de hoofdpijn af. Wat een heerlijk gevoel. Voorzichtig kon ik met wat geknabbel aan een beschuitje met jam beginnen en een warm bakkie thee. Dat was weer wat anders dan slokjes water.

Ziek zijn, je ziek voelen, is natuurlijk ook maar betrekkelijk. Oudste zoon vertelde dat hij ook zo’n pittige hoofdpijn had gehad en zoonlief hier in huis was alleen maar moe. Alles kan met dit wonderlijke virus. Het kan natuurlijk ook immer vele malen erger. Vroeger moesten we dan God danken op onze blote knietjes, werd gezegd. Niet dat het gebeurde, hooguit een schietgebedje.

De nacht was gesluimer, met de pijn terug, het hoesten en elk uur een kwartier wakker. Wonderlijke dromen. Een over vrouwtje Piggelmee. ‘Visje visje in de zee’. ‘Riep je mannetje Piggelmee‘. Het vrouwtje wil steeds meer: een huis, nieuwe kleren, een hulp voor het poetsen, een paleis, de troon van God. Ze is onverzadigbaar, terwijl Piggelmee zelf bedenkt dat hij nooit meer liedjes fluit. Het boek was op punten te verkrijgen bij Van Nelle, met grappige illustraties. We hebben het destijds stuk gelezen. Natuurlijk ontsteekt het visje in toorn en tovert hij alles terug in de oude staat. Boontje komt om z’n loontje.

Gisteren kwam dochterlief de schilderijtjes voor hun afscheidsfeest halen. Daar kunnen mensen ze dan meenemen. Er wordt een donatie op de rekening voor het goede doel gevraagd, geheel naar eigen draagkracht. Helaas moet ik het feest missen. Had er zo graag bij geweest. Lief loopt op deze manier ook heel wat mis. Hij werkt nu maar thuis en print achterstallige informatie uit, die hij straks nodig heeft.

In Verweggistan heeft vriendlief het gele tapijt uit de werkkamer en de zitkamer vervangen door brede planken laminaat in dezelfde kleuren als het parket van de bibliotheek. We kunnen niet wachten om het te zien. Het zal een hele verbetering zijn. Wanneer we zullen gaan, hangt af van de komst van de nieuwe auto. We zijn al aan het idee gewend dat het een maandje opschuift en dan kunnen we wel alle mooie momenten rond de bevalling op tijd meemaken.

‘Adem in, adem uit’ is een van onze lijfspreuken tegenwoordig. Iets in de trant van ‘het komt goed’. Voor alles is een oplossing te bedenken. Liever dan onrustig heen en weer te schieten, de rust en het grote genieten.