Overpeinzingen

Ons eigen levenslied

De schatjes zijn vanmorgen vroeg vertrokken. Om zeven uur reed slaapmutsje de straat uit, nagewuifd door zoonlief, die een passende support bracht. Dat vind ik zo lief, zo’n spontaan initiatief.

Het feest gisteren was een doorslaand succes. Mijn hele familie op één na kwam de vierenzeventigste verjaardag van broer meevieren. Een drukke huiskamer vol met de vertrouwde koppies, kipkluifjes, kaasfrituur, frikandellen en kroketten, patatjes voor een weeshuis. Tussendoor de sterke verhalen, al dan niet aangedikt door genuttigde biertjes, kwinkslagen, grappen en grollen, zoals gewoonlijk. De familie op dreef. Wat een heerlijk en ongedwongen samenzijn. Er wordt besloten met ijs en koffie en daarna trekt de familie weer verder. Dag lieverds. Zieke broer is er niet bij, maar die strooit bemoedigende berichten over de familie-app. De stemming is opperbest.

Lief was gaan wandelen in Utrecht. De singels over, een oud stuk Utrecht door en weer met de tram naar huis. Zijn eerste rondgang na corona. Niemand heeft verder last gehad van bepaalde symptomen. Het virus is mild voorbij getrokken.

Beneden wordt er gerommeld. Dozen opengemaakt en weer dichtgeplakt, alles wordt opgestapeld op het kleine kamertje, dat als opslag zal dienen voor die zes maanden, dat zoonlief en vriendin bij dochterlief in huis wonen. Zo valt alles op de juiste plek. Ieder z’n eigen stek. Ik vind dat zoonlief en ik het goed gedaan hebben al die jaren. Elkaar de ruimte gegeven, zoonlief hier op kamers laten zijn, zodat we veel vrijheid kenden om te gaan en te staan waar we wilden. Zo hoort het eigenlijk als de nood wetten breekt.

Met z’n vieren in het huis was nog wat meer aanpassen. Rekening houden met douche en keukengebruik, ontsnapmogelijkheden als de werkkamer creëren en vooral ‘leven en laten leven’ hanteren. ‘Nu kunnen jullie bij ons op bezoek’, merkt zoonlief op. Haha. Dat zullen we dan eens gauw doen.

Het is eigenlijk tuinweer. De lucht is geklaard en er staat nog wel een straf windje, maar het ziet er buiten, waarschijnlijk zolang je achter glas bivakkeert, heerlijk uit. We spellen de krant uit, drinken koffie en luisteren naar een stukje klassiek, een kalm begin van de zondag. In een blog van een ander wordt het klaarzetten van het ontbijt geroemd en daardoor moet ik ook denken aan moeder, die een broertje dood had aan de vroege ochtenden. Ze zorgde er derhalve voor dat alles klaar stond voor de hele kinderschaar, zodat we onszelf konden bedruipen. Zelf kwam ze dan pas om een uur of negen beneden om uitgebreid de ochtendkrant op haar knieën op de vloer uit te vlooien. Een klein persoonlijk gewin, dat moment voor haarzelf. Ochtendmens ben ik geworden, maar geen vroegopstaander.

Met zonnige dagen verlang ik naar Verweggistan, waar het in de vroege ochtend, als lief zich nog een keer omdraait, zo heerlijk wakker worden is op het terras achter de grote houten tafel in de opkomende zonnestralen met het uitzicht op het terrein, de glooiende tuin met haar beelden, de fruitbomen, de rode beuk. Nog even wachten en dan kunnen we weer.

Geduld is een schone zaak. Daar moeten we het voorlopig mee doen. Nu we het huis alleen hebben zullen we de eerste aanpassingen uitvoeren, hier en daar wat opknappen, achterstallig onderhoud aanpakken en wat door de tand des tijds is aangevreten, vervangen. Zo worden er steeds meer stappen gezet naar het persoonlijk leven. Iets om naar uit te kijken als alles eindelijk in de juiste groef valt. Daarna draaien we ons eigen levenslied.

Overpeinzingen

Er is zoveel achter je horizon

Het regent pijpenstelen. Dat is lang geleden, dat het zo hard kletterde op ons venster van de wereld. Morgen zullen we het moeten doen met een volstrekt andere kijk op de wereld. Dan liggen we prinsheerlijk in het ruime tweepersoonsbed beneden en hebben zicht op huizen en kantoren. Niets is ons vreemd. De bomen hebben ze helaas in de loop der jaren rigoureus aan de achterkant gesloopt. Voor geven de bomen voor het raam de belofte van natuur weer van het park er tegenover. Er is altijd een uitweg te vinden. Nederland blijft, wat dat betreft, een postzegel.

Ik lees een dagboekfragment van Mensje van Keulen uit eind jaren zeventig en herkenning dient zich aan. Hoog zwanger van oudste dochter in het turbulente uitgaansleven van Utrecht, nog net ongetrouwd. Er waren perikelen, wijn en sigaretten in overvloed. Verboden werden slechts mondjesmaat toegepast. Wij waren voor onszelf verantwoordelijk. Vaker ook niet of nauwelijks. Moederschap overviel me net zo als het klaarblijkelijk Mensje van Keulen deed. Een huilende baby met krampjes, maar ook de liefste om te ruiken, door de zwarte haartjes te strijken, de bolle wangetjes te kussen en plat te knuffelen. Broerlief kreeg haar stil met een recital van een keiharde Jimi Hendrix. We woonden op onze eigen ‘watchtower’, op de zolder van een oude boerderij met een wasmachine en een oude centrifuge, katoenen luiers en hippievermaak. We bakten brood en kwamen rond met nagenoeg niets. Om de tijden tussen de veelvuldige voedingen op vraag te stillen versierde ik fluwelen lapjes met lovertjes, macrameede plantenhangers, en haakte ik picootjes voor aan de gordijnen. De oude hanglamp kreeg een lint versierd met rasta-kralen. Het leven was gekrompen tot de babyromantiek en de eerste moeilijke wendagen van samenleven plus een.

Het etentje gisteren bij mijn lieverdjes die dadelijk hun avontuurlijke reis gaan beginnen was een aangenaam verpozen. Er viel honderduit te kletsen, plannen te smeden voor zo dadelijk. ‘Hoe vind je het dat we dit gaan doen’, vroeg mijn lieve schoonzoon. ‘Ongelooflijk leuk en spannend. Zo heerlijk om nog eens zo’n avontuur aan te gaan’, vond ik oprecht. Wat zullen de kinderen veel opsteken van deze tocht. Levend leren in optima forma. Beter kan je het je niet wensen.

Als ik jonger was geweest hadden lief en ik een groot deel van de dichtbije wereld ontgonnen, daar ben ik heilig van overtuigd. Ooit waren we al bezig met uitgebreide kennisvergaring van andere landen, Spanje, Scandinavië in oude tentjes, rugzakken op, geen cent te makken. We sliepen op kleine campings, in het vrije veld, in de trein als het zo uitkwam. Eten bestond uit de producten van het land zelf, hoe leer je anders ooit olijven en pepers eten. Nog steeds zijn we er gek op, maar nu gebeurt het reizen vanuit de veilige twee thuishavens. Tel uw zegeningen. Maar jong en ondernemend roept de wereld.

Ik beloof aan dochterlief haar breien te leren als ze in Verweggistan komen logeren met hun caravan, die slaapmutsje heet. Lieve knuffies vallen me ten deel bij het afscheid. ‘Dag lieverds. Een hele fijne ontdekreis straks’. De eerste stop is Parijs. Ze staan op een camping in het Bois de Boulogne aan de Seine. Nog even een mix van natuur en de mondaine wereld eer ze volop op de natuur aangewezen gaan zijn. De kleine filosoof gaat met zijn vader naar een wedstrijd in het stadion. Genieten van de geneugten die het land te bieden heeft. Er is zoveel achter je horizon.

Overpeinzingen

Het leven lichter maken

Alarmerend bericht dat een van de broers niet lekker was geworden sinds gisteren. Hoge koorts, urineweginfectie en ijlen op hoog niveau. Vanmorgen appte het slachtoffer zelf alweer en noemde zijn broers ‘ouwe mannen’ en het ongemak ‘kwaaltjes’. Droge humor staat hoog in het vaandel en het bagatelliseren van de boel. Vooral niet meegaan in heftigheid. Hou het luchtig. Je hoorde dwars door de app iedereen weer opgelucht ademhalen.

De filosoof en zijn zus maken zich klaar voor de, voorlopig, laatste schooldag. Heerlijk. Vanavond ga ik gezellig bij ze eten. Ik pieker nog even voort over een passend cadeau. Het moet wel bruikbaar zijn voor allen. Mijn lieve wederhelft blijft nog twee dagen in quarantaine, al is hij niet erg er van overtuigd, dat het helpen zal.

Gisteravond was Floortje in Turkije. Eerst was er dat kamelengeworstel, waarbij de enorme dieren al schuimbekkend hun gewin probeerden te halen. Het hele circus erom heen met etende mensen, schreeuwende mannen, de opzwepende klanken van Zurla en Tapan stonden in schril contrast met het bezoek aan de rijke dierenvriend daarna, die heel veel zwerfdieren had opgenomen in zijn huis, waarbij de grote troep zeemeeuwen nog wel de meest uitzonderlijke was. Wat een ongelooflijk lieve man.

Ook hier waren flemende ezeltjes, net als bij het programma van de dag ervoor, Ilja op Corsica, met heel veel informatie waar ik tot dan toe geen weet van had. Dit soort leuke sfeertekeningen zijn de krenten in de pap. Genieten op hoog niveau. Niet in de laatste plaats door Ilja zijn ontwapenende houding naar de mensen toe. Ze verdienen alle aandacht van ons.

Na Floortje was er nog een verhaal over de zegen die doorzettingsvermogen heet in het programma ‘Ik Vertrek’. Beide stellen die erin voortkwamen moesten opnieuw op gaan bouwen om volstrekt andere redenen. Door stug door te sappelen lukt het het tweede stel om zelfs na een grondige verwoesting door een aardbeving hun paradijs te herscheppen. Wat een veerkracht, niet op de laatste plaats door de rotsvaste overtuiging van beiden. Diep respect voor een dergelijke aanpak.

In deze wat sombere dagen, die gekenmerkt worden door op en top huiselijkheid, is dit soort informatie van harte welkom. Het leidt af, bestempelt het kleine geluk, het geeft een inkijkje in het geluk van anderen en roept vragen op, wanneer iets cultuurbepaald is en of je het dan moet laten, als er niemand bij lijkt dood te gaan, of dat je moet ingrijpen omdat de schuimbekkende kamelen zo zielig ogen als ze, met hun nekken verstrengeld, tegen elkaar aanhangen onder het luide ophitsende geschreeuw. De antwoorden blijven in het midden liggen. Bij dat gelige schuim rond de opgetrokken lippen denk ik aan paarden in het nauw. Dat is waarschijnlijk een verkeerde associatie. Dat zorgt ervoor, dat we het niet op het juiste niveau kunnen beoordelen. Schuimbekken op zich is hier al negatief.

In een gesprek van Typhoon en Stef Bos komt beider overwinning op het leven ter sprake. Stef zijn zoon was ernstig gewond geraakt bij een auto-ongeluk waarbij de schoonmoeder overleed en Typhoon vertelde openhartig over zijn depressie. De mens in al haar machteloosheid en kwetsbaarheid. Typhoon zingt in een van zijn nummers tegen zijn vriendin: Wij zijn niet de oplossing voor elkaars verleden’. Dat is los gefilterd van de context al een hele mooie. ‘Wel kan je elkaar ondersteunen en helpen in de liefde samen’ wordt er later aan toegevoegd. .

Een van de eerste voornemens die wij hadden, Lief en ik, was dat we samen het leven mooier wilden kleuren. Elkaar aanvullen waar de ander om de een of andere reden het even niet kan. Een van de mooiste definities die ik ken. ‘Echte liefde is het leven lichter maken’.

Overpeinzingen

Tijd om de lente te omarmen

Net ‘Floortje gaat mee’ teruggekeken en diep onder de indruk van dit prachtige programma. Zo puur en zo au naturel als ze is zoekt ze in mens en dier eenzelfde puurheid en vindt het ook samen met haar reisgezel, de fotograaf Jasper Doest, die al even begaan is met de dieren. Thuis neemt Floortje afscheid van haar twee ezels en dan gaan ze op pad om de relatie mens en dier uit te diepen. Ze komen uit in Roemenie, waar nog steeds veel beren leven, waar volop mee gesold is, door ze als welp gevangen te nemen en op te laten treden in kleine circussen. Doorgaans worden ze opgesloten om als attractie in veel te krappe hokken mensen en kinderen te vermaken. Ze ontmoeten een vrouw die voor de vrijheid van de beren vecht en met eenzelfde eenvoud en liefde voor het leven, mens en dier, ieder levend wezen, hen hun vrijheid gunt. Een voorbeeld voor de wereld, deze kleine dappere vrouw.

Schoondochter heeft vandaag ook positief getest. De cirkel is rond. Hopelijk zijn we nu allemaal een jaar verschoond van alle ellende. Een geluk bij een ongeluk. Gisteren heb ik een aardig stuk aan de das gebreid. Ze vordert langzaam maar gestaag. We breien trouwens ook de uren en de dagen aan elkaar. Soms zijn we zelfs in de war met de traagheid of de snelheid van de klok. Geen sinecure hoor, zo’n intense pas op de plaats. Langzaam komt de energie weer terug. Het boodschappen doen ging gisteren prima door naar een traag tempo terug te schakelen. De trappen voetje voor voetje op bijvoorbeeld. Helaas is er nog steeds niet genoeg concentratie, al begint de tijd te dringen en komt de avond van de leesclub in zicht. Maar dat is aan de andere kant ook gunstig, dan kan je in een ruk het hele boek uitlezen.

Over drie dagen hebben we het rijk hier alleen. Dan zijn zoonlief en schoondochter naar hun nieuwe tijdelijke onderkomen verhuist, zijn dochterlief en haar gezin de eerste kilometers van hun lange avonturenreis aan het stukslaan en hopelijk komt dan de nieuwe auto spoedig. De reis naar Verweggistan stellen we nu minstens uit tot na de bevalling, dat is wel zo rustig. Bovendien is april prachtig, want dan staan alle wilde pruimen, de vijg en de blauwe regen in bloei. Het verlangen ernaar groeit met de dag en dat is ook gunstig.

We mijmeren wat door op veranderingen die we kunnen doen en aanpassingen aan de nieuwe woonsituatie hier. We hebben nu alle tijd en zonder druk op de ketel is het leven bijzonder aangenaam. Een wijs besluit om sommige taken toch maar af te stoten. Dan is er tegelijkertijd ruimte voor nieuwe initiatieven. Dat is belangrijk om met beide benen in de vooruitgang te blijven staan.

Volgende week mogen we alle twee weer naar buiten en dan kunnen we ons een paar dagen op de tuin storten. Er moeten nog wat wilgen gesnoeid, Een stuk of zeven. Dan kunnen we van de takken een hekje maken in het laatste deel van de tuin, tussen die van de buurman rechts en de onze. Misschien lukt het dan ook om wat heesters neer te zetten. Als we er maar een beperkte tijd zijn, is een makkelijk te onderhouden tuin het best. Eigenlijk kriebelt het buiten’gen’ allang weer. Tijd om de lente te omarmen.

Overpeinzingen

Niet geschoten is altijd mis

De ophef over Roald Dahl en de verminking van zijn taal is volkomen terecht. De rechtschapen lieden die zijn verhalen willen kuisen zijn zonder te lezen en te begrijpen aan het werk gegaan. Hoe kun je tornen aan intenties, die de basis zijn van de uitingen van een schrijver. Hij draagt er een belangrijke boodschap mee uit. Soms een tikje moralistisch maar met zoveel humor dat we hem dat graag vergeven. Blijf met de handen van onze literatuur af. Het mooie sprookje dat fantasie op hoog niveau heet, verdient het om gekoesterd te worden en in de watten te leggen. Kuis de taal van jezelf zoveel als je wilt, maar tast de expressie van een ander niet aan en zeker niet door er rücksichtlos in te schrappen en te herschrijven. De waarachtigheid van het woord wordt er door aangetast. Elk boek houdt zijn tijd een spiegel voor, behalve als het onsterfelijke literatuur behelst. Die is van onschatbare waarde omdat het boven de letter uitstijgt en betekenis geeft aan gedachtegoed. Lees vooral het ongeschreven woord tussen de regels en je zult nog veel meer ontdekken. Een rode correctiepen heeft door de jaren heen al veel te veel fantasie om zeep geholpen. Hang ze aan de wilgen. Die pennen dan natuurlijk.

Als ik naar buiten tuur op de vierde dag van mijn Quarantaine zie ik dat ze het huis van de vorige maand overleden achterbuurman aan het leeghalen zijn. Het hele leven in een vuilcontainer gepropt is een trieste manier van beëindigen. Het idee is niet erg aangenaam, bijna oneerbiedig haast. Het hele hebben en houen op een hoop. De lucht brengt een geperfectioneerde entourage in saaiige grijstinten, een dikke deken van hemels verdriet.

Dichtbij zijn er kleine lichtpunten te vinden tussen de oude staketsels van de potten met planten op het balkon. Tussen en op het dode hout beginnen opnieuw uitlopers te groeien, bloemen in knop de kop op te steken, fris groen dat de bruine aarde kleurt. Het is een schril contrast met het verval in de container, maar toch maakt het hart een huppeltje. Lente in het land.

Vriendinlief belt op. Komt het gelegen. Haha, boodschappen uit de coronavrije buitenlucht altijd en het is niet besmettelijk via dit medium, een geluk bij een ongeluk. Eeen hartelijke en o zo bekend oorverdovend lachsalvo aan de andere kant. Hoe heerlijk om die weer eens te horen op orkaansterkte. Alle ziektekiemen in een klap weggeblazen. Niet in de laatste plaats trouwens door haar onverwoestbare optimisme, waar we elkaar doorgaans altijd in gevonden hebben. Zo fijn om me even aan te laven, net wat een mens nodig kan hebben op gezette tijden. Ook al haar hele leven aan het tobben met allerhande kwaaltjes, maar zich nooit onder het tapijt laten schuieren en zo hoort het ook. Kwaliteit van leven staat bovenaan.

De verhalen over haar vrolijke demente vader zijn een verademing. Hij is heel gelukkig in zijn nieuwe omgeving na de dood van haar moeder en dankzij die opkomende dementie was het verdriet niet zo kommervol als waar ik bang voor was, omdat ze zo’n cohesie kenden,die lieve twee. We prijzen die andere kanten van de aandoening. Het verleden dat zich op een presenteerblaadje aandient en uitmondt in aanwijzingen geven in de keuken voor het bakken van een taart, omdat hij dat zijn hele leven al gedaan heeft en dus een ervaringsdeskundige bij uitstek is. De grappen en de grollen waar hij het gros van de bewoners en de verpleging mee vermaakt, zijn eveneens onverwoestbare optimisme. De appel valt niet ver van de boom.

Van dochterlief krijg ik mijn jurk terug in een slinger van zelfgemaakte vlaggetjes voor het goede doel. Ooit in Den Haag gekocht in een klein Israëlisch winkeltje dat naar wierook en musk rook eind jaren zestig. Het is een prachtig aandenken en wat is ie mooi geworden. Lief en ik doneren beiden . Nog maar een paar dagen, dan beginnen ze aan het grote avontuur. Voor die tijd kan ik ze tenminste nog even omarmen.

Straks ga ik de eerste poging wagen een boodschapje te doen. Verse croissants en verse jus. Haha. Volgens zoonlief is het te snel, maar ik beloof onmiddellijk terug te keren als het niet gaat of een brug te ver is. Niet geschoten is altijd mis.

Overpeinzingen

En dat voelt als een bevrijding

Het was alleen maar duidelijk en eigenlijk te verwachten. Twee rode streepjes lichtten op voordat er twee seconden verstreken waren. Gezellig met z’n tweeën in de lappenmand. Hoe knus wil je het hebben.

Die gewone alledaagse bezigheden. De wasmachine volstoppen, douchen, iets pakken uit de keuken, traplopen, het worden stuk voor stuk bergen die beklommen moeten worden. Was ophangen bijna onoverkomelijk trouwens. Lucht tekort, amechtig hoesten, armen twintig kilo zwaarder en langer bijkomen voor er weer gewoon doorgegaan kan worden met ademhalen. Adem in, adem uit.

Zo, even opzij zetten, deze gedachte, en voort met de achtbaan van alles en nog wat op ons pad. Het is spijtig maar lezen lukt me nog niet best. Het boek van Colson Whitehead; ‘De ondergrondse spoorweg’ is eigenlijk ongelooflijk boeiend, maar vergt ook de juiste aandacht om niets te missen van deze schrijnende geschiedenis. Het wattenhoofd zegt ‘Nu nog even niet’. Het enige wat te doen valt, is berusten.

‘Hebben jullie samen al een serie uitgezocht’, vraagt zoonlief over de app. Nee, haha. Daar moet ik ook niet aan denken trouwens. Er mag veel voorbij trekken, als het maar niet met aandacht gevolgd moet worden. Het gaat om flarden van beelden, muziek, hier en daar een pennetje om te breien. Alles schakelt zich aaneen in een soort van niets. Dat lijf moet eerst op haar plek vallen. Ze zweeft er nu steeds een stukje boven.

In de Zin van deze maand staat een mooie briefwisseling van Herman van Veen en zijn dochter Anne(Ja, dezelfde van dat prachtige gelijknamige lied), waarbij hij haar meeneemt naar zijn jeugd in de Kievitsdwarsstraat en mij met de haren erbij sleept, omdat de Vogelenbuurt deel uitmaakte van ons verleden met haar Adelaarstraat en de molen en jaren later door de automatiek van Boerenboom waar ik doordeweeks na school en op zaterdag de patatten stond te bakken. Hij somt alle buurttantes op en ook de mijne krijgen gestalte. Wij noemden ze vrouw. Vrouw Kraan, vrouw van Wijgerden, vrouw Klarenbeek waren mijn drie vaste adressen voor extra pannenkoeken, brood of snoep. Anne verhaalt van een voetbalvader, trainer van haar team De Cheeseburgers en fanatiek opzweper.

Stef Bos duikt ook in zijn verleden en geeft de klank van het huis waar hij geboren is weer ‘Een akoestisch landschap van tikkende pendules, machtige metalen uuraanslagen van Friese stoelklokken en natuurlijk het sensationele Koekoeksgeluid uit het Zwarte Woud’.

Dat kon ook niet anders met een blad dat deze maand ‘de Tijd’ als thema heeft. De hoofdredacteur verzucht in haar opening hoe hard die tijd kan vliegen. Daar zijn we allen meer dan getuigen van. Maar Stef heeft een waardevolle opmerking daarnaast; ‘Wie in de stroom van de tijd durft te duiken, kan zichzelf in een groter perspectief zien. Wie het heelal onder ogen ziet, kent zijn plek’.

Ik sta op de kant te aarzelen aan de rand van de derde fase. Zal ik duiken of niet. Me overgeven en mee laten voeren naar een wat kalmere bedding om daar rustig in de beslotenheid van de rietkraag af te wachten. Wel nee, kijk we hoeven niet meer op de barricaden, maar initiatieven op alle fronten zijn nog steeds heerlijk om op en top de tijd en daarmee het leven te voelen. Na deze dagen van berusting en even schuilen komen de dagen van actie en ondernemen, kortom, alles wat nodig is om bij de tijd te blijven. Na deze retraite mogen we los. En dat voelt als een bevrijding.

Overpeinzingen

Met een aangenaam verpozen

Als er zeeën van tijd zijn, dan is er ruimte te over voor achterstallig inhaalwerk waar het oude documentaires, films en boeiende onderwerpen betaamt.

Vanmiddag keek ik geboeid naar ‘Je liefste tante Ria’. De kordate vrouw die steeds de telefoon opnam en dan met haar nichtje sprak, ontdekte in de diverse gesprekken steeds vaker dat het geheugen aan het afbrokkelen was. Ze dacht op een gegeven moment zelf dat het misschien beginnende dementie was. Het gevolg van die gedachte was dat ze steeds vaker controlerend werd naar alle hulp die ze kreeg. Het bracht argwaan en achterdocht met zich mee, dat zich bij voorbaat al manifesteerde als ze toe moest geven dat ze daadwerkelijk iets vergeten was. Eerst bij hoog en laag ontkennen, dan het ongeloof over iets niet meer weten wat je al jaar en dag gebruikt, bijvoorbeeld de functie van de muis, of het koffiezetapparaat, dan de angst, die dat door communiceerde op een bijna bitse manier naar anderen toe.

Mijn vader kwam in vlagen en vegen, door het hele stuk verstrooid, langszij zetten. Haar ijdelheid was vermakelijk. Ze dirigeerde de camera van haar nichtje weg van de ‘enorme’ vleeskwab onder haar kin. Dat viel overigens reuze mee bij deze wat spichtige dame. Of tante Ria echt de liefste was, waag ik te betwijfelen door de manier waarop ze omging met haar zus. Ze bewaakte haar territorium met haar leven, alles, om maar te voorkomen dat de regie uit haar handen zou glippen. Een boeiend portret. Het Vondelpark voor haar brede venster hielp mee, met de bomen waarin de seizoenen vergleden, de fietsers van het haastige leven, het gewandel, het gekwinkeleer van de vogels. Alleen de dikke Dollie verjaagde ze vinnig en noemde ze duifrat.

Lief haalde een paar boodschappen maar bleek toch eerst een stuk te zijn gaan wandelen. Ik wachtte met smart op de lekkernijen die ik had besteld. Het leek wel alsof ik zwanger was. Croissants, jus d’orange, mini-ijsjes, verse slagersachterham, echt alles wat ik nooit meer at.Drie uur later kwam hij binnen en ik kon niet wachten tot het broodje in mijn handen was. Pistolets hadden de croissanten vervangen, die waren om vier uur in de middag al lang en breed uitverkocht. De eveneens bestelde instant soep had de smaak van eend, ik had kip besteld. Er was voor een overheerlijk slaapmutsje gezorgd, wijn van onze geliefde Gort, dezelfde van het programma ‘Gort in Frankrijk’. Een heerlijk en leerzaam programma met een nuchtere laconieke aanpak. De smaak bleek nog verder weg dan normaal, sterker nog, het kreeg een nare bijsmaak van karton. Een wonderlijke ervaring. Één broodje was derhalve meer dan genoeg.

Het afscheidsfeest was heel geslaagd geweest. Van de tas vol met etsen en lino’s waren er nog zeven over en bijna alle zelfgemaakte duurzame katoenen vlaggetjes waren van de hand gegaan. De voorbereidingen van de reis konden beginnen. De foto’s zagen er feestelijk en vrolijk uit. Kleindochter was helemaal jarig geweest.

Zuslief belde op. Ze gaat met foto-zus naar IJsland op vakantie in augustus. Een heerlijke bestemming natuurlijk. Het natuurschoon is prachtig. Iedereen in mijn omgeving roemt het. Ik denk aan het tweede boek van Raynor Wills ‘De wilde stilte’. Hun ruige, onherbergzame, tegelijkertijd steeds toeristischer, trektochten rond de geisers van IJsland zouden een mooie aanvulling kunnen zijn, al trekken de zussen voornamelijk per bus. Ik beloof het boek te bewaren.

In de avond was er dance with the wolves, een film uit het grijze verleden. Lief had hem gezien, maar ik wist het niet zeker. Ze was in ieder geval de moeite waard. De hoogste tijd dus voor een thuisbioscoopje. Zo, kalme berusting en pas op de plaats, is het goed. Het leven nemen zoals het komt met een aangenaam verpozen.

Overpeinzingen

Soms is dat meer dan nodig

Heerlijk geslapen en bedacht dat het bijna over was. Wat voor zand had Klaas Vaak me nou in de ogen gestrooid. Kleine illusionaire korreltjes. Blijven dromen, kind. Dat bleek toen ik monter en opgewekt lief aanbood om koffie te halen beneden en het bakje van Pluis met zijn dagelijkse portie kattenbrokken vulde. Daarna moest ik gezwind gaan zitten, doodmoe, de armen zwaar en traag als stroop, benauwd. Pas op de plaats en even minder hard van stapel lopen was de boodschap. Zo fluit het lijf je vanzelf terug. Je kan de sterren van de hemel denken, maar dan hoeft het nog niet zo te zijn.

Dus missen we de verjaardag van de kleine spring-in-het-veld, de zus van de filosoof en hun afscheidsfeest voor de familie. Twee vliegen in een klap voor ze op Europa-reis gaan. Er zijn met corona al heel wat dingen door mijn neus geboord. Slikken, foto’s en filmpjes vragen en je erbij denken. Bovendien had ik een paar bloggen geleden al bedacht dat we niet overal bij hoefden te zijn, maar ja, als het zo dichtbij is.

Kritisch luister ik naar het hoesten van lief. Klinkt het als de mijne, verergerd zich het, voelt hij zich al moe. Dan hou ik mezelf voor er mee op te houden. Je zou hem nog ziek denken. Als ik ergens niet goed tegen kan is het de spijtige toon in iemands stem als ze vragen of het wel goed met je gaat. Hou op. Als dat het geval zou zijn dan hoor je het van me, is prompt het antwoord. Niet van dat benauwde, riep mijn moeder altijd al. We werden bij ziekte en ontij onmiddellijk ingeschakeld bij de klussen in het huishouden totdat duidelijk werd dat we echt te ziek waren, bijvoorbeeld als de gekregen sinaasappel met dezelfde snelheid weer op het bordje lag. ‘Zachte heelmeesters maken stinkende wonden’, was haar credo. Met de paplepel ingegoten en dus eigen gemaakt.

Dat hielp wel bij het werken in de verpleging. Meeleven, altijd, maar meezweven op hun klachten nooit. Bovendien kon je als moeder van de kinderen niet snel ziek zijn. Ondanks alles gingen bepaalde dingen gewoon door. Lichamelijke verzorging op één, het huishouden zozo, lala, de inwendige mens in beperkte mate. Spelen met ze, met een wattendicht hoofd, is niet handig maar het werkt wel. Afleiding houdt de ziektekiemen beperkt. Als je er niet in kan hangen, dan gaat het vanzelf over. Dat waren zo’n beetje de criteria die ik hanteerde. Terwijl de kinderen me nu verzekeren over de app om het de tijd te geven en goed uit te zieken, mezelf in acht te nemen. Bob Dylan zong het al. ‘But the times, they are a’changing’. Gelukkig wel. ‘Een beetje clementie, dame’.

De dagen zijn lang als de tijd zich uitstrekt over seconden. Bovendien is er nauwelijks concentratie. Eigenlijk sijpelen de uren voorbij. Een voordeel bij het oprekken van de tijd is dat je in de gelegenheid wordt gesteld om eindeloos de artikelen in de krant te spellen, flarden te lezen en daarna goed te herlezen, de boeiende pareltjes eruit te filteren. Het kan allemaal in eigen uur. Zo valt een ding me op in de boekenbijlage van de zaterdagkrant. Een tip van de kinderboekenwinkel in Breda is het boek: ‘Toen Raaf links af sloeg’. Op de eerste plaats omdat ik altijd ‘linksaf’ geschreven zou hebben en vanwege het feit dat we op onze reizen naar en door Verweggistan daar ook de neiging toe hebben en daarbij altijd de mooiste onverwachte momenten op ons pad treffen. De schrijfster schrijft op de kaft van haar boek trouwens ‘Toen Raaf links afsloeg’. Grappig dat je dat even bezig kan houden. Zulke dingen gebeuren bij een overschot aan tijd. Soms is dat meer dan nodig.

Overpeinzingen

De rust en het grote genieten

Het leven draait even om twee rode streepjes, die in een oogwenk oplichten in het witte houdertje. Tjonge. Nog altijd aan weten te ontsnappen, maar nu was er natuurlijk geen houden meer aan. Zoonlief met covid al de hele week druk in huis. Zelf overal naar toe geweest met de gebruikelijke afstand, maar ach. Eens moet de eerste keer zijn. De eerste dag, gisteren, had ik zo weer willen inleveren. De hoofdpijn en de misselijkheid waren het ergst. Bij de krampen kwam er geen piezeltje mee, allemaal lucht en loze krampen die wel de boel uiterst vakkundig binnenstebuiten aan het keren waren voor mijn gevoel. De hoofdpijn zorgde ervoor dat het voelde alsof het brein ingepakt was in een verkeerd gevouwen filodeeg met omgekrulde randen. Daar viel voorlopig geen eer aan te behalen.

Toen eindelijk mijn eigen medicijnen erin zaten, een voor een met tussenpozen, werkte de Ascal, mijn bloedverdunner, ook als pijnstiller en nam de hoofdpijn af. Wat een heerlijk gevoel. Voorzichtig kon ik met wat geknabbel aan een beschuitje met jam beginnen en een warm bakkie thee. Dat was weer wat anders dan slokjes water.

Ziek zijn, je ziek voelen, is natuurlijk ook maar betrekkelijk. Oudste zoon vertelde dat hij ook zo’n pittige hoofdpijn had gehad en zoonlief hier in huis was alleen maar moe. Alles kan met dit wonderlijke virus. Het kan natuurlijk ook immer vele malen erger. Vroeger moesten we dan God danken op onze blote knietjes, werd gezegd. Niet dat het gebeurde, hooguit een schietgebedje.

De nacht was gesluimer, met de pijn terug, het hoesten en elk uur een kwartier wakker. Wonderlijke dromen. Een over vrouwtje Piggelmee. ‘Visje visje in de zee’. ‘Riep je mannetje Piggelmee‘. Het vrouwtje wil steeds meer: een huis, nieuwe kleren, een hulp voor het poetsen, een paleis, de troon van God. Ze is onverzadigbaar, terwijl Piggelmee zelf bedenkt dat hij nooit meer liedjes fluit. Het boek was op punten te verkrijgen bij Van Nelle, met grappige illustraties. We hebben het destijds stuk gelezen. Natuurlijk ontsteekt het visje in toorn en tovert hij alles terug in de oude staat. Boontje komt om z’n loontje.

Gisteren kwam dochterlief de schilderijtjes voor hun afscheidsfeest halen. Daar kunnen mensen ze dan meenemen. Er wordt een donatie op de rekening voor het goede doel gevraagd, geheel naar eigen draagkracht. Helaas moet ik het feest missen. Had er zo graag bij geweest. Lief loopt op deze manier ook heel wat mis. Hij werkt nu maar thuis en print achterstallige informatie uit, die hij straks nodig heeft.

In Verweggistan heeft vriendlief het gele tapijt uit de werkkamer en de zitkamer vervangen door brede planken laminaat in dezelfde kleuren als het parket van de bibliotheek. We kunnen niet wachten om het te zien. Het zal een hele verbetering zijn. Wanneer we zullen gaan, hangt af van de komst van de nieuwe auto. We zijn al aan het idee gewend dat het een maandje opschuift en dan kunnen we wel alle mooie momenten rond de bevalling op tijd meemaken.

‘Adem in, adem uit’ is een van onze lijfspreuken tegenwoordig. Iets in de trant van ‘het komt goed’. Voor alles is een oplossing te bedenken. Liever dan onrustig heen en weer te schieten, de rust en het grote genieten.

Uncategorized

Lieve mensen

Ik ben even ondergedoken. Mijn hoofd is een eigen leven gaan leiden en klopt dat het een lieve lust is, evenals de spijsvertering. Details hou ik achter, haha. Veel slapen bij schommelende temperaturen en spieren die opeens allemaal willekeurig zijn geworden.

Ik ben in goede handen

Test en uitslag volgt nog. Voorlopig beschouw ik mezelf als Miep Griep❤️

Overpeinzingen

De helaasheid der dingen

Zoonlief voelde zich niet lekker. Hij had hoge koorts. De dag ervoor had hij in een cursus een ijsbad genomen. Twee minuten als een Vermout on the rocks. Hij liever dan ik. Met de snel ingevlogen test bleek dat het daar niets mee te maken had. Uitdagend gloeiden twee rode streepjes op. In quarantaine op zijn kamer en de boel achter zich ontsmetten als hij gebruik moest maken van de badkamer. Vriendin had haar eigen woonruimte net ingeleverd. Pech. Omzichtig handelen wordt het devies.

In de ochtend een belletje van zus. ‘Of ik zat’ informeerde ze. ‘Kom maar door met de slechte berichten’, verzekerde ik haar. Haar eega had een hartaanval gehad de avond ervoor en lag nu in het ziekenhuis. Hij zou in de middag nog gekatheteriseerd worden. Ze sprak gedempt, want was nog in het ziekenhuis, maar haar nuchtere kijk op het leven klonk door. Beiden hadden zich niet laten opschrikken of van de wijs brengen.

Bij de fysio was er een frisse nieuwe stagiair. Een innemende jongen, zo een die als zoon niet zou misstaan. Vriendelijk, bereid tot een praatje en goedlachs. Heerlijk. Hij mocht de zesminuten looptest bij mij afnemen. Geen verslechtering. Ik hing nog steeds boven de gemiddelde uitslag. Dat voelde alleen maar gunstig. Als de saturatie tot 85 daalde tijdens de inspanning dan was ze daarna weer supersnel op het juiste niveau. Ook niets om me druk over te maken. Dat doe ik bij de zuurstofwaarde toch al nooit. Die schommelt maar raak.

Daarna wipten we aan bij zus. Zwager lag wel goed daar op de cardio, maar haar even laten weten dat we meeleven. Een mooie bos lichtpaarse en rode tulpen met wat takjes gagel ertussen dat een diepdonker paarse kleur had. Wat een prachtig boeket. Ze mocht zelf weten of ze er van wilde genieten of het mee wilde nemen naar het ziekenhuis. Zwager berichtte dat alles goed was gelukt. Hij had een stent gekregen en mocht de volgende dag alweer naar huis, als alles goed bleef gaan. De lengte hebben ze dus aangepast. Ik moest destijds bij dezelfde ingreep vier dagen blijven. Het blijvende medicijnengebruik krijg je er als bonus bij.

Gisteravond zagen we de docu van Close-up over Patricia Highsmith, ‘Loving Highsmith’. Ze schreef onder een synoniem ‘Carol’, het eerste lesbische liefdesverhaal, zo luidde de kwalificatie. Een intrigerende vrouw was ze zeker, maar de vrouw die haar door en door kende, Marijanne Meaker, een van haar grote liefdes, was minstens zo fascinerend. Ze sprak over de wonderlijke invallen die Patricia had en waar zij nooit aan gedacht zou hebben. Het feit dat die eerste roman onder synoniem werd uitgegeven was te wijten aan de rechtlijnige Texaanse opvoeding door haar moeder, waar we een glimp van mee kregen. Een wereld van stoere mannen met cowboyhoeden op en lonkende meisjes. Een boeiend verhaal. Haar reislust bracht haar veel vrijheid. Ze was vastbesloten uit iedere ramp iets goeds te halen. Het negatieve omzetten in iets positiefs is een groot goed. Dat dat niet altijd lukte bleek aan het eind van haar leven, toen ze als verbitterde vrouw weer op de drempel van Meaker stond. Haar persoonlijkheid was onherkenbaar veranderd, Meaker vond het gruwelijk zoals die ten slechte was gekeerd.

Iets voornemen en te allen tijde doen zijn twee totaal verschillende begrippen. Net als de beeldvorming, die al vroeg werd opgebouwd en nu als een ballon uit elkaar spatte. Mensen veranderen en soms is dat de helaasheid der dingen.

Overpeinzingen

Klaar voor een nieuw project

Gisteren nog een aantal lijstjes opgeduikeld in twee kringloopwinkels, en alvast een aantal etsen en linosnedes ingelijst. Het oogt gelijk beter. Morgen breng ik ze vast naar dochterlief. Zaterdag is het vertrekfeestje en dan wordt tegelijkertijd de verjaardag van onze lieve creatieve kleindochter gevierd. Alles wordt ter verkoop aangeboden. Het opgehaalde geld is voor het goede doel in Budapest aan het einde van de reis.

Gisteren boog ik me over een verse lino a la Sonia Delaunay. Het was een hele klus, maar wat is het toch een heerlijke bezigheid. Lief genoot zichtbaar van het ‘atelier’ zoals hij het noemde. Vond het ook wel een bezigheid voor hemzelf.

Bericht van de nieuwe auto die onderweg is om geleverd te worden. De kleine blauwe prins, trouwe vriend in bange dagen, gaat in de verkoop. Voor Verweggistan hebben we een stevige auto nodig. Dit keer is het een witte. De naam komt pas als ze is gearriveerd. Kijken hoe het voelt. Dergelijke beslissingen leveren spanning op. Ook al wil je ze niet altijd nemen, dan is het soms beter om wijsheid te betrachten.

De tijd vliegt weer eens voorbij. Vroeger leek het alsof de uren langzamer zouden verstrijken naarmate je ouder werd, maar niets is minder waar. Het gaat twee keer zo hard. Het geeft wel energie om lekker bezig te blijven. Vooral met wat zich aandient. Onverwachtse wendingen zijn stiekem het allerleukst.

In de kast vond ik een heen-en-weer-schrift tussen mijn lieve duo en mij. Alle namen uit ‘het zopas geworden verleden’ passeerden de rol. Hier en daar tippen we, naast het wel en wee met de kinderen, ook de bezigheden naar elkaar. In dit schrift begint het grote project van Tralali Tralala, een soort paradijsvogel die de kinderen zes weken lang in de ban zal houden. Citaat onder andere: ‘Hello deary, heerlijke drie dagen gehad, zitten goed in het project. Veel mooie dingen gemaakt: Een reuze worm, een wormenhotel, een zee met tante kwal en haar vrienden de vissen, de krab en de kreeft. Letter J is de letter van de week. Regelmatig roep ik ‘Jajaja of Janterfantjes of joligjoosje’ Haha’. Die zee kwam onder de trap van het speelhuis, met golvende slierten crêpe in blauw en wit. Daartussen in kwamen elke dag nieuwe dieren te zwemmen.

De reuzeworm was een pantykous gevuld met lappen, ogen en een mond. Het wormenhotel bestond uit twee kanten perspex in houten sleuven, ook dicht aan de zijkanten, die gevuld konden worden met aarde, dorre bladeren en zand. Natuurlijk moest er fanatiek worden gezocht naar wormen. Daar waren altijd veel liefhebbers voor te porren. Tante Kwal was een aandoenlijke tante, anders dan haar naam deed vermoeden. De moeder van die prachtige blauwe zee. Later maakte ieder kind een eigen vis om aan de crêpe-papieren slierten te hangen. Zo groeide het project zienderogen onder onze handen en kon iedereen meegenieten, ouders incluis.

Het is maar een dun schriftje, maar het brengt school even helemaal terug. Vergeleken daarmee, gaat de tijd inderdaad langzamer dan destijds. Als ik terugdenk aan de voorbereidingen die je moest treffen voor het werken met zo’n project, de administratie per kind, dat almaar meer werd, de rapportage naar ouders toe wat soms echt de spuigaten uit kon lopen, het voorbereiden van de weeksluitingen en het bijhouden van de portfolio’s door de kinderen zelf. Soms kwamen we handen te kort. In de groep was het heerlijk toeven. We konden, letterlijk en figuurlijk, lezen en schrijven met deze lieve schatten. Vandaag hou ik nog even atelier en dan heb ik me voldoende van mijn taak gekweten. Klaar voor een nieuw project.

Overpeinzingen

Het kale niets

Zaterdag bracht de kleine blauwe ons naar de Hoek, dik een uur rijden. Onderweg net voor de file uit. Een heiige dag net als de kwesties die zometeen besproken zouden worden, zaken als financiën, verplichtingen, aflossingen etcetera. Iets waar ik me nauwelijks in had verdiept en waar lief heel lang over zou moeten denken, terwijl broer de zaken in een oogwenk helder uit de doeken kon doen. Een van de leerpunten van lief, en indirect van mij, was hulp vragen als dat verlichting brengt.

Schoonzus bereidde ondertussen het diner. De stoofpot moest twee uur in de oven, tussendoor zouden we een strandwandelingetje maken of in ieder geval even een afzakkertje halen bij een van de vele strandtenten die de boulevard rijk was. Broer moest even bijkomen van het vele denkwerk dat hij ‘s middags had verricht. Hij placht dan in stilte buiten te zitten, te genieten van een natje en een droogje om zo de broodnodige rust te ontvangen, die zijn piepende oren nodig had. Zijn brein schudde ondertussen de kaarten. Lief wandelde met ons mee, we liepen langs het treinstation dat eigenlijk al gereed was, maar de rails er naar toe ontbrak hier en daar op diverse plaatsen. Als alles af was zou Hoek de grandeur krijgen van Zandvoort of Scheveningen, daarvan was ik overtuigd.

Zee straalde met een ondefinieerbaar licht aan de horizon geheimzinnigheid uit, een straffe wind begeleidde haar. In de breed opgezette strandtent was het zondagsdrukte en aangenaam kouten na een kleine wandeling langs de vloedlijn. Uitgewaaid en fris kwamen we thuis en broer had zijn meditatie afgebroken. Hij toverde onder het bureau in de kamer een klein blikje tevoorschijn. Het bleek een blikje babyvoeding uit 1941 te zijn. Het had in de oude bewaarspullen van zijn vader al die tijd opgeslagen gelegen. De fabriek bestond zelfs nog. Clapps met dubbel -p-, als de peren van onze oude perenboom in de achtertuin van mijn moeder vroeger.

Hij had een en ander uitgekristalliseerd en nu begreep ik waarom hij rust nodig had. Alles werd keurig op een rijtje gezet en uit de doeken gedaan, waarbij hij zichtbaar genoot van het resultaat. Na een gezellige maaltijd en een compleet verhaal reden we huiswaarts.

De volgende dag zocht ik wederom naar de linosnedes van een paar jaar geleden. In de boekenkasten beneden en op zolder lag niets, maar bij de boekenkast op de werkkamer was het bingo. Helemaal boven op de kast kwam ik de linosnedes, wat etsplaten en de afdrukken tegen. Hoera. Nu kon ik voort. In de middag haalde ik bij de kringloop zwarte lijstjes en thuis drukte ik mijn lievelings lino, een ‘Sonia Delaunay‘, af. Avantgarde en stilistisch sterk. Het bleek al gauw dat je maar heel weinig nodig had om in te inkten. Anders worden de afdrukken vlekkerig. Ik maak er vandaag nog twee afbeeldingen bij, dan heb ik een serie. Het is tevens een hommage aan deze Frans-Oekraiense kunstenares. Morgen gaat de zoektocht naar nieuwe lijsten verder. Hoe meer dochterlief kan verkopen voor het goede doel, hoe beter.

Het programma over Vermeer viel tegen omdat de andere kunstwerken nauwelijks aan bod kwamen. Ook was er niet veel te zien van het maakproces. Enkele werden aan het woord gelaten. Als het wat minder talrijk van opzet was geweest hadden ze veel meer de diepte in kunnen gaan. Vandaag dan maar ‘Onze man bij de Taliban’ terugkijken. Wat betekent een verbod op de muziek. Onvoorstelbaar hoe de leiders stukje bij beetje, en soms met grof geweld, de schoonheid van het leven uitwissen en blijdschap tot nul reduceren. Er valt nauwelijks te leven in het kale niets.

Overpeinzingen

Ik kan me niet in vieren delen

Een opmerking in de wekelijkse bijlage in de krant triggert. Martin Bril wordt aangehaald met zijn uitspraak: ‘Je mist meer dan je meemaakt en dat is helemaal niet erg’. De vriendin die dat aanhaalt vond het juist wel erg. Ze wil alles meemaken en niets missen.

Er zijn momenten waar je graag bij wil zijn. Gewoon, om verschillende redenen. Misschien omdat je denkt dat mensen je nodig hebben en dat je ze met raad en daad bij kan staan, of omdat je wil laten weten dat je onder hun huid kruipt, meeleeft, wil helpen. Mijn moeder met haar grote gezin van elf had als verzuchting als er door meerderen een beroep op haar werd gedaan: ‘Je kunt je niet in vieren delen’

Ik ben het met Martin eens. Het is helemaal niet erg om iets te missen. Er gebeurt al genoeg om ons heen. Stel je voor, dat je van alles van de hoed en de rand zou willen weten. Ik denk dat ons arme hoofd er gillend gek van zou worden. Vaker wil ik juist van bepaalde dingen slechts zijdelings weten, of liever helemaal niet. Of dat weglopen van de problemen is, kan je je afvragen. Maar dat denk ik niet. Het is een natuurlijke bescherming. Immers, met mijn moeder meegedacht: Je kan je niet in vieren delen. First things first.

Meermaals verlang ik naar de eenvoud van de filosofie van vroeger, die men vertaalde in spreekwoorden, waarbij het beperkte woordgebruik meer dan genoeg te vertellen had. Soms is daarbij het beeld dat een zo’n zinnetje oproept, belangrijk. Een beeld zegt meer dan duizend woorden, weet het verleden.

Heeft het sterk te maken met je onmisbaar voelen of het feit dat je een groot inlevingsvermogen hebt, dat altijd aanstaat. De vriendin Barbara van Beukering wil niets missen, omdat ze groots en meeslepend wilde leven. Iets wat uitvoerbaar bleek tot een lichamelijke kwaal haar terugfloot. Het lichaam greep eigenhandig in. Tot hier en niet verder.

Op de eerste plaats zal haar nieuwsgierigheid vooral te maken hebben met haar opleiding aan de school voor journalistiek. Wie voor bladen en kranten werkt als verslaggever moet gebruik kunnen maken van een breed spectrum. Dat verschilt van persoon tot persoon. Lief zegt dikwijls tegen mij dat ik ‘breed kijk’. ‘Jij ziet ook alles’ is een van zijn opmerkingen met regelmaat. Niet zo vreemd, als je dertig jaar voor een groep met jonge kinderen heb gestaan en ogen in je voor en je achterhoofd moest hebben, oren op steeltjes met een hoog associatievermogen als finishing touch. Ergo, beroep speelt een rol.

De verpleegkundige in mij liet bewust de patiënten op de afdeling achter de deur. Anders was het niet eens vol te houden geweest. Empathie tot aan de voordeur? Nee, doelbewuste bescherming, juist omdat het me al zo aan mijn hart ging om mensen te zien lijden. De vrije tijd was er om op te laden voor weer een nieuwe week nachtdiensten, waarin de onmacht en het verdriet, maar ook de vreugde en de humor weer volop aanwezig mochten zijn, al hadden op sommige afdelingen de eerste twee vooral de overhand. Een ingebouwde bescherming die broodnodig blijkt te zijn nu we ouder worden en de meegebrachte bagage soms zwaar weegt.

Meeleven

Kinderen met gezinnen, zussen, vriendinnen en vrienden, familie doen een beroep op je vrije tijd. Delen doe ik nog steeds graag, maar ik hoef niet meer alles te weten, niet van alles kennis te nemen. Daar zijn we in de aard te nietig voor. Ik ben mijn moeder en haar gevleugelde uitspraken dankbaar. ‘Ik kan me niet in vieren delen’.

Overpeinzingen

Schoonheid ligt op straat

De brievenbus zit vol verrassingen. Het nieuwe boek, dat we uitgekozen hadden voor de bioclub is binnen. Een biografie van Dola de Jong door Mirjam van Hengel. Nu eens niet een hele dikke pil, maar een bescheiden 297 bladzijden. Zo op het oog is het vlot en boeiend geschreven. De nieuwe Groene ligt er gebroederlijk onder en een geadresseerde folder. Genoeg aan leesvoer en aan voeding.

Lief had een probleem met een boodschap die hij doorgekregen had en was aan het piekeren geslagen. ‘Ga sparren met iemand’, was mijn advies. In dit geval met zijn broer. Als je hartszaken kan delen wegen ze een stuk lichter. Ik wist dat ik niet de aangewezen persoon was, om hem erbij te helpen. Vandaag trekken we naar de Hoek om een en ander te klaren of om er in te berusten als er niets meer aan te verhelpen valt.

In de nieuwe zin staat een interview met Ans Markus, die ernstig ziek is geweest en na zes chemokuren terugkijkt op die moeilijke periode. Er staan waardevolle gedachten in, maar de allergrootste uitdaging die het hele proces vergde was de aanvaarding van het feit dat dit haar overkomen is. Er kwamen natuurlijk allerlei bekende ongemakken bij kijken. Haar haar viel uit en ze liet zich kaal scheren. Met een pruik op voelde ze zich de zangeres zonder naam. Ze werkte met kleurrijke doeken en tulbanden, dat beviel beter.

Ze ziet er, als altijd eigenlijk, prachtig uit, met heel kort spierwit haar. Ze gaat vieren dat ze 75 is en heelhuids door de medische molen is gerold tot nu toe. Het leven vieren, zegt ze. Wat opmerkelijk is dat ze geen lust meer voelt tot schilderen. Ze gebruikte dat haar hele leven lang als uitlaatklep. Op die manier verwerkte ze alle gebeurtenissen. Ze kon er haar onzekerheden, angsten en verdriet in kwijt. Maar die passie is na haar aandoening niet meer terug gekomen. Ze tekent nu graag, dat was ooit de oorsprong van haar creatieve drang om te scheppen. Herkenbaar die dalen waar je wel doorheen moet als er gebeurtenissen zijn die boven je pet rijzen.

In het licht van de wereld is kanker of een of andere ongrijpbare aandoening een druppeltje, maar als het jezelf overkomt dan vergaat tegelijkertijd je hele opgebouwde eigen leven. Het vergt een andere modus, die zich aan zal dienen in eigen tijd. Mooi om te lezen hoe ze er handen en voeten aan weet te geven. Niet het heft in handen nemen, maar berusting voelen in deze nieuw ingeslagen weg.

Gisteren reden we spoorslags naar Bussum waar de snoepwinkel voor de creatieve geest zit. Natuurlijk was er nauwelijks parkeerplek te vinden. Maar uiteindelijk lukte het iets buiten de wijk. Een stukje lopen door het pittoreske stadje is geen straf. In het gesprek met dochterlief en alle voorbereidingen voor het feest, waarbij tegelijkertijd een aantal spullen te koop zullen worden aangeboden om te verkopen, doemde mijn aandeel op. Ik zou kleine schilderijtjes of iets dergelijks maken voor dat doel. Thuis had ik bedacht, dat linoleumsnede de oplossing was. Ze hadden gelukkig alles in huis en met een schat aan materiaal konden we huiswaarts keren. Morgen is een uitgelezen moment om de creativiteit te botvieren.

Dat geluk voor het oprapen valt, bleek uit onze sluip-door route. Spotte ik gisteren al de gedichten van Gerrit Achterberg tijdens de wandeling, nu kwamen we op de oude afgebladderde gevel van een groot warenhuis een klein gedicht tegen van Herman Gorter. Schoonheid ligt op straat.

Overpeinzingen

Een volgende ronde

Tjonge tjonge. Half twaalf en bij wijze van spreken al een halve marathon achter de rug. Om zes uur ging de wekker in huize ‘Diepe Rust’. Even laten snoozen en dan toch eruit. De telefoon is al langer in bedrijf merk ik. Een app van zoonlief of zijn broer hem naar schiphol zou kunnen brengen. Onder de deken klonk een stem vol slaap, die benieuwd was hoe laat hij dan present moest zijn. “Uhhh nu…’

Zo, alle basisenergie is present. Snel wat hete koffie erin en op pad. Bij zoonlief bedelt het kleine moppie, aangekleed en wel, om een tekening van oma. Baloe, die scheefgezakt tegen haar bordje hangt, is een dankbaar lijdend voorwerp. Er mogen regenbogen, gras en bloemen bij en, onmisbaar om een dag vrolijk in te luiden, de zon. Het afscheid van verloopt daardoor vlekkeloos. We lezen samen nog een boekje over de aarde, het heelal en de zee en dan is het tijd om de schoenen aan te doen. We moeten de kinderen bij de achterdeur brengen en het is niet de gewoonte om nog even aan te schuiven met een werkje. Ouders blijven voor het raam staan zwaaien. Ik denk aan de televisieserie en neurie in gedachten ‘Hallo allemaal, wat fijn dat je er bent’.

Er komt een Pinkie kleine Batman langs stuiven, het postuur herken ik wel, het gezicht gaat schuil achter een masker, schoonzoon loopt er bedaard achteraan. Dribbel heeft me niet eens gezien en gehoord. Zodra hij in de buurt van school en zijn vrienden komt heeft de buitenwereld afgedaan. De twee zitten bij elkaar in de groep. Een en al gezelligheid.

Dochterlief vraagt of ik even een bakkie kom doen. Nu meteen maar, dacht ik. Spoorslags naar Utrecht en een uurtje bijkletsen en schilderen met de lieve kleindochter, die geheel op eigen wijze haar te knutselen zwembad dirigeert aan mams, die helpt het te verwezenlijken. Nog een aquarelletje van mij en van haar en klaar. Tijd voor de koffie thuis.

Het belooft heerlijk weer te worden. Dat was gisteren wel anders. Zuslief en ik hadden afgesproken te gaan wandelen en reden richting Langbroek. Hier en daar was er nog een waterig zonnetje, maar allengs nevelde het zelfs wat. Koud was het ook. Kouder dan de dag ervoor. We zouden de kastelenroute van Langbroek doen, maar kwamen bij kasteel Sandenburg uit dat oogverblindend wit was en daarmee prima als baken kon dienen. Auto in de berm, de oude schoenen aan en gaan over de klompenpaden, door een weiland, over een stuk weg naar een autovrije laan, waar we het bos weer in konden.

Vinken en roodborst hipten voor ons uit, Hier en daar was het modderhoppen. Aan het begin van de weg stonden de veelbesproken herten in deze dagen, die officieel regeringswijs het bos in zouden moeten. Even verderop stonden een paar bruin/zwarte mottige dikke-vacht-schapen sop hun schijnbare breekzame pootjes kalm te malen. Een vrouw van betamelijke leeftijd stiefelde met haar harige vriend over het pad en wees ons de weg. Terug bij het kasteel kwamen we haar nogmaals tegen. Beide hadden we een rondje in tegengestelde richting gelopen.

Veel wel en een klein beetje wee kwam langs en na vijf kilometer wandelen hadden we een afzakkertje verdiend. In het gemoedelijke wijk bij Duurstede was er nog plaats in de herberg. De frituur was helaas al uit. De bitterballen waren voor een volgende ronde.

Overpeinzingen

Nog even moed te houden

Prachtige stralende dag en uitstekend weer voor een ritje naar Amsterdam, waar de bioclub bij elkaar zal komen. Gewapend met Rumi en de Mashrawi, benieuwd naar de bevindingen van de andere vrouwen. Iedere keer neem ik me voor op te schrijven wat me beroerde terwijl ik aan het lezen ben, want de ervaring leert dat ik dergelijke aantekeningen in mijn hoofd vergeet, als ik ze niet onmiddellijk vastleg. Helaas heb ik dat dit keer ook weer verzuimd. Volgende keer dan maar. Bovendien ben ik wel een voorstander van het spontane gesprek dat zich zal ontwikkelen. Op die manier is er ook ruimte voor spontane vragen en antwoorden. Als ze op papier geschreven staan, is een en ander al vastgelegd.

Gelukkig verschillen we allemaal nogal. Er is iemand die dat nauwgezet doet, aantekeningen maken en er is iemand van de kritische vragen, ik ben nog steeds een beetje meisjesachtig onzeker. Haha. Dat is geen halszaak hoor. Ik beschouw het als een leerzaam proces. Zo werkt dat nu eenmaal. Met nieuwe kennis vergaren gaan er deuren open in dat oude hoofd van mij. Soms moet de boel wat afgestofd, vaker moet ik opzoeken hoe een en ander in elkaar steekt. Boeiend blijft het bovenal.

Het bleek dat Rumi mooie filosofische en diep filosofische vragen had los gemaakt. Ook belangrijk individuele meningen over hoe wij, allen van een andere beleving, het wezenlijke van God ervaren hebben, naar aanleiding van de verhalen van Rumi en zijn levensbeschouwingen. Een van de vragen was ook of we dachten dat je pas heel was als je de andere helft van jezelf had ontmoet. Een soort voorbestemd lot, dat uit kon komen. Zoals Rumi Shamsi ontmoette en daar een onlosmakelijke verbondenheid mee voelde. Een boeiende vraag die verder gaat dan het spreekwoord uit het verleden’Op ieder potje past een deksel’. Geen van allen hadden we het gevoel voor elkaar bestemd te zijn. Als je immers ergens anders was geboren had je een hele andere Dick of Truus tegen het lijf gelopen. Al moest ik bekennen, dat ik bij Lief en de bijzondere wijze waarop we elkaar opnieuw gevonden hadden, het voelde alsof het min of meer toch zo had moeten zijn. Misschien het Romantische beeld, dat gaf ik toe, maar misschien niet vreemd na 25 jaar solo de wereldzeeën te hebben bestormd en nu in de wetenschap dat weer samen te mogen doen. Het geeft zo immens veel rust en voeding voor het geestelijk leven.

Beschamend moeten we toegeven, dat we zo ongelooflijk weinig blijken te weten van de islam, die altijd als De Islam wordt afgeschilderd, maar die uit zoveel verschillende stromingen bestaat en ook van het verloop van de geschiedenis. De eeuwenoude beschavingen, waarvan we allemaal wel hebben gehoord, maar de intensiteit ervan eveneens nooit op de juiste waarde geschat. Zo kouten we de middag stuk, terwijl de zon met de vogels mee kwinkeleert in de grote boom voor de enorme ramen van dat Amsterdamse bovenhuis drie hoog. Er is thee en appelcake, er zijn speculaasjes en er is genoeg voedsel voor nieuwe mijmeringen.

Op de terugweg rijdt vriendinlief mee naar huis en verhalen we van elkaars wel en wee. Haar leven zit op dit moment in een tumulteuze achtbaan met verbouwingen, zieke familieleden en het tuinhuis dat ook nog in de steigers staat. Met de groeven net iets dieper dan normaal in haar gelaat is ruimte om los te kunnen gaan met alles wat dwars zit van groot belang. De kleine blauwe overstemt soms haar zachte stemgeluid, maar mijn oren staan op scherp voor zover ze dat nog kunnen. De wetenschap dat het huis straks echt mooier, ruimer, lichter zal tonen en wonen is de grote troost en de drijfveer om nog even moed te houden.

Overpeinzingen

Doe wat je hart je ingeeft

Pluis had dagenlang op de armzalige 50 gram geleefd en we hadden goede hoop dat ze nu weer wat meer mocht hebben. Ze was vast en zeker afgevallen. Maar nee. Weliswaar niets bijgekomen, maar ook niet afgevallen. ‘Nog even zo doorgaan’ luidde het advies. Jammer Pluis, we hadden graag je wat meer voorgeschoteld. Het was prachtig weer vanmorgen toen we in alle vroegte, iets te laat door het krabben, richting dierenarts gingen. Tijd voor de booster en de andere berichten. Pluis gedroeg zich voorbeeldig en liet zich geduldig achter de oren krabbelen ten tijde van de prik. In een half uur waren we weer thuis, de portemonnee wat lichter en Pluis een voorschrift rijker. Mousse voor op de kale plekken op haar buikje. Gelukkig nog niet aan de prednison. Ach ja die kleine huis-tuin-en-keukenzorgen.

Alles valt in het niet bij de verschrikkelijke ramp in Turkije en Syrie, die gisteren al het andere wereldnieuws overspoelde. Wat zijn we nietig en klein tegenover het natuurgeweld. Zouden al die heersers eens tot dat inzicht kunnen komen. Dat niets anders er nog toe doet? Inzien dat we elkaar nodig hebben zolang dit soort rampen kunnen gebeuren in plaats van elkaar schade toe te brengen en te vernederen of landje-pik te spelen, terwijl in de aard van de zaak de aarde aan niemand toebehoort.

In de boekenkast op zoek naar mijn boekje met gedichten van de Perzische dichter Hafiz kom ik ineens een exemplaar tegen met fragmenten uit de Mashnawi van Djalalu’ddin Rumi naar het Perzisch vertaald door DR. R. Van Brakell Buys en een boekje met Perzische kwatrijnen. De laatste van de hand van Baba Tahir en Hafiz. Zo zie je maar. Een mens is vaak rijker dan gedacht. De taal van de Mashnawi is wat gezwollener dan die van Kader Abdolah, maar het past wel bij de dichterlijkheid van de Perzen. Prachtige beeldspraak valt er te lezen. Bijvoorbeeld: ‘Hij fluisterde aan het oor van de roos en men zag hoe zij lachende openbloeide. Hij sprak tot de steen in de donkere schacht verborgen en zij werd het cormalijn in de mijnen. Hij gaf het lichaam een boodschap door en ziet, het werd de drager van de geest’. Steeds weer zie je rijke omschrijvingen voor het gedachtegoed. Ik zal proberen voor morgen, als we Rumi gaan bespreken, nog wat fragmenten door te nemen.

Door allerlei acties die nodig waren voor een bepaalde aanschaf was de ochtend ineens voorbij en pakten we haastig wat spulletjes bijeen om naar de wekelijkse fysio te gaan. Die had een paar leuke en afwisselende oefeningen voor de borstspieren, nodig om het ademhalen wat te verlichten.

Eenmaal weer buiten scheen het zonnetje te uitbundig om zomaar aan ons voorbij te laten gaan. Tijd voor een wandeling door het prachtige Rhijnauwen., waar alle tekenen van lente zich glorieus en sneeuwwit aandiende in veldjes vol sneeuwklokken tussen het prachtige roestbruin van de bladeren op de grond, door grote proppen met elzenkatjes en de verse nesten tussen de takken. De bomen trokken hun lange namiddagschaduwen. Rond het fort was het goed toeven met de koesterende eenden in de al warme voorjaarszon. De koeien stonden onrustig te rammelen aan hun kettingen in de grote boerenstal en loeiden hun onmacht uit. Ze roken het voorjaar natuurlijk of moesten ze gemolken worden?

Na een opkikker in het rustige restaurant, enkele doorzetters aan de tafeltjes in de tuin gewapend met plaid, maar wij warm in het binnenvallende zonlicht door de grote raampartijen liepen we, moe maar voldaan, langs de twee ezels en een fuut terug naar de kleine blauwe. Blij toe met de lente-wending die deze dag genomen had. Doe wat je hart je ingeeft.

Overpeinzingen

Onbegrensde tijd

De vroege ochtend begon met zon en de belofte aan meer. Om het huis waaide het straf. De boomkruin zwiepte heen en weer. Beneden klonk gestommel en gedempt gepraat. Eerst maar koffie, schrijven en een puzzeltje.

Wat een kabbelend dagje beloofde te worden resulteerde in een reis door het verleden. Onze eigen geschiedenis in een notendop. De Wassenaarse slag was het vertrekpunt. Daar fietsten we vroeger naar toe vanuit ons laatste huis samen, in Voorschoten. Opmerkelijk, hoe lange wegen lijken te zijn gekrompen. In mijn beleving was de weg er naar toe eindeloos, maar nu moesten we vooral goed opletten anders waren we de cruciale punten alweer gepasseerd.

Op het strand tornden we tegen de wind op, die woeste schuimkoppen liet meerollen met de golven. Twee kraaien hadden de rol van zeemeeuw op zich genomen en stapten dapper voort, terwijl hun verendek in een warrige aanblik veranderde. Een handvol windsurfers trotseerden de kou en cirkelden sierlijk onder hun zeilen. Een enkele hond blafte vernietigend naar drie ruiters binnen de vloedlijn, terwijl het water hen om de dansende oren spatte.

Het strandtentje was te druk. Op temperatuur komen in de auto dan maar, bovendien zouden straks de herinneringen al ras de temperaturen opschroeven. De weg naar de Narcisstraat in Voorschoten reed ik blindelings, alleen was alles eenrichtingsverkeer geworden, dus moesten we kruip-door sluip-door, wat eigenlijk nog leuker was, want daardoor kwamen we langs veel memorabele plekken. De weg naar Leiden was nog niets veranderd en nu kwamen we, dankzij de tomtom, helemaal in de oude, ons destijds zo vertrouwde, straten en pleinen. Daar was station Lammerschans, de halte waar we vroeger uitstapten als we uit Utrecht kwamen, om vervolgens te lopen naar de Hoge Rijndijk, ons eerste huis samen. In mijn hoofd was de bovenverdieping al decennia lang een torentje geweest, maar nu zagen we dat daar geen sprake van was. Wel de hoogste verdieping met de drie ramen. Een van het piepkleine zitkamertje en een van de Pijpenla, dat tot slaapkamer werd gebombardeerd.

Uitzicht op het benzinestation, dat er nog altijd was. Door naar de zo vertrouwde straten. De Plantage, het Lange Levendaal, de Hoge Woerd met de trouw bezochte bioscoop op de hoek, die nu helaas verdwenen was. We groeven diep in de herinneringen en er kwam steeds meer boven. Ineens reden we onder de oude spoortunnel door bij het centraal station, waar we even verderop, recht tegenover de statige Boerhaave, de oude poort van het academisch ziekenhuis ontwaarden. Hier lagen de voetstappen van alledag, als Lief naar zijn collegezalen ging en ik mijn stages liep op de diverse afdelingen. Urologie, Long, Gynaecologie, Chirurgie en K.N.O.

Tot onze vreugde werd de wat gehavende ingang in ere hersteld, zo te zien aan de steigers. Ook de vleugels van het poortgebouw waren nog in takt. Tussen de oude zuilen door kon je de lange gangen inkijken en vlogen we dwars door de grenzen van de tijd, naar de hol klinkende voetstappen als je de hal betrad en over de trappen naar boven liep. Aanzwellend geroezemoes, gangen vol van leven en overal witte jassen en schimmen van vertrouwde gezichten die samen met ons daar gelopen hadden.

We namen foto’s onder en voor de poort, koesterden de oude met smalle glazuren steentjes betegelde zuilen. Verleden en heden vielen in een fractie samen. Onbegrensde tijd.

Overpeinzingen

Waar deze zachte winter al niet goed voor is

In de Groene vraagt Marja Pruis zich af of een mens verandert naarmate je ouder wordt of dat je in de kern jezelf blijft, met de gedachte het karakter is gevormd en dan volgt de rest vanzelf. Of iets dergelijks. Of ik veranderd ben, vraag ik me af en denk aan dat kleine dikkerdje uit mijn jeugd, die daar zoveel last van had en vanuit die gedachte zich probeerde staande te houden. Dat betekende dat je je een houding aanmat van vluchtgedrag met de gedachte ‘Als ik niet thuis ben, kan ik zijn zoals ik me op dat moment voel’. Het stigma valt weg. Zoiets. Er zijn karaktertrekken waar je overheen groeit omdat de omstandigheden veranderen, maar ook omdat je leert van alles wat op je pad komt. Er zijn er die in de kiem gevormd zijn en blijven bestaan. Het onverwoestbare optimisme van nu hoort bij het vluchtgedrag van vroeger, bedenk ik me nu. Het heeft voordelen, want je houdt het oog op het kleine geluk, het ontdekken van de schoonheid in waar je mee bezig bent of wat je omringt.

Even daarvoor trachtte de Groene te tornen aan mijn beeld van Roald Dahl, die ik alleen maar uit zijn boeken ken en waarvan ik nog geen biografie gelezen heb. Zelfs boy en solo staan hier ongelezen in de kast. Vanaf mijn aanschaf van deze boekjes heb ik het lezen ervan vooruit geschoven. Misschien om de heerlijke satire uit zijn fantastische jeugdboeken vast te houden. Elke vorm van analyse ervan verstoort mijn magische beeldvorming daaromtrent. Zelfs nu is er aversie tegen. Deze boeken heb ik eindeloos voorgelezen aan mijn kinderen en daardoor zelf de betovering ervaren die het met een kinderziel doet. Inderdaad, lekker griezelen, een meisjesheld vinden, met superlatieven leven, fantasie opkloppen tot grote hoogte.

Dochterlief had besloten om alvorens met de hele familie naar de tuin te gaan, eerst te gaan lunchen bij het heerlijke alternatieve tuincentrum op de hoek. Goed plan, dus sloten we aan. Het weer werkte op alle fronten mee, er verscheen hier en daar zelfs wat zon, nauwelijks wind, zachte temperatuur, ideaal dus. Kleindochter moest even aan het idee wennen, dat broerlief na het voetballen bij een vriendje was gaan spelen. Daarna zaten we vreedzaam aan de zuurdesem met ei of groentekroket. Voor de kleine was er een pitabroodje met kaas. Even bijkletsen en mijmeren over de periode dat ze bij ons langs zouden komen in Verweggistan. Wat te doen als ze daar eerder zouden arriveren dan wij er waren. Dat dilemma viel met gemak te tackelen. Goede vriend daar zou de honneurs waar nemen.

Het was zo gemoedelijk tijdens de lunch dat schoonzoon de kleine filosoof alweer op moest halen, dus liep dochter met de fiets aan de hand met ons mee op en wandelden we in alle rust naar de tuinen achterin. Bij het schuurtje met de bijenkasten waren er opmerkelijk veel nieuwe kasten en later zou blijken dat ze vol leven waren. Dochterlief ging bij haar aan het werk en wij gingen de eerste wilgen snoeien tussen de tuinen van ons en die van de achterbuuf. Vier stuks te gaan. Een overzichtelijke hoeveelheid. Ik knipte de dunnere met snoeischaar en lief ging de grote dikke te lijf met de takkenschaar en een enigszins botte zaag.

Het was heerlijk om langzaam het uitzicht op de velden en de molen, onbelemmerd door de kale takken, weer terug te hebben. Ik had al twee keer gezoem gehoord en ineens zag ik haar. Het nijvere bijtje. Tot mijn vreugde wist ik de maagdenpalm en de dovenetel in bloei. ‘Nectar aanwezig, kleine dappere’ schoot het door me heen. Waar deze zachte winter al niet goed voor is.