Uncategorized

Ik kom terug

Ik zit in de wachtkamer van Zorg voor de Zaak, mis de verse koffie, de afleidiende filmpjes aan de muur, desnoods een lekker deuntje muziek, zoals bij de tandarts, die ervoor zorgt dat ik me totaal ontspannen in haar stoel vlei. De tafels, robuust vervangen door zakelijk eiken met staal, de beduimelde eeuwig niet interessante lectuur erop, de Heugaveld tegels in een schreeuwend roze/rood/paars eronder.

Ik leid mijn gedachten naar het licht. Daarvoor moeten ze langs de kale wanden naar boven toe, want de nok bestaat uit systeemglas of kunststof. Ijzeren deugen doorsnijden het zerk. Gevangen in een wereld van sombere gezichten. Af en toe klinkt er een hoorbare zucht. Geen vriendelijke open balie waar je je moet melden maar een kippenhokje, waar achter de balie een alleraardigste betrokken mevrouw schuil gaat achter haar grote allesweter, het scherm.

Af en toe vang ik nog net een glimlach van haar op. Een voor een worden mensen weggeroepen en komen weer terug lopen. Ik verbaas me dat sommige met z’n tweeën zijn. Maar ach, dat is mijn eigen deformatie. Ik doe heel vaak de bezoeken aan allerlei instanties alleen. ‘Dop je eigen bonen’ is een gegeven dat ons thuis met de paplepel werd ingegeven. Dat heb ik in het leven iets te sterk uitgewerkt. Het zorgde ervoor dat ik menigmaal een deur, die geopend werd, even hard heb dichtgeslagen. Geen onwil, maar gewenning. Die Bonen en de vuile was die je binnen de deur diende te houden. Privé en de buitenwereld strikt gescheiden. Een mens leert gelukkig zijn leven lang. Dat raakte ik op den duur kwijt, maar ik reken me altijd nog veel meer mans of liever ‘vrouws’, dan ik in feite ben.

Ik was veel te vroeg, had eerst verloren rond gelopen op het verkeerde stuk Kanaalweg en was daarna al hijgend en met een belletje erachter gekomen dat ik te vroeg naar de afspraak wilde. Een uur later pas, want nu was mevrouw Zus en me Zo aan de beurt. Ik wenste mevrouw Zus en me Zo via de welwillige informante succes en dook de Bouwmarkt in op zoek naar nostalgische hangplanten om een heel uur stuk te slaan. Ze hadden niet wat ik zocht aan geborgen verleden. Daarom was ik ruim een half uur te vroeg in de wachtkamer van Zorg voor de Zaak en kon ik elk detail minutieus de revue laten passeren. Het vriendelijke gezicht achter het scherm had me opgetogen meegedeeld dat ik een brief van februari had gebruikt, waarop half elf prijkte en niet de half twaalf van een maand later. Niet zij waren in de war, maar ik. Zij verblikte of verbloosde niet in al haar vriendelijkheid en ik besloot daar in mee te gaan.

116

Wachtkamers zonder afleiding zijn een bron van het kleine vermaak, want de projectie valt op alles wat aanwezig is. Eindelijk werd ik geroepen. Kordate mevrouw, afgemeten handdruk, blik van herkenning en het voorbenen naar de kamer. Na mijn relaas, een feitelijk verslag, de diagnose. Voorlopig volledig arbeidsongeschikt tot alle onderzoeken en bezoeken achter de rug waren, aangevuld met wat verhalen van ‘erge’ gevallen in de overtreffende trap. Nog even de ins en de outs doorgenomen en daar stond ik met dezelfde gründlichkeit weer buiten, binnen tien minuten.

Vonnis in een stempel op het voorhoofd gedrukt of toch niet. Niemand was verbaasd of keek er van op toen ik de trap af daalde. Ze keurden me geen blik waardig. Onbestemde gevoelens kennelijk vastgehouden door beduimelde blaadjes en hier en daar een Iphone. Onzichtbaar arbeidsongeschikt, ook dat nog. Ik wist dat het zou gebeuren en toch is het ineens een zekerheid die de tredmolen in werking zet. Sussend einde van mijn gouden loopbaan, gelukkig een afscheid op mijn eigen vertrouwde school met liefde beleefd en nu tussen de wal en het schip zachtjes over boord van de arbeid gegleden.

Zo dramatisch is het niet, al had ik een en ander anders voorgesteld. Er zijn mogelijkheden te over, maar de constatering van het feit in een nuchtere zakelijke omgeving is een andere dan de ginnegappen, die ik er met mijn mede hartenvrienden op de revalidatie over maak.

Ik hou vast aan het laatste mét de oude energie, die in een nieuwe, andere baan om het bestaan wordt geleid. Al weet ik nog niet hoe, Wereld, ik kom terug.

 

Uncategorized

Wereldrijk, hemelsbreed en grenzeloos

Ik val binnen in de documentaire over Krisztina de Châtel.  Een dans door jonge Hongaren in een eenvoudige lichtblauwe korte broek en hemdje, een aantal mannen en twee vrouwen, die corresponderen met de droge, stoffige aarde. Hun korte werkmansschoenen laten het stof in de maat opwaaien. Alle elementen worden gebruikt om mee te spelen in de dans, tot aan het ruisen van de verkleurende bladeren toe. Het was alsof de kleur zo snel veranderde als de duur van de passen van de dansers.

070

Dan klinkt er een Hongaarse Csardas en als ik mijn ogen dicht doe, dans ik met een van de jongens van de volksdansclub en draai in het rond. Ik was er niet goed in, kon me niet uitleveren aan de leidende rol van de man en brak door alle vloeiende bewegingen heen. Toch traden we er mee op en de techniek beheerste ik op het laatst wel, al was de echte balans ver te zoeken. Mijn Hongarije betekende prachtige ruisende onderrokken en rokken, Wijde mouwenblouses, eindeloze stof gerimpeld en maagdelijk wit, de zwarte hessen met de tressen en de hoedjes, frivool, stoer of schalks op het hoofd gezet, de franjes aan de hoofddoeken en de flessen op het hoofd, de ontlading bij het publiek als bleek dat ze los op het hoofd stonden.

082 (2)

Deze jonge moderne dansers dansen de Hongaarse opstand in een ruime witte broek en shirt en hebben een dichte gazen doek over het hoofd gebonden.  De grimmigheid is gewekt. De kleding en daarmee de lijven hebben het sobere, de keur van de eenvoud. Hun bewegingen draaien en duwen het lijf in een beeld van onderdrukking, een gevecht tegen de armoe en het opgelegde gezag van het communisme.

De choreografe zit in haar ouderlijke woning in het mooie grote oude huis waar iedere kamer haar herinneringen wakker roept. Bij de mooie kast, de schilderijen, de oude meubels en in het gefilterde licht vergelijkt ze haar eigenschappen met die van haar vader. Haar vader die in zijn agressie de genegenheid van het kleine meisje opzij schoof om zijn macht aan te wenden. Het moment waarop ze zich realiseerde dat hij te ver ging en dat ze beter maar weg kon gaan, vertelt ze met een zekere berusting. De trein bracht haar ver over de grenzen heen. De dans in de aarde laat het beeld zien van een trein in diens cadans, de vooruitgang, het schuren en de ‘rails’achtige groeven in de aarde. Op elke wijze vertelt ze in haar choreografieën de eigenschappen van de beweging der dingen, de kracht van haar dans. Elk beeld op zich boeit en blijft dicht op de huid zitten. Juist de schoonheid van het kleine te zien, die los te weken van het gewone, de realiteit en verschillende beroepen in een compleet andere weergave te brengen, zorgt voor het sterke effect. Daarbij onderstreept elke noot van de muziek haar choreografie.

072

Als ze een syncope in de dans mist, klopt het niet en voelt ze de disharmonie bijna lijfelijk, omdat het de kracht uit het stuk haalt en daarmee haar schepping onderuit. Ze foetert met de agressie van haar vader in bijtende bewoordingen en vertrekt naar huis om niet in zijn valkuil te vallen.

In Hongarije wordt ze weer het kind, die verwondering haalt uit de natuur en alles wat haar omringt, met de weemoed van de herinnering.  Het beeld van het silhouet van de choreografe, naast de filmbeelden over de hele breedte van de muur van het huis in de vallende schemering, onderstrepen het fantastische en vernieuwende werk in al haar bescheidenheid. Ze verdiept en haalt de kracht uit elk element dat een podium kan bieden of sterker nog, ze ziet de mogelijkheden om alles naar de hand van de dans te zetten. Krisztina de Châtel. Haar podium is wereldrijk, hemelsbreed en grenzeloos.

 

Uncategorized

Wie weet

Niet kunnen slapen, alweer niet. Maar ook niet de concentratie op kunnen brengen om te lezen. Er liggen al een paar maanden vier boeken met smart te wachten. Die smart is ingebeeld door mij, omdat het me voor een boek het ergste lijkt wat hem kan overkomen, dichtgeslagen te blijven. Geen letter die er tussen uit breekt. Het brengt me even terug naar vroeger, al langer geleden. Naar een project over sprookjes en het grote sprookjesboek dat ik gemaakt had en waar de sprookjesfiguren uit ontsnapt waren en door het bos liepen. Hoe blij zal je zijn als kind, als je daar ineens roodkapje tegenkomt, hoe angstig om oog in oog te staan met  de wolf. Het was een heerlijk verhalend ontwerp en zelfs de notenkrakerssuite kwam voorbij, omdat het kamp in de herfst was en de noten voor het oprapen lagen.

003

Een van de mooie Jenaplan principes is om het kamp aan het begin van het jaar te houden en zo een veel positievere bijdrage te leveren aan de groepsvorming en de relaties onderling. Met kamp beleefden we wilde avonturen op locaties die tegenwoordig door de kostbare financiële kant niet meer te evenaren zijn. Het Zeehuis kwam toevallig van de week ook nog even langs op Facebook. Zee en een sprookjesachtig enorm huis op het duin, met een galm in het trappenportaal, waar menig chorale naar verlangen kon. De zilte zeelucht deed de stadse bleekneusjes al gauw verdwijnen en binnen het korte tijdbestek van minder dan een week zaten er alleen nog maar echte zeeschuimmarcheerders aan tafel, die onvervaard het avontuur tegemoet togen, door bos en duin en over het koude strand. Zand in de haren, zand in de bedden, zand rond de putjes van de douche, de natte lappen aan de kapstok met de druipende laarzen eronder. Het was en bleef een feest.

002

Neptunus kon nergens zo theatraal en glorieus uit het water verrijzen als daar in Bergen en het was de plek bij uitstek om een onvervalste zeeheks tegen het lijf te lopen, of een piraat in een boom te vinden met een schatkist vol dropdukaten. Kom daar nu nog maar eens om. De aangespoelde zeemeermin op het strand werd de wind uit de zeilen genomen door een nudistenechtpaar, die er vlak naast aanstalten gingen maken om een duik te nemen in het ijskoude herfstnat, maar de pret was er niet minder om. Later op het geïmproviseerde podium in de conversatiezaal kreeg ze alle aandacht en werd ze met egards behandeld. Verhalen die op het netvlies blijven, een leven lang.

De voorpret was al een succes en kon niet meer stuk bij het zien van die gespannen of verwachtingsvolle toetjes en de de gnuivende blikken. Alles was mogelijk en het kon niet gek genoeg. Met tijden als deze, waar de lediggang zonder kind toeslaat, verlang ik er met ziel en zaligheid naar terug. Al staat de keerzijde ook in mijn geheugen gegrift. De vermoeidheid na nachten niet slapen, hanenwaken, kinderen tellen, verantwoordelijkheden prioriteit geven en daarna pas zelf aan bod komen. Dag en nacht in touw zijn en op de toppen van de mogelijkheden, die inzet volhouden tot de bus de parkeerplaats voor de school opreed.

zeeheks

Nachten wakker zijn met een reden is wat anders dan nachten doorhalen onder grote afwezigheid van een Klaas Vaak, een honderdtal schapen of een zandmannetje dat vergeet te strooien. Tijd om een nieuwe poging te wagen en misschien wel te dromen van een zeewieren heks met schelpenscheermessen als nagels. Wie weet.

 

Uncategorized

Nu de wandel aan te gaan

Het is al laat. Normaliter lig ik lang en breed op een oor. Vandaag kan ik niet slapen. Er zijn een aantal factoren, die bijdragen aan mijn peinzend gemoed. De vraag van een van mijn vriendinnen vandaag, hoe dicht ik bij mezelf durf te zijn en blijven. De zorgelijke blik van de longarts bij het zien van mijn benauwde staat van zijn na het aantrekken van een t-shirt en een trui en de uitvoering van het Gesammtkunstwerk ‘Waarheen leidt de weg’ onder regie van Ellen Blom. Zes verschillende verhalen over de levensweg die een mens te gaan kan hebben. Het was, in al die zes gevallen, een door omstandigheden gekozen weg, moeizaam vaak, met obstakels. Vormend, vullend, voegend. De prachtige uitvoering waarbij muziek en koor indringend deze wegen leiden, haken diep in en laten niet los. Ik moet het afkijken tot het einde. Een requiem, het eerbetoon aan deze zes getrotseerde wandelingen door het leven, een afscheid van de gebiedende bron.

IMG_7512

Alsof het vandaag de dag van bezinning bij uitstek is wandelen vriendin en ik in stilte de majestueuze lanen van het oude Amelisweerd af. Het leven komt tot ons in al haar details. De specht die zijn weg kiest en hamert op de boom, de buizerd die zijn boodschap roept naar de eindeloze verte achter de hoge kruinen in de hemelsblauwe lucht. De kleine vink die in alle eenvoud op een paar stappen afstand gewag maakt van zijn aanwezigheid. Het bos ritselt en ruist door de weldadige stilte heen.

Het indringende gesprek daarna zet mijn denken op een ander plan, roert toegedekte waarden aan en diep weggestopte emotie. Door pijn en verdriet te benoemen mag het er zijn, hoeft het niet verbloemd te blijven in mooie bewoordingen of een positieve draai. Tegelijkertijd vraag ik me af of positief benoemen van het leven per definitie de rauwe randen van het leven verloochent, of dat het er mag zijn naast elkaar. Waarom benoem ik ze dan niet vaker. Is het de angst voor de ontmoeting met die schrijnende kanten van het leven en haar onherroepelijke eindigheid. Tijdens het muziekstuk ’s avonds, dat in indringende klanken tot me komt, waarin men schetst hoe geloofsovertuigingen en levensbeschouwingen bepalend kunnen zijn voor het leven, tolt en roert gevoel, woedt haar weg in vragen en een zoektocht naar antwoorden.

In een samenbundeling van indrukken maken sommige impressies zich toch weer los om door te blijven pratten in mijn hoofd, tussen de beelden door die op het netvlies zijn verschenen. Ik ben er nog niet los van, ik heb geen idee waar deze weg toe leiden zal. De hele avond staat in het teken van een leven met een moeizame voedingsbodem, geen huisje boompje beestje, maar het ontwortelde leven, dat toch een weg heeft weten te vinden. ‘Luister naar je lichaam’ heeft een andere betekenis gekregen na vandaag, maar de ware oorsprong ligt dieper nog, dan die van dit moment. ‘Laat het leven toe’ is wat er in me opkomt, laat het toe in haar liefde en haar lijden met haar zonlicht en met de zware slagschaduw aan bewolking. Vindt balans in haar veelzijdigheid. Geef het een stem.

IMG_7507

Het verhaal van de Turkse vrouw in de uitzending van vanavond blijft daarom dicht bij me. Haar ontroering wordt de mijne als ze vertelt, hoe haar te jonge moeder haar zelfgekozen uitweg heeft gevonden, omdat ze geen stem meer had voor alles wat haar overkomen was. Haar kind-zijn had men weggenomen eer het tot volle wasdom was gekomen. De dochter besloot om haar moeder een stem te geven door er te zijn en van zich te laten horen, door op te staan tegen de geldende regels en normen. Wat een dappere moedige vrouw. Wat een heldendom. Die weg, het vinden van de stem voor mijn waarheid door er simpelweg te mogen zijn, ligt in al haar facetten open. Nu de wandel aan te gaan

Uncategorized

Aangekleed gaat uit

Voor een herinnering van vroeger die ik ooit geboekstaafd heb in mijn aantekeningen van een aantal jaren geleden, spitte ik hersenspinsels door.  Ik zocht een stukje over mijn moeder, die zich opmaakte voor een avondje uit. Ooit had ik dat beeld gevangen in woorden. Het was naar aanleiding van Wauwel, die op Twitter een gedenkwaardig fragment uit het oeuvre van de dichter F. Starik aanhaalde. Wauwel(synoniem voor Rein Bijslma) vond dit  stuk over de moeder zijn meest verpletterende stuk omdat het zo herkenbaar was. Ik moest direct denken aan mijn moeder vlak voordat ze met mijn vader uit zou gaan, terwijl ze onder het felle licht van de badkamer haar toilet maakte.

Gisteren in Brugge, in de low budget hotelkamer had ik met mijn dochters een zelfde moment. We stonden ieder voor een van de drie spiegels. Ruimte was er nauwelijks in de kamer, maar spiegels waren er des te over en we poederden, smeerden, veegden en streepten ons naar een acceptabele buitenkant toe. In een van haar dagboeken stond ergens een opmerking over de buitenkant, die zo hemelsbreed van de binnenkant kon verschillen en daarbij doelde ze op dit betere plamuurwerk.

012

De grootste gemene deler van het hele weekend was de herkenbaarheid en toch ook net weer niet. Zwart was favoriet voor de basis, eenmaal aangekleed begon de metamorfose, die bij alle drie slechts mondjesmaat werd toegepast. Crèmetje smeren, een fond de teint erover, streepje oogpotlood onder de ogen of eyeliner er boven al naar gelang, mascara op de wimpers en bij mij die eeuwige lippenstift. Vleugje parfum en aangekleed gaat uit. Jammer genoeg ben ik vergeten om dat kostbare moment vast te leggen. Wij drieën om die spiegel gegroepeerd was op zich al een belevenis. De prent van het opmaken van mijn moeder zit ook alleen maar in mijn hoofd.

021

Het nadeel is dat ik jullie daar visueel niet in kan laten delen, maar wel in een vluchtige schets. Stel je de kleine badcel in de Amandelstraat voor. Deur aan de linkerhand, wastafel tegen de muur er tegenover, er naast in een wonderlijke nis het bad, tegelijk ook de gelige douche/annex spoelbak voor de spinazie en andere te lezen groenten, omdat er weer twee houten klepdeuren in de bijkeuken uitkwamen. Mijn moeder in het licht van de ronde badkamerbol.  Haar gezicht hangt vlak voor de spiegel, waarvoor ze zich licht voorover moest buigen over de wastafel heen. Ook zij smeerde eerst een crèmetje, daarna de poeder met een donsje. De zorgvuldigheid bleek uit de blik die ze er bij trok. Ze monsterde nauwkeurig elk vlekje, een verdwaalde grijze haar of aangeschoven rimpel door de tand des tijds. Af en toe was er een hoorbare zucht. Bij haar ging er wat kleur op de oogleden, blauw om de blauwe kijkers te accentueren, en wat zwarte mascara. Een borstel of kam door de haren, haar wijsheid, die in vetbulten op de hoofdhuid lag, moesten zorgvuldig bedekt door de dikke was-en watergolf. Lippenstift op de getuite lippen, weer die zucht. Aangekleed gaat uit.

verjaardag

Mijn moeder was een schoonheid met haar wat bleke huid en de zwarte haren, die te vroeg kommervol grijs zouden kleuren. Als kind vond ik alles mooi aan haar, alleen haar benen kon ik niet met de mantel der onvoorwaardelijke liefde bedekken. Daar lagen de spataderen in dikke trossen op, daar had ze de badjas, de steunkousen en haar eigen schaamte voor bij de hand.

Nu, met beide dochters op een kamer, bedacht ik me hoe leuk het had geweest, als wij als zussen ooit die intimiteit met haar hadden kunnen delen. Kleine ergernis en onvoorwaardelijke liefde in een notendop tussen de muren van een te krappe hotelkamer. Gesnuif, geronk, gekrab, misschien wat gesnurk tijdens het nachtelijke wegdromen, omdat doezelen eerder tot de mogelijkheden behoorde dan een diepe slaap.

Ik koester het spiegelbeeld op mijn netvlies en voeg er dat nieuwe en kostbare aan toe. De twee dochters en ik. ‘Spiegeltje, spiegeltje aan de wand…door trots en liefde overmand.’  Aangekleed gaat uit.

 

Uncategorized

Hartverwarmend goud

Een weekend weg dat vergelijkbaar is met een tocht naar de Noordpool. Alles in verhouding natuurlijk hoor. Bij de echte poolganger bevriezen de wimpers en de lippen,  verglazen de tranen, blijft de glimlach star staan op het gelaat. Bij ons doofde het gevoel in onze handen, prikte de kou kleine gaatjes in de temperatuurregulatie van het lijf, stuurde de ijskoude oostenwind kierende wimpergordijnen, waardoor er een deel van de schoonheid verloren dreigde te gaan. Bij elke gelegenheid na een portie opgedane koude, doken we een tentje in, om warme koffie, wat hete soep, een warme maaltijd naar binnen te lepelen en weer op temperatuur te komen, om de opgedane behaaglijkheid weer met dezelfde snelheid in delen uit elkaar te laten spatten.

IMG_2709

Van alle weekenden in de lente van 2018 hadden we uitgerekend het allerkoudste uitgekozen voor een weekendje Brugge. Waar in de visioenen vooraf de grote markt met haar talrijke terrassen uitnodigend de armen had ontvouwen en uitnodigend de boottochten door haar vermeende Venetiaanse singels en grachten stuurde, hingen nu dikke wattenpoppen als Michelin mannetjes tegen elkaar aan. De van kou betraande gezichten sturend in de richting van de bootsman, die zijn verhaal in kleine ijspegelwolken bleef vertellen. De koppen draaiden naar links en rechts al naar gelang het commando. He was in weken niet zo koud geweest.

IMG_7441 Magritte

De zwarte glanzende koetsen met de palfreniers, die bedreven de paarden over de gladde keitjes stuurden, droegen diep weggedoken Bruggegangers, die niet eens meer de kou trotseerden om hun hoofden buiten de zwarte overkapping te steken. Dicht tegen elkaar aan kleumden ze hun ‘Bruggetrip’ bij elkaar. In het museum Groeningen was het lekker warm en derhalve was het nog nooit zo druk geweest bij het alleroudste handschrift van België en haar vaste collectie, terwijl ze onder andere een Magritte en Marcel Broodthaers in een nauwelijks te ontdekken hoek hadden verstopt. Natuurlijk namen we geen audiotour om de tijd aan onszelf te houden en derhalve was het bijna aan mijn neus voorbij geglipt. Wie zich brandt moet op de blaren zitten.

IMG_7459

De grootste surrealist, die een vervreemdende magische duistere sfeer opriep, kwamen we met zijn schilderijen en tekeningen tegen in een middeleeuwse pandje, die door de gruwelijke verbeelding geen lieflijke herinnering aan het eigenlijk zo prachtige oude bouwwerk met opkamers, kelders, gangen en nissen te over opriep, maar eerder een nachtmerrie had opgeleverd, die snel moest worden uitgewist.

IMG_7464

Brugge blijft een toeristenoord bij uitstek, zelfs als de Noordpoolwind door de straten waart, worden er hele busladingen Japanse, en Amerikaanse en Duitse toeristen los gelaten. De mondkapjes die wit en maagdelijk afstaken tussen de winterse duffelse dichtheid van wol, bont en nylon in, bleven halsstarrig op en hadden als voordeel dat de koude snijdende wind hen niet de adem benam. Smog was er in geen velden of wegen te bekennen.

IMG_2681

We hadden een paar belangrijke en ongelooflijke kleine parels gevonden in deze koude weemoedigheid. Dat was Books and Brunch waar we in het warme licht tussen de boeken een heerlijk goed verzorgd ontbijt konden nuttigen. De sfeer was aangenaam, de muziek onderstreepte dat met J.J.Cale en Bob Dylan en een aardige gerant, die alsof hij de voorzienigheid was, twee namenboeken op tafel neervlijde nadat Naomi met haar bolle buik, zich behaaglijk op haar plek had genesteld. Wat een warme aandacht sprak er uit zijn handelen en uit zijn heerlijke verse lafenis.

De tweede vonden we in een onooglijk klein eettentje op de barre voettocht naar het hotel. Daar bestierden twee hardwerkende ‘eigenaren’ van het restaurantje de bescheiden kaart. Het aantal plekken waren overeenkomstig klein, de aandacht en de hartelijkheid navenant groot en behaaglijk.  De zorgzaamheid spreidde zich als een warme deken over de verkilde ledematen uit. Helemaal opgewarmd konden we het laatste stuk wel aan. Brugge mocht dan koud zijn, de sfeer was van hartverwarmend goud.

Uncategorized

Heilzaam

Twee keer per week ga ik naar de Cardio-revalidatie. We zijn een kleine club mensen. Een bij elkaar geraapt doorsnee gemiddelde van de maatschappij. Een mijnheer die achter zijn bureau iets in de ICT doet, een buschauffeur, die al weer voorzichtig diensten aan het draaien is, een mevrouw, nog een mijnheer die er pas bijgekomen is en ik, een groepsleerkracht. Het sluit de reguliere pakkans op hartaandoeningen uit, we zijn te divers. Ook de aandoeningen lopen uiteen. Er is sprake van een lekkende hartklep, van een omlegging en een open hartoperatie, van drie stents in vernauwde kransslagaderen en bij mij, het kneusje van de zaal, de combinatie hart-en long-falen.

IMG_2109Fietsen door veld en beemd.(foto: Lem van der Linden)

We beginnen met handen desinfecteren en dan met fietsen. Ieder doet dat op een eigen tempo. Vooraf wordt de bloeddruk gemeten of de polsslag gecontroleerd. Daarna kunnen we los. Gisteren fantaseerde onze vaste fysio dat ze een beamerscherm voor onze ogen wilde hebben, zodat we semi door veld of beemd konden fietsen. Het maakt niet uit. Ik tel de cadans van diepe zuchten bij de anderen en moet constateren dat het fietsen me wonderwel goed afgaat. Op de schaalverdeling kruis ik doorgaans aan tussen redelijk lichte en redelijk zware inspanning. Langzaam voer ik mijn toerental op.

Terwijl wij vrouwen geen last heb van rood aanlopen of zweten zie ik de energie bij de mannen voornamelijk wegvloeien in vochtverlies, pioenrozen en gezucht en gekreun. Ze hebben het behoorlijk zwaar, als je op die symptomen af moet gaan. De cardiokampioen onder ons, die met de open hart operatie, haakt doorgaans het snelst af. Hij wrijft zijn nek droog met zijn meegebrachte handdoek en mompelt dat hij er mee kapt. Daarbij verblikt of verbloost hij niet.  De twee aanwezige fysiotherapeuten vinden het goed. Ieder mag aangeven waar de individuele grens ligt, al zullen ze het niet nalaten om de trede hoger te stimuleren.

004.jpgTeken-dagboek

De andere vrouw en ik geven geen krimp en trappen stug door naar de eindstreep van 30 minuten. Onze fietsen staan ook lichter en we gaan recht toe recht aan. We worden niet rood, we zuchten niet, we ondergaan en bikkelen door. Als ik in gedachte naar de vrijheid ben gefietst en ik er net ben aangekomen is het al voorbij. Dan volgt de onvermijdelijke vraag wat we nu weer eens zullen gaan doen.  Iets met de bal koos men gisteren. Maar wat. De ene fysio zit boordevol ideeën en we volgen haar. Terwijl we bezig gaan, ontwortelt langzaam de Cardio-patient en ontwaakt het kind in mij. We moeten naar elkaar gooien en vangen op diverse manieren, stoepranden op een witte streep, stoepranden op de rand van de hoepel en boter kaas en eieren spelen met pittenzakken en hoepels. Hoe kortademiger ik word, ik hijg me gek, hoe leuker ik het spel zelf vind.

0021-e1521194090582.jpgC’est moi: ‘En maar hoepelen’.

Ik gooi mezelf terug in de tijd en sta met mijn Terlenka rokje en mijn jack op de ene kant van de straat en mijn zus staat aan de overkant. We mikken met verve op elkaars stoeprand. De stemmen kletteren tegen de muren van de huizen op, de stemmen jubelen. “Ja geraakt, jij bent af’. Er waren veel stoepranden want nergens stonden auto’s geparkeerd. Verontwaardigd protest bij elke vermeende miskleun. We konden het heel lang volhouden. Ik krijg ook ineens zin in een potje kaatsenballen tegen de muur, net als mijn moeder vroeger tegen de schuurmuur. ‘Kaatsenbal, ik heb je al, ik heb je al gevangen.’ En hoepelen, want dat kon ik als de beste met vijf tegelijk. Waar ooit geen heupen zaten, werd de hoepel door de snelle beweging ervan weerhouden te zakken. Nu kunnen mijn brede moederheupen niet voorkomen, dat hij linea recta ter aarde stort.

Als ik, moe maar voldaan, weliswaar met een gekneusde pink, weer de lange gang van het ziekenhuis uit wandel, is niet alleen het lijf gelaafd, maar ook de geest. Waar zo’n klein uitstapje naar het verleden al niet heilzaam in kan zijn.

Uncategorized

Kunst (ont)moet

Het was weer een dag met glans, een zonnegloed, een gouden rand om de gebeurtenissen.

Te vroeg wakker geworden naar het begrip slaap. Dat was vervat in te weinig uren  en toch was ik meer wakker dan ooit. Zin in maar een ding. De belofte waarmaken. Voorlinden moest vandaag bezocht. De warmste dag van de week, zonnig, strakblauwe lucht, al het onderwijspersoneel dat eventueel vrij was niet in de musea maar in Amsterdam. Dit was een buitenkans dat benut kon worden. Zuslief geappt en het licht sprong op groen. Heenrijden, de auto dicht bij zetten, museum doorwandelen en weer terug. Goed voor de dagelijkse beweging en meer dan voldoende voor de voeding van de geest.

De tentoonstellingen, drie in totaal, allen nieuw, stelden niet teleur. Zoals tot nu toe nooit. We ontdekten al weer een voordeel ten aanzien van het bewonderen. Ga onder het lunchuur. De stroom bezoekers trok pas weer aan na twee uur aan en toen hadden we ons bezoek er grotendeels op zitten.

Bij het hyperrealistische beeld van Dawn van John DeAndrea ontspon zich spontaan een gesprek tussen een moeder en een dochter en mij. De dochter vond de vrouw, die daar in haar volle naaktheid levensecht zat te zijn heel erg eng. De griebels sidderden lijfelijk door haar heen. Nieuwsgierig keek ik naar haar lichaamstaal. Het gaf de verstilde vrouw die daar roerloos zat een mooie extra dimensie. De tegenstelling tussen echt en niet echt, leven en levenloos, realiteit en onwerkelijkheid vloeide er als een fluïdum om heen. De moeder, een broze vrouw met prachtig wit haar, een zachte craquelé huid en lichte ogen keek haar verbaasd aan. Ik was geamuseerd door de aanblik. De wat theatrale uitlating van de dochter, iet of wat aangedikt door de aanwezigheid van de moeder en haar verwonderde blik. Ik vertelde haar, dat ik het niet eng vond, maar fascinerend. De moeder viel me naarstig bij en onderstreepte met een voldaan knikje mijn mening. Het feit dat we daar met z’n drieën over aan het praten waren, de dochter de emotie kon tonen, het contact onderling, blikken die elkaar kruisten, overduidelijke taal van het lichaam en de roerloze vrouw, was precies waar de essentie van de kunst in tot uiting kwam. Het roert en maakt los in welk opzicht dan ook. Dat constateerden we tevreden en daarna gingen we onze eigen wegen weer.

De imperfectie van de handen en de voeten tegen de volmaaktheid van het gezicht en het figuur raakte me het meest. Het kunstwerk van Jeppe Hein erachter met zijn neonletters, die verkondigden wat we allemaal zouden moeten doen, afgezet tegen een aantal dingen die we moesten laten, was daardoor in een perfecte balans met deze roerloze tegenstrijdigheid. Het grote ‘Om niet’ zoals de regels van het gezonde leven zo krachtig verkondigen in het bestaan van alle dag in mijn positie, was de indringende factor. Duidelijk lichtte in het krachtige neon op wat het leven nog allemaal wél vermag. Troostrijk, een glas bijna vol…met een klein beetje ‘Niet’ eruit. Alles is betrekkelijk.

204

Er was te veel moois om op te noemen. Bovendien moet je er zijn, het voelen, de betekenis indrinken, het je eigen maken, verweven raken en dromen. Ten einde in de serene stilte van de installaties van Shilpa Gupta getroffen te worden door de diepgravende vragen, die ze stelt en onderstreept met een performance, die de ziel intens raakt. Door de eenvoud, door geluid, door de stilte, door de veelheid, door de perfecte imperfectie, door de titels, door het leven heen en hun verborgen identiteit. Haar ‘wheredoiendandyoubegin’ is een mooie zoektocht door het bewustzijn. Haar werk vergt tijd en bezinning. Elk onderdeel fascineert op eigen grond. De vragen, die gesteld worden, zijn oneindig en eindig tegelijk. Als ik de loop van de verdwijnende tekst onder het indringende ratelen te kort waarneem, weet ik dat ik hier te weinig tijd voor heb genomen. Genieten is tijdloos en zolang het duurt. Met een zucht laat ik die constatering weer gaan in de wetenschap dat ik er over twee weken weer zal zijn en dan elke gemiste kans kan uitvergroten tot in lengte der intentie van de makers.

Dat maakt kunst boeiend, de herhaling, het opnieuw beleven, de diepere laag aan mogen raken in een tweede zoektocht, zoals het lezen van een boek voor de tweede keer een andere lading aansnijdt. Het bewust zijn van wat het met jou doet. Het knopen van de losse eindjes. Mijn einde, jouw begin. Kunst (ont)moet.

Uncategorized

Tot in lengte der dagen

Vriendin  en ik hebben een nieuw werkwoord uitgevonden. Het heet wadenoijen. Als ik haar app vraag ik of ze aan het wadenoijen is. Ze antwoordt doorgaans met ja, want in haar nieuw verworven woning met atelier moet nog een hoop gebeuren. Het is een fantastisch huis op een prachtige plek. Er is ruimte en er zijn mogelijkheden te over, om bij weg te dromen. Heerlijk om op een nieuwe plek weer opnieuw te mogen starten met nieuwe dromen bovenop het bereikte leven Het kon alleen maar vreugde aanboren, ondanks wat tegenvallende perikelen.

IMG_2628.jpg

Op het moment dat ik dit schrijf is er op televisie een programma van de VPRO over Hiroshima in 1945 en het moment dat de atoombom valt. 80.000 mensen in een klap weggevaagd en een aantal overlevenden aan het woord. Hun verhalen branden in mijn ziel. Een dokter die op het punt staat een kind een injectie te geven in een dorpje vlak bij en daar de enorme flits, klap en paddestoel vol gif en vuil waarnam . Vrouwen die naar boven komen uit hun schuilplaatsen en alles wat was letterlijk in as verandert te zien. Heel Hiroshima en haar bewoners vergaan en in puin. Er viel radioactieve zwarte regen uit de lucht en er liepen verdwaasde, verbrande mensen in het rond. Hoe bouw je je leven weer op na zo’n desastreuze aanraking van het lot. In de rivieren dreven mensen als afval op de stroom. ‘Oerkracht van het universum’, vertelde Truman de mensheid. ‘De Hel van Hiroshima’ wist de dokter, die in allerijl een veldhospitaal oprichtte met een verpleegkundige. Het begin van het atoomtijdperk. De teloorgang van de mensenrechten. De hemel kleurde vuurrood en niet van liefde. De wanhoop schreeuwde, terwijl men de naasten en geliefden begroef in de vergiftigde aarde.

Atoombom op Hiroshima

Het is een indrukwekkend document wat men daar in sobere bewoordingen vertelt. Het verdriet en de ontzetting stond hen nog steeds in de ogen geschreven en klonk door in hun verhalen, de aanblik was te erg om, nog na al die jaren, in woorden te vangen. Dat was niet het leger, niet de vijand, niet de belagers van de Chinezen, de Indonesiërs, de Amerikanen, dit waren onschuldige burgers, de mensheid, jij en ik. Na al die ellende is er de herhaling op Nagasaki . Bij de capitulatie zei de keizer het volk het onverdraagbare te dragen, het onduldbare te dulden in naam van de vrede.

Als het verhaal daarna doorgaat en vertelt over de wetteloosheid van de stad bloedt de beschaving. Het naoorlogse leven start met de weeskinderen van de verwoeste steden in de handen van de bendeleden van de Yakuza. Dan ontstaat er een, zo mogelijk, nog veel schrijnender beeld. Kinderen die de grens van het toelaatbare niet meer kenden, die vooral geleefd werden door hun angst. De angst der onzekerheid in de handen van de bandeloosheid. Het contrast is schrijnend met het verloop van mijn eigen dag. Hoe begin je opnieuw als alles wat leven was, zo dood is verklaard door een dergelijke verwoesting met weken, maanden, jaren van naweeën in deze atoomstad. Als John Hersey niet had geschreven over Hiroshima, had men er tot de dag van vandaag niet geweten wat er was aangericht.

IMG_2629.jpg

Wadenoijen is een heerlijk werkwoord. Ik wadenooij, hij wadenooijt, wadenooij jij? Het nieuwe leven heeft al een voorsprong genomen in de bolletjes die boven de grond piepen, de dikke knoppen aan de planten, de voorzichtige spruiten aan de wilde rozen. Het nieuwe werkwoord staat als een huis, door deze wonderlijke speling van het contrast met die grote tegenstelling van leed en totale vernietiging. Ze staat vooral voor het nieuwe, de groei, het leven. Laten we nooit vergeten wat er in naam van de mensheid is aangericht, toen, later en nog steeds. Laten we toch vooral met z’n allen gaan wadenoijen. Tot in lengte der dagen.

 

 

Uncategorized

Bezint en gij vindt

Het is zo’n dag dat je voelt dat er een einde van een periode is aangebroken. Ik ben er aan toe, klaar voor, ondanks de nog immer tanende energie en de bovenmatige vermoeidheid zoekt de geest een nieuwe weg. Dat klinkt hoogdravend. Het is wel zo. Er moet voeding in. Vooralsnog staan er twee prioriteiten op mijn verlanglijst met stip aan top. Dat is Voorlinden op de eerste plaats, dat is nog een brug te ver, en Neo Rauch. Al het andere eromheen, dat voldoening zou kunnen schenken is niet meer dan het gebruikelijke doekje voor het bloeden.

Bij het ontwaken wist ik al dat ik zou gaan. Gekkenwerk, want het is een heel uur rijden voor een anderhalf uur lafenis en niets anders. Bovendien is het nog zondag ook. Dat is vragen om moeilijkheden, horden weekendgangers die een culturele tussenstop zoeken of schoonheidzoekers net als ik. In ieder geval is het gehalte aan leeftijdgenoten opmerkelijk hoog of hoger. Even spiegel ik me kwiek en jong tussen de verdorde handen die de catalogi omklemmen, tot ik me realiseer, dat ik met mijn magische kleine Ixus het zelfde beeld zal geven. Nieuwsgierigheid in gerimpelde huid gevangen. Het raam huilt nu ik, in bed, het beeld probeer te vangen van die speciale zondagmiddag in Zwolle, maar neemt de glans niet weg. Neo Rauch bolt op in de Fundatie.

img_2558.jpg

Gaandeweg mijn alleen zijn dringt het grote voordeel daarvan op. Kunst kan bijna niet met tweeën bekeken worden, tenzij je er een discussie of een hoorlezing aan vast wil knopen. Ik zegen de indeling met de vele banken voor de immens grote doeken. Daar trekken de ‘films’ aan mij voorbij, het kleine opschrijfboekje in de aanslag, om details, die zich scherper opdringen in dat vacuum tussen de mensenmassa om je heen. De blik geconcentreerd op de verbeelding, de aandacht gestold . Een nieuwe tactiek leer ik kennen. Je ziet een lege plek op een bankje, die je verovert. Letterlijk dien je je tussen de massa te wurmen. Ze zijn het niet gewend en schikken in, schuiven op. Je zit daar en begint te schrijven. De anderen lopen door, trekken verder en jij zit daar maar. Ineens is daar het gouden moment. Geen observant meer in de buurt, het doek stil en betekenisvol voor je, in volle glorie. Dat moment komt steeds weer opnieuw leert mijn nieuwe techniek. Als je maar geduld hebt. Kunst kijken is geduld oefenen. In die verscheidene zalen en in luttele uren word ik er een grootmeester in.

IMG_2584.jpgOok een klein juweel

Nog een ander fenomeen van het bezoeken van de tentoonstelling, doorspit de grote zalen met een redelijke snelheid en blijf hangen in de kleintjes. Daar hangen juweeltjes, waar nauwelijks iemand oog voor heeft. De Vinder van Neo Rauch is zo’n parel, daar, tussen het andere overweldigende aanbod van een explosie aan kleur, surrealisme en vervreemding, van verbeelding. Ieder doek is die film op zich en de verhalen eromheen zijn talrijk. Dan is daar ineens die subtiele vinder. Klein, snelle toets, maar niet minder indringend. Als aan de grond genageld blijf ik staan om vervolgens luttele seconden later in het doek te verdwijnen. Meegevoerd en verdwenen. Wie mij zoekt zal mij vinden, want net als de man, verlies ik kleine stukken van me zelf. Beetje bij beetje. Wie van sprokkelen houdt, zal de heelheid vinden. Ook dat ben ik.

IMG_2590.jpg

Als ik de drukte ontwijk, de lockers vind, de jas, de tas, daarna de deur uitsteven, zoals assepoes na een bal, weet ik dat ik gevonden heb, waarvan ik die ochtend zo zeker van was. De schoonheid als voeding voor de ziel, helend en heilzaam. Bezint en gij vindt, in variatie op een thema.

 

Uncategorized

De sjeu van het leven

‘Tja, nu moet je het bezuren.’ Mijn vader kijkt me aan met een blik van ‘eigen schuld, dikke bult.’ Het ligt op mijn tong om in de verdediging te schieten. Ik weet dat hij gelijk heeft. Het is half een. Ik lig in bed en zijn woorden rollen over mijn peinzend hoofd. Daarna vink ik af. Lekker glaasje wijn…Kras, kras, kras, kras. Lekker bakkie oploscappuccino in mijn geval…Kras, kras, kras, kras. De buit van deze week. Weer twee genotmiddelen van het lijstje af. Als je het alcohol en koffie noemt, voelt het als minder erg.

White Wine Glas.jpg

Dat mijn vader om de hoek komt kijken, heeft te maken met het verbod. Interessant detail. Mijn vader was politieagent en had de neiging om zijn wil als een olievlek over het gezin te laten vloeien. Daar was veelvuldig ‘om niet’ bij. Een verklaring kwam er niet. Het was niet en zonder gemaar. Soms ook, bij het betere dramwerk: ‘Hou je mond of je krijgt hem er vlak voor’. Wonderlijke dreiging, want het gebeurde bijna nooit. Het was het teken dat de maat vol was en we ons maar beter konden bezinnen, de reden van mijn uitvoerige gesprekken met mijn eigen opgroeiende kinderen. Eindeloze preken om wit te wassen, waarom sommige dingen niet mochten. Dat was als compensatie voor de eigen opgelopen deuken. Om ze tot in het oneindige te herstellen, tot vervelens toe, zodat het weer een item in de volgende opvoeding zou kunnen worden. Hoeveel golfbewegingen  herhalen zich op deze wijze.

Wat was de reden vroeger, dat ik me altijd wilde verdedigen, terwijl je op voorhand wist dat je het onderspit moest delven. Ik werd er een beetje stiekem van. Juist daardoor versterkte zijn afwijzing.  Net zoals het letten op mijn uiterlijk er voor gezorgd heeft, dat niemand het in zijn hoofd moest halen om ooit iets neerbuigends over het uiterlijk van een ander te zeggen. Daarvoor had ik wel een weg te gaan. Als puber zocht ik juist een ander die dikker was dan ik, om luidkeels te becommentariëren. Het was het koekje van eigen deeg, dat zoeter smaakte bij leedvermaak. Toen ik leerde reflecteren op eigen handelen, was dat voorbij.

Niemand besliste de laatste jaren, wat ik moest doen of laten. Nu zijn de zaken radicaal omgeslagen. Er is een macht die hoger is en meer grip heeft op mijn leven. Het lijf. De longaandoening sprak klare taal. Niet roken is duidelijk. Hart spreekt in vaderlijke nieten. Oneindig véél nieten. Niet te zout, niet te vet, niet te cholesterolrijk, niet de alcohol, niet de suiker, niet… Whaaaa, het gebod regeert en daarmee de saaiheid der dingen. Koffie nemen en het moeten bezuren, wijntje nemen en met de gebakken peren zitten, dropje eten en weer een bloeddrukpil erbij. Lever is zo langzamerhand een chemische fabriek geworden. Ik ontbijt met pillen in een kwarkdressing en het grote genieten is er niet meer bij. Van genotmiddelen worden het verbodsmiddelen. Het scheelt drie letters, maar het is een wereld van verschil. Het piekeren over al die zaken veroorzaakt stress. Stress en hart gaan niet goed samen, dat verhoogt de bloeddruk maar. Wat is wijsheid.

IMG_8086.jpg

Ik haal Zen als compensatie. In de natuur, in de kunst en in het van me afschrijven. Dus krijgen jullie het op je bord. Driewerf Mea Culpa. Ergens moet dat ei gelegd. Wat zeg ik? Ei? Dat was ook ‘Niet’ toch of wel. Daar komt mijn vader al aan gesneld. ‘Oké, oké, ik ga al slapen.’ Rusten moet, al zou dat veel beter gaan zonder al die Nieten. Mijn slaapmutsen zijn me ontfutseld, maar weer een pil is mijn eer te na. De knop moet om, maar tjonge, wat is dat lastig zeg. Ze braaien de boter eruit, de sjeu van het leven.

Uncategorized

De sjeu van het leven

‘Tja, nu moet je het bezuren.’ Mijn vader kijkt me over zijn leesbril aan met een blik van ‘eigen schuld, dikke bult.’ Het ligt op mijn tong om in de verdediging te schieten. Ik weet dat hij gelijk heeft. Het is half een. Ik lig in bed en zijn woorden rollen over mijn peinzend hoofd. Daarna vink ik af. Lekker glaasje wijn…Kras, kras, kras, kras. Lekker bakkie oploscappuccino in mijn geval…Kras, kras, kras, kras. De buit van deze week. Weer twee genotmiddelen van het lijstje af. Als je het alcohol en koffie noemt, voelt het als minder erg.

White Wine Glas.jpg

Dat mijn vader om de hoek komt kijken, heeft te maken met het verbod. Interessant detail. Mijn vader was politieagent en had de neiging om zijn wil als een olievlek over het gezin te laten vloeien. Daar was veelvuldig ‘om niet’ bij. Een verklaring kwam er niet. Het was niet en zonder gemaar. Soms ook, bij het betere dramwerk: ‘Hou je mond of je krijgt hem er vlak voor’. Wonderlijke dreiging, want het gebeurde bijna nooit. Het was het teken dat de maat vol was en we ons maar beter konden bezinnen, de reden van mijn uitvoerige gesprekken met mijn eigen opgroeiende kinderen. Eindeloze preken om wit te wassen, waarom sommige dingen niet mochten. Dat was als compensatie voor de eigen opgelopen deuken. Om ze tot in het oneindige herstellen, tot vervelens toe, zodat het weer een item in de volgende opvoeding zou kunnen worden. Hoeveel golfbewegingen  herhalen zich op deze wijze.

Wat was de reden vroeger, dat ik me altijd wilde verdedigen, terwijl je op voorhand wist dat je het onderspit moest delven. Ik werd er een beetje stiekem van. Juist daardoor versterkte zijn afwijzing.  Net zoals het letten op mijn uiterlijk er voor gezorgd heeft, dat niemand het in zijn hoofd moest halen om ooit iets neerbuigends over het uiterlijk van een ander te zeggen. Daarvoor had ik wel een weg te gaan. Als puber zocht ik juist een ander die dikker was dan ik, om luidkeels te becommentariëren. Het was het koekje van eigen deeg, dat zoeter smaakte bij leedvermaak. Toen ik leerde reflecteren op eigen handelen, was dat voorbij.

Niemand besliste de laatste jaren, wat ik moest doen of laten. Nu zijn de zaken radicaal omgeslagen. Er is een macht die hoger is en meer grip heeft op mijn leven. De longaandoening sprak klare taal. Niet roken is duidelijk. Hart spreekt in vaderlijke nieten. Oneindig véél nieten. Niet te zout, niet te vet, niet te cholesterolrijk, niet met alcohol, niet met te veel aan suiker, niet… Whaaaa, het gebod regeert en daarmee de saaiheid der dingen. Koffie nemen en het moeten bezuren, wijntje nemen en met de gebakken peren zitten, dropje eten en weer een bloeddrukpil erbij. Lever is zo langzamerhand een chemische fabriek geworden. Ik ontbijt met pillen in een kwarkdressing en het grote genieten is er niet meer bij. Van genotmiddelen worden het verbodsmiddelen. Het scheelt maar drie letters, maar het is een wereld van verschil. Het piekeren over al die zaken veroorzaakt stress. Stress en hart gaan niet goed samen, dat verhoogt de bloeddruk maar. Wat is wijsheid.

IMG_8086.jpg

Ik haal Zen als compensatie. In de natuur, in de kunst en in het van me afschrijven. Dus krijgen jullie het op je bord. Driewerf Mea Culpa. Ergens moet dat ei gelegd. Wat zeg ik? Ei? Dat was ook ‘Niet’ toch of wel. Daar komt mijn vader al aan gesneld. ‘Oké, oké, ik ga al slapen.’ Rusten moet, al zou dat veel beter gaan zonder al die Nieten. Mijn slaapmutsen zijn me ontfutseld, maar weer een pil is mijn eer te na. De knop moet om, maar tjonge, wat is dat lastig zeg Ze braaien de boter eruit, maar dat is nou juist de Sjeu van het leven.

 

 

Uncategorized

De keuze is aan ons

Poes Pluis wilde naar buiten vanmorgen. Dat was op zich verwonderlijk, want het regende. Als tante Pluis ergens een hekel aan heeft dan zijn het natte pootjes. Maar er is op het balkon iets dat aanlokkelijker is dan de ergernis. Gisteren kocht ik in de supermarkt een zak met pinda’s. Pelpinda’s zegt de zak. Ik kocht ze in een opwelling.

Eigenlijk weet ik dat, met tijger Pluis regelmatig op balkon, het geen sinecure is voor onze lieve gevederde vrienden om ook maar een pinda uit de dop te pellen.Ik was gisteren naar de Botanische tuinen gegaan ter afleiding. Er was te veel hartzeer over mijn afzegging voor de benefiet avond van verschillende bands voor vriend en zanger Hans, die nu van bovenaf moest toezien of de kabels goed gelust zouden worden en voor Matchis, het Nederlandse centrum voor stamceldonoren. Lijden? What’s in a name? Het had hem te veel strijd gekost en er mocht een goed gevulde avond met alle betrokkenen tegen over staan. Maar ik redde het niet. Dat voelde vreemd, buitengaats, bezijden, buiten spel zelfs.

stenen

Er moest wat bezinning in. Waar kan je dat beter halen dan tussen het groen. Naar de eigen tuin durfde ik niet. De laatste storm had flink huis gehouden en nogal wat schade aangericht. Ik wilde niet de confrontatie aan met de erbarmelijke omstandigheden. Het komt, dat voel ik, maar later. Zoals alles komt. Later en soms te laat, net als dat grote feest van verbondenheid gisteravond. Gelukkig hadden we onze herinnering al samen laten stromen in een mooi gedenkteken van stenen in een schaal. Mijn steen, dat kon bijna niet anders, was in de vorm van een hart.  Het werd vergezeld door gemeende mooie woorden, een dichtregel, een wens ook. Dat laatste geeft een stuk van jezelf weg en een stuk voor hem, de herinnering, maar ook een fractie van voortgang voor zijn vrouw, die er samen met de kinderen alleen voor staat en eindelijk zorg en verdriet letterlijk een plek zal weten te geven. Een weg te gaan.

IMG_8077.jpg

In de Botanische tuinen zocht ik de rust in de hoge bamboestammen, die kaarsrecht de serene rust uit straalden. Strelende schilderpracht kwam langs in het beeld van de hoge grassen met hun roodgemutst gemoed en het oog ving het klaterende water van de fontein in een schoonheid, die later de beleving zou aanscherpen. Daarna vond ik de enige stilteplek in het hele oord. De vogelhut.

IMG_8162.jpg

Ik stond alleen in de kale houten ruimte met ramen rondom, zoals ik mijn eigen hut op de tuin zou wensen. Een atelier waardig. Voor de getinte ramen hingen de vele voederplaatsen. Ze werden druk bezocht, door roodborst, vinken, mezen en zelfs de bonte specht. Door het struweel ving ik een glimp op van een veldmuis, klein bolletje, dat ontroerend tussen de bruine bladeren scharrelde. De specht hield vooral mijn aandacht gevangen. Daar, in die blokhut, met de ogen op het leven gericht, vielen in een petit moment alle gedachten samen en vloeiden in een nieuwe energie.

IMG_8134.jpg

Ze ontlaadde zich in de onmogelijkheid van de pelpinda’s op de weg terug in de supermarkt. Geen vogel koos het balkon zolang Pluis daar huis hield. De realiteit onder ogen zien, de waarheid kennen, het leven nemen zoals het zich aandient, maar dan…de energie in het nieuwe innerlijke hart, de poëzie in de kleine stenen.

Het is in eigen hand. De stilteplekken en het leven. De keuze is aan ons.

Uncategorized

Handen en voeten

Hij wandelt mijn leven weer binnen, zoals hij ooit, eens, op het allerjuiste moment zijn relativerende levenskunst voor me open spreidde in kleurrijke voorstellingen. Kleurschakeringen, die het oog streelden, de eenvoud van de maker als verlengde van de eenvoud van de grote visionair, klein van lijf, maar groot in denken. Een muis, die afwijkt van de norm. Die ingaat op zijn gevoel en daar antwoorden voor heeft gevonden. Die de kunst van het leven beheerst. Wat heeft een mens nodig, als aanscherpende blikverruimer? Een warme zonnestraal, kleur en woorden om er betekenis aan te geven. Meer is het niet en het juiste moment om ze te lanceren, bijvoorbeeld op een koude winterdag als de harten doortrokken zijn van koude, de magen troosteloos en leeg, de wereld een diep tranendal, dan is daar Frederique muis, met zijn heilzame werkende verzameling levenskunst.

Frederick

Wat een prachtige filosofie in een notendop, wat zeg ik, in een kleine muis samengebald, omdat groots en meeslepend niet perse brengt, waar deze muis mee weet weg te trippelen. Hij roert en raakt de kunst van het leven en voedt daar de omgeving, zijn wereld, dé wereld mee.

Even later lees ik op de FB-pagina van het literatuurmuseum een memento over Nescio’s natuurdagboek, geschreven door Roman Helinski. Nescio is in mijn ogen binnen de literatuur ook de kleine grote man. Eerst Nescio lezen en dan sterven was het credo dat we mee kregen in die zestiger en zeventiger jaren. Het werd cult. Later, toen daar de scherpe hoeken van waren af gesleten en de dunne deeltjes hun geheimen pas echt openbaarden,drong het tot in elke vezel door, want vooral het ongeschrevene was de verdieping in zijn verhalen, zoals zo vaak. Het omver kegelen van de heilige huizen bleek in de roerige hippie-jaren koren op de molen, maar het was met name zijn blik waarmee hij de natuur bezag, die mij ontroerde. Dát is de blik van de waarachtige kunstenaar, die kleurschakeringen ontdekt in een blad van een struik en die weet dat de lucht oneindig veel blauwtinten met zich mee voert. Die zich groot voelt in zijn eigen klein zijn en klein in het oneindige grootse.

Tekst van Nescio op de spoorbrug in Nijmegen

Het moest zo zijn, dat in beide grootheden op één dag tegelijk, nieuw leven werd geblazen en betekenisvol mijn gedachten meevoerden naar deze overpeinzingen. In literatuurland is Nescio de Frederique. Zonder ophef stijlt hij zijn drie novellen, zonder zich wat aan te trekken van de regerende normen en waarden, maar vanuit zijn eigen scherpzinnige geest, zoals de kleine muis regeert en vooruitziet, omdat geest zonder voeding de dood in optima forma zal zijn, een lethargisch vacuüm, meer nog dan koude en honger brengen.

023

De kleine Frederique wordt me gezonden door een van mijn lieve vriendinnen, die weten dat het woord te allen tijde heelt. Deze winter was een hele koude met de kwetsbaarheid van het leven languit gestrekt voor de deur, als blikvanger. Als wijze raad misschien, maar dan moet ik er langer over na mogen denken. Niet alles wat op je pad komt is per definitie om te zetten in een betekenisvolle gebeurtenis. Lijden en leven zijn begrippen die met elkaar een moeizame vereniging aangaan. Het verhaal van Frederique is in deze koude winter hard nodig. Wat een zegening dat een vriendin daar oog voor heeft en Lioni er handen en voeten aan wist te geven.

Uncategorized

Eens zal het eigen zijn.

Gisteren nog een keer de afleiding gezocht in een film. Three Billboards outside Ebbing, Missouri van Martin Mcdonagh. Door de benauwdheid is er niet veel anders mogelijk. Thuis blijven kan, maar het wandelingetjes is een voorwaarde. Bewegen is immers beter. Dan maar naar een doel waarbij ik weer kan zitten en uitrusten. Twee uur lang genieten van een prachtige film en dan weer teruglopen valt onder het kaliber verantwoord revalideren.

Nooit heb ik een trailer zo tegengesteld aan het verhaal van de film gezien. Door de beelden wordt je totaal op het verkeerde been gezet. Ze zijn er allemaal in verwerkt, maar door de context wordt de beleving anders. De hoofdpersoon van Three Billboards is Frances McDormand. Wat een briljante vertolking van haar rol geeft ze ten beste. Ze zuigt me op, neemt me mee en er is geen ontsnappen meer mogelijk. Haar verontwaardiging is de mijne, haar woede ook. Haar verdriet, zorgvuldig achter een verbeten trek rond haar mond verstopt, de vochtige oogopslag wordt verwoed weg gewreven, de haat omgezet in een standvastigheid, een beradenheid waar niets ter wereld haar van af kan brengen en dat voel je. Het maakt de beleving intens en indringend, ze zit onder mijn huid.

humor hartslag

Tijdens de film doet zich nog een wonderbaarlijk fenomeen voor. Ik krijg last van hartkloppingen, een band om de borst, zware armen. Een nachtmerrie in de film.  Ademhaling reguleren, marcheert het in mijn hoofd door de filmbeelden heen. Het is niet fijn. Ik duw het gevoel weg door op het verhaal te focussen. Hart blijft de terugweg opspelen en ik rij langs de dokter. Feiten spreken beter. Ineens ben je een Spoedje. Mensen in de wachtkamer zuchten hoorbaar. Ik mag voor. Dokter luistert en onderzoekt, vangt nog onregelmatigheid en een stressend hoge bloeddruk, daarna ebt het weg en wordt weer normaal. De Bètablokker wordt verhoogd na samenspraak met de cardioloog. Een film in een film. Ik mag weer naar huis.

Op televisie zie ik de relativerende beelden van Filemon en zijn wandelgang langs het autistisch spectrum. Ik zie wat de ouders investeren in hun liefde voor het kind. Waar heb ik het nu helemaal over. Zo wordt de gang van zaken weer in balans getrokken. Alles kan altijd nog vele malen erger. Terwijl ik luister naar hun uiteenzetting breien mijn handen voort aan de winterdas. Winter is bijna lente, ik heb de eerst merel al horen zingen, maar met die domme ritmestoornissen slaat de kou om het hart en zorgt voor ijs aan de binnenkant van de vaten. Das zal goed van pas komen. ‘Elk nadeel hep se voordeel’ snijdt hout. Een houten hart en dan ben ik weer bij Blof waar de avond mee begon. ‘Hier is mijn hart, mijn houten hart’.

213

Hersenkronkels zijn fijn, maar soms moeilijk te volgen. Als dat voor mij al zo is, wat moet een ander er dan mee. Toch schrijf ik ze op, al was het maar voor de eigen gemoedsrust. Als je ze uitschrijft, dan stroomlijnen ze beter en ben je de helft van de onrust al weer kwijt. Het is lastig in dit hele proces om de juiste wegen te bewandelen, als je gewoon van vlees en bloed bent en nog steeds zeven zeeën denkt te kunnen varen. Ik  zoek naar het juiste tempo. Het ligt lager dan ik doe. Ik moet de wil eens even gaan stallen en dan luisteren naar wat lijf te vertellen heeft, want ze heeft zwabberende praatjes voor tien. Hoe was het ook al weer. Kan niet ligt op het kerkhof, maar wil niet ligt er naast en dan in tegenovergestelde context dan bedoeld. Verwarrend dus, net als de trailer van de film.

De zon schijnt weer, zoals elke ochtend deze week, het wordt een goede dag. Ik krijg dochterlief op bezoek. Ik blijf, op de therapie na, braaf thuis. Aanpassen aan de mogelijkheden. Ik ga het nog weleens leren. Eens zal het eigen zijn.

Uncategorized

Bezint eer gij klaagt

Een appje uit het niets zijn vaak de besten. Ik stond op het punt om er een bioscoopdag van te maken. De wandeling was de dag er voor niet te vermoeiend geweest en toch had ik bij thuiskomst het rillerige gevoel nooit meer warm te worden. Hoesten en intens vermoeid. Wat een mens toch allemaal niet meemaakt . Het besluit om een dag pas op de plaats te doen, maar wel afleiding te zoeken, kwam daar vandaan. Afreizen in je hoofd met beelden op het netvlies werkt doorgaans heilzaam. Mijn vriendin had The Three Billboards aangeraden. De strijd en verbetenheid van een moeder trok. Het geweld wat langszij kwam in de trailer iets minder, maar toch won het moederhart en bepaalde de keuze. Daar wilde ik mijn eigen oordeel over vellen en dat kan alleen als je het ondergaat.

Ik stond op het punt om te reserveren toen het appje kwam. Of ik mee wilde naar de Wilde stad. Vriendin en ik hadden al eerder besloten te gaan en nu deed de gelegenheid zich voor. Ze was vrij en ik had alle tijd aan mezelf. Het moest zo zijn. Kinepolis was een ander verhaal. Ik kende het dure parkeerhaventje ervoor en wist dat ik een hele film armer zou zijn als ik de Kleine Blauwe Prins daar zou stallen. Ik koos voor Kanaleneiland.  Het was dichtbij, goed voor de gebruikelijke dagelijkse revalidatiewandeling. Daarbij kon ik ook nog een mooi stukje nieuw ingeblazen leven van de plaatselijke grootstedelijk industrie meepikken. Ik was dichter bij de film dan ik me realiseerde. Later schoven de plaatjes ineen.

IMG_2508.jpg

Er lag op het grote braakliggende bouwterrein een schoen in het zand. Stapjes er naar toe en stapjes er van af. Hinkstapsprongstappen, te klein voor een voetafdruk. Ter plekke wist ik dat dit de oprichting van de galerij der vergeten schoenen zou worden in navolging van het Kabinet der verloren Handschoenen. Door het gaas heen nam ik de desolate foto. Even verderop liep ik als Liesje in Luilekkerland onder de grote U-Trechters door. Prachtige woordspeling en handige formule voor het omtoveren van industrie tot lering ende vermaak. Ze waren getransformeerd in af te huren vergaderruimten en mijmerend wierp zich een atelier op, hoog boven de stad met uitzicht op het haventje. Onbereikbare Utopie.

Het land van Schrans en malende kaken

De wandeling naar de film was derhalve een belevenis op zich, evenals de ontmoeting met de gigantische Kinepolis. Mijn lieve kleine Louis Hartlooper kan er tien keer in, maar wint het op alle fronten aan sfeer en intensiteit. Roltrappen voor een revaliderend lijf bleken het doekje voor het bloeden. De kiosk boven stelde uitnodigend haar geëtaleerde artikelen ten toon. ‘Treedt binnen in het land van Schrans en malende kaken’. De popcornbak was half het kind. We spiegelden de verbazing en ontzetting in elkaars ogen. Hoe kon je het verhaal intens in je opnemen bij de opbollende wangen, die onophoudelijk voor je blikveld zouden schuiven.

De film zelf opende de ogen voor het innerlijk van de stad. Leven en laten leven. Sommige shots zijn welhaast surrealistisch en bedroevend, omdat ze zo heel erg niet op hun plek zijn. Er zijn dieren bij die mottig en scharminkelig hun hongerogen spiegelen aan een voortdurend verlangen naar beter. Ik ga het niet verklappen. Ik miste een paar van mijn eigen blikvangers, als ik door de stad heen struin met de brede blik. De kauwtjes onder andere, die net zo talrijk zijn geworden als de Halsbandparkieten en de veelheid aan kleine insecten. Van Abatutu ga je houden.

De stad is verworden tot een groot walhalla van eten en ook tot de hel van gegeten worden. Daarnaast heeft ze alles van een spektakelstuk. Ze is kleurrijk, intens en boeiend, meeslepend en dramatisch, theatraal en komisch. Zo tikt deze wilde stad de mensheid op haar vingers. Stichter van het heil en het onheil. Bezint eer gij klaagt.

 

 

Uncategorized

Laat je gaan

Er is een leuk dispuut gaande op FB. Het betreft de flow. ‘Go with the Flow’ riepen we te pas en te onpas aan het begin van dit millennium. Nog steeds heeft het niet aan wijsheid ingeboet. Laat je leiden door wat er op je pad komt en wat je voortstuwt in de vaart der volkeren, als het op inspiratie aankomt. Dat is wat mijn visie erop is. Laat je meedrijven op de golven en ontdek nieuwe horizonnen, reis op toppen van je creativiteit en laat je niet weerhouden door wat niet mag of kan. Ontstijg je eigen kunnen.

Vandaag stelde mijn begeleider van de Stichting mij de vraag of ik nog wil werken. Werken is in mijn opinie vooral dat grote avontuur. Je begint aan de dag en weet nooit waar het eindigt. Natuurlijk stel je doelen, maar die zitten in mijn hoofd en er zijn honderd wegen om ze te bewandelen. Dat is de reden dat ik het bijna een must vind, om zonder methode te werken, op z’n minst in ieder geval in de onderbouw. Dan kweek je vleugels, vlinderlicht of loop je regelrecht de verwondering in. Ontdek met elkaar en leer van elkaar, groot en klein. Ik mag het zeggen, want het grootste deel van mijn arbeidzame leven zit erop. Het geeft me het recht om de passie te preken en dan niet als de spreekwoordelijke vos, maar met bevlogenheid. Ik ken het geheim van de smid en weet hoe het werkt.

veertjetheater

Werken dat zou ik willen, als ik uit de voeten kon, want al sparrend, al ontdekkend, al verwonderend geef je elkaar handvaten aan, grijpt het een in het ander, springen er deuren open in je hoofd, maar zaligmakend is het niet. Het is niet het levenselixer bij uitstek. Die Flow, de uitdaging, de verleiding kan ook makkelijk ontstaan tijdens het pierewaaien in je eentje. Er zweeft een lied van lang geleden mijn hoofd binnen. ‘Pierewaaien, het is een kunstje van niks voor iedereen, die ergens dol op is’. Zo is dat. Als je in kronkels kan denken, letterlijk met alle winden op je pad mee kan waaien en klakkeloos de ingevingen in je hoofd durft te volgen, is pierewaaien de bron voor al het creatieve leven.

Ik liep door het atelier van een goede vriendin. ‘Verandering van spijs doet eten’, dat wist men vroeger al, en gleed met mijn blikken langs de vele vindsels en vondsten. Tegelijkertijd knoopten zich aan sommige nieuwe verhalen vast en spontane ingevingen kwamen omhoog. Zo werkt inventiviteit, die open blik voor mogelijkheden. Je ziet andere buiten op straat of in de winkel een handeling verrichten, een programma op televisie, een stelling op social media of je krijgt een telefoontje, een app, hoort een woord en zonder dat je er mee bezig bent, maakt het een volgende associatie los.

Kunstfanaatjes noemde de jaszakschatten. Direct gingen er bij mij en een vriendin poorten open naar lang geleden, vorige week, eergisteren. Gisteren liep ik, in mijn eentje, op het klompenpad en het leverde een hoofd vol beelden en verwondering op, om over na te denken en er woorden aan te geven. De bijbehorende foto’s waren goed voor de tekeningen in het tekendagboek van vandaag. Iedere dag, het kan zo klein niet zijn, gebeurt er iets, wat er bovenuit springt. Dat is de overgave aan de loop van de rivier, zwemmen met de stroom mee, alle weerbarstige beddingen trotseren, ruwe keien, obstakels overwinnen door ze om te buigen en naar je eigen creatieve geest om te zetten en vooral niet te vergeten er ook tegen in te durven.

Go with the flow lukt altijd, als je  maar vleugels weet te geven aan gedachten en vinnen aan je vindingrijkheid om in beweging te blijven, te wervelen en te gaan. Op je werk of in je eentje, met de toegevoegde prikkel aan muziek, schoonheid der kunst. Zolang de flow gevoed wordt, waar dan ook, met de onbevangenheid van de open geest en de bereidheid tot een sprong in het ongewisse, krijgt het ‘glow’. Laat je gaan, de vrije loop en vindt de glans van het bestaan.

Uncategorized

Daar draaien we op

De Cardio-revalidatie wordt gegeven in een klein zaaltje praktisch achterin het gebouw van het Antoniusziekenhuis in de rode vleugel. Er staan 8 fietsen en een loopband. Het munt niet uit in ultramoderne apparatuur. De hulpverleners hebben ieder hun eigen dagen en je leert ze kennen als je braaf twee dagen per week de oefeningen komt doen. Op de maandag en de vrijdag ben ik ingedeeld. Vooraf wordt óf je bloeddruk gemeten óf je polsslag en dat wordt halverwege de oefeningen herhaald. In rust en na inspanning is het credo. Gevoelsmatig valt daar niet alles onder. Fietsen is voor mij een bijna rustgevende oefening, misschien wel door het mantra van de bewegende trapper. Met regelmaat laat ik er een gedachte op los, die zich dan herhalend vastzet in mijn hoofd. Tersluiks ontsnap ik aan de motoriek.

rechterkant Cardio Fit E35 Ergometer

Het voelt ook alsof ik weer in de klas ben. Jaren geleden in mijn schooltijd. Klas had gym. We moesten voort. Ik was er niet goed in. Dat kwam met name door de onzekerheid en het idee, dat ik het bij voorbaat niet zou leren beheersen. Met hardlopen werd mijn hoofd een pioen en ik legde hijgend het parcours af tot ik als laatste over de eindstreep strompelde. Het vederlichte, waardoor elke bok of ieder paard een bron van vreugde werd en een genot om naar te kijken, heb ik nooit kunnen doorgronden. Ik bleef aards en aan de grond genageld. Niet ik ging om, maar bok, met dreunende onderlijning van het onvermogen.

Waar de gymleerkracht doorgaans slechts een aaiend handje nodig had om de vaart erin te houden, moest er bij mij een schouderpartij of een takel aan te pas komen.De ringen waren een onbegrijpelijke manier om omhoog te komen. Hoe dan, als de rode handpalmen striemend naar beneden gleden bij elke verwoede poging. Ik was het kind dat bij trefbal niet alleen lichamelijk het mikpunt werd. Sport en spel was aan mij niet besteed. Ze kerfden littekens in mijn ziel. De ontsnapping waren de verhalen die het opriep van een wonderkind, dat verdacht veel op mezelf leek, die flierefluitend de eindstreep haalde.

Opmerkelijk gegeven was dat er bij de kabouters en de gidsen geen berg te hoog was. Daar kreeg ik, door mijn natuurlijke rust en de serieuze ondertoon, zelfs de leiding toebedeeld van een groepje. De uitdaging was vermomd in een hartelijke en ontspannen sfeer, waar de nadruk lag op ieders kwaliteit. Niet op het onvermogen, zoals de barse, snijdende stemmen van de gymleerkrachten door de zaal repeteerden, zodat ieder wist, wat je allemaal niet beheerste.

117

In dit kleine achterafzaaltje mocht alles en hoefde niets. Er was een circuit uitgezet met gewichten, vermeende boodschappenkratjes, evenwichtsoefeningen op de bal, stuiterende kleine aanloop voor een worp in de korf, enkele diepe kniebuigingen, een verleidelijke stoel, waar je net niet op mocht gaan zitten. Op de achtergrond de realiteit in muzikale omlijsting en mijn puffende en kreunende lotgenoten. Ik was op het grensgebied van vroeger en nu, de geur van de vloer haalde de gymzaal dichterbij, het ontspannen karakter maakte de kleine kabouter in mij los. Het hart bewoog mee met al die andere aangedane harten, hijgend, puffend en met de insteek om alles te geven voor volk en vaderland, maar met name voor de twee enthousiaste begeleiders.

Dat ik ooit spierpijn zou kunnen krijgen van zegge en schrijve een tiental kniebuigingen had ik maanden geleden niet geloofd. Met goodwill worden ongekende mogelijkheden geopend en de wetenschap dat het er toe doet. Een mens van hart en ziel en voeding voor beiden. Daar draaien we op.

Uncategorized

Gedeelde smart is halve smart

Er zijn dus talloze nachten geweest, dat mijn moeder zo heeft liggen draaien en woelen als ik nu. Ze heeft ze meerdere keren in haar dagboeken beschreven. Het luisteren naar de ademhaling van mijn vader, een ronkend geluid, dat dwars door de dunne boardwanden van de slaapkamers heen,  in het ouderlijk huis ook door ons te beluisteren viel. Het grensde aan snurken maar was meer sonoor, diepere keelklanken   Ze hoorde, net als ik hier, de pendule van de buurvrouw slaan. Schapen tellen was wat nog restte. Het licht moest uit blijven. Net als ik liet ze de duisternis schaduwen trekken op de muren en golvend over het bed en de kaptafel dankzij de opengeschoven gordijnen. De wereld van Kantjil, grillige wajang goleks, ragfijne filigrain elfen, heksen en feeën en enorme boomreuzen.

DSC07490.JPG

De verzuchtingen, aan het witte papier van de kantooragenda toevertrouwd, waren diep. Waarom kon ze nou nooit eens lekker in een diepe zorgeloze slaap vallen. Ik herken het maar al te goed. ’s Nachts nemen de verhalen de overhand, maar ook alles wat maar autonoom kan gaan. De ademhaling, de hartslag, het bloed dat door je aderen stroomt. Overal is wel een angsthaas aan verbonden, die al pochend zichzelf opblaast en ten slotte alle ruimte in je hoofd inneemt.

Ik ben ze liever kwijt dan rijk. Helaas heb ik een aardje naar mijn moertje en deel ik haar slapeloze nachten. Bladeren in tijdschriften helpt, soms een boek lezen als de concentratie het toe laat en de beelden wijken, vaker nog een stukje schrijven. De druk moet van de ketel af. Als je gedachten laat ontsnappen is er luwte in het hoofd. Vaak werkt het zo.

Stiekem geniet ik ook. Van de stilte. Van de lamgelegde weg. Een snoer van licht schijnt over het glimmende asfalt. Zelfs de vleermuizen houden hun winterslaap. Pluis ligt opgerold tegen me aan geschoven. Ik moet denken aan de kleine dappere Louise in haar winterse nadagen uit de animatiefilm Louise en Hiver, die overvallen door de stilte de meest creatieve oplossingen vindt om het grote zwijgende tij te keren. Ze sprak erover met de maan en de sterren en een verdwaalde hond op een monotone bedaarde toon, geruststellend, concluderend, berustend.

Mijn moeder was de dag erna vaak brak. Ik las tussen de regels door hoe ze zich door de dag heen sleepte en worstelde met de traagheid der dingen, die veroorzaakt werd door haar eigen vermoeide tred. Dat heb ik dan weer niet. Jaren van weinig slaap hebben een ritme opgebouwd, die ooit is ingezet met de vaste nachtdiensten die ik draaide in de verpleging en wat er voor gezorgd heeft, dat ik de stilte en niet de duisternis koester, Integendeel. De vroege ochtenduren, het prille witte licht is mijn tijd. ’s Nachts niet. Dan komen de verhalen los uit het donker, zoals in mijn jeugd en heb ik een lamp nodig om ze in te tomen. Tegelijkertijd prikkelen ze de fantasie voor nieuwe verbeelding en vragen om woorden of surrealistische dromen.

De pendule bij de buren slaat drie. Het is welletjes en mooi geweest. Morgen ga ik eens een kamille proberen of een andere nachtrustgevende thee, nu elke willekeurige ontspanningsoefening te kort en de ademhaling alle kanten op schiet. Ik rust in de wetenschap dat ik niet alleen ben, maar met mij nog een heel leger aan slapelozen. Dat schenkt de burger moed, want samen is niet alleen en gedeelde smart is halve smart..

 

 

Uncategorized

Een loffelijk streven

Gek genoeg heb ik vakantie gevierd, deze week. De dagen van ledigheid trekken voorbij en toch is er ineens een vakantieweek. Dat voelt nog steeds zo. Op de eerste plaats valt het gekwetter om kwart over acht stil op straat. Geen schreeuwende, lachende, roepende kinderstemmen op weg naar school. Geen vermanende overstekende ouders, die ze tot de orde moeten roepen. Het gepiep van oude knarsende wagenwielen ontbreekt of gehuil van kouwelijke babybroers en zussen in hun buggy’s, te vroeg uit bed geplukt en met de slaap nog in de ogen om grote broer of zus op de plaats van bestemming te brengen.

010

Zelfs het verkeer heeft afstand genomen van de normale werkweek. Er vallen hiaten in het zoevende langsrijden. Alleen de Jumbo-vrachtwagen dendert zoals elke morgen vaste prik langs. Het is vakantie en kennelijk treedt er dan een automatisme op. ’s Morgens begint mijn ontbijt van drie eetlepels kwark en een batterij aan witte, gele en roze pilletjes steeds later. Normaliter half vijf en vanmorgen was het ineens kwart voor tien.

Wel sluipt de hoeft-niets modus er ’s avonds ook in. Het tijdstip van slapen wordt tot steeds later uitgesteld in deze verwarrende wirwar, in plaats van de gebruikelijker wijs. Het voelt alsof er uren worden afgenomen, happen gegeten uit de kostbare dag, mijn serene rust in de ochtend wreed naar een lager plan wordt geschoven, de ledigheid omhoog getild. Daar zijn we bij de kern van het betoog. Het voelt niet goed, een onbevredigd begin aan een nieuwe dag. Bovendien doet al die rust iets wonderlijks met de huid. Ze gaat eronder zitten en trekt diepe plooien, ongekende rimpels, wangetjes van het goede leven, haren die naar de verkeerde richting gaan staan door het lange liggen op een oor. Zelfs Pluis is van slag.

006.JPG

Samen slapen we een gat in de dag. Dit is de laatste dag van de vakantie. De das is bijna af, het is de oorzaak van het niet naar bed kunnen. Breien werkt namelijk verslavend en zeker als je in bollen gaat denken, deze-bol-nog-even-afbreien brengt je zo weer drie uur verder . De vingers verkrampt, de pennen wat stroef, de wol wat moeizamer glijdend, maar stug doorgaan met insteken, doorhalen en af laten glijden. Ik ben bij de derde bol. Het moet nog een klein stukje langer, ik kan hem al om de hals leggen, maar het moet aan een robuuste uitstraling beantwoorden dus ruim vallen. Heerlijk slobberend ruim en dat betekent dat er bijna nog een vakantie aan vast moet worden geplakt.

F4E29A55-703E-4958-A5EA-3B624476DB68.jpg

‘Van der Linden, je hoeft praktisch niets, alleen maar pendelen tussen ziekenhuis, mentor, apotheek, huisarts, bedrijfsarts en longarts. Het mag wat kosten. daar tussenin heb je vrije uren te over liggen.’ Ik weet het, maar ook ‘Het grote niets’. Dat gat in de dag, dat uren opslokt, wat zeg ik, dat zwelgt. Het is het zwarte gat van Anish Kapoor, een Bermuda driehoek waar alle creativiteit in verdwijnt. Ik moet eerlijk zijn. Het is ook heerlijk om helemaal niets te hoeven en aan de andere kant stellen we maar wat graag doelen. Kleine, zoals twee tot vier kilometer wandelen op een dag, vangvolleyballen met de fysiotherapie, boomklevers spotten in de grote iep. Het wordt weer tijd voor het grovere werk. Schilderen en tekenen, tuinen en veel meer schrijven. Morgen, ja morgen…Als de vakantie voorbij is.  Dat lijkt me een loffelijk streven.