Overpeinzingen

Tot in elke vezel

Als mijn moeder haar wolk aan het poetsen is, dan doet ze dat grondig. Eerst vannacht die huilende woedende wind om de nok en daarna kletterende regens. ‘Het ritme van de regen op het zolderraam’, bedacht Lief poëtisch. Maar er was geen touw meer vast te knopen aan dit atonale geweld.

Het etentje gisteren werd een groot succes. De stoofschotel aubergine ging schoon op. Een Turkse salade met ultradunne uienringen, heerlijke zoete trostomaatjes, citroen, olie en sumak completeerde het geheel. Libanees brood om mee te dippen. Zo harmonieus als de maaltijd was, zo waren ook de gesprekken. We hadden veel uit te wisselen en zaten direct, vanaf de eerste thee op gelijke hoogte, de diepte in eigenlijk.

Verhalen over de relaties over en weer, hoe hard je er aan kan blijven werken en hoe belangrijk dat is. Samengestelde gezinnen en de problematiek rondom, het accepteren van de rugzak van elkaar en daar weer een eigen weg in zoeken. Vriendinlief haalde een boeddhistisch gezegde aan: ‘Diepgaand luisteren en liefdevol spreken’. Op dat niveau aangekomen werd het alleen maar boeiender. Er was ruimte om ieder het bewandelde levenspad te laten delen met elkaar en evenzeer om dat liefdevol te ontvangen.

Tussendoor vlogen als vanouds de kwinkslagen over de tafel, anekdotes uit het gezamenlijke verleden. Soms om te verkneukelen, soms om te schateren. De dood schoof ook nog aan door de lege plekken die hij hier en daar had achtergelaten en die er steeds weer hadden ingehakt. Onze generatie is aan de beurt om dergelijke klappen te incasseren en de ene keer valt dat zwaarder dan de andere.

Intussen heeft de felle regen plaats gemaakt voor af en toe een blauwe lucht en voorbij zeilende wolken, afgewisseld met de onstuimigheid van harde wind en het grote grijs. Geen weer om veel te ondernemen. Een dag ‘pas op de plaats’ is prettig. Dat de buurman het gemijmer verstoort met zijn drilboor minder leuk. Te hooi en te gras lees ik wat artikelen, waarbij het interview in Zin-magazine met de schrijver Marieke Lucas Rijneveld intrigeert. Hij vertelt over een huilend kind dat gevallen is op straat en pas ophoudt met huilen als iemand de armen om hem heen slaat. Zo is hij ook, dacht hij. Zijn pijn moet gezien worden, daarna kan hij verder. Daar spreekt de schrijver die de woorden heeft om die pijn te vatten. Hoe vaak stoppen we de pijn niet weg, vegen het onder het tapijt. Als je er niet over kletst is het er niet, is de makkelijkste weg. Dat het jaren later tot een confrontatie met jezelf kan komen, is evident, want onverwerkt.

Ooit zat ik bij een bijeenkomst van Landmark waar ik door een collega voor was uitgenodigd. Nieuwsgierig als ik ben dacht ik, ik wil weten waarom er bij mij aversie is tegen deze organisatie, die prat gaat op haar zelfverbeteringscursussen. Al gauw was ik er achter, dat het inderdaad niet mijn kopje thee bleek te zijn. Er was echter een sessie bij waar mensen ten overstaan van alle anderen, een zaal vol, te biecht gingen over hun diepste geheimen. Daarna werd ons gevraagd de ogen te sluiten en een poosje over die van ons na te denken. Eer ik het in de gaten had, stroomden de tranen over de wangen, langdurig en niet te stoppen. Onverwerkt verdriet lag daar in besloten. Vanaf dat ene ogenblik nam ik me voor om over alles wat er in mij huisde, open te zijn, daar waar het er toe deed. In die zin had het weekend me toch wat goeds gebracht, al was mijn aversie tegen de handelswijze van deze turbulente manier van het omwoelen van de diepste gevoelens alleen maar groter geworden.

Landmark en ik zijn nooit meer vrienden geworden. Ik en mezelf daarentegen wel, tot in elke vezel.

Overpeinzingen

Hup, in de benen

Een week van kunst kijken met Lucas de Man in zijn programma Man en Kunst is een welkome afwisseling op het aanbod. Iets om oprecht te missen als er niet genoeg aandacht voor is. Eigenlijk vind ik de schone kunsten verplichte dagelijkse kost. Als er veel leed in de wereld is, kan schoonheid de balans herstellen binnen je gedachten.

Voor de tweede keer in korte tijd hoor ik van een vrouw, die prachtige portretten schilderde, maar waar ik nog niet van gehoord had. Misschien is ze zijdelings langs gekomen. Therese Schwarze schilderde vooral in de hogere kringen. Niet in de laatste plaats omdat ze de koninklijke familie portretteerde. Aanvankelijk werkte ze met olieverf maar ontdekte ook het pastelkrijt, waarmee ze de zachte speelse contouren van een kind kon benadrukken. Ze kwam uit een artistieke familie en haar vader was goed bevriend met de burgervader van Amsterdam. Zo maakte ze naam en niet in de laatste plaats door haar prachtige portret van koningin Emma met de kleine Wilhelmina als baby op de arm. Tijd om het leven van deze vrouw uit te diepen, vooral tegen het licht van de tijd, waarin ze leefde.

Eergisteren legde ik de laatste sier van de tulpen vast. Tulpen in verval zijn zo adembenemend mooi als de blaadjes omkrullen en kleurrijke facetten tot in elk detail ten toon spreiden. Ik laat ze expres nog even staan, benieuwd hoe hun neergang zal verlopen.

Het voordeel van een hernieuwde liefde is dat onze gezamenlijke vrienden, ooit door mij uit het oog verloren op een na, mijn leven weer binnenstappen. Die ene lieve vriend was een grote steun en toeverlaat voor de vader van de kinderen in de tijd dat het leven hem zo zwaar viel. Ook onze bezoekjes verwaterden in de loop der tijd. Vanavond komen hij en zijn vrouw langs. Daar kon natuurlijk een culinaire heerlijkheid aan vegetarisch niet ontbreken. Een aubergine stoofschotel uit Paulines recepten was mijn keuze en ik wist dat ik hem een dag eerder zou klaar maken opdat zo alle heerlijke smaken goed in konden trekken. Voor het eerst sinds lang ging ik weer eens naar die grootgrutter uit het Zaanse, die in het enorme assortiment ook de ingrediënten uit de Oriënt ruim vertegenwoordigde. Vooral om de granaatappel- en-siroop en de sumak, die niet mochten ontbreken.

Omdat er veel maar net niet alles te krijgen was en de ongezouten pistache schreeuwend duur, besloot ik voor het eerst naar het kleine Turkse winkeltje in het winkelcentrum vlak bij te gaan. Direct bij het binnenstappen en bij het opsnuiven van de heerlijke geur van gemengde specerijen, wist ik dat ik vanaf nu daar vaker zou toeven. Onbeholpen en klein maar tot in elke uithoek volgestouwd met alle heerlijke details voor een maaltijd. Hoe kon ik het vergeten. Twintig jaar geleden deed ik niet anders dan in dergelijke winkeltjes mijn kostje bij elkaar scharrelen.

Daar vond ik betaalbare sumak, de granaatappelpittensiroop, pistache en nog enigszins betaalbare honing met raat in overvloed. De stoofschotel bleek een geduldig werkje omdat de vier aubergines allemaal stuk voor stuk in reepjes gebakken moesten worden, maar als je er tegelijk een mijmer-moment van maakt is er geen vuiltje aan de lucht. Lief kreeg een voorproefje en prees het regelrecht de hemel in, maar dat is eigenlijk geen goede graadmeter, want dat naoorlogse kind lust alles en eet derhalve met smaak. De combinatie van ingrediënten is goed, dus op gevoel af weet ik dat het lekker zal smaken. Mijn eigen smaakpapillen zijn te gronde gericht door de puffers, alleen de hele uitgesproken dingen proef ik. Sumak, waar ik zo gek op was, ga ik verwerken in een Turkse salade die ik er naast wil geven. Ik hoop vurig, dat ik er nog iets van zal genieten omdat het zo zalig is. Simpele sumak met rijst en vega-kebab is niet te versmaden. Die komt een volgende keer aan bod. Nu eerst de puntjes op de i zetten met vers Libanees brood. Hup, in de benen.

Overpeinzingen

De hectiek van de dag

Viel ik met mijn neus in de boter gisteren. Nou niet echt natuurlijk. Het stond al lang en breed vast dat deze film uitgezonden zou worden. Maar het feit dat ik vooraf per ongeluk eens een keertje keek in het televisieprogramma van de krant was uitzonderlijk. Daar stond het. ‘Bohemian Rapsody’ de film. En ook al had ik me in de bioscoop behoorlijk geërgerd aan het overdreven bit van de acteur, toch wilde ik het weer zien om te kijken of ik opnieuw onder de indruk zou zijn.

De magie van het grote doek maakt het allemaal indringender, dus sprookjesachtiger of rauwer dan het is, maar toch. In de zaal brul je niet mee met de overbekende teksten, nu kon ik hardop meezingen. Wat lang geleden en wat een heerlijke ontlading. Ik vertelde Lief over ons ensemble ‘Wanq’, waar ik nog bij gezongen heb. De letters staan voor ‘We Are Not Queen’ en natuurlijk zongen we alleen dat koninklijke repertoire, waarbij we de meerstemmigheid zorgvuldig probeerden te evenaren onder leiding van een dirigente die ook de partijen uitschreef en een band die ons begeleidde. Tweede alt van het gezelschap en in voor de optredens. Een dierbare herinnering.

Omdat we ANWB- proef op reis wilden gaan, wandelden we door de druilerige ijskoude regen, die af en toe veranderde in een stortbui, richting de winkel om ons goed te laten informeren. Eerst naar de plek waar ik me het gebouw herinnerde, daar zat nu een bank. Toen het centrum zelf in, naar de tweede plek die kwam boven drijven. Dat gedeelte was inmiddels met de grond gelijk gemaakt en daarna met behulp van de route-app naar de derde plek, waar ik vorige week nog in het rek met de jassen had gekeken. Ach ja. Vergetelheid uw naam is vrouw.

De vrouw van de winkel had er zin in en graaide onmiddellijk twee landkaarten uit het rek van Duitsland en Oostenrijk, Slovenie, Hongarije. Achterop stond de informatie over de bekende vignetten, die aangeschaft dienden te worden. Een in de winkel en een online en straks nog een bij de pomp aan de grens. Twee fluoriserende hesjes gingen mee en een nieuwe verbanddoos. De oude mocht mee naar de tuin. Langzamerhand wordt het realiteit nu de heen en terugdata zijn geprikt.

Een app. De kinderboeken-deadline is verschoven. Inmiddels was ik bij het derde boek aangekomen. Mijn grote held Toon Tellegen met zijn Vuurzeevlieg, prachtig geïllustreerd door de Vlaming Carll Cneut. De gedachten en de verlangens waar de dieren mee worstelen zijn zo herkenbaar. Het onmogelijke willen en er toch voor gaan, zoals de olifant doet, als hij zich iedere keer weer voorneemt om bijvoorbeeld zijn nieuwste danspas in de hoogste boom te willen doen of als hij de zon wil zijn. Dat vallen erbij hoort is evident, dat hij altijd weer opstaat, weliswaar met meerder builen op zijn hoofd, ook. Het vuurvliegje zelf, die er van baalt dat hij niet groots en meeslepend is, een vuurzee, en De Vuurzeevlieg wil heten. Per brief brengt hij alle dieren op de hoogte. Maar als hij er een nachtje over geslapen heeft, weet hij dat het bijzondere niet daar inzit, maar in het feit dat hij als enige licht geeft in het bos. Als aardworm een brief krijgt en als daar instaat dat iemand hem aandoenlijk vindt, merkt hij op, fantastisch vind ik dat, dat hij nooit een brok in zijn keel krijgt van zichzelf. Maar het meest ontroerende is het verhaal van het wrattenzwijn, die niet zijn wratten maar zijn naam afstotelijk vindt en ieder dier dat hij tegenkomt begroet bij hun naam met ‘wr’ ervoor. Dag wregel, dag wroek, dag wrolifan maar uiteindelijk tot de conclusie komt dat hij niet het Attenzwijn is, maar dat hij is wie hij is.

Kleinoden zijn de verhalen. De illustraties eveneens, om stuk voor stuk in te lijsten. Ze kennen dezelfde gelaagdheid als de verhalen. Een van de recensenten vond ze wat somber, maar daar heb ik geen seconde aan gedacht. Eerder zijn deze voorstellingen een verrijking van de eigen verbeelding en voeren je nog dieper het bos in om daar de dieren van Toon te ontmoeten. Leer de geheimen van het woud kennen en die van hun bewoners. Een boek om iedere avond even ter hand ter hand te nemen en stil te staan in de hectiek van de dag.

Overpeinzingen

Een hereniging

Na de ijzige kou van gisteren sloop vannacht herfst even binnen. Inderdaad. April doet wat ze wil. Hier boven met alleen de striemende takken van de toppen van de boom naast het huis, regendruppels op het raam tegen de vuilgrijze lucht als achtergrond, lijkt het in bed behaaglijker dan normaal. Ook het suizen van de wind werkt er aan mee, ze loeit om de nok van het dak, vliegt in razernij tegen de pui aan en trekt dan verbolgen aan weerskanten verder in een tomeloos ritme van aanzwellen en afnemen. De kauwtjes houden zich gedeisd.

Onrustig maakt het enigszins, maar het bed biedt de broodnodige warmte en ik besluit hier maar af te schrijven, terwijl ondertussen de vorige dag de revue passeert. De tweede verjaardag van dat weekend was rustiger omdat alle kinderen vooral beneden aan het spelen waren en wij als volwassenen zelfs tot een goed gesprek konden komen buiten de prietpraat om.

Er werd een vergelijk gemaakt met vroeger en nu. De grote reeks aan kinderen, geen volautomatische of zelfregulerende apparaten in de buurt, maar alleen een wasmachine, die met haar schoepen de was heen en weer bewoog tegen de zijkanten, de goudpaarse belletjes op het sop, die kleine kleurrijke glimmertjes, die opkwamen en verdwenen en waar je als kind lang naar kon kijken. Het helpen met het wringen en het uitslaan van de was, de damp die er van af kwam in wolkjes boven onze hoofden heen en die een fijne regen verspreidde op ons velletje, een feest voor de kinderen. Lakens aan de lijn en een schaduwspel er gratis bij. Verstoppertje tussen de lijnen, een eeuwenoude vreugdevolle bezigheid, ‘Buut vrij’.

Er is wat te zeggen voor de ontwikkelingen die er gaande zijn, maar op de een of andere manier ging destijds de tijd langzamer, duurden de dagen langer, leek de eeuwigheid nog ver weg. Als je vijfenzestig was, was je oud en kwamen er geraniums en trevira jurken in beeld. Grijze koppies was-en-watergolf bevolkten de kerk. Met de was op maandag, de strijk op dinsdag, gehakt op woensdag en de vis op vrijdag vervlogen de dagen in een kalme ritmiek. Op zaterdag was er brood, op zondag verse kippensoep en het voetbalelftal. Naast de toto, die we ophaalden aan de deur waren we Salesianen van Don Bosco. De opgehaalde inkomsten droegen we op de laatste zondag van de maand netjes af aan Frau Bauhaus. Op de vensterbank vierde de sanseveria hoogtij naast de hertshoorn aan de muur in een speciale hertshoornpot. Achter het kruisbeeld stak het surrogaat van de palmtak in een verdorde uitvoering. Christus liet het hoofd hangen.

Ach ja, al die beelden die aan komen vliegen en evenzo vrolijk plaats maken voor het heden. Zoonlief en schoondochter zijn naar Bilbao geweest dit weekend en wij herinnerden ons de trektocht lang geleden, vijftig jaar zelfs, naar dezelfde plaats, waar we niet lang dorsten te blijven omdat de processen in Burgos tegen de Eta en de Baskische beweging een hoop onrust met zich meebrachten in dat deel van Spanje.

Guggenheim staat nog altijd op het verlanglijstje, na het bezoek aan haar broer in New York, waar ik een wandgrote Rothko mocht aanschouwen zonder iemand in de buurt. Overweldigend. Een leuk idee voor een jubileum, vijftig jaar. Weer samen met Lief, dubbel feest. Als we thuiskomen blijkt natuur in dat kader wat versiering te hebben aangebracht. Rond de rode lantaarnpaal voor de flat staat boterbloem uitbundig te bloeien als passend eerbetoon aan dit heuglijke feit.

Inmiddels is de museumjaarkaart binnen en zijn we klaar voor een tocht langs de Nederlandse musea. De eerste begint misschien in Zutphen waar Jeanne Bieruma Oosting in een overzichtstentoonstelling eer wordt aangedaan, na jaren vergetelheid. ‘Geen tijd te verliezen’ is de passende titel. Datzelfde gevoel hebben wij ook. Elk moment is een reden om bescheiden te vieren in de wetenschap van het bijzondere ervan. Het grote goed van een hereniging.

Uncategorized

Vrank en vrij

De kauwtjes zijn drastisch bezig om een paradijsje van hun dakgoot-onderkomen te maken. De grote takken, twee keer de maat van henzelf, zijn met veel lawaai geschikt en herschikt en nu komen ze met snavels vol gras en aarde aangevlogen. De geluiden die ze maken zijn op vermoeden in te schalen. Het lijkt alsof de kiem is gelegd voor een ei, maar zeker weten doen we het niet. We wachten het maar af. Zodra ze kamikaze- neigingen krijgen als we de deur uitgaan, weten we het zeker. Dan valt er jong leven te beschermen.

De verjaardag gisteren was een groot succes voor kleindochterlief die nog nooit veel mensen op haar feestje had gehad tot dan toe. De taart met het vuurwerk en de drie kaarsjes konden we meemaken, omdat dochterlief belde om te vragen of we er al snel zouden zijn. Halsoverkop in de benen omdat we een half uur later hadden bedacht, maar op tijd voor het ‘Moment Suprème’.

Het was al vol huis, maar ik wilde eigenlijk komen op een tussenuur, omdat de andere helft van de familie nog vast zat aan de middagslaapjes. Het maakte niet uit. We konden nu, schoonpa en ik, namens allen, schoonfamilie incluis, het cadeau overhandigen. Een vernuftig magnetenspel waar mee te bouwen viel. Het vond direct gretig aftrek.

Het was een komen en gaan van mensen en alweer zolang geleden dat we met elkaar zo’n feestje hadden gehad. Gewoon op bezoek kunnen komen, soms omhelzen, soms op afstand, maar wel om één tafel. Heerlijk. De kinderen speelden boven of tussen de gasten in, af en toe moest er een klein brandje geblust worden als de kleinsten in gedrang kwamen bij de overheersende wil van de grotere kinderen, maar tranen zijn snel te sussen en afleiding was steeds zo gevonden.

Om half zes gingen we weer. Een patatje voor de zaterdagdis en de boodschappen en Wintertijd met Harry Winter en Hedy D’ancona, met daarna een aflevering van A long call, waarvan ik dacht dat het een volledige detective was, maar dat de zoveelste aflevering van een serie bleek te zijn. Die Hedy. Ze bracht een terugblik op onze jeugd mee, een vleug zeventiger jaren, het roerige politieke toneel, haar wonderlijke liefdesleven met de meest uiteenlopende mannen, die allen door elkaar heen liepen. Haar laatste samenzijn met de kunstenaar Aat Velthoen. De omlijsting bestond uit drie van mijn grote helden. Adele Bloemendaal, Robert Long en Aretha Franklin. Het kwam allemaal voorbij. Ze had nooit mijn persoonlijke voorkeur, maar haar reflectie op die periode was boeiend en aangenaam.

Vandaag de tweede verjaardag en vanmorgen met koffie op bed al een deel van de reis uitstippelen. Vragen als hoeveel stops, hotelkamers, vignetten kwamen voorbij. Het verschil in de beleving. Voor Lief een huis, dat hij had moeten achterlaten na een moeizame periode en ik die niet kon wachten om alles te aanschouwen en boordevol plannetjes. Gelukkig was er een grote verbouwing geweest in de periode dat hij hier was. Dat op zich luidde al een nieuwe fase in. Straks zal het huis en de omgeving zich voegen naar onze nieuwe situatie. Nu, in abstractie, is het nog andersom.

Het komt goed. Daar zijn we beiden gelukkig wel van overtuigd. Hoeveel veranderingen hebben we al niet meegemaakt in ons leven. Flexibiliteit, uw naam is mens. Tenminste, als je onze verschillende levens naast de meetlat legt, mag je dat wel stellen. Niets is avontuurlijker dan dat. Met de stroom mee wiegen en vooral genieten. De beren op de weg zijn inmiddels geslecht. De weg ligt open, vrank en vrij.

Overpeinzingen

De ervaring zal het leren

Hoe lang is het geleden dat ik een voorbereiding trof om op reis te gaan. Reizen was lange tijd een vanzelfsprekendheid. Jaren achter elkaar trok ik met een van mijn beste vrienden richting Zuid Frankrijk, waar we logeerden in de verbouwde zijdefabriek van een goede vriendin. Een groot landgoed met aardig wat grond aan een rivier. Er was altijd wat te doen. Braamstruiken die ingetoomd moesten worden, het gazon wat met een grote maaier moest worden gemaaid, de vele kleine ruitjes die gezeemd dienden te worden, de begroeiing tegen de bergwand die we op peil hielden, een zwembad dat kon worden schoongemaakt, het grint waar oeverloos veel onkruid tussen groeide, dat we er spontaan tussen uit zouden trekken. Alles was naar believen te doen, maar luieren mocht ook, net hoe je het zelf in wilde vullen.

Vaak wierp ik me op om de maaltijden te verzorgen. In zo’n heerlijke grote woonkeuken was dat een genot. Alles bij de hand, het mooiste uitzicht en lieve Poubelle de poes, in mijn kielzog om achter me de afvalrestjes op te snoepen.

In de ochtend zat ik in mijn piere-eentje wakker te worden op het bordes achter de vijgenboom en te genieten van de roep van de koekoek die klonk over het ontwakende dal en het weidse uitzicht, met een kopje cappuccino om de handen op te warmen. In de avond zat ik weer op hetzelfde plekje, met een boek of met een tijdschrift en dan was het de nachtegaal die de lieflijkheid van de plek onderstreepte.

Ook werden er uitstapjes gemaakt naar andere landen. Hongarije, Italië, Portugal. Doorgaans lange reizen, waarbij ik het leeuwendeel, zo niet alles, voor mijn rekening nam. Reizen was aan mij welbesteed met mijn voorliefde voor het autorijden.

Lief maakt zich wat bezorgd over de lengte van de aankomende reis, die we gaan ondernemen. Om hem gerust te stellen, beloof ik op de bejaardentour te gaan. In een aangenaam tempo zo’n vijf of zes uur rijden en dan stoppen in een gasthof of een hotel. Daar lekker dineren en slapen en de volgende dag weer voort. Het heeft voordelen. Natuurlijk is de vakantie al begonnen ‘du moment’ dat je de auto instapt en pakken we de kleine dorpjes waar overnacht wordt mee in de beleving. Natuurschoon, ja. Een hotel aan de Donau, wonderschoon natuurlijk, een kamer met uitzicht op de meanderende rivier, wakker worden met de zonnestralen in de kamer, de luxe van een bad misschien. De vooruitzichten verzachten het vertragende tempo.

Het heeft geen haast, het hoeft niet snel, het mag er allemaal zijn en wel reisvaardig tot op het bot, met alle verzekeringen aan boord, de hele reis tot in de puntjes uitgestippeld, met eventuele stopplekken incluis, coronaregels achter de hand, eventuele vignetten voor een doorreis aangeschaft.

Niet meer, zoals vroeger, te hooi en te gras en op de bonnefooi naar je plek van bestemming met als enige zekerheid dat je ANWB-bestendigd op reis ging. Niet meer de charme van het ongewisse. Waar loop je tegenaan, wat vind je op je pad, welke onverwachte omstandigheden zorgen voor een veranderende loop van je vakantie en eindigt het voornemen van een vakantie in zinderende zonneschijn in de realiteit van een Scandinavisch koudefront.

Vroeger gingen we samen, Lief en ik, met een legertentje zonder grondzeil, twee rugzakken, een NBBS- retourtje op zak en met de benenwagen, een land verkennen tot in de kleinste details. We aten er voor de eerste keer olijven en paprika in Spanje en de meest ijzerhoudende bloedworst die je je maar voor kon stellen in Denemarken. Maar vooral, wegens het zeer beperkte budget en de lengte van deze reizen, gemiddeld zes weken, spaghetti met saus of daaromtrent.

Mooie avontuurlijke ondernemingen, waarbij deze voorgenomen reis bijna een bedaard initiatief genoemd kan worden. Slim is het wel, zeker als eerste keer sinds lang. ‘Aanvaardt het’, spreekt mijn gesternte me toe, ‘Het is goed’. Vooruit dan maar. Straks gaan Lief en ik bejaard en wijs op reis. Of dat tot in de eeuwigheid zo blijft? De ervaring zal het leren.

Overpeinzingen

De kracht van deze groep vrienden

Er werd over en weer geappt, omdat degene waar de leesclub bij elkaar zou komen geen corona maar wel een fikse griep bleek te hebben. Hals over kop werd er gespard en ons huis leek de enige optie te zijn. Dan moest er als de wiedeweerga wat lekkers gehaald worden. Een boekbespreking zonder borrel en lekkere hapjes was ‘nicht im frage‘.

Het boek met een titel om over te mijmeren: ‘ De ziel kent geen leeftijd’ van Thomas Moore. Dat veelbesproken boek, dat zo vaak door mij was weggelegd en weer ter hand genomen. Dat boek, vol belerende lessen, dat toch overal en in elke recensie werd bejubeld. Die bladzijden, volgeschreven met de gedachten van iemand die volstrekt aan anderen voorbij ging en alleen het eigen ouderdomsproces zag, zijn individuele beleving naast misschien nog een handjevol anderen uit zijn omgeving. Hoe hadden mijn vrienden dat beleefd. Ik stikte van nieuwsgierigheid.

Maar er was nog meer. Niet allen lazen mijn blog. Ze wisten niet allemaal van de nieuwe fase van het leven waar ik middenin zat. Ze hadden nauwelijks weet van mijn Lief. Hoe zouden ze daar op reageren.

Om even voor achten kwamen ze binnen druppelen met allerlei lieve cadeautjes, een prachtige grote bos tulpen, twee flessen wijn en schattige paashazen-chocolaatjes. Het gaf onmiddellijk weer een gevoel van betrokkenheid. Iemand gooit het dagprogramma om en de anderen participeren mee door attent te bedenken wat dat zou kunnen betekenen. Echte vrienden dus.

Het warme gevoel bleef de hele avond. Twee mensen waren er niet bij, maar het geringe aantal verhoogde de intimiteit en omdat we allemaal er hetzelfde in stonden wat het boek betrof, bleef er veel tijd over voor de persoonlijke aandacht. Soms weliswaar toch gerelateerd aan de uitspraken in het boek, soms eenvoudigweg omdat dat ter sprake kwam. De sfeer werd allengs vertrouwder en toen we aan de wijn toe waren, kwam lief erbij zitten en vertelde over zijn reilen en zeilen en hoe hij hier terecht was gekomen.

‘Het is net een sprookje’ verzuchte vriendinlief en ik was het roerend met haar eens. Want niet alleen de ontmoeting was bijzonder, maar ook het feit dat we zo zeker van elkaar waren, elkaar de ruimte konden geven met respect en waardering en beiden voelden dat het goed was en de liefde niet meer voorbij zou gaan. ‘Als je iemand tegenkomt dan weet je of het de ware is’, was haar kordate standpunt. Wij beaamden het. Vorig jaar had ik hen nog expliciet gemeld nooit meer aan de man te zullen gaan, maar deze uitzonderlijke situatie, we hadden immers allebei de basis gelegd voor onze beginjaren in de volwassenheid, was het meer dan waard om de bakens te verzetten.

Het gesprek nam een filosofische wending daarna en dat was toch wel een verdienste van het boek. Vooral toen De ziel ter sprake kwam met het omgaan met de dood in het kielzog. Wat waren de meningen van ons vijven omtrent wat er was na de dood. Die liepen uiteen van een leven na de dood tot dood is dood. Dat mocht er dan ook allemaal zijn. Ieder kon vrijelijk een mening geven zonder dat daar een oordeel over geveld werd of een discussiepunt van gemaakt werd. Dat kenmerkte de goede sfeer van deze samenkomsten. Lief genoot van deze vorm van communiceren, dat evenzo een kwestie van elkaar de ruimte bieden was en tevens je zo vrij liet voelen dat je dat zonder terughoudendheid kon doen. Luisteren met aandacht en geen oordeel vellen was en is de kracht van deze groep vrienden.

Overpeinzingen

Onverbloemd vertellen

In de nieuwe ‘Zin’ beschrijft Stef Bos zijn ontmoeting met Henk Serfontein in de tweedehands winkel die hij zo beeldend ‘Het museum van Onvertelde Verhalen’ noemde. Achter elk voorwerp gaat wel een verhaal schuil. Dat grijze verleden behoorde deze Henk toe, de beeldend kunstenaar bleek oude handen hartstochtelijk en tot in het detail in houtskool te vangen.

Mijn eerste bewuste kennismaking met oude handen kan ik me tot op de dag van vandaag herinneren ook al is het meer dan 63 jaar geleden. Iedere week kwamen mijn opa en oma aangewandeld vanuit de Laryxstraat, de straat die recht tegenover ons huis liep. Van verre zag je de twee al aankomen. De kaarsrechte figuur van mijn opa met de hoed op zijn hoofd, de voorovergebogen kromgetrokken gestalte van mijn oma, zwaar leunend op de zwarte wandelstok. Als ze waren aangekomen, zat opa op de vertrouwde plek aan de keukentafel en trommelde met zijn vingers mee op de maat van de denkbeeldige muziek, want hij was stokkedoof, maar kon aan het licht van de radio zien dat die aan was.

Als kind zat ik graag bij hem in de buurt. De vertrouwde geur van oude mensen, een zweem sigaar, wat kamfer er doorheen, de geur van scheerzeep en pommade snoof ik met kinderlijke liefde op. Als de ene hand werkloos in de schoot lag, plukte ik aan zijn velletje, dat zo makkelijk te bewegen viel en waar nieuwe plooien van te trekken waren, naast de dikke aderen die er altijd bovenop lagen. Handen, fascinerend en vertrouwd, werkmanshanden ook met eelt en knoestig, die van de vaardige timmerman die hij ooit geweest was.

Ooit was er een opdracht van een fotocursus om een hele week uitsluitend handen te fotograferen. Net als de handen van Henk Serfontein kwam ik natuurlijk uit bij mijn eigen oude handen, waarbij het fotograferen met een hand soms tot bijzondere plaatjes leidde. Maar ook de handen van mijn Wajang Golek moesten er aan geloven. De neveneffecten met spiegel, raam en water daarbij beloofden een aparte weergave ervan. Zo bleef ik de hele week zoeken naar die staketsels. Het is een verruiming van de geest als de focus ligt op een onderwerp. Wat er dan allemaal niet te zien valt.

Stef refereert aan die ouderdom en de verhalen die elke lijn in die handen vertellen, levensverhalen. ‘Als ogen de spiegels zijn van de ziel dan zijn de handen het boek dat het verhaal van onze levens vertelt’ zegt hij en hij voegt er aan toe, ‘tenminste als de handen door Henk zijn vastgelegd in houtskool.’ Alles is er in af te lezen, ‘kwetsbaarheid, verdriet, geluk, kracht’, dat wat een leven met zich meebrengt.

Toen mijn moeder plotseling overleed, nu dertig jaar geleden, zocht ik maanden naar haar, overmand door het verdriet en vooral door het abrupte van dat verlies zonder afscheid te kunnen nemen. Ik vond haar in de gelijkenissen die me troffen bij andere mensen. Haar haren, haar hals, haar stem, een oogopslag. Terwijl ik stond te wachten op een Chinese maaltijd, trof ik haar handen die net een verpakte maaltijd aangereikt kregen. In een oogwenk vloog het moment voorbij.

Handen, de persoonlijke foliant van een ouder mens, dat te lezen valt voor de buitenwereld als een goed verstaander maar een half woord nodig heeft. Om te koesteren en te spelen met de losse vellen die die bladzijden onverbloemd vertellen.

Overpeinzingen

Als het lukt

En dan is het tijd om bij te stellen, de kaarten te schudden en opnieuw tot een goede verdeling te komen. in de tijd dat we nu samen zijn, ontdek je steeds weer waar de aanpassing sturing nodig heeft, zodat er niemand in het nauw komt en er leefruimte is voor iedereen. Geven en nemen is nog nooit zo letterlijk geweest.

Op het nieuws komen de fricties over, die ontstaan bij het opnemen van de Oekraïense gezinnen in huis. Het is goed te begrijpen. Als het ons in de drie maanden dat we samen zijn, al veel overleg en aanpassen kost, dan is het voor meerdere mensen uit een gezin, die elkaar niet verstaan, een moeizame opgave, juist omdat het niet te bespreken valt. De antwoorden op de vragen vallen zo tussen de wal en het schip. ‘Wat zijn jullie gewend, hoe doen wij het hier en is daar een tussenvorm voor te vinden’.

Ik merk dat ik mijn ochtenduurtjes toch te veel mis. Het doel van het schrijven is voor mij het hoofd leeg maken en daarna aan het nieuwe hoofdstuk van de dag te beginnen. Zo heb ik de afgelopen jaren verwerkt, wat ik in mijn eentje verstouwen moest en op die manier de voorvallen op het pad geslecht. Schrijven geeft letterlijk ruimte. Nu schiet het er te vaak bij in en moet ik ergens in de gaten, die in de dag vallen, bijschrijven. Mijn dichterlijke aard komt er door in het nauw en het wordt een zakelijker verslag. Minder boeiend stel ik me zo voor, in ieder geval voor mijn eigen verwerking. Dus, zoals bij het met elkaar slapen, net zo lang draaien tot je de juiste modus hebt gevonden. Die zoektocht blijkt tegelijkertijd een grotere verbondenheid op te leveren, omdat elke gelukte aanpassing als een verrijking van het samenzijn voelt.

In Verweggistan blijft de keuken in de oude staat, tot ik het heb gezien. Dan kan ik aangeven hoe het voelt voor mij. Er staat een fornuis dat een grondige schoonmaak kan gebruiken, een antieke kast en er is te weinig aanrecht of werkblad, maar er staat een tafel middenin en er liggen prachtige authentieke plavuizen op de vloer. We gaan het zien en beleven en kijken welke aanpassingen er nadien gemaakt kunnen worden. Er zal nog meer te doen zijn en een oriënterend verblijf is daarom noodzakelijk.

Gisteren na de voorstellingen was het tijd voor de verjaardag van lieve kleindochter. Het grote feest met de hele familie is pas zaterdag. Haar eerste echte verjaardagsfeest met iedereen dankzij corona. Dat kwam tijdens de voorstelling ook nog ter sprake. Een van de dansers vond dat heel veel kinderen niet gewend waren aan theater of een optreden. Ik herinnerde hem er aan dat het kinderen van vier tot zes betrof die twee jaar of meer de gemeenschap en dergelijke actieve dingen ten enenmale hebben moeten missen. Ze kunnen eenvoudigweg geen ervaring hebben opgedaan.

Bij de kleine jarige, drie alweer, werd het een pannenkoekenfestijn, waarbij de kaas en de uienrelish niet vergeten werd. Vooral dat laatste noopte tot het zoeken naar een recept om het zelf te maken. Zo zalig. In het bescheiden gezelschap, zoonlief met gezin was er ook, voelde de kleine grote meid zich toch helemaal jarig.

In bed maken we lijstjes van zaken die op ons liggen wachten, dat zijn er nog heel wat. Nu kunnen we bovenaan beginnen en afstrepen. Willem de Zwijger hoeft vanavond in de bio-club nog niet aan te treden, dat wordt gelukkig uitgesteld. Meer tijd voor deze boeiende maar pittige literatuur en dat geeft rust in het hoofd, naast het lijstje en de voornemens. Soms is het schudden van de kaarten noodzakelijk om tot verheffend spel te komen. Het is een meerwaarde als het lukt.

Uncategorized

Zoals het een dagelijks blogger betaamt

En dan heel vroeg in de morgen het verkeer horen aansuizen door de kier van het zolderraam en niet weten hoe laat het inmiddels is, want nog steeds pikkedonker. Eergisteren was het al bijna licht rond vijf uur als normaliter de dag ontwaakte. O ja, drong het langzaam door tot het door slaap vertraagde brein. De klok en haar tweejaarlijkse semi-eigenzinnige verhouding met de tijd. Een uur vooruit betekent een uur minder slaap. Twee dagen later betekent een uur vooruit vooral een verlaat schemerduuster. De Grote Beer schittert onverbloemd en onverbleekt aan het firmament.

De dag begint dus in het halfduister. Een winterse kwinkslag. Een uur vooruit maakt nog geen zomer. Zo leedmoedig als de dag begon zo berustend rolde zich de rest van de ochtend af. De rit ging naar Bunnik, op de Tomtom slechts 16 minuten vanaf mijn parkeerterrein. in werkelijkheid twee minuten later, maar nog altijd ruim op tijd. Een immens gebouw, waar het speellokaal zich zou bevinden. Daar was de dansdag gepland voor de groepen een/twee van de basisschool. Succes verzekerd, want wie wil dat kleine lijf niet in de onmogelijke bochten wringen. Er was een interactief onderdeel bij.

Wat een school. Geld als water toen ik de entourage bekeek. Ergens is het bestieren van een schoolgebouw met inhoud toch een kunst op zich. Zo ver hadden we het met onze kleine eenpitter nooit gebracht. Luxe aankleding, speels, kleurrijk, prachtige ruimtes, alles wat je je als doorgeleerde lekkerbek van kunst en cultuur zou wensen. Uitdagende aankleding die het vermoeden deed rijzen dat ze er wel oog voor hadden. Dan was het goed. Als er maar meer dan voldoende gebruik van gemaakt wordt, dan gun ik het elke school.

De kinderen waren keurig op tijd, pasklaar voor de beschermde vloer, dus schoenen uit. Wel zo’n kalm begin, als iedereen in polonaise om de dansvloer geleid kan worden en dan aan de rand kan gaan zitten.

Die schatjes, ik zag de mijne er in terug. Mijn eigen wetenschappers, mijn kostelijke kleine vragenvreters…Waarom? De kinderen in hun hele eigen wereldje, wars van alles wat de goegemeente doet en die in hun eigen hoekje kruipen, de schatjes, die nooit recht blijven zitten, maar al luisterend achterstevoren, ondersteboven, binnenstebuiten hangend alles in zich opnemen, de schuchtere moppies die hun mouw hebben nat gesabbeld of aangevreten van de zenuwen.

Deze lieverds bleken ook kant en klare prima ballerina’s in de dop. De split werd tussen neus en lippen door uitvoerig geprobeerd, net als de pirouette. Er waren erbij die de krijtjes-uitdaging met beide handen aangrepen of het spiegelen, het klimmen in de door de armen gemaakte cirkel van het maatje. Een jongetje bleef temidden van het feestgedruis stokkestijf staan en keek en keek en keek al het verwonderlijke er vanaf.

Bij de tweede dag waren er drie ouders bij en een van de meisjes kwam daardoor niet meer tot spel. Ze was met geen mogelijkheid te bewegen mee te doen. Met een wrokkige uitdrukking op haar gezichtje bleef ze zitten waar ze zat. Iedereen om haar heen danste vol overgave mee. De dag van hun leven. Bij de tweede dag was er ook een school die door omstandigheden de voorstelling vergeten hadden. Een gemiste kans. Arme lieve schatten.

Ik probeerde de derde voorstelling nog naar voren te schuiven, maar de groepen konden niet. Extra wachttijd dus, dan maar een boodschapje en daarna naar huis. Eindelijk posten, zoals het een dagelijkse blogger betaamt.

Overpeinzingen

En die het de tijd en de ruimte geeft

Na de enerverende ochtend volgde nog meer voetbalvreugde. Zoonlief had gevraagd bij de wedstrijd te komen kijken. Tegelijkertijd was hij even de melding uit of thuis vergeten. Dus reed de Kleine Blauwe Prins met een vaartje richting het dorp verderop. Daar bleek het eerste elftal te zijn verschrompeld tot een stel smalle omhooggeschoten adolescenten en niet uit het vertrouwde cluppie. Thuis dus was de conclusie. Sight seeing de provincie in een stief half uurtje. Nog net het staartje van de eerste helft meegepikt en de tweede helft. Ver van het normale feestgedruis of de gehoorsafstand van ongezouten repliek dienende supporters.

Voetbalvreugde

Er stonden alleen drie oude mannetjes met de handen op de rug gevouwen hun eigen technieken en balbeheersing te vergelijken met die van de jongens in het veld. Ze hanteerden met name de overtreffende trap waar het de eigen kwaliteiten betrof. Niet zo vreemd dat er ineens karpers van enorme afmetingen voor mijn ogen zwommen. Voetballatijn dus, in variatie op een thema. Ik hou van dergelijke betweters, zolang ze ieder ander maar met rust laten.

De schorre kreten van de coach van de tegenpartij dreven als losse medeklinkers over het veld, drift in de stem, waarmee hij dwingend de voeten van zijn telgen de, in zijn ogen, goede kant op te sturen. Voetbal ten voeten uit. Ze verloren jammerlijk, maar de vreugde was er niet minder om.

In de avond de wedstrijd Oranje- Denemarken waar de kleine filosoof voor de eerste keer, dankzij suikeroompje, samen met zijn vader een stadion bezocht. Halverwege schuurde ik tegen de vertrouwde mouw naast me aan en viel ik in slaap. Twee doelpunten waren nog doorgekomen en twee had ik er gemist buiten die van de tegenpartij. De droom was zoet en aangenaam, er viel niets te klagen.

Op linkedln komt er een stukje filosofie met winnie de pooh en knorretje voorbij. Ze behoren met alle andere dieren uit het Bunderbos tot mijn jeugdklassiekers en kinderbijbels. Pooh heeft een moeilijke dag. Knorretje vraagt of hij er over wil praten. Dat is niet het geval. Knorretje zwijgt, want hij begrijpt het. Het valt niet mee om een moeilijke dag te hebben. Maar weet je zei Knorretje, moeilijke dagen zijn zoveel makkelijker wanneer je weet dat er iemand voor je is. En ik zal er altijd zijn voor jou Pooh. Pooh zat er maar en maalde zijn hele moeilijke dag door zijn hoofd. En Knorretje zat naast hem met bungelende beentjes en was er. Ik was er ontroerd door en hoopte tegelijkertijd dat iedere vluchteling, die onderweg is en een moeilijke dag heeft, een Knorretje naast zich vindt.

Bij de EO in een programma haalde men aan dat het vaak als een troostrijke gedachte geldt om te stellen dat ‘het altijd goed komt’. Iets wat een mens al gauw tegen een ander zegt in moeilijke tijden. Maar het klopt niet helemaal. Het oude voorval komt niet altijd goed. Soms neemt het leven een andere wending en leid je in nieuwe banen, waardoor het voelt alsof je verder kan. Dat er verrijking kan zijn nadat je door een diep dal bent gegaan. Dat is in het begin vaak niet te overzien, maar kan langzamerhand steeds helderder worden. Ik hoop in dergelijke gevallen alleen maar dat we inderdaad terug kunnen vallen op zo’n Knorretje in de buurt. Iemand die het begrijpt en die het de tijd en de ruimte geeft.

Overpeinzingen

Geen sinecure

Hoera, de fiets is er. Er was nog een probleem met de banden en een Frans ventiel, waar de pomp niet direct op paste, maar met moed beleid en trouw en drie pompen, een van dochterlief en twee uit onze eigen schuur, was het toch gelukt. Als bonus voor het brengen hadden we besloten naar de wedstrijd van de kleine filosoof te gaan en daarmee de fiets uit te testen en die van mij zou ik dan tegelijkertijd uit haar winterslaap wakker kussen. Die banden bleken ook moeite met de lange rustperiode te hebben. Maar toen de pomp eindelijk naar behoren werkte konden we toch met vier luchtbanden naar het veld fietsen. Een lange rechte weg was het en op het veld was het tussen die krioelende kluwens nog even zoeken naar het juiste halve veld en het juiste lieve jongetje. Vanaf de overkant in het allerlaatste veld werd heftig gezwaaid. Gevonden.

Ze deden het fantastisch en scoorden ruim. De kleine filosoof drie schitterende goals, een mooie kopbal zelfs. Sterk aan de bal en een goed technisch inzicht, wat leuk was om te zien. ‘Het zit in de genen’ denk ik altijd als het om een voetbal gaat. Dan is de tweeling onmiddellijk weer in beeld als twee kleine dribbelaars die voortdurend uit de kleine kluwen op het middenveld zich losmaakten richting doel om die tocht succesvol af te sluiten. Zo’n mooi plaatje om in gedachten te hebben en altijd aanwezig achter alle andere deurtjes.

De allergrootste kroon op het werk kwam nog. Sinds lang eindelijk gewonnen met maar liefst 7-5 en dat gaf een glorieus en gelukkig kijkend mannetje die hard op me af kwam rennen na het eindsignaal. Oma’s brengen geluk.

Zijn kleine zus, die al bijna groot is, want volgende week wordt ze drie, vermaakte zich opperbest, deels met haar moeder en deels met een andere grote jongen die was komen kijken naar zijn broer. Verstoppertje, madelieven en paardebloemen plukken…Wat doen die onhandige oude stijve vingers zonder nagels met de steeltjes van die verfijnde bloemetjes. Vlechten ging niet meer. Dochterlief had de nagels gelukkig wel. Kleindochter dartelde als een lammetje in de groene wei met een gelukzalige glimlach op haar toetje. Het leven is mooi en het leven lacht, straalde haar aanwezigheid. Bij de beloning voor de winst steeg een jaloersmakend indianengehuil op. ‘ Kom jongens gaan we de ijsjes halen’. Niet volgens het spreekwoord ‘De ezel een wortel voorhouden’, want ‘ze zijn om de dooie dood niet op hun achterhoofd gevallen’. Dat laatste was mijn oma’s kijk op bepaalde schrandere kinderen.

Na het voetbalveld was de stort aan de beurt om de zakken met hout weg te brengen. Fijn dat het redelijk vroeg was want nu waren er ongeveer maar 25 auto’s voor ons. In de middag staat er vaak een rij auto’s van een straat lang. Twee zakken geïmpregneerd hout en een zak grof afval.

Na deze huishoudelijke bezigheden was het tijd voor het ophalen van de twee nieuwe brillen van Lief. De volgende stap in het proces. Dat we daarna even flink bij moesten komen zal geen wonder zijn. Genoeg emoties over en weer.

En Willem de Zwijger maar zwijgend opkijken vanaf het boek, met nog steeds dat lichte verwijt in de ogen. Ja hoor. Eerst de luchtigheid en daarna de zware kost. Balansen zodra het mogelijk is. Bovendien, probeer met deze kleine lettertjes maar meer dan vijf bladzijden achter elkaar te lezen zonder dat de ogen dichtvallen. Geloof me, dat is geen sinecure.

Overpeinzingen

Dat dan wel

Langzamerhand vindt er een omslag plaats in tijd. Waren de nachten lang en de ochtenden relatief kort, zeker vergeleken bij mijn eigen ontwikkelde gewoonten, nu worden de nachten korter en de ochtenden langer. Daarbij is de gewoonte om te schrijven op bed bij de eerste twee koppen koffie omgezet naar vroeger opstaan en beneden schrijven op de bank met uitzicht op het lieve vogelleven. Het is eigenlijk een voorbeeld van het samensmelten van twee verschillende gewoonten. De langslaper en de kortslaper. De titel voor een boek als je het op de keper beschouwd.

De dag rolde zich gisteren in alle gemak uit. Alles was met een gezamenlijke inspanning klaar gemaakt voor ontvangst van broer en schoonzus. Lief haalde in aller ijl nog de vergeten koffie en tulpen bij de supermarkt in de wijk en ik zorgde voor de lunch. Afbakbroodjes, lekkere vleeswaren, soep met ballen speciaal voor de gasten, melk, kaas. Iets over de gestelde tijd belden de twee aan met hun voorjaarsbodes. De kamer in de tulpen.

Het huis werd bewonder, een kunstenaarswoning, warm en sfeervol, was het compliment dat geboekt werd. Vol lof en enthousiasme waren ze over de entourage. Het deed deugd en ieder zat ontspannen en vol verhalen aan de dis. Het wereldleed kwam uitgebreid langs even als de vorderingen van Lief in zijn ontwikkelingsproces van eenzame wandelaar naar sociale contexten. Broer was nog altijd verbaasd over de snelle vorderingen die werden gemaakt en de veerkracht van zijn jongere broertje. Die twee samen te zien was als immer een belevenis. De kwinkslagen vlogen over en weer en duidelijk was dat ze uit hetzelfde hout gesneden waren. Onversneden commentaar op de onbetrouwbare man met zijn uitgestreken gelaat, die zonder te verblikken of te verblozen de meest boute beweringen kon verkondigen daar in die verschrikking, waar geen mens zou willen zijn.

Toch bleef de algemene tendens luchtiger. De problemen met inschrijven en hoe dat het best geregeld kon worden, de inburgeringscursus van Lief, die nu al zover was dat de OV ten volle benut kon worden, zelfs naar de verre uithoek waar zij woonden en de blijdschap over eindelijk dit deelzame leven met broer nu hier dichtbij in plaats van vanuit Verweggistan te mogen delen. Zo kabbelde de dag voort. Dat het ongemerkt voldoende aan energie had gekost, bleek later. Het boogje ‘voortschrijden’ plofte als een tekstballonnetje in elkaar.

Schoonzoon appte dat hij de fiets al morgen komt brengen en dan gelijk doorgaat naar de voetbalwedstrijd van de kleine filosoof hier in het stadje. Mooi moment voor een eerste fietstochtje hadden Lief en ik bedacht, en dus in alle vroegte, als we toch al wakker zouden zijn en vanuit de ochtendmodus, de gelegenheid om onze kleine voetballende goalgetter te gaan bewonderen. Dat plan werd van harte toegejuicht, zonder het mededeelzaam te maken aan de kleine filosoof, want stel dat er wat tussen zou komen.

Gisteren reisde ik met Floor mee naar het einde van de wereld en ditmaal kwamen we terecht in Patagonie. Op de een of andere manier , ondanks dat de ranch echt in de middle of nowhere lag, bekoorde het me minder dan al die andere wonderschone plekken, die in dit programma waren langsgekomen. De klik met de bewoner bleef uit.

Arjen Lubach kon er niet meer bij en Willem de Zwijger al helemaal niet meer. De koek was op. Het verlangen naar gewoon lekker liggen was te groot. Voor mijn hoofd het kussen raakte, moet ik zijn ingeslapen. ‘Als een roosje’, beweerde Lief de volgende dag. Dat dan wel.

Overpeinzingen

Daar zijn er meer van

Vroeger dan normaal, bij het krieken van de dag zoals het een goed padvinder zou betamen, zijn we wakker. We laten ons wekken door de eerste lichtval, als grote beer in zijn pannetje verbleekt. Er komt visite en nogal op tijd. Elf uur om precies te zijn. Gisteren hadden we na alle bezigheden geen zin meer om het huis te kuisen, dus moeten we er nu aan geloven. Maar we zijn met twee, het werk gelijkelijk verdeeld en opgesplitst in hapklare brokken, ‘grote stappen gauw thuis’. Stoffen, stofzuigen, toilet, vaat, oven, planten water geven. Dat laatste was er gisteren bij ingeschoten. Lief pakt de stofzuiger, ik scharrel in de opruim-modus er tussendoor. Ruim op tijd zijn we klaar. Nog een paar boodschappen, die gisteren vergeten zijn, een ouderwetse tomatensoep met balletjes op het fornuis, De tafel in de lunchstand.

Tussendoor het balkon gezellig maken en genieten van de kauwtjes, de halsbandparkiet, de duiven, de meesjes, die naarstig voorraad komen halen. Pluis scharrelt mee, dan weer op balkon, loerend naar het overweldigende aanbod vogels, dan weer lui soezend op de bank in het zonnetje.

Gisteren wachtte ik een uur, terwijl Lief de intake had bij de psychosomatische fysiotherapeut. In dat pand met een soort clubhuis, een apotheek, de huisartsen, de verloskundigen en de fysiotherapie met oefenzaal er naast, gonsde het van de bijgeluiden. Mensen kwamen achter elkaar de trap op of af en de lift zoefde monotoon op en neer. Veel oudere mensen, die opvielen door het aantal decibellen, waarvan ze waarschijnlijk niet in de gaten hadden dat het op orkaansterkte was door eigen dovigheid. Sommige strompelden met een hardnekkige vasthoudendheid de treden van de trap op, terwijl de man in de scootmobiel zich naar de lift begaf en zich omhoog liet zoeven. Soms werkt zo’n hulpmiddel een tikkie tegendraads. Beweging is een soort toverwoord heden ten dage en met zo’n apparaat ben je sneller geneigd om ook de kleine stukjes niet te lopen.

Met Willem de Zwijger trotseerde ik dat stief uurtje wachten, maar het concentreren was moeilijker door de hoeveelheid prikkels die er langs kwamen. Een vrouw liep hardop zuchtend heen en weer en bedelde bij de assistente achter het loket van de fysio om druivensuiker. Ze was kennelijk ergens misselijk van. Andere mensen, alert door het gezucht, maanden haar aan te gaan zitten, wat ze voor twee seconden deed en dan weer opvloog en nog meer druivensuiker vroeg. ‘Neem het rolletje maar mee’, zei de assistente wijs. Die zag de bui al hangen of werd ze ook een tikkie zenuwachtig van het gejeremieer.

Lief was precies na een uur klaar en had heel open en uitgebreid alles kunnen vertellen. De goede sfeer van die ochtend zette zich voort en spreidde zich over de rest van de dag. Geluk, gelukkig, gelukkigst, kan het nog mooier?

’s Avonds belde vriendinlief, sterk verwaarloosd qua aandacht, een paar keer mis gebeld beiderzijds, maar nu spraken we elkaar uitgebreid en lang. Alle wederwaardigheden kwamen langs, haar sores, mijn geluk en het verlangen naar. Een wens die uitgesproken wordt, krijgt daardoor alleen al een meerwaarde. Met de belofte van een bezoek in de tuin namen we afscheid. Lief, lief, lief. Tijd om alle contacten weer wat aan te halen, nu we bijna gewend zijn aan het samenzijn.

De halsbandparkiet zit er weer. Nu parmantig boven in de prunus van de benedenburen. Straks verdwijnt ze in een witte zee van bloesem evenals het andere gevederte. Toch eens overwegen om Pluis een belletje om de hals te doen. Dan ie iedereen in ieder geval gewaarschuwd als er gevaar dreigt, omdat de poes op de loer ligt. Verder vind ik haar een echte Minoespoes, zo eentje die nuffig volstrekt haar eigen gang gaat. Daar zijn er meer van.

Uncategorized

Het werkt nog altijd

Soms is er een dipje nodig om weer nieuwe sprongen te kunnen maken. Hoe verhelderend het kan zijn, om eerst zo’n voorval te overpeinzen en dan de volgende dag, na een nachtje slapen, er weloverwogen over te praten. De gelegenheid bij uitstek om de emotie om te buigen naar het waarachtige gevoel, waardoor daarna zoveel meer aan diepte is gewonnen. Het stemt dankbaar en voelt als oneindig.

Maandag op de tuin, in die heerlijke lentetemperatuur, was het goed toeven. De kussens op de nieuwe stoelen, kleedje over de tafel, het boek van de Zwijger in de tas, maar het werk lonkte. Lief slechtte drie wilgenkronen en ik begon vast aan het verwijderen van het dorre restant van de winter. De grassen hadden de overhand genomen in de zachte winter. Hele pollen moesten worden uitgespit. Achterbuuf was er ook en natuurlijk werd eerst de winterlange tuinstilte bijgeklept. De bouw van hun nieuwe huis, mijn nieuwe liefde en de toekomstmuziek die door alles heen klonk. Daarna haastte ik me om de stapel wilgentakken te ontdoen van de zijloten. Mooie lange rechte vlechtstaken werden zo verkregen. De kleine takken gingen in bunders naar de afscheiding tussen de buurvrouw en mij, zorgvuldig gestapeld door lief. Ook een manier om een hekwerk te verkrijgen. De staken waren voor dochterlief.

Op naar broer en schoonzus die een snelle versnellingenfiets hadden staan en hem hadden voorbestemd voor ons. We kwamen totaal onverwachts, maar schoonzoon wilde de volgende dag hardlopend naar hen toe om vervolgens weer terug te kunnen fietsen. Dat kwam ik vertellen. Het weerzien met Lief die ze beiden nog kenden was allerhartelijkst. De fiets te mooi om waar te zijn, Lief in zijn nopjes en iedereen blij.

Daarna zal het transport aanstaande zondag per fietsdrager naar hier gaan. Dan kunnen we daarna allebei op de fiets naar het feest van de schoonfamilie. Een fietstocht samen is iets om ons zeer over te verheugen. De laatste keer was ooit, plusminus 45 jaar geleden, geweest. Een tocht door Voorschoten, waar we toen woonden en Wassenaar richting Noordwijkse Duinen. Ook die tocht voerde langs lammetjes en uitbottend groen. De kroon op die inspanning was een heerlijke lunch in De Gouden Leeuw, eenmaal terug in Voorschoten. Iets wat met ons beperkte studentenbudget een grote uitzondering was, dus wel iets om te onthouden.

De volgende ochtend begon de dag vroeg. Richting Baarn over een net ontwakende snelweg met heiige overgangen van de weilanden door de snel stijgende temperatuur. Het theater was een feest van herkenning, met haar mooie wandvulling, het rode pluche en de prachtige beelden her en der. De voorstelling over Ridder Florian, een alleraandoenlijkst lief klein riddertje met een stokpaard naast een pompeuze lakei, een duitse middeleeuwer, een lief jong draakje dat wilde spelen, een pochende rijke ridder op een wit stokpaard en een aandoenlijk oud vrouwtje met toverdrankjes voor moed, voor stoer en voor sterk, liet het kleine grut genieten en alleen de tweede voorstelling leverde een angstig huilend meisje op.

Al met al was er weinig tijd over om te schrijven, want bij de fysio viel er ook nog het nodige te doen. Krachttraining is nog belangrijker dan de beweging op zich, posteerde hij. Iets om te beamen. Niet voor niets had ik voor de djembe gekozen zodra ik hoorde dat er sprake was van deze aandoening. Spieren sterken om het gebrek aan lucht op te vangen. Dat is het idee erachter. We gaan ervoor.

Voor de splinter in mijn vinger, die ik op de tuin had opgelopen en die te diep zat om open gepulkt te worden, haalde ik teerzalf en soda. Er gaat niets boven de wijsheid van het verleden. Naast de oude Grieken en Romeinen met hun spreuken werden heel wat huis-, tuin- en-keukenkwalen opgelost door grootmoeders almanak en middels overlevering doorgegeven. Het werkt nog altijd.

Uncategorized

Aan de slag dan maar

Volle maan speelt parten nu ze weer aan het afnemen is. Het zou ook zomaar het begin van de lente kunnen zijn, de deadlines die in de nek hijgen, het boek van Willem waar ik maar niet snel genoeg in ga, de komende gebeurtenissen…Kortom muizenissen ten top. Goed voor een slapeloze nacht. Grote beer, het steelpannetje, winkelt boven me door het dakraam heen en fluistert verhalen, zingt een nostalgisch suja suja slaaplied voor me, maar het mag niet baten. Pas tegen de vroege ochtend word ik toch overvallen door lede ogen die toevallen, en een droom herbergen van een tachtigjarige ex-vriendin, die zwanger blijkt te zijn. Wat me bij blijft, is het feit dat ik hooglijk verbaasd ben dat dat mogelijk is. ‘Altijd’, bevestigen de zustersirenen om me heen en ze knikken heftig. Probeer er maar eens chocola van te maken van al die losliggende gedachten, het rafelt mijn leven binnen.

Gisteren zag ik het mooie programma van Nadia Moussaid en haar vader, ‘ Mijn vader de gelukszoeker’. Een boeiende tocht door zijn verleden, het verblijf als illegale gelukszoeker in Parijs en vooral het feit dat de tijd stil gestaan lijkt te hebben als je nog steeds opgeschoten jongens, nog maar net de puberteit ontgroeid, ziet hosselen op straat. Een innemende vader in een Bretonse trui met een praatje voor iedereen. Kenmerkend is het vertrouwd zijn met het milieu dat ze opzoeken en het gemak waarop hij de jongens aanspreekt. Triest om te zien dat de illegaliteit bloeiend is, de uitzichtloosheid van het geheel, het hele bestaan van achterom kijken en vluchten. In het eigen land geen toekomst en in het westen er niet boven uit kunnen groeien drijft ze regelrecht in de armen van de kleine misdaad. Het overschreeuwen van hun ellende klinkt nog lang door. De tranen zijn echt, zowel van de vader als van de dochter. Er volgen nog twee afleveringen.

In gedachten gaat mijn reis naar een oud huis ergens achter gare du Nord. In het huis een paar polen, wat Senegalezen en wat jongens van de Ivoorkust. Stuk voor stuk jonge mannen en een vrouw met een kind, die het huis bestiert, een huis waar de vettigheid van het bakken tegen de muren op is gekropen. Geen echte toekomst, vooral veel straatwerk en de opvang bij de vrouw die voor iedereen altijd een maaltijd over heeft. Tussen de dampende sigarettenrook door probeer ik hun blikken te peilen en te ontdekken wat hen beweegt, waar ze naar verlangen, hoe ze de toekomst zien. Ze werken veelal illegaal in de horeca of hosselen hun hachje bij elkaar. Een van hen wil met me trouwen, al had ik zijn oma kunnen zijn. Als ik naar buiten stap, de frisse nacht in, voel ik me zwaar te moede. Te onmachtig, te klein, hoe overleef je een rechtenloos bestaan.

Vanmorgen in alle vroegte na de koffie weven Lief en ik in een fijne conversatie de levens van Willem de Zwijger, die ik aan het lezen ben en Erasmus, die hij nu aan het lezen is, met elkaar. Nog steeds is het Middeleeuwse plaatje niet rond, het ene leven vanuit de Clerus en het Humanisme en het andere vanuit het wereldje van de edelen en hun talrijke oorlogen en schermutselingen. Het voetvolk, zoals ik het leerde kennen in Het Boek van Jongen van Catherine Gilbert Murdock, een arme ganzenhoeder die met een voorbijtrekkende monnik meereist naar Venetie, of Mariken van Nieumeghen geven een heel ander beeld. Zo sprokkelt het plaatje Middeleeuwen langzaam haar onderdelen bij elkaar. Ik ben benieuwd wat het geheel ten einde completeert.

Het Sahara-zand heeft mijn schoongewassen ramen een waas van stof gegeven en het uitzicht vertroebeld. Om alles goed te blijven zien is het zaak helderheid te bewaken. Aan de slag dan maar.

Uncategorized

Ze is kostbaar en vliegt zomaar voorbij

Pluis was er even klaar mee, met die Willem de Zwijger. Iemand die niets zegt en op je lekkerste plekjes van de bank gaat liggen, wordt toch als een querulant gezien. In de letterlijke zin van het woord zelfs een dwarsligger. Ze bleef maar aan zijn loshangende staart knagen. Het was een welkome afwisseling voor de vele moordpartijen en oorlogen. Wat een onvoorspelbare tijden kenden die middeleeuwers. Dat had voor menigeen een bittere afdronk. Was er geen strijd, dan altijd nog wel de pest met etterende zweren, ongedierte of gebrek aan huis en haard omdat het was platgebrand en nu was zelfs Anna, zijn vrouw, aan melancholie ten ondergegaan. Kommer en kwel.

Dan maar bedenken hoe we deze luie dag verder gaan invullen. Aanvankelijk leek het de tuin, maar bij nader inzien toch maar beter bewaren voor morgen, gezien de weersvoorspelling. Lief had koffie gehaald en met de biechtstoel naast het bed(van oma)babbelden we over Verweggistan en de noodzaak voor eventuele vernieuwingen. Het kost moeite om de zorg om mijn gezondheid weg te nemen. Hoe vaak ik met de hand op mijn hart en in het redelijk stofhappende oude eigen huis ook verzeker, dat ik geen last heb van stof met mijn aangedane longetjes en dat ik heel goed een reis aan kan van gemiddeld vijf uur per dag rijden, zoals het een echt bejaard stel betaamt, kan ik maar niet zijn ongerustheid wegnemen. ‘Eerst zien en dan geloven stuurt mijn rebelse oma door. Precies. Gewoon doen en gaan, dan is dat idee vanzelf van de baan.

Dochterlief stuurt een foto op van de twee schilderijen die ik van de kleinzonen had gemaakt. Een was er ingelijst, maar de ander had ze te krap gekocht. Gisteren had ze eindelijk de laatste er toch in gepeuterd en ook al kan het er nooit meer uit, beweert ze, zo hebben we het maximale aan eer van het werk. Direct er achteraan kwam een opdracht voor de jongste, liefst ook aan zee. Kom maar door met de foto, misschien is een opdracht weer een goede stimulans om de penselen op te pakken.

Hier op zolder worden we ‘smorgens wakker van de kauwtjes, die met het bein van deze lente vast druk in de weer zijn om hun nest in te richten. Er wordt geklotterd, getikt, met takken gesjouwd, tenminste als ik de geluiden goed interpreteer. Het is er een drukte van belang. Dat betekent straks met een paraplu over de galerij, want als er kleintjes zijn, veranderen deze goedmoedige kauwen in ondermaatse haviken, die er alles aan doen om hun kroost te beschermen.

Gisteren was ook een dag van betrekkelijke rust. Soms is een pas op de plaats nodig en zeker na de drukte van afgelopen vrijdag. Omdat er van de week eters zijn, experimenteer ik deze dagen met verschillende recepten. Nu had ik een hele fraaie gevonden voor zoonlief, die toe was aan een vleesmaaltijd. Het werd de Ovenschotel Genovese van Rudolph van Veen, naar geheel eigen stijl en inzicht en met schnitzel, maar niet met pappardelle. Dat werd spagghetti, in een dwars-door-de-kast-bui. Nooit gedaan, de gekookte pasta op het vlees in een ovenschotel onder een heerlijke saus, maar o, wat lekker. Nu al een klassieker hier, kan ik jullie verzekeren.

Ziezo, nog een dag rust en dan weer een volle week. Hoe dat toch werkt. Nu de hele corona los is gelaten stroomt de agenda voller dan vol. Bewaken die tijd, want ze is kostbaar en vliegt zomaar voorbij.

Overpeinzingen

Dat alleen al te koesteren

De eerste halsbandparkiet is gesignaleerd. Terwijl ik me gisteren kostelijk vermaakte met de voorstelling spotte Lief de grote vogel hangend aan al het lekkers dat te geef was. Aan de ene kant nog meerleven in de brouwerij en aan de andere kant vraag je je af hoeveel deze exoot van het kleine grut weg zal jagen. We gaan het zien en beleven. Ondanks de koude oostenwind getuigt het balkon volop van lente. Alles staat op uitbotten en ineens was er weer een pot vol blauwe druiven en bloeide de paarse zomerviolier alweer, maakte de roos nieuwe scheuten evenals de clematis. Mooie dikke bladknoppen beloofden een uitgelaten bloeispurt.

Gisterenavond hadden de dochters en ik een rendez-vous met schoonzus, die we, dankzij corona, al heel lang niet meer gezien hadden en onder het genot van sloten thee met boterkoek, appelbrood en paaseitjes haalden we de geschiedenis in. Het wel en wee van kinderen die niet willen slapen en het gemodder van ons vroeger met nu een adviserende slaapcoach werd tegen elkaar afgewogen. Het mag wat kosten, maar dan heb je ook wat. Al die doorwaakte nachten, het gebrek aan slaap, de moeizame momenten van onmacht, omdat de kleine nog niet kon verwoorden wat dwars zat, gleden op het netvlies voorbij. Jaja, ‘kinderen zijn hinderen’ zei Bredero. Zo zuur wil ik het niet stellen maar baby’s verzorgen is op hoog niveau inboeten aan eigen tijd.

Dankzij de blog hebben we misschien zometeen een extra fiets. Mijn lieve schoonzus is meester in het tussen de regels doorlezen en had begrepen dat dat vervoersmiddel wellicht een oplossing voor het halen en brengen kon zijn. Ze had er nog een werkeloos in de schuur staan.

Gisteren had Lief de vuurdoop en ging alleen op pad met het openbaar vervoer. Onze gezamenlijke vriend van vroeger had met hem afgesproken een wandelingetje langs de singels te maken om tegelijkertijd eens een ouderwetse boom op te zetten. Het was nog wat zoeken, maar het lukte wonderwel. Vriend gevonden, een flink stuk de stappenteller laten oplopen en de jaren van afwezigheid geslecht met verhalen en gedachten over en weer. Er waren wat veranderingen maar het gedachtegoed was grotendeels gelijk gebleven zij het, door de ontwikkelingen van dit moment, wel aangepast. Beiden herkenden de aloude vertrouwde geestelijke verwantschap in elkaar en dat vroeg om een vervolg. Dat zal al weldra zijn, want dan komt hij met zijn vrouw gezellig eten. Iets om naar uit te kijken.

Terwijl ik in de warmte van de zon op de bank lag te soezen, kwam de ‘verloren zoon’ weer thuis. Dat laatste waren zijn woorden. Tijd voor mij om de instructies voor de maaltijd door te geven en richting dochter te gaan.

Het huis is inmiddels weer compleet. De jongste is genezen van zijn fikse griep en samen met zijn lieve vriendin weer hierheen getogen. Lief volgt de laatste ontwikkelingen en helpt me met het oplossen van de woordkraker.

Poes heeft haar argwaan opzij gezet en accepteert nu de nieuwe indringer volkomen, ook al stoot hij haar uit het alleenrecht van de symbiose, die wij hadden opgebouwd. Gisteren lag Ze volkomen tevreden tussen ons beide in toen ik gisteren na het bezoek thuiskwam en stoom mocht afblazen. Er viel nog net een sentimentele staartje van een film mee te pakken. Een stervende moeder, een wijze boom en een angstige zoon en zie daar.

Ik ben gek op wijze bomen. Er ligt nog het boek klaar van ‘De boom met het Oor’ van Annet Schaap en Philip Hopman. Ergens in het park in een grote stad kan je als je dat wil geheimen influisteren in het oor van de hoog boven alles uittorende boom. Maar vroeger was er al een evenknie, die heette ‘De wijze boom’ van Ian Page en bestond uit vier delen, die ik de kinderen stuk voor stuk herhaaldelijk heb voorgelezen. Ze konden er niet genoeg van krijgen. Hoe veilig is het idee dat je alles wat in het diepst van je verlangen ligt, mag delen met een veilige, altijd aanwezige rots in de branding. Bomen met een ziel, een ziel in al wat leeft, dat alleen al te koesteren.

Uncategorized

Daar viel nog lang over na te mijmeren

Zo’n dag dat je denkt, deze duurt tot in lengte der dagen en de tijd om alles te doen is volledig van mij. Zo wisselend kan het zijn. Het enige dat gepland stond, was het wachten op een pakketje en het verrijden van de zakken met de restanten van het oude bankje uit de tuin naar de stort. De ter ziele gegane pick-up, die op zolder stond, mocht eindelijk mee naar de kringloop.

Willem de Zwijger valt van de ene strijd in de andere. Moorden, platbranden, deserterende of muitende soldaten, een wormstekig spel tussen diverse edelen, er komt heel wat op mijn pad. De wortels van het kwaad zijn diep gezaaid, wordt steeds meer duidelijk. Dat lieflijke wereldje van vroeger gonsde net zo van het ongemak. Tussen alle glooiende heuvels en schone natuur floreerden heel wat kruitdampen. De smog was destijds absoluut een ingeburgerd staaltje vervuiling in menige stad. hele dorpen werden platgebrand.

Het andere boek van Thomas Moore ‘De ziel kent geen leeftijd’ is als een handleiding voor iets wat je allang wist en dat maakt het lastig om te lezen. Een wonderbaarlijk fenomeen als mensen vanuit hun eigen omstandigheden de richtlijnen schenken aan goedgelovigen. Niets is zaligmakend, alleen wat het beste is voor jou onder de gegeven omstandigheden en die kunnen er mijlen ver van af liggen.

De zon brandt nu op de op wintersterkte ingepakte benen. Deze ochtend moest ik om kwart over zeven op pad om een voorstelling te begeleiden in Wijk bij Duurstede. Dat eerste op zich al was geen straf. Met rijp bedekte velden, de prachtige nevel die de wereld in tweeën klieft, een strak blauwe lucht en een oogverblindend zonnetje. buiten het schoonkrabben van de ramen was er geen vuiltje aan de lucht. Veel te vroeg kwam ik bij het nostalgische theater aan de markt aan. Gewoonlijk trek ik een uur uit om de situatie en de locatie te bekijken om daar mijn strategie op te bepalen. Het stadje ademde zondagsrust. Een voor een gingen de winkels open. Een warme bakker in een oud pandje, het restaurant op de hoek maakte zich klaar voor het nuttigen van de eerste koppen koffie, de dames van het Kruidvat kwamen aanlopen en even later de beheerster van het pand met de sleutel in haar hand.

Om half negen was er ineens leven in de brouwerij. De eigenaar van het theater bleek aan de achterkant van het imposante pand te wonen en was binnendoor gekomen. De sfeer van het kleine pand had een nostalgische grandeur. Klatergoud en rood pluche in het belendende café en een wat moderner bekleding voor de stoelen in het theater maar wel zoals ik me van vroeger de bioscopen en theatertjes herinnerde. Knusse gezelligheid. Daardoor was de helft van het succes al verzekerd.

Hieperdepiep amboulah bleek een mimevoorstelling te zijn met slapstickachtige humor. Achref Adhahdi slungelde over het podium en tot hilariteit van de kinderen was hij elk functioneel gebruik van de doodgewoonste voorwerpen vergeten. Hoe moet je zitten op een stoel, aan welke kant gebruik je een zwabberdweil en hoe zet je een verjaardagshoedje op. Iedere handeling ontlokte oerkreten en wuivende armen. Heel veel kinderen wilden alleen maar helpen en begrepen hem volkomen. Hoe kan het ook anders dat je niets weet als je uit Tunesië komt en je vader en moeder moet missen. Ontroerend waren de momenten waarop bleek dat Achref in zijn eentje verjaardag moest vieren en bij het cadeau in de coulissen steeg er gejuich op. De interactie was eveneens hilarisch. Hij pakte een meisje in in een verjaarsslinger met vlaggetjes en liet kinderen zijn huishoudhandschoenen uittrekken. De kinderen genoten en wij als volwassenen konden ook menig keer een lach niet onderdrukken.

‘Bent U een soort mister Bean’ vroeg iemand na de voorstelling. Daar kon de acteur zich wel in vinden. En of hij echt jarig was. ‘Alle dagen, omdat ik vroeger nooit mijn verjaardag kon vieren in Tunesie’. Onder de indruk van dat feit verlieten de kinderen de zaal. Daar viel nog lang over na te mijmeren.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Om te koesteren

De tuin lag er vertrouwd bij, alsof ze lag te wachten op een volgende stap in de ontwikkeling naar een bloeiend herleven. Lief had er zin in en ging eerst met de kleine snoeischaar aan de slag om als een volleerd kapper de kleine twijgen weg te knippen uit de wilg haar pruik. Daarna was het tijd voor het grovere werk met handzaag en takkenschaar. Met lede ogen zag ik zijn grote voeten stappen op de plek waaronder ik de grote akelei van mijn moeder lag te rusten en suste mijn ongerustheid weg met vertrouwen.

Ik keek eens naar het halfronde bankje, dat in deplorabele staat zijn laatste jaren beleefde en besloot te ruimen. Een grote blauwe zak voor de kleine houtjes die al los zaten, voor de rest had ik de spierballen en de trapkunst van Lief nodig. Dan maar eerst aandacht voor de oude stoelen, die achter de hut stonden. Het was een beetje prietpraat met dat gebrek aan zuurstof. Geen grote daden maar het kleine werk. Rotan vlechtwerk, dat verteerd was, ging in de zak, de rest moest wachten. Dan maar een beetje schuren aan het rode tafeltje, met een opmerkelijk resultaat en in de wetenschap dat de bovenkant zometeen alleen een laklaagje nodig had. Met het schuren had ik zicht op de dichtbegroeide vlonder eronder, waar grassen en dovenetel, hier en daar een bosaardbei, welig tierden. Een logisch gevolg in de werkzaamheden was het vrijwaren van de vlonder. Verstand op nul, pulken en trekken en resultaat zien. Een werkje van niks, maar met voldoening uitgevoerd.

De lijst van het krijtbord met de naam van de hut erop haalde ik er voorzichtig vanaf. Een volgende stap was het insmeren van de hele achterkant en het opplakken. Daarna zou het nooit meer ten prooi vallen aan de wind. Kleine optelsommen die allen meehielpen aan de fitheid van het paradijs, druppeltjes op de gloeiende plaat, maar van groot belang en heerlijke bezigheden om gedachten te laten stromen of juist te vergeten.

Lief had de wilg geknot en was bezig met het ont-twijgen van de te vlechten grote takken, bracht de ril met de kleinere twijgen beter in model. De deugen van de ronde bank zouden weer kunnen dienen als stutten voor het geheel.

Dochterlief kwam precies op het goed moment langs met haar kleine roze nimf in het voorzitje van de fiets. Er moest water worden gegeven in haar kas en daarna konden de zware zakken overtollig bankhout op de fiets naar voren gesleept worden. Klaar voor de volgende wilgen en het slechten van de stoelen bij de volgende keer.

In de overdadige rust van hun huis, wijntje bij de hand, heerlijke wraps als maaltijd, gezellig gekeuvel van de kleine filosoof en zijn zus, was het natafelen, waar de kinderen hun digitale uurtje hadden, een aangenaam verpozen voor ons. De plannen voor straks, het uitwisselen van meningen en gevoelens, de warme aandacht, alles was voorhanden. Toekomstmuziek klonk door ondanks al het wereldleed. Het kleine geluk, hielden we elkaar voor, vooral dat.

Wel plannen voor hoe te helpen met al die vluchtelingen en wat je als eenling daarmee uit de voeten zou kunnen. Een buurthuis met de wijk confisqueren en in gereedheid brengen, dacht dochterlief, of zoiets dergelijks. Overhaast in huis nemen heeft minder zin, als de ruimte niet toereikend is. Dubbel vluchten mag niet aan de orde zijn. Een degelijke en langer houdbare veilige plek lijkt de meest ideale oplossing. Zo brainstormen we wat, terwijl Lief nog eens benadrukt hoe ontheemd een mens kan zijn door weggeplukt vanuit een vertrouwde omgeving door omstandigheden in een nieuwe situatie te worden geplaatst. Hij beseft maar al te goed dat het leed van hen vele malen groter is, maar dat gevoel van nergens meer thuis te horen is universeel, of je nu uit welk belegerd land dan ook of uit een onverkwikkelijke situatie komt.

Dankbaar zijn we voor alles wat ons overkwam, de liefde, de bijzondere wegen die er voor ons uitgestippeld lijken te zijn en dat een hechtheid smeed, die dieper gaat dan we ooit hadden kunnen bevroeden. Een leven en liefde om te koesteren.