Uncategorized

Heel het leven

Het was ineens aangenaam buiten tijdens het ochtendwandelingetje naar de krant. De zon streelde mijn slaperige hoofd wakker. Beneden op straat ruiste de schooldrukte met stemmen, voetstappen, ronkende auto’s voor het zebrapad. Het leven van alledag in het herkenbare patroon van een nieuw jaar.

Gisteren besloot ik een proefcake te bakken in deze oven, die ik nog niet eerder daarvoor had gebruikt. Dat bleek een goede zet. De cake kwam er aan de bovenkant aangebrand uit, het toplaagje, de rest was goed. Heel nauwkeurig kon de oven niet gegradeerd worden, het was meer van ongeveer en dus net te hoog. Ook had ik verzuimd om het reefje in het midden van de oven te schuiven en stond ze teveel bovenin. ‘Hoe-was-het-ook-al-weer-fouten. Graaf, graaf in het geheugen.

Waar ik geen moeite mee had waren de nostalgische herinneringen van twee kleine zussen ieder op een stoel voor het aanrecht in de hartjeskeuken, die meehielpen met het schudden van het meel in de basis van het deeg. Witsel in de haren, op de wangen. Verlekkerd keken ze naar de deeghaken in het romige goedje, die heen en weer husselden. Even later hadden ze ieder zo’n deegklopper met nog een heleboel lekkers eraan en schoven hun garnalenvingertjes erlangs en vervolgens verzaligd in de mond.

Dat feest werd nog langer geleden bij de ouders thuis gevierd. Cakedeeg, het lekkerste wat er is. Iets uit het nostalgische tijdperk van melk en honing, waar boter en suiker op dikke sneden vers wittebrood tot de taartjes werden gerekend in onze kinderlijke overtuiging. We hadden de oorlog niet meegemaakt, maar vierden het directe gevolg van de bevrijding feestelijk mee.

Het is de laatste dag, hoop ik, van het bestaan van blauwarmpje en als het goed is, heb ik straks een gereviseerde pols, als nieuw. Een mooi cadeau voor deze oudjaarsdag. Morgen krijg ik er een jaar bij, gratis en voor niks. Het afgelopen jaar heeft naast de ongemakken een aantal verheffende inzichten opgeleverd. Als de dagelijkse gang wordt onderbroken, levert het doorgaans nieuwe ideeën op. ‘Verandering van spijs doet eten’, orakelde mijn moeder al. Zo is dat. Bij iedere afgesloten weg ontsluiten nieuwe zijpaden de doorgang.

De immobiliteit mag, wat mij betreft, wel voorbij zijn. Het geluk als je kan douchen zonder na te hoeven denken en de strakke douchearm achterwege mag laten. Weer met twee handen door het haar woelen, en, helemaal feest, met twee handen het toetsenbord bedienen. Het voelt als gelukzalig. Alles zal een stuk rapper gaan. Aan de andere kant is het gips ook een broodnodig bewustzijn van wat nog niet kan, overmoed ligt op de loer. Alert blijven is de boodschap., maar het uitgedroogde olifantenvel mag in de watten worden gelegd met een zacht en zijig zalfje en dat is ook heel wat waard.

Het derde kinderboek is uit. Genieten geblazen. Het roept wel de vraag op hoe de beleving van kinderen van nu zal zijn, als de humor in het boek vooral samenvalt met mijn herinneringen aan die tijd, de jaren vlak na de oorlog. Met regelmaat toets ik het aan de oudste kleinzoon, die boeken verslindt. Er zijn er nog twee te gaan en de tijd begint te dringen. Er zijn dagen die ik me langer zou wensen dan 24 uur.

Gisteren een prachtige foto van onze nieuwe achterneef via zuslief. Hoe vaak overkomt ons zo’n klein wonder niet. Helemaal volmaakt rozig en zoet, deze nieuwe wereldburger. Tegelijkertijd wordt vandaag een zus van mijn schoonzus en broer gecremeerd. Anderhalf jaar geleden kwamen we elkaar tegen bij de radiologie in het ziekenhuis om kwart voor acht ‘s morgens. We moesten beide voor een scan, daarna werd zij geopereerd. Op de afdeling oncologie kwam ik haar opnieuw tegen. Ik in de rol van gastvrouw, zij met alle hoop op een goede afloop, aanvankelijk beloond, maar een paar maanden terug toch de bodem ingeslagen. Een moment om bij stil te staan. Nieuw leven en eindig leven. Heel het leven.

Uncategorized

Zeker en vast

Er gloorde een lichte herfstsfeer over de dag. Ideaal weer om te doen wat spontaan was opgekomen. Met mijn verweggiekinderen(een half uurtje maar)en de kleine Benjamin een namiddag naar de dierentuin, die bij hen praktisch om de hoek ligt. Zomertijd en tijdslot, dus geboekt vanaf 15 uur. De hoop, vast lekker rustig want druilerig en laat, werd op het parkeerterrein aangemerkt als ijdel. Er was nog net één plekje vrij op al die parkeerterreinen. Er waren meer mensen op het idee gekomen.

Braaf de in banen geleide rij voor het scannen van de tickets volgen. Binnen viel de menigte uiteen en was het alsof ieder in een eigen bubbel verdween. Benjamin dribbelde, een tikje overweldigd door de veelheid van het nieuwe, ijverig heen en weer tussen de hokken. Zelfs in de donkere tunnels naar de verblijven toe, verblikte of verbloosde hij niet. Ben je mal. De dierentuin lag al in knuffels op zijn bed, zacht en aaibaar en dus herkenbaar.

Dit was interessant en nieuw, want behalve zien kon je ze vooral ruiken en observeren bij hun alledaagse bezigheden. Olifanten schurken, zoonlief en schone dochter proefden dat vreemde woord. Schurken dus. De zwangere ezelin herkende de hoogzwangere schoondochter al van verre, kwam behoedzaam over de rand kijken en liet zich zachtjes aaien. Ze knipperde een paar keer met haar mooie zachte ogen alsof ze wilde zeggen: ‘Hier weten we alles van’.

Vleermuizen hangen op een kluitje genoeglijk bij elkaar

De grote bruine beer was aan het ijsberen geslagen, helemaal alleen en oogde eenzaam. Kleinzoon was vooral van de uitersten. De piepkleine en de allergrootste, de piepjonge en de alleroudste. De vleermuizen en muizen scoorden hoog op zijn ‘leukste dierenlijst’ en daarna de dino’s hoewel niet levensecht, maar wel levensgroot met een woest gebrul.

Muisje oogst bewondering

Als een kleine Calimero struinde hij door het dinobos, ‘Want zij zijn groot en ik is klein’ en lachte zich een kriek, toen papa de dinoloopwedstrijd in zijn eentje ging doen. De nazaten uit dat dinorijk, de enorme schildpadden in een klam tropisch temperatuurtje en de neushoorns met hun pantserbillen bleven liggen en staan waar ze waren. Totaal niet onder de indruk van al die passanten.

De vale gier, de ibissen, de ooievaars en de pelikanen snavelden ook onverstoorbaar door. De koikarpers waren een en al vissenoog voor wat zich daar boven het water bewoog. Het werd met enthousiasme ontvangen.

Ergens tussenin hadden ze heel handig wat eettenten en een restaurant verstopt. Peuzelend van twee bakjes friet, een zonder zout en een met, genoten we met volle teugen van een sfeervol gitaarspel, begeleidt door het ritme van de cajon. Een van de omstanders vroeg of hij een keer mocht zingen. In deze ontspannen sfeer was alles mogelijk en nu hadden we er ineens een welluidend miniconcert bij.

Brachiosaurus, net echt

De apen konden op een vluchtige observatie en een geluidsimitatie rekenen. De zebra’s en vooral de imposante giraffen, met hun lange nekken, sierlijk en elegant, maar ook liefdevol, kregen de volle aandacht.

Na drie uur struinen was bij ons de koek op. De kleine Benjamin had zo nog uren door gekund. Bij het winkeltje voor de aanschaf van abonnementen gaf het meisje een staaltje Wim Sonneveld weg door ‘De man achter het loket’ te imiteren met een spraakwaterval van hier tot Tokio. Wippen op het ene en het andere been, terwijl de rij buiten steeds langer werd. Uiteindelijk werden we weer vrij gelaten en stapten de druilerige regen in. Precies op tijd. Moe maar voldaan namen we afscheid. Voor herhaling vatbaar, zeker en vast.

Uncategorized

Een reclame voor het leven

Daar rol ik warempel de wereld binnen van de Israëlische schrijver, Etgar Keret. Het staat garant voor een robbertje lering ende vermaak, filosofie en levenslessen van de bovenste plank. Een documentaire, die uitgezonden werd in het programma ‘ Het Uur van de Wolf’. Ademloos, met razendsnelle notities tussendoor, volg ik de kleine grote man met het sympathieke gezicht, zijn verhalende stem, de vrienden vol lof, zijn in beeld omgezette verhalen.

https://www.npostart.nl/het-uur-van-de-wolf/15-06-2017/VPWON_1246213

De wereld staat in dienst van de verbeelding, wordt er gezegd en niets is minder waar. Die verbeelding is hem met de paplepel ingegoten door zijn ouders. Zijn moeder had stellige uitspraken zoals: ‘Als het regent hoef je niet naar school, daar leer je niets wat de moeite waard is om nat te worden’. Waar andere kinderen op een sport gingen, gingen zij naar het strand met een bal en zonder de regels. Die mochten ze naar eigen believen bepalen. De vrijheid van het individu. Een loffelijk streven. Van jongsaf werden hem zelfverzonnen verhalen verteld voor het slapen gaan. Zijn vader hele ruige, over prostituees en de maffia, waarbij het vijfjarige kind een aangepaste verklaring voor de betekenis ervan kreeg. Niet bezijden de waarheid, maar met een positievere benadering van de realiteit. Zijn moeder had een veel romantischer kijk op de wereld.

De zelfmoord van een van zijn beste vrienden in een onbewaakt ogenblik in de computerkamer van het leger, waar hij hem bij terugkomst van even weggeweest vond, maakte diepe indruk. Toen hij later in dezelfde ruimte gestationeerd werd, schreef hij zijn eerste verhaal. Hij draaide het uit en liet het enthousiast aan zijn broer lezen, terwijl ze diens hond uitlieten. De broer knikte goedkeurend, toen hij het uit had, vroeg of hij nog een uitdraai kon maken en op de bevestiging daarvan raapte hij met het papier de behoefte van zijn hond op en wierp het in de container. Dat kantelde zijn denken. Ineens realiseerde hij zich, dat je je gevoel en je gedachten over kon brengen op andere mensen, die dat aanhoorden, opnamen, en er mee aan de slag gingen. Daardoor werd Etgar Keret gewaar van wat schrijven inhield.

De verhalen in zijn hoofd komen op het moment, dat er iets gebeurt in het leven van alle dag, wat een heftige emotie oproept en waarbij je niet kan uitleggen, wát precies die emotie oproept. Ter illustratie erbij het verhaal van de man, de koffie en de krant, wiens handelen hij zag als een metafoor voor zichzelf, onszelf, de mensheid. Hij had deze man gezien. En zag hem telkens weer die aandoenlijke herhaling van steeds weer dezelfde onhandigheid maken, zonder dat er iets veranderde aan de oorzaak. Het maakte hem aan het huilen, maar zijn vrouw, aan wie hij het vertelde, snapte niet waarom hij daar zo emotioneel van werd.

Het vertellen van verhalen geeft hem de structuur aan de wereld om hem heen. Hoe chaotischer en ingewikkelder het wordt, hoe sterker de behoefte er is om er een verhaal over te vertellen. Die verhalen vertellen altijd een twist, die hij aan de realiteit geeft. Later legt hij uit aan een vriend, dat de beeldende verhalen afgezwakte versies zijn van de echte waarheid, die ongeloofwaardiger zal schijnen. Dat hij ‘liegt’ op zo’n manier is opdat je de waarheid beter begrijpt, vertelt zijn uitgever, die ‘Leugenland’ een meesterlijk verhaal vindt: Een jongetje leert al vroeg dat een leugentje je behoorlijk uit de penarie kan helpen, als hij voor zijn moeder sigaretten moet halen, van de centen een ijsje koopt en de rest van het geld verstopt onder een steen. Tegen zijn moeder vertelt hij dat hij geslagen en beroofd is door een roodharige jongen. Hij groeit op tot een fantastisch grote leugenaar. Alles wat hem overkomt, wordt zogenaamd veroorzaakt door rampzalige gebeurtenissen. Als hij gaat geloven in zijn eigen leugens en onder de steen gaat kijken waar hij het geld van zijn moeder verstopt had, valt hij in een gat en komt uit in leugenland. Daar krijgt hij van een roodharige jongen een klap in zijn gezicht als vergelding onder de woorden ‘ Ik ben je eerste leugen’. Hij ziet een hond die hij zou hebben aangereden, zijn tante in een rolstoel. De moraal van het verhaal, liegen mag, maar dan vanuit een positieve benadering.

Het lijkt er op dat hij altijd in strijd is met de zinloosheid, die van zijn ouders, die van zijn eigen bestaan of die van de wereld om ons heen. Dat komt ook omdat de vriend die zelfmoord pleegde ooit hem had gevraagd om één goede reden te geven om in leven te blijven. Hij vond duizenden redenen in alles wat hij zag of wat op zijn pad kwam. Het fatum was dat dat besef pas kwam na de dood van zijn vriend. In alles steekt een verhaal. Het schrijven zelf geeft de zin aan zijn leven.

In zijn eigen woorden: Ik schrijf verhalen zodat mensen iets meer van elkaar gaan houden, mijn verhalen zijn een reclame voor ‘Het Leven’

Uncategorized

Het houdt je van de straat

Zoonlief is weer thuis, na twee weken oppassen op het huis en de kat van zus. Zij zijn na een heerlijke vakantie op de waddeneilanden teruggekomen, uitgerust en uitgewaaid. Er is een hoop reuring in de kamer hiernaast in het eens zo stille huis. Trappen worden met roffeltjes genomen. Stofzuiger omhoog gesleept. De wasmachine draait. Geen twijfel mogelijk. Zoonlief is weer thuis.

Gisteren werd Dribbel door zijn vader gebracht. Die had onverwachts een zakenbespreking ergens in het land. De doos met autootjes werd als eerste onder de bank uitgetrokken. Het grootste succes bij alle kleintjes. Er kan van alles mee.

Sorteren op kleur, op grootte, lange rijen maken, opstellen in rotten van drie en de kleine vingerpopjes zijn er om met beer van poes te vechten…ahhh boem…aaahhh tsjak. Hij gebruikte er de krabpaal van poes voor, omdat daar ook verstopholletjes in zaten.

Pluis, die niets om kinderen geeft, vluchtte naar buiten. ‘Kinderen zijn hinderen’, miauwt ze op z’n kats. Vanaf een veilige onbereikbare plek op het balkon keek ze loerend naar haar, in stilte gezworen, vijand.

Die liet stoïcijns de koning verder vechten met de Pluisbeer en trok zich niets aan van het stille verwijt. Heel lang bleef het zoetjes en rustig in huis, maar toen ineens grote oom met grote broer voor het raam stond was het gedaan met het ‘engelengedrag’. Met de seconde schoof er een -b- voor. Het spelen werd stoeien en het stoeien werd trekken en duwen en krijsen. Broerlief was wijs en liet zich niet teveel uitdagen, terwijl Dribbel volop de aandacht bleef vragen. De uitslag van de knietest was een flinke domper geworden. Nog drie maanden wachten op nieuwe tests en misschien kon er daarna weer gevoetbald worden. Eerder beslist niet. Zijn grote oom had hem meegenomen voor een nieuw jack, een trainingsbroek en prachtige nieuwe sneakers, zwart met goud. Hij was de hemel te rijk en het verzachtte de grote tegenslag en teleurstelling enigszins. Na een lange middag, met maar één klein ongelukje van de net zindelijke dribbel, kwam dochter hem en zijn broer ophalen. Hoogste tijd voor de boodschappen.

Vriendin van de feestcommissie van de tuin belde om te vragen hoe het ging. We zouden volgende week zondag ‘Struinen in de tuinen’ organiseren en ik had gevraagd of ik, om mijn impasse te compenseren, iets thuis kon voorbereiden. Daarbij dacht ik aan het bakken van het een of ander. Voor de hoeveelheid mensen die speelden en voor de bezoekers. Volgende week staat dus in het teken van de appelcakes, naar overleveringsrecept van mijn moeder. De appels zijn erbij gedacht. Een beetje van mezelf, een beetje van de tuin en een vleug van nostalgie met mijn moeder op mijn schouder. Dat gaat vast lukken. Iedere dag een of twee stuks.

Het voornemen om de puntjes op de -i- te zetten bij het verhaal van de Middeleeuwen ging gisteren in rook op. Dat kan vandaag nog, op de valreep van de inleverdatum. Van de week lag ineens het laatste kinderboek in de brievenbus. Ik dacht dat dat niet meer door zou gaan en had het al geparkeerd. Vier in plaats van vijf recensies, maar nu toch compleet. Het is één van de nieuwste van Sjoerd Kuyper, met een prachtige omslag van diep donkerblauw, 314 bladzijden en het belooft hartstochtelijk en heftig te worden, als ik de omslag mag geloven.

Cakes bakken en lezen gaan prima samen. Het houdt je van de straat

Uncategorized

Omatrots

Vanmorgen, door het verlangen naar dochterlief of de eilanden of misschien wel de zee, bekeek ik de film ‘Eilandgasten’ van Karim Traida naar het gelijknamige boek van Vonne van der Meer. De filmische beelden van de zee waren prachtig. De locatie, twee aanelkaar grenzende vakantiehuisjes op de top van een duin, schilderachtig ouderwets. Tot zover alles in de juiste sfeer. Dan komen er wisselende gasten voorbij met wisselende problemen, die net als de onzalig wapperende was aan de droogmolen van een van hen, doelloos bleven wapperen in de wind. Zelden een film gezien die wel een broeierige spanning weet op te wekken, maar het vervolgens in het luchtledige laat zweven. Alles wordt onopgemerkt gadegeslagen door de oude gastvrouw, die ook het gastenboek bijhoudt. Een film van losse eindjes en insinuaties, maar zonder antwoorden.

Gisteren had ik mijn stoute schoenen aangetrokken en was richting zoonlief en gezin gegaan. Ze zaten een beetje in de penarie door wat dingen-aan-het-huisperikelen, maar dat trok alras weer bij. Alles was bijna klaar voor de komst van kleinzoon nummer acht(nu er zomaar als cadeau een kersverse kleindochter bij is gekomen). Gezegende rijkdom. Het was fijn om er even te zijn, het mooie kleine buikje te zien, de dagen met hen af te tellen. September is een mooie maand om jarig te zijn, kan ik uit ervaring vertellen.

Ik had mijn oude kinder’bijbel’ Kikker en Pad van Arnold Lobel meegenomen, omdat hij ook dol is op verhalen, boekjes kijken en voorlezen. Als ze het leuk vinden komt er een kakelvers exemplaar. Ik moet immers de rest ook nog kunnen voorlezen. Maar de verhalen van Lobel zijn meesterlijk. De verzamelbundel met uil, sprinkhaan, kikker en pad, zijn voor later. Boek voor boek krijgt mijn voorleesrepertoir een nieuwe betekenisvolle plek.

Na rissen autootjes, veel ambulance en politiewerk, kwam de bellenblaas tevoorschijn. Het eeuwige spel van gouden bellen in alle kleuren van de regenboog en graaiende kinderhandjes onder luid gekraai en geschater. De verwondering bij het uiteenspatten is steeds weer een onbetaalbare gewaarwording. Klein geluk.

Bij het weggaan wilde ik de deur naar de tuin toe dichttrekken, maar dat lukte niet helemaal. ‘Wat gaat dat zwaar’ zei ik verbaasd. Schoondochter ging kijken en kwam met een aardig verfomfaaid plastic hondje terug, want die zat er tussen. Arme speelgoedhond. Door de gordijnen onopgemerkt gebleven.

Midden in de spitsdrukte van de stad zette ik zoonlief af bij de garage met een belofte voor de dierentuin aanstaande zondag. Het was nog een toer om een tijdslot te reserveren, dat kon alleen in de middag nog. Maar dat is fijn, dan is het middagslaapje van de Benjamin achter de rug en hebben we ruim de tijd voor de volle concentratie aan dier. Als we zouden willen kunnen we er tot 20.00 uur terecht, maar ik schat in dat twee uur lang genoeg zal blijken.

Er werden filmpjes doorgestuurd van de oudste kleinzoon, die een jaar met zijn knie in de weer geweest na de operatie, om toch vooral voetbalklaar te zijn dit nieuwe seizoen. Het zag er indrukwekkend uit, het aantal tests om te kijken of de knie daar toe in staat zal zijn. Maar met volhardendheid ging hij stug door. Het maakt dat trots door mijn woorden heen sijpelt. Een kostbaar goedje, waar niet genoeg mee rond gestrooid kan worden. Omatrots.

Uncategorized

Een meer dan een bijzondere en verheffende ervaring rijker

De bloeduitslagen lieten het verwachte patroon zien. Met het advies, iets met nieren, veel drinken, minder zout en nog een keer bloed laten prikken, stond ik weer buiten. Alle andere controles waren om door een ringetje te halen. Dat mag ook wel als je de hoeveelheid pilletjes neemt, die daar kennelijk voor nodig zijn.

‘Hei, hei, hei’ dreunde het in het hoofd. Een diep verlangen naar kleur en weidsheid. Waar anders en beter dan Heidestein in Zeist. Dat dorst ik qua afstand wel aan. Er was een omleiding naar een verder weg gelegen parkeerplaats. Verbaasd aanschouwde ik de nieuwe appartementencomplexen rondom mij, die in een aantal jaar waren verrezen en echt midden in de bossen lagen.

Een plekje was nog vrij en daar paste de kleine blauwe prins ruim in. De telefoon had zich niet goed opgeladen, dus bleef ik nog even zitten om te wachten op wat beter bereik. Straks bij het wandelen zou ik zomaar de weg kwijt kunnen raken en dan een beroep willen doen op de buitenwereld. De halfwas scout in mij beheerste niet tot in de puntjes het zonnestand-lezen en op een kompas had ik nog nooit gevaren.

Er werd op het raam geklopt. Of ik wist waar het rode pad begon. De vrouw keek me vriendelijk aan. Geen flauw idee met mijn bonnefooise instelling. Dat rode pad zou 4,5 km zijn, een aanlokkelijke afstand. ‘Of ik zin had om samen op te lopen’. ‘Ja hoor,twee weten meer dan een, bovendien had ze een opgeladen telefoon en was, bleek al snel, oneindig veel handiger dan ik in het lezen van de gegevens.

Het werd een bijzonder samenzijn mede door het prachtige licht, dat stralend meer diepte gaf aan al het schoons onderweg. Een spiegelend meer in alle tinten groen die je maar kon bedenken, het enorme heuvelachtige heideveld, dat prachtig paars oplichtte afgewisseld met de goudgele zandvlakte en het riet rond de vennetjes, de enorme uitgestrektheid van het gebied en de diepdonkere dennen en pijnbomen aan de zoom ervan, afgewisseld met loofbossen, varens, boleten en zwammetjes. De kleurexplosies waren soms adembenemend. Van de gitzwarte kevers tot aan het dorre hout van de grillige stammen.

We hadden een wereld aan onderwerpen en heel veel raakvlakken. ‘Toeval bestaat niet’, zeiden we met regelmaat tegen elkaar. Met de jaren waren ook de kwaaltjes toegenomen en dat resulteerde in vrijwel hetzelfde tempo, af en toe op de plaats rust of op een vrijgekomen bank schuiven en soms werd het wandelen kuieren.

Natuurlijk waren de paaltjes met een rood streepje plotseling veranderd in een NS-pijltje met rood en wit. Stuk verkeerde afslag, uitrusten, navragen en terug om de juiste aanduiding te zoeken. En voort. Heidefoto’s mochten niet ontbreken, het vastleggen van de schoonheid ervan evenmin.

Zo al keuvelend, vaker met diepgang, twee levens met behoorlijk wat raakvlakken, positieve blik op de toekomst, doorzettingsvermogen en oog voor al het moois om onze wereld heen, kwamen we bij de schaapskudde, die loom en lui met hun witte wolletjes in de schaduw van de pijnbomen lag. Ze volgden onze stappen maar verroerden geen vin. Geen spoor van angst te bespeuren. Ze waren het wel gewend, al dat tweebenige volk.

Het laatste stuk liep ook anders dan verwacht. Een vriendelijke jonge vrouw speurde mee, de navigatie af en had zelf een hele handige app. Een en een is twee en het eindstation bleek nog een laatste tien minuten weg te zijn. Dat was maar goed ook, want ons beider kwalen vroegen om aandacht en vooral om een luie bank. We waren inmiddels bijna 12.000 stappen en 6,7 kilometer verder en een belofte voor een herhaling aan zee. Na het uitwisselen van telefoonnummers gingen we ieder ons weegs, een meer dan een bijzondere en verheffende ervaring rijker.

Uncategorized

Aan de slag

Wakker door de telefoon. Zoonlief wilde even weten hoe het ging. Op mijn antwoord, dat ik door het belletje gewekt was, hoorde ik hem bijna achterover rollen van verbazing. ‘De week van de volle maan jongen, dan wordt de heks in je moeder wakker’, liet ik hem de reden weten. Eigenwijs vond hij me ook. Immobiele oma, die daar niet helemáál aan wilde toegeven. Er komt een tijd en dan ontvangen wij de standjes. Haha.

Nu weet ik ook wat ik na het bezoek aan de assistente van de dokter ga doen. Ik zoek de dichtstbijzijnde hei op, want ze staat in bloei. Ik hoop dat het lukt en natuurlijk dat alle controle-uitslagen goed zijn. Vrijdag komt de laatste dochter thuis van vakantie. Dan is er weer veel bij het oude. De vrijdag gebruik ik om het verhaal uit de Middeleeuwen te redigeren en nog wat leuke opdrachten erbij te verzinnen. Dan is dat klaar. Het tweede boek is vannacht uitgelezen en het verbaast me dat ik in recensies niets over de andere hete hangijzers van het meisje heb gelezen. Het allermooiste vond ik de ontdekking van de eerste keer verliefd worden en welke openbaringen dat geeft in het hoofd van een plusminus 13-jarige. Om in het hoofd te kruipen is een bijzondere ervaring, die me ineens weer duidelijk maakte met welke problemen kinderen tussen laken en servet kampen. Daardoor moest ik ineens aan mijn volgeschreven dagboeken denken uit die tijd. Mijn meisjeshoofd ligt tastbaar op de plank. Dat was een beetje naar achteren geschoven. Misschien ook omdat ik iedere nieuwe dag wel weer opnieuw verliefd was. Want ik viel als een blok voor iedereen die genegenheid toonde. Hunkering naar liefde, het vermag wat.

Een zoektocht naar de boeken levert het volgende fragment op van een veertienjarige mij, nog het meest leesbare, theatraal en romantisch. In mijn dagboeken waren enkel jongens, die uitvoerig de hemel in werden geprezen. Één meisje kreeg dat predikaat ook. Het mooie van het nieuwe jeugdboek is de universele liefde, om de liefde zelf, die beschreven wordt. Het had voor mijn gevoel iedereen kunnen zijn. Het draaide om de gevoelens, die het losmaakte. Zo ver ben ik als jonkie nooit gekomen. Dagboekfragment1966: ‘(…)Een drie voor rekenen prijkt er toch op mijn rapport. Als ik kijk naar de sterren, naar de inktkleurige hemel en de bomen en de huizen die zich er grauw tegen aftekenen, voel ik me verlaten. Ondanks dit schrift, waar ik alle gedachten in pen. Ik pak beer beet, Hij is nu al acht jaar oud. Zijn kop zit los en bij de poot is de naad een stukje losgesprongen. Voordat ik mijn dagboeken er op na hield, was hij degene die ik altijd mijn moeilijkheden vertelde. Het is mijn dierbaarste stuk speelgoed’

Het moge duidelijk zijn. Talig was ik wel. Sentimenteel ook en beeldend. Maar cijfers maakten diep van binnen nog geen vezel los. Hoogdravend godsbesef komt ook voor. Daar kijk ik nu zelfs van op. Misschien was dat mijn eigen biecht voor de daden die ik als slecht bestempelde in de hoop op vergiffenis. Je bent groot gebracht met een biechtstoel of niet. Het is het hele snelle ‘sorry, sorry, sorry’ van nu, bedenk ik me. Iets vreselijks roepen en dan gauw ‘sorry’ zeggen als je aan de gezichten afleest uit welke hoek de wind straks zal waaien. Misschien hoopte ik iedere keer, dat we niet alleen straf kregen bij elke misstap, maar dat er een gesprek plaats zou vinden met mijn vader of moeder en fluisterde ik daarom beer in zijn oor en schreef later al die boekjes vol. Aanvankelijk aan mijzelf met de aanhef ‘lieve Ber’ maar ook aan ‘Yummie’.

Door die dagboeken realiseer ik me ook ineens waarom er nog zoveel aan herinnering op mijn netvlies geschreven staat, iets waar een van de zussen altijd verbaasd over is, omdat zij echt zou moeten graven en dan nog. Het is mijn beleving, mijn ervaren en dat dat anders is dan ieder ander het ervaren heeft, is evident.

Ze staan ook versierd met tekeningen van modepoppen en zelfs met een foto van de type-les en de volksdansles. Dat maakte dat ene boekje allemaal wakker vannacht. Waar een andere wereld al niet toe kan bijdragen.

Buiten schijnt de zon uitbundig. Zuslief ging vandaag voor een week op vakantie in het land. Het begin is stralend en duimen dat het even zo mag blijven. Meer licht en luchtigheid in de dagen kloppen, daar is iedereen wel aan toe. Hup in de benen en aan de slag.

Uncategorized

Bagage van jaren

De nacht was gedeeltelijk voor een jeugdboek, waar niet van los te komen bleek. Om vermoeide ogen de kans te geven tot rust te komen, sluimerde de wereld van twee jonge meiden door en tekende zich beeld voor beeld levendig af achter de schellen. Het houten bootje op het strand, het meisje met haar kleurrijke kleding en het rode haar, dat probeerde niet op te vallen en de doorschijnende dunne in het zwart gehulde gestalte met flaphoed, die eigenlijk wilde schitteren.

Het was alsof de schrijver zijn eigen wereld schetste in deze symboliek. Een bakker en auteur. Een film waarin de bakker na een lange dag zijn laptop pakte en zijn gedachten ordende, een aangrijpend beeld van woorden die hun eigen zinnigheid kozen en buiten elke vermoeidheid om, zich lieten gelden, schoot voorbij. Daar onderging hij de metamorfose van bakker naar schrijver. De slaap overmande bij deze mooie vredige gedachte. Het schrijven zal altijd zegevieren, getuige het boek, dat ik zojuist had gesloten.

Zoals te verwachten werd ik later wakker dan gebruikelijk en herinnerde me een documentaire die ik gisterenavond gemist had. Het ging over Ben-Ali-Libi de goochelaar, de artiestennaam van Michel Velleman. Geroerd door het fragment uit zomergasten de afgelopen zondag, waarbij ik, niet voor het eerst, Joost Prinsen vol zag schieten bij de laatste regels van een gedicht van Willem Wilmink over deze Joodse man, keek ik vanochtend de hele documentaire terug.

Hij werd in 1943 afgevoerd naar het vernietigingskamp in Sobibor. In volle hevigheid werd de realiteit uit die jaren uit de doeken gedaan, met getuigenverklaringen, van een enkele overlevende, de verhalen van een kleinkind, dochter van de zoon van de goochelaar, van een vrouw die nog met regelmaat bij hen thuiskwam voor de oorlog. Het gedicht slaat met de voorlaatste slotregel de spijker op z’n kop. ‘En altijd als ik een schreeuwer zie/met een alternatief voor de democratie/denk ik: Jouw paradijs hoeveel ruimte is daar/voor Ben-Ali-Libi de goochelaar

https://www.npostart.nl/VPWON_1233145

Hebben we echt van de geschiedenis geleerd. Ruimte geven aan iemand die ontheemd is, anders, of niet passend in ons plaatje. Ruimte maken is inschikken en delen, is omarmen, is meeleven en weten dat in dezelfde omstandigheden, ook jij geholpen zou willen worden. Bewust zijn van onze enorme welvaart begint in het eigen hoofd. Er is genoeg. Dat dus, er is genoeg, echt waar.

Wat maakt een gebroken pols uit bij het zien van de radeloze angst en de gebroken levens op het vliegveld van Kabul, de kapotgeschoten steden in Syrië, het ontwrichte leven in de kampen van Griekenland en Turkije, de daklozen van Evia door een alles verwoestende brand. Waar klagen we over. Wat betekent een lek in het dak bij het zien van een huis, dat in een mum van tijd als ruïne achterblijft. Eenzame muren waar de wind vrij spel heeft en gierend wat over is aan lappen en doeken laat spoken rondom. Het hakt erin en maakt veel los. Ruimte maken in de ruimste zin van het woord tornt ook de onmacht los, de druppel op de gloeiende plaat versus alle beetjes helpen.

De hele docu licht een glimp op van de jeugd van de vader van Michel Velleman rond 1820 en de armoede in de sloppen van Amsterdam, met fragmentarisch filmmateriaal. Ook iets waarvan ik geen weet had. Het is zeer de moeite waard. Een mens is nooit te oud om te leren, dat blijkt maar weer. Zelfs al telt je rugzak bagage van jaren.

Uncategorized

De kern van de ziel

De blauwe prins stond nog niet koud voor de deur van de maisonnette van dochterlief of de deur beneden ging al open met de kleine grote man, afwachtend en stuiterend van de spanning, al in de deuropening.

‘Ik dacht al, hoe laat komt oma‘ riep hij al van verre. Officieel zouden we om drie uur met de familie zijn verjaardag dunnetjes over doen vanaf drie uur. Zijn grote oom en tante waren tijdens de lunch al langs geweest en met één gezin op vakantie, een hoogzwangere tante, nog niet ingeënt en met Coronavrees, en een jongste oom die later in de week zou komen, werd het een heel karig feestje. Hij wilde pokémonkaarten voor zijn verjaardag.

Dat leverde, nu er niemand meer zou komen, een retourtje naar het speelgoedparadijs, waar kinderen verlekkerd door al het moois heen struinden als Holle Bolle Gijs door zijn rijstebrij. In het schap van de kaarten hing de boodschap die we al vreesden. Uitverkocht en bij de klantenservice beaamde een vriendelijke vrouw ons, dat dat landelijk zo bleek te zijn. Er zat maar één ding op. Feest maken in, de voor oma’s meest verafstaande, goeie ouwe rood met gele bekendheid.

Die in mijn stad dan maar, want hier op die futuristische Wall leek het wel een Bijenkorf van in en uitzoemende mensen, die nog nooit van afstand houden hadden gehoord. De juiste keuze. De hele weg wilde de jarige job mee in mijn auto. Geschrokken bedacht ik me dat het zitje thuis lag in de schuur. Het leverde een daverend lachsalvo van de ouders op. Hij was natuurlijk allang die jaren voorbij. Eenmaal uit de kinderen, dan raken dat soort zaken sleets en vaag. Voor we bij de winkel waren was de spraakwaterval van de kleine onderzoeker niet te stuiten, maar na het lege schap zat er een bedremmeld stil jongetje naast me dat de wereld aan zich voorbij liet gaan en waar, achter de peinzende oogopslag, zijn kaartenhuisje een nieuwe voedingsbodem nodig had.

‘Blijven lachen, lieverd, het komt vast goed’. De verrassing, Franse frieten en hamburgers, maakte de zuurste druiven zoet en zijn vader speurde na de maaltijd internet af. Het bleek dat er weer net op dat gelukzalige moment nieuwe kaarten waren gelanceerd. Het stuiteren nam opnieuw vaart. Ik zwaaide een auto vol blije gezichten uit, helemaal jarig, een dag met een strik erom. Dag lieverds.

Straks moet ik toch eens zoeken naar de map van de jongste, met kaarten uit de jaren ‘90, die ik nergens meer kan vinden. Als ik kleinzoon mag geloven zijn we dan de hemel te rijk, een vermogen zijn ze waard. Het zou ook zo maar kunnen, dat ze in de opruimwoede verdwenen zijn naar de kringloop. De troost is, dat dan een ander jong hart sprongetjes heeft gemaakt bij het vinden ervan.

Thuis keek ik nog een deel van ‘ De Eeuw van mijn Moeder’ van Eric de Vroedt terug, dat zo meesterlijk werd neergezet door het Nationaal Theater. Ontroerend einde met een scène waarin de zoon zo dicht mogelijk bij zijn moeder mocht zijn toen ze in elkaar stortte en ontdeed van alles wat knelde en te warm was. Zijn zorgende zwager interpreteerde de situatie volkomen verkeerd toen hij beide in een omhelzing op de grond zag zitten en walste met zijn goede bedoelingen het langverwachte verlangen van de zoon in één tel plat.

Die kenmerkende effecten van het goed bedoelen en daardoor geen ruimte laten. Het is de emotie van totale verbijstering die een eigen leven leidt en reddende engelen laten handelen zonder inzicht of begrip, door wat ze op dat moment als schokkend ervaren. Indringend en ingrijpend, deze prachtige marathonvoorstelling, nu opgeknipt in drie delen. Iets wat een goed idee was, want na iedere voorstelling viel er veel te verwerken en overpeinzen. Het graaft in familieverhoudingen, de relationele sfeer, gedachten malen over waarheid en verdichting van herinneringen. Het raakt heel diep van binnen, tot in de kern van de ziel.

Uncategorized

Ze hadden het begrepen

Om kwart voor een precies stond dochterlief naast de flat in een gloednieuwe auto met een turquoise kleedje, de jongens achterin. Vol verwachting volgden we de gewenste richting van een sprakeloze TomTom. Ook niet gek, zo’n stille, dat gaf ons de kans om even bij te kletsen, terwijl er achterin broertjesbakkelei werd gespeeld, het spel van aantrekken op het scherpst van de snede en net op tijd laten vieren. We hadden er zin in, zo’n middagje Middeleeuwen.

Op de website waar het festijn werd aangekondigd stond dat Het Groene Huis de plek was waar we moesten zijn. Er heerste rondom, in het lommerrijke park, volkomen stilte. Geen hoorngeschetter, geen klinkende lansen, geen rammelende harnassen of Vikingen, in geen velden en wegen een piezeltje geluid, anders dan het kwinkeleren van de vogels en het zoemen van de bijen. Twee meisjes zaten aan een houten tafel te picknicken, de deuren van het gebouw waren potdicht. Een vader met twee kinderen keek ook zoekend rond. Aan twee wandelaars vroegen we hoopvol of zij iets meer wisten. Ze wezen naar een paadje achter het huis, aan het eind ervan was een kleine nederzetting. In mijn megalomane brein had ik er iets groots van gemaakt, zoals Fairtrade Nights in kasteel de Haar, met sprokevertellers, oude ambachten, magische verhalen, luitspelers en zwaardgevechten.

Het smalle paadje leidde naar een tweetal boerderijen met rieten daken, waar een groepje mensen onder een luifel zat. Ze hadden sjofele ruw katoenen kleding aan. Een kleintje speelde met wat houtschilvers. Een iemand zat te draaien op een pottenbakkersschijf. Een vriendelijk meisje zei dat we aan iedereen alles konden vragen over waar we meer van wilden weten. Alleen bleek dat niet voor de gemiddelde ‘Middeleeuwer’ te gelden.

Er lagen ongekaarde schapenvachten op een schraag. Iemand naaide een blaasbalg van leren stroken aan elkaar met een gewone glinsterende naald. Een ander groepje was bezig met het zagen van een dikke balk met een hedendaagse schrobzaag.

Niemand vertelde ons iets als we er niet naar vroegen. We konden niet in de huisjes kijken en toen onze spring-in-‘t-veld een houten schild opnam, schoot een van de jongeren vuur. ‘Eerst vragen, dat is iemands eigendom’. Dochter en ik keken elkaar stilzwijgend maar veelbetekenend aan. Het feest was slechts voor de kleine groep middeleeuwers zelf bedoeld, die zoetjes in hun eigen luchtbel aan het bouwen waren. Ieder andere bezoeker bleek eerder een storend element, dan een eventuele pupil van de meester.

Slechts een van de mannen was toeschietelijker en ging zijn zwaard uit de tent halen, die onder de matras lag. Hij liet ook nog zien wat een lans was en hoe zij daar mee trainden.

Gelukkig waren er Prachtige Garvo geiten in een kleine kraal, waar het vriendelijke meisje van het begin aan het mest kruien was. Zij vertelde ons meer over de dieren en het weiden ervan. De vrouw die het erf schoonveegde, wees ons de kruidentuin.

Er viel niet veel meer te halen, helemaal niet toen er een paal geslagen werd voor een geitenstal en er ineens vier ‘aannemers’ rond liepen, die elkaars wijsheid bestreden. Bij het brandende open vuur hingen twee mannen onderuit gezakt in spijkerbroek en sweaters en schonken geen aandacht aan vragende jongetjes. We lieten de plek voor wat het was, liepen door een heerlijke vlindertuin naar de natuurspeelplaats.

De jongens compenseerden de teleurstelling met de klimbomen en het hutten bouwen. Volgende keer weer naar Archeon jongens, beloofd is beloofd. Het leek wel of de twee zwijnen aan het eind het gehoord hadden Ze liepen vol aandacht en nieuwsgierigheid op ons toe en kwamen ons onder tevreden geknor uitzwaaien met hun wapperende oren. Ze hadden het begrepen.

Uncategorized

Edelman, bedelman…

Een magische vinger op de knop en pffffft, als sneeuw voor de zon verdwijnen de zinnen in een oogwenk en zijn op geen enkele wijze meer te achterhalen. Lyriek, vers van de pers, onverdroten door het afvoerputje gespoeld. Naarstig speur ik de historie af, maar weg is echt weg, foetsie, verdwenen. Zuchtend om wat al lang gezegd is, in de herhaling dan maar.

Het was al zo’n onrustige nacht. Aan de overkant van de flat hielden de nieuwe bewoners een inwijding van hun huis. Alsof de plaatselijke voetbalvereniging het zegevieren en de overwinning van het eerste uitbundig vierde of alsof een echtpaar tijdens een bruiloft onder luid gejoel op de schouders werd gehesen. Ze hadden wel een feeërieke verlichting voor dat tuinfeest, want de maan stond in alle glorie en volheid als een romige Goudse kaas te schitteren. Nog een reden om wakker te zijn. Bovendien is het deze maand ook nog een ‘ blue moon’ , die morgennacht tot volle wasdom komt.

Vandaag nam ik de benenwagen om de boodschappen in huis te halen. Een beetje beweging doet een mens goed. De stappenteller sprokkelde een ruime drie kilometer bij elkaar. Iets van het ‘ luie’ zweet eruit en nieuwe energie erin. Onderweg kwam ik een moeder van school tegen. Ze liep met haar man achter een kinderwagen en groette enthousiast. Of ik wist van welk kind haar kleindochter was. Naarstig begonnen er puzzelstukken in mijn hoofd te schuiven, maar een naam zat er niet bij. Ze noemde enthousiast de naam van haar zoon, waarachter ineens zijn olijke toet verscheen toen hij bij mij in de groep zat. Ik zocht naar een kuiltje in de wang, de blauwe ogen, het blonde haar. Alleen de ogen waren een match in dat lieve kale koppie. Heel het leven in een notendop werd uitgewisseld, terwijl het puzzelstuk met haar naam maar niet op z’n plek wilde vallen. Nu pas, tussen flarden van gedachten, onder het volle maanlicht, wist ik het weer. Een prachtige Franse naam.

Met de lieve groeten voor iedereen vervolgden ze hun weg, het tunneltje in, waar ik, even daarvoor, de prachtige tags op de wanden had bewonderd. Twee mannen waren flink met een heel arsenaal aan spuitbussen in de weer. Het was tot dan toe een naargeestige doorgang, maar nu viel er veel aan schoonheid te bewonderen.

Net voor de bui zat ik hoog en droog op de bank. De buurman bracht een zakje met pruimen. Hij had kennelijk een goede oogst gehad op zijn volkstuin. Met heimwee dacht ik aan mijn oogst. Nog een dag of tien, dan kon ik er hopelijk weer tegenaan, in ieder geval er wel naar toe. Buur was ook nieuwsgierig naar de pols en vol verbazing over de locatie waar de breuk was opgelopen. Er volgde een kleine litanie aan treurige kwalen, maar toen werd het voor zijn rug te zwaar om langer te blijven staan en slofte hij terug naar zijn eigen deur.

Pluis kwam me wakker maken uit een korte inhaalslag aan slaap en keek me vragend aan. Haar bakje was leeg. Brokjes afgewogen, deur op een kier gezet en toch nog even verder gesukkeld met de meest wonderlijke dromen, over een tandeloze zakkenroller, die mijn portemonnee niet terug wilde geven, een protestactie met gekruisigde jezussen en een voorstelling die allesbehalve op rolletjes liep. Er viel geen chocola van te maken.

De zon schijnt, de voorspellingen zijn goed voor een Middeleeuws vermaak. De iPhone is opgeladen. Op naar de mooie plaatjes. Edelman, bedelman…

Uncategorized

Wie weet hoe een koe een haas vangt

Vermoeide schermogen, maar het boek is uit en het verhaal is af. Dat is toch een reden om door te kunnen. Twee kamertjes in het hoofd kunnen dicht, er staan nog drie deuren open. Het derde boek zat gisteren klem in de brievenbus. De doos waarin ze was verpakt, kende net een iets te groot formaat. Ik stelde me de pakketbesteller voor die met veel gesteun het pakje door de gleuf wrong en schoot in de lach. Brievenbuspost is nu eenmaal brievenbuspost ongeacht of het past of niet. De brievenbus openen, karton openen, boek eruit halen, karton eruit peuteren, zoals bij ieder boek van formaat tegenwoordig.

Het was bijzonder aangenaam dat het dezelfde man was die de reparatie aan het dak kwam verrichtten. In een mum van tijd zaten de nieuwe platen ertegen. Het huis wordt weer heel en daarmee heelt vanzelf een deel van mij.

Het E-boek dat zich afspeelde rond 1839 geleden had ik, als vanzelf, in de Middeleeuwen geplaatst. Toen ergens het woord ‘ vensterglas’ opdook, was ik in de war. Dat krijg je als je lukraak reist door de tijd in verhalen en boeken. Het schilderij, dat als inspiratiebron voor dit boek gediend heeft is omtrent die datum geschilderd. Het is te vinden in Berlijn, een reden om eens een eindje te treinen om het met eigen ogen te kunnen aanschouwen.

Breitner: De Waspit

Ooit deed ik mee met een schrijfopdracht en daarvoor gingen we naar een museum. Ieder van ons koos een schilderij dat aansprak en beschreef het in een paar rake bewoordingen naar aanleiding van een aantal vragen. Daarna minimaliseerden we de woordenbrij tot een gedicht. Daardoor kwam ik tot de ontdekking dat dat niet helemaal mijn manier van schrijven was. Altijd goed om uit te proberen. Zoals in bijna alles waar ik mee bezig ben, presteer ik het beste in volkomen vrijheid en in zekere mate ook als de kaders zich als vanzelf mogen vormen.

Terwijl de mannen boven bezig waren, pakte ik de penselen maar weer eens op. Met één arm is niet comfortabel, maar te doen. Langzaam kwam er meer diepgang in het geheel, tot ik ontdekte dat zuslief wat schuin stond met haar hoofd. ‘Kill your darlings’ hoorde ik echoën in mijn hoofd. Een vaak gebezigde term binnen het creatieve proces. Met een kloddertje van het een en ander schoof ze centimeter voor centimeter gestaag op. De gelijkenis was nu minder, maar de houding was goed. De rest was voor later. ‘ Of ik nog een likje wit nodig had’, vroeg een van de mannen, die een grote enmer witsel naar boven sjouwde, grinnikend.

Bij het boodschappen doen speurde ik het schap met de schoonmaakartikelen af, ontdekte een regiment aan navulverpakkingen, en ineens zag ik ze op een rekje hangen. Rubberen handschoenen. Natuurlijk. Dat ik daar niet eerder aan gedacht had. Al een paar weken stond ik te modderen met de vaat, die ik met één hand niet goed schoon kreeg. Dit was het ei van Columbus. Verguld reed ik met de buit naar huis om het uit te proberen. Heerlijk. Zoveel meer is nu mogelijk.

Het verhaal van het verdwenen zwaard wacht sinds vanmorgen op goedkeuring. Morgen gaan kleinzoon en dochterlief en ik naar de Middeleeuwse nederzetting. Misschien is er een smid die snode wapens smeed en ben ik spekkoper met mijn fototoestel. Wie weet hoe een koe een haas vangt.

Uncategorized

Koffie verzoet de arbeid

Vroeg uit de veren. Alles gedaan, de kattenbak verschoond, de wc gepoetst, de vaat gedaan. Klaar voor de ontvangst. Het was dezelfde vriendelijke dakdekker als de vorige keer. Dat vond ik een hele geruststelling. Straks zou er nog een maatje komen. Met z’n tweeën is altijd gezelliger. Het leek me een hele klus. Opmeten, materiaal verzamelen, naar boven sjouwen, de oude dakplaten eruit en de nieuwe plaatsen. Maar dan had je ook wat.

Gisteren bezocht ik de tuin waar de Royal Garden Ladies op zoek zouden gaan naar hun snuifmotkever. Aan een kleine weg lag, verscholen in het struweel, een huis, nauwelijks van de weg af te zien. Een kleine oprijlaan er naar toe, links een chaletje en rechts het grote huis. Smalle paadjes langs weelderige hortensia’s, uitbundig bloeiende anemonen, agaphantussen in al hun pracht, vrouwenmantel en kleurrijke dahlia’s in alle maten en soorten deden mijn armzalige bos bloemen verbleken. De vijgenboom droeg vrucht, evenals een appelboom langs de sloot, waaraan de groene appels een flinke oogst beloofden. Overal was gekwetter van vogels te horen, koolmezen, pimpelmezen, vinkies, een bruine tortel, merels en op de grond liepen de kippen, pikten hier en daar een zaadje weg en scharrelden zo, met recht, hun kostje bij elkaar.

De gastvrouw kwam naar buiten lopen, een bekende ouder van school uit het grijze verleden. Onmiskenbaar ouder, de tijd had er wat rimpels ingesleten, maar met dezelfde energie en dezelfde gezellige spraakwaterval. Ook haar vriend was een oude bekende en samen hadden ze dit huis steen voor steen gebouwd. Een grote zwarte loebas bedelde om aandacht. Tegenover het pand lag de boomgaard en schuin aan de andere kant een grote moestuin. Het werd een genoeglijke middag met de belofte dat er koffie en thee te zetten viel en dat we tussen de acts door van een toilet gebruik konden maken.

De verhalen rakelden mijn tijd op de jenaplan op van het allereerste begin. De grootse kampen, die ze allemaal had meegemaakt en waarbij ze niet zelden een groot aandeel had in het maken van het decor of het bedenken van een entourage voor het rovershol uit Ronja, de roversdochter. Groots en meeslepend, moest het zijn. Met minder nam men geen genoegen. Teamleden kwamen voorbij, de ouders uit die tijd, een paar overleden, gescheiden, verhuisd. Kinderen die van kleine schatjes waren uitgegroeid tot standvastige dames en heren, ups en downs, het leven in alle toonaarden. Tegen zessen en een glaasje wijn verder ging ik met de kleine blauwe weer op huis aan.

In de stilte van de kamer zinderde het gesprek nog even door en trokken levendige herinneringen langszij. Wat een mooie plek voor onze act. Het lag niet bepaald op de route, maar ieder die dat wilde, zou het kunnen vinden. Deze hobbel was genomen, nu was de outfit aan de beurt. Ooit hadden we tweed rokken bij de verkleedkleren gehad en bijpassende bloezen met een ferme strik met grote linten om de hals. Misschien lagen ze nog steeds in de zakken die vriendinlief had meegenomen.

Het Vroeg Middeleeuwse avontuur neemt al een vaste vorm aan en het brengt me in de ban van het zwaard. De stappen die gezet moeten worden lopen soms harder dan ik het opschrijven kan. Mijn nieuwsgierigheid naar het vervolg is zo groot dat het soms lijkt of ik het niet ben, die het plot verzint. Het boek dat ik aan het lezen ben, helpt erbij om in de sfeer te blijven. Ondergedompeld in de avonturen terwijl boven, anno nu, men de handen uit de mouwen steekt.

Maar eerst een lekker bakkie leut voor de mannen. Daar gedijt het klaren van een klus goed op. In variatie op een thema: ‘Koffie verzoet de arbeid’.

Uncategorized

Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Even dacht ik dat de zinnen waren verdwenen, per ongeluk gewist, opgegaan in mist. Alleen…De zinnen stonden slechts in het hoofd geschreven, daar was een verhaal ontstaan. Dagdromen of vooruit denken, beide is mogelijk.

In de krant mijn lievelingspuzzel met te moeilijke opgaven en verder beelden van drommen ontheemde mensen, een lispelende belofte, een traag en warrig beleid.

Vannacht het verhaal, dat maar bleef kloppen aan mijn slapen. ‘Wordt wakker en schrijf op’, gebiedende wijs enkelvoud. Het boek dat daarna aan bod kwam, besloot een spannende wending te nemen, dat de belevingswereld van de jongen finaal ondersteboven gooide en mij daar in meezoog. Daarna sukkelde het weer in slaap, door ongemak, hoe leg ik dat pootje nu nog neer, en vermoeidheid overmand.

Gisteren. Bij de fysio konden we door met de ademhaling. Lopen, legpress en, nu komt het, de ‘dead bug’, nee je hoeft er niet voor dood te gaan liggen maar je traint je ‘core’, de kern van je lichaam, ofwel bil en buikspieren en alles wat er mee samenhangt. Engels vakjargon, kennelijk. Waar is het goede ouwe Latijn gebleven. Buiten dat is het een uitstekende ademhalingsoefening, als je niet, net als ik totaal van de wijs raakt door alle handelingen die tegelijk moeten gebeuren. Als mijn ene been omlaag gaat en een arm omhoog, wil mijn eigenzinnige andere arm gezellig mee. Allesbehalve een veeldoener dus. Normaal doet de bal ook nog mee, maar dat lukt met het gipsen pootje nog niet zo goed. De fysio vroeg mijn mening over de stagiair die over acht weken af zal studeren. Het is een bekwame en aandachtige, vriendelijke jongen en ik heb hem hoog zitten. Zijn eigen onzekerheid siert hem. Bescheidenheid is een goede vriend. Hij komt er wel. Bovendien heet hij hetzelfde als mijn zoon, de fysiotherapeut. Het schept een band.

Toen ik voor het eerst werd ingewijd in het medisch vakjargon in het Latijn, was mijn enige voorkennis de litanieën van de zalvende priesters in de hoogmis. Mijn voordracht werd al snel hilarisch door mijn gedragen uitspraak van het abdomen, dat mij herinnerde aan het ‘Dominus Vobiscum’. Dat laatste met een korte -o-klank, de eerste met een -oo-klank. Het leverde de droge constatering op ‘Katholiek zeker’, wat ik volledig kon beamen. Mijn kerklatijn kwam later wel goed van pas bij al die wonderlijke benamingen voor alles wat er in het vege lijf huisde. Geen berg zo hoog of het viel te beklimmen.

Het is herfstachtig, zelfs de temperatuur. Dat maakt het minder erg dat ik er niet op uit kan trekken. Er ligt nog een aflevering van Het uur van de wolf te wachten, waar Zappa een podium krijgt. Daar kan ik me op verheugen. Mijn tekenvaardigheden verlangen naar een nieuwe uitdaging, even als mijn kookprestaties. Oktober met inktober is nog zo ver weg.

Morgen komen ze de dakplaten vervangen. Nog een dag werkvolk over de vloer. Of ik maar weer om acht uur paraat wil staan. Ook witten ze het nieuwe plafond in het toilet. Daarna kan het grote bed eindelijk van zolder en maak ik daar het winteratelier, met als nadeel dat je niet naar buiten kan kijken, want het dakraam zit te hoog. In ieder geval vormen de oude doeken op die manier een stimulans om door te gaan. En een nieuwe indeling biedt vast een ander perspectief. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Uncategorized

Stap voor stap

Dan begin je in het vroege uur aan een boek. Het grijpt je bij de lurven, het pakt je in en sleurt je door de tijd heen. Ineens is er heimwee naar daar, waar de wereld overzichtelijk was tot zover je kon kijken. Waar de zon op je voettochten als kompas diende. De maan en de sterrenhemel het gewelf vormden, waaronder je mocht dromen. Je ezel de last voor je droeg en een scharminkel van een hondje, dat over je waakte, je trouwe metgezel bleek. Met gevilde konijnen boven het zorgvuldig aangemaakte houtvuur, waar met ring en tondeldoos de vlam in was geslagen, de geur van kringelende rook in de neus.

Een wereldvreemde jongen, moederziel alleen, nam me mee. Iedere ontmoeting was een nieuwe ervaring, omdat hij tot dan toe alleen boven op een berg woonde met een oude man. Maak je daar maar eens los van. Wat een kracht kent het verhaal, het tweede boek van mijn recensies. De derde komt eraan en de andere twee zijn in behandeling. Het werkt inspirerend en zorgt ervoor dat ik onmiddellijk weet hoe ik het nieuwe verhaal voor de scholen zal beginnen.

Op mijn speurtocht naar de vroege Middeleeuwen op Google stuit ik op een weekend bij een vroeg-Middeleeuwse boerderij, Het Groene Huis, waar oude ambachten zullen worden getoond in alle glorie, compleet met vrijwilligers in Middeleeuws kostuum. Toeval bestaat niet. Het is ruim een week voor de inleverdatum van mijn verhaal. Met een beetje geluk heb ik er dan beeld bij. In de modus van geprikkelde verbeelding dringen zich de verhalen op. Zwaard, tondel, een knecht in de smidse met de stem van een troubadour, ontdekt door een edelman. Dergelijke vingerwijzing is alles wat er nodig is om zinnen tot een verhaal te smeden. Pluis ligt, zich van geen kwaad bewust, languit op mijn benen, terwijl het idee vorm krijgt. Zo werkt dat.

Gisteren kwam dochterlief met de drie kleinzonen langs. Ze hadden de weg gefietst, die de oudste straks naar school zal fietsen vanuit Utrecht. Het was wel te doen maar nog best een eindje. De jongens hadden nog niet genoeg energie verloren. Ze buitelden na het eten in een kluwen over elkaar heen. Drie weken volslagen vrijheid tijdens de vakantie maakt het gareel lastig. Zondag thuis gekomen en voor school begint nog twee weken tijd om in de pas te lopen. Haha. Het leverde wel een standje op omdat de luisteroren niet waren meegekomen. Kleine Dribbel snapte ook het spel van ravotten niet zo goed. Wat is stoeien en wat doet pijn. De anderen weerden zich en toen waren de poppen aan het dansen.

Het gaat allemaal weer voorbij, moet je maar rekenen. Voor je het weet, zijn ze groot. De middelste had thuis zelf Amerikaanse pancakes gebakken, die supergoed gelukt waren. Meesterbakker in de dop.

Ik duik straks het boek weer in om draden te spinnen naar de sfeer in het andere verhaal. Straks zijn er routineklussen. De fysio, boodschappen en naar de dierenwinkel voor het kattenvoer. Het briefpapier ligt klaar voor een te schrijven brief, wat steeds op het tweede plan terecht komt, maar wat nu toch echt moet gebeuren. Er ligt nog een puzzeltje te wachten. En vanaf het doek kijken de zussen mij verwijtend aan. ‘Wanneer ga je door’? Het zijn die kleine onbenulligheden, die een dag altijd weten te vullen.

Vriendinlief stuurt me wat zeevitaminen van zee en een verlaten strand via de app. Ze komen binnen, net als het verlangen er naar. Nog twee weken wachten tot het blauw eraf mag en het hoofd weer leeg kan. Dan zijn alle hersenspinsels verwerkt en kan het leven voort. Stap voor stap.

Uncategorized

De vrijheid tegemoet

Wesp in de kamer. Zoemt ze uit narigheid, woede of ongemak. Lees de wesp. Tegen het raam blijft ze vliegen, met soms glijdende, dan weer schokkende, bewegingen. Het klinkt nijdasserig, alsof ze het maar niets vindt, dat die rare doorzichtige gladde wand tussen haar, de vrijheid en de frisse buitenlucht zit. Af en toe valt ze stil en denk ik dat ze de weg naar buiten heeft gevonden. Het raam staat open en van buiten klinkt het ruisen van wielen over het asfalt. Langzaam hult de nacht zich in een grijze dag, naadloos welhaast.

Gisteren mocht ik mijn aangewaaide kleindochter voor het eerst begroeten. In een roze tulen wolk, want prinsessenjurken en feest gaan prima samen. Zomaar een oma erbij krijgen is een heuglijk feit en zomaar een kleindochter een cadeautje. Op het programma stond het Kinderboekenmuseum. Kikker, rupsje nooit genoeg, grote en kleine beer, Dikkie Dik, Elmer, Pim en Pom, alle klassieke prentenboeken om levensecht in te wandelen, doorheen te kruipen, schotsen te springen, te schaatsen, te zoeken. Een wereld aan verwondering. Zoveel, dat het verwachtingsvolle het soms won van de doorleving. Nog een tunnel, nog een huisje, nog een keukentje en tot slot een feest van letters op de nachtpannenkoeken.

Voor oma, altijd kind gebleven, een nieuwe toevoeging beneden in de kelder. De kinderwereld van A.M.G. Schmidt. Met een oranje armbandje ging een wereld aan mogelijkheden open. Minoes, Drie liften van Abeltje, de bakstenen van Ibbeltje, Wiplala, Otje, Floddertje, ze waren er allemaal. Alle liedjes in de auto van Otjes vader, ‘Meester van Zoeten, Op een mooie pinksterdag, De tante en de oom uit Laren’, feest der herkenning. Met als kroon op mijn levenswerk, zoonlief, die ze net als ik, allemaal luid mee kon zingen. In al die jaren niet vergeten.

De imposante boekenwanden maakten indruk, maar daarna, met een eetcafé dat gesloten was, was de koek op. In Den Haag is alles dicht op zondag.

Een kleine snack bij een restaurantje en een kleurplaat verder, met altijd buiten de lijntjes kleuren als advies, en diamantjes, zoefden we in de hybride van zoon naar een nichtje van schoondochterlief, met haar baby. Een ontmoeting in het park en, zo bleek, de de kennismaking met haar man en mede-organisator van een Breakdance contest in het Zuiderpark. De baby kreeg een koptelefoontje op haar tere oortjes en daar zaten we, tijden te overbruggen. Van op een mooie pinksterdag tot rondtollende meiden en jongens met de meest ingewikkelde moves op het podium. Kleurrijk publiek en veel muziek. Wat een onverwachte, maar aangename, wending. Onze gastheer husselde snel een heerlijke Surinaamse maaltijd bij elkaar. Nasi met kousenband, voor mij met heerlijke tempeh, voor de anderen, met ajam.

De inspanning van deze fanatieke dansers weefde zich, als vanzelf, met het verleden. De kinderen uit mijn groep die voor de weeksluiting met regelmaat een breakdance-act instudeerden. Daar op de tribune ontroerde die gedachte me. Dezelfde passie, hetzelfde fanatisme, dezelfde opluchting als alles lukte zoals het gewenst was, dezelfde trots.

Om het spektakel heen het groene Zuiderpark, lommerrijk, met een beekje er doorheen, jongeren op het gras, zon en een verfrissende wind,waarop de zware basklanken zich licht lieten vervoeren. Het hele dansante zelf kwam naar boven, wiegend en wiebelend. Door schade wijs geworden, bleef ik wel zitten. Een ezel stoot zich nooit twee keer aan dezelfde steen.

Toen Pluis de kamer binnenstapte, besloot ik dat wesp naar buiten moest. Niet het risico van een prik voor Pluis. Bril op. Ach, de wesp was een bij. Gewapend met een glas en een stevige kaart was ze al snel gevangen. Opgelucht vloog ze even later naar buiten, zwaar van een vlokje stof aan haar poot, de vrijheid tegemoet.

Uncategorized

Geen parkieten, veel gras en echt groen

Het indringende geschetter van een vogel viel me voor de tweede ochtend deze week op. Nooit eerder was dit geluid me opgevallen. ‘Een halsbandparkiet of een ekster’ is het eerste wat mijn mouw naar buiten schudde. Opzoeken dan maar, die vogelgeluiden. De halsbandparkiet was het niet. Het kleine onderzoek leerde wel, dat er buiten alle halsbandparkiethaters twee mensen waren, die medelijden hadden met het dier. Een wetenschappelijk onderzoeker uit Leiden, die iedere groene vogel een track om de nek hang, zodat duidelijk werd hoe de dieren vlogen. Maar ook een dierenarts die bewogen gewag maakte van het akelige bestaan van deze aanhankelijke en intelligente dieren. Een exoot, die ooit, niet begrepen, was losgelaten en letterlijk en figuurlijk vogelvrij werd verklaard.

Zo’n nieuw inzicht is verhelderend. Het zorgt voor een andere waarneming dan die van de folteraars over de besmeurde auto’s en het geschetter. Nuances aanbrengen werkt extra verhelderend.

Geen halsbandparkiet te bekennen in deze stad. Zelfs niet in het park rond het voetbalveld, waar zoonlief na ruim anderhalf jaar eindelijk weer mocht opdraven om een vriendschappelijke wedstrijd te spelen. Zij hadden het gemist maar het publiek ook. Niets zo bijzonder als het oppakken van de rode draad, die ons maanden geleden uit de vingers was geglipt. Het gewone leven, de routine, de vaste gewoonte, het kleine geluk.

Hij liet een prachtige theatrale duik zien en een paar goed getimede reddingen. Altijd de bal en niet de man. Ook bij een nieuw club, waar je als ‘senior’ een paar jaar mee kon. In de wereld van de sport ben je sneller oud dan elders.

In de rust stond er een kleine dribbel op het veld, in al haar felheid bij het schoppen naar de bal als een soort Lieke van de reclame, het meisje dat niet wilde luisteren naar de trainer als hij jongens zegt en door blijft voetballen in de regen. Pas toen opa haar op zijn schouders laadde, ging ze onder luid protest van het veld af. De tweede helft was voor de mindere goden en daar verloren ze op punten, van wat een gewisse overwinning had kunnen worden bij een tussenstand van 4-1. Ach ja, oefenen, oefenen, oefenen.

Mijn pols was voor een man langs de lijn aanleiding om een verhandeling te beginnen over enkels, pinnen en littekens met het bijbehorende plaats delict en tot drie keer de mededeling dat hij alleen en op zichzelf woonde. Wippend van mijn ene op het andere been hoorde ik de litanie aan en verdween zodra de aandacht verslapte, achter de kantine langs, naar buiten. De reden om afgezonderd van het grote publiek naar de verrichtingen van de jongens te kijken, was eens te meer duidelijk.

In de dikke zaterdagkrant is een pagina gereserveerd voor het overlijden van K. Schippers, de taalvirtuoos. Een van zijn citaten valt binnen. ‘Soms dompel ik me in de taal tussen twee kaften, die in stilte op me wacht’. Een perfecte aanleiding om zijn laatste boek met de titel ‘Nu je het zegt’ eens uitvoerig te bestuderen. Een kleine rondgang tussen de recensenten leert dat het geheel van de lezer afhangt of je er het predicaat bekoring aan kan geven. Als een taalvirtuoos de snaren bespeelt, is dat niet voor iedereen het hoogste lied.

In het bijbehorende magazine Frederique Spigt, wier uiterlijk wordt omschreven als ‘Nog altijd heeft ze het kapsel van een onuitgeslapen Elvis, en loopt ze op afgetrapte laarzen’. Ik vind haar de wijzere zus van Brood. Zelfde uitstraling. Iets verderop komt Midas Dekker aan bod met nog een gedachtegang om te overpeinzen. ‘Minder ambitie betekent dat je accepteert wat je hebt en hoe het tot nu toe is gegaan, en dat is helemaal niet zo gek’. Ze gaan mee in mijn rugzak.

Buiten klinkt het geruststellende gekoer van de duif in de boom voor het huis en het antwoord van de compagnon een paar bomen verderop. Dat is waar we het mee moeten doen. Geen parkieten, veel gras en echt groen.

Uncategorized

De roerige jaren zeventig

‘De eeuw van mijn moeder’ een drama van Eric de Vroedt op NPO 3 speelt zich grotendeels af in mijn eeuw, realiseerde ik me ineens, toen ik twee afleveringen van dit indringende drama had gezien.

In een aantal uren trekt het leven van Winnie van Willigen voorbij en daarmee alle fasen uit mijn leven, die voor een deel herkenbaar zijn, behalve het trauma dat zij als jong meisje had opgelopen in een jappenkamp. Dat is bepalend geweest voor de toonzetting van haar leven, ook al had ze het diep weggestopt. Winnie en haar zussen slagen er meesterlijk in om de rauwe werkelijkheid weg te lachen en een feest te maken in de gewenste hiaten van hun herinnering. Wat je niet noemt bestaat niet.

Winnie herhaalt constant, als hoogste goed ‘het op de toekomst gericht zijn’. De zoon is nieuwsgierig naar de werkelijkheid en graaft de wortels van haar getraumatiseerd verleden bloot. Stukje bij beetje wordt er aan de mise en scène geknaagd, tot de dunne schil valt, net als die van de aardappel die haar moeder moet leren schillen bij aankomst in Nederland, waarna het ware gezicht achter het masker tevoorschijn komt.

Heerlijk om weer eens een echt stuk toneel te zien, al is het op de beeldbuis. Altijd weer koester ik het spel van de ingenieuze oplossingen om tijd naar de hand te zetten, overgangen soepel te laten verlopen, de omgang met de emoties, en het samenspel. Zoveel bewondering voor de acteurs, het decor, het oproepen van de gewenste impressie. De regisseur die samen met de acteurs tot een bondigheid komt, 75 jaar in een grote notendop.

De adat om alles weg te lachen en de sfeer ‘gezellig’ te houden is enerzijds zo begrijpelijk. Waarom duiken in wat achter je ligt, dat heftige verleden. Problemen wegwuiven is zoveel makkelijker dan de confrontatie aangaan. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan dus vindt het een weg bij een volgende generatie. Als eenmaal alle verwijten uitgesproken zijn, kan er gezocht worden naar een bevredigende manier om samen nog een goede weg te vinden, het laatste pad.

Het deed me denken aan het verhaal van een van mijn vriendinnen, in wier leven gegraven werd door haar telgen, die hun plaatje naar eigen ervaring gekleurd hadden en daarbij de maatschappelijk context uit het oog waren verloren. Gewoonten in de vrije jaren zeventig waren volkomen anders dan hoe nu iets opgepakt wordt. Er zit nu veel meer kennis in de meegetorste rugzak en er zijn een aantal doelstellingen veranderd, bepaalde opvattingen achterhaald. Destijds waren we er aan toe de geldende normen en waarden op de schop te gooien, de regels danig te veranderen en ook nog eens vrij rigoureus.

Je kon als ouder meebuigen of barsten, zo stond de vlag er ongeveer bij. Mijn moeder was pragmatisch ingesteld en ging zelf op onderzoek uit, terwijl mijn vader aanvankelijk vasthield aan wat hoorde en uiteindelijk eieren voor zijn geld koos en zich helemaal stortte op een nieuwe horizon, waar hij zijn hobby in kwijt kon. Het leven lachte weer.

Vakantie vieren op het Nannewied

Voor ons betekende het de eerste bokkensprongen, ontdekkingstochten, het slechten van heilige huisjes. Alle grenzen moesten overboord. Vrijheid, vrede en liefde, daar groeide en bloeide een mens op. Dus strooiden we er lankmoedig mee. Het waren spannende tijden. Ik had ze voor geen goud willen missen, de roerige jaren zeventig.

Uncategorized

Het buitenleven zong samenzijn en liefde

Alweer een wonderlijke start. Er moest bloed afgenomen worden. Douchen is nog altijd een klus, die dan beter eerst geklaard kon worden. Zaken gaan voor het meisje, een goede raad van wijze voorouders.

In het oude hoge schoolgebouw waarschuwden gele neonstrepen voor de anderhalve meter en er mochten op ruime afstand maar 8 mensen in de wachtkamer. Vier buizen bloed armer stond ik binnen tien minuten weer buiten. De huisarts kreeg de resultaten toegespeeld. Routineklus.

Zo blij met het televisieprogramma ‘Kijken op gevoel’. Tussen de eindeloze herhalingen eindelijk een uurtje inhoud. Samen met Wieteke van Zeil dook je de kunst in en in een notendop werd geschiedenis ingegoten. Door de afbeelding te plaatsen in de context kreeg het diepte. In deze aflevering kwam vooral de emotie ‘Woede’ aan bod. Een Streetart kunstwerk in Rotterdam, Medusa’s deerniswekkende hoofd en de geschiedenis van haar leven en de Ennuit godin Sedna, die er voor zorgde dat de jacht met eerbied voor het dier plaats vond, passeerden de revue. De beeldenstorm en het vernielen van een kunstwerk uit pure woede voor het systeem of de belichaming van de onderdrukking was ook een onderdeel. In het Dordts museum hingen de foto’s van Gert Jan Kokken van die bekraste doeken en daarmee werden de vernielingen weer verheven tot nieuwe kunst.

Dochterlief belde gisteren. Had ik zin om morgenmiddag mee naar de tuin te gaan. Ze zouden me komen halen. Als een kind zo blij, want al te lang verstoken van natuur. Vlinders in de buik, lekkernijen in de rugzak en de seconden voorbij gekeken. Schoonzoon en de kleine filosoof kwamen me halen. Op de tuin was het druk aan de auto’s op de parkeerplaats te zien. We liepen eerst naar hun tuin. Kussens in de stoel, tafel schoongepoetst en kleed erover. De hangmat werd in gereedheid gebracht om lui te schommelen, als de vermoeidheid toesloeg. Ze hadden de hele morgen gezwommen en heel veel energie zat er niet meer in het vat.

Ik wandelde met angst en beven naar mijn tuin. De distel had zich over het achterpad gevouwen ter bescherming van de verlaten tuin. De paarse pracht had plaats gemaakt voor stekelige bleke pluis. Geen puttertje te horen of te zien. Woelmuis haar weg was, zoals gewoonlijk, gebaand. De oude kwam met twee dames langs gelopen en ik zag de o zo vertrouwde gezichten uit de Hombourgperiode, waar zijn pas overleden zus ook toe behoorde. Het was fijn om het verdriet van mijn afwezigheid die dag van de begrafenis te kunnen delen. De onmacht om de snelheid waarmee het gegaan was. Meewarige blikken bij het blauw om de arm. Maar een gebroken pols was niets bij wat we bespraken. Delen is helen.

De tuin was, zoals verwacht, overwoekerd. Een handschoen over de aangedane hand trekken lukte niet. Precies de verkeerde beweging. Binnen in het atelier lagen de zaaddozen aan droge takken van het vingerhoedskruid. Afrissen met één hand dan maar. Rust en stilte tussen het groenste groen. De wilgen sloten het paradijs in. Binnenkort moesten ze er aan geloven, dan wilde ik het uitzicht op de molen terug. Een volk bijen was neergestreken op de bloemen van het leverkruid. Ze deden zich uitgebreid tegoed aan de zoete nectar en waanden zich God in Frankrijk.

Om de tuin heen lag de weidsheid van het park, met een zweem van de oude polders. Blanke waterlelies trotseerden het kroos, het hen omringende riet en de kikkers, de kroon op een bescheiden boerensloot.

Inmiddels was dochterlief gearriveerd bij haar tuin met Dahl en Naan, salade en wijn. Ik had dadels met kruidenkaas bij me en kleine eenhapsbroodjes, de achterbuur maaide de paden met de grote traktor. Het buitenleven zong samenzijn en liefde.

Uncategorized

Een reden om hoog te vliegen

Wonderbaarlijke droom over een theater, de tribune(als van een zwembad) en een onbereikbare tas met een onduidelijk onderdeel, dat steeds verder van me afgleed. Later bleek het mijn portemonnee te zijn, want die miste ik bij het bestellen van een broodje. Een portemonnee staat in de droom voor identiteit, ik doe me niet voor zoals ik ben schrijft het verklarende boek onverbiddelijk. Dan de droom van gisteren. Ik kwam herintreden op school. Er was een web met een grote spin, een gele vlaai en een kring voor de onderbouw die bestond uit hoge stoelen om een kantige middentafel, zonder ruimte binnenin. Ik begon onmiddellijk verwoed te schuiven en haalde mijn gram in eindeloos gesputter. De spin staat symbool voor de kracht van het vrouwelijke. Ik heb haar de gordijnen ingejaagd, omdat het web per ongeluk kapot ging. De rest is vermoedelijk op ervaring geschoeid. Dagdromen kan ik de hele dag, maar zo helder als deze dromen zijn. Ik kan ze schilderen tot in het detail. Ze komen vaak bij het hazenslaapje na het vroege uur, waarop ik in de nacht al wakker was. Kort maar indringend.

Een appje van vriendinlief. ‘Ga je mee naar het Paleis op de Dam’. Daar is een tentoonstelling van de werken van kunstenaars, die in aanmerking waren gekomen voor een prijs in de vrije schilderkunst, uitgereikt door de koning. Superleuk, maar het obstakel heet vervoer. Het openbaar vervoer is mijlen ver weggezakt en komt nauwelijks boven drijven als mogelijkheid. Misschien toch weer in gang zetten. Het zou wel de actieradius vergroten, want die is nu beperkt. Een ander appje met een voorstel voor de cursus Cyanotype met twee lieve vriendinnen. Een juichend ja, een nieuwe ervaring is de uitdaging bij uitstek. Spannend. Het neuriet in mijn hoofd: Blauw, blauw, hemelsblauw’. Een en ander moet worden voorbereid. Ik denk zeeën van tijd te hebben, maar ze smelten als sneeuw voor de zon.

Gisteren was mijn eerste bezoek aan de fysio. Heerlijk om weer wat te lopen op de band en daarna de ademhalingsoefeningen om de trap minder snel een mijl op zeven te laten zijn. Inademen bij stap één, vasthouden bij stap twee en uitademen bij stap drie. Iedere drie treden bewust ervan te zijn, is de opdracht. Het half uur vloog om. De stagiair die me begeleidde, hield me nauwlettend in de gaten. Een arm voor me en een arm achter me. Elke misstap is een leerpunt, zowel voor hen als voor mij.

Daarna langs de kringloop, waar ik een grappige groene baggy broek vind, die als gegoten zit. Malle modellen zijn zeer aan mij besteed. Dat hoort bij het wandelen buiten de gebaande paadjes. Altijd al gedaan. Het brengt leven in de brouwerij. Voor me stond een mevrouw met alle tijd van de wereld en in de kennelijke eenzaamheid vervulde ze haar behoefte door een lang praatje af te steken. De vrouw achter de kassa knikte steeds beamend, waarbij haar glitter make-up beurtelings straalde. Toen ik eindelijk aan de beurt was, zag ik dat het perfect matchte met de aubergine glitter legging. Dat was in mijn glorietijd bij het werken in de kringloop de kunst. Kleding tegen te komen, waar je met gemak een hele eigen twist aan kon geven door te mixen en te matchen. Toen ik met de buit naar buiten ging, vielen de leeggepikte zonnebloemen op. Drie stuks vol fleur in het rommelige struikgewas. Met de zon in het hoofd trok ik huiswaarts.

Vanmorgen vloog er zowaar nog steeds een gierzwaluw door de lucht en ik had er gisteren ook een paar gezien, minder talrijk dan andere jaren. Ze zijn opmerkelijk laat. Misschien door het regenachtige weer. Het kunnen ook doortrekkers zijn uit Noord Europa. Ze zingen het lied van verlangen en zijn een open boek in de weersvoorspelling. Hoog dan blijft het zonnig, laag dan volgt er regen. Deze einzelgänger had, met het mooie weer, eindelijk weer eens een reden om hoog te vliegen.