Literatuur.·Overpeinzingen

En de eindigheid ervan

De gierzwaluwen vliegen niet al te hoog. De hoop was er op een vrijwel droge dag, maar ik geloof dat ze de twee lichte buitjes, die nog voorspeld zijn, bevestigen.Vandaag stap twee voor de regenton, de aansluiting. Er moet wat gereedschap mee en dan kunnen we los. Fijn als ie uiteindelijk helemaal echt staat.

Het was gisteren een soort van kabbelende dag met een bezoek aan Hoek, aan broer en schoonzus van lief, een fijne lunch en een goed gesprek over de toekomstige plannen. De regen kwam inmiddels met bakken uit de hemel zeilen. Jammer, want anders hadden we echt het strand nog aangedaan. We waren er zo dichtbij, per slot van rekening.

De boeken met inspiratieverhalen heb ik naar boven gehaald en ze liggen nu om mij heen of staan op de plank achter het bed, tegen het doek van de schrijvershand die de pen vasthoudt. Onder andere ‘ De kunst van het woord’ Vincents mooiste brieven, de meeste aan zijn broer Theo, altijd bedelend om geld of penselen en verf en met een uitgebreid verslag van zijn belevenissen, maar ook met de gedachten, die zijn gemoed bezig houden. ‘Verdriet is een ding met veren’ van Max Porter is een andere. Elke passage is raak, soms vervreemdend, kraai speelt zijn eigen rol, die van rouwverwerker en vliegt pas op als de vader met de twee zonen samen alleen verder kunnen gaan. Kraai in zijn rol als de spiegel van verdriet. Hij drijft er de spot mee en roept zijn rouwenden wakker. Een intense beleving is dit hele bescheiden boekje. Hoe dicht kan je onder de huid kruipen.

Het mooie boek van Toon Tellegen: ‘Tot de winter er op volgt’ vind ik er tussen. Een verwerken van de ouderdom op een wisselende wijze. Soms zet hij zich er tegen af zoals in het gedicht Het gelijk aan mijn zijde, waarin hij een engel verslaat en het gelijk niet van zijn zijde wijkt en dan weer leunt hij er weemoedig tegenaan en omarmt in zekere zin dat duistere moment: ‘ Ik ben moe, nacht/je friemelt al aan mijn knopen, ik voel het wel,/je maakt mijn veters al los…, nacht, geef me nog wat tijd.’ Of dan weer een moedig aangaan van wat onvermijdelijk is, zoals in het gedicht ‘Het verleden slaat op de vlucht’, waarin hij schrijft: ‘Ik zou niets meer wegen,/nooit meer die loodzware voeten, die rug die bezwijkt, die plotselinge steen in mij/ en nooit meer schrijven, doorkrassen, verfrommelen, verdoezelen.’

Helemaal onderaan ligt het kleine boek van Kees van Kooten over het sterfproces van zijn moeder Annie. Een aangrijpend en waar gegeven vond ik op bladzijde 55. Iets wat heel vaak meespeelt. ‘Annie wil niet verder leven, maar wij kunnen haar nog niet laten gaan. Zelfzuchtig rekken wij haar laatste ademhalen, dat steeds benauwder wordt, met kortere tussentijden. Schurend en raspend, niet om uit te houden, niet om aan te horen.’

Ook de genezing van de krekel van Toon Van Tellegen ligt er tussen de lievelingen. Een tweespraak tussen de krekel en de schildpad gaat daarin op deze manier: ‘Ik ben somber,’ zei de krekel ‘O,’ zei de schildpad. ‘Ja,’ zei de krekel ‘Onverwacht. Het is een gevoel in mijn hoofd. Een groot en onwrikbaar gevoel.’ In de rest van het verhaal proberen zijn vrienden op allerlei manieren de somberheid op te heffen. Aan het eind van het boek gebeurt het: Er was iets vreemds. Iets heel vreemds. Maar wat? Hij keek om zich heen. Hij zag de vloer, het plafond, de deur, de kast, de tafel, de stoelen en het raam. alles was zoals het altijd was. Zijn gordijnen wapperden zachtjes in de ochtendwind. Toen wist hij het. Het sombere gevoel in zijn hoofd was weg. Zijn hoofd was leeg. Gedachten kwamen schuchter te voorschijn uit kieren en gaten, en schoten onwennig door de lege ruimte heen. Het is weg! Dacht de krekel.

Een gegeven dat me altijd bezig heeft gehouden. Afscheid en de kwetsbaarheid van een mensenleven. Door berichten over mensen die ineens vertrokken zijn. Die zelf een keuze hebben gemaakt of die dat aan anderen overlieten. Die geen vinger in de pap kregen, maar op stel en sprong in opdracht het aardse verlieten. De willekeur daarin, het ongewisse en natuurlijk de gedachte aan wat ons te wachten staat. Heel het leven in haar volle glorie en de eindigheid ervan.

Overpeinzingen

De moeite van het bekijken waard

Kwaliteitstijd met dochterlief en de kleine Dribbel, die inmiddels alweer een heel stuk groter is. De locatie is Rhijnauwen en het bos ligt er als een oase van groen bij, een verstild monument op de vroege ochtend. Ik rij door naar waar ik vermoed dat ze de auto hebben geparkeerd en zie ze al staan aan de ingang.

Dribbel doet zijn naam eer aan en dribbelt voor of achter ons uit. Op de toegangsweg moet hij nog even in de buurt blijven, maar in het bos zelf mag hij los en vindt onmiddellijk een tak, die hij als een soort wichelroede gebruikt en later als een bezweringstak voor de grote zwerfkeien langs het pad. Bij ieder kei houdt hij ernstig de tak een gezegend moment tegen het harde steen en rent dan weer naar de volgende om de handeling te herhalen. Hij kiest daarvoor alleen de groene, bemoste, stenen uit. De anderen kleuren blauw op, op zo’n manier dat het nauwelijks op foto is vast te leggen, maar een kleur die je dolgraag in een potje zou willen vangen.

Na een blokje was hij moe gedribbeld en togen we naar het kleine speeltuintje waar, helaas pindakaas, alleen de glijbaan en de wip nog begaanbaar waren. Er stonden plasjes in de wipkip en op het schommelbed. Geen glijbaan had geheimen voor de kleine durfal. Met het grootste gemak beklom hij de trappen en roetsjte van de glijbaan af. Dochter en ik bespraken alle lopende zaken en wisselden ideeën uit over de op hand zijnde verjaardagen en de komende vakanties.

Over een ding waren we het eens. In deze maanden vloog de tijd harder dan ooit voorbij en waren de dagen gatenloos gevuld met allerhande ontwikkelingen, ondertussen bijna moetdingen, omdat school dat eiste, of het werk, of de clubs van de kinderen. Afspraken vielen er nauwelijks meer te maken of het moest puur en spontaan zijn, zoals deze ontmoeting, die met één belletje afgelopen zondag tot stand kwam.

In het aangrenzende pannenkoekenrestaurant besloten we te gaan theeën en Dribbel mocht, aan de hand van de plaatjes, zelf uitkiezen wat hij als extraatje bij de biologische appelsap wilde. Het werd een enorme muffin met bosbessen in haar binnenste, die met een brede glimlach en met smaak verorberd werd. Het grint op de grond werd het terrein van vermaak en af en toe nog even de glijbaan, waar hij zo naar toe kon lopen, maar pas nadat alles op was. Wat heerlijk om zo even samen te zijn en te kunnen delen.

Om de tijd te overbruggen naar de afspraak met de fysio bezocht ik drie kringlopen. Bij de eerste in het stadje aan de andere kant van de Lek hadden we afgelopen keer een voetenbankje gezien, die dienst kon doen als opstap bij de boekenkast. Dat was heel wat beter dan de sanitaire verhoging die ik nu gebruikte. Het was opnieuw overtrokken met gerecyclede stof door het handwerkteam en zag er vrolijk en een beetje hippy-wise uit. Verder was ik wel een beetje klaar met kringlopen merkte ik. Door het ontspullen thuis leek alles overbodig. Eerst het huis leger maken en dan zien we wel weer.

Bij de fysio was het heerlijk bikkelen. Door de variatie in de oefeningen dacht ik geen moment aan de tijd en was het half uur voorbij eer ik er erg in had. Bovendien was het contact jolig van aard maar ook met een hele serieuze ondertoon en kreeg ik steevast goede oefeningen mee voor thuis. Als ik de keuze had gehad dan nam ik deze stagiair als vaste therapeut.

Alleen Pluis was thuis. Voor de maaltijd koos ik pasta in een bechamelsaus uit de oven en daarna was ik compleet gesloopt. De beide mannen, lief en zoonlief, aten met smaak en verve alles schoon op en ik dook in het boek van Pieter Waterdrinker tot aan het programma van Roosen&Borst, dat twee mensen met beginnende en gevorderde Alzheimer te berde bracht en de reactie van de omgeving liet zien. Het wierp vragen op die ik eerst moet overdenken. In alle opzichten is het de moeite van het bekijken waard.

Overpeinzingen

Het is en dus bestaat

Met de regenbestendige gevoerde laarzen van zoonlief en schoondochter durfden we een eventueel modderpad op de tuin naast de sloot te trotseren. Maar eerst naar het eerder al bekeken tuincentrum, waar we een mooi formaat regenton wisten. Het doel van onze missie. Eindelijk na twaalf jaar tuinen was het zover. Een droom werd bewaarheid.

Het grote dubben bij schoffel en hark, dure kwaliteit of goedkope aanschaf, werd omgezet in gezond verstand. Beter een keer iets meer uitgeven dat een lang leven beschoren was, dan iets wat bij de eerste de beste tegenslag zou kromtrekken, ombuigen, de tanden stuk zou bijten.

De regen kwam met bakken uit de hemel, maar wij waren waterbestendig dankzij de uitleen van de kinderen. Er waren nog best een aantal mensen bezig in hun tuin, af te lezen aan het aantal auto’s op de parkeerplaats. Moeder Hoen zat dapper en plichtsgetrouw op haar nest, midden in de sloot en liet de druppels gestaag op haar koppie uiteen vallen. Lief droeg de regenton en het deksel, ik de bijpassende voet en de cadeau gekregen Dahlia van enkele dagen terug.

De tuin lag er dapper bij, alles was goed aangeslagen en moest nog wel aarden bij het wortelen. Als we het zo bij konden houden, dan was het volgend jaar een oase aan bloei. De drie stuks Borage had trossen bloemen in hun kruinen. dat beloofde veel. Het was te nat om de ton echt aan te sluiten, want daar kwam wat meetwerk aan te pas, maar ze kon al wel op haar plekje, achter het atelier. De takken van de aangewaaide vlier moesten er deels voor weggezaagd, iets wat deze lieve oude taaie heksenboom wel zou overleven.

De dahlia mocht nog even in de grote pot, tot ik hopelijk van de week nog, de grassen uit het achterbed kon verwijderen. Nu druilde het aan een stuk door en vielen de lange natte slierten over alles heen. De floxen waren toch sterk er tussendoor opgekomen ondanks de hindernissen. Dat beloofde een zee aan bloei.

We gaven elkaar een high five. ‘Ajeto’, dat was gelukt. Dankzij het doorzettingsvermogen van lief om weer en wind te trotseren en gehoor te geven aan het oproepje in het kleine dagboek van jaren geleden waarin geschreven stond op 25 mei 2010: ‘Nu nog de regenton en het terras. En de goot aan een kant.’ Gisteren eindelijk pas uitgevoerd. Alles op een eigen tijd. Het kiest zichzelf. In dit specifieke geval had het wat eerder gekund haha, maar vooralsnog ben ik nu de koningin te rijk.

Het boek van Pieter Waterdrinker ‘ Biecht aan mijn Vrouw’ is boeiend. Vooral omdat het zich afspeelt in een tijdsbestek dat we allemaal net achter ons hebben liggen. De eerste periode van de aanwezigheid van het corona-virus en de angst en paniek die dat ter berde bracht. Hij heeft een heerlijke schrijfstijl. Soms breedsprakig maar beeldend. Op het naturalistische af, dat waar ik zo van hou. Niet voor niets zijn de negentigers zo goed vertegenwoordigd in de boekenkast.

Op de achterkant van het boek staat: Het lichaam verandert, de geest nooit’. Het verwijst naar het ouder worden, waarbij we in eerste instantie vast houden aan de souplesse van onze jeugd en nog weigeren te aanvaarden dat het lijf op alle mogelijke manieren de tand des tijds fluistert, waarschuwt, achtzaamheid wil betrachten. Alles wordt in eerste instantie in de wind geslagen is mijn eigen ervaring.

Kleindochter van vier en ik zitten op een bankje in de zon. De armen zijn ontbloot. Het is broeierig warm. Ze strijkt over mijn onderarmen en polsen en struikelt in haar hoofd over het gerimpelde vel. ‘Wat is dat dan, Oma‘. ‘Dat zijn rimpels lieverd’. ‘ Waarom’? ‘Omdat het velletje ouder wordt’. ‘Maar ik vind het niet mooi’. ‘Ach lieverdje, het gebeurt gewoon’. Ze glimlacht lief naar me met een schuin koppie en rent naar de glijbaan. Mooi of lelijk is ‘nicht im frage’ voor ouderdomshuid. Het is en dus bestaat.

Inspiratie·Overpeinzingen

Toeval bestaat niet

Schapen tellen, maar iedere keer rennen ze te hard en brengen het hoofd op hol. Klaas Vaak is met prepensioen en heeft zijn zak zand aan de wilgen gehangen. Lief droomt zijn dromen bij elkaar. Buiten blijft het stil op het geluid van de A2 na, die zacht door het open rooster van het raam ruist. De lucht steekt lichtgrijs af tegen het donker van de kamer. Het is 1 uur 26 en de tijd kabbelt voorbij.

Het kopen van de regenton viel in het water. Nee, niet letterlijk, maar het tuincentrum was toch gesloten. Verkeerde interpretatie van de mededelingen van hun website. Ze waren pas tweede pinksterdag open. Voor die dag waren de kaarten voor het Centraal Museum al besteld. Gelukkig viel dat euvel heel makkelijk en snel digitaal te veranderen. Derhalve gingen we vandaag naar het museum en morgen komt alsnog de regenton aan bod. De kleine blauwe kon geparkeerd worden onder de eeuwenoude bomen op het plein naast het museum. Het carillon van de Nicolaikerk speelde een deuntje, de regen tikte vanaf het gebladerte op het dak. Het was zondag en de stad hulde zich in een aangename rust. Met de paraplu op liepen we het Nikolaaskerkhof over naar de ingang van het museum en vielen met ons neus in de kwakzalvers, de barbieren die kiezen trokken en de aderlaters.

Vooral de koelte en de schemerdonkere zalen met de uitgelichte schilderijen vielen op. Een sfeervolle tentoonstelling met als titel ‘De Gezonde Stad, de kunst van het overleven door de eeuwen heen’. Als extra was er ‘De Vaandeldrager’ van Rembrandt en ‘Annex John Akomfrah’ met zijn The Five Murmurations’ in de allerlaatste zaal, een indrukwekkende vertoning van drie films op evenveel grote schermen. Hij heeft ermee een uitleg willen geven aan wat corona over de hele wereld heeft gedaan met iedereen. Het maakte indruk. Als extraatje ontdekte ik Isaac Israels met twee doeken. Pareltjes tussen de andere schoonheden, tenminste voor mij dan.

Na het museum was er een wijntje met bitterballen bij Gist, het restaurant aan de Vaartsche Rijn. Binnen natuurlijk want het regende pittig door. We wisselden uit wat was opgevallen bij de tentoonstelling. De baardtangetjes, een soort voorlopers van het pincet, bijvoorbeeld, het doek met de zeven barmhartigheden die we allemaal hadden kunnen herleiden, en eigenlijk waren het voor mij vooral de kleine doeken die beroerden, de moeder met kind, de min, de strijkster.

Omdat in het restaurant de bediening een heerlijke Gado Gado zat weg te smullen had ik onbedaarlijke trek om me te wagen aan een bewerkelijk gerecht, de ‘Imam Bayildi’ een Turkse schotel van gevulde aubergines, die ik combineerde met heerlijke couscous met rozijnen. Het heet in de vertaling: ‘De imam die flauw viel’. De reden? Hij genoot zo van de overheerlijke combinatie aan smaken, dat hij ter aarde stortte.

In de avond was er de aangrijpende film ‘De Veroordeling’ op basis van de realiteit en het boek dat Bas Haan, een onderzoeksjournalist, had geschreven over de Deventer Moordzaak, en dat alle werkelijke feiten bloot legde, opdat iedereen voor eens en voor altijd zou kunnen zien hoe verschrikkelijk men had gedwaald in deze zaak. De twee gedupeerden, Michael en zijn vriendin Meike, hebben enorm geleden onder de valse beschuldigingen. Het geeft ook een helder inkijkje hoe het mediacircus de emoties op kan kloppen en hoe het publiek zich moeiteloos laat meeslepen in de te berde gebrachte ‘feiten’ tegen deze zogenaamde’ Klusjesman’, die een voor een afgestreept konden worden als notoire leugens.

Na al deze commotie was er gelukkig nog een klassiek concert in het open veld en laat dat nou precies in het Betuwse dorpje zijn geweest, waar wij, de zussen, onze eerste kop koffie dronken op die dag. Dat idyllische plekje aan de Linge. De mooie combinatie van natuur en klassiek zorgde voor de rust in het opgeschrikte gemoed. Toeval bestaat niet.

Overpeinzingen

Een mijlpaal

Gisterenavond na het programma ‘Even tot Hier’ op het scherp van de snede als altijd, was het onderwerp: ‘Denk je in woord of in beeld’. Lief en ik doen beide, maar bij mij overheerst het beeld en bij lief overheerst de taal. Hij heeft in de afgelopen twee jaar eenzaamheid hele dialogen gehouden met zichzelf. Veelal filosofisch getinte, existentialistische vragen. Ik, in Corona-tijd, om mijn gedachten en belevenissen in kaart te brengen door te tekenen en te krabbelen in een klein formaat tekenboek. Van het een kwam het ander en we trokken er een paar van die boekjes bij als voorbeeld.

Een tekening van mezelf in bed in het ziekenhuis triggerde. Welk jaar was dat. Het duurde even voor we het konden vinden, maar ik wist dat het na de vakantie met het hele gezin in een casa in Portugal was. Daar kreeg ik bij het wandelen naar de winkel, een stukje de heuvel op, voor het eerst felle steken te voelen in de borststreek en moest ik even rusten. Daarna trok het weer snel weg. Niet iets om aandacht aan te besteden, of nee, ik vergat het domweg weer.

Het duurde even maar aan de hand van de fotogalerij en via de vele foto’s van die vakantie kon ik de juiste datum terugvinden. Op de valreep van 2017/2018 had ik mijn reeks angina pectoris te pakken en na twee keer SEH en ziekenhuisverblijf was het de derde keer raak. De kransslagader bleek zo goed als dicht te zitten. De oplossing lag voor de hand. Dotteren en een nieuwe moderne flexibele stent erin. Dat hele proces werd uitgevoerd door twee Italiaanse artsen in een donkere kamer met kerstlichtjes aan de muur en de kleren van de keizer, een klerenhanger in een plastic zak, aan het plafond. Over beelddenken gesproken. Ze waren vooral grappig en gelukkig heel bedreven. Daar werd de katheter richting het hart gevoerd, met als resultaat dat ik na afloop me alweer direct een stuk lekkerder voelde en de zorgelijke gezichten van de kinderen bij terugkomst op mijn cardio-kamertje kon weglachen.

Het probleem van het tijdstip was opgelost. We konden rustig gaan slapen.

De voetbalwedstrijd werd een succes door de overweldigende uitslag. 6-1 gewonnen. Wat een mooie manier om een voetbalcarrière af te sluiten. Zoonlief werd overladen met bloemen en cadeaus door familie en vrienden. Bij de huldiging waren we niet, want ergens in zijn achterhoofd broedde een plan om misschien toch nog een jaar door te gaan. De club had hem edelmoedig de shirts van de drie clubs waar hij voor gespeeld heeft in de afgelopen jaren in een mooie grote lijst geschonken even als een teamgenoot, die net als hij ook voor drie clubs had gespeeld en nu ook afscheid nam.

De foto’s waren ontroerend en de verzonnen teksten erbij op instagram met als grootste compliment ‘ de trouwste fan’ de kroon op mijn eigen ‘voetbalcarrière’ als supporter door al die jaren heen. 31 jaar langs de lijn, dan leer je het spel wel te waarderen.

Thuis bleek een oase van rust. De boeken gingen open, de krant werd uitgespeld, folkmuziek op de achtergrond en Pluis, geborsteld en wel, languit soezend op het balkon. Lief vindt het boek ‘ Het woord voor rood’ boeiend en knap beschreven. Even als ik weet hij maar al te goed wat Afasie betekent. De auteur, Jon McGregor, is volledig onder de huid van de patiënt gekropen. Zoals hij het beschrijft is het in de realiteit ook. Heel knap sijpelt door het hele boek heen het weten dat één enkele gebeurtenis, bijvoorbeeld zo’n vat dat knapt, in alle levens er omheen in een oogwenk een aangrijpende verandering te weeg brengt. Iets om bij stil te staan.

Vandaag gaan we op pad voor de regenton. Met de voorspelde regen zou het wel eens niet al te lang kunnen duren of ik kan eindelijk water tappen uit eigen vaatje. Een mijlpaal.

Overpeinzingen

Tijd voor andere zaken

Gisteren had ik het rijk alleen en dat was fijn want het laatste stukje boekenkast moest nog uitgezocht worden. Eindelijk vonden de lijvige boeken over kunst en kunstenaars, die op de verwarming lagen, een blijvend onderkomen in de kast. Ik hoorde ze instemmend tegen elkaar fluisteren over de erkenning van hun verdiende plek. Boeken komen tot leven als je ze koestert.

Het is alweer vroeg. Weliswaar een uurtje later dan gisteren, maar ik voel de energie terugstromen en dat is waardevol. Stukje bij beetje begin ik door de bomen het bos te zien. De verzamelde snuisterijen op de boekenplanken mogen mee naar boven, naar waar straks de werkkamer komt, als ik klaar ben met stofhappen. Lief wandelt met vriend over de singels dus heb ik alle tijd om te bedenken hoe ik een en ander aan zal pakken.

Als laatste de stofzuiger door de kamer. Trots ben ik op die gevulde kast met de boeken, gesorteerd en wel, zo vertrouwelijk naast elkaar. De schildersezel mocht op de oude plek blijven. De verstelbare stoel in hoogte, mijn schilderkruk, ervoor. Alle tierelantijntjes mochten in de tassen naar boven. Nu staan er in de gang nog drie grote shoppers voor de kringloop. Daarna moet ik naar de oude slaapkamer, waar onder het bed een deel van mijn werkzame verleden ligt. Lieve briefjes, foto’s, plakboeken , gemaakt en gekregen van klassenouders die het afscheid van de kinderen elk jaar verzorgden. Tekeningen van kinderen, die ik niet weg had kunnen doen, omdat ze zo bijzonder en speciaal waren, herinneringen gevangen in stof. Ik zet alles op foto en daarna mag het weg. Vergeeld, verkreukt, beschadigd door de tand des tijds. Je kunt niet alles bewaren. Ze zitten in mijn hoofd en hart, de lieve schatjes, en dat zal altijd zo blijven.

Zoonlief kwam thuis met verse aardbeien, vanmorgen geplukt, door de boer in Tull en Twaal. Ongevraagd gaf hij zijn moeder, slechte fruiteter, een bakje met de meest verukkelijke aardbeien. Niet de waterbommetjes uit de supermarkt, maar zacht en zoet, zo zoet dat ik die smaak gewaar werd met mijn verarmde smaakpapillen. Heerlijk.

In de prunus van de benedenburen zat een juveniele merel. Het diertje viel op door het hippen van tak naar tak en het feit dat het zich niet leek te storen aan onze nabijheid. Moeder merel kwam op een paar takken afstand zitten en floot een deuntje, maar het jonkie reageerde niet en ze vloog onverrichterzake weg.

Vriendlief kwam thuis en vertelde van een oude kerk, waar vriend en hij een gemberthee hadden gedronken. Ik dacht aan het biercafe in de oude schuilkerk aan de Achter Clarenburg, maar er is een nieuw cafe bijgekomen aan de Catharijnenkade in de voormalige Westerkerk, Bunk genaamd. Het is niet alleen een cafe, maar het heeft ook een hotelfunctie. Ideaal als je de stad op je gemak wil bekijken.

Ik werd wakker door een droom waarin een achtervolging plaats vond. Een dreigend sfeertje waaruit ik alleen maar kon ontsnappen als ik wakker werd. Vermoedelijk zijn de vervolgbezigheden mijn belager. Zodra we in kalmer vaarwater zitten zal het opnieuw de rust brengen. Nu eerst maar genieten van de schoonheid van een grote getale geliefde boeken op een plank. Opgeschoond, afgestoft en verfrist. Een lust voor het oog.

Wie behoefte heeft aan een oppepper hoeft ‘s avonds maar naar de lucht te kijken. Het hele sprookjeskleurenpalet trekt voorbij. Geen probleem om daar feeërieke verhalen bij te bedenken. De zachte paarsroze tinten beloven morgen, naar een klassiek gezegde, water in de sloot. Maar eerst nog een mooie dag, vertellen de gierzwaluwen hoog boven mij.

De laatste wedstrijd van zoonlief en daarna hangt hij zijn voetbalschoenen voorlopig aan de wilgen. Naar voetbalbegrippen is hij al bijna bejaard. Morgen zal hij nog een keer vlammen en dan sluiten we voor een groot deel ook dat hoofdstuk af. Het leven zingt een belofte. Tijd voor andere zaken.

Overpeinzingen

Tijd om te rusten

Bijna klaar met de boekenkast en ook al zijn er meer dan acht grote shoppers uitgegaan, dan nog is de boekenkast vol. Mijn lievelingen mogen voorlopig weer een hele tijd mee. nu moet ik de prulletjes aanpassen die voor de boeken stonden en dat is een lastig klusje, want o, wat kan ik me hechten aan de kleine schoonheid van het leven waar altijd een verhaal aan vast zit. Die van de gulle gever, die van de verrassende vondst in een kringloop, die van een niet te versmaden object in de museumwinkel, die van het gevondene, dat kleinood uit een kinderhand.

Als het weg is, kan ik er soms een leven naar verlangen. Zoals het gebroken waxinelichtje met de doorschijnende druppeltjes, van ragfijne witte klei, een kunstwerkje op zich. Kapotgevallen door , tja waardoor eigenlijk. Zo ben ik ooit de porseleinen Leda en de Zwaan verloren en de keramieken lange half abstracte figuren, die nu nog in brokken tussen de sieraden liggen met de bedoeling ze ooit te gaan lijmen. Looppop en beer van het eerste uur liggen ook ergens in een plastic box in de schuur opgeslagen, samen met een kleine dichtbundeltje van eigen hand uit de jaren zeventig. Bij tijd en wijle zingen ze rond op het netvlies.

Het is pas kwart over drie en ik ben klaar wakker. Lief heeft een flinke kou opgelopen gisteren en ging vroeg naar bed. We hadden besloten de gezellige wijn-en Trijn uurtjes maar weer eens te minderen en de avond verdronk in spa rood met citron, mijn favoriete drank naast de thee. Dan mis ik te enenmale mijn slaapmuts en de ontspanning. Maar het is weer een van die goede acties. Stoptober in juni, waarom niet.

De support bij de avondvierdaagse was een groot succes. Na iets wat eindeloos wachten leek, eerst een brug te vroeg, maar weldra op een gunstige plek in een bocht, zodat je lang met de curve mee kon kijken. Met groene t-shirts aan met de naam van de school erop, trokken de kleine filosoof en schoonzoon breed lachend voorbij, maar niet nadat vanuit de stoet iets naar me toe kwam gevlogen en twee knellende armpjes om me heen sloeg. De twee gekochte medailles met kleindochter ‘s middags, één gevuld met vegan pindarotsjes en de ander met onvervalste snoeperij bleken goed te zijn voor een paar glunderende ogen. De bloemen, een bosje voor hem en een voor de pipa namen ook gretig af. ‘Dag lieve kanjers zet ‘m nog even op’.

‘S Middags was het net zo fijn geweest met kleindochter. Die kreeg bij de winkel van de oosterse snuisterijen een schattendoosje, omdat ze onder de boom bij de geparkeerde auto, een wonderboom met tweekleurig groen blad, zaadjes had gevonden en een plastic dopje om ze in te doen en mee te nemen. Natuurlijk moest er nog een klein roze zakspiegeltje bij en een gouden hartjesmagneet. Daarna met een softijs met spikkeltjes naar de kleine speeltuin midden in het grote winkelcentrum tot ze gehaald werd. Lief fungeerde als opa en behoedde haar voor butsen en stoten bij het rond schommelen aan en rekstok. Het zonnetje scheen. Het was gezellig druk en wij zaten heerlijk in een schaduwplek op de houten banken rondom.

Zo paste de hele dag naadloos als een handschoen in elkaar. Aan het eind, na het wachten op de avondvierdaagse, reden we langs het huis van dochterlief, die beteuterd binnen had moeten blijven vanwege de corona en niet kon meemaken hoe zoonlief glorieus de eindstreep haalde. De foto’s, in de haast geschoten van dat glunderende kind, maakten veel goed. Hartjes over en weer toegeworpen door het glas en de kleine blauwe kon op huis aan. Tijd om te rusten.

Overpeinzingen

We gaan er voor

Nieuwe voornemens en een druk programma vandaag. De binnen-en buitenlandse literatuur staat op alfabet, nu zijn de biografieën en de kinderboeken aan de beurt. Wat doe ik met het handjevol oerbejaarde wijsgeren, ook maar een plank apart.

Appje van zoonlief of ik kleindochter op wil halen van school en er staat nog een intocht van de kleine filosoof op ons lijstje. De eerste keer dat hij de vijf kilometer doet, dus toch even langs die ene winkel waar vast ook wel wat gezonders te halen valt in de vorm van een ketting of zo. Twee vliegen in een klap.

Het afscheid gisteren was goed verlopen. Ik hield braaf mijn mond tot mijn lieve mentor mijn vertrek aankondigde en me een enorme dahlia in een prachtige geglazuurde vogelbad-schaal overhandigde. ‘Toen ik die schaal zag, moest ik aan jou denken’, zei ze erbij. De dahlia krijgt een weldadige plek in het groen. De grote turquoise/cyaanblauwe schaal zal ook prachtig staan in de tuin hier of in Verweggistan. In ieder geval daar, waar ik haar vaak kan zien en de vogeltjes er dankbaar gebruik van kunnen maken. Misschien wel voorlopig op balkon, zolang de vlucht koolmezen zo veelvuldig komen aanvliegen. ‘Ik zal aan je denken, iedere keer als ik de schaal zie’, lachte ik. ‘En ik aan jou. Als je maar blijft schrijven’ was het antwoord. Wat zal ik haar missen en allen die me dierbaar zijn daar in die fijne groep kunstminnende creatievelingen.

Na afloop had ik met vriendinlief afgesproken te gaan wandelen bij landgoed Rhijnauwen, maar de energie was volkomen weg. Ze zag het gelukkig en we beloofden elkaar binnenkort snel een dag af te spreken. De hele dag ‘boeken sorteren’ lijkt een werkje van niets, maar had er beduidend ingehakt. Van het op en afstappen op het kleine krukje had ik zelfs spierpijn overgehouden in de benen.

Tussen alle rituelen door, deze ochtend, begon ik in het boek van Roxanne van Iperen met de allesomvattende titel ‘Eigen welzijn eerst’. Na de eerste drie bladzijden wist ik dat het een en ander wel om een creatieve en flexibele geest vraagt om tussen de door haar genoemde feiten de levenslust eruit te blijven filteren. Even doorbijten om te kijken wat er nog meer te zeggen viel. Lief is in ‘Het Woord voor Rood’ bezig. Hij mompelt tussendoor met een nasale stem wat opmerkingen, omdat hij gisteren kou had gevat bij de winderige wandeltocht door het Utrechtse. De vrienden waren elkaar misgelopen en hij had besloten dan maar alleen de stad te doorkruisen. Vrijdag gaan ze in de herhaling.

In de dakgoot geven de jonge kauwen blijk van hun hongerige magen. Zoonlief werd gisteren op de galerij al gewaarschuwd door de zenuwachtige ouders dat er kleintjes waren en iedere beweging beneden hen beschouwden ze duidelijk als een potentieel gevaar. Zodra onze voordeur openging, begonnen ze luid en met veel misbaar te krassen. Misschien komt straks uit zelfbehoud de paraplu weer even in gebruik.

De herinneringen op FB laten een compilatie van foto’s zien in Katwijk, waar we met vier zussen een vakantieweek op het strand vierden. Overal waarde het virus rond maar in Katwijk nauwelijks. Volgende maand gaan we een weekje naar Friesland. Eens kijken of het suikerbrood nog net zo lekker smaakt als vroeger op de vakantieboerderij van Mem Hof in Oudehaske. We gaan er voor.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

In variatie op een thema.

Verder met de boekenkast. Het zoeken naar een logische indeling werd beloond door een wijle te sparren met lief. Binnenlandse schrijvers bij elkaar, alle buitenlandse auteurs ook en per categorie op alfabetische volgorde. Een minder tijdrovend werk dan het uitzoeken op chronologie. Het betekende dat ik wel weer wat planken om moest gooien, maar eenmaal uitgedokterd ging het verwerken snel. Het is een fijne bezigheid, want in een oogopslag zie je de lievelingen groeien en kom je vergeten exemplaren tegen, die zeker om een hernieuwde leesbeurt vragen.

De fysiotherapie kwam er als verzetje tussen door. De stagiair met zijn vernieuwende oefeningen. Heel zwaar maar te doen en zijn optimisme als het goed uitpakte, werkte stimulerend. Daarna bracht ik lief naar vrienden toe en wees hem het station aan de Amsterdamse Straatweg, waar hij op de terugweg de trein naar Centraal station zou kunnen pakken.

Tot mijn grote vreugde kwamen de twee bestelde boeken binnen. Beide dunner dan ik gewend was inmiddels. Het enige dat nu nog rest is het verzinnen van de kinderboeken voor de recensies. ik dans deze week mijn eigen boekenbal.

Op het balkon hebben een vlucht koolmezen de vetbol in de vogelkooi toegeëigend. In een groepje, soms wel zes of zeven, komen ze aanvliegen op hun kenmerkende manier en strijken neer tussen de takken van de prunus van de onderburen of op de spijlen van de kooi. De kauwen en de houtduiven en Turkse Tortels hebben elkaar bij de voederplank leren verdragen en tolereren elkaar al snoepend. In het begin vlogen ze elkaar herhaaldelijk aan met opgeheven borst en wapperende vleugels.

Vanmorgen keek ik op NPOPlus de documentaire ‘Limbo’ van Human. Ik kende het woord als begrip niet, maar het kwam vroeger voor in de RoomsKatholieke leer en het was de plek waar dolende zielen naar toe gestuurd werden als ze niet werden toegelaten tot de hemel of de hel of het vagevuur. Die zielen waren dan ‘in limbo’. Deze vlag dekt de lading van de docu. Het gaat hier om het gesol met mensen zonder status, die niet terug kunnen naar het eventuele land van herkomst. Ze hebben geen rechten, ze krijgen geen geld, en moeten keer op keer er alles aandoen om niet op te vallen. Als ze toch gepakt worden stuurt men ze naar detentie, waar ze naar gerede tijd weer op straat worden gezet en dan begint het allemaal opnieuw van voren af aan. Deze mensen hebben geen ID, geen geldige papieren, geen status en bestaan in feite niet. Dolende zielen zonder kansen. Het is een schrijnend relaas. Als wij als maatschappij werkelijk humaan zouden zijn en niet zo verstrikt waren geraakt in bureaucratie, maar humaan waren gebleven, dan gaf je die mensen per ommegaande een status en het recht van leven.

Lief is met zijn oude vrienden, het drietal, Utrecht aan het doorkruisen. Uit eigen beweging meldde hij dat hij er aan toe was. Fijn dat alles, maar dan ook alles aantrekt. Als je in een impasse hebt gezeten, dan is het zaak om daar vooral zelf uit te klimmen. Met eventueel de nodige hulp aan de zijlijn, maar vooral van binnenuit op eigen kracht. Daar zijn we inmiddels, lang en breed. Sterker en met herwonnen levenslust.

Straks is mijn laatste vergadering bij mijn vrijwilligersbaantje en neem ik afscheid met een lichte weemoed, omdat alle koppies me al jaren zo vertrouwd zijn. Met elkaar hebben we zoveel mooie dingen mogen delen, de inspiratie die we bij de voorstellingen opdeden bijvoorbeeld. Het waren allemaal cadeautjes, die ik niet had willen missen. Het is goed zo. Een nieuwe fase breekt aan. Meer tijd voor elkaar en voor de kinderen en zussen, voor de oude en nieuwe vrienden. Net als de grote boekenkasten hier in huis zijn we eens in de zoveel tijd klaar voor het nemen van nieuwe stappen, dan worden oude waardes afgestoft, opgefrist of overboord gegooid omdat tijden veranderen en er groei en ontwikkeling is. Voort in de vaart der volkeren en kijken wat de toekomst ons nog brengen zal. Nieuwe bezems vegen schoon met behoud van het goede. In variatie op een thema.

Overpeinzingen·Ruimte scheppen

We zullen zien

De jonge kauw in de goot vraagt klagerig en met een dun krijsen om eten terwijl pa en ma waarschijnlijk druk heen en weer vliegen. Het valt niet op te maken of er een jong is of meer. Het geluid is al vertrouwd, maar vannacht viel de totale stilte des te meer als een weldaad op. Het is maar van tijdelijke duur.

Lief wandelt in IJsland. Het boek ‘De Wilde Stilte’ is bijna uit. Dat laatste stuk daar in dat koude hoge noorden haalt de vaart uit het boek. We zoeken de beelden van IJsland erbij, zodat hij zich een betere voorstelling kan maken van het beschreven gebied. Ze schrijft onder andere over de roetneerslag, die er ligt ‘als een zachte verende vloerbedekking’. Beelden verduidelijken waar ze op doelt. Met al die roetdeeltjes en fijnstof in de lucht is IJsland vermoedelijk een brug te ver voor mij.

Gisteren bleek het een hele dag stofhappen te zijn. De boeken, die uit de boekenkast werden genomineerd om in de kringloop te eindigen, hadden een respectabel aantal stofdeeltjes verzameld. Gestaag vulden zich de grote boodschappentassen, terwijl ik bij het uitzoeken ervan van de ene verbazing in de andere viel. ‘He, twee dezelfde delen van A.F.Th. Van der Heijden’, dus ging er een in de tas, en zo verder. Steeds meer lege planken, de indeling op binnen en buitenland, en op chronologie vroeg om nog wat extra verschuivingen. De lievelingsschrijvers vallen vooral op door de hoeveelheid aan boeken. Een ris van Maarten ‘t Hart, de Beauvoir, Camus, French, Brouwer, Bernlef, Van Bruggen, veel biografieën, en veel dichtbundels waarbij Vasalis met haar vier bundels de stoet aanvoerde.

Het werk vorderde gestaag. We besloten de boeken onmiddellijk af te voeren en bij de kringloop af te leveren en het afval van zaterdag uit de tuin, een oud stoel, een kaduke parasol en een plastic zak, direct naar de gemeentewerf te brengen. Opgeruimd staat netjes.

Vriendinlief stuurt twee oude foto’s op van de reis naar een optreden in Parijs met, voor die gelegenheid in het leven geroepen, dat kleine theatergezelschap van vier meiden. Wat hebben we genoten van die uitzonderlijke gelegenheid. Dat dankten we aan mijn oudste dochter, die op de internationale school in Parijs werkte en het optreden had verzorgd.

Nieuwsgierig speur ik de foto af naar de gezichten, ontspannen, jaren jonger en vooral jolig. We konden de wereld aan. Ik droeg mijn vleermuizenbroek, die dat pas werd toen ik een project met de groep over vleermuizen deed en één van de kinderen dat opmerkte. Ze had helemaal gelijk. De broek bleef een groot succes.

In de auto op de foto zat ik kennelijk klem tussen het kledingrek, dat nodig was voor het decor, evenals de lappen en de voile. We sliepen in een goedkoop hotelletje, iets buiten Parijs, maar het optreden was in het theater van de internationale school, een imposant gebouw met een torentje, compleet met rood pluche en een podium met coulissen. Daar, tijdens het snelle omkleden tussen de bedrijven door, ontdekte ik voor het eerst dat ik lucht tekort kwam. De diagnose liet nog jaren op zich wachten.

Vandaag worden de twee nieuwe boeken voor de leesclub bezorgd. ‘Biecht aan mijn Vrouw’ van Pieter Waterdrinker en ‘Eigen welzijn eerst‘ van Roxane van Iperen. In dat laatste boek beschrijft de juriste hoe de middenklasse in onze maatschappij zo wankel geworden is in vergelijking met de naoorlogse jaren. Een boeiend gegeven, ik ben benieuwd naar haar conclusies. Het boek van Waterdrinker lijkt me er een die weer onvervalst in een adem uit te lezen valt, als ik de recensies mag geloven. We gaan het zien. Vanaf nu hanteer ik het credo een nieuw boek erin, een oud boek eruit. Even uitproberen of dat vol te houden is zonder aan mijn lievelingen te tornen. We zullen zien.

Overpeinzingen

Een mooie bevestiging

De biografie van Marten Toonder van Wim Hazeu beantwoordt nu al in alle toonaarden aan datgene waar een biografie aan zou mogen voldoen. Het is heerlijk om je te verliezen bij dat karakter uit een ver verleden, eigenzinnig en vernieuwend, die zo anders en tegelijkertijd toch zo herkenbaar zijn. Duidelijker voorbeelden van dat de geschiedenis zich herhaalt zijn er niet. De liefde tussen Marten en zijn vrouw Phiny is diep geworteld en van jongsaf aanwezig. Iets wat je ieder mens toe zou wensen.

Als mijn vingers over de kaften lopen van de boeken in de kast hier op zolder blijkt dat ik zowaar een tweede druk van Miezelientje en Wol de Beer van de hand van Phiny Dick heb staan. Behoorlijk bepoteld en aangedaan maar onmiskenbaar. Ergens moet ook een kaftloze oude Olivier B.Bommel staan. Bij het zoeken ernaar kom ik twee andere delen tegen. ‘Geld speelt geen rol’ en ‘Ach mallerd’. Mijn liefde voor de oude baas en zijn boeken is ontstaan door de rijke taal, die ruim de verbeelding aanspreekt en wakker kriebelt. De schrijver heeft zoveel heerlijke nieuwe begrippen en woorden toegevoegd. Ik hoop er nog altijd op dat dit op de gemiddelde leeslijst wordt gezet als dikke aanrader. Niet als verplichte kost, want alles wat ‘moet’ glijdt af naar het niveau ‘vervelend’ en stilt het enige wat je ermee wilt bereiken, namelijk ‘trek in lezen’.

Er staan meer hele oude exemplaren van andere auteurs tussen. Ernstjan en Snabbeltje bijvoorbeeld, Wipneus en Pim, en een hele oude Pinokkio. Ze zijn al die jaren van hot naar her meeverhuisd en iedere keer weer, meer gekoesterd, vergeelder, gehavender en gebutster teruggezet in de rijen.

Gisteren met de kou en de regen werd het een huiselijk dagje van lezen en schrijven met als klap op de vuurpijl een etentje bij jarige dochter, waarbij bijna het hele gezin aanwezig was. De plaatsvervanger van de man van de oudste was zijn Franse vader, die temidden van het tumult de geleide chaos bekeek, het gekrioel van de kinderen, het gelach en het gebabbel vol vreemde klanken er omheen. Hoe dikwijls heb ik omgekeerd niet in een Frans gezelschap verkeerd, waarbij de gedachten boven alles uitwaaierden omdat je het te snelle gerebbel niet kon volgen. Dagdromen met open ogen, ter plekke afreizen naar verre oorden en het gedruis laten voor wat het is. Af en toe verleidde de benjamin hem, die tussen iedereen op de vloer zijn eerste tijgeroefeningetjes aan het doen was. Hij gooide zijn goedlachse koppie met de kraalogen in de strijd en kreeg daarmee wat hij wilde. Aandacht. Lachen en liefde is in elke taal gelijk.

Dochterlief had een heerlijke en uitgebreide vegetarische Rijsttafel gemaakt, inclusief de saté van tempeh, met een heerlijke saus. Alles ging schoon op tot en met de witte rijst die in de haast werd gekookt om aan te vullen.

In de avond gaan lief en ik verder met de beschouwingen van de dag ervoor. Ik lees hem de antwoorden op de blog over ‘het je thuisvoelen’ voor. Er is herkenning en aanvulling. Eenzaamheid is het volgende onderwerp dat aandacht krijgt. Hoe je midden in een vol en druk bestaan, waar zorg factor nummer een is, je toch eenzaam kan zijn, omdat het juiste klankbord ontbreekt. We vullen de rest van de avond met onze gedachten die nauw verwant blijken te zijn. Telkens weer een mooie bevestiging.

Uncategorized

Het kan geen toeval zijn

Er staat een recensie in de Groene over het boek Ik=Cartograaf van Jeroen Theunissen, waarin het begrip Oikofobie voorkomt. Letterlijk: ‘Huis-Angst’ ofwel de vrees voor de huiselijke omgeving en in ruimere zin een onbehagen voor het blijven in een veilige omgeving. Al heel jong verlangde de schrijver naar ‘een leven zonder thuis, een leven aan de horizon, ver weg van de vlakke regio waarvoor ik-het spijt me dat ik het moet zeggen-nooit enige liefde heb gevoeld’.

Wij praten over dit fenomeen, lief en ik. Mijn vraag of je dat thuis niet met je meedraagt, wordt beantwoord met het gegeven dat je je in de geest, in jezelf, thuis kan voelen en daardoor je overal in jezelf thuis kan voelen los van de omgeving. Met die omgeving heb je wel een wisselwerking, die dat kan versterken. Als er sprake is van herkenning, iets wat me meerdere malen is overkomen op plekken waar ik ooit ben geweest.

We filosoferen door en komen uit bij het losmaken van de geest van de omgeving, zo sterk, dat dat er zelfs niet meer toe doet. Een existentiele ervaring, die boven jezelf en de omgeving uitstijgt. Ook de onredelijkheid van het vooraf bestempelen, waardoor de fobie al een lijden zou impliceren, terwijl dat in het geheel niet zo hoeft te zijn.

Theunissen is een ‘zwerfsteen’, die de nodige context in het verleden heeft liggen en daar naar blijft zoeken, zelfs als hij in Gent in zijn nieuwe huis woont. Op drukke binnenhuisdagen opent hij dan zijn dakraam en probeert de sterren te zien. Het komt overeen, vind ik, met wat men in het Duits ‘Sehnsucht’ noemt, een diep verlangen.

Ik moest direct denken aan ons zolderraam, waaronder we slapen en de Grote Beer die er ‘s nachts bij een wolkenloze hemel schittert. Ik kan me in het troostende steelpannetje minutenlang verliezen, in de wetenschap dat dat vredige beeld niet snel zal veranderen. Thuiskomen is ook een welbevinden. In mijn geval heeft het sterk te maken met een verbondenheid, het terugvinden van de ontbrekende schakel, waarvan ik dacht dat het voorgoed achter me lag. Thuiskomen is liefde.

De natuur waar Theunissen naar verlangt, vinden we terug in het brede spectrum van de Hollandse omgeving, waaraan, vindt de schrijver, zoveel zorg wordt besteed. Daaraan ten grondslag ligt ‘het zelfrespect, dat wij Vlamingen niet echt hebben’. Het bracht me bij de tuin, waar we gisteren zo hard hadden gewerkt op onze manier en bij stukjes en beetjes de stugge veengrond met de vasthoudende graspollen erop te lijf waren gegaan met spa en schep.

Bij het tuincentrum, de oude aan de Koningsweg met haar flamingo’s en papegaaien, die al sinds de jaren zeventig zijn te aanschouwen en derhalve, door de hoge ouderdom, niet meer te verhuizen zijn, vinden we een grote hoeveelheid betaalbare biologische kruiden. De Dille, de Koriander, de Roosmarijn en het Komkommerkruid gaan mee. Van het balkon had ik een grote pol Bieslook van de buurman en een stammetje met Peterselie van de broer van lief meegenomen. Die kwamen allemaal met een hagelnieuw schepje in het kruidenbed. Twee stapstenen erin en klaar. Met de eveneens nieuwe snoeischaar had ik van tevoren de wilg met de heggefunctie al ingekort. Lief richtte het schuurtje opnieuw in, in afwachting van een simpel smal kastje dat we bij de kringloop zouden gaan zoeken.

Op de terugweg zette ik hem af bij huis en hielp zoonlief een uurtje met zijn twee neven, de kleine krullebol en de benjamin, een eerste nacht zonder paps of mams voor de twee, dus spannend. Heerlijke makkelijke schatjes zijn het. Ze slapen de droom der dromen op wat patatjes en een fles.

Lief is ondertussen gaan schrijven omdat, met het hele verhaal van het artikel, onze gedachten een vlucht hadden genomen. Daar moet over verder gemijmerd worden en over de samenloop van omstandigheden. Zijn eigen ervaring, het thuis voelen in Verweggistan of hier, het boek ‘De wilde stilte’, het zolderraam, onderwerpen die allemaal met een rode draad refereren aan ons gesprek. Het kan geen toeval zijn.

Overpeinzingen

Een dubbel genieten

Op het dooie akkertje hadden de ochtendrituelen plaats gevonden en om klokslag elf uur stond ik beneden aan de weg. De zussen uit Houten zouden langs rijden om me op te halen, waarna de jongste aan de beurt was. We hadden onze befaamde zussendag, die we een aantal maal per jaar hielden en waarvan de laatste keer alweer een gerede tijd geleden was.

De Betuwe werd het uitgangspunt. Kleine dorpen en kringlopen, restaurantjes en misschien de gelegenheid om te winkelen, maar vooral alles doen, wat zich spontaan aan zou bieden. Op die manier, wisten we uit ervaring, kom je de grappigste en leukste achterafkringloopjes tegen. Een dorp prikken en kijken of er een was. Op die manier. Het leverde een mudvolle kringloop in Tuil op die de oude basisschool, waarin ze gehuisvest was, tot aan de nok toe vulde met vooral veel van alles.

Vlak ervoor hadden we afgetrapt met koffie in een klein maar schattig etablissement langs de Linge in Acquoy op een lieflijke plek aan de dijk. Wuivende halmen, een duikende fuut, en de blauwe lucht afgewisseld met witte wolken erboven, vielen ons ten deel. Een mooi begin van de dag. Met buit, een spijkerjasje in de goede kleur en een jurk voor mij, een badtas annex handdoek in één voor de jongste, twee zwarte stola’s voor de opera Trijn en een gestreept jasje van een gerenommeerd merk voor zuslief gingen we op weg naar de volgende haven. Zaltbommel, omdat er mooie stilistische foto’s gemaakt konden worden in de sfeer van August Sander, een opdracht van de fotocursus van zuslief. We moesten vooral serieus en bedrukt kijken. Het klaaglijk effect werd verkregen met sjaals en gepleisterde muren, een oude kas, verweerde stoelen en een vensterraam. Het leverde hilarische taferelen op bij tijd en wijle.

We sjokten na een heerlijke lunch met rondwapperende servetten richting oude stadskwekerij, waar twee van de zussen al eens eerder waren geweest. Soms kan je zo blij zijn met het ontdekken van zo’n plek. Wat een prachtig klein paradijs vlak achter het bemuurde stadskasteel. Bij binnenkomst viel onmiddellijk de bloeiende vaantjesboom, de Cornus Kousa, een Japanse kornoelje, op. De manier waarop de planten waren gerangschikt in een volstrekt natuurlijke habitat, de bonte verzameling geurende en kleurende veelbloeiers, het was een lust voor de zintuigen. Iets om nog eens naar terug te keren.

Zaltbommel had iets met Jip en Janneke. In het stadskasteel was op de zolder een tentoonstelling ingericht met werk van Fiep Westendorp, de bekende illustratrice van veel van A.M.G. Schmidtverhalen voor kinderen. Op de glazen deur prijkten de zwarte schaduwen van Jip en Janneke. In het achterhuis was nog een tentoonstelling van Gerard Menken. In de tuin stond een mispel met het beeld van een klein kind ervoor met een kroon op het hoofd en een gedicht achter haar over het spreekwoord ‘Zo rot als een mispel’. De mispel staat, kenmerkend, op het wapen van Zaltbommel.

We dwaalden verder door de oude stad, af en toe een winkel in, hier en daar een aanschaf en door. Voor een afzakkertje onderweg of een simpele maaltijd, iets met saté en friet. Het gezochte restaurant, dat Moeders heette en derhalve nostalgisch voelde, in Leerdam, bleek een onvervalste ouderwetse kroeg te zijn met lallende lieden incluis, dan maar onderuit gezakt op de bank bij zuslief en patatjes uit de plaatselijke snackbar. Wel zo fijn en heerlijk om uitgebreid bij te kleppen in een ontspannen sfeer.

Rond negenen ging het huiswaarts. Het zoete thuiskomen na een dag van heerlijk samenzijn. Lief ontving me met open armen. Dat is de meerwaarde. Daar een klankbord te vinden om te kunnen delen en herbeleven. Een dubbel genieten.

Overpeinzingen

Een heerlijke dag

Na een kalm begin van de dag werd het tijd voor de natuur. Rust en stilte, daar hadden we behoefte aan. Marienwaerdt wist ik. Altijd de garantie, als je uit de buurt van proeflokaal Marie bleef, op paden die te bewandelen waren zonder iemand tegen te komen. Het werd een heerlijke wandeling tussen de grote lanen naar de oude abdij toe, over het landgoed van de huidige bewoners en dan vervolgens in een omtrekkende beweging richting het proeflokaal.

Als eerste kwamen we een broedende vreemde eend in de bijt tegen die we niet thuis konden brengen. Ze lag in het gras tegen een maaiveld aan en verroerde zich niet. De bomen langs de laan waren uitermate geschikt om een sprookje mee te fantaseren. In elke boom was wel een holletje te ontdekken, met of zonder spinrag en wonderlijke krochten daarbinnen. Een onderkomen dat geschikt was voor eekhoorn, kauw, kobolden en kabouters. Aan de voet van de meeste bomen lagen afgekloven takken, geheel van de bast ontdaan. Hapklare brokken. Wat had hier zijn tanden opgescherpt.

De wind wuifde een verfrissende zachte bries over ons heen en joeg eventuele muizenissen uit het hoofd. Het was genieten. Ergens stond een groep jonge vrouwen een soort vrijgezellenfeest te houden, compleet met ballonnen, opgewonden kouten en een hoop gegiechel. Zodra we echter de slagbomen bij het terrein van de vroegere abdij door waren, viel de stilte bevrijdend neer. Daar tussen de eeuwenoude gebouwen, een verweerde boerenkar, het Koetshuis, de Neust, een grote en een kleine met balen hooi volgestouwde hooiberg, en iets wat op een kapelletje leek, koesterden we de rust die het uitademde. Aan het eind van het landgoed zagen we ineens, tussen het struweel, een witte molen aan de andere kant van de weilanden.

Berenklauw zorgde ervoor dat het landschap onaangetast kon groeien en bloeien, haar eigen wildgang, met fluitenkruid als bloementoef. In het weiland voor de witte abdij in de verte graasden de bruine en zwarte lakenvelders. Soms werden we opgeschrikt door fietsers die ons achterop kwamen. Levensgevaarlijk met mijn dove oren, maar lief hoorde ze gelukkig bijtijds. Aan de kant blijven bleek de optie en even later vonden we een fietsvrij klompenpad. Daar zagen we ook voor het eerst dit seizoen de spint hangen in de bomen, aangedane jonge eiken, die het niet of nauwelijks zouden overleven. Hoog boven ons cirkelden af en toe wat roofvogels, buizerd of valk, en in het wuivende groen stapte parmantig een ooievaar, die af en toe met de snavel naar beneden dook om een lekker hapje te verschalken.

Naar de brasserie toe werd het drukker en reden er ook meer auto’s en fietsen. Met vijf kilometer in de benen bleek het zoet rusten bij een wijntje en een borrelplank. Wat een heerlijke hemelvaart. Een eigen invulling van het aloude dauwtrappen dat ik vroeger zo vaak had gedaan. In de landgoedwinkel zocht ik twee cadeautjes voor de jarigen in het verschiet uit, die het meisje achter de kassa extra feestelijk inpakte met zorg en liefde.

Daarna zette ik lief af bij huis en reed met naar jarige schoondochter, die het niet vierde, maar waar ik traditiegetrouw eigenlijk elk jaar even aanwipte. Ze kwamen er net aan en het was een knus uurtjemet hen en met de kleine krullenbol en de benjamin met de kraaloogjes, als afleiding. Daarna, met een hele dikke knuffel van de kleine grote man voor oma, vond de kleine blauwe de weg naar huis. Wat een heerlijke dag.

Uncategorized

Wat wenselijk was

De dag begon vroeg. Met een thermoskan koffie en brood zette ik lief af bij de tuin en om half tien zocht ik in Zuilen naar het theater van Zimihc. Het was gevestigd in het oude schoolgebouw op de kop van een wijk. Een statig oud gebouw, gedeeltelijk in tact, maar ook prachtig aangepast en verbouwd naar haar nieuwe functie. Monumentale bomen op het plein waar ooit de kindervoetjes en voeten hun weg naar de volwassenheid vonden. ‘Als bomen konden spreken’, dat ging vooral hier op.

Er heerste een ontspannen sfeer binnen, er kwamen spritsen op tafel voor bij de bestelde thee en het management van de voorstelling zorgde voor een hartelijk welkomstwoord. Er lagen papieren met een instructie om een bootje te vouwen op tafel en kleurplaten. De kleurpotloden waren afgesleten maar al snel verscheen er op onze vraag een puntenslijper. Zo zaten we gemoedelijk bij elkaar, vouwen, kleuren, kletsen, knabbelen. Kleindochter wilde het liefst alles roze met een beetje blauw.

De peuters konden maar in en uitlopen, er was een speelpodium en er lag duplo. Er verscheen een grote groep kinderen op het plein. Wij dachten aan de lengte te zien dat het een kleutergroep was, maar later bleek het zelfs groep drie. Verder kwamen de peuters binnendruppelen met vader, moeder, of oma. Waar zijn die opa’s toch. De entourage werkte perfect mee aan de goede sfeer. Goedlachse dames achter de bar en veel reuring. Er kletterde een flesje om en iedereen schoot te hulp. Het leek op een bijenkorf waar alles in en uit zoemde.

Toen het tijd was om naar binnen te gaan werd het allengs stiller. De kinderen waren zichtbaar onder de indruk van de donkerte en het verlichte podium, waar een man en een vrouw rond liepen, al zingend en zwaaiend. Veel instrumenten, flessen met water, triangels, opnameapparatuur. Het stuk heette ‘VaarWel’ en het ging, hoe kan het anders, over afscheid, gemis en een bootje op zee.

Een lieve kleine schat wilde niet en brulde het uit, klampte zich aan moeder vast als een laatste strohalm. Uiteindelijk besloot ze wijs de zaal te verlaten. De grote groep kinderen van buiten werden achter de kleintjes neergezet, joelend, pratend en klepperend met alles wat kon bewegen aan de stoel. Het werd wat rustiger toen het licht uitging. We kregen een heerlijke voorstelling voorgeschoteld, met veel ingenieuze effecten en prachtige zang en muziek met alle voorwerpen die er stonden.

Kleindochter zat op schoot van dochterlief en sabbelde de knotjes van haar meegebrachte knuffeltje plat van de spanning, maar genoot met rode koontjes. Met doeken aan een stellage werd in een mum van tijd een prachtige onderwaterwereld getoverd met een doorzichtige kriebel krabbelkwal met lichtjes als ogen en lange zwierige slierten. Ze kwam griezelig dichtbij. Op het einde ging de jongen met een saxofoon als een rattenvanger van Hamelen met een sliert kinderen achter hem aan naar buiten, de hal in. Voor herhaling vatbaar vond ik. Alleen het gebouw al is de moeite meer dan waard.

We knuffelden een afscheid en met wat kerry planten en wat dragon zocht ik lief op, die al druk bezig was geweest om de natte zware veengrond om te spitten en van grasplaggen te bevrijden. Het laatste stukje stak ik af en daarna konden de zakken aarde erin geleegd. De kerry en de dragon kregen een mooie plek, de pierige selderij, die achteraan in de verdrukking had gestaan, werd bevrijd en kreeg een nieuwe plek. Aan de andere kant zaaide ik de Oost-indische kers. Tussendoor maaide ik het gras. Lief had ondertussen het terras opgeschoond. Met een laatste slok koffie keken we voldaan naar de gedane arbeid. Zoet rusten ja, dat was wat wenselijk was.

Uncategorized

De slimmeriken

Er zijn van die dagen dat er hooi op een vork genomen moet worden. Met het naar beneden gaan, wist ik het onmiddellijk. Vandaag was de boekenkast in de woonkamer aan de beurt. Daar zou ik beginnen met wat garant stond voor een grote opruimbeurt door het hele huis heen. In deze kast plaats maken voor de boeken uit de kast aan het voeteneind van het bed boven, met de recente leeswerken, die allen naar beneden mochten verhuizen. Ook daar moest de bezem door.

Maar het begin lag beneden. Twee grote boodschappentassen stonden klaar om gevuld te worden. Alles wat er in de kast stond en ongelezen was gebleven of dat wat niet van een geliefde schrijver was, mocht naar de kringloop. Lang leve de tweedehansjes. Een werkje van niks natuurlijk, maar snel er door heen was er niet bij. Hier en daar moest het boek ter keuring even ingezien worden, tegelijkertijd werden ze chronologisch gesorteerd. De Multatuli’s, de Beetsen en van Lenneps bij elkaar, de Sartre’s, Beauvoirs en Camu’s bij elkaar, de Couperussen, de Schendels, de Coenen en de van Van Bruggens bij elkaar. O ja, daar moest Israel de Haan nog tussen. Boeken neerzetten, verschuiven, doorschuiven. Gedichtenbundels op een plank, de biografieën en de autobiografieën gezusterlijk samen en de gelezen boeken van de club op een rijtje. Het vorderde gestaag. Hele rissen verdwenen in de grote plastic tassen.

De energie was terug. Het verblijf gisteren, in die rustige omgeving van de kromme Rijn, lieflijk stromend water, had wonderen gedaan. Aan het eind van de ochtend had ik twee boodschappentassen vol en zeker drie planken leeg.

Er stond een afspraak met de fysio tussendoor. Weer was er die leuke stagiaire met zijn verfrissende nieuwe ideeën. We gingen voor het hele scenario. Krachttraining, balans en mobiliteit. Alle spieren tot en met de buikspieren aan toe, werden aangesproken. Een oefening, voor onder andere de pols, bracht de jeugd in me naar boven. Uitgelaten en lachend probeerde ik hem te volgen en warempel, het lukte zowaar. Met een stok in beide handen voor me uit, moest ik de grote zitbal, die hij naar mij gooide, terugkaatsen. Daarbij bleven we niet stil staan maar schoven van links naar rechts. ‘Oefeningen moeten leuk zijn en afwisselend’, was zijn adagio. Daar kon ik me helemaal in vinden.

De pols gaat met de week beter. Tijdens het schrijven probeer ik met tien vingers te typen, dat lukt niet helemaal. Vooral de linker wijsvinger en middelvinger doen mee, maar het helpt wel. Steeds vaker wil de rest volgen. Verbazingwekkend hoe langzaam de revalidatie van bepaalde onderdelen gaat. Geduld is zeker nodig.

Straks ga ik met dochterlief en kleindochter naar de voorstelling van Malou van der Sluis. Het heet ‘Vaarwel’ en is geïnspireerd op het boek de kleine walvis van Benji Davies. het is een voorstelling voor 2+. Lief zet ik af bij de tuin, want dan gaat hij zich vast buigen over het zwaardere spitwerk in de kruidentuin. Zo slaan we twee vliegen in een klap. De boekenuitzoekerij bewaren we voor de regenbuien tussendoor. Buiten blijft ons allebei trekken.

Vanmorgen toen ik naar beneden ging om de koffie te maken, was het balkon vol kauwen die elkaar tokkend de weg wezen naar de lekkernijen. Een van de grote zwarte vogels had de weg gevonden naar het vet, dat zoonlief expres in de kooi had gehangen, opdat de koolmezen er dan van konden snoepen. De snoodaard kon met zijn grote snavel door de spijlen heen bij de lekkernij. Niet voor een gat te vangen, de slimmeriken.

Uncategorized

Zo’n onverwacht genoegen

Door een samenloop van omstandigheden, en het was niet eens volle maan, was ik in de avond van de vorige dag wat van slag geweest zonder het te kunnen benoemen. Achteraf bezien was het een combinatie van de onzekere toekomst die een mens heeft op deze leeftijd, de wens van het verlangen zoals een mooi appartement in een oud pand aan de singel of een buiten zoals in Verweggistan, het nooit meer kwijt willen raken wat nu aan geluk deel uit maakte van het leven, maar evengoed het bewustzijn van de begrenzing ervan. Leef nu, leef in het moment, leef de dag.

De goede raad zweefde er natuurlijk op alle fronten doorheen, maar de sluizen stonden open en de gedachtengang was niet meer te stoppen. Het had zijn invloed op de stemming de volgende dag. Niet naar de tuin in dit geval, dus haalde lief zelf even de accu van de grasmaaier op die we gisteren vergeten waren, terwijl ik wachtte in de kleine blauwe. We stonden al in de richting van Eemnes, dus de kringloop dan maar. Het doel: een kort spijkerjasje. Iedere keer weer is bij zo’n kringloop de verbazing van lief over de hoeveelheid van overtollige huisraad van zijn gezicht af te scheppen.

Met een jasje dat iets te donker van kleur was, maar paste als een handschoen, stonden we na een half uur buiten. Het tuincentrum was een logisch vervolg, omdat we de regentonnen wilden bekijken. In De Bilt was een grote en ook daar waren we in de buurt. We vonden wat we zochten, maar lieten ze staan, om nog een keer een vergelijkend prijsonderzoek uit te voeren.

De onrust bleef. Ik wilde naar het water, het hoofd leeg maken. Voor de zee was het veel te laat. Rhijnauwen was een goede vervanging en met de regen in aantocht ook een mooie schuilplaats bij te heftige buien. We reden door tot de grote parkeerplaats op het terrein, iets wat ik nooit doe, omdat je er een stuk voor door het bos moet, maar in dit geval leek het wijsheid want de weerapp voorspelde stortbuien. We wandelden naar de vertrouwde picknickplaats waar we als gezin, met mijn vader en moeder, dikwijl waren geweest. Hetzelfde gold voor lief en zijn ouders. Een pleisterplaats uit het verleden, omringd met zoete herinneringen. Er was nog niets veranderd. Zelfs de grote zandbak, opgetrokken uit oude zwerfkeien was nog geheel in tact. Een van de drie oud bomen was omgezaagd en er stond nu wel, vlakbij de oever van de Kromme Rijn, een picknicktafel.

Het kabbelende water, de grazende koeien aan de overkant met een bronstige stier, de scherende zwaluwen met hun witte buikjes boven het water, de twee futen die passeerden en de blatende bonte schapen achter ons, brachten het stille genieten. De rust keerde weer. Een vredig tafereel en wij er middenin. Samen, dicht tegen elkaar, met de handen ineengestrengeld. We zagen de wandelaars aan de overkant, een kano die in gestaag tempo voorbij gleed en rimpels trok in het gladde water, de stier die eindelijk een willig vrouwtje vond en samen met haar optrok, tot ze er tochtig genoeg voor was. Natuur om en in ons.

Toen de eerste druppels vielen liepen we naar het restaurant en zochten een tafeltje op de veranda met zicht op het water zonder dat het inregende. We genoten van een kleine maaltijd, stoofpotje voor lief en een soep voor mij. Het hanengedrag en de schelle waarschuwingskreten van de slanke waterhoen beneden ons, naast een rotspartij met een blauwe regen, trok de aandacht. Het was gericht op een meerkoet met jongen die de doorgang zocht naar het open water. Hoen liet niemand door en beiden probeerden ze zich zo groot mogelijk te maken. Macho mannetje tegenover moederkloek. ‘Alsof hij de Zwarte Zee aan het bewaken was’, vond lief.

Twee stellen achter ons streken luidruchtig neer, rondvliegende schelle tonen, bulderende lach, geschuif van metalen poten, maar het had geen invloed op onze innerlijke rust die was neergedaald. De middag was meer dan heilzaam gebleken. Om lang op te teren, zo’n onverwacht genoegen.

Natuur op de tuin·Overpeinzingen

Morgen is er weer een dag

Vroeger dan anders, de dakgootkauwtjes zijn meester in hun wekkerfunctie, togen we naar de tuin. Vooraf wat lekkernijen voor na de noeste arbeid gehaald en twee grote zakken tuinaarde die lief met de kruiwagen op kon halen uit de kleine Blauwe.

De tuinen ademen groei en vooruitgang. Overal is men druk bezig met het opschonen en zaaien, schoffelen en maaien. Het broedseizoen is in volle gang en het gekwinkeleer van de vogels ligt als een deken van vrede over alles heen. De merels fluiten hun hoogste lied. Midden in de sloot zit de meerkoet op haar nest. Ze houdt elke voorbijganger nauwgezet in de gaten, maar voelt zich daar volkomen veilig, want ze blijft zitten waar ze zit. Een prachtig nest, dit keer, volledig uit natuurlijk materiaal van takken en twijgen. Een betere reclame voor ons natuurtuinencomplex is er niet.

Op weg naar de tuin doen we die van dochterlief aan. Ze zijn op een heerlijke manier, stukje bij beetje, hun woeste grond aan het ontginnen. Eerst hebben ze een grote bomenkap gehouden omdat de grond vol stond met veel te grote wilgen. Nu kan de Gingko haar takken breed spreiden en vormt steeds meer een natuurlijke parasol boven het zitje. De spiraalvormige kruidentuin begint zich van lieverlee te vullen met geurige gewassen. Ze hebben een groentebed gemaakt, die schoonzoon op een hele inventieve manier heeft omzoomd met een lage afscheiding van wilgentenen, superleuk gedaan. Er is bij hen nog een tweede zithoek/zonvanger bijgekomen en omdat nu al het groen gaat bloeien en groter wordt, worden de zichtlijnen steeds duidelijker. Een heerlijk plekje zo naast het weiland. Alleen de dames zwartkopschaap tegenover je, wat een rust.

Ons toekomstige kruidenbed was nu aan de beurt. Eerst maar eens ontgrassen. Lief ging aan zijn eigen project verder, het opschonen van de doorgang achter het atelier. Zo hebben we een mooi achterom en een prettige bijkomstigheid is, dat de achterbuuf haar maaimachine makkelijk uit de schuur kan halen, nu ze niet meer struikelt over takken en brandnetels. Het is naarstig speuren geblazen tussen de gewassen die al in dit bed staan. De klimgeraniums, die ieder jaar weer een zee aan bloemen geven, de citroenmelisse, de kleine witte bloemen waar ik de naam steeds van vergeet en warempel, ik ontwaar er zelfs de wilde marjolein, die dapper heeft stand gehouden tussen de moerasandoorn en de boterbloemen. De framboos gaat alle perken te buiten en wordt rigoureus teruggedrongen tot een heggefunctie. Vort jij. De grote pollen grassen vergen veel kracht om ze te verwijderen. Van sommige soorten vind ik het zonde om ze op de composthoop te gooien en ik zoek naarstig naar een vaas om ze samen met de dagkoekoeksbloemen in wat slootwater als versiering te gebruiken. Een oude laars blijkt een prima vervanger voor dit doel. Parmantig staat ze met haar natuurpruik voor de oude potten.

Er komt een klein bont zandoogje aangefladdert die zich uitgebreid laat bewonderen als ze zich koestert in de zon. Vleugels open en vleugels dicht. Wat een mooitje.

In de sloot verderop zien we tot onze vreugde, naast de plompenbladeren en bloemen, de waterlelies in hun volle pracht. Die heerlijke feeërieke bloemen, waarbij zoveel te fantaseren valt. Ze staan nu ton sur ton met het bloeiende fluitenkruid vol schoonheid te zijn.

Het is toch allemaal net iets te zwaar geweest. Om vier uur gooi ik mijn handdoek in de ring. De koek is op. Tijd voor wat gemijmer, ontspanning en nagenieten met koek en zopie. Morgen is er weer een dag.

Overpeinzingen

De dag kon niet meer stuk

Vroeg begonnen, tijd gewonnen. Dat ging gisteren op, omdat we besloten hadden een bezoek te brengen aan de plantenmarkt op het JansKerkhof in de stad. De kleine blauwe kreeg een zonnige parkeerplek aan het begin van de Biltstraat. Die afstand zou te lopen zijn, ook met de armen vol plantjes voor de bakken op de galerij.

Utrecht op haar best. Een zonnetje, blauwe lucht, de kraampjes aan de voet van de beschuttende kerk. De vroege ochtendrust hing nog tussen de straten en het langzaam opkomende verkeer was daar een belangrijke factor in. Op de markt zelf was het al een en al bedrijvigheid. De kooplui hadden hun waar zo voordelig mogelijk uitgestald. In de bloemenkramen lagen de pioenrozen te kust en te keur uitnodigend opgestapeld. Het roze, rood, paars en wit aan vrolijke bolletjes als een zee van bloemen in een regenboog aan kleur.

We struinden de kramen langs op zoek naar de geschikte bloeiers en zagen eigenlijk te veel. De uiteindelijke keuze viel op een combinatie van langbloeiers en een ouderwetse boerengeranium er tussen. Daarna wandelden we terug door de Nobelstraat en hadden een keur aan herinneringen. Het werd een trip door Memory Lane. Naast de bloemenmarkt zelf stond een groep studenten met slaaphoofden hun eerste koffie te lurken voor Wooloomooloo, al in onze tijd, nu ruim vijftig jaar geleden, een befaamde danstent, waar menig biertje naar binnen werd gehesen. In de Nobelstraat kwamen we nog zo’n klassiek oudje tegen. Het Pandje in volle glorie en geen spat veranderd in haar uiterlijk, temidden van de flexibele etalages van haar naaste buren.

De bomen voor de Stadsschouwburg, even verderop, vertelden hun eigen verhaal terwijl de fontein ervoor sproeide dat het een lieve lust was. De badende dames eronder lieten zich al decennia lang het watergeklater welgevallen. De stoïcijnse acteur, een kant van het gezicht uitgewerkt en de andere kant glad gestreken en onaangedaan, niets verradend van wat er werkelijk in hem omging, keek al jaren naar de gouden muze op de gevel van de Stadsschouwburg. Tot onze grote vreugde was het restaurant Djakarta er nog altijd, waar we in onze studententijd slechts één keer hadden gegeten omdat het te prijzig was voor ons karige budget. ‘Daar gaan we nog eens op herhaling’, beloofden we elkaar. Alles bij elkaar juweeltjes uit ons roemruchte verleden, een ontroerende ontmoeting, die het hart vol jeugdige verliefdheid liet lopen.

Met de buit ging ik thuis onmiddellijk aan de slag terwijl lief de operatieassistent speelde met prullenbak en zware zak met aarde. Binnen korte tijd pronkten nu tot op eenderde van de galerij alle bakken zich eindelijk met bloemetjes. Zoonlief had samen met schoondochter ingeslagen in het tuincentrum. In een ontdekkingstocht tussen het wat verpieterde spul op het balkon ontdekten we een wereld aan zonnebloemenplantjes, nietig in hun aanwezigheid. Ze werden liefdevol verpot en de andere bakken kregen aarde en een leger aan bloemenzaad. Daar tussendoor hipte de familie koolmees vrijelijk en niet bang tussen de takken van de sierprunus van beneden, die ruim tot ons balkon reikten. Alles ademde een sfeer uit van verlangen en belofte. De benjamin had de smaak te pakken en had, terwijl wij naar een optreden van kleindochter en naar de voetbalwedstrijd van de oudste waren, de galerij tot ver voorbij de buren met de hoge drukspuit schoongespoten.

Er was een glorieuze performance van die allerkleinsten, een klaterende overwinning, 4-1 maar liefst, voor de club en bij thuiskomst een hagelwitte galerij met een gevuld balkon. De dag kon niet meer stuk.

Uncategorized

Het leven in te kleuren

En zo kon het gebeuren dat lief en ik dwalend door Laren trokken op zoek naar een parkeerplaats. De hele stad stond vol blik en als dat niet zo was, mocht je er maar twee uur parkeren. Oorzaak, bleek achteraf, was de weekmarkt in het centrum. Nooit meer op vrijdag naar het Singer of op en anders alleen op een bijzonder vroeg tijdstip, leerden we al zoekende. Eindelijk vonden we een plekje tussen de rododendrons en de villa’s aan het einde van het landweggetje dat ik met zus zo dikwijls gelopen had. Langs het tarweveld konden we het museum bijna zien.

Het is opnieuw verbouwd om de collectie Nardinc ruimte te geven, ontdekten we. Geen onverdienstelijke aanpassing. Tussen de doeken van Theo van Rijsselberghe, Jan Sluyters en de modernen, met als toetje Lussanet, dwaalden we rond en genoten. Ik vooral van de portretten die ik tegenkwam en lief van eindelijk weer een museumbezoek.

Onze perceptie was totaal verschillend. Bij lief kwam onmiddellijk de historische context om de hoek kijken. Hij plaatste de doeken in de tijd met het hele verhaal erachter. Ik keek naar toets en streek, de verfijndheid of juist de luchtigheid waarmee iets was geschilderd, de details, de vorm, de kleur. Zo kwamen we met z’n tweeën tot een mooie beleving.Wat was het fijn om samen met hem rond te dwalen tussen al die mensen door. Even werden we afgeschrikt door een rondleiding die een grote groep met zich meebracht, maar we zeilden er al snel omheen om de drukte achter ons te laten. Drie zalen extra waren er met de verbouwing vrij gekomen en er was een uitstekend zicht op de druk bezochte prachtige tuin gecreëerd.

Met het voorspelde noodweer in het vooruitzicht en vol van de schoonheid besloten we de drukke tuin en het restaurant te bewaren voor een volgende keer. Het was genoeg. Het hoofd en het hart waren vol, er was voldoende om een tijdje op te teren. In de stromende regen door een omleiding over Baarn voerde de kleine blauwe ons naar huis, een eindeloze rit, zo leek het, maar genoeg stof om over te praten.

Thuis bleken de kleine koolmezen druk in de weer om het voer voor hun kroost, dat in hun kielzog meevloog, te verzamelen en ze te voeden met de zaadjes van de voederplank en uit de kleine antieke kooi waar alleen de mezen en vinken in en uit konden vliegen. Door de verrekijker op statief, die zoonlief had neergezet, viel er goed te genieten van die grote snaveltjes, die het lekkers in de kleine wijd opengesperde bekkies stopten.

Eindelijk zie ik de kruin van de bomen door het zolderraam nu ze volop in blad staan. Het wordt tijd dat we de werkkamer in orde gaan maken. Daarvoor moet eerst de schuur leeg, hadden we bedacht, anders is er geen kans om te schuiven. Bij die vergelijking moet ik denken aan de raadselspelletjes van vroeger, waarbij een vakje open was gehouden en je net zo lang met de letters moest schuiven tot het woord er stond. Als er geen ruimte is kun je schuiven wat je wilt, maar blijft het bij verplaatsen van de rommel. Eerst het grof vuil, dan de kringloop en vervolgens ruimte voor een bureau aan het raam.

Ook begint de inspiratie te kriebelen. Kom maar op met doek en penselen. Ineens weet ik weer een aantal onderwerpen en, gevoed door de doeken van Lussanet, wat speelsere vormen. Tijd voor het grote experiment. Maar eerst is het de beurt aan de plantenmarkt in Utrecht. Het is de hoogste tijd dat de bakken op de galerij gevuld worden. De ijsheiligen liggen ruim achter ons en een lange zomer ligt in het verschiet. Tijd om de boel wat op te fleuren en het leven in te kleuren.